George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kamervragen

Geruchten nemen toe dat Julian Assange door Ecuador uit Londense ambassade wordt gezet. Hoe is het zover gekomen?

with 3 comments

De geruchten worden sterker dat de Australiër Julian Assange op korte termijn de Ecuadoraanse ambassade in Londen wordt uitgezet. Hij is vanwege zijn vrees om naar de VS uitgezet te worden (om daar in het geheim door een grand jury wegens spionage berecht te worden) in 2012 heengevlucht en heeft er asiel gekregen. Als hij op straat wordt gezet valt te verwachten dat hij rechtstreeks in een Amerikaanse gevangenis verdwijnt.

Wat is er sinds 2012 veranderd? Het lijkt erop dat Assange is geradicaliseerd. Wie hem hartstochtelijk verdedigen zijn daar een aanwijzing voor: complotdenker Alex Jones van Infowars, Sean Hannity van Fox News, UKIP-voorman en Brexiteer Nigel Farage en de Russische propagandazender RT. Dat is niet een gezelschap dat zweert bij democratie en rechtsstaat, maar juist het standpunt ondersteunt dat ‘media de vijand van de staat’ zijn. Dat roept de vraag op of Assange zelf wel een journalist is zoals hij claimt.

Over Assange bestaat sinds midden 2013 de controverse of hij een agent van Russische inlichtingendiensten is. Op zijn minst bestaat de verdenking dat hij er nauw mee heeft samengewerkt in de presidentscampagne van 2016 die Trump het presidentschap bracht. Roger Stone zou de tussenpersoon tussen het Kremlin en Trumps campagneteam zijn geweest. Nieuw is ook dat Lenin Moreno de nieuwe Ecuadoraanse president is die Assange niet langer in bescherming lijkt te nemen zoals zijn voorganger Rafael Correa. Assange hield zich niet aan de afspraak om zich te onthouden van politieke uitspraken en bleef in de ambassade via sociale media zijn gastheer in verlegenheid brengen. En het belang van Ecuador schaden. Enkele maanden terug werd Assange afgekoppeld van internet door Ecuador.

Noam Chomsky gelooft in een gesprek met BBC’s Newsnight van mei 2017 niet dat aanklachten tegen Assange wegens een Zweedse verkrachtingszaak hout snijden. Daar heeft hij vermoedelijk gelijk in. In vele commentaren is in de jaren 2012-2014 op dit blog een lans gebroken voor Assange, zoals hier. Mijn opstelling resulteerde in 2012 zelfs in kamervragen. Maar toen moest de Trump campagne en de Russische beïnvloeding via sociale media nog komen. Daarom is het perspectief van die Zweedse zaak niet actueel.

De vraag is hoe Assange beoordeeld moet worden. Is hij nou eigenlijk een journalist, een politiek activist of een ingelijfde medewerker van een ‘buitenlandse’ inlichtingendienst? En wat betekent dat dan voor zijn juridische positie in de ambassade? John Schindler wees er in 2013 in een analyse op dat WikiLeaks via Israel Shamir waarschijnlijk geïnfiltreerd was door de Russische inlichtendienst. Dat verklaarde de opstelling van Wikileaks in de campagne van 2016 die volledig in lijn was met de opstelling van het Kremlin. De ‘progressieve’ Assange kwalificeerde tijdens de campagne de Democratische Hillary Clinton als kwalijker dan de Republikeinse Donald Trump. Daarmee probeerde Assange progressieve Democratische, pro-Bernie Sanders kiezers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Achteraf kan dat alleen maar begrepen worden in de georkestreerde campagne om verschillende doelgroepen in de richting van Trump te laten bewegen.

Dus? Verdient Assange juridische bescherming of heeft hij door vanaf 2013/2014 samen te spannen met het Kremlin zijn rechten verspeeld? Hoe dan ook is hij afgelopen 5 jaar door zijn activistische opstelling en handelswijze terechtgekomen in het kruisvuur tussen Kremlin en Witte Huis. Als hij in een kerker in Virginia verdwijnt, dan kan op zijn minst worden gezegd dat hij door zijn pro-Kremlin opstelling de Amerikanen alle munitie heeft gegeven om hem in handen te krijgen. Assange verdient het om berecht te worden voor zijn daden, maar een eerlijk proces zit er vermoedelijk niet in. Wie hoog spel speelt en verliest, heeft blijkbaar dat recht verspeeld. Dat is de harde praktijk van de strijd tussen landen. Wie niet oppast wordt daarin vermalen.

