George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Terugvaloptie

Directeur MOA bespeelt de Utrechtse raad met ongegronde claims en onnauwkeurigheden

with one comment

Volgens de Museumcijfers 2015 van de NMV hebben Nederlandse musea gemiddeld 47% eigen inkomsten. En dus 53% subsidie. Directeur Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd (MOA) zegt in een interview met Utrecht.nieuws.nl dat haar museum over 2016 75% eigen inkomsten had. Of preciezer gezegd beweert ze dat het museum in 2016 ’75 procent van onze kosten zelf heeft terugverdiend’.  Dat is een opvallend hoog cijfer. Het zou een unicum zijn in Nederland. De bewering valt echter op dit moment niet te controleren omdat de jaarrekening 2016 nog niet is gepubliceerd. Volgens de Publicatieverplichting van de ANBI moet een jaarrekening op uiterlijk 1 juli van het volgende jaar gepubliceerd zijn. Aan de hand van de jaarrekening 2015 van het MOA (zie bovenstaande tabel) is wel na te gaan of de claim van directeur Ploum klopt.

Ter oriëntatie: Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam met een een groter aantal bezoekers en meer inkomsten uit entreegelden, een zelfstandige en eigen horeca (in vergelijking met de aparte De Veldkeuken) en een uitgebreide fondsenwervings- en hospitalityafdeling had volgens het jaarverslag 2015 51,6% aan eigen inkomsten. Hoe het MOA zonder dat alles tot 75% eigen inkomsten kan komen is de vraag.

De totale kosten in 2015 bedroegen € 652.745. Als de claim van Ploum klopt, dan zouden de 75% eigen inkomsten € 489.000 moeten bedragen. Onder eigen inkomsten worden doorgaans inkomsten uit Entree, Sponsoring, Horeca en winkel, Giften en Private fondsen verstaan. Omdat de jaarrekening 2015 geen verdeling in eigen inkomsten maakt is dit niet inzichtelijk gemaakt. De accountsverklaring bij de jaarrekening 2015 geeft duidelijkheid en zegt het onderstaande. Gelden die hoofdzakelijk bestaan uit subsidies worden niet als subsidie opgevat. Het kan gerechtvaardigd zijn om ze aan de baten toe te voegen, maar daarmee blijven het wel subsidies die niet opgevat kunnen worden als eigen inkomsten. Daarom klopt voor 2015 de claim van directeur Ploum niet dat het MOA 75% van de kosten terugverdient. Want € 100.000 subsidie opgeteld bij het merendeel van de € 189.170 komt tot een percentage dat over 2015 leidt tot een percentage van hooguit 60% eigen inkomsten. Op voorwaarde dat de rest van de baten als eigen inkomsten gerekend kan worden.

Inkomsten zijn niet het hele verhaal omdat het de financiële positie van het museum buiten beschouwing laat. Het MOA heeft zich in de schulden gestoken met een lening van de provincie Utrecht van €160.000 die eind 2021 moet worden terugbetaald. De positie wordt er in 2021 slechter op als de Amersfoortse bruidsschat van jaarlijks € 75.000 eindigt. Sinds 2014 heeft het MOA nog geen enkel jaar afgesloten met een positief saldo.

Ploum geeft nog twee onnauwkeurigheden waarvan ze kan weten dat die anders luiden. Haar interpretatie van de ‘misgelopen’ subsidie van € 75.000 door een adviescommissie naar aanleiding van het cultuurconvenant 2017-2020 is om twee redenen onjuist. Ten eerste valt het MOA dat in de gemeente Bunnik gevestigd is om formele redenen buiten de voorwaarden van cultuursubsidies van de gemeente Utrecht. Ten tweede is Ploums redenering warrig als ze verwijst naar een motie uit 2012 die het gemeentebestuur opdraagt geen bijdrage aan de exploitatie van het MOA te verlenen. Zelfs als het college dat zou willen, dan kan het dat volgens vastgelegde afspraken niet doen. In antwoord op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) herhaalde het college dat in maart 2016 bij vraag 8: ‘Het college heeft toen bij monde van de wethouder Cultuur aan de gemeenteraad toegezegd dat de gemeente geen subsidie zal verlenen in de exploitatie van het museum. (..) Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie. Wanneer op termijn blijkt dat Museum Oud Amelisweerd qua financiële exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen.’

