George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultureel ondernemerschap

Delfts onderzoek over beleving van musea wint als het de eigen beperking beseft

leave a comment »

MuseumFutures van de Faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft onderzoekt hoe de beleving van musea door technologie en producten opgeroepen en vergroot kan worden. De faculteit ontwerpt belevingen. Dr. Arnold Vermeeren is directeur van dit studiolab. In een interview met BNR Radio licht Vermeeren toe hoe hij vooral de kleine musea wil helpen om via de beleving ‘op een creatieve manier nieuw publiek te bereiken‘. Vermeeren meent dat zijn onderzoek eraan meehelpt om dit soort musea levensvatbaar te houden. Kleine musea die met vrijwilligers werken en geen middelen of communicatieafdeling hebben zijn doorgaans onzichtbaar. De uitdaging is dan om de bereikbaarheid van die kleine musea te vergroten.

Vermeeren heeft interessante standpunten over musea, maar redeneert vanuit het programma van zijn faculteit: beleving. Dat is tevens de blinde vlek van zijn onderzoek. Want het plaatst het museum in de hoek van de evenementen, de attractie en de sensatie. Het is dan ook mogelijk om niet cynisch te worden over het uitgangspunt over musea dat Vermeeren met zijn studiolab inneemt. Voor de oplossing om de beleving te vergroten ligt namelijk de vraag of een museum daarmee gediend is en of het aansluit bij de doelstelling ervan. Daar gaat Vermeeren in het interview met BNR Radio al te makkelijk aan voorbij.

Net als kunst, kan een museum met presentaties schuren en aanscherpen. Tot nadenken aanzetten. Dat staat haaks op het plezieren van en tegemoetkomen aan de bezoeker die gereduceerd wordt tot een object van beleving. Toch kan het onderzoek MuseumFutures van belang zijn als de beperking ervan beter beseft en aangegeven wordt. Vermeeren is daar nu zo onduidelijk over dat het lijkt alsof hij de functie van een museum niet echt beseft. Het is aannemelijk om het vergroten van de beleving aan te laten sluiten bij de marketing en beleving die in musea al aanwezig zijn. Dus de meer commerciële en publieksgerichte onderdelen zoals museumwinkel, productielab met eigen label (Textielmuseum), museumrestaurant of een nevenprogramma dat samen met externe partners wordt georganiseerd. Het lijkt logisch om daar de beleving te vergroten.

Wat voorkomen moet worden is dat de beleving de kerntaken van een museum overneemt. En het museum een Efteling 2.0 wordt. Vermeeren verwijst in het interview enkele keren naar de Museumvereniging, maar het is onduidelijk waar de samenwerking uit bestaat. Het onderzoek MuseumFutures kan zin hebben als de beperking ervan beter beseft en uitgelegd wordt. Dat zal ook de weerstand ertegen bij de traditionele museummensen doen afnemen. Het onderzoek kan iets toevoegen aan de commerciële en publieksgerichte aspecten van een museum of presentatie-instelling, maar moet niet overschat worden. Het is begrijpelijk dat Vermeeren in de publiciteit het belang van zijn onderzoek uitvergroot. Maar hij zou er verstandig aan doen om dat te vermijden en minder vanuit zijn onderzoek en meer vanuit de museumsector te redeneren.

Foto: Folder MuseumFutures.

Advertenties

Wim Delvoye in Museum Tinguely Basel. Alles is te koop

with one comment

Kunst en ondernemerschap, ze worden vaak in één adem genoemd. Vooral door politici die vinden dat kunst niet zozeer moet aanscherpen, maar moet … ondernemen. Het soort politicus dat zich gedraagt als politieke ondernemer. Er zijn kunstenaars die zeggen daar anders over te denken. Hoewel dat geenszins wil zeggen dat ze daarmee anders handelen. De ultieme handelswijze bestaat uit het neutraliseren van maatschappijkritiek door die te integreren in het eigen werk. Dat leidt tot kunst die in de thematiek aanscherpt, maar in de inhoud bot en getemd is. Als relativering die alle waarden ter discussie stelt. Ook die van authenticiteit, schoonheid, waarheid of verzet. Het verwijst slechts naar zichzelf. Het streeft nergens naar. Deze kunst walgt van zichzelf en maakt zich onsmakelijk. Gedegouteerd. De kunstenaar vent het uit als de schillenboer of de mestwagen.

