George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Anbi

Armando kapt definitief met Museum Oud Amelisweerd

with 3 comments

120

De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.

Het is hier al eerder beweerd, de liefde tussen Armando en de Stichting Museum Oud Amelisweerd is minder diep dan het publiek en de Stichtse politiek denken. Toch een essentieel aspect omdat kunstenaar en collectie Armando een basis onder het Museum Oud Amelisweerd leggen. De openstelling van de Armando Collectie is naast het Chinees behang en de historische buitenplaats Oud Amelisweerd één van de doelstellingen van de Stichting. Als de medewerking van Armando wegvalt, dan valt één van de doelstellingen onder het Museum Oud Amelisweerd weg. Al is het maar in de marketing en publiciteit. Omdat het onderbrengen van het werk van Armando de overwegende reden was voor de oprichting van het Museum Oud Amelisweerd in Bunnik valt met het wegvallen van Armando’s medewerking ook de logica weg onder het Museum Oud Amelisweerd.

Niet onmogelijk is echter dat Armando opnieuw onder druk wordt gezet door bestuur en directeur van de Stichting Museum Oud Amelisweerd en de Armando Stichting om terug te komen op zijn voornemen. Het gebeurde eerder. Er spelen belangen die niet synchroon lopen met de belangen van Armando. In januari 2014 schreef ik in een commentaar: ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Ondersteunend voor dat sluimerend ongenoegen, de stroeve relatie, en de onmacht om zich te onttrekken aan de gijzeling door de Stichtingen die hem menen museaal te kunnen vertegenwoordigen zijn uitspraken van mensen uit Armando’s omgeving. Zoals oud-hoofdconservator Rini Dippel die zich in 2011 vernietigend uitsprak over de Armando Collectie in landhuis Oud Amelisweerd waarvan de logica haar ontging. En zoals gezegd ex-echtgenote Tony de Meijere die in 2010 haar omvangrijke, persoonlijke verzameling in langdurige bruikleen aan het Kröller-Müller Museum gaf met de belofte deze aan het museum na te laten.

De politieke betekenis van Armando’s voornemen om uit dat conglomeraat van Stichtingen met hun zakelijke en personele belangen te stappen is zo groot als de Stichtse politiek het zelf wil maken. Wel valt nu in het debat over de toekomst van Museum Oud Amelisweerd het argument weg dat Armando een plek moet worden geboden. Die plek ziet Armando eerder voor zichzelf weggelegd in het Cobra Museum of het Kröller-Müller Museum. Met als basis een gedegen wetenschappelijke, financiële en minder gebrekkige omgeving om gepresenteerd te worden. In de collecties van Centraal Museum en Stedelijk Museum is belangrijk werk uit vroegere periodes van hem opgenomen. Museum Oud Amelisweerd voegt daar niets aan toe, maar verstoort eerder het beeld van Armando en zijn werk zoals de kunstenaar dat zelf wil geven aan de buitenwereld.

Armando’s afscheid van Museum Oud Amelisweerd hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd te betekenen. Verre van dat. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd het niet redt. Utrechtse en Amersfoortse raadsleden en statenleden in de provincie Utrecht moeten tot zich door laten dringen dat het streven naar een optimale oplossing voor de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd niet met alle geweld het vasthouden aan de huidige exploitant is. De fase in het debat over de toekomstige bestemming lijkt nu bereikt dat het vasthouden aan de huidige exploitant de continuering van een culturele bestemming juist in de weg staat.

Foto: Armando, Le canard serie, 1954; inkt en krijt op papier, 68 x 53 cm.

Tekort Museum Oud Amelisweerd neemt toe. Het wordt door media en politiek te laag voorgesteld. Waarom?

with one comment

moa-1

Op 2 november werd eindelijk de Jaarrekening 2015 op de site van Museum Oud Amelisweerd gepubliceerd. De huidige exploitant van het landhuis Oud-Amelisweerd. Meer dan vier maanden te laat. Omdat de Stichting MOA ANBI-plichtig is had dat op 1 juli 2016 moeten gebeuren. Een deskundige zegt daarover: ‘Publiceren mag op de eigen website of op een gemeenschappelijke internetsite met andere goede doelen’.

