George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Museum’ Category

Maakt marketing in kunsthandel en kunstsector de kunst kapot?

with one comment

Kunsthandel is een een slim marketingplan. Dat is geen opzienbarend nieuws, maar al vaak beweerd. Wie dat nu nog niet weet heeft zitten slapen. In een grappige, maar ook wel wat karikaturale aflevering van truTV wordt uitgelegd hoe het werkt. Neveneffect en onderschrijving van die marketing is dat de gevestigde media de veilingprijzen voor kunstwerken gelijkstellen met de kwaliteit of het belang ervan. Maar evenmin als bij films de toekenning van Oscars het ultieme oordeel is over de kwaliteit ervan geldt dat in de beeldende kunst.

Naast dit schema dat leidend is voor het bovenste segment van de kunsthandel is er in de kunstsector in volle breedte de actuele marketing van kunstenaars die niet minder kwalijk is en op andere uitgangspunten is gebaseerd. Niet commercieel, maar politiek. Van die marketing heeft het brede publiek minder benul. Mede omdat de gevestigde journalistiek zich daar niet over durft uit te spreken, in tegenstelling tot de karikatuur over de top van de kunsthandel. Ook dat maakt het lastig om kwaliteit van waardering te onderscheiden.

Neem de huidige golf van aandacht voor minderheden die door de kunstsector spoelt als een tsunami van emoties en in te lossen schuld die zo snel mogelijk hersteld moet worden. Kunstinstellingen zijn bevreesd om in die ‘emancipatie’ achter te blijven bij collega’s. Museumdirecteuren, conservatoren en curatoren buitelen over elkaar heen om de boot niet te missen. Met het risico dat ze in hun haast de verkeerde boot nemen.

Bezoek een museum met hedendaagse kunst en zie hoe huidskleur, sekse en etniciteit in het kielzog van identiteitsdenken en de #MeToo-beweging in korte tijd de nieuwe normen zijn geworden voor aankoop en presentatie. Een kunstenaar met de politiek correcte ‘juiste’ identiteit heeft tegenwoordig een streepje voor.

Dat is niet erg, als daarmee nieuwe kwaliteit aangeboord zou worden. Dat zou een verrijking voor de kunst zijn. Maar net als bij de kunsthandel die truTV beschrijft zijn het bij die actuele marketing doorgaans de meest handige en onbescheiden, maar niet altijd de beste kunstenaars die doorbreken. Dat is het probleem.

Written by George Knight

28 oktober 2020 at 13:08

Akwasi is zo vaag, politiek en algemeen in zijn kritiek op het Afrika Museum (NMVW), dat hij feitelijk aan het falen ervan niet toekomt

leave a comment »

Akwasi Owusu Ansah, artiestennaam Akwasi, is een Nederlandse rapper en acteur van Ghanese afkomst. Hij heeft geen specifieke deskundigheid op het gebied van Erfgoed, (Etnografische) beeldende kunst en kunstgeschiedenis of Museologie. Toch doet hij op het Erfgoedfestival Gelderland verregaande uitspraken over het reilen en zeilen van het Afrika Museum in Berg en Dal. Dat is onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW) waar ook het Tropenmuseum (Amsterdam) en het Museum Volkenkunde (Leiden) onderdeel van uitmaken. Het Wereldmuseum Rotterdam is formeel zijdelings verbonden aan het NMVW.

Het Erfgoedfestival noemt bij deze video op YouTube Akwasi’s betoog ‘oprecht en kritisch’. Akwasi meent dat het Afrika Museum niet inspireert en op de schop moet, maar volop kansen heeft om in de toekomst iets te bieden. Dat is een verwijt aan het management van het NMVW. Via onderzoeker en vice-directeur van het NMVW Wayne Modest reageert dit museum met een kort commentaar in een andere video van het Erfgoedfestival. Modest neemt de houding aan om Akwasi’s betoog te omarmen zonder inhoudelijk op de kritiek in te gaan. De paradox is dat het politiek correcte denken van Akwasi en het NMVW op één lijn zitten en ze hierin weinig van elkaar verschillen, maar eerstgenoemde toch fundamentele kritiek op het Afrika Museum heeft. Dat wringt. Hoe kan Modest Akwasi’s kritiek omarmen die haaks staat op het beleid van het NMVW? Modest buigt met de kritiek mee zonder die op zijn eigen organisatie te willen of durven betrekken.

