Waarom blijven media politici die de elite dienen ‘populisten’ noemen?

Schermafbeelding van artikelWhy does the media insist on calling fascists ‘populists’?‘ van Thom Hartmann voor RawStory, 19 mei 2022.

Interessant artikel van Thom Hartmann op RawStory over populisme. Met een vreemde titel omdat fascist en populist raakvlakken hebben. Het is zuiverder om een populist af te zetten tegen een elitist. Zijn stelling is dat in de media politici vaak populisten worden genoemd terwijl ze dat niet zijn. Dat klopt en is misleidend.

Hij baseert zich op een definitie van de Nederlands-Amerikaanse politicoloog Cas Mudde die volgens Hartmann een populist zo omschrijft: ‘een persoon die een politieke positie of beweging vertegenwoordigt die de behoeften en verlangens van de meerderheid van de bevolking weerspiegelt, en die zich verzet tegen de belangen van corrupte elites’.

Hartmann wijst vooral op ontwikkelingen sinds president Reagan toen politici zichzelf populist gingen noemen terwijl ze dat niet waren en juist de belangen van de elite of corporate Amerika behartigden. Hij noemt de achtereenvolgende presidenten Dwight Eisenhower, John Kennedy, Lyndon Johnson, Richard Nixon, Jerry Ford en Jimmy Carter allen populisten.

Donald Trump is een goed voorbeeld van een niet-populist die door zichzelf en de media onterecht een populist wordt genoemd. Trump dient het belang van zijn geldschieters, van Dark Money, en niet die van het volk. Daarom is Trump per definitie geen populist, maar een elitist.

Opmerkelijk is dat elitisten als Trump zich juist tegengesteld presenteren aan wat ze echt zijn. Door zich als populist te profileren die het belang van het volk dient, verhullen ze dat ze niet het belang van het volk, maar van een elite dienen. Het is de eigenlijke ‘Big Lie‘ van Trump.

Wat zou een benadering die uitgaat van Muddes definitie betekenen voor de Nederlandse situatie? Zijn Rutte, Kaag of Hoekstra populisten die de stem van het volk vertegenwoordigen of dienen ze de elite, het zakelijke en politieke establishment? Voor Rutte en Hoekstra lijkt de conclusie duidelijk, ze zijn elitisten die niet het belang van het volk vooropzetten. Kaag is vaag.

In zijn politieke carrière heeft toenmalig leider van de PvdA Wouter Bos in lezingen in 2005 en 2008 gepleit voor een vorm van gematigd populisme, terwijl hij in 2013 in een column het CDA verweet populistisch te zijn. In een commentaar noemde ik Bos’ kritiek op het CDA dat hij daarvoor zelf had omarmd onbegrijpelijk. Er bestaat onbegrip en verwarring over het begrip populisme.

Interessant is het om te beredeneren in hoeverre de radicaal-rechtse politici Pim Fortuyn, Geert Wilders en Thierry Baudet populistisch of pseudo-populistisch à la Trump zijn. Baudet is het meest duidelijke geval, hij is een pseudo-populist, een elitist, die speelt dat hij populist is, maar achter de schermen niet-volkse belangen dient en dat zo weinig professioneel en overtuigend doet dat niet in te zien valt wie in Baudet een populist kan zien. Behalve de man zelf als hij in de spiegel kijkt.

Fortuyn vond aansluiting bij het volk en had een welgemeende wrok tegen de elite, de regenten. Niet omdat dat dat zijn overtuiging was, maar omdat hij door deze elite was afgewezen, waarna het verzet ertegen zijn beste verkooppunt werd. Wilders wordt gestuurd door belangen van geldschieters waarover hij geen details wil geven, maar voert tegelijk een politieke marketing die de kiezers het beste dient. Dat resulteert in een programmatische lappendeken die de PVV is geworden waar geen samenhangende politiek op te voeren is behalve op het tegengaan van immigratie en islam.

Het is dus ook in Nederland tijd voor een heroriëntatie van het begrip populisme in de media. Het is in de journalistiek een neutrale, verhullende en laffe term geworden die vooral dient om harde termen als fascist, rechts-extremist of lobbyist voor het bedrijfsleven wegens gebrek aan durf uit de weg te gaan. Terwijl daardoor de positieve kwaliteiten van het populisme verbleken. Dat kan niet de opzet zijn van journalistiek die wil verduidelijken en verklaren, en niet verhullen. Noem een pseudo-populist of elitist geen populist.

Verzoek om getuigenverklaringen aan de 6 Januari Commissie geeft aan dat Merrick Garland serieus werk maakt van het aanklagen van de opstandelingen

Voormalig aanklager in het US Attorney Office in Washington DC Glenn Kirschner heeft in zijn carrière veel zogenaamde RICO-zaken behandeld. Ofwel, zaken die met de georganiseerde misdaad, zoals de maffia te maken hebben.

In linkse media is het ongeduld groot met de trage aanpak van de opstand van 6 januari 2021 en het publiekelijk doorprikken van the Big Lie over zijn nederlaag in de presidentsverkiezingen van 2020 van voormalig president Trump door het ministerie van Justitie (DoJ). Minister Merrick Garland wordt verweten te voorzichtig te handelen. Des te meer omdat door Republikeinen de Amerikaanse Republiek dagelijks verder wordt ondermijnd en de democratie op het spel staat en actief optreden urgent is.

Kirschner heeft in zijn commentaren steeds opgeroepen tot begrip voor de trage gang van zaken bij het DoJ, omdat volgens hem justitiële molens nu eenmaal traag malen. Maar wel werkzaam zijn om de democratie te beschermen. Die degelijkheid spoort slecht met de nieuwscyclus van hijgerige media die andere normen hebben over bewijsvoering dan de journalistiek die lichtvoetiger handelt.

