Geen gelijke monniken, gelijke mondkapjes. Godsdiensten worden door de rijksoverheid uitgezonderd van de mondkapjesplicht

In publieke binnenruimten geldt vanaf 1 december 2020 de mondkapjesplicht. Bij een vaste zitplaats in binnenruimten is dat niet nodig. De rijksoverheid zegt in een persbericht van 19 november 2020: ‘In gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van godsdienst, zoals kerken, moskeeën, tempels en synagogen, is een mondkapje niet verplicht.’

Dus geen gelijke monniken, gelijke mondkappen. De uitzondering voor religieuze organisaties is niet logisch en te grof. Men kan beredeneren dat gelovigen zich in een religieus gebouw op een vaste zitplaats bevinden, maar de Grieks-orthodoxe godsdienst toont het tegendeel aan. Daar staat men tijdens de dienst. Tijdens diensten van vele geloven wordt continu bewogen. Er wordt geschuifeld, geknield, opgestaan en gezongen. Daarnaast moeten gelovigen zich naar en van hun plek begeven binnen het gebouw. Vaak manoeuvrerend tussen nauwe kerkbanken.

De uitzondering toont niet alleen aan dat godsdiensten in Nederland voorrechten genieten, maar ook dat de overheid dit actief ondersteunt. De rijksoverheid heeft het bij de afkondiging van de maatregel over gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van een godsdienst en laat hiermee de gebouwen voor het praktiseren van een levensovertuiging buiten beschouwing.

Dit is een niet te billijken ongelijkheid in het voordeel van godsdiensten. De gelovigen worden bevoordeeld boven de sympathisanten van levensbeschouwelijke organisaties die in de formulering van de vrijheid van godsdienst gelijke rechten hebben als godsdiensten. Maar in de praktijk blijkbaar niet. Het beroep op de wettelijke positie van godsdiensten worden doorkruist door de bevooroordeling van godsdiensten die niet voor levensovertuigingen geldt. Dit maakt het wettelijk beroep van godsdiensten op de vrijheid van godsdienst tot een aanfluiting.

Waarom doet de rijksoverheid zich dit aan door godsdiensten zo manifest vrij te stellen van de mondkapjesplicht? Begrijpt de overheid niet dat dit vanwege de rechtsongelijkheid een reactie bij de Nederlandse bevolking oproept als een religieuze minderheid wordt voorgetrokken? Is dit een provocatie van het kabinet die dient om de voorrechten voor godsdiensten uit te vergroten en te ridiculiseren met de opzet om ze af te schaffen? Dat kan voor iemand met een rechtsstatelijk hart de enige aannemelijke verklaring zijn. Maar het valt te vrezen dat dit niet zo is.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMondkapje verplicht vanaf 1 december; Nieuwsbericht | 19-11-2020 | 14:50’ van de Rijksoverheid.

Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Petitie ‘Muslim Lives Matter’ vraagt om tweede, gecorrigeerde versie

De petitieMuslim Lives Matter’ is uiteraard een bewerking van ‘Black Lives Matter’ die wereldwijd steun heeft opgeleverd voor de zwarte bevolking. Of deze petitie hetzelfde doet voor de moslims bevolking valt te betwijfelen. Dat komt omdat er vreemde beweringen in de petitie staan en omdat het voorbijgaat aan de politieke werkelijkheid.

Het is prima als leden van een bevolkingsgroep een petitie plaatsen waarin ze hun recht opeisen. Maar als dat op de verkeerde manier gebeurt, dan werkt het averechts.

Het sentiment dat de islam wordt gekoppeld aan terrorisme volgt direct uit allerlei aanslagen door moslims in Europese landen die zeggen te handelen uit naam van de islam. Daarin zijn de volgelingen van deze godsdienst uniek. Er is geen enkele godsdienst of levensovertuiging die de achterban vraagt om op deze grote schaal aanslagen te plegen tegen andersdenkenden of tegen andere moslims. Het zijn islamitische predikers die deze aanslagen legitimeren  Die koppeling is geen racisme, maar de realiteit van 2020 die door radicale moslims wordt opgeroepen.

Petitionaris Dina Achahabar vergeet dat moslims in Nederland onder het secularisme meer vrijheid hebben dan  moslims in vele landen, waaronder die in de zogenaamde islamlanden. Daar bestaat felle concurrentie tussen stromingen binnen de islam met als gevolg dat een groot deel van de moslims actief wordt tegengewerkt of zelfs vervolgd. Dat georganiseerde onrecht bestaat in Nederland niet waar moslims voor de wet gelijkwaardig zijn aan aanhangers van andere godsdiensten en levensovertuigingen.

