Gedachte bij foto ‘Photographie de propagande : foule à Auteuil’ (1943)

Photographie de propagande : foule à Auteuil, 20 juni 1943. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

De titel van deze foto zegt dat er een menigte in Auteuil is. Dat is een Westelijk deel van Parijs. De toelichting geeft geen bijzonderheden, maar waarschijnlijk is de locatie het Bois de Boulogne of het Parc Sainte-Périne.

De menigte staat op een grasveld. Sommigen staan zelfs op stoelen om iets te zien dat zich buiten het kader van de foto afspeelt. Dat geeft spanning. Het onderwerp is niet het evenement waarnaar men kijkt, maar het kijkende publiek zelf. Zonder dat men het doorheeft wordt men zelf tot evenement gemaakt. Vrouwen dragen sjieke hoeden. Dat kan een aanwijzing zijn dat het om een paardenrace gaat. Hoewel, waarom staat men dan niet dichter langs de lijn?

De datum maakt het wrang. Het is zondag 20 juni 1943. In Amsterdam wordt bij een grote razzia een groep Joden opgepakt. Op vele plekken wordt gevochten op leven en dood. Hier wordt alleen gevochten om een goed plekje om te zien wat wij niet zien. Deze foto is dan ook een propagandafoto van de Franse pro-Duitse Vichy-regering. Alles moet lijken alsof het normaal is.

Het publiek krijgt brood en spelen. Het ziet er goed doorvoed en welvarend uit en is blijkbaar uitgelopen voor een race. Het is geen toeval dat de anonieme fotograaf hierheen gestuurd is. ‘Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was‘, zo zegt betreffend lemma van Genootschap Onze Taal.

Is het flauw om de lijn te trekken die van het Romeinse Rijk via Auteuil naar de huidige tijd loopt? Sport, spel, games en media bieden het volk afleiding en ontspanning. Een verzetje dat het verzet breekt. Het is lastig om de massa die niet verder kijkt dan de eigen neus lang is niet te zien, maar het is zanikerig om het op te merken. Zo komen we er niet uit. Laten we maar opmerken dat propaganda houdt van de menigte. Dat is de vaste regel. En de menigte laat het zich graag overkomen.

Sponsoring door Shell. Niet voor eerste keer tekent Londens Science Museum voor spreekverbod bij tentoonstelling over klimaatverandering

Schermafbeelding van deel artikelLondon Science Museum signed gagging order with Shell over climate change exhibition; Campaigners accuse museum of allowing Shell to ‘greenwash’ their image with exhibition on carbon capture‘ in Politico, 30 juli 2021.

Een bericht in Politico wijst op de relatie tussen het Londense Science Museum en Shell. Het zegt over de tentoonstelling ‘Our Future Planet‘ die gaat over klimaatverandering: ‘Het London Science Museum stemde ermee in Shell niet publiekelijk te bekritiseren als onderdeel van een sponsorovereenkomst voor een tentoonstelling over koolstofafvang’. Het museum lijkt zich door het tekenen van de sponsorovereenkomst bewust het zwijgen op te hebben laten leggen.

De sponsorovereenkomst tussen Shell en de Science Museum Group (SCMG) is door inspanning van de ngo Culture Unstained en met een beroep op de vrijheid van informatiewet openbaar geworden. Het contract is uitgebreid en omvat 32 pagina’s. In paragraaf 6.7 staat omschreven dat het museum ‘op geen enkel moment een verklaring af zal leggen of publiciteit zal geven of anderszins betrokken zal zijn bij gedragingen of zaken waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze de goodwill of reputatie in diskrediet brengen of schaden van de Sponsor’. Volgens critici is deze omschrijving zo ruim dat het Science Museum geen ruimte heeft om nog op enigerlei kritiek te uiten op het beleid van Shell. Het idee is dat een museum dit nooit zou moeten tekenen.

Schermafbeelding van paragraaf 6.7 uit de ‘SPONSORSHIP AGREEMENT
relating to the sponsorship of the Our Future Planet: can carbon capture help us fight climate change? Exhibition’ tussen Shell en het Londense Science Museum

Het is goed om te beseffen dat dit contract door de inspanning van Culture Unstained publiekelijk is geworden. Deze openbaarmaking is de uitzondering. Het roept de vraag op hoeveel van dit soort contracten tussen musea en bedrijven bestaan die niet openbaar worden en waarmee musea zich het zwijgen op laten leggen zonder dat het publiek het weet.

Dit kwestie is koren op de molen van klimaatactivisten die beweren dat bedrijven als Shell aan ‘greenwashing‘ doen. Ofwel, het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf daadwerkelijk is. Dat is marketing. De dubbelzinnigheid voor Shell is dat het wordt beschouwd als het meest groene van de wereldwijd opererende olie- en gasbedrijven, maar desondanks de wereld blijft vervuilen met fossiele brandstoffen en de omslag naar duurzaamheid te langzaam maakt.

De rechtszaak die in Nederland Milieudefensie aanspande tegen Shell en won duidt daarop. In mei 2021 verplichtte de rechter Shell om de CO2-uitstoot in 2030 terug te brengen met 45%. Shell maakte onlangs bekend daartegen in hoger beroep te gaan. Daarmee kiest het voor economisch nut en lijkt het de eigen intenties over duurzaamheid ter discussie te stellen. Of te relativeren.

In Nederland had het Brits-Nederlandse bedrijf Shell tot 2018 een sponsorrelatie met enkele musea. Maar onder maatschappelijk druk van onder meer de actiegroepen Fossil Free Culture NL en Fossielvrij NL beëindigde Shell in 2018 de sponsorrelatie met het Van Gogh Museum en het Mauritshuis. The Art Newspaper berichtte er toen over. Dat artikel meldde toen ook dat het British Museum en de National Portrait Gallery ondanks maatschappelijke kritiek hun sponsorrelatie met BP voortzetten.

De geschiedenis herhaalt zich en dat roept de vraag op hoe gevoelig de maatschappelijke antenne van zowel de olie- en gasbedrijven als het Science Museum staat afgesteld. Waarom stoten ze zich aan dezelfde steen? Politico vermeldt namelijk niet dat in 2015 exact hetzelfde is gebeurd en beide betrokkenen toen identieke kritiek als nu kregen. Ook toen probeerde Shell de inhoud van een tentoonstelling over klimaatverandering in het Science Museum te beïnvloeden. Hebben Shell en museum in zes jaar niks geleerd? Het was toen The Guardian dat in een bericht van mei 2015 eveneens met een beroep op de vrijheid van informatiewet een sponsorovereenkomst tussen Shell en het Science Museum publiekelijk maakte. En bekritiseerde.

In een commentaar van 1 juni 2015 citeerde ik een activist die naar mijn idee de kern van het probleem verwoordt. Net als toen is het antwoord lastig te geven. Het lijkt erop dat het Science Museum zich onderhand bewust kan zijn van het publicitaire risico dat het loopt in de sponsorrelatie met Shell, maar desondanks kiest voor de poen die deze schurende relatie moet verzachten:

Volgens activist Chris Garrad van ‘bp or not bp’ geeft de informatie die The Guardian heeft achterhaald aan dat ‘het Science Museum een belangrijk radartje in de propagandamachine van Shell is’. De vraag die oprijst is of musea ten volle beseffen hoe ze ten koste van de eigen geloofwaardigheid door bedrijven gebruikt worden. Of maken ze ondanks die kennis toch de afweging dat ze onder die voorwaarden met bedrijven als Shell in zee willen in de hoop dat ze paal en perk aan die invloed kunnen stellen?

Gedachten bij de foto ‘The ruins of Sikandar Bagh palace showing the skeletal remains of rebels in the foreground, Lucknow, India, 1858’

Felice Beato, ‘The ruins of Sikandar Bagh palace showing the skeletal remains of rebels in the foreground, Lucknow, India, 1858

De eerste twee oorlogen die op een georganiseerde wijze werden gefotografeerd waren de Krimoorlog (1853-1856) en de Indiase opstand van 1857, de zogenaamde Sepoy Muiterij. Een opstand van Indiase hulptroepen.

In de verspreiding voor een Europees en dan vooral Brits publiek werden soms foto’s omgewerkt tot lithografie (steendruk). In de 19de eeuw waren Indiase hulptroepen eerder in opstand gekomen tegen het Britse gezag, maar toen was er nog geen fotografie om het vast te leggen. Of te manipuleren.

Wie de verhalen kent over vermeende Duitse verschrikkingen tegen de Belgische burgerbevolking in 1914 herkent het patroon. De Teutoonse horden werden onterecht beschuldigd van het verkrachten van Belgische vrouwen. Het was Brits propaganda om de steun voor de oorlog te vergroten.

In 1857 gebeurde in de nasleep van de Sepoy Muiterij hetzelfde. De Indiase soldaten werden onterecht beschuldigd van de verkrachting van Engelse meisjes en vrouwen en de Britse troepen zouden voorbeeldig en ridderlijk hebben gehandeld. Er werden overigens wel Britse vrouwen in de opstand gedood, maar dat is wat anders dan er een verhaal over de bezoedeling van eer van te maken. Dat is niet alleen opruiing en ophitsing die verder gaat dan het geven van een ooggetuigenverslag, maar roept ook weer wraak op om de vlek weg te werken.

Een kronkel van de geschiedenis is dat Indiase vrijwilligers aan de kant van de Boeren tegen de Britten vochten in de Tweede Boerenoorlog (1899-1902). De haat tegen de toentertijd almachtige Britten zat diep bij Afrikaners, Ieren, Indiërs en alle volken die onder hun gezag stonden.

De gebeurtenis die op de foto wordt verbeeld vond in november 1857 plaats. Wat er daarna gebeurde is onduidelijk. Waarschijnlijk verloren de Britten vanwege de gevechtshandelingen de controle over Lucknow tot maart 1858 wat zou verklaren dat de foto pas toen werd genomen.

Opmerkelijk aan bovenstaande foto uit maart 1858 van de beroemde Brits-Italiaanse fotograaf Felice Beato in Lucknow is het vermoeden van fotohistorici dat de lijken van de rebellen op de voorgrond zijn toegevoegd. De gedachte is dat tijdens de winter enkele lijken elders werden opgeslagen die later hier als zetstukken werden neergelegd. Maar waarom zouden de Britten lijken van rebellen opslaan? Het idee is dat dat bedoeld zou zijn om het dramatisch effect te vergroten. Maar zo dramatisch lijkt dat effect nou ook weer niet.

De lijken zouden ook gewoon nog op het slagveld aanwezig kunnen zijn geweest vanwege de chaos van de oorlog en de schimmigheid van de krijgshandelingen die de planning en een passend begraven van de doden doorkruisten. Er werden bij het paleis van Sikandar Bagh zo’n 2000 Indiase opstandelingen gedood, zodat het mogelijk is dat enkele ervan niet werden begraven en mogelijk hier in beeld komen. Voor de enscenering kunnen ze ter plekke zijn verschoven. Een minder aannemelijke verklaring is dat honden de lijken hebben opgegraven.

