Christelijke retoriek van SGP’er Kees van der Staaij. Met het label ‘doorgedraaid autonomiedenken’ tracht hij politieke opponenten te vloeren, maar vloert uiteindelijk zichzelf

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Mijn reactie op de Facebook-pagina van het Reformatorisch Dagblad bij het artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ van 14 mei 2022:

Van der Staaij verwijt een meerderheid van de Nederlanders autonomiedenken. Hij noemt het zelfs ‘doorgedraaid autonomiedenken’. Hij vindt het blijkbaar niet voldoende om het oneens te zijn met pro-choice aanhangers, maar vindt het nodig om ze een trap na te geven door hun denken ‘doorgedraaid’ te noemen. Het is de vraag of die neerbuigendheid spoort met de waarheid van het evangelie dat hij aanhangt.

Schermafbeelding van deel artikelVan der Staaij ziet lichtpuntjes in abortusdebat’ in het Reformatorisch Dagblad, 14 mei 2022.

Van der Staaij verklaart zich hiermee tot de spookrijder van de Nederlandse samenleving. Als vertegenwoordiger van een minderheid probeert hij een meerderheid zijn wil op te leggen tegen de logica, de politieke realiteit en de menselijke welwillendheid in.

Van der Staaij beseft niet hoe tegenstrijdig hij is als hij het autonomiedenken van zijn politieke opponenten kleineert en suggereert dat het evangelie van een orthodox-christelijke minderheid hem dat toestaat.

Van der Staaij draait het om. Hij is in de war. Hij hangt het autonomiedenken van een orthodox-christelijke minderheid aan dat door mensen is geconstrueerd en claimt zonder enige onderbouwing dat dat niet-menselijk is. Maar zijn verticalistisch niet-autonomiedenken is uiteindelijk horizontaal autonomiedenken.

Van der Staaij zet zijn christelijke dogmatiek oneigenlijk in als hij een meerderheid van autonomiedenkers die meerderheid ontzegt door ze buiten de orde te willen plaatsen. Met zijn bizarre denken plaatst Van der Staaij zich echter zelf buiten de orde en buiten een betamelijke politiek-maatschappelijke discussie.

Van der Staaij is de goochelaar die bij gebrek aan argumenten van alles uit zijn hoge hoed tovert om het publiek zand in de ogen te strooien. Van der Staaij is onheus.

Antwoord op video ‘Stop Disney’s LHBT-indoctrinatie’ van het ultra-conservatieve katholieke CitizenGo

Mijn reactie bij de video van CitizenGo over de vermeende LHBT-indoctrinatie van Disney. Ermee sluit deze ultra-conservatieve katholieke organisatie aan bij de politieke standpunten van de Republikeinse gouverneur van Florida Ron DeSantis die als mogelijke uitdager van Trump het schoppen tegen Disney gebruikt om hem rechts in te halen en de cancel culture hoog op de agenda te houden en de conservatieve kiezers voor zich te winnen:

Het lijkt er eerder op dat orthodoxe christenen zoals die van CitizenGo geobsedeerd zijn door de LHBT-gemeenschap, dan dat Disney geobsedeerd is door de LHBT-gemeenschap. Christenen hebben de vrijheid van godsdienst om met elkaar hun geloof te belijden. Wat ze voor zichzelf aan rechten en vrijheden verworven hebben, zouden ze ook anderen moeten gunnen. Maar dat doen ze niet. Daarmee zijn ze in strijd met de kern van hun eigen leer.

Voordat enkele jaren geleden de cancelcultuur over de wereld spoelde, was er eeuwenlang een kanselcultuur die dominant was in de westerse wereld. Ooit hadden georganiseerde godsdiensten een zinvolle, emanciperende rol die de samenleving hielp vormen. Ze hebben zelfs bouwstenen aangeleverd voor het rationalisme van de Verlichting. Historisch gezien is het verschil tussen de verschillende filosofieën niet zo groot.

Maar zoals met alles is er een tijd van komen en een tijd van gaan. De monotheïstische godsdiensten hebben hun nut bewezen, maar zijn van progressieve maatschappelijke krachten verworden tot behoudzuchtige krachten die op de rem van de ontwikkeling zijn gaan staan. Dat valt te betreuren. Dat uit zich erin dat ze tegen allerlei hedendaagse ontwikkelingen zijn. Zo is het christendom niet begonnen, maar lijkt het wel te eindigen.

Het christendom is waardevol als cultureel verschijnsel. Zoals Griekse of Shakespeariaanse tragedies of Middeleeuwse mirakelspelen dat ook zijn. Net als deze kunstvormen is religie een sterke uiting van de menselijke geest. Het is waardevol om dat cultureel erfgoed inclusief het christendom te bewaren en zelfs te koesteren. 

Het christendom verdient het om van de overheid subsidie te krijgen, zoals theater, beeldende kunst, literatuur of muziek ook subsidie van de overheid krijgen. Kunst en religie zijn menselijke uitingen waarin mensen troost, zingeving, diepte en scherpte vinden. 

Kunst en religie geven het menselijk leven diepte. Niet vanwege een vermeende hogere waarde die verticaal zou zijn, maar vanwege de horizontale waarde van de mens die zich in de beste momenten overtreft en andere mensen daarmee toont wat menselijkheid is.

Onverdraagzaamheid jegens anderen of andersdenkenden staat daar haaks op. Daarmee verengt een godsdienst zich tot een verlengstuk van de politiek. Dat is een vrije keuze, maar ermee prijst zo’n godsdienst zich wel uit de markt. Godsdiensten zouden beter dan nu moeten beseffen dat ze vanwege andere doeleinden en functies geen politieke partijen of lobbygroepen zijn die ageren tegen hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen, maar culturele organisaties die mensen troost, zingeving, diepte en scherpte geven.

Het is niet uitzonderlijk dat Bijbel en christendom iemand niet interesseren

Schermafbeelding van TikTokI Don’t Care What The Bible Says‘ van Ana Kasparian voor The Young Turks.


Is het een krachtige uitspraak om te zeggen dat het iemand totaal niet interesseert wat de Bijbel zegt of dat iemand een christen is? Mmmm, dat valt wel mee. Het tekent het gepolariseerde Amerikaanse debat dat iemand zich dat afvraagt. Het is toch tamelijk normaal om een heilig boek van gelovigen en het christendom niet interessant te vinden?

Ook mij interesseert het niet wat de Bijbel zegt. Eerlijk gezegd vind ik het niet interessanter dan andere fictie. Maar ik verdedig uiteraard het recht van christenen om hun geloof in vrijheid te belijden en zelf hun Bijbel interessant te vinden. Dat is hun goed recht.

Als godsdiensten andersdenkenden hun wil op willen leggen, dan gaat het fout. Want dezelfde vrijheid die christenen hebben om hun geloof te belijden geldt ook voor degenen die het christelijk geloof niet willen belijden. Als christenen anderen niet de vrijheid gunnen die zij hebben, dan zit er iets scheef.

In het Amerikaanse Hooggerechtshof hebben rechts-radicale christelijke rechters de meerderheid. Dat is niet alleen een onjuiste representatie van de verhoudingen in de samenleving, maar ook een geradicaliseerde overtuiging die deze juristen andersdenkenden tegen hun wil opleggen. Zelfs als dat tegen de grondwet ingaat.

In de kwestie van abortus laat zich de fundamentele zwakte van godsdienst kennen. Het probeert andersdenkenden te domineren en zelfs te annexeren in een eigen wereldbeeld. Tegen hun wil. Dat is het misverstand en de corruptie van het christendom. Dat komt hier niet uit als ruimhartig en universeel, maar als kleinzielig en geborneerd.

In het secularisme zijn bestuurders de poortwachters die de vrijheid van godsdienst garanderen. Als ze zich tot deelnemer maken, zoals vijf Amerikaanse rechters van het Hooggerechtshof doen, dan vergeten ze hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Ze kiezen voor partijpolitiek gewin.

De Bijbel of het christendom zijn niet interessant, maar worden interessant als het als religieus wapen in de politieke strijd wordt aangewend. Dat gaat niet zozeer over de Bijbel, maar over rechters en radicaal-rechtse politici die de Bijbel misbruiken en voor hun karretje spannen.

Kerkleiders van christelijke kerken zouden de corruptie van hun heilige boek en godsdienst publiekelijk moeten afwijzen. Maar dat doen ze niet. Ook zij gaan voor politiek gewin. Dat is de zwakte van de kerkleiding.

Bijbel en christendom komen zo in het spervuur van het publieke debat terecht en zijn de eigenlijke verliezers. Maar dat interesseert de radicaal-rechtse rechters niet. Ze leveren hun professionalisme en integriteit in voor politieke invloed die een hele samenleving gijzelt.

Nederland in populaire cultuur van VS

Affiche voor Amerifilm ‘Hans Brinker or The Silver Skates‘, (1962)

In de VS heerste ooit een Holland-cultus in de populaire cultuur. Geschiedschrijving à la Walt Disney die doordringt in de beeldvorming. Hans Brinker is de serieuze jongen die met zijn vinger in de dijk zijn gemeenschap redt.

