Antwoord aan Jelmer en ‘Alpha – Youth NL’ op de vraag of God bestaat

Jelmer of beter gezegd Alpha – Youth NL stelt vragen. Deze christelijke organisatie heeft op YouTube als ondertitel Fun, Faith, Food & Friendship. Deze alliteratie toont hedendaags. Het had ook Family, Father in Heaven, Freedom of Future kunnen zijn. Of wat dan ook.

Elke keuze is mogelijk. En maakt een profiel. Dat bepaalt de eigenheid van een christelijke organisatie die opereert op de drukbezette religieuze markt vol concurrenten.

Jelmer heeft een heleboel vragen. Toevallig stelt hij die aan AlphaYouth NL. Als hij ze hier had gesteld, dan had hij de volgende antwoorden gekregen.

  • Bestaat God? Ja, maar uitsluitend in de gedachten van gelovige mensen. God is een menselijke constructie die daarbuiten niet bestaat. God is geen verticaal, maar een horizontaal verschijnsel. Door mensen gemaakt. De God van Nederland heeft een andere identiteit dan de God van Italië of de God van Egypte. De identiteit van de God hangt nauw samen met de identiteit van de mensen die de God construeren. Dat verschilt per regio en periode.
  • Is er een hemel? Dat is een herhaling van de vorige vraag over het bestaan van God. De hemel bestaat uitsluitend in de gedachten van gelovige mensen. De hemel is een menselijke constructie die daarbuiten niet bestaat.
  • Waar ga je heen na de dood in het algemeen? Dat ligt eraan hoe men of een naaste beschikt over het gestorven lichaam. In Nederland gaan de meeste dode mensen naar de oven of in een kist de aarde in. Wie gelooft in een leven na de dood rekt de houdbaarheidsdatum van het leven oneigenlijk op. Het leven na de dood is een niet inlosbare constructie van kerkvaders en -leiders om gelovigen hoop te geven én gehoorzaam te houden.

Jelmer zegt dat er een klik in zijn hoofd was omgegaan waardoor hij dacht ‘Oké, er moet meer zijn‘. Het is niet duidelijk wat hij hiermee bedoelt. Meer dan wat?

Het beste antwoord is dat mensen in primitieve omstandigheden ooit hebben geprobeerd door de creatie van godsdienst met rituelen de leegte en eindigheid van het leven op afstand te houden. Dat schept en benoemt zin en troost, en geeft geestelijke stabiliteit door verbondenheid in een harde buitenwereld.

De constructie van een God of hemel werkt optimaal als de montage ervan uit het zicht wordt gehouden. Als zelfs wordt ontkend dat het een constructie is. De vragen van Alpha -Youth NL moeten opgevat worden als het verhullen van de menselijke constructie die aan godsdienst ten grondslag ligt. Het stellen van vragen naar het bestaan of ontstaan is een spel van religieuze leiders dat ze spelen om de willekeur van de constructie waar ze deel van uitmaken legitimiteit te geven.

Op het niveau van het dagelijks geloof, gelovigen en een religieuze organisatie bestaan God en hemel. Er hoeft niet verder nagedacht te worden dan dat. Maar op een overkoepelend niveau dat gaat over het ontstaan van godsdienst bestaat God niet als een verschijnsel dat autonoom buiten die door mensen gemaakte constructie bestaat. Er is meer als de gelovige het fundament van het geloof ontkent. Dat meer is in zekere zin minder.

Heilige oorlog van Kirill is pervers

Patriarch Kirill van Moskou is niet alleen de hoogste kerkleider van de Russisch-Orthodoxe Kerk in de Russische Federatie, maar hij is ook de geestelijk leider. Hij ondersteunt de mobilisatie en volgt nauw de politiek van Poetin. Hij zegt de opgeroepen mannen niet bang te zijn voor de dood. Sommigen worden zonder training en goede uitrusting als kanonnenvoer naar het Oekraïense front gestuurd. Ze hebben weinig kans om te overleven of militair een verschil te maken.