Daarom is het een pertinente onjuistheid om de positie van de moslims in Nederland te vergelijken met die van de Joden van de Holocaust. Het valt niet in te zien hoe de positie van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, toen er sprake was van bewuste uitroeiing door de nazi’s,  vergelijkbaar is met de positie van de Nederlandse moslims in 2020. Deze vergelijking draagt de kern in zich van de ontkenning van de Holocaust.

De petitionaris heeft gelijk dat de Oeigoeren door de Chinese overheid worden vervolgd. Dat is niet hetzelfde als de Holocaust, maar begint de kenmerken ervan te vertonen. Maar de tragiek van de vervolging van de Oeigoeren is dat alle islamitische landen, inclusief Turkije niet protesteren bij de Chinese leiders tegen die vervolging. Het zijn juist de westerse landen die dat wel, hoewel mondjesmaat, doen terwijl de islamitische landen de ‘ongelijke’ behandeling van de Oeigoeren als een voldongen feit accepteren. Dit geeft de morele zwakte van de internationale moslimgemeenschap aan. Verspelen de moslims hiermee niet hun eigen recht van spreken?

Wie gisteren de discussie over minister Slob en zijn opmerkingen over de homoseksuele identiteit op christelijke scholen heeft gevolgd, zal gezien hebben dat hij hierop van veel kanten kritiek heeft gekregen. Iedereen veel over hem heen en hij moest zijn woorden inslikken. Zo werkt het publieke debat. De christelijke zuil in het bijzonder onderwijs werd stevig de maat genomen en de argumenten van christenen werden onderuit gehaald. Het is dus onjuist dat alleen moslims in een zwart daglicht worden geplaatst. De vergelijking moet eerder zijn dat het de radicale elementen binnen alle godsdiensten zijn die continu kritiek krijgen.

Het is positief dat de petitionaris verwijst naar de bescherming van de rechtsstaat omdat dit betekent dat hiermee de rechtsstaat wordt omarmd. Dat is emancipatie en integratie. Maar het is ongelukkig als moslims die de Nederlandse rechtsstaat verwerpen, zoals salafisten niet genoemd worden. Want zij zijn het die de goedwillende moslims van deze petitie onder druk zetten. Daarom is het interessanter wat deze petitie niet zegt of niet kan zeggen, dan wat het wel zegt. Want wat de petitie zegt is, in alle eerlijkheid voorspelbaar en fantasieloos en volgt de retoriek van het platgetreden pad.

Een en ander vraagt om een tweede versie van deze petitie waarin onjuistheden, slordigheden en het verkeerde gebruik van het begrip ‘racisme’ worden gecorrigeerd en de olifant in de kamer wordt benoemd: de strijd binnen de Nederlandse en internationale islamgemeenschap tussen moslims onderling. Maar daar is moed voor nodig omdat fysieke bedreigingen in die strijd niet geschuwd worden. Deze petitie verdient het om herschreven te worden.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieMuslim Lives Matter: ook in beschrijvingen’ van Dina Achahabar  op petities.nl. November 2020.

Petitie ‘Strafbaar stellen beledigen van de profeet’ is ongewenst. Voorrechten voor godsdiensten moeten afgeschaft worden

Moslims voelen zich bijzonder vanwege hun profeet. Bovenstaande petitie die oproept de belediging van de profeet strafbaar te stellen is al meer dan 115.000 keer ondertekend. Moslims vragen om voorrechten voor zichzelf. Cartoonist Cortés vindt deze inperking van de meningsuiting vanwege gevoeligheden van gelovigen een slecht idee en zegt volgens een bericht van RTL Nieuws: ‘Je kweekt dan ook een samenleving die wordt aangemoedigd om – figuurlijk – alles met rubberen tegels te bedekken, in plaats van eelt op de ziel te kweken. Ik vind het zorgelijk dat mensen met een imaginair vriendje in de wolken voorrang hebben op gekwetst zijn.’

