Louis Couperus Museum presenteert Couperus in tentoonstelling als non-binair, terwijl het daar geen onderbouwing voor heeft. Hoe ethisch is dat?

Schermafbeelding van deel artikelWas Louis Couperus non-binair? Museum opent ‘gedurfdste tentoonstelling ooit’ van Sander Becker in Trouw, 27 januari 2023.

Was Louis Couperus non-binair? Het Louis Couperus Museum stelt die vraag centraal in de tentoonstellingLouis Couperus & Gender‘ die volgens Trouwmet regenboogkleuren is overgoten’. Identiteit staat centraal. 

In de toelichting bij de tentoonstelling zegt het museum: ‘Het gaat uiteindelijk om het vinden van je innerlijke regenboog. Leef niet het leven van een ander. Leef je eigen leven en laat je niet in een hokje stoppen. Zoo ik ièts ben… ben ik mezelf.

Schermafbeelding van bericht53. LOUIS COUPERUS, NON-BINAIR AVANT LA LETTRE?‘ van het Louis Couperus Museum.

Het vinden van je innerlijke regenboog, wat moeten we ons daar bij voorstellen? Het Louis Couperus Museum spreekt zichzelf tegen als het terecht opmerkt dat mensen zich niet in een hokje moeten laten stoppen, maar doet vervolgens precies dat door Couperus non-binair te noemen. Want daarmee stopt het Couperus in een hokje.

Het Museum zegt: ‘Met de ogen van nu zou je Couperus non-binair kunnen noemen, een beetje man, een beetje vrouw.’ Het museum maakt er een modeverschijnsel van om iemand non-binair te noemen. Een beetje van dit en een beetje van dat.

Het stellen van dat soort vragen over iemands identiteit is vrijblijvend. Het is vrij schieten op iconen uit het verleden. Je kunt ze vragenderwijze alles aanwrijven, zo lijkt het. Het Louis Couperus Museum gaat daar vanwege marketing overwegingen ver in. Men zou kunnen zeggen: te ver.

In de VS bestaat voor psychiaters de Goldwater rule. Dat is een ethische beroepscode die oproept tot terughoudendheid in uitspraken over dode of levende personen die men als psychiater niet heeft onderzocht. Deze regel geeft aan dat men moet oppassen met het geven van een interpretatie over personen.

De kern van de Goldwater rule is (vertaald): ‘Soms wordt psychiaters gevraagd naar hun mening over een persoon die in het licht van de publieke aandacht staat of die informatie over zichzelf heeft vrijgegeven via openbare media. In dergelijke omstandigheden kan een psychiater zijn of haar expertise over psychiatrische kwesties in het algemeen met het publiek delen. Het is echter onethisch voor een psychiater om een ​​professionele mening te geven, tenzij hij of zij een onderzoek heeft uitgevoerd en daarvoor de juiste toestemming heeft gekregen.’

Het Louis Couperus Museum is geen psychiater die aan een ethische beroepscode van psychiaters is gebonden, maar wel aan de ethische code van de ICOM waar geregistreerde musea zich aan te houden hebben.

Paragraaf 4.2 (Uitleg bij het tentoongestelde) van die code zegt: ‘Een museum draagt er zorg voor dat de informatie die het bij permanente presentaties en tentoonstellingen verschaft, goed gefundeerd en accuraat is. De informatie geeft een goed beeld van de gerepresenteerde groepen of godsdienstige opvattingen en benadert deze met respect.’

De informatie die het Louis Couperus Museum over de identiteit van Louis Couperus verschaft is niet goed gefundeerd en niet accuraat. Het Louis Couperus Museum zegt er zelf geen idee van te hebben of Couperus werkelijk non-binair was. Hoe ethisch en professioneel is het dan om in de publiciteit en in de tentoonstelling die vraag centraal te stellen als men er geen onderbouwing voor heeft?

Door Louis Couperus te framen als non-binair hopen de makers een ander publiek te trekken. Hier komt de aap uit de mouw voor het opereren van het museum. Het gaat om het trekken van publiek. Directeur Josephine van de Mortel zegt tegen Trouw: ‘Ik denk ook aan kinderen. Die zijn al heel vroeg met gender bezig. Misschien moeten we ook een keer het Jeugdjournaal uitnodigen.’ 

Het Louis Couperus Museum maakt Louis Couperus tot een halfproduct voor een maatschappelijk debat en eigen publiciteit. Couperus is de Sjaak. Terwijl men juist van het Louis Couperus Museum mag verwachten dat het Louis Couperus centraal stelt.

Van de Mortel: ‘Het non-binaire aspect is dan een handig bruggetje. Daar komt bij dat Couperus zich nooit openlijk over zijn geaardheid heeft uitgelaten. We weten dus niet zeker wat hij was. Daarom wilden we hem niet in het homoseksuele hokje stoppen. Zo zijn we uitgekomen bij non-binair: een beetje man, een beetje vrouw.

Van de Mortel redeneert zo: Omdat het niet zeker is of Couperus homoseksueel was, noemen we hem non-binair. Wat we evenmin zeker weten. We weten niet of Couperus homoseksueel was of non-binair en noemen hem daarom non-binair.

Het museum vervangt de ene door de andere onzekerheid over de identiteit en gender van Louis Couperus die het vervolgens met tromgeroffel als zekerheid presenteert. Terwijl biografen juist meer onderbouwing geven voor Couperus als homoseksueel dan als non-binair persoon.

Dat laatste ontspruit aan de fantasie en de scoringsdrift van het Louis Couperus Museum. Deze benadering van het Louis Couperus Museum is de ethische code van musea onwaardig.

Advertentie

Kunsthal De Zon is perfect voor een verdieping in Magazijn De Zon aan de Utrechtse stadhuisbrug

Magazijn De Zon in Utrecht. Credits: A.G. den Boer

Het gaat niet goed met de Nederlandse vastgoedmarkt. Investeringen in vastgoed blijven dalen. De sterkste prijsdaling vindt plaats bij kantoren, logistiek en – zij het in mindere mate – woningen, aldus CBRE Nederland in een analyse van 19 januari 2023. 

De haperende vastgoedmarkt opent perspectieven voor kunstinitiatieven. Wat voorheen onbetaalbaar was komt geleidelijk binnen bereik van kunstinstellingen.  De stokkende investeringen verklaren wellicht de oproep van de gemeente Utrecht en CBRE Nederland om een maatschappelijke functie aan Magazijn De Zon te geven. Ofwel, dat geeft (vastgoed)wethouder Dennis de Vries de ruimte om dit initiatief te nemen. 

Het is een prima initiatief van het gemeentebestuur om iconische gebouwen voor de bewoners te behouden en ze niet te verkopen aan particuliere partijen. Het voormalige postkantoor aan de Neude waar nu de gemeentebibliotheek is gevestigd is zo’n bestemming om als inwoner van Utrecht trots op te zijn. Dat kan met Magazijn De Zon herhaald worden. Ik vermoed dat dat ook de opzet van het gemeentebestuur is. 

Het pleidooi van Jeroen Wielaert in de NUK voor een museum UMAK is lovenswaardig, maar ook verwarrend. Een museum heeft functies (collectievorming, registratie, documentatie, wetenschappelijk onderzoek) die hier niet aan de orde zijn. Daarom is het beter om te spreken over een Kunsthal. Dat is een gebouw of ruimte waarin een niet-commerciële instelling kunstexposities organiseert. Laten we het Kunsthal De Zon noemen. 

Een Kunsthal geeft meer flexibiliteit dan een museum. Het is ook gezien de kosten beter om geen zware organisatie op te tuigen. Te denken valt aan een Stichting die bij toerbeurt kunstinstellingen de ruimte geeft om exposities te organiseren. Kunstliefde met de projectorganisatie Utrecht Down Under kan daar dan ook aan deelnemen. Ook de Salon van Utrechtse kunstenaars waarvan vier edities door het Centraal Museum en in 2008 een 5e editie door Robbert Roos werden georganiseerd zou weer nieuw leven ingeblazen kunnen worden in Kunsthal De Zon. 

Kunstinstellingen die exposities tonen in Kunsthal De Zon hoeven niet per se uit Utrecht te komen. Utrecht is in Nederland een gewilde, centrale plaats waar exposities ondergebracht kunnen worden die bezoekers uit het hele land kunnen trekken.

Een verdieping van Magazijn De Zon is 2.500 m2 vloeroppervlak. Of 1.350 m2 verhuurbaar vloeroppervlakte. Dat lijkt een gepaste grootte voor een Kunsthal. De huurprijs voor zo’n verdieping komt op zo’n 300.000 euro per jaar. De begane grond is fiks duurder met 585.000 euro per jaar.

Het is gewenst dat de Stichting een profiel voor Kunsthal De Zon ontwerpt waar exposities aan hebben te voldoen. Te denken valt aan een accent op experimentele kunst. Dat heeft als voordeel dat het minder concurreert met galeries, een ruimte biedt op een centrale plek in het land die redelijk uniek is en commerciële tentoonstellingsbedrijven met de wereld rondreizende tentoonstellingen buiten de deur houdt.

Waarom zou de jaarlijks door het Mondriaan Fonds in de marge van Art Rotterdam georganiseerde presentatie ‘Prospects’ die zich richt op beginnende kunstenaars niet naar Utrecht kunnen verhuizen? Of een versie ervan. Laat die ambitie het streven zijn. 

Volgens het nieuwsbericht van de gemeente Utrecht is vastgoedadviseur CBRE namens de gemeente op zoek naar een financieel dragende of kapitaalkrachtige huurder. Ontbrekende financiën zijn doorgaans de flessenhals van kunstprojecten. Kunst- en vermogensfondsen zouden structurele ondersteuning kunnen geven zodat de Stichting financiële zekerheid heeft.

Zoals het Centraal Museum steun van de Hartwig Art Foundation heeft om jaarlijks twee tentoonstellingen in Landhuis Oud Amelisweerd te tonen. Zo’n partnerproject tussen kunstfondsen en kunstinstellingen zou een prima model voor Kunsthal De Zon kunnen zijn. Waarbij het voordeel kan zijn dat de Stichting bij meerdere ondersteuners niet geassocieerd kan worden met een fonds en flexibel is.

Het is kort dag want huurders moeten zich voor 13 februari 2023 melden bij de gemeente Utrecht. Dat is te snel om een Stichting op te richten, maar waarschijnlijk voldoende om het initiatief voor Kunsthal De Zon dat een verdieping van 1.350 m2 wil huren in Magazijn De Zon kenbaar te maken bij gemeente en CBRE. Dit initiatief past immers goed binnen de opzet van het gemeentebestuur. Het geeft Utrecht een prestigieuze Kunsthal die het Utrechtse kunstklimaat kan verdiepen en verbreden. 

Het is belangrijk dat dit initiatief gedragen wordt door Utrechtse en landelijke kunstinstellingen, en Utrechtse en landelijke kunst- en vermogensfondsen. Als enkelen daarvan, zoals het K.F. Hein Fonds, het Fentener van Vlissingen Fonds, het Carel Nengerman Fonds, het Elise Mathilde Fonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds Utrecht en het VSBfonds de komende maanden publiekelijk verklaren om Kunsthal De Zon te steunen, dan kan een projectcommissie de details uitwerken, een Stichting oprichten en aan de slag gaan.

Opmerking: de alinea over de huurprijs per etage is op 27 januari 2023 toegevoegd.

NB: Dit stuk is een reactie op het verdienstelijke pleidooi van Jeroen Wielaert in De Nuk van 22 januari 2023.

Wat betekent de nieuwbouw van het Design Museum in Den Bosch van 43,6 miljoen euro voor de claim als nationaal designmuseum?

Schermafbeelding van deel artikelDraagvlak voor bouw nieuw Design Museum in Den Bosch is ver te zoeken: ‘Van de zotte, 43,6 miljoen euro’ in de Gelderlander / BD van 17 januari 2023.

In een impressionistisch artikel van Robèrt van Lith in BD/ de Gelderlander van 17 januari 2023 wordt de verhuizing van het Design Museum Den Bosch aangestipt. Het draagvlak ervoor zou in de stad ‘ver te zoeken zijn‘. De journalist onderbouwt dat met enkele voorbeelden waarvan het de vraag is of ze representatief zijn. Een nieuwe locatie staat gebudgetteerd voor 43,6 miljoen euro. 

De logica is dat buurman Noordbrabants Museum meer ruimte nodig heeft om de werken uit de collectie van de JK Art Foundation (van ondernemer Jos Koster) te tonen die (voorlopig) in langdurige bruikleen aan het museum zijn gegeven. In een commentaar uit 2021 spreekt de Volkskrant over ‘550 werken van ‘internationale allure’’

Deze gang van zaken brengt twee aspecten van het Nederlandse kunstbeleid opnieuw onder de aandacht: 1) Kunstbeleid is kunstinstellingenbeleid en 2) Kunstinstellingenbeleid is vastgoedbeleid. 

Het artikel voert Erik-Jan Kamerbeek op die in een open brief aan de Bossche cultuurwethouder Mike van der Geld (!) zich twee weken geleden op LinkedIn afvroeg of de JK Art Foundation deze uitbreiding van het Noordbrabants Museum en de verhuizing van het Design Museum waard is. Kamerbeek stelt zich in de brief voor als ‘gast-curator Manifestations Dutch Design Week‘. Beide heren zijn lid van D66:

Open brief van Erik-Jan Kamerbeek aan cultuurwethouder Mike van der Geld op LinkedIn

Of de kritiek en de alternatieven van Kamerbeek serieus genomen worden is de vraag.

Complicatie is dat bewoners van sociale huurwoningen op de geplande locatie Citadelhof zullen moeten wijken voor de nieuwbouw. Ze ageren tegen de verhuizing. Dat biedt kansen voor populistische politiek om kunstbeleid direct af te zetten tegen de rechten van bewoners van sociale huurwoningen. Dat bedreigt de zuiverheid van het debat en het draagvlak onder de bevolking voor subsidie voor kunst en museum.

Van de andere kant is onduidelijk hoe zuiver de Bossche coalitie redeneert en de argumenten voldoende toetst om de verhuizing van het Design Museum te realiseren. Zoals vaker bij dit soort plannen wordt de coalitie beschuldigd van tunnelvisie en wensdenken. Het antwoord op de vraag is moeilijk te geven.

Duidelijkheid kan gegeven worden als de plannen worden onderverdeeld en stuk voor stuk op hun waarde worden getoetst. Dat zal duidelijk maken wat de zwakke en sterke punten van de plannen zijn. De vragen zouden beantwoord dienen te worden voordat de Bossche politiek een besluit over de subsidie van 43,6 miljoen euro aan het Design Museum geeft.

De vragen zijn onder meer of de collectie van JK Art Foundation voldoende kunsthistorische waarde aan de Collectie Nederland toevoegt om het Noordbrabants Museum te vergroten en het Design Museum te laten verhuizen. Ook van belang is de vraag of een investering van 43,6 miljoen euro in nieuwbouw van het Design Museum in proportie is met het Bossche kunstbeleid. Verder is het de vraag of er in en buiten Den Bosch voldoende onderbouwing bestaat over de claim van het Design Museum als nationaal designmuseum. De voorgestelde nieuwbouw valt op te vatten als opwaardering van het Design Museum. Daarom is het van belang om de landelijke steun ervoor te kennen en in de besluitvorming te kunnen betrekken.

In het commentaarHet debat over een nationaal designmuseum is gepolitiseerd‘ van 14 juni 2019 schreef ik over dat laatste aspect en de rol van de Haagse politiek: ‘OCW zet echter op onaanvaardbare wijze een dubbele pet op als het bij de bekostiging van een nationaal designmuseum uitgaat van normen die meer volgen uit de partijpolitiek en een regionale lobby, dan uit een beredeneerde keuze voor profiel, kwaliteit en inbedding in de culturele basisstructuur ervan. In het verlengde speelt de vraag bij welke instelling een nationaal vormgevings/designarchief ondergebracht moet worden.’

De Bossche coalitiepartijen moeten goed en breed nadenken en niet de indruk wekken met de nieuwbouwplannen voor het Design Museum de vlucht vooruit te nemen. Het is belangrijk als ze de strekking van hun besluit goed kunnen doorgronden. Dit gaat verder dan partijpolitiek. Want de wetmatigheid bij alle claims, plannen en lobby-groepen over Design Musea in Nederland is dat ze (regionaal) politiek zijn ingegeven en inhoudelijk mager onderbouwd.

Vragen over Stille Pracht en Stille Kracht

Fotopersbureau Het Zuiden, Rust en schoonheid rond het kasteel Henkenshage: de bomen staan er in stille pracht. Sint-Oedenrode, 1934. Credits: Brabants Historisch Informatie Centrum.

Met de selectie van afbeeldingen kun je twee kanten op. Of ze gaan voor tijdloosheid of spijkeren de tijd vast. Deze foto uit 1934 is een voorbeeld van de eerste categorie en had ook nu genomen kunnen worden.

Kan een foto niet verouderen en de tand des tijds doorstaan? De titel verraadt plaats en tijd: ‘Rust en schoonheid rond het kasteel Henkenshage: de bomen staan er in stille pracht.’ Dat is nogal wat: rust, schoonheid en stille pracht.

Bij de toelichting bij de nu te bezoeken tentoonstelling ‘Stille Pracht‘ met werk van Paul Arntzenius en werk uit zijn in 1963 aan Museum Gouda geschonken kunstverzameling van 19de – en vroeg 20ste eeuwse kunst staat: ‘Het zijn de harmonieuze landschappen, verstilde figuren en eenvoudige stillevens waar hij zich tot aangetrokken voelt. Voor hem is deze stille pracht wat kunst moet zijn.

Odilon Redon, La route à Bièvres, circa 1890. Uit de collectie Arntzenius van Museum Gouda.

Wat is Stille Pracht in de kunst? Het verschilt maar één letter met de roman (1900) en het begrip (De) Stille Kracht van Louis Couperus. Over mysterie en magie die niet te vangen zijn. Als Stille Pracht harmonie, verstilling en eenvoud in de kunst van rond 1900 is, is dan Stille Kracht dat wat verborgen en mysterieus aanwezig is onder de oppervlakte? Wordt Stille Pracht als afbeelding er meer op als het samengaat met (de suggestie van) Stille Kracht? Als de 90% van de ijsberg onder water

Zijn rust en schoonheid in afbeeldingen afstompend, minder spannend en diep als de belofte van beweging ontbreekt en niet wordt benadrukt? Vragen van een overpeinzing.

Pleidooi voor bundeling van architectonische iconen in Utrecht: Rietveld Schröderhuis, Erasmuslaan 9 en Huis Van Ravesteyn

A.J. van der Wal, ‘Overzicht voorgevel en rechter zijgevel blok van vier geschakelde herenhuizen‘ [architect Gerrit Rietveld], 2000. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

In twee commentaren had ik in 2022 kritiek op het in mijn ogen haperende Utrechtse kunstklimaat en de ‘beschamende onkunde’ van Utrecht Marketing.

Ik omschreef mijn kritiek in het commentaarBeschamende onkunde van Utrecht Marketing over promotie van musea. Waarom heeft Utrecht geen levendige beeldende kunstsector?‘ van 16 augustus 2022 en in het vervolgOpnieuw: het haperende Utrechtse beeldende kunstklimaat en de rol van Utrecht Marketing‘ van 21 augustus 2022.

De kern van mijn kritiek is dat Utrecht als vierde stad van het land te weinig ambitie toont om zich op het gebied van musea en beeldende kunst te profileren. Een en ander wreekt zich in slechte voorwaarden voor een dynamisch kunstklimaat. Er zijn volop initiatieven van kunstenaars en kunstinstellingen ondanks het gemeentebestuur, het in zichzelf gekeerde Centraal Museum en andere instellingen op het gebied van kunst, architectuur en cultureel erfgoed. Het lijkt dat iedereen op de ander wacht. En er daarom te weinig gebeurt.

De onderwaardering voor kunst en culturele erfgoed lijkt onbegrijpelijk in een stad waar GroenLinks en D66 de belangrijkste partijen zijn. Maar dat is tevens de verklaring voor de patstelling. Politiek gerichte projecten op het gebied van diversiteit krijgen aandacht en fondsen, en lijken de aflaat om zich om de rest mentaal en voorwaardenscheppend niet te bekommeren.

Gisteren bezocht ik rijksmonument Erasmuslaan 5 te Utrecht waar architectenbureau Asnova is gevestigd. Architect Ronald Willemsen ontving me en mijn partner allerhartelijkst. Kunstgalerie Bos Fine Art houdt er exposities van voornamelijk geometrische kunst.

Willemsen woont op Erasmuslaan 9 waar tot voor kort een modelwoning met objecten van Gerrit Rietveld was gevestigd. Eigenaar van dat rijksmonument is de Vereniging Hendrick de Keyser en tot voor kort was het Centraal Museum de beheerder. Maar die heeft er om financiële redenen de handen van afgetrokken. De objecten van Rietveld zijn weggehaald.

Honderd meter verder ligt op Prins Hendriklaan 50 het beroemde Rietveld Schröderhuis dat door de Stichting Rietveld Schröderhuis en het Centraal Museum wordt beheerd. In dezelfde straat ligt op Prins Hendriklaan 112 het Huis Van Ravesteyn van ‘spoorwegarchitect‘ Sybold van Ravesteyn uit 1932 dat ook in bezit is van Vereniging Hendrick de Keyser. Dat huis kan voor 170 euro per nacht worden gehuurd om te overnachten. Dat lijkt een noodgreep van Hendrick de Keyser om geld te genereren. Huis Van Ravesteyn kan ook bezocht worden als museumhuis.

Waarom de Utrechtse kunst-, architectuur- en erfgoedinstellingen als Oud Utrecht (commissie Cultureel Erfgoed) en architectuurcentrum aorta, private partijen als Asnova, de afdeling Culturele Zaken van de gemeente Utrecht, de Vastgoedorganisatie Utrecht, het Centraal Museum en Vereniging Hendrick de Keyser hun krachten niet bundelen is een raadsel. Laten ze om de tafel gaan zitten om afspraken te maken. Liefhebbers die dit tandenknarsend aanzien zijn er genoeg, maar het lijken vooral de gemeente Utrecht en het Centraal Museum die op de rem staan.

Wat staat bundeling in de weg? Is het een strijd over competenties en geld of valt het te verklaren vanuit apathie en gebrek aan ambitie?

Vele geïnteresseerden die het internationaal befaamde Rietveld Schröderhuis bezoeken en meer willen zien -en die belangstelling tot ver over de grens is aangetoond- zouden op loopafstand de modelwoning Erasmuslaan 9 met objecten van Rietveld en Huis Van Ravesteyn kunnen bezoeken.

Uiteraard zal zo’n programma een investering vragen, maar het zal zich in (internationale) aandacht en prestige voor de gemeente Utrecht ruimschoots terugbetalen. Des te meer omdat op het gebied van architectuur Utrecht weinig te bieden heeft. Dat geeft nog meer de noodzaak weer om de architectonische parels die er wel zijn optimaal te presenteren.

Wie maakt zich in Utrecht binnen de gemeentediensten of het gemeentebestuur sterk voor het initiatief dat zo voor de hand ligt? Namelijk de bundeling van de drie huizen als voorbeeld van architectuur die is gebaseerd op De Stijl. In een sterk programma waar Utrecht Marketing goede sier mee zou kunnen maken. Wie trekt dit project vlot?

Zeer moderne kunst, bestaat dat?

Westerse schilderkunst : Moderne schilderkunst : Het doek “Koffiehuizen” van de schilder Jan Zrzavý (1890-1977) op een tentoonstelling van zeer moderne kunst in Berlijn. Duitsland, 1928. Collectie: Spaarnestad Photo.

In teksten kan het bijwoord ‘zeer’ pijn doen omdat het aantoonbaar overbodig is en lezing in de weg zit. Meestal kan het geschrapt worden zonder dat de betekenis van het gezegde verandert.

Hoe dat zit bij de toelichting van bovenstaande foto is niet duidelijk. Er wordt verwezen naar ‘een tentoonstelling van zeer moderne kunst in Berlijn‘. Wat moeten we in 1928 onder ‘zeer moderne kunst‘ verstaan?

Wat is in 1928 het verschil tussen ‘moderne‘ en ‘zeer moderne‘ kunst? Als de toevoeging ‘zeer’ gangbaar is, dan valt op als het ontbreekt en geeft dat een andere waarde aan moderne kunst die gewoontjes wordt bevonden. Is de toevoeging ‘zeer‘ een hypercorrectie van iemand die niet weet hoe moderne kunst moet worden beschreven?

Intrigerend is het om te spreken van ‘zeer moderne kunst‘. Iemand probeert door het bijwoord ‘zeer’ aan de kunst van de Tsjechische schilder Jan Zrzavý een waarde, een betekenis toe te voegen. Moet dat opgevat worden als experimenteel?

Anders lijkt onderstaande foto uit 1981 van Bohdan Holomíček van Anna Fárová en Dušan Šimánek. Wat is de grens aan de foto? Stelt de fotograaf dat bewust ter discussie? Neemt hij ons nou bij de hand of niet? Hoort de man die de trap afdaalt erbij of niet? Is zijn aanwezigheid toeval of in scène gezet? Daar moet de kijker naar gissen.

Is de overgang en vermenging van echt naar onecht niet eerder het echte ‘zeer‘ in de ‘moderne kunst‘ dan het meest experimentele in de gecanoniseerde kunstgeschiedenis? Waarbij na meer dan 40 jaar een ‘zeer modern‘ tafereel ook door de tijd achterhaald wordt.

Palladio Behang: 1955

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 26 maart 2013.

Malaga, Palladio Wallpaper, 1955. Flessen. Collectie V&A Museum.

Behang raakte uit de mode raakte tijdens de periode van het modernisme. Kale muren namen het over. Het Palladio gamma werd in de jaren 1950 ontworpen om behang terug te brengen in de interieurs van moderne gebouwen. Zowel openbaar als privé. Behangers konden weer volop aan het werk. Ze plakten de tijdgeest aanschouwelijk op de muur.

Bistro, Palladio Wallpaper, 1955. Café’s, vissersboten, barsCollectie V&A Museum.

De Lockheed Constellation was het naoorlogse meest populaire lijnvliegtuig. Het verbond landen. Nog voordat het toerisme echt op gang kwam. In gedachten ontstond al belangstelling voor buitenlandse vakanties en bijpassend eten en wijn. Trattoriaalbergobistro en bars verbeeldden de honger naar het verleggen van grenzen. Met een vis erbij.

Basuto door Edward Hughes, Palladio Wallpapers stalenboek, 1955. Collectie V&A Museum.

Flessen poseren glitterend met elkaar. Daar, in Malaga. Als behang in café’s, koffiebars en restaurants overgebracht naar het binnenland. Ook klotsend in de woonkeuken van de kosmopoliet. Maar tegenwoordig verwisselt de decoratie uit 1955 tijd en plek. Wat toen onbereikbaar was in ruimte, is dat nu in tijd. Heimwee brengt ons naar de andere wereld.

Malaga, Palladio Wallpaper, 1955. Flessen. Collectie V&A Museum.

Oproep voor publieksactie Rob Scholte

19768716 - 0Rob Scholte (Amsterdam, 1958) – Acrylverf op doek – Flatscreen IV, op een executieveiling van BVA Auctions tegen de wil van de kunstenaar in november 2022 verkocht voor € 6.500,00.


Van vele kanten wordt huiverig gereageerd op de situatie waar kunstenaar Rob Scholte terecht in is gekomen. In een einduitspraak bepaalde het gerechtshof Amsterdam op 6 december 2022 dat Scholte ‘de kosten van ontruiming van het voormalige Rob Scholte museum (ruim 3 ton) en opslagkosten (ruim € 120.000,- ) aan de gemeente Den Helder [moet] betalen’.

Scholte heeft dat bedrag niet en is aan de bedelstaf geraakt. Het ziet er niet naar uit dat hij zelf ruim € 420.000,- kan betalen. Naar verluidt logeert hij bij zijn moeder en heeft hij geen atelier.

Dit zou geen kwestie van schuld, verwijtbaarheid of terugkijken moeten zijn, maar van menselijkheid om Scholte een nieuwe start te geven en ervoor te zorgen dat hij de kwestie Den Helder definitief achter zich kan laten. Financieel en mentaal.

Scholte is een getalenteerde en gewaardeerde kunstenaar met verdiensten voor de Nederlandse beeldende kunst. Hij verdient een nieuwe start om vol energie nieuw werk te maken en los te komen van de kwestie Den Helder die hem achtervolgt. Vooral collega’s uit de beeldende kunst en individuen uit de museumsector zouden zich zijn lot aan moeten trekken en zich praktisch in moeten zetten voor het vinden van een oplossing.

Complicatie lijkt dat Rob Scholte veranderd is en zich laat kennen als dwarsligger. Begrijpelijk door de aanslag en de gevolgen daarvan en de voortdurende problemen in Den Helder. Maar onder dat harnas schuilt de kunstenaar.

Scholte zou een bemiddelaar of vertrouwenspersoon moeten aanvaarden die zijn belangen dient, zijn financiën saneert, de kwestie depolitiseert en Scholte weer nieuw artistiek perspectief geeft.

Wie dat kan zijn valt niet te zeggen. in elk geval een collega-kunstenaar, een (voormalig) museumconservator of -directeur of een (voormalig) kunstbestuurder die de jaren 1980 en 1990 heeft meegemaakt en goed aanvoelt.

Gebekvecht, verongelijktheid en omzien in woede helpen Rob Scholte niet. Hij moet juist uit die sfeer gehaald worden. Als dat (nog) mogelijk is. Nodig is een publieksactie die Scholte laat zien dat hij niet alleen staat en hem financieel en praktisch helpt.

Collega-kunstenaars die hem goed kennen zouden de eerste stap kunnen zetten om zo’n actie van de grond te tillen en de medewerking van Rob Scholte ervoor te verzekeren.

Tropenmuseum gaat in tentoonstelling ‘Plastic Crush’ voor duurzaamheid. Frame A Story maakt er video’s van

Wat is een duurzame tentoonstelling? Niemand die het weet, maar alle betrokkenen bij het Tropenmuseum weten dat ze een duurzame tentoonstelling zouden willen maken. Of dan nou de huidige of de volgende tentoonstelling is.

Om dat te benadrukken ‘bedenkt, produceert en maakt Frame A Story van Olga Tops videocontent’. Dat telt tot nu toe op tot 18 video’s over het maken van ‘Plastic Crush‘ die op het YouTube-kanaal van Frame A Story zijn gezet. Het is te hopen dat de marketing via deze video’s klimaatneutraal is.

Toelichting van het Tropenmuseum bij de tentoonstelling ‘Plastic Crush‘.

De sfeer op de video is losjes, dat wel: ‘Hebben jullie nog hulp nodig, mannen?‘, zegt Marieke Meijer. Interessant dat een tentoonstellingsmaker de mannen van de technische dienst aanbiedt om te helpen klussen. Daar zitten ze ongetwijfeld op te wachten.

De tentoonstelling ‘Plastic Crush‘ in het Tropenmuseum heeft blijkbaar twee doelen. Een tentoonstelling maken over duurzaamheid aan de hand van het materiaal plastic en een tentoonstelling maken die duurzaam is en zomin mogelijk materiaal verspilt. Dat laatste is lastig.

Het is hoe dan ook een mooi streven. In de uitleg komt tentoonstellingsmaker Marieke Meijer met weinig opzienbarends dat in andere musea niet wordt toegepast. Muren worden opnieuw geverfd. Ach. Sokkels wordt opnieuw gebruikt. Ach. Vitrines worden opnieuw gebruikt. Ach. Maar het vele plastic, ook daar heeft het Tropenmuseum nog geen oplossing voor.

In een vacature voor een tentoonstellingsmaker bij Tropenmuseum | Afrika Museum | Museum Volkenkunde wordt het woord duurzaamheid niet genoemd of wordt er op enigerlei wijze aandacht besteed aan dit thema.

Ironie van kinderkunstprogramma ‘Moonriders’ schept verwarring over begrippen ‘kunst’ en ‘museum’

Schermafbeelding van deel artikelKinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool, 26 november 2022.

Het artikelKinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool van 26 november 2022 is meer dan een aankondiging van het VPRO kinderkunstprogramma Moonriders. Het artikel gaat mee in allerlei claims van programmamaker en kunstenaar Aukje Dekker die waarschijnlijk goed bedoeld zijn, maar toch verkeerd uitpakken.

In een toelichting zegt Moonriders: ‘In dit tweede seizoen Moonriders breekt kunstenaar Aukje Dekker samen met kinderen en kunstenaars ’s nachts in bij musea om kunst te maken. Want waarom hangt daar nooit kunst van kinderen? Daar brengen de Moonriders verandering in, al hangen ze maar op de wc!

Schermafbeelding van deel artikel ‘Kinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool, 26 november 2022.

Dekker maakt het nog gecompliceerder als ze niet alleen vraagtekens zet bij wat onder kunst verstaan moet worden, maar ook bij wat de functie van een museum is. Moet een museum volgens Dekker ‘kunst’ van willekeurige kinderen op zaal of wc hangen? Zelfs als Dekker het uitdagend, emanciperend, democratisch en ironisch bedoeld, dan nog schept ze begripsverwarring.

De mentaliteit achter deze claim is waarschijnlijk dat grenzen geslecht moeten worden. Alles moet kunst genoemd kunnen worden. Alles is kunst, kunst is alles. Kunst is zo een onduidelijk en verwarrend begrip geworden omdat iedereen er wat anders onder kan verstaan. Kunst is een onbeschermde term en daarom vogelvrij.

De term ‘kunst’ is aan herdefinitie toe. Kunst ligt van verschillende kanten (publiek, media, politiek) onder druk en wordt zelfs een eigen naam onthouden. Vaak verdwijnt kunst achter het begrip ‘cultuur‘ dat het tegenovergestelde van kunst betekent. Kunst scherpt aan en cultuur verbindt.

Iedere amateur kan zich kunstenaar noemen en dat gebeurt dan ook veelvuldig. De macramé-handwerker, de fotograaf die plaatjes schiet, de smart phone-filmer, de zanger in een amateurkoor, de gelegenheidsdichter, de violist in een vriendenkwartet en het kind dat tekent als een COBRA-kunstenaar, ze kunnen zich kunstenaar noemen en probleemloos claimen dat ze kunst maken.

Als programmamaker Aukje Dekker en journalist Jan Pieter Ekker daar hun volle gewicht achter zetten, dan wint het idee van gedemocratiseerde, maar tandeloos gemaakte kunst aan geloofwaardigheid.

Kunst als hobby of vermaak of thema van een tv-programma of omweg voor het omploegen van investeringen heeft een andere functie dan de opvatting dat kunst op scherp stelt, het vanzelfsprekende bevraagt en mensen naast de werkelijkheid laat kijken en ze probeert te verrijken.

Conclusie is dat kunst die ertoe doet zich beweegt op het middenterrein waar de gevestigde orde kritisch of juist afstandelijk, maar scherpzinnig en onafhankelijk wordt gevolgd. Tussen het hobbyisme van amateurs en de belangen van politiek, bedrijfsleven en media die kunst in gijzeling hebben genomen en als middel gebruiken.

Programmamaker en kunstenaar Aukje Dekker is een voorbeeld van iemand die kunst gebruikt om ons anders naar haar en haar programma Moonriders te laten kijken. Professionele kunstenaars en kunstinstituten zouden in een gezamenlijke campagne over de grenzen van disciplines heen hun claim op het begrip kunst terug moeten veroveren en uit handen van hobbyisten, ondernemers, programmamakers, journalisten en politieke zwendelaars moeten redden.

Dat levert de duidelijkheid op wat de functie van kunst is of behoort te zijn zodat het debat erover scherper, meer omlijnd en inhoudelijker kan worden gevoerd.

Daarbij moet beseft worden dat belanghebbenden er belang bij hebben dat de begripsverwarring in stand blijft en de begrippen (kunst-cultuur en hobbyisme-kunst) door elkaar heen gebruikt worden. Vaagheid ontneemt kunst scherpte.

Herdefinitie en nieuwe afbakening van het begrip kunst vergt economische en politieke strijd waarvan het de vraag is of sectorinstituten en kunstenaars ertoe in staat zijn om zo’n campagne op te zetten, laat staan tot een goed einde te brengen. Want politiek houdt niet van kunst die vrijzinnig, autonoom, dwars en niet onderhorig is. Dat is de gijzeling die kunst gevangenzet.