Als Trouw nuance zoekt in inhoud, dan kan het de nuance in het begrippen- en woordgebruik niet achterwege laten

Schermafbeelding van deel artikelDe seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’ in Trouw, 5 april 2021.

Trouw is een dagblad dat veel aandacht geeft aan religie. Dat gebeurt vanuit een religieus perspectief en is niet altijd als zorgvuldig te omschrijven. De framing zitten de journalistieke onpartijdigheid en het professionalisme in de weg. Trouw zit gevangen in de vooroordelen van een traditie waarin oude woorden hun betekenis hebben. In elk geval roept lezing van Trouw dat beeld bij mij op.

Neem nou bovenstaand artikel dat als kop heeft ‘De seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’. Waarom kiest Trouw deze kop? Er had ook kunnen staan: ‘De gematigde en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’.
Het wordt en nog vreemder op als in de introductie van dit artikel staat: ‘De spanning tussen orthodoxe religieuze minderheden en de liberale meerderheid groeit.’ Wat moet onder ‘de liberale meerderheid‘ verstaan worden? Zijn dit alle niet-orthodoxe gelovigen? Omvat dit ook de sociaal-democraten, rechts-radicalen, christen-democraten en anarchisten? Trouw maakt het niet duidelijk. Dit is blijkbaar geheimtaal in de eigen kring die buitenstaanders niet kunnen ontcijferen.

Want wat wordt hier nou bedoeld met ‘liberaal’? Is dat volgens het jargon van de protestante christenen een omschrijving van vrijzinnig of onorthodox? Maar waarom scherpt Trouw dan een tweedeling tussen orthodoxe gelovigen en vrijzinnigen aan die als zodanig in de samenleving niet bestaat en laat het de niet-orthodoxe gelovigen ongenoemd?

Wat gelovigen met ‘seculier’ bedoelen is evenmin altijd duidelijk. Vaak gebruiken ze het in de minachtende betekenis ’wereldlijk’ als tegenstelling tot religieus of godsdienstig.

Dat is problematisch als ermee de politieke filosofie van het secularisme wordt bedoeld die vanuit de christelijke flanken indirect onder vuur wordt genomen. Secularisme houdt in dat alle geloven en levensovertuigingen in gelijke mate onder de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd. Het secularisme is niet anti-religieus of pro-‘seculier’. Het secularisme is perfect neutraal. Het secularisme is de vertaling van rechtsstatelijkheid op het gebied van geloof en levensovertuiging. Degenen die zich verzetten tegen het secularisme door dat ter discussie te stellen of verdacht te maken verzetten zich tegen de rechtsstaat. Uiteraard zien ze dat zelf anders in hun eigen belangenbehartiging.

Feit is dat vooral orthodoxe christenen ten onrechte claimen dat het secularisme anti-religieus is. Vanuit hun beperkte opvatting is dat logisch. Het heeft ermee te maken dat ze het secularisme als zodanig niet aanvaarden omdat het te beperkend zou zijn voor het in de volle breedte belijden van hun geloof. Want als geloof en samenleving één zijn, dan staat een politieke filosofie die ruimte geeft aan andere geloven en levensovertuigingen die vereniging van eigen geloof en samenleving in de weg. Voor die volle breedte van de orthodoxe christenen moeten andersdenkenden wijken, zoals dat in de moderne Nederlandse geschiedenis altijd het geval was. Dat was staande praktijk totdat in de tweede helft van de 20ste eeuw de ontkerkelijking op gang kwam met als gevolg dat nu een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door het geloof. Daarom wijzen deze orthodoxe christenen ook de moderniteit af.

De paradox is dat Trouw weliswaar afstand neemt van de kritiek op het secularisme dat uit orthodox christelijke hoek komt, maar geen afstand neemt van de framing en het jargon van deze orthodoxe christenen. Hiermee neemt Trouw inhoudelijk een ruimdenkende, pluriforme positie in die door het woordgebruik en het misleidend gebruik van begrippen niet past bij de inhoud, voor verwarring zorgt en haaks op de inhoud kan komen te staan. In elk geval buitenstaanders vragen zich vervolgens af hoe vorm en inhoud, ofwel formuleringen en ideologie zich tot elkaar verhouden.

Waarschijnlijk beseffen de trouwe lezers van Trouw, de doorgaans christelijke opinieleiders die Trouw artikelen leveren en de eindredacteuren van Trouw niet hoe gedateerd en verkeerd het gebruik van dit christelijk jargon is dat steeds minder past bij de inhoud. Dit jargon als relict van een oude nestgeur blijft daar bij achter en werkt verwarrend.

