Tom de Wal exposed als ketter. Het klakkeloos volgen van profeten én valse profeten is een hachelijke zaak. 

Aan de christelijke prediker Tom de Wal besteedde ik in 2019 aandacht in het commentaarWelvaartsevangelie klopt geld uit zakken van gelovigen en sluist dat door naar voorgangers van protestant-christelijke organisaties‘. Uit de nog dagelijkse aandacht voor dit commentaar kan ik afleiden dat er behoefte aan informatie over dit onderwerp is.

Ik omschreef het welvaartsevangelie van De Wal en anderen: ‘Het is een protestant-christelijke dwaalleer die een grote mate van materiële rijkdom en gezondheid in dit leven belooft aan wie gelooft. Hebzucht en geldzucht verdringen God. Zo wordt geld uit zakken van gelovigen geklopt dat verdwijnt in zakken van de bedelende en dreigende voorgangers die op slinkse wijze geld van gelovigen aftroggelen. Zwendel dus‘. 

Interessant is het YouTube-kanaal ‘Ketters Exposed‘ dat sinds 6 september 2021 in de lucht is. Het legt in korte fragmenten de vermeende dwaalleer bloot van protestant-christelijke opinieleiders, evangelisten en predikers als Kees Kraayenoord, David Maasbach, Edgar Holder. Henk Binnendijk, David de Vos, Jaap Dieleman en Tom de Wal die in de ogen van Ketters Exposed ofwel ‘christen Mark‘ valse profeten zijn.

Hoe theologisch correct de beweringen van de vermeende valse profeten en de weerleggingen zijn is de vraag. Wat dit YouTube-kanaal vooral duidelijk maakt is dat iedereen zich Jezus, God, christendom, bijbel en geloof kan toe-eigenen. De religieuze deelmarkt van het Nederlandse protestantisme is een open markt waarop iedereen zich kan manifesteren. Dat geldt overigens ook voor andere godsdienstige stromingen. Iedereen kan zich prediker of evangelist noemen en wanen. Het zijn onbeschermde beroepen waarvoor geen startkwalificatie nodig is.

Die religieuze markt buiten de reguliere religieuze instellingen heeft het dus in zich om beunhazen aan te trekken die er een manier in zien om geld, aanzien of macht over gelovigen te verwerven. Zelfs als dat haaks staat op de beginselen van de godsdienst die ze aan anderen uitleggen. Het corrigeren uit eigen kring van deze theologische knoeiers en fantasten is een begrijpelijke reactie van degenen die menen dat hierdoor hun geloof wordt verkwanseld.

Voor buitenstaanders maken deze interreligieuze schermutselingen duidelijk wat voor interessant fenomeen religie is en hoeveel tegenstrijdige belangen ermee gemoeid zijn. Hoe dan ook, gelovigen en andersdenkenden moeten zelf nadenken en in alle vrijheid een levensovertuiging, godsdienst of nihilistische stroming kiezen waar ze zich het meeste mee kunnen vereenzelvigen. Het klakkeloos volgen van profeten én valse profeten is een hachelijke zaak.

Godsdienstwaanzin: de “Koning” met vrouw Bloemendaal en zijn zwager (de 
“Alphedant”). Laag Soeren, 1921
. Fotocollectie Nationaal Archief.

Protest in Montenegro tegen inhuldiging kerkleider en de macht van de Servisch-Orthodoxe Kerk

In vele landen wordt religie gebruikt voor politieke doeleinden. Dat lijkt ook het geval in Montenegro, in het Zuid-Oosten van Europa op de Balkan. Sinds 2006 is het land onafhankelijk en niet langer onderdeel van Servië. Onder premier Milo Đukanović voert het land een onafhankelijke en Europese koers. Sinds 2017 is Montenegro lid van de NAVO. Sinds 2010 is het kandidaat-lid van de EU.

Zo’n 30% van de bevolking is van Servische afkomst en die wil weer aansluiting bij Servië. Autochtone Montenegrijnen vormen met rond de 45% geen meerderheid. Serven en Russen proberen het land van Europa los te weken. Als dat niet volledig via de politiek lukt, dan moet blijkbaar ook religie ingezet worden.

Er ontstonden onlangs relletjes toen een nieuwe Metropoliet van de Servisch-Orthodoxe Kerk werd ingehuldigd. Degenen die redeneren vanuit Montenegrijns perspectief willen een Montenegrijns-Orthodoxe Kerk die los van Servië staat. Zo’n Servische Kerk wordt niet meer neutraal, maar als vreemde entiteit gezien. Zo’n autonome Montenegrijnse kerk bestond tot 1918, maar het bestaan ervan werd ‘opgeschort’. Onderstaande site maakt duidelijk dat er ook publicitair wordt gewerkt aan een reset, zo’n 103 jaar later.

Schermafbeelding van site in ontwikkeling van de Montenegrijnse Orthodoxe Kerk.

Religie is politiek. Via religie proberen wereldlijke leiders hun invloed te vergroten en vast te houden. Ook over eigen grenzen heen. Het is begrijpelijk dat in de nasleep van politieke conflicten tussen landen de lokale afdeling die door het andere land wordt beheerst een politieke lading krijgt. Het protest ertegen en de roep om een ‘eigen’ kerk accentueert dat streven naar culturele en politiek onafhankelijkheid.

