Scheidslijn in publieke opinie loopt niet tussen links en rechts, maar tussen muiterij en overleg

Soms kom je in een discussie op Facebook in aanraking met standpunten waarvan je denkt hoe het mogelijk is dat ze bestaan en geuit worden. Wie zitten er achter? Is het Nederlands onderwijs echt zover weggezakt als de laatste decennia door onderwijscritici wordt beweerd? Het lijkt er sterk op.

Gevoegd bij een gebrek aan mediawijsheid van de bevolking, omdat dit vak ontbreekt in het basisonderwijs, ontstaat er bij sommigen een combinatie van onvermogen, niet goed kunnen luisteren, lezen, schrijven en argumenteren, wrok en miskenning. Het gebrek aan vaardigheid om zich te kunnen uiten en goed te kunnen verwoorden wat men denkt jaagt door een gevoel van ondergewaardeerd worden en een besef van machteloosheid het vliegwiel van de miskenning nog verder aan. Dat is beklagenswaardig voor betreffende individuen en beschadigend voor de samenleving.

Dat is de stand van de publieke opinie van Nederland. In dat land is voor velen botheid de norm. Dat wordt ook wel lompheid of hufterigheid genoemd als het om het intermenselijk contact gaat. Op sociale media valt het extra op en wordt benadrukt wat blijkbaar de ziel van veel Nederlanders is. Dat is een constatering die de Engelse ambassadeur in Den Haag William Temple in de 17de eeuw al maakte in zijn Observations Upon the United Provinces of the Netherlands toen hij over de aard van de Nederlanders zei : ‘More good Nature, than good Humour’. Zie p.188:

Aanleiding voor bovenstaande uiteenzetting is een debatje op Facebook bij bovenstaand artikel van de Volkskrant dat stelt dat de rechtse partijen steeds meer opschuiven naar links. Ik gaf daar het volgende commentaar op: ‘Links is een ramp en rechts is een ramp. Racistisch rechts (PVV en FvD) is een dubbele ramp. Of de kiezer steeds meer op rechtse partijen stemt valt te bezien. Want de kiezers stemmen altijd in meerderheid op rechtse partijen. Dat is nu niet anders. De meerderheid van partijen wil gelijkwaardiger delen en belasten voor degenen die binnen zijn, maar degenen die buiten zijn meer weren dan voorheen. Is dat links of rechts? Het lijkt eerder een gemengd beeld dat valt te omschrijven als conservatief-links.’

Dat is een standpunt waar men het wel of niet mee eens kan zijn. In de verwachting van een leuk debat had ik het prikkelend opgeschreven. Ik vermoedde dat de lezers van de Volkskrant vooral zouden reageren op mijn standpunt dat links een ramp is, maar dat gebeurde niet. Is de achterban van links al bij voorbaat murw gebeukt? Ik kreeg enkel reacties die reageerden op mijn uitspraak dat ‘racistisch rechts’ van PVV en FvD een dubbele ramp is. Dat had ik niet mogen zeggen. Ook dat is blijkbaar de stand van zaken in Nederland, namelijk dat aanhangers van nationalistisch-rechts zelfs de FB-pagina’s van de centrum-linkse Volkskrant domineren.

Zo kabbelt zo’n discussie op een algemeen platform op sociale media voort in Nederland. Je kunt het niet eens een uitwisseling van standpunten noemen. Het is een gesprek tussen doven waarbij men niet zozeer luistert naar wat de ander zegt, maar vooral de eigen stokpaardjes pitcht. Daarmee zeg ik niks nieuws, het is al vaak gezegd. Ik reageer ook veel op Amerikaanse sites en daar is de omgang tussen politieke opponenten vriendelijker en volwassener, hoewel ik het afgelopen half jaar een verharding heb bespeurd. Maar daar lijkt men er genoegen in te scheppen om met elkaar het debat op een hoger niveau te tillen. In Nederland ontbreekt dat streven en lijkt het omgekeerde het geval. Namelijk het afbreken van de ander, ook als men daarmee zichzelf naar beneden haalt. Maar ook dat besef ontbreekt, zoals een Alzheimer-patiënt de eigen vergeetachtigheid vergeet.

Inhoudelijk eindigde mijn bijdrage onder dit Volkskrant-artikel met onderstaande reactie. Of het doordringt tot de aanhangers die PVV en FvD steunen betwijfel ik, maar ik blijf proberen hen met argumenten te overtuigen. Maar de mislukking is ingebakken. Het is als Max en Moritz uit het Duitse verhaal met plaatjes die in de deegbak van de bakker vallen en in de oven gebakken worden. De twee schelmen blijken nog in leven en knagen zich een weg naar buiten. De volgende streek zullen ze echter niet overleven. Maar dat weten ze nog niet.

U hebt gelijk dat er een verschil is tussen islamkritiek (of religiekritiek in het algemeen) en beleid dat tegen de grondwet ingaat. Dat eerste moet mogelijk zijn. Daar zou geen twijfel over moeten bestaan. Ik ben een criticus van godsdiensten (of religieuze instellingen) waaronder de islam omdat ik vind dat religie per saldo een negatieve invloed heeft op de samenleving. Dat geldt dus alle godsdiensten. Daarbij nemen met name de drie monotheïstische godsdiensten een stevige machtspositie in en moeten ze tegen kritiek kunnen. Hoge bomen vangen veel wind.

