George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘PVV

Ondervertegenwoordiging van vrouwen is zwakte van Baudets FvD

leave a comment »

Er is een opvallende, maar niet toevallige gelijkenis in het electoraat van centrumrechtse en radicaal-rechtse partijen. Vrouwen stemmen er minder op dan mannen, en jongeren minder dan ouderen. Uit een artikel in NRC van 21 maart 2019 blijkt dat mannen 64% van de achterban van FvD uitmaken, tegenover 36% vrouwen. Bij de PVV is de verhouding iets minder scherp, met 58% mannen en 42% vrouwen. De VVD voegt zich in dit rijtje met een oververtegenwoordiging van mannen (60%) en een ondervertegnwoordiging van vrouwen (40%). In Nederland, maar ook in het VK maken vrouwen 51% van het electoraat uit. De kiezers op radicaal-rechtse partijen zijn ook relatief oud. De grootste groep FvD’ers is ouder dan 65: 31%.

Op zoek naar een verklaring verwijst NRC uit een onderzoek uit 2017 van Eelco Harteveld die politiek gedrag onderzoekt aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam. NRC: ‘Baudet sluit aan bij de cultuurstrijd tegen feminisme, politiek links en immigranten, zoals je die voorheen alleen bij de alt-right in de Verenigde Staten zag.’ Daar past ook het Putinverstehen bij, ofwel ontzag voor de macho, zo meent Harteveld.

In een artikel voor The Conversation concludeert hoogleraar politicologie Rosie Campbell dat de Brexit Party van Arron Banks en Nigel Farage die in de recente verkiezingen voor het Europees Parlement 29 zetels won overwegend door mannen gesteund wordt. Uit een kiezersonderzoek van YouGov van mei 2019 gaf 26% van de mannelijke respondenten aan op deze partij te stemmen, tegenover 18% vrouwen. Dat is een verhouding van 59% mannen tegenover 41% vrouwen. Campbell meent dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen een handicap is voor the Brexit Party om door te breken. Een verklaring voor de betrekkelijk geringe populariteit onder vrouwelijke kiezers is tweeërlei. Het heeft te maken met de steun onder vrouwen voor voorzienigen zoals gezondheidszorg en de opstelling van de Brexit Party om die af te breken door te pleiten voor lagere openbare uitgaven en belastingverlagingen. Het  heeft ook te maken met racistische vooroordelen. Het feit dat dat partijleider Farage op een kameraadschappelijke wijze dicht aanschuurt tegen politici als Trump, Salvini of Marine Le Pen helpt er voor vrouwen niet aan mee om de Brexit Party als ‘inclusief’ en ‘gastvrij’ te zien.

Een andere overeenkomst van Farage met iemand als Thierry Baudet is dat hun persoonlijke stijl mannen aantrekt, maar vrouwen afschrikt. Het beeld van Farage van ‘de man in de kroeg’ maakt volgens Campbell ‘niet noodzakelijk een positieve indruk bij alle vrouwen’. Farage is daarin nog tamelijk gematigd vergeleken bij Baudet die ferme, om niet te zeggen reactionaire standpunten inneemt over vrouwen. Dat bleek onder andere uit zijn recensie van Michel Houellebecqs laatste boek Sérotonine. Maar ook uit interviews met Quote en TPO. Vergelijking tussen landen en electoraten is lastig, maar Baudets FvD scoort onder vrouwen met 36% nog 5% lager dan de toch als zo lage score van 41% onder vrouwen van Farage’s Brexit Party.

Er kondigt zich een andere overeenkomst aan tussen deze radicaal-rechtse partijen. Deze keer met president Trump. Diens steun onder het electoraat is met 42% te laag om op eigen kracht de presidentsverkiezingen van november 2020 te winnen. Hij mag net als in 2016 hopen op kiezersonderdrukking door Republikeinse bestuurders waardoor sympathisanten van zijn tegenstander ontmoedigd worden én op Russische steun die de Democratische kiezers via sociale media misleidt om niet te gaan stemmen. Trump zou manipulatie echter niet nodig hebben als hij een draai, een pivot naar het centrum maakte waardoor hij een groter deel van de centrumkiezers zou aanspreken. Want geen andere politicus als Trump is zo ondervertegenwoordigd onder vrouwen. In 2016 stemde 51% van de mannen en 41% van de vrouwen op hem. Onder vrouwen zou Trump door een minder vrouwenonvriendelijke opstelling veel winst kunnen halen. Hetzelfde geldt voor Baudet.