Na de oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie die in 2014 begon en tot op de dag van vandaag voortduurt maakte in 2019 de Oekraïens-Orthodoxe Kerk zich definitief los van het Moskouse patriarchaat. Dat was een kerkpolitieke strijd van vijf jaar. In Oekraïne was een duidelijke meerderheid van de bevolking voor kerkelijke losmaking van Moskou en is Oekraïne een groot land dat invloed had om dat besluit van de kerkelijke leiders te beïnvloeden. Het kleine Montenegro met een verdeelde bevolking heeft het stukken moeilijker en is kwetsbaarder voor politieke, culturele en militair-ondermijnende invloeden van andere landen.

De laatste bom is nog niet gegooid en de laatste vloek die de andere kerk en kerkleiders afwijst is nog niet uitgesproken.

Wat verklaart het uitblijven van veroordeling van de Taliban door moslims?

Nu de streng soennitische Taliban die de macht in Afghanistan heeft gegrepen haar ware gezicht laat zien en critici vermoordt, vrouwen discrimineert, muziek verbiedt en het culturele erfgoed van Afghanistan verder dreigt te vernietigen, wordt een oude vraag weer actueel. Namelijk waarom zwijgt de wereldwijde islamitische gemeenschap en laat het na om de Taliban te veroordelen?

De logica achter die vraag is dat de fundamentalistische Taliban de islam slechte publiciteit geeft en deze godsdienst door haar specifieke interpretatie ervan laat kennen als intolerant, anti-democratisch en anti-rechtsstatelijk. Wie zwijgt stemt toe. Moslims rekenen zich tot de oemma, de wereldwijde islamitische gemeenschap waar de Taliban deel van uitmaakt. De Taliban en talloze lokale varianten van de islam bevinden zich in dezelfde mand. Het spreekwoord zegt: ‘Eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand‘.

De oemma zou er dus verstandig aan doen om de Taliban uit haar gemeenschap te stoten omdat het de hele islam aantast. Een godsdienst die door de vermenging met autoritaire regimes toch al steeds meer in een kwaad daglicht is komen te staan. De bewering is dat de islam door deze regimes om politieke redenen is gekaapt en de geestelijke leiders van de islam in genoemde autoritaire landen hiermee hun godsdienst hebben verraden en de gelovigen in de steek hebben gelaten.

Het uitblijven van de veroordeling van de Taliban door een islamitische gemeenschap die zich onderscheidt als democratisch, open voor dialoog, verdraagzaam, pluriform en toekomstgericht is een teken aan de wand. Openbaart zich hier een morele wilszwakte van de wereldwijde islamgemeenschap?

Door de snelheid van de machtsovername door de Taliban is het begrijpelijk dat de officiële islamitische wereldgemeenschap die op vele manieren verdeeld is nog niet officieel heeft kunnen reageren. Maar zoals Willem-Gert Aldershoff terecht in een opinie voor het RD opmerkt klinkt er tot nu toe ook in Europa op sociale media en in nationale islamitische organisaties als het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) in Nederland nauwelijks kritiek op de Taliban.

Aldershof constateert juist het omgekeerde: ‘Problematisch is dat de weinige uitspraken van moslims over de taliban die je wél op internet vindt juist steun betuigen aan de nieuwe machthebbers in Kabul.’ Hoe valt dat zwijgen over of zelfs goedpraten van de Taliban te verklaren?

Tien jaar geleden had ik een discussie met de islamitische Johanna Nouri over religie en islam. Het werd een 14-delige serie. Ik noemde het achteraf ‘een spannende discussie tussen twee verschillende wereldbeelden‘. In de evaluatie citeerde ik Johanna: ‘Wederkerig respect is voor mij een basisvoorwaarde om tot ‘common ground‘ te komen. Daar hoort bij de wil om naar elkaar te luisteren. Juist dat laatste hebben we gedaan. En je kan zien dat dat soms flink wat moeite kostte, omdat we allebei met een gekleurde bril keken naar wat de ander schreef. Het kostte veel tijd om daar doorheen te komen en dat achter ons te laten. In mijn beleving lukte dat omdat we dat allebei wilden: in gesprek zijn met de ander. Omdat we allebei uit zijn op een open samenleving waarin we met elkaar samen kunnen leven.

Precies die open houding van Johanna mis ik in de huidige reactie van moslims op de Taliban die wereldwijd de beeldvorming van de islam zoveel geweld aandoet, maar waarop geen reactie volgt. Uit verdeeldheid, onmacht, berekening of moedwil, of een combinatie daarvan.

In het tweede deel ‘Johanna en George over religie en islam 2‘ van de serie schreef ik aan Johanna:

Het opmerkelijke is dat ik 10 jaar later nog met dezelfde vragen zit. Ik ben geen steek verder gekomen in mijn begrip van de islam. Door de uitblijvende veroordeling door de wereldwijde, maar vooral Europese gemeenschap van moslims is de vraag weer opnieuw actueel. De hoop op de vorming van een democratische Europese islam die zich verenigt en ondergeschikt maakt aan de nationale rechtsstaat is vooralsnog een belofte gebleven. Hoewel er op individueel vlak beweging in de richting van democratisering is, maar de officiële islam die zich conservatief blijft opstellen erin achterblijft.

Dat kan de angst voor verandering zijn en het teruggrijpen op gekende waarden die niet als ideaal worden beschouwd, maar wel een eigenheid vertegenwoordigen waar moslims zich als in een cultureel bastion in verschansen. En ze zich zo in eigen kring of apartheid afsluiten van de wereld. Ter compensatie van een gevoeld tekort of van een idee dat dit nastrevenswaardig is, sociaal opgelegd wordt en dus onontkoombaar is.

Wanneer veroordelen moslims en islamitische organisaties de uitwassen die formeel en informeel in naam van hun godsdienst worden gedaan? Wanneer breekt -vooral in Europa- het besef door dat ze dat niet moeten doen omdat anderen dat van hen vragen, maar omdat het in hun eigen individueel en religieus belang is?

Keklik Yücel heeft kritiek op samenwerking van PvdA met GroenLinks. Ze wenst minder identiteitspolitiek en meer waarden

Op de PvdA heb ik nooit gestemd. Dat is niet omdat ik tegen het sociaal-democratische gedachtengoed ben, maar omdat ik er voor ben. Omdat in mijn ogen bij de PvdA dat gedachtengoed wordt verwaarloosd ontbreekt voor mij de noodzaak om op de PvdA te stemmen. Integendeel, door op de PvdA te stemmen zou ik me juist vereenzelvigen met een PvdA die zich keert tegen het sociaal-democratische gedachtengoed. De befaamde ideologische veren. Sinds het leiderschap van Wim Kok (vanaf 1986) is de PvdA steeds meer vervreemd geraakt van haar beginselen.

De kiezers zien dat feilloos in en hebben in grote getale afscheid van de partij genomen. Want ook zij zien geen noodzaak meer om op de PvdA te stemmen die niet meer is wat het zegt te zijn. Het is de vraag of het huidige leiderschap van de PvdA zelf nog weet waar het voor staat.

De paradox is dat de PvdA in een identiteitscrisis verkeert omdat het te veel aandacht geeft aan identiteit. De kritiek is dat door de samenwerking met GroenLinks de crisis waarin de PvdA verkeert alleen nog maar groter wordt. Oud PvdA-Kamerlid Keklik Yücel wijst in gesprek met WNL die samenwerking af omdat volgens haar de sociaal-culturele thema’s (verworvenheden, liberaal-democratische waarden, individuele vrijheden) bij GroenLinks niet in goede handen zijn. Zij legt dat in de video vanaf 5’20” uit.

Keklik Yücel beseft dat ze als PvdA’er onderhand behoort tot een minderheid binnen haar partij. Zij heeft met onder meer Asis Aynan, Femke Lakerveld en Eddy Terstall in 2018 een manifest gepubliceerd en is sinds die tijd betrokken bij de beweging Vrij Links. Het is min of meer een doorstart van een eerdere kritische groep PvdA’ers (2008-2018) die zich met onder meer Terstall en Marcel Duyvestijn verenigden als Liefdevol Lid. Maar de genegenheid voor de PvdA vanaf die vrijzinnige flank lijkt gaandeweg afgenomen en de afstand groter.

Men kan Vrij Links opvatten als de PvdA in ballingschap, De ondertitel van het manifest uit 2018 geeft aan waar het Vrij Links om gaat en waar het volgens haar bij de huidige PvdA aan schort: ‘EEN VRIJ EN ONBELEMMERD DEBAT, EEN LEVENSBESCHOUWELIJK-NEUTRALE STAAT, SECULIER ONDERWIJS VOOR ALLE KINDEREN EN EEN HERWAARDERING VAN INDIVIDUELE VRIJHEID.’

Keklik Yücel geeft de nummer 9 op de lijst van GroenLinks als voorbeeld van de verkeerde weg die volgens haar die partij is ingeslagen en waarom PvdA nooit met GroenLinks hecht kan samenwerken. Dat gaat niet alleen om genoemde Kauthar Bouchallikht die verdacht wordt van islamistische sympathieën, maar om GroenLinks die vanwege electorale redenen iemand met die achtergrond ondanks brede kritiek uit GroenLinks haar toch handhaaft. Deze partij kiest hiermee eenzijdig voor marketing en oppervlakkigheid en tegen de waarden waar Yücel voor pleit en die ze graag bij de PvdA opnieuw ingevoerd zou zien.

Ik schreef in een commentaar van december 2020 over de kwestie Kauthar Bouchallikht: ‘Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.’

Keklik Yücel concludeert terecht dat zo’n echte linkse, vrijzinnige partij waar de politieke filosofie van het secularisme niet alleen in de marketing, maar in de waarden het uitgangspunt is door de steeds hechtere samenwerking van de PvdA met GroenLinks verder uit zicht raakt.

Wie doordenkt ziet in de blokkade van twee linkse partijen door CDA-leider Hoekstra en VVD-leider Rutte een succesvolle actie om PvdA en GroenLinks verder van zichzelf te vervreemden. Deze linkse partijen wringen zich in bochten om te voldoen aan de voorwaarden van beide rechtse partijen. Ze denken slim te zijn, maar vooral de PvdA is de tuinman uit de parabel die voor de dood vlucht om hem in Ishafan in de armen te lopen. De oud-PvdA’ers van VrijLinks zien aan de zijlijn de verwording van hun partij met spijt en ontsteltenis aan.

