Privatiseer Museum Het Belfort in Sluis

Standbeeld van J.H. van Dale in Sluis.

In het beleidsstukVisie op Musea‘ van de gemeente Sluis van maart 2021 wordt over Museum Het Belfort gezegd dat het onderdeel van de publieke organisatie van de gemeente Sluis is. Dat houdt in dat de gemeente Sluis voor het onderhoud en de exploitatie verantwoordelijk is.

Schermafbeelding van deel (op p.8) uit beleidsnota ‘Visie op Musea‘ van de gemeente Sluis van maart 2021.

Maar uit een artikel van de PZC van 15 juli 2021 blijkt dat de gemeente de verantwoordelijkheid voor het Museum Het Belfort niet wil dragen. De inleiding spreekt boekdelen: ‘Welke ondernemer gaat het belfort in Sluis uitbaten? De gemeente is op zoek, nu de VVV – de voormalige exploitant – zijn werkzaamheden in Zeeland heeft beëindigd.’

Het wordt nog wranger: ‘De gemeente zoekt een ondernemer die bijvoorbeeld een toeristische giftshop wil starten. Dat kan in de balieruimte van het museum. Als voorwaarde stelt de gemeente dat de uitbater ook beheerder van het museum in het belfort wordt. De werkzaamheden zijn bezoekers ontvangen, toegangstickets verkopen en toeristische informatie verstrekken.‘ Dat is een hybride functie van profit en non-profit waarbij het de vraag is waar het een ophoudt en het ander begint. Dat is van belang als het om ethische museale normen gaat.

Museum Het Belfort staat sinds juni 2017 geregistreerd in het Museumregister. Musea die zijn aangesloten bij het Museumregister worden getest op de Museumnorm 2020. Dit houdt in dat de geregistreerde musea dienen te voldoen aan kwaliteitsnormen. Museale taken kunnen uitbesteed worden aan een rechtspersoon, maar ‘In dat geval blijft de uitbestedende partij [de gemeente Sluis] verantwoordelijk voor de invulling van de uitbestede zaken conform de Museumnorm‘. Het is mogelijk dat een commerciële partij het museum gaat uitbaten, maar dan ligt belangenverstrengeling op de loer. Een en ander dient vooraf zorgvuldig afgesproken en gescheiden te worden.

Uit het PZC-artikel van Bob Maes blijkt dat de gemeente Sluis zich verschuilt achter de VVV. Dat is de defensiemuur van het college. Tot begin 2021 nam de VVV de exploitatie voor haar rekening. Vrijwilligers die het toen overnamen blijken te zwaar belast te worden.

De PZC vervolgt: ‘Vorige week stelde wethouder Peter Ploegaert zich tijdens een gemeenteraadsvergadering zelfkritisch op. Hij vond dat de gemeente steken had laten vallen en niet snel genoeg had ingespeeld op het stoppen van de VVV. De gemeenteraad trok daarom 50.000 euro uit voor een beroepskracht, die het museum in ieder geval tot en met september iedere dag open houdt.

Tekenend is dat CDA-wethouder Ploegaert onder meer recreatie, toerisme en monumenten in zijn portefeuille heeft, maar niet cultuur. Dat is ondergebracht bij burgemeester Marga Vermue. Het probleem is echter niet het verdwijnen van de VVV als uitbater van Museum Het Belfort, maar het feit dat de gemeente Sluis als publieke organisatie niet de verantwoordelijkheid neemt om de exploitatie voor haar rekening te nemen. Het is goed dat er budget is vrijgemaakt voor het tijdelijk aannemen van een vaste kracht, maar dat is geen duurzame oplossing.

Een toeristische gids van de streek zegt over Museum Het Belfort: ‘Het imponerende gebouw huisvest tegenwoordig een museum, gewijd aan de Sluise stadsgeschiedenis en de beroemdste Sluizenaar, woordenboekenmaker Johan Hendrik van Dale. Ook zijn er twee minibioscopen, tentoonstellingen, stijlkamers en de indrukwekkende historische raadszaal.