Of dit de eerste lijken zijn die ooit op foto zijn vastgelegd is de vraag. Zoals het ook de vraag is of dit de eerste gefotografeerde lijken zijn die dat al vier maanden waren. De toedracht is verre van zeker. Dat geeft aan deze foto een extra laag van fotografische geschiedschrijvers en onderzoekers die er een eigen duiding op willen plakken. Zijn de lijken uit de kast werkelijkheid of fantasie?

Het misplaatste beroep op identiteit van een christelijke propagandist

Ook christenen haken in hun beeldvorming aan bij het huidige debat over identiteit. Dat is handige marketing. Deze nieuwe apartheid sluit mensen uit, sluit mensen op en sluit mensen in.

Christelijke propagandisten gebruiken de nieuwe apartheid om medestanders ‘in eigen kring’ voor te spiegelen dat ze hun identiteit ontlenen aan hun verbondenheid met Jezus. Wie iemand is wordt volgens deze propagandisten bepaald door Jezus. De persoon die het betreft lijkt er zelf niet meer over te kunnen beslissen. Die persoon treedt in met als gevolg dat de beslissing over identiteit wordt afgestaan en overgaat naar de organisatie die voortaan de identiteit beheert.

Dit reclamepraatje van een christelijke propagandist maakt duidelijk dat identiteit een goed middel is voor gesloten gemeenschappen om leden te rekruteren, te motiveren en aan zich gebonden te houden. In de Fondsenwerving praat men over het upgraden van donors. Dat gebeurt hier. Leden van de doelgroep worden naar binnen getrokken met de opzet om ze zo lang mogelijk vast te houden. Ze vergroten door hun aantal het belang van de gemeenschap en zijn potentiële geldschieters die voor allerlei deeldoelen kunnen worden aangesproken. Zijdelings vergroot het aanpraten van een christelijke identiteit de financiële armslag van de gesloten gemeenschap.

Deze propagandist beheerst het modieuze taalgebruik tot in de toppen van zijn vingers. Hij zegt: ‘Omdat ik zoveel christenen om me heen zie die niet wandelen in de kracht en autoriteit die ze van God hebben ontvangen. Als ik kijk naar het boek Handelingen, zie ik daar christenen in die kracht wandelen‘. Kortom, christenen worden door deze propagandist geacht in de kracht van God te wandelen. Dat roept een beeld op van weleer. Een beeldtaal die aansluit bij de voormalige protestante zuil van wandeltochten met vaandels, gezangen en ingehouden blijdschap die dynamiek, energie, flinkheid, macht en massa uitstralen.

Waarom zou iemand zich over leveren aan een gesloten gemeenschap door de identiteit af te geven? Dat laat de persoon wiens identiteit ontnomen wordt zonder beslissingsbevoegdheid om het eigen lot te bepalen. Of te veranderen door een andere weg te kiezen.

Identiteit is meervoudig. Zelfs als men niet meedoet aan de modieuze race van uitsluiting van en afrekening met anderen of zelfprofilering gebruikt als middel van emancipatie ten koste van anderen door zich tegen hen af te zetten.

Ik weiger deel te nemen aan die polarisatie. Ik zie meer nadelen dan voordelen in die nieuwe apartheid. Wat doet het ertoe of ik wit ben en man als dat niet alles zegt over wat ik denk en wat mijn opvattingen zijn? Ik sta me er niet op voor en wil er evenmin op aangesproken worden.

Eenzijdigheid is het gevaar én de beperkende kracht die op termijn tot fragmentatie kan leiden voor gesloten gemeenschappen die op basis van een specifiek aspect van identiteit dat op dat moment in de mode is (religie, huidskleur, gender) leden binnenhengelen van wie het de vraag is hoe hun opvattingen zijn. En hoe andere -minder trendy- aspecten van identiteit (beperking/handicap, leeftijd, sociaaleconomische status) daarbij passen. Want hun identiteit bepaalt dat niet.

Daarom is het debat over identiteit een doodlopende weg in het publieke debat waar we blijkbaar doorheen moeten. Op een gegeven moment zullen we met z’n allen aan het eind van die weg om moeten keren. Maar zover is het nog niet. In de tussentijd maken vlotte voorvechters gretig gebruik van hun eenzijdige claim op identiteit om personen in hun netten te vangen.

Willem-Alexander is de beste dubbelganger van zichzelf. Hij en de familie Van Oranje zijn niet wat ze beweren te zijn

Hoe noem je een lookalike of dubbelganger die totaal niet lijkt? Een plaatsvervager? Artiestenbureau JB Productions maakt publiciteit voor iemand van wie het claimt dat die op koning Willem-Alexander lijkt. Naar eigen zeggen was hij te zien in campagnes voor De Staatsloterij, Ter Stal, Toto, Burger King en Albert Heijn. Artiestenbureau JB Productions zegt over zichzelf ‘al 32 jaar uw partner voor het boeken van artiesten, winkelcentrum promotie, huren van attracties, kindershows en Sinterklaas entertainment en Kerst entertainment‘ te zijn.

De tragiek van het Nederlandse koningshuis is dat koning Willem-Alexander de beste dubbelganger van zichzelf is. Het verschil tussen schijn en wezen is immens. De kloon van Artiestenbureau JB Productions komt niet in de buurt van wat Willem-Alexander is.

Het kenmerk van de Nederlandse monarchie is de gespletenheid ervan. Een voorbeeld daarvan is de omgang met kunstbezit dat goed de mentaliteit verraadt. De koninklijke familie claimt belang te hechten aan kunst en als vertegenwoordiger daarvan heeft het de kunstminnende prinses Beatrix naar voren geschoven omdat ze op goede voet zou staan met allerlei kunstenaars. Maar tegelijk liegt, fraudeert, steelt en verkoopt de monarchie op slinkse wijze kunstbezit dat het zichzelf heeft toegeëigend en zeer vermoedelijk rijksbezit is. Dus van u en mij.