College Utrecht geeft in strijd met afspraken met raad subsidie in de exploitatie van MOA. Laat de raad dat zomaar gebeuren?

with 6 comments

gu

De gemeente Utrecht geeft het ‘noodlijdende’ Museum Oud Amelisweerd op verzoek van dit museum een bijdrage in de exploitatie van 32.500 euro. Dit blijkt uit een brief van wethouder Kees Diepeveen aan de raad. De provincie Utrecht geeft hetzelfde bedrag en de gemeente Bunnik zou overwegen 10.000 euro bij te dragen.

Omdat het MOA al sinds 2014 jaarlijks een tekort op de exploitatie heeft van meer dan 200.000 euro is het al enkele jaren duidelijk dat het MOA de exploitatie niet rond krijgt. Wat de 75.000 euro die nu van de gemeente en provincie Utrecht en Bunnik gevraagd wordt daar structureel aan verandert is de vraag. Het ‘zorgvuldig onderzoek’ naar de toekomst van het landhuis had de wethouder al eerder kunnen laten uitvoeren.

De Utrechtse wethouder licht in zijn brief niet toe waarom hij in strijd handelt met de afspraak die het college door de raad is opgelegd om geen subsidie of bijdrage aan de exploitatie van het MOA te verlenen. Diepeveen is hier aan gehouden. Dit is sinds juni 2012 staand beleid van de gemeente Utrecht die in raadsvragen van november 2015 werden gememoreerd. Het staat er duidelijk: ‘Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie.’

moa2

Het is opmerkelijk dat Diepeveen de afspraken die het college zijn opgelegd niet volgt en er in strijd mee handelt. Het lijkt er sterk op dat deze wethouder zich onder druk laat zetten en weigert de uiterste consequentie te trekken uit het beleid van de gemeente Utrecht. Want in genoemde raadsvragen wordt gezegd dat als het MOA ‘qua financiele exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen’.

Het Utrechtse college oogst vandaag met deze raadsbrief van Diepeveen wat het eind 2010 heeft geoogst. Een project dat nooit op de juiste fundamenten is gebouwd. De besluitvorming onttrok zich grotendeels aan de gemeenteraden van Utrecht en Amersfoort en was verre van transparant. Een reeks bestuurlijk dieptepunten.

Als de Utrechtse raad lef heeft om zichzelf en de collegepartijen tegen het licht te houden dan komt het met een initiatief voor een raadsenquête dat de opdracht heeft om de voorgeschiedenis en besluitvorming over het MOA vanaf 2010 in kaart te brengen. Kunstensector en kunstliefhebbers hebben het recht om te weten dat de cultuurgelden in Utrecht goed worden besteed. En niet dat een museum zonder een aantoonbaar financiële basis en met een inhoudelijk uitgangspunt waarvan de Raad voor Cultuur in een advies van mei 2016 zegt: ‘De raad is echter niet overtuigd van de museale samenhang met de Armando Collectie die het museum beoogt’ kunstmatig in de lucht wordt gehouden. Het is de vraag of Diepeveen beseft welk belang hij dient.

Foto 1: Schermafbeelding van raadsbrief ‘Incidentele bijdrage MOA voor 2017’ van wethouder Kees Diepeveen (GroenLinks) aan gemeenteraad Utrecht, 22 december 2016.

Foto 2: Raadsvragen en antwoorden van Aline Knip en André van Schie, 13 november 2015. Gemeente Utrecht.