De Stichting Johan Hendrik Van Dale heeft een ingetrokken ANBI-status (2017) en zegt op haar Facebook-pagina over de eigen doelstelling: ‘Het organiseren van tentoonstellingen op het gebied van beeldende kunst in de Raadskelder van het Belfortmuseum te Sluis‘.

Sluis is een kleine gemeente met iets meer dan 23.000 inwoners. Het heeft weinig middelen. Daarom moet men niet te hard oordelen over een gemeente die de eindjes aan elkaar moet knopen. De vraag is echter of de gemeente binnen de huidige mogelijkheden de optimale oplossing kiest. Dat valt te betwijfelen. Het lijkt erop dat de gemeentelijke politiek niet uit het eigen kader kan stappen door een oplossing te kiezen waarvan iedereen profiteert.

Het is opvallend dat Museum Het Belfort en de Stichting Johan Hendrik Van Dale geen ANBI-status hebben, zodat ze werk kunnen maken van hun fondsenwerving. Men moet de toeristische aantrekkingskracht van de kuststreek niet onderschatten evenmin als de aantrekkingskracht van Johan Hendrik van Dale wiens naam het bekendste woordenboek in het Nederlandse taalgebied siert.

De oplossing die het college biedt lijkt sterk op privatisering zonder dat te zijn. Dat is vanwege de bestuurlijke problemen die veel energie opslokken en het gebrek aan financiële armslag de slechtste van alle opties.

Bij privatisering van een gemeentelijk museum is het gebruikelijk dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor gebouw en collectie. De exploitatie zou dan ondergebracht kunnen worden bij een aparte stichting. Voordeel is dat de gemeente Sluis dan op afstand komt en zich bestuurlijk niet meer met Museum Het Belfort hoeft te bemoeien en het museum de ruimte krijgt die het nu mist om bij particulieren, bedrijven en het openbaar bestuur in Nederland en België te doen aan fondsenwerving, het werven van sponsors en het aanvragen van subsidies. En het ontplooien van tentoonstellingen en andere culturele initiatieven die nu blijven liggen.

Petitie: Bescherm de kust. Keer u tegen de plannen van de VVD

Het zijn niet alleen projectontwikkelaars die de Nederlandse kust bedreigen met hun plannen, het is ook het kabinet dat de regels voor de kunstbebouwing wil versoepelen. ‘Als de veiligheid van de waterkering niet in het geding is en er geen belemmeringen ontstaan voor het onderhoud van de kust, komt er meer ruimte voor (bouw)activiteiten’ zo zegt de rijksoverheid in een bericht van 18 december 2015. Het algemeen geldende verbod op nieuwe bebouwing buiten de bebouwde komt in het kustgebied dan te vervallen. Het is een voorstel van VVD-minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu. Het ontmoet maatschappelijke weerstand.

Het is de politieke logica van het kabinet Rutte/Asscher dat een minister van Milieu voorstelt om het milieu aan te tasten. Maar waarom moet er in het kustgebied ruimte voor bouwactiviteiten zijn, en waarom juist nu? De VVD laadt de verdenking op zich om de projectontwikkelaars, scharrelaars en investeerders in vastgoed die vaak een VVD-achtergrond hebben tegemoet te willen komen. De PvdA keert zich volgens een bericht in het FD tegen het kabinetsbeleid om bouwen in de duinen en aan de kust te versoepelen. Teken hier de petitie.

Zie ook hier voor petitie ‘Geen strandhuizen Schouwse kust’. Met commentaar hier.

