George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kamervragen

Theater en religie putten uit dezelfde bron. Reformatorische kringen negeren dat door religie geen schijnwereld te noemen

leave a comment »

Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) gaf vandaag antwoord op kamervragen van Peter Kwint (SP). Het ging over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk. Niet vanwege de inhoud, maar vanwege de vorm. Het gaat om leraar Nederlands en SGP’er Arjan van Essen die ontslagen is door het Driestar College in Gouda omdat hij met zijn toneelstuk ‘Kop of Munt’ de schouwburg ingaat. Het ging op 3 november in première. Minister Slob (Christen-Unie) licht toe, maar vergoelijkt de schorsing ook. In een reactie op de affaire Van Essen voert het CIP dominee Meeuse op die meent dat ‘theater niet past bij de reformatorische identiteit’. Maar hij gaat verder dan dat door het theater ervan te beschuldigingen een ongeschikte kunstuiting te zijn en dat het de werkelijkheid tot een spel wil maken. Dat is grof. Hij meent zelfs dat achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat. Dat kan Meeuse allemaal wel vinden, maar hij lijkt voorbij te gaan aan de oorsprong van religie en de gemeenschappelijke kenmerken die het heeft met theater. Mijn reactie op de FB-pagina van het CIP bij bovenstaande posting.

Het merkwaardige aan de opvatting van dominee Meeuse is dat hij negeert dat drama en religie uit dezelfde bron zijn ontstaan en kinderen van dezelfde ouders zijn. Namelijk rituelen en dramatisering. Dat werkt nog steeds door in godsdienst. Wie aanwezig is bij een kerkdienst in een reformatorische kerk ervaart dit met eigen ogen. Vertegenwoordigers van de kerkorganisatie kruipen in de huid van het opperwezen en ‘doen alsof’. Dat is het kernmerk van acteren. Ze bootsen op een zich repeterende wijze een handeling na. Eeuwenlang. Geestelijken treden als het ware buiten de werkelijkheid en streven ernaar om via een verhaal verbinding met iets hogers, iets verticaals aan te brengen. Naargelang het soort religie en het soort theater is dat een combinatie van schoonheid, inzicht, lering, vermaak, instructie of wat dan ook. De bezoekers worden niet als individu, maar als publiek aangesproken zodat ze zich met elkaar kunnen verbinden.

Dominees of voorgangers zijn de vertellers of bemiddelaars die het publiek bij de hand nemen. Een kerkgebouw is identiek aan een theater met een proscenium en de vierde wand die doorbroken wordt. Die gemeenschappelijke bron van godsdienst en theater valt te herkennen in de kerkdienst die in grote lijnen dezelfde opbouw en kenmerken heeft als een traditioneel toneelstuk. De toneeltekst in het theater is het heilige boek in religie. Het kan dat de reformatorische identiteit zich om welke reden dan ook verwijderd heeft van de eigen religieuze en rituele traditie en er nu afstand van neemt door zich te concentreren op het woord en het beeld daaraan ondergeschikt te maken. Maar dat rechtvaardigt niet om het theater afzonderlijk in een kwaad daglicht te stellen.

Dominee Meeuse zeg in een interview met het Nederlands Dagblad dat volgens hem achter de toneelwereld een “schijnwereld” schuilgaat met ‘vaak “een bedrieglijke boodschap die mensen aftrekt van het wezenlijke geluk dat Gods Woord ons voorhoudt.”’ Het is vanuit zijn religieuze overtuiging begrijpelijk dat Meeuwse dat zo ziet, maar tegelijk is het onwaarachtig omdat de wereld van een kerkgenootschap bij uitstek opgevat kan worden als een schijnwereld.

Theater en religie horen heel goed bij elkaar omdat ze twee van hetzelfde zijn en allebei uitgaan van schijnwerelden. Anders gezegd, door fictionaliseren en dramatiseren bouwen zowel theater als religie door afspraken met het publiek een in zichzelf gesloten logica op die buiten de vier wanden van de sacrale plek (kerk, toneelpodium) niet in die vorm bestaat. Alleen in kerk of schouwburg bestaan zulke schijnwerelden.

