Plassen in de tijd (1905)

Lleó Audouard Deglaire, Lluís i Pepe Audouard a la Devesa‘, 1905. Collectie: Fons Família Audouard.

In 1905 stonden twee broertjes in matrozenpakjes te urineren en nam hun vader een foto. De schaduw van de fotograaf getuigt daarvan. Lluís staat links en Pepe (ofwel Josep Maria) rechts. Vader Lleó Audouard is de fotograaf.

Er wordt geplast door de twee Catalaanse broertjes. Blijkbaar een onderwerp in 1905 dat past in de huiscollectie. Of is het de vader de fotograaf die ze laat doen alsof? Daar lijkt het op. Wellicht gaf vader Lleó de broertjes een opdracht zodat ze iets omhanden hadden en stil stonden.

Foto’s roepen de vraag op wat er nodig is voor het maken van een portret en of dat in de tijd verandert. Wie als fotograaf nu urinerende kinderen zou vastleggen zou gerede kans lopen om de hoon van de samenleving in snibbige beschimpingen over zich heen te krijgen.

Wat is eerbaarheid en wat verval? Hoe past het tonen van plassende kinderen daar in? Elke opvatting van fatsoen wordt bepaald door tijd en plaats. Dus 1905 en park De la Devesa in Girona. Niets is absoluut. Het is puik om dat weer eens aan te tonen. Al is het van korte duur.

Lleó Audouard Deglaire, Orinant a la Devesa‘, 1905. Collectie: Fons Família Audouard.

Waarom wijzigt eindredactie NRC achteraf kop bij artikel over Afrika Museum?

Schermafbeelding van deel artikel Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘ van 23 april 2022 in NRC met gewijzigde kop. In de browser staat ‘onenigheid-over-de-koers-bedreigt-afrika-museum‘.

Op 23 april 2022 plaatste ik het commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ naar aanleiding van een artikel in NRC van die dag van Marit Willemsen over het Afrika Museum. Ik vond dat Marit Willemsen vele kansen had laten liggen en niet erg diep op dit onderwerp was ingegaan. In mijn commentaar beredeneerde ik wat zij ongenoemd had gelaten. Het commentaar sloot ik af met de volgende woorden:

Schermafbeelding van deel commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ van George Knight, 23 april 2022.

Nu is de kop die op 23 april 2022 luidde ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ veranderd in ‘Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘. De kop van de papieren versie van 25 april 2022 luidde weer anders: ‘Ruzie bedreigt het Afrika Museum‘.

De beslissende rol van de eindredactie van NRC valt op. Die doet meer dan het monteren van teksten, maar geeft daar ook kleuring aan. Die rol stopt blijkbaar niet op en kort voor 23 april 2022, maar gaat ook na publicatie in papier en online nog door.

Sleutelen achteraf aan koppen door eindredacties moet terughoudend gebeuren. Want de archieffunctie van een medium wordt erdoor verstoord. Wat was er volgens de eindredactie van NRC fout aan de eerste kop ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘? Is de hoofdredactie van NRC door een van de betrokkenen na publicatie van het artikel van Marit Willemsen aangesproken door een van de twee in het artikel genoemde betrokken organisaties en heeft die druk gezet om de kop te wijzigen? Het hoeft niet zo te zijn, maar de wijziging roept deze optie over zich af.

De wijziging van de kop roept de vraag op waarom er een nieuwe kop is gekomen. Werd achteraf de kop van 23 april 2022 niet goed bevonden door iemand die de eindredactie die de eerste kop maakte heeft teruggefloten? Het is moeilijk in te schatten omdat het niet bij het artikel met de nieuwe kop wordt gemeld. Zodat het lijkt alsof de tweede kop de oorspronkelijke kop was. Het melden van wijzigingen in een artikel is blijkbaar bij NRC geen gebruik. Bij veel Angelsaksische media is dat wel zo. Zij melden dit soort wijzigingen nauwgezet.

De tweede kop is dubbelzinnig en minder duidelijk dan de eerste kop. Verwarrender dus. Het woord ‘onzorgvuldig’ wordt tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. Dat kan betekenen dat het om een citaat gaat. Maar het kan ook betekenen dat het om een gefingeerd citaat gaat. Van wie blijkt niet uit de kop.

Het lijkt er sterk op dat de eindredactie van NRC zelf behoefte heeft aan eindredactie. In elk geval legt de wijziging van de kop opnieuw de focus op de onenigheid tussen het NMVW en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum.

