Rusland-politiek van Duitsland: opportunisme en misplaatst schuldgevoel

Wat de reden is voor de hechte relatie tussen Duitsland en Poetins Russische Federatie is reden voor speculatie. Komt het voort uit een misplaatst schuldgevoel van de Duitse politiek en bedrijfsleven over het nazi-verleden? Maar dat kan niet echt gemeend zijn omdat de westelijke deelrepublieken van de toenmalige Sovjet-Unie, zoals Oekraïne relatief het meest geleden hebben. Als Duitsland werkelijk een schuldgevoel had en aan Wiedergutmachung zou willen doen vanwege de Tweede Wereldoorlog, dan zou het nu Oekraïne steunen en niet de vijand de Russische Federatie die dat land dreigt binnen te vallen.

Plat opportunisme en economisch eigenbelang van de Duitse politieke en economische elite is zo mogelijk nog schadelijker voor het aanzien en de geloofwaardigheid van Duitsland. Het loopt hiermee uit de pas binnen de EU en de Navo. Waarom weigert Duitsland om Oekraïne defensief materiaal te leveren om zich tegen een Russische invasie te verdedigen? Niet toevallig wordt Duitsland arrogantie verweten, door landen in Zuid- en Oost-Europa.

De opmerking van de hoogste Duitse marinechef over Poetin en de Krim was onhandig en dom. Legerchefs moeten zich per definitie buiten de politiek houden. Hij is er terecht voor afgetreden. Maar het gaat niet zozeer om een toevallig geuite foute uitspraak, maar om de mentaliteit die blijkbaar binnen de Duitse krijgsmacht, politiek en zakenwereld heerst. Die mentaliteit in de relatie tot Oost-Europa is ontmaskerd.

Dat deze mentaliteit nu zichtbaar wordt kan in de huidige veiligheidssituatie in Oost-Europa een zegen in vermomming zijn. Het laat zien hoe de Duitse elite werkelijk denkt. Bizar is dat Duitsland zich steeds beroept op het leed dat het tijdens de nazi-periode anderen heeft aangedaan en daar vervolgens de foute conclusie uit trekt. Denkt Duitsland afstand te kunnen nemen van het eigen fascistische verleden door het neo-fascistische regime van Poetin te steunen?

Door de kant van het Kremlin, Poetin en zijn zakenvrienden, Gazprom en de Russische Federatie te kiezen verlengt Duitsland het eigen lijden. Het neemt ermee geen afstand van de Tweede Wereldoorlog, maar keert er naar terug. Andere landen vergelijken de Duitse Alleingang van toen met die van nu. Duitsland is nog steeds niet klaar met de gruwelijkheden die het andere landen tijdens de nazi-periode heeft aangedaan.

Duitsland is een land dat haar plaats binnen Europa niet goed kan vinden. Het voelt zich te groot voor samenwerking, maar mist een moreel kompas om werkelijk de lessen uit het recente verleden te trekken. Duitsland is Faust die haar ziel aan de duivel heeft verkocht, dat ontkent en daarom zichzelf niet meer kan begrijpen.

Uitbreiding oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie dreigt. Gedachten bij foto ‘Marionettes: Russia’

Marionettes: Russia‘. Collectie: Billy Rose Theatre Division, The New York Public Library.

Of het een zegen of een straf is dat we niet in de toekomst kunnen kijken hangt af van het onderwerp. Iedereen die aan de voetbaltoto meedoet zou graag van tevoren de uitslagen willen weten. De kennis dat we binnenkort bij een auto-ongeluk om het leven komen zou ons huidige leven vergallen en kunnen we daarom maar beter niet weten.

Hoe zit dat met politieke ontwikkelingen? Door een Russische invasie in Oekraïne dreigt uitbreiding van de oorlog tussen de Russische Federatie en Oekraine die in 2014 begonnen is. Dat het zover komt is nog niet zeker, er is nog hoop dat het overwaait, maar de kans op oorlog wordt door deskundigen op meer dan 50% geschat.

