George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Islam

Vice News: Moslims redden die de islam verlaten

leave a comment »

Vrijheid van godsdienst wordt in Europese landen een wassen neus als overheden dat recht dat ze grondwettelijk garanderen niet actief beschermen. Zoals in het geval van onverdraagzame moslims die de vrijheid van godsdienst niet accepteren voor degenen die de islam verlaten. Maar de overheid kan het niet alleen. Burgers moeten zich organiseren en beschermen tegen onverdraagzaamheid die in naam van religie wordt begaan. Atheist Republic is zo’n netwerk.

Ondanks dat is Europa een veilige haven vergeleken bij landen waar de islam staatsgodsdienst is en andersdenkenden geen rechten hebben. Of hun rechten krijgen. Ook dat helpt de vluchtelingenstroom naar de EU-lidstaten op gang. Het is niet toevallig dat afvalligen naar Europa vluchten waar vrijheid redelijk gegarandeerd is. Europese overheden zouden veel beter hun best kunnen doen door een halt toe te roepen aan groeperingen die niet willen aanvaarden wat de vrijheid van godsdienst is. Dat is onaanvaardbaar.

God is niet-waar en niet-onwaar. Meer kunnen we er niet van maken

leave a comment »

resolve

Kan de vraag of een broodje zonder kaas hetzelfde is als een broodje zonder ham gelijkgesteld worden aan de vraag of de God van de christenen hetzelfde is als de God van de moslims? Het betreft de relatie tussen taal en werkelijkheid, kortom een taalfilosofische vraag. Dat speelt op het niveau of de vraag naar de betekenis fout is. Ofwel, kan men via een bewering iets uitdrukken dat niet bestaat of waarvan de waarde onbekend is?

De uitspraak ‘Een broodje zonder kaas is hetzelfde als een broodje zonder ham‘ is een bewering waarvan niet valt vast te stellen of het waar is. Zo is het ook met de uitspraak ‘De God van de christenen is dezelfde als de God van de moslims‘. Een kwestie van driewaardige logica,. Naast waar en onwaar is er de waarde ‘onbekend‘. De waarde van de uitspraken over de ‘broodjes zonder‘ en de ‘God van christenen of moslims‘ zijn onbekend.

Het perspectief van de verwijzing naar een broodje zonder kaas verschilt van de verwijzing naar een broodje zonder ham, terwijl het om hetzelfde fysieke object kan gaan. Maar het kan ook om een ander broodje gaan. De overeenkomst met de verwijzingen naar de God van de christenen en de God van de moslims is dat het perspectief verschilt, maar het verschil is dat niet zonder vooringenomenheid vastgesteld kan worden of er een fysiek (of: stoffelijk, materieel) object is waarnaar verwezen wordt en hoe dat voorgesteld dient te worden.

Bij de broodjes zonder is duidelijk naar welke soort het verwijst, maar is het onduidelijk of er naar hetzelfde specifieke broodje verwezen wordt. Bij de Goden is het onduidelijk naar welke soort het verwijst omdat hier door ontbrekende, concrete gegevens en verschil in betekenisgeving geen overeenstemming over ontstaat.

De vraag naar de vergelijking tussen de God van de christenen en de God van de moslims is geen vraag die leidt tot een sluitend antwoord, maar tot het uit de weg gaan van een antwoord vanwege de waarde van de bewering die onbekend is omdat er geen overeenstemming te bereiken valt over de soort waarnaar het verwijst. De vraag thematiseert niet zozeer het bestaan van Goden -al dan niet in geestelijke zin-, maar vooral hun meervoudige waarde. De vraagstelling is een vlucht vooruit die door een geloofsartikel als uitgangspunt voor debat te presenteren een niet te onderzoeken object uit de werkelijkheid als werkelijk tracht voor te stellen. Wat daar uit volgt is het invullen van een waarde die taalfilosofisch niet ingevuld kan worden.

NB: Aanleiding voor het bovenstaande was het artikelDienen moslims en christenen dezelfde God?’ van W. B. Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 1 februari 2016.