Schermafbeelding van deel artikel ”Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ in NRC, 23 april 2022. Met kop die achteraf door NRC is gewijzigd. Via commentaar van George Knight, 23 april 2022.

Schaduw van het verleden

Terence Vincent Powderly, Mrs. Ruth Dimmick. Collectie: Terence Vincent Powderly Photographic Prints van de University Libraries; The Catholic University of America.

Een schaduw van een fotograaf is een klein verschijnsel. Was het bedoeld of niet? Onbewust betrapt of niet? Dat kunnen we niet altijd meer achterhalen.

We bespeuren een man met bolhoed in de linkerbenedenhoek. Wat doet hij daar? Is hij de fotograaf? Dat vermoeden we.

Wie waren Ruth Dimmick en Terence Vincent Powderly? Weten wij veel. Dat is voer voor specialisten die weet hebben van het begin van de 20ste eeuw in Washington DC.

Wat ons rest is associatie. Een afbeelding van René Magritte. Een beeld uit een vroege film. Een foto van een voorouder in een familiealbum. Noem maar op. Dat is verbeelding. De schaduw van het verleden achtervolgt ook ons.

Keniase politicus Bahati verliest steun van zijn partij vanwege afspraken tussen coalitiegenoten Kenyatta en Odinga

Er zitten vele aspecten aan deze video van een persconferentie die gisteren 25 april 2022 in de Keniase hoofdstad Nairobi werd gehouden.

Hoofdpersoon is de populaire Keniase gospelzanger Bahati van wie steevast wordt gezegd dat hij ooit seculier was: ‘Gospel turned secular artist‘. Deze Kelvin Kioto die ook wel ‘Mtoto wa Diana‘ wordt genoemd vanwege een hitsong van hem en zijn vrouw Diana heeft politieke ambities. Hij barstte tijdens de persconferentie in huilen uit. Daar werd hij op sociale media belachelijk om gemaakt.

Bahati wil namens de Jubilee Party een gooi doen naar een parlementszetel in Mathare, een sloppenwijk in Nairobi. Hij had de nominatie van deze partij op zak, maar die werd ingetrokken. Het zittende parlementslid Anthony Oluoch van de ODM heeft in het coalitiespel de voorkeur.

Jubilee en ODM maken op hun beurt allebei deel uit van de Azimio La Umoja-One Kenya coalitie. Bahati zegt dat hij solidair is aan de Jubilee Party en zijn poging om de zetel van Mathari te veroveren niet wil opgeven.

Deze afspraak vooraf tussen partijen wordt ‘zoning’ genoemd. Daar voelt Bahari zich door tekort gedaan. Hij beroept zich op het opkomen voor de jeugd: “I know there is zoning and Mathare has been zoned as an ODM area but for this one time give the people of Mathare to choose the leader they have always wanted.” Zo werkt de democratie in Kenia.

Op de achtergrond speelt de strijd of afspraak tussen twee politieke leiders van Kenia. Ook nog eens vertegenwoordigers van twee politieke dynastieën die Kenia al decennialang beheersen.

Er is de ambitieuze oud-premier Raila Odinga die als vanouds de ODM leidt en al vier keer tevergeefs een gooi naar het presidentschap heeft gedaan en eind vorig jaar aankondigde het in 2022 voor een vijfde keer te proberen. De andere leider is de nu zittende president Uhuru Kenyatta die de Jubilee Party heeft gesmeed en na twee termijnen niet meer kan worden herkozen.

Met hem zou Odinga het vorig jaar op een verrassend akkoordje hebben gegooid. In een Poetin-Medvedev akkoord zou Kenyatta kunnen terugkeren als premier en zo zijn macht bestendigen. Die ‘handshare’ beschadigt volgens critici Odinga’s politieke profiel als democratisch politicus.

In dat coalitiegeweld tussen ODM en Jubilee, tussen Odinga en Kenyatta lijkt Bahati de huilende derde. Ook als hij volhoudt en de meeste stemmen in Mathare wint is het zeer de vraag of zich dat vertaalt in een officiële uitslag die hem als winnaar aanwijst. Zo werkt de democratie in Kenia.

Internationalisering van de Russisch-Oekraïense oorlog. Kyiv ontvangt militair materiaal van meer dan 30 landen

Onder coördinatie van de Amerikaanse regering zenden meer dan 30 landen militair materiaal naar Oekraïne. Vooral aan artillerie, tanks, langeafstandsraketwerpers en luchtverdediging heeft het Oekraïense leger gebrek om passend te kunnen reageren op de Russische invasie. Russen vertrouwen op hun artillerie en raketten waarmee ze Oekraïne op afstand bestoken. Nederland zendt pantserhouwitsers, maar dat is een beperkt aantal. Nederland heeft er 54 in gebruik waarvan de helft inzetbaar is. Vraag is wanneer ze op het slagveld inzetbaar zijn en welk verschil ze kunnen maken.

De Duitse kanselier Olaf Scholz blijft op de rem staan en wijst leveranties van zwaar materiaal aan Oekraïne af en maakt zich hiermee in Kyiv, Brussel, Londen en Washington niet populair. Wel in Moskou. Scholz frustreert de eenheid binnen de EU. Het is de tragiek dat de huidige Duitse regering de historische rekening die de Duitse nazi’s in Oost-Europa hebben gepresenteerd nu niet vereffent door Oekraïne ruimhartig te hulp te schieten. Het ontbreekt Scholz en zijn partijgenoten aan zelfkennis, urgentie en daadkracht om snel te handelen nu de Europese veiligheid door de Russische agressie direct wordt bedreigd. Op termijn kan de obstructieve opstelling van de SPD ook de eenheid binnen de Duitse regering bedreigen omdat coalitiepartners Groenen en de liberale FDP Oekraïne wel willen helpen en de blokkade van kanselier Scholz met zorgzaam aanzien.

Experts waarschuwen wekelijks dat de Russisch-Oekraïense oorlog in een nieuwe fase terechtkomt. Maar dat gebeurt niet. Het Russische offensief in de Donbas is tot nu toe te krachteloos en te slecht georganiseerd om een doorbraak te forceren en het Oekraïense leger de genadeklap toe te brengen.

Zo kondigt zich een uitputtingsslag aan waarbij de partij die de meeste middelen weet te organiseren de winnaar wordt. De Russische Federatie ontbreekt het aan manschappen en Oekraïne aan materiaal. Wie het tekort het best en snelst kan aanvullen heeft gerede kans om de oorlog te winnen.

De huidige Amerikaanse steun doet denken aan de Tweede Wereldoorlog toen de VS vanaf oktober of november 1941 de toenmalige Sovjet-Unie van Stalin via de noordelijke zeeroute van wapens voorzag onder de Lend-Lease Act. De VS namen toen officieel nog niet aan de oorlog deel, dat gebeurde pas in december 1941 na de Japanse aanval op Pearl Harbor. Die materiële steun van de VS bleek voor de Sovjet-Unie doorslaggevend om de Duitse invasie te counteren. De waarde was in de valuta van toen 11,3 miljard dollar dat volgens de VS in de huidige valuta 180 miljard dollar is.

Het is nu Oekraïne dat steun krijgt van de VS dat officieel opnieuw (nog) geen oorlogspartij is om de invasie van de Russische Federatie te weerstaan. Het is een gedeeltelijke omkering van de geschiedenis. Want de Russen van nu gedragen zich als de nazi’s van toen, maar de Oekraïners van nu zijn nog steeds de Oekraïeners van toen die vochten tegen de indringers die ongevraagd hun land binnenvielen en dood en verderf zaaiden.

Schone handen

Global Village Foundation/ Ronald Timmermans en Max Kisman, ‘De kiezer verneukt : Afbraak demokratie‘, circa 1977. Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

Dit zijn twee posters die reflecteren op de politiek situatie van rond 1980. Het CDA ontstond op 11 oktober 1980 zodat de datering ‘circa 1977’ van bovenstaande poster in de collectie van de Joseph P. Healy Collection niet lijkt te kloppen. Maar in 1977 deed het CDA al met een gemeenschappelijke lijst mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dus het is mogelijk dat de poster een actueel antwoord was op de de totstandkoming van het kabinet Van Agt-Wiegel in 1977.

In de verkiezingen van 1977 was de PvdA onder leiding van Joop den Uyl de grootste partij geworden met een winst van 10 zetels, maar kwam die partij na stukgelopen onderhandelingen tussen CDA en PvdA toch niet in het kabinet. VVD-leider Hans Wiegel maakte een deal met CDA-leider Van Agt.

Verstonden de makers Ronald Timmermans en Max Kisman (Global Village Foundation) dat onder het verneuken van de kiezer en de afbraak van de democratie? Ze lijken te wijzen op fraude, bedrog, steekpenningen en ondemocratisch gedrag van CDA en VVD, terwijl het kabinet Van Agt I een uitkomst was van onderhandelingen binnen de marges van de Haagse politiek.

