George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Geloof

College voor de Rechten van de Mens zegt dat overheid en rechter niet op stoel van de theoloog moeten zitten, maar deed dat zelf wel

leave a comment »

Op 13 december 2017 schreef ik bovenstaand commentaar over een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Het ging om Michael Afanasyev die in piratenkostuum wilde promoveren aan de TU Delft vanwege zijn godsdienstige overtuiging. Dat verzoek werd afgewezen door het College voor Promotie van de TU Delft. Daarop was hij naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt, maar kreeg nul op het rekest. Hij is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Voor de volledigheid, ik ben ingeschreven als lid en mag mezelf ‘Pastafarian’ bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster noemen.

Ik had geen goed woord over voor het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en kwalificeerde het als dubbelhartig. Ik schreef: ‘Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen’ en ‘Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft’. Mijn conclusie: ‘Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.’

Op 1 augustus 2019 heeft het College de toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ geplaatst over het zogenaamde ‘boerkaverbod’ dat per 1 augustus 2019 is ingegaan en onder meer dragers van een boerka of niqaab om zich met gezichtsbedekkende kleding te begeven in overheidsgebouwen, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en het openbaar vervoer. In die toelichting zegt het College onder meer:

Het lijkt er sterk op dat het College met twee maten meet. Het neemt het op voor degenen die zich laten inspireren door de islam, maar laten degenen die zich laten inspireren door de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in de kou staan. Dat is niet de soort onpartijdigheid en ‘kleurenblindheid’ volgens welke dit College zou moeten opereren en lijkt sterk te wijzen op juridische willekeur en politieke voorkeur. Overigens zijn de oordelen van het College niet bindend en wordt het gezag ervan niet breed maatschappelijk aanvaard.

Bij het oordeel over Michael Afanasyev zegt het: ‘Het College oordeelt dan ook dat uit de Open Letter van Henderson noch uit de praktijk blijkt dat het dragen van een piratenkostuum tijdens een promotiezitting, als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd’. Maar in de toelichting op het boerkaverbod zegt het College: ‘Het recht op godsdienstvrijheid is een fundamenteel recht dat onder meer is opgenomen in artikel 6 van de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, art. 9). Dit recht beschermt ook het in het openbaar manifesteren van een godsdienst, onder andere door het dragen van bepaalde kleding of  hoofdbedekking. De gezichtssluier wordt gezien als een uiting van een godsdienst (islam). Dat niet alle moslims dit zo zien of alle moslimvrouwen er een dragen, is daarbij niet relevant. De overheid of rechter mag namelijk geen inhoudelijke oordeel vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten. Als een groep van moslims meent dat het dragen van een gezichtssluier een religieuze uiting is en de gezichtssluier door een groep vrouwen wordt gedragen, dan valt dat onder de bescherming van de vrijheid van godsdienst.’

In de toelichting op het boerkaverbod haalt het College het eigen oordeel over Afanasyev onderuit. Het College zegt in de toelichting terecht dat de ‘overheid of rechter geen inhoudelijk oordeel mag vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten’. Maar in het oordeel over Afanasyev doet het College precies dat: het gaat op de stoel van de theoloog zitten als het oordeelt wat als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd. Hoe kan het College in de toelichting op het boerkaverbod stellen dat overheid op rechter niet op de stoel van de theoloog mag gaan zitten terwijl het dat in het oordeel 2017-145 over Afanasyev wel deed? Dit roept niet zozeer de vraag op hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de aanhanger van een geloof moet zijn om juridisch goedgekeurd te worden een geloof aan te hangen, maar hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de oordelen van het College van de Rechten van de Mens zijn. Dit raakt aan onzorgvuldigheid en politieke willekeur van het College.

De toelichting kan nog met een andere uitspraak worden verbonden, namelijk uitspraak 201707148/1/A3 van de Raad van State van 15 augustus 2018 waar ik in twee commentaren fundamentele kritiek op had. Zie hier en hier. In dat laatste commentaar schreef ik: ‘De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.’

De toelichting van het College geeft ondersteuning voor mijn kritiek op de Raad van State die op de stoel van de theoloog is gaan zitten. Dezelfde kritiek had ik op een uitspraak van 15 februari 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch waar ik dit in een commentaar benadrukte: ‘Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken (..).

Instituties vertegenwoordigen de status quo. Het is goed dat ze continuïteit waarborgen omdat er anders wanorde zou ontstaan. Maar soms dringen maatschappelijke ontwikkelingen sneller op naar het centrum van de samenleving en worden er geaccepteerd zonder dat de instituties dit tijdig voorzien en er passend op reageren. Dan ontstaat een maatschappelijk ervaren ongelijkheid. Dat gebeurde bij de opkomst van de Provo-beweging eind jaren 1960. Het gezag liep achter de feiten aan en wist enkele jaren met zichzelf geen raad.

Het lijkt er sterk op dat sinds de jaren 1990 de ontkerkelijking, individualisering, opkomst van sociale media en de reactie op de gedeeltelijke restauratie van orthodox-religiositeit zo’n nieuwe breuk in de samenleving hebben gecreëerd. Instellingen als het College voor de Rechten van de Mens, de Raad van State en lokale rechtbanken lopen mede door de personele invulling met oudere medewerkers die zijn opgevoed met traditionele waarden en godsdiensten achter op wat de samenleving verlangt. Het is een kwestie van tijd voordat dat rechtgetrokken wordt en deze instellingen tot het volle besef over hun achterstand komen. De conflicterende oordelen bij het College voor de Rechten van de Mens duiden op die overgangssituatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarKwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief’ van George Knight, 13 december 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ van het College voor de Rechten van de Mens, 1 augustus 2019.

Advertenties

Links-radicale feministes en conservatieve christelijke vrouwen vinden elkaar in aanval op Equality Act en op LGBTQ-gemeenschap

with 3 comments

Dat conservatieve christenen onder het mom van religieuze vrijheid tegen gelijkheid van LGBTQ-ers zijn valt te verwachten. Het is begrijpelijk omdat dit uit de aard van godsdienst volgt, namelijk verbondenheid in eigen kring via de eigen dogmatiek en verwerping van wat daarbuiten valt. Conservatieve christenen zijn daarin minder verdraagzaam dan gematigde christenen. De afgelopen maanden heeft in de VS de parlementaire behandeling en modernisering van de ‘Equality Act’ uit 1974 de verhoudingen in de samenleving op scherp gezet. Dat gaat over de toevoeging van federale LGBTQ non-discriminatie bescherming aan de burgerrechtenwetgeving. De wet is op 1 mei 2019 in de Judiciary Committee van het door de Democraten gedomineerde Huis aangenomen, maar nog niet in de door de Republikeinen gedomineerde Senaat. De behandeling ervan wordt voor januari 2021 verwacht als de zittingsperiode van het huidige Congres afloopt.

Bovenstaand citaat uit het artikelStop the Ill-Named ‘Equality Act’: Your Religious Freedom at Stake’ van twee christelijke opiniemakers op Christian Headlines verduidelijkt dat de uitersten elkaar hebben gevonden in de bestrijding van de Equality Act: links-radicale feministes en conservatieve christelijke vrouwen. Normaal is dat niet en dat monsterverbond zorgt voor spanningen bij de radicale feministes. Hoe de discussie enkele maanden geleden verliep maakt een FB-posting van Radical Feminism By the Sea inzichtelijk. Daar neemt ook Natasha Chart (voorzitter WoLF) aan deel die een van de auteurs is van het artikelFeminists, Conservatives Join Forces to Oppose ‘Equality Act’ van 6 mei 2019 op Real Clear Politics dat in bovenstaand citaat genoemd wordt. Complicatie is dat WoLF in zee is gegaan met de conservatieve Heritage Foundation zoals blijkt uit dit bericht van die stichting onder de ijzingwekkende titel ‘The Inequality of the Equality Act: Concerns from the Left’. Wordt WoLF hier gebruikt door radicaal-rechts? Dat is in elk geval wel wat een andere feministe Cathy Brennan denkt die zich niet alleen in genoemd FB-debatje ‘indirect’ bedreigd voelt door Chart, maar in een YouTube-video de samenwerking van de radicale feministes met de Heritage Foundation sterk bekritiseert.

