Nogmaals: Tussenstand rechtszaak KABK (Huug de Deugd) – Ranti Tjan

Ranti Tjan, hier in een keramische auto van Filip Jonker, neemt afscheid als directeur van het Europees Keramisch Werk Centrum. © Pix4Profs / Jules van Iperen, 2022.

Het stof is gaan liggen, maar onder de oppervlakte laaien het ongenoegen en de woede op als een veenbrand. Ook bestaat onzekerheid over wat er aan de hand is.

In deze enkelvoudige zaak in eerste aanleg ging het om het verzoek van de Hogeschool der Kunsten Den Haag om directeur Ranti Tjan van de KABK te ontslaan. Tjan met zijn advocaat zaten rechts voor de rechter. Links zat de eisende partij met voorzitter Huug de Deugd van het eenkoppige College van Bestuur (CvB), zijn advocaat en nog een anonieme functionaris.

Vraag is wat de oorzaak is van deze zaak die voor het kantongerecht van de Rechtbank Den Haag op 30 mei 2023 werd behandeld in een zaaltje zonder geluidsinstallatie. Verstoorde persoonlijke verhoudingen? De angstcultuur op de KABK? Een CvB-voorzitter die alle macht naar zich toe heeft getrokken? Een Raad van Toezicht (RvT) die de controle en het toezicht kwijt is? Of een sinds 2022 nieuw bestuursmodel dat niet functioneert, maar niet gerepareerd kan worden?

De RvT ontbrak op de zitting. Dat is geen onbelangrijk gegeven omdat het CvB onder toezicht van de RvT staat. De RvT bepaalt het aantal leden van het CvB. De RvT speelt een cruciale rol in het vormgeven van het bestuursmodel en het toezicht op het CvB, in dit geval Huug de Deugd. De RvT kan ingrijpen als het dat nodig acht.

Kantonrechter Onno van der Burg speelde met verve de rol van de gelouterde rechter die alles al eens had gezien en die uitstraalde zich geen knollen voor citroenen te laten verkopen. Die rol rekte hij op. Hij gaf de indruk moeilijk zijn laatdunkendheid jegens de verdediging te kunnen verbergen. Van der Burg leek het maar een onbenullige zaak te vinden die glashelder is.

Het rechtsgebied waar het om draait is het arbeidsrecht. De kantonrechter kan een arbeidsovereenkomst ontbinden. Tjan was in maart 2023 door het eenkoppige CvB geschorst met behoud van loon. Hij mocht de KABK en zijn kamer niet meer in.

Als grond voor ontbinding wreef de Hogeschool Tjan ernstig verwijtbaar handelen aan. Hij zou de geheimhouding hebben geschonden door in maart 2023 studenten en docenten van de KABK op de hoogte te hebben gebracht van gesprekken met de CvB en RvT waarin hem een afkoopsom van maximaal 70.000 euro was toegezegd als hij met stille trom de KABK verliet.

Het kon zover komen volgens de Hogeschool omdat Tjan in september 2022 in een overleg de ongewenstheid van een eenkoppig CvB ter sprake bracht. Tjan suggereerde voor de toekomst een driekoppig CvB waar hij (KABK), Lies Colman (directeur Koninklijk Conservatorium) en Huug de Deugd (Middelen) deel van uit zouden maken. Vanaf 1989 en tot 2022 had de Hogeschool een tweekoppig bestuursmodel met beide directeuren als bestuurder-faculteitsdirecteur. Dat wordt in een beleidsnota van de Hogeschool uit 2021 beschreven.

Schermafbeelding van slot hoofdstuk 4 uit beleidsnotaHet bestuursmodel van de Hogeschool der Kunsten Den Haag herijkt‘ (2021).

In de nota valt te lezen dat het CvB een mandaatregeling kan opstellen om de beide faculteitsdirecteuren bevoegdheden en verantwoordelijkheden te geven. Bijvoorbeeld over het personeelsbeleid en de besteding van het budget.

Huug de Deugd heeft zo’n mandaatregeling niet opgesteld. Dat relativeert het misverstand dat Tjan bij zijn indiensttreding wist waar hij instapte. Dat wist hij niet. Het CvB had binnen het nieuwe eenkoppige bestuursmodel bevoegdheden en verantwoordelijkheden kunnen overdragen aan beide directeuren. Dat deed het CvB niet.

Overdracht lag in de lijn der verwachting omdat het niet voor niets in de nota als onderdeel van het nieuwe bestuursmodel wordt genoemd. Waarom De Deugd dat niet heeft gedaan en waarom de RvT in zijn toezichthoudende taak De Deugd er niet toe heeft kunnen bewegen om via een mandaatregeling bevoegdheden en verantwoordelijkheid over te dragen aan de directeuren is onduidelijk.

Het beeld is gemengd. Tjan heeft het de kantonrechter makkelijk gemaakt door de geheimhouding te schenden over zijn ontslag. Maar de onderliggende reden van het door hem ter discussie stellen van het bestuursmodel is gecompliceerder en minder eenduidig dan op de zitting tot uiting kwam.

In dat eenkoppige CvB-bestuursmodel zit ruimte om beide directeuren zeggenschap over hun eigen faculteit te geven zodat ze als volwaardig directeur kunnen functioneren. Het is in zo’n nieuwe situatie niet onbegrijpelijk dat betrokkenen eraan meehelpen om het nieuwe bestuursmodel te bevragen en te testen. Het heeft zich immers in de praktijk nog niet bewezen. Dat aspect kwam op de zitting niet ter sprake.

Opmerkingen en opbouwende vragen over bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de faculteitsdirecteur en andere stafleden kunnen gezien worden als het helpen optimaliseren van het bestuursmodel. De mandaatregeling kan opgevat worden als een knop waar het CvB aan kan draaien als bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet goed verdeeld zijn. Als de mandaatregeling vanwege de eisen die de praktijk stelt wordt toegepast, dan doet het er weinig toe dat het CvB uit een persoon bestaat.

Omdat De Deugd elke discussie over de overdracht van mandaat opvatte als een aantasting van zijn autoriteit, stond beide directeuren nog maar een weg open: het ter discussie stellen van het bestuursmodel zelf dat door De Deugd werd gepersonifieerd.

Vraag is of de RvT De Deugd heeft geprobeerd te bewegen tot billijkheid, redelijkheid en samenwerking. Het is onduidelijk of De Deugd eigenhandig het bestuursmodel heeft gekaapt of heeft gehandeld in volledige samenspraak met de RvT.

Ranti Tjan kan bij een voor hem negatieve uitspraak in beroep gaan. Dan komt er een andere rechter die naar de eis tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst kijkt. In een beroep zou de rol van de RvT en de betekenis van de mandaatregeling serieuze aandacht moeten krijgen.

Tjan wordt door de Hogeschool nagedragen dat hij eenmaal in een overleg het bestuursmodel ter discussie stelde. De aantijging dat Tjan dat meermalen heeft gedaan is projectie van De Deugd die via de advocaat van de Hogeschool bij de kantonrechter terechtkwam. Het is door De Deugd opgeblazen tot een conflict dat resulteerde in Tjans schorsing en eis om zijn arbeidsovereenkomst te ontbinden. Pas daarna kwam de kwestie van de geschonden geheimhouding erbij dat nu door de Hogeschool als grond wordt gebruikt om Tjan te ontslaan.

Inhoudelijk lijkt er geen reden om Tjan te ontslaan. Tot zijn schorsing in maart 2023 deed hij waar hij voor was binnengehaald. Namelijk rust brengen in een KABK die onder toezicht van de RvT afgelopen jaren enkele keren in problemen kwam.

De KABK is gefragmenteerd en opereert niet als geheel. De richtingenstrijd is tot de haarvaten van de academie doorgedrongen en verpest de sfeer op de werkvloer. De paradox is dat de RvT denkt door een eenkoppige bestuurder te parachuteren, die geen ervaring heeft in de kunst of het kunstonderwijs, het probleem van fragmentatie en verdeeldheid zichzelf oplost. Zodat het probleem op de werkvloer niet hoeft te worden aangepakt.

De zaak Tjan – Hogeschool leert dat het omgekeerde waar is: verdeeldheid en fragmentatie in het bestuur en op de werkvloer zijn door het handelen van De Deugd toegenomen. Is hij daar voor binnengehaald door de RvT? Was het zaaien van meer verdeeldheid de opdracht die de RvT De Deugd gaf? Als dat niet zo is, dan blijkt dat het nieuwe bestuursmodel niet goed functioneert en aangepast moet worden.

Tussenstand rechtszaak KABK (Huug de Deugd) – Ranti Tjan

Routing in de Rechtbank Den Haag met verwijzingen naar de uitgang en slachtofferhulp. Eigen foto.

Vanmiddag 30 mei 2023 om iets na 15.00 uur was de rechtszaak in een zaaltje van de Rechtbank Den Haag. De rechter begon met de opmerking dat de microfoon niet werkte en dat dat nu eenmaal de rechtspraak is. Nu dat hebben de toeschouwers gemerkt.

De hoop dat de rechter breder kijkt dan de werkgever (Hogeschool) – werknemer (directeur Tjan) relatie, dus het arbeidsrechtelijke aspect, werd al snel de bodem ingeslagen. Uit alle vragen en terzijdes van de rechter bleek dat hij strikt vast zit op het arbeidsrechtelijke aspect. Die smalle kijk op de zaak is in het nadeel van de werknemer, dus Tjan.

En bredere kijk zou kunnen inhouden dat andere aspecten worden meegewogen. Zoals de kwaliteit van het bestuur in het kunstonderwijs en de bijzondere aanpak van dat onderwijs dat anders is dan van een reguliere hogeschool. Hebben het lid van het College van Bestuur en de leden van de Raad van Toezicht de juiste kwalificatie om te functioneren in het kunstonderwijs?

Of zoals de wenselijkheid van een bestuursmodel met een eenkoppig College van Bestuur dat kwetsbaar maakt en haaks staat op democratisering en machtsdeling. Bestaat een ‘college’ niet per definitie uit meerdere personen?

Of zoals de rol van de Raad van Toezicht die eenzijdig de kant van De Deugd heeft gekozen en onvoldoende inzet heeft getoond om de partijen bij elkaar te brengen. De Raad heeft zich publiekelijk verscholen en was ondanks de toezegging om aanwezig te zijn afwezig op de zitting. De rechter maakt daar geen opmerking over.

Zo ontrolde zich een zitting waarin in twee beurten de advocaten hun pleidooi samenvatten. De rechter stelde kritische vragen uitsluitend aan Tjan en zijn advocaat en niet aan De Deugd/ Hogeschool.

Hoe kan het dat het bestuursmodel met een eenkoppig College van Bestuur niet ter discussie werd gesteld? De advocaat van de Hogeschool noemde het ‘nieuwe’ bestuursmodel een voldongen feit. De rechter stelde geen enkele vraag hoe de Hogeschool dat onderbouwt. Dus niet ter sprake kwam of het bestaande bestuursmodel gewenst is met De Deugd die bestuurlijk in z’n eentje het laatste woord heeft over KABK en Koninklijk Conservatorium.

Ranti Tjan zelf antwoordde op vragen van de rechter dat hij uitsluitend de discussie over het bestuursmodel had willen aanzwengelen, maar dat hij zich er niet tegen verzette. Tjans voorstel, in een gesprek met de Raad van Toezicht, om het bestuursmodel over drie jaar te evalueren werd door de advocaat van de Hogeschool niet serieus genomen.

Er was veel gekissebis over de vraag waarom Tjan in maart 2023 een en ander naar buiten had gebracht. Het antwoord van de advocaat van Tjan was dat het in september al in notulen was vastgelegd die ongeveer een maand daarna publiekelijk werden gemaakt. De rechter zaagde Tjan en zijn advocaat hier meermalen over door. Dat leidde tot een herhaling van zetten.

Ook werd Tjan door de advocaat van de Hogeschool aangewreven dat hij door de publiciteit te zoeken de reputatie van de Hogeschool had beschadigd. De rechter ging hier in mee en stelde niet de vraag aan de Deugd en zijn advocaat dat die reputatie door talloze kwesties al beschadigd is. Dat valt vooral de Raad van Toezicht aan te wrijven. Maar die was niet aanwezig.

De Deugd antwoordde op het einde op een vraag van de rechter dat hij Tjan niet terug wilde als directeur en hij geen werkbare situatie zag. Tjan antwoordde in het begin van de zitting op een vraag van de rechter dat hij juist wel een weg zag om verder te gaan. Maar in de strikte arbeidsrechtelijke opvatting van de rechter heeft De Deugd het gelijk aan zijn zijde.

Ook werd op de zitting niet de vraag naar voren gebracht waarom Tjan door een sollicitatiecommissie uitgekozen is. De Hogeschool wist wie het in huis haalde. Tjan heeft nooit een geheim gemaakt van zijn streven naar transparantie, democratisering en machtsdeling.

Hoe nu verder? Een groot deel van de toehoorders was ontstemd over de loop van de zitting en de regie van de rechter die het uitsluitend om het arbeidsrechtelijke aspect te doen was. Hij hintte daar wel op, maar bedekt. Eigenlijk had de rechter dat in het begin duidelijk moeten melden, zodat het duidelijk was dat de zitting al voorbij was voordat die was begonnen.

Sommige toehoorders denken erover om een publieksactie te starten en daarbij te focussen op de kwaliteit van en het toezicht op het kunstonderwijs. Want als De Deugd gelijk krijgt van de rechter, dan dreigt de KABK met een volgzame Raad van Toezicht af te drijven naar een autoritair model. De schoolse De Deugd is dan de winnaar, maar de KABK de verliezer.

Ranti Tjan kan in beroep gaan als een voor hem negatieve uitspraak zijn ontslag bevestigt. Een uitspraak wordt over vier weken verwacht. Het was voor Tjan nog te vers om te zeggen of hij in dat geval in beroep gaat. De kans op een uitspraak die het ontslag vernietigt is bij een andere rechter die breder kijkt niet onmogelijk. Van een mogelijk beroep een modelzaak maken voor het hele kunstonderwijs, zou het debat naar een hoger niveau kunnen tillen.

Hoe dan ook moet dit debat over het bestuur en het toezicht in het kunstonderwijs breder dan nu gevoerd worden. Kamervragen of een commissie van OCW kunnen daar voeding aan geven. Wie weet heeft de rechtszaak van de Hogeschool versus Ranti Tjan neveneffecten die nu nog niet zichtbaar zijn.

Voorbeschouwing rechtszaak KABK (Huug de Deugd) – Ranti Tjan

Schermafbeelding van deel artikelDirecteur Kunstacademie laat zich niet zomaar ontslaan: brandbrieven naar minister gestuurd‘ van Jorina haspels in het AD, 29 mei 2023 (alleen voor abonnees).

Op 30 mei 2023 buigt de rechter van de Rechtbank Den Haag zich over de zaak KABK, ofwel Huug de Deugd – Ranti Tjan. Inzet is het ontslag van Tjan door de KABK.

Voor een buitenstaander lijkt er geen steekhoudende reden voor Tjans ontslag te zijn. Hij heeft niet met zijn hand in de kas gezeten, geen grensoverschrijdend (seksueel) gedrag vertoond of op een andere manier slecht gefunctioneerd. 

Tjan is nog maar een klein jaar geleden benoemd tot directeur van de KABK. Hij werd binnengehaald om rust te brengen. Uit alle berichten blijkt dat hij naar tevredenheid functioneert en het goed kan vinden met studenten die hem een verademing vinden na enkele conflicten met directeuren. 

Toen Tjan vraagtekens stelde bij de eenkoppige leiding van het College van Bestuur, te weten Huug de Deugd, kwam zijn positie onder druk te staan. Het bestuurlijke raadsel, behalve de greep naar de macht van solist De Deugd, is waarom de Raad van Toezicht die formeel De Deugds werkgever is niet heeft geprobeerd om te bemiddelen tussen hem en Tjan. 

Het conflict is bestuurlijk van aard. Bestuursvoorzitter De Deugd lijkt het alleenrecht te willen op de besteding van gelden en het ontslaan en benoemen van docenten. Het gaat in de zaak De Deugd – Tjan om macht. De Raad van Toezicht steunt De Deugd onvoorwaardelijk, los van Tjans functioneren. 

Uit het artikel in het AD (achter betaalmuur) blijkt dat er een brandbrief naar minister Dijkgraaf is gestuurd die onder meer is ondertekend door de directeur van het Kunstmuseum Den Haag, Benno Tempel. 

AD: 'Ook de Haagse kunstensector vindt de situatie onacceptabel. Inmiddels is ook onderwijsminister Dijkgraaf op de hoogte gesteld in verschillende brandbrieven. In al deze brieven wordt Tjan geprezen om zijn open manier van leidinggeven en de positieve verandering die hij in school heeft gebracht.
Daarmee lijkt Tjan zijn rol als rustbrenger, waarvoor hij was aangenomen, juist toch te hebben waargemaakt. De school heeft een uiterst roerige periode achter de rug.'

Of druk op de minister of positieve aandacht voor Tjan in de media helpt is de vraag. Daar heeft een rechter niet naar te kijken en rekening mee te houden. Het enige voordeel lijkt dat de zaak niet als een hamerstuk afgedaan zal worden. Maar zelfs dat is onzeker. Hoe dan ook heeft Tjan veel steun bij studenten, ondernemingsraad en (Haagse) kunstensector.

Het kan dat de rechter oordeelt dat de Raad van Toezicht zijn plicht heeft verzaakt om De Deugd en Tjan tot elkaar te brengen en beide partijen vraagt om rond de tafel te gaan zitten om er samen uit te komen. Maar dan nog blijft de kwestie van het eenkoppige College van Bestuur dat in zijn eentje alle beslissingen neemt.

Zoals altijd ligt het er maar net aan hoe de advocaten van beide partijen hun argumenten kiezen en hoe strikt de rechter oordeelt in deze bestuurszaak. Hoeveel buitenjuridische uiteenzettingen weegt de rechter mee?

Doorgaans volgt een rechter de bestuurlijke weg en weegt de stem van de hiërarchie het zwaarst. De macht heeft een streepje voor. Dat is in het voordeel van De Deugd en de Raad van Toezicht die elkaar door dik en dun steunen.

Het kan ook dat de advocaat van de KABK de rechter er niet van kan overtuigen dat De Deugd per se het eenkoppige College van Bestuur moet vormen. Maar zelfs dan kan Tjan insubordinatie worden aangewreven. Ook als het verzet tegen het eenkoppige College van Bestuur gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk is voor het functioneren van de KABK, hoeft Tjans ontslag niet van tafel te zijn.

Waar het in deze kwestie om gaat is de kwaliteit van het bestuur van een onderwijsinstelling. In dit geval het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van de Hogeschool der Kunsten Den Haag. Hebben ze in deze kwestie redelijk geopereerd of hebben ze steken laten vallen? Dat moet Tjans advocaat dan met kracht van argumenten aantonen.

