Museum de Fundatie zegt in jaarverslag dat er gedurende 15 jaar organisatorische problemen waren die niet aangepakt werden. Waar laat dat Keuning en Raad van Toezicht?

Schermafbeelding van deel artikel ‘Museumdirecteur Ralph Keuning over ophef: “Organisatie is onvoldoende meegegroeid” van Rutger Borgerink voor RTV Oost, 10 mei 2022.

RTV Oost citeert uit het jaarverslag 2021 van Museum de Fundatie in Zwolle. Er is onder personeel en oud-personeel ophef over het functioneren van directeur Ralph Keuning. Hij zou op autoritaire manier leiding hebben gegeven en zo een deel van het personeel tegen zich in het harnas hebben gejaagd. Er zou volgens sommigen zelfs een angstcultuur heersen.

Tot nu toe heeft Keuning op de kritiek niet publiekelijk gereageerd. Dat doet hij nu voor het eerst in genoemd jaarverslag:

Schermafbeelding van deel jaarverslag 2021 van Museum De Fundatie, p. 10.

Keuning zegt dus dat de problemen bij Museum de Fundatie onder meer zijn veroorzaakt doordat de organisatie de afgelopen 15 jaar onvoldoende is meegegroeid met de uitbreiding van het museum. Zoals RTV Oost zegt: ‘Op zijn eigen functioneren gaat hij verder niet in‘. Met de zinsnede ‘maar niet alleen‘ houdt Keuning de optie open dat hij niet goed geopereerd heeft, maar die wordt door hem jammergenoeg niet uitgewerkt.

Wat probeert Keuning te bereiken met zijn constatering over de museale organisatie die 15 jaar niet meegroeide met de ambities? Hoe dan ook was Keuning daar als directeur gedurende deze periode de eerst verantwoordelijke voor.

Hij ging over de bedrijfsvoering en de inzet van middelen. Keuning geeft indirect toe dat het beleid niet goed was. Beleid waarvoor hij verantwoordelijk was. Maar waarvoor hij geen verantwoordelijkheid neemt. Evenmin houdt de Raad van Toezicht hem hiervoor verantwoordelijk.

Probeert Keuning het museum als organisatie een collectieve schuld in de schoenen te schuiven zodat hij als directeur niet als enige daar op aangesproken kan worden? Geeft hij ook de Raad van Toezicht een trap na omdat die de organisatie niet goed bewaakt heeft? Want daar lijkt het sterk op.

Dat is een afleidende projectie van Keuning die niet getuigt van zelfkennis. Hij verwijt achteraf de Raad van Toezicht dat het hem onvoldoende aangestuurd heeft en beter had moeten corrigeren. Want het is de Raad van Toezicht die over het toezicht gaat en dat 15 jaar verzaakt zou hebben. Welke kaas laat de Raad van Toezicht zich door Keuning van het brood eten?

Wat Keuning doet past in het patroon van de directie en de Raad van Toezicht van dit museum. Namelijk herhaalde pogingen om kritiek te bagatelliseren en onschadelijk te maken door verhulling, ontkenning, vertraging en geringschatting van de medewerkers die zich kritisch uitspreken. Als Keuning of RvT-voorzitter Van Boxtel en zakelijk directeur Zuidema ingaan op de kritiek dan gebeurt dat sussend of vrijblijvend met als doel om alles bij het oude te laten.

Iedereen was 15 jaar schuldig volgens Keuning. De schoonmaker, kassamedewerker, projectmedewerker en medewerker van de technische dienst in dezelfde mate als de directeur of de voorzitter van de Raad van Toezicht.

Als iedereen fouten maakt, dan kan niemand daar verantwoordelijk voor worden gehouden. Dat is de logica van de doofpot. De doofpot van Museum de Fundatie staat al 15 jaar te roken, maar nu zegt de directie in een jaarverslag dat het een groeistuip van de organisatie was. Die was zo onzichtbaar dat er 15 jaar door de leiding niet is ingegrepen. Nalatigheid wordt als afleiding voor de fout gebruikt.

Het raadsel van het functioneren van het management van Museum de Fundatie wordt er door de verklaring in het jaarverslag 2022 eerder groter dan kleiner op.

Waarom wijzigt eindredactie NRC achteraf kop bij artikel over Afrika Museum?

Schermafbeelding van deel artikel Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘ van 23 april 2022 in NRC met gewijzigde kop. In de browser staat ‘onenigheid-over-de-koers-bedreigt-afrika-museum‘.

Op 23 april 2022 plaatste ik het commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ naar aanleiding van een artikel in NRC van die dag van Marit Willemsen over het Afrika Museum. Ik vond dat Marit Willemsen vele kansen had laten liggen en niet erg diep op dit onderwerp was ingegaan. In mijn commentaar beredeneerde ik wat zij ongenoemd had gelaten. Het commentaar sloot ik af met de volgende woorden:

Schermafbeelding van deel commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ van George Knight, 23 april 2022.

Nu is de kop die op 23 april 2022 luidde ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ veranderd in ‘Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘. De kop van de papieren versie van 25 april 2022 luidde weer anders: ‘Ruzie bedreigt het Afrika Museum‘.

De beslissende rol van de eindredactie van NRC valt op. Die doet meer dan het monteren van teksten, maar geeft daar ook kleuring aan. Die rol stopt blijkbaar niet op en kort voor 23 april 2022, maar gaat ook na publicatie in papier en online nog door.

Sleutelen achteraf aan koppen door eindredacties moet terughoudend gebeuren. Want de archieffunctie van een medium wordt erdoor verstoord. Wat was er volgens de eindredactie van NRC fout aan de eerste kop ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘? Is de hoofdredactie van NRC door een van de betrokkenen na publicatie van het artikel van Marit Willemsen aangesproken door een van de twee in het artikel genoemde betrokken organisaties en heeft die druk gezet om de kop te wijzigen? Het hoeft niet zo te zijn, maar de wijziging roept deze optie over zich af.