Het raadsel is waarom Akwasi is uitgenodigd om hierover te praten omdat dat meer vanwege zijn identiteit, dan vanwege zijn vakinhoudelijke kennis over het Afrika Museum beredeneerd lijkt. Hoewel het prima is en iedereen hierover een mening kan uiten, blijft het onduidelijk waarom het Erfgoedfestival vindt dat Akwasi hierover een platform moet worden geboden. In zijn verhaal leidt Akwasi uit enkele voorbeelden van bevooroordeeld, wit denken over Afrika en Afrikanen een algemene regel af. Hij schuwt hierbij de karikatuur niet. Zijn regel is dat het Afrika Museum gedekoloniseerd moet worden. Door verwijzingen naar God, de heilige geest en ‘de Congregatie’ refereert hij aan de ontstaansgeschiedenis van dit museum dat vanaf 1954 uit de verzamelingen van de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest is ontstaan.

Akwasi heeft geen ongelijk als hij het management van het NMVW verwijt dat er in het Afrika Museum geen Afrikaanse stemmen en gezichten uit de Afrikaanse diaspora zijn. Dat is inderdaad ongeloofwaardig, maar heeft een andere oorzaak dan Akwasi vermoedt. Hij kijkt door de bril van het identiteitsdenken, kolonialisme en racisme en kijkt daarom niet verder naar andere oorzaken. Maar zo zal hij het antwoord op zijn vraag niet vinden. Dit geeft opnieuw aan dat Akwasi door zijn beperkte, activistische blik niet de meest voor de hand liggende persoon is om te reflecteren op het Afrika Museum. Zijn mening gaat voor de analyse uit. Wayne Modest is als betrokkene en degene die de kritiek ontvangt evenmin bereid om in dat antwoord te voorzien. Het antwoord is anders dan Akwasi suggereert. Het heeft slechts zijdelings met identiteit te maken.

Het NMVW is een directieve, verambtelijke organisatie waar de wetenschappelijke staf en de kunstobjecten naar de marge zijn verdreven door een usurperend management dat het vooral te doen is om de eigen functie te beschermen. In museaal Nederland staat het NMVW bekend als een in zichzelf gekeerde organisatie die niet volgens de geldende museale normen geleid wordt. Het middel dat het hiervoor gebruikt is politiek correct denken en het voorzichtig omarmen van de mode van de dag: identiteitspolitiek. Daarmee probeert het de landelijke en lokale politiek te behagen, als afleiding voor het eigen functioneren. De tragische figuur in dit verhaal is niet Akwasi die voor zijn politieke mening uitkomt en zijn kans grijpt of de witte personen waar hij een karikaturale schets van geeft, maar Wayne Modest. En met hem het NMVW. Ze hebben het geluk dat Akwasi nergens concreet wordt over een organisatie die hij zogenaamd kritisch bejegent, maar weg laat komen doordat hij in algemeenheden blijft hangen. Feitelijk dekt hij de onvolkomenheden van het NMVW toe.

Petitie ‘Behoud W139 in het hart van Amsterdam’ verdient steun

leave a comment »

‘Dit is een oproep uit de armoe-straat… want dat wordt ’t als W139 hier weg moet. De binnenstad verzuurt onder monocultuur. Authentieke Amsterdamse plekken verdwijnen of moeten verhuizen naar de periferie. Ook het voortbestaan van W139 wordt bedreigd en zo de artistieke vrijheid in de binnenstad.’

Aldus de petitieBehoud W139 in het hart van Amsterdam’. Het gaat om het belang van het alternatieve circuit een de institutionalisering van de kunstsector. Hoe wordt dat in de verdeling van overheidsgeld afgewogen?