Een eenkoppig College van Bestuur en een Raad van Toezicht die zijn taak niet serieus neemt of breed genoeg opvat kan reden zijn om Tjan niet te ontslaan. Ze hebben op eigen sociale media docenten en studenten van de KABK geprobeerd te intimideren. Ze hebben de reputatie van de Hogeschool beschadigd, terwijl Raad en College die juist moeten bewaken.

Maar of een rechter dat aandurft en publiekelijk verklaart dat niet Tjan de spookrijder is, maar De Deugd en zijn medestanders in de Raad van Toezicht, is niet zozeer het antwoord op een juridische vraag, maar op een praktische vraag hoe het bestuurlijk verder moet met de KABK en de Hogeschool der Kunsten Den Haag. Wie vindt volgens de rechter het best de weg uit het doolhof?

Eenzijdige mening over diversiteit in de kunst van Aspha Bijnaar roept weerstand op

Schermafbeelding van deel blogpostl’art pour l’art: koloniale visie?‘ van Ted van Lieshout op zijn blog, 28 mei 2023.

Beeldend kunstenaar en schrijver Ted van Lieshout besteedt in zijn blogpostl’art pour l’art: koloniale visie?‘ van 28 mei 2023 aandacht aan uitspraken van Aspha Bijnaar. Zij is directeur van de Stichting Musea Bekennen Kleur dat een maatschappelijk platform is om ‘institutioneel racisme en alle andere vormen van discriminatie‘ binnen erfgoedinstellingen aan de kaak te stellen.

Van Lieshout maakt gehakt van Bijnaars denkbeelden. Hij reageert op een uitspraak van Bijnaar in VPRO-Gids 21 van 2023 in het artikel ‘De kunst van diversiteit‘ dat gaat over de uitzending op 30 mei 2023 op NPO2 van Sarah Vos’ documentaire ‘White Balls on Walls‘. Die trouwens met eenderde is ingekort. Aspha Bijnaar, en journalist en tentoonstellingsmaker Hans den Hartog Jager geven erin hun mening over het Stedelijk Museum en de diversiteit in de museumsector.

Den Hartog Jager stelt zich redelijk genuanceerd op. In een opinie-artikel in NRC van 15 februari 2023 reageerde hij op een artikel van Jan Christiaan Braun van zo’n twee weken daarvoor en deed ongenuanceerde uitspraken over Braun en kunstenaar Jan Dibbets die ‘hun macht niet uit handen willen geven‘. Nu laat hij een ander geluid horen.

De polemiek ging over de omgang met diversiteit en inclusie bij het Stedelijk Museum waar Sarah Vos’ documentaire voeding aan gaf. Zeker naast Bijnaars uitspraken toont Den Hartog Jager zich een wonder van nuance en begrip. Hij zegt: ‘Maar ik vind niet dat musea moeten ingrijpen en initiatieven voor een betere wereld op de agenda moeten zetten. Kunst moet juist ontregelen en vragen stellen‘. Daar denkt Bijnaar anders over. Zij ziet kunst als onderdeel van een maatschappelijk proces in het streven naar een betere wereld.

Schermafbeelding van deel artikel ‘De kunst van diversiteit‘ in de VPRO-Gids 21, 27 mei tot en met 2 juni 2023 (voor abonnees).

Bijnaar onthult haar blik op kunst als ze zegt dat kunst moet verbinden. Dat is een merkwaardig standpunt. Zij verwart kunst met cultuur. Cultuur verbindt, maar kunst niet. Maar ook cultuur ‘moet‘ niet verbinden, maar verbindt per definitie. Als Bijnaar met kunst musea bedoelt die wel een culturele rol hebben, dan moet ze dat zeggen. Maar dat zegt ze niet. Bijnaar zorgt voor onduidelijkheid in haar gebrek aan nuance en haar ondermaatse omschrijving van en opvatting over begrippen in de kunst.

Moeten‘ van wie trouwens? Verplicht Bijnaar kunstenaars om te verbinden? Wat is dan nog de zelfbeschikking van kunstenaars als Bijnaar ze inlijft in haar politieke programma? Bijnaar maakt van kunstenaars karikaturen, ofwel vehikels van maatschappelijke verandering zoals ze die graag ziet. Wat zij aanzwengelt is geen debat meer over diversiteit, maar over de functie van kunst.

In zijn blogpost gaat Van Lieshout in op dat standpunt van Bijnaar als hij zegt: ‘In het interview is iemand aan het woord die aangeeft niet in mensen te denken, maar in systemen. Ik vraag me af of zo iemand zich kan thuisvoelen in de kunsten, want kunst is bij uitstek de uitingsvorm van individuele mensen, die over het algemeen zich op creatieve wijze bloot geven, kwetsbaar zijn en proberen om kunst te maken omwille van de schoonheid of de betekenis ervan.‘ 

Het lijkt er sterk op dat Bijnaar niet begrijpt wat de functie van kunst en de rol van de kunstenaar is. Die laatsten zijn volgens haar niet zozeer vrijbuiters, maar politiek correcte ambtenaren in dienst van haar ‘vooruitgang’. Met zo’n ondergeschikte rol zullen weinig kunstenaars gelukkig zijn. Wat niet wil zeggen dat ze niet streven naar een gelijke wereld, maar als Bijnaar haar marsroute verplicht oplegt aan kunstenaars, dan lijkt dat averechts te werken.

Er is meer dan Bijnaars zwart-wit denken tussen l’art pour l’art en promotie van kolonialisme. We kunnen het Aspha Bijnaar niet kwalijk nemen dat ze niet weet waarover ze praat. Ze is sociologe en geen kunstenaar of kunsthistoricus. Maar ze manifesteert zich wel in het debat over musea en kunst.

Bijnaar zet in met grof denken om maatschappelijke veranderingen teweeg te brengen. Politiek kan dat tot op zekere hoogte werken. Bijnaar leert ons dat het debat over identiteit net als religie een makkelijk en lui instrument kan zijn. Haar beweringen zijn grenzeloos en altijd waar omdat ze nergens zijn te checken. Bijnaar kan straffeloos van alles beweren. En wat nog erger is, ermee zet ze musea onder druk die onzeker zijn en zich ongemakkelijk voelen in het debat over diversiteit. Zonder dat die musea nog zelf na kunnen denken over wat ze zelf willen.

