George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Rechtsstaat

Oproep van Rauch en Wittes tot boycot van de Republikeinse partij

leave a comment »

In het politiek gematigde maandelijkse tijdschrift The Atlantic publiceren Jonathan Rauch en Benjamin Wittes een artikel met de titel ‘Boycott the Republican Party’. Ze zijn geen lid van de Democratische of Republikeinse partij. Hun redenering is dat als in een tweepartijenstelsel één van de partijen het grondig laat afweten en de democratische rechtsstaat en de nationale veiligheid in gevaar brengt de kiezer weinig anders te doen staat dan de andere partij te steunen. Zelfs als dat in strijd is met de eigen politieke voorkeur: ‘We’re suggesting that in today’s situation, people should vote a straight Democratic ticket even if they are not partisan, and despite their policy views. They should vote against Republicans in a spirit that is, if you will, prepartisan and prepolitical. Their attitude should be: The rule of law is a threshold value in American politics, and a party that endangers this value disqualifies itself, period. In other words, under certain peculiar and deeply regrettable circumstances, sophisticated, independent-minded voters need to act as if they were dumb-ass partisans.

Dit is een aanvaardbaar standpunt, maar het valt niet in te zien hoe conservatieve Republikeinen die zich associeren met het belastingplan en de steun van (evangelische) kerken voor Trumps beleid op het gebied van sociaal-medische onderwerpen en immigratie zich door Rauch en Wittes laten overtuigen. Ofwel, hoe kunnen deze conservatieven ervan overtuigd worden dat Trumps beleid tegen hun belang ingaat? Dat beweegt zich op tamelijk abstracte beleidsterreinen als nationale veiligheid en rechtsstaat. Conservatieven zullen niet denken dat ze negatief getroffen zullen worden door Trumps beleid. En als ze uiteindelijk wel getroffen worden omdat de democratische instituties en het vangnet zijn afgebroken, dan is het te laat om er nog iets aan te doen.

De oproep lijkt beter besteed aan geregistreerde Democraten die dit eigenlijk niet nodig hebben. Maar is nog meer bedoeld voor onafhankelijke kiezers en gematigde Republikeinen die wel afstand wensen te nemen van Trumps beleid en de koers die de partijleiding van de Republikeinse partij onder Trump is ingeslagen. De oproep gaat echter verder en roept op om voorbij te gaan aan een afwachtende houding en actief -en mogelijk met tegenzin- op de Democratische partij te stemmen. Of het succesvol zal zijn is onzeker, maar een oproep tot een boycot van de Republikeinse partij door twee gematigde, partijloze opinieleiders kan het gedrag van een klein deel van het electoraat beïnvloeden. Tegelijkertijd versterkt het de bunkermentaliteit van Trump die zich op een krimpende basis van het electoraat beroept. Deze boycot probeert in elk geval de oppositie tegen Trumps beleid dat zo de rechtsstaat en de Amerikaanse instituties verzwakt te mobiliseren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBoycott the Republican Party’ van Jonathan Rauch en Benjamin Wittes in The Atlantic, maart 2018.

Advertenties

Secularisme is geen vijand, maar beschermende vriend van kerken

leave a comment »

Barneveld Vandaag plaatste gisteren het opinie-artikelDe ark op drift’. Het komt erop neer dat kerken niet dwars moeten liggen op ‘de wind van de secularisatie’, maar die recht in de ogen moeten kijken. Met een conclusie over de gewenste opstelling van kerken: ‘Ze sluiten zich niet af voor de wereld om het goed met elkaar te hebben. Deze gemeenten hebben een missionaire drive, die tot hun DNA behoort. Met een grote vrijmoedigheid zoeken ze het gesprek met hun geseculariseerde stadgenoten in een taal die zij verstaan.’ Dit betoog beredeneert met Bijbels jargon en vanuit het perspectief van de innerlijke werking van de kerk dat kerken te winnen hebben bij openheid en contact met de buitenwereld. Dat idee lijkt me terecht en werk ik uit in een reactie die nuanceert wat secularisme is en ik op de FB-pagina bij dit opinie-artikel plaatste.

Als het betoog valt samen te vatten dat secularisatie niet vijandig staat tegenover religieuze of levensbeschouwelijke organisaties, dan kan ik me er in vinden. Het heeft voor religieuze organisaties weinig zin om dwars tegenover de buitenwereld te staan. En daar ook nog eens misnoegd en bitter over te doen.