Deze petitie van Nederlandse moslims kan niet worden los gezien van de uit de VS overgewaaide cancel culture die verboden stelt aan als onaangenaam en onrechtvaardig ervaren uitingen en gedragingen van anderen. In die zin is de petitie een modeverschijnsel. Het is een reflectie van de emancipatie van Nederlandse moslims. Dat gaat niet altijd in een rechte lijn naar burgerschap, relativerings- en incasseringsvermogen. De afwijzende reactie van critici erop dat de petitie die pleit voor het inperken van de vrijheid een zorgelijke ontwikkeling is moet in perspectief worden geplaatst. Het is eerder een poging om actief mee te doen aan de moderne samenleving. Dat moet toegejuicht worden. Dat dit met vallen en opstaan gaat en wellicht het overspelen van de eigen hand is ondergeschikt. Hiermee gaan moslims in gesprek met andersdenkenden.

Een misverstand in de petitie is het beroep op het fatsoen. De petitionaris wil vanwege de dogmatiek van een specifieke godsdienst, te weten de islam grenzen stellen aan de vrijheid van meningsuiting onder verwijzing naar het begrip fatsoen. Deze verwijzing is om verschillende redenen ongelukkig, maar ook verhelderend omdat de petitionaris ermee uit de kast komt als een moralist. Naast het feit dat de petitie oproept om de de meningsuiting in te perken en vrijheid te vervangen door burgerlijkheid is fatsoen ook een subjectief begrip waarvan de interpretatie niet bij voorbaat vaststaat. Goede smaak, fatsoen of goede zeden is niet meer dan een normatieve opvatting van een specifieke groep waar de petitionaris zich een vertegenwoordiger van maakt. Dat kan niet zomaar aan anderen opgelegd worden omdat die andere normen over fatsoen hebben.

De religieuze dogmatiek van een godsdienst over een opperwezen of stichter is voorbehouden aan de gelovigen die zich aan betreffende godsdienst verbonden hebben. De werking van de dogmatiek kan niet uitgebreid worden tot buiten de godsdienst omdat dit een interne geloofskwestie betreft. Een geloof kan niet alleen om juridische redenen niet aan andersdenkenden opgelegd worden, maar psychologisch werkt het niet. Het is onmogelijk om iemand die de dogmatiek van een godsdienst niet gelooft die ondanks dat ongeloof op te leggen. Om deze reden is het strafbaar stellen van het beledigen van de profeet onhaalbaar. Waarschijnlijk weet de petitionaris dit en heeft hij een andere reden om deze petitie op te stellen en openbaar te maken.

De verworvenheid van de Nederlandse pluriforme samenleving is immers dat iedereen een andere kijk op de wereld kan hebben en zijn of haar zegje mag doen over van alles en nog wat. Moslims mogen anderen beledigen en anderen mogen moslims beledigen. Zolang dat geen oproep tot geweld inhoudt is beledigen toegestaan. In dit geval gaat het dan ook nog niet eens om de belediging van een persoon, maar om het bespotten van een godsdienst. De Nederlandse samenleving heeft als politieke filosofie het secularisme. Dat betekent dat alle godsdiensten en levensovertuigingen gelijk zijn en dat leden ervan door de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd om een godsdienst of levensovertuiging te kiezen of niet te kiezen. In theorie heeft een specifieke godsdienst niet meer rechten dan andere godsdiensten en levensovertuigingen.

Voorrechten voor godsdiensten moeten niet ingevoerd, maar afgeschaft worden. Want dat is in strijd met het uitgangspunt van het secularisme over fundamentele gelijkheid van alle godsdiensten en levensovertuigingen.

Foto: Schermafbeelding van petitieStrafbaar stellen beledigen van de profeet’ van Ismail About Soumayyah op petities.com, 1 november 2020.

Neerbuigend en polemisch commentaar van Michael Pakaluk over het secularisme vanuit een conservatief-katholiek perspectief

Door sommigen wordt beweerd dat sommige godsdiensten verder zijn in hun emancipatie dan andere. Met die eersten worden dan doorgaans het christendom en met die laatsten de islam bedoeld. Maar dit is relatief, uiteindelijk blijft godsdienst een pot nat. Het kan zijn dat de leiders van christelijke kerken en organisaties verder zijn in hun emancipatie en bijvoorbeeld geweld tegen opponenten hebben afgezworen. Ze kennen beter de gewoonten en hebben passende sociale vaardigheden om zich te gedragen en als het hun doel dient onzichtbaar te zijn in een westerse omgeving. De islam zit nog middenin de worsteling om zich te verhouden tot de wereld. Dat houdt niet in dat deze christelijke organisaties redelijk zijn omdat de ander aantoonbaar onredelijk is. Dat dit niet zo is valt des te meer op als politiek conservatisme en geloof hecht samengaan.

