In Nederland wint laffe journalistiek het van weerbare journalistiek

Thierry Baudet (FvD) en Geert Wilders (PVV) tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat / ANP. 2021.

Het is niks nieuws om het te zeggen en ik heb het de afgelopen jaren in blogposten, al voor de opkomst van Donald Trump, herhaaldelijk gezegd, de media zijn niet links, maar rechts. Toen moest het ergste nog komen. De media hebben in de VS de opkomst van Donald Trump mogelijk gemaakt. Zie mijn commentaar uit 2015.

De redenen daarvoor waren divers: gebrek aan historisch besef en intellectuele denkkracht bij journalisten, gemakzucht en lui denken van journalisten, en opportunisme en eenzijdige prioriteit voor het eigen economische belang bij de gevestigde (‘establishment’) media. Het excuus daarvoor is dat ze vechten om te overleven en daarom geen keuze hebben. Maar de vraag is wat dat soort media nog waard is en maatschappelijk toevoegt.

Journalisten en media hebben gefaald. Ze hebben de ultrarechtse politici in de VS en in Europa niet even kritisch benaderd als ze dat deden bij politici van centrumpartijen of de gematigd linkse politiek.

Het meest opvallende is dat de journalistiek nog steeds niet tot het inzicht is gekomen dat het niet alleen terughoudend en slordig heeft gehandeld, maar een noodzakelijke rol heeft gespeeld in de normalisering van ultrarechts. Van Trump, van Wilders, van Baudet.

De fout die journalisten van De Volkskrant, NRC en Trouw blijven maken ontspruit vanuit het verkeerde idee dat bij elke hoor wederhoor past. Als dat gaat om mening A tegenover mening B, dan klopt dat. Maar niet als het gaat om een democratische overtuiging tegenover een anti-democratische overtuiging. Journalisten verschuilen zich achter hun beroepscode en menen vanuit eigen perspectief op veilig te spelen, maar bereiken voor het geheel het omgekeerde: onveiligheid voor de democratie.

Het feilen van de gevestigde media is dat ze dit onderscheid niet willen of kunnen maken. Ook dat ze achteraf hun gemaakte fout niet willen toegeven en van die fout weinig hebben geleerd toont niet de sterkte, maar de essentiële zwakte van de journalistiek. De ethiek en het democratisch besef zijn ondergeschikt aan persoonlijke en economische overwegingen.

Als er een verantwoordelijke, volwassen journalistiek zou bestaan, dan zouden media en journalisten dagelijks het ultrarechtse gedachtengoed van een partij als FVD signaleren. Maar dat laten ze na, hoewel ze wel een kritische houding zijn gaan aannemen. Dat is echter niet structureel, maar incidenteel.

Tot op de dag van vandaag normaliseren Nederlandse media het ultrarechtse gedachtengoed. Tot mijn verbijstering gaf in december 2021 omroep 1Twente Enschede het ultrarechtse Fvd-Kamerlid Pepijn van Houwelingen die de democratie en de rechtsstaat wil ontmantelen volop publiciteit. Deze omroep is ziende blind en het zou nog tot daar aan toe zijn als dit de uitzondering was. Maar dat is niet zo.

In een commentaar omschreef ik dat als volgt: ‘Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.’

Pas nadat de ultrarechtse politici door de journalistiek en de gevestigde media op het schild werden gehesen zonder dat aan hen een strobreed in de weg werd gelegd is in de journalistiek een aarzelend besef ontstaan dat het daar mede voor verantwoordelijk is. Maar zelfs dat heeft nauwelijks geleid tot zelfreflectie, laat staan zelfinzicht van individuele journalisten en directeuren van media-organisaties. De durf, mentaliteit en grootmoedigheid om dat publiekelijk toe te geven ontbreekt. Zo ziet weerbare en verantwoordelijke journalistiek er niet uit, maar laffe journalistiek wel.

De journalistiek wil zich niet de maat laten nemen en kruipt steeds weer weg voor het nemen van verantwoordelijkheid. Zo is het niet in staat om een nieuwe start te maken door te werken aan het herstellen van de eigen geloofwaardigheid en het weggezakte publieke vertrouwen. Er is geen weerwoord voor het verwijt dat de journalistiek verantwoordelijk is voor het eigen falen. Daarom zwijgt het achteraf. Een mea culpa is de vloek in de redactieruimte. De meerderheid van het publiek ziet met lede ogen de kortzichtigheid van de journalistiek aan.

Benoem fascisten als fascisten. Het werkt averechts om fascisme met andere begrippen te vermengen

Poster ‘Fascisme is slavernij‘, 1980. Bewerking van linoleumsnede van Gerd Arntz. Collectie: Internationaal Instituur voor Sociale Geschiedenis.

Deze poster uit 1980 zegt dat fascisme slavernij is. Deze slogan wordt zonder bronvermelding boven een linoleumsnede van de Duits-Nederlandse ontwerper Gerd Arntz uit 1935/1936 geplaatst. Hij werd bekend om zijn zogenaamde isotype en werkte voor het CBS.

De context uit 1935 is anders dan in 1980. Nadeel van het hergebruik van oud bronmateriaal is dat de nuance van ‘het verhaal’ van toen ondergeschikt wordt gemaakt aan de situatie van nu die daar niet volledig in past. Zo gaat de nuance van het verhaal van toen verloren.

Toegespitst op deze linoleumsnede van Arntz, in hoeverre komen de Nazi’s en de Duitse oorlogsindustrie uit 1935 overeen met de in het Westen heersende klasse en de Westere oorlogsindustrie van 1980? Zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten? Is de positie van de Duitse arbeiders in 1935 hetzelfde als de positie van de werknemers in 1980?

Activisten hebben er een handje van om begrippen te vermengen. Dat werkt niet altijd verhelderend. De begrippen die al te makkelijk met elkaar vermengd worden zijn onder meer: rassenhaat/racisme, mensenhaat, vrouwenhaat, vreemdelingenhaat, seksuele discriminatie, uitbuiting, slavernij, (neo)-kolonialisme, neo-nazisme, imperialisme, antisemitisme, clericalisme en apartheid.

Door het een uit het ander te laten volgen (‘Racisme leidt tot fascisme‘) of het fascisme te beperkt te interpreteren ‘Fascisme is slavernij‘ of ‘Fascisme is moord‘ gaan de historische nuances van toen en nu verloren.

