George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Film’ Category

Een beleggingsanalist zegt: ‘Angst overheerst’. Wat moeten we ermee?

with one comment

De titel bij deze video met beleggingsnieuws is veelzeggend: ‘Angst overheerst’. Oh, bij wie? Dat betekent een negatief koopadvies en een positief verkoopadvies. Maar waarom praat de analist van Paribas over angst als hij dalende koersen bedoelt? Wat heeft dat met angst te maken? Haakt hij aan bij een onderstroom die al in de samenleving bestaat? Iedere belegger kan met een muisklik kopen of verkopen. Maar angst die overheerst?

De Duitse filmtheoreticus Siegfried Kracauer had het in zijn boek ‘From Caligari to Hitler’ (1947) over de Duitse samenleving waarin het ‘collectieve dispositie’ gegeven zou hebben. Dus een aanleg of gevoeligheid van allen voor iets. In dit geval een tendens naar het morbide en macabere bij politieke en culturele onzekerheid die de opgang van het nationaal-socialisme zou verklaren. Op de onderbouwing van Kracauers stelling is volop kritiek op gekomen, maar dat een collectieve onderstroom, gevoeligheid of aanleg in een samenleving tot iets kan leiden valt niet te ontkennen. Soms is dat al uit een simpel woordje af te leiden.

Hebben we werkelijk angst of wordt ons die van allerlei kanten om allerlei redenen aangepraat? Door bedrijven die ons willen laten kopen of verkopen, politici en complotdenkers. De meeste Nederlanders zijn gelukkig en tevreden met hun leven. Ze hebben het economisch nog nooit zo goed gehad. Verklaart dat de angst omdat men juist dan beseft dat men kan verliezen wat men heeft? Tot zolang het duurt. Dat betekent dat angst een teken van geluk, welvaart en voorspoed is. Het omgekeerde van hoe het doorgaans voorgesteld wordt. Angst moet dan gekoppeld worden aan een positief gevoel tegen een negatieve achtergrond. Angst is een emotie die verwant is aan verlangen. Als het ingelost wordt, dan verdwijnt de gemoedsaandoening.

Van president Franklin D. Roosevelt is bij zijn inaugurele rede in 1933 de zin blijven resoneren ‘Het enige wat we moeten vrezen is de angst zelf’ (‘Only Thing We Have to Fear Is Fear Itself’). Hij probeerde de angel uit de verlammende angst te halen die door de economische crisis van 1929 was ontstaan en in 1933 op zijn dieptepunt was. Hij pompte hoop en perspectief in zijn volk. Dat is anders dan wat de analist van Paribas en anderen doen. Wat moeten we met onheilsstemmingen die klinken als een zichzelf vervullende voorspelling?

Advertenties

Herinneren: Den Haag – Kunst – Buks – 1965 – Paul van Solingen

leave a comment »

Wat we hier zien is niet op voorhand duidelijk. De omschrijving bij deze foto lost (na een lichte bewerking) een deel van het raadsel op: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIJ OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERKSTUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ De datum is 26 april 1965. Op 15 april was de populaire Bond-film Goldfinger met Sean Connery in Nederland in première gegaan.

Paul van Solingen is een in 1944 geboren Haagse kunstenaar. Onduidelijk is of hij overleden is. Volgens opgave van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri wel, want dat zet een kruisje bij zijn naam. Ook staat zijn naam niet (meer) op de lijst van werkende leden van de Haagse Kunstkring in de Denneweg. Maar elders wordt dat niet bevestigd, zoals in de tot 14 februari 2019 bijgewerkte Scheen die stelt: ‘Paul van Solingen geb. Den Haag 14 september. 1944. Woont en werkt aldaar’. Van Solingen zou dan inmiddels 75 jaar oud zijn.

Op de tweede foto zien we waar op 26 april 1965 de kunstenaar op mikt: het mozaïek. De portier van het Passage-theater ziet het welwillend, maar ook wel wat gelaten aan. Anno 2019 zouden we dit evenement een photo op(portunity) noemen. Op de eerste foto neemt een fotograaf Van Solingen op de korrel die op zijn beurt weer wordt gefotografeerd door een professionele fotograaf van het ANP. Als in de schiettent op de kermis schiet Paul van Solingen met z’n buks op de roos die bij een succesvol schot de camera activeert. Dat is echter andere koek dan wat Sean Connery in Goldfinger liet zien. Het idee van de kermisbuks en de loden kogeltjes moet dat benaderen. Of dat overtuigend gebeurt is de vraag. Toen wellicht wel, maar nu na bijna 55 jaar nauwelijks nog. De vraag blijft bestaan wie hier in opdracht van wie met welk doel op wat schiet. Waar de politie is te zien die Van Solingen zou hebben aangehouden is ook een raadsel dat vooralsnog blijft bestaan.

