Wetenschappers geven Knevel antwoord zonder antwoord te geven. Laat geloof een geloof zijn en maak er niet meer van dan het is

Andries Knevel strikes again met zijn luisterend oor en zalvende blik. Het is aandoenlijk, maar ook wel wat ontluisterend om te zien hoe ‘gerenommeerde wetenschappers’ worden uitgenodigd in eigen voet te schieten onder de suggestie hun zaak te versterken. De een relativeert het belang van het christendom door het belijden ervan als een cultureel verschijnsel te zien. Tegelijk legitimeert hij het geloof door te claimen dat iedereen gelooft. Dat kan hij alleen rondbreien door de betekenis van geloof van betekenis te laten verschuiven door te zeggen dat iedereen een bepaald wereldbeeld aanhangt. Hij kan weten dat geloof en het aanhangen van een bepaald wereldbeeld totaal verschillende begrippen zijn en dus niet hetzelfde. De vrouw redeneert in cirkels. Zoals doorgaans bij dit soort gesprekjes over godsdienst. Ze geeft als tweede argument voor het geloven van christenen dat zij weet dat God echt is. Dit oogt zo simpel en onnozel dat het lastig is om er een onderbouwde en geloofwaardige uitspraak over de waarheid van het christendom in te ontwaren.

Twee christelijke wetenschappers worden het programma van de EO ingehaald om antwoord te geven op de vraag over de waarheid van het christelijk geloof en komen vervolgens met flutargumenten die geen antwoord op die vraag geven. Dat is ook logisch, want die antwoorden bestaan per definitie niet. Geloof is immers een overtuiging en geen wetenschap.

De fout waarom het zo misgaat ligt dan ook niet zozeer in beide personen die antwoord geven en hun best doen om er nog iets van te maken, maar in de persoon die de vragen stelt en diens pretentie om meer van een geloof te maken dan het echt is. Knevel denkt met zijn schijnbewegingen de zaak van het christelijk geloof te versterken, maar heeft niet door dat hij het omgekeerde bewerkstelligt. In ieder geval bij de objectieve waarnemer. Mogelijk gaat de gelovige loyaal mee in zijn warrige praatjes. Knevel doet aan branchevervaging en probeert de werking van religie filosofisch, cultureel en methodologisch op te rekken tot buiten haar eigenlijke domein. Dat is onverstandig en zal altijd averechts uitpakken.

Afwijzend antwoord aan aanhanger van het welvaartsevangelie die me met een andere blik naar het evangelie wil laten kijken: ‘Nee’

Elke blogger kent commentaren die aandacht blijven trekken. Niet altijd is duidelijk waar die aandacht vandaan komt. Neem nou mijn commentaarWelvaartsevangelie klopt geld uit zakken van gelovigen en sluist dat door naar voorgangers van protestant-christelijke organisaties’ van 6 september 2019. Daarin val ik evangelist Tom de Wal en zijn stichting Frontrunners Ministries – NL.  aan. Een citaat uit dit commentaar:

Met dit bedelen om geld bij gelovigen plaatst Tom de Wal zich in de traditie van het welvaartsevangelie. Dat bevestigt hij in video’s die er een lans voor breken. Zoals in ‘7 argumenten tegen het welvaartsevangelie weerlegd‘ van 10 juli 2019. In de VS wordt dat ‘prosperity gospel’’ genoemd dat tot een bloeiende business is geworden waar kerkleiders van profiteren. Het is een protestant-christelijke dwaalleer die een grote mate van materiële rijkdom en gezondheid in dit leven belooft aan wie gelooft. Hebzucht en geldzucht verdringen God. Zo wordt geld uit zakken van gelovigen geklopt dat verdwijnt in zakken van de bedelende en dreigende voorgangers die op slinkse wijze geld van gelovigen aftroggelen. Zwendel dus. De Wal heeft de geldklopperij gemoderniseerd door het in bovenstaande video te koppelen aan de invloed die gekocht moet worden om het Woord van God te verspreiden. Maar hij blijft ermee binnen de traditie van het welvaartsevangelie.’

Het is duidelijk waar het bij dat welvaartsevangelie om draait: geld, individuele voorspoed en evangelisatie. Als aanhanger van het secularisme dat godsdiensten inclusief de vele stromingen ervan, levensovertuigingen en nihilismen als gelijkwaardig beschouwt zie ik het met verwonderde welwillendheid aan. Welvaartsevangelie staat ver van mijn eigen wereldbeeld over sociale gelijkheid en vrijheid van levensovertuiging, maar ik aanvaard volledig en ondubbelzinnig dat het een plek toekomt in de pluriforme, Nederlandse samenleving.