Vaak wordt vanuit een defensieve en onwetende, maar soms ook vanuit een bewust misleidende houding, in orthodox-christelijke organisaties gesteld dat de politieke filosofie van het secularisme antireligieus of atheïstisch zou zijn. Maar dat is een misverstand, dat jammergenoeg door sommige kerkleiders van orthodoxe snit om kerkpolitieke redenen de wereld in wordt geholpen. Zij proberen het afkalven van hun machtspositie te vertragen.

Het secularisme is een filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen zonder onderscheid gelijk behandelt. Of daar in elk geval naar streeft, omdat de praktijk achterloopt op de theorie. Traditionele godsdiensten hebben als relicten uit het verleden vaak nog voorrechten waar ze zich krampachtig aan vastklampen en geen afstand van willen doen.

Daarom suggereren sommige kerkleiders dat secularisme de vijand van godsdienst is. Wat dus absoluut niet zo is. Wat wel speelt is dat oude voorrechten de filosofie die streeft naar de gelijke behandeling van alle godsdiensten en levensovertuigingen -inclusief degenen die zich erdoor laten inspireren- in de weg zitten.

De ark kan niet dwars op de buitenwereld staan, maar maakt er onderdeel van uit. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden er verstandig aan doen om ondubbelzinnig het secularisme te omarmen en zich er sterk voor te maken. Dat moeten ze niet alleen doen vanuit hun principe of geloof, maar juist vanuit hun eigenbelang. Ze moeten naar de toekomst kijken.

In Nederland zijn de verschillende stromingen binnen het christendom stuk voor stuk minderheidsreligies. Zoals uit nationale statistieken valt af te leiden zegt een kleine meerderheid van de Nederlanders zich niet te laten inspireren door godsdienst. Ze zijn ongebonden. Maar die ongebondenen zijn ook weer verdeeld en niet over één kam te scheren. Zo resteert wat religie en levensbeschouwing betreft een mozaïek van minderheden, stromingen en nuanceringen. De grondwet is de verantwoording voor gelijkheid die door de nationale overheid in de praktijk dient te worden gegarandeerd.

Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals ontkerkelijking, educatie en emancipatie neemt elk jaar het aandeel af van degenen die zich laten inspireren door godsdienst. In 2015 noemde 16% zich protestant, met de Nederlands Hervormden als grootste subgroep met 6,5%. Dat percentage daalt gestaag. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden beter dan nu te dienen te beseffen -en naar dat besef handelen- dat ze als vertegenwoordigers van sterk onder druk staande minderheidsgroeperingen in het secularisme geen vijand, maar een beschermde vriend vinden die hun positie ook voor de toekomst garandeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘De ark op drift…’ (anoniem) op Barneveld Vandaag, 18 januari 2018.

Hogeschool Odisee Aalst: Mag godsdienstonderwijs aan kleuters volgens de kinderrechten?

leave a comment »

De Vlaamse Opleiding Kleuteronderwijs van de Hogeschool Odisee in Aalst biedt vanuit een christelijke traditie studenten in het lesprogram de optie tussen een katholieke of een niet-katholieke versie. In de uitleg wordt door de docenten druk geschoven met begrippen. Alsof de identiteit van de Hogeschool vloeibaar is en voortdurend verandert. ‘Geloof’ wordt gelijkgesteld aan het ‘katholieke geloof’ en de ‘christelijke traditie’ aan de ‘rooms-katholieke traditie’. De niet-katholieke studenten worden in de video onderscheiden als moslima’s (zijn er geen mannelijke studenten?), niet-gelovige, ongelovige en anders-gelovige, randkerkelijke en protestant-gelovige studenten. Dat is blijkbaar diversiteit vanuit katholiek perspectief. De docenten stralen begrip en verdraagzaamheid uit, maar de vraag die deze video oproept is waarom er godsdienstonderwijs aan kleuters (circa 4 tot 6 jaar) gegeven moet worden en in welke vorm dat gebeurt. Nog los van de vraag of dat dan katholiek, protestant-gelovig, randkerkelijk of anders-gelovig godsdienstonderwijs is.

Vraag is of het in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten. De toelichting zegt: ‘Meestal leren kinderen van hun ouders en op school over geloof en religie. Het wel of niet hebben van een bepaalde geloofs- of levensovertuiging kan een belangrijk onderdeel van de opvoeding zijn. Ouders mogen kinderen stimuleren om een bepaald geloof te volgen. In het Kinderrechtenverdrag staat echter dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Als ze willen, kunnen kinderen naar een kerk of moskee gaan terwijl hun ouders niet geloven. Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar.