De wijziging van de kop roept de vraag op waarom er een nieuwe kop is gekomen. Werd achteraf de kop van 23 april 2022 niet goed bevonden door iemand die de eindredactie die de eerste kop maakte heeft teruggefloten? Het is moeilijk in te schatten omdat het niet bij het artikel met de nieuwe kop wordt gemeld. Zodat het lijkt alsof de tweede kop de oorspronkelijke kop was. Het melden van wijzigingen in een artikel is blijkbaar bij NRC geen gebruik. Bij veel Angelsaksische media is dat wel zo. Zij melden dit soort wijzigingen nauwgezet.

De tweede kop is dubbelzinnig en minder duidelijk dan de eerste kop. Verwarrender dus. Het woord ‘onzorgvuldig’ wordt tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. Dat kan betekenen dat het om een citaat gaat. Maar het kan ook betekenen dat het om een gefingeerd citaat gaat. Van wie blijkt niet uit de kop.

Het lijkt er sterk op dat de eindredactie van NRC zelf behoefte heeft aan eindredactie. In elk geval legt de wijziging van de kop opnieuw de focus op de onenigheid tussen het NMVW en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum.

Schermafbeelding van deel artikel ”Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ in NRC, 23 april 2022. Met kop die achteraf door NRC is gewijzigd. Via commentaar van George Knight, 23 april 2022.

Elementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum

NRC heeft geprobeerd om in een artikel over het Afrika Museum nuances aan te brengen en suggestieve opmerkingen achterwege te laten. Het geschil tussen het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum in Berg en Dal ligt gevoelig. De Congregatie heeft de huurovereenkomst met het NMVW per 1 januari 2025 opgezegd. Tegen welke achtergrond speelt de controverse? Deze reactie probeert de basis voor een onderzoeksartikel te leggen dat oordeelt op basis van feiten en cruciale omstandigheden.

Schermafbeelding van deel artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van Marit Willemsen in NRC, 23 april 2022.

Moralisme

Het NMVW moraliseert. Dat is een prima verdedigingslinie om politiek en media op afstand te houden. Ze breken er niet doorheen of missen het besef dat dit een kwestie is. Gemoraliseer is een gevaar als het afleidt van het passende antwoord. Of liever gezegd van het stellen van de goede vragen. Daar gaat het artikel mank aan.

NRC-correspondent Oost-Nederland Marit Willemsen laat in haar artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van 23 april 2022 de woordvoerder van het NMVW praten en citeert geen antwoorden op scherpe vragen die ze hem stelt. Zodat men hieruit mag afleiden dat ze die vragen niet heeft gesteld.

Moralisme is niet waar het geschil over het Afrika Museum tussen het NMVW en de Congregatie over gaat. Het gaat over geld en macht.

Tussen de abstractie van mooie woorden die niet te verifiëren zijn en de macht van het geld dat zich grotendeels achter de ambtelijke en politieke schermen afspeelt kan een museum getoetst worden aan professionaliteit. Opvallend is dat beide partijen vinden dat het daar bij de ander aan schort. Kan het allebei waar zijn?

Gebrek aan professionalisme en strijd om geld

Het gebrek aan professionalisme van het NMVW dat in 2020 17,5 miljoen euro via regelingen van OCW ontving om een professionele museale organisatie op te bouwen zou door twee vragen die in het artikel onvoldoende aandacht krijgen bevraagd kunnen worden.

De eerste vraag is waarom het NMVW in het beleid mensen centraal stelt en objecten afwaardeert. Of attributen zoals toenmalig directeur Stijn Schoonderwoerd in 2019 zegt. Wat is de rol van de kunstobjecten in de collectie? Ze lopen het lot om tot een plaatje bij een praatje dat het NMVW wil verkondigen te verworden. Dat roept de vraag op waar de drie musea voor staan die samenwerken in de koepel NMVW en wat voor zelfbeeld degenen hebben die het beleid bepalen.

Zijn het kunstmusea die uitgaan van de objecten of eerder historiserende musea die aan de hand van de objecten een verhaal vertellen? Vanzelfsprekend is de keuze voor het laatste niet. Integendeel. Buitenlandse etnografische musea als het Duitse Hombuld Forum zetten de objecten centraal in hun presentatie. Dat hoeft per definitie ook weer niet, maar aanvaardt het evenmin als vanzelfsprekendheid dat objecten niet centraal worden gesteld.

De andere vraag die niet gesteld wordt is of het NMVW standaard volgens de geldende museale normen werkt. Dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn voor musea die zijn aangesloten bij het Museumregister en de Museumvereniging. Daarbij komt dat het NMVW een budget van 24 miljoen euro heeft (2020). Zo’n bedrag brengt verplichtingen over de verantwoording van de werkwijze en de besteding met zich mee. Aanleiding voor twijfel voor de juiste besteding van het budget zijn herhaaldelijk optredende onregelmatigheden met klimatisering, brandveiligheid en slordige behandeling van objecten. Dat moet in kaart gebracht worden.

Identiteit

Willemsen praat direct met de Engelssprekende Jamaicaan Wayne Modest over Afrika en vertegenwoordiger Carel Verdonschot van de Congregatie mag daar op reageren. Het is de vraag of dat een evenwichtige journalistieke opstelling is. Daarbij komt dat het lijkt alsof van Modest vanwege zijn persoonlijke achtergrond wordt gedacht dat hij meer recht van spreken heeft. Maar heeft hij daarover meer te vertellen dan de paters van de Congregatie die betrokken zijn bij het Afrika Museum? Terwijl de laatsten daar gewoond en gewerkt hebben en het nog maar de vraag is of Modest ooit in Afrika is geweest.

Dat is het mechanisme van identiteit waardoor het artikel uit het lood komt te staan. Door die oppervlakkige laag vernis over identiteit weten tot nu toe alle artikelen over het NMVW niet tot de kern door te dringen. Ze graven niet dieper, maar blijven aan de oppervlakte van de vernislaag hangen. Dat proberen te bewerkstelligen is een defensieve strategie van het NMVW.

Identiteit die ons reduceert tot een enkel hokje is een belediging voor ons denken. ‘We zijn méér dan man, vrouw, wit, zwart, lesbisch of hetero‘, zegt Kwame Anthony Appiah. Journalisten die er stilzwijgend van uitgaan dat een enkel hokje veel, zo niet alles verklaart bezondigen zich aan lui denken.

Huidskleur is precair om te benoemen en behoort in positief noch in negatief opzicht een verschil te maken over de inhoud. Het NMVW zet het via het optreden van Modest bewust in als joker en verbindt het direct met uitspraken over kolonialisme of slavernij die daarmee geabsolveerd worden en niet meer open ter discussie kunnen worden gesteld.

Journalisten zijn terecht huiverig om daar verdere vragen over te stellen omdat ze dan raken aan de identiteit van de woordvoerder. Hun kompas wordt stuk gemaakt. De roze olifant in de kamer is in dit geval zwart. Wat niet wordt gezegd over het NMVW wordt zo interessanter dan wat wel wordt gezegd.

Pure overtuiging

Het artikel is interessant vanwege de impliciete claim van het NMVW op de meest pure overtuiging. Dat is als vanouds het voorrecht van religieuze organisaties als de paters van de Congregatie. Dat voorrecht betwist het NMVW door er haar eigen ietsistisch moralisme tegenover te zetten.

Zo ontstaat een onuitgesproken ideeënstrijd tussen de spiritualiteit van het NMVW die een combinatie is van marketing, zingeving, linksige politiek en claims op eigentijdsheid en moderniteit, en de traditionele godsdienst van de Congregatie die in eeuwen binnen marges is vastgelegd.

Deze claims en verschillen voeden het onbegrip tussen beide partijen. De vaagheid van het NMVW geeft deze organisatie manoeuvreerruimte en onduidelijkheid, terwijl de fixatie van de Congregatie traditie en voorspelbaarheid geeft.

Het is verre van verwonderlijk dat het NMVW beter bij de tijdgeest aansluit en vertegenwoordigers van de media zich daar beter mee kunnen identificeren. Zonder het volledig te hoeven begrijpen. Dit wordt versterkt doordat het NMVW door de gezochte vaagheid van overtuiging die brede marges opzoekt en zo bijna iedereen een mentale plaats biedt, terwijl het katholicisme van de paters strikter bepaald is en die manoeuvreerruimte mist.

Door sluimerende misbruikschandalen binnen de katholieke kerken hebben katholieke organisaties ook nog eens een slechte pers gekregen. Wat uiteraard niets met deze kwestie te maken heeft. Maar het bepaalt de beeldvorming. Van publiek en journalistiek.

Schermafbeelding van deel paragraaf ‘Missiepartners‘ van het NMVW op site Afrika Museum. Met tekst: ‘Mission first. Wij zijn een missiegedreven organisatie. Ons doel is te inspireren tot een open blik op de wereld en bij te dragen aan wereldburgerschap. In Nederland en ook elders in de wereld. Wij vertalen die missie door in al onze activiteiten, ook zakelijk. Onze partners delen die visie. Ook voor hen geldt: mission first. Dat betekent dat samenwerking meer zal opleveren dan geld alleen.

Slag in de media

Het NMVW profileert zich in de media met linksig identitair denken en ietsistisch moralisme waarvan journalisten in hun achterhoofd denken dat ze het met goed fatsoen niet tegen kunnen spreken. Omdat dat ongepast is en omdat de overtuiging van het NMVW zo vaag is dat het weinig om het lijf heeft. Daarmee heeft het NMVW de slag in de media al gewonnen.

Die slag houdt in dat het niet meer over de inhoud gaat. Dat het niet concreet en verifieerbaar wordt. Dat het museale professionalisme van het NMVW niet ter discussie wordt gesteld. Dat de rol van de kunstobjecten niet centraal staat. Wat het NMVW beweert blijft vaag en abstract. Wereldburgerschap, eigentijdsheid. diversiteit, dekolonisatie. Vul maar in, het claimt van alles en zegt niks. Geen journalist die voldoende doorvraagt.

Achter die vaagheid zit een bewuste strategie van het NMVW dat jaarlijks dus 17,5 miljoen euro overheidssubsidie ontvangt en dat veilig wil stellen. Binnen het ministerie van OCW heeft het NMVW niet onpartijdige medestanders die de openbaarheid en verantwoording uit de weg gaan, maar zich wel vanachter de schermen in de kwestie blijven mengen. Is het een wonder dat de Congregatie door OCW niet wordt aanvaard als serieuze gesprekspartner?

Vervolg: een duurzaam artikel

Het Afrika Museum van voor de fusie van 2014 werd in de jaren daarvoor positief beoordeeld door de Raad voor Cultuur en visitatierapporten. Is het omgekeerde waar dat de huidige bedrijfsvoering van het Afrika Museum door het NMVW aan kwaliteit heeft ingeboet? Dat zou nader onderzocht moeten worden. Waarom begrijpt Modest niet dat hij met de verwijzing naar de in 2007 ingerichte ‘duistere’ eerste verdieping feitelijk zijn eigen NMVW een brevet van onvermogen geeft?

Het artikel vraagt óf om een antwoord met detaillering door een deskundige met kennis van zaken over het reilen en zeilen van het NMVW én het Afrika Museum óf om een vervolg dat het perspectief van de Congregatie beter doet uitkomen dan deze poging van Marit Willemsen. Ook de rol van OCW kan in zo’n artikel nader uitgewerkt worden.

Wellicht kan de onderzoeksredactie van NRC helpen om door factcheck de feiten en claims op moraliteit van NMVW en Congregatie op een rijtje te zetten voor de basis van een duurzaam artikel dat zich niet laat leiden door oppervlakkigheden die afleiden van de zaak. Niet in het minst over geld en macht. Hard geld gaat voor slappe praatjes. De lezer verdient beter dan een impressie.

Geschil tussen paters en het NMVW over Afrika Museum komt naar buiten. In de publiciteitsslag heeft het NMVW kortere lijnen naar politiek en media

Schermafbeelding van deel artikel ‘Sluiting dreigt voor Afrika Museum‘ van 9 april 2022 in De Gelderlander (achter betaalmuur).

De Gelderlander pakte afgelopen zaterdag 9 april uit met een artikel over de problemen bij het Afrika Museum in Berg en Dal. De journalisten spreken zelfs over een vechtscheiding tussen de eigenaren van gebouw en collectie, de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest en de huidige beheerder, het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW).

