George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Stedelijk Museum

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 2 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.

Politieke profilering Stedelijk Museum wordt minder geloofwaardig door samenwerking met commerciële geldschieters

with one comment

Sinds 2006 is het Stedelijk Museum een zelfstandige stichting, voorheen was het een gemeentelijke instelling. Dat leidde in 1999 tot bezwaren in de raad over een sponsorcontract met autofabrikant Audi dat toenmalig directeur Rudi Fuchs had beklonken. Het werd een geruchtmakende zaak. Een bericht uit 1999 van de Volkskrant geeft aan hoeveel er sinds die tijd veranderd is: ‘Meer algemeen zet de raad ook vraagtekens bij de noodzaak van vergaande private inmenging in een gemeentelijk instituut.’ Dat was voor de verzelfstandiging. Nu is het Stedelijk Museum geen gemeentelijk instituut meer en is de vergaande private inmenging een feit. Dat blijft onder de radar. In 2006 kwam dat sponsorcontract van het museum met Audi er trouwens toch.

Siemens kondigt nu op haar website #artSmellery aan. Siemens: ‘het eerste project van een bijzondere samenwerking tussen Siemens Huishoudapparaten en het Stedelijk Museum Amsterdam. Een verrassende, zintuigelijke en indrukwekkende manier om kunst te beleven.’ Van 26 april 2017 t/m 7 mei 2017 mei kan #artSmellery in het Teijin Auditorium van het Stedelijk Museum Amsterdam ‘beleefd worden’ aldus de promotie van Siemens. ‘Van Gogh, Chagall en zelfs werken van Mondriaan zijn met geuren tot leven gebracht – alleen met het reukzintuig waarneembaar. Mis deze unieke kans om je kennis over kunst uit te breiden niet.

Het Stedelijk kreeg onlangs kritiek uit rechtse media over een reeks tentoonstellingen over het thema migratie dat bedoeld was om ‘tegenwicht te bieden aan het populisme’ aldus een persbericht van het museum. Nelle Boer nuanceert dat vandaag in een ingezonden brief in Het Parool. Hij zegt niet tegen politieke kunst te zijn, maar pleit ‘voor een eerlijk beeld van de grote verscheidenheid aan politieke ideeën onder kunstenaars’. De contacten met Audi en Siemens maken zowel de politieke profilering van het museum ‘als tegenwicht tegen het populisme’ als de kritiek erop vrijblijvend. Waar gaat het nog over als de politieke opstelling van het Stedelijk en directeur Beatrix Ruf aanstellerij lijkt te zijn die haaks staat op de marketing van het Stedelijk? De aanstellerij van de #artSmellery. Reden is wellicht dat de zakelijke en artistieke leiding van het museum zover uit elkaar zijn gegroeid dat ze ieder hun eigen weg gaan zonder dat er nog één geloofwaardig museum met een duidelijk smoel resteert. Op wie moeten bezoekers  zich richten die zich bekommeren om het Stedelijk?

Foto: Schermafbeelding bij bericht ‘#artSmellery: innovatieve kunst in het Stedelijk Museum’ van Siemens.

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 7 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.

Stedelijk Museum krijgt uit rechtse hoek verwijt propaganda te bedrijven met presentaties over migratie

with 7 comments

Het Stedelijk Museum besteedt het komende jaar in een reeks kleine prestaties aandacht aan migratie. Daar komt kritiek op van rechtse media zoals Elsevier of TPO. Het verwijt is dat het museum eenzijdig bezig is en propaganda zou bedrijven. En zelfs stelling zou nemen tegen het populisme. Maar hoe terecht is dat verwijt? Annabel Nanninga reageert in een opinie-artikel voor TPO en schuwt de grote woorden en verwijten niet. Zie ook een artikel van Marjolijn de Cocq en Maxime Smit van 1 april 2017 in Het Parool.