Maar de PVV gaat verder dan islamkritiek en morrelt aan de grondrechten van inwoners van Nederland. Daar loopt de lijn tussen wat mogelijk of zelfs wenselijk is aan islamkritiek en waar dat overgaat in beleid dat strijdig is met artikelen van de grondwet. Dat laatste hebben we met elkaar afgesproken en kan niet eenzijdig worden opengebroken. Dan verlaat een partij als de PVV de rechtsstaat en begeeft het zich op het terrein van de rechtsongelijkheid en willekeur. Dat is niet in uw of mijn eigenbelang. Want wat vandaag de moslims treft, kan in die willekeur zonder rechtsbescherming morgen u of mij treffen.

Als de PVV delen van de grondwet wil veranderen, dan heeft het daartoe uiteraard het recht. Dan moet het medestanders vinden voor een 2/3de meerderheid in de Staten-Generaal. Maar de paradox van de huidige positie van de PVV is dat het radicaliseert en zich steeds meer vervreemd heeft van de andere partijen. Ofwel, de PVV heeft helemaal geen stappenplan of strategie om een meerderheid te vinden voor de grondwetsartikelen waar het kritiek op heeft en die het wil wijzigen. Dat laat de kiezer op de PVV uiteindelijk met lege handen achter. Die kiezer wordt door de PVV bediend in zijn of haar emotie, maar politiek heeft de PVV geen omlijnd plan om haar doel te bereiken. Het is veel geschreeuw en weinig wol. Daarmee besodemietert de PVV de kiezer zonder dat die kiezer dat zelf doorheeft.’

Foto 1: Schermafbeelding van FB-posting van de Volkskrant van het artikelRechtse partijen schuiven steeds meer op naar links’, 2 maart 2021 (achter betaalmuur). Gewijzigde titel: ‘Rechtse partijen trekken met linkse argumenten steeds meer kiezers naar zich toe’.

Foto 2: Schermafbeelding van p.188 uit William Temple, ‘Observations Upon the United Provinces of the Netherlands’ (1668). Uit editie 1705. Via Google Books.

Foto 3: Wilhelm Busch, illustratie uit Max und Moritz: Max en Moritz gaan krakelingen stelen bij de bakkerij.

Pleidooi om Code Diversiteit & Inclusie breed op te vatten. Aan de hand van het man-vrouw perspectief van Alina Lupu

Het artikelCALL-OUT CULTURE / CANCEL CULTURE’ van Alina Lupu op Platform BK is een aardige poging tot een analyse. Het gaat over de kwestie Erik Kessels en BredaPhoto. Maar het onttrekt zich niet aan de valkuilen die het probeert te vermijden. Zo’n valkuil is het feit dat er meer tweedelingen zijn dan die tussen mannen en vrouwen. Deze analyse reduceert het geschil tot dat specifieke verschil en probeert daar vervolgens iets over te zeggen. Maar dat schiet per definitie tekort. Op 20 september 2020 sprak ik me in een commentaar uit over deze kwestie.

De Code Diversiteit & Inclusie die in de Nederlandse kunstsector wordt gebruikt (onder andere door het Mondriaan Fonds) en over culturele diversiteit en identiteitsvorming gaat noemt naast ‘gender’ de volgende verschillen: ‘beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd’.

Men zou hopen dat auteurs die zich uitspreken over culturele diversiteit zich ‘breed’ opstellen en meerdere verschillen tegelijk in beschouwing nemen. Op dit moment zijn de man-vrouw en het wit-zwart verschil leidend in het debat over diversiteit en identiteit in de kunst. Deze aspecten domineren dientengevolge dit debat omdat de protagonisten ervan zich het best hebben georganiseerd en zich meest radicaal opstellen.

Dat is echter geen intrinsieke waarde die uit het onderwerp zelf volgt, maar een bijkomstige toevalligheid die wordt ingegeven door secundaire elementen als organisatiegraad, politieke radicaliteit en de kennis van (sociale) media. Het gevolg is dat de uitsluiting van mensen (cancel culture) vanwege hun politieke stellingname die raakt aan die verschillen van gender of etniciteit ook een zekere bijkomstige toevalligheid bevatten.

Het is gewenst dat het debat in de Nederlandse kunstsector snel verbreed wordt en onder meer ook sociaaleconomische status en opleidingsniveau dezelfde aandacht krijgen die nu de man-vrouw en wit-zwart verschillen krijgen. Alleen dan kan er sprake zijn van een evenwicht debat. Nu is dat theorie, maar nog geen praktijk.

Een en ander zou in het geval van Erik Kessels en zijn project ‘Destroy my Face’ voor BredaPhoto wel eens tot een andere conclusie kunnen leiden dan waar de auteur onder de schijn van onpartijdigheid tot komt. Welk opleidingsniveau en sociaaleconomische status hebben de betrokkenen die in dit artikel worden genoemd en wat betekent dat voor hun opstelling en de diversiteit in de kunstsector?

Anders gezegd, het aloude klasseverschil tussen sociale klassen verdwijnt onterecht naar de achtergrond als alles wordt gereduceerd tot een man-vrouw of wit-zwart identiteit. Zeker zijn laatstgenoemden ondervertegenwoordigd en moet dat gecorrigeerd worden,  maar de introductie van culturele diversiteit verandert in kortzichtigheid als niet alle verschillen tussen mensen in gelijke mate binnen de kunstsector aandacht krijgen. Het kan niet zo zijn dat om bijkomende, politieke redenen dit debat uit het lood komt te staan en de positie van degenen die zich mede vanwege hun achtergrond het minst laten horen veronachtzaamd wordt.

Er is nog een lange en brede weg te gaan naar emancipatie, zo leert dit voorbeeld van een goedbedoelde auteur die met de pretentie van volledigheid een ‘probleem’ probeert te analyseren dat bij nader inzien niet het probleem is waar het om gaat. Dat blijven hangen in een schijnprobleem dat als definitief wordt voorgesteld en de aanspraak anderen daar iets over te kunnen leren vereist een andere aanname van wat culturele diversiteit is zodat een ander probleem kan worden opgelost. Namelijk dat van een brede, evenwichtige, gelijkmatige en gelijktijdige aanpak van verschillen van culturele diversiteit binnen de kunstsector.

Nederlandse kunstfondsen moeten het onderwerp van culturele diversiteit en identiteit breed interpreteren en de wijdte ervan even serieus gaan nemen zoals ze tot nu toe de enkele aspecten ervan serieus nemen en alle aandacht geven.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCALL-OUT CULTURE / CANCEL CULTURE’ van Alina Lupu op Platform BK, 23 februari 2021.

DDS’er Michael Van Der Galien begrijpt niet wat censuur is en evenmin dat Trump meer dan een mening heeft

Bij het artikelGeschifte D66’er Kees Verhoeven eist censuur na Capitol Hill-bestorming: ‘Niet waar meningsuiting voor bedoeld is!’’ van 7 januari 2021 op DDS plaatste ik onderstaande reactie:

‘Michael Van der Galien begrijpt niet wat censuur is of hij doet net alsof hij het niet begrijpt. Door zijn verkeerde opvatting van wat censuur is zet hij de lezer op het verkeerde been.

Er is pas sprake van censuur als bepaalde informatie wordt tegengehouden of verboden zodat het achtergehouden wordt en nergens kan verschijnen. Bijvoorbeeld als een staat het alleen voor het zeggen heeft en alle media beheerst. Te denken valt aan autoritaire staten als China, Noord-Korea of de oude Sovjet-Unie die geen pluriform medialandschap kennen of hun nationale internet met een muur van het buitenland afsluiten. Wie de vele verschillende platforms op sociale media ziet tot en met 4chan en Parler weet dat dat in Nederland of de VS niet aan de orde is en een bericht altijd ergens kan verschijnen en door velen gezien kan worden.

Er is dus geen sprake van censuur als Twitter, Facebook of Google een bericht verbieden of een individu van hun platform bannen. Deze commerciële bedrijven hebben hun eigen gedragsregels en kunnen eigenhandig beslissen over wie ze wel of niet toelaten. Ze spreken zich niet uit over andere media. Een aldus verbannen bericht kan makkelijk elders worden geplaatst.

De mening van Kees Verhoeven over de vrijheid van meningsuiting komt niet uit de lucht vallen. Het volgt niet direct uit de bestorming van het Capitool door relschoppers op 6 januari 2021 en de poging tot staatsgreep van president Trump en zijn medestanders. De kritiek die Verhoeven verwoordt wordt al enkele jaren door velen geuit. Het siert Van Der Galien niet Verhoeven iets in de mond te leggen wat deze D66’er niet zegt of bedoelt te zeggen.

President Trump heeft met zijn berichten in de media het vertrouwen in de Amerikaanse democratie beschadigd. Een democratie die weerbaar wil zijn en zichzelf wenst te verdedigen dient daar tegen op te treden. Als daar een beroep op techgiganten bijhoort om Trumps leugens te bannen, dan is dat een toelaatbaar middel.

Het is onjuist om het maandenlang ageren van president Trump tegen de verkiezingsuitslag als ‘een mening’ af te schilderen. Het is meer dan een mening. Trump zaaide zijn twijfels over de uitslag om zijn kas te spekken door donaties aan zijn volgers te vragen en om zijn positie jegens die volgers en binnen de Republikeinse partij te versterken.

Het is ook meer dan een mening omdat Trump een door alle staten en DC op 11 december 2020 gecertificeerde uitslag gestolen bleef noemen. Daarmee ging Trump bewust in tegen de werking van de democratie. Juist een president kan daarover geen mening hebben omdat zijn functie zijn persoonlijke mening overstijgt. Er was dus zeker vanaf 11 december 2020 sprake van opruiing door Trump waarmee hij zich buiten de wet begaf en zijn recht van spreken verloor. Het is juist verwonderlijk dat de techgiganten zo laat ingrepen en Trump alle ruimte gaven voor desinformatie die de democratie beschadigde.

Ik sta net als Van Der Galien op het standpunt dat alles dat niet in strijd is met de wet in het publieke debat gezegd moet kunnen worden. Met slecht éen extra voorwaarde, namelijk dat de aangesprokene in staat is om te reageren. Voor geestelijk gehandicapten, terminaal zieken, hoogbejaarden of kinderen geldt dat niet omdat ze zich niet kunnen verdedigen of geen medestanders hebben die dat voor hen kunnen doen. Deze categorieën behoren daarom extra juridische bescherming te genieten omdat ze niet of onvoldoende aan het publieke debat kunnen deelnemen om hun mening te geven. De vrijheid van meningsuiting kunt dus twee beperkingen: de wet en de mogelijkheid om terug te praten.

