George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Museum’ Category

Uit de tijd. Petitie ‘Stop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ redeneert vanuit een achterhaald wereldbeeld

with one comment

De petitie ‘Stop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ is gebaseerd op een misverstand. Niet omdat het de datum verkeerd weergeeft. Roze Zaterdag is niet op 23 juli, maar op 23 juni in Gouda. Een onderdeel is de ‘Geloofsviering | 11.00-12.00 | Sint-Janskerk’. Daar verzet petitionaris Marc Alterna zich tegen. Maar hij richt zijn verzoek aan het verkeerde adres. ‘De raad van kerken te Gouda’ gaat er niet over.

De Hervormde Gemeente Gouda is weliswaar de eigenaar van de Sint-Jan, maar de Stichting Goudse Sint-Jan beheert en exploiteert sinds 2010 gebouw en collectie. De Stichting heeft niet als hoofddoel om de christelijke leer te verkondigen zoals de petitie suggereert, maar heeft een historisch en cultureel karakter. De Stichting werd in 1938 opgericht om het cultureel erfgoed in de monumentale kerk (gebrandschilderde glazen) te bevorderen. De Stichting onderschrijft de definitie van een museum zoals opgesteld door ICOM. De museale functies worden in de doelstelling van het beleidsplan 2015-2018 verder benadrukt. Volgens de Stichting is ‘de Sint Jan (..) een levend monument met een belangrijke kerkelijke en culturele functie.’

Door de ontkerkelijking zijn kerkgebouwen gesloten of hebben ze een andere functie gekregen. Gewoonweg omdat het gebouw te duur werd en de lokale religieuze organisaties de exploitatie niet meer rond konden krijgen door oplopende kosten en afnemende inkomsten wegens een slinkende achterban. Ze zaten te ruim in hun jasje en daarom moest de kerk afgestoten worden. De Goudse Sint-Jan heeft een museale bestemming gekregen. Het is een cultureel en historisch museum waar een veelheid van activiteiten plaatsvindt. In 2015 kwam 70% van de omzet van €200.000 uit de museale functie. De rest van de omzet kwam uit zaalverhuur.

Bij de ‘geloofsviering’ op Roze Zaterdag gaat het om zaalhuur. De Stichting Goudse Sint-Jan verhuurt de zaal op 23 juni aan de Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda. Zoals dat ook voor een vergadering, huwelijk, congres of diner kan zijn. Er blijkt uit de voorwaarden niet dat er beperkingen zijn aan verhuur en de achtergrond van de huurder door de Stichting Goudse Sint-Jan wordt getoetst. Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda is een Gouds initiatief dat binnen de doelstelling van de Stichting Goudse Sint-Jan past. Er kan in overleg met ‘een van de wijkkerkenraden of via het Kerkelijk Bureau‘ in de Sint-Jan ook een kerkelijke huwelijksinzegening worden aangevraagd. Maar de lokale protestante gemeente is niet direct betrokken bij de verhuur aan de Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda en lijkt er daarom ook geen invloed op uit te kunnen oefenen.

Toch past Marc Alterna begrip voor zijn onbegrip. Het is voor traditionele kerkgangers lastig om de gevolgen van de ontkerkelijking te beseffen. Verwarrend is het om een kerk die een nieuwe bestemming als museum heeft gekregen, maar nog alle uiterlijkheden van een traditionele kerk vertoont, anders dan als gewijde kerk te zien. Des te meer als een lokale religieuze gemeenschap er ruimte huurt en erediensten houdt. Maar dan nog is een lokale kerkenraad niet meer dan een van de vele huurders. Bij de Utrechtse Willibrordkerk zorgde in 2014 deze verwarring voor een conflict tussen theatermaker Dries Verhoeven en het aan de RK-Kerk verbonden apostolaat dat er onder meer missen hield. De bestuurlijke constructie en het eigendom waren anders, maar evenals in Gouda werd de beheersstichting die er culturele evenementen coördineert op aangesproken door traditionele christenen. Dat resulteerde er in 2017 in dat de ultraconservatieve Priesterbroederschap Sint Pius X de met overheidsgeld gerestaureerde kerk kocht en het beheer overnam.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieStop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van presentatie zaalhuur ‘Uw evenement in de Sint Jan’ van de Stichting Goudse Sint-Jan. 

Advertenties

Het zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand

with 2 comments

In een opinie-artikel voor NRC geeft de Rotterdamse hoogleraar Sociologie Willem Schinkel commentaar op het opbreken van het zogenaamde Links Verbond in Rotterdam. Dat was een samenwerking tussen de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP en de islamitsch geïnspireerde partij NIDA die een maand geleden werd gesloten en deze week uit elkaar viel. Aanleiding voor die breuk was was een tweet van vier jaar geleden van NIDA waar het geen afstand van wilde nemen: ‘Wij zeggen #Zionisme = #ISIS #vrijheidmeningsuiting’. Schinkel hangt aan deze tweet zijn hele betoog op. Door deze bijziendheid die zich ook vertaalt in een dualisme dat de politiek in een links-rechts frame vangt, mist hij de essentie voor de breuk. Dat zijn de principes van NIDA.

Schinkels artikel roept de vraag op of hij wel doorziet wat NIDA’s principes zijn en de partij beoogt. Schinkel lijkt zich te laten sturen door de actualiteit en partijpolitiek gehakketak. Hij kijkt niet naar de echte oorzaak voor de breuk. NIDA zegt in het beginselprogramma 25 CONCRETE IDEEËN: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Volgens NIDA is geloofsbeleving geen particuliere zaak, maar moet die in de publieke ruimte, openbaar bestuur en de publieke voorzieningen doorgevoerd worden.

NIDA rekt de scheiding van kerk en staat op. Is dat gewenst? Valt dat te verenigen met de opvatting van de nationale rechtsstaat? Daar gaat het echte verschil in opvatting tussen de drie linkse partijen en NIDA om. Schinkel creëert valse tegenstellingen. Het is niet voldoende om in een soort gemakzuchtig pamflettisme en verwijzing naar racisme en ‘witte politici’ die het bij de linkse partijen voor het zeggen hebben triomfantelijk te concluderen dat de vijand van mijn vijand een vriend is. Het gaat erom wat de principes van NIDA zijn en of die passen bij vrijzinnige partijen als SP, PvdA en GroenLinks die hun waarden als uitgangspunt hebben.

Ja, Wierd Duk is een rechtse onruststoker. Ja, Joost Eerdmans is een rechtse scherpslijper. Ja, Thierry Baudet is een rechts-extremistische opportunist met racistische neigingen in zijn partij. Ja, Geert Wilders is een islamhater. Ja, het debat in Rotterdam wordt fel gevoerd en de links-rechts tegenstelling wordt er aangedikt. Maar wat zegt dat dan nog over NIDA? Het terecht afkeuren van rechts is niet voldoende om het links-conservatieve of conservatief-religieuze NIDA blindelings te omarmen of het voor deze partij op te nemen.

Ik begrijp hoe iemand die zegt seculier, vrijdenkend of atheïstisch te zijn zich niet kan verenigen met de principes van NIDA. Deze partij wil terug naar de verzuiling van eind 19de eeuw. Ik ben het met dit principe van religie die zich uitgesproken manifesteert in publieke ruimte en openbaar bestuur fundamenteel oneens. Het valt niet in te zien hoe een partij die zich als vrijzinnig beschouwt en ondubbelzinnig de rechtsstaat onderschrijft -inclusief scheiding van kerk en staat- een partij als NIDA met zulke standpunten kan steunen.

En wat moeten kunstliefhebbers denken van een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert? Het is een krankjorum idee, een moskee die samen met een museum als Boijmans het openbaar bestuur adviseert en daar via een aparte raad onderwerpen voor agendeert. Dit is opnieuw een tactiek van NIDA om via de zijdeur de scheiding van kerk en staat op te rekken. NIDA depolitiseert de politiek door het te vermengen met het middenveld. Dat is de weg naar het corporatisme waarbij allerlei onverkozen groepen in een vaag verband een beslissende rol in de besluitvorming krijgen.

Ik vraag me werkelijk af of de landelijke en Rotterdamse leiders van SP, GroenLinks en PvdA de principes van NIDA wel goed tot zich hadden laten doordringen toen hun Rotterdamse afdelingen met NIDA een Links Verbond sloten. Hoewel Lilian Marijnissen (SP) vanaf het begin sceptisch was en zei het zelf niet gedaan te hebben. Maar wat de landelijke leiders van PvdA en GroenLinks bezielde toen ze dachten dat hun eigen gedachtengoed verenigbaar was met dat van NIDA blijft een raadsel. Ook na het verbreken van het verbond.

De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis. NIDA verdient het om op de principes die het voorstaat beoordeeld te worden. Niet op goede bedoelingen of slachtofferschap. Of een al te eenvoudige links-rechts tegenstelling die de positie van NIDA moet verklaren, maar die eerder vertroebelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRacisme breekt linkse samenwerking in Rotterdam op’ van Willem Schinkel in NRC, 14 maart 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van paragrafen uit beginselprogramma25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam.

Kunst en religie. De barrière om te denken buiten de gebaande paden. Opvattingen van Tracey Emin en Marcel Barnard

leave a comment »

De Britse kunstenaar Tracey Emin noemt kunst zoiets als God en zoiets als een religie. Art is like a religion, zegt ze. Waar we trouw aan kunnen blijven, voegt ze eraan toe. Kunst is een kerk waar we naar toe kunnen gaan. Kunst heeft net als religie te maken met menselijke creativiteit van onze eigen geest.

Dat staat in contrast met wat hoogleraar Praktische Theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit  Marcel Barnard in een persbericht van de RUG over de uitreiking van een prijspenning van het Godgeleerd Genootschap van Teylers Stichting aan Lieke Wijnia zegt: ‘Lange tijd hebben we gedacht dat Nederland seculariseert. Tegenwoordig is die gedachte verlaten. Eerder is het zo dat religie zich handhaaft, maar buiten de muren van kerken en andere religieuze instituten, en niet meer in klassieke vormen. Mensen blijven het heilige, dat wat de gewone werkelijkheid overstijgt, zoeken. Overal, en op hun eigen manier. De gewone werkelijkheid overstijgen, dat is precies wat de kunsten ook doen, en daarom onderzoeken religiewetenschappers kunst en religie tegenwoordig vaak als verwante verschijnselen. Ontmoeting met de kunst kan het gewone leven intensiveren en een sacrale ervaring opleveren. Het museum kan zo een plek worden met religieuze trekken’.

Het verschil tussen Emin en Barnard is opvallend en verklaarbaar. Ze redeneren vanuit hun eigen vakgebied. Hun uitspraken zeggen vooral iets over hun eigen perspectief. Emin zet kunst op een gelijkwaardige manier naast religie, Barnard maakt in zijn verklaring kunst ondergeschikt aan religie. Zonder dat te onderbouwen of te detailleren suggereert Emin dat kunst en religie door dezelfde creativiteit van de menselijke geest zijn ontstaan. Barnard denkt niet vanuit de creatieve geest, maar vanuit de structuur en het kenmerk van religie en religieuze organisaties en de veranderingen daarin. Hij rekt de opvatting van wat onder religie bestaan wordt op tot buiten de traditionele opvatting van religieuze organisaties. Vanuit zijn perspectief van religie reduceert hij eerst kunst tot iets heiligs met sacrale trekken om het vervolgens te annexeren tot pseudo-religie.

Evengoed kan gezegd worden dat de gemeenschappelijke bron die van het drama en de rituelen is die aangejaagd is door de menselijke geest. Dat is de bron waar religie en kunst uit putten. Kunst volgt niet uit religie, en religie volgt niet uit kunst. Ze zijn allebei een dramatisering met creatieve middelen van de menselijke geest. Waarbij in grote lijnen valt te zeggen dat kunst is geautonomiseerd en religie is gesocialiseerd. De meer intuïtieve invalshoek van Emin past daarom precies zo bij haar vakgebied zoals dat geldt voor de meer sociologische invalshoek van Barnard. Maar ze redeneren allebei vanuit hun vakgebied.

Barnard heeft een enge opvatting over secularisering. Hij redeneert blijkbaar niet vanuit de opvatting dat secularisme een politieke filosofie is die zegt dat religies en levensovertuigingen gelijkwaardig zijn onder de bescherming van de rechtsstaat die door de nationale overheid wordt gegarandeerd. Hij ziet secularisering als het brede proces van verwereldlijking, inclusief de afname van de maatschappelijke invloed van religie. Hij doet aan normvervaging door zowel de begrippen religie als secularisering zo op te rekken dat ze niet meer passen binnen het taalgebruik van de meeste Nederlanders. Dat heeft iets geforceerd en gekunsteld.

De werkelijkheid is dat in Nederland een kleine meerderheid van de bevolking aangeeft zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat heeft te maken met de ontzuiling en de individualisering, en het anders invullen van sociale verbanden. Religie is daar niet meer overheersend in zoals het ooit was. Religie handhaaft zich in Nederland dus niet zoals Barnard suggereert. Ook niet onderhuids of via vertakkingen. Hoewel religie redelijk standhoudt, kalft het belang ervan jaarlijks met een of twee procent af. Dat steeds meer burgers hun leven invullen zonder religie staat vast. Het is begrijpelijk dat mensen buiten zichzelf zin of troost zoeken voor hun leven. Dat is echter steeds minder religie. Kunst is niet het kindje van religie, maar kunst en religie zijn allebei kinderen van dezelfde ouder. In haar intuïtie heeft Tracey Emin het bij het rechte eind en laat Barnard zich kennen als een theoloog die alles wil relateren aan religie en vooral, zijn vakgebied van de godgeleerdheid.

Val van een museumdirecteur: Catherine de Zegher en het MSK Gent

with 3 comments

Straffe kost in Gent. Dit bericht in de Vlaamse krant De Morgen gaat over directrice Catherine de Zegher van het Museum voor Schone Kunsten Gent (MSK Gent) die door het Gentse college (schepencollege) op 7 maart tijdelijk op non-actief is gesteld.  Afgelopen dagen kwam het MSK Gent onder kritiek na aanhoudende geruchten over de echtheid van 26 Russische avant-gardewerken uit de Toporovski-collectie, (soms ook geschreven als Toporkovski) die sinds oktober 2017 in het museum werden geëxposeerd. Hoe reëel het gevaar is dat het MSK Gent de museumlicentie verliest is onduidelijk. Maar zo’n maatregel zou buitensporig zijn en de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de Belgische museumsector enorm beschadigen. Het zou waarschijnlijk een reeks van vragen oproepen over de organisatie, financiering, doelmatigheid, kwaliteit en steun door de landelijke en lokale politiek van de Belgische museumsector. Een debat dat op scherp zet en onvoorziene gevolgen kan hebben en daarom niemand in de Belgische politiek of museumsector graag voert.

In januari zetten internationale deskundigen en op 5 maart 2018 Vlaamse museumdirecteuren in een open brief hun bezwaren uiteen. De Vlaamse directeuren schreven: ‘Wij kunnen en willen nu niet meer zwijgen, want dit is de wereld op zijn kop. Het MSK heeft in de afgelopen maanden op flagrante wijze alle deontologische codes en de regels van het gezond verstand geschonden. Men is in zee gegaan met een verzamelaar die men niet kende, met een collectie ‘too good to be true’ in een domein, Russische avant-garde uit de eerste decennia van de twintigste eeuw, waar het museum niet in gespecialiseerd is en waarvan internationaal bekend is dat zowel authenticiteit als herkomst zeer problematisch kan zijn.’ Ze namen afstand: ‘De imagoschade is groot, wat Catherine de Zegher en het stadsbestuur in de pers ook mogen zeggen. En het treft niet alleen het MSK, maar de geloofwaardigheid en reputatie van onze musea en erfgoedinstellingen is in het geding – in Vlaanderen en internationaal, in de pers, bij vakgenoten en het brede publiek. Wij ondervinden dat dagelijks in onze contacten. En dat raakt ons diep. Wij zijn overtuigd van de intrinsieke kwaliteit, professionaliteit én integriteit van de sector in de volle breedte. Het is juist daarom dat wij ons nadrukkelijk distantiëren van de wijze waarop het MSK gehandeld heeft en nog handelt in deze kwestie.

Dat directeur De Zegher gehandeld heeft met een grote portie naïviteit en goedgelovigheid kan onder meer onderbouwd worden door een bericht in NRC van 2013 over een een internationale bende kunstvervalsers die in Duitsland werd opgepakt en gespecialiseerd was in werken van Russische avant-gardisten als Malevitsj, Kandinsky en Natalia Gontsjarova. Precies de namen die vertegenwoordigd waren in de Toporovski-collectie: ‘Volgens het BKA [Bundeskriminalamt] zijn sinds 2005 in totaal vierhonderd vervalsingen verkocht, meestal aan Duitse verzamelaars. De bedragen liepen uiteen van tienduizenden tot tientallen miljoenen euro’s. Ook echtheidscertificaten werden vervalst. De Frankfurter Allgemeine Zeitung schrijft dat justitie ook onderzoek doet naar betrokkenheid van experts in de kunstwereld, onder wie handelaren en galeriehouders.

De Zeghers schorsing was onvermijdelijk. Ze heeft bij een tentoonstelling van Russische avant-garde kunst steken laten vallen, naar nu steeds duidelijker blijkt. Ze weigert ook medewerking aan het onderzoek. Ze zei eerder dat ze op haar kunsthistorisch oog afging. Een achterhaalde uitleg van een museumdirecteur die geavanceerde technische middelen kan inzetten om het eigen oog ‘aan te vullen’. De lokale politiek bemoeit zich er intussen mee. Oppositiepartij N-VA meent dat het museum beschadigd wordt en het gemeentebestuur van stad Gent (sp.a, Groen en Open Vld) de zaak wil vertragen. De Vlaamse museumsector is de verliezer.

Zo kent België een eigen kwestie Ruf. Waarbij museum en kunsthandel op een onacceptabele wijze in de directeur samenkomen. Maar waar Ruf achter de schermen opereerde, is dat bij De Zegher van het MSK Gent anders. Ze liegt aantoonbaar en heeft de hele Vlaamse en internationale kunstwereld tegen zich in het harnas gejaagd. Er is nog een ander verschil. De Raad van Toezicht van het Stedelijk die Ruf aannam was juist het probleem. Het gaf het slechte voorbeeld. Kwaadwillenden zouden kunnen beweren dat iemand met het profiel van Ruf met stevige vertakkingen naar de kunsthandel bewust aangezocht werd om bepaalde leden van de Raad van Toezicht zelf de ‘mentale’ ruimte te geven om binnen de kaders van het Stedelijk handel te drijven. En over de schreef te gaan. Jan Christiaan Braun stelde dat vanaf 2014 aan de orde in de openbaarheid. De Zegher lijkt zonder deze bijbedoelingen gehandeld te hebben. Door toedoen van haar eigen goedgelovigheid en de gemene handelwijze van anderen is ze een fuik ingezwommen waaruit ze niet meer kon ontsnappen.

Het is de tragiek van een museumdirecteur die met vervalsers in zee gaat en zich niet meer aan hun grip kan onttrekken. Via een omweg geeft de kwestie De Zegher reliëf aan de kwestie Ruf. Een museumdirecteur die de fuik inzwemt van de kunsthandel of van malafide verzamelaars verliest aan geloofwaardigheid en integriteit. En verliest uiteindelijk ook de functie van museumdirecteur. Dan heeft het ontbroken aan gezond verstand.

Foto 1: Schermafbeelding van slotalinea uit artikelDirectrice MSK wordt tijdelijk opzijgeschoven’ in De Morgen, 8 maart 2018.

Foto 2: Foto ‘Catherine de Zegher with Igor Toporovsky © Fondation Dieleghem’ in The Art Newspaper, 29 januari 2018. 

College Utrecht misleidend over eigen museaal vastgoed. Verkoop Maliebaan 42 ondanks afspraken over culturele bestemming

with 2 comments

De kwestie in Utrecht over de bestemming van Maliebaan 42 gaat een nieuwe fase in. Hier een commentaar van 10 februari 2018 erover. Bekend is geworden dat de opbrengst van de verkoop van 1,9 miljoen euro aan de nabestaanden van de schenker in 1951 Frits Fentener van Vlissingen dient om de tekorten van gebouw TivoliVredenburg aan te zuiveren. Dit ondanks de verplichting van een notariële akte uit 1951 waarmee de gemeente Utrecht de verplichting en verantwoordelijkheid op zich nam er een culturele bestemming aan te geven. Het Utrechtse college breekt daar nu mee. DUIC besteedde er gisteren in een artikel aandacht aan.

Het ongenoegen in cultureel Utrecht over dit besluit van het gemeentebestuur (D66, GroenLinks, VVD en SP) is groot. Mede omdat geld voor kleinere projecten ontbreekt vanwege de door het college slecht bestuurde grote projecten (Uithoflijn) die forse tekorten en overschrijdingen opleveren. Wethouder Paulus Jansen (SP) die verantwoordelijk is voor het vastgoed is de woordvoerder in deze kwestie. Het lijkt er sterk op dat hij een loopje neemt met de waarheid en gemeenteraad en inwoners van Utrecht misleidt. Mijn reactie op DUIC:

Afspraak is afspraak. Over een notarieel vastgelegde afspraak kan geen misverstand ontstaan. Die moet te allen tijde nageleefd worden. Maar een wethouder denkt het beter te weten en de afspraak in de wind te kunnen slaan. Hij denkt zich niet aan de afspraak te hoeven houden.

Hiermee schaadt het gemeentebestuur het vertrouwen in het openbaar bestuur. Dat valt dit college aan te rekenen. Want wie schenkt nog een waardevol gebouw of een kunstwerk aan de gemeente als het beeld ontstaan dat de gemeente Utrecht het vervolgens verjubelt op de commerciële markt?

Men zou nog kunnen redeneren dat enige pragmatiek geboden is en een notariële akte van 67 jaar oud opnieuw tegen het licht moet kunnen worden gehouden door veranderde omstandigheden. Daar moeten zwaarwegende argumenten voor gelden. Maar het valt niet in te zien dat er in dit geval zwaarwegende argumenten zijn die de ontbinding van de akte mogelijk maken. Het is eerder andersom, er is een tekort aan ruimte voor culturele initiatieven in de stad. Daar zou Maliebaan 42 in kunnen voorzien.

Wat het gemeentebestuur van Utrecht doet is een lose-lose situatie. Het toont zich onbetrouwbaar door afspraken niet na te komen en het onttrekt een waardevol gebouw dat onderdeel vormt van het Utrechtse erfgoed aan de openbaarheid. Het gemeentebestuur schiet met dit besluit door in de economisering van de politiek.

Het argument van wethouder Jansen dat de gemeente geen ‘overbodig’ vastgoed in portefeuille wil hebben is misleidend en onjuist. Jansen is onvolledig en onwaarachtig in zijn gespeelde logica.

Het gebouw van het Centraal Museum aan de Agnietenstraat is immers ook eigendom van de gemeente Utrecht. Ook na verzelfstandiging. Hetzelfde geldt voor het landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik waar nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd museum houdt. Dat gebouw is met een investeringssubsidie in het vastgoed van de gemeente Utrecht van meer dan 1,6 miljoen euro recent opgeknapt. Het is eigendom van de gemeente Utrecht.

Dus de gemeente Utrecht heeft nu al het Centraal Museum en landhuis Oud Amelisweerd in eigendom. In beide gebouwen is een museum gevestigd. Dat dit principieel voor Maliebaan 42 niet zou kunnen gelden omdat de gemeente Utrecht voor een museum of culturele bestemming het eigen vastgoed niet bestemt of aanhoudt, is dus een verkeerde voorstelling van zaken van wethouder Jansen.

Het besluit van de wethouder Jansen om de afspraak uit de akte van 1951 niet na te komen vraagt om een toetsing door de bestuursrechter. Met als inzet het terugdraaien van het besluit. In die procedure kan ook Jansens argumentatie over de bestemming van gemeentelijk vastgoed worden betrokken. De vraag is of er nog wel sprake is van zorgvuldig bestuur.

De inwoners van Utrecht die beseffen wat burgerplicht, maatschappelijk besef en historisch geheugen van een stad zijn, kunnen dit besluit niet over hun kant laten gaan. Het is werkelijk te absurd voor woorden.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel1,9 miljoen euro naar TivoliVredenburg door verkoop Fentener van Vlissingenhuis’ op DUIC, 5 maart 2018.

Samenwerking tussen Armando en MOA beëindigd. Kan het museum zich diepgaand en geloofwaardig herpositioneren?

leave a comment »

Dit nieuwsbericht zegt dat het MOA verder gaat als ‘Huis van kunst in de natuur‘. Het is een uit nood geboren nieuw profiel. Armando trekt per 1 maart 2018 zijn collectie terug omdat hij volgens een woordvoerder van de Armando Stichting geen vertrouwen meer heeft in de financiële stabiliteit van het MOA. In het AD zegt Coen Bruning: ‘Voor een kunstenaar is het niet goed als zijn werk hangt in een museum met geldzorgen.’ Het MOA kent al sinds de oprichting in 2012 financiële problemen en heeft nog geen enkel jaar een positief saldo gehad. Laat staan dat het een reserve heeft opgebouwd voor moeilijke tijden. Dit ondanks een subsidie van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort die tot 2021 in 10 jaar wordt uitbetaald, de zogenaamde bruidsschat. Daarnaast moet het MOA in 2021 een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht aflossen.

Budgettair wordt 2021 het jaar van de waarheid voor het MOA. Tot die datum koopt het bestuur van de gemeente Utrecht tijd voor het eigen wanbeleid op dit dossier door het museum van een subsidie te voorzien die het volgens eigen besluiten niet eens mag geven. Raad noch college hebben een goed omlijnd idee wat ze met het landhuis aanmoeten. Het MOA is een hoofdpijndossier dat vastgelopen is in de modder. Een RSV-dossier in het klein waarin geld gepompt wordt en waarvan de uitkomst al jarenlang vaststaat: faillissement. Alleen wil geen enkele wethouder ervoor verantwoordelijk gesteld worden de stekker eruit getrokken te hebben. Daarom durft geen enkele bestuurder van de gemeente Utrecht de werkelijkheid onder ogen te zien.

De slechte financiële situatie van het MOA hoeft niet de enige reden te zijn dat Armando zijn privécollectie terugtrekt. Want de werken hebben een commerciële waarde en kunnen op de kunstmarkt verkocht worden. Een uitspraak in 2015 van het inmiddels afgetreden bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA maakt duidelijk dat er binnen het toenmalige bestuur gedachten waren om stukken van Armando te verkopen. Hij liet zich in een interview met een lokale Bunnikse krant ontvallen bij een dreigend faillissement van het museum ‘desnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat was vloeken in de kerk omdat de ethische code van Museumvereniging en ICOM het verbiedt om werken uit een museumcollectie te verkopen om gaten in de exploitatie te vullen. Voor Armando lag nog een ongewenst neveneffect op de loer. Extra aanbod van zijn oudere werk kan zijn positie op de kunstmarkt beschadigen omdat het de prijs onder druk zet. Wie regelmatig kunstbeurzen bezoekt weet dat Armando via enkele vaste galeries nog steeds nieuw gemaakt werk aanbiedt, waarvan critici overigens de kwaliteit betwisten.

Armando’s stap om afscheid te nemen van het MOA kwam niet onverwachts en hing al jaren in de lucht. De liefde was minder diep dan in de publiciteit van het MOA werd voorgesteld. In een commentaar schreef ik op 4 januari 2014 (Tony de Meijere is Armando’s ex): ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Nu gaat het MOA verder als ‘Huis van kunst in de natuur’. Op fundamenteel niveau klopt dat, want landhuis Oud Amelisweerd is een huis in het bos. Is de herprofilering van een museum dat de eigen geschiedenis en reden voor bestaan achter zich laat een stap naar een nieuwe toekomst? Maar het laat niet de oorspronkelijke doelstelling waarvoor het opgericht is achter zich. Is de herprofilering vooral op de geldschieters gericht en moet het de suggestie van beweging en daadkracht uitstralen? In Museum Insel Hombroich bij Düsseldorf plonzen kikkers in de vijvers en waaien in de herfst de bladeren de zalen in. Dat is een huis van kunst in de natuur dat met die reden is gebouwd. Wie probeert te achterhalen wat de bestaansreden van het MOA is komt telkens gelegenheidsargumenten tegen. Het MOA is een constructie waar doorheen schemert dat de oprichting ervan niet volgt uit een behoefte, maar uit redenen die samenhangen met politieke koehandel.

Het AD meldt dat de Armando Stichting in gesprek is met een aantal partijen over een nieuwe samenwerking. Dat kunnen bestaande musea of ‘vermogende particulieren die een museum willen stichten’ zijn. Zodat na Amersfoort (1998-2007) en Bunnik (2014-2018) Armando in 20 jaar mogelijk een derde bestemming vindt.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsbericht ‘ARMANDO’S VOGEL VERLAAT HET NEST’ van het MOA, 26 februari 2018.

Museumdirecteur Timo de Rijk: ‘Zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als hun design niet zo goed was geweest?’

with one comment

Directeur van het SMS (Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch) Timo de Rijk denkt recalcitrant stenen in de vijver van museaal Nederland te gooien, maar loopt vooral kans zijn eigen glazen in te gooien. De Volkskrant maakt er in een artikel een potpourri van uitspraken van. Het gaat om de plannen van het museum dat onlangs heeft aangekondigd verder te willen gaan als designmuseum. Dat laat de hedendaagse kunst, keramiek en sieraden als wees achter. Dat laatste wordt door De Rijk als te vrouwelijk en te huiselijk ervaren. Van keramiek lijkt deze design-expert in elk geval weinig verstand te hebben. De Rijk lijkt in het pottenbakkersframe te zijn blijven hangen. Het frame waarin hij zijn glazen zet die hij vervolgens zelf ingooit. Een hoop design.

Het SMS presenteert het plan om een tentoonstelling over het design van het Derde Rijk te houden. Maar hoe onwaarachtig is een uitspraak van De Rijk die De Volkskrant gretig als aankeiler gebruikt: ”Zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als hun design niet zo goed was geweest?’ Deze uitspraak suggereert dat de nazi’s succes hadden met hun duizendjarig rijk dat binnen 12 jaar verslagen was en op de knieën werd gedwongen. Onder historici bestaat zeker geen overeenstemming over het feit dat het Derde Rijk van Adolf Hitler succesvol was. In 1945 hadden de nazi’s Duitsland tot aan de rand van de afgrond gebracht. Het eindigde met het design van de Trümmerfrauen die in 1945 het puin mochten ruimen in steden en dorpen.

De nuanceringen en sterke meningen van directeur De Rijk doen het ergste vrezen. Dat het tijd is voor een tentoonstelling over het design van de nazi’s is niet waar het om draait. De vrees is dat De Rijk met zijn opvallende meningen over vrouwelijkheid in de kunst de nuance uit het oog verliest en doorslaat naar de mannelijkheid. Die hij vindt in het ‘succesvolle’ design van de ‘succesvolle’ nazi’s. Framing is alles voor design dat in de wachtkamer van de kunst zit en nog steeds wil bewijzen erbij te horen. Dat is best wel stakkerig.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet wordt tijd voor een expositie over het design van de nazi’s, vindt Stedelijk Museum ’s Hertogenbosch’ van Karolien Knols in De Volkskrant, 23 februari 2018.