George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Mythe’ Category

Trump gaat niet naar Terneuzen om vlag van Bert Kreuk in ontvangst te nemen. Wel een bijeenkomst in het Witte Huis

with 4 comments

President Trump gaat niet naar Terneuzen om een ‘historische’, Amerikaanse vlag in ontvangst te nemen die bij de invasie in 1944 wapperde. Zakenman en kunstverzamelaar Bert Kreuk gaat nu naar Washington om die Trump te overhandigen. Naar verluidt wordt de vlag opgenomen in de collectie van het Smithsonian Museum of American History, aldus een bericht in het AD. Kreuks publiciteitsstunt komt zo alsnog tot een prachtig resultaat. Het zou om een bijeenkomt van minimaal anderhalf uur gaan. Behoorlijk lang voor een gebeurtenis zonder actuele politieke betekenis. Premier Rutte zal ook aanwezig zijn. Jammer is wel dat president Trump nu zijn cursus ‘Terneuzens’ mist. Maar zoals gezegd, aan Terneuzen mist hij niks. Ik meen dat te weten, want ik ben er geboren en getogen. Slecht bestuur en beroerde ruimtelijke ordening zijn daar debet aan.

Advertenties

Kanttekening bij ‘Make America Hate Again’ van deathcore band Thy Art Is Murder. Is het satire die zijn doel voorbijschiet?

leave a comment »

De Australische deathcore band Thy Art Is Murder spreekt zich in het nummer ‘Make America Hate Again’ van het op 26 juli 2019 te verschijnen album ‘Human Target’ uit over de VS. Deathcore wordt door de meeste fans als een verguisde term gezien. Een commentaar op nuclearblast.com zegt over dit nummer: ”’Make America Hate Again‘ is niet bedoeld om de meer naar rechts leunende toehoorders van de linkse band te vervreemden; het is een aanval op het hele politieke systeem, de verwachting hekelend dat elke regering dingen “geweldig” voor de massa’s zal maken.’ Klopt dit commentaar en hoe pakt deze satire echt uit bij de supporters?

Er dreigt het Jacobse en Van Es-effect, namelijk dat de satire andersom wordt opgevat dan bedoeld wordt. Een commentaar bij de video van ene Zachary Scott wijst in die richting: ‘I am very conflicted. I love the band but find myself disagreeing with these calls to violence. I understand that they may be/are hyperbolic, but in an era where calls to violence are growing, this is unnerving.’ Ofwel, beangstigend. Hebben de aangesprokenen door dat het chargerend is bedoeld? Dus een poging om iets door overdrijving belachelijk te maken. Zelfs dan, ook als ze doorhebben dat het satirisch is bedoeld, dan kunnen ze de dramatische overdrijving opvatten als een realistisch politiek programma. Hoe verantwoordelijk is het dan van een Australische band om oproepen tot geweld die binnen de Amerikaanse samenleving al zo sterk leven verder aan te wakkeren? Hoewel het onduidelijk is hoever de invloed van deze band doordringt tot de haarvaten van de Amerikaanse samenleving.

Wie profiteert het meest van ‘een aanval op het hele politieke systeem?’ Is dat de linkse beweging van de VS waar de band blijkbaar mee sympathiseert of zijn dat de tegenstanders? Beide kampen kunnen niet in gelijke mate profiteren. Is het niet vooral de alt-right, voormalig Breitbart ideoloog en adviseur van Trump Steve Bannon die een duistere kijk op de VS verspreidt en de ondergangsfantasie die Thy Art Is Murder persifleert serieus meent? Het risico bestaat dat een achterban van radicaal-rechts en extreem-rechtse activisten, witte racisten en neo-nazi’s door de teksten van Thy Art Is Murder bevestigd wordt in een Powelliaanse Rivers of Blood ondergangsfantasie of positiever gezegd, waarschuwing. Zo kunnen de aanhangers van Bannon of andere rechtse activisten aan dit nummer ondersteuning voor hun overtuiging ontlenen. Dat sterkt ze in hun motivatie. Als dat vanuit de subcultuur van de deathmetal of deathcore aangevuld en verdubbeld wordt met ‘een cultuur van de dood’ waar deze keer niet de kritiek op abortus of euthanasie mee bedoeld wordt, maar op de verharding van de politieke strijd met grof geweld, dan schiet dit nummer definitief zijn doel voorbij.

Ik denk dat ik kwaad word over de onkunde en onnozelheid van de tentoonstellingsmakers van Museum Volkenkunde: Helende Kracht

with 3 comments

Steevast twijfel ik bij aankondigingen van de musea van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW) of ik erom moet schaterlachen of dat ik kwaad moet worden over de onbenulligheid en het platte vertoon van modieusheid en onkunde. Serieus kan ik tentoonstellingen van deze musea (Tropenmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde) niet meer nemen, zoals ik die van het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum, Museum Boijmans, het Gemeentemuseum Den Haag, het Centraal Museum en al die zorgvuldig en behoedzaam opererende musea serieus neem. Waar het aan ligt is me niet geheel duidelijk, maar het kan niet anders zijn dat bij het NMvW de tentoonstellingsmakers samen met de directie en de afdeling marketing de macht hebben gegrepen en de deskundigen het nakijken hebben. Met als gevolg dat niet de kunst centraal staat, maar de politiek correcte blik op de kunst, en dat de niet-deskundigen zonder veel vakkennis -met uitsluiting van de deskundigen- museumpje mogen spelen. Dat wreekt zich in de tentoonstellingen en de presentatie ervan.

Neem de aankondiging van de tentoonstelling ‘Helende Kracht’ die vanaf 12 juni 2019 te zien is in Museum Volkenkunde te Leiden. Een passage luidt: ‘Loopt het even niet zo lekker, dan zijn er naast doktersbezoek volop andere mogelijkheden om de balans te herstellen. Van orakelkaarten, ayahuasca, handoplegging, klankschalen en hypnotiserende troms tot sjamanen, heksen en vodunpriesters: het aanbod is enorm. De verzamelnaam voor al die therapeutische behandelingen waarbij de balans tussen lichaam, geest en ziel voorop staat, is healing.’ Een weerlegging ervan zou een kolfje naar de hand van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zijn. Neem het artikel ‘Wie is hier gek? Healing-praktijken in een GGz’ uit 2006 van Cees Renckens waarin hij zegt: ‘De VtdK acht het ten enenmale ontoelaatbaar patiënten die het ten gevolge van hun angsten en/of depressiviteit toch al moeilijk genoeg hebben, wijs te maken dat zij kunnen profiteren van bovennatuurlijke krachten zoals dat bij de zogenaamde ‘healings’  zou geschieden. Hoe bewerkstelligt men vervolgens dat een dergelijke patiënt wordt afgeschermd van verpleegkundigen of andere artsen, die natuurlijk hun lachen niet kunnen houden als deze beweert dat de healing zo goed helpt? Zoiets is praktisch onmogelijk.’ Promotie voor healing praktijken kan dus gevolgen hebben voor de gezondheid van patiënten.

Museum Volkenkunde suggereert dat waar de reguliere geneeskunde faalt de alternatieve geneeswijzen uitkomst kunnen bieden, maar op welke onderzoeksgegevens het museum zich baseert is twijfelachtig. Hoe kunnen volgens dit museum orakelkaarten, handoplegging, klankschalen en hypnotiserende troms een balans tussen lichaam, geest en ziel herstellen die de reguliere geneeskunst niet kan herstellen? Hoe gaat dat dan? Museum Volkenkunde volgt in deze aankondiging de lijn van de kwakzalverij. Het is verbijsterend om te constateren dat dit museum meent zich hiermee in een tentoonstelling te moeten profileren. Met kwakzalverij.

Het wordt er nog doller op als de aankondiging zegt: ‘Het uitgangspunt is ook gelijk: het geloof dat er meer is tussen hemel en aarde, meer dan we vanuit onze ratio en de (westerse) wetenschap kunnen verklaren.’ Ermee gooit Museum Volkenkunde de luiken wijd open voor bedrog, bluf en de charlatans van de healing industrie.

Museum Volkenkunde steunt kritiek op de reguliere geneeskunde en plaatst die op een lijn met orakelkaarten, handoplegging, klankschalen en hypnotiserende troms van healing. Hiermee neemt het museum echter een positie in die tot maatschappelijke schade kan leiden, zoals zich dat de laatste jaren onder andere aftekent in het complotdenken over vaccinaties. Daar geeft dit museum met deze tentoonstelling voeding aan, volgens de aankondiging die dat suggereert. Uiteraard kan een museum allerlei redenen hebben om een tentoonstelling over alternatieve geneeswijzen te maken. Maar deze aankondiging wijst niet op een goed doordachte en evenwichtige tentoonstelling over alternatieve geneeswijzen, geluk en gezondheid die door deskundigen en met voldoende deskundigheid en kennis van zaken opgezet is. Ik denk dat ik kwaad word over de onkunde en onnozelheid van de tentoonstellingsmakers van Museum Volkenkunde. Dit is te serieus om weg te lachen.

Foto: Schermafbeelding van artikelHelende Kracht’ van het Museum Volkenkunde te Leiden, 2019.

Faculteit Katholieke Theologie van Universiteit Tilburg verricht onderzoek naar waarden. Welke waarden hebben de onderzoekers?

leave a comment »


Als persberichten verschijnen over onderzoeken met de interpretatie van data zonder dat de data zijn na te lezen, dan is dat onbevredigend. Als vervolgens allerlei media met die persberichten aan de haal gaan en er hun eigen perspectief op geven zonder dat de nieuwsconsumenten dat kunnen  controleren, dan is dan nog ontoereikender. Het wordt er nog vreemder op als er normatieve uitspraken in het persbericht staan. Want men mag gerust de volgende zinsnede in het persbericht van de Universiteit van Tilburg opmerkelijk noemen: ‘Jongeren die zichzelf niet gelovig noemen blijken niet minder sociaal dan gelovige jongeren’. Waarom moet dit bevestigd, onderzocht of gemeld worden? Waarom zouden deze jongeren niet minder sociaal zijn dam gelovige jongeren? Deze zinsnede roept vragen op over het perspectief en het waardenpatroon van de opstellers van dit bericht. Of dat nou voorlichters of onderzoekers zijn. Zo zijn we al binnen een alinea aanbeland op metaniveau: de vraag naar de waarden van een onderzoek naar waarden.

Het gaat over het European Values Study over waarden waarvan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg Nederland voor haar rekening neemt. Het onderzoek is ook in andere landen verricht. In het in mei 2019 gepresenteerde Franse deel van het onderzoekLa France des Valeurs’ dat door de Universiteit van Grenoble werd verricht blijkt volgens een bericht in Valeurs Actuelles dat een 58% grote meerderheid van de Fransen zelf opgeeft tot de categorie ‘zonder godsdienst’ te behoren. Bijna de helft hiervan is in een hoofdzakelijke katholiek gezin opgevoed. Minder dan 3% van de 19- tot 29 jarige Fransen zouden nog praktiserende katholieken zijn. Een opvallend laag aantal dat haaks lijkt te staan op de emoties die de brand in de Parijse Notre Dame in april 2019 teweegbracht.

De waardenstudie gaat niet alleen over godsbeeld of religieuze gezindheid, maar ook over tolerantie, politiek of sociaal vertrouwen. Zoals gezegd, de data worden niet bijgeleverd zodat de interpretatie lastig op waarde is te schatten. In het Nederlandse deel is ook een verslag opgenomen van een onderzoek van prof. Monique van Dijk-Groeneboer dat elke vijf jaar wordt gehouden onder 2000 jongeren van confessionele scholen. Ook hier is in de samenvatting weer een opmerkelijke, normatieve -om niet te zeggen wonderlijke- zin opgenomen: ‘De waarden die jongeren belangrijk vinden blijken niet minder sociaal gericht te zijn en inspireren ook leerlingen die zichzelf niet religieus of gelovig noemen‘. Blijkbaar vinden de betrokkenen van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg het opmerkelijk dat moraal niet voorbehouden is aan gelovige jongeren dat ze menen dat op verschillende plekken in een persbericht te moeten melden. Dat zegt vooral iets over het perspectief -en voeg ik toe: de wereldvreemdheid- van de onderzoekers en voorlichters.

Anton de Wit heeft in voor het Katholiek Nieuwsblad een commentaar geschreven over dat onderzoek onder de jongeren van de confessionele scholen dat opmerkt dat meer dan de helft van deze jongeren (let wel: op confessionele scholen) zichzelf niet-gelovig, atheïst of humanist noemt. Ieder kan in het onderzoek lezen wat erin valt te lezen. Hoe dan ook hoeft wanhopen niet, behalve dan bij een harde kern van ultrareligieuzen die de macht van hun religieuze organisaties zien afkalven. Het gaat goed met Nederland en met de jongeren die niet minder sociaal of meer nihilistisch zijn dan voorheen. Deze waarden staan betrekkelijk los van religie of godsbeeld. Hopelijk dringt dit ook goed door tot de onderzoekers van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg zodat ze over vijf jaar een persbericht kunnen opstellen waaruit de relicten van een bijna verdwenen katholiek normbesef zijn uitgefilterd. Want duidelijk is, dat dat niet meer kan in 2019.

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtNederland: toleranter, trotser en anders ‘religieus’, blijkt uit nieuw waardenonderzoek’ van de Universiteit van Tilburg, 17 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelAutant de musulmans que de catholiques chez les 18-29 ans’ (‘Evenveel moslims als katholieken onder 18-29-jarigen’) in Valeurs, 23 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelGeloven is niet meer vanzelfsprekend, maar hoe dramatisch is dat?’ Van Anton de Wit op het Katholiek Nieuwsblad, 20 juni 2019.

Modehuis Carolina Herrera beschuldigd van culturele toe-eigening. Wat moeten we ermee?

leave a comment »

De Resort 2020 Collection van de Venezolaans-Amerikaanse ontwerpster Carolina Herrera wordt beschuldigd van culturele toe-eigening. In een reactie reageert de Mexicaanse historica en deskundige van traditionele stoffen Manuela López-Mateos met afschuw op de collectie Carolina Herrera. De traditionele Mexicaanse ontwerpen waar het modehuis zich op baseert zouden ‘behoren tot specifieke inheemse gemeenschappen’. López-Mateos: ‘Wanneer een vrouwelijke of mannelijke ontwerper deze elementen neemt zonder toestemming te vragen en zonder een samenwerking aan te gaan met de ambachtslieden, stelen ze feitelijk’. Maar behoren de ‘culturele elementen’ exclusief aan de specifieke inheemse gemeenschappen toe?

De term ‘culturele toe-eigening‘ -in het Engels ‘cultural appropriation– gaat volgens genoemd lemma van Wikipedia over ‘de overname of het gebruik van elementen van een bepaalde cultuur door een andere cultuur’. Een neutrale term is het niet, want ‘toe-eigening’ of ‘appropriation‘ bevat de noties ontfutselen, wegnemen of inpikken. Daarom valt te bezien of het voor een open debat niet een onbruikbare term is die het gesprek over de overname van culturele of sociale kenmerken door een andere groep (acculturatie) bij voorbaar politiseert, dichttimmert en een bepaalde richting opstuurt. De term ‘toe-eigening’ suggereert dat machtsverhoudingen tussen groepen de natuurlijke overname van elementen van de ene in de andere cultuur onmogelijk maakt.

Dit gaat over identiteitspolitiek, ofwel over de vraag wie een specifiek in etniciteit gegrond verhaal mag ‘vertellen’. De term alleen al suggereert dat culturele toe-eigening een overtreding is en daarom ontoelaatbaar en ongewenst. Dat is echter nog maar de vraag. Mag een wit iemand uitsluitend een wit verhaal vertellen of mag een wit iemand een zwart verhaal vertellen? Sommige gemeenschappen menen en claimen dat ‘hun’ verhaal ‘hun’ eigendom is. Tot en met het eigen ontstaan en de voorouderverering aan toe.

Dit heeft alles met identiteit en zelfbewustheid te maken. Die begrippen die zo in de mode zijn. Nu ook in de mode. Waarbij zelfbewustheid negatief uitpakt als weerbaarheid en zelfverzekerdheid omslaan in gekwetstheid en een defensieve houding. Dan gaan het groepsgevoel en de emancipatiestrijd boven de verbinding met anderen. Waarbij kunst en cultuur, niet meer universeel toegankelijk voor iedereen is, maar afgesloten wordt voor anderen. De commerciële invalshoek van Carolina Herrera helpt er niet aan me om begrijp voor de Resort 2020 Collection pop te brengen. De interventie van de Mexicaanse overheid om het erfgoed te verdedigen wekt juist wel begrip. Maar toch moeten we oppassen om mee te gaan in dat verhaal van toe-eigening dat grenzen opwerpt waar die voorheen niet waren. Al zijn het grenzen aan de commercie.

Foto: Carolina Herrera New York, Resort 2020, Look 7.

Claim van marketingbureau Truman dat de eerste campagne voor een kerk in Nederland pas in 2014 werd opgezet is vals en onnozel

leave a comment »

Truman kijkt in deze video terug op een marketingcampagne waar het in 2014 door de Remonstrantse Kerk voor werd ingehuurd. Die kerk kampte met vergrijzing en teruglopend bezoek. Truman presenteert zich als ‘een creatief contentbureau voor kwalitatief hoogwaardige branded content en campagnes’. Het is de vraag hoe kwalitatief hoogwaardig Truman is. Zeker in de analyse van de eigen campagne. Dat oogt mager en lijkt niet uit te komen boven het niveau van het jargon en oppervlakkigheid van de marketingsector. Vaardig en vlot, maar zonder diepgang en zelfreflectie. Truman verwart de inhoud van een campagne met de evaluatie van een campagne. Truman kijkt niet eerlijk naar zichzelf. Truman lijdt aan de blikvernauwing van een marketingbedrijf dat alles in verband brengt met marketing. De terugblik en nabespreking van genoemde campagne is niet bedoeld om te verklaren of inzicht te geven, maar om het merk ‘Truman’ op te hemelen.

Truman slaat de plank mis en geeft te kennen weinig van godsdienstgeschiedenis en religieuze instellingen, maar evenmin van de recente marketinggeschiedenis van Nederland te weten als het in de toelichting bij deze campagne zegt: ‘De eerste campagne voor een kerk in Nederland. Een kerk als merk’. Die claim wordt in de video herhaald. Voor wie de wereld in 2014 begint is dat een waarheid en voor ieder ander is dat een leugen. Het is bovenal een onbenullige opmerking die getuigt van wereldvreemdheid, kortzichtigheid en naïviteit.

Wie de Europese kerkgeschiedenis bekijkt weet dat kerken al eeuwenlang met elkaar concurreren om de gunst van degenen die ze willen inspireren en om de gunst van de wereldlijke macht. Het is een harde strijd van kerken om zichzelf beter te verkopen dan de concurrenten met als doel hun merk te vestigen en verstevigen op de religieuze markt. Wie daarin faalt overleeft niet en zakt weg en gaat economisch en publicitair failliet. Het is een continue veldtocht en campagne van kerken in Nederland. De bouw in Nederland van neogotische, Rooms-katholieke kerken vanaf 1853 toen de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld kan als een grote marketingcampagne van deze kerk worden gezien. Tot 1920 werden er zo’n 800 katholieke kerken gebouwd.

In 1997 liet het aartsbisdom Utrecht bovenstaande poster verspreiden die gebaseerd was op Barnett Newmans ‘Who’s afraid of Red, Yellow and Blue?’ die in 1986 in het Stedelijk Museum door een verwarde man werd beschadigd. J.W.P. Wits legt in een reconstructie uit hoe stichting Beeldrecht het bisdom sommeerde om verspreiding te stoppen. De paradox was dat door de rechtszaak die veel publiciteit trok de campagne van het bisdom extra aandacht trok. In 1998 kreeg de stichting Beeldrecht aanvankelijk gelijk van de rechter, maar verloor het hoger beroep. Deze casus kon nog opgevat worden als een campagne voor God en niet specifiek voor een kerk in Nederland, maar dat kon bij de marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN niet. Wie verder zoekt in de verre en nabije geschiedenis van kerken in Nederland zal ongetwijfeld talloze voorbeelden van marketingcampagnes vinden.

Foto 1: Beeld van marketingcampagne ‘Who is afraid of God’ uit 1997 van het Aartsbisdom Utrecht.

Foto 2: Beeld van marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN (Protestante Kerk Nederland).

Ben van Meerendonk legt de kolenboer en de ijsboer vast. De zomer komt er aan (1947)

leave a comment »

Dit zijn allegorische personen die iets verpersoonlijken. De kolenboer verzinnebeeldt de winter en de ijsboer de zomer. De titel van deze foto uit 1947 van de Amsterdamse persfotograaf Ben van Meerendonk luidt: ‘De zomer komt er aan’. De foto werd gepubliceerd in de communistische De Waarheid op 2 juni 1947.

Dit zijn verdwenen beroepen. Kolen worden niet meer bij gezinnen afgeleverd en als men de term ijsboer kent, dan roept dat de associatie met ijsjes en sorbets op. Niet van blokken ijs uit de ijskelder. We zouden de kolenboer en de ijsboer nu rekenen tot de eerlijke beroepen. Arbeid, loopwerk met de voeten in de modder. Geen overbodig beroep op een kantoor dat niets toevoegt dan het instandhouden van de eigen functie alleen.

Kan deze foto wel omdat die in scène is gezet? Want de kans is klein dat Van Meerendonk op 31 mei 1947 de kolenboer en ijsboer toevallig op straat tegenkwam. Het levert een sterk beeld op waarin wit en zwart met elkaar contrasteren. Goed en kwaad komen tegen elkaar uit in een proces waarin ze elkaar jaarlijks afwisselen.

Wordt er met de foto een didactische boodschap verteld? Is het bedoeld om iets uit te leren? Dat is lastig te zeggen, 72 jaar nadat de foto gemaakt is. De oorlog was nog maar twee jaar voorbij. De wederopbouw was hoofdzaak. Het kwaad was verslagen. In zo’n positieve aanpak konden eerlijke beroepen gevierd worden.

Foto: Ben van Meerendonk, ‘De zomer komt er aan’, 31 mei 1947. Gepubliceerd in De Waarheid van 2 juni 1947 en het linkerdeel (de kolenboer) op 12 oktober 1949. Collectie IISG.

Written by George Knight

2 juni 2019 at 12:56