Het is vreemd dat reformatorische organisaties in Nederland zeggen moeite te hebben met theater als kunstvorm, terwijl kerken bij uitstek de plek zijn waar dat theater gestalte krijgt en wordt vertegenwoordigd door geestelijken die namens de kerk opereren. Zelfs als het uitsluitend zou blijven bij het kale voorlezen uit de bijbel gaat dat nog gepaard met vaste gebruiken, afspraken, toonzetting en compositie. En laat dat nou juist het uitgangspunt van theater zijn. Er worden afspraken met de gemeente gemaakt die identiek zijn aan de afspraken die het theater met een theaterpubliek maakt. Het feit dat de dominees dat alles zelf niet zo zien of benoemen en zelfs ontkennen wil nog niet zeggen dat het niet zo is. Integendeel, hun ontkenning is juist verklaarbaar vanuit hun geloof.

Het is begrijpelijk dat dominees de eigen oorsprong van hun religie ontkennen of in het midden laten omdat dat een specifiek doel dient. Dat is opnieuw een treffende gelijkenis met theater. Het kenmerk van het standaard Hollywood-film of het klassieke toneelstuk is de identificatie van de toeschouwer. Dat wordt bereikt door de ‘montage’ en de dramatisering zoveel mogelijk aan het oog te onttrekken en te verbergen in het lopende verhaal. Het idee daarachter is dat de constructie de vereenzelviging in de weg staat en de betovering verbreekt. Uiteraard zijn er sinds de modernisering van het theater door onder meer Bertolt Brecht ook andere visies op en verschijningsvormen van theater, maar wie de nu gangbare vormen in ogenschouw neemt in schouwburg, bioscoop en op televisie beseft dat het traditionele, verhalende theater waarin de constructie wordt verhuld nog steeds leidend is.

Zoals de constructie van de Hollywood-film ed. tijdens de voorstelling ontkend wordt, zo wordt door geestelijken de constructie van religie ontkend. ‘God’ is een gedramatiseerd, fictief personage die weinig specifieke kenmerken heeft meegekregen van de makers, zodat er volop ruimte resteert voor verbeelding om dat per gemeenschap en per tijdperk in te vullen. Dat is een verstandige, doelmatige en profetische dramatisering door de constructeurs van religie.

Zo wordt met dramatische middelen een optimale identificatie van gelovigen met hun religieuze organisatie bereikt. Vroeger dachten gelovigen zelfs dat God geen fictief personage was, maar de constructeur van de religie waarin God het hoofdpersonage was. Iemand als dominee Meeuwse gelooft dat zelfs nu nog als hij over ‘Gods Woord’ praat als iets dat uit zichzelf buiten de godsdienst is ontstaan en waarvan die godsdienst is afgeleid. Maar dat is een ingewikkelde en onbewijsbare uitleg die niet het meest voor de hand ligt. Een maker kan niet tegelijkertijd op twee abstractieniveau’s optreden als maker en personage. Ook in een ‘reflectief’ stuk als Luigi Pirandello’s ‘Zes personages op zoek naar een auteur’ is de zogenaamde auteur in het stuk uitsluitend een personage. Zo geldt dat ook voor ‘God’.

De tegenstelling tussen theater en godsdienst wordt vanuit sommige religieuze organisaties gecreëerd om de constructie van godsdienst te ontkennen en de afstand tot het theater waarmee religie als constructie zoveel gemeen heeft te vergroten. Als gelovigen dat zelf wensen, dan moeten ze dat vanuit hun religieuze logica en marketing zeker doen, maar het zou oprechter zijn als ze ófwel zouden erkennen dat theater en religie uit dezelfde bron putten en dezelfde soort schijnwerelden zijn ófwel ze dat allebei niet zijn, omdat ze uitsluitend in zichzelf bestaan als gesloten werelden.

Foto 1: Schermafbeelding van posting ‘Waarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’ op FB-pagina van CIP, 25 september 2018.  

Foto 2: Schermafbeelding van deel kamervragenAntwoord op vragen van het lid Kwint over het bericht dat een docent op een reformatorische school mag worden ontslagen om een theaterstuk’, 12 november 2018.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWaarom theater niet past bij de reformatorische identiteit’, op CIP, 25 september 2018.

Foto 4: Schermafbeelding van prospectus van ‘Schijn bedriegt’ van dominee C.J. Meeuse door boekhandel Den Hertog.

