Christenen moeten beseffen dat er weinig overblijft van hun geloof als het gekaapt wordt door onbarmhartige, rechts-radicale hardliners

Schermafbeelding van deel artikelLieve, snoeiharde christelijke reageerders, wil je echt dat jouw ideeën werkelijkheid worden?‘ van Dick Schinkelshoek in het ND, 4 februari 2022.

Het is niet allesbepalend of iemand christelijk is. Het gaat erom hoe iemand in het leven staat en omgaat met anderen. Mensen hebben meerdere identiteiten. Hun geloof of levensovertuiging is er daar één van. Maar daar behoort het niet mee op te houden. Het is ongelukkig dat een allesbepalende identiteit alle andere identiteiten van een persoon bepaalt. Daarmee doet een individu zichzelf tekort en perkt het het menszijn onnodig in.

Dick Schinkelshoek is chef redactie geloof & kerk van het Nederlands Dagblad. Hij houdt in het opinie-artikelLieve, snoeiharde christelijke reageerders, wil je echt dat jouw ideeën werkelijkheid worden?‘ van 4 februari 2022 een pleidooi voor medemenselijkheid binnen het Nederlandse christendom. Hij laat een redelijk geluid horen.

Dat is moedig binnen de gepolariseerde protestante reformatorische kringen waar veel gelovigen zijn gepolitiseerd en onder de invloed van ofwel orthodoxie, ofwel conservatisme, ofwel rechts-radicalisme, ofwel rechts-extremisme zijn geraakt.

Ze doen wat Schinkelshoek signaleert, namelijk snoeihard zijn en niet naar andersdenkenden luisteren. Zelfs als die anderen uit eigen kring komen, maar een ‘mildere’ opstelling kiezen. In de VS verlaten deze ‘mildere’ of meer progressieve, voornamelijk jongere gelovigen de witte evangelische kerken die zich naar hun idee hebben overgeleverd aan het meedogenloze racistische denken van het Trumpisme. In Nederland bestaan contacten tussen de rechts-extremistisch partij FvD en conservatieve christenen in de theocratische SGP. (Overigens ben ik van mening dat onderzocht moet worden of deze beide partijen ontbonden kunnen worden).

Schinkelshoek voert een somberende vriend op die zegt: ‘Soms lijkt het dat na alle kerkverlating alleen nog gekkies in de kerk zijn achtergebleven‘. Schinkelshoek voegt toe dat hij ‘ernstig hoopt dat hij ongelijk heeft, dat de kerk ook vandaag meer te bieden heeft dan schreeuwende fundi’s en liefdeloze radicalo’s’, maar hij beseft dat hij ongelijk heeft. De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Gekkies hebben de overhand gekregen binnen de kerken. Die zijn gekaapt door schreeuwerds en liefdelozen.

Schinkelshoek komt tot zijn gedachten na het zien van het eerste seizoen van de serieThe Handmaid’s Tale‘ (2017- ….) dat is gebaseerd op het boek van de Canadese schrijfster Margaret Atwood. Het speelt zich af in de christelijke dictatuur Gilead die de Amerikaanse republiek heeft verdrongen. Bij gebrek aan geboorten worden dienstmaagden met een beroep op God door hoge functionarissen, ‘commandors’, verkracht met als opzet om kinderen te baren. Dat is het systeem.

Sterk aan de eerste twee seizoenen van ‘The Handmaid’s Tale‘ is het uitvergroten van christelijke hypocrisie die kan bestaan binnen een structuur waar godsdienst, politiek, schijnheiligheid en dictatuur samengaan. De latere seizoenen wisselen kritiek op dit christelijke (waarden)systeem in voor de individuele ontwikkeling van hoofdpersoon June en verliest daardoor aan zeggingskracht.

De christenen of pseudo-christenen van Gilead praten met zalvende woorden hun snoeiharde, onmenselijke gedrag goed. Tot en met moorden en verkrachtingen. De serie ‘The Handmaid’s Tale’ laat goed zien dat godsdienst die in verkeerde handen valt en wordt gekaapt door gepolitiseerde kerkleiders een sterk wapen is waar verzet tegen moeilijk is. Dat is het duale gebruik van godsdienst. Het kan goed én verkeerd ingezet worden. Als het laatste het geval is, dan komt er een ongekende kracht vrij die in eeuwen opgebouwd is.

Hoe bestrijdt men een vermeende hogere macht die onbereikbaar en anoniem is, beschermd wordt door traditie en voor verkeerde doeleinden wordt ingezet? Mijn reactie op de FB-pagina van het Nederlands Dagblad bij Schinkelshoeks artikel:

Still uit ‘The Handmaid’s Tale‘, 2017 (eerste seizoen). Credits: HULU/BARBARA NITKE.

Compassie is voor vele conservatieve christenen niet weggelegd. Het is nog kwalijker, ze zoeken aansluiting bij extreem-rechts. Dus bij een politieke stroming die een gedachtenwereld heeft die haaks staat op het evangelie van Jezus. Dat schuurt. 

Net zoals Nederlandse moslims wordt gevraagd om afstand te nemen van het islamisme, zouden Nederlandse christenen gevraagd moeten worden om afstand te nemen van dat christelijk rechts-extremisme. Dat gebeurt niet. Er wordt echter wel een poging gedaan om een godsdienst te kapen en in radicaal politiek vaarwater te brengen. 

Komt die terughoudenheid van christelijke kerkleiders door een gebrek aan zelfreflectie, gebrek aan durf, onderlinge verdeeldheid, een verkeerde opvatting over wat christenheid is of door het verkeerd begrijpen van de eigen tijd? 

Nederlandse gelovigen hebben het moeilijk omdat ze met steeds minder zijn, hun macht afneemt en hun vanzelfsprekende voorrechten van voorheen geleidelijk verdwijnen. 

Het geloof is steeds meer vergelijkbaar met kunst: een culturele uiting. Dat besef kan christenen bevrijden van de ratrace om macht uit te oefenen. Ze kunnen terugkeren naar de kern van hun geloof: zingeving, troost en het zoeken van verbinding in eigen kring. Dat is de bevrijding die voor Nederlandse christenen een zegen in vermomming kan zijn. Verdieping in plaats van verbreding. 

Hoe onbelangrijker in maatschappelijke zin het christendom wordt, hoe belangrijker het in de kern kan zijn. Daar ligt de winst. Niet in het najagen van doelen die door demografische en culturele ontwikkelingen zijn afgesloten. Tel je zegeningen, christenen, en doe het goede wat binnen je bereik is. Laat je niet opjagen en uit elkaar spelen door rechte extremisten die alleen maar het geloof willen kapen voor eigen doeleinden. 

Advertentie

Gorter van Zeewolde basht NRC: een economische lente, een oud geluid

Wat is er aan de hand met burgemeester Gerrit Jan Gorter van Zeewolde? Hij is de langstzittende partijloze (ook ‘onafhankelijk’ genoemd) burgemeester van Nederland. Hij is burgemeester van Zeewolde sinds 2007 en zit in zijn derde termijn van zes jaar. Gorter kan dus blijven zitten tot 2025.

Uit een artikel in Binnenlands Bestuur van september 2021 blijkt zijn ‘onafhankelijke’ opstelling. Gorter noemt als toevoeging van de partijloze burgemeester de onafhankelijkheid: ‘Het voorkomen van achterdocht in de omgeving waar je burgemeester bent. Je wordt niet in een hokje gestopt, niet met een partij geassocieerd of met de prestaties van de lokale tak van die partij. Maar je moet het zelf waarmaken. Je kunt niet terugvallen op een partij als het niet lekker zit. Je bent een selfmade man in een glazen huis.’

Gorter beschuldigt in bovenstaande video van Omroep Flevoland met de titel ‘Burgemeester Zeewolde: ‘NRC heeft als doel om datacenter niet door te laten gaan” die op dinsdag 14 december 2021 uitgezonden werd NRC-journalisten Carola Houtekamer en Merijn Rengers zonder ze bij naam te nemen. Hij suggereert dat een van hun hoofddoelen van hun artikelen over de komst van het datacentra van Facebook is om dat niet door te laten gaan. Dat is een fikse beschuldiging die in mijn ogen niet uit hun artikelen blijkt.

Wat beide journalisten hebben gedaan is het schetsen van de context en het aan het woord laten van enkele tegenstanders. De knip in dit dossier lijkt dat er landelijk en lokaal meer tegenstanders van de komst van het datacentrum naar Zeewolde zijn, maar dat in de raad een kleine meerderheid voor is.

Gorter blijft er met gestrekt been ingaan tegen NRC. Hij neemt zijn kritiek op ‘de media’ terug, maar niet op NRC. Het voelt bijna als een persoonlijke kruistocht tegen deze krant.

Tegelijk kan men begrip hebben voor Gorter die van vele kanten onder druk wordt gezet door actievoerders, landelijke politici en deskundigen. Hij krijgt als dorpsburgemeester wat voor zijn kiezen en moet de besluitvorming bewaken over een onderwerp waarvan steeds meer mensen vinden dat het niet op lokaal niveau beslist moet worden. Dat is de dubbelzinnigheid van zijn positie. Gorter strijdt niet zozeer voor de komst van het datacentrum van Facebook naar Zeewolde, maar voor de autonomie van zijn gemeente om daarover te kunnen besluiten.

Overigens is er in Zeewolde nog niets definitief beslist over de komst van het datacentrum. In de raad is het bestemmingsplan gewijzigd zodat het datacentrum van Facebook mogelijk wordt, maar daarover is concreet nog geen besluit genomen. In de langlopende procedure kan nog van alles gebeuren. De tegenstanders, zoals Susan Schaap van de actiegroep Stichting Datatruc hebben al aangekondigd desgewenst hun procedure tot aan de Raad van State voort te zetten. Dat kan nog jarenlang duren en voor vertraging zorgen.

De landelijke overheid en provincie, evenals de lokale achterban van partijen als PvdA en GroenLinks die in tegenstelling tot hun vertegenwoordigers in de raad tegen de komst zijn, kunnen nog allerlei politieke en juridische middelen inzetten om de komst van Facebook naar Zeewolde te bemoeilijken.

Het lijkt er sterk op dat Gorter z’n vermeend onafhankelijke positie waar hij zo trots op is en hij als z’n grootste kapitaal ziet verkeerd heeft ingezet. Want volgens landelijke politici en energie-experts zou over een onderwerp als het datacenter van Facebook in Zeewolde niet op lokaal, maar op landelijk niveau beslist dienen te worden.

Gorter zit gevangen in de dubbelzinnige positie van een burgemeester die de onafhankelijkheid van zijn eigen functie en die van de gemeente die hij vertegenwoordigt terecht benadrukt, maar tegelijk weet dat zijn handelen steeds minder steun en legitimiteit heeft en zijn mandaat zienderogen slinkt. Dat ziet hij ongaarne en daar verzet hij zich tegen. Of die tegenslag de reden is dat hij zo ongenuanceerd tegen NRC blijft tekeergaan die hij ziet als de boodschapper van het slechte nieuws over de afnemende macht van hem en de lokale politiek is de vraag. Gorter is in zijn oordeel over NRC de nuance voorbij.

Tweet van NRC-onderzoeksjournalist Carola Houtekamer van 14 december en eigen reactie.

Kunst in de openbare ruimte: ‘Grenskapel’ van Frank Havermans in Ottersum

Schermafbeelding van deel artikel ‘DE GRENSKAPEL VAN FRANK HAVERMANS’ op Gennep News, 10 december 2021.

Frank Havermans heeft op 7 december 2021 op de Veedijk in Ottersum (een kerkdorp in de Limburgse gemeente Gennep) zijn installatie ‘Grenskapel‘ (KAPKAR/ VD- 560) geplaatst. Het staat op de grens. Half in Nederland, half in Duitsland (Hommersum, Goch). Nou dat heeft hij geweten.

Gennep News zegt daarover uit een bericht het volgende: ‘Het kunstwerk is een onderdeel van het project Kapellenbaan. Kapellenbaan leidt bezoekers langs kunstwerken van gerenommeerde kunstenaars, die aan de slag zijn gegaan met het thema rust en bezinning‘. Maar rust en bezinning heeft tot nu toe de plaatsing niet opgeleverd.

De reacties op een bericht van 7 december 2021 op de FB-pagina van Gennep News lijken tekenend voor de ontvangst van kunst in de openbare ruimte door een breed publiek. De reacties schreeuwen het in hun platte negativiteit uit dat het in Nederland schort aan kunsteducatie en terughoudendheid op sociale media. Het is leerzaam om de reacties te lezen omdat ze een staalkaart van de sfeer in het land geven en je voor te stellen wat mensen bezielt die zoiets opschrijven. De kunstenaar en zijn partner Karin van Pinxteren mengen zich voorzichtig in de discussie:

Deel van de reacties op FB-pagina van Gennep News bij artikel ‘Kapellenbaan‘ over plaatsing van ‘Grenskapel’ van Frank Havermans, 7 december 2021.

Enkele steekwoorden uit de reacties : ‘jezus wat een LELIJK ding‘, ‘Schandalig dat de gemeente hier medewerking aan heeft verleend‘, ‘zeer misplaatst‘, ‘omgevingsvervuiling !!!!‘, ‘echt lelijk‘, ‘schandalig‘, ‘Bedankt Gennep en Goch voor deze niet gewenste ondersteuning aan die nietszeggende Stichting die dit onding hier hebben neer gepland‘.

Verbazingwekkend is het niet dat critici van kunst die met gemeenschapsgeld wordt gerealiseerd publiekelijk alles menen te kunnen zeggen. Opdrachtgevers doen telkens hun best om omwonenden erbij te betrekken, maar dat is een steeds lastigere opgave in een individualiserend Nederland waar het hart op de tong ligt en de minachting voor en afbraak van kunst in de afgelopen tien jaar doelbewust door partijen als de VVD is voorbereid.

Kunst in de openbare ruimte blijft moeilijk omdat het raakt aan de omgeving van mensen én omdat het respect voor kunst bij een breed publiek volledig is afgebroken. In voortgezet onderwijs en media ontbreekt brede, serieuze aandacht voor kunst, dus men kan het deze mensen in hun ondubbelzinnige negativisme niet eens kwalijk nemen dat ze zo over kunst denken. Typisch aan de reacties is dat het referentiekader niet autonome kunst, sculpturen of installaties zijn, maar de populaire cultuur van films. Dat op zich maakt een gesprek tussen voor- en tegenstanders van een installatie als ‘Grenskapel‘ al tot een gesprek tussen doven.

Toch is niet alles kommer en kwel, en agitatie. In een prachtig artikel in Gennep News geeft de uit Ottersum afkomstige wethouder Rob Janssen (SP) die verantwoordlijk is voor kunst en cultuur onder de prikkelende titel ‘Kunst, wat moeten we ermee?‘ zijn visie op kunst in de openbare ruimte. Aanleiding lijkt de commotie rond de plaatsing van het werk van Havermans, maar het is verstandig van Janssen om niet direct op de kritiek in te gaan, maar namens de gemeente uit te leggen wat de functie van kunst is en hoe de procedure werkt voordat een kunstwerk in de openbare ruimte wordt geplaatst. Dat is een langdurig, complex en zorgvuldig proces. Nooit zal echter iedereen tevreden kunnen worden gesteld.

Schermafbeelding van deel artikelKUNST, WAT MOETEN WE ERMEE?‘(interview met wethouder Rob janssen) in Gennep News, 14 december 2021.

Wat ik van het werk ‘Grenskapel‘ van Havermans vind kan ik niet zeggen. Ik denk dat het voor een afgewogen oordeel noodzakelijk is om het ter plaatse te zien. Daarom ben ik terughoudend in mijn oordeel. De keuze van de plek, de kleur, de wisselwerking met de omgeving en de constructie roepen bij mij vooralsnog de associatie van verrassing en het nieuwe op.

Ik moet denken aan iets wat ik onlangs las, namelijk een passage in het nawoord van vertaler Rokus Hofstede bij het verhaal B-17G van Pierre Bergounioux: ‘Hij [= René Descartes] suggereert dat de geest mettertijd een soort eelt ontwikkelt die de ontvankelijkheid voor het nieuwe vermindert‘. De Franse filosoof Descartes meende dat verwondering ‘het gebruik van de geest kan belemmeren of in elk geval ernstig kan verstoren, zodat we er ons in ons latere leven zoveel mogelijk van moeten trachten te bevrijden’.

Ik twijfel of ik het daar mee eens ben en of het geldt voor de hedendaagse mens. Men kan immers ook zeggen dat wie niet openstaat voor verwondering zichzelf afsluit voor indrukken door die slordig weg te redeneren zonder dat evenwel de geest echt aan het werk wordt gezet. De functie van kunst in de openbare ruimte kan een brug vormen naar iets nieuws als door verstand en stemming terloops verwondering wordt opgeroepen die de rede niet hindert, maar via een omweg verrijkt.

Is scherts het beste middel om schertsfiguur Thierry Baudet op zijn nummer te zetten?

NPO radio 1 zegt in de toelichting bij deze video: ‘Een tweet met de hashtag #thierryisgevaccineerd van cabaretier en programmamaker Diederik Ebbinge maakt de tongen los’. Baudet ontkent het nieuws dat hij gevaccineerd is. Zijn ontkenning maakt de aandacht ervoor alleen maar groter.

Vele politici die ageren tegen het vaccinatieprogramma zijn gevaccineerd. Zoals oud-president Donald Trump. Hij geeft dat niet volmondig toe. Waarom zou dat bij Baudet anders zijn? Weten de hoge heren waarvan politicus Baudet er ook een is niet altijd goed voor zichzelf te zorgen? Nou dan!

Anderen noemen de tweet van Ebbinge die op sociale media veel navolging heeft gekregen een koekje van eigen deeg. Als je dieven met dieven vangt, dan vang je leugenaars met leugens. Zoiets als tweemaal negatief is positief.

Baudet vlucht als hij op een leugen of een onhoudbare uitspraak betrapt wordt altijd weg in ironie. Hij zegt dan dat het spottend bedoeld was. Welnu, op dezelfde ironie kunnen Ebbinge en zijn medestanders zich beroepen. Dat maakt de stand gelijk in de wedstrijd wie het beste kan wegvluchten voor de waarheid.

Geeft dit de opponenten van Baudet een middel in handen om de leugens en de opruiing van Baudet en de rechts-extremisten van FVD die hun praatjes zelfs in de Tweede Kamer slijten eindelijk te neutraliseren? Tegenover elke leugen van Baudet wordt een andere leugen gezet.

Waar dat eindigt is onduidelijk. Het effect lijkt vooral goed voor de motivatie van Baudets opponenten. Overigens lijkt de sterk geradicaliseerde Baudet met zijn partij electoraal over zijn hoogtepunt heen. Vooral extremistische hardliners maken nog deel uit van het kader van FVD. De boreale coup is voltooid, volgens Chris Aalberts.

Op een ander effect wijst theatermaker Marjolijn van Heemstra in de video. Namelijk dat dat we Twitter niet al te serieus moeten nemen. Als de onwaarheden van Baudet en zijn medestanders worden beantwoord met andere onwaarheden, dan raakt de waarheid nog verder uit zicht.

Er valt daarom wat voor te zeggen om te concluderen dat het grootste slachtoffer van deze actie niet Baudet is, maar de sociale media. Hoewel Baudet er niks mee wint. Wat kunnen we nog geloven van wat op Twitter of Facebook wordt beweerd als de onzin zo aantoonbaar onzin is?

Het vertrouwen in de sterk geradicaliseerde Baudet als iemand die de waarheid spreekt lijkt de afgelopen jaren sterk afgenomen. In de publieke opinie wordt Baudet door sommigen een schertsfiguur genoemd. Dus een niet ernstig te nemen persoon.

De indruk die deze episode geeft is dat in de Nederlandse publieke opinie scherts het beste middel in reactie op een schertsfiguur als Baudet is. Het is de logica van de eenvoud.

Huidige sociale medium platforms hebben volgens wetenschappers geen toekomst

Schermafbeelding van column ‘We should all know less about each other‘ van Michelle Goldberg in The New York Times van 1 november 2021. Overgenomen door The Salt Lake Tribune op 2 november 2021 en de papieren versie van The New York Times (International Edition), 4 november 2021.

Columniste van The New York Times Michelle Goldberg is in haar columnWe should all know less about each other‘ van 1 november 2021 somber over sociale media. Ze sluit haar betoog zo af: ‘Sure, there are ways of communicating over the internet that don’t promote animosity, but probably not with the platforms that are now dominant‘. Over de VS waar volgens haar op dit moment in de publieke opinie een ‘cold civil war‘ woedt zegt ze: ‘In a country descending into a perpetual state of screeching acrimony (In een land dat afdaalt in een voortdurende staat van krijsende bitterheid) we might be able to tolerate each other more if we heard from each other less‘.

Goldberg baseert zich op onderzoek en uitspraken van professor sociologie en openbaar beleid Christopher Bail aan de Duke University. Bail is directeur van het Polarization Lab dat met een interdisciplinair team bestudeert ‘hoe technologie politieke verdeeldheid versterkt’.

Goldberg verwijst naar Bails recente boekBreaking the Social Media Prism: How to Make Our Platforms Less Polarizing‘ (2021) dat gebaseerd is op een experiment. Het komt erop neer dat gebruikers van Twitter gedurende een maand geconfronteerd werden met uitingen van hun politieke opponenten. De aanname dat dit tot matiging zou leiden werd niet bevestigd. Niemand werd gematigder. Het omgekeerde gebeurde: Republikeinen die werden blootgesteld aan die tegengestelde tweets werden juist iets conservatiever en Democraten werden iets progressiever.

Dat ondermijnt het idee van sociale media waarover ooit werd gezegd dat ze mensen zouden verbinden zodat de wereld opener en humaner zou worden. De huidige platforms van sociale media bereiken het omgekeerde: ze verscherpen verschillen, vergroten wederzijdse haat en dat heeft de weerslag op de structurering van de politiek. Het is een Amerikaans fenomeen dat ook naar Nederland is overgeslagen.

De huidige kritiek op Facebook moet dan tweeledig bekeken worden. De leiding van Facebook heeft om commerciële redenen een beleid ontwikkeld met algoritmes waarin woede en minachting worden beloond en Facebook een motor is geworden die desinformatie verspreidt en brandstof geeft voor complottheorieën.

Dat komt bovenop de volgens Bail destructieve kracht van sociale media die per definitie verschillen aanscherpen en de wederzijds haat aanwakkeren. Alle artikelen die nu verschijnen over de herstructurering van Facebook die als kosmetisch wordt gezien gaan bijna uitsluitend voorbij aan dat fundamentele gebrek van Facebook. Ook als Mark Zuckerberg zijn beleid 180 graden draait en alle aanbevelingen van de critici volgt, dan nog zal Facebook een destructieve kracht blijven die samenleving en democratie beschadigt.

De oplossing om tot gezonde sociale media te komen of de ongezonde te vermijden is tweeledig. Of werken aan een zwaar gemodereerd sociaal medium zoals dat nu bestaat in Vermont: het kleine Front Porch Forum of afzien van de nu bestaande sociale media zodat we ons niet langer in hoge mate kunnen storen aan en opwinden over andere meningen.

Dat is een les voor Nederlandse overheidsinstellingen, bedrijven en organisaties die hun interactie met het publiek grotendeels naar de huidige platforms hebben verlegd. Dat is een doodlopende weg omdat de huidige platforms zich op een doodlopende weg bevinden. Vooral Nederlandse overheidsinstellingen, maar ook bijvoorbeeld de samenwerkende Nederlandse musea of podia zouden er verstandig aan doen om definitief afscheid van Facebook, Twitter en Instagram te nemen om in samenwerking hun eigen gezonde platforms te bouwen.

Het is een investering die nu geld, eigen initiatief en autonoom denken vergt, maar voor de lange termijn rendeert vanwege het bezit van de data en de eigen organisatie en samenleving maatschappelijk gezond maakt. En kan toegevoegd worden, de eigen organisatie minder afhankelijk maakt van de luimen van grote Amerikaanse techbedrijven die het uitsluitend om winst te doen is.

Tot wat leidt spanning in de Code Diversiteit en Inclusie?

Schermafbeelding van een deel van de FB-paginaCode Diversiteit & Inclusie‘, 27 oktober 2021.

De Code Diversiteit en Inclusie in de culturele sector (april 2021) werpt een schaduw over de kunsten. Het Mondriaan Fonds hanteert deze gedragsregel. Veelzeggend is een opmerking in een vacature van dit Fonds voor een adviseur diversiteit en inclusie: ‘Daarbij word je nadrukkelijk gevraagd om je eigen perspectief mee te nemen naar de vergadertafel. Wel vragen we je over je eigen voorkeuren heen te kijken en een moreel of politiek oordeel te vermijden‘.

Uit deze twee zinnen blijkt spanning. Het is de vraag hoe reeël het is om van een adviseur met een ‘eigen perspectief‘ te verlangen om werkzaam te zijn zonder ‘een moreel of politiek oordeel‘ en wat dit zegt over het beleid dat het Mondriaan Fonds nastreeft. Ofwel, vraagt het Fonds het onmogelijke van adviseurs en hoe goed is het in staat om beleid door te voeren als bijna onmogelijke eisen aan de eigen medewerkers worden gesteld? Wat zegt dat over de status van de Code Diversiteit en Inclusie?

Spanning is het woord dat in de Code Diversiteit en Inclusie zit. Immers toch een grabbelbak van ongelijkheid waarin het compromis tussen belangen valt te herkennen. Spanning speelt op het vlak van de verschillende vormen van verschil in diversiteit en inclusie die afzonderlijk niet evenveel aandacht krijgen of even belangrijk worden geacht door de beleidsmakers en op het vlak van zichtbaarheid van verschillen van diversiteit die tot een hiërarchie leidt waarbij zichtbaarheid politieke steun op het hoogste niveau krijgt. Etniciteit en gender hebben de hoogste aandacht.

Onderstaande reactie plaatste ik op de FB-pagina ‘Code Diversiteit & Inclusie‘ omdat daarin de spanning valt te herkennen tussen de vormen van diversiteit en inclusie. Omdat die reactie op deze pagina nauwelijks of niet terug te vinden is, plaats ik die ook hier. Ik meen dat de mensen achter deze pagina moeite doet om het ‘breed’ te houden, maar er toch niet goed in slagen. Of dat komt door gebrek aan content, door een politiek of moreel vooroordeel van henzelf, door een gebrek aan urgentie of door een beleid van hogerhand dat selectiviteit oplegt vraag ik me af:

Schermafbeelding van deel brochureCode Diversiteit & Inclusie in de culturele sector‘.

De Code Diversiteit en Inclusie zegt op p. 6: ‘De code is van origine gericht op culturele diversiteit. Daarnaast geeft de code ruimte aan meer vormen van verschil, zoals gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd‘.

Ofwel, deze versie van de Code Diversiteit en Inclusie is divers en dient breed geïnterpreteerd en uitgevoerd te worden. Maken deze FB-pagina en de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie dat waar?

Daar lijkt het niet op. Het lijkt er sterk op dat de coördinatoren van de FB-pagina ‘Code Diversiteit & Inclusie‘ weinig ruimte geven aan ‘meer vormen van verschil’. Na het scrollen van de FB-pagina resteert een eenzijdig beeld van diversiteit in de culturele sector. Na lezing van de FB-pagina lijkt dat diversiteit en inclusie in de kunsten vooral over zwart/wit en gender gaat. 

Zoals gezegd, dat roept de vraag op of het in lijn is met de eigen definitie die als richtlijn voor het beleid kan worden gezien. Anders gezegd, maakt deze FB-pagina de claim waar dat het werkt ‘aan een gelijkwaardige sector voor iedereen’?

Is het erg dat de FB-pagina ‘Code Diversiteit & Inclusie’ diversiteit niet divers maar beperkt opvat? Want dat lijkt hier toch wel aan de orde te zijn en uit de gekozen focus voor enkele vormen van diversiteit en inclusie geconcludeerd te kunnen worden.

Waar laat dat de claim dat er door de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie gewerkt wordt aan een gelijkwaardige sector voor iedereen? In het debat over diversiteit en inclusie lijken tot nu toe de aandacht voor sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd zo goed als te ontbreken.

Men kan zich afvragen hoe beleid met zo’n eenzijdige focus heeft kunnen ontstaan die aantoonbaar in strijd is met de eigen uitgangspunten. Wat is hier aan de hand?

Het kan zijn dat de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie en de gelijknamige FB-pagina voornamelijk verslag doen van wat er in de kunsten gebeurt. Ze volgen en kunnen er niet meer van maken dan wat ze tegenkomen in het culturele veld. Als daar nauwelijks aandacht is voor sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd, dan doen ze daar nauwelijks verslag van. De keerzijde daarvan is dat ze de politiek populaire onderwerpen juist veel aandacht geven omdat daar in de media en bij instellingen veel aandacht voor is.

Hoe verhoudt zich dat tot de claim dat de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie werken aan een gelijkwaardige sector voor iedereen? Wat betekent iedereen als iedereen aantoonbaar niet iedereen is? Waarom wordt de claim over iedereen en de vele vormen van diversiteit en inclusie gehandhaafd als die in de praktijk niet gehandhaafd wordt?

Kan de claim dat er aan een gelijkwaardige sector voor iedereen gewerkt worden voor de duidelijkheid en de eerlijkheid dan niet beter losgelaten worden? Dat is beter dan de pretentie van diversiteit en inclusie die bij nader inzien niet lijkt te kunnen worden waargemaakt. Dat geeft een façade van schone schijn waarachter de genoemde vormen sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd verdwijnen. Het is zelfregulering met een valse noot die niet harmonieus kan klinken.

Ik ga uit van de goede bedoelingen van alle mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie. Ik beschouw ze als onderaannemers van een beleid dat nog niet goed uitontwikkeld is. Dus beterschap is mogelijk. Mijn overwegingen komen niet voort uit kritiek op de wat ik als bovenmatige aandacht zie voor de vormen van diversiteit waar nu zoveel aandacht aan wordt besteed. Zoals de zwart/wit en gender aangelegenheid. 

Mijn zorg is anders. Ik constateer dat sociaaleconomische status en opleidingsniveau in Nederland in het debat over diversiteit en inclusie in de kunsten onzichtbaar zijn en zo goed als ongenoemd blijven. Er lijkt evenmin een tendens te zijn die op verbetering wijst. Deze ongelijkheid in aandacht voor verschillende vormen van diversiteiten en inclusie wordt door de aandacht voor de Code Diversiteit en Inclusie niet doorbroken, maar juist behouden. Zo beredeneerd lijkt het er sterk op dat de Code Diversiteit en Inclusie averechts werkt.

Aandacht voor sociaaleconomische status en opleidingsniveau in de kunsten lijkt een taboe dat culturele instellingen uit de weg gaan. Juist dan lijkt er een taak weggelegd voor het ministerie van OCW, het ministerie van SZW, het Mondriaan Fonds en alle in de Code Diversiteit en Inclusie samenwerkende brancheverenigingen en de publiciteitsmedewerkers die namens hen werkzaam zijn en de FB-pagina vullen met berichten over diversiteit en inclusie om diversiteit zo breed op te vatten zoals het bedoeld is. Zodat niet in theorie, maar in praktijk gewerkt wordt aan een gelijkwaardige sector voor iedereen.

Ditjes en datjes over Teddy Roosevelt

Tournooiveld, Hotel du Vieux Doelen [Den Haag], 1867. Collectie: Haags gemeentearchief.

Het is geen toeval dat ik grasduinde in de Teddy Roosevelt digitale collecties. Deze Republikeinse president van de VS van 1901 tot 1909 staat meer dan 100 jaar later nog bekend als trust-buster die de monopolies van toenmalige oppermachtige bedrijven aanpakte, zoals spoorwegen en olie-maatschappijen. Dat was geen noodzaak vanwege hun economische, maar vanwege hun politieke macht waarmee ze de politiek in Washington DC controleerden en om hun vingers wonden. Dat was ongewenst omdat het de democratie bedreigde en werd toen ook zo door een meerderheid van de politiek elite ingezien.

De verwijzing naar Teddy Roosevelt en het opbreken van de monopolies van grote bedrijven is weer actueel vanwege het debat over de almacht van hedendaagse bedrijven die politiek te machtig zijn geworden en daarom opgebroken dienen te worden. Ze dienen ingeperkt te worden en weer ondergeschikt aan de politiek te worden gemaakt. Het is uiteraard de vraag of een meerderheid van de politieke elite dat nu zo ziet. De Amerikaanse politiek is verdeeld en opereert weinig doelmatig omdat het verstrikt is geraakt in zichzelf. Net als een eeuw geleden bedreigen deze bedrijven de democratie. Dat is geen duurzame situatie.

Zoals Standard Oil in 1911 in liefst in 34 bedrijven opgeknipt werd pleiten politici als de Democratische senator Elizabeth Warren al jarenlang om Facebook op te knippen in afzonderlijke bedrijven. Of dat er tientallen moeten zijn is onduidelijk omdat het debat daarover nog niet zover is.

Nogmaals, het gaat niet om de economische, maar de politieke macht van Facebook die ongewenst is omdat het regelgeving en anti-trust maatregelen met haar politieke macht blokkeert en de uitgangspunten van de democratie aan haar laars lapt. Daarbij komt nog een extra argument voor het opknippen van Facebook dat niet voor Standard Oil gold, namelijk dat het een direct gevaar voor de democratie is door de herhaaldelijke steun voor anti-democratische bewegingen op haar platforms. Zelfregulering werkt aantoonbaar niet. Opknippen is het enige middel dat resteert.

Diary of Theodore Roosevelt from January 1 to September 14, 1869 (19 januari 1869). Collectie:
Harvard College Library.

Zo komt men door grasduinen in collecties uit bij een 10-jarige Teddy Roosevelt die in 1869 met zijn ouders een tour door Europa maakt. Roosevelt had net als de latere president FDR met dezelfde achternaam Nederlandse voorouders. De familie zou nu zo’n 380 jaar geleden naar de VS zijn geëmigreerd, zoals blijkt uit een brief uit 1891 van Roosevelt aan Edwin Brockholst Livingston.

In 1869 was Roosevelt in Den Haag in het Hotel Du Vieux Doelen dat hij in zijn dagboek noteert als ‘vinx doelen‘ en ‘very nice‘ vond. Daarna gingen ze naar het Amstel Hotel in Amsterdam. En dan door naar Keulen. In 1910 was de toen net als president afgetreden Roosevelt weer even terug in Nederland.

Radicaal-rechtse kiezers in de VS hebben geen vrije keuze, maar worden onbewust door een complot industrie van politiek, media en bedrijfsleven opgeslokt

REACHING THE RIGHT: One America News has become a favorite of former President Trump and his supporters. Screen captures from the One American News Network. Uit artikelHow AT&T helped build far-right One America News‘ van Reuters, 6 oktober 2021.

Niet alle mensen zijn rationeel. Uit slordigheid, laksheid, zelfbewustheid of opstandigheid zijn ze dat vaak niet. Daarom kun je ze niet in een rationeel kader inpassen. Dat kan ook inhouden dat dat hun politieke voorkeur niet doordacht is en zelfs tegen hun eigenbelang ingaat. Door onwetendheid laten mensen zich manipuleren zonder dat ze dat ten volle beseffen.

Vooral in de VS heerst in de sociale media en media apartheid. Veel mensen verkeren uit politieke redenen in hun eigen bubbel, in hun echokamer waar ze alleen nog met gelijkgestemden in contact komen. Ze weten niet meer wat ze niet weten. 

Het verdienmodel van sociale media als Facebook bestaat eruit om die mensen in die echokamer te identificeren, te faciliteren, vast te houden, mogelijk te heractiveren en met als hoogste doel op te waarderen zodat ze optimaal bijdragen aan de bedrijfswinst van het sociale media bedrijf. Dat vergroot de apartheid in de publieke opinie extra. 

Het verdienmodel van geprononceerde media als Fox News, OAN, Newsmax, lokale en landelijke talkradio-zenders maar ook radicaal-linkse media bestaat uit berichtgeving die bij voorbaat gekleurd is om de eigen achterban te behagen en vast te houden. Van de Republikeinen heeft volgens onderzoek uit 2021 nog slecht zo’n 35% vertrouwen in de Nationale mainstream media.

De Republikeinse partij is door Trump gekaapt en gereconstrueerd op een leugen. De partij onder Trump is nu succesvol bezig met een stille staatsgreep die steeds minder afwendbaar lijkt en op staatsniveau de macht grijpt zonder dat de stemmen van de kiezers er nog iets toe doen. De radicaal-rechtse kiezers worden meegezogen in die leugen en krijgen het denkbeeld ingeprent dat verlies niet mogelijk is en winst van de ander onaanvaardbaar, onmogelijk en illegaal is. 

Niet alle kiezers uit Trumps achterban zijn extremist. Velen zijn misleid door politiek en media en weten in hun onkunde niet meer wat werkelijkheid en wat fantasie is. Ze zijn slachtoffer van een breed opgezette industrie van de rechtse politiek en de rechtse media die in het geheim door grote bedrijven zoals AT&T wordt gesteund. Deze complot industrie heeft het gemunt op de onwetenden die makkelijk gemobiliseerd kunnen worden.

Het begrip waarheid wordt door deze complot industrie ondermijnd zodat normale, maar bovengemiddeld onwetende burgers makkelijker in de leugens trappen en tot onderdeel van de samenzwering tegen de democratie gemaakt kunnen worden. Het valt deze burgers nauwelijks te verwijten dat ze mentaal gevangen worden in een sleepnet van een grote politieke partij, rechtse media en sponsors achter de schermen die het land afstropen om hun vangst te vergroten.

Kamervragen ‘De berichtgeving inzake Facebook’ van Wybren van Haga zijn een teken van een zwakke parlementaire cultuur. Hij presenteert leugens als feit

Schermafbeelding van deel artikelSocial mediagiganten zijn vaak politiek gekleurd en beïnvloeden de publieke opinie‘ op BVNL, waarschijnlijk 5 oktober 2021.

Kamerlid Wybren van Haga (Belang van Nederland) onderbouwt nergens zijn claim ‘Social mediagiganten beïnvloeden willens en wetens het politieke proces en lijken daarbij een sterke voorkeur te hebben voor de zittende elite en linkse propaganda‘ die hij op de site van zijn partij plaatst. Dat kan ook niet, want het is een verzinsel dat aan zijn fantasie is ontsproten.

Deze observatie is in strijd met wat Facebook-klokkenluider Frances Haugen in haar getuigenis voor de Senaat zegt, namelijk dat Facebook na de verkiezingen van november 2020 de maatregelen om desinformatie te blokkeren weer om economische redenen uitschakelde. 

Uit alle onderzoeken van de afgelopen jaren volgt ondubbelzinnig dat veruit de meeste desinformatie over COVID-19, de verkiezingen van november 2020 (‘The Big Lie‘) en andere aspecten over de Amerikaanse politiek van radicaal-rechtse kant komt. 

Anders gezegd, het weer toelaten door Facebook van desinformatie vanaf november 2020 maakt duidelijk dat Facebook geen linkse, maar een rechtse voorkeur heeft. 

Facebook ging na de verkiezingen van 2020 weer terug naar ‘normaal’, ofwel het steunen van radicaal-rechts dat zich nu eenmaal sterker dan links manifesteert op Facebook. 

Vraag 5 van kamervragen 2021Z17139 van Wybren van Haga (BVNL), 5 oktober 2021.


In kamervragen 2021Z17139 (‘De berichtgeving inzake Facebook‘) van 5 oktober 2021 waar overigens bovenstaande passage over die linkse voorkeur ontbreekt zegt Van Haga bij vraag 5 het volgende: ‘Deelt u de mening dat als de klokkenluider gelijk heeft, Facebook willens en wetens heeft bijgedragen aan het optimaal beschadigen van president Trump en daarmee dus de publieke opinie actief heeft beïnvloed? Kunt u uw antwoord toelichten?

Haugen beweert echter nergens dat Facebook heeft bijgedragen aan het beschadigen van Trump. Van Haga legt haar iets in de mond wat ze niet beweert. Dit zuigt hij uit zijn duim.

Van Haga combineert het feit dat de social mediagiganten een politieke rol hebben met zijn politieke overtuiging dat rechts daarvan het slachtoffer is. Wat Wybren van Haga beoogt is duidelijk. Hij combineert een deel waarheid (Facebook speelt een politieke rol) met een deel fantasie (Facebook heeft sterke voorkeur voor links) en maakt dat tot een brouwsel vol desinformatie.

Zonder Facebook was Trump nooit president geworden. Daarover bestaat brede overeenstemming. Trump kon alleen winnen via Facebook dat hem advertenties verkocht. Met medewerking van het bedrijf Cambridge Analytica en de rechtse miljardair Robert Mercer werkte Facebook in 2016 op illegale wijze mee aan het opbouwen van Trumps achterban via microtargeting. Zonder medewerking van Facebook had Trump nooit in die mate zijn achterban kunnen bereiken en Hillary Clinton met in totaal slechts 70.000 stemmen kunnen verslaan in drie swingstates.

Het zijn dus de Amerikaanse techgiganten die Trump tot president hebben helpen maken. Uit de gebeurtenissen sinds 2016 blijkt dat ze een sterke voorkeur voor rechts hebben. Het draait om big money van rechtse sponsors als Koch, Adelson, Mercer, Uihlein, Griffin en vele andere Republikeinen die investeerden in Trump.

Van Haga weet als gelouterd politicus wat de feiten zijn. Van Haga liegt als hij ontkent dat Facebook een sterke voorkeur voor rechts heeft. Het past in zijn straatje om radicaal-rechts als slachtoffer af te schilderen.

Uit zijn politieke mening laat Van Haga feiten volgen. Wat hij hiermee wil bereiken is duidelijk, namelijk het aanspreken van zijn basis om te scoren en electorale steun op te bouwen. Het interesseert hem niet of hij liegt en betrapt wordt, wel dat hij aantrekkelijk voor zijn achterban is.  

In de concurrentie met de radicaal-rechtse partijen PVV, FvD, JA21, SGP en BBB die koortsachtig de publiciteit bespelen om gehoord te worden is Van Haga blijkbaar gedwongen om zijn fantasie te gebruiken. Dat zegt vooral iets over het opportunisme van Van Haga en de meerwaarde die hij heeft voor de Nederlandse politiek. Die meerwaarde is negatief. 

Het is een teken aan de wand voor het lage niveau van de Nederlandse parlementaire cultuur dat in kamervragen van Van Haga leugens als feiten worden gepresenteerd. Het is gewenst dat de Tweede Kamer bij zichzelf te rade gaat en tot het besef komt waar het mee bezig is. Van Haga zou tot de orde geroepen dienen te worden door zijn collega’s. Hij is (jammergenoeg niet als enig kamerlid) onder het niveau gezakt dat nog aanvaardbaar is voor een geloofwaardige en doeltreffende Tweede Kamer. 

Apple en Google verwijderen Navalny’s app na druk Kremlin. Amerikaanse techbedrijven werken tegen de democratie in, maar worden door westerse landen niet aangepakt

Herinneren we ons nog de verhalen over de Arabische lente? De Amerikaanse techbedrijven als Twitter, Facebook, Apple en Google zouden de democratisering helpen doordat demonstranten zich meer dan tevoren konden organiseren via sociale media. De Arabische lente waar het inmiddels 10 jaar later winter is. Zelfs in het meest democratische Arabische land met de meeste persvrijheid Tunesië is het parlement opgeschort en heeft de pas gekozen president Kais Saied plannen om de grondwet bij te schaven.

Inmiddels hebben leiders van autoritaire regimes als Turkije, China, de Russische Federatie zich gewapend tegen de democratisering via internationale sociale media. Ze hebben de afgelopen 10 jaar Apple, Twitter, Facebook, Apple en Google en ander techbedrijven herhaaldelijk onder druk gezet. De wetmatigheid is dat de bedrijven om economische redenen inbinden. Ze staan niet aan de kant van de democratisering, maar aan de kant van de repressie.

Voor voorbeelden van techbedrijven die inbinden na druk van autoritaire regimes: Over Turkije, zie hier en hier en hier. Over India, zie hier. Over China, zie hier en hier.

Schrijnend is niet alleen dat Amerikaanse techbedrijven als Twitter, Facebook, Apple en Google zwichten voor politieke druk van Ankara, Beijing of Moskou, maar dat landen als China en de Russische Federatie zonder tegenstand van de techbedrijven de sociale media actief kunnen gebruiken om tweedracht en chaos te zaaien in democratische landen. Amerikaanse sociale media kunnen zo door kwaadwillenden probleemloos worden gebruikt voor het verspreiden van desinformatie en het zich als buitenstaander mengen in verkiezingscampagnes van landen. Officieel staat Facebook sinds 2019 zelfs desinformatie via politieke advertentie toe. Ondanks herhaalde kritiek daarop en talloze kritische onderzoeken door parlementaire commissies in de VS en het VK verandert er niks.

Het is geen incident, maar een wetmatigheid dat Apple en Google in de Russische Federatie zwichten voor druk van het Kremlin. Zelfs in de niet vrije verkiezingen waar de oppositie niet aan mag deelnemen en van uitgesloten is staat Poetins partij volgens de peilingen op niet meer dan 30%. Dat is een slechte prestatie van een partij die alle machtsmiddelen in eigen hand heeft, maar ondanks dat niet weet te overtuigen. De ‘Smart Vote’-app van Navalny’s organisatie die het stemmen coördineert tegen de kandidaten van Poetins partij ‘Verenigd Rusland’ is verwijderd.

We kunnen voor de zoveelste keer concluderen dat het de Amerikaanse techbedrijven om winstgevendheid en het paaien van de aandeelhouders te doen is. Om democratie geven ze alleen iets als dat hier toevallig mee in lijn is, maar niks als het daar haaks op staat. Apple, Google, Facebook en Twitter zijn koude bedrijven die steeds minder kunnen overtuigen dat ze zich iets gelegen laten liggen aan de democratie en weinig empathie hebben met de samenlevingen waarin ze zijn gevestigd.

Per saldo dienen de Amerikaanse techbedrijven de democratie niet, maar laten ze zich steeds meer kennen als actieve instrumenten om die te beschadigen. Het is een wonder waarom ze daar nog steeds weg mee kunnen komen en waarom westerse regeringen dat blijven tolereren en niet doortastend ingrijpen.