Dat links-radicale feministes zich verbinden met radicaal-rechts terwijl die godbetert op staatsniveau via het terugdraaien van het arrest Roe vs Wade en onder dekking van de mannelijke, witte evangelical-achterban van president Trump al sinds 2017 bezig is om de wetgeving op het gebied van abortus terug te draaien is een lastig te begrijpen politiek-strategische inschatting. Een verklaring van geen vertrouwen in het leiderschap van de LGB beweging van 30 januari 2019 op de site van WoLF geeft uitleg. De verhouding tussen de links-radicale feministes en de LGBTQ-beweging lijkt zwaar beschadigd en blijvend verziekt als de verklaring op een agressieve en niet verhullende wijze als onderwerp geeft: ‘Je politieke wanpraktijken, aanvallen op de rechten van vrouwen en meisjes, bedreiging van risicojongeren, goedkeuring van commerciële seksuele uitbuiting, aanvallen op publiek fatsoen en privacyrechten, onjuiste voorstelling van medische en biologische wetenschap en inspanningen om buitengewone privileges voor roofzuchtige individuen (‘predatory individuals’) veilig te stellen op het risico van de reputatie van elke persoon voor wie u beweert te spreken’.

Dit gaat verder dan politieke verschillen, dit is een strijd tussen bondgenoten die door maatschappelijke ontwikkelingen en een verschuivend machtsevenwicht binnen de beweging die zich bezighoudt met seksuele diversiteit tegenover elkaar zijn komen te staan. Oud wordt deels vervangen door nieuw, en dat doet pijn bij oud. De centrum-rechtse Democratische senator Joe Manchin (W.Va) zegt dat hij de Equality Act in de huidige vorm niet kan steunen, aldus een artikel van het door de Heritage Foundation uitgegeven The Daily Signal. Met het opgeroepen schrikbeeld over de Equality Act: ‘die werknemers zou dwingen om zich aan nieuwe seksuele normen te conformeren of anders hun bedrijven en banen te verliezen’. Logisch trouwens dat de Heritage Foundation dit zo probeert te framen en suggereert dat de Democraten in de Senaat verdeeld zijn. Maar Manchin richt zijn pijlen niet op de LGBTQ-gemeenschap zoals WoLF doet, maar op de kwaliteit van het wetsvoorstel. Verandering is lastig. Dat geldt ook voor radicale feministes. Dat zou via politieke standpunten besproken moeten kunnen worden zonder in de armen van de rechtse vijand te vluchten. Ook is mogelijk dat links-radicale feministes makkelijk de Heritage Foundation vinden omdat ze in de kern ook conservatief zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelStop the Ill-Named ‘Equality Act’: Your Religious Freedom at Stake’ van John Stonestreet en Roberto Rivera op Christian Headlines, 10 mei 2109.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘Feminists, Conservatives Join Forces to Oppose ‘Equality Act’’ van Natasha Chart en Penny Nance op Real Clear Politics, 6 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaringDECLARATION OF NO CONFIDENCE IN LGB MOVEMENT LEADERSHIP’ op WoLF, 30 januari 2019.

Evangeliste Anne Graham Lotz zegt door God genezen te zijn van borstkanker

leave a comment »

Mijn reactie bij een blogpost van de 70-jarige Amerikaanse evangeliste Anne Graham Lotz die na een behandeling voor kanker claimt door God genezen te zijn. Ze is de tweede dochter van de beroemde en invloedrijke evangelist Billy Graham. Lotz zei te voelen dat God haar na haar vijfde behandeling had genezen.

Volgens een bericht van The Christian Post werd in augustus 2018 borstkanker vastgesteld en begon de behandeling met chemotherapie in oktober 2018. In een controversiële uitspraak in een interview beweerde Lotz dat haar borstkanker mogelijk een waarschuwing was dat Israel gevaar liep om aangevallen te worden.

Het is het voorrecht van mensen die in de religieuze sector werkzaam zijn om zonder kans op tegenspraak en vanwege de vrijheid van godsdienst alles met alles te verbinden. Logica is nu eenmaal geen onderdeel van de leerstellingen van godsdienst. Lotz knoopt alles aan elkaar: kanker, Israël, ongeloof, God. Ik vind dat ze daarin te ver gaat en zichzelf er als ‘uitverkorene’ buiten had moeten houden. Hoe ethisch is het om de eigen ziekte in te zetten als middel tot zelfpromotie en religieuze propaganda? Daar spreek ik Lotz op aan in mijn reactie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel blogpost ‘RAISING HALLELUJAH’ van Anne Graham Lotz op Annegrahamlotz.org, 4 februari 2019.

Foto 2: Eigen reactie van 9 februari 2019 bij blogpostRAISING HALLELUJAH’ van Anne Graham Lotz

Oekraïense Orthodoxe Kerk is definitief los van Moskou en verenigd in eenheidsraad

with 2 comments

De Oekraïens Orthodoxe Kerk (Moskou Patriarchaat) ressorteert niet langer onder de Russische Orthodoxe Kerk, maar heeft zich daarvan recent losgemaakt. Eeuwenlang werd deze Oekraïense Kerk gecontroleerd door het Russische Patriarchaat. Russische kerkleiders accepteren de breuk niet en hebben uit protest de banden verbroken met het overkoepelend Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel dat in 2018 de Oekraïense onafhankelijkheid heeft erkend. Op 15 december 2018 hebben drie stromingen van Oekraïense Orthodoxe kerken zich verenigd in een eenheidsraad. Tot primaat is de kandidaat van de kerk met de meeste gelovigen, de Oekraïens Orthodoxe Kerk (Kiev Patriarchaat) gekozen: Epiphanius I, met de titel Metropoliet van Kiev.

Aanleiding voor de breuk is de verwijdering tussen Oekraïne en de Russische Federatie als gevolg van de in 2014 door het Kremlin begonnen en nog steeds voortwoekerende oorlog tussen deze twee landen. In februari 2014 bezetten de Russen de Oekraïense Krim. Volgens de Oekraïense president Petro Porosjenko gaat de onafhankelijkheid van Oekraïne hand in hand met de onafhankelijkheid van de Oekraïense Orthodoxe Kerk.

Deze ontwikkelingen en de reacties erop tonen aan dat religieuze instellingen zoals kerken een politieke machtscomponent hebben die de innerlijke werking van een geloof te boven én te buiten gaat. Tevens laat dit zien dat het binnen- en buitenlandse programma van Russificering van president Putin niet werkt omdat de ‘Russische Wereld’ krimpt, zoals Paul Goble in een commentaar op een rijtje zet. Niet in Oekraïne, Armenië of Finland, maar evenmin in Tatarstan waar evenals in andere republieken die deel uitmaken van de Russische Federatie een verlangen naar autonomie en de-Russificering bestaat (zoals Dagestan, Tsjetsjenië, Circassië, Tuva, Karelië). Dat heeft te maken met het afnemend economisch, politiek en cultureel belang van de Russische Federatie dat immens divers is. De Oekraïense kerkscheuring en binnenlandse unificatie is een krachtig teken van de afnemende Russische macht, maar zeker niet de enige actuele ontwikkeling ervan.

Annexatie van andersdenkenden door christenen is tactiek die uit de tijd is. Wooley verklaart de bijbel tot een boek voor iedereen

leave a comment »

Daar gaan we weer. Een citaat: ‘The Bible is not a ‘religious’ document, just for Christians or just for ‘religious’ life; it’s a book for everyone.’ Aldus Paul Wooley van de Bible Society in een artikel in The Guardian. Aanleiding is de weigering van bioscoopketen Empire Cinemas om bovenstaande reclamefilm in haar theaters te vertonen omdat het religieuze of politieke reclame niet accepteert. Onderwerp is het einde van de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden en het feit dat de persoonlijke standaarduitrusting van Britse militairen een bijbel bevatte.

Annexatie van zogenaamde andersdenkenden is een terugkerende onhebbelijke karaktertrek en politieke handelwijze van christenen. Trouwens in algemene zin van religieuze organisaties als ze in een samenleving dominant zijn. Zo proberen ze hun krimpende organisatie groter te doen lijken dan die in werkelijkheid is. Wooley maakt het erg bont door de bijbel geen religieus boek te noemen dat door ‘God’ is geïnspireerd om christenen te inspireren. Hij verbreedt het tot een boek voor iedereen. De vraag of dat ook moslims, joden, atheïsten, humanisten, nihilisten, taoïsten, hindoes en boeddhisten betreft en wat ze dan wel aan de bijbel moeten ontlenen toont aan hoe wereldvreemd zijn claim is. Wooley is out of sync met de realiteit van 2018.

Wellicht was de Britse krijgsmacht in 1918 grotendeels christelijk geïnspireerd en probeerde de legerleiding de oorlog om psychologische redenen om te katten tot een Heilige Oorlog, maar 100 jaar later kan niet langer geloofwaardig worden verdedigd dat de bijbel en het gedachtengoed dat het representeert voor iedereen is. Een analyse van de steun voor de Britse christelijke kerken tijdens de Eerste Wereldoorlog wijst trouwens op een ontwikkeling weg van de bijbel. Door de voortslepende oorlog die zoveel slachtoffers eiste ontstond er bij bevolking en militairen ontgoocheling over de kerken omdat ze de oorlog niet hadden weten te voorkomen of verkorten. Er ontstond een zoektocht naar alternatieve vormen van spirituele expressie waarin de bijbel geen rol speelde. Dus Wooley vervalst niet alleen de realiteit van 2018, maar ook de geschiedenis van 1918.

In een respectvol en interessant debatje dat ik onlangs met Gerko Tempelman voerde bij een YouTube video van hem stel ik dat aspect van annexatie van andersdenkenden door gelovigen aan de orde. Ik verwoordde dat zo over gelovigen die de draagwijdte van ‘God’ uitbreiden naar degenen die zich niet laten inspireren door ‘God’: ‘Het groter maken van ‘God’ buiten hun geloof om is een kwestie van macht. Die willen ze ook uitoefenen over degenen die hun geloof niet delen. Dat is onrechtmatige inlijving. Maar ook een inlijving die steeds potsierlijker wordt in een samenleving waar de meerderheid zich niet door ‘God’ laat inspireren.

 

Nogmaals de uitspraak van de Raad van State over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gebrekkige toetsing en criteria

with 7 comments

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Criteria volgens welke de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als buitenstaander en niet-deskundige op het gebied van theologie, metafysica of teleologie meende in augustus 2018 in een uitspraak de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster te kunnen toetsen zijn ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Er kondigen zich interpretatieproblemen aan als die criteria toegepast worden op geaccepteerde, traditionele godsdiensten die die toetsing niet zouden overleven. Ook wordt rechtsongelijkheid tussen oud en nieuw geïntroduceerd. Met name wreekt zich de rol van de Raad van State als het stelt dat het de KVS in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst. Dat getuigt van onkunde.

Want er blijft weinig over van het criterium ‘samenhang’ (of coherentie) als dat wordt toegepast op bestaande godsdiensten. Zie wat docent bestuursrecht UvA Taco Groenewegen daarover in een analyse uit 2009 zegt op het weblog Publiekrecht en Politiek: ’Is een coherente wereldbeschouwing een hanteerbaar criterium? Ook niet. Eén van de centrale leerstellingen van het christendom is dat Jezus en geheel mens is en geheel god. Dat is echter evident onmogelijk. Iemand kan of geheel mens zijn of geheel god, of deels god en deels mens. Tegelijkertijd geheel mens en geheel god zijn is echter een logische onmogelijkheid en daarmee incoherent. Op dit punt zijn nog vele andere voorbeelden te bedenken, ook met betrekking tot andere religies. Maar het christendom is natuurlijk wel een religie, ook al is het niet coherent.’ Groenewegen stelt dat bestaande criteria onwerkbaar zijn en de zoektocht naar hanteerbare criteria voortgaat. Dit geeft aan dat genoemde uitspraak van de Raad van State over de KVS en het beroep op de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ minder vanzelfsprekend en juridisch geaccepteerd is dan het in de uitspraak pretendeert.

Zo ontstaat een tweedeling en laat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich kennen door het bevestigen van een dubbele standaard die in de praktijk de religieuze sector afschermt voor toetreders zoals de KVS. De Raad van State treedt vanwege een gebrek aan inhoudelijke expertise, juridische oprechtheid én maatschappelijk en politieke onafhankelijkheid buiten de toetsingscriteria over wat een godsdienst is. Zo ontstaat een januskop vol onoprechtheid. De Raad van State oordeelt wegens onwerkbare criteria waar het niet kan oordelen. De Raad van State oordeelt verkeerd omdat het de criteria verkeerd interpreteert. De Raad van State had deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling moeten nemen. Of het had in lijn met de visie op andere godsdiensten die per definitie evenmin voldoen aan alle criteria van ernst en samenhang (en overtuigingskracht en belang) de KVS na toetsing vanaf de buitenkant moeten erkennen als godsdienst.

De Raad van State heeft zich door het oordeel over de KVS in een wespennest gestoken door te suggereren dat de jurisprudentie over de onderhavige zaak vast en omschreven is. Maar dat is het niet. De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.

Foto 1: J. van Meurs, ‘Justitia als putto bij de ‘Rechten van den Mensch en Burger’’, 1795. Collectie Nederlandse Rechtsgeschiedenis van het Gevangenismuseum via Geheugen van Nederland.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 9 van de EVRM.

Ruimdenkendheid gevraagd. Kerk Vliegend Spaghettimonster kan als nieuwe religie ‘satirisch én ernstig, serieus én ironisch’ zijn

with 8 comments

Antwoord op een opinie-artikel van Roel Weerheijm die meent dat de gelovigen van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) in een valkuil zijn gelopen. Volgens zijn opinie zouden ze ‘satirisch én ernstig zijn, serieus én ironisch zijn’. Maar het lijkt een misverstand dat dat een nieuwe religie diskwalificeert:

Alle nu bestaande of alweer verdwenen religies zijn ooit opgestart en gecreëerd door een fictief verhaal. Daarom is het flauw om een nieuw religie te verwijten dat het (nog) geen traditie heeft. Die nieuwe religies wijken af van de traditionele religies omdat ze beter aansluiten bij de hedendaagse tijd omdat ze daaruit zijn ontstaan. Naast de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) is dat bijvoorbeeld ‘The International Church of Cannabis’ die op het raakvlak van religie en commercie opereert. https://georgeknightlang.wordpress.com/2017/04/15/the-international-church-of-cannabis-opent-in-denver-religie-als-voorbeeld-dekmantel-en-groeimarkt/

Ik betwijfel dat de reden voor het ontstaan en de groei van de KVS is gelegen in het onderwijs zoals de auteur stelt. Is de gedachtegang niet eerder dat er geen grenzen zijn aan de voorrechten die voor religieuze instellingen gelden en het daarom dom zou zijn die niet te benutten? Want wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander. Dat gaat tot en met fiscale voorrechten. Uiteindelijk gaat het erom wat de juridische basisvoorwaarden zijn voor de stichting van een nieuwe religie. Niet wat een burger als Roel Weerheijm er vanuit zijn individuele voorkeuren politiek, maatschappelijk of religieus van vindt.

Het gaat niet om ironie. Vele, nu bestaande religies zijn in reactie op andere religies ontstaan. De redenen daarvoor kunnen verschillend zijn. Of kunnen een combinatie van redenen zijn. Vanwege een kerkelijk-dogmatisch verschil, een overweging van macht, religieuze marketing of kerkelijk bezit, of zelfs lijfsbehoud. De ene religie kan lenen van de andere religie. Zoals de schrijvers in de Middeleeuwen op de schouders van de antieken stonden, zo staan nieuwe religies op de schouders van oude religies. Nog steeds.

De auteur heeft weinig inzicht in de Nederlandse kerkelijke traditie als hij opmerkt dat de KVS teveel overeenkomsten met traditionele religies heeft om echt een verschil te maken. Wie de kerkafsplitsingen, schorsingen en afscheidingen in de protestante kerk in alle veelheid en breedte kent zal moeten opmerken dat nieuwe religies soms minimaal verschillen met de religies waaruit ze ontstaan zijn. Soms was de onverenigbaarheid van karakters van dominees, voorgangers of kerkvoogden voldoende voor het ontstaan van een nieuwe herstelde, vrijgemaakte, voortgezette, buiten verband of afgescheiden religie. Het is best als de auteur de KVS vanwege de te grote overeenkomst met de bestaande religie afwijst, maar dan moet hij consequent zijn en alle Nederlandse kerken volgens dezelfde norm tegen het licht houden. En dan zal er weinig overblijven.

Satire in religie is iets van alle tijden en onlosmakelijk met de strijd tussen religies verbonden. Zie wat theologe Joke Spaans schrijft: ‘Het beroerde Rome behandelt spotprenten en satirische bord- en kaartspellen over de rivaliteit tussen jansenisten en anti-jansenisten in de vooravond van het Utrechts Schisma. Het laat zien hoe in de achttiende eeuw satire werd ingezet in een kerkelijk conflict waarin op het eerste gezicht weinig te lachen viel.’ Satire diskwalificeert een religie niet zoals de auteur wil doen geloven. Satire is juist onlosmakelijk met religie verbonden.
http://www.ako.nl/product/9789087041298/het-beroerde-rome-joke-spaans/

De uitspraak van de Raad van State bevatte een normatief oordeel, namelijk dat vanwege ‘het satirische element van het pastafarisme’ de KVS niet voldoet aan de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ en daarom niet als godsdienst kan worden aangemerkt. De Raad van State meent dat het van tweeën één is: satire of godsdienst. Dit houdt in dat er volgens de Raad van State ruimte bestaat tussen satire en deze vier criteria, en ze nooit kunnen samenvallen. Dat is een oordeel dat voorbijgaat aan het belang van maatschappelijk relevante satire. Ermee diskwalificeert de Raad van State een groot deel van de Westerse cultuurgeschiedenis, van de toneelstukken van Aristophanes, Lucianus’ spotschriften, Erasmus’ ‘Lof der Zotheid’, P.C. Hoofts ‘Warenar’ tot Monty Pythons ‘Life of Brian’.

Traditioneel bestaat er een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen fictie en religie. Godsdiensten zijn net als het theater ontstaan vanuit rituelen en dramatisering. Dat geldt ook de monotheïstische godsdiensten. Sommige gelovigen vatten de Bijbel volledig als fictie op. Sinds de opkomst van het laat 20ste eeuws post-modernisme is die wisselwerking nog versterkt. Interpretatieverschillen om godsdiensten te duiden geven aan dat er diverse manieren van geloven en godsdienst zijn. Roel Weerheijm vat de rol van religie te beperkt en te normatief op.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State zou deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling nemen. Of in lijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin voldoen aan alle criteria van ernst of serieusheid (met een teveel aan satire of ironie) de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster na een toetsing ‘aan de buitenkant’ gewoon moeten erkennen als godsdienst. Voor wat het politiek en maatschappelijk ook waard is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘De onmogelijke spagaat van pastafari’s’ van Roel Weerheijm op TussenWoord, 15 oktober 2018.