George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Religie’ Category

Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding moet terug naar tekentafel. Is boerka symbool van de radicale islam, of niet?

with 3 comments

Er is iets opmerkelijks aan de hand met het zogenaamde boerkaverbod. Officieel is dat de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding die gezichtsbedekkende kleding verbiedt in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De wet is op 1 augustus 2019 ingegaan en vanaf die datum geldt er een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding op genoemde plekken. Een persbericht van de rijksoverheid is duidelijk over de handhaving: ‘Draagt u toch gezichtsbedekkende kleding op een locatie waar dit verboden is? Dan kan een medewerker van de locatie u vragen om de gezichtsbedekking af te doen of de locatie te verlaten. Doet u dit niet? Dan kan de politie worden ingeschakeld en riskeert u een boete.’

De chauffeur van Arriva heeft volgens de wet gehandeld, maar krijgt van zijn werkgever een uitbrander. Hij verzoekt een vrouw die de wet overtreedt om haar niqaab af te doen en als ze dat niet doet weigert hij verder te rijden en roept de politie erbij. De vrouw krijgt overigens geen boete van de politie, wat logisch is omdat de wet nog maar drie weken geleden ingegaan is. Als de wet echter bewust niet mag worden gehandhaafd, dan zadelt dat medewerkers in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen op met een onduidelijke situatie. Ze zitten klem tussen een wet waarvan de overheid wil dat die gehandhaafd wordt en richtlijnen van bedrijven en instellingen die daar haaks op staan en zich beroepen op nut en praktijk. Arriva en soortgelijke vervoersbedrijven scheppen met hun gedoogbeleid onduidelijkheid door richtlijnen uit te vaardigen die in strijd zijn met de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. De overweging dat het even duurt voordat de politie komt is wellicht op het eerste gezicht begrijpelijk, maar mag bij nader inzien geen reden zijn om de wet niet te handhaven. Uit het wetboek kan niet selectief geshopt worden.

Een andere vraag is of de wet een goede wet is. Dat valt te betwijfelen. Maatschappelijke ontwikkelingen komen erin samen. Zoals de opkomst en groeiende zichtbaarheid van de islam, het toenemend belang van identiteitspolitiek, het opdringen van de controlestaat en de voorkeur van veiligheid boven mensenrechten. In de reactie op de wet zit een hoop ruis. Zo is er de weigering om die te omarmen omdat Geert Wilders het succes ervan claimt. Ook is het onjuist dat er een absolute vrijheid in kleding bestaat. Naaktlopen mag niet. Of het dragen van symbolen als hakenkruizen op kleding. Als de boerka een symbolisch uithangbord voor de radicale islam is, dan is het niet zo gek om boerka of niqaab te verbieden. Het merkwaardige is dan juist weer dat die wet niet consequent is en de gezichtsbedekkende kleding niet op straat verboden is -toch de meest beeldbepalende locatie- maar alleen op genoemde plekken. De wet is een ratjetoe als gevolg van een politiek compromis. Met deze wet weet niemand goed raad. Het is van tweeën een. Of boerka en niqaab worden beschouwd als symbool van de radicale islam en daarom overal verboden. Of ze worden niet beschouwd als symbool daarvan en daarom nergens verboden. De wet moet terug naar de tekentafel. De wetgever heeft artsen, onderwijzers en buschauffeurs opgezadeld met een probleem waar het zelf niet uit is gekomen.

Advertenties

Kosmisch ritme in religieuze beweging ‘Universal White Brotherhood’

leave a comment »

In de eeuwig lopende serie ‘hoe meer religie, hoe beter’ aandacht voor de Universal White Brotherhood. Deze Universele Witte Broederschap vindt haar bestaan in het collectief beoefenen en beleven van spiritualiteit. Volgens de Britse afdeling die sinds 1974 bestaat is het doel ervan ‘het bevorderen van de studie en het in praktijk brengen van de leer van meester Omraam Mikhaël Aïvanhov, wiens filosofie binnen de lijn van de grote spirituele tradities van de mensheid valt’. De Broederschap geeft de volgende toelichting over de naam, die ‘verwijst primair naar de gemeenschap van heiligen, ingewijden en meesters die werken om het ideaal van een verenigde wereld een filosofie van universaliteit te realiseren’. Het ‘Universele’ verwijst naar het vermogen van mensen om universele concepten over het leven te begrijpen. Het spreekt voor het idee dat mensen hun bewustzijn kunnen uitbreiden met deze concepten die zich uitstrekken tot meer dan slechts één persoon of groep. De beweging is internationaal verspreid en heeft een Nederlandse afdeling die in Huizen is gevestigd.

In de video zien we de beoefening van de sacrale dans – op een berg in Bulgarije bij het meer van Bubreka, in het gebied van de Zeven Rila meren- die door Peter Deunov, de meester van Omraam Mikhaël Aïvanhov, is ontworpen. De dans wordt de Paneuritmie genoemd. De uitleg daarover luidt: ‘De Paneuritmie (letterlijk ‘het sublieme kosmische ritme’) is gebaseerd op de eenheid tussen de idee, het woord, de muziek en de beweging. Volgens Deunov bestaat de paneuritmie in heel de natuur, in heel de kosmos. We dansen deze gewijde dans om ons bewust innerlijk af te stemmen op het goddelijk ontwaken van het leven, het ritme van de vier seizoenen van het jaar, de vreugde van het geven en het harmonieus leren omgaan met alle omstandigheden die je in het leven doormaakt. Is er een helderder omschrijving mogelijk van wat duurzaamheid in wezen inhoudt? De bewuste afstemming vindt plaats door onze handelingen te verrichten vanuit een bedoeling, een verheven ideaal, en we ‘vullen’ deze bedoeling met onze gedachten en gevoelens.’

Zoals alle godsdiensten heeft deze religieuze beweging nadelen. De Wikipedia-pagina bij dit lemma vat ze samen: ‘de vermeende schadelijke effecten van de doctrine op de psyche van sommige volgers, het dieet dat kan leiden tot voedingstekorten en het autoritaire karakter van de geestelijke vorming’. Een rapport uit 1995 van een onderzoekscommissie  van het Franse parlement over sektes groepeert de beweging die in het Frans ‘la Fraternité Blanche Universelle’ genoemd wordt onder de syncretische bewegingen. Het syncretisme wordt gebruikt voor religieuze mengvormen die ontstaan uit bestaande godsdiensten die in een proces van eeuwen van elkaar lenen, elkaar verdringen of samensmelten. De religieuze markt met duizenden godsdiensten en stromingen is continu in verandering. Het Franse rapport zegt over de Broederschap: ‘Opgericht door Omraam Mikhaël Aïvanhov in 1947, presenteert deze zich als een inwijdingsschool die een syncretisch esoterisme aanbiedt op basis van de verering van de zon, de wetten van karma en de “spirituele galvanisering”.’

De Broederschap verkondigt een opvallende opvatting over kunst en artistieke creatie. Bij deze religieuze beweging verdwijnt de kunstuiting achter de persoon ervan. Dat zou inhouden dat voortaan kunstenaars niet beoordeeld worden op hun geschriften, schilderijen of beeldhouwwerk, maar op hun persoon en hun leven. Dat heeft als gevolg dat het onderscheid tussen professionele en hobbyistische kunst verdwijnt en musea, theaters en muziekcentra omgevormd zullen worden tot centra waar de persoon van de creator centraal staat.

Foto: Schermafbeelding van verklaring van ‘Artistic and Spiritual creation’ op de site van Universal White Brotherhood UK.

Deze recensent van Trouw heeft een beperkt begrip van atheïsme en christendom

leave a comment »

In een recensie van Leonie Breebaart in Trouw van 7 augustus 2019 van het boekThe Four Horsemen’ met Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel Dennett en Sam Harris komt onderstaande passage voor. Het is onduidelijk wat Breebaart meent te zeggen met de zin: ‘Bovendien kent deze wereld waarschijnlijk evenveel haatdragende atheïsten als gelovige betweters; denk alleen al aan Noord-Korea, en aan de recente racistische aanslag in El Paso’. Is volgens haar ‘haatdragend’ hetzelfde als door geweld om het leven brengen?

