Het laatste taboe: het benoemen van de monotheïstische godsdiensten als complottheorie

Heidendom, in Azië: De Ghetti sekte in Singapore. Leden van deze sekte komen eens per jaar samen om zich ernstig te kastijden om te boeten voor hun zonden. Singapore, 1934. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

In reactie op filosoof en theoloog Gerko Tempelman die in een artikel in NRC complottheorieën relativeerde omdat ze bij de aangesprokenen slechts zouden aanzetten tot ‘reflectie’ schreef ik in een commentaar van september 2020:

'Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.'

Het is het raadsel van de moderne geschiedenis dat de monotheïstische godsdiensten niet als complottheorie worden gezien. Terwijl ze er alle kenmerken van vertonen.

Deze godsdiensten die ooit ontstonden in het Midden-Oosten doen een beroep op bovennatuurlijke krachten; ze maken feiten ondergeschikt aan speculaties; ze leggen geen verantwoording af noch geven uitleg over het eigen bestaan en de constructie die tot dat bestaan leidde; de constructie is niet dwingend en sluitend te verklaren, maar gebouwd op verbanden tussen zaken waartussen niet per se een oorzakelijk verband bestaat, er zijn eenvoudigweg andere oorzaken voor aan te voeren.

Wat de zaak betreft zijn de monotheïstische godsdiensten complottheorieën. Dat ze zo niet worden gezien in het publieke debat houdt verband met twee aspecten: ze zijn ‘too big to fail‘ vanwege de dominante positie die ze in eeuwen hebben weten op te bouwen en deze positie wordt door politieke en maatschappelijke machten geschraagd. Tegenspraak wordt bij voorbaat het zwijgen opgelegd.

Zelfs welwillende theologen als Tempelman stellen niet de vraag of hun godsdienst een complottheorie is. Evenmin willen ze erkennen dat hun godsdienst een goedwillende menselijke constructie is. Dat debat wordt geblokkeerd en als een blikje verder de weg opgeschopt.

De monotheïstische godsdiensten hebben zich boven de orde van de rationele beschouwing weten te plaatsen. Zelfs religiecritici geven in hun onbewuste verdraagzaamheid deze godsdiensten het voordeel van de twijfel. Dat hebben ze in de landen waar ze opereren voor elkaar weten te krijgen door machtsvorming en door de slimme constructie die ingebakken is in deze godsdiensten. Namelijk dat ze rationeel niet te verklaren kunnen zijn. Dat is een win-win situatie omdat er zo nooit verantwoording over het eigen bestaan en constructie afgelegd hoeft te worden.

Deze godsdiensten hebben vanaf het begin van hun bestaan het op een akkoordje gegooid met de wereldse macht, zodat concurrerende godsdienststromingen werden bestreden, zijzelf het centrum van de macht konden bereiken en van daaruit hun positie verder konden uitbouwen en de wereldse macht die de godsdienst legitimeerde ritueel erdoor werd gesteund met sacrale bezweringen die de bevolkingen het stilzwijgen oplegden en alle kritiek en een onpartijdige evaluatie deden verstommen.

De ‘g‘ van de monotheïstische godsdiensten werd in eeuwen gevestigd. De beeldvorming werkte in het voordeel van deze gevestigde godsdiensten door concurrenten buiten de deur te houden en die in een ‘mindere’ categorie van het heidendom te plaatsen, zoals beide foto’s bij dit commentaar illusteren.

In het Westen is het boven de orde verheven zijn van de monotheïstische godsdiensten sinds het eind van de 20ste eeuw aan het veranderen. Hun politieke machtspositie is verzwakt doordat christelijke partijen aan macht hebben ingeboet; hun morele macht is afgenomen door schandalen en politieke machinaties die naar buiten zijn gekomen; demografische ontwikkelingen zoals individualisering en afgenomen vertrouwen in gemeenschapsdenken, en beter onderwijs hebben geleid tot een verminderd vertrouwen in autoriteit en een groter vertrouwen in het eigen oordeel wat de ontkerkelijking heeft aangejaagd; religie als traditioneel dominante vorm van zingeving concurrentie heeft gekregen van andere maatschappelijke uitingen als sport, media en kunst die in dezelfde behoefte voorzien als de monotheïstische godsdiensten.

Het raadsel is dat ondanks de verzwakking in het Westen van de monotheïstische godsdiensten ze nog steeds boven de orde staan en niet op hun kenmerken worden beoordeeld. Het is nog steeds een taboe om ze een complottheorie te noemen. Zelfs een debat dat de vraag centraal stelt of deze godsdiensten een complottheorie zijn is nu nog een taboe. Dat speelt in de context van een breed maatschappelijk debat dat steeds kritischer wordt op het bestaan van complottheorieën. Dat straalt indirect af op de monotheïstische godsdiensten.

Het is de vraag hoe lang het niet stellen van deze vraag gehandhaafd kan blijven. Want aan alle kanten ligt de geloofwaardigheid van deze godsdiensten als maatschappelijke factor onder druk. Ze boeten in aan externe macht en innerlijke zeggingskracht. Ze zullen op termijn culturele organisaties worden die een niche vormen, maar in de samenleving niet meer de rol van betekenis spelen die ze ooit hadden. Daardoor valt hun maatschappelijke en politieke bescherming weg en opent zich de weg om in alle openheid de historische en filosofische vraag te stellen: zijn de monotheïstische godsdiensten geconstrueerd als complottheorie?

Door kindermisbruik en dwangarbeid beschadigde katholieke kerk kan eigen moraliteit beter niet als voorbeeld stellen. Bij een brief van Henk Bressers in NRC

Brief van Henk Bressers in NRC, 26 november 2021.

Deze brief in NRC van 26 november 2021 houdt een pleidooi voor religie. Afzender is Henk Bressers uit Den Haag. Hij is zeer waarschijnlijk lid Diaconie van de Pastoraatgroep van de Parochie Maria Sterre der Zee. Van die functie wordt bij de ondertekening van de brief geen melding gemaakt. Zodat niet duidelijk wordt gemaakt dat Bressers beroepsmatig is verbonden aan de Rooms-Katholieke kerk die zijn broodheer is en hij feitelijk voor eigen parochie preekt.

