George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Museumsector

De Sacklers profiteren van opioide crisis en sponsoren kunst. Daartegen komt verzet

leave a comment »

De VS zucht onder een crisis van pijnstillers, de ‘opioide crisis’. Verslavende middelen die mensen afhankelijk maakt. Sommigen plegen zelfmoord. De Sackler familie die het bedrijf bezit dat de middelen verkoopt wordt er superrijk van. Afgelopen jaren hebben de Sacklers daarvoor veel kritiek gekregen. Maar zoals altijd in dit soort gevallen willen de leden van zo’n familie niet bekend staan als ordinaire geldboeren en zoeken ze maatschappelijke acceptatie om hun ware aard te verhullen. In dit geval doen ze dat via het sponsoren van kunst. Zo ploegen ze het geld van de verslaafden om naar musea. Kunstenaar Nan Goldin die ooit verslaafd was aan zo’n middel van de Sacklers voert in de VS en het VK al geruimte tijd actie tegen musea die geld van de Sacklers accepteren. Dat is een lastige strijd omdat musea zich afhankelijk hebben gemaakt van sponsors. Maar afgelopen week boekte Goldin succes toen de National Portrait Gallery in Londen bekendmaakte een sponsorbedrag van 1 miljoen pond van de Sacklers af te wijzen. Musea zijn gewaarschuwd, publiek en kunstenaars pikken niet langer dat musea geld van dubieuze geldschieters aanvaarden. Musea die dat (nog) wel doen kunnen op negatieve publiciteit rekenen.

Advertenties

Zaak Michael Jackson toont aan dat musea op moeten passen met het binnenhalen van sociale fenomenen uit de populaire cultuur

with 2 comments

De vraag wat er pleit tegen de tentoonstelling ‘Michael Jackson: On the Wall’ roept de vraag op wat er voor pleit. De tentoonstelling is ontwikkeld door de National Portrait Gallery in Londen met medewerking van de Michael Jackson Estate en reisde daarna door naar Parijs en zal de Kunsthalle Bonn (22 maart – 14 juli 2019) en het Espoo Museum of Modern Art (EMMA) in Finland (21 augustus 2019 – 26 januari 2020) aandoen.

Een persbericht van de Kunsthalle zegt: ‘Michael Jackson is een van de meest invloedrijke kunstenaars die de 20e eeuw heeft voortgebracht. Ook in de 21e eeuw blijft zijn erfenis ongekend populair. Zijn enorme impact op de gehele popcultuur is alom bekend, maar bijna niemand heeft weet van zijn aanzienlijke invloed op de moderne kunst.’ Dat is een nieuwe invalshoek, namelijk dat Michael Jackson ‘aanzienlijke invloed’ op de ‘moderne kunst’ heeft gehad. Met dat laatste wordt waarschijnlijk de hedendaagse westerse kunst bedoeld.

Dat valt van meer iconen uit de populaire cultuur te zeggen, zoals Elvis Presley, James Dean, The Beatles, Madonna, Prince, Yves Saint Laurent, David Bowie of Mickey Mouse. Een persbericht van het EMMA zoekt de verklaring voor de populariteit van Jackson vooral in de kwantiteit: ‘Almost a decade after his death, Jackson’s influence has not waned: his record sales, now in excess of one billion, continue to grow; his short films are still watched; and his enormous fan base remains loyal.’ Rechtvaardigen volksgunst en naamsbekendheid in de populaire cultuur een tentoonstelling met werk van onder meer Dara Birnbaum, Isa Genzken, Michael Gittes, Paul McCarthy, Grayson Perry, Mark Ryden en Andy Warhol in een gerenommeerd museum?

De aandacht voor een tentoonstelling die Jackson als uitgangspunt heeft wordt door deze musea verantwoord door hem als een sociaal fenomeen te presenteren. Dat is een schijnverklaring. Want een sociaal fenomeen is nog geen voldoende reden voor een museumpresentatie. Waarom is dan wel deze tentoonstelling ”Michael Jackson: On the Wall’ ontwikkeld? Is het te plat om te zeggen dat het een vehikel is voor sponsors die hun naam eraan willen verbinden omdat een icoon uit de populaire cultuur altijd bezoekers trekt? Zodat de musea met hun populisme de kloof met het volk kunnen verkleinen en het volk krijgt wat het graag wil vreten, namelijk het bekende. En bovenal musea met zakken geld van de sponsors hun balans kunnen oppoetsen.

Ach, nu is er de kritische documentaire Leaving Neverland waarin Michael Jackson van kindermisbruik wordt beticht. Zelfs het op veilig spelen door musea biedt geen garantie meer voor de toekomst. Musea kunnen beter terugkeren naar hun kernzaak en zich niet af laten leiden door bezoekcijfers, sponsorgeld en het behagen van volk en politiek. Musea moeten op scherp zetten, niet behagen en zelf populair willen zijn.

Het ‘National Football Museum’ in Manchester loopt vooruit op de ontmanteling van Jackson als sociaal fenomeen en heeft een standbeeld van hem verwijderd, aldus een bericht in The Sun. Het museum geeft als commentaar: ‘While it’s not our place to comment on or react to allegations made in the new documentary, it’s our intention as part of our new plans for transforming the museum over the coming months to tell relevant stories about football.’ Kortom, een voetbalmuseum behoort in de kern over voetbal te gaan en een kunstmuseum over kunst. Door teveel belang te hechten aan marketing en bezoekcijfers kunnen musea onderuit gaan omdat ze geen controle hebben over het fenomeen dat ze willen presenteren en dat op hen af moet stralen. Dat kan positief, maar ook negatief. Dat is de keerzijde zoals de zaak Michael Jackson aantoont.

Vragen over intentie en serieusheid van college Utrecht om een nieuwe museale exploitant voor Oud-Amelisweerd te vinden

with 3 comments

Een serieuze vraag aan de raadsleden van de gemeente Utrecht is of ze voldoende kennis hebben van en geïnformeerd willen worden over de randvoorwaarden die worden gesteld aan een eventuele nieuwe museale exploitant van landhuis Oud-Amelisweerd.

Anders gesteld, zijn er op dit moment door het college van de gemeente Utrecht onomkeerbare stappen genomen die een doorstart voor een museale exploitant bemoeilijken, zo niet praktisch blokkeren? Moet dat dan opgevat worden als een bewuste blokkade van een museale bestemming door het gemeentebestuur of anderszins, bijvoorbeeld als gevolg van een slechte afstemming tussen verschillende gemeentelijke diensten die min of meer autonoom opereren waarbij geen enkele wethouder de regie en het overzicht heeft?

Wethouder Victor Everhardt (D66) is verantwoordelijk voor het vastgoed en wethouder Anke Klein (D66) is verantwoordelijk voor cultuur.

Een voorbeeld daarvan is de functie van het koetshuis waarover Bureau Soda (museale inpassing) in een eigen publicatie schrijft: ‘Vanwege de kwetsbaarheid van het landhuis is er gekozen om de ticketverkoop, horeca en auditorium onder te brengen in het koetshuis‘.

Een ander voorbeeld is het mede in opdracht van de gemeente Utrecht verrichte onderzoek ‘Restauratie en museale invulling Buitenplaats oud Amelisweerd te Bunnik September 2011′ (zie hierboven voor een passage hieruit):
Wanneer aan de buitenplaats Oud Amelisweerd een museale functie zou worden toegekend zullen in het koetshuis verschillende facilitaire voorzieningen worden ondergebracht. Het voorlopige programma van eisen is goed inpasbaar in de historische structuur van het gebouw. Om geschetste redenen is er voor gekozen juist geen facilitaire voorzieningen in het landhuis op te nemen.’

Nu blijkt De Veldkeuken het hele koetshuis te huren (minus de woning). Ook de gemeenschappelijke ruimte die voorheen door het MOA werd gebruikt voor kaartverkoop/receptie, auditorium en als winkel.

Het is onduidelijk onder welke voorwaarden deze huur is aangegaan en of er een afspraak is gemaakt tussen de UVO (Utrechtse Vastgoed Organisatie) in opdracht van wethouder Everhardt en De Veldkeuken over de tijdelijkheid van de huur.

Dit roept de volgende vragen op:
– Stopt de huur aan De Veldkeuken van het gehele koetshuis (minus de woning) door de UVO als een nieuwe museale exploitant intrek neemt in het landhuis of staat de huur aan De Veldkeuken los hiervan?
– Indien de huur van het gehele koetshuis (minus de woning) aan De Veldkeuken is losgekoppeld van de museale bestemming van het landhuis, hoe verhoudt zich dat dan tot de vroegere argumenten van het college over de kwetsbaarheid van het landhuis en de beredeneerde noodzakelijkheid om de facilitaire voorzieningen van de museale exploitant in het koetshuis onder te brengen?
– Indien de huur van het gehele koetshuis (minus de woning) aan De Veldkeuken is losgekoppeld van de museale bestemming van het landhuis onder verantwoordelijkheid van welke portefeuillehouder in het college is deze opdracht gegeven om de huur los te koppelen?
– Indien de huur van het gehele koetshuis (minus de woning) aan De Veldkeuken is losgekoppeld van de museale bestemming van het landhuis en mede tot stand is gekomen op advies van de UVO wat zegt dat over de rol van de UVO? Wat zegt deze loskoppeling over de opdracht door het gemeentebestuur aan de UVO en de afstemming van het gemeentebestuur met de UVO?
– Indien de huur van het gehele koetshuis (minus de woning) aan De Veldkeuken is losgekoppeld van de museale bestemming van het landhuis wat zegt dat over het voornemen van wethouder Klein en het rapport Van der Vossen ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd van maart 2017 om een nieuwe museale bestemming voor het landhuis te vinden? Wat zegt dit over de positie van wethouder Klein ten opzichte van wethouder Everhardt?
– Indien de huur van het gehele koetshuis (minus de woning) door de UVO aan De Veldkeuken niet tijdelijk is in welk besluit van het college wordt dat aangekondigd en hoe is de motivatie van het besluit? Welke concrete afspraken zijn door de UVO met De Veldkeuken gemaakt?
– Indien de huur aan De Veldkeuken van het gehele koetshuis (minus de woning) tijdelijk is, zijn er dan afspraken gemaakt tussen De Veldkeuken en de UVO om de facilitaire ruimten die voorheen in gebruik van het MOA waren in oorspronkelijke staat op te leveren aan een nieuwe museale exploitant van het landhuis? Indien deze afspraken niet zijn gemaakt, wat is er dan de reden voor dat deze niet gemaakt zijn?
– Wat zijn de juridische gevolgen van de al dan niet tijdelijke huur van het gehele koetshuis (minus de woning) voor de rechtspositie van De Veldkeuken of van een toekomstige museale exploitant van het landhuis?
– Indien de huur van het gehele koetshuis (minus de woning) aan De Veldkeuken is losgekoppeld van de museale bestemming van het landhuis hoe verhoudt zich dat tot de intentie en de serieusheid van het college om een nieuwe museale exploitant voor het landhuis te vinden?

Foto 1: Schermafbeelding van deel van het onderzoek ‘Restauratie en museale invulling Buitenplaats oud Amelisweerd te Bunnik’ van 23 september 2011 dat in opdracht van de gemeente Utrecht, Bureau Stedenbouw en Monumenten en Amersfoort in C werd verricht.

Foto 2: Schermafbeelding van deel publicatie door Soda over het project ‘Museum Oud-Amelisweerd’, zonder datum (waarschijnlijk 2016).

Foto 3: Schermafbeelding van kaartverkoop van het toenmalige MOA in het koetshuis, uit publicatie door Soda over het project ‘Museum Oud-Amelisweerd’, zonder datum (waarschijnlijk 2016).

Terugblik op mislukken Museum Oud-Amelisweerd. Wat kunnen de openbare besturen van Utrecht en Amersfoort nog leren?

with one comment

Onderstaande reactie schreef ik op 22 januari 2011 bij de plaatsing van het ‘De Wegh der Weegen; Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Een Rapportage Haalbaarheidsonderzoek.’ Denk ik er meer dan acht jaar later anders over nu de exploitant Stichting MOA in 2018 failliet is gegaan en het bestuur van de gemeente Utrecht een onderzoek heeft toegezegd naar de verhuizing van het antieke Chinese behang? Voor erfgoed- en museumdeskundigen een gruwel, zelfs een no-go area, maar blijkbaar voor delen van de Utrechtse politiek een begaanbare weg om met opoffering van cultureel erfgoed uit het bestuurlijke doolhof te ontsnappen. Omdat deskundigen hierover de wethouder vermoedelijk niet positief zullen adviseren valt overigens niet te verwachten dat het plan meer dan een proefballon wordt. Nee, ik denk er acht jaar later nog hetzelfde over. De oorzaak van de mislukking is terug te voeren tot de tunnelvisie, kortom een te smal perspectief. Inmiddels zouden Utrechtse raadsleden kunnen weten dat ze er een kwestie bij hebben. Als hun voorgangers in 2011 niet hadden zitten slapen en de waarschuwingen hadden opgepikt dan was dat niet het geval geweest. Maar acht jaar is een eeuwigheid in de politiek. Jammer is wel dat de politiek van Utrecht en Amersfoort hiervan niet wil leren. In Amersfoort wordt een voorstel van Amersfoort2014 voor een onderzoek afgewezen. In Utrecht lijkt zelfs dat besef niet door te dringen dat deze kwestie wel eens een onderzoek waard zou kunnen zijn. Dit gaat uiteindelijk niet over een rijksmonument in Bunnik, maar om de haperende kwaliteit van het openbaar bestuur. En dat is pas echt zorgelijk voor wie in Amersfoort of Utrecht woont.

Foto: Reactie aan Helena bij artikel ‘Onderzoek Armando Museum roept vragen op’. Andere commentaren op dit blog over Museum Oud-Amelisweerd kunnen opgeroepen worden door rechts bovenin de marge ‘Zoek op dit blog’ zoektermen als ‘Armando’, ‘Amelisweerd’ of ‘Amersfoort’ in te tikken. 

Petitie ‘Speelgoedmuseum Deventer’ vraagt Deventer politiek om een toekomst. Sluiting om financiële redenen zou verarming zijn

leave a comment »

Staat het Speelgoedmuseum Deventer op omvallen? Er wordt vanaf maart 2019 over beslist. Het museum is ondergebracht bij de gemeentelijke erfgoed-organisatie Deventer Verhaal dat in een toelichting zegt: ‘In het Speelgoedmuseum zie je speelgoed waar in Nederland mee gespeeld is. Met ruim 13.000 objecten heeft het Speelgoedmuseum Deventer de grootste openbare collectie speelgoed van Nederland’. In een petitie bepleit directeur Garrelt Verhoeven om het museum niet te sluiten. Hij is tevens directeur van Deventer Verhaal.

Uit een bericht van De Stentor uit augustus 2018 blijken er twee hete hangijzers te zijn: tijdelijke huisvesting van het Speelgoedmuseum plus de investering in een nieuw onderkomen, en niet-structurele financiering van het museum die ten koste van Deventer Verhaal gaat. Verhoeven ‘eist’ van de gemeente Deventer structurele financiering en noemt een bedrag van 300.000 euro per jaar dat daarvoor nodig zou zijn. De gemeente zegt in een bericht van 1 november 2018 dat het ‘een sterk cultureel profiel’ heeft en ‘vele culturele activiteiten’ ondersteunt. In dat laatste lijkt hem het probleem te zitten als cultuurwethouder Carlo Verhaar (GL) beweert: ‘We willen niet zozeer instellingen financieren als wel culturele activiteiten’. Dat project-model wijst op een opvallende visie van een cultuurwethouder die hiermee afstand lijkt te nemen van culturele instellingen. Zoals het Speelgoedmuseum Deventer. In een andere ontwikkeling met de vastgoedwethouder Jaap Kolkman als eindverantwoordelijke omarmt het Deventer college het particuliere Zeromuseum in oprichting dat past in het frame van een vernieuwend initiatief. Het is onmiskenbaar dat er in de Deventer politiek al sinds 2007 veel wordt ‘gesproken’ over het ‘proces om te komen tot een cultuurvisie’ en de cultuurvisie zelf, maar de voorlopige conclusie toch is dat in de Deventer politiek een eensluidende visie op kunst en cultuur ontbreekt.

Ondertekenen van de petitie kan hier.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieSpeelgoedmuseum Deventer’ van Garrelt Verhoeven, directeur museum op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van berichtPetitie voor behoud Speelgoedmuseum; Voorkom sluiting’ op site van Speelgoedmuseum Deventer.

Foto 3: Schermafbeelding van berichtKeuzes maken voor de toekomst van de culturele sector’ op gemeentesite Deventer.nl, 1 november 2018.

In Amersfoortse raad klinkt de roep om een diepgaand onderzoek naar het MOA. In de Utrechtse raad blijft het opvallend stil

with 4 comments

Het was vanaf eind 2010 uit openbare bronnen duidelijk dat het Armando Museum (later omgedoopt tot Museum Oud Amelisweerd; MOA) geen succes kon worden. De voorwaarden voor succes ontbraken aantoonbaar. Iedereen met ogen in de kop kon dat in het volle daglicht zien. Er waren ontelbare mensen die sinds die tijd gewaarschuwd hebben voor de gebrekkige levensvatbaarheid van het omgekatte Armando Museum in de bossen van Bunnik (Rini Dippel/ex SM, Paul van Vlijmen/ex-Spoorwegmuseum, Eymert-Jan Goossens/Huis Doorn, Jesper Rijpma/VVD UT, Xander van Asperen/D66 UT, SP, Nieuw-Rechts UT, SP UT, Burgerpartij A’foort, Ben Stoelinga/A2014 A’f, Ramón Smits Alvarez/PvdA A’f, Raphaël Smit/Vliet A’f, Simone Kennedy/CU A’f, Hiske Land/GL A’f, Ben van Koningsveld/CDA A’f), maar ze werden niet gehoord en hun argumenten werden weggepoetst. Daarnaast waren er nog mensen uit de museumsector die achter de schermen hun ongenoegen uitten, maar dit vanwege hun functie of positie niet in het openbaar konden zeggen. Het opknappen van het vastgoed sinds begin jaren ’90 onder leiding van Centraal Museum en gemeentelijke diensten van de gemeente Utrecht is overigens geen weggegooid geld en moet niet verward worden met de ongelukkige en mislukte doorstart van het Amersfoortse Armando Bureau in Bunnik.

Een diepgaand onderzoek is nodig. Raadslid Ben Stoelinga van de Amersfoortse partij A2014 vindt dat de onderste steen boven moet komen over de gang van zaken van het MOA. Stoelinga is vooral geïnteresseerd in de financiële afwikkeling. Hij schetst twee scenario’s die in de raadsvergadering van 5 februari 2019 besproken worden: een onderzoek door externe onderzoekers of een raadsenquête. De laatste optie lijkt vanwege de transparantie en de mogelijkheid om betrokkenen, zoals ambtenaren en bestuurders onder ede te horen zijn voorkeur te genieten, zoals uit een notitie blijkt. Vanwege de werkdruk kunnen delen van de raadsenquête uitbesteed worden aan externe onderzoekers, zodat een combinatie van beide soorten onderzoeken wellicht het meest werkbaar is omdat het openheid en diepgang combineert met volledigheid.

Complicatie is de veelheid aan betrokken gemeenten (Utrecht, Amersfoort, Bunnik), de snelle wisseling van cultuurwethouders en de gefragmenteerde besluitvorming waardoor niemand zich blijkbaar verantwoordelijk voelt. Het is opvallend dat met Ben Stoelinga, maar ook met de langzittende raadsleden Hans van Wegen (BPA), Ben van Koningsveld (CDA) en Simone Kennedy-Doornbos (CU) het historisch geheugen in de Amersfoortse raad nog aanwezig is omdat deze raadsleden de beslissende debatten zelf hebben gevoerd en door hun dossierkennis weten waarover ze praten. In de Utrechtse gemeenteraad ontbreekt dat geheugen en die kennis op één uitzondering na, te weten SP’er Tim Schipper. In de Utrechtse raad is de omloopsnelheid zo groot dat bij de belangrijkste partijen in dit dossier, te weten D66 en VVD de woordvoerders elkaar in snel tempo hebben opgevolgd (D66: Xander van Asperen, Aline Knip, Ellen Bijsterbosch; VVD, Jesper Rijpma, André van Schie, Marijn de Pagter). Voor leden van de Utrechtse raad is de geschiedenis, besluitvorming en financiële complicatie van het MOA een ver-van-hun-bed-show waar ze geen persoonlijke betrokkenheid bij hebben. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Daarom is het verklaarbaar dat de kritiek op het MOA uit de Amersfoortse en niet uit de Utrechtse raad klinkt. Terwijl laatstgenoemde er een groter belang bij en verantwoordelijkheid voor heeft omdat landhuis Amelisweerd eigendom van de gemeente Utrecht is.

De inzet van Ben Stoelinga is prima en vanuit zijn verantwoordelijkheid voorbeeldig te noemen, maar loopt ook tegen grenzen aan. Het kent nu eenmaal een Amersfoorts perspectief. En dat kan per definitie niet het hele perspectief zijn. Het is zoals gezegd verklaarbaar, maar ongelukkig dat de Utrechtse raad geen initiatief neemt voor een onderzoek van een project waarover jaren van tevoren met argumenten werd aangetoond dat het zou mislukken. Daarnaast is er ook de provincie Utrecht waar de statenleden Elly Broere, PVV en Truke Noordenbos, SP kritische vragen stelden, maar zij waren de uitzondering. Zijn het in de Utrechtse raad alleen het historisch geheugen en het gebrek aan kennis en affiniteit die ontbreken of is er meer aan de hand? De omstandigheid dat sinds 2010 alle grotere partijen bestuursverantwoordelijkheid hebben gedragen en boter op hun hoofd hebben in dit dossier MOA kan het zwijgen in de Utrechtse raad verklaren. Zodat geen van de grotere partijen happig is op een onderzoek dat met terugwerkende kracht de eigen bestuurders zou kunnen beschadigen. En de leden van de kleinere partijen (PvdD, DENK, S&S, PVV, Stadsbelang) leggen of andere prioriteiten of beseffen niet eens hoe slecht dit project vanuit het gemeentebestuur is uitgedacht en begeleid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOnderste steen boven rond faillissement MOA’ van Artwin Kreekel in het AD, 5 februari 2019.

Opmerkingen bij een onderzoek over identiteit. Mama Cash: ‘Vrouwen in kunst en cultuur zwaar ondervertegenwoordigd’

leave a comment »

Mama Cash is een internationaal fonds dat feministisch activisme financiert. Het bracht op 3 februari 2019 het onderzoekThe Position of Women Artists in Four Art Disciplines in The Netherlands’ naar buiten. Zoals het onderzoek zelf zegt is er vervolgonderzoek nodig. Want methodologisch is het mager onderbouwd. Het is moedig van de samenstellers om te denken dat dit meta-onderzoek dat enkele onderzoeken samenvoegt in deze basale fase al naar buiten kan worden gebracht. Welk doel deze vroegtijdige publicatie dient is gissen.

Identiteit is een onderwerp dat media, politiek en burgers harder laat lopen. Vraagstukken over identiteit kunnen in het huidige politieke klimaat steevast op aandacht rekenen. Men hoeft niet diep in te gaan op sociaal-economische aspecten om toch in de nieuwscyclus gehoord te worden. Men kan volstaan met het aanstippen van sociaal-culturele aspecten. Zoals aanhangers van Jordan Peterson hun mannelijkheid verdedigen vanuit hun onderbuikgevoelens. In die zin is de beschrijving van een geconstateerd onrecht politiek ongevaarlijk. Een afleiding voor wezenlijke verandering. Het is de vraag of serieuze wetenschap hieraan mee moet doen. Maar toch is het goed dat het onderzoek plaatsvindt omdat de dominante, mannelijke blik vrouwen nu eenmaal discrimineert. Alleen, wat is de goede vorm om dat aan te kaarten?

Methodologisch is het opmerkelijk dat absolute en relatieve cijfers door elkaar lopen. Wat wordt er gemeten? Stel dat een kunstdiscipline 30% vrouwen telt en in de belangrijkste presentatie-instellingen van die discipline 35% worden gepresenteerd. Zegt dat dan dat de vrouwelijke kunstenaars over- of ondervertegenwoordigd zijn? Het lijkt allebei waar. Vrouwelijke kunstenaars zijn ondervertegenwoordigd in de discipline, maar oververtegenwoordigd in de presentatie-instellingen binnen die discipline. Nogmaals, wat zegt dat dan?

Uiteraard moet voor de toekomst het streven binnen de kunstsector gelijkwaardigheid en evenredigheid van vrouwelijke en mannelijke kunstenaars zijn. Naast alle andere subcategorieën die evenredig vertegenwoordigd moeten zijn (homoseksualiteit, ras, religie, etniciteit, opleiding, sociale klasse, stad/platteland). Het valt niet in te zien waarom de ene of de andere gender minder goed vertegenwoordigd zou zijn in kunstinstellingen. Maar niet in elke kunstdiscipline is hetzelfde percentage vrouwen werkzaam. In de hardrock-muziek zal dat lager zijn dan in de keramiek- of textielkunst. Het gaat dus om relatieve getallen. Wat is de nulmeting? De samenstelling van de totale bevolking in Nederland en daarbuiten, de achtergrond van de studenten aan kunstopleidingen, het lidmaatschap van een beroepsvereniging of ranglijstjes en toegekende prijzen?

De sterke aandacht voor de identiteit van de kunstenaar die alle nuances weg dreigt te bulldozeren kan tot vergissingen en misverstanden leiden. De representatie van de diverse subcategorieën die tot achter de komma moet kloppen wordt zo ingewikkeld dat het in de praktijk niet realiseerbaar is en verlammend werkt. Daarnaast moet het begrip identiteit niet heilig worden verklaard. Het is wat het woord zegt dat het is: eigenheid, individualiteit. Dat onttrekt zich deels aan een tweedeling in exclusieve categorieën die te grof is.

Een voorbeeld over musea. Het onderzoek gaat uitsluitend uit van de presentatie van vrouwelijke, mannelijke of transgender kunstenaars in de vaste opstelling of in tijdelijke tentoonstellingen. Hiermee blijven andere ‘machtsposities’ binnen het museum buiten beeld. Stel dat een vrouwelijke directeur en conservator het werk van een mannelijke kunstenaar in hun museum tonen of andersom een mannelijke staf het werk van een vrouwelijke kunstenaar toont, wat zegt dat over de mannelijke of vrouwelijke focus van betreffend museum?

Dit staat nog los van het politieke streven en de maatschappelijke opstelling van betreffende kunstenaars. Want een vrouwelijke kunstenaar kan zich vrouwonvriendelijk opstellen, en een mannelijke kunstenaar kan zich vrouwvriendelijk opstellen. Niet alle vrouwen zijn immers feministes, en niet alle feministes zijn vrouw.

Complicatie is de context waarin het werk getoond wordt. Het werk van een vrouwelijke kunstenaar kan als ’tegenvoorbeeld’ vertoond worden dat dient om een vrouwonvriendelijk betoog te onderstrepen. Op de wijze van de tentoonstelling van Entartete Kunst in München in 1937. Getuigenissen maken duidelijk dat het voor vele bezoekers een positieve kennismaking met de toenmalige hedendaagse kunst was. Ze vonden er niet de verkettering in die door het Nazi-bewind werd bedoeld, maar het omgekeerde. Zo kan omgekeerd ook het werk van een mannelijke kunstenaar getoond worden om een feministische overtuiging te onderbouwen. Hoe moet het een dan tegen het ander afgewogen worden als de subcategorieën man en vrouw tekortschieten?

Een ander bezwaar van het onderzoek is dat de focus op de maker te eenzijdig is. Door die te verbreden worden de cijfers minder plat en geïsoleerd en kunnen ze veelzeggender gemaakt worden. Er valt te denken aan een onderzoek dat veel meer data weegt en betrekt in de vergelijking. Een voorbeeld hoe dat zou kunnen werken geeft de methode om te bepalen hoe Nederlands een Nederlandse film is en wanneer die voldoet aan de voorwaarden voor financiering door de Nederlandse overheid. Dat is een weging van vele data: de achtergrond van de scenarist, de hoofdrolspelers, de producent, de financierder, de regisseur, technische functies als montage, muziek, camera en de laboratorium/postproductie. Dat blijft een methode die kritiek ondervindt, maar in elk geval minder grof is dan uitsluitend uit te gaan van de gender van de kunstenaar.

Foto: Schermafbeelding van berichtVrouwen in kunst en cultuur zwaar ondervertegenwoordigd’ van Mama Cash, 3 februari 2019.