De dader van de schietpartij in El Paso is Patrick Crusius. Hij wordt in het bovenstaande bericht van Baptist News Global (in vertaling) een ‘trots-liefhebbende christen’ genoemd. De politieke opkomst van Trump is krachtig gesteund door de leiders van de Evangelicals en is volgens theoloog Reza Aslan omgeslagen in een cult. Fundamentalistische christenen zijn een gevaarlijke religieuze sekte die dankzij Trump de kern van de macht hebben bereikt. Dat is een macht die westerse atheïsten in de westerse wereld nergens hebben bereikt.

Probeert Breebaart steun en gelijkhebberigheid van fundamentalistische christenen die in El Paso ontaardde in een blinde moordpartij door een fundamentalistische christen te neutraliseren door te verwijzen naar Noord-Korea? Ze is onduidelijk en vaag. Is haar uitgangspunt dat daar haatdragende atheïsten aan de macht zijn en probeert ze dat tot een argument om te bouwen door associaties en losse verwijzingen? Breebaart strooit met woorden maar zet ze niet in een dwingend betoog. Breebaart is de impressionist van de flodderigheid. Als dat het niveau van haar betoog in het van oorsprong christelijke Trouw moet zijn dat dient om atheïsten lik op stuk te geven, dan roept ze vooral een recensie van haar recensie op. Wat hebben westerse atheïsten in hemelsnaam te maken met een bewind in Noord-Korea waar ieder zinnig mens afstand van heeft genomen?

Breebaart zou beter de associatie van het fundamentalistisch christendom met geweld en machtsvorming kunnen maken als ze dan toch zo nodig in een recensie over vier atheïsten wil verwijzen naar gelovige betweters. Het besef dat een wereld zonder religie een betere is, begint met het zo eerlijk en sec mogelijk benoemen van de nadelen en uitwassen van religie. Zonder oneigenlijke relativering die alles gelijkschakelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtEl Paso shooting puts Christian nationalism on trial’ van Bob Allen in Baptist News Gobal, 5 augustus 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel recensieDeze vier atheïsten hebben een beperkt begrip van waarheid’ van Leonie Breebaart in Trouw, 7 augustus 2019.

College voor de Rechten van de Mens zegt dat overheid en rechter niet op stoel van de theoloog moeten zitten, maar deed dat zelf wel

leave a comment »

Op 13 december 2017 schreef ik bovenstaand commentaar over een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Het ging om Michael Afanasyev die in piratenkostuum wilde promoveren aan de TU Delft vanwege zijn godsdienstige overtuiging. Dat verzoek werd afgewezen door het College voor Promotie van de TU Delft. Daarop was hij naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt, maar kreeg nul op het rekest. Hij is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Voor de volledigheid, ik ben ingeschreven als lid en mag mezelf ‘Pastafarian’ bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster noemen.

Ik had geen goed woord over voor het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en kwalificeerde het als dubbelhartig. Ik schreef: ‘Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen’ en ‘Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft’. Mijn conclusie: ‘Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.’

Op 1 augustus 2019 heeft het College de toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ geplaatst over het zogenaamde ‘boerkaverbod’ dat per 1 augustus 2019 is ingegaan en onder meer dragers van een boerka of niqaab om zich met gezichtsbedekkende kleding te begeven in overheidsgebouwen, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en het openbaar vervoer. In die toelichting zegt het College onder meer:

Het lijkt er sterk op dat het College met twee maten meet. Het neemt het op voor degenen die zich laten inspireren door de islam, maar laten degenen die zich laten inspireren door de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in de kou staan. Dat is niet de soort onpartijdigheid en ‘kleurenblindheid’ volgens welke dit College zou moeten opereren en lijkt sterk te wijzen op juridische willekeur en politieke voorkeur. Overigens zijn de oordelen van het College niet bindend en wordt het gezag ervan niet breed maatschappelijk aanvaard.

