Media oogsten wat ze zelf zaaiden: een anti-democratische FVD die journalisten intimideert

Fragment uit de video waarin Gideon van Meijeren (FVD) journaliste Merel Ek (SBS) met draaiende camera overvalt en daarna zegt de camera uit te doen, maar dat niet doet.

Er is weer eens relletje dat door FVD bewust de wereld in wordt gebracht om op sociale media voor de eigen achterban te scoren. NOS vat het samen in een bericht: ‘FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren plaatste de video op sociale media met de tekst: “Activisten die riooljournalistiek bedrijven mogen niet langer wegkomen met hun leugens, desinformatie en fake news. Tijd voor de tegenaanval.

Telkens lenen kamerleden van FVD uit de timmerkist van Donald Trump. Ze geven nooit toe dat ze fout zitten. Ze kiezen altijd de aanval. Ze projecteren hun eigen tekorten op anderen. Ze weten dat zij de ratten zijn, maar projecteren dat op anderen.

Dat het zover is kunnen komen is te wijten aan de lauwe reacties van media en politiek. Ze twijfelen of ze FVD moeten negeren of antwoorden. En als ze besluiten om te antwoorden gaat dat te netjes, te algemeen en te voorzichtig. Er wordt verontwaardiging uitgesproken, maar maatregelen blijven achterwege. De politiek faalt in het beschermen van de democratie.

Chris Aalberts is duidelijk als hij in het commentaarJOURNALISTEN INTIMIDEREN MAG GEWOON IN NEDERLAND‘ de labbekakkerige reactie van de media blootlegt: ‘De enige conclusie is: in Nederland begrijpen journalisten niet dat ze fascistische partijen geen onkritisch podium moeten geven. Politici snappen niet dat een club als FvD niet normaal is en dat je die dus ook niet als normale partij moet behandelen. Thierry Baudet lacht zich inmiddels kapot om alle ophef, want op basis van de afgelopen jaren kunnen we rustig voorspellen dat er niets gaat veranderen. Ik denk dat hij zelf ook verbaasd is waar zijn partij allemaal mee wegkomt.

Niet alleen hebben de media deze radicaal-rechtse politici die tegen het fascistisch gedachtegoed aanleunen niet kritisch benaderd, ze hebben ze zelfs groot helpen maken. Want uitsluitend door aandacht in de media hebben partijen als PVV en FVD kunnen groeien Hetzelfde gebeurde in de VS met Trump die groot werd door de media en ze later de vijand van het volk noemde. Toen had hij de media niet meer nodig.

In het commentaarOok Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘ uit 2021 schreef ik:

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.


Een voorbeeld hoe verkeerd de media het gevaar van FVD voor de democratie inschatten is hoe het FVD-kamerlid Pepijn van Houwelingen in december 2021 kritiekloos mocht scoren bij de regionale omroep 1Twente Enschede. Elk kritisch en democratisch besef bij deze omroep ontbrak. Waarom biedt zo’n omroep zo’n ultra-rechtse anti-democraat als Van Houwelingen die anderen intimideert een uur gratis publiciteit? In een commentaar schreef ik:

Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.

Wanneer worden de Nederlandse media eens wakker en beseffen ze dat wat ze de afgelopen jaren gedaan hebben verkeerd was? Ultra-rechtse brokkenpiloten die tegen het fascisme aanleunen en de democratie ondermijnen moeten geen onkritisch podium geboden worden. Het is niet normaal om het abnormale gedrag van deze rechtse ultra-radicalen te normaliseren.

Advertentie

Anton de Wit (KN) maakt karikatuur van ‘linkse’ tegenstanders van artikel 23

Schermafbeelding van deel commentaarWokevrije scholen’ en Artikel 23: hoe vrij is ons onderwijs?‘ van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 26 augustus 2022.

Op de FB-pagina van het Katholiek Nieuwsblad plaatste ik bij een posting van 26 augustus 2022 van een commentaar van hoofdredacteur Anton de Wit onderstaande reactie. De schermafbeeldingen zijn hier toegevoegd:

Er zijn onzorgvuldigheden geslopen in het commentaar van Anton de Wit die verwarrend werken. Ze geven de lezer een verkeerde voorstelling van zaken

Het ridiculiseren van links is een mening waar De Wit het volste recht op heeft. Maar het is wel een wankele argumentatie door uit een radicale mening binnen links te concluderen dat heel links zo is. Dat maakt van links een karikatuur. 

De Wit is geïnformeerd genoeg om te weten dat hij een en ander verkeerd voorstelt als hij het heeft over artikel 23 dat gaat over het openbaar en bijzonder onderwijs. De Wit suggereert dat de vrijheid van onderwijs ter discussie komt te staan als artikel 23 afgeschaft wordt. 

Schermafbeelding van deel commentaarWokevrije scholen’ en Artikel 23: hoe vrij is ons onderwijs?‘ van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 26 augustus 2022.

De Wit claimt zonder onderbouwing dat ‘links’ meent dat dit artikel ‘de bron van alle ellende’ is omdat het ‘de vrijheid van religieus of ideologisch geïnspireerd onderwijs garandeert‘. Dat is een voorstelling van zaken die op z’n best onvolledig en op z’n slechtst kwaadaardig kan worden genoemd. 

De kern van dit artikel en de steen des aanstoots voor de tegenstanders ervan is niet de vrijheid van religieus onderwijs, zoals De Wit suggereert. Die wordt door hen niet ter discussie gesteld zoals hij suggereert. Geen enkele politiek partij tornt tot nu toe aan die vrijheid. 

Schermafbeelding van artikel 23 van de Nederlandse Grondwet, lid 5-7.

Waar het voor deze tegenstanders om draait is de bekostiging van het bijzonder onderwijs ‘uit de openbare kas’. Dat willen ze afschaffen. Het is opvallend dat De Wit in zijn commentaar dit aspect niet noemt. Terwijl dat de kern van de kritiek op artikel 23 van niet-confessioneel links is. 

Dat gaat dus van D66, PvdD, PvdA, GL, SP tot en met VVD. De PVV is voorstander van artikel 23, maar wil de islam van bijzonder onderwijs uitsluiten. Dus ook de bekostiging van islamitisch onderwijs ‘uit de openbare kas’. Dat is shoppen in een wetsartikel dat weinig principieel aanvoelt.  

