Antwoord aan Jelmer en ‘Alpha – Youth NL’ op de vraag of God bestaat

Jelmer of beter gezegd Alpha – Youth NL stelt vragen. Deze christelijke organisatie heeft op YouTube als ondertitel Fun, Faith, Food & Friendship. Deze alliteratie toont hedendaags. Het had ook Family, Father in Heaven, Freedom of Future kunnen zijn. Of wat dan ook.

Elke keuze is mogelijk. En maakt een profiel. Dat bepaalt de eigenheid van een christelijke organisatie die opereert op de drukbezette religieuze markt vol concurrenten.

Jelmer heeft een heleboel vragen. Toevallig stelt hij die aan AlphaYouth NL. Als hij ze hier had gesteld, dan had hij de volgende antwoorden gekregen.

  • Bestaat God? Ja, maar uitsluitend in de gedachten van gelovige mensen. God is een menselijke constructie die daarbuiten niet bestaat. God is geen verticaal, maar een horizontaal verschijnsel. Door mensen gemaakt. De God van Nederland heeft een andere identiteit dan de God van Italië of de God van Egypte. De identiteit van de God hangt nauw samen met de identiteit van de mensen die de God construeren. Dat verschilt per regio en periode.
  • Is er een hemel? Dat is een herhaling van de vorige vraag over het bestaan van God. De hemel bestaat uitsluitend in de gedachten van gelovige mensen. De hemel is een menselijke constructie die daarbuiten niet bestaat.
  • Waar ga je heen na de dood in het algemeen? Dat ligt eraan hoe men of een naaste beschikt over het gestorven lichaam. In Nederland gaan de meeste dode mensen naar de oven of in een kist de aarde in. Wie gelooft in een leven na de dood rekt de houdbaarheidsdatum van het leven oneigenlijk op. Het leven na de dood is een niet inlosbare constructie van kerkvaders en -leiders om gelovigen hoop te geven én gehoorzaam te houden.

Jelmer zegt dat er een klik in zijn hoofd was omgegaan waardoor hij dacht ‘Oké, er moet meer zijn‘. Het is niet duidelijk wat hij hiermee bedoelt. Meer dan wat?

Het beste antwoord is dat mensen in primitieve omstandigheden ooit hebben geprobeerd door de creatie van godsdienst met rituelen de leegte en eindigheid van het leven op afstand te houden. Dat schept en benoemt zin en troost, en geeft geestelijke stabiliteit door verbondenheid in een harde buitenwereld.

De constructie van een God of hemel werkt optimaal als de montage ervan uit het zicht wordt gehouden. Als zelfs wordt ontkend dat het een constructie is. De vragen van Alpha -Youth NL moeten opgevat worden als het verhullen van de menselijke constructie die aan godsdienst ten grondslag ligt. Het stellen van vragen naar het bestaan of ontstaan is een spel van religieuze leiders dat ze spelen om de willekeur van de constructie waar ze deel van uitmaken legitimiteit te geven.

Op het niveau van het dagelijks geloof, gelovigen en een religieuze organisatie bestaan God en hemel. Er hoeft niet verder nagedacht te worden dan dat. Maar op een overkoepelend niveau dat gaat over het ontstaan van godsdienst bestaat God niet als een verschijnsel dat autonoom buiten die door mensen gemaakte constructie bestaat. Er is meer als de gelovige het fundament van het geloof ontkent. Dat meer is in zekere zin minder.

Hoe komt het dat kunst doet wat religie nalaat?

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Volgens columnist Hizir Cengiz is kunst de geslaagde en succesvolle versie van religie. Religie zou blijven hangen in verstarring. Kunst zou doen wat religie nalaat. Ik ben het met hem eens.

Maar dan moeten we religie en kunst wel eerlijk vergelijken. Want kunst kent vele varianten die ook lijden aan verstarring. En religie kent nieuwe, levendige, eigentijdse varianten, zoals de tegen de satire aanleunende Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Die nieuwe godsdiensten worden trouwens door de gevestigde godsdiensten en de verdedigers ervan niet tot de religiemarkt toegelaten. Daar worden zelfs de hoogste juridische middelen van de staat voor uit de kast gehaald.

Die verdedigende reflex ontstaat om de belangen van de traditionele godsdiensten te beschermen en het vooroordeel te onderstrepen dat een godsdienst belegen is en zich in de tijd bewezen moet hebben. Wellicht speelt ook mee dat de verdedigers van traditionele religie menen dat conventies en regels onmisbare pijlers onder de samenleving zijn.

De verklaring waarom kunst slaagt waar religie faalt ligt voor de hand. Kunst en religie putten uit dezelfde bron van het drama en de rituelen. Het zijn menselijke, creatieve constructies die proberen de zinloosheid, de leegte en de eindigheid van het leven op afstand te houden. Kunst slaagt daar beter in omdat het meegaander en buigzamer is. Kunst hoeft immers zichzelf niet te bestendigen.

Kunst is veelgelaagd en gefragmenteerd en kan zich voortdurend vernieuwen. Stromingen volgen elkaar op en kunstenaars becommentariëren elkaars werk. Er bestaan weliswaar kunstinstellingen die hun eigen voortbestaan belangrijk vinden, maar die bepalen niet wat de veelgelaagde kunst is.

Het tweeledig doel van de beeldbepalende monotheïstische godsdiensten verklaart grotendeels de verstarring. Want naast zingeving (‘de binnenkant‘) moeten godsdiensten door belangenbehartiging, het uitschakelen van rivalen, fondsenwerving, en marketing en publiciteit continu werken aan hun eigen voortbestaan (‘de buitenkant‘). Met ook nog eens het risico dat de buitenkant door wereldse leiders wordt gekaapt. Dat gevecht om continuering leidt tot starheid en verstijving. 

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Cengiz eindigt zijn commentaar met de persoonlijke noot dat hij nimmer vraagtekens bij zijn religie mocht plaatsen, want dat was ‘des duivels, bijna blasfemie‘. Dat is een juiste constatering van hem. Verstarring is onlosmakelijk verbonden met traditionele godsdienst. Het is er zelfs een bestaansvoorwaarde van. De vraag naar eigen ontstaan en herkomst is binnen traditionele religies een taboe. Die vraag mag niet gesteld worden. Terwijl in de kunst per definitie geen enkele vraag taboe is. Dat verklaart het verschil tussen kunst en religie.

In februari 2022 stelde ik in het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ over wegkwijnende kerken die door de ontkerkelijking niet meer onderhouden kunnen worden dat religieuze organisaties voortaan opgevat zouden moeten worden als culturele organisaties.

Het verschil tussen kunst en religie is historisch, dramatisch en functioneel minder groot dan het lijkt. Door de eeuwenlange dominantie van religie zijn ze uit elkaar gegroeid en is de overeenkomst uit zicht geraakt. Nu in West-Europa het belang van religie afneemt en kunst zich dynamisch handhaaft is het moment gekomen om ze weer als twee kanten van dezelfde medaille te gaan beschouwen.

Christelijke intolerantie in Tholen leidt tot een beklad regenboogzebrapad

Het zebrapad is beklad met verschillende leuzen. © Joop

Een regenboogzebrapad is in Tholen beklad. Aldus een bericht van 31 augustus 2022 van Omroep Zeeland.

Het regenboogzebrapad was door onbekenden gemaakt voor Emma Smits (23) Ze kwam tijdens haar deelname aan het tv-programma Au Pairs uit de kast en vroeg zich vervolgens op Instagram af waarom er in de gemeente Tholen nog geen regenboogzebrapad was. Welnu, Tholen kreeg er een en heeft dat geweten.

De bekladding verraadt met verwijzingen naar Hebreeuwse naam van God, YHWH, naar Sodom en Gomorra (Bijbel, Genesis 19) en naar de zonde (Bijbel, Romeinen 6:23) de christelijke achtergrond van de bekladder.

Het klinkt als een gedicht van een hedendaagse intolerante christelijke gelovige die geobsedeerd is door ontucht, schuld en zondebesef:

YHWH daar kun

je niet omheen

Sodom en

Gomorra

Stop de

Hoererij !!

Want het loon van

de zonde is de dood

De bekladding is waarschijnlijk bedoeld om niet-christelijke Tholenaren te intimideren. Zodat ze niet meer uit de kast komen en zich voortaan koest houden. Het kan ook een impulsieve daad zijn geweest van iemand die de emoties niet meer in de hand had. Zo’n bekladding maakt nog wat anders duidelijk. Namelijk hoe een christelijke gelovige zich op de kast laat jagen.

Regenboogzebrapaden hebben een symboolfunctie. Je hoeft de zin er niet van in te zien of het achterliggend gedachtegoed ervan te omarmen om ze te tolereren. Maar in Tholen is dat in dit geval niet gelukt. Daar heeft intolerantie het gewonnen van lankmoedigheid. Met dank aan het christelijke gedachtengoed die de bekladder van denkbeelden en dadendrang heeft voorzien die tot de bekladding heeft geleid.

Religieuze doping in Russisch-Oekraïense oorlog

Still uit een filmpje in een tweet van 14 juli 2022 op Nexta van een massabegrafenis van gestorven pro-Russische militairen in Loehansk die met een religieuze plechtigheid ter aarde worden besteld.

Hoe men ook over de Russisch-Oekraïense oorlog denkt en aan welke kant men staat, het zijn gouden tijden voor de georganiseerde godsdienst. Vooralsnog zijn ze met de wapenfabrikanten de enige winnaars.

Priesters zegenen militairen voordat ze ten strijde trekken en nemen afscheid van hen als ze op het slagveld zijn gedood. Dat is een win/win-situatie zonder aansprakelijkheid én  toerekeningsvatbaarheid.

Deze religieuze doping valt niet te rechtvaardigen én logisch recht te breien als de militair aan de ene kant op dezelfde manier als de militair aan de andere kant wordt gezegend om te vertrouwen op steun en bescherming van dezelfde God. Aan welke kant staat de God van Rusland of Oekraïne in hemelsnaam? Hoe steekt de goddelijke boekhouding in elkaar?

Het is een vals spel waar zo’n godsdienst zich welbewust toe leent. Er valt wat de schuldvraag betreft een onderscheid te maken tussen de agressor die een soeverein land binnenvalt en genoemd land dat zich tegen die agressor verdedigt. Dat religie in zo’n oorlog een hoofdrol speelt is een zwaktebod. Weg pluriformiteit, weg eigen verantwoordelijkheid, weg rationaliteit.

Wat zegt dat voor de militairen die een andere godsdienst of geen godsdienst belijden? Moeten ze tegen hun zin meedoen aan de poppenkast waar ze niet in geloven? Dat zou nog wel eens averechts kunnen werken. Dat motiveert niet, maar ontmoedigt.

Tweet zonder details. Via Nexta, 14 november 2022.

De opgepoetste glorie van vaderland, leider en religie is bovenal misleidend. En misdadig van de wereldse en religieuze leiders. Religieuze bovenzinnelijkheid biedt geen oplossing voor de oorlogsvoering met raketten en beschietingen met artillerie. Sociologen hebben straks hun handen vol aan een onderzoek over het vertrouwen in God en de steun voor godsdienst bij een verloren oorlog. Wat waren alle mooie religieuze praatjes eigenlijk waard?

Men kan zich afvragen waarom militairen die deelnemen aan deze godsdienstige ceremoniën dit lijdzaam ondergaan. Ze weten dat de priesters een som presenteren die niet kan kloppen, maar als doodse bijfiguren geven ze inhoud aan het ritueel. Hun lot wordt er negatief door bepaald.

Gedachte bij de foto ‘Gottesdienst auf der Presenaspitze’ (1918)

Gottesdienst auf der Presenaspitze‘, 1.1.1918. Collectie: ÖNB (Österreichische Nationalbibliothek).

Godsdienst. We raken er niet over uitgepraat. Wat is de functie ervan en wanneer gaat het die te buiten? Vooral daarover raken we niet uitgepraat. We hebben het antwoord niet.

Wie terugkijkt ziet een Oostenrijkse kerkdienst op de top van de Presena-gletscher. Begin 1918. Nu in de Alpen in Trentino ten noorden van het Garda-meer. Moest de dienst troost bieden? Italië won van Oostenrijk-Hongarije de harde strijd in de bergen. Wie weet hadden de Italianen harder gebeden.

Op de foto wonen Oostenrijkers, Hongaren, Kroaten, Bosniërs, Tsjechen, Slowaken, Slovenen en anderen een kerkdienst in het veld bij. Wat er gezegd werd en wat of wie werd aangeroepen weten we niet. We kunnen het vermoeden. Want het past in een patroon. Voor de overwinning in de strijd, de bescherming van en het vertrouwen in God en zelfbehoud. Zoiets zal het wel geweest zijn.

Religieuze doping dus. Alle strijdende partijen dienden het hun troepen toe. Zie hier het commentaar ‘Religieuze doping, commercie en oorlogspropaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog: ‘A Church Service On The Battle Field’ (1916)‘ over de reconstructie van een Britse kerkdienst voor het thuisfront.

De groep Oostenrijkse militairen in donkere jassen in de witte sneeuw toont verlaten. In de steek gelaten. Geïsoleerd. Onzalig in zaligheid. Het contrast tussen zwart en wit verhardt hun noodlot. Zo legt de fotograaf het vast. We raken er niet over uitgepraat. In onze horizontale spitsvondigheid.

Quest Historie noemt in artikel over scheppingsverhalen van culturen het christendom niet

Schermafbeelding van een deel van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van Guido Hogenbirk voor Quest Historie, 10 mei 2022.

In een wachtkamer las ik vanochtend nummer 3/2022 van Quest Historie. Een publicatie van Hearst Netherlands. Goed verteerbare stukken over geschiedkundige onderwerpen. Prima voor een wachtkamer waar men elk moment opgeroepen kan worden. Hoewel ik de Donald Duck prefereer.

Eén artikel viel me op. Dat ging over de scheppingsverhalen van negen afzonderlijke culturen die in het verlengde daarvan ermee hun eigen denkrichting en beweging benadrukken. Het is een bewerking van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van 10 mei 2022 dat hierboven wordt genoemd.

Iedere cultuur komt met een eigen verhaal dat cultureel bepaald is en niet zozeer iets verduidelijkt over het ontstaan van de wereld, maar eerder over de eigen cultuur. Die wordt vertaald naar dat scheppingsverhaal zodat het de leden van de betreffende culturele groep aan wie het gericht is kan motiveren, binden en upgraden, zoals het in termen van fondsenwerving en marketing heet.

Kortweg gezegd, een cultuur die gericht is op zee, vertelt het scheppingsverhaal met water, stormen en boten. Terwijl een cultuur die midden in tropisch oerwoud leeft het scheppingsverhaal vertelt aan de hand van bomen, dieren en natuur die in dat oerwoud voorhanden zijn. Zo evident is dat.

Omslag van Quest Historie, nr. 3/ 2022.

Opmerkelijk is dat in de reeks culturen het christendom ontbreekt. Terwijl dat een scheppingsverhaal heeft met fantastische constructies die de verbeeldingskracht van de Griekse mythologie, Walt Disney, John Ronald Reuel Tolkien en de gebroeders Grimm evenaren, zo niet te boven gaan. Juist het christendom maakt de Europese en West-Aziatische cultuur aanschouwelijk en toont de diepere motieven en drijfveren ervan.

De vraag is waarom Quest Historie het christendom niet in de reeks noemt. Is dat echt omdat we ‘het inmiddels wel kennen’, zoals de inleiding bij het artikel van Hogenbirk zegt? Hhmm.. Er dringt zich een andere verklaring op. Namelijk dat de redactie van Quest Historie het christendom in de eigen kolommen liever niet direct vergelijkt met de ontstaansgeschiedenis en de scheppingsverhalen van Inca’s, Noormannen, Hindoestanen. Oude Egyptenaren en andere culturen om het beeld niet te verstoren dat het christendom buiten categorie is.

Toch lijkt dat een te gemakkelijke verklaring omdat in het archief van Quest Historie artikelen zijn terug te vinden die kritisch zijn op het christendom en het bestaan van God. Zoals het artikel Kunnen we ooit bewijzen dat er een god bestaat?‘ uit 2019 dat in een apart kader zegt: ‘Een god is handig als je mensen zich aan de regels wilt laten houden‘. Met deze uitspraak nagelt Quest Historie kern en considerans van de aard van godsdiensten treffend vast.

Waarom ontbreekt het christendom dan in de reeks scheppingsverhalen en mythologieën van culturen? Het is beredeneren waarom dat is, maar het lijkt eerder een geval van beeldvorming waar Quest Historie van weg wil blijven dan van een inhoudelijke overweging om het christendom buiten schot te laten en niet in een rijtje met scheppingsverhalen van andere culturen te zetten. Typisch is namelijk dat redacteuren van Quest Historie zich doorgaans laten kennen door een welhaast ideale seculiere opstelling.

Een andere verklaring kan zijn dat Quest Historie de lezer verstandig genoeg acht om een vergelijking tussen culturen met hun scheppingsverhalen en het christendom te maken. Daarom kan het christendom ongenoemd blijven omdat het de nulmeting is. Van de lezer wordt verondersteld dat hij of zij voldoende kennis over het christendom heeft om het scheppingsverhaal van het christendom erbij te betrekken én te relativeren.

Uit de opsomming van culturen met hun scheppingsverhalen blijkt dat het scheppingsverhaal van het christendom niet uniek is en er een van vele is.

De cynicus kan er nog het volgende aan toevoegen: Zoals de verschillende culturen elkaar met hun afzonderlijke en sterk van elkaar afwijkende scheppingsverhalen uiteindelijk zijn gaan beconcurreren op een (pas laten ontstane) druk bezette en lucratieve religiemarkt, zo heeft Quest Historie te dealen met concurrentie op de niet meer zo lucratieve tijdschriftenmarkt. Het is waardevol dat op de populaire tijdschriftenmarkt voor een breed publiek dit soort zware onderwerpen lichtvoetig wordt behandeld. Passend voor de wachtkamer.

De christelijke misleiding van Robert van Mierlo: ‘zegen je vijanden met een heilige achtervolging van de liefde van God’

Eerder schreef ik in maart 2020 in een commentaar over de christelijke autodidact-prediker Robert van Mierlo het volgende: ‘Het is gewenst dat hij met zijn onzin van sociale media verbannen werd. Want zijn misleiding zet in de huidige noodsituatie de mensen die hij inspireert op het verkeerde been, stelt hen onterecht gerust en sust hen in slaap. Predikers als Van Mierlo beroepen zich op de vrijheid van godsdienst en hebben de wettelijke ruimte om hun wartaal te verkondigen‘.

Robert van Mierlo zwijgt echter niet omdat spreken zijn verdienmodel is. Zelfbenoemde amateur predikers als Van Mierlo zijn de grootste belagers van serieuze godsdiensten. Want ze stellen godsdienst in een kwaad daglicht met hun simplisme en complotdenken.

Critici van godsdiensten vinden in Van Mierlo hun medestander. Hij is zonder dat hij het beseft de provocateur die het omgekeerde bereikt van wat hij claimt te beogen. Namelijk het uitdragen van de christelijke leerstellingen en het vergroten van het bereik en begrip ervoor.

Wat Robert van Mierlo zegt lijkt op het eerste gezicht zinnig, maar is bij nader inzien onzin. Zijn betoog is niet gebouwd op het verbinden van argumenten die onherroepelijk tot een conclusie leiden, maar op het afschieten van losse flodders die alle kanten op vliegen. Hij weet zijn triviale uitspraken geen meerwaarde te geven. Ook niet in symbolische zin. Het is wartaal.

Neem de volgende beweringen uit het begin van bovenstaande video die als los zand aan elkaar hangen. Van Mierlo stapelt, blijft stapelen en lijkt niet te weten wat hij met die gestapelde beweringen wil zeggen:

Maar de afgelopen twee jaar heb ik eigenlijk heel veel zoveel onrecht gezien door alles wat zich openbaart in deze tijd wereldwijd, maar ook in ons eigen land. Ik denk aan wat wat ja wat zich openbaart in het kindermisbruik en hoe de regering daarmee omgaat. De corruptie die steeds meer geopenbaard wordt. De schandalen die steeds meer aan het licht komen, in ons land, maar ook wereldwijd. De corruptie, de censuur, er zijn zoveel dingen aan het licht aan het komen. En dat kan mij soms ontzettend boos maken en gefrustreerd en ja, een een gevoel van van soort van machteloosheid en … eehhh … ja dat is dus precies wat wat de duivel wil. Dat wij in die boosheid blijven hangen, dat we dat er dat we gaan haten dat we in die negatieve energie terechtkomen, maar dat we in angst gaan zitten dat we ons hopeloos gaan voelen, maar dat is niet wat Jezus ons leert‘.

Zo kabbelt Van Mierlo voort. Zoekend en manoeuvrerend door de Nederlandse grammatica. Volgens hem is het onrecht niet terug te brengen tot een mens, maar is ‘onze vijand is de geestelijke machten achter die mens. Want ook die mens, die op een verschrikkelijke manier misschien handelt, die wordt ook weer aangestuurd door hogere duisteren krachten‘.

De aap komt uit de mouw als Van Mierlo zegt dat God hem een gebed heeft gegeven. Hiermee hijst hij zichzelf op het schild van religieuze belangrijkheid. Ermee kun je volgens deze autodidact-prediker ‘je vijanden zegenen en op een heel krachtige manier dat en je eigenlijk in dat hele simpele gebed bidt voor hun ziel, dat ze tot behoud komen, maar tevens is dat gebed ook heel krachtig om het onrecht tegen te houden. Omdat het iets in werking zet in de geestelijke wereld waardoor een proces op gang komt dat het de duisternis niet zo maar door kan gaan‘.

Dat gebed dat volgens Van Mierlo hem door God is gegeven luidt als volgt: ‘Ik zegen deze persoon met een heilige achtervolging met de liefde en het licht van God in Jezus’ naam‘.

Volgens Van Mierlo kan de persoon die gezegend wordt ‘met een heilige achtervolging met de liefde en licht van God‘ na deze zegening ‘niet meer langer door kan gaan in zijn onrecht‘ omdat hij ‘zijn geweten gaat voelen‘.

Uiteraard mag Van Mierlo binnen het parallelle universum van het christendom zijn eigen parallelle universum construeren. Alleen, zijn antwoord om het onrecht te bestrijden heeft geen praktisch nut en trekt zijn volgers nog dieper in een schijnwereld die een oplossing om het onrecht te bestrijden niet dichterbij brengt, maar juist verder uit beeld laat verdwijnen.

Wellicht werkt de bestrijding à la Robert van Mierlo van het onrecht door het uitspreken van een Goddelijke zegen in beperkte mate in de christelijke eigen kring waar de Bijbelse taal begrepen en nageleefd wordt, maar hij pretendeert meer en zou er goed aan doen om de voorwaarden van de werking van zijn claims voortaan als disclaimer bij zijn video’s te zetten. Zijn claim van alomvattendheid maakt het er potsierlijk op omdat het aantoonbaar niet werkt.

Zoals altijd bij dit soort video’s van christelijke predikers die zich beroepen op de liefde van God vraagt Robert van Mierlo om geld om ‘Gods liefde uit te dragen‘. Onmiskenbaar over hem is dat christelijk dilettantisme een verdienmodel is. De nonsens waarmee hij het omkleedt kan op de koop toe worden genomen door de volgers die zich er aangetrokken toe voelen en ermee heilig achtervolgd wensen te worden.

Religieuze doping, commercie en oorlogspropaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog: ‘A Church Service On The Battle Field’ (1916)

Schermafbeelding van de grammofoonplaat ‘A Church Service On The Battle Field‘.

Nog enigszins kan ik me voorstellen om als militair te sterven in de verdediging van het eigen land. Het is een slecht idee, maar alla. Om echter als militair te sterven voor de God van Engeland, Frankrijk, Duitsland, Rusland, Servië, Oostenrijk-Hongarije, Nederland of welk land ook is onzinnig.

Het valt niet te rechtvaardigen én logisch recht te breien als de tegenstander die aan de andere kant van de loopgraven zit door zijn wereldse, militaire en religieuze meerderen met een beroep op een in andere landen identieke God van het christendom op dezelfde manier als de tegenstander wordt opgeroepen om zich op te offeren voor dezelfde God. Aan welke kant staat deze God in hemelsnaam? Het is een perverse oproep.

De in Frankrijk opgerichte site Archeophone.org laat oude, kwetsbare was- en celluloid-cilinders horen die tussen 1888 en 1928 werden geproduceerd. Deze geluidsopnames zijn kwetsbaar en slijten snel als ze op vintage grammofoons worden afgespeeld. Daarom zet Archeophone ze over op andere, meer duurzame geluidsdragers, zoals CD’s die op een computer of MP3-speler kunnen worden afgespeeld.

Hieronder ook de geluidsopname ‘A Church Service On The Battle Field‘ uit de Eerste Wereldoorlog die van historische waarde is. Hier is de opname van 2’57” te beluisteren. Na hoorngeschal, de nabootsing van hoefgetrappel en marcherende militairen roept de persoon die de predikant van de Church of England moet voorstellen op om het gezang ‘Rock of Ages, cleft for me‘ (= Rots der Eeuwen, gespleten voor mij) aan te heffen: ‘Rock of Ages, cleft for me, // Let me hide myself in Thee; // Let the water and the blood, // From Thy riven side which flowed, // Be of sin the double cure, // Save me from its guilt and power.’

Het idee van deze hymne is dat Jezus Christus een stabiele rots is in wiens gespletenheid of opening de militairen zich kunnen verschuilen. Dit is een passend gezang voor de artilleriebombardementen van militairen die betrekkelijk weerloos in hun loopgraven zijn. Ze kunnen zich nergens verschuilen. Het is echter bovenal misleidend en zelfs misdadig omdat een hymne die verwijst naar bovenzinnelijkheid geen oplossing biedt voor de praktische oorlogsvoering. Er zijn geen verhalen overgeleverd van militairen die tijdens een bombardement hun leven hebben gered door in de gespletenheid van een rots te vluchten.

De predikant vervolgt: ‘Let us command ourselves bodies and souls into the hands of our mighty God. Asking him to take from us all doubt and fear. And to give us courage and strength to do our best as loyal soldiers of a King and the faithful sons of our motherland and Empire. We wil therefore go for … trusting in God. May the grace of our Lord Jesus Christ and the love of God and the fellowship of the Holy Ghost be with you all evermore. Amen.’


Ansichtkaart ‘Church Service Before Battle” depicts a group of World War I-era soldiers kneeling to pray at a church service before going into battle.

Deze opname is geen registratie van een religieuze dienst te velde in Frankrijk, maar een studioproject van Pathé dat commercie en oorlogspropaganda combineert. De stem van de predikant is van de Amerikaanse entertainer en geluidspionier Russell Hunting die sinds 1898 in Engeland woonde. Hij had een managementfunctie bij Pathé en leende in zijn latere carrière incidenteel zijn stem voor opnames. ‘A Church Service On The Battle Field‘ is een van de drie opnames met Russell Hunting die Archeophone heeft weten te archiveren.

Na deze oproep tot strijd door de vermeende religieuze leidsman wordt met geluidseffecten gesuggereerd dat de vijand op de rechterflank massaal dreigt door te breken. Gezegend voor de strijd en onder de vermeende bescherming van God, Jezus Christus en de Heilige Geest mogen de Engelse militairen zich opofferen voor het goede doel. Opgewekt dat ze zich in het zwaard van de tegenstander kunnen storten.

Gezien de commerciële opzet van Pathé lijkt het eerder het thuisfront dan het front dat door deze opname aangesproken wordt. De christelijke retoriek is bedoeld om de militairen moed en sterkte te geven en de twijfel en angst weg te nemen. Maar de opname richt zich ook op het thuisfront om vertrouwen te houden op de goede afloop en defaitisme te bestrijden. In 1916 stond de afloop van de oorlog nog lang niet vast. Of echte kerkdiensten te velde met soortgelijke christelijke retoriek zo gewerkt hebben bij de door de wol geverfde frontsoldaten is de vraag.

Naast deze religieuze doping is de inzet van drugs tijdens oorlogen gangbaar om frontsoldaten in het gareel te houden. Łukasz Kamieński schrijft daarover in het artikel Drugs (vertaald): ‘De Eerste Wereldoorlog was in dat opzicht geen uitzondering: de belangrijkste ‘oorlogsdrugs’ waren alcohol (voornamelijk bier, cognac, rum, schnaps, wijn en wodka), morfine en cocaïne. Deze werden zowel “voorgeschreven” door militaire autoriteiten als “zelf voorgeschreven” door soldaten. Net als in het verleden varieerden de redenen voor het gebruik van drugs: van puur medisch (pijnstillend, verdovend en stimulerend) tot prestatieverbetering, van het verhogen van de vechtlust tot het verlichten van gevechtstrauma’s, van het versterken van de banden tussen metgezellen tot het verminderen van de angst voor de strijd.’

Schermafbeelding van fiche van Archeophone ‘A Church Service On The Battle Field‘ met Russell Hunting voor Pathé

Het laatste taboe: het benoemen van de monotheïstische godsdiensten als complottheorie

Heidendom, in Azië: De Ghetti sekte in Singapore. Leden van deze sekte komen eens per jaar samen om zich ernstig te kastijden om te boeten voor hun zonden. Singapore, 1934. Collectie: Photo collection illustrated magazine Het Leven (1906-1941).

In reactie op filosoof en theoloog Gerko Tempelman die in een artikel in NRC complottheorieën relativeerde omdat ze bij de aangesprokenen slechts zouden aanzetten tot ‘reflectie’ schreef ik in een commentaar van september 2020:

'Het is wellicht volgens gelovigen onheus om op te merken, maar de grootste, meest ingenieuze en succesvolle complottheorie die de menselijke geschiedenis heeft gekend is die van de godsdienst. Tempelman ziet het als kleine stap om het geloven in zijn gereformeerd geloof te vertalen naar het geloven in complottheorieën. Ze raken elkaar volgens hem. Maar de stap terug om de praktische gevolgen van monotheïstische godsdiensten in de laatste 20 eeuwen te benoemen zet hij niet. Als hij dat deed, dan zou hij zien dat mensen wel degelijk door een complottheorie tot actie kunnen worden aangezet. Wie met een open blik kijkt, zonder godsdiensten een speciale positie te geven en buiten een kritische beschouwing te laten, moet constateren dat niet het uitblijven, maar het niet uitblijven van actie de ware aard van de complottheorie toont. Godsdiensten hebben mensen tot actie, om niet te zeggen geweld aangezet en dat gaat tot op de dag van vandaag door.'

Het is het raadsel van de moderne geschiedenis dat de monotheïstische godsdiensten niet als complottheorie worden gezien. Terwijl ze er alle kenmerken van vertonen.

Deze godsdiensten die ooit ontstonden in het Midden-Oosten doen een beroep op bovennatuurlijke krachten; ze maken feiten ondergeschikt aan speculaties; ze leggen geen verantwoording af noch geven uitleg over het eigen bestaan en de constructie die tot dat bestaan leidde; de constructie is niet dwingend en sluitend te verklaren, maar gebouwd op verbanden tussen zaken waartussen niet per se een oorzakelijk verband bestaat, er zijn eenvoudigweg andere oorzaken voor aan te voeren.

Wat de zaak betreft zijn de monotheïstische godsdiensten complottheorieën. Dat ze zo niet worden gezien in het publieke debat houdt verband met twee aspecten: ze zijn ‘too big to fail‘ vanwege de dominante positie die ze in eeuwen hebben weten op te bouwen en deze positie wordt door politieke en maatschappelijke machten geschraagd. Tegenspraak wordt bij voorbaat het zwijgen opgelegd.

Zelfs welwillende theologen als Tempelman stellen niet de vraag of hun godsdienst een complottheorie is. Evenmin willen ze erkennen dat hun godsdienst een goedwillende menselijke constructie is. Dat debat wordt geblokkeerd en als een blikje verder de weg opgeschopt.

De monotheïstische godsdiensten hebben zich boven de orde van de rationele beschouwing weten te plaatsen. Zelfs religiecritici geven in hun onbewuste verdraagzaamheid deze godsdiensten het voordeel van de twijfel. Dat hebben ze in de landen waar ze opereren voor elkaar weten te krijgen door machtsvorming en door de slimme constructie die ingebakken is in deze godsdiensten. Namelijk dat ze rationeel niet te verklaren kunnen zijn. Dat is een win-win situatie omdat er zo nooit verantwoording over het eigen bestaan en constructie afgelegd hoeft te worden.

Deze godsdiensten hebben vanaf het begin van hun bestaan het op een akkoordje gegooid met de wereldse macht, zodat concurrerende godsdienststromingen werden bestreden, zijzelf het centrum van de macht konden bereiken en van daaruit hun positie verder konden uitbouwen en de wereldse macht die de godsdienst legitimeerde ritueel erdoor werd gesteund met sacrale bezweringen die de bevolkingen het stilzwijgen oplegden en alle kritiek en een onpartijdige evaluatie deden verstommen.

De ‘g‘ van de monotheïstische godsdiensten werd in eeuwen gevestigd. De beeldvorming werkte in het voordeel van deze gevestigde godsdiensten door concurrenten buiten de deur te houden en die in een ‘mindere’ categorie van het heidendom te plaatsen, zoals beide foto’s bij dit commentaar illusteren.

In het Westen is het boven de orde verheven zijn van de monotheïstische godsdiensten sinds het eind van de 20ste eeuw aan het veranderen. Hun politieke machtspositie is verzwakt doordat christelijke partijen aan macht hebben ingeboet; hun morele macht is afgenomen door schandalen en politieke machinaties die naar buiten zijn gekomen; demografische ontwikkelingen zoals individualisering en afgenomen vertrouwen in gemeenschapsdenken, en beter onderwijs hebben geleid tot een verminderd vertrouwen in autoriteit en een groter vertrouwen in het eigen oordeel wat de ontkerkelijking heeft aangejaagd; religie als traditioneel dominante vorm van zingeving concurrentie heeft gekregen van andere maatschappelijke uitingen als sport, media en kunst die in dezelfde behoefte voorzien als de monotheïstische godsdiensten.

Het raadsel is dat ondanks de verzwakking in het Westen van de monotheïstische godsdiensten ze nog steeds boven de orde staan en niet op hun kenmerken worden beoordeeld. Het is nog steeds een taboe om ze een complottheorie te noemen. Zelfs een debat dat de vraag centraal stelt of deze godsdiensten een complottheorie zijn is nu nog een taboe. Dat speelt in de context van een breed maatschappelijk debat dat steeds kritischer wordt op het bestaan van complottheorieën. Dat straalt indirect af op de monotheïstische godsdiensten.

Het is de vraag hoe lang het niet stellen van deze vraag gehandhaafd kan blijven. Want aan alle kanten ligt de geloofwaardigheid van deze godsdiensten als maatschappelijke factor onder druk. Ze boeten in aan externe macht en innerlijke zeggingskracht. Ze zullen op termijn culturele organisaties worden die een niche vormen, maar in de samenleving niet meer de rol van betekenis spelen die ze ooit hadden. Daardoor valt hun maatschappelijke en politieke bescherming weg en opent zich de weg om in alle openheid de historische en filosofische vraag te stellen: zijn de monotheïstische godsdiensten geconstrueerd als complottheorie?

Waarom werd Amalia naar een protestante Bijbelkring gestuurd?

Schermafbeelding van deel artikel Voor prinses Amalia is geloof niet puur privé‘ van Anne Vader in het Reformatorisch Dagblad, 17 november 2021.

Dit artikel in het RD over kroonprinses Amalia die op 7 december 18 jaar wordt en over wie cabaretière Claudia de Breij een boek heeft geschreven draait er niet omheen: Amalia lijkt niet veel waarde aan het geloof te hechten. Hiermee is ze een kind van haar tijd.

Het artikel doet geen gekke uitspraken, maar kiest wel een eenzijdig perspectief: de terugblik in plaats van de vooruitblik die past bij een 18-jarige. Amalia volgde een protestante Bijbelkring bij dominee Lootsma. Ik zet daar op de FB-pagina van het RD vragen bij omdat ik dat niet vanzelfsprekend vind. Is Nederland niet veranderd? Vraagt dat niet een andere opleiding en een bredere voorbereiding op de functie van staatshoofd? Is het niet werktuigelijk en eenzijdig van Amalia’s omgeving om haar naar zo’n protestante Bijbelkring te sturen?

Tekst:

Het is opmerkelijk dat er geen vragen worden gesteld bij het feit dat Amalia door haar omgeving naar een protestante Bijbelkring wordt gestuurd om aan de hand van dat boek over actuele en filosofische kwesties te praten. Bij nader inzien is dat echter niet zo vanzelfsprekend. Wat is de onderbouwing ervoor dat Amalia hierheen wordt gestuurd en niet naar elders? 

Was dat in de tijd van de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix nog enigszins logisch omdat Nederland toen een overwegend kerkelijk land was, in 2019 verklaarde volgens de statistieken van het CBS 54,1% van de Nederlanders zich niet tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering te rekenen. Voor 2021 is dat naar schatting 57% die zegt ongebonden te zijn. 

Dat betekent dat een minderheid van de Nederlanders verklaart zich tot een kerkelijke gezindte te rekenen. Van die minderheid is de protestante gezindte een minderheid. In 2019 verklaarde 14,8% van de Nederlanders tegen het CBS zich daartoe te rekenen. Dat zal in 2021 naar schatting rond de 13% zijn. En van die protestante minderheid is het vrijzinnige protestantisme waarmee Amalia in contact wordt gebracht een kleine minderheid. 

Waarom wordt Amalia met het gedachtengoed van een minderheid van een minderheid van een minderheid in contact gebracht en niet met het gedachtengoed van een meerderheid? 

De samenleving verandert. Het Nederland van de koninginnen Wilhelmina, Juliana of Beatrix is niet het Nederland van koning Willem-Alexander. De opvoeding van en voorbereiding op de functie van staatshoofd is een voorschot op de toekomst. Amalia lijkt zich niet te laten inspireren door een godsdienst, maar aansluiting te vinden bij het gedachtengoed van een meerderheid van de Nederlanders. Ze trekt een wissel op de toekomst en wacht rustig de ontwikkelingen af. Haar omgeving is nog niet zover en staat nog met de rug naar die toekomst. Aan hen is niet de toekomst.