George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Rechtsstaat

Verburgerlijking, vertrutting, fragmentatie en radicalisering van de gele hesjes is vergelijkbaar met wat er gebeurde met Anonymous

leave a comment »

Angst voor de gele hesjes groeit onder Brabantse vrachtwagenchauffeurs. Ook onder journalisten die soms afgetuigd worden door de gele hesjes als ze verslag doen van de protesten. De agressie neemt niet af. Is dat een teken van machteloosheid of van infiltratie van de gele hesjes-beweging door beroepsactivisten die het vuurtje op willen stoken? Ze accepteren de bestaande democratie en rechtsorde niet. De gele hesjes zijn niet eenvorming, maar onderling verschillend. Daarom valt het nauwelijks vast te stellen wie er aan het woord is.

Het valt te verwachten dat de sleet erin komt zoals ook gebeurde bij het ‘hacktivistische’ Anonymous dat begon vanuit maatschappijkritiek, maar vervolgens verburgerlijkte en zich onder meer ging richten op het bestrijden van pedofielen. In 2014 schreef ik in een commentaar over die verburgerlijking en vertrutting van Anonymous: ‘Anonymous Nederland mixt ingrediënten door elkaar en kookt een heksensoep. Probleem is niet dat het een politiek standpunt inneemt, maar dat het wegduikt in de anonimiteit en geen duidelijkheid geeft over waarom, hoe, waar, volgens welk programma en namens wie het opereert. Daarnaast is Anonymous geen beschermd merk. Iedereen kan het kapen en ermee aan de haal gaan. Zodat vervlakking en vervaging op de loer liggen.’ Vijf jaar later kan Anonymous vervangen worden door gele hesjes. De geschiedenis herhaalt zich, maar dan anders. Het zich toe-eigenen van etiketten en schuilen in de anonimiteit blijft iets van alle tijden.

Advertenties

Onbewust wijst Nashville-initiator Piet de Vries erop dat religieuze organisaties geen ruggegraat hebben

with one comment

Dit citaat is afkomstig van voormalig predikant Piet de Vries uit een bericht van het AD van vandaag over de kritische reacties op de Nashville-verklaring over homoseksualiteit en transgenderisme. De Vries is verbonden aan de faculteit Religie en Theologie van de VU. DDS zet het citaat in een kader en onderstaande reactie is een antwoord op een artikel met dit citaat. De Vries heeft gelijk dat kerken zich moeten laten horen. Zeker als een maatschappij dreigt te ontsporen en gelovigen en niet-gelovigen opkijken naar de kerk als moreel kompas. Maar over welke ontsporing heeft hij het met zijn vergelijking tussen nazi- en genderideologie?

Want wat bedoelt De Vries met ‘genderideologie’? Hoe wordt volgens hem dat aan de christelijke kerken of de leden hiervan opgelegd? Het is begrijpelijk dat De Vries vanuit zijn religieuze overtuiging bepaalde standpunten afwijst. Daarvoor leven we in een pluriforme samenleving die als politieke filosofie het secularisme heeft dat godsdiensten en levensovertuigingen een gelijke plaats geeft, en onder de rechtsstaat die onder meer de grondrechten garandeert op het juridische vlak. Binnen die kaders mogen we met elkaar van mening verschillen dat het een lieve lust is. Daarom is onze veelzijdige en veelkantige samenleving ook zo boeiend. En altijd in beweging. Die zogenaamde genderideologie is dus uitsluitend voor intern gebruik. Als De Vries en zijn medestanders er niks mee willen, dan hoeven ze er niks mee te doen en kunnen ze het afwijzen.

De Vries en zijn medestanders wordt niets door iemand opgedrongen. Hij kan autonoom in eigen kring zijn. Hij wil echter meer, zo lijkt het. Namelijk bepalen hoe de samenleving ingericht is en hoe andersdenkenden zich naar zijn christelijke ideologie moeten voegen. Of in pure vorm of in de verwaterde vorm van het compromis. Die wens is terecht en begrijpelijk, want maatschappelijke organisaties zoals politieke partijen of religieuze organisaties zoals kerkgenootschappen mogen zich laten horen. Die ruimte hebben De Vries en de orthodoxe kerken op dit moment al. Vanwaar dan toch zijn angst om onder de voet te worden gelopen en zijn onrust die leiden tot een vergelijking met nazi-ideologie die feitelijk zegt dat hij geen recht van spreken heeft en hem een dictaat wordt opgelegd dat hij en de orthodoxe christenen vanwege levensgevaar moeten slikken?

Een bredere interpretatie van De Vries’ woorden is dat religieuze organisaties zich in de geschiedenis voortdurend in de luren hebben laten leggen door de wereldlijke overheid. Dat varieert van de vermenging van religie en politiek door de kruisvaarders tot het hedendaags knechten van hele volkeren uit naam van een godsdienst, zoals in Saoedi-Arabië. Religieuze organisaties waren en zijn tot op de dag van vandaag met één vinger te lijmen. Zij staan pas op tegen onrecht als dat het onrecht van de eigen religieuze organisatie is. Dat is de schijnheiligheid van religieuze organisaties die zingeving en ethiek ondergeschikt maken aan machtsvorming. Piet de Vries is duidelijk met zijn krakkemikkige en contra-productieve vergelijking. Het artikel ‘The Subversion of Christianity’ van Alan Cross droeg bij aan mijn meningsvorming over dit onderwerp.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDoorgedraaide Nashville-initiatiefnemer vindt homohuwelijk vergelijkbaar met het nazisme: ‘En de kerk zwijgt!’’ van Tim Engelbart voor DDS met een citaat van Piet de Vries, 8 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van eigen reactie bij artikelDoorgedraaide Nashville-initiatiefnemer vindt homohuwelijk vergelijkbaar met het nazisme: ‘En de kerk zwijgt!’’, DDS, 8 januari 2019.

Hoofdoorzaak van rentree Europees antisemitisme is normalisering van extreem-rechts dat de radicale islam extra vleugels geeft

with 28 comments

Sociale media schieten alle kanten op. Voor een blogger is het dan ook ondoenlijk om alle negatieve commentaren op het eigen blog te zien. Laat staan te weerleggen of te corrigeren. Maar toevallig kwam ik bovenstaande reactie tegen bij een artikel op het blog van E.J. Bron. Het individu achter The Balkans Chronicles had op 2 januari 2019 bij mijn commentaarAfleiding voor identificatieprobleem van rechtse Joden. Hoe door extreemrechts in Europa en VS het antisemitisme z’n rentree maakt’ gereageerd. Ik had het individu vervolgens met als onderwerp ‘Moderatie’ een e-mail gestuurd met de tekst ‘Uw reactie op mijn blog is verwijderd omdat u geen argumenten geeft, maar enkel niet onderbouwde verwijten en vraagtekens over mijn vermeende gebrek aan motivatie. Ik ga graag het debat met u aan, maar dan op een serieuze, faire manier aan de hand van feiten en argumenten.’ Het individu antwoordde niet, maar plaatste enkele uren later op het blog van E.J. Bron bovenstaande reactie. Daar reageerde ik zojuist op met de volgende reactie:

Ik haat geen Joden, en ik heb nooit gezegd dat ik Joden haat of heb me ooit hatelijk over Joden uitgelaten. U verwijst naar mijn commentaar, maar daar noch in welke uiting van me is haat tegen Joden terug te vinden. U kunt niet onderbouwen wat u zegt. U had het dan ook beter niet kunnen zeggen.

Het is dan ook onduidelijk waar u uw mening op baseert. Graag geef ik u een toelichting over dit commentaar waar u naar verwijst. De vork zit naar mijn idee anders in de steel dan u meent. Ik breng een andere nuancering aan. In de uitwisseling van reacties met Awi Cohen bij dit commentaar heb ik een en ander al toegelicht.

In het commentaar verwijs ik naar de video ‘Hoe door de massa-immigratie in Europa het antisemitisme zijn rentree maakt’ van ‘Do re mi fa so la ti’. De claim van die video is dat door de massa-immigratie van moslims naar Europa het antisemitisme zijn rentree maakt. Ik ontken het antisemitisme van moslims niet en keur dat af. Een aanhanger van de islam of welke religie dan ook ben ik overigens niet, hoewel ik het grondrecht van de vrijheid van godsdienst erken. Ik ontken evenmin dat er op dit moment een opleving van het antisemitisme in Europa is.

Ik leg alleen de hoofdoorzaak van de rentree van het antisemitisme in Europa niet bij de massa-immigratie, maar bij de normalisering van extreem-rechts.

Reden daarvoor is naar mijn idee dat de radicale islam in Europa weliswaar kwantitatief is gegroeid, maar in de kern van het establishment van politiek en media weinig steun heeft verworven. Dat is anders bij de rechts-extremisten die in sommige landen in de mars door de instituties verder zijn gekomen dan de radicale islam. Zie Trump, zie Orban, zie Kaczyński en zie de marginale Jean-Marie Le Pen en Gerard Batten (UKIP). Die machtspositie maakt naar mijn idee het verschil voor die normalisering.

Die rentree koppel ik dus niet aan de massa-immigratie van moslims, maar aan de opkomst van extreem-rechts in de VS dat door de opkomst van president Trump en (de inmiddels door Trump afgedankte) adviseur Steve Bannon (oud-hoofdredacteur Breitbart) aan populariteit en publiciteit heeft gewonnen. Miljardair Robert Mercer en diens dochter Rebekah steunden Bannon tot nu toe ruimhartig met financiële middelen en het vermoeden bestaat dat die steun gecontinueerd wordt in Bannons kruistocht met de opzet om radicaal-rechtse partijen in Europa met elkaar te verbinden. Ofwel, extreem-rechts in de VS, en in het kielzog daarvan in Europa, is met ruime geldelijke middelen opgestoomd naar de kern van de politiek.

Die opkomst en de normalisering van extreem-rechts, witte nationalisten, neo-Nazi’s en Ku Klux Klan-leden kwam tot uitbarsting bij de mars in Charlottesville van augustus 2017 waarbij 1 dode viel en de vergoelijkende reactie erop van president Trump die dat rechts-extremisme niet ondubbelzinnig veroordeelde. Trump kreeg daarop veel kritiek.

De rechts-extremisten schreeuwden leuzen als ‘Jews will not replace us’ en de nazi-leus ‘blood and soil‘, droegen Swastika-vlaggen en waren klaarblijkelijk geobsedeerd door Joden. Een rechtse demonstrant verklaarde in de media: ‘This city is run by Jewish communists and criminal niggers’. De marcheerders droegen hemden die praatten over Adolf Hitler. Kortom, extreem-rechts heeft een sterke onderstroom van antisemitisme.

Ik vraag me daarbij af hoe radicaal-rechtse Joden als Leon de Winter die onvoorwaardelijk president Trump steunen die tegengestelde geluiden met elkaar in harmonie kunnen brengen. Want hoe kan iemand van welke achtergrond dan ook die zich verzet tegen antisemitisme of racisme in algemene zin, het opnemen voor Trump die samenwerkt met rechts-extremisten en ze in de praktijk uit de wind houdt en niet ondubbelzinnig veroordeelt? Dat is uiteindelijk een vraag van moraliteit voor elk individu.

Het zal duidelijk zijn dat ik geen politieke bondgenoot van Trump of extreem- of radicaal-rechts ben. Van extreem- of radicaal-links trouwens evenmin. Evenmin ben ik een aanhanger of goedprater van de radicale islam en tolereer de islam niet van harte, maar simpelweg omdat de vrijheid van godsdienst onder de rechtsstaat is gegarandeerd. Evenmin haat ik Joden of welke bevolkingsgroep dan ook.

Ik probeer de wereld te verklaren aan de hand van de feiten en de wisselwerking daartussen. Een paradox als rechtse Joden die via een omweg het antisemitisme van David Duke of Richard Spencer steunen probeer ik te begrijpen. Of evangelische christenen die Trump steunen die alles doet dat tegenstrijdig is en dat haaks staat op de leer en het geloof van Jezus Christus.

Over de vraag of de rentree van het antisemitisme in Europa ongewenst is zijn we het denk ik eens. Dat antisemitisme is ongewenst en moet bestreden worden. Alleen over de vraag wat de precieze oorzaak is van die rentree zijn we het oneens. Ik leg die oorzaak bij de normalisering en vermaatschappelijking (mede in politiek en media) van extreem-rechts waardoor het bestaande antisemitisme van de radicale islam extra vleugels krijgt die het daarvoor niet had.

Foto: Schermafbeelding van een reactie van The Balkans Chronicles op het blog van E.J. Bron, 2 januari 2019.

Overheid moet voorlichtingscampagne starten om orthodoxe gelovigen te bevrijden van de vrees dat hun geloof niet vrij is

with 6 comments

In dit verslag van Nieuwsuur over de orthodoxie van christelijk Nederland verbaasde ik me over een uitspraak van een orthodox-protestante gelovige. Zij zegt (na 3’10’’): ‘Hoe lang mogen wij nog in vrijheid naar de kerk gaan?’ Waar haalt ze de angst vandaan en door wie wordt haar dit aangepraat? Nieuwsuur geeft deze uitspraak onvoldoende context. Het helpt er voor het begrip van de positie en het perspectief van orthodoxe christenen niet aan mee als Nieuwsuur nalaat om een passende context te bieden. Zonder commentaar en nuancering geeft het een onvolledig en foutief beeld van het secularisme door. Het verslag volgt het perspectief van de angstige vrouw die denkt dat het secularisme of een seculiere samenleving vijandig staan tegenover godsdienst. Dat is onjuist, want het secularisme is niet pro- of anti-religieus. Nieuwsuur houdt de vooroordelen van deze orthodoxe christenen echter in de lucht doordat ze die niet direct weerspreekt.

Journalistiek mag signaleren, maar dient foute beweringen stante pede te corrigeren in een commentaar waarbij een en ander met elkaar in direct verband staan. Het valt Nieuwsuur te verwijten dat het waarnemend en te indirect verslag doet zonder toe te lichten dat de vrees van de vrouw ongegrond is en niet gebaseerd is op de werking van de vrijheid van godsdienst, de grondwet, de rechtsstaat en de uitvoering ervan. De kritiek op Nieuwsuur gaat niet zozeer om een verkeerde inhoud, maar om een verkeerd gekozen vorm en toon.

Het verslag toont aan dat de orthodoxe dominee en de gelovigen intolerant zijn tegenover andersdenkenden voor wie de hoop wordt ingeruimd dat ze zich ooit naar hun geloof, bijbel en God zullen voegen. Zo ontstaat in dit verslag indirect toch een verklaring over de uitspraak van de vrouw die zich bevreesd afvraagt hoelang ze nog in vrijheid naar de kerk kan gaan. Het is haar projectie door spiegeling. Want wat ze een ander zou willen opleggen als haar orthodoxe christendom de macht had, denkt ze nu dat haar door de huidige macht wordt opgelegd. Maar dat is onjuist. Want de politieke filosofie van het secularisme is overkoepelend en biedt in gelijke mate ruimte voor alle godsdiensten en levensovertuigingen. Dat de vrouw dit voor waar houdt en uitspreekt lijkt een gevolg van orthodox-protestante kerkpolitiek die de weerstand preekt. Gelovigen worden om begrijpelijke redenen door hun kerkleiders vrees aangejaagd voor de wereld buiten de eigen kerk. Zodat ze niet afdwalen, maar in de kudde blijven, en zich radicaal en streng opstellen tegenover de buitenwereld.

De defensieve houding van kerken is begrijpelijk vanwege de ontkerkelijking. Het vandaag gepubliceerde rapportChristenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maakt duidelijk dat per saldo jaarlijks zo’n 100.000 gelovigen de kerken verlaten. SCP-onderzoeker Joep de Hart zegt er tegen de NOS over: ‘Mensen die zich betrokken voelen bij een vorm van christendom zijn inmiddels een kleine minderheid onder de Nederlandse bevolking aan het worden’. De Hart zegt ook: ‘Maar ontkerkelijking is een gegeven waarmee kerkleiders al decennia lang vertrouwd zijn. Kerken worden leger en grijzer. En niemand heeft eigenlijk een oplossing bij de hand.’ Het valt te verwachten dat de ontkerkelijking doorgaat, maar het tempo van teruggang kan afvlakken. In zo’n krimpende religieuze sector waarin kerken onder druk staan en voor hun voortbestaan vrezen is het van belang dat aan gelovigen door overheid en media goed uitgelegd wordt in welke nieuwe situatie hun religieuze organisaties functioneren.

Het is de verantwoordelijkheid van kerkleiders vanwege het aspect van psychische gezondheid om de eigen gelovigen geen onnodige vrees aan te jagen, maar goed te informeren dat ze onder bescherming van de nationale rechtsstaat niks te vrezen hebben voor hun geloofsvrijheid of die van de kerk waar ze lid van zijn.

De overheid zou hierover in overleg met de koepels van de verschillende christelijke geloofsstromingen moeten treden. Waarbij de overheid nogmaals uitlegt wat het secularisme of een seculiere samenleving inhouden en dat die niet vijandig staat tegenover godsdienst, maar de krimpende kerken die allen een kleine minderheid vormen juist bescherming biedt tegen dominante stromingen. De overheid kan orthodoxe christelijke organisaties die volharden in hun defensieve houding omdat ze niet leven in het heden (maar óf in een ver, glorieus verleden óf in een toekomstige eindtijd die verlossing brengt) niet dwingen om de gelovigen behoorlijk en toereikend te informeren. Maar met een overheidscampagne over ontkerkelijking, het afnemend belang van godsdienst, de grondwet en de vrijheid van godsdienst, en de uitleg van wat het secularisme inhoudt kunnen gelovigen rechtstreeks benaderd worden. Het wegnemen van de angst niet in vrijheid naar de kerk te kunnen gaan is goed voor de relatie tussen diverse groeperingen in de samenleving en voor de geestelijke gezondheid van gelovigen die binnen orthodoxe kerkelijke organisaties vrees wordt aangejaagd.

Waarom mogen medewerkers van de krijgsmacht op sociale media uitspraken doen die tegen de werking van de rechtsstaat ingaan?

with 3 comments

Het is ook in Nederland een probleem dat naar verhouding veel mensen met rechts-extremistische meningen werken bij overheidsdiensten als krijgsmacht, brandweer of politie. Dat heeft er mede mee te maken dat het personeel van deze diensten geen afspiegeling van de bevolking vormt. Neem Reint Meijer die op zijn FB-account meldt bij het Korps Mariniers te werken. Hij is opsteller van bovenstaande petitie die vraagt om een ‘Verbod op het houden van betogingen tegen Nederlandse tradities als Zwarte Piet, zeehelden, oorlogshelden, veteranen, dodenherdenkingen.’ Meijer wil de Nederlandse tradities bewaren door die te verbieden. Hij legt de schuld van de aantasting ervan bij ‘linkse groeperingen en migranten’. De krijgsmacht is volgens artikel 97 van de grondwet een instrument van de democratische rechtsstaat. Dat principe komt op de tocht te staan als het personeel van de krijgsmacht een overtuiging heeft en in het openbaar naar buiten brengt die haaks staat op de rechtsstaat. In elk geval dient dit niet het draagvlak, gezag en de geloofwaardigheid van de krijgsmacht.

Reint Meijer heeft net als alle Nederlandse burgers toch het recht om zijn mening te uiten? Dat is zo. Van hem kan als medewerker van het Korps Mariniers echter ook verwacht dat hij binnen de grenzen van de rechtsstaat blijft en door zijn meerderen daartoe worden verplicht als hij dat in de openbaarheid aantoonbaar niet doet. Dat is een kwestie van discipline en het gebonden zijn aan interne regels van de krijgstucht indien de Wet Militair Tuchtrecht geactualiseerd zou zijn met het oog op het gebruik van sociale media. Wat niet zo is. De logica is dat als Meijer dat tegen beter weten in nalaat de leiding van het Korps Mariniers dient in te grijpen.

Meijer uit zich stevig op sociale media zoals onderstaande afbeelding van een FB-posting van 4 december 2018 aangeeft. In China is volgens Meijer de overheid ‘gelukkig goed bezig’ omdat een paar weken geleden ‘meer dan 500 bankiers op één dag op een nekschot getraceerd’ zijn. Onafhankelijke bevestiging voor dit bericht bestaat niet. Het is er een uit de hoek van het complotdenken, de volksmennerij en politieke agitatie.

Achtergrond van Meijers uitingen op sociale media is dat het geweldsmonopolie is ondergebracht bij instituten als de politie en de krijgsmacht waar hij deel van uitmaakt. Dat monopolie is er ondergebracht om de orde te handhaven, en de staat te legitimeren en stabiliseren. Het lemma Geweldsmonopolie op Wikipedia maakt dat inzichtelijk. Er is een probleem als een medewerker van een instituut met het geweldsmonopolie niet bezig is om de staat te stabiliseren, maar te destabiliseren door het verspreiden van nepnieuws en verhulde oproepen tot actie die tegen de rechtsstaat ingaan. Dat kan delen van de bevolking die op de korrel worden genomen vrees aanjagen zodat het vertrouwen in de krijgsmacht als apolitiek instrument afneemt.

Reint Meijer is een voorbeeld en ongetwijfeld niet de enige medewerker van de krijgsmacht die uitingen op sociale media doet die op te vatten zijn als strijdig met de rechtsstaat. Het is ondanks een onbereidwillige, te smalle en ‘niets aan de hand’ opvatting van de top van het ministerie van Defensie zoals neergelegd in een brief van 1 november 2018 aan de Tweede Kamer de taak voor de wetgever om zo snel mogelijk met een nieuwe Wet Militair Tuchtrecht te komen waarin ook de voorwaarden voor het gebruik van sociale media zijn opgenomen en voor de leiding van de krijgsmachtsonderdelen om met het oog op het eigen draagvlak het eigen personeel op haar verantwoordelijkheid te wijzen en te verzoeken zich in het openbaar te matigen.

Foto 1: Schermafbeelding van de petitieVerbod aantasting Nederlandse tradities, normen en waarden’ van Reint Meijer op petities.nl.

Foto’s 2 en 3: Schermafbeeldingen van FB-account van Reint Meijer (Korps Mariniers, Groningen).

Koepel van Turkse moskeeën helpt Wilders met de eis dat hij van Twitter wordt verbannen

with one comment

Advocaat Ejder Köse eist namens de koepel van Turkse moskeeën Turks-Islamitische Culturele Federatie (TICF) dat Twitter het account van PVV-politicus Geert Wilders opheft. Zo niet, dan stapt de koepel naar de rechter, aldus een bericht van het AD. Opmerkelijk is dat Köse daarnaast aangifte wil doen tegen Twitter in Turkije, Marokko, Pakistan en Indonesië, want volgens hem zijn daar ‘veel van Wilders’ uitspraken strafbaar’. Deze landen met een islamitische meerderheid blinken niet uit in rechtsstatelijkheid en zijn geen voorbeeld van een goed functionerende rechtsstaat. Op de jaarlijkse index 2017-2018 van het World Justice Project staat Turkije op plek 101, Marokko op 67, Pakistan op 105 en Indonesië op 63 van 113 landen wereldwijd. Het is verbijsterend dat Köse meent zijn gelijk te moeten halen in landen die rechtsstatelijk zo slecht scoren omdat Wilders’ uitspraken daar strafbaar zouden zijn. Die strafbaarheid is weinig waard en heeft meer met politieke intimidatie door islamistische minderheden te maken, dan met een afgewogen juridisch oordeel.

Deze landen zijn overigens van geen tot weinig belang voor Wilders functioneren in Nederland, Europa en de VS. Vraag is wat deze actie van de TICF daarom waard is en waarom Köse zich niet richt op de thuishaven van Twitter, namelijk de VS. De vraag die deze actie van de Turkse moskeeën in Nederland oproept is dan ook wat er precies mee beoogd wordt. Het lijkt erop dat deze koepel zich ten koste van Wilders wil profileren en in de gunst wil komen van de Turkse president Erdogan. Want als het echt wil dat Wilders op Twitter tot zwijgen wordt gebracht, dan zou het beter niet de omslachtige omweg via de vier islamitische landen openhouden.

Geert Wilders profiteert van de actie van de TICF die zich van haar intolerante kant laat kennen. De intolerante Wilders en de intolerante TICF zijn inwisselbaar en komen er uitsluitend relatief gunstig uit in de vergelijking met deze zelfgekozen tegenstander die feitelijk hetzelfde nastreeft: ondergeschiktheid en kneveling van de rechtspraak, een einde aan de scheiding der machten en inperking van de vrijheid van meningsuiting. Hoe overtuigend is het trouwens dat een koepel van Turkse moskeeën die verwant is aan Diyanet, het Turkse directoraat voor godsdienstzaken zich hierover uitspreekt? Want het steunt de politiek van de regering Erdogan die journalisten zonder eerlijk proces in de gevangenis laat verdwijnen en Twitter blokkeert als het hem om politieke redenen uitkomt om zijn tegenstanders de voet dwars te zetten. Dat in een land dat op de 101ste van de 113 landen staat wat rechtsstaat betreft en een voorbeeld voor Geert Wilders moet zijn die er door Köse van beschuldigd wordt de grens van de wet te overschrijden. Men zou Geert Wilders een meer geloofwaardige tegenstander toewensen. De tragiek is dat ze beide vanuit hun gemeenschappelijk belang de rechtsstaat ondermijnen. Ze hebben elkaar nodig om hun eigen ongelijk te kunnen relativeren aan de ander.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMoskeeën eisen dat Wilders van Twitter wordt verbannen: ‘Hij is doorgeslagen’’ van Peter Groenendijk in het AD, 5 november 2018.

Nogmaals de uitspraak van de Raad van State over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gebrekkige toetsing en criteria

with 6 comments

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Criteria volgens welke de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als buitenstaander en niet-deskundige op het gebied van theologie, metafysica of teleologie meende in augustus 2018 in een uitspraak de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster te kunnen toetsen zijn ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Er kondigen zich interpretatieproblemen aan als die criteria toegepast worden op geaccepteerde, traditionele godsdiensten die die toetsing niet zouden overleven. Ook wordt rechtsongelijkheid tussen oud en nieuw geïntroduceerd. Met name wreekt zich de rol van de Raad van State als het stelt dat het de KVS in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst. Dat getuigt van onkunde.

Want er blijft weinig over van het criterium ‘samenhang’ (of coherentie) als dat wordt toegepast op bestaande godsdiensten. Zie wat docent bestuursrecht UvA Taco Groenewegen daarover in een analyse uit 2009 zegt op het weblog Publiekrecht en Politiek: ’Is een coherente wereldbeschouwing een hanteerbaar criterium? Ook niet. Eén van de centrale leerstellingen van het christendom is dat Jezus en geheel mens is en geheel god. Dat is echter evident onmogelijk. Iemand kan of geheel mens zijn of geheel god, of deels god en deels mens. Tegelijkertijd geheel mens en geheel god zijn is echter een logische onmogelijkheid en daarmee incoherent. Op dit punt zijn nog vele andere voorbeelden te bedenken, ook met betrekking tot andere religies. Maar het christendom is natuurlijk wel een religie, ook al is het niet coherent.’ Groenewegen stelt dat bestaande criteria onwerkbaar zijn en de zoektocht naar hanteerbare criteria voortgaat. Dit geeft aan dat genoemde uitspraak van de Raad van State over de KVS en het beroep op de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ minder vanzelfsprekend en juridisch geaccepteerd is dan het in de uitspraak pretendeert.

Zo ontstaat een tweedeling en laat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich kennen door het bevestigen van een dubbele standaard die in de praktijk de religieuze sector afschermt voor toetreders zoals de KVS. De Raad van State treedt vanwege een gebrek aan inhoudelijke expertise, juridische oprechtheid én maatschappelijk en politieke onafhankelijkheid buiten de toetsingscriteria over wat een godsdienst is. Zo ontstaat een januskop vol onoprechtheid. De Raad van State oordeelt wegens onwerkbare criteria waar het niet kan oordelen. De Raad van State oordeelt verkeerd omdat het de criteria verkeerd interpreteert. De Raad van State had deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling moeten nemen. Of het had in lijn met de visie op andere godsdiensten die per definitie evenmin voldoen aan alle criteria van ernst en samenhang (en overtuigingskracht en belang) de KVS na toetsing vanaf de buitenkant moeten erkennen als godsdienst.

De Raad van State heeft zich door het oordeel over de KVS in een wespennest gestoken door te suggereren dat de jurisprudentie over de onderhavige zaak vast en omschreven is. Maar dat is het niet. De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.

Foto 1: J. van Meurs, ‘Justitia als putto bij de ‘Rechten van den Mensch en Burger’’, 1795. Collectie Nederlandse Rechtsgeschiedenis van het Gevangenismuseum via Geheugen van Nederland.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 9 van de EVRM.