Het aantal bezoekers was in 2015 22.000. Dat is op twee manieren een afname vergeleken met 2014 toen ruim 30.000 bezoekers werden geteld. 2015 Was het eerste volledige jaar van openstelling van het museum. Afname van het aantal bezoekers is zoals het verslag opmerkt niet ongewoon en kan toegeschreven worden aan het effect dat een nieuw geopend museum in het eerste jaar meer bezoekers trekt en daarna te kampen krijgt met teruggang. Voor de komende jaren is het daarom realistisch om uit te gaan van 22.000 bezoekers per jaar, en niet van 30.000. Mede omdat er door bezuinigingen bespaard dient te worden op loon- en projectkosten en activiteiten met betrekking tot publiciteit en marketing eerder af- dan toe zullen nemen.

Er klinken tegenstrijdige berichten op uit de jaarrekening. Het bestuur zegt in het bestuursverslag dat het ‘vooralsnog’ wel goed zit met de financiële continuïteit voor de korte als middellange termijn. Onder dat laatste wordt doorgaans een termijn van 3 tot 5 jaar verstaan, zodat de financiële continuïteit volgens het bestuur tot 2021 gewaarborgd is. Dat lijkt een cruciaal jaar te zijn. Huidige problemen worden doorgeschoven naar de toekomst. Zoals het bestuur verduidelijkt loopt dan de uitbetaling van de Amersfoortse bruidsschat af en moet een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht worden afgelost. Deze lening werkt trouwens twee kanten uit omdat de provincie Utrecht bij een faillissement van de Stichting MOA deze 160.000 euro kwijt is. En zich daarom tot belanghebbende bij het voortbestaan van de Stichting MOA heeft gemaakt.

Resumerend, in 2021 stoppen de inkomsten uit Amersfoort en moet de renteloze lening van de provincie Utrecht worden terugbetaald. Het bestuur legt stilzwijgend een bodem onder deze zorgen met een verwijzing naar de Armando Stichting dat schilderijen van Armando beheert. Met een marktwaarde van 22 miljoen euro. In november 2015 liet het inmiddels afgetreden bestuurslid van de Stichting MOA Geert Noortman zich ontvallen bij een dreigend faillissementdesnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat kan echter niet hardop worden gezegd omdat het verkopen van werken uit de collectie om gaten in de exploitatie te vullen voor een museum niet zomaar mogelijk is. Zelfs als in 2021 Stichting MOA door het overlijden van Armando eigenaar is geworden van deze werken, dan nog kan het volgens de ethische code van de museumvereniging geen werken uit de collectie afstoten om genoemde lening van de provincie Utrecht terug te betalen of de weggevallen Amersfoortse subsidie op te vangen.

In de publiciteit wordt door zowel lokale media als Utrechtse politici het beeld gevormd dat het tekort van de Stichting MOA over 2015 70.382 euro bedraagt. Dat past kosmetisch mooi bij een advies van een Utrechtse commissie Cultuur uit mei 2016 over een subsidie van 75.000 euro die door het college wegens afspraken echter niet kan worden opgevolgd. Maar wie de jaarrekening breder interpreteert ziet dat bij het tekort op de exploitatie de lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro opgeteld moet worden en het tekort daarom uitkomt op 230.382 euro. Omdat de jaarrekening 2014 een tekort van 136.020 vertoonde is het resultaat over 2015 met een tekort van 70.382 euro niet beter, maar slechter dan in 2014. Dat is de echte beeldvorming.

Het is zaak dat er ‘een structurele oplossing’ wordt gevonden voor exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Daarover bestaat bij Utrechtse raadsleden verwarring zoals bleek uit de vergadering van de Commissie Mens en Samenleving op 1 november 2016. Zie hier voor een beeldverslag. Tekenend voor het onbegrip is wat Jedija Inkelaar van de ChristenUnie zegt in een bericht van RTV Utrecht: ‘Omdat er niet zomaar een andere huurder is voor dit pand, is het belangrijk om met het museum te praten over mogelijkheden het open te houden’. Ze verwart oorzaak en gevolg. Ze geeft het initiatief van de raad uit handen om verder te kijken.

