Bidens verwijzingen naar God en gebed in toespraak over Afghanistan passen niet bij een veranderende VS

Ik ben teleurgesteld en ook wel verrast over presidents Bidens verwijzing naar God en de stilte voor gebed die hij vroeg in zijn toespraak over Afghanistan. Hierin stond hij stil bij de dood van 13 Amerikaanse militairen die hij helden noemde. Ik dacht dat deze president verder was in zijn denken en zijn persoonlijk geloof niet goedgelovig rechtstreeks zou verbinden met zijn functie.

Het is ongepast voor elke Amerikaanse president om in zijn functie te verwijzen naar God. Persoonlijk geloof moet men voor zichzelf houden en niet verbinden met een functie.

Als president Biden de Amerikanen wil verbinden, dan moet hij niet religie centraal stellen omdat hij daarmee andersdenkenden uitsluit. Door te verwijzen naar God bereikt Biden het omgekeerde van wat hij beoogt. Hij verbindt niet, maar verdeelt.

President Biden die zijn katholiek geloof niet verbergt geeft ermee een signaal af aan vooral de jongere generaties dat hij iemand van het verleden, van oude tradities is die op de terugtocht zijn. Hij prijst onbewust zichzelf ermee uit de tijd. Tevens schept hij in de beeldvorming het idee dat het christendom, want daar verwijst hij impliciet naar, een soort staatsgodsdienst is en andere levensovertuigingen en godsdiensten door de regering minder belangrijk worden gevonden.

Bidens spirituele verwijzingen zijn electoraal onverstandig omdat hij zich richt tot een minderheid. Volgens onderzoek van Gallup uit maart 2021 zegt nog slechts een minderheid van 47% te behoren tot een kerk, moskee of synagoge. Een derde van de Millennials (1981-1996) en de daarna komende Generatie Z zegt geen religieuze affiliatie te hebben. Onder oudere generaties is sinds 2000 het percentage verdubbeld dat van traditionele denkbeelden naar ‘geen religieuze affiliatie’ is veranderd.

Politiek is Bidens verwijzing naar God en gebed alleen te begrijpen als een poging om de activistische witte, radicaal-rechtse christenen de pas af te snijden. President Biden probeert er ongetwijfeld mee duidelijk te maken dat geloof geen exclusief rechts thema is.

Maar hij schat het gevolg van zijn verwijzing verkeerd in. Hij breekt weliswaar in in een homogeen wit, rechts christendom door dat binnen te dringen en daarin een rol als wereldlijk en spiritueel leider op te eisen, maar hij vergeet dat demografisch de VS de laatste decennia in snel tempo gediversifieerd is en hij zich met de verwijzing naar God en gebed vervreemdt van vele landgenoten.

Bidens staf moet hem duidelijk maken dat het ongepast is om in zijn functie te verwijzen naar religie of een specifieke wijze van interreligiositeit omdat hij zich hiermee richt tot een VS die allang niet meer bestaat. Het automatisme van autoriteiten om bij calamiteiten te verwijzen naar thoughts and prayers is niet alleen verworden tot een lege formule, maar sluit ook steeds minder aan bij de mentaliteit in het land. Hoewel het op Capitol Hill tegen de landelijke trend in nog steeds de leidende mentaliteit is. Het parlement is ook in dit opzicht behoudend en mist de koppeling met de veranderingen in het land.

Uiteraard zijn de VS nu nog een door en door religieus land dat zichzelf met de geestelijke paplepel heeft gevoed, maar onder de oppervlakte gist het en lijkt weinig nodig om door de schil van godsvrucht, vanzelfsprekendheid en christelijke taboes te breken. Dat levensgevoel weigert Biden aan te spreken en zal hem door delen van zijn progressieve achterban aangerekend kunnen worden.

Het er nauw mee verbonden idee dat de VS een exceptionele natie is met een speciale opdracht is ook aan erosie onderhevig. De mislukking van het Afghanistan-beleid zet dat idee opnieuw onder druk.

Biden benadrukt met zijn christelijke referenties onbewust zijn ouderdom en zijn gegrondheid in traditionele denkbeelden die slecht passen bij een divers land dat etnisch en in levensovertuiging op weg is een land van minderheden te worden. Dat kan niet de bedoeling zijn van een president die zegt zijn land te willen verbinden, maar in die verbinding de verkeerde aanpak en toon kiest.

Nederlandse christenen bidden voor Afghaanse christenen terwijl ze weten dat het geen praktisch nut heeft. Voor wie is het gebed bedoeld?

Directeur Maarten Dees van stichting Open Doors die opkomt voor vervolgde christenen zegt dat ‘we’ praktisch niet zoveel kunnen voor Afghaanse christenen. Tot wie hij zich richt en waarom Dees hier een punt van maakt is onduidelijk. Het lijkt mede een symbolische uitspraak die is bedoeld om zijn eigen stichting te profileren door aan te haken bij de actualiteit. Open Doors helpt christenen wereldwijd met financiële steun.

Volgens officiële cijfers is van de ruim 36 miljoen inwoners 99,7% van de Afghanen islamitisch. Dus 0,3% van de bevolking of 110.000 Afghanen belijden een minderheidsgodsdienst waarvan het christendom er een van de vele is of belijdt geen godsdienst.

Het lijken getalsmatig en praktisch eerder de 10% tot 15% sjiitische moslims die te vrezen hebben van de streng soennitische Taliban, de soennitisch terroristische beweging Al Qaida die is verstrengeld met de Taliban en vooral de Afghaanse afdeling van het anti-sjiitische IS die sjiieten actief met geweld bestrijdt.

Directeur Dees zegt praktisch niet zo veel te kunnen voor de Afghaanse christenen. Dat is een understatement. Want Dees en zijn medechristenen kunnen helemaal niets doen voor de Afghaanse christenen. Dees en zijn achterban zijn machteloos. Hij geeft aan wel voor de Afghaanse christenen te kunnen bidden omdat het dat is ‘wat de bijbel ons vraagt te doen’.

Voor wie bidden zin heeft is de kernvraag. Het is opmerkelijk dat christenen die voor het gebed samenkomen suggereren dat bidden helpt, terwijl Dees zegt dat het praktisch niet helpt. Het zal dus hooguit denkbeeldig helpen. Dat is het domein van de hersenschim en de illusie.

Dit gebed lijkt vooral te gaan om gemoedsrust van Nederlandse christenen die hun eigen machteloosheid met een idee van daadkracht en bedrijvigheid willen verjagen door zich met elkaar te verbinden.

Duizenden godsdiensten zijn gescheiden werelden die over de wereld zijn verkaveld en niet of slechts beperkt op elkaar aansluiten. Voorbeden en dankzeggingen van de ene godsdienst komen niet aan in een andere godsdienst en zijn op de eigen God en geloofsgemeenschap gericht. Dus ook theoretisch is de werking van het gebed beperkt. Het is bovenal een poging om het individuele geloof en de geloofsgemeenschap te versterken. Het gebed is uitsluitend bedoeld voor binnenlands gebruik. Deels bedoeld vanuit zingeving en troost, deels vanuit fondsenwerving en publiciteit.

De logica van dit gebed is dat de protestante God van Nederland wordt gevraagd zich de nood van de wereld aan te trekken. Of dat aansluit op de frequentie van de soennitisch-islamitische God van Afghanistan is dubieus.

Zeespiegelstijging biedt Nederland kans zich te representeren met onder water staande kerktorens

The top of a 4.5-m (15ft) statue, some rooftops and a church spire are all that remains above water in Wieringerwerf, near Amsterdam, during the Wieringermeer flood of 1945. Image: Nationaal Archief / Willem van de Poll / Anefo – CC0 1.0

Door toedoen van de mens verandert het klimaat. Volgens een bericht van de NOS blijkt uit een rapport van het  IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat de wereld zich op moet maken voor fors grotere weersextremen als er niet drastisch wordt ingegrepen. ‘Daarbij dreigen sommige aspecten van klimaatverandering onomkeerbaar te worden voor een periode van eeuwen of zelfs duizenden jaren, zoals het stijgen van de zeespiegel‘ zo zegt dit bericht. 

Omdat een groot deel onder de zeespiegel ligt is voor Nederland vooral de stijging ervan van belang. De stijging kan volgens de scenario’s oplopen tot twee meter in 2100 en vijf meter in 2150. Dan wordt de verdediging tegen het stijgende water van delen van West- en Zuid-West- Nederland onhoudbaar. Of onbetaalbaar. Het lijkt dan een betere strategie om het geld van de kustverdediging te steken in het verplaatsen van essentiële voorzieningen tot achter Amersfoort. Holland en Zeeland zullen aan belang inboeten. Het zijn tevens landstreken met veel kerken.

