George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Mensenrechten

Drie miljoen Uyghuren zitten in Chinese concentratiekampen en de wereld laat het gebeuren

leave a comment »

Het is een onbehaaglijke boodschap. Op het YouTube-kanaal ‘Stichting Uyghur Cultuur en informatie Centrum’ verschijnen de laatste week dagelijks video’s over de benarde politiek, religieuze, maatschappelijke en culturele positie van de Uyghuren in West-China. Of Oost-Turkistan, zoals de maker het zelf noemt. Het in Haarlem gevestigde centrum presenteert zich als ‘Sociaal-maatschappelijke en Mensenrechtenorganisatie‘.

De teneur van de video’s is dat vrijheid, cultuur en religie, ofwel de eigen samenleving, de Uyghuren door het Chinese communistische bewind met geweld wordt afgepakt. Drie miljoen Uyghuren zijn verdwenen in strafkampen of concentratiekampen en de wereld laat het oogluikend gebeuren. Het doet denken aan het verwijt aan de geallieerden die tijdens de Tweede Wereldoorlog wisten van de Duitse concentratiekampen zonder daar hun oorlogsinspanning op te richten. Niemand neemt het op voor de Uyghuren.

De Uyghur die de vaste spreker is op deze video’s is ontwapenend. Hij verwoordt én symboliseert de machteloosheid die de Uyguren treft. Zijn kracht is dat hij argumenten geeft en de redelijkheid zoekt. Dat terwijl hij weet dat hij tegen de Chinese communistische dictatuur niets kan uitrichten. Zelfs Turkije zwicht voor de Chinese macht. Dat is vergelijkbaar met de Palestijnen die door de Arabische wereld in de steek worden gelaten. De video’s zijn ontroerend omdat ze zo aantoonbaar wijzen op de pijn en het onrecht in de wereld. De maker ervan kan weten dat ze niet helpen omdat de Chinezen de wereld intimideren, maar hij voelt toch de noodzaak om het te melden. Zodat de wereld achteraf niet kan zeggen: ‘Wir haben es nicht gewusst’.

Gedachten bij de foto: ‘Portrait of Nesuhi Ertegun, Herb Abramson, Ahmet M. Ertegun (..), Turkish Embassy, Washington, D.C., ca. 1940’

leave a comment »

Je gaat het pas zien als je het door heb’, zo luidt een uitspraak van Johan Cruijff. Als je niet doorhebt wat je ziet, dan begrijp je bovenstaande foto niet. Op het eerste oog gaat het om een gezelschap goed geklede mannen in een luxe, exotische omgeving. Een gemengd gezelschap witte en gekleurde mannen. Op de achtergrond is een beeld van een persoon zichtbaar.

Wat is de sleutel om deze foto te kunnen begrijpen? Dat kan de meest rechtse man zijn, de invloedrijke tenorsaxofonist Lester Young die door zoals alle jazzmusici een bijnaam had: ‘Prez’. Die werd hem gegeven door zijn vriendin Billie Holiday. Ah, als dat beeld op de achtergrond nou eens de stichter van de Turkse staat Mustafa Kemal Atatürk is, dan heeft dit iets met Turkije te maken. De link tussen jazz en Turkije zijn de Turks-Amerikaanse broers Ertegun, Nehushi en Ahmet. De eerste voerde vanaf 1955 de jazzcatalogus van het platenlabel Atlantic tot grote hoogte. Met iconische opnames van John Coltrane en Ornette Coleman.

In 1934 was Munir Ertegun de vader van Nehusi en Ahmet benoemd tot Turks ambassadeur in de VS. Dat was hij tot hij in 1944 overleed. De zoons woonden in de Turkse ambassade bij hun ouders. Bij het Wikipedia-lemma van zijn naam staat: ‘As the Republic’s ambassador to Washington, Ertegun opened his embassy’s parlors to African American jazz musicians, who gathered there to play freely in a socio-historical context which was deeply divided by racial segregation at the time’. Het klopt dat pas vanaf het eind van de jaren 1930 langzaam de rassenscheiding binnen de jazz- en muziekindustrie veranderde. Onder meer door toedoen van witte musici als Benny Goodman en Charlie Barnet die ondanks maatschappelijke druk zwarte musici engageerden.