Het probleem dat nu optreedt met de exploitatie van het MOA en al in 2012 door museumexperts maar ook Utrechtse raadsleden voorspeld werd valt te herleiden tot drie oorzaken: 1) Zoals de Raad voor Cultuur in een advies uit 2016 zegt sluit het MOA onvoldoende aan bij de plek; 2) Het rijksmonument is ongeschikt en in de exploitatie ‘te duur’ voor een publieksmuseum dat streeft naar een bezoekersaantal van 30.000-40.000; 3) Er is in de jaren 2010-2011 door de toenmalige verantwoordelijke politici in Utrecht en Amersfoort nooit serieus gezocht naar de beste huurder. De politiek heeft Stichting MOA het landhuis Oud-Amelisweerd laten kapen.

Als Inkelaar en Utrechtse raadsleden streven naar ‘een structurele oplossing’ voor de bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd, dan zouden ze liefst met een ruime blik naar deze kwestie kijken en zich niet laten dwingen in het frame dat hun door het MOA opgedrongen wordt. De gemeente Utrecht heeft meer dan 1,6 miljoen euro geïnvesteerd in landhuis Oud-Amelisweerd. Voorbeeldig. Samen met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de huidige exploitant, en met begeleiding van de toenmalige beheerder het Centraal Museum. Dat resulteerde in 2016 in het winnen van de Erfgoedprijs Europa Nostra. Utrechtse raadsleden moeten beseffen dat ze kunnen streven naar een optimale oplossing voor de exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Tussen haalbaarheid, ambitie en realiteitszin in. Doorschuiven van problemen naar de toekomst kan politiek gewenst zijn, als ze maar beseffen waar ze mee bezig zijn en blikvernauwing nieuwe problemen oproept.

Foto: Schermafbeelding van deel jaarrerekening 2015 van de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Gepubliceerd op 2 november 2016.

Belastingdienst wijst ANBI-status af van Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Welke kerken hebben geen 10% eigenbelang?

with 4 comments

kvs

De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster blijkt gestaag werken aan de emancipatie van de Nederlandse overheidsdiensten. Dat is een moeizaam proces. In bovenstaand bericht op haar site laat de Kerk weten dat de ANBI-status is afgewezen door de belastingdienst. De Kerk ziet dat als willekeur en zegt bezwaar te maken tegen deze beslissing. Instellingen die worden aangewezen als ANBI (‘Algemeen nut beogende instellingen’) hebben belastingvoordelen bij erven, schenken en energiebelasting. Er waren in Nederland op 29 september 2016 53141 instellingen met een ANBI-status, zoals blijkt uit het Overzicht van de belastingdienst.

In het bericht laat de Kerk weten dat het volgens de belastingdienst ‘niet of niet voldoende het algemene belang’ zou dienen. Interessant is de reactie van Scientology-woordvoerder Merel Remmerswaal uit 2015 op de afwijzing van de ANBI-status voor de Scientology Kerk: ‘Het is eerder de vraag waarom andere kerken wel de ANBI-status hebben. Het enige verschil is dat wij nieuw en onbekend zijn.’ De toetsing of een instelling van voldoende algemeen belang is heeft subjectieve elementen in zich. Het lijkt erop dat voor instellingen zonder machtsbasis in politieke partijen, overheid en bij de ambtenarij de lat hoger wordt gelegd. Onbekend maakt onbemind. Nieuwkomers op de religieuze markt worden er indirect van uitgesloten, zo is het vermoeden.

Volgens de definitie van de belastingdienst moet een ANBI aan een aantal voorwaarden voldoen waarvan de belangrijkste is: ‘Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.’ Andere voorwaarden voor het verlenen van de ANBI-status zijn onder meer dat een ‘instelling en mensen die daar rechtstreeks bij betrokken zijn, niet mogen aanzetten tot haat of het gebruik van geweld’, administratieve verantwoording afleggen en geen winstoogmerk hebben. Voor religieuze instellingen is per 1 januari 2016 de publicatieplicht aangescherpt. Dat betekent dat de belastingdienst scherper gaat kijken of religieuze instellingen aan de voorwaarden van de ANBI voldoen. Vraag is of dit meespeelt bij de afwijzing.

Het 90%-criterium waar de Kerk op wordt afgewezen roept de vraag op wanneer een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang voldoet en wanneer voor 10% aan eigenbelang. Hanteert de belastingdienst een checklist aan de hand waarvan een instelling wordt doorgelicht? Anders gezegd, wordt een en ander in de praktijk daadwerkelijk getoetst of bestaat er consensus dat het 90%-criterium feitelijk niet wordt getoetst?

Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Elke religieuze instelling bezit ze. Het eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en het laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en weinig transparant van aard dat niet op voorhand valt te zeggen of een specifieke instelling voor 90% het algemeen belang dient. Of anders gezegd, niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het voor meer dan 10% het eigenbelang dient. Het valt nauwelijks in te zien dat bij kerkgenootschappen die al eeuwen gevestigd zijn en gericht zijn op continuïteit het eigenbelang niet groter dan 10% is.

Foto: Schermafbeelding van berichtANBI status voor KVHVSM afgewezen’ van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, 28 september 2016.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster ingeschreven bij Kamer van Koophandel als religieuze organisatie

with 3 comments

kvs

Het heeft politieke tegenwerking en heel wat voeten in de aarde gehad maar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster laat in een bericht weten dat het alsnog door de Kamer van Koophandel als religieuze organisatie is ingeschreven in het handelsregister. Inschrijving is louter een technische aangelegenheid die deze belangenorganisatie van het bedrijfsleven zonder eigen politieke interpretatie automatisch behoort uit te voeren, maar de Kamer weigerde in oktober 2015 inschrijving. Hiermee overspeelde de Kamer haar hand. Zie hier voor een commentaar. De Kerk ging tegen deze beslissing op formele en inhoudelijk redenen in beroep met een bezwaarschrift. Met als resultaat dat de Kerk nu ingeschreven staat als religieuze organisatie.

Er speelt nog een kwestie bij de gemeente Emmen waarbij het ministerie van Binnenlandse Zaken betrokken is. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens adviseerde de gemeente Emmen om een lid van de Kerk die een aanvraag deed voor een ID-kaart met een foto met religieus hoofddeksel te weigeren omdat de uitzondering daarvoor wegens religieuze of levensbeschouwelijke redenen niet gemaakt kon worden. Die voor leden van andere godsdiensten wel geldt. Want de Kerk zou geen religieuze organisatie zijn, hoogstens een persiflage daarop volgens een advies van de Rijksdienst. Nu de Kerk is ingeschreven als religieuze organisatie bij de Kamer valt dat bezwaar weg. Het valt te hopen dat de Rijksdienst aan de hand van deze zaak onder druk van de ambtelijke top van Binnenlandse Zaken haar beleid heeft aangepast en in het vervolg wat ruimdenkender omgaat met de registratie van leden van religieuze organisaties. Inclusief toetreders tot de religieuze markt.

Foto: Schermafbeelding van berichtWe zijn officieel ingeschreven bij de KVK!’ op site van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. 

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster maakt formeel en inhoudelijk bezwaar tegen besluit Kamer van Koophandel

with one comment

kvs1

Dit is de meest humoristische passage uit het bezwaarschrift van de Nederlandse afdeling van de Kerk van het Vliegend Spaghetimonster (KVS). Het is een traditie dat religieuze instellingen elkaar als concurrenten prikkelen. En aanvallen. Aanleiding is  een weigering van de Kamer van Koophandel (KvK) om de KVS in te schrijven in het handelsregister. Zie hier voor een commentaar van oktober 2015. Inmiddels speelt er nog een zaak bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens dat de gemeente Emmen adviseerde om een lid van de KVS die een aanvraag deed voor een ID-kaart met een religieus hoofddeksel te weigeren omdat de uitzondering daarvoor wegens religieuze of levensbeschouwelijke redenen niet gemaakt kon worden. Die voor leden van andere godsdiensten wel gemaakt wordt. Er lijkt vanuit de Nederlandse overheden een gecoördineerde actie om toetreders tot de religieuze markt de toegang te ontzeggen. Waar dat sentiment in is gegrond is gissen.

Het bezwaarschrift wordt in een openbare hoorzitting toegelicht. Kijk op de KVS-site voor de datum die nog moet worden vastgesteld. Het betwist op formele en inhoudelijke gronden de weigering van de KvK om de KVS op te nemen in het handelsregister. In een conclusie zegt het over het handelen van de KvK: ‘Samenvattend kan geconcludeerd worden dat de voorbereiding niet zorgvuldig is geweest en dat de motivering niet voldoende daadkrachtig is. De wet heeft zoals reeds opgemerkt een formeel karakter. Er is geen ruimte voor een waarde oordeel. Het geslagen besluit is in strijd met fundamentele vrijheden en rechtsbeginselen. (..)’

