Gedachte bij de foto ‘Gottesdienst auf der Presenaspitze’ (1918)

Gottesdienst auf der Presenaspitze‘, 1.1.1918. Collectie: ÖNB (Österreichische Nationalbibliothek).

Godsdienst. We raken er niet over uitgepraat. Wat is de functie ervan en wanneer gaat het die te buiten? Vooral daarover raken we niet uitgepraat. We hebben het antwoord niet.

Wie terugkijkt ziet een Oostenrijkse kerkdienst op de top van de Presena-gletscher. Begin 1918. Nu in de Alpen in Trentino ten noorden van het Garda-meer. Moest de dienst troost bieden? Italië won van Oostenrijk-Hongarije de harde strijd in de bergen. Wie weet hadden de Italianen harder gebeden.

Op de foto wonen Oostenrijkers, Hongaren, Kroaten, Bosniërs, Tsjechen, Slowaken, Slovenen en anderen een kerkdienst in het veld bij. Wat er gezegd werd en wat of wie werd aangeroepen weten we niet. We kunnen het vermoeden. Want het past in een patroon. Voor de overwinning in de strijd, de bescherming van en het vertrouwen in God en zelfbehoud. Zoiets zal het wel geweest zijn.

Religieuze doping dus. Alle strijdende partijen dienden het hun troepen toe. Zie hier het commentaar ‘Religieuze doping, commercie en oorlogspropaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog: ‘A Church Service On The Battle Field’ (1916)‘ over de reconstructie van een Britse kerkdienst voor het thuisfront.

De groep Oostenrijkse militairen in donkere jassen in de witte sneeuw toont verlaten. In de steek gelaten. Geïsoleerd. Onzalig in zaligheid. Het contrast tussen zwart en wit verhardt hun noodlot. Zo legt de fotograaf het vast. We raken er niet over uitgepraat. In onze horizontale spitsvondigheid.

Ondeugdelijke reacties op belediging van islam door Nupur Sharma

Opmerkzaam aan de religieuze controverse in India met een felle reactie van islamnaties is dat de feiten niet genoemd worden. Niet bij de NOS, The Guardian of The Washington Post. Het is de vraag of dat omfloerst duiden goede of slechte journalistiek is. Voor wie geen Hindi spreekt zijn de feiten niet te achterhalen. Het is gissen waarom de westerse media in raadsels spreken. Zijn ze zelf bang geworden om de feiten te noemen?

De controverse gaat om Nupur Sharma die onder meer de nationale woordvoerder van de rechts-hindoeïstische Bharatiya Janata Party (BJP) is. Tien dagen geleden maakte ze in een nationaal televisiedebat opmerkingen die opgevat werden als een belediging van de profeet Mohammed of de islam of de koran of de islamitische wereldgemeenschap.

Na een actie op sociale media met een montage van haar uitspraken van het debat zwol de binnen- en buitenlandse kritiek aan. Ze werd daarop geschorst door de BJP. De partij wil de economische relatie met de rijke Golfstaten en andere islamnaties blijkbaar niet riskeren.

Nupur Sharma wordt van alles beschuldigd. Het lijkt te draaien om een uitspraak over Aisja die tijdens haar huwelijk met Mohammed 6, 7, 8 of 9 jaar oud was. De bronnen daarover zijn vaag.

Wat Nupur Sharma in dat debat precies gezegd heeft doet er eigenlijk niet toe. Een godsdienst als de islam of het christendom staat niet boven de wet, en kan en mag beledigd worden. Uiteraard hoeft dat niet, maar het is niet verboden om een godsdienst te beledigen.

Men kan beweren dat door belediging een godsdienst sterk wordt. Gedwongen wordt om uit de eigen schulp te kruipen om in gesprek te gaan met andersdenkenden. Het is sterker om goede tegenargumenten op een belediging te formuleren dan verbolgen te reageren en op te roepen tot het cancellen van degene die beledigt.

Maar het is makkelijk praten vanuit het seculiere Nederland waar alle godsdiensten en levensovertuigingen voor de nationale wet gelijk zijn. De ergste godsdiensttwisten dateren in Nederland van eeuwen terug. Het is geen toeval dat in India de moslims die in een minderheidspositie verkeren zich sterk maken voor het secularisme. Daar zien ze een garantie door de staat in voor het bestaan van hun godsdienst en een bescherming van hun leven. Verder dan dat lijkt hun geloof in het secularisme niet te gaan.

Bovenstaande video van de Pakistaans-Britse Zeeshan Ali kiest een relativerende toon. Hoewel hij Nupur Sharma verdacht maakt door ze te framen als heetgebakerd. Door het kindhuwelijk van Mohammed te vergelijken met de praktijk in de heilige boeken van andere godsdiensten probeert hij de aanval van Nupur Sharma te counteren. Maar hij komt er niet aan toe om te stellen dat in een rechtsstaat een godsdienst stoffeloos beledigd mag worden. Hij gaat de kern van de kwestie Nupur Sharma uit de weg. Dat is een kwestie van emancipatie.

Gedachte bij foto ‘Een vrouw die genezen werd aan boord van de evangelisatie schepen van de Gemeente des Heeren’ (1927)

Stromingen, evangelisatie. Een vrouw d[i]e genezen werd aan boord van de evangelisatie schepen van de Gemeente des Heeren. De veenarbeider Johannes Orsel (1877-1949) was de grondlegger van deze stroming. Nederland, 1927‘. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

Religie blijft een ongrijpbaar fenomeen omdat het geschikt is om ruimte aan claims te geven zonder dat de feiten onderzocht worden. Een prediker kan uit de losse pols van alles beweren zonder daar meteen op afgerekend te worden. Tot in het absurde toe. Religie geeft kansen aan beunhazen, gekken, kapers en politieke manipulatoren.

Begrenzing is de sterkte, maar ook zwakte van religie. Met religieuze uitgangspunten zijn godsdiensten in concurrentie met elkaar geconstrueerd door mensen om aan mensen zingeving, troost en samenhang te bieden. Dat had ooit een positieve uitwerking.

In de loop van de eeuwen zijn door invloeden godsdiensten waar gelovigen centraal stonden veranderd in godsdiensten waar het draait om invloed en sterkte van de eigen organisatie. Verticaal is horizontaal geworden.

Als claims grenzeloos zijn, dan is het geloof daarin het ook. Dan kan een godsdienst het sprookjesniveau naderen. Dat is een kwestie van maatvoering. Hoever kan de goedgelovigheid van gelovigen opgerekt worden? Want claims zijn het diepere wezen van religie. Geen afwijking, maar uitvoering van wat het is.

Grenzeloze beweringen waar geen rem op staat kunnen het begrip religie verwateren. Ook voor andersdenkenden. Een religieuze vertegenwoordiger die aantoonbare apekool verkoopt rekt de grenzen op van wat onder religie verstaan wordt. Apekool voedt het wantrouwen over een geloofsleer met vergaande claims.

Men zou kunnen denken dat het opvoeren van de overdrijving en de onwaarheid perfect aansluit bij de huidige tijd. Politici als Trump, Baudet of Poetin schetsen het beeld van zichzelf dat ze zo overtuigd zijn van hun claims dat ze geen tegenspraak verdragen ook als het sterke vermoeden bestaat dat ze zelf de claims niet geloven.

Het is een misverstand dat overdrijving en onwaarheid in het bijzonder aansluiten bij de huidige tijd. Het is iets van alle tijden. Sinds godsdiensten bestaan. Als mensen een geloofsleer construeren, dan kunnen ze dat vermogen ook anders gebruiken. Dat opent de weg naar leugens, verzinsels, bluf en bedrog. Dat kan door iedereen opgepakt worden.

Wie kiest voor een godsdienst plaatst zich in een traditie. Wie binnen zo’n godsdienst claims gelooft vanuit de leerstelling van betreffende godsdienst blijft binnen de traditie. Als de claims volgens gelovigen in ‘eigen kring’ echter ongerijmd en buitensporig worden geacht, dan zaait dat twijfel. Niet zozeer over de claims, maar over de geloofwaardigheid van betreffende godsdienst die ze als geloofswaarheid verkondigt en waarop de twijfel terugslaat.

Quest Historie noemt in artikel over scheppingsverhalen van culturen het christendom niet

Schermafbeelding van een deel van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van Guido Hogenbirk voor Quest Historie, 10 mei 2022.

