Transitie 1957

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 10 mei 2011.

Het Atomium op de Wereldtentoonstelling te Brussel, 1957-1958

Iets hangt in de lucht. Rechts buiten het kader. Als de trapeze met menselijke kanonskogels. Vallen ze en slaan ze in? De goochelaar geeft een klap. Het gaat voorbij aan normale verhoudingen. De dikke dame zucht. Met haar hoed op de fiets op de draad in de nok. Het draait en draait. Iets kondigt zich aan, maar wat? Expo 58 in Brussel komt eraan.

Directeur vertoont dictatoriale trekjes. Publiek houdt de adem in. Het vergeet, maar kijkt reikhalzend vooruit. Spoetnik en Atomium maken ruimte. Laika blaft. Jerry Lee Lewis rockt. Alles wordt beter. AOW kondigt de verzorgingsstaat aan. De verandering heeft in 1957 de toekomst.

Zimontkovski, Circus Barlay, Berlijn, 1957. Collectie: Bundesarchiv.

Artikel van Reza Kartosen-Wong over scheefgroei in slavernijdebat verhult, maar bevat aanzet tot evenwichtige analyse

Schermafbeelding van deel artikel ‘‘Er is te weinig oog voor het Nederlandse slavernijverleden in Azië’ van Reza Kartosen-Wong in Het Parool, 30 juli 2022,

Met de strekking van het opinie-artikel in het Parool van 30 juli 2022 van mediawetenschapper Reza Kartosen-Wong ben ik het voor 100% eens. Maar tevens vind ik Kartosens opinie verhullend en bangelijk. Alsof hij de kool en de geit wil sparen. Het had scherper en beter gekund.

De portee is dat er te weinig oog is voor het Nederlandse slavernijverleden in Nederlands-Indië. De auteur spreekt steeds over Azië. Uiteraard zaten er in de tijd van de slavernij Nederlanders op Ceylon, aan de rand van Japan en op andere plekken in Azië, maar het draaide om Nederlands-Indië. Waarom Kartosen dat uitvergroot tot ‘Azië‘ is onbegrijpelijk. Het is onnodig grof en hij maakt het er niet specifiek door. Kartosen heeft het evenmin over ‘Amerika‘ als het om de slavenhandel in de West gaat. Dat is Kartosens eerste verhulling.

Overigens ben ik eens met zijn opinie dat in het Nederlandse debat de transatlantische slavenhandel zo dominant is dat de slavenhandel in de Oost karig wordt bedeeld. Het een hangt samen met het ander.

Het verband van communicerende vaten dat in het publieke debat de dominantie van het een (West) leidt tot de veronachtzaming van het ander (Oost) noemt Kartosen niet. Of hij ziet het niet zo. Hij toont begrip voor de promotors van Keti Koti die erkenning zoeken voor ‘hun’ slavernij, maar koppelt dat niet aan het gebrek aan belangstelling voor de slavernij in de Oost.

Kartosen noemt niet de actieve en in de politiek goed geïntegreerde lobby van Caraïbische Nederlanders die het slavernijdebat domineren. Kartosens opinie roept vooral de vraag op waarom hij de realiteit van de groep van Caraïbische Nederlanders die het slavernijdebat gijzelt niet noemt. Dat is Kartosens tweede verhulling.

Mijn kritiek op het Nederlandse slavernijdebat en de dominantie daarin van de Caraïbische stem heb ik in het commentaarKeti Koti kan geen nationale feestdag zijn‘ van 1 juli 2022 opgeschreven:

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

En:

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het komt in het verlengde van Kartosens zwijgen en ontbrekende analyse van hoe het slavernijdebat in Nederland zich in allerlei geledingen ontwikkelt, makkelijk en gemaakt manmoedig over om Piet Emmer en Kester Freriks als ‘activistische kolonialen‘ te framen. Het lijkt er sterk op dat dit een afleiding is voor het gebrek aan Kartosens moed om zich kritisch te richten tot de Caraïbische Nederlanders die de ‘Aziaten‘ in het debat opzijzetten. Dat doet vermoeden dat Kartosen gewiekst naar rechts schopt, maar te bevreesd is om naar links uit te halen. Dat is de derde verhulling.

Kartosens opinie bevat een goede aanzet tot een evenwichtige analyse. Met hem zijn vele opinieleiders van mening dat het debat over het slavernijverleden onevenwichtig is scheefgegroeid. Om dat de corrigeren moet hij zich niet richten tot wat hij ‘activistische kolonialen‘ noemt, maar tot de ‘activistische neokolonialen‘ die het slavernijdebat naar zich toe hebben getrokken. Kartosen, toon moed, herschrijf de opinie en noem man en paard.

Stukjes van ‘George Knight Kort’ worden overgezet

Schermafbeelding van site George Knight Kort en deel van de blogpost Tin Tan en de Mambo (1950-1951).

Behalve dit blog (eigenlijk ‘George Knight Lang‘) dat gaat over politiek, religie, kunst en cultuurpolitiek, en maatschappelijke onderwerpen is er het blog ‘George Knight Kort‘ (GKK). Het bevat meer dan 300 stukjes (vandaar ‘Kort‘) over wat men doorgaans licht amusement en populaire cultuur noemt.

Rond 1990 hoorde ik de Surinaams-Nederlandse schrijver Edgar Cairo in het vrijdagprogramma ‘Het Gebouw‘ van VPRO-radio de vraag stellen waarom er geen of nauwelijks muziek werd uitgezonden. Waarom het allemaal zo bloedserieus was. Daar had de strenge presentator, was het Djoeke Veeninga of Harmke Pijpers?, geen antwoord op.

Cairo had gelijk. Ernst en luim versterken elkaar. Niemand moet zichzelf te serieus nemen. Maar af en toe ontspannen en het bestaan relativeren. Zonder dat de zware onderwerpen vergeten worden.

Als de betreurde Cairo nu nog had geleefd, zo heb ik achteraf wel eens gedacht, dan zou zijn kritiek waarschijnlijk andersom zijn. Waarom is het op de Nederlandse radio allemaal zo lichtvoetig met muzikaal behang die de muziek niet serieus neemt, maar per strekkende meter uitrolt over de luisteraar die evenmin serieus wordt genomen? De zwaarte van 1990 is doorgeschoten naar een nietszeggende vlinderachtigheid van nu.

Ik weet niet meer of de woorden van Cairo in mijn achterhoofd meespeelden toen ik in mei 2011 begon met GKK. Maar ik besefte wel dat zware en lichte onderwerpen samen een evenwichtig pakket bieden. Ik verdeelde dat over twee blogs, mede vanwege de vormgeving van GKK die was gebaseerd op de vormtaal van ontwerper Saul Bass en me overrompelde.

Toen ik gisteren op zoek naar een bepaald onderwerp GKK na lange tijd weer eens bekeek zag ik dat ik die verwaarloosd heb. Vele verwijzingen naar YouTube-filmpjes zijn dood. Ik ben van mening dat er vele waardevolle stukjes of mijmeringen op staan, maar dat die lastig te vinden zijn. Dat is jammer omdat ze me aan het hart gaan en ik ze graag wil delen. Uiteindelijk zal ik het gemuteerde GKK niet sluiten, maar laten voortbestaan.

Vanaf nu wil ik de stukjes van GKK overzetten naar dit blog. Weliswaar in een andere vormgeving, maar met dezelfde inhoud. Of met niet meer dan een lichte wijziging. Dan zal ik tevens proberen om de dode verwijzingen te herstellen. Als dat niet lukt, dan vallen ze af. Andere stukjes zullen afvallen omdat ik ze niet meer zo sterk vind of omdat ze niet tijdloos genoeg zijn, maar te veel zijn gebonden aan de datum van ontstaan. In 2011, 2014 of 2017. Over de stukjes in concept die nog niet zijn geplaatst op GKK overweeg ik om ze te zijner tijd hier te plaatsen.

Bedenk dat het korte overpeinzingen zijn die uitgaan van de populaire cultuur van voor en na de Tweede Wereldoorlog. Ik heb het niet precies nagegaan, maar de verwijzingen lopen tot in de jaren 1960. Soms hebben ze weinig om het lijf, soms zit er achter de glitter een waarheid verborgen. De stukjes van GKK die ik hier de komende tijd plaats zal ik onderscheiden van de reguliere stukken door ze te voorzien van het kenmerk GKK en de originele datum van plaatsing.

Amerikaans ultra-rechts probeert Nederlandse radicale boeren in te lijven. Een weerwoord

Schermafbeelding van deel blogpostDutch Resistance Grows as Farmers Block Highways‘ van Michael Yon 27 juli 2022.