Persoonlijk hoop ik ooit de dag mee te maken dat er in Nederland een geloofwaardige, echte, linkse, vrijzinnige partij is waar ik mijn stem op kan uitbrengen. Ik vrees echter dat het een vergeefse wens zal blijven.

Bidens verwijzingen naar God en gebed in toespraak over Afghanistan passen niet bij een veranderende VS

Ik ben teleurgesteld en ook wel verrast over presidents Bidens verwijzing naar God en de stilte voor gebed die hij vroeg in zijn toespraak over Afghanistan. Hierin stond hij stil bij de dood van 13 Amerikaanse militairen die hij helden noemde. Ik dacht dat deze president verder was in zijn denken en zijn persoonlijk geloof niet goedgelovig rechtstreeks zou verbinden met zijn functie.

Het is ongepast voor elke Amerikaanse president om in zijn functie te verwijzen naar God. Persoonlijk geloof moet men voor zichzelf houden en niet verbinden met een functie.

Als president Biden de Amerikanen wil verbinden, dan moet hij niet religie centraal stellen omdat hij daarmee andersdenkenden uitsluit. Door te verwijzen naar God bereikt Biden het omgekeerde van wat hij beoogt. Hij verbindt niet, maar verdeelt.

President Biden die zijn katholiek geloof niet verbergt geeft ermee een signaal af aan vooral de jongere generaties dat hij iemand van het verleden, van oude tradities is die op de terugtocht zijn. Hij prijst onbewust zichzelf ermee uit de tijd. Tevens schept hij in de beeldvorming het idee dat het christendom, want daar verwijst hij impliciet naar, een soort staatsgodsdienst is en andere levensovertuigingen en godsdiensten door de regering minder belangrijk worden gevonden.

Bidens spirituele verwijzingen zijn electoraal onverstandig omdat hij zich richt tot een minderheid. Volgens onderzoek van Gallup uit maart 2021 zegt nog slechts een minderheid van 47% te behoren tot een kerk, moskee of synagoge. Een derde van de Millennials (1981-1996) en de daarna komende Generatie Z zegt geen religieuze affiliatie te hebben. Onder oudere generaties is sinds 2000 het percentage verdubbeld dat van traditionele denkbeelden naar ‘geen religieuze affiliatie’ is veranderd.

Politiek is Bidens verwijzing naar God en gebed alleen te begrijpen als een poging om de activistische witte, radicaal-rechtse christenen de pas af te snijden. President Biden probeert er ongetwijfeld mee duidelijk te maken dat geloof geen exclusief rechts thema is.

Maar hij schat het gevolg van zijn verwijzing verkeerd in. Hij breekt weliswaar in in een homogeen wit, rechts christendom door dat binnen te dringen en daarin een rol als wereldlijk en spiritueel leider op te eisen, maar hij vergeet dat demografisch de VS de laatste decennia in snel tempo gediversifieerd is en hij zich met de verwijzing naar God en gebed vervreemdt van vele landgenoten.

Bidens staf moet hem duidelijk maken dat het ongepast is om in zijn functie te verwijzen naar religie of een specifieke wijze van interreligiositeit omdat hij zich hiermee richt tot een VS die allang niet meer bestaat. Het automatisme van autoriteiten om bij calamiteiten te verwijzen naar thoughts and prayers is niet alleen verworden tot een lege formule, maar sluit ook steeds minder aan bij de mentaliteit in het land. Hoewel het op Capitol Hill tegen de landelijke trend in nog steeds de leidende mentaliteit is. Het parlement is ook in dit opzicht behoudend en mist de koppeling met de veranderingen in het land.

Uiteraard zijn de VS nu nog een door en door religieus land dat zichzelf met de geestelijke paplepel heeft gevoed, maar onder de oppervlakte gist het en lijkt weinig nodig om door de schil van godsvrucht, vanzelfsprekendheid en christelijke taboes te breken. Dat levensgevoel weigert Biden aan te spreken en zal hem door delen van zijn progressieve achterban aangerekend kunnen worden.

Het er nauw mee verbonden idee dat de VS een exceptionele natie is met een speciale opdracht is ook aan erosie onderhevig. De mislukking van het Afghanistan-beleid zet dat idee opnieuw onder druk.

Biden benadrukt met zijn christelijke referenties onbewust zijn ouderdom en zijn gegrondheid in traditionele denkbeelden die slecht passen bij een divers land dat etnisch en in levensovertuiging op weg is een land van minderheden te worden. Dat kan niet de bedoeling zijn van een president die zegt zijn land te willen verbinden, maar in die verbinding de verkeerde aanpak en toon kiest.

Nederlandse christenen bidden voor Afghaanse christenen terwijl ze weten dat het geen praktisch nut heeft. Voor wie is het gebed bedoeld?