Het commentaar ‘SECULARISM NO BASIS FOR HUMAN FRATERNITY van 9 oktober 2020 van Michael Pakaluk in The Boston Pilot dat een platform is van het Aartsbisdom Boston bevat onderstaande passage waar ik in een Engelstalige versie op reageerde op Facebook bij dit commentaar. Bij de reacties de Engelstalige versie:

Auteur Michael Pakaluk schrijft: ‘Indeed, secularism is clearly inadequate for friendship within the human family. Our secular universities, in their particular positive sciences, do not even recognize such a thing as human nature.’ [Pakaluk is hoogleraar filosofie/social research aan de Catholic University of America].

Deze uitspraak kan niet anders dan tot drie conclusies leiden:

1) Pakaluk heeft of een verkeerd idee van wat secularisme is of hij weet wel degelijk wat het is, maar geeft er bewust een verkeerd idee van. Secularisme is een politieke filosofie die onder de nationale rechtsstaat alle godsdiensten en levensovertuigingen in gelijke mate beschermt en garandeert. Secularisme is onpartijdig en kiest geen partij voor het een of tegen het ander. Secularisme is niet anti- of pro-religieus of anti- of pro-atheistisch.

In de praktijk kan dat betekenen dat in een land waar het katholicisme of de soennitische dan wel sjiietische stroming van de islam een minderheidsbeweging is de nationale Staat via de filosofie van het secularisme de gelovigen van deze minderheidsbewegingen wettelijk beschermt.

2) Pakaluk doet een niet-verbindende uitspraak door te beweren dat het secularisme ‘is clearly inadequate for friendship within the human family‘. Los van zijn verkeerde of bewust misleidende uitgangspunt over wat het secularisme is, schiet hij door in onvriendelijkheid. Als deze houding de kern van zijn geloof vormt, dan roept dat vooral vragen op over zijn missie in de wereld. Hij beschadigt hiermee zijn katholieke geloof als inhumaan en hartvochtig.

Het lijkt er sterk op dat Pakaluk eerder wil misleiden en veroordelen, dan verbinden en verzoenen. Hij zet zichzelf op menselijk vlak te kijk als onbarmhartig en harteloos, en op verstandelijk vlak als een desinformant en opruier die zijn achterban bewust verkeerd informeert.

3) Zelfs als we het foute frame van Pakaluk volgen dat impliceert dat secularisme anti-religieus en anti-moralistisch is, dan nog klopt zijn argumentatie niet dat ‘secular universities‘ de menselijke natuur niet herkennen. Dat is niet alleen onjuist, maar ook nodeloos neerbuiend van Pakaluk. Wetenschap of de academische wereld mogen dan wellicht een andere kijk dan de katholieke dogmatiek hebben op zoiets als de human nature, maar dat houdt nog steeds niet in dat die human nature niet wordt herkend.

Michael Pakaluk moet zich schamen voor zijn simplistische en opruiende commentaar vol onwaarheden. Evenals het aartsbisdom van Boston en The Boston Pilot in het bijzonder zich moeten schamen om zo’n inhumane, onaardige en splijtende commentator als Pakaluk een platform te bieden. Met dit soort vrienden heeft de katholieke kerk geen vijanden nodig. Ze zitten in de eigen gelederen.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen van het commentaar ‘SECULARISM NO BASIS FOR HUMAN FRATERNITY van van Michael Pakaluk in The Boston Pilot, 9 oktober 2020.

Macron belooft extremistische islam te bestrijden met hard optreden tegen buitenlandse invloeden. Einde aan de naïviteit?

Het is het probleem van een godsdienst die vele verschijningsvormen kent. Van verzoenend tot radicaal en ondermijnend. Hoe daarin te onderscheiden? Valt het karakter, het wezen van zo’n godsdienst daar nog uit af te leiden? In landen met een functionerende rechtsstaat beroepen godsdiensten als de islam zich op de vrijheid van godsdienst en subsidies waar ze recht op hebben, maar tegelijk kunnen de ondermijnende verschijningsvormen ervan tegen de democratische rechtsstaat in blijven handelen. Dat is geen houdbare situatie. Een democratie moet weerbaar zijn en de krachten die de democratie ondermijnen de pas afsnijden.