Over het scenario uit het rapport Van der Vossen zegt Ploum dat het alternatief voor het MOA de openstelling van 10 dagen per jaar onder de hoede van het Centraal Museum is. De variant B2: ‘Light-versie’. Maar zij gaat hiermee voorbij aan variant B1: ‘Integrale versie’ waarvan Van der Vossen zegt: ‘Er zal sprake zijn van programmering gedurende de aantrekkelijke seizoenen, in het totaal ca. 7 maanden per jaar. Werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder regie van het CM.’ (NB: Dit staat los van het voorstel van het college in de Voorjaarsnota 2017 om te kiezen tussen scenario CM light en MOA Aangescherpt. De raad kan het initiatief nemen om er een eigen voorstel tegenover te zetten). Het is een teruggang naar de oude situatie van voor 2012 toen het Centraal Museum landhuis Amelisweerd beheerde en er tentoonstellingen en evenementen organiseerde. Op 13 december 2011 is deze optie in een raadsbrief expliciet als ‘terugvaloptie’ benoemd als exploitant MOA haar ambitie niet waar zou kunnen maken. Alle opties worden geschat extra geld te kosten.

Hoe dan ook is de situatie van het MOA vanaf 2021 lastig als de Amersfoortse subsidie stopt en de provinciale lening van € 160.000 moet worden terugbetaald. Directeur Ploum speculeert erop dat de Utrechtse raad het MOA tot 2021 de tijd geeft. Daarin zou ze wel eens gelijk kunnen hebben. Want de meeste raadsleden en wethouders hebben geen politiek geheugen dat verder teruggaat dan vier jaar. Ze hebben geen idee wat er in 2011 en 2012 is besproken en welke principiële afspraken toen zijn gemaakt. Alleen de beleidsambtenaren hebben dat politiek en bestuurlijk geheugen nog. Maar zij beslissen niet. Daar speculeert directeur Ploum op.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van deel jaarrekening 2015 van het MOA.

DUIC geeft onvolledige voorstelling van zaken over Museum Oud Amelisweerd

leave a comment »

Daar gaat het weer. Een artikel vol gaten in de Utrechtse internetkrant DUIC van een journalist die het ongetwijfeld goed meent, maar zich laat gebruiken. Dat vraagt om een weerwoord. Journalistiek kan maar beter niet gekleurd en onvolledig zijn. Juist in deze kwestie is dat een constante sinds 2010. Mijn reactie:

Tja, waar te beginnen? Dat Museum Oud Amelisweerd in Bunnik is gelegen en dat de gemeente Utrecht het niet eens subsidie zou kunnen geven als het dat zou willen omdat de voorwaarden dat niet toestaan? Raadslid en VVD’er André van Schie heeft daar nog recent op gewezen. Of dat de restauratie van het landhuis Oud Amelisweerd door de toenmalige beheerder Centraal Museum in de jaren ’90 op de rails is gezet en dat de huidige exploitant daar nu de vruchten van plukt? En die zelfs publicitair opeist? Tja, marketing, zo werkt dat blijkbaar voor wie de voorgeschiedenis onvoldoende kent.

Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. En de vooruitzichten voor de jaren vanaf 2021 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro door deze exploitant moet worden terugbetaald zijn eerder slechter dan beter. Toch meende het bestuur van de Stichting MOA geld uit de markt te kunnen halen. Maar dat is nooit gelukt.

Armando? Mw. Ploum heeft jarenlang in ontelbare interviews gerept over de drieslag landhuis/ensemble- Chinees behang – Armando die elkaar zou versterken. Weinig museummensen of kunsthistorici die het geloofden. Oud-hoofdconservator SM en vriend van Armando Rini Dippel vond het een kulverhaal, maar goed het was ‘een verhaal’ als onderdeel van de marketing. En nu Armando afstand neemt van het MOA -omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de levensvatbaarheid ervan- zou er niets veranderen? Ok, een ander verhaal uit de hoge hoed getoverd. Maar is dat nog geloofwaardig voor Utrechtse raadsleden die het willen doorgronden en die prijs stellen op consistentie? Nee.

