Hoekstra roept vragen op over zijn functioneren door PvdA en GroenLinks gelijk te stellen met PVV en FvD

Schermafbeelding van deel artikelKabinetsformatie nog steeds muurvast: het lukt partijleiders niet om over eigen schaduw heen te springen‘ in de Volkskrant, 21 juni 2021. Verslag Avinash Bhikhie en Natalie Righton.

Laat mijn positie duidelijk zijn, de PvdA vind ik een partij die het sociaal-democratische gedachtengoed in de uitverkoop heeft gedaan en GroenLinks heeft naar mijn idee door Kauthar Bouchallikht te selecteren als kamerlid de verkeerde afslag genomen. Ze is niet geloofwaardig in het weerleggen van de aantijging dat ze sympathieën voor de radicale islam heeft. Dat verwijt blijft daarom boven GroenLinks hangen en beschadigt het beeld van een partij die ondubbelzinnig democratisch is.

Afkeer van deze twee linkse partijen heb ik echter niet. Ze hebben bestaansrecht, maar vullen dat naar mijn idee op dit moment verkeerd in. Ze verkwanselen in mijn ogen hun eigen potentie. Dat vertaalt zich in hun gebrek aan electorale aantrekkingskracht. Ondanks dat ben ik toch van mening dat deze twee partijen een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de Nederlandse politiek. Op voorwaarde dat ze beter dan nu in vorm zijn én meer krachtige en overtuigende leiders naar voren schuiven. Vooral de PvdA heeft een langere traditie dan GroenLinks.

In mijn ogen heeft FvD geen bestaansrecht in de Nederlandse politiek. Het is een anti-democratische partij met uitgangspunten die niet binnen de democratische rechtsstaat passen. In een commentaar van 16 maart 2021 schreef ik op de vooravond van de verkiezingen voor de Tweede Kamer het volgende:

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.
Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

De opinie van CDA-leider Wopke Hoekstra die de Volkskrant noteert is dat hij evenveel afkeer heeft om samen te werken met GroenLinks en PvdA als met PVV of FvD. Deze uitspraak roept sterke twijfels op over het politieke inzicht van Hoekstra. Het is tevens een echo van zijn botte opmerkingen over Zuid-Europa in maart 2020 als minister van Financiën. In een reactie noemde de Portugese premier Costa Hoekstra’s opmerkingen ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’.

Hoekstra’s opmerkingen over de PvdA en GroenLinks zijn eveneens ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’. Heeft Hoekstra met de belediging van beide linkse partijen een politiek doel, zoals het ontmoedigen om nog aan de formatie deel te nemen? Eerder het omgekeerde lijkt het geval.

Hoekstra laat zich door zijn uitspraak kennen als een botte en sociaal onhandige persoon. Hij strijkt PvdA en GroenLinks én formateur Mariëtte Hamer ermee tegen de haren in zodat beide partijen zich naar verwachting met z’n tweeën nog standvastiger zullen opstellen om samen de formatiebesprekingen te voeren.

DEN HAAG – Wopke Hoekstra staat de pers te woord na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Juni 2021. Credits: ANP Robin Utrecht.

De kille Hoekstra bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt en is dus ook een ondoelmatig politicus. Als persoon die de sfeer goed moet houden in de lastige en vermoeiende formatie en als politicus die resultaten moet boeken valt Hoekstra door de mand.

Hoekstra laat zich kennen als een rechtse politicus die hoegenaamd het verschil niet kent tussen de zes partijen (VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU) die deel uitmaken van de formatiebesprekingen doordat ze zijn uitgenodigd door informateur Hamer én PVV en FvD. Of hij doet alsof hij het verschil niet kent. Dat is kinderachtig van hem.

Blijft de achterban van het CDA zwijgen over de uitspraak van Hoekstra? Hoe valt het bij de leden in de regio die decennialang goed hebben samengewerkt met de PvdA dat deze partij wordt gelijkgesteld aan de ultrarechtse FvD die de democratie wil afschaffen? Door het vertrek van kamerlid Pieter Omtzigt en de fluistercampagne van de CDA-top tegen hem en de verrechtsing van de partij onder leiding van Hoekstra is het CDA toch al tot op het bot verdeeld. Wat bezielt Hoekstra om daar onnodig een nieuw strijdpunt aan toe te voegen?

Het lijkt er sterk op dat Wopke Hoekstra als leider van een instabiele partij lijdt aan zelfoverschatting. Wellicht denkt hij dat de aanval de beste verdediging is omdat hij door de PvdA en GroenLinks aan te vallen afleidt van de beeldvorming over een verzwakt CDA. Wie weet. Tegelijk roept Hoekstra met zijn uitspraak die door beide linkse partijen als belediging opgevat wordt, en feitelijk onnodig is omdat het geen doel dient, vragen op over zijn beoordelingsvermogen, politieke vakmanschap, leiderscapaciteiten en karaktereigenschappen als persoon die niet weet hoe hij zich sociaal moet gedragen.

Burgers moeten afbraak publieke omroep halt toeroepen. Frans Kleins schoten in eigen voet bieden kansen voor nieuw omroepbestel

Frans Klein, 7 mei 2021 in Nieuwsuur. © NPO

In de recente uitspraken van directeur video van de NPO Frans Klein valt op dat hij het nooit echt over de inhoud heeft en hij alles beredeneert vanuit de kijkcijfers en het marktaandeel. Hij is verantwoordelijk voor de programmering van NPO 1, 2 en 3, NPO Start, ZAPP en Zappelin. 

Klein redeneert vanuit marketing. Hij bevestigt telkens het idee dat programma’s niet een hoger doel dienen, maar instrumenteel zijn voor een ander doel. Namelijk het behalen van marktaandeel of het aantrekken van specifieke doelgroepen. Zoals de middengroep van 20 tot 49 jaar.

In dit denken gaat het mis. Klein bevestigt het failliet van de omroeppolitiek dat gericht is op kijkcijfers en niet op inhoud. Dat valt hem niet persoonlijk aan te rekenen omdat hij een functionaris is die bestaand beleid uitvoert. Het beleid dat hij invult is echter krakkemikkig en slecht doordacht.