Bijnaar verwijst in de VPRO-Gids ook naar de Code Diversiteit & Inclusie (2019) in de culturele sector. Ze zegt daarover: ‘Gelukkig hebben musea zich te houden aan de Code Diversiteit en Inclusie.’ Dat is zo, maar die Code is breder dan etniciteit of huidskleur. Bijnaar trekt de Code naar zich toe en maakt er een karikatuur van door te suggereren dat de Code alleen over etniciteit en huidskleur gaat. Dat is niet zo. De Code gaat ook over gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Bijnaar vernauwt het debat over diversiteit en brengt met haar lobbyen de uitvoering ervan in gevaar. Bijnaar is een storende factor in een evenwichtige uitvoering van de Code.

Schermafbeelding van deel paragraaf ‘Diversiteit’ in de Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector (2019).

Met haar politiek activisme vervuilt Bijnaar het debat over kunst. Hopelijk roept het zwart-wit denken van Bijnaar op enig moment een serieus antwoord op. Daar is het tijd voor. Haar lobbyen mag dan haar manier van emancipatie zijn en ook de niche voor haar carrière, maar maatschappelijke achterstelling moet breder opgevat worden dan wat Bijnaar ervan maakt. Haar lobbyen is legitiem, maar ook niet meer dan dat. Wat ze zegt moet niet verward worden met het streven naar diversiteit voor allen en het wegwerken van alle verschillen van achterstelling.

Wat nodig is dat het debat over diversiteit in kunst en musea op een hoger peil wordt gebracht. Ook de polemiek van Braun-Den Hartog Jager en anderen over het Stedelijk Museum is te smal en zit te eenzijdig vast op de zwart-wit tegenstelling.

De route voor de toekomst? Afscheid van zwart-wit denken richting nuancerende grijstinten. Hoe saai en kleurloos die op het eerste gezicht ook ogen en politiek verre van sexy lijken, maar dat is de weg. Het activisme van Bijnaar is input voor het debat over diversiteit, maar het is eenzijdig. Bijnaar wil kunst ondergeschikt maken aan haar politieke streven. Dan houdt kunst op kunst te zijn.

Beschermt Utrecht rijksmonumenten voldoende? De Rietveld-pui van MADO

Schermafbeelding van deel schriftelijke vraag ‘Bescherm Utrechtse Rietveld-pui’ in de gemeenteraad Utrecht, gepubliceerd op 17 mei 2023.

Verbaasd om samen te zijn, moest ik denken toen ik deze schriftelijke vraag las die werd gesteld door enkele Utrechtse raadsleden. Wie waren dat? PvdA, GL, Student & Starter en PVV. 

De vraag is even interessant als de samenstelling van het groepje raadsleden dat de vraag stelt. Het gaat over de pui van een winkelpand aan de Oudegracht die in 1961 door Gerrit Rietveld is ontworpen.

F. de Jonge, ‘Gezicht op de etalage en lichtreclame van kantoorboekhandel Mado (Oudegracht 119) te Utrecht, bij nacht, met rechts de Drieharingstraat‘, 1991-93. Collectie: Het Utrechts Archief, INV 854426.

Velen zullen het pand nog kennen als kantoorboekhandel MADO die er jarenlang gevestigd was. Een artikel van juni 2022 over deze winkel sluit architectuurhistoricus Arjan de Boer zo af: ‘Op dit moment is er een verbouwing gaande aan de Oudegracht 119 bij G-Star Raw, maar we mogen er vanuit gaan dat ook nu de Rietveld-elementen behouden blijven‘.

De vragenstellers stellen dat de pui van Oudegracht 119 beschadigd is ‘nadat de laatste huurder G-Star Raw vertrokken is‘. Dat is cryptisch, want de beschadiging is opgetreden toen G-Star Raw huurder was.

De vragenstellers zeggen te weten dat pand en pui een ‘monumentale‘ status hebben. Dat klopt, bij de RCE staat genoemd pand plus lijstgevel sinds 1967 ingeschreven in het monumentenregister als rijksmonument. Pand en pui hebben dus geen monumentale, maar een rijksmonumentale status. 

De derde vraag is overbodig. Wat doet het ertoe wat een Utrechtse wethouder ervan vindt? De kern is dat het gemeentebestuur rijksmonumenten binnen de stadsgrenzen dient te beschermen. De gemeente is verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van rijksmonumenten. Dat is in dit geval niet gebeurd. Waarom niet?

Het lijkt er sterk op dat de Utrechtse gemeentelijke dienst die over het toezicht op de rijksmonumenten gaat niet goed heeft opgelet of dat de verantwoordelijke wethouder Dennis de Vries (PvdA) zijn ambtenaren onvoldoende heeft aangestuurd.

Zonder het expliciet te noemen, suggereert de vraag dat het aan toezicht en handhaving heeft ontbroken door de gemeente Utrecht. De vragenstellers bijten echter niet door en vragen niet waarom het toezicht op en de handhaving van dit rijksmonument ontbrak en hoe de gemeente voor de toekomst garandeert de rijksmonumenten binnen de gemeentegrenzen te beschermen. Zoals de wettelijke verantwoordelijkheid en taak van de gemeente Utrecht gebiedt.

De vragenstellers moeten de wethouder niet vragen om zich ‘in te spannen’, maar om zijn wettelijke verantwoordelijkheid te nemen. Wat is dat voor vreemde opmerking dat partijen ‘van buiten de gemeente‘ een bijdrage leveren ‘vanuit de betrokkenheid die ze bij dit pand voelen‘? Het gaat niet om voelen, maar om goed bestuur. Daar hadden de vragenstellers op moeten wijzen. Dat doen ze niet.

Wellicht wilden GL en PvdA de PvdA-wethouder De Vries niet te hard aanspreken. Waarom steunt als enige van de vier vragenstellers de niet-coalitiepartij PVV een halfslachtige schriftelijke vraag? Dat maakt het raadsel nog groter waarom PVV, GL, PvdA en Student & Starter elkaar vinden in deze schriftelijke vraag.

Eigen foto van de pui van Oudergracht 119 te Utrecht. 24 mei 2023.

Petitie ‘Maak een stilteruimte in de bibliotheek Eemland’ staat haaks op het Amersfoortse inclusiviteitsbeleid

Schermafbeelding van deel petitieMaak een stilteruimte in de bibliotheek Eemland‘ van Leïla Bezzah – Elyahiaoui op petities.nl.

De petitie ‘Maak een stilteruimte in de bibliotheek Eemland‘ in Amersfoort van Leïla Bezzah – Elyahiaoui is om twee redenen overbodig. De petitie moet daarom ontraden worden. De petitionaris eist een stilteruimte in elke Amersfoortse bibliotheek voor bezinning en gebed.