Sleutelzin waar deze rechtse publicisten zich aan lijken te storen is het slot van het citaat van Bram Hahn ‘de gedachten van het publiek bij te sturen – daar is een woord voor: propaganda.’ Het verwijt dat ze maken is dus eenzijdige communicatie. Klopt dat of is die conclusie te kort door de bocht? Overheden, politici en media zijn continu bezig om de gedachten van het publiek bij te sturen. TPO en Elsevier zijn daar goede voorbeelden van. Dat gebeurt door het sturen van gedrag (‘nudging’) en van opinies. Propaganda heeft altijd de intentie om met een beroep op de publieke opinie aanhangers voor een standpunt te winnen. Dat is bij het Stedelijk Museum echter niet aan de orde. Ten eerste omdat het een half-gesloten omgeving is waarvoor toegang betaald moet worden en geen beroep wordt gedaan op ‘de publieke opinie’. Ten tweede omdat de bezoekers die er doorgaans komen niet overtuigd moeten worden, maar al overtuigd zijn van het nut van migratie.

Los van het er aan de haren bijgesleept verwijt van propaganda raakt de kritiek van Hahn en Nanninga aan een interessanter aspect. Namelijk de vraag naar de functie van kunst en in het verlengde daarvan de functie van een kunstmuseum. Moet kunst midden in de samenleving staan en heeft het een maatschappelijke rol te spelen door zich politiek te uiten? Of moet kunst zich onderhorig maken aan de politiek? Het is het verschil tussen kunst die bijt en kunst die tandeloos is. Hahn en Nanninga pleiten voor tandeloze kunst die de politiek volgt. Waarschijnlijk beredeneren ze dat vanuit hun partijpolitieke opstelling. Dit in navolging van politici van PVV en VVD die de kunstsector vol minachting als een links reservaat zien dat zich onttrekt aan disciplinering en beteugeling en daarom financieel gekort, geknecht en getemd moet worden. Mijn reactie op TPO:

De framing ‘activistische dramgalerie’ van een activistische drammer is potsierlijk.

Kunst en politiek zijn verbonden. Kunst zonder politiek is levenloos en politiek zonder kunst heeft geen adem. Ze zijn dus eenmaal met elkaar verbonden. Het gaat er niet om dat ze verbonden zijn, maar hoe ze verbonden zijn. Daarop kan kritiek klinken. Maar niet op het feit dat er wisselwerking tussen kunst en politiek is.

Nanninga komt niet aan inhoudelijke kritiek toe. Ze verwijst naar een citaat dat het over propaganda heeft en laat het daarbij. Met als uitsmijter een verwijzing naar de persoon Ruf. Het is een gemiste kans om inhoudelijke kritiek te uiten met een onderbouwd betoog. Nanninga laat het afweten.

Het Stedelijk Museum besteedt in twee zaaltjes aandacht aan het onderwerp. Tamelijk bescheiden. Kunst die in de eigen tijd staat reflecteert altijd op de samenleving. Kunst houdt ons een spiegel voor. Kunst scherpt aan. Dat is de functie van kunst. En het is de rol van een museum om daar verslag van te doen en dat te tonen. Kunst die dat niet doet is geen knip voor de neus waard. Een museum dat dat nalaat verandert in een graf. Dat is de dood in de pot van het museum. En van de hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBonusquote, moeilijkebril-editie: propaganda van uw geld in het Amsterdamse Stedelijk Museum’ van Annabel Nanninga voor TPO, 2 april 2017.

HNI werpt zich op als coördinator van nieuw designmuseum in Amsterdam. De vlucht vooruit als afleiding van eigen problemen

leave a comment »

hni

Het Nieuwe Instituut (HNI) in Rotterdam zoekt als afleiding de vlucht naar voren door verbreding. En het kiezen van een nieuwe naam: ‘Museum voor Architectuur, Design en Digitale cultuur’. De reden hiervoor is het ontbreken van eigen scherpte en diepte. Maar of die schijnbewegingen ook maar iets veranderen is de vraag.

