George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘’t Groentje

Samenwerking tussen Armando en MOA beëindigd. Kan het museum zich diepgaand en geloofwaardig herpositioneren?

leave a comment »

Dit nieuwsbericht zegt dat het MOA verder gaat als ‘Huis van kunst in de natuur‘. Het is een uit nood geboren nieuw profiel. Armando trekt per 1 maart 2018 zijn collectie terug omdat hij volgens een woordvoerder van de Armando Stichting geen vertrouwen meer heeft in de financiële stabiliteit van het MOA. In het AD zegt Coen Bruning: ‘Voor een kunstenaar is het niet goed als zijn werk hangt in een museum met geldzorgen.’ Het MOA kent al sinds de oprichting in 2012 financiële problemen en heeft nog geen enkel jaar een positief saldo gehad. Laat staan dat het een reserve heeft opgebouwd voor moeilijke tijden. Dit ondanks een subsidie van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort die tot 2021 in 10 jaar wordt uitbetaald, de zogenaamde bruidsschat. Daarnaast moet het MOA in 2021 een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht aflossen.

Budgettair wordt 2021 het jaar van de waarheid voor het MOA. Tot die datum koopt het bestuur van de gemeente Utrecht tijd voor het eigen wanbeleid op dit dossier door het museum van een subsidie te voorzien die het volgens eigen besluiten niet eens mag geven. Raad noch college hebben een goed omlijnd idee wat ze met het landhuis aanmoeten. Het MOA is een hoofdpijndossier dat vastgelopen is in de modder. Een RSV-dossier in het klein waarin geld gepompt wordt en waarvan de uitkomst al jarenlang vaststaat: faillissement. Alleen wil geen enkele wethouder ervoor verantwoordelijk gesteld worden de stekker eruit getrokken te hebben. Daarom durft geen enkele bestuurder van de gemeente Utrecht de werkelijkheid onder ogen te zien.

De slechte financiële situatie van het MOA hoeft niet de enige reden te zijn dat Armando zijn privécollectie terugtrekt. Want de werken hebben een commerciële waarde en kunnen op de kunstmarkt verkocht worden. Een uitspraak in 2015 van het inmiddels afgetreden bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA maakt duidelijk dat er binnen het toenmalige bestuur gedachten waren om stukken van Armando te verkopen. Hij liet zich in een interview met een lokale Bunnikse krant ontvallen bij een dreigend faillissement van het museum ‘desnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat was vloeken in de kerk omdat de ethische code van Museumvereniging en ICOM het verbiedt om werken uit een museumcollectie te verkopen om gaten in de exploitatie te vullen. Voor Armando lag nog een ongewenst neveneffect op de loer. Extra aanbod van zijn oudere werk kan zijn positie op de kunstmarkt beschadigen omdat het de prijs onder druk zet. Wie regelmatig kunstbeurzen bezoekt weet dat Armando via enkele vaste galeries nog steeds nieuw gemaakt werk aanbiedt, waarvan critici overigens de kwaliteit betwisten.

Armando’s stap om afscheid te nemen van het MOA kwam niet onverwachts en hing al jaren in de lucht. De liefde was minder diep dan in de publiciteit van het MOA werd voorgesteld. In een commentaar schreef ik op 4 januari 2014 (Tony de Meijere is Armando’s ex): ‘Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.’

Nu gaat het MOA verder als ‘Huis van kunst in de natuur’. Op fundamenteel niveau klopt dat, want landhuis Oud Amelisweerd is een huis in het bos. Is de herprofilering van een museum dat de eigen geschiedenis en reden voor bestaan achter zich laat een stap naar een nieuwe toekomst? Maar het laat niet de oorspronkelijke doelstelling waarvoor het opgericht is achter zich. Is de herprofilering vooral op de geldschieters gericht en moet het de suggestie van beweging en daadkracht uitstralen? In Museum Insel Hombroich bij Düsseldorf plonzen kikkers in de vijvers en waaien in de herfst de bladeren de zalen in. Dat is een huis van kunst in de natuur dat met die reden is gebouwd. Wie probeert te achterhalen wat de bestaansreden van het MOA is komt telkens gelegenheidsargumenten tegen. Het MOA is een constructie waar doorheen schemert dat de oprichting ervan niet volgt uit een behoefte, maar uit redenen die samenhangen met politieke koehandel.

Het AD meldt dat de Armando Stichting in gesprek is met een aantal partijen over een nieuwe samenwerking. Dat kunnen bestaande musea of ‘vermogende particulieren die een museum willen stichten’ zijn. Zodat na Amersfoort (1998-2007) en Bunnik (2014-2018) Armando in 20 jaar mogelijk een derde bestemming vindt.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsbericht ‘ARMANDO’S VOGEL VERLAAT HET NEST’ van het MOA, 26 februari 2018.

Advertenties

Tekort Museum Oud Amelisweerd neemt toe. Het wordt door media en politiek te laag voorgesteld. Waarom?

with 2 comments

moa-1

Op 2 november werd eindelijk de Jaarrekening 2015 op de site van Museum Oud Amelisweerd gepubliceerd. De huidige exploitant van het landhuis Oud-Amelisweerd. Meer dan vier maanden te laat. Omdat de Stichting MOA ANBI-plichtig is had dat op 1 juli 2016 moeten gebeuren. Een deskundige zegt daarover: ‘Publiceren mag op de eigen website of op een gemeenschappelijke internetsite met andere goede doelen’.

Het aantal bezoekers was in 2015 22.000. Dat is op twee manieren een afname vergeleken met 2014 toen ruim 30.000 bezoekers werden geteld. 2015 Was het eerste volledige jaar van openstelling van het museum. Afname van het aantal bezoekers is zoals het verslag opmerkt niet ongewoon en kan toegeschreven worden aan het effect dat een nieuw geopend museum in het eerste jaar meer bezoekers trekt en daarna te kampen krijgt met teruggang. Voor de komende jaren is het daarom realistisch om uit te gaan van 22.000 bezoekers per jaar, en niet van 30.000. Mede omdat er door bezuinigingen bespaard dient te worden op loon- en projectkosten en activiteiten met betrekking tot publiciteit en marketing eerder af- dan toe zullen nemen.

Er klinken tegenstrijdige berichten op uit de jaarrekening. Het bestuur zegt in het bestuursverslag dat het ‘vooralsnog’ wel goed zit met de financiële continuïteit voor de korte als middellange termijn. Onder dat laatste wordt doorgaans een termijn van 3 tot 5 jaar verstaan, zodat de financiële continuïteit volgens het bestuur tot 2021 gewaarborgd is. Dat lijkt een cruciaal jaar te zijn. Huidige problemen worden doorgeschoven naar de toekomst. Zoals het bestuur verduidelijkt loopt dan de uitbetaling van de Amersfoortse bruidsschat af en moet een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht worden afgelost. Deze lening werkt trouwens twee kanten uit omdat de provincie Utrecht bij een faillissement van de Stichting MOA deze 160.000 euro kwijt is. En zich daarom tot belanghebbende bij het voortbestaan van de Stichting MOA heeft gemaakt.

Resumerend, in 2021 stoppen de inkomsten uit Amersfoort en moet de renteloze lening van de provincie Utrecht worden terugbetaald. Het bestuur legt stilzwijgend een bodem onder deze zorgen met een verwijzing naar de Armando Stichting dat schilderijen van Armando beheert. Met een marktwaarde van 22 miljoen euro. In november 2015 liet het inmiddels afgetreden bestuurslid van de Stichting MOA Geert Noortman zich ontvallen bij een dreigend faillissementdesnoods werken van Armando [te] verkopen, mocht hij daar toestemming voor geven’. Dat kan echter niet hardop worden gezegd omdat het verkopen van werken uit de collectie om gaten in de exploitatie te vullen voor een museum niet zomaar mogelijk is. Zelfs als in 2021 Stichting MOA door het overlijden van Armando eigenaar is geworden van deze werken, dan nog kan het volgens de ethische code van de museumvereniging geen werken uit de collectie afstoten om genoemde lening van de provincie Utrecht terug te betalen of de weggevallen Amersfoortse subsidie op te vangen.

In de publiciteit wordt door zowel lokale media als Utrechtse politici het beeld gevormd dat het tekort van de Stichting MOA over 2015 70.382 euro bedraagt. Dat past kosmetisch mooi bij een advies van een Utrechtse commissie Cultuur uit mei 2016 over een subsidie van 75.000 euro die door het college wegens afspraken echter niet kan worden opgevolgd. Maar wie de jaarrekening breder interpreteert ziet dat bij het tekort op de exploitatie de lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro opgeteld moet worden en het tekort daarom uitkomt op 230.382 euro. Omdat de jaarrekening 2014 een tekort van 136.020 vertoonde is het resultaat over 2015 met een tekort van 70.382 euro niet beter, maar slechter dan in 2014. Dat is de echte beeldvorming.

Het is zaak dat er ‘een structurele oplossing’ wordt gevonden voor exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Daarover bestaat bij Utrechtse raadsleden verwarring zoals bleek uit de vergadering van de Commissie Mens en Samenleving op 1 november 2016. Zie hier voor een beeldverslag. Tekenend voor het onbegrip is wat Jedija Inkelaar van de ChristenUnie zegt in een bericht van RTV Utrecht: ‘Omdat er niet zomaar een andere huurder is voor dit pand, is het belangrijk om met het museum te praten over mogelijkheden het open te houden’. Ze verwart oorzaak en gevolg. Ze geeft het initiatief van de raad uit handen om verder te kijken.

Het probleem dat nu optreedt met de exploitatie van het MOA en al in 2012 door museumexperts maar ook Utrechtse raadsleden voorspeld werd valt te herleiden tot drie oorzaken: 1) Zoals de Raad voor Cultuur in een advies uit 2016 zegt sluit het MOA onvoldoende aan bij de plek; 2) Het rijksmonument is ongeschikt en in de exploitatie ‘te duur’ voor een publieksmuseum dat streeft naar een bezoekersaantal van 30.000-40.000; 3) Er is in de jaren 2010-2011 door de toenmalige verantwoordelijke politici in Utrecht en Amersfoort nooit serieus gezocht naar de beste huurder. De politiek heeft Stichting MOA het landhuis Oud-Amelisweerd laten kapen.

Als Inkelaar en Utrechtse raadsleden streven naar ‘een structurele oplossing’ voor de bestemming van landhuis Oud-Amelisweerd, dan zouden ze liefst met een ruime blik naar deze kwestie kijken en zich niet laten dwingen in het frame dat hun door het MOA opgedrongen wordt. De gemeente Utrecht heeft meer dan 1,6 miljoen euro geïnvesteerd in landhuis Oud-Amelisweerd. Voorbeeldig. Samen met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de huidige exploitant, en met begeleiding van de toenmalige beheerder het Centraal Museum. Dat resulteerde in 2016 in het winnen van de Erfgoedprijs Europa Nostra. Utrechtse raadsleden moeten beseffen dat ze kunnen streven naar een optimale oplossing voor de exploitatie van landhuis Oud-Amelisweerd. Tussen haalbaarheid, ambitie en realiteitszin in. Doorschuiven van problemen naar de toekomst kan politiek gewenst zijn, als ze maar beseffen waar ze mee bezig zijn en blikvernauwing nieuwe problemen oproept.

Foto: Schermafbeelding van deel jaarrekening 2015 van de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Gepubliceerd op 2 november 2016.

PvdA Amersfoort stelt vragen over financiële problemen van Museum Oud Amelisweerd

with 4 comments

pvda1

pvda2

In juni 2012 besloot het College van Amersfoort om ‘het vertrekkende Armando Museum’ een bruidsschat van 1 miljoen euro mee te geven. Vele partijen onder wie de PvdA maakten bezwaar, zoals dit nieuwsbericht aantoont. De kritiek ging er niet alleen over dat de wethouder van cultuur Mirjam Barendregt de raad niet tijdig en volledig geïnformeerd zou hebben, maar ook dat een bruidsschat voor een museum dat het College uit Amersfoort liet vertrekken onlogisch en buiten proportie zou zijn. Het was een afkoopsom voor onbehoorlijk bestuur die alle betrokkenen tevreden moest stellen. Voor 1 miljoen euro kocht Amersfoort dit dossier af en schoof het door naar de gemeente Utrecht. Het wordt in 10 jaarlijkse termijnen uitbetaald. Wethouder Barendregt trad overigens af in september 2011 wegens kostenoverschrijdingen van het Eemhuis.

Nu stelt PvdA’er Louis de la Combé bovenstaande raadsvragen aan het College van Amersfoort. Hij creëert trouwens op twee aspecten onduidelijkheid. De bruidsschat van Amersfoort aan Museum Oud Amelisweerd (MOA) wordt niet uitbetaald in 10 gelijke delen, zoals het betalingsschema verduidelijkt. In het begin is er naar verhouding meer uitbetaald. Verder is de gemeente Utrecht niet voornemens om ‘een subsidie van 4×75.000 te schrappen’, maar neemt het College van Utrecht een advies van een Advies Commissie Cultuur uit mei 2016 niet over. Reden dat het College dit advies niet overneemt is een motie die het College bindt om zeker tot 2022 (de looptijd van de bruidsschat) geen cent bij te dragen aan de exploitatie van het MOA.

De raadsvragen van De la Combé zijn interessant omdat ze de belangrijkste aspecten op een rijtje zetten. De PvdA wil weten of de Amersfoortse bruidsschat eraan meehelpt om het MOA een gezonde financiële basis te geven. Het vermoeden dat het geld in een bodemloze put verdwijnt wordt vertaald in vragen naar de bijzonderheden. De PvdA vraagt naar de exacte verwoordingen van het contract tussen Amersfoort en Stichting MOA als huidige exploitant van het MOA. De PvdA wil de garantie dat bij een faillissement van de Stichting MOA in bijvoorbeeld 2016 de bruidsschat over 2017-2021 niet wordt uitgekeerd. En wil weten wat de afspraken van de afwikkeling zijn. Te denken valt aan de vraag aan wie rente over de hoofdsom toevalt.

Vraag 4 over de privécollectie van Armando is er na de opmerking  van bestuurslid Geert Noorman van de Stichting MOA in een artikel in ’t Groentje (Bunnik) alleen nog maar relevanter op geworden. Hij zei in november 2015 na het verschijnen van het jaarverslag 2014 dat afsloot met een tekort van 136.000 euro: ‘En we kunnen altijd nog in kosten snoeien. Of desnoods werken van Armando verkopen, mocht hij daar toestemming voor verlenen.’ Het is van groot belang dat er geen vermenging optreedt tussen kunsthandel en overheidssubsidie. Musea worden daar door hun ethische code ook aan gehouden. De constructie met de bruiklenen van Armando via de Armando Stichting aan de Stichting MOA is verwarrend en vraagt om zorgvuldig toezicht. Inclusief op de jaarlijkse depotkosten van omstreeks 30.000 euro.

Zie hier en hier voor de meest recente stukken -met relevante verwijzingen- over Museum Oud Amelisweerd.

Foto: Schermafbeelding van schriftelijke vragenFinanciële problemen Museum Oud Amelisweerd’ van de PvdA aan het College van Amersfoort, 22 september 2016.

Bestuurslid Museum Oud Amelisweerd: desnoods verkopen we werken van Armando om gaten in de exploitatie te vullen. Mag dat?

with 6 comments

gn

Update 25 februari 2019: De opmerkelijke kop ‘Amersfoort wilde geen Armando Museum meer en liep zo miljoenen mis’ bij een bericht van NOS.nl als aankondiging voor een item van Nieuwsuur over Armando en Museum Oud-Amelisweerd behoeft enige aanvulling. Want dat suggereert dat de collectie van Armando zonder beperkingen op de open markt verhandeld kan worden. En dan naar schatting 20-25 miljoen euro oplevert. Maar het ontzamelbeleid van de Museumvereniging dat gebaseerd is op de LAMO-richtlijn van de ICOM verbindt verkoop/ontzamelen van museale collecties aan strikte voorwaarden. Anders gezegd, de gemeente Amersfoort liep miljoenen euro mis omdat als het de collectie in bezit had gekregen die waarde administratief had kunnen bijschrijven, zonder dat dit concreet geld ‘in the pocket’ opleverde.

Aldus uitgever en bestuurssecretaris Geert Noorman van de Stichting Museum Oud Amelisweerd in een artikel in ’t Groentje (Bunniks Nieuws). Gevraagd naar de financiële situatie van Museum Oud Amelisweerd dat afgelopen week in de Jaarrekening 2014 een tekort van 136.000 euro rapporteerde meent Noorman dat een dreigend faillissement ‘op zich’ voor alle musea geldt. Want ‘Je hebt nu eenmaal bezoekers en sponsoren nodig’. En kan daaraan toegevoegd worden: subsidiegevers zoals de gemeente Amersfoort (2016: 100.000 euro) en een renteloze lening van 160.000 euro van de Provincie Utrecht met een looptijd van zes jaar.

Noorman oppert het idee dat als het museum het ondanks de Amersfoortse bruidsschat, de lening van de provincie, inkomsten uit bezoekers en snijden in kosten het financieel toch niet redt -wat goed denkbaar is- ‘desnoods werken van Armando verkocht worden’. Een opmerkelijke uitspraak. Het is vloeken in de kerk van museumland. Vraag is welke werken van Armando Noorman precies bedoelt. Doelt hij op de zeven werken in bezit van de Armando Stichting, langdurige bruiklenen aan het museum of werken in bezit van Armando?

Het jaarverslag 2014 nam al een voorschot op een constructie waarbij door verkoop van werken van Armando gaten in de exploitatie gedicht worden. Er wordt geschermd met een galeriewaarde van werken van Armando van 20 miljoen euro. Zie hier. Maar dat zou werken van Armando betreffen die hij na zou laten aan de Armando Stichting die er erfgenaam en toekomstige eigenaar van zou worden. Voor ’t Groentje spreekt Noorman over verkoop van werken met toestemming van Armando. Hij doelt dus op een andere categorie.

0de9e72fca

Noormans uitspraak dat indien nodig werken van Armando worden verkocht om gaten in de exploitatie te dekken is geen verspreking, maar past in de strategie van het bestuur. Het is van tweeën één. Of het betreft werken die behoren tot de museumcollectie. Dan geldt de ethische code van de museumvereniging die in 2.16 zegt dat de opbrengst van afgestoten werken alleen kunnen worden gebruikt ‘ten gunste van die collectie, in beginsel voor het verwerven van nieuwe objecten.’ In 2011 zorgde het handelen van de directeur van Museum Gouda voor ophef toen hij deze code overtrad bij de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas en schorsing uit het museumregister enkele maanden later alleen kon voorkomen door beterschap te beloven.

Of het zijn werken van Armando die niet behoren tot de collectie van het museum. Dan is er sprake van een wisselwerking tussen het Museum Oud Amelisweerd, een collectie, werken van Armando en de kunsthandel en ligt een belangenconflict op de loer. In een toevoeging op 8.18 zegt de ethische code: ‘Ieder belangenconflict dient vermeden te worden. Speciale voorzorg is vereist indien de bruikleengever van een voorwerp of collectie tevens sponsor is van de tentoonstelling of deel uitmaakt van het bestuur, de raad van toezicht of het museale beroepsveld van dat museum. Er dient voor gewaakt te worden dat naar buiten toe zelfs niet de schijn ontstaat van een onbetamelijke belangenverstrengeling.’ Met zijn uitspraak heeft Noorman de schijn gewekt.

Foto 1: Schermafbeelding van slot artikelBijna ton schuld bij gemeente Utrecht’ in ‘t Groentje (Bunniks Nieuws), 18 november 2015. 

Foto 2: ‘Pot Opslag Amersfoort huisvest twee bijzondere verzamelingen: de depots van Armando en het Mondriaanhuis. Op de bovenste verdieping is een depot ingericht voor de werken van Armando. Het vloeroppervlak doet recht aan zowel het aantal als de omvang van Armando’s werken: in verschillende vakken staan honderden schilderijen, waarbij doeken van 2 bij 4 meter eerder regel dan uitzondering zijn.