Een oorlog zal vele Oekraïense en Russische levens eisen. Ook als die klein begonnen wordt. Een oorlog ontwikkelt vaak een eigen dynamiek die niet in de scenario’s van de strijdende partijen voorzien was. Hoe vaak overschatten partijen die in het strijdperk treden niet hun eigen kracht?

Bovenstaande ongedateerde foto toont Russische marionetten in een voorstelling. Of met ‘Russia’ de toenmalige deelrepubliek Rusland of de Sovjet-Unie wordt bedoeld is onduidelijk. Wie weet zien we hier iemand uit Georgië of de deelrepubliek Chakassië.

Toneelpoppen zijn wat ze zijn. Binnen de afspraak dat we aanvaarden dat ze ‘doen alsof’ kunnen ze functioneren. We weten dat ze niet levend zijn en autonoom kunnen handelen, maar dat vergeten we graag als de poppenspeler aan de gang gaat. Totdat de voorstelling afgelopen is en we weer ervaren dat het niet langer om de illusie draait.

Bleef de illusie maar beperkt tot kunst en amusement. Dat zou duidelijk zijn. Dan wisten we het verschil tussen fantasie en feiten die op de werkelijkheid gebaseerd zijn. Maar fictie en non-fictie zijn vermengd geraakt.

Politiek sproot altijd al deels voort uit hersenspinsels en waanvoorstellingen. Want anders zou geen enkele politieke leider ooit een offensieve oorlog begonnen zijn uit grootspraak, zelfoverschatting, nationalisme en gekwetste gevoelens. Maar de geschiedenis is er vol van.

Als fantasie het echter overneemt van de realiteit, dan wordt het pas echt link. De marionet wordt bediend terwijl verhuld wordt wie er aan de touwtjes trekt. Rusland heeft daar blijkbaar een traditie in. Kan oorlog niet beter uitgevochten worden in het theater? Voor zolang de voorstelling duurt.

Prinses Nouma Hawa was in Utrecht in 1902

Op deze foto uit 1902 van Johannes Anthonius Moesman (1959-1937) zien we het Utrechtse kermisterrein op het Vredenburg. Hij was de vader van de surrealistische schilder Jopie Moesman. Interessant is de attractie met Prinses Nouma Hawa. Men kon tegen betaling haar de hand schudden. Met terugwerkende kracht is zij een wereldster. Hoewel ze in 1902 vlak voor haar grote doorbraak stond. Wat deed ze in Utrecht? Maar, wacht even, over welke Nouma Hawa gaat het?

Afbeelding van reclamemateriaal van Prinses Nouma Hawa in een artikel dat de identiteit van de twee Nouma-Hawa’s verwisselt.

Nouma Hawa werd in Nederlands publiciteitsmateriaal gepresenteerd als het levende dauwdrupje ofwel ‘de kleinste dame ter wereld’. Bronnen zeggen dat ze rond 1902 door Europa toerde en in het seizoen 1903-1904 toetrad tot de Amerikaanse show van Buffalo Bill. Ze zou tijdens een Europese toernee van Buffalo Bill geworven zijn. Ze stierf in 1909. Haar naam was Mathilda Cajdos (Hongaars: Matilda Gajdoš) en ze was geboren in het toenmalige Transsylvaans-Hongaarse Barót in het Szeklerland dat na de Eerste Wereldoorlog Roemeens werd. Vandaar de misverstanden over haar herkomst.

Foto met Prinses Nouma Hawa, artiestennaam van Matilda Gajdoš in een nieuwsbrief van december 2020 van de Lexden History Group met een item over de Buffalo Bill Wild West Show in het Engelse Colchester in september 1903.

De Zweedse versie van het Wikipedia-item ‘Mathilda Cajdos‘ (1877-1909) laat onderstaande Nouma-Hawa zien die wordt gepresenteerd als de eerste vrouwelijke dompteuse ter wereld. Ze lijkt niet de kleinste dame ter wereld. Dit item is onbetrouwbaar en slaat de plank volledig mis.

Adolph Friedländer (1851-1904) – Ruth Malhotra: Manege frei. Artisten- und Zirkusplakate von Adolph Friedländer. Dortmund 1979; S. 121 Nouma Hawa – La première dompteuse du monde. Farblithographie.