De speculatie van macho-achtige politici als Baudet of Trump is waarschijnlijk dat een vrouwvriendelijke opstelling  hun steun onder mannen in gevaar brengt. Ook is het mogelijk dat ze wat hun persoonlijke stijl en persoonlijkheid betreft niet anders meer kunnen dan zich haantjesachtig gedragen en dat als onlosmakelijk en lonend onderdeel van hun politieke strategie beschouwen. Hun dwangmatig denken over de positie van vrouwen wordt zo hun beperking. Radicaal-rechtse politici die hun constructie van mannelijkheid als hun sterkte en aantrekkingskracht zien beseffen onvoldoende dat dat in werkelijkheid hun electorale zwakte is.

Foto 1: Kanselier Angela Merkel proost met een groot glas bier, 2016. Credits AFP.

Foto 2: Vrouw die de mond wordt gesnoerd.

Advertenties

Onderhandelingen in Zuid-Holland in impasse. Beoogde partner CU/SGP neemt afstand van FvD. Onduidelijkheid over het vervolg

with 4 comments

De onderhandelingen in Zuid-Holland zijn stukgelopen, aldus een bericht van de NOS. De fractie van CU/SGP heeft besloten om niet in een coalitie te stappen waar ook FvD aan deelneemt. Hoe de onderhandelingen verder lopen en welke partijen eraan deelnemen is op dit moment nog niet duidelijk. FvD dat met 17,43% de grootste partij met 11 van de 55 zetels werd probeerde een coalitie te smeden met de VVD. Daar voegde zich later het CDA bij. Toen trad FvD naar buiten met de mededeling dat er een motorblok van drie partijen voor een coalitie was. Dat was een vlucht naar voren en een politiek onhandige actie van FvD die voor de andere partij neerkwam op ’tekenen bij het kruisje’. Uiteindelijk is het vinden van een vierde partij die nodig was voor een meerderheid een te hoge horde gebleken. Hoewel FvD voldeed aan de eis van CU/SGP om opnieuw te beginnen met de onderhandelingen konden die toch niet afgerond worden. De combinatie van FvD, VVD en CDA met de PVV die een meerderheid van 29 zetels had werd door het CDA geblokkeerd, zoals statenlid Meindert Stolk me op 3 april in een tweet liet weten. Of VVD en FvD met PVV in zee wilden is de vraag.

De rechtse pers draait het opereren van FvD om en presenteert het niet als onhandigheid of onervarenheid van FvD, maar als uitsluiting door het partijkartel. Zoals DDS doet in het artikelHet partijkartel wint in Zuid-Holland: FVD uit formatie getrapt na interventie landelijke ChristenUnie-top’ van 5 juni 2019. ‘Partijkartel’ is een term van partijleider Baudet die hij gebruikt om zich af te zetten tegen de andere politieke partijen. Het gebruik van deze term geeft aan hoe Baudet op twee gedachten hinkt. Hij wil afstand en toenadering tegelijk.

Het is de vraag of Baudet er rauwig om is dat FvD geen zitting in het provinciebestuur neemt. Hij heeft er sinds 20 maart niets aan gedaan om zijn toon te matigen en toenadering te zoeken tot andere partijen. De lokale bestuurders van FvD, zoals fractieleider in Zuid-Holland Rob Roos probeerden zich schappelijker en vriendelijker op te stellen. Maar ze konden niet op tegen het feit én de beeldvorming dat Baudet radicaliseert en niet alleen afstand bleef nemen van andere politici en politieke partijen die hij neerbuigend bejegent, maar ook standpunten over onder meer vrijheden en grondrechten inneemt waarvan hij weet dat andere partijen zich er niet mee kunnen verenigen. Op de PVV na dan, die door het CDA werd afgewezen, maar van wie het de vraag is of FvD met deze ultra-rechtse concurrent wilde samenwerken. Mijn reactie bij het artikel op DDS:

Foto’s: Schermafbeelding van deel artikelHet partijkartel wint in Zuid-Holland: FVD uit formatie getrapt na interventie landelijke ChristenUnie-top’ van Tim Engelbart voor DDS, 5 juni 2019 en eigen reactie bij dat artikel.

Media blunderen door anti-islam-tweet van Wilders voor te stellen als anti-D66-tweet

leave a comment »

Nederland is een beetje in rep en roer omdat Twitter de PVV’er Geert Wilders tijdelijk heeft geblokkeerd. Aanleiding is een tweet met de volgende inhoud: ‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat’. Hoelang Wilders’ schorsing duurt is vooralsnog onbekend. Twitter voert als reden ‘hatelijk gedrag’ (hateful conduct) aan.

Het is begrijpelijk dat rechtse media als DDS dit uitvergroten en framen als een partijtje vrij worstelen van Wilders met D66 dat immers hun favoriete schietschijf is. Maar het is onjuist om deze tweet te lezen als ‘anti-D66-tweet’. Want het is een anti-islam-tweet. Het bericht gaat niet over D66, maar over de islam. Wilders wil dat het als anti-D66-tweet wordt geframed waarin hij zijn meer controversiële anti-islam boodschap ‘netjes’ kan verpakken. Het valt niet in te zien waar het hatelijk gedrag tegenover een politieke partij als D66 uit zou bestaan. De reden die Twitter daarover aanvoert zegt niets over hatelijk gedrag tegenover een politieke partij. Maar wel over dat gedrag tegenover mensen op basis van onder meer ras, nationaliteit, geloof en etniciteit.

Wie de koppen in de media over de schorsing leest ziet dat het Geert Wilders evenals de spindoctors en waterdragers van de PVV gelukt is om hun framing aan de media op te leggen. Ze kunnen lachen in hun vuistje. Wilders kan in de slachtofferrol kruipen zonder dat zijn racistisch en discriminerend gedrag aan de kaak wordt gesteld. De schorsing door Twitter wordt niet genoemd wat het echt is en zoals het in de richtlijnen van Twitter over hatelijk gedrag verwoord wordt. Media als NOS en RTL Nieuws trappen in Wilders’ framing en missen de essentie van zijn tweet. Ze zijn in de val getrapt en doorgronden niet wat er staat.

Zonder nadenken maken media van een anti-islam-tweet een anti-D66-tweet. Zalig is het land waar de media slapend hun werk doen en zich de framing door Wilders van een tweet domweg in de maag laten splitsen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBLOCK! Twitter bant Geert Wilders vanwege “haatzaaiende” anti-D66-tweet’ op DDS, 31 mei 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op NOS, 31 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op RTL Nieuws, 31 mei 2019.

FvD’ers zijn eigenlijk minder sterk anti-EU dan het lijkt. Ze worden door media en partijleider Thierry Baudet zo gemaakt. En misleid

with one comment

FVD’ers zijn sterker anti-Europa dan PVV’ers’, zegt de inleiding van een artikel in NRC van 24 mei 2019. Het baseert zich voor deze conclusie op het onderzoekEP19; Verkiezingsonderzoek Ipsos in opdracht van de NOS’ van IPSOS dat als officiële publicatiedatum 29 mei 2019 heeft. Het is onduidelijk op welke versie van het onderzoek de journalist van NRC zich voor zijn artikel heeft gebaseerd. Uit het onderzoek komt een gemengd beeld naar voren en blijkt niet eenduidig dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Waarom NRC het heeft over ‘anti-Europa’ en niet ‘anti-EU’ is raadselachtig. Want het onderzoek gaat er uiteraard niet over of Nederland uit Europa moet stappen. Zo is 36% van de stemmers op FvD het ermee eens dat ‘Nederland uit de Europese Unie moet stappen’, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Met de stelling ‘Nederland moet de euro omruilen voor de gulden’ is 38% van de stemmers op FvD het eens, terwijl dat percentage voor de PVV’ers 45% is. Dit rechtvaardigt echter niet de conclusie dat FvD’ers sterker anti-Europa zijn dan PVV’ers. Het is eerder andersom. Maar de stemmers op deze twee radicaal-rechtse partijen verschillen in standpunten over de EU met elkaar significant ten opzichte van de gemiddelde Nederlander die op andere partijen stemt.

Wat uit het onderzoek blijkt is dat FvD’ers iets negatiever denken over het door de EU verplicht opgelegde opnemen van asielzoekers en het verminderen van immigratie van buiten de EU dan PVV’ers. Maar dat maakt FvD’ers vooral sterk anti-immigratie. Dat heeft op zich niks te maken met hun houding tegenover de EU.

Het standpunt van FvD over de Europese Unie staat op de site. Het betoog in deze paragraaf komt erop neer dat de EU niet te hervormen is, en Nederland er daarom uit moet stappen. Dat moet via een referendum. Dat is een verdedigbaar standpunt, maar omdat FvD het beredeneert met aannames die niet onderbouwd worden maar claims blijven, zoals ‘De EU is grenzeloos uitgedijd en verworden tot een volstrekt ondemocratische moloch’ en ‘Het is een achterhaald bestuursmodel; een kartel bovenop het kartel’ draait deze paragraaf vooral in zichzelf rond. Als een draaitol die graag de aandacht op zichzelf vestigt en nergens start en nergens landt.

FvD spreekt zichzelf tegen als het zegt: ‘De open grenzen leiden tot ongecontroleerde immigratie en een hoger risico op terreuraanslagen’. Als dit zo is, wat zeer te betwijfelen valt, dan is dit des te meer een reden om dit aan te pakken door het beleid te veranderen en zo de EU te hervomen. Dat is in praktijk ook precies de realiteit van het migratiebeleid van de EU sinds de Turkije-deal uit 2015 van Rutte en Merkel met Erdogan.

De volgende zin verdient extra aandacht omdat het perfect aantoont hoe FvD feiten uit meningen laat volgen: ‘(..) roekeloos avonturisme (zoals bijvoorbeeld het dramatische Associatieverdrag met Oekraïne, dat een burgeroorlog en een conflict met Rusland veroorzaakte’. Daar valt los van het slordig en overbodig gebruik van adjectieven veel op af te dingen. Zo is er sinds 2014 geen sprake van ‘burgeroorlog‘ in Oost-Oekraïne, maar van een oorlog tussen landen: Oekraïne en de Russische Federatie. Reguliere (speciale) troepen van de Russische krijgsmacht opereren sinds 2014 onrechtmatig op Oekraïens grondgebied, te weten de Donbas en de Krim en doen ermee volgens de meerderheid van de wereldgemeenschap de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne geweld aan. De associatie overeenkomst van de EU met Oekraïne kent een lange voorgeschiedenis van 20 jaar onderhandelingen. Op 21 november 2013 was het niet de EU die roekeloos handelde, maar zette het Kremlin de toenmalige pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovitsj onder druk om de onderhandelingen op te schorten. Dit werd de aanleiding voor de Maidan-opstand van februari 2014 toen Janoekovitsj zich gedwongen voelde om naar de Russische Federatie te vluchten. Het was het Kremlin die de eigen invloed in Oekraïne had overschat, Oekraïne geen neutrale en autonome positie tussen Oost en West gunde en dit conflict eigenhandig had veroorzaakt. FvD stelt de feiten verkeerd voor.

Door de afwijzing van de muntunie en de euro wil FvD terugkeren naar de situatie van voor 2002, toen Nederland de gulden had. Hiermee kiest FvD voor een Nederland dat op zichzelf wordt teruggeworpen en afhankelijk is van andere landen. Zoals het wispelturige VS van Trump of een economisch agressief China die regeren via macht en geen compassie hebben voor zwakke landen. Met losvaste verdragen en lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte kan Nederland geen vuist maken. Door te kiezen voor de gulden zou Nederland zich afhankelijk maken van het internationale betalingssysteem SWIFT dat door de VS wordt gedomineerd. Van ontwikkelingen om de euro als internationale betalingsmunt naast en in plaats van de dollar te gebruiken zodat de onafhankelijkheid van de EU-lidstaten wordt veiliggesteld neemt de FvD afstand. Dat is een kortzichtige en eerlijk gezegd nogal naïeve politiek die Nederland en de Nederlanders beschadigt.

Waarom de FvD niet inzet op de eis voor een harde en stevige hervorming van EU en de Eurozone is het raadsel van deze paragraaf. Ondanks het beeld dat NRC van de achterban van FvD schetst is die niet sterker anti-EU dan de achterban van de PVV. De enige logische verklaring voor alle ongerijmdheden en onwaarheden in deze paragraaf is dat partijleider Baudet niets met de feiten en het welzijn van de Nederlanders heeft, maar vooral een spel speelt dat bestaat uit negativisme en balorigheid die zijn eigen profilering moet dienen. Meer is het niet. Het valt vooral de meelopers in FvD te verwijten dat ze hierin Baudet kritiekloos volgen. Ze geven hem de gelegenheid en laten zich zonder tegenspraak kleinmoedig verleiden tot het volgen van onwaarheden.

Foto: Schermafbeelding van paragraafEuropese Unie’ op de site van FvD.

Misverstanden en onduidelijkheden over euroscepsis in EU

leave a comment »

Volgens Politico dat zich zegt te baseren op het Europees Parlement hebben in Nederland eurosceptische partijen 33% steun behaald in de Europese Verkiezingen. In 2014 was het 38% volgens deze bron, zodat hoe dan ook deze eurosceptische partijen in Nederland 5% aanhang zouden hebben verloren. Ik pijnig me het hoofd hoe het Europees Parlement tot dit percentage komt en welke partijen het als eurosceptisch beoordeelt. Voor 2014 tellen de volgende partijen op tot 38,3%: CU-SGP (7,6%), PvdD (4,2%) 50PLUS (3,7%), PVV (13,2%) en SP (9,6%). Dezelfde partijen plus het nieuwe FvD tellen voor 2019 op tot 32,9%. Afgerond dus 33%.

Hoe komt het Europees Parlement tot deze cijfers? 50PLUS valt niet aan te merken als eurosceptisch, zoals uit een artikel in De Volkskrant van 16 mei 2019 blijkt indien lijsttrekker Toine Manders de stelling onderschrijft ‘een warm pleitbezorger van de Europese samenwerking’ te zijn en een artikel op DDS dat uitschreeuwt ‘50Plus kiest vol voor Europa: “Stem vóór Europa, koester 75 jaar vrede, welvaart en samenwerking!’’.

Wat ‘eurosceptisch’ is niet op voorhand duidelijk. Want terwijl de CU kiest voor samenwerking in de EU, maar niet voor een superstaat, de PvdD eveneens voor Europese samenwerking is ‘waar het nuttig is‘, en de SP kiest voor ‘een Europese samenwerking waarin de belangen van mensen, dieren en ons milieu weer voorop staan’ wil de PVV de EU verlaten eveneens vermoedelijk FvD. De SGP neemt een tussenpositie in waarin het accent ligt op grondige hervorming en afbraak van de symboliek en niet op het breken van en met de EU.

De grafiek hierboven is zowel verkeerd samengesteld als betekenisloos omdat een duidelijke definitie over euroscepticisme ontbreekt. 50PLUS is geen eurosceptische partij zodat het percentage van eurosceptische partijen in Nederland al daalt tot 29%. Daarnaast is er een tweedeling aan te brengen in de euroscepsis van partijen die de EU willen hervormen (CU, SP, PvdD, SGP) en partijen die de EU willen verlaten (PVV, FvD). Met als complicatie dat FvD-lijsttrekker Derk Jan Eppink zoals een artikel in NRC verduidelijkt eigenlijk niet uit de EU wil stappen. Jean-Marie Dedecker voor wiens partij Eppink in het Europarlement zat zegt: ‘Uit de EU stappen? Daar ben ik niet voor en Derk Jan ook niet. Hij is kritisch over Europa, maar wel voor één Europa’. Als euroscepsis wordt opgevat als ‘een ondubbelzinnige, kritische houding ten opzicht van Europese integratie en de EU als vorm’, dan daalt het percentage daarvan in Nederland tot 3,5%. Dat is het percentage van de PVV.

Kijkt men naar het aantal zetels van de eurosceptische partijen, dus zowel hervormers CU, SP, PvdD, SGP als de harde (PVV) en zachte (FvD) verlaters uit de EU, dan is het percentage 23%. FvD, CU-SGP en PvdD halen samen 6 van de 26 zetels. De meest eurosceptische partij van Nederland de PVV heeft geen zetel behaald.

Wat is de waarheid over statistieken? Ze zouden niet liegen, maar misbruikt worden en zelden de waarheid vertellen. Maar dat is te simpel, ze liegen wel degelijk en zijn bedoeld om te verhullen. In de zin van ‘in te zwachtelen’ en ‘verstoppen’. Of ermee nou wordt gelogen of de waarheid verborgen, bovenstaande statistiek/ grafiek van het Europees Parlement doet aan misleiding. Het raadsel is wat het belang ervan kan zijn om het percentage eurosceptische partijen in Nederland flink hoger voor te stellen dan het in werkelijkheid is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIn graphics: How Europe voted’ op Politico, 27 mei 2019.

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Meeus waarschuwt de media, ze moeten Baudet checken op wat hij kan. Diens ereplaats in het narcistenkartel is een doodlopende weg

leave a comment »

Aldus de conclusie van de zaterdagse column in NRC over Haagse politiek van Tom-Jan Meeus. Hij verwijt niet zozeer ultra-rechtse partijen als de PVV of FvD dat ze er een potje van maken (wat ze doen), maar dat de media daar geen goed verslag van doen. Daarin heeft Meeus gelijk. Het is een terugkerend verwijt aan de gevestigde media dat ik onder meer hier, hier en hier heb verwoord. Ik schreef in maart 2017 in een commentaar: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak.’

Meeus voegt er een ander dimensie aan toe, namelijk politiek vakmanschap en kennis. Wat kan Baudet? Want iedereen kan zich politicus noemen, maar niet iedereen die zich politicus noemt bezit het vakmanschap en de kennis die een politicus succesvol maakt. Baudet is weliswaar een jonge, beginnende politicus en moet de kans gegeven worden om te groeien in zijn vak, maar na drie jaar FvD als politieke partij kunnen de media hem toch de vraag gaan stellen in hoeverre hij is gevorderd in het onder de knie krijgen van het vak politicus.

Is de fundamentele zwakte van Baudet niet zijn wegvluchten in vergezichten en filosofieën om te verhullen dat hij als politicus nauwelijks vordert in zijn vakmanschap? Zo laadt Baudet net als Trump de sterke verdenking op zich dat hij uitblinkt in grootspraak, narcisme, vergezichten, onheilsfantasieën, toekomstplannen en het gooien van verbale bommetjes, maar tamelijk vruchteloos is in het bedrijven van praktische politiek en het realiseren van zijn kernpunten. Hoewel dat bij Trump genuanceerd ligt, bijvoorbeeld in het slinks en succesvol benoemen van rechtse rechters. Geert Wilders heeft zich verregaand geïsoleerd in een vlucht naar de marge, Thierry Baudet wacht hetzelfde lot als hij niet tijdig tot inkeer én inzicht komt en hersenschimmen inwisselt voor doorzettingsvermogen, grilligheid voor vakkundigheid en eigenliefde voor inlevingsvermogen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnHoe de crisis in FVD bewijst dat media in campagnetijd hun taken verzaken; Deze week: Baudet en zijn plaats in het narcistenkartel. Ofwel: grote vragen voor politiek en media na de crisis in Forum voor Democratie’ van Tom-Jan Meeus in NRC, 27 april 2019.