Inhoudelijk gaat het dit gevecht van de KVS tegen ambtelijk-bestuurlijk Nederland erom wat de vrijheid van godsdienst in Nederland in de praktijk waard is. Artikel 6,1 van de Grondwet zegt: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Dan is het ongepast dat een gemeente, Rijksdienst of zelfs een particuliere belangenorganisatie van het bedrijfsleven -wat de KvK is- bepaalt wat in Nederland onder een kerkgenootschap of een religieus karakter van een instelling die zich als religieus presenteert begrepen moet worden. Ze dienen zich neutraal op te stellen en zich op geen enkele manier met de inhoud van religie te bemoeien. Dat is niet alleen een introductie van normatieve opvattingen in een technisch-formele registratie, maar ook een ongewenste gang van zaken die de godsdienstvrijheid van Nederland beperkt.

Het is de hoogste tijd dat over de bejegening van de KVS door overheden waarin een beleid van afwijzing valt te ontdekken kamervragen worden gesteld aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken die betrokken is op twee manieren. Via de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens die de gemeente Emmen afwijzend adviseerde over de KVS bij de uitzondering over een ID-kaart en via de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving (CZW) die regelgeving aan de Grondwet toetst. Artikelen over vrijheid, karakter en mensenrechten die verband houden met godsdienst moeten maar eens afgestoft worden door CZW zodat het bindende adviezen kan geven aan overheden, de KvK en de VNG en dit soort juridische achterhoedegevechten vermeden kunnen worden.

10352608_10208009920062043_166825252425910125_n

Foto 1: Schermafbeelding uit bezwaarschrift dd. 13 januari 2016 van de Kerk van het Vliegend Spaghetimonster tegen een beslissing van de Kamer van Koophandel.

Foto 2: Oekraïense pastafarian.

Is de afstand tot God afwijkend bij de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster?

with 2 comments

sb

Als religie de belangrijkste bijzaak in het leven is (na voetbal uiteraard), dan maakt het niet uit hoe dat vervolgens wordt aangekleed. Dat kan met jurken, leuke hoedjes, lange baarden, stippen op het voorhoofd, mattenkloppers, pastavergieten of lichaamsbedekkende tenten. Het maakt niet uit. Dat is het uiterlijk.

Religie is booming business. Daar valt betrekkelijk makkelijk een snelle euro te halen en het kan dienen als machtscentrum voor expansie. Daarom zijn er tienduizenden religies, religieuze stromingen en groeperingen die gelovigen aan zich binden. Daaronder vele instellingen met predikers die niet zouden misstaan bij een multinational. Maar omdat prediker geen beschermd beroep is en iedereen namens een religie kan spreken, kan iedereen een religieuze groep beginnen. Iedereen kan zich vestigen, een internetverbinding maakt al een snelle start mogelijk. Religie drijft op vasthouden van gelovigen, expansie en het verslaan van concurrenten. De reactie van de zelfbenoemde prediker Shabir Burhani valt goed te begrijpen. Hij vreest voor z’n eigen toko.

Daarbij komt dat mensen zoals Burhani beweren namens God te spreken. Maar dat valt niet objectief na te gaan. Precies daar begint het probleem om toetreders te weren en buiten de profijtelijke godsdienstsector te houden. Want wie bepaalt dat als God daarover niet zelf beslist? Iedereen kan immers zeggen namens God te spreken. Dat doen miljoenen en miljoenen predikers die hun brood verdienen in religies. En dat is best zo.

Vanwege deze kenmerken is de bewering dat religies door mensen gemaakt zijn ook het meest waarschijnlijk. Dat religies door mensen zijn gemaakt is in elk geval de verklaring zonder de minste ingewikkeldheden. Google maar eens op ‘Ockhams scheermes’ en lees wat daar staat over hoe mensen tot kennis komen. Met hun verklaringen en de verkettering van elkaar maken predikers het nodeloos ingewikkeld. Dat is ook logisch omdat ze het niet alleen afkunnen en de omweg via God nodig hebben om de gelovigen geloofwaardig aan zich te binden. Wat geeft meer legitimiteit dan te zeggen namens een hogere macht te spreken? Voor Shabir Buhani zullen niet veel mensen warm lopen. Dat ligt ingewikkelder als hij suggereert namens God te spreken.

