Katholieke Democratische politici hebben ruzie met conservatieve bisschoppen over abortus

Scheramfbeelding van deel artikel ‘US Catholic Bishops Move Toward Denying Biden Communion in Political Decision Violating Vatican Direction’ op New Civil Rights Movement, 18 juni 2021.

Het is verbazingwekkend hoe conservatieve kerkleiders belang hechten aan abortus en dat zien als een middel om politiek te bedrijven. Amerikaanse conservatieve bisschoppen gaan in de richting om Democratische politici die abortus toestaan de heilige communie te ontzeggen. Zonder dat deze politici daar in alle gevallen persoonlijk voor zijn. Bovenstaande mensenrechtensite rubriceert deze actie van de conservatieve bisschoppen onder religieus extremisme.

Democratische politici reageren weer op de dreiging, die vooral gericht lijkt op de katholieke president Biden. Tijdens het presidentschap van Trump hebben witte Amerikaanse kerkleiders van katholieke en protestante huize zich verregaand gecorrumpeerd door Trumps politieke koers te steunen die in veel gevallen haaks stond op de uitgangspunten van het evangelie. Ze hebben zich door Trump laten radicaliseren en hebben zich in veel gevallen vervreemd van hun achterban.

Het Vaticaan wijst deze politisering af, maar de conservatieve Amerikaanse bisschoppen lijken in hun politisering en terechtwijzing van president Biden niet te stoppen. Dat is des te opvallender omdat ze in gevallen van overspel of nog erger door Republikeinse politici in het verleden nooit actie ondernamen. Pas bij abortus komen ze in actie. Dat is opvallend.

De opstelling van de conservatieve bisschoppen gaat niet alleen in tegen de scheiding van kerk en staat die in de VS door Framers als Thomas Jefferson is geformuleerd maar is vooral het bedrijven van selectieve politiek die eenzijdig focust op abortus.

Wellicht is het te simpel om als buitenstaander die zich niet door religie laat inspireren en het als een grappige poppenkast ziet te denken dat de reactie op het conservatisme van de bisschoppen de verkeerde is. De georganiseerde godsdienst bestaat uitsluitend dankzij gelovigen die er zich ondergeschikt aan maken en het gezag van de kerkleiders erkennen.

Daarom is het verstandiger dat gelovigen niet zozeer aangeven van mening te verschillen met kerkleiders, maar publiekelijk verklaren het gezag van de katholieke kerkleiding niet meer te erkennen. Dan valt de bodem onder de kerk weg.

Democratische politici zouden zich sterk kunnen maken voor de oprichting van een progressieve katholieke gemeenschap in de VS, zoals die ook binnen evangelische kerken bestaat. Vooral, maar niet uitsluitend binnen zwarte gemeenschappen. Progressieve politici hebben niks te zoeken binnen een conservatieve katholieke beweging die zelfs tegen het advies van het centrale gezag van het Vaticaan ingaat.

Tegelijk kan dan eindelijk eens schoon schip worden gemaakt met het onrecht van het kindermisbruik binnen de katholieke kerk en de daaropvolgende pogingen van de bisschoppen om dat in de doofpot te stoppen. Dat gaat tot op de dag van vandaag door en is nog steeds niet correct afgehandeld. De bisschoppen blijven obstructie plegen en erkennen de rechtsstaat niet volmondig.

Het is opvallend hoe progressieve Democratische politici zich door conservatieve bisschoppen laten gijzelen en niet de stap nemen om uit de betovering van het religieuze Stockholm-syndroom te stappen. Het ontnemen van hun machtsbasis lijkt vooralsnog de enige stap om de conservatieve bisschoppen de voet dwars te zetten.

Trumps ministerie van Justitie handelde illegaal door gegevens van leden van het Huis op te vragen. Wie heeft er controle over?

Rachel Maddow gaat in op een artikel in The New York Times van 10 juni 2021 over het ministerie van Justitie (DoJ) onder Trump dat via een dagvaarding van Democratische leden van het House Intelligence Committee, hun assistenten en familieleden ‘bestanden van Apple in beslag [nam] met metadata’. Aanleiding hiervoor waren lekken in de jaren 2017 en 2018 die de regering Trump wilde opsporen. Het jaagde op de bronnen. Daartoe werden door DoJ ook gegevens van journalisten opgevraagd.

Dit is ongehoord en volgens juridische en politieke deskundigen nooit vertoond. Het raakt aan de scheiding der machten. Congresleden moeten de regering controleren en niet andersom.