Bij het oordeel over Michael Afanasyev zegt het: ‘Het College oordeelt dan ook dat uit de Open Letter van Henderson noch uit de praktijk blijkt dat het dragen van een piratenkostuum tijdens een promotiezitting, als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd’. Maar in de toelichting op het boerkaverbod zegt het College: ‘Het recht op godsdienstvrijheid is een fundamenteel recht dat onder meer is opgenomen in artikel 6 van de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, art. 9). Dit recht beschermt ook het in het openbaar manifesteren van een godsdienst, onder andere door het dragen van bepaalde kleding of  hoofdbedekking. De gezichtssluier wordt gezien als een uiting van een godsdienst (islam). Dat niet alle moslims dit zo zien of alle moslimvrouwen er een dragen, is daarbij niet relevant. De overheid of rechter mag namelijk geen inhoudelijke oordeel vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten. Als een groep van moslims meent dat het dragen van een gezichtssluier een religieuze uiting is en de gezichtssluier door een groep vrouwen wordt gedragen, dan valt dat onder de bescherming van de vrijheid van godsdienst.’

In de toelichting op het boerkaverbod haalt het College het eigen oordeel over Afanasyev onderuit. Het College zegt in de toelichting terecht dat de ‘overheid of rechter geen inhoudelijk oordeel mag vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten’. Maar in het oordeel over Afanasyev doet het College precies dat: het gaat op de stoel van de theoloog zitten als het oordeelt wat als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd. Hoe kan het College in de toelichting op het boerkaverbod stellen dat overheid op rechter niet op de stoel van de theoloog mag gaan zitten terwijl het dat in het oordeel 2017-145 over Afanasyev wel deed? Dit roept niet zozeer de vraag op hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de aanhanger van een geloof moet zijn om juridisch goedgekeurd te worden een geloof aan te hangen, maar hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de oordelen van het College van de Rechten van de Mens zijn. Dit raakt aan onzorgvuldigheid en politieke willekeur van het College.

De toelichting kan nog met een andere uitspraak worden verbonden, namelijk uitspraak 201707148/1/A3 van de Raad van State van 15 augustus 2018 waar ik in twee commentaren fundamentele kritiek op had. Zie hier en hier. In dat laatste commentaar schreef ik: ‘De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.’

De toelichting van het College geeft ondersteuning voor mijn kritiek op de Raad van State die op de stoel van de theoloog is gaan zitten. Dezelfde kritiek had ik op een uitspraak van 15 februari 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch waar ik dit in een commentaar benadrukte: ‘Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken (..).

Instituties vertegenwoordigen de status quo. Het is goed dat ze continuïteit waarborgen omdat er anders wanorde zou ontstaan. Maar soms dringen maatschappelijke ontwikkelingen sneller op naar het centrum van de samenleving en worden er geaccepteerd zonder dat de instituties dit tijdig voorzien en er passend op reageren. Dan ontstaat een maatschappelijk ervaren ongelijkheid. Dat gebeurde bij de opkomst van de Provo-beweging eind jaren 1960. Het gezag liep achter de feiten aan en wist enkele jaren met zichzelf geen raad.

Het lijkt er sterk op dat sinds de jaren 1990 de ontkerkelijking, individualisering, opkomst van sociale media en de reactie op de gedeeltelijke restauratie van orthodox-religiositeit zo’n nieuwe breuk in de samenleving hebben gecreëerd. Instellingen als het College voor de Rechten van de Mens, de Raad van State en lokale rechtbanken lopen mede door de personele invulling met oudere medewerkers die zijn opgevoed met traditionele waarden en godsdiensten achter op wat de samenleving verlangt. Het is een kwestie van tijd voordat dat rechtgetrokken wordt en deze instellingen tot het volle besef over hun achterstand komen. De conflicterende oordelen bij het College voor de Rechten van de Mens duiden op die overgangssituatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarKwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief’ van George Knight, 13 december 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ van het College voor de Rechten van de Mens, 1 augustus 2019.

