Gedachten bij foto van beeld ‘paard besmeurd met verf’ (1972)

C. de Boer, ‘paard besmeurd met verf. Axel, 1972. Collectie: Beeldbank Zeeland. In: BN/ De Stem.

Het beeld ‘Zeeuws Paard‘ (1963) van Josje Esselman ziet er in 1972 met verf besmeurd uit. Twee meisjes stappen het zebrapad op. De zwart-witte strepen van zebrapad en besmeurd paard rijmen. Dat kan geen toeval zijn. Was het de opzet om in het Axelse land een Zeeuws Paard de verschijningsvorm van een zebra te geven? Het heeft iets poëtisch.

De Beeldbank Zeeland categoriseert deze foto onder de steekwoorden ‘Geweld, Vandalisme, Kunst, Beeldende kunst’. Dat is nogal wat. Het steekwoord ‘Protest’ ontbreekt.

‘alles van waarde is weerloos// wordt van aanraakbaarheid rijk// en aan alles gelijk’ Zo dichtte Lucebert in De zeer oude zingt: (1954). Wat het betekent dan meer dan een slogan op een gebouw is lastig te doorgronden. Aanraakbaarheid is de sleutel tot een antwoord. Bezoedelen van iets van waarde wordt zo tot emancipatie en bevrijding van eigen kwelgeesten die losgelaten worden.

Kunst in de openbare ruimte die benaderbaar en tamelijk anoniem is en vandalisme liggen in elkaars verlengde. Geweld heeft de betekenissen ruwheid en lawaai. Geweld is bombarie. Toegepast door mensen die hun handen laten wapperen. Ze missen het abstractievermogen om ermee in hun hoofd in het reine te komen. Ze willen het aanraken, de materie voelen om zich zichtbaar te maken. Als boeren die leven door te wroeten in de aarde.

Ik maak kapot, dus ik besta‘ is een hedendaagse variant op de uitspraak van René Descartes. In hoeverre dat een uiting van vandalisme of inbeelding én eigendunk is blijft de vraag.

Reactie op brief van Herman Sloot in NRC. Duitse terughoudendheid tegenover Rusland was verkeerd en heeft averechts gewerkt

Schermafbeelding van ingezonden briefDuitse terughoudendheid tegenover Rusland was juiste weg‘ van Herman Sloot in NRC, 17 juni 2022.

Herman Sloot meent in een ingezonden brief die op 17 juni 2022 door de redactie Opinie van NRC werd geplaatst dat de naoorlogse terughoudendheid van Duitsland op moreel en militair gebied terecht was. Hiermee reageert Sloot kritisch op het artikel ‘De Duitse Zeitenwende komt jaren te laat’ van Hanco Jürgens.

In dit artikel zegt Jürgens over de stemming in Oekraïne over Duitsland: ‘Logisch dus dat het land nu stelt te weinig rugdekking te hebben gehad van Duitsland, dat de onderhandelingen – samen met Frankrijk – in het Normandie-Format naar zich toe had getrokken. Daar komt bij dat Duitsland steevast koos voor energiezekerheid tegen een voordelige prijs boven geopolitieke rust in Oost-Europa. De directe pijpleidingen tussen Duitsland en Rusland waren het antwoord op onlusten in Oekraïne.’

Ik ben het eens met Jürgens en oneens met Sloot. De energiepolitiek van Duitsland wordt nu door velen ingeschat als mislukt en opportunistisch, maar zo werd er al langer tegenaan gekeken. Duitsland voer ermee in de EU een eigen koers waarmee het Oost- en Zuid-Europese landen bewust van zich vervreemdde. Ook was het Duitse energiebeleid dat de EU meesleepte in strijd met de energiepolitiek van de EU zoals vastgelegd in het Third Energy Package van 2009 dat streefde naar energie-onafhankelijkheid en -diversificatie.

Het in mijn ogen verstoorde zelfbeeld van de Duitse politieke en economische elite naar aanleiding van de les van de Tweede Wereldoorlog beschreef ik in een commentaar van 15 februari 2021 naar aanleiding van de problemen met de Russische gaspijplijn Nord Stream II:

In any case, the attitude of German politics (except for the Greens, the Liberals and some CDU members) towards the Russian Federation is rather distorted and disturbed. This has to do with the Second World War and the suffering caused by the Nazis.
How that can go wrong, President Steinmeier showed when he recently consciously or naively confused the victimization of Balts, Poles, Belarusians and Ukrainians with the victimization of Russians. Professor Timothy Snyder has repeatedly demonstrated to a German audience, inclusief parlementariërs, with figures that Poles, Belarusians and Ukrainians have suffered proportionally more from the German war machine than the Russians.
But those facts do not reach the very top of German politics. Although it is also possible that they do know what victims they have made, but consciously perpetuate the misunderstanding in order to reach a rapprochement with the Kremlin. A rapprochement that on closer inspection is not appropriate, not ethical and not permissible. But this rather disproportionately favors German business at the expense of Eastern and Western Europe. That misunderstanding has marked Germany’s Russia policy since Willy Brandt, with the SPD in the most malicious role of helping the Kremlin, and not Germany or the EU.
The conclusion of the Nord Stream II fuss is not that it is about Germany’s relationship with the Russian Federation, but essentially about Germany’s self-image. That is seriously distorted and clouded. Even 75 years after the war, German politics has not yet properly processed that war. Or as said, and what is even more false and poignant, it has processed that war, but deliberately misinterprets it for opportunistic reasons.
This not only alienates Germany even further from the real victims of World War II, such as Poland, Belarus and Ukraine, as well as France and the Netherlands, but with that false self-image it also does itself considerable damage because it knowingly deceives itself.

Sloot heeft in zijn gespeelde onwetendheid allang duiding gekregen van een historicus die de houding van Duitsland anno nu beschrijft vanuit de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog: de in Wenen werkzame Amerikaan Timothy Snyder.

Als Duitsland werkelijk lering had getrokken uit de Duitse invasie van de Sovjet-Unie in 1941, dan had het zich tot 1991 niet voornamelijk verbonden met de leiders in het Kremlin en na 1991 van de rechtsopvolgers daarvan. Dan had Duitsland contact gezocht met die landen waar het de meeste schade had aangericht en de grootste schuld mee had te vereffenen: Oekraïne, Belarus, Polen, Estland, Letland en Litouwen.

Anders gezegd, als Duitsland werkelijk had begrepen welke schade het aan wie had aangericht in de Tweede Wereldoorlog dan had het zich in de na-oorlogse periode niet door de Sovjet-Unie en na 1991 door de Russische Federatie kunnen laten chanteren. Dat argument van terughoudendheid van Sloot dat Duitsland als het ware zou zijn opgelegd vervalt omdat het historisch niet klopt.

Ergo: Kanselier Scholz moet zich schamen dat hij Oekraïne nu niet met zwaar materiaal steunt terwijl het vecht voor het voortbestaan. Door de inval in 1941 heeft Duitsland de grootste schuld te vereffenen met Oekraïne. Niet met Herr Poetin of Rusland.

Het is verbazingwekkend dat velen waarschijnlijk onbewust de Russische propaganda napraten. Zeker waar het de Duitse politieke en economische elite betreft die pas in februari 2022 een beetje wakker is geworden. Op de Groenen na. Of slaapwandelend probeerden te profiteren door van twee walletjes te eten.

De na-oorlogse Duitse buitenlandse politiek in West-Europa is geslaagd door integratie en de gerede angst om in herhaling te vallen door Alleingang. Maar de Duitse energiepolitiek staat daar haaks op en is mislukt. Door een verkeerde opvatting over het vereffen van een historische schuld voor de nazi-terreur ging het fout. De Duitse Ostpolitik die diende om de Tweede Wereldoorlog te corrigeren was verkeerd gericht, opportunistisch vormgegeven (Wandel Durch Handel) en leidde tot verergering in plaats van verbetering van een scheefgegroeide situatie. Om het passend te zeggen: Duitsland belandde van de wal in de sloot.

Het is onbegrijpelijk dat Spoor de verkeerde lessen die door de naoorlogse Duitse economische en politieke elite zijn getrokken niet herkent. Spoor vergeet ook dat pseudo-tsaar Poetin uitsluitend door toedoen van Duitsland heeft kunnen groeien. En nog een advies aan Spoor: lees de relevante boeken en artikelen van historicus Timothy Snyder.

3D-reproducties zijn geen gevaar voor de kunsten, maar kunnen die niet redden

Schermafbeelding van deel opinie-artikelOpinie: ‘3D-reproducties zijn geen gevaar voor de kunsten, maar kunnen die juist redden’ van Liselore Tissen in Het Parool, 16 juni 2022.

I. Vroeger was ik een fervente bioscoopbezoeker. De toenmalige directeur van het Utrechtse filmhuis ’t Hoogt noemde mij en mijn vriendin ooit zijn trouwste bezoekers. 

Ik was dol op films van wat nu klassieke regisseurs genoemd worden. Of regisseur svan de klassieke film. Jean Renoir, Jean Vigo, Roberto Rossellini, Federico Fellini, Valerio Zurlini, François Truffaut, Jean-Luc Godard, Ingmar Bergman, Andrei Tarkovski, Alfred Hitchcock en talloze Taiwanese, Indiase en Japanse regisseurs die in het artcircuit werden gedraaid. 

Dat was in de tijd van de celluloid-film. Met de beschadigingen van kabels, kleurverschillen tussen de ene en de andere acte en andere imperfecties van het dragende materiaal. Maar celluloid had voor mij iets magisch. 

Toen kwam de digitale film in de bioscoop. In het begin was dat van een slechte kwaliteit. Vaak klopte de beeldverhouding, de ratio niet. Het was niet om aan te zien. Ik haakte af. Later werd de digitale projectie van een superieure kwaliteit. 

De inhoud van films waardoor ik me aangesproken voelde veranderde niet, maar het materiaal wel. 

Dat verklaart waarom ik een fan van de films van de kunstenaars Tacita Dean of Stan Brakhage ben. Die zijn van celluloid. Er zijn vele digitale kunstenaarsfilms van goede kwaliteit. Maar ze raken me niet. Niet in mijn hart en niet in mijn hoofd. Ik weet het, ik heb mezelf ermee, maar het is niet anders. 

II. Nu is er een pleidooi voor 3D-reproducties in musea. Deels beredeneerd vanuit educatie en publieksbereik. In een opinie voor Het Parool zegt buitenpromovendus technische kunstgeschiedenis Liselore Tissen die daar voorstander van is: 

‘In tegenstelling tot Benjamins claim, lijkt de ‘mechanische’ 3D-reproductie niet voor ‘de dood van kunst’ te zorgen, maar juist een remedie te zijn tegen het volledig verdwijnen van originele kunstwerken.’

Dat is me een te technische uitleg. Ik ben het er niet mee eens. Kunstwerken zijn niet voor de eeuwigheid bedoeld. In musea wordt hun houdbaarheidsdatum oneigenlijk opgerekt. Het is onvermijdelijk dat ze verdwijnen als origineel werk. Dat is naar mijn idee niet erg. Dat moeten we aanvaarden. We moeten ons ermee verzoenen

III. Theodor Adorno schrijft in Valéry Proust Museum (vertaald): Het Duitse woord ‘museale’ heeft nare ondertonen. Het beschrijft voorwerpen tot wie de toeschouwer niet langer een vitale relatie heeft en die een stervingsproces ondergaan. Ze danken hun behoud meer aan de historische context dan aan de behoeften van het heden. Museum en mausoleum hebben meer gemeen dan een fonetische overeenkomst. Musea zijn de familiegraven van kunstwerken.

De documentatie van kunstwerken in catalogi, boeken, films en foto’s kan ervoor zorgen dat de herinnering eraan, en studie en educatie ervan wordt behouden. Maar dat is een leven na de dood. Dat is niet de kunst zelf. Die aanzet tot denken, aanscherpen en naast de realiteit kijken.

Tissen pleit dat kunst recht in de realiteit kijkt. Dat is plat wat materiaal en functie betreft. Zij wil iets behouden dat niet is bedoeld om te behouden. Men kan zich afvragen of dat wat zij wil behouden nog kunst is. Ik denk het niet. Wat zij wil behouden is een echo van de kunst. Maar dat kan nooit het kunstwerk zelf zijn. 

Kunst is als het leven. Dat bestaat alleen samen met de dood. Het oprekken van het leven van kunstwerken kan, maar dan wordt het niet meer dan een technische vertaling, een reproductie van wat ooit kunst was. Kunst die niet kwetsbaar is en streeft naar het eeuwige leven houdt op kunst te zijn. 

VPRO Gids: Blinde vlek over secretaresses

Schermafbeelding van deel aankondiging van de documentaire ‘Good Ol’ Freda’ in VPRO Gids 24; 2022 van 16 juni 2022.

Al jaren lees ik de VPRO Gids. Of liever gezegd, ik krijg de papieren gids in de bus. Ik lees de artikelen en artikeltjes zelden. Het is me uitsluitend om de uitzendschema’s te doen en het steunen van omroep VPRO. Het grootste deel van de VPRO Gids is naar mijn idee ruis en aantoonbare onzin waarvan de relevantie doorgaans betwistbaar is. Het zit tussen mediawetenschap die dieper graaft en oppervlakkig amusement in. Dat is een onmogelijke positie om lezers passend te informeren.

Neem een tekst op donderdag 16 juni 2022 van Hans van Wetering over de documentaire ‘Good Ol’ Freda‘ uit 2013 van Ryan White over Freda Kelly. Zij wordt voorgesteld als de secretaresse van The Beatles die krenterig zou zijn bedeeld door de vier popmiljonairs.

Over deze documentaire schrijft Van Wetering in het stukje met de titel ‘Krenterige Kevers‘: ‘Het is misschien de eerste documentaire ooit over een secretaresse. Het leven van een secretaresse spreekt nu eenmaal weinig tot de verbeelding‘. 

Hèh? 

De eerste bewering is ook voor een doorsnee nieuwsconsument onzin ondanks de slag om de arm die Van Wetering maakt met dat lekker makkelijke ‘misschien‘ en de tweede bewering is dubieus en laatdunkend. Waarom zou het leven van een secretaresse ‘nu eenmaal‘ weinig tot de verbeelding spreken? Van Wetering schept verwarring en doet aan desinformatie.

Van iemand die over televisie, media en film schrijft in een omroepblad mag enig verstand van zaken én een mening die is gestoeld op mensenkennis en een uitgekristalliseerd, evenwichtig wereldbeeld verwacht worden. Van Wetering lijkt zowel niet aan het een als het ander te voldoen.

Hoe zo’n laatdunkende houding over secretaresses bij de linksige VPRO past is de vraag. Niet alleen schrijft Van Wetering in opdracht, maar de eindredactie van de VPRO Gids, te weten Robert-Jan Breeman, Martin ten Broek en Jos Schöttelndreier legitimeert de stukjes door ze te plaatsen. Beseft de VPRO Gids de eigen vooringenomenheid niet? Of geldt voor het linksige liberalisme van de VPRO dat moralisme en arbeiderisme vermeden moeten worden en alles gezegd moet kunnen worden? Mist het in dat linksige wereldbeeld past.

Iedereen met kennis van zaken in de omroepwereld kent de documentaire over Traudl Junge, de secretaresse van Hitler. Op haar memoires werd de filmDer Untergang‘ (2004) gebaseerd. Met een ontketende Bruno Ganz als de Duitse dictator in zijn laatste dagen in de bunker onder de Reichstag.

Schermafbeelding van aankondiging ‘Hitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ voor VPRO Cinema op VPRO Gids, waarschijnlijk 2013.

Traudl Junge werkte mee aan de documentaireHitlers Sekretärin: Im toten Winkel‘ die in 2002 werd uitgebracht. Het was een initiatief van André Heller en regisseur was Othmar Schmiderer. Deze documentaire wordt notabene op de site van de VPRO Gids besproken. 

Er bestaat blijkbaar een Oostenrijks subgenre over secretaresses van Nazi-kopstukken die door hun blinde vlek in een dode hoek zijn beland, want in 2016 verscheen de documentaireEin Deutsches Leben‘ over Brunhilde Pomsel, de secretaresse van Joseph Goebbels. Wellicht is het een idee voor de VPRO om te proberen dat subgenre te duiden in een programmareeks die televisie- en filmtheorie, politiek, geschiedenis, psychologie, waarheidsvinding en uitlegkunde (‘hermeneutiek’) combineert.

Schermafbeelding van deel artikelGoebbels’ secretary claimed she ‘knew nothing of Nazi crimes‘ van juli 2016 op DW.

Er zijn twee voorwaarden om deze documentaires te kunnen maken. De secretaresses moeten een hoge leeftijd bereiken om door een jonge generatie filmmakers opgemerkt te worden. Welnu, Pomsel werd 106 en Junge 81 jaar oud. En ze moeten in zekere zin apolitiek zijn geweest om achteraf te kunnen uitweiden over eigen naïviteit, schuldgevoel en verantwoording om aan een moorddadig regime steun te hebben gegeven. Dat geeft spanning over wat de secretaresses wisten, wat ze deden en welke draai ze daar achteraf aan geven. Want het is onwaarschijnlijk dat ze van niks wisten en pas later tot het besef kwamen aan welke misdaden ze hadden meegewerkt.

Er zijn vele documentaires waarin secretaresses een belangrijke rol spelen omdat ze dicht op de macht zaten en daar achteraf direct of via hun getuigenis verslag van kunnen doen. Dat maakt dat deze secretaresses tot de verbeelding spreken. Denk bijvoorbeeld aan FDR’s secretaresse (en minnares?) Marguerite LeHand die in Ken Burns 7-delige documentaire serie The Roosevelts (2014) fungeert. Of de films over Leon Trotsky’s secretaresse Sylvia Ageloff wiens vriend Ramón Mercader deze opponent van Stalin in 1940 in Mexico vermoordde.

Zo zijn er vele secretaresses die op kantelpunten in de geschiedenis vooraan stonden bij politieke, culturele of maatschappelijke gebeurtenissen. En daar over kunnen vertellen. Ze waren zijdelings aanwezig bij belangrijke voorvallen of beraadslagingen waar geen andere getuigenis van is overgeleverd.

Niet over alle secretaresses zijn uiteraard documentaires gemaakt, maar de mogelijkheid voor film- en programmamakers is aanwezig om dat te doen. Mits de secretaresses willen meewerken en ze geen geheimhoudingsverklaring hebben ondertekend. Denk aan de secretaresse of secretaris van Donald Trump wat die zou kunnen vertellen.

De positie van secretaresses in de gangen van de macht (‘corridors of power‘) spreekt tot de verbeelding bij een hedendaags publiek. Deze secretaresses zijn de spreekwoordelijke ‘fly on the wall‘. Dat het aanspreekt heeft te maken met de authenticiteit van het putten uit de eerste bron, maar ook met de omgang met de macht van een secretaresse die halfweg in een ongebruikelijke positie vertoeft.

Gedachte bij de foto ‘Gottesdienst auf der Presenaspitze’ (1918)

Gottesdienst auf der Presenaspitze‘, 1.1.1918. Collectie: ÖNB (Österreichische Nationalbibliothek).

Godsdienst. We raken er niet over uitgepraat. Wat is de functie ervan en wanneer gaat het die te buiten? Vooral daarover raken we niet uitgepraat. We hebben het antwoord niet.

Wie terugkijkt ziet een Oostenrijkse kerkdienst op de top van de Presena-gletscher. Begin 1918. Nu in de Alpen in Trentino ten noorden van het Garda-meer. Moest de dienst troost bieden? Italië won van Oostenrijk-Hongarije de harde strijd in de bergen. Wie weet hadden de Italianen harder gebeden.

Op de foto wonen Oostenrijkers, Hongaren, Kroaten, Bosniërs, Tsjechen, Slowaken, Slovenen en anderen een kerkdienst in het veld bij. Wat er gezegd werd en wat of wie werd aangeroepen weten we niet. We kunnen het vermoeden. Want het past in een patroon. Voor de overwinning in de strijd, de bescherming van en het vertrouwen in God en zelfbehoud. Zoiets zal het wel geweest zijn.

Religieuze doping dus. Alle strijdende partijen dienden het hun troepen toe. Zie hier het commentaar ‘Religieuze doping, commercie en oorlogspropaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog: ‘A Church Service On The Battle Field’ (1916)‘ over de reconstructie van een Britse kerkdienst voor het thuisfront.

De groep Oostenrijkse militairen in donkere jassen in de witte sneeuw toont verlaten. In de steek gelaten. Geïsoleerd. Onzalig in zaligheid. Het contrast tussen zwart en wit verhardt hun noodlot. Zo legt de fotograaf het vast. We raken er niet over uitgepraat. In onze horizontale spitsvondigheid.

Ondeugdelijke reacties op belediging van islam door Nupur Sharma

Opmerkzaam aan de religieuze controverse in India met een felle reactie van islamnaties is dat de feiten niet genoemd worden. Niet bij de NOS, The Guardian of The Washington Post. Het is de vraag of dat omfloerst duiden goede of slechte journalistiek is. Voor wie geen Hindi spreekt zijn de feiten niet te achterhalen. Het is gissen waarom de westerse media in raadsels spreken. Zijn ze zelf bang geworden om de feiten te noemen?

De controverse gaat om Nupur Sharma die onder meer de nationale woordvoerder van de rechts-hindoeïstische Bharatiya Janata Party (BJP) is. Tien dagen geleden maakte ze in een nationaal televisiedebat opmerkingen die opgevat werden als een belediging van de profeet Mohammed of de islam of de koran of de islamitische wereldgemeenschap.

Na een actie op sociale media met een montage van haar uitspraken van het debat zwol de binnen- en buitenlandse kritiek aan. Ze werd daarop geschorst door de BJP. De partij wil de economische relatie met de rijke Golfstaten en andere islamnaties blijkbaar niet riskeren.

Nupur Sharma wordt van alles beschuldigd. Het lijkt te draaien om een uitspraak over Aisja die tijdens haar huwelijk met Mohammed 6, 7, 8 of 9 jaar oud was. De bronnen daarover zijn vaag.

Wat Nupur Sharma in dat debat precies gezegd heeft doet er eigenlijk niet toe. Een godsdienst als de islam of het christendom staat niet boven de wet, en kan en mag beledigd worden. Uiteraard hoeft dat niet, maar het is niet verboden om een godsdienst te beledigen.

Men kan beweren dat door belediging een godsdienst sterk wordt. Gedwongen wordt om uit de eigen schulp te kruipen om in gesprek te gaan met andersdenkenden. Het is sterker om goede tegenargumenten op een belediging te formuleren dan verbolgen te reageren en op te roepen tot het cancellen van degene die beledigt.

Maar het is makkelijk praten vanuit het seculiere Nederland waar alle godsdiensten en levensovertuigingen voor de nationale wet gelijk zijn. De ergste godsdiensttwisten dateren in Nederland van eeuwen terug. Het is geen toeval dat in India de moslims die in een minderheidspositie verkeren zich sterk maken voor het secularisme. Daar zien ze een garantie door de staat in voor het bestaan van hun godsdienst en een bescherming van hun leven. Verder dan dat lijkt hun geloof in het secularisme niet te gaan.

Bovenstaande video van de Pakistaans-Britse Zeeshan Ali kiest een relativerende toon. Hoewel hij Nupur Sharma verdacht maakt door ze te framen als heetgebakerd. Door het kindhuwelijk van Mohammed te vergelijken met de praktijk in de heilige boeken van andere godsdiensten probeert hij de aanval van Nupur Sharma te counteren. Maar hij komt er niet aan toe om te stellen dat in een rechtsstaat een godsdienst stoffeloos beledigd mag worden. Hij gaat de kern van de kwestie Nupur Sharma uit de weg. Dat is een kwestie van emancipatie.

Gedachte bij foto ‘Een vrouw die genezen werd aan boord van de evangelisatie schepen van de Gemeente des Heeren’ (1927)

Stromingen, evangelisatie. Een vrouw d[i]e genezen werd aan boord van de evangelisatie schepen van de Gemeente des Heeren. De veenarbeider Johannes Orsel (1877-1949) was de grondlegger van deze stroming. Nederland, 1927‘. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

Religie blijft een ongrijpbaar fenomeen omdat het geschikt is om ruimte aan claims te geven zonder dat de feiten onderzocht worden. Een prediker kan uit de losse pols van alles beweren zonder daar meteen op afgerekend te worden. Tot in het absurde toe. Religie geeft kansen aan beunhazen, gekken, kapers en politieke manipulatoren.

Begrenzing is de sterkte, maar ook zwakte van religie. Met religieuze uitgangspunten zijn godsdiensten in concurrentie met elkaar geconstrueerd door mensen om aan mensen zingeving, troost en samenhang te bieden. Dat had ooit een positieve uitwerking.

In de loop van de eeuwen zijn door invloeden godsdiensten waar gelovigen centraal stonden veranderd in godsdiensten waar het draait om invloed en sterkte van de eigen organisatie. Verticaal is horizontaal geworden.

Als claims grenzeloos zijn, dan is het geloof daarin het ook. Dan kan een godsdienst het sprookjesniveau naderen. Dat is een kwestie van maatvoering. Hoever kan de goedgelovigheid van gelovigen opgerekt worden? Want claims zijn het diepere wezen van religie. Geen afwijking, maar uitvoering van wat het is.

Grenzeloze beweringen waar geen rem op staat kunnen het begrip religie verwateren. Ook voor andersdenkenden. Een religieuze vertegenwoordiger die aantoonbare apekool verkoopt rekt de grenzen op van wat onder religie verstaan wordt. Apekool voedt het wantrouwen over een geloofsleer met vergaande claims.

Men zou kunnen denken dat het opvoeren van de overdrijving en de onwaarheid perfect aansluit bij de huidige tijd. Politici als Trump, Baudet of Poetin schetsen het beeld van zichzelf dat ze zo overtuigd zijn van hun claims dat ze geen tegenspraak verdragen ook als het sterke vermoeden bestaat dat ze zelf de claims niet geloven.

Het is een misverstand dat overdrijving en onwaarheid in het bijzonder aansluiten bij de huidige tijd. Het is iets van alle tijden. Sinds godsdiensten bestaan. Als mensen een geloofsleer construeren, dan kunnen ze dat vermogen ook anders gebruiken. Dat opent de weg naar leugens, verzinsels, bluf en bedrog. Dat kan door iedereen opgepakt worden.

Wie kiest voor een godsdienst plaatst zich in een traditie. Wie binnen zo’n godsdienst claims gelooft vanuit de leerstelling van betreffende godsdienst blijft binnen de traditie. Als de claims volgens gelovigen in ‘eigen kring’ echter ongerijmd en buitensporig worden geacht, dan zaait dat twijfel. Niet zozeer over de claims, maar over de geloofwaardigheid van betreffende godsdienst die ze als geloofswaarheid verkondigt en waarop de twijfel terugslaat.

Afgesleten cliché van het begrip ‘Dutch Mountains’

Schermafbeelding van deel tijdlijn van de Nederland Area Historical Society.

Zo gaat het dus. Investeerders uit Nederland kopen in 1873 een mijn in Boulder County, Colorado die vijf jaar later failliet gaat. Waarschijnlijk vanwege de recessie (‘Panic of 1873‘) die in september 1873 begon en zes jaar duurde. De Nederlandse investeerders stappen op het verkeerde moment in dit project. Een mijn die uit erts zilver, goud, tellurium en wolfraam wint. Wat blijft is de opvallende naam van een streek in Colorado: Nederland. Niet ‘Holland’ of ‘Netherlands’, maar Nederland

Caribou Mill, Nederland‘, {1873-1876?]. Collectie: library.mines.edu.

In de Nederlandse populaire cultuur staat het begrip ‘Dutch Mountains‘ voor het onbereikbare bereikbaar maken en ‘internationale allure’. Het onnederlandse wordt benadrukt door bergen in Nederland te projecteren. Ter glorie van degene die de lef en de verbeelding toont om groots te denken. Zie ons eens origineel zijn, zeggen die pogingen. In design en stadsplanning of in cultuur met de Nits.

Schermafbeelding van project en artistieke projectie in spoorzone Eindhoven ‘The Dutch Mountains’.

Onderhand zijn die ‘Dutch Mountains‘ een afgesleten cliché. Ach, iedereen mag het nodig vinden om een tekort te vullen. Ook voor een opdrachtgever die van vergezichten houdt. We weten echter dat al sinds 1873 een Nederland in de Mountains bestaat. Waarom dan al die marketing om Nederland op te tuigen met bergen?

Schermafbeelding van deel paginaWelcome to Boulder County‘.

Maken Laan van Magisch Realisme en Laan van Avant-Garde in Rotterdam hun naam waar?

Bericht op Funda.

In Rotterdam, Nesselande is een Laan van Magisch Realisme. Maar foto’s ervan laten zien dat er weinig sprake is van magisch realisme in de Laan van Magisch Realisme. Wat is er toverachtig aan deze laan? Het gaat eerder om de werkelijkheid zonder toverkracht, zonder bovennatuurlijkheid.

De Laan van Magisch Realisme in Nesselande toont niet paranormaal, maar normaal. Gewoontjes.

Daar is niks mis mee. Zo zijn veel Nederlandse straten. Het roept wel een vraag op over de naamgeving. Waarom krijgt een straat, laan of plein de naam die het krijgt? De nabijgelegen Mart Stamhof, Leo Gestelstraat of Maurice de Vlaminckstraat hebben namen waaraan we gewend zijn. Maar de Laan van Magisch Realisme wekt verwachtingen waar het niet aan kan voldoen. Waarom dan een laan zo’n naam gegeven? Er is ook een Laan van Avant-Garde in Rotterdam. Je verzint het niet:

Mao van deel van Nesselande, Rotterdam.

Gedachten bij twee foto’s van een Jezuïtisch muziekkorps in Kisantu, Congo (1920-1940)

Mission band, Kisantu, Congo, ca.1920-1940‘. Ansichtkaart. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Bewogen Koper (1993) is een documentaire van Johan van der Keuken waarvan de herinnering eraan zich opdringt in het kijken naar deze foto’s uit voormalig Belgisch Congo. Een samenvatting zegt: ‘Op antropologisch onderzoek gebaseerde documentaire waarin de opmerkelijke transformatie van het Westerse blaasorkest in verschillende niet westerse culturen wordt onderzocht. Van der Keuken filmde en Noshka van der Lely nam het geluid op van orkesten uit Nepal, Ghana, Suriname en Indonesië. De nadruk wordt gelegd op de assimilatie van de, veelal tijdens de kolonisatie ongevoerde marsmuziek in de autochtone muzikale traditie. Diverse orkestleden worden geïntroduceerd, waarbij een beeld wordt geschetst van het dagelijkse leven. Een belangrijk onderdeel daarvan is de beleving van religieuze riten bij bruiloften en begrafenissen, waarbij de muziek een grote rol speelt.

Een westerse fanfare met westerse instrumenten als uiting van westers kolonialisme, is dat het? Hoe moeten we dat achteraf waarderen? Het is een gemengd beeld van omgekeerde culturele toe-eigening ofwel cultureel imperialisme.

Op deze foto’s loopt de assimilatie via godsdienst. Overigens is assimilatie een lastig woord dat zowel ‘gelijkmaking‘, ‘aanpassing‘ als ‘verandering‘ betekent. Wat is het hier? De Jezuïtische paters van de Kwango-Missie doen aan verheffing en educatie.

De Trompet-Pater staat op beide foto’s rechts. In een smurf-verhaal zou zijn functie en zijn attribuut rolvast zijn. Hij lijkt de leider van het blaasorkest. Dat zo te zien geen saxofoon bevat. Toch een door een Belg uitgevonden instrument. Te moeilijk om te bespelen, te duur?

Boys in a marching band, Kisantu, Congo, ca.1920-1940‘. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Ach, we kunnen terugblikkend ons er alleen maar over verwonderen dat zulke blootsvoetse fanfares onder de palmen bestonden. Hoe klonken ze? Wat brachten ze in hun land teweeg in de muziekuitoefening toen de paters door de dekolonisatie waren gedwongen om hun biezen te pakken? Het is gissen.

De mengvorm van Noord en Zuid vertegenwoordigt de Ethiopische saxofonist Gétatchèw Mèkurya (1935-2016) die de vergelijking met westerse saxofonisten als Archie Shepp of Ornette Coleman kan doorstaan. Ongepolijstheid is een kwaliteit als het leidt tot vrijheid en lak aan westerse conventies. Elementaire eenvoud. Onze oren moeten er wellicht even aan wennen, maar dan blijkt de uniekheid: