Theo Hiddema verlaat FvD voor zoveelste keer

Weerhuisje, 1952.

Theo Hiddema is de Heintje Davids van de ultrarechtste politiek. Dit Eerste Kamerlid neemt telkens afscheid van FvD, komt na verloop weer terug, en neemt daarna weer afscheid. Waarna hij weer terugkomt. Hoe vaak gaat hij dat nog herhalen?

Theo Hiddema is zo veranderlijk als het weer. De ene dag schijnt de zon en is het 20 graden, de volgende dag ligt er een laagje sneeuw op straat. Theo Hiddema is op zichzelf zijn eigen weerhuis. Hij heeft alle soorten weer in huis.

Zolang Hiddema centraal in de belangstelling kan staan maakt het voor hem niet uit wat voor weer het is. Of FvD nou naar radicaal- of extreem-rechts buigt maakt hem niet uit. Op termijn komt hij weer terug op het basisstation. Terug gezwiept door het elastiek waar hij aan is verbonden.

Deze keer was voor Hiddema de aanleiding om uit FvD te stappen het gedrag van de FvD-fractie in de Tweede Kamer dat de toespraak via een videoverbinding van de Oekraïense president Zelensky niet wilde bijwonen. Daar was Hiddema het niet mee eens.

In een gezamenlijke verklaring met Paul Frentrop die ook om deze reden uit de FvD-fractie in de Eerste Kamer stapte en partijleider Baudet wordt een en ander toegelicht:

Gezamenlijke verklaring van Hiddema, Frentrop en Baudet, 30 maart 2022.

Inhoudelijk lijkt er weinig te veranderen. Want Hiddema en Frentrop zeggen te blijven samenwerken met de FvD-fractie in de Eerste Kamer. Want het is duidelijk, Hiddema moet weer kunnen schuilen onder de paraplu van FvD als het politieke weer omslaat.

Hiddema houdt vol dat de kiezer voor ‘democratische vernieuwing’ bij FvD moet zijn. Hij blijft zich daar buiten FvD samen met FvD sterk voor maken. Begrijpt u het nog? Of heeft Hiddema zijn bril niet goed op zijn hoofd staan en dacht hij dat er ‘democratische vernieling’ stond?

Wees realistisch, niets is zo veranderlijk als het weer. En Theo Hiddema.

Van de 12 zetels uit mei 2019 heeft FvD drie jaar later nog 1 zetel over. Dat is een wanprestatie van formaat. Hiddema blijft de nederlaagstrategie van FvD omarmen. De afstand van zijn omarming varieert.

Advertentie

Foto’s van een bezoek van Oekraïense scholieren aan een museum in Dresden (1965)

Erich Höhne en Erich Pohl, ‘Ukrainische Schüler mit dem Jugendklub Kupferstichkabinett in der Gemäldegalerie Alte Meister‘. Dresden, 1965. Collectie: Deutsche Fotothek.

Zonder dat men weet wat dit precies is zijn er aanwijzingen om deze foto’s te duiden. Ze zijn uit een reeks van 81. Het schilderijenkabinet Oude Meesters staat in the picture.

Het gaat om een museum in Dresden in 1965. Dus in de toenmalige DDR. Een groep Oekraïense scholieren is op bezoek en wordt rondgeleid. Als dat het gepaste woord is om hun rondgang te omschrijven. Duitse leeftijdsgenoten van een jeugdclub van het prentenkabinet van het museum zijn ook aanwezig. Maar de jongere generaties hebben niks te vertellen en dienen zo te zien als zetstuk. Als achtergrond. Het bezoek toont meer dan prenten alleen.

Erich Höhne en Erich Pohl, ‘Ukrainische Schüler mit dem Jugendklub Kupferstichkabinett in der Gemäldegalerie Alte Meister‘. Dresden, 1965. Collectie: Deutsche Fotothek.