I. Wie wel eens een bibliotheek in een stad bezoekt ziet overal scholieren en studenten in stilte zitten blokken. Ze studeren serieus. Een bibliotheek heeft geen stilteruimte nodig omdat een bibliotheek al een stilteruimte is.

Een bibliotheek is geen school waar de hele dag verplicht lessen moeten worden gevolgd. Wie in een bibliotheek studeert is vrij om naar buiten gaan om in een nabijgelegen supermarkt een broodje te kopen, een korte wandeling te maken om de spieren en de geest te ontspannen of op een zelf gekozen stil plekje tot bezinning te komen.

Het is potsierlijk om van een bibliotheek te eisen dat wat voor de deur ervan ligt naar binnen gehaald moet worden. Het is omgekeerd. De petitionaris kan een pauze buiten de bibliotheek nemen. Kantoren lopen leeg tussen de middag als medewerkers met elkaar wandelen en een frisse neus halen om zich op te laden. Dat kunnen studerenden in een bibliotheek ook doen. Het is zelfs gewenst als ze dat doen.

II. Petitionaris Leïla Bezzah – Elyahiaoui verwijst naar het ‘Beleidskader Amersfoort Inclusieve Stad 2021-2026‘ van januari 2021. De woorden ‘bibliotheek‘, ‘stilteruimte‘ of ‘gebed‘ komen niet in het document voor. Evenmin haar citaat ‘werkt de gemeente er hard aan dat een ieder in vrijheid zichzelf mag zijn, waar je mag werken, leren en leven op een manier die bij je past‘.

Bezzah lijkt een parafrase te geven van een uitspraak van wethouder Diversiteit Cees van Eijk (GL) die in een toelichting op het beleidskader zegt: ‘Je mag in Amersfoort in alle vrijheid jezelf zijn. Je mag hier werken, leren en leven op een manier die bij je past. In een inclusieve stad sluiten we niemand uit‘.

Wie die woorden van Van Eijk en het beleidskader tot zich door laat dringen komt tot het inzicht dat het Amersfoortse gemeentebestuur meent dat iedereen ‘in alle vrijheid zichzelf mag zijn’. Ieder individu moet daar mee omgaan. Met een zekere mate van eigen initiatief en zelfredzaamheid. Het beleidskader nodigt iedereen uit om de vaardigheid en losheid te ontwikkelen om prettig te leven en kansen te grijpen.

Er zijn grenzen aan wat de gemeente kan doen. Het bieden van goed onderwijs of een goede bibliotheek horen tot de basistaken van een gemeente. Niet het bieden van een stilteruimte in een publieke voorziening als een openbare bibliotheek. Dat is een voorziening voor iedereen. Het is niet de taak van een gemeente om in een openbare bibliotheek een stilteruimte in te richten. Dat leidt tot herverkaveling van een publieke voorziening. Dat is ongewenst en staat haaks op het streven om een inclusieve gemeenschap te vormen.

Als Bezzah per se een stilteruimte wil om te bidden, dan moet ze dat niet eisen in een openbare bibliotheek. Wel in een moskee of in een niet-openbare bibliotheek waar een plek voor godsdienst is.

Bezzah eist met een stilteruimte in alle Amersfoortse bibliotheken het omgekeerde van wat het beleidskader zegt en wat de gemeente voor haar burgers wenst. De gemeente zegt voor een inclusieve stad te gaan waarin iedereen meedoet en met elkaar omgaat. Dus een open gemeenschap. Bezzah pleit met haar stilteruimte voor het omgekeerde. Zij eist voor haar eigen kring apartheid. Dat is de verzuiling waar Amersfoort zich aan probeert te ontworstelen.

Gedachten bij de foto ‘Photographer Eliot Elisofon with the King of Bayaka in the Muela Buando Village District on a trip to the Belgian Congo in 1951’

“Photographer Eliot Elisofon with the King of Bayaka in the Muela Buando
Village District on a trip to the Belgian Congo in 1951
. Collectie: MoMA; IN515.8.

De koning van Bayaka zit op een stoel. Twee halfnaakte vrouwen staan rechts achter hem tegen de zijkant van een hut. De witte man in tropenuitrusting inclusief scheefstaande helm is de gerenommeerde fotograaf Eliot Elisofon die lange tijd aan LIFE magazine verbonden was. Wie maakte de foto?

Het is een merkwaardige foto. De titel suggereert dat het niet draait om de koning, maar om Elisofon. Hoewel de koning wel op een stoel zit en Elisofon achter hem staat. Wat de macht was van de koning in toenmalig Belgisch Congo is onduidelijk. Is hij een elevé die zich mocht verheffen onder de hoede van het koloniaal bestuur en daarin geïntegreerd was?

In mei 1951 was Elisofon bij de opnamen van The African Queen van regisseur John Huston met Humphrey Bogart en Katharine Hepburn. De buitenopnamen van deze in Duits Oost Afrika gesitueerde film vonden plaats in toenmalig Belgisch Congo en Oeganda.

De Afrikaanse koning Bayaka was acht jaar later in het Afrika Museum in het Brusselse Tervuren. Terwijl Patrice Lumumba vergeefs vocht voor onafhankelijkheid en dat in 1961 moet bekopen met de dood waar België voor verantwoordelijk wordt gehouden.

Het onderschrift bij de foto uit 1959 die genomen werd door R. Stalin ‘King of Bayaka (right) is guided by the journalist Mubutu through the museum of Tervueren after his eye-operation in Gent‘ doet ons nogmaals naar de foto met Eliot Elisofon kijken. Wat zag de koning van Bayaka? Wie keken er namens hem?

Is Bas Heijne een geloofwaardig criticus van Susan Nieman?

Schermafbeelding van deel column van Bas Heijne in NRC, 5 mei 2023.

Bas Heijne meent in zijn columnJa, absurde voorbeelden van ‘woke’ genoeg. Maar zo ziet emancipatie er nu uit‘ dat het woke-isme een vorm van emancipatie is die niet tegen te houden is. Hij vertelt hoe hij in gesprek ging met de Amerikaans-Duitse filosoof Susan Neiman over haar boekjeLinks is niet woke‘.