De grens van wat aanvaardbaar is voor kinderen in een godsdienst ligt tussen stimuleren en dwingen. Een christelijke onderwijsorganisatie mag kinderen aansporen, maar niet in een dwingend programma binden. Het dienstbaar maken van kleuters van vier tot zes jaar gaat verder dan stimuleren en is feitelijk onderwerping. Hoe maatschappelijk aanvaardbaar en in lijn met de kinderrechten is het programma van het kleuteronderwijs dat Odisee aan studenten aanbiedt? Als het meer is dan een neutrale oriëntatie op levensovertuiging en godsdienst, dan valt het niet binnen de grenzen van de kinderrechten. Als de religieuze overtuiging er niet toe doet roept dat de vraag op waarom Odisee niet alle studenten dezelfde optie aanbiedt. Er wringt iets doordat dat niet gebeurt. Dat wordt in de toelichting door de docenten badinerend en verhullend gepresenteerd.

Rachel Maddow schetst beeld van succesvol Republikeins streven dat de Rusland-onderzoeken verzwakt en ontkracht

with 2 comments

Rachel Maddow schetst een onthullend beeld van Republikeinse pogingen in het congres om de Rusland-onderzoeken naar de samenwerking van Team Trump met het Kremlin -precies een jaar geleden ingesteld- te blokkeren. Die pogingen zijn succesvol en tasten ook de integriteit van de FBI en het ministerie van Justitie aan. De scheiding der machten wordt uitgehold. Formele regels worden verdrongen door informeel handelen dat niet in lijn is met de rechtsstaat. Maddow wijst op een bijeenkomst dit weekend in het buitenverblijf Camp David waar alle Republikeinse kopstukken aanwezig zijn, behalve minister van Justitie Jeff Sessions. Met vele anderen verwacht ze binnen enkele dagen zijn ontslag dat al maanden in de lucht hangt. Dat biedt president Trump de gelegenheid om een pion als minister neer te zetten en het onderzoek van speciale aanklager Bob Mueller te stoppen of verregaand uit te hollen door bijvoorbeeld het stoppen van de financiering ervan. De enige weg die dan overblijft is onderzoek op staatsniveau, zoals in New York waar Democratisch aanklagers de zaak voortzetten. Of in de lucht houden. In de verwachting dat in november 2018 door de tussentijdse verkiezingen de Democraten de macht veroveren in het congres en de Rusland-onderzoeken opnieuw of nu voor het eerst echt opgestart kunnen worden. Mits de Republikeinen in 2018 niet bewust de FBI en het ministerie van Justitie zo gecompromitteerd hebben dat het alle geloofwaardigheid en richting verloren heeft.

Wat in de tweede helft van 2017 gebeurde en zich naar verwachting in 2018 voortzet begint steeds meer overeenkomsten te vertonen met wat er in de jaren ’50 gebeurde. De Republikeinse Senator Joe McCarthy leidde toen een heksenjacht tegen communisten die het hele land in een staat van hysterie bracht. Het duurde vier jaar totdat gematigde Republikeinen hem de pas afsneden. Het is ook nu de terugkerende vraag waar de gematigde of traditioneel conservatieve Republikeinen zijn die de rechtsstaat en het belang van hun land boven het partijbelang op korte termijn stellen. Omdat (sociale) media het tempo opjagen valt niet te verwachten dat de naar hysterie en misleiding leunende pro-Trump factie het deze keer 4 jaar uithoudt. De ommekeer komt hoe dan ook. Of bij de tussentijdse verkiezingen van 2018 of de presidentsverkiezingen van 2020. Hamvraag is dan in hoeverre Republikeinen de democratische instituties van hun land verzwakt hebben.

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Kwestie Beatrix von Storch: Gevraagd, geen censuur door, maar toezicht op Facebook en Twitter

with 5 comments

Wat betreft de vrijheid van meningsuiting kan men niet principieel genoeg zijn. Het devies dat aan de 18de-eeuwse Franse schrijver Voltaire wordt toegeschreven ‘Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar ik zal tot het einde vechten om het je te laten zeggen’ (Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’au bout pour que vous puissiez le dire) behoort leidend te zijn in een volwassen democratie.

In een opinie-artikel voor De Dagelijkse Standaard besteedt hoofdredacteur Michael van der Galien aandacht aan de censuur door Facebook en Twitter van een uitspraak van de AfD-politicus Beatrix von Storch. Zij had zich in negatief uitgesproken over de politie in Keulen die informatie over de oudejaarsviering in diverse talen verspreidde, waaronder Arabisch. Zij had daarop in een tweet gezegd ‘Denkt u die barbaarse, islamitische, groepsverkrachtende mannenhorde zo tot bedaren te brengen?’ (Meinen Sie, die barbarischen, muslimischen, gruppenvergewaltigenden Männerhorden so zu besänftigen?). De tweet werd wegens ‘overtreding van regels’ verwijderd en Beatrix von Storch werd voor 12 uur van Twitter verbannen. En tot slachtoffer gemaakt.

AfD-medefractievoorzitter Alice Weidel mengde zich ook in het debat en nam Von Storch volgens een bericht in Die Welt in bescherming: ‘Het jaar begint met de censuurwet en de onderwerping van onze autoriteiten aan de geïmporteerde, plunderende, grijzende, geselinge, messtekende migrantenmenigten, waaraan we zouden moeten wennen. De Duitse politie communiceert nu in het Arabisch, hoewel de officiële taal in ons land Duits is.’ De laatste opmerking is onzinnig omdat overheidsdiensten in een pluriforme samenleving diverse talen gebruiken en dat niets te maken heeft wat de officiële landstaal is. Maar dat een nieuwe Duitse censuurwet (Netzwerkdurchsetzungsgesetz) tegen nepnieuws en haatspraak ondoordacht is, ongewenste effecten geeft en averechts werkt lijkt duidelijk. Het geeft radicalen extra munitie en vergroot de macht van de Amerikaanse techbedrijven. Een frontale confrontatie met Facebook en Twitter is nodig en niet een halfslachtige poging van overheden om het publieke debat in te perken. Tegen Von Storch en Weidel is door vele Duitsers aangifte wegens ophitsing gedaan. Precies het koren op de molen dat radicale partijen laat groeien. Mijn reactie:

Men hoeft het niet met de politiek van de AfD of Beatrix von Storch eens te zijn om toch de beslissing van Facebook en Twitter af te wijzen om Beatrix von Storch te censureren. Des te meer omdat het niets oplost en de macht van de techbedrijven eerder groter dan kleiner maakt. Terwijl de maatschappij juist om inperking van de macht van Silicon Valley vraagt omdat de bedrijven hun journalistieke verantwoordelijkheid niet wensen te nemen en daar door de overheid niet toe gebracht kunnen worden.

Ofwel, dit gaat niet over een vermeend kwalijke, radicaal-rechtse uiting van een Duitse partijpoliticus, maar over de macht van Amerikaanse techbedrijven als Facebook, Twitter en Google.

Dit soort censuur lost niets op, maar geeft wel in de beeldvorming het idee dat er iets opgelost wordt. Wat dus niet het geval is. Facebook, Twitter, Google en andere Amerikaanse techbedrijven volgen om opportunistische redenen altijd het beleid van de Amerikaanse regering en zijn niet onpartijdig.

Ze zullen daarom de economisch en politiek machtigen niet aanpakken, maar wel de minder machtigen. Zoals de AfD die als een zondebok dient. En als bliksemafleider voor maatregelen om de macht van de techgiganten in te perken. Deze censuur is symboolpolitiek en afleiding. Op verzoek van de machtige Israëlische regering worden echter wel onmachtige Palestijnse activisten van Facebook of Twitter verbannen. Zo gaat dat wereldwijd.

Censuur corrigeert niet het onrecht of trekt een ongelijkheid recht, maar vergroot de verschillen tussen de macht en de onmacht juist nog eens extra.

Als Beatrix von Storch op sociale media een politieke mening verkondigt die aanvechtbaar is, dan moet die niet gecensureerd, maar met een weerwoord bestreden worden. Zo ontstaat een open publiek debat waarin meningen botsen.

Europese overheden moeten zich niet verlaten op de zelfregulering van de Amerikaanse techbedrijven of ze zelfs een verzoek doen om samen te werken in het bestrijden van haatspraak of onwelgevallige uitingen, maar juist inzien dat deze bedrijven selectieve belangen hebben die niet gelijk op lopen met het ontstaan van een dynamisch, open publiek debat.

Het is niet Beatrix von Storch die aangepakt moet worden, maar de techbedrijven die haar censureren en geheimzinnig doen over hun beweegredenen en economische belangen, en selectief zijn in hun zelfregulering die afhankelijk is van dat economisch belang en totaal niet met grondrechten te maken heeft of daar vanuit beredeneerd wordt.

Wat nodig is, is niet censuur door Facebook en Twitter, maar toezicht op Facebook en Twitter.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHonderden Duitsers doen aangifte tegen AfD-kopstuk Beatrix von Storch vanwege “volkophitserij”’ van Michael van der Galien voor De Dagelijkse Standaard, 3 januari 2018.

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 4 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017.