De auteur geeft een verkeerde voorstelling van zaken of laat zich naïef wat op de mouw spelden door mw. Ploum als hij zich begeeft in een inschatting van de scenario’s. Want het rapport van Gert-Jan van der Vossen kent ook de optie scenario B1: integrale variant waarbij het landhuis Oud-Amelisweerd 7 maanden open is. Logisch, hiermee wordt een weeffout van het MOA hersteld. Want de zomerresidentie is qua klimatisering niet toegerust op de wintermaanden. De auteur laat deze variant B1 om onverklaarbare redenen ongenoemd. Hij gaat alleen in op de light versie. Heeft hij zich wel geïnformeerd en weet hij eigenlijk wel waarover hij praat? Het lijkt er niet op.

De integrale variant B1 is een vervolg en directe vertaling van een raadsbrief van 13 december 2011 met een ‘terugvaloptie’. Dat werd in die brief genoemd indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zouden zijn. Anders gezegd, dit is de bestuurlijk correcte variant waar de Utrechtse raad zich aan te houden heeft als het voldoende politiek geheugen heeft en de eigen besluitvorming volgt.

Dat lijkt aan de orde nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd sinds de opening nog geen enkele keer zwarte cijfers heeft geschreven. En het jaarlijkse exploitatietekort is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die naar buiten wordt gebracht. Die brief schetst voor het vervolg een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Van der Vossen benoemt dat zonder verwijzing naar die bestuurlijke voorgeschiedenis als optie B1. Het is veelzeggend dat Ploum daaraan voorbijgaat en een journalist met een onzinverhaal het bos in stuurt.

Het is te hopen dat zowel het Utrechtse gemeentebestuur als de raad zich goed informeren en een besluit nemen dat rekening houdt met de voorgeschiedenis en de levensvatbaarheid voor de toekomst. Doormodderen kan en is een optie, maar niet in te zien valt wat daar nou echt mee te winnen valt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelMuseum Oud Amelisweerd: zo lang er hoop is, is er leven!’ van Marcel Gieling in DUIC, 26 mei 2017.

Rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ openbaar

with 4 comments

Gemeente Utrecht heeft vandaag het rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ van Gert-Jan van der Vossen gepubliceerd. De opdracht kwam tot stand na een motie van de Utrechtse raad aan het college om de mogelijkheden te onderzoeken van openstelling van het landhuis. Wethouder Kees Diepeveen gunde Van der Vossen de opdracht. Het is op 23 maart -met een aanvulling op 24 april- naar de opdrachtgever verzonden.

In de begeleidende brief stelt het college voor om te kiezen tussen de twee opties CM light (variant B) en het scenario MOA Aangescherpt (variant C). Opmerkelijk is dat Huis voor Cultuurhistorie (variant D) zonder de bruidsschat van Amersfoort goedkoper is dan variant C, maar dit optisch anders wordt voorgesteld. Zowel het rapport als het voorstel van het college ogen politiek en zijn sterk in de vergelijking van appels met peren.

Het is een opmerkelijk stuk waarin veel wordt gezegd, maar vooral dat opvalt wat niet wordt gezegd. Zo zet de opsteller nauwelijks het antieke 18de-eeuwse hoogwaardige Chinese behang centraal dat de belangrijkste verworvenheid van het landhuis is. Ook valt uit de lijst geïnterviewden op te maken dat Van der Vossen vooral met bestuurders heeft gesproken en nauwelijks met kunsthistorici, museologen of deskundigen op het gebied van het Chinees behang. Dat wreekt zich in het rapport doordat inhoudelijke overwegingen zo goed als ontbreken. Onderbelicht blijft bijvoorbeeld wat het werk van Armando voor de variant C (‘MOA aangescherpt’) betekent. Even opmerkelijk is dat in het rapport de termen ‘terugvaloptie’ of ‘sitemonument’ ontbreken.