Petitie: Geen strandhuizen aan kust Schouwen-Duiveland

h1

Verrommeling van het landschap langs de snelweg waar landschapsarchitect Adriaan Geuze laatst tegen fulmineerde in Zomergasten treft ook de kust. Waarom moet de horizon van een van de meest kwetsbare en karakteristieke Nederlandse landschappen van strand en duin vervuild worden? Er is geen reden voor. Ook niet als dat de winst en het bedrijfsmodel van ondernemers zoals De Stichting Exploitatie Strandhuisjes in Zierikzee dient. In de PZC zegt woordvoerder van deze stichting Jan Roggeband dat er naar strandhuizen vraag is: ’Er is gewoon vraag naar deze vorm van verblijfsrecreatie.’ Het zal wel, goede marketing schept elke vraag, maar daarom hoeft het nog niet gerealiseerd te worden. Laat de lelijk volgebouwde Belgische kust een waarschuwing zijn voor Zeeuwse bestuurders. Laten ze beseffen welke verantwoordelijkheid ze hebben. Toeristen komen naar Zeeland voor strand, duin en zee, en de ongedwongen schoonheid van de ruimte.

h2

Foto’s: Petitie ‘Geen strandhuizen Schouwse kust’. Tekenen kan hier.

Cornielje: Gelderland bepaalt waar u woont, werkt en recreëert

De provinciale verkiezingen naderen en da’s te merken. Op 18 maart zijn de stembussen open. Provinciale politici laten van zich horen om hun belang te benadrukken. Namens de provincie Gelderland presenteert commissaris Clemens Cornielje (VVD) een provinciale stemwijzer en in zijn enthousiasme komt hij met een nieuwtje: ‘[..] de provincie Gelderland bepaalt waar de mensen kunnen wonen, waar ze kunnen werken, waar ze kunnen recreëren, waar er natuur is, waar de bedrijfsterreinen komen [..]’. Dus in Gelderland kunnen de inwoners voortaan niet zelf bepalen waar ze gaan wonen, werken of recreëren. Dat doet de provincie voor ze.

In Arnhem wordt ‘1984’ werkelijkheid. Dus kruis gerust de partij van uw keuze aan, verschil maakt het niet. Gelderland bepaalt immers waar u woont, werkt en recreëert. Deze provincie heeft ook een verkiezingskrant uitgebracht met nog een nieuwtje: alle (!) partijen staan erin aangegeven waarop gestemd kan worden en de mensen kunnen ‘zo’ dit digitale papier aanklikken voor informatie. Een technische doorbraak! Gelderland heeft met Cornielje de commissaris die het verdient. Vraag is of hij exact verwoordt waar hij voor staat.

Bij twee foto’s van het zomerstrand aan de Prins Hendrikkade

IISG02_30051000398401_W

Donderdag 2 augustus 1951, Prins Hendrikkade Amsterdam. Veel kinderen. Zo te zien is het warm. Maar niet te warm. De daggegevens van Schiphol komen niet boven de 23.6 graden uit. Wat op het eerste gezicht een foto van tropisch Nederland lijkt is het niet. Middenin staat een man van middelbare leeftijd in een zwart pak met een herdershond. Hij kijkt zelfbewust terug naar fotograaf Ben van Meerendonk en vangt onze blik.

ph

De tweede foto toont 1 juni 1947. Het Nationaal Archief geeft als maker W.P.W. v.d. Hoef, IISG houdt het op Ben van Meerendonk wat gezien de overeenkomst met de foto uit 1951 waarschijnlijk lijkt. Het is die dag in De Bilt maximaal 32.2 graden. Deze keer wel een tropische dag? De zon staat hoog, kinderen zoeken in het water verkoeling. Volwassen bezoekers van het zomerstrand rusten nog. Weten ze niet wat anders te doen dan ijdel voor zich uitkijken? Of houden ze hun rust omdat het zondag is? Kinderen krioelen wat of graven in het zand. Dat wordt van ze verwacht. Honden en transistors ontbreken. Zie, ze komen er onherroepelijk aan.

Foto 1: Ben van Meerendonk, Zomerstrand aan de Prins Hendrikkade, 2 augustus 1951. Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.

Foto 2: Ben van Meerendonk of W.P.W. v.d. Hoef, Zomerstrand aan de Prins Hendrikkade, Amsterdam, 1 juni 1947. Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.

