George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sluiting Armando Museum

DUIC geeft onvolledige voorstelling van zaken over Museum Oud Amelisweerd

leave a comment »

Daar gaat het weer. Een artikel vol gaten in de Utrechtse internetkrant DUIC van een journalist die het ongetwijfeld goed meent, maar zich laat gebruiken. Dat vraagt om een weerwoord. Journalistiek kan maar beter niet gekleurd en onvolledig zijn. Juist in deze kwestie is dat een constante sinds 2010. Mijn reactie:

Tja, waar te beginnen? Dat Museum Oud Amelisweerd in Bunnik is gelegen en dat de gemeente Utrecht het niet eens subsidie zou kunnen geven als het dat zou willen omdat de voorwaarden dat niet toestaan? Raadslid en VVD’er André van Schie heeft daar nog recent op gewezen. Of dat de restauratie van het landhuis Oud Amelisweerd door de toenmalige beheerder Centraal Museum in de jaren ’90 op de rails is gezet en dat de huidige exploitant daar nu de vruchten van plukt? En die zelfs publicitair opeist? Tja, marketing, zo werkt dat blijkbaar voor wie de voorgeschiedenis onvoldoende kent.

Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. En de vooruitzichten voor de jaren vanaf 2021 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro door deze exploitant moet worden terugbetaald zijn eerder slechter dan beter. Toch meende het bestuur van de Stichting MOA geld uit de markt te kunnen halen. Maar dat is nooit gelukt.

Armando? Mw. Ploum heeft jarenlang in ontelbare interviews gerept over de drieslag landhuis/ensemble- Chinees behang – Armando die elkaar zou versterken. Weinig museummensen of kunsthistorici die het geloofden. Oud-hoofdconservator SM en vriend van Armando Rini Dippel vond het een kulverhaal, maar goed het was ‘een verhaal’ als onderdeel van de marketing. En nu Armando afstand neemt van het MOA -omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de levensvatbaarheid ervan- zou er niets veranderen? Ok, een ander verhaal uit de hoge hoed getoverd. Maar is dat nog geloofwaardig voor Utrechtse raadsleden die het willen doorgronden en die prijs stellen op consistentie? Nee.

De auteur geeft een verkeerde voorstelling van zaken of laat zich naïef wat op de mouw spelden door mw. Ploum als hij zich begeeft in een inschatting van de scenario’s. Want het rapport van Gert-Jan van der Vossen kent ook de optie scenario B1: integrale variant waarbij het landhuis Oud-Amelisweerd 7 maanden open is. Logisch, hiermee wordt een weeffout van het MOA hersteld. Want de zomerresidentie is qua klimatisering niet toegerust op de wintermaanden. De auteur laat deze variant B1 om onverklaarbare redenen ongenoemd. Hij gaat alleen in op de light versie. Heeft hij zich wel geïnformeerd en weet hij eigenlijk wel waarover hij praat? Het lijkt er niet op.

De integrale variant B1 is een vervolg en directe vertaling van een raadsbrief van 13 december 2011 met een ‘terugvaloptie’. Dat werd in die brief genoemd indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zouden zijn. Anders gezegd, dit is de bestuurlijk correcte variant waar de Utrechtse raad zich aan te houden heeft als het voldoende politiek geheugen heeft en de eigen besluitvorming volgt.

Dat lijkt aan de orde nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd sinds de opening nog geen enkele keer zwarte cijfers heeft geschreven. En het jaarlijkse exploitatietekort is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die naar buiten wordt gebracht. Die brief schetst voor het vervolg een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Van der Vossen benoemt dat zonder verwijzing naar die bestuurlijke voorgeschiedenis als optie B1. Het is veelzeggend dat Ploum daaraan voorbijgaat en een journalist met een onzinverhaal het bos in stuurt.

Het is te hopen dat zowel het Utrechtse gemeentebestuur als de raad zich goed informeren en een besluit nemen dat rekening houdt met de voorgeschiedenis en de levensvatbaarheid voor de toekomst. Doormodderen kan en is een optie, maar niet in te zien valt wat daar nou echt mee te winnen valt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelMuseum Oud Amelisweerd: zo lang er hoop is, is er leven!’ van Marcel Gieling in DUIC, 26 mei 2017.

Rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ openbaar

with 4 comments

Gemeente Utrecht heeft vandaag het rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ van Gert-Jan van der Vossen gepubliceerd. De opdracht kwam tot stand na een motie van de Utrechtse raad aan het college om de mogelijkheden te onderzoeken van openstelling van het landhuis. Wethouder Kees Diepeveen gunde Van der Vossen de opdracht. Het is op 23 maart -met een aanvulling op 24 april- naar de opdrachtgever verzonden.