In een wachtkamer las ik vanochtend nummer 3/2022 van Quest Historie. Een publicatie van Hearst Netherlands. Goed verteerbare stukken over geschiedkundige onderwerpen. Prima voor een wachtkamer waar men elk moment opgeroepen kan worden. Hoewel ik de Donald Duck prefereer.

Eén artikel viel me op. Dat ging over de scheppingsverhalen van negen afzonderlijke culturen die in het verlengde daarvan ermee hun eigen denkrichting en beweging benadrukken. Het is een bewerking van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van 10 mei 2022 dat hierboven wordt genoemd.

Iedere cultuur komt met een eigen verhaal dat cultureel bepaald is en niet zozeer iets verduidelijkt over het ontstaan van de wereld, maar eerder over de eigen cultuur. Die wordt vertaald naar dat scheppingsverhaal zodat het de leden van de betreffende culturele groep aan wie het gericht is kan motiveren, binden en upgraden, zoals het in termen van fondsenwerving en marketing heet.

Kortweg gezegd, een cultuur die gericht is op zee, vertelt het scheppingsverhaal met water, stormen en boten. Terwijl een cultuur die midden in tropisch oerwoud leeft het scheppingsverhaal vertelt aan de hand van bomen, dieren en natuur die in dat oerwoud voorhanden zijn. Zo evident is dat.

Omslag van Quest Historie, nr. 3/ 2022.

Opmerkelijk is dat in de reeks culturen het christendom ontbreekt. Terwijl dat een scheppingsverhaal heeft met fantastische constructies die de verbeeldingskracht van de Griekse mythologie, Walt Disney, John Ronald Reuel Tolkien en de gebroeders Grimm evenaren, zo niet te boven gaan. Juist het christendom maakt de Europese en West-Aziatische cultuur aanschouwelijk en toont de diepere motieven en drijfveren ervan.

De vraag is waarom Quest Historie het christendom niet in de reeks noemt. Is dat echt omdat we ‘het inmiddels wel kennen’, zoals de inleiding bij het artikel van Hogenbirk zegt? Hhmm.. Er dringt zich een andere verklaring op. Namelijk dat de redactie van Quest Historie het christendom in de eigen kolommen liever niet direct vergelijkt met de ontstaansgeschiedenis en de scheppingsverhalen van Inca’s, Noormannen, Hindoestanen. Oude Egyptenaren en andere culturen om het beeld niet te verstoren dat het christendom buiten categorie is.

Toch lijkt dat een te gemakkelijke verklaring omdat in het archief van Quest Historie artikelen zijn terug te vinden die kritisch zijn op het christendom en het bestaan van God. Zoals het artikel Kunnen we ooit bewijzen dat er een god bestaat?‘ uit 2019 dat in een apart kader zegt: ‘Een god is handig als je mensen zich aan de regels wilt laten houden‘. Met deze uitspraak nagelt Quest Historie kern en considerans van de aard van godsdiensten treffend vast.

Waarom ontbreekt het christendom dan in de reeks scheppingsverhalen en mythologieën van culturen? Het is beredeneren waarom dat is, maar het lijkt eerder een geval van beeldvorming waar Quest Historie van weg wil blijven dan van een inhoudelijke overweging om het christendom buiten schot te laten en niet in een rijtje met scheppingsverhalen van andere culturen te zetten. Typisch is namelijk dat redacteuren van Quest Historie zich doorgaans laten kennen door een welhaast ideale seculiere opstelling.

Een andere verklaring kan zijn dat Quest Historie de lezer verstandig genoeg acht om een vergelijking tussen culturen met hun scheppingsverhalen en het christendom te maken. Daarom kan het christendom ongenoemd blijven omdat het de nulmeting is. Van de lezer wordt verondersteld dat hij of zij voldoende kennis over het christendom heeft om het scheppingsverhaal van het christendom erbij te betrekken én te relativeren.

Uit de opsomming van culturen met hun scheppingsverhalen blijkt dat het scheppingsverhaal van het christendom niet uniek is en er een van vele is.

De cynicus kan er nog het volgende aan toevoegen: Zoals de verschillende culturen elkaar met hun afzonderlijke en sterk van elkaar afwijkende scheppingsverhalen uiteindelijk zijn gaan beconcurreren op een (pas laten ontstane) druk bezette en lucratieve religiemarkt, zo heeft Quest Historie te dealen met concurrentie op de niet meer zo lucratieve tijdschriftenmarkt. Het is waardevol dat op de populaire tijdschriftenmarkt voor een breed publiek dit soort zware onderwerpen lichtvoetig wordt behandeld. Passend voor de wachtkamer.

Antwoord op video ‘Stop Disney’s LHBT-indoctrinatie’ van het ultra-conservatieve katholieke CitizenGo

Mijn reactie bij de video van CitizenGo over de vermeende LHBT-indoctrinatie van Disney. Ermee sluit deze ultra-conservatieve katholieke organisatie aan bij de politieke standpunten van de Republikeinse gouverneur van Florida Ron DeSantis die als mogelijke uitdager van Trump het schoppen tegen Disney gebruikt om hem rechts in te halen en de cancel culture hoog op de agenda te houden en de conservatieve kiezers voor zich te winnen:

Het lijkt er eerder op dat orthodoxe christenen zoals die van CitizenGo geobsedeerd zijn door de LHBT-gemeenschap, dan dat Disney geobsedeerd is door de LHBT-gemeenschap. Christenen hebben de vrijheid van godsdienst om met elkaar hun geloof te belijden. Wat ze voor zichzelf aan rechten en vrijheden verworven hebben, zouden ze ook anderen moeten gunnen. Maar dat doen ze niet. Daarmee zijn ze in strijd met de kern van hun eigen leer.

Voordat enkele jaren geleden de cancelcultuur over de wereld spoelde, was er eeuwenlang een kanselcultuur die dominant was in de westerse wereld. Ooit hadden georganiseerde godsdiensten een zinvolle, emanciperende rol die de samenleving hielp vormen. Ze hebben zelfs bouwstenen aangeleverd voor het rationalisme van de Verlichting. Historisch gezien is het verschil tussen de verschillende filosofieën niet zo groot.

Maar zoals met alles is er een tijd van komen en een tijd van gaan. De monotheïstische godsdiensten hebben hun nut bewezen, maar zijn van progressieve maatschappelijke krachten verworden tot behoudzuchtige krachten die op de rem van de ontwikkeling zijn gaan staan. Dat valt te betreuren. Dat uit zich erin dat ze tegen allerlei hedendaagse ontwikkelingen zijn. Zo is het christendom niet begonnen, maar lijkt het wel te eindigen.

Het christendom is waardevol als cultureel verschijnsel. Zoals Griekse of Shakespeariaanse tragedies of Middeleeuwse mirakelspelen dat ook zijn. Net als deze kunstvormen is religie een sterke uiting van de menselijke geest. Het is waardevol om dat cultureel erfgoed inclusief het christendom te bewaren en zelfs te koesteren. 

Het christendom verdient het om van de overheid subsidie te krijgen, zoals theater, beeldende kunst, literatuur of muziek ook subsidie van de overheid krijgen. Kunst en religie zijn menselijke uitingen waarin mensen troost, zingeving, diepte en scherpte vinden. 

Kunst en religie geven het menselijk leven diepte. Niet vanwege een vermeende hogere waarde die verticaal zou zijn, maar vanwege de horizontale waarde van de mens die zich in de beste momenten overtreft en andere mensen daarmee toont wat menselijkheid is.

Onverdraagzaamheid jegens anderen of andersdenkenden staat daar haaks op. Daarmee verengt een godsdienst zich tot een verlengstuk van de politiek. Dat is een vrije keuze, maar ermee prijst zo’n godsdienst zich wel uit de markt. Godsdiensten zouden beter dan nu moeten beseffen dat ze vanwege andere doeleinden en functies geen politieke partijen of lobbygroepen zijn die ageren tegen hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen, maar culturele organisaties die mensen troost, zingeving, diepte en scherpte geven.

Christian Tan probeert Johan Derksen en ideeën over vertrutting in christelijk frame te duwen. Dat loopt vast in behoudzucht

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Terwijl de Europese veiligheid op het spel staat door de invasie van de Russische Federatie in Oekraïne houdt een groot deel van Nederland zich bezig met trivialiteiten. Zoals de uitspraken van voetbalcommentator en televisiepresentator Johan Derksen over een kaars waarmee hij lang geleden een vrouw zou hebben onteerd. Later zwakte hij dat verhaal af.

De reactie op Derksen die controversiële uitspraken gebruikt om de kijkcijfers van zijn programma op de commerciële omroep Talpa op te pimpen was duidelijk. Derksen was deze keer volgens velen over een grens gegaan. Sponsors liepen weg en het programma Vandaag Inside komt na een zomerpauze wellicht terug op de buis.

Commercie staat bij Talpa voorop. Het gaat uitsluitend om geld verdienen. Nieuwe sponsors kunnen zich straks weer melden. Business as usual. De mediastorm over de kaars van Derksen heeft veel vrije publiciteit opgeleverd voor dit programma zodat het een succesvolle doorstart kan maken. Commerciële televisie heeft geen historisch geheugen en geen moraal.

Het is een misverstand dat er in het geval Derksen sprake is van cancelcultuur zoals Christian Tan van MeerJezus in een stuk op Revive.nl zegt. Tan begrijpt de dynamiek van de commerciële televisie onvoldoende. Hij probeert deze kwalijke kwestie te gebruiken om zijn punt te maken. Het omgekeerde is echter waar. Derksen wordt niet gecanceld, maar wendt het cancelen aan om publiciteit te maken voor Vandaag Inside en zichzelf als mediapersoon.

Het valt Tan te vergeven dat hij vanuit zijn christelijke overtuiging deze kwestie probeert te verbinden met het christelijk geloof. Dat heeft er bij nader inzien weinig mee te maken. Maar het is Tans vrijheid van godsdienst om de kwestie Derksen te gebruiken om zijn christelijke geloof te verkondigen. Of het zinvol is en aan de zaak iets essentieels toevoegt is de vraag.

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Tan gaat in het citaat hierboven verder dan evangelisatie en religieuze propaganda als hij de vertrutting van de samenleving toejuicht. Hij zegt er zelfs blij mee te zijn. Hoe breed hij vertrutting opvat is onduidelijk, maar duidelijk is dat dit begrip gaat over preutsheid, fatsoen, vrijheid en de rol van de vrouw.

Tan ontneemt individuen de vrijheid van handelen en wil ze insnoeren in een van bovenaf opgelegd moralisme dat christelijke wortels heeft. Dat is ongelukkig en ongewenst. Respect, lichamelijke integriteit en instemming (consent) zijn universele waarden die niet specifiek verbonden zijn aan vertrutting. Tan de moraalriddder maakt een parodie van vertrutting én moraliteit.

Tan laat zijn ware aard zien als een christelijke spookrijder als hij in bovenstaand citaat spreekt over huwelijkstrouw en gezinsleven, belachelijk gedachtengoed, afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God en evolutie-indoctrinatie. Tan haalt er van alles bij, gooit dat op een hoop en laat zich kennen als iemand die maatschappelijke ontwikkelingen terug wil draaien naar een christelijk Nederland dat verdwenen is. Als het in de vorm die hij zich voorstelt al ooit bestaan heeft.

Tan is niet de enige Nederlandse gelovige die verbolgen is, zich miskend voelt en met z’n hoofd in het verleden leeft en daarom een verkeerde aanpak kiest voor het hier en nu. Beseft hij niet dat als er sprake is van afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God dat vooral de christenen zelf te verwijten valt?

In Nederland hebben kerken onder het secularisme alle vrijheid om hun geloof in vrijheid te belijden. Maar de realiteit van de Nederlandse maatschappij is dat een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat is het gegeven.

In een nieuwsbericht van maart 2022 over een onderzoek naar levensovertuiging concludeert het SCP: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland‘.

In het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van 2 februari 2022 pleitte ik voor het subsidiëren van kerken als culturele instelling.

Daarin schetste ik precies het beeld van iemand als Christian Tan die veel energie stopt in een achterhoedegevecht en zo de zaak die hij denkt te behartigen niet optimaal behartigt en zelfs beschadigt: ‘Dat zou voor iedereen beter zijn. Voor de kerken die daardoor een betere financiële uitgangspositie hebben, voor de samenleving die de gevestigde kerken voortaan kan waarderen als culturele instellingen die de claim opgegeven hebben om de samenleving te besturen en voor de gelovigen die niet langer meegesleept worden door hun kerkleiders in een misleidend beeld van hoe schadelijk secularisatie is‘.

Zwitserse missionarissen Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler en Vischer in Nederlands Borneo (1933-35)

Carl Mattheus Vischer,V.l. Geschw. Schweizer, Trostel Kühnle, Röder, Weiler‘, 1933-35. Collectie: Basel Mission, International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Het is rond 1934 in Borneo ofwel Kalimantan. Het zuidelijke deel dat deel van Nederlands-Indië is. Waarschijnlijk is de boot aangemeerd in havenstad Banjarmasin.

Het Duitse bijschrift van de foto leest vertaald als een gedicht: ‘Van links verwanten Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler‘. Het klinkt Duits, maar is Zwitsers. Het betreft missionarissen met echtgenote van de Basel Mission.

Ze worden vastgelegd door de fameuze Zwitserse ziekenhuisdirecteur Carl Mattheus Vischer die ook aan de Basel Mission verbonden was. Hij zou op 20 december 1943 door de Japanners worden geëxecuteerd wegens ‘vermeende deelname aan een anti-Japans complot’. Vischer lijkt nog altijd te worden gewaardeerd door de bevolking, met zelfs een Wikipedia-pagina in het Indonesisch. Of wat daar aan herinnering nog van resteert.

Maar nu poseren de Zwitserse missionarissen met hun echtgenoten en een jonger kind nog even in de haven. Gekleed met passende outfit. Vol verwachting en goede bedoelingen. Komen ze aan na een lange reis? Om goed werk te gaan verrichten. De tropen wachten.

Ik heb een hekel aan reizen en aan ontdekkingsreizigers‘, zo luidt de eerste, vertaalde zin van een boek van etnograaf en antropoloog Claude Lévi-Strauss. Het is een reisboek en antropologisch werk met accent op Brazilië. De titel verraadt de afloop: ‘Tristes tropiques‘ ofwel ‘Het trieste der tropen‘.

Enkele zinnen uit de uitgebreide bespreking van dit boek op Wikipedia schetsen de triestheid: ‘Dit nederzettingspatroon met rangschikking van de hutten rond het mannenhuis is doorslaggevend en onmisbaar voor de ordening van het sociale stamleven. De Salesiaanse missionarissen bouwden deze structuur dan ook direct af door, om hen te bekeren, ze in evenwijdig aan elkaar opgestelde rijen behuizingen te laten wonen. Door het wegvallen van deze voor hen onmisbare structuur raakten de inheemsen al spoedig hun gevoel voor traditie kwijt.

Carl Mattheus Vischer (?),Stelzenlaufender Hausbube i. Pudjun. Uralter Brauch, nicht v. Europa übernommen. Analogie zauber z. Befördern des Wachstums der Reispflanzen, so hoch sollen sie werden.” (=Steltlopende huisjongen i. Pujun. Oude gewoonte, niet van Europa overgenomen. Analogie spreuk ter bevordering van de groei van de rijstplanten, zo hoog horen ze te zijn’. Collectie: Basel Mission International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Triest. Goede bedoelingen kunnen veel schade berokkenen. Het hoeft niet, maar het kan. Het is een gemengd beeld. Dat we het weten. Ach, daarom nog maar even voor de laatste keer een Zwitsers gedicht in tropisch Kalimantan: ‘Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler‘.

Onderzoek ‘Buiten kerk en moskee’ van het SCP blijft worstelen met formuleringen om de ontwikkelingen onbevooroordeeld te beschrijven

Schermafbeeldingen uit onderzoekBuiten kerk en moskee‘ van het SCP, 23 maart 2022. Pagina’s 74 en 75.

Vandaag 24 maart 2022 verscheen het onderzoek Buiten moskee en kerk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Pikant is dat het ultrarechtse FvD-kamerlid Pepijn van Houwelingen als een van de drie auteurs wordt genoemd.

In de toelichting bij dit onderzoek zegt het SCP op de eigen website: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland. Daarmee is voor de meeste mensen de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de verhoudingen tussen verschillende groepen, en onze samenleving als geheel. Dat blijkt uit het onderzoek Buiten kerk en moskee van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)‘.

In een reactie op een artikel van Hanco Jürgens dat in NRC in december 2021 werd geplaatst formuleerde ik kritiek die in mijn ogen ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP. Dat heeft te maken met verkeerde terminologie van de ontwikkelingen die het beschrijft. Mijn kritiek bestaat eruit dat ondanks het feit dat de meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet door godsdienst te laten inspireren het instrumentarium waarmee dat proces wordt beschreven in culturele zin niet loskomt van het geloof en door het totale proces van emancipatie en loskomen van religie in het frame van geloof te formuleren het godsdienst belangrijker maakt dan de demografische en sociologische ontwikkelingen rechtvaardigen. Ik herhaal een passage uit mijn kritiek op Jürgens. Niet op zijn opzet trouwens, maar op zijn uitwerking ervan:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

Het onderzoek formuleert in een voetnoot op p. 70 met verwijzing naar het langlopende onderzoek van de KRO naar God in Nederland ‘seculier’ als ‘diegenen die expliciet aangeven dat er ‘geen God of hogere macht’ bestaat (atheïsten) of die zeggen dit simpelweg niet te (kunnen) weten (agnosten).‘ Ook hier komt het tekort van de terminologie weer tot uiting.

Want waar laat dat iemand die zich als seculier of een aanhanger van het secularisme beschouwt, maar niet als atheïst of agnost? Het is onjuist om ‘seculier’ of een aanhanger van het ‘secularisme’ te omschrijven als ‘atheïst’ of ‘agnost’. Dat is opnieuw een ouderwetse benadering die ondanks een afwijzing ervan het secularisme direct koppelt aan godsdienst. Dat is ongewenst en wetenschappelijk onzorgvuldig. In mijn kritiek op Jürgens die ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP formuleerde ik dat als volgt:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

SCP trapt met open ogen in de valkuil. Het SCP blijft ermee in cirkels draaien door een niet passend instrumentarium te gebruiken dat ontleend is aan de godsdienst van weleer om de ontwikkelingen te beschrijven. Het beschrijft die groter wordend afstand tot religie adequaat, maar weet er geen juiste beschrijving voor te vinden.

Het SCP zorgt zo voor onnodige verwarring door het afgeven van gemengde signalen. Namelijk door in de beschrijving het maatschappelijk belang van afnemende godsdienst te beschrijven, maar daarvoor termen te gebruiken die aan die godsdienst zijn ontleend en de band ermee benadrukken.

De citaten uit het onderzoek over ‘cultuurchristenen’, het behoud van kerkgebouwen en de erkenning van de maatschappelijke waarde van geloof en kerk waarmee dit commentaar begint hebben dezelfde terminologische tekortkomingen als die over het secularisme.

Nogmaals. het secularisme is niet per definitie anti-godsdienst of pro-atheïsme. In een commentaar van februari 2022 pleitte ik voor subsidie van kerken door ze als culturele instelling te beschouwen. Door het omarmen van het secularisme kunnen religieuze instellingen als kerken een nieuwe culturele invulling vinden. Secularisten die dit steunen zouden geen cultuurchristenen genoemd moeten worden zoals het SCP doet, maar secularisten. Hiermee gebruikt het SCP opnieuw onnodig een term die nauw verbonden is aan godsdienst.

Het is voor de steun aan kerken niet de essentie of iemand de christelijke moraal of christelijke tradities erkent, zoals het SCP in haar uitleg beweert. Het gaat erom dat in een samenleving groeperingen elkaar niet uitsluiten en naast elkaar willen leven. Daarvoor is het niet nodig dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking de leerstellingen van christelijke kerken aanvaardt. Ook als men die verwerpelijk en verouderd vindt, zouden maatschappelijke of culturele instellingen als kerken recht op overheidssteun moeten hebben.

Schermafbeelding van deel commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van George Knight, 2 februari 2022.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag van Brian Houston van Hillsong Church dat jarenlang werd getolereerd toont zwakheid van godsdienst

Het is altijd weer bevreemdend als kerkleiders het een zeggen en het ander doen. In deze houding benaderen ze politici. Het opmerkelijke van deze kerkleiders is dat ze worstelen met seks en relaties. Wat door de leerstellingen van hun kerk verboden is en wat ze notabene zelf prediken wordt er blijkbaar aantrekkelijk op om als een verboden vrucht te plukken. In het geheim uiteraard. De kloof tussen wat ze zijn en wat ze doen wordt zo levensgroot.

Vaak gaat het om mannen van middelbare leeftijd die zich seksueel niet weten in te houden en zichzelf, gezin en kerk beschamen. Of de religieuze omgeving waarin ze opereren onevenwichtige mannen aantrekt of dat ze binnen hun godsdienst onevenwichtig en stiekem gedrag ontwikkelen is de vraag. Het kan ook een combinatie zijn. Namelijk dat onevenwichtige, onvolwassen mannen een religieuze omgeving zoeken om hun gedrag te botvieren en makkelijk onschuldige slachtoffers te vinden. Zo kan het kindermisbruik door priesters binnen katholieke kerken verklaard worden.

Een spreuk die me in mijn jeugdjaren over christenen is bijgebracht luidt: ‘In de ene hand de bijbel en in de andere de drankfles‘. Hypocrisie dus. Niet dat anderen dat niet doorhebben. Want iedereen met een beetje mensenkennis en realiteitsbesef weet waar de grootste schijnheiligen te vinden zijn. Namelijk binnen in religieuze instellingen. De praktijk bestaat eruit door naar buiten toe anderen voorbeeldig gedrag op te leggen of geld uit de zak te kloppen, maar daar zelf in de praktijk niet naar te leven. Geactualiseerd zou de spreuk nu luiden: ‘In de ene hand de bijbel en in de andere vreemd vrouwenvlees‘.

In het Australisch Sydney is pastoor Brian Houston van Hillsong Church moeten terugtreden wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag. In de verklaring van het bestuur van 23 maart 2022 wordt de reden waarom Houston is teruggetreden niet genoemd. Wat resteert om zijn scheve schaats te verhullen zijn verwijzingen naar Jezus Christus en God. Dat zijn abstracte woorden die in hun eigen werkelijkheid bestaan en op een ander niveau spelen dan het platvloerse gedrag van Brian Houston. Hij heeft niet gehandeld volgens de christelijke leer die hij anderen probeerde op te leggen. Het bestuur overigens evenmin, want het heeft jarenlang Houstons laakbare gedrag waar het kennis van had toegedekt.

Hoe ethisch geloofwaardig zijn Brian Houston, bestuur en Hillsong Church nog? Want moraal is hun uniek verkooppunt waarmee ze concurrenten op de religiemarkt proberen af te troeven. Normbesef en vaststaande ideeën over goed en kwaad zijn de kern van hun christelijke leerstelling. Daar hebben ze zelf jarenlang tegen gezondigd.

Houston was toegewijd aan zijn eigen driften en emoties. Dat is geen schande en alleen maar menselijk, maar anderen richtlijnen voor gedrag opleggen die men zelf overtreedt leidt tot schijnheiligheid. Dat is de schande.

Ceremoniële zegen van militairen

Czechoslovak volunteers in World War II 1914 – 1918 – Picture 63; Ceremonial blessing of the flag (28th September 1914) of Czech legion in Kiev. Collectie: Nationaal Film Archief Tsjechië.

Het is wat met oorlog. Het zaait dood en verderf. Om de bittere pil te verzachten wordt religie in de strijd geworpen. Overigens is dat van steeds minder betekenis in een wereld waar het belang van religie afneemt.

Militairen worden gezegend voor de strijd. Of dat enig effect heeft op de kans om niet het loodje te leggen valt te betwijfelen. Het is nooit aangetoond. De bescherming door een opperwezen is nep omdat het idee van een opperwezen fictie is. Het ritueel dient om militairen klem te zetten en met zachte hand de oorlog in te leiden.

Is er dan geen goede reden om ten strijde te trekken in een oorlog? Jawel, die is er zeker. Dat is het verdedigen van huis en haard tegen een indringer.

Maar dat religieuze sausje dat erover wordt gegoten maakt wee. Het zegenen voor de strijd is sentimenteel en hoogdravend. Bedrieglijk. De ceremoniële zegen belooft meer dan het kan waarmaken. Dat geldt overigens ook voor de oorlog zelf.

Is dan de les dat godsdiensten zich niet moeten bemoeien met het zegenen van militairen? Dat ligt eraan. Als militairen huis en haard verdedigen, dan valt er iets voor te zeggen. Niet dat een heilwens helpt in de praktische oorlogsvoering, maar het zorgt voor een mooi plaatje voor in de couranten en op sociale media. Of voor op de grafsteen.