Mogelijk heeft het moeizame afstand nemen van dit christelijke jargon voor Trouw ermee te maken dat de conservatieve protestante media als het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad die economische en geestelijke rivalen zijn van Trouw er nog volledig in ondergedompeld zijn. Zowel in dat oude jargon als in traditionele standpunten die ermee samengaan. Dat maakt de positie van Trouw hybride. Met de pretentie om pluriformiteit van opinies te bieden zou Trouw ook voor de eigen lezers nauwkeuriger kunnen zijn door zorgvuldig om te gaan met de begrippen die zijn geworteld in het orthodoxe christendom en die in de kern een vaak stilzwijgend beeld van vijandigheid tegenover de 21ste eeuwse samenleving uitdrukken. Van dat laatste zou Trouw afstand moeten nemen.

Trouw zou er goed aan doen om in een Code alle medewerkers regels op te leggen via geformuleerde afspraken en op de hoogte te brengen van de journalistieke kernwaarden en de ideologie van Trouw. In zo’n Code kan omschreven worden wat het verstaat onder begrijpen als ’seculier’, het ’secularisme’, ‘orthodoxie’ en ‘liberaal’. Voor alle journalisten en eindredacteuren van Trouw is dan duidelijk dat het in vorm en inhoud ondubbelzinnig de rechtsstaat en het secularisme ondersteunt. Als Trouw de nuance zoekt in de inhoud, dan kan het niet achterblijven door de nuance in het woord- en begrippengebruik achterwege te laten. Dat wringt.

Gedachten bij foto ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’ (1958)

Het was nog maar in 1958 dat verkiezingen werden gevierd op pleinen en voor gebouwen van kranten waar de uitslagen druppelsgewijs binnenkwamen. De beschrijving bij deze foto toont een Nederland dat we nog nauwelijks kennen. Het doet ouderwets aan, maar kondigt al het begin van de moderne tijd met nieuwe communicatiemiddelen aan: ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’.

De televisie is in 1958 nog nauwelijks doorgedrongen tot de huiskamers. Die opmars begint pas zo’n vijf jaar later als de welvaart over Nederland komt. Mede dankzij het gasveld van Slochteren. Ook toen al moest de verkiezingsavond ‘opgeluisterd’ worden. Zeggen we nu ‘oppimpen’? Welbeschouwd is zo’n avond een saaie bedoeling met veel dode momenten. Een enkel hard feit en vooral analyses, speculaties en projecties die toch nooit uitkomen zoals op deze verkiezingsavond wordt gezegd.

’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van het verkiezingsfeest, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard.

Maakt het veel uit wie er wint? Dat valt te bezien. Alles is best als partijen binnen de democratie blijven en geen alternatief rechtssysteem willen optuigen. Daarom ben ik van mening dat de SGP en FvD ontbonden moeten worden omdat ze niet binnen de democratie passen en er een destabiliserende invloed op uitoefenen. Maar verder maakt het weinig uit. Zolang partijen de democratie niet omver willen werpen en min of meer hetzelfde wereldbeeld schetsen is er voor elke partij (behalve FvD en SGP) wel iets te zeggen. Met chips en bier, en wellicht een boek erbij, is het kijken naar de verkiezingsavond en het spieden naar de harde cijfers draaglijk infotainment.

Foto: Peter van Zoest (ANP), ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’, 28 mei 1958. Collectie/ Archief: Fotocollectie Elsevier

Verschil in politieke voorkeur is ondergeschikt. Het gaat erom welke partijen gaan voor alleenheerschappij. Ontbind daarom FvD en SGP

NOS Stories heeft een interessant verslag over uitsluiting van jongeren vanwege hun politieke voorkeur. Vriendschappen worden verbroken omdat vrienden op een bepaalde partij stemmen. In dit geval FvD. Bij ouderen zal dit niet zoveel anders gaan.

Het is een lastig onderwerp. Dat blijkt omdat alles door elkaar wordt gehusseld. Alle partijen die deelnemen aan de verkiezingen en waar dus op gekozen kan worden zijn democratische partijen die de democratische rechtsstaat ondersteunen. Anders zouden ze ontbonden of verboden zijn.

Een democratie moet weerbaar zijn en partijen die de democratie aanvallen niet laten bestaan, laat staan faciliteren met zendtijd, spreektijd en financiële ondersteuning. Dat is het afzagen van de taak waarop we zitten.

Partijen kunnen veranderen of hun ware aard verhullen. Dat laatste is nog niet zo makkelijk om aan te tonen. En waar leg je de grens? Het zou goed zijn als over de weerbaarheid van de democratie een publiek debat zou ontstaan. Ook in het onderwijs.

