George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Mensenrechten

Petitie vraagt om wetgeving voor een religieus neutrale rechtsstaat zonder religieuze symbolen (zoals hoofddoek) in openbare functies

with 6 comments

De petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ vindt dat de overheid zich neutraal moet presenteren. Dat geldt ook voor de kleding die neutraal moet zijn. In Nederland geldt een hoofddoekverbod voor ambtenaren in uniform zoals agenten en militairen. Ook griffiers en rechters mogen in Nederland in hun functie geen hoofddoek dragen. De petitie verwijst naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2017 over een Belgische en Franse zaak dat het werkgevers onder voorwaarden toestaat om het personeel te verbieden om een hoofddoek of een ander religieus symbool te dragen.

Genoemde petitie constateert dat de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah (partijloos) tijdens de uitoefening van haar functie een hoofddoek draagt. Aan de hand van foto’s valt aan te tonen dat ze met hoofddoek als wethouder functioneert. De petitie meent dat daardoor het beeld van neutraliteit van de overheid verdwijnt en de overheid gaat functioneren als ‘podium om geloofsovertuigingen uit te dragen’. Volgens petitionaris James Salam komt hiermee ‘De seculiere of neutrale staat in het geding’. De petitie wil dat deze tendens gestopt wordt en vraagt om speciale wetgeving waarvan het zegt dat die in Frankrijk en Portugal bestaat. Om deze redenen verzoekt de petitie om wetgeving ‘voor een religieus neutrale, democratische rechtstaat zonder religieuze symbolen in openbare organisatorische en openbare bestuurlijke functies’.

Overigens is de verwijzing naar ‘het seculiere principe’ en ‘de seculiere staat’ die wordt gekoppeld aan ‘de neutrale staat’ verwarrend. Het is onduidelijk hoe de petitionaris dat bedoelt. Er is veel voor te zeggen om de symboliek van godsdiensten en levensovertuigingen bij vertegenwoordigers van de overheid te verbieden omdat het in strijd kan zijn met de neutrale overheid. Maar secularisme benadert het principe van de andere kant en gaat om rechten van burgers. Het omvat de vrijheid voor burgers om zich in vrijheid te laten inspireren door een godsdienst en levensovertuiging naar eigen keuze. In die keuze is de overheid geen deelnemer, maar een waarborg voor die keuze. Het secularisme legt de overheid al een neutrale positie op.

Net als wethouders maken ook burgemeesters en ministers deel uit van het openbaar bestuur. Het toont onevenwichtig dat agenten, militairen, griffiers en rechters niet en wethouders, burgemeesters en ministers in hun functie wel religieuze symbolen zoals een hoofddoek mogen dragen. Wat is de logica dat de Tilburgse agente in functie niet en de Tilburgse wethouder in functie wel een hoofddoek mag dragen? Laatstgenoemde treedt als bestuurder naar buiten en behoort op neutrale wijze het openbaar bestuur te representeren. Feit dat dit verschil bestaat is niet ingegeven door logica of rationaliteit. Het toeval is dat in het eerste geval (agenten, rechters etc.) een reglement is opgesteld, en in het tweede geval (wethouders, burgemeesters etc.) niet.

De minister van Binnenlandse Zaken zou het voortouw moeten nemen in deze kwestie van ongelijkheid en duidelijkheid moeten scheppen over deze gelijke monniken, ongelijke kappen wat het dragen van religieuze symbolen door vertegenwoordigers van het openbaar bestuur betreft. Een verbod is daarbij niet de leidende gedachte, maar wel bewustwording over het waarom van deze ongelijkheid. Het gaat om de stroomlijning en coördinatie van wetgeving/ reglementering. De te kiezen weg lijkt tweeledig: of de religieuze symbolen toelaten voor alle vertegenwoordigers van het openbaar bestuur of ze voor alle vertegenwoordigers verbieden.

De nu bestaande willekeur die bestaat uit een lappendeken van reglementair broddelwerk past niet bij een zorgvuldige overheid. Nu is er nog tijd om in relatieve rust dit aspect van de neutrale vertegenwoordiging van de overheid te onderzoeken. Voordat dit onderwerp mogelijk in de nabije toekomst belast wordt door de partijpolitiek en beeldbepalende vertegenwoordigers pro en contra dit aspect van een neutrale overheid.

Foto’s: Schermafbeelding van delen petitieDe overheid is voor iedereen, dus neutraal’ van James Salam op petities.nl, 16 december 2019.

Suriname en China ondertekenen uitleveringsverdrag over criminaliteit. Waar laat dat de presidenten Bouterse en Xi?

leave a comment »

Soms is een serieus bedoeld nieuwbericht pure satire door de associaties die het oproept. In dat geval geeft het bericht zonder dat te beogen commentaar op zichzelf doordat de weergave van de werkelijkheid het aflegt tegen de onbedoelde grappigheid of wrangheid die het door de onuitgesproken verwijzingen in zich draagt.

De Surinaamse president Desi Bouterse is op 29 november 2019 door de Krijgsraad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf vanwege zijn betrokkenheid bij de zogenaamde Decembermoorden in 1982. Hiermee is zijn profiel als crimineel versterkt en opnieuw opgepoetst. Maar de nieuwslezer van STVS Suriname zet daar een parallelle werkelijkheid voor als ze zegt dat Suriname met China een uitleveringsverdrag heeft getekend over precies dat aspect: criminaliteit. Ze voegt toe dat dit ‘de crimininaliteitsbestrijding positief kan beïnvloeden’.

Minister Stuart Getrouw (Justitie en Politie) rept van rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding en criminaliteitsbeheersing. Doelt hij met dat laatste specifiek op Bouterse? Getrouw spreekt lovend over de samenwerking met China en noemt daarbij de kenmerken die bij mensenrechten- en privacyadvocaten kritiek krijgen: nummerplaatregistratie en gezichtsherkenning. China ontwikkelt zich dankzij de razende technische ontwikkeling tot een controlestaat waar burgers volledig ondergeschikt worden gemaakt aan de staat. Het is een unieke vorm van staatsterrorisme. Juist daarin lijkt het Suriname te vinden. Het zoveelste land dat vlucht voor de oude kolonisator en zich zoals naar nu blijkt blindelings werpt in de armen van de nieuwe kolonisator.

Uiteraard valt de Chinese president Xi Jinping als regisseur van de harde politiek van detentiekampen en heropvoeding in de West-Chinese provincie Xinjiang niet onder het uitleveringsverdrag met Suriname. Zoals president Bouterse die in eigen land veroordeeld is tot 20 jaar cel daar evenmin onder valt. Het zijn de gewone criminelen, niet de president-criminelen voor wie rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding gelden. Het getekende uitleveringsverdrag biedt beide landen de schijn van een rechtsstaat en dient vooral de marketing van landen en leiders die een slechte pers hebben. Het is komisch als het niet zo intens schrijnend zou zijn.

Waarom blijven we zaken doen met autoritaire landen die grof, aantoonbaar en grootschalig de mensenrechten schenden?

with 3 comments

Staten en individuen leven niet naar hun eigen standaard. Mensen eten vlees, terwijl ze tegen het industrieel slachten van dieren zeggen te zijn. Mensen gaan meermalen per jaar met een vliegtuig op vakantie, terwijl ze tegen de opwarming van de aarde en de uitstoot van CO2 zeggen te zijn. Op individueel niveau verdringen mensen hun tegenstrijdigheid om in harmonie te leven met hun innerlijke zwakte. Staten handelen hetzelfde. Ook als het niet noodzakelijk is om zaken te doen met autoritaire landen die de mensenrechten schenden. Landen als de Russische Federatie, China, Saoedi-Arabië, Iran of Azerbeidzjan vallen buiten de norm, maar dat verdringen we. Martijn van Helvert van het CDA wilde zelfs zaken doen met Syrië. Hoon was zijn deel.

Verdient een staat als Nederland niet collectief spot en afkeur omdat het met beroep op een eigen ethische standaard met autoritaire landen samenwerkt? Dat is niet alleen verwerpelijk, maar vooral schijnheilig. Het is de onethische ruil die pijn doet. We kijken weg voor onze eigen zwakte, terwijl we weten dat ons profijt alleen kan bestaan door de onderdrukking van de ander. Of dat nu op individueel de dieren en het klimaat zijn, of op collectief niveau de Oeigoeren, minderheden van Saoedi-Arabië of de bevolking van de Russische Federatie.

Ilhan Omar is een morele oplichter die door wit links langs een lagere morele meetlat gelegd wordt die voor minderheden geldt

with one comment

Oud-kamerlid voor GroenLinks Zihni Özdil schrijft in een NRC-column over afgevaardigde Ilhan Omar in het Amerikaanse Huis: ‘Ilhan Omar is weliswaar Democraat, maar ze is links noch progressief. Ze is een rechts-reactionaire islamiste die progressieve waarden als antiracisme, mensenrechten en social justice gebruikt als stok om wit Amerika mee te slaan. Maar waarom sluiten witte progressieve mensen willens en wetens hun ogen wanneer diezelfde Omar de belangen van de Turkse Trump (lees: Erdogan) dient?’ Een detail van Özdils column is onjuist als hij zegt dat Omar in New York ‘urenlang’ sprak met Erdogan. De vertaling van het (inmiddels verwijderde) artikel van de Tusmo Times van 19 september 2017 zegt: ’Wetgever Ilhan Omar vertelde de Tusmo Times dat ze een uur lang een ontmoeting had met president Recep Tayyip Erdogan.’ Ook een gesprek van een uur tussen een onbeduidende parlementair en de Turkse president is opmerkelijk.

Ilhan Omar laat zich met haar stemgedrag (tegen de veroordeling van de Armeense genocide en tegen sancties tegen Turkije) kennen als de Democratische evenknie van de begin dit jaar afgetreden Republikeinse afgevaardigde uit Californië Dana Rohrabacher van wie het sterke gerucht ging dat hij op de loonlijst van het Kremlin stond. Waar Rohrabacher zand in de machine van de Rusland-politiek probeerde te strooien en daarbij vanaf 2017 president Trump aan zijn kant kreeg, zo probeert Omar zand in de machine van de Turkije-politiek in het Amerikaanse congres te strooien. Ook dat is van alle tijden. Want nu gaan er weer geruchten dat de Democratische afgevaardigde Tulsi Gabbard die nog in de race is als Democratische presidentskandidaat de nieuwe Rohrabacher is die de talking points van het Kremlin in het Huis verwoordt.

Özdil heeft gelijk dat leden van (vooral islamitische) minderheden in politieke partijen langs een lagere morele meetlat worden gelegd. Hij omschrijft wat iemand tegen hem zei tijdens zijn tijd in de landelijke politiek: ‘Minderheden zijn al zo achtergesteld en gediscrimineerd. Daar mogen we best minder streng op zijn.’ Nee. Minderheden moeten niet strenger, maar evenmin minder streng behandeld worden. Politici die afkomstig zijn uit minderheden moeten identiek behandeld worden als andere politici. Zoals Özdil terecht opmerkt is die lagere morele meetlat juist het racisme in deze kwestie. Want dat suggereert dat deze politici die afkomstig zijn uit minderheden niet voor zichzelf op kunnen komen omdat ze zielig, achterlijk en slachtoffer zijn.

Dat meten met een dubbele maat is een belediging voor goede, geharnaste politici als Ahmed Marcouch, Ahmed Aboutaleb, Khadija Arib, Sadet Karabulut, Cem Lacin, Nevin Özütok, Dilan Yesilgöz of Keklik Yucel voor wie dat softe kwezelbeleid dat minderheden pampert en bevoordeelt alleen maar schadelijk is.

Voorzitter Tom Perez van de Democratische partij moet maar eens in gesprek gaan met Huisvoorzitter Nancy Pelosi over Omar. Complicatie is dat de Democraat die in het Huis verantwoordelijk is voor de discipline, te weten ‘whip’ Jim Clyburn een supporter is van Nation of Islam prediker Louis Farrakhan die verdacht wordt van antisemitisme. Dat verklaart wellicht waarom Omar zoveel ruimte gekregen heeft voor haar afwijkende standpunten. In elk geval lijkt de framing van de vier ‘niet-witte’ vrouwelijke Democratische afgevaardigden als The Squad (Omar, Alexandria Ocasio-Cortez, Ayanna Pressley en Rashida Tlaib) Omar teveel dekmantel en eer te bieden omdat zij niet in dit rijtje thuishoort. Het opkomen voor zwakkeren en mensenrechten is niet gemeend en zelfs potsierlijk als het selectief gebeurt en afgewisseld wordt met het steunen van reactionaire krachten. ‘Hoog tijd dat wit links zich niet langer in de luren laat leggen door morele oplichters zoals Ilhan Omar’, zo zegt Özdil. Ik ben het met hem eens. Is het opereren van deze morele oplichters in linkse politieke partijen niet een deel van de verklaring waarom kiezers vol walging afstand nemen van de linkse partijen?

Foto: Ontmoeting in New York achter gesloten deuren op 18 september 2017 van Ilhan Omar met de Turkse president Erdogan. Bron: Het in het Somalisch uitgegeven Tusmo Times.

Duitse politiek leidt tot boycot van de boycot. Het geval Walid Raad en de BDS-beweging onderstreept het belang van een vrije kunst

leave a comment »

Duitsland dat zo goed het verleden van het nazisme verwerkt zou hebben blijft worstelen met de erfenis ervan. Dat valt te bespeuren in een schuldgevoel tegenover de Russische Federatie dat als opvolger van de Sovjet-Unie een realistische houding van bedrijfsleven en politiek in de weg staat en tot toegevendheid leidt. Onder meer in de samenwerking van de Duitse politiek (vooral de sociaal-democratische SPD) met de Russische regering in de aanleg van het controversiële gaslijnproject Nord Stream II dat Europa afhankelijker maakt van Russisch gas en een einde aan het gebruik van fossiele brandstof naar de toekomst doorschuift.

En er is de houding tegenover Israël en de joden. Nu is er de Aachener Kunstpreis 2018 van 10.000 euro die wordt gesponsord door de vrienden van het Ludwig Forum, de stad Aken en het Akense bedrijfsleven. In augustus 2018 werd bekendgemaakt dat de prijs ging naar de Libanees-Amerikaanse kunstenaar Walid Raad. Maar omdat achteraf bleek dat hij sympathisant is van de BDS-beweging (= Boycot, Desinvesteringen en Sancties) die oproept tot verzet tegen de staat Israël heeft het bestuur van de stad Aken zich er onlangs van gedistantieerd. Dat past in de Duitse overheidspolitiek waardoor de stad Aken zich gedwongen voelt om deze lijn te volgen omdat ‘In parlementaire beslissingen hebben de Bondsdag en de Landtag NRW de BDS-beweging als antisemitisch beschouwd omdat deze in wezen het bestaan van de staat Israël in twijfel trekt of ontkracht’. Maar de vrienden van het Ludwig Forum en het bedrijfsleven zetten de uitreiking door van de prijs op 13 oktober aan Walid Raad. Er zou geen goede grond zijn gevonden om de prijs te weigeren. Raad zou weliswaar kritiek hebben op de politiek van de staat Israël, maar het bestaansrecht ervan niet ter discussie stellen.

De huidige gevoeligheid van de Duitse politiek kan niet begrepen worden zonder de Holocaust en het Duitse schuldgevoel als gevolg van het nazisme (1933-1945) erbij te betrekken. Maar de reactie lijkt doorgeslagen te zijn en te ontaarden in een eenzijdige houding van de officiële Duitse politiek die de burgerrechten van de voorstanders van de BDS-beweging inperkt en de rechtsstaat te buiten gaat. Die politiek beoordeelt de BDS-beweging als anti-semitisch. Dat op haar beurt stelt die voorstanders van de BDS-beweging die het bestaan van de staat Israël erkennen, maar kritiek hebben op de achtereenvolgende rechtse regeringen van Bibi Netanyahu buiten de orde. Dat gaat velen te ver. Ook in Nederland zijn er onder meer bij de Christen-Unie en SGP geluiden die oproepen om die Duitse lijn te volgen. Er zijn daar echter breuken in de officiële lijn zoals een recente uitspraak van een rechter in Keulen verduidelijkt en die volgens een persbericht van het ELSC in strijd zou zijn met artikelen 10 (vrijheid van meningsuiting) en 11 (vrijheid van vereniging) van het EVRM.

Hoe dat debat tussen voor-en tegenstanders van de BDS-beweging of Israël voor de kunst uitpakt maakt de controverse over de uitreiking van de Aachener Kunstpreis 2018 aan Raad duidelijk. In dat gepolitiseerde debat worden kunstenaars weggedrukt. Lobbyisten zetten op scherp. Het geval Raad staat niet op zichzelf. Ook in de stad Dortmund werd vorige maand de Nelly-Sachs-preis niet uitgereikt aan BDS-sympathisante Kamila Shamsie. In juli 2019 werd de Amerikaanse rapper Talib Kweli vanwege zijn sympathie voor de BDS-beweging geschrapt uit het programma van het Open Source Festival in Düsseldorf. Dat alles vanwege de overheidspolitiek die culturele organisaties geen bewegingsruimte laat en dit van regeringswege afdwingt.

In het commentaarDiskussion um Walid Raads ‘BDS-Verbindung; Boykott ist ansteckend’ op Monopol neemt Elke Buhr het op voor kunstenaars die vermalen worden in dit debat. Zij meent ook dat Duitsland zich hiermee isoleert, niet alleen van Arabische landen maar ook van kunstenaars in de VS, het Verenigd Koninkrijk en andere landen die zich niet officieel van de BDS-beweging zullen distantiëren. Buhr eindigt haar commentaar als volgt: ‘Boycot is een zeer besmettelijk virus. In tegenstelling tot de muziekbusiness, is de kunstwereld in Duitsland tot nu toe gespaard gebleven voor BDS-boycot-oproepen. Biënnales en musea zijn plaatsen waar kunstenaars elkaar kunnen ontmoeten die anders gescheiden zijn door culturele en politieke muren – zoals Israëliërs en Palestijnen. Hoe harder de conflictlijnen, des te belangrijker is de alternatieve ruimte van cultuur die discussies mogelijk maakt. We moeten al het mogelijke doen om deze ruimte te behouden.’

NB: Tot en met 13 oktober 2019 is in het Stedelijk Museum de tentoonstellingWALID RAAD; LET’S BE HONEST, THE WEATHER HELPED’ te zien.

Foto: ‘Werk von Walid Raad: Der libanesische Künstler versperrte im Jahr 2016 die ehemalige Synagoge von Pulheim und schüttete sie mit Erde auf.’

Apple verwijdert app onder druk van China die demonstranten in Hong Kong de beweging van de politie kon laten volgen

with 2 comments

Het is moeilijk om niet cynisch te zijn over het gedrag van de Amerikaanse techgiganten, zoals Apple, Google, Facebook of Twitter. Uiteindelijk buigen deze commerciële ondernemingen voor de macht als hun economisch belang in het geding komt. Ze staan niet aan de kant van de machtelozen die de macht ter discussie stellen, maar volgen hun portemonnee. Facebook en Twitter maakten de ondermijning van de presidentsverkiezingen van 2016 in de VS door de Russische Federatie mogelijk. Apple heeft onder druk van de Chinese overheid nu een app verwijderd die de demonstranten in Hong Kong hielp om de bewegingen van de politie te volgen. Vraag is of deze demonstranten met een alternatieve app komen of op andere manieren de bewegingen van de politie kunnen volgen. De conclusie kan echter geen andere zijn dan deze, namelijk dat als het erop aankomt, dan kiezen Amerikaanse techgiganten voor winstgevendheid en laten ze demonstranten stikken. Dat geldt ook voor andere bedrijven. Laat daar geen enkele illusie over bestaan. Zie ook mijn commentaar van juni 2013 waarin ik constateerde dat autoritaire regimes hun naïviteit voorbij zijn en allang weten dat sociale media als katalysator van rebellie geblokkeerd kunnen worden door de techgiganten onder druk te zetten.

College voor de Rechten van de Mens zegt dat overheid en rechter niet op stoel van de theoloog moeten zitten, maar deed dat zelf wel

leave a comment »

Op 13 december 2017 schreef ik bovenstaand commentaar over een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Het ging om Michael Afanasyev die in piratenkostuum wilde promoveren aan de TU Delft vanwege zijn godsdienstige overtuiging. Dat verzoek werd afgewezen door het College voor Promotie van de TU Delft. Daarop was hij naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt, maar kreeg nul op het rekest. Hij is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Voor de volledigheid, ik ben ingeschreven als lid en mag mezelf ‘Pastafarian’ bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster noemen.

Ik had geen goed woord over voor het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en kwalificeerde het als dubbelhartig. Ik schreef: ‘Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen’ en ‘Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft’. Mijn conclusie: ‘Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.’

Op 1 augustus 2019 heeft het College de toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ geplaatst over het zogenaamde ‘boerkaverbod’ dat per 1 augustus 2019 is ingegaan en onder meer dragers van een boerka of niqaab om zich met gezichtsbedekkende kleding te begeven in overheidsgebouwen, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en het openbaar vervoer. In die toelichting zegt het College onder meer:

Het lijkt er sterk op dat het College met twee maten meet. Het neemt het op voor degenen die zich laten inspireren door de islam, maar laten degenen die zich laten inspireren door de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in de kou staan. Dat is niet de soort onpartijdigheid en ‘kleurenblindheid’ volgens welke dit College zou moeten opereren en lijkt sterk te wijzen op juridische willekeur en politieke voorkeur. Overigens zijn de oordelen van het College niet bindend en wordt het gezag ervan niet breed maatschappelijk aanvaard.

Bij het oordeel over Michael Afanasyev zegt het: ‘Het College oordeelt dan ook dat uit de Open Letter van Henderson noch uit de praktijk blijkt dat het dragen van een piratenkostuum tijdens een promotiezitting, als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd’. Maar in de toelichting op het boerkaverbod zegt het College: ‘Het recht op godsdienstvrijheid is een fundamenteel recht dat onder meer is opgenomen in artikel 6 van de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, art. 9). Dit recht beschermt ook het in het openbaar manifesteren van een godsdienst, onder andere door het dragen van bepaalde kleding of  hoofdbedekking. De gezichtssluier wordt gezien als een uiting van een godsdienst (islam). Dat niet alle moslims dit zo zien of alle moslimvrouwen er een dragen, is daarbij niet relevant. De overheid of rechter mag namelijk geen inhoudelijke oordeel vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten. Als een groep van moslims meent dat het dragen van een gezichtssluier een religieuze uiting is en de gezichtssluier door een groep vrouwen wordt gedragen, dan valt dat onder de bescherming van de vrijheid van godsdienst.’

In de toelichting op het boerkaverbod haalt het College het eigen oordeel over Afanasyev onderuit. Het College zegt in de toelichting terecht dat de ‘overheid of rechter geen inhoudelijk oordeel mag vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten’. Maar in het oordeel over Afanasyev doet het College precies dat: het gaat op de stoel van de theoloog zitten als het oordeelt wat als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd. Hoe kan het College in de toelichting op het boerkaverbod stellen dat overheid op rechter niet op de stoel van de theoloog mag gaan zitten terwijl het dat in het oordeel 2017-145 over Afanasyev wel deed? Dit roept niet zozeer de vraag op hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de aanhanger van een geloof moet zijn om juridisch goedgekeurd te worden een geloof aan te hangen, maar hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de oordelen van het College van de Rechten van de Mens zijn. Dit raakt aan onzorgvuldigheid en politieke willekeur van het College.

De toelichting kan nog met een andere uitspraak worden verbonden, namelijk uitspraak 201707148/1/A3 van de Raad van State van 15 augustus 2018 waar ik in twee commentaren fundamentele kritiek op had. Zie hier en hier. In dat laatste commentaar schreef ik: ‘De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.’

De toelichting van het College geeft ondersteuning voor mijn kritiek op de Raad van State die op de stoel van de theoloog is gaan zitten. Dezelfde kritiek had ik op een uitspraak van 15 februari 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch waar ik dit in een commentaar benadrukte: ‘Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken (..).

Instituties vertegenwoordigen de status quo. Het is goed dat ze continuïteit waarborgen omdat er anders wanorde zou ontstaan. Maar soms dringen maatschappelijke ontwikkelingen sneller op naar het centrum van de samenleving en worden er geaccepteerd zonder dat de instituties dit tijdig voorzien en er passend op reageren. Dan ontstaat een maatschappelijk ervaren ongelijkheid. Dat gebeurde bij de opkomst van de Provo-beweging eind jaren 1960. Het gezag liep achter de feiten aan en wist enkele jaren met zichzelf geen raad.

Het lijkt er sterk op dat sinds de jaren 1990 de ontkerkelijking, individualisering, opkomst van sociale media en de reactie op de gedeeltelijke restauratie van orthodox-religiositeit zo’n nieuwe breuk in de samenleving hebben gecreëerd. Instellingen als het College voor de Rechten van de Mens, de Raad van State en lokale rechtbanken lopen mede door de personele invulling met oudere medewerkers die zijn opgevoed met traditionele waarden en godsdiensten achter op wat de samenleving verlangt. Het is een kwestie van tijd voordat dat rechtgetrokken wordt en deze instellingen tot het volle besef over hun achterstand komen. De conflicterende oordelen bij het College voor de Rechten van de Mens duiden op die overgangssituatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarKwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief’ van George Knight, 13 december 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ van het College voor de Rechten van de Mens, 1 augustus 2019.