De vrijheid van godsdienst kan daar geen excuus voor zijn. Complicatie is dat gevestigde godsdiensten als het christendom dat islamitische extremisme niet ondubbelzinnig veroordelen omdat ze bevreesd zijn dat ze in een seculariserende samenleving de volgende domineesteen zijn die omvalt. Dat is uiteraard een misvatting omdat het bestaan van religies en levensovertuigingen die binnen de wet blijven gegarandeerd is en op geen enkele manier gevaar loopt. Het zijn de Jihadisten van ISIS, de extremistische Saoedisch ideologen van het Wahabisme en het Salafisme die verdreven moeten worden. Men zou bijna zuchtend zeggen, ‘eindelijk’.

Ze hebben niks te zoeken in een westerse rechtsstaat omdat ze de werking ervan niet erkennen. President Macron meent dat de islam in crisis is. Dat lijkt een terecht verwijt. Maar men kan evengoed beweren dat de westerse democratieën die vanwege koudwatervrees én de macht van landen als Saoedi-Arabië in decennia geen antwoord hebben weten te formuleren op het islamitische extremisme in crisis zijn. Het is de hoogste tijd dat Europa durf en ambitie toont om voor zichzelf op te komen en de extremisten de deur te wijzen.

Helpt de ferme vergelijking van Trump met Hitler die als waarschuwing en middel tot mobilisatie is bedoeld?

Het is nog 39 dagen tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen op 3 november 2020. De VS en de westerse wereld houden hun adem in omdat er veel op het spel staat. De Amerikaanse democratie inclusief de democratische instituties hebben Trump sinds 2017 nauwelijks overleefd en zal naar verwachting bij een tweede termijn van Trump definitief het loodje leggen. Dan komt ook Europa in de problemen omdat Donald Trump algemeen beschouwd wordt als een marionet van de Russische president Vladimir Putin.

In peilingen heeft de Democratische kandidaat Joe Biden al maanden een voorsprong van 5 tot 10 procent op Trump, ook in swingstates. Maar zoals de Stalinistische waarheid zegt, het gaat er niet om hoe mensen stemmen, maar wie de stemmen telt. Zo tekent zich een asynchrone campagne af waarin de Democraten proberen mensen naar de stembus te krijgen en de Republikeinen zoveel mogelijk mensen daartoe proberen te ontmoedigen en juridisch en bestuurlijk alles in gereedheid brengen om de verkiezingen te stelen.

De verkiezingen zijn hoe dan ook al niet eerlijk door vier vertekeningen in het voordeel van de Republikeinen: 1) overwaardering van het platteland in het electorale systeem waardoor ze in het congres grofweg een voordeel van 3% hebben (zo heeft Washington DC geen vertegenwoordigers in de Senaat terwijl het meer inwoners heeft dan een Republikeinse staat als Wyoming); 2) een actief programma van kiezersonderdrukking door de Republikeinse partij (restricties toegang tot stembus; schuiven met de grenzen van kiesdistricten, zogenaamd Gerrymandering); 3) een electoraal systeem waarbij niet de meeste stemmen gelden, maar via een getrapt systeem per staat de uitslag wordt bepaald, het zogenaamde Electoral College. Democraten hebben bij de laatste zeven verkiezingen zesmaal de meeste stemmen gehaald, maar slechts viermaal de president geleverd; 4) Een Republikeinse oververtegenwoordiging in het Hooggerechtshof is niet in lijn met de demografische ontwikkelingen van de VS en biedt de Republikeinen de kans om legitimatie te geven aan wetgeving én onwettig handelen van een zittende Republikeinse president. De laatste twee jaar is dit effect van vertekening nog verder versterkt door de sjoemelende minister van Justitie Bill Barr die optreedt als persoonlijke advocaat van Trump. Als de ‘Roy Cohn’ die voor senator Joe McCarthy vieze zaakjes opknapte.

Commentator voor MSNBC en marketingdeskundige Donny Deutsch neemt in het ochtendprogramma Morning Joe geen blad voor de mond en vergelijkt Trump met Hitler. Eerder wezen historici als John McNeill en Timothy Snyder al op het autoritaire of fascistische gehalte van Trump. Het kan het publiek niet meer ontgaan. In 4 jaar tijd is Trump geëvolueerd van een aarzelende semi-fascist naar een volbloed fascist. Dit maakt somber over de toekomst van de VS en de ruimte die onder Trump landen als de Russische Federatie gekregen hebben om de Amerikaanse democratie te ondermijnen. Of het veel helpt om Trump te vergelijken en gelijk te stellen aan Hitler valt te bezien. Trump heeft een trouwe achterban van zo’n 43% van het electoraat en als hij zo’n 6% door sjoemelen en gestaakte tellingen kan stelen dan wint hij de verkiezingen. En verliezen wij.

