George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘NRC

Ilhan Omar is een morele oplichter die door wit links langs een lagere morele meetlat gelegd wordt die voor minderheden geldt

leave a comment »

Oud-kamerlid voor GroenLinks Zihni Özdil schrijft in een NRC-column over afgevaardigde Ilhan Omar in het Amerikaanse Huis: ‘Ilhan Omar is weliswaar Democraat, maar ze is links noch progressief. Ze is een rechts-reactionaire islamiste die progressieve waarden als antiracisme, mensenrechten en social justice gebruikt als stok om wit Amerika mee te slaan. Maar waarom sluiten witte progressieve mensen willens en wetens hun ogen wanneer diezelfde Omar de belangen van de Turkse Trump (lees: Erdogan) dient?’ Een detail van Özdils column is onjuist als hij zegt dat Omar in New York ‘urenlang’ sprak met Erdogan. De vertaling van het (inmiddels verwijderde) artikel van de Tusmo Times van 19 september 2017 zegt: ’Wetgever Ilhan Omar vertelde de Tusmo Times dat ze een uur lang een ontmoeting had met president Recep Tayyip Erdogan.’ Ook een gesprek van een uur tussen een onbeduidende parlementair en de Turkse president is opmerkelijk.

Ilhan Omar laat zich met haar stemgedrag (tegen de veroordeling van de Armeense genocide en tegen sancties tegen Turkije) kennen als de Democratische evenknie van de begin dit jaar afgetreden Republikeinse afgevaardigde uit Californië Dana Rohrabacher van wie het sterke gerucht ging dat hij op de loonlijst van het Kremlin stond. Waar Rohrabacher zand in de machine van de Rusland-politiek probeerde te strooien en daarbij vanaf 2017 president Trump aan zijn kant kreeg, zo probeert Omar zand in de machine van de Turkije-politiek in het Amerikaanse congres te strooien. Ook dat is van alle tijden. Want nu gaan er weer geruchten dat de Democratische afgevaardigde Tulsi Gabbard die nog in de race is als Democratische presidentskandidaat de nieuwe Rohrabacher is die de talking points van het Kremlin in het Huis verwoordt.

Özdil heeft gelijk dat leden van (vooral islamitische) minderheden in politieke partijen langs een lagere morele meetlat worden gelegd. Hij omschrijft wat iemand tegen hem zei tijdens zijn tijd in de landelijke politiek: ‘Minderheden zijn al zo achtergesteld en gediscrimineerd. Daar mogen we best minder streng op zijn.’ Nee. Minderheden moeten niet strenger, maar evenmin minder streng behandeld worden. Politici die afkomstig zijn uit minderheden moeten identiek behandeld worden als andere politici. Zoals Özdil terecht opmerkt is die lagere morele meetlat juist het racisme in deze kwestie. Want dat suggereert dat deze politici die afkomstig zijn uit minderheden niet voor zichzelf op kunnen komen omdat ze zielig, achterlijk en slachtoffer zijn.

Dat meten met een dubbele maat is een belediging voor goede, geharnaste politici als Ahmed Marcouch, Ahmed Aboutaleb, Khadija Arib, Sadet Karabulut, Cem Lacin, Nevin Özütok, Dilan Yesilgöz of Keklik Yucel voor wie dat softe kwezelbeleid dat minderheden pampert en bevoordeelt alleen maar schadelijk is.

Voorzitter Tom Perez van de Democratische partij moet maar eens in gesprek gaan met Huisvoorzitter Nancy Pelosi over Omar. Complicatie is dat de Democraat die in het Huis verantwoordelijk is voor de discipline, te weten ‘whip’ Jim Clyburn een supporter is van Nation of Islam prediker Louis Farrakhan die verdacht wordt van antisemitisme. Dat verklaart wellicht waarom Omar zoveel ruimte gekregen heeft voor haar afwijkende standpunten. In elk geval lijkt de framing van de vier ‘niet-witte’ vrouwelijke Democratische afgevaardigden als The Squad (Omar, Alexandria Ocasio-Cortez, Ayanna Pressley en Rashida Tlaib) Omar teveel dekmantel en eer te bieden omdat zij niet in dit rijtje thuishoort. Het opkomen voor zwakkeren en mensenrechten is niet gemeend en zelfs potsierlijk als het selectief gebeurt en afgewisseld wordt met het steunen van reactionaire krachten. ‘Hoog tijd dat wit links zich niet langer in de luren laat leggen door morele oplichters zoals Ilhan Omar’, zo zegt Özdil. Ik ben het met hem eens. Is het opereren van deze morele oplichters in linkse politieke partijen niet een deel van de verklaring waarom kiezers vol walging afstand nemen van de linkse partijen?