Het is gissen waarom de redacteur die verantwoordelijk is voor de rubriek Brieven in NRC niet heeft gevraagd of Bressers met zijn functie als lid van de Pastoraatgroep van een katholieke parochie ondertekent. Als de redacteur dat niet wist, dan lijkt het er sterk op dat de screening onvoldoende is geweest. Is hier de procedure gevolgd? Dit steekt des te meer omdat het over een onderwerp gaat dat de kern van Bressers’ beroepsleven is: religie.

Bressers heeft het over maatschappelijke verloedering en ziet daarvoor religie als oplossing. Zijn impliciete claim, dat hij ‘verboden terrein’ noemt, is dat religieuze organisaties het beste in morele ijkpunten of moraliteit voorzien omdat ‘daar wel alles klaar ligt over dit onderwerp’. Daarmee gaat hij op twee manieren de fout in.

Het is een ongekende brutaliteit dat Bressers redeneert vanuit een religieuze organisatie als de katholieke kerk die moreel zo ontspoord is. Je moet maar durven om een katholieke kerk die door het grootschalig en decennialang kindermisbruik door priesters en door de dwangarbeid in naaiateliers en wasserijen van meer dan 15.000 meisjes en vrouwen moreel door de bodem is gezakt, voor te stellen als een voorbeeld van moraliteit.

Het valt te begrijpen waarom Bressers dit doet. Hij zal de aanvallen op de katholieke kerk door de slachtoffers, het aarzelend, halfslachtig antwoord op het kindermisbruik en de dwangarbeid door al die bisschoppen en het chagrijn om verbonden te zijn aan zo’n controversiële religieuze organisatie onderhand beu zijn. Rot gijzelt zijn kerk. De sfeer zal er bepaald niet jubelend meer zijn.

Bressers wil daar iets positiefs tegenover zetten. Een blijde boodschap. Daarom verzwijgt hij dat hij verbonden is aan de katholieke kerk en probeert tegelijk religie in het zonnetje te zetten.

Naast al het onrecht dat de katholieke kerk in de laatste eeuw jongeren en vrouwen heeft aangedaan en waarvoor het nu ter verantwoording wordt geroepen overspeelt Bressers zijn hand als hij stelt dat wij ‘met de religie deze eigenschappen [bezinning, ingetogenheid, nederigheid, naastenliefde en .. simpel buigen] als structurele invulling van ons leven zijn kwijtgeraakt’.

Het is van een verregaande arrogantie van Bressers om vanuit het perspectief van een katholieke kerk die moreel zo is ontspoord te suggereren dat mensen die zich niet laten inspireren door religie de morele eigenschappen zijn kwijtgeraakt. Met deze houding toont hij minachting voor mensen met een andere levensovertuiging die haaks staat op zijn claim dat religie het beste voorziet in bezinning, ingetogenheid, nederigheid en naastenliefde. Hij lijkt niet door te hebben dat hij door zo’n hooghartige houding zichzelf tegenspreekt en het tegendeel van bezinning, nederigheid en naastenliefde toont.

In Nederland zegt volgens onderzoek van het CBS dat een meerderheid van de bevolking (2019: 54.1%) zich niet door religie laat inspireren. Religie heeft in de afgelopen 50 jaar veel aan maatschappelijke invloed verloren. De samenleving is in ontwikkeling en de functies van religie worden geleidelijk vervangen door andere sectoren. Dat varieert van populaire cultuur tot kunst.

Dat Bressers een achterhoedegevecht voert voor zijn moreel onder druk staande katholieke kerk valt hem niet te verwijten, maar wel dat hij de moraliteit voor religie exclusief opeist.

Waarom werd Amalia naar een protestante Bijbelkring gestuurd?

Schermafbeelding van deel artikel Voor prinses Amalia is geloof niet puur privé‘ van Anne Vader in het Reformatorisch Dagblad, 17 november 2021.

Dit artikel in het RD over kroonprinses Amalia die op 7 december 18 jaar wordt en over wie cabaretière Claudia de Breij een boek heeft geschreven draait er niet omheen: Amalia lijkt niet veel waarde aan het geloof te hechten. Hiermee is ze een kind van haar tijd.

Het artikel doet geen gekke uitspraken, maar kiest wel een eenzijdig perspectief: de terugblik in plaats van de vooruitblik die past bij een 18-jarige. Amalia volgde een protestante Bijbelkring bij dominee Lootsma. Ik zet daar op de FB-pagina van het RD vragen bij omdat ik dat niet vanzelfsprekend vind. Is Nederland niet veranderd? Vraagt dat niet een andere opleiding en een bredere voorbereiding op de functie van staatshoofd? Is het niet werktuigelijk en eenzijdig van Amalia’s omgeving om haar naar zo’n protestante Bijbelkring te sturen?

Tekst:

Het is opmerkelijk dat er geen vragen worden gesteld bij het feit dat Amalia door haar omgeving naar een protestante Bijbelkring wordt gestuurd om aan de hand van dat boek over actuele en filosofische kwesties te praten. Bij nader inzien is dat echter niet zo vanzelfsprekend. Wat is de onderbouwing ervoor dat Amalia hierheen wordt gestuurd en niet naar elders? 

Was dat in de tijd van de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix nog enigszins logisch omdat Nederland toen een overwegend kerkelijk land was, in 2019 verklaarde volgens de statistieken van het CBS 54,1% van de Nederlanders zich niet tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering te rekenen. Voor 2021 is dat naar schatting 57% die zegt ongebonden te zijn. 

Dat betekent dat een minderheid van de Nederlanders verklaart zich tot een kerkelijke gezindte te rekenen. Van die minderheid is de protestante gezindte een minderheid. In 2019 verklaarde 14,8% van de Nederlanders tegen het CBS zich daartoe te rekenen. Dat zal in 2021 naar schatting rond de 13% zijn. En van die protestante minderheid is het vrijzinnige protestantisme waarmee Amalia in contact wordt gebracht een kleine minderheid. 

Waarom wordt Amalia met het gedachtengoed van een minderheid van een minderheid van een minderheid in contact gebracht en niet met het gedachtengoed van een meerderheid? 

De samenleving verandert. Het Nederland van de koninginnen Wilhelmina, Juliana of Beatrix is niet het Nederland van koning Willem-Alexander. De opvoeding van en voorbereiding op de functie van staatshoofd is een voorschot op de toekomst. Amalia lijkt zich niet te laten inspireren door een godsdienst, maar aansluiting te vinden bij het gedachtengoed van een meerderheid van de Nederlanders. Ze trekt een wissel op de toekomst en wacht rustig de ontwikkelingen af. Haar omgeving is nog niet zover en staat nog met de rug naar die toekomst. Aan hen is niet de toekomst.

Musea en kunstinstellingen kunnen hun positie versterken tegenover activisten en politiek door serieus werk te maken van diversiteit en inclusie. Verbreding naar beperking, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd biedt kansen

Schermafbeelding van deel artikelMoeten we kunst van vrouwelijke kunstenaars wel bundelen?‘ van Wieteke van Zeil in de Volkskrant, 16 november 2021.

Voor wie van identiteitspolitiek houdt is koppelen, ontkoppelen, promoten en blokkeren van groepen een zichtbaar middel om zichzelf en de eigen groep of de groep waarvoor men zich sterk maakt te begunstigen. Er wordt op universiteiten, media en in musea tegenwoordig volop gebundeld. Dat is een proces dat voorlopig niet meer terug te draaien is. Het kan hooguit afgezwakt worden. 

Er is een analogie. Religie kan het best bestreden worden door het begrip van wat religie is te verbreden. De beste tactiek is dus niet de bestaande geharnaste religieuze organisaties frontaal aan te vallen, maar zijdelings. Door er meer van hetzelfde naast te zetten, zodat het idee van religie verwatert. Zodat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, de Church of Cannabis en allerlei organisaties die zich om welke redenen dan ook willen beschouwen als godsdienst juridisch en maatschappelijk op gelijke hoogte komen met bestaande godsdiensten. 

Zo werkt het ook met de begrippen diversiteit en inclusie, kortom de representatie van minderheden in de kunst. Tot nu toe worden die in de publieke opinie eenzijdig opgevat als een aangelegenheid van gender of huidskleur/etniciteit. Activisten op universiteiten en academies hebben daar de afgelopen jaren succesvol aandacht voor opgeëist. Dat betreft inderdaad minderheden die in de kunst ondervertegenwoordigd zijn, maar het hele verhaal is dat het niet de enige minderheden zijn die achtergesteld worden.

Het is zo dat binnen het scala aan verschillen tussen mensen door het hedendaagse activisme waar het management van musea en academies angstvallig voor door de knieën gaat de scheefgroei binnen de minderheden is toegenomen. Dat vertaalt zich in verdeling van budgetten, publiciteit en functies.

Door de begrippen diversiteit en inclusie op te vatten zoals het theoretisch in de code die onder meer het Mondriaan Fonds hanteert bedoeld is kan die scheefgroei gecorrigeerd worden. Het taboe binnen het taboe is dat gender en huidskleur/etniciteit politieke rugwind hebben en beperking, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd niet. Het huidige politieke klimaat maakt het praktisch onmogelijk om voor laatstgenoemde verschillen de aandacht te krijgen die ze verdienen. Het artikel in de Volkskrant werkt daar indirect en onbewust aan mee. Waarom luidt de kop niet ‘Moeten we kunst van kunstenaars met een lage sociaaleconomische status wel bundelen?

Het is niet zinvol om de geharnaste activisten op het gebied van gender en huidskleur/etniciteit die gaan voor meer representatie in collecties, media en in tentoonstellingen en trouwens goede argumenten hebben frontaal aan te vallen. Ze hebben in hun emancipatiestrijd posities veroverd en laten zich daar niet zomaar uit verdrijven. Want niemand geeft vrijwillig de eigen macht op. Ook niet degenen die dat doen onder het mom om de macht te willen herverdelen. Te beginnen met zichzelf. 

Voor wie dat politieke activisme van een goed georganiseerde minderheid van activisten op het gebied van gender en huidskleur/etniciteit wil relativeren is de beste tactiek om aandacht te vragen voor kunstenaars met een beperking, een lage sociaaleconomische status, een bescheiden opleidingsniveau en gevorderde leeftijd.

Er is nog een lange weg te gaan voordat deze achtergestelde groepen in media en bij musea en kunstinstellingen evenveel aandacht en budget krijgen als de op dit moment politiek populaire minderheden. Dat is een lang en complex proces van bewustwording bij alle betrokkenen met verschillende snelheden, verwachtingspatronen, machtsposities, afweermechanismen en emoties. 

Het is voor media of musea niet sexy om een oudere kunstenaar van 75 jaar, een stotterende of hinkende kunstenaar, of een kunstenaar met een lage sociaaleconomische status en een bescheiden opleidingsniveau die het publicitair niet goed doet en geen politieke statements uit de mouw schudt op het podium van een demonstratie op het Malieveld, aan de tafel van een talkshow, op een bijeenkomst van een politieke partij of op een kunstenaarsgesprek in een museum te presenteren. Maar het is hard nodig als de kunstwereld en de media de begrippen inclusie en diversiteit eindelijk gaan opvatten zoals ze theoretisch in de code gedefinieerd zijn. Breder dan ze nu opgevat worden. 

Inclusie in de kunst bestaat er voor beleidsmakers bij instellingen uit om verder te denken dan de waan van de dag en uit angst en gemakzucht het politieke activisme dat nu het best georganiseerd is en zich kan beroepen op de meeste politieke steun te bedienen. Echte inclusie is dat de musea en kunstinstellingen het opnemen voor de minderheden die slecht in staat zijn om voor zichzelf op te komen. Vanwege een ontbrekend netwerk, gebrekkige sociale handigheid of ontbrekende verbale en intellectuele kwaliteiten.