De gemobiliseerden hebben geluk als ze het overleven en gevangen worden genomen. Zoals een Russische man in dit filmpje die op 21 september werd gemobiliseerd, een paar dagen later naar het front werd gestuurd en op 27 september door het Oekraïense leger in de regio Kharkiv gevangen werd genomen. Hij bekent tegen de Oekraïeners die hem gevangen houden dat het stom was om naar Oekraïne te komen. Waarom kwam hij dan?

Waar patriarch Kirill toe oproept is pervers. Hij misbruikt het evangelie voor militaire doeleinden. Het is de vraag of het theologisch klopt dat zonden van een militair die naar het front gaat en daar sneuvelt in de strijd worden vergeven. Het is theologische hokus-pokus van Kirill die lijkt op het islamitische idee van een heilige oorlog voor politieke doeleinden. Want Kirill wijkt bewust af van de bijbelse boodschap (‘de Schrift alleen’), ofwel de Sola Scriptura. Dat is voor gelovigen onverdraagbaar.

Kirill beschadigt Kirill niet alleen zijn eigen geloofwaardigheid, maar ook die van de Russisch-Orthodoxe Kerk in de Russische Federatie. En van religie in het algemeen als bron van troost en zingeving. Wat voor zingeving is het om gemobiliseerde mannen zonder training, bescherming, goede wapens en een solide commandostructuur de dood in te jagen? Is dat een bijbelse boodschap?

In het commentaarReligieuze doping in Russisch-Oekraïense oorlog‘ van 14 juli 2022 schreef ik:

Deze religieuze doping valt niet te rechtvaardigen én logisch recht te breien als de militair aan de ene kant op dezelfde manier als de militair aan de andere kant wordt gezegend om te vertrouwen op steun en bescherming van dezelfde God. Aan welke kant staat de God van Rusland of Oekraïne in hemelsnaam? Hoe steekt de goddelijke boekhouding in elkaar? 
Het is een vals spel waar zo’n godsdienst zich welbewust toe leent. Er valt wat de schuldvraag betreft een onderscheid te maken tussen de agressor die een soeverein land binnenvalt en genoemd land dat zich tegen die agressor verdedigt. Dat religie in zo’n oorlog een hoofdrol speelt is een zwaktebod. Weg pluriformiteit, weg eigen verantwoordelijkheid, weg rationaliteit.

Religie blijft een merkwaardig fenomeen. Het is levensgevaarlijk als het in foute handen valt.

Krijgt Amsterdam met het Verhalenhuis een centrum voor Arabische, Islamitische of gemengde cultuur in Nieuw-West?

Mijn reactie bij bovenstaande video op YouTube over een initiatief in Amsterdam-West van de stichting El Hizjra: het Verhalenhuis. Maar er schort nog wel iets aan de definiëring en uitwerking:

Prima initiatief. Waarom het aan kunst wordt gekoppeld en het Verhalenhuis mede een museum wordt genoemd is minder duidelijk. Want dit gaat niet om kunst, maar om cultuur. Om verbinding. Die is nodig en het lijkt er sterk op dat het Verhalenhuis in een behoefte kan voorzien. 

Het etiket dat Mohamed Mahdi erop plakt is vaag, of beter gezegd onbepaald. Hij gebruikt begrippen door elkaar, zoals Arabisch, Islamitisch, cultuur, wereld (gemeenschap) en mensen. Wat is wat?

Het onderscheid tussen de Arabische en Islamitische wereld verdient daarom nog enige uitwerking. Er zijn raakvlakken, maar ook verschillen.

Zo zijn er vele islamitische landen die niet Arabisch zijn (Turkije en de Turkssprekende Centraal-Aziatische republieken, Indonesië, Iran, Afghanistan, Pakistan, Bangladesh). Ook zijn er in Arabische landen aanzienlijke niet-Arabische etnische minderheden, zoals Berbers, Semieten en Koesjieten. Er zijn ook Arabische landen met aanzienlijke niet-islamitische religieuze minderheden (Libanon, Bahrein, Djibouti, Egypte, Koeweit, Soedan, Syrië). 

Zeker voor Nederland is deze nuancering belangrijk. De grootste islamistische minderheid vormen de Marokkaanse moslims, maar die zijn deels Berbers of Riffijns en slechts gedeeltelijk gearabiseerd. Daarnaast heeft ongeveer een kwart van de jonge Marokkaans-Nederlandse moslims de islam verlaten, maar presenteren ze zich om sociale redenen, zoals groepsdruk vaak nog als moslim. De op een na grootste islamistische minderheid vormen de Turks-Nederlandse moslims. Ze zijn niet Arabisch.

