George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Museum’ Category

Natural History Museum Londen krijgt verwijt zich te laten kopen door Saoedisch regime. Waarom zegt het giftige verhuur niet af?

with 3 comments

Het Natural History Museum in Londen ligt onder vuur voor een receptie van de Saoedische ambassade ter gelegenheid van de Dag van Saoedi-Arabië (23 september) vandaag. Het Saoedische koninkrijk krijgt wereldwijd steeds meer kritiek door de slachtpartij waarin de oorlog in Jemen is geëvolueerd, het opsluiten van mensenrechtenactivisten, de invoering van anti-homoseksuele wetten en de vermoedelijke moord van de Amerikaans-Saoedische journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanboel. De stapeling maakt het publicitair brisant. Het lijkt er sterk op dat de Saoedische machthebber kroonprins Mohammad bin Salman zijn hand heeft overspeeld en teveel heeft vertrouwd op zijn goede band met president Trump en diens Midden-Oosten adviseur, schoonzoon Jared Kushner. De publieke opinie in het Westen keert zich tegen het Saoedische regime en het ontbreekt het museum nu aan speelruimte om daar passend op te reageren.

In een verklaring per tweet zegt het museum vandaag dat de receptie twee maanden geleden is geboekt en commerciële evenementen een belangrijke bron van inkomsten zijn. Deze verklaring maakt het er nog potsierlijker op. Net alsof dit museum geen baas meer in eigen huis is. Maar het museum vermarkt het eigen merk en prestige, vangt daarvoor geld en is er zelf partij bij zonder er ongeschonden uit te komen. Het tekent de zwakte van de argumentatie van het museum dat enig politiek besef lijkt te ontberen. De beschuldiging met ‘bloedgeld’ door het Saoedische regime gekocht te worden, zoals Owen Jones in een venijnig commentaar opmerkt, kan het er niet mee weerleggen. Het museum geeft zichzelf hiermee een brevet van onvermogen.

Het is opmerkelijk dat het museum zich zo afhankelijk heeft gemaakt van de commercie dat het in een publicitaire noodsituatie niet eens meer flexibel kan reageren door het evenement met een controversiële huurder af te zeggen. Overigens een huurder die twee maanden geleden ook al hoogst controversieel was. Heeft het museum hiervoor geen verzekering afgesloten? Het Natural History Museum kan dan wel beweren dat het ermee geen goedkeuring geeft aan de standpunten van het Saoedische regime, maar waarom het zich commercieel afhankelijk maakt van een autoritair regime dat een journalist ontvoert of vermoordt, in Jemen oorlogsmisdaden pleegt en mensenrechtenactivisten in de gevangenis gooit verklaart het er bepaald niet mee.

Foto 1: Tweet met verklaring (statement) van het Natural History Museum Londen, 11 oktober 2018.

Foto 2: Hintze Hall in het Natural History Museum in Londen is volgens een brochure van het museum te huur voor £18.000 (ex. BTW), dat is €20.500.

Advertenties

V&A-directeur Tristram Hunt verdedigt stijgende prijzen voor museumtentoonstellingen. Wat zijn de valkuilen in z’n betoog?

leave a comment »

Een Britse museumdirecteur heeft het niet makkelijk. Neem oud-Labour politicus Tristram Hunt van het V&A in Londen die sinds 2010 de overheidssubsidie met 30% zag afnemen. De bezoekcijfers zijn gekelderd. Het gevolg daarvan is dat de toegangsprijs verhoogd moet worden. Een voorbeeld van die gestegen prijzen is dat voor een kaartje in het weekend voor de Monet tentoonstelling in de National Gallery in april 2018 £22 (€25) neergeteld moest worden, aldus een bericht in The Guardian. Sprekend op het Cheltenham literature festival vond Hunt niet dat de toegangsprijzen voor bijzondere museale presentaties buitensporig zijn gestegen.

Maar zijn redenering wordt er bedenkelijk op als hij de toegangsprijs voor een tentoonstelling vergelijkt met een bioscoop- of treinkaartje. Het wordt er nog bedenkelijker op als hij een vergelijking maakt met een seizoenskaart voor voetbal: ‘If people are willing to pay hundreds and hundreds of pounds on football season tickets then seeking to have a fair price for a work of great curatorial excellence does not seem to me wrong.’ Met zijn betoog plaatst Hunt het museum in de hoek van het evenement. Alsof een museum en kunst geen bijzondere functie hebben en inwisselbaar zijn met andere activiteiten en uitgaven van een bezoeker, zoals een trein-, bioscoop- of voetbalkaartje. Met zo’n instelling hebben musea geen vijanden meer nodig.

Wat Tristram Hunt zegt is ongetwijfeld uit nood geboren, pragmatisch ingegeven en mede bedoeld om de cultuurpolitiek van de zittende regering May aan te spreken. Het toont echter ook perfect aan hoe twee effecten elkaar versterken en negatief beïnvloeden. Het zijn de gevolgen van een terugtredende overheid én de vercommercialisering van beeldbepalende musea die zich met blockbusters op kosten jagen en steeds meer de trekken van bedrijven vertonen die via marketing de bezoekers binnen moeten halen. Hiermee begeven musea zich op het terrein van de amusementsindustrie waarbij het om amortisatie gaat, ofwel de relatie tussen investeringen, afschrijvingen en winstgevendheid. Hunts vergelijking met een bioscoopkaartje ligt daarom voor de hand omdat de filmindustrie al 100 jaar volgens dit principe werkt. Maar de valkuilen zijn groot en diep. Musea worden voor hun presentatie-poot steeds afhankelijker van investeringen in projecten en zullen in hun publieksbenadering moeten bieden wat het publiek eist. Marketing bepaalt dan de inhoud.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelV&A director defends rising exhibition prices; Tristram Hunt says museum is working on price models, and warns over arts in schools’ in The Guardian, 8 oktober 2018.

‘Museumcijfers 2017’ van de Museumvereniging: Onbetaalde krachten zijn de kanaries in de kolenmijn van de museumsector

with 2 comments

Het zijn opvallende cijfers over de werkgelegenheid in musea die de Museumvereniging heeft gepubliceerd in het jaarlijkse overzicht ‘Museumcijfers 2017’. Van de 40.000 mensen die in de museumsector werkzaam zijn worden er 27.000 niet betaald. Dat zijn vrijwilligers en stagiairs. De ‘Museumcijfers 2016’ gaven een ander beeld. Daarin stond te lezen: ‘Geschiedenismusea en musea voor bedrijf, wetenschap en techniek maken – ook gemeten in voltijdbanen – relatief veel gebruik van vrijwilligers en stagiairs. Kunstmusea en musea voor volkenkunde doen veel minder een beroep op onbetaalde krachten’ en uit onderstaande figuur 5.3 ‘FTE’s onbetaalde krachten als percentage van het totaal aantal FTE’s naar provincie, 2016’ bleek dat dit voor Nederland 28% was. Dit verschil in beeldvorming heeft ermee te maken wat men vergelijkt: FTE’s of het aantal in de museumsector werkzame mensen. Het is appels met peren vergelijken. Veelbetekenend is dat voor het eerst in de ‘Museumcijfers 2017’ de Museumvereniging krachtig vaststelt dat 68% van de bijna 40.000 in musea werkzame mensen onbetaald werkt. Men kan er alleen maar naar gissen voor wie deze opvallende, en ook wel onheilspellende cijfers in de eerste plaats bedoeld zijn. Is het een signaal aan de Haagse politiek dat kleinere en middelgrote musea financieel niet verder uitgekleed kunnen worden en dat daar echt geen vlees meer op de botten zit? De onbetaalde krachten zijn de kanaries in de kolenmijn van de museumsector.

Foto 1: Schermafbeelding uit ‘Museumcijfers 2017’ van de Museumvereniging (p.28), 2018.

Foto 2: Schermafbeelding uit ‘Museumcijfers 2016’ van de Museumvereniging (p.26), 2017.