De paters hebben de huurovereenkomst met het NMVW opgezegd zodat het Afrika Museum per 1 januari 2025 uit dat samenwerkingsverband van drie musea stapt. Dat is een fikse financiële en publicitaire aderlating voor het NMVW. Het krijgt jaarlijks meer dan 10 miljoen euro overheidssubsidie die mede is berekend op basis van de deelname van het Afrika Museum. Dat valt na 2025 weg zodat de overhead die op het Afrika museum wordt verhaald ook wegvalt. Reden voor de scheiding is dat de paters het niet eens waren met de inhoudelijke koers van het Afrika Museum.

Maar op hun beurt dreigen de paters ook in financiële problemen te komen. Want het ministerie van OCW zou het nieuwe Afrika Museum geen subsidie mee willen geven. Als het door het ministerie al aanvaard wordt als serieuze gesprekspartner. Dat kan ook anders dan via de culturele basisinfrastructuur, de BIS.

Hierover schreef ik op 2 maart 2022 in een commentaar: ‘Zo goed heeft het NMvW het Afrika Museum afgelopen jaren niet beheerd. Wellicht wel in de papieren werkelijkheid die het NMvW het ministerie van OCW voorspiegelt, maar niet in de museale werkelijkheid. Het is de beurt aan Berg en Dalse, Nijmeegse en Gelderse raadsleden en bestuurders om hier bij het ministerie vragen over te stellen.’

Een en ander wijst op een slecht huwelijk tussen beide partners. Dat de onmin nu publiekelijk naar buiten komt is een verder teken van de slechte verhouding. Publicitair zijn de paters kansloos tegen het randstedelijke NMVW dat dicht zit op de macht van Raad voor Cultuur, ministerie van OCW, Haagse politiek en randstedelijke media.

Te vrezen valt dat landelijke media de komende tijd deze kwestie te eenzijdig zullen benadrukken en het een pro-NMVW perspectief geven dat het management van het NMVW in hun oor fluistert. Journalisten die breed inzetbaar en niet specialistisch zijn dreigen te vallen voor de mooie verhalen van het NMVW over Black Lives Matter, zwarte piet en slavernij die in de kern niets met dit geschil te maken hebben. Laat staan dat het direct te verbinden valt met de geschiedenis van de collectie.

Door afleiding wint het NMVW naar verwachting de slag om de publiciteit en weet het de populistische koers en het eigen gebrek aan museaal professionalisme weg te poetsen door dit te verbergen achter een façade van mooie woorden over wereldburgerschap en kolonisatie.

Katholieke paters hebben in Nederland de mentale wind tegen en worden weggezet in de hoek van ouderwets en selectief. Dat is niet altijd terecht. Hun lijnen naar de politiek zijn sinds de ontkerkelijking sterk afgeslankt. Pikant is dat Afrikaanse politieke activisten juist het NMVW van hetzelfde beschuldigen waar het NMVW de Congregatie van beschuldigt. Namelijk ouderwets en selectief te zijn. Als dat in de media genoemd zou worden, dan zal dat de beschuldigingen van het NMVW tegen de paters neutraliseren. Dit aspect ontbreekt in het artikel van De Gelderlander.

Wie rekent op een eerlijk verhaal over deze kwestie van journalisten die zich nieuw inlezen en de details niet kennen leeft in een fantasie. De ongelijke machtsverhouding tussen de paters en het NMVW dat bovenmatig inzet op marketing en publiciteit en daarvoor ruimschoots budget en medewerkers heeft zorgt ervoor dat de paters geen eerlijke kans hebben om hun zaak in de publiciteit en politiek te bepleiten.

Tekenend voor de machtsongelijkheid tussen paters en NMVW is het feit dat oud-directeur Irene Hübner van het Afrika Museum door het NMVW wordt verboden om met de paters mee te denken over een doorstart. Dat zou volgens het NMVW uit haar overeenkomt blijken die ze bij haar vertrek in 2014 tekende. Zo’n verbod is buiten proportie. Het lijkt er sterk op dat het NMVW iets wil verhullen dat te maken heeft met de beheersovereenkomst uit 2014. Een passage uit het artikel van De Gelderlander doet vermoeden dat dit gaat over de collectie die volgens het NMVW niet en volgens de Congregatie wel buiten de beheersovereenkomst valt:

Passage over het spreekverbod van Irene Hübner door het NMVW in het artikel artikel ‘Sluiting dreigt voor Afrika Museum‘ van 9 april 2022 in De Gelderlander (achter betaalmuur).

Dat machtsspel van het NMVW is tekenend. Het ziet het Afrika Museum van de Congregatie niet als partner of rivaal, maar als een concurrent die uitgeschakeld moet worden. Hiermee kiest het NMVW een offensieve houding die niet past binnen de collegiale Nederlandse museumsector. Dat zou zowel de media als het ministerie van OCW tot nadenken moeten stemmen.

De vraag die gesteld moet worden om tot begrip van dit geschil tussen musea te komen is niet zozeer wat de Congregatie is, maar wat het NMVW eigenlijk is.

Zie voor verder lezen over deze kwestie:

commentaar Nogmaals het Afrika Museum en het disfunctioneren van het NMvW van 18 maart 2022

commentaar Afrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat? van 2 maart 2022

persbericht van de Congregatie van 1 maart 2022

commentaar Akwasi is zo vaag, politiek en algemeen in zijn kritiek op het Afrika Museum (NMVW), dat hij feitelijk aan het falen ervan niet toekomt van 25 oktober 2020

commentaar Bobiso Media Monde antiracisme activisten stelen Congolees grafbeeld uit Afrika Museum. En worden buiten gearresteerd van 11 september 2020

commentaar Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW van 30 juli 2020

Museum Het Valkhof en Museum Arnhem betrekken nieuwe publieksgroepen als klankbordgroep bij vier tentoonstellingen in project ‘Ontgrenzen’. Fundamenteel anders of handige marketing?

Daar is weer zo’n kop van een nieuwsmedium dat de lading van het artikel niet dekt. Er wordt in de kop iets gezegd dat in het artikel wordt weersproken. Heeft de eindredacteur die de kop heeft gemaakt het artikel niet gelezen of niet goed begrepen? Allebei is mogelijk.

De kop is onjuist. Ook iemand die geen verstand heeft van hoe een museum reilt en zeilt kan weten dat de kop niet klopt De kop veronachtzaamt de vakprofessional en vervangt dat door dom populisme. Wat volgt? ‘Publiek vormt voorhoede van Nederlands Elftal‘, ‘Publiek maakt eten in sterrenrestaurant‘ of ‘Publiek vervangt ministers in Vrijdagse ministerraad’?

In hoeverre De Gelderlander en beide musea publicitair onder een hoedje spelen om een wilt voetje te halen bij de regionale politiek en het binnenhalen van een miljoen overheidssubsidie te verantwoorden is de vraag. Het kan dat dit artikel dit experiment van beide musea meer beschadigt dan de eindredactie ervan beseft.

Beide musea laten het publiek niet zelf tentoonstellingen maken. Dat is uiteraard praktisch onmogelijk omdat het publiek de kennis, vaardigheid en het netwerk hiertoe mist. Dat is logisch omdat anders museummensen overbodig zouden zijn. Ofwel, het maken van tentoonstellingen gebeurt door museumprofessionals met ervaring. Ze hebben een vak dat niet zomaar door leken vervangen kan worden.

Het gaat erom dat twee musea, te weten Museum Het Valkhof in Nijmegen en Museum Arnhem samenwerken om nieuwe, moeilijk bereikbare publieksgroepen naar hun museum te trekken. Dat doen deze musea volgens eigen zeggen door ‘publieksgroepen te vragen de tentoonstelling mee in te richten‘. Het gaat om samenwerking met publieksgroepen terwijl de coördinatie zoals gebruikelijk bij het museum ligt. Wat er ‘fundamenteel‘ anders is aan zo’n vermeend nieuwe opzet is dan ook de vraag.

De betrokkenheid van de publieksgroepen bestaat eruit dat geselecteerde leden van achtereenvolgens vier verschillende publieksgroepen in vier tentoonstellingen als ‘public in residence‘ meedenken over de inhoud. Twee in Nijmegen, twee in Arnhem. Het heeft zelfs een projectnaam: ‘Ontgrenzen‘. De geselecteerde leden van de publieksgroepen leveren suggesties aan waarmee de medewerkers van de musea aan de slag gaan om een tentoonstelling te maken.

De Gelderlander voegt toe: ‘Voor dit plan hebben de musea subsidie gekregen van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, de zogeheten de BIS-gelden (Basis Infra Structuur). In totaal 1 miljoen euro, 250.000 voor elke tentoonstelling. De Raad voor Cultuur, die het plan beoordeelde, is enthousiast over de vernieuwende benadering van publiek die fundamenteel anders is.

Of dit plan werkelijk anders en vernieuwend is valt te bezien en moet geëvalueerd worden. Elke poging om publieksgroepen naar musea te trekken die tot nu toe het museum moeilijk weten te vinden is hoognodig en waardevol. Want musea zijn conservatieve bastions.

Maar het is onduidelijk of het betrekken van een geselecteerde publieksgroep de oplossing is. Nieuw is dat geenszins. Buitenstaanders zijn vaak al betrokken bij het maken van tentoonstellingen. Of als klankbordgroep, bruikleengever of experts. ‘Ontgrenzen‘ is een initiatief dat aan ‘de buitenkant’ blijft en de organisatie en werkwijze van het museum niet fundamenteel wijzigt. Zo beredeneerd kan het als een defensieve handelswijze van beide musea worden opgevat.

Hedwig Saam van Museum Het Valkhof houdt een slag om de arm: ‘Het is een toegepast onderzoek dat kan leiden tot een nieuwe aanpak in musea. Dat is wat wij hopen en waarom de Raad voor Cultuur ons steunt‘. Maar niets is zeker.

Nogmaals het Afrika Museum en het disfunctioneren van het NMvW

Huize Ooster Meerwijk (uit 1932): een tehuis voor alleenstaande heren, gerund door de fam. Mulder; vanaf begin jaren 50 Huis van de Paters van de Congregatie van de Heilige Geest , waar vanaf 1954 Afrikaanse voorwerpen werden tentoongesteld (het begin van het Afrika Museum), 1925. Reproductie van een ansichtkaart. Collectie: Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen.

Gisteren 17 maart 2022 vroeg een journalist van de regionale pers in Gelderland wat mijn relatie was met het Afrika Museum. Hij zocht contact met me naar aanleiding van mijn commentaarAfrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat?‘ van 2 maart 2022 over het Afrika museum waarin ik kritisch was op het NMvW (Nationaal Museum van Wereldculturen). Ik antwoordde hem per e-mail het volgende:

Met het Afrika Museum heb ik geen relatie. Ik heb nooit met een huidig of voormalig betrokkene of medewerker direct contact gehad. 

Het Afrika Museum is tot 1 januari 2025 fusiepartner van het NMvW. Op deze koepel van volkenkundige musea heb ik kritiek. 

Dat ontstond toen ik me vanaf 2012 inzette voor het Wereldmuseum in Rotterdam toen directeur Stanley Bremer daar de scepter zwaaide. Ik had toen contact met medewerkers, museummensen en politici over de in mijn ogen ongewenste koers van dit museum. Ik werkte met andere burgers samen in enkele publieksacties om dit onderwerp hoog op de agenda te plaatsen. Dat was uiteindelijk succesvol. Die stukken over het Wereldmuseum zijn op mijn blog na te lezen. 

In 2017 werd het Wereldmuseum een ’samenwerkingspartner’ van het NMvW. Dat was een politiek haalbare oplossing die voor dit museum om allerlei redenen niet ideaal bleek te zijn. Stuitend was in mijn ogen het gebrek aan professionalisme van het NMvW en het niet werken volgens de geldende museale normen op het gebied van beheer en brandveiligheid. De stukken met kritiek op het NMvW zijn op mijn blog na te lezen. 

Het verbazingwekkende was naar mijn idee dat binnen de museumsector dat gebrek aan professionalisme van het NMvW bekend was en breed gedeeld werd, maar toch niet doordrong tot de publieke opinie. Integendeel, het management van het NMvW bleef mooie sier maken in de media en de politiek. Ook de media beten niet door, begrepen niet waar het NMvW voor stond of lieten zich misleiden door het politieke sausje dat het management naar buiten bracht. Ik kon er niet anders in zien dan een Potemkin-façade van een slecht geleid museum dat politiek de wind mee had, maar achter de schermen slecht presteerde.

Dat uitte zich in het Wereldmuseum in een afhankelijkheid van het NMvW zoals niet was afgesproken. Dat ging in tegen de beloften van Rotterdamse raad en college om het Wereldmuseum een Rotterdamse signatuur te laten behouden. Maar op de fractievoorzitter van de plaatselijke PvdD na was er geen enkele Rotterdamse bestuurder die het NMvW en het Rotterdamse college aan deze afspraak wilde houden. 

Een waterscheiding was ‘POWERMASK’ (2017-18) dat voorlopig de laatste tentoonstelling oude stijl in het Wereldmuseum was waarin de kunstobjecten centraal stonden voordat het NMvW met populisme, behaagzucht en politiek gewenste geluiden dit museum overnam. Dus tegen de afspraken over de Rotterdamse signatuur in. Zie: 

Deze uitweiding verklaart hoe ik uiteindelijk bij het Afrika Museum uitkwam. Eerder vanuit het directief opereren van het NMvW, dan vanuit het Afrika Museum zelf. Ik herkende in het persbericht van de Spiritijnen en Carel Verdonschot wat ik wist over het Wereldmuseum en over de populistische weg die naar mijn idee het NMvW was ingeslagen. 

Het gaat in deze e-mail te ver om te specificeren waarom ik zo kritisch ben op het vorige en huidige management van het NMvW. Maar ik neem aan dat ik u in een  rode lijn heb duidelijk gemaakt wat mijn grieven zijn tegen het management van het NMvW. Het valt in de blogposts daarover na te lezen. 

Personeel dringt in ‘Rapportage grensoverschrijdend gedrag Museum de Fundatie’ aan op vertrek directeur en Raad van Toezicht

Wobbe Alkema, Diepzeefiguren (1947). Drukwerk. Collectie: De Fundatie Collectie.

Als de (kunst)journalistiek het oppakt, dan is er de komende dagen media-aandacht voor Museum de Fundatie in Zwolle. Want medewerkers en oud-medewerkers hebben het stuk ‘Rapportage grensoverschrijdend gedrag Museum de Fundatie‘ (11 maart 2022) van binnen uit naar buiten gebracht waarin ze de angstcultuur van het museum en wat ze zien als het falen van directeur Ralph Keuning, plaatsvervangend directeur Sarah Voss en de Raad van Toezicht met voorzitter Roger van Boxtel (sinds 2015) beschrijven. Daarnaast is er interim zakelijk directeur Rob Zuidema die hoewel goedwillend de kennis, kunde en tijd zou missen om een verschil te maken. Zie bij reacties voor integrale tekst van de Rapportage.

Volgens deze personeelsleden zouden Keuning, Voss en de gehele Raad van Toezicht af moeten treden. Keuning is in dit verhaal de kwade genius die de medewerkers al jaren intimideert en onheus bejegent, Voss een meeloper van de directeur en de Raad van Toezicht een orgaan dat goedpraat en nalatig handelen door de directeur niet te corrigeren onder het tapijt veegt en nu volhoudt dat de situatie nog te repareren valt. Een onafhankelijk onderzoek dat in opdracht van de Raad van Toezicht najaar 2021 werd verricht maakte het niet openbaar, zodat (en opdat) het personeel niet geïnformeerd werd en daar voor de zoveelste keer een bewijs in zag dat het in haar klachten niet serieus genomen wordt.

In een reconstructie van de gebeurtenissen beschrijft de Rapportage hoe een jarenlange angstcultuur binnen het museum en een wegkijkcultuur van de Raad van Toezicht, en dan in het bijzonder voorzitter Roger van Boxtel, tot de huidige situatie hebben geleid. Dat wegkijken resulteert in verzwijgen en in de doofpot stoppen.

Een en ander doet denken aan het Wereldmuseum onder directeur Stanley Bremer. Meelopers werden bevorderd en inhoudelijk sterke medewerkers ontslagen. Het gevolg is dat Museum de Fundatie nu geen enkele conservator meer heeft.

Een oplossing om de impasse te doorbreken zou kunnen zijn om de eind 2021 versterkte Rekenkamercommissie Zwolle in opdracht van de gemeenteraad een onderzoek te laten verrichten naar het vermeende falen van directie en Raad van Toezicht en een uitweg uit de impasse te schetsen. Zoals de Rotterdamse Rekenkamer in 2015 deed naar het opereren van het Wereldmuseum.

Uitzonderlijk is dat Museum de Fundatie via de Hannema de Stuers Fundatie eigenaar is van de eigen collectie, maar niet van de gebouwen. Van de gemeente Zwolle krijgt het museum subsidie. Uit een bericht uit 2005 in de Stentor blijkt dat het toen ook al rommelde bij het museum. Toen vooral in de relatie met gemeente Zwolle en provincie Overijssel. De Rapportage stelt vast dat de angstcultuur onder de vorige directeur ook al bestond. Die geschiedenis verklaart waarom een directieve directeur die naar buiten toe relatieve continuïteit en rust biedt zolang zijn gang kon gaan, politieke steun kreeg en zelfs nu nog de hand boven het hoofd wordt gehouden.

De meldingen van het personeel zijn anoniem. Dat is niet sterk. De kwestie blijft daarom steken in een patstelling tussen Raad van Toezicht en personeel. Dat is zowel voor het personeel als het museum geen duurzame situatie. Artikelen van van De Stentor van 22 januari 2022 en RTV Oost van 23 februari 2022 schetsten de grieven van het personeel, maar leken onvoldoende om het Zwolse establishment in beweging te brengen.

Of de Rapportage dat wel bewerkstelligt is de vraag. En de hoop van personeel en oud-personeel dat het beste voorheeft met Zwolle en Museum de Fundatie.

Kunsthistoricus Sabry Amroussi meent dat kunst onschuldig is

Schermafbeelding van deel artikelVerdriet over verbreken banden met Hermitage Sint-Petersburg: “Kunst is onschuldig“‘ op AT5, 4 maart 2022.

In een artikel van AT5 over de (tijdelijke) sluiting van de Hermitage doet kunsthistoricus Sabry Amroussi opmerkelijke uitspraken. Men mag aannemen dat de uitspraken kloppen en door hem werkelijk gedaan zijn

Een selectie:

– ‘Het is onterecht dat kunst nu verwikkeld is met politiek

– ‘De kunstenaars hebben hier niet om gevraagd

– ‘Kunst is onschuldig en wordt geofferd op het blok van de politiek en dat zou niet moeten kunnen

Hoe is het mogelijk dat een kunsthistoricus zulke uitspraken doet? Dat roept de vraag op wat er met Amroussi aan de hand is. Lijdt hij aan blikvernauwing of aan geniale domheid? Conservator en kunsthistoricus Sjeng Scheijen wordt ook om commentaar gevraagd over het beleid van de Hermitage en reageert genuanceerd en evenwichtig.

Een en ander roept de vraag op welke functie Amroussi voor kunst weggelegd ziet. Uit de uitspraken blijkt dat hij vindt dat kunst en politiek gescheiden zijn en niet met elkaar verwikkeld mogen worden. Meent hij dat of formuleert hij ongelukkig zonder te beseffen wat hij zegt? Het valt te bezien wat kwalijker is, onhandigheid of naïviteit. Waar laat zo’n uitspraak kunst die zich uitspreekt over politiek en samenleving, zoals relevante kunst altijd doet?

Als Amroussi zegt dat kunst onschuldig is, dan schildert hij kunst af als onverdorven en argeloos. Als iets dat buiten het proces staat en er geen deel van wil zijn. Dan is kunst iets dat niets te maken heeft met politiek en samenleving en er hoogstens per ongeluk in contact mee komt.

Kunst is niet onschuldig, maar schuldig. Kunst die onschuldig wil zijn is amusement en vertier. Dat is een afgeleide, getemde vorm van kunst. Mogelijk is zo’n opvatting bon ton in een deftig en in zichzelf gekeerd tentoonstellingscircuit dat kunst ziet als halfproduct in de tentoonstellingsmachine van musea. Kunst die ertoe doet is hartstikke schuldig. Kunst die ertoe doet kiest altijd positie en is per definitie niet onschuldig.

Waarom hebben kunstenaars volgens Amroussi er niet om gevraagd? Heeft hij dat gecheckt, en als hij naar de kunstenaars van de Russische Avant Garde verwijst wiens werk op de tentoonstelling te zien was die werd gesloten, hoeveel van die kunstenaars zijn nog in leven en hebben zich hier tegenover hem over uitgesproken?

Heeft Amroussi telepathische gaven om in contact te treden met Kazimir Malevitsj (gestorven 1935) en Wassily Kandinsky (gestorven 1944)? Is Amroussi de nieuwe Helena Blavatsky die kunstgeschiedenis verwisselt met occultisme en een medium is geworden om in contact te treden met gestorven kunstenaars?

The medium Marthe Béraud with an ectoplasmatic structure (materialization) on her head. Marthe Béraud also performed under the names Eva C. and Eva Carrière. Photograph taken in 1912 by German parapsychological researcher Albert von Schrenck-Notzing M.D.(1862 – 1929).

De oorlog die de Russische Federatie in 2014 begonnen is tegen Oekraine en is veranderd in een grootschalige invasie is een moment van waarheid. Men kan niet afzijdig zijn omdat als men afzijdig blijft men stilzwijgend kiest voor de agressor. Shell verkoopt haar aandeel in Russische projecten, de Gasunie niet. Advocatenkantoren als Houthoff zien zich door maatschappelijke en politieke druk gedwongen om hun relatie met de Russische machthebbers te verbreken.

De Hermitage verbreekt met een kromme redenering de banden met de Russische Hermitage waarvan het afhankelijk was vanwege bruiklenen. Het bontst maakt Sabry Amroussi het als blijkt dat hij als kunsthistoricus opvattingen over de functie van kunst naar buiten brengt die wringen. Dat is onthullend. Dat is zijn moment van waarheid. Dat is zijn gesloten wereldbeeld.

Museum in wording: immersieve projecties in Almere

Schermafbeelding van deel artikelAlmere krijgt een immersief museum, maar wat is dat?‘ van Omroep Flevoland, 28 februari 2022.

Daar is het weer. Het teistert periodiek de publieke opinie. Namelijk een bericht uit Almere over de plannen voor een museum van internatione allure, groter dan het Stedelijk Museum. Wat is dat?

Matchmakers, cultuurmanagers, wethouders die de wereld over reizen om zich te oriënteren en allerlei ingehuurde project-achtige beleidsmakers zijn al sinds 2013 bezig om een museum in Almere ‘op de kaart te zetten’. De woestijn in de polder is op zoek naar een oase. Dat duurt dus al negen jaar.

Niet toevallig is 2013 het jaar dat Almere Museum De Paviljoens sloot zonder te beseffen dat wat het in de jaren erna in een zoektocht ging zoeken al binnen de gemeentegrenzen had.

Kunt u nog volgen wat Almere bezielt? In de kern gaat het om een identiteitscrisis van Almere dat tussen servet en tafellaken op zoek is naar een nieuwe tafel. Dat is zielig voor de inwoners die steeds weer met groot- en breedspraak over een museum worden geconfronteerd.

Het is niet dat in Almere de (beeldende) kunstsector niet klopt. Want er zijn prachtige Land Art achtige projecten, zoals Marinus Boezems Groene Kathedraal. Maar dat is blijkbaar niet voldoende voor de managers, projectleiders en wethouders. Ze willen meer.

Daarom lezen we nu weer zo’n bericht met deze keer Denise de Boer. Ze is als manager betrokken bij kunstpaviljoen M. en ook bezig om de komst van het museum in Almere voor te bereiden.

De tekst bijt heerlijk in zichzelf. Zoals een hond die de eigen staart najaagt zonder te beseffen wat dat ding is. Het geprojecteerde museum van Almere is als een staart van een hond. De hond blaft om de zoveel tijd en de media doen er netjes verslag van.

De Boer: ‘We hebben heel bewust gekozen voor een immersief museum, omdat dat er in Nederland nog niet is. Immersieve kunstwerken hebben veel ruimte nodig. Die ruimte is er niet genoeg in bestaande musea in het land, maar in Almere straks wel.‘ en ‘Bij ons wordt de ervaring echt gecreëerd door de kunstenaar. De maker wil je daarbij echt iets meegeven. Een surrealistische omgeving die echt wat met je doet.’

Je wordt stil van deze ronkende taal. Hoezo een ‘surrealistische omgeving‘? Hoezo ‘die echt wat met je doet‘? Wat is dat voor marketing waarmee deze manager de boer opgaat? Duidelijk is dat Almere aanhaakt bij de droom en de rationaliteit achter zich heeft gelaten. Almere dompelt zich onder.

Almere heeft in 2013 de geest uit de fles gelaten en is al negen jaar bezig om op spontane wijze een museum te realiseren dat zich van alles onderscheidt. Ook van Almere zelf.

Het artikel van Omroep Flevoland wordt er onbegrijpelijk op door de verwijzing van De Boer naar het werk Wachsraum (1992), een houtconstructie met bijenwas in een smalle gang van Wolfgang Laib (niet Leib) in De Pont. Dat werk wordt door De Boer ingedeeld bij immersieve kunst die de kijker onderdompelt in een ervaring. Het unique selling point in de marketing van Almere. De Boer gebruikt verwijzingen naar De Pont als legitimatie voor het eigen museum. Maar Laib gaat niet voor een surrealistische ervaring, maar voor sacraliteit, natuur en tijdloosheid.

De uitgebeende soberheid van De Pont is niet wat het museum in Almere nastreeft. Dat is tegelijk de sleutel om te begrijpen waarom het spaak loopt in Almere. De Pont is een particulier museum met nauwelijks personeel dat financieel onafhankelijk is en zich met marketing en schijnbewegingen niet in bochten hoeft te wringen voor subsidie- op opdrachtgevers. De Pont kan zichzelf zijn. In Almere praat iedereen mee, is de marketing leidend en worden de kunstobjecten niet geselecteerd op hun intrinsieke waarde, maar moeten ze passen in een masterplan over de ervaring van de bezoeker die wordt ondergedompeld in een opgeroepen schijnwereld. Intussen lijkt die schijnwereld de plannenmakerij opgeslokt te hebben.

Kris Callens meent dat argumenten van overheid niet deugen om kunstsector te sluiten. Wat valt de museumsector te verwijten?

Schermafbeelding van deel artikelDirecteur Fries Museum furieus over het wéér dicht blijven: “Onbetrouwbare overheid” van Omrop Fryslân, 15 januari 2022.

Vele kunstenaars, kunstliefhebbers en museumprofessionals hebben zich afgelopen week afgevraagd waarom musea en theaters vooralsnog tot 25 januari 2022 dicht moeten blijven. De kunstsector voelt zich niet gehoord en ontsteekt langzaam in woede. Slijterijen, kapsalons, bordelen, IKEA’s, modewinkels, kerken en sportscholen mogen van de overheid open, maar de musea niet.

Maar het protest van de kunstsector is machteloos. Dat komt mede omdat musea geen essentiële diensten zijn zoals het transport, de nutsvoorzieningen of de zorg waarvan sluiting of afschaling direct grote maatschappelijke gevolgen heeft. De kunstsector kan geen vuist maken door te dreigen met een staking. Het zal de politiek en het brede publiek worst wezen. In Nederland hebben de kunsten een ondergeschikte positie. Ze worden getolereerd. Niet meer dan dat.

In Nederland is mede door de laatdunkendheid van de politiek het beeld gevormd dat de kunstsector een luxe is. Maar de paradox is dat luxe winkels waar luxe goederen kunnen gekocht die overbodig zijn voor de essentiële behoeften van de overheid open mogen zijn, maat de musea niet. Zelfs in de eigen logica meet de overheid met twee maten.

Hoe dan ook valt volgens de directeur van het Fries Museum Kris Callens de sluiting van de kunstsector niet uit te leggen. Als Vlaming weet hij hoe het anders kan. In België en Duitsland zijn de musea open. Maar in Nederland mag de kunstsector samen met de horeca achter aansluiten in de rij.

De kritiek op de kunstsector is dat die zwak opereert. Dat is terechte kritiek, maar zoals gezegd heeft de sector geen middel om de politiek onder druk te zetten. De kunstsector heeft nu eenmaal slechte kaarten en ook als die goed uitgespeeld worden, dan vallen er nog geen slagen te maken.

Misschien is het verwijt dat de musea en de Museumvereniging te maken valt dat het niet tijdig en creatief heeft ingespeeld op de bezwaren van de overheid over verplaatsingen van museumbezoekers die over regio’s heen de besmetting zouden verspreiden. Of dat bezwaar nou klopt of niet. Waarom hebben de Museumvereniging en de grotere musea eind december 2021 geen scenario’s onderzocht en op dit bezwaar geanticipeerd? Zo’n scenario zou eruit kunnen bestaan dat musea tijdelijk alleen bezoekers uit eigen stad of regio zouden mogen ontvangen. Dat had dit bezwaar weggenomen en het voor de overheid lastig gemaakt om de musea volledige sluiting op te leggen.

De lobby van musea voor opening is machteloos en de omgang van de overheid met musea is ondermaats. Er is door musea succesvol gelobbyd voor schadeloosstelling wegens derving van inkomsten, maar het veiligstellen van de eigen bedrijfsvoering had niet de essentie van de opstelling moeten zijn. Mede omdat allerlei zzp’ers in de kunstsector achter het financiële net vissen. Zij krijgen de rekening gepresenteerd van het overheidsbeleid. En indirect van de opstelling van de museumsector.

Het is goed dat individuele museumdirecteuren als Kris Callens zich uitspreken, maar het is te laat, te eenzijdig en te weinig. De sluiting van de museumsector is niet alleen een gevolg van de minachting van de politiek voor de kunst, maar ook een teken van de onbeholpenheid en machteloosheid van een museumsector die met zichzelf worstelt en verkeerde prioriteiten stelt.