Het is aannemelijk om te veronderstellen dat dankzij de broertjes Ertegun de Turkse ambassade werd opengesteld voor witte én Afro-Amerikaanse jazzmusici. Want in de stad konden ze begin jaren 1940 niet samenspelen, zoals dit verslag verduidelijkt. Het bijschrift van de foto geeft uitsluitsel. Het is circa 1940 en de musici worden gefotografeerd in de Turkse ambassade in Washington DC. Lester Young gaat vergezeld van musici als Mezz Mezzrow, J. C. Higginbotham, Art Hodes, Lou McGarity, Sidney De Paris en Henry ‘Red’ Allen. Volgens een ander verslag begon Nehusi Ertegun met behulp van Herb Abramson vanaf 1941 in Washington DC jazzconcerten te organiseren, met het eerste geïntegreerde concert in 1942. 

Aardig aan deze foto is dat het de beeldvorming over Turkije als een nationalistisch en etnisch bijziend land bijstelt. Hoewel het verschil tussen het seculiere en islamitische Turkije de koers van het huidige Turkije ook reliëf geeft. Zo staan de broers Ertegun en hun vader symbool voor een tolerant Turkije dat tijdens het Ottomaanse Rijk een veelvolkerenstaat met vele minderheden was. Toch is het bijzonder dat het in 1940 en de jaren daarna twee Turkse broers waren die hielpen de rassenscheiding in de VS te helpen doorbreken in de Turkse ambassade. Ofschoon het ook wel logisch is dat alleen buitenstaanders dat konden doen omdat ze de last van de toenmalige Amerikaanse samenleving niet voelden. Uiteraard is het triest dat dit nodig was omdat musici elders niet samen konden spelen. Of zelfs samenleven. Zo relativeert de foto vanzelfsprekendheden. Over de VS als open, pluriforme samenleving en over Turkije als gesloten samenleving. We hebben het door. 

Foto: William Gottlieb, [Portrait of Nesuhi Ertegun, Herb Abramson, Ahmet M. Ertegun, Mezz Mezzrow, Jay Higginbotham(?), Art Hodes, Lou McGarity, Henry Allen, Lester Young, and Sadi Coylin(?), Turkish Embassy, Washington, D.C., ca. 1940]. Collectie: Library of Congress. 

Oordeel over wat een ‘echte religie’ is, is niet aan het openbaar bestuur of de rechterlijke macht

leave a comment »

Voorrechten zijn uiteindelijk de oorzaak voor de vraag of een beweging een religie is. Ofwel, aan het recht van een beweging om zich een religie te mogen noemen zijn voordelen verbonden. Zoals belastingvoordelen, toegang tot overheidssubsidies of maatschappelijk prestige. Dit geeft aan dat gevestigde religies een streepje voor hebben boven niet-gevestigde religies of niet-religies. Hoewel sommige niet-religieuze bewegingen of levensovertuigingen zoals het humanisme door de Nederlandse overheid in hetzelfde domein worden geplaatst als religies. Met als belangrijkste doel om via een omweg die religies te beschermen.

Het openbaar bestuur en de rechterlijke macht hebben vanwege de vrijheid van godsdienst niet te oordelen over de innerlijke werking van religieuze organisaties. Ze kunnen niet aantonen dat een religie geen religie is, evenmin als de religieuze organisatie kan aantonen dat het wel een religie is. In 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Maar dat is een oneerlijke toetsing die toetreders tot de religieuze markt benadeelt. In een commentaar schreef ik daar toen over: ‘Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toetsen, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.’ 

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Het openbaar bestuur blijft zo worstelen met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster waaraan het eisen stelt dat het aan traditionele godsdiensten niet stelt, zoals de eis dat het een volwaardig systeem van denken is. Maar dat leidt tot  een normatief en ongepast oordeel. De overheid beseft dat het verkeerd handelt, maar probeert door vertraging dit onderwerp op de lange baan te schuiven. Religie is Schrödingers kat, niemand weet vanaf de buitenkant of de inhoud ervan wel of niet levend is. Ook het openbaar bestuur en de rechterlijke macht niet. Maar ze doen net alsof dat wel zo is. Bevreesd waarschijnlijk voor de omstandigheid dat als de religieuze markt opengesteld moet worden voor nieuwe toetreders die niet meer te controleren is.