Written by George Knight

4 oktober 2018 at 21:12

Conflict over verhuur in Haarlemse St. Bavokerk. Alet Pilon maakt einde aan tentoonstelling die moest wijken voor een banenbeurs

with one comment

Kunstenares Alet Pilon maakt ‘per direct’ een einde aan haar expositie in de Haarlemse Grote of St. Bavokerk. Pilon is curator van de tentoonstellingDe Zwarte Madonna en de Troost’ die zowel in de kerk als in de vishal te zien zou zijn. De toelichting zegt hierover: ‘Een expositie over het onverwachte, het omgekeerde, het negatief. Door een geheel zwart ingerichte tentoonstelling wil curator Alet Pilon het beeld laten werken als een ouderwets negatief, alles wat je zwart ziet, kun je eigenlijk zien als wit.’ In de vishal wordt bestaand werk getoond (‘De Troost’) en in de kerk zou uitsluitend nieuw werk getoond worden (‘De Zwarte Madonna’).

Reden waarom Pilon de stekker uit deze expositie in de kerk trekt -die van 15 september tot 14 oktober 2018 te zien zou zijn- is dat die moest wijken voor een banenmarkt op 4 oktober. In een bericht van NH Nieuws  zegt Pilon dat de kerk een fout heeft gemaakt en zich niet aan de afspraken heeft gehouden: ‘Ik kreeg een vrijwilliger aan de telefoon en die vertelde me dat ze een afspraak over het hoofd hadden gezien. Er komt een banenbeurs in de kerk en er werd me voorgesteld of ze de kunstwerken dan even zelf aan de kant mochten zetten. Die werken zijn veel te kwetsbaar, dus dat doen de kunstenaars liever zelf en bovendien kost me dit maar liefst vier dagen van mijn expositie’. Bedoeling was dat de vrijwilligers van de kerk ingezet zouden worden bij de verplaatsing, maar dat wees Pilon gezien de kwetsbaarheid en de vaardigheid die het omgaan met kunstwerken vraagt van de hand. De kerkdirectie wist, zo zegt directeur Tony Jansen in gesprek met NH Nieuws al in april 2018 van de banenmarkt, maar heeft verzuimd Pilon hierover ‘vroegtijdig’ te informeren.

Dat het om geld draait wordt duidelijk in het commentaar van NH Nieuws: ‘Er is nog met de organisatie van de banenbeurs bekeken of de beurs niet óm de expositie heen gebouwd kon worden, maar dat was volgens het kerkbestuur niet mogelijk. De beurs afzeggen behoort ook niet tot de mogelijkheden, de kerk kan de inkomsten daarvan goed gebruiken.’ Zaalverhuur is een belangrijke bron van inkomsten voor religieuze organisaties. Door de ontkerkelijking zijn kerkgebouwen gesloten of hebben ze deels een andere, vaak culturele functie gekregen. Reden is dat het gebouw te duur werd of de lokale religieuze organisatie de exploitatie niet meer volledig rond kon krijgen door oplopende kosten en afnemende inkomsten wegens een slinkende achterban. Vandaag 2 oktober begint Alet Pilon met het weghalen van de kunstwerken uit de kerk.

Rijksmuseum Twenthe is boos op Facebook vanwege naaktverbod. Waarom heeft het zich voor de publiciteit zo afhankelijk gemaakt?

with 6 comments

Tubantia meldt in een bericht dat het Rijksmuseum Twenthe in Enschede problemen heeft met de publiciteit vanwege een naaktverbod van Facebook. Gevolg is dat het beeldmateriaal afgelopen maanden herhaaldelijk werd geweigerd omdat er teveel bloot op te zien was en het museum zich zo niet met publiciteitscampagnes kan profileren op sociale media. Woordvoerder Karin Jongenelen zegt: ‘De censuur van Facebook heeft absurde vormen aangenomen. Het is nu eenmaal een gegeven dat op veel historische schilderijen bloot te zien is. Juist de mooiste werken uit onze collecties kunnen we nu niet meer gebruiken in onze promotie.’