Foto 1: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met als onderschrift: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIP OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERK STUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ ANP, 26 april 1965. Collectie:

Foto 2: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met identieke gegevens als foto 1.

Alison Klayman legt uit hoe Steve Bannon zijn volgelingen manipuleert

leave a comment »

Regisseur Alison Klayman was 13 maanden bezig met de voorbereiding van haar documentaire The Brink over Steve Bannon, de voormalige hoofdstrateeg van het Witte Huis. Klayman legt uit hoe hij zijn volgelingen manipuleert door samenzweringen te verspreiden en twijfels in de media te zaaien. Het is dezelfde tactiek die in Nederland Thierry Baudet gebruikt. Dus daarom is de toelichting van Klayman leerzaam voor Nederlanders.

Het is de vraag of het werkt om manipulatie door rechts-radicale types als Bannon, Trump, Farage, Orban, Salvini of Baudet bloot te leggen. In elk geval zal dat de harde kern van volgelingen niet afschrikken. Want zij geloven graag elke leugen, verdachtmaking of samenzweringstheorie. Zelfs als ze weten dat die in de kern niet kan kloppen. Wat werkt dan wel? Om te beginnen het isoleren van de harde kern van de goedgelovige meelopers. De laatsten kunnen wellicht met argumenten bereikt worden omdat ze nog voor rede vatbaar zijn.

Neem een Nederlands voorbeeld over de zogenaamde nexit. Het is onduidelijk of FvD een nexit wil. In het programmaEen Europa van Natiestaten’ voor de Europese verkiezingen komt het woord ‘nexit’ niet voor en wordt er niet direct voor een nexit gepleit. Forum lijkt hierover verdeeld en vaag omdat de achterban blijkbaar verdeeld is over de zin en uitwerking op de economie van een nexit. Partijvoorzitter Henk Otten zei in maart 2019 in een debat volgens een bericht in het AD: ‘Wij zijn helemaal niet per se voor een nexit. Laten we de interne markt behouden. Wat wij willen is terug naar de EEG, waarin we economisch samenwerkten.’ Baudet spreekt Otten tegen en houdt de optie van een nexit wel in de lucht. De duidelijkheid die FvD van andere partijen vraagt, kan het zelf over de nexit niet geven. Het manipuleert zelfs de eigen mening. Zo ondervindt deze partij nu ook de nadelen van praktische politiek en moet het de eigen harde standpunten inslikken. Dat maakt de partij even kwetsbaar voor aanvallen zoals manipulatoren als Bannon en Baudet anderen aanvallen. Interne tegenstrijdigheden zijn de sleutel om deze alternatieve ultrarechtse bewegingen van repliek te dienen.

NOS Journaal blundert. Het beeldt Oekraïner Oleg Sentsov af als een leider van de Marokkaanse Rif-protesten

leave a comment »

Het is maar een klein onderwerp. De wereld vergaat er niet door. Maar toch iets dat de goed geïnformeerde nieuwsconsument verbaast en wellicht zelfs irriteert. In de montage én de eindredactie is iets volkomen misgegaan. Een fout is gemaakt en niet hersteld. Met als gevolg dat de NOS de kijker desinformatie biedt.

Het zit zo. Het NOS Journaal van 20.00 uur op 6 april 2019 heeft een item over de onlusten in het Noord-Marokkaanse Rif-gebied. De leiders van de protesten zijn opnieuw lange celstraffen opgelegd. Om dat te illustreren worden beelden vertoond van verdachten in een rechtbank. Voor de duidelijkheid: deze beelden zijn geïntegreerd in het item over Marokko en suggereren dat het om de leiders van die Rif-protesten gaat.

Deze beelden tonen echter niet de leiders van de Rif-protesten zoals het commentaar suggereert, maar gevangenen in een Russische rechtbank in 2015. De man met het witte T-shirt met rode opdruk is de bekende Oekraïense filmregisseur Oleg Sentsov die tijdens de inname van de Krim in 2014 door troepen van de Russische Federatie in Simferopol woonde. Op 10 mei 2014 is hij daar aangehouden op beschuldiging van terrorisme en gedeporteerd naar de Russische Federatie. Daar is hij in een schijnproces veroordeeld tot ’20 jaar gevangenisstraf met een streng regime’. Sentsov ontkent alle beschuldigingen. Vele filmmakers, politici, mensenrechtenactivisten en Amnesty hebben sinds 2014 vergeefs om zijn vrijlating verzocht bij de Russische autoriteiten. Hij ontving in 2018 van het Europese Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken.

De moraal van het verhaal is dat nieuwsconsumenten mediawijs moeten zijn. Ze moeten niet alles geloven wat in de media verteld en getoond wordt. Want beelden kunnen bedriegen. Nieuwsconsumenten moeten kritisch zijn op zowel sociale media als op gevestigde media. Want suggereren zoals de NOS doet dat het Russische Rostov aan de Don in Marokko ligt en Oleg Sentsov een leider van de Rif-protesten is slaat de plank mis.

Foto’s: Schermafbeeldingen van een item over de Rif-protesten in Marokko in het NOS Journaal van 20.00 uur op 6 april 2019. Met afbeeldingen van onder meer Oleg Sentsov in een Russische rechtbank in Rostov aan de Don, 2015.

Gedachten bij petitie ‘Theater en kunstrecensies zonder ‘sterren’’. Over recensies en de nadelen van het 5-sterren systeem

leave a comment »

Petitionaris Just van Bommel die studeert aan de Toneelacademie Maastricht pleit er in een petitie voor om het sterrensysteem bij kunstrecensies af te schaffen. Zijn argument is dat het een kunstwerk reduceert tot een ster. Angst is zijn drijfveer als hij zegt: ‘Als je deze petitie tekent kunnen we gewoon top theater maken zonder bang te zijn dat iemand het 1 ster geeft, dan hoeven we alleen maar bang zijn dat iemand het slecht noemt.’ Hij suggereert dat het geven van sterren niet te rijmen valt met een inhoudelijke recensie en daar zelfs haaks op zou staan. Hij zou graag zie dat het sterrensysteem bij dagbladen verdwijnt.

Chortle-redacteur Steve Bennett schreef in 2014 in een artikel naar aanleiding van het sterrensysteem bij het Edinburgh Fringe Festival en het schrijven van kritieken: ‘Niettemin hechten mensen meer waarde aan de sterren (..) dan de weloverwogen mening die daarbij hoort’. Dat komt overeen met de kritiek op het sterrensysteem door Van Bommel. Maar Bennett gaat verder als hij zegt dat het systeem dat alleen bij de Fringe gebruikt werd aanvankelijk diende als hulpmiddel, een ‘shorthand’. Kortom, om het kaf van het koren te scheiden bij een overweldigend aanbod. Bijvoorbeeld op een festival met honderden producties.

Bennett signaleert nog iets anders, namelijk dat het sterrensysteem in zichzelf ‘bijna nutteloos’ is geworden omdat de meeste producties (films, boeken, voorstellingen) 3 of 4 sterren krijgen. Daardoor verdwijnt het onderscheid. Hij meent dat 5-sterren of 1-ster waarderingen tamelijk zeldzaam zijn. Dat staat min of meer haaks op de constatering van Van Bommel die juist meent dat theatermakers bang zijn voor een 1-ster waardering. Dat laatste is koudwatervrees omdat die voorstellingen (of boeken, films etc.) wel bestaan, maar bewust niet worden gerecenseerd en omgezet in een waardering omdat ze niet interessant zijn voor de lezer.

Het sterrensysteem past in een patroon dat iets wat niet gekwantificeerd kan worden, zoals een kunstrecensie, toch gekwantificeerd wordt. Dat is een onzinnig streven, omdat een recensie per definitie subjectief is en niet op proefneming of ervaring, maar op berekening of redenering is gebaseerd. Een recensie is een journalistiek betoog dat geen onbevooroordeelde, neutrale feitelijkheid omvat, maar een persoonlijke gedachtegang. Zoals een column. Op z’n best kan die inzichtelijkheid en pseudo-toetsing geven door de tussenstappen naar een conclusie zo precies mogelijk te omschrijven. De lezer kan zich eraan spiegelen en toe verhouden. Maar een recensie blijft een opstapje vanuit verbeelding en de vrijheid om onvolledig te zijn naar het overstijgen ervan.

Het lijkt niet zo dat in serieuze kranten het sterrensysteem vóór de inhoud van de recensie komt te staan, maar juist in die kranten zelf in samenvattingen, culturele agenda’s, de commerciële dagbladwinkel of weekend-edities door de eindredactie los van de recensies wordt gezet. Dan blijft er inderdaad niet veel meer over dan de losstaande mededeling die wordt geïntegreerd in een ander verhaal dat het boek, de film of de voorstelling een x-aantal sterren heeft en dat het nieuwsfeit wordt. Het zijn in dat geval daarom niet de recensenten die zich wel degelijk hebben ingespannen om de inhoud van betreffend kunstwerk zo inzichtelijk en geobjectiveerd mogelijk weer te geven, maar is het het krantenbedrijf dat de recensie geweld aandoet door het sterrensysteem los van de recensie te presenteren. Er zou al heel wat gewonnen worden als kranten met die praktijk zouden stoppen en het sterrensysteem uitsluitend bij de volledige recensie zouden presenteren.

De angst van Van Bommel dat theatermakers bang moeten zijn om een 1-ster waardering aan hun broek te krijgen lijkt ongegrond. Recensenten zijn er niet uit op uit om makers neer te sabelen, maar om hun lezers te informeren over kunstproducten waarvan ze vinden dat die de moeite waard zijn. Daarnaast functioneert een dagblad niet in een maatschappelijk vacuüm en zijn hoofdredacties zich goed bewust van de tegenwind die ze kunnen krijgen en de verantwoordelijkheid die ze hebben. Alleen als het een nieuwsfeit is en een film, boek of voorstelling tegen de verwachting in teleurstelt en door de mand valt zal dat in uitzonderlijke gevallen gemeld worden. Dat betreft vaak een gelouterde kunstenaar die tegen een stootje moet kunnen. Een groter nadeel van het sterrensysteem lijkt dat het nauwelijks nog onderscheidend vermogen heeft omdat de meeste recensies eindigen met een waardering van 3- of 4-sterren. Als men al kritiek wil hebben op recensenten dan is het het omgekeerde van wat Van Bommel zegt. Namelijk niet dat recensenten te streng zijn, maar dat ze bijna altijd uitkomen bij een gemiddelde waardering. Het vereist dan een soort culturele Kremlin-kunde om het verschil tussen de inhoud en de waardering op volle waarde te schatten. Via een omweg is ook dat een argument om het sterrensysteem in dagbladen minder belangrijk te maken. Geen afschaffing, maar minder gebruik ervan.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieTheater en kunstrecensies zonder ‘sterren’’ op petities.nl.

Written by George Knight

10 maart 2019 at 15:58

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

with 2 comments

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

College Utrecht geeft filmtheater ’t Hoogt het voordeel van de twijfel. Ondanks onzekerheden over haalbaarheid en financiën

leave a comment »

Er zit enige beweging in de verhuizing van het ’t Hoogt. Op 31 december 2018 sloot het oudste filmtheater van het land de deuren in de Utrechtse binnenstad. In een commentaar van 13 april 2018 schreef ik: ‘Want hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de huidige locatie voorbereid en uitgevoerd? Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen. De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen. Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden is voor arthouses, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan.’ In een raadsbrief van 5 februari 2019 geeft wethouder Klein ’t Hoogt het voordeel van de twijfel. Mijn reactie bij het artikel in DUIC:

Het is prima als een gemeentelijke culture instelling subsidie krijgt. Voor ’t Hoogt is dat geregeld in de cultuurnota 2017-2020. De subsidie bedraagt € 410.631 per jaar.

Dat advies zegt: ‘De betekenis van ’t Hoogt komt voornamelijk tot uiting in de nicheprogrammering van kwetsbare films, die een aanvulling vormt op de programmering van commerciële bioscopen in Utrecht. Samen met de educatie-activiteiten en programma’s ontsluit ’t Hoogt op deze manier een bijzonder filmaanbod. Zonder het filmhuis zou een groot aantal films niet op een groot scherm toegankelijk zijn voor het Utrechtse publiek. De adviescommissie vindt dit een onmisbare component van het Utrechtse cultuuraanbod.

Volgens de adviescommissie zit de (meer)waarde van ’t Hoogt in het vertonen van ‘kwetsbare films’ op een groot scherm van een filmtheater. Maar zoals bekend heeft ’t Hoogt de deuren gesloten en is het (voorlopig) geen fysiek theater meer. Zoals dat heet, het is nomadisch en heeft tijdelijk geen vast onderkomen meer. Dat houdt in dat het op dit moment niet kan voldoen aan wat volgens de adviescommissie die tot de jaarlijkse subsidie van € 410.631 leidde de belangrijkste taak is.

Het is voor het draagvlak bij de Utrechtse bevolking niet goed als een culturele instelling subsidie krijgt voor een kerntaak waar het door omstandigheden (tijdelijk) niet aan kan voldoen.

Een en ander roept vragen op over de bestuurlijke kwaliteit van directie en bestuur van ’t Hoogt. Want de sluiting van ’t Hoogt op de locatie ’t Hoogt was al langer bekend en kwam niet uit de lucht vallen. Directie en bestuur hebben nagelaten daar op te anticiperen met een alternatieve, degelijke programmering. Vergelijkbaar met museum Boijmans die ook een bestaande locatie (voor wellicht 7 jaar) moet verlaten en dat zorgvuldig en tijdig heeft voorbereid in het programma ’Boijmans bij de Buren’.

Wie nu zoekt op de site van ’t Hoogt naar voorstellingen ziet dat er in februari 2019 geen en in maart 2019 slechts drie voorstellingen staan geprogrammeerd. Maar niet alleen de slechte voorbereiding van directie en bestuur wekt verwondering, ook de opstelling van het gemeentebestuur. In een raadsbrief van 5 februari 2019 zegt cultuurwethouder Klein over de adviescommissie: ‘De commissie constateert ook dat de organisatie nog stappen moet zetten om dé speler te zijn op het gebied van alle vernieuwende vormen van beeldvertoning en adviseert daar ook tijd voor te nemen in deze transitiefase.’

Tijd nemen? Maar ’t Hoogt heeft al zoveel tijd genomen. Of liever gezegd, tijd laten passeren. Voor een professionele culturele instelling die het eerste filmhuis van Nederland was en al 46 jaar bestaat wordt door het gemeentebestuur de lat wel erg laag gelegd. Waarom neemt het gemeentebestuur ’t Hoogt niet serieuzer?

Directeur Rianne Brouwers lijkt er vanuit te gaan -en dat is ook begrijpelijk vanuit haar functie- dat een haalbaarheidsstudie zal aantonen dat ’t Hoogt op een nieuwe locatie in het Werkspoorgebied levensvatbaar is. Maar als het een objectief, onafhankelijk onderzoek is waarvan het college de aanbevelingen serieus neemt, is het nog maar de vraag of er sluitend ondernemeningsplan uitrolt. Brouwers uitspraak dat de nieuw locatie ‘geografisch in het midden van Utrecht ligt’ doet het ergste vrezen over haar realiteitszin.

De Utrechtse raad heeft vanaf 2010 geworsteld met een andere excentriek gelegen culturele instelling die het moest hebben van (inkomsten uit) bezoek waarvan onderzoeken aantoonden dat die door die ligging niet levensvatbaar was: landhuis Oud Amelisweerd waar het MOA werd gevestigd. College en raad sloegen de waarschuwingen in de wind. Of liever gezegd, ze hoopten dat door onvoorziene omstandigheden het tij zich ten goede zou keren. Maar dat gebeurde niet. In 2018 ging het MOA failliet en werden alle breed uitgemeten waarschuwingen bewaarheid.

Wensdenken kan het zicht op de realiteit vertroebelen. Het gebeurde met het MOA en kan met ’t Hoogt gebeuren. In elk geval als ’t Hoogt de kerntaak van het vertonen van kwetsbare films op een groot scherm wil blijven vervullen die de adviescommissie als onmisbaar ziet.

Het is aan het gemeentebestuur om een goede afweging te maken en de feiten eerlijk te wegen. Op dit moment zijn er nog veel onzekerheden over de levensvatbaarheid en haalbaarheid van ’t Hoogt als publieksinstelling in het Werkspoorgebied.

Weliswaar kan het gemeentebestuur ‘vertrouwen’ uitspreken in ’t Hoogt en hopen dat het de stappen die het nog moet zetten ook werkelijk en op de juiste manier zet, maar de beslissing moet niet bepaald worden door wensdenken, maar door de soliditeit van het ondernemingsplan, inclusief de sterkte van het weerstandsvermogen. Want met het schooien om geld aan het eind van het jaar vanwege een dreigend faillissement verspeelde het MOA bij alle partijen de goodwill die het had. Het zou verstandig zijn dat het college een bijkomende eis stelt en bedingt dat het ondernemingsplan van ’t Hoogt de opbouw van een duurzaam reservefonds vanuit de lopende inkomsten bevat.

Een financiële en bedrijfskundige toets moet daarbij niet alleen kritisch bekeken worden, maar in de politieke besluitvorming beslissend zijn. Het college moet zich in de tussentijd ‘mentaal’ en persoonlijk niet binden en de mentale en politieke afstand nemen voor zowel een negatief als een positief besluit over de subsidie van ’t Hoogt vanaf 2020. Als het haalbaarheidsonderzoek achteraf een wassen neus blijkt te zijn  geweest, of als het college de belangrijkste aanbevelingen ervan niet overneemt, dan beschadigt dat het draagvlak voor kunst en cultuur in Utrecht. Die geloofwaardigheid staat op het spel en gaat verder dan het belang van ’t Hoogt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFilmtheater ’t Hoogt verhuist naar pand Central Studios’ op DUIC, 5 februari 2019.