Het lijkt er sterk op dat de min of meer anarchistische tegenstemmen door de overheid geen volwaardige plek in de kunstsector worden gegund. Of dat is omdat een overheid daarmee geen raad weet of dat ze bewust getemd moeten worden is de vraag. Hoe dan ook is dat niet alleen jammer, maar ook contra-productief omdat die tegenstemmen noodzakelijk zijn om de kunstsector levendig, bij de tijd en veelzijdig te houden.

Uiteraard is het goed dat musea steun van landelijke en gemeentelijke overheden krijgen. Ze beheren unieke en waardevolle collecties die ons erfgoed vormen en ze maken interessante publieksprestaties. Maar musea zijn in de programmering van hun tentoonstellingen én hun organisatie conservatief. Mentaal verkeren ze vaak nog in de 20ste eeuw. Logisch omdat musea nu eenmaal conserveren en per definitie behoudzuchtig zijn. Maar onlogisch waar het hun ‘vrije ruimte’ betreft om de vinger aan de pols van de tijd te houden.

Die ruimte wordt nauwelijks benut. Het is ook niet niks wat van musea verwacht wordt. Ze hebben moeite om zich op de juiste manier te verhouden tot hun eigen tijd. Ook vanwege die dubbelzinnige opdracht die ze hebben om te behouden en te signaleren. Musea zijn de plekken van de dood en van hen wordt ook verwacht dat ze de plekken van het leven zijn. Die tegenstrijdigheid wringt en kan zelfs leiden tot een verkeerd soort popularisering die volgt uit de wens om publiek en politiek te behagen met voorbijgaan aan de functie om naast verbreding ook te verdiepen. Dat laatste is het product waar het om draait, zelfs als een museum afdaalt naar het fenomeen van beleving en ervaring. Nog erger: het museum wordt borrelcircuit in een clichésituatie.

Initiatieven als W139 geven zuurstof aan de kunstsector en helpen eraan mee om de lat voor de presentatie van musea hoger te leggen én ze richting, houvast en actualiteit te geven. Weg van de kunsthandel. Soms met tentoonstellingen die het aanzien niet waard zijn en als interessante mislukking gekenschetst kunnen worden, vaak met presentaties die nergens anders te zien zijn en een verrijking voor iedereen zijn. Met video’s in een Caraïbisch bomenlandschap, een kermisbaan, een Belgisch restaurant om te proeven of met experimenten die bijtend commentaar geven op de kunstgeschiedenis. Het Stedelijk Museum ontvangt jaarlijks ruim 19 miljoen euro van de gemeente Amsterdam, W139 zit verlegen om 200.000 euro. Dat moet toch te regelen zijn?

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Behoud W139 in het hart van Amsterdam’ op Petities.nl. Ondertekenen kan hier.

Museum Nantes breekt samenwerking met Chinees museum over tentoonstelling Djengis Khan af na Chinese censuur en intimidatie

with 4 comments

Onder druk van de Chinese autoriteiten ziet het historisch museum van Nantes zich genoodzaakt om een tentoonstelling die in samenwerking met een Chinees museum in Hohhot zou worden gehouden over de Mongoolse heerser Djengis Khan met vier jaar uit te stellen. Hohhot is de hoofdstad van de autonome regio Binnen-Mongolië. De tentoonstelling zou op 17 oktober 2020 openen. Voor 2024 wordt geprobeerd de tentoonstelling met Europese en Amerikaanse bruiklenen alsnog door te laten gaan.

In een verklaring zegt museumdirecteur Bertrand Guillet niet te zwichten voor Chinese druk. China probeerde het Franse museum te intimideren. De Chinezen probeerden de Mongoolse geschiedenis ite herschrijven. Dat is een idee van cultureel imperialisme dat onaanvaardbaar was voor het Franse museum (Google Translate):

‘We zijn nu genoodzaakt de tentoonstelling uit te stellen tot oktober 2024 vanwege de verharding van het standpunt van de Chinese regering tegen de Mongoolse minderheid deze zomer.