Met marketing, scoringsdrift en betaalde bekeringen ondermijnen gevestigde godsdiensten hun kenmerken. Hoe oordeelt de rechter?

Het artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD van 3 september 2020 bevat de volgende passage over de bekering onder betaling van christenen tot moslim in Pakistan : ‘In het korte beeldfragment roept de rijke textielhandelaar Mian Kashif Zameer christenen op zich tot de islam te bekeren, want dat is „de beste religie.” Hij stelt de mogelijke bekeerling daarbij een mooie beloning in het vooruitzicht: 200.000 roepies (zo’n duizend euro). Als een compleet gezin zich bekeert, ontvangt die familie zelfs een miljoen roepies.’ Het christelijke perspectief van het RD motiveert om verder te denken en de kwestie van de betaalde geloofsbekeringen te beschouwen vanuit het belang van de gehele religiesector.

Bekering van de ene naar de andere godsdienst is een verdienmodel voor sappelaars die een centje bij willen verdienen. Zoiets als het laten aftappen van bloed bij de bloedbank. Bekering is de niet-fysieke variant ervan. Het is de vraag hoe vaak een gelovige van ‘overtuiging’ kan wisselen om de propaganda voor een specifieke godsdienst waarvoor het gebruikt wordt geloofwaardig en aannemelijk te laten blijven. Jaarlijks, maandelijks?

De wetmatigheid is dat de bekering alleen bestaat in de publiciteit. Met een bekering die in het geheim gebeurt kan een religieuze organisatie geen goede sier maken. Op sociale media is de bekering een belangrijk subgenre waarmee religieuze organisaties de slag met hun concurrenten proberen te winnen.

Voor de BV Godsdienst als sector maken de bekeringen weinig uit omdat ze per saldo de sector als geheel niet groter maken. De bekeringen gaan alle kanten uit en het verlies van de ene godsdienst wordt gecompenseerd door de winst van de andere godsdienst. De religiesector wordt er niet omvangrijker door. De publiciteitsslag tussen godsdiensten toont aan dat de religiesector een vechtmarkt is en de concurrentie moordend.

Dit soort bekeringen zijn een goede ontwikkeling voor degenen die verandering willen. Zoals ook de opkomst van nieuwe godsdiensten een goede zaak is. Ze staan doorgaans dicht bij de grond, bieden hedendaagse mystiek en rituelen, en hebben een postmodernistische grondhouding waarin twijfel en relativering zijn ingebouwd. Oudere, gevestigde godsdiensten zijn in andere tijden ontstaan en zijn daar in de kern nog steeds een reflectie op, hoewel ze uiteraard met de tijd zijn meebewogen. Hun houdbaarheid staat ter discussie.

Hoe meer godsdiensten er zijn, hoe meer het idee verwatert dat religie een bijzondere positie verdient boven andere menselijke (‘horizontale’) constructies. Het exclusieve beroep van leiders van godsdiensten op de eigen onaantastbaarheid en de claim om boven de wet te staan wordt naar evenredigheid minder geloofwaardig als het aantal godsdiensten toeneemt en ‘gewoon’ wordt.

De logica is dat de gevestigde godsdiensten om twee redenen hun markt afschermen. Ze zijn concurrenten én collega’s binnen hetzelfde religiekartel en hebben er gezamenlijk belang bij dat er geen nieuwe toetreders komen. Het onderling met elkaar uitvechten via onder meer de publiciteitsslag met bekeringen is belastend, maar ook een semi-serieus toneelstukje dat ze met elkaar opvoeren om in de aandacht te blijven. Waarbij spanning vanwege tegengestelde belangen kan optreden tussen de marge en het centrale gezag van een godsdienst. Ook willen de gevestigde godsdiensten het idee dat religie iets exclusiefs is in stand houden.

Als ‘gelovigen’ dagelijks of wekelijks van overtuiging zouden wisselen, dan wordt dat idee van overtuiging ondermijnd. Want wat is een geloofsbeginsel nog waard als het makkelijk ingewisseld wordt voor een geloofsbeginsel van een concurrerende godsdienst? Alleen vanwege de marketing. Dat roept weer de vraag op wat een godsdienst nog waard is die hier toe aanzet. Daarom zijn voor critici die problemen hebben met de voorrechten die godsdiensten genieten dit soort bekeringen een goede ontwikkeling omdat ze de begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie van een specifieke godsdienst ondermijnen.

Uiteraard biedt de Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst zoals dat is omschreven in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ieder de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te wisselen. Alleen lijkt daar een onomschreven ondergrens aan die in strijd komt met de kenmerken van een godsdienst zoals die juridisch worden gesteld als dit wordt tot een carrousel en tombola van wisselende overtuigingen die betaald wordt door de meest biedende religieuze organisatie. Dan schieten de gevestigde godsdiensten door scoringsdrift en ondoordachtheid over de godsdienstsector als geheel in eigen voet.

Er kan in de toekomst een punt komen dat de rechter een godsdienst niet meer als godsdienst beschouwt vanwege ontbrekende kenmerken van begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Dat heeft fiscale gevolgen voor de financiële positie van een religieuze organisatie. Hoewel het de vraag is of een rechter wel voldoende geëquipeerd is om daar over te kunnen oordelen (Elizabeth Prochaska, 2013).

Op dit moment worden door de rechter uitsluitend nieuwe godsdiensten van de religiesector uitgesloten. Nu is de positie van de gevestigde godsdiensten juridisch nog onaantastbaar. Ze worden actief beschermd door de politiek. Maar leiders van gevestigde godsdiensten doen er verstandig aan om te beseffen dat in elk geval in Europa de maatschappij verandert en dat ze op moeten passen door hun onderlinge publiciteitsslag met bekeringen niet ook voor de rechter ongeloofwaardig te worden. Want zonder dat ze het doorhebben ondermijnen ze hiermee de kern van hun godsdienst of gaan die ondermijning in de marge van hun godsdienst onvoldoende tegen. Zelfs als dat op een ander continent gebeurt, dan kan dat gevolgen hebben.

De bekeringen die door godsdiensten of verwante religieuze organisaties in de publiciteit breed uit worden gemeten en daar dienen om een concurrerende godsdienst een hak te zetten, zijn een goede ontwikkeling voor degenen die het niet veel op hebben met de (positie van) gevestigde godsdiensten. Voor de godsdiensten zelf die met de betaalde bekeringen makkelijk denken te scoren is het een waarschuwing om de kern van hun godsdienst niet te verkwanselen omwille van de marketing en de wedijver met andere godsdiensten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD, 3 september 2020.

Britse burgerbeweging ‘All the Citizens’ vraagt regering-Johnson om vrije verkiezingen. Het verzet zich tegen Russische inmenging

Behalve een aardige dwarsdoorsnede van de filmgeschiedenis die de vraag oproept de herkomst van de fragmenten te benoemen is deze video een serieuze aanklacht tegen de Britse regering van premier Boris Johnson. Het gaat over de aanbevelingen uit het recent geopenbaarde rapport over de Russische inmenging in de Britse politiek die de regering Johnson niet wil opvolgen. Lagerhuisleden van verschillende partijen dringen aan op een onafhankelijk onderzoek, aldus een bericht van The Guardian. Premier Johnson handelt identiek aan de Amerikaanse president Donald Trump die evenmin de noodzaak erkent om iets te doen aan de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen van 2020, en die van 2016 nog steeds ontkent.

Deze video die in professionalisme en doelmatigheid doet denken aan de anti-Trump video’s van The Lincoln Project van oud-Republikeinen, hoewel het wat intellectualistisch toont, is een initiatief van All the Citizens. Deze burgerbeweging meent dat de democratie in gevaar is. Het presenteert zich als ‘een collectief van journalisten, technologen, academici, filmmakers, advocaten, reclamemakers en individuen uit alle lagen van de bevolking. We kwamen samen om nieuwe manieren te vinden om licht te werpen op data, desinformatie en de bedreigingen voor de democratie door middel van samenwerking met burgers en onderzoeksjournalistiek’.

Dit is tegengesteld aan de huidige golf van links- en recht-populisten die zich verzetten tegen de democratie en de rechtsstaat zonder een direct alternatief of oplossing aan te bieden en uit te gaan van de feiten.

