George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museumregister

Ondeugdelijke beantwoording vragen veiligheid Wereldmuseum

leave a comment »

De beantwoording van de raadsvragen van Ruud van der Velden (Partij voor de Dieren) over de veiligheid van het Wereldmuseum is onbevredigend omdat het onduidelijk is wie er aan het woord is en de antwoorden om de hete brij heen draaien. Ze zijn op 18 december 2019 naar de raad gestuurd. Op 8 november besteedde dit blog er in een commentaar aandacht aan. De veiligheid van het Wereldmuseum zou in het geding zijn.

Wie beantwoordt de vragen? Als ‘steller’ wordt Gilbert Boutier genoemd. Hij is volgens zijn profiel op LinkedIn ‘Financieel Interim Manager’ van zijn eigen bedrijf Three Mountains, of preciezer gezegd dochter Three Mountains Interm Management BV en wordt vanwege zijn kennis op het gebied van Vastgoed blijkbaar gevraagd om de vragen te beantwoorden. Boutier was in 2013-2014 in dienst als ‘Project Manager’ bij de gemeente Rotterdam. De afdeling die bij de vragen genoemd wordt is dienst ‘SO Stadsontwikkeling’. Betrokken wethouder is Bas Kurvers (VVD) die onder meer verantwoordelijk is voor ‘Bouwen’. 

In de beantwoording wordt gezegd: ‘De gemeente (afdeling SO Vastgoed) is als eigenaar verantwoordelijk voor het gebouw en voert de verbouwing van het museum, in samenwerking met het Wereldmuseum, gefaseerd door. Door de fasering kan de gemeente eerder gebouwdelen opleveren en kan het museum deze inrichten met tentoonstellingen.’ Die laatste zin is de essentie omdat het doet uitkomen dat het functioneren van het Wereldmuseum centraal staat. Hoe zich dat verhoudt tot regelgeving en voorschriften is secundair.

Hoe kan het dat kritische vragen van Ruud van der Velden objectief beantwoord kunnen worden door een interim manager die handelt in opdracht van een gemeentelijke dienst van wie de nalatigheid in het toezicht juist een aspect van de kritische vragen is? Kortom, dit betreft een dienst die potentieel onder vuur ligt vanwege de gang van zaken en allerlei onregelmatigheden die resulteerden in de kritische vragen. Hiermee is niet gezegd dat Boutier, SO Stadsontwikkeling en wethouder Kusters niet integer handelen, maar de procedure is verwarrend en ongelukkig als de schijn ontstaat dat WC Eend zelf stelt dat WC Eend volgens de regels heeft gehandeld. Het is niet onmogelijk, maar hoe geloofwaardig kan die claim nog zijn?

Museum Boijmans van Beuningen was bezorgd over de veiligheid en besloot de tentoonstelling ‘Remix Rotterdam’ niet te laten doorgaan toen het constateerde dat het Wereldmuseum geen ‘gebruiksmelding brandveilig gebruik’ voor het hele pand had. Omdat het Wereldmuseum dit aan de bruikleengevers niet had gemeld, konden die zich niet beraden, laat staan hun bruiklenen terugtrekken. Want ze gingen ervan uit dat het hele gebouw veilig was gekeurd en het gemeentelijk toezicht voldoende was. De beantwoording doet hier badinerend over en poetst de zorgen van Boijmans en de andere bruikleengevers weg. Terwijl ze bewust in het ongewisse werden gelaten over de veiligheid van het gebouw. Illustratief voor de tegenstrijdigheden in de beantwoording is de mededeling ‘De certificering van de brandmeldinstallaties staat gepland op 6 januari 2020’. Als het management van het NMVW dit voor 1 oktober 2019 niet aan de bruikleengevers had gemeld, welke afweging konden die dan maken als ze de informatie niet hadden gekregen? De claim dat ‘alle bruikleengevers [er staat ‘bruikleengegevens’] van Dossier Indië geïnformeerd [waren] over de gefaseerde verbouwing‘ wil niet zeggen dat ze erover waren geïnformeerd dat op 1 oktober de omgevingsvergunning voor het gehele gebouw niet in orde was. Ook de ene bruikleengever die telefonisch contact opnam met het Wereldmuseum deed dat op eigen initiatief en niet omdat het door het Wereldmuseum was geïnformeerd.

De beantwoording suggereert dat het Wereldmuseum volgens de regels heeft gehandeld, maar slalomt langs de kritische vragen heen. Dit biedt eerder vaagheid dan duidelijkheid. Dat het Wereldmuseum iets van plan is of iets aanvraagt, wil nog niet zeggen dat het volgens de voorschriften handelt. Een vraag wordt in veel gevallen met een antwoord op een andere vraag beantwoord. Neem de hernieuwde keuring door het Museumregister bij een verbouwing die wordt gereduceerd tot de afgifte over verantwoord collectie­ beheer. Ook blijft onduidelijk hoe de calamiteitenteams zijn bemenst en wie zitting nemen in het crisisteam.

De beantwoording geeft geen uitsluitende duidelijkheid en kan daarom niet als de definitieve beantwoording van de vragen van Ruud van der Velden worden beschouwd. De verwarring blijft bestaan of wordt door de beantwoording mogelijk bewust of vanuit onwetendheid vergroot door zand in de lucht te gooien zodat een heldere blik op het reilen en zeilen van het Wereldmuseum en een antwoord op de vraag of het toezicht door de gemeentelijke instanties voldoende is geweest onmogelijk wordt gemaakt. Dat is een trieste constatering.

Foto 1: Schermafbeelding van site Wereldmuseum, september 2019  (inmiddels verwijderd).

Foto 2: Schermafbeelding van deel ‘Beantwoording van de schríftelijke vragen van het raadslid R. van der Velden (Partij voor de Dieren) over ‘Zorgen over onveilige situaties bij het Wereldmuseum’, 17 december 2019.

Fundamentele vragen over veiligheid bij het Wereldmuseum

with 3 comments

Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren in de Rotterdamse gemeenteraad heeft vandaag bovenstaande raadsvragenZorgen over onveilige situaties bij Wereldmuseum’ gesteld aan de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2018-2022). Los van deze vragen en zonder contact met Van der Velden heb ik deze week onderstaand commentaar geschreven. Vragen en commentaar wijzen dezelfde richting op. Er zijn talloze betrokkenen die zich zorgen maken over de onveilige situaties bij het Wereldmuseum, zich daar over verwonderen en willen dat de situatie bij het Wereldmuseum zich ten goede keert. Mijn commentaar:

Het is een publiek geheim dat de veiligheid en brandveiligheid van het Wereldmuseum niet op orde zijn. Juiste of geldige brandveiligheidsvergunningen voor het gebouw aan de Willemskade te Rotterdam ontbreken. Het Rotterdams gezag had in moeten grijpen na de heropening in juli 2019. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Die opening werd door het museum aangekondigd als ‘na de grote verbouwing’, maar dat is onjuist omdat de verbouwing nog steeds aan de gang is. Het is opmerkelijk waarom de toezichthoudende Brandweer voor een publiek toegankelijk gebouw dat verbouwd wordt, onvoldoende brandscheidingen bevat en de kans op brandoverslag bestaat een vergunning afgeeft. Dat lijkt dan ook niet te zijn gebeurd, maar hoe de Brandweer dan wel handhaaft is de vraag. Ook het electriciteitsnet geeft risico’s en kans op kortsluiting. Zo was er een week na de opening in juli 2019 een grote kortsluiting/stroomstoring en zijn er recent vaker stroomstoringen gesignaleerd waarbij het licht uitvalt of een lift niet werkt. Dat volgt noodzakelijk uit een grote verbouwing.

Voorschriften waar een museum zich aan moet zijn de richtlijnen uit 1994 bij punt 5. Het management van het Wereldmuseum lijkt in gebreke te zijn gebleven bij de inventarisatie en beoordeling van bedrijfsactiviteiten en risico’s zoals het Museumregister (dat de museumnorm beoordeelt) als checklist geeft (punt 4.4). Niet duidelijk is of er een calamiteitenplan is, er sinds juli 2019 brandveiligheidsoefeningen zijn gehouden en er voldoende geschoolde en getrainde BHV- (Brand Hulp Verlening) en CHV- (Collectie Hulp Verlening) medewerkers zijn en ingezet worden. Onduidelijk is trouwens of het Wereldmuseum dat sinds 27 februari 2002 als museum in het Museumregister geregistreerd staat wel een volwaardige museale vergunning heeft.

Het Wereldmuseum is sinds 2017 onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMvW) waar Stijn Schoonderwoerd algemeen directeur is. Klaarblijkelijk opereert de NMvW op de locatie Wereldmuseum niet of niet volledig volgens de normen die de museumsector via het Museumregister of de Museumvereniging stelt. Het is lastig om één oorzaak voor het ontbrekende professionalisme van het NMvW te geven. Het lijkt eerder een combinatie van factoren die elkaar versterken en te maken hebben met ontbrekend leiderschap van de NMvW-directie, slechte organisatie, een bedrijfscultuur die gehoorzaamheid afdwingt, een ontbrekend locatiehoofd/eindcoördinator voor het Wereldmuseum, een lastige voorgeschiedenis van het Wereldmuseum onder de weggestuurde directeur Stanley Bremer die roofbouw had gepleegd op gebouw en personeel, en de speciale en (financieel) kwetsbare positie van het Wereldmuseum binnen het NMvW als afzonderlijke stichting.

Hoe verder is de vraag. Door inzet van velen is in 2015 het Wereldmuseum gered uit handen van Bremer die de Afrika-collectie wilde verkopen en het museum het pad van vervlakking en populisme opstuurde waarbij hij kunst en kunstobjecten ondergeschikt maakte aan andere doelen zoals publieksbereik of commerciële levensvatbaarheid. Merkwaardig genoeg herhaalt zich deze recente horrorgeschiedenis in een andere vorm bij het NMvW. Want dat maakt ook de kunst ondergeschikt aan doelen zoals politieke correctheid of cultureel populisme. Bremer en Schoonderwoerd lijken meer gemeenschappelijk te hebben dan op het eerste oog blijkt. Ze hebben zich onder het mom het goede te doen laten kennen als tegenspelers van het Wereldmuseum.

Wat Rotterdam moet met de constructie van een onvriendschappelijk en onprofessioneel NMvW en het NMvW met een Wereldmuseum dat het blijft beschouwen als een ‘vreemd lichaam’ is de vraag. Het geknoei met de ontbrekende (brand)veiligheidsvergunningen is een symptoom van een slecht huwelijk. Want dit is niet zozeer amateurisme, maar onwil van het NMvW om het Wereldmuseum een volwaardige en autonome plek te gunnen. De Rotterdamse gemeenteraad moet nog maar eens nadenken wat het met het Wereldmuseum wil. Want de gemeente Rotterdam subsidieert het Wereldmuseum jaarlijks met 5 miljoen euro en heeft daarom een drukmiddel om de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum als harde eis te stellen aan het NMvW. Die signatuur is tot nu toe onzichtbaar. Dat komt bovenop de eis het NMvW te verplichten om het Wereldmuseum te laten opereren volgens de Museumnorm en de normale basisvoorwaarden van de museumsector.

Foto 1, 2 en 3: Schermafbeelding van raadsvragen van Ruud van der Velden (PvdD) in de gemeenteraad Rotterdam over de onveilige situaties bij het Wereldmuseum, 8 november 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van (inmiddels verwijderde) aankondiging ‘Museum gedeeltelijk geopend’ op site Wereldmuseum, gedateerd 1 juli 2019.

ICOM brengt nieuwe museumdefinitie in stemming. Als ruggengraat. Kunnen alle Nederlandse musea daar aan voldoen?

with one comment

De ICOM is op zoek naar een nieuwe museumdefinitie, zoals de Deense voorzitter Jette Sandahl van de vaste commissie Museum Definition, Prospects and Potentials uitlegt. De video is van november 2017 en klinkt nog zoekend en vaag. Inmiddels is door deze internationale raad van musea een voorstel voor een nieuwe museumdefinitie geformuleerd. Die zal op 7 september 2019 op de nu lopende conferentie in Kyoto in stemming worden gebracht. Bij goedkeuring zal die vervolgens in de statuten worden opgenomen.

In een artikel gaat NRC in op de voor- en nadelen van de nieuwe museumdefinitie. NRC: ‘De tekst die nu op tafel ligt is politiek meer uitgesproken dan de bestaande. En dus omstreden. Als reden voor aanpassing worden musea in landen met een autoritaire leider genoemd. Met de nieuwe tekst zouden zij beter beschermd zijn tegen invloed van de overheid. Andere voorstanders zeggen dat de tekst gewoon beter aansluit bij de huidige praktijk’. NRC geeft de volgende vertaling van de nieuwe definitie:

Hoewel de definitie richtinggevend en niet al te letterlijk moet worden genomen, zullen veel Nederlandse musea aan de bak moeten als die in de statuten van de ICOM wordt opgenomen. Of ze moeten het Museumregister verlaten als ze niet aan de definitie kunnen voldoen en er geen zicht op is dat ze hun museum kunnen veranderen in de richting die de definitie aangeeft. Want hoeveel Nederlandse musea zijn nu al zo ver dat ze volmondig het begin van de definitie kunnen onderschrijven: ‘Musea zijn democratiserende, inclusieve en veelstemmige ruimtes voor kritische dialoog over onderwerpen uit het verleden en de toekomst. Ze erkennen en behandelen hedendaagse conflicten en uitdagingen (..)’? De nieuwe museumdefinitie is een spiegel die aan de Nederlandse musea laat zien hoe behoedzaam en behoudend ze zijn. Dat is de winst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWat is een museum? ‘Ideologische’ definitie verdeelt museumwereld’ van Thomas van Huut in NRC, 4 september 2019.

Written by George Knight

5 september 2019 at 19:09

Marketing ‘Grootste Museum van Nederland’ geeft valse knipoog. Het is schadelijk voor de definitie van wat een museum is

leave a comment »

Op initiatief van het Museum Catharijneconvent -een rijksmuseum voor religieuze kunst in Utrecht- zijn 13 gebedshuizen de actie het ‘Grootste Museum van Nederland’ gestart. Het gaat om 11 christelijke kerken en 2 joodse synangogen. In de toelichting wordt dit als volgt uitgelegd: ‘In het buitenland is het heel normaal om die indrukwekkende kathedraal te bezoeken. Toch lopen veel mensen er in Nederland ongemerkt aan voorbij. En dat terwijl Nederlandse kerken de prachtigste kunstvoorwerpen herbergen, gemaakt door de beste kunstenaars en opgenomen in magistrale decors. Met elkaar vormen ze het grootste museum van Nederland.

Het is een actie met een valse knipoog. De claim klopt niet dat deze 13 religieuze gebedshuizen het grootste museum van Nederland zijn. Het is zelfs een schadelijke actie omdat het een misverstand laat ontstaan over wat een museum in de kern is. De initiatiefnemers zetten zowel het brede publiek als opiniemakers op het verkeerde been door hun bewust een verkeerd beeld te geven. Juist in een tijd van bovenmatige bezuinigingen op de cultuurbudgetten is dat ongelukkige beeldvorming. Want het laat het idee ontstaan dat de meest zichtbare functie van een museum, namelijk de presentatie door tentoonstellingen, feitelijk de enige functie is. Met de onuitgesproken mening dat de andere functies secundair zijn en minder essentieel zijn. Dat is het misverstand dat deze actie van het Museum Catharijneconvent en de 13 gebedshuizen oproept.

Waar het aan schort is dat deze 13 gebedshuizen per definitie geen museum kunnen zijn omdat ze niet alle functies van een museum omvatten. Ze zijn hooguit staalkamers van hoogwaardige kunst. Presentatie is slechts één van de functies van musea. De internationale museumvereniging ICOM hanteert in haar statuten een definitie van een museum die wordt overgenomen door de Museumvereniging: ‘Een museum is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.’ Het ‘Grootste Museum van Nederland’ mist de functies verwerving, behoud, onderzoek, documentatie en wetenschappelijke verdieping en is geen museum.

De marketingsactie van de 13 gebedshuizen brengt instellingen in andere sectoren wellicht op de gedachte om de actie te beginnen ‘Het Nog Grotere Museum van Nederland’. Wat te denken van Rijkswaterstaat met de Deltawerken in Zuid-West Nederland en spectaculaire waterkeringen elders zoals de Maeslantkering. Deze ‘kunstwerken’ zijn evenmin musea als de 13 gebedshuizen, dus zo’n claim is even onterecht. Maar niet minder bedrieglijk dan de claim van het ‘Grootste Museum van Nederland’ dat 13 gebedshuizen samen een museum vormen. Het Rijksvastgoedbedrijf, de binnensteden van oude steden of welke betrokkene dan ook kunnen met evenveel retoriek als de 13 gebedshuizen claimen het grootste museum van Nederland te zijn.

Het is aan de Museumvereniging om het bij het museumregister aangesloten Museum Catharijneconvent om uitleg te vragen over haar initiatief. Want dit museum heeft voor eigen doeleinden de verwarring de wereld in geholpen. En brengt zo schade toe aan het merk ‘museum’. Probleem is dat museum geen beschermde term is en daarom voor iedereen vrij te gebruiken is. Iedere instelling kan zich museum noemen, maar is daarmee nog geen museum. Zoals de Museumvereniging als brancheorganisatie voor de Nederlandse musea in een verklaring zegt, ziet het als één van haar taken duidelijkheid te geven over de definitie van een museum.

Foto: Schermafbeelding van deel toelichting over ‘Grootste Museum van Nederland’, een initiatief van Museum Catharijneconvent.

Braun spreekt directeur Stedelijk aan. Optimale openheid gevraagd

with 3 comments

tra

De vierde advertentie in een reeks, na ‘Tegen belangenconflicten in het Stedelijk Museum’, ‘Vuistregels voor Musea (voor dagelijks gebruik)’ en ‘Transparantie: een museumstuk (de Raad van Toezicht)‘ die in onder meer NRC en Volkskrant verschenen in september en december 2014. Opnieuw bekritiseert Christiaan Braun in een paginagrote advertentie in NRC het Stedelijk Museum, en dan vooral directeur Beatrix Ruf. Kunst en handel zouden door elkaar lopen. Braun heeft een getroebleerde relatie met het Stedelijk Museum.

Mede naar aanleiding van deze advertenties stelde D66 op 24 september raadsvragen ‘inzake het voorkomen van belangenverstrengeling bij door de stad Amsterdam gesubsidieerde musea’ aan het college die op 26 november werden beantwoord. In een interview met Claudia Kammer van 20 december in NRC reageerde Ruf desgevraagd: ‘Maar het museum is niet meer alleen van de gemeente. Het is een geprivatiseerde instelling die steeds minder subsidie krijgt. Om te overleven moeten we nieuwe relaties aanknopen met particuliere geldschieters. Mijn ervaringen daarmee in Zwitserland kunnen juist goed van pas komen.

Deze reactie gaat voorbij aan de kern van de kritiek van Braun en de raadsvragen van D66. Dat het Stedelijk zakelijke relaties met externe partijen aanknoopt is niet de kritiek, maar wel het gebrek aan transparantie daarover en de schijn van belangenverstrengeling. Het college en de directie van het Stedelijk vinden dat het museum transparant is, maar omdat dit vooral wordt beargumenteerd vanuit het voldoen aan gedragsregels, ethische codes en eisen van het museumregister draagt deze verantwoording een minimalistische ambtelijk-formele legitimatie die de punten van kritiek van Braun niet overbrugt. Ofwel, ze zullen de kritiek niet doen zwijgen. Openheid die de aanleiding voor de advertentiereeks van Christiaan Braun wegneemt dient optimale transparantie te geven die verder gaat dan wat bestuurlijk vereist wordt. Da’s een kwestie van mentaliteit.

Foto: Schermafbeelding van advertentie Transparantie: een museumstuk (de directeur) in de NRC van 31 december 2014 (achter betaalmuur).