Advertenties

Onderwijsprogramma laat kinderen moskee bezoeken. Oriëntatie op godsdienst is prima, actieve deelname via gebed gaat te ver

with one comment

Naar eigen zeggen maakt de Stichting Civitas Christiana zich zorgen ‘over de richting waarin de Nederlandse samenleving zich dreigt te ontwikkelen. Instituties als het gezin staan onder druk, zonder welke onze samenleving geen toekomst heeft. Daarnaast is een algehele afkalving van onze beschaving waar te nemen.’ Geïnspireerd ‘vanuit de christelijke wortels van Europa‘, besloot in 2014 Hugo Bos Civitas Christiana in het leven te roepen om dit proces te stuiten. De nieuwste campagne van deze christelijke organisatie is ‘verplichte excursie naar islamitische moskeeën’ waarvan hierboven de schermafbeelding is te lezen.

Uit een bericht in het AD blijkt dat de politiek de campagne heeft opgepikt. Het bericht stelt dat uit ‘onderzoek’ naar moskeebezoeken van De Telegraaf blijkt dat ‘schoolkinderen op diverse plekken in het land tijdens het bezoek is gevraagd om op hun knieën, met hun neus op een kleedje, te bidden tot Allah. Scholen organiseren de bezoeken in het kader van lessen over religie.’ SGP-kamerlid Roelof Bisschop spreekt zich uit: ‘Een bezoek aan religieuze gebouwen kan heel mooi en nuttig zijn, maar het knielen voor Allah gaat ons een stap te ver.’ PVV en VVD hebben over dit onderwerp eerder kamervragen gesteld ‘naar aanleiding van het onderzoek dat gedaan werd door de Stichting Civitas Christiana’. De moskeebezoeken maken deel uit van de lesstof en mogen niet zonder meer worden verzuimd. Ouders kunnen om ontheffing vragen, maar de school is niet verplicht hieraan gehoor te geven. De SGP wil dat ouders ‘het recht krijgen om hun kind niet op excursie te laten gaan naar een moskee als de scholieren daarbij moeten bidden als een moslim’.

Er schort nogal wat aan de motivatie van de Stichting Civitas Christiana die het probleem veel te breed stelt door het te hebben over islamisering en vanuit een conservatief christelijke perspectief redeneert waarbij het gaat om het beschermen van het christendom. SGP’er Bisschop is evenwichtiger als hij stelt dat het verplicht bidden van kinderen in een moskee te ver gaat. Oriëntatie op levensovertuigingen en godsdiensten in het basisonderwijs is prima, maar dat kan dan uitsluitend een uitleg vanaf de buitenkant zijn zonder deelname van kinderen aan een gebedsdienst. Het gaat veel te ver om kinderen te laten bidden en tot deelnemer te maken aan de interne dimensie van een godsdienst. Het is onbegrijpelijk dat het onderwijsprogramma hiervoor blijkbaar ruimte laat en dit niet expliciet is verboden. Want bij dit moskeebezoek gaat het niet om voorlichting, maar om religieuze propaganda. Hetzelfde geldt uiteraard voor het bezoek van godshuizen van andere religieuze organisaties. Kinderen kunnen evenmin verplicht worden te bidden in een christelijke kerk.

Het secularisme is de oplossing. Op een andere plek reageerde ik vandaag bij een video van Gerko Tempelman. Er zijn raakvlekken met dit verplichte bidden tijdens moskeebezoek en de vermeend maatschappelijke standaard van religie. Dat gaat om de rol van godsdienst in de publieke ruimte en de evangelisatie van traditionele godsdiensten om ‘andersdenkenden’ te annexeren in de eigen organisatie. Dat is bij de moskeeën en de Stichting Civitas Christiana aan de orde en strijdig met de vrije keuze van mensen:

Ik constateer in talloze uitspraken van vertegenwoordigers van religieuze organisaties dat ze degenen die zich niet laten inspireren door een godsdienst vaak willen annexeren. Dan noemen ze bijvoorbeeld het atheïsme een godsdienst met de kanttekening dat de atheïsten dat zelf niet begrijpen. Of stellen ze dat degenen die zich niet laten inspireren door een godsdienst in feite ‘gelovigen’ zijn zonder dat zelf ten volle te beseffen.