Was New York in de 17de eeuw niet gesticht als Nieuw Amsterdam door de Nederlanders en hadden de WASP’s (White Anglo-Saxon Protestant) die tot in het midden van de 20ste eeuw het politieke leven van de VS bepaalden en de calvinistische Hollanders geen overeenkomsten?

Denk aan het schip de Mayflower dat in 1620 na een verblijf van 11 jaar in Leiden met vanwege hun godsdienst naar de Republiek gevluchte Engelsen naar Virginia voer. Deze oervaders worden nu nog gezien als Amerikaanse adel. Het lijkt er sterk op dat na het afnemend belang van de WASP’s ook het accent op de vlijtige, arbeidzame en betrouwbare Nederlanders in de beeldvorming is verminderd. In het latere globalisme en door andere immigratiegolven nam het relatieve belang van Nederland in de VS hoe dan ook af.

Denk aan songs als Little Dutch Mill die Dave Fleischer in 1934 in een cartoon verwerkte. De Nederlanders in klederdracht zijn aan het schoonmaken en tonen zich van hun beste kant als zogezegde wereldverbeteraars. Half satire en half serieus.

Een zinswending in de song heeft een plagende ondertoon: ‘They both had so much moon, that it was a real Dutch treat‘. Dat laatste betekent dat iedereen voor zichzelf betaalt. Dat wijst op schraapzucht en wordt niet als goede eigenschap gezien. Maar het wijst ook op realiteitszin en egalitarisme. Vandaar is het een kleine stap naar het motto ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg’ van een land zonder paleizen, maar met molens. Hoe ook in Nederland dat idee werd bijgebogen blijkt uit het apocriefe verhaal dat jarenlang verteld werd over het legendarische kaakje waarmee toenmalig premier Willem Drees in 1948 de Amerikaanse Marshallhulp zou hebben verzekerd wegens zijn zuinigheid en ernst.

De herkomst van dit soort begrippen met ‘Dutch‘ heeft in het Amerikaans-Engels trouwens geen Nederlandse, maar een Duitse herkomst. Het tekent het belang van Nederland in een bepaalde periode (al is het in negatief opzicht) dat in de loop van de tijd Dutch niet langer Duits, maar Nederlands ging betekenen.

De ironie van de geschiedenis is dat in de Vrede van Breda (1667) de Republiek Nieuw-Amsterdam moest afdragen aan de Engelsen en Suriname kon behouden. Hiermee was de weg definitief vrij voor de opwaardering van Nederland in de populaire cultuur van de VS. Nederland was in latere eeuwen immers geen bedreiging meer voor de VS en was na Frankrijk het tweede land dat de VS in 1776 officieel erkende. Het hielp ook mee dat in hun geschiedschrijving Nederlanders en Amerikanen de verwaande en gehate Engelsen als vijand hadden. Ook dat schiep een band tussen beide volkeren.

Hoe stereotypering ook neveneffecten heeft en de blik beperkt leert de ondertitel van onderstaande foto uit 1915. Van twee zwarte vrouwen in Paramaribo wordt gezegd dat ze op Nederlandse vrouwen lijken. Maar dan ‘turned black‘. Dat klinkt normatief. Het is ook vloeken in de kerk van de puristen van culturele toe-eigening die grenspalen tussen bevolkingsgroepen opwerpen. Suriname werd in 1954 (tot 1975) officieel een deel van het Koninkrijk Nederland en was vanaf 1667 een Nederlandse kolonie.

Alpheus Hyatt, ‘The women look like Dutch women turned Black, Paramaribo‘, 1915. Collectie: The New York Public Library

Christian Tan probeert Johan Derksen en ideeën over vertrutting in christelijk frame te duwen. Dat loopt vast in behoudzucht

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Terwijl de Europese veiligheid op het spel staat door de invasie van de Russische Federatie in Oekraïne houdt een groot deel van Nederland zich bezig met trivialiteiten. Zoals de uitspraken van voetbalcommentator en televisiepresentator Johan Derksen over een kaars waarmee hij lang geleden een vrouw zou hebben onteerd. Later zwakte hij dat verhaal af.

De reactie op Derksen die controversiële uitspraken gebruikt om de kijkcijfers van zijn programma op de commerciële omroep Talpa op te pimpen was duidelijk. Derksen was deze keer volgens velen over een grens gegaan. Sponsors liepen weg en het programma Vandaag Inside komt na een zomerpauze wellicht terug op de buis.

Commercie staat bij Talpa voorop. Het gaat uitsluitend om geld verdienen. Nieuwe sponsors kunnen zich straks weer melden. Business as usual. De mediastorm over de kaars van Derksen heeft veel vrije publiciteit opgeleverd voor dit programma zodat het een succesvolle doorstart kan maken. Commerciële televisie heeft geen historisch geheugen en geen moraal.

Het is een misverstand dat er in het geval Derksen sprake is van cancelcultuur zoals Christian Tan van MeerJezus in een stuk op Revive.nl zegt. Tan begrijpt de dynamiek van de commerciële televisie onvoldoende. Hij probeert deze kwalijke kwestie te gebruiken om zijn punt te maken. Het omgekeerde is echter waar. Derksen wordt niet gecanceld, maar wendt het cancelen aan om publiciteit te maken voor Vandaag Inside en zichzelf als mediapersoon.

Het valt Tan te vergeven dat hij vanuit zijn christelijke overtuiging deze kwestie probeert te verbinden met het christelijk geloof. Dat heeft er bij nader inzien weinig mee te maken. Maar het is Tans vrijheid van godsdienst om de kwestie Derksen te gebruiken om zijn christelijke geloof te verkondigen. Of het zinvol is en aan de zaak iets essentieels toevoegt is de vraag.

Schermafbeelding van deel artikel van Christian Tan, ‘Johan Derksen en de cancelcultuur in Nederland: wat zegt de Bijbel hierover?‘, 2 mei 2022 op Revive.nl.

Tan gaat in het citaat hierboven verder dan evangelisatie en religieuze propaganda als hij de vertrutting van de samenleving toejuicht. Hij zegt er zelfs blij mee te zijn. Hoe breed hij vertrutting opvat is onduidelijk, maar duidelijk is dat dit begrip gaat over preutsheid, fatsoen, vrijheid en de rol van de vrouw.

Tan ontneemt individuen de vrijheid van handelen en wil ze insnoeren in een van bovenaf opgelegd moralisme dat christelijke wortels heeft. Dat is ongelukkig en ongewenst. Respect, lichamelijke integriteit en instemming (consent) zijn universele waarden die niet specifiek verbonden zijn aan vertrutting. Tan de moraalriddder maakt een parodie van vertrutting én moraliteit.

Tan laat zijn ware aard zien als een christelijke spookrijder als hij in bovenstaand citaat spreekt over huwelijkstrouw en gezinsleven, belachelijk gedachtengoed, afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God en evolutie-indoctrinatie. Tan haalt er van alles bij, gooit dat op een hoop en laat zich kennen als iemand die maatschappelijke ontwikkelingen terug wil draaien naar een christelijk Nederland dat verdwenen is. Als het in de vorm die hij zich voorstelt al ooit bestaan heeft.

Tan is niet de enige Nederlandse gelovige die verbolgen is, zich miskend voelt en met z’n hoofd in het verleden leeft en daarom een verkeerde aanpak kiest voor het hier en nu. Beseft hij niet dat als er sprake is van afbrekend gezag van kerk, Bijbel en God dat vooral de christenen zelf te verwijten valt?

In Nederland hebben kerken onder het secularisme alle vrijheid om hun geloof in vrijheid te belijden. Maar de realiteit van de Nederlandse maatschappij is dat een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat is het gegeven.

In een nieuwsbericht van maart 2022 over een onderzoek naar levensovertuiging concludeert het SCP: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland‘.

In het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van 2 februari 2022 pleitte ik voor het subsidiëren van kerken als culturele instelling.

Daarin schetste ik precies het beeld van iemand als Christian Tan die veel energie stopt in een achterhoedegevecht en zo de zaak die hij denkt te behartigen niet optimaal behartigt en zelfs beschadigt: ‘Dat zou voor iedereen beter zijn. Voor de kerken die daardoor een betere financiële uitgangspositie hebben, voor de samenleving die de gevestigde kerken voortaan kan waarderen als culturele instellingen die de claim opgegeven hebben om de samenleving te besturen en voor de gelovigen die niet langer meegesleept worden door hun kerkleiders in een misleidend beeld van hoe schadelijk secularisatie is‘.

Gedachte bij de foto ‘Easter ritual’ (1959)

George Brich, Easter ritual, 1959. Collectie: Valley Times Collection.

Als je een rol speelt, dan moet je erin geloven. Anders wordt het niks. Dat geldt voor alles in het leven. Het is een kwestie van geloofwaardigheid. Of in dramatische termen gezegd, vraisemblance. De rol kan niet overeenkomen met de waarheid, maar dient er wel sterk op te lijken. De speler moet zich inspannen om de waarheid van het ritueel te benaderen. Zonder zich af te laten leiden.

De deelnemer wisselt het Individualisme tijdelijk in voor een hoger doel. Juist dat maakt iemand tot speler. Dat is de afspraak van drama waar spelers en toeschouwers zich aan onderwerpen. Ze doen alsof ze niet doen alsof. Dat is de noodzakelijke voorwaarde voor doen alsof.