Ook dan was het mogelijk geweest als het DoJ de vervolging van de ‘hogere’ opstandelingen in de doofpot had gestopt. Dat misverstand is nu uit de weg geruimd. Het DoJ handelt en richt zich op de vervolging van Trump en zijn medewerkers die hem hielpen om de verkiezingsuitslag van 2020 nietig te verklaren. Alles wijst op een conspiracy met Trump als aanstichter. Ofwel, een samenzwering die vergelijkbaar is met een criminele organisatie. Juist, RICO en maffia die het DoJ met de geëigende middelen en expertise aanpakt.

Met dit commentaar geeft Kirschner uitleg over de stand van zaken en haalt hij zijn gelijk met een indirecte verwijzing naar zijn vermaning van het afgelopen jaar om geduld te betrachten. Het eind van zijn commentaar wijkt daar van af doordat hij als onvermijdelijk veronderstelt dat het DoJ ook tot vervolging overgaat. Hoe waarschijnlijk dat ook is, het bevat ook een sprank speculatie.

De actualiteit die Kirschner bespreekt is dat de zogenaamde 6 Januari Commissie van het Huis (Select Committee to Investigate the January 6th Attack on the United States Capitol) onder leiding van de Democratische voorzitter Bennie Thomson en de Republikeinse vice-voorzitter Liz Cheney door het DoJ is gevraagd om de getuigenverklaringen die het heeft opgetekend aan laatstgenoemde te overhandigen. Thomson aarzelt voor de vorm, maar zal dit verzoek naar verwachting inwilligen.

Kirschner legt uit waarom het praktisch handig uitpakt en tot betere resultaten heeft geleid dat de 6 januari Commissie eerst vóór het DoJ heeft gehandeld. Hoewel hij toegeeft dat het wel lang heeft geduurd, nu al 16 maanden, terwijl opstandelingen als Trump die de Amerikaanse democratie opzij wilden schuiven en dagelijks ondermijnen nog steeds vrij rondlopen.

Kirschner haspelt wat met data als hij zegt dat de publieke hoorzittingen van de 6 Januari Commissie op 6 juni 2022 beginnen. Dat moet 9 juni zijn. Van die hoorzittingen die op televisie worden uitgezonden wordt veel verwacht. Hoewel het af te wachten valt hoeveel Republikeinen in hun mentale loopgraven ook zorgvuldig onderbouwd bewijs willen accepteren dat zegt dat Trump en zijn medewerkers de Amerikaanse Republiek omver wilden werpen. Naar verwachtingen zullen deze publieke hoorzittingen een mediaspektakel worden. Independents en gematigde Republikeinen zullen zich wellicht laten overtuigen door het bewijs over de opstand van Trump en zijn sycofanten.

Wie weet, is het DoJ daarna niet alleen juridisch, maar ook publicitair en sociaal gedwongen om Trump en zijn medewerkers aan te klagen en voor het gerecht te brengen. Mogelijk ander voordeel dat het DoJ het stokje overneemt van de 6 Januari Commissie is dat eerstgenoemde een langere adem heeft. De Commissie houdt mogelijk in januari 2023 op te bestaan als de Republikeinen in het Huis de macht overnemen, maar Merrick Garland en de top van het DoJ blijven tot januari 2025 in functie. Ze kunnen voorlopig doorgaan met de vervolging van de opstandelingen die op 6 januari 2021 en in de maanden daarvoor en daarna de Amerikaanse democratie omver wilden werpen.

Kevin McCarthy blijft duister in zijn eigen schaduw en valt Biden aan

Kevin McCarthy is de minderheidsleider van de Republikeinen (GOP) in het Huis, de Amerikaanse Tweede Kamer. Hij wordt zowel door Democraten als hardliners binnen zijn eigen partij gezien als zwak. Hij opereert niet autonoom en laat zich onder druk zetten door Trump. Om het met een gezegde uit de serie Handmaid’s Tale te zeggen: Under His Eye. God kijkt altijd mee.

Als in november 2022 de Republikeinen de meerderheid in het Huis dreigen over te nemen is het geen uitgemaakte zaak dat McCarthy de huidige Democratische voorzitter van het Huis Pelosi opvolgt. Vanaf de radicale Trumpiaanse flank ligt hij onder vuur. Het is trouwens evenmin een uitgemaakte zaak dat de Republikeinen de meerderheid behalen, want met zijn continue inmenging die leidt tot radicalisering en terugkijken naar zijn verlies in 2020 stoot Donald Trump de gematigde vleugel van de Republikeinen af. Gaan zij in november 2022 wel naar de stembus?

McCarthy mist de grootmoedigheid en de persoonlijkheid om uit zijn eigen schaduw te stappen. Hij symboliseert het failliet van de Amerikaanse partijpolitiek en dan vooral dat van de GOP.

We moeten trouwens bedenken dat dat tijdens WOII niet fundamenteel anders was. Ook toen waren Republikeinen als Charles Lindbergh voor isolationisme en wilden ze buiten de oorlog blijven. Ook Democraten baseerden hun twijfel op de verschrikkingen van WOI. Zoals nu Amerikanen en westerse bondgenoten hun twijfel om in de Oekraïens-Russische oorlog te stappen baseren op de verschrikkingen van WOII. Het duurde nog tot eind 1941 voordat de VS als oorlogspartij ging deelnemen aan die oorlog.