Ik vind die houding onverstandig en moreel onaanvaardbaar. Het is de ultieme betutteling waarmee naar mijn idee de religieuze organisaties hun marginalisering en vervreemding van de moderne mens extra bespoedigen. Ik ben een aanhanger van het secularisme dat als politieke filosofie zegt dat alle levensovertuigingen en godsdiensten voor de wet gelijk gegarandeerd zijn. Iedere burger heeft de vrijheid om uit eigen vrije wil te kiezen. Of niet te kiezen.

Het probleem dat bij dat secularisme opdoemt is van traditionele aard. Typisch voor een overgangssituatie waarbij het een niet meer bestaat en het ander nog niet breed gevestigd is. Dat betreft de religieuze zending, ofwel de verspreiden van een geloof over de eigen grenzen heen in een andere cultuur. In dit geval een levensovertuiging of ander geloof. Wie de vele video’s op YouTube van vooral christelijke en islamitische predikers of amateur-predikers in ogenschouw neemt ziet een wereld vol religieuze marketing, commerciële ondernemingen en grensgevechten. Dat kan haaks komen te staan op de vrije wil van de moderne mens die uit zichzelf en voor zichzelf een levensovertuiging, godsdienst of niet-gekozen nihilisme kiest. Hoe dan ook kan religieuze propaganda de vrije wil van de moderne mens onder druk zetten.

Foto: Schermafbeelding van artikelBestel nu het rapport over verplichte schoolexcursies naar moskeeën’ van de Stichting Civitas Christiana

Wereldwijd neemt kritiek op Saoedi-Arabië vanwege Khashoggi toe, maar Nederlands economisch en politiek establishment zwijgt

with 7 comments

Vooralsnog reageert de economische en politieke elite van Nederland niet in het openbaar op de recente ontwikkelingen in en van Saoedi-Arabië. Op kamervragen van Lilianne Ploumen (PvdA) en Neelie Kroes (VVD) na die haar werk aan de futuristische stad Neom opschort volgens een bericht in de WSJ van 11 oktober:

Wereldwijd reageren bedrijven en individuen kritisch op de ontwikkelingen in Saoedi-Arabië, maar niet in Nederland. Tot nu toe hebben Nederlandse bedrijven en individuen hun relaties met dit land niet opgeschort of verbroken. Nederland exporteerde in 2016 voor 2,6 miljard dollar naar Saoedi-Arabië. Winstgevendheid en handel gaan bij Nederlandse bedrijven boven alles. Inclusief mensenrechten, ethiek of een goede publiciteit.

De VNO-mentaliteit van zelfoverschatting en eendimensionaliteit van het Nederlandse bedrijfsleven blijkt uit een interview uit 2009 met Jaap Vaandrager op de site van VNONCW naar aanleiding van Wilders‘ film Fitna. Hij zegt: ‘Ik heb meteen een paar Nederlandse ambassadeurs daar gebeld met de mededeling: ‘zeg tegen die Balkenende dat hij die vent aanpakt want dit is heel slecht voor de handel‘. Dit is de omgekeerde wereld waar het bedrijfsleven meent de politiek op te kunnen dragen wat het moet doen. Zo openlijk laat het bedrijfsleven dat bij voorkeur achter de schermen opereert zich niet in de kaarten kijken. Dit is hoe het in werkelijkheid gaat. Men hoeft het niet met Wilders eens te zijn om zich te realiseren dat het ongewenst is dat VNONCW meent de politiek te kunnen bestieren. Zie ook de kwestie van de dividendbelasting die premier Rutte door Unilever en Shell ingefluisterd werd of de steun van de Nederlandse regering voor het gasproject Nord Stream II dat Europa onder druk van de Gasunie en Shell afhankelijker maakt van Russisch gas en fossiele brandstof.

Foto 1: Eigen tweet, 12 oktober 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelSaudi Journalist’s Disappearance Sends Chill Through Foreign Investors, Firms’ in de WSJ, 11 oktober 2018.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikel‘Ondernemers moeten het vliegtuig in’: Irakganger Jaap Vaandrager’ op VNONCW, 12 augustus 2009. 

Geruchten nemen toe dat Julian Assange door Ecuador uit Londense ambassade wordt gezet. Hoe is het zover gekomen?

with 3 comments

De geruchten worden sterker dat de Australiër Julian Assange op korte termijn de Ecuadoraanse ambassade in Londen wordt uitgezet. Hij is vanwege zijn vrees om naar de VS uitgezet te worden (om daar in het geheim door een grand jury wegens spionage berecht te worden) in 2012 heengevlucht en heeft er asiel gekregen. Als hij op straat wordt gezet valt te verwachten dat hij rechtstreeks in een Amerikaanse gevangenis verdwijnt.

Wat is er sinds 2012 veranderd? Het lijkt erop dat Assange is geradicaliseerd. Wie hem hartstochtelijk verdedigen zijn daar een aanwijzing voor: complotdenker Alex Jones van Infowars, Sean Hannity van Fox News, UKIP-voorman en Brexiteer Nigel Farage en de Russische propagandazender RT. Dat is niet een gezelschap dat zweert bij democratie en rechtsstaat, maar juist het standpunt ondersteunt dat ‘media de vijand van de staat’ zijn. Dat roept de vraag op of Assange zelf wel een journalist is zoals hij claimt.

Over Assange bestaat sinds midden 2013 de controverse of hij een agent van Russische inlichtingendiensten is. Op zijn minst bestaat de verdenking dat hij er nauw mee heeft samengewerkt in de presidentscampagne van 2016 die Trump het presidentschap bracht. Roger Stone zou de tussenpersoon tussen het Kremlin en Trumps campagneteam zijn geweest. Nieuw is ook dat Lenin Moreno de nieuwe Ecuadoraanse president is die Assange niet langer in bescherming lijkt te nemen zoals zijn voorganger Rafael Correa. Assange hield zich niet aan de afspraak om zich te onthouden van politieke uitspraken en bleef in de ambassade via sociale media zijn gastheer in verlegenheid brengen. En het belang van Ecuador schaden. Enkele maanden terug werd Assange afgekoppeld van internet door Ecuador.

Noam Chomsky gelooft in een gesprek met BBC’s Newsnight van mei 2017 niet dat aanklachten tegen Assange wegens een Zweedse verkrachtingszaak hout snijden. Daar heeft hij vermoedelijk gelijk in. In vele commentaren is in de jaren 2012-2014 op dit blog een lans gebroken voor Assange, zoals hier. Mijn opstelling resulteerde in 2012 zelfs in kamervragen. Maar toen moest de Trump campagne en de Russische beïnvloeding via sociale media nog komen. Daarom is het perspectief van die Zweedse zaak niet actueel.

De vraag is hoe Assange beoordeeld moet worden. Is hij nou eigenlijk een journalist, een politiek activist of een ingelijfde medewerker van een ‘buitenlandse’ inlichtingendienst? En wat betekent dat dan voor zijn juridische positie in de ambassade? John Schindler wees er in 2013 in een analyse op dat WikiLeaks via Israel Shamir waarschijnlijk geïnfiltreerd was door de Russische inlichtendienst. Dat verklaarde de opstelling van Wikileaks in de campagne van 2016 die volledig in lijn was met de opstelling van het Kremlin. De ‘progressieve’ Assange kwalificeerde tijdens de campagne de Democratische Hillary Clinton als kwalijker dan de Republikeinse Donald Trump. Daarmee probeerde Assange progressieve Democratische, pro-Bernie Sanders kiezers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Achteraf kan dat alleen maar begrepen worden in de georkestreerde campagne om verschillende doelgroepen in de richting van Trump te laten bewegen.

Dus? Verdient Assange juridische bescherming of heeft hij door vanaf 2013/2014 samen te spannen met het Kremlin zijn rechten verspeeld? Hoe dan ook is hij afgelopen 5 jaar door zijn activistische opstelling en handelswijze terechtgekomen in het kruisvuur tussen Kremlin en Witte Huis. Als hij in een kerker in Virginia verdwijnt, dan kan op zijn minst worden gezegd dat hij door zijn pro-Kremlin opstelling de Amerikanen alle munitie heeft gegeven om hem in handen te krijgen. Assange verdient het om berecht te worden voor zijn daden, maar een eerlijk proces zit er vermoedelijk niet in. Wie hoog spel speelt en verliest, heeft blijkbaar dat recht verspeeld. Dat is de harde praktijk van de strijd tussen landen. Wie niet oppast wordt daarin vermalen.

