George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘God

Met marketing, scoringsdrift en betaalde bekeringen ondermijnen gevestigde godsdiensten hun kenmerken. Hoe oordeelt de rechter?

with one comment

Het artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD van 3 september 2020 bevat de volgende passage over de bekering onder betaling van christenen tot moslim in Pakistan : ‘In het korte beeldfragment roept de rijke textielhandelaar Mian Kashif Zameer christenen op zich tot de islam te bekeren, want dat is „de beste religie.” Hij stelt de mogelijke bekeerling daarbij een mooie beloning in het vooruitzicht: 200.000 roepies (zo’n duizend euro). Als een compleet gezin zich bekeert, ontvangt die familie zelfs een miljoen roepies.’ Het christelijke perspectief van het RD motiveert om verder te denken en de kwestie van de betaalde geloofsbekeringen te beschouwen vanuit het belang van de gehele religiesector.

Bekering van de ene naar de andere godsdienst is een verdienmodel voor sappelaars die een centje bij willen verdienen. Zoiets als het laten aftappen van bloed bij de bloedbank. Bekering is de niet-fysieke variant ervan. Het is de vraag hoe vaak een gelovige van ‘overtuiging’ kan wisselen om de propaganda voor een specifieke godsdienst waarvoor het gebruikt wordt geloofwaardig en aannemelijk te laten blijven. Jaarlijks, maandelijks?

De wetmatigheid is dat de bekering alleen bestaat in de publiciteit. Met een bekering die in het geheim gebeurt kan een religieuze organisatie geen goede sier maken. Op sociale media is de bekering een belangrijk subgenre waarmee religieuze organisaties de slag met hun concurrenten proberen te winnen.

Voor de BV Godsdienst als sector maken de bekeringen weinig uit omdat ze per saldo de sector als geheel niet groter maken. De bekeringen gaan alle kanten uit en het verlies van de ene godsdienst wordt gecompenseerd door de winst van de andere godsdienst. De religiesector wordt er niet omvangrijker door. De publiciteitsslag tussen godsdiensten toont aan dat de religiesector een vechtmarkt is en de concurrentie moordend.

Dit soort bekeringen zijn een goede ontwikkeling voor degenen die verandering willen. Zoals ook de opkomst van nieuwe godsdiensten een goede zaak is. Ze staan doorgaans dicht bij de grond, bieden hedendaagse mystiek en rituelen, en hebben een postmodernistische grondhouding waarin twijfel en relativering zijn ingebouwd. Oudere, gevestigde godsdiensten zijn in andere tijden ontstaan en zijn daar in de kern nog steeds een reflectie op, hoewel ze uiteraard met de tijd zijn meebewogen. Hun houdbaarheid staat ter discussie.

Hoe meer godsdiensten er zijn, hoe meer het idee verwatert dat religie een bijzondere positie verdient boven andere menselijke (‘horizontale’) constructies. Het exclusieve beroep van leiders van godsdiensten op de eigen onaantastbaarheid en de claim om boven de wet te staan wordt naar evenredigheid minder geloofwaardig als het aantal godsdiensten toeneemt en ‘gewoon’ wordt.

De logica is dat de gevestigde godsdiensten om twee redenen hun markt afschermen. Ze zijn concurrenten én collega’s binnen hetzelfde religiekartel en hebben er gezamenlijk belang bij dat er geen nieuwe toetreders komen. Het onderling met elkaar uitvechten via onder meer de publiciteitsslag met bekeringen is belastend, maar ook een semi-serieus toneelstukje dat ze met elkaar opvoeren om in de aandacht te blijven. Waarbij spanning vanwege tegengestelde belangen kan optreden tussen de marge en het centrale gezag van een godsdienst. Ook willen de gevestigde godsdiensten het idee dat religie iets exclusiefs is in stand houden.

Als ‘gelovigen’ dagelijks of wekelijks van overtuiging zouden wisselen, dan wordt dat idee van overtuiging ondermijnd. Want wat is een geloofsbeginsel nog waard als het makkelijk ingewisseld wordt voor een geloofsbeginsel van een concurrerende godsdienst? Alleen vanwege de marketing. Dat roept weer de vraag op wat een godsdienst nog waard is die hier toe aanzet. Daarom zijn voor critici die problemen hebben met de voorrechten die godsdiensten genieten dit soort bekeringen een goede ontwikkeling omdat ze de begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie van een specifieke godsdienst ondermijnen.

Uiteraard biedt de Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst zoals dat is omschreven in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ieder de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te wisselen. Alleen lijkt daar een onomschreven ondergrens aan die in strijd komt met de kenmerken van een godsdienst zoals die juridisch worden gesteld als dit wordt tot een carrousel en tombola van wisselende overtuigingen die betaald wordt door de meest biedende religieuze organisatie. Dan schieten de gevestigde godsdiensten door scoringsdrift en ondoordachtheid over de godsdienstsector als geheel in eigen voet.

Er kan in de toekomst een punt komen dat de rechter een godsdienst niet meer als godsdienst beschouwt vanwege ontbrekende kenmerken van begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Dat heeft fiscale gevolgen voor de financiële positie van een religieuze organisatie. Hoewel het de vraag is of een rechter wel voldoende geëquipeerd is om daar over te kunnen oordelen (Elizabeth Prochaska, 2013).

Op dit moment worden door de rechter uitsluitend nieuwe godsdiensten van de religiesector uitgesloten. Nu is de positie van de gevestigde godsdiensten juridisch nog onaantastbaar. Ze worden actief beschermd door de politiek. Maar leiders van gevestigde godsdiensten doen er verstandig aan om te beseffen dat in elk geval in Europa de maatschappij verandert en dat ze op moeten passen door hun onderlinge publiciteitsslag met bekeringen niet ook voor de rechter ongeloofwaardig te worden. Want zonder dat ze het doorhebben ondermijnen ze hiermee de kern van hun godsdienst of gaan die ondermijning in de marge van hun godsdienst onvoldoende tegen. Zelfs als dat op een ander continent gebeurt, dan kan dat gevolgen hebben.

De bekeringen die door godsdiensten of verwante religieuze organisaties in de publiciteit breed uit worden gemeten en daar dienen om een concurrerende godsdienst een hak te zetten, zijn een goede ontwikkeling voor degenen die het niet veel op hebben met de (positie van) gevestigde godsdiensten. Voor de godsdiensten zelf die met de betaalde bekeringen makkelijk denken te scoren is het een waarschuwing om de kern van hun godsdienst niet te verkwanselen omwille van de marketing en de wedijver met andere godsdiensten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD, 3 september 2020.

Kerk van de Almachtige God claimt dat het ‘geheel is gesticht door de Almachtige God Zelf en zeker niet door de mens’

leave a comment »

Hoe moeten we ons dat in de praktijk voorstellen, een godsdienst die niet door de mens, maar door God zelf is gesticht? De religieuze organisatie Kerk van de Almachtige God zegt dit over zichzelf op YouTube:

De Kerk van Almachtige God is gesticht vanwege de verschijning en het werk van Almachtige God, de tweede komst van de Heer Jezus, Christus van de laatste dagen. Ze is geheel gesticht door Almachtige God Zelf en is zeker niet door een mens gesticht.’

Kerk van de Almachtige God is een christelijke nieuwe religieuze beweging die in 1991 in China is ontstaan. Net als de Falun Gong beschouwen de Chinese autoriteiten De Kerk van de Almachtige God als ‘kwade sekte’. De internationaal opererende kerk is ook bekend als Eastern Lightning of The Church of Almighty God.

Wikipedia geeft Zhao Weishan als leidsman en oprichter die de Kerk in 1991 oprichtte. Om deze tegenspraak in harmonie te brengen zeggen de leden van de Kerk van de Almachtige God dat Weishan ‘de Man die gebruikt wordt door de Heilige Geest’ is.

Zo is het vraagstuk opgelost van een religieuze organisatie die zonder enige medewerking van mensen kan ontstaan. Dus zonder bouwen, construeren, maken, vormgeven, funderen door mensen.

De claim is dat de Almachtige God eigenhandig de doelstelling heeft geformuleerd en zelf met het idee van een nieuwe christelijke beweging is gekomen. Het is alleen tegenstrijdig dat juist mensen dat beweren en niet die Almachtige God zelf. Namens wie spreken ze? Het zou pas geloofwaardig zijn als de Almachtige God zelf zou bevestigen de stichter van de Kerk te zijn. De claim van mensen bevestigt eerder de ingreep van mensen.

Wonderen zijn het promotiemateriaal van godsdiensten. Het zijn de pamfletten van de oude tijd toen er nog geen fotografie, film, radio, televisie of internet was. Als in de stijl van de klassieke Hollywood-film hebben godsdiensten een verhaaltechniek die de aandacht af wil leiden van de montage en de constructie als product.

Dat is tegengesteld aan het vervreemdingseffect van de Duitse toneelschrijver en theatermaker Bertolt Brecht (1898–1956) die de toeschouwer om maatschappelijke redenen juist bewust wilde maken van de constructie van een verhaal of drama om verregaande identificatie met de personages te verhinderen.

De hoogste ambitie van een godsdienst is om het eigen ontstaan weg te poetsen. Dat moet de godsdienst een betovering van authenticiteit geven als iets bijzonders dat uit zichzelf is ontstaan. Het patina van het verticale (hemels) wordt als onvervalster beschouwd als het horizontale (aards). Dat dient de gezagdragers ervan die zich daardoor kunnen legitimeren met iets dat groter dan henzelf is door afstand van zichzelf te nemen.

Hier past het vernoemen van de verhaaltechniek Deus ex Machina, ofwel een God uit een machine die met een onverwachte plotwending een verhaal af moet ronden. Verhaaltechnisch wordt een plotwending die uit de lucht komt vallen en binnen de logica van het verhaal niet organisch is voorbereid als tekortschietend ervaren.

De paradox is dat de Almachtige God die moet dienen als middel om de constructie van de godsdienst te verhullen, juist aandacht trekt door de geconstrueerde oorsprong ervan. Kerkleiders speculeren erop dat door traditie en macht hun religieuze organisatie niet langs de maatstaf van de rationaliteit wordt gelegd.

Dat is niet hetzelfde als het aspect dat geloof een kwestie van overtuiging en niet van logica is. Geloof in een godsdienst waarvan de bouwmeesters zeggen dat die door mensen is gemaakt is niet fundamenteel anders dan geloof in een godsdienst waarvan de bouwmeesters zeggen dat die niet door mensen is gemaakt.

Godsdiensten zijn door het theatrale effect van rituelen zo vormgegeven dat de vraag over het eigen ontstaan is losgekoppeld van de geloofsbeleving. Er bestaat nog geen Brechtiaanse versie van een godsdienst waar een onderbewust niveau van die godsdienst ondergeschikt is gemaakt aan de bewustwording van de gelovige.

Dat geldt ook voor nieuwe godsdiensten die critici een parodie van een godsdienst noemen. Juist om die reden van dat onderbewuste niveau dat ook bij die godsdiensten dominant is zijn ze in de kern niet anders dan de traditionele godsdiensten. Daarbij zijn ook talloze gelovigen van traditionele godsdiensten er niet ondubbelzinnig overtuigd van dat hun godsdienst zonder tussenkomst van mensen is geconstrueerd.

Een probleem ontstaat vooral bij nieuwe religieuze bewegingen als de Kerk van de Almachtige God of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Ze missen traditie en macht. Daardoor kunnen indirect vragen worden gesteld bij de legitimiteit en het ontstaan van gevestigde godsdiensten. Naast de toenemende, economische concurrentie op de religieuze markt zorgt dat voor spanning tussen de oude en nieuwe godsdiensten.

Foto: Schermafbeelding van paragraaf ‘Over’ op het YouTube-kanaal van de Nederlandstalige versie van De Kerk van (de) Almachtige God.

Evangelische christen J. Warner Wallace schiet in eigen voet bij zijn oordeel over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als fictie

with one comment

J. Warner Wallace richt een stroman op om die vervolgens in de fik te steken. Maar hij verwerpt slechts zijn eigen opinie, niet die van degenen die hij claimt te verklaren. Dat is misleiding van hem. Hij scherpt de verschillen tussen godsdiensten aan. Laat ik voor mezelf spreken. Als ingeschrevene (sinds oktober 2015) als Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) drijf ik online of offline geen spot met gelovigen of met godsdienst. Integendeel, waarom zou ik, want ik ben als lid van deze Kerk zelf een gelovige. Wallace kan dan wel beweren dat de KVS door Bobby Henderson is begonnen als een parodie om zich af te zetten tegen de gevestigde godsdiensten, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat het om die reden geen legitieme godsdienst kan zijn. Daarbij is Wallace geen objectieve waarnemers, maar een directe concurrent van de KVS op de religiemarkt. Hij staat op de loonlijst van de evangelische Biola University.

In 2018 schreef ik in een commentaar dat door rechters de lat voor toetreders tot de religieuze markt hoger gelegd wordt dan voor gevestigde godsdiensten: ‘Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.’ Kortom, Wallace meet aantoonbaar met twee maten.

Wallace kan zijn minachting voor de KVS moeilijk verbergen. Maar hij gaat pas genadeloos de fout in als hij een onderscheid aanbrengt russen religieuze en fictieve claims. Hij laat zichzelf hiermee niet alleen kennen als kleingeestig, maar ook als een opinieleider die zijn christelijke overtuiging voor de empirische wetenschap zet. Het onderscheid dat hij maakt is normatief. Wallace stelt een norm voor de godsdienst die hij verdedigt om die norm op een godsdienst die hij aanvalt niet van toepassing te verklaren. Wallace bedient zich dus van een cirkelredenering. Maar er is geen objectieve waarheid waaraan hij zijn norm kan toetsen. In elke geval niet een norm die door de volledige theologische wetenschap gedeeld wordt. Denk aan progressieve theologen als Harry Kuitert die het (christelijke) geloof terugbrengen tot een menselijke constructie. Dus fictie.

Zowel het christendom als de KVS zijn godsdiensten die vanuit de fictie, de fantasie zijn vormgegeven. Er bestaat geen onderscheid tussen een religieuze en fictieve claim. Hoeveel woorden en pseudo-waarheden over de historische achtergrond van het christendom Wallace ook gebruikt om het tegendeel te beweren. Het christendom heeft uiteraard een langere geschiedenis dan de KVS. Inclusief meer getuigenissen en aansluiting bij de gevestigde macht. Maar daaruit valt niets af te leiden over de kenmerken van christendom en de KVS. Dat beeld bestaat alleen in het gedachtengoed van types als Wallace. Zijn behoudende mening is prima, maar hij gaat over een rode lijn als hij daarmee andere godsdiensten probeert te veroordelen en uit te sluiten van de lucratieve religieuze markt. Hij preekt voor eigen parochie. Meer moeten we er niet achter zoeken.

Een Wetenschap Weetje: ‘Sjamanisme was de eerste en nog steeds bestaande godsdienst’

leave a comment »

Wie er achter het YouTube-kanaal ‘Wetenschap Weetjes’ zit is niet direct duidelijk. De contactgegevens van de FB-pagina ‘WetenschapsWeetjes’ waarnaar wordt verwezen vanaf de site https://www.wetenschapweetjes.nl wijzen naar Nadine Boke. Uit haar LinkedIn-pagina blijkt dat ze bioloog is die zich omgeschoold heeft tot wetenschapsjournalist en is ze ‘in de wetenschapscommunicatie beland’. Ze zegt dat haar ‘voornaamste specialisatie’ is om wetenschap te ‘vertalen’ naar ‘verhalen die toegankelijk zijn voor een breed publiek.’ Ze is sinds oktober 2018 ‘Science Communications Officer’ bij de bètafaculteit van de Universiteit van Amsterdam.

De titel van de video is ‘Sjamanisme was de eerste en nog steeds bestaande godsdienst’. Dat is voor een wetenschapsjournalist die wetenschap toegankelijk wil maken voor een breed publiek een opmerkelijke zin. Want er zit spanning tussen de onderdelen ‘eerste godsdienst’ en ‘nog steeds bestaande godsdienst’ die niet in samenstelling bestaan. Knap is dat Boke het over de ons bekende monotheïstische godsdiensten heeft zonder die met naam te noemen. Als ze in de toelichting zegt: ‘De wortels van profetie als geïnspireerde uiting van de onzichtbare wereld liggen in het sjamanisme’, dan relativeert ze niet alleen belang en uniciteit van die godsdiensten, maar ook de dogmatiek ervan. Want met haar opvatting van het Sjamanisme passeert Boke een opperwezen (God, Allah) dat met verticale, terugwerkende kracht door de leiders van betreffende godsdienst als constructeur van de wereld wordt gepostuleerd. Leuk wordt het als Boke in het filmpje zegt: ‘De reizen die de sjamanen maakten, voerden hen soms naar het domein van de goden of naar verafgelegen delen van de echte wereld.’ Feitelijk is door de monotheïstische godsdiensten met hun constructie van een opperwezen de mensen hun autonomie en beslissingsbevoegdheid én de binding met de natuur ontnomen.

Dat is nog eens een Wetenschap Weetje dat tot nadenken stemt en tussen de regels door meer informatie bevat dan het op het eerste gezicht leek. Deze video zet terloops aan tot zelf denken. En is daarom geslaagd.

Written by George Knight

22 juli 2020 at 16:03

Oordeel over wat een ‘echte religie’ is, is niet aan het openbaar bestuur of de rechterlijke macht

leave a comment »

Voorrechten zijn uiteindelijk de oorzaak voor de vraag of een beweging een religie is. Ofwel, aan het recht van een beweging om zich een religie te mogen noemen zijn voordelen verbonden. Zoals belastingvoordelen, toegang tot overheidssubsidies of maatschappelijk prestige. Dit geeft aan dat gevestigde religies een streepje voor hebben boven niet-gevestigde religies of niet-religies. Hoewel sommige niet-religieuze bewegingen of levensovertuigingen zoals het humanisme door de Nederlandse overheid in hetzelfde domein worden geplaatst als religies. Met als belangrijkste doel om via een omweg die religies te beschermen.

Het openbaar bestuur en de rechterlijke macht hebben vanwege de vrijheid van godsdienst niet te oordelen over de innerlijke werking van religieuze organisaties. Ze kunnen niet aantonen dat een religie geen religie is, evenmin als de religieuze organisatie kan aantonen dat het wel een religie is. In 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Maar dat is een oneerlijke toetsing die toetreders tot de religieuze markt benadeelt. In een commentaar schreef ik daar toen over: ‘Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toetsen, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.’ 

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Het openbaar bestuur blijft zo worstelen met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster waaraan het eisen stelt dat het aan traditionele godsdiensten niet stelt, zoals de eis dat het een volwaardig systeem van denken is. Maar dat leidt tot  een normatief en ongepast oordeel. De overheid beseft dat het verkeerd handelt, maar probeert door vertraging dit onderwerp op de lange baan te schuiven. Religie is Schrödingers kat, niemand weet vanaf de buitenkant of de inhoud ervan wel of niet levend is. Ook het openbaar bestuur en de rechterlijke macht niet. Maar ze doen net alsof dat wel zo is. Bevreesd waarschijnlijk voor de omstandigheid dat als de religieuze markt opengesteld moet worden voor nieuwe toetreders die niet meer te controleren is.

Zie voor verder lezen over de documentaire I, Pastifari: www.ipastafaridoc.com

Kaag verwijst publiekelijk zo vaak naar haar religieuze overtuiging en God dat het de vraag oproept wat het profiel van D66 is

with one comment

In een vraaggesprek met Tijs van den Brink uit 2018 zegt Sigrid Kaag: ‘Ik heb juist het gevoel: de mens wikt, maar God beschikt’. Zij doet andere uitspraken over haar Rooms-Katholieke overtuiging, onder meer als antwoord op de vraag waarom ze als minister de eed aflegde: ‘Als je keuze hebt om op zo’n moment te verklaren dat je hoopt dat je de hulp van God hebt, dat God over je mag waken, zodat je verstandige of wijze besluiten kunt nemen, dat je ook voor jezelf behoed mag worden – want daar komt het soms ook een beetje op neer – voor je eigen domheid. De weging om het wél te doen was belangrijker dan om het niet te doen.’

Gisteren plaatste Johan Fretz een column in Het Parool met de titel ‘Er was een tijd dat ik vaak op D66 stemde’ waar ik het mee eens ben. Ook ik stemde nog in de jaren 1990 op D66. In de kern is het een rechtse partij vanwege het sociaal-economisch beleid dat met sociaal-culturele thema’s gecamoufleerd wordt. Maar ik verschil met Fretz over de aanvechting om op de nieuwe partijleider Sigrid Kaag te stemmen. Die aanvechting heb ik niet. Met het mes op de keel zou ik nog op Rob Jetten kunnen stemmen, maar absoluut niet op Kaag.

Zij heeft niet alleen een religieuze overtuiging, wat uiteraard toegestaan is, maar gebruikt die in de publiciteit om zich te profileren. Zoals in het vraaggesprek met Van den Brink. Daar raakt ze me kwijt. Zij zou haar geloof ook voor zichzelf kunnen houden, zoals politici vaak privé en zakelijk scheiden, maar dat doet zij niet.

Kaag maakt haar religieuze overtuiging tot een aspect waarmee zich zich in de publiciteit profileert. Ook dat is uiteraard toegestaan, maar bij mij roept het wel de vraag op of het profiel van Sigrid Kaag nog wel past bij het profiel van D66. Als D66 al een min of meer omlijnd profiel heeft. Past het in de openbaarheid praten over de individuele religieuze overtuiging niet eerder bij CDA of SGP dan bij D66? Zo tekent zich in het D66 van Kaag een dubbele ontkenning aan van het eigen gedachtengoed: de partij is niet ondubbelzinnig vrijzinnig en niet centrumlinks met de ambitie van bestuurlijke vernieuwing, maar centrumrechts met het streven naar macht.

Anders gezegd, via een omweg roept de religieuze profilering van Kaag de vraag op of het huidige D66 nog wel de partij van de vrijzinnige Boris van der Ham en Boris Dittrich is. Op de site van D66 bestaat de pagina ‘vrijzinnigheid’ niet meer of de verwijzingen naar ‘vrijzinnig’. Die verwijzingen lijken afgezwakt of weggewerkt te zijn. Ik vraag me af hoeveel ruimte vrijzinnigen bij het D66 van Kaag, die zich in het openbaar beroept op God, nog kunnen vinden. Ik stem uit principe niet op religieuze of pseudo-religieuze partijen. Dreigt die zelfprofilering van Kaag met haar religieuze overtuiging niet de olifant in de kamer van D66 te worden?

Mijn kritiek is niet dat Kaag gelovig is. Ik ontzeg niemand een religieuze overtuiging. Dat zou onverdraagzaam zijn en tegen de grondrechten ingaan. Wat ik me afvraag is hoe Kaags religieuze overtuiging waarmee ze bewust naar buiten treedt zich verhoudt tot het gedachtengoed van D66. Ik vraag me af of dit besproken is met de spindoctors van D66 die de campagne begeleiden. Zoals campagneleider Frans van Drimmelen. Dit gaat over het vasthouden aan het eigen gedachtengoed, en de geloofwaardigheid en koersvastheid van een politieke partij. Het kan zijn dat de vrijzinnigheid van D66 in de praktijk allang afgeschaft is zoals ook de bestuurlijke vernieuwing in de praktijk afgeschaft is. Dan is Kaags nominatie en haar behoefte om publiekelijk naar haar religieuze overtuiging te verwijzen een bevestiging van de normalisering van D66 waarin oude eigenheden of onregelmatigheden zijn weggewerkt. Of de verwijzingen naar vrijzinnigheid preventief zijn weggewerkt als rode loper voor een opkomst van Kaag is vergezocht, maar roept dit allemaal wel op.

Een partijleider behoort overtuigend aan te sluiten bij de kernwaarden van een partij en daar geen vragen over te laten ontstaan. Ik ben van mening dat door de profilering van Kaag vragen opgeroepen worden over de kernwaarden van D66. Wat Kaag afgelopen jaren deed door te verwijzen naar haar religieuze overtuiging hebben andere leiders van D66 nooit publiekelijk gedaan. Dit is voor mij nieuw in D66. Ik kende het wel binnen de SGP en zelfs daar werd door iemand als Bas van der Vlies het onderscheid gemaakt tussen een individuele overtuiging en de werking van religie als politiek middel. Bij Kaag blijft dat in het midden hangen.

Keer het eens om. Wat voor reuring zou het geven als een christelijke partij als CDA, SGP of CU of een partij die zich inspireert op de islam een partijleider zou hebben die in het openbaar telkens verwees naar het eigen atheïsme of agnosticisme? Van Van Mierlo, Terlouw, Dittrich, Engwirda, Borst, De Graaf, Brinkhorst of Pechtold heb ik nooit gehoord dat ze zich publiekelijk beriepen op hun religieuze overtuiging (als ze die al hadden).

Dat Kaag dit wel doet doet me afvragen of ze wel volgens de partijlijn handelt of daar van afwijkt en zoja, wat dat dan zegt over het leiderschap en het teamspel van Kaag en de vraag wat voor partij D66 eigenlijk (nog) is.

Foto: Schermafbeelding van deel interview van Tijs van den Brink met Sigrid Kaag, 21 oktober 2018 op lazarus.nl.

Nederland, God of Oranje. Waar hebben we het minste mee?

with one comment

OMG (Oh Mijn God) in Amsterdam is een YouTube-kanaal dat levensvragen beantwoordt. Dominees van de protestante gemeente geven in ‘Dominuutje’ afwisselend een antwoord van zo’n minuut lang. Dit is een leuke vraag: ‘God, Nederland en Oranje zijn al heel lang met elkaar verbonden. Waar heb je het minste mee?

Bas van der Graaf doet er lacherig over, loopt even weg en komt dan tot zijn antwoord. Zijn rangorde is: 1) God; 2) Nederland en 3) Oranje. Een voor een dominee begrijpelijk antwoord. Het is een gewetensvraag voor allen. Mijn individuele rangorde is: 1) Nederland; 2) God en 3) Oranje. Hoewel ik twijfel tussen God en Oranje.

Mijn keuze voor de ‘God’ die ik als Nescio in Titaantjes opvat als de God van Nederland, als God die zich manifesteert in de mensen en de natuur, staat ver af van de God van het Nederlandse Protestantisme. Ook op een andere manier valt de God van Nederland samen met land en bevolking omdat die God een constructie is van de Nederlanders. Buiten die projectie is het bestaan van God niet aan te tonen. Die God is een projectie waarin de Nederlanders zo’n 15 eeuwen lang hun wensen, angsten, behoeften en verlangens afgebeeld hebben. Zeg maar hun dijkbewaking tegen de leegte van het leven. Die God valt samen met Nederland en is er niet in tegenstelling mee. Oranje valt in vergelijking met Nederland en God in een andere, ‘lagere’ categorie.

Waar Nederlanders zich eeuwenlang projecteerden in de God van Nederland, en de God van Nederland als kader, omlijning eeuwenlang Nederland hielp vormen, is Oranje een constructie (met Duitse elementen) die in de geschiedenis toch wat wezensvreemd is gebleven en gaten, haperingen, mankementen, onregelmatigheden en gekunsteldheden bevat. De paradox is dat de constructies ‘Nederland’ en ‘God van Nederland’ deugdelijker constructies zijn die natuurlijker en echter aanvoelen en juist daarom minder als constructies ervaren worden.

PVV’er Harm Beertema verklaart zich tot ‘cultuurchristen’. Wat betekent dat?

leave a comment »

Aan nazi-kopstuk Hermann Göring wordt onterecht de uitspraak toegeschreven ‘Wenn ich Kultur höre … entsichere ich meinen Browning”. Het is afkomstig uit het aan Hitler opgedragen toneelstuk Schlageter (1933) van Hanns Johst. Soms, maar niet te vaak moet ik aan de uitspraak denken omdat ik in militaire dienst als ziekenverzorger als persoonlijk wapen ter zelfverdediging een Browning had. Als ik het me goed herinner is deze revolver nauwkeurig tot op 20 meter. Dat vergde oefenen op de schietbaan. Radicaal-rechtse politici van tegenwoordig hebben weer een andere reflex. Hoewel ze ook op de kunst kunnen schieten. Maar daarmee kunnen ze zich niet onderscheiden, want alle Nederlandse politici schieten op de kunst. Ze beschouwen zich als vrijzinnig, maar tevens als iets wat ze ‘cultuurchristen’ noemen. Dat schijnt de tegenvoeter te zijn van een even vaag en onscherp omschreven begrip waar niemand van begrijpt wat het is, het ‘cultuurmarxisme’. Deze rechtse rakkers zijn te gedistingeerd om nog praktiserend of gelovig christen te zijn, maar om politieke redenen staan ze welwillend tegenover het Christendom. Daar komen ze graag voor uit. Hoewel het louter politieke marketing en toneelspel is en ze geen klap menen van hun zogenaamde liefde voor het christendom.

De gewaardeerde onderwijswoordvoerder van de PVV in de Tweede Kamer is Harm Beertema. In antwoord op een tweet van ‘AtheistKlaas’ zegt hij een cultuurchristen te zijn die vindt dat er niks mis is met het bijzonder onderwijs. Nee, dat zijn doorgaans prima scholen. Vraag is niet of er iets mis is met het bijzonder onderwijs, maar of het door de overheid bekostigd moet worden. Dat is dus iets heel anders. Van deze vraag over de bekostiging van het bijzonder onderwijs hebben de vrijzinnige partijen in het parlement de sleutel in handen. Maar ze geven telkens die sleutel uit handen en laten zich afbluffen door de confessionele partijen. Een meerderheid van VVD, D66, PVV, PvdA en GroenLinks durft niet te staan voor de eigen principes, terwijl het de confessionele partijen dat ruiterlijk gunt. Het raadsel is waarom een partij als de PVV de bekostiging van salafistische scholen steunt, terwijl het zich laat kennen als een verklaard tegenstander van de islam.

Het is juist dat het Christendom een positieve rol heeft gespeeld in de Europese Verlichting. Hoe dan ook zou het merkwaardig zijn als een religie die 20 eeuwen overheersend aanwezig is geweest op een continent geen stempel zou hebben gedrukt op de identiteit ervan. Door de eeuwen heen heeft het Christendom echter ook een negatieve rol gespeeld. Denk aan het tegenwerken van de wetenschap, de strenge tucht tegenover afwijkende meningen en de allesverzengende claim van het alleenrecht op de waarheid. De argumentatie van Beertema klopt daarom niet. Het christendom is de katalysator geweest die Europa heeft gemaakt tot wat het is. In dat proces verdwijnt het christendom. In Nederland verklaart nu nog ongeveer 38% van de bevolking tot de belangrijkste christelijke stromingen te behoren. De waarden van Europa zijn ontstaan, terwijl het Christendom langzaam verdwijnt. Of zich in nieuwere vormen manifesteert die ver af staan van de traditie.

Voor meer commentaren over de relatie van radicaal-rechtse politiek en het (conservatieve) christendom zie:
Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet (6 juli 2019).
– SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat (14 december 2017).

Foto: Tweet van Harm Beertema, 20 mei 2020 (met eigen reactie).

Verstrikt in zijn dogmatiek gaat aartsbisschop William Goh weer los tegen secularisme, de menselijke rede en andersdenkenden

leave a comment »

Zoals sommigen wellicht weten is de Singaporese rooms-katholieke aartsbisschop Willam Goh mijn favoriete geestelijke. Hij maakt gretig gebruik van sociale media en doet daar controversiële uitspraken die tegen de logica ingaan. Ik zie hem als een karikatuur van een geestelijke. Ik twijfel nog of zijn zalvende toon eerder zouteloos of zoetsappig is. Daarom mag ik graag naar zijn toespraken luisteren omdat hij het zo zichtbaar bont maakt. Goh is een fervent tegenstander van het secularisme dat hij in zijn betogen telkens weer op de hak neemt. Dat is zijn missie. Ik ben een voorstander van het secularisme dat ik opvat als een politieke filosofie waarin levensovertuigingen en godsdiensten gelijkwaardig zijn onder de nationale rechtsstaat.

Goh stelt terecht dat mensen met verschillende levensovertuigingen elkaar uitsluitend op het gebied van de rede kunnen vinden. In de wet. Maar hij heeft ongelijk als dat betekent dat gelovigen of andersdenkenden daarmee bepaald of beperkt zijn. Dat zijn ze niet. Binnen de contouren van de rechtstaat hebben ze alle ruimte om hun overtuiging te volgen. Wat ze alleen niet kunnen is de rechtstaat vervangen door hun eigen levensbeschouwelijke rechtssysteem. Dat zou de teruggang naar de Middeleeuwen inhouden of een verplaatsing naar een theocratie zoals Iran. Goh doet opnieuw zijn betoog geweld aan door neerbuigend te zijn over degenen die niet in de God van Rome geloven. Hij meent dat ze alleen de menselijke rede hebben en suggereert dat ze daarom een moreel kompas missen. Dat is kwaadsprekerij en dommigheid van William Goh.

Mensen die niet in de God van Rome geloven kunnen behalve in de menselijke rede geloven in de mensheid, de natuur of de kunst. Met zijn reductie verklaart Goh zich tot een domoor. Hij ziet een dualiteit tussen een God en een niet-God en geselt de gelovigen die aan hem zijn toevertrouwd met die valse tegenstelling. Het is triest dat William Goh niet begrijpt hoe dom hij is. De Nederlandse theoloog Harry Kuitert zei het treffend: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen.’ Ofwel, ook de God van Rome is een constructie die door mensen gemaakt is. Het is het resultaat van de menselijke rede.

De Reuver is neerbuigend over het secularisme en de moderniteit

leave a comment »

De oud-predikant en oud-bijzonder hoogleraar geschiedenis van de gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond Arie de Reuver schrijft in zijn columnOok crisistijd is genadetijd’ van 4 april 2020 in het Reformatorisch Dagblad geen profeet te zijn om vervolgens tot de volgende uitspraak te komen: ‘Voor het gros van de hedendaagse bevolking is het leven voorbij zodra het hart het begeeft’. De Reuver geeft zijn interpretatie van de gevolgen van het secularisme en de moderniteit: ‘De geestesblik reikt niet verder dan de einder. Omdat er met het instrument van intellect en observatie geen land daarachter te bekennen valt, is het er ook simpelweg niet. Want zekerheid kun je in alle nuchterheid alleen maar hebben over dingen die te constateren en te vatten zijn. De rest is fictie en illusie. Zo luidt de slotsom van de moderniteit.’

De Reuver gooit een hoop overhoop en overtuigt naar mijn idee niet. Laat ik het anders zeggen, ik toon vanwege de sociale cohesie, de tolerantie voor anderen en de vrijheid van godsdienst respect voor zijn christelijk-gereformeerde gedachtengoed. Ofschoon ik het daar op maatschappelijke en ontologische gronden niet mee eens ben. Maar Nederland is een pluriform land met duizenden godsdiensten, levensovertuigingen, nihilistische of sceptische stromingen waar het onvruchtbaar is om elkaar de maat te nemen en te krenken.

Voor de duidelijkheid, de meerderheid van Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door religie. Ik respecteer dat De Reuver in deze column in een orthodox-christelijk medium voor eigen parochie preekt en daardoor wellicht selectief en kort door de bocht opereert en in eigen groepstaal vervalt. Het is hem gegund.

Maar ik vind het ongelukkig dat het gedachtengoed dat De Reuver aanhangt hem brengt tot neerbuigendheid jegens andersdenkenden en de moderniteit. Zijn suggestie is dat het secularisme leidt tot geestesarmoede en een platte levensvisie. Blijkbaar is het belijden van zijn christendom in eigen kring niet voldoende en acht hij het nodig om zich af te zetten tegen andersdenkenden. Waarom doet hij dat? Of uit deze opstelling blijkt