George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘NRC

Trump is afgunstig op dictators omdat ze geen rekening hoeven te houden met democratie. Hij laveert rechtsstaat VS richting afgrond

with 2 comments

Politicoloog en columnist Brian Klaas laat zijn licht schijnen over de neiging van president Trump om zich te vereenzelvigen met autoritaire leiders of dictators als Vladimir Putin of Kim Jong-un. Wat zegt dat over Trumps autoritaire bevliegingen, nukken en neigingen? Wat is het gevolg daarvan voor de wereldpolitiek, de Republikeinse partij, en de democratie en rechtsstaat van de VS? Wat is er door zijn autoritaire optreden blijvend beschadigd in de wereld én de VS als Trump in 2020 of 2024 uit zijn huidige functie verdwijnt?

De verbijstering is dat een meerderheid van de bevolking van de VS bij daglicht ziet dat Trump de democratie, de rechtsstaat, de samenleving en de wereldpolitiek beschadigt, maar er niets te doen valt aan het oneigenlijk oprekken van de rechtstaat voor diens eigen gewin. Omdat de grondwet blijkbaar zo makkelijk kan worden uitgekleed door Trump roept dat de vraag op hoe weerbaar de democratie eigenlijk is en wanneer het moment aanbreekt dat president Trump uit zijn ambt moet worden gezet om de democratie te beschermen. Trump reduceert dit soort vragen tot partijpolitiek en breekt de Republikeinse partij tot op de grond af en neemt het mee in zijn moreel failliet. De weerstand en weerzin van constitutionele deskundigen jegens Trump is groot en breed, alsook bij politicologen en deskundigen van buitenlandse politiek of autoritarisme. Het proces om Trump af te zetten moet zorgvuldig gebeuren, terwijl hij onzorgvuldig en onbelemmerd zijn gang kan gaan.

Complicatie is dat ‘deskundigen’ de autoritaire Trump verkeerd ingeschat hebben en redeneerden vanuit de politiek en de politici die ze tot dan toe kenden. In Nederland is dat de aan Clingendael verbonden Amerika-deskundige Willem Post die in november 2016 meende dat Trump niet dom was en de democratie van de VS tegen een stootje kon. Ik had in november 2016 in een commentaar kritiek op zijn zonnige en in mijn ogen naïeve inschatting. Dat eerste is aantoonbaar onjuist gebleken en was dat overigens al in 2016, want Trump is wel dom, en dat tweede is ook onjuist, want de Amerikaanse democratie kan in ideale omstandigheden tegen een stootje indien alle betrokkenen hun rol spelen zoals die door de founding fathers als Madison, Franklin en Hamilton met vooruitziende blik is omschreven, maar dat wordt anders als een type als Trump de grondwet en de politieke conventies naast zich neerlegt en buiten de lijnen kleurt. Nu de ‘volwassen in de kamer’ als chaperonne uit Trumps omgeving zijn verdwenen, is het vooruitzicht dat Trump in de laatste twee jaar van zijn termijn er alleen nog maar ongeremder, eigenmachtiger, ondemocratischer en tirannieker op wordt.

Advertenties

Mueller klaagde dat de brief van Barr de ‘context’ van het Rusland-onderzoek niet vatte. Tragiek van schone schijn, wraak en waanzin

with 6 comments

Macht beschermt zich met onderdanen. Die buffer is een kenmerk van bureaucratie. Hoe dat mechanisme werkt heeft William Shakespeare in zijn tragedie ‘Hamlet’ duidelijk gemaakt. Van onderop worden de dienaren en onderhorigen van prins Hamlet één voor één uitgeschakeld. In een cyclische regelmaat. Zo grijpt de vijand als een omhoogkomende schroef steeds hoger in op de machtsstructuur. De vijand die overal kan opduiken nadert stap voor stap de top voor de ultieme afzetting en verlossing van de koning, de prins of de president. Vertraging is het geëigende vertelmiddel om een verhaal met zijstappen en oponthoud ‘op te spannen’. Waarna het als een pijl uit de boog doel kan raken. De koning is in het hart geraakt. Het drama is afgerond.

Voor wie het handelen van president Trump geestelijk niet langer kan aanzien vanwege de platheid, de leugenachtigheid, de onechtheid en de ondoelmatigheid is er de optie om het als een fictief verhaal op te vatten. Dat verzonnen en ingebeeld is. Dat houdt de rampspoed en de teloorgang van de Amerikaanse politiek en positie op afstand. Werkelijkheid wordt drama uit zelfredzaamheid. Wat als onverkwikkelijk ervaren wordt kan zo omgebogen worden tot een comfortabele vertelling die speelt op het niveau van roman, game of film.