Dat is jammer omdat dan ook het aloude parool ‘Wees Waakzaam‘ afgezwakt worden. Juist nu is waakzaamheid geboden omdat de democratie onder druk staat en zich weerbaar op dient het stellen. De dreiging is sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet zo groot geweest.

Hedendaagse fascisten als Donald Trump en Thierry Baudet moeten zonder schroom en zonder slag om de arm genoemd worden wat ze zijn: fascisten. Activisten moeten begrijpen dat het averechts werkt om dat te verbinden met begrippen die volgen uit het eigen hobbyisme of segment van het activisme. Dat leidt af van de essentie en verzwakt door stapeling een glasheldere uitspraak die het fascisme afwijst.

Gepensioneerde generaals waarschuwen voor rechts-extremisten in krijgsmacht en hun rol in een opstand in 2024

Hoe het komt is voer voor psychologen, maar veel militairen, politieagenten en mensen werkzaam in de veiligheidsindustrie voelen zich aangetrokken tot extreem-rechts gedachtengoed. Of dat heeft te maken met een zelfbeeld van mannelijkheid, fascinatie voor wapens en uniformen en een compensatie voor een gevoeld gemis is de vraag.

De gepensioneerde Amerikaanse brigade-generaal Steven Anderson, die zegt een conservatieve Republikein te zijn, heeft zich met twee ex-collega’s in een opinie-artikel in The Washington Post uitgesproken over het gevaar van de rechts-extremistische ondermijning van de democratie via de krijgsmacht. Hij meent dat de krijgsmacht zich nu moet voorbereiden op een opstand in 2024 voor het geval oud-president Trump via een opstand een greep naar de macht doet.

Schermafbeelding van deel opinie-artikel3 retired generals: The military must prepare now for a 2024 insurrection‘ in The Washington Post, 17 December 2021.

Militairen leggen een eed af om de Amerikaanse grondwet te beschermen, maar daar kunnen ze van af gaan wijken als ze in een politiek verwarde situatie opstandelingen volgen. Dan dreigt de krijgsmacht te splijten tussen een deel dat de grondwet volgt en een ander deel dat er tegenin gaat. Een burgeroorlog ligt dan op de loer. Het is een droomscenario voor tegenstanders van de VS, zoals China en de Russische Federatie die er alle baat bij hebben om de verdeeldheid en splijting aan te wakkeren. Daarom wordt dit gezien als een onderwerp van nationale veiligheid.

In Duitsland onderzocht in 2020 de militaire inlichtingendienst MAD meer dan 700 verdenkingen van rechts-extremisme in een elite-eenheid van de Bundeswehr, aldus een bericht van het Duitsland Instituut. In alle landen screenen de inlichtingendiensten de krijgsmacht op extremisten of rechts-extremistische cellen.

Hoe het komt dat er veel extreem-rechtse militairen zijn is een vraag over de kip en het ei. De MIVD zei in haar jaarverslag 2020 (p. 13): ‘De MIVD heeft geconstateerd dat rechts-extremistische jongeren werken voor de krijgsmacht aantrekkelijk vinden. Deze ontwikkelingen zijn voor de MIVD redenen geweest om in 2020 het onderzoek naar rechts-extremisme te intensiveren.

Omdat militairen makkelijk toegang hebben tot wapens, doelmatig en georganiseerd in groepen kunnen opereren en hun commandanten korte lijnen hebben met politieke machtscentra vormen ze een reeële dreiging voor de democratie.

Het idee was altijd dat militairen ondergeschikt zijn aan de politiek en de krijgsmacht a-politiek is. Maar dat idee wordt door de rechts-extremisten niet gevolgd. Aan de opstand van 6 januari 2021 die uitmondde in de bestorming van het Capitool namen relatief veel rechts-extremisten uit de krijgsmacht, de politie en andere veiligheidsdiensten deel, aldus een bericht van PBS.

In de aanloop van de presidentsverkiezingen in november 2016 sprak een andere conservatieve Republikeinse generaal Michael Hayden zich uit tegen het presidentschap van Donald Trump. Dit fragment van februari 2016 uit de show van Bill Maher is nog steeds actueel door uitspraken van toenmalig president Trump in juni 2020 om federale militairen in te zetten bij het neerslaan van de demonstraties die ontstonden in reactie op de moord van George Floyd. De militaire en politieke top van het ministerie van Defensie nam toen collectief afstand van Trumps voornemen. De krijgsmacht toonde hiermee meer stabiliteit en rechtsstatelijkheid dan de politie.

Ook een reeks oud-militairen nam in harde bewoordingen afstand van Trump. Ze hadden hun reactie met elkaar afgestemd. Salon zette ze in een artikel van 6 juni 2020 op een rij. Generaal Hayden heeft het in dit fragment specifiek over de bestrijding van het terrorisme door Trump die de rechtsstaat te buiten gaat en daarom onaanvaardbaar is. Maar er klinkt meer in door: een onafhankelijke opstelling van de krijgsmacht die zich niet laat sturen door Trump als hij in hun ogen de nationale veiligheid in gevaar brengt.

Bill Maher heeft het over een militaire coup, maar het tegendeel lijkt waar: de steun van in elk geval de top van de krijgsmacht voor het volk om de diefstal van de democratie door Trump en zijn medestanders te voorkomen. Militairen zweren trouw aan de grondwet, niet aan de president. Probleem is alleen dat rechts-extremistische militairen dat standpunt verlaten hebben. Ze moeten uit de krijgsmacht verwijderd worden omdat ze een gevaar voor de democratie zijn en geen staat in de staat moeten kunnen vormen.

De screening van radicale elementen gebeurt in alle landen. Maar het is een complex proces waarin tot nu toe alleen de meest uitgesproken extremisten in beeld komen. De slapende extremisten die in het geheim een opstand tegen de democratie voorbereiden en zich daarom betrekkelijk stil houden komen nauwelijks in beeld van de interne diensten die hier onderzoek naar doen. Het is de taak voor de politieke en militaire leiding van de ministeries van Defensie om de dreiging van de rechts-extremisten in de krijgsmacht, politie en veiligheidsdiensten uiterst serieus te nemen en er hard actie op te laten volgen. De democratie staat op het spel.

Mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps. Journalistiek staat voor de keuze tussen hersenloze neutraliteit en weerbaarheid, moed en strijdlust om de democratie te verdedigen

Schermafbeelding van deel opinie-artikelNee, Alexander Klöpping, we hebben niet meer leiders maar meer feiten nodig in de journalistiek‘ van Freek Staps in NRC, 6 december 2021.