De beweging All the Citizens is concreet: het wil democratie, nationale veiligheid en rechtsstaat versterken. Het werkt naar eigen zeggen samen met een juridisch team van Leigh Day advocaten. De juridische weg zet het als laatste uitweg om deze kwestie op de agenda te krijgen. Het werkt daartoe samen met parlementariërs van verschillende partijen. Volgens de beweging staat het recht op een vrije verkiezing op het spel vanwege de weigerachtige houding van de regering Johnson om de inmenging van buitenlandse staten in het democratisch proces van het VK te onderzoeken en een wettelijk kader te hebben dat de voorwaarden biedt om de vrije meningsuiting van de mensen bij de keuze van de wetgevende macht te waarborgen. De overeenkomst met de VS is verbluffend, hoewel daar de erkenning van Russische inmenging in verkiezingen en de actie daarop zelfs groter lijkt dan in het VK, waar de conservatieve partij elke inmenging ontkennen.

Men mag hopen dat Nederlandse academici, journalisten, filmmakers, advocaten en allerlei betrokken burgers die zich zorgen maken over van de ene kant de weinig toeschietelijke houding van de regering Rutte (hoewel die minder in zichzelf gekeerd is dan de regeringen Trump en Johnson) en van de andere kant de huidige populistische golf van malcontenten, ophitsers en narcisten op sociale media ook zo’n breed project opzetten. Dat dient om de democratie die in gevaar is te redden uit handen van de populisten en politici die zich door de populisten naar de marges van de politiek laten dringen. In het VK is er een directe noodzaak, namelijk de Russische inmenging in de Britse politiek, maar ook Nederland is niet immuun voor wat het VK en de VS treft.

Evangelische christen J. Warner Wallace schiet in eigen voet bij zijn oordeel over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als fictie

J. Warner Wallace richt een stroman op om die vervolgens in de fik te steken. Maar hij verwerpt slechts zijn eigen opinie, niet die van degenen die hij claimt te verklaren. Dat is misleiding van hem. Hij scherpt de verschillen tussen godsdiensten aan. Laat ik voor mezelf spreken. Als ingeschrevene (sinds oktober 2015) als Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) drijf ik online of offline geen spot met gelovigen of met godsdienst. Integendeel, waarom zou ik, want ik ben als lid van deze Kerk zelf een gelovige. Wallace kan dan wel beweren dat de KVS door Bobby Henderson is begonnen als een parodie om zich af te zetten tegen de gevestigde godsdiensten, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat het om die reden geen legitieme godsdienst kan zijn. Daarbij is Wallace geen objectieve waarnemers, maar een directe concurrent van de KVS op de religiemarkt. Hij staat op de loonlijst van de evangelische Biola University.

In 2018 schreef ik in een commentaar dat door rechters de lat voor toetreders tot de religieuze markt hoger gelegd wordt dan voor gevestigde godsdiensten: ‘Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.’ Kortom, Wallace meet aantoonbaar met twee maten.

Wallace kan zijn minachting voor de KVS moeilijk verbergen. Maar hij gaat pas genadeloos de fout in als hij een onderscheid aanbrengt russen religieuze en fictieve claims. Hij laat zichzelf hiermee niet alleen kennen als kleingeestig, maar ook als een opinieleider die zijn christelijke overtuiging voor de empirische wetenschap zet. Het onderscheid dat hij maakt is normatief. Wallace stelt een norm voor de godsdienst die hij verdedigt om die norm op een godsdienst die hij aanvalt niet van toepassing te verklaren. Wallace bedient zich dus van een cirkelredenering. Maar er is geen objectieve waarheid waaraan hij zijn norm kan toetsen. In elke geval niet een norm die door de volledige theologische wetenschap gedeeld wordt. Denk aan progressieve theologen als Harry Kuitert die het (christelijke) geloof terugbrengen tot een menselijke constructie. Dus fictie.

Zowel het christendom als de KVS zijn godsdiensten die vanuit de fictie, de fantasie zijn vormgegeven. Er bestaat geen onderscheid tussen een religieuze en fictieve claim. Hoeveel woorden en pseudo-waarheden over de historische achtergrond van het christendom Wallace ook gebruikt om het tegendeel te beweren. Het christendom heeft uiteraard een langere geschiedenis dan de KVS. Inclusief meer getuigenissen en aansluiting bij de gevestigde macht. Maar daaruit valt niets af te leiden over de kenmerken van christendom en de KVS. Dat beeld bestaat alleen in het gedachtengoed van types als Wallace. Zijn behoudende mening is prima, maar hij gaat over een rode lijn als hij daarmee andere godsdiensten probeert te veroordelen en uit te sluiten van de lucratieve religieuze markt. Hij preekt voor eigen parochie. Meer moeten we er niet achter zoeken.