Winst voor musea en kunstinstellingen is in dat geval dat ze zich door deze Bewustwording 2.0 evenwichtiger en breder zullen kunnen opstellen en het initiatief en de geloofwaardigheid terug kunnen nemen die ze de afgelopen jaren door zowel de agitatie van genoemde activisten als de neerbuigendheid van de politiek verloren hebben.

Door het debat te verbreden kunnen musea en kunstinstellingen zich bevrijden van de eenzijdige claim waarmee hedendaagse activisten tot nu toe succesvol delen van de kunstsector gijzelen. Als musea zich maatschappelijk relevanter maken dan nu (wat iets anders is dan meegaan in een politieke mode) zonder overigens de te tonen kunst aan dat doel ondergeschikt te maken, dan maken ze zich ook sterker door zich minder afhankelijk te maken van de politiek die kunst en musea gebruikt als verlengde van de eigen beleidsdoelen.

Kerk in VS aanbidt een wapen, de AR-15. Dat kan omdat God de grootste samenzweringstheorie is die dat wettigt

Schermafbeelding van deel artikelA gun church that glorifies the AR-15 and is led by the son of the ‘Moonies’ church founder has been making alliances with far-right figures‘ in Business Insider, 30 oktober 2021.

Met godsdienst kun je alle kanten op. De goede of slechte, vredelievende of oorlogszuchtige kant. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Daarom is godsdienst zo hybride, zo verhullend, zo raadselachtig. Je kunt nooit voorspellen welke kant het opgaat. Dat kan in de richting van het theedrinken zijn, maar evengoed wordt het bommengooien in naam van God. Op welke kant de medaille landt als die in de lucht wordt gegooid is nooit op voorhand duidelijk.

In het vroegere land van de onbegrensde mogelijkheden, de VS, zijn vele uiteenlopende kerkgenootschappen. Dat loopt van progressief en vredelievend tot extreem-rechts en agressief. In het Trump-tijdperk lijken de laatsten aan de winnende hand, maar op termijn lijken vooral jongeren zich af te keren van religie die zo verstrengeld is geraakt met de rechtse politiek. In Turkije waar president Erdogan het land lijkt te islamiseren keren jongeren zich af van de islam. In de VS vindt eenzelfde soort proces plaats van het rechtse christendom dat verknoopt is geraakt met politiek en commercie. Godsdienst wordt een sterfhuis voor ouderen.

In Pennsylvania is er de zogenaamde AR-15 kerk van predikant Sean Moon waar de semi-automatische AR-15 wordt aanbeden. Hij is de zoon dominee Sun Myung Moon, de zelfbenoemde Messias die de controversiële Unification Church oprichtte. De appel valt blijkbaar in de familie Moon niet ver van de boom. Ook voor de VS is dit kerkgenootschap bizar. Vooral omdat er zo openlijk wordt gekozen voor het rechts-extremisme en de strijdbaarheid met wapens.

Dit bericht van Business Insider over de AR-15 kerk van Sean Moon onderbouwt een uitspraak van de Deense acteur Mads Mikkelsen over godsdienst. In NRC wordt hij in een recensie van ‘Riders of Justice‘ van regisseur Anders Thomas Jensen sprekend opgevoerd. De film gaat over een complottheorie.

Mikkelsen: ‘Mensen vinden in alles zin en betekenis, ook als dat volledig onduidelijk is. Volgens mij is de grootste en meest legitieme samenzweringstheorie God: die kan je zonder spoor van bewijs opvoeren als reden voor alles. In een neerstortend vliegtuig zitten geen atheïsten‘.

Mikkelsen wijst op een maatschappelijk taboe om de gevestigde godsdiensten te noemen wat ze in de kern zijn: samenzwering- of complottheorieën. Het is een raadsel waarom van complotdenken beschuldigde opinieleiders als Willem Engel, Thierry Baudet, Janet Ossebaard, Karel van Wolferen, Sven-Ake Hulleman, Arnold Karskens en talloze anderen zich niet verdedigen door naar de grootste samenzweringstheorieën uit de geschiedenis van de mensheid te wijzen. Namelijk godsdiensten als christendom en islam die met hun annexatie- en oorlogszucht vele doden op hun geweten hebben.

Die verwijzing zou de politieke en juridische druk relativeren en gedeeltelijk wegnemen. Welke advocaat durft het aan om bij een volgend proces tegen een vermeende complotdenker de verdediging aldus te beginnen: ‘Edelachtbare, mijn cliënt ligt onder druk en wordt van alles beschuldigd, maar dat is peanuts vergeleken bij wat de gevestigde godsdiensten in eeuwen hebben aangericht. Dat pleit mijn client niet vrij, maar het plaatst de beschuldiging in perspectief. Er is sprake van rechtsongelijkheid als grote religieuze organisaties die zijn gebouwd op complotdenken en samenzweringstheorieën met hun God buiten schot blijven en mijn cliënt wordt aangepakt. Dat kan niet. Het is van tweeën één. Of mijn client wordt vrijgesproken of de gevestigde godsdiensten worden van hetzelfde beschuldigd als waarvan mijn cliënt wordt beschuldigd. Het is aan de maatschappij om daar een besluit over te nemen. Ik wacht het af‘.

Tom de Wal kiest met Frontrunners Kingdom Business School voor de kracht van de hemel in zijn eigen portemonnee

Godsdienst kent een tweeërlei, duaal gebruik. De Nederlandse overheid geeft vanwege de uitgifte van exportvergunning voorbeelden wat dat zijn: ‘bepaalde brandvertragers die in de bouw worden gebruikt, kunnen bijvoorbeeld ook worden gebruikt om gifgas te produceren. Andere soorten goederen voor tweeërlei gebruik zijn onder meer test- en productieapparatuur en bepaalde materialen, software en technologie’. Het voorbeeld van een auto die zowel vervoersmiddel als moordwapen kan zijn wordt ook wel gebruikt om te verduidelijken wat tweeërlei gebruik is.