Op de wederwaardigheden van het bewind van ‘koning’ Trump is het Hamlet-model van toepassing. Zodat nog op een andere manier het treurspel werkelijkheid wordt. Uit de hofhouding van Trump zijn in de eerste twee jaar van zijn bewind de ‘volwassenen in de kamer’ verdwenen. Die hofhouding wordt nu gevormd door opportunisten, derderangs personen en een enkele kwade genius als Steve Miller die niet op hun kwaliteit, maar op hun loyaliteit aan de ‘koning’ zijn uitgezocht. De spreekwoordelijke Rosencrantz en Guildenstern, ooit de vrienden van Hamlet, worden op diens verzoek gedood. Zo is het ook met Trump, hij offert zijn vrienden, zoals voormalig raadsman Michael Cohen, op als hem dat uitkomt. Buiten de familie geldt loyaliteit alleen van laag naar hoog, niet omgekeerd. In de hofhouding van Trump weet niemand zich verzekerd. 

Nu is er sinds februari 2019 minister van Justitie William Barr. Deze 68-jarige jurist en politicus is een tragische figuur omdat hij zich in Trumps wereld van schone schijn, wraak en waanzin heeft laten lokken. Wat hij inlevert voor zijn kortstondige rol in de schijnwerpers en Trumps hofhouding is zijn reputatie van deskundig bestuurder. Die ligt aan gruizelementen door zijn vergaande identificatie met Trump. Op 24 maart 2019 verscheen een brief van Barr die een samenvatting van vier pagina’s gaf uit het Rusland-rapport van Robert Mueller. Hij onderzocht sinds mei 2017 de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse politiek.

Overigens uitte ik op dit blog in verschillende commentaren kritiek op de meeste Nederlandse en Amerikaanse media die zich vooral in de eerste dagen na 24 maart in de luren hadden laten leggen door Barrs interpretatie die ze afschilderden als Muellers interpretatie. Dat leek me onjuist. Aan de NRC-Ombudsman schreef ik op 30 maart een open brief waarin ik kritiek had op de eindredactie en berichtgeving in NRC. Daarop ontstond een vriendelijke uitwisseling van e-mails die resulteerde in een debat met de NRC-Ombudsman en een stuk in zijn krant. Nu is er het brekend nieuws van 30 april in de Washington Post dat onthult dat speciale aanklager Mueller eind maart een brief aan Barr stuurde waarin hij klaagde dat Barrs brief het rapport geweld aandeed omdat het ‘de context, de aard en de substantie niet volledig vatte’. Barrs positie staat nu ter discussie omdat hij niet ethisch gehandeld zou hebben. Als hij verdwijnt komt de vijand een stapje dichter bij ‘koning’ Trump.

Meeus waarschuwt de media, ze moeten Baudet checken op wat hij kan. Diens ereplaats in het narcistenkartel is een doodlopende weg

leave a comment »

Aldus de conclusie van de zaterdagse column in NRC over Haagse politiek van Tom-Jan Meeus. Hij verwijt niet zozeer ultra-rechtse partijen als de PVV of FvD dat ze er een potje van maken (wat ze doen), maar dat de media daar geen goed verslag van doen. Daarin heeft Meeus gelijk. Het is een terugkerend verwijt aan de gevestigde media dat ik onder meer hier, hier en hier heb verwoord. Ik schreef in maart 2017 in een commentaar: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak.’

Meeus voegt er een ander dimensie aan toe, namelijk politiek vakmanschap en kennis. Wat kan Baudet? Want iedereen kan zich politicus noemen, maar niet iedereen die zich politicus noemt bezit het vakmanschap en de kennis die een politicus succesvol maakt. Baudet is weliswaar een jonge, beginnende politicus en moet de kans gegeven worden om te groeien in zijn vak, maar na drie jaar FvD als politieke partij kunnen de media hem toch de vraag gaan stellen in hoeverre hij is gevorderd in het onder de knie krijgen van het vak politicus.

Is de fundamentele zwakte van Baudet niet zijn wegvluchten in vergezichten en filosofieën om te verhullen dat hij als politicus nauwelijks vordert in zijn vakmanschap? Zo laadt Baudet net als Trump de sterke verdenking op zich dat hij uitblinkt in grootspraak, narcisme, vergezichten, onheilsfantasieën, toekomstplannen en het gooien van verbale bommetjes, maar tamelijk vruchteloos is in het bedrijven van praktische politiek en het realiseren van zijn kernpunten. Hoewel dat bij Trump genuanceerd ligt, bijvoorbeeld in het slinks en succesvol benoemen van rechtse rechters. Geert Wilders heeft zich verregaand geïsoleerd in een vlucht naar de marge, Thierry Baudet wacht hetzelfde lot als hij niet tijdig tot inkeer én inzicht komt en hersenschimmen inwisselt voor doorzettingsvermogen, grilligheid voor vakkundigheid en eigenliefde voor inlevingsvermogen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnHoe de crisis in FVD bewijst dat media in campagnetijd hun taken verzaken; Deze week: Baudet en zijn plaats in het narcistenkartel. Ofwel: grote vragen voor politiek en media na de crisis in Forum voor Democratie’ van Tom-Jan Meeus in NRC, 27 april 2019.