Kritiek op de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) is best, zoals kritiek op elke religie, vereniging  of levensovertuiging best is. Maar de bewering dat de KVS het minder serieus bedoelt en daarom minder serieus genomen dient te worden slaat de plank mis. De KVS is exact zo serieus als elk ander kerkgenootschap omdat het evenveel afstand tot God bewaart als elk ander kerkgenootschap. Hoe groot dat ook precies is. Dat kan immens groot of nihilistisch klein zijn. In welke verschijningsvorm dat gepresenteerd wordt is bijzaak.

Foto: Schermafbeelding van tweet van Shabir Burhani. Geciteerd in het artikel ‘De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster heeft miljoenen, zo niet duizenden leden’ op retecool.com.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster tegenover de Kamer van Koophandel. Bij Pauw

with 11 comments

Op 22 oktober 2015 liet de Kamer van Koophandel weten dat de ‘Kerk van het Vliegend Spaghettimonster’ (KVS) niet ingeschreven wordt in het handelsregister. De reden gaf het in een brief: ‘Voor registratie in het handelsregister van een kerkgenootschap gaan wij uit van een organisatie van aangeslotenen die zich de gemeenschappelijke godsverering van de aangeslotenen op de grondslag van gemeenschappelijke godsdienstige opvattingen ten doel stelt. Hierbij die de organisatie niet enkel naar het inzicht van de aangeslotenen, maar ook naar de huidige maatschappelijke opvattingen een religieus karakter te hebben. Bij uw organisatie ontbreekt dit religieuze karakter en is eerder sprake van een persiflage op religie. Uw organisatie registreren in het handelsregister als kerkgenootschap weigeren we om die reden’.

De KVS gaat hiertegen in beroep en zegt op de eigen site bezwaar aan te tekenen tegen de beslissing. Sinds 1 juli 2008 is de Handelsregisterwet 2007 in werking getreden. Dat verplicht ondernemingen en rechtspersonen zoals kerkgenootschappen zich in te schrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het Handelsregister is een basisregistratie die moet voldoen aan de eisen die de overheid stelt aan alle basisregistraties. Artikel 2 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat kerkgenootschappen worden geregeerd door hun eigen statuut voor zover dat niet in strijd is met de wet.

Volgens artikel 6 van de Grondwet kan iedereen ‘zijn eigen godsdienst of levensovertuiging kiezen en zich op zijn eigen manier daarnaar gedragen, mits dit past binnen de wettelijke regels’. Het valt niet in te zien welke wettelijke regels en artikelen van de Grondwet door de KVS worden overtreden. Door de scheiding van kerk en staat mogen staat en de kerk ieder hun eigen zaken regelen en zich niet met elkaar bemoeien of elkaar de regels voorschrijven. Gelijke behandeling van godsdiensten wordt als een vertrekpunt van het Nederlands beleid ten aanzien van godsdiensten gezien. Er is geen reden voor de overheid of een instantie die overheidsbeleid uitvoert om een organisatie die zich als kerkgenootschap aanmeldt de toegang te weigeren.

De discussie bij Pauw voegt weinig toe, behalve het feit dat de KVS voor het eerst goed in de publiciteit komt. De reactie van de oudere programmamaaksters leert dat religie een kwestie van conformisme is. Wat de boerin niet kent dat vreet ze niet. Waarom het dragen van een pastavergiet dwazer of minder serieus zou zijn dan het dragen van een jurk door mannen, een hoofddeksel als een mijter, ‘bedekkende kleding die niet lijkt op die van ongelovigen’ of andere religieuze kleding is een vraag die alleen normatief beantwoord kan worden. De Kamer van Koophandel neemt de ruimte om te beoordelen hoe het ‘religieus karakter’ van een rechtspersoon getoetst moet worden. Omdat het die ruimte volgens de wet niet heeft dient de beslissing over de KVS teruggedraaid te worden. Niet door het bezwaar ertegen, maar door ingrijpen van de regering die dit niet zou moeten laten gebeuren. Maar de ontsporing door de Kamer van Koophandel afwachtend aanziet.