George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Museum’ Category

Russische avant-garde: Vragen over authenticiteit van bruiklenen van Toporkovski-collectie in Museum voor Schone Kunsten Gent

with 4 comments

De Standaard zoomt in een bericht in op 26 bruiklenen van de Toporkovski-verzameling die in de vaste opstelling van het Museum voor Schone Kunsten in Gent sinds oktober 2017 tijdelijk worden gepresenteerd. Ze zijn onderdeel van de collectie van de Russische kunsthistoricus Igor Toporkovski die volgens plan vanaf 2020 in een nieuw opgericht museum in het Brusselse Jette wordt ondergebracht. Dat museum in het jachtpavilioen van het vroegere kasteel van Dielegem zal gewijd zijn aan de Russische avant-garde van begin 20ste eeuw. Over de authenticiteit van de werken van onder meer Kazimir Malevitsj, Wassily Kandinsky, Vladimir Tatlin, El Lissitzky en Natalja Gontsjarova die nu zijn te zien in Gent zijn twijfels gerezen.

De Standaard zet het scherp aan: ‘Sinds de opening van de nieuwe opstelling gonst het in de museumwereld van de geruchten. Russische modernistische kunst staat na recente schandalen met vervalsingen in een slecht daglicht.’ En: ‘Tien specialisten Russische kunst  publiceren nu samen een open brief. Onder hen vooraanstaande curatoren die in Londen en New York grote exposities over Russische modernisten maakten. Verder zijn er onderzoekers en kunsthandelaars met specialisatie in Russische kunst. In hun brief noemen ze de geëxposeerde stukken ‘hoogst twijfelachtig’. Naar verluidt gaan de briefschrijvers niet zover om de werken vervalsingen te noemen. Ze verzoeken het museum om de werken terug te trekken. Zo’n open brief die een museum terechtwijst is bijzonder. En pijnlijk voor de reputatie van het Museum voor Schone Kunsten in Gent

The Art Newspaper zet vandaag de brief online (zie ook bij reacties) . Het is opvallend dat dat niet eerder gebeurde. Ondertekenaars zijn onder meer Aleksandra Shatskikh die verschillende boeken over Malevich schreef; Natalia Murray van het Courtauld Institute of Art; Vivian Endicott Barnett, auteur van catalogues raisonnés van Kandinsky en Alexej von Jawlensky en Konstantin Akinsha, een kunstjournalist en curator.

Een reden waarom het fout heeft kunnen gaan is te vinden in de verklaring van museumdirecteur Catherine de Zegher. Ze zegt in De Standaard: ‘Er is geen voorafgaand chemisch onderzoek in het labo geweest. Dat gebeurt alleen bij een aankoop waar twijfels over zijn en met het akkoord van de eigenaar. Bovendien is dat het terrein van de kunstmarkt, en in ons geval is er van geen enkel commercieel belang sprake.’ Dit roept de vraag op of De Zegher en haar staf voldoende verantwoordelijkheid nemen voor wat ze in hun museum tonen en of de procedure van het Museum voor Schone Kunsten wel valide is. Bij de vaststelling van de authenticiteit van een werk dat op zaal getoond wordt zou het geen verschil moeten uitmaken of het een aankoop of een bruikleen betreft. Zo kan een tijdelijke bruikleen aan een museum een soort echtverklaring worden. Hier moet elk museum zich voor hoeden. Over een witwasmodel kan door musea niet alert en nauwlettend genoeg worden gedacht, gezien de grote financiële belangen. Igor Toporkovski zegt de herkomst van elk werk met documenten te kunnen staven. Wat die bewering waard is staat nu in het middelpunt van de belangstelling.

NB: Tekst geactualiseerd met verwijzing naar brief nadat The Art Newspaper die op 15 januari om 12:44 uur online zette.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTwijfels over Russische kunst in Gent’ van Geert Sels voor De Standaard, 15 januari 2018.

Advertenties

Uitspraken van Martin Berger roepen vragen op over de koers van het Nationaal Museum van Wereldculturen

with 2 comments

Conservator Martin Berger van de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen houdt naar aanleiding van de tentoonstelling Heden van het slavernijverleden in het Tropenmuseum een begrijpelijk en sympathiek verhaal over slavernij en kolonialisme, maar zegt ook veel opmerkelijks over de rol van het museum dat vragen oproept over zijn begrip en kennis van de museumsector. Hij zegt dat ‘wij’ de tentoonstelling ‘heel bewust ingegaan’ zijn met het idee dat ‘wij willen niet deze tentoonstelling in ons eentje maken’. Zelfs: ‘wij kunnen deze tentoonstelling niet in ons eentje maken want wij hebben niet als enige dit verhaal’. Want: ‘Dit is een verhaal dat gaat over heel veel mensen in Nederland en dus dan moet je het ook samen met die mensen maken’. Vervolgens specificeert Berger ‘die mensen’ waarmee het museum in contract trad: academici, activisten, kunstenaars en onafhankelijke museumprofessionals. Later licht hij toe dat dit experts zijn.

Berger presenteert iets als nieuw wat helemaal niet nieuw is, maar stapt daarbij ook nog eens in de valkuil van zijn eigen blikvernauwing. Hij vindt het wiel uit dat allang uitgevonden is. Dat geeft te denken over de museale expertise die bij de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen aanwezig is. Zeker wat historische tentoonstellingen betreft – maar niet uitsluitend – is het vanouds gebruikelijk dat Nederlandse musea allerlei ‘mensen in Nederland’ in een vroege fase bij een tentoonstelling betrekken. Externe (kunst)historici, bruikleengevers, collega-musea of gewone Nederlanders die thematisch bij het onderwerp betrokken zijn. Martin Berger doet zelfs nog een stapje terug door alleen experts of vertegenwoordigers van belangengroepen te beschouwen als ‘die mensen’ met de suggestie dat dit ‘gewone Nederlanders’ zijn.

Daarnaast is zijn aanname dat een museum een tentoonstelling niet in zijn eentje kan maken omdat het ‘niet als enige het verhaal’ heeft van een ontluisterende argeloosheid. Want dat geldt per definitie voor elk verhaal dat in een museum verteld en getoond wordt. Dat zou betekenen dat een museum nooit in zijn eentje een tentoonstelling kan maken. Of het een tekort aan museale kennis of een teveel aan politieke correctheid is dat Berger het meest in de weg zit is de vraag. Als dit interview illustratief is voor het denken binnen de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen roept dat volop vragen op over de koers die het is ingeslagen.

Ede zegt ‘nee’ tegen het World Art Center: te ambitieus, te duur en met verkeerde adviseur Stanley Bremer

with one comment

Gisterenavond zette de gemeenteraad van Ede collectief een streep door de plannen voor het World Art Center. ‘Er leefde veel weerstand tegen het plan vanwege de te grote ambitie, kosten en de betrokkenheid van Stanley Bremer als adviseur’ zo concludeert Arnold Winkel in een verslag voor De Gelderlander. Hiermee worden de plannen van wethouder Johan Weijland (D66) voor de Frisokazerne niet gevolgd, maar verworpen.

De bezwaren waren in een debat van 2 november al breed uitgemeten. Toen werd door velen gesteld dat door onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in konden vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegde aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kostte het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kon het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat was ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie. Dat waren uiteindelijk te veel minpunten.

Wethouder Weijland deed in de aanloop uitspraken die opzien baarden en die uiteindelijk averechts werkten. Zo zei hij over adviseur Stanley Bremer: ‘Bremer iemand is die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan’. Dat vatte hij op als positief, maar werd niet door iedereen zo begrepen. Hiermee liet Weijland zich kennen als iemand die zich niks aantrok van regels en tegen de cultuursector in ging. Het was opvallend dat dit populistische geluid bij een D66-wethouder in Ede was te horen. Weijland dacht met Bremer dit project van de grond te kunnen trekken, maar het omgekeerde gebeurde. De slechte reputatie die Bremer in Rotterdam had keerde zich in de publiciteit tegen het World Art Center. De raad van Ede heeft haar werk goed gedaan.

Zie hier voor het terugkijken van het debat van 23 november 2017. Klik op ‘1.Raadszaal‘ en ga naar 42’ 30’’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEde zegt ‘nee’ tegen World Art Center’ in De Gelderlander, 23 november 2017.

‘The Square’ is een ontregelende satire op de Europese samenleving die aanzet tot nadenken

with 3 comments

Mijn belangstelling voor de film The Square (2017)  van de Zweedse regisseur Ruben Östland werd gewekt door recensies in Nederlandse media die het opvatten als een satire van de kunstwereld. Zoals Peter de Bruijn in NRC. Maar ‘The Square’ gaat evenmin over de kunstwereld als Apocalypse Now over het Amerikaanse leger of De Poolse Bruid over het agrarisch bedrijf gaat. The Square gebruikt de kunstwereld alleen als voorwendsel voor het stellen van vragen over de Europese samenleving. En een feature film heeft nu eenmaal eenheden van plaats, tijd en handeling nodig om de kijker mee te nemen. De recensies die deze film als een satire op de kunstwereld zien slaan daarom de plank mis. ‘De soms holle pretenties van de kunstwereld mogen ergerlijk zijn, erg belangrijk zijn ze niet’ zegt De Bruijn. Nee, dat klopt, maar daar gaat de film dus helemaal niet over.

The Square is een film die vragen stelt en de kijker een spiegel voorhoudt. Het zoekt een middenweg tussen compassie en naïviteit, tussen verbinden en verdelen, tussen optreden en wegkijken, tussen eigenwaarde en overgave, tussen realisme en idealisme. Dat is hoogst actueel en sluit aan bij het politieke debat over de spanning tussen heterogeniteit  en sociale cohesie, migratie en tweedeling. Het thematiseert ook de normen van de nieuwkomers die haaks staan op de normen van de oorspronkelijke bewoners. Het wordt toegespitst op de Zweedse samenleving die een graadje minder realistisch lijkt dan die in andere Europese landen.

Welbeschouwd kan ook deze film zich niet onttrekken aan de omgeving waarin het is geproduceerd. Film is hoe dan ook een commercieel product dat uit de kosten moet komen en daarom kunnen de makers ervan het thuispubliek niet van zich vervreemden. Dat vertaalt zich in losse draadjes die niet afgehecht worden. Maar vormelijke besluiteloosheid leidt niet altijd tot thematische besluiteloosheid. Zoiets kan voortkomen uit politieke lafheid, maar ook uit creatieve ambiguïteit die ruimte geeft om de film te laten ademen. Dat laatste lijkt hier het geval. The Square is al zo vol met spiegelingen, beeldspraak en vraagstellingen. Over bedelaars die de trottoirs van Stockholm veroverd hebben, over buitenwijken als no-go area en over een losgezongen elite die op zoek is naar een levensdoel. Deze winnaar van de Gouden Palm van Cannes 2017 zet aan tot nadenken en debat. Het is een ideale film voor mijmeringen over de stand van de Europese beschaving.

NB: The Square wordt in Nederland sinds 9 november 2017 uitgebracht door distributeur Cinemien. Hier zijn de zalen te vinden waar de film draait.

Na kritiek is wassen beeld van Hitler verwijderd uit Indonesisch ‘trick eye’ museum

with 2 comments

Het De Mata Museum in het Indonesische Jogjakarta kreeg kritiek in de westerse pers vanwege een overigens slecht lijkend wassen beeld van Hitler tegen de achtergrond van de ingang van het Duitse concentratiekamp Auschwitz met de leuze ‘Arbeit Macht Frei’. Inmiddels heeft het museum het wassen beeld van Adolf Hitler weggehaald. Het De Mata ‘trick eye’ Museum is een instelling waarin het gaat om de optische illusie en de beleving van de bezoeker centraal staat. In de spanning tussen informatie en entertainment (infotainment) ligt het accent overduidelijk op het laatste. Bezoekers kunnen zich (laten) fotograferen in kostuum, of in wat het museum een 3D-omgeving, een 4D-omgeving of een 5D-omgeving noemt. Wat het daar precies mee bedoelt is onduidelijk. Zie hier voor uploaded foto’s van bezoekers. Het bewijs er geweest te zijn is de truc en de pret ervan. Hoe dan ook paste de foto van Auschwitz en het wassen beeld van Hitler in de reeks nationale helden, ’s werelds beroemdste leider en president, internationale beroemdheden en superhelden in dit ‘museum’.

In een bericht in The Times of Israel wordt Hitlers presentatie in het De Mata Museum door critici verachtelijk en walgelijk gevonden. Het zou de slachtoffers bespotten. Daarin hebben ze gelijk, het De Mata Museum is amusement dat geschiedenis als weggooiproduct gebruikt. Maar er is een andere kant aan het verhaal zoals onder meer blijkt uit Anoek Steketee’s project ‘Vroeger is een ver land’ (2013) in het ‘oude’ Tropenmuseum. Zij spitste dat toe op het koloniale verleden van Indonesië, waar zoals Steketee zegt ‘het verleden ligt voor veel mensen gewoon te ver weg’. Re-enactment of het naspelen of uitbeelden van historische gebeurtenissen is een fenomeen dat in Azië meer mensen aanspreekt dan in Europa waar het de liefhebberij van excentrieke hobbyisten is. In Europa weegt geschiedenis zwaarder en kent het verleden navenant meer gevoelige kanten.

Foto 1: Bezoekster met inmiddels verwijderd wassen beeld dat Adolf Hitler moet voorstellen in het De Mata Museum in Jogjakarta.

Foto 2: Foto van bezoekers van het De Mata Museum in Nederlands kostuum uit photostream op Tripadvisor.

Gemeenteraad Ede vergadert over het World Art Center. Met weinig focus en veel omcirkelingen

with 6 comments

Op 2 november vergaderde de gemeenteraad van Ede over het World Art Center. Het was een tussenstap en werd door het college gepresenteerd om de raad bij het proces te betrekken en het opdracht te geven dit businessplan verder uit te werken in een concreet raadsvoorstel. Hiermee stelde de raad zonder hoofdelijke stemming in. Vraag is of de trein nu rijdt en nog te stoppen valt. Het was een debat met degelijke, maar matig geïnformeerde raadsleden over museale onderwerpen. Dat ze niet begrepen wat het verschil tussen een kunsthal en een museum is en ze daarom evenals de wethouder praatten over een museum -of het Exposeum wat een bestemmingsnaam daarvoor is- terwijl het om een kunsthal of tentoonstellingsruimte gaat geeft aan welke misverstanden over collectievorming, bruiklenen en allerlei museale onderwerpen continu optraden.

Er was een negatieve uitzondering. De vileine cultuurwethouder Johan Weijland (D66) pleegde karaktermoord op Gitta Luiten wat hij na een terechte interventie van SGP’er Evert Jansen even hypocriet ontkende. Weijland nam duidelijk de talking points van kwartiermaker en adviseur Stanley Bremer over toen hij uitleg gaf over de carrièreswitch die Luiten had gemaakt kort voordat de toenmalige Rotterdamse cultuur wethouder Adriaan Visser (D66) haar in 2015 de opdracht gaf om een rapport over de gang van zaken bij het Wereldmuseum te schrijven. Dat werd een zeer kritisch rapport over Bremer. Weijland verbond die conclusie echter niet aan het functioneren van Bremer, maar aan het feit dat Luiten bij het Mondriaan Fonds was opgestapt omdat het budget van 43 miljoen euro was gehalveerd. Weijlands suggestie was dat Luiten daarom niet meer objectief kon oordelen over het Wereldmuseum. Het was er aan de haren bijgesleept, zette vraagtekens bij de reputatie van Gitta Luiten en liet de vergadering verdwaasd de executie van Luiten door Weijland aanschouwen.

De vraag naar de reputatie van Bremer werd het best door Natasja Peters van Burgerbelangen ter discussie gesteld. Zij kaartte aan dat de reputatie van Bremer ‘niet vlekkeloos is’. Ook Dirjanne van Drongelen (CU) en Stef van der Klok (VVD) merkten op dat de reputatie van Bremer een risico vormt omdat die twijfelachtig is en partijen daarom een ongemakkelijk gevoel geeft. Andere raadsleden maakten een andere afweging en vonden het onkies om over de persoon Bremer zonder zijn aanwezigheid te praten. Daarbij werd niet duidelijk of zij allen Bremer de zwakke schakel vonden of uitsluitend verkozen om niet over deze persoon te spreken.

In het debat werd door velen gesteld dat door vele onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in kunnen vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een harde randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegt aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kost het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kan het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat is nu ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie.

Wethouder Weijland probeerde de gemeenteraad richting een volgende stap te loodsen, wat hem lukte. Hij beloofde overleg en de input te gebruiken, maar het moest wel binnen de specifieke invulling gebeuren die hij met het World Art Center voor ogen had: de presentatie van internationale, hedendaagse kunst. Dat ook Weijland niet echt grip op de materie had bleek uit zijn opmerking over het dichtbijgelegen Kröller-Müller Museum waarover hij zei dat mensen er één keer heen gaan en daarna niet meer en dat in tegenstelling was met de wisseltentoonstellingen van het World Art Center. Het was weer Natasja Peters die Weijland erop wees dat het Kröller-Müller Museum ook wisselende tentoonstellingen heeft, wat de wethouder moest beamen.

Het lukte Weijland in het debat goed om de vragen over de reputatie van Bremer te neutraliseren, maar daarmee ging hij wel oneigenlijk te werk. Hij rekte eerst de claim op (‘Bremer heeft de boel niet opgelicht’) om dat vervolgens te weerleggen. Overigens is dat geen uitgemaakte zaak omdat Bremer ook kunstobjecten uit het depot van het Wereldmuseum op plekken terecht liet komen waar ze niet hadden mogen zijn. Maar de relevante vraag voor Ede die gesteld had moeten worden was of Bremer een goede plannenmaker was met realiteitszin, zakelijk inzicht en een goed en stabiel netwerk. Die vraag is niet beantwoord. Mede doordat Weijland het belang van Bremer relativeerde. Hij zou zich op afzienbare termijn terugtrekken en er komt een kleine vaste staf. Weijland liet ook weten dat een medewerker van het Mondriaan Fonds hem had gezegd dat een subsidieaanvraag ‘een goede kans zou maken’. Dat laatste geeft aan waar dit debat op neerkwam. Zonder specificatie over hoogte van bedragen of de hardheid van toezeggingen tufte de raad van Ede naar de volgende bestuurlijke halte. Op weg naar een museum dat geen museum wordt op een reis die al 5 jaar duurt.

NB: Het debat is hier (na: 1 uur 23’ 30’’) terug te zien op de site van de gemeente Ede. Klik op ‘2. Raadszaal‘. Beantwoording door wethouder Weijland vanaf 2 uur 57’’ 20’’.

Foto: Artist impression van treinstation Ede-Wageningen uit brochure World Art Center (2017).

Onderbouwing ‘World Art Center’ in Ede roept nog meer vragen op

with 2 comments

Nogmaals, het World Art Center in Ede. Namens het gemeentebestuur van Ede presenteert wethouder Johan Weijland (D66) plannen voor een kunsthal in oprichting. Initiatiefnemers vragen de gemeente een investering van 2,5 miljoen euro en een jaarlijkse bijdrage in de exploitatie van 500.000 euro. Opmerkelijk is dat Weijland oud-directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum in de arm genomen heeft. Bremer heeft een slechte reputatie en moest daar in 2015 voortijdig opstappen wegens wanbeleid en onhaalbare voorstellen. Het lijkt er nu sterk op dat Bremer de kans te krijgt om z’n kunstje in Ede te herhalen. Het rapportWerelden van Verschil’ (2015) van de Rotterdamse Rekenkamer was vernietigend. Opvallend is dat Weijland niet volmondig wil erkennen dat Bremer in Rotterdam mislukt is. Hiermee begeeft Weijland zich op het terrein van alternatieve feiten. Waarom heeft de wethouder zich zo verbonden aan iemand met een slechte reputatie die dit project in de publiciteit vooral schaadt? In De Gelderlander spreekt hij zijn volste vertrouwen in Bremer uit en geeft zijn mening dat het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer gekleurd was. Hiermee valt Weijland de integriteit van het openbaar bestuur af. Hij loochent de conclusie van het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer.

Los van de plaatjes, vergezichten, toekomstbeelden, begrotingen of business case ontbreekt de onderbouwing wat dit voor het Edese kunstklimaat en de Edenaren betekent. Weijland focust op een power point presentatie van een Duurzaamheidsbalans Sociaal-Cultureel waarmee hij aangeeft dat Ede op dit beleidsterrein een inhaalslag te maken heeft. Dat zal best zo zijn, maar alleen toont hij vervolgens niet de noodzaak van een kunsthal aan. Waarom investeert de gemeente Ede niet op een andere manier in beeldende kunst?

Wie de recente ontwikkelingen van het voortijdig opstappen van artistiek directeur Beatrix Ruf bij het Stedelijk Museum wegens niet opgegeven nevenverdiensten en innige contacten met de kunsthandel heeft gevolgd, zal met de oren klapperen over bovenstaande tekst in de brochureWorld Art Center’. Zal de organisatie ‘intensieve contacten opbouwen met particuliere verzamelaars’? Dat is precies wat door de affaire-Ruf ter discussie staat en in de museum- en cultuursector steeds meer als ontoelaatbaar wordt gezien. Want het gevaar dreigt dat het prestige van een museum of kunsthal wordt gebruikt door particuliere verzamelaars om hun bruiklenen in waarde te laten stijgen. Dat is in strijd met de ethische code van de museumsector die de belangenverstrengeling tussen kunsthandel en museumsector afwijst. De prestatie van deze tekst getuigt van gebrek aan urgentie en fijngevoeligheid van de kwartiermakers. En vooral van wereldvreemdheid. Ze verkeren in hun eigen fantasiewereld die in de beeldtaal een letterlijke herhaling is van wat Bremer beoogde in het Wereldmuseum. Om de kunst gaat het al helemaal niet, maar om het goede leven van wijnen en spijzen.

Nog iets anders valt op aan de plannenmakerij van de ingehuurde consultants, Bremer, Weijland en diens ambtenaar Pieter van Lent. Is het  bestuurlijk zorgvuldig als een wethouder via zijn ambtenaar inhoudelijk meeleest over ondernemingsplannen? Dat blijkt uit een notitie. Hier raken particulier en publiek initiatief vermengd en valt niet meer te onderscheiden waar het ene ophoudt en het andere begint. Is het de taak van een wethouder om direct of indirect mee te praten over realisering en bijstelling van ondernemingsplannen? Kan een wethouder optreden als ondernemer en gaan de raadsleden van Ede daar luchthartig mee akkoord?

Foto: Foto met tekst uit Presentatie WAC verkleind.