De God van Maleisië verdomt kunst

Schilders werken in lagen. Twee, drie, zeven of heel veel. Dat geldt ook voor een muurschildering in Sasaran, Maleisië. Maar wat te doen als kunst bewust of onbewust verkeerd begrepen wordt door scherpslijpers die niks hebben met veelgelaagdheid? Of dat om politieke en/of religieuze redenen is. Hoe reageren kunstenaars daar dan weer op?

Stel dat het gaat om het maken in de openbare ruimte van een muurschildering met daarop personen. Geïnspireerd op Matisse. De etnisch Chinese schilder brengt de huidkleur aan op de ondergrond. Niet om naakt te tonen, maar om de schildering op te bouwen. Het is een gebruikelijke manier van werken.

Maar de islamitische scherpslijpers begrijpen dat niet, willen dat niet begrijpen of zijn gewoonweg bezig om die vermaledijde kunstenaar in een kwaad daglicht te stellen door vanuit hun digitale wereld een rassenrelletje te beginnen. Hun daglicht uiteraard dat niet verlicht wordt door de God van de kunst, maar de God van islamitisch Maleisië.

Zo wordt een controverse geboren. Die bij nader inzien helemaal geen meningsverschil is, maar een verkeerde weergave van de feiten.

De video onderzoekt om niet te zeggen legt bloot wat er gebeurd is. In een combinatie van een ironie en verontwaardiging. Het is absurd als het niet zo triest was. Van niks kunnen kwaadwillenden iets maken. Zonder reden. Lange tenen zijn onzichtbaar, maar er mag niet op getrapt worden. Maar waar lopen ze? Het kan overal gebeuren waar mensen zich snel beledigd voelen.

Kunnen we uit deze ongelukkige episode concluderen dat kunst ertoe doet? Dat valt te bezien, want welbeschouwd gaat het niet over kunst. Eerder om de vrijheid en de mentaliteit die tot kunst leidt. Daar zit het verschil tussen makers en kapotmakers.

Voorstel voor nieuwe feestdagen, afschaffing van oude feestdagen en aanpassing van bestaande feestdagen

Er is elk jaar weer debat over de herdenking op 4 mei en de viering op 5 mei omdat de contouren ervan onduidelijk zijn en niet door iedereen aanvaard worden. Wel of niet met Duitsers? Wel of niet uitsluitend over de Tweede Wereldoorlog? Wel of niet over na-oorlogse conflicten? Wel of niet over het abstracte begrip vrijheid? Dat is een vervelende discussie die voor geprikkeldheid, onzekerheid en meningsverschillen zorgt. Het tast het cachet aan van deze dagen.

Nodig is een structurele, integrale oplossing die voor langere tijd werkbaar is. Zeg 25 jaar. Ik zou het volgende voor willen stellen. Het gaat om de herschikking en aanpassing van nationale feestdagen die aansluit bij de secularisering van Nederland. De valkuil is dat de viering te nationalistisch wordt. Daar moet in de voorwaarden rekening mee gehouden worden.

Uitgangspunt is het afschaffen van ongeveer de helft van de christelijke feestdagen, zoals Goede Vrijdag, Hemelvaartsdag, 2e Kerst-, Paas- en Pinksterdag. Dat zijn vijf feestdagen die vrijkomen. Vanwege sentimentele en traditionele overwegingen is een geleidelijke overgang verstandig door de christelijke feestdagen niet volledig af te schaffen, maar alleen de ‘2e-dagen’ die in tal van andere christelijke landen nu ook al niet worden gevierd. Nederland is tamelijk uniek door er een 2e dag aan vast te plakken.

Laten we dus beginnen om 2e Kerstdag, 2e Paasdag en 2e Pinksterdag, Goede Vrijdag en Hemelvaartsdag als feestdag af te schaffen. De christelijke signatuur ervan is een relict en past niet meer bij een land waar een meerderheid van 56% zegt (schatting 2021) niet meer belijdend godsdienstig te zijn en zich niet tot een religieuze groep te rekenen. Christenen maken ongeveer 1/3 van de Nederlandse bevolking uit. Ook is het in strijd met de scheiding van kerk en staat. Voorlopig kunnen dan om historische redenen de zondagen die voorafgaan aan de 2e Kerst-, Paas- en Pinksterdag gehandhaafd blijven.

Het is om getalsmatige redenen onverstandig om een deel ervan te vervangen door feestdagen van andere godsdiensten. De islam is na het christendom in Nederland de grootste godsdienst en heeft officieel een aanhang van 5% van de bevolking. Dat is een percentage dat niet meer groeit en vermoedelijk te hoog ingeschat is vanwege meegetelde ‘culturele’ moslims die niet belijdend zijn, maar door sociale dwang en andersoortige redenen niet officieel uit de islam treden. Het zijn geen spijkerharde cijfers. De berekening gaat voorbij aan de secularisatie onder Nederlandse moslims en is gebaseerd op statistieken die de demografie van het land van herkomst naadloos vertalen naar het land van aankomst, terwijl de immigranten daarvan afwijken en vaak minder religieus zijn. Het aantal belijdende Nederlandse moslims is lager en komt vermoedelijk uit op zo’n 3% (525.000).