Godsdienst kan worden gebruikt voor zingeving, het leggen van verbinding tussen mensen en het geven van troost. Maar godsdienst kan ook negatief worden gebruikt voor politieke of commerciële doeleinden. Dat eerste zien we wereldwijd in vele landen waar de politiek de lokale religieuze organisatie gebruikt voor eigen doeleinden. Als politiek en godsdienst nauw verknoopt zijn, dan is het altijd laatstgenoemde die het onderspit delft en verwijdert raakt van de oorspronkelijke functies van zingeving, verbinding en troost. Dat zet de autonomie en de geloofwaardigheid van godsdienst onder druk. Dat betreft niet alleen de gepolitiseerde islam, maar ook orthodox-protestante evangelicals in de VS, nationalistische hindoes in India of andere godsdiensten en lokale stromingen.

Godsdienst is in nationale wetten extra beschermd en heeft doorgaans voorrechten die andere levensbeschouwelijke, zeg humanistische organisaties missen. Dat maakt het voor buitenstaanders aantrekkelijk om aan te haken bij religieuze organisaties om die voor eigen doeleinden te gebruiken.

Handelaren in godsdienst surfen mee op de maatschappelijke en juridische voordelen van godsdienst die de nationale rechtsstaat biedt. Het is een geslepen manier van handelen, met als grootste slachtoffer de godsdienst zelf die gecorrumpeerd wordt. Men kan ook zeggen dat geestelijke leiders die aan het hoofd staan van religieuze organisaties die onvoldoende afschermen tegen kwalijke, externe belangen. De geestelijke leiders zouden hun autonomie beter moeten bewaken, maar door omstandigheden die gaan van globalisering, politisering, ontkerkelijking, economische problemen en schandalen binnen religieuze organisaties lijken ze dat steeds minder voor elkaar te kunnen krijgen. Ze hebben steeds minder grip op hun eigen religieuze organisatie.

Schermafbeelding van deel artikelKINGDOM BUSINESS SCHOOL‘ op frontrunnersministries.nl

Doorgaans gebeurt het duale, negatieve gebruik van godsdienst voor politieke en economische doeleinden redelijk subtiel. In de verbinding wordt als afleiding er een laag tussengeschoven met claims en redenen die men op het eerste gezicht niet volledig op waarde kan schatten. Zo ontstaat het idee dat het onwaarschijnlijk, maar niet onmogelijk is. Op die onzekerheid speculeren de politieke en commerciële kapers van godsdienst.

Subtiliteit is niet besteed aan Tom de Wal en zijn Frontrunners Ministries. De Wal is de subtiliteit voorbij en gaat met zijn uit de VS overgewaaide vorm van welvaartsevangelie, dat geld uit de zakken van gelovigen klopt, onbeschaamd en onbeschroomd voor eigen gewin. In commentaren besteedde ik er aandacht aan: zie hier en hier en hier. Hij is een valse profeet die gebruik maakt van godsdienst om zijn eigen zak te spekken.

Tom de Wal krijgt vanuit protestante kringen kritiek omdat hij de subtiliteit en geniepigheid mist van de gevestigde religieuze organisaties die de schijn proberen op te houden dat ze geen politieke of commerciële doelen nastreven. Zo beredeneerd kun je zeggen dat De Wal en zijn organisatie openlijk in conflict komt met de gevestigde godsdienst omdat hij weigert de schijn op te houden dat godsdienst geen duaal gebruik biedt met uiteenlopende belangen.

In de Frontrunners Kingdom Business School kan men voor €5250 het Business Boost Traject volgen. Het traject bestaat uit 8 lesweekenden en toegang tot lesmateriaal. Voorwaarde is dat men zich heeft aangemeld als Frontrunners business partner en minimaal een jaar lid blijft. Dat kost minimaal €250 per maand. Inclusief de inschrijving van €250 is men €3250 kwijt om aan het traject te kunnen deelnemen. In totaal bedragen de kosten van dit traject €8500.

Het klinkt Amerikaans, marketing-achtig en commercieel. Opmerkelijk is de vermenging van godsdienst met activiteiten die in Nederland doorgaans niet door religieuze organisaties worden aangeboden of als essentieel worden beschouwd. De Wal annexeert branchevreemde activiteiten in zijn organisatie die er daardoor paradoxaal minder godvruchtig op wordt. Ook in de beeldvorming. Dat is de calculatie die hij straffeloos denkt te kunnen maken zonder zijn geloofwaardigheid en gezag als religieus geïnspireerde organisatie te verliezen. Waar het kantelpunt ligt dat deze branchevreemde activiteit niet meer wordt aanvaard is aan de gelovigen die De Wal ondersteunen,

Je zou kunnen zeggen dat Tom de Wal met deze Frontrunners Kingdom Business School met optimaal gebruik van het open karakter van godsdienst de flessentrekkerij op een hoger niveau brengt. Hij zet de in de fondsenwerving gebruikelijke methoden in om donateurs op te waarderen en zo optimaal mogelijk geld te ontfutselen. Dat doen alle Goede Doelen organisaties.

De tragiek en relatieve dekking voor De Wal en zijn organisatie is dat dit bedrog niet principieel afwijkt van wat gevestigde godsdiensten doen die eveneens proberen de aan hen toevertrouwde gelovigen te overreden om geld te schenken. Bijvoorbeeld door 1% van het nettoloon te vragen. De Wal gaat met de Frontrunners Kingdom Business School echter in een hogere versnelling van afzetterij omdat het zo openlijk gebeurt. Men kan wachten op het antwoord uit protestante kringen die krokodillentranen huilen die zeggen dat hierdoor de godsdienst onaanvaardbaar beschadigd wordt.

Voorkant brochureFrontrunners Kingdom Business School‘ met ondertitel ‘ervaar de kracht van de hemel in het bedrijfsleven’.

Hans Wap: Geloof het of geloof het niet

Kunstenaar Hans Wap is helder in een van z’n gesproken gedichten: ‘Geloof het of geloof het niet. Ik geloof niet in het geloof. Bij ons thuis werd niet gebeden. We zetten de navigator aan als we een bestemming zochten‘.