Het DoJ had Apple een zwijgverbod opgelegd dat pas recent afliep. Daarom komt dit nieuws nu pas naar buiten. Uiteraard speelt ook mee dat de macht is gewisseld. Op 20 januari 2021 is president Biden aangetreden en heeft hij Merrick Garland aangesteld als Justitieminister die William Barr is opgevolgd. De laatstgenoemde ligt nu onder vuur omdat hij het DoJ zou hebben ingezet voor politieke doeleinden. Nu president Trump de controle over het DoJ kwijt is, kan dit nieuws naar buiten komen. Het was al lang duidelijk dat Trump, Barr en diens voorgangers sjoemelden met de rechtsstaat, maar nu wordt het hele plaatje duidelijk doordat de punten verbonden worden.

Het verklaart waarom Trump alle middelen inzette, inclusief de oproep tot een staatsgreep op 6 januari 2021, om de macht te behouden. Dat was niet alleen om rechtszaken tegen hem en zijn organisatie te blokkeren die hem in de gevangenis kunnen doen belanden en hem het opdoeken van zijn bedrijf kost, maar ook om dit wangedrag van Justitie te verhullen.

Het opvallende en onverklaarbare dat blijkt uit het slot van het Times-artikel is dat medewerkers van DoJ die meewerkten aan deze illegale actie daar nu nog werkzaam zijn. Dat kan op verschillende manieren verklaard worden. Of minister Garland houdt deze medewerkers dicht bij zich zodat hij ze kan verplichten om mee te werken aan een reconstructie in de garantie dat zoveel mogelijk wandaden van Trump en Barr boven water komen óf Garland heeft te weinig grip op zijn ministerie.

Er zijn aanwijzingen dat dit laatste het geval is. Dat is een constatering die verder gaat dan het veroordelen van voormalig president Trump voor zijn wangedrag, zijn gebrek aan kennis en respect voor de grondwet en zijn druk in vooral 2018 op het DoJ. Dat ministerie lijkt door Trump tot in de kern beschadigd en niet onder controle te brengen. Vraag is of het nog hersteld kan worden. Afgelopen weken kreeg Garland van Democratische zijde kritiek dat hij te defensief handelt en het DoJ zelfs inzet ter verdediging van Trump. Als de minister geen controle heeft over zijn eigen ministerie verklaart dit waarom hij zo slap en voorzichtig opereert.

Maddow interviewt Michael Schmidt die meeschreef aan het artikel.

Willem-Alexander is de beste dubbelganger van zichzelf. Hij en de familie Van Oranje zijn niet wat ze beweren te zijn

Hoe noem je een lookalike of dubbelganger die totaal niet lijkt? Een plaatsvervager? Artiestenbureau JB Productions maakt publiciteit voor iemand van wie het claimt dat die op koning Willem-Alexander lijkt. Naar eigen zeggen was hij te zien in campagnes voor De Staatsloterij, Ter Stal, Toto, Burger King en Albert Heijn. Artiestenbureau JB Productions zegt over zichzelf ‘al 32 jaar uw partner voor het boeken van artiesten, winkelcentrum promotie, huren van attracties, kindershows en Sinterklaas entertainment en Kerst entertainment‘ te zijn.

De tragiek van het Nederlandse koningshuis is dat koning Willem-Alexander de beste dubbelganger van zichzelf is. Het verschil tussen schijn en wezen is immens. De kloon van Artiestenbureau JB Productions komt niet in de buurt van wat Willem-Alexander is.

Het kenmerk van de Nederlandse monarchie is de gespletenheid ervan. Een voorbeeld daarvan is de omgang met kunstbezit dat goed de mentaliteit verraadt. De koninklijke familie claimt belang te hechten aan kunst en als vertegenwoordiger daarvan heeft het de kunstminnende prinses Beatrix naar voren geschoven omdat ze op goede voet zou staan met allerlei kunstenaars. Maar tegelijk liegt, fraudeert, steelt en verkoopt de monarchie op slinkse wijze kunstbezit dat het zichzelf heeft toegeëigend en zeer vermoedelijk rijksbezit is. Dus van u en mij.

Onderzoeksjournalisten van onder meer Zembla en NRC hebben afgelopen jaren misstanden en financiële en juridische scheve schaatsen van leden van de koninklijke familie blootgelegd. Het heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Want wat rijkseigendom is moet niet door de familie van Oranje ontvreemd kunnen worden.

Het recent verschenen boek Tussen Kunst en Cash van NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os zet de malversaties door leden van het Nederlandse koninklijke huis op een rijtje in het hoofdstuk ‘Familie Van Oranje’. Ook voor iemand die de feiten al kent is voor het aanzien van de Nederlandse monarchie de opsomming vernietigend om te lezen.

Eruit blijkt dat de leden ervan worden gedreven door hebzucht, elk ontbrekend respect voor kunst en erfgoed, de brutaliteit en arrogantie om procedures opzij te zetten en mensen die van hen afhankelijk zijn voor hun karretje te spannen en het totaal gemis aan verbondenheid met de Nederlandse kunst, geschiedenis en samenleving. Het beeld ontstaat dat het eigen welzijn en het spekken van de bankrekening het enige is dat telt voor de familie Van Oranje. Botheid, lompheid en intimidatie van ‘onderdanen’ blijkt een Oranje-traditie te zijn. Die verhuld wordt voor de Nederlanders.

