George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Museum’ Category

Kunstenaar Joris Baudoin brengt uit protest sculptuur naar stort

leave a comment »

Wat te denken van het bericht dat kunstenaar Joris Baudoin uit Heerewaarden z’n werk The Last Tree Standing (2019) van versterkt beton met bladgoud naar de stort heeft gebracht? Het zou volgens hem een marktwaarde van meer dan 20.000 euro hebben. Het stond deze zomer op de kade in Zaltbommel tijdens een kunstfestival. Deze actie die blijkbaar met Omroep Gelderland is gecoördineerd is bedoeld als protest. De omroep verwoordt het zo: ‘Baudoin vindt dat toonaangevende musea, galerieën, verzamelaars, media en subsidieverstrekkers elkaar verblinden. Veel kunst verdwijnt hierdoor in de anonimiteit en dat geldt ook voor goede kunst of zelfs topkunst.’ Hier worden allerlei aspecten aan de orde gesteld en met elkaar verbonden: kunsthandel en -kritiek, opereren van musea en media, kunstverzamelaars, cultuurpolitiek en subsidiebeleid.

Baudoin wilde zijn werk niet weggeven, maar verkopen zo blijkt uit een interview van Nieke Hoitink met hem op Radio Gelderland. Hij zegt ook het aan musea met ‘prachtige beeldentuinen’ te hebben ‘aangeboden’, maar die zijn niet op zijn aanbod ingegaan omdat ze het niet wilden ‘hebben’. Welke musea het betreft is onduidelijk. Baudoin vergelijkt zich met kunstenaars als Ai Weiwei, Giuseppe Penone en Giuseppe Licari. Hij meent dat het in de kunstwereld niet zozeer om de kunst, maar om de naam gaat en hij die naam niet heeft.

Foto: Joris Baudoin, The Last Tree Standing (2019).

Advertenties

Written by George Knight

12 oktober 2019 at 18:17

Kritiek op presentatie over Nieuw-Guinea in Bronbeek. Foto’s liegen vooral als ze wetenschappelijke onderbouwing missen

leave a comment »

Het gezegde luidt ‘Eén beeld zegt meer dan duizend woorden‘. Maar we weten dat beelden kunnen liegen. Ze kunnen gemanipuleerd en uit hun omgeving getild worden en in een andere samenhang geplaatst worden zodat ze een andere dan de oorspronkelijke betekenis krijgen. Het is simpel om door een eenzijdige selectie uit een beeldbank van foto’s en films een vertekend beeld van het verleden te geven en dat te presenteren als objectief. Niemand controleert het. Zo kan de Nederlandse overheid in voormalig Nederlandse-Indië als bruut, dictatoriaal en hardvochtig of juist humaan, rechtvaardig en opvoedkundig voorgesteld worden. Het stemt allebei niet overeen met de werkelijkheid. Zo’n hedendaags perspectief zegt daardoor meer over de blik van de curator of tentoonstellingsmaker uit 2019 dan over de situatie in Nieuw-Guinea of op Java in 1919.

Eenzijdigheid van een tentoonstelling die wordt voorgesteld als realistisch en met een meervoudig perspectief is bedrieglijk. Voormalig gids en Indië- en Nieuw-Guinea-veteraan Bo Keller heeft kritiek op het ‘cynisme’ van een kleine presentatie in Museum Bronbeek. We zijn gewaarschuwd, geloof niet op voorhand beelden van curators die om politieke redenen worden gepresenteerd en duizend wetenschappelijke woorden missen. Deze makkelijke beelden zonder context doen uitsluitend een uitspraak over het perspectief van de curator.

Gemeentebestuur Almere wil museum voor ‘Tomorrow Art’ van internationale allure dat groter is dan het Stedelijk Museum A’dam

with one comment

Ambitie is goed, maar zelfkennis en realisme zijn beter. De provincie Flevoland en de gemeente Almere willen in laatstgenoemde stad een museum voor ‘Tomorrow Art’ dat groter is dan het Stedelijk Museum Amsterdam. Kunst voor morgen dus, dat kan niet anders dan digitale ‘actuele multimediale kunst’ zijn. Internationale allure in de polder. Almere vergelijkt zich in vergezichten met het Parijse Palais de Tokyo en het Londense Tate Modern. De spreekwoordelijke regionale D66-bestuurder mag het project uitventen waarbij zoals altijd opvalt dat hij niet begrijpt waarover hij praat en het jargon van de sector waar hij verantwoordlijk voor is niet in de vingers heeft. Dus heeft hij het over moderne kunst waar hij hedendaagse kunst bedoelt. Van dat niveau. Het is aardig dat gedeputeerde Michiel Rijsberman volmondig toegeeft dat hij er weinig van snapt. Nog in 2018 opteerde hij voor een museum dat gespecialiseerd was in grote kunstwerken. Als het maar groot is dus.

Op 1 en 2 juli 2019 brachten de Almeerse wethouder Hilde van Garderen met Rijsberman en de directeur van de Floriade een gezamenlijk bezoek ‘aan twee vooraanstaande Londense musea: Serpentine Galleries en Tate Modern’, zoals in een verslag op de website van de gemeente Almere te lezen valt. Met als doel ‘kennis uitwisselen en de mogelijkheden van samenwerking verkennen met betrekking tot de realisatie van een Almeerse museale voorziening’. Het is verrassend dat deze twee Londense presentatie instellingen van hedendaagse kunst blijkbaar geïnteresseerd waren in het uitwisselen van kennis met Flevoland. Het is typisch dat de tijdelijke paviljoens van de Serpentine Gallery waarin de bestuurders geïnteresseerd zeggen te zijn ze op ideeën brengt. Ze doen denken aan de tijdelijke paviljoens van Museum De Paviljoens dat in 2013 door het toenmalige Almeerse gemeentestuur definitief om zeep werd geholpen. Want waarom iets van het eigen verleden leren als het ook in een Londens park te halen valt? Almere begint blijkbaar liever vanuit het niets.

We kunnen lacherig doen over de pretenties van Almere en Flevoland in de wetenschap dat het de vergelijking met Londen, Parijs en Amsterdam niet aankan. Maar dat is te makkelijk. Toch is de vrees dat de vijand van goed beter is. Waarom heeft Almere een museum van hedendaagse kunst gesloten en daarmee de kennis uit de gemeente laten verdwijnen om nu drie stappen tegelijk te willen zetten met plannen die zo op het eerste oog te hooggegrepen zijn. Waarom heeft Almere niet gekozen voor een organische en geleidelijke groei? Is dat omdat het gemeentebestuur niet structureel maar projectmatig denkt, een museum direct knoopt aan de ontwikkeling van vastgoed en niet normaal, maar bijzonder wil zijn omdat dat bij het DNA van Almere zou passen? Het gewone is blijkbaar niet goed genoeg voor Almere. Daarom vlucht het weg in het buitengewone.

Waarom heeft het Amsterdam Museum niet omzichtiger gehandeld bij het besluit om te stoppen met het gebruik term Gouden Eeuw?

with 2 comments

Pavlov-reacties op het besluit van het Amsterdam Museum om te stoppen met het gebruiken van de term Gouden Eeuw waren veelzeggend. Rechts sprak er schande van en links toonde begrip. Het museum verklaart de wijziging als ‘een stap is in een proces om het Amsterdam Museum meerstemmig en inclusief te maken’. Identiteitspolitiek dus, en marketing van een museum dat met de wijziging vooral aandacht op zichzelf richt.

Wat kunnen we hier nog aan toevoegen? Dat het onjuist is dat de term Gouden Eeuw de vele negatieve kanten van de 17de eeuw negeert? Dat het museum beter een reeks presentaties had kunnen maken over die negatieve kanten van de Gouden Eeuw? Dat de term Gouden Eeuw niet vastomlijnd is, de betekenis ervan daarom ‘aangepast’ had kunnen worden en dat het Amsterdam Museum daar een rol in had kunnen spelen? Nu zet het museum de term bij het oud vuil zonder dat het er nog invloed op kan uitoefenen. De overheid belast musea zwaar door aan de financiering eisen te stellen over het soort bezoek en bereik. Is de stap van het Amsterdam Museum een uiting van deze kramp? Het is opvallend dat het het Amsterdam Museum als eerste deze stap zet. De directie lijkt onvoldoende te beseffen dat het door de stap mogelijk makkelijker toegang vindt bij een lastig te bereiken doelgroep (niet-witte bevolkingsgroepen), maar zich vervreemdt van een andere doelgroep (autochtone lager opgeleide sociale klasse). Heeft het de afweging zorgvuldig gemaakt of vlucht het in de vlucht vooruit weg in identiteitspolitiek vanwege de eisen die overheden musea opleggen?

Hoe men ook over deze stap denkt, de verklaring van directeur Judikje Kiers klinkt raadselachtig. Hopelijk zijn de twee, nu herstelde, taalfouten in dit ene citaat geen aanwijzing voor de mate van onzorgvuldigheid en gejaagdheid van dit museum: ‘Dit zijn belangrijke stappen in een lang proces. Maar we zijn er nog niet. Samen met mensen in de stad zullen we blijven werken om onderbelichte verhalen en perspectieven van onze gedeelde geschiedenis aan het licht te brengen.’ Hiermee zegt het museum tussen de mensen te gaan staan. Dat lijkt lovenswaardig, maar is onwaarachtig. Het is het soort oppervlakkige inspraak die marketing is. De professionals zitten in het museum en niet daarbuiten, zo mag men hopen en verwachten. Het Amsterdam Museum zorgt uiteindelijk voor verdeeldheid. Dat is ongelukkig. Daarom blijft de verwondering bestaan waarom de directie van dit museum niet eleganter, en minder schoksgewijs en polemisch heeft gehandeld.

Er is niets fundamenteels mis met de aan verandering onderhevige term Gouden Eeuw die ook negatieve kanten omsluit. De stap van het Amsterdam Museum werkt contra-productief en plaatst de museumsector onterecht in een radicaal-linkse hoek die zweert bij een naïef soort identiteitspolitiek. Terwijl in werkelijkheid de Nederlandse musea bij uitstek en per definitie bolwerken van behoudzucht en traditie zijn. Het Amsterdam Museum maakt zich te eenvoudig ondergeschikt aan politieke eisen van de overheid. De term Gouden Eeuw is een instrument voor natievorming en een omlijning daarvan. De term zegt nog niets over het soort natie dat daarin geprojecteerd wordt en de plaats van de diverse doelgroepen daarin. Vooral het star denken en het gebrek aan handigheid en omzichtigheid van de directie van het Amsterdam Museum valt in deze kwestie op.

ICOM brengt nieuwe museumdefinitie in stemming. Als ruggengraat. Kunnen alle Nederlandse musea daar aan voldoen?

with one comment

De ICOM is op zoek naar een nieuwe museumdefinitie, zoals de Deense voorzitter Jette Sandahl van de vaste commissie Museum Definition, Prospects and Potentials uitlegt. De video is van november 2017 en klinkt nog zoekend en vaag. Inmiddels is door deze internationale raad van musea een voorstel voor een nieuwe museumdefinitie geformuleerd. Die zal op 7 september 2019 op de nu lopende conferentie in Kyoto in stemming worden gebracht. Bij goedkeuring zal die vervolgens in de statuten worden opgenomen.

In een artikel gaat NRC in op de voor- en nadelen van de nieuwe museumdefinitie. NRC: ‘De tekst die nu op tafel ligt is politiek meer uitgesproken dan de bestaande. En dus omstreden. Als reden voor aanpassing worden musea in landen met een autoritaire leider genoemd. Met de nieuwe tekst zouden zij beter beschermd zijn tegen invloed van de overheid. Andere voorstanders zeggen dat de tekst gewoon beter aansluit bij de huidige praktijk’. NRC geeft de volgende vertaling van de nieuwe definitie:

Hoewel de definitie richtinggevend en niet al te letterlijk moet worden genomen, zullen veel Nederlandse musea aan de bak moeten als die in de statuten van de ICOM wordt opgenomen. Of ze moeten het Museumregister verlaten als ze niet aan de definitie kunnen voldoen en er geen zicht op is dat ze hun museum kunnen veranderen in de richting die de definitie aangeeft. Want hoeveel Nederlandse musea zijn nu al zo ver dat ze volmondig het begin van de definitie kunnen onderschrijven: ‘Musea zijn democratiserende, inclusieve en veelstemmige ruimtes voor kritische dialoog over onderwerpen uit het verleden en de toekomst. Ze erkennen en behandelen hedendaagse conflicten en uitdagingen (..)’? De nieuwe museumdefinitie is een spiegel die aan de Nederlandse musea laat zien hoe behoedzaam en behoudend ze zijn. Dat is de winst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWat is een museum? ‘Ideologische’ definitie verdeelt museumwereld’ van Thomas van Huut in NRC, 4 september 2019.

Written by George Knight

5 september 2019 at 19:09

Gedachten bij foto ‘Twee mummies in het museum van Madrid die op last van de aartsbisschop een rokje aanmoesten’ (1925)

with one comment

Het bijschrift van deze foto is: ‘Openbare zeden. Twee mummies in het museum van Madrid die op last van de aartsbisschop een rokje aanmoesten omdat ‘naakt’ ook voor mummies ontoelaatbaar was. 1925.’ Bisschoppen dragen zelf rokken en willen dat anderen niet onthouden. Tot mummies toe. Het is in elk geval een waarheid. Namelijk dat religie en zedelijkheid op gespannen voet staan met elkaar. Of liever gezegd dat behoudzucht in de leiding van religieuze organisaties de toon aangeeft. Gelovigen moeten het ermee doen. Maar met mate. Want wat in 1925 in Spanje kon, zal bijna 100 jaar later in West-Europa niet meer aanvaard worden. Als gelovigen nog spreken binnen hun kerken en de behoudzucht van hun leiders niet allang ontvlucht zijn.

Wat me telkens verbaast bij elk bericht over krimpende kerken is waarom religieuze organisaties in Europa zich niet weten te vernieuwen of samen kunnen gaan met nieuwe partners die beter bij de tijd zijn. Deze week bezocht ik een tentoonstelling over Dom Hans van der Laan in Buitenplaats Doornburgh in Maarssen. Het moet voor christelijke gelovigen geen opwekkende tentoonstelling zijn. Het kijkt terug op een verdwenen katholiek verleden. Kloosters die Van der Laan rond 1975 heeft helpen bouwen zijn gesloten omdat kloostergemeenschappen zo goed als verdwenen zijn. Buitenplaats Doornburgh heeft bij uitzondering een nieuwe bestemming gevonden als plaats voor kunst en wetenschap. Maar andere kloosters staan leeg. Dat is jammer omdat Van der Laan en architect Jan de Jong prachtige kloosters hebben gebouwd. Het is een feit dat kerken leeglopen, het is een ander aspect dat ze zich niet vernieuwen. Niet door een fleurig rokje aan te trekken, maar door bij zichzelf te rade te gaan om nieuw te beginnen. Dat is de echte behoudzucht, namelijk eeuwenoude leerstellingen die niet veranderd kunnen worden. Dan rest alleen de race naar de afgrond.

Written by George Knight

24 augustus 2019 at 13:53

Louis de Funès was volgens kleindochter een intellectueel

leave a comment »

Miskenning, dat is het beeld dat blijft hangen na de uitleg van Julia de Funès over het gebrek aan erkenning door de Parijse intelligentsia van haar grootvader Louis die dit jaar 105 zou zijn geworden. De reportage van France Culture gaat over de opening van Le Musée Louis de Funès in het Zuid-Franse Saint-Raphäel op 31 juli 2019. Een eerder museum in Cellier dat gewijd was aan deze komische acteur sloot zijn deuren in 2016. Het is duidelijk dat de kleindochter haar grootvader na zijn dood wil inlijven in de eregalerij van de hoge Franse cultuur. Volgens haar is er het nu het juiste moment (juste heure) voor en claimt ze intellectuele waardering voor hem. Van die grootvader die ook wel eens een boek las, zonder nou direct zeer verstandelijk te zijn.

In haar uitleg gebruikt zij zo rijkelijk het begrip ‘intellectueel’ dat het bijna een parodie lijkt uit een komische film. Maar ze meent het serieus. Het is een Franse discussie waar het gebruikelijk is dat ‘lage’ en ‘hoge’ cultuur elkaar ontmoeten. Niet toevallig wonnen in het recente verleden Hollywood-sterren als Orson Welles of Amerikaanse jazzmusici aan waardering in eigen land nadat ze in Frankrijk gelauwerd waren vanwege dat stempel van Europese goedkeuring. Cultuurministers als André Malraux (De Gaulle) of Jacques Lang (Mitterand) waren de voorbeelden die de cultuur naar de mensen wilden brengen en daartoe aanhaakten bij de populaire cultuur.  Volgens Julia de Funès school er achter de auteur die voor vermaak zorgde de intellectueel die er nu op wacht om erkend te worden. Aan deze kleindochter zal het niet liggen als die erkenning uitblijft.