Foto: ‘Eetsalon Broodje van Kootje aan het Leidseplein, Amsterdam (1953)’. Credits: Lood van Bennekom; Nederlands Fotomuseum.

FEMEN vormt ‘anti-fascistisch front’ tegen politieke islam en extreem-rechts

leave a comment »

FAF

Verwijzingen naar fascisme of anti-fascisme zijn doorgaans de kortste weg naar misverstand en verwarring. Naar welk fascisme verwijzen ze? Dat van de historische Mussolini in Italië, Hitler in het Derde Rijk, Stalin of Mao in hun communistische heilstaten, of dat van meer recente potentaten als Putin, Pol Pot, Marine Le Pen, Recep Erdogan, Koning Salman, Kim Jung-un of Hugo Chavez? Zo is het een kwestie van perspectief of men een politieke leider fascist of anti-fascist noemt. Vertel me wie u bent en ik vertel u wie u een fascist noemt. Historicus Jacques Presser vertelde ooit aan Gerard Reve wat deze in een brief aan Carmiggelt memoreerde: ‘Het nieuwe fascisme zal zichzelf “anti-fascisme” noemen’. Kortom, het fascisme is op z’n minst geen eenduidige term, soms een bewuste afleiding van wat het echt is en vaak een grabbelton of een mozaïek.

Activistische vrouwenbeweging FEMEN plaatste op 6 januari een commentaar dat bedoeld is als programma voor 2016 waarin het zich profileert als anti-fascistisch front. Dat doet het ergste vrezen, maar het valt mee. FEMEN ziet het islamisme en rechts-extremistische politieke partijen als fascistisch en dat klinkt aannemelijk.

Over islamisten: ‘Political Islam has gathered its troops against the values of equality, freedom, coexistence, emancipation and progress, considering these values as “Western” ideas and thus racist, needing to be destroyed. We assert instead that these values are universal.’ En over extreem-rechtse partijen: ‘extreme right political mafias, such as the Front National, struggle to take advantage of the climate of fear and gain voters seduced by their manly speeches to counter Islamism. Armed with sexist, xenophobic, racist, homophobic ideals, promoting a fantasized Christian supremacy, they are the political representatives of the same totalitarianism, based on the division of society and segregation, to ensure the superiority of a group of individuals over others.’ De politieke islam en extreem-rechts blijken twee kanten van dezelfde medaille.

FEMEN beweert dat de politieke islam en extreem-rechtse partijen elkaar aanvullen, op elkaar reageren en bestaan dankzij de ander. Dat valt te bezien. Dat extreem-rechtse politieke partijen de politieke islam nodig hebben om zich te profileren en te kunnen groeien is duidelijk. Maar of de politieke islam die buiten Europa het meest manifest is niet kan bestaan zonder extreem-rechts valt te betwijfelen. Want de politieke islam zet zich tegen de hele westerse samenleving af en heeft daar niet specifiek extreem-rechts voor nodig. Maar FEMEN heeft gelijk dat islamisten en rechts-extremisten in 2016 de grootste bedreiging vormen voor de waarden zoals we die kennen. Islamisme en rechts-extremisme verdienen het daarom om met voorrang bestreden te worden. En of we het fascisme en de bestrijding ervan anti-fascisme noemen is bijzaak.

Foto: Schermafbeelding van afbeelding uit artikel ‘FEMEN Antifascist Front 2016’, 6 januari 2016.

Eén jaar na aanslag op Charlie Hebdo. Vaticaan kan niet tegen satire

leave a comment »

De jubileum-uitgave van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo wordt een jaar na de aanslag grif verkocht dankzij loyale kopers die graag de gevestigde macht uitdagen. Op de omslag een grimmige God met een alziend oog op het hoofd en op de rug een kalasjnikov. Met de tekst ‘Een jaar later is de moordenaar nog op vrije voeten’. Volgens een bericht in De Volkskrant vinden religieuze instellingen zoals de Rooms-Katholieke multinational Vaticaan met hoofdkantoor in Rome de vrijheid die Charlie Hebdo neemt maar niks.

‘Onder de bedrieglijke vlag van compromisloos secularisme, vergeet het Franse weekblad opnieuw wat religieuze leiders van elk geloof al jaren prediken – het verwerpen van geweld in de naam van het geloof en dat God gebruiken om haar te rechtvaardigen de echte blasfemie is’ (‘dietro la bandiera ingannatrice di una «laicità senza compromes- si», il settimanale francese ancora una volta dimentica quanto leader religiosi di ogni appartenenza stan- no ripetendo da tempo per rifiuta- re la violenza in nome della religio- ne: usare Dio per giustificare l’odio è un’autentica «bestemmia’) vertaalt De Volkskrant een kort commentaar uit de Vaticaanse staatskrant L’Osservatore Romano’ van 6 januari 2016.

Onduidelijk is wat de krant met ‘compromisloos secularisme‘ bedoelt. Als satirisch tijdschrift schopt Charlie Hebdo absoluut tegen heilige huisjes van de gevestigde godsdiensten met hun machtsposities en hun claim op miljarden gelovigen. In hun almacht voelen ze dit niet eens. Secularisme is niet de politieke stroming die religie afwijst, maar alle religies en levensovertuigingen gelijkwaardig naast elkaar zet. Met als consequentie dat de voorkeursposities van gevestigde religieuze instellingen zoals de Rooms-Katholieke kerk ter discussie worden gesteld. Meer is het niet en daar is niets bedrieglijks aan, Charlie Hebdo is daarin glashelder. Of de ‘religieuze leiders van elk geloof al jaren prediken’ dat ze het geweld in naam van het geloof verwerpen moet iedereen die de politiek van het Midden-Oosten volgt zelf maar beoordelen. In de ogen van velen doen de gevestigde religieuze instellingen het geloof en de naam van God meer schade aan dan Charlie Hebdo.

Masterplan voor de salafistische dawa in Nederland gevraagd: isolatie tussen repressie en tolerantie

with one comment

800px-Kairo_1856_(Francis_Frith)

Enkele burgemeesters en de Tweede Kamer denken verschillend over de gewenste relatie met salafistische groeperingen. Het is een orthodoxe stroming binnen de soennitische islam die extreem fundamentalistisch en islamitisch is. De Tweede Kamer heeft het kabinet in november 2015 in een motie gevraagd te onderzoeken of salafistische organisaties kunnen worden verboden. Het geschil spitst zich toe op de burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag die wijst op de vrijheid van godsdienst en gemeentelijke diensten met salafistische organisaties laat samenwerken en zelfs subsidie geeft voor taallessen. NRC zette zijn mening uiteen in een artikel. Mede daarop reageert het sociaal-democratische kamerlid Ahmed Marcouch die Van Aartsen naïviteit verwijt en volgens een artikel in het AD net als andere kamerleden het liefst het salafisme in Nederland wil verbieden. Marcouch wijst ook op het ronselen van jihadisten door salafisten voor de jihad in Syrië.

In het rapportRadicale dawa in verandering; de opkomst van een islamitisch neoradicalisme in Nederland’ vatte de AIVD in 2007 samen wat het onder de radicale dawa verstond, namelijk ‘de verspreiding van radicaal, onverdraagzaam politiek- religieus gedachtegoed’. De aanbiedingsbrief omschreef de salafistische dawa beweging: ‘Het radicale karakter is gelegen in het feit dat zij de samenleving diep ingrijpend wil hervormen naar ultraorthodox model, waarmee zij zich duidelijk onderscheidt van meer traditioneel georiënteerde ultraorthodoxe stromingen. Participatie in de omringende niet- islamitische samenleving wordt afgewezen en verregaande vormen van onverdraagzaam isolationisme tegen andersdenkende moslims en niet-moslims worden gepropageerd. Ook roept de salafistische dawa beweging op tot antidemocratisch handelen, evenwel zonder daarbij het gebruik van geweld te verheerlijken, ertoe op te roepen of het te ondersteunen.’

De salafistische dawa is een stroming die de Nederlandse democratie verwerpt en zich verzet tegen de verworvenheden van de rechtsstaat zoals de vrijheid van godsdienst of gelijke rechten en zich beroept op de vrijheid van godsdienst om dat te mogen zeggen. Wat moet de overheid met een organisatie waarvan het weet dat die erop gericht is de democratie om zeep te willen helpen? Wie heeft gelijk, Marcouch of Van Aartsen?

Verschil tussen de meerderheid van de Kamer en Van Aartsen (plus D66 en SP in de Kamer) valt te herleiden tot het soort democratie dat betrokkenen voor ogen staat, respectievelijk een substantieve (preventie door repressie) of procedurele (tolerante) democratie. Ook omschreven als het verschil tussen een Duitse en een Amerikaanse democratie. (zie p. 1). Stefan Rummens en Koen Abts komen in hun artikelPolitiek extremisme en de weerbaarheid van de democratie’ (2008) tot een derde aanpak omdat ze de procedurele en substantieve aanpak problematisch vinden. Anders gezegd, hoe kan een democratie zich wapenen niet te inschikkelijk te zijn jegens vijanden die de democratie op willen blazen zonder met een te militante aanpak de eigen principes met voeten te treden? Wat is de beste strategie om extremisten te ontmantelen en mogelijk te vervangen?

Rummens en Abts besluiten hun artikel met een aanbeveling voor de Vlaamse situatie die vertaald kan worden naar een aanbeveling voor de Nederlandse overheid met betrekking tot de salafistische dawa: ‘de combinatie van enerzijds een stringent cordon sanitaire en anderzijds een geloofwaardige, alternatieve oppositievoering (..) uiteindelijk electorale schade kan aanrichten bij het extremistische Vlaams Belang. Uiteindelijk zou principiële non-coöperatie niet alleen legitiem, maar ook wel eens effectief kunnen blijken te zijn.

Conclusie is dat er iets aan de hand met de salafistische dawa dat ingrijpen door overheden rechtvaardigt. Van Aartsen wijst op de vrijheid van godsdienst die mensen niet beoordeelt op gedachten of ideeën: ‘Dat is de hoeksteen van de rechtsstaat waar onze democratie op is gebaseerd. Ik vraag mij af of de Tweede Kamer zelf nog wel gelooft in de beginselen van de rechtsstaat.’ Maar hij heeft het mis de salafistische dawa uitsluitend als godsdienst te zien en de politieke component buiten beschouwing te laten. Vooralsnog kijkt de kamermeerderheid naar wat van het salafistische gedachtengoed en activisme niet binnen een godsdienst past en Van Aartsen kijkt naar wat wel binnen een godsdienst past. Ze gaan hierbij allebei de fout in.

Er dient een masterplan te komen dat geldt voor alle overheden dat eruit bestaat dat de salafistische dawa in Nederland wordt geïsoleerd en facilitair wordt geblokkeerd, bijvoorbeeld bij de toekenning van vergunningen voor ‘brede’ moskeeën. Van Aartsen en andere burgemeesters zoals Rob van Gijzel dienen onmiddellijk de samenwerking met salafistische organisaties te staken en de subsidie te stoppen met als doel dat er een cordon sanitaire om de salafistische dawa wordt gelegd en dat de instroom van oliegelden uit het Midden-Oosten voor de bouw van moskeeën in kaart wordt gebracht. De overheid moet niet zover gaan door actief aan de slag te gaan met het idee van compenserende neutraliteit -dat tijdens het burgemeesterschap van Job Cohen door Ahmed Marcouch werd gesteund- maar dient de gematigde stromingen van de islam wel passief te steunen. Het onderzoek door het OM waar de motie Marcouch/Tellegen om vraagt dient een onderscheid te maken tussen de politieke en de religieuze componenten van de salafistische dawa in Nederland.

Foto: Caïro 1856. Zicht op de citadel. Fotograaf Francis Frith (1822 -1898).

Holman en Moorman botsen in Amsterdam over de vrijheid van meningsuiting. En het recht om de islam te mogen bestrijden

with 7 comments

th

Twee tegenovergestelde meningen: Parool-columnist en humanist Theodor Holman die gaat voor volledige vrijheid van meningsuiting die niet door fatsoensnormen of gewenst gedrag wordt beperkt, maar alleen door de grenzen die de wet stelt. En de Amsterdamse PvdA-politica Marjolein Moorman die de vrijheid van meningsuiting beperkter opvat. In de pers reageren ze op elkaar op iets wat op een polemiek begint te lijken.

Het standpunt van Holman is verdedigbaar. Discrimineren is het maken van onderscheid beredeneerd vanuit de groep waartoe men behoort. Dat kan functioneel zijn om de groep waarvan men deel uitmaakt positief te onderscheiden door zich af te zetten tegen andere groepen. Holman is zo kies daarvoor kenmerken uit te sluiten waarvoor mensen niet kunnen kiezen, zoals leeftijd, handicap of onveranderlijke lichaamskenmerken (huidskleur, rood haar, klein). Het begrip ras waaruit racisme volgt is een ideologisch-sociale constructie waarop iemand niet definitief vast te pinnen is. Holman kiest ervoor discriminatie te beperken tot religieuze of politieke voorkeuren waarvoor men uit overtuiging kiest. Naargelang de eigen groepering waarvan men deel uitmaakt kan iedereen daarin een individuele selectie maken. Verplicht is dat niet, maar verboden evenmin.

Holman is het te doen om het geloof van de islamieten dat hij niet ziet zitten. Hierover zei hij in een column van 18 december waarop Marjolein Moorman en Sofyan Mbarki vier dagen later reageerden (zie hieronder): ‘Want ik hou zo van mijn vrijheid./ Ben je islamiet en woon je hier,/ geniet – ik zal je geen haar krenken, /maar je wel van je geloof af redeneren. // Mijn wapens zijn de logica en rationaliteit./ Ik zal je vragen mijn ongelijk te bewijzen./ Ik zal niet schelden, maar ik zal de draak moeten steken/ met je god en je godsdienst.

Marjolein Moorman maakt het er in haar antwoord behoorlijk ondoorzichtig op. Want ze bedoelt het voor de islamieten op te nemen, maar zegt: ‘Maar liever geen uitsluiting’. Gelijk heeft ze. Alleen, religie is per definitie uitsluiting en het apart zetten van gelovigen binnen hun religieus kader. Dus feitelijk bedoelt ze hetzelfde als Holman, maar weet daarvoor niet de juiste woorden te vinden. Als zij en Mbarki besluiten: ‘Omdat wij het samen moeten oplossen./ Tegen de angst./Voor de liefde./ Voor de stad.’ dan geeft ze nog steeds geen antwoord op de Holmans aanklacht en probeert ze dat te versluieren door te komen met begrippen als liefde en samen. Maar daar gaat dit debat niet over. Het gaat over de ruimte die we vanzelfsprekend mogen nemen in het publieke debat zonder buitengesloten te worden vanwege onze motivatie. En niet op onze standpunten.

mm

Foto 1: Schermafbeelding deel column in Het ParoolJe kunt rustig zeggen: weg met de PVV, de islamieten en de katholieken’ van Theodor Holman, 30 december 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Geef ons 60.000 moslims, maar liever geen racisme’ in Het Parool van PvdA-raadslid Sofyan Mbarki en fractievoorzitter Marjolein Moorman in reactie op Theodor Holman, 22 december 2015.

Moslims bidden op kinderboerderij in Dongen. Als het mag moet het dan ook?

leave a comment »

Moslimmannen en moslimvrouwen in burka bidden op een Brabantse speelboerderij. Overige gasten vinden dat onprettig, ongepast en te extreem gedrag en de eigenaar vraagt de groep moslims om te stoppen met bidden. De vertegenwoordiger van de groep moslims vindt op zijn beurt dat verzoek weer ongepast. In een commentaar zegt een advocaat dat men in Nederland in de openbare ruimte overal mag bidden. Ook op een speelboerderij tussen spelende kinderen die niet bidden en wellicht niet begrijpen wat er precies gebeurt. Een eigenaar van een privéterrein mag weer voorwaarden stellen aan het gedrag van zijn bezoekers. Het is ook de vraag of men overal moet bidden waar men mag bidden. Zeker als dat demonstratief en niet terloops gebeurt.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 308 andere volgers