Oudere generaties zullen waarschijnlijk denken ‘na ons de zondvloed‘. Om de Bijbelse zondvloed te symboliseren is er voor Nederland geen beter symbool dan een onder water staande kerktoren. In de toekomst kunnen in de lager gelegen delen van Nederland die aan het water worden prijsgegeven kerktorens de bakens van het menselijk tekort zijn. Een nieuw symbool van Nederland.

Menselijke overmoed en het misplaatste vertrouwen in God met als uitkomst een voorstadium van waterige chaos is Nederlands voorland. Dat is de lotsbestemming als er niet drastisch ingegrepen wordt. Dan blijft het bij een incidentele overstroming of een kunstwerk in een vijver.

Ik heb er een hard hoofd in.

Wim T. Schippers. Torentje van Drienerlo (2008).

Religie in VS opereert in fantasiewereld. Extremisten en krankzinnigen kapen godsdiensten

Schermafbeelding van artikel Falls Creek Guest Preacher Wade Morris Dies After Contracting COVID-19‘, KWTV, 3 augustus 2021.

Voor extreme gelovigen is elk nadeel een voordeel. Een prediker in Oklahoma sterft aan COVID-19 (nadeel), maar geeft nu gevolg aan de opdracht van God en is bij Jezus (voordeel). Zo kun je alles recht praten wat krom is. Tot aan het absurde toe.

Schermafbeelding van artikel Falls Creek Guest Preacher Wade Morris Dies After Contracting COVID-19‘, KWTV, 3 augustus 2021.

In de VS lusten deze gelovigen pap van het gebrek aan logisch denken. Enfin, dat is nou eenmaal het kenmerk van religie. Het sluit perfect aan bij wat religie in de kern is: een fictief verhaal dat gebaseerd is op veronderstellingen die niet objectief zijn te toetsen. Dus in een godsdienst kan iedereen straffeloos alles beweren zonder dat het weerlegd kan worden. Dat maakt godsdienst de vrijplaats voor extremisten en krankzinnigen. Wat in de gewone wereld niet kan, kan binnen een godsdienst ongestraft. Men kan er onder elkaar ongestoord gestoord zijn.

De constatering kan dus niet anders zijn dan dat religie steeds meer onderdak biedt aan extremisten en krankzinnigen. Dat was natuurlijk altijd al zo, maar door de politisering komen deze godsdiensten nog verder van de realiteit af te staan. Niet alleen de dogmatiek is een fantasiewereld dat het altijd al was, maar de omgeving waarin de godsdienst opereert wordt ook steeds meer een fantasiewereld.

Extremisten en krankzinnigen kapen die godsdiensten. Ook omdat de redelijke gelovigen het voor gezien houden door de politisering van hun godsdienst. Door die politisering wordt het fenomeen ‘godsdienst’ bezoedeld en verliest het aan geloofwaardigheid. Vooral jongeren keren godsdiensten de rug toe. Ze willen in de wereld leven, niet in een fantasiewereld.

Voor critici van godsdienst is deze radicalisering van godsdiensten voor de korte termijn een slechte zaak, maar voor de langere termijn een goede ontwikkeling. De extremisten en krankzinnigen resideren in wolken koekoek-land en zonderen zich steeds meer af van de normaliteit. Je kunt ook zeggen dat ze het ware gezicht van godsdienst tonen.

Maar dat is te negatief gedacht over alle goedwillende gelovigen die wel de verbinding met elkaar en de wereld nastreven. Ze zijn echter wat ze zijn: goedwillend in een vijandige omgeving waar de krankzinnigheid op dit moment de macht heeft gegrepen en de redelijkheid verdringt.

Het misplaatste beroep op identiteit van een christelijke propagandist

Ook christenen haken in hun beeldvorming aan bij het huidige debat over identiteit. Dat is handige marketing. Deze nieuwe apartheid sluit mensen uit, sluit mensen op en sluit mensen in.

Christelijke propagandisten gebruiken de nieuwe apartheid om medestanders ‘in eigen kring’ voor te spiegelen dat ze hun identiteit ontlenen aan hun verbondenheid met Jezus. Wie iemand is wordt volgens deze propagandisten bepaald door Jezus. De persoon die het betreft lijkt er zelf niet meer over te kunnen beslissen. Die persoon treedt in met als gevolg dat de beslissing over identiteit wordt afgestaan en overgaat naar de organisatie die voortaan de identiteit beheert.

Dit reclamepraatje van een christelijke propagandist maakt duidelijk dat identiteit een goed middel is voor gesloten gemeenschappen om leden te rekruteren, te motiveren en aan zich gebonden te houden. In de Fondsenwerving praat men over het upgraden van donors. Dat gebeurt hier. Leden van de doelgroep worden naar binnen getrokken met de opzet om ze zo lang mogelijk vast te houden. Ze vergroten door hun aantal het belang van de gemeenschap en zijn potentiële geldschieters die voor allerlei deeldoelen kunnen worden aangesproken. Zijdelings vergroot het aanpraten van een christelijke identiteit de financiële armslag van de gesloten gemeenschap.

Deze propagandist beheerst het modieuze taalgebruik tot in de toppen van zijn vingers. Hij zegt: ‘Omdat ik zoveel christenen om me heen zie die niet wandelen in de kracht en autoriteit die ze van God hebben ontvangen. Als ik kijk naar het boek Handelingen, zie ik daar christenen in die kracht wandelen‘. Kortom, christenen worden door deze propagandist geacht in de kracht van God te wandelen. Dat roept een beeld op van weleer. Een beeldtaal die aansluit bij de voormalige protestante zuil van wandeltochten met vaandels, gezangen en ingehouden blijdschap die dynamiek, energie, flinkheid, macht en massa uitstralen.

Waarom zou iemand zich over leveren aan een gesloten gemeenschap door de identiteit af te geven? Dat laat de persoon wiens identiteit ontnomen wordt zonder beslissingsbevoegdheid om het eigen lot te bepalen. Of te veranderen door een andere weg te kiezen.

Identiteit is meervoudig. Zelfs als men niet meedoet aan de modieuze race van uitsluiting van en afrekening met anderen of zelfprofilering gebruikt als middel van emancipatie ten koste van anderen door zich tegen hen af te zetten.

Ik weiger deel te nemen aan die polarisatie. Ik zie meer nadelen dan voordelen in die nieuwe apartheid. Wat doet het ertoe of ik wit ben en man als dat niet alles zegt over wat ik denk en wat mijn opvattingen zijn? Ik sta me er niet op voor en wil er evenmin op aangesproken worden.

Eenzijdigheid is het gevaar én de beperkende kracht die op termijn tot fragmentatie kan leiden voor gesloten gemeenschappen die op basis van een specifiek aspect van identiteit dat op dat moment in de mode is (religie, huidskleur, gender) leden binnenhengelen van wie het de vraag is hoe hun opvattingen zijn. En hoe andere -minder trendy- aspecten van identiteit (beperking/handicap, leeftijd, sociaaleconomische status) daarbij passen. Want hun identiteit bepaalt dat niet.

Daarom is het debat over identiteit een doodlopende weg in het publieke debat waar we blijkbaar doorheen moeten. Op een gegeven moment zullen we met z’n allen aan het eind van die weg om moeten keren. Maar zover is het nog niet. In de tussentijd maken vlotte voorvechters gretig gebruik van hun eenzijdige claim op identiteit om personen in hun netten te vangen.

Gedachte bij foto ‘Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba’, 1940

Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba in a February 1940 archive photo. (Indian and Northern Affairs/Library and Archives Canada/Reuters)

Het misbruik van kinderen in de katholieke kerk heeft die religieuze organisatie beschadigd. De pogingen om de beschuldigingen af te zwakken of zelfs in de doofpot te stoppen heeft het vertrouwen in de geloofwaardigheid van het instituut katholieke kerk tot op het bot aangetast. Van die geloofwaardigheid, laat staan aanzien is weinig meer over.

Als de katholieke kerk een persoon was, dan zou die zich uit schaamte niet meer met goed fatsoen op straat durven begeven.

Bovenop dat decennialange misbruik van kinderen door priesters, bisschoppen en andere leiders van de katholieke kerk dat door de hiërarchie gedoogd werd komt het onheilspellende nieuws uit Canada. Kinderen van Aboriginals or First Peoples hebben hun religieus onderwijs in internaten niet overleefd. Ze zijn begraven en worden nu opgegraven. Dat betreft niet alleen katholieke, maar ook protestante instellingen.

Overigens is Canada daarin niet uniek, want ook in een katholiek land als Ierland stierven onder de hoede van katholieke instellingen meer dan 9000 kinderen. Een mortaliteit van 15%. In een land als Australië werden kinderen van inheemse oorsprong gekleineerd, beschadigd en in het gareel gedwongen. Allen die door afkomst of sociale achtergrond niet pasten binnen de toenmalige maatschappelijke consensus liepen een verhoogde kans om hun cultuur of leven te verliezen.

Als de katholieke kerk een bedrijf was, dan zou het zich failliet laten verklaren, onder een andere naam een doorstart maken en afstand nemen van het eigen verleden.

Wat resteert zijn herinneringen van degenen die hebben geleden, maar overleefden en foto’s die het onrecht aantonen. Kinderen van inheemse afkomst in schoollokalen of op schoolpleinen die van hun moeder gescheiden zijn voegen zich gedwee in de bestaande orde en zijn doorgaans zichtbaar ongelukkig.

In de naam van de Vader is de dubbel onnatuurlijke constructie waaraan deze kinderen werden blootgesteld, Dubbel omdat religie in zichzelf een constructie is met een eigen mythologie en door de bewuste politiek van overheid en de religieuze instelling als uitvoerder om de continuïteit van de bloedlijn van het kind te doorbreken en met dwang en geweld te vervangen door een nieuw opgelegde orde.

Zo maakte religie zich tot collaborateur. Dat is een schande die de kerken nooit meer uit kunnen wissen. Hun eer is voorgoed verloren. Daar helpt geen marketing meer aan om in de beeldvorming te willen redden wat er te redden valt.

De God van Maleisië verdomt kunst

Schilders werken in lagen. Twee, drie, zeven of heel veel. Dat geldt ook voor een muurschildering in Sasaran, Maleisië. Maar wat te doen als kunst bewust of onbewust verkeerd begrepen wordt door scherpslijpers die niks hebben met veelgelaagdheid? Of dat om politieke en/of religieuze redenen is. Hoe reageren kunstenaars daar dan weer op?

Stel dat het gaat om het maken in de openbare ruimte van een muurschildering met daarop personen. Geïnspireerd op Matisse. De etnisch Chinese schilder brengt de huidkleur aan op de ondergrond. Niet om naakt te tonen, maar om de schildering op te bouwen. Het is een gebruikelijke manier van werken.

Maar de islamitische scherpslijpers begrijpen dat niet, willen dat niet begrijpen of zijn gewoonweg bezig om die vermaledijde kunstenaar in een kwaad daglicht te stellen door vanuit hun digitale wereld een rassenrelletje te beginnen. Hun daglicht uiteraard dat niet verlicht wordt door de God van de kunst, maar de God van islamitisch Maleisië.

Zo wordt een controverse geboren. Die bij nader inzien helemaal geen meningsverschil is, maar een verkeerde weergave van de feiten.

De video onderzoekt om niet te zeggen legt bloot wat er gebeurd is. In een combinatie van een ironie en verontwaardiging. Het is absurd als het niet zo triest was. Van niks kunnen kwaadwillenden iets maken. Zonder reden. Lange tenen zijn onzichtbaar, maar er mag niet op getrapt worden. Maar waar lopen ze? Het kan overal gebeuren waar mensen zich snel beledigd voelen.

Kunnen we uit deze ongelukkige episode concluderen dat kunst ertoe doet? Dat valt te bezien, want welbeschouwd gaat het niet over kunst. Eerder om de vrijheid en de mentaliteit die tot kunst leidt. Daar zit het verschil tussen makers en kapotmakers.

Als Trouw nuance zoekt in inhoud, dan kan het de nuance in het begrippen- en woordgebruik niet achterwege laten

Schermafbeelding van deel artikelDe seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’ in Trouw, 5 april 2021.

Trouw is een dagblad dat veel aandacht geeft aan religie. Dat gebeurt vanuit een religieus perspectief en is niet altijd als zorgvuldig te omschrijven. De framing zitten de journalistieke onpartijdigheid en het professionalisme in de weg. Trouw zit gevangen in de vooroordelen van een traditie waarin oude woorden hun betekenis hebben. In elk geval roept lezing van Trouw dat beeld bij mij op.

Neem nou bovenstaand artikel dat als kop heeft ‘De seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’. Waarom kiest Trouw deze kop? Er had ook kunnen staan: ‘De gematigde en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’.
Het wordt en nog vreemder op als in de introductie van dit artikel staat: ‘De spanning tussen orthodoxe religieuze minderheden en de liberale meerderheid groeit.’ Wat moet onder ‘de liberale meerderheid‘ verstaan worden? Zijn dit alle niet-orthodoxe gelovigen? Omvat dit ook de sociaal-democraten, rechts-radicalen, christen-democraten en anarchisten? Trouw maakt het niet duidelijk. Dit is blijkbaar geheimtaal in de eigen kring die buitenstaanders niet kunnen ontcijferen.

Want wat wordt hier nou bedoeld met ‘liberaal’? Is dat volgens het jargon van de protestante christenen een omschrijving van vrijzinnig of onorthodox? Maar waarom scherpt Trouw dan een tweedeling tussen orthodoxe gelovigen en vrijzinnigen aan die als zodanig in de samenleving niet bestaat en laat het de niet-orthodoxe gelovigen ongenoemd?

Wat gelovigen met ‘seculier’ bedoelen is evenmin altijd duidelijk. Vaak gebruiken ze het in de minachtende betekenis ’wereldlijk’ als tegenstelling tot religieus of godsdienstig.

Dat is problematisch als ermee de politieke filosofie van het secularisme wordt bedoeld die vanuit de christelijke flanken indirect onder vuur wordt genomen. Secularisme houdt in dat alle geloven en levensovertuigingen in gelijke mate onder de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd. Het secularisme is niet anti-religieus of pro-‘seculier’. Het secularisme is perfect neutraal. Het secularisme is de vertaling van rechtsstatelijkheid op het gebied van geloof en levensovertuiging. Degenen die zich verzetten tegen het secularisme door dat ter discussie te stellen of verdacht te maken verzetten zich tegen de rechtsstaat. Uiteraard zien ze dat zelf anders in hun eigen belangenbehartiging.

Feit is dat vooral orthodoxe christenen ten onrechte claimen dat het secularisme anti-religieus is. Vanuit hun beperkte opvatting is dat logisch. Het heeft ermee te maken dat ze het secularisme als zodanig niet aanvaarden omdat het te beperkend zou zijn voor het in de volle breedte belijden van hun geloof. Want als geloof en samenleving één zijn, dan staat een politieke filosofie die ruimte geeft aan andere geloven en levensovertuigingen die vereniging van eigen geloof en samenleving in de weg. Voor die volle breedte van de orthodoxe christenen moeten andersdenkenden wijken, zoals dat in de moderne Nederlandse geschiedenis altijd het geval was. Dat was staande praktijk totdat in de tweede helft van de 20ste eeuw de ontkerkelijking op gang kwam met als gevolg dat nu een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door het geloof. Daarom wijzen deze orthodoxe christenen ook de moderniteit af.

De paradox is dat Trouw weliswaar afstand neemt van de kritiek op het secularisme dat uit orthodox christelijke hoek komt, maar geen afstand neemt van de framing en het jargon van deze orthodoxe christenen. Hiermee neemt Trouw inhoudelijk een ruimdenkende, pluriforme positie in die door het woordgebruik en het misleidend gebruik van begrippen niet past bij de inhoud, voor verwarring zorgt en haaks op de inhoud kan komen te staan. In elk geval buitenstaanders vragen zich vervolgens af hoe vorm en inhoud, ofwel formuleringen en ideologie zich tot elkaar verhouden.

Waarschijnlijk beseffen de trouwe lezers van Trouw, de doorgaans christelijke opinieleiders die Trouw artikelen leveren en de eindredacteuren van Trouw niet hoe gedateerd en verkeerd het gebruik van dit christelijk jargon is dat steeds minder past bij de inhoud. Dit jargon als relict van een oude nestgeur blijft daar bij achter en werkt verwarrend.

Mogelijk heeft het moeizame afstand nemen van dit christelijke jargon voor Trouw ermee te maken dat de conservatieve protestante media als het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad die economische en geestelijke rivalen zijn van Trouw er nog volledig in ondergedompeld zijn. Zowel in dat oude jargon als in traditionele standpunten die ermee samengaan. Dat maakt de positie van Trouw hybride. Met de pretentie om pluriformiteit van opinies te bieden zou Trouw ook voor de eigen lezers nauwkeuriger kunnen zijn door zorgvuldig om te gaan met de begrippen die zijn geworteld in het orthodoxe christendom en die in de kern een vaak stilzwijgend beeld van vijandigheid tegenover de 21ste eeuwse samenleving uitdrukken. Van dat laatste zou Trouw afstand moeten nemen.