Hieronder mijn reactie bij de video van het ultra-rechtse Fox News dat de laatste jaren zoveel begrip voor Poetin opbracht, maar nu met zo weinig mogelijk schade en zonder dat het teveel opvalt de bakens moet verzetten vanwege de oorlogsmisdaden van de Russische krijgsmacht in Oekraïne die niet te verdedigen zijn. Alleen de ergste rechts-radicalen in de GOP blijven Poetin nog steunen:

Kevin McCarthy symbolizes the bankruptcy of American party politics. That is useless and childish. In addition, he personally comes across as a small person without vision and courage. The question with everything he says is always who is he repeating.

A Third World War threatens due to Russian aggression in Eastern Europe and in the US the GOP leadership knows no better than to play old gray grooves. Is that GOP statecraft? One makes it unnecessarily partisan, the other (Lindsey Graham) makes it extra difficult for the government by publicly advocating Putin’s assassination.

Is this the best the GOP has to offer the US in times of need? Can’t the GOP leadership even step out of its own shadow when it needs to? This GOP leadership always talks about Winston Churchill’s role in WWII, but forgets that in his war cabinet he took in left-wing leaders like Clement Attlee as Deputy Prime Minister to work with because the situation called for it.

Why can’t the GOP take that step? The current GOP looks hopeless and apparently can only adopt one attitude: that of resentment and bitterness. Even if the situation calls for national fortitude and determination. Kevin McCarthy knows how to symbolize the bankruptcy of the GOP very well. Under His Eye.

Gekte van het staatshoofd

File photo. Russian President Vladimir Putin arrives for a ceremony marking the promotion of senior officers to higher ranks in the Kremlin in Moscow, Russia, 6 November 2019. [Kremlin pool/EPA/EFE]

Aan erfopvolging kleeft hetzelfde bezwaar als aan dictatorschap. Het is niet hetzelfde, maar er zijn overeenkomsten.

Erfopvolging is de regeling die binnen een monarchie of dynastie geldt dat bij overlijden of aftreden van een heersende monarch de opvolging via de wet onderling wordt geregeld. Dus zonder inspraak van het volk werd toenmalig koningin Juliana opgevolgd door haar oudste dochter Beatrix die op haar beurt werd opgevolgd door haar oudste zoon Willem-Alexander.

Het bezwaar is tweeledig. Het is niet democratisch omdat niet iedereen tot het ambt van staatshoofd kan worden geroepen. Ook kan de troonopvolger incapabel of middelmatig zijn, terwijl aan het belangrijke ambt van staatshoofd hoge eisen gesteld zouden moeten worden.

Hoe dat fout kan gaan tonen allerlei voorbeelden aan. Gekte of incompetentie in de monarchie wordt er kwalijk op als het op de erfopvolger gaat die op een gegeven moment tot staatshoofd wordt benoemd of dicht bij de troon staat en sterke invloed op het staatshoofd heeft. Denk aan Prins Bernhard die nu toch als een charlatan, oplichter en leugenaar wordt gezien. In een normaal, democratisch proces was hij vermoedelijk niet door de screening gekomen.

Presidenten of staatshoofden die te lang bleven zitten zijn niet beter dan incompetente of middelmatige monarchen. President Donald Trump wilde zelfs met illegale middelen zijn vier jaar presidentschap met vier jaar extra oprekken. Dat is hem in 2020 niet gelukt, maar kan hem in 2024 wellicht wel lukken.

Met dictators of autoritaire leiders gaat het er nog slechter aan toe. Denk aan de Sovjet-dictator Stalin die een schrikbewind voerde en miljoenen mensen liet vermoorden of verhongeren of de Chinese leider Mao die ook boven de realiteit verheven was. Of de omhooggevallen korporaal Adolf Hitler die zijn land naar de ondergang voerde. Intellectueel komt dit type leider van ver en blijft dat gebrek aan ontwikkelingen aan hen kleven. Het zullen altijd zwakke sterke mannen zijn. Ze kunnen zichzelf niet overstijgen.

Nu hebben we de Russische leider Vladimir Poetin die sinds 2000 aan de macht is zonder dat het volk hem in eerlijke, open verkiezingen heeft gekozen. Hij had zich daarvoor nooit als opmerkelijk bewezen, behalve manipulatie en ambitie om de top te halen. De consensus is dat hij in zijn eerste jaren redelijk functioneerde en zijn land uit de chaos van de jaren 1990 voerde. Maar zoals bij alle autoritaire leiders komt er dan onherroepelijk een kantelpunt dat de nadelen van zo’n langzittende leider groter worden dan de voordelen. Maar omdat er geen mechanisme bestaat om zo iemand te lozen. gaat het van kwaad tot erger. In vol daglicht.

De invasie van Oekraïne met inzet van overweldigend militair geweld wordt als een daad van gekte gezien. Dat is het kantelpunt van Poetins politieke, intellectuele en psychische ontwikkeling. Wat hij doet is niet alleen in strijd met het internationaal recht, maar ook met realistische politiek die het landsbelang vooropstelt. De Russische Federatie wordt door het huidige leiderschap in het Kremlin niet naar de toekomst gevoerd, maar naar het verleden. De eigen rancune legt hij zijn land op. Maar het is de vraag of dat nog lang gepikt wordt.

Poetin stelt vanuit wrok en vijandschap zijn eigenbelang voorop. Hij is compleet losgezongen van de werkelijkheid. Geholpen door een kliek van meelopers, een propaganda-apparaat dat elke tegenstem laat zwijgen en met misleiding de waarheid verdraait, en een sterke krijgsmacht en geheime dienst die het recht uit de loop van een geweer laten komen. De tegenkrachten die in een samenleving voor redelijkheid, compassie en rechtvaardigheid moeten zorgen zijn uitgeschakeld. Dat is een onheilspellend scenario voor een land dat zich politiek, economisch en mentaal niet weet te ontwikkelen. Maar vanwege de kurk van gas- en olie-inkomsten toch blijft drijven. Zo wordt een land een psychisch niemandsland.

Monarch of president, niet altijd is de laatste geschikter dan een monarch. Feitelijk functioneren langzittende autoritaire leiders met dictatoriale trekjes als Poetin, Xi Jinping of Kim Jong-un door hun politieke macht en maatschappelijke isolatie slechter dan plichtmatige monarchen die op een troon zitten waar ze evenmin als de dictators op zijn gekozen.

Het is de vraag wat de beste regeringsvorm is om deze aberraties van een incompetente monarch of een dictatoriale autoritaire leider te voorkomen. Trump geeft het tegenvoorbeeld, evenals de monarchen die als een relict uit een ver verleden in Europese democratieën ceremonieel staatshoofd zijn. Hoe dan ook, laten we in onze oren knopen dat Poetin en koning Willem-Alexander een positie als staatshoofd innemen die ze in de schoot is geworpen. Dat is vragen om problemen.

In Nederland wint laffe journalistiek het van weerbare journalistiek

Thierry Baudet (FvD) en Geert Wilders (PVV) tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat / ANP. 2021.

Het is niks nieuws om het te zeggen en ik heb het de afgelopen jaren in blogposten, al voor de opkomst van Donald Trump, herhaaldelijk gezegd, de media zijn niet links, maar rechts. Toen moest het ergste nog komen. De media hebben in de VS de opkomst van Donald Trump mogelijk gemaakt. Zie mijn commentaar uit 2015.

De redenen daarvoor waren divers: gebrek aan historisch besef en intellectuele denkkracht bij journalisten, gemakzucht en lui denken van journalisten, en opportunisme en eenzijdige prioriteit voor het eigen economische belang bij de gevestigde (‘establishment’) media. Het excuus daarvoor is dat ze vechten om te overleven en daarom geen keuze hebben. Maar de vraag is wat dat soort media nog waard is en maatschappelijk toevoegt.

Journalisten en media hebben gefaald. Ze hebben de ultrarechtse politici in de VS en in Europa niet even kritisch benaderd als ze dat deden bij politici van centrumpartijen of de gematigd linkse politiek.

Het meest opvallende is dat de journalistiek nog steeds niet tot het inzicht is gekomen dat het niet alleen terughoudend en slordig heeft gehandeld, maar een noodzakelijke rol heeft gespeeld in de normalisering van ultrarechts. Van Trump, van Wilders, van Baudet.

De fout die journalisten van De Volkskrant, NRC en Trouw blijven maken ontspruit vanuit het verkeerde idee dat bij elke hoor wederhoor past. Als dat gaat om mening A tegenover mening B, dan klopt dat. Maar niet als het gaat om een democratische overtuiging tegenover een anti-democratische overtuiging. Journalisten verschuilen zich achter hun beroepscode en menen vanuit eigen perspectief op veilig te spelen, maar bereiken voor het geheel het omgekeerde: onveiligheid voor de democratie.

Het feilen van de gevestigde media is dat ze dit onderscheid niet willen of kunnen maken. Ook dat ze achteraf hun gemaakte fout niet willen toegeven en van die fout weinig hebben geleerd toont niet de sterkte, maar de essentiële zwakte van de journalistiek. De ethiek en het democratisch besef zijn ondergeschikt aan persoonlijke en economische overwegingen.

Als er een verantwoordelijke, volwassen journalistiek zou bestaan, dan zouden media en journalisten dagelijks het ultrarechtse gedachtengoed van een partij als FVD signaleren. Maar dat laten ze na, hoewel ze wel een kritische houding zijn gaan aannemen. Dat is echter niet structureel, maar incidenteel.

Tot op de dag van vandaag normaliseren Nederlandse media het ultrarechtse gedachtengoed. Tot mijn verbijstering gaf in december 2021 omroep 1Twente Enschede het ultrarechtse Fvd-Kamerlid Pepijn van Houwelingen die de democratie en de rechtsstaat wil ontmantelen volop publiciteit. Deze omroep is ziende blind en het zou nog tot daar aan toe zijn als dit de uitzondering was. Maar dat is niet zo.

In een commentaar omschreef ik dat als volgt: ‘Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.’

Pas nadat de ultrarechtse politici door de journalistiek en de gevestigde media op het schild werden gehesen zonder dat aan hen een strobreed in de weg werd gelegd is in de journalistiek een aarzelend besef ontstaan dat het daar mede voor verantwoordelijk is. Maar zelfs dat heeft nauwelijks geleid tot zelfreflectie, laat staan zelfinzicht van individuele journalisten en directeuren van media-organisaties. De durf, mentaliteit en grootmoedigheid om dat publiekelijk toe te geven ontbreekt. Zo ziet weerbare en verantwoordelijke journalistiek er niet uit, maar laffe journalistiek wel.

De journalistiek wil zich niet de maat laten nemen en kruipt steeds weer weg voor het nemen van verantwoordelijkheid. Zo is het niet in staat om een nieuwe start te maken door te werken aan het herstellen van de eigen geloofwaardigheid en het weggezakte publieke vertrouwen. Er is geen weerwoord voor het verwijt dat de journalistiek verantwoordelijk is voor het eigen falen. Daarom zwijgt het achteraf. Een mea culpa is de vloek in de redactieruimte. De meerderheid van het publiek ziet met lede ogen de kortzichtigheid van de journalistiek aan.