Rituelen in godsdienst, theater, performance kunst, openbare optredens of wat dan ook zijn geformaliseerd in afgezaagde vormen. Dat dient het gemak en de verwachting van spelers en toeschouwers. Ze stappen in een model dat zich door herhaling in de tijd bewezen heeft.

Dat is deel van de maatschappelijke orde die op zijn beurt ook een afspraak is die dit zowel mogelijk maakt als er door versterkt wordt. Daarom is de macht zo dol op rituelen. Hoe autoritairder de macht, hoe meer de protagonisten ervan belang hechten aan rituelen.

Parades, massabijeenkomsten en samenwerking met godsdiensten met hun traditie van rituelen en hun steun onder de lokale bevolking die tegen een tegenprestatie worden ’uitgeleend’ aan de lokale dictator of autoritaire leider zijn hiervan het symbool.

De foto toont een paasritueel van een Oosters-orthodoxe kerk in Los Angeles, 1959. Het bijschrift zegt (vertaald): ‘Kerkenraadsleden van St. Innocent Eastern Orthodox Church in Encino, 5501 Newcastle Ave., tonen de begrafenis van Christus, die vanavond zijn hoogtepunt zal bereiken in de opstandingsdiensten voor leden van de oosters-orthodoxe kerken. Met pope Sergei A. Glagolev, rector, van links, zijn George Vag, Edward Sutyak, Stephen Kosct en Nicholas T. Geeza. Mannen houden ‘het opwindlaken’ of de lijkwade van Christus vast. De lijkwade wordt van de kist verwijderd en de verduisterde kerk wordt verlicht nadat woorden, ‘Christus is opgestaan’, zijn gesproken.”‘

De drie middelste mannen Edward Sutyak, Stephen Kosct en Nicholas T. Geeza loeren naar fotograaf Brich. Ze laten zich afleiden van het ritueel dat ze uitvoeren. Waarschijnlijk is het een eer dat zij daarvoor zijn uitgekozen. Het is wellicht te veel gezegd dat ze zich betrapt voelen en twijfelen over de handeling die ze verrichten, maar ze laten evenmin zien dat ze er ondubbelzinnig in geloven.

Gedachte bij lantaarnplaat ‘ Victim of Congo atrocities, Congo, ca. 1890-1910’

Victim of Congo atrocities, Congo, ca. 1890-1910.’ Collectie: Centre for the Study of World Christianity.

Wreedheden zijn van alle tijden. Het verbaast als iemand beweert dat de huidige tijd nog nooit zo chaotisch, verwarrend of gewelddadig is geweest. Dat is in strijd met de kennis over het verleden.

Toen was vaak een mensenleven niets waard. Het werd uitgewist zonder dat het op sociale media werd genoemd. Hoewel publiciteit toen ook al een rol speelde om onrecht aan de kaak te stellen, zoals deze foto uit Congo van rond 1900 toont.

Het bijschrift bij deze foto is onbewust pijnlijk als het zegt (vertaald): ‘In 1895 hoorde Dr. Harry Guinness uit de eerste hand getuigenverklaringen van amputaties, en raakte betrokken bij de zaak om een einde te maken aan de wreedheden op de plantages, door zich in 1904 aan te sluiten bij de Congo Reform Association. Internationale interventie dwong Leopold II om in hetzelfde jaar af te treden, en hoewel hervormingen begonnen onder zijn opvolger, Albert, zou de verandering in de rubberplantages enige tijd niet van kracht worden.’

Het bijschrift geeft duidelijkheid van wat we zien (vertaald): ‘Zwart-witte lantaarnplaat met een mannelijke missionaris van de Congo Balolo Mission die de arm van een Congolese man vasthoudt. De missionaris is waarschijnlijk de heer Wallbaum, die een licht safaripak en een tropenhelm draagt, en de Congolese man draagt een lendendoek. De missionaris houdt de arm van zijn metgezel bij de elleboog omhoog en wijst naar de ontbrekende hand van de Congolese man.’

Wreedheid, onmenselijkheid, sadisme, onbeschaafdheid, losbandigheid, smeerlapperij is van alle tijden. We zien het nu weer opduiken in Oekraïne waar het Russische leger zich beestachtig misdraagt. Een gedisciplineerd, doelmatig leger is anders. Mensen kwellen elkaar.

Hoewel van wilde dieren wordt gezegd dat ze hun prooi doden voor voedsel en niet uit genot onnodige slachtoffers maken. Ook omdat ze hun lopende voorraadkast niet willen aanspreken als het niet nodig is. Dat doen mensen wel. Dat is onredelijkheid die verder gaat dan het te behalen doel. Het doel verdwijnt uit zicht als de onredelijkheid uitgelegd wordt als redelijkheid.

Rechtvaardiging van onrecht bestaat alleen in de geest van demonen, bloedhonden en kwelgeesten. Of ze nu Attila de Hun, Leopold, Stalin, Hitler, Mao of Poetin heten. Ze zijn van alle tijden. Helaas.

Zwitserse missionarissen Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler en Vischer in Nederlands Borneo (1933-35)

Carl Mattheus Vischer,V.l. Geschw. Schweizer, Trostel Kühnle, Röder, Weiler‘, 1933-35. Collectie: Basel Mission, International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Het is rond 1934 in Borneo ofwel Kalimantan. Het zuidelijke deel dat deel van Nederlands-Indië is. Waarschijnlijk is de boot aangemeerd in havenstad Banjarmasin.

Het Duitse bijschrift van de foto leest vertaald als een gedicht: ‘Van links verwanten Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler‘. Het klinkt Duits, maar is Zwitsers. Het betreft missionarissen met echtgenote van de Basel Mission.

Ze worden vastgelegd door de fameuze Zwitserse ziekenhuisdirecteur Carl Mattheus Vischer die ook aan de Basel Mission verbonden was. Hij zou op 20 december 1943 door de Japanners worden geëxecuteerd wegens ‘vermeende deelname aan een anti-Japans complot’. Vischer lijkt nog altijd te worden gewaardeerd door de bevolking, met zelfs een Wikipedia-pagina in het Indonesisch. Of wat daar aan herinnering nog van resteert.

Maar nu poseren de Zwitserse missionarissen met hun echtgenoten en een jonger kind nog even in de haven. Gekleed met passende outfit. Vol verwachting en goede bedoelingen. Komen ze aan na een lange reis? Om goed werk te gaan verrichten. De tropen wachten.

Ik heb een hekel aan reizen en aan ontdekkingsreizigers‘, zo luidt de eerste, vertaalde zin van een boek van etnograaf en antropoloog Claude Lévi-Strauss. Het is een reisboek en antropologisch werk met accent op Brazilië. De titel verraadt de afloop: ‘Tristes tropiques‘ ofwel ‘Het trieste der tropen‘.

Enkele zinnen uit de uitgebreide bespreking van dit boek op Wikipedia schetsen de triestheid: ‘Dit nederzettingspatroon met rangschikking van de hutten rond het mannenhuis is doorslaggevend en onmisbaar voor de ordening van het sociale stamleven. De Salesiaanse missionarissen bouwden deze structuur dan ook direct af door, om hen te bekeren, ze in evenwijdig aan elkaar opgestelde rijen behuizingen te laten wonen. Door het wegvallen van deze voor hen onmisbare structuur raakten de inheemsen al spoedig hun gevoel voor traditie kwijt.

Carl Mattheus Vischer (?),Stelzenlaufender Hausbube i. Pudjun. Uralter Brauch, nicht v. Europa übernommen. Analogie zauber z. Befördern des Wachstums der Reispflanzen, so hoch sollen sie werden.” (=Steltlopende huisjongen i. Pujun. Oude gewoonte, niet van Europa overgenomen. Analogie spreuk ter bevordering van de groei van de rijstplanten, zo hoog horen ze te zijn’. Collectie: Basel Mission International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Triest. Goede bedoelingen kunnen veel schade berokkenen. Het hoeft niet, maar het kan. Het is een gemengd beeld. Dat we het weten. Ach, daarom nog maar even voor de laatste keer een Zwitsers gedicht in tropisch Kalimantan: ‘Schweizer, Trostel, Kühnle, Röder, Weiler‘.

De christelijke misleiding van Robert van Mierlo: ‘zegen je vijanden met een heilige achtervolging van de liefde van God’

Eerder schreef ik in maart 2020 in een commentaar over de christelijke autodidact-prediker Robert van Mierlo het volgende: ‘Het is gewenst dat hij met zijn onzin van sociale media verbannen werd. Want zijn misleiding zet in de huidige noodsituatie de mensen die hij inspireert op het verkeerde been, stelt hen onterecht gerust en sust hen in slaap. Predikers als Van Mierlo beroepen zich op de vrijheid van godsdienst en hebben de wettelijke ruimte om hun wartaal te verkondigen‘.

Robert van Mierlo zwijgt echter niet omdat spreken zijn verdienmodel is. Zelfbenoemde amateur predikers als Van Mierlo zijn de grootste belagers van serieuze godsdiensten. Want ze stellen godsdienst in een kwaad daglicht met hun simplisme en complotdenken.

Critici van godsdiensten vinden in Van Mierlo hun medestander. Hij is zonder dat hij het beseft de provocateur die het omgekeerde bereikt van wat hij claimt te beogen. Namelijk het uitdragen van de christelijke leerstellingen en het vergroten van het bereik en begrip ervoor.

Wat Robert van Mierlo zegt lijkt op het eerste gezicht zinnig, maar is bij nader inzien onzin. Zijn betoog is niet gebouwd op het verbinden van argumenten die onherroepelijk tot een conclusie leiden, maar op het afschieten van losse flodders die alle kanten op vliegen. Hij weet zijn triviale uitspraken geen meerwaarde te geven. Ook niet in symbolische zin. Het is wartaal.

Neem de volgende beweringen uit het begin van bovenstaande video die als los zand aan elkaar hangen. Van Mierlo stapelt, blijft stapelen en lijkt niet te weten wat hij met die gestapelde beweringen wil zeggen:

Maar de afgelopen twee jaar heb ik eigenlijk heel veel zoveel onrecht gezien door alles wat zich openbaart in deze tijd wereldwijd, maar ook in ons eigen land. Ik denk aan wat wat ja wat zich openbaart in het kindermisbruik en hoe de regering daarmee omgaat. De corruptie die steeds meer geopenbaard wordt. De schandalen die steeds meer aan het licht komen, in ons land, maar ook wereldwijd. De corruptie, de censuur, er zijn zoveel dingen aan het licht aan het komen. En dat kan mij soms ontzettend boos maken en gefrustreerd en ja, een een gevoel van van soort van machteloosheid en … eehhh … ja dat is dus precies wat wat de duivel wil. Dat wij in die boosheid blijven hangen, dat we dat er dat we gaan haten dat we in die negatieve energie terechtkomen, maar dat we in angst gaan zitten dat we ons hopeloos gaan voelen, maar dat is niet wat Jezus ons leert‘.

Zo kabbelt Van Mierlo voort. Zoekend en manoeuvrerend door de Nederlandse grammatica. Volgens hem is het onrecht niet terug te brengen tot een mens, maar is ‘onze vijand is de geestelijke machten achter die mens. Want ook die mens, die op een verschrikkelijke manier misschien handelt, die wordt ook weer aangestuurd door hogere duisteren krachten‘.

De aap komt uit de mouw als Van Mierlo zegt dat God hem een gebed heeft gegeven. Hiermee hijst hij zichzelf op het schild van religieuze belangrijkheid. Ermee kun je volgens deze autodidact-prediker ‘je vijanden zegenen en op een heel krachtige manier dat en je eigenlijk in dat hele simpele gebed bidt voor hun ziel, dat ze tot behoud komen, maar tevens is dat gebed ook heel krachtig om het onrecht tegen te houden. Omdat het iets in werking zet in de geestelijke wereld waardoor een proces op gang komt dat het de duisternis niet zo maar door kan gaan‘.

Dat gebed dat volgens Van Mierlo hem door God is gegeven luidt als volgt: ‘Ik zegen deze persoon met een heilige achtervolging met de liefde en het licht van God in Jezus’ naam‘.

Volgens Van Mierlo kan de persoon die gezegend wordt ‘met een heilige achtervolging met de liefde en licht van God‘ na deze zegening ‘niet meer langer door kan gaan in zijn onrecht‘ omdat hij ‘zijn geweten gaat voelen‘.

Uiteraard mag Van Mierlo binnen het parallelle universum van het christendom zijn eigen parallelle universum construeren. Alleen, zijn antwoord om het onrecht te bestrijden heeft geen praktisch nut en trekt zijn volgers nog dieper in een schijnwereld die een oplossing om het onrecht te bestrijden niet dichterbij brengt, maar juist verder uit beeld laat verdwijnen.

Wellicht werkt de bestrijding à la Robert van Mierlo van het onrecht door het uitspreken van een Goddelijke zegen in beperkte mate in de christelijke eigen kring waar de Bijbelse taal begrepen en nageleefd wordt, maar hij pretendeert meer en zou er goed aan doen om de voorwaarden van de werking van zijn claims voortaan als disclaimer bij zijn video’s te zetten. Zijn claim van alomvattendheid maakt het er potsierlijk op omdat het aantoonbaar niet werkt.

Zoals altijd bij dit soort video’s van christelijke predikers die zich beroepen op de liefde van God vraagt Robert van Mierlo om geld om ‘Gods liefde uit te dragen‘. Onmiskenbaar over hem is dat christelijk dilettantisme een verdienmodel is. De nonsens waarmee hij het omkleedt kan op de koop toe worden genomen door de volgers die zich er aangetrokken toe voelen en ermee heilig achtervolgd wensen te worden.

Onderzoek ‘Buiten kerk en moskee’ van het SCP blijft worstelen met formuleringen om de ontwikkelingen onbevooroordeeld te beschrijven

Schermafbeeldingen uit onderzoekBuiten kerk en moskee‘ van het SCP, 23 maart 2022. Pagina’s 74 en 75.

Vandaag 24 maart 2022 verscheen het onderzoek Buiten moskee en kerk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Pikant is dat het ultrarechtse FvD-kamerlid Pepijn van Houwelingen als een van de drie auteurs wordt genoemd.

In de toelichting bij dit onderzoek zegt het SCP op de eigen website: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland. Daarmee is voor de meeste mensen de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de verhoudingen tussen verschillende groepen, en onze samenleving als geheel. Dat blijkt uit het onderzoek Buiten kerk en moskee van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)‘.

In een reactie op een artikel van Hanco Jürgens dat in NRC in december 2021 werd geplaatst formuleerde ik kritiek die in mijn ogen ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP. Dat heeft te maken met verkeerde terminologie van de ontwikkelingen die het beschrijft. Mijn kritiek bestaat eruit dat ondanks het feit dat de meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet door godsdienst te laten inspireren het instrumentarium waarmee dat proces wordt beschreven in culturele zin niet loskomt van het geloof en door het totale proces van emancipatie en loskomen van religie in het frame van geloof te formuleren het godsdienst belangrijker maakt dan de demografische en sociologische ontwikkelingen rechtvaardigen. Ik herhaal een passage uit mijn kritiek op Jürgens. Niet op zijn opzet trouwens, maar op zijn uitwerking ervan:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

Het onderzoek formuleert in een voetnoot op p. 70 met verwijzing naar het langlopende onderzoek van de KRO naar God in Nederland ‘seculier’ als ‘diegenen die expliciet aangeven dat er ‘geen God of hogere macht’ bestaat (atheïsten) of die zeggen dit simpelweg niet te (kunnen) weten (agnosten).‘ Ook hier komt het tekort van de terminologie weer tot uiting.

Want waar laat dat iemand die zich als seculier of een aanhanger van het secularisme beschouwt, maar niet als atheïst of agnost? Het is onjuist om ‘seculier’ of een aanhanger van het ‘secularisme’ te omschrijven als ‘atheïst’ of ‘agnost’. Dat is opnieuw een ouderwetse benadering die ondanks een afwijzing ervan het secularisme direct koppelt aan godsdienst. Dat is ongewenst en wetenschappelijk onzorgvuldig. In mijn kritiek op Jürgens die ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP formuleerde ik dat als volgt:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

SCP trapt met open ogen in de valkuil. Het SCP blijft ermee in cirkels draaien door een niet passend instrumentarium te gebruiken dat ontleend is aan de godsdienst van weleer om de ontwikkelingen te beschrijven. Het beschrijft die groter wordend afstand tot religie adequaat, maar weet er geen juiste beschrijving voor te vinden.

Het SCP zorgt zo voor onnodige verwarring door het afgeven van gemengde signalen. Namelijk door in de beschrijving het maatschappelijk belang van afnemende godsdienst te beschrijven, maar daarvoor termen te gebruiken die aan die godsdienst zijn ontleend en de band ermee benadrukken.

De citaten uit het onderzoek over ‘cultuurchristenen’, het behoud van kerkgebouwen en de erkenning van de maatschappelijke waarde van geloof en kerk waarmee dit commentaar begint hebben dezelfde terminologische tekortkomingen als die over het secularisme.

Nogmaals. het secularisme is niet per definitie anti-godsdienst of pro-atheïsme. In een commentaar van februari 2022 pleitte ik voor subsidie van kerken door ze als culturele instelling te beschouwen. Door het omarmen van het secularisme kunnen religieuze instellingen als kerken een nieuwe culturele invulling vinden. Secularisten die dit steunen zouden geen cultuurchristenen genoemd moeten worden zoals het SCP doet, maar secularisten. Hiermee gebruikt het SCP opnieuw onnodig een term die nauw verbonden is aan godsdienst.

Het is voor de steun aan kerken niet de essentie of iemand de christelijke moraal of christelijke tradities erkent, zoals het SCP in haar uitleg beweert. Het gaat erom dat in een samenleving groeperingen elkaar niet uitsluiten en naast elkaar willen leven. Daarvoor is het niet nodig dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking de leerstellingen van christelijke kerken aanvaardt. Ook als men die verwerpelijk en verouderd vindt, zouden maatschappelijke of culturele instellingen als kerken recht op overheidssteun moeten hebben.

Schermafbeelding van deel commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van George Knight, 2 februari 2022.