Maar een beroep op het goede fatsoen, de sociale vrede of religieuze dogmatiek is ongewenst en een teken van een te beperkende opvatting van het publieke debat. Dat is doorgaans een verhullend middel om onwelgevallige meningen te verbieden. Dat is een heilloze weg omdat voor iedereen de grenzen aan dat fatsoen, die vrede of religie weer anders liggen. Dat verschil bevestigt juist de pluriformiteit van meningen die in een samenleving bestaan. Dat kan dus nooit door een specifieke norm opgelegd worden omdat dit de verschillen onder valse voorwendsels onderdrukt. Maar in het geschil met Verhoeven is dat niet aan de orde.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGeschifte D66’er Kees Verhoeven eist censuur na Capitol Hill-bestorming: ‘Niet waar meningsuiting voor bedoeld is!’’ door Michael Van Der Galien van 7 januari 2021 op DDS.

Wanneer komen journalisten van gevestigde media tot het besef dat ze de opkomst van de rechts-radicale populisten hebben ondersteund?

Er bestaat in het publieke debat verschil van mening over wie er het meest verantwoordelijk is voor de opkomst van populisten als Trump, Wilders, Baudet, Farage, Boris Johnson en dat soort rechts-radicale nationalistische politici.

Vertegenwoordigers of sympathisanten van de gevestigde media wijzen naar de almacht van Facebook, Twitter en Google (YouTube) die zich eerder als technisch-intermediaire dan journalistieke platforms beschouwen en ruimte hebben gecreëerd voor complotdenkers. Dat is geen onjuiste gedachte die echter voorbijgaat aan de verantwoordelijkheid van de traditionele media die daar vooraf aan gaat.

Want zowel voor- en tegenstanders van deze media huldigen het idee dat een nieuwsbericht pas vaart krijgt als het in de gevestigde media op een neutrale en niet-kritische manier verschijnt. Het geeft het complot legitimiteit.

Het is dus logisch om te veronderstellen dat de oorzaak voor de opkomst van de rechts-radicale populisten enkel en alleen te wijten is aan de traditionele media. Ze hebben hun verantwoordelijkheid niet genomen en hun taak verzaakt om tijdig en ondubbelzinnig te signaleren wat voor gevaar voor de democratie types als Trump vormden.

Media hebben het laten gebeuren.

Wat vaak vergeten wordt is dat net als de techgiganten ook de mediaconcerns grote economische belangen hebben en doorgaans niet onafhankelijk handelen. Ondanks redactiestatuten of de formele autonomie van redacties. Er bestaat ook zoiets als indirecte druk om zich te voegen in een economische structuur. Dat kan bij journalisten resulteren in zelfcensuur, sociaal inschikken binnen het mediabedrijf waar men werkzaam is en het achterwege laten van initiatieven om de nek uit te steken. Evenmin is het een uitzondering dat kritische artikelen onder druk van de leiding van een nieuwsmedium om partijpolitieke redenen worden teruggetrokken.

Het gebrek aan alertheid van de traditionele media is niet iets waar ze trots op kunnen zijn. Daarom is bij hen het mechanisme in werking getreden om de schuld af te schuiven en sociale media en complotdenkers de schuld te geven voor de opkomst van rechts-radicale populisten en de beschadiging van de democratie. Dat is stoer achteraf praten van mannetjesputters die zich met terugwerkende kracht doen kennen als verzetshelden na de oorlog.

Journalisten van de gevestigde media verwarren twee aspecten. Ze maken zichzelf kleiner en onmachtiger dan ze werkelijk zijn en ze verwisselen oorzaak en gevolg. Want als ze met hun media niet hadden verzaakt om de populisten vanaf het begin als gevaar voor de democratie te kenmerken, dan hadden deze nooit zo’n opgang op sociale media en in de politiek kunnen maken. Maar ze verscholen zich veilig achter hun beroepscode die dicteert dat een zaak van meerdere kanten moet worden belicht. Ze zagen niet in dat ze hiermee hun verantwoordelijkheid en ethisch besef afschoven. Die enerzijds-anderzijds houding heeft degenen bevoordeelt die de gevestigde orde wilden afbreken en ze relatief makkelijk en ongecensureerd hun doorgaans krankzinnige mening konden geven.

De conclusie moet zijn dat zo beredeneerd het verschil tussen Facebook dat tot voor kort elke journalistieke verantwoordelijkheid van zich afwimpelde en de gevestigde media die dat op een andere manier deden door een in de jaren 1950 geformuleerde beroepscode als excuus te gebruiken om geen stelling te nemen miniem is en in de praktijk op hetzelfde neerkwam.

In het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history’ op Salon heeft Trump-biograaf Michael D’Antonio kritiek op de Amerikaanse gevestigde media. Hij verklaart dat door de wereldvreemdheid en de geïsoleerde positie waarin journalisten verkeren. Ze hebben op enkele uitzonderingen na de urgentie gemist van de sektevorming van Trumps opkomst.

Gevoegd bij de economische belangen van mediaconcerns en een meer dan 65 jaar oude beroepscode die onvoldoende is geactualiseerd en niet is toegesneden op de kwaadaardigheid van types als Trump heeft dat geleid tot de situatie waarin we nu verkeren. In de VS is er een gevaarlijke situatie ontstaan die kan leiden tot een succesvolle staatsgreep en in Europese landen heeft zich een fikse dwars- en dwaasdenkende minderheid gevormd die zich gesterkt en gemobiliseerd weet rondom sociale media. Het heeft de gevestigde media als katalysator voor de eigen opkomst achter zich gelaten en is onbereikbaar geworden in geest en denkbeelden.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history; Author of “The Truth About Trump” on his last-ditch coup — and his future as cult leader and theme-park impresario’ op Salon, 30 december 2020.

Met een braaf, achterhaald en onvolledig verslag over marketing normaliseert RTL Z Trump. Media verzaken hun taak in commissie

Er bestaat een eiland dat Marketing heet. Niet Marken. Rondom dat eiland gebeurt van alles, maar tot het eiland dringt het niet of slechts mondjesmaat door. Zo trots als het op zichzelf is, vol eigendunk. Zakenzender RTL Z doet trouwhartig verslag. Vanaf eiland Marketing dat het als een in zichzelf gesloten wereld beschouwt.

Daarbij komt nog eens dat het eiland gesplitst wordt door een diep kanaal. Aan de ene kant worden de gelden uit de officiële partijkassen besteed en aan de andere kant de gelden van de onregelmatige campagnes van PAC’s en projectmatige organisaties als The Lincoln Project of Republican Voters Against Trump. Deze laatste twee timmeren aan de weg en hebben veel invloed in de media. Maar tot het halve eiland Marketing waar RTL Z verslag doet dringt het niet door. RTL Z heeft een draaiboek uit 1990 uit de kast gehaald en probeert daar de situatie van 2020 in te passen. Als een vierkant dat door een rond gat moet worden geduwd.

Argeloosheid gaat zo over in domheid. Daarin is RTL Z niet het enige medium. Ze verzaken in commissie. Het verhaal over Marketing is niet onjuist, maar wel achterhaald. Het is niet van belang voor de huidige situatie. Daarbij normaliseert het president Trump door hem in het frame van een tweestrijd met de Democraten te plaatsen, terwijl de essentie van de huidige situatie is dat Trump zich aan die tweestrijd en dat frame onttrekt.

Trump heeft afgelopen week gezegd dat hij bij een nederlaag de verkiezingsuitslag niet erkent. Hij heeft door rampzalige peilingen de hoop opgegeven om de meeste stemmen te halen of de meeste kiesmannen van het Electoral College achter zich te vergaren. Trump ligt nu zelfs achter in Arizona, Florida, Noord-Carolina en Ohio. Georgia en Iowa dreigen voor de Democratische presidentskandidaat Joe Biden te kiezen.

Trump kan alleen winnen door de verkiezing te stelen en bereidt zich daar met zijn medestanders zoals justitieminister Bil Barr op voor. Dat is de actualiteit van nu. Marketing dat gaat over een regelmatig proces is irrelevant geworden. Het is wonderlijk dat dat niet tot de media doordringt en ze in hun automatisme en gemakzucht met uitgekauwde verhalen blijven komen. En zelfs het beeld van normalisatie van Trump in de lucht blijven houden. Zo is hun berichtgeving niet alleen irrelevant, maar werkt het ook nog eens averechts.

Vandaag schreef ik op Facebook het volgende commentaar bij het artikel ‘‘This is how you normalize a madman’: Scholars, press watchdogs call on corporate media to treat Trump like the authoritarian threat he is’ van Common Dreams op RawStory:

‘Het is onthutsend. Na 3,5 jaar Trump weten de Amerikaanse media nog steeds niet wie hij is om daar nauwgezet verslag van te doen. Namelijk een anti-democratische kracht die zich niks aantrekt van grondwet en politieke gebruiken. Trump geeft overduidelijk aan dat hij de verkiezingen wil stelen.

Trump is te dom en te ongeduldig om zijn intenties te verbergen. Hij handelt in volle openheid. Hij leest als een open boek. Maar nog durven of willen de media hem frontaal aanvallen. Of worden ze daar door hun hoofdredactie en hun economische belangen in beperkt.

Zo verzaken de Amerikaanse media hun taak als venster op en van de democratie. Ze hebben dat venster met hun eigen non-berichten dichtgeplakt en duiken voor het nemen van verantwoordelijkheid. Ze redden niet de democratie, maar hun eigen hachje. De media zijn bang.

Hoe dan ook zullen ze straks afgerekend worden op hun laffe gedrag van nu. Dan zullen ze net als na de invasie van Irak in 2003 spijt betuigen en opnieuw verklaren dat ze zich door de regering hebben laten misleiden. Dat is prietpraat en ongeloofwaardig.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat de gevestigde media rechts zijn, en niet links. Maar we wisten al lang dat in newsrooms de hypocrisie regeert. Dat wordt nu opnieuw bevestigd. Het is een onaangenaam gezicht.’

 

Stopgezet kunstproject ‘Destroy my face’ legt breuklijnen bloot. Amerikaanse identiteitspolitiek irriteert een Brabants kunstfonds


Afgelopen week was er relletje over het project ‘Destroy my face’ op de skatebaan Pier15 van Erik Kessels op BredaPhoto. Het ging om samengestelde beelden van fragmenten van vrouwengezichten. Onder druk van politieke activisten op sociale media die er met gestrekt been ingingen en die op hun beurt financiers van Pier15 onder druk zetten werd het project tegen de zin van BredaPhoto en Pier15 verwijderd.

Opmerkelijk is wat de directeur van BredaPhoto Fleur van Muiswinkel in een verklaring zegt: ’Wij hebben er begrip voor dat mensen zich niet kunnen vinden in de vorm en/of de inhoud van dit werk. Hierover kan je discussiëren. De keuze van BredaPhoto om dit project juist in een skatehal te tonen is een bewuste. Het is confronterend en het schuurt, en roept een zeer essentiële discussie op over de grenzen en de invloedsferen van de cosmetische chirurgie. Met name ook bij de jeugd en bij het nieuwe normaal van “InstaPerfect”. In tegenstelling tot dat wat er nu gebeurt: het polariseren van het debat en de cancel-culture die overwint is niet waar BredaPhoto voor staat. We hebben de initiatiefnemers van de online petitie tegen het werk dan ook aan tafel uitgenodigd. Helaas hebben ze de uitnodiging afgeslagen omdat ze uitdrukkelijk anoniem willen blijven.’

Deze anonimiteit en het afwijzen van elke discussie klonk door op een FB-post van het Nederlandse kunsttijdschrift Metropolis M waar kunstenaar Nelle Boer op sociale media vindbare foto’s van vijf ondertekenaars van een petitie tegen ‘Destroy my face’ doorplaatste. Metropolis M dreigde vervolgens Boers berichten te verwijderen omdat hij het portretrecht niet zou hebben gerespecteerd. Maar het tijdschrift heeft Boers gewraakte bericht met de vijf foto’s op zondag 20 september 2020 nog niet verwijderd.

Boer heeft aan deze episode weer een FB-post gewijd waarin hij het optreden van Metropolis M hekelt en meedeelt dat hij ervoor drie dagen van Facebook is verbannen. Hij is kritisch: ‘De cancel culture heeft dus ook de Nederlandse kunst bereikt en wordt zelfs gesteund door instituten binnen de kunstwereld. Een van de ondertekenaars tegen Kessels is nota bene lid van de Amsterdamse Kunstraad’ en komt tot de conclusie: ‘De nieuwe vijand van artistieke vrijheid komt dus niet van buitenaf, maar is onder ons, kunstenaars’.

Metropolis M noemt het in een berichteen golf van protest’, maar onduidelijk is hoe omvangrijk het aanvankelijke protest was en wat het probeert te bereiken. In een Engelstalige open briefWE ARE NOT A PLAYGROUND’ zeggen de briefschrijvers dat ze via sociale media kennis hebben genomen van Kessels project. Ze eisen niet alleen de verwijdering ervan, maar vragen ook om uitleg aan BredaPhoto over de selectie en de achtergrond van het werk. De briefschrijvers wijzen een dialoog als niet-neutraal af als ze zeggen: ‘This argument does not hold up in today’s polarised climate: a climate where violent tendencies against women don’t just stop at being “problematic” or somebody being “cancelled” – but have very real and harmful effects on half of the population of this planet. It is no longer up to others to decide what female-presenting faces and bodies should look like or are used for, especially not men.’ Ze claimen voor zichzelf het alleenrecht om te beslissen hoe ‘vrouwelijk gepresenteerde gezichten en lichamen’ in kunstwerken getoond worden.

In de open brief klinkt de echo van de Amerikaanse identiteitspolitiek door die de Atlantische oceaan is overgewaaid tot in Brabant. Vanuit een idee van apartheid worden gender, etniciteit en huidskleur gezien als breuklijnen die mensen van elkaar scheidt. Culturele toe-eigening wordt afgewezen wat inhoudt dat mensen niet vanzelfsprekend uitspraken mogen doen over anderen aan de andere kant van de breuklijn. Dit is een manier van denken die de samenleving verdeelt. Maar het is ook een misvatting omdat de breuklijnen niet zo hard zijn als wordt gesuggereerd. Streven naar emancipatie van achtergestelde groepen is uiteraard nodig, maar het valt te betwijfelen of dat via de (om)weg van de apartheid het meest doelmatig bereikt wordt.

Het wordt bizar als Metropolis M in dat bericht zegt: ’PIER 15 heeft het huidige protest, dat mede door vrouwelijke skaters is aangewakkerd en wordt ondersteund door zijn partners, niet voorzien; het moet constateren dat de foto’s van Kessels op de vloer hun doel voorbij schieten en tot vrouwenhaat aanzetten in plaats van misstanden te bestrijden’. Dat is een verkeerde weergave van de verklaring van Pier15. Metropolis M doet met een te vrije interpretatie afbreuk aan de verklaring van Pier15 waarin niet valt te lezen dat het skatepark constateert dat de foto’s aanzetten tot vrouwenhaat. Pier15 komt juist tot een tegenovergestelde conclusie. Het betreurt namelijk dat er geen dialoog mogelijk is en respecteert dat het kunstwerk ‘andere associaties’ oproept, maar zegt niet dat het die associaties deelt. Deze verklaring roept de vraag op waar de journalistiek van Metropolis M stopt en waar politiek activisme het overneemt. Het lijkt er sterk op dat de hoofdredactie van Metropolis M door deze kwestie in verwarring is gebracht en niet meer zorgvuldig handelt.

Ik stelde op dezelfde FB-post waar Nelle Boer op reageerde Metropolis M op 19 september 2020 de volgende vraag waar ik nog geen antwoord op gekregen heb: ‘Welke positie neemt Metropolis M in ten aanzien van het genoemde kunstwerk met gefingeerde vrouwenportretten en ten aanzien van censuur van kunstwerken in het algemeen? Ofwel, waar kan ik de sterkste steunverklaring van Metropolis M vinden over de vrijheid voor kunstenaars in het maken van kunst? Klopt mijn waarneming dat Metropolis M de positie inneemt dat er politieke voorwaarden moeten worden verbonden aan het maken van kunst? Zoja, acht Metropolis M dat een duurzame positie en hoe vindt het dat zich dit verhoudt tot de vrijheid van kunstenaars?’. 

Inmiddels is er ook de petitie ‘Kunst mag knagen – geef ‘Destroy my Face’ een nieuwe plek’ van Frank Toeset die het opneemt voor het Kessels’ project en de identiteitspolitiek bekritiseert die tot de anti-Kessels open brief heeft geleid. Namen uit de Brabantse kunstsector reageren instemmend op een doorstart van dit project. Zo ontstaat een nieuwe breuklijn tussen het randstedelijk politiek correct denken dat uit de VS is overgewaaid en politiek boven kunst stelt en regionaal denken dat zich door dit randstedelijk en Amerikaans correct denken onterecht in de hoek gezet voelt. Investeringsfonds voor kunst- & cultuurprojecten Brabant C neemt het in bovenstaande verklaring ondubbelzinnig en voor haar doen tamelijk fel op voor Kessels’ project en tegen de actievoerders die het debat uit de weg gaan. Het Brabantse kunstfonds voelt zich in de wielen gereden door actievoerders die als leunstoel-generaals vanaf de andere kant van de oceaan blijkbaar een kunstproject kunnen torpederen: ‘Brabant C vindt het een bedenkelijke ontwikkeling, wanneer voor sommigen onwelgevallige kunst onder druk van social media verwijderd wordt’. De rol van sociale media is niet onzijdig.

Foto’s 1 en 2: BerichtBredaPhoto-project Destroy my face stopgezet, onder druk van social media’ van Brabant C, 17 september 2020.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaring van Pier15 over het stopzetten van Erik Kessels’ project ‘Destroy my face’ op BredaPhoto, vermoedelijk 15 september 2020.

In landsbelang dient minister Grapperhaus af te treden. Hij heeft persoonlijk gefaald

Op 28 augustus schreef ik bovenstaand commentaar op Facebook. Ik ben van mening dat minister Ferd Grapperhaus zijn geloofwaardigheid heeft verloren en in het landsbelang dient af te treden. Door de publicatie van nieuwe foto’s wordt alleen nog maar verder benadrukt dat op Grapperhaus’ huwelijksfeest de corona-maatregelen met voeten werden getreden. Zo buitengewoon is een carrière als minister nou ook weer niet.

Grapperhaus moet zijn persoonlijk belang opzijzetten. Het CDA kan dan door een banencarrousel Pieter Omtzigt naar het kabinet promoveren. Staatssecretaris Raymond Knops kan dan Grapperhaus’ functie overnemen en Omtzigt die van Knops, namelijk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kwestie Grapperhaus kan tevens dienen om de betekenis van de in Nederland bekende ‘Carringtondoctrine’ op te frissen. Dat betreft ook persoonlijk falen. Ferd Grapperhaus toont het persoonlijk met beeldmateriaal aan.

Foto: Schermafbeelding van eigen commentaar op Facebook, 28 augustus 2020.

OPZIJ doet aan promotie en slachtofferschap door te beweren dat een cover die op Facebook is te zien daar geweigerd wordt

Sommige media weten van gekkigheid niet hoe ze aandacht moeten trekken. Neem het feministische maandblad OPZIJ. Het Parool komt op 17 augustus 2020 om 15.20 uur met een bericht van het ANP dat zegt dat de omslag van OPZIJ op Facebook geweigerd is na nieuwe regels. ‘De promotie is geweigerd omdat ze in strijd zou zijn met de richtlijnen van het sociale platform, meldt het tijdschrift maandag’ aldus het ANP. OPZIJ heeft dus contact gezocht met het ANP om dit te melden. Maar het klopt niet of in elk geval niet zo definitief. Wie doorklikt naar de FB-pagina van OPZIJ ziet bovenstaande foto van de betreffende omslag. Het heeft notabene als onderschrift: ‘De cover van Opzij die is geweigerd. BEELD OPZIJ’. OPZIJ spaart de eigen leegte uit.

Het kan niet allebei waar zijn, een foto die onderdeel is van een promotiecampagne voor het augustus/september nummer 2020 kan niet geweigerd worden door FB, maar toch getoond worden. Het portret van de zwarte Abbie Vandivere, conservator van het Mauritshuis, heeft ook niks te maken met de nieuwe richtlijnen van FB over blackface, ofwel het zwart maken van iemand die van origine niet zwart is.

Een en ander brengt me tot de volgende reactie bij deze foto op de FB-tijdlijn van OPZIJ: ‘Is dit de foto die volgens OPZIJ geweigerd wordt door Facebook vanwege nieuwe richtlijnen? Is dit de foto waarvan OPZIJ zegt dat Facebook die verwijdert, maar die op Facebook op 17 augustus 2020 om 16.00 uur gewoon is te zien? Is dit de foto waarmee OPZIJ marketing bedrijft door te proberen non-nieuws te promoveren tot nieuws? Is dit de foto die accentueert dat OPZIJ de framing van identiteit belangrijker vindt dat de framing van de waarheid?

Als Henk Broekhuis (Karel van het Reve) nog geleefd had, dan had hij in een column hier aandacht aan kunnen besteden. In zijn behandeling van de gemeenplaatsen van onze tijd had de algemene uitspraak ‘Publiciteit over identiteit die niet waar is, wordt waar als identiteit van de publiciteit’ niet misstaan. De redactie van OPZIJ heeft in elk geval begrepen dat de beste (en goedkoopste) zelfpromotie de openbare ontkenning ervan is.

Foto: Cover van het augustus/september nummer van 2020 van OPZIJ, zoals te zien op Facebook.

Facebook maakt begin met aanpak van racistische stereotypering

De maatschappelijke bestrijding van stereotypering kent een rangorde. Dat sijpelt door naar sociale media. Het is afhankelijk van de economische macht van minderheden. De krachtigste lobby of de politiek meest machtige groepering komen het eerst aan de beurt. Dus Facebook en Instagram zeggen nu stereotypering van joden en blackface te gaan bestrijden, maar de bestrijding van yellowface, redface, brownface of arabface op deze platforms blijft (nog) achterwege. Uiteraard moet Facebook ergens beginnen, maar deze selectieve aanpak bevestigt het beeld dat racisme relatief is. Facebook plukt na jarenlange druk wat laaghangend fruit in de hoop dat het na deze uitdrukkelijke uiting van daadkracht verder met rust gelaten wordt door overheden. FB-aanhangers van Zwarte Piet kunnen zich voorlopig richten op de kleuren geel, rood, bruin en lichtgetint.

Foto: De Zweeds-Amerikaanse acteur Warner Oland in de film ‘Charlie Chan’s Greatest Case‘ (1933) als de Chinese inspecteur Charlie Chan. Een voorbeeld van yellowface omdat een niet-Aziaat de rol van een Oost-Aziaat speelt. 

Aan Ab Gietelink: Er is geen censuur op sociale media en internet, maar terughoudendheid om journalistieke taak ernstig te nemen

We beseffen onvoldoende dat de techgiganten particuliere bedrijven zijn met richtlijnen die ze zelf kunnen vaststellen en handhaven. De samenleving is te veel gaan leunen op Facebook, Twitter en YouTube. Waarom het vooral fout gaat is dat de techgiganten vinden dat ze platforms zijn die ‘doorgeven’, terwijl overheden en toezichthouders vinden dat ze in de kern een journalistieke taak hebben waarbij verantwoordelijk optreden past.

Waar het om gaat is dat meningen moeten kunnen verschillen. Dan pas komt een publiek debat op gang. Die botsing mag fel zijn. Maar een voorwaarde daarbij is wel dat het uitgangspunt altijd de feiten moeten zijn. Pas dan kan een publiek debat tot stand komen. Voorwaarde is dat iedereen zich op dezelfde feiten baseert zonder daar dus dezelfde mening over te hebben. Anders wordt het een archipel van deeldebatten waardoor tegengestelde meningen niet meer op elkaar kunnen reageren. Dat is een verarming van dat debat.

Ab Gietelink heeft gelijk met zijn kritiek dat de techgiganten weinig transparant zijn. Dat is een oude klacht. Ze verstoppen zich. Maar hij heeft ongelijk dat nepnieuws niet te onderscheiden zou zijn van nieuws en daarom niet aangepakt kan worden. Dat is een fatalistische en gevaarlijke houding.

Want uiteindelijk komen dan de democratie en de rechtstaat in gevaar. Types als Trump en Baudet hebben sinds 2017 ongekende ruimte gekregen op zowel sociale media als in de gevestigde media om hun alternatieve feiten en onwaarheden te verspreiden. Terugkijkend is dat een slechte ontwikkeling die nooit zo had mogen plaatsvinden. De techgiganten en de gevestigde media hebben heel wat uit te leggen over hun gedrag van de afgelopen drie jaar. Dus niet omdat ze te streng waren naar Trump of Baudet, maar juist te welwillend. Maar ze houden zich tot nu toe krampachtig stil.

Verwijderen van nepnieuws door de techgiganten is geen censuur. Maar dat gebeurt halfslachtig en weinig doelmatig. Zo worden de scheldkanonnades van Micha Kat op diens nieuwe YouTube-kanaal ‘Revolutionair Online’ (voorlopig) niet verwijderd terwijl ze in strijd zijn met elke interne gedragsregel. Het verbiedt geen berichten, maar verwijdert die alleen van het eigen ‘platform’ omdat ze eindelijk de journalistieke taak serieus nemen. Over censuur kun je pas praten als een uiting verboden wordt en in een samenleving nergens in de openbaarheid kan verschijnen. Maar door de veelheid aan sociale media is er altijd een alternatief om een uiting te plaatsen als die op een specifiek platform wordt weggehaald.