Een perfecte etikettering van de doelgroep/achterban die Mohamed Mahdi van stichting El Hizjra op het oog heeft is dus niet mogelijk. Er zijn te veel uitzonderingen en afwijkingen. De achterban is noch onvervalst Arabisch noch onvervalst Islamitisch. Beide etiketten dekken de lading niet. Maar het is begrijpelijk dat stichting El Hizjra om politieke, budgettaire en publicitaire redenen toch een etiket op dit project wil plakken.

Een oplossing zou wellicht zijn om het Verhalenhuis niet te presenteren als verbinding voor Islamistische of Arabische Nederlanders, maar als verbinding voor Amsterdammers die een band hebben met de werelden die Mohamed Mahdi schetst. Benoem daarin gerust de Arabische en Islamitische achtergronden, maar presenteer die niet als exclusief. Als het etiket niet kloppend te maken is, dan kan het maar beter ruim geformuleerd worden. Dat past prima bij een open stad met talloze minderheden.

Zoektocht naar foto van onbekende man in Noorse collectie leidt naar Leidse hoogleraar Kristensen (1897-1899)

Anton. J. van der Stok, ‘Mann, ukjent, portrett‘. Collectie: Stichting Lillehammer Museum.

Wie regelmatig in digitale beeldcollecties zoekt kan zich erover verbazen hoe die collecties over landgrenzen heen elkaar niet of slecht aanvullen. Waarom komt die aansluiting tussen landen zo slecht tot stand? Waarom is er blijkbaar onvoldoende samenwerking om de lacune in elkaars collecties aan te vullen?

Neem de fotoMann, ukjent, portrett‘ in de collectie van de Noorse digitale collectie van Aulestad / Lillehammer. Bij de beschrijving staat in het Noors: ‘Man, onbekend, portret’. Als datering wordt 1880 – 1900 gegeven. Hoe valt de naam van de onbekende man te achterhalen? Zoals zo vaak gaat dat door het combineren van gegevens en het wegstrepen van opties.

Een belangrijke aanwijzing is de naam en het adres van het atelier waar de foto is gemaakt. De Noorse collectie geeft de naam van de fotograaf verkeerd weer. Het is niet ‘Van der Stock’, maar ‘Van der Stok’. Volgens de RKD had Anton van der Stok van 1 januari 1887 tot 3 december 1899 een atelier op het Rapenburg 13 in Leiden. Daarna verhuisde hij naar de Breestraat 149.

Op de achterkant van een foto van Jan de Vries met datering 1903 in de digitale collectie van de Universiteit Leiden is het adres Rapenburg 13 doorgestreept en vervangen door Breestraat 149.

De onbekende man op de foto lijkt een hoogleraar. Met professorale baret. Omdat de foto in Leiden is genomen, mag men veronderstellen dat hij is verbonden aan de Universiteit Leiden. De man zou een hoogleraar kunnen zijn die tussen 1887 en 1899 werkzaam was aan de Universiteit Leiden. Hoe kunnen we dat staven?

Maar dan zijn we er nog niet. De volgende vraag is hoe deze foto terechtkomt in Lillehammer in een Noorse provinciale digitale collectie. Heeft de man een connectie met Noorwegen of is hij wellicht van geboorte Noors?

Ja, de man is hoogleraar Godsdienstwetenschappen William Brede Kristensen (1867 – 1953) die uiteindelijk in Leiden zou sterven. Volgens zijn Wikipedia-pagina studeerde hij van 1890 tot 1892 in Leiden en werd op 6 april 1901 benoemd tot hoogleraar in Leiden waar hij op 23 september 1901 zijn oratie hield. Hij zou in Leiden tot 1937 hoogleraar blijven. In het collegejaar 1915-1916 was hij rector magnificus. Zijn foto in die functie was de sleutel om zijn naam te achterhalen.

Als de foto ter ere van zijn oratie in september 1901 zou zijn genomen, dan was Kristensen 33 jaar oud. Dat kan kloppen. Alleen ontstaat er dan een probleem met het adres van fotograaf Van der Stok die eind 1899 van Rapenburg 13 naar Breestraat 149 verhuisde. Dateert de foto wellicht van voor 1901?

Aanleiding voor de foto kan zijn geweest dat Kristensen in 1897 aan de Universiteit van Kristiania (nu Oslo) zijn habilitatie behaalde. De foto van Van der Stok kan gezien worden als promotiemateriaal om zich te positioneren voor een hoogleraarspost. Volgens Wikipedia werd in die tijd vooral in Duitsland en Polen de habilitatie als ‘soort diploma voor hoogleraar‘ beschouwd. Kristensen had in Leiden ijzers in het vuur door zijn promotie in 1892 bij Cornelis Petrus Tiele die hij in 1901 opvolgde.

Als de aanname klopt dan zijn de feiten de volgende. De onbekende man is de in 1867 in het Noorse Kristiansand geboren William Brede Kristensen die in 1901 tot hoogleraar Godsdienstwetenschappen aan de Universiteit Leiden werd benoemd. De foto werd in het atelier van Anton van der Stok aan het Rapenburg 13 in Leiden tussen 1897 en 3 december 1899 genomen. Of Kristensen toen al het recht had om een professorale baret te dragen kan te maken hebben met de academische mores per land.

Hoe komt het dat kunst doet wat religie nalaat?

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Volgens columnist Hizir Cengiz is kunst de geslaagde en succesvolle versie van religie. Religie zou blijven hangen in verstarring. Kunst zou doen wat religie nalaat. Ik ben het met hem eens.

Maar dan moeten we religie en kunst wel eerlijk vergelijken. Want kunst kent vele varianten die ook lijden aan verstarring. En religie kent nieuwe, levendige, eigentijdse varianten, zoals de tegen de satire aanleunende Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Die nieuwe godsdiensten worden trouwens door de gevestigde godsdiensten en de verdedigers ervan niet tot de religiemarkt toegelaten. Daar worden zelfs de hoogste juridische middelen van de staat voor uit de kast gehaald.

Die verdedigende reflex ontstaat om de belangen van de traditionele godsdiensten te beschermen en het vooroordeel te onderstrepen dat een godsdienst belegen is en zich in de tijd bewezen moet hebben. Wellicht speelt ook mee dat de verdedigers van traditionele religie menen dat conventies en regels onmisbare pijlers onder de samenleving zijn.

De verklaring waarom kunst slaagt waar religie faalt ligt voor de hand. Kunst en religie putten uit dezelfde bron van het drama en de rituelen. Het zijn menselijke, creatieve constructies die proberen de zinloosheid, de leegte en de eindigheid van het leven op afstand te houden. Kunst slaagt daar beter in omdat het meegaander en buigzamer is. Kunst hoeft immers zichzelf niet te bestendigen.

Kunst is veelgelaagd en gefragmenteerd en kan zich voortdurend vernieuwen. Stromingen volgen elkaar op en kunstenaars becommentariëren elkaars werk. Er bestaan weliswaar kunstinstellingen die hun eigen voortbestaan belangrijk vinden, maar die bepalen niet wat de veelgelaagde kunst is.

Het tweeledig doel van de beeldbepalende monotheïstische godsdiensten verklaart grotendeels de verstarring. Want naast zingeving (‘de binnenkant‘) moeten godsdiensten door belangenbehartiging, het uitschakelen van rivalen, fondsenwerving, en marketing en publiciteit continu werken aan hun eigen voortbestaan (‘de buitenkant‘). Met ook nog eens het risico dat de buitenkant door wereldse leiders wordt gekaapt. Dat gevecht om continuering leidt tot starheid en verstijving. 

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Cengiz eindigt zijn commentaar met de persoonlijke noot dat hij nimmer vraagtekens bij zijn religie mocht plaatsen, want dat was ‘des duivels, bijna blasfemie‘. Dat is een juiste constatering van hem. Verstarring is onlosmakelijk verbonden met traditionele godsdienst. Het is er zelfs een bestaansvoorwaarde van. De vraag naar eigen ontstaan en herkomst is binnen traditionele religies een taboe. Die vraag mag niet gesteld worden. Terwijl in de kunst per definitie geen enkele vraag taboe is. Dat verklaart het verschil tussen kunst en religie.

In februari 2022 stelde ik in het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ over wegkwijnende kerken die door de ontkerkelijking niet meer onderhouden kunnen worden dat religieuze organisaties voortaan opgevat zouden moeten worden als culturele organisaties.

Het verschil tussen kunst en religie is historisch, dramatisch en functioneel minder groot dan het lijkt. Door de eeuwenlange dominantie van religie zijn ze uit elkaar gegroeid en is de overeenkomst uit zicht geraakt. Nu in West-Europa het belang van religie afneemt en kunst zich dynamisch handhaaft is het moment gekomen om ze weer als twee kanten van dezelfde medaille te gaan beschouwen.

Het boze oog van Paul von Plehwe. Gedachten bij een foto van de Russische legeraalmoezenier Zybulski (1914-1916)

De Russische pope en aalmoezenier Zybulski waarvan de Russische generaal suggereerde dat hem de ogen uitgestoken waren door de Duitsers. Collectie: Biblioteca Virtual de Defensa.

Dit is een foto uit 1916 van de Russische legeraalmoezenier Zybulski (voornaam onbekend) die in de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers de ogen zou zijn uitgestoken. Dat beweerde nochtans op 25 januari 1915 in een onlangs gepubliceerd communiqué de generaal van Duits-Baltische afkomst in het tsaristische leger Paul von Plehwe (of Pavel Plehwe).

Maar het gruwelverhaal klopt niet. Achteraf bleek de aantijging van generaal Von Plehwe onjuist. Aalmoezenier Zybulski had het zicht in beide ogen nog toen hij in Duitse gevangenschap kerkdiensten in Heidelberg verzorgde. Hij verklaarde sinds hij op 29 augustus 1914 door de Duitse troepen gevangen werd correct behandeld te zijn.

Duitse tekst bij foto van aalmoezenier Zybulski. Collectie: Biblioteca Virtual de Defensa.

Waarom heeft generaal Von Plehwe de leugen verspreid? Ja, oorlogsmist. In de oorlog sneuvelt de waarheid als eerste. Waarschijnlijk wilde Von Plehwe zijn manschappen motiveren. Sloot de beschuldiging van het wrede optreden van het Duitse leger niet aan bij de gruweldaden die de Duitsers abusievelijk werd toegeschreven in de slag om België? Dat was propaganda van de Entente.

Een persoonlijke noot geeft de Russische Wikipedia-pagina over het privéleven van Von Plehwe (vertaald): ‘Plehve werd geboren in een familie van evangelische christenen en het grootste deel van zijn leven beleed hij precies deze leer, maar kort voor zijn dood bekeerde hij zich tot de orthodoxie. Plehve was getrouwd met een Russisch-orthodox meisje, geboren Sukhomlinova, en had drie kinderen met haar, ook opgevoed door haar moeder in de orthodoxie: dochters Olga (geboren in 1881), Ekaterina (geboren in 1886) en zoon Nikolai (geboren in 1892).’

Generaal Paul von Plehwe overleed op 28 maart 1916 in Moskou. Had hij zich 14 maanden eerder toen hij de uitspraak over aalmoezenier Zybulski deed al tot de Russisch-Orthodoxe kerk bekeerd? Dat weten we niet. Von Plehwe was van Baltisch-Duitse afkomst en vocht voor de Russische tsaar tegen zijn landgenoten en andere legers van de Centralen, zoals het Oostenrijkse. Hij was van origine een evangelische christen die het meende op te moeten nemen voor een Russisch-Orthodoxe pope.

Bij dat soort door elkaar geschudde loyaliteiten is het geen wonder dat generaal Von Plehwe werkelijkheid niet meer van fantasie kon onderscheiden. Wellicht heeft het gruwelverhaal dat op 25 januari 1915 in een legercommuniqué werd genoemd voor even gewerkt. Maar niet voor lang. In februari 1915 verloor het tsaristische legeer de Tweede Slag bij de Mazurische Meren van de Duitsers,

Cedric ter Bals, Soldaet, Künstler, Mönch. Kleurpotlood en acryl op papier, 2020.

Christelijke intolerantie in Tholen leidt tot een beklad regenboogzebrapad

Het zebrapad is beklad met verschillende leuzen. © Joop

Een regenboogzebrapad is in Tholen beklad. Aldus een bericht van 31 augustus 2022 van Omroep Zeeland.

Het regenboogzebrapad was door onbekenden gemaakt voor Emma Smits (23) Ze kwam tijdens haar deelname aan het tv-programma Au Pairs uit de kast en vroeg zich vervolgens op Instagram af waarom er in de gemeente Tholen nog geen regenboogzebrapad was. Welnu, Tholen kreeg er een en heeft dat geweten.

De bekladding verraadt met verwijzingen naar Hebreeuwse naam van God, YHWH, naar Sodom en Gomorra (Bijbel, Genesis 19) en naar de zonde (Bijbel, Romeinen 6:23) de christelijke achtergrond van de bekladder.

Het klinkt als een gedicht van een hedendaagse intolerante christelijke gelovige die geobsedeerd is door ontucht, schuld en zondebesef:

YHWH daar kun

je niet omheen

Sodom en

Gomorra

Stop de

Hoererij !!

Want het loon van

de zonde is de dood

De bekladding is waarschijnlijk bedoeld om niet-christelijke Tholenaren te intimideren. Zodat ze niet meer uit de kast komen en zich voortaan koest houden. Het kan ook een impulsieve daad zijn geweest van iemand die de emoties niet meer in de hand had. Zo’n bekladding maakt nog wat anders duidelijk. Namelijk hoe een christelijke gelovige zich op de kast laat jagen.

Regenboogzebrapaden hebben een symboolfunctie. Je hoeft de zin er niet van in te zien of het achterliggend gedachtegoed ervan te omarmen om ze te tolereren. Maar in Tholen is dat in dit geval niet gelukt. Daar heeft intolerantie het gewonnen van lankmoedigheid. Met dank aan het christelijke gedachtengoed die de bekladder van denkbeelden en dadendrang heeft voorzien die tot de bekladding heeft geleid.

Vrijheid van meningsuiting rechtvaardigt het beledigen van godsdienst

Schermafbeelding van deel artikelIran: Salman Rushdie heeft aanval aan zichzelf te wijten‘ van de NOS, 15 augustus 2022.

Een woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken meent volgens bovenstaand bericht dat de vrijheid van meningsuiting het beledigen van een godsdienst niet rechtvaardigt. Dat is een bewering die gebaseerd is op een sjiitische projectie op de wereld. Dat is een ongeldige redenering. De vrijheid van meningsuiting rechtvaardigt het beledigen van een godsdienst. De Iraanse regeringswoordvoerder heeft het mis.

Rushdie noemde religie ooit een middeleeuwse vorm van onredelijkheid die in combinatie met moderne wapens een echte bedreiging voor onze vrijheden wordt. Hij ziet in wat in naam van de islam gebeurt een dodelijke mutatie in het hart van de islam. Met tragische gevolgen ook voor hemzelf. Het conservatief-islamitische Iraanse regime is daar het voorbeeld van.

De kern is wat Rushdie ooit zei over ‘het respect voor religie’. Dat is uitgegroeid tot en omgeslagen in ‘angst voor religie’. Ook in Nederland waar religie nog steeds een streepje voor heeft. Religies verdienen echter als alle andere ideeën en menselijke constructies kritiek, satire en onverschrokken gebrek aan respect.

De reactie op religie moet niet het terugdringen ervan zijn, maar wel het bekritiseren ervan en het duidelijk maken aan gelovigen of pseudo-gelovigen die in naam van religie geweld plegen en andersdenkenden proberen te intimideren dat ze niet boven of buiten de wet staan. Religie is net zo bijzonder als elke andere menselijke geestelijke constructie. Niet meer en niet minder.

De enige constructieve reactie op de framing door radicale ‘gelovigen’ zoals de Iraanse regeringswoordvoerder is een samenleving die eensgezind religie erkent als idee dat gelovigen inspireert, maar tegelijk religie niet als iets erkent dat vanuit een hoger beroep meer respect verdient dan willekeurig ieder andere menselijke constructie, gedachtengoed of levensbeschouwing. Religie verdient het om beledigd te worden.

Geloof is bedoeld voor intern gebruik. Het belijden van een godsdienst kun je anderen niet dwingend opleggen. Achting ervoor is het hoogst haalbare en daartoe zijn de meeste andersdenkenden wel te porren. Religie is een fictief verhaal, een mythologisering die niet gelijk gesteld kan worden aan historische feiten. Op een religieuze constructie kan geen eis aan anderen afgedwongen worden die gelijk is aan historische feiten omdat de basis van religie denkbeeldig is. Godsdienst is niet alleen een menselijke constructie, maar ook een constructie die beperkt geldig is voor gelovigen alleen.

Men kan beweren dat door belediging een godsdienst sterk wordt. Gedwongen wordt om uit de schulp te kruipen om in gesprek te gaan met andersdenkenden. Het is sterker om goede tegenargumenten op een belediging te formuleren dan verbolgen en agressief te reageren en op te roepen tot het uitschakelen van degene die beledigt.

Aanval op Salman Rushdie toont intolerante kant van de islam

Het is hier vaker gezegd, religie kent een dubbel gebruik. Dat maakt religie gevaarlijk en onberekenbaar. Het kan oproepen tot verbondenheid, tolerantie en vrede, maar met hetzelfde gemak tot het omgekeerde: verdeeldheid, intolerantie en geweld. Dat laatste gebeurt vooral als de geestelijke leiders de controle over hun godsdienst hebben verloren en politici zo’n godsdienst kapen. Dat is de afgelopen decennia vooral met de islam gebeurd.

Het debat om zo’n godsdienst aan voorwaarden te verbinden zou gevoerd moeten worden. Nu staat religie boven de wet. Dat is ongewenst. Dat geldt uiteraard niet alleen voor de intolerante versie van de islam, maar voor alle godsdiensten: christendom, jodendom, hindoeïsme enz.

De laatste aanval op Slaman Rushdie is niet alleen het failliet van de vrijheid van expressie van een schrijver, maar vooral het failliet van de islam die zich van haar intolerante kant laat kennen. De dader is de 24-jarige Hadi Matar met Iraanse connecties. Hoe het incident heeft kunnen gebeuren en waar de veiligheidsmaatregelen uit bestonden wordt verder onderzocht.

Beeldreligie

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 12 mei 2011.

Amerikaans militair kijkt televisie met zijn gezin, 1954.

Op 4 januari 1964 zond het VARA-programma Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer een sketch over Beeldreligie uit. Het was gebaseerd op een Engels voorbeeld en maakte de opmars van de televisie in bijbelse termen belachelijk. Kerkleiders en christelijke politici protesteerden, maar de VARA-leiding liet het gebeuren. In 1966 kwam er een einde aan Zo is het ..vanwege een sketch over rellen in Amsterdam.

Sinds die tijd smacht Nederland naar een politiek satirisch programma dat dicht op de actualiteit zit. Toen het eigenlijk niet kon was het er, en nu het wel kan is het er niet. Misschien de ware voedingsbodem voor satire.

Hedendaags cabaret mist urgentie. Kluchtig en boertig, pruik en aangeplakte snor, liedje en grapje, maar ingebed in een format dat het bij voorbaat onschadelijk maakt. Na het literair-absurde Zo is het .. kwam het politiek-cabarateske radioprogramma In de Rooie Haan dat overging in het cabareteske Spijkers met Koppen. Het VPRO-programma Van Kooten en de Bie kwam ver, maar ontspoorde door typetjes die de macht overnamen. 

De avant-garde van weldenkend Nederland werd vervangen door inwisselbare programmamakers. Zoals voor de hele Nederlandse omroep geldt. Het wachten is op narrowcasting dat oude scherpte terugbrengt.  

Verzuiling maakte Zo is het .. mogelijk. De VARA bood een vrijplaats voor kritische schrijvers, journalisten en acteurs. Zuilen wilden zich onderscheiden. Nu worden restanten van dezelfde verzuiling krampachtig bij elkaar gehouden. Elke poging tot onderscheid wordt door het systeem gefrustreerd. Programma’s zijn ondergeschikt. We zien het elke dag.