Zie voor verder lezen over de documentaire I, Pastifari: www.ipastafaridoc.com

Is er redelijkheid in de onredelijkheid om de politieagent die George Floyd doodde de doodstraf op te leggen?

with 22 comments

In de zaak George Floyd in het Amerikaanse Minneapolis kan men zich afvragen of de politieagent die acht minuten lang zijn knie in de nek van de op de grond liggende Floyd drukte in aanmerking zou moeten komen voor de doodstraf. In Nederlandse oren klinkt die vraag bizar. Maar de aanleiding is ernstig. Floyd liet de agent weten dat hij niet meer kon ademen. Uiteindelijk stierf Floyd onder de knie van de agent. Dit gaat tegen de procedures in. Tot nu toe zijn de betreffende agent en drie agenten die hem vergezelden niet aangeklaagd. Zeer vermoedelijk houdt het gepolitiseerde ministerie van Justitie de agenten uit de wind. Dit betreft de VS waar de doodstraf een sanctie voor zo’n overtreding kan zijn. Dus volgens de logica van de Amerikaanse grondwet kan de betreffende agent de doodstraf opgelegd worden. Een broer van het slachtoffer en Floyds vriend Stephen Jackson hebben afgelopen dagen gepleit voor het opleggen van de doodstraf aan de agent.

Ik ben tegen de doodstraf ‘in normale omstandigheden’. Zoals een roofoverval met dodelijk afloop of een moord. Wat het niet normaal maakt is dat het een overheidsdienaar, te weten een politieagent betreft die is belast met het geweldsmonopolie. Hij opereert namens de overheid. Het geweld van politieagenten tegen burgers is een verzwarende factor omdat ze extra verantwoordelijkheid hebben. Daarbij komt dat het handelen van betreffende agenten ideologisch gemotiveerd lijkt. George Floyd wordt bewust ontmenselijkt en vernederd. Het rapport21st Century Policing’ (2015) van de regering Obama dat aanbevelingen bevat om de kloof tussen politie en agent te verkleinen is door de regering Trump in de la gelegd. De kloof is verbreed.

De zaak George Floyd staat niet op zichzelf. Er zijn in de VS talloze vergelijkbare gevallen die als institutioneel racisme kunnen worden gekenschetst. Alleen als het wordt gefilmd haalt zo’n zaak de publiciteit. De niet gefilmde gevallen van racistisch geweld tegen minderheden blijven buiten de publiciteit. Ook ‘betrapte’ agenten worden altijd van vervolging vrijgesteld. Zoals dat in Nederland na onderzoek ook gebeurde bij de zaak Mitch Henriquez in Den Haag. Agenten opereren soms onder hoogspanning en zijn zelf kwetsbaar voor geweld van burgers. Maar juist door het juridisch aanpakken van de ergste overtredingen van politiegeweld zou de kou uit de lucht gehaald kunnen worden om de spanning tussen politie en burger te verkleinen.

Het is lastig om te beredeneren welk doel de middelen heiligt. De doodstraf is onherroepelijk en een zwaar middel. In een ideale situatie is elke weldenkende burger tegen de doodstraf. De EU ervoor pleit ervoor om de doodstraf in alle gevallen en in alle omstandigheden af te schaffen. Aanvullend feit is dat de doodstraf in landen die het toepassen discriminerend wordt opgelegd aan voornamelijk leden van zwakkere groepen. Er pleit wat voor de redenering om dat (uitsluitend in landen waar de doodstraf al wordt opgelegd) om te keren en te richten op degenen die zwakkere groepen onderdrukken. Ideaal is het niet, maar binnen het geldende rechtsprekende systeem kan het als een correctie dienen. De Amerikaanse grondwet biedt de mogelijkheid.

Foto: Schermafbeelding van paragraaf ‘TITLE 18, U.S.C., SECTION 242; DEPRIVATION OF RIGHTS UNDER COLOR OF LAW’ van het Amerikaanse ministerie van Justitie (DoJ).

