George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘NRC

Gerko Tempelman meent dat complottheorieën niet leiden tot actie, maar waarom vergeet hij de godsdiensten die dat wel doen?

leave a comment »

Gerko Tempelman is filosoof en theoloog en manifesteert zich ook in de media. Zo heeft hij een YouTube-kanaal waarop hij in video’s zijn commentaren zet. In 2018 besteedde ik in een commentaar aandacht aan zijn commentaar ‘waarom religie maar niet wil verdwijnen’. Tegenover het ‘God is dood’ van Tempelman zette ik het ‘God is mensenwerk’ van Harry Kuitert. Bij de video wisselden we onze zienswijzen uit. Tempelman laat zich kennen als een rekkelijke en flexibele geest die toch niet treedt buiten het domein van de religie. Ofwel, Tempelman brengt de moderniteit naar de religie, maar zet niet de stap om de religie naar de moderniteit te brengen. Zijn worsteling of zielenstrijd op het grensvlak van traditie en moderniteit is illustratief en geeft aan hoe er in de meer vrijzinnige richtingen van het Nederlands protestantisme gedacht wordt.

Aanleiding is Tempelmans artikelHoe geloof in God en geloof in een complot elkaar raken’ in de NRC van 16 september 2020 dat ook in de Leven-bijlage van 19 september 2020 verscheen. Hierin is dezelfde worsteling tussen traditie en moderniteit te herkennen. Tempelman gaat verder dan zijn meer orthodoxe geloofsgenoten, maar niet zover als belangrijke progressieve theologen als Harry Kuitert, Hans Küng of Eugen Drewermann.

In zijn goed geschreven en interessant artikel heeft Tempelman het over complottheorieën. Zijn stelling onderbouwt hij aan de hand van het boek Not Born Yesterday: The Science of Who We Trust and What We Believe van de Franse cognitieve wetenschapper Hugo Mercier. Uitgangspunt ervan is dat ‘vrijwel alle pogingen tot massale overreding – hetzij door religieuze leiders, politici of adverteerders – jammerlijk mislukken’. Tempelman trekt die lijn door naar complottheorieën die nu zo in de aandacht zijn en velen als een bedreiging van zowel de democratie als het begrip ‘waarheid’ zien. Tempelman relativeert dat en meent dat complotdenkers slechts ‘reflectief’ in complottheorieën geloven. Daarmee bedoelt hij dat ze niet in actie komen. Deze complotdenkers moeten volgens Tempelman niet serieus worden genomen.

Het bezwaar is dat deze invalshoek voorbijgaat aan de ondermijning van dat begrip ‘waarheid’. Want ook als complotdenkers geen praktisch gevolg aan hun denken geven, dan nog zijn ze met hun in de praktijk onschuldige bespiegelingen op sociale media van invloed op het publieke debat. Dat gaat niet ongemoeid voorbij en is wel degelijk zorgwekkend. De ondermijning van het begrip ‘waarheid’ heeft als gevolg dat door velen feiten niet meer aanvaard worden en universele waarden én instellingen (democratie, rechtsstaat) ernstig gerelativeerd worden. Dat zorgt voor fragmentatie en verzwakking van de samenleving. Als men de politieke bedoelingen van actoren die complottheorieën bewust de wereld inbrengen in beschouwing neemt, dan ziet men dat het daarbij niet zozeer gaat om mensen in actie te brengen, maar om verdeeldheid te zaaien.

Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.

Religieuze propaganda werkt eraan mee om het idee te verhullen dat godsdienst een complottheorie is. Neem onderstaande kop in een artikel naar aanleiding van een onderzoek uit augustus 2020 van onderzoeksbureau Kieskompas dat zegt dat 20% van de achterban van de SGP in complottheorieën gelooft. Jan Schippers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP antwoordt ‘verbaasd’ op de uitkomsten: ‘Complotdenken combineer ik met een seculiere levensinstelling, zonder vertrouwen dat het wereldbestuur in Gods handen ligt. Mensen die niet meer in God geloven, kunnen van alles geloven en tot allerlei theorieën de toevlucht nemen.’ Tja, hier past een bijbelcitaat: ‘Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op?’. Niet 20%, maar 100% van de achterban van de SGP gelooft in complottheorieën. Namelijk die van het christendom. Die waarheid dringt niet door tot de gelovigen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHoe geloof in God en geloof in een complot elkaar raken’ van Gerko Tempelman in NRC, 16 september 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel’20 procent SGP-achterban gelooft in complottheorieën’’ op CIP, 17 augustus 2020.

Er waart een spook door de beeldende kunst – het spook van handjeklap, ons-kent-ons en vriendjespolitiek

leave a comment »

Er waart een spook door de beeldende kunst – het spook van handjeklap, ons-kent-ons en vriendjespolitiek. Net als bij het Communistische Manifest van Marx en Engels gaat dat over economie en klassenstrijd. Ofwel, over macht en eigendom.

Afgelopen week was er op Facebook een levendige discussie over niet-professionele kunstenaars die in een kunstmuseum worden gepresenteerd. Velen hadden er een gefundeerde mening over. Aanleiding was een expositie van Herman van Veen in Singer Laren. Bijna allen vonden dit een slechte, ongewenste ontwikkeling.