Die bekostiging van het bijzonder onderwijs kwam in 1917 in artikel 23 terecht als compromis en uitruil tussen de toenmalige linkse (niet-confessioneel) en rechtse (confessioneel) politieke partijen. De confessionelen kregen bekostiging uit de openbare kas voor hun scholen, de niet-confessionelen kregen algemeen kiesrecht. 

Het commentaar roept vooral de vraag op waarom De Wit herhaaldelijk suggereert dat ‘links’ de in de grondwet verankerde vrijheid van onderwijs wil afschaffen. Hij weet dat dit onjuist, praktisch onrealiseerbaar is en dat daar de kritiek van ‘links’ niet over gaat. De kritiek draait om de bekostiging ‘uit de openbare kas’. 

Schermafbeelding van deel artikel van Jasper van Dijk (SP).

Het gaat erom of een meer dan 100 jaar oud wetsartikel dat een uitruil was van standpunten te moderniseren. Als de bekostiging van het bijzonder onderwijs uit openbare middelen wordt gestopt, dan zal dat zeker de financiële soliditeit van christelijke scholen raken.

Het is echter stemmingmakerij van De Wit als hij zegt dat met de afschaffing van artikel 23 de vrijheid van onderwijs direct in gevaar komt. Christelijke koepels hebben nog steeds de vrijheid om scholen op te richten en te besturen. Het verschil is dat de bekostiging niet langer uit de openbare middelen komt, maar zal moeten worden opgebracht door de doelgroep die zo’n school steunt. 

De stille dood van het kunstbeleid. Waarom haalt de politiek de begrippen kunst en cultuur mentaal, beleidsmatig en budgettair niet uit elkaar?

Paragraaf ‘Cultuur‘ als standpunt van de VVD.

I. Robbert Dijkgraaf is de beoogde minister van OCW. Het ligt in de rede dat zijn beleidsterreinen Hoger Onderwijs, Wetenschap en Wetenschappelijk Onderzoek zullen zijn. Maar de verdeling van de beleidsterreinen op dit departement zijn nog niet bekend. 

Daarnaast komen er op dit departement een minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en een staatssecretaris Cultuur en Media. Die laatste functie wordt opnieuw ingevoerd (na Aad Nuis, Rick van der Ploeg, Cees van Leeuwen, Medy van der Laan) nadat die in 2007 was afgeschaft. Het is dus niet waarschijnlijk dat Dijkgraaf de eerst verantwoordelijke bewindspersoon voor Cultuur wordt. 

Interessanter is de vraag of D66 een kunstenaar tot staatssecretaris Cultuur en Media maakt. 

II. Het is verhullend om bij dit staatssecretariaat over Cultuur te praten terwijl Kunst wordt bedoeld. Cultuur omvat het bloemencorso, het carnaval, de braderie, het buurtfeest, het oliebollenkraam, de lokale sportwedstrijd en allerlei verbindende aspecten in de samenleving.

Kunst heeft andere functies, doelen en bestaansredenen dan Cultuur, hoewel er overlap bestaat. Waarom blijft de politiek zo aan de verhullende paraplu-term Cultuur hangen? Wat is de logica daarvoor? Waarom maakt de politiek geen knip tussen Kunst en Cultuur? Nu wordt Kunst achter of in de Cultuur verstopt. Ook budgettair. 

Het zou duidelijker zijn voor zowel Kunst als Cultuur om ze ‘mentaal’ en beleidsmatig te scheiden en bij verschillende departementen onder te brengen zoals dat trouwens voorheen het geval was.

Dan zouden we weer kunnen spreken over een Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen zoals dat van 1918 tot 1965 bestond en een Ministerie van Cultuur, Recreatie, Identiteit en Maatschappelijk Werk (CRIM) zoals dat in de voorganger CRM van 1965 tot 1982 bestond. 

Het is interessant voor auteurs, onderzoekers en kritische geesten om te beredeneren wat de sociale en politieke overwegingen waren in de jaren 1960 tot 1980 om Kunst en Cultuur op een hoop te gooien. En wat de politieke en sociale overwegingen zijn in 2021/2022 om die hoop te laten bestaan.

III. De VVD is de kwade genius van het kunstbeleid. Al in de jaren 1950 spraken vertegenwoordigers van de VVD neerbuigend over kunst. VVD-kamerlid Thierry Aartsen zette deze traditie binnen deze partij voort en had vanaf 2018 cultuur (o.a. Erfgoedinspectie, Bibliotheek en letterenbeleid, monumenten), Media, Arbeidsomstandigheden, Inspectie & toezicht in zijn portefeuille.

Wat de VVD onder ‘Cultuur’ of ‘Kunst’ verstaat wordt uit bovenstaande cultuurparagraaf niet duidelijk. Van een politieke partij die dat onderscheid niet maakt en beide begrippen door elkaar heen gebruikt valt te vrezen dat het niet wil dat wij weten wat het verschil tussen kunst en cultuur is. Het is waarschijnlijk dat de VVD om politieke redenen bewust beide begrippen door elkaar heen gebruikt om onduidelijkheid te zaaien en de Kunst te knechten.

Zo is het volstrekt onbegrijpelijk wat er in de tweede alinea staat. De zinnen hangen als los zand aan elkaar zonder dat er een oorzakelijk verband tussen bestaat: ‘Wij vinden dat kunst en cultuur toegankelijk horen te zijn voor iedereen. Subsidies moeten dus niet alleen naar Amsterdam gaan, maar verspreid worden over het hele land. De overheid stelt zich daarbij neutraal op, want volkscultuur is ook cultuur. Zo kunnen bijvoorbeeld festivals ook in aanmerking komen voor subsidie‘. Wat is het verband tussen een neutrale overheid die overigens per definitie niet bestaat en volkscultuur? Bedoelt de VVD met cultuur (=kunst) en met volkscultuur (= cultuur)? Want cultuur is altijd volkscultuur. Hoe dan ook zorgt de VVD in deze cultuurparagraaf voor onduidelijkheid en goochelt het met de begrippen Kunst en Cultuur die het verhullend gebruikt.