Er pleit wat voor Waps uitgangspunt. Het geloof wordt overgewaardeerd. Ik geloof niet als hij zegt dat hij nergens in geloofde. Kun je je dan ontwikkelen als kunstenaar? Hij is zo slim om er een weerwoord aan te verbinden: ‘diep van binnen‘. Dat laat geloof losjes toe. Zo opent zich de grote lijn in het leven.

Het leven wordt ook overgewaardeerd. Iedereen die leeft en zich ervan bewust is gelooft in het leven. Totdat dat stopt. Het is nodig om tijdens het leven in het leven te geloven. Leven in het geloof is niet noodzakelijk. Geloof is afleiding van het leven. Geloof is het voorschot op de dood tijdens het leven.

Iedereen moet zelf weten om te geloven of niet te geloven. Het maakt uiteindelijk niet uit. Er volgt niets meer op. Het geloof heeft op het laatst geen diepere zin. Iedereen die gelooft valt ooit van het geloof af en voor iedereen die niet gelooft geldt hetzelfde. De bestemming staat vast. Voor allen.

Nieuw puritanisme valt met gewone politieke middelen niet te bestrijden. Christelijk rechts en identitair links hebben de publieke opinie in de tang

Openbare zeden. Twee mummies in het museum van Madrid die op last van de aartsbisschop een rokje aanmoesten omdat ‘naakt’ ook voor mummies ontoelaatbaar was (1925).

Gisteren had ik een interessant debatje op FB bij de postingGeen blote borsten voor Frida Kahlo op opening Drents Museum‘ van 10 oktober 2021. Ik geef weer hoe dat verliep.

Iemand vroeg me of het zo erg was. Namelijk een blockbuster tentoonstelling over Frida Kahlo in het Drents Museum waar op de opening in een presentatie de blote borsten van Frida Kahlo van het schilderij ‘La columna rota‘ (1944) niet werden getoond, maar door een niet-vrouw werden gerepresenteerd.

Ik antwoordde op de vraag hoe dat kwam: .. nieuw puritanisme. Afgedwongen door fatsoensrakkers van christelijk-rechts en identitair-links. Het zijn barre tijden.

In een andere reactie verwees ik naar regisseur Paul Verhoeven die in de publiciteit rond zijn nieuwe film Benedetta de filmwereld preutsheid verwijt. In een bericht van nu.nl zegt hij: ‘Zeker in Amerika is het bijna onmogelijk om een ontbloot bovenlijf te laten zien. De filmwereld is totaal verpreutst. Het werkt in een soort slingerbeweging. In de jaren zeventig was die slinger op z’n hoogtepunt. Je kon alles laten zien, welke seksualiteit dan ook. Maar nu zijn we weer terug bij een puritanisme dat ik me alleen uit de Tweede Wereldoorlog nog kan herinneren, toen ik als zevenjarige begon met films kijken‘. Dat is dezelfde preutsheid die ertoe leidt dat op een opening in het Drents Museum een representatie van Frida Kahlo niet met ontbloot bovenlijf wordt getoond.

Ik vervolgde op de vraag hoe dat nou toch kwam: ‘Wellicht vanwege het krampachtig denken in schema’s die leiden tot een christelijke of communistische ideale wereld. Die zich uiteraard nooit zal openbaren. In dat denken is geen ruimte voor afwijkingen, nuances en tegenstellingen. Bij het Drents Museum gaat het vermoed ik vooral om burgermansfatsoen dat passend voor de hotemetoten wordt geacht. Het management begrijpt niet dat het hiermee door gemakzucht en lui denken de autonomie van de kunst inlevert.’

De vragensteller spitste vervolgens zijn vraag toen hij vroeg: ‘waarom deze terugkeer naar de jaren vijftig? Waarom deze hernieuwde hang naar conformisme? Ik breek er al een tijd mijn hoofd over‘.

Ik antwoordde: ‘Ik breek er ook mijn hoofd over. Het is zoals Verhoeven zegt een slingerbeweging die met het hedendaagse puritanisme volgens hem nu weer terug is bij de Tweede Wereldoorlog. Maar door wat wordt die slinger in beweging gebracht? Mijn idee is dat door rechts én links dat zich beroept op verschillend gedachtengoed, respectievelijk religie/fatsoen en identiteitspolitiek/selectief inclusie-denken de publieke opinie van twee kanten onder druk is komen te staan. De vrijdenkers die per definitie de tegenkracht tegen dat puritanisme zijn, hebben zichzelf door hun eigen emancipatie en gerichtheid op het individualisme maatschappelijk grotendeels buiten spel laten zetten. Gemeenschapsdenken kun je het best beantwoorden met gemeenschapsdenken. Zodat het nu vrij scoren is voor de fatsoensrakkers van links én rechts. Tel daarbij de angst voor sociale media van zo’n instelling als het Drents Museum en het marketingdenken dat de museumsector in haar greep heeft genomen en karakterloosheid en lafheid zijn het resultaat.

De vragensteller verwijst hierop naar een column in NRC van Maxim Februari die volgens hem min of meer hetzelfde zegt. Februari zegt in de laatste alinea: ‘De samenleving zit al met al gevangen tussen twee vuren. Aan de ene kant de conservatieven die vinden dat iedereen op hen moet lijken. Aan de andere kant de diversiteitsexperts die met overheidssteun de diversiteit zo bijsnoeien en bijknippen dat er weinig van over blijft. Laat de rest nu maar eens proberen een open democratisch gesprek te voeren‘.

Hier ben ik het mee eens, hoewel ik het begrip ‘conservatieven‘ in dit verband lastig vind omdat het verwarrend is in welke betekenis Februari het gebruikt. We weten ongeveer hoe christelijke fatsoensrakkers denken en handelen. Christenen hebben een ongemakkelijke verhouding tot seksualiteit, zeden en vrouwelijkheid in het bijzonder. En hiermee ook tot zichzelf. Verwijtbaar is niet dat ze zulke ideeën hebben, maar dat ze die andersdenkenden op willen leggen. Dat laatste gebeurt en is zoals gezegd ook de fout van de vrijdenkers om daar geen weerstand aan te bieden.

