George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘NRC

DDS is agitatie voorbij en in een glijvlucht richting amusement en tijdverdrijf terechtgekomen waarbij desinformatie vooral verwart

with 3 comments

Je kunt er op twee manieren tegenaan kijken. Of het radicaal-rechtse opinieplatform De Dagelijkse Standaard (DDS) dat zich identificeert met alt-right doet vol opwinding en spektakel aan opruiing en volksmennerij en zet de achterban bekwaam op tegen de gevestigde macht. Of DDS is de agitatie en politieke voorlichting voorbij en is in een glijvlucht richting amusement en tijdverdrijf terechtgekomen waarbij desinformatie het unieke verkooppunt is. DDS informeert de achterban zo slecht dat het die achterban niet machtigt voor de strijd met de macht, maar juist verzwakt. Dit is des te schrijnender omdat het marketingbedrijf MediaBookers meent dat het lezerspubliek ‘hoger opgeleid’ is. De claim dat de artikelen en interviews voor ‘deining in medialand’ zorgen maakt het er nog onwaarachtiger op. DDS met hoofdredacteur Michael van der Galien lijkt nog vooral in gesprek met zichzelf te zijn, zelfs niet met de achterban die op de koop toe wordt genomen.

DDS heeft het financieel lastig omdat grote adverteerders zijn afgehaakt, maar toch is het opvallend dat Vattenfall-dochter NUON adverteert op DDS. Vattenfall dat in een recent NRC-artikel wordt beschuldigd van bevoordeling van Siemens door onregelmatigheden bij aanbestedingen en het onder druk zetten van het eigen personeel om aan die fraude mee te werken. Die dochter NUON van dat Vattenfall adverteert dus op DDS.

In het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van 11 februari 2019 richt Van der Galien zijn pijlen op Erik Mouthaan, de VS-correspondent van RTL Nieuws. Wat zijn vijandigheid verklaart is onduidelijk. Dat Mouthaan wel eens is aangeschoven bij MSNBC-presentator Rachel Maddow die in haar show nauwgezet de onderzoeken tegen president Trump volgt en analyseert verklaart mogelijk Van der Galiens schuim op de lippen. De lezer van DDS is het kind van de rekening bij het vereffenen van deze persoonlijke rekening en moet het als ‘hoger opgeleid lezerspubliek’ doen met zo’n artikel dat de lezer informeert noch middelen tot desinformatie biedt, maar vooral in verwarring brengt. Dat kan niet de opzet van een geslaagde agitator zijn die de gevestigde orde wil afbreken. Met dank aan NUON.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 februari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van informatie van MediaBookers over adverteren op DDS.

Foto 3: Schermafbeelding van advertentie ‘Nuon Powerdeal: € 250,- korting en 5% Blijven Loont-korting op stroom’ van NUON zoals die door doorklikken wordt opgeroepen op 11 februari 2019 bij het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ op DDS, 11 februari 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van mijn reactie bij het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 februari 2019.

Zie hier voor stemgedrag van senator Amy Klobuchar in het 115de en 116de congres (januari 2017 – heden).

Advertenties

Amerika-deskundige Willem Post zit op zijn praatstoel bij WNL

with 2 comments

Amerika-deskundige Willem Post is een merkwaardige commentator. Vooral omdat hij met zijn opinies haaks staat op het gezond verstand. In een commentaar van 17 november 2016 als reactie op het NRC-artikel ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’ van Post schreef ik over hem het volgende: ‘Of Trump binnen de lijntjes zal blijven is precies de hamvraag die onderzocht dient te worden en niet bij voorbaat beantwoord kan worden. Een goede analyse houdt slagen om de arm en trekt de lijn door die volgt uit de voorgeschiedenis. En verbindt die met actuele ontwikkelingen. Allerlei Amerika-dekundigen gaan ervan uit dat Trump netjes tussen de lijntjes van het politieke spel zal blijven. Hoe ze dat kunnen weten terwijl hij nog niet eens officieel gekozen of in functie is getreden is de vraag. Ze kunnen dat helemaal niet weten. De randvoorwaarden en voortekenen zijn niet gunstig. Trump is niet gekwalificeerd voor het presidentschap, heeft geen bestuurlijke of politieke ervaring, vertoont semi-fascistisch gedrag, heeft zijn partij beschadigd en vertrouwt op getrouwen waarvan zijn familie -schoonzoon Jared Kushner en dochter Ivanka- de kern vormt.’

Posts bijdrage aan WNL grossiert in ongerijmdheden. Het item lijkt vanzelf in slaap te vallen, waarbij de interviewster die niet van de hoed of de rand lijkt te weten evenmin helpt om dit dynamisch op een hoger peil te brengen. Zo zegt Post dat president Trump wil samenwerken op het gebied van infrastructurele werken, maar de praktijk van de afgelopen 2 jaar leert dat Trump geen enkel initiatief op dat gebied heeft genomen. Dat is allang een gepasseerd station. Waarom zou Trump na 2 jaar hier ineens wel een toenaderingspoging van maken? Posts observatie dat de State of the Union ‘een soort toenaderingspoging van Trump’ was is een inschatting uit het ongerede die weinig met een realistische analyse te maken heeft. Want gooide Trump niet de beuk erin door een dreigende, partijpolitieke en ongrondwettelijke lijn te kiezen toen hij zei: ‘If there is going to be peace and legislation, there cannot be war and investigation’? Dat is het omgekeerde van een toenadering, dat is het verklaren van de oorlog. Met deze observatie staat Post haaks op alle commentatoren die menen dat Trump zich na de grote nederlaag in de tussentijdse verkiezingen van november 2018 ‘niet opnieuw kan uitvinden’ zoals bijvoorbeeld Bill Clinton in 1994 wel kon na een forse Democratische nederlaag.

Ook over de muur zit Post ernaast. Trump heeft afgelopen tijd zijn omschrijving van de muur al meermalen aangepast naast het feit dat hij de omschrijving ervan nooit volledig beschreven heeft. En door de opstelling van de Republikeinen in het congres die ‘geen eetlust’ hebben in verdere verslechtering van de peilingen door een tweede sluiting van de overheid is het onwaarschijnlijk dat er een tweede ‘shutdown’ van de overheid komt, zoals Post oppert. Tot Amerika-deskundige Willem Post is het allemaal nog niet doorgedrongen.

Voor stabiliteit van Nederland is het gewenst dat de verkoop van kunst uit nationaal bezit door Oranjes stopt. Wat doet de politiek?

leave a comment »

Het zijn geen radicale gekkies die kritiek uiten op het handelen van prinses Christina. Zij is lid van de koninklijke familie. Het zijn gevestigde burgers zoals museumdirecteuren, de Vereniging Rembrandt of een kunsthandelaar als Bob Haboldt die kritiek hebben op de verkoop van kunstvoorwerpen door Christina op een veiling bij Sotheby’s in New York. Als vanouds is de steun voor de monarchie het grootst bij het volk, maar lijkt dat de afgelopen jaren vervangen te zijn door een progressieve elite die de retoriek van het nieuwe koningspaar volgt. Dat is flinterdunne steun die sterk zou kunnen afnemen als de progressieve elite beseft dat Máxima zich altijd heeft geïdentificeerd met rechts-extremistische personages als priester Rafael Braun en de beeldvorming over de Oranjes valse elementen bevat. De uitverkoop van kunst door leden van de koninklijke familie om te kunnen voorzien in een luxe levensstijl lijkt geen aanbeveling om de steun van een progressieve elite te behouden. Het volk dat geen goed woord over heeft voor een koningshuis dat in haar kosmopolitisme is losgezongen van Nederland zal zich vermoedelijk niet storen aan de verkoop van kunst uit Nederlands kunstbezit, maar wel aan het eigenbelang van een koninklijke familie die zich niets aantrekt van Nederland.