Het debat zou dan niet zozeer moeten gaan over ‘foute’ politieke beweringen zoals het feit dat er geen probleem is met het klimaat, dat COVID-19 niet meer dan een griepje is of dat bevolkingsgroepen achtergesteld moeten worden, maar over de ondubbelzinnige steun van de partijen voor de werking van de democratie

Dat betreft dan niet maatregelen die discrimineren en waar de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) op wijst. Die zijn zeker ongewenst, maar spelen op een ander vlak. Ze kunnen op het niveau van de rechtspraak bediscussieerd worden. Liefst met een educatieve toelichting van het ministerie van Justitie erbij.

Er zijn democratische partijen die betwisten of er doelpunten worden gemaakt en er zijn anti-democratische partijen die de doelpalen tot buiten het veld willen verplaatsen. Democratische partijen zijn opponenten waarmee men het oneens kan zijn en waartegen men kan strijden. Anti-democratische partijen willen de wedstrijd stilleggen en eenzijdig de uitslag bepalen zonder dat de wedstrijd gespeeld wordt en andere partijen zich daar nog tegen kunnen uitspreken.

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.

Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

FvD en SGP willen andere politieke partijen waarmee ze nu het politieke spectrum vormen ondergeschikt maken aan hun eigen op te tuigen nieuwe orde. Daarmee verliezen de ander partijen hun functie en moeten ze ondergeschikt zijn aan ‘staatspartij’ FvD of SGP.

Kiezers mogen van mening verschillen over hun politieke keuze. Laat ze maar met elkaar discussiëren over belangrijke en onbelangrijke thema’s. Maar dat verdoezelt niet het feit dat er op dit moment twee partijen zijn die als doel hebben om op termijn dat debat eenzijdig naar zich toe te trekken. Hoe theoretisch en ver weg die stap ook is. Dat is ongewenst en in strijd met politiek realisme dat de democratie weerbaar, levensvatbaar en ‘open’ wil houden.

Het laten bestaan van SGP en FvD is een aangekondigde zelfmoord van de democratie. Daarom moeten ze ontbonden worden. Want als het idee van politiek het verdelen van de macht is, dan passen daarin geen partijen die dat uitgangspunt niet delen.

Dat alles zou in dit soort verslagen die zijn bedoeld om te informeren beter uitgelegd moeten worden. Het opereren van anti-democratische partijen is geen sociaal, maar een politiek-juridisch onderwerp. Dit verslag reduceert zoiets essentieels als de werking van de democratie tot intermenselijke verhoudingen. Door te focussen op die verschillen wordt het essentiële verschil niet belicht.

 

Baudets uitspraak over Neurenbergse processen is politiek minder afwijkend dan het lijkt, maar juridisch minder degelijk dan hij claimt

Extreem is het standpunt van Thierry Baudet niet dat strafrecht niet met terugwerkende kracht kan worden opgelegd. Dat was zijn antwoord op de vraag over een corona-tribunaal waarvoor volgens Baudet geen rechtsgrond bestaat. Hij illustreerde dat met een voorbeeld over de Neurenbergse processen die van 1945 tot 1949 in Duitsland plaatsvonden.

Na kritiek op deze uitspraak van Baudet op een verkiezingsbijeenkomst in Gouda werd de partij om uitleg gevraagd. Volgens een bericht in De Telegraaf was het antwoord: ‘Wat hij bedoelde is dat je mensen niet kunt veroordelen met wetten die pas zijn aangenomen nadat de feiten hebben plaatsgevonden. Dat heet het legaliteitsbeginsel en dat vormt de kern van een rechtsstaat. Moord was en is altijd illegaal en altijd onaanvaardbaar. De genocidale misdaden van de Duitsers hadden onder regulier nationaal recht bestraft moeten en kunnen worden.’

Dat is inderdaad een verschil van mening zonder volledige wetenschappelijke overeenstemming. Maar is het zo dat het feit dat het handelen van bevoegd gezag gebaseerd moet zijn op een vooraf aanwezige bepaling elke ruimere opvatting die tot veroordeling kan leiden dichttimmert? Nee, dat nou ook weer niet, want er bestaat ook zoiets als gewoonterecht dat ongeschreven naast de wetten bestaat en ook voor het strafrecht geldt. Ook in het internationaal recht spelen vormen van gewoonterecht een belangrijke rol.

Daarnaast bestaat er het Landoorlogreglement van 1899 dat deel uitmaakt van het internationaal gewoonterecht en een legitieme basis aan de Neurenbergse processen gaf. Dat betreft onder andere regels over bezetting en oorlogsvoering. Uit het feit dat de nazi’s de door hen bezette landen leegroofden én (vooral Joodse) burgers het eigendomsrecht van hun bezit ontnamen bleek dat de nazi’s zich niet aan de internationale regels van de oorlogsvoering hielden. De noodzaak voor het stutten van een snel afzwakkende oorlogseconomie met illegale middelen had als reden dat de Duitse staat op de pof leefde (MeFo-regeling van Hjalmar Schacht). Als gevolg werd het om economische redenen in een vlucht vooruit of een sprong in het diepe gedwongen tot oorlogsvoering terwijl de kosten van de bewapening opliepen en die bewapening niet op het gewenste peil was toen de oorlog begon. Oorzaak, gevolg en argumentatie van de oorlogsvoering van de nazi’s waren hecht met elkaar verknoopt.

Kortom, de uitspraak van Baudet is politiek niet zo afwijkend als het lijkt en waar politieke tegenstanders als PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen en CIDI-medewerker Aron Vrieler in een reflex verontwaardigd op reageren, maar juridisch is het minder degelijk dan Baudet en de woordvoerder van zijn partij suggereren.

De aap komt uit de mouw als de woordvoerder van de partij zegt dat de Neurenbergse processen onder Duits nationaal recht plaats hadden moeten vinden. Baudet is een aanhanger van de natiestaat en verzet zich tegen supra-nationale organisaties als de EU. Maar dat beroep op nationaal recht is ongelukkig. Het gaat niet alleen voorbij aan het internationaal gewoonterecht maar ook aan het grensoverschrijdend en internationaal karakter van oorlogsvoering. Niet voor niets een ‘Wereldoorlog’ genoemd. In de Neurenbergse processen kwamen door het grensoverschrijdend karakter van de Tweede Wereldoorlog vele soorten nationaal recht samen die enkel en alleen in een internationale context logisch samengevoegd konden worden.

De praktijk van 1945 tot 1949 was dat de vier bezettende machten (VS, Sovjet-Unie, VK, Frankrijk) juridisch en publicitair hun stempel op de processen probeerden te drukken. Wat vooral leidde tot rivaliteit tussen de VS en Sovjet-Unie en zelfs tot verregaande animositeit tussen deze twee staten toen de koude oorlog door de blokkade van Berlijn door de Sovjets (1948-49) goed op stoom kwam. Overwinnaars schrijven de geschiedenis en het recht. Om dat effect te neutraliseren is het juist nodig om het internationaal recht op te waarderen en onder de rechtsbevoegdheid van een supra-nationaal orgaan te plaatsen. Baudet kijkt in zijn voorbeeld van de Neurenbergse processen te eenzijdig naar de positie van de overwonnene en poetst de positie van de overwinnaars in dit verhaal weg.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWoede om Neurenberg-uitspraak Baudet’ in De Telegraaf, 22 februari 2021.

In Amerikaanse gevangenis mag ‘sjamaan’ Jacob Chansley zijn geloof vrij uitoefenen

Men hoeft het niet eens te zijn met de politieke overtuiging en capriolen van de 33-jarige ‘sjamaan’ Jacob Chansley die op 6 januari 2021 door zijn uitmonstering met een gehoornde hoofdtooi en een speer van 1,80 meter veel media-aandacht trok bij de bestorming van het Capitool om toch waardering te hebben voor zijn religieuze geloof en hoe de Amerikaanse overheid dat respecteert. Chansley die in bewaring is gesteld is op zijn verzoek verhuisd naar een gevangenis in Virginia omdat die kan voldoen aan zijn verzoek voor een volledig biologisch dieet. Zijn advocaat had beoogd dat het sjamanistische geloof van zijn cliënt dat vereist. Hij zou in de gevangenis 10 kilo afgevallen zijn omdat hij weigerde niet-biologisch voedsel te eten.

Op deze uitspraak kwam kritiek omdat het om een verkleedpartij (‘cosplay’) zou gaan. Chansley zou zich de cultuur van inheemse volkeren toe-eigenen. Verder zou hij als witte, ultra-rechtse man bevoordeeld worden door het rechtssysteem, een recht dat etnische minderheden (Moslims, BLM) onthouden wordt. Afgelopen werken trok de zaak van Jenny Louise Cudd veel aandacht omdat ze als verdachte van dezelfde bestorming van het Capitool van een rechter toestemming kreeg om op vakantie naar Mexico te gaan.

De kwestie van het geloof van Jacob Chansley gaat over de vrijheid van godsdienst. Wat zijn de criteria waar de staat zich op dient te baseren als de burger onder verwijzing naar dat geloof een recht claimt? In de video noemt juriste Trudy Rushforth die een gids voor gevangenisfunctionarissen over het uitoefenen van religie in de gevangenis schreef dat het haar zou verwonderen als Chansley dit recht niet was toegekend. Oprechtheid is volgens haar voldoende. In de VS wordt het principe van vrije uitoefening van religie in de gevangenis serieus genomen.