Aanvankelijk had deze verharding het effect van ons plan om de centrale Chinese autoriteiten opdracht te geven om elementen uit het vocabulaire (de woorden Genghis Khan, Keizerrijk en Mongol) uit de tentoonstelling te verwijderen. Vervolgens werd in een tweede stap, aan het einde van de zomer, de aankondiging gedaan om de inhoud van de tentoonstelling te wijzigen, vergezeld van een verzoek om controle op al onze producties (teksten, plannen, catalogus, communicatie ). De voorgestelde nieuwe synopsis, geschreven door het Beijing Erfgoed Bureau, toegepast als censuur op het oorspronkelijke ontwerp, bevat elementen van bevooroordeeld herschrijven om de Mongoolse geschiedenis en cultuur helemaal af te schaffen ten gunste van een nieuw nationaal verhaal.

Natuurlijk hebben we, op advies van historici en specialisten die ons vergezellen, het besluit genomen om deze productie stop te zetten in naam van de menselijke, wetenschappelijke en ethische waarden die we verdedigen in onze instelling.’

De Chinese regering krijgt steeds meer kritiek om minderheden binnen haar grenzen te onderdrukken en een campagne te voeren om hun cultuur uit te willen wissen. Dat is een politiek van culturele genocide van de Chinese regering. Dat betreft niet alleen de grotere regio’s Tibet, Xinjiang (Oost-Turkestan of Oiegoerië) en Mongolië, maar ook kleinere minderheden zoals Zuid-Chinese bergvolkeren. Het Westen treedt vanwege economische en politieke druk van de Chinese regering niet op tegen deze onderdrukking. Bijvoorbeeld door een boycot van China. Tamelijk recent is dat de Chinese regering ook westerse landen stevig onder druk zet zodat die landen worden gedwongen hun eigen normen over universele rechten geweld aan te doen en zo hun integriteit te verliezen. Wat er door toenemende Chinese druk gebeurde bij dit Franse museum is daar een voorbeeld van. Tegelijk verliest de Chinese regering door dit soort acties respect en geloofwaardigheid in westerse landen en neemt de bewustwording over de onaanvaardbaarheid van de Chinese politiek toe.

Foto: Schermafbeelding van deel verklaringLe report de l’exposition Gengis Khan : le choix déontologique d’un musée’ (Uitstel van de Genghis Khan-tentoonstelling: de keuze van een museum voor ethiek) van Bertrand Guillet, Directeur van het Château des ducs de Bretagne – musée d’histoire de Nantes, oktober 2020.

Bij de foto: ‘La Tour Eiffel vue de la rive droite avec la sculpture ornant le pavillon soviétique à l’Exposition Internationale de 1937′

leave a comment »

Je moet het maar durven om zo’n foto te publiceren. Of is het overdreven om dat te zeggen? Het gaat om een foto van de van oorsprong Duitse fotograaf Willy Maywald (1907-1985) die zich in 1931 in Parijs vestigde. De collectie van het Parijse Musée Cavalet bevat veel foto’s van hem van beroemde kunstenaars in hun atelier.

Maywald is ook bekend om zijn modefotografie en foto’s van de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs in de omgeving van de Eiffeltoren. Volgens Wikipedia wilde het een ‘synthese van de algehele vooruitgang’ zijn. We zagen in september 1939 tot welke antithese dit leidde. Europa danste in 1937 op de rand van de vulkaan.

De foto toont in de achtergrond het Sovjet-paviljoen met op het dak het beeldhouwwerkArbeider en kolchozboerin’ van Vera Moechina dat voor deze Wereldtentoonstelling werd vervaardigd. Velen zullen het kennen als het oude logo van Mosfilm (vanaf 1947). Met dit perspectief valt het bij de Eiffeltoren in het niet.

Bij nader inzien is de kop van de man rechtsonder die het beeld dreigt in te lopen de belangrijkste reden om de foto te publiceren. Dat geeft er een spanning aan die op deze tamelijk vlakke foto verder ontbreekt. Dit stadslandschap met drie dieptes: Eiffeltoren, Sovjet-paviljoen en het onscherpe mannenhoofd met hoed. Het perspectief van de fotograaf wordt versterkt door het publiek op het middenterrein dat de suggestie geeft dat het zich als in een lateraal tracking shot alleen naar links of rechts kan bewegen zonder de diepte te wijzigen. Zo komt door de omkering van standpunt wat stilstaat in beweging en begint dat te bewegen dat stilstaat.