In 1981 gebeurde het omgekeerde. Mede door de winst van D66 verloor de coalitie CDA-VVD haar nipte meerderheid van 77 zetels die toch al uiterst wankel was door de zogenaamde CDA-dissidenten die het kabinet vleugellam maakten. Dat waren er aanvankelijk zes en later in de kabinetsperiode 10. CDA-dissident Jan Nico Scholten met zijn evangelische principes was toen een bekende Nederlander.

Daarom was het begrijpelijk dat het kabinet Van Agt II uit 1981 ging bestaan uit CDA, PvdA en D66. Maar dat was evenmin als het kabinet Van Agt I stabiel en doelmatig. D66 was getalsmatig overbodig en de chemie tussen CDA en PvdA was slecht. Dit kabinet bestond nog geen jaar. In mei 1982 traden de PvdA’ers onder wie de toenmalige partijleider en minister van Sociale Zaken Joop den Uyl af vanwege versoberingen van de verzorgingsstaat.

Het zogenaamde rompkabinet Van Agt III bestond uit CDA en D66 en bereidde in een half jaar de vervroegde verkiezingen van september 1982 voor. Dat resulteerde net als het kabinet Van Agt I in een kabinet van CDA en VVD, nu geleid door CDA’er Ruud Lubbers.

Waar onderstaande poster van opnieuw de Global Village Foundation op duidt lijkt duidelijk. De vormgevers vragen zich af of Joop den Uyl schone handen heeft omdat hij toetreedt tot het kabinet Van Agt II. Ze konden in 1981 nog niet weten dat de bewindslieden van de PvdA in mei 1982 dat kabinet vanwege voorgestelde bezuinigen zouden verlaten. Hoe vuil waren de handen van Joop?

Het is een poster die de PvdA verdacht maakt. Dat is de wetmatigheid in de Europese politiek dat de sociaal-democratie fel bestreden wordt door links. Van communisten tot pacifisten en hardcore socialisten. Een andere meerderheid zonder PvdA was niet te vormen en D66 van toen had een linkser profiel dan het huidige D66 van Kaag. Je kunt je met terugwerkende kracht afvragen, hoe schoon kunnen handen van politici zijn? En hoe realistisch is het wereldbeeld van vormgevers?

Global Village Foundation/ Werkgroep Blaffende Honden, 1981. ‘Hoe schoon zijn de handen van Joop?‘ Collectie: Stephen Lewis poster collection, circa 1921-2017

Elementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum

NRC heeft geprobeerd om in een artikel over het Afrika Museum nuances aan te brengen en suggestieve opmerkingen achterwege te laten. Het geschil tussen het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum in Berg en Dal ligt gevoelig. De Congregatie heeft de huurovereenkomst met het NMVW per 1 januari 2025 opgezegd. Tegen welke achtergrond speelt de controverse? Deze reactie probeert de basis voor een onderzoeksartikel te leggen dat oordeelt op basis van feiten en cruciale omstandigheden.

Schermafbeelding van deel artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van Marit Willemsen in NRC, 23 april 2022.

Moralisme

Het NMVW moraliseert. Dat is een prima verdedigingslinie om politiek en media op afstand te houden. Ze breken er niet doorheen of missen het besef dat dit een kwestie is. Gemoraliseer is een gevaar als het afleidt van het passende antwoord. Of liever gezegd van het stellen van de goede vragen. Daar gaat het artikel mank aan.

NRC-correspondent Oost-Nederland Marit Willemsen laat in haar artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van 23 april 2022 de woordvoerder van het NMVW praten en citeert geen antwoorden op scherpe vragen die ze hem stelt. Zodat men hieruit mag afleiden dat ze die vragen niet heeft gesteld.

Moralisme is niet waar het geschil over het Afrika Museum tussen het NMVW en de Congregatie over gaat. Het gaat over geld en macht.

Tussen de abstractie van mooie woorden die niet te verifiëren zijn en de macht van het geld dat zich grotendeels achter de ambtelijke en politieke schermen afspeelt kan een museum getoetst worden aan professionaliteit. Opvallend is dat beide partijen vinden dat het daar bij de ander aan schort. Kan het allebei waar zijn?

Gebrek aan professionalisme en strijd om geld

Het gebrek aan professionalisme van het NMVW dat in 2020 17,5 miljoen euro via regelingen van OCW ontving om een professionele museale organisatie op te bouwen zou door twee vragen die in het artikel onvoldoende aandacht krijgen bevraagd kunnen worden.