Onderzoeksjournalisten van onder meer Zembla en NRC hebben afgelopen jaren misstanden en financiële en juridische scheve schaatsen van leden van de koninklijke familie blootgelegd. Het heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Want wat rijkseigendom is moet niet door de familie van Oranje ontvreemd kunnen worden.

Het recent verschenen boek Tussen Kunst en Cash van NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os zet de malversaties door leden van het Nederlandse koninklijke huis op een rijtje in het hoofdstuk ‘Familie Van Oranje’. Ook voor iemand die de feiten al kent is voor het aanzien van de Nederlandse monarchie de opsomming vernietigend om te lezen.

Eruit blijkt dat de leden ervan worden gedreven door hebzucht, elk ontbrekend respect voor kunst en erfgoed, de brutaliteit en arrogantie om procedures opzij te zetten en mensen die van hen afhankelijk zijn voor hun karretje te spannen en het totaal gemis aan verbondenheid met de Nederlandse kunst, geschiedenis en samenleving. Het beeld ontstaat dat het eigen welzijn en het spekken van de bankrekening het enige is dat telt voor de familie Van Oranje. Botheid, lompheid en intimidatie van ‘onderdanen’ blijkt een Oranje-traditie te zijn. Die verhuld wordt voor de Nederlanders.

Onrecht kan nooit in zichzelf bestaan. Dat wordt pas mogelijk als anderen het mogelijk maken. In dit geval degenen die óf tegen hun zin onder druk worden gezet door de familie Van Oranje om frauduleus te handelen óf uit vrije wil de nabijheid van de kroon zoeken om daar enig voordeel uit te kunnen halen. Dat houdt in dat de Nederlandse monarchie niks is als de samenleving er afstand van neemt en niet accepteert.

Oranjepropaganda is het tegengif tegen deze kritische houding. De meer populaire media worden door de Rijksvoorlichtingsdienst gemuilkorfd door een mediacode en journalisten van serieuze media worden gefêteerd en uitgenodigd door de monarchie zodat elke neiging om kritiek te hebben door Oranje wordt geneutraliseerd.

Hoe dat werkt en hoe ver die steun kan gaan bleek toen prinses Beatrix in 2013 aftrad en ze werd bewierookt in de media. PowNews noemde toen de ‘Beatrix-journalistiek’: ‘Historisch slechte televisie’. Ribbens en Van Os hebben met terugwerkende kracht met hun boek de eer van NRC gered die de toenmalige Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2013 door zijn kritiekloos pro-Oranje mediaoptreden te grabbel gooide.

In een commentaar schreef ik op 30 april 2021:

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?'
Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat moet Nederland met een door een artiestenbureau het land ingestuurde slecht lijkende dubbelganger van koning Willem-Alexander die aan het hoofd staat van een controversiële familie, om het neutraal en netjes te zeggen? Het valt het artiestenbureau niet kwalijk te nemen dat het inspeelt op een behoefte die blijkbaar in Nederland bestaat. Het raadsel is waarom de Nederlandse samenleving nog interesse wil tonen in een familie die de kantjes er zo afloopt. Als het een gewone familie was geweest waren ze allang aangeklaagd en veroordeeld wegens wangedrag.

Een woordje terug aan Frexit-voorstander François Asselineau over Nord Stream II

Bijna als een parodie op een GBJ Hilterman-achtige figuur debiteert François Asselineau zijn wijsheden. Deze rechtse politicus heeft de Popular Republican Union opgericht die Frankrijk eenzijdig wil terugtrekken uit de NAVO, Eurozone en EU. Dat laatste wordt Frexit genoemd. Als kandidaat haalde hij nog geen procent bij de laatste presidentsverkiezingen.

De tragiek van publieke figuren als Asselineau is dat ze met hun anti-establishment overtuiging na verloop van tijd in Russisch vaarwater terechtkomen en in eigen land gaandeweg hun geloofwaardigheid verliezen. Het type dat in de Sovjet-Unie werd gezien als ‘bruikbare idioten’. Hetzelfde overkwam de rechtse politicus Marine Le Pen die een lening van 9 miljoen dollar kreeg van een Russische bank en zo afhankelijk werd gemaakt. Ook de met de beste intenties begonnen Julian Assange werd de mentale diepte ingetrokken. Hij liet zich door het Russische propaganda-apparaat ronselen, kreeg geld voor programma’s en speelde uiteindelijk in opdracht van het Kremlin een rol in de campagne van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 die eruit bestond de aantrekkingskracht van kandidaat Hillary Clinton te verkleinen.

De terechte kritiek die deze dissidenten op hun land, de EU, de VS of de NAVO hebben passen ze niet toe op de Russische Federatie. Dat is hun zwakte en tegenstrijdigheid. Ze laten zich door pluimstrijkerij of geldelijk gewin door de Russische staatspropaganda verlokken en er deelgenoot van maken.

Bij Asselineau straalt de ijdelheid, de zelfgenoegzaamheid en de miskenning eraf. Thierry Baudet heeft ook zo’n innerlijk, hoewel Asselineau aanzienlijk meer politieke inhoud heeft. Dat maakt deze personages tot een ideaal doelwit voor manipulatie. Zelfs als ze zonder hun medewerking genoemd worden door de Russische propaganda worden ze bewust de fuik ingetrokken waar ze na verloop van tijd niet meer uit kunnen ontsnappen. Dat is waarachtig diep tragisch.