In een brief van het college van 13 december 2011 werd die ‘terugvaloptie’ geschetst indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zouden zijn. Wat het geval lijkt nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks de Amersfoortse bruidsschat nog geen enkele keer zwarte cijfers heeft geschreven. Die brief schetst voor het vervolg een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Van der Vossen benoemt dat zonder verwijzing naar die bestuurlijke voorgeschiedenis als optie B.

Het rapport kwantificeert gegevens en geeft een idee van nauwkeurigheid die bij nader inzien ontbreekt. Van de zo op het oog buitenissige Horecavariant A  die een investering van zo’n 2,1 miljoen euro vraagt is het helemaal de vraag waarom die in het rapport is opgenomen. Van der Vossen biedt met zijn rapport de opdrachtgever de optie alle kanten op te gaan. Het is open in mogelijkheden, maar bescheiden in inzicht waar de wethouder iets mee kan. De bestuurlijk logische variant B (‘LOA Satelliet’ als deel CM) die een vertaling is van de terugvaloptie of sitemonument zet de rapporteur op dezelfde lijn met de andere opties. En variant D (‘Huis van Cultuurhistorie’) is plichtmatig en fantasieloos uitgewerkt en gaat niet uit van het Chinees behang.

Nodig is een kort, aanvullend onderzoek door een inhoudelijk deskundige dat kunsthistorici, museologen of deskundigen op het gebied van het Chinees behang raadpleegt om de museale mogelijkheden van Landhuis Oud Amelisweerd in kaart te brengen. Zo’n benchmark-achtig onderzoek van Van der Vossen is een aardige eerste stap, maar ontoereikend om wethouder Diepeveen en de Utrechtse gemeenteraad inzicht te geven in de inhoudelijke potentie en toekomstmogelijkheden van Landhuis Oud Amelisweerd. Het is een raadsel waarom dit rapport in deze vorm is gepubliceerd en wat de opzet ervan is. Wie moet het eigenlijk de weg wijzen?

Foto: Schermafbeelding van deel rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ van Gert-Jan van der Vossen in opdracht van het gemeentebestuur Utrecht.

Museum Oud Amelisweerd verliest exclusiviteit werk Armando. En krijgt financiële exploitatie nog steeds niet rond. Wat doet Utrecht?

with 3 comments

Bestuursvoorzitter Stichting MOA Ari Doeser spreekt vergoelijkend in een poging te redden wat er te redden valt. Opmerkelijk is zijn uitlating in een artikel van Thomas van Huut in NRC van 4 mei 2017: ‘MOA heeft inmiddels een bijzondere band met het werk van Armando. Die band blijft.’ Maar een bijzondere band is wat anders dan een museum dat volgens het beleidsplan van Stichting MOA ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ is en als doel heeft ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’.

De positie van de huidige exploitant van landhuis Oud Amelisweerd Stichting MOA is onzeker. Dat blijkt onder meer uit alle nieuwsberichten waarin het steevast ‘noodlijdend’ wordt genoemd. Aan de hand van een advies van Gert-Jan van der Vossen gaat de Utrechtse raad zich deze maand beraden over de toekomst van landhuis en huidige exploitant. Wat Van Huut zegt over een structurele subsidie van 75.000 euro per jaar is trouwens onvolledig. Het gemeentebestuur benadrukte bij de beantwoording van raadsvragen in 2015, (zie vraag 8) het standpunt dat het geen exploitatiesubsidie verleent: ‘Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie. Wanneer op termijn blijkt dat Museum Oud Amelisweerd qua financiële exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen.’ Het is van tweeën één: of de huidige exploitant is verantwoordelijk voor de financiële exploitatie of de gemeente Utrecht kiest een nieuwe exploitant als de Stichting MOA financieel in gebreke blijft. Van Huut zit er ook naast wat de hoogte van het tekort betreft, die is jaarlijks meer dan 75.000 euro. Het jaarlijkse exploitatietekort van het MOA bevindt zich al sinds de opening in 2014 boven de 200.000 euro.

