George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘NRC

Christendom en mythologie verschillen niet in oorsprong. God niet principieel anders dan Zeus. Religieuze propaganda is het verschil

leave a comment »

Een opmerkelijke ingezonden brief in NRC van ‘Ton Smit Utrecht’ (TSU)  van 24 april. Zoeken in het bestand van NRC verduidelijkt dat ‘Ton Smit Utrecht’ verantwoordelijk is voor meer ingezonden brieven (25 juni 2015). Met uitgesproken meningen, zoals: ‘Mensen zijn nu eenmaal heteroseksueel en ze bestaan als mannen en vrouwen. Zo heeft de biologie het voorgesorteerd.’ Nogal een betwistbare uitspraak. Is het serieus bedoeld of parodieert TSU graag zichzelf in een liberale krant? De brief van 24 april geeft het antwoord. TSU meent het bloedserieus en het lijkt er sterk aan dat hij aanslaat als God of het christelijk geloof worden aangesproken. We weten dus wat voor vlees we in de kuip hebben met TSU. Een reactie op een geconditioneerde reflex.

TSU reageert onder het kopje ‘God niet gelijk aan Zeus’ op bovenstaande ingezonden brief (19 april) van Fanny Huisman die weer reageert op dominee Visser. Hij verwijt haar ‘de gemakkelijke weg’ te nemen door de God van de Bijbel te vergelijken met Zeus, Wodan en zelfs de Gelaarsde Kat. Maar daar ging het Huisman in haar brief niet in de eerste plaats om. Ze verzette zich tegen de claim van dominee Visser dat ‘zelfs atheïsten geloven dat god en goed bij elkaar horen’ en dat atheïsten feitelijk van hun geloof afgevallen gelovigen zijn. In de visie van Huisman annexeert Visser onterecht andersdenkenden. Als argument haalt ze Zeus, Apollo, Thor etc. aan om aan te tonen dat geloof relatief is en dat het heeft te maken met volwassenheid. Het is aan ieder individueel om te bepalen in hoeveel goden te geloven. Dat is een trapsgewijs, geen principieel verschil.

TSU probeert een verschil te introduceren dat een principieel onderscheid maakt tussen de ‘god’ van het christendom en Zeus, Apollo, Thor, Wodan etc. en ‘god’ presenteert als van een hogere orde. Dat probeert hij door zijn argumenten te ontlenen aan een cirkelredenering die tegelijk uitgangspunt en sluitsom van zijn betoog is: ‘Is er ook maar één historisch verhaal opgetekend over deze personages? Is hun komst voorspeld? Is er ooit iemand enthousiast naar China vertrokken (..)’ Maar het is al te opzichtig om zelf quasi-objectief bewijsstukken in een betoog te stoppen om dan quasi-verbaasd te concluderen dat de bewijsvoering klopt.

TSU gaat verder door te stellen dat niet alleen Huisman het bij het verkeerde eind heeft, maar ‘serieuze historici’ niet betwisten dat ‘Jezus hier op aarde heeft rondgelopen’ en gekruisigd is. Dat is onjuist. Serieuze historici betwisten dat wel. De oorsprong van het christendom is controversieel, ingewikkeld en minder samenhangend dan TSU het tracht af te schilderen. Argumenten die hout snijden zeggen dat het bewijs voor het bestaan van Jezus veel minder sterk is dan TSU denkt en christelijke organisaties al honderden jaren propageren. Historicus David Fitzgerald zet samen met Valerie Tarico de argumenten op een rijtje in een artikel voor Raw Story dat betoogt dat we zo goed als niks over de historische figuur Jezus Christus weten.

Wat verzinsel of historie, waarheid of propaganda is en wat iemand wil geloven van dat veelomvattende palet van historische feiten, verdichtsels, tradities, propaganda, mythen, sprookjes en fantasieën en recycling van cirkelredeneringen over goden, opperwezens en romanfiguren moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Wie het als waargebeurd wil waarderen en aanbidden gelooft erin en wie het als fictie ziet neemt een andere afslag. Een gradueel verschil. Het ene is niet minder of beter dan het andere. Beide interpretaties bestaan naast elkaar. Onhoudbaar is echter de stelling die TSU aanhangt dat de oorsprong van het christendom beter onderbouwd is, beter aansluit bij een historische werkelijkheid of van een hogere orde is dan de oorsprong van andere ficties of menselijke constructies zoals de Griekse of Germaanse mythologie of volksverhalen.