In de begeleidende brief stelt het college voor om te kiezen tussen de twee opties CM light (variant B) en het scenario MOA Aangescherpt (variant C). Opmerkelijk is dat Huis voor Cultuurhistorie (variant D) zonder de bruidsschat van Amersfoort goedkoper is dan variant C, maar dit optisch anders wordt voorgesteld. Zowel het rapport als het voorstel van het college ogen politiek en zijn sterk in de vergelijking van appels met peren.

Het is een opmerkelijk stuk waarin veel wordt gezegd, maar vooral dat opvalt wat niet wordt gezegd. Zo zet de opsteller nauwelijks het antieke 18de-eeuwse hoogwaardige Chinese behang centraal dat de belangrijkste verworvenheid van het landhuis is. Ook valt uit de lijst geïnterviewden op te maken dat Van der Vossen vooral met bestuurders heeft gesproken en nauwelijks met kunsthistorici, museologen of deskundigen op het gebied van het Chinees behang. Dat wreekt zich in het rapport doordat inhoudelijke overwegingen zo goed als ontbreken. Onderbelicht blijft bijvoorbeeld wat het werk van Armando voor de variant C (‘MOA aangescherpt’) betekent. Even opmerkelijk is dat in het rapport de termen ‘terugvaloptie’ of ‘sitemonument’ ontbreken.

In een brief van het college van 13 december 2011 werd die ‘terugvaloptie’ geschetst indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zouden zijn. Wat het geval lijkt nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks de Amersfoortse bruidsschat nog geen enkele keer zwarte cijfers heeft geschreven. Die brief schetst voor het vervolg een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Van der Vossen benoemt dat zonder verwijzing naar die bestuurlijke voorgeschiedenis als optie B.

Het rapport kwantificeert gegevens en geeft een idee van nauwkeurigheid die bij nader inzien ontbreekt. Van de zo op het oog buitenissige Horecavariant A  die een investering van zo’n 2,1 miljoen euro vraagt is het helemaal de vraag waarom die in het rapport is opgenomen. Van der Vossen biedt met zijn rapport de opdrachtgever de optie alle kanten op te gaan. Het is open in mogelijkheden, maar bescheiden in inzicht waar de wethouder iets mee kan. De bestuurlijk logische variant B (‘LOA Satelliet’ als deel CM) die een vertaling is van de terugvaloptie of sitemonument zet de rapporteur op dezelfde lijn met de andere opties. En variant D (‘Huis van Cultuurhistorie’) is plichtmatig en fantasieloos uitgewerkt en gaat niet uit van het Chinees behang.

Nodig is een kort, aanvullend onderzoek door een inhoudelijk deskundige dat kunsthistorici, museologen of deskundigen op het gebied van het Chinees behang raadpleegt om de museale mogelijkheden van Landhuis Oud Amelisweerd in kaart te brengen. Zo’n benchmark-achtig onderzoek van Van der Vossen is een aardige eerste stap, maar ontoereikend om wethouder Diepeveen en de Utrechtse gemeenteraad inzicht te geven in de inhoudelijke potentie en toekomstmogelijkheden van Landhuis Oud Amelisweerd. Het is een raadsel waarom dit rapport in deze vorm is gepubliceerd en wat de opzet ervan is. Wie moet het eigenlijk de weg wijzen?

Foto: Schermafbeelding van deel rapport ‘Toekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ van Gert-Jan van der Vossen in opdracht van het gemeentebestuur Utrecht.

Museum Oud Amelisweerd verliest exclusiviteit werk Armando. En krijgt financiële exploitatie nog steeds niet rond. Wat doet Utrecht?

with 3 comments

Bestuursvoorzitter Stichting MOA Ari Doeser spreekt vergoelijkend in een poging te redden wat er te redden valt. Opmerkelijk is zijn uitlating in een artikel van Thomas van Huut in NRC van 4 mei 2017: ‘MOA heeft inmiddels een bijzondere band met het werk van Armando. Die band blijft.’ Maar een bijzondere band is wat anders dan een museum dat volgens het beleidsplan van Stichting MOA ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ is en als doel heeft ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’.

De positie van de huidige exploitant van landhuis Oud Amelisweerd Stichting MOA is onzeker. Dat blijkt onder meer uit alle nieuwsberichten waarin het steevast ‘noodlijdend’ wordt genoemd. Aan de hand van een advies van Gert-Jan van der Vossen gaat de Utrechtse raad zich deze maand beraden over de toekomst van landhuis en huidige exploitant. Wat Van Huut zegt over een structurele subsidie van 75.000 euro per jaar is trouwens onvolledig. Het gemeentebestuur benadrukte bij de beantwoording van raadsvragen in 2015, (zie vraag 8) het standpunt dat het geen exploitatiesubsidie verleent: ‘Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie. Wanneer op termijn blijkt dat Museum Oud Amelisweerd qua financiële exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen.’ Het is van tweeën één: of de huidige exploitant is verantwoordelijk voor de financiële exploitatie of de gemeente Utrecht kiest een nieuwe exploitant als de Stichting MOA financieel in gebreke blijft. Van Huut zit er ook naast wat de hoogte van het tekort betreft, die is jaarlijks meer dan 75.000 euro. Het jaarlijkse exploitatietekort van het MOA bevindt zich al sinds de opening in 2014 boven de 200.000 euro.

Van Huut toont tegengestelde belangen door bestuursvoorzitter van de Stichting MOA Doeser tegenover bestuursvoorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning te zetten. Doeser praat over bruiklenen en dus die ‘bijzondere band’ van het MOA met het werk van Armando. Maar Bruning zegt dat MOA geen exclusiviteit meer heeft als het om welke reden dan ook de opslagkosten van zo’n 50.000 euro niet meer wil betalen. Hoe dan ook wordt de bruikleenovereenkomst van ruim 1000 werken per maart 2018 door Armando beëindigd.

Precies die exclusiviteit raakt aan de kern van het MOA dat ook in de marketing het werk van Armando als onmiskenbaar onderdeel van het museum presenteerde. Naast het Chinees behang en het ensemble van landhuis en landgoed. In lijn met het beleidsplan is sinds 2011 door bestuur en directie voortdurend het belang van de drieslag Armando – behang – ensemble benadrukt dat elkaar zou versterken in een synergie. Een mening trouwens die door museaal en kunsthistorisch Nederland vanuit het perspectief van de hedendaagse kunst alsook bij historische tuinarchitecten slechts mondjesmaat gedeeld is, sterk werd betwijfeld en afgedaan als een gelegenheidsargument. Rini Dippel en Lucia Albers spraken zich erover uit.

Als het MOA de exclusiviteit van Armando verliest wat is dan nog het bestaansrecht en het onderscheidend vermogen ervan? Zelfs als de raad de Stichting MOA een herformulering van de doelstelling gunt -waarin het werk van Armando naar de achtergrond verdwijnt- is de vervolgvraag of een organisatie die voortkomt uit het Armando Bureau en Armando Museum de logische exploitant van het Chinees behang en ensemble kan zijn. Deze vraag zal aan de orde komen in de discussies in de Utrechtse raad en het college over de toekomstige bestemming van Oud Amelisweerd. Bestuurlijk is het mogelijk dat zo’n inhoudelijk debat over het belang van exclusiviteit, doelstelling en profiel van de huidige exploitant nooit gevoerd wordt omdat de slechte financiële situatie en vooruitzichten van het noodlijdende MOA dat al vier jaar in reservetijd speelt de doorslag geven.

Foto: Schermafbeelding van deel pagina ANBI van het MOA.

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 3 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.

Economische afweging voor Armando Museum gevraagd

with 8 comments

DeStadAmersfoort.nl zegt in een stukje getiteld ‘Wellicht eind oktober duidelijkheid over Armando Museum
dat het college van b en w van Utrecht op z’n vroegst op 25 oktober een besluit neemt over het definitieve ondernemings- en huisvestingsplan van het Armando Museum in landgoed Oud-Amelisweerd. Naar verluidt wordt de Utrechtse raad op 22 november geïnformeerd. Dit impliceert dat de raad de informatie van het college aanhoort. En die niet kan amenderen of een besluit zelfs formeel hoeft goed te keuren.

Duidelijk is dat Utrecht geen structurele subsidie gaat geven aan het Armando Museum Bureau of Amersfoort-in-C voor het Museum Oud-Amelisweerd. Maar “Wel wil de gemeente Utrecht geld uittrekken voor de renovatie van en het gereedmaken van Oud Amelisweerd, maar de exploitatiekosten zijn voor Amersfoort, of voor het Armando Museum“, aldus woordvoerder Jeroen Bosch van de gemeente Utrecht. Het is een raadsel wat Bosch hiermee bedoelt. Want de renovatie van landhuis Oud-Amelisweerd is zo goed als afgerond. Hij doelt waarschijnlijk op de additionele herinrichtingskosten van een museum.

Als Utrecht besluit om rond een Armando Collectie een Museum Oud-Amelisweerd in Oud-Amelisweerd te huisvesten dan gaat de eenmalige bijdrage van Utrecht door productsponsoring volledig in de investeringen zitten en gaat er geen cent naar de exploitatie. Dit geeft een impuls aan de investeringen, maar versterkt het draagvlak van de exploitatie niet. Het lijkt voor een realistische inschatting van inkomsten en uitgaven van de exploitatie belangrijk om een langere termijn van vijf jaar aan te houden. Wanneer de overloop met de investeringen voorbij is en de exploitatie definitief op eigen benen staat.

Het is belangrijk om bij de exploitatie eigen inkomsten niet rooskleuriger in te schatten dan bij Nederlandse musea gebruikelijk is. Zo haalt een in het centrum van Rotterdam gelegen publieksmuseum als Boijmans dat publicitair aan de weg timmert, een vast publiek heeft opgebouwd en een doelmatig museumgebouw exploiteert over 2010 een kostendekkingspercentage van 47%. Met Oud-Amelisweerd vergelijkbare musea als Huis Doorn (41,1%) en Paleis Het Loo (23,4%) hadden in 2010 een lagere dekkingsgraad. Voor een museum in de opstartfase lijkt een kostendekkingspercentage voor de eerste vijf jaar tussen de 25 en 40% reeël.

Complicatie voor de financiële basis van een Museum Oud-Amelisweerd is dat het door geen van de drie betrokken gemeenten van harte wordt gesteund. Dat komt door de eigendomstructuur en de Amersfoortse invalshoek. Want het landhuis Oud-Amelisweerd en koetshuis zijn eigendom van de gemeente Utrecht, liggen op Bunniks grondgebied en zijn beleidsmatig en mentaal nog verbonden aan Amersfoort. Het cement van de provincie voegt dat niet. De anderen zien dat niet anders, zoals de opmerking van Utrechts woordvoerder Jeroen Bosch aangeeft: ‘de exploitatiekosten zijn voor Amersfoort, of voor het Armando Museum’. 

Foto: Het Scheepvaartmuseum Amsterdam: ‘Restaurant Stalpaert is een museumrestaurant zoals je nog nooit hebt gezien.’

Amersfoort blijft problemen Armando Museum van zich afschuiven

with 18 comments

De raadsinformatiebrief 3912329 van 28 september van de gemeente Amersfoort geeft informatie over de lopende zaken binnen de cultuurportefeuille. Inclusief de voorgenomen verhuizing uit Amersfoort van het Armando Museum. Het college benadrukt in de brief nogmaals dat bezuinigingen de enige reden voor de voorgenomen verhuizing zijn:

Op 31 mei j.l. heeft uw raad besloten dat de bezuiniging op de musea vanaf 2014 kan worden gerealiseerd door het Armandomuseum naar een plek buiten Amersfoort te verplaatsen. In november 2010 is naar aanleiding van een haalbaarheidsstudie het voorstel van verplaatsing naar Oud- Amelisweerd gedaan. Door alle betrokken partijen (gemeente Utrecht, gemeente Amersfoort, Amersfoort in C/Armando Museum, Provincie Utrecht, Centraal Museum en de Stichting Armando) is in december 2010 een intentieverklaring getekend. Daarmee is gestart met de gezamenlijke planontwikkeling. Conform de eerder getekende intentieverklaring wordt nu de definitiefase afgerond met een definitief ondernemingsplan en huisvestingsplan aan de hand waarvan een go/no go besluit kan worden genomen. Om het ondernemingsplan rond te krijgen is in bestuurlijk overleg door de gemeente Utrecht gevraagd om een bijdrage van de gemeente Amersfoort van 1 miljoen euro. Uitgangspunt voor ons is dat de bezuinigingsdoelstelling (vanaf 2014) moet worden behaald. Met de onderbrenging van de Armandocollectie in Oud-Amelisweerd kunnen we, ook gezien de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomsten over de Armandocollectie*, aan deze bezuinigingsdoelstelling invulling geven. Op 14 juni is aan de raad toegezegd dat het college in september met een voorstel ter besluitvorming over de gevraagde bijdrage van 1 miljoen komt. Dit voorstel zal uitgaan van de fasering van de bezuiniging op de musea. De definitieve besluitvorming in uw raad rond de verhuizing van het Armandomuseum naar landhuis Oud-Amelisweerd is nu voorzien in oktober.