Heijne karakteriseert de positie van Neiman zo: ‘Haar pamflet is een oproep aan links zich af te keren van zelfbetrokken identiteitspolitiek – tribalisme, zoals zij het noemt. Zijzelf beroept zich op het universalisme. Mensen moeten zich niet enkel gaan zien in het licht van kenmerken die ze toevallig hebben meegekregen, geslacht, geaardheid, kleur. En ook niet alleen betekenis vinden in hun slachtofferschap.’ 

Heijne meent dat Neiman niet uitlegt waar dat woke vandaan komt. Hij parafraseert haar opstelling en teleurstelling in jongeren die haar linkse wereldbeeld verraden zouden hebben: ‘Waarom houden ze zich bezig met identiteitsdingetjes en haarkloverijen over het juiste taalgebruik, ophef over culturele toe-eigening, terwijl er zo veel grotere problemen zijn?

Na deze inleiding over hoe Nieman redeneert geeft Heijne zijn kijk op de zaak. Hij meent dat wat nu ‘woke‘ genoemd wordt ‘gewoon een voortzetting is van de grote emancipatiebewegingen van de vorige eeuw‘. Dat betwijfel ik.

De focus en ambitie van de huidige ‘woke‘-emancipatiebeweging zie ik als anders dan die van de 20ste-eeuwse emancipatiebewegingen. Ik zie er geen voortzetting in, maar een afsplitsing die elementen van de 20ste-eeuwse emancipatiebeweging laat liggen. Zoals het accent op machtsdeling en economie.

Bas Heijne schrijft dat er gestreden werd voor reeële doelen, voor rechten, voor gelijkheid voor de wet die niet werden ingelost. Dat laatste verklaart hij door achterblijvende gedragsverandering, bewustwording, andere manieren van kijken. 

Vraag is of deze analyse klopt. Het lijkt eerder dat de concrete doelen niet werden gehaald, niet als belofte werden ingelost, omdat ze halfslachtig waren en niet ver genoeg gingen omdat de ambitie niet groot genoeg was en ze effectief door de zittende macht werden tegengewerkt. 

Heijne springt ineens naar de mentaliteit, het gedrag van individuen in de samenleving, zonder dat hij onderkent waarom nou precies de concrete doelen niet werden behaald en de ‘enorme vooruitgang‘ die hij noemt bij nader inzien relatief is. 

Het is geen eenduidige ontwikkeling. Want de samenleving mag gedemocratiseerd zijn en individuen mogen wettelijk beter beschermd zijn en meer welvaart en vrijheid genieten, maar dat speelt op het niveau van burger – overheid. 

Tegelijkertijd heeft de economische macht a-synchroon teruggevochten en de geëmancipeerde, vrijere individuen opgesloten in het eigen verdienmodel. Zodat die vrijheid de burger op andere wijze weer wordt ontnomen. 

Heijne ontkomt niet aan een zekere blikvernauwing als beschouwer van cultuur. Hij verbindt de economische, sociale, politieke en culturele aspecten onvoldoende om een geloofwaardig criticus van Susan Neiman te zijn. 

Ok, Neiman laat gaten in haar betoog vallen, maar dat doet Heijne ook. Bien étonnés de se trouver ensemble.

Is Jolle Demmers in haar mening over de Russisch-Oekraïense oorlog een naïeve of intellectuele oplichter?

Er is al veel gezegd over de lezing van Hoogleraar Conflict Studies dr. Jolle Demmers van de UU voor het Vlaamse Vredesinstituut. Het lijkt alsof Demmers met haar lezing vooral voor conflict over zichzelf en haar academische integriteit zorgt.

Hubert Smeets noemde John Mearsheimer in een NRC-column van 30 november 2022 een ‘intellectuele oplichter‘. Later voegde hij in een tweet Demmers met Noam Chomsky ook in dat rijtje. Net als Demmers beroept Mearsheimer zich op ‘analyse‘ en machtsvorming in wat zij ziet als ‘realisme‘ tegenover moralisme, mensenrechten en internationale rechtsorde,

Men kan aan dat rijtje ook Laurien Crump toevoegen die tot voor kort deel uitmaakte van dezelfde vakgroep als Demmers en de afgelopen jaren in talloze opinie-artikelen het Kremlin in bescherming heeft genomen. Ik heb aan haar pro-Kremlin Koude Oorlog blik uitgebreid aandacht besteed: zie hier, hier en hier. Ze spreekt zich na haar afscheid van de UU nog steeds uit in de media over Oekraïne.

Het is niet vreemd dat Demmers en Crump tot hun mening komen die min of meer overeenkomt met die van het Kremlin, maar wel dat ze dat doen of deden binnen de ‘wetenschap‘ van de UU. Als alumnus van de UU schaam ik me dat Demmers aan mijn universiteit is verbonden. Hoe is ze benoemd? Ik vraag me ook af hoe de collegiale toetsing is geregeld binnen zo’n vakgroep Internationale Betrekkingen of de faculteit Geesteswetenschappen.

Hoe academisch zelfstandig denkt Demmers en hoe origineel zijn haar standpunten? Ik vraag het me af omdat ze akelig dicht aanleunt tegen de talking points van het Kremlin. Die beogen om binnen Europa verdeeldheid en verwarring te zaaien en de EU en NAVO te verzwakken.

Het is geen toeval dat Demmers zich mentaal voegt bij de dwarsdenkers. Ze verwijst er in haar lezing naar. In Duitsland met Sahra Wagenknecht die radicaal-links (Die Linke) en radicaal-rechts (AfD) samen de straat op krijgt. Het is geen toeval dat het Kremlin de laatste 10 jaar heeft geïnvesteerd in Europees radicaal-links en radicaal-rechts om via de flanken de EU en NAVO te ondermijnen. Dat betaalt zich nu uit in Wagenknecht en Demmers die voor het Vlaamse Vredesinstituut spreekt.

Demmers maakt zich met haar lezing mentale deelgenoot van die beweging van dwarsdenkers. Als wetenschapper had ze een andere focus kunnen kiezen die minder partijpolitiek, meer historisch onderbouwd en meer reflectief was. Met als paradox dat Demmers in vaagheden en clichés over vrede praat en de vinger niet echt aan de pols houdt van de Russisch-Oekraïense oorlog. Ze stelt feiten verkeerd voor.

Demmers wordt niet concreet, maar blijft hangen in algemeenheden over vrede. Ze noemt niet het feit dat Poetin al voor het begin van de inval in 2022 herhaaldelijk het bestaan en de authenticiteit van Oekraïne (geschiedenis, cultuur, religie, taal) publiekelijk heeft ontkend. Tot wat voor vredesonderhandelingen kan dat leiden als een van de partijen het bestaan van de ander ontkent? Dat is essentieel.

