Hedendaags gezwets: ‘Geloof je het Duiveltje in je?’

Waar gaat dit over? De verzuchting van de vrouw is verwonderlijk: ‘O ja, dat is ook bijzonder’. Wat is er volgens haar ook bijzonder? Dat valt niet uit dit fragment op te maken. Het verwijst uitsluitend naar zichzelf. In eindeloze herhaling als hedendaags Droste-effect.

Dit fragment toont het verschil aan tussen praten en iets zeggen. De man meent dat ‘het duiveltje je altijd naar beneden wil praten’. Wat mag dat betekenen, dat ‘het duiveltje je naar beneden praat’? Die uitspraak roept meer vragen op, dan dat het antwoorden geeft.

Hoe dan ook praten de ‘O ja’- vrouw, de duiveltje-man en het beeldend opgevoerde duiveltje zonder iets te zeggen. Ze zijn hun eigen opvulling van het niets dat het niets triggert. Ze zijn helemaal bij de tijd. Het duiveltje valt dat nog het minst te verwijten.

Gedachten bij twee foto’s van 1 mei parades in Polen (1961-1967)

Wacław Gołowicz, ‘Pochód pierwszomajowy w Mrągowie 1961‘ [1 mei parade in Mrągowo 1961]. Collectie: Biblioteka Miejska w Mrągowie.

Polen 1961 kan Polen 1963 zijn. De omschrijving van deze foto zegt (vertaald): ‘De mars van de 1 mei parade in 1963 door de Ratuszowa-straat in het stadscentrum’. Het maakt weinig verschil of het 1961 of 1963 is. De meisjes lopen mee in de jaarlijkse 1 mei parade.

Men kan alleen maar gissen wat deze meisjes tot een groep in een parade maakt. Werken ze in een fabriek of een collectieve onderneming en zijn ze door de lokale communistische partij verplicht om in de optocht mee te lopen?

De foto is opvallend omdat het meisje in het midden onscherp in beeld komt en terugkijkt naar de fotograaf. Toch is de foto opgenomen in de gemeentelijke collectie van deze Noord-Oostelijke stad in Polen in het Mazurische merengebied. Zegt de fotograaf er iets mee of is het toeval?

Een foto uit hetzelfde Mrągowo van dezelfde fotograaf uit 1967 toont traditioneler. Er is blijkbaar variatie mogelijk bij het in beeld brengen van de viering van het socialisme. Iedereen wordt opgetrommeld en in een collectief ondergebracht. De belangstelling is overweldigend. Rijen dik staan de toeschouwers omdat ze niks mogen missen. Maar niet iedereen kijkt hetzelfde terug.

Wacław Gołowicz, ‘Pochód pierwszomajowy w Mrągowie 1967‘ [1 mei parade in Mrągowo 1967]. Collectie: Biblioteka Miejska w Mrągowie.

Moord in het kantoor

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 23 juni 2011.

Wat zien we? Het lijkt erop dat de foto een dode in een kantoor toont. Een vrouw met bonnet en half opgeschorte jurk. Er zit geen leven meer in. Vanzelf lijkt het niet te zijn gegaan. Is in een worsteling een stoel omgevallen? Die ontbreekt bij het dichtgeschoven cylinderbureau. Op tafel een boek. Was de vrouw aan het lezen?

De Candlestick-telefoon op de uitschuifstandaard voor het raam geeft de beste aanwijzing over de periode. Het is tussen 1905 en 1930. Een kwispedoor staat voor de verwarming. In de VS waren ze na de Spaanse griep van 1918 op de terugtocht. De gietijzeren radiator met florale motieven ziet er Victoriaans uit en mist nieuwe zakelijkheid.

Zonder bijschrift weten we niet wat we zien. Kantoorliefde in Manhattan? Lustmoord in Londen? Hartstilstand in Boedapest? Of leeft de vrouw nog en is ze ernstig ziek? Maar verdient dat een foto?

Een opgetrokken zonnescherm stuurt licht het kantoor in en belicht het object. Iets verschrikkelijks wat we niet mogen zien. Er hangt een dunne mist. De passage in de tijd is soms een verre reis zonder bestemming.

Er is onvoldoende toezicht op brede toepassing van Code Diversiteit & Inclusie in culturele sector

Schermafbeelding van deel interviewClose Up:“Diversiteitsadviseur” op Culture Vacatures, 12 mei 2022.

Van de Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector (2019) ben ik in theorie een groot voorstander. De code is in 2019 verbreed en dat geeft het in mijn ogen meerwaarde en evenwicht. Maar als de code in de praktijk te beperkt en eenzijdig wordt toegepast, dan ben ik er een tegenstander van. Het risico zit erin dat de gedragscode ‘een instrument van zelfregulering‘ is. Er is geen toezicht op dat de gedragscode goed wordt toegepast.

De site Code Culturele Diversiteit zegt over die verbreding in een bericht van vermoedelijk 2019 op de voorpagina: ‘Het actuele debat over een inclusieve samenleving en gelijke kansen voor iedereen heeft geleid tot een nieuwe, breder inzetbare gedragscode. Het perspectief op het onderwerp is verbreed van culturele diversiteit naar diversiteit en inclusie.’ Wat de status van deze site is en hoe de kwaliteit van het eigen aanbod is gegarandeerd valt niet na te gaan.

De Code Diversiteit & Inclusie geeft weer wat die verbreding en de nieuwe opvatting van diversiteit inhoudt:

Schermafbeelding van deel paragraaf ‘Diversiteit’ in de Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector (2019).

Met dat pre-2019 niet-verbrede begrip ‘culturele diversiteit‘ wordt in het algemeen verwezen naar een ‘culturele en etnische achtergrond’ van wat ook wel minderheidsgroepen worden genoemd. Dat kan gaan over werknemers, een verzamelbeleid of het geven van prijzen. Het streven is een betere representatie van minderheidsgroepen of achtergestelde groepen.

Uit de actualiteit van het toekennen van prijzen in de kunstsector lijkt het er vaak op dat het nog geen 2019 is. Etniciteit blijkt en blijft op het oog een belangrijk criterium voor het toekennen van prijzen. Naast gender. Alsof nog steeds onrecht moet worden rechtgetrokken. Er zijn gelukkig uitzonderingen, zoals de nominatie van Bruin Parry (die ‘een chromosoompje meer heeft‘) voor De Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2022. Prima gedaan jury, om de Code Diversiteit & Inclusie nu in de praktijk breed toe te passen zoals het bedoeld is.

De brede opvatting klinkt nog onvoldoende door in de kunst- en museumsector. De huidige toepassing is aan de mode van politieke druk onderhevig. Waar zijn de benoemingen, prijzen en kunstaankopen van mensen met een ‘lage’ sociaaleconomische status? Of van mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking? Of van mensen met een ‘laag’ opleidingsniveau?

Het is opvallend dat de Code Diversiteit & Inclusie (nog steeds) zo slecht wordt toegepast. Diversiteit & Inclusie is een hele industrie geworden die zich nog steeds in de pioniersfase bevindt en onvoldoende gereguleerd is.

Dat blijkt onder meer uit genoemde site Code Culturele Diversiteit waar zich een kleine 50 ‘Diversiteitsexperts‘ hebben aangemeld. Er staat: ‘Instellingen die aan de slag willen met de Code Culturele Diversiteit en Inclusie en niet de kennis in huis hebben om hier serieus handen en voeten aan te geven, kunnen op zoek gaan in het onderstaande overzicht van experts en gespecialiseerde bureaus.’ Het toont vrijblijvend. Waaruit bestaat het toezicht op de brede toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie en op de kwaliteit van de ‘diversiteitsexperts‘?

Diversiteitsadviseur in de cultuursector Mourad El Moussati die onder meer door Museum Boijmans van Beuningen in de arm wordt genomen reflecteert op zijn werk in een interview met Culturele Vacatures dat helder wil krijgen wat een diversiteitsadviseur in de culturele sector is.

In het interview loopt El Moussati ongemerkt in de val van een beperkte opvatting van diversiteit. Omdat het zo leerzaam is om te zien is dit interview een voorbeeld van hoe het niet moet. In theorie zet hij overtuigend en professioneel uiteen hoe breed diversiteit is en hoe instellingen goed moeten nadenken hoe ze met diversiteit aan de slag gaan. Tot zover klinkt het verstandig en aannemelijk.

Maar dan kiest het interview een foute afslag als de interviewster El Moussati’s eigen achtergrond erbij haalt. Dan trapt hij in de val van de etniciteit en migratieachtergrond door daar te veel in mee te gaan. Terwijl hij zojuist uitgelegd heeft dat diversiteit breed is en meer is dan etniciteit. Hij wordt gedwongen zichzelf tegen te spreken. Alsof zijn eigen achtergrond de kwestie diversiteit verduidelijkt. De brede toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector raakt weer eens uit zicht. Tegen alle goede bedoelingen in.

Schermafbeelding van deel interviewClose Up:“Diversiteitsadviseur” op Culture Vacatures, 12 mei 2022.

Heilige oorlog van Kirill is pervers

Patriarch Kirill van Moskou is niet alleen de hoogste kerkleider van de Russisch-Orthodoxe Kerk in de Russische Federatie, maar hij is ook de geestelijk leider. Hij ondersteunt de mobilisatie en volgt nauw de politiek van Poetin. Hij zegt de opgeroepen mannen niet bang te zijn voor de dood. Sommigen worden zonder training en goede uitrusting als kanonnenvoer naar het Oekraïense front gestuurd. Ze hebben weinig kans om te overleven of militair een verschil te maken.

De gemobiliseerden hebben geluk als ze het overleven en gevangen worden genomen. Zoals een Russische man in dit filmpje die op 21 september werd gemobiliseerd, een paar dagen later naar het front werd gestuurd en op 27 september door het Oekraïense leger in de regio Kharkiv gevangen werd genomen. Hij bekent tegen de Oekraïeners die hem gevangen houden dat het stom was om naar Oekraïne te komen. Waarom kwam hij dan?

Waar patriarch Kirill toe oproept is pervers. Hij misbruikt het evangelie voor militaire doeleinden. Het is de vraag of het theologisch klopt dat zonden van een militair die naar het front gaat en daar sneuvelt in de strijd worden vergeven. Het is theologische hokus-pokus van Kirill die lijkt op het islamitische idee van een heilige oorlog voor politieke doeleinden. Want Kirill wijkt bewust af van de bijbelse boodschap (‘de Schrift alleen’), ofwel de Sola Scriptura. Dat is voor gelovigen onverdraagbaar.

Kirill beschadigt Kirill niet alleen zijn eigen geloofwaardigheid, maar ook die van de Russisch-Orthodoxe Kerk in de Russische Federatie. En van religie in het algemeen als bron van troost en zingeving. Wat voor zingeving is het om gemobiliseerde mannen zonder training, bescherming, goede wapens en een solide commandostructuur de dood in te jagen? Is dat een bijbelse boodschap?

In het commentaarReligieuze doping in Russisch-Oekraïense oorlog‘ van 14 juli 2022 schreef ik:

Deze religieuze doping valt niet te rechtvaardigen én logisch recht te breien als de militair aan de ene kant op dezelfde manier als de militair aan de andere kant wordt gezegend om te vertrouwen op steun en bescherming van dezelfde God. Aan welke kant staat de God van Rusland of Oekraïne in hemelsnaam? Hoe steekt de goddelijke boekhouding in elkaar? 
Het is een vals spel waar zo’n godsdienst zich welbewust toe leent. Er valt wat de schuldvraag betreft een onderscheid te maken tussen de agressor die een soeverein land binnenvalt en genoemd land dat zich tegen die agressor verdedigt. Dat religie in zo’n oorlog een hoofdrol speelt is een zwaktebod. Weg pluriformiteit, weg eigen verantwoordelijkheid, weg rationaliteit.

Religie blijft een merkwaardig fenomeen. Het is levensgevaarlijk als het in foute handen valt.

Mobiles van Alexander Calder

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 20 juni 2011.

Houdt iedereen van Alexander Calder? Van zijn werk dan. Zoals iedereen ooit van Joan Miró hield. Of van Jean Tinguely of Theo Jansen. Na een ontmoeting met Piet Mondriaan in 1930 verzon Calder de mobile. Beweging en evenwicht in harmonie. Wat is er meer?

De mobile maakt vrolijk en verbaast dat het draait. Zelfs doordraait. In kinderkamer of museum. Kinetische kunstenaars buigen, draaien en vormen. Deze lucide ingenieurs van de kunst hebben een streepje voor en liggen ons na aan het hart. Calder maakte ook grote buitensculpturen van geschroefd plaatstaal. Dat is van een andere lichtheid.

Calder in zijn Roxbury studio, 1944; Foto Eric Schaal. Copyright Life Magazine.

Krijgt Amsterdam met het Verhalenhuis een centrum voor Arabische, Islamitische of gemengde cultuur in Nieuw-West?