Stichting Armando en AiC hebben inmiddels aangekondigd dat op 27 november de laatste tentoonstelling wordt afgesloten en dat zij vanaf 2012 geen nieuwe activiteiten meer organiseren in het Rietveldpaviljoen. Daarmee is het Rietveldpaviljoen vanaf januari 2012 beschikbaar en gaan wij ons bezinnen op tijdelijke verhuur zo lang er nog geen definitieve besluiten zijn genomen over de budgetneutrale herontwikkeling van het Zonnehof-gebied.

Bij de asterix wordt het volgende gezegd: *Er zijn verschillende overeenkomsten waarin zaken rondom de Armandocollectie zijn geregeld waarvan de twee belangrijkste zijn de overeenkomst van 15 januari 1998 betreffende de kerncollectie en een overeenkomst van 7 december 1998 betreffende de omzetting van de bruikleen van de collectie van de Zonnehof naar de Stichting Armando. 

Raadsinformatiebrief 3640863 van 7 december 2010 vat de overeenkomst van 15 januari 1998 als volgt samen op p.8: Kortom, zolang de gemeente binnen haar mogelijkheden museaal verantwoorde expositieruimte biedt in Amersfoort, handelt zij juridisch in overeenstemming met bovengenoemde overeenkomsten. Dat ‘binnen haar mogelijkheden’ kan zo gelezen worden dat de gemeente Amersfoort aan het Armando Museum verantwoorde expositieruimte moet bieden tenzij het dat budgettair niet kan.

Bezuinigingen op cultuur en herschikking binnen het cultuurbudget duiden niet op een situatie van niet meer kunnen, maar eerder op niet meer willen. Daarom lijkt de eenzijdige verbreking van het convenant door de gemeente Amersfoort juridisch aanvechtbaar. Een direct gevolg van onbehoorlijk bestuur zoals de vorige directeur van Amersfoort-in-C over de niet doorgegane aanbesteding van het Armando Museum in de Elleboogkerk al stelde.

Mevrouw de Meijere ondertekent mede in de Statutenwijziging Stichting De Zonnehof de omzetting van de bruikleen van Stichting De Zonnehof naar de Armando Stichting. Sinds zomer 2011 heeft ze echter haar deel van de collectie bij het Kröller-Müller Museum ondergebracht. Ook Armando deed hetzelfde met een vroeg werk en een aantal door hemzelf gemaakte tekeningen. Het jaarverslag 2010 stelt: Door de royale gebaren van de kunstenaar en zijn ex-vrouw beschikt het Kröller-Müller Museum over één van de mooiste verzamelingen van het werk van Armando. 

Opvallend is dat de brief zich niet uitspreekt over de inhoudelijke toetsing van de voorgenomen verhuizing. Een en ander suggereert dat een diepgaande inhoudelijke discussie over de verhuizing naar Oud-Amelisweerd nooit is gevoerd. Het haalbaarheidsrapport van november 2010 waarnaar verwezen wordt heeft een minimale conclusie: Op basis van bovenstaand concluderen wij dat de belangrijkste randvoorwaarden die landhuis- en landgoed Amelisweerd vragen niet strijdig zijn met de behoeften van het Armando Museum en haar collectie. Da’s zo ruim geformuleerd dat het op vele collecties van toepassing is.

Bestuurders die betrokken waren bij de besluitvorming over de verhuizing naar Oud-Amelisweerd hebben telkens een stap gezet en lijken zo een fuik te zijn ingelopen. Het is bestuurlijk minimalisme dat gaat over haalbaarheid, intenties, gezamenlijkheid, planontwikkeling en procesgang. Meer ambitie was het niet. Wellicht door de veelheid aan belangen en partijen die telkens over een streep getrokken moesten worden.

Gevolg is dat vragen over noodzaak, alternatieven, kosten en doelmatigheid op de achtergrond zijn gebleven. En behalve de betrokken bestuurders zijn de gemeenteraden van Bunnik, Amersfoort en Utrecht evenmin toegekomen aan inhoudelijke vragen en konden niet verder kijken dan de kosten. Zodat er bij alle betrokkenen, te weten Utrecht, Amersfoort, Bunnik, Amersfoort-in-C, provincie Utrecht en Centraal Museum geen enkele partij was die er belang bij had door te vragen naar de noodzaak van de verhuizing van de Armando collectie naar Oud-Amelisweerd.