IV. Cultuur is de weerslag van de samenleving. De waarde van kunst is dat het zich deels ontworsteld heeft aan de macht, weerstand biedt aan onderwerping en haaks op de samenleving staat. Het heeft voor kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten.

Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. Of af te worden gebroken door de politiek.

Dat tekent de paradox van kunst die cultuur niet heeft. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Kunst valt op te vatten als aanscherping en verbijzondering van cultuur. Het verbindende aspect is bijkomend in kunst. Door kunst ook dat aspect toe te meten wordt kunst een functie opgelegd die er niet de kern van is, maar er om oneigenlijke, politieke redenen opgeplakt wordt.

V. Wat de VVD met kunst wil wordt uit de beschrijving duidelijk. De VVD gunt het kunst niet om een vrijplaats te zijn. De VVD wil die vrijplaats afbreken. De VVD wil kunst maken tot weerslag van de samenleving, goochelt daarom met de begrippen kunst en cultuur, en zaait bewust verwarring. De VVD heeft in de cultuurparagraaf niet het lef om kunst frontaal aan te vallen, maar probeert de functies en doelen ervan slinks te smoren in begripsverwarring. Namelijk door kunst te vervangen door het bredere en met de samenleving samenvallende begrip cultuur. Zodat kunst van scherpte en autonomie ontdaan wordt.

Zo is de missie van de VVD geslaagd, zonder dat we doorhebben dat de kunst in het beleid doelbewust van haar scherpte wordt ontdaan. Een progressieve partij als D66 vindt het vermoedelijk op dit moment niet de moeite waard of mist de macht om daar tegenin te gaan en een speciale positie voor Kunst op te eisen. Zo wordt Kunst indirect getemd en vervangen door en verborgen achter het begrip Cultuur. Noodgedwongen neemt D66 genoegen met een staatssecretaris van Cultuur.

VI. Wat ooit als emancipatiebeweging in de jaren 1960 begon is 50 jaar later geëindigd in een wisseltruc waardoor de Kunst verdwijnt. Zonder dat iemand het merkt en er een punt van maakt. Dat is de stille dood van het kunstbeleid. Maar taal doet ertoe. Het is de hoogste tijd om ons er bewust van te worden en er iets aan te veranderen. Laat dat onze garantie voor de toekomst zijn.

Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie

Schermafbeelding van deel columnThe media treats Biden as badly as — or worse than — Trump. Here’s proof‘ van Dana Milbank in The Washington Post, 4 december 2021.

Het is een oud, welbekend probleem. Journalisten zijn de doodgravers van de democratie, maar door een gebrek aan zelfkennis ontkennen ze dat. Ze zouden ‘objectief’ verslag doen. Als ze trouwens al door anderen ter verantwoording worden geroepen. Journalisten zouden boven kritiek staan. Objectieve analyse ontbreekt of komt niet buiten het wetenschappelijke domein.

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.

Media zoals De Correspondent of De Groene Amsterdammer hebben wel de journalistieke ambitie om door onderzoek achter de schone schijn van ultra-rechts te kijken, maar voor de publieke opinie zijn ze marginaal en weinig invloedrijk. Af en toe komen de gevestigde media met onderzoeksartikelen of scherpe analyses die dat ook beogen, maar dat blijven incidenten met weinig blijvende waarde.

Andere journalisten hadden zelfs dit zelfbesef achteraf niet. Als types als Jort Kelder of Wierd Duk die de rode lopen uitrollen voor ultra-rechts al journalist kunnen worden genoemd en niet politieke activisten die zich de uiterlijkheden van de journalist aanmeten. Ze worden aanvaard binnen hun beroepsgroep en het publiek ziet hen als journalist.

Schermafbeelding van een diagram over het vertrouwen in journalisten dat in Nederland met 30% betrekkelijk hoog is. In: GLOBAL TRUSTWORTHINESS INDEX 2021 van Ipsos, oktober 2021.

Wie op dit moment de Nederlandse kranten leest of naar nieuwsrubrieken als Op1 of Nieuwsuur kijkt kan niet anders dan concluderen dat premier Rutte en minister De Jonge, de partijleiders Kaag, Hoekstra en Segers door de media tot schietschijf zijn gemaakt. Ze krijgen dagelijks van alle kanten volop kritiek. Het lijkt onderhand op een kruistocht tegen de middenpartijen. Wat willen de journalisten aantonen die daar aan meewerken en beseffen ze wel waar ze mee bezig zijn?

Het is niet dat deze politici door respectievelijk een ondoelmatige en chaotische aanpak van de COVID-19 pandemie en de verprutste en onprofessionele werkwijze in de formatie geen kritiek verdienen. Dat verdienen ze ten volle. De generatie politici die nu aan de bal is blinkt niet uit in kwaliteit. Het punt is dat de media geen objectief, omvattend beeld geven van de omgeving waarin deze politici opereren.

Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer.

Politieke journalisten staan liever routinematig met verkeerde, dan hulpeloos met lege handen.

In een column voor de Washington Post gaat Dana Milbank in op de houding van de media tegenover de politiek. Hij onderbouwt de stelling dat de media president Biden slechter behandelen dan ze voormalig president Trump behandelden. Hij concludeert aan de hand van een analyse van meer dan 200.000 artikelen dat waarmee ik begon: ‘Mijn collega’s in de media zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘.

Het beleid rechtvaardigt dat niet. De aanpak van voormalig president Trump van de pandemie was rampzalig en kostte velen onnodig het leven. President Biden heeft op de puinhopen van Trumps aanpak het probleem van de besmettingen doelmatig aangepakt. Maar nog meer dan in Nederland zetten om politieke redenen anti-vaxxers hun lichaam in om het vaccinatiebeleid van de zittende regering te ondermijnen. Daar doen in beide landen journalisten niet goed verslag van. Of ze durven niet of ze willen niet of wat erger is, ze zien het niet.

Er is meer in Trumps beleid dat de toets der kritiek niet kon doorstaan en Biden beter doet. Zoals belangrijke wetgeving die Biden succesvol door het congres loodst. In de media is dat niet terug te vinden in de verslaggeving. Zo krijgt de deconstructivist Trump een positievere pers dan Biden die zich constructief opstelt. Journalistiek is de omkering van waarden geworden.