Jan Cunen Museum moet sluiten. Ondanks breed protest

2000_evolutieaquarium

Update 10 januari 2015: Is het toeval dat de ontvangst van het plan dat extern adviseur Marco van Vulpen van het Amersfoortse BMC voor de verzelfstandiging voor het Jan Cunen Museum geeft uitgewerkt met teleurstelling wordt ontvangen? Kritiek van oud-directeuren is dat de inbreng van de burgers en kunstenaars uit de stad Oss en omgeving hierin ‘totaal verwaarloosd’ wordt, aldus Het Brabants Nieuwsblad. Oud-wethouder voor de SP Jules Iding voorspelt dat het op deze manier een mottenballenmuseum wordt. Het voorliggende plan wijkt volgens Iding en de oud-directeuren af van het besluit dat de Osse gemeenteraad vorig jaar nam over de toekomst van het museum. Van Vulpen was ook betrokken bij de planontwikkeling van Museum Oud-Amelisweerd in Bunnik die volgens critici niet op een bestuurlijk correcte wijze is verlopen. 

Sluiting van het Jan Cunen Museum in Oss gaat door als er geen externe financiering gevonden wordt. De bezuinigingen van een half miljoen euro op het museum en het Stadsarchief zet de gemeente Oss volgens plan door. Zo bleek gisteren uit de behandeling van de Voorjaarsnota. De SP, D66, Beter Oss en GroenLinks stemden tegen. Uit die korting trok directeur Nicolette Bartelink eerder de conclusie dat voortzetting niet zinvol is. Ondanks een hoop verontwaardiging van kunstliefhebbers, een pleidooi van kunstenaars als Paul Klemann en Mai van Oers, Jan Marijnissen, een protestsite, een petitie, de initiatiefgroep Red Museum & Archief en het ultieme konijn uit de hoed van het Nederlandse poldermodel: ‘een werkgroep van wijzen‘.

Is het erg dat het Jan Cunen Museum in Oss moet sluiten? Ach, Nederland, Brabant en Oss overleven het wel. Ondanks het feit dat een meerderheid van de bevolking tegen sluiting is, inclusief de Osse ondernemers en de Rotary die vrezen voor een verslechterd vestigingsklimaat. Het deert de collegepartijen VVD, CDA, PvdA en Voor De Gemeenschap niet. De macht van het getal is hun argument. Vooraf zei de Osse VVD dat ‘exploitatie van een museum geen primaire gemeentelijke taak is‘. Met als eindplaatje ‘Een zelfstandige cultuursector‘. Met dezelfde redenering kan alles verzelfstandigd worden: onderwijs, zorg, gevangenissen of krijgsmacht.

Directeur Peter Jongsma van het Golfbad verwoordt in een tweet als antwoord op SP’er Jules Iding opnieuw het gezonde volksoordeel: ‘Kunst IS elitair! Vandaar zoveel subsidie voor handje vol bezoek.’ De culturele sector zou zich dit standpunt aan moeten trekken. Een schande is het trouwens niet dat kunst elitair is. Zoals in een land vol minderheden sport, film, popmuziek, religie of De Efteling ook elitair zijn. Met een Museumkaart werden in 2012 19,5 miljoen bezoeken aan een Nederlands museum gebracht. Het geeft mensen veel plezier. Een massale elite, zoals ook de top-50 dagattracties over 2012 leert met 10 musea. Deze mix van musea, attractieparken, dierentuinen, zwembaden en recreatiegebieden biedt elk wat wils. Oud, jong, laagopgeleid, hoogopgeleid, sportief, natuurliefhebber, cultuurliefhebber, energiek, intellectueel, reflectief, noem maar op.

Het Jan Cunen Museum is onderdeel van die infrastructuur. Wie aan de onderkant onderdelen weghaalt moet niet verbaasd zijn als na verloop van tijd het hele bouwwerk instort. Da’s de consequentie van de sluiting van een plaatselijk museum met landelijke uitstraling. Da’s precies de verantwoordelijkheid van het Osse college.