Benoem fascisten als fascisten. Het werkt averechts om fascisme met andere begrippen te vermengen

Poster ‘Fascisme is slavernij‘, 1980. Bewerking van linoleumsnede van Gerd Arntz. Collectie: Internationaal Instituur voor Sociale Geschiedenis.

Deze poster uit 1980 zegt dat fascisme slavernij is. Deze slogan wordt zonder bronvermelding boven een linoleumsnede van de Duits-Nederlandse ontwerper Gerd Arntz uit 1935/1936 geplaatst. Hij werd bekend om zijn zogenaamde isotype en werkte voor het CBS.

De context uit 1935 is anders dan in 1980. Nadeel van het hergebruik van oud bronmateriaal is dat de nuance van ‘het verhaal’ van toen ondergeschikt wordt gemaakt aan de situatie van nu die daar niet volledig in past. Zo gaat de nuance van het verhaal van toen verloren.

Toegespitst op deze linoleumsnede van Arntz, in hoeverre komen de Nazi’s en de Duitse oorlogsindustrie uit 1935 overeen met de in het Westen heersende klasse en de Westere oorlogsindustrie van 1980? Zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten? Is de positie van de Duitse arbeiders in 1935 hetzelfde als de positie van de werknemers in 1980?

Activisten hebben er een handje van om begrippen te vermengen. Dat werkt niet altijd verhelderend. De begrippen die al te makkelijk met elkaar vermengd worden zijn onder meer: rassenhaat/racisme, mensenhaat, vrouwenhaat, vreemdelingenhaat, seksuele discriminatie, uitbuiting, slavernij, (neo)-kolonialisme, neo-nazisme, imperialisme, antisemitisme, clericalisme en apartheid.

Door het een uit het ander te laten volgen (‘Racisme leidt tot fascisme‘) of het fascisme te beperkt te interpreteren ‘Fascisme is slavernij‘ of ‘Fascisme is moord‘ gaan de historische nuances van toen en nu verloren.

Dat is jammer omdat dan ook het aloude parool ‘Wees Waakzaam‘ afgezwakt worden. Juist nu is waakzaamheid geboden omdat de democratie onder druk staat en zich weerbaar op dient het stellen. De dreiging is sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet zo groot geweest.

Hedendaagse fascisten als Donald Trump en Thierry Baudet moeten zonder schroom en zonder slag om de arm genoemd worden wat ze zijn: fascisten. Activisten moeten begrijpen dat het averechts werkt om dat te verbinden met begrippen die volgen uit het eigen hobbyisme of segment van het activisme. Dat leidt af van de essentie en verzwakt door stapeling een glasheldere uitspraak die het fascisme afwijst.

Gepensioneerde generaals waarschuwen voor rechts-extremisten in krijgsmacht en hun rol in een opstand in 2024

Hoe het komt is voer voor psychologen, maar veel militairen, politieagenten en mensen werkzaam in de veiligheidsindustrie voelen zich aangetrokken tot extreem-rechts gedachtengoed. Of dat heeft te maken met een zelfbeeld van mannelijkheid, fascinatie voor wapens en uniformen en een compensatie voor een gevoeld gemis is de vraag.

De gepensioneerde Amerikaanse brigade-generaal Steven Anderson, die zegt een conservatieve Republikein te zijn, heeft zich met twee ex-collega’s in een opinie-artikel in The Washington Post uitgesproken over het gevaar van de rechts-extremistische ondermijning van de democratie via de krijgsmacht. Hij meent dat de krijgsmacht zich nu moet voorbereiden op een opstand in 2024 voor het geval oud-president Trump via een opstand een greep naar de macht doet.

Schermafbeelding van deel opinie-artikel3 retired generals: The military must prepare now for a 2024 insurrection‘ in The Washington Post, 17 December 2021.

Militairen leggen een eed af om de Amerikaanse grondwet te beschermen, maar daar kunnen ze van af gaan wijken als ze in een politiek verwarde situatie opstandelingen volgen. Dan dreigt de krijgsmacht te splijten tussen een deel dat de grondwet volgt en een ander deel dat er tegenin gaat. Een burgeroorlog ligt dan op de loer. Het is een droomscenario voor tegenstanders van de VS, zoals China en de Russische Federatie die er alle baat bij hebben om de verdeeldheid en splijting aan te wakkeren. Daarom wordt dit gezien als een onderwerp van nationale veiligheid.

In Duitsland onderzocht in 2020 de militaire inlichtingendienst MAD meer dan 700 verdenkingen van rechts-extremisme in een elite-eenheid van de Bundeswehr, aldus een bericht van het Duitsland Instituut. In alle landen screenen de inlichtingendiensten de krijgsmacht op extremisten of rechts-extremistische cellen.

Hoe het komt dat er veel extreem-rechtse militairen zijn is een vraag over de kip en het ei. De MIVD zei in haar jaarverslag 2020 (p. 13): ‘De MIVD heeft geconstateerd dat rechts-extremistische jongeren werken voor de krijgsmacht aantrekkelijk vinden. Deze ontwikkelingen zijn voor de MIVD redenen geweest om in 2020 het onderzoek naar rechts-extremisme te intensiveren.

Omdat militairen makkelijk toegang hebben tot wapens, doelmatig en georganiseerd in groepen kunnen opereren en hun commandanten korte lijnen hebben met politieke machtscentra vormen ze een reeële dreiging voor de democratie.

Het idee was altijd dat militairen ondergeschikt zijn aan de politiek en de krijgsmacht a-politiek is. Maar dat idee wordt door de rechts-extremisten niet gevolgd. Aan de opstand van 6 januari 2021 die uitmondde in de bestorming van het Capitool namen relatief veel rechts-extremisten uit de krijgsmacht, de politie en andere veiligheidsdiensten deel, aldus een bericht van PBS.

In de aanloop van de presidentsverkiezingen in november 2016 sprak een andere conservatieve Republikeinse generaal Michael Hayden zich uit tegen het presidentschap van Donald Trump. Dit fragment van februari 2016 uit de show van Bill Maher is nog steeds actueel door uitspraken van toenmalig president Trump in juni 2020 om federale militairen in te zetten bij het neerslaan van de demonstraties die ontstonden in reactie op de moord van George Floyd. De militaire en politieke top van het ministerie van Defensie nam toen collectief afstand van Trumps voornemen. De krijgsmacht toonde hiermee meer stabiliteit en rechtsstatelijkheid dan de politie.

Ook een reeks oud-militairen nam in harde bewoordingen afstand van Trump. Ze hadden hun reactie met elkaar afgestemd. Salon zette ze in een artikel van 6 juni 2020 op een rij. Generaal Hayden heeft het in dit fragment specifiek over de bestrijding van het terrorisme door Trump die de rechtsstaat te buiten gaat en daarom onaanvaardbaar is. Maar er klinkt meer in door: een onafhankelijke opstelling van de krijgsmacht die zich niet laat sturen door Trump als hij in hun ogen de nationale veiligheid in gevaar brengt.

Bill Maher heeft het over een militaire coup, maar het tegendeel lijkt waar: de steun van in elk geval de top van de krijgsmacht voor het volk om de diefstal van de democratie door Trump en zijn medestanders te voorkomen. Militairen zweren trouw aan de grondwet, niet aan de president. Probleem is alleen dat rechts-extremistische militairen dat standpunt verlaten hebben. Ze moeten uit de krijgsmacht verwijderd worden omdat ze een gevaar voor de democratie zijn en geen staat in de staat moeten kunnen vormen.

De screening van radicale elementen gebeurt in alle landen. Maar het is een complex proces waarin tot nu toe alleen de meest uitgesproken extremisten in beeld komen. De slapende extremisten die in het geheim een opstand tegen de democratie voorbereiden en zich daarom betrekkelijk stil houden komen nauwelijks in beeld van de interne diensten die hier onderzoek naar doen. Het is de taak voor de politieke en militaire leiding van de ministeries van Defensie om de dreiging van de rechts-extremisten in de krijgsmacht, politie en veiligheidsdiensten uiterst serieus te nemen en er hard actie op te laten volgen. De democratie staat op het spel.

Mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps. Journalistiek staat voor de keuze tussen hersenloze neutraliteit en weerbaarheid, moed en strijdlust om de democratie te verdedigen

Schermafbeelding van deel opinie-artikelNee, Alexander Klöpping, we hebben niet meer leiders maar meer feiten nodig in de journalistiek‘ van Freek Staps in NRC, 6 december 2021.

De afgelopen dagen konden we getuige zijn van een mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps in NRC. Staps reageerde op Klöpping. Er werden van beide kanten grote woorden gebruikt, maar de kern van het probleem waar het om zou moeten gaan werd in mijn ogen onvoldoende benoemd en sneeuwde onder. Dat komt door een onhandige en verkeerde focus van Klöpping die zijn kritiek ophangt aan de verslaggeving over de COVID-19 maatregelen van de overheid en een verongelijkte, verdedigende houding en beperkte taakopvatting van Staps. Dat is jammer, want er is wel degelijk iets mis met de journalistiek en kritiek erop is zinvol en nodig.

Schermafbeelding van deel opinie-artikelLaat de actiejournalistiek niet over aan boulevardkranten‘ van Alexander Klöpping in NRC, 3 december 2021,

In het commentaarOok Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘ van 4 december 2021 formuleerde ik wat ik als de kern van het probleem zie als volgt: ‘Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer’.

Op een neutrale houding van de journalistiek waarbij iedereen aan het woord komt heeft Klöpping naar mijn idee terechte kritiek. Hij zegt: ‘Het blijven streven naar neutraliteit van kranten en talkshows is een ziekte geworden. Zelfs de antijournalistieke sentimenten van antivaxers en FVD-hitsers krijgen eindeloos zuurstof door er objectief over te berichten. In plaats daarvan zouden media ook stelling kunnen nemen: wij vinden dat het verdacht maken van de journalistiek als geheel niet thuishoort in onze krant of uitzending. Of wij geloven erin dat iedereen die het kan, zich moet laten vaccineren. Of wij geloven dat mensen klimaatverandering veroorzaken en dat hard ingrijpen nodig is om de aarde leefbaar te houden.’

Staps noemt de kritiek van Klöpping ‘humbug‘. Maar opvallend is dat hij in zijn reactie voorbijgaat aan de kern van Klöppings kritiek en zich ertoe beperkt te scoren op ondergeschikte punten. Zoals gezegd, Klöppings kritiek is verre van ideaal. Zijn kritiek op de journalistiek verdient een betere onderbouwing met andere accenten. Maar in de kern is zijn kritiek zinvol en slaat de spijker op de kop.

In genoemd commentaar van 4 december 2021 verwees ik naar Dana Milbank die vorige week vrijdag 3 december in een column in The Washington Post min of meer hetzelfde zegt als Klöpping. Niet over de Nederlandse, maar over de Amerikaanse journalistiek. Namelijk dat journalisten medeplichtigen zijn aan de moord op de democratie: ‘My colleagues in the media are serving as accessories to the murder of democracy‘. Het valt Milbank op dat de media president Biden harder aanvallen dan voormalig president Trump, terwijl volgens hem de eerste veel minder redenen heeft om kritiek te krijgen. Er is blijkbaar een ander mechanisme werkzaam dat de journalistiek in haar greep heeft en afleidt van haar taken.

Er zijn accentverschillen, want de medeplichtigheid van journalisten aan de moord op de democratie is niet bij alle media identiek en even bezield en ernstig. Er zijn ook voorbeeldige media die hun taak prima uitvoeren. In de kern lijkt het tekort van de huidige journalistiek te draaien om de taakopvatting van journalisten. Die wordt in een defensieve reflex en vanuit een zekere hoogmoed verwoord door Staps en komt erop neer dat beroepsbekwaamheid, respect voor de feiten en het werken volgens een beroepscode (Code van Bordeaux) voldoende zijn om journalistiek te bedrijven.

Klöpping en ook Milbank voegen daar een morele dimensie aan toe die Staps mist. Moreel in de betekenis van geestelijke weerbaarheid, moed en strijdlust. Milbank concludeert: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een ​​standpunt in te nemen’. Het is de hersenloze neutraliteit van journalisten die Klöpping aan de orde stelt en waarvan Staps niet eens lijkt te beseffen dat het een probleem is, maar hij notabene als verdienste ziet.

Mogelijk worden die uiteenlopende opvattingen over wat de taak van de journalistiek is extra op scherp gesteld door een generatieconflict tussen ‘de oude hap’ die is geschoold in de traditionele journalistiek van de vorige eeuw en daarmee doordesemd is en de nieuwkomers die interdisciplinair en intermediair zijn en de journalistiek als mengvorm zien.

Uiteraard moeten journalisten naar alle kanten toe sceptisch en onafhankelijk zijn. Dat kan door zich duidelijk bewust te zijn van de eigen positie en die steeds weer te benoemen. Niet als verantwoording, maar als verheldering. Essentieel is dat journalisten zich in tijden waarin rechts-populisme in opkomst is en de democratie bedreigt laten kennen als expliciete aanhangers van de democratie. Dat ontbreekt er tot nu toe aan. Het is de uitdaging voor de hedendaagse journalistiek om een en ander te combineren.

Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie

Schermafbeelding van deel columnThe media treats Biden as badly as — or worse than — Trump. Here’s proof‘ van Dana Milbank in The Washington Post, 4 december 2021.

Het is een oud, welbekend probleem. Journalisten zijn de doodgravers van de democratie, maar door een gebrek aan zelfkennis ontkennen ze dat. Ze zouden ‘objectief’ verslag doen. Als ze trouwens al door anderen ter verantwoording worden geroepen. Journalisten zouden boven kritiek staan. Objectieve analyse ontbreekt of komt niet buiten het wetenschappelijke domein.

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.

Media zoals De Correspondent of De Groene Amsterdammer hebben wel de journalistieke ambitie om door onderzoek achter de schone schijn van ultra-rechts te kijken, maar voor de publieke opinie zijn ze marginaal en weinig invloedrijk. Af en toe komen de gevestigde media met onderzoeksartikelen of scherpe analyses die dat ook beogen, maar dat blijven incidenten met weinig blijvende waarde.

Andere journalisten hadden zelfs dit zelfbesef achteraf niet. Als types als Jort Kelder of Wierd Duk die de rode lopen uitrollen voor ultra-rechts al journalist kunnen worden genoemd en niet politieke activisten die zich de uiterlijkheden van de journalist aanmeten. Ze worden aanvaard binnen hun beroepsgroep en het publiek ziet hen als journalist.

Schermafbeelding van een diagram over het vertrouwen in journalisten dat in Nederland met 30% betrekkelijk hoog is. In: GLOBAL TRUSTWORTHINESS INDEX 2021 van Ipsos, oktober 2021.

Wie op dit moment de Nederlandse kranten leest of naar nieuwsrubrieken als Op1 of Nieuwsuur kijkt kan niet anders dan concluderen dat premier Rutte en minister De Jonge, de partijleiders Kaag, Hoekstra en Segers door de media tot schietschijf zijn gemaakt. Ze krijgen dagelijks van alle kanten volop kritiek. Het lijkt onderhand op een kruistocht tegen de middenpartijen. Wat willen de journalisten aantonen die daar aan meewerken en beseffen ze wel waar ze mee bezig zijn?

Het is niet dat deze politici door respectievelijk een ondoelmatige en chaotische aanpak van de COVID-19 pandemie en de verprutste en onprofessionele werkwijze in de formatie geen kritiek verdienen. Dat verdienen ze ten volle. De generatie politici die nu aan de bal is blinkt niet uit in kwaliteit. Het punt is dat de media geen objectief, omvattend beeld geven van de omgeving waarin deze politici opereren.

Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer.

Politieke journalisten staan liever routinematig met verkeerde, dan hulpeloos met lege handen.

In een column voor de Washington Post gaat Dana Milbank in op de houding van de media tegenover de politiek. Hij onderbouwt de stelling dat de media president Biden slechter behandelen dan ze voormalig president Trump behandelden. Hij concludeert aan de hand van een analyse van meer dan 200.000 artikel dat waarmee ik begon: ‘Mijn collega’s in de media zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘.

Het beleid rechtvaardigt dat niet. De aanpak van voormalig president Trump van de pandemie was rampzalig en kostte velen onnodig het leven. President Biden heeft op de puinhopen van Trumps aanpak het probleem van de besmettingen doelmatig aangepakt. Maar nog meer dan in Nederland zetten om politieke redenen anti-vaxxers hun lichaam in om het vaccinatiebeleid van de zittende regering te ondermijnen. Daar doen in beide landen journalisten niet goed verslag van. Of ze durven niet of ze willen niet of wat erger is, ze zien het niet.

Er is meer in Trumps beleid dat de toets der kritiek niet kon doorstaan en Biden beter doet. Zoals belangrijke wetgeving die Biden succesvol door het congres loodst. In de media is dat niet terug te vinden in de verslaggeving. Zo krijgt de deconstructivist Trump een positievere pers dan Biden die zich constructief opstelt. Journalistiek is de omkering van waarden geworden.

Hoe dat komt verklaart Milbank zo: ‘Ik vermoed dat mijn collega’s in de media het slachtoffer zijn geworden van onze asymmetrische politiek. Biden regeert volgens traditionele normen, terwijl de Republikeinen een schokkende campagne voeren om hem te delegitimeren met de ene verzonnen aanklacht na de andere. Deze week dreigden de Republikeinen met een sluiting van de regering om de vaccinmandaten van Biden te blokkeren, na een jaar van inspanningen om vaccinatie te ontmoedigen. Maar, ongelooflijk, ze geven Biden tegelijkertijd de schuld van sterfgevallen door coronavirus – sterfgevallen die bijna volledig voorkomen onder niet-gevaccineerden,’

Milbanks concludeert over de Amerikaanse media wat in mindere mate ook geldt voor de Nederlandse media. In Nederland staat nog niet het voortbestaan van de democratie op het spel zoals in de VS, maar wel de sociale cohesie en de geloofwaardigheid van de politiek: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Waarom ik aanklacht van burgerinitiatief om Willem Engel te stoppen onderteken

Schermafbeelding van deel site stopwillemengel.nl.

Vandaag heb ik de aangifte tegen Willem Engel ondertekend en is die officieel ontvangen door het OM. Dit burgerinitiatief om Engel te stoppen die van opruiing wordt beschuldigd is opgezet door Norbert Dikkeboom. Volgens berichten in de media hebben op dit moment al zo’n 10.000 mensen de aanklacht ondertekend.

De site met informatie over Engel (stopwillemengel.nl) is hier te vinden en de aanklacht kan hier (aangiftewillemengel.nl) ondertekend worden.

Schermafbeelding van deel site aangiftewillemengel.nl.

Ik ben het eens met de aanklacht tegen Engel en heb die daarom ondertekend.

De bedoeling is dat politie en Justitie een oordeel kunnen vellen over de praktijken (en gevolgen) van Willem Engel, zo wordt gezegd.

Schermafbeelding van deel site aangiftewillemengel.nl.

Het merkwaardige is dat een type als Engel voortdurend ophitsende en verdeeldheid zaaiende uitspraken in de media kan doen en Justitie daar niet op reageert. De site stopwillemengel.nl formuleert dat zo: ‘Engel creëert een klimaat waarin onrust, destabilisatie, geweld en opstand de boventoon voeren. Het Openbaar Ministerie ziet het met lede ogen aan en grijpt niet in. Nog niet‘.

Het gaat er niet om dat ik het niet eens ben met de meningen van Engel. In Nederland mag iedereen zich een eigen mening vormen en die naar voren brengen. Een land met 19 partijen in het parlement garandeert pluriformiteit. Dat moet zo blijven. Het gaat erom dat Engel bewust de democratie en de rechtsstaat ondermijnt. Hij ontkent dat en denkt zo geen verantwoording af te hoeven leggen. Justitie moet in deze zaak duiken om te toetsen of Engel binnen de wet handelt of daar buiten gaat. In dat laatste geval kan Justitie hem een sanctie opleggen.

Of de afwachtende houding van Justitie wordt ingegeven door koudwatervrees, angst, gebrek aan urgentie, lethargie of instemming met Engel blijft de vraag.

Justitie wil en mag niet politiek opereren, maar als agitatoren als Engel of Baudet bewust de samenleving, tijdens notabene een gezondheidscrisis vanwege de COVID-19 pandemie, met misleiding, onwetenschappelijke kwakzalverij, leugens en insinuaties over gebruik van geweld ondermijnen dan is op een gegeven moment de maat vol. Agitatie kent grenzen. Dan dient Justitie in actie te komen vanwege de weerbaarheid van de democratie. Afwachten en niet ingrijpen is geen optie omdat een langzame zelfmoord van de samenleving ongewenst is.

In de VS is iets vergelijkbaars aan de hand. Er zijn volop aanwijzingen dat voormalig president Donald Trump de initiator en regisseur van de opstand van 6 januari 2021 is die een hoogtepunt vond in de bestorming van het Capitool. Het gebruik van geweld door de opstandelingen leidde tot de verwonding en dood van ordehandhavers. Ook in de VS blijft Justitie op de handen zitten en onderneemt niks tegen Trump die de democratie omver wilde werpen.

Nu is Willem Engel van een andere orde dan Donald Trump. Engel is een onruststoker in de marge zonder politieke macht. Zijn verdienmodel als voormalig dansleraar is flinterdun: opruien om er financieel, maatschappelijk en publicitair beter van te worden.

Het is de vraag of de aandacht die Engel nu krijgt door de aanklacht tegen hem uiteindelijk goed uitpakt. Het is een gok. Als Justitie krachtig ingrijpt, dan is de aanklacht zinvol. Als Justitie blijft aarzelen zoals het tot nu toe heeft gedaan, dan profiteert Engel en krijgt hij nog meer publiciteit.

Nogmaals, Justitie is onpartijdig en apolitiek. Dat moet zo blijven. Ook is de vrijheid van meningsuiting groot, maar niet onbeperkt. Dat zeggen de Grondwet en het het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is aan Justitie om achteraf de uitspraken en daden van Engel te toetsen. Daar vraagt de aanklacht om.

De aanklacht tekenen om Willem Engel te stoppen kan hier.