Het zou merkwaardig zijn indien de groep Nederlanders die zich niet laat inspireren door godsdienst en minimaal 18 maal zo groot is als de aanhangers van de tweede godsdienst van Nederland geen feestdag zou krijgen en de islam wel. Daarbij kan aangetekend worden dat beide groepen in zichzelf sterk verdeeld zijn en geen eenheid vormen.

Aldus komen we tot een aanpassing van herdenkingsdagen die uitgaan van het verleden, de Tweede Wereldoorlog, de na-oorlogse periode en het heden. De opzet is een duidelijk profiel voor deze dagen die voor iedereen herkenbaar is en geen vaagheden over de strekking ervan.

De invulling van vier van de vijf vrijgekomen christelijke feestdagen en de aanpassing van enkele bestaande ziet er dan als volgt uit. De vijfde vrijgekomen christelijke feestdag kan na een maatschappelijk debat ingevuld worden. Te denken valt aan een dag die te maken heeft met klimaat en natuur. De feestdagen Nieuwjaarsdag (1 januari) en Koningsdag (27 april) blijven ongewijzigd.

Verleden: 18 juni met als uitgangspunt Waterloodag waar ook andere historische gebeurtenissen die van belang zijn voor de vaderlandse geschiedenis herdacht of herinnerd kunnen worden. Een werktitel voor deze dag is Geschiedenisdag. Nieuw 1

Tweede Wereldoorlog in Europa: 4 mei wordt exclusief besteed aan de herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Europa. De recente aanhechtingen van na de oorlog en nieuwe oorlogen (Korea, Nieuw-Guinea) en vredesoperaties worden gestript. Dat staat integratie met Duitsers niet in de weg. Juist hun aanwezigheid verstrekt de focus op de Tweede Wereldoorlog. Aanpassing

Tweede Wereldoorlog in Europa: 5 mei wordt exclusief besteed aan de bevrijding in 1945. Allerlei recente toevoegingen met na-oorlogse gebeurtenissen en abstracties over het begrip ‘vrijheid’ die vaag en onhelder van uitgangspunt zijn worden gestript. Aanpassing

Tweede Wereldoorlog in Azië: Op 15 augustus wordt sinds 1988 het einde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië herdacht. Het wordt ook wel de Nationale Indiëherdenking genoemd. Net als bij de herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Europa zouden de recente toevoegingen over de na-oorlogse periode (Bersiap-periode) die politiek gevoelig liggen en waarover geen consensus bestaat onder slachtoffers en nabestaanden moeten worden gestript. Aanpassing

Alle na-oorlogse gebeurtenissen die zijn gestript van 4 en 5 mei en 15 augustus en die doorlopen tot op de dag van vandaag kunnen herdacht worden op Onafhankelijkheidsdag 26 juli. Op 26 juli 1581 werd in Den Haag Het Plakkaat van Verlatinghe ondertekend waarmee afstand werd genomen van de Spaanse vorst Filips en de Nederlanden werden geboren. In tegenstelling tot ‘Geschiedenisdag’ 18 juni die naar het verleden kijkt zou bij Onafhankelijkheidsdag het accent gelegd moeten worden op recent verleden (na 1945), heden en toekomst van Nederland. Nieuw 2

Heden: Om de herdenkingen niet uitsluitend nationalistisch te laten zijn omdat dit niet overeenkomt met de huidige situatie omdat Nederland steeds minder autonoom is en steeds meer onderdeel van grotere gehelen worden op de volgende twee dagen de integratie gevierd:

Op de bres voor ex-moslims. Islamofobie kan tot hervorming van islam leiden en emancipatie en bevrijding van moslims

Schermafbeelding van deel artikelHelpen sommige vormen van islamofobie ons juist vooruit?’ op Bladna.nl, 19 maart 2021.

Een harde conclusie in een artikel over islamfobie in Nederland in Bladna.nl, een nieuwswebsite voor Marokkanen in Nederland en België die nauw verbonden is aan de Marokkaanse nieuwsorganisatie Bladi.net die internationaal georiënteerd is. Aanleiding is de situatie van de Turks-Nederlandse ex-moslim Lale Gül die bedreigingen kreeg uit islamitische hoek vanwege uitspraken in haar boek.