Van Huut toont tegengestelde belangen door bestuursvoorzitter van de Stichting MOA Doeser tegenover bestuursvoorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning te zetten. Doeser praat over bruiklenen en dus die ‘bijzondere band’ van het MOA met het werk van Armando. Maar Bruning zegt dat MOA geen exclusiviteit meer heeft als het om welke reden dan ook de opslagkosten van zo’n 50.000 euro niet meer wil betalen. Hoe dan ook wordt de bruikleenovereenkomst van ruim 1000 werken per maart 2018 door Armando beëindigd.

Precies die exclusiviteit raakt aan de kern van het MOA dat ook in de marketing het werk van Armando als onmiskenbaar onderdeel van het museum presenteerde. Naast het Chinees behang en het ensemble van landhuis en landgoed. In lijn met het beleidsplan is sinds 2011 door bestuur en directie voortdurend het belang van de drieslag Armando – behang – ensemble benadrukt dat elkaar zou versterken in een synergie. Een mening trouwens die door museaal en kunsthistorisch Nederland vanuit het perspectief van de hedendaagse kunst alsook bij historische tuinarchitecten slechts mondjesmaat gedeeld is, sterk werd betwijfeld en afgedaan als een gelegenheidsargument. Rini Dippel en Lucia Albers spraken zich erover uit.

Als het MOA de exclusiviteit van Armando verliest wat is dan nog het bestaansrecht en het onderscheidend vermogen ervan? Zelfs als de raad de Stichting MOA een herformulering van de doelstelling gunt -waarin het werk van Armando naar de achtergrond verdwijnt- is de vervolgvraag of een organisatie die voortkomt uit het Armando Bureau en Armando Museum de logische exploitant van het Chinees behang en ensemble kan zijn. Deze vraag zal aan de orde komen in de discussies in de Utrechtse raad en het college over de toekomstige bestemming van Oud Amelisweerd. Bestuurlijk is het mogelijk dat zo’n inhoudelijk debat over het belang van exclusiviteit, doelstelling en profiel van de huidige exploitant nooit gevoerd wordt omdat de slechte financiële situatie en vooruitzichten van het noodlijdende MOA dat al vier jaar in reservetijd speelt de doorslag geven.

Foto: Schermafbeelding van deel pagina ANBI van het MOA.

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 3 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.

Armando kapt definitief met Museum Oud Amelisweerd

with 4 comments

120

De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.

Het is hier al eerder beweerd, de liefde tussen Armando en de Stichting Museum Oud Amelisweerd is minder diep dan het publiek en de Stichtse politiek denken. Toch een essentieel aspect omdat kunstenaar en collectie Armando een basis onder het Museum Oud Amelisweerd leggen. De openstelling van de Armando Collectie is naast het Chinees behang en de historische buitenplaats Oud Amelisweerd één van de doelstellingen van de Stichting. Als de medewerking van Armando wegvalt, dan valt één van de doelstellingen onder het Museum Oud Amelisweerd weg. Al is het maar in de marketing en publiciteit. Omdat het onderbrengen van het werk van Armando de overwegende reden was voor de oprichting van het Museum Oud Amelisweerd in Bunnik valt met het wegvallen van Armando’s medewerking ook de logica weg onder het Museum Oud Amelisweerd.

Niet onmogelijk is echter dat Armando opnieuw onder druk wordt gezet door bestuur en directeur van de Stichting Museum Oud Amelisweerd en de Armando Stichting om terug te komen op zijn voornemen. Het gebeurde eerder. Er spelen belangen die niet synchroon lopen met de belangen van Armando. In januari 2014 schreef ik in een commentaar: ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Ondersteunend voor dat sluimerend ongenoegen, de stroeve relatie, en de onmacht om zich te onttrekken aan de gijzeling door de Stichtingen die hem menen museaal te kunnen vertegenwoordigen zijn uitspraken van mensen uit Armando’s omgeving. Zoals oud-hoofdconservator Rini Dippel die zich in 2011 vernietigend uitsprak over de Armando Collectie in landhuis Oud Amelisweerd waarvan de logica haar ontging. En zoals gezegd ex-echtgenote Tony de Meijere die in 2010 haar omvangrijke, persoonlijke verzameling in langdurige bruikleen aan het Kröller-Müller Museum gaf met de belofte deze aan het museum na te laten.

De politieke betekenis van Armando’s voornemen om uit dat conglomeraat van Stichtingen met hun zakelijke en personele belangen te stappen is zo groot als de Stichtse politiek het zelf wil maken. Wel valt nu in het debat over de toekomst van Museum Oud Amelisweerd het argument weg dat Armando een plek moet worden geboden. Die plek ziet Armando eerder voor zichzelf weggelegd in het Cobra Museum of het Kröller-Müller Museum. Met als basis een gedegen wetenschappelijke, financiële en minder gebrekkige omgeving om gepresenteerd te worden. In de collecties van Centraal Museum en Stedelijk Museum is belangrijk werk uit vroegere periodes van hem opgenomen. Museum Oud Amelisweerd voegt daar niets aan toe, maar verstoort eerder het beeld van Armando en zijn werk zoals de kunstenaar dat zelf wil geven aan de buitenwereld.

Armando’s afscheid van Museum Oud Amelisweerd hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd te betekenen. Verre van dat. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd het niet redt. Utrechtse en Amersfoortse raadsleden en statenleden in de provincie Utrecht moeten tot zich door laten dringen dat het streven naar een optimale oplossing voor de culturele bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd niet met alle geweld het vasthouden aan de huidige exploitant is. De fase in het debat over de toekomstige bestemming lijkt nu bereikt dat het vasthouden aan de huidige exploitant de continuering van een culturele bestemming juist in de weg staat.

Foto: Armando, Le canard serie, 1954; inkt en krijt op papier, 68 x 53 cm.

Tekort Museum Oud Amelisweerd neemt toe. Het wordt door media en politiek te laag voorgesteld. Waarom?

with 2 comments

moa-1

Op 2 november werd eindelijk de Jaarrekening 2015 op de site van Museum Oud Amelisweerd gepubliceerd. De huidige exploitant van het landhuis Oud-Amelisweerd. Meer dan vier maanden te laat. Omdat de Stichting MOA ANBI-plichtig is had dat op 1 juli 2016 moeten gebeuren. Een deskundige zegt daarover: ‘Publiceren mag op de eigen website of op een gemeenschappelijke internetsite met andere goede doelen’.

Het aantal bezoekers was in 2015 22.000. Dat is op twee manieren een afname vergeleken met 2014 toen ruim 30.000 bezoekers werden geteld. 2015 Was het eerste volledige jaar van openstelling van het museum. Afname van het aantal bezoekers is zoals het verslag opmerkt niet ongewoon en kan toegeschreven worden aan het effect dat een nieuw geopend museum in het eerste jaar meer bezoekers trekt en daarna te kampen krijgt met teruggang. Voor de komende jaren is het daarom realistisch om uit te gaan van 22.000 bezoekers per jaar, en niet van 30.000. Mede omdat er door bezuinigingen bespaard dient te worden op loon- en projectkosten en activiteiten met betrekking tot publiciteit en marketing eerder af- dan toe zullen nemen.

Er klinken tegenstrijdige berichten op uit de jaarrekening. Het bestuur zegt in het bestuursverslag dat het ‘vooralsnog’ wel goed zit met de financiële continuïteit voor de korte als middellange termijn. Onder dat laatste wordt doorgaans een termijn van 3 tot 5 jaar verstaan, zodat de financiële continuïteit volgens het bestuur tot 2021 gewaarborgd is. Dat lijkt een cruciaal jaar te zijn. Huidige problemen worden doorgeschoven naar de toekomst. Zoals het bestuur verduidelijkt loopt dan de uitbetaling van de Amersfoortse bruidsschat af en moet een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht worden afgelost. Deze lening werkt trouwens twee kanten uit omdat de provincie Utrecht bij een faillissement van de Stichting MOA deze 160.000 euro kwijt is. En zich daarom tot belanghebbende bij het voortbestaan van de Stichting MOA heeft gemaakt.