Het museum verkeert in crisis en ligt onder vuur. Het kwam afgelopen jaren negatief in de publiciteit wegens belangenverstrengeling waarbij directeur Guus Beumer betrokken was, wilde op de bovenste twee etages een hotel-restaurant beginnen, had onvoldoende toezicht vanuit de Raad van Toezicht, kreeg een negatief advies van de Raad voor Cultuur en overtrad vele malen de Governance Code Cultuur volgens Cultuur+Ondernemen. Architect Kees van der Hoeven die HNI kritisch volgt wijst onder verwijzing naar een artikel in Pi-interieur opnieuw op belangenverstrengeling en het buiten de regels om direct gunnen van ontwerpopdrachten. Hij concludeert: ‘Hoe lang moeten we dat gehannes in Het Nieuwe Instituut nog verdragen?

Als klap op de vuurpijl was er vandaag een bericht in het cultuurblog van De Volkskrant met de titel ‘HNI wil designmuseum in Amsterdam’. HNI zou in Amsterdam een tijdelijk museum willen openen en daar langdurige bruiklenen van andere musea tonen. Genoemd worden het Textielmuseum in Tilburg, het Stedelijk Museum Den Bosch, het Amsterdam Museum en het Wim Crouwel Instituut. Ook Museum Boijmans van Beuningen, het Groninger Museum en natuurlijk het Stedelijk Museum zou HNI ‘aan zich willen binden’. Maar het is voorbarig nieuws omdat het om verkennende gesprekken gaat en nog niets beklonken is. Dit nieuwe HNI in Amsterdam zou  ‘dienen als een vitrine voor de deelnemende musea’. In hedendaagse termen: een pop-up museum.

Deze vlucht vooruit van het HNI roept vooral wantrouwen op. Hoe kan een museum dat zelfs de eigen zaken overduidelijk niet op orde heeft en hoe dan ook een belast verleden met zich meedraagt zonder een nieuwe start te kunnen of willen maken, negatief advies van de Raad voor Cultuur krijgt en waarvan de directie telkens weer beschuldigd wordt van belangenverstrengeling zich opwerpen als coördinator voor andere musea? Dat is volstrekt ongeloofwaardig. HNI is de laatste die deze taak geloofwaardig op zich kan nemen.

Daarbij komt dat hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck in De Volkskrant een merkwaardige opmerking maakt: ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI. Bovendien is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design.’ Deze medewerker van HNI -dat zich met een nieuwe naam onder meer ‘Museum voor Design’ noemt- zegt dat design bij HNI niet in optimale handen is. Maar er een museum moet komen dat uitsluitend aan design gewijd is. Dat ondermijnt de bestaansreden van HNI dat in Rotterdam drie deelcollecties (Architectuur, Design, Digitale cultuur) huisvest.

Wat musea als Boijmans of het Stedelijk -die HNI ‘aan zich wil binden’- aan moeten met de schijnbewegingen van HNI die bedoeld zijn als afleiding van de eigen problemen en voor het profijtelijk aanboren van nieuwe geldstromen is de vraag. Proefballonnetjes zijn leuk en het is nog leuker als een krant als De Volkskrant zich ertoe leent om ze zonder enige kritische noot op te laten. Maar de Nederlandse museumsector heeft er niets aan. HNI kan als het zichzelf serieus zou nemen nu al prachtige tentoonstellingen over design maken, en bruiklenen bij genoemde musea aanvragen. Zonder zalen leeg te hoeven laten staan. Maar dat laat het na. De vlucht vooruit in de breedte is een brevet van onvermogen van HNI. Hoelang gaat deze doodstrijd nog duren?

Foto: Onlangs gerenoveerd kantoor van HNI, zoals beschreven in artikel in Pi-interieur, november 2016.

Armando kapt definitief met Museum Oud Amelisweerd

with 4 comments

120

De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.