Foto: Willy Maywald, ‘La Tour Eiffel vue de la rive droite avec la sculpture ornant le pavillon soviétique à l’Exposition Internationale de 1937’ [De Eiffeltoren gezien vanaf de rechteroever met het beeldhouwwerk dat het Sovjetpaviljoen siert op de internationale tentoonstelling van 1937]. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Kunstmuseum Den Haag doet bewust of onbewust, gewild of ongewild aan marketing: ‘Study In The Hague’

leave a comment »

Musea zijn sinds de strapatsen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra 2011 de markt opgejaagd. Dat werkt op twee manieren. Voor de fondsenwerving moeten ze ongeveer de helft van hun budget van de markt halen. Maar dat is inmiddels een overbeviste vijver geworden waar alle musea hun hengeltje uitwerpen. Daarnaast moeten ze met marketing en publieksacties op de populaire toer om het bereik te vergroten.

Sluitstuk van deze ontwikkeling is deze video van een Engelstalige dame die niet tot diepgravende uitspraken over de kunstobjecten komt en bedoeld is om de internationale studenten te bewegen om het Kunstmuseum Den Haag te bezoeken. Daarmee sluit het aan bij de campagne Study In The Hague van de gemeente Den Haag. Men kan alleen maar medelijden hebben met de afdeling communicatie van dit museum dat wordt opgezadeld met dit populisme. Een en ander is weer in strijd met de kritiek die van steeds meer kanten klinkt om het Nederlandse hogere onderwijs te internationaliseren of te verengelsen. Zo zei een woordvoerder van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) enkele jaren terug: ‘Universiteiten doen er alles aan om zoveel mogelijk internationale studenten aan te trekken, maar houden geen rekening met de consequenties. We roepen de universiteiten op om een pas op de plaats te maken en hun strategie te doordenken’. Bewust of onbewust, gewild of ongewild kiest het Kunstmuseum Den Haag met deze video partij in deze kwestie.

Rotterdamse coalitie stelt voor steun in te trekken voor Museum Rotterdam in huidige vorm. Het volgt het advies van de RRKC

leave a comment »

Stadsmuseum Museum Rotterdam dreigt eind dit jaar de deuren te moeten sluiten vanwege een negatief advies van de RRKC dat door cultuurwethouder Said Kasmi (D66) wordt overgenomen. Dit voorstel wordt pas definitief als de raad het goedkeurt. Enkele maanden terug bezocht ik het Timmerhuis waar het museum is gevestigd. Het is een naargeestige, ondermaatse plek die niet alleen niet past bij de tweede stad van het land, maar ook de objecten geen gepaste klimatisering (op enkele vitrines na), context en sfeer kan bieden.

RRKC en Kasmi draaien het om als ze zeggen dat deze neergang het museum te verwijten valt. Integendeel, Museum Rotterdam is er tegen haar zin en onder protest naar toe moeten verhuizen en wordt dat door RRKC en deze D66-wethouder nu achteraf verweten. Dat is de omgekeerde wereld. Er kwam van allerlei kanten protest op het advies van de RRKC. Wie nadenkt beseft dat wat nu gebeurt een aangekondigde ramp is en de Rotterdamse politiek te verwijten valt. Kasmi schuift zijn verantwoordelijkheid en die van zijn voorgangers af.