Resumerend, in 2021 stoppen de inkomsten uit Amersfoort en moet de renteloze lening van de provincie Utrecht worden terugbetaald. Het bestuur legt stilzwijgend een bodem onder deze zorgen met een verwijzing naar de Armando Stichting dat schilderijen van Armando beheert. Met een marktwaarde van 22 miljoen euro. In november 2015 liet het inmiddels afgetreden bestuurslid van de Stichting MOA Geert Noortman zich ontvallen bij een dreigend faillissementdesnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat kan echter niet hardop worden gezegd omdat het verkopen van werken uit de collectie om gaten in de exploitatie te vullen voor een museum niet zomaar mogelijk is. Zelfs als in 2021 Stichting MOA door het overlijden van Armando eigenaar is geworden van deze werken, dan nog kan het volgens de ethische code van de museumvereniging geen werken uit de collectie afstoten om genoemde lening van de provincie Utrecht terug te betalen of de weggevallen Amersfoortse subsidie op te vangen.

In de publiciteit wordt door zowel lokale media als Utrechtse politici het beeld gevormd dat het tekort van de Stichting MOA over 2015 70.382 euro bedraagt. Dat past kosmetisch mooi bij een advies van een Utrechtse commissie Cultuur uit mei 2016 over een subsidie van 75.000 euro die door het college wegens afspraken echter niet kan worden opgevolgd. Maar wie de jaarrekening breder interpreteert ziet dat bij het tekort op de exploitatie de lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro opgeteld moet worden en het tekort daarom uitkomt op 230.382 euro. Omdat de jaarrekening 2014 een tekort van 136.020 vertoonde is het resultaat over 2015 met een tekort van 70.382 euro niet beter, maar slechter dan in 2014. Dat is de echte beeldvorming.

Het is zaak dat er ‘een structurele oplossing’ wordt gevonden voor exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Daarover bestaat bij Utrechtse raadsleden verwarring zoals bleek uit de vergadering van de Commissie Mens en Samenleving op 1 november 2016. Zie hier voor een beeldverslag. Tekenend voor het onbegrip is wat Jedija Inkelaar van de ChristenUnie zegt in een bericht van RTV Utrecht: ‘Omdat er niet zomaar een andere huurder is voor dit pand, is het belangrijk om met het museum te praten over mogelijkheden het open te houden’. Ze verwart oorzaak en gevolg. Ze geeft het initiatief van de raad uit handen om verder te kijken.

Het probleem dat nu optreedt met de exploitatie van het MOA en al in 2012 door museumexperts maar ook Utrechtse raadsleden voorspeld werd valt te herleiden tot drie oorzaken: 1) Zoals de Raad voor Cultuur in een advies uit 2016 zegt sluit het MOA onvoldoende aan bij de plek; 2) Het rijksmonument is ongeschikt en in de exploitatie ‘te duur’ voor een publieksmuseum dat streeft naar een bezoekersaantal van 30.000-40.000; 3) Er is in de jaren 2010-2011 door de toenmalige verantwoordelijke politici in Utrecht en Amersfoort nooit serieus gezocht naar de beste huurder. De politiek heeft Stichting MOA het landhuis Oud-Amelisweerd laten kapen.

Als Inkelaar en Utrechtse raadsleden streven naar ‘een structurele oplossing’ voor de bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd, dan zouden ze liefst met een ruime blik naar deze kwestie kijken en zich niet laten dwingen in het frame dat hun door het MOA opgedrongen wordt. De gemeente Utrecht heeft meer dan 1,6 miljoen euro geïnvesteerd in landhuis Oud-Amelisweerd. Voorbeeldig. Samen met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de huidige exploitant, en met begeleiding van de toenmalige beheerder het Centraal Museum. Dat resulteerde in 2016 in het winnen van de Erfgoedprijs Europa Nostra. Utrechtse raadsleden moeten beseffen dat ze kunnen streven naar een optimale oplossing voor de exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Tussen haalbaarheid, ambitie en realiteitszin in. Doorschuiven van problemen naar de toekomst kan politiek gewenst zijn, als ze maar beseffen waar ze mee bezig zijn en blikvernauwing nieuwe problemen oproept.

Foto: Schermafbeelding van deel jaarrerekening 2015 van de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Gepubliceerd op 2 november 2016.