Trouw zou er goed aan doen om in een Code alle medewerkers regels op te leggen via geformuleerde afspraken en op de hoogte te brengen van de journalistieke kernwaarden en de ideologie van Trouw. In zo’n Code kan omschreven worden wat het verstaat onder begrijpen als ’seculier’, het ’secularisme’, ‘orthodoxie’ en ‘liberaal’. Voor alle journalisten en eindredacteuren van Trouw is dan duidelijk dat het in vorm en inhoud ondubbelzinnig de rechtsstaat en het secularisme ondersteunt. Als Trouw de nuance zoekt in de inhoud, dan kan het niet achterblijven door de nuance in het woord- en begrippengebruik achterwege te laten. Dat wringt.

Onderzoeken over religie zijn een methodologische warboel. Minder dan helft van Britten kruist naar verwachting ‘christelijk’ aan in Britse volkstelling

Guardian graphic. Source: British Social Attitudes Survey (1983-2018)

Vandaag wordt in delen van het Verenigd Koninkrijk een volkstelling gehouden. Het vindt om de 10 jaar plaats. Schotland volgt vanwege COVID-19 in 2022. Er wordt ook een vraag over godsdienst gesteld. De verwachting is dat een kleine meerderheid van de Britse bevolking zal aangeven niet christelijk te zijn. Bij de vorige volkstelling in 2011 gaf 57,3% aan christelijk te zijn. Uit het British Social Attitudes (BSA) onderzoek uit 2018 blijkt dat zo’n 38% van de Britten verklaart christen te zijn. Dat is eeen aanzienlijk verschil in uitkomsten dat minder lijkt te zeggen over de demografische ontwikkeling van de Britse bevolking dan over de validiteit van de bevolkingsonderzoeken.

Een artikel in The Guardian onttrekt zich niet aan de methodologische verwarring door allerlei categorieën door elkaar heen te gebruiken. Want ‘niet christelijk’ en ‘niet religieus’ zijn geen exclusieve categorieën.

Ook wordt de vraagstelling van eerdere onderzoeken naar levensovertuiging bekritiseerd omdat het de zogenaamde ‘culturele christenen’ niet onderscheidt van belijdende christenen. Volgens recente kritiek van de Britse Humanisten leidt dat tot een te rooskleuring beeld van de christelijke aanhang. Het heeft onderzoek laten verrichten waaruit blijkt dat meer dan de helft van de mensen die verklaren christen te zijn niet of minder dan een maal per jaar een kerk bezoeken. Voor andere religies ligt dat percentage op 43%.

Hoe logisch is het dat deze grote minderheden van ‘culturele gelovigen’ binnen het christendom en andere godsdiensten aangeven tot betreffende godsdienst te behoren terwijl ze de regels van die godsdiensten niet volgen? Dat roept de vraag op tot op welk punt een geloof verwaterd kan worden om nog een geloof genoemd te kunnen worden en degene die zich erdoor laat inspireren een gelovige. Dat is financieel en economisch van belang omdat uit een volkstelling aspecten over planning, bouw van kerken en stedenbouw worden afgeleid.

De bovenstaande grafiek uit het BSA onderzoek is verwarrend en vertekenend omdat het allerlei categorieën door elkaar haalt: ’niet religieus’, ’Anglicaans’, ‘ander christelijk’, ‘katholiek’ en ’niet christelijk’. Die verwarring komt altijd terug in dit soort onderzoeken, ook van het Nederlandse CBS. De grootste groep ’niet religieus’ wordt niet onderverdeeld, terwijl dat voor christenen of religieus geïnspireerden van andere godsdiensten wel gebeurt. Dat heeft als gevolg dat mensen die ’niet religieus’ zijn zich in de vraagstelling lastiger kunnen identificeren.

In een commentaar naar aanleiding van het onderzoekReligie in Nederland’ van het CBS schreef ik in december 2020: ‘Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.’

Onzorgvuldige onderzoeken kunnen vehikels zijn om leugens te verspreiden. Vooral als het gaat over onderzoeken naar de levensovertuiging van mensen zijn de methodologische onzorgvuldigheden niet van de lucht. Dat hoeft geen moedwil te zijn van de onderzoekers, maar kan een gevolg zijn van het probleem om mensen over hun levensovertuiging een eerlijk antwoord af te dwingen. Wellicht is de ondervraagden onvoldoende uitgelegd wat de begrippen betekenen zodat ze er verschillende voorstellingen over hebben wat een geloof is. Wellicht zorgt hun cultureel conservatisme voor een maatschappelijk gewenst antwoord waarvan ze zelf weten dat het achterhaald is. Maar juist dan zou dat cijfer door statistisch onderzoek gecorrigeerd moeten worden. In zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk lijkt in statistieken over religieuze betrokkenheid en oriëntatie van mensen een vertekening van ongeveer 10 tot 15% te bestaan die de religieuze aanhang te hoog inschat.