Hoe dat komt verklaart Milbank zo: ‘Ik vermoed dat mijn collega’s in de media het slachtoffer zijn geworden van onze asymmetrische politiek. Biden regeert volgens traditionele normen, terwijl de Republikeinen een schokkende campagne voeren om hem te delegitimeren met de ene verzonnen aanklacht na de andere. Deze week dreigden de Republikeinen met een sluiting van de regering om de vaccinmandaten van Biden te blokkeren, na een jaar van inspanningen om vaccinatie te ontmoedigen. Maar, ongelooflijk, ze geven Biden tegelijkertijd de schuld van sterfgevallen door coronavirus – sterfgevallen die bijna volledig voorkomen onder niet-gevaccineerden,’

Milbanks concludeert over de Amerikaanse media wat in mindere mate ook geldt voor de Nederlandse media. In Nederland staat nog niet het voortbestaan van de democratie op het spel zoals in de VS, maar wel de sociale cohesie en de geloofwaardigheid van de politiek: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Malaise in alle politieke partijen van Nederland

Person wearing a mask made by W.T. Benda, 1925. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan het toch dat de Nederlandse politieke partijen hun potentieel niet benutten en het zo slecht doen? Zowel in strategisch als organisatorisch opzicht. Wat is er aan de hand met de Nederlandse politiek partijen? Niemand weet er nog enthousiasme voor op te brengen.

Opvallend is dat geen enkel deel van het politieke spectrum zich aan de malaise onttrekt. Links, rechts en centrum blunderen op hun eigen karakteristieke wijze. Hoe valt dat te verklaren?

Links zit zonder ideeën en bevindt zich in een geestelijk niemandsland. Maar ook strategisch opereert links onverstandig. Het vertrek van GL-kamerlid Bart Snels spreekt boekdelen. Hij was tegen hechte samenwerking of zelfs fusie met de PvdA. Snels koerste af op een kabinet VVD, D66, CDA en GL zoals Jos Heymans voor RTL Nieuws betoogt, maar kreeg hiervoor geen steun binnen zijn partij. Partijleider Jesse Klaver radicaliseerde en zette zich hiermee buitenspel.

Binnen de SP lijkt het omgekeerde te spelen. De partijleiding gaat de meer radicale elementen die lid zijn van de jongerenorganisatie ROOD of het ideeënplatform Marxistisch Forum uit de partij zetten. Niet als individuen, maar als groep. Met als gevolg dat lokale afdelingen zoals Utrecht uit elkaar dreigen te vallen. Chris Aalberts voor TPO die bekend staat als Baudet-watcher herkent in de chaos en het ondemocratisch gedrag van de partijleiding van de SP het patroon dat hij kent van FvD.

De PvdA is de partij met de minste ideeën omdat de partij gewoonweg niet weet wat de eigen identiteit is, waar het zich bevindt en welke kant het op moet gaan. Partijleider Ploumen is inspiratieloos en koos de vlucht vooruit in samenwerking met GL om een idee van daadkracht te suggereren. GL en SP hebben nog een zeker profiel in respectievelijk duurzaamheid en zorg, maar zelfs dat unieke verkooppunt mist de PvdA.

Rechts is negatief, radicaliseert en fragmenteert. FvD weet met partijleider Baudet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet lijkt dat hij zowel de intellectuele bagage mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk ontbeert. Daarom blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij duidelijk inzette op metapolitiek zwalken tussen de twee posities zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen.

De PVV is redelijk stabiel en relatief onkwetsbaar omdat het een partijorganisatie mist. Maar dat laatste wat een sterkte lijkt is tevens een zwakte omdat het een grens aan de groei stelt. In de schaduw van partijleider Geert Wilders kan niemand groeien. Hij speelt op veilig en lijkt door zijn voorzichtige aanpak minder te radicaliseren dan de andere rechtse partijen, maar Wilders’ professionalisme heeft als nadeel dat het resulteert in korte termijn denken en de partij een strategie voor de toekomst mist.

Rechtse splinters als JA21 met Joost Eerdmans en Wybren van Haga’s BVNL hebben onvoldoende aantrekkingskracht voor de kiezer. Het opportunisme van de leiders die van partij naar partij hoppen is zelfs voor de rechtse kiezer ongeloofwaardig. Types als Van Haga en Eerdmans zijn voorbeelden van baantjesjagers. Het opportunisme strookt niet met hun aanschoppen tegen de politiek omdat hun CV daar haaks op staat.

In het Centrum presteert de VVD goed dankzij de electorale aantrekkingskracht en positie van premier Mark Rutte. dat is overigens de achilleshiel van de VVD. Hoe gaat het verder na Rutte? Rutte heeft veel in moeten leveren aan statuur. De vlotheid van Rutte om zowel met links als rechts te kunnen samenwerken heeft twee nadelen. Het wordt steeds meer uitgelegd als oppervlakkigheid, gebrek aan ideeën en zelfs het ontbreken van politieke ruggengraat. Dat werd duidelijk toen in de formatie onder druk van het CDA de samenwerking met links, zonder dat het tot gesprekken kwam, werd geblokkeerd. Zo is in de beeldvorming de vlotte flexibiliteit van Rutte veranderd in stugheid.

Het CDA verkeert in chaos en in een identiteitscrisis. Een teken daarvan is dat kamerlid Pieter Omtzigt uit de partij is gestapt. Partijleider Hoekstra komt over als bekwaam, maar ook als kil, afstandelijk en weinig christelijk. Hij lijkt geen handige politicus die steun kan werven voor de standpunten van zijn partij. Is het wel zo duidelijk dat de partij naar het midden koerst en afstand heeft genomen van de rechtse koers van vorige partijleiders? De kiezersgunst toont een dramatische teruggang.

D66 had in Rob Jetten een bekwame partijleider, maar de partij wilde meer en koos voor Sigrid Kaag omdat die hoger zou kunnen stijgen. Tot en met het premierschap zoals de partij dacht. Maar Kaag is geen handige politicus en het team dat haar omringt lijkt te veel te willen. D66 denkt van zichzelf dat het groter en invloedrijker is dan het echt is. Eén goede verkiezingsuitslag is te weinig en moet niet overmoedig, maar nederig maken om het resultaat te kunnen verzilveren. Daarbij komt dat D66 een partij is die voor veel kiezers een tweede keuze is. Als de partij aan momentum verliest, dan daalt het ook gelijk flink omdat de partij geen sterk gedachtengoed heeft dat als een buffer voldoende kiezers kan vasthouden.

Inuit met masker.

Dit overzicht over links, rechts en centrum leidt tot de conclusie dat de Nederlandse politieke partijen slecht in vorm zijn en eigenlijk allen in zekere mate in een identiteitscrisis verkeren. Ze leven niet naar de kompas van hun politieke gedachtengoed of hebben dat nooit gedaan en al geruime tijd ingewisseld voor opiniepanels die de koers bepalen. Dat leidt tot een ratjetoe aan opzetjes die niet met elkaar samenhangen. Dat is niet het programma van een politieke partij die de macht wil delen om eigen ideeën te realiseren, maar het staketsel van een marketingbureau. Fragmentatie heeft geleid tot 19 partijen of afsplitsingen in de Tweede Kamer en dat leidt weer tot het hard bestrijden van concurrenten die vechten om schaarse zetels.

Als partijleiders het zelfvertrouwen missen om samen te werken en door hun partij ertoe worden gedwongen om steeds maar weer de eigen positie in de marketing te benadrukken, dan is politiek geen politiek meer, maar het zonder op adem te kunnen komen presenteren van een lege huls waarvan de inhoud ontbreekt. De schijn is het idee geworden.

Is ‘blokkade’ het woord van de kabinetsformatie 2021?

A la fin des années 1970, Europa-Park est déjà bien implanté en tant que rendez-vous familial pour le grand public en Allemagne. Quelques années plus tard, en 1982, sera inauguré le premier quartier à thème européen. L’Italie sera le pays choisi. Document Europa-Park.

Het woord van de kabinetsformatie zou wel eens ‘blokkade’ kunnen zijn. Partijen sluiten elkaar uit. Vandaag gooiden VVD en CDA zoals het er nu naar uitziet de deur definitief dicht voor PvdA en GroenLinks. Nadat deze partijen zich geweld hebben aangedaan door te handelen in strijd met hun eigen identiteit. Alle partijen lijken in een identiteitscrisis te verkeren. Ze blokkeren psychisch. Beide rechtse partijen willen niet dat de twee linkse partijen aan tafel aanschuiven om te onderhandelen.

Van de grootste partij VVD is dat begrijpelijk, maar waar het instabiele en verdeelde CDA dat worstelt met de invloed van oud-partijlid Pieter Omtzigt de lef vandaan haalt om zich zo hard op te stellen is onbegrijpelijk. D66 wil de ChristenUnie niet in het kabinet omdat deze christelijke partij haaks staat op een progressieve agenda. Deze opstelling, blokkade, van D66 is begrijpelijk omdat sociaal-culturele progressiviteit voor het sociaal-economisch rechtse D66 de enige manier is om zich te onderscheiden.

Een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA met 73 zetels is evenmin aantrekkelijk omdat het zich ermee op bepaalde beleidsterreinen die bij links geen steun hebben afhankelijk maakt van de radicaal-rechtse partijen, zoals de PVV. Dat is een publicitair rampscenario voor premier Rutte. Een pseudo-minderheidskabinet met vaste gedoogsteun van het tegen D66 aanleunende VOLT zou de coalitie uit de greep van de rechtse Kamermeerderheid tillen. Maar of VOLT daartoe bereid is of dat VVD en CDA ook zo’n optie blokkeren is ongewis.

Misschien is het woord dat bij nader inzien de kabinetsformatie 2021 beter omschrijft achtbaan of het in dit kader treffende equivalent tuimeltrein omdat het de noties buitelen, struikelen en vallen bevat. Het kronkelt en de kiezers zien het verbijsterend aan. Ze begrijpen niet wat ze zien en hoe het proces zich ontrolt. Wat is het alternatief voor partijpolitiek die aan zichzelf denkt en het algemeen belang uit het oog is verloren? Stuk voor stuk falen de leiders van de politieke partijen. Dat beseffen ze en tast weer hun zelfbeeld aan.

Je vraagt je af of het geen tijd is voor een interventie van een extern orgaan of adviesraad om het demissionaire kabinet én de voorzitter van de Tweede Kamer erop te wijzen dat wat nu gebeurt constitutioneel ontoelaatbaar en buiten de orde is. Formeel hebben de ministers van Staat of de Raad van State geen rol hierin maar ze zouden wel hun publicitaire en morele gewicht kunnen inzetten om kabinet en Kamer in de publieke opinie te corrigeren. Of liever gezegd, tot de orde te roepen. Partijleiders die zich gedragen als kleuters zouden op hun gedrag aangesproken moeten worden.

Want het is nog niet over. Vandaag pas beginnen de onderhandelingen. Dat gaat dus nog even duren. Midden september loopt het ziekteverlof van Omtzigt af. Als hij terugkeert in de Kamer zorgt dat weer voor nieuwe dynamiek en hernieuwde aandacht voor de verdeeldheid in het CDA. Dat ondermijnt de positie van CDA-partijleider Hoekstra. Dat kan opnieuw voor vertraging zorgen. Etc.

Raad Arnhem neemt motie aan om stedenband met Wuhan te verbreken vanwege de schokkende behandeling van de Oeigoeren door China

Aangenomen motie 21M81 ‘Verbreek stedenband met Wuhan (Volksrepubliek China)’ in gemeenteraad Arnhem, 21 juli 2021.

Een motie die op 11 november 2020 nog door DENK werd ingetrokken omdat er geen meerderheid voor was kreeg gisteren wel een meerderheid in de Arnhemse raad.

Vergeleken met toen was de motie op twee punten gewijzigd. In de tekst was toegevoegd: [We weten dat] ‘De 2de kamer op 25-02-2021 een motie heeft aangenomen waarin uitgesproken wordt dat in China genocide plaatsvindt en China strafkampen erop na houdt die bedoeld zijn om geboorte binnen een specifieke groep te voorkomen’. In de presentatie van de motie verwees de vertegenwoordiger van DENk uitdrukkelijk naar deze motie in de Tweede Kamer. Verder was de motie medeondertekend door de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie.

De Gelderlander noemt in een bericht van 21 juli 2021 het besluit van de raad om de stedenband met Wuhan te verbreken ‘verrassend‘, Het zegt ook dat de raad hiermee inging tegen het voorstel van het college dat bestaat uit GL, D66, VVD en PvdA. De partijen die voor de motie stemmen waren Denk, GroenLinks, D66, SP, ChristenUnie, PVV en Partij voor de Dieren. Ze hebben een meerderheid van 23 van de 39 zetels. Van de coalitiepartijen stemden GL en D66 voor en PvdA en VVD tegen.

In oktober 2019 verscheen in opdracht van het college een door Buck Consultants International uitgevoerde evaluatie over de 20 jarige relatie van Arnhem met Wuhan. Het leest als een stuk uit een vorig tijdperk. Dat bureau adviseerde om de stedenband niet te verbreken omdat ‘De relatie biedt betrokkenen rechtstreeks inzicht in de werkwijze en uitdagingen binnen deze enorme groeimarkt, kansen voor nuttige contacten en zakelijke mogelijkheden, en Arnhem als stad een grotere uitstraling‘. Dat is een economische benadering die door de motie naar de prullenbak is verwezen. De paradox is dat Arnhem dat zich nu laat kennen als criticus van het Chinese mensenrechtenbeleid een uitstraling krijgt dat het anders nooit had gehad.

Deze motie staat niet op zichzelf en is er een teken van dat binnen de EU en het Westen in het algemeen (met name Australië, Zweden en de VS) de kritiek op China op de laagste en hoogste bestuurlijke niveau’s toeneemt. Europese landen laten zich steeds lastiger chanteren door de economische macht van China. Dat wordt aan twee kanten ook beter realiseerbaar door de ontknoping van de Chinese economie van de wereldeconomie die zowel door het leiderschap van de Communistische Partij China als westerse landen wordt nagestreefd. Dat maakt de dreiging van economische chantage door de Chinese communisten op termijn minder krachtig.

Het is de verdienste van DENK dat het dit in Arnhem in een motie heeft opgeschreven en het is een teken van veranderend denken over de relatie met China dat de motie door links, rechts, niet-coalitiepartijen en coalitiepartijen is aangenomen.

Welke gemeenten volgen? Als de lijst nog actueel is: Amsterdam heeft stedenbanden met Beiijng en Shenzhen, Delft met Jingdezhen, Emmen met Shangluo, Enschede met Dalian, Groningen met Tianjin en Xi’an, Maastricht met Chengdu, Oosterhout met Nantong, Tilburg met Changzhou en Weert met Hangzhou. Activisten en politieke partijen die de stedenband van hun eigen gemeente met een Chinese gemeente willen verbreken of ter discussie willen stellen kunnen uit de Arnhemse motie moed putten.

Vandalisme teistert Alkmaarse buitenexpositie #TIERGARTEN. Aanval op kunst is door VVD voorbereid

Schermafbeelding van delen van artikel KUNST BOLWERK OPNIEUW VERNIELD: “STOERE MANNEN HEBBEN HET IN VIJF MINUTEN KAPOTGETRAPT” in Alkmaar Centraal, 14 juli 2021.

Waar komt de haat tegen kunst in de openbare ruimte vandaan? In Alkmaar vragen de organisatoren van de expositie #TIERGARTEN het zich af. Het werk ‘Muur!’ van Catinka Kersten is zelfs al twee keer vernield. In het weekend van 17 juli zal het voor de derde keer terug worden geplaatst op Het Bolwerk. Van de elf werken in de buitenexpositie werden er zes gestolen of beschadigd.

Een verklaring is dat de vandalen oogsten wat door VVD’ers als Han ten Broeke en Halbe Zijlstra is gezaaid. Lees ‘Manifestaties van de vrijheid des geestes: een liberale kijk op cultuur en sport’ (2012) van de Teldersstichting. Dat is het wetenschappelijk bureau van de VVD. Kunst wordt daarin beschouwd als vermaak en vrije tijd en moet terug in het hok. Getemd, tandeloos en onschadelijk gemaakt.

Voor de VVD speelt kunst dezelfde wedstrijd als de fanfare van amateurmusici of het bloemencorso. Kamerlid Thierry Aartsen ventte dat standpunt afgelopen jaren als toenmalig woordvoerder cultuur uit en was er nog trots op. Het is alsof burgers een politieke partij gelijkschakelen met een ontmoetingsplek voor wijnliefhebbers, een naaikransje, een familie die een verjaardagspartijtje viert of een kroeggesprek tussen vrienden. Die beeldvorming is een doordachte aanpak van de VVD om kunst te verhinderen om de functie op te eisen die het voor zichzelf als logisch en natuurlijk ziet.

De VVD heeft vanaf de jaren 1950 (Willem Carel Wendelaar: Jan Hanlo) de geesten rijp gemaakt om de positie van kunst in te perken. De partij heeft voor vandalen de lat laag gelegd om te keer te gaan tegen kunst. Hun gebrek aan respect voor kunst is een gevolg van de publiekelijk geuite minachting van kunst door VVD’ers.

Terwijl deze vermoedelijk jeugdige vandalen niet beter weten, weten de door de wol geverfde VVD’ers wel beter. Hun heksenjacht tegen kunst als zogenaamde linkse hobby is bewust beleid om kunst verdacht te maken, het draagvlak ervoor in de Nederlandse samenleving aan te tasten en ondergeschikt te maken aan de economische orde. De tragiek is dat andere partijen, onder wie de linkse, die agenda hebben overgenomen en de kunst en de kunstenaars geestelijk en financieel niet meer ruimhartig willen bijstaan.

Die sinds de jaren 1950 afgenomen vanzelfsprekendheid om kunst te steunen en als essentieel te zien heeft vermoedelijk te maken met de sinds die tijd veranderde achtergrond van politici. De democratiseringen van de jaren 1960 en de nasleep ervan hebben geleid tot een verminderd begrip voor Bildung als belangrijk ideaal voor de algemene vorming van burgers. In Duitsland en Frankrijk bestaat dat begrip van Bildung nog wel bij de politieke en bestuurlijke klasse, of wordt het hooggehouden, en staat de functie van kunst niet of minder ter discussie. Laat staan dat de politieke klasse in het openbaar minachtende uitspraken over kunst en kunstenaars doet om er electoraal mee te scoren. Het dramatisch gevolg van dit kunstonvriendelijke beleid is dat de burgers er bewust van worden weggehouden.

De VVD is de kwade genius van het Nederlandse cultuurbeleid. Het heeft de weg bereid voor populistische, rechts-radicale partijen als PVV en FvD die tegen kunst schoppen. Het kunstje van het dingen naar de volksgunst over de rug van de kunst hebben ze geleerd van de VVD. In Nederland heeft kunst geen positie, geen sterke vertegenwoordigers, geen maatschappelijke steun en geen aanzien. Dankzij de VVD die de kunst haat.

Het vandalisme tegen de kunstwerken van de expositie #TIERGARTEN in het Alkmaarse Bolwerk komt niet uit de lucht vallen. Het is geen toeval, maar is door de politiek voorbereid. Door initiator VVD die stilzwijgend andere partijen heeft meegekregen. Om te variëren op de laatste woorden van kolonel Kurtz in Apocalypse Now: ‘The hate, the hate‘.

Plasterk voegt zich met Telegraaf-column in rechtse hetze tegen D66 en Sigrid Kaag

Schermafbeelding van deel artikelOud-PvdA-minister Ronald Plasterk wil dat Sigrid Kaag aftreedt: ‘Zo iemand kan je in een kabinetsteam niet hebben’ van Michael van der Galien op DDS, 3 juli 2021.

Oud-minister Ronald Plasterk heeft een Telegraaf-column en moet daar noodgedwongen rechtse praatjes bezigen. Of hoofdredacteur Paul Jansen hem dat oplegt of dat Plasterk daar door zelfcensuur of zelfverloochening toe komt is van ondergeschikt belang. Het resultaat is hetzelfde.

Plasterk plooit zich als een lichte vrouw die zich verkoopt. Het is triest om te zien. De sociaal-democraat schept verwarring en is populair bij PVV- en Forum-sympathisanten.

Het is veelzeggend dat een sociaal-democraat van overtuiging die binnen zijn partij niet relevant meer is zijn overtuiging verkoopt aan de meest biedende. Of in dit geval waarschijnlijk, de enig biedende. Maar Plasterk heeft het recht om de weg van de minste weerstand te volgen. Een weg die bij anderen veel weerstand oproept.

Met terugwerkende kracht worden zijn ministerschappen in Balkenende IV en Rutte II er niet geloofwaardiger op. Ook toen al zocht hij opvallend de publiciteit. Bijvoorbeeld door foto’s te maken van degenen die hem in zijn werkkamer als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezochten. Dat deelde hij weer breed in de publiciteit.

Zijn laatste column in De Telegraaf is een bescheiden hit op radicaal-rechtse sites, zoals DDS. Ik reageerde daar bij bovenstaand artikel: ‘Plasterk is een fossiel die zichzelf tot leven probeert te wekken. Hij zoekt de rechtse echokamer op om zichzelf te laten horen. Plasterk toont aan hoe iemand van overtuiging kan veranderen. Hij neemt de kleur van zijn omgeving aan en verliest in dat proces zichzelf. Ik kan me niet voorstellen dat verstandige Telegraaf-lezers die hang naar aandacht van Plasterk niet doorzien. Als hem een kabinetspost in Rutte IV zou worden aangeboden, dan verschiet hij in een nacht weer van kleur.

De column van Plasterk past in de continue oorlog die de Telegraaf tegen D66 en Sigrid Kaag voert. Is D66 immers niet de aartsvijand van de PVV? De Telegraaf probeert nog steeds het foute beeld te vormen dat de progressieve centrumpartij D66 met stevige rechtse sociaal-economische programmapunten een linkse partij is.

Plasterks column staat achter een betaalmuur, maar er valt te lezen dat het als volgt begint: ‘Het VPRO-programma Sigrid Kaag van Beiroet tot Binnenhof is een mooie boel geworden. Om te beginnen is het politiek kluitjesvoetbal. Het programma is gemaakt door de VPRO, die wordt geleid door een oud-campagneleider van D66. Er is in overleg met de publieke omroep (die onder leiding staat van een D66’er) een tijdstip gekozen soort voor de verkenningen om maximale electorale impact te hebben (…). De film is mede gefinancierd door het Nederlands Filmfonds (voorzitter was Thom de Graaf), en kreeg, zo meldt journaliste Kim van Keken, een extra subsidie van minister Van Engelshoven (D66).

Dit is stemmingmakerij door associatie van Plasterk. Het feit dat leden van D66 hierbij betrokken zijn wil nog niet zeggen dat ze verkeerd gehandeld hebben. Maar dat suggereert Plasterk wel. Thom de Graaf was overigens nooit voorzitter van het Nederlands Filmfonds, maar voorzitter van de Raad van Toezicht van die organisatie. In die functie is hij opgevolgd door het voormalige VVD-kamerlid Laetitia Griffith. In Nederland Polderland rouleren dit soort functies tussen leden van de grootste partijen. Dat is de PvdA al sinds 2017 niet meer.

DDS gaat in de overdrive als het onder verwijzing naar de VPRO-documentaire waarover kamervragen door de PVV waren gesteld suggereert dat minister ‘Kaag haar collega-minister Arie Slob (ChristenUnie) hier gewoon keihard over heeft laten liegen‘. Het valt trouwens op hoe Plasterk in zijn column delen van de kamervragen van PVV’er Martin Bosma overneemt. En DDS vervolgt: ‘Slob antwoordde daarop dat – zo werd hem dat verteld door de VPRO – er geen contact was geweest tussen de documentairemakers en D66, niet over de precieze inhoud van de docu, tenminste’.

De crux waarop Plasterks column leunt is dat minister Kaag haar collega-minster Slob informatie heeft onthouden waardoor hij de kamervragen van de PVV verkeerd heeft beantwoord. Dat laatste is juist en valt de VPRO te verwijten die Slob verkeerd heeft geïnformeerd zodat hij op zijn beurt de kamer verkeerd informeerde. Daar staat Kaag buiten. Dat zijn gescheiden verantwoordelijkheden die Plasterk op een hoop gooit. En stel dat Kaag Slob die op een ander ministerie werkt hierover wel had geïnformeerd, dan was de reactie van De Telegraaf voorspelbaar geweest. Namelijk dat Kaag Slob heimelijk probeerde te beïnvloeden. Het is immers nooit goed wat de Telegraaf over D66 meldt.

Dat er foute kantjes zitten aan de productie van de VPRO-documentaire over Kaag is duidelijk. De makers zijn door D66 en Buitenlandse Zaken onder druk gezet om de film aan te passen. Dat is ontoelaatbaar en hoort niet in een werkende democratie thuis.

Er moet wetgeving komen om de verderfelijke invloed van voorlichters en communicatie-experts bij ministeries en gemeenten op de journalistiek en de kunst terug te dringen. Hun macht is veel te groot geworden. Ze perken de persvrijheid en de vrijheid van expressie in.

Omdat nog niet alle feiten bekend zijn, dient deze kwestie tot op de bodem uitgezocht te worden en openbaar gemaakt te worden. De losse flodders voor de boeg van De Telegraaf en Roland Plasterk hebben geen enkele betekenis om deze kwestie zorgvuldig in kaart te brengen en het achterliggende probleem van politieke druk op media en kunst structureel op te lossen.

Hoekstra roept vragen op over zijn functioneren door PvdA en GroenLinks gelijk te stellen met PVV en FvD

Schermafbeelding van deel artikelKabinetsformatie nog steeds muurvast: het lukt partijleiders niet om over eigen schaduw heen te springen‘ in de Volkskrant, 21 juni 2021. Verslag Avinash Bhikhie en Natalie Righton.

Laat mijn positie duidelijk zijn, de PvdA vind ik een partij die het sociaal-democratische gedachtengoed in de uitverkoop heeft gedaan en GroenLinks heeft naar mijn idee door Kauthar Bouchallikht te selecteren als kamerlid de verkeerde afslag genomen. Ze is niet geloofwaardig in het weerleggen van de aantijging dat ze sympathieën voor de radicale islam heeft. Dat verwijt blijft daarom boven GroenLinks hangen en beschadigt het beeld van een partij die ondubbelzinnig democratisch is.

Afkeer van deze twee linkse partijen heb ik echter niet. Ze hebben bestaansrecht, maar vullen dat naar mijn idee op dit moment verkeerd in. Ze verkwanselen in mijn ogen hun eigen potentie. Dat vertaalt zich in hun gebrek aan electorale aantrekkingskracht. Ondanks dat ben ik toch van mening dat deze twee partijen een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de Nederlandse politiek. Op voorwaarde dat ze beter dan nu in vorm zijn én meer krachtige en overtuigende leiders naar voren schuiven. Vooral de PvdA heeft een langere traditie dan GroenLinks.

In mijn ogen heeft FvD geen bestaansrecht in de Nederlandse politiek. Het is een anti-democratische partij met uitgangspunten die niet binnen de democratische rechtsstaat passen. In een commentaar van 16 maart 2021 schreef ik op de vooravond van de verkiezingen voor de Tweede Kamer het volgende:

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.
Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

De opinie van CDA-leider Wopke Hoekstra die de Volkskrant noteert is dat hij evenveel afkeer heeft om samen te werken met GroenLinks en PvdA als met PVV of FvD. Deze uitspraak roept sterke twijfels op over het politieke inzicht van Hoekstra. Het is tevens een echo van zijn botte opmerkingen over Zuid-Europa in maart 2020 als minister van Financiën. In een reactie noemde de Portugese premier Costa Hoekstra’s opmerkingen ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’.

Hoekstra’s opmerkingen over de PvdA en GroenLinks zijn eveneens ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’. Heeft Hoekstra met de belediging van beide linkse partijen een politiek doel, zoals het ontmoedigen om nog aan de formatie deel te nemen? Eerder het omgekeerde lijkt het geval.

Hoekstra laat zich door zijn uitspraak kennen als een botte en sociaal onhandige persoon. Hij strijkt PvdA en GroenLinks én formateur Mariëtte Hamer ermee tegen de haren in zodat beide partijen zich naar verwachting met z’n tweeën nog standvastiger zullen opstellen om samen de formatiebesprekingen te voeren.

DEN HAAG – Wopke Hoekstra staat de pers te woord na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Juni 2021. Credits: ANP Robin Utrecht.

De kille Hoekstra bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt en is dus ook een ondoelmatig politicus. Als persoon die de sfeer goed moet houden in de lastige en vermoeiende formatie en als politicus die resultaten moet boeken valt Hoekstra door de mand.

Hoekstra laat zich kennen als een rechtse politicus die hoegenaamd het verschil niet kent tussen de zes partijen (VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU) die deel uitmaken van de formatiebesprekingen doordat ze zijn uitgenodigd door informateur Hamer én PVV en FvD. Of hij doet alsof hij het verschil niet kent. Dat is kinderachtig van hem.

Blijft de achterban van het CDA zwijgen over de uitspraak van Hoekstra? Hoe valt het bij de leden in de regio die decennialang goed hebben samengewerkt met de PvdA dat deze partij wordt gelijkgesteld aan de ultrarechtse FvD die de democratie wil afschaffen? Door het vertrek van kamerlid Pieter Omtzigt en de fluistercampagne van de CDA-top tegen hem en de verrechtsing van de partij onder leiding van Hoekstra is het CDA toch al tot op het bot verdeeld. Wat bezielt Hoekstra om daar onnodig een nieuw strijdpunt aan toe te voegen?

Het lijkt er sterk op dat Wopke Hoekstra als leider van een instabiele partij lijdt aan zelfoverschatting. Wellicht denkt hij dat de aanval de beste verdediging is omdat hij door de PvdA en GroenLinks aan te vallen afleidt van de beeldvorming over een verzwakt CDA. Wie weet. Tegelijk roept Hoekstra met zijn uitspraak die door beide linkse partijen als belediging opgevat wordt, en feitelijk onnodig is omdat het geen doel dient, vragen op over zijn beoordelingsvermogen, politieke vakmanschap, leiderscapaciteiten en karaktereigenschappen als persoon die niet weet hoe hij zich sociaal moet gedragen.