Aanleiding zijn twee recente reacties bij dat commentaar van september 2019 die klaarblijkelijk vanuit de boezem van Tom de Wals Frontrunners Ministries worden gevoed. De een voegt me toe: ‘tot ik de Bijbel gin[g] lezen en toepassen, nu is dit alles voorgoed voorbij, dankzij de God. Toch iets voor u om over na te denken..?’ en de ander zegt: ‘Persoonlijk heb ik de zegeningen van God sterk gemerkt sinds dat ik een gedeelte van mijn inkomen weggeef, Gezondheid, stabiliteit en herstel heb ik mogen ontvangen met als klapper op de vuurpijl heeft mijn vrouw zomaar uit het niets een schitterende goedlopende kapperszaak gekregen. Ja wij geven geld weg, maar God geeft net zo goed weer geld erbij. Zodat wij het weer weg kunnen geven. Je zou het kunnen beschouwen als een geheimenis. Je komt alleen zelf achter als je het gaat proberen. Voor u een mooie YouTube link als bedankje, wie weet gaat u hierdoor een andere blik naar het evangelie krijgen’.

Het is niet niks om zomaar uit het niets, wat blijkbaar toch niet het niets is, maar een Goddelijk plan, een schitterende goedlopende kapperszaak te krijgen. Dat roept bij mijn geen reactie op, maar verwondering dat iemand dat serieus meent. Mijn reactie wordt ingegeven door iets anders, namelijk zinsneden als ‘iets voor u om over na te denken?’ en ‘gaat u hierdoor een andere blik naar het evangelie krijgen’. Dat vind ik ongepast. Evangelisatie in eigen kring is best, maar ik ben van mening dat mensen buiten die kring daar niet mee achtervolgd moeten worden. Zo reageerde ik op ene Bas Clingen bij mijn commentaar van september 2019:

‘De verdediging van het welvaartsevangelie en de stichting van Tom de Wal die dat promoot is uw goed recht. Daar geef ik in deze reactie geen commentaar op. Er is in de media al genoeg kritiek op te vinden.

Evengoed als ik u die vrijheid gun zouden u en Henk van de Klundert mij die vrijheid moeten gunnen. Dat doet u naar mijn idee niet door op een indirecte en wat zalvende wijze aan evangelisatie te doen. Dat is ongepast. U gaat daar naar mijn mening te ver in.

Als we elkaar respecteren, dan houdt dat in dat we de overtuiging van de ander waarderen. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn om achting voor elkaar en elkaars levensovertuiging te hebben. Die achting verbleekt als u mij probeert te evangeliseren. Dat is brutaal.

Denk maar eens goed na waar u dat eigenlijk op baseert en of dat een voldoende grond is om mij zo te bejegenen. Besef u niet dat u hiermee de interne werking van uw geloof exporteert tot buiten uw geloof? Ja, zult u antwoorden, dat is ook exact wat evangelisatie is.

Ik meet mezelf geen oordeel toe over de aanvaardbaarheid en werking van die evangelisatie, maar volsta ermee om u te laten weten dat ik geen ontvangende partij van uw evangeliserende boodschap wil zijn. In welke vorm dan ook.

Wat u doet lijkt voort te komen uit de traditionele reflex van gelovigen die andersdenkenden in hun geloof proberen te trekken. Ooit was dat de strategie van de meerderheid, nu is dat het achterhoedegevecht van een krimpende minderheid. De meerderheid van de Nederlandse bevolking geeft aan zich niet te laten inspireren door godsdienst.

Het is historisch begrijpelijk dat u en de uwen zich ondubbelzinnig laten inspireren door wat u als belangrijk vindt in het leven. Namelijk uw christelijk geloof, en dan een Amerikaanse variant daarvan: het welvaartsevangelie. U hebt in Nederland die juridische en maatschappelijke vrijheid om dat te belijden wat u waardevol vindt. Ik gun u dat van harte. Dat is voor iedereen belangrijk.

Het zou u en de uwen sieren als u andersdenkenden die op afstand staan van dat welvaartsevangelie respecteert in hun overtuiging. Wat die overtuiging verder ook is. Ik zal nooit proberen u te bekeren of iemand proberen te overtuigen om mijn overtuiging of levensbeschouwing te volgen. Volwassen die als volwassen behandeld worden zijn geen kuddedieren. Ze behoren uit vrije wil hun eigen overtuiging te kiezen.

Ik verwacht dat u de welgemanierdheid hebt om mij en anderen van buiten uw eigen kring niet te willen annexeren in uw evangelisatie en als pseudo-christenen of potentiële christenen te beschouwen. Dat komt niet overeen met de vrijheid die anderen u gunnen. Even ongepast en zelfs beledigend zou het zijn om christenen als pseudo-atheïsten of pseudo-moslims te beschouwen.

Ik hoop dat u snapt dat uw evangelisatie niet door iedereen gewaardeerd wordt en zelfs averechts kan werken voor de acceptatie van uw plek in de Nederlandse samenleving.’

Foto: Schermafbeelding van deel eigen (= George Knight) commentaarWelvaartsevangelie klopt geld uit zakken van gelovigen en sluist dat door naar voorgangers van protestant-christelijke organisatie’ van 6 september 2019.

Hoe kunnen godsdiensten die in de kern hetzelfde zijn zich op de concurrerende religiemarkt van elkaar onderscheiden?