Demmers beseft in haar verhaal te weinig wat pacifist Bertrand Russell zei over het antwoord op Hitler: ‘War was always a great evil, but in some particularly extreme circumstances, it may be the lesser of two evils‘. Ook vrede en pacifisme zijn relatief en niet zo absoluut als Demmers stelt die blijft vasthouden aan een enerzijds-anderzijds beeld waar de oorzaak van een oorlog wordt gewist.

Men kan volop kritiek hebben op de wapenindustrie in het Westen én de Russische Federatie die gouden tijden beleeft. En op de toenemende budgetten voor Defensie die niet naar zorg, onderwijs, huisvesting of sociale zekerheid gaan. Dat is een slechte ontwikkeling. Maar de oorzaak daarvan is Russische agressie en imperialistisch denken. Dat is de realiteit van nu die men niet kan terugdraaien of ontkennen door de mentale acrobatiek van het wegkijken.

Demmers doet precies wat in het kraam van het Kremlin past: ze zaait verwarring met haar vinger die niet één kant opwijst, maar de schuld van het conflict min of meer gelijk over de strijdende partijen verdeelt. Dat kan zo zijn in Demmers’ papieren werkelijkheid, maar in de echte werkelijkheid is er duidelijk een agressor die in 2014 dit conflict is begonnen: de Russische Federatie.

De Russisch-Oekraïense oorlog is tamelijk eenzijdig. Demmers verbreedt dat, om niet te zeggen, verhult dat, door er van alles bij te halen wat niet de kern is. De kern is de rancune van het Kremlin over het verdwijnen van de Sovjet-Unie en de poging om de invloedssfeer van 30 jaar geleden te restaureren. Dát heeft tot de oorlog geleid.

De Russische Federatie is Oekraïne in 2014 binnengevallen en in februari 2022 nogmaals op grootschalige wijze. De Russische strijdkrachten vernietigen Oekraïense burgerdoelen, ontvoeren kinderen, terroriseren de bevolking en houden de ontwikkeling van Oekraïne tegen.

Ik miste meer in Demmers’ lezing, zoals de Russische inval in 2014 die zeker geen burgeroorlog was, maar een strijd tussen twee staten, het Boedapest Memorandum van 1994 dat de territoriale integriteit van Oekraine garandeerde, de internationale rechtsorde en de pogingen van het Kremlin om te infiltreren in de Europese politiek én vredesbewegingen.

Of Jolle Demmers een intellectuele of naïeve oplichter is blijft de vraag.

Poetins repressie in Russische Federatie nadert niveau van Stalin

De onderdrukking in de Russische Federatie neemt toe. Kritiek wordt onmogelijk gemaakt. De media zijn allang gelijkgeschakeld, politieke oppositie is allang uitgeschakeld en mag al sinds jaren niet meer deelnemen aan de politiek.

Op talkshows op de Russische staatstelevisie spreken propagandisten als Vladimir Solovyov over de vernietiging van Oekraïne, de inzet van kernwapens en de denazificatie van Duitsland.

Met harde, onverzoenlijke taal en optreden heeft het Kremlin zichzelf in de hoek gebokst. De Russische Federatie heeft geen bondgenoten, maar alleen ‘vrienden’ als China die langzaam de Russische bodemschatten overnemen. De Russische Federatie verkoopt zichzelf uit.

Dat is allemaal geen verrassing. Dat is het sinds de Russische inval in Oekraïne in 2014 niet meer. En zelfs toen deden de Amerikaanse president Obama en de Britse premier Cameron niets toen de Russische Federatie door de bezetting van de Krim voor het zicht van de hele wereld de territoriale integriteit van Oekraïne schond. Die inactie was niet in de geest van het Boedapest Memorandum. Het gaf Poetin het idee dat hij straffeloos zijn eigen bevolking kon onderdrukken. En vrij spel had in buurlanden als Oekraïne.

De ontmaskering is dat de West-Europese landen als Duitsland en Nederland lange tijd ziende blind waren en handel met het Kremlin bleven drijven, terwijl hun inlichtingendiensten voor Russische spionage, ondermijning, desinformatie, hacking en een Russische greep naar de macht in Europa waarschuwden.

Ondanks de waarschuwingen van Oost-Europese landen en de VS om afstand te houden tot het Kremlin wisten Duitsland en Nederland het beter. Wat hadden ze ongelijk. Niet alleen met de kennis van nu, maar ook met de kennis van toen.

Waarom dat zo was en of er sprake was van corruptie, spionage tot op hoog niveau en verregaande naïviteit is in betreffende landen nog steeds niet onderzocht. Waarom niet? Zijn er in de top van de Nederlandse politiek en het bedrijfsleven te veel lijken in de kast die zo’n politiek onderzoek blokkeren?

NRC omschrijft dat gebrek aan realiteitszin van premiers als Balkenende en Rutte in een overzichtsartikel van 28 april 2023 zo: Hoe Balkenende en Rutte de deuren openzetten voor Russische spionage. Het economisch belang van Shell en Gasunie woog zwaarder dan de nationale veiligheid van Nederland. Dat was roekeloze berekening en opportunisme, en geen argeloosheid van Balkenende en Rutte. Ze namen het risico dat een behoedzame premier nooit had mogen nemen. Laat ze daar publiekelijk verantwoording voor afleggen.

Nederland heeft door miljardeninvesteringen in Russische projecten het de Russische inlichtingendiensten in Europa makkelijk gemaakt en is behulpzaam geweest bij de onderdrukking van de Russische bevolking. Laten we dat nooit vergeten. De Nederlandse politiek en bedrijfsleven hebben Russisch bloed aan hun handen.

Het is begrijpelijk om vreselijke gebeurtenissen van zo’n 80 jaar terug te blijven herdenken, maar het is onbegrijpelijk om gebeurtenissen van de laatste 20 jaar in de relatie van Nederland met de Russische Federatie te vergeten. Met een invloed die nog steeds sterk doorwerkt te vergeten. Het is meer dan raadselachtig, het is verraderlijk.

Poetins onderdrukking van de eigen bevolking en zijn roekeloze oorlog tegen Oekraïne zijn niet uit de lucht komen vallen. Ze hebben een voorgeschiedenis in landen als Nederland en Duitsland die nog steeds onvoldoende in kaart is gebracht. Waar is het wachten op?