Belgische Raad van State verplicht Vlaamse regering om 5-jarige kleuters godsdienstles of zedenleer aan te bieden

with one comment

Soms staat het verstand even stil bij het lezen van nieuwsberichten. De Vlaamse regering wordt door de Belgische Raad van State verplicht om Vlaamse kleuters van vijf jaar vanaf het schooljaar 2020-2021 wekelijks twee uur godsdienstonderwijs of (niet-confessionele) zedenleer aan te bieden. Zo staat het in een recent advies van de Raad van State, aldus een bericht van 14 mei 2020 van kerknet.be. Het advies zegt onder meer: ‘De uitbreiding van de leerplicht heeft tot gevolg dat de Vlaamse Gemeenschap de nodige maatregelen zal moeten nemen om ervoor te zorgen dat aan de betrokken kleuters in het officieel onderwijs (..) onderricht in de verschillende erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer wordt aangeboden.’ Dit besluit roept de vraag op wie in hemelsnaam de leden van de Belgische Raad van State zijn die dit besluit hebben genomen en waarom ze denken dat kleuters van vijf jaar met dit soort onderwijs gediend zijn.

De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar. Het is de vraag of dit besluit niet in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten dat in de toelichting zegt: ‘Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn’. Ben Weyts is namens de rechts-nationalistische N-VA minister van Onderwijs in de Vlaamse regering. Deze partij staat er niet bekend om de christelijke agenda van de confessionele partijen te volgen. Het toezicht op dit onderwijs aan 5-jarige kleuters is essentieel omdat ze makkelijk manipuleerbaar zijn.

Een verwijzing op Kerknet.be wijst op het gevaar van indoctrinatie van de 5-jarige kleuters en geeft reden tot zorg: ‘Thomas (Theologie, Onderwijs en Multimedia: Actieve Samenwerking), de portaalwebsite van en voor de leerkrachten rooms-katholieke godsdienst van alle onderwijsnetten in Vlaanderen onder de auspiciën van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, publiceert [op] de site de integrale tekst van het advies van de Raad van State, dat blijkbaar al op 30 april werd gepubliceerd. De commentaar is even kort als positief: Goed nieuws in corornatijden [sic] waarin nood aan zingeving en levensbeschouwing steeds meer blijkt!’. Voor de duidelijkheid: het betreft zingeving en levensbeschouwing van 5-jarige kleuters.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBelgische Raad van State: Godsdienstonderwijs verplicht in kleuterklas’ op Katholiek Nieuwsblad, 16 mei 2020.

Landelijk Platform Slavernijverleden komt met dubieuze notitie over racisme en etniciteit in verband met COVID-19

with one comment

Het is lastig om niet in lachen uit te barsten bij lezing van de notitie van voorzitter Barryl A. Biekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden. Dat is jammer, want het gaat om ernstige kwesties die met racisme, etniciteit en gezondheid te maken hebben en die een betere belangenbehartiging verdienen. Dit zogenaamde verkennende onderzoek dat leest als een omgevallen boekenkast staat dat in de weg. Het is warrig opgeschreven en slecht gestructureerd. Neem bovenstaande opmerking over de Winti Spiritualiteit die volop vragen oproept. Wie zijn ‘observatoren’? Waaruit bestaat ‘de eenzijdigheid van presentaties wanneer het gaat over de manier waarop gemeenschappen hun geloof belijden’? Wat zijn de ‘gesprekken in panels over het geloof’ waarvan de Afro Caribische Winti spiritualiteit ‘op geen enkele wijze‘ deel van uitmaakt? Wat zijn ‘de panels die gaan over spiritualiteit’? Als de Winti Spiritualiteit institutioneel wordt uitgesloten, is het daarin dan uniek of worden er meerdere levensovertuigingen, godsdiensten en ‘spiritualiteiten’ institutioneel uitgesloten?

De notitie staat vol met vrijblijvende aannames zoals: ‘Een beleid gericht op de bestrijding van Afrofobie bestaat er nog niet omdat de Nederlandse beleidsmakers en anti racisme voorzieningen niet weten wat het is.’ Vlak daarna volgt de verrassende constatering dat het Landelijk Platform Slavernijverleden door de sluiting van ‘buurtinstellingen en wijkcentra’ niet in staat is om te achterhalen hoe de vork in de steel zit. ‘Doordat vele buurtinstellingen en wijkcentra’s [sic!] zijn gesloten, alwaar mensen van Afrikaanse afkomst plegen te komen om hun verhalen te vertellen vooral ook over geconstateerde en/of zelf ervaren misstanden zijn we ook niet in staat om te achterhalen ‘hoe de vork in de steel zit’.’ Hoe komt de meningsvorming tot stand?

Nog zo’n merkwaardige aanname is de volgende: ‘Binnen de kunst- en cultuursector zijn er tal van Surinaamse respectievelijk Antilliaanse ‘kleine ondernemers’ die extra getroffen zijn door de Covid19 maatregelen. De focus voor wat betreft de ‘pijn’ is op nationaal niveau niet of nauwelijks op deze doelgroep gericht. Dit houdt ook verband met de desinteresse van de ‘nationale’ radio-omroepen en Dj’s voor de muziekgenres van gemeenschappen van meer dan de Nederlandse cultuur.’ Het gaat blijkbaar voorbij aan Barryl Biekman dat hetzelfde geldt voor witte, zelfstandige kunstenaar en kleine, ‘witte’ culturele instellingen die hetzelfde lot treft als hier wordt geschetst. Dat heeft totaal niets met etniciteit of afkomst te maken, maar alles met de toegezegde overheidssteun die tot nu toe gericht is op de gevestigde culturele instellingen.

Een vreemde kronkelredenering is de volgende: ‘Respondenten storen zich aan de kwalificatie die aan landen zoals China wordt gegeven bij het verlenen van hulp aan Europese landen. De hulp wordt te vaak gepresenteerd als ‘propaganda strategie’. Dit, terwijl Nederland vooral gefocust is op materiaal uit China. Hoewel uit China ook praktijken van racisme tegenover mensen van Afrikaanse afkomst zijn gemeld.’ Deze hulp van China aan Europa is niet anders op te vatten als een propaganda strategie, dus waarom zou het niet zo genoemd mogen worden? De hulp van de EU aan China moest van de Chinese overheid geheim blijven. China heeft het coronavirus niet onder controle gekregen en wist al in november 2019 dat er een probleem was voordat het pas in januari 2020 maatregelen nam. De propaganda dient als afleiding van het eigen falen. Waarmee overigens niet gezegd is dat andere landen in de bestrijding van het virus niet hebben gefaald.

Als een tang op een varken wordt in deze notitie over gezondheid en etniciteit Zwarte Piet erbij gehaald. Het is onduidelijk wat dat met het onderwerp te maken heeft: ‘Bijna alle respondenten melden dat 4 en 5 december belangrijke data zijn in verzorgingshuizen. Het geloof in een Sinterklaas vergezeld van een zwarte Piet is nog niet uitgebannen. Gemeld is dat verzorgers van Afrikaanse afkomst vrij nemen. Eén respondent meldt dat in het huis waar zij werkt zwarte Piet is uitgebannen.’ Biekman heeft het over ‘het geloof in een Sinterklaas’ alsof het een godsdienst is. Dat bejaarden in verzorgingshuizen nog geloven in Sinterklaas is onwaarschijnlijk of het Landelijk Platform Slavernijverleden moet ermee willen suggereren dat ze kinderlijk zijn geworden.

Foto: Schermafbeelding uit ‘Verkennend onderzoek door de Office van de VN Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens (OHCHR) naar vormen van institutionele racisme in verband met Covid-19 ten aanzien van gemarginaliseerde1 groepen’ van Barryl A. Bliekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden. .