Gelijksoortigheid is paradox én zwakke plek van gevestigde godsdiensten. Ze claimen uniek te zijn, maar doen allemaal min of meer hetzelfde en lijken in de kern op elkaar. Hoewel ze dat zelf sterk ontkennen. Dat is geen wonder omdat ze immers vanuit dezelfde behoefte zijn ontstaan. Weliswaar in uiteenlopende culturen wat de uiterlijke verschillen verklaart, maar vanuit dezelfde existentiële angst of twijfel van mensen. Namelijk het motief van mensen om voor zichzelf een veilige omgeving te creëren die enige bescherming biedt door de onzekerheid van het leven op afstand te houden. Daarbij bieden godsdiensten niet alleen filosofisch onderdak voor wat het Zijn betreft, maar doen dat ook in praktisch opzicht door groepsvorming en gemeenschapszin. Geloofsgenoten worden in- en andersdenkenden uitgesloten. Dat bindt gelovigen nog meer aan godsdienst.

Op de concurrerende religiemarkt levert dat problemen op. Want hoe kan de ene godsdienst zich van andere godsdiensten onderscheiden als ze in de kern op hetzelfde neerkomen? Gesteld dat de uiterlijkheden voor de gelovige onvoldoende redenen zijn om zich te laten overtuigen. Hoe dat gaat toont deze video. Scott Oliphint meent dat het christendom uniek is en categorisch van andere godsdiensten verschilt ‘omdat alleen het christendom beweert dat God zondaren redt’. Dat is om meerdere redenen een cirkelredenering die vanuit het christendom iets als unieks verklaart omdat het in het christendom voorkomt. Waarbij de ‘God’ die mensen zelf gecreëerd hebben tot autoriteit wordt bevorderd om te legitimeren dat ‘God’ christelijke gelovigen redt. Andere godsdiensten kunnen op aspecten dezelfde uniciteit claimen die alleen in hun godsdienst voorkomt.

Begrijpelijk is dat godsdiensten zich tegen elkaar afzetten om gelovigen te trekken. Het is harde concurrentie voor organisaties die in de kern hetzelfde product verkopen. Uiteraard bestaat dat niet in pure vorm, maar is verweven met politieke, maatschappelijke en culturele belangen. In essentie worden veel kandidaat-gelovigen meer door ‘bijzaken’ aangetrokken dan door geloofswaarheden. Religieuze propaganda is noodzaak voor godsdiensten om concurrenten van het lijf te houden en te overleven. De geschiedenis van de afgelopen 20 eeuwen kent vele godsdiensten die het niet gered hebben. Toch is het jammer dat vertegenwoordigers van godsdiensten de noodzaak voelen om zich met deze marketing die grenst aan desinformatie af te zetten tegen andere godsdiensten. Het leert dat het genre ‘godsdienst’ aan een fundamentele hervorming toe is.

Met marketing, scoringsdrift en betaalde bekeringen ondermijnen gevestigde godsdiensten hun kenmerken. Hoe oordeelt de rechter?

Het artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD van 3 september 2020 bevat de volgende passage over de bekering onder betaling van christenen tot moslim in Pakistan : ‘In het korte beeldfragment roept de rijke textielhandelaar Mian Kashif Zameer christenen op zich tot de islam te bekeren, want dat is „de beste religie.” Hij stelt de mogelijke bekeerling daarbij een mooie beloning in het vooruitzicht: 200.000 roepies (zo’n duizend euro). Als een compleet gezin zich bekeert, ontvangt die familie zelfs een miljoen roepies.’ Het christelijke perspectief van het RD motiveert om verder te denken en de kwestie van de betaalde geloofsbekeringen te beschouwen vanuit het belang van de gehele religiesector.

Bekering van de ene naar de andere godsdienst is een verdienmodel voor sappelaars die een centje bij willen verdienen. Zoiets als het laten aftappen van bloed bij de bloedbank. Bekering is de niet-fysieke variant ervan. Het is de vraag hoe vaak een gelovige van ‘overtuiging’ kan wisselen om de propaganda voor een specifieke godsdienst waarvoor het gebruikt wordt geloofwaardig en aannemelijk te laten blijven. Jaarlijks, maandelijks?

De wetmatigheid is dat de bekering alleen bestaat in de publiciteit. Met een bekering die in het geheim gebeurt kan een religieuze organisatie geen goede sier maken. Op sociale media is de bekering een belangrijk subgenre waarmee religieuze organisaties de slag met hun concurrenten proberen te winnen.

Voor de BV Godsdienst als sector maken de bekeringen weinig uit omdat ze per saldo de sector als geheel niet groter maken. De bekeringen gaan alle kanten uit en het verlies van de ene godsdienst wordt gecompenseerd door de winst van de andere godsdienst. De religiesector wordt er niet omvangrijker door. De publiciteitsslag tussen godsdiensten toont aan dat de religiesector een vechtmarkt is en de concurrentie moordend.

Dit soort bekeringen zijn een goede ontwikkeling voor degenen die verandering willen. Zoals ook de opkomst van nieuwe godsdiensten een goede zaak is. Ze staan doorgaans dicht bij de grond, bieden hedendaagse mystiek en rituelen, en hebben een postmodernistische grondhouding waarin twijfel en relativering zijn ingebouwd. Oudere, gevestigde godsdiensten zijn in andere tijden ontstaan en zijn daar in de kern nog steeds een reflectie op, hoewel ze uiteraard met de tijd zijn meebewogen. Hun houdbaarheid staat ter discussie.

Hoe meer godsdiensten er zijn, hoe meer het idee verwatert dat religie een bijzondere positie verdient boven andere menselijke (‘horizontale’) constructies. Het exclusieve beroep van leiders van godsdiensten op de eigen onaantastbaarheid en de claim om boven de wet te staan wordt naar evenredigheid minder geloofwaardig als het aantal godsdiensten toeneemt en ‘gewoon’ wordt.

De logica is dat de gevestigde godsdiensten om twee redenen hun markt afschermen. Ze zijn concurrenten én collega’s binnen hetzelfde religiekartel en hebben er gezamenlijk belang bij dat er geen nieuwe toetreders komen. Het onderling met elkaar uitvechten via onder meer de publiciteitsslag met bekeringen is belastend, maar ook een semi-serieus toneelstukje dat ze met elkaar opvoeren om in de aandacht te blijven. Waarbij spanning vanwege tegengestelde belangen kan optreden tussen de marge en het centrale gezag van een godsdienst. Ook willen de gevestigde godsdiensten het idee dat religie iets exclusiefs is in stand houden.

Als ‘gelovigen’ dagelijks of wekelijks van overtuiging zouden wisselen, dan wordt dat idee van overtuiging ondermijnd. Want wat is een geloofsbeginsel nog waard als het makkelijk ingewisseld wordt voor een geloofsbeginsel van een concurrerende godsdienst? Alleen vanwege de marketing. Dat roept weer de vraag op wat een godsdienst nog waard is die hier toe aanzet. Daarom zijn voor critici die problemen hebben met de voorrechten die godsdiensten genieten dit soort bekeringen een goede ontwikkeling omdat ze de begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie van een specifieke godsdienst ondermijnen.

Uiteraard biedt de Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst zoals dat is omschreven in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ieder de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te wisselen. Alleen lijkt daar een onomschreven ondergrens aan die in strijd komt met de kenmerken van een godsdienst zoals die juridisch worden gesteld als dit wordt tot een carrousel en tombola van wisselende overtuigingen die betaald wordt door de meest biedende religieuze organisatie. Dan schieten de gevestigde godsdiensten door scoringsdrift en ondoordachtheid over de godsdienstsector als geheel in eigen voet.

Er kan in de toekomst een punt komen dat de rechter een godsdienst niet meer als godsdienst beschouwt vanwege ontbrekende kenmerken van begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Dat heeft fiscale gevolgen voor de financiële positie van een religieuze organisatie. Hoewel het de vraag is of een rechter wel voldoende geëquipeerd is om daar over te kunnen oordelen (Elizabeth Prochaska, 2013).

Op dit moment worden door de rechter uitsluitend nieuwe godsdiensten van de religiesector uitgesloten. Nu is de positie van de gevestigde godsdiensten juridisch nog onaantastbaar. Ze worden actief beschermd door de politiek. Maar leiders van gevestigde godsdiensten doen er verstandig aan om te beseffen dat in elk geval in Europa de maatschappij verandert en dat ze op moeten passen door hun onderlinge publiciteitsslag met bekeringen niet ook voor de rechter ongeloofwaardig te worden. Want zonder dat ze het doorhebben ondermijnen ze hiermee de kern van hun godsdienst of gaan die ondermijning in de marge van hun godsdienst onvoldoende tegen. Zelfs als dat op een ander continent gebeurt, dan kan dat gevolgen hebben.

De bekeringen die door godsdiensten of verwante religieuze organisaties in de publiciteit breed uit worden gemeten en daar dienen om een concurrerende godsdienst een hak te zetten, zijn een goede ontwikkeling voor degenen die het niet veel op hebben met de (positie van) gevestigde godsdiensten. Voor de godsdiensten zelf die met de betaalde bekeringen makkelijk denken te scoren is het een waarschuwing om de kern van hun godsdienst niet te verkwanselen omwille van de marketing en de wedijver met andere godsdiensten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD, 3 september 2020.

Italian Miracle (2015)

De prijswinnende Italiaanse kortfilm Italian Miracle van Francesco Gabriele uit 2015 is tegelijk grappig en ernstig. ‘Vertaler’ Antonio beslist om zijn eigen weg te gaan en priester Don Lorenzo niet te volgen. De film geeft ruimte voor interpretatie. Volgend op het shot van het kruis zegt Antonio dankjewel. Tegen wie heeft hij het en waarvoor bedankt hij? Voor zijn ontmoeting met Bridget of zijn geslaagde misleiding van de priester?

Evangelische christen J. Warner Wallace schiet in eigen voet bij zijn oordeel over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als fictie

J. Warner Wallace richt een stroman op om die vervolgens in de fik te steken. Maar hij verwerpt slechts zijn eigen opinie, niet die van degenen die hij claimt te verklaren. Dat is misleiding van hem. Hij scherpt de verschillen tussen godsdiensten aan. Laat ik voor mezelf spreken. Als ingeschrevene (sinds oktober 2015) als Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) drijf ik online of offline geen spot met gelovigen of met godsdienst. Integendeel, waarom zou ik, want ik ben als lid van deze Kerk zelf een gelovige. Wallace kan dan wel beweren dat de KVS door Bobby Henderson is begonnen als een parodie om zich af te zetten tegen de gevestigde godsdiensten, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat het om die reden geen legitieme godsdienst kan zijn. Daarbij is Wallace geen objectieve waarnemers, maar een directe concurrent van de KVS op de religiemarkt. Hij staat op de loonlijst van de evangelische Biola University.

In 2018 schreef ik in een commentaar dat door rechters de lat voor toetreders tot de religieuze markt hoger gelegd wordt dan voor gevestigde godsdiensten: ‘Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.’ Kortom, Wallace meet aantoonbaar met twee maten.

Wallace kan zijn minachting voor de KVS moeilijk verbergen. Maar hij gaat pas genadeloos de fout in als hij een onderscheid aanbrengt russen religieuze en fictieve claims. Hij laat zichzelf hiermee niet alleen kennen als kleingeestig, maar ook als een opinieleider die zijn christelijke overtuiging voor de empirische wetenschap zet. Het onderscheid dat hij maakt is normatief. Wallace stelt een norm voor de godsdienst die hij verdedigt om die norm op een godsdienst die hij aanvalt niet van toepassing te verklaren. Wallace bedient zich dus van een cirkelredenering. Maar er is geen objectieve waarheid waaraan hij zijn norm kan toetsen. In elke geval niet een norm die door de volledige theologische wetenschap gedeeld wordt. Denk aan progressieve theologen als Harry Kuitert die het (christelijke) geloof terugbrengen tot een menselijke constructie. Dus fictie.

Zowel het christendom als de KVS zijn godsdiensten die vanuit de fictie, de fantasie zijn vormgegeven. Er bestaat geen onderscheid tussen een religieuze en fictieve claim. Hoeveel woorden en pseudo-waarheden over de historische achtergrond van het christendom Wallace ook gebruikt om het tegendeel te beweren. Het christendom heeft uiteraard een langere geschiedenis dan de KVS. Inclusief meer getuigenissen en aansluiting bij de gevestigde macht. Maar daaruit valt niets af te leiden over de kenmerken van christendom en de KVS. Dat beeld bestaat alleen in het gedachtengoed van types als Wallace. Zijn behoudende mening is prima, maar hij gaat over een rode lijn als hij daarmee andere godsdiensten probeert te veroordelen en uit te sluiten van de lucratieve religieuze markt. Hij preekt voor eigen parochie. Meer moeten we er niet achter zoeken.

Oordeel over wat een ‘echte religie’ is, is niet aan het openbaar bestuur of de rechterlijke macht

Voorrechten zijn uiteindelijk de oorzaak voor de vraag of een beweging een religie is. Ofwel, aan het recht van een beweging om zich een religie te mogen noemen zijn voordelen verbonden. Zoals belastingvoordelen, toegang tot overheidssubsidies of maatschappelijk prestige. Dit geeft aan dat gevestigde religies een streepje voor hebben boven niet-gevestigde religies of niet-religies. Hoewel sommige niet-religieuze bewegingen of levensovertuigingen zoals het humanisme door de Nederlandse overheid in hetzelfde domein worden geplaatst als religies. Met als belangrijkste doel om via een omweg die religies te beschermen.

Het openbaar bestuur en de rechterlijke macht hebben vanwege de vrijheid van godsdienst niet te oordelen over de innerlijke werking van religieuze organisaties. Ze kunnen niet aantonen dat een religie geen religie is, evenmin als de religieuze organisatie kan aantonen dat het wel een religie is. In 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Maar dat is een oneerlijke toetsing die toetreders tot de religieuze markt benadeelt. In een commentaar schreef ik daar toen over: ‘Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toetsen, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.’ 

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Het openbaar bestuur blijft zo worstelen met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster waaraan het eisen stelt dat het aan traditionele godsdiensten niet stelt, zoals de eis dat het een volwaardig systeem van denken is. Maar dat leidt tot  een normatief en ongepast oordeel. De overheid beseft dat het verkeerd handelt, maar probeert door vertraging dit onderwerp op de lange baan te schuiven. Religie is Schrödingers kat, niemand weet vanaf de buitenkant of de inhoud ervan wel of niet levend is. Ook het openbaar bestuur en de rechterlijke macht niet. Maar ze doen net alsof dat wel zo is. Bevreesd waarschijnlijk voor de omstandigheid dat als de religieuze markt opengesteld moet worden voor nieuwe toetreders die niet meer te controleren is.

Zie voor verder lezen over de documentaire I, Pastifari: www.ipastafaridoc.com

Landelijk Platform Slavernijverleden komt met dubieuze notitie over racisme en etniciteit in verband met COVID-19

Het is lastig om niet in lachen uit te barsten bij lezing van de notitie van voorzitter Barryl A. Biekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden. Dat is jammer, want het gaat om ernstige kwesties die met racisme, etniciteit en gezondheid te maken hebben en die een betere belangenbehartiging verdienen. Dit zogenaamde verkennende onderzoek dat leest als een omgevallen boekenkast staat dat in de weg. Het is warrig opgeschreven en slecht gestructureerd. Neem bovenstaande opmerking over de Winti Spiritualiteit die volop vragen oproept. Wie zijn ‘observatoren’? Waaruit bestaat ‘de eenzijdigheid van presentaties wanneer het gaat over de manier waarop gemeenschappen hun geloof belijden’? Wat zijn de ‘gesprekken in panels over het geloof’ waarvan de Afro Caribische Winti spiritualiteit ‘op geen enkele wijze‘ deel van uitmaakt? Wat zijn ‘de panels die gaan over spiritualiteit’? Als de Winti Spiritualiteit institutioneel wordt uitgesloten, is het daarin dan uniek of worden er meerdere levensovertuigingen, godsdiensten en ‘spiritualiteiten’ institutioneel uitgesloten?

De notitie staat vol met vrijblijvende aannames zoals: ‘Een beleid gericht op de bestrijding van Afrofobie bestaat er nog niet omdat de Nederlandse beleidsmakers en anti racisme voorzieningen niet weten wat het is.’ Vlak daarna volgt de verrassende constatering dat het Landelijk Platform Slavernijverleden door de sluiting van ‘buurtinstellingen en wijkcentra’ niet in staat is om te achterhalen hoe de vork in de steel zit. ‘Doordat vele buurtinstellingen en wijkcentra’s [sic!] zijn gesloten, alwaar mensen van Afrikaanse afkomst plegen te komen om hun verhalen te vertellen vooral ook over geconstateerde en/of zelf ervaren misstanden zijn we ook niet in staat om te achterhalen ‘hoe de vork in de steel zit’.’ Hoe komt de meningsvorming tot stand?

Nog zo’n merkwaardige aanname is de volgende: ‘Binnen de kunst- en cultuursector zijn er tal van Surinaamse respectievelijk Antilliaanse ‘kleine ondernemers’ die extra getroffen zijn door de Covid19 maatregelen. De focus voor wat betreft de ‘pijn’ is op nationaal niveau niet of nauwelijks op deze doelgroep gericht. Dit houdt ook verband met de desinteresse van de ‘nationale’ radio-omroepen en Dj’s voor de muziekgenres van gemeenschappen van meer dan de Nederlandse cultuur.’ Het gaat blijkbaar voorbij aan Barryl Biekman dat hetzelfde geldt voor witte, zelfstandige kunstenaar en kleine, ‘witte’ culturele instellingen die hetzelfde lot treft als hier wordt geschetst. Dat heeft totaal niets met etniciteit of afkomst te maken, maar alles met de toegezegde overheidssteun die tot nu toe gericht is op de gevestigde culturele instellingen.

Een vreemde kronkelredenering is de volgende: ‘Respondenten storen zich aan de kwalificatie die aan landen zoals China wordt gegeven bij het verlenen van hulp aan Europese landen. De hulp wordt te vaak gepresenteerd als ‘propaganda strategie’. Dit, terwijl Nederland vooral gefocust is op materiaal uit China. Hoewel uit China ook praktijken van racisme tegenover mensen van Afrikaanse afkomst zijn gemeld.’ Deze hulp van China aan Europa is niet anders op te vatten als een propaganda strategie, dus waarom zou het niet zo genoemd mogen worden? De hulp van de EU aan China moest van de Chinese overheid geheim blijven. China heeft het coronavirus niet onder controle gekregen en wist al in november 2019 dat er een probleem was voordat het pas in januari 2020 maatregelen nam. De propaganda dient als afleiding van het eigen falen. Waarmee overigens niet gezegd is dat andere landen in de bestrijding van het virus niet hebben gefaald.

Als een tang op een varken wordt in deze notitie over gezondheid en etniciteit Zwarte Piet erbij gehaald. Het is onduidelijk wat dat met het onderwerp te maken heeft: ‘Bijna alle respondenten melden dat 4 en 5 december belangrijke data zijn in verzorgingshuizen. Het geloof in een Sinterklaas vergezeld van een zwarte Piet is nog niet uitgebannen. Gemeld is dat verzorgers van Afrikaanse afkomst vrij nemen. Eén respondent meldt dat in het huis waar zij werkt zwarte Piet is uitgebannen.’ Biekman heeft het over ‘het geloof in een Sinterklaas’ alsof het een godsdienst is. Dat bejaarden in verzorgingshuizen nog geloven in Sinterklaas is onwaarschijnlijk of het Landelijk Platform Slavernijverleden moet ermee willen suggereren dat ze kinderlijk zijn geworden.

Foto: Schermafbeelding uit ‘Verkennend onderzoek door de Office van de VN Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens (OHCHR) naar vormen van institutionele racisme in verband met Covid-19 ten aanzien van gemarginaliseerde1 groepen’ van Barryl A. Bliekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden. .

De Reuver is neerbuigend over het secularisme en de moderniteit

De oud-predikant en oud-bijzonder hoogleraar geschiedenis van de gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond Arie de Reuver schrijft in zijn columnOok crisistijd is genadetijd’ van 4 april 2020 in het Reformatorisch Dagblad geen profeet te zijn om vervolgens tot de volgende uitspraak te komen: ‘Voor het gros van de hedendaagse bevolking is het leven voorbij zodra het hart het begeeft’. De Reuver geeft zijn interpretatie van de gevolgen van het secularisme en de moderniteit: ‘De geestesblik reikt niet verder dan de einder. Omdat er met het instrument van intellect en observatie geen land daarachter te bekennen valt, is het er ook simpelweg niet. Want zekerheid kun je in alle nuchterheid alleen maar hebben over dingen die te constateren en te vatten zijn. De rest is fictie en illusie. Zo luidt de slotsom van de moderniteit.’

De Reuver gooit een hoop overhoop en overtuigt naar mijn idee niet. Laat ik het anders zeggen, ik toon vanwege de sociale cohesie, de tolerantie voor anderen en de vrijheid van godsdienst respect voor zijn christelijk-gereformeerde gedachtengoed. Ofschoon ik het daar op maatschappelijke en ontologische gronden niet mee eens ben. Maar Nederland is een pluriform land met duizenden godsdiensten, levensovertuigingen, nihilistische of sceptische stromingen waar het onvruchtbaar is om elkaar de maat te nemen en te krenken.

Voor de duidelijkheid, de meerderheid van Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door religie. Ik respecteer dat De Reuver in deze column in een orthodox-christelijk medium voor eigen parochie preekt en daardoor wellicht selectief en kort door de bocht opereert en in eigen groepstaal vervalt. Het is hem gegund.

Maar ik vind het ongelukkig dat het gedachtengoed dat De Reuver aanhangt hem brengt tot neerbuigendheid jegens andersdenkenden en de moderniteit. Zijn suggestie is dat het secularisme leidt tot geestesarmoede en een platte levensvisie. Blijkbaar is het belijden van zijn christendom in eigen kring niet voldoende en acht hij het nodig om zich af te zetten tegen andersdenkenden. Waarom doet hij dat? Of uit deze opstelling blijkt dat het geloof van De Reuver niet overtuigend is en hij externe mikpunten nodig heeft om het legitimiteit en reliëf te geven waarmee hij zich in eigen kring kan waarmaken is de vraag die hij zelf het beste kan beantwoorden.

Het is niet dat De Reuver verweten hoeft te worden dat hij bewust een verkeerde interpretatie geeft van het secularisme. Het is zijn goed recht om iets niet te begrijpen of om kerkpolitieke redenen net te doen alsof hij iets niet begrijpt. Hierin staat hij als orthodoxe christen niet alleen. Het secularisme is een politieke filosofie waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen als gelijkwaardig worden beschouwd en door de nationale rechtsstaat gegarandeerd zijn. Het secularisme is niet pro- of anti-religieus, maar neutraal jegens alle religies en levensovertuigingen. Het laatste jaar blijkt dat duidelijk in het publieke debat in India waar de moslims een beroep doen op het secularisme omdat ze door de nationalistisch-hindoeïstische regering van premier Moti in het nauw worden gebracht. Hij dreigt hun hun grondrechten te ontnemen. Het secularisme biedt bescherming voor niet-dominante godsdiensten die geen staatsgodsdienst zijn of van de staat een voorkeursbehandeling krijgen. Wat De Reuver verweten kan worden is dat hij onnodig het secularisme en de aanhangers ervan tracht te kleineren. Hiermee geeft hij geen positief beeld van de stroming van het christendom die hij aanhangt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnOok crisistijd is genadetijd’ van Dr. A. de Reuver in het Reformatorische Dagblad, 4 april 2020.

Als ik geen theïst, atheïst, agnost of apatheïst ben, dan ben ik een secularist die betrokken is bij én kritisch op religie en hun goden

Van de term ‘apatheisme’ had ik nog nooit gehoord totdat ik het voorbij zag komen in de online versie van het opinie-artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad. De term is een samentrekking van ‘apathie’ en ‘theïsme’.  Het perspectief ervan is religieus, want het idee is dat de aanhangers ervan onverschillig of gevoelloos tegenover het bestaan van God staan. Kranendonk citeert enkele Amerikaanse christelijke auteurs die claimen dat er ook apatheïsten in christelijke kerken zijn. In mijn reactie bij het artikel op de FB-pagina van het Reformatorisch Dagblad antwoord ik de auteur en constateer ik dat de kenmerken die hij geeft van een apatheïst niet op mij van toepassing zijn. Ik sta namelijk helemaal niet onverschillig tegenover religie of God, maar ben er evenmin een aanhanger van. Ik val in geen van de vier categorieën die Kranendonk schetst en voeg daarom noodgedwongen een vijfde categorie toe:

Het is merkwaardig dat in de afsluitende alinea de auteur het apatheïsme een probleem noemt. Hiermee laat hij zich kennen als normatief en onverdraagzaam. Hij trapt in de val die hij zelf de atheïsten verwijt die volgens hem het geloof in God zouden minachten. Het is trouwens kort door de bocht om dit atheïsten te verwijten. Zij kunnen ook andere bezwaren hebben tegen religie en de macht van de religieuze instellingen. Hun kritiek betreft dan niet zozeer de ‘binnenkant’ van religie, maar de ‘buitenkant’ ervan. Dus niet de zingeving of insluiting in een religieus gedachtegoed, maar de machtsvorming en morele claims. Het is een feit dat dominante religieuze organisaties nog steeds een voorkeursbehandeling genieten en voorrechten hebben in onze samenleving. De auteur onderschat hoeveel weerstaand dat in de samenleving oproept.

Wim Kranendonk minacht de apatheïsten. Die geringschatting komt voor zijn rekening. Het is een gevolg van zijn kerkpolitieke opstelling. Waar de apatheïsten hun schouders ophalen over religieuze organisaties met hun dogmatiek van een opperwezen, zo maakt een christen als Wim Kranendonk zich druk dat er mensen zijn die in geestelijk opzicht afstand nemen van de dogmatiek van het christendom. Hij begrijpt het niet. Apatheïsten gunnen gelovigen hun geloof en inspiratie, Kranendonk lijkt apatheïsten geen redelijke positie te gunnen.

Ik betwijfel of de auteur het verschijnsel van het apatheisme doorgrondt. Hij kijkt niet met een open blik, maar met een blik die de religie verdedigt en in bescherming neemt. Laat ik dat uitleggen aan de hand van mijn eigen positie. Ik neem geen van de drie posities in die Kranendonk in het artikel schetst, te weten de categorie van de theïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er een opperwezen is), atheïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er geen opperwezen is) of agnosten (mensen die twijfelen tussen de overtuiging of er wel of niet een opperwezen is). Maar ben ik dan een apatheïst of is er nog een vijfde restcategorie?

Laat ik het checken aan de hand van de kenmerken en stellingen die Kranendonk van de apatheïsme geeft.
1) De groep die totaal niet geïnteresseerd is in de vraag naar het bestaan van God. Check: Dat klopt niet. Ik ben indirect geïnteresseerd in de vraag naar het bestaan van God omdat ik geïnteresseerd ben in andere mensen die menen dat er een God bestaat. Mij interesseert het als fenomeen hoe mensen in een zich ontkerkelijkende omgeving zich laten inspireren. Om Harry Kuitert te parafraseren: ‘Hoe kan het dat mensen de bewering geloven dat het spreken dat van beneden komt van boven komt? Waarom geloven mensen dat een menselijke constructie geen menselijke constructie is en weven ze die verdichting in het ontstaan van hun geloof? De interesse in die vraag die raakt aan de verhaalleer, de dramatiek, de mythologie en het stelsel van rituelen bindt me aan de gelovigen. Niet de vraag of er wel of niet een God of vele Goden met hun aparte godsdienst bestaan. Dat laatste kunnen gelovigen beter zelf binnen hun gesloten wereldbeeld beantwoorden.
2) De apatheïst negeert het geloof. Check: Dat klopt niet. Ik respecteer het geloof en de gelovigen en wil me er iets van aantrekken omdat de gelovigen mijn medemensen zijn.
3) Het apatheïsme is typerend voor onze huidige tijd. Check: Dat klopt. Het past in de politieke filosofie van het secularisme waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen in gelijke mate gewaardeerd, gegarandeerd en door de wet beschermd worden.

Conclusie is dat ik volgens de kenmerken die Kranendonk geeft en die hij baseert op het nieuwe boek van de christelijke geloofsverdediger Kyle Beshears zowel geen theïst, atheïst, agnost als apatheïst ben. Het probleem van Kranendonks opstelling en van de christelijke auteurs Beshaers en Thomas Kidd waarop hij zich baseert is dat hij claimt een objectief beeld van de keuze van mensen voor een godsdienst of levensovertuiging te geven, maar intussen alles door een christelijke bril ziet en definieert. En dat laatste ook nog eens vanuit het perspectief van prediking en zieltjes winnen. Hierdoor scherpt Kranendonk onnodig aan en mist hij de nuance. Hij trapt in de valkuil van vele christenen, namelijk dat andersdenkenden ondanks alle afstand toch moeten worden beschouwd als een verlengde van hun godsdienst. Of dat nou in positieve of negatieve zin is. De achterliggende gedachte is dat ze afgedwaalde gelovigen zijn die op het rechte pad moeten worden gebracht.

Kranendonk mist de positie van iemand die geïnteresseerd is in religie en religieuze organisaties en onder de motorkap ervan wil kijken voorbij het cosmetische beeld dat religieuze organisaties zelf naar buiten brengen. Dat gaat om de functie van fictie in brede zin, inclusief noties van fantasie, inbeelding, zelfbedrog, waan en mythologisering. Kranendonk mist de bekommernis van mensen die niet in het religieuze domein willen worden getrokken en de claim op unieke moraliteit van gelovigen buitensporig en onterecht vinden, maar in beginsel anderen die positie royaal gunnen. Kranendonk mist de ontwikkeling van een Nederland waarin de meerderheid van de bevolking zich niet laat inspireren door religie of het christelijk-culturele gedachtegoed.

Neem ik dan de vijfde positie in? Die van de voorstander van het secularisme die in alle (aanhangers van) religies en levensovertuigingen in gelijke mate geïnteresseerd is en ze een identieke positie gunt en slechts één overwegende tegenwerping heeft tegen de opstelling van religieuze opinieleiders, namelijk dat ze andersdenkenden ondanks alles als een verlengde of een fantoomledemaat van hun godsdienst willen zien.

Foto: Schermafbeelding van het artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 7 december 2019.