Foto: Schermafbeelding van ingezonden brief van Fanny Huisman in NRC, 19 april 2017. (Achter betaalmuur). Ingezonden brief van Ton Smit Utrecht van 24 april, 2017 achter betaalmuur

MIVD en AIVD waarschuwen voor Russische en Saoedische destabilisatie. Politiek mist urgentie om maatregelen te nemen

with one comment

Twee berichten de afgelopen dagen over landen die destabiliserend werken op Nederland. Waarvan een het bewust om destabilisering te doen is en het bij de ander een neveneffect lijkt. De dreigingen roepen de vraag op of de Nederlandse politiek dit beseft, wat voor consequenties het eruit trekt, welk beleid het samen met partners op de rails zet om deze landen op afstand te zetten en de angel uit de destabilisering te halen. Moet het de banden met betrokken landen op een lager pitje zetten zodat de bedreigingen worden geneutraliseerd?

Het gaat in het eerste geval om de Russische Federatie dat volgens de directeur van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) generaal-majoor Onno Eichelsheim ernstige pogingen onderneemt om Nederland, Europa en de NAVO te destabiliseren. Hij schat ze zo zwaar in dat ze na terrorisme zouden gelden als het grootste veiligheidsrisico voor het Westen. Dat zei directeur Eichelsheim vandaag tijdens de presentatie van het jaarverslag van de MIVD, aldus een bericht van nu.nl.

In het tweede geval gaat het om de overname van Marokkaanse moskeeën in Amsterdam door salafistische imams die in Saoedi-Arabië worden opgeleid, aldus een bericht in NRC. Volgens het jaarverslag 2016 van de AIVD waar de krant naar verwijst gaat dat gepaard met geweld (p.05): ‘salafistische jongeren op verschillende plekken probeerden voet aan de grond te krijgen in gematigde moskeeën en moskeebesturen. In een aantal gevallen werd geweld hierbij niet geschuwd.’ NRC: ‘De ontwikkeling in moskeeën hangt samen met de invloed die Saoedi-Arabië uitoefent.’

Tot nu toe heeft de Nederlandse politiek uit deze bedreigingen geen consequenties getrokken die leidden tot beleidswijzingen. Hoewel sinds de ramp met de MH17 in juli 2014 de betrekkingen met het Kremlin bekoeld zijn. Niet zozeer omdat de Russen de ramp op hun geweten hebben, maar hun betrokkenheid niet toe willen   geven, weigeren hun excuses aan te bieden, geen echte medewerking aan het onderzoek naar de schuldvraag verlenen of beloven de daders uit te leveren, en nalaten om compensatie aan de slachtoffers aan te bieden.

Het kan nauwelijks toevallig zijn dat de Russische Federatie en Saoedi-Arabië autoritair geleide landen zijn die in economisch opzicht drijven op de verkoop en handel van olie en gas. Ze zijn niet zozeer afgegleden tot petrodictaturen, maar het betreft hier wel landen waar de rijkdom in de zakken van een machtige bovenlaag verdwijnt en niet de burgers bereikt. In de kern zijn deze landen daarom instabiel. Uit berekening proberen ze die instabiliteit naar het Westen te exporteren om de eigen instabiliteit te kunnen relativeren. Maar dat is het probleem van deze landen. Het is aan Nederland om te bepalen hoe het af wil schermen van -en beschermen tegen- de invloed die deze landen politiek, economisch of cultureel-religieus proberen uit te oefenen.

Het failliet van de Nederlandse soevereiniteit bewijst zich in machteloosheid, gebrek aan urgentie en onwil om een autonome politieke koers te voeren met betrekking tot het Nord Stream II project in aanleg dat Nederland en andere landen afhankelijker zal maken van Russisch gas. Een artikel van de WSJ van 30 maart is in de titel alleen al ontluisterend: ‘EU Says It Can’t Block Russia-Backed Nord Stream 2 Pipeline’. De EU liet volgens de WSJ in een brief van 28 maart aan de Deense en Zweedse regering weten dat het geen basis heeft om het project te blokkeren wegens ontbrekende juridische grond. Zo wordt een politiek project van het Kremlin door de West-Europese politiek niet op politieke gronden, maar op economische en juridische gronden beoordeeld. De EU weigert om met dezelfde wapens te vechten waarmee het ziet dat het Kremlin jegens de EU opereert.

Hetzelfde is het geval bij Saoedi-Arabië dat de aanstichter van het wereldwijde terrorisme is en nu dus ook haar invloed doet gelden in Amsterdamse moskeeën met denkbeelden over onder meer de ongelijkheid van man en vrouw. Men zou denken dat de hele Nederlandse politiek van links tot rechts het belang zou inzien van het terugdringen van de invloed van Saoedi-Arabië. Maar om onverklaarbare redenen gebeurt dat niet.

Waarom treedt de politiek uit zelfbescherming niet op tegen Russen en Saoedies als het met eigen ogen ziet dat die hun invloed vergroten? Volgens AIVD en MIVD betreft het bedreigingen die Nederland ernstig dreigen te destabiliseren. Waarom laat de politiek dat gebeuren? Komt het omdat bedrijven door deze landen met handelscontracten wordt gekocht, en die bedrijven vervolgens de Nederlandse en Europese politiek bewerken om maar geen concrete maatregelen te nemen tegen de bedreigingen? Business as usual en profijt voor bedrijven met wat kruimels voor corrupte politici, zelfs als het Nederland destabiliseert. Het lijkt logisch dat conservatieve partijen als VVD of CDA onder druk van werkgeverskoepel VNO-NCW meegaan in deze verregaande welwillendheid jegens bedrijven. Maar waar zijn in hemelsnaam de principes gebleven van alle andere politieke partijen? Is Nederland verworden tot een land dat tijdens de informatie maandenlang praat over de cijfers achter de komma en intussen de grote lijn volledig uit het oog verloren is? Het lijkt er sterk op.

Foto: Aanleg Nord Stream II, ‘Denmark govt seeks to veto Nord Stream II gas pipeline construction’.

Stemmingmakerij van DDS moet radicaal-rechts grootpraten met voorbijgaan aan de feiten. Maar is dat activisme doelmatig?

with 4 comments

dds1

DDS wordt in commentaren in gevestigde media het Nederlandse Breitbart genoemd. Eigenlijk Breibart plus, want in de berichtgeving trekt het zich nog minder van de feiten aan dan de Amerikaanse grote broer. Die reactie komt voort deels uit wanhoop, deels uit minachting. Niet DDS baart zorgen, maar de mentaliteit die het vertegenwoordigt. Want media worden herverkaveld. Dat noopt tot het vinden van een nieuw evenwicht.

Of DDS binnen de eigen logica doelmatig opereert valt te betwijfelen. Het gevaar dreigt dat Paul Goble in een analyse over de Russische Federatie beschrijft, namelijk dat Putin de reputatie van z’n land zo aangetast heeft dat het zelfs wordt beschuldigd van zaken die het niet heeft gedaan. Zo is het ook met DDS. Door overdrijving en aantoonbaar de werkelijkheid bij te buigen zal het niet meer geloofd worden als het met een zinvolle analyse komt. Een medium dat geen vertrouwen meer wekt verliest aan geloofwaardigheid. En invloed.

DDS preekt met activistische journalistiek voor eigen parochie. Dat is beredeneerd vanuit de eigen doelstelling een doodlopende weg. Het motiveert en bindt een deel van het electoraat. De 20% kiezers op rechts-radicale partijen wordt er echter niet groter door. Door de hard rechtse toon kiest DDS ervoor de verbinding met centrum-rechtse kiezers van SGP, VVD of CDA niet te leggen. DDS speelt op veilig. Het weet wat het heeft en kiest niet voor een open opstelling die de invloed tracht uit te breiden. Dat is een verdedigende opstelling.

Daarnaast weeft DDS een tegenstrijdigheid in door in de campagne te kiezen voor de drie rechts-radicale partijen PVV, FvD en VNL. Maar die partijen zijn ongelijk en kennen grote verschillen. Zo zegt de lijsttrekker voor VNL Jan Roos in een interview met NRC over de PVV: ‘De PVV is niet democratisch. Als je weet hoe die partij van binnen in elkaar zit, schrik je je dood dat ze zich de Partij voor de Vrijheid durven noemen.’ en over Thierry Baudet: ‘Baudet heb ik een lijstverbinding aangeboden, maar hij wilde niet. Hij zei: ‘Ik heb een Messias-complex, ik heb het gevoel dat ik dit land moet leiden en dat kan niet met een lijstverbinding.’ Wat moet je dan nog zeggen? Ik heb gezegd dat ik hem nog nooit een glas water in wijn heb zien veranderen.’

Wat de strategie van DDS is wordt duidelijk in een bericht van Tim Engelbart dat kopt ‘Peilingen: Een rechtse lente is in aantocht! PVV de grootste. VNL en Forum winnen allebei zetels!’ Een kop met een onwaarheid en twee uitroeptekens. Er is geen rechtse lente in aantocht. Integendeel, de PVV is in de peilingen onder de 30 zetels gezakt. Dat wordt als kritische grens gezien voor de PVV om druk op de formatie te kunnen leggen. In de Peilingwijzer die diverse peilingen combineert vechten VVD en PVV om de eerste plek. Omdat voor een regering vier of vijf partijen nodig zijn is dat van symbolische en niet praktische betekenis. De rechts-radicale partijen zijn niet in aantocht, maar zakken langzaam weg. In hun visvijver waar DDS stenen in gooit trekken ze stemmen van elkaar. Maar de vijver wordt er niet groter door. Wat DDS ook beweert. Mijn reactie op DDS:

Als deze peiling klopt, dan hebben de drie rechts-radicale partijen PVV, FvD en VNL 32 van de 150 zetels. Dat is net iets meer dan 20%.

Als deze peiling klopt, dan hebben de drie links-radicale partijen SP, GroenLinks en PvdD 33 van de 150 zetels. Dat is meer dan PVV, FvD en VNL gezamenlijk behalen.

Is er een rechtse lente in aantocht zoals Tim Engelbart suggereert als links-radicalen in een bepaalde peiling meer zetels behalen dan rechts-radicalen? Nee.

Er is net zomin een linkse als een rechtse lente in aantocht. Het kenmerk van deze peiling is dat de middenpartijen VVD-CDA-D66-PvdA-CU 74 zetels halen. Het centrum vormt het motorblok van de volgende coalitie.

Tim Engelbart doet aan wensdenken. Dat is participerende journalistiek waarbij zelfs een oppervlakkige analyse van de feiten naar de achtergrond verdwijnt. Het hoort er blijkbaar bij. Het is aan de lezers van DDS om te bepalen in hoeverre ze misleid en bedot willen worden door de rechtse agenda van Engelbart.

peilingen-26-2-2017-1024x544

Foto’s: Schermafbeeldingen uit artikelPeilingen: Een rechtse lente is in aantocht! PVV de grootste. VNL en Forum winnen allebei zetels!’ van Tim Engelbart voor DDS, 26 februari 2017.

The New York Times en de journalistiek: de waarheid is …

with 6 comments

Media doen er verstandig aan om in het openbaar te antwoorden op aanvallen van populisten. Deze hebben er een handje van om media nep te noemen en van te beschuldigen vooringenomen te zijn. Zelfs om het idee van de waarheid te betwijfelen. Maar er past een onderscheid. Journalisten zijn vaak -maar zeker niet altijd- links. Media zijn echter doorgaans -maar evenmin altijd- rechts. Ze zijn immers onderdeel van concerns met grote economische belangen die tegen de zittende macht aanleunen. Mediaconcerns verdedigen daarom per definitie de gevestigde orde. Dus zijn het de rechtse contouren (mediaconcern) of de linkse schijnbewegingen (journalisten) die doorslaggevend zijn? Het verschilt per land, maar deze tweedeling is overal zichtbaar.

Media winnen aan belang als de persvrijheid onder druk wordt gezet. Mits ze de urgentie van de dreiging beseffen en zich goed en krachtig weten te organiseren. Zoals nu sinds een maand door het aantreden van Donald Trump als president in de VS gebeurt. In autoritaire landen als Turkije, China of de Russische Federatie is het al te laat. Daar zijn de media gelijkgeschakeld en tot spreekbuizen van het zittende regime gemaakt. Ze zijn hun bewegingsvrijheid kwijt. Dat schrikbeeld wapent media in westerse landen waar populisten in opkomst zijn om het niet zover te laten komen. Dat is de achtergrond van de actie van The New York Times.

In Nederland zijn media akelig stil. Tot nu toe zien ze voor zichzelf geen rol weggelegd om het publieke debat van feiten te voorzien. Waar blijven NRC, Volkskrant, Parool, Trouw, NOS, RTL Nieuws of De Groene om gezamenlijk de alternatieve feiten van populisten van PVV, VNL, FvD, 50Plus of DENK kritisch tegen het licht te houden? Het publieke debat vraagt om nuancering die media kunnen bieden over de grenzen van hun eigen achterban heen. Maar ze zwijgen en beseffen onvoldoende de urgentie dat ze zich in moeten spannen omdat hun eigen functioneren op het spel staat. Wilders dreigt met zijn PVV de grootste partij te worden. Hoewel de PVV geen schijn van kans maakt om in de regering te komen zijn z’n volgers daar absoluut niet van overtuigd.

HNI laat het opnieuw afweten bij ‘100 Jaar De Stijl’

with one comment

nai

NRC’s Cultureel Supplement van 9 februari dat grotendeels gaat over 100 jaar De Stijl bevat bovenstaande, opmerkelijke column over Het Nieuwe Instituut (HNI) in Rotterdam met Guus Beumer als directeur. Niet ondertekend, maar vermoed mag worden dat architectuurjournalist Bernard Hulsman het heeft geschreven.

De strekking van de column past in de kritiek op het HNI zoals dat hier en op het blog De Box van architect Kees van der Hoeven al enkele jaren valt te lezen. NRC zet niet het gebrekkig toepassen van de Governance Code Cultuur en de belangenverstrengeling door directeur en Raad van Toezicht (RvT) van HNI centraal, maar de programmering van tentoonstellingen over architectuur. NRC concludeert: ‘Het ongemerkt laten passeren van de eeuwfeesten van De Stijl en de Amsterdamse School is tekenend voor de positie van architectuur in HNI. Hoewel het instituut met de nietszeggende naam in zekere zin de opvolger is van Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), en het zichzelf nog altijd niet alleen ‘Museum en Agentschap voor Design, Architectuur en Digitale Cultuur’ noemt maar ook het ‘Rijksarchief voor Architectuur en Stedenbouw’, heeft HNI in de vier jaar van zijn bestaan slechts één behoorlijke tentoonstelling over architectuur laten zien.

hni2

Een vraag is hoe het zover heeft kunnen komen dat HNI niet in staat is om tentoonstellingen over architectuur te maken. Terwijl onderwerpen, thema’s, jubilea en dwarsverbanden tussen architectuur en andere disciplines voor het opscheppen liggen. Een belangrijke vraag is waarom er niet ingegrepen wordt door de RvT die bestaat uit voorzitter Judith van Kranendonk en leden Ruben BrouwerHenk ChristophersenCaroline Nevejan  en Farid TabarkiDe belangrijkste vraag luidt nog anders, namelijk waarom deze RvT vol beroepsbestuurders -met op Brouwer na een vooropleiding in sociale wetenschappen- zonder architecten of kunstenaars bestaat.

De essentiële vraag is waarom er door minister Jet Bussemaker achter de schermen niet ingegrepen wordt door de RvT op te schonen en de directie te vervangen. De meest essentiële vraag is hoe objectief Bussemaker en haar beleidsambtenaren zijn in hun oordeel over het reilen en zeilen van HNI. Pogingen van OCW om het gebrek aan kwaliteit van HNI glad te strijken, niet op te treden en zich te verschuilen achter de autonomie van HNI beschadigen de Nederlandse museumsector. Heeft het zover moeten komen dat nu een  columnist van NRC het nodig acht om het falen zichtbaar te maken en voor heel Nederland te benoemen? Tegenover HNI ligt het bruisende Boijmans dat evenement na evenement organiseert. Bij HNI is het stil en naargeestig omdat de vakmensen buiten de deur zijn gezet. Er knipperen wat lampen aan de gevel als teken van beweging.

Foto 1: ColumnHet Nieuwe Instituut laat weer verstek gaan’ in NRC, 9 februari 2017. Doorscrollen naar beneden.

Foto 2: Aankondiging op site HNI over deelname aan het programma ‘100 jaar De Stijl’.

Onderzoeksjournalistiek van NRC: DENK verspreidt nepnieuws

leave a comment »

DENK is een gespleten partij die oproept tot verdraagzaamheid, maar onverdraagzaam handelt. Die harde toon en meedogenloze opstelling wordt vanuit de partij georkestreerd en is ongekend in de Nederlandse politiek. Alleen Geert Wilders namens de PVV is ermee vergelijkbaar. Maar DENK lijkt agressiever te zijn dan Wilders die toch een eenmansbedrijf is. In een commentaar noemde ik DENK en PVV schijnpopulistisch. Ze pretenderen voor het volk op te komen, maar dat is schijn die ze vooral op sociale media proberen te wekken.

NRC concludeert in een mooi voorbeeld van onderzoeksjournalistiek van Andreas Kouwenhoven en Hugo Logtenberg dat de partij tegenstanders monddood probeert te maken door de inzet van trollen. Met name PvdA’ers worden met nepaccounts agressief aangevallen. De twee oprichters van DENK splitsten zich in 2015 af van de PvdA. Tekenend is dat DENK door publiciteitsstunts vijanden creëert om zich tegen af te zetten. Zoals ‘de media’. Uit NRC blijkt dat Sylvana Simons die eind 2016 uit DENK stapte de enige in de partijtop was die af en toe bezwaar maakt tegen de agressieve manier van campagnevoeren. Dat pleit voor haar. Zonder dat ze daar iets over heeft gezegd kan het mede een overweging voor haar geweest zijn om uit DENK te stappen.

Of het hartstikke goed gaat met DENK, zoals partijleider Tunahan Kuzu zegt valt te bezien. De peilingwijzer geeft aan dat de partij tussen de 0 en 2 zetels kan halen bij de verkiezingen van 15 maart. DENK timmert aan de weg en heeft een mediabeleid en een omgaan met de feiten dat vergelijkbaar is met die van autoritaire leiders als Putin, Erdogan of Trump. Ze fabriceren door verdraaiingen en ontkenningen hun waarheid bij elkaar en zetten die naast de realiteit. Zodat het bestaan van één waarheid wordt betwist en alles kan worden gerelativeerd. Dit verklaart dat DENK media die onderzoek verrichten of kritisch verslag doen probeert af te schilderen als deel van het establishment. Een opzichtige wijze om zich te onttrekken aan verantwoording,

Kuzu zegt in het filmpje: ‘Meerdere journalisten van NRC zijn op dit moment aan het graven en aan het wroeten om iets te vinden over Denk. En binnenkort zullen ze vast en zeker opnieuw met een kulverhaal komen.” Hij sluit af met: „Trap er niet in!”’ Inderdaad trap niet in DENK. Per tweet heb ik gesolliciteerd naar een functie als DENK-troll. Wie wil niet behoren tot een politieke partij die zegt dat het hartstikke goed gaat?

denk

Foto: Schermafbeelding van tweet aan DENK, 11 februari 2017.

Gabriël van den Brink hekelt secularisatie en prijst protestantisme. In NRC dat staat voor Verlichting en liberalisme. Logisch?

leave a comment »

br

NRC gaf op 1 februari Gabriël van den Brink een volle pagina in de papieren krant voor zijn opinie-artikelExperts, toon eens wat meer zelfkritiek’. Het gaat over de relatie tussen wetenschap en maatschappij, en de waarheidsvinding in de wetenschap die door externe en interne bedreigingen onder druk staat. Bovenstaande alinea’s wijzen op een externe bedreiging en komen uit een iets anders vormgegeven digitale versie van 27 januari. Van den Brink wordt in de papieren versie ‘hoogleraar wijsbegeerte bij Centrum Ethos aan de Vrije Universiteit in Amsterdam‘ genoemd, maar zijn naam is niet terug te vinden in de lijst medewerkers. Volgens een toelichting van Centrum Ethos ‘onderzoekt [Gabriël van den Brink] de kloof tussen burger en politiek. Dat doet hij op basis van empirische maar ook filosofische methodes’. Waaruit bestaan die filosofische methodes?

De tweede alinea is merkwaardig omdat het meer overhoop haalt dan verklaart. De essentie ervan blijft onuitgesproken. Deels door ruimtegebrek, maar de vraag is of er ook een reden is dat Van den Brink dit liever ongenoemd laat. Met ‘de mentaliteit van het protestantisme in Noordwest-Europa’ refereert hij aan de rationaliteit van het Calvinisme zoals de baanbrekende socioloog Max Weber dat ruim een eeuw geleden benoemde. Van den Brink maakt reuzenstappen als hij twee zinnen later concludeert dat ‘het cultiveren van waarden als verantwoordelijkheid en redelijkheid sinds de secularisatie niet langer voor zich spreekt’. Dat is een verstrekkende conclusie die de secularisatie een dolk in de rug steekt. Zoals gezegd doet Van den Brink aan ‘hit and run’ en loopt zonder uitleg snel verder. Er komt nog een aap uit de mouw met de observatie dat ‘het ontstaan van een multiculturele samenleving een deugd als eerlijkheid nog meer onder druk zette’.

Van den Brinks artikel gaat over de waarheid en integriteit in de wetenschap, maar als in een Droste-effect toont hij in zijn bewijsvoering het omgekeerde aan van wat hij betoogt. Want hoe integer en waardevrij is hij in zijn betoog, en welke gedachtengoed sleept hij impliciet met zich mee? Waar is de conclusie op gebaseerd dat waarden als verantwoordelijkheid en redelijkheid sinds de secularisatie niet langer voor zichzelf spreken? Dit is een normatieve uitspraak die Van den Brink niet onderbouwt. Hij stelt de secularisatie – die het proces van ontkerkelijking en verwereldlijking omvat- via de toetssteen waarheidsvinding onder verdenking en maakt die ondergeschikt aan de mentaliteit van het calvinisme. Hij trekt dit door naar het multiculturalisme dat hij negatief beoordeelt vanwege de teloorgang van het protestantisme en de opgang van de secularisatie.

Gabriël van den Brink bezondigt zich in dit artikel aan gemakzuchtige journalistiek die haaks staat op de wetenschappelijkheid waar hij voor pleit. Wat hij zegt hoeft niet onwaar te zijn, maar hij lijkt vooral het verkeerde medium van het krantenartikel gekozen te hebben. Hij bedoelt het waarschijnlijk genuanceerder dan uit de aannames blijkt die erg kort door de bocht zijn en raadselachtig klinken. Die keuze valt Van den Brink echter wel te verwijten evenals de Redactie Opinie van NRC die het artikel geschikt achtte voor plaatsing. Het is ruimdenkend van een krant die Lux et Libertas als motto heeft dat het een artikel plaatst dat tegen de mentaliteit van de Verlichting -waar de secularisering een onlosmakelijk aspect van is- en het liberalisme ingaat. Van den Brink verklaart dat lachend in z’n vuistje waarschijnlijk omdat de NRC door de secularisatie aan verantwoordelijkheid en redelijkheid heeft verloren. Zo is het betoog rond van een wetenschappelijk onderzoeker die in de heimelijkheid het protestantisme vooropzet. Zonder dat we dit echt mogen weten.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelExperts, toon eens wat meer zelfkritiek’ van Gabriël van den Brink in NRC, 27 januari 2017. (Geplaatste in papieren versie van NRC op 1 februari 2017).