Het verschil over deze kwestie van ‘nieuwe godsdiensten’ tussen het Amerikaanse en Nederlandse rechtssysteem is dat in de VS de bewijslast bij de rechter ligt en in Nederland bij degene die zich beroept op het geloof. In een uitspraak uit 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang miste om als godsdienst beoordeeld te horen. Dat beschouwde ik in een commentaar als een gebrekkige, achterhaalde, paternalistische en onwaarachtige uitspraak. Mede omdat deze criteria niet worden gesteld aan bestaande godsdiensten, die evenmin voldoen aan al deze criteria, en zo de rechter rechtsongelijkheid creëert tussen oude godsdiensten en bewegingen die claimen een godsdienst te zijn. En daardoor aan de gelovigen die zeggen lid van zo’n beweging te zijn. Met de uitspraak treedt in mijn ogen de Raad van State buiten de juridische paden van de Nederlandse grondwet en Europese wetgeving en laat het zich in haar toetsing leiden door ouderwetse maatschappelijke opvattingen.

Verwarring speelt tegenstanders van voormalig president Trump en de complotdenkers parten die het ongepast vinden dat Chansley door te verwijzen naar zijn godsdienst voorrechten krijgt. Maar de Amerikaanse grondwet staat dat recht toe. Het tonen van oprechtheid is voldoende. De conclusie is dat men het oneens kan zijn met Chansley’s politieke overtuiging en zijn beroep op het sjamanisme en zijn koppeling van dat geloof met biologisch voedsel om hem toch dat recht toe te kennen. Het doet er niet toe of hij zich gedraagt als een satiricus, activist of clown. Zijn sjamanistisch geloof hoeft niet samenhangend, overtuigend of serieus te zijn om toch door de Amerikaanse staat erkend te worden als godsdienst waar rechten aan kunnen worden ontleend. De critici die Chansley zijn geloof niet gunnen, bestrijden met hun tegenstand dat wat ze zeggen te verdedigen. Ze hebben wel gelijk als ze zeggen dat zonder mits en maren aan alle gevangen dat recht dient te worden toegekend.

Scientology Nederland claimt onterecht dat het is erkend als godsdienst. Het is onjuist dat de staat zich niet uitspreekt over toetreding godsdiensten

Robert Kruijt van Scientology Nederland gaat in op de vraag of Scientology in Nederland een erkende godsdienst is. Hij meent van wel. Maar dat is onjuist. De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Kruijts claim dat de Scientology Kerk in Nederland door de Belastingdienst wordt erkend is onjuist. Waarom hij de Belastingdienst noemt, terwijl hij weet dat zijn organisatie er niet door erkend wordt lijkt een kwestie van brutale marketing.

Interessanter is zijn opvatting dat in Nederland de Nederlandse overheid zich niet bemoeit met aangelegenheden binnen een kerk of religieuze organisatie. Kruijt schetst in zijn rooskleurige opgewektheid een vals beeld. Het is een misverstand dat de staat zich hier niet over uitspreekt en dat de toetreding van nieuwe religieuze organisaties tot de religieuze markt geen belemmeringen kent. Er bestaan wel degelijk indirecte en verdekte blokkades van de Nederlandse overheid om nieuwe religieuze organisaties of organisaties die claimen een godsdienst te vertegenwoordigen de voet dwars te zetten.

Tekenend zijn de pogingen van de Nederlandse afdeling van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster om erkend te worden als godsdienst. Deze Kerk loopt al enkele jaren tegen politieke en maatschappelijke hindernissen op. Overigens een Kerk met veel meer leden dan de Scientology Kerk. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een uitspraak van 15 augustus 2018 dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Ik noemde dat in een commentaar een uitspraak vol gebreken. Onder meer omdat de de Raad van State theologisch niet geëquipeerd is om theologische doctrines af te wegen en niet dient te oordelen over de ‘binnenkant’ van organisaties die claimen een godsdienst te zijn.

De rechterlijke macht is een van de drie machten binnen de Nederlandse staat. Het oordeelt over de toegang van toetreders tot de religieuze markt. Door op de rem te staan kunnen rechtscolleges die toegang blokkeren of vertragen. Dat gebeurt in dit voorliggende geval van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en daarom kan men niet zeggen dat de overheid zich hier niet mee bemoeit en dat de toetreding vrij is. Dat is het pertinent niet. De rechterlijke macht is onderdeel van wat Kruijt ‘de overheid’ noemt. De staat, of overheid, mengt zich wel degelijk in het interne debat over wat een godsdienst is. Het is in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Het is duidelijk waarom Kruijt een vals beeld geeft van de Nederlandse religieuze situatie. Hij probeert hiermee kritiek te weerleggen door net te doen alsof in Nederland alles kan en nieuwe religieuze organisaties met open armen worden ontvangen en zijn eigen organisatie ook makkelijk door de ballotage is gekomen. Maar dat is onjuist. Scientology wordt in Nederland getolereerd en net als in landen als België, Frankrijk en Duitsland niet erkend als godsdienst, maar als sekte gezien.