Over het advies van de RRKC schreef ik in juni 2020 een commentaar en schatte het in als onevenwichtig: ‘Het zou kunnen dat er een gemeentelijk beleid is om Museum Rotterdam langzaam naar de rand te schuiven. Het is de vraag hoe autonoom leden van het college en raadsleden van de coalitiepartijen handelen en wat hun relatie is tot hogere beleidsambtenaren van Culturele Zaken of de RRKC. De laatsten winnen aan macht als ze lang zitten en een dossier beheersen. Een wethouder Cultuur die laag in de pikorde staat en doorgaans geen lid is van een van de leidende partijen in een college is inwisselbaar. De RRKC lijkt verder te gaan dan haar mandaat toestaat. Deels zal dat zijn omdat de politiek zich terugtrekt, deels is dat bewuste expansie van de RRKC. Het wekt verbazing dat de Rotterdamse politiek toestaat dat voorzitter Jacob van der Goot nog steeds in functie is ondanks het feit dat hij eerst in de RvT van het Wereldmuseum zat en later in de RRKC adviseerde over het Wereldmuseum en vanwege het merkwaardig politiek getinte, negatieve advies van de RRKC in 2015 over het Collectiegebouw (Depot) van Boijmans. De RRKC is gepolitiseerd en lijkt niet schoon aan de haak. 

Dat wethouder Kasmi dit advies van de RRKC overneemt toont vooral aan hoe weinig bewegingsruimte hij heeft en wie er achter de schermen aan de touwtjes trekken. Een half miljoen euro voor een kwartiermaker die het wiel dat al rijdt opnieuw uit moet vinden is het lachwekkende hoogtepunt van de teloorgang van de soap rond Museum Rotterdam. In Rotterdam klinkt in refrein tussen RRKC en coalitie: ‘niet poetsen, maar lullen’.

Marketing van het Van Gogh Museum gaat de perken te buiten. Aan de rand van het commerciële ravijn bloeien de mooiste bloemen

with one comment

Wat is er aan de hand met de marketing (buying & merchandise, logistiek, retail, wholesale, licenties, e-commerce en new business) van het Van Gogh Museum? Dat lijkt alle terughoudendheid verloren te hebben, de kant van de commercie te hebben gekozen en zo het museum overgeleverd te hebben aan de meest biedende. Is dat in de geest van Vincent van Gogh? Of dat iets te maken heeft met een verschoven evenwicht in de directie waar Emilie Gordenker sinds 1 februari 2020 directeur is roept deze ontwikkeling op. Hoewel het commerciële denken al langere tijd in het managementteam vertegenwoordigd is. Ricardo van Dam is sinds 1 april 2017 directeur Van Gogh Museum Enterprises en heeft het vak geleerd op Schiphol met opdrachten op het gebied van commercie en businessmodellen. Een strategie voor het inlopen van het verlies ten gevolge van de coronacrisis kan niet de uitleg zijn. Vergelijkbare musea als het Rijksmuseum gaan deze weg niet op.

Het Van Gogh Museum laat zich kennen als een merk dat zich voor geld aanbiedt. Deze keer aan online bloemenservice bloomon Nederland waar het in samenwerking met het Van Gogh Museum een speciale editie van de Flowergram: de Sunflower edition presenteert. In dit design zijn speels tarwegras, frisse korenbloemen en uiteraard de geliefde zonnebloemen van Vincent van Gogh te vinden, zo leutert bloomon. Exclusief voor bloomon gedroogd. Het Van Gogh Museum droogt hiermee zichzelf figuurlijk af. De moraal is dat de Nederlandse museumsector gered moet worden. Van zichzelf. De scherts is dat om hetzelfde te blijven alles moet veranderen. Bij het Van Gogh Museum is het anders. Het verandert om niet hetzelfde te hoeven blijven.

Foto: ‘bloomon x Van Gogh Museum Flowergram | Sunflower Edition’ op shop.bloomom.nl

Written by George Knight

22 september 2020 at 15:44

Van Gogh Museum wil inclusiever gevonden worden en associeert daarom Vincent van Gogh met mensen met biculturele achtergrond

leave a comment »