In Amerikaanse gevangenis mag ‘sjamaan’ Jacob Chansley zijn geloof vrij uitoefenen

Men hoeft het niet eens te zijn met de politieke overtuiging en capriolen van de 33-jarige ‘sjamaan’ Jacob Chansley die op 6 januari 2021 door zijn uitmonstering met een gehoornde hoofdtooi en een speer van 1,80 meter veel media-aandacht trok bij de bestorming van het Capitool om toch waardering te hebben voor zijn religieuze geloof en hoe de Amerikaanse overheid dat respecteert. Chansley die in bewaring is gesteld is op zijn verzoek verhuisd naar een gevangenis in Virginia omdat die kan voldoen aan zijn verzoek voor een volledig biologisch dieet. Zijn advocaat had beoogd dat het sjamanistische geloof van zijn cliënt dat vereist. Hij zou in de gevangenis 10 kilo afgevallen zijn omdat hij weigerde niet-biologisch voedsel te eten.

Op deze uitspraak kwam kritiek omdat het om een verkleedpartij (‘cosplay’) zou gaan. Chansley zou zich de cultuur van inheemse volkeren toe-eigenen. Verder zou hij als witte, ultra-rechtse man bevoordeeld worden door het rechtssysteem, een recht dat etnische minderheden (Moslims, BLM) onthouden wordt. Afgelopen werken trok de zaak van Jenny Louise Cudd veel aandacht omdat ze als verdachte van dezelfde bestorming van het Capitool van een rechter toestemming kreeg om op vakantie naar Mexico te gaan.

De kwestie van het geloof van Jacob Chansley gaat over de vrijheid van godsdienst. Wat zijn de criteria waar de staat zich op dient te baseren als de burger onder verwijzing naar dat geloof een recht claimt? In de video noemt juriste Trudy Rushforth die een gids voor gevangenisfunctionarissen over het uitoefenen van religie in de gevangenis schreef dat het haar zou verwonderen als Chansley dit recht niet was toegekend. Oprechtheid is volgens haar voldoende. In de VS wordt het principe van vrije uitoefening van religie in de gevangenis serieus genomen.

Het verschil over deze kwestie van ‘nieuwe godsdiensten’ tussen het Amerikaanse en Nederlandse rechtssysteem is dat in de VS de bewijslast bij de rechter ligt en in Nederland bij degene die zich beroept op het geloof. In een uitspraak uit 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang miste om als godsdienst beoordeeld te horen. Dat beschouwde ik in een commentaar als een gebrekkige, achterhaalde, paternalistische en onwaarachtige uitspraak. Mede omdat deze criteria niet worden gesteld aan bestaande godsdiensten, die evenmin voldoen aan al deze criteria, en zo de rechter rechtsongelijkheid creëert tussen oude godsdiensten en bewegingen die claimen een godsdienst te zijn. En daardoor aan de gelovigen die zeggen lid van zo’n beweging te zijn. Met de uitspraak treedt in mijn ogen de Raad van State buiten de juridische paden van de Nederlandse grondwet en Europese wetgeving en laat het zich in haar toetsing leiden door ouderwetse maatschappelijke opvattingen.

Verwarring speelt tegenstanders van voormalig president Trump en de complotdenkers parten die het ongepast vinden dat Chansley door te verwijzen naar zijn godsdienst voorrechten krijgt. Maar de Amerikaanse grondwet staat dat recht toe. Het tonen van oprechtheid is voldoende. De conclusie is dat men het oneens kan zijn met Chansley’s politieke overtuiging en zijn beroep op het sjamanisme en zijn koppeling van dat geloof met biologisch voedsel om hem toch dat recht toe te kennen. Het doet er niet toe of hij zich gedraagt als een satiricus, activist of clown. Zijn sjamanistisch geloof hoeft niet samenhangend, overtuigend of serieus te zijn om toch door de Amerikaanse staat erkend te worden als godsdienst waar rechten aan kunnen worden ontleend. De critici die Chansley zijn geloof niet gunnen, bestrijden met hun tegenstand dat wat ze zeggen te verdedigen. Ze hebben wel gelijk als ze zeggen dat zonder mits en maren aan alle gevangen dat recht dient te worden toegekend.