Subcultuur DDS steunt subcultuur van alt-right en Thierry Baudet. Met pseudo-christendom. Alle remmen los in aanval op Henk Otten

with 7 comments

Het rommelt in Forum voor Democratie. Er is een strijd gaande om de macht, de politieke richting en de partijcultuur met als de hoofdrolspelers partijleider Thierry Baudet en een van de mede-oprichters en beoogd fractievoorzitter in de Eerste Kamer Henk Otten. In een interview in NRC met de titel ‘Tweede man van Forum Henk Otten: ‘Baudet trekt de partij te veel naar rechts’’ bond Otten de kat de bel aan. Dat lijkt hem door Baudet en diens vertrouwelingen niet in dank te worden aangenomen. Otten wordt naar de zijlijn gedrongen, maar lijkt terug te vechten in het gevecht om de ziel van de partij. En ook in het gevecht om zijn eigen positie.

De Dagelijkse Standaard (DDS) die zoveel alt-right retoriek en steun aan Baudet in haar kolommen stopt, ging in een opinie-artikel van 22 april van Michael van der Galien in op Ottens kritiek dat Baudet in 2017 ineens ‘een christelijke kant‘ opging. Otten antwoordt daarop: ‘Maar ik wil politiek los zien van geloof’. Dat is een positie die past binnen de traditie van de Nederlandse politiek van voor het tijdperk van de identiteitspolitiek en de doorbraak in 2016 van de alt-right subcultuur in de VS. DDS geeft Ottens woorden verkeerd weer en noemt hem een ‘christendom-hater’ en ‘weg-met-ons-fanatiekeling’. Dat is van dik hout zaagt men planken en zo onnauwkeurig en onzorgvuldig afgeleid uit wat Otten zegt, dat hiermee DDS vooral zichzelf te kijk zet. Het is altijd een plezier om DDS te lezen omdat het zo sterk raakt aan de absurditeit en de stompzinnigheid, en in het kritiekloos ophemelen van de eigen helden een hoog niveau bereikt. Mijn reactie bij het artikel:

De opstelling van Henk Otten is begrijpelijk en goed verdedigbaar. Hij keert zich niet tegen het christendom of de (vermeend) joods-christelijke cultuur, maar tegen het vermengen van politiek en religie. Dat past in de traditie van scheiding van kerk en staat.

Otten wijst het gebruiken van het christendom, of religie in algemene zin in de politiek af. De reactie van Teunis Dokter slaat daarom de plank mis. Otten keert zich niet tegen het christendom of ‘de christelijke cultuur’ (?), maar tegen het misbruik van religie in de politiek.

Otten neemt ook afstand van identiteitspolitiek die om politieke redenen een religieuze identiteit construeert. Een voorbeeld daarvan is president Trump die zijn achterban van vooral witte evangelicals op een sekte-achtige wijze met christelijke retoriek bedient, maar over wie het de vraag is of hij wel een christelijke overtuiging of levenswandel heeft. De kritiek op Trump en opinieleiders uit de alt-right beweging is dat hun identiteitspolitiek en pleidooi voor het christendom oppervlakkig en niet gemeend is en vooral politieke marketing om electorale redenen is.

Baudet handelt omgekeerd aan Buma, Segers of Van der Staay. Waar christelijke politici terughoudend zijn in de verwijzing naar het christendom, zijn politici van niet-christelijke partijen (PVV, FvD) minder terughoudend. Dat is merkwaardig.

De paradox is dat de politici van de christelijke partijen CDA, CU en SGP in de praktische politiek terughoudender zijn in het gebruik van christelijke retoriek dan Baudet. Zij beseffen het gevaar hoe hun geloof politiek kan worden misbruikt en beschadigd. Zij hebben in de praktische politiek door schade en schande geleerd dat als ze met andere partijen iets willen bereiken het averechts werkt door zich te beroepen op hun religieuze gedachtegoed. Ze weten dat ze moeten schakelen naar een ideologisch neutraal terrein om tot overleg te komen. Baudet redeneert echter niet vanuit het belang van het christendom, maar vanuit zijn politieke profilering.

Het is onduidelijk hoever Otten nadenkt. Het lijkt er sterk op zoals hij in het interview in NRC zei dat hij de koers van Baudet te rechts-radicaal, te populistisch, te Angelsaksisch en te negatief vindt waar het de terminologie over ondergangsfantasieën en de pessimistische kijk op de westerse geschiedenis en Europa betreft.

Uiteindelijk gaat het erom of Forum voor Democratie binnen de eigen gelederen ruimte geeft aan tegenspraak of niet. De keuze is aan Forum om het beginsel van interne democratie en een zekere mate van pluriformiteit te omarmen of af te wijzen. Dat vergt goed nadenken en manoeuvreren van de partijleiding. De schrikbeelden zijn de anarchistisch LPF die met ruzie uit elkaar viel, maar ook de dirigistische SP of PVV die in de praktijk geen interne democratie kennen en daar nu de wrange vruchten van plukken: achteruitgang door stilstand.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHenk Otten is een weg-met-ons D66’er: “Als je nog een keer over het christendom begint dan stap ik op”’ van Michael van der Galien op DDS, 22 april 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel interviewTweede man van Forum Henk Otten: ‘Baudet trekt de partij te veel naar rechts’’ van Petra de Koning en Philip de Witt Wijnen in NRC, 19 april 2019.

In debat met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong: zijn column is niet het eind van het verhaal

with 2 comments

Met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong had ik afgelopen weken een uitgebreide uitwisseling per e-mail over de berichtgeving in NRC over het Mueller-rapport dat uiteindelijk in een geredigeerde versie van minister William Barr afgelopen donderdag 18 april verscheen. Over wat NRC ervan maakte was ik niet enthousiast. Dat schreef ik in een commentaar van 30 maart met onder meer de volgende passage: ‘Kortom, de verslaggeving over de presentatie van Barrs samenvatting van Muellers-rapport is in mijn ogen naïef en misleidend. Het is niet volgens journalistieke principes van respect voor bronnen en streven naar waarheidsgetrouwheid tot stand gekomen. Blokker is in een partijpolitieke, Republikeinse val getrapt die door Barr is gezet. Blokker en de eindredactie die de koppen maakt hebben zonder dat ze de feiten kennen de fout gemaakt dat ze de mening van Barr vereenzelvigen met de conclusies van Mueller. Ze hielden hierbij geen slag om de arm door de mening aan Barr toe te schrijven en Blokker heeft vanuit een verkeerde aanname theorieën gefabriceerd die niet anders dan als een kaartenhuis in elkaar konden storten. NRC heeft met deze verslaggeving aan haar lezers nepnieuws en desinformatie geleverd. Overigens boden andere stukken van de krant, zoals het hoofdredactioneel van 26 maart gelukkig meer kwaliteit en evenwicht. Maar een opening op de voorpagina springt meer in het oog.’ De Jong heeft zijn interpretatie van onze discussie in zijn column gezet.

Het was een pittige conclusie waar De Jong niet in meegaat. Een Ombudsman heeft een dubbele positie en neemt daarom een tweeslachtige  houding aan. De Ombudsman wil reflecteren en laten resoneren wat er in de samenleving (inclusief bij kritische lezers) leeft, maar heeft tevens rekening te houden met het toelichten en verdedigen van het redactioneel beleid. Een Ombudsman kan wat dat laatste betreft niet te ver voor de troepen uitlopen omdat dat de steun in eigen kring ondermijnt en het opereren bemoeilijkt. Een Ombudsman moet dus schipperen. Naar mijn idee is De Jongs column er een voorbeeld van hoe dat in de praktijk uitpakt. De kritische lezer krijgt ruimhartig de credits om te scoren, maar de mooiste voorzetten en invallen worden grotendeels aan de eigen redactie toegerekend. Dat is blijkbaar het hoogst haalbare op de evenwichtsbalk die zo’n column van een Ombudsman is. Zo beredeneerd kan ik me vinden in de accenten die De Jong legt.

In een commentaar van 1 april 2019 schreef ik onder meer het volgende: ‘De Amerikaanse mainstream media doorzagen de partijpolitieke manipulatie en spin van het Mueller-rapport door Barr naar mijn idee onvoldoende. Ze stonken erin. In navolging daarvan gingen de meeste Nederlandse media collectief de fout in. Ze namen de berichtgeving van de gezaghebbende Amerikaanse media vertraagd over en volgden de hectiek en de nerveuze nieuwscyclus vanaf de publicatiedatum van de Barr-samenvatting op 24 maart tot enkele dagen daarna toen het verstand weer langzaam terugkwam in de redactiekamers.’ De reflectie achteraf dient als rechtvaardiging voor wat er in de dagen na 24 maart misging. Dat is zelfbescherming om het eigen ‘merk’ te beschermen. Het siert NRC dat het nu wel alert is en de valkuilen probeert te vermijden. Media als het NOS Journaal zijn nog lang niet zover in hun reflectie, laat staan zelfreflectie. Dit verhaal is nog lang niet af.

Waarom de media handelden zoals ze handelden blijft het raadsel. Ze waren gewaarschuwd dat Barr niet te vertrouwen was. In mijn commentaar van 1 april probeer ik dat te begrijpen ‘Mogelijk speelt daarbij een psychologisch effect bij Amerikaanse media die afgelopen twee jaar gegeseld werden en zich gegijzeld voelden door de aandacht voor de samenzwering van Trump met de Russische maffia, Russische oligarchen en vertegenwoordigers van de Russische overheid. Dit staat los van politieke overwegingen. Ook als zo’n feit onmiskenbaar is vastgesteld is een spanningsboog van twee jaar lang. Journalisten willen hun eigen agenda vaststellen en niet in een frame stappen dat hun opgelegd wordt. Breken met de consensus kan dan als bevrijding voelen. Of als bevestiging van eigen onafhankelijkheid.’ In de uitwisseling met De Jong verwees ik naar een commentaar van Joshua Holland over de media die een ‘vooroordeel in de richting van normaliteit’ hebben. Dat levert problemen op in de verslaggeving over Donald Trump die zich aan die normaliteit onttrekt.

Maar de verslaggeving over hem blijft redelijk normaal en volgens de gangbare journalistiek code. Holland is kritisch op deze goedgelovige, politieke journalisten: ‘Ze willen geloven dat terwijl de president een kinderlijke narcist is die veel van zijn tijd doorbrengt met het trollen van mensen op Twitter, vrolijk democratische normen platwalst, regelmatig onze instellingen aanvalt en herhaaldelijk de rechtsgang in het volle zicht heeft belemmerd, de politieke wereld anders is zoals zij altijd geweten hebben, en uiteindelijk de storm zal doorstaan. Het is een subtiel vooroordeel dat leidt tot veel goedgelovige verslaggeving over Trumps ‘spin’ en een aarzeling om duidelijke beschrijvende taal te gebruiken bij het rapporteren over dit Witte Huis.’

Tekst van Sjoerd de Jongs column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’:
Tientallen contacten tussen Trumps medewerkers en Russen, de hoop dat hij zou profiteren van illegale hacks bij de Democraten, herhaalde pogingen om speciaal aanklager Robert Mueller te dwarsbomen, en de verzuchting van de president dat hij fucked was met diens aanstelling.

Nu er eindelijk vlees op de botten zit, wordt duidelijk hoe rakelings Trump langs de afgrond is gescheerd – wél vele dubieuze contacten, geen bewijs voor criminele samenspanning – en vooral, dat het dossier nog lang niet dicht is; Mueller spreekt zich niet uit over belemmering van de rechtsgang, al stijgt de reuk daarvan penetrant op uit zijn rapport. Die bal ligt nu bij het Congres en het is geen golfballetje.

NRC-correspondent Bas Blokker concludeerde dan ook terecht dat ,,Trump voorlopig nog niet is verlost van onderzoek naar zijn handelwijze’’ en dat ,,zelfs de oerverdenking van samenzwering met Rusland niet helemaal (lijkt) te zijn weggenomen’’.

Maar wacht even. Toen Trumps minister van Justitie Barr drie weken geleden zijn samenvatting van het Mueller-rapport publiceerde (geen bewijs voor samenzwering, geen oordeel over belemmering van de rechtsgang) schreef de krant dat de ,,donkere wolk’’ die bijna twee jaar boven Trumps presidentschap had gehangen ,,in één zinnetje was verdampt’’ en dat het verwijt van collusion van de agenda was verdwenen. Kop boven het bericht over Barrs samenvatting: Mueller: geen bewijs voor ‘collusion’.

Goed, de krant moest toen afgaan op vier velletjes van Barr, met één (half)  citaat over de verdenking van samenzwering.

Dat nieuws van Barr, een brisante anticlimax na twee jaar hoogspanning over een naderende high noon tussen Trump en Mueller, beheerste overal de internationale berichtgeving. The New York Times en talloze andere kranten hadden vergelijkbare koppen en stukken. De Volkskrant sprak van een ,,enorme overwinning´´ van Trump. Schurend begon ook het handenwringen in de Amerikaanse media. ´Russiagate´ was een collectieve flater van de media die te vergelijken was met de hysterie over massavernietigingswapens van Saddam, brieste een blogger op de linkerflank.

Maar niet heus. Nu weten we beter hoe de vork in de steel steekt. Dit rapport, dat door Barr gedienstig was teruggebracht tot een verklaring van goed gedrag, had, schrijft The Guardian, elke andere president de  kop gekost. Overigens bevestigt het rapport ook allerlei berichten die Trump afdeed als nepnieuws.

Eén Nederlandse blogger met wie ik de afgelopen weken correspondeerde over de berichtgeving kan nu dan ook zijn gelijk halen.

Want blogger George Knight (een nom de plume) trok na Barrs samenvatting eind april aan de bel op zijn blog en in een brief aan mij. De hele journalistiek was in zijn ogen kritiekloos afgegaan op die snippers van Barr. Maar, aldus Knight, we wisten nog helemaal niet wat er in dat rapport stond, alleen wat deze door Trump benoemde man erover had gezegd.  Hij vond dat ook NRC dat onvoldoende duidelijk had gemaakt. Die eerste kop had moeten luiden: Barr: geen bewijs voor ´collusion’. Barr, niet Mueller.

Hij had, schreef hij mij, ,,van NRC meer afstand verwacht en een slag om de arm in eindredactie, verslaggeving en analyse.’’  Overigens vond hij die wel in het Commentaar, dat vaststelde: ,,Bij de beoordeling van het onderzoek past terughoudendheid’’, want ,,Barr stuurde een zeer korte samenvatting van de belangrijkste uitkomsten naar het Congres’’ en ,,voorlopig is dat de enige informatie om de uitkomsten van het onderzoek te wegen’’.

Knight en ik wisselden in twee weken elf e-mails uit, en het lijkt me nuttig wat punten uit die correspondentie te delen,  omdat het gaat over de vraag wat een krant op welk moment kan weten, en welk accent die moet geven.

Ik schreef hem dat ik zijn kritiek dat NRC onvoldoende duidelijk had gemaakt dat dit geen conclusies waren van Mueller maar van Barr, schromelijk overdreven vond. Blokker noteerde in dat eerste bericht onder meer: ‘..Barr citeert het rapport in zijn brief..’ [..]  ‘In Muellers rapport staat volgens Barr..’ [..] ‘..de conclusie van Barr..’[..] en ‘..Barr verwijst naar..’

Dat sloot ook niet uit, schreef ik Knight, ,,dat  in het volledige rapport, mogelijk gesteld in formeel afgewogen taal die haar gelijke hooguit vindt in het rapport van de Commissie van Drie (1976) méér te vinden is.’’

Dat was nog zacht uitgedrukt.

Over die kop, waarmee de krant opende: inderdaad, onvoldoende bewijs voor een zaak is nog niet géén bewijs, zoals Knight stipuleerde (en zoals nu het geval blijkt). Maar daarmee is die kop nog niet fout. Mueller onderzocht de zaak immers als aanklager, en dan zijn er twee smaken: wel of geen aanklacht. Dat uit het onderzoek geen aanklacht tegen Trump was gekomen wegens samenzwering – je krijgt uit het rapport de indruk: daar was zijn campagne ook veel te amateuristisch voor – was dus terecht groot nieuws.

Maar Knight heeft op een ander punt, dat van de duiding, gelijk: de krant had nadrukkelijker een slag om de arm moeten houden in de analyse. De conclusie dat de zaak door dat éénregelige citaat van Mueller was ,,verdampt’’ en van de politieke agenda zou verdwijnen, was voorbarig; een effect van de anticlimax na opgeschroefde verwachtingen.

Het stof van Muellers rapport én dat van de andere onderzoeken is nog niet neergedaald – dat blijkt ook wel uit de berichtgeving van Blokker gisteren, inclusief: een kritisch profiel van Barr.

Wat bewijst wat George Knight maar wilde zeggen: argwaan blijft geboden, zeker in een tijd die is gemarineerd in propaganda, spin en contraspin.

Foto: Schermafbeelding van deel column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’ van NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong, 20-21 april 2019 in NRC.

Lek in The New York Times van Mueller-team: Mueller-rapport over Trump schadelijker dan Barr-samenvatting doet uitkomen

with 7 comments

Een artikel in The New York Times zet druk op minister van Justitie William Barr om het Mueller-rapport snel openbaar te maken. Hij wordt ervan beschuldigd politieke redenen zwaarder te laten wegen, te weten de bescherming van president Trump, dan het landsbelang en het volgen van de juiste procedures die passen bij een functionerende rechtsstaat. Barr wordt verweten te mild te zijn geweest voor Trump. Hij stuurde op 24 maart een brief (‘Barr-samenvatting’) naar het Congres waarvan de objectiviteit werd betwijfeld. Hij zou zijn interpretatie van het Mueller-rapport hebben gegeven.

Het lek komt uit het team van Mueller. Dat is van de ene kant opmerkelijk omdat dit voor het eerst is sinds het Mueller-onderzoek begon in mei 2017, maar werd van de andere kant verwacht. De jurist en het voormalige lid van het Watergate team dat president Nixon aanklaagde Nick Akerman legt dit in gesprek met Chris Hayes uit. Het artikel zegt dat ‘sommige onderzoekers van Robert S. Mueller III hebben verteld dat William Barr de bevindingen van hun onderzoek niet adequaat heeft weergegeven en dat zij verontrustender waren voor president Trump dan de heer Barr aangaf’. De onderzoekers zouden hierover ‘sudderend gefrustreerd’ zijn.

Toch leek in de publiciteit de Barr-samenvatting te werken, want vele media gingen uitsluitend af op wat Barr in zijn samenvatting schreef. Zowel correspondenten als in hun kielzog analisten en columnisten gingen hierin mee zonder dat ze het Mueller-rapport onder ogen hadden gehad. Ik uitte in commentaren van 24, 25, 27 en 30 maart kritiek op de verslaggeving van de Amerikaanse en Nederlandse media en had onder meer per e-mail een uitgebreide uitwisseling met de ombudsman van NRC over deze kwestie. In een commentaar van 1 april vatte ik mijn kritiek op de media samen. Mijn conclusie was dat ze er ziende blind ingestonken waren.

De kritiek van de onderzoekers uit het Mueller-team gaat in op vele aspecten. Zo had het Mueller-team zelf samenvattingen van het rapport aangeleverd die Barr echter niet gebruikte. De reden die functionarissen van het ministerie van Justitie aanvoeren om die samenvattingen niet te gebruiken is dat ze gevoelige informatie zouden bevatten. Maar dat gaat voorbij aan het strijdpunt tussen de Democraten in het Huis en Barr over de openbaarmaking van het Mueller-rapport. De Democraten vragen om een ongecensureerde versie voor vertrouwelijk gebruik in het Congres –inclusief alle onderliggende documenten– en een opgeschoonde publieksversie. Ter herinnering, pas in 2011 werd aan het publiek het Watergate-dossier uit 1974 vrijgegeven.

In het artikel van The New York Times wordt in verschillende passages gerefereerd aan voormalig FBI-directeur James Comey die tegen het eind van de campagne van 2016 in een persconferentie bekendmaakte dat er een onderzoek liep naar de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton. Later liet Comey weten dat Clinton was vrijgepleit. Uit statistische data van Nate Silver blijkt dat Comey’s interventie waarschijnlijk beslissend was en Clinton het presidentschap kostte. Het verwijt aan Comey is dat hij nooit op die manier politiek had mogen bedrijven. Overheidsdiensten als de FBI moeten geen politiek bedrijven. Dat is de rode lijn die Mueller en Barr terughoudend en huiverig maakt. Zij willen geen politiek bedrijven en hun mandaat overschrijden. Maar het is ook een rode lijn waarachter ze zich kunnen verschuilen om afwijkend van hun opdracht te handelen. De persoonlijke dimensie van dit verhaal is dat Mueller en Barr vrienden zijn.

De geschiedenis zal uitwijzen of Mueller en Barr te voortvarend of te terughoudend waren, en in welke gevallen ze dat waren. President Trump lijkt in elk geval het gewicht van correct grondwettelijk handelen niet te voelen. Hij is sinds de Barr-samenvatting van 24 maart met zijn waterdragers al anderhalve week op Twitter en op bijeenkomsten fel in de aanval op Democraten in het Huis als Adam Schiff en claimt dat hij is vrijgepleit van de beschuldiging van samenzwering en obstructie door Barr. Maar tegelijk is hij teruggekomen op zijn mening om het Mueller-rapport vrij te geven. Het lek uit de boezem van het Mueller-onderzoek in The New York Times is de logische reactie op Trumps desinformatie. Trumps velddag lijkt voorbij. De waarheid wacht.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSome on Mueller’s Team Say Report Was More Damaging Than Barr Revealed’ van Nicholas FandosMichael Schmidt en Mark Mazzetti in The New York Times, 3 april 2019.

Open brief aan ombudsman NRC: verslaggeving over Mueller-rapport en Barr-samenvatting heeft ernstig tekortgeschoten

with 11 comments

Het vorige weekend van 23-24 maart kwam de Amerikaanse minister van Justitie William Barr met een samenvatting van 3,5 pagina uit het Mueller-rapport dat volgens diverse bronnen tussen de 300 en 400 pagina’s bedraagt, exclusief bijlagen. In de Amerikaanse pers werd deze samenvatting al snel de grootste zwendel van een Justitieminister genoemd in de recente Amerikaanse politieke geschiedenis. De voorgeschiedenis is bekend, Barr schreef een notitie die de marges voor obstructie door een president oprekte en Trump vrijpleitte. De notitie was een succesvolle sollicitatiebrief, en Barr mocht minister worden. De manipulatie door Barr was ingebakken in de voorgeschiedenis.  

Op zondag 24 maart vielen me de schellen van de ogen toen ik de verslaggeving van de Nederlandse media over Barrs samenvatting van het Mueller-rapport onder ogen kreeg. Ik reageerde die zelfde dag over de berichtgeving van de NOS op de FB-pagina van de NOS en definieerde dat zo:Verdorie, NOS, wat een verkeerde kop. Het zijn de twee door Trump benoemde functionarissen op het ministerie van Justitie, namelijk William Barr en Rod Rosenstein die in hun samenvatting tot de conclusie komen dat er geen bewijs voor obstructie is dat Trump heeft samengezworen met het Kremlin. We kunnen echter niet weten wat Mueller zegt omdat het rapport niet openbaar is gemaakt of vertrouwelijk naar het congres is gestuurd. Zodat Democraten kunnen reageren in de publiciteit op de claims van de GOP dat Trump is vrijgepleit. Het is dus niet Robert Mueller die iets zegt omdat we niet weten wat er in het rapport staat, zodat de kop ‘Mueller-rapport …’ hoe dan ook verkeerd is. Het is een ongepast citaat. Het had moeten luiden: ‘William Barr: geen bewijs …’ Het zijn Barr en Rosenstein die iets beweren. Dat is een essentiële nuance die een NOS-redacteur in zijn of haar onzorgvuldigheid vergeet. Slechte beurt, NOS.’

Op mijn blog George Knight voegde ik daar op 25 maart aan toe: ‘Wie de verslaggeving over de samenvatting van de top van het ministerie van Justitie over het Mueller-rapport ziet wordt wanhopig over de gebrekkige kwaliteit en zorgvuldigheid van de Nederlandse journalistiek. Is er op zondagavond geen redactie die begrijpt dat de spin van het Mueller-rapport door Barr een uiterst partijpolitieke dimensie heeft? Van NOS tot De Telegraaf en nu.nl maken ze dezelfde fout en informeren ze het Nederlandse publiek verkeerd. Namelijk dat ze de samenvatting door Barr (waarvan het niet op voorhand vaststaat dat die niet partijpolitiek gekleurd is) vereenzelvigen met het Mueller-rapport.’  Ze stonken er allemaal in.

Maar toen moest het ergste nog komen, namelijk de verslaggeving van de NRC, en dan vooral van Amerika-correspondent Bas Blokker. Door een week vakantie kreeg ik die stukken pas recent onder ogen. Zoals uit zijn verslaggeving blijkt doorziet Blokker niet dat de samenvatting van Barr gemanipuleerd is (of kan zijn) en dat een samenvatting uit een omvangrijk rapport per definitie gekleurd is. De eindredactie van NRC maakte het er nog erger op door op maandag 25 en dinsdag 26 maart dezelfde fout als de NOS te maken door in de koppen niet te spreken over ‘Barrs samenvatting’, maar over ‘Muellers rapport’. Maar zelfs nu is op 30 maart dat rapport nog niet gepubliceerd en kan geen enkele journalist weten wat er in dat rapport staat. Zelfs niet goed geïnformeerde journalisten als Maggie Haberman of Peter Baker van The New York Times of ‘judge’ Andrew Napolitano voor Fox News. Laat staan een Nederlandse correspondent die zich deels op deze Amerikaanse media baseert. Hoe kan een journalist uit bronnen citeren die hij of zij niet kent? 

In zijn analyse gaat Blokker in verschillende artikelen nog verder door hele theorieën op te hangen die niet gebaseerd kunnen zijn op de feiten. Maar ook feitelijk zit Blokker er in zijn verslaggeving naast door te stellen dat uitgaande van Barrs samenvatting de beschuldiging van samenspanning, collusion, is verdampt. Dat is een verstrekkende, dubieuze politieke inschatting van een juridisch verkeerd weergegeven claim. Want er is wel degelijk sprake van collusion door naaste medewerkers van Trump die alleen de lat van een succesvolle gerechtelijke procedure niet haalt. Maar dat is heel wat anders. Dat zegt namelijk niet dat er in 2016 geen sprake was van collusion door Trump of zijn medewerkers. Blokkers politieke inschatting dat de beschuldiging van collusion is verdampt en de Democraten geen munitie geeft om Trump hierop aan te vallen lijkt erg voorbarig. Evengoed kan beweerd worden dat als de manipulatie van Barr en Trump wordt doorgeprikt dat onderwerp van collusion als een boemerang op Trump zal terugslaan. Ook omdat Mueller nog aanblijft en met aanklachten kan komen en regionale aanklagers op staatsniveau zoals het SDNY contraterroristisch en crimineel onderzoek blijven doen naar Trump en zijn organisatie in hun relatie tot de Russische maffia, Russische oligarchen en het Kremlin. 

Kortom, de verslaggeving over de presentatie van Barrs samenvatting van Muellers-rapport is in mijn ogen naïef en misleidend. Het is niet volgens journalistieke principes van respect voor bronnen en streven naar waarheidsgetrouwheid tot stand gekomen. Blokker is in een partijpolitieke, Republikeinse val getrapt die door Barr is gezet. Blokker en de eindredactie die de koppen maakt hebben zonder dat ze de feiten kennen de fout gemaakt dat ze de mening van Barr vereenzelvigen met de conclusies van Mueller. Ze hielden hierbij geen slag om de arm door de mening aan Barr toe te schrijven en Blokker heeft vanuit een verkeerde aanname theorieën gefabriceerd die niet anders dan als een kaartenhuis in elkaar konden storten. NRC heeft met deze verslaggeving aan haar lezers nepnieuws en desinformatie geleverd. Overigens boden andere stukken van de krant, zoals het hoofdredactioneel van 26 maart gelukkig meer kwaliteit en evenwicht. Maar een opening op de voorpagina springt meer in het oog. 

Het is te hopen dat NRC een en ander corrigeert. En nog eens voor de eigen medewerkers opfrist wat de journalistieke valkuilen zijn in een door en door partijpolitiek verziekt landschap van de VS. En herinneren we ons nog hoe bijna de complete Amerikaanse pers zich in 2002-2003 op het verkeerde been liet zetten door de Bush-regering over Irak? Dat had een waarschuwing moeten zijn voor een Nederlandse journalist. De verslaggeving in NRC over de publicatie van het Mueller-rapport heeft tekortschoten. Dat is ongewenst, ongelukkig en was onnodig indien Blokker zijn gezond verstand had gebruikt. 

Foto 1: Schermafbeelding van voorpagina NRC van maandag 25 maart 2019. Met artikel van correspondent Bas Blokker.

Foto 2: Schermafbeelding van voorpagina NRC van dinsdag 26 maart 2019. Met artikel van correspondent Bas Blokker.