Directeur Maarten Dees van stichting Open Doors die opkomt voor vervolgde christenen zegt dat ‘we’ praktisch niet zoveel kunnen voor Afghaanse christenen. Tot wie hij zich richt en waarom Dees hier een punt van maakt is onduidelijk. Het lijkt mede een symbolische uitspraak die is bedoeld om zijn eigen stichting te profileren door aan te haken bij de actualiteit. Open Doors helpt christenen wereldwijd met financiële steun.

Volgens officiële cijfers is van de ruim 36 miljoen inwoners 99,7% van de Afghanen islamitisch. Dus 0,3% van de bevolking of 110.000 Afghanen belijden een minderheidsgodsdienst waarvan het christendom er een van de vele is of belijdt geen godsdienst.

Het lijken getalsmatig en praktisch eerder de 10% tot 15% sjiitische moslims die te vrezen hebben van de streng soennitische Taliban, de soennitisch terroristische beweging Al Qaida die is verstrengeld met de Taliban en vooral de Afghaanse afdeling van het anti-sjiitische IS die sjiieten actief met geweld bestrijdt.

Directeur Dees zegt praktisch niet zo veel te kunnen voor de Afghaanse christenen. Dat is een understatement. Want Dees en zijn medechristenen kunnen helemaal niets doen voor de Afghaanse christenen. Dees en zijn achterban zijn machteloos. Hij geeft aan wel voor de Afghaanse christenen te kunnen bidden omdat het dat is ‘wat de bijbel ons vraagt te doen’.

Voor wie bidden zin heeft is de kernvraag. Het is opmerkelijk dat christenen die voor het gebed samenkomen suggereren dat bidden helpt, terwijl Dees zegt dat het praktisch niet helpt. Het zal dus hooguit denkbeeldig helpen. Dat is het domein van de hersenschim en de illusie.

Dit gebed lijkt vooral te gaan om gemoedsrust van Nederlandse christenen die hun eigen machteloosheid met een idee van daadkracht en bedrijvigheid willen verjagen door zich met elkaar te verbinden.

Duizenden godsdiensten zijn gescheiden werelden die over de wereld zijn verkaveld en niet of slechts beperkt op elkaar aansluiten. Voorbeden en dankzeggingen van de ene godsdienst komen niet aan in een andere godsdienst en zijn op de eigen God en geloofsgemeenschap gericht. Dus ook theoretisch is de werking van het gebed beperkt. Het is bovenal een poging om het individuele geloof en de geloofsgemeenschap te versterken. Het gebed is uitsluitend bedoeld voor binnenlands gebruik. Deels bedoeld vanuit zingeving en troost, deels vanuit fondsenwerving en publiciteit.

De logica van dit gebed is dat de protestante God van Nederland wordt gevraagd zich de nood van de wereld aan te trekken. Of dat aansluit op de frequentie van de soennitisch-islamitische God van Afghanistan is dubieus.

Religie in VS opereert in fantasiewereld. Extremisten en krankzinnigen kapen godsdiensten

Schermafbeelding van artikel Falls Creek Guest Preacher Wade Morris Dies After Contracting COVID-19‘, KWTV, 3 augustus 2021.

Voor extreme gelovigen is elk nadeel een voordeel. Een prediker in Oklahoma sterft aan COVID-19 (nadeel), maar geeft nu gevolg aan de opdracht van God en is bij Jezus (voordeel). Zo kun je alles recht praten wat krom is. Tot aan het absurde toe.

Schermafbeelding van artikel Falls Creek Guest Preacher Wade Morris Dies After Contracting COVID-19‘, KWTV, 3 augustus 2021.

In de VS lusten deze gelovigen pap van het gebrek aan logisch denken. Enfin, dat is nou eenmaal het kenmerk van religie. Het sluit perfect aan bij wat religie in de kern is: een fictief verhaal dat gebaseerd is op veronderstellingen die niet objectief zijn te toetsen. Dus in een godsdienst kan iedereen straffeloos alles beweren zonder dat het weerlegd kan worden. Dat maakt godsdienst de vrijplaats voor extremisten en krankzinnigen. Wat in de gewone wereld niet kan, kan binnen een godsdienst ongestraft. Men kan er onder elkaar ongestoord gestoord zijn.

De constatering kan dus niet anders zijn dan dat religie steeds meer onderdak biedt aan extremisten en krankzinnigen. Dat was natuurlijk altijd al zo, maar door de politisering komen deze godsdiensten nog verder van de realiteit af te staan. Niet alleen de dogmatiek is een fantasiewereld dat het altijd al was, maar de omgeving waarin de godsdienst opereert wordt ook steeds meer een fantasiewereld.

Extremisten en krankzinnigen kapen die godsdiensten. Ook omdat de redelijke gelovigen het voor gezien houden door de politisering van hun godsdienst. Door die politisering wordt het fenomeen ‘godsdienst’ bezoedeld en verliest het aan geloofwaardigheid. Vooral jongeren keren godsdiensten de rug toe. Ze willen in de wereld leven, niet in een fantasiewereld.

Voor critici van godsdienst is deze radicalisering van godsdiensten voor de korte termijn een slechte zaak, maar voor de langere termijn een goede ontwikkeling. De extremisten en krankzinnigen resideren in wolken koekoek-land en zonderen zich steeds meer af van de normaliteit. Je kunt ook zeggen dat ze het ware gezicht van godsdienst tonen.