Advertenties

Praktiseren leerlingen van Hengelose basisschool homoseksualiteit op toneel tijdens musical? De directeur vreest van wel

with 2 comments

De meest bizarre opmerking van basisschooldirecteur Ben de Vlugt van de Anninkschool in Hengelo is: ‘Je mag wel homo zijn, maar je mag het niet praktiseren’. Het gaat over een musical op deze openbare montessorischool waarin een homostel optreedt. Hoe ziet De Vlugt dit praktiseren van homoseksualiteit door kinderen van groep 8 voor zich? Zoent het homostel of bedrijft het zelfs de geslachtsdaad op het toneel?

Wie weet waar directeur Van Vlugt deze kinderen van 12 jaar toe in staat acht. Hij meent niet dat ze in hun rol net doen alsof ze homo zijn, dus een homoseksueel spelen, maar dat ze de homoseksualiteit praktiseren. Het moet niet gekker worden in de geest van deze basisschooldirecteur die niet begrijpt wat toneel is. Dat is ‘doen alsof’, in een rol kruipen. Dat hij aan projectie doet door een dochter van een gezin van Jehova’s Getuigen in bescherming te nemen is nog tot daar aan toe, maar dat hij niets van theater begrijpt tekent zijn onbegrip en besef aan inlevingsvermogen. Deze directeur speelt dat hij basisschooldirecteur is, maar praktiseert het niet.

De VVD’ers Rudmer Heerema en Yesilgöz-Zegerius hebben over deze kwestie kamervragen gesteld aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBasisschool Hengelo schrapt homorollen uit musical vanwege geloof leerling’ in Tubantia, 30 mei 2018.

Zie ook het commentaar: Jehova’s Getuigen geloven nog steeds in homoconversie. Ze isoleren zich ermee

Written by George Knight

31 mei 2018 at 19:48

Meldpunt Internet Discriminatie billijkt ‘Sommige moslims menen uit de Koran te begrijpen dat homo’s gedood moeten worden’

with one comment

rel

The Post Online publiceert in samenwerking met een melder van discriminatie deze brief van het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND) in antwoord op een melding van homohaat op bladna.nl, ‘het forum van Marokkanen in de wereld’. Opvallend eraan is dat MiND concludeert dat homohaat juridisch niet strafbaar is als die vanuit een religieuze overtuiging wordt gedaan. Hiermee introduceert MiND rechtsongelijkheid en voorrechten voor leden van religieuze organisaties. Want die zouden ongestraft meer mogen kunnen zeggen dan degenen die geen lid zijn van een religieuze organisatie. Opmerkelijk is dat MiND in 2013 is opgericht op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op het forum van bladna.nl vliegen de beledigingen over en weer, zoals hier. Het lijkt onbegonnen werk om alle overtreders van artikel 137 c-e van het Wetboek van Strafrecht aan te pakken. Monitoring op discriminatie lijkt ook eerder een taak voor Facebook. Men kan nog stellen dat dit soort uitingen niet goed doordacht zijn en in een onbewaakt ogenblik zijn gemaakt. Maar het wordt er gelijk een stuk serieuzer op als het een semi-overheidsinstantie als MiND betreft. Met als gevolg dat het billijken van een discriminerende uiting als verlengde van overheidsbeleid wordt gezien. Het houdt in dat iemand met een religieuze overtuiging een bevoorrechte positie heeft en daarom meer mag discrimineren dan iemand zonder een religieuze overtuiging.

De opstelling van MiND in bovenstaande brief leidde tot afkeuring op sociale media en in de Tweede Kamer. Louis Bontes en Joram van Klaveren (VNL) stelden kamervragen aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie en Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze willen onder meer weten of ‘de islam (net als andere levensbeschouwingen) nooit gebruikt kan worden als excuus voor feitelijke discriminatie of het oproepen tot geweld?’ MiND heeft vandaag schuld bekend en zegt in een beknopte en onvolledige verklaring dat ‘de uitingen in eerste instantie onjuist zijn beoordeeld. Dat betreuren we ten zeerste.’

Maar hiermee is de kous nog lang niet af. De vraag die oprijst is wie bij MiND deze melding heeft beoordeeld en welke juridische expertise deze medewerker bezit. Nog belangrijker om te weten is of de medewerker aan   de hand van interne richtlijnen -die zeggen dat de islam een streepje voor heeft als het om discriminatie gaat- tot de afweging is gekomen. Dus minder streng beoordeeld dient te worden vanwege de religieuze overtuiging van degenen die discrimineren. Is MiND wel objectief en neutraal? Valt het te wel vertrouwen als onpartijdige instelling die overheidssubsidie krijgt? Wat deze kwestie vooral oproept is de vraag naar de status van een meldpunt als MiND. Wat voor toegevoegde waarde heeft het en treedt het doelmatig op? Het kan een verzoek doen aan iemand over wie wegens discriminatie in een melding is geklaagd, maar uiteindelijk is het machteloos en bezit geen dwangmaatregel. Uitsluitend het OM kan een strafrechtelijk onderzoek beginnen.

Er is trouwens best iets voor het standpunt te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting onbeperkt is. Hoewel die situatie feitelijk nergens bestaat. Zodat moslims mogen zeggen dat homoseksuelen om hun geaardheid gedood moeten worden. Maar dan moeten anderen op hun beurt mogen zeggen dat moslims om hun geloof gedood mogen worden of gewoonweg achterlijk zijn vanwege het aanhangen van een achterlijk geloof. Het is van tweeën een. Of men handhaaft zonder uitzonderingen strikt de wet of men doet dat niet en maakt de vrijheid van meningsuiting onbeperkt. Wat de MiND heeft laten zien is het slechtste van twee werelden: rechtsongelijkheid en voorrechten voor mensen met een islamitische overtuiging die worden gerechtvaardigd.

Foto: Schermafbeelding van brief van het MiND aan iemand die een melding heeft gedaan van homohaat in het artikelMeldpunt Internet Discriminatie (MiND): ‘Islamitische homohaat is geen discriminatie want islam’’ van TPO, 1 december 2016.

De identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College roept nog andere vragen op

with one comment

Rik Grashoff (GroenLinks) stelt vandaag kamervragen aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de ‘identiteitsverklaring’ van het Hoornbeeck College. Hij vraagt haar of ze in strijd zijn met artikel 8.1.1 lid 4 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs ‘waar staat dat de betrokkene slechts geweigerd kan worden indien ‘de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert’ of dat ‘gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling’.

ind

Bij de twee bovengenoemde punten uit de ‘identiteitsverklaring’ gaat het om wat anders. Namelijk om de eis aan studenten van het Hoornbeeck College om Christus na te volgen. Want daar komt vreemdelingschap op neer. Kunst- en cultuuruitingen worden gewaardeerd ‘voor zover die niet in strijd zijn met de Bijbel’. Dat is een defensieve benadering. Betekent dat immers ook dat kunst- en cultuuruitingen door de studenten van het Hoornbeeck College niet gewaardeerd mogen worden als ze ‘in strijd met de bijbel zijn’? Hoe werkt dat in de praktijk van alledag? Kan waardering van bovenaf opgelegd of juist verboden worden? Volgens welke strikte lijnen wordt dat vervolgens verinnerlijkt en hoe wordt gecontroleerd of het nagevolgd wordt? Of is het een richtlijn of streven? Maar waarom is het dan niet ruimer geformuleerd? Gaat de lange arm van de schoolleiding zover dat het in staat is de waardering van kunst- en cultuuruitingen bij de studenten effectief te blokkeren?

Opvallend worden in het bijzonder ‘moderne lectuur, moderne muziekuitingen en multimedia’ kritisch beoordeeld. Deze uitzondering lijkt in te houden dat andere categorieën niet kritisch beoordeeld hoeven te worden. Dat oogt willekeurig. Verdienen 19de eeuwse racistische geschriften geen kritische beoordeling, als ze in strijd zijn met Bijbelse normen? Daarnaast is het onduidelijk waar de observatie op is gebaseerd dat ‘veel tv-programma’s en sites op open internet waarin Gods geboden worden overtreden en Zijn Naam wordt misbruikt’ een ‘negatieve invloed op de moraal van onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ hebben. Mogelijk voelt de reformatorische doelgroep dat zo, maar om vervolgens te zeggen dat dit geldt voor ‘onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ is projectie van het eigen gedachtengoed op de samenleving. Dat duidt op zelfoverschatting en annexatie van andersdenkenden.

Foto: Schermafbeelding van deel van de identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College. Als deel van de onderwijsovereenkomst.

Nederland heeft duizenden gevangen islamitische vrouwen. Het probleem is al jaren bekend. Tijd voor harde aanpak?

with 6 comments

bra

In Amsterdam zitten zo’n 300 islamitische vrouwen opgesloten in hun eigen huis, gevangen gehouden door hun man. De Marokkaanse Rafia probeert ze te bevrijden.’ Aldus de toelichting bij een reportage van het programma Brandpunt. Rafia is hulpverleenster Rafia Allouch van de Stichting Home Empowerment (SHE) die is ‘gespecialiseerd in het bestrijden en terugdringen van huiselijk geweld’. Keklik Yucel heeft vandaag namens de PvdA kamervragen gesteld aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie. Zij wil weten hoeveel vrouwen er in Nederland in huis gevangen zitten, of de minister het aanvaardbaar vindt dat ze van hun vrijheid worden beroofd en wat hij er aan gaat doen om een einde te maken aan deze situatie.

Het probleem van de vooral islamitische vrouwen die in Nederland gevangen worden door hun man is al meermalen geconstateerd. Zoals in het rapportLeven in gedwongen isolement’ uit 2015 van het Verwey-Jonker Instituut. De schatting was toen dat er alleen al in Den Haag 190 tot 250 vrouwen in gedwongen isolement leefden. Volgens onderzoekster Lisanne Drost zou ’gezien de complexiteit van het probleem’ dat aantal nog hoger kunnen liggen  Waarna golven van publiciteit volgden. Maar er weinig veranderde aan de leefsituatie van deze vrouwen. Al in 2012 constateerde Drost dat er in Amsterdam ‘naar schatting enkele honderden vrouwen gedwongen geïsoleerd’ leven. Naast in Nederland zouden ze vooral in Marokko, Turkije, Suriname, Irak en Somalië zijn geboren. Dat wijst opnieuw op een islamitische achtergrond.

Het gedwongen thuishouden van deze voornamelijk islamitische vrouwen is een schande voor de Nederlandse rechtsstaat. Ondergeschikt is of de motieven worden ingegeven door religieuze of culturele aspecten, of een combinatie daarvan. Deze vrouwen hebben recht op bescherming en recht op een eigen leven dat niet door mannen geleefd wordt. De vrijheid van godsdienst garandeert dat ieder individu de keuze heeft om zijn of haar godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden. De overheid dient te waarborgen dat ieder in Nederland wonend individu in de praktijk die vrijheid heeft. Een misverstand is dat ingrijpen de vrijheid van godsdienst aantast. Juist niet ingrijpen door overheden tast de vrijheid van godsdienst aan. Overheden moeten ingrijpen.

Naschrift: Een berekening leert dat het voor heel Nederland om duizenden vrouwen gaat. Als Den Haag 250 gevangen vrouwen heeft op 520.000 inwoners en Amsterdam 300 gevangen vrouwen op 835.000 inwoners, dan komt dat alleen al voor de grote steden neer op 1 gevangen vrouw op 2500 inwoners. Voor de kleinere steden en het platteland zullen naar verwachting de cijfers lager zijn omdat er naar verhouding minder islamitische gezinnen wonen. Het probleem is nauw verbonden met de armoede, die volgens het SCP in de grote steden en de noordelijke provincies naar verhouding het grootst is. Deze onderliggende gegevens lijken een voorzichtige schatting te rechtvaardigen dat er in Nederland duizenden gevangen vrouwen zijn.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Rafia: “Ze willen een traditionele vrouw. Hoe onderdaniger, hoe beter!”’ van Brandpunt, 26 september 2016. Zie hier voor reportage.

Waarom moet sport dominant zijn? Petitie ‘Paralympische Spelen op de TV’ vraagt meer zendtijd. Klein volgt met kamervragen

leave a comment »

para

De petitieParalympische Spelen op de TV’ vraagt meer aandacht voor de Paralympische Spelen op televisie. Ze worden in Rio gehouden van 7 tot en met 18 september. Aandacht voor sport was immens tijdens de ‘NPO Sportzomer’ op Radio 1 van 10 juni tot 21 augustus. Hier een commentaar. Uit de berekening bij kamervragen van Norbert Klein over dit onderwerp blijkt dat inclusief herhalingen de publieke televisie 35 uur besteedt aan de Paralympische Spelen. Vergeleken met willekeurig elk ander niet-sport onderwerp is dat veel zendtijd. Klein meent ook dat er meer zendtijd moet komen voor de Paralympische Spelen. Maar 35 uur lijkt redelijk.

Vergelijking van de Paralympische met de Olympische Spelen is een verkeerd uitgangspunt. Want het feit dat de publieke omroep 300 uur zendtijd besteedde aan de Olympische Spelen wil niet zeggen dat dat niet te veel was. Daarom kan er niets bij voorbaat uit afgeleid worden voor de Paralympische Spelen. Ook is de televisie-luwe zomer voorbij en kan de claim op zendtijd van sport niet meer zo makkelijk gerechtvaardigd worden.

Klein bemoeit zich met een klein onderwerp en probeert dat groot te maken. Paralympische Spelen zijn een kleiner evenement dan Olympische Spelen en hebben minder aantrekkingskracht voor een algemeen publiek.

Foto: Schermafbeelding van petitieParalympische Spelen op de TV’.

Van Veen (VVD) stelt vragen over subsidie De Staat. En vergeet de korting op Fonds Podiumkunsten door partijgenoot Halbe Zijlstra

with 2 comments

st

VVD’er Michiel van Veen stelt kamervragen aan minister Jet Bussemaker van OCW. Het gaat over de subsidie van het Fonds Podiumkunsten aan De Staat uit Nijmegen. De popgroep ontvangt in de periode 2017-2010 jaarlijks 236.200 euro. Als Bussemaker dat overneemt. Voor het opzetten van een infrastructuur. Van Veen stelt vragen over de samenstelling van het subsidiebedrag die in het advies gedetailleerd worden beantwoord.

Vraag 6 is normatief. Van Veen suggereert erin dat het subsidiebedrag waarvan het Fonds Podiumkunsten adviseert om het aan De Staat te geven anders besteed had moeten worden: ‘Klopt het dat het Fonds Podiumkunsten slechts 40 procent van de 212 aanvragen heeft kunnen honoreren? Wat vindt u in dit kader van de opmerking dat De Staat «het wel redt» en dat het geld beter zou kunnen worden besteed aan anderen?

Het antwoord dat minister Jet Bussemaker niet kan geven, maar wel zou moeten geven is simpel: ‘Beste VVD’er Michiel van Veen, in 2011 heeft uw partijgenoot en toenmalig staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra besloten om vanaf 1 januari 2013 200 miljoen euro te bezuinigen op kunst. Het Fonds Podiumkunsten is door Zijlstra met ongeveer 30% gekort. Hij heeft het budget van 61 miljoen euro teruggebracht tot 41,5 miljoen euro. Deze beleidsomslag van de VVD is er de reden voor dat het Fonds Podiumkunsten vanaf 2013 jaarlijks 30% minder budget te besteden heeft. Het beleid van de VVD is er de hoofdreden voor dat het Fonds Podiumkunsten slechts 40 procent van de aanvragen kan honoreren. Van u is niet bekend dat u ooit bezwaar tegen deze korting hebt gemaakt. Uw brutaliteit om oorzaak en gevolg te verwisselen is hemeltergend.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina De Staat, 7 augustus 2016.