Minder duidelijk zal voor velen de verstikkende invloed van de linkse identiteitspolitiek zijn die zoals Februari terecht constateert met de overheid onder een hoedje speelt. Hoe negatief die invloed is maakte Eric Hendriks in 2018 duidelijk in het artikelIdentitair links heeft stiekem een rothekel aan diversiteit‘ op de Kanttekening. Hij zegt: ‘Ideologen en professionele moralisten zien liever een schematische, schoongeveegde wereld, één die hun duidingsmodel volgt en waar vooruitgang een eenduidige richting heeft‘.

Overigens benoemen zowel Februari als Hendriks, ondanks dat ze interessante aanzetten hiertoe geven, niet echt de diversiteit van de diversiteit. Beperking, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd ontbreken. Ook in hun kritiek richten zij zich vooral op gender en etniciteit. Zij laken terecht het klimaat waarin diversiteit groeit die niet zozeer op te vatten valt als partijpolitiek, maar metapolitiek die zich aan het partijpolitieke debat onttrekt en daarom lastig, in elk geval niet met de gewone politieke middelen te bestrijden valt.

De gepolitiseerde reductie van diversiteit die de publieke opinie van links en rechts in de tang heeft genomen is zo krachtig omdat het aan invloed heeft gewonnen op de cultuur, intellectuelen en de media. In het kielzog van die ontwikkeling surft de nieuwe preutsheid mee. Op dit moment valt die nauwelijks te bestrijden omdat zo’n directie van het Drents Museum niet eens vanuit een eigen overtuiging handelt, maar zich onbewust voegt in de culturele hegemonie zonder dat te beseffen.

Evangelische Hans Maat wil uitzonderingssituatie voor gebedshuizen bij bestrijding van COVID-19 oprekken voor evenementen

Schermafbeelding van deel artikelHans Maat: Er is veel meer mogelijk als ‘religieuze samenkomst’ op Groot Nieuws Radio, 28 september 2021.

Het is de krankzinnigheid van een kapot en onevenwichtig systeem van maatregelen om de COVID-19 pandemie te bestrijden dat door het kabinet Rutte III op de rails is gezet.

Een opportunistische gelovige trekt daar de consequentie uit. Hans Maat van het Evangelisch Werkverband roept zijn achterban op om creatief om te gaan met de ruimte die de overheid biedt aan kerken. Zo wil hij de coronatoegangspas omzeilen. Groot Nieuws Radio doet verslag.

Gebedshuizen hoeven niet te voldoen aan de voorwaarden die de regering bij de bestrijding van COVID-19 aan bedrijven en organisaties stelt. Zoals het tonen van een coronatoegangspas waar ze van zijn vrijgesteld. Die uitzondering is bedoeld voor de kerntaken van gebedshuizen, zoals het houden van de eredienst of bijbelstudie. Dat wordt door de rijksoverheid geformuleerd als ‘voor uw geloof of levensovertuiging‘. Het is volgens de overheid niet bedoeld voor het houden van evenementen in een gebedshuis, zoals een concert of voorstelling.

Deel van informatieNaar de kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis‘ van de Rijksoverheid.

Hans Maat heeft daar lak aan. Hij wil het voorrecht dat volgens velen ten onrechte is toegekend aan religieuze organisaties nog eens extra oprekken door het van toepassing te laten zijn op concerten en voorstellingen. Hij is zo brutaal om dat creativiteit te noemen.

Maat redeneert dat het voorrecht dat geldt in een gebedshuis voor de eredienst ook van toepassing kan zijn voor evenementen die niets met geloof te maken hebben. Hiermee rekt hij de uitzonderingssituatie voor gebedshuizen oneigenlijk op.

Maats stelling dat kerken in coronatijd grondwettelijk gezien een uitzonderingspositie hebben, vanwege de vrijheid van godsdienst, wordt niet door alle grondwetsdeskundigen gedeeld. Het is namelijk de vraag of de beperking in dat wetsartikel ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet‘ wel geldt en de uitzonderingssituatie billijkt.

Het lijkt eerder een partijpolitieke dan een juridische of grondwettelijke omstandigheid die heeft geleid tot de uitzonderingssituatie voor gebedshuizen waar het geloof en levensovertuiging betreft. Daarom is het de vraag hoe geldig Maats betoog is dat hier juridisch op voortborduurt.

Het viel te verwachten dat iemand uit religieuze hoek zo onbeschaamd zou zijn om de eigen voorrechten nog een extra op te rekken. D66-er Hans Gruijters zei ooit dat hij altijd zijn vingers natelde als hij een christen-democraat een hand had gegeven. Het was voorspelbaar dat iemand de uitzonderingssituatie voor gebedshuizen zou aangrijpen om die verder te verbreden. Het had iedereen uit die kring kunnen zijn.

Het is het kabinet dat willens en wetens deze ongelijkheid heeft gecreëerd en de sluiproute die Maat nu voorstelt om te gaan bewandelen niet heeft afgesloten, maar heeft opengesteld.

Wellicht leidt dat tot de kwinkslag dat Maat geen maat kent, maar feitelijk is dat niet de kern van deze kwestie. Het gaat erom het het kabinet dit heeft toegestaan door een ruime interpretatie van de vrijheid van godsdienst. De echte kwinkslag is dat het kabinet Rutte III ondermaats heeft gehandeld. Het is de verdienste van Maat dat hij dat aantoont en zo het kabinet als ondoordacht te kijk zet. Met zijn voorstel om de uitzondering voor kerken op te rekken loopt Maat de kans zijn eigen zaak te schaden en het omgekeerde te bereiken van wat hij beoogt. Hij vestigt de aandacht op een ongelijkheid die slecht verdedigbaar is.

Meidas Touch zegt ‘Trump Cult Kills’ en roept mensen op om te gaan stemmen. Hoe realistisch is dat?

De video van het progressieve PAC (political action committee dat privé geld inzamelt om verkiezingen of wetgeving te beïnvloeden) Meidas Touch is onweerlegbaar waar, maar toch klopt het niet.

De Republikeinse partij onder Trump is een onmiskenbaar een cult omdat het alle kenmerken ervan vertoont, zoals godsdienstwetenschapper Reza Aslan al in 2017 in de LA Times beweerde. In een commentaar van april 2018 verwees ik daarnaar. Vooral sinds Trumps verkiezingsnederlaag in november 2020 is de Republikeinse partij geradicaliseerd en verschanst het zich in apartheid, leugens, misleiding en obstructie van de politiek. De waarheid is het slachtoffer. Met deze tactiek van de verschroeide aarde beschadigt het overigens niet alleen het beoogde doelwit, namelijk de Democraten en president Joe Biden, maar ook de VS, de gevestigde religie en de politieke wil tot samenwerking en verbinding.

De video klopt in het opsommen van de feiten, maar niet in het middel om daar een eind aan te maken: ‘We must vote them out!‘. Als er in de Senaat niet tijdig een brede, veelomvattende stemrecht of Voting Rights wet wordt aangenomen, dan is dat een loze oproep. Het geheel of gedeeltelijk afschaffen van de zogenaamde filibuster zodat in de praktijk geen 60, maar 50 stemmen nodig zijn voor een meerderheid is een eerste voorwaarde om de obstructie van de Republikeinen passend te beantwoorden.

De oproep gaat voorbij aan wat er op dit moment gebeurt in de staten waar de Republikeinen de bestuurlijke macht hebben. Ze hebben het in een kleine meerderheid van de staten voor het zeggen. Het stemrecht wordt niet alleen in staten als Texas zo aangepast dat in de toekomst zwarte en gekleurde minderheden ontmoedigd worden om te gaan stemmen door het opwerpen van praktische belemmeringen. Wat veel belangrijker is, nu maken de Republikeinse bestuurders nieuwe kieswetten die hun de bestuurlijk-administratieve middelen in handen geeft om los van de werkelijke uitkomst van verkiezingen een winnaar aan te wijzen. Het is zoals Stalin zei: ‘Het gaat er niet om hoe de mensen stemmen, maar wie de stemmen telt’.

‘Stem ze weg’, is daarom een onderschatting van de politieke situatie op staatsniveau van dit moment. Het enige wat helpt is het voor dit specifieke doel buiten werking zetten van de filibuster om in de Senaat de For the People Act aan een meerderheid te helpen. Dan kunnen op federaal niveau de recente Republikeinse aanpassingen teruggedraaid worden, inclusief het mandaat voor Republikeinse bestuurders om de uitslag van verkiezingen te overrulen.

Daarmee zijn nog lang niet alle onregelmatigheden in de kieswet verdwenen zodat de bevolking niet correct vertegenwoordigd is in de uitslagen van verkiezingen. Ook als ze wel gaan stemmen. Het is onverklaarbaar dat dunbevolkte gebieden even zwaar tellen als dichtbevolkte gebieden waar Democraten in de meerderheid zijn. Evenmin is het logisch dat gebieden als Washington DC en Puerto Rico niet vertegenwoordigd zijn in de Senaat, terwijl dat laatste unincorporated territory meer dan vijfmaal zoveel inwoners heeft dan de Republikeinse staat Wyoming. Een 18de eeuwse anomalie is het Kiescollege (Electoral College) waardoor swingstates een relatief groot gewicht hebben en de campagnes daar geconcentreerd worden. Het hertekenen van kiesdistricten (gerrymandering) bevoordeelt de Republikeinen in het Huis en is een tendens die alleen maar sterker wordt. Het geeft hun een voordeel van tientallen zetels dat het verschil kan uitmaken tussen winst en verlies. Met als gevolg dat Republikeinen driekwart van de zetels in een staat binnenslepen waar ze nog geen 60% van de stemmen behalen.

Ook als de For the People Act wordt aangenomen is het nog maar de vraag of bij de tussentijdse verkiezingen van 8 november 2022 de Democraten hun kleine meerderheden in Huis en Senaat behouden. Zeker wat het Huis betreft is de verwachting dat de Democraten daar hun meerderheid gaan verliezen. Waardoor de rode loper voor obstructie van de Republikeinen wordt uitgerold en de regering Biden in haar laatste twee jaar machteloos wordt gemaakt.

Het ligt aan twee aspecten of het de komende jaren ook zo zal gaan. Het eerste is de vraag of er een volledige oorlog binnen de Republikeinse partij uitbreekt waarbij de Trumpianen tegenover degenen komen te staan die Trumps macht willen breken. Onduidelijk is of Trump meedoet aan de verkiezingen van 2024. Opvallend was afgelopen week dat Trump in een bijeenkomst in Georgia de Democrate Stacey Abrams als kandidaat-gouverneur verkoos boven de Republikeinse gouverneur Brian Kemp die volgens Trump hem onvoldoende had gesteund in de Big Lie. Het andere aspect is het succes van de regering Biden en de volharding en het succes om op te treden tegen de obstructie van de Republikeinen in. Tot nu toe lijkt de regering Biden in deze strijd aan de verliezende hand. Het treedt niet hard op tegen de Trumpianen die op 6 januari 2021 de Amerikaanse democratie omver wilden werpen.

Het gaat er niet om of de mensen gaan stemmen en door progressieve lobbyisten gemotiveerd worden om dat te gaan doen, maar dat op federaal niveau wordt gegarandeerd dat de voorwaarden om te stemmen eerlijk en transparant zijn en de stemmen geteld worden zoals het bedoeld is. Dan nog is het de vraag of de onregelmatigheden in het kiessysteem (vertegenwoordiging in de Senaat, Electoral College, gerrymandering) onderhand niet zo groot zijn geworden dat er nog wel van eerlijke verkiezingen gesproken kan worden. Een fundamentele hervorming is nodig, maar kan niet van de grond komen omdat het samengaat met Republikeins machtsverlies. Deze partij weet dat het verkiezingen alleen nog kan winnen door obstructie en zich te beroepen op oude rechten uit een ver verleden. Die patstelling is geen gelijk spel, maar verlies voor de Amerikaanse democratie.