Niet alleen in kunstmusea kan de selectie van kunstenaars worden bepaald door niet-kwalitatieve criteria, maar door handjeklap, ons-kent-ons en vriendjespolitiek. Herman van Veen in Singer Laren, Pieter van Vollenhoven in Museum JAN of toenmalig koningin Beatrix als gastconservator in het Stedelijk Museum.

Er zijn media die hetzelfde doen. Ze ondermijnen daarmee hun legitimiteit om vrij en onverveerd op vriendjespolitiek in de museumsector te reageren. Een hoofdredactie zou dat moeten bewaken en paal en perk stellen aan de nevenactiviteit van individuele redacteuren. Bij de Volkskrant speelt zo’n kwestie met literatuurrecensent Arjan Peters.

Wie regelmatig galeriehouders spreekt weet hoe moeilijk ze het hebben om het hoofd boven water te houden en hoe lastig het voor hen is om kunstjournalisten van belangrijke kranten als NRC, de Volkskrant, Het Parool of Trouw naar hun galerie te halen. Dat geldt ook voor galeries die al vele jaren bezig zijn, deelnemen aan beurzen, met goede kunstenaars werken en spetterende prestaties maken.

Dit beleid van deze zogenaamde kwaliteitsmedia is logisch omdat de ruimte in deze kranten voor galeries nu eenmaal schaars is. Het onderscheidingsvermogen van galeristen is genoeg ontwikkeld om te erkennen dat bij een goede presentatie het gerechtvaardigd is als een collega-galerie media-aandacht krijgt. Zo fair en professioneel zijn galeristen, hoewel jaloezie ingebakken is.

Maar ze zien ook wanneer er sprake is van vriendjespolitiek en de aandacht in de krant totaal niet gerechtvaardigd is. Zo’n voorbeeld van het laatste is een artikel van Arjen Ribbens in NRC over Madé van Krimpen die afgelopen zomer een galerie aan de Prinsengracht in Amsterdam opende. Zij is dochter van oud-museumdirecteur en -galerist Wim van Krimpen.

De noodzaak voor het artikel valt niet te ontdekken. De galerie specialiseert zich in multiples, maar dat doet Harry Ruhé met Galerie A al meer dan 40 jaar. Hij heeft een waardevolle catalogus opgebouwd. Wat heeft Madé van Krimpen bereikt? Dit roept de vraag op waarom zij zo’n prominente plek in NRC krijgt. Notabene een hele pagina in de papieren editie, terwijl normale galeriebesprekingen het doorgaans moeten doen met een klein, afgemeten kader.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelInterview; Nieuwe galerie Multiplemadé richt zich op kunst ‘die geen 10.000 euro kost’’ van Arjen Ribbens in NRC, 9 september 2020.

Waarom krijgt in NRC de tentoonstelling Remix Rotterdam in het Rotterdamse Wereldmuseum niet de aandacht die het verdient?

leave a comment »

Daar gaan we weer. Deze keer in het artikelHet Wereldmuseum is weer open, nu met meer verhalen en perspectieven’ in NRC. Een verslaggever vraagt niet door en laat zich knollen voor citroenen verkopen. Het Wereldmuseum is er sterk in om selectief informatie te geven aan media die blijkbaar verslaggevers sturen die onvoldoende geïnformeerd zijn om geen gemankeerd verhaal op te schrijven. Zo wordt het echte verhaal over het Wereldmuseum en de koepel NMVW die er de beleidslijnen uitzet ook deze keer niet in de media verteld.

Het Wereldmuseum opent na een jarenlange verbouwing. Het hele gebouw is eindelijk brandveilig verklaard. Stapsgewijze openstelling die gecertificeerd is door de veiligheidsbranche bestaat niet voor wie beseft wat de veiligheid van een gebouw is, wat voor risico’s een verbouwing in een in gebruik zijnd gebouw inhouden en hoe branden kunnen uitslaan. De verslaggever gaat mee in de misleiding van het Wereldmuseum. Bij een geïnformeerde journalist zou dat de vraag oproepen hoe het dan het afgelopen jaar zat met de veiligheid van de gepresenteerde tentoonstellingen. Zoals Dossier Indië met kostbare, originele afdrukken van foto’s.

Deze vraag wordt niet gesteld door Dominique van Varsseveld die niet in het colofon van NRC wordt genoemd als correspondent Rotterdam of lid van de kunstredactie. Waarom stuurt NRC niet iemand met verstand van zaken naar het Wereldmuseum? De recente geschiedenis van dit museum geeft er toch alle aanleiding toe om te kijken of de aan de Rotterdamse raad gedane beloften over de Rotterdamse signatuur worden nagekomen.

Het artikel noemt terloops de tentoonstelling Remix Rotterdam zonder te vertellen dat dit een samenwerking van het Wereldmuseum met Museum Boijmans Van Beuningen is die gesteund wordt door de Stichting Droom en Daad. NRC noemt Boijmans niet eens. Dat is een omissie in een artikel over een tentoonstelling in een Rotterdams museum dat in 2016 door de politiek opgeroepen werd om een Rotterdams karakter te behouden.

In de publiciteit heeft het Wereldmuseum, of liever gezegd de top van koepel NMVW Remix Rotterdam stelselmatig genegeerd of minimale aandacht gegeven. Wat voor psychische gesteldheid is dat? Klopt het vermoeden dat het NMVW in zichzelf gekeerd is en zich geen raad weet met presentaties die het niet kan controleren? Dus in dit geval een tentoonstelling met bruiklenen van Museum Boijmans die gecureerd is door conservator Alexandra van Dongen namens dit museum en conservator Wouter Welling namens het NMVW.

Remix Rotterdam zou een jaar geleden op 1 oktober 2019 opengaan. Dat werd vooraf spaarzaam in de publiciteit van het Wereldmuseum gemeld. Maar Remix Rotterdam ging niet open op 1 oktober 2019. Waarom niet? Het Wereldmuseum gaf er toen geen uitleg over en doet dat nu nog steeds niet. NRC geeft evenmin duidelijkheid en blijft hangen in een oppervlakkige beschouwing over wat haar op de mouw wordt gespeld.

Dit artikel van NRC kent vooral verliezers: de lezers van NRC die onvolledig geïnformeerd worden en het politiek correcte frame opgelegd krijgen van het Wereldmuseum, en het sturende NMVW dat zich laat kennen als organisatie die er aan de top moeite mee heeft om een normale relatie aan te gaan met collega-musea.

NB: Zie hier een commentaar van oktober 2017 (vanaf vierde alinea) voor een nadere omschrijving van mijn kritiek op het beleid van het NMVW in relatie tot het Wereldmuseum.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHet Wereldmuseum is weer open, nu met meer verhalen en perspectieven’ van Dominique van Varsseveld in NRC, 9 september 2020.

Foto 2: Schermafbeelding uit september 2019 van aankondiging Remix Rotterdam op site Wereldmuseum.nl. .

Antwoord aan Tommy Wieringa: Duitse kunst wordt tot courtisane van de politiek gemaakt. Dat is geen voorbeeld voor Nederland

leave a comment »

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij de columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020:

Wieringa laat zich misleiden door zich blind te staren op de Duitse cultuurpolitiek. Het is een verkeerd begrepen onderwerp dat Nederlandse opinieleiders telkens weer als tegenvoorbeeld hanteren. Wieringa kijkt selectief, hoewel hij uiteraard gelijk heeft dat het misnoegen van de complete Nederlandse politiek én de samenleving voor de kunst immens is. Dat verdient kritiek. Maar laat hem dat zeggen en het daar bij laten. Het is ongelukkig om dat reliëf te willen geven door de vergelijking met de Duitse cultuurpolitiek. Die wordt door het Nederlandse voorbeeld dat afkeuring verdient nog niet witgewassen.

Het kunstbeleid van zowel kanselier Merkel als de regionale Duitse politiek is behoudend en vooral gericht op het ondersteunen van gevestigde culturele instellingen. Merkel pleit uitsluitend voor steun die in lijn is met het overheidsbeleid. Zo maakt ze kunst ondergeschikt aan haar politieke doelen. Hoe royaal ze dat ook doet, het staat haaks op het ondersteunen van het experiment of de tegendraadsheid van de kunst. Merkel zet met haar steun in op het verder Salonfähig maken van de kunst.

Men zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat het beleid van Merkel de kunst meer beschadigt dan wat premier Rutte nalaat. Het is als een pianoleerling die zich door zelfstudie een verkeerde vingerzetting heeft aangeleerd. Dat is een slechtere uitgangspositie om een succesvolle pianist te worden dan iemand die nieuw moet beginnen. In Duitsland heeft zich een establishmentkunst gevestigd die slechts in enclaves in grote steden concurrentie krijgt van initiatieven van de kunstenaars zelf. Getalsmatig vertaald gaat dat om de establishment cultuurpolitiek van SPD en CDU/CSU tegenover de Groenen die uitgaan van de kunst en de kunstenaars.

Het gaat dus om de vrijheid van de kunst, of nog liever gezegd om de vraag wat de functie van kunst is. Of nog anders geformuleerd, kan kunst die getemd, gepamperd en ondergeschikt is gemaakt aan doelen van politieke partijen nog kunst genoemd worden? Of is die ‘kunst’ verworden tot een circusact van een paard dat eindeloos door de piste mag draven onder applaus van de politiek die zich ervoor zelfgenoegzaam op de borst klopt?

Wieringa doet er verstandig om een doorstart in zijn denken te maken over de Duitse cultuurpolitiek. Hij heeft uiteraard gelijk wat de aftandse stand van de Nederlandse cultuurpolitiek betreft. Hoofdfiguren als premier Mark Rutte, minister Eric ‘kunst is een hobby’ Wiebes en minister Ingrid van Engelshoven kunnen hun weerzin tegen de kunstsector niet verbergen. Op lokaal niveau tonen cultuurwethouders juist ongegeneerd hun weerzin door zich af te zetten tegen de kunst. In 2017 zei de Alphense cultuurwethouder Kees van Velzen (CDA) over een kunstwerk in de publieke ruimte dat hij het ‘foeilelijk’ vond en wilde vervangen door een werk dat ‘meer uitstraling en betekenis heeft voor de identiteit van de gemeente’. Dat is de kern waar het om gaat. Merkel wil de kunst inzetten voor de identiteit van Duitsland. Maar zijn we het er niet over eens dat kunst zich niet tot een lover boy of in het Duitse geval tot een deftige courtisane van de politiek moet laten maken?

Foto: Schermafbeelding van deel columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020

Onevenwichtig artikel van Petersen en Krijger over Trump, Biden en het buitenlandbeleid van de VS. Waarom plaatst NRC het?

with 4 comments

De Amerikanisten Koen Petersen en Alex Krijger menen in een opinie-artikel in NRC van 24 augustus 2020 dat het buitenlandbeleid van een eventuele president Joe Biden alleen in toon anders zal zijn dan dat van de huidige president Trump. De titel gaat nog een stapje verder en zegt ‘Joe Biden verandert het buitenlands beleid van de VS niet’. Dat wil dus zeggen dat er onder Biden niets anders wordt. Dat is al meteen in tegenspraak met de intro die dus zegt dat alleen de toon anders wordt. Er is iets vreemds aan de hand met dit artikel dat inhoudelijk selectief shopt in de feiten en dat redactioneel afbindt met een tegenstrijdigheid.

Het is uitstekend om een prikkelende stelling te poneren over het verschil in de buitenlandse politiek van president Trump en vice-president Biden. Dat biedt de kans om uitleg te geven en een punt te maken. Maar dat doen Petersen en Krijger onvoldoende. Ze gaan namelijk grotendeels in op de overeenkomsten tussen Trump en Biden en vegen de verschillen opzichtig onder het tapijt. Ze laten zich kennen als relativisten die willen benadrukken dat Europa het initiatief moet nemen door voor zichzelf op te komen. Maar daarmee gaan ze voorbij aan de inhoudelijk verschillen die er wel degelijk bestaan tussen beide presidentskandidaten.

Onmiskenbaar heeft de VS de draai naar Azië gemaakt en is Europa minder belangrijk geworden. De VS ziet China in economisch, politiek en militair oogpunt als de grootste bedreiging. Dat idee wordt in de Amerikaanse Senaat door beide partijen gedeeld. Het is ook onmiskenbaar dat de VS de buitenlandse politiek heeft geëconomiseerd, zoals overigens de complete politiek van liberale democratieën is geëconomiseerd. En ook Biden zal als president van Europese bondgenoten meer financiële inspanning verwachten voor wat de NAVO betreft. Voorzover de overeenkomsten en de continuïteit in de buitenlandse politiek van de VS.

Maar de verschillen tussen Trump en Biden zijn aanzienlijk. Petersen en Krijger zeggen dat Trump een stevig beleid voert jegens de Russische Federatie. Dat is onjuist en mist nuancering. Wie zich de persconferentie in Helsinki in 2018 na de top tussen Trump en de Russische president Putin in herinnering haalt waarin Trump zijn inlichtingendiensten afviel en Putin op zijn woord zei te geloven dat het Kremlin zich niet had gemengd in de campagne voor de presidentsverkiezingen van 2016 kan niet anders dan concluderen dat Trump op z’n minst ambivalent tegenover de Russische Federatie staat. Dat is geen stevig beleid. De continuïteit van het Ruslandbeleid wordt ondanks Trump door de Senaat gegarandeerd. Telkens heeft Trump waar hij de kans kreeg dat vertraagt en geprobeerd af te zwakken. Bijvoorbeeld in de levering van dodelijke antitank Javelin wapens aan Oekraïne. En in Noord-Syrië wekte Trump de indruk door een overhaaste terugtrekking van troepen die later trouwens werd afgezwakt rechtstreeks naar de pijpen van het Kremlin te dansen.

Uit Trumps houding ten aanzien van de Russische Federatie volgt in diapositief zijn houding tegenover Europa en bondgenoten als Japan, Zuid-Korea en Canada. Hij heeft in de afgelopen jaren als een bullebak leiders als kanselier Merkel, premier May, premier Trudeau of president Moon Jae-in geschoffeerd. Dat is meer dan een kwestie van toon. Dat gaat om afstand nemen tot traditionele bondgenoten en de bijl zetten aan de wortel van de samenwerking die in de 70 jaar na de Tweede Wereldoorlog is gegroeid en stabiliteit én kracht legde onder de westerse samenwerking. Trump heeft daar onzekerheid, wisselvalligheid en waar mogelijk zijn eigen accenten of persoonlijk verdienmodel aan toegevoegd. Dat is essentieel voor de buitenlandse betrekkingen.

Het is een raadsel waarom Petersen en Krijger met het voorbijgaan aan de basale feiten zo eenzijdig naar de overeenkomsten tussen Trump en Biden zoeken en de verschillen wegmoffelen. Het lijkt eerder verklaard te kunnen worden uit hun pro-Trump houding dan uit enige wetenschappelijke objectiviteit. Het is bizar dat ze hiermee wetenschappelijke geloofwaardigheid proberen te winnen door zich Amerikanist te noemen. Het is ongelukkig dat NRC zo’n artikel plaatst dat weliswaar goede aanzetten bevat, maar in deze vorm nog niet af is om in de krant gepubliceerd te worden. Ongenoemd blijft dat Petersen columnist voor Elseviers Weekblad is.

Foto: Schermafbeelding van het  artikel ‘Joe Biden verandert het buitenlands beleid van de VS niet’ van Koen Petersen en Alex Krijger in NRC, 24 augustus 2020.

Written by George Knight

26 augustus 2020 at 13:28

Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton issue is warning of false claim to black identity

leave a comment »

It is time to introduce nuances to the black and white thinking about identity. In the past six months, the anti-racism movement Black Lives Matter in the US has sent a copied version of the cancel culture to Western Europe. It is understandable that disadvantaged groups claim their place and so-called privileged groups are called upon to give up their preferred position. It is not a gentle way though when people, because they are white, are denied the right to speak and are socially excluded. But conditions in the US are different from those in Western Europe because an old white society cannot be retroactively blamed for being white. The core of criticism cannot be that white Europeans have a certain position or identity, but that they are not willing to allow newcomers from other countries of origin into their professional group, environment or mental space.

This identity debate is usually dominated by political activists who profile themselves as black underprivileged people. This approach reduces it to discrimination against people with black identities. This alone indicates how misleading this debate is. Because in reality the black community is extremely diverse, economically, socially and culturally. Politically it is probably only more or less homogeneous by voting predominantly on the left, although in the Netherlands the old automatism of voting for the social-democratic PvdA has disappeared.

It is amazing how public opinion can take shape in this way and the media go along in a one-sided interpretation of the black story. Even the liberal Dutch newspaper NRC, which claims to seek nuance, loses the nuance in an article about identity in which it lets five visual artists have their say. They are given room for their simplifications, assumptions and individual marketing that stimulate their self-interest in this debate.

This indicates that it is not necessarily catching up, but that this debate about identity can serve as a cover for members of the black community to achieve their own goals. There is nothing wrong with that if that individual scoring drive is honestly recognized. However, things get confusing when a black mask is applied to disguise commercial or individual motifs. Then the black struggle for equality only serves its own purpose. Lack of talent can thus be disguised by hiding it behind a political debate about identity and deprivation. But the individual is never equal to that.

How this works in practice is shown in the recent Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton issue. Van Beirendonk is a renowned white Flemish fashion designer. Virgil Abloh is an African American who is employed by fashion brand Louis Vuitton. He is not a fashion designer, but someone who deftly “borrows” from fashion designers whom he is “inspired” by. Abloh refers to Marcel Duchamp for legitimacy, but does not seem to understand the essence of the conceptual art of which Duchamp was one of the founders. Van Beirendonck accuses Abloh of plagiarism, but because of Abloh’s “black mask” and his position at fashion company Louis Vuitton, that criticism does not get through. Or rather, Abloh’s background as an African American and the complexity of the identity debate neutralizes the criticism of Abloh’s grabbing.

An article by the Flemish business newspaper De Tijd also shows that Abloh’s friend-rapper Kanye West, who has a special talent for drawing attention, is getting involved in the debate. In a tweet he expresses the gist of what matters and the way Abloh works: “Virgil can do whatever he wants. Do you know how hard it’s been for us to be recognized? Coming from Chicago?”. According to West, the end justifies all means. He suggests that his and Abloh’s black background is the justification for stealing ideas from someone like Van Beirendonck rather flat and creativeless and for taking over the position of white artists by accusing them of anything and everything in a political debate about identity. Most striking about this issue is that fashion brand Louis Vuitton willingly and knowingly offers Abloh a cover for individual and corporate marketing, while he can cunningly hide behind a black cover of victimization and disregard.

NB This comment is a slightly modified English translation of ‘Kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton is waarschuwing voor een valse claim op zwarte identiteit’, August 16, 2020.

Photo 1: Walter Van Beirendonck, W:A.R. = Walter About Rights (gallery Polaris), 2020.
Photo 2: Screenshot of Andrea Ciarlatano’s FB post, Aug 7, 2020.

Kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton is waarschuwing voor een valse claim op zwarte identiteit

with 3 comments

Het is tijd om te nuanceren in het zwart/wit-denken over identiteit. Afgelopen half jaar is door pressie van de antiracismebeweging Black Lives Matter in de VS een gekopieerde versie van de afrekencultuur (‘cancel culture’) naar West-Europa overgewaaid. Het is begrijpelijk dat achtergestelde groepen hun plek opeisen en zogenaamde bevoorrechte groepen worden opgeroepen hun voorkeurspositie af te staan. Dat gaat er niet zachtzinnig aan toe als mensen omdat ze wit zijn het recht van spreken wordt ontzegd en maatschappelijk worden uitgesloten. Maar de omstandigheden in de VS verschillen van die in West-Europa omdat een vanouds witte samenleving met terugwerkende kracht niet verweten kan worden wit te zijn. Kern van kritiek kan niet zijn dat witte Europeanen een bepaalde positie of identiteit hebben, maar dat ze niet bereid zijn nieuwkomers uit andere landen van herkomst toe te laten in hun beroepsgroep, woonomgeving of mentale ruimte.

Dit debat over identiteit wordt doorgaans gedomineerd door politieke activisten die zich profileren als zwarte achtergestelden. Door die invalshoek wordt het gereduceerd tot de achterstelling van mensen met een zwarte identiteit. Dit alleen al geeft aan hoe misleidend dit debat is. Want de zwarte gemeenschap is in economisch, sociaal en cultureel uiterst divers. Het is waarschijnlijk uitsluitend in politiek opzicht min of meer homogeen door overwegend links te stemmen, hoewel het oude automatisme van een stem op de PvdA is verdwenen.

Het is verbazingwekkend hoe de publieke opinie zo gevormd kan worden en media meegaan in een eenzijdige interpretatie van het zwarte verhaal. Zelfs NRC dat de nuancering claimt te zoeken, verliest de nuance uit beeld in een artikel over identiteit waarin het vijf beeldend kunstenaars aan het woord laat. Ze krijgen ruimte voor hun versimpelingen, aannames en individuele marketing dat hun eigenbelang in dit debat oppimpt.

Dit geeft aan dat het niet per se om het wegwerken van achterstand gaat, maar dat dit debat over identiteit voor leden van de zwarte gemeenschap als dekmantel kan dienen om eigen doelen te realiseren. Daar is niks mis mee als die individuele scoringsdrift eerlijk erkend wordt. Het wordt er echter verwarrend op als een zwart masker wordt opgezet om commerciële of individuele beweegredenen te verhullen. Dan dient de zwarte strijd voor gelijkheid uitsluitend eigen doeleinden. Gebrek aan talent kan zo versluierd worden door het te verbergen achter een politiek debat over identiteit en achterstelling. Maar het individu is daar nooit gelijk aan.

Hoe dat in de praktijk werkt toont de kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton. Van Beirendonk is een gerenommeerde witte, Vlaamse modeontwerper. Virgil Abloh is een Afro-Amerikaan die in dienst is bij modemerk Louis Vuitton. Hij is geen modeontwerper, maar iemand die handig ‘leent’ van modeontwerpers door wie hij zich laat ‘inspireren’. Ter legitimatie verwijst Abloh naar Marcel Duchamp, maar begrijpt hij de essentie niet van de conceptuele kunst waar Duchamp een van de grondleggers van was. Van Beirendonck beschuldigt Abloh van plagiaat, maar door het ‘zwarte masker’ van Abloh én zijn positie bij modebedrijf Louis Vuitton dringt die kritiek niet goed door. Of liever gezegd, Ablohs achtergrond als Afro-Amerikaan en de complexiteit van het identiteitsdebat neutraliseert de kritiek op het jatwerk van Abloh.

Uit een artikel van De Tijd blijkt ook dat Ablohs vriend rapper Kanye West die een bijzonder talent voor aandacht heeft, zich in het debat mengt. In een tweet verwoordt hij in de kern waar het om gaat en de wijze waarop Abloh opereert: ‘Virgil kan doen wat hij maar wil. Weet je hoe moeilijk het voor ons was om erkenning te krijgen? Vanuit Chicago?’. Volgens West heiligt het doel alle middelen. Hij suggereert hiermee dat de zwarte achtergrond van hem en Abloh de rechtvaardiging is om van iemand als Van Beirendonck tamelijk plat en creatiefloos ideeën te jatten en om de positie van witte kunstenaars over te nemen door ze in een politiek debat over identiteit van alles en nog wat te beschuldigen. Het meest opvallende aan deze kwestie is nog dat modemerk Louis Vuitton willens en weten Abloh een dekmantel biedt voor de individuele en corporatieve marketing terwijl deze zich sluw verbergt achter een zwarte dekmantel van slachtofferschap en miskenning.

Foto 1: Walter Van Beirendonck, W:A.R. = Walter About Rights (galerie Polaris), 2020.
Foto 2:  Schermafbeelding van FB-post van Andrea Ciarlatano, 7 augustus 2020.

NRC laat zich kennen. Ongemak over het niveau en de beperkte opvattingen van een rondetafelgesprek over vrijheid in de kunst

leave a comment »

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij het artikelWe moeten het ongemak met elkaar opzoeken’ van 12 augustus 2020 van interviewer Toef Jaeger met vijf beeldend kunstenaars: Liesbeth Bik, Quinsy Gario, Patricia Kaersenhout, Daan Roosegaarde en Jonas Staal. Ik heb weinig waardering voor de selectie van de deelnemers en het niveau van hun beweringen.

Soms is het totaal meer dan de delen, maar bij dit rondetafelgesprek geldt het omgekeerde. Deelnemers en interviewer komen er minder goed uit. Zijn ze politiek ook niet te eensgezind dat ze elkaar in het openbaar niet willen afvallen? Vraag is dan ook waarom voor deze vorm en deze selectie is gekozen. Dit gesprek is een fuik om huilend in te zwemmen.

De briefschrijvers van Harper’s Magazine worden aangevallen zonder dat ze zich kunnen verdedigen. Zo wordt via een omweg bevestigt wat ontkend wordt. Namelijk dat het debat over identiteit in de kunst flodderig wordt gevoerd en een afgeleide is van een politiek debat. Maar kies dan ook expliciet voor politiek en vermeng dat niet met kunst.

Wat ongenoemd blijft is dat er ook pogingen zijn naast de behoudende opvattingen van de briefschrijvers van Harper’s Magazine en de standpunten van de voorstanders van de afrekencultuur die enkele deelnemers aan dit debat voor hun rekening nemen, dat er ook een progressieve opvatting mogelijk is tussen behoudzucht en radicalisme in.

De deelnemers trappen open deuren open, zoals de constatering dat witte kunstenaars de witte, westerse norm over wat kunst is als norm nemen. Dat is de kern niet. De kern is of vervolgens deze kunstenaars vanuit hun eigen achtergrond en perspectief anderen uitsluiten en een begrensde kijk op de kunstsector hebben. Zo dendert dit gesprek verder als een op hol geslagen trein waarover niemand nog controle heeft.

Na lezing resteert de vraag wat van dit gesprek de opzet was en wat NRC er eigenlijk mee bedoelde. Moet het opgevat worden als indekking tegen de kritiek dat de krant wit, behoudzuchtig en gesloten is? Waar is de nuancering gebleven? Interessant is dat het meer vertroebelt dan verheldert. Dat geeft aan hoe moeilijk het is om een evenwichtig debat over identiteit in de kunst te voeren. Nu wordt het onderwerp gepolitiseerd. Het gaat niet over kunst, maar over politiek in de kunst.

Dit debat vraagt om een vervolg met een meer evenwichtige selectie aan kunstenaars en opvattingen die onderbouwd worden en verder gaan dan het herhalen van politieke slogans uit het programmaboekje van het politieke activisme. Een kwaliteitskrant had al verder moeten zijn. Een weergave van een debat met losse flodders dat niet gaat over waar het over zegt te gaan biedt de lezer die geïnformeerd wil worden weinig meer dan ongemak over het niveau en de beperkte opvattingen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWe moeten het ongemak met elkaar opzoeken’ in NRC, 12 augustus 2020.

Classificatie van de complotdenker: accent op individuele vrijheid, dekking op sociale media en carrière in de bovenzinnelijke sector

with 7 comments

Wie snel een beeld wil krijgen van wat complotdenkers voortdrijft volstaat enig inzicht in drie fenomenen: 1) het begrip vrijheid; 2) de macht van de sociale media en 3) de opvolging en verdringing van de macht. Het gaat om de combinatie die duidelijkheid verschaft. Onder complotdenkers waar het hier over gaat worden al degenen verstaan die bewuste afbreuk doen aan het vertrouwen in de overheid. Wat het doel van individuen is om met complotdenken de publiciteit te zoeken te komen kan divers zijn. Dat varieert van de opbouw van een eigen carrière tot het samenwerken met landen of organisaties die de overheid willen destabiliseren.

1. Vrijheid. Hoogleraar moderne politieke geschiedenis Annelien de Dijn legt in een interview van 7 augustus 2020 met NRC uit wat het verschil is tussen de termen ‘negatieve vrijheid’ en ‘positieve vrijheid’. Ze moeten niet moralistisch begrepen worden, ‘positief’ niet al goedkeurend en ‘negatief’ als afkeurend. Deze termen zijn door de Britse filosoof Isaiah Berlin in 1958 gemunt. Interviewer Bart Funnekotter: ‘Positieve vrijheid is de vrijheid om als burgers te bepalen hoe en door wie je bestuurd wordt. Negatieve vrijheid is de vrijheid om te doen wat je wilt en door de overheid met rust te worden gelaten.’ De Dijn schetst de spanning tussen de twee termen: ‘Elke keer als mensen probeerden een maatschappij democratischer te maken – en dus de positieve vrijheid te vergroten – kwamen daartegen conservatieve krachten in het geweer, die het belang van individuele vrijheid benadrukten en waarschuwden voor een tirannie van de meerderheid’. Daarin hebben ze geen ongelijk, maar in de praktijk is oligarchisering van de macht (De Dijn: ‘het naar zich toetrekken van politieke en economische macht door een klein groepje’) een grotere bedreiging voor de vrijheid dan democratisering.

2. Sociale media. Tussenkomst van journalisten die werken volgens voorschriften (Code van Bordeaux) is bij sociale media geen voorwaarde. Behalve uiteraard in het geval dat journalisten zich zelf op sociale media begeven. Het verdient om deze vermenging die tot onduidelijkheid, overspanning en afnemend vertrouwen in de media leidt overweging dat journalisten zich niet langer begeven op platformen als Twitter, Facebook en YouTube die worden gedomineerd door gebruikers die niet volgens de journalistieke code werken. Zie punt 6. van een Gallup/Knight onderzoeksrapport. Journalisten zouden zich moeten beperken tot hun eigen media waarvan het profiel en het niveau beschermd kunnen worden. Dan wordt voor de nieuwsconsument duidelijker dan nu dat degenen op sociale media die zich verschuilen achter de claim van journalistiek vermoedelijk die aanspraak niet waar kunnen maken. Complotdenkers profiteren nu van de vermenging met de journalistiek op sociale media die hun een schaduw van legitimiteit geeft. Het cynisme is dat complotdenkers zich profileren door hun verzet tegen de gevestigde media van wie ze in feite profiteren door hun associatie ermee.

3. Macht. Opvolging en verdringing van functies en posities is van alle tijden. Leden van generaties bevechten elkaar en volgen elkaar op. Wie de macht niet heeft, maar de ambitie om ertoe te behoren zet middelen in om dat te bereiken. Dat heeft te maken met geldingsdrang, het uitstippelen van een carrièrepad en het verbeteren van een startpositie om dichter bij geld, aanzien of een functie te komen. Het is een oorbare koerslijn. Er zijn enkele sectoren die zich onttrekken aan de ‘normale’ maatschappelijke verhoudingen: sport, amusement en niet-reguliere religie of spiritualiteit. Het is geen toeval dat complotdenkers die doorgaans geen passende of zelfs een geheel ontbrekende startkwalificatie voor een maatschappelijke carrière hebben zich begeven op het snijvlak van amusement en niet-reguliere religie of spiritualiteit. Daar gelden andere normen en is onder verwijzing naar het bovenzinnelijke dat niet te toetsen valt het snelst en makkelijkst carrière te maken.

Complotdenkers hebben als axioma dat de burger moet doen wat hij of zij wil en door de overheid met rust gelaten moet worden. Daarbij wordt individuele vrijheid boven de democratisering van de maatschappij gesteld. Complotdenkers hebben als uitingsvorm de sociale media waar ze zich onder dekking van de gevestigde journalistiek kunnen profileren en kunnen tooien met een semi-serieuze, journalistieke bedekking om het proces door te komen. In het verlengde daarvan kunnen complotdenkers doorbreken naar gevestigde media die zich in een positie laten dwingen om ruimte te geven aan complotdenkers die de geloofwaardigheid van de journalistiek ondergraven. Complotdenkers kiezen vanuit de weg van de minste weerstand een carrière in een sector waar de normale maatschappelijke verhoudingen en startkwalificaties het minst zwaar wegen: niet-reguliere religie en spiritualiteit. Bovenzinnelijkheid valt niet te toetsen zodat beweringen altijd kloppen.

Foto: ‘A giant crop circle that apparently appeared out of nowhere has drawn crowds of people to a farmer’s field in Northern France.’ In: EuroWeeklyNews, 12 juli 2020.

Ruth Ben-Ghiat waarschuwt voor Trump en concludeert dat de VS geen democratie is. Gevestigde journalistiek negeert dat goeddeels

with 3 comments

Al in 2016 waarschuwde hoogleraar geschiedenis John McNeill voor het fascistische gehalte van Trump. Later herhaalde hoogleraar Timothy Snyder die waarschuwing. President Trump was volgens hem opgeschoven van tovenaarsleerling naar een autoritaire leider die zich boven de wet verheven voelt en de waarheid verdraait. Trump zet anderen op dat pad van autoritarisme en het herschrijven van de geschiedenis. Door de recente inzet van ongeregelde, anonieme federale troepen in Portland (tegen de wens van de lokale autoriteiten in) en dreigementen dat in Seattle of Chicago te herhalen scoort Trump extra langs de fascistische meetlat.

Het kan het publiek niet meer ontgaan. In 3,5 jaar tijd is Trump geëvolueerd van een semi-fascist naar een volbloed fascist. In augustus 2017 schatte ik aan de hand van de kenmerken van McNeill in een commentaar Trump nog in als een driekwart-fascist. Ik merkte toen op: ‘Tegelijk blijft Trump aan de passieve kant wat het gebruik van binnenlands geweld betreft. Hij keurt het niet af, maar propageert het evenmin actief.’ Dat is veranderd sinds de inzet van ongeregelde, federale troepen met het gebruik van traangas tegen geweldloze demonstranten in Lafayette Park in Washington DC op 1 juni 2020.

De verwijzing naar het fascisme wordt gebruikt om te waarschuwen voor een tweede termijn van Trump die kwalijke gevolgen zal hebben voor de Amerikaanse democratie. Zo publiceerde journalist Jonathan Greenberg op 10 juli 2020 een artikel met de onheilspellende titel ‘Twelve signs Trump would try to run a fascist dictatorship in a second term’. Het is de hoogste tijd voor de inventarisatie van Trumps kwade bedoelingen.

Weer een andere hoogleraar geschiedenis Ruth Ben-Ghiat gebruikt voor Trumps optreden in een interview met Salon het begrip ‘fascistic’ om de hedendaagse verschijningsvorm te onderscheiden van de historische. Dat gebruikt ze om te zeggen dat wat Trump en zijn medestanders nu doen gerelateerd is aan de kenmerken van het fascisme maar er niet mee samenvalt. Want er zijn verschillen. De VS onder Trump zijn geen eenpartijstaat en er is nog steeds een vrije pers. Hedendaags fascisme manifesteert zich anders en is daarmee niet minder omvattend en schadelijk. Opvallend is het dat historici als McNeill of Ben-Ghiat die het Italiaanse fascisme hebben bestudeerd of Snyder die een expert is op het gebied van het Sovjet-autoritarisme met een waarschuwing komen. Zij zijn door hun historische expertise in staat om te zien wat het Amerikaanse publiek, journalistiek en politiek niet ziet. Namelijk dat onder Trump de VS is opgeschoven richting autoritarisme.

De journalistiek krijgt opvallend genoeg de meeste kritiek in de vraag van Chauncey Devega aan Ben-Ghiat. Interviewer en geïnterviewde verwijten de gevestigde journalistiek onvoldoende inzicht te hebben in de stand van zaken van de Amerikaanse democratie en Trumps intenties. Tegen alle feiten in blijven ze hoop uitventen en concentreren ze zich op de competitie tussen Trump en Biden, Republikeinen en Democraten. Waarbij ze geen aandacht voor en besef hebben voor de rode lijn achter de verschijnselen: het toenemende autoritaire karakter van de Amerikaanse democratie. Kunnen ze per definitie de ‘fascistic’ tendenzen niet onderscheiden?

Zelfs Nederland kent zo’n goedprater die de ernst van de situatie in de VS negeert. De aan kennisinstituut Clingendael verbonden commentator Willem Post sust met bezwerende praatjes het televisiepubliek in slaap. In een commentaar van november 2016 viel ik hem aan naar aanleiding van een in mijn ogen naïef artikel in NRC waarin hij stelde dat het wel mee zou vallen met Trump. Ik antwoordde daarop: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ Kortom, onnozelheid alom.

Foto 1: ‘Yes man: mask of Mussolini on the façade of the Fascist Part Headquarters, Rome, 1934.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRuth Ben-Ghiat on Trump and the bitter American truth: “We do not have a real democracy”’ in Salon, 23 juli 2020.

%d bloggers liken dit: