George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Museum’ Category

Waarheen leidt samenwerking van het Wereldmuseum met het NMvW?

with 2 comments

Sinds kort klonk ineens overal kritiek op het Stedelijk Museum. Directe aanleiding waren publicaties in de NRC over de belangenverstrengeling van directeur Beatrix Ruf en haar korte lijnen naar de kunsthandel, de onzorgvuldige en onvolledige verantwoording van haar nevenactiviteiten in het jaarverslag, de overtreding van de ethische code en het onvoldoende toezicht op haar functioneren. Alsof ze een vrijgeleide had gekregen van de Raad van Toezicht om haar eigen handeltje binnen de muren van het Stedelijk Museum op te zetten. Met gebruikmaking van het prestige van het museum om de waarde van kunstwerken op te krikken. Het had de titel van een stripverhaal van Marten Toonder kunnen zijn: ‘Beatrix Ruf en de museale waardevermeerderaar‘.

Het schieten op directeur Ruf als aangeschoten wild wordt gemakzuchtig. Dat het vinden van een -aan de oppervlakte liggende- waarheid zolang moest duren getuigt van gebrek aan alertheid van kunstkritiek, politiek en Museumvereniging. Waar was de vinger aan de pols van de museumsector? Zo werkt publiciteit. Roependen in de woestijn die een onrechtmatigheid aankaarten krijgen jarenlang geen gehoor en worden buiten de orde gesteld. Met het etiket querulant, kommaneuker of zeurpiet zogezegd op hun voorhoofd geplakt. Als dan de dam van ongenoegen doorbreekt, dan gaat ineens de publieke opinie door de bocht en doet iedereen alsof men al altijd kritisch was. Men buitelt over elkaar heen in verontwaardiging om de felste afwijzing te geven. Daarom is het interessanter om niet naar de lopende zaak Ruf te kijken, maar naar een zaak die nog ontdekt moet worden. En in de publieke opinie nog niet de aandacht krijgt die het verdient.

Het gaat ook om een museumorganisatie die er aanspraak op maakt en zelfs prat op gaat om maatschappelijk te zijn en zich te bekommeren om het lot van wereldburgers en te gaan voor een rechtvaardige wereld. Omdat het dat beredeneert vanuit een eigen gesloten wereldbeeld dat niet of nauwelijks gevoed wordt door de ‘gewone’ lokale bevolking -die over het hoofd wordt gezien- is het de vraag wat de samenleving eraan heeft.

Die andere zaak is het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Het wordt gepresenteerd als een fusie van het Afrika Museum uit Berg en Dal, Museum Volkenkunde uit Leiden en Tropenmuseum uit Amsterdam. Het is uit nood geboren door bezuinigingen op de volkenkundige musea, maar een fusie van gelijke partners met eenheid in verscheidenheid is het nog niet geworden. De fusie valt achteraf op te vatten als een vijandige overname door het Leidse Museum Volkenkunde waarvan de directie zich opstelt als een Rupsje Nooitgenoeg.

In mei 2017 kwam het Wereldmuseum uit Rotterdam erbij als ‘samenwerkingspartner’, zoals een bericht  verduidelijkt. Dat gebeurde na een voorgeschiedenis waarbij de toenmalige directeur het Wereldmuseum aan de rand van de afgrond bracht. Net als bij het Stedelijk nu waren er opeenvolgende acties voor nodig voordat de publieke opinie omging. De ongerijmdheden zijn groot. In een commentaar van mei 2017 schreef ik: ‘Het NMvW staat bekend als hiërarchisch en behoudend en vaart een populistische koers. Dat past niet bij het meer avontuurlijke profiel van het Wereldmuseum zoals zich dat na de redding aftekende. Het Wereldmuseum is kwetsbaar omdat het door de vorige directeur Stanley Bremer is uitgekleed en verzwakt. (…) Het valt dus af te wachten of het Wereldmuseum een min of meer een autonome positie binnen een samenwerkingsverband krijgt om een eigen(zinnige) koers te varen of dat het meegesleept wordt in het populisme van het NMvW.

Voorbeeld van het populisme van het NMvW is het project Museum Van. Bekende Nederlanders worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Het NMvW gaat met BN’ers als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing in zee. Filemon Wesselink opent gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Met als voornaamste doel om door marketing de naamsbekendheid van de eigen organisatie te vergroten. Er wordt geen relatie met de samenleving gelegd.

Een persbericht van het Wereldmuseum suggereert richting die aansluit bij de lijn van het NMvW: ‘Vanaf 2018 wordt de inhoudelijke koers van het nieuwe Wereldmuseum verlegd naar een meer maatschappelijke programmering die past bij de missie van het nieuwe museum: inspireren tot wereldburgerschap.’ Maar wat ‘maatschappelijke programmering’ en ‘inspireren tot wereldburgerschap’ in de praktijk betekenen valt af te wachten. Het risico bestaat dat het politieke kletspraatjes blijken waar een museum in de praktijk niets aan heeft. Het gevaar bestaat zelfs dat ze in hun vaagheid dienen om het management van het NMvW een verdere greep naar de macht te laten doen. Door de in november 2016 aangenomen motieBehoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.’

Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid van het Rotterdamse gemeentebestuur om daar bij het NMvW op aan te dringen en dat via de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur te monitoren. Dat volgt uit de motie die zich sterk maakt voor het behoud van de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum. Omdat die eigenheid en identiteit zich vooral laten kennen uit het tentoonstellingsbeleid zal dat blijken uit de volgende grote tentoonstelling na ‘POWERMASK’. En overigens ook uit de vaste opstelling. Daarbij staan de vragen centraal wat de planning en inhoud van het komende tentoonstellingsprogramma zijn en hoe dat vervolgens spoort met de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum en het inhoudelijke masterplan van het NMvW voor het Wereldmuseum. Het valt daarnaast makkelijk in te zien dat de beoogde rol van het Wereldmuseum in een wereldstad als Rotterdam een heel andere is die onvergelijkbaar is met die van de musea in Berg en Dal of Leiden.

Overigens wordt het Wereldmuseum vanaf 2018 verbouwd om het gebouw bij de tijd te brengen. Hoe komt daarna het nieuwe gezicht van het museum naar buiten? Hoe blijft het Wereldmuseum tijdens de verbouwing zichtbaar? Directeur Stijn Schoonderwoerd van het NMvW meent dat pas in 2020 het bezoekersaantal weer op het oude peil is. Hoe dan ook hebben alle betrokkenen zich verplicht aan de Rotterdamse signatuur.

Daarbij komt nog wat anders. De Nederlandse museumsector en -bezoeker en ook de NMvW hebben er weinig belang bij om alle musea onder het samenwerkingsverband gelijk te schakelen en dezelfde identiteit te geven. Op voet van gelijkheid en met het oog op inbedding in de lokale situatie kan met elkaar beredeneerd worden om het Wereldmuseum een identiteit te geven die een meerwaarde voor allen oplevert. Te denken valt aan de voortzetting van de lijn van ‘POWERMASK’. Waarbij etnografische en autonome (kunst)objecten verrassende dwarsverbanden aangaan en tot vragen oproepen die afwijken van wat de directie van het NMvW in de andere musea beoogt. De naam Wereldmuseum geeft ook aan dat dit museum over nationale grenzen kijkt en voor de productie van tentoonstellingen samenwerkingsverbanden aan kan gaan met buitenlandse partners.

Foto’s: Eigen foto’s van de tentoonstelling ‘Powermask’ in het Wereldmuseum te Rotterdam, oktober 2017.

Advertenties

Racisme in Chinees provinciaal museum op tentoonstelling ‘This is Africa’

with 2 comments

Werken op de tentoonstellingThis is Africa’ met foto’s van Yu Huiping in het Hubei Provincial Museum in het Chinese Wuhan maken een vergelijking tussen Afrikanen en wilde dieren. Alex Linder van Shanghaiist ziet er in een bericht racisme in. Op sociale media heeft deze goed bezochte tentoonstelling volgens Africanews tot verontwaardiging geleid. Linder geeft de achtergrond voor de presentatie van de foto’s: ‘Fotograaf Yu Huiping wil bezoekers een gevoel van ‘primitief leven’ in Afrika geven door de wisselwerking tussen mens, dier en natuur.’ Vooralsnog lijkt het er eerder op dat Yu Huiping en de staf van het Hubei Provincial Museum een gevoel van primitief leven belichamen. In elk geval voor buitenstaanders die dit met afgrijzen aanzien. Het is te plat voor woorden. Racisme bestaat in alle kleuren, soorten en maten, en kan ook ‘Made in China’ zijn.

Foto: Fotograaf Yu Huiping in Afrika: ‘Yu Huiping is a member of the Chinese Photographers Association, vice chairman of the Hubei Provincial Photographers Association, a member of the Royal Photographic Society. Over the past decade, he has traveled more than 20 times in Africa, put footprints across several major African national parks and remote tribes, hundreds of thousands of times pressed the shutter, made a lot of precious photos.’ 

Written by George Knight

12 oktober 2017 at 23:32

Tentoonstelling ‘Tempel Festival’ in Museum Orientalis georganiseerd door Taiwanese regering

leave a comment »

De tentoonstelling Tempel Festival oftewel Miao Hui is tot en met 29 oktober 2017 te zien in Museumpark Orientalis Heilig Land Stichting. Het is een rondreizende tentoonstelling ‘Made in Taiwan’ die na Nijmegen ook naar Parijs, Londen en Berlijn gaat. Opmerkelijk is dat de tentoonstelling is georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Taiwan, zoals een bericht in Taiwan Today verduidelijkt. John Smeelen ‘van de afdeling marketing en communicatie’ verwijst weliswaar naar samenwerking met de ambassade van Taiwan, maar in de publiciteit laat Museum Orientalis ongenoemd dat Tempel Festival een tentoonstelling is die door de Taiwanese regering is georganiseerd. Zodat bezoekers in het ongewisse blijven over aard en opzet ervan.

Written by George Knight

12 oktober 2017 at 22:01

Wat Museumvereniging beoogt met presentatie van Museumcijfers 2016 is onduidelijk. Beeld van sterkte om zwakte te verhullen?

with 2 comments

De Museumvereniging brengt aan de hand van kerncijfers een positief verhaal naar buiten, maar zegt ook dat de sector nog niet solide is. Het frommelt dat laatste weg achter het eerste. De Museumvereniging presenteert de eigen cijfers selectief. Men kan zich alleen maar afvragen waarom dat gebeurt en waarom dat nodig is.

Alles is relatief, maar relatief is niet alles. Eigen inkomsten stijgen, maar overheidssubsidies nemen af. Dat is per saldo geen positieve, maar een negatieve ontwikkeling. Het lijkt er sterk op dat de museumvereniging koste wat kost positief wil overkomen en de eigen sector wenst te presenteren als toekomstbestendig en vitaal. Het kopt in een persbericht dat de feiten opsomt ‘eigen inkomsten Nederlandse musea stijgen snel’. Ja, dankje de koekoek, het effect is negatief: ‘schrijven de musea tezamen toch nog een negatief resultaat van 23 miljoen euro.’ Nog een bizarre omdraaiing: Het museumbezoek door jongeren tot en met 18 jaar neemt af, maar het aantal schoolbezoeken stijgt. Zo valt naast elke positieve wel een negatieve ontwikkeling te melden.

Kwantificering van de museumsector zegt niets over kwaliteit. Cijfers geven de buitenkant van de sector weer. Omdat die buitenkant toch al zo verdraaid wordt gepresenteerd door negatieve ontwikkelingen te verstoppen achter positieve ontwikkelingen wordt het beeld van de Nederlandse museumsector een spiegelpaleis waarin niets vastligt. Met dank aan de Museumvereniging die bewust een wildernis van spiegels naar buiten brengt.

Written by George Knight

11 oktober 2017 at 11:45

Museum Moderne Kunst van São Paulo krijgt volle laag vanwege performance met naakte man en een kind dat hem aanraakt

leave a comment »

De Nederlandse museumwereld houdt zich bezig met de beschuldigingen van belangenverstrengeling door de artistiek directeur en de Raad van Toezicht in het Stedelijk Museum. Jan Christiaan Braun vatte het samen in een opinie-artikel in NRC. Maar andere landen maken zich weer over wat anders druk. Brazilië lijkt uiterst gevoelig voor godslastering en seksualiteit, zoals nog onlangs bleek door de ophef over en de agitatie door radicaal-rechts tegen de tentoonstelling Queermuseu in het Santender Cultureel Centrum in Ponto Alegre.

Nu is er nieuwe opwinding over een onlangs gehouden performance in het Museu de Arte Moderna de São Paulo, zoals het filmpje toont. Een 4-jarig meisje beweegt zich onder begeleiding van haar moeder in de buurt van een naakte, plat op zijn rug liggende man. Dat is Wagner Schwartz uit Rio de Janeiro die in een ode aan de gestorven kunstenares Lygia Clark haar La Bête opvoert als onderdeel van de tentoonstelling35º Panorama da Arte Brasileira’. De performance duurt 50 minuten en het publiek wordt uitgenodigd om deel te nemen. Zo ook deze moeder en dochter. Slechts een klein onderdeel van de performance. De pers is massaal aanwezig.

Wie op YouTube zoekt op de woorden ’Sao Paulo Museu’ struikelt over de verontwaardiging die dit oproept. De termen pedofilie en seksualiteit komen langs, net als de uitroeptekens en zwarte balkjes over het geslacht van Wagner Schwartz. Het museum zou kinderseks promoten, zo is de beschuldiging. Iedereen bemoeit zich ermee. Terwijl het anders -op wat kunstminnaars en museummensen na- niemand een mallemoer kan schelen wat er in een museum gebeurt. Om dat te veranderen is tegenwoordig blijkbaar een schandaal nodig.

Er zijn klachten ingediend tegen dit optreden binnen de muren van dit museum. Het openbaar ministerie van São Paulo zal klachten onderzoeken over ‘een optreden met een artistieke naakt bij het Museum voor Moderne Kunst van São Paulo’. De controverse is duidelijk en valt vooraf uit te tekenen. Het naakt wordt het doel van aanvallen door conservatieve groepen. Ze ondersteunen dat met verwijzingen naar pedofilie. Daarop antwoorden kunstenaars en museummensen dat deze conservatieven de artistieke vrijheid willen censureren.

NRC inventariseert wat er mis is in de directie van het Stedelijk. Maar wat is de dieperliggende oorzaak voor het jarenlang falen?

with 4 comments

Het is geen geheim dat het al jaren rommelt in de top van het Stedelijk Museum (SM) in Amsterdam. Het is een slangenkuil. Velen sleuren eraan om het op orde te krijgen, maar dat wil niet lukken. De paradox is dat het SM een roemrijk verleden heeft, maar daar niet de essentie uithaalt voor nu. Het museum loopt over van ambitie en een complex dat ook dat andere gevallen Amsterdamse icoon Ajax teistert. Namelijk zelfoverschatting en een teveel aan goochem. Die grenzeloze ambitie vertaalt zich in de keuze door de Raad van Toezicht van de laatste twee directeuren (Goldstein en Ruf). Die moesten per se buiten de grenzen gevonden worden terwijl geschikte Nederlandse directeuren konden doorschuiven. Met als gevolg dat er directeuren worden geparachuteerd met een netwerk in de internationale kunstwereld of -handel, maar zonder een Amsterdams of Nederlands netwerk. Dit roept de vraag op wie toezicht houdt op de Raad van Toezicht. Daan van Lent en Arjen Ribbens zetten het voor NRC op een rijtje in een eerste artikel van een tweeluik over het museum.

Directe aanleiding voor het tweeluik is het afscheid van zakelijk directeur Karin van Gils die uit nood geboren tijdens het directoraat van Goldstein per 1 januari 2013 tot algemeen directeur werd benoemd. Daarna verscheen nooit een persbericht dat meldde dat ze dat niet langer was. Alleen dat al geeft de chaos, de slechte communicatie, de competentiestrijd in de top en de zorgwekkende rol van de Raad van Toezicht aan.

Van Lent en Ribbens omschrijven het prachtig, maar toch ontbreekt er iets. Wellicht komt dat nog in het tweede deel aan de orden. Wekt het artikel geen valse tegenstelling als het over de koers van het SM zegt: ‘Een breed opererende instelling, die mikt op zo veel mogelijk bezoekers en zo hoog mogelijke eigen inkomsten? Of een museum waarin bezoekcijfers ondergeschikt zijn aan een voortrekkersrol op het terrein van jonge internationale kunst?’ Is dat nou de essentie, de keuze tussen deze twee smaken? Is er niet meer?

