Met een braaf, achterhaald en onvolledig verslag over marketing normaliseert RTL Z Trump. Media verzaken hun taak in commissie

Er bestaat een eiland dat Marketing heet. Niet Marken. Rondom dat eiland gebeurt van alles, maar tot het eiland dringt het niet of slechts mondjesmaat door. Zo trots als het op zichzelf is, vol eigendunk. Zakenzender RTL Z doet trouwhartig verslag. Vanaf eiland Marketing dat het als een in zichzelf gesloten wereld beschouwt.

Daarbij komt nog eens dat het eiland gesplitst wordt door een diep kanaal. Aan de ene kant worden de gelden uit de officiële partijkassen besteed en aan de andere kant de gelden van de onregelmatige campagnes van PAC’s en projectmatige organisaties als The Lincoln Project of Republican Voters Against Trump. Deze laatste twee timmeren aan de weg en hebben veel invloed in de media. Maar tot het halve eiland Marketing waar RTL Z verslag doet dringt het niet door. RTL Z heeft een draaiboek uit 1990 uit de kast gehaald en probeert daar de situatie van 2020 in te passen. Als een vierkant dat door een rond gat moet worden geduwd.

Argeloosheid gaat zo over in domheid. Daarin is RTL Z niet het enige medium. Ze verzaken in commissie. Het verhaal over Marketing is niet onjuist, maar wel achterhaald. Het is niet van belang voor de huidige situatie. Daarbij normaliseert het president Trump door hem in het frame van een tweestrijd met de Democraten te plaatsen, terwijl de essentie van de huidige situatie is dat Trump zich aan die tweestrijd en dat frame onttrekt.

Trump heeft afgelopen week gezegd dat hij bij een nederlaag de verkiezingsuitslag niet erkent. Hij heeft door rampzalige peilingen de hoop opgegeven om de meeste stemmen te halen of de meeste kiesmannen van het Electoral College achter zich te vergaren. Trump ligt nu zelfs achter in Arizona, Florida, Noord-Carolina en Ohio. Georgia en Iowa dreigen voor de Democratische presidentskandidaat Joe Biden te kiezen.

Trump kan alleen winnen door de verkiezing te stelen en bereidt zich daar met zijn medestanders zoals justitieminister Bil Barr op voor. Dat is de actualiteit van nu. Marketing dat gaat over een regelmatig proces is irrelevant geworden. Het is wonderlijk dat dat niet tot de media doordringt en ze in hun automatisme en gemakzucht met uitgekauwde verhalen blijven komen. En zelfs het beeld van normalisatie van Trump in de lucht blijven houden. Zo is hun berichtgeving niet alleen irrelevant, maar werkt het ook nog eens averechts.

Vandaag schreef ik op Facebook het volgende commentaar bij het artikel ‘‘This is how you normalize a madman’: Scholars, press watchdogs call on corporate media to treat Trump like the authoritarian threat he is’ van Common Dreams op RawStory:

‘Het is onthutsend. Na 3,5 jaar Trump weten de Amerikaanse media nog steeds niet wie hij is om daar nauwgezet verslag van te doen. Namelijk een anti-democratische kracht die zich niks aantrekt van grondwet en politieke gebruiken. Trump geeft overduidelijk aan dat hij de verkiezingen wil stelen.

Trump is te dom en te ongeduldig om zijn intenties te verbergen. Hij handelt in volle openheid. Hij leest als een open boek. Maar nog durven of willen de media hem frontaal aanvallen. Of worden ze daar door hun hoofdredactie en hun economische belangen in beperkt.

Zo verzaken de Amerikaanse media hun taak als venster op en van de democratie. Ze hebben dat venster met hun eigen non-berichten dichtgeplakt en duiken voor het nemen van verantwoordelijkheid. Ze redden niet de democratie, maar hun eigen hachje. De media zijn bang.

Hoe dan ook zullen ze straks afgerekend worden op hun laffe gedrag van nu. Dan zullen ze net als na de invasie van Irak in 2003 spijt betuigen en opnieuw verklaren dat ze zich door de regering hebben laten misleiden. Dat is prietpraat en ongeloofwaardig.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat de gevestigde media rechts zijn, en niet links. Maar we wisten al lang dat in newsrooms de hypocrisie regeert. Dat wordt nu opnieuw bevestigd. Het is een onaangenaam gezicht.’

 

Stopgezet kunstproject ‘Destroy my face’ legt breuklijnen bloot. Amerikaanse identiteitspolitiek irriteert een Brabants kunstfonds


Afgelopen week was er relletje over het project ‘Destroy my face’ op de skatebaan Pier15 van Erik Kessels op BredaPhoto. Het ging om samengestelde beelden van fragmenten van vrouwengezichten. Onder druk van politieke activisten op sociale media die er met gestrekt been ingingen en die op hun beurt financiers van Pier15 onder druk zetten werd het project tegen de zin van BredaPhoto en Pier15 verwijderd.

Opmerkelijk is wat de directeur van BredaPhoto Fleur van Muiswinkel in een verklaring zegt: ’Wij hebben er begrip voor dat mensen zich niet kunnen vinden in de vorm en/of de inhoud van dit werk. Hierover kan je discussiëren. De keuze van BredaPhoto om dit project juist in een skatehal te tonen is een bewuste. Het is confronterend en het schuurt, en roept een zeer essentiële discussie op over de grenzen en de invloedsferen van de cosmetische chirurgie. Met name ook bij de jeugd en bij het nieuwe normaal van “InstaPerfect”. In tegenstelling tot dat wat er nu gebeurt: het polariseren van het debat en de cancel-culture die overwint is niet waar BredaPhoto voor staat. We hebben de initiatiefnemers van de online petitie tegen het werk dan ook aan tafel uitgenodigd. Helaas hebben ze de uitnodiging afgeslagen omdat ze uitdrukkelijk anoniem willen blijven.’

Deze anonimiteit en het afwijzen van elke discussie klonk door op een FB-post van het Nederlandse kunsttijdschrift Metropolis M waar kunstenaar Nelle Boer op sociale media vindbare foto’s van vijf ondertekenaars van een petitie tegen ‘Destroy my face’ doorplaatste. Metropolis M dreigde vervolgens Boers berichten te verwijderen omdat hij het portretrecht niet zou hebben gerespecteerd. Maar het tijdschrift heeft Boers gewraakte bericht met de vijf foto’s op zondag 20 september 2020 nog niet verwijderd.

Boer heeft aan deze episode weer een FB-post gewijd waarin hij het optreden van Metropolis M hekelt en meedeelt dat hij ervoor drie dagen van Facebook is verbannen. Hij is kritisch: ‘De cancel culture heeft dus ook de Nederlandse kunst bereikt en wordt zelfs gesteund door instituten binnen de kunstwereld. Een van de ondertekenaars tegen Kessels is nota bene lid van de Amsterdamse Kunstraad’ en komt tot de conclusie: ‘De nieuwe vijand van artistieke vrijheid komt dus niet van buitenaf, maar is onder ons, kunstenaars’.

Metropolis M noemt het in een berichteen golf van protest’, maar onduidelijk is hoe omvangrijk het aanvankelijke protest was en wat het probeert te bereiken. In een Engelstalige open briefWE ARE NOT A PLAYGROUND’ zeggen de briefschrijvers dat ze via sociale media kennis hebben genomen van Kessels project. Ze eisen niet alleen de verwijdering ervan, maar vragen ook om uitleg aan BredaPhoto over de selectie en de achtergrond van het werk. De briefschrijvers wijzen een dialoog als niet-neutraal af als ze zeggen: ‘This argument does not hold up in today’s polarised climate: a climate where violent tendencies against women don’t just stop at being “problematic” or somebody being “cancelled” – but have very real and harmful effects on half of the population of this planet. It is no longer up to others to decide what female-presenting faces and bodies should look like or are used for, especially not men.’ Ze claimen voor zichzelf het alleenrecht om te beslissen hoe ‘vrouwelijk gepresenteerde gezichten en lichamen’ in kunstwerken getoond worden.

In de open brief klinkt de echo van de Amerikaanse identiteitspolitiek door die de Atlantische oceaan is overgewaaid tot in Brabant. Vanuit een idee van apartheid worden gender, etniciteit en huidskleur gezien als breuklijnen die mensen van elkaar scheidt. Culturele toe-eigening wordt afgewezen wat inhoudt dat mensen niet vanzelfsprekend uitspraken mogen doen over anderen aan de andere kant van de breuklijn. Dit is een manier van denken die de samenleving verdeelt. Maar het is ook een misvatting omdat de breuklijnen niet zo hard zijn als wordt gesuggereerd. Streven naar emancipatie van achtergestelde groepen is uiteraard nodig, maar het valt te betwijfelen of dat via de (om)weg van de apartheid het meest doelmatig bereikt wordt.

Het wordt bizar als Metropolis M in dat bericht zegt: ’PIER 15 heeft het huidige protest, dat mede door vrouwelijke skaters is aangewakkerd en wordt ondersteund door zijn partners, niet voorzien; het moet constateren dat de foto’s van Kessels op de vloer hun doel voorbij schieten en tot vrouwenhaat aanzetten in plaats van misstanden te bestrijden’. Dat is een verkeerde weergave van de verklaring van Pier15. Metropolis M doet met een te vrije interpretatie afbreuk aan de verklaring van Pier15 waarin niet valt te lezen dat het skatepark constateert dat de foto’s aanzetten tot vrouwenhaat. Pier15 komt juist tot een tegenovergestelde conclusie. Het betreurt namelijk dat er geen dialoog mogelijk is en respecteert dat het kunstwerk ‘andere associaties’ oproept, maar zegt niet dat het die associaties deelt. Deze verklaring roept de vraag op waar de journalistiek van Metropolis M stopt en waar politiek activisme het overneemt. Het lijkt er sterk op dat de hoofdredactie van Metropolis M door deze kwestie in verwarring is gebracht en niet meer zorgvuldig handelt.

Ik stelde op dezelfde FB-post waar Nelle Boer op reageerde Metropolis M op 19 september 2020 de volgende vraag waar ik nog geen antwoord op gekregen heb: ‘Welke positie neemt Metropolis M in ten aanzien van het genoemde kunstwerk met gefingeerde vrouwenportretten en ten aanzien van censuur van kunstwerken in het algemeen? Ofwel, waar kan ik de sterkste steunverklaring van Metropolis M vinden over de vrijheid voor kunstenaars in het maken van kunst? Klopt mijn waarneming dat Metropolis M de positie inneemt dat er politieke voorwaarden moeten worden verbonden aan het maken van kunst? Zoja, acht Metropolis M dat een duurzame positie en hoe vindt het dat zich dit verhoudt tot de vrijheid van kunstenaars?’. 

Inmiddels is er ook de petitie ‘Kunst mag knagen – geef ‘Destroy my Face’ een nieuwe plek’ van Frank Toeset die het opneemt voor het Kessels’ project en de identiteitspolitiek bekritiseert die tot de anti-Kessels open brief heeft geleid. Namen uit de Brabantse kunstsector reageren instemmend op een doorstart van dit project. Zo ontstaat een nieuwe breuklijn tussen het randstedelijk politiek correct denken dat uit de VS is overgewaaid en politiek boven kunst stelt en regionaal denken dat zich door dit randstedelijk en Amerikaans correct denken onterecht in de hoek gezet voelt. Investeringsfonds voor kunst- & cultuurprojecten Brabant C neemt het in bovenstaande verklaring ondubbelzinnig en voor haar doen tamelijk fel op voor Kessels’ project en tegen de actievoerders die het debat uit de weg gaan. Het Brabantse kunstfonds voelt zich in de wielen gereden door actievoerders die als leunstoel-generaals vanaf de andere kant van de oceaan blijkbaar een kunstproject kunnen torpederen: ‘Brabant C vindt het een bedenkelijke ontwikkeling, wanneer voor sommigen onwelgevallige kunst onder druk van social media verwijderd wordt’. De rol van sociale media is niet onzijdig.

Foto’s 1 en 2: BerichtBredaPhoto-project Destroy my face stopgezet, onder druk van social media’ van Brabant C, 17 september 2020.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaring van Pier15 over het stopzetten van Erik Kessels’ project ‘Destroy my face’ op BredaPhoto, vermoedelijk 15 september 2020.

In landsbelang dient minister Grapperhaus af te treden. Hij heeft persoonlijk gefaald

Op 28 augustus schreef ik bovenstaand commentaar op Facebook. Ik ben van mening dat minister Ferd Grapperhaus zijn geloofwaardigheid heeft verloren en in het landsbelang dient af te treden. Door de publicatie van nieuwe foto’s wordt alleen nog maar verder benadrukt dat op Grapperhaus’ huwelijksfeest de corona-maatregelen met voeten werden getreden. Zo buitengewoon is een carrière als minister nou ook weer niet.

Grapperhaus moet zijn persoonlijk belang opzijzetten. Het CDA kan dan door een banencarrousel Pieter Omtzigt naar het kabinet promoveren. Staatssecretaris Raymond Knops kan dan Grapperhaus’ functie overnemen en Omtzigt die van Knops, namelijk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kwestie Grapperhaus kan tevens dienen om de betekenis van de in Nederland bekende ‘Carringtondoctrine’ op te frissen. Dat betreft ook persoonlijk falen. Ferd Grapperhaus toont het persoonlijk met beeldmateriaal aan.

Foto: Schermafbeelding van eigen commentaar op Facebook, 28 augustus 2020.

OPZIJ doet aan promotie en slachtofferschap door te beweren dat een cover die op Facebook is te zien daar geweigerd wordt

Sommige media weten van gekkigheid niet hoe ze aandacht moeten trekken. Neem het feministische maandblad OPZIJ. Het Parool komt op 17 augustus 2020 om 15.20 uur met een bericht van het ANP dat zegt dat de omslag van OPZIJ op Facebook geweigerd is na nieuwe regels. ‘De promotie is geweigerd omdat ze in strijd zou zijn met de richtlijnen van het sociale platform, meldt het tijdschrift maandag’ aldus het ANP. OPZIJ heeft dus contact gezocht met het ANP om dit te melden. Maar het klopt niet of in elk geval niet zo definitief. Wie doorklikt naar de FB-pagina van OPZIJ ziet bovenstaande foto van de betreffende omslag. Het heeft notabene als onderschrift: ‘De cover van Opzij die is geweigerd. BEELD OPZIJ’. OPZIJ spaart de eigen leegte uit.

Het kan niet allebei waar zijn, een foto die onderdeel is van een promotiecampagne voor het augustus/september nummer 2020 kan niet geweigerd worden door FB, maar toch getoond worden. Het portret van de zwarte Abbie Vandivere, conservator van het Mauritshuis, heeft ook niks te maken met de nieuwe richtlijnen van FB over blackface, ofwel het zwart maken van iemand die van origine niet zwart is.

Een en ander brengt me tot de volgende reactie bij deze foto op de FB-tijdlijn van OPZIJ: ‘Is dit de foto die volgens OPZIJ geweigerd wordt door Facebook vanwege nieuwe richtlijnen? Is dit de foto waarvan OPZIJ zegt dat Facebook die verwijdert, maar die op Facebook op 17 augustus 2020 om 16.00 uur gewoon is te zien? Is dit de foto waarmee OPZIJ marketing bedrijft door te proberen non-nieuws te promoveren tot nieuws? Is dit de foto die accentueert dat OPZIJ de framing van identiteit belangrijker vindt dat de framing van de waarheid?

Als Henk Broekhuis (Karel van het Reve) nog geleefd had, dan had hij in een column hier aandacht aan kunnen besteden. In zijn behandeling van de gemeenplaatsen van onze tijd had de algemene uitspraak ‘Publiciteit over identiteit die niet waar is, wordt waar als identiteit van de publiciteit’ niet misstaan. De redactie van OPZIJ heeft in elk geval begrepen dat de beste (en goedkoopste) zelfpromotie de openbare ontkenning ervan is.

Foto: Cover van het augustus/september nummer van 2020 van OPZIJ, zoals te zien op Facebook.

Facebook maakt begin met aanpak van racistische stereotypering

De maatschappelijke bestrijding van stereotypering kent een rangorde. Dat sijpelt door naar sociale media. Het is afhankelijk van de economische macht van minderheden. De krachtigste lobby of de politiek meest machtige groepering komen het eerst aan de beurt. Dus Facebook en Instagram zeggen nu stereotypering van joden en blackface te gaan bestrijden, maar de bestrijding van yellowface, redface, brownface of arabface op deze platforms blijft (nog) achterwege. Uiteraard moet Facebook ergens beginnen, maar deze selectieve aanpak bevestigt het beeld dat racisme relatief is. Facebook plukt na jarenlange druk wat laaghangend fruit in de hoop dat het na deze uitdrukkelijke uiting van daadkracht verder met rust gelaten wordt door overheden. FB-aanhangers van Zwarte Piet kunnen zich voorlopig richten op de kleuren geel, rood, bruin en lichtgetint.

Foto: De Zweeds-Amerikaanse acteur Warner Oland in de film ‘Charlie Chan’s Greatest Case‘ (1933) als de Chinese inspecteur Charlie Chan. Een voorbeeld van yellowface omdat een niet-Aziaat de rol van een Oost-Aziaat speelt. 

Aan Ab Gietelink: Er is geen censuur op sociale media en internet, maar terughoudendheid om journalistieke taak ernstig te nemen

We beseffen onvoldoende dat de techgiganten particuliere bedrijven zijn met richtlijnen die ze zelf kunnen vaststellen en handhaven. De samenleving is te veel gaan leunen op Facebook, Twitter en YouTube. Waarom het vooral fout gaat is dat de techgiganten vinden dat ze platforms zijn die ‘doorgeven’, terwijl overheden en toezichthouders vinden dat ze in de kern een journalistieke taak hebben waarbij verantwoordelijk optreden past.

Waar het om gaat is dat meningen moeten kunnen verschillen. Dan pas komt een publiek debat op gang. Die botsing mag fel zijn. Maar een voorwaarde daarbij is wel dat het uitgangspunt altijd de feiten moeten zijn. Pas dan kan een publiek debat tot stand komen. Voorwaarde is dat iedereen zich op dezelfde feiten baseert zonder daar dus dezelfde mening over te hebben. Anders wordt het een archipel van deeldebatten waardoor tegengestelde meningen niet meer op elkaar kunnen reageren. Dat is een verarming van dat debat.

Ab Gietelink heeft gelijk met zijn kritiek dat de techgiganten weinig transparant zijn. Dat is een oude klacht. Ze verstoppen zich. Maar hij heeft ongelijk dat nepnieuws niet te onderscheiden zou zijn van nieuws en daarom niet aangepakt kan worden. Dat is een fatalistische en gevaarlijke houding.

Want uiteindelijk komen dan de democratie en de rechtstaat in gevaar. Types als Trump en Baudet hebben sinds 2017 ongekende ruimte gekregen op zowel sociale media als in de gevestigde media om hun alternatieve feiten en onwaarheden te verspreiden. Terugkijkend is dat een slechte ontwikkeling die nooit zo had mogen plaatsvinden. De techgiganten en de gevestigde media hebben heel wat uit te leggen over hun gedrag van de afgelopen drie jaar. Dus niet omdat ze te streng waren naar Trump of Baudet, maar juist te welwillend. Maar ze houden zich tot nu toe krampachtig stil.

Verwijderen van nepnieuws door de techgiganten is geen censuur. Maar dat gebeurt halfslachtig en weinig doelmatig. Zo worden de scheldkanonnades van Micha Kat op diens nieuwe YouTube-kanaal ‘Revolutionair Online’ (voorlopig) niet verwijderd terwijl ze in strijd zijn met elke interne gedragsregel. Het verbiedt geen berichten, maar verwijdert die alleen van het eigen ‘platform’ omdat ze eindelijk de journalistieke taak serieus nemen. Over censuur kun je pas praten als een uiting verboden wordt en in een samenleving nergens in de openbaarheid kan verschijnen. Maar door de veelheid aan sociale media is er altijd een alternatief om een uiting te plaatsen als die op een specifiek platform wordt weggehaald.

De ondeugdelijke omgang met de feiten van Rico Brouwer in zijn column voor Café Weltschmerz

Rico Brouwer heeft meegewerkt aan programma’s van Café Weltschmerz. Uit een interview met hem op onlineawards blijkt dat hij verbonden is aan de Piratenpartij en de Potkaars-podcast maakt. Overigens is de opstelling van mensen als Brouwer de reden dat ik eind 2015 mijn lidmaatschap van de Piratenpartij heb opgezegd omdat de toenmalige top de partij naar rechts vaarwater stuurde. Het toenmalige landelijk bestuur van de Piratenpartij stapte toen bijna voltallig over naar FvD. Sinds die tijd is het stil rond deze partij.

Brouwer verwijst in zijn column over buitenlandse invloed in ‘onze’ politiek naar Robert Epstein die kritiek heeft op Google, zoals in het artikelFake News Is a Fake Problem’ uit 2015. Epstein verdient echter betere insprekers dan Brouwer die met zijn povere onderbouwing het omgekeerde bereikt van wat hij beoogt. Hij zet Epstein in een verkeerde context. De techbedrijven van Silicon Valley verdienen kritiek omdat ze te machtig zijn geworden en niet in staat zijn om te veranderen. Die kritiek komt van vele kanten, zoals van de Democratische presidentskandidaten, de Senatoren Elizabeth Warren en Bernie Sanders die bedrijven als Facebook of Google op willen splitsen. Met zijn slechte onderbouwing maakt Brouwer van een serieus probleem dat serieuze overweging verdient een complottheorie die al binnen twee minuten ontspoort door zijn ondeugdelijke omgang met de feiten. Wie redt Brouwer van zichzelf? Mijn reactie bij de video:

In welke werkelijkheid leeft Rico Brouwer? Hij claimt dat na onderzoek er geen buitenlandse inmenging is geconstateerd bij verkiezingen. Hij noemt als voorbeeld Trump, de VS en de samenwerking met het Kremlin die niet zou zijn bewezen. Welnu, dat is wel degelijk bewezen en nauwkeurig opgeschreven. Bijvoorbeeld in het rapport ‘Russia’s Use of Social Media’ dat onder voorzitterschap van de Republikeinse Senator Richard Burr is opgesteld en in oktober 2019 is gepubliceerd.

Een passage uit het persbericht met een uitspraak van Richard Burr: ‘“Russia is waging an information warfare campaign against the U.S. that didn’t start and didn’t end with the 2016 election. Their goal is broader: to sow societal discord and erode public confidence in the machinery of government. By flooding social media with false reports, conspiracy theories, and trolls, and by exploiting existing divisions, Russia is trying to breed distrust of our democratic institutions and our fellow Americans. While Russia may have been the first to hone the modern disinformation tactics outlined in this report, other adversaries, including China, North Korea, and Iran, are following suit.

Brouwer doet aan misleiding. Hij gaat voorbij aan de feiten en speculeert er vermoedelijk op dat hij in de eigen echokamer een publiek aanspreekt dat toch niet van de relevante feiten op de hoogte is. Men kan zich na de flagrante leugens van Brouwer die aantoonbaar in strijd zijn met de feiten alleen maar afvragen wat voor intellectuele integriteit hij denkt te hebben. Die integriteit is nul. Brouwer is een handelaar in onwaarheid.

Het is tekenend dat Café Weltschmerz Brouwers misleiding volop de ruimte geeft. Bij Brouwer en Café Weltschmerz zijn ook deze keer de bevindingen niet in lijn met de werkelijkheid. De alternatieve feiten van Brouwer zijn echter zo grotesk en onnozel dat ze in het domein van het absurdisme en de satire belanden. Dat is de troost voor allen die op zoek zijn naar de waarheid. Bij Brouwer is die aantoonbaar niet te vinden.

Facebook laat me weten dat het een bericht onzichtbaar maakt. Het zou spam zijn. Maar dat is het niet. Machtsmisbruik van Big Tech?

Vanochtend om 6.25 uur kreeg ik onderstaande mail van Facebook:

Daar begreep ik niets van. Wat was hier aan de hand? Toen ik doorklikte en bezwaar had gemaakt tegen het onzichtbaar maken van het bericht stond de volgende melding op het scherm. Mijn bezwaar was in behandeling genomen en zou worden beoordeeld.

Maar om welk bericht ging het? Toen ik dat zag begreep ik er nog minder van. Het was in mijn ogen een feitelijk bericht zonder enige controversiële of gevoelige invalshoek. Onschuldig. Hoezo spam? Ik had de tekst zelf geschreven. Het was een reactie die ik op 1 november op een lokaal Utrechts medium had geplaatst over beeldende kunst en had doorgeplaatst op mijn Facebook-tijdlijn. De auteur Arjan de Boer noemde mijn reactie in een tweeteen goede aanvulling’ en bedankte me daar voor. Waar is Facebook in hemelsnaam mee bezig?

Kritiek op Ollongren. FVD onttrekt zich niet aan eigen schaduw en blijft hangen in complotdenken en in zichzelf gekeerdheid

In de verklaringFVD stelt Kamervragen aan Ollongren (D66) over inperking publiek debat en vrije internet’ heeft Forum voor Democratie kritiek op het beleid van minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren inzake de bestrijding van nepnieuws. Kritiek op dit dossier is niet onterecht, maar Forum voor Democratie gaat zo over de top dat het vooral aandacht vestigt op het eigen onvermogen om een solide argumentatie op te bouwen en het gebrek aan degelijkheid om normale politiek te bedrijven. Zo stort de proefballon van Forum neer voordat die het luchtruim heeft gekozen. Bij het artikelFVD zet aanval in op “Orwelliaanse” D66-minister Ollongren: “Ze geeft gevolg aan haar totalitaire impulsen!”’ op DDS plaatste ik onderstaande reactie:

Het is cynisme ten top. Forum voor Democratie dat zich overvloedig en herhaaldelijk bedient van nepnieuws beschuldigt een minister ervan … zich te bedienen van nepnieuws.

Het spreekwoord zegt dat de aanval de beste verdediging is, maar in het geval van Forum voor Democratie gaat dat niet op omdat het verschil tussen de eigen claim en de werkelijkheid te groot is. Forum gedraagt zich potsierlijk en heeft moeite een feitelijke basis te vinden die de eigen kritiek geloofwaardigheid geeft. Forum voor Democratie voert opnieuw de klucht van de miskenning op. Feitelijk de uiting van een negatief zelfbeeld. Want Forum probeert niet eens meer anderen te bereiken en een belangwekkend politiek onderwerp echt te agenderen. De partij praat liever in zichzelf.

Dat begint al in de verklaring van deze politieke partij met de allang weerlegde complottheorie die suggereert dat George Soros met zijn ‘machtige imperium’ onze verkiezingen beïnvloedt. Hiermee zet Forum voor Democratie gelijk al twijfels bij de eigen bedoelingen.

Dat is jammer omdat het over een belangrijk onderwerp gaat, namelijk het verschijnsel nepnieuws, de bestrijding ervan en de reactie daarop van de overheid. Maar in de handen van Forum verliest dit onderwerp elk gewicht, zodat de partij het tegenovergestelde bereikt van wat het nastreeft. Namelijk de legitimatie van de overheid. Want Forum maakt door overdrijvingen en onwaarheden dit onderwerp onschadelijk.

Forum voor Democratie maakt het er nog potsierlijker op door een techbedrijf als Facebook direct te associëren met ‘met linkse, EU- en immigratiegezinde regeringen’. Dat soort regeringen bestaat uitsluitend in de fantasie van Forum. Wat de partij zegt is klinkklare onzin. Facebook is een beursgenoteerd bedrijf dat het vooral om het behalen van winst gaat en tot nu toe zeer terughoudend is opgetreden in het bestrijden van nepnieuws. Recent heeft directeur Mark Zuckerberg gezegd dat Facebook niet op zal treden tegen politieke advertenties die aantoonbare onwaarheden bevatten. Daarop heeft hij van vele kanten kritiek gekregen.

Zo hobbelt de verklaring van Forum voor Democratie van onwaarheid langs aanname naar leugen. Met zo’n op voorhand lekgeschoten verklaring van Forum voor Democratie die elk gewicht mist heeft minister Ollongren geen verdediging nodig. Dat is jammer, want zij heeft heel wat uit te leggen. Want haar beleid inzake nepnieuws lijkt zoekend en onzeker.

Het valt Forum voor Democratie te verwijten dat het van een principieel en belangrijk onderwerp als nepnieuws en de rol van de overheid daarin een parodie maakt en het zo onschadelijk maakt. Terwijl de kwestie juist een serieus debat verlangt.

Zoals vaker blijft Forum voor Democratie hangen in eigen jargon, complotdenken en het bedienen van de eigen doelgroep en is niet in staat om boven zichzelf uit te stijgen en dit onderwerp voor velen interessant te maken. Forum voor Democratie gaat vanuit electoraal denken voor de eigen profilering ten koste van een zinvol debat. De partij toont als geen ander de eigen overbodigheid aan. Electoraal zal Forum voor Democratie vermoedelijk succesvol zijn in het behalen van meer dan twee zetels bij komende landelijke verkiezingen, maar tegelijk snijdt het de weg naar andere partijen af door deze opstelling van dagdromerij, complotdenken en in zichzelf gekeerdheid.

Foto: Schermafbeelding van deel verklaringFVD stelt Kamervragen aan Ollongren (D66) over inperking publiek debat en vrije internet’ van Forum voor Democratie, 24 oktober 2019.

Facebook krijgt kritiek omdat het in een beleidswijziging voortaan desinformatie van politieke advertenties toestaat

Algemeen directeur van Facebook Mark Zuckerberg hield op 17 oktober een lezing op de Georgetown University waarin hij betoogde dat politieke advertenties uitgesloten worden van factchecking. Dat betekent dat iemand als president Trump in de campagne van 2020 miljoenen dollars kan besteden aan aantoonbaar misleidende advertenties zonder dat Facebook ingrijpt. Dit is afwijkend van het beleid dat het bedrijf tot nu toe had om misleidende, politieke advertenties na controle door onafhankelijk factcheckers uit te sluiten. De Democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren sprak in drie tweets haar zorg uit over die ontwikkeling:

De onderliggende vraag is wat Facebook voor een bedrijf is, een technisch, sociale media of een journalistiek bedrijf (= news business). In 2017 riep Media Matters Mark Zuckerberg uit tot de ‘misinformer‘ van het jaar 2017. De multinational die steeds weer beterschap belooft in het opkrikken van het journalistieke gehalte, het minimale doet om er mee door te kunnen door uitsluitend  het verwijderen van fake accounts, maar uiteindelijk te weinig levert. Facebook neemt onvoldoende journalistieke verantwoordelijkheid van een nieuws organisatie en wil daar onvoldoende op aangesproken worden. Facebook is de top verspreider van nepnieuws.

Waarom is de aanpak van nepnieuws zo moeizaam? Is het probleem van nepnieuws te groot om doelmatig aan te pakken of is de aanpak van Facebook te halfslachtig en onvoldoende? Of is het allebei waar? We kennen onderhand talloze analyses van deskundigen over de kwalijke rol van desinformatie en nepnieuws, zoals van Clingendael-deskundige Danny Pronk die voor de VPRO het probleem uiteenzet. Maar toch. We horen dit al zeker sinds 2016, maar de aanpak lijkt nog steeds onvoldoende. Van een probleem dat allang niet meer nieuw is, maar door velen nog op het niveau van bewustwording wordt gepresenteerd. Men zou toch in redelijkheid mogen verwachten dat nou eindelijk eens een doelmatige tegenstrategie wordt ontwikkeld en uitgevoerd.

Niet dus. Vanwaar dit gebrek aan vooruitgang en een doelmatige aanpak? Laat de duiding voortaan daar op focussen, namelijk op concrete tegenmaatregelen om de westerse democratie te beschermen. Herhaling van zetten is aardig, maar bewustwording bij opinieleiders en publiek is intussen voldoende aanwezig. Pleiters moeten de volgende stap zetten om overheden en bedrijven als Facebook tot doelmatig handelen te dwingen.

In een artikel voor Politico dat een opsomming van stagnatie en gemiste kansen geeft, citeert Mark Scott de voormalige Europarlementariër van D66 Marietje Schaake over digitale veiligheid: ‘Wetgevers hebben de bal laten vallen, we staan pas aan het begin van het begrijpen van de uitdagingen voor liberale democratieën.’ Waarom zijn drie kostbare jaren verloren gegaan door inertie? Waar blijft het Deltaplan om dit aan te pakken?

Dit debat waar Facebook makkelijk kan wegkomen heeft de gevestigde journalistiek deels aan zichzelf te wijten. Het heeft te maken met de obsessie van de journalistiek op neutraliteit die de meer belangrijke norm van objectiviteit beschadigt. Het ‘enerzijds – anderzijds’, ofwel hoor en wederhoor van de klassieke journalistieke code schiet tekort indien het tegenover een portie waarheid een even grote portie onwaarheid en leugens zet. De spanning tussen ‘eerbied voor de waarheid’ en ‘het recht op faire commentaar en kritiek’ staan in de gevallen van nepnieuws en desinformatie op gespannen voet met elkaar. De vraag is of dit niet ontaardt in naïviteit en nog houdbaar is als de mate van desinformatie via politieke advertenties de sociale media overspoelt. Het kan niet de opzet van journalistiek zijn die zegt te gaan voor de feiten en de waarheid om onwaarheid te verspreiden. Zo beredeneerd is de reactie van Facebooks Monika Bickert in gesprek met CNN’s Anderson Cooper in mei 2019 zelfs in dubbel opzicht tekortschietend en onjuist. Zij ontkent zowel dat Facebook een journalistieke organisatie is die inzet op objectiviteit en het nastreven van de waarheid aan de hand van de feiten als dat Facebook een organisatie is die onvooringenomen hoeft te zijn. Anything goes in haar optiek. Zo kan Facebook verwijzen naar de vrijheid van meningsuiting, zonder in te hoeven grijpen en de journalistieke verantwoordelijkheid van een nieuwsorganisatie te hoeven nemen. Het moment nadert dat het niet anders kan dan dat Facebook door de eigen inertie door het congres opgeknipt wordt omdat het achter de feiten blijft aanhollen en om commerciële redenen het eigen karakter van een nieuwsorganisatie ontkent.

Foto: Tweets van Elizabeth Warren, 18 oktober 2019.