Bedenkingen bij de petitie ‘ARTInSJOK: kabinet maakt beeldende kunst tot sluitpost, musea domineren de kunst’

leave a comment »

artin

Dimp Nelemans van de Stichting Maritime Art & Design in Middelburg is initiatiefnemer van deze petitie. Op haar YouTube-kanaal maakt ze promotie voor maritieme kunst en haar in Middelburg gevestigde galerie Gallery Maritime. Dit verklaart de inhoud van de petitie die cultuurpolitiek, overheidssubsidie, museumbezoek, hedendaagse kunst, cultureel ondernemerschap en het ‘verdienmodel’ van galeries combineert.

In een blogposting verwijst Birgit Donker, directeur Mondriaan Fonds, ook naar het citaat van het Tweede Kamerlid voor het CDA Madeleine van Toorenburg. Zij deed de uitspraak tijdens een ronde tafelgesprek over de zes rijkscultuurfondsen. De verwijzing is opvallend omdat Nelemans en Donker tot een tegengestelde conclusie komen over de verdeling van rijkssubsidie over de vier grote steden en de rest van het land. Donker: ‘Dat alles neemt niet weg dat het een feit is dat er meer cultureel leven is in de Randstad dan in de regio. Dus dat er vanzelfsprekend meer geld naar toegaat, zeker als je kijkt naar individuele kunstenaars die nu eenmaal vooral in de grote steden wonen.’ Nelemans verwijst niet naar Donkers weerwoord.

Waar het de petitie precies om te doen is wordt niet duidelijk gemaakt. Doordat alles met alles verbonden wordt oogt het betoog rommelig. De titel zegt dat het kabinet beeldende kunst tot sluitpost maakt, maar vervolgens wordt dit niet uitgewerkt. Dat is jammer voor allen die de kaalslag van de cultuurbegroting door toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra met medewerking van alle politieke partijen nog steeds onterecht en buitenproportioneel vinden. Dat beleid verdient een goede bestrijding waar deze petitie niet aan toe komt.

Veelzeggend keert de petitie zich tegen de ‘facilitering van experimentele kunst’ door het Mondriaanfonds. Het suggereert dat dit de ‘aankoop’ en ‘appreciatie’ van hedendaagse beeldende kunst verstoort. Het blijft gissen wat Dimp Nelemans onder ‘experimentele kunst’ verstaat en hoe die verstoring optreedt. Maar hiermee introduceert ze wel een principieel punt. Het roept een vraag op over de marktwerking in de beeldende kunst.

Nelemans ziet een opgetuigde rol voor zich van de ‘cultureel ondernemer’. Ze stelt voor om galeriehouders binnen de BIS (Basisinfrastructuur) te honoreren. Ter vergelijking is er die andere ‘cultureel ondernemer’ die binnen een culturele instelling met overheidssubsidie eerder een ‘cultureel bestuurder‘ dan echte ondernemer is die met eigen geld risico loopt. De ‘cultureel bestuurder’ is een hybride functie die op het breukvlak van marktwerking, overheidssubsidie en uitvoering van cultuurbeleid werkzaam is en weliswaar elementen van cultureel ondernemerschap in zich draagt, maar daarmee nog geen cultureel ondernemer is. Interessant is dat Nelemans de rol van de ‘cultureel bestuurder‘ en ‘cultureel ondernemer‘ naar elkaar toe wil trekken.

Het is een sympathiek voorstel om galeries in de basisinfrastructuur op te nemen. Het is ontegenzeggelijk dat ze mede het kunstklimaat bepalen. Hoe dat in de praktijk ingevuld moet worden valt echter lastig in te zien. Voorbeelden hoe dat kan geven andere sectoren die ook op het snijvlak van commercie en kunst werken. In Vlaanderen kregen de gedrukte media in 2014 200 miljoen euro overheidssubsidie. Dagbladen en tijdschriften kunnen als cultuurgoed in aanmerking komen voor overheidssubsidie als de politiek dat zo beslist. Hetzelfde geldt voor de cinematografie en de filmhuizen van het arthouse-circuit. Maar hier dient zich tegelijk het eerste probleem aan. Want overheidssubsidie aan filmhuizen wordt door de politiek als gewenster en noodzakelijker gezien dan aan bioscopen die een kansrijkere commerciële positie innemen.

De voorbeelden geven aan dat het geven van overheidssubsidie aan galeries per definitie geen droombeeld is. Te denken valt aan het geven van generieke steun aan de galeriesector door voorwaardenscheppende of fiscale tegemoetkomingen. Bijvoorbeeld door compensatie van de huur of de hypotheekkosten. Daarnaast zou een rijkscultuurfonds als het Mondriaanfonds per gemeente of regio galeries kunnen ondersteunen door meerjarige subsidies die volgen uit de kwaliteit en ambitie. In Nederland heet de markt alleenzaligmakend te zijn. Niets is minder waar. In werkelijkheid worden multinationals, bedrijven, banken en kleine ondernemingen via overheidssubsidies gesteund. Er is geen principieel bezwaar om die steun uit te breiden tot kunstgaleries. Dat verdient serieuze aandacht van de politiek. En een debat dat verder gaat dan gekissebis over de verdeling van cultuursubsidie over Randstad en regio. De kunstwereld kan zich beter verenigen, dan laten verdelen.

Foto: Schermafbeelding van petitieARTInSJOK: kabinet maakt beeldende kunst tot sluitpost, musea domineren de kunst’ van Dimp Nelemans,

Sexy Ceramics: Princessehof seksualiseert maakproces keramiek

leave a comment »

In Keramiekmuseum Princessehof te Leeuwarden is de tentoonstelling Sexy Ceramics te zien. In de publiciteit haalt het museum alles uit de kast. ‘Binnen de kortste keren voelt u de blosjes op uw wangen verschijnen’ zo zegt het in een toelichting. Klei en keramiek worden geseksualiseerd. ‘Met een beetje fantasie ziet u overal sensuele vormen. Rondingen en welvingen doen denken aan de vormen van het menselijk lichaam.’ Echt?

Musea willen terecht de verbinding met een breed publiek leggen. Aangejaagd door de politiek. Maar hoe dat precies moet is niet makkelijk. Daar worstelen musea mee. Op het verwijt af om elitair te zijn schieten ze vaak door in popularisering. Met pop-up museabinnenhalen van BN’ers of het zich overleveren aan commercie. Het vinden van een werkbaar evenwicht tussen populisme en elitarisme is een kwestie van goede smaak, ethiek, profilering en geloof in de eigen koers. Vele musea voeren een zwalkend tentoonstellingsbeleid.

Sexy Ceramics doet twee dingen tegelijk. Het toont keramiek dat thematisch refereert aan seksualiteit. Dat is een normale kunsthistorische keuze. Zo komen jaarlijks duizenden tentoonstellingen tot stand. Een   verschijningsvorm van keramiek wordt belicht. Maar de Princessehof schiet uit de bocht als het suggereert dat deze seksualisering voor alle keramiek geldt. Vooral wat het maakproces betreft. Dat is aantoonbaar onjuist.

Seksualisering van het maakproces van keramiek is een onverdedigbaar standpunt. Zoals kunstenaar Isabel Ferrand in een video uitlegt kan het maakproces van klei ook vanuit een tegenovergestelde houding worden benaderd. Geen seksualiteit maar cerebraliteit. Maar de Princesshof beweert door leentjebuur te spelen bij de populaire cultuur: ‘De opzwepende scène met Patrick Swayze en Demi Moore in de film Ghost laat zien hoe erotisch het werken met klei kan zijn. Intiem zitten zij achter een draaischijf en laten hun handen glijden door de natte, zachte klei. Keramisten ondervinden dagelijks de unieke eigenschappen van dit materiaal.’

De Princessehof redeneert te simpel. De seksuele omgang door keramisten met klei kan bestaan, maar geldt niet voor alle keramisten. Of alle soorten keramiek die niet traditioneel gedraaid worden. De Princessehof als keramiekmuseum had kunnen weten dat dit niet klopt en had dit in de publiciteit genuanceerder moeten brengen. Des te meer omdat het door het eigen simplisme alle keramisten in de hoek van de seksualisering zet. Het lijkt eerder omgekeerd: de staf van Keramiekmuseum Princessehof is vergaand geseksualiseerd.

