Debat over islam zorgt voor verwijdering tussen Westerse en niet-Westerse regeringsleiders

Met als middel de islam staan regeringsleiders fel tegenover elkaar. Religie fungeert al eeuwenlang als splijtzwam tussen landen. In een combinatie van actie en reactie. De leiders lijken op elkaar te reageren, maar spreken vooral de inwoners van hun eigen land aan. Zoals altijd. Dat doen de Turkse president Erdogan, de Pakistaanse premier Khan, de Franse president Macron en zelfs de Nederlandse premier Rutte die in een tweet stelling neemt door Macron en de gemeenschappelijke waarden van de EU te steunen. Omdat over religie de emotie altijd aan de oppervlakte ligt kan dit zo makkelijk ontbranden. Ook om te scoren op geopolitieke meningsverschillen wordt de islam uit de kast gehaald. Zo verdwijnt de onthoofding van een Franse leraar door een islamitische extremist naar de achtergrond. Het onderwerp gaat met iedereen op de loop. Of de hardste schreeuwerds uit deze samenklontering van aspecten de meeste winst slepen valt af te wachten.

Foto: Tweet van de Nederlandse premier Mark Rutte, 26 oktober 2020.

Extremistische islam in Europa: Wat te doen?

Is Frankrijk in staat om de soennitische islam in eigen land te herstructureren? Ik betwijfel het. Die roep om de extremistische islam in te perken klinkt na de onthoofding door een islamitische extremist van leraar Samuel Paty. Wat is ervoor nodig behalve het verbieden van extremistische islamitische organisaties? Dat is tamelijk makkelijk, maar wat als ze ondergronds gaan? Een land als Frankrijk heeft een groot veiligheidsapparaat, maar lijkt toch niet echt bij machte om de extremistische islam te kunnen neutraliseren. Mede omdat techgiganten als YouTube en Facebook en omroepen in het Midden-Oosten en Turkije opruiende taal blijven verspreiden die in Europa wordt opgepakt via internet of schotelantennes. Het is een hopeloze strijd die niet te winnen lijkt. Niet met verboden, met onderwijs, met voorlichting, met media-educatie of wat dan ook.

Tegen geloof legt de ratio het af. En zekere de radicale varianten ervan. Geloof claimt dat het boven de wet staat. Daar is het overigens niet uniek in voor wie alle complot- en dwarsdenkers in beschouwing neemt. De enige oplossing die praktisch onmogelijk en ongepast is en tegen de grondwet ingaat is om alle moslims Frankrijk uit te zetten. Maar dat middel is erger dan de kwaal. Wat resteert is een cosmetische operatie van de Franse regering die daadkracht suggereert. Maar die nergens landt en structureel niets zal veranderen.

De leraar wilden zijn leerlingen informeren. Het ging er hem niet om om anderen te beledigen. Hij stond bekend als zachtaardig en niet confronterend. Dat anderen zich blijkbaar beledigd voelen als er een afbeelding van een voor hen heilige persoon uit hun religieuze dogmatiek wordt vertoond valt de leraar niet aan te rekenen. Dat is hun subjectieve beleving. Het is onmogelijk om in de Franse, pluriforme samenleving rekening te houden met de mogelijke bezwaren van allerlei groeperingen, omdat dan het publieke debat tot stilstand komt. Ook de overdracht in het onderwijs wordt dan onmogelijk doordat allerlei groeperingen hun specifieke taboe hebben. Daarbij dient onderwijs om leerlingen te wapenen, informatie bij te brengen en een mening te laten vormen. De les over de vrijheid van meningsuiting diende niet om te spotten met anderen, maar om de leerlingen bij te brengen wat spot en belediging is en hoe ze daar mee om moeten gaan.

Foto: Demonstratie in Parijs tegen de onthoofding van leraar (‘prof’) Samuel Paty door een moslimextremist, 18 oktober 2020.

Museum Nantes breekt samenwerking met Chinees museum over tentoonstelling Djengis Khan af na Chinese censuur en intimidatie

Onder druk van de Chinese autoriteiten ziet het historisch museum van Nantes zich genoodzaakt om een tentoonstelling die in samenwerking met een Chinees museum in Hohhot zou worden gehouden over de Mongoolse heerser Djengis Khan met vier jaar uit te stellen. Hohhot is de hoofdstad van de autonome regio Binnen-Mongolië. De tentoonstelling zou op 17 oktober 2020 openen. Voor 2024 wordt geprobeerd de tentoonstelling met Europese en Amerikaanse bruiklenen alsnog door te laten gaan.

In een verklaring zegt museumdirecteur Bertrand Guillet niet te zwichten voor Chinese druk. China probeerde het Franse museum te intimideren. De Chinezen probeerden de Mongoolse geschiedenis ite herschrijven. Dat is een idee van cultureel imperialisme dat onaanvaardbaar was voor het Franse museum (Google Translate):

‘We zijn nu genoodzaakt de tentoonstelling uit te stellen tot oktober 2024 vanwege de verharding van het standpunt van de Chinese regering tegen de Mongoolse minderheid deze zomer.

Aanvankelijk had deze verharding het effect van ons plan om de centrale Chinese autoriteiten opdracht te geven om elementen uit het vocabulaire (de woorden Genghis Khan, Keizerrijk en Mongol) uit de tentoonstelling te verwijderen. Vervolgens werd in een tweede stap, aan het einde van de zomer, de aankondiging gedaan om de inhoud van de tentoonstelling te wijzigen, vergezeld van een verzoek om controle op al onze producties (teksten, plannen, catalogus, communicatie ). De voorgestelde nieuwe synopsis, geschreven door het Beijing Erfgoed Bureau, toegepast als censuur op het oorspronkelijke ontwerp, bevat elementen van bevooroordeeld herschrijven om de Mongoolse geschiedenis en cultuur helemaal af te schaffen ten gunste van een nieuw nationaal verhaal.

Natuurlijk hebben we, op advies van historici en specialisten die ons vergezellen, het besluit genomen om deze productie stop te zetten in naam van de menselijke, wetenschappelijke en ethische waarden die we verdedigen in onze instelling.’

De Chinese regering krijgt steeds meer kritiek om minderheden binnen haar grenzen te onderdrukken en een campagne te voeren om hun cultuur uit te willen wissen. Dat is een politiek van culturele genocide van de Chinese regering. Dat betreft niet alleen de grotere regio’s Tibet, Xinjiang (Oost-Turkestan of Oiegoerië) en Mongolië, maar ook kleinere minderheden zoals Zuid-Chinese bergvolkeren. Het Westen treedt vanwege economische en politieke druk van de Chinese regering niet op tegen deze onderdrukking. Bijvoorbeeld door een boycot van China. Tamelijk recent is dat de Chinese regering ook westerse landen stevig onder druk zet zodat die landen worden gedwongen hun eigen normen over universele rechten geweld aan te doen en zo hun integriteit te verliezen. Wat er door toenemende Chinese druk gebeurde bij dit Franse museum is daar een voorbeeld van. Tegelijk verliest de Chinese regering door dit soort acties respect en geloofwaardigheid in westerse landen en neemt de bewustwording over de onaanvaardbaarheid van de Chinese politiek toe.

Foto: Schermafbeelding van deel verklaringLe report de l’exposition Gengis Khan : le choix déontologique d’un musée’ (Uitstel van de Genghis Khan-tentoonstelling: de keuze van een museum voor ethiek) van Bertrand Guillet, Directeur van het Château des ducs de Bretagne – musée d’histoire de Nantes, oktober 2020.

Gedachten bij foto ‘Le pont de chemin de fer d’Argenteuil, 95100. Guerre franco-p[r]ussienne 1870-1871’

Er valt veel voor te zeggen om de Frans-Pruisische (of Duitse) oorlog van 1870-71 als de eerste moderne oorlog te beschouwen. Twee aspecten wijzen daarop. De rol van de fotografie die in de tweede helft van de 19de eeuw ter beschikking kwam aan een breed publiek en door de strijdende partijen ingezet werd voor propagandistische doelen. En de toenemende, vernietigende macht van de wapens en munitie.

Zoals zo vaak begon de oorlog door een misverstand. De Fransen hadden succesvol afgedwongen dat de Hohenzollerns in een incidenteel geval hun claim op de Spaanse troon lieten vallen, maar overspeelden hun hand door dat ook voor de toekomst te eisen. Koning Wilhelm I, die later in 1871 in notabene Versailles werd gekroond tot Duits keizer, voelde zich hierdoor beledigd en de pruisische kanselier Otto von Bismarck greep met manipulatie de Franse overschatting van de eigen militaire kracht aan om op oorlog aan te sturen met onder meer de vervalste Emser Depeche. Ook in dit opzicht was de oorlog van 1870-71 modern te noemen.

In een oorlog die doet denken aan de Blitzkrieg van 1940 stootten de legers van de Duitse staten vanuit Oost-Frankrijk door naar Parijs dat omsingeld werd. Bij Metz en Sedan werden de Fransen verslagen. De Parijse verdedigingswerken waren te sterk om in te nemen, zodat de Duitse legers begonnen met de uithongering van Parijs. Vanaf januari 1871 was de zwaardere artillerie ter plekke en werd de Parijse binnenstad beschoten met granaten die weinig schade aanrichtten, maar voor een demoraliserend, psychologisch effect zorgden.

Op de foto zien we de vernietigde spoorbrug van Argenteuil, een Parijse voorstad. Vernietigd op 18 september 1870 door de Franse genie, niet door de Duitsers. In het bijschrift houdt het Parijse museum dat de foto beheert het onbestemd: ‘DESASTRES DE LA GUERRE / PONT D’ARGENTEUIL’ ofwel ‘oorlogsrampen, brug van Argenteuil’. Als tags geeft het Vernietiging, ruïnes, hangbrug, spoorlijnen, locomotief, palen, stenen, blokken, puin. De Seine, huizen, velden, bomen. Een onnauwkeurige opeenstapeling in een catch-all omschrijving.

Foto: Jean Andrieu, ‘Le pont de chemin de fer d’Argenteuil, 95100. Guerre franco-pussienne 1870 1871’. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Gedachte bij de foto ‘Foto’s verlengen uw vakantie’

Foto’s verlengen uw vakantie, zo zegt dit opschrift bij een opstelling van foto- en filmtoestellen in een etalage van een Parijse winkel. Het bijschrift zet een vraagteken bij de plek: ‘magasin Le Printemps, boulevard Haussmann, 9ème arrondissement, Paris’. De datering is ruim: 20ste eeuw. Betaalde vakantie is een verworvenheid die pas in de tweede helft van de jaren 1930 door het Volksfront van Léon Blum ontstond.

Vermoedelijk is er een klapcamera Zeiss Ikon Ikonta 520/15 uit 1933 voor 950 francs te zien. Dat duidt op de late jaren 1930. Deze foto haakt aan bij de politiek en maakt er zijdelings reclame voor. Of de claim dat foto’s de vakantie verlengen klopt valt te bezien. Hoe dan ook helpen ze het bestaan van de winkel verlengen. Zo’n 85 jaar later is het Droste-effect in werking als deze foto naar foto’s verwijst die pronkerig foto’s mogen zijn.

Foto: Anoniem, ‘Les photographies prolongeront vos vacances’, vermoedelijk late jaren 1930. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Geluk kan door foto van een gemeentelijke fanfare in departement Ardennes (1950-1960) worden opgeroepen. Is het echt?

Een gemeentelijke fanfare, zo luidt de vertaling van de titel van deze foto (‘Une fanfare municipale’). De regio is het Franse departement Ardennes, tegen de Belgische grens. Fotograaf is Dominique Moiny en de datering is de jaren 1950 of 1960. In een toelichting van een presentatie die Moiny in 2011 had met twee andere fotografen, te weten René Robinet en Michel Arsène in de bioscoopgalerie van de departementale hoofdstad Charleville-Mézières wordt verwezen naar het verleden geluk of de jaren van geluk (‘Les années bonheur’).

Dat is niet toevallig de titel van een programma op de Franse televisie dat verwijst naar nostalgie en een goed humeur. Dat zijn niet alleen de beste jaren van het Franse chanson en de Franse showbusiness, maar ook van Frankrijk zelf. Toen het onder president De Gaulle nog het idee van een grootmacht kon spelen en het land niet was weggezakt in verdeeldheid en depressie. Vraag is of dit een vals beeld is van vroeger dat over het heden wordt gelegd omdat dat heden zo tekortschiet. Fransen zouden geen Fransen zijn als ze deze foto’s vergelijken met de Madeleine van Marcel Proust die dat geluk van het verleden oproept. Zo moet het zijn, en zo was het echt. Toen geluk nog gewoon was en de leden van de fanfare tijdens hun optreden gewoon hun dagelijkse kloffie aanhadden. Met een witte pet. Geld ontbrak voor uniformen. Ook dat tekent het verleden.

Foto: Dominique Moiny, Une fanfare municipale (‘Een gemeentelijke fanfare’), 1950-1960. Collectie: Fonds Dominique Moiny.

Gedachte bij foto ‘Mme. Paul Poiret modelling clothing designed by her husband: American Indian fashion’ (1913)

Het is 1913 en daar staat de echtgenote en muse Denise van de befaamde Franse modeontwerper Paul Poiret die door haar man ontwerpen kleding draagt. Hier een native American met hoofdband en veer. Een wat slome Indiaanse overigens. Poiret was de concurrent van Coco Chanel die ook wel als de vergeten modernist wordt voorgesteld. Een blik op Wikipedia laat weten dat Poirot zich voor zijn jurken liet inspireren door de kimono en dat hij variaties introduceerde op de tulband als hoofdbedekking. Exotisme dus. Hoe afwijzend  wordt dat nu door sommigen beoordeeld. Het oordeel dat toe-eigening van de cultuur van andere volkeren niet mag is onzin, maar het wint aan instemming. Hoe oppervlakkig en slecht beredeneerd ook. Het brengt de globe terug tot een afgesloten lokaal. Komt er ooit een oproep om dit soort foto’s te verbieden? Het is niet te hopen, maar wie weet. Een kanttekening lijkt verstandiger: Denise Poiret houdt zich van de gekke in Indiaanse stijl.

Foto: [Mme. Paul Poiret modelling clothing designed by her husband, 1913: American Indian fashion w/ headband & feather], 1913. Collectie: Library of Congress.

Gedachten bij de foto ‘Manège à chevaux, foire des Invalides, esplanade des Invalides, 7ème arrondissement, Paris, 1904’

Een draaimolen met paarden. De favoriete bestemming op de kermis van kinderen en vooral volwassenen. Het is 1904, Parijs. Een jongetje loopt langs de draaimolen met zijn moeder, oh, wat lijkt ze op mijn gestorven moeder. De volwassenen beklimmen de paarden. Veel meer valt er over dit kermisterrein niet te zeggen. Het kiekje is een kijkje in het dagelijks leven van toen. De fotograaf is onbekend, een amateur-fotograaf van de Photo Club de Paris heeft dit Parijse leven vastgelegd. Meer is het niet. Maar genoeg om bij weg te mijmeren.

Foto: FotoManège à chevaux, foire des Invalides, esplanade des Invalides, 7ème arrondissement, Paris, 1904’. Collectie: Musée Carnavalet, Parijs.

Peking zet met diplomatieke druk en propaganda EU onder druk. Het wil geen onderzoek naar ontstaan van coronavirus in China

Het is opvallend hoe zwaar China propaganda en diplomatieke druk gebruikt om een zakelijk onderzoek naar het in China ontstane coronavirus te onderdrukken. Niet om China als schuldige aan te wijzen, maar om te leren voor de toekomst. Politico verwoordt de opstelling van China in een overzichtsartikel zo: ‘Beijing doubles down in EU propaganda battle’ ofwel Peking doet er een schepje bovenop in de propagandastrijd met de EU. De vrees bestaat dat de EU niet opgewassen is tegen de Chinese druk. Dat komt doordat de EU geen politieke eenheid is en voor beschermingsmiddelen tegen het coronavirus afhankelijk is van China. Het citaat dat in dit artikel blijft hangen is van Antoine Bondaz die werkt voor een in Parijs gevestigde denktank: ‘China considers Europe the soft belly of the West’ ofwel China beschouwt de EU als de zachte onderbuik van het Westen die niet terug kan slaan. Dat geeft vooral iets te denken over de positie van de EU in de wereld.

De les uit deze verharding van China dat propaganda inzet tegen de EU is dat de EU zelfvoorzienend moet worden. Dat kan door de afhankelijkheid van China te verkleinen of China op specifieke gebieden afhankelijk te houden van de EU of het Westen in het algemeen. Dat biedt de EU wisselgeld om China te weerstaan. Vooralsnog ontbreekt het de EU aan de wil en ambitie om zich te wapenen tegen indringers als China. Nog overheerst defaitisme. Opmerkelijk is de open zenuw van de Chinese regering. Het beseft dat het gefaald heeft in de aanpak van het coronavirus die volgens onderzoekers van onder meer de Universiteit van Cambridge al in september 2019 in Zuid-China ontstond. Pas na vier maanden kwam de regering in Peking in actie. Het laat zich als schuldig kennen door wild om zich heen te slaan. Maar het overspeelt de eigen hand.

Misverstanden en ergernissen over de film J’accuse met regisseur Roman Polanski

Het is een debat waarover de meningen rigoureus verdeeld zijn. Wat te doen met het werk van een controversiële kunstenaar? Gisteren vond de uitreiking plaats van de Franse filmprijzen, de Césars. De film ‘J’accuse’ met regisseur Roman Polanski was genomineerd in 12 categorieën. Daar ontstond zoveel oppositie tegen dat het bestuur van de Césars is afgetreden. Polanski liet vanwege de verwachte protesten verstek gaan op de ceremonie. De film verzilverde er twee, voor beste regisseur en voor beste script. In tegenstelling tot een schilder of schrijver die in hun eentje opereren is film het product van een industrie op het raakvlak van commercie en kunst. Zoals gezegd is een grote publieksfilm een product waar honderden mensen aan meewerken. Het is daarom merkwaardig en wellicht typisch Frans om een film te reduceren tot de regisseur. In realiteit bestaat de auteursfilm niet die in jaren 1950 als antwoord op de oude cinéma de papa ontstond. Kan de regisseur van de film gescheiden worden tot een anonieme Alan Smithee? Kan de kunstenaar van de man gescheiden worden? Hoe dient een goed kunstwerk waar een slecht mens aan heeft meegewerkt te worden gewaardeerd? Hoe dan ook lijkt een debat tussen beide kampen onmogelijk. Dat is jammer, maar tekent de tijdsgeest. De verliezer is de Franse filmindustrie. Dat is spijtig voor een industrie die het van dit soort publiciteit moet hebben, maar waar de aandacht voor de demonstranten nu de meeste aandacht krijgt.