Het is hier al eerder beweerd, de liefde tussen Armando en de Stichting Museum Oud Amelisweerd is minder diep dan het publiek en de Stichtse politiek denken. Toch een essentieel aspect omdat kunstenaar en collectie Armando een basis onder het Museum Oud Amelisweerd leggen. De openstelling van de Armando Collectie is naast het Chinees behang en de historische buitenplaats Oud Amelisweerd één van de doelstellingen van de Stichting. Als de medewerking van Armando wegvalt, dan valt één van de doelstellingen onder het Museum Oud Amelisweerd weg. Al is het maar in de marketing en publiciteit. Omdat het onderbrengen van het werk van Armando de overwegende reden was voor de oprichting van het Museum Oud Amelisweerd in Bunnik valt met het wegvallen van Armando’s medewerking ook de logica weg onder het Museum Oud Amelisweerd.

Niet onmogelijk is echter dat Armando opnieuw onder druk wordt gezet door bestuur en directeur van de Stichting Museum Oud Amelisweerd en de Armando Stichting om terug te komen op zijn voornemen. Het gebeurde eerder. Er spelen belangen die niet synchroon lopen met de belangen van Armando. In januari 2014 schreef ik in een commentaar: ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Ondersteunend voor dat sluimerend ongenoegen, de stroeve relatie, en de onmacht om zich te onttrekken aan de gijzeling door de Stichtingen die hem menen museaal te kunnen vertegenwoordigen zijn uitspraken van mensen uit Armando’s omgeving. Zoals oud-hoofdconservator Rini Dippel die zich in 2011 vernietigend uitsprak over de Armando Collectie in landhuis Oud Amelisweerd waarvan de logica haar ontging. En zoals gezegd ex-echtgenote Tony de Meijere die in 2010 haar omvangrijke, persoonlijke verzameling in langdurige bruikleen aan het Kröller-Müller Museum gaf met de belofte deze aan het museum na te laten.

De politieke betekenis van Armando’s voornemen om uit dat conglomeraat van Stichtingen met hun zakelijke en personele belangen te stappen is zo groot als de Stichtse politiek het zelf wil maken. Wel valt nu in het debat over de toekomst van Museum Oud Amelisweerd het argument weg dat Armando een plek moet worden geboden. Die plek ziet Armando eerder voor zichzelf weggelegd in het Cobra Museum of het Kröller-Müller Museum. Met als basis een gedegen wetenschappelijke, financiële en minder gebrekkige omgeving om gepresenteerd te worden. In de collecties van Centraal Museum en Stedelijk Museum is belangrijk werk uit vroegere periodes van hem opgenomen. Museum Oud Amelisweerd voegt daar niets aan toe, maar verstoort eerder het beeld van Armando en zijn werk zoals de kunstenaar dat zelf wil geven aan de buitenwereld.

Armando’s afscheid van Museum Oud Amelisweerd hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd te betekenen. Verre van dat. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd het niet redt. Utrechtse en Amersfoortse raadsleden en statenleden in de provincie Utrecht moeten tot zich door laten dringen dat het streven naar een optimale oplossing voor de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd niet met alle geweld het vasthouden aan de huidige exploitant is. De fase in het debat over de toekomstige bestemming lijkt nu bereikt dat het vasthouden aan de huidige exploitant de continuering van een culturele bestemming juist in de weg staat.

Foto: Armando, Le canard serie, 1954; inkt en krijt op papier, 68 x 53 cm.

Willem Baars geïnterviewd over kunsthandel en marktwerking in de kunst

leave a comment »

De vorige directeur van het Stedelijk Museum Ann Goldstein kon volgens galerist Willem Baars niet met mes en vork eten. Ze zou niet representatief zijn geweest en je kon haar niet meenemen naar een diner. Maar hoe en door wie werd Goldstein dan geselecteerd, als ze zo’n brekebeen was? De kritiek van Baars sluit aan bij die van Christiaan Braun die in 2014 en 2015 in paginagrote advertenties in landelijke dagbladen de aandacht vestigde op de macht van de miljonairs en hun belangenverstrengeling in de Raad van Toezicht en het Stedelijk Museum Fonds. Zie hier de advertenties en commentaar. Baars praat met Michiel Romeyn voor Café Weltschmerz over kunst en kunsthandel. Ze claimen inzicht te geven over wat er onder de motorkap van de beeldende kunst gebeurt. Een inleiding in een onderwerp dat van alle kanten benaderd kan worden.