Eerder dit jaar ageerde Toerisme Vlaanderen in een ludieke actie tegen Facebook (FB) omdat oude kunst in Vlaamse musea te naakt werd gevonden en werd gecensureerd. Ik concludeerde in een commentaar dat de macht van de Amerikaanse techbedrijven erg groot is geworden, dat de censuur duidt op het opkomen van een nieuwe preutsheid en dat ‘kunstmusea zich als ‘tentoonstellingsfabrieken’ afhankelijk hebben gemaakt voor hun publieksbereik’. Aan de eerste twee redenen kunnen de kunstmusea weinig veranderen. De macht van Facebook is iets wat de politiek bij voorkeur in grensoverschrijdend overleg (bijvoorbeeld EU of UNICEF) moet aanpakken en het terugdringen van de nieuwe preutsheid is een maatschappelijk proces. Maar die afhankelijkheid van sociale media valt de kunstmusea of overheden te verwijten. Daar kunnen ze zelf iets aan veranderen. Ze hadden het nooit zover moeten laten komen. Nu worden ze verschrikt wakker en beseffen ze ineens hoe afhankelijk ze zich voor hun publiciteit van Facebook en soortgelijke bedrijven hebben gemaakt.

Welke signalen hebben ze afgelopen jaren gemist? Hoe merkwaardig is het dat een woordvoerder van een Nederlands rijksmuseum zegt geen kant meer op te kunnen? Dat is een brevet van eigen onvermogen. Het gepaste antwoord erop is ‘eigen schuld, dikke bult’. De preutsheid is niets nieuws. De voorbeelden zijn talrijk.

In 2014 censureerde FB weliswaar niet de naaktfoto’s van de Australische kankerpatiënte Beth Whaanga die op haar FB-pagina verslag deed van haar ziekte, maar zeiden meer dan 100 ‘vrienden’ hun vriendschap met haar op omdat haar verslagen te onthullend zouden zijn. Dat is de werkelijkheid waarin Facebook opereert. Een commercieel bedrijf dat het om winstgevendheid te doen is en goed oplet hoe die winst geoptimaliseerd kan worden. Als daar censuur bij past en af en toe een slappe, ontwijkende schuldbekentenis in een hoorzitting om de politiek te pacificeren, dan moet dat maar. In 2013 sloot FB de pagina’s van de topless opererende activistes van het vrouwencollectief FEMEN. In 2015 zei FB nee tegen het naakte realisme van kunstenaar Jans Muskee. In 2016 verwijderde FB de iconische foto van het ‘napalmmeisje’ in Vietnam vanwege naaktheid.

Overheden en semi-overheidsinstellingen als Rijksmuseum Twenthe zijn jarenlang de fuik ingezwommen en deden alsof dat zonder gevolgen zou blijven en straffeloos kon. Hoe naïef men na talloze waarschuwingen kan zijn maakt de woordvoerder van Rijksmuseum Twenthe inzichtelijk. Zij kan dan wel zeggen dat ze boos is op FB, maar eigenlijk zou ze vooral boos op het eigen mediabeleid moeten zijn. Ze heeft gelijk ‘hoezeer we zijn doorgeslagen’. Maar ze heeft anders gelijk dan ze denkt. Overheden en semi-overheidsinstellingen hebben zich jarenlang afhankelijk gemaakt van techbedrijven en dachten op kosten van FB gratis publiciteit te kunnen maken. Op de commerciële markt bestaat zoiets echter niet. Rijksmuseum Twenthe en soortgelijke instellingen zouden er verstandig aan doen om zich los te maken van FB en op internet hun eigen media op te bouwen waarover ze volledige zeggenschap hebben. Gezien alle signalen en incidenten hadden ze daar vijf jaar geleden al mee kunnen beginnen. Volgzaamheid, onderworpenheid en afhankelijkheid lonen niet.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRijksmuseum Twenthe boos op Facebook: kunst met blote borsten verwijderd’ van Herman Haverkate op Tubantia, 28 september 2018.

Bedenkingen bij de marketingcampagne ‘Bingo Battle’ om jonge mensen enthousiast te maken over musea. Hoe loos is de ambitie?

with 2 comments

Het artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ op de website Kids en Jongeren Marketing gaat in op de vraag hoe jonge mensen enthousiast te krijgen zijn over musea. De marketingsite stelt dat het ‘een vraag [is] die de instellingen al langer bezighoudt en ook voor de overheid is het een hot item. Daarom hebben MuseumTV en CJP, met hulp van het Mondriaan Fonds, de Bingo Battle in het leven geroepen. De gekozen nieuwe aanpak is ‘een ‘challenge’ in een street art huisstijl die goed past bij het kijkgedrag van deze jongeren’. De marketing wordt opgebouwd rond ‘doelgroepsrelevante BN’ers’. Dus mediapersonen die bekend zijn bij de jongeren of waarvan de marketeers denken dat dat zo is.

De aanpak wordt in het artikel uitgelegd: ‘Musea zien in dat jongeren, voor wie kunst en cultuur misschien minder vanzelfsprekend is, absoluut te interesseren zijn voor dit onderwerp – mits het op een andere manier wordt aangepakt. Jonge mensen kijken namelijk op een andere, meer intuïtieve manier naar kunst, cultuur en wetenschap: ze willen dingen ontdekken vanuit hun eigen interesses. Ze blijken vooral geïnteresseerd in cultuur die aansluit bij hun jeugdcultuur en belevingswereld en het internet is voor hen een belangrijke bron voor cultuurparticipatie.’ Het voorbehoud ‘misschien’ maakt duidelijk dat dit niet voor iedereen geldt omdat er vele soorten jongeren zijn. De marketingcampagne is vooral gericht op mbo-leerlingen zoals CJP Directeur Walter Groenen stelt. Daarom is de opzet van de campagne verhullen en niet helder over de doelgroep die het tracht aan te spreken. Opmerkelijk is ook dat de ‘doelgroeprelevante BN’ers’ allen afkomstig zijn uit het populaire lichte amusement. Hebben jongeren alleen daar interesse voor of kunnen ze zich alleen daar mee identificeren? Dat lijkt jongeren niet serieus te nemen en te reduceren tot consumenten van lichte kost.

Het is vanzelfsprekend prima om jongeren (of mbo-leerlingen) in contact te brengen met kunst en musea. Maar dit betekent niet dat alles kan en de marketing van de Bingo Battle! de juiste aanpak gevonden heeft en geen nadere bedenkingen verdient. Ermee worden ten behoeve van de marketing, musea en kunst eenduidig in de hoek van het spektakel en vermaak en de beleving geplaatst. Het levensgrote risico is dat de jongeren door deze marketing enthousiast worden over musea, maar daar tegelijk een vervormd beeld van krijgen dat ze hun hele leven niet meer kwijtraken. Dan is de marketingcampagne voor de looptijd ervan geslaagd omdat jongeren de weg naar het museum weten te vinden, maar zijn in dat proces het beeld wat jongeren van musea en kunst hebben en de musea zelf zo gecorrumpeerd dat het voor de lange termijn averechts werkt.

De opgave om jongeren of laagopgeleiden voor kunst en musea te interesseren is geen makkelijke. Als de samenleving vindt dat deze verbreding nodig is, dan moet er beleid ontwikkeld worden om deze lastig te bereiken doelgroepen te interesseren. Het is vanzelfsprekend om dit via het onderwijs te realiseren. Hoewel de vraag blijft waarom zoveel mogelijk jongeren met kunst en musea in aanraking moeten worden gebracht als dit bij hen zoveel weerstand oproept en alleen in een gepopulariseerde vorm kan. De functie van kunst staat haaks op hoe die in de marketingcampagne wordt voorgesteld. Kunst valt niet te reduceren tot beleving en is al helemaal geen ‘pretentieloze manier van kijken’, maar het omgekeerde. Het lijkt er dan ook op dat de marketingcampagne meer kwaad dan goed doet. Of in elk geval elementen bevat die verkeerd uitpakken.

De reden dat dit lijkt te kunnen gebeuren is dat vele marketeers van buiten de museumsector en marketing-afdelingen van musea toestemming hebben gekregen om deze campagne op te zetten met als allesbepalende opdracht en criterium het vergroten van het bereik. Dat drukt de inhoud van kunst én de wetenschappelijke deskundigen binnen museumsector en bij kunsthistorische instituten weg. Wat overblijft is een lege huls van vermarkten die vele doelen dient: het idee van daadkracht, een antwoord op de eisen van de politiek, en de beschermende onzichtbaarmaking van de museumsector door dicht aan te schurken tegen het populisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBingo Battle! Herontdek het museum met 7 BN’ers: van rappers en vloggers tot acteurs!’ door ‘gastblogger’ (‘Onze gastbloggers zijn allemaal autoriteiten op het gebied van kids- en jongerenmarketing’) op Kids en Jongeren Marketing, 25 september 2018.

Bij tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’ in CODA Apeldoorn is kwaliteit geen criterium

with 2 comments

In CODA Apeldoorn is tot en met 9 december 2018 de tentoonstelling055: Apeldoorn Art 2018’ te zien. Het is een salon van kunstenaars ‘wonend en/of werkend in Apeldoorn’. De selectie is opmerkelijk, want schifting ontbreekt: ‘Voor 055: Apeldoorn Art 2018 zijn alle in Apeldoorn wonende en/of werkende kunstenaars uitgenodigd om maximaal 2 recente werken in te zenden voor de tentoonstelling. Actueel werk (gemaakt in 2017 of 2018) is daarbij het uitgangspunt. Er is geen inhoudelijk thema van toepassing. Alle technieken, materialiteiten en onderwerpen zijn vertegenwoordig in de tentoonstelling. Met groot enthousiasme is gereageerd op de oproep: ruim 70 kunstenaars tonen hun werk tijdens 055: Apeldoorn Art 2018′.

CODA-directeur Carin Reinders verwoordt dat in een artikel in de Stentor: ‘We hebben een lijst met een kleine honderd kunstenaars en die hebben we allemaal uitgenodigd. We balloteren niet, zeggen niet dat we de een minder vinden dan de ander. Wel of geen opleiding? Kwaliteit? Portfolio? Geen criterium voor ons. Als je bij de Kamer van Koophandel of bij jezelf staat ingeschreven als beeldend kunstenaar kom je in principe in aanmerking. Met deze aanpak laten we zien wat er in deze stad op dit moment gebeurt. We hebben hier een enorme variëteit aan makers’. De inzenders komen in aanmerking voor de nieuwe Van Reekum Cultuurprijs van 10.000 euro. Dat werkte volgens Reinders als stimulans om het niveau van de inzendingen op te krikken.

In een artikel op het stadsblog Apeldoorn Direct tackelt Ben Eggermont het nadeel van een tentoonstelling zonder selectie of kwaliteitscriterium: ‘In een tentoonstelling waarin het werk van meer dan zeventig Apeldoornse kunstenaars, zonder thema en voorwaarden vooraf, te zien is, schuilt een zeker kwaliteitsrisico te eindigen met een onevenwichtige. wellicht rommelige expositie. Niets is minder waar, met zowel bekende als onbekende namen is een brede, evenwichtige, zeer bezienswaardige en verrassende expositie samengesteld. Over smaak valt niet twisten, ieder heeft zo zijn voorkeuren, van fijnschilder tot  figuratief en abstract, van het kleine tot het monumentale, een kleurrijk palet van Apeldoornse kunstbeoefening..

Het is lastig om te weten volgens welk criterium deze tentoonstelling getoetst dient te worden. Directeur Reinders maakt duidelijk waar het volgens haar om gaat, namelijk ‘laten zien wat er op dit moment op het gebied van de beeldende kunst in Apeldoorn’ gebeurt. Zij maakt duidelijk dat kwaliteit voor CODA geen criterium was bij het inrichten van de tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’. Dat is een eerlijk standpunt.

CODA is geen klassiek kunstmuseum, maar een cultuurhuis dat een openbare bibliotheek, archief en musea huisvest. Dat maakt de marges breder. Het roept wel de vraag op hoever een culturele instelling kan gaan in het loslaten van de kwaliteitsnorm voor inzendingen van een presentatie van lokale kunstenaars. Reinders meent dat de beeldende kunst van Apeldoorn geen recht doet aan deze stad in Nederlands top twaalf van grootste steden. Welke rol de aanpak van CODA om de kwaliteitsnorm los te laten speelt in het opwaarderen van het kunstklimaat van Apeldoorn is de vraag die blijft hangen na het verkennende bezoek aan deze stad.

Foto: Kunstwerk met en van Colinda Veeneman op de tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’, Instagram.