Waarom het in Nederland zo mis gaat met de omroeppolitiek omschreef ik in 2016 in het commentaarHoofd Klara wordt netmanager VRT. Waarom kan zoiets niet in Nederland?’ dat ik hieronder herhaal omdat het raakt aan de kern van het probleem van de Nederlandse omroeppolitiek en nog even actueel is als vijf jaar geleden. Namelijk het ontbreken van de focus op inhoud en de koudwatervrees om kwaliteit te maken die eeen deel van het publiek afstoot. Ik zoomde in op kunst, maar dat geldt precies zo voor zware informatie. Niet te verwarren met het lichte soort waarmee de NPO kosmetisch opinieprogramma’s tot journalistiek omkat, maar serieuze journalistiek zoals onderzoeksjournalistiek, gedegen historische documentaires en diepgravende interviews met opinieleiders die de tijd krijgen om te reflecteren op samenleving, politiek en wetenschap:

Zomaar een bericht in het Vlaamse nieuws. Deze keer niet over islamitische terreur en bomaanslagen in Brussel, maar over cultuur. Chantal Pattyn is netmanager van het Vlaamse Klara en wordt hoofd cultuur van de Vlaamse publieke omroep VRT.  Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.
Het cliché is waar, Vlamingen vinden cultuur belangrijk. Dat heeft met hun emancipatiestrijd te maken en het besef dat taal en kunst ertoe doen. En de overeenstemming over partijen heen dat het de nationale identiteit versterkt. In Nederland doen VVD en PVV die eveneens zeggen nationale identiteit belangrijk te vinden het omgekeerde: ze breken bewust de publieke omroep en de kunsten af. Maar ook in Vlaanderen moeten kunst en cultuur voor de poorten van de hel worden weggesleept. Ook daar moet telkens weer de liefde voor kunst op de politiek bevochten worden. Niets komt vanzelf. De loyaliteit van de bestuurders in de cultuursector lijkt het verschil te maken. De Vlaamse cultuurminister Sven Gatz (‘kunst dient nergens toe’) haalde in 2014 met terugwerkende kracht dezelfde shockdoctrine van cultuurbezuinigingen als Halbe Zijlstra uit de liberale kast.
Kunst is kunst, maar ook een wapen waarmee de strijd tegen terreur die van buiten komt en onverschilligheid die van binnen komt gewonnen kan worden. Het is de strijd om de harten en geesten van de eigen bevolking die telt en een positieve impuls kan geven. Media kunnen daarin een opbouwende rol spelen. Niet omdat het educatief is of doelgroepen emancipeert, maar omdat het kunst als voorbeeld voorhoudt. Juist dat patroon is in Nederland uitzondering geworden. Onder het uitroepen van ‘zie ons eens aan kunst doen’ wordt kunst naar aparte reservaten verbannen of slachtoffer van popup en populariteitsdenken. Wat Nederland mist is die positieve, vanzelfsprekende grondhouding tegenover kunst en cultuur die in een samenleving tamelijk breed gedragen wordt. In elk geval in omroepkringen die een kunsthistoricus tot netmanager benoemen. Klasse. 

In 2018 kondigde Frans Klein al aan om te willen bezuinigen op journalistieke programma’s. In zijn NPO’s Newspeak noemde hij dat ‘vernieuwen‘. Hij zei toen in een interview met NRC’s Wilfred Takken dat journalistieke programma’s een steeds kleiner publiek bereiken en daarom een andere vorm moesten krijgen. Dit gaf toen ook al aan dat Klein niet redeneert vanuit de programma’s, de inhoud of een hoger doel als democratie of spreiding van kennis, maar vanuit de marketing. In het commentaarNPO-directeur Klein komt met ongeloofwaardige ‘vernieuwingen’, na kritiek op hem te korten op journalistieke programma’s‘ uit 2018 schreef ik:

De argumentatie van Frans Klein dat de kijker van Tegenlicht al ‘zeer goed bediend wordt door de publieke omroep’ zodat er gekort kan worden op Tegenlicht is onjuist. Tegenlicht en ook Andere Tijden zijn unieke programma’s die niet vervangen kunnen worden door andere programma’s.
Daarnaast maakt Klein nog een andere denkfout. Jongeren, maar ook ouderen kijken niet meer vanzelfsprekend lineair naar televisie. Uiteraard weet Klein dat. Waarom hij dan toch tot de gedachtensprong komt dat hij televisie voor jongeren wil maken is de vraag. Het lijkt onzinnig om krampachtig televisie voor jongeren te willen maken. Daar trappen jongeren niet in. Het gaat erom goede programma’s te maken die zowel ouderen als jongeren kunnen bedienen.
Het Nederlandse omroepbestel is gefragmenteerd en lijkt in die versplintering te weinig soortelijk gewicht te hebben. De noodzaak tot hervorming wordt versneld door extra bezuinigingen. Frans Klein is het symbool van een ouderwets zuilensysteem met levensbeschouwelijke omroepen dat zichzelf heeft overleefd. Hij is geen deel van de oplossing, maar van het probleem.
Klein helpt kwalitatief journalistieke programma’s om zeep, beschermt de omroepen, doet aan wensdenken en beseft onvoldoende dat de traditie van broadcasting niet meer gerevitaliseerd kan worden in de vorm die hij ons voorspiegelt. Dat tijdperk ligt achter ons. Ook in Hilversum. De winst van zijn interventie is dat hij zich ermee zo onmogelijk maakt in potsierlijkheid en wereldvreemdheid dat hij er onbewust een punt voor de tegenpartij mee maakt.
Namelijk voor degenen die de omroepen willen omvormen en afslanken tot productiehuizen en een nationale omroep willen optuigen. Klein bewijst met zijn manier van denken het Nederlandse publiek een grote dienst. Zijn schot in eigen voet biedt volop kansen voor de toekomst met een levensvatbaar omroepbestel zonder de omroepen zoals we die nu (nog) kennen. Dan is het definitief geen 1925 meer in Hilversum.

Er is een gezegde dat aan Joseph de Maistre wordt toegeschreven dat zegt: ‘Elk land heeft de regering die het verdient’. Een variant daarop is ‘elk volk krijgt de leiders die het verdient’ dat naar allerlei sectoren kan worden uitgebreid. Dat is een fatalistisch standpunt dat suggereert dat macht een land overkomt. Vertaald naar de publieke omroep luidt dat: ’Nederland krijgt de directeuren van de NPO die het verdient’.

Maar dat is onzin. Het Nederlandse volk hoeft het marktdenken van de publieke omroep dat wordt gepersonifieerd door omroepbobo Frans Klein die macht naar zich heeft toegetrokken niet voor zoete koek aan te nemen. Want zijn argumentatie is zwak en eenzijdig. Gezien de kritiek op Kleins plannen in 2018 en nu weer in 2021 vinden veel Nederlanders de plannen van de NPO die hij presenteert slecht en ongepast. Klein is een zetbaas die beleid uitvoert waar veel betrokken burgers het niet mee eens zijn. Welnu, laten ze niet Klein daarop aanvallen, maar degenen die er de oorzaak van zijn dat Klein dit dient uit te voeren. Te weten de politieke partijen.

De marges zijn smal, maar de Nederlandse publieke omroep moet geen aansluiting zoeken bij de markt omdat dit een doodlopende weg is die teruggaat naar de 20ste eeuw en de laatste restjes kwaliteit inlevert, zodat er bij de volgende aankondiging van Klein of zijn opvolgers in 2024, 2027 of 2030 niks van kwaliteit meer is om in te leveren. Daarnaast is Nederland als markt te klein om in internationaal verband een vuist te maken.

Klein en degenen die hem zijn standpunten influisteren moeten nu teruggefloten worden in hun idee van meer van hetzelfde en minder van kwaliteit. Hun afbraak van de publieke omroep is ongewenst en strijdig met het grondidee van een publieke omroep. Dat is niet het populisme en het marktdenken dat Klein probeert te verkopen, maar algemeen nut zoals de watervoorziening of het elektriciteitsbedrijf. Dat kan uit principe niet vermarkt worden.

Op de bres voor ex-moslims. Islamofobie kan tot hervorming van islam leiden en emancipatie en bevrijding van moslims

Schermafbeelding van deel artikelHelpen sommige vormen van islamofobie ons juist vooruit?’ op Bladna.nl, 19 maart 2021.

Een harde conclusie in een artikel over islamfobie in Nederland in Bladna.nl, een nieuwswebsite voor Marokkanen in Nederland en België die nauw verbonden is aan de Marokkaanse nieuwsorganisatie Bladi.net die internationaal georiënteerd is. Aanleiding is de situatie van de Turks-Nederlandse ex-moslim Lale Gül die bedreigingen kreeg uit islamitische hoek vanwege uitspraken in haar boek.

Moslims zitten in Nederland gevangen tussen een rechts dat liever de islam en moslims basht en ex-moslims ook niet helpt, en een links dat deze ex-moslims ook niet helpt omdat zij wil opkomen voor de islam en voor moslims en daardoor de problematiek van ex-moslims moet negeren. Misschien kan het luisteren naar stemmen als die van Lale Gül ons er juist aan herinneren dat er nog een hele wereld te winnen is.

Wellicht is het makkelijk voor een Marokkaans-Nederlandse site om vrijuit over een Turks-Nederlandse kwestie te spreken. De term islamofobie wordt genuanceerder en positiever opgevat dan doorgaans in de publieke opinie gebeurt. Bladna citeert Lale Gül: “Ik beschouw mezelf als islamofoob, in die zin dat ik angstig ben voor de uitdijende invloed van de islam hier“. Het voegt daar aan toe: ‘Dit is een gevolg van allerlei zaken om haar heen, zoals de onderdrukking in islamitische landen en de mislukte pogingen om de islam te moderniseren.’

Het is de oude klacht dat links wegkijkt voor de problemen van ex-moslims. Links neemt het op voor de vaak conservatieve islam en laat de doorgaans linkse en vrijzinnige ex-moslims in de steek. Beredeneerd vanuit links valt dat niet te begrijpen. In Nederland ageren alleen enkele niches binnen links hiertegen. Ze nemen het als enigen structureel op voor ex-moslims of ‘culturele moslims’ die mentaal allang hun religie de rug hebben toegekeerd, maar daar uit angst voor de islamitische gemeenschap niet publiekelijk voor uit durven komen. Deze niches bestaan onder meer uit ex-PvdA’er Eddy Terstall en het ‘seculiere’ Vrij Links dat de oude universele waarden waarop de sociaal-democratie was gebaseerd in ere wil herstellen en feministes die voornamelijk voor de vrijheid van vrouwelijke ex-moslims opkomen die het dubbel zo moeilijk hebben.

Ehsan Jami met T-shirt, 200

Een gevolg van dat stigmatiseren door rechts en wegkijken van links is dat er geen inhoudelijk debat is over de islam, de ex-moslims en de vrije keuze om uit de islam te treden. Een gevolg daar weer van is dat er in Nederland geen goed beeld bestaat van de islamitische gemeenschap en het aantal moslims. Ook de media doen niet hun best om dit beeld te nuanceren. Met als gevolg dat het radicaal-rechts in de kaart speelt en de ex-moslims en progressieve moslims in de steek laat. Volgens het CBS verklaarde in 2019 zo’n 5% van de bevolking islamitisch te zijn. Dat zijn omgerekend 875.000 mensen (boven de 15 jaar).

Dit getal ligt waarschijnlijk veel lager. Schattingen van het aantal belijdende moslims komen lager uit, op zo’n 350.000 mensen. Dat zou inhouden dat in Nederland niet 5%, maar 2% van de bevolking islamitisch is. De ‘vernederlandsing’ of afvalligheid of secularisatie bij de tweede generatie van mensen uit een islamitische cultuur wordt geschat op 15%, maar is waarschijnlijk hoger. Maar in de beeldvorming dringt het niet door.

Een bizarre kongsi van radicaal-rechtse partijen (ooit de LPF, PVV, FvD), linkse partijen die vanuit slachtofferdenken jarenlang aanschurkten tegen de goed georganiseerde conservatieve islam (vooral PvdA), christelijke partijen die een parodie maken van het secularisme en de gevolgen van de ontkerkelijking proberen te neutraliseren, de werkgevers die rust en overzicht wilden en makkelijk te bereiken aanspreekpunten die onder druk konden worden gezet en de islamitische organisaties die zich hebben weten te institutionaliseren en verzuilen met bewuste medewerking van de gevestigde politiek is er de reden voor dat in Nederland het besef onvoldoende doorgebroken is dat dat niet alle moslims in Nederland hetzelfde zijn en zelfs niet eens altijd de islam aanhangen. De wereldvreemdheid over de islam is in Nederland groot.

Die lagere schatting zou vrijzinnige moslims én ex-moslims adem geven en ze niet op een hoop vegen met de orthodoxe en radicale moslims die gaan voor herzuiling en apartheid, en alles bij het oude willen laten. De conservatieve en activistische moslims onderdrukken de vrijzinnigen in eigen kring. Dat is iets van alle religies, maar het verschil is dat zowel links als rechts Nederland de ex-moslims en de progressieve moslims buiten incidenten als Ehsan Jami of Lale Gül niet ziet staan en akelig in de steek laat. Nu al decennia lang.

Verschil in politieke voorkeur is ondergeschikt. Het gaat erom welke partijen gaan voor alleenheerschappij. Ontbind daarom FvD en SGP

NOS Stories heeft een interessant verslag over uitsluiting van jongeren vanwege hun politieke voorkeur. Vriendschappen worden verbroken omdat vrienden op een bepaalde partij stemmen. In dit geval FvD. Bij ouderen zal dit niet zoveel anders gaan.

Het is een lastig onderwerp. Dat blijkt omdat alles door elkaar wordt gehusseld. Alle partijen die deelnemen aan de verkiezingen en waar dus op gekozen kan worden zijn democratische partijen die de democratische rechtsstaat ondersteunen. Anders zouden ze ontbonden of verboden zijn.

Een democratie moet weerbaar zijn en partijen die de democratie aanvallen niet laten bestaan, laat staan faciliteren met zendtijd, spreektijd en financiële ondersteuning. Dat is het afzagen van de tak waarop we zitten.

Partijen kunnen veranderen of hun ware aard verhullen. Dat laatste is nog niet zo makkelijk om aan te tonen. En waar leg je de grens? Het zou goed zijn als over de weerbaarheid van de democratie een publiek debat zou ontstaan. Ook in het onderwijs.

Het debat zou dan niet zozeer moeten gaan over ‘foute’ politieke beweringen zoals het feit dat er geen probleem is met het klimaat, dat COVID-19 niet meer dan een griepje is of dat bevolkingsgroepen achtergesteld moeten worden, maar over de ondubbelzinnige steun van de partijen voor de werking van de democratie

Dat betreft dan niet maatregelen die discrimineren en waar de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) op wijst. Die zijn zeker ongewenst, maar spelen op een ander vlak. Ze kunnen op het niveau van de rechtspraak bediscussieerd worden. Liefst met een educatieve toelichting van het ministerie van Justitie erbij.

Er zijn democratische partijen die betwisten of er doelpunten worden gemaakt en er zijn anti-democratische partijen die de doelpalen tot buiten het veld willen verplaatsen. Democratische partijen zijn opponenten waarmee men het oneens kan zijn en waartegen men kan strijden. Anti-democratische partijen willen de wedstrijd stilleggen en eenzijdig de uitslag bepalen zonder dat de wedstrijd gespeeld wordt en andere partijen zich daar nog tegen kunnen uitspreken.

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.

Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

FvD en SGP willen andere politieke partijen waarmee ze nu het politieke spectrum vormen ondergeschikt maken aan hun eigen op te tuigen nieuwe orde. Daarmee verliezen de andere partijen hun functie en moeten ze ondergeschikt zijn aan ‘staatspartij’ FvD of SGP.

Kiezers mogen van mening verschillen over hun politieke keuze. Laat ze maar met elkaar discussiëren over belangrijke en onbelangrijke thema’s. Maar dat verdoezelt niet het feit dat er op dit moment twee partijen zijn die als doel hebben om op termijn dat debat eenzijdig naar zich toe te trekken. Hoe theoretisch en ver weg die stap ook is. Dat is ongewenst en in strijd met politiek realisme dat de democratie weerbaar, levensvatbaar en ‘open’ wil houden.

Het laten bestaan van SGP en FvD is een aangekondigde zelfmoord van de democratie. Daarom moeten ze ontbonden worden. Want als het idee van politiek het verdelen van de macht is, dan passen daarin geen partijen die dat uitgangspunt niet delen.

Dat alles zou in dit soort programma’s die zijn bedoeld om te informeren beter uitgelegd moeten worden. Het opereren van anti-democratische partijen is geen sociaal, maar een politiek-juridisch onderwerp. Het verslag reduceert zoiets essentieels als de werking van de democratie tot intermenselijke verhoudingen. Door te focussen op sociale verhoudingen wordt het essentiële verschil niet belicht en zelfs verdoezeld.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 4: coalitie, marge met splinters en dwaze speculatie

Update 17 juni 2021: Het is nu exact drie maanden na de verkiezingen op 17 maart. Er is nog geen begin van het zicht op een coalitie. Het instabiele CDA vertraagt met overmoed, obstructie en rechtse praatjes van partijleider Hoekstra de formatie. Ik speculeerde in onderstaand commentaar op een coalitie van VVD-D66-PvdA-SP. Dat heeft nu een meerderheid van 76 zetels. Twee bezwaren zijn er tegen. SP wil zelf niet en VVD wil geen twee linkse partijen in het kabinet. Maar dat laatste bezwaar is onzin omdat PvdA en SP getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben. Met in totaal 18 zetels hebben ze minder dan D66 dat met 24 zetels weer 10 zetels minder heeft dan de VVD. Die krachtsverhouding kan in het regeerakkoord en de verdeling van ministersposten vertaald worden. SP en PvdA hebben samen een belang van 24%. Moet de VVD met 45% daar bang voor zijn? Waar is de VVD bang voor?

Volgende week woensdag 17 maart 2021 kennen we de exit poll van de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De 70-plussers konden afgelopen week al stemmen en op 15 en 16 maart kunnen risicogroepen en alle anderen die zich daartoe rekenen stemmen.

Welke kant gaat het op? Laten we uitgaan van de nu bekende laatste peiling van 8 maart 2021. De marges zijn groot en er kunnen nog verschuivingen in optreden. Dat komt mede omdat de campagne niet echt leeft en vele kiezers nog twijfelen. Volgen ze hun overtuiging of stemmen ze strategisch? Of blljven ze thuis?

Uiteindelijk gaat het om het vormen van een coalitie. Zo komt een kabinet tot stand. Laten we het aantal zetels per blok bekijken. Blokken kunnen elkaar overlappen. De volgende blokken zijn te onderscheiden:

  1. 29: Radicaal-rechts: PVV (20), FvD (4), SGP (3), JA21 (2).
  2. 40: Links: PvdA (12), GL (11), SP (10), PvdD (6), Bij1 (1).
  3. 28: Religieus: CDA (17), CU (6), SGP (3), DENK (2).
  4. 52: Liberaal: VVD (37), D66 (15).
  5. 56: Centrum-rechts: VVD (37), CDA (17), 50Plus (2).
  6. 28: Kosmopolitisch: D66 (15), GL (11), Volt (2).

Binnen radicaal-rechts hebben PVV en FvD zich door hun radicale opstelling en (persoonlijke) verwijten aan andere partijen buiten de orde geplaatst. SGP is een gespleten partij omdat het zich in praktijk gouvernementeel opstelt, maar in theorie anti-rechtsstatelijk is. Het valt niet in te zien dat linkse of liberale partijen met de in de kern theocratische SGP willen samenwerken. JA21 heeft even radicale standpunten als PVV en FvD, maar lijkt zich in de samenwerking met andere partijen wat schappelijker op te stellen. Veel is nog onduidelijk over deze partij. Ook het buitengesloten zijn binnen radicaal-rechts kent dus verschillen. Het kan er op uitlopen dat deze partijen met hun 29 zetels buiten een coalitie vallen. Er resteren 121 zetels.

Omdat voor een coalitie de steun van minimaal 76 zetels nodig is kunnen er maximaal 45 zetels (121 – 76) afvallen. Liefst iets minder dan 45 zetels om een veilige marge voor een meerderheid in te bouwen, maar evenmin veel minder dan 45 zetels omdat er dan te veel partijen aan een kabinet moeten deelnemen. Laten we daarom uitgaan dat er nog 41 zetels afvallen en een coalitie steunt op 80 zetels.

De VVD is getalsmatig nodig omdat niet valt in te zien hoe het enige alternatief zonder VVD én radicaal-rechts, namelijk een zeven-partijen kabinet van CDA-D66-PvdA-GL-SP-CU-PvdD (77 zetels) levensvatbaar is en programmatische samenhang vertoont. Als de VVD onmisbaar is, dan is of het CDA of D66 die tussen de 15 en 17 zetels scoren misbaar. Omdat het CDA onder de nieuwe partijleider Wobke Hoekstra is afgeslagen naar rechts en deels de VVD rechts is gepasseerd heeft de VVD er op dit moment geen belang bij om samen met het CDA in een kabinet te gaan zitten. Hoewel een sterke oppositie tegen het kabinet evenmin aantrekkelijk is. Toch wijst een en ander op een rompkabinet van VVD en D66. Dat is 52 zetels. Waar komen de resterende 28 zetels vandaan om tot 80 te komen?

Links is nu aan zet. Opname van alle drie de linkse partijen PvdA, GL en SP in het kabinet is er een te veel omdat de achterban van de VVD dat niet zal begrijpen omdat zo het evenwicht in het kabinet te ver naar links doorschiet. De degelijke bestuurderspartij PvdA lijkt een betrouwbare kandidaat voor deelname aan het kabinet Rutte IV.

Resteert de keuze tussen GL en de SP. De laatste lijkt wat radicaler, maar redelijker en de eerste wat inschikkelijker, maar minder stabiel. Wat voor de VVD tegen GL pleit is de stevige opstelling van die partij over het klimaat. Dat is voor de bedrijfslobby binnen de VVD een brug te ver. GL lijkt ook de eigen hand overspeeld te hebben met marketing praatjes over een links blok, terwijl PvdA en SP daar niks van willen weten.

De SP gaat net als de SGP in theorie voor een ander wereldbeeld, maar laat zich in de praktijk kennen als redelijke bontgenoot. Dat heeft de partij op lokaal niveau bewezen, waar het betrouwbaar opereert. Probleem is vooral de sceptische EU-opstelling van de SP en de animositeit met de PvdA. Denk aan de harde en mislukte anti-Timmermans campagne van de SP bij de Europese verkiezingen. Maar zowel het een als het ander valt glad te strijken. Dat pleit voor opname van de SP in het kabinet.

Zo komt een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP in de steigers te staan. Maar het is een smalle marge, Volgens de huidige peilingen is deze coalitie met 74 zetels niet genoeg voor een meerderheid. In de Eerste Kamer doet deze coalitie het met 29 van de 75 zetels nog slechter. De toevoeging van de CU lost dat probleem in de Tweede Kamer op (80 zetels), maar in de Eerste Kamer niet (33 zetels). Samenwerking met de Fractie-Nanninga (= JA21) in de Eerste Kamer lost dat probleem daar op, terwijl de 2 zetels van JA21 in de Tweede Kamer zelfs de deelname van de CU overbodig maken. Toch al een partij met zalvende praatjes waar liberalen weinig van moeten hebben.

De minimale constructie voor een stabiele coalitie in de Staten-Generaal is een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP met gedoogsteun van JA21. Als pragmatische oplossing is het mogelijk dat de partij een partijloos staatssecretariaat over veiligheid of migratie gegund wordt, zodat de partij niet formeel aan het kabinet deelneemt. Ermee wordt het argument geneutraliseerd dat radicaal-rechts bij voorbaat buitengesloten wordt. Het toont berekenend, maar dat type argument is in elk kabinet ingebakken.

Een ding is zeker. Zo zal het niet gaan. Elke coalitie is onwaarschijnlijk totdat het waarschijnlijk wordt. Dat is een uitspraak met een hoog Johan Cruijff gehalte. Of is het omgekeerd: Elke coalitie is waarschijnlijk totdat het onwaarschijnlijk wordt? Enfin, dit soort speculaties is bruikbaar omdat het ons leert dat coalitievorming niet zozeer het verkennen van opties, maar het opruimen van blokkades is. Dat gaat volgens een vaste methode waarbij het resultaat minder belangrijk is dan het erop wijzen dat de methode bestaat. De chaos maakt het overzichtelijk omdat die een veelheid aan kansen biedt. Dat is de paradox.

Foto: Peiling van Politico stand 8 maart 2021.

Scheidslijn in publieke opinie loopt niet tussen links en rechts, maar tussen muiterij en overleg

Soms kom je in een discussie op Facebook in aanraking met standpunten waarvan je denkt hoe het mogelijk is dat ze bestaan en geuit worden. Wie zitten er achter? Is het Nederlands onderwijs echt zover weggezakt als de laatste decennia door onderwijscritici wordt beweerd? Het lijkt er sterk op.

Gevoegd bij een gebrek aan mediawijsheid van de bevolking, omdat dit vak ontbreekt in het basisonderwijs, ontstaat er bij sommigen een combinatie van onvermogen, niet goed kunnen luisteren, lezen, schrijven en argumenteren, wrok en miskenning. Het gebrek aan vaardigheid om zich te kunnen uiten en goed te kunnen verwoorden wat men denkt jaagt door een gevoel van ondergewaardeerd worden en een besef van machteloosheid het vliegwiel van de miskenning nog verder aan. Dat is beklagenswaardig voor betreffende individuen en beschadigend voor de samenleving.

Dat is de stand van de publieke opinie van Nederland. In dat land is voor velen botheid de norm. Dat wordt ook wel lompheid of hufterigheid genoemd als het om het intermenselijk contact gaat. Op sociale media valt het extra op en wordt benadrukt wat blijkbaar de ziel van veel Nederlanders is. Dat is een constatering die de Engelse ambassadeur in Den Haag William Temple in de 17de eeuw al maakte in zijn Observations Upon the United Provinces of the Netherlands toen hij over de aard van de Nederlanders zei : ‘More good Nature, than good Humour’. Zie p.188:

Aanleiding voor bovenstaande uiteenzetting is een debatje op Facebook bij bovenstaand artikel van de Volkskrant dat stelt dat de rechtse partijen steeds meer opschuiven naar links. Ik gaf daar het volgende commentaar op: ‘Links is een ramp en rechts is een ramp. Racistisch rechts (PVV en FvD) is een dubbele ramp. Of de kiezer steeds meer op rechtse partijen stemt valt te bezien. Want de kiezers stemmen altijd in meerderheid op rechtse partijen. Dat is nu niet anders. De meerderheid van partijen wil gelijkwaardiger delen en belasten voor degenen die binnen zijn, maar degenen die buiten zijn meer weren dan voorheen. Is dat links of rechts? Het lijkt eerder een gemengd beeld dat valt te omschrijven als conservatief-links.’

Dat is een standpunt waar men het wel of niet mee eens kan zijn. In de verwachting van een leuk debat had ik het prikkelend opgeschreven. Ik vermoedde dat de lezers van de Volkskrant vooral zouden reageren op mijn standpunt dat links een ramp is, maar dat gebeurde niet. Is de achterban van links al bij voorbaat murw gebeukt? Ik kreeg enkel reacties die reageerden op mijn uitspraak dat ‘racistisch rechts’ van PVV en FvD een dubbele ramp is. Dat had ik niet mogen zeggen. Ook dat is blijkbaar de stand van zaken in Nederland, namelijk dat aanhangers van nationalistisch-rechts zelfs de FB-pagina’s van de centrum-linkse Volkskrant domineren.

Zo kabbelt zo’n discussie op een algemeen platform op sociale media voort in Nederland. Je kunt het niet eens een uitwisseling van standpunten noemen. Het is een gesprek tussen doven waarbij men niet zozeer luistert naar wat de ander zegt, maar vooral de eigen stokpaardjes pitcht. Daarmee zeg ik niks nieuws, het is al vaak gezegd. Ik reageer ook veel op Amerikaanse sites en daar is de omgang tussen politieke opponenten vriendelijker en volwassener, hoewel ik het afgelopen half jaar een verharding heb bespeurd. Maar daar lijkt men er genoegen in te scheppen om met elkaar het debat op een hoger niveau te tillen. In Nederland ontbreekt dat streven en lijkt het omgekeerde het geval. Namelijk het afbreken van de ander, ook als men daarmee zichzelf naar beneden haalt. Maar ook dat besef ontbreekt, zoals een Alzheimer-patiënt de eigen vergeetachtigheid vergeet.

Inhoudelijk eindigde mijn bijdrage onder dit Volkskrant-artikel met onderstaande reactie. Of het doordringt tot de aanhangers die PVV en FvD steunen betwijfel ik, maar ik blijf proberen hen met argumenten te overtuigen. Maar de mislukking is ingebakken. Het is als Max en Moritz uit het Duitse verhaal met plaatjes die in de deegbak van de bakker vallen en in de oven gebakken worden. De twee schelmen blijken nog in leven en knagen zich een weg naar buiten. De volgende streek zullen ze echter niet overleven. Maar dat weten ze nog niet.

U hebt gelijk dat er een verschil is tussen islamkritiek (of religiekritiek in het algemeen) en beleid dat tegen de grondwet ingaat. Dat eerste moet mogelijk zijn. Daar zou geen twijfel over moeten bestaan. Ik ben een criticus van godsdiensten (of religieuze instellingen) waaronder de islam omdat ik vind dat religie per saldo een negatieve invloed heeft op de samenleving. Dat geldt dus alle godsdiensten. Daarbij nemen met name de drie monotheïstische godsdiensten een stevige machtspositie in en moeten ze tegen kritiek kunnen. Hoge bomen vangen veel wind.

Maar de PVV gaat verder dan islamkritiek en morrelt aan de grondrechten van inwoners van Nederland. Daar loopt de lijn tussen wat mogelijk of zelfs wenselijk is aan islamkritiek en waar dat overgaat in beleid dat strijdig is met artikelen van de grondwet. Dat laatste hebben we met elkaar afgesproken en kan niet eenzijdig worden opengebroken. Dan verlaat een partij als de PVV de rechtsstaat en begeeft het zich op het terrein van de rechtsongelijkheid en willekeur. Dat is niet in uw of mijn eigenbelang. Want wat vandaag de moslims treft, kan in die willekeur zonder rechtsbescherming morgen u of mij treffen.

Als de PVV delen van de grondwet wil veranderen, dan heeft het daartoe uiteraard het recht. Dan moet het medestanders vinden voor een 2/3de meerderheid in de Staten-Generaal. Maar de paradox van de huidige positie van de PVV is dat het radicaliseert en zich steeds meer vervreemd heeft van de andere partijen. Ofwel, de PVV heeft helemaal geen stappenplan of strategie om een meerderheid te vinden voor de grondwetsartikelen waar het kritiek op heeft en die het wil wijzigen. Dat laat de kiezer op de PVV uiteindelijk met lege handen achter. Die kiezer wordt door de PVV bediend in zijn of haar emotie, maar politiek heeft de PVV geen omlijnd plan om haar doel te bereiken. Het is veel geschreeuw en weinig wol. Daarmee besodemietert de PVV de kiezer zonder dat die kiezer dat zelf doorheeft.’

Foto 1: Schermafbeelding van FB-posting van de Volkskrant van het artikelRechtse partijen schuiven steeds meer op naar links’, 2 maart 2021 (achter betaalmuur). Gewijzigde titel: ‘Rechtse partijen trekken met linkse argumenten steeds meer kiezers naar zich toe’.

Foto 2: Schermafbeelding van p.188 uit William Temple, ‘Observations Upon the United Provinces of the Netherlands’ (1668). Uit editie 1705. Via Google Books.

Foto 3: Wilhelm Busch, illustratie uit Max und Moritz: Max en Moritz gaan krakelingen stelen bij de bakkerij.

Joost Eerdmans (JA21) schetst het beeld dat hij aanschuift bij een ultra-rechtse coalitie van VVD, CDA, PVV en FvD

JA21-lijsttrekker Joost Eerdmans is al bezig een kabinet Rutte IV samen te stellen. Naast VVD en het CDA denkt hij aan de PVV, Forum voor Democratie (FvD) en zijn eigen partij. Dat is geen rechtse, maar een ultra-rechtse variant waarbij de gedoogcoalitie met de PVV van het kabinet Rutte I verbleekt. Volgens de Peilingwijzer hebben deze vijf partijen op dit moment 83 zetels.

Het stof tot conflict is ingebakken in PVV en FvD waar lichtgeraakte personen vol zelfoverschatting en extreme meningen aan het roer staan. Eerdmans meent dat de VVD PVV en FvD uitsluit, maar hij weet als geen ander dat het andersom is. Door verregaande radicalisering hebben de PVV en FvD zichzelf uitgesloten van samenwerking met andere partijen. De les die VVD en CDA uit het door de PVV opgeblazen kabinet Rutte II hebben getrokken is dat er geen compromissen met deze partij zijn te sluiten. Daarnaast zijn de PVV en FvD onevenwichtige partijen zonder een democratische structuur, transparantie en politiek talent dat samen kan én wil werken met andere partijen.

De VVD zou uit electoraal oogpunt gek zijn om over rechts te gaan omdat het daardoor niet alleen overgeleverd is aan de luimen van Wilders en Baudet, maar ook dat het daardoor in een ultra-rechtse koers getrokken wordt en niet langer de schijn op kan houden een middenpartij te zijn die afstand houdt van de eigen radicale variant. Voor een middenpartij als D66 zou het makkelijk scoren zijn om VVD en CDA op die rechtse koers af te rekenen.

Eerdmans weet dat hij onzin kletst en een totaal gebrek aan realisme tentoonspreidt. Zowel VVD-leider Mark Rutte als CDA-leider Wopke Hoekstra hebben de laatste maanden gezegd dat ze niet willen regeren met de PVV en FvD onder meer vanwege de uitspraken uit deze partijen die groepen tegen elkaar opzet, maar ook vanwege hun anti-EU standpunt. De VVD en het CDA die hechte banden hebben met bedrijven beseffen dat het economisch schadelijk is als Nederland uit de EU stapt.

De paradox van JA21 is dat het afstand heeft genomen van FvD en is opgericht door de afsplitsing ervan vanwege de racistische uitspraken van partijleider Thierry Baudet, maar deze partij en de PVV voor Eerdmans de enige optie zijn om in een kabinet te komen. Dat tekent de ongeloofwaardigheid en het gebrek aan perspectief van JA21. Daarnaast is deze partij overbodig omdat het zelfs voor zo’n ultra-rechtse coalitie niet eens nodig is. Door te pleiten voor samenwerking geeft Eerdmans de mogelijkheid weg om zich van PVV en FvD te onderscheiden.

Eerdmans doet denken aan de politici zoals Ted Cruz die door voormalig president Trump werden beledigd en daar aanvankelijk kwaad op reageerden, maar vervolgens hun bezwaren inslikten en hun eigen karakter geweld aandeden in de hoop dat er wat politieke kruimels van Trumps tafel vielen. Wat nooit gebeurde.

Eerdmans heeft de ruggengraat, rechtlijnigheid en buigzaamheid van een slangenmens. Eerdmans is de contorsionist van Nederlands radicaal-rechts. Eerdmans is politiek zo lenig dat hij er karakterloos van is geworden. Eerdmans draait rond in zichzelf. Eerdmans maakt een parodie van zichzelf. Eerdmans heeft het strategisch inzicht van een handelaar in kachels die een filiaal in de Sahara opent. Eerdmans heeft het charisma van een grutter. Eerdmans geeft door zijn herhaaldelijk falen en positiewisselen reliëf aan wat een goede politicus is.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 2: partijpolitiek

In een commentaar van 20 februari 2018 over de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 schreef ik het volgende: ‘Nog een maand campagne. Nog een maand leuzen, versimpelingen, verdraaiingen en de vermarkting van politici. Ik weet werkelijk niet of ik ga stemmen en als ik ga stemmen welke partij het wordt.

Dat ik het niet weet komt niet door een tekort aan politiek besef of interesse, maar door een teveel eraan. Wat moet ik met partijpolitiek, en krampachtige en onopvallende politici die naar mijn gunst dingen? Tegelijkertijd wil ik niet meedoen aan de retoriek van de stemmingmakers die tegen ‘de politiek’ schoppen. Ik ben voor de politiek. Hoe kan ik een stem voor de politiek uitbrengen, terwijl ik geen vertrouwen heb in de partijpolitiek en de huidige generatie politici? Ik ben nijdig dat partijen me voor het blok zetten met hun onheuse voorstelling.’

Slechte voorbeelden uit het buitenland stralen negatief af op de Nederlandse situatie. De onwaarachtige en leugenachtige verklaringen van Republikeinse vertegenwoordigers in het Amerikaanse Huis versterken het beeld dat het in de partijpolitiek niet gaat om het landsbelang, maar om persoonlijk belang. Wat krom is wordt recht verklaard en eigen fouten worden aan de concurrentie toegerekend. In de kern is partijpolitiek kinderachtig gedoe van grote mensen die in hun speeltuin een steeds nauwere blik op de werkelijkheid ontwikkelen totdat ze zelfs over zichzelf niet meer weten hoe nauw en verkeerd hun blik is.

Ik ken geen alternatief.  De partijpolitiek is leidend en gezaghebbende partijen staan hun macht niet vrijwillig af. Ontwikkelingen met burgerfora of loterijen om burgers bij het bestuur te betrekken blijven kleinschalig en lijken eerder een cosmetische operatie, dan een welgemeend streven van de macht naar machtsdeling en het teruggeven van macht aan de burger. Uit onderzoek blijkt dat er met name bij jongeren een groot engagement is en ze wakker liggen van maatschappelijke thema’s, maar zich niet kunnen identificeren met de partijpolitiek.

Wat de gevestigde partijen doen is teleurstellend. Ze verliezen de strijd op twee fronten. Ze laten zowel in de beeldvorming als in de politieke realiteit een idee postvatten dat ze niet oprecht zijn in hun sociaal-economisch beleid en niet eens meer zelf aan de knoppen zitten om het vorm te geven. Het zijn de multinationals, de banken en de EU die het voor het zeggen hebben. Dat relativeert het belang van de gevestigde partijpolitiek en verkleint het verschil met de radicale randpartijen van rechts en links. De gevestigde partijpolitiek laat deels bewust, deels onbewust na om te formuleren, te verduidelijken en te presenteren hoe in Nederland de macht verdeeld wordt en welke richting het land moet inslaan om toekomstbestendig en duurzaam te zijn. Zo resteert pragmatisme dat politiek zonder politieke beginselen en programma biedt.

Een oplossing voor de gevestigde politiek om de schijnvoorstellingen en -oplossingen van de radicalen te ontmaskeren ligt voor de hand. Het moet aan geloofwaardigheid, voorspelbaarheid en verantwoording winnen om het verschil met het ongeloofwaardige beleid van de radicalen te benadrukken. Gevestigde partijpolitiek moet met realisme en transparantie rekenschap van zichzelf geven om het verschil te onderstrepen met de randpolitiek die bestaat uit onrealistische toekomstbeelden. Maar het terugtreden van Lodewijk Asscher als partijleider van de PvdA schetst het dilemma. Door transparantie en oprechtheid leveren hij en zijn partij aan macht in. In elk geval voorlopig. Zolang de gevestigde partijpolitiek onvoldoende handelt kan het de politieke handelaren in hersenschimmen niet de pas afsnijden.

Maar kan de gevestigde partijpolitiek nog wel geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoording handelen? Valt het politieke systeem nog wel te repareren of is het het punt al gepasseerd dat de partijpolitiek en de burgers samen er nog voldoende grip op kunnen krijgen om het te repareren omdat het al bezit van externe krachten is? Het antwoord op die vraag is onduidelijk. De paradox is dat wat Forum voor Democratie en de PVV als bezwaar zien, namelijk het weggeven van de soevereiniteit van Nederland, precies hun electorale opgang mogelijk maakt. Niet omdat ze daarin beleidspunten scoren die van belang zijn voor de praktische politiek, maar omdat het het verschil met de geloofwaardigheid van de gevestigde partijpolitiek verkleint.

Het gebrekkige en uitblijvende antwoord van de gevestigde partijpolitiek dat schippert tussen het inleveren van soevereiniteit en het ophouden van de schijn dat dit niet aan de orde is, baart meer zorgen dan de schijnoplossingen van radicaal links en rechts. De politieke filosofieën van het communisme en het fascisme die ten grondslag liggen aan de programma’s van de radicale partijen hebben hun geloofwaardigheid voor de praktische politiek allang verloren. Dat is een doodlopende weg waar de gevestigde politiek minder bevreesd voor zou moeten zijn dan het nu is. Dat maakt het uitblijven van een passend antwoord er des te raadselachtiger op.

Zie hier voor commentaar ‘Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL’ van 2 december 2020.

Foto: Minister Wiebes in gesprek met scholieren. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen, 2019.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL

Waar moet ik op stemmen bij de Tweede Kamer verkiezingen van 17 maart 2021? D66 valt af vanwege de uitgesproken religieuze Sigrid Kaag die bij het vrijzinnige D66 inhoud inwisselt voor marketing. GroenLinks valt af vanwege de naïviteit van de partijtop over de kandidaatstelling van de aan de Moslimbroederschap verbonden Kauthar Bouchallikht die met veel onregelmatigheden en slechte informatievoorziening gepaard gaat. GroenLinks slaat net als D66 de richting van de godsdienst in. FVD is racistische clownerie en geen politieke partij. PVV steunt met bedenkelijke overtuigingen autoritaire leiders en heeft geen serieus programma. Religieuze partijen steun ik per definitie niet. Hun drammerig gezalf en beroep op een hogere macht is daarnaast een extra argument om er weg te lopen. VVD moet maar eens afgelost worden en alle fraudeurs en profiteurs definitief de laan uitsturen en mentaal uit de schaduw van het bedrijfsleven treden. PvdA moet eens maar eens bewijzen dat het de weggeven waarden van de sociaal-democratie goed weet te vertegenwoordigen. SP zit in zichzelf verstrikt en kan beter omgebouwd worden tot een zorgfiliaal. De andere partijen zijn te klein om een beslissende rol te spelen.

Als ik desgevraagd tegen mensen in mijn omgeving zeg dat ik niet ga stemmen, dan krijg ik kritiek. Maar moet die kritiek niet gericht worden op de huidige generatie politici die er een potje van maakt en niet weet te overtuigen? Het is toch te simpel om de thuisblijvende kiezer daar de schuld van te geven? De oorzaak ligt op het Binnenhof.

Vaak wordt gezegd dat iemand niet naar de stembus gaat vanwege gebrek aan interesse in de politiek. Politici als Frits Bolkestein concludeerden ooit uit dat wegblijven dat de mensen dus tevreden zijn met de politiek. Maar ik vermoed dat voor steeds meer potentiële kiezers die zich tot de tanden toe geïnformeerd hebben het omgekeerde geldt. Ze gaan niet naar de stembus vanwege een teveel aan interesse in de politiek waarin ze geen vertrouwen weten te vinden. Het moge duidelijk zijn dat ik tot die groep behoor.

Ofschoon ik door veranderde omstandigheden in de komende drie maanden mijn mening kan wijzigen. Zeg nooit nooit en laat ruimte voor verandering. Wellicht kondigt zich nog een vrijzinnige, vrijdenkende partij aan die me politiek onderdak geeft. Op dit moment ben ik al jaren politiek dakloos. Ik hoor van steeds meer mensen in mijn omgeving dat ze dat ook zijn. Zodat we veel schommelingen en onverwachte uitslagen kunnen verwachten. Als er iets te melden is over de ‘veranderende omstandigheden’ die mijn stem beïnvloeden, dan doe ik er hier verslag van.

Foto: Uit commentaarWaarom ik niet op GroenLinks zal stemmen’ van Meindert Fennema op Joop, 19 november 2020.

Amerikaanse typologie van het conservatisme vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen (CDA, VVD, SGP, PVV, FVD)

Het is aardige hersengymnastiek om politiek rechts in de VS te vertalen naar Nederland. Het verschil is dat de Republikeinse partij een coalitie is van allerlei soorten conservatisme en rechts-radicalisme, terwijl deze stromingen in Nederland verkaveld zijn en apart een thuis vinden in afzonderlijke partijen. Het lijkt te gaan om drie (of vier) afzonderlijke groeperingen waartussen belangrijke verschillen bestaan. Ze vinden niet exclusief, maar wel overwegend onderdak binnen de Republikeinse partij.

Juist dan wordt de vergelijking interessant. Zeker als het gaat over de levensvatbaarheid en rekbaarheid van aparte stromingen. Vraag is hoe ze in een Nederlandse situatie in samenhang elkaar kunnen versterken of verzwakken. Die inschatting geeft een beeld over de levensvatbaarheid en de groeimogelijkheden van de afzonderlijke Nederlandse rechtse partijen.

Rechtse partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer zijn bekeken vanuit het centrum: CDA, VVD, SGP, PVV en FvD. 50Plus en de afscheidingen die daar uit zijn ontstaan zijn te gefragmenteerd en programmatisch te vluchtig om serieus in te kunnen schatten. Het liberale D66 dat economisch rechts is en cultureel progressief valt niet op te vatten als een partij waar het conservatisme of het rechts-radicalisme doorslaggevend is.

Een onderzoek uit 2014 van PEW Research Center geeft de belangrijkste feiten van de politieke typologie. Aan de rechterkant gaat het om ‘Standvastige conservatieven’ (SC) en ‘Zakelijke conservatieven’ (ZC). In de SC is religieus rechts van conservatieve witte evangelicals dominant die zijn te verenigen rond ethisch-medische standpunten tegen abortus of euthanasie en tegen het homohuwelijk en gendergelijkheid. In de ZC zijn fiscale conservatieven dominant voor wie een terugtredende overheid, economisch vermogen en belastingvoordeel belangrijk zijn.

Interessant en toepasbaar op de opkomst van Donald Trump en alt-right is de opkomende groep van ‘Jonge Buitenstaanders’ (JB) zonder een sterke loyaliteit aan de Republikeinse Partij die in feite een hekel te hebben aan beide politieke partijen. Ze registreerden zich als ‘sociaal progressief’, voorzover ze geen voorstander zijn van een verbod op abortus of het homohuwelijk en niet bijzonder religieus zijn. Maar zoals Amanda Marcotte in een artikel voor Salon verklaart delen ze wel het racisme van de traditionele conservatieven. Ze ziet daarnaast een sterk anti-feministisch sentiment bij deze groep.

Volgens Marcotte zijn de Jonge Buitenstaanders  overgelopen naar de Republikeinen, maar is dat effect waarschijnlijk tijdelijk omdat het direct volgt uit Trumps eigen manier van politiek bedrijven. Deze groep is immers niet per definitie Republikeins, maar is door Trump binnengehaald op standpunten over seksisme, racisme, schoppen tegen het politieke en economische establishment en allerlei complottheorieën. Het valt te betwijfelen of een Republikeinse partij een leider kan vinden die het Trumpisme zonder een ongeremde en ongedisciplineerde Trump even geloofwaardig weet te presenteren.

Wat ontbreekt in Marcotte’s analyse is dat de Zakelijke conservatieven binnen de Republikeinse partij naar de marge zijn gedrongen of zelfs de partij hebben verlaten. In elk geval de opinieleiders van deze stroming en niet zozeer de kiezers. Mede als gevolg van Trumps schoppen tegen het politieke en economische establishment en de overheid. Deze stroming heeft sinds 2016 binnen de partij ernstig aan macht ingeboet. Dat uit zich onder meer in het loslaten van de begrotingsdiscipline die onder Trump volledig uit de hand is gelopen. Dat staat haaks op de geest van het traditionele fiscale conservatisme.

Wie deze driedeling vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen moet eerst een uitbreiding maken naar een vierdeling. Kiezersonderzoek leert namelijk dat de Buitenstaanders bij PVV en vooral FVD eerder oud of van middelbare leeftijd zijn dan jong. Dat leidt tot de groep Oudere Buitenstaanders (OB).

Dat leidt tot de volgende inschatting van de verdeling van de stromingen: CDA: ZC/SC; VVD: ZC; SGP: SC; PVV: JB/OB; FVD: OB/JB. De overeenkomst tussen PVV en FVD is dat de zakelijke elite en religieus rechts er geen onderdak vinden, ondanks Baudets pogingen om in te breken bij de SC via de SGP. Het verschil tussen PVV en FVD is dat eerstgenoemde overwegend laagopgeleide kiezers trekt die sociaal progressiever zijn dan de kiezers van FVD.

Voor de levensvatbaarheid en groeimogelijkheden van Nederlandse rechtse partijen betekent dit dat de PVV en FVD kwetsbaar zijn omdat ze veel Buitenstaanders trekken met weinig partijloyaliteit. Mede omdat PVV en FVD, net als de Republikeinse partij in het geval van Trump, sterk afhankelijk zijn van de respectievelijke leiders Wilders en Baudet kan de ballon van PVV of FVD leeglopen als het succes van de leiders is uitgewerkt. VVD en SGP hebben een duidelijk profiel in het bedienen van respectievelijk de Zakelijke conservatieven en de Standvastige conservatieven die electorale zekerheid bieden. Het CDA is onhelder in haar profiel wat deze partij kwetsbaar maakt. Niet omdat aparte standpunten niet binnen een partij te verenigen zijn, maar omdat er in het Nederlandse politieke landschap partijen zijn die zich met het accent op één standpunt scherper en helderder kunnen profileren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe crackpot factor: Why the GOP is worried about turning out the vote after Trump; Future GOP candidates lack Trump’s secret sauce for attracting new voters — his appeal with Crank-Americans’ van Amanda Marcotte op Salon, 18 november 2020.