Gezien zijn anti-EU overtuiging is het begrijpelijk en voorspelbaar hoe Asselineau reageert op het project Nord Stream II. In dit gaspijplijnproject heeft het Russische staatsbedrijf Gazprom een meerderheidsbelang. Het is een politiek project van de Russische Federatie dat nog steeds door politici als premier Rutte wordt afgeschilderd als een commercieel project met politieke implicaties. Kanselier Merkel zei dat ooit ook, maar heeft dat later genuanceerd en erkend dat het wel degelijk een politiek project is, zonder dat ze overigens haar steun ervoor heeft ingetrokken. De vijand van zijn vijand (EU, VS) is voor François Asselineau zijn vriend de Russische Federatie. Het wil immers de EU verzwakken door ondermijning. Daarom neemt hij het op voor Nord Stream II. Ik heb hem geantwoord op zijn YouTube-kanaal Frexit UPR. Zie onderin voor een Nederlandse vertaling:

Il reste curieux que les entreprises européennes et la politique allemande (à l’exception des Verts) financent le Kremlin via Nord Stream II pour être attaqué. C’est une politique de sécurité contre-productive avec laquelle l’Europe donne à l’agresseur la Russie des ressources financières supplémentaires pour être attaqué.

Pensez à l’ingérence dans les élections et l’opinion publique américaines, allemandes et françaises (France : récente campagne russe anti-Pfizer), les cyberattaques russes continues contre ces pays, le soutien russe à la Biélorussie et la répression de l’opposition russe (Alexei Navalny, ONG), la violation des droits de l’homme et la poursuite de l’érosion de l’état de droit.

L’Europe veut-elle financer l’agression russe qui se retourne contre elle-même en achetant du gaz russe qu’elle pourra acheter ailleurs ? Pensez à la Norvège, l’Algérie ou le Qatar.

La dépendance à l’égard du gaz russe, qui augmente en raison de la construction de Nord Stream II, est en conflit avec la politique énergétique de l’UE convenue, telle que définie dans le troisième paquet énergétique en 2019. Il mentionne comme objectifs la diversification et l’indépendance des fournisseurs. Comme mentionné, Nord Stream II est contraire à cela.

À plus long terme après 2030, l’utilisation de combustibles fossiles tels que le gaz doit être réduite. Les pays en ont convenu en 2015 dans l’Accord de Paris sur le climat ratifié. L’amortissement du Nord Stream II de plus de 9 milliards d’euros a une durée plus longue. D’ici 10 ans, Nord Stream II (s’il entre en vigueur en 2022) entrera donc en conflit avec les objectifs de durabilité.

Ce conflit est maintenant reporté à l’avenir, tandis que les États membres de l’UE veulent parvenir à la durabilité grâce à un Green Deal, ce qui est également rendu plus difficile par cela. Nord Stream II peut donc être vu comme la paresse d’une génération plus âgée qui va pour le gain économique et affecte l’avenir des jeunes générations.

La conclusion est claire. Nord Stream II est un projet malheureux qui n’aurait jamais dû être réalisé pour de nombreuses raisons :

1) il entre en conflit avec la sécurité nationale de l’UE;

2) elle renforce les divisions au sein de l’UE (notamment l’Allemagne vis-à-vis de la Pologne et des pays baltes) ;

3) elle entre en conflit avec la politique énergétique de l’UE car elle réduit la diversification et augmente la dépendance ;

4) il complique les relations avec les États-Unis où le Sénat est presque unanimement opposé à Nord Stream II, alors que l’UE est largement dépendante des États-Unis pour la défense ;

5) renforce avec un financement supplémentaire le régime autocratique du président Poutine, qui est économiquement largement tributaire des exportations de gaz et de pétrole qui se retournent directement contre l’UE par des actions subversives ;

6) il entre en conflit avec les objectifs de l’Accord de Paris sur le climat en ce qui concerne le verdissement et la durabilité car il maintient l’utilisation des combustibles fossiles après 2030, alors que l’accord est de le réduire.