Tekort Museum Oud Amelisweerd neemt toe. Het wordt door media en politiek te laag voorgesteld. Waarom?

with 2 comments

moa-1

Op 2 november werd eindelijk de Jaarrekening 2015 op de site van Museum Oud Amelisweerd gepubliceerd. De huidige exploitant van het landhuis Oud-Amelisweerd. Meer dan vier maanden te laat. Omdat de Stichting MOA ANBI-plichtig is had dat op 1 juli 2016 moeten gebeuren. Een deskundige zegt daarover: ‘Publiceren mag op de eigen website of op een gemeenschappelijke internetsite met andere goede doelen’.

Het aantal bezoekers was in 2015 22.000. Dat is op twee manieren een afname vergeleken met 2014 toen ruim 30.000 bezoekers werden geteld. 2015 Was het eerste volledige jaar van openstelling van het museum. Afname van het aantal bezoekers is zoals het verslag opmerkt niet ongewoon en kan toegeschreven worden aan het effect dat een nieuw geopend museum in het eerste jaar meer bezoekers trekt en daarna te kampen krijgt met teruggang. Voor de komende jaren is het daarom realistisch om uit te gaan van 22.000 bezoekers per jaar, en niet van 30.000. Mede omdat er door bezuinigingen bespaard dient te worden op loon- en projectkosten en activiteiten met betrekking tot publiciteit en marketing eerder af- dan toe zullen nemen.

Er klinken tegenstrijdige berichten op uit de jaarrekening. Het bestuur zegt in het bestuursverslag dat het ‘vooralsnog’ wel goed zit met de financiële continuïteit voor de korte als middellange termijn. Onder dat laatste wordt doorgaans een termijn van 3 tot 5 jaar verstaan, zodat de financiële continuïteit volgens het bestuur tot 2021 gewaarborgd is. Dat lijkt een cruciaal jaar te zijn. Huidige problemen worden doorgeschoven naar de toekomst. Zoals het bestuur verduidelijkt loopt dan de uitbetaling van de Amersfoortse bruidsschat af en moet een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht worden afgelost. Deze lening werkt trouwens twee kanten uit omdat de provincie Utrecht bij een faillissement van de Stichting MOA deze 160.000 euro kwijt is. En zich daarom tot belanghebbende bij het voortbestaan van de Stichting MOA heeft gemaakt.

Resumerend, in 2021 stoppen de inkomsten uit Amersfoort en moet de renteloze lening van de provincie Utrecht worden terugbetaald. Het bestuur legt stilzwijgend een bodem onder deze zorgen met een verwijzing naar de Armando Stichting dat schilderijen van Armando beheert. Met een marktwaarde van 22 miljoen euro. In november 2015 liet het inmiddels afgetreden bestuurslid van de Stichting MOA Geert Noortman zich ontvallen bij een dreigend faillissementdesnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat kan echter niet hardop worden gezegd omdat het verkopen van werken uit de collectie om gaten in de exploitatie te vullen voor een museum niet zomaar mogelijk is. Zelfs als in 2021 Stichting MOA door het overlijden van Armando eigenaar is geworden van deze werken, dan nog kan het volgens de ethische code van de museumvereniging geen werken uit de collectie afstoten om genoemde lening van de provincie Utrecht terug te betalen of de weggevallen Amersfoortse subsidie op te vangen.

In de publiciteit wordt door zowel lokale media als Utrechtse politici het beeld gevormd dat het tekort van de Stichting MOA over 2015 70.382 euro bedraagt. Dat past kosmetisch mooi bij een advies van een Utrechtse commissie Cultuur uit mei 2016 over een subsidie van 75.000 euro die door het college wegens afspraken echter niet kan worden opgevolgd. Maar wie de jaarrekening breder interpreteert ziet dat bij het tekort op de exploitatie de lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro opgeteld moet worden en het tekort daarom uitkomt op 230.382 euro. Omdat de jaarrekening 2014 een tekort van 136.020 vertoonde is het resultaat over 2015 met een tekort van 70.382 euro niet beter, maar slechter dan in 2014. Dat is de echte beeldvorming.

Het is zaak dat er ‘een structurele oplossing’ wordt gevonden voor exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Daarover bestaat bij Utrechtse raadsleden verwarring zoals bleek uit de vergadering van de Commissie Mens en Samenleving op 1 november 2016. Zie hier voor een beeldverslag. Tekenend voor het onbegrip is wat Jedija Inkelaar van de ChristenUnie zegt in een bericht van RTV Utrecht: ‘Omdat er niet zomaar een andere huurder is voor dit pand, is het belangrijk om met het museum te praten over mogelijkheden het open te houden’. Ze verwart oorzaak en gevolg. Ze geeft het initiatief van de raad uit handen om verder te kijken.

Het probleem dat nu optreedt met de exploitatie van het MOA en al in 2012 door museumexperts maar ook Utrechtse raadsleden voorspeld werd valt te herleiden tot drie oorzaken: 1) Zoals de Raad voor Cultuur in een advies uit 2016 zegt sluit het MOA onvoldoende aan bij de plek; 2) Het rijksmonument is ongeschikt en in de exploitatie ‘te duur’ voor een publieksmuseum dat streeft naar een bezoekersaantal van 30.000-40.000; 3) Er is in de jaren 2010-2011 door de toenmalige verantwoordelijke politici in Utrecht en Amersfoort nooit serieus gezocht naar de beste huurder. De politiek heeft Stichting MOA het landhuis Oud-Amelisweerd laten kapen.

Als Inkelaar en Utrechtse raadsleden streven naar ‘een structurele oplossing’ voor de bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd, dan zouden ze liefst met een ruime blik naar deze kwestie kijken en zich niet laten dwingen in het frame dat hun door het MOA opgedrongen wordt. De gemeente Utrecht heeft meer dan 1,6 miljoen euro geïnvesteerd in landhuis Oud-Amelisweerd. Voorbeeldig. Samen met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de huidige exploitant, en met begeleiding van de toenmalige beheerder het Centraal Museum. Dat resulteerde in 2016 in het winnen van de Erfgoedprijs Europa Nostra. Utrechtse raadsleden moeten beseffen dat ze kunnen streven naar een optimale oplossing voor de exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Tussen haalbaarheid, ambitie en realiteitszin in. Doorschuiven van problemen naar de toekomst kan politiek gewenst zijn, als ze maar beseffen waar ze mee bezig zijn en blikvernauwing nieuwe problemen oproept.

Foto: Schermafbeelding van deel jaarrerekening 2015 van de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Gepubliceerd op 2 november 2016.

Nieuwe bestemming voor Infoversum Groningen. Het failliet van wensdenken in het cultureel ondernemerschap

leave a comment »

Een crisis biedt kansen. Aldus in 2013 de toenmalige Groningse PvdA-wethouder Dig Istha bij de start van de bouw van het Infoversum Groningen. Bouwkosten van dit koepeltheater bedroegen 10 miljoen euro. Het zou op die plek 9 jaar functioneren. Istha is de man van de campagnes en de beeldvorming. Maar een crisis biedt ook mislukkingen. In 2015 ging het Infoversum failliet. De verwachte 270.000 bezoekers waren er amper 40.000, zoals RTVOOG bericht. De Rabobank, de gemeente Groningen, de bouwers , Rottinghuis, Centraal Staal en wat kleine investeerders zien bijna niets van hun geld terug. Cateraar Bos&Bos heeft het Infoversum voor 450.000 euro gekocht. Onder een andere naam wordt het op 1 oktober geopend. Het kan verkeren. 

Written by George Knight

21 juli 2016 at 18:31