Foto: Paul Klemann, Aquarium of evolution. Tekening, 2000. Credits: Paul Klemann.

Tuinontwerp Oud-Amelisweerd is kwalitatief nog niet op orde

OA Tuin

Uit de presentatie van bureau Copijn over de tuin van Oud-Amelisweerd blijkt dat tekst ondergeschikt is. Er staat geen zin in met een begin, midden en eind. Foto’s, schetsen, pijlen en citaten zetten de toon. Niet wordt duidelijk gemaakt wie eraan gewerkt hebben en wie ervoor verantwoordelijk zijn. Een landschapsarchitect met cultuurhistorische kennis, een architect zonder die kennis of een stagiaire? De expertise of juist het gebrek eraan blijken wellicht morgenavond uit de informatieavond over de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen.

Vanwege bijzondere cultuur- en natuurwaarden zijn de landgoederen op de Rijksmonumentenlijst geplaatst. Evenals landhuis en koetshuis. Dat vraagt zorgvuldigheid omdat de monumenten beschermd zijn. De status van het schetsontwerp van Copijn is onduidelijk. Belangengroep De Vrienden van Amelisweerd is geschrokken van de voorlopige schets van het tuinontwerp: ‘In een tijd dat de gemeente in de stad aan bewoners vraagt hun tuinen vooral natuurvriendelijk in te richten, komt men met een tuinontwerp dat vooral uit een stenen voorplein bestaat. Wij roepen de gemeente en het MOA op hier nog eens goed over na te denken.’ Vraag is overigens of een exploitant als MOA iets over het ontwerp van een Rijksmonument te zeggen dient te hebben.

De Vrienden vinden dat de gemeente Utrecht onduidelijk is over de plannen, de uitvoering, de procedure en de inspraak. Gezien de hoge kosten vinden ze dat ongewenst. Omwonenden, belangengroepen en inwoners van Utrecht en Bunnik behoren in hun ogen volgens de normale gang van zaken inspraak te hebben.

De RCE is op afstand betrokken. In de procedure zijn historisch onderzoek en ontwerp uit elkaar gehaald. Mede om te voorkomen dat de beschrijving en de waardering van de historische gegevens worden beïnvloed door vooropgezette plannen of verborgen agenda’s van de opdrachtgever. Daarnaast gaat de RCE ervan uit dat onderzoekers inventiviteit en ontwerp vaardigheid missen om een goed inrichtingsplan te maken. Door historische onderzoekers/landschapsarchitecten wordt hier bezwaar tegen gemaakt. Een goed plan vraagt juist geen strikte scheiding tussen onderzoek en ontwerp. Samenwerking tussen historische onderzoekers en ontwerpers leidt in deze visie tot meer diepgang en betere resultaten. Voorzover niet verenigd in een persoon.

Bij een gescheiden traject is overdracht van onderzoeker naar ontwerper onontbeerlijk, maar niet afdwingbaar. Daar hapert de procedure. Dat lijkt zich nu te wreken. Bureau Copijn is los van het historisch onderzoek door ecologisch adviesbureau Maes en landschapsarchitecte Anja Guinée aan de slag gegaan. Werken aan een Rijksmonument stelt hoge eisen. Daarom is het gebrek aan afstemming dat zich nu voordoet onacceptabel.

OA-BA

Foto 1: Schermafbeelding van het schetsontwerp voorplein Oud-Amelisweerd door bureau Copijn.

Foto 2: Schermafbeelding van de kaart van de belangrijkste historische elementen als uitgangspunt voor een ontwerp door Anja Guinée in: ‘De tuin van Oud Amelisweerd – uitgangspunten voor inrichting en beheer‘, 2012. Historisch onderzoek in opdracht van de gemeente Utrecht.

Komt Lintmeijer met een heldere huurprijs voor Oud-Amelisweerd?