Moslims zitten in Nederland gevangen tussen een rechts dat liever de islam en moslims basht en ex-moslims ook niet helpt, en een links dat deze ex-moslims ook niet helpt omdat zij wil opkomen voor de islam en voor moslims en daardoor de problematiek van ex-moslims moet negeren. Misschien kan het luisteren naar stemmen als die van Lale Gül ons er juist aan herinneren dat er nog een hele wereld te winnen is.

Wellicht is het makkelijk voor een Marokkaans-Nederlandse site om vrijuit over een Turks-Nederlandse kwestie te spreken. De term islamofobie wordt genuanceerder en positiever opgevat dan doorgaans in de publieke opinie gebeurt. Bladna citeert Lale Gül: “Ik beschouw mezelf als islamofoob, in die zin dat ik angstig ben voor de uitdijende invloed van de islam hier“. Het voegt daar aan toe: ‘Dit is een gevolg van allerlei zaken om haar heen, zoals de onderdrukking in islamitische landen en de mislukte pogingen om de islam te moderniseren.’

Het is de oude klacht dat links wegkijkt voor de problemen van ex-moslims. Links neemt het op voor de vaak conservatieve islam en laat de doorgaans linkse en vrijzinnige ex-moslims in de steek. Beredeneerd vanuit links valt dat niet te begrijpen. In Nederland ageren alleen enkele niches binnen links hiertegen. Ze nemen het als enigen structureel op voor ex-moslims of ‘culturele moslims’ die mentaal allang hun religie de rug hebben toegekeerd, maar daar uit angst voor de islamitische gemeenschap niet publiekelijk voor uit durven komen. Deze niches bestaan onder meer uit ex-PvdA’er Eddy Terstall en het ‘seculiere’ Vrij Links dat de oude universele waarden waarop de sociaal-democratie was gebaseerd in ere wil herstellen en feministes die voornamelijk voor de vrijheid van vrouwelijke ex-moslims opkomen die het dubbel zo moeilijk hebben.

Ehsan Jami met T-shirt, 200

Een gevolg van dat stigmatiseren door rechts en wegkijken van links is dat er geen inhoudelijk debat is over de islam, de ex-moslims en de vrije keuze om uit de islam te treden. Een gevolg daar weer van is dat er in Nederland geen goed beeld bestaat van de islamitische gemeenschap en het aantal moslims. Ook de media doen niet hun best om dit beeld te nuanceren. Met als gevolg dat het radicaal-rechts in de kaart speelt en de ex-moslims en progressieve moslims in de steek laat. Volgens het CBS verklaarde in 2019 zo’n 5% van de bevolking islamitisch te zijn. Dat zijn omgerekend 875.000 mensen (boven de 15 jaar).

Dit getal ligt waarschijnlijk veel lager. Schattingen van het aantal belijdende moslims komen lager uit, op zo’n 350.000 mensen. Dat zou inhouden dat in Nederland niet 5%, maar 2% van de bevolking islamitisch is. De ‘vernederlandsing’ of afvalligheid of secularisatie bij de tweede generatie van mensen uit een islamitische cultuur wordt geschat op 15%, maar is waarschijnlijk hoger. Maar in de beeldvorming dringt het niet door.

Een bizarre kongsi van radicaal-rechtse partijen (ooit de LPF, PVV, FvD), linkse partijen die vanuit slachtofferdenken jarenlang aanschurkten tegen de goed georganiseerde conservatieve islam (vooral PvdA), christelijke partijen die een parodie maken van het secularisme en de gevolgen van de ontkerkelijking proberen te neutraliseren, de werkgevers die rust en overzicht wilden en makkelijk te bereiken aanspreekpunten die onder druk konden worden gezet en de islamitische organisaties die zich hebben weten te institutionaliseren en verzuilen met bewuste medewerking van de gevestigde politiek is er de reden voor dat in Nederland het besef onvoldoende doorgebroken is dat dat niet alle moslims in Nederland hetzelfde zijn en zelfs niet eens altijd de islam aanhangen. De wereldvreemdheid over de islam is in Nederland groot.

Die lagere schatting zou vrijzinnige moslims én ex-moslims adem geven en ze niet op een hoop vegen met de orthodoxe en radicale moslims die gaan voor herzuiling en apartheid, en alles bij het oude willen laten. De conservatieve en activistische moslims onderdrukken de vrijzinnigen in eigen kring. Dat is iets van alle religies, maar het verschil is dat zowel links als rechts Nederland de ex-moslims en de progressieve moslims buiten incidenten als Ehsan Jami of Lale Gül niet ziet staan en akelig in de steek laat. Nu al decennia lang.

Waarom is er geen campagne om de SGP wegens anti-rechtsstatelijke beginselen te verbieden?

Je zou over het afwijzen van afgoderij en valse godsdienst door de SGP zomaar een stukje voor het satirische De Speld kunnen maken. Uit een item in Nieuwsuur met SGP-leider Kees van der Staaij bleek dat de SGP achter de eigen beginselen staat. Zo’n artikel zou dan als kop kunnen hebben: ’Nederland in de war omdat SGP zichzelf is’.

Artikel 1 van het beginselprogramma zegt: ‘De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) streeft naar een regering van ons volk geheel op de grondslag van de in de Heilige Schrift geopenbaarde ordening Gods en staat mitsdien voor de handhaving van het onverkorte artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Artikel 36 van de Geloofsbelijdenis zegt onder meer: ‘om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt.’

Dat dat iemand verbaast is het meest verbazingwekkende. Natuurlijk staat de SGP net als elke andere politieke partij achter de eigen beginselen. Het raadselachtige is niet dat deze partij deze beginselen heeft, maar dat het deze partij al jarenlang wordt toegestaan om ze te hebben. Waarom is de SGP niet verboden? Dat had allang geleden moeten gebeuren.

De SGP is een bedenkelijke partij waarvan het een wonder is dat die partij niet verboden is. Weliswaar is in 2008 het begrip ‘theocratie’ uit publicitaire overwegingen uit het beginselprogramma geschrapt, maar dat wil niet zeggen dat de partij nu de neutrale staat omarmt. Nee, dat doet het niet. In 2008 zei toenmalig partijleider Van der Vlies: ‘Ik heb moeite om een neutrale staat te aanvaarden. De overheid is Gods dienaresse. Dat uitgangspunt wil ik niet loslaten.’ Dat is niet veranderd.

Je kunt partijleider Van der Staaij een huichelaar met de gladheid van een paling noemen die veinst, zeg: een gereformeerde versie van het islamitische begrip taqiyya, maar pas wie het weet ziet het. De SGP is een foute partij die streeft naar een bestel waarin de staat zich onderwerpt aan het Woord van God. Dat is fundamenteel verkeerder dan de handige gluiperigheid van de actuele partijleider.

Anderen zien in de handige gluiperigheid van Kees van der Staaij trouwens ook een daarmee samenhangende schijnheiligheid van christelijke politiek en zelfs van het christendom in het algemeen. Maar dat wordt om politieke en maatschappelijke redenen afgeschermd terwijl de afscherming ook wordt afgeschermd. Met als gevolg dat elke fundamentele kritiek op het christendom bij voorbaat is ontkracht. Zo geeft het Kieskompas wel de stelling of de islam een bedreiging voor de Nederlandse waarden is, maar laat het na om ter discussie te stellen of het christendom een bedreiging voor de Nederlandse waarden is. Dat is in lijn met wat de SGP doet. Het valt aan zonder zich te hoeven verdedigen.

Zo komt de SGP nu al jaren weg weg met haar anti-rechtsstatelijke beginselen en is er geen serieuze oppositie om deze partij te verbieden. Men kan daar alleen maar verbaasd over zijn omdat als er een partij is die het verdient om verboden te worden dat wel de SGP is. De SGP benut de vrijheid van godsdienst om voor zichzelf en de eigen achterban op te komen door in het beginselprogramma anderen die vrijheid te ontzeggen. Nederland is even niet meer zichzelf omdat de SGP zichzelf is.

Foto: Schermafbeelding van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Waarom stelt Kieskompas niet de vraag ‘Het christendom vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’?

Bij het invullen van Kieskompas kom ik altijd uit op partijen waar ik niks mee heb. Deze keer Christen Unie. Mijn gematigd linkse en gematigd progressieve voorkeur bevindt zich tussen Christen Unie en D66. Wat voor vragen laat Kieskompas na om te stellen om me uit te laten komen bij een christelijke partij waar ik uit principe nooit op zal stemmen?

Er zijn twee vragen die direct met de christelijke overtuiging van deze partij en de andere christelijke partijen (CDA, SGP) te maken hebben.

Op vraag 5: ‘Abortus moet makkelijker worden gemaakt’ antwoord ik neutraal omdat ik vind dat de toetsing nu goed is. Maar of ik hiermee voor of tegen abortus ben valt niet uit het antwoord op deze vraag af te leiden. Maar die suggestie lijkt het antwoord wel te geven. Ik ben overigens niet zozeer voor abortus, zoals ik evenmin voor de dood ben, maar ik vind wel dat de vrouw zelfbeschikkingsrecht heeft om hierover te beslissen en religieuze organisaties én politieke partijen zich op geen enkele wijze met morele druk en publiciteit moeten bemoeien met de afweging die een vrouw die abortus wil plegen maakt.

Op vraag 7: ‘De islam vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’ antwoord ik ‘mee eens’ omdat ik vind dat elke georganiseerde godsdienst uiteindelijk in strijd is met de Nederlandse waarden van vrijheid, zelfbeschikking en tolerantie. Ik ben te antiklerikaal om me te verbinden met gesloten systemen zoals godsdiensten, het communisme of de QAnon-beweging en het complotdenken. Zo’n optiek is geen streven naar vrijheid, maar het zich willens en wetens opsluiten in afsluiting. Dat is me te gemakzuchtige onderworpenheid. Tegelijk vind ik dat de islam recht op een gelijkwaardige plek heeft omdat de Nederlandse grondwet dat toestaat. In mijn antwoord kan ik echter niet het contrast tot uiting brengen dat ik de islam als een bedreiging zie voor de Nederlandse waarden, maar de grondwet die bedreiging incorporeert en sanctioneert.

Het is te begrijpen dat het Kieskompas reflecteert op de programma’s van de politieke partijen omdat die de actualiteit weerspiegelen. Daarom is het begrijpelijk dat niet de vraag gesteld wordt ‘Het christendom vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’ omdat dat in het huidige politieke discours geen onderwerp is. Was de vraag gesteld, dan had ik ‘helemaal mee eens’ geantwoord omdat ik het christendom als een grote bedreiging voor de Nederlandse waarden beschouw. Meer dan de tamelijk onmachtige islam. Maar het gevolg is wel dat er niet naar het christendom gevraagd wordt en ik daar geen negatief oordeel over kan geven. Tja, met zo’n geaborteerde en selectieve vraagstelling kom je uit bij een partij waar je niks mee hebt. Wat is de waarde van dit Kieskompas?

Foto’s: Schermfbeelding van vraag 7 en vraag 5 van het Kieskompas TK2021.

Bezwaren tegen islamistische GroenLinks kandidaat Kauthar Bouchallikht worden bevestigd door open brief van linkse Britten op het aan de Moslimbroederschap verbonden Al Jazeera

Kritiek op Kauthar Bouchallikht die een hoge plaats op de kandidatenlijst van GroenLinks heeft gaat niet liggen. Zij was jarenlang vice-voorzitter van Femyso, een organisatie die begin 2020 door de Organisatie Europese Moslimbroeders in een document een eigen instelling werd genoemd, volgens publicist Carel Brendel in een artikel. Bouchallikht was dus niet alleen jarenlang gelieerd aan de Moslimbroederschap, maar blijkt dat ook verzwegen te hebben aan GroenLinks. Haar band met de Moslimbroederschap werd in elk geval niet genoemd bij haar kandidaatstelling.

Ook de kritiek op de kritiek gaat niet liggen. Zodat de verwijten over en weer blijven gaan. De essentie van de kritiek op de kritiek wordt in een artikel door Vrij Linkser Leo van Bergen omschreven: ‘Blijkbaar moeten mensen zoals ik – linksstemmend, cultuurminnend, etc. – onze mond houden zolang iemand die volgens de linkse goegemeente ‘deugt’, wordt aangevallen door ‘mensen die niet deugen’. Ik ben het met Van Bergen eens.

Hoe ver de argumentatie gaat die neerkomt op de redenering ‘de vijand van mijn vriend is mijn vriend’ toont een artikel van klimaatactivist Martijn Schackmann in Joop dat erop neerkomt dat links Bouchallikht volop moet steunen en de kritiek op haar dient in te slikken. Met dit soort kritiekloos wegkijken voor het onrecht in eigen kring is het geen wonder dat de linkse partijen in de volksgunst steeds verder wegzakken. Eddy Terstall constateert in zijn Telegraaf-column dat links in de peilingen nog maar 22% van de stemmen haalt, terwijl dat doorgaans 35-45% was. Waar het om gaat is dat links en het progressief-rechtse D66 niet meer lijken te weten waarvoor ze in het leven zijn geroepen, waar ze voor op moeten komen en wat hun identiteit is.

Hoe verwarrend de kritiek op het heimelijke islamisme van Kauthar Bouchallikht en het weerwoord daarop inmiddels is geworden toont een open brief op Al Jazeera van linkse Britse opiniemakers aan. Ze nemen het op voor Bouchallikht maar gaan voorbij aan haar betrokkenheid bij de Moslimbroederschap. Al Jazeera is een initiatief van Qatar dat een jarenlange geschiedenis van steun voor de Moslimbroederschap heeft, niet in het minst via Al Jazeera. Vanuit deze kennis beredeneerd bevestigt de open brief eerder Bouchallikhts betrokkenheid bij het islamisme dan dat die weerlegd wordt. Of liever gezegd, afgeleid wordt door de kritiek uit rechtse hoek te gebruiken als rechtvaardiging voor haar islamisme. Het is daarnaast op z’n minst merkwaardig dat deze Britten zich mengen in een lopend Nederlands debat.

Uiteraard mogen linkse partijen een religieuze koers varen als ze daar voor kiezen. Het brengt mij tot de verzuchting dat er in Nederland geen vrijzinnige linkse partij overblijft om op te stemmen. Maar dat is mijn probleem als politiek dakloze die net als Leo van Bergen het ongelukkig vindt dat religieuze kandidaten hoog op de lijst van linkse partijen worden gezet. Het debat binnen links wordt er niet overzichtelijker en beter op als dat aspect genegeerd wordt en de enige verdediging lijkt te zijn dat het de schuld van rechtse partijen en media is. Zo hoeft links niet te reageren op fundamentele kritiek waar het blijkbaar geen raad mee weet of bij zichzelf te rade te gaan over de eigen identiteit. Het gevolg is dat de ideeën van Bouchallikht worden weggemoffeld en links opnieuw een stuk van de eigen identiteit inlevert. Zo wordt ook GroenLinks een partij zonder hart die op kritiek antwoordt met kritiek op de kritiek zonder de kritiek zelf serieus te nemen.

Foto: Schermafbeelding van deel open brief ‘In solidarity with Kauthar Bouchallikht’ op Al Jazeera, 24 december 2020.

Kandidatuur van Kauthar Bouchallikht bij GroenLinks toont aan dat het in Nederland ontbreekt aan een linkse, vrijzinnige partij

De wetmatigheid van een verkiezingscampagne is dat onrust bij de buren positief uitpakt voor de partij waar het rustig blijft. Zo beredeneerd is op links de PvdA op dit moment de geluksvogel. Bij D66 is er Sigrid Kaag die een parallelle marketingcampagne heeft opgezet en het stigma om elitair te zijn in haar uitspraken eerder benadrukt dan ontzenuwt. Bij SP is er een geschil van de partijleiding met de jongerenafdeling ROOD (verdacht van communistische sympathieën) die vragen oproept over de interne democratie van de partij. Toch al het zwakke punt van de SP. En bij GroenLinks is er de ongelukkige kandidatuur voor de Tweede Kamer van Kauthar Bouchallikht die voortdurend in opspraak is en voor negatieve publiciteit blijft zorgen.

Kauthar Bouchallikht was tot 1 december 2020 als vice-voorzitter van studenten – en jongerenplatform FEMYSO die opgericht was door de Moslimbroederschap hieraan gelieerd. Dat kan, maar het springende punt was dat de leiding of screeningcommissie van GroenLinks hiervan niet op de hoogte bleek. Of in elk geval ontbrak dit feit bij de informatie die de partij gaf over de kandidaten. De leiding van GroenLinks lijkt dus niet tot in detail te hebben begrepen waar Bouchallikht voor staat en zit nu in een publicitaire klem om achteraf toe te geven dat de screening onvoldoende is geweest en deze kandidate niet bij het karakter van de partij past. Het is dan ook de vraag of de partij deze publicitair zeurende kwestie goed behandelt.

Het ontbreekt de linkse partijen aan een goede antenne om kandidaten met een allochtone achtergrond te screenen zoals ze dat bij andere kandidaten doen. Of hoe dat in het tijdperk van inclusie en diversiteit genoemd behoort te worden. De afsplitsing van twee Turks-Nederlandse PvdA’ers die met succes DENK oprichtten geeft aan hoe mis dat is gegaan bij de PvdA. Toenmalig partijleider Wouter Bos zei daar in 2006 over dat hij ongelukken voorzag met allochtone kandidaten die met voorkeurstemmen gekozen waren. De fout die partijen maken is dat ze ongeduldig zijn. Ze zien niet in dat islam-fundamentalisten in vorm modernistisch zijn, maar niet in inhoud en dat anderen vanwege het streven naar een representatieve vertegenwoordiging van allerlei doelgroepen hun etniciteit om opportunistische redenen gebruiken om snel te stijgen in de partijhiërarchie. Waardoor de rijping en scholing te weinig aandacht krijgen.

De linkse partijen laten zich door schone schijn van conservatief-religieuze opvattingen verleiden die in tegenspraak met hun uitgangspunten zijn. Vaak komt daar nog antisemitisme bij. In een commentaar in 2018 over de ongelukkige samenwerking van het islamitisch geïnspireerde NIDA met SP, PvdA en GroenLinks in Rotterdam concludeerde ik: ‘De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis.’

Wat meespeelt bij GroenLinks is dat bij de fusie in 1991 met PPR en EVP, naast de CPN en PSP, een evangelisch geluid de partij binnenkwam. Reken daarbij de communisten die zich gedroegen als gelovigen en het is duidelijk dat het vrijzinnige en pacifistische geluid van PSP’er Fred van der Spek binnen GroenLinks een minieme minderheid was. In bijna 30 jaar is weliswaar het onderlinge verschil tussen de afzonderlijke bloedgroepen afgenomen, maar is dat zalvend-verkondigende aspect nog steeds in het DNA van GroenLinks aanwezig. Naar mijn idee heeft de partij zich nooit hersteld van dat religieuze denken en de wil om te getuigen. Het kan er de verklaring voor zijn dat Kauthar Bouchallikht binnen GroenLinks zo weinig kritisch, om niet te zeggen naïef is bejegend.

Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.

Godallemachtig beschamend voor politiek én islam: oproep van het Humanistisch Verbond om zogenaamde niet-gelovigen te beschermen

Triest, zo’n lange arm van een godsdienst die tot in Nederland reikt. In elk geval tot in het hoofd van degenen die zich los willen maken van zo’n archaïsche godsdienst, maar die vrijheid ontzegd wordt. Hoe langer men hier over nadenkt, hoe krankzinniger het is. Gelovigen claimen voor zichzelf de vrijheid van godsdienst en krijgen die in Nederland omdat hier het secularisme iedereen die vrijheid geeft, maar gunnen hun naasten die vrijheid niet. Begrijpen deze gelovigen niet hoe tegenstrijdig dat is?

Vraag is interessant waarom dit in Nederland, en elders, zo mis is gegaan. Hoe komt het dat degenen die afstand nemen van een godsdienst en vervolgens bedreigd worden niet beter beschermd worden door de Nederlandse overheid. Vraag is of dit heeft te maken met het Nederlands overheidsbeleid dat eruit bestaat (of bestond?) om de meest orthodoxe, want best georganiseerde islamitische groeperingen financieel en anderszins te steunen. Ten koste van de sociaal-democratische, liberale, atheïstische en nihilistische groepen van mensen uit islamitische herkomstlanden.

Het is begrijpelijk dat het CDA (of daarvoor de fusiepartijen KVP, ARP en CHU) dit beleid van overcompensatie van de orthodoxe islam steunden vanwege de religieuze invalshoek, maar onbegrijpelijk blijft waarom PvdA en VVD hier in de laatste decennia van de 20ste eeuw in meegingen. Wat bezielde deze niet religieuze partijen om tijdens het afbreken van hun eigen zuil zich ertoe te lenen om een orthodox-conservatieve islamitische zuil op te helpen bouwen? Ze hebben de moslims die los wilden komen van hun geloof in de steek gelaten en gehinderd in hun emancipatie. Met als gevolg het toegenomen zelfvertrouwen en de brutaliteit van de orthodoxe islam in Nederland die zich tientallen jaren gesteund wist door de Nederlandse overheid en zich sterk heeft kunnen maken. Dat straalt nog steeds af op moslims die islamverlaters bedreigen.

Het is idioot en beschamend dat het nodig is dat het Humanistisch Verbond 50 jaar na het begin van de grootschalige emigratie naar Nederland een campagne moet beginnen die zegt: ‘Roep de politiek op om niet-gelovigen te beschermen’. Trouwens de term ’niet-gelovigen’ is ongelukkig gekozen omdat mensen aan het geloof waar ze afstand van willen nemen verbonden blijven. Het Humanistisch Verbond moet eens beter nadenken over dit taalgebruik dat verre van neutraal is. Maar de vraag blijft, waarom hebben de Nederlandse politieke partijen dit zo naïef aangepakt, zodat de gevolgen in 2020 nog negatief naijlen?

Hebben deze politieke partijen ooit spijt betoogd over dit beschamende, foute beleid van ooit? Het is de hoogste tijd dat ze in het openbaar spijt betuigen en proberen te corrigeren wat ze in het verleden fout hebben gedaan.

Vragen in Utrechtse raad over de alFitrah-moskee

Op 17 november 2020 stelden VVD, SP, CDA en PVV interessante schriftelijke vragen in de Utrechtse raad over de alFitrah-moskee. Aanleiding is de kritiek van mensenrechtenactiviste Shirin Musa namens Femmes for Freedom die meent dat de moskee gesloten dient te worden. Reden daarvoor is dat die moskee vrouwelijke genitale verminking, polygamie en illegale shariahuwelijken goedpraat en dit met lesmateriaal onderbouwt.

De vragenstellers wijzen op de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Omdat het hier zou gaan om het propageren van geweld tegen vrouwen zijn ze met Shirin Musa van mening dat de alFitrah-moskee zich niet kan verschuilen achter de vrijheid van meningsuiting omdat er fundamentele mensenrechten worden geschonden.

Deze kwestie geeft aan hoezeer bestaande religieuze organisaties in Nederland juridische en mentale voorrechten én bescherming genieten boven andere, levensbeschouwelijke organisaties en nieuwe religieuze organisaties die zich nog niet gevestigd hebben. Het is alleen al volgens een maatschappelijke gewoonte lastig voor het openbaar bestuur om een kerk of moskee te sluiten indien aangetoond is dat de mensenrechten er geschonden worden. De overheid mag zich volgens de wet niet bemoeien met de leerstellingen, de interne werking van een geloof terwijl niet-religieuze organisaties deze bescherming niet genieten. Dit is een maatschappelijke ongelijkheid die informeel is gevestigd en als basis dient voor extra juridische bescherming van gevestigde, religieuze organisaties.

Dat het openbaar bestuur en rechtscolleges als de Raad van State hier niet altijd consequent in handelen laat de kwestie rond de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zien. In augustus 2018 deed de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Dat noemde ik in een commentaar een ‘voorspelbare, teleurstellende, wereldvreemde, a-historische, politiek gekleurde en niet moedige uitspraak’. Ik schreef: ‘Het probleem is dat de Raad van State alleen kandidaat-godsdiensten beoordeelt, maar niet de traditionele godsdiensten. Want die zijn immers ouder dan de Raad van State. Dat schept ongelijkheid. Niet alleen in het oordeel, maar ook in de procedure. Want als een rechtscollege de ene godsdienst kritisch bejegent, dan zou het wel zo objectief zijn om andere godsdiensten op exact dezelfde criteria te beoordelen. Dat gebeurt niet.

Dit draait om twee aspecten die met elkaar vermengd zijn. De overheid mag volgens de grondwettelijke vrijheden geen oordeel geven over ‘de binnenkant’ van een godsdienst. Daarnaast is de overheid en zijn bestuurscolleges als de Raad van State theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State neemt de vier criteria die aan een godsdienst gesteld worden, te weten overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang te letterlijk en weigert verder te kijken.

Het getuigt van een dubbele standaard van de overheid dat een bestaande religieuze organisatie als de islamitische alFitrah-moskee door de overheid niet of zeer terughoudend wordt aangepakt en kan doorgaan met het prediken van geweld tegen vrouwen omdat het volgens de wet daartoe de vrijheid heeft, terwijl bij monde van de Raad van State dit principe van niet-inmenging in godsdiensten overboord wordt gegooid als het zich uitspreekt over een nieuw religieuze organisatie en vanuit de toetsing van de interne werking ervan stellig beweert dat het geen godsdienst is.

De Raad van State had de zaak van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet in behandeling moeten nemen. Dat zou in lijn zijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin in alle gevallen voldoen aan alle criteria die aan een godsdienst gesteld worden. Het is van tweeën één: of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de buitenkant’ en erkennen die als het zo op het oog aan de kenmerken ervan voldoet of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de binnenkant’ en kijken gedegen naar de interne werking ervan.

De huidige situatie is dat de overheid de gevestigde godsdiensten ‘aan de buitenkant’ toetst en onaantastbaar acht en nieuwkomers ‘aan de binnenkant’ toetst en criteria stelt die het aan gevestigde religieuze organisatie niet stelt.

De rechtscolleges zouden de bestaande maatschappelijke situatie door dienen te laten wegen in hun uitspraken nu een meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door geloof en religie de uitzondering aan het worden is. Zo beredeneerd zou de alFitrah-moskee op een wettige manier getoetst kunnen worden op de kenmerken ernst en belang, en te licht kunnen worden bevonden vanwege de schending van fundamentele mensenrechten. Betreffende moskee zou in een rechterlijke uitspraak in twee stappen eerst de beschermende status van een godsdienst of religieuze organisatie ontnomen kunnen worden omdat het niet voldoet aan de criteria ervan en daarna definitief gesloten kunnen worden vanwege het structureel overtreden van de grondwettelijke vrijheden.

Het bederf ligt niet in de uitingen van een geloof die tegen de wet en de universele waarden ingaan, maar in de kern van dat geloof dat niet deugt omdat het op een fundamenteel niveau is verweven met ongelijkheid, schending van fundamentele mensenrechten en grondwettelijke vrijheden. Het is een politiek taboe om dat inzichtelijk, laat staan bespreekbaar te maken.

Alles in overweging nemend is de samenstelling van de groep vragenstellers opvallend. Los van het feit dat ze allen deel uitmaken van de oppositie. Met het CDA gaat een religieuze partij een grens over door vragen te stellen over de vrijheid van een weliswaar concurrerende, religieuze organisatie die op termijn toch de status en de bescherming van alle gevestigde godsdiensten en religieuze organisaties kan aantasten. Daarnaast valt het op dat de SP en de VVD samen optrekken met de rechts-radicale PVV.

Foto: Schermafbeelding van deel schriftelijke vragenSchriftelijke vragen Handhavingsverzoek alFitrah’ van VVD, SP, CDA en PVV in de Utrechtse gemeenteraad, 17 november 2020.

Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.