Succesvolle kunst wordt ingelijfd voor allerlei doeleinden. Dat is niet altijd aangenaam om te zien. Dat het Van Gogh Museum onder maatschappelijke én politieke druk inclusiever wil worden is begrijpelijk. Om te bewijzen dat het inclusiviteit een warm hart toedraagt. Hoe een museum zichzelf en de kunst die het presenteert kan uitventen kent grenzen. Vincent van Gogh wordt met terugwerkende kracht van 150 jaar een biculturele achtergrond aangemeten. Dat gaat de grens van geloofwaardigheid over. Dat is des te onbegrijpelijker omdat het museum groot belang hecht aan gedegen wetenschappelijk onderzoek. Deze kunsthistorische reductie is tenenkrommend. Voor een marketingcampagne wordt het perspectief van Van Gogh gelijkgeschakeld met dat van de biculturele Beeldbrekers. Ja, musea moeten relevant zijn voor jongeren en ja, musea kunnen inclusiever zijn. Nee, dat wordt er niet geloofwaardigers op door Van Gogh met terugwerkende kracht te associeren met een biculturele achtergrond. Deze campagne is niet zozeer Beeldbreken, maar een Beeldenstorm waar het Van Gogh Museum de marketeers van Veryrare Agency groen licht geeft om de (kunst)geschiedenis te verdraaien. Heiligt het doel van meer bereik en acceptatie door de politiek dan echt alle marketingmiddelen van musea?

Frans-Congolese activisten die grafbeeld uit Afrika Museum ontvreemdden dreigen met nieuwe acties in Nederlandse musea

with one comment

De dwarsdenkers hebben in Nederland een nieuw filiaal geopend. In de museumsector. We kennen al de actiegroep Viruswaanzin, graancirkel-denkers en allerlei complotdenkers die het opnemen tegen de overheid, de bestaande orde inclusief de media en de wetenschap, en de rechtsstaat die niet de hunne zou zijn.

Aan dat rijtje van politieke activisten die zeggen door roeien en ruiten te willen gaan kunnen de Franse-Congolese actievoerders toegevoegd worden die vorige week op klaarlichte dag uit het Afrika Museum een Congolees grafbeeld stalen en ermee naar buiten liepen. Daar werden ze door de politie in de kraag gevat.

Ze dreigen terug te komen, want ‘er zijn twee of drie musea met Afrikaanse kunst hier, dus we komen terug’. Aldus een bericht van Omroep Gelderland. Wereldmuseum, Tropenmuseum en Museum Volkenkunde zijn gewaarschuwd.

Actievoerder Mwazulu Diyabanza lijkt nauwelijks iets te weten van de Nederlandse politieke, museale en juridische situatie. Het is onduidelijk wat zijn expertise op het gebied van etnografische kunst en historische collecties is. Hij zegt dat het niet aan de musea en overheden van Europa is om te beslissen wanneer en hoe iets wordt teruggegeven. Maar dat het aan ‘ons’ is. Diyabanza voert het wij-denken tot grote hoogte.

Zijn overmoed en eigendunk zijn grotesk. Wie denkt hij wel dat hij is en waarom denkt juist hij een speciale rol voor zichzelf te kunnen claimen? Wat weet hij van de achtergrond van de collectievorming en de etnografische kunstobjecten? Het antwoord is duidelijk: niets, ‘rien’. Hij heeft geen benul waarover hij praat.

Zijn argumentatie gaat niet verder dan een algemeen praatje over kolonialisme. Het is goed als actievoerders proberen druk te zetten in een dossier waar weinig beweging in zit. Dan hebben ze wel de verplichting zich te verdiepen in de situatie waar ze zich over uitspreken. Die kennis ontbreekt. De actievoerders kijken met hun Franse perspectief naar de Nederlandse situatie en denken dat een en ander samenvalt. Dat is een misvatting.

Deze actievoerders maken met hun slechte voorbereiding, hun ontbrekende basale kennis over het onderwerp waar ze kritiek op hebben en hun overmoed, grootheidswaan en brutaliteit, vooral zichzelf belachelijk. Zoals al die complotdenkers doen die met oppervlakkige kennis denken de problemen in de wereld op te kunnen lossen. Daarnaast belasten ze Nederlandse musea met hun brouhaha en jagen die op kosten omdat er extra beveiliging ingehuurd moet worden. Ook doorkruisen ze als razenden een serieus debat over roofkunst en kolonialisme waar musea met allerlei betrokken over in gesprek zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelActivisten Afrika Museum nog niet klaar in Nederland: ‘Wij komen terug’’ van Omroep Gelderland, 13 september 2020.

%d bloggers liken dit: