George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for november 2018

Cohens getuigenis in Mueller-onderzoek is het begin van het eind van Trumps presidentschap

with 2 comments

De kogel is door de kerk. Alle vermoedens over de criminele activiteiten van de Trump organisatie worden bewaarheid in de getuigenis van sleutelfiguur (‘linchpin’) Michael Cohen. Deze voormalige klusjesman en advocaat van kwade zaken die 10 jaar lang centraal was in de Trump organisatie en die van binnenuit kent, werkt ondubbelzinnig mee aan het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller. Cohen nagelt Trump aan de schandpaal. Opzienbarend is dat in 2016 tijdens de campagne voor het presidentschap het idee ontstond dat president Putin een penthouse van 50 miljoen dollar in een in Moskou te bouwen gebouw met de naam Trump erop zou krijgen. Trump is juridisch kwetsbaar doordat hij dat tijdens de campagne ontkende. Cohens zaak komt op 12 december voor en de verwachting is dat hij een lichte straf krijgt vanwege zijn medewerking.

De twee stromen in het Mueller-onderzoek komen in de getuigenis van Cohen samen. Namelijk Trumps afhankelijkheid van Russisch crimineel geld die ertoe leidde dat het Kremlin Trump bezat en hem aan kon sturen in de richting waarin het wilde, en de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen van 2016 die mede leidde tot diens verkiezing. Het verband is dat naargelang Trump in een meer machtige politieke positie zat, zijn waarde voor het Kremlin toenam. Dat was het Russische belang bij Trumps verkiezing: een vinger in de Amerikaanse pap. Trump is de Russische mol in de Amerikaanse politiek. Het ‘Make America Great Again’ van Trump moet dan ook gelezen worden als ‘Make Russia Great Again’ of ‘Make America Small Again’.

Omdat Trump vanwege zijn afhankelijkheid van Russisch crimineel geld, dat in de Russische Federatie direct aan de hoogste politiek gekoppeld is, een risico was voor de nationale veiligheid van zijn land is Trump de afgelopen jaren ingeperkt en geïsoleerd zoals het boek ‘Fear’ van Bob Woodward aantoonde. Want het was in regeringskringen bekend dat Trump bezit, een ‘asset’ van de Russen was. Het kon alleen niet hard worden gemaakt in de openbaarheid. Dat is door Cohens getuigenis binnen Muellers onderzoek veranderd.

Trump als president heeft geen kleren meer aan. Zijn verdediging en afleiding zijn in kracht afgenomen. Hij oogt nu nog ongerijmder en incongruenter dan hij afgelopen tijd al was. Het zal niet eentweedrie afgelopen zijn, maar het is toch wachten wanneer hij voortijdig aftreedt. Het einde van Trumps presidentschap lijkt nabij. Vraag is hoelang de Republikeinen hem nog zullen steunen. De verwachting is dat de Trump organisatie als crimineel bedrijf ontmanteld wordt en samen met Trump aan de verkeerde kant van de geschiedenis zal terechtgekomen. Door Cohens onthulling is Trump op weg naar de uitgang en nu al geschiedenis geworden.

Advertenties

Een zaak voor de hoogste rechter. Zijn kunstwerken van Braun Barends in Kunsthalle Mannheim beschermd volgens auteursrecht?

with 2 comments

Deze reportage uit 2015 van het Duitse SWR (Südwestrundfunk) gaat in op twee installaties van de kunstenaar NatHalie Braun Barends in de Kunsthalle Mannheim. Tijdens een renovatie zijn haar werken PHaradise en HHole in juni 2018 volgens plan verwijderd omdat ze volgens de architect niet in het concept pasten. De filosofische vraag is of een gat verwijderd wordt als de omgeving verdwijnt. Zie hier voor details. Braun Barends vindt dat haar auteursrecht geschonden is en eist voor PHaradise minstens 90.000 en voor HHole minstens 220.000 euro schadevergoeding. Tevens eist ze dat de Kunsthalle haar werken opnieuw installeert.

De uitspraak van Kunsthalle-directeur Ulrike Lorentz is uitzonderlijk hard en niet hulpvol als ze publiekelijk stelt dat deze werken van Braun Barends in de kunstwereld nooit betekenis gehad hebben. Vraag is waarom ze dan ooit zijn geïnstalleerd. Vandaag dient de zaak voor de hoogste rechterlijke instantie van Duitsland, het Bundesgerichthof in Karlsruhe. De meeste media kiezen als belangrijkste  invalshoek of dit kunst is, niet of het volgens het auteursrecht beschermd wordt. Maar dat laatste is een meer interessante vraag die ook in de architectuur leeft, zoals bij een verbouwing van het Centraal Museum waarbij architect Mart van Schijndel zonder succes eiste dat zijn werk beschermd werd. Ook daarover bestaan uiteenlopende gedachten, dat is voor Braun Barends’ kunstwerken niet anders. De tendens lijkt dat de bescherming relatief en tijdelijk is.

Foto: NatHalie Braun Barends, ‘HHole’ in Kunsthalle Mannheim (Reflection Room), 2006. (Work in Progress, created as part of the exhibition “Full House: Faces of a Collection”). Credits: Thomas Henne en NatHalie Braun Barends.

Rusland-onderzoek in laatste fase. De lijn van Trump naar Putin wordt verbonden door speciale aanklager Mueller: samenzwering

with 3 comments

In de ‘lame duck’-periode tussen de tussentijdse verkiezingen van 6 november 2018 en het aantreden van het 116e congres op 3 januari 2019 volgen de onthullingen elkaar op. Door de media en met medewerking van betrokkenen die informatie lekken worden de punten verbonden, ofwel afzonderlijke gebeurtenissen komen in een oorzakelijk verband te staan. Zoals het de logica van de verhaalkunde betaamt gaat dat samen met vertragingen in de vorm van getuigen die dubbelspel spelen en liegen tegen de onderzoekers van de overheid. Met een president die dat proces elk moment dreigt te ondermijnen door de straf van de hem welwillende verdachten kwijt te schelden en de waarnemende minister van Justitie Matthew Whitaker die het werk van speciale aanklager Robert Mueller tracht te saboteren en verdonkeremanen. Uiteindelijk komt het verhaal rond en worden alle elementen zichtbaar. In het Huis met een Democratische meerderheid starten in 2019 de commissies vele onderzoeken. President Trump en het Witte Huis zijn definitief in de verdediging gedrongen.

Nu worden contouren ingevuld, relaties tussen waterdragers en opdrachtgevers verduidelijkt, en het masterplan waarneembaar. Zo ontstaat een doorgaande lijn vanaf president Donald Trump via zijn toenmalige campagneleider in 2016 Paul Manafort en Trumps vertrouweling Roger Stone naar Jerome Corsi die via de Britse UKIP (Nigel Farage en Ted Malloch) Wikileaks’ Julian Assange in Londen benadert die weer in contact staat met de Russische militaire inlichtingendienst GRU die aangestuurd wordt door de Russische minister van Defensie Sergei Shoigu en uiteindelijk opperbevelhebber en president Vladimir Putin. Ook de Brexit heeft overigens lijnen naar het verhaal van Trumps’ verkiezing. Er was niet zozeer sprake van ‘collusion’ (geheime verstandhouding), maar van ‘conspiracy’ (samenzwering) van toenmalig presidentskandidaat Trump met een buitenlandse mogendheid, te weten de Russische Federatie. Naar verwachting komt Robert Mueller spoedig met een reeks van dagvaardingen (‘subpoena’) waarin de punten voorgoed ingekleurd en verbonden zijn.

Jörg Maurer beoefent de kunst om kort te zijn

leave a comment »

De Duitse auteur van misdaadverhalen Jörg Maurer beoefent in een sketch de kunst van het weglaten. Ofwel, de kunst om kort te zijn. Dit taalspel is een voortzetting van de stijloefeningen (Exercices de style) van de Franse auteur Raymond Queneau die in de jaren ’70 (vdve) door Rudy Kousbroek in Nederland geïntroduceerd werden. In Nederland was in die tijd Hugo Brandt Corstius, ofwel Battus een taalspeler in zijn Opperlandse taal en letterkunde. Maurer speelt het spel vol overgave en vindt de interviewster aan zijn zijde als ze concludeert dat het weglaten niet tot verlies heeft geleid en alles aanwezig is. Echt? Dan begeven we ons op het terrein van de kunst van het veinzen of nauwkeuriger gezegd, het net doen alsof het doen alsof geen doen alsof is. Spel. 

Europa moet geen afstand houden tot de schermutselingen rond de Krim. Want de internationale rechtsorde is in het geding

with 4 comments

Han van der Horst meent in een artikel voor Joop (BNNVARA) van 26 november 2018 dat Europa afstand moet houden tot Oekraïne en Krim. Dit naar aanleiding van de schermutselingen tussen de Russische Federatie en Oekraïne in de Straat van Kertsj, de verbinding tussen de Zwarte Zee en de Zee van Azov. Ik ben het oneens met Van der Horst. Niet omdat Europa of het Westen voor Oekraïne moet kiezen, maar omdat het de internationale rechtsorde moet steunen door de agressor hard terug te fluiten. Mijn reactie bij dit artikel:

De framing van de auteur dat het in deze maritieme uitbreiding van de Russisch-Oekraïense oorlog (2014 – …) gaat om een strijd tussen klein en groot is bezien vanuit een Nederlands en een internationaal, Europees perspectief niet hulpvol. Daar gaat het niet om. Het gaat niet eens om Oekraïne. Wel van betekenis is de internationale rechtsorde en de veiligheidssituatie in Oost-Europa.

Er zijn internationale verdragen (onder meer San Francisco 1945, Helsinki 1975, Parijs 1990, Boedapest 1994) waarin de territoriale integriteit en soevereiniteit van landen wordt gegarandeerd. Maar dat verwordt tot een papieren werkelijkheid als er bij overtreding geen geloofwaardige en krachtige actie op volgt om die rechtsorde af te dwingen. Dat staat op het spel, namelijk de geloofwaardigheid van de internationale rechtsorde.

Om dat vervolg gaat het het dus in deze kwestie van de maritieme oorlog. Zoals dat ook was bij de bezetting en het zogenaamde referendum van de Krim in 2014 door de Russische Federatie die in de niet-bindende resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN werden veroordeeld. Maar het VK en de VS lieten het afweten en hielden zich niet aan hun handtekening onder het Boedapester Memorandum van 1994.

Het gaat er dus niet om of het Westen in een conflict wordt meegesleept, maar of de internationale gemeenschap met verwijzing naar de internationale rechtsorde de agressor -in dit geval de Russische Federatie- tot de orde roept. Als dat niet gebeurt, dan betekent dat een verlaging van het niveau van agressie voor een volgend conflict. Nu hard en duidelijk optreden kan leed in de toekomst voorkomen. De Tweede Wereldoorlog begon in München 1938 en gaf het Derde Rijk het idee dat het de internationale rechtsorde oneigenlijk kon oprekken. Eveneens als het toen niet om het Sudetenland ging, gaat het nu niet om Oekraïne. Maar dat is wel de aanleiding.

Overigens een correctie bij de volgende passage die onjuistheden bevat: ‘Oekraïne kent een grote Russischtalige minderheid die zich senang voelt onder de paraplu van Rusland en discriminatie vreest als Moskou die inklapt. Een en ander heeft geleid tot afscheidingsbewegingen in het oosten van het land, die door Moskou op allerlei manieren worden gesteund. Er is een moeizame wapenstilstand die verdere escalatie voorkomt.
1. Er bestaat niet per definitie een tegenstelling tussen Russischtaligheid in Oekraïne en het feit dat mensen zich Oekraïens burger achten (etnische Oekraïners) als voorstander van de eenheidsstaat Oekraïne.
2. Volgens de laatste betrouwbare gegevens van de volkstelling 2001 vormen etnische Russen ook in de zogenaamde volksrepublieken Donetsk en Luhansk een minderheid tegenover de etnische Oekraïeners. Die laatsten zijn ongeveer 20% omvangrijker. Het is niet logisch zoals de auteur zegt om een minderheid van zo’n 35-40% etnische Russen het recht op afscheiding te geven of dat zelfs maar als een legitiem onderwerp te beschouwen.
3. Alle feiten wijzen erop dat het conflict in 2014 geen burgeroorlog was tussen burgers onderling, maar een oorlog tussen landen. Te weten de Russische Federatie en Oekraïne. Ofwel, de oorlog is door het Kremlin georkestreerd en niet vanuit de basis gevoed. Op dat laatste wijst ook de uitspraak van de Russische rebellenleider in Donetsk Igor Strelkov die de Oekraïners verweet dat ze niet warm liepen voor de strijd en zich betrekkelijk afzijdig hielden van de pogingen van Russische inlichtingendiensten en strijdkrachten om de oorlog te verbreden. Dat is in 2014 mislukt. Daarbij komt dat de vrij complexe invasie van de Krim niet op het laatste moment of in het najaar van 2013 is voorbereid door het Kremlin, maar in de jaren daarvoor zoals president Putin in een documentaire heeft toegegeven.
4. Het is maar net wat men ‘een moeizame wapenstilstand’ noemt. In de oorlog vallen nog elke dag aan beide kanten doden en gewonden. Een Nederlands publiek zou bij zo’n ‘wapenstilstand’ met dagelijks doden en gewonden waarschijnlijk spreken over oorlog. Of nog eerder voor een snel eind aan de oorlog.
5. Vermeende discriminatie door Russische minderheden in Oekraïne is een ‘talking point’ van het Kremlin dat niet op voorhand voor waar moet worden aangenomen. Tot 2014 waren de relaties tussen de verschillende etniciteiten (‘broedervolkeren’) in Oekraïne prima. Op de Krim hadden de etnische Russen redelijke autonomie, los van Kiev. Het is juist de annexatie van de Krim en de oorlog in Oost-Oekraïne die dankzij het Kremlin tot aanscherping van dat debat over etniciteit heeft geleid. Zonder dat trouwens de scheiding van voor- en tegenstanders van de eenheidsstaat Oekraïne exact langs de lijnen van de etniciteit loopt. Vele Russischtalige Oekraïeners willen niks van de autoritaire Putin weten omdat ze in zijn politiek geen perspectief zien en kiezen (ook om economische redenen) voor Oekraïne.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEuropa moet afstand houden van het oude zeer en de nationale sentimenten rond de Krim; De strijdende partijen deugen geen van beiden’ van Han van der Horst, 26 november 2018 voor Joop.

Petitie ‘Internationalisering onderwijs’ is kritisch op het bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen

with one comment

Een ongelofelijke en kenmerkende petitie op Petities.24.com van studenten Psychologie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit met drievoudige kritiek. Ze voelen zich voorgelogen en belazerd omdat de universiteit de afspraak schendt en geen Nederlandstalig maar Engelstalig onderwijs aanbiedt. Tevens vinden ze dat de universiteit daar onvoldoende over heeft gecommuniceerd. Tenslotte vinden ze het niveau van het Engelstalig onderwijs dat de docenten geven onder de maat, mede omdat het niet onafhankelijk getoetst wordt. De studenten merken op dat ze zich hadden aangemeld voor Nederlandstalig onderwijs ‘met het oog op een baan in Nederland (vaak in de zorg), waarbij het van groter belang is de juiste termen te kennen in het Nederlands’.

De meesten reageren anoniem, maar enkelen spreken zich uit en geven aan teleurgesteld te zijn in hun universiteit. Jette: ‘Ik teken omdat de kwaliteit van onderwijs echt onderuitgaat door het internationaliseren van de studie.’ Judith G.: ‘Ikzelf 2ejaars psychologie studente ben en hier last van ervaar. Als ik van tevoren had geweten dat het zo liep op de Radboud universiteit had ik me misschien wel aangemeld bij een andere universiteit in Nederland.’ Judith S.: ‘Ik teken dit. omdat ik boos ben dat ons onderwijs (psychologie Radboud Universiteit Nijmegen) ontzettend achteruit gaat in kwaliteit, doordat cursussen zo nodig in het Engels gegeven moeten worden, terwijl het overgrote deel later in Nederland aan de slag gaat…….’. Liz: ‘Ik teken omdat dit probleem al veel te lang speelt en de universiteit zich er gemakkelijk van af maakt door de problemen bij de student te leggen. Het wordt tijd dat de kwaliteit weer voorop komt, in plaats van het geld.’

Nederlandse universiteiten hebben geen vijand nodig, want ze helpen zichzelf om zeep. Zoals Liz opmerkt, universiteiten zetten niet de kwaliteit van het onderwijs voorop, maar het geld. Daarnaast gaat het erom dat zoals de studenten beweren ze zijn voorgelogen. Dat is ontoelaatbaar omdat het studenten schaadt en de geloofwaardigheid van de Radboud Universiteit beschadigt. De internationalisering van het onderwijs is prima, maar moet op een serieuze manier gebeuren. Met moedertaal sprekers van het Engels en geen Nederlandse docenten die hun variant van Steenkolenengels spreken en daarbij geen nuances kunnen overbrengen, laat staat als het al lukt om de grote lijn over te brengen. Overigens zijn deze docenten eveneens slachtoffer omdat ze voor de leeuwen worden gegooid door een onverantwoord opererend universiteitsbestuur.

Een andere taal kan het Nederlands niet vervangen. Evenmin is er noodzaak voor als het gaat om studenten die naar verwachting in een Nederlandstalige omgeving in Nederland werk zullen vinden. Internationale oriëntatie moet niet vermeden worden, maar het kan het onderwijs in het Nederlands niet vervangen en moet goed voorbereid worden. Dat gebeurt nu niet zoals dit voorbeeld aan de Radboud Universiteit verduidelijkt. Terwijl het probleem van slecht Engelstalig onderwijs door Nederlandse docenten toch al jaren geleden is geconstateerd. Dat laten gebeuren is onverantwoord gedrag van het universiteitsbestuur. Een bijkomend nadeel van Engelstalig onderwijs is trouwens dat oriëntatie op het Engels andere moderne talen als Chinees, Russisch, Spaans, Frans of Duits wegdrukt. Universiteitsbestuurders verliezen de essentie van een universiteit uit het oog in hun blindstaren op bedrijfsmodellen, rendement, marketingplannen, groei, internationalisering en de drang ‘om bij de tijd te zijn’ en de concurrentie met andere universiteiten niet te verliezen.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieInternationalisering onderwijs’ van Amber Albrecht en Eileen Markmann op Petities24.com, 10 november 2018.

Vraagtekens bij een onderzoek van Blueyard over Museum Oud-Amelisweerd en over de stappen voor een nieuwe bestemming

with one comment

In augustus 2018 ging de Stichting Museum Oud-Amelisweerd failliet. Het was exploitant en huurder van landhuis Oud-Amelisweerd dat eigendom is van de gemeente Utrecht en is gelegen in de gemeente Bunnik. Sinds eind 2010 is op dit blog op een kritische wijze regelmatig aandacht besteed aan Museum Oud Amelisweerd (MOA). De kritiek was dat de procedure volgens welke de besluiten werden genomen bestuurlijk onzorgvuldig was om niet te zeggen de bestuurlijke lijnen ernstig te buiten ging en dat de randvoorwaarden voor een museum in een lastig te exploiteren Rijksmonument onmogelijk waren om tot een succes te leiden. Voor dat laatste werd bij herhaling door experts gewaarschuwd, maar hun waarschuwingen werden genegeerd door het college van de gemeente Utrecht. Het MOA was museaal, financieel en politiek een aangekondigde ramp. Het MOA was en bleef vooral een papieren werkelijkheid in de bestuurskamers van de Stichtse politiek. Dat vraagt na een mislukte poging (2010-2018) om een diepgaande verklaring die man en paard noemt.

Bijkomende kritiek was dat diverse haalbaarheidsonderzoeken gekleurd, ingestoken en vertekend waren en de waarheid niet boven tafel haalden of bewust onder tafel hielden. Bij die reeks voegt zich nu een nieuw onderzoek dat in opdracht van de gemeente Utrecht door ‘een coöperatie van gedreven zelfstandig adviseursBlueyard is uitgevoerd. Het onderzoek is bedoeld om Utrecht te helpen bij het vinden van een nieuwe bestemming voor het landhuis dat vanwege het faillissement immers op een nieuwe bestemming wacht.

Het onderzoek is op hoofdlijnen in lijn met wat hier op dit blog is geconstateerd. Op het niveau van de randvoorwaarden en de onmacht van de exploitant om daar mee om te gaan is het onderzoek verdienstelijk en duidelijk. Hoewel het geen nieuwe feiten boven water haalt, zet het vermoedelijk voor het eerst voor alle leden van de Utrechtse gemeenteraad onverbloemd op een rijtje wat er zoal is misgegaan.

Uit deze wandaad van slecht bestuur is echter geen dader of neutraler gezegd ‘actor’ af te leiden. De ramp lijkt uit de lucht te vallen en geen voorgeschiedenis te hebben. Het gemis is dat het onderzoek de rol van het openbaar bestuur en dan met name de gemeente Utrecht buiten schot laat. Utrechtse cultuurwethouders als Frits Lintmeijer, Kees Diepeveen en Anke Klein worden niet met name genoemd en werden niet gehoord. Evenmin werden verantwoordelijke gedeputeerden van de provincie Utrecht (Anneke Raven, Mariëtte Pennarts) of van de gemeente Amersfoort (Pim van de Berg, Mirjam Barendregt) gehoord. Dat is een onbegrijpelijk gemis en is er een aanwijzing voor wat de opzet van het onderzoek is. Niet het beleid, maar de uitvoering ervan staat centraal. De dieperliggende redenen waarom het MOA is ontspoord worden niet onderzocht en als iets in die richting wordt geconstateerd gebeurt dat in abstracties en vaagheden die niemand bijten.

Het Utrechtse college dat de opdracht voor het onderzoek gaf is de roze olifant in de kamer waarover het onderzoek niet praat. Want de achtereenvolgende colleges met de achtereenvolgende verantwoordelijke cultuurwethouders liggen ten grondslag aan de mislukking. Dat maakt het onderzoek minder objectief en waardevol dan het met een kritische blik naar alle betrokkenen had kunnen zijn. Goed dat het onderzoek er is, alleen is het acht jaar te laat uitgevoerd, niet compleet en gekleurd door de rol van de opdrachtgever.

Er valt ook wel een en ander op de constateringen aan te merken. Ik geef de belangrijkste puntsgewijs weer met mijn commentaar:
1. ‘Door de verplaatsing van het Armando Museum naar het landgoed verviel de verplichting het Armando Museum in stand te houden of te heropenen in de Elleboogkerk‘.
Commentaar: Dit gaat voorbij aan het zogenaamde convenant uit 1998 tussen enerzijds de gemeente Amersfoort en anderzijds Armando en zijn (ex)-echtgenote Tony de Meijere waarin de gemeente zich verplichtte om de bruikleen van de collecties van genoemde personen binnen Amersfoort tentoon te stellen. Dit werd eenzijdig door Amersfoort verbroken. De toenmalige directeur van Amersfoort-in-C Gerard de Kleijn sprak in 2010 in dit verband van onbehoorlijk bestuur. Dus er verviel geen verplichting, integendeel, deze werd eenzijdig opgezegd door het toen nieuw aangetreden college van Amersfoort dat contractbreuk pleegde.

2. ‘Het aanbod was artistiek-inhoudelijk de moeite waard. Tweemaal per jaar werd een tentoonstelling georganiseerd, en daarbij werd gekozen om niet uitsluitend werk van de Armando te tonen, maar ook ander werk. De recensies waren lovend, de reacties van de bezoekers positief en als bevestiging won MOA in 2016 de internationale prijs voor cultureel erfgoed, Europa Nostra.’
Commentaar: Het bleef wringen dat zoals ook de Raad voor Cultuur constateerde de combinatie ensemble, Armando en Chinees behang niet logisch was en geen goede basis onder de programmatische structuur van het MOA legde. Oud-hoofdconservator en vriendin van Armando Rini Dippel uitte in 2011 dezelfde kritiek evenals deskundigen uit de museumsector. De tentoonstellingen waren van wisselend niveau en de recensies absoluut niet altijd lovend. Het behalen van de Europese prijs Europa Nostra was niet de (volledige) verdienste van het MOA en niet in minste mate de verdienste van de partijen uit het voortraject die de renovatie op poten hadden gezet voordat de Stichting MOA in beeld kwam: Gemeente Utrecht inclusief het Centraal Museum en de Vastgoed Organisatie, Rijksdienst Cultureel Erfgoed en het Restauratie Atelier Limburg.

3. ‘Het is opmerkelijk dat het bestuur in de ronde voor heroriëntatie niet met een overgangsscenario voor een terugval heeft kunnen komen.
Commentaar: Het onderzoek constateert op vele plekken dat het MOA werkte met ‘een onrealistisch ondernemingsplan’, ‘een moeizame bedrijfsvoering met te veel beperkingen’ en een ontbrekend weerstandsvermogen. Het MOA heeft geen enkel jaar met een positief saldo afgesloten, heeft onvoldoende sponsors kunnen trekken en niet aan de verwachtingen voldaan wat de bezoekcijfers betrof. De structurele inkomens uit de Amersfoortse bruidsschat liepen in 2021 ten einde en er wachtte nog de terugbetaling van 160.000 euro aan de provincie Utrecht. Het is begrijpelijk dat het bestuur deze indicatoren inschatte als perspectiefloos, evenmin een opgaande lijn kon constateren en het besluit nam om de verliezen niet verder op te laten lopen. Het onderzoek doet er verkeerd aan om de terugvaloptie te koppelen aan de exploitant Stichting MOA, deze optie was door de gemeente Utrecht juist in de brief geschreven voor het geval de exploitant het niet zou redden en was primair gebonden aan het vastgoed, ofwel het landhuis.

4. ‘We adviseren de gemeente Utrecht om een visie te formuleren op wat zij wil met het openstellen van het landhuis als cultureel erfgoed. Wat is de mate van ontsluiting en toegankelijkheid die zij het publiek wil bieden?
Commentaar: Een terechte, maar schrijnende opmerking die als mosterd na de maaltijd komt. Dit had zoals velen onder wie deze blogger vanaf 2010 meermalen hebben beweerd bij aanvang van het project moeten gebeuren. Het Utrechtse gemeentebestuur heeft continu achter de feiten aangelopen en onvoldoende initiatief genomen. Utrecht heeft het vastgoed voorbeeldig opgeknapt, maar bij de keuze voor de huurder en de voorwaarden van de exploitatie heeft het te laat, halfslachtig en ronduit slecht geacteerd. De gemeenteraad kreeg onvoldoende inspraak om het college te sturen en werd telkens met voldongen feiten geconfronteerd.

Wat nu na dit halfslachtige rampenscenario waaruit tussen de regels door blijkt dat de achtereenvolgende colleges van de gemeente Utrecht de wandaad hebben gepleegd, maar de dader ongenoemd blijft? De valkuil is de bestuurlijk-ambtelijke sfeer waar dit onderzoek van Blueyard ook ogenschijnlijk in is vastgelopen. Het heeft niet verder gekeken omdat het niet begreep dat dat nodig was of omdat dat ontmoedigd werd door de opdrachtgever. Hoe merkwaardig is het niet dat er volop ambtenaren, consultants en zakelijke directeuren worden geïnterviewd voor het onderzoek, maar nauwelijks inhoudelijke deskundigen uit de museumsector, laat staan critici als Paul van Vlijmen of Rini Dippel? Nodig is een volwaardig onderzoek dat uit de ambtelijk-bestuurlijke sfeer komt waarin trouwens ook het onderzoek van de Holland Consulting Group vastliep en het college van Utrecht gedetailleerde inhoudelijke argumenten geeft aan de hand waarvan het zich een mening kan vormen. Dat is beter dan wat de afgelopen acht jaar is gebeurd, toen de feiten uit de meningen volgden.

Foto: Schermafbeelding uit het onderzoekMuseum Oud Amelisweerd ex post; Oorzaak en aanleiding van het einde, met de blik op de toekomst’ van Blueyard dat in opdracht van de gemeente Utrecht werd uitgevoerd, 2 november 2018.