George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Mythe’ Category

May treedt af. Welke les valt er te trekken uit de chaos en het chagrijn in de Britse politiek?

with one comment

Met een brekende stem en wellende tranen kondigde de Britse premier Theresa May vanochtend haar ontslag aan. Ze stapt per 7 juni 2019 op. May was partijleider en premier sinds 13 juli 2016. Ze heeft de drie jaar net niet volgemaakt. De spin draait nu op volle toeren om dit nieuwsfeit een bepaalde kant op te buigen.

Bijvoorbeeld in de richting van haar opvolger. Daarover is binnen de Conservatieve partij een strijd ontbrand. Andrea Leadsom en Boris Johnson zijn de namen die het vaakst worden genoemd. May stapt niet vrijwillig op, maar onder druk. De teneur is dat zij nooit grip op de politiek kreeg en de Brexit-hardliners binnen haar partij haar het leven zuur maakten. Door de tactiek van de verschroeide aarde ligt de geloofwaardigheid van de Britse politiek grotendeels aan gruizelementen. Vooral de twee grootste partijen de Tories en Labour hebben de afgelopen drie jaar onder zwakke leiding onzeker, onevenwichtig en kortzichtig gehandeld.

May liet zich koeioneren door de hardliners en verloor zo aan aanzien en politiek kapitaal om een gematigde oplossing door het midden met Labour, LibDems, SNP, Greens, Change UK en Plaid Cymru te vinden.

Premier May liet zich gijzelen door de Brexiteers binnen en buiten haar partij. Het radicale midden in de Britse politiek is hopelijk niet dood, maar is door een weinig daadkrachtige May en een strategisch zwakke Jeremy Corbyn slecht bediend. Het wachten is op een generatiewisseling waarbij niet de 55-plussers met hun negatieve politiek de politiek domineren, maar de twintigers en dertigers met constructieve en open blik opstomen naar het centrum van de macht en weer aanhaken bij Europa. Nederland weet nu hoe het niet moet.

Het rechts-radicalisme van Jacob Rees-Mogg en het links-radicalisme van Corbyn leidt tot verdeeldheid, stilstand, chaos en een eigen gelijk dat in het eigen domein keer op keer bevestigd wordt, maar de politiek als middel om macht met elkaar te verdelen verkruimelt tot een verzuurde feesttaart van onheilsprofeten.

Foto: Tweet van de Londense burgemeester Sadiq Khan (Labour), 24 mei 2019.

Advertenties

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Australische politici verkondigen dat ze geloven in de hel. Hiermee introduceren ze onjuist christelijke retoriek in de politieke ruimte

leave a comment »

Het is bizar dat in Australië politieke leiders zich tijdens een campagne in het openbaar uitspreken over de vraag of homoseksuelen naar de hel gaan. Dat deed de conservatieve premier Scott Morrison met tegenzin en oppositieleider Bill Shorten van de Labor Party uit politieke berekening. Shorten is katholiek opgegroeid en bekeerd tot de Anglicaanse kerk. Opmerkelijk is dat Australische politici ‘geloven’ in de hel en menen daar publieke uitspraken over te moeten doen. Shorten zei dat hij het onbegrijpelijk vindt dat hier over gesproken moet worden. Daarin heeft hij gelijk, maar anders dan hij het bedoelt. Hij vindt het vanzelfsprekend dat homoseksuelen niet naar de hel gaan en wil dat verkondigen, maar introduceert daarmee christelijke dogmatiek in een publiek debat dat daar niet thuishoort. Dit is een onderwerp uitsluitend voor in de kerk. Wat moeten de Australiërs die het idee van de hel onzinnig en geoormerkt voor een bepaalde godsdienst vinden en opteren voor de seculiere staat met dit christelijke gehakketak tussen Morrison en Shorten? Morrison werd tegen zijn zin door Shorten tot een uitspraak gedwongen en baalde ervan. Daar heeft Morrison groot gelijk in.

Een beleggingsanalist zegt: ‘Angst overheerst’. Wat moeten we ermee?

with one comment

De titel bij deze video met beleggingsnieuws is veelzeggend: ‘Angst overheerst’. Oh, bij wie? Dat betekent een negatief koopadvies en een positief verkoopadvies. Maar waarom praat de analist van Paribas over angst als hij dalende koersen bedoelt? Wat heeft dat met angst te maken? Haakt hij aan bij een onderstroom die al in de samenleving bestaat? Iedere belegger kan met een muisklik kopen of verkopen. Maar angst die overheerst?

De Duitse filmtheoreticus Siegfried Kracauer had het in zijn boek ‘From Caligari to Hitler’ (1947) over de Duitse samenleving waarin het ‘collectieve dispositie’ gegeven zou hebben. Dus een aanleg of gevoeligheid van allen voor iets. In dit geval een tendens naar het morbide en macabere bij politieke en culturele onzekerheid die de opgang van het nationaal-socialisme zou verklaren. Op de onderbouwing van Kracauers stelling is volop kritiek op gekomen, maar dat een collectieve onderstroom, gevoeligheid of aanleg in een samenleving tot iets kan leiden valt niet te ontkennen. Soms is dat al uit een simpel woordje af te leiden.

Hebben we werkelijk angst of wordt ons die van allerlei kanten om allerlei redenen aangepraat? Door bedrijven die ons willen laten kopen of verkopen, politici en complotdenkers. De meeste Nederlanders zijn gelukkig en tevreden met hun leven. Ze hebben het economisch nog nooit zo goed gehad. Verklaart dat de angst omdat men juist dan beseft dat men kan verliezen wat men heeft? Tot zolang het duurt. Dat betekent dat angst een teken van geluk, welvaart en voorspoed is. Het omgekeerde van hoe het doorgaans voorgesteld wordt. Angst moet dan gekoppeld worden aan een positief gevoel tegen een negatieve achtergrond. Angst is een emotie die verwant is aan verlangen. Als het ingelost wordt, dan verdwijnt de gemoedsaandoening.

Van president Franklin D. Roosevelt is bij zijn inaugurele rede in 1933 de zin blijven resoneren ‘Het enige wat we moeten vrezen is de angst zelf’ (‘Only Thing We Have to Fear Is Fear Itself’). Hij probeerde de angel uit de verlammende angst te halen die door de economische crisis van 1929 was ontstaan en in 1933 op zijn dieptepunt was. Hij pompte hoop en perspectief in zijn volk. Dat is anders dan wat de analist van Paribas en anderen doen. Wat moeten we met onheilsstemmingen die klinken als een zichzelf vervullende voorspelling?

Meeus waarschuwt de media, ze moeten Baudet checken op wat hij kan. Diens ereplaats in het narcistenkartel is een doodlopende weg

leave a comment »

Aldus de conclusie van de zaterdagse column in NRC over Haagse politiek van Tom-Jan Meeus. Hij verwijt niet zozeer ultra-rechtse partijen als de PVV of FvD dat ze er een potje van maken (wat ze doen), maar dat de media daar geen goed verslag van doen. Daarin heeft Meeus gelijk. Het is een terugkerend verwijt aan de gevestigde media dat ik onder meer hier, hier en hier heb verwoord. Ik schreef in maart 2017 in een commentaar: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak.’

Meeus voegt er een ander dimensie aan toe, namelijk politiek vakmanschap en kennis. Wat kan Baudet? Want iedereen kan zich politicus noemen, maar niet iedereen die zich politicus noemt bezit het vakmanschap en de kennis die een politicus succesvol maakt. Baudet is weliswaar een jonge, beginnende politicus en moet de kans gegeven worden om te groeien in zijn vak, maar na drie jaar FvD als politieke partij kunnen de media hem toch de vraag gaan stellen in hoeverre hij is gevorderd in het onder de knie krijgen van het vak politicus.

Is de fundamentele zwakte van Baudet niet zijn wegvluchten in vergezichten en filosofieën om te verhullen dat hij als politicus nauwelijks vordert in zijn vakmanschap? Zo laadt Baudet net als Trump de sterke verdenking op zich dat hij uitblinkt in grootspraak, narcisme, vergezichten, onheilsfantasieën, toekomstplannen en het gooien van verbale bommetjes, maar tamelijk vruchteloos is in het bedrijven van praktische politiek en het realiseren van zijn kernpunten. Hoewel dat bij Trump genuanceerd ligt, bijvoorbeeld in het slinks en succesvol benoemen van rechtse rechters. Geert Wilders heeft zich verregaand geïsoleerd in een vlucht naar de marge, Thierry Baudet wacht hetzelfde lot als hij niet tijdig tot inkeer én inzicht komt en hersenschimmen inwisselt voor doorzettingsvermogen, grilligheid voor vakkundigheid en eigenliefde voor inlevingsvermogen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnHoe de crisis in FVD bewijst dat media in campagnetijd hun taken verzaken; Deze week: Baudet en zijn plaats in het narcistenkartel. Ofwel: grote vragen voor politiek en media na de crisis in Forum voor Democratie’ van Tom-Jan Meeus in NRC, 27 april 2019.

Subcultuur DDS steunt subcultuur van alt-right en Thierry Baudet. Met pseudo-christendom. Alle remmen los in aanval op Henk Otten

with 7 comments

Het rommelt in Forum voor Democratie. Er is een strijd gaande om de macht, de politieke richting en de partijcultuur met als de hoofdrolspelers partijleider Thierry Baudet en een van de mede-oprichters en beoogd fractievoorzitter in de Eerste Kamer Henk Otten. In een interview in NRC met de titel ‘Tweede man van Forum Henk Otten: ‘Baudet trekt de partij te veel naar rechts’’ bond Otten de kat de bel aan. Dat lijkt hem door Baudet en diens vertrouwelingen niet in dank te worden aangenomen. Otten wordt naar de zijlijn gedrongen, maar lijkt terug te vechten in het gevecht om de ziel van de partij. En ook in het gevecht om zijn eigen positie.

De Dagelijkse Standaard (DDS) die zoveel alt-right retoriek en steun aan Baudet in haar kolommen stopt, ging in een opinie-artikel van 22 april van Michael van der Galien in op Ottens kritiek dat Baudet in 2017 ineens ‘een christelijke kant‘ opging. Otten antwoordt daarop: ‘Maar ik wil politiek los zien van geloof’. Dat is een positie die past binnen de traditie van de Nederlandse politiek van voor het tijdperk van de identiteitspolitiek en de doorbraak in 2016 van de alt-right subcultuur in de VS. DDS geeft Ottens woorden verkeerd weer en noemt hem een ‘christendom-hater’ en ‘weg-met-ons-fanatiekeling’. Dat is van dik hout zaagt men planken en zo onnauwkeurig en onzorgvuldig afgeleid uit wat Otten zegt, dat hiermee DDS vooral zichzelf te kijk zet. Het is altijd een plezier om DDS te lezen omdat het zo sterk raakt aan de absurditeit en de stompzinnigheid, en in het kritiekloos ophemelen van de eigen helden een hoog niveau bereikt. Mijn reactie bij het artikel:

De opstelling van Henk Otten is begrijpelijk en goed verdedigbaar. Hij keert zich niet tegen het christendom of de (vermeend) joods-christelijke cultuur, maar tegen het vermengen van politiek en religie. Dat past in de traditie van scheiding van kerk en staat.

Otten wijst het gebruiken van het christendom, of religie in algemene zin in de politiek af. De reactie van Teunis Dokter slaat daarom de plank mis. Otten keert zich niet tegen het christendom of ‘de christelijke cultuur’ (?), maar tegen het misbruik van religie in de politiek.

Otten neemt ook afstand van identiteitspolitiek die om politieke redenen een religieuze identiteit construeert. Een voorbeeld daarvan is president Trump die zijn achterban van vooral witte evangelicals op een sekte-achtige wijze met christelijke retoriek bedient, maar over wie het de vraag is of hij wel een christelijke overtuiging of levenswandel heeft. De kritiek op Trump en opinieleiders uit de alt-right beweging is dat hun identiteitspolitiek en pleidooi voor het christendom oppervlakkig en niet gemeend is en vooral politieke marketing om electorale redenen is.

Baudet handelt omgekeerd aan Buma, Segers of Van der Staay. Waar christelijke politici terughoudend zijn in de verwijzing naar het christendom, zijn politici van niet-christelijke partijen (PVV, FvD) minder terughoudend. Dat is merkwaardig.

De paradox is dat de politici van de christelijke partijen CDA, CU en SGP in de praktische politiek terughoudender zijn in het gebruik van christelijke retoriek dan Baudet. Zij beseffen het gevaar hoe hun geloof politiek kan worden misbruikt en beschadigd. Zij hebben in de praktische politiek door schade en schande geleerd dat als ze met andere partijen iets willen bereiken het averechts werkt door zich te beroepen op hun religieuze gedachtegoed. Ze weten dat ze moeten schakelen naar een ideologisch neutraal terrein om tot overleg te komen. Baudet redeneert echter niet vanuit het belang van het christendom, maar vanuit zijn politieke profilering.

Het is onduidelijk hoever Otten nadenkt. Het lijkt er sterk op zoals hij in het interview in NRC zei dat hij de koers van Baudet te rechts-radicaal, te populistisch, te Angelsaksisch en te negatief vindt waar het de terminologie over ondergangsfantasieën en de pessimistische kijk op de westerse geschiedenis en Europa betreft.

Uiteindelijk gaat het erom of Forum voor Democratie binnen de eigen gelederen ruimte geeft aan tegenspraak of niet. De keuze is aan Forum om het beginsel van interne democratie en een zekere mate van pluriformiteit te omarmen of af te wijzen. Dat vergt goed nadenken en manoeuvreren van de partijleiding. De schrikbeelden zijn de anarchistisch LPF die met ruzie uit elkaar viel, maar ook de dirigistische SP of PVV die in de praktijk geen interne democratie kennen en daar nu de wrange vruchten van plukken: achteruitgang door stilstand.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHenk Otten is een weg-met-ons D66’er: “Als je nog een keer over het christendom begint dan stap ik op”’ van Michael van der Galien op DDS, 22 april 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel interviewTweede man van Forum Henk Otten: ‘Baudet trekt de partij te veel naar rechts’’ van Petra de Koning en Philip de Witt Wijnen in NRC, 19 april 2019.

Is er een omslag in de promotie van het koningshuis en begint de kritiek door te wegen?

with 2 comments

Vele jongeren in Eindhoven zijn kritisch op het koningshuis. Het wordt als onnodig en duur ervaren. De verklaring voor steun wordt zijdelings genoemd: traditie. Gevoegd bij de Oranje-promotie van tientallen jaren verklaart dat wat het is geworden. Ondanks dat wordt het steeds minder populair. Zoals dat ook voor religie en politiek geldt. Vraag is of de steun voor het koningshuis sneller of minder snel afkalft dan die voor die andere instituties die als vanouds in Nederland brede steun ondervonden. Met Koningsdag heeft het allemaal niks te maken, zo blijkt. Dus wie nog twijfelt, dat vieren mag. Of men nu voor of tegen het koningshuis is.

Written by George Knight

24 april 2019 at 18:58