Onrecht kan nooit in zichzelf bestaan. Dat wordt pas mogelijk als anderen het mogelijk maken. In dit geval degenen die óf tegen hun zin onder druk worden gezet door de familie Van Oranje om frauduleus te handelen óf uit vrije wil de nabijheid van de kroon zoeken om daar enig voordeel uit te kunnen halen. Dat houdt in dat de Nederlandse monarchie niks is als de samenleving er afstand van neemt en niet accepteert.

Oranjepropaganda is het tegengif tegen deze kritische houding. De meer populaire media worden door de Rijksvoorlichtingsdienst gemuilkorfd door een mediacode en journalisten van serieuze media worden gefêteerd en uitgenodigd door de monarchie zodat elke neiging om kritiek te hebben door Oranje wordt geneutraliseerd.

Hoe dat werkt en hoe ver die steun kan gaan bleek toen prinses Beatrix in 2013 aftrad en ze werd bewierookt in de media. PowNews noemde toen de ‘Beatrix-journalistiek’: ‘Historisch slechte televisie’. Ribbens en Van Os hebben met terugwerkende kracht met hun boek de eer van NRC gered die de toenmalige Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2013 door zijn kritiekloos pro-Oranje mediaoptreden te grabbel gooide.

In een commentaar schreef ik op 30 april 2021:

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?'
Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat moet Nederland met een door een artiestenbureau het land ingestuurde slecht lijkende dubbelganger van koning Willem-Alexander die aan het hoofd staat van een controversiële familie, om het neutraal en netjes te zeggen? Het valt het artiestenbureau niet kwalijk te nemen dat het inspeelt op een behoefte die blijkbaar in Nederland bestaat. Het raadsel is waarom de Nederlandse samenleving nog interesse wil tonen in een familie die de kantjes er zo afloopt. Als het een gewone familie was geweest waren ze allang aangeklaagd en veroordeeld wegens wangedrag.

Journalist Givara Budeiri mishandeld door Israëlische politie

De journalist van Al Jazeera Givara Budeiri doet haar verhaal. Ze verliet het ziekenhuis op zondag na behandeling voor verwondingen opgelopen tijdens haar arrestatie door Israëlische troepen de dag ervoor, aldus een bericht van Al Jazeera. Haar linkerhand was gebroken toen ze zaterdag werd gearresteerd terwijl ze verslag deed van een demonstratie in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. De Israëlische politie vernietigde ook apparatuur van Al Jazeera-cameraman Nabil Mazzawi.

Haar arrestatie werd scherp veroordeeld door voorstanders van persvrijheid en mediawaakhonden. Het past in een patroon van de inperking van de persvrijheid en het verdachtmaken van journalisten. Dat gaat van het verdwijnen van journalisten in autoritaire landen als de Russische Federatie, China, Myanmar of Wit-Rusland, het in de gevangenis gooien van journalisten in landen als Turkije en Indonesië waar nog een greintje rechtsstatelijkheid bestaat tot een westerse democratie waar Geert Wilders in een tweet zegt: ‘Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel‘.

Het breken van de hand van een journalist door de Israëlische politie is een nieuw dieptepunt in de bejegening van journalisten. In alle genoemde categorieën landen lijkt de vrijheid van journalisten om hun werk te doen af te nemen. Dat resulteert respectievelijk in de dood, jarenlange gevangenisstraf, een gebroken hand en mishandeling of een tweet van een ophitsende politicus.

Die ‘strafmaat’ die journalisten overkomt geeft tegelijk de stand van zaken van de rechtsstaat in een land weer. Op die glijdende schaal bestaat het gevaar dat journalisten in Nederland ook mishandeld gaan worden zoals het Givara Budeiri in Israël overkwam. Incidenteel gebeurd dat al, zoals onlangs de kwestie van een fotograaf verduidelijkte die in Lunteren met auto en al de sloot in werd gekieperd. In 2020 verwijderde de NOS wegens intimidatie de logo’s van haar auto’s. In een commentaar omschreef ik het niet zozeer als een knieval van de NOS, maar als ‘een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid‘. 

Waarom journalisten in hun werk worden gehinderd is duidelijk. Zeker verslaggevers ter plekke zijn de oren en ogen die de vensters op de democratie open houden. Ze constateren wat politieke leiders verborgen willen houden. Als hun werk onmogelijk wordt gemaakt, dan denken de leiders ongehinderd hun gang te kunnen gaan. Wat inderdaad vaak zo uitpakt. Het is een dubbele gijzeling van de rechtsstaat: journalisten mogen niet controleren hoe de staat functioneert.

Ook onderzoeksjournalisten die door gedegen onderzoek de onregelmatigheden van bedrijven of overheidsdiensten blootleggen kunnen als bedreiging worden gezien. De openbaarmaking van iets dat niet door de beugel kan blijft niet zonder reactie. Dat kan zich tegen de journalistiek keren, doordat de afscherming toeneemt om een volgende onthulling te bemoeilijken. Denk aan de dynamiek van de kwestie van mediapersoonlijkheid Sywert van Lienden die naast de tragische hoofdpersoon het ministerie van Volksgezondheid en de top van het CDA in problemen brengt. Dat wordt de onderzoekers niet in dank afgenomen.

Voormalig president Trump roept sinds 2017 dat media ‘fake news‘ en de vijanden van het volk zijn. Het is een aloude manier van leiders om eenzijdig namens het volk een mandaat op te eisen en de eigen macht te vergroten en de tegenmacht te verkleinen. In de westerse democratieën is er een rechtse minderheid die dat gelooft en op dit moment zijn er gelukkig nog maar weinigen die dat in daden omzetten. Maar het reservoir van ongenoegen tegen media is groot. In autoritaire landen en landen die daarnaar afglijden kunnen journalisten nu al niet meer hun werk doen.

Deze kwestie in een land als Israël is interessant omdat het geen autoritair land is, maar evenmin in de bejegening van genoemde journalist de standaard hanteert die past bij een westerse democratie. Wat voor land Israël is en naar welk zelfbeeld het wil leven zal volgen uit de afloop. Israël kan aan geloofwaardigheid terugwinnen als het dit geval onderzoekt en de agenten ter verantwoording roept voor de mishandeling van een journalist.

Wat moeten we met humanisme in de kunst? Gedachten bij foto ‘Le Café de France, L’isle-sur-la-Sorgue, 1979’

Laten we uitgaan van twee veronderstellingen. Fotografie is kunst en kunst moet humanistisch en elegant zijn. Dan komen we uit bij de Franse fotograaf Willy Ronis. Wikipedia zegt over hem dat hij samen met Henri Cartier-Bresson en Robert Doisneau de Franse school van het fotografisch humanisme vormde. Ronis lijkt in Nederland minder bekend dat die andere twee zwaargewichten van de Franse fotografie.

Bovenstaande foto uit 1979 heeft het allemaal in zich: Fransheid, de menselijke maat en intimiteit. Maar die humanistische fotografie of dat fotografisch humanisme laat zich niet makkelijk omschrijven. Is het kenmerk ervan dat het ‘gehecht [is] aan het broederlijk vastleggen van de essentie van het dagelijks leven van mensen’ zoals de tekst van fotosite L’Œil de la Photographie bij de foto zegt?

Is dat fotografisch humanisme verwant aan het Poëtisch realisme, die stroming van de Franse cinema die zoveel meesterwerken opleverde? Zoals de films van Jean Renoir met een duidelijke maatschappijvisie én een scherpe psychologische duiding van de personages.

Menselijke maat kan voor kunst een valkuil zijn. Het hoeft overigens niet, maar het kan. Als het systeem achter het humanisme niet in beeld komt en het streven van de fotograaf beperkt blijft tot het vastleggen van het dagelijks leven, dan ia het de vraag waar het aan meewerkt.

Toch denk ik dat het humanisme in de kunst een voorwaarde is. Het kan te veel worden. De Duitse kunstenaar Christoph Schlingensief riep in 2002 op om de liberale politicus Jürgen Möllemann te doden. Deze kwam later om het leven bij een parachutesprong. Dat lijkt het humanisme voorbij. Dat was duidelijker dan de rechtszaak in 2007 waarin de kunstenaar Jonas Staal werd vrijgesproken van een doodsbedreiging van Geert Wilders. Kunst of activisme?

Politisering kan het humanisme doden, maar dat kan ook te bescheiden en te verhullend zijn en aan de andere kant zijn doel voorbijschieten door te weinig te zeggen. Ik kom er niet uit.

Het lijkt te simpel dat het om maatvoering en een middenweg gaat. De bekende filmtheoreticus André Bazin verantwoordde zijn voorkeur voor het humanisme van films met bij voorkeur lange takes die de realiteit ‘weergaven’ en ontsloten door het te koppelen aan de weerspiegeling van de psychologie en ethiek. Het zal wel.

Humanisme in de kunst is de menselijke maat die erop wacht om overschreden te worden. Of niet. Het zal duidelijk zijn, ik ben een voorstander van het humanisme in de kunst, en trouwens ook in het leven, maar zie de tekortkomingen om het passend te omschrijven. Meer kan ik er niet over melden.

Bizar vonnis in Mechelen: Radicaal-rechtse activisten veroordeeld die spandoek met tekst ‘Stop Islamisering’ toonden

In Mechelen heeft een correctionele rechtbank vier leden van de Vlaams-nationalistische beweging Voorpost veroordeeld tot zes maanden cel voor het aanzetten tot haat en geweld. Reden voor de veroordeling was het in mei 2020 tijdens een demonstratie tonen van een spandoek met als opschrift ‘Stop Islamisering’. Hier is het vonnis te lezen. Aanzet tot haat of geweld jegens een groep is de aanklacht, in dit geval de moslimgemeenschap. De advocaten van de aangeklaagden protesteerden tevergeefs dat de rechtbank niet bevoegd was omdat het om een drukkersmisdrijf zou gaan.

Ik ben het niet met de standpunten van Voorpost of de nationalistische partij Vlaams Belang eens, maar evenmin met de motivatie van het vonnis. Overigens evenmin met de verdediging door de advocaten van Voorpost. De valkuil van een zaak als deze is om de eigen mening te laten bepalen door het feit dat men het niet eens is met de overtuiging van de aangeklaagden. Men moet echter het vonnis kunnen bekritiseren zonder het eens te zijn met de rechts-nationalistische overtuiging van de vier veroordeelden.

In de vonnis is naar mijn idee dit de sleutelzin, waarbij met ‘hem’ wordt verwezen naar aangeklaagde LV: ‘Volgens hem is er geen wet die kritiek op eender welke godsdienst verbiedt’. Uit het vonnis blijkt dat dit aspect door rechtbank noch verdediging wordt uitgewerkt. Dat is merkwaardig. Waarom is dit door de verdediging niet uitgewerkt?

België kent net als Nederland het secularisme als politieke filosofie. Dat houdt in dat alle godsdiensten en levensovertuigingen voor de wet gelijk zijn. Onder de rechtsstaat is voor de volgers ervan het bestaan van hun favoriete godsdienst of levensovertuiging gegarandeerd, maar dat betekent niet dat kritiek erop in het publieke debat niet is toegestaan.

Religiekritiek is zelfs gewenst als men in beschouwing neemt dat vanwege de machtsvorming als wereldreligie de islam machtig is en tegen een stootje moet kunnen. Die kritiek kan opgevat worden als een instrument dat op het niveau van argumenten de vanzelfsprekendheid van de macht aanspreekt. Interessant zou zijn of een spandoek met de tekst ‘Stop Christianisering’ met een tekening van nonnen met hoofddoeken tot dezelfde argumentatie van deze rechtbank zou leiden. Zou dat ook opgevat worden als aanzetten tot haat en geweld jegens een groep, in dit geval de christenen? Met het vonnis beperkt de rechtbank van Mechelen religiekritiek.

Het zou wat anders zijn als de activisten van Voorpost een spandoek hadden getoond met een tekst die niet verwees naar de islam of de islamisering, maar direct naar degenen die zich erdoor laten inspireren, de moslims. Bijvoorbeeld, ‘Moslims Oprotten’ of ‘Minder Moslims? Dat regelen we!’. Zo’n tekst is ontoelaatbaar omdat het in strijd is met de wet die het vrij belijden van godsdienst of levensovertuiging garandeert.

De motivatie dat zo’n spandoek met een tekening van vrouwen die nikabs of boerka’s dragen ’suggereert dat in de toekomst in Vlaanderen, alle vrouwen mogelijks verplicht zullen zijn om nikabs of boerka’s te dragen’ wordt niet onderbouwd. Het Belgicisme ‘mogelijks’ houdt al een slag om de arm dat het misschien kan gebeuren. Het vonnis vervolgt: ‘Dit beeld kan angst en haat opwekken voor vreemdelingen, hun geloof en hun gebruiken en voor de mogelijkheid dat deze in de toekomst Vlaanderen zullen overheersen’. Opnieuw gebruikt het vonnis de optie van iets dat theoretisch kan, maar niet noodgedwongen hoeft te gebeuren, door de aangeklaagden wordt nagestreefd of uit hun actie volgt als bouwsteen voor de motivatie. De rechtbank bouwt hiermee op drijfzand.

Het wordt er absurd op als de vorige citaten worden gevolgd door een conclusie: ‘Aangezien de feiten klaarblijkelijk mogelijks werden ingeven door racisme of xenofobie, is de rechtbank bevoegd om de grond van de zaak te beoordelen’. Let opnieuw op de slag om de arm, ‘klaarblijkelijk mogelijks’ (!). Dat is geen juridische redenering die klopt als een bus en waar geen speld tussen te krijgen is. Het is een impressionistisch, journalistiek betoog dat een parodie op een gerechtelijk vonnis is. In bovenstaande redenering wordt iets verondersteld dat vervolgens als vaststaand wordt aangenomen. Dat is een cirkelredenering. Dit vonnis rammelt aan alle kanten.

De vier activisten van Voorpost verdienen voor genoemde actie op de Grote Markt in Mechelen op 30 mei 2020 eerder een schrobbering, dan een gevangenisstraf van zes maanden. Voor drie met uitstel. Het is voor een open samenleving lastig om grenzen te stellen. Democratie moet weerbaar zijn en verdedigd worden. Niet in het minst tegen radicaal-rechtse activisten die rare kostgangers met radicale overtuigingen zijn en dreinend de grenzen van de wet opzoeken.

Maar de democratie moet evenmin om zeep geholpen wordt door de vrijheid van meningsuiting en religiekritiek in te perken. De zittende macht moet beseffen dat de islam tegen een stootje kan en voor zichzelf op kan komen. Het is een machtige organisatie en geen slachtoffer dat beschermd moet worden. De vrije meningsuiting krijgt pas waarde als men opkomt voor degenen met wie men het niet eens is. Dat idee dient ook het uitgangspunt van een rechtbank te zijn.

Gevestigde democratische instituties moeten niet bang zijn en zelfvertrouwen tonen dat de democratie het wel redt tegen vier tamelijk onbelangrijke radicaal-rechtse activisten. Ze willen de democratie niet afschaffen, maar zich profileren met hun hun politieke agenda. Ze hebben binnen het secularisme recht op de religiekritiek die ze in Mechelen uitoefenden. Ook als daar een politieke overtuiging achter schuilgaat die de meerderheid van de bevolking verderfelijk vindt.

Neerkijken op de ander. Van menselijke dierentuinen en genocide tot moderne slavernij

Het tentoonstellen van ‘inboorlingen’ heeft een lange traditie. Het begon al in het oude Egypte. Vooral in de tweede helft van de 19de eeuw waren de menselijke dierentuinen erg populair en moesten ze dienen als legitimatie van het kolonialisme. Nog op de Expo van 1958 in Brussel was een Congolees dorp ingericht. Maar de tijden waren veranderd: ‘Na een incident met blanke kinderen die bananen gooiden naar hun zwarte leeftijdsgenoten hielden de Congolezen de menselijke zoo voor bekeken’.

Onderzoekers merken daar het in het interessante artikelIn the Days of Human Zoos’ (2016) over op: ‘De antropo-zoölogische tentoonstellingen waren de belangrijkste vector in de overgang van wetenschappelijk racisme naar wijdverbreid koloniaal racisme. Voor de bezoekers was de aanblik van deze populaties achter tralies – echt of symbolisch – voldoende om de hiërarchie te verduidelijken: het was duidelijk waar de macht en kennis zouden liggen.’

Het is moeilijk om ons voor te stellen hoe er 150 jaar geleden gedacht werd. Landen waren nog geen eenheid zoals ze tegenwoordig zijn. Hoe bevolkingsgroepen momenteel ook politiek van elkaar verschillen, vroeger waren landen cultureel en geografisch minder eenvormig dan nu.

Neerkijken op de ander om er zelf sterker van te worden is iets van alle tijden en alle landen. Het bestaat nog steeds, maar alleen niet in de vorm van menselijke dierentuinen. Denk aan de slavernij van de Oeigoeren in China of dwangarbeiders uit Noord-Korea, India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka die buiten hun grenzen worden tewerkgesteld. Denk aan de meer dan 6.500 arbeiders die in Qatar zijn overleden bij de bouw van voetbalstadions. In de Tweede Wereldoorlog lieten de nazi’s dwangarbeiders zich doodwerken.

Het kan nog erger. De Ottomanen probeerden in 1915 de Armeniërs uit te roeien, de Duitsers in het begin van de 20ste eeuw twee volkeren in wat tegenwoordig Namibië heet en de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog de Joden, Roma en Sinti.

Wat is erger? De ‘inboorling’ als visitekaartje van het kolonialisme, de moderne slavernij van de rechteloze migrantenwerkers of de sluimerende genocide op de Oeigoeren? Iedere tijd heeft een specifieke verschijningsvorm van het onrecht.

Spaanse posterijen geven serie postzegels uit met huidskleur en krijgen kritiek van antiracisten

De Spaanse posterijen Correos heeft een serie van vier postzegels uitgegeven die deel uitmaken van een antiracisme campagne. De zogenaamde ‘Equality Stamps’. De zegel (sello) met de hoogste waarde van 1,60 euro is wit en die met de laagste waarde van 0,70 euro is zwart.

Het idee van de serie legt Correos alsvolgt uit: ‘hoe donkerder de postzegel, hoe minder waarde hij zal hebben, dus bij het maken van een zending zal het nodig zijn om meer zwarte dan witte te gebruiken. Zo wordt elke brief en elke zending een weerspiegeling van de ongelijkheid die racisme veroorzaakt’.

Maar zoals veel te verwachten in het gevoelige klimaat over racisme, ongelijkheid en diversiteit leverde die verklaring kritiek op. Een bericht van The Washington Post verzamelt er enkele: ‘toevallig racistisch’ of ‘toevallig VOX’, een verwijzing naar een rechts-radicale politiek partij.

Auteur Moha Gerehou die ook door The Washington Post om zijn mening wordt gevraagd meent dat de bedoelingen van Correos goed waren, maar fout zijn uitgepakt. Zijn hoofdbezwaar schrijft hij op in een tweet: ‘wat overstijgt is dat zwarte postzegels minder waarde hebben dan witte’ (lo que trasciende es que los sellos negros tienen menos valor que los blancos).

Is hier sprake van een gebrek aan witte gevoeligheid of een teveel aan zwarte overgevoeligheid? In het verleden waren de meest populaire postzegels en bankbiljetten die met de kleinste waarden. Want die worden het meest gebruikt. Dat pleit ervoor om zwarte postzegels de kleinste waarde te geven.

Deze kwestie geeft aan hoe lastig het is om het iedereen naar de zin te maken. Dat lijkt bijna per definitie onmogelijk geworden. Altijd zal er een grote minderheid zijn die tegen is, hoe een bedrijf zo’n campagne ook vormgeeft. Zelfs als het zorgvuldig handelt en in zo’n campagne samenwerkt met een progressieve anti-racisme organisatie als SOS Racismo.

Met kritiek profileren antiracisten zich tegen antiracisten. Nieuwkomers vechten zich zo in de hiërarchie in. Dit is dus niet zozeer een strijd tussen racisten en antiracisten, maar tussen antiracisten onderling. Met postzegels als aanleiding. De vraag is wie het morele gelijk heeft en dat in de publiciteit met het meeste aplomb kan claimen. Identiteitspolitiek heeft de posterijen bereikt.

Slovenië annuleert tentoonstelling in Brussel vanwege kritiek op regering. Welke werken de reden daarvoor zijn is onduidelijk

Ideologije prikaza’ (2008) van Jasmina Cibic. Kunstcollectie van heet Europees Parlement.

Op zijn FB-pagina schrijft de Sloveense kunstenaar Arjan Pregl over de regering van zijn land: ‘We worden bestuurd door een fascistische falanga, dronken door de autoriteiten’. Dat is een niet ideale vertaling uit het Sloveens, maar de bedoeling is duidelijk. Pregl heeft het niet zo op premier Janez Janša, een voormalige communist die zich telkens herprofileert om aan de macht te blijven. Hij is meermalen van corruptie beschuldigd. Slovenië is lid van de EU.

Aanleiding voor Pregls reactie is het afgelasten door de regering Janša van een tentoonstelling in Brussel. Een artikel op Euroactiv geeft de bijzonderheden. Van 1 juli tot en met 31 december 2021 is Slovenië roulerend voorzitter van de EU. Het is gebruik dat dan in Brussel een tentoonstelling wordt ingericht om dat voorzitterschap te vieren en te benadrukken.

Maar de Sloveense cultuurminister Vasko Simoniti heeft de tentoonstelling afgelast. Hij geeft als reden dat het Europese Parlement haar eigen kunstcollectie heeft dat het in de tentoonstelling wilde voegen. Daar kon Simoniti volgens EuroActiv niet mee instemmen: ‘Slovenië is een onafhankelijk en soeverein land dat zelf zal beslissen wat het zal tentoonstellen […] Geen enkele stafmedewerker zal voorwaarden stellen. Ze kunnen ze instellen en ik kan weigeren ze te accepteren.’

Het wordt er absurd op als de minister antwoordt op een vraag waarom hij vooraf geen kennis had van het concept van de tentoonstelling: ‘Omdat ik niet op de hoogte ben. Nou, omdat ik niet geïnteresseerd ben’. Deze openhartigheid geeft aan hoe de Sloveense overheid tegen kunst aankijkt. Dit past in een patroon van regeringen om kunst te kleineren. Ook in Nederland zijn er telkens bewindslieden die zich erop voorstaan geen verstand van kunst te hebben en zich er niet voor te interesseren. Zoals toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra die er prat op ging geen verstand van kunst te hebben. Dat komt in andere sectoren niet voor, daarin is kunst uniek.

Welk werk uit de collectie van het Europees Parlement de aanleiding voor de Sloveense cultuurminister was om de tentoonstelling in Brussel af te gelasten is onduidelijk. De digitale registratie van de kunstcollectie kent slechts één werk van een Sloveense kunstenaar: ‘Ideologije prikaza’ (2008) van Jasmina Cibic. Google vertaalt het met ‘Representatie-ideologieën’. Maar het is onduidelijk of deze registratie actueel is.

EuroActiv wijst naar een bericht van de publieke omroep RTV Slovenija dat zegt dat een werk van Arjan Pregl de aanleiding is. De reden daarvoor zou zijn dat hij ‘de laatste tijd een prominente criticus van de regering is geworden en een van de meest zichtbare voorstanders is geweest van wekelijkse protesten tegen de regering in Ljubljana’. Maar of dit klopt en om welk werk het gaat is onduidelijk. Hoe dan ook is de paradox dat door onderdrukking het belang van kunst wordt benadrukt, maar het kunstwerk uit het publieke domein wordt verbannen.

COMMENTARY #2 | ARJAN PREGL | PRECARIOUS DAY

Crimineel onderzoek van Trump kan helpen om hem politiek te breken

Op 15 mei schreef ik in een reactie op FB het volgende: ‘De tijd werkt tegen de Democraten. Ze dreigen in november 2022 de meerderheid in het Huis te verliezen. Dat zal tot een complete oorlog van de Republikeinen tegen de Democraten leiden. Met beleidsmaatregelen van Biden die teruggedraaid worden tot impeachtmentprocedures tegen hem en vicepresident Harris. De winst van nu is dan tijdelijk. Nog kan het onheil afgewend worden door een nieuwe kieswet die de onregelmatigheden van de verkiezingen terugdringt. Die is aangenomen in het Huis, maar vindt geen meerderheid in de Senaat door tegenstand van de conservatieve Democratische senatoren Manchin en Sinema. Dat komt nog bovenop het niet afschaffen van de filibuster waardoor voor zo’n kieswethervorming liefst 60 stemmen nodig zijn in de Senaat. President Biden geeft tot nu toe geen prioriteit aan die nieuwe kieswet en het afschaffen van de filibuster. De Democraten graven dus bewust hun eigen graf. Demografisch hebben ze niks te vrezen in verkiezingen, maar Republikeinen zijn actief op weg door uitgebreide programma’s van kiezersonderdrukking per staat en het herschrijven van kiesdistricten (Gerrymandering) om verkiezingen te stelen. Dat komt bovenop het voordeel van het Electoral College dat kleinere Republikeinse staten bevoordeelt en het Democratische DC geen vertegenwoordiger gunt en totaal geen afspiegeling van de stem van de kiezer is. Ik ben somber over de voortgang. Een implosie van de Republikeinse partij door rechtszaken tegen Trump die zijn vastgoed organisatie als maffia-achtige structuur onthult en aanklaagt lijkt nog de enige weg om de Republikeinen te stoppen. Maar dat juridische traject is geen koninklijke weg die via het parlement voert waar de impasse continu blijft bestaan.

Welnu, vier dagen later word ik op mijn wenken bediend. Hoewel er geen geweldig inzicht voor nodig was om dat te voorzien. De aanpak van de Trump Organisatie als een criminele organisatie hing al een tijdje in de lucht door het opereren van de Manhattan District Attorney Cy Vance jr. Hoewel hij goed verborgen houdt waar hij precies mee bezig is en wat de stand van het onderzoek tegen Trump is. Het nieuws waar Andrew Weissmann op reageert is dat de minister van Justitie van de staat New York Letitia James zich daarbij gevoegd heeft.

Vance en James zijn Democraten. Hun organisaties trekken nu samen op in de aanpak van Trump en diens bedrijf dat in New York is gevestigd. Het vermoeden is dat Allen Weisselberg, de hoogste financiële man van Trumps organisatie, meewerkt of op korte termijn gaat meewerken aan dat onderzoek. De uitbreiding naar een crimineel onderzoek zet druk op getuigen om mee te werken. Weisselberg weet tot in detail welke lijken Trump in de kast heeft verborgen. Trump moet dit onderzoek vrezen, hoewel er geen garantie is dat het bij hem uitkomt. Toch is dat waarschijnlijk omdat de Trump Organisatie klein is en Trump een micromanager is die weinig delegeert.

Ik blijft problemen hebben met de juridisering van de politiek. Want daar komt het op neer als Trump niet op een politieke manier aangepakt kan worden omdat hij de Republikeinse partij heeft gekaapt en door verregaande radicalisering zo naar zijn hand heeft gezet dat hij voorlopig politiek onaantastbaar is. Een evenwichtige werking van het parlement zoals de opstellers van de grondwet die hadden voorzien wordt door Trump geblokkeerd. Tot voor kort normale overwegingen, gebruiken en afspraken in een toch al verregaand verziekt partijpolitiek klimaat worden zo onmogelijk.

Wat resteert is daarom de asynchrone aanpak van Trump met juridische middelen. Het moet zo omdat hij anders de politiek in 2022 op de klippen laat lopen richting anti-democratie, autoritarisme en een rol voor hemzelf als absolute monarch. Omdat Trump hiermee ook het staatsrecht aantast is het vanwege het idee van een weerbare democratie verdedigbaar om in te zetten op een juridische aanpak om Trump onschadelijk te maken. Als in de komende jaren mede hierdoor de partijpolitiek weer enigszins normaliseert en de politieke macht van Trump afneemt, dan kan geleidelijk de prioriteit weer bij de politiek gelegd worden. Op dit moment is dat nog niet mogelijk.