Nietsontziend claimen religieuze organisaties andersdenkenden. Zelfs doden worden om zakelijke redenen over hun graf ingelijfd

leave a comment »

Georganiseerde religie is een miljardenbusiness. Er staan grote zakelijk belangen op het spel. Opbrengsten uit vastgoed en bedrijven of kerkelijke belastingen. Religieuze organisaties zetten alle onderscheidende middelen in om zichzelf aantrekkelijk en ‘sexy’ te maken. Om de concurrenten de loef af te steken. Want de religieuze markt kent wereldwijd met duizenden religies en religieuze stromingen vele mededingers. Inclusief de verafgoding van de duizenden Goden. Religies vissen in dezelfde vijver. In West-Europa is die religieuze markt ook nog eens krimpend, zodat de strijd om de overblijvende gelovigen nog feller is dan in een groeimarkt.

Zoals Pepsi Cola en Coca Cola, Shell en BP of Apple en Microsoft elkaar bestrijden, zo moeten religieuze organisaties elkaar kunnen bestrijden. Dat ligt in de aard van een bedrijf. Het gaat om winst maken en het waarborgen van de continuïteit. Religieuze leiders leven doorgaans op grote voet en zijn daaraan gewend geraakt. Ze willen ongaarne een stapje terug doen. Omdat zij voor hun voorzieningen en broodwinning uitsluitend van hun religieuze organisatie afkomstig zijn en ze niet als een CEO van een multinational over kunnen stappen naar een andere religie, zijn ze in zekere zin gevangene van hun eigen religieuze organisatie.

Een populaire methode om de zieltjes van gelovigen te winnen of die gelovigen dieper in een specifieke religie te verankeren is de bekering. Daarmee wordt veel publiciteit gezocht door religieuze organisaties. Dan zou de moslim bekeerd zijn tot het christendom of andersom. Of de hindoe tot de islam of andersom. Als men in de marketing niks hoort over een bepaald type bekering dan komt dat omdat de zakelijke en publicitaire belangen minder groot zijn. Zo is er nooit nieuws dat een agnost is bekeerd tot het atheïsme of andersom.

Een apart soort bekering is de doodsbedbekering. Het voordeel daarvan is dat een religieuze organisatie die uit is op publicitair voordeel tamelijk ongestraft  bekende doden kan claimen. Ze kunnen het niet weerleggen. Bekende atheïsten als Stephen Hawking of Christian Hitchens werden na hun dood door christenen geclaimd. Dat gebeurde respectloos en botweg. Op hun doodsbed zouden ze tot het Christendom zijn bekeerd. Op deze religieuze lijkenpikkerij van christelijke organisaties gaf de stervende Hitchens het beste antwoord, aldus een artikel in Trouw: ‘Als ik me bekeer, is dat omdat er beter een gelovige kan sterven dan een atheïst’.

Foto: Schermafbeelding uit artikelCatholics Online Claim Stephen Hawking Experienced Deathbed Conversion’ van Michael Stone, 19 maart 2018 op Patheos.

Racisme is opgeschoven tot in het Witte Huis (1925-2019)

with one comment

De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit op dezelfde manier. Op 8 augustus 1925 was er een optocht van de Ku Klux Klan in Washington DC langs het Witte Huis. Met 60.000 deelnemers die van de gemeente niet hun ‘signature mask’ mochten dragen. Gezichten toonden zich onverhuld. Een lastige afweging voor het openbaar bestuur om de vrijheid van demonstratie af te wegen tegen de respectabiliteit, het machtsvertoon en de publicitaire winst die dit voor de Ku Klux Klan opleverde. In 1926 werd de optocht herhaald. Zo werden witte suprematie en vreemdelingenhaat ‘gelegitimeerd’ met een scheut christendom. In de hoofdstad van de VS. Die cocktail leek zijn beste tijd te hebben gehad, maar recente uitlatingen van president Trump geven aan dat die gedachte een illusie is. Het racisme loopt nu niet meer in protest langs het Witte Huis waar in 1925 president Calvin Coolidge resideerde, maar heeft zich er openlijk geïnstalleerd in de persoon van president Trump.