Wat doet Alexei Navalny op het politiebureau van Khimki?

De Russische oppositieleider Alaxei Navalny begrijpt niet wat hij doet op het politiebureau van de stad Khimki, vlakbij Moskou. Hij was pas teruggekeerd uit Duitsland waar hij herstelde van een poging tot vergiftiging in Siberië door Russische inlichtingendiensten toen hij werd gearresteerd. Eigenlijk begrijpt niemand het. Navalny noemt het een nieuw niveau van wetteloosheid.

Europese landen en de VS eisen zijn onmiddellijke vrijlating. Het is de omgekeerde wereld, de verantwoordelijken die Navalany vergiftigden staan niet terecht, maar het slachtoffer van de moordpoging wel. Dit is cynisme ten top.

Navalny bindt niet in en zoekt de aanval door president Poetin de opa in de bunker te noemen die te bang is om de rechtstaat te volgen. Tegelijk lijkt het dat het Kremlin met Navalny in de maag zit. Wat moeten ze met iemand doen die zich niet laat intimideren en die ze niet makkelijk kunnen vermoorden?

Vraag is of de EU meer wil doen dan signalen uitzenden. De koppeling met de afbouw van gaslijnproject Nord Stream II is een drukmiddel dat de EU niet lijkt in te willen zetten om het Kremlin te bewegen om Navalny vrij te laten en de mensenrechten in de Russische Federatie te verbeteren. Dat nauwe perspectief is onverstandig beleid van de EU.

Media praatten vanaf het begin Trump (en Baudet) goed. Kritiek kreeg geen kans. Wat het ergst is, ze hebben er blijkbaar niks van geleerd

Nu in de VS Trumps presidentschap ten einde loopt en op 20 januari 2021 eindigt klinkt er steeds meer kritiek op de media. Zij hebben Trump de gelegenheid gegeven om zijn praatjes te communiceren zodat hij de macht kon grijpen, terwijl het vanaf het begin duidelijk was dat het om een gestoord en gevaarlijk individu ging. Door passend handelen hadden media de kritiek op Trump een meer prominente plek moeten geven. Pas later kwamen de media met kritiek op hem. Hoewel dat soms ferm was, werd de kritiek van psychiaters verzwegen en niet doorgegeven.

Overigens valt ook de zogenaamde deskundigen die de media ‘voeden’ met ‘content’ heel wat te verwijten. Zij hebben de media op het verkeerde been gezet. In veel gevallen wilden ze de ernst van het gevaar van Trump niet zien en voorspelden ze dat hij wel binnen de lijntjes zou kleuren.

In Nederland was het Willem Post die op 15 november 2016 een opinie-artikel in NRC plaatste dat kopte: ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’. In een commentaar van 17 november 2016 antwoordde ik: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ En tsjonge, wat viel het tegen met Trump en hoe zat Post ernaast met zijn opgepimpte autoriteit. Maar zoals zo vaak, terugkijken is er bij deskundigen en media niet bij en zelflerend vermogen dat als zodanig wordt benoemd ontbreekt.

In Nederland gebeurde hetzelfde met Thierry Baudet. Hij is ook een gestoord individu met krankzinnige denkbeelden die in het begin van zijn opkomst door de media tamelijk ongefilterd werden doorgegeven. Pas later kwam er kritiek op Baudet, maar toen was zijn naam al gevestigd en kon de journalistiek zich alleen nog maar afvragen hoe het deze tovenaarsleerling groot had helpen maken en wat voor schade aan de democratie het door eigen naïviteit had berokkend. Ook dat besef leidde niet tot een publieke reflectie op het eigen falen.

De paradox is dus dat er van buiten de gevestigde media fundamentele kritiek klinkt op de gevestigde media die hun functie van poortwachter van de democratie niet naar behoren hebben vervuld, maar de media zelf niet tot inzicht komen die wordt omgezet in een beleidsverandering. Of wat nog kwalijker is, ze zijn wel degelijk tot dat inzicht gekomen, maar doen er om economische of politieke redenen niets aan. Hoe dan ook is het resultaat hetzelfde: oorverdovende stilte en het ontbreken van publieke reflectie op het eigen handelen.

Dat is zorgwekkend, omdat de media in het geval van Trump (in de VS) en Baudet (in Nederland) niets geleerd lijken te hebben. Het wachten is op de volgende rechts-radicale politicus die door de zogenaamde ‘linkse’, maar in werkelijkheid ‘rechtse’ media die de status quo en de gevestigde belangen onderschrijven, op het schild wordt gehesen. Het is zelfs de journalistiek niet gegeven om niet de fouten van de vorige oorlog te herhalen. Laat staan dat het al een antwoord op de volgende oorlog kan voorzien door deductie van wat zich nu vroegtijdig aankondigt.

Om geloofwaardig te blijven is een fundamenteel debat binnen de media nodig dat reflecteert op het veranderde medialandschap en de radicalisering van de politiek en dat verder gaat dan een kritisch stuk van een goedwillende ombudsman ergens achter in een krant als aflaat voor een schoon geweten. Dat is te mager om serieus te zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel eigen commentaarMedia praten Trump nu al goed. Met voorop wensdenkende Amerika-deskundigen die weten dat hij binnen de lijntjes blijft’ van 17 november 2016.

Uitzondering van godsdienst bij COVID-19 maatregelen roept reacties op die voorrechten van geloofsgemeenschappen ter discussie stellen

Religieuze organisaties hebben in Nederland voorrechten die andere maatschappelijke instellingen niet hebben. Mensen die samenkomen voor hun geloof of levensovertuiging zijn door de rijksoverheid uitgezonderd van de maatregelen voor samenkomsten. Ze hoeven zich niet te houden aan regels voor het maximaal aantal personen in een kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis. Ook is er geen verbod op zingen.

Dat is met gebruik van een cirkelredenering en onder verwijzing naar de vrijheid van godsdienst meten met een dubbele standaard. Het is doorgaans lastig om dat verschil goed duidelijk te krijgen omdat veel voorrechten die de relatie met overheden betreffen verhuld zijn, maar het Nederlandse kabinet heeft tijdens de pandemie dat verschil scherp benadrukt door religieuze organisaties meer vrijheden te geven.

Het kan geen toeval zijn dat in het kabinet twee christelijke partijen vertegenwoordigd zijn die voor religieuze organisaties zonder twijfel hebben gelobbyd dat er uitzonderingen worden gemaakt op de beperkende COVID-19 maatregelen. Alle mensen zijn gelijk, maar gelovigen zijn meer gelijk dan anderen. De VVD en D66 stemmen er tot hun chagrijn mee in. Waarom deze liberale partijen de kans laten liggen om de uitzonderingen die kerken ed. genieten uit te breiden naar theater, restaurant, bioscoop, conservatorium (koren!) of muziekpodium is onbegrijpelijk.

De liberale premier Rutte kon desgevraagd niet uitleggen waarom religieuze instellingen die erediensten verzorgen anders worden beoordeeld dan maatschappelijke of culturele organisaties. Hij had kunnen zeggen dat dat nu eenmaal in lijn is met de Nederlandse traditie. Dat sluit namelijk aan bij de voorrechten die christelijke organisaties altijd al genieten. Maar dat kon hij om politieke redenen natuurlijk niet zeggen, ofschoon het duidelijker was geweest als hij wel volmondig de dubbele standaard had erkend.

Tegelijkertijd zijn maatschappelijke en culturele organisaties te afwachtend om zich te hullen in een kerkelijke of humanistische mantel. Hoe creatief ze kunnen zijn bewijst in Nederland een kerkelijk genootschap die zich de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) noemt. Ik ben sinds oktober 2015 inschrijven als Pastafarian en heb nooit aan enige bijeenkomst deelgenomen of ben lastiggevallen door schooibrieven om geld. Overigens heb ik met welwillende commentaren mijn solidariteit voor de KVS uitgesproken. De teneur is dat de overheid of mensen die namens de overheid besluiten nemen over geloof in maatschappelijke ontwikkeling achterlopen op de opvatting in de samenleving dat geloof en levensovertuiging breed opgevat moeten worden.

Daarnaast is de juridische weeffout dat zonder voldoende theologische expertise rechters de competentie toegekend krijgen om te beslissen of de KVS een godsdienst is en over de financiële en andersoortige voorrechten die daarbij horen. Deze gang van zaken is een fout in de Nederlandse rechtsgang die ik hier en hier beredeneerd heb. Hoewel de opzet duidelijk en wellicht onbewust is van de betrokken rechters: het afschermen van de religiemarkt voor toetreders en het beperken van voorrechten tot een traditionele groep van godsdienstige organisaties die in koepels georganiseerd zijn en aldus een duidelijk aanspreekpunt voor de rijksoverheid zijn.

In het West-Vlaamse Oostende laat cafébaas Xavier Troisi van Café Crayon het er niet bij zitten. Ook in België worden gevestigde godsdiensten bevoordeelt. Hij zegt in een artikel van HLN van 9 december 2020: ‘Ik begrijp niet waarom geloofsgemeenschappen een uitzondering mogen krijgen en de gesloten sectoren niet.’ Troisi heeft daarom zijn eigen geloof opgericht, het Crayonisme. Hij beoogt hiermee een versoepeling voor de horeca te bewerkstelligen. Zijn zaak is sinds begin november 2020 gesloten vanwege de tweede lockdown. Troisi combineert serieusheid met luim en relativering. Want hij beseft dat het beter is dat de horeca tot maart 2021 dicht blijft. Maar zijn argumentatie is dat dit dan exact zo zou moeten gelden voor geloofsgemeenschappen.

De kritiek van deze cafébaas komt overeen met de kritiek in Nederland op de voorrechten van geloofsgemeenschappen. Troisi zegt volgens HLN op sociale media: ‘Ik ben zeker niet tegen geloof op zich of hun volgelingen. Maar ik zou het toch frappant vinden dat de overheid plooit voor de oproep van de geloofsgemeenschappen. De kans dat zij uitzonderingen zullen krijgen, lijkt me wel groot. Maar kan iemand me uitleggen waaróm religie een versoepeling zou krijgen? Ik vind dit weinig geloofwaardig tegenover de sectoren die al een hele poos gesloten moeten zijn, zoals horecazaken, kapsalons en andere contactberoepen. Als je met tien in een kerk kan zitten, kan je ook in je eentje in een kappersstoel plaatsnemen of op een terras zitten. En volgens mij kan je religie ook perfect thuis uitoefenen, toch?

Net als de KVS in Nederland heeft het Crayonisme geen kans om op korte termijn erkend te worden. Het ter discussie stellen van ongewenste en onrechtmatige voorrechten van gevestigde godsdiensten is een kwestie van lange adem. De enige optie is om door te gaan met erop te wijzen dat er een dubbele standaard bestaat die godsdienst begunstigt. Zodat uiteindelijk het conservatisme dat hier achter ligt en de gevestigde godsdiensten beschermt een kleiner gezag krijgt dan het nu nog heeft en het beleid eindelijk bij de tijd kan worden gebracht.

Foto’s: Schermafbeeldingen van artikelCafébaas richt eigen geloof op: “Met 10 in een kerk zitten? Dan ook met 10 op een terras”’ van Timmy Van Assche in HLN, 9 december 2020.

Optie om Hongarije en wellicht Polen uit de EU te gooien moet serieus overwogen worden

In Polen en Hongarije gaat het niet goed met de rechtsstaat. De scheiding der machten is daar een aspect van. Dat wordt geïllustreerd door de positie van Poolse rechters. Ze worden stukje bij beetje ondergeschikt gemaakt aan de uitvoerende macht. Daarmee wordt de rechtsstaat zo vermagerd, dat er nog weinig van overblijft. Maar de marges zijn breed. Het is niet nauw omschreven wat de rechtsstaat is, zodat de overtreders ervan niet aangepakt kunnen worden en hun opvatting er tegenover kunnen blijven zetten. Toch gaat het verder dan dat en zijn er nu al praktisch problemen. Kunnen bijvoorbeeld nog verdachten uitgeleverd worden aan een rechtssysteem dat niet onafhankelijk is, maar door rechts-radicale partijpolitiek wordt aangestuurd?

Binnen de EU wordt zorgelijk gekeken naar de ontwikkelingen in deze twee Oost-Europese landen. In Hongarije gaan die onder premier Orbán verder dan in Polen. In dat laatste land is ongeveer de helft van de bevolking tegen de conservatieve regering die door Jarosław Kaczyński wordt aangestuurd. Orbán heeft zijn greep op de maatschappij verder doorgevoerd. Nota bene met behulp van EU-fondsen heeft hij zijn macht uit kunnen bouwen.

Er kan op korte termijn een moment komen dat serieus moet worden besproken om Hongarije en Polen uit de EU te gooien omdat ze de waarden en de werking ervan met hun obstructie bedreigen. De EU is beter af zonder dan met deze radicale onruststokers die de waardengemeenschap die de EU is bewust ondermijnen. In elk geval Hongarije zou veel steviger dan nu de macht aangezegd moeten worden. Als de ontknoping met het Verenigd Koninkrijk mogelijk is, dan moet die met Hongarije ook haalbaar zijn. Als Hongarije alleen staat, dan kan Polen wellicht nog gered worden.

Als de EU een flexibel en krachtig machtscentrum wil worden tussen de VS en China, dan moet het om te beginnen de eigen krachten die het verzwakken neutraliseren. Als Hongarije niet wil luisteren, dan kan het vertrekken. Die optie dient in het machtsspel met Hongarije bovenaan te worden gezet. Het leiderschap van de EU moet beseffen dat het uiteenvallen van de EU geen dreiging, maar een kans is. De EU moet zich niet laten leiden door angst. Het is een positief vooruitzicht om definitief afscheid te nemen van landen als het Verenigd Koninkrijk, Hongarije en wellicht Polen die mentaal de waarden van de EU niet verinnerlijkt hebben, de cohesie verzwakken en de EU bewust door obstructie proberen te ondermijnen.