Mijn reactie bij bovenstaande video op YouTube over een initiatief in Amsterdam-West van de stichting El Hizjra: het Verhalenhuis. Maar er schort nog wel iets aan de definiëring en uitwerking:

Prima initiatief. Waarom het aan kunst wordt gekoppeld en het Verhalenhuis mede een museum wordt genoemd is minder duidelijk. Want dit gaat niet om kunst, maar om cultuur. Om verbinding. Die is nodig en het lijkt er sterk op dat het Verhalenhuis in een behoefte kan voorzien. 

Het etiket dat Mohamed Mahdi erop plakt is vaag, of beter gezegd onbepaald. Hij gebruikt begrippen door elkaar, zoals Arabisch, Islamitisch, cultuur, wereld (gemeenschap) en mensen. Wat is wat?

Het onderscheid tussen de Arabische en Islamitische wereld verdient daarom nog enige uitwerking. Er zijn raakvlakken, maar ook verschillen.

Zo zijn er vele islamitische landen die niet Arabisch zijn (Turkije en de Turkssprekende Centraal-Aziatische republieken, Indonesië, Iran, Afghanistan, Pakistan, Bangladesh). Ook zijn er in Arabische landen aanzienlijke niet-Arabische etnische minderheden, zoals Berbers, Semieten en Koesjieten. Er zijn ook Arabische landen met aanzienlijke niet-islamitische religieuze minderheden (Libanon, Bahrein, Djibouti, Egypte, Koeweit, Soedan, Syrië). 

Zeker voor Nederland is deze nuancering belangrijk. De grootste islamistische minderheid vormen de Marokkaanse moslims, maar die zijn deels Berbers of Riffijns en slechts gedeeltelijk gearabiseerd. Daarnaast heeft ongeveer een kwart van de jonge Marokkaans-Nederlandse moslims de islam verlaten, maar presenteren ze zich om sociale redenen, zoals groepsdruk vaak nog als moslim. De op een na grootste islamistische minderheid vormen de Turks-Nederlandse moslims. Ze zijn niet Arabisch.

Een perfecte etikettering van de doelgroep/achterban die Mohamed Mahdi van stichting El Hizjra op het oog heeft is dus niet mogelijk. Er zijn te veel uitzonderingen en afwijkingen. De achterban is noch onvervalst Arabisch noch onvervalst Islamitisch. Beide etiketten dekken de lading niet. Maar het is begrijpelijk dat stichting El Hizjra om politieke, budgettaire en publicitaire redenen toch een etiket op dit project wil plakken.

Een oplossing zou wellicht zijn om het Verhalenhuis niet te presenteren als verbinding voor Islamistische of Arabische Nederlanders, maar als verbinding voor Amsterdammers die een band hebben met de werelden die Mohamed Mahdi schetst. Benoem daarin gerust de Arabische en Islamitische achtergronden, maar presenteer die niet als exclusief. Als het etiket niet kloppend te maken is, dan kan het maar beter ruim geformuleerd worden. Dat past prima bij een open stad met talloze minderheden.

Waarheid over de Sojus Vodnikov

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 9 februari 2013. Gewijzigd.

De Sojus Vodnikov in Terneuzen, 1936. Collectie: Fotocollectie Spaarnestad.

Foto’s van vroeger. Wat is het meer? Uit de herinnering gewist. Het bijschrift redt: ‘Het Russische tankschip/tanker Sojus Vodnikov wordt door de Spaanse nationalisten ernstig beschadigd en wordt voor reparatie naar Terneuzen gebracht. De luchtkoker is doorboord.’ Het jaartal is 1936.

De Soviet-tanker ‘Союз Водников СССР’ is van de Soyuz-klasse en in 1932 gebouwd zo leert internet. Maar wat zeggen de beelden dat in 1936 de bemanning van de Sojus Vodnikov (of Soyuz Vodnikov) in Terneuzen een heldenontvangst krijgt? Vanwege een fascistische aanval. Critical Past weet het zeker, 1936 en beschadigd. Zo wordt geschiedschrijving handel

Roemeense onderzeeër NMS Delfinul.

In 1938 wordt de tanker omgedoopt tot Kreml (‘Kremlin’), in 1941 bij Jalta door de eerste Roemeense onderzeeër Delfinul getorpedeerd en in 1943 door de Duitse U24. In 1983 wordt de Kreml gesloopt in Cartagena. Wat moeten we hiermee? Geschiedenis vaart soms naar links en soms naar rechts. Bijschriften kunnen misleiden. De nagedachtenis is delicaat.

Roemeense onderzeeër NMS Delfinul.(verbroken link op Frontpress.ro).

Als bronnen elkaar tegenspreken is het lastig om het verleden te reconstrueren. Was de Sojus Vodnikov in 1932 via het Kanaal van Gent naar Terneuzen op weg naar de Ertvelde-Rieme fabriek van Purfina zoals uit onderstaand bericht af te leiden is? Dan was de reparatie in Terneuzen niet het doel. 

Schermafbeelding van bericht in de Nieuwe Leidsche Courant van 26 november 1936.

Vervoerde de Sojus Vodnikov in plaats van gasolie uit Batoemi wellicht munitie zoals een bericht van de Roermondse ‘De Nieuwe Koerier‘ van 16 november 1936 meldt? “Officieele berichten melden, dat een nationaal Spaans oorlogsschip het Russische motortankschip “Sojus Vodnikov S.S.S.R.” dat naar gemeld werd, op weg was naar Spanje met een lading munitie, heeft aangehouden. De ‘Sojus Vodnikov S.S.S.R.” is, naar gemeld wordt, geïnterneerd in een Marokkaansche haven.”

Bronnen spreken elkaar soms tegen. Reconstructie van recente geschiedenis kan hachelijk zijn.

Waarom de vraag of mode kunst is niet van belang is

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Is mode kunst, vraagt journaliste Sanne van Rij zich af. Om de vraag goed te kunnen beantwoorden moet men eerst definiëren wat de functie van kunst is. Als dat aanscherpen, ter discussie stellen, reflectie en dwarsdenken of naast de werkelijkheid kijken zonder direct nut is, dan is mode geen kunst. Dan valt mode zelfs op te vatten als het tegenovergestelde van kunst. 

Als kunst performance, individuele interactie, zelfexpressie of maatschappelijke reflectie is, dan is mode kunst. Van Rij stipt in haar artikel niet zozeer aan of mode kunst is, maar wat kunst (nog) is.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

In het artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘van 20 september 2022 in de rubriek ‘Mode & Juwelen‘ redeneert Sanne van Rij naar de conclusie toe dat mode kunst is. Het verschijnt in Harper’s Bazaar dat uitlegt welke terreinen het bestrijkt: ‘intelligente nieuwtjes, inspirerende interviews met bijzondere vrouwen, interessante longreads en slimme tips op het gebied van stijl, beauty, carrière, cultuur en reizen. Met veel liefde voor mode, stijliconen en royals‘.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Of bij mode kunstenaars betrokken zijn of mode en kostuums opgenomen zijn in museumcollecties is niet het criterium. Dat moet niet verward worden met autonome kunstenaars die gebruik maken van mode, kostuums of textiel. Mode is dan niet hun eindproduct, maar een halffabricaat. Het gaat erom wat de functie van mode is en hoe die zich verhoudt tot de functie van kunst.

Van Rij concludeert uit wat zij als ‘verbintenis’ of verbondenheid tussen mode en kunst ziet, dat mode daarom kunst is. Dat is een indirect betoog dat de vraag vanaf de buitenkant benadert. Van Rij cirkelt om het onderwerp heen en meent door stapeling van associaties de vraag positief te kunnen beantwoorden dat mode kunst is. Maar precies wordt ze niet. De kern van de vraag of mode kunst is laat zij ongemoeid.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Van Rij verwijst in haar stuk naar design dat ze als onderdeel van kunst ziet als ze zegt: ‘De stap naar design, of in bredere zin kunst‘. Maar het is ook de vraag of design kunst is. Bij het beantwoorden van de vraag of design kunst is draait het opnieuw om de vraag hoe kunst gedefinieerd wordt en welke functie het maatschappelijk-politiek toebedeeld krijgt.

Wat doet het er toe of mode en design wel of niet opgevat worden als kunst? Eigenlijk niets. In het maatschappelijke en politieke debat wordt nauwelijks nog een onderscheid gemaakt tussen kunst en cultuur. Terwijl ze verschillende functies hebben. Grofweg gezegd, a-maatschappelijk aanscherpen tegenover maatschappelijk verbinden. Juist daarom is cultuur favoriet bij de politiek omdat het daarvan in het verlengde ligt, terwijl kunst er haaks opstaat. In het publieke debat heeft kunst door uitholling haar autonome eigenheid verloren en is allang ondergeschikt gemaakt aan cultuur.

Men kan allen maar gissen naar de vastberadenheid van Van Rij om aan te willen tonen dat mode kunst is. Een vraag die niet van belang is omdat cultuur kunst heeft ingelijfd. Mode is cultuur. Indirect is mode kunst.

Waarschijnlijk bestaat in het achterhoofd van Van Rij nog een idee dat het aanzien van kunst, of wat daar voor doorgaat, positief afstraalt op mode. En indirect op een tijdschrift als Harper’s Bazaar waarvoor ze werkt en dat wil laten zien dat het niet helemaal van de straat is. Blijkbaar creëert het schrijven over stijl, beauty, carrière, cultuur, reizen en royals de behoefte aan meer. Wat dat dan ook is.

Hoe komt het dat kunst doet wat religie nalaat?

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Volgens columnist Hizir Cengiz is kunst de geslaagde en succesvolle versie van religie. Religie zou blijven hangen in verstarring. Kunst zou doen wat religie nalaat. Ik ben het met hem eens.

Maar dan moeten we religie en kunst wel eerlijk vergelijken. Want kunst kent vele varianten die ook lijden aan verstarring. En religie kent nieuwe, levendige, eigentijdse varianten, zoals de tegen de satire aanleunende Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Die nieuwe godsdiensten worden trouwens door de gevestigde godsdiensten en de verdedigers ervan niet tot de religiemarkt toegelaten. Daar worden zelfs de hoogste juridische middelen van de staat voor uit de kast gehaald.

Die verdedigende reflex ontstaat om de belangen van de traditionele godsdiensten te beschermen en het vooroordeel te onderstrepen dat een godsdienst belegen is en zich in de tijd bewezen moet hebben. Wellicht speelt ook mee dat de verdedigers van traditionele religie menen dat conventies en regels onmisbare pijlers onder de samenleving zijn.

De verklaring waarom kunst slaagt waar religie faalt ligt voor de hand. Kunst en religie putten uit dezelfde bron van het drama en de rituelen. Het zijn menselijke, creatieve constructies die proberen de zinloosheid, de leegte en de eindigheid van het leven op afstand te houden. Kunst slaagt daar beter in omdat het meegaander en buigzamer is. Kunst hoeft immers zichzelf niet te bestendigen.

Kunst is veelgelaagd en gefragmenteerd en kan zich voortdurend vernieuwen. Stromingen volgen elkaar op en kunstenaars becommentariëren elkaars werk. Er bestaan weliswaar kunstinstellingen die hun eigen voortbestaan belangrijk vinden, maar die bepalen niet wat de veelgelaagde kunst is.

Het tweeledig doel van de beeldbepalende monotheïstische godsdiensten verklaart grotendeels de verstarring. Want naast zingeving (‘de binnenkant‘) moeten godsdiensten door belangenbehartiging, het uitschakelen van rivalen, fondsenwerving, en marketing en publiciteit continu werken aan hun eigen voortbestaan (‘de buitenkant‘). Met ook nog eens het risico dat de buitenkant door wereldse leiders wordt gekaapt. Dat gevecht om continuering leidt tot starheid en verstijving. 

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Cengiz eindigt zijn commentaar met de persoonlijke noot dat hij nimmer vraagtekens bij zijn religie mocht plaatsen, want dat was ‘des duivels, bijna blasfemie‘. Dat is een juiste constatering van hem. Verstarring is onlosmakelijk verbonden met traditionele godsdienst. Het is er zelfs een bestaansvoorwaarde van. De vraag naar eigen ontstaan en herkomst is binnen traditionele religies een taboe. Die vraag mag niet gesteld worden. Terwijl in de kunst per definitie geen enkele vraag taboe is. Dat verklaart het verschil tussen kunst en religie.

In februari 2022 stelde ik in het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ over wegkwijnende kerken die door de ontkerkelijking niet meer onderhouden kunnen worden dat religieuze organisaties voortaan opgevat zouden moeten worden als culturele organisaties.

Het verschil tussen kunst en religie is historisch, dramatisch en functioneel minder groot dan het lijkt. Door de eeuwenlange dominantie van religie zijn ze uit elkaar gegroeid en is de overeenkomst uit zicht geraakt. Nu in West-Europa het belang van religie afneemt en kunst zich dynamisch handhaaft is het moment gekomen om ze weer als twee kanten van dezelfde medaille te gaan beschouwen.