De afgelopen dagen konden we getuige zijn van een mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps in NRC. Staps reageerde op Klöpping. Er werden van beide kanten grote woorden gebruikt, maar de kern van het probleem waar het om zou moeten gaan werd in mijn ogen onvoldoende benoemd en sneeuwde onder. Dat komt door een onhandige en verkeerde focus van Klöpping die zijn kritiek ophangt aan de verslaggeving over de COVID-19 maatregelen van de overheid en een verongelijkte, verdedigende houding en beperkte taakopvatting van Staps. Dat is jammer, want er is wel degelijk iets mis met de journalistiek en kritiek erop is zinvol en nodig.

Schermafbeelding van deel opinie-artikelLaat de actiejournalistiek niet over aan boulevardkranten‘ van Alexander Klöpping in NRC, 3 december 2021,

In het commentaarOok Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘ van 4 december 2021 formuleerde ik wat ik als de kern van het probleem zie als volgt: ‘Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer’.

Op een neutrale houding van de journalistiek waarbij iedereen aan het woord komt heeft Klöpping naar mijn idee terechte kritiek. Hij zegt: ‘Het blijven streven naar neutraliteit van kranten en talkshows is een ziekte geworden. Zelfs de antijournalistieke sentimenten van antivaxers en FVD-hitsers krijgen eindeloos zuurstof door er objectief over te berichten. In plaats daarvan zouden media ook stelling kunnen nemen: wij vinden dat het verdacht maken van de journalistiek als geheel niet thuishoort in onze krant of uitzending. Of wij geloven erin dat iedereen die het kan, zich moet laten vaccineren. Of wij geloven dat mensen klimaatverandering veroorzaken en dat hard ingrijpen nodig is om de aarde leefbaar te houden.’

Staps noemt de kritiek van Klöpping ‘humbug‘. Maar opvallend is dat hij in zijn reactie voorbijgaat aan de kern van Klöppings kritiek en zich ertoe beperkt te scoren op ondergeschikte punten. Zoals gezegd, Klöppings kritiek is verre van ideaal. Zijn kritiek op de journalistiek verdient een betere onderbouwing met andere accenten. Maar in de kern is zijn kritiek zinvol en slaat de spijker op de kop.

In genoemd commentaar van 4 december 2021 verwees ik naar Dana Milbank die vorige week vrijdag 3 december in een column in The Washington Post min of meer hetzelfde zegt als Klöpping. Niet over de Nederlandse, maar over de Amerikaanse journalistiek. Namelijk dat journalisten medeplichtigen zijn aan de moord op de democratie: ‘My colleagues in the media are serving as accessories to the murder of democracy‘. Het valt Milbank op dat de media president Biden harder aanvallen dan voormalig president Trump, terwijl volgens hem de eerste veel minder redenen heeft om kritiek te krijgen. Er is blijkbaar een ander mechanisme werkzaam dat de journalistiek in haar greep heeft en afleidt van haar taken.

Er zijn accentverschillen, want de medeplichtigheid van journalisten aan de moord op de democratie is niet bij alle media identiek en even bezield en ernstig. Er zijn ook voorbeeldige media die hun taak prima uitvoeren. In de kern lijkt het tekort van de huidige journalistiek te draaien om de taakopvatting van journalisten. Die wordt in een defensieve reflex en vanuit een zekere hoogmoed verwoord door Staps en komt erop neer dat beroepsbekwaamheid, respect voor de feiten en het werken volgens een beroepscode (Code van Bordeaux) voldoende zijn om journalistiek te bedrijven.

Klöpping en ook Milbank voegen daar een morele dimensie aan toe die Staps mist. Moreel in de betekenis van geestelijke weerbaarheid, moed en strijdlust. Milbank concludeert: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een ​​standpunt in te nemen’. Het is de hersenloze neutraliteit van journalisten die Klöpping aan de orde stelt en waarvan Staps niet eens lijkt te beseffen dat het een probleem is, maar hij notabene als verdienste ziet.

Mogelijk worden die uiteenlopende opvattingen over wat de taak van de journalistiek is extra op scherp gesteld door een generatieconflict tussen ‘de oude hap’ die is geschoold in de traditionele journalistiek van de vorige eeuw en daarmee doordesemd is en de nieuwkomers die interdisciplinair en intermediair zijn en de journalistiek als mengvorm zien.

Uiteraard moeten journalisten naar alle kanten toe sceptisch en onafhankelijk zijn. Dat kan door zich duidelijk bewust te zijn van de eigen positie en die steeds weer te benoemen. Niet als verantwoording, maar als verheldering. Essentieel is dat journalisten zich in tijden waarin rechts-populisme in opkomst is en de democratie bedreigt laten kennen als expliciete aanhangers van de democratie. Dat ontbreekt er tot nu toe aan. Het is de uitdaging voor de hedendaagse journalistiek om een en ander te combineren.

Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie

Schermafbeelding van deel columnThe media treats Biden as badly as — or worse than — Trump. Here’s proof‘ van Dana Milbank in The Washington Post, 4 december 2021.

Het is een oud, welbekend probleem. Journalisten zijn de doodgravers van de democratie, maar door een gebrek aan zelfkennis ontkennen ze dat. Ze zouden ‘objectief’ verslag doen. Als ze trouwens al door anderen ter verantwoording worden geroepen. Journalisten zouden boven kritiek staan. Objectieve analyse ontbreekt of komt niet buiten het wetenschappelijke domein.

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.

Media zoals De Correspondent of De Groene Amsterdammer hebben wel de journalistieke ambitie om door onderzoek achter de schone schijn van ultra-rechts te kijken, maar voor de publieke opinie zijn ze marginaal en weinig invloedrijk. Af en toe komen de gevestigde media met onderzoeksartikelen of scherpe analyses die dat ook beogen, maar dat blijven incidenten met weinig blijvende waarde.

Andere journalisten hadden zelfs dit zelfbesef achteraf niet. Als types als Jort Kelder of Wierd Duk die de rode lopen uitrollen voor ultra-rechts al journalist kunnen worden genoemd en niet politieke activisten die zich de uiterlijkheden van de journalist aanmeten. Ze worden aanvaard binnen hun beroepsgroep en het publiek ziet hen als journalist.

Schermafbeelding van een diagram over het vertrouwen in journalisten dat in Nederland met 30% betrekkelijk hoog is. In: GLOBAL TRUSTWORTHINESS INDEX 2021 van Ipsos, oktober 2021.