Maar dat is te negatief gedacht over alle goedwillende gelovigen die wel de verbinding met elkaar en de wereld nastreven. Ze zijn echter wat ze zijn: goedwillend in een vijandige omgeving waar de krankzinnigheid op dit moment de macht heeft gegrepen en de redelijkheid verdringt.

Nogmaals: pleidooi voor landelijke geluidsregels voor kerken en moskeeën. De affaire ‘Klokken van de Sint Martinuskerk’ in Voorburg

Schermafbeelding van artikel Klokken van de Sint Martinuskerk‘ in RK Vlietstreek, 29 juli 2021.

In een commentaar van 16 mei 2020 pleitte ik voor landelijke geluidsregels voor kerken en moskeeën. En andere religieuze gebouwen waar mensen bijeenkomen voor de eredienst. Nu meer dan twee jaar later zijn die landelijke regels er nog steeds niet.

Velen zullen het niet beseffen, maar er zijn geen landelijke, wettelijke regels voor het geluid van kerken en moskeeën. De gemeente is bevoegd regels te maken voor de duur en het geluidsniveau, maar is dat niet verplicht. Zo ontstaat rechtsongelijkheid tussen gemeenten.

Schermafbeelding van berichtoverlast kerkklokken‘ op Meld.nl.

Bovenstaande bericht van Meld; Centraal Meldpunt Nederland geeft aan hoe verwarrend de situatie is en hoe gefragmenteerd het beleid is inzake geluid van kerken en andere religieuze gebouwen waar de eredienst gevierd wordt. Meld.nl waarvan onduidelijk is wie het beheert geeft foute informatie door de bevoegdheid van de gemeente verkeerd voor te stellen. De gemeente is bevoegd om ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau, maar is daartoe niet verplicht. Artikel 10 van de Wet Openbare Manifestaties zegt:

Artikel 10 van de Wet Openbare Manifestaties (WOM)

Dit is een ongewenste situatie omdat in gemeenten waar de dominante religieuze stroming en de politiek hecht verweven zijn het gemeentebestuur die kerk, moskee of andere religieuze instelling waar de eredienst gevierd wordt alle ruimte kan geven. Ik gaf in het commentaar van mei 2020 het volgende voorbeeld:

Stel het geval dat een religieuze stroming met honderden stemgerechtigde aanhangers zich vestigt in een kleine gemeente en met een eigen partij meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen en een meerderheid behaalt. En de meerderheid in het gemeentebestuur heeft. Dat is minder gezocht dan het lijkt voor wie de geschiedenis van Maharishi Mahesh Yogi in Vlodrop in ogenschouw neemt. Deze religieuze voorman had een politieke partij opgericht: de Natuurwetpartij. Dan kan zo’n religieuze of spirituele organisatie onder het mom van de vrijheid van godsdienst zelf de duur en het geluidsniveau bepalen van het geluid dat vanuit het eigen gebouw klinkt. Dan zou 24 uur per dag klokgebeier of een gebedsoproep, meditatie of mantra met versterkte luidsprekers kunnen galmen. De vrijheid van godsdienst wordt dan niet zozeer gebruikt om hieraan een wettelijke basis te geven, maar om het protest ertegen vanuit de omgeving naast zich neer te leggen.

Ik concludeerde toen wat ruim twee jaar later nog onveranderd geldt:

Doorgaans treedt er geen overlast op omdat een gemeente de belangen afweegt van inwoners en de religieuze organisatie die geluid produceert dat door omwonenden als hinderlijk wordt ervaren. Dat is afhankelijk van het willen optreden van een gemeente en de inschikkelijkheid van de religieuze organisatie. Zo ontstaat rechtsongelijkheid tussen gemeenten. Het ontbreken van landelijke geluidsregels voor religieuze organisaties zorgt voor onduidelijkheid waar commerciële bedrijven op inspringen. Het verdient aanbeveling om landelijke regels te stellen voor deze geluidsregels. Mede omdat een gemeente die geen enkele beperking aan de geluidsproductie van de religieuze organisaties wil stellen daartoe bevoegd is.

In het voorbeeld van de Sint Martinuskerk in Voorburg draait het kerkbestuur de zaken om. Het toont zich verbolgen en hamert op oude rechten. Maar een situatie die in 1893 is begonnen geeft juridisch geen garantie voor de toekomst. Een uitspraak uit 2011 van de Raad van State over een kerk in Tilburg geeft aan dat een kerk niet tegen een plaatselijke verordening kan ingaan. De verwijzing in het bericht naar een strafbaar feit moet begrepen worden als een APV (algemene plaatselijke verordening) die de gemeente Voorburg bevoegd is om in te voeren en die zegt dat het geluid tussen 23.00 en 07.30 uur niet boven een niveau van 15 decibel mag komen. Daar heeft de parochie zich aan te houden omdat het wettelijk is vastgelegd.

De enige kans van de parochie Sint Maarten om het besluit terug te draaien is lobbyen bij de raadsleden en het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg om de APV aan te passen. Dat is niet kansloos zoals een casus in Mijnsheerenland (gemeente Hoeksche Waard) verduidelijkt waar drie christelijke partijen (CDA, SGP, CU) in de coalitie zijn opgenomen en de APV begin 2021 in het voordeel van de Laurentiuskerk en in het nadeel van enkele bewoners werd aangepast. Leidschendam-Voorburg heeft twee wethouders van een religieuze partij, het CDA en CU-SGP.