De sfeer van een geleid bezoek schemert door de fotoreeks heen. Iedereen zit gevangen in de eigen rol. De Oekraïense scholieren worden als vee door het museum geleid. De Duitse museummensen geven naar wat men mag aannemen een ideologisch correcte uitleg bij de kunstwerken. Onder toezicht van de Duitse beambten van de communistische partij. Er lopen zelfs twee Russische militairen rond.

Het bezoek is een mediaspektakel dat draait om propaganda. Het is een middel om de hechte band tussen de communistische broedervolkeren te benadrukken. Dat gaat echter op zo’n zichtbaar gedwongen wijze dat het averechts werkt. Of misschien werkte dat in 1965 goed in een gesloten samenleving. Maar ook toen al waren de verveling en saaiheid ervan af te lezen.

Hoe dan ook, het toont van bovenaf geënsceneerd. Militaristisch. Bloedserieus. Hiërarchisch. Generatieconflict. Kondigt zich hier in 1965 al het einde van de val van het ijzeren gordijn in 1990 aan? Het zou kunnen, deze dwang toont verre van duurzaam.

Erich Höhne en Erich Pohl, ‘Ukrainische Schüler mit dem Jugendklub Kupferstichkabinett in der Gemäldegalerie Alte Meister‘. Dresden, 1965. Collectie: Deutsche Fotothek.

Gedachten bij twee foto’s van Berit Wallenberg (1934)

Berit Wallenberg, Street in Utrecht, the Netherlands; Men with bikes in a street in Utrecht, with the “Domkerk” St. Martin’s Cathedral in the background, 17 juli 1934. Collectie: Swedish National Heritage Board – Riksantikvarieämbetet.

Het is 17 juli 1934 in Utrecht. Het is warm weer, dik boven de 20 graden. Ramen staan open en een zonnescherm is neergelaten. Ter hoogte van Achter de Dom 13 maken twee mannen zich gereed om op de fiets te stappen. Op de achtergrond is een deel van de Domkerk, de Sint-Maartenskathedraal te zien. Samen met de losstaande Domtoren het symbool van Utrecht.

Fotograaf is de Zweedse archeologe en kunsthistoricus Berit Wallenberg die op 17 juli 1934 foto’s nam in Utrecht en Amsterdam en in de week daarvoor in Den Haag. Daarvoor had ze België bezocht.

Berit Wallenberg, People in Blinde-Ezelstraat (Rue Juvée) street, Bruges, Belgium; People in Blinde-Ezelstraat (Rue Juvée) street, towards the Burg Square in Bruges, 3 juli 1934. Collectie: Swedish National Heritage Board – Riksantikvarieämbetet.

Wat kunnen we van de foto’s zeggen? Wallenberg doet veel kerken, monumenten en stadsgezichten in haar foto’s. Ze legt vast. Met haar ‘droge’, afstandelijke blik op de cultuurhistorie van stad of landschap verliest ze niet de blik op de mensen. Die mogen er zijn. Niet in detail, maar in totaalshot.

Mensen op deze foto’s zijn niet precies bijvangst, maar evenmin hoofdvangst. Het is terloops, in ’t voorbijgaan, inderhaast. Niet oppervlakkig, maar evenmin diepgaand.

Hoe dan ook lijken mensen in hun handelingen of beslommeringen gevat te worden. Die niet bijzonder zijn. Zo worden ze met terugwerkende kracht een staalkaart van de menselijke soort die in beeld geschoven komt. Dat is de verrassing van een onvoorzien voorval dat natuurlijk oogt tussen de vaststaande cultuurhistorie.

Gedachten bij ansichtkaart van een gotisch gemaskerd bal in Zutphen (1910-1919)

Johan Wilhelm Jr. Brincker, Three musicians, one in drag, in bizarre masks for an “Olympia” masked ball. Photographic postcard by Brincker, 191-. Collectie: James Gardiner Collection.

Bij de toelichting van deze ansichtkaart staat: ‘An unusual example of Gothic drag. The central character in drag holds a tambourine and looks deathly, like a zombie.The man on the left plays a violin, while the man on the right plays a barrel-organ and has a wooden leg. An extraordinarily gothic trio, photographed on a studio set in the Netherlands. The three characters, dressed for a masked ball , all wear sinister ‘Phantom of the opera’ style masks which cover portions of their faces. The masks are by J. Dirkmaat‘.

Het spook van de opera‘ (Frans: Le Fantôme de l’Opéra) is een Franse roman van Gaston Leroux. Het verscheen van 23 september 1909 tot 8 januari 1910 als feuilleton in de Parijse krant Le Gaulois, aldus Wikipedia. Het werd daarna in maart 1910 uitgegeven als boek en werd populair. Onderzoek heeft uitgewezen dat het een misverstand is dat de roman bij aanvang geen succes was. En dat pas werd na verfilming uit 1925 met Lon Chaney als Erik.

De rest is geschiedenis, met talloze bewerkingen en musicals van Le Fantôme de l’Opéra van Gaston Leroux. Het verhaal over het operaspook Erik, Christine en Raoul heeft in het populaire, lichte amusement veel succes gekregen.

Een en ander is van belang om de ansichtkaart te dateren en begrijpen. Want als het boek van Leroux geen succes zou zijn geweest, is het niet logisch om te veronderstellen dat het redelijk kort na verschijnen in Nederland als inspiratie voor een gemaskerd bal zou dienen. De datering van de James Garner Collection geeft 1910 tot 1919.

Of de in november 1918 beëindigde Eerste Wereldoorlog met zoveel verschrikkingen en verminkte militairen tevens een inspiratie vormde voor deze gotische vermomming weten we niet zeker. Het houten been van de orgelman en de zombie-achtige kijk van de middelste figuur die bijna een symbool van de dood zelf is wijzen in die richting. Dat zou dus kunnen wijzen op een datering aan het eind van de jaren 1910.

Het lijkt aannemelijk om te veronderstellen dat we van links naar rechts losse verbeeldingen zien van de hoofdpersonages uit Le Fantôme de l’Opéra, te weten met viool Erik, zangers Christine en de aristocratische Raoul.

Het gemaskerd bal was een initiatief van ‘Olympia’. Het verkocht de ansichtkaart waarschijnlijk aan de leden om uit de kosten te komen. Over de naam ‘Olympia’ worden geen verdere bijzonderheden gegeven. Dat maakt het lastig omdat het een veel voorkomende naam van verenigingen was.

De vermelding van fotograaf Brincker, leidt bijna zeker naar de Zutphense fotograaf Johan Wilhelm Jr. Brincker (1876-1950). Op de fotoPortret van Annie Koch (…)’ van Atelier Brincker uit 1908-1920 is met enige moeite dezelfde studioachtergrond te herkennen (met rechts een boom of struik en links een afscheiding met gordijn) als op de ansichtkaart van Olympia. De Zutphense gymnastiekvereniging Olympia die in 1875 werd opgericht is waarschijnlijk het Olympia dat op de ansichtkaart wordt genoemd en het bal masqué organiseerde.

Russische sporters en kunstenaars moeten zich publiekelijk tegen de Russisch- Oekraïense oorlog uitspreken

Er zijn verschillende meningen over het feit of Russische sporters en kunstenaars zich publiekelijk tegen de Russisch-Oekraïense oorlog moeten uitspreken. Ik ben van mening dat ze niet kunnen zwijgen. Mijn reactie bij deze video van Al Jazeera English over deze kwestie:

Of course Russian artists and athletes should speak out against the war.

In 2014, 500 athletes and artists spoke positively about the illegal occupation of Crimea by the Russian Federation. Then Russian athletes and artists took a political stand. They can now do that again.

It’s one of two. Or politics has nothing to do with sports and art. Then these athletes and artists should not have publicly supported the occupation of Crimea in 2014. Or politics has to do with sports and art. Then the athletes and artists can speak out against the war started by the Russian Federation against Ukraine.

Athletes and artists can also express themselves in a different, more humanistic way if they find it too burdensome to take a political stance against the war.

Namely by speaking out against the violation of human rights during the war, the proven use of cluster munitions and chemical white phosphorus, the destruction of civilian targets of no military significance such as residential flats and the destruction of churches and Ukrainian cultural heritage.

He who is silent agrees. In 2014, the Russian artists and athletes were not silent. Now most of them are silent. They should not be forced to speak out, but should do so from their own conscience, inner civilization and self-protection of their own country.

The credibility of their own country is at stake. By speaking out publicly against the war, they can increase the credibility of their country. That is not easy in an authoritarian country.

But there is no other choice, as Ukrainian sportsmen and artists also spring into action to save their country from the invader. Why do Russian athletes and artists think they can sit on their hands? That is a luxury that no longer exists.

PS: Deze pro-Russische publieke personen hebben zich in 2022 publiekelijk voor de oorlog met Oekraïne uitgesproken:
https://theylovewar.com/?fbclid=IwAR2r8dWRm4EZMt1SAG4YjvY9RW9OjPj8r692QNKEtJu1FwpXizesGn4zpJo

Zie hier het overzicht van de steun in 2014 van Russische kunstenaars en kunstprofessionals voor de invasie van de Krim: https://russianartists4war.com/letter/?fbclid=IwAR1mGq_UppV3xiuVmSM1LXjgEeS8fmLjPVIPCFEiQV2cInVCKJTqE58qa28

De christelijke misleiding van Robert van Mierlo: ‘zegen je vijanden met een heilige achtervolging van de liefde van God’

Eerder schreef ik in maart 2020 in een commentaar over de christelijke autodidact-prediker Robert van Mierlo het volgende: ‘Het is gewenst dat hij met zijn onzin van sociale media verbannen werd. Want zijn misleiding zet in de huidige noodsituatie de mensen die hij inspireert op het verkeerde been, stelt hen onterecht gerust en sust hen in slaap. Predikers als Van Mierlo beroepen zich op de vrijheid van godsdienst en hebben de wettelijke ruimte om hun wartaal te verkondigen‘.

Robert van Mierlo zwijgt echter niet omdat spreken zijn verdienmodel is. Zelfbenoemde amateur predikers als Van Mierlo zijn de grootste belagers van serieuze godsdiensten. Want ze stellen godsdienst in een kwaad daglicht met hun simplisme en complotdenken.

Critici van godsdiensten vinden in Van Mierlo hun medestander. Hij is zonder dat hij het beseft de provocateur die het omgekeerde bereikt van wat hij claimt te beogen. Namelijk het uitdragen van de christelijke leerstellingen en het vergroten van het bereik en begrip ervoor.

Wat Robert van Mierlo zegt lijkt op het eerste gezicht zinnig, maar is bij nader inzien onzin. Zijn betoog is niet gebouwd op het verbinden van argumenten die onherroepelijk tot een conclusie leiden, maar op het afschieten van losse flodders die alle kanten op vliegen. Hij weet zijn triviale uitspraken geen meerwaarde te geven. Ook niet in symbolische zin. Het is wartaal.

Neem de volgende beweringen uit het begin van bovenstaande video die als los zand aan elkaar hangen. Van Mierlo stapelt, blijft stapelen en lijkt niet te weten wat hij met die gestapelde beweringen wil zeggen:

Maar de afgelopen twee jaar heb ik eigenlijk heel veel zoveel onrecht gezien door alles wat zich openbaart in deze tijd wereldwijd, maar ook in ons eigen land. Ik denk aan wat wat ja wat zich openbaart in het kindermisbruik en hoe de regering daarmee omgaat. De corruptie die steeds meer geopenbaard wordt. De schandalen die steeds meer aan het licht komen, in ons land, maar ook wereldwijd. De corruptie, de censuur, er zijn zoveel dingen aan het licht aan het komen. En dat kan mij soms ontzettend boos maken en gefrustreerd en ja, een een gevoel van van soort van machteloosheid en … eehhh … ja dat is dus precies wat wat de duivel wil. Dat wij in die boosheid blijven hangen, dat we dat er dat we gaan haten dat we in die negatieve energie terechtkomen, maar dat we in angst gaan zitten dat we ons hopeloos gaan voelen, maar dat is niet wat Jezus ons leert‘.

Zo kabbelt Van Mierlo voort. Zoekend en manoeuvrerend door de Nederlandse grammatica. Volgens hem is het onrecht niet terug te brengen tot een mens, maar is ‘onze vijand is de geestelijke machten achter die mens. Want ook die mens, die op een verschrikkelijke manier misschien handelt, die wordt ook weer aangestuurd door hogere duisteren krachten‘.

De aap komt uit de mouw als Van Mierlo zegt dat God hem een gebed heeft gegeven. Hiermee hijst hij zichzelf op het schild van religieuze belangrijkheid. Ermee kun je volgens deze autodidact-prediker ‘je vijanden zegenen en op een heel krachtige manier dat en je eigenlijk in dat hele simpele gebed bidt voor hun ziel, dat ze tot behoud komen, maar tevens is dat gebed ook heel krachtig om het onrecht tegen te houden. Omdat het iets in werking zet in de geestelijke wereld waardoor een proces op gang komt dat het de duisternis niet zo maar door kan gaan‘.

Dat gebed dat volgens Van Mierlo hem door God is gegeven luidt als volgt: ‘Ik zegen deze persoon met een heilige achtervolging met de liefde en het licht van God in Jezus’ naam‘.

Volgens Van Mierlo kan de persoon die gezegend wordt ‘met een heilige achtervolging met de liefde en licht van God‘ na deze zegening ‘niet meer langer door kan gaan in zijn onrecht‘ omdat hij ‘zijn geweten gaat voelen‘.

Uiteraard mag Van Mierlo binnen het parallelle universum van het christendom zijn eigen parallelle universum construeren. Alleen, zijn antwoord om het onrecht te bestrijden heeft geen praktisch nut en trekt zijn volgers nog dieper in een schijnwereld die een oplossing om het onrecht te bestrijden niet dichterbij brengt, maar juist verder uit beeld laat verdwijnen.

Wellicht werkt de bestrijding à la Robert van Mierlo van het onrecht door het uitspreken van een Goddelijke zegen in beperkte mate in de christelijke eigen kring waar de Bijbelse taal begrepen en nageleefd wordt, maar hij pretendeert meer en zou er goed aan doen om de voorwaarden van de werking van zijn claims voortaan als disclaimer bij zijn video’s te zetten. Zijn claim van alomvattendheid maakt het er potsierlijk op omdat het aantoonbaar niet werkt.

Zoals altijd bij dit soort video’s van christelijke predikers die zich beroepen op de liefde van God vraagt Robert van Mierlo om geld om ‘Gods liefde uit te dragen‘. Onmiskenbaar over hem is dat christelijk dilettantisme een verdienmodel is. De nonsens waarmee hij het omkleedt kan op de koop toe worden genomen door de volgers die zich er aangetrokken toe voelen en ermee heilig achtervolgd wensen te worden.

Thelma Blumberg fotografeert het Gaslight District in St. Louis (1961)

Thelma Blumberg, ‘Spot In The Square Art Gallery, Sam Wayne Art Exhibit, Gaslight Square‘ (St. Louis, Missouri), 1961. Collectie: Thelma Blumberg Collection van The State Historical Society of Missouri.

Zomaar wat foto’s van Thelma Blumberg uit 1961. Dat was tijdens de hoogtijdagen van het Gaslight District in St. Louis die volgens Wikipedia tot eind jaren 1960 duurden. Bohemiens, hippies en ‘gegoede burgers’ lieten zich er zien. Totdat ook dat voorbijging. Wat eerst in de marge werd bevraagd, werd een marge die zelf bevraagd ging worden. De uitspatting in kunst, jazz, poëzie, amusement, restaurants en winkeltjes is vastgelegd in boeken, documentaires en foto’s. Als iets dat voorgoed voorbij is.

Thelma Blumberg, ‘Spot In The Square Art Gallery, Sam Wayne Art Exhibit, Gaslight Square‘ (St. Louis, Missouri), 1961. Collectie: Thelma Blumberg Collection van The State Historical Society of Missouri.

De foto’s van de opening van de tentoonstelling van Sam Wayne in een galerie aan Gaslight Square in 1961 lezen als een ‘wie is wie’ voor wie weet wie wie is. Maar dat weten we na 60 jaar niet meer. Het is druk. De kunstenaar is aanwezig om in gesprek te gaan met bezoekers.

Is het voorbeeld voor zijn werk met zwarte contouren van Modigliani-achtige mysterieuze vrouwen zijn muse waarmee hij in gesprek is op deze opening? Het zou kunnen. Maar misschien is de zwartharige vrouw in het lichtgekleurde mantelpakje een vriendin, collega-kunstenaar, een werkneemster van de galerie of een toevallige passant. Thelma Blumberg legde de sfeer van toen vast. Op het antwoord wat het precies is moeten buitenstaanders het antwoord schuldig blijven.

Thelma Blumberg, ‘Spot In The Square Art Gallery, Sam Wayne Art Exhibit, Gaslight Square (St. Louis, Missouri), 1961. Collectie: Thelma Blumberg Collection van The State Historical Society of Missouri.

Onderzoek ‘Buiten kerk en moskee’ van het SCP blijft worstelen met formuleringen om de ontwikkelingen onbevooroordeeld te beschrijven

Schermafbeeldingen uit onderzoekBuiten kerk en moskee‘ van het SCP, 23 maart 2022. Pagina’s 74 en 75.

Vandaag 24 maart 2022 verscheen het onderzoek Buiten moskee en kerk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Pikant is dat het ultrarechtse FvD-kamerlid Pepijn van Houwelingen als een van de drie auteurs wordt genoemd.

In de toelichting bij dit onderzoek zegt het SCP op de eigen website: ‘Nederland is geen gelovig land meer. Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland. Daarmee is voor de meeste mensen de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de verhoudingen tussen verschillende groepen, en onze samenleving als geheel. Dat blijkt uit het onderzoek Buiten kerk en moskee van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)‘.

In een reactie op een artikel van Hanco Jürgens dat in NRC in december 2021 werd geplaatst formuleerde ik kritiek die in mijn ogen ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP. Dat heeft te maken met verkeerde terminologie van de ontwikkelingen die het beschrijft. Mijn kritiek bestaat eruit dat ondanks het feit dat de meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet door godsdienst te laten inspireren het instrumentarium waarmee dat proces wordt beschreven in culturele zin niet loskomt van het geloof en door het totale proces van emancipatie en loskomen van religie in het frame van geloof te formuleren het godsdienst belangrijker maakt dan de demografische en sociologische ontwikkelingen rechtvaardigen. Ik herhaal een passage uit mijn kritiek op Jürgens. Niet op zijn opzet trouwens, maar op zijn uitwerking ervan:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

Het onderzoek formuleert in een voetnoot op p. 70 met verwijzing naar het langlopende onderzoek van de KRO naar God in Nederland ‘seculier’ als ‘diegenen die expliciet aangeven dat er ‘geen God of hogere macht’ bestaat (atheïsten) of die zeggen dit simpelweg niet te (kunnen) weten (agnosten).‘ Ook hier komt het tekort van de terminologie weer tot uiting.

Want waar laat dat iemand die zich als seculier of een aanhanger van het secularisme beschouwt, maar niet als atheïst of agnost? Het is onjuist om ‘seculier’ of een aanhanger van het ‘secularisme’ te omschrijven als ‘atheïst’ of ‘agnost’. Dat is opnieuw een ouderwetse benadering die ondanks een afwijzing ervan het secularisme direct koppelt aan godsdienst. Dat is ongewenst en wetenschappelijk onzorgvuldig. In mijn kritiek op Jürgens die ook van toepassing is op dit onderzoek van het SCP formuleerde ik dat als volgt:

Schermafbeelding van deel commentaarAntwoord op pleidooi van Hanco Jürgens: vervang humanisme door secularisme‘ van George Knight van 24 december 2021.

SCP trapt met open ogen in de valkuil. Het SCP blijft ermee in cirkels draaien door een niet passend instrumentarium te gebruiken dat ontleend is aan de godsdienst van weleer om de ontwikkelingen te beschrijven. Het beschrijft die groter wordend afstand tot religie adequaat, maar weet er geen juiste beschrijving voor te vinden.

Het SCP zorgt zo voor onnodige verwarring door het afgeven van gemengde signalen. Namelijk door in de beschrijving het maatschappelijk belang van afnemende godsdienst te beschrijven, maar daarvoor termen te gebruiken die aan die godsdienst zijn ontleend en de band ermee benadrukken.

De citaten uit het onderzoek over ‘cultuurchristenen’, het behoud van kerkgebouwen en de erkenning van de maatschappelijke waarde van geloof en kerk waarmee dit commentaar begint hebben dezelfde terminologische tekortkomingen als die over het secularisme.

Nogmaals. het secularisme is niet per definitie anti-godsdienst of pro-atheïsme. In een commentaar van februari 2022 pleitte ik voor subsidie van kerken door ze als culturele instelling te beschouwen. Door het omarmen van het secularisme kunnen religieuze instellingen als kerken een nieuwe culturele invulling vinden. Secularisten die dit steunen zouden geen cultuurchristenen genoemd moeten worden zoals het SCP doet, maar secularisten. Hiermee gebruikt het SCP opnieuw onnodig een term die nauw verbonden is aan godsdienst.

Het is voor de steun aan kerken niet de essentie of iemand de christelijke moraal of christelijke tradities erkent, zoals het SCP in haar uitleg beweert. Het gaat erom dat in een samenleving groeperingen elkaar niet uitsluiten en naast elkaar willen leven. Daarvoor is het niet nodig dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking de leerstellingen van christelijke kerken aanvaardt. Ook als men die verwerpelijk en verouderd vindt, zouden maatschappelijke of culturele instellingen als kerken recht op overheidssteun moeten hebben.

Schermafbeelding van deel commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ van George Knight, 2 februari 2022.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag van Brian Houston van Hillsong Church dat jarenlang werd getolereerd toont zwakheid van godsdienst

Het is altijd weer bevreemdend als kerkleiders het een zeggen en het ander doen. In deze houding benaderen ze politici. Het opmerkelijke van deze kerkleiders is dat ze worstelen met seks en relaties. Wat door de leerstellingen van hun kerk verboden is en wat ze notabene zelf prediken wordt er blijkbaar aantrekkelijk op om als een verboden vrucht te plukken. In het geheim uiteraard. De kloof tussen wat ze zijn en wat ze doen wordt zo levensgroot.

Vaak gaat het om mannen van middelbare leeftijd die zich seksueel niet weten in te houden en zichzelf, gezin en kerk beschamen. Of de religieuze omgeving waarin ze opereren onevenwichtige mannen aantrekt of dat ze binnen hun godsdienst onevenwichtig en stiekem gedrag ontwikkelen is de vraag. Het kan ook een combinatie zijn. Namelijk dat onevenwichtige, onvolwassen mannen een religieuze omgeving zoeken om hun gedrag te botvieren en makkelijk onschuldige slachtoffers te vinden. Zo kan het kindermisbruik door priesters binnen katholieke kerken verklaard worden.

Een spreuk die me in mijn jeugdjaren over christenen is bijgebracht luidt: ‘In de ene hand de bijbel en in de andere de drankfles‘. Hypocrisie dus. Niet dat anderen dat niet doorhebben. Want iedereen met een beetje mensenkennis en realiteitsbesef weet waar de grootste schijnheiligen te vinden zijn. Namelijk binnen in religieuze instellingen. De praktijk bestaat eruit door naar buiten toe anderen voorbeeldig gedrag op te leggen of geld uit de zak te kloppen, maar daar zelf in de praktijk niet naar te leven. Geactualiseerd zou de spreuk nu luiden: ‘In de ene hand de bijbel en in de andere vreemd vrouwenvlees‘.

In het Australisch Sydney is pastoor Brian Houston van Hillsong Church moeten terugtreden wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag. In de verklaring van het bestuur van 23 maart 2022 wordt de reden waarom Houston is teruggetreden niet genoemd. Wat resteert om zijn scheve schaats te verhullen zijn verwijzingen naar Jezus Christus en God. Dat zijn abstracte woorden die in hun eigen werkelijkheid bestaan en op een ander niveau spelen dan het platvloerse gedrag van Brian Houston. Hij heeft niet gehandeld volgens de christelijke leer die hij anderen probeerde op te leggen. Het bestuur overigens evenmin, want het heeft jarenlang Houstons laakbare gedrag waar het kennis van had toegedekt.

Hoe ethisch geloofwaardig zijn Brian Houston, bestuur en Hillsong Church nog? Want moraal is hun uniek verkooppunt waarmee ze concurrenten op de religiemarkt proberen af te troeven. Normbesef en vaststaande ideeën over goed en kwaad zijn de kern van hun christelijke leerstelling. Daar hebben ze zelf jarenlang tegen gezondigd.

Houston was toegewijd aan zijn eigen driften en emoties. Dat is geen schande en alleen maar menselijk, maar anderen richtlijnen voor gedrag opleggen die men zelf overtreedt leidt tot schijnheiligheid. Dat is de schande.

Vragen over het slechte optreden van de Russische krijgsmacht in Oekraïne

Het is een raadsel dat bij nader inzien geen raadsel is. De vraag die militaire deskundigen al weken bezighoudt is hoe het kan kan dat de krijgsmacht van de Russische Federatie die veel sterker is dan de Oekraïense krijgsmacht zo beneden verwachting opereert in Oekraïne. Heeft het te maken met de slechte voorbereiding, de slechte commandostructuur, het verbrokkelde optreden van de Russische legeronderdelen of de top-down tactiek op het slagveld die leidt tot verlamming?

Of heeft het te maken met een gebrek aan motivatie en weerzin van Russische militairen om aan deze invasie tegen een ‘broedervolk’ deel te nemen? Er zou zelfs sprake zijn van sabotage die een verre echo is uit de Eerste Wereldoorlog toen soldaten de loopgraven werden uitgejaagd en de opdracht van hun meerderen weigerden omdat het een zinloze actie was.

Nu hergroepeert het Russische leger. Ook omdat de bevoorrading hapert. Maar of een fout ingezette invasie waarin vol tactische fouten nog op de rails kan worden gezet is de vraag.

Frank Ledwige heeft een goed punt als hij zegt dat het Westen Oekraïne van de beste wapens moet blijven voorzien en daar publiekelijk geen uitspraken over moet doen. Escalatie ligt in het verschiet als het Kremlin kernwapens inzet. Als het dat doet dan weet het definitief dat het verloren heeft. De verschroeide aarde is dan ook in de Russische Federatie te zien.