Lintm

Op 7 januari besteedde ik aandacht aan de motie 2012/M55zorgvuldig beheer, heldere huurprijs‘. Over het Koetshuis en landhuis van het Bunnikse Oud-Amelisweerd dat eigendom is van de gemeente Utrecht. De raad wilde van alles weten over de bepaling van een eerlijke huurprijs. Het antwoord van wethouder Lintmeijer aan de Utrechtse raad was vertraagd. Nu is er een brief van 9 januari die op 22 januari naar de raad is gestuurd.

Het is een technisch verhaal over vastgoed dat door alle cijfers objectief lijkt, maar toch subjectieve keuzes bevat. Twee aspecten staan centraal. Wat zijn de kosten per saldo voor de gemeente en welke huurprijs moet berekend worden aan de gebruikers, respectievelijk van Koetshuis en landhuis. In de  second opinion van erfgoedmakelaar Redres en horecamakelaar Van de Weerd resteert een hogere huurprijs van het landhuis en een lagere voor het Koetshuis. De wethouder laat dit uiteindelijk niet meewegen bij de bepaling van de huurprijs. Wat de vraag oproept of de second opinion meer mag zijn dan een formele voorwaarde van de raad.

De uitkomst valt des te meer op door het te vergelijken met brief 12.055860 van 18 juni 2012 over hetzelfde onderwerp. Hierin wordt uitgaande van dezelfde situatie en met gebruikmaking van dezelfde argumenten voor het landhuis een huurprijs van €61.000 en voor het Koetshuis van €48.000 voorgesteld. Opvallend genoeg is die huurprijs meer in lijn met de bedragen die Redres en Van de Weerd noemen dan de ‘onafhankelijke exploitatieopzet’ van horeca-adviesbureau Double Six van Wim Wiersma. Twee dagen later liet de wethouder aan de raad weten dat per abuis in die brief niet de juiste huurbedragen voor landhuis en koetshuis waren vermeld. Mogelijk een echte vergissing, maar ook is het mogelijk dat Lintmeijer los van de feiten redeneert.

Foto: Schermafbeelding van brief 13.000831 van 9 januari 2013 van wethouder Frits Lintmeijer aan de Utrechtse raad.

Wethouder Lintmeijer compliceert debat over WOZ-waarde en marktconforme huur Oud-Amelisweerd

UPDATE 20 juni: In een correctiebericht aan de raad laat wethouder Lintmeijer vandaag het volgende weten: ‘Afgelopen maandag ontving u een brief met aanvullende informatie over de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd. Per abuis zijn daarin niet de juiste huurbedragen voor het landhuis en het koetshuis vermeld. De kredietaanvraag zelf, die morgen ter besluitvorming in de raad voorligt, bevat wel de juiste getallen. De huur voor het landhuis bedraagt 49.000 Euro per jaar vanaf 2016, voor het koetshuis 60.000 Euro per jaar vanaf 2016. In de jaren daarvoor is sprake van een ingroeihuur’. Dit betekent dat vanaf 2016 de verhouding tussen huur en WOZ-waarde voor het landhuis 1:19,5 en voor het koetshuis 1:7,1 is. 

In een raadsbrief van 18 juni 2012 geeft de Utrechtse cultuurwethouder Frits Lintmeijer informatie over de ‘huidige en gedachte WOZ-waarde‘ van landhuis Oud-Amelisweerd en het Koetshuis. Dat was op 14 juni toegezegd aan de Utrechtse raad. De WOZ-waarde is zowel van belang voor de belastingheffing als de vaststelling van een marktconforme huur. Omdat beide panden in de gemeente Bunnik liggen is het die gemeente die het onroerend goed taxeert. De controle op de taxatie is een taak van de Waarderingskamer.

Landhuis Oud-Amelisweerd is een niet-woning van monumentale waarde en het Koetshuis is een bedrijfspand met een inpandige woning. De taxatie van de WOZ-waarde van deze niet-courante panden is lastig. Hiertoe heeft de Waarderingskamer de landelijke taxatiewijzer TIOX laten ontwikkelen. ‘Hiermee kunnen gemeenten online incourante objecten waarderen aan de hand van landelijke taxatiewijzers.’ Commerciële bedrijven als Greenfeld begeven zich ook op de markt van taxatie van incourante vastgoed objecten. De raadsbrief zegt niet van welke taxatiewijzer Bunnik bij de vaststelling van bovengenoemde WOZ-waarden gebruik heeft gemaakt.

Bunnik stelde de WOZ-waarde van het landhuis vast op 957.000 euro en die van het Koetshuis op 477.000 euro. Daaruit stelt Utrecht voor het landhuis een huur van 61.000 euro en voor het Koetshuis van 48.000 euro voor. Dit betekent een verhouding tussen huur en WOZ-waarde van respectievelijk 1:15,7 en 1:9,9.

De wethouder neemt afstand van de taxatie en gaat met een eigen interpretatie aan de slag. Zo is de uitleg over de kostendekkende huur wollig en onbegrijpelijk ingewikkeld. Want een taxatierapport of taxatiewijzer voor incourante objecten omvat reeds aspecten als renovatie, achterstallig onderhoud en economische waarde. De eerlijke basis voor een raadsdebat kan alleen een objectieve vaststelling van zowel WOZ-waarde als marktconforme huur zijn. Daarom moet de wethouder de feiten en cijfers sec aan de raad presenteren. Vervolgens kan de raad daar een politieke invulling aan geven. Maar niet vooraf zoals de wethouder nu doet.

Foto: Utrechtse Buitenplaats rijksmonument Remmerstein te Rhenen dat voor minimaal 90.000 euro per jaar te huur is (105 euro per m2 per jaar).

Knelpunten van Museum Oud-Amelisweerd met Armando Collectie

Het college van Utrecht voegt aan de beschikbaarstelling van een krediet voor landhuis Oud-Amelisweerd en het Koetshuis de voorwaarde toe dat Stichting Museum Oud-Amelisweerd beoogd exploitant is. Het motiveert dit door de claim dat de exploitant bijdraagt aan de kosten. Deze vallen echter weg tegen de meerkosten. Ze ontstaan namelijk door publieksopenstelling en een opgevoerd bedrijfsmodel van een museum met 40.000 bezoekers en de aanpassing van het Koetshuis. Het openstaande cascoherstel van het Koetshuis begroot de gemeente op 948.014 euro, en dat van het landhuis op 541.116 euro. Omdat het Koetshuis losstaat van de restauratie van landhuis Oud-Amelisweerd, voegt de beoogde exploitant Stichting Museum Oud-Amelisweerd niets toe aan inkomsten die geen extra kosten zijn. Wat zijn de knelpunten van de beoogde exploitant?

1. Zowel in de Utrechtse raad als in de publiciteit bestaat verwarring over naam en doelstelling van beoogd Museum Oud-Amelisweerd. Dit komt mede door de Amersfoortse bruidsschat van 1 miljoen euro voor het Armando Museum Bureau dat veel publiciteit kreeg. In de marketing zorgt dit voor een verwarrend beeld.

2. Voor een museum dat het moet hebben van marketing is een jaarlijks budget (vanaf 2014) voor Marketing en Communicatie van 27.500 euro, ofwel 5% aan de lage kant. Free publicity is onvoldoende omdat er drie producten (Armando, Chinees behang, landgoed/historie) ‘verkocht’ moeten worden. Dat vergt eigen actie.

3. Beheer van Oud-Amelisweerd kost menskracht. Dit omvat taken van onderhoud, administratie en beveiliging die nu door de gemeente worden betaald. Dit vraagt om aanstelling van een huismeester, naast of in combinatie met rondleiders, een tentoonstellingsbouwer, een projectmedewerker, een administrateur en een directeur. Beheer lijkt onvoldoende begroot in de 233.000 euro personeelskosten (2014). Tim Schipper (SP) wees in de Commissie M&S al op de naar zijn mening te lage inschatting van de schoonmaakkosten.

4. De directie is afkomstig van het Armando Museum in Amersfoort en niet geselecteerd voor Museum Oud-Amelisweerd dat anders van aard en karakter is. Er was geen procedure met keuze uit meerdere kandidaten.

5. De jaarlijkse kosten voor de Armando Collectie van 50.000 euro in het depot Pot vormen 10% van de lasten. In de overeenkomst rond de bruidsschat zijn deze lasten door de gemeente Amersfoort overgedragen aan de Stichting MOA. Bij ongewijzigde omstandigheden lopen deze kosten in 10 jaar op tot 500.000 euro. Da’s de helft van de bruidsschat die tevens moet dienen om een basis onder de exploitatie te leggen. Na Armando’s overlijden wordt een aantal stukken aan de Collectie toegevoegd zodat de depotkosten mogelijk stijgen.

6. De entreeprijs van 9 of 12,50 euro (rondleiding bel-etage) zal bezoekers afschrikken en voor goedkopere bestemmingen doen kiezen. Los van de elasticiteit zorgt een korting met eenderde van de prijs voor 50.000 euro minder inkomsten (2014). De onderbouwing taxeert dat 3 tot 4% van de bezoekers aan de landgoederen het museum bezoekt. Dit is een slag in de lucht. Daarbij bouwt het voort op kwantitatieve gegevens van de recreatie die ook al ruwe schattingen zijn die niet zozeer door tellingen maar extrapolaties ontstonden.

7. Inkomsten van de entreegelden zijn gemaximaliseerd omdat er vanwege het cultureel erfgoed voorwaarden zijn gesteld aan het maximale aantal bezoekers dat tegelijk naar binnen mag. Ofwel, een tegenvallende dag met weinig bezoek of een vorstdag kan niet gecompenseerd worden door een topdag met extra veel bezoek. Of bijvoorbeeld een museumweekend of -nacht die bij andere musea duizenden bezoekers per dag trekt.

8. Oud-Amelisweerd is een zomerverblijf met ongeveer 40 vorstdagen per jaar die een onaangenaam lage temperatuur voor bezoekers opleveren. De keuze voor ‘conservation heating‘ beperkt het bijverwarmen. Stichting MOA kiest om economische redenen voor openstelling van het museum gedurende het hele jaar.

9. De meeste fondsen die Amersfoort-in-C geworven heeft voor het toenmalige Armando Museum in Amersfoort zijn meerdere jaren terug toegezegd. Sommige zelfs nog voor de herbouw in de Elleboogkerk. In de Commissie M&S wees Jesper Rijpma (VVD) erop dat het hoofdsponsor BMC tegenzit en het aannemelijk is dat deze de sponsoring stopt. Door de crisis zijn vooruitzichten voor cultuursponsoring sowieso versomberd.

10. De restauratie en aanpassing van het Koetshuis moet zorgvuldig gebeuren omdat het ook een gebouw met culturele waarde betreft. Dit kan tot vertraging in de openstelling van Museum Oud-Amelisweerd leiden.

11. Uit onderzoeken blijkt dat de luchtvochtigheid van Oud-Amelisweerd een grotere variatie heeft dan de standaardnorm voor musea toestaat. Dit houdt in dat kwetsbare objecten door de keuze voor ‘conservation heating‘-klimaatbeheersing niet tentoongesteld kunnen worden. Zoals de oudere schilderijen van Armando uit de jaren ’60. Waarmee de exclusiviteit van het Museum Oud-Amelisweerd afneemt als topstukken niet getoond kunnen worden. Elk museum dat om bruiklenen gevraagd wordt zal een degelijk klimaatplan eisen.

Foto: Armando – Zwarte wand met autobanden op de Nultentoonstelling in het Stedelijk Museum, Amsterdam, 9-25 maart 1962. Credits: Oscar van Alphen