George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Film’ Category

‘Die andere Heimat’ roept gedachten op over de welvaart van Nederland

leave a comment »

Dit is een van de laatste beelden uit de epische film Die andere Heimat – Chronik einer Sehnsucht (2013) van de Duitse regisseur Edgar Reitz. Een prachtig gefotografeerde zwart-wit film met af en toe kleur om accenten te leggen. Heimat is met 60 uur de langste bioscoopfilm ter wereld. In het midden van de 19de eeuw heerst er onrust en stilstand in het Duitse land dat zoekend op weg is naar een natiestaat. Emigranten vluchten weg voor armoede, werkloosheid, honger en ziektes als difterie. Dat doen ze niet lichtvaardig, want ze moeten de band met familie, dorp en geboortegrond doorsnijden. Ze zijn via Rotterdam op weg naar Brazilië.

Twee jaar na de première van deze film zou kanselier Angela Merkel Wir schaffen das zeggen toen emigranten Duitsland niet verlieten, maar binnenkwamen. Vertrokken in het verleden Duitsers niet naar de VS, Brazilië of Oost-Europa? Nou dan. Fictie bedriegt, maar geeft ook inzicht. In situaties, emoties en afwegingen. Het lijkt er niet op dat Nederland ooit dezelfde grote armoede heeft gekend in het Drentse veen, de grote steden of op de Brabantse zandgronden. Nederland was als vanouds een landbouwland om de eigen bevolking te voeden, en bestemt nog steeds ruim de helft van de totale oppervlakte voor de land- en tuinbouw. Nu om velen buiten de grenzen te voeden. Nederlanders zijn niet honkvast, ze trekken graag de wijde wereld in, maar de noodzaak daartoe was in de regel niet armoede. Nog steeds is Nederland een oase van welvaart. Dat beseffen we weer eens als we het leed van anderen verbeeld zien. Zoals dat van Duitsers een paar honderd kilometer verderop.

Foto: Still uit Die andere Heimat – Chronik einer Sehnsucht (2013) van Edgar Reitz.

Written by George Knight

24 oktober 2019 at 18:17

Utrecht stopt 3,55 miljoen euro in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur in het Werkspoorkwartier. Een opmerkelijk slecht idee

with 2 comments

Uit het artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC blijkt dat het Utrechtse gemeentebestuur 3,55 miljoen euro wil steken in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur. In het Werkspoorkwartier, het moet De Machinerie gaan heten. Ik heb voor dat voorstel geen goed woord over en geef mijn reactie bij het artikel. Ik zie het als een vlucht vooruit, de leegte in:

De vijand van goed is beter, zo luidt het gezegde. Fantasie komt voor realisme te staan. Dat is hier aan de orde.

Hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de vorige locatie aan de Slachtstraat/ Telingstraat voorbereid en uitgevoerd? Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen.

De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen. Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden zijn voor arthouses en een avontuurlijke programmering, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan. Naast een financiële ramp van 3,55 miljoen euro, ook een politieke ramp van een wethouder die gaat struikelen.

De Utrechtse raad én het gemeentebestuur hebben vanaf 2010 geworsteld met een andere, excentriek gelegen culturele instelling die het moest hebben van (inkomsten uit) bezoek waarvan onderzoeken vanaf het begin overtuigend aantoonden dat exploitatie door die ligging niet levensvatbaar was: landhuis Oud Amelisweerd waar het MOA werd gevestigd. College en raad sloegen de waarschuwingen in de wind. Of liever gezegd, ze hoopten dat door onvoorziene omstandigheden het tij zich ten goede zou keren. Maar dat gebeurde niet.

In 2018 ging het MOA failliet en werden alle breed uitgemeten waarschuwingen bewaarheid. Zonder dat overigens de Utrechtse politiek ook maar een begin van een mea culpa liet klinken. Succes heeft vele vaders, maar mislukking is een wees. Het is wachten op het moment dat deze volgende vlucht vooruit in het Werkspoorkwartier ontspoort. Opnieuw worden de waarschuwingen van deskundigen in de wind geslagen. In Utrecht herhaalt zich de geschiedenis. Wat zich eerst voordeed als tragedie wordt nu een klucht, zoals Karl Marx ooit zei.

Wensdenken van een wethouder die op sleeptouw wordt genomen door de eigen ambtenaren en bestuurders van organisaties die naar gemeentesubsidie hengelen kan het zicht op de realiteit vertroebelen. Het gebeurde met het MOA en kan met ’t Hoogt en dat brede centrum dat van alles bundelt en klontert opnieuw gebeuren. In elk geval als ’t Hoogt de kerntaak van het vertonen van kwetsbare films op een groot scherm wil blijven vervullen die een adviescommissie die zich daarover uitliet als onmisbaar ziet. Of is dat advies al losgelaten?

Origineel is het wel van het Utrechtse gemeentebestuur om culturele instellingen te bewegen om naar de rand van de stad te vertrekken, die dus niet te situeren in het culturele hart van de stad in de hoop op synergie, dat aan zakelijke partijen te verkopen als aanjaagfunctie voor een buurt en dat te belonen met subsidie. Dat is de naijlende werking van Richard Florida nadat diens ideeën over de creatieve klasse en stadsontwikkeling allang zijn weerlegd. Klaarblijkelijk wordt in het intellectuele centrum van het Utrechtse stadhuis nog ondubbelzinnig in de ideeën van Florida geloofd. Anno 2002.

De hoop dat de vele geconstateerde onzekerheden over levensvatbaarheid en haalbaarheid van een publieksinstelling in het Werkspoorkwartier tegen lage kosten en bescheiden middelen overwonnen kunnen worden is valse hoop. Wethouder Klein presenteert valse hoop als hoop. Dat is blijkbaar de politiek van het moment van het huidige gemeentebestuur.

Het wachten is op betere, realistische tijden.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC, 5 september 2019.

Louis de Funès was volgens kleindochter een intellectueel

leave a comment »

Miskenning, dat is het beeld dat blijft hangen na de uitleg van Julia de Funès over het gebrek aan erkenning door de Parijse intelligentsia van haar grootvader Louis die dit jaar 105 zou zijn geworden. De reportage van France Culture gaat over de opening van Le Musée Louis de Funès in het Zuid-Franse Saint-Raphäel op 31 juli 2019. Een eerder museum in Cellier dat gewijd was aan deze komische acteur sloot zijn deuren in 2016. Het is duidelijk dat de kleindochter haar grootvader na zijn dood wil inlijven in de eregalerij van de hoge Franse cultuur. Volgens haar is er het nu het juiste moment (juste heure) voor en claimt ze intellectuele waardering voor hem. Van die grootvader die ook wel eens een boek las, zonder nou direct zeer verstandelijk te zijn.

In haar uitleg gebruikt zij zo rijkelijk het begrip ‘intellectueel’ dat het bijna een parodie lijkt uit een komische film. Maar ze meent het serieus. Het is een Franse discussie waar het gebruikelijk is dat ‘lage’ en ‘hoge’ cultuur elkaar ontmoeten. Niet toevallig wonnen in het recente verleden Hollywood-sterren als Orson Welles of Amerikaanse jazzmusici aan waardering in eigen land nadat ze in Frankrijk gelauwerd waren vanwege dat stempel van Europese goedkeuring. Cultuurministers als André Malraux (De Gaulle) of Jacques Lang (Mitterand) waren de voorbeelden die de cultuur naar de mensen wilden brengen en daartoe aanhaakten bij de populaire cultuur.  Volgens Julia de Funès school er achter de auteur die voor vermaak zorgde de intellectueel die er nu op wacht om erkend te worden. Aan deze kleindochter zal het niet liggen als die erkenning uitblijft.

Gedachten bij documentaire ‘La Stazione’ (1952) van Valerio Zurlini

with 4 comments

Nu eens iets heel anders. Valerio Zurlini (1926-1982) is een Italiaanse regisseur die bij het grote publiek niet zo bekend is als de grote meesters Federico Fellini, Michelangelo Antonioni, Roberto Rossellini of Luchino Visconti. Zelfs tegen de mindere meesters als De Sica, De Santis, Olmi, Germi, Pasolini, Petri, Taviani of Bertolucci moet hij het afleggen in bekendheid. Hij heeft speelfilms gemaakt die in mijn ogen het Italië van de jaren ’60 minder vervreemdend weergaven dan Antonioni of minder imponerend dan Fellini. Zijn constructie oogt natuurlijker zonder dat ook maar in het minst te zijn. Op de achtergrond zeuren oorlog en klassenstrijd, maar overheersen het levensplezier en een esthetische, poëtische realiteit. Niet Frans. Zurlini filmt geen feiten.

La Stazione uit 1952 is een documentaire over het belangrijkste treinstation van de Italiaanse hoofdstad: Stazione di Roma Termini. Zurlini was lid van de communistische partij en werd in 1964 samen met regisseurs als de Taviani’s, Maselli, Lizzani en Loy door de partij aangewezen om de begrafenis van Palmiro Togliatti te filmen. Opgevolgd door Luigi Longo en in 1972 door de charismatische Enrico Berlinguer, de vader van het Eurocommunisme. In de naoorlogse jaren was partij affiliatie in Italië waar een politieke strijd tussen christen-democraten en communisten woedde van belang. Rossellini werd door sommigen minachtend afgedaan als christen-democraat. Zelfs filmstijlen werden gepolitiseerd en door de overheid gesteund of tegengewerkt.

De documentaire is in de stijl van de Cinéma Vérité, een observerende cinema. De Franse filmtheoreticus André Bazin verwoordde het neorealisme (in de brief Ter verdediging van Rossellinizie p. 100) ooit als ‘de documentaire werkelijkheid plus iets’. Het jaar 1952 is een keerpunt. Niet toevallig wordt Umberto D uit 1952 van Vittorio De Sica als de laatste neorealistische film beschouwd. Bazin omschrijft dat ‘iets’ als de beeldkracht, het sociaal engagement, de poëzie, het komische of wat dan ook. Wat is dan de documentaire werkelijkheid van deze documentaire die probeert de feiten zo onbevangen mogelijk weer te geven?

Het heeft geen zin om weg te zakken in getheoretiseer dat al snel op aanstellerij lijkt. In La Stazione zien we een realiteit die we associeren met het Italië van 1952. Punt uit. Hoe geconstrueerd die ook toen was. De marges zijn breed om ons tevreden te stellen en een geschiedenis voor te schotelen die geen geschiedenis is. Denk aan twee beroemde voorbeelden uit de cinematografie, namelijk Oktober (1928) van Sergei Eisenstein en La battaglia di Algeri (1966) van Gillo Pontecorvo. Beide films die respectievelijk 11 (1917) en 9 (1957) jaar na de weergegeven gebeurtenissen werden gemaakt, worden in de geschiedschrijving gebruikt als illustratie ervan. Zo vallen een historische gebeurtenis, de reconstructie en ons begrip ervan samen. Ons beeld van de historische werkelijkheid is vervalst, maar voelt als echt. Er zijn meer voorbeelden, zoals de Nederlandse film De Overval uit 1962 over de overval op het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Onze beleving in de wachtkamer derde klasse met Italiaanse arbeiders, boeren, militairen en gezinnen strijdt met esthetiek. Dat we het weten.

Een beleggingsanalist zegt: ‘Angst overheerst’. Wat moeten we ermee?

with one comment

De titel bij deze video met beleggingsnieuws is veelzeggend: ‘Angst overheerst’. Oh, bij wie? Dat betekent een negatief koopadvies en een positief verkoopadvies. Maar waarom praat de analist van Paribas over angst als hij dalende koersen bedoelt? Wat heeft dat met angst te maken? Haakt hij aan bij een onderstroom die al in de samenleving bestaat? Iedere belegger kan met een muisklik kopen of verkopen. Maar angst die overheerst?

De Duitse filmtheoreticus Siegfried Kracauer had het in zijn boek ‘From Caligari to Hitler’ (1947) over de Duitse samenleving waarin het ‘collectieve dispositie’ gegeven zou hebben. Dus een aanleg of gevoeligheid van allen voor iets. In dit geval een tendens naar het morbide en macabere bij politieke en culturele onzekerheid die de opgang van het nationaal-socialisme zou verklaren. Op de onderbouwing van Kracauers stelling is volop kritiek op gekomen, maar dat een collectieve onderstroom, gevoeligheid of aanleg in een samenleving tot iets kan leiden valt niet te ontkennen. Soms is dat al uit een simpel woordje af te leiden.

Hebben we werkelijk angst of wordt ons die van allerlei kanten om allerlei redenen aangepraat? Door bedrijven die ons willen laten kopen of verkopen, politici en complotdenkers. De meeste Nederlanders zijn gelukkig en tevreden met hun leven. Ze hebben het economisch nog nooit zo goed gehad. Verklaart dat de angst omdat men juist dan beseft dat men kan verliezen wat men heeft? Tot zolang het duurt. Dat betekent dat angst een teken van geluk, welvaart en voorspoed is. Het omgekeerde van hoe het doorgaans voorgesteld wordt. Angst moet dan gekoppeld worden aan een positief gevoel tegen een negatieve achtergrond. Angst is een emotie die verwant is aan verlangen. Als het ingelost wordt, dan verdwijnt de gemoedsaandoening.

Van president Franklin D. Roosevelt is bij zijn inaugurele rede in 1933 de zin blijven resoneren ‘Het enige wat we moeten vrezen is de angst zelf’ (‘Only Thing We Have to Fear Is Fear Itself’). Hij probeerde de angel uit de verlammende angst te halen die door de economische crisis van 1929 was ontstaan en in 1933 op zijn dieptepunt was. Hij pompte hoop en perspectief in zijn volk. Dat is anders dan wat de analist van Paribas en anderen doen. Wat moeten we met onheilsstemmingen die klinken als een zichzelf vervullende voorspelling?

Herinneren: Den Haag – Kunst – Buks – 1965 – Paul van Solingen

leave a comment »

Wat we hier zien is niet op voorhand duidelijk. De omschrijving bij deze foto lost (na een lichte bewerking) een deel van het raadsel op: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIJ OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERKSTUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ De datum is 26 april 1965. Op 15 april was de populaire Bond-film Goldfinger met Sean Connery in Nederland in première gegaan.

Paul van Solingen is een in 1944 geboren Haagse kunstenaar. Onduidelijk is of hij overleden is. Volgens opgave van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri wel, want dat zet een kruisje bij zijn naam. Ook staat zijn naam niet (meer) op de lijst van werkende leden van de Haagse Kunstkring in de Denneweg. Maar elders wordt dat niet bevestigd, zoals in de tot 14 februari 2019 bijgewerkte Scheen die stelt: ‘Paul van Solingen geb. Den Haag 14 september. 1944. Woont en werkt aldaar’. Van Solingen zou dan inmiddels 75 jaar oud zijn.

Op de tweede foto zien we waar op 26 april 1965 de kunstenaar op mikt: het mozaïek. De portier van het Passage-theater ziet het welwillend, maar ook wel wat gelaten aan. Anno 2019 zouden we dit evenement een photo op(portunity) noemen. Op de eerste foto neemt een fotograaf Van Solingen op de korrel die op zijn beurt weer wordt gefotografeerd door een professionele fotograaf van het ANP. Als in de schiettent op de kermis schiet Paul van Solingen met z’n buks op de roos die bij een succesvol schot de camera activeert. Dat is echter andere koek dan wat Sean Connery in Goldfinger liet zien. Het idee van de kermisbuks en de loden kogeltjes moet dat benaderen. Of dat overtuigend gebeurt is de vraag. Toen wellicht wel, maar nu na bijna 55 jaar nauwelijks nog. De vraag blijft bestaan wie hier in opdracht van wie met welk doel op wat schiet. Waar de politie is te zien die Van Solingen zou hebben aangehouden is ook een raadsel dat vooralsnog blijft bestaan.

Foto 1: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met als onderschrift: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIP OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERK STUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ ANP, 26 april 1965. Collectie:

Foto 2: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met identieke gegevens als foto 1.

Alison Klayman legt uit hoe Steve Bannon zijn volgelingen manipuleert

leave a comment »

Regisseur Alison Klayman was 13 maanden bezig met de voorbereiding van haar documentaire The Brink over Steve Bannon, de voormalige hoofdstrateeg van het Witte Huis. Klayman legt uit hoe hij zijn volgelingen manipuleert door samenzweringen te verspreiden en twijfels in de media te zaaien. Het is dezelfde tactiek die in Nederland Thierry Baudet gebruikt. Dus daarom is de toelichting van Klayman leerzaam voor Nederlanders.

Het is de vraag of het werkt om manipulatie door rechts-radicale types als Bannon, Trump, Farage, Orban, Salvini of Baudet bloot te leggen. In elk geval zal dat de harde kern van volgelingen niet afschrikken. Want zij geloven graag elke leugen, verdachtmaking of samenzweringstheorie. Zelfs als ze weten dat die in de kern niet kan kloppen. Wat werkt dan wel? Om te beginnen het isoleren van de harde kern van de goedgelovige meelopers. De laatsten kunnen wellicht met argumenten bereikt worden omdat ze nog voor rede vatbaar zijn.

Neem een Nederlands voorbeeld over de zogenaamde nexit. Het is onduidelijk of FvD een nexit wil. In het programmaEen Europa van Natiestaten’ voor de Europese verkiezingen komt het woord ‘nexit’ niet voor en wordt er niet direct voor een nexit gepleit. Forum lijkt hierover verdeeld en vaag omdat de achterban blijkbaar verdeeld is over de zin en uitwerking op de economie van een nexit. Partijvoorzitter Henk Otten zei in maart 2019 in een debat volgens een bericht in het AD: ‘Wij zijn helemaal niet per se voor een nexit. Laten we de interne markt behouden. Wat wij willen is terug naar de EEG, waarin we economisch samenwerkten.’ Baudet spreekt Otten tegen en houdt de optie van een nexit wel in de lucht. De duidelijkheid die FvD van andere partijen vraagt, kan het zelf over de nexit niet geven. Het manipuleert zelfs de eigen mening. Zo ondervindt deze partij nu ook de nadelen van praktische politiek en moet het de eigen harde standpunten inslikken. Dat maakt de partij even kwetsbaar voor aanvallen zoals manipulatoren als Bannon en Baudet anderen aanvallen. Interne tegenstrijdigheden zijn de sleutel om deze alternatieve ultrarechtse bewegingen van repliek te dienen.