Bestrijding van coronavirus mag geen dekmantel zijn voor nationale staten om de burgerrechten permanent in te perken

with 2 comments

Op of kort voor 9 maart 2020 sprak Michael O’Flaherty dit commentaar in over grondrechten en het coronavirus. Hij is de directeur van de FRA, (Fundamental Rights Agency) een onafhankelijk instituut over grondrechten van de EU. Hieronder zijn tekst. In zekere zin raakt het commentaar niet de kern als O’Flaherty inzoomt op migranten, nationaliteit of etniciteit. Zijn zorg daarover is terecht, maar het is bij lange na niet het hele verhaal. Het draait om het verschil tussen burgerrechten en mensenrechten. Dat eerste wordt nationaal bepaald en dat laatste universeel. Migranten vallen noodgedwongen terug op mensenrechten omdat ze in het land van aankomst (nog) geen burgerrechten hebben. De essentie van de huidige crisis is nu juist dat de burgerrechten van burgers onder druk staan. Dat gaat over veel grotere aantallen burgers die aangetast worden in hun grondrechten. Dat speelt zich niet in de marge, maar in het centrum van de samenleving af.

Het is opvallend dat O’Flaherty de afgelopen dagen nog geen nieuw commentaar heeft ingesproken over burgerrechten. Dat regeringsleiders van de EU-lidstaten waarschuwt of er krachtig op wijst dat de inperking of opschorting van grondrechten hooguit tijdelijk kan zijn gedurende de bestrijding van het coronavirus en dat over de tijdelijkheid van de maatregelen nu afspraken moeten worden gemaakt. Of afgedwongen, bijvoorbeeld door oppositionele politici in nationale parlementen. Nog beter zou het zijn als dat in EU-verband gebeurde in het Europees Parlement. Ofschoon onduidelijk is in welke vorm dat zou moeten gebeuren. Dat betreft dan het oprekken van staatsmacht, het schenden van privacy van burgers en het sluiten van voorzieningen. Want het risico dreigt dat regeringsleiders van zowel autoritaire landen als liberale democratieën onder de dekmantel van het coronavirus nu burgerrechten inperken die feitelijk niet nodig zijn voor de bestrijding ervan.

O’Flaherty kondigt ‘over enkele weken’ een inventarisatie van mensenrechtenkwesties aan. Dat is een goede stap, maar het valt te bezien hoeveel indruk zijn vinger aan de pols maakt. Nu worden grondrechten in allerlei landen verregaand ingeperkt door nationale overheden. Voor de goede zaak. Maar het politieke debat, laat staan het publieke debat ontbreekt over de tijdelijkheid, proportionaliteit en omvang ervan. Dat moet snel hersteld worden. De gezondheidscrisis vraagt nu weliswaar alle hens aan dek, maar de bestrijding wordt er wrang op als achteraf mocht blijken dat die samenging met de permanente inperking van de burgerrechten.

A couple of days ago I was shocked talking to a waiter in a restaurant when he said to me that the solution to the Corona virus epidemic is to stop migrants coming into his country because, according to him, they have poor hygiene standards.

That shocking remark brought home to me the extent to which the current situation is as much one of human rights as it is of public health.

Absolutely, we need strong public health responses right now, well informed, transparently rolled out. But at the same time we have to be very vigilant for the respect of the human rights of everyone.

It’s never acceptable for instance to target people just because of their perceived nationality or ethnicity. It’s never acceptable to pick on somebody in the street and to beat them up because somebody thinks they might be a carrier of the virus.

On the other hand it is reasonable to limit some of our human rights about access to school, access to the work place, who we can meet with in the present time.

But such limitations must be proportionate to the good that they are seeking to achieve. Measures like that also need to take account of the particular situation of certain groups in our society. Old people seeking access to hospital, children whose only square meal a day comes from the school room, parents who are impacted in the workplace because of child – minding duties.

And these are just a tiny number of the human rights issues that present themselves as we combat the virus.

The Fundamental Rights Agency right now is mapping the range of human rights issues across our Member States. We’ll publish our findings in the next few weeks together with strong recommendations on how we can fight the fake news.

We can deliver for the human right to health of our people while also respecting the human rights of everyone.