Foto 1: Optocht van Ku Klux Klan op 8 august 1925 in Washington DC. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: Optocht van Ku Klux Klan op 8 august 1925 in Washington DC.

Written by George Knight

17 juli 2019 at 17:23

Amerikaans onderzoek wijst uit dat witte evangelicals minst bereid zijn om vluchtelingen toe te laten. Waar is hun moreel kompas?

with 5 comments

Zullen we één ding afspreken als geestelijke leiders of sympathisanten van religieuze organisaties claimen dat er zonder God geen moraal is? Het is dat soort meningen dat in talloze artikelen in Trouw of christelijke media die overtuigd zijn van de eigen voortreffelijkheid – die wellicht even wat minder naar buiten komt maar in de kern als aanwezig wordt verondersteld – wordt geponeerd zonder dat het door enig onderzoek onderbouwd wordt. Het is verticaal nattevingerwerk. Zo zegt Mathilde van Meeuwen in 2010 in een opinieartikel: ‘Het christendom biedt een moreel kompas om die grondrechtelijke vrijheden in de hand te houden. De wet van God die Hij aan ons gegeven heeft, moet de absolute moraal blijven en die geboden moeten we nastreven.

Een onderzoek over de toelating van vluchtelingen van Pew Research Center dat in mei 2018 gepubliceerd werd laat zien dat degenen die het meest bereid zijn om vluchtelingen toe te laten de ‘unaffiliated’ zijn, dus degenen die niet bij een religieuze organisatie aangesloten zijn. Zeg maar de ongelovigen. Ze zijn in een verhouding van 65% voor en 31% tegen bereid om vluchtelingen tot hun land toe te laten. De groep die het minst bereid is om vluchtelingen toe te laten zijn de witte evangelicals. Ze zijn 25% voor en 68% tegen. Dat is in strijd met de Bijbel die zegt dat men vriendelijk tegen vreemdelingen moet zijn. Laat dat goed tot types als Mathilde van Meeuwen doordringen die er zo van overtuigd zijn dat het christendom een uniek moreel kompas biedt om te beslissen over goed en kwaad. Dit onderzoek kwam opnieuw in de publiciteit door een tweet van 8 juli 2019 van Pew Religion waarbij aan bovenstaand diagram een opsomming was toegevoegd:

Laten we afspreken dat we de claim op moraal door gelovigen voortaan afdoen als lachwekkend, potsierlijk, aanmatigend, onwaarachtig en in strijd met de feiten. Gelovigen hebben niet de wijsheid in pacht en evenmin hebben ze als enigen een moreel kompas of het best afgestelde morele kompas. Wat hun geestelijke leiders met hun zalvende woorden de gelovigen ook op de mouw spelden. Het is van de andere kant evenmin zo dat degenen die zich niet laten inspireren door religie als enigen een moreel kompas hebben. Dat is ook onzin.

Het lijkt wel zo dat niet-gelovigen meer vrijheid en bewegingsruimte hebben om grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Bijvoorbeeld over het toelaten van vluchtelingen. In hun individualisme kunnen ze zich niet verschuilen achter kerkelijke leiders. Ze moeten zelf nadenken en kiezen. Dat sluit het risico uit dat ze worden meegesleurd door radicaliserende kerkelijke leiders. En door politieke leiders die religie voor hun karretje spannen. De zogenaamde niet-gelovigen hebben hun eigen kompas dat niet wordt afgesteld door anderen. In elk geval niet in een georganiseerde en van boven opgelegde dwang die weinig ruimte laat voor eigen moraal. Zo kan de redenering van Mathilde van Meeuwen simpelweg omgekeerd worden: Het christendom biedt geen moreel kompas, maar legt dat op oneigenlijke gronden de gelovigen op.

Foto 1: Deel van artikelRepublicans turn more negative toward refugees as number admitted to U.S. plummets’ van Hannah Hartig op Pew Research Center, 24 mei 2108.

Foto 2: Deel van tweet van Pew Research Religion, 8 juli 2019.