Wie op dit moment de Nederlandse kranten leest of naar nieuwsrubrieken als Op1 of Nieuwsuur kijkt kan niet anders dan concluderen dat premier Rutte en minister De Jonge, de partijleiders Kaag, Hoekstra en Segers door de media tot schietschijf zijn gemaakt. Ze krijgen dagelijks van alle kanten volop kritiek. Het lijkt onderhand op een kruistocht tegen de middenpartijen. Wat willen de journalisten aantonen die daar aan meewerken en beseffen ze wel waar ze mee bezig zijn?

Het is niet dat deze politici door respectievelijk een ondoelmatige en chaotische aanpak van de COVID-19 pandemie en de verprutste en onprofessionele werkwijze in de formatie geen kritiek verdienen. Dat verdienen ze ten volle. De generatie politici die nu aan de bal is blinkt niet uit in kwaliteit. Het punt is dat de media geen objectief, omvattend beeld geven van de omgeving waarin deze politici opereren.

Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer.

Politieke journalisten staan liever routinematig met verkeerde, dan hulpeloos met lege handen.

In een column voor de Washington Post gaat Dana Milbank in op de houding van de media tegenover de politiek. Hij onderbouwt de stelling dat de media president Biden slechter behandelen dan ze voormalig president Trump behandelden. Hij concludeert aan de hand van een analyse van meer dan 200.000 artikel dat waarmee ik begon: ‘Mijn collega’s in de media zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘.

Het beleid rechtvaardigt dat niet. De aanpak van voormalig president Trump van de pandemie was rampzalig en kostte velen onnodig het leven. President Biden heeft op de puinhopen van Trumps aanpak het probleem van de besmettingen doelmatig aangepakt. Maar nog meer dan in Nederland zetten om politieke redenen anti-vaxxers hun lichaam in om het vaccinatiebeleid van de zittende regering te ondermijnen. Daar doen in beide landen journalisten niet goed verslag van. Of ze durven niet of ze willen niet of wat erger is, ze zien het niet.

Er is meer in Trumps beleid dat de toets der kritiek niet kon doorstaan en Biden beter doet. Zoals belangrijke wetgeving die Biden succesvol door het congres loodst. In de media is dat niet terug te vinden in de verslaggeving. Zo krijgt de deconstructivist Trump een positievere pers dan Biden die zich constructief opstelt. Journalistiek is de omkering van waarden geworden.

Hoe dat komt verklaart Milbank zo: ‘Ik vermoed dat mijn collega’s in de media het slachtoffer zijn geworden van onze asymmetrische politiek. Biden regeert volgens traditionele normen, terwijl de Republikeinen een schokkende campagne voeren om hem te delegitimeren met de ene verzonnen aanklacht na de andere. Deze week dreigden de Republikeinen met een sluiting van de regering om de vaccinmandaten van Biden te blokkeren, na een jaar van inspanningen om vaccinatie te ontmoedigen. Maar, ongelooflijk, ze geven Biden tegelijkertijd de schuld van sterfgevallen door coronavirus – sterfgevallen die bijna volledig voorkomen onder niet-gevaccineerden,’

Milbanks concludeert over de Amerikaanse media wat in mindere mate ook geldt voor de Nederlandse media. In Nederland staat nog niet het voortbestaan van de democratie op het spel zoals in de VS, maar wel de sociale cohesie en de geloofwaardigheid van de politiek: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Waarom ik aanklacht van burgerinitiatief om Willem Engel te stoppen onderteken

Schermafbeelding van deel site stopwillemengel.nl.

Vandaag heb ik de aangifte tegen Willem Engel ondertekend en is die officieel ontvangen door het OM. Dit burgerinitiatief om Engel te stoppen die van opruiing wordt beschuldigd is opgezet door Norbert Dikkeboom. Volgens berichten in de media hebben op dit moment al zo’n 10.000 mensen de aanklacht ondertekend.

De site met informatie over Engel (stopwillemengel.nl) is hier te vinden en de aanklacht kan hier (aangiftewillemengel.nl) ondertekend worden.

Schermafbeelding van deel site aangiftewillemengel.nl.

Ik ben het eens met de aanklacht tegen Engel en heb die daarom ondertekend.

De bedoeling is dat politie en Justitie een oordeel kunnen vellen over de praktijken (en gevolgen) van Willem Engel, zo wordt gezegd.

Schermafbeelding van deel site aangiftewillemengel.nl.

Het merkwaardige is dat een type als Engel voortdurend ophitsende en verdeeldheid zaaiende uitspraken in de media kan doen en Justitie daar niet op reageert. De site stopwillemengel.nl formuleert dat zo: ‘Engel creëert een klimaat waarin onrust, destabilisatie, geweld en opstand de boventoon voeren. Het Openbaar Ministerie ziet het met lede ogen aan en grijpt niet in. Nog niet‘.

Het gaat er niet om dat ik het niet eens ben met de meningen van Engel. In Nederland mag iedereen zich een eigen mening vormen en die naar voren brengen. Een land met 19 partijen in het parlement garandeert pluriformiteit. Dat moet zo blijven. Het gaat erom dat Engel bewust de democratie en de rechtsstaat ondermijnt. Hij ontkent dat en denkt zo geen verantwoording af te hoeven leggen. Justitie moet in deze zaak duiken om te toetsen of Engel binnen de wet handelt of daar buiten gaat. In dat laatste geval kan Justitie hem een sanctie opleggen.

Of de afwachtende houding van Justitie wordt ingegeven door koudwatervrees, angst, gebrek aan urgentie, lethargie of instemming met Engel blijft de vraag.

Justitie wil en mag niet politiek opereren, maar als agitatoren als Engel of Baudet bewust de samenleving, tijdens notabene een gezondheidscrisis vanwege de COVID-19 pandemie, met misleiding, onwetenschappelijke kwakzalverij, leugens en insinuaties over gebruik van geweld ondermijnen dan is op een gegeven moment de maat vol. Agitatie kent grenzen. Dan dient Justitie in actie te komen vanwege de weerbaarheid van de democratie. Afwachten en niet ingrijpen is geen optie omdat een langzame zelfmoord van de samenleving ongewenst is.

In de VS is iets vergelijkbaars aan de hand. Er zijn volop aanwijzingen dat voormalig president Donald Trump de initiator en regisseur van de opstand van 6 januari 2021 is die een hoogtepunt vond in de bestorming van het Capitool. Het gebruik van geweld door de opstandelingen leidde tot de verwonding en dood van ordehandhavers. Ook in de VS blijft Justitie op de handen zitten en onderneemt niks tegen Trump die de democratie omver wilde werpen.

Nu is Willem Engel van een andere orde dan Donald Trump. Engel is een onruststoker in de marge zonder politieke macht. Zijn verdienmodel als voormalig dansleraar is flinterdun: opruien om er financieel, maatschappelijk en publicitair beter van te worden.

Het is de vraag of de aandacht die Engel nu krijgt door de aanklacht tegen hem uiteindelijk goed uitpakt. Het is een gok. Als Justitie krachtig ingrijpt, dan is de aanklacht zinvol. Als Justitie blijft aarzelen zoals het tot nu toe heeft gedaan, dan profiteert Engel en krijgt hij nog meer publiciteit.

Nogmaals, Justitie is onpartijdig en apolitiek. Dat moet zo blijven. Ook is de vrijheid van meningsuiting groot, maar niet onbeperkt. Dat zeggen de Grondwet en het het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is aan Justitie om achteraf de uitspraken en daden van Engel te toetsen. Daar vraagt de aanklacht om.

De aanklacht tekenen om Willem Engel te stoppen kan hier.

Bestaansreden van Russische propaganda staat van vele kanten onder druk. Voorbeeld van een bericht op RT

I. Op het eerste gezicht weet je nooit of je moet lachen of huilen om de gekleurde informatie van de Russische propagandazender RT. Niet altijd is de informatie onjuist, maar is die zo eenzijdig dat het de kennis over een onderwerp niet vergroot, maar op zijn best mystificeert. Omdat het die slechts van een kant belicht. Dat valt op te vatten als omleiding en misleiding. RT mist de politieke ruimte om breed, open, onpartijdig en zonder vooringenomenheid te kunnen informeren.

Doorgaans bevatten nieuwsberichten van RT feitelijke onjuistheden die nodig zijn om die gekleurde informatie aannemelijk te maken. Daartoe moet een casus met kleine leugens wat bijgebogen worden. Dan gaat RT aantoonbaar de fout omdat het het zelfbeeld waar het zich op beroept zelf omver kegelt. Namelijk dat het een alternatief biedt voor westerse media en journalistiek op een hoger plan staat. Dat laatste klopt dan niet. Het is overigens niet aannemelijk dat de leiding van RT dat zelf gelooft. Het is politieke marketing voor uitwendig gebruik.

II. Sinds najaar 2013 toen de spanningen tussen de Russische Federatie en Oekraïne opliepen hebben de op een Europees publiek gerichte Russische propagandazenders breed ingezet op misleiding over Oekraïne. Alle moeite werd gestoken in het ondermijnen van de steun voor Kiev en het verdelen van een Europees publiek. Of dat is gelukt is de vraag.

Dat is slecht gelukt via de Russische propagandazenders als RT en Sputnik omdat die met hun Engels-, Duits-, Frans-, Arabisch- en Spaanstalige edities een klein bereik hebben. Het op de VS gerichte RT werd een mislukking omdat het niet wist door te dringen tot kabelnetten. Het al 16 jaar bestaande RT heeft zichzelf overleefd en valt te beschouwen als een mastodont met de pretentie van een algemene zender die naar de marge van de sociale media is verdrongen.

De paradox is dat de Russische propaganda die internationaal gericht is wel succesvol is geweest via sociale media, zoals Facebook en Twitter. De inschatting is dat Donald Trump zijn overwinning als president in 2016 grotendeels te danken heeft aan de Russische steun via sociale media. Ook mengden Russische sociale media zich afgelopen jaren in de verkiezingsstrijd in Frankrijk en Duitsland.

III. De paradox van de paradox is dat in de VS de Russische propaganda niet meer nodig is omdat de extreem- en radicaal-rechtse aan de Republikeinse partij gelieerde actoren in praktijk brengen wat het Kremlin vijf jaar geleden deed. Rechtse Amerikanen zijn zelfvoorzienend geworden wat propaganda en ondermijning van de Amerikaanse samenleving en politiek betreft. Het land koerst af op de afgrond en de vraag is of de krachten die dat willen verhinderen sterker zullen blijken te zijn dan de krachten die dat beogen.

Dat thematiseert wat nog de rol is voor Russische propagandazenders als RT en Sputnik en de Russische trollenfabrieken die continu via sociale media misleidende berichten versturen. Zonder de noodzaak voor grote campagnes hoeft het Kremlin alleen de druk op de ketel te houden om te zorgen dat westerse publieken zich blijven keren tegen hun eigen overheden.

De onderwerpen waarmee dat gebeurt vormen een archeologische laag van de recente actualiteit. De Krim vanaf voorjaar 2014 en de misleidingscampagne vanaf zomer 2014 over de Russische schuld aan het neerschieten van de MH17 is gevolgd door een campagne over westerse sancties vanwege de Russische inmenging in Oost-Oekraïne en de bezetting van de Krim vanaf augustus 2014, de Brexit, het Schotse referendum, Nord Stream II, de opeenvolgende migratiecrises van Turkije tot Wit-Rusland en het Verenigd Koninkrijk, de coronapandemie en allerlei onderwerpen die de EU of de VS kunnen verzwakken en in een kwaad daglicht stellen.

IV. De tragiek van propaganda is dat ze niet alleen afleidt van de waarheid en nieuwsconsumenten op het verkeerde been zet, maar een land dat die propaganda bedrijft in een parallelle werkelijkheid terecht laat komen. De grootste schade van propaganda ondervindt uiteindelijk het land dat die propaganda bedrijft omdat het in een spiegelpaleis van fantasieën verzeild raakt. Om daarin te kunnen volharden dient het zichzelf een vals zelfbeeld voor te spiegelen waar het na verloop van tijd wellicht niet diep in gaat geloven, maar zich toch naar gaat gedragen door mentaal binnen de contouren ervan te blijven. Dat zijn de lijnen van eenzijdigheid.

De Russische propaganda heeft de natievorming van Oekraïne vertraagd, maar ook versneld. Dat is een andere paradox. Net zoals de machthebbers in het Kremlin een buitenlandse vijand construeren (‘omsingelingscomplex‘) om de steun van de bevolking te winnen en af te leiden van binnenlandse problemen, zo werkt de propaganda ook in het land dat het doelwit ervan is. Mits het besef bestaat dat die buitenlandse propaganda op het eigen land gericht is en probeert schade aan te richten. Dat besef bestaat in Oekraïne.

Een meerderheid van de Oekraïeners is door de Russische propaganda en inmenging in hun land extra standvastig geworden. Mede omdat het ziet dat het in de Russische Federatie economisch slecht gaat en het land zich beweegt in de richting van een autoritaire staat waar rechten van burgers geschonden worden. De natievorming van Oekraïne gaat langzaam, maar gestaag door en door de Russische propaganda is het land eerder in de richting van de VS en Europa gedraaid, dan dat het zich er van afgekeerd heeft. Dan werkt propaganda op de lange termijn averechts.

V. Mijn reactie bij bovenstaande video (vertaald):

Het is niet ‘Europe’ zoals RT zegt, maar Duitsland dat de certificering van Nord Stream II tegenhoudt. Die vertraging heeft het Russische Gazprom volledig aan zichzelf te wijten. Het dacht te kunnen volstaan met Zwitserse jurisdictie en de procedure niet serieus te hoeven nemen, maar het Duitse Bundesnetzagentur oordeelde daar anders over.

In de EU kunnen zaken niet door corruptie en steekpenningen beslist worden zoals in de Russische Federatie. Dat verschil in cultuur heeft Gazprom verkeerd ingeschat omdat het dacht de eigen corruptie naar Duitsland te kunnen exporteren. Dat werkt bij personen als oud-kanselier Schröder en andere oud-politici die met Russisch geld gekocht worden, maar niet met een Duitse institutie.

Servie is geen lid van de EU of een bondgenoot van westerse landen, maar een satelliet van het Kremlin, zodat het volkomen irrelevant is wat de Servische president over sancties zegt. Het valt ook te bezien of het juist is wat hij zegt, namelijk dat sancties tegen het belang van ‘Rusland’ ingaan.

Voor de duidelijkheid, die sancties werden in 2014 ingesteld door de onwettige bezetting van de Krim door troepen van de Russische Federatie. Die Russische bezetting schaadt de internationale rechtsorde en is in strijd met internationale verdragen. Servie stemde in 2014 niet tegen de breed aangenomen VN-resolutie 68/262 die de bezetting door de Russische Federatie van de Krim veroordeelde en het zogenaamde referendum die dat moest legitimeren als ongeldig verklaarde. Servie was afwezig bij de stemming.

Het lijkt eerder zo te zijn dat de actie die tot de sancties leidde tegen het belang van het land en de Russische bevolking ingaat. Het land is door de onwettige bezetting van de Krim internationaal geïsoleerd geraakt door het onwettig handelen van president Poetin en zijn medestanders.

Internationale sancties gaan niet tegen het belang van de Russische bevolking in, maar tegen het leiderschap in het Kremlin dat het land beschouwt als haar privébedrijf waar het geld aan kan onttrekken alsof het land eigen bezit is. De Russische bevolking is daarvan het slachtoffer.

Door niet op te treden ondermijnt Merrick Garland onderzoek Huiscommissie 6 januari

Het is vandaag al 17 dagen geleden dat de Huiscommissie die de opstand van 6 januari 2021 onderzoekt een dagvaarding tegen Steve Bannon uitvaardigde. Maar Bannon komt niet opdagen om gehoord te worden en toont daarmee minachting voor het congres. Hij trotseert het congres en erkent de legitimiteit ervan niet.

Er zijn twee mogelijkheden om Bannon te laten getuigen. Het ministerie van Justitie kan hem vervolgen wegens minachting of het Huis kan zelf orde op zaken stellen door de eigen officier die is belast met de wetshandhaving, de zogenaamde Sergeant at Arms Bannon op te laten pakken. Dat laatste middel is sinds 1930 in onbruik geraakt.

Het gaat niet alleen om Bannon, maar om onderhand tientallen dagvaardingen waar geen gehoor aan wordt gegeven door degenen die betrokken waren bij de opstand van 6 januari 2021. Doorgaans treedt Justitie in dit soort gevallen van minachting na 9 dagen op. Of mensen komen niet opdagen of ze komen wel opdagen, maar beroepen zich valselijk op het zogenaamde executive privilege (voorrecht van de president om informatie achter te houden) om geen inhoudelijk antwoord te geven. Daardoor verliest het onderzoek van de Huiscommissie aan kracht.

Het is vooral de minister van Justitie Merrick Garland die onder vuur ligt voor zijn trage handelen. Aan Garlands integriteit wordt niet getwijfeld, maar wel aan zijn gevoel van urgentie en zijn gebrek aan besef dat het niet om een onbenullige zaak gaat, maar om een door Trump en de Republikeinen georkestreerde omverwerping van de democratie.

Glenn Kirschner schetst Garlands positie. Onder Trump was het ministerie van Justitie onder minister Bill Barr hevig gepolitiseerd en had het haar autonome positie verloren doordat het optrad als een soort privébureau voor Trumps politieke doelen. Garland wil die autonomie herstellen en zijn ministerie depolitiseren.

Door niet te handelen bereikt Garland het omgekeerde van wat hij beoogt. Want juist niet handelen in een kwestie die duidelijk een poging tot omverwerping van de democratie was is een politiek besluit. President Biden heeft verklaard om de autonome positie van het ministerie van Justitie te respecteren en kan nu minister Garland niet openlijk onder druk zetten.

Zo gijzelen op allerlei niveau’s de Democraten zichzelf in hun onmacht. Of in hun schroom om even brutaal, meedogenloos, onbuigzaam, kortzichtig en hard te zijn als de Republikeinen. De tragiek is dat in de politiek fatsoen onbruikbaar is. In een vijandige omgeving waar geen normale verstandhoudingen meer bestaan grenst fatsoen aan naïviteit en wereldvreemdheid.

Veel Democraten die dit mede lede ogen aanzien en actie willen worden chagrijnig en zien de steun voor hun partij afbrokkelen. De populariteitscijfers voor Biden blijven dalen. Overigens bekvechten de progressieve en gematigde facties in het congres met elkaar en kregen weinig voor elkaar, hoewel vorige week na maandenlang touwtrekken eindelijk een infrastructuurwet werd aangenomen.

De verwachting is dat de Republikeinen in november 2022 de meerderheid in het Huis terugpakken. Mede door het opnieuw inrichten van kiesdistricten en een programma van kiezersonderdrukking die gericht is op de Democratische achterban. De vertragende tactiek van Bannon en zijn medestanders werkt in het nadeel van de Democraten.

‘Urgentie’ is waar het aan schort bij de Democraten. Het is onbegrijpelijk dat het ministerie van Justitie voormalig president Trump nog steeds niet heeft aangeklaagd. Hoewel het daartoe het mandaat heeft en alle feiten schreeuwen om optreden. Het bewijs van Trumps nalatig handelen, obstructie en samenzwering om een legitieme uitslag te verwerpen is immens. Het levensgrote risico is een tweede opstand die wel slaagt en de Amerikaanse Republiek definitief om zeep helpt.

Als de Democraten in 2022 de macht in het Huis verliezen en de Republikeinen in 2024 het presidentschap winnen dan hebben ze dat aan zichzelf te wijten. Of het komt door labbekakkerigheid, angst, lafheid, foute prioritering, verdeeldheid, ondoelmatig optreden of een gebrek aan ambitie is niet van belang. De Democraten missen kansen en zinken weg in het moeras dat ze beloofden droog te leggen. Nog is het niet te laat, maar als het gevoel van urgentie, van een slechts eenmalige kans om hard en doelmatig op te treden uitblijft, dan is het over en uit.

Petitie ‘Vrijspraak voor Julian Assange’ is gedateerd en onvolledig

Schermafbeelding van deel petitieVrijspraak voor Julian Assange‘ van Robert Bos op Petities.nl.

Ik ben het oneens met de petitie Vrijspraak voor Julian Assange. Ik vind dat de onderbouwing niet klopt en het uitgangspunt van de petitie fout is dat Assange een journalist is.

Wat de petitie vergeet is dat Julian Assange een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Wat is er sinds 2012 veranderd? Het lijkt er sterk op dat Assange is geradicaliseerd. Wie hem op en gegeven moment hartstochtelijk verdedigden zijn daar een aanwijzing voor: complotdenker Alex Jones van Infowars, Sean Hannity van Fox News, UKIP-voorman en Brexiteer Nigel Farage en de Russische propagandazender RT. Dat is niet een gezelschap dat zweert bij democratie en rechtsstaat, maar juist het standpunt ondersteunt dat ‘media de vijand van de staat’ zijn. Dat roept de vraag op of Assange zelf wel een journalist is zoals hij claimt.

Over Assange bestaat sinds midden 2013 de controverse of hij een agent van Russische inlichtingendiensten is. Op zijn minst bestaat de verdenking dat hij er nauw mee heeft samengewerkt in de presidentscampagne van 2016 die Trump het presidentschap bracht. Roger Stone zou de tussenpersoon tussen het Kremlin en Trumps campagneteam zijn geweest.

Noam Chomsky geloofde in een gesprek met BBC’s Newsnight van mei 2017 niet dat aanklachten tegen Assange wegens een Zweedse verkrachtingszaak hout sneden. Daar heeft hij vermoedelijk gelijk in. In vele commentaren is in de jaren 2012-2014 op dit blog een lans gebroken voor Assange, zoals hier. Mijn toenmalige pro-Assange opstelling resulteerde in 2012 zelfs in kamervragen. Maar toen moest de Trump campagne en de Russische beïnvloeding via sociale media nog komen. Daarom is het perspectief van die Zweedse zaak niet actueel.

De vraag is hoe Assange beoordeeld moet worden. Is hij een journalist, een politieke activist of een ingelijfde medewerker van een ‘buitenlandse’ inlichtingendienst? En wat betekent dat dan voor zijn juridische positie?

Het heeft ermee te maken waar men de grens van de weerbare democratie legt. Bij gebleken of dreigende ondermijning is het aanvaardbaar dat counterintelligence diensten actie ondernemen om dat te beëindigen. Ze zijn immers bezig hun eigen democratie te beschermen. Dus als Assange deel van een operatie is om de Amerikaanse democratie en het electorale systeem te ondermijnen, dan kan hij verwachten dat er tegen hem wordt opgetreden door de zich aangevallen voelende instituties. 

Wat als achteraf blijkt dat hij eerst (zeg van 2010 – 2013) binnen de democratische spelregels een rol speelde die toentertijd in de Amerikaanse propaganda verkeerd werd voorgesteld als ondermijnend? De financieel-economische blokkade van WikiLeaks via druk van de regering Obama op PayPal en andere bedrijven maakte Assange afhankelijk van externe steun. Terwijl zijn steun daarvoor van kleine donoren kwam.

Wat als Assange uiteindelijk daadwerkelijk de ondemocratische, ondermijnende rol ging spelen die hem daarvoor abusievelijk door de Amerikaanse regering was toegekend? Waarbij zijn psyche door de omstandigheden pathologische trekjes ging vertonen en de self fulfilling prophecy uitkwam. Kan die omslag nog gereconstrueerd worden? 

Wie is er dan het meest schuldig, Assange, de Amerikaanse regering of de Russen die hem tegen de VS hebben opgezet? Of is dat gedeelde schuld?

John Schindler wees er in 2013 in een analyse op dat WikiLeaks via Israel Shamir waarschijnlijk geïnfiltreerd was door de Russische inlichtendienst. Dat verklaarde de opstelling van Wikileaks in de campagne van 2016 die volledig in lijn was met de opstelling van het Kremlin. De ‘progressieve’ Assange kwalificeerde tijdens de campagne de Democratische Hillary Clinton als kwalijker dan de Republikeinse Donald Trump. Daarmee probeerde Assange progressieve Democratische, pro-Bernie Sanders kiezers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Achteraf kan dat alleen maar begrepen worden vanuit het idee van een georkestreerde campagne om verschillende doelgroepen in de richting van Trump en weg van de Democraten te laten bewegen.

Verdient Assange juridische bescherming of heeft hij door vanaf 2013/2014 samen te spannen met het Kremlin zijn rechten verspeeld? Hoe dan ook is hij afgelopen 8 jaar door zijn activistische opstelling en handelswijze terechtgekomen in het kruisvuur tussen Kremlin en Witte Huis.

De internationale petitieDefend press freedom, defend Julian Assange‘ uit 2019 heeft drie gebreken. 1) Niet alle steunverklaringen zijn recent en sommige ervan gaan terug tot voor 2013/2014 toen Assange nog opereerde als journalist. Dat gaat voorbij aan zijn latere politieke verandering en radicalisering. 2) De supporters eisen niet allen hetzelfde. De een vraagt erom om Assange niet uit te leveren aan de VS, de ander vraagt om vrijlating. 3) De toon van de meeste steunverklaringen is een anti-Trump sentiment dat een pro-Assange opstelling grotendeels lijkt te bepalen. Acht maanden presidentschap van Joe Biden heeft de opstelling van de VS niet veranderd.