Er lopen blijkbaar twee identiteiten door elkaar heen. Prinses Nouma Hawa die in Transsylvaans Hongarije in 1877 geboren werd als Matilda Gajdoš en de dompteuse die zich Nouma-Hawa noemt. Volgens een Franse bron werd zij in 1845 als dochter van een kleermaker in de Ardèche geboren als Marie Louise Grenier en stierf ze in 1926 aan het Meer van Genève. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat de 32 jaar oudere Marie Louise Grenier zich eerder Nouma-Hawa noemde dan Matilda Gajdoš zich prinses Nouma Hawa noemde.

Deze bron zegt terecht dat we de Franse dompteuse niet moeten verwarren met prinses Nouma Hawa die met Buffalo Bill optrad. Maar Dominique Denis gaat ook de fout in als hij zegt dat deze 82-centimeter lange Matilda Gajdoš ‘aan het begin van de 20e eeuw naar Europa is gekomen met de Buffalo Bill-tour’. Het was juist andersom, ze werd in Europa geëngageerd door kolonel William Cody, de echte naam van Buffalo Bill, en ging toen naar de VS waar ze uiteindelijk in 1909 stierf.

Het is lastig om alle feiten correct op een rij te krijgen. Het internet kan een bron van misleiding en napraterij zijn.

Gedachte bij de foto ‘Ceremonies (Vasilitsa): Vasilitsa participants raising their twigs, ca. 1932’

Joseph Obrebski, ‘Ceremonies (Vasilitsa): Vasilitsa participants raising their twigs, ca. 1932‘. Collectie: University of Massachusetts Amherst.

De collectie van de openbare Universiteit van Massachusetts Amherst bevat een uitgebreide collectie etnografische foto’s van Joseph Obrebski genomen in Macedonische dorpen in 1932-1933. Zij leggen dood, viering, ziekte, genezing en rituelen vast. Kortom, belangrijke gebeurtenissen in een mensenleven. De natuur is op vele foto’s nadrukkelijk aanwezig.

Vasilitsa is nu een Grieks skiresort in de provincie West-Macedonië. De waarde van foto’s voor de etnografie kan betwijfeld worden als de beschrijving pover is.

Waarom houden de kinderen de takken in de lucht? Op een populistische site wordt dit ritueel uitgelegd: ‘Dit ritueel creëert een bezem van een van de heksenbossen’. Ik zie het nog niet echt voor me. Maar het doel van het ritueel lijkt duidelijk: het bezweren van het kwaad dat uit de bossen komt door de heksen in een ceremonie gunstig te stemmen. Onschuldige kinderen worden daar blijkbaar de beste uitvoerders voor geacht.

Gedachte bij de foto ‘Weihnachtsfeier in der Faktorei Bonaku (Kam.). Miss. K. Fuchs, Besuch, Miss. K. Hoffmann. Faktorist v. d. Gesellsch. Nordw. Kam’ (1900-1904)

Johannes Leimenstoll, ‘Weihnachtsfeier in der Faktorei Bonaku (Kam.). Miss. K. Fuchs, Besuch, Miss. K. Hoffmann. Faktorist v. d. Gesellsch. Nordw. Kam.‘, 1900-1904. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Deze foto is niet zozeer een blijk van culturele toe-eigening, maar van het omgekeerde daarvan: cultureel imperialisme. Het is opvallend dat het hedendaagse debat over identiteit, witte dominantie en etnische minderheden zich concentreert op het verbod, of de claim op het verbod, om elementen van een cultuur door leden van een andere cultuur over te nemen.

Dat kan positief met een beroep op zelfbescherming gezien worden als een logische stap van etnische minderheden in de strijd om emancipatie en gelijkwaardige behandeling. Negatief wordt het beschouwd als een rem op de individuele vrijheid en de expressie van kunstenaars en is het een teken van nieuwe apartheid door vanuit een defensieve reflex nieuwe grenzen op te richten.

Feitelijk is wat er op deze foto uit Kameroen van rond de vorige eeuwwisseling valt te zien bedenkelijker dan culturele toe-eigening zoals dat in het huidige debat wordt opgevat. In dat laatste valt immers ondanks alle kritiek waardering voor een andere cultuur te herkennen, al is het volgens de beschermers ervan door ontlening, kopiëren, jatwerk of verdringing.

Kameroen was tot 1914 een Duitse kolonie en de kolonisator exporteerde de Duitse cultuur, ‘Duitsheid’ en het christendom naar dit West-Afrikaanse land vlak boven de evenaar. ‘Weihnachten in Kamerun‘ is daar het resultaat van. Twee Duitse missionarissen en hun bezoeker in het midden vieren kerstmis. In de titel worden de drie zwarte personen niet genoemd.

Cultureel imperialisme steelt niet van andere culturen, maar legt via dwang een andere cultuur een dominante cultuur op die vreemd is. Dat leidt tot een kerstboom in de tropen die door de kolonisator via instituties als missionarissen als normaal wordt opgelegd. Het is voor de gedomineerde cultuur een kwestie van aanpassing en overleving om hierin mee te gaan. Tegenwoordig zouden we in negatieve zin spreken over de lange arm van het christendom.

NB. De collectie van de internationale missie die is opgenomen in de Digitale Bibliotheek van de University of Southern California is een goudmijn met foto’s uit de periode 1860 tot 1960 over het cultureel imperialisme dat via missionarissen en christendom aan andere volkeren werd opgelegd.

Gedachten bij twee foto’s uit Duits koloniaal Tanzania (1907-1934)

De tekst bij deze foto spreekt boekdelen. Het gaat om Mbeya in Tanzania. Het is 1934, 16 jaar nadat Tanzania sinds 1918 is opgehouden een Duitse kolonie te zijn, maar Duitsers nog in grote getale in het land aanwezig zijn. Inclusief plantagehouders en missionarissen. Zo was de vader van de latere prins Claus van Amsberg die in 1966 met prinses Beatrix trouwde tot 1938 bedrijfsleider was van een koffie- en sisalplantage in Tanzania. Claus bracht er zijn jeugd door.

De tekst bij deze foto zegt (vertaald uit het Duits): ‘Een blik op de eenvoudige maar solide klokkentoren. Het werd alleen gebouwd door inboorlingen. Ze wisten niet wat ze moesten doen om de bel op te hangen en lieten me op kerstavond snel halen zodat de bel kon luiden met kerst‘. ‘Me’ is de Duitse Werner Hauffe (1909-1982) die timmerman was en later missionaris van de Herrnhuter Brüdergemeine. Als timmerman en missionaris was hij blijkbaar de ideale persoon om de bel op te hangen.

Zou het echt zo zijn geweest dat de ‘inboorlingen’ niet wisten hoe ze de bel in de klokkentoren op moesten hangen? Dat valt nauwelijks te geloven. Afrikanen kunnen goed improviseren en zitten niet op een Duitse timmerman/ missionaris te wachten voor het realiseren van hun praktische zaken. Het lijkt er eerder op dat ze het Hauffe gunden om de bel op te hangen uit eerbiedigheid voor het geloof dat hij vertegenwoordigde. Op z’n beurt valt het evenmin nauwelijks te geloven dat Hauffe dat niet in de gaten had. Zo wordt de tekst een mooi staaltje van zelfbedrog en public relations met als doel om het de eigen organisatie mooier voor te stellen dan het is.

Een andere foto uit hetzelfde Mbeya in Tanzania die gedateerd wordt op 1907-1930 is nog tergender. De titel zegt (vertaald uit het Duits): ‘Miss[ionaris]. Blumer praat met de Masai tovenaar Mbeya (= neger met de enkelring)‘. De uit Estland afkomstige Leonhard Blumer (1978-1938) was in dienst was van de Lutherse Leipziger Missionswerk. Hij was Afrikanist en zou 500 Masai tot het christendom hebben bekeerd. Hij zit als enige op een stoel.

Missionary Blumer with Maasai sorcerer Meya, Tanzania, ca.1907-1930. Collectie:
International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960
 (collection), Leipzig Mission (subcollection) 

Met welke bril moeten we naar deze foto’s uit de koloniale of post-koloniale tijd kijken? De houding van de missionarissen is makkelijk te kritiseren, maar lastig te beoordelen. Zo is het altijd al moeilijk om een onderscheid te maken tussen goede mensen die zich lenen voor een fout doel. Wat waren hun overwegingen en in hoeverre waren die in lijn met de evangeliserende kerkelijke organisaties waar ze opdrachten en verplichtingen voor vervulden?

Kijkend met de bril van 2021 spreekt neerbuigendheid uit de foto’s. Beide missionarissen wekken de schijn in gedrag en opdracht vanuit de hoogte te handelen. Kon dat anders? Dat is een domme houding als die voortkomt uit eigendunk, terwijl de positie die de missionarissen innamen niet voortkwam uit hun eigen verdiensten, maar uit de maatschappelijke positie die ze namens de missionaire organisaties door wie ze uitgezonden waren tijdelijk mochten innemen. Maar we kennen het zelfbewustzijn van Werner Hauffe en Leonhard Blumer niet, dus kunnen geen definitief oordeel vellen over wat ze in hemelsnaam in de eerste helft van de 20ste eeuw in Tanzania deden.

Het laatste taboe: het benoemen van de monotheïstische godsdiensten als complottheorie

Heidendom, in Azië: De Ghetti sekte in Singapore. Leden van deze sekte komen eens per jaar samen om zich ernstig te kastijden om te boeten voor hun zonden. Singapore, 1934. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

In reactie op filosoof en theoloog Gerko Tempelman die in een artikel in NRC complottheorieën relativeerde omdat ze bij de aangesprokenen slechts zouden aanzetten tot ‘reflectie’ schreef ik in een commentaar van september 2020:

'Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.'

Het is het raadsel van de moderne geschiedenis dat de monotheïstische godsdiensten niet als complottheorie worden gezien. Terwijl ze er alle kenmerken van vertonen.

Deze godsdiensten die ooit ontstonden in het Midden-Oosten doen een beroep op bovennatuurlijke krachten; ze maken feiten ondergeschikt aan speculaties; ze leggen geen verantwoording af noch geven uitleg over het eigen bestaan en de constructie die tot dat bestaan leidde; de constructie is niet dwingend en sluitend te verklaren, maar gebouwd op verbanden tussen zaken waartussen niet per se een oorzakelijk verband bestaat, er zijn eenvoudigweg andere oorzaken voor aan te voeren.

Wat de zaak betreft zijn de monotheïstische godsdiensten complottheorieën. Dat ze zo niet worden gezien in het publieke debat houdt verband met twee aspecten: ze zijn ‘too big to fail‘ vanwege de dominante positie die ze in eeuwen hebben weten op te bouwen en deze positie wordt door politieke en maatschappelijke machten geschraagd. Tegenspraak wordt bij voorbaat het zwijgen opgelegd.

Zelfs welwillende theologen als Tempelman stellen niet de vraag of hun godsdienst een complottheorie is. Evenmin willen ze erkennen dat hun godsdienst een goedwillende menselijke constructie is. Dat debat wordt geblokkeerd en als een blikje verder de weg opgeschopt.

De monotheïstische godsdiensten hebben zich boven de orde van de rationele beschouwing weten te plaatsen. Zelfs religiecritici geven in hun onbewuste verdraagzaamheid deze godsdiensten het voordeel van de twijfel. Dat hebben ze in de landen waar ze opereren voor elkaar weten te krijgen door machtsvorming en door de slimme constructie die ingebakken is in deze godsdiensten. Namelijk dat ze rationeel niet te verklaren kunnen zijn. Dat is een win-win situatie omdat er zo nooit verantwoording over het eigen bestaan en constructie afgelegd hoeft te worden.

Deze godsdiensten hebben vanaf het begin van hun bestaan het op een akkoordje gegooid met de wereldse macht, zodat concurrerende godsdienststromingen werden bestreden, zijzelf het centrum van de macht konden bereiken en van daaruit hun positie verder konden uitbouwen en de wereldse macht die de godsdienst legitimeerde ritueel erdoor werd gesteund met sacrale bezweringen die de bevolkingen het stilzwijgen oplegden en alle kritiek en een onpartijdige evaluatie deden verstommen.

De ‘g‘ van de monotheïstische godsdiensten werd in eeuwen gevestigd. De beeldvorming werkte in het voordeel van deze gevestigde godsdiensten door concurrenten buiten de deur te houden en die in een ‘mindere’ categorie van het heidendom te plaatsen, zoals beide foto’s bij dit commentaar illusteren.

In het Westen is het boven de orde verheven zijn van de monotheïstische godsdiensten sinds het eind van de 20ste eeuw aan het veranderen. Hun politieke machtspositie is verzwakt doordat christelijke partijen aan macht hebben ingeboet; hun morele macht is afgenomen door schandalen en politieke machinaties die naar buiten zijn gekomen; demografische ontwikkelingen zoals individualisering en afgenomen vertrouwen in gemeenschapsdenken, en beter onderwijs hebben geleid tot een verminderd vertrouwen in autoriteit en een groter vertrouwen in het eigen oordeel wat de ontkerkelijking heeft aangejaagd; religie als traditioneel dominante vorm van zingeving concurrentie heeft gekregen van andere maatschappelijke uitingen als sport, media en kunst die in dezelfde behoefte voorzien als de monotheïstische godsdiensten.

Het raadsel is dat ondanks de verzwakking in het Westen van de monotheïstische godsdiensten ze nog steeds boven de orde staan en niet op hun kenmerken worden beoordeeld. Het is nog steeds een taboe om ze een complottheorie te noemen. Zelfs een debat dat de vraag centraal stelt of deze godsdiensten een complottheorie zijn is nu nog een taboe. Dat speelt in de context van een breed maatschappelijk debat dat steeds kritischer wordt op het bestaan van complottheorieën. Dat straalt indirect af op de monotheïstische godsdiensten.

Het is de vraag hoe lang het niet stellen van deze vraag gehandhaafd kan blijven. Want aan alle kanten ligt de geloofwaardigheid van deze godsdiensten als maatschappelijke factor onder druk. Ze boeten in aan externe macht en innerlijke zeggingskracht. Ze zullen op termijn culturele organisaties worden die een niche vormen, maar in de samenleving niet meer de rol van betekenis spelen die ze ooit hadden. Daardoor valt hun maatschappelijke en politieke bescherming weg en opent zich de weg om in alle openheid de historische en filosofische vraag te stellen: zijn de monotheïstische godsdiensten geconstrueerd als complottheorie?

Hedendaagsheid is relatief

Contemporary Art Show [Sister Mary Linae Frei stands before an exhibit of contemporary art], 1965. Collectie: University Archives van de Saint Xavier University in Chicago.

Intikken van de zoekopdracht ‘contemporary art‘ ofwel hedendaagse kunst leidt naar deze foto’s in digitale collecties. Het levert opmerkelijke plaatjes op uit de tweede helft van de jaren 1960 van kunstopleidingen. Maar vooral de bevestiging van het idee hoe betrekkelijk het begrip hedendaagse kunst is.

Nu zouden kunstcritici de werken die hier gepresenteerd worden waarschijnlijk anders noemen. Zoiets als ‘moderne’ of ‘abstracte’ kunst. Het is trouwens onzeker of deze werken in hun eigen tijd ook door serieuze kunstbeschouwers hedendaagse kunst genoemd zouden worden.

Om welke werken het gaat zegt de beschrijving niet. Het gaat in deze foto’s niet om de kunst, maar om het proces van kijken, presenteren en beeldvorming over ‘hedendaagse kunst‘.

Op de bovenste foto staat in haar habijt zuster Mary Linae Frei centraal. Of zij dezelfde is als de in 1931 geboren abstracte kunstenaar Linea Frei (hier ongeveer 34 jaar oud) zonder haar kloosternaam Mary is niet op voorhand zeker, maar wel waarschijnlijk. Zij werd een belangrijke hedendaagse kunstenaar die in een adem met Mary Bauermeister in 1972 in een tentoonstellingscatalogus over vrouwen in de kunst wordt genoemd.

Op de onderste foto wijst een gids met een paraplu naar een schilderij. Hij geeft twee toeschouwers uitleg. Nu zou hij voor het gebruik van de paraplu als aanwijsstok die akelig dicht het canvas nadert in een museum ongenadig op de vingers getikt worden. Een duw of struikeling is voldoende voor een fikse beschadiging van het schilderij.

Deze twee foto’s draaien om tijdsbeelden en relativiteit. Niet alleen van hedendaagse kunst, maar van hedendaagsheid. Of liever de mythe van hedendaagsheid. Uitingen, gedrag of kunst die in de jaren 1960 hedendaags waren, ogen meer dan 50 jaar later gedateerd. Maar hoe we het achteraf noemen is nog niet zo makkelijk. Want kijken we met de bril van toen of die van nu?

Grigg Studio, Black and white photo of onlookers viewing collections on display from the College Union Collection of Contemporary Art, 1969. Collectie: University Archives Photograph Collection van de Wake Forest University (Winston-Salem, NC).

Het Westen heeft meer opties dan sancties en praten met de Russische Federatie over Oekraïne. De politieke wil ontbreekt om ze in te zetten

Schermafbeelding van artikelPoetin voert druk rond Oekraïne op, het Westen heeft weinig opties‘ van Peter Giesen in de Volkskrant, 10 gember 2021.

Peter Giesen geeft in een artikel in De Volkskrant een overzicht over de spanning rond Oekraine en de dreiging van een grootschalige Russische invasie die eind januari 2022 wordt verwacht, maar tegelijk niet als aannemelijk wordt ingeschat.

Er lijkt een dimensie in het artikel te ontbreken. Giesen redeneert vanuit het verleden van de traditionele machtspolitiek en trekt die lijn door naar het heden. Zeg maar het neorealisme van John Mearsheimer en Henry Kissinger dat in Nederland vaak door Rob de Wijk wordt verwoord. Maar dat kan niet ongestraft.

Sinds het eind van de Koude Oorlog in 1991 is er in 30 jaar wel iets veranderd. Zowel in de machtsverhoudingen van een versterkt Oost-Europa en een verzwakte Russische Federatie die bij lange na niet de positie inneemt die ooit de Sovjet-Unie had. Tel daarbij op de toegenomen macht van China en de afgenomen macht van West-Europa en het beeld dat resteert is verminderde blokvorming en toegenomen fragmentatie in de mondiale machtsverhoudingen. Het is bij dit soort vergelijkingen tussen toen en nu daarom de vraag hoe zinvol het is om de blauwdruk van de Koude Oorlog te projecteren op het heden.

Giesen zegt dat het Westen twee opties heeft: ‘Dreigen met sancties en praten‘. Dat zijn zeker de eerste opties, maar de beperking tot deze twee opties lijkt een te beperkt beeld te geven van de timmerkast waaruit VS en EU kunnen putten. Er zijn een derde, vierde en vijfde optie mogelijk om het leiderschap in het Kremlin onder druk te zetten. Het merkwaardige is dat ze voor de hand liggen, maar toch tot nu toe niet ingezet zijn. Maar de opties bestaan wel degelijk. Het Westen heeft dus meer middelen tot haar beschikking dan uit Giesens artikel blijkt. De politieke wil ontbreekt echter om ze krachtig in te zetten. Het Westen heeft één arm vrijwillig op de eigen rug gebonden.

Een derde optie is meer leveranties van geavanceerd militair materieel aan de Oekraïense krijgsmacht binnen het kader van het door de NAVO geïnitieerde Comprehensive Assistance Package. Bijvoorbeeld via welwillende bondgenoten en NAVO-leden als Turkije, Kroatie, Tsjechië, Litouwen, Polen en Canada. Hiermee kan Oekraïne dit geavanceerd materiaal in de frontlinie inzetten bij een Russische inval. Die inzet is nu aan strikte voorwaarden gebonden.

Een vierde optie is het serieus werk gaan maken van een hybride oorlog tegen de Russische Federatie. Dat geeft het Kremlin dan een koekje van eigen deeg, want het mengt zich via trollfabrieken, computerhacks en het kopen van westerse politici al langer in de publieke opinie van westerse landen. Ofwel met kwaadaardige invloed. Dat kan door verhevigde computer aanvallen op de Russische energiesector. Dat komt dan bovenop genoemde economische sancties die de export van de Russische energiesector naar Europa beperken. Essentieel kan een brede, langlopende op de Russische bevolking gerichte informatiecampagne zijn die tot doel bewustwording heeft om de Russen ervan te overtuigen dat hun leiders niet het volk en het land, maar het eigenbelang dienen. Dat sluit aan bij de afnemende populariteit van Poetin die laag in de 30% is. Ook kan de etnische kaart getrokken worden door nationale, etnische en religieuze minderheden die door Moskou worden onderdrukt actief bij te staan in hun streven naar autonomie. Want er bestaat in deze veelvolkerenstaat veel onrust.

Een vijfde optie in het verlengde van de bewustwordingscampagne is een frontale aanval op het leiderschap in het Kremlin door de bekendmaking uit geheime bronnen van Westerse inlichtingendiensten van hun corruptie en roofpraktijken. Dat wordt tot nu toe in de relatie tussen landen ingeschat als not done en daarom niet ingezet, maar de optie of de dreiging ermee om de corruptie van de leiders in het Kremlin en hun zakenpartners gedetailleerd naar buiten te brengen bestaat en kan een rol in de diplomatie spelen. Hiervoor pleit de Amerikaans-Britse zakenman Bill Browder al jaren, maar in de top van de westerse regeringen krijgt hij hiervoor tot nu toe geen gehoor. Hij meent dat president Poetin een vermogen van meer dan 200 miljard dollar heeft dat hij gestolen heeft van het Russische volk.

Als het Westen deze opties op een slimme en gecoördineerde manier zou weten uit te spelen, dan heeft het een eigen asynchroon antwoord op de Russische agressie. Maar ze zijn blijkbaar zo ver weggezakt in de publieke opinie dat een goed geïnformeerde journalist als Peter Giesen het niet eens meer de moeite vindt om ze te noemen. Het lijkt dat het vooral in de eigen bewustwording fout gaat in het antwoord van het Westen op de politiek van het Kremlin.

Normstelling staat in de etalage. Waarzeggen, business education, uiterlijk en houding in Milwaukee, 1950

Marketing display for Business Education featuring a fortune teller ‘There is a Future in Business’ – 1950s’. Collectie: Milwaukee Area Technical College Libraries.

Is op deze foto sprake van waarzeggen? Nee, eerder van een zichzelf vervullende voorspelling, een self fulfilling prophecy. Het gaat om reclame voor beroeps- en volwassenonderwijs voor wat men nu in Nederland een management opleiding zou noemen, maar in de jaren 1950 in Milwaukee business education heette.

De waarzegster zegt ‘Er is een toekomst in het bedrijfsleven’. Tja, er is toekomst in alles. In oorlog, in vrede, in ziekte, in gezondheid, in waarzeggen, in open deuren en in dichte deuren. Zelfs in het verleden is er toekomst. Vraag het maar aan historici die het verleden bestuderen. Wellicht is er in de toekomst nog het minste toekomst. Dat weten we dan pas.

De volgende etalage uit dezelfde jaren 1950 van hetzelfde beroeps- en volwassenenonderwijs suggereert ons te vragen wie we zijn. Maar het vraagt dat helemaal niet. Bij nader inzien gaat het er niet om wie we zijn, maar hoe we er volgens anderen uitzien. Het gaat erom wat anderen van ons uiterlijk en onze houding denken. De uiterlijke vorm dus. Die is bepalend voor de rest. De opzet is om ons te corrigeren volgens de geldende norm. Zo mogen we de klas in.

Veelzeggend is dat de in pak gestoken mannelijke Dan als voorbeeld wordt gesteld voor de verlepte Bobby Soxer Druscilla. Het is duidelijk wie het voor het zeggen hebben in de VS in de jaren 1950. Is deze stijlkamer en tijdscapsule nu nog actueel? Ach, de dichter zei ooit: ‘De beste profeet over de toekomst is het verleden’.

Marketing display about appearance and posture – 1950s‘. Collectie: Milwaukee Area Technical College Libraries.