Written by George Knight

20 maart 2020 at 16:34

Petitie vraagt om wetgeving voor een religieus neutrale rechtsstaat zonder religieuze symbolen (zoals hoofddoek) in openbare functies

with 6 comments

De petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ vindt dat de overheid zich neutraal moet presenteren. Dat geldt ook voor de kleding die neutraal moet zijn. In Nederland geldt een hoofddoekverbod voor ambtenaren in uniform zoals agenten en militairen. Ook griffiers en rechters mogen in Nederland in hun functie geen hoofddoek dragen. De petitie verwijst naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2017 over een Belgische en Franse zaak dat het werkgevers onder voorwaarden toestaat om het personeel te verbieden om een hoofddoek of een ander religieus symbool te dragen.

Genoemde petitie constateert dat de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah (partijloos) tijdens de uitoefening van haar functie een hoofddoek draagt. Aan de hand van foto’s valt aan te tonen dat ze met hoofddoek als wethouder functioneert. De petitie meent dat daardoor het beeld van neutraliteit van de overheid verdwijnt en de overheid gaat functioneren als ‘podium om geloofsovertuigingen uit te dragen’. Volgens petitionaris James Salam komt hiermee ‘De seculiere of neutrale staat in het geding’. De petitie wil dat deze tendens gestopt wordt en vraagt om speciale wetgeving waarvan het zegt dat die in Frankrijk en Portugal bestaat. Om deze redenen verzoekt de petitie om wetgeving ‘voor een religieus neutrale, democratische rechtstaat zonder religieuze symbolen in openbare organisatorische en openbare bestuurlijke functies’.

Overigens is de verwijzing naar ‘het seculiere principe’ en ‘de seculiere staat’ die wordt gekoppeld aan ‘de neutrale staat’ verwarrend. Het is onduidelijk hoe de petitionaris dat bedoelt. Er is veel voor te zeggen om de symboliek van godsdiensten en levensovertuigingen bij vertegenwoordigers van de overheid te verbieden omdat het in strijd kan zijn met de neutrale overheid. Maar secularisme benadert het principe van de andere kant en gaat om rechten van burgers. Het omvat de vrijheid voor burgers om zich in vrijheid te laten inspireren door een godsdienst en levensovertuiging naar eigen keuze. In die keuze is de overheid geen deelnemer, maar een waarborg voor die keuze. Het secularisme legt de overheid al een neutrale positie op.

Net als wethouders maken ook burgemeesters en ministers deel uit van het openbaar bestuur. Het toont onevenwichtig dat agenten, militairen, griffiers en rechters niet en wethouders, burgemeesters en ministers in hun functie wel religieuze symbolen zoals een hoofddoek mogen dragen. Wat is de logica dat de Tilburgse agente in functie niet en de Tilburgse wethouder in functie wel een hoofddoek mag dragen? Laatstgenoemde treedt als bestuurder naar buiten en behoort op neutrale wijze het openbaar bestuur te representeren. Feit dat dit verschil bestaat is niet ingegeven door logica of rationaliteit. Het toeval is dat in het eerste geval (agenten, rechters etc.) een reglement is opgesteld, en in het tweede geval (wethouders, burgemeesters etc.) niet.

De minister van Binnenlandse Zaken zou het voortouw moeten nemen in deze kwestie van ongelijkheid en duidelijkheid moeten scheppen over deze gelijke monniken, ongelijke kappen wat het dragen van religieuze symbolen door vertegenwoordigers van het openbaar bestuur betreft. Een verbod is daarbij niet de leidende gedachte, maar wel bewustwording over het waarom van deze ongelijkheid. Het gaat om de stroomlijning en coördinatie van wetgeving/ reglementering. De te kiezen weg lijkt tweeledig: of de religieuze symbolen toelaten voor alle vertegenwoordigers van het openbaar bestuur of ze voor alle vertegenwoordigers verbieden.

De nu bestaande willekeur die bestaat uit een lappendeken van reglementair broddelwerk past niet bij een zorgvuldige overheid. Nu is er nog tijd om in relatieve rust dit aspect van de neutrale vertegenwoordiging van de overheid te onderzoeken. Voordat dit onderwerp mogelijk in de nabije toekomst belast wordt door de partijpolitiek en beeldbepalende vertegenwoordigers pro en contra dit aspect van een neutrale overheid.

Foto’s: Schermafbeelding van delen petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ van James Salam op petities.nl, 16 december 2019.