Op de protesten van de radicale Nederlandse boeren reageert ultra-rechts in de VS met instemming. Zoals voormalig president Donald Trump die de protesten aanstipte in een toespraak of de controversiële Amerikaanse militaire reporter Michael Yon die zich op dit moment vanuit Nederland in enkele stukjes uitlaat over de boerenprotesten in Nederland.

Yon is het er niet om te doen om zijn lezers te informeren, maar om ze een frame in te leiden van alternatieve feiten. Hij ziet de boerenprotesten als opstand ‘(uprising‘) tegen de gevestigde orde. Dat beeld knoopt hij eraan. Hij ontkent de klimaatproblematiek. Zijn missie is zijn verdienmodel.

In de retoriek van het ultra-rechtse gedachtengoed praat Yon over het WEF en OGNETH. Dat eerste staat voor het World Economic Forum dat in een niet onderbouwde stelling volgens hem in binnenkamertjes de wereld bestuurt en dat laatste voor Occupying Government Netherlands.

Die vermeende binnenlandse bezetting door de regering Rutte gaat voorbij aan de fijnmazige werking van de Nederlandse democratie met een Tweede Kamer met 20 fracties waarin alle maatschappelijke geledingen zijn vertegenwoordigd, zoals de boeren (BBB), radicaal-rechts (PVV, FvD, JA21, SGP, Groep van Haga) en gematigd-rechts (VVD, CDA). Het klimaatbeleid van het kabinet wordt in beide kamers door een parlementaire meerderheid gesteund.

Yon gebruikt als een leunstoel-commandant de taal van misnoegen, verbolgenheid en illusie als wapen. Het jargon van de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 legt Yon op de Nederlandse situatie. Door te proberen de Nederlandse radicale boeren in zijn strijd en gedachtengoed in te lijven doet Yon een poging tot internationalisering én legitimatie van dat ultra-rechtse Amerikaanse gedachtengoed. Maar er ligt een oceaan tussen de Amerikaanse en Nederlandse democratie.

Bij de blogpostDutch Resistance Grows as Farmers Block Highways‘ van 27 juli 2022 heb ik vandaag onderstaande reactie aangeboden, die nog niet goedgekeurd is door Yon en waarvan ik betwijfel of die door hem geplaatst wordt. Ultra-rechts eist voor zichzelf vrijheid van meningsuiting, maar gunt dat opponenten niet omdat het niet terecht wil komen in een inhoudelijk openbaar debat. Het wil gecontroleerd zenden, maar niet ontvangen. Zeker niet in het eigen domein van de ultra-rechtse sociale media waar elke nuancering als ongepast en storend wordt opgevat:

It is too simple to speak about farmers or Dutch farmers.

The context of the actions is not mentioned. How do they come about? 

Well, it’s all about a small group of radical ranchers. They are actively supported by the multinational Dutch agro-industry and financiers, such as Rabobank.

In other words, the agro-industry defends its own revenue model of more production over better production. The farmers are trapped in that revenue model.

The actions of the small group of radical farmers have further radicalized in recent weeks. With the latest actions they endanger road safety and public order. What they did is a criminal act punishable by 12 years in prison.

The Rutte government responds cautiously and wants to deescalate. It will sit down with the largest farmers’ organization LTO.

The Netherlands has a tradition of talking, consultation and moderation. The radical farmers break through that and the government does not have a suitable answer.

The government is bound by international treaties to reduce nitrogen emissions. Agriculture is responsible for about half of those emissions.

American readers may not know this, but Dutch agricultural production is the second largest in the world. Dutch agriculture is mainly export-oriented. But the Netherlands is a small country.

The pollution of soil, water and air is too great due to that production. This is not only legally unfeasible, but also unsustainable for the health of the inhabitants and a balanced living environment. That is why the government must intervene.

It is unfortunate that an economic and health issue that can reasonably be solved by the radical farmers and political activists is being politicized.

Laks optreden van regering en politie beschadigt Nederland meer dan de radicale boerenprotesten

Boeren dumptenhttps://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5323679/boeren-afval-dumpen-snelweg-aannemer-bedreigd-rijkswaterstaat-a1 gisteren afval, onder andere bij een oprit van de A1 bij Enter‘. RTL Nieuws, 28 juli 2022

Goedwillende burgers worden steeds verbaasder over de incompetentie van de politie en de lethargie van de regering. Het lakse optreden beschadigt het vertrouwen in de politiek. 

De openbare orde wordt ernstig verstoord door radicale boeren en daar wordt bijna niet tegen opgetreden. Waarom niet? Het land hangt vol met observatiecamera’s, maar de politie heeft blijkbaar onvoldoende informatie om de radicale boeren die de openbare orde verstoren en aannemers intimideren op te pakken.

Terwijl er toch in 2019 ook al boerenprotesten waren. Waarom hebben veiligheidsdiensten zich er niet beter op voorbereid? Waarom laat de regering zich opnieuw verrassen?

Ach, als het klimaatactivisten waren, dan zaten ze al in de bak. 

Het gaat niet om maffia-achtige criminele organisaties, maar om radicale boeren die gesteund worden door de agro-industrie die via deze boeren het eigen verdienmodel van met name de intensieve veeteelt probeert veilig te stellen. Hoe moet dat dan wel niet zijn als de Nederlandse politie komt te staan tegenover internationale professionele criminele organisaties die keihard en meedogenloos zijn? 

Ik kan maar een reden bedenken waarom de regering niet ingrijpt. Naast labbekakkerigheid. Namelijk dat het eerst de slag om de publieke opinie probeert te winnen en pas als die is gewonnen gaat optreden. Het idee is dat hoe radicaler de acties van de radicale boeren worden, hoe meer de steun voor hen afneemt. 

De regering toont angst door niet op te treden. Dat triggert de radicale boeren nog meer tot acties. Het lakse en te late optreden van de regering leidt tot escalatie.

Maar wat wordt er in die tussentijd niet beschadigd aan het zelfbeeld van Nederland en de Nederlanders. Zoals het geloof in een betrouwbare en doelmatige overheid en een neutrale politie waar burgers op kunnen rekenen. De goedwillende burger weet niet meer welke politieke partij nog een stem waard is.

Vrienden van Poetin kondigen nieuw plan aan om zich te bemoeien met de verkiezing van pro-Russische Trump

Schermafbeelding van deel artikel Putin’s Pals Admit New Plan to Tamper with U.S. Elections: We’ll Set the World on Fire‘ van Julia Davis in The Daily Beast, 27 juli 2022.

Dat de pro-Kremlin Russen wensen dat Trump weer president wordt in 2024 is logisch. Want Trump als president ondermijnt de macht van zijn land en de NAVO. Trump wordt in het Westen door velen als een marionet van het Kremlin gezien. 

Opvallend is dat deze Russen op de Russische, door de staat gecontroleerde omroep, publiekelijk speculeren over de terugkomst van Trump. Met een totale ineenstorting van de VS tot gevolg. 

De afbraak van de Amerikaanse democratie door Trump in 2016-2020 kan hij dan in 2024 voortzetten. Beseffen de Russen niet dat westerse media dit oppikken en tegen Trump kunnen gebruiken? Zo ja, wat probeert de Russische propaganda hiermee te bereiken? Is het niet meer dan binnenlandse retoriek?

In de U.S. Senaat zijn de meeste Republikeinen traditionele haviken die een sterk leger willen, invloedssferen koesteren, Oekraïne steunen en de relatie met de Europese en Aziatische bondgenoten goed willen houden. Ze wijzen de Russische agressie sterk af.

Hoe verhoudt zich dat tot een president Trump in 2024 die het omgekeerde nastreeft? Dat is de kwadratuur van de cirkel van de GOP. Het tekent de identiteitscrisis van haviken die worden gedwongen om een Trumpiaanse route te vliegen. Zijn ze daartoe in staat?

Gedachten bij foto ‘Son of Mafia Boss.–Brought back from prison to attend his father, Joseph Zerilli’s funeral’ (1977)

Detroit News, ‘Zerilli, Anthony J. ; Detroit Businessman; Son of Mafia Boss.–Brought back from prison to attend his father, Joseph Zerilli’s funeral. Pictured: front row between two women‘, 1977. Collectie`: Walter P. Reuther Library, Archives of Labor and Urban Affairs, Wayne State University.

Het is druk op de trap van de kerk in Detroit. De begrafenisdienst voor maffiabaas Joseph Zerilli is net achter de rug. Zijn zoon Anthony J. Zerilli wordt ‘een zakenman’ genoemd. We weten wat dat betekent in het maffia-milieu. Zoon Anthony heeft van de gevangenisdirectie toestemming gekregen om de begrafenis van zijn vader bij te wonen. Hij loopt zo te zien tussen zijn moeder en zus.

De foto is niet bijzonder vanwege karakteristieke personen die moeiteloos in een maffia-film zouden kunnen optreden. Wellicht op de dikke man rechts na die eruitziet als een trouwe assistent die door dik en dun gaat. Het gewone is de perfecte dekmantel. Criminele mimicry.

Familie, God en Werk, dat is het wel zo’n beetje dat hier telt. De dramawet dat de hoogste in rang de hoogste plek inneemt heeft de fotograaf ingewisseld voor de nabijheid van de hoofdpersoon, zoon Anthony. Maar het doet er niet toe in een wereld achter de schermen waar het achterste van de tong nooit getoond wordt.

Klimaatactivisten moeten niet demonstreren in musea, maar lef en moed tonen in het veld waar de fossiele brandstof-industrie opereert

Schermafbeelding van deel commentaarKlimaatactivisten protesteren steeds vaker in een museum, media-aandacht gegarandeerd. Maar is het wel kies om kunst te gebruiken voor je klimaatboodschap?‘ van Arjan Reinders in het DvhN, 26 juli 2022.

Mooi commentaar van Arjan Reinders in het DvhN: ‘Klimaatactivisten protesteren steeds vaker in een museum, media-aandacht gegarandeerd. Maar is het wel kies om kunst te gebruiken voor je klimaatprotest?

De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Nee, het is niet kies, maar gemakzuchtig en grof om kunst in musea voor eigen doel te gebruiken. Daar moet men vanaf blijven. 

Opvallend is dat een vorige generatie klimaatactivisten alleen demonstreerde in musea als een museum een sponsorrelatie had met een bedrijf van fossiele brandstof. Dat had logica. 

Nu lijkt die voorwaarde verlaten en lijkt alles te kunnen. Klimaatactivisten kopiëren elkaars actie. Wellicht mede ingegeven door radicaal-rechtse activisten, zoals de Nederlandse radicale melkveeboeren die van de overheid bijna niets in de weg werd gelegd. 

De inzet van de klimaatdemonstranten is hoog: een ander energiebeleid van regeringen. Daarom wordt de zwakste schakel aangepakt: kunst in een openbaar museum waar men zich aan vastlijmt. 

Deze activisten framen zich als hedendaagse helden met een Robin Hood complex. Ze beseffen onvoldoende wat ze hiermee kapot maken.

Hun aanpak geeft de machteloosheid van de klimaatactivisten weer. En hun gebrek aan lef en moed. Waarom richten ze hun protest niet direct op de fossiele brandstof-industrie? Zoals het bezetten van een hoofdkantoor, een olieplatform of een verdeelstation van een gaspijpleiding? 

Of indirect het bezetten van organisaties die een sponsorrelatie met de fossiele brandstof-industrie hebben. Of een ministerie van Algemene Zaken of Economie en Klimaat. Dan is er nog enige logica in een actie die oorzaak en gevolg verbindt. Nu ontbreekt die logica volledig.

Wat heeft kunst in een publiek museum met energiebeleid te maken? Enige reden is de publicitaire aandacht. Vinden klimaatactivisten dat een voldoende reden in hun wereldwijde kopieergedrag? Openbaar kunstbezit wordt zo door klimaatactivisten tot een politiek middel gemaakt.

Aan de doelmatigheid van de actie kan men overigens twijfelen. Wat blijft hangen is de aandacht voor het kunstwerk, de lijst en het beschermende glas, het museum en het optreden van museumstaf en politie. Omdat de inhoudelijke relatie met de fossiele brandstof-industrie ontbreekt zal dit vastlijmen aan openbaar kunstbezit de publieke opinie over het klimaat nauwelijks beïnvloeden. Het zal wel de gram van de museumsector oproepen.

Men mag hopen dat er klimaatactivisten opstaan die het klimaatprobleem direct aan de bron durven aanpakken. Dat is nodig. De beschermde omgeving van een museum misleidt de klimaatactivisten dat ze doelmatig bezig zijn in het beïnvloeden van publieke opinie, politiek en bedrijfsleven. Wat ze doen is niet meer dan het strelen van het eigen ego bij gebrek aan durf voor harde actie in het veld.

Racistisch christelijk nationalisme in VS sluit Joden uit. Waar laat dat Leon de Winter?

Rachel Maddow besteedt in haar show van 25 juli 2022 aandacht aan de geschiedenis van het christelijk nationalisme in haar land. Gerald L.K. Smith was in en na de Tweede Wereldoorlog de voorman van deze beweging. Terwijl de joden in Nazi-Duitsland werden uitgeroeid schetste hij een beeld van een christelijk, wit Amerika waar Joden geen plaats hadden.

Dit racistische gedachtegoed dat verbonden is met het christendom steekt in de VS telkens weer de kop op. Vooral binnen de Republikeinse partij waar racisten die dwepen met het christendom een plek vinden. Maar ze gaan verder door Joden, atheïsten en iedereen die niet past in dat christelijk-nationalistisch denken over witte hegemonie uit te sluiten en als tweederangsburger zonder rechten te zien.

Dat brengt radicaal-rechtse Joden als Ben Shapiro of Leon de Winter in een politiek niemandsland. Mogelijk zelfs in een identiteitscrisis die ze publiekelijk zullen verbergen omdat dat hun politieke inschattingsfout en verkeerde zelfbeeld onthult. En hun politieke carrière per omgaande beëindigt. Ze worden uitgesloten van de radicale stroming waar ze zich toe rekenen.

In een commentaar van november 2018 schreef ik over laatstgenoemde: ‘Dat is de tragiek van rechtse Joden die afgewezen worden door extreem-rechts, maar er zich op een bizarre manier toch mee identificeren. Dat is een tragische projectie en levert columns op waarin de olifant in de kamer wordt doodgezwegen en de muis buiten er als dader aan de haren bijgesleept wordt. Om uit dat spagaat te geraken of om een bekentenis vanwege zelfinzicht te ontlopen wacht De Winter als enig antwoord de afleiding. Hij geeft ‘links’ overal de schuld van en hoeft daarom niet meer bij zichzelf te rade te gaan waarom hij in hemelsnaam rechtse extremisten die Joden niet accepteren uit de wind houdt.’

In de VS is het niet exceptioneel dat extreem-rechts bestaat, maar wel dat het is doorgedrongen tot de kern van de Republikeinse partij. Dat is de bom onder de Amerikaanse democratie die elkaar moment kan ontploffen. Als dat wordt gecombineerd met godsdienst wordt het er nog explosiever op. Want religie onttrekt zich aan elke logica. De claims van godsdiensten zijn grenzeloos en niet te weerleggen omdat ze uitsluitend worden gedragen door geloof en geloofsleer.

Nazi supporters outside the Talking Points USA student meeting in Tampa on 7/23/2022‘. Photo by: Florida Holocaust Museum.

Wie met hakenkruisvlaggen demonstreert bij een conventie van conservatieve studenten in Tampa is tot alles in staat om de macht te grijpen. Vooral omdat de meeste ‘gewone‘ conservatieven binnen de Republikeinse partij uit lafheid of apathie zwijgen en denken dat het in hun straatje past en niet zo’n vaart zal lopen. Daarom geven ze de ultra-radicalen met hun christelijk-nationalistische retoriek alle ruimte. Zoals in de Weimarrepubliek in 1933 gebeurde.

Ook de reactie van het Florida Holocaust Museum schiet tekort als het in een verklaring zegt dat de demonstratie in Tampa niets met politiek of religie te maken heeft. De demonstratie heeft alles met politiek en religie te maken en zou als zodanig onderkend moeten worden om het de pas af te snijden. Maar het Florida Holocaust Museum trekt vermoedelijk een humanistische kaart omdat het niet rechtstreeks betrokken wil worden in een politiek debat. Dat is niet de moed die nodig is. Als zelfs de tegenstanders van de racisten zo omfloerst met meel in de mond spreken, dan geeft dat weinig hoop om racistische christelijke nationalisten te stoppen.

Schermafbeelding van deel verklaring van het Florida Holocaust Museum over de demonstratie in Tampa.

Pomp oud gemaal dat kunstwerk was wordt kunstwerk (1981)

Paul van Galen,’Exterieur POMP OUD GEMAAL, THANS KUNSTWERK (1981), GEDENKPLAAT ZIJKANT‘, 1981. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Een foto uit 1981 van de pomp van een oude gemaal in Zevenaar zegt dat het ‘thans‘ een kunstwerk is. Zo gaat dat blijkbaar. Als men iets een kunstwerk noemt, dan is het een kunstwerk.

Het opvallende is dat dit gemaal al een kunstwerk was in de zin van een bouwkundige civiele constructie. Waar verwijst dat ‘thans’ dan naar?

Wordt hier beweerd dat een bouwkundig kunstwerk is veranderd in een artistiek kunstwerk of wordt dat in het midden gelaten? Moeten we vermoeden dat de wijziging van een bouwkundig in een artistiek bouwwerk een verbetering is? De beschrijving van de foto roept vooral vragen op.