Partijen die dat wel hadden zoals de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Nederlandse Museumvereniging, individuele deskundigen uit de museum- en erfgoedsector of betrokken van Buurtschap Amelisweerd en Vrienden van Amelisweerd werden op afstand  gehouden. Hun toelichtingen en adviezen werden waar mogelijk verwerkt en ingepast, maar ook zij konden geen inhoudelijke debat opstarten. Dus degenen die over de inhoud konden praten deden het niet en degenen die dat wel wilden mochten het niet.

Foto: ‘In oktober 2007 verwoestte een felle brand het Armando Museum in de negentiende-eeuwse Elleboogkerk in Amersfoort. Restauratiearchitect Verlaan & Bouwstra verzorgt samen met Marx en Steketee Architecten de wederopbouw van de historische kerk en realiseert daarin een nieuw museum met hedendaagse voorzieningen.’

Oud-Amelisweerd als Museum voor Chinoiserie

with 11 comments

Het Westen heeft schrik van het Oosten. Maar is er ook altijd gefascineerd door geweest. Sinds kort is het economisch zwaartepunt van West naar Oost verschoven. Of liever gezegd, teruggeschoven. Want de oude beschavingen India en China domineerden ooit de wereld. Vraag is of er in Nederland mogelijkheden zijn om de relatie met het Oosten inzichtelijk te maken. Die optie is levensgroot aanwezig in landhuis Oud-Amelisweerd te Bunnik dat eigendom is van de gemeente Utrecht.

Nederland als gateway naar Europa kan de Aziatische kunst als eerste in Europa een museum geven dat de setting van de Chinoiserie als uitgangspunt neemt. Overtuigend in de marketing door de eenduidige boodschap. Het kan vijftalig ingericht worden: Nederlands, Engels, Chinees, Koreaans en Japans. En omdat het economisch evenwicht naar het Oosten verschuift opent dat voor het aanboren van fondsen volop perspectief.

Wie naar de toekomst kijkt, kijkt naar China. Wie naar de toekomst kijkt moet proberen de Chinezen tegemoet te treden. Ofwel, halverwege te ontmoeten. Het cliché zegt dat in het Oosten relaties geduldig opgebouwd moeten worden. Er is een ontwerpstijl die de ontmoeting tussen Oost en West symboliseert. Da’s de zogenaamde Chinoiserie die sinds de 17de eeuw van invloed is op de ontwikkeling van de Westerse kunst. Het spiegelt Chinese kunstinvloeden en geeft deze onderdak binnen de Westerse traditie.

‘Sinds 1990 maakt landhuis Oud-Amelisweerd deel uit van de collectie van het Centraal Museum. Vanaf dat moment liep er een restauratieprogramma van het Chinees behang, dat in zeldzaam goede staat verkeert.’ Deze zinnen staan in de publieksfolder Vechtende Krekels; Harmen Brethouwer in Oud-Amelisweerd. In de zomer van 1999 presenteerde het Centraal Museum een kleinschalige tentoonstelling van Brethouwer. De kunstenaar combineerde het 18de-eeuwse Chinese papierbehang met hedendaagse kunstwerken met Aziatische motieven, materialen en technieken. Kortom, chinoiserieën. Het werkte wonderwel.

De achtergrond van het behang bepaalt de voorgrond. Een industrieel of ostentatief werk past minder goed dan iets wat sober is. Vele variaties zijn mogelijk. Het loopt van de 17de eeuw tot nu. Zelfs japonisme met Van Gogh of houtsneden van Hokusai kan ingepast worden. Uitgangspunt van een Museum voor Chinoiserie is de combinatie van voor- en achtergrond met Aziatische of Oriëntaalse motieven waarbij beiden verrijkt worden.

Jammergenoeg heeft museaal Nederland nooit de kans gekregen om bovenstaand idee te pitchen. Landhuis Oud-Amelisweerd is zonder inhoudelijke discussie door de gemeente Utrecht aan het Armando Museum gegund. Zoals het er nu naar uitziet ontstaat er een Museum Oud-Amelisweerd dat de taak heeft om beelden, schilderijen en tekeningen van Armando te combineren met het rijke ensemble. Door de kracht van huis en behang zullen die het winnen. Maar het had zoveel unieker kunnen zijn als er beter nagedacht was.

Foto: Fragment antiek 19de-eeuws behang in de Chinese slaapkamer van Belton House