Praktiseren leerlingen van Hengelose basisschool homoseksualiteit op toneel tijdens musical? De directeur vreest van wel

with 2 comments

De meest bizarre opmerking van basisschooldirecteur Ben de Vlugt van de Anninkschool in Hengelo is: ‘Je mag wel homo zijn, maar je mag het niet praktiseren’. Het gaat over een musical op deze openbare montessorischool waarin een homostel optreedt. Hoe ziet De Vlugt dit praktiseren van homoseksualiteit door kinderen van groep 8 voor zich? Zoent het homostel of bedrijft het zelfs de geslachtsdaad op het toneel?

Wie weet waar directeur Van Vlugt deze kinderen van 12 jaar toe in staat acht. Hij meent niet dat ze in hun rol net doen alsof ze homo zijn, dus een homoseksueel spelen, maar dat ze de homoseksualiteit praktiseren. Het moet niet gekker worden in de geest van deze basisschooldirecteur die niet begrijpt wat toneel is. Dat is ‘doen alsof’, in een rol kruipen. Dat hij aan projectie doet door een dochter van een gezin van Jehova’s Getuigen in bescherming te nemen is nog tot daar aan toe, maar dat hij niets van theater begrijpt tekent zijn onbegrip en besef aan inlevingsvermogen. Deze directeur speelt dat hij basisschooldirecteur is, maar praktiseert het niet.

De VVD’ers Rudmer Heerema en Yesilgöz-Zegerius hebben over deze kwestie kamervragen gesteld aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBasisschool Hengelo schrapt homorollen uit musical vanwege geloof leerling’ in Tubantia, 30 mei 2018.

Zie ook het commentaar: Jehova’s Getuigen geloven nog steeds in homoconversie. Ze isoleren zich ermee

Written by George Knight

31 mei 2018 at 19:48

Meldpunt Internet Discriminatie billijkt ‘Sommige moslims menen uit de Koran te begrijpen dat homo’s gedood moeten worden’

with one comment

rel

The Post Online publiceert in samenwerking met een melder van discriminatie deze brief van het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND) in antwoord op een melding van homohaat op bladna.nl, ‘het forum van Marokkanen in de wereld’. Opvallend eraan is dat MiND concludeert dat homohaat juridisch niet strafbaar is als die vanuit een religieuze overtuiging wordt gedaan. Hiermee introduceert MiND rechtsongelijkheid en voorrechten voor leden van religieuze organisaties. Want die zouden ongestraft meer mogen kunnen zeggen dan degenen die geen lid zijn van een religieuze organisatie. Opmerkelijk is dat MiND in 2013 is opgericht op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op het forum van bladna.nl vliegen de beledigingen over en weer, zoals hier. Het lijkt onbegonnen werk om alle overtreders van artikel 137 c-e van het Wetboek van Strafrecht aan te pakken. Monitoring op discriminatie lijkt ook eerder een taak voor Facebook. Men kan nog stellen dat dit soort uitingen niet goed doordacht zijn en in een onbewaakt ogenblik zijn gemaakt. Maar het wordt er gelijk een stuk serieuzer op als het een semi-overheidsinstantie als MiND betreft. Met als gevolg dat het billijken van een discriminerende uiting als verlengde van overheidsbeleid wordt gezien. Het houdt in dat iemand met een religieuze overtuiging een bevoorrechte positie heeft en daarom meer mag discrimineren dan iemand zonder een religieuze overtuiging.

De opstelling van MiND in bovenstaande brief leidde tot afkeuring op sociale media en in de Tweede Kamer. Louis Bontes en Joram van Klaveren (VNL) stelden kamervragen aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie en Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze willen onder meer weten of ‘de islam (net als andere levensbeschouwingen) nooit gebruikt kan worden als excuus voor feitelijke discriminatie of het oproepen tot geweld?’ MiND heeft vandaag schuld bekend en zegt in een beknopte en onvolledige verklaring dat ‘de uitingen in eerste instantie onjuist zijn beoordeeld. Dat betreuren we ten zeerste.’

Maar hiermee is de kous nog lang niet af. De vraag die oprijst is wie bij MiND deze melding heeft beoordeeld en welke juridische expertise deze medewerker bezit. Nog belangrijker om te weten is of de medewerker aan   de hand van interne richtlijnen -die zeggen dat de islam een streepje voor heeft als het om discriminatie gaat- tot de afweging is gekomen. Dus minder streng beoordeeld dient te worden vanwege de religieuze overtuiging van degenen die discrimineren. Is MiND wel objectief en neutraal? Valt het te wel vertrouwen als onpartijdige instelling die overheidssubsidie krijgt? Wat deze kwestie vooral oproept is de vraag naar de status van een meldpunt als MiND. Wat voor toegevoegde waarde heeft het en treedt het doelmatig op? Het kan een verzoek doen aan iemand over wie wegens discriminatie in een melding is geklaagd, maar uiteindelijk is het machteloos en bezit geen dwangmaatregel. Uitsluitend het OM kan een strafrechtelijk onderzoek beginnen.

Er is trouwens best iets voor het standpunt te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting onbeperkt is. Hoewel die situatie feitelijk nergens bestaat. Zodat moslims mogen zeggen dat homoseksuelen om hun geaardheid gedood moeten worden. Maar dan moeten anderen op hun beurt mogen zeggen dat moslims om hun geloof gedood mogen worden of gewoonweg achterlijk zijn vanwege het aanhangen van een achterlijk geloof. Het is van tweeën een. Of men handhaaft zonder uitzonderingen strikt de wet of men doet dat niet en maakt de vrijheid van meningsuiting onbeperkt. Wat de MiND heeft laten zien is het slechtste van twee werelden: rechtsongelijkheid en voorrechten voor mensen met een islamitische overtuiging die worden gerechtvaardigd.

Foto: Schermafbeelding van brief van het MiND aan iemand die een melding heeft gedaan van homohaat in het artikelMeldpunt Internet Discriminatie (MiND): ‘Islamitische homohaat is geen discriminatie want islam’’ van TPO, 1 december 2016.

De identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College roept nog andere vragen op

with one comment

Rik Grashoff (GroenLinks) stelt vandaag kamervragen aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de ‘identiteitsverklaring’ van het Hoornbeeck College. Hij vraagt haar of ze in strijd zijn met artikel 8.1.1 lid 4 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs ‘waar staat dat de betrokkene slechts geweigerd kan worden indien ‘de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert’ of dat ‘gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling’.

ind

Bij de twee bovengenoemde punten uit de ‘identiteitsverklaring’ gaat het om wat anders. Namelijk om de eis aan studenten van het Hoornbeeck College om Christus na te volgen. Want daar komt vreemdelingschap op neer. Kunst- en cultuuruitingen worden gewaardeerd ‘voor zover die niet in strijd zijn met de Bijbel’. Dat is een defensieve benadering. Betekent dat immers ook dat kunst- en cultuuruitingen door de studenten van het Hoornbeeck College niet gewaardeerd mogen worden als ze ‘in strijd met de bijbel zijn’? Hoe werkt dat in de praktijk van alledag? Kan waardering van bovenaf opgelegd of juist verboden worden? Volgens welke strikte lijnen wordt dat vervolgens verinnerlijkt en hoe wordt gecontroleerd of het nagevolgd wordt? Of is het een richtlijn of streven? Maar waarom is het dan niet ruimer geformuleerd? Gaat de lange arm van de schoolleiding zover dat het in staat is de waardering van kunst- en cultuuruitingen bij de studenten effectief te blokkeren?

Opvallend worden in het bijzonder ‘moderne lectuur, moderne muziekuitingen en multimedia’ kritisch beoordeeld. Deze uitzondering lijkt in te houden dat andere categorieën niet kritisch beoordeeld hoeven te worden. Dat oogt willekeurig. Verdienen 19de eeuwse racistische geschriften geen kritische beoordeling, als ze in strijd zijn met Bijbelse normen? Daarnaast is het onduidelijk waar de observatie op is gebaseerd dat ‘veel tv-programma’s en sites op open internet waarin Gods geboden worden overtreden en Zijn Naam wordt misbruikt’ een ‘negatieve invloed op de moraal van onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ hebben. Mogelijk voelt de reformatorische doelgroep dat zo, maar om vervolgens te zeggen dat dit geldt voor ‘onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ is projectie van het eigen gedachtengoed op de samenleving. Dat duidt op zelfoverschatting en annexatie van andersdenkenden.

Foto: Schermafbeelding van deel van de identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College. Als deel van de onderwijsovereenkomst.