Wie teruggaat in de recente geschiedenis van het SM en probeert te achterhalen wat de directeuren Sandberg, De Wilde en Beeren in de gouden tijd (1945-1990) met het SM deden raakt aan begrippen als ‘enthousiasme’, ‘urgentie’, ‘openheid’, ‘midden in de eigen tijd’ en ‘maatschappelijk betrokken’. Uiteraard was dat in een andere tijd met een ander Amsterdam, een ander Nederland, en een minder geglobaliseerde internationale kunstwereld met andere machtsverhoudingen. Toch wordt bij dat verleden onvoldoende aangehaakt. Het is wat anders dan de marketing van Van Gils of de kunstgeschiedenis van Ruf. Of zoals Jan Christiaan Braun of Rob van Koningsbruggen zouden zeggen, de verborgen kunsthandel van Ruf en de Raad van Toezicht.

Anders gezegd, het SM moet teruggaan naar de eigen kern van toen. En daaraan 25% van het DNA van het Van Abbemuseum (politieke urgentie en betrokkenheid), 25% van Boijmans (hoog tempo in de programmering, en dynamiek) en 25% van het Haags Gemeentemuseum (intelligente publieksvoorstellingen) aan toevoegen.

En 19 miljoen euro subsidie per jaar valt uit de toon bij Boijmans en het Haags Gemeentemuseum die het ongeveer met de helft doen en iets minder dan 10 miljoen euro krijgen. Met 19 miljoen is meer te doen. Om te beginnen kan er de trap mee schoongeveegd worden door de Raad van Toezicht aan de kant te zetten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe twee directeuren van het Stedelijk konden nooit goed met elkaar overweg’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 5 oktober 2017.

Het gras is groen, de lucht is blauw en de museumsector is behoudend. Joep van Lieshout, het Louvre en ‘Domestikator’

with 3 comments

Moet er nog aandacht besteed worden aan de afwijzing door het Louvre bij monde van directeur Jean-Luc Martinez van de 13-meter hoge architectonische sculptuur ‘Domestikator’ (2015) van het in Rotterdam gevestigde Atelier van Lieshout? Het nieuws zingt al dagen rond op (sociale) media en heeft intussen ook het algemene nieuws bereikt. Want de afwijzing zou met seks te maken hebben. Dat moet gemeld worden. Pikant!

Het werk zou geplaatst worden op een buitenpresentatie in de tuinen van de Tuileries in het programma Hors les Murs (‘buiten de muren’). Leidt het schieten voor het Parijse open doel niet tot makkelijk scoren voor Joep van Lieshout? Media struikelen over elkaar heen om zijn verontwaardiging over de museumsector breed uit te meten. Die zou gaan voor bezoekcijfers en marketing, en blinkt uit in behoudzucht. Niet dat hij ongelijk heeft, integendeel, het is goed dat hij het opmerkt. Maar dit is hetzelfde soort nieuws als een media-offensiefje dat vertelt dat het gras groen is of de lucht blauw. The Huffington Post zet in een artikel de details op een rijtje.

In de meeste berichten wordt in navolging van een artikel in The New York Times van 2 oktober 2017 dat een terloopse vergelijking maakt met het Guggenheim Museum deze vergelijking overgenomen. Na politieke druk van dierenactivisten werden daar drie werken terugtrokken van een China-tentoonstelling. Uit een verklaring blijkt dat het Guggenheim Museum dit met tegenzin deed en onthutst is dat het zover moest komen: ‘As an arts institution committed to presenting a multiplicity of voices, we are dismayed that we must withhold works of art.’ Dit blog besteedde er op 26 september in een commentaar aandacht aan en verwees naar Jan Fabre. In de kwestie ‘Domestikator’ neemt het Louvre echter een andere positie in dan het Guggenheim Museum in de kwestie van het dierenactivisme in verband met de gewraakte werken op de tentoonstelling Art and China after 1989: Theater of the World. Het Louvre buigt pro-actief en het Guggenheim pas na dreigementen.

Dat Joep van Lieshout tot deel van een slechte wedstrijd is gemaakt valt hem niet te verwijten. Hij heeft het niet opgezocht. Maar zijn reactie leidt ontegensprekelijk tot marketing voor eigen merk. Er is geen ontkomen aan. Zo wordt via een omweg Joep van Lieshout ingesloten in het circuit dat hij bekritiseert. Dat geldt niet alleen voor integere kunstenaars als Van Lieshout, maar ook voor goedwillende musea die zich onttrekken willen aan de terreur van de markt en de gunst van het publiek. Maar ook zij lopen tegen hun grenzen aan.

Foto: ‘Domestikator’ van Atelier van Lieshout op de Ruhrtriennale in Bochum, Duitsland, 2015.