Critici uit de kunstsector houden zich aantoonbaar in, maar hebben geen goed woord over voor Christina’s gedrag dat op zichzelf gericht is en niet op de Nederlandse samenleving. Dat straalt negatief af op de Nederlandse monarchie. Vooral omdat de verkoop niet op zichzelf staat en leden van de koninklijke familie of het koninklijk huis recent eerder kunst die deel uitmaakte van het Nederlands kunstbezit om commerciele redenen hebben verpatst. Aan de fundamentele vraag of het in deze gevallen om privébezit gaat of om nationaal bezit dat op oneigenlijke en bewust onduidelijk gehouden redenen in het bezit van de koninklijke familie is gekomen durven politieke partijen en de maatschappelijke elite niet hun handen te branden.

Zo resteert op dit moment een tussenpositie. Het koninklijk huis en de koninklijke familie reageren in het openbaar niet op maatschappelijke kritiek. En de kritiek houdt zich vanwege twee redenen in. Om de macht van de Oranjes niet te trotseren en om geen politieke en maatschappelijke effecten in gang te zetten die niet meer te stoppen zijn en munitie geeft aan de opkomst van nationalisten, gele hesjes en rechts-populisten.

Voor de stabiliteit van Nederland zou het verstandig zijn dat zich gevallen zoals de verkoop van kunstbezit (waarover ook twijfels bestaan over herkomst en verwerving) door Christina nooit meer voordoen. Dat kan op twee manieren. Door het instellen van een adviserende ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijk Huis‘ dat door (kunst)historisch onderzoek uitpluist of de toeschrijving van het kunstbezit van de koninklijke familie juridisch terecht is. Zo niet, dan dient het eigendom van de kunst zonder compensatie voor de koninklijke familie aan de Nederlandse staat toegeschreven te worden. En door het ondertekenen van een convenant waarbij alle leden van de koninklijke familie zich verplichten om hun kunstbezit dat van nationaal belang is niet eenzijdig en buiten overleg met de Nederlandse museumsector te laten veilen op de commerciële markt.

Pseudo-conservatisme van Trump, May en Rutte krijgt kritiek. Ze dienen hun partij en land niet, maar voeren het richting tegenspoed

with one comment

Het jaar 2016 kende twee politieke verrassingen waarvan de werking nog steeds niet helemaal uitgewoed is. Dat waren uiteraard in juni de uitslag van het Britse Brexit-referendum over de uittreding uit de EU en de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president in november. Er zijn overeenkomsten tussen deze twee gebeurtenissen. De marges waren uiterst smal. De rechtmatigheid van de Leave-campagne voor de Brexit en de Trump-campagne worden 2,5 jaar later door een reeks onregelmatigheden nog steeds betwist. Het inzicht wint steeds meer terrein dat Trump uitsluitend door de illegale Russische inmenging heeft kunnen winnen. De speciale aanklager Robert Mueller en onderzoeken van congrescommissies brengen dat in kaart. In het VK was miljonair en sponsor van UKIP Arron Banks niet zo vermogend was dat hij de 8,4 miljoen pond die hij in de Leave-campagne stopte zelf verschafte. Waar dat geld dan wel vandaan kwam is nog steeds onduidelijk. Banks wil het niet zeggen. De parlementscommissie Collins vermoedt uit de Russische Federatie.

Een andere overeenkomst die nog steeds na-ebt is het bederf van de twee conservatieve partijen die in 2016 de slag wonnen, maar hun ziel lijken te hebben verloren. Ze zijn de richting van het populistisch-nationalisme ingeslagen en hebben traditionele conservatieve waarden (fiscale discipline, respect voor grondwet, vrijheden) overboord gezet. De felste kritiek op de Amerikaanse Republican Party (ook GOP genoemd: Grand Old Party) en de Britse Conservative Party (ook Tories genoemd) komt opvallend genoeg niet van tegenstanders zoals de Democraten in de VS of de sociaal-democraten (Labour) in het VK. Maar van conservatieven die zich als de echte conservatieven profileren, zoals in de VS Max Boot, Bill Kristol, Joe Scarborough of George Will. Ze vrezen dat president Trump de GOP de vernieling in helpt en de partij blijvend vervreemdt van een hele, nieuwe generatie. In het VK zegt de centrum-rechtse Matthew d’Ancona over de Tories in een artikel in The Guardian: ‘Ik ben niet bekeerd. Mijn waarden zijn niet veranderd. Maar de conservatieve partij verandert in iets dat ik vreemd en afstotend vind. Zoals een galjoen als vlaggenschip, onder de waterlijn doorboord, vaart het koppig weg; het sleept de natie mee naar een storm van ongekende tegenspoed, gevaar en pijn.’

Een partij die zijn ziel verliest, krijgt die niet zomaar terug. Deze twee conservatieve partijen zijn bezig het vertrouwen van de kiezers te verspelen. Het partijbelang gaat voor het landsbelang, en bij president Trump is het nog kwalijker: zijn eigenbelang gaat voor het partijbelang. Met trucjes als procedures, manipulatie van (sociale) media, overtreding van verkiezingsregels en illegale samenwerking met buitenlandse machten, kiezersonderdrukking of -ontmoediging kunnen partijen hun houdbaarheidsdatum oneigenlijk oprekken, maar uiteindelijk is ook daar de rek uit. Beide partijen hebben het immense geluk dat de oppositie in hun landen er totaal niets van bakt. Hoewel in de VS sinds Nancy Pelosi voorzitter van het Huis is en Trump met de domme sluiting van de overheid de Democraten op een hoop heeft gejaagd dat mogelijk verandert. In het VK spreekt de radicaal-linkse Jeremy Corbyn de meerderheid aan kiezers of de linkse Tories totaal niet aan.

In zijn columnBrexit, shutdown: het Angelsaksische model is kapot. Zie je dit niet, Dijkhoff?’ van 19 januari 2019 in NRC neemt Tom-Jan Meeus het optreden van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff en de VVD de maat. De VVD is nog zo’n conservatieve partij die de richting van het populistisch-nationalisme is ingeslagen. Meeus verwijt Dijkhoff ‘Angelsaksische spektakelleegte’. De VVD opent electorale campagnes doorgaans vroeg en richt zich op het neutraliseren van de concurrentie op rechts (PVV, FvD) met voorbijgaan aan en schoffering van de partners in het kabinet Rutte III (CDA, D66, CU). In dit geval over het klimaatakkoord waar Dijkhoff op terug leek te komen. De huidige VVD symboliseert de tactiek van de korte klap die leidt tot een strategie van zelfvernietiging. Het is de houding die vorm boven inhoud plaatst. Meeus: ‘Het standpunt is ondergeschikt aan het verlangen om met drama aandacht te genereren. Meeliften met de ophef, de nieuwsgekte, de twitterhysterie. Spektakelleegte.’ en ‘Maar het punt is: uitgerekend dezer dagen blijkt dat die methode failliet is. In zowel het VK als de VS vernietigt het spektakelverlangen van politici de belangen van hun landen.’

De paradox is dat conservatieve partijen als de GOP, Tories en de VVD (die zich presenteert als liberaal, maar voor die etikettering steeds minder weinig bijval krijgt) het tegendeel doen van wat ze pretenderen. Overigens zijn er ook verschillen tussen de partijen die er vooral mee te maken heeft dat de VS voorloopt in ontwikkeling en de partijen in de beide andere landen nog in een vroegere fase zitten. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze zich niet sterk maken voor de traditionele waarden van hun land of politieke stroming, maar die vanwege partijbelang overboord gooien. Een ontwikkeling die al in gang gezet is in de jaren 1980. Dat is niet zozeer het failliet van het conservatisme dat in de authentieke vorm binnen de democratische rechtsstaat bestaansrecht heeft, maar van pseudo-conservatieve partijpolitiek die geen afstand meer wil doen van de macht en met voorbijgaan aan het respecteren van de democratie daar krampachtig aan vasthoudt. Les voor de VVD is dat het maar beter niet op het spektakel van een dood paard op een doodlopende weg kan gokken.

Foto: ‘VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer op 18 december 2018’ Credits: Foto Bart Maat/ANP.

Geldzucht en kunstzinnig gebrek karakteriseren Oranjes. Oproep voor instelling ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’

with 3 comments

Naast gebrek aan culturele belangstelling is geldzucht de tweede zwakke plek van de Nederlandse koninklijke familie. Om niet te zeggen een smet op het blazoen dat het zelf graag opgepoetst ziet. Het is tijd voor twee debatten die met elkaar verband houden. Namelijk de vraag of de uiterste houdbaarheidsdatum van de Nederlandse monarchie is bereikt en of zo’n instituut nog wel bij de huidige tijd past. Inclusief het principe van erfopvolging dat haaks op dat van de democratie staat. De monarchie is een ondemocratisch instituut. Daar zou een breed maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden waarbij opgelet moet worden dat de Oranje-propaganda via bevriende media niet dat debat naar zich toetrekt zoals tot nu toe gebeurt. Ik ben nog steeds verbaasd over alle journalistieke hielenlikkers, jaknikkers en hermelijnvlooien die bij de troonsafstand van toenmalig koningin Beatrix in 2013 haar bewierookten. Gemeten steun voor de monarchie bedraagt 68%.

Een bijkomende vraag is hoe en wanneer de kunst, bezittingen en het vermogen dat de koninklijke familie beheert in de administratie van de koninklijke familie is gekomen en welk deel een bruikleen van die staat is. Het is nu de hoogste tijd dat over het werkelijke eigendom duidelijkheid ontstaat. Om dat voor de kunst te onderzoek pleitte ik in een commentaar onlangs voor een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ met de volgende motivatie: ‘De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd.’

Arjen Ribbens van NRC is in deze kwestie gedoken en onthult in een artikel van 24 januari dat de Oranjes in stilte kunst verkochten aan het Rijk. Daar is door de politiek nooit ruchtbaarheid aan gegeven. NRC: ‘De overheid kocht de cultuurgoederen om te voorkomen dat de koninklijke familie ze aan derden zou verkopen.’ Dit is een voor de Nederlandse koninklijke familie beschamend en beschadigend feit. Eruit blijkt namelijk dat geldzucht en zelfverrijking van leden van de koninklijke familie haaks staan op het algemeen belang van Nederland. Zoals Ribbens in onderstaand citaat constateert gaat het hier niet om een toevallig incident, maar om een stelselmatige situatie gedurende vele jaren waarbij verschillende leden van de koninklijke familie betrokken zijn. Het lijkt de leden van de koninklijke familie vooral te ontbreken aan een gezonde mentaliteit.

Wat te doen in een sfeer waarin politieke partijen beschroomd, om niet te zeggen doodsbenauwd zijn in hun omgang met de Oranjes en de gevestigde media welhaast als gelijkgeschakeld kunnen worden beschouwd in hun lofzang op het koninklijk huis? Mede omdat nu een geloofwaardige republikeinse factie ontbreekt en de vrees voor het rechts-populisme mogelijke critici doet zwijgen. Er valt door nalatigheid en het bederf van politiek en media wat de monarchie betreft op dit moment geen eerlijk en open debat te verwachten over de rol van de monarchie, en in het verlengde daarvan over bezittingen die het ten onrechte heeft geconfisqueerd en te gelde heeft gemaakt. Arjen Ribbens en NRC zijn trouwens de uitzondering op de regel. Dat geeft hoop dat dit debat ooit volwassen en evenwichtig zal worden kunnen gevoerd. De twee aspecten, namelijk het (kunst)bezit van de koninklijke familie en de levensvatbaarheid van de monarchie lijken elkaar te beïnvloeden.

Het is op dit moment zo dat kritiek op de monarchie vanuit de middenpartijen niet frontaal wordt geuit omdat dit door de machtspositie van de monarchale groeperingen zo goed als vruchteloos is, maar dat de kritiek het onrechtmatig kunstbezit, het ontzamelen en de schraapzucht van diverse leden van de koninklijke familie zou kunnen aangrijpen om een nieuw, zijdelings front van kritiek tegen de monarchie te openen. Als dat leidt tot het instellen van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ dan dient dat een drieledig doel: er komt duidelijkheid over wantoestanden die leden van de koninklijke familie hebben veroorzaakt; Nederlands kunstbezit wordt beter beschermd en onder het beheer van de Nederlandse Staat gebracht; de bewustwording over de wezenlijke rol van de monarchie wordt verdiept en verscherpt en geeft media en politiek de ruimte om afstand te nemen en onafhankelijker én zelfbewuster van de lange arm van de Oranjes te functioneren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ in AD, 25 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ van Arjen Ribbens in NRC, 24 januari 2019.

Domme hooggeleerdheid van Beatrice de Graaf in NRC-column

leave a comment »

Hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht Beatrice de Graaf vind ik de domste hooggeleerde van een vakgebied waar ik enig zicht op heb. Als ze het over actuele politiek heeft ben ik het over het algemeen niet alleen inhoudelijk met haar oneens, maar begrijp ik evenmin de stappen die ze in haar betogen zet. Of dat nou in haar NRC-column is of in een openbare lezing. Vooral als ze het heeft over de Russische Federatie, Duitsland of hedendaags terrorisme word ik een beetje hopeloos van Beatrice de Graaf.

Neem de NRC-columnEer, worst en kaviaar’ met de volgende uitspraak over Merkel en Putin: ‘Experts en diplomaten zullen dan onderstrepen hoe zeer hun onwillige, maar vasthoudende overleg in de jaren van de Krim-oorlog heeft bijgedragen aan conflictbeheersing en doorgaande economische uitwisseling. Waarom is dat nu voor tijdgenoten dan nog zo slecht zichtbaar?’ De Graafs claim is dat ze ziet wat experts niet zien. Dat getuigt niet van valse bescheidenheid. Is die claim terecht of een slag in de lucht? Met betrekking tot Merkel kan nog begrepen worden dat ze door de vele tegenstrijdige belangen (Duitse economische positie en lobby, Duitse relatie met Kremlin, Translatlantische relatie) die ze vertegenwoordigt net als Frankrijk (Minsk-overleg) tot overleg met Putin gedwongen is. Maar diens ‘vasthoudendheid’ lijkt een totaal andere reden te hebben.

Deze uitspraak roept ook de vraag op wat de grenzen aan de geschiedschrijving zijn. Hoever kan die aan de hand van het verleden naar de toekomst opgerekt worden zonder te vervallen in koffiedik kijken en fabuleren? Onder de stilzwijgende verwijzing naar haar functie en vakgebied die netjes onderaan de column genoemd worden gedraagt De Graaf zich als de waarzegster van de actuele politiek. Maar dat laatste heeft per definitie niets met geschiedschrijving te maken omdat het de verre toekomst meent te kunnen interpreteren.

Het antwoord op de vraag waarom de in de ogen van De Graaf relatieve vrede van de nu al sinds 2014 durende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie zo slecht zichtbaar zou zijn, geeft ze zelf: ‘Omdat wij door de spiegel van onze eigen westerse, Nederlandse of Europese identiteit kijken. In die reflectie van individuele vrijheid en waardering voor inspraak en overleg kan het rauwe en provocerende gedrag van de Russische machthebbers, generaals en spionnenchefs heel barbaars ogen.’ Is hier behalve een hoog Alice in Spiegelland-gehalte van de wereld achter de spiegel sprake van een Stockholm-syndroom waarin De Graaf zich niet alleen vereenzelvigt met het rauwe gedrag van de Russische machthebbers, maar dat ook goedpraat?

Suggereert De Graaf dat universele waarden zoals individuele vrijheid en meningsuiting wel voor inwoners van westerse staten gelden, maar niet voor de inwoners van autoritaire landen als de Russische Federatie? Het gedrag van Russische machthebbers tegenover binnen- en buitenlandse opponenten ‘oogt’ niet alleen barbaars, maar ‘is‘ dat volgens de universele waarden, wat burgerrechten en de internationale rechtsorde, wat internationale normen betreft. Elders op sociale media gaf ik vandaag de volgende reactie:

Doorgaans begrijp ik De Graaf niet als ze het over Europese veiligheidspolitiek heeft. Ook deze keer niet in haar column ‘Eer, worst en kaviaar’. De blinde vlek van De Graaf blijft dat ze staatsterrorisme niet benoemt of zelfs signaleert en dat haar neo-realistische geschiedopvatting de rechtsorde ondergeschikt maakt aan de machtsverhouding tussen staten. Het merkwaardige is dat De Graaf in haar column correct de feiten aandraagt, maar er vervolgens zelf de enig logische conclusie niet uit weet te trekken. Want ja, de Russische president heeft sinds 2000 zijn land niet weten te moderniseren en hervormen, maar nee, De Graaf stelt hem daar niet direct voor verantwoordelijk.

De echte Russische eer zou zijn als het Kremlin zou stoppen het land en de inwoners te behandelen als een wingewest voor eigen profijt en er een eer in zou leggen om het land en de bewoners vooruit te helpen. De Graaf relativeert en stelt tegenover de roofstaat van Putin, de eventuele chaos en het machtsvacuüm na Putin. Dat is goed mogelijk, maar het kan ook anders. De toekomst van de Russische Federatie na Putin kan ook lopen via hervorming, modernisering, de opbouw van rechtsstaat en democratie.

Zo helpt ze er onbewust aan mee de verkeerde agenda te agenderen. Feit dat De Graaf blijft hangen in de extrapolatie van Putin met meer (of erger) van hetzelfde geeft de geslotenheid van haar denken aan. Als NRC-abonnee kan ik haar column goed missen en vraag ik me telkens af om welke reden de hoofdredactie haar nou eigenlijk in de arm neemt. Om aan te tonen in hoeverre De Graaf er deze keer weer naast zit?

Foto: Schermafbeelding van deel columnEer, worst en kaviaar’ van Beatrice de Graaf in NRC, 7 december 2018.

Hoe uitsluitend is de tegenstelling tussen identiteitspolitiek en sociaal-economische politiek? Vraag én antwoord aan Ian Buruma

with 2 comments

Reactie op het artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in de NRC van 8 november:

Mee eens dat in het centrum de meeste stemmen zijn te halen voor de Democraten. Dat wezen de tussentijdse verkiezingen uit, waar gematigde kandidaten het het beste deden. Velen zien daarin voor 2020 een goede uitgangspositie voor voormalig vice-president Joe Biden. Dat is niet het hele verhaal. Ian Buruma beperkt zich tot de tegenstelling radicaal-gematigd en gaat niet in op andere tegenstellingen die erop van invloed zijn.

Het verwijt dat Democratische congresleiders als Nancy Pelosi en Chuck Schumer treft is dat ze ‘corporate’ zijn. Hillary Clinton die met haar januskop van linksig lullen en rechts vullen bij velen haar geloofwaardigheid verspeelde is daar het treffende voorbeeld van. Deze Democraten zitten in het ergste geval in de zak van het bedrijfsleven of schurken daar op z’n minst tegen aan. In dit verband is het veelzeggend dat de grootste Democratische sponsor Tom Speyer die zich kan meten met Republikeinse sponsors als Sheldon Adelson en de Koch broers zich niet alleen ziet als ‘kingmaker’, maar ook zelf ambities heeft om presidentskandidaat te worden in 2020. Hetzelfde schijnt te gelden voor Mike Bloomberg. Dit tekent de gebreken van het politieke bestel van de VS, namelijk de allesbepalende macht van het grote geld en miljardairs die de politiek opkopen. De financiering gaat via zogenaamde ‘Super PACs’ die nauwelijks aan voorwaarden zijn gebonden en sinds 2010 door enkele gerechtelijke uitspraken almachtig zijn en het politieke systeem in bezit hebben genomen.

Buruma neemt niet in overweging dat identiteitspolitiek van radicaal-links ook een antwoord is op de macht van het grote geld binnen de Democratische partij. Ofwel, identiteitspolitiek is meer dan identiteitspolitiek. De allesbepalende rol van sponsors als Steyer en Bloomberg trekt de partij naar rechts omdat deze miljardairs met hun economische belangen de status quo verdedigen. Identiteitspolitiek valt daarom op te vatten als een reactie uit machteloosheid én een afleiding. Want wie beseft geen invloed te hebben op sociaal-economische factoren als inkomensverschillen en machts- en eigendomsverhoudingen omdat dat voorbehouden is aan het bedrijfsleven en rijke sponsors die op een hoger politiek niveau opereren kiest uit chagrijn en opstandigheid eieren voor z’n geld in de wel toegestane en haalbare invloed op de sociaal-culturele identiteitspolitiek. Als het niet voor zichzelf is als witte man, dan voor anderen met wie men zich identificeert. De macht gebruikt die identiteitspolitiek als afleiding en uitlaatklep om het debat over sociaal-economische aspecten te blokkeren.

De aan de Democratische partij gelieerde ‘onafhankelijke’ Senator Bernie Sanders die door de ‘corporate’ Democraten niet echt wordt vertrouwd, laat staan in het hart wordt gesloten, probeert de sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten te integreren. Vanwege de focus en achtergrond van zijn supporters kan hij niet om de identiteitspolitiek heen en is dat trouwens ook een prima middel om kiezers mentaal aan hem te binden. Maar de hoofdzaak voor Sanders is de verandering van sociaal-economische aspecten. In de zin dat de VS egalitairder wordt in de aloude traditie van de Europese sociaal-democratie. Veelzeggend is dat de ‘Britse’ broer van Bernie, Larry Sanders in 2001 de Labour partij verliet omdat die volgens hem onder Tony Blair te ver naar rechts ging. Lees: te dicht tegen het bedrijfsleven aanschurkte. Dat is ook de overtuiging van Sanders en progressieve Democraten als Senator Elizabeth Warren of Keith Ellison.

De identiteitspolitiek van radicaal-linkse kandidaten als Alexandria Ocasio-Cortez die zich in de hemisfeer van Sanders bevinden kan opgevat worden als meer dan identiteitspolitiek alleen. Hoewel ze dat zelf niet in het openbaar toegeven. Het is ook de beschermende laag om harde sociaal-economisch aspecten door de maag te krijgen en in het organisme te laten belanden. Identiteitspolitiek hoeft geen doel op zichzelf te zijn en staat in sommige gevallen wel, maar in andere gevallen geenszins haaks op gematigde politiek. Daarom kan op termijn identiteitspolitiek die deels ontstaat uit machteloosheid en deels uit berekening, samengaan met een gematigd sociaal-economisch programma dat probeert in te breken in een dichtgetimmerd politiek bestel waarin de ‘gewone burgers’ op de belangrijkste sociaal-economische aspecten zijn buitengesloten.

Identiteitspolitiek is voor links-radicalen binnen de Democratische partij nu het enige beschikbare middel om via een omweg de partij te bevrijden uit de greep van centrum-rechtse, ‘corporate’ Democraten die vanuit een oogpunt van camouflage en afleiding zich eveneens -weliswaar halfslachtig en onoprecht- omhullen met de mantel van de identiteitspolitiek. Het is aan het toekomstige leiderschap van de Democratische partij om het middel (identiteitspolitiek) te scheiden van het doel (sociaal-economische gelijkheid). Hoewel emancipatie van minderheden op zichzelf een doel is dat gezien de lastige politieke situatie echter beter op een indirecte en minder polariserende wijze bereikt kan worden door vol in te zetten op de verbetering van de economische positie (zorg, arbeidsmarkt, belastingsysteem, onderwijs, huisvesting) van alle burgers. Links én rechts.

Identiteitspolitiek gaat niet uitsluitend om emancipatie van individuen, maar betreft als hoogste doel ook de emancipatie van de samenleving. Dat laatste is zwaarwegender. Het zal binnen afzienbare tijd niet lukken om dat te realiseren omdat nooit iemand vrijwillig macht opgeeft. Sociaal-culturele identiteitspolitiek van individuen zal daarom voorlopig nog blijven bestaan als afleiding voor machtigen en als uitlaatklep voor onmachtigen. Datzelfde geldt ook voor radicaal-rechts. Laten we hoe dan ook beseffen dat identiteitspolitiek niet altijd is wat het lijkt en best kan dienen om het redelijke midden te bereiken. Dat nu voor burgers via eigen actie onbereikbaar is door een gecorrumpeerd politiek systeem. Als het bereiken ervan niet via de kortste en in beginsel de meeste eigenlijke weg kan, loopt het via de omweg van de identiteitspolitiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in NRC, 8 november 2018.