Foto: Ontmoeting in New York achter gesloten deuren op 18 september 2017 van Ilhan Omar met de Turkse president Erdogan. Bron: Het in het Somalisch uitgegeven Tusmo Times.

Voorstraat, Utrecht. Naïviteit en angst van overheden om te streng en niet vriendelijk over te komen is het probleem van Nederland

leave a comment »

Vanochtend deed ik boodschappen in de Voorstraat in Utrecht. Makkelijk omdat het op loopafstand van mijn huis is. Het is een plezierige winkelstraat met twee supermarkten en allerlei winkels en horeca. De eerste Italiaanse restaurants in de binnenstad waren er jarenlang gevestigd. Hans Pool maakte voor de VPRO in 2014 in zes afleveringen een portret van deze straat. Met de ondertitel ‘een gewone, maar ook heel bijzondere Nederlandse straat’. Dat is alweer vijf jaar geleden. In Nederland wordt soms het gewone bijzonder.

De straat heeft ook een bioscoop, de City. Een rijksmonument uit 1936 in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid/ het Nieuwe Bouwen. Filmhuis ’t Hoogt dat haar locatie in de binnenstad verloor probeerde het in 2017- 2018 nog vergeefs te huren. Dit filmhuis wordt al jaren slecht geleid en lijkt het enige Nederlandse filmhuis dat niet profiteert van de toegenomen toeloop voor arthouse filmtheaters. Die huur lukte contractueel niet, waarna ’t Hoogt uit de binnenstad verdween, in een nomadisch bestaan zo goed als onzichtbaar en toegankelijk werd en in ronkende plannen wegvluchtte. Ik noemde dat in een commentaar een opmerkelijk slecht idee.

Zo liep ik door de Voorstraat. De dichter J.C. Bloem was ‘Domweg gelukkig, in de Dapperstraat’, en ik gewoon tevreden in de Voorstraat. Vanochtend kwam er nog een kritische gedachte bij die dat geluk niet verstoorde, maar juist van een contrapunt voorzag. Uitgaande van wat ik zag op straat stelde ik me voor hoe ik in een stelling het probleem van Nederland samen zou vatten. Met in mijn achterhoofd alle publiciteit over de drugsmaffia die steeds meer macht heeft genomen omdat de terugtredende, naïeve en passieve wetgevende macht is vergeten passende wetgeving op te stellen. Paul Scheffer omschrijft dat in zijn NRC-columnOnze cultuur van gedogen ondermijnt de vrijheid’ van 2 oktober 2019 waarin hij zegt: ‘Dat een rechtsstaat leeft van handhaving lijkt een open deur, toch hebben we lange jaren van gedoogcultuur achter de rug. Het gidsland ziet law and order nog steeds als een behoudzuchtig idee dat niet past in een „prudent progressieve” cultuur.’

Aanleiding voor mijn gedachten waren de geparkeerde fietsen op het trottoir voor de City-bioscoop die de doorgang versperden. Ondanks getekende vakken en aanwijzingen om de fietsen daarbinnen te parkeren, hadden tientallen fietsers zich er niks van aangetrokken. Geen halszaak die mijn gemoed verpestte, ik kon via het (drukke) fietspad passeren, maar wel een aanleiding om me af te vragen hoe het in Nederland zo ver is gekomen dat handhaving ontbreekt en velen zich vrij achten om de openbare ruimte in beslag te nemen. Tekenend is dat het hek van een tegenoverliggende brug door een dienst van de gemeente Utrecht regelmatig van fietsen wordt ontdaan, maar de werknemers blijkbaar geen opdracht hebben om enkele meters verder hetzelfde parkeerverbod te handhaven. Ondanks de verordening. Aansturing ontbreekt. Is er sprake van een prudent progressieve cultuur van een gemeentebestuur dat bestaat uit GroenLinks, D66 en ChristenUnie?

Zo verrommelen de stad en het landschap zonder dat de overheid er iets aan doet. In een commentaar van juni 2017 omschreef ik dat gebrek aan handhaving door het openbaar bestuur zo: ‘Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.’ Maar de afgelopen jaren is de verrommeling van de Utrechtse binnenstad eerder toe- dan afgenomen. Het gemeentebestuur weigert een integrale aanpak te formuleren, laat staan om te handhaven.

Overigens, het openbaar bestuur kan het niet alleen als burgers niet meewerken. In september 2017 schreef ik een open brief aan de Fietsersbond die ik ook via Facebook en Twitter benaderde. Ik kreeg er nooit een reactie op. Ik schreef over wat ik als het parkeerprobleem van fietsen zie: ‘Het lijkt me een educatieve taak van de Fietsersbond om deze fietsers hierover voor te lichten, te adviseren en bewust te maken. Omdat ik afgelopen jaren in de publiciteit zo’n campagne gemist heb, neem ik aan dat zo’n campagne niet bestaat. Ik zou graag zien dat u dit aspect binnen uw organisatie bespreekt, het belang ervan gaat beseffen en afweegt of u er actie op ondernomen dient te worden.’ Bij de Fietsersbond is blijkbaar ook de ‘prudent progressieve cultuur‘ dominant die elk initiatief die tot kritiek door de achterban leidt angstvallig uit de weg gaat. De Fietsersbond claimt eenzijdig rechten voor fietsers, maar lijkt niet thuis te geven als het over plichten gaat.

De Voorstraat in Utrecht is maar één straat in Nederland. Een gewone, maar ook heel bijzondere straat. Maar het verschijnsel dat regels niet gehandhaafd worden, als er al regels opgesteld zijn, geldt voor alle steden en straten in Nederland. Wat Scheffer op macroniveau constateert zie ik in een straat in de eigen woonomgeving op microniveau in de praktijk gebeuren. De cultuur van gedogen ondermijnt in dit geval de bewegingsvrijheid.

Is de naïviteit en de angst van overheden om te streng en niet vriendelijk genoeg over te komen, wat resulteert in gedogen en een gebrek aan handhaving, het huidige probleem van Nederland? Het lijkt er sterk op. Zo verrommelt onze leefomgeving en wordt onze rechtsstaat ondermijnt door de georganiseerde criminaliteit. De overheid laat het gebeuren en doet alsof het verrast wordt en nooit de urgentie heeft gezien. De overheid treedt onvoldoende op en keurt tussen de regels door het recht van de sterkste goed. De ernst van deze verschijnselen is ongelijksoortig, maar om te beseffen wat de stand van Nederland is, is het goed te beseffen dat ze van hetzelfde laken een pak zijn. In het kleine weerspiegelt zich het grote, en omgekeerd.

Foto 1: Rijksmonument City-bioscoop (‘Wolff City’) in de Utrechtse Voorstraat 89 op de hoek met de Drift.

Foto 2: Schermafbeelding van deel definitieve ontwerptoelichtingHerinrichting Voorstraat – Wittevrouwenstraat’ van de gemeente Utrecht, januari 2019. [Over laden en lossen in de Voorstraat en het beleid van handhaving waarbij de mogelijkheden om verkeerd geparkeerde fietsen te kunnen verwijderen niet duidelijk zijn]. 

Kunstenaar Marcel Pinas ondervindt tegenwerking van de Surinaamse regering bij het Moengo Festival

with one comment

Men kan niet anders dan respect hebben voor kunstenaars als Marcel Pinas die zelf initiatieven nemen omdat de overheid het laat afweten. Eigenlijk is het nog schrijnender, de Surinaamse overheid of liever gezegd de NDP van Desi Bouterse werkt kunstenaars actief tegen. Zo’n initiatief is ook het Art Center Botopasi, een artist in residency van de Surinaams-Nederlandse kunstenaar Isidoor Wens uit Den Bosch. Uit een bericht in NRC blijkt dat het voormalige ziekenhuis dat Pinas voor de initiatieven van zijn Stichting Kibii gebruikt ineens door het ministerie van Onderwijs als school wordt geclaimd. Pinas zegt dat hij het gebouw in bruikleen heeft van bauxietmaatschappij Suralco, maar dat zou niet zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.

Pinas wijkt met het Moengo Festival nu voor 1 dag uit naar Saint-Laurent du Maroni in Frans Guyana. Hij zegt dat er toch al plannen bestonden om het Moengo Festival -dat het grootste van Suriname is- te verbreden en uit te breiden naar Albertina, de districtshoofdstad van Marowijne en naar grensstad Saint-Laurent. In een column bespeurt columnist Von Zeggen miskenning voor het noordoostelijke grensgebied Moengo – Albertina en Pinas: ‘Maar los eerst het meningsverschil met Marcel Pinas op. Geef hem de waardering die hem toekomt. Of gaan we wachten tot hij besluit dat het genoeg is geweest en naar een land vertrekt dat zijn werk wel op waarde weet te schatten? Ik hoor geen enkel assembleelid. Iedereen zwijgt als het graf. Vraag me af of dat ook het geval was geweest, als het een plek voor kunst in Paramaribo betrof en een kunstenaar uit de hoofdstad’. Politici nemen het alleen op voor kunstenaars als dat hun eigen doel dient. Anders houden ze zich stom.

Deze kwestie geeft aan dat kunst ertoe doet. Veelzeggend is hoe behoedzaam een kunstenaar als Pinas die buiten zijn wil om in een politiek vuurgevecht terechtkomt in een land als Suriname dient te opereren. In een traditie van agitatie zoals we die kennen van de pro-Kremlin organisatie Nashi worden jongeren van de NDP door ouderen opgezet tegen een vrije en onafhankelijke denker en doener als Pinas. Zodat de politici er zelf hun handen niet aan hoeven te branden. In een commentaar ziet Furgill Akoni annexatie van het ziekenhuis en stichting van een school als verkiezingsstunt van de zittende regering om stemmen te winnen. Op 25 mei 2020 zijn er parlementsverkiezingen. De regering van de Megacombinatie die onder leiding van Bouterse’s NDP al 9 jaar aan de macht is kwam al in 2014 met plannen voor een school. Maar nu moeten die er ten koste van Pinas’ initiatief doorgedrukt worden en wordt hij zelfs als tegenstander van de ontwikkeling gezien. Want wie kan er nou tegen de oprichting van een school zijn? Op de achtergrond sluimert een etnisch conflict van de Marrons tegenover de creolen van de stad en het belang van de Ndyuka-cultuur. Kunstenaars als Pinas, Wens en de ook in Moengo geboren Remy Jungerman laten zich sterk inspireren door de Marron-cultuur.

Foto: Flyer van het Moengo Festival 2019 in Saint-Laurent du Maroni.

Onderzoek salafistische moskeescholen van Nieuwsuur en NRC. Politiek handelt onoprecht en dubbelzinnig in de aanpak

with 7 comments

Je moet oproepen tot geweld tegen andersdenkenden in Koran of Bijbel niet te letterlijk nemen, zo zegt Ulysse Ellian, de VVD fractievoorzitter in Almere in gesprek met Omroep Flevoland. Aanleiding is een onderzoek van Nieuwsuur en NRC over salafistische ‘scholen’ die buiten het reguliere onderwijs vallen. Het lijkt dat Ellian hiermee de strekking van zijn eigen woorden niet goed begrijpt. Dit tekent het misverstand over religieuze organisaties die niet op hun woord worden geloofd, maar pas verdacht worden als ze wel op hun woord worden geloofd. Dat is van een verregaande dubbelhartigheid van bestuurders. Wegkijken en goedpraten bij uitstek. Want wie is de scheidsrechter of religieuze organisaties op hun woord moeten worden geloofd?

De politici Gert-Jan Segers (CU) en Klaas Dijkhoff (VVD) pleitten in een uitzending van 10 september 2019 van Nieuwsuur voor verder onderzoek van dit informele salafistische onderwijs voordat er concreet opgetreden wordt. Er moet in kaart gebracht worden wat er aan de hand is op de salafistische naschoolse ‘scholen’ die hoofdzakelijk door Saoedi-Arabië gefinancierd worden. Dat is een voorzichtige aanpak.

Zoals uit de uitzending van Nieuwsuur blijkt gaat het om wederkerigheid, en om de weerbaarheid van de democratie. Dat wil zeggen dat wie vrijheid voor zichzelf opeist die vrijheid ook aan anderen moet gunnen. Dat doen genoemde salafistische scholen volgens de reportage niet. Zij eisen vrijheid op om de vrijheid van anderen te beperken. Daarmee plaatsen de salafisten zich buiten de orde. Uiteindelijk is een verbod hiervan de gepaste maatregel. Mogelijk via het strafrecht, mogelijk via de politiek-bestuurlijke weg. Er moet van geval tot geval bekeken worden welke predikers namens welke salafistische scholen aan de hand van welk lesmateriaal wat zeggen. Aan de hand van criteria kan vervolgens besloten worden door de rechter of de politiek (naargelang de gevolgde weg) welke salafistische scholen ontmanteld en verboden moeten worden.

Sluiting van salafistische scholen die over de schreef gaan gaat er niet in de laatste plaats om om andersoortige islamitische scholen te beschermen tegen deze radicalisering. De salafisten verzieken het klimaat binnen de Nederlandse islam, ook via sociale media. De Nederlandse staat garandeert de grondrechten via de politieke filosofie van het secularisme. Dat betekent dat iedereen in vrijheid een godsdienst of levensovertuiging kan kiezen. Of niets kiest. Reguliere islamscholen die zich aan de Nederlandse wet houden zijn het slachtoffer van de salafistische predikers. Het is onaanvaardbaar dat een specifieke groepering als salafisten deze consensus doorbreekt met verwijzingen naar geweld. Een weerbare democratie kan niet laten bestaan dat die van binnenuit ondermijnd wordt.

Interessant is dat de predikers de kinderen motiveren om te emigreren naar een islamitisch, wat zij noemen niet polytheïstisch land. Dit roept de vraag op waarom deze predikers niet zelf Nederland verlaten. Want wat hebben ze zelf te zoeken in het polytheïstische Nederland dat zij zo resoluut afwijzen? Het lijkt er sterk op dat de predikers de kinderen iets adviseren waar ze zelf geen gevolg aan geven. Dat is schijnheiligheid van deze salafistische predikers. Als ze volgens hun eigen advies zouden leven, dan moesten ze Nederland verlaten. Saoedisch geld houdt deze predikers vermoedelijk in Nederland zodat ze over de hoofden van de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd carrière kunnen maken.

Het onderliggende probleem is dat religie een vrijplaats kan zijn waar straffeloos meningen kunnen worden verkondigd die haaks staan op de grondwet. De predikers van de salafistische scholen richten zich tegen andersdenkenden, en de Nederlandse democratie en rechtsstaat. Dat is ontoelaatbaar voor het openbaar bestuur dat bevolkingsgroepen met elkaar probeert te verbinden en de vrijheid bewaakt. Binnen religieuze organisaties is het toelaatbaar. Zolang ze niet oproepen tot geweld kunnen deze vertegenwoordigers in eigen kring zonder interne tegenspraak of correctie en met een beroep op eigen leerstellingen verkondigen wat ze willen. Ook intolerantie of in gevallen zonder verdere maatschappelijke gevolgen onzin of onredelijkheid.

Wie deze salafistische predikers echt aan wil pakken moet de politieke voorkeurspositie van religieuze organisaties ter discussie durven stellen. Daar schort het tot nu toe aan. Want dat vraagt van bestuurders rechtlijnigheid, intellectuele durf, het doen van heel veel huiswerk, politieke bewegingsruimte en het ingaan tegen het eigenbelang van de eigen doelgroep. Bedenk dat de christelijke SGP voor de toekomst een theocratische staat propageert die principieel weinig verschilt van wat salafistische predikers propageren. Verschil is wel dat de SGP zich ‘in de tussentijd’ gouvernementeel en rechtsstatelijk opstelt en de salafistische predikers niet. Als de eigen kring van de salafisten wordt aangepakt, dan raakt dat direct aan de eigen kring van christelijke organisaties. Daarom zijn tot nu toe de salafisten niet aangepakt door de politiek of het OM dat van de minster een aanwijzing krijgt om in dit dossier te handelen.

Het is de hoogste tijd voor een fundamenteel debat over de positie van religieuze organisaties binnen onze samenleving. Het lijkt er sterk op dat ze te veel politieke voorrechten genieten in een samenleving waar de meerderheid van de bevolking zich niet langer laat inspireren door godsdienst. Hopelijk biedt het onderzoek van Nieuwsuur en NRC voldoende aanknopingspunten om de afwachtende houding van de politiek die neerkomt op ‘we willen wel, maar we kunnen niet’ te doorbreken.

Het is trouwens ontluisterend voor het optreden van overheid en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU en een opsteker voor goede onderzoeksjournalistiek dat media dit boven water tillen. Hebben VVD en D66 zich in slaap laten sussen? Heeft de overheid niet doorgepakt omdat het gegijzeld wordt door de druk van de christelijke partijen die vrezen dat bij krachtig overheidsoptreden ook christelijke organisaties geraakt worden in hun autonomie? De politiek en het openbaar bestuur kunnen het goedmaken door afstand te doen van hun slaapzuchtige afwachtendheid, kortzichtigheid en deelbelangen. Laten de onderwijsinspectie, het OM en het parlement aan het werk gaan.

ICOM brengt nieuwe museumdefinitie in stemming. Als ruggengraat. Kunnen alle Nederlandse musea daar aan voldoen?

with one comment

De ICOM is op zoek naar een nieuwe museumdefinitie, zoals de Deense voorzitter Jette Sandahl van de vaste commissie Museum Definition, Prospects and Potentials uitlegt. De video is van november 2017 en klinkt nog zoekend en vaag. Inmiddels is door deze internationale raad van musea een voorstel voor een nieuwe museumdefinitie geformuleerd. Die zal op 7 september 2019 op de nu lopende conferentie in Kyoto in stemming worden gebracht. Bij goedkeuring zal die vervolgens in de statuten worden opgenomen.

In een artikel gaat NRC in op de voor- en nadelen van de nieuwe museumdefinitie. NRC: ‘De tekst die nu op tafel ligt is politiek meer uitgesproken dan de bestaande. En dus omstreden. Als reden voor aanpassing worden musea in landen met een autoritaire leider genoemd. Met de nieuwe tekst zouden zij beter beschermd zijn tegen invloed van de overheid. Andere voorstanders zeggen dat de tekst gewoon beter aansluit bij de huidige praktijk’. NRC geeft de volgende vertaling van de nieuwe definitie:

Hoewel de definitie richtinggevend en niet al te letterlijk moet worden genomen, zullen veel Nederlandse musea aan de bak moeten als die in de statuten van de ICOM wordt opgenomen. Of ze moeten het Museumregister verlaten als ze niet aan de definitie kunnen voldoen en er geen zicht op is dat ze hun museum kunnen veranderen in de richting die de definitie aangeeft. Want hoeveel Nederlandse musea zijn nu al zo ver dat ze volmondig het begin van de definitie kunnen onderschrijven: ‘Musea zijn democratiserende, inclusieve en veelstemmige ruimtes voor kritische dialoog over onderwerpen uit het verleden en de toekomst. Ze erkennen en behandelen hedendaagse conflicten en uitdagingen (..)’? De nieuwe museumdefinitie is een spiegel die aan de Nederlandse musea laat zien hoe behoedzaam en behoudend ze zijn. Dat is de winst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWat is een museum? ‘Ideologische’ definitie verdeelt museumwereld’ van Thomas van Huut in NRC, 4 september 2019.

Written by George Knight

5 september 2019 at 19:09

Baudet ontkent dat er verzet is tegen de koers van FvD en dat dit de aanleiding is voor de breuk met Otten en andere partijverlaters

with 2 comments

Het geruzie in Forum voor Democratie (FvD) blijft voortduren. Partijleden scheiden zich af en naar verwachting zullen nog meer leden de fracties van de partij in Eerste Kamer en Provinciale Staten verlaten. PVV en andere partijen zien het geruzie met genoegen aan. De partij lijdt aan LPF-achtige toestanden. Nu de vakantie ten einde loopt en het politieke seizoen aanbreekt, worden de verschillen opnieuw opgerakeld. Woordvoerders en medestanders van de partij proberen in radicaal-rechtse, activistische media de verschillen te bagatelliseren. Er zou geen verschil in politieke opvatting bestaan tussen leider Baudet en de door het bestuur uit de partij gezette Henk Otten, maar dat lijkt eerder wensdenken dan realiteit. Otten verwijt Baudet sinds april 2019 in het openbaar tamelijk consequent dat die de partij te veel naar rechts zou trekken. Mijn reactie op DDS:

Als twee honden vechten om een been, dan is het niet zo geloofwaardig om de ene hond als onpartijdige scheidsrechter van het gevecht uit te roepen, zoals dit commentaar doet.

Uiteraard is het in het belang van partijleider Thierry Baudet om te doen alsof politieke verschillen niet de aanleiding waren voor de breuk met Henk Otten en andere dissidente leden. Maar die ontkenning wil niet zeggen dat die politieke verschillen niet bestaan en tot een breekpunt leidden.

Men hoeft het niet met Otten eens te zijn om toch te onderkennen dat hij vanaf het moment van zijn gewraakte NRC-interview van 19 april 2019 eenduidig is geweest in zijn kritiek op de koers van Baudet. Onder andere over Baudets filosofische ‘boreale’ vergezichten, de Europese Unie en de Nexit, de rol van religie en het aanleunen van Baudet tegen de SGP en het christendom, de kliklijn over vermeend links onderwijs, en het feit dat door de alt-right taalgebruik de partij in de racismehoek kan worden geplaatst.

Interessant is hoe dat verschil in koers tussen FvD en de partij van Otten uit zal gaan pakken. Beide partijen zitten rechts van de VVD. Naar verwachting zullen ze vele overeenkomsten hebben, maar ook veel verschillen. Niet alleen in toon die bij Ottens partij wat minder confronterend zal zijn, maar ook in inhoud. Terwijl FvD een alt-right profiel heeft, heeft Ottens partij een conservatief profiel. Maar hoe Otten en zijn medestanders dit conservatisme precies zullen vormgeven is vooralsnog lastig in te schatten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet genadeloos voor Lijst Plofkop Otten: ‘Conflict gaat gewoon over centjes, niet over ideeën!’’ van Tim Engelbart op DDS, 19 augustus 2019.

Verspreiding van dwaze complottheorieën en het relativeren van de waarheid kunnen dienen om samenzwering achter te verbergen

with 2 comments

Na Epsteins dood hebben media overvloedig aandacht besteed aan complottheorieën die kant noch wal raken en van bedenkelijke herkomst zijn. Ze hebben daar in de meeste gevallen de conclusie uit getrokken dat er ‘daarom’ geen sprake is van samenzwering. Of ze zijn zelfs niet aan de vraag toegekomen of het gaat om samenzwering. Die nalatigheid en dat gebrek aan alertheid komen voort uit een niet valide sluitrede van het type 1) Alle complottheorieën van gekkies of politieke manipulators zijn onjuist; 2) Over Jeffrey Epstein doen complottheorieën de ronde; 3) Complottheorieën over Epstein zijn onjuist. In dit voorbeeld klopt de conclusie niet omdat er ook complot- of samenzweringstheorieën zijn die niet afkomstig zijn van gekkies of politieke manipulators, zodat niet geconcludeerd kan worden dat niet alle complottheorieën over Epstein onjuist zijn.

Complottheorieën dienen volgens Russell Muirhead, politicoloog aan Dartmouth College in New Hampshire, twee doelen. Ze dienen om ‘greep te krijgen op het bijna onbegrijpelijke’ en ‘ze zijn een krachtig wapen om politieke tegenstanders zwart te maken’. Aldus Frank Kuin in het artikelWe zijn in de VS omgeven door verzinsels’ in NRC, 16 augustus 2019. Dat is waar, maar de uiterste consequentie ervan wordt niet getrokken. Namelijk dat het verspreiden van dwaze en idiote complottheorieën en het verregaand relativeren van het begrip waarheid in stelling worden gebracht om een samenzwering achter te verbergen. De complottheorie is de vakantie van het normale. Hoewel de anti-complotdenker daar in een Droste-effect over zal beweren dat dat ook weer een complottheorie is. Zo wordt ook de codebreker tot onmiskenbaar deel van het complot.

Muirhead doet onjuiste uitspraken over het Mueller-onderzoek. Dat betreft de verdenking van samenwerking van Team Trump met het Kremlin. Het ligt ingewikkelder dan hij doet uitkomen, ook vanwege het beperkte mandaat en de onderzoeksopdracht die Mueller had. De speciale aanklager heeft niet alles onderzocht dat relevant is voor het aantonen van samenwerking. Muirhead zegt: ‘Er bleek minder bewijs te zijn dan mensen hadden verwacht.’ Klopt, maar omdat het niet onderzocht is, is dat geen uitspraak over samenwerking, maar over de beperkte strekking van het onderzoek. Uit het ontbreken van ‘conspiracy’ (samenzwering) kan men niet afleiden dat er geen sprake van het minder zware ‘collusion’ (geheime verstandhouding) was. Daarnaast zadelde Trumps obstructie Mueller met beperkingen op waardoor hij over ‘conspiracy’ niet tot de conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump gedetailleerder, ruimer en ongetwijfeld vernietigender had kunnen worden geformuleerd. Trump heeft het onderzoek gefrustreerd door tegenwerking zodat Mueller geen voldoende data kon verzamelen om tot een afrondende conclusie over ‘conspiracy’ te komen. Muirhead denkt een complottheorie te ontmaskeren, maar trapt er met ogen ogen zelf in. Daarnaast zijn er nog de niet openbaar gemaakte bijlagen van Muellers onderzoek over nationale veiligheid waar Muirhead geen weet van heeft en hij geen uitspraak over kan doen. De conclusie is dat Muirhead onbewust Trumps agenda volgt.

Op de FB-pagina van NRC heb ik bij dit artikel de volgende reactie geplaatst. Links worden toegevoegd:

Ik ben het oneens met de strekking van dit artikel. Het geeft een tour d’horizon waarachter de kwestie Epstein verdwijnt. Zo verandert een artikel met goede intenties in een afleiding. Er is namelijk wel wat gebeurd, namelijk de onverwachte, verrassende en de in-alle-gevallen-te-voorkomen dood van een van de meest spraakmakende personen van de VS met duidelijke lijnen naar de politiek.

Als dat dan gebeurt roept dat vragen op over een samenzwering. Want regels en afspraken van overheidsdiensten zijn geschonden en Epstein stond bekend als iemand die met geld de rechtsgang en personen die toezicht op de rechtsgang hadden manipuleerde, zoals in Florida in 2008 waar hij onterecht wegkwam met een lichte straf. Epstein heeft een spoor van onregelmatigheden nagelaten in het Amerikaanse rechtssysteem dat nog steeds niet volledig in kaart is gebracht. Waarom is het merkwaardig om te veronderstellen dat hij dat tot en met zijn dood heeft volgehouden?

Epsteins dood verdient een grondige en onpartijdige analyse. Het is zeker zo dat er verschillende kampen zijn, te weten het Clinton en het Trump kamp die proberen de ander de zwarte piet door te schuiven. Maar het is een argumentatiefout om uit die krankjorume complottheorieën af te leiden dat er daarom geen sprake is van een samenzwering. Dat weten we nog steeds niet. Er is ook een derde kamp van onafhankelijke, neutrale hoogleraren, opinieleiders, journalisten en politici buiten de hoofdstroom van de partijpolitiek om die een rechtsstatelijke invalshoek kiezen.

Kuin besteedt onvoldoende aandacht aan de rol van Justitieminister William Barr die in zijn handelen er de afgelopen maanden voor heeft gezorgd dat het wantrouwen jegens hem, president Trump en de overheid is toegenomen. Vastgesteld is dat Barr bij zijn eigenmachtige presentatie van het Mueller-rapport de bevindingen eruit verkeerd en onvolledig voorstelde om succesvol de publieke opinie te kunnen manipuleren. Zelfs media als de The New York Times en in Nederland de NRC trapten in de ’spin’ van Barr, wat me overigens in conflict met de NRC-Ombudsman bracht. Trappen de media nu opnieuw in de ‘spin’ van Barr? Het lijkt er sterk op dat ze zich opnieuw laten manipuleren.

Nee, u gaat niet tot de bodem van deze kwestie en zet relevante vragen in een te algemeen frame. Ja, er zijn idiote complotdenkers, maar er zijn ook denkers die verder denken en vooralsnog een samenzwering niet uitsluiten. Daardoor vergeet u dat er onafhankelijke waarnemers en onderzoekers zijn die aan de hand van de feiten de waarheid boven tafel willen krijgen. Wat een zorgvuldige journalist behoort te doen is een verklaring zoeken voor een verschijnsel dat vele vragen oproept. Laten we niet te snel tot conclusies komen, maar alle feiten onderzoeken.

De vragen die op antwoord wachten zijn onder meer de volgende: Wie heeft Epstein geholpen bij het voorbereiden van de uitvoering van zijn daad, wie heeft gezorgd voor het beëindigen van het verscherpt toezicht en wie heeft ervoor gezorgd dat een celgenoot werd overgeplaatst? Daarover bestaan theorieën die niet over de zelfmoord zelf gaan. Ofwel, zonder hulp van buitenaf en met verscherpt toezicht had Epstein nooit zelfmoord kunnen plegen. Een bijkomende vraag is waarom minister Barr Epstein in dit federale detentiecentrum plaatste en hem niet in een beter beveiligd en geoutilleerd centrum waar zijn persoonlijke veiligheid beter gegarandeerd was. Ook als blijkt dat Epstein zelfmoord heeft gepleegd is er nog geen antwoord op de vraag waarom hij zelfmoord kon plegen. De verwijzingen naar de chaos en de slechte organisatie in het detentiecentrum in Manhattan zijn geen voldoende verklaring voor wat er is gebeurd, maar een afleiding.

Het is gezien de grote belangen en de meedogenloosheid van Trump en Barr op dit moment niet uit te sluiten dat er sprake is van een samenzwering op het hoogste niveau. Die optie moeten we open laten en hopelijk volgt een onafhankelijk onderzoek buiten de regering Trump of het ministerie van Justitie om. Want Barr en Trump hebben schuld aan de dood van Epstein.

Laten we beseffen dat Trump zeer waarschijnlijk in de gevangenis belandt als hij in 2020 niet herkozen wordt en daarom alle middelen inzet om grip op Justitie te houden. Het gaat in deze kwestie niet om het ‘gewone’ type samenzwering van malcontenten, eenzame gefrustreerden en idioten met een aluminium hoedje op die de feiten laten volgen uit een eigen mening of een opgelegde mening van populistische media, maar om het type samenzwering dat ontraadseld kan worden door de feiten te volgen en daaruit een conclusie te laten volgen. Gezien de grote belangen is het niet onmogelijk dat zo’n samenzwering is georkestreerd vanuit de regering Trump. Vergelijk het met de Iran-Contra-affaire of het Watergate-schandaal die uiteindelijk werkelijk bleken te zijn gebeurd hoe de toenmalige regeringen van Nixon en Reagan dat aanvankelijk ook ontkenden en een onderzoek probeerden te blokkeren. Is Trump de derde man die in de kwestie Epstein hetzelfde deuntje van manipulatie en meedogenloos handelen jegens zijn vijanden speelt? Dat moet de journalistiek boven water helpen halen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWe zijn in de VS omgeven door verzinsels’ van Frank Kuin in NRC, 16 augustus 2109.