De eerste vraag is waarom het NMVW in het beleid mensen centraal stelt en objecten afwaardeert. Of attributen zoals toenmalig directeur Stijn Schoonderwoerd in 2019 zegt. Wat is de rol van de kunstobjecten in de collectie? Ze lopen het lot om tot een plaatje bij een praatje dat het NMVW wil verkondigen te verworden. Dat roept de vraag op waar de drie musea voor staan die samenwerken in de koepel NMVW en wat voor zelfbeeld degenen hebben die het beleid bepalen.

Zijn het kunstmusea die uitgaan van de objecten of eerder historiserende musea die aan de hand van de objecten een verhaal vertellen? Vanzelfsprekend is de keuze voor het laatste niet. Integendeel. Buitenlandse etnografische musea als het Duitse Hombuld Forum zetten de objecten centraal in hun presentatie. Dat hoeft per definitie ook weer niet, maar aanvaardt het evenmin als vanzelfsprekendheid dat objecten niet centraal worden gesteld.

De andere vraag die niet gesteld wordt is of het NMVW standaard volgens de geldende museale normen werkt. Dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn voor musea die zijn aangesloten bij het Museumregister en de Museumvereniging. Daarbij komt dat het NMVW een budget van 24 miljoen euro heeft (2020). Zo’n bedrag brengt verplichtingen over de verantwoording van de werkwijze en de besteding met zich mee. Aanleiding voor twijfel voor de juiste besteding van het budget zijn herhaaldelijk optredende onregelmatigheden met klimatisering, brandveiligheid en slordige behandeling van objecten. Dat moet in kaart gebracht worden.

Identiteit

Willemsen praat direct met de Engelssprekende Jamaicaan Wayne Modest over Afrika en vertegenwoordiger Carel Verdonschot van de Congregatie mag daar op reageren. Het is de vraag of dat een evenwichtige journalistieke opstelling is. Daarbij komt dat het lijkt alsof van Modest vanwege zijn persoonlijke achtergrond wordt gedacht dat hij meer recht van spreken heeft. Maar heeft hij daarover meer te vertellen dan de paters van de Congregatie die betrokken zijn bij het Afrika Museum? Terwijl de laatsten daar gewoond en gewerkt hebben en het nog maar de vraag is of Modest ooit in Afrika is geweest.

Dat is het mechanisme van identiteit waardoor het artikel uit het lood komt te staan. Door die oppervlakkige laag vernis over identiteit weten tot nu toe alle artikelen over het NMVW niet tot de kern door te dringen. Ze graven niet dieper, maar blijven aan de oppervlakte van de vernislaag hangen. Dat proberen te bewerkstelligen is een defensieve strategie van het NMVW.

Identiteit die ons reduceert tot een enkel hokje is een belediging voor ons denken. ‘We zijn méér dan man, vrouw, wit, zwart, lesbisch of hetero‘, zegt Kwame Anthony Appiah. Journalisten die er stilzwijgend van uitgaan dat een enkel hokje veel, zo niet alles verklaart bezondigen zich aan lui denken.

Huidskleur is precair om te benoemen en behoort in positief noch in negatief opzicht een verschil te maken over de inhoud. Het NMVW zet het via het optreden van Modest bewust in als joker en verbindt het direct met uitspraken over kolonialisme of slavernij die daarmee geabsolveerd worden en niet meer open ter discussie kunnen worden gesteld.

Journalisten zijn terecht huiverig om daar verdere vragen over te stellen omdat ze dan raken aan de identiteit van de woordvoerder. Hun kompas wordt stuk gemaakt. De roze olifant in de kamer is in dit geval zwart. Wat niet wordt gezegd over het NMVW wordt zo interessanter dan wat wel wordt gezegd.

Pure overtuiging

Het artikel is interessant vanwege de impliciete claim van het NMVW op de meest pure overtuiging. Dat is als vanouds het voorrecht van religieuze organisaties als de paters van de Congregatie. Dat voorrecht betwist het NMVW door er haar eigen ietsistisch moralisme tegenover te zetten.

Zo ontstaat een onuitgesproken ideeënstrijd tussen de spiritualiteit van het NMVW die een combinatie is van marketing, zingeving, linksige politiek en claims op eigentijdsheid en moderniteit, en de traditionele godsdienst van de Congregatie die in eeuwen binnen marges is vastgelegd.

Deze claims en verschillen voeden het onbegrip tussen beide partijen. De vaagheid van het NMVW geeft deze organisatie manoeuvreerruimte en onduidelijkheid, terwijl de fixatie van de Congregatie traditie en voorspelbaarheid geeft.

Het is verre van verwonderlijk dat het NMVW beter bij de tijdgeest aansluit en vertegenwoordigers van de media zich daar beter mee kunnen identificeren. Zonder het volledig te hoeven begrijpen. Dit wordt versterkt doordat het NMVW door de gezochte vaagheid van overtuiging die brede marges opzoekt en zo bijna iedereen een mentale plaats biedt, terwijl het katholicisme van de paters strikter bepaald is en die manoeuvreerruimte mist.

Door sluimerende misbruikschandalen binnen de katholieke kerken hebben katholieke organisaties ook nog eens een slechte pers gekregen. Wat uiteraard niets met deze kwestie te maken heeft. Maar het bepaalt de beeldvorming. Van publiek en journalistiek.

Schermafbeelding van deel paragraaf ‘Missiepartners‘ van het NMVW op site Afrika Museum. Met tekst: ‘Mission first. Wij zijn een missiegedreven organisatie. Ons doel is te inspireren tot een open blik op de wereld en bij te dragen aan wereldburgerschap. In Nederland en ook elders in de wereld. Wij vertalen die missie door in al onze activiteiten, ook zakelijk. Onze partners delen die visie. Ook voor hen geldt: mission first. Dat betekent dat samenwerking meer zal opleveren dan geld alleen.

Slag in de media

Het NMVW profileert zich in de media met linksig identitair denken en ietsistisch moralisme waarvan journalisten in hun achterhoofd denken dat ze het met goed fatsoen niet tegen kunnen spreken. Omdat dat ongepast is en omdat de overtuiging van het NMVW zo vaag is dat het weinig om het lijf heeft. Daarmee heeft het NMVW de slag in de media al gewonnen.

Die slag houdt in dat het niet meer over de inhoud gaat. Dat het niet concreet en verifieerbaar wordt. Dat het museale professionalisme van het NMVW niet ter discussie wordt gesteld. Dat de rol van de kunstobjecten niet centraal staat. Wat het NMVW beweert blijft vaag en abstract. Wereldburgerschap, eigentijdsheid. diversiteit, dekolonisatie. Vul maar in, het claimt van alles en zegt niks. Geen journalist die voldoende doorvraagt.

Achter die vaagheid zit een bewuste strategie van het NMVW dat jaarlijks dus 17,5 miljoen euro overheidssubsidie ontvangt en dat veilig wil stellen. Binnen het ministerie van OCW heeft het NMVW niet onpartijdige medestanders die de openbaarheid en verantwoording uit de weg gaan, maar zich wel vanachter de schermen in de kwestie blijven mengen. Is het een wonder dat de Congregatie door OCW niet wordt aanvaard als serieuze gesprekspartner?

Vervolg: een duurzaam artikel

Het Afrika Museum van voor de fusie van 2014 werd in de jaren daarvoor positief beoordeeld door de Raad voor Cultuur en visitatierapporten. Is het omgekeerde waar dat de huidige bedrijfsvoering van het Afrika Museum door het NMVW aan kwaliteit heeft ingeboet? Dat zou nader onderzocht moeten worden. Waarom begrijpt Modest niet dat hij met de verwijzing naar de in 2007 ingerichte ‘duistere’ eerste verdieping feitelijk zijn eigen NMVW een brevet van onvermogen geeft?

Het artikel vraagt óf om een antwoord met detaillering door een deskundige met kennis van zaken over het reilen en zeilen van het NMVW én het Afrika Museum óf om een vervolg dat het perspectief van de Congregatie beter doet uitkomen dan deze poging van Marit Willemsen. Ook de rol van OCW kan in zo’n artikel nader uitgewerkt worden.

Wellicht kan de onderzoeksredactie van NRC helpen om door factcheck de feiten en claims op moraliteit van NMVW en Congregatie op een rijtje te zetten voor de basis van een duurzaam artikel dat zich niet laat leiden door oppervlakkigheden die afleiden van de zaak. Niet in het minst over geld en macht. Hard geld gaat voor slappe praatjes. De lezer verdient beter dan een impressie.

Openluchtexpositie in Terneuzen (1968)

Schermafbeelding van artikel ‘Openluchtexpositie in Terneuzen’ in de PZC van 14 mei 1968. Via Krantenbank Zeeland.

Ik schreef in 2019 in een commentaar over de galerie J34 van Jan Juffermans in Terneuzen. Een woestijn waar kunst niet makkelijk groeit. Toch gebeurde er soms iets waarvan men pas achteraf constateert hoe bijzonder het was.

Bovenstaand stukje in de PZC van 14 mei 1968 over een opening in J34 met werk van Ben d’Armagnac en Gerrit Dekker is kostelijk. Er hangt op de tentoonstelling werk waar de kunstenaars ‘niet helemaal achter staan‘, maar die toch wordt getoond omdat het ‘hun ontwikkeling‘ duidelijk in beeld brengt. Dat is ruimhartig gedrag van deze kunstenaars.

Volgens inleider en toenmalig directeur van het Zeeuws Museum Piet van Daalen rekenen beide kunstenaars radicaal af met datgene wat ‘men’ onder kunst verstaat. Dat is een prikkelende gedachte. Kunst die afrekent met kunst. Kan dat eigenlijk wel?

Bouwwerk “houten huisje” van Gerrit Dekker‘, 1968. Collectie: Beeldbank Zeeland. Copyright: PZC.

De huisjes van D’Armagnac en Dekker werden op verschillende locaties in Terneuzen geplaatst. Hier aan de Guido Gezellestraat, hoek Zuidlandstraat. Liggend in horizontale toestand.

De foto is nog op een andere manier bijzonder omdat op de achtergrond de nieuwbouw van het Petrus Hondius Lyceum plus Schouwburg te zien is. Mijn middelbare school die uit de binnenstad werd verbannen. Want Terneuzen was een groeigemeente en moest groeien. Met huizen en huisjes.

Complotten tegen Atatürk en spionnen. Nepnieuws van ‘Het Leven’ (1932)

Staatsinrichting Turkije. In 1932 worden in Turkije complotten gesmeed tegen de hervormingsideeën van Mustafa Kemal Pasja (Kemal Atatürk) [1881 – 1938]. Foto: De tuin van de moskee is nog de enige plaats waar de aanhangers van het oude regime hun overtuiging kunnen uitspreken. Maar ook hier zijn spionnen aanwezig… (zie heer geheel links)‘. Collectie: Photo collectie Het Leven (1906-1941).

Het is een merkwaardig bijschrift uit 1932 dat met zichzelf op de loop gaat. Er wordt beweerd dat tegenstanders van Kemal Atatürk alleen nog in de tuin van de moskee (‘nog de enige plaats‘ ) hun overtuiging kunnen uitspreken. Niet thuis? Niet tijdens een wandeling? Niet op het platteland?

Het wordt er nog gekker op als het bijschrijft er zelfs op terugkomt dat de tuin van de moskee nog de enige plek is waar tegenstanders van Atatürk zich vrij kunnen uitspreken. Want het gevaar loert ook daar: ‘Maar ook hier zijn spionnen aanwezig… (zie heer geheel links)‘.

Is deze gentleman een spion die zichtbaar de gesprekken afluistert van tegenstanders van Atatürk om ze vervolgens te verlinken? Of is dit klare fantasie van degene die dit bijschrift schreef? Wensdenken dat stemming maakt.

Een andere foto uit deze serie loogenstraft direct dit bijschrijft als het zegt: ‘Een geheim gesprek op een plein ergens in Turkije. Op de voorgrond een waterpijp‘. Dus de tuin van de moskee is niet de enige plek voor een geheim gesprek of het smeden van complotten tegen het beleid van Atatürk:

Staatsinrichting Turkije. In 1932 worden in Turkije complotten gesmeed tegen de hervormingsideeën van Mustafa Kemal Pasja (Kemal Atatürk) – 1881 – 1938. Foto: Een geheim gesprek op een plein ergens in Turkije. Op de voorgrond een waterpijp‘. Collectie: Photo collectie Het Leven (1906-1941).

Ook een andere foto maakt duidelijk dat de fantasie van de maker van het bijschrift voor publicatie in het geïllustreerde tijdschrift ‘Het Leven‘ niet in dienst staat van de beschrijving van de Turkse werkelijkheid van 1932, maar het te doen is om sensatie. De vraag is suggestief of de man die op het plein voor een moskee naar een andere man kijkt een spion is. Waar is dat op gebaseerd?

Staatsinrichting Turkije. In 1932 worden in Turkije complotten gesmeed tegen de hervormingsideeën van Mustafa Kemal Pasja (Kemal Atatürk) [1881 – 1938]. Foto: Een van de aanhangers van Kemal Atatürk op een plein voor een moskee. Is hij een spion?‘ Collectie: Photo collectie Het Leven (1906-1941).

De foto’s kloppen, maar in combinatie met de bijschriften is het nepnieuws. Die zijn vooringenomen en losgezongen van wat we zien. De bijschriften spreken elkaar ook nog eens tegen. Ze voeren spoken op. Dit is nepnieuws uit 1932 dat blijkbaar stemming maakt tegen de hervormingen van de Turkse regering van Kemal Atatürk. Of dat uit politieke overtuiging is of uit sensatiezucht van toen is voer voor media-historici. Clickbait bestond ook al in 1932.

Duitsland loopt in Rusland-politiek uit de pas met Europa, eigen geschiedenis en haar diplomatiek belang. Kan het zich niet verbeteren door mentale kramp?

Er is een zekere overeenkomst tussen het Russische publiek dat zich door de propaganda laat misleiden en in slaap wordt gesust, en het Duitse publiek dat jarenlang uit gemakzucht niet beter nadacht en geen kritiek had op de Rusland-politiek van achtereenvolgende regeringen. Op de Groenen en enkele principiële CDU’ers als Norbert Röttgen na.

Röttgen beargumenteerde in 2014 dat de enigen die niet leken te beseffen dat Duitsland aan de basis van de toenmalige Oekraïne-crisis stond ‘de Duitsers zelf waren’. Nu acht jaar later is er niks veranderd. Opnieuw lijken de Duitsers niet te beseffen dat ze aan de basis van de Russisch-Oekraïense oorlog staan.

Het is trouwens onjuist om te beweren dat de verkoop van energie aan Europa, inclusief Duitsland de Russische oorlogsmachine financiert. Dat zijn geluiden die in populistische berichten opklinken. Die opbrengsten zijn 1 miljard euro per dag, terwijl de kosten van de oorlog voor het Kremlin op 20 miljard euro per dag worden ingeschat. Hoewel het mogelijk is dat die energieopbrengsten van 1 miljard euro per dag het Kremlin tijdelijk helpen om op de geldmarkt de losse eindjes aan elkaar te knopen. Lagere inschattingen die minder effecten meewegen komen toch nog altijd uit op dagelijkse oorlogskosten voor het Kremlin van 8 miljard euro.

De relativering van het belang van de verkoop van Russische energie aan Europa wijst een andere kant op als men beseft hoe relatief die is. Het is merkwaardig dat dit in de westerse publiciteit zo slecht uitgelegd wordt.

Het belang van wapenleveranties aan Oekraïne wijst op twee aspecten. Het put de Russische Federatie op de lange termijn financieel uit omdat het de strijd gaande houdt en de Russische economie belast. En westerse landen die Oekraïne willen ondersteunen kunnen door levering van militair materiaal hier het accent op leggen en zich niet laten afleiden door de discussie over Russische energie. Daarom is het des te onbegrijpelijker dat kanselier Scholz die klem zit in zijn behoefte aan Russische energie Oekraïne weigert te voorzien van zwaar militair materiaal. Zoals 100 tanks.

Hoe valt deze blindheid van de Duitse politiek en zakelijke elite en dit gebrek aan zelfkennis te verklaren? Je zou zelfs kunnen spreken van een mentale patstelling. Is het alleen economisch opportunisme of is er meer aan de hand? Mijn reactie bij bovenstaande video van DW:

Where were the German people when Merkel claimed against all facts, logic and criticism from other countries that Nord Stream II was a purely economic project?

Only the Greens were against this and the close relationship with the Kremlin. The rest of Germany was silent for years.

Today’s Germany is mentally bankrupt by tacitly keeping open lines to the Kremlin and thereby consciously connects itself with Putin. Towards abyss.

Understandably, due to past mistakes in the energy policies of the CDU, SPD and to a lesser extent FDP, Berlin now does not have good options to depend on Russian energy.

But for that very reason one might assume that Berlin wants to compensate for this by political, military and financial support for Ukraine.

The reason for this does not seem so much that Scholz feels dependent on Russian energy and does not want to risk it and is therefore reserved and fearful, but that he is mentally so entwined with the German Russia policy of recent decades, which has been determined exclusively by economics.

If there is also the misconception of the German political and business elite that the Russians should be compensated for the damage the Nazis inflicted during the Second World War, then the moral weakness of that German elite is complete.

For the American historian Timothy Snyder has been saying for years, also to German politicians, that it was not the Russians, but the Ukrainians who suffered relatively more during the German invasion of the Soviet Union.

So if the German elite already has a mishandled guilt complex about this, then it is now time to finally correct it and start supporting Ukraine and not Russia.

Because Germany should not settle this outstanding account about the Second World War with Russia, but with Ukraine. That is Scholz’s chance to correct the mistake Chancellors Brandt, Schmidt, Kohl, Schroeder and Merkel made in their misunderstanding of recent German history.