Als Assange in een kerker in Virginia verdwijnt, waar het trouwens nog niet naar uitziet, dan kan op zijn minst worden gezegd dat hij door zijn pro-Kremlin opstelling de Amerikanen alle munitie heeft gegeven om hem in handen te krijgen. Assange verdient het om berecht te worden voor zijn daden, maar een eerlijk proces zit er vermoedelijk niet in. Wie hoog spel speelt en verliest, heeft blijkbaar dat recht verspeeld. Dat is de harde praktijk van de strijd tussen landen. Wie niet oppast wordt daarin vermalen. Assange heeft hoog spel gespeeld en verloren. Dat kan hij alleen zichzelf verwijten.

De petitie ‘Vrijspraak voor Julian Assange’ slaat de plank mis door uit te gaan van de aanname dat Julian Assange een journalist is. Of hij een goede journalist was wat de petitie claimt is een aanname binnen een aanname. Van Assange kan aan de hand van de feiten gezegd worden dat hij tot 2013/2014 functioneerde als journalist, maar daarna niet meer.

Het is ondanks alle bovenstaande overwegingen toch begrijpelijk dat organisaties op het gebied van journalistiek en mensenrechten het opnemen voor Assange. Zeker tegen de achtergrond van boeman Trump die in 2019 het grotere kwaad was. Maar onbegrijpelijk is dat ze daarbij de draai die Assange in 2013/2014 gemaakt heeft niet noemen en zich uitsluitend richten op de eerdere periode. Ze eisen een zorgvuldige en schappelijk behandeling van Assange, maar onderbouwen hun eis zelf niet zorgvuldig en schappelijk. Daarmee beschadigen ze vooral hun eigen geloofwaardigheid en uiteindelijk ook Assange’s zaak door zo aantoonbaar eenzijdig te zijn en niet zijn negatieve kanten te noemen.

WNL praat anti-democratische acties van Trump goed

Over het itemWordt Trump opnieuw president van Amerika? ‘Hij weet iets te raken bij mensen‘ van 8 oktober 2021 van WNL heb ik fundamentele kritiek. Het praat Trumps daden goed en doet net alsof er niet iets enorm verkeerd is aan het handelen van deze voormalige president. Vooral na zijn verkiezingsnederlaag van november 2020 heeft Trump tegen de democratische rechtsstaat gehandeld. Dat alleen al diskwalificeert hem als kandidaat-president in 2024. WNL vult een rechts narratief in waarin Trump en de alt-right beweging worden genormaliseerd.

WNL kiest hiermee bewust partij voor Trump en tegen de Amerikaanse democratie. Het item is des te raadselachtiger omdat de aanwezige Amerikadeskundige Koen Petersen objectief is en kennis van zaken heeft. Maar zijn expertise wordt door WNL misbruikt om de eigen rechtse agenda te volgen. Dat is niet alleen slechte journalistiek, maar ook onaardig tegenover deze gast.

Onderzoek van PEW Research maakt trouwens duidelijk dat slechts 44% van de Republikeinen wil dat Trump in 2024 opnieuw de Republikeinse presidentskandidaat is. Dus de kop bij de video ‘Veel Republikeinen staan nog achter Trump‘ is betrekkelijk en van bedenkelijk allooi. Democratische en Onafhankelijke kiezers staan vanzelfsprekend nog afwijzender tegenover hem. Trump die naast het Witte Huis ook de Senaat in 2020 verloor is in realiteit niet de potentiële winnaar die WNL in hem wil zien. Trump is een verliezer die zijn partij in gijzeling heeft genomen.

De redactie van WNL laat door de presentator met de verkeerde vragen te voeren dit item ontsporen richting onnozelheid en promotie van een rechtse agenda. De meest positieve typering van dit item is nog gemakzucht en lamlendigheid. Het is de strategie van WNL: bot door weg te kijken van de urgentie zodat kritiek vanzelf oplost in nietszeggendheid. Het item had beter niet uitgezonden kunnen worden. Mijn reactie bij de video op YouTube:

Wat een verkeerde framing van WNL. Wat wil het daar mee zeggen? Er komt elke dag weer nieuwe informatie naar buiten dat Trump na zijn verlies in november 2020 met illegale middelen een georkestreerde actie voerde om de uitslag te verwerpen. Tot en met het dagelijks bewerken van het ministerie van Justitie en afzonderlijke staten.

Maar welke framing kiest WNL? De electorale aantrekkingskracht van Trump. Alsof een historisch programma aandacht besteedt aan de electorale aantrekkingskracht van Adolf Hitler in de zomer van 1933. Is dat de essentie van wat er nu gebeurt in de Amerikaanse politiek? Volgens WNL blijkbaar wel. Of het heeft in een redactie die dit programma voorbereidt een automatische piloot die niet verder denkt dan de eigen neus lang is.

Het echte nieuws is uiteraard dat Trump met illegale middelen de uitslag wilde verwerpen en daar letterlijk alle middelen voor uit de kast haalde. De passende framing is dat zo iemand niet thuishoort in de Amerikaanse politiek. Trump organiseerde een opstand tegen de Amerikaanse democratie en hoort thuis in de gevangenis.

Het nieuws van zo’n item van WNL zou moeten zijn waarom Trump nog niet gedagvaard is of zelfs in de gevangenis zit. Hij is een anti-democraat die de Amerikaanse samenleving helpt verdelen en verzwakken. De mainstream media die dit niet noemen verzakken hun plicht als poortwachters van de democratie. WNL maakt zich tot deelgenoot aan het belangrijk maken van Trump en het bagatelliseren van zijn opzet om de Amerikaanse democratie omver te werpeen.

In de negen maanden sinds 6 januari 2021 is gedetailleerd en uitgebreid aangetoond wat de ondermijnende rol van Trump was in de bestorming van het Capitool en het bewerken van bestuurders op landelijk en staatsniveau. Media als WNL behoren dit te weten of ze zouden over dit onderwerp moeten zwijgen. 

Het grote raadsel en de actualiteit van de laatste week is waarom de minister van Justitie Merrick Garland zo terughoudend en voorzichtig opereert. Dat resulteerde er afgelopen week zelfs in dat Trump in een interview Garland hiervoor prees. Dat is het nieuws, niet wat de reactie van WNL ervan probeert te maken.