Suriname en China ondertekenen uitleveringsverdrag over criminaliteit. Waar laat dat de presidenten Bouterse en Xi?

leave a comment »

Soms is een serieus bedoeld nieuwbericht pure satire door de associaties die het oproept. In dat geval geeft het bericht zonder dat te beogen commentaar op zichzelf doordat de weergave van de werkelijkheid het aflegt tegen de onbedoelde grappigheid of wrangheid die het door de onuitgesproken verwijzingen in zich draagt.

De Surinaamse president Desi Bouterse is op 29 november 2019 door de Krijgsraad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf vanwege zijn betrokkenheid bij de zogenaamde Decembermoorden in 1982. Hiermee is zijn profiel als crimineel versterkt en opnieuw opgepoetst. Maar de nieuwslezer van STVS Suriname zet daar een parallelle werkelijkheid voor als ze zegt dat Suriname met China een uitleveringsverdrag heeft getekend over precies dat aspect: criminaliteit. Ze voegt toe dat dit ‘de crimininaliteitsbestrijding positief kan beïnvloeden’.

Minister Stuart Getrouw (Justitie en Politie) rept van rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding en criminaliteitsbeheersing. Doelt hij met dat laatste specifiek op Bouterse? Getrouw spreekt lovend over de samenwerking met China en noemt daarbij de kenmerken die bij mensenrechten- en privacyadvocaten kritiek krijgen: nummerplaatregistratie en gezichtsherkenning. China ontwikkelt zich dankzij de razende technische ontwikkeling tot een controlestaat waar burgers volledig ondergeschikt worden gemaakt aan de staat. Het is een unieke vorm van staatsterrorisme. Juist daarin lijkt het Suriname te vinden. Het zoveelste land dat vlucht voor de oude kolonisator en zich zoals naar nu blijkt blindelings werpt in de armen van de nieuwe kolonisator.

Uiteraard valt de Chinese president Xi Jinping als regisseur van de harde politiek van detentiekampen en heropvoeding in de West-Chinese provincie Xinjiang niet onder het uitleveringsverdrag met Suriname. Zoals president Bouterse die in eigen land veroordeeld is tot 20 jaar cel daar evenmin onder valt. Het zijn de gewone criminelen, niet de president-criminelen voor wie rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding gelden. Het getekende uitleveringsverdrag biedt beide landen de schijn van een rechtsstaat en dient vooral de marketing van landen en leiders die een slechte pers hebben. Het is komisch als het niet zo intens schrijnend zou zijn.

Waarom blijven we zaken doen met autoritaire landen die grof, aantoonbaar en grootschalig de mensenrechten schenden?

with 3 comments

Staten en individuen leven niet naar hun eigen standaard. Mensen eten vlees, terwijl ze tegen het industrieel slachten van dieren zeggen te zijn. Mensen gaan meermalen per jaar met een vliegtuig op vakantie, terwijl ze tegen de opwarming van de aarde en de uitstoot van CO2 zeggen te zijn. Op individueel niveau verdringen mensen hun tegenstrijdigheid om in harmonie te leven met hun innerlijke zwakte. Staten handelen hetzelfde. Ook als het niet noodzakelijk is om zaken te doen met autoritaire landen die de mensenrechten schenden. Landen als de Russische Federatie, China, Saoedi-Arabië, Iran of Azerbeidzjan vallen buiten de norm, maar dat verdringen we. Martijn van Helvert van het CDA wilde zelfs zaken doen met Syrië. Hoon was zijn deel.

Verdient een staat als Nederland niet collectief spot en afkeur omdat het met beroep op een eigen ethische standaard met autoritaire landen samenwerkt? Dat is niet alleen verwerpelijk, maar vooral schijnheilig. Het is de onethische ruil die pijn doet. We kijken weg voor onze eigen zwakte, terwijl we weten dat ons profijt alleen kan bestaan door de onderdrukking van de ander. Of dat nu op individueel de dieren en het klimaat zijn, of op collectief niveau de Oeigoeren, minderheden van Saoedi-Arabië of de bevolking van de Russische Federatie.

%d bloggers liken dit: