Hoekstra roept vragen op over zijn functioneren door PvdA en GroenLinks gelijk te stellen met PVV en FvD

Schermafbeelding van deel artikelKabinetsformatie nog steeds muurvast: het lukt partijleiders niet om over eigen schaduw heen te springen‘ in de Volkskrant, 21 juni 2021. Verslag Avinash Bhikhie en Natalie Righton.

Laat mijn positie duidelijk zijn, de PvdA vind ik een partij die het sociaal-democratische gedachtengoed in de uitverkoop heeft gedaan en GroenLinks heeft naar mijn idee door Kauthar Bouchallikht te selecteren als kamerlid de verkeerde afslag genomen. Ze is niet geloofwaardig in het weerleggen van de aantijging dat ze sympathieën voor de radicale islam heeft. Dat verwijt blijft daarom boven GroenLinks hangen en beschadigt het beeld van een partij die ondubbelzinnig democratisch is.

Afkeer van deze twee linkse partijen heb ik echter niet. Ze hebben bestaansrecht, maar vullen dat naar mijn idee op dit moment verkeerd in. Ze verkwanselen in mijn ogen hun eigen potentie. Dat vertaalt zich in hun gebrek aan electorale aantrekkingskracht. Ondanks dat ben ik toch van mening dat deze twee partijen een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de Nederlandse politiek. Op voorwaarde dat ze beter dan nu in vorm zijn én meer krachtige en overtuigende leiders naar voren schuiven. Vooral de PvdA heeft een langere traditie dan GroenLinks.

In mijn ogen heeft FvD geen bestaansrecht in de Nederlandse politiek. Het is een anti-democratische partij met uitgangspunten die niet binnen de democratische rechtsstaat passen. In een commentaar van 16 maart 2021 schreef ik op de vooravond van de verkiezingen voor de Tweede Kamer het volgende:

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.
Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

De opinie van CDA-leider Wopke Hoekstra die de Volkskrant noteert is dat hij evenveel afkeer heeft om samen te werken met GroenLinks en PvdA als met PVV of FvD. Deze uitspraak roept sterke twijfels op over het politieke inzicht van Hoekstra. Het is tevens een echo van zijn botte opmerkingen over Zuid-Europa in maart 2020 als minister van Financiën. In een reactie noemde de Portugese premier Costa Hoekstra’s opmerkingen ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’.

Hoekstra’s opmerkingen over de PvdA en GroenLinks zijn eveneens ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’. Heeft Hoekstra met de belediging van beide linkse partijen een politiek doel, zoals het ontmoedigen om nog aan de formatie deel te nemen? Eerder het omgekeerde lijkt het geval.

Hoekstra laat zich door zijn uitspraak kennen als een botte en sociaal onhandige persoon. Hij strijkt PvdA en GroenLinks én formateur Mariëtte Hamer ermee tegen de haren in zodat beide partijen zich naar verwachting met z’n tweeën nog standvastiger zullen opstellen om samen de formatiebesprekingen te voeren.

DEN HAAG – Wopke Hoekstra staat de pers te woord na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Juni 2021. Credits: ANP Robin Utrecht.

De kille Hoekstra bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt en is dus ook een ondoelmatig politicus. Als persoon die de sfeer goed moet houden in de lastige en vermoeiende formatie en als politicus die resultaten moet boeken valt Hoekstra door de mand.

Hoekstra laat zich kennen als een rechtse politicus die hoegenaamd het verschil niet kent tussen de zes partijen (VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU) die deel uitmaken van de formatiebesprekingen doordat ze zijn uitgenodigd door informateur Hamer én PVV en FvD. Of hij doet alsof hij het verschil niet kent. Dat is kinderachtig van hem.

Blijft de achterban van het CDA zwijgen over de uitspraak van Hoekstra? Hoe valt het bij de leden in de regio die decennialang goed hebben samengewerkt met de PvdA dat deze partij wordt gelijkgesteld aan de ultrarechtse FvD die de democratie wil afschaffen? Door het vertrek van kamerlid Pieter Omtzigt en de fluistercampagne van de CDA-top tegen hem en de verrechtsing van de partij onder leiding van Hoekstra is het CDA toch al tot op het bot verdeeld. Wat bezielt Hoekstra om daar onnodig een nieuw strijdpunt aan toe te voegen?

Het lijkt er sterk op dat Wopke Hoekstra als leider van een instabiele partij lijdt aan zelfoverschatting. Wellicht denkt hij dat de aanval de beste verdediging is omdat hij door de PvdA en GroenLinks aan te vallen afleidt van de beeldvorming over een verzwakt CDA. Wie weet. Tegelijk roept Hoekstra met zijn uitspraak die door beide linkse partijen als belediging opgevat wordt, en feitelijk onnodig is omdat het geen doel dient, vragen op over zijn beoordelingsvermogen, politieke vakmanschap, leiderscapaciteiten en karaktereigenschappen als persoon die niet weet hoe hij zich sociaal moet gedragen.

Trumps ministerie van Justitie handelde illegaal door gegevens van leden van het Huis op te vragen. Wie heeft er controle over?

Rachel Maddow gaat in op een artikel in The New York Times van 10 juni 2021 over het ministerie van Justitie (DoJ) onder Trump dat via een dagvaarding van Democratische leden van het House Intelligence Committee, hun assistenten en familieleden ‘bestanden van Apple in beslag [nam] met metadata’. Aanleiding hiervoor waren lekken in de jaren 2017 en 2018 die de regering Trump wilde opsporen. Het jaagde op de bronnen. Daartoe werden door DoJ ook gegevens van journalisten opgevraagd.

Dit is ongehoord en volgens juridische en politieke deskundigen nooit vertoond. Het raakt aan de scheiding der machten. Congresleden moeten de regering controleren en niet andersom.

Het DoJ had Apple een zwijgverbod opgelegd dat pas recent afliep. Daarom komt dit nieuws nu pas naar buiten. Uiteraard speelt ook mee dat de macht is gewisseld. Op 20 januari 2021 is president Biden aangetreden en heeft hij Merrick Garland aangesteld als Justitieminister die William Barr is opgevolgd. De laatstgenoemde ligt nu onder vuur omdat hij het DoJ zou hebben ingezet voor politieke doeleinden. Nu president Trump de controle over het DoJ kwijt is, kan dit nieuws naar buiten komen. Het was al lang duidelijk dat Trump, Barr en diens voorgangers sjoemelden met de rechtsstaat, maar nu wordt het hele plaatje duidelijk doordat de punten verbonden worden.

Het verklaart waarom Trump alle middelen inzette, inclusief de oproep tot een staatsgreep op 6 januari 2021, om de macht te behouden. Dat was niet alleen om rechtszaken tegen hem en zijn organisatie te blokkeren die hem in de gevangenis kunnen doen belanden en hem het opdoeken van zijn bedrijf kost, maar ook om dit wangedrag van Justitie te verhullen.

Het opvallende en onverklaarbare dat blijkt uit het slot van het Times-artikel is dat medewerkers van DoJ die meewerkten aan deze illegale actie daar nu nog werkzaam zijn. Dat kan op verschillende manieren verklaard worden. Of minister Garland houdt deze medewerkers dicht bij zich zodat hij ze kan verplichten om mee te werken aan een reconstructie in de garantie dat zoveel mogelijk wandaden van Trump en Barr boven water komen óf Garland heeft te weinig grip op zijn ministerie.

Er zijn aanwijzingen dat dit laatste het geval is. Dat is een constatering die verder gaat dan het veroordelen van voormalig president Trump voor zijn wangedrag, zijn gebrek aan kennis en respect voor de grondwet en zijn druk in vooral 2018 op het DoJ. Dat ministerie lijkt door Trump tot in de kern beschadigd en niet onder controle te brengen. Vraag is of het nog hersteld kan worden. Afgelopen weken kreeg Garland van Democratische zijde kritiek dat hij te defensief handelt en het DoJ zelfs inzet ter verdediging van Trump. Als de minister geen controle heeft over zijn eigen ministerie verklaart dit waarom hij zo slap en voorzichtig opereert.

Maddow interviewt Michael Schmidt die meeschreef aan het artikel.

Willem-Alexander is de beste dubbelganger van zichzelf. Hij en de familie Van Oranje zijn niet wat ze beweren te zijn

Hoe noem je een lookalike of dubbelganger die totaal niet lijkt? Een plaatsvervager? Artiestenbureau JB Productions maakt publiciteit voor iemand van wie het claimt dat die op koning Willem-Alexander lijkt. Naar eigen zeggen was hij te zien in campagnes voor De Staatsloterij, Ter Stal, Toto, Burger King en Albert Heijn. Artiestenbureau JB Productions zegt over zichzelf ‘al 32 jaar uw partner voor het boeken van artiesten, winkelcentrum promotie, huren van attracties, kindershows en Sinterklaas entertainment en Kerst entertainment‘ te zijn.

De tragiek van het Nederlandse koningshuis is dat koning Willem-Alexander de beste dubbelganger van zichzelf is. Het verschil tussen schijn en wezen is immens. De kloon van Artiestenbureau JB Productions komt niet in de buurt van wat Willem-Alexander is.

Het kenmerk van de Nederlandse monarchie is de gespletenheid ervan. Een voorbeeld daarvan is de omgang met kunstbezit dat goed de mentaliteit verraadt. De koninklijke familie claimt belang te hechten aan kunst en als vertegenwoordiger daarvan heeft het de kunstminnende prinses Beatrix naar voren geschoven omdat ze op goede voet zou staan met allerlei kunstenaars. Maar tegelijk liegt, fraudeert, steelt en verkoopt de monarchie op slinkse wijze kunstbezit dat het zichzelf heeft toegeëigend en zeer vermoedelijk rijksbezit is. Dus van u en mij.

Onderzoeksjournalisten van onder meer Zembla en NRC hebben afgelopen jaren misstanden en financiële en juridische scheve schaatsen van leden van de koninklijke familie blootgelegd. Het heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Want wat rijkseigendom is moet niet door de familie van Oranje ontvreemd kunnen worden.

Het recent verschenen boek Tussen Kunst en Cash van NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os zet de malversaties door leden van het Nederlandse koninklijke huis op een rijtje in het hoofdstuk ‘Familie Van Oranje’. Ook voor iemand die de feiten al kent is voor het aanzien van de Nederlandse monarchie de opsomming vernietigend om te lezen.

Eruit blijkt dat de leden ervan worden gedreven door hebzucht, elk ontbrekend respect voor kunst en erfgoed, de brutaliteit en arrogantie om procedures opzij te zetten en mensen die van hen afhankelijk zijn voor hun karretje te spannen en het totaal gemis aan verbondenheid met de Nederlandse kunst, geschiedenis en samenleving. Het beeld ontstaat dat het eigen welzijn en het spekken van de bankrekening het enige is dat telt voor de familie Van Oranje. Botheid, lompheid en intimidatie van ‘onderdanen’ blijkt een Oranje-traditie te zijn. Die verhuld wordt voor de Nederlanders.

Onrecht kan nooit in zichzelf bestaan. Dat wordt pas mogelijk als anderen het mogelijk maken. In dit geval degenen die óf tegen hun zin onder druk worden gezet door de familie Van Oranje om frauduleus te handelen óf uit vrije wil de nabijheid van de kroon zoeken om daar enig voordeel uit te kunnen halen. Dat houdt in dat de Nederlandse monarchie niks is als de samenleving er afstand van neemt en niet accepteert.

Oranjepropaganda is het tegengif tegen deze kritische houding. De meer populaire media worden door de Rijksvoorlichtingsdienst gemuilkorfd door een mediacode en journalisten van serieuze media worden gefêteerd en uitgenodigd door de monarchie zodat elke neiging om kritiek te hebben door Oranje wordt geneutraliseerd.

Hoe dat werkt en hoe ver die steun kan gaan bleek toen prinses Beatrix in 2013 aftrad en ze werd bewierookt in de media. PowNews noemde toen de ‘Beatrix-journalistiek’: ‘Historisch slechte televisie’. Ribbens en Van Os hebben met terugwerkende kracht met hun boek de eer van NRC gered die de toenmalige Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2013 door zijn kritiekloos pro-Oranje mediaoptreden te grabbel gooide.

In een commentaar schreef ik op 30 april 2021:

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?'
Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat moet Nederland met een door een artiestenbureau het land ingestuurde slecht lijkende dubbelganger van koning Willem-Alexander die aan het hoofd staat van een controversiële familie, om het neutraal en netjes te zeggen? Het valt het artiestenbureau niet kwalijk te nemen dat het inspeelt op een behoefte die blijkbaar in Nederland bestaat. Het raadsel is waarom de Nederlandse samenleving nog interesse wil tonen in een familie die de kantjes er zo afloopt. Als het een gewone familie was geweest waren ze allang aangeklaagd en veroordeeld wegens wangedrag.

Crimineel onderzoek van Trump kan helpen om hem politiek te breken

Op 15 mei schreef ik in een reactie op FB het volgende: ‘De tijd werkt tegen de Democraten. Ze dreigen in november 2022 de meerderheid in het Huis te verliezen. Dat zal tot een complete oorlog van de Republikeinen tegen de Democraten leiden. Met beleidsmaatregelen van Biden die teruggedraaid worden tot impeachtmentprocedures tegen hem en vicepresident Harris. De winst van nu is dan tijdelijk. Nog kan het onheil afgewend worden door een nieuwe kieswet die de onregelmatigheden van de verkiezingen terugdringt. Die is aangenomen in het Huis, maar vindt geen meerderheid in de Senaat door tegenstand van de conservatieve Democratische senatoren Manchin en Sinema. Dat komt nog bovenop het niet afschaffen van de filibuster waardoor voor zo’n kieswethervorming liefst 60 stemmen nodig zijn in de Senaat. President Biden geeft tot nu toe geen prioriteit aan die nieuwe kieswet en het afschaffen van de filibuster. De Democraten graven dus bewust hun eigen graf. Demografisch hebben ze niks te vrezen in verkiezingen, maar Republikeinen zijn actief op weg door uitgebreide programma’s van kiezersonderdrukking per staat en het herschrijven van kiesdistricten (Gerrymandering) om verkiezingen te stelen. Dat komt bovenop het voordeel van het Electoral College dat kleinere Republikeinse staten bevoordeelt en het Democratische DC geen vertegenwoordiger gunt en totaal geen afspiegeling van de stem van de kiezer is. Ik ben somber over de voortgang. Een implosie van de Republikeinse partij door rechtszaken tegen Trump die zijn vastgoed organisatie als maffia-achtige structuur onthult en aanklaagt lijkt nog de enige weg om de Republikeinen te stoppen. Maar dat juridische traject is geen koninklijke weg die via het parlement voert waar de impasse continu blijft bestaan.

Welnu, vier dagen later word ik op mijn wenken bediend. Hoewel er geen geweldig inzicht voor nodig was om dat te voorzien. De aanpak van de Trump Organisatie als een criminele organisatie hing al een tijdje in de lucht door het opereren van de Manhattan District Attorney Cy Vance jr. Hoewel hij goed verborgen houdt waar hij precies mee bezig is en wat de stand van het onderzoek tegen Trump is. Het nieuws waar Andrew Weissmann op reageert is dat de minister van Justitie van de staat New York Letitia James zich daarbij gevoegd heeft.

Vance en James zijn Democraten. Hun organisaties trekken nu samen op in de aanpak van Trump en diens bedrijf dat in New York is gevestigd. Het vermoeden is dat Allen Weisselberg, de hoogste financiële man van Trumps organisatie, meewerkt of op korte termijn gaat meewerken aan dat onderzoek. De uitbreiding naar een crimineel onderzoek zet druk op getuigen om mee te werken. Weisselberg weet tot in detail welke lijken Trump in de kast heeft verborgen. Trump moet dit onderzoek vrezen, hoewel er geen garantie is dat het bij hem uitkomt. Toch is dat waarschijnlijk omdat de Trump Organisatie klein is en Trump een micromanager is die weinig delegeert.

Ik blijft problemen hebben met de juridisering van de politiek. Want daar komt het op neer als Trump niet op een politieke manier aangepakt kan worden omdat hij de Republikeinse partij heeft gekaapt en door verregaande radicalisering zo naar zijn hand heeft gezet dat hij voorlopig politiek onaantastbaar is. Een evenwichtige werking van het parlement zoals de opstellers van de grondwet die hadden voorzien wordt door Trump geblokkeerd. Tot voor kort normale overwegingen, gebruiken en afspraken in een toch al verregaand verziekt partijpolitiek klimaat worden zo onmogelijk.

Wat resteert is daarom de asynchrone aanpak van Trump met juridische middelen. Het moet zo omdat hij anders de politiek in 2022 op de klippen laat lopen richting anti-democratie, autoritarisme en een rol voor hemzelf als absolute monarch. Omdat Trump hiermee ook het staatsrecht aantast is het vanwege het idee van een weerbare democratie verdedigbaar om in te zetten op een juridische aanpak om Trump onschadelijk te maken. Als in de komende jaren mede hierdoor de partijpolitiek weer enigszins normaliseert en de politieke macht van Trump afneemt, dan kan geleidelijk de prioriteit weer bij de politiek gelegd worden. Op dit moment is dat nog niet mogelijk.

Orthodoxe christenen handelen niet in hun eigenbelang als ze framen dat er een kloof tussen religie en seculier bestaat

Schermafbeelding van deel artikel ‘Kloof tussen christelijk en seculier: „Steeds minder besef van waarde kerkgang” in het RD, 16 april 2021

Gelovigen staan niet buiten kijf. Ze ontkomen in hun denken een politiek handelen niet aan framing. Daarmee zijn ze niet uitzonderlijk. Dat geeft tegelijk aan dat ze niet uitzonderlijk zijn en voor zichzelf uitzonderingen kunnen claimen.

Dat doet SGP-raadslid Tom de Nooijer wel als hij zegt: ‘Mijn punt was dat mensen oprecht niet begrijpen wat religie is. Je kunt het kerkbezoek niet vergelijken met bezoek aan Ajax of bioscoop. Religie is niet alleen een persoonlijke keus, maar heeft ook een maatschappelijke rol en die moet je grondwettelijk beschermen.”’

Waarom een kerkbezoek niet vergeleken kan worden met bezoek aan Ajax, bioscoop, een schouwburg of museum legt de Nooyer niet uit. Het is van hem een slag in de lucht om dat te beweren. Wellicht heeft hij gelijk dat mensen oprecht niet begrijpen wat religie is, zoals hij niet begrijpt wat secularisme is. Daarnaast zijn er talloze uitingen die een maatschappelijke rol hebben. Waarom religie in de grondwettelijke bescherming uitzonderlijk zou zijn is onduidelijk. De Nooyer legt het niet uit.

De framing van het RD bestaat eruit dat het religie en secularisme tegenover elkaar zet als twee entiteiten waartussen een kloof zou bestaan. De suggestie daarvan is dat secularisme een tegenstelling van religie is. Dat is om twee redenen onjuist. Het secularisme is een overkoepelende politieke filosofie die alle religies en levensovertuigingen als gelijkwaardig beschouwt. Wat het RD als ‘seculier’ framet is de (niet-religieuze) levensovertuiging binnen het secularisme. Zij zijn geen tegenstellingen waartussen een kloof bestaat, maar gelijkwaardige entiteiten naast elkaar onder dezelfde paraplu.

Het RD zorgt trouwens voor verwarring door in de kop van een kloof te spreken, maar in de inleidende alinea te beweren dat ‘er als zodanig te weinig basis [is] om te spreken van een kloof.’ Wat is het nou, wel of geen kloof?

Orthodoxe christenen hebben er belang bij om de tegenstellingen binnen het secularisme tussen religie en levensovertuiging uit te vergroten. Dat belang bestaat eruit dat ze de afbraak willen vertragen van oude voorrechten die in Nederland christenen als vanouds genoten.

Maar daarmee spelen ze een gevaarlijk spel. Ook wat het voortbestaan in eigen kring betreft. In Nederland bestaan er immers honderden, zo niet duizenden religies, stromingen, aftakkingen en afscheidingen die allen een minderheid vormen. Zij hebben er belang bij om onder de rechtsstaat beschermd te zijn. Die bescherming wordt er solider en duidelijker op als de vertegenwoordigers van religies het secularisme omarmen en niet in de openbaarheid aanvallen of indirect verdacht proberen te maken. De kloof bestaat vooral in het denken van de orthodox-christelijke denkers die niet beseffen dat het secularisme het voortbestaan van hun specifieke religie optimaal garandeert.

Sonja van den Ende vindt Nederland een politiestaat. Feiten volgen uit haar pro-Poetin activisme

Vandaag stuitte ik op deze video. Het kanaal noch de geïnterviewde Sonja van den Ende kende ik. Zij presenteert zich als een Nederlandse journaliste. De media waarvoor ze zegt te werken zijn niet erg bekend en waaruit haar professionalisme bestaat is onduidelijk. Wel blijkt ze voor de Tehran Times artikelen te schrijven. Wikipedia noemt dat een nieuwsmedium met ‘nauwe banden met het [Iraanse] ministerie van Buitenlandse Zaken’.

Uit haar uitingen op Facebook en Twitter blijkt een duidelijke pro-Poetin en pro-Loekasjenko houding en een anti-EU en anti-Nederlandse houding. Van den Ende lijkt een niche gevonden te hebben in het politieke activisme dat haar profijt biedt. De opoffering om te kunnen functioneren is dat ze de feiten ondergeschikt maakt aan haar mening. Of liever gezegd, de mening waarvan ze denkt dat anderen vinden dat die ze moet verkondigen om bij de alternatieve media aan de bak te komen. Het is ook een carrière en een manier om geld te verdienen.

Mijn reactie bij de videoHybrid War Against Russia, Chaos in Europe, Nord Stream II’ van 16 april 2021 op het YouTube-kanaal van Regis Tremblay die net als Van den Ende een pro-Poetin en anti-EU houding aanneemt:

Sonja van den Ende doesn’t have the facts straight. She lets the facts follow from her opinion. What she does has nothing to do with journalism. She embarrasses journalism.

Dutch PM Mark Rutte survived a motion of no confidence against him in parliament (Tweede Kamer/ Lower House) because the coalition parties VVD-CDA-D66-CU supported him. They are the majority. So what Van den Ende says is not only contrary to the facts, but also to an elementary understanding of politics. It would not be possible for a Dutch prime minister to sit if a vote of no confidence has been passed against him in parliament. Rutte did receive a less severe vote of censure, which was passed by a majority. Whether Van den Ende confuses this or consciously sows untruth is unclear.

Her assessment that the Netherlands is a police state and that critics of the COVID-19 measures end up in jail is also contrary to the facts. Calling the Netherlands a police state is unworldly because almost all countries are then called a police state. The Netherlands scores high in international comparisons between countries in the field of the rule of law. The World Justice Project Rule of Law Index® 2020 places the Netherlands in 5th place, Germany in 6th place and the Russian Federation in 94th place (out of 128 countries). Those are the real facts.

The measures regarding COVID-19 play in the field of public health and have nothing to do with restrictions on freedom. Dutch parliament has passed a law that allows these temporary measures. As befits a workable democracy.

Sonja van den Ende is not a ‘reporter’ and certainly not an ‘independent reporter’ as her interviewer puts it. What she is remains to be seen. Someone who so demonstrably juggles with the facts does not deserve to be associated with journalism in any way. 

Van den Ende seems mainly a political activist from the pro-Putin school who, out of the idea of ​​weakening the EU and strengthening the Russian Federation, simply follows the talking points of the Kremlin. Without really realizing how trivial she is with her curious English.

Als Trouw nuance zoekt in inhoud, dan kan het de nuance in het begrippen- en woordgebruik niet achterwege laten

Schermafbeelding van deel artikelDe seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’ in Trouw, 5 april 2021.

Trouw is een dagblad dat veel aandacht geeft aan religie. Dat gebeurt vanuit een religieus perspectief en is niet altijd als zorgvuldig te omschrijven. De framing zitten de journalistieke onpartijdigheid en het professionalisme in de weg. Trouw zit gevangen in de vooroordelen van een traditie waarin oude woorden hun betekenis hebben. In elk geval roept lezing van Trouw dat beeld bij mij op.

Neem nou bovenstaand artikel dat als kop heeft ‘De seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’. Waarom kiest Trouw deze kop? Er had ook kunnen staan: ‘De gematigde en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’.
Het wordt en nog vreemder op als in de introductie van dit artikel staat: ‘De spanning tussen orthodoxe religieuze minderheden en de liberale meerderheid groeit.’ Wat moet onder ‘de liberale meerderheid‘ verstaan worden? Zijn dit alle niet-orthodoxe gelovigen? Omvat dit ook de sociaal-democraten, rechts-radicalen, christen-democraten en anarchisten? Trouw maakt het niet duidelijk. Dit is blijkbaar geheimtaal in de eigen kring die buitenstaanders niet kunnen ontcijferen.

Want wat wordt hier nou bedoeld met ‘liberaal’? Is dat volgens het jargon van de protestante christenen een omschrijving van vrijzinnig of onorthodox? Maar waarom scherpt Trouw dan een tweedeling tussen orthodoxe gelovigen en vrijzinnigen aan die als zodanig in de samenleving niet bestaat en laat het de niet-orthodoxe gelovigen ongenoemd?

Wat gelovigen met ‘seculier’ bedoelen is evenmin altijd duidelijk. Vaak gebruiken ze het in de minachtende betekenis ’wereldlijk’ als tegenstelling tot religieus of godsdienstig.

Dat is problematisch als ermee de politieke filosofie van het secularisme wordt bedoeld die vanuit de christelijke flanken indirect onder vuur wordt genomen. Secularisme houdt in dat alle geloven en levensovertuigingen in gelijke mate onder de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd. Het secularisme is niet anti-religieus of pro-‘seculier’. Het secularisme is perfect neutraal. Het secularisme is de vertaling van rechtsstatelijkheid op het gebied van geloof en levensovertuiging. Degenen die zich verzetten tegen het secularisme door dat ter discussie te stellen of verdacht te maken verzetten zich tegen de rechtsstaat. Uiteraard zien ze dat zelf anders in hun eigen belangenbehartiging.

Feit is dat vooral orthodoxe christenen ten onrechte claimen dat het secularisme anti-religieus is. Vanuit hun beperkte opvatting is dat logisch. Het heeft ermee te maken dat ze het secularisme als zodanig niet aanvaarden omdat het te beperkend zou zijn voor het in de volle breedte belijden van hun geloof. Want als geloof en samenleving één zijn, dan staat een politieke filosofie die ruimte geeft aan andere geloven en levensovertuigingen die vereniging van eigen geloof en samenleving in de weg. Voor die volle breedte van de orthodoxe christenen moeten andersdenkenden wijken, zoals dat in de moderne Nederlandse geschiedenis altijd het geval was. Dat was staande praktijk totdat in de tweede helft van de 20ste eeuw de ontkerkelijking op gang kwam met als gevolg dat nu een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door het geloof. Daarom wijzen deze orthodoxe christenen ook de moderniteit af.

De paradox is dat Trouw weliswaar afstand neemt van de kritiek op het secularisme dat uit orthodox christelijke hoek komt, maar geen afstand neemt van de framing en het jargon van deze orthodoxe christenen. Hiermee neemt Trouw inhoudelijk een ruimdenkende, pluriforme positie in die door het woordgebruik en het misleidend gebruik van begrippen niet past bij de inhoud, voor verwarring zorgt en haaks op de inhoud kan komen te staan. In elk geval buitenstaanders vragen zich vervolgens af hoe vorm en inhoud, ofwel formuleringen en ideologie zich tot elkaar verhouden.

Waarschijnlijk beseffen de trouwe lezers van Trouw, de doorgaans christelijke opinieleiders die Trouw artikelen leveren en de eindredacteuren van Trouw niet hoe gedateerd en verkeerd het gebruik van dit christelijk jargon is dat steeds minder past bij de inhoud. Dit jargon als relict van een oude nestgeur blijft daar bij achter en werkt verwarrend.

Mogelijk heeft het moeizame afstand nemen van dit christelijke jargon voor Trouw ermee te maken dat de conservatieve protestante media als het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad die economische en geestelijke rivalen zijn van Trouw er nog volledig in ondergedompeld zijn. Zowel in dat oude jargon als in traditionele standpunten die ermee samengaan. Dat maakt de positie van Trouw hybride. Met de pretentie om pluriformiteit van opinies te bieden zou Trouw ook voor de eigen lezers nauwkeuriger kunnen zijn door zorgvuldig om te gaan met de begrippen die zijn geworteld in het orthodoxe christendom en die in de kern een vaak stilzwijgend beeld van vijandigheid tegenover de 21ste eeuwse samenleving uitdrukken. Van dat laatste zou Trouw afstand moeten nemen.

Trouw zou er goed aan doen om in een Code alle medewerkers regels op te leggen via geformuleerde afspraken en op de hoogte te brengen van de journalistieke kernwaarden en de ideologie van Trouw. In zo’n Code kan omschreven worden wat het verstaat onder begrijpen als ’seculier’, het ’secularisme’, ‘orthodoxie’ en ‘liberaal’. Voor alle journalisten en eindredacteuren van Trouw is dan duidelijk dat het in vorm en inhoud ondubbelzinnig de rechtsstaat en het secularisme ondersteunt. Als Trouw de nuance zoekt in de inhoud, dan kan het niet achterblijven door de nuance in het woord- en begrippengebruik achterwege te laten. Dat wringt.

Gedachten bij foto ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’ (1958)

Het was nog maar in 1958 dat verkiezingen werden gevierd op pleinen en voor gebouwen van kranten waar de uitslagen druppelsgewijs binnenkwamen. De beschrijving bij deze foto toont een Nederland dat we nog nauwelijks kennen. Het doet ouderwets aan, maar kondigt al het begin van de moderne tijd met nieuwe communicatiemiddelen aan: ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’.

De televisie is in 1958 nog nauwelijks doorgedrongen tot de huiskamers. Die opmars begint pas zo’n vijf jaar later als de welvaart over Nederland komt. Mede dankzij het gasveld van Slochteren. Ook toen al moest de verkiezingsavond ‘opgeluisterd’ worden. Zeggen we nu ‘oppimpen’? Welbeschouwd is zo’n avond een saaie bedoeling met veel dode momenten. Een enkel hard feit en vooral analyses, speculaties en projecties die toch nooit uitkomen zoals op deze verkiezingsavond wordt gezegd.

’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van het verkiezingsfeest, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard.

Maakt het veel uit wie er wint? Dat valt te bezien. Alles is best als partijen binnen de democratie blijven en geen alternatief rechtssysteem willen optuigen. Daarom ben ik van mening dat de SGP en FvD ontbonden moeten worden omdat ze niet binnen de democratie passen en er een destabiliserende invloed op uitoefenen. Maar verder maakt het weinig uit. Zolang partijen de democratie niet omver willen werpen en min of meer hetzelfde wereldbeeld schetsen is er voor elke partij (behalve FvD en SGP) wel iets te zeggen. Met chips en bier, en wellicht een boek erbij, is het kijken naar de verkiezingsavond en het spieden naar de harde cijfers draaglijk infotainment.

Foto: Peter van Zoest (ANP), ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’, 28 mei 1958. Collectie/ Archief: Fotocollectie Elsevier

Verschil in politieke voorkeur is ondergeschikt. Het gaat erom welke partijen gaan voor alleenheerschappij. Ontbind daarom FvD en SGP

NOS Stories heeft een interessant verslag over uitsluiting van jongeren vanwege hun politieke voorkeur. Vriendschappen worden verbroken omdat vrienden op een bepaalde partij stemmen. In dit geval FvD. Bij ouderen zal dit niet zoveel anders gaan.

Het is een lastig onderwerp. Dat blijkt omdat alles door elkaar wordt gehusseld. Alle partijen die deelnemen aan de verkiezingen en waar dus op gekozen kan worden zijn democratische partijen die de democratische rechtsstaat ondersteunen. Anders zouden ze ontbonden of verboden zijn.

Een democratie moet weerbaar zijn en partijen die de democratie aanvallen niet laten bestaan, laat staan faciliteren met zendtijd, spreektijd en financiële ondersteuning. Dat is het afzagen van de tak waarop we zitten.

Partijen kunnen veranderen of hun ware aard verhullen. Dat laatste is nog niet zo makkelijk om aan te tonen. En waar leg je de grens? Het zou goed zijn als over de weerbaarheid van de democratie een publiek debat zou ontstaan. Ook in het onderwijs.

Het debat zou dan niet zozeer moeten gaan over ‘foute’ politieke beweringen zoals het feit dat er geen probleem is met het klimaat, dat COVID-19 niet meer dan een griepje is of dat bevolkingsgroepen achtergesteld moeten worden, maar over de ondubbelzinnige steun van de partijen voor de werking van de democratie

Dat betreft dan niet maatregelen die discrimineren en waar de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) op wijst. Die zijn zeker ongewenst, maar spelen op een ander vlak. Ze kunnen op het niveau van de rechtspraak bediscussieerd worden. Liefst met een educatieve toelichting van het ministerie van Justitie erbij.

Er zijn democratische partijen die betwisten of er doelpunten worden gemaakt en er zijn anti-democratische partijen die de doelpalen tot buiten het veld willen verplaatsen. Democratische partijen zijn opponenten waarmee men het oneens kan zijn en waartegen men kan strijden. Anti-democratische partijen willen de wedstrijd stilleggen en eenzijdig de uitslag bepalen zonder dat de wedstrijd gespeeld wordt en andere partijen zich daar nog tegen kunnen uitspreken.

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.

Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

FvD en SGP willen andere politieke partijen waarmee ze nu het politieke spectrum vormen ondergeschikt maken aan hun eigen op te tuigen nieuwe orde. Daarmee verliezen de andere partijen hun functie en moeten ze ondergeschikt zijn aan ‘staatspartij’ FvD of SGP.

Kiezers mogen van mening verschillen over hun politieke keuze. Laat ze maar met elkaar discussiëren over belangrijke en onbelangrijke thema’s. Maar dat verdoezelt niet het feit dat er op dit moment twee partijen zijn die als doel hebben om op termijn dat debat eenzijdig naar zich toe te trekken. Hoe theoretisch en ver weg die stap ook is. Dat is ongewenst en in strijd met politiek realisme dat de democratie weerbaar, levensvatbaar en ‘open’ wil houden.

Het laten bestaan van SGP en FvD is een aangekondigde zelfmoord van de democratie. Daarom moeten ze ontbonden worden. Want als het idee van politiek het verdelen van de macht is, dan passen daarin geen partijen die dat uitgangspunt niet delen.

Dat alles zou in dit soort programma’s die zijn bedoeld om te informeren beter uitgelegd moeten worden. Het opereren van anti-democratische partijen is geen sociaal, maar een politiek-juridisch onderwerp. Het verslag reduceert zoiets essentieels als de werking van de democratie tot intermenselijke verhoudingen. Door te focussen op sociale verhoudingen wordt het essentiële verschil niet belicht en zelfs verdoezeld.

Baudets uitspraak over Neurenbergse processen is politiek minder afwijkend dan het lijkt, maar juridisch minder degelijk dan hij claimt

Extreem is het standpunt van Thierry Baudet niet dat strafrecht niet met terugwerkende kracht kan worden opgelegd. Dat was zijn antwoord op de vraag over een corona-tribunaal waarvoor volgens Baudet geen rechtsgrond bestaat. Hij illustreerde dat met een voorbeeld over de Neurenbergse processen die van 1945 tot 1949 in Duitsland plaatsvonden.

Na kritiek op deze uitspraak van Baudet op een verkiezingsbijeenkomst in Gouda werd de partij om uitleg gevraagd. Volgens een bericht in De Telegraaf was het antwoord: ‘Wat hij bedoelde is dat je mensen niet kunt veroordelen met wetten die pas zijn aangenomen nadat de feiten hebben plaatsgevonden. Dat heet het legaliteitsbeginsel en dat vormt de kern van een rechtsstaat. Moord was en is altijd illegaal en altijd onaanvaardbaar. De genocidale misdaden van de Duitsers hadden onder regulier nationaal recht bestraft moeten en kunnen worden.’

Dat is inderdaad een verschil van mening zonder volledige wetenschappelijke overeenstemming. Maar is het zo dat het feit dat het handelen van bevoegd gezag gebaseerd moet zijn op een vooraf aanwezige bepaling elke ruimere opvatting die tot veroordeling kan leiden dichttimmert? Nee, dat nou ook weer niet, want er bestaat ook zoiets als gewoonterecht dat ongeschreven naast de wetten bestaat en ook voor het strafrecht geldt. Ook in het internationaal recht spelen vormen van gewoonterecht een belangrijke rol.

Daarnaast bestaat er het Landoorlogreglement van 1899 dat deel uitmaakt van het internationaal gewoonterecht en een legitieme basis aan de Neurenbergse processen gaf. Dat betreft onder andere regels over bezetting en oorlogsvoering. Uit het feit dat de nazi’s de door hen bezette landen leegroofden én (vooral Joodse) burgers het eigendomsrecht van hun bezit ontnamen bleek dat de nazi’s zich niet aan de internationale regels van de oorlogsvoering hielden. De noodzaak voor het stutten van een snel afzwakkende oorlogseconomie met illegale middelen had als reden dat de Duitse staat op de pof leefde (MeFo-regeling van Hjalmar Schacht). Als gevolg werd het om economische redenen in een vlucht vooruit of een sprong in het diepe gedwongen tot oorlogsvoering terwijl de kosten van de bewapening opliepen en die bewapening niet op het gewenste peil was toen de oorlog begon. Oorzaak, gevolg en argumentatie van de oorlogsvoering van de nazi’s waren hecht met elkaar verknoopt.

Kortom, de uitspraak van Baudet is politiek niet zo afwijkend als het lijkt en waar politieke tegenstanders als PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen en CIDI-medewerker Aron Vrieler in een reflex verontwaardigd op reageren, maar juridisch is het minder degelijk dan Baudet en de woordvoerder van zijn partij suggereren.

De aap komt uit de mouw als de woordvoerder van de partij zegt dat de Neurenbergse processen onder Duits nationaal recht plaats hadden moeten vinden. Baudet is een aanhanger van de natiestaat en verzet zich tegen supra-nationale organisaties als de EU. Maar dat beroep op nationaal recht is ongelukkig. Het gaat niet alleen voorbij aan het internationaal gewoonterecht maar ook aan het grensoverschrijdend en internationaal karakter van oorlogsvoering. Niet voor niets een ‘Wereldoorlog’ genoemd. In de Neurenbergse processen kwamen door het grensoverschrijdend karakter van de Tweede Wereldoorlog vele soorten nationaal recht samen die enkel en alleen in een internationale context logisch samengevoegd konden worden.

De praktijk van 1945 tot 1949 was dat de vier bezettende machten (VS, Sovjet-Unie, VK, Frankrijk) juridisch en publicitair hun stempel op de processen probeerden te drukken. Wat vooral leidde tot rivaliteit tussen de VS en Sovjet-Unie en zelfs tot verregaande animositeit tussen deze twee staten toen de koude oorlog door de blokkade van Berlijn door de Sovjets (1948-49) goed op stoom kwam. Overwinnaars schrijven de geschiedenis en het recht. Om dat effect te neutraliseren is het juist nodig om het internationaal recht op te waarderen en onder de rechtsbevoegdheid van een supra-nationaal orgaan te plaatsen. Baudet kijkt in zijn voorbeeld van de Neurenbergse processen te eenzijdig naar de positie van de overwonnene en poetst de positie van de overwinnaars in dit verhaal weg.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWoede om Neurenberg-uitspraak Baudet’ in De Telegraaf, 22 februari 2021.