De affaire in Voorburg wijst opnieuw op de willekeur van het luiden van kerkklokken. Er zijn geen landelijke geluidsregels en als die er waren, dan zouden minderheden in religieuze gemeenschappen beschermd zijn door landelijke regels.

Interviewster RD meent dat er in Nederland steeds minder ruimte voor de christelijke visie is. Waar baseert zij zich op?

Op de FB-pagina van het RD bij deze video plaatste ik onderstaande reactie. Ik werd op het spoor gezet door de vraag van de interviewster (na 1′ 47”) die zij als een conclusie poneert: ‘Er lijkt in Nederland wel steeds minder ruimte te zijn voor die christelijke visie. Is dat dan iets waar je tegenaan loopt?‘ De geïnterviewde Dico Baars weerspreekt dit krachtig.

Ik vraag me af hoe de geïnterviewde tot zo’n conclusie komt en waarom zij suggereert bedreigd te zijn in het praktiseren van haar christelijk geloof:

In de online-versie van het RD staat: ‘Hoe blijf je als christelijke politicus overeind in een seculiere samenleving?‘ Dat is een opmerkelijke vraag die een tegenstelling suggereert tussen de seculiere samenleving en een religieuze overtuiging. Deze tegenstelling bestaat niet op de wijze die hier gesuggereerd wordt.

Het kan duiden op twee aspecten. Dat de seculiere samenleving het geloof verdringt of dat gelovigen zich laten verdringen zonder dat er een extern opdringen is. In de samenleving bestaat deze tegenstelling niet. Iedereen is in Nederland vrij om de eigen levensovertuiging of godsdienst te kiezen en in eigen kring te praktiseren. Hoe christenen in hun hoofd reageren op de samenleving is een onnavolgbaar aspect dat per individu zal verschillen. Het is lastig om daar voor allen een patroon uit af te leiden.

De politieke filosofie van het secularisme biedt onder de nationale rechtsstaat godsdiensten bescherming. Het secularisme is niet zoals het RD meent een dreiging voor een religieuze overtuiging, maar juist de bescherming en in zekere zin de redding ervan.

De geïnterviewde begrijpt dat beter dan de interviewster. Zij stelt de normatieve vraag dat er in Nederland steeds minder ruimte lijkt te zijn voor de christelijke visie. Terecht weerspreekt Dico Baars dat. Hij corrigeert de interviewster. Waar zij haar observatie op baseert dat de christelijke visie in Nederland steeds minder ruimte krijgt is onduidelijk. Het wordt niet duidelijk hoe ze dat bedoelt en meent te kunnen beredeneren.

Wellicht verwart ze dat met demografische ontwikkelingen en ontkerkelijking. Uit de statistieken van het CBS blijkt dat steeds meer Nederlanders verklaren dat ze zich niet laten inspireren door het geloof. Dat is nu in Nederland de meerderheid van zo’n 57% (Stand 2019: 54,1%) die jaarlijks met zo’n 1 tot 2 % toeneemt.

Dat houdt in dat alle godsdiensten in Nederland minderheidsgodsdiensten zijn. Met de katholieke kerken tussen de 15 en 20% en de protestante kerken tussen de 10 en 15% aanhang van de totale Nederlandse bevolking. Dus ongeveer een derde van de bevolking verklaart een christelijke visie te hebben.

In een land met alleen minderheidsgodsdiensten, die zoals uit het interview blijkt ook nog eens intern verdeeld zijn, biedt de politieke filosofie van het secularisme gelovigen met een christelijke overtuiging de garantie dat zij alle ruimte hebben om ervan te getuigen.

Bij de interviewster is blijkbaar het besef niet doorgedrongen dat het secularisme de christelijke godsdienst niet bedreigt, maar beschermt. Het is de vraag of zij hiermee representatief is voor de redactie van het RD. Het is niet te hopen, maar zou niet verrassend zijn. Dat heeft te maken met een minderheidsstrategie van kleinere religieuze organisaties om gelovigen te motiveren en strijdbaar te maken. Terwijl daar feitelijk geen reden voor is.

Hoe dan ook zou het jammer zijn omdat het niet alleen onnodig, maar zelfs contra-productief is voor gelovigen om zich tegen het secularisme af te zetten. Ze zagen de tak af waar hun kerk op is gebouwd.

Taalnormering moet terughoudend zijn. Over ‘slaaf’, ‘tot slaaf gemaakte’ en het verdwenen begrip van slaaf

Slave of Richard Townsend / W.H. Ingram’s Photograph and Ferrotype Gallery, No. 11 West Gay Street, West Chester, PA‘. 1855-1870. Collectie: Library of Congress.

I. Taal doet ertoe en heeft een politieke lading. Hoe maakt het gebruik van het woord ‘slaaf’ duidelijk. Er zijn twee bewegingen die afstand van het woord slaaf nemen. Niet verrassend is dat dit gaat om twee tegengestelde politieke richtingen, links tegenover rechts. De status quo is de middenpositie, het houdt het woord ‘slaaf’ in ere.

II. De eerste politieke richting die afkomstig is uit de hoek van de identiteitspolitiek heeft in Nederland geleid tot het woord ‘tot slaaf gemaakte’ dat moet doen uitkomen dat niemand vrijwillig een slaaf is, maar daartoe wordt gedwongen. Critici van dit woord hebben een punt als ze beweren dat het woord slaaf die notie van onderworpenheid en onvrijheid al bevat. Het begrip ‘tot slaaf gemaakte’ is dubbelop.

Taal ontwikkelt zich volgens patronen. Zal dit zo gaan dat in de toekomst aan situaties en beroepen die ook onvrijheid en dwang uitdrukken het achtervoegsel ‘gemaakt’ wordt toegevoegd? Denk aan ‘gevangene’, ‘dwangarbeider’, ‘lijfeigene’, ‘bediende’, ‘hoer’, maar ook aan ‘kostschoolleerling’, ‘gelovige’, ‘dienaar’, ‘ondergeschikte’ of ‘echtgenote’.

Want zoals het een door politieke druk ingegeven overweging is om ‘slaaf’ te veranderen in ‘tot slaaf gemaakte’ kan dat uitgebreid worden naar allerlei situaties, hoedanigheiden en beroepen. Hoewel er verschillen en gradaties zijn. Maar invloeden sijpelen in de taal door en beïnvloeden aangrenzende begrippen die wellicht minder extreem zijn, maar delen van dezelfde kenmerken bevatten. In dit geval dwang en onvrijheid.

Hoever dat kan gaan leert een persoonlijke ervaring. Ik was ooit tegen mijn zin in dienstplichtig soldaat wat me 16 maanden van mijn vrijheid kostte. Met de pest in mijn lichaam was ik soldaat en voelde ik me niet thuis in het leger. Zal in de geschiedschrijving die kritisch staat tegenover een krijgsmacht met dienstplichtigen in de toekomst een soldaat’ ooit een ‘tot soldaat gemaakte’ genoemd worden? Het ligt in de lijn dat iemand die de taal wil politiseren en kritisch is op de krijgsmacht dat ooit zo zal zeggen door aan te haken bij een vergelijkbare constructie. In dit geval dus ‘tot slaaf gemaakte’.

III. De tweede politieke richting gaat de tegenovergestelde kant uit en accentueert of dramatiseert het begrip ‘slaaf’ niet, maar laat het verdwijnen door het te vervangen door een verhulling ervan. Dat volgt uit een rechts-conservatieve overtuiging. Dat wegpoetsen is een politiek correct eufemisme.

Een artikel in Salon gaat in op een nieuwe, evangelical bijbelvertaling in de VS. Het meent dat de vervanging van het woord ‘slave’ door ‘bondservant’ een verzachting is van het begrip ‘slaaf’. Maar dat valt te bezien zoals deze uitleg over de herkomst en betekenis van de woorden ‘slave’, ‘bondservant’ en ‘servant’ doet blijken. Deze woorden drukken uiteenlopende historische posities uit binnen het Romeinse Rijk van wie ‘slave’ de meest ondergeschikte is. Ondanks dat kan het toch zo zijn dat in een oudere tekst het begrip ‘slave’ of ‘slaaf’ wordt verzacht en vervangen door een ander begrip dat verhullend is.

IV. Zo zijn er op dit moment drie posities over het woord ‘slaaf’ mogelijk. Een links-radicale die wordt ingegeven door identiteitspolitiek en het woord verandert in ‘tot slaaf gemaakte’. In Nederland heeft de afgelopen jaren dat begrip een succesvolle opmars doorgemaakt en is doorgedrongen tot de media. Aan de rechts-radicale kant van het politieke spectrum gebeurt het omgekeerde, namelijk dat het woord ‘slaaf’ wordt weggemaakt om de harde tegenstellingen van de macht te verhullen en ongenoemd te maken. Alsof macht, ondergeschiktheid en eigendom niet bestaan en geanonimiseerd kunnen worden. De links-radicale en rechts-radicale transformatie van het woord’ slaaf’ zijn op te vatten als een politiek correct eufemisme dat bij die politieke stroming past. De taal wordt tot politiek instrument gemaakt.

Taal is niet neutraal. Taal kan gekaapt worden voor politieke doeleinden en daardoor bezoedeld worden. Een historisch voorbeeld daarvan is wat de nazi’s deden met de Duitse taal die aan prestige verloor doordat de politieke stroming die de taal had gekaapt een oorlog verloor. Dat is het gevaar van politisering van de taal. Het kan teruggedraaid worden als de politiek wind draait. Dat leidt tot verarming én verwarring.

V. Uiteraard is taal altijd in beweging en verandert het continu. Maar om duurzaam te zijn moet dat een organische verandering zijn die past bij de ontwikkeling in een taalgebied en niet vanuit politieke correctheid door politieke activisten is opgelegd en zodoende een geforceerde snelle opmars heeft kunnen doormaken. Daarom dienen taaladviseurs en taalnormeerders terughoudend te zijn in de normering van politiek correcte termen als ‘tot slaaf gemaakte’.