Het blijft merkwaardig dat het Europese bedrijfsleven en de Duitse politiek (op de Groenen na) via Nord Stream II het Kremlin financiert om aangevallen te worden. Dat is een contraproductieve veiligheidspolitiek waarmee Europa de agressor Rusland extra financiële middelen geeft om aangevallen te worden.
Denk aan inmenging in Amerikaanse, Duitse en Franse verkiezingen en de publieke opinie (Frankrijk: recente Russische anti-Pfizer campagne), continue Russische cyberaanvallen tegen deze landen, Russische steun voor Wit-Rusland en de crackdown van de Russische oppositie (Alexei Navalny, NGO's), de schending van de mensenrechten en het verder uithollen van de rechtsstaat.
Wil Europa de Russsiche agressie die zich tegen zichzelf keert financieren door het kopen van Russisch gas dat het ook elders kan kopen? Denk aan Noorwegen, Algerije of Qatar.
De afhankelijkheid van Russisch gas die door de aanleg van Nord Stream II toeneemt is in strijd met de afgesproken energiepolitiek van de EU zoals die in 2019 werd vastgelegd in het Third Energy Package. Daarin worden diversificatie en onafhankelijkheid van leveranciers als doelstellingen genoemd. Zoals gezegd, Nord Stream II is daarmee in strijd.
Voor de langere termijn na 2030 moet het gebruik van fossiele brandstoffen zoals gas verminderd worden. Dat zijn landen in 2015 overeengekomen in het geratificeerde Klimaatakkoord van Parijs. De amortisatie van het meer dan 9 miljard euro kostende Nord Stream II heeft een langere looptijd dan dat. Binnen 10 jaar zal Nord Stream II (als die in 2022 in werking treedt) dan ook in conflict komen met de duurzaamheidsdoelen.
Dat conflict wordt nu doorgeschoven naar de toekomst, terwijl de EU-lidstaten de duurzaamheid via een Green Deal willen realiseren die hier ook door bemoeilijkt wordt. Nord Stream II kan dan ook gezien worden als de gemakzucht van een oudere generatie die gaat voor economisch gewin en de toekomst van jongere generaties aantast.
De conclusie is duidelijk. Nord Sream II is om vele redenen een ongelukkig project dat nooit gerealiseerd had mogen worden:
1) het is in conflict met de nationale veiligheid van de EU;
2) het versterkt de verdeeldheid binnen de EU (vooal Duitsland tegenover Polen en de Baltische landen);
3) het is in strijd met de energiepolitiek van de EU omdat het de diversificatie vermindert en de afhankelijkheid vergroot;
4) het bemoeilijkt de relatie met de VS waar de Senaat bijna eensgezind tegen Nord Stream II is, terwijl de EU voor de defensie grotendeels afhankelijk is van de VS;
5) het versterkt door extra financiering het autocratische bewind van president Putin die economisch grotendeels afhankelijk is van de export van gas en olie dat zich direct tegen de EU keert door ondermijnende acties;
6) het is in strijd met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs waar het streven naar vergroening en duurzaamheid betreft omdat het na 2030 het gebruik van fossiele brandstof in stand houdt, terwijl de afspraak vermindering ervan is.

De hielenlikkers van de Nederlandse monarchie zijn het ergst en ergerlijkst

Den Haag, 22 maart 2021: Koningin Máxima opent de Week van het geld met minister Hoekstra en minister Slob’. Beeld: © Wijzer in geldzaken Valerie Kuypers. Op koninklijkhuis.nl.

Van de Nederlandse monarchie ben ik geen fan, maar de onderdanigheid van de hielenlikkers vind ik nog moeilijker te verteren. Als republikein of monarchist kun je om politieke redenen tegen of voor de monarchie zijn. Dat is een standpunt. Maar de hielenlikkers gaan verder en verliezen zichzelf in onderworpenheid. Dat past niet bij een volwassen democratie met mondige burgers.

Het innemen van zo’n positie past bij autoritaire landen als Noord-Korea of de Russische Federatie waar de media gelijkgeschakeld zijn en de burgers niks te zeggen hebben. In Nederland nemen de burgers in navolging van de bevoorrechten die het voorbeeld geven welbewust en vrijwillig een kritiekloze positie in. Hoewel het de vraag is hoe bewust ze zich daar zelf van zijn. Er klinkt trouwens steeds meer kritiek op de monarchie waarbij het de vraag is of dat komt door de afnemende steun ervoor of toenemende kritiek op de bevoorrechten die de monarchie stutten.

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?

Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat doen in hemelsnaam die burgemeesters, lokale bobo’s, hoofdredacteuren, ambtenaren, journalisten, gasten van talkshows en andere opinieleiders zichzelf en hun geloofwaardigheid aan door de monarchie in bescherming te nemen, te prijzen en uitgebreid te bewieroken? Dat gedrag is voor een buitenstaander die afstand wil houden tot nationalisme, koningshuis en sportverdwazing waarbij de kleur oranje leidend is ongewenst omdat het iedere keer weer het contact legt met iets onaangenaams. Met het vermoeden dat deze bijzaken dienen om de hoofdzaken te verhullen.

Schermafbeelding van deel columnTweedagenbaardje’ van Marcel van Roosmalen in NRC, 27 april 2021.

We weten niet of Nederlanders diep in hun hart monarchist of republikein zijn. Het beeld is vermoedelijk gemengd. Maar we kunnen het ook niet weten omdat in een sfeer van hosanna voor de monarchie opinieleiders in de media al decennialang hun bewondering ervoor ventileren en zo de Nederlanders een opvatting opleggen over de superioriteit of op z’n minst de onvermijdelijkheid van het koningshuis.

Dat effect wordt nog eens versterkt door een eenzijdig door het koningshuis opgelegde mediacode die de media knevelt in de verslaggeving over het koningshuis. De media worden verplicht zich in bochten te dwingen op straffe van uitsluiting door de monarchie. Ook media die er niet aan meedoen hebben er last van. Het programma Argos Medialogica wijdde er onlangs aandacht aan.

Na mij de zondvloed’ debiteren de voorstanders van de monarchie die claimen dat in deze woelige tijden de monarchie voor continuïteit en zekerheid zorgt. De niet onderbouwde claim is dat een republiek met een president als staatshoofd minder stabiel is. Omdat vanwege de vage omschrijving niet weerlegd kan worden dat we niet in woelige tijden leven kan een breed maatschappelijk debat over de vraag of Nederland een monarchie of republiek moet zijn eindeloos worden geblokkeerd.

Het meest fascinerende aan deze hielenlikkerij is de vraag waar het eigenlijk op is gebaseerd. De toenmalige Amsterdamse burgermeester Eberhard van der Laan zei in 2013 in een interview in Binnenlands Bestuur: ‘Ik ben een republikein, net als zestig, zeventig procent van de Nederlanders’. Waar hij dat percentage op baseerde is onduidelijk, maar het omgekeerde is evenmin vast te stellen. Namelijk dat een meerderheid van de Nederlanders monarchist is.

De vaderlandse geschiedenis leert dat Nederland afwisselend monarchie en republiek was. De grootste bloei maakte het door als republiek. De hardnekkigheid waarmee de monarchie nu wordt gestut door media, politiek, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld zonder dat de voorstanders van de republiek in gelijke mate een eerlijke kans krijgen om hun standpunt naar voren te brengen doet vermoeden dat er onraad aan de horizon nadert. Onheil voor de Nederlandse monarchie wel te verstaan.

Duitsland staat niet zozeer op gespannen voet met Nord Stream II of de Russische Federatie, maar met zichzelf

Mijn reactie op DW News bij een video over de aanleg van Nord Stream II:

‘Mayor Axel Vogt is a strange figure. Is he really that naive, or is he just hired to express an opinion like a stage actor is rehearsing a role? He believes that Alexei Navalny is winning the propaganda battle in Europe against the Kremlin, which has much more resources at its disposal. That must indicate that the Kremlin’s propaganda is unable to sell a bad product, namely its authoritarian regime. But Vogt’s perspective does not reach that far. His perspective turns out to be mired in Nord Stream II alone.

The tragedy of such a blinkered mayor is that he first looks at who his opponent is before forming an opinion about the case itself. That is the tragedy of party politics in its worst form, by the way. The mayor straightens out what’s wrong. Apparently he sees that as his job.

In any case, the attitude of German politics (except for the Greens, the Liberals and some CDU members) towards the Russian Federation is rather distorted and disturbed. This has to do with the Second World War and the suffering caused by the Nazis.

How that can go wrong, President Steinmeier showed when he recently consciously or naively confused the victimization of Balts, Poles, Belarusians and Ukrainians with the victimization of Russians. Professor Timothy Snyder has repeatedly demonstrated to a German audience, inclusief parlementariërs, with figures that Poles, Belarusians and Ukrainians have suffered proportionally more from the German war machine than the Russians.

But those facts do not reach the very top of German politics. Although it is also possible that they do know what victims they have made, but consciously perpetuate the misunderstanding in order to reach a rapprochement with the Kremlin. A rapprochement that on closer inspection is not appropriate, not ethical and not permissible. But this rather disproportionately favors German business at the expense of Eastern and Western Europe. That misunderstanding has marked Germany’s Russia policy since Willy Brandt, with the SPD in the most malicious role of helping the Kremlin, and not Germany or the EU.

The conclusion of the Nord Stream II fuss is not that it is about Germany’s relationship with the Russian Federation, but essentially about Germany’s self-image. That is seriously distorted and clouded. Even 75 years after the war, German politics has not yet properly processed that war. Or as said, and what is even more false and poignant, it has processed that war, but deliberately misinterprets it for opportunistic reasons.

This not only alienates Germany even further from the real victims of World War II, such as Poland, Belarus and Ukraine, as well as France and the Netherlands, but with that false self-image it also does itself considerable damage because it knowingly deceives itself.’

Vertrouwen in Willem-Alexander is in 2020 fors gedaald. Dat biedt kansen voor een debat over de staatsvorm: Monarchie of Republiek

Volgens een opiniepeiling van IPSOS in opdracht van Nieuwsuur is het vertrouwen in koning Willem-Alexander fors gedaald. De NOS zegt in een bericht: ‘In april van dit jaar had nog 76 procent van alle Nederlanders tamelijk veel of veel vertrouwen in de koning, in december is dat nog maar 47 procent’. Een meerderheid die vertrouwen heeft in de koning is in 2020 veranderd in een minderheid. Als reden wordt het gedrag van  Willem-Alexander genoemd waar forse kritiek op kwam. Tekenend is Youp van ’t Hek die in zijn wekelijkse NRC-column de aanschaf van een 2 miljoen euro kostende speedboat door de koning ter discussie stelt. Voor een later afgebroken reis naar Griekenland midden in de lockdown die reizen naar het buitenland verhoogde Willem-Alexander evenmin zijn acceptatie.

Sinds 10 oktober 2020 ben ik lid van het Republikeins Genootschap. Dat heeft met Floris Müller een woordvoerder die de Republikeinse zaak redelijk kan bepleiten. Wat journalist Max Westerman in de video zegt verklaart grotendeels de tot voor kort grote steun voor de Nederlandse monarchie. Voor zijn zelfstandigheid en zijn gebrek aan onderdanigheid wordt hij gestraft met uitsluiting. Maar de Oranjepropaganda die altijd zo sterk aanwezig was in Nederland en in de media was verankerd lijkt uitgewerkt. De tijdgeest wijst de andere kant op. Daarom is het moment gekomen om het pleidooi voor een Republiek serieus te nemen.

In commentatoren noemde ik afgelopen jaren de hielenlikkers, pluimstrijkers, hermelijnvlooien, gladstrijkers en jaknikkers die de monarchie bewieroken. Sommigen ervan durven zichzelf journalist te noemen. Op 13 april 2020 schreef ik in een commentaar het volgende: ‘Maar één gegeven staat als een paal boven water. De bewieroking van de monarchie door de hielenlikkers, pluimstrijkers en hermelijnvlooien zal niet veranderen. Dat is in beton gegoten. Journalisten, kamerleden en opinieleiders blijven het koningshuis kritiekloos volgen. Op een uitzondering als Max Westerman na die de overdadige luxe van het koningshuis ter discussie stelt in een opinie-artikel. Het Nederlandse koningshuis is volgens onderzoek van de Gentse hoogleraar Herman Matthijs het duurste of op een na duurste van Europa. Na Noorwegen. Dat is bizar. Maar nog vreemder is dat er totaal geen politiek debat over is. Hoe kan dat? Nederlandse politici hebben over alles en nog wat een mening, of menen die te moeten hebben, maar over de monarchie zwijgen ze. Of worden ze tot zwijgen gebracht. Er is af en toe kritiek zoals in 2014 van het toenmalige Groningse PvdA-kamerlid Jan Vos. Maar hij moest van zijn eigen partij zijn kritiek inslikken.

Is de tijd voor een maatschappelijk debat over de zin en onzin van de monarchie aangebroken? Koning Willem-Alexander heeft door zijn gedrag in 2020 zijn eigen glazen en dat van de Nederlandse monarchie ingegooid. Het lijkt zelfs op een provocatie van iemand die er zelf graag het bijltje bij neergooit. Het is gewenst dat het nu aan het volk is om zich er eens over uit te spreken wat voor staatsvorm Nederland dient te hebben. Dat debat is altijd van bovenaf gemanipuleerd. Dat past niet meer bij onze tijd.

Greenwald stapt op bij The Intercept vanwege censuur in artikel over Biden. Tekenend voor de grens aan activistische journalistiek?

De radicalisering van de gelauwerde in Brazilië wonende Amerikaanse journalist Glenn Greenwald eindigt voorlopig in meningsverschil tussen hem en nieuwsblog The Intercept waarvan hij in 2013 een van de oprichters was na zijn vertrek bij The Guardian. Hij en eigenaar Pierre Omidyar zijn leeftijdsgenoten. Greenwald stapt op omdat hij zich beperkt voelt omdat een kritisch stuk over Joe Biden niet integraal gepubliceerd werd. In antwoord daarop dient The Intercept hem in een redactioneel (zie boven) van repliek.

Het is lastig om het geschil op waarde te schatten. Ondanks verschillen doet het denken aan 2016 toen Wikileaks-oprichter Julian Assange in Russisch vaarwater terechtkwam en Hillary Clinton frontaal aanviel. Hij probeerde aan de linkerkant stemmen weg te snoepen van Clinton. Assange wordt ervan verdacht dat hij door geldnood gedreven gekocht werd door het Kremlin. Dat promootte ook Bernie Sanders en de linkse Jill Stein van de Groene partij met de opzet om verdeeldheid te zaaien en Democratische stemmers weg te houden bij de stembus. Dat was een succesvolle strategie die tot Trumps verkiezing leidde. Pikant is dat het eind 2010 Pierre Omidyar was die als eigenaar van eBay en dochterbedrijf PayPal zich er niet tegen verzette dat er geen geld meer kon worden overgemaakt naar WikiLeaks. Dat dreef Assange in de armen van het Kremlin.

Greenwald treedt wel eens op als gast bij het door het Kremlin gecontroleerde RT (Russia Today) dat het er vooral om te doen is om de verdeeldheid in en zwakte van het Westen te benadrukken en de verdeeldheid in en de zwakte van de Russische Federatie te verzwijgen. Het verwijt aan gasten van RT is dat ze weliswaar de vrijheid nemen om terechte kritiek te uiten op het Westen, maar tegelijk in het frame van het Kremlin stappen en zich bewust de vrijheid laten ontnemen om kritiek op de Russische Federatie en de ondermijnende acties tegen het Westen te uiten. Dat wordt niet als evenwichtig gezien en het wordt hun aangerekend dat ze ermee het recht van spreken verspelen. Wie kan geloofwaardig zijn onder acceptatie van zo’n dubbele standaard?

Toch zou men Greenwald een ethische journalist kunnen noemen die net als Matt Taibbi en Jeremy Scahill geen concessies wil doen aan de eigen integriteit. Ze zijn het geweten van de progressieve journalistiek en houden niet op om zich als zodanig te profileren. Dat roept trouwens misnoegen op bij collega-journalisten die vinden dat bij het professionalisme van hun vak samenwerking, teamgeest en geen egotripperij past.

Journalisten als Greenwald passen eerder bij kleinere nieuwsmedia als The Young Turks van Cenk Uygur of Democracy Now! van Amy Goodman, dan bij het grote MSNBC dat hoewel het zich in de meeste programma’s verzet tegen Trump een centristische koers vaart die afstand houdt tot de progressieve vleugel van de Democratische partij. Een journalist met radicale meningen en een hoogstaand idee van ethiek is slecht in te passen in een breed nieuwsmedium dat rekening heeft te houden met de eigen economische positie.

Bij die koers past geen frontale aanval op Biden. De ontmanteling van de democratische instituties en het steeds verder oprekken van de interpretatie van de grondwet door Trump vraagt alle hens aan dek. Het is toch al zo verbazingwekkend dat een minderheid van tussen de 40 en 45%  Trump ondanks alles wat God en de Founders van de Amerikaanse Republiek hebben verboden trouw blijft. Aan Greenwald blijft het verwijt kleven dat hij niet goed kan weerleggen dat hij de campagne van Trump dient door dubieuze claims van Trumps politieke campagne over te nemen en dat als onafhankelijke journalistiek te presenteren. Vooral de timing is opmerkelijk. Als het Greenwald om de waarheid en het principe van onafhankelijke journalistiek ging, dan had hij ook met publicatie kunnen wachten na de beslissing over de verkiezing van de volgende president. Tegelijk heeft Greenwald een punt dat delen van de Amerikaanse journalistiek zich mee hebben laten trekken in de politieke stammenstrijd. Maar hij lijkt niet langer de meest geloofwaardige journalist om die kritiek te uiten.

Foto: Schermafbeelding van deel redactioneelGLENN GREENWALD RESIGNS FROM THE INTERCEPT; A note from the editors’ in The Intercept, 29 oktober 2020.