Het Verdrag van Versailles, de Duitse herstelbetalingen en de les voor de Russische Federatie (1919)

Agence de presse Meurisse, ‘A Versailles, les malles des allemands‘ [In Versailles, de koffers van de Duitsers], 1919. Collectie: Gallica, de digitale bibliotheek van de Bibliothèque nationale de France en zijn partners.

Er wordt de laatste tijd in allerlei publicaties op een losse en onterechte manier verwezen naar de herstelbetalingen die Duitsland in het Verdrag van Versailles (1919) zouden zijn opgelegd en die averechts zouden hebben gewerkt. Dat opleggen van herstelbetalingen gebeurde onder Franse druk. Een groot deel van Frankrijk was immers vernietigd door de Duitse inval en de oorlog van vier jaar.

Historici als Patrick Dassen hebben aangetoond dat de hoogte van de herstelbetalingen die Duitsland zouden zijn opgelegd aanzienlijk lager was dan zoals het in de toenmalige publieke opinie werd voorgesteld. Dat was geen 132, maar 25 miljard goudmark (zie na 31’). Het had een publicitair belang om het beeld te vormen dat Duitsland moest boeten voor de Eerste Wereldoorlog, maar al vanaf 1919 was duidelijk dat het dat totale bedrag nooit zou hoeven te betalen. Ook niet kon betalen. Het was louter een theoretisch bedrag voor de bühne. De praktijk was anders.

Het merkwaardige is dat het misverstand van de te hoge herstelbetalingen die Duitsland zouden zijn opgelegd en die de weg plaveiden voor Hitler bijna een eeuw later in de publieke opinie nog bestaat. Het was trouwens niet de hoogte van de herstelbetalingen, maar het feit dat Duitsland in het Verdrag van Versailles als enige schuldige werd aangeduid voor het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog dat het meeste kwade bloed zette in het Duitsland van 1919.

Dat aspect van herstelbetalingen is weer actueel door de Russisch-Oekraïense oorlog. De krijgsmacht van de Russische Federatie heeft tot nu toe honderden miljarden euro’s schade aangericht in Oekraïne. Dat is grotendeels geen bijkomende schade van de oorlogshandelingen, maar bewuste vernietiging van de economische infrastructuur. Zoals fabrieken, opslagplaatsen, havens, wegen, bruggen en spoorwegen, maar ook woonhuizen, culturele gebouwen en regeringsgebouwen. De huidige schattingen duiden erop dat de totale schade kan oplopen tot 1000 miljard euro.

Het idee in westerse hoofdsteden is dat de Russische Federatie in hoge mate moet bijdragen aan de financiering van de heropbouw van Oekraïne. Want het is als enige schuldig aan de oorlog en de schade aan de Oekraïense infrastructuur.

Hoe dat wordt betaald is nog onduidelijk. Dat kan door confiscatie van tegoeden van de Russische staat en Russische oligarchen in het Westen. Dat kan door extra belasting op Russische energie. Dat kan door herstelbetalingen. Of een combinatie van een en ander.

Het is onterecht om uit de ontwikkeling van de Weimarrepubliek en het Derde Rijk te concluderen dat de herstelbetalingen die de Russische Federatie opgelegd kunnen worden na beëindiging van de huidige Russisch-Oekraïense oorlog niet te hoog mogen zijn. Dat is het misverstand dat tegenwoordig in interviews en analyses herhaald wordt door opinieleiders die een misverstand napraten.

Het is trouwens zo dat de Russisch-Oekraïense oorlog niet alleen Oekraïne vernietigt, maar ook de Russische Federatie. De eerste door bewuste vernietiging van de infrastructuur door de Russische Federatie, de laatste door stagnatie, mentale stilstand en isolatie van de wereldgemeenschap. Vooral Oekraïne moet opgebouwd worden, maar de Russische Federatie op termijn ook als president Poetin zijn functie heeft neergelegd. Het wordt een hele puzzel om straks die stukjes goed te leggen.


Gedachten bij drie foto’s van een carrousel in Parijs (1957-1959)

Walter Silver, Amusement Park (1957-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5216886).

Op een foto van een carrousel in Parijs loopt een man met hoed met een aktetas in zijn linkerhand. Fotograaf Walter Silver neemt hem op de bovenste foto op de korrel. De man is zichtbaar in het midden van het vlak achter de draaimolen.

De attractie wordt opgebouwd of afgebroken. Waarschijnlijk het eerste. Een ladder staat tegen het kraam. In de rechterhoek is de nummerplaat van een vrachtauto met open laaddeur te zien. Met het departementsnummer ’82’ van Tarn-et-Garonne, in Zuidwest-Frankrijk.

Op de tweede foto is de man verder gelopen en komt hij links in beeld. Precies tussen de eend en het hoofd van een paardje. Silver heeft zijn camera naar links gedraaid. Hij heeft even moeten wachten om af te drukken toen de man vanachter het kraam weer tevoorschijn kwam. De man kijkt in de richting van de fotograaf. Is het een geruisloze aanzegging?

Walter Silver, Merry go round (1950-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5183953).

Op de derde foto is de man met hoed en aktetas blijkbaar verder gelopen en uit beeld verdwenen. Op de achtergrond is duidelijk een kerk met trappen te zien. Er staat links bouwmateriaal tegen een pilaar, zodat men mag aannemen dat er aan de kerk verbouwd wordt. Een jongen met Franse baret op een fiets kijkt in de richting van de fotograaf. Deze staat nu iets hoger en heeft zijn camera verder naar links gedraaid.

Het zou te ver gaan om te zeggen dat we nu leegte voelen. Maar de man met hoed en aktetas is weg. Voorgoed. Hij komt niet meer terug. Voor altijd verdwenen.

Walter Silver, Merry go round, Paris (1957-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5147415).

De symboliek van een carrousel is voor elk wat wils. Er worden betekenissen aan verbonden, zoals jeugd, onschuld, terugkerend verloop of iets dat regelmatig terugkeert. Het heeft geen begin en geen eind. Het is een vorm van illusie. Echt? De carrousel zou geen ontwikkeling in de tijd kennen omdat het uitsluitend in zichzelf ronddraait.

Dat is onzin die dient om ons houvast te verschaffen in het leven dat eindig in de tijd is. Daarom zijn deze foto’s zo aardig omdat ze daar een voetnoot bij plaatsen. Echter alleen in een reeks, want apart doen ze dat niet. Ze hebben elkaar nodig.

De opeenvolging van drie foto’s onthult een toneelstukje. Van een langslopende man in Parijs aan het eind van de jaren 1950 op wie we van alles kunnen projecteren. Over jeugd, tijd, vergankelijkheid, eeuwigheid en dood. Of over de jacht op een goed beeld van een fotograaf. Of over de alledaagse opbouw van een kermisattractie door kermisklanten in het voor hen verre Parijs. Of wat dan ook waar we op ons moment van kijken mee bezig zijn.

Oorlogsmonument

Het mooiste van oorlog is de overwinning. Het verpletteren van de vijand met een beslissende klap. Alsof men een vlieg uit de lucht mept. Terloops en doodgemakkelijk. Achteraf kan daar goede sier mee gemaakt worden. In triomfbogen, optochten in de hoofdstad en herinneringen.

Het op een na mooiste van oorlog is het oorlogsmonument. Het is de plek om de overwinning te vieren én de doden te herdenken. Die laatsten worden verzachtend ook wel de gevallenen genoemd. Alsof ze per ongeluk zijn gestruikeld, weer zijn opgekrabbeld en nog gewoon voortleven.

Maar dat is een misverstand. Ze hebben wel degelijk het loodje gelegd voor GodVolk en Vaderland. Of hoe de nationalistische orde op zeker moment in een bepaald land wordt vormgegeven.

Het Duitse woord voor monument is ‘Denkmal‘. Duitsland waar net als in Frankrijk en België op elk dorpsplein wel een monument voor de gevallenen is opgericht. Een te letterlijke vertaling van dat Duitse woord roept het uit: ‘Denk nou eerst een keer na!’

Er bestaat een florerende industrie met creatieve ondernemers die het na elke oorlog voor de wind gaat. Want als elk dorp een monument, sculptuur of gedenkplaat wil, dan moet dat geproduceerd worden. De Franse filmAu Revoir Là-Haut‘ (2017) is daar een parodie op. De verhaallijn zegt: ‘Albert en Édouard plegen een monumentale zwendel met de herdenking van de nabestaanden en de heldenverering van een land.’

Het is de vraag of wat Albert en Édouard doen de diepste vorm van zwendel is of een afgeleide daarvan. Is de schijnheiligheid van een strijdende partij om militairen naar het front te sturen en ze daarna als helden te vereren niet erger dan een creatieve ondernemer die achteraf een graantje meepikt?

Oorlog is niet altijd vermijdbaar. Zeker in het geval dat een land het grondgebied wil verdedigen tegen een aanvaller. Denk aan Oekraïne dat door de Russische Federatie op de huid wordt gezeten. De oorlogsmonumenten van die oorlog kondigen zich aan. Het basisontwerp ervoor in beide landen kan nu al getekend worden.

Men zou hopen dat de loop der dingen kon worden omgedraaid. Zodat het oorlogsverhaal begint met het realiseren van een oorlogsmonument om de doden te herdenken en eindigt met de verwachting voor de toekomst met oorlogsmachines, voortschrijdende technologie, kracht, beweging en de zelfoverschatting van een makkelijke, pijnloze overwinning.

Zo gaat het er in de echte wereld niet aan toe. Verdriet over overmoedigheid die uitdraait in verlies komt achteraf. Inzicht leeft slechts in het oprichten van oorlogsmonumenten voor de doden.

Door te willen koloniseren en niet dekoloniseren gaat de Russische Federatie tegen de logica van de geschiedenis in

Russische troepen tijdens de Russisch-Turkse oorlog, 1878.

De Sovjet-retoriek heeft het beeld proberen te vestigen dat het ontstaan van het Keizerrijk Rusland organisch is verlopen en de centrale macht in Petersburg en Moskou geen kolonisator was zoals landen als Engeland, Frankrijk, Spanje, de VS en Duitsland die in de 18e en 19e eeuw landen koloniseerden. Dat is onjuiste beeldvorming.

Verschil is uitsluitend dat laatstgenoemde landen hun kolonisatie redelijk ver van huis op andere continenten realiseerden en het Keizerrijk Rusland dat deed op het eigen continent door het continue zuidwaarts en oostwaarts opschuiven van eigen grenzen en onderwerping van buurstaten. Daarmee is het enigszins vergelijkbaar met de VS waar de frontier naar het westen werd opgeschoven.

Het opvallende is dat de dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog niet aan landen als Engeland, Frankrijk en Spanje is voorbijgegaan, maar aan de toenmalige Sovjet-Unie en de huidige Russische Federatie tot nu toe wel.

Daar wacht dus achterstallig onderhoud wat genoemde Europese machten, of voormalige machten, al grotendeels verwerkt hebben, maar de Russische Federatie nog niet. Het probeert met propaganda, onderdrukking en Russificering het onafhankelijkheidsstreven dat met het proces van dekolonisatie een organisch vervolg kent te neutraliseren.

Uiteraard zijn daar grenzen aan. Denk aan regio’s als Schotland, Catalonië, Koerdistan, Azawad, Lombardije of Bretagne waar een streven naar onafhankelijkheid bestaat, maar dat proces om uiteenlopende redenen toch niet doorzet. Het heeft er ook mee te maken hoe autonoom genoemde regio’s binnen een staat mogen zijn en hoeveel autonomie over bijvoorbeeld cultuur, onderwijs, zorg en bestuur ze hebben. Dat heeft te maken met hoeveel autonomie de centrale macht aan de regio’s gunt. Hoe meer autonomie, hoe meer de roep om onafhankelijkheid afneemt.

De huidige macht in het Kremlin streeft ernaar om staten als Oekraïne, Wit-Rusland en Centraal-Aziatische landen die onderdeel van de Sovjet-Unie uitmaakten opnieuw te koloniseren. Dat is een opmerkelijk teken van neo-kolonisatie dat niet past in de ontwikkeling van dekolonisatie. Het gaat historisch tegen de tendens in. Als vanouds ontkent het leiderschap van de Russische Federatie dat de centrale macht in Europees Rusland een kolonisator is.

De Russische Federatie wordt niet voor niks een federatie genoemd. Het is een bond of bondgenootschap van afzonderlijke staten in een groter geheel. De Russische Federatie is een veelvolkerenstaat met vele naties waarin vele talen worden gesproken en verschillende religies worden aanbeden. Het is etnisch, geografisch en demografisch zo divers dat men zich kan afvragen of het een eenheid kan vormen.

Zo is de deelrepubliek Kalmukkië officieel een boeddhistische staat. In de Zuid-Kaukasus is de islam leidend. In republieken als Tatarstan, Karelië (voorheen Fins) en het Verre Oosten bestaat een streven naar autonomie dat bij de bevolking niet anders is dan zoals het bestond tijdens de tweede dekolonisatiegolf in Afrika en Azië van 1945 tot 1975.

Het misverstand bestaat dat de 20ste eeuwse grootmachten de VS en de Sovjet-Unie tegen kolonisatie waren. Dat waren ze in retoriek terwijl ze hun eigen invloedssfeer uitbreidden. Dat was zo om de invloed van landen als Engeland en Frankrijk terug te dringen. Zo moeten ook de half gelukte pogingen van president Wilson tijdens de onderhandelingen over de vredesverdragen na de Eerste Wereldoorlog opgevat worden om landen die dat zelf wensten autonomie te geven.

Waar de VS na de Tweede Wereldoorlog nieuwe vormen van kolonisering vond in culturele en economische vormen die praktisch leidden tot neokolonisatie op afstand bleef de toenmalige Sovjet-Unie steevast ontkennen dat het andere landen had gekoloniseerd. Dat gaat niet over landen die na de Conferentie van Jalta in haar invloedssfeer kwamen, maar om landen die in de 18de en 19de eeuw werden veroverd in oorlogen.

De Russische Federatie is veruit de grootste staat ter wereld. Vraag is of het niet te groot is om te besturen, evenwichtig te ontwikkelen en toch de eigen veiligheid te garanderen. De kritiek is dat behalve de steden in Europees Rusland de rest van het land het niveau van een ontwikkelingsland heeft en daar nauwelijks vooruitgang valt te bespeuren.

Het aspect van kolonisatie door het Keizerrijk Rusland, de Sovjet-Unie en de Russische Federatie staat in het debat over de ontwikkeling van de Russische Federatie te weinig centraal, zodat een belangrijk aspect ontbreekt. Mede om huidige pogingen van neokolonialisme door de centrale macht in het Kremlin historisch in de juiste context te plaatsen.

Franse regering opent aanval op woke-isme. Pleidooi voor het centrum. Tijd voor een Bataafs laboratorium?

Schermafbeelding van deel artikelFrench education minister’s anti-woke mission‘ op Politico, 19 oktober 2021.

Actie roept reactie op. In de politiek bestaat het besef bij middenpartijen dat het woke-gedachtengoed uit de VS radicaal-rechts in de kaart speelt. Woke is begonnen als een billijk pleidooi voor meer bewustzijn en minder onrecht, maar is gekaapt door een radicale minderheid en veranderd in een afrekencultuur die leidt tot apartheid en fragmentatie. De beperkte opvatting van het begrip diversiteit wordt als breekijzer gebruikt voor selectieve identiteitspolitiek.

Een deel van de zwijgende meerderheid wordt door de actie van radicaal-links naar radicaal-rechts gejaagd dat zich er publiekelijk het duidelijkst tegen uitspreekt. Daarom is het in het belang van Europese middenpartijen om het woke-gedachtengoed de pas af te snijden om radicaal-rechts niet in de kaart te spelen en zichzelf electoraal te redden. Het gevolg is dat er een dunne lijn ontstaat tussen centrum-rechts en radicaal-rechts waar radicaal-links vervolgens weer tegen ageert zonder te beseffen of toe te willen geven dat het zelf dat proces in gang heeft gezet.

In de VS heeft de Democratische partij zich grotendeels vervreemd van de gewone kiezer. Dat Joe Biden in 2020 president werd had hij te danken aan twee aspecten: zijn gematigde opstelling en de afkeer bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken van Trump. Ze bleven thuis zodat Biden met klein verschil enkele beslissende swingstates kon winnen omdat de Republikeinen Trump afwezen of op Biden stemden. Buiten een progressieve kern ontbreekt de liefde voor de Democratische partij die radicaler is dan Biden en zich onverdraagzaam en uit de hoogte gedraagt tegenover de kiezer.

Overigens is in 2024 de beste hoop voor Biden een herhaling van 2020: de strijd tegen Trump. Wie er dan wint hangt af van het antwoord op de vraag welke partij het meest gehavend uit die strijd komt. Want dat beide grote partijen aan geloofwaardigheid en samenhang inleveren is ontegenzeggelijk.

In Frankrijks is Jean-Michel Blanquer de minister van Nationaal Onderwijs en Jeugd. Hij is lid van president Emmanuel Macrons middenpartij LREM. Hij heeft er sinds kort een taak bij als coördinator van Le Laboratoire de la République dat zichzelf presenteert als ‘Club (of plek) van reflectie en actie ten gunste van de Republiek’. Tweets verschijnen sinds 13 oktober 2021 en zien er zo uit:

Tweet van Le Laboratoire de la République, 13 oktober 2021.

Er staat: ‘Deze woke/ anti-woke-kloof mag niet generationeel worden. @NatachaQS en @Valent1Pierre zullen de Jeugdcommissie van dit Laboratorium van de Republiek coördineren’.

Het ‘Labo’ is tegelijk publiciteitsmachine, denktank en campagnemiddel dat is bedoeld om het initiatief terug naar Macrons partij te brengen en niet gesandwicht te worden tussen de partijpolitieke waarheden over migratie, COVID-19, rechtsstaat en EU van radicaal- en nationalistisch-rechts en de culturele, metapolitieke waarheden van radicaal-links dat zoveel invloed heeft op universiteiten, media en in de intellectuele wereld. Blanquers beseft dat dit mede speelt op het niveau van ideeën als hij zegt dat het Republikeins laboratorium ‘verder gaat dan partijpolitiek’.

Een artikel van 19 oktober 2021 in Politico schetst dit Republikeinse laboratorium en verbindt het met de Franse versie van het secularisme. Aanleiding zijn uitingen van Blanquer zoals: ‘De Republiek is volledig in strijd met het woke-isme’. Die verwijzing lijkt vergezocht, maar wordt door Politico verklaard: ‘Voor een groot deel van het politieke establishment overstijgt het Franse secularisme – laïcité – ras, geslacht en religie en is het echt egalitair. Voor zijn critici bevordert datzelfde secularisme een wit en christelijk ideaal dat discriminatie van minderheden in stand houdt’.

Er lijkt een gat te zitten tussen het woke-isme dat vooral aan Amerikaanse. maar ook West-Europese universiteiten leidt tot (zelf)censuur en een reductie van onderzoek en waarheidsvinding die haaks staat op een open academische geesteshouding en de Frans-Republikeinse versie van het secularisme dat niet zo neutraal en kleurenblind is als het zelf suggereert. Ofschoon president Macron Frankrijk probeert te moderniseren, maar het land dat in de kern behoudend is tot nu toe slecht meekrijgt.

Mogelijk is het streven van het Republikeins laboratorium niet puur oprecht en vooral een stunt om het kiezersvolk bij de les te houden. Toch getuigt het van lef om het woke-isme waar radicaal-links en radicaal-rechts zo van profiteren frontaal aan te vallen. Het tekent de noodzaak voor middenpartijen om in actie te komen. Ze moeten veranderen om hetzelfde te blijven.

In Nederland zou een taak weggelegd zijn voor met name D66 en VVD om de tolerantie weer centraal te zetten in het publieke debat over diversiteit, academische vrijheid, complotdenken en culturele waarden. Het is de strijd om de geest. Het verhaal over identiteit legt een culturele basis onder de samenleving en kan door de politiek niet genegeerd worden. Een niet-partijpolitieke projectminister zou in het komende kabinet op het snijvlak van onderwijs, jeugd, emancipatie en media daarmee belast kunnen worden. In een Bataafs laboratorium.

Delen van Nederlandse katholieke kerk kunnen aangemerkt worden als criminele organisatie wegens samenzwering over kindermisbruik en faciliteren pedofilie

Schermafbeelding van deel artikelRICO Lawsuit Filed Against the Archdiocese of Los Angeles and the Diocese of Tucson‘ in Los Angeles Injury Law News, 28 januari 2021.

Op 3 oktober 2021 schreef ik een kort commentaar op FB toen op Politico het eerste bericht verscheen over het misbruik van kinderen in de Franse katholieke kerk: ‘

In Nederland probeert de Deventer Theo Bruyns die als 13-jarige werd misbruikt in het seminarie in Helmond de katholieke kerk te laten verbieden als criminele organisatie. Tegen RTL Nieuws zei hij in 2019: ‘Als je iets tegen deze kerk wilt beginnen, moet je het voor elkaar krijgen dat die wordt bestempeld als een criminele organisatie‘.

Uit een bericht van september 2020 in de Stentor blijkt dat Bruyns’ procedure niets heeft opgeleverd omdat Jusititie weigert om de katholieke kerk als criminele organisatie te vervolgen. Volgens Bruyns ‘legitimeert justitie met deze stap de misstanden in de kerk’. Advocaat Jan Boone hielp Bruyns en spande belangeloos een artikel 12-procedure bij het Gerechtshof Arnhem/ Leeuwarden aan. De Stentor citeert de motivatie van het Gerechtshof: ‘Gebrek aan bewijs, onhaalbaarheid van strafvervolging en niet in het algemeen belang‘.

Interessant in dit verband is de Belgische rechtszaak tegen de Scientology Kerk. Dat leidde tot een langdurig juridisch gevecht waarbij de Kerk uiteindelijk door de correctionele rechtbank geen criminele organisatie werd genoemd. Dat gebeurde echter niet om principiële redenen, maar volgens een bericht van VRT Nieuws omdat ‘het dossier te onduidelijk en te onvolledig‘ was. Ofwel, het is in België in principe mogelijk om te bewijzen dat een religieuze organisatie een criminele organisatie is met als uiterste sanctie het verbod ervan.

De zaak van Theo Bruyns vs. de katholieke kerk lijkt ook te lijden hebben gehad aan een gebrekkige bewijsvoering. De motivatie bij het vonnis van het Gerechtshof ziet eruit als een mandje met ongelijksoortige beweringen. Het valt goed in te zien dat de bewijsvoering onvolledig en onvoldoende is, maar het is lastig te begrijpen dat strafvervolging onhaalbaar is en niet in het algemeen belang. Het valt namelijk niet in te zien dat indien de katholieke kerk een criminele organisatie is het niet in het algemeen belang zou zijn om die te verbieden.

De fout is dat het juridisch te grof is en een te hoge lat voor de bewijsvoering om ‘de katholieke kerk’ of ‘de paus’ aan te spreken. Ook omdat het een internationale organisatie is waar het Nederlands recht niet van op toepassing is.

Advocaat Boone heeft al in eerder geprobeerd om katholieke organisaties zoals het bisdom Utrecht en Rotterdam te laten verbieden, maar heeft nul op het tekst gekregen wegens ‘gebrek aan onderbouwing‘ volgens een bericht van december 2011 in Het Parool. Dit maakt opnieuw duidelijk dat het laten verbieden van (delen van) de katholieke kerk principieel niet onmogelijk is, maar wel een goede, overtuigende bewijsvoering vraagt.

De lat ligt extra hoog omdat binnen de rechterlijke macht en de politiek de gevestigde godsdiensten extra worden beschermd boven de normale juridische argumenten uit. Het niet accepteren van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als godsdienst door het Gerechtshof Den Bosch en de Raad van State maakt dat duidelijk, zoals dit commentaar concludeert. Bestaande godsdiensten hebben een streepje voor en nieuwe godsdiensten die zich op de religieuze markt wagen worden tegengewerkt. Een normatief pro-katholiek artikel van René Guldenmund dat zich vermomt als objectief, maar dat niet is geeft aan hoe bevooroordeeld degenen zijn die hierover oordelen.

Een specifieke parochie, katholieke school of bisdom kan dus focus zijn van een rechtszaak waar kinderen werden misbruikt en waarover bewezen kon worden dat het misbruik via misleiding door de kerkleiders in de doofpot werd gestopt. Vervolgens kan dat aan de hand van deze rechtszaak uitgebreid worden naar andere delen van de Nederlandse katholieke kerk indien sprake was van kindermisbruik, het moedwillig in de doofpot stoppen daarvan en het samenspannen om het te verhullen door de priesters over te plaatsen.

In de VS bestaat er de RICO wet, ofwel de Racketeer Influenced and Corrupt Organizations die tegen criminele organisaties als de maffia kan worden ingezet, maar ook tegen organisaties die een maatschappelijk belang dienen. Joseph O’Brien toont in een betoog uit 2019 aan dat in de VS de katholieke kerk er niet gerust op kan zijn om niet vervolgd te worden als criminele organisatie in die staten waar de RICO-wet van toepassing is.

Hierboven wordt het voorbeeld genoemd van de RICO-wet die ingezet wordt tegen het aartsbisdom Los Angeles en het bisdom Tucson vanwege kindermisbruik. Voor de Nederlandse situatie lijkt de volgende constatering van belang: ‘Hoewel sommigen kritiek hebben geuit op het aanhangig maken van rechtszaken van RICO tegen de katholieke kerk, is dergelijk gedrag van het overbrengen van bekende pedofielen naar andere parochies waar ze op meer onschuldige kinderen jagen, crimineel. Wanneer topfunctionarissen op de hoogte zijn van de geschiedenis van een in overtreding zijnde priester, deze negeren en hem toch naar een andere parochie overbrengen, wordt dat samenzwering’.

In Nederland is er artikel 140 Sr dat gaat over ‘een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven‘ ofwel een criminele organisatie. Het met medeweten van de kerkleiding overbrengen van betrapte pedofiele priesters naar andere parochies waar ze nieuwe kinderen tot slachtoffer maken kan opgevat worden als samenzwering. Het is aangetoond in het rapport van de commissie Deetman (2011) dat dit in Nederland structureel is gebeurd.

Wikipedia zegt hierover: ‘Ook in Nederland werden vele priesters overgeplaatst naar plekken verwijderd van de plek waar een mogelijk schandaal dreigde. De overplaatsingen vonden ook naar landen buiten Nederland plaats. In vele gevallen vonden verplaatsingen naar andere landen en zelfs continenten plaats. Het omgekeerde, waarbij Nederland als uitwijk- of verblijfsplaats fungeerde voor buitenlandse geestelijken, kwam ook voor. De gevallen laten zien hoe de verschillende kerkprovincies elkaar over de landsgrenzen heen behulpzaam waren, dan wel probeerden probleemgevallen op elkaar af te schuiven‘.

Het valt niet in te zien waarom het onhaalbaar en niet in het algemeen belang is om genoemde deelnemers aan deze samenzwering te bestraffen en de katholieke (deel)organisatie waarbinnen dat gebeurde aan te merken als criminele organisatie wegens samenzwering. Voorwaarde is dat het bewijs goed onderbouwd wordt en de zaken nog niet verjaard zijn, maar strikt juridisch is een verbod van delen van de katholieke kerk en de bestraffing van de verantwoordelijke kerkleiders mogelijk.

Christian Boltanski is overleden. Wat was zijn werk waard? Zal de kunstkritiek daar over na gaan denken?

Schermafbeelding van deel artikelNecrologie;
Christian Boltanski (76), de macabere kunstenaar, is overleden
‘ van Toef Jager in NRC, 14 juli 2021.

Over de doden niks dan goeds. De Franse kunstenaar Christian Boltanski is overleden op 76-jarige leeftijd. Bij een bepaald segment van het publiek was deze autodidact immens populair.

Maar ik kon zijn kunst niet anders zien dan smieren in het theater. Boltanski speelde sterk op effect. Te sterk. Hij vertoonde kunstjes zodat zijn werk raakte aan sentimentaliteit, sensatiezucht en gladheid. Hij was een poseur.

Boltanski maakte namaakkunst waarvan hij wist dat die vooral om politieke redenen en door politieke dekking goed lag bij een breed publiek. Boltanski handelde in cliché’s. Boltanski maakte kunst niet vanuit een innerlijke noodzaak, maar om een façade op te trekken van schijnkunst.

Maar dat is nog geen reden om hem af te schrijven. Want vele hedendaagse kunstenaars handelen door herhaling tot vervelens toe uitsluitend vanuit de anekdote zoals Boltanski deed. Dat staat vernieuwing in de weg. Daarom zou aan de norm voor wat een kunstenaar is toegevoegd moeten worden dat hij of zij streeft naar vernieuwing door zich op onbekend terrein te begeven. Al is het door incidentele uitstapjes.

Boltanski deed het omgekeerde en herhaalde het voor hem bekende. Hij deed dat gewiekst doordat hij dat verbond aan het in stand houden van de herinnering, zodat nader inzicht nodig was om het naar waarde te schatten. Hij verhulde slim zijn eigen zwakte als kunstenaar.

Een minimalist als Daniel Buren heeft het overigens makkelijker om zich te herhalen door strepen te zetten in zijn kunst, dan Boltanski door met zijn kunst te strepen in de geschiedenis.

Dat een deel van het publiek hem in de armen sloot kon ik begrijpen, maar dat een deel van de kunstkritiek dat ook deed vond ik altijd onbegrijpelijk. Hoewel, kunstkritiek is uiteindelijk even subjectief en slecht onderbouwd als elke individuele mening. Het is geen wetenschap, maar een persoonlijke beschouwing.

Zo wordt de dood van Boltanski een scheiding der geesten. Niet zozeer de geest van Boltanski die definitief afscheid van de wereld neemt, maar het debat tussen voor- en tegenstanders over de waarde van zijn werk. Want het valt te voorzien dat nu hij er niet meer is de tegenstanders zich vrijer voelen om zich uit te spreken. Een overlijden is daar de geëigende gelegenheid voor.

De kunstkritiek komt overvallen door de actualiteit er voorlopig niet aan toe en steekt een verplicht verhaaltje af dat de gebeurtenissen van Boltanski’s leven op een rijtje zet alsof het de punten van een kindertekening met elkaar verbindt. Braaf en netjes. Maar wat de tekening zelf zegt weet het niet of kan het voorlopig nog niet beseffen.

Deze kunstkritiek heeft onvoldoende tijd gehad om na te denken wat de waarde van het werk van Boltanski is. Dat is deels begrijpelijk, want het tempo is hoog. De kunstkritiek wordt al jarenlang opgejaagd door de kunsthandel, de publiciteit en manifestaties als Documenta’s en Biënnales die de publiciteit van kunstenaars aanwenden om hun eigen belang te benadrukken. Overdenking of beoordeling is het sluitstuk geworden. De necrologie van de kunstenaar is het praalgraf waarop de feiten staan genoteerd, maar de betekenis nog ontbreekt.

Wat moeten we met humanisme in de kunst? Gedachten bij foto ‘Le Café de France, L’isle-sur-la-Sorgue, 1979’

Laten we uitgaan van twee veronderstellingen. Fotografie is kunst en kunst moet humanistisch en elegant zijn. Dan komen we uit bij de Franse fotograaf Willy Ronis. Wikipedia zegt over hem dat hij samen met Henri Cartier-Bresson en Robert Doisneau de Franse school van het fotografisch humanisme vormde. Ronis lijkt in Nederland minder bekend dat die andere twee zwaargewichten van de Franse fotografie.

Bovenstaande foto uit 1979 heeft het allemaal in zich: Fransheid, de menselijke maat en intimiteit. Maar die humanistische fotografie of dat fotografisch humanisme laat zich niet makkelijk omschrijven. Is het kenmerk ervan dat het ‘gehecht [is] aan het broederlijk vastleggen van de essentie van het dagelijks leven van mensen’ zoals de tekst van fotosite L’Œil de la Photographie bij de foto zegt?

Is dat fotografisch humanisme verwant aan het Poëtisch realisme, die stroming van de Franse cinema die zoveel meesterwerken opleverde? Zoals de films van Jean Renoir met een duidelijke maatschappijvisie én een scherpe psychologische duiding van de personages.

Menselijke maat kan voor kunst een valkuil zijn. Het hoeft overigens niet, maar het kan. Als het systeem achter het humanisme niet in beeld komt en het streven van de fotograaf beperkt blijft tot het vastleggen van het dagelijks leven, dan ia het de vraag waar het aan meewerkt.

Toch denk ik dat het humanisme in de kunst een voorwaarde is. Het kan te veel worden. De Duitse kunstenaar Christoph Schlingensief riep in 2002 op om de liberale politicus Jürgen Möllemann te doden. Deze kwam later om het leven bij een parachutesprong. Dat lijkt het humanisme voorbij. Dat was duidelijker dan de rechtszaak in 2007 waarin de kunstenaar Jonas Staal werd vrijgesproken van een doodsbedreiging van Geert Wilders. Kunst of activisme?

Politisering kan het humanisme doden, maar dat kan ook te bescheiden en te verhullend zijn en aan de andere kant zijn doel voorbijschieten door te weinig te zeggen. Ik kom er niet uit.

Het lijkt te simpel dat het om maatvoering en een middenweg gaat. De bekende filmtheoreticus André Bazin verantwoordde zijn voorkeur voor het humanisme van films met bij voorkeur lange takes die de realiteit ‘weergaven’ en ontsloten door het te koppelen aan de weerspiegeling van de psychologie en ethiek. Het zal wel.

Humanisme in de kunst is de menselijke maat die erop wacht om overschreden te worden. Of niet. Het zal duidelijk zijn, ik ben een voorstander van het humanisme in de kunst, en trouwens ook in het leven, maar zie de tekortkomingen om het passend te omschrijven. Meer kan ik er niet over melden.

Een woordje terug aan Frexit-voorstander François Asselineau over Nord Stream II

Bijna als een parodie op een GBJ Hilterman-achtige figuur debiteert François Asselineau zijn wijsheden. Deze rechtse politicus heeft de Popular Republican Union opgericht die Frankrijk eenzijdig wil terugtrekken uit de NAVO, Eurozone en EU. Dat laatste wordt Frexit genoemd. Als kandidaat haalde hij nog geen procent bij de laatste presidentsverkiezingen.

De tragiek van publieke figuren als Asselineau is dat ze met hun anti-establishment overtuiging na verloop van tijd in Russisch vaarwater terechtkomen en in eigen land gaandeweg hun geloofwaardigheid verliezen. Het type dat in de Sovjet-Unie werd gezien als ‘bruikbare idioten’. Hetzelfde overkwam de rechtse politicus Marine Le Pen die een lening van 9 miljoen dollar kreeg van een Russische bank en zo afhankelijk werd gemaakt. Ook de met de beste intenties begonnen Julian Assange werd de mentale diepte ingetrokken. Hij liet zich door het Russische propaganda-apparaat ronselen, kreeg geld voor programma’s en speelde uiteindelijk in opdracht van het Kremlin een rol in de campagne van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 die eruit bestond de aantrekkingskracht van kandidaat Hillary Clinton te verkleinen.

De terechte kritiek die deze dissidenten op hun land, de EU, de VS of de NAVO hebben passen ze niet toe op de Russische Federatie. Dat is hun zwakte en tegenstrijdigheid. Ze laten zich door pluimstrijkerij of geldelijk gewin door de Russische staatspropaganda verlokken en er deelgenoot van maken.

Bij Asselineau straalt de ijdelheid, de zelfgenoegzaamheid en de miskenning eraf. Thierry Baudet heeft ook zo’n innerlijk, hoewel Asselineau aanzienlijk meer politieke inhoud heeft. Dat maakt deze personages tot een ideaal doelwit voor manipulatie. Zelfs als ze zonder hun medewerking genoemd worden door de Russische propaganda worden ze bewust de fuik ingetrokken waar ze na verloop van tijd niet meer uit kunnen ontsnappen. Dat is waarachtig diep tragisch.

Gezien zijn anti-EU overtuiging is het begrijpelijk en voorspelbaar hoe Asselineau reageert op het project Nord Stream II. In dit gaspijplijnproject heeft het Russische staatsbedrijf Gazprom een meerderheidsbelang. Het is een politiek project van de Russische Federatie dat nog steeds door politici als premier Rutte wordt afgeschilderd als een commercieel project met politieke implicaties. Kanselier Merkel zei dat ooit ook, maar heeft dat later genuanceerd en erkend dat het wel degelijk een politiek project is, zonder dat ze overigens haar steun ervoor heeft ingetrokken. De vijand van zijn vijand (EU, VS) is voor François Asselineau zijn vriend de Russische Federatie. Het wil immers de EU verzwakken door ondermijning. Daarom neemt hij het op voor Nord Stream II. Ik heb hem geantwoord op zijn YouTube-kanaal Frexit UPR. Zie onderin voor een Nederlandse vertaling:

Il reste curieux que les entreprises européennes et la politique allemande (à l’exception des Verts) financent le Kremlin via Nord Stream II pour être attaqué. C’est une politique de sécurité contre-productive avec laquelle l’Europe donne à l’agresseur la Russie des ressources financières supplémentaires pour être attaqué.

Pensez à l’ingérence dans les élections et l’opinion publique américaines, allemandes et françaises (France : récente campagne russe anti-Pfizer), les cyberattaques russes continues contre ces pays, le soutien russe à la Biélorussie et la répression de l’opposition russe (Alexei Navalny, ONG), la violation des droits de l’homme et la poursuite de l’érosion de l’état de droit.

L’Europe veut-elle financer l’agression russe qui se retourne contre elle-même en achetant du gaz russe qu’elle pourra acheter ailleurs ? Pensez à la Norvège, l’Algérie ou le Qatar.

La dépendance à l’égard du gaz russe, qui augmente en raison de la construction de Nord Stream II, est en conflit avec la politique énergétique de l’UE convenue, telle que définie dans le troisième paquet énergétique en 2019. Il mentionne comme objectifs la diversification et l’indépendance des fournisseurs. Comme mentionné, Nord Stream II est contraire à cela.

À plus long terme après 2030, l’utilisation de combustibles fossiles tels que le gaz doit être réduite. Les pays en ont convenu en 2015 dans l’Accord de Paris sur le climat ratifié. L’amortissement du Nord Stream II de plus de 9 milliards d’euros a une durée plus longue. D’ici 10 ans, Nord Stream II (s’il entre en vigueur en 2022) entrera donc en conflit avec les objectifs de durabilité.

Ce conflit est maintenant reporté à l’avenir, tandis que les États membres de l’UE veulent parvenir à la durabilité grâce à un Green Deal, ce qui est également rendu plus difficile par cela. Nord Stream II peut donc être vu comme la paresse d’une génération plus âgée qui va pour le gain économique et affecte l’avenir des jeunes générations.

La conclusion est claire. Nord Stream II est un projet malheureux qui n’aurait jamais dû être réalisé pour de nombreuses raisons :

1) il entre en conflit avec la sécurité nationale de l’UE;

2) elle renforce les divisions au sein de l’UE (notamment l’Allemagne vis-à-vis de la Pologne et des pays baltes) ;

3) elle entre en conflit avec la politique énergétique de l’UE car elle réduit la diversification et augmente la dépendance ;

4) il complique les relations avec les États-Unis où le Sénat est presque unanimement opposé à Nord Stream II, alors que l’UE est largement dépendante des États-Unis pour la défense ;

5) renforce avec un financement supplémentaire le régime autocratique du président Poutine, qui est économiquement largement tributaire des exportations de gaz et de pétrole qui se retournent directement contre l’UE par des actions subversives ;

6) il entre en conflit avec les objectifs de l’Accord de Paris sur le climat en ce qui concerne le verdissement et la durabilité car il maintient l’utilisation des combustibles fossiles après 2030, alors que l’accord est de le réduire.

Het blijft merkwaardig dat het Europese bedrijfsleven en de Duitse politiek (op de Groenen na) via Nord Stream II het Kremlin financiert om aangevallen te worden. Dat is een contraproductieve veiligheidspolitiek waarmee Europa de agressor Rusland extra financiële middelen geeft om aangevallen te worden.
Denk aan inmenging in Amerikaanse, Duitse en Franse verkiezingen en de publieke opinie (Frankrijk: recente Russische anti-Pfizer campagne), continue Russische cyberaanvallen tegen deze landen, Russische steun voor Wit-Rusland en de crackdown van de Russische oppositie (Alexei Navalny, NGO's), de schending van de mensenrechten en het verder uithollen van de rechtsstaat.
Wil Europa de Russsiche agressie die zich tegen zichzelf keert financieren door het kopen van Russisch gas dat het ook elders kan kopen? Denk aan Noorwegen, Algerije of Qatar.
De afhankelijkheid van Russisch gas die door de aanleg van Nord Stream II toeneemt is in strijd met de afgesproken energiepolitiek van de EU zoals die in 2019 werd vastgelegd in het Third Energy Package. Daarin worden diversificatie en onafhankelijkheid van leveranciers als doelstellingen genoemd. Zoals gezegd, Nord Stream II is daarmee in strijd.
Voor de langere termijn na 2030 moet het gebruik van fossiele brandstoffen zoals gas verminderd worden. Dat zijn landen in 2015 overeengekomen in het geratificeerde Klimaatakkoord van Parijs. De amortisatie van het meer dan 9 miljard euro kostende Nord Stream II heeft een langere looptijd dan dat. Binnen 10 jaar zal Nord Stream II (als die in 2022 in werking treedt) dan ook in conflict komen met de duurzaamheidsdoelen.
Dat conflict wordt nu doorgeschoven naar de toekomst, terwijl de EU-lidstaten de duurzaamheid via een Green Deal willen realiseren die hier ook door bemoeilijkt wordt. Nord Stream II kan dan ook gezien worden als de gemakzucht van een oudere generatie die gaat voor economisch gewin en de toekomst van jongere generaties aantast.
De conclusie is duidelijk. Nord Sream II is om vele redenen een ongelukkig project dat nooit gerealiseerd had mogen worden:
1) het is in conflict met de nationale veiligheid van de EU;
2) het versterkt de verdeeldheid binnen de EU (vooal Duitsland tegenover Polen en de Baltische landen);
3) het is in strijd met de energiepolitiek van de EU omdat het de diversificatie vermindert en de afhankelijkheid vergroot;
4) het bemoeilijkt de relatie met de VS waar de Senaat bijna eensgezind tegen Nord Stream II is, terwijl de EU voor de defensie grotendeels afhankelijk is van de VS;
5) het versterkt door extra financiering het autocratische bewind van president Putin die economisch grotendeels afhankelijk is van de export van gas en olie dat zich direct tegen de EU keert door ondermijnende acties;
6) het is in strijd met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs waar het streven naar vergroening en duurzaamheid betreft omdat het na 2030 het gebruik van fossiele brandstof in stand houdt, terwijl de afspraak vermindering ervan is.

Gedachten bij twee foto’s van een hypnose-sessie op een Franse jaarbeurs (1977)

Het gezicht van Monsieur Z staat links op deze foto uit 1977. Hij is met Viviane een van de twee sterren (vedettes) van het cabaret Le Shaman in het Franse Besançon. Hij lijkt zo sterk op m’n oude schoolvriend en toenmalige aanhanger van Joop den Uyl Kees S. dat ik werkelijk aan het twijfelen wordt gebracht of het hem is. Maar de feiten kunnen niet kloppen. In 1977 is het onwaarschijnlijk dat hij optrad als hypnotiseur in een stand op een evenement van de Franse regionale krant L’Est Républicain uit Nancy die Lotharingen en Franche-Comté bestrijkt. Iedereen heeft een dubbelganger.

Het evenement is la Foire comtoise, dat tegelijk boerenmarkt, kermis en jaarbeurs is. De plek is Besançon, waar sinds 1968 op het Micropolis terrein de jaarmarkt is. Gemeten aan het aantal toeschouwers weten Monsieur Z en Viviane de aandacht te trekken.

Het heeft iets tegenstrijdigs dat een hypnose-sessie in zo’n omgeving plaatsvindt. Ongetwijfeld zat de stemming er goed in, maar wat moet de in bed zittende vrouw ondergaan? Dit rekt de grenzen van de parapsychologie op in de richting van het amusement. Dit is kermisvermaak.

Deze foto’s zijn nostalgie en worden nu als zodanig gepresenteerd door L’Est Républicain omdat ze een voorbije tijd in herinnering brengen. Dat haakt aan bij de interesse van degenen die het meegemaakt zouden kunnen hebben en anderen die willen weten hoe het toen was. De verschijningsvorm van de belettering, de kleding en de inrichting van de jaarmarkt zijn uiterlijkheden die nu in het oog vallen. Daaronder zitten de omgangsvormen en gewoonten van toen verborgen. Zoals een hypnose-sessie.

Het lukt nooit om de voorbije tijd helemaal terug te halen en niemand zou dat waarschijnlijk ook willen. De indruk van melancholie is precies genoeg voor een korte reis in de tijd. Verlangen kan per definitie niet ingelost worden omdat het dan geen verlangen meer is. Representatie door beeld en geluid bevat de betekenissen belichaming en voorstelling. In de foto’s van de hypnose-sessie op een Franse beurs in 1977 vallen ze samen. Maar sluitend wordt het niet omdat we niet meer weten hoe het toen was. We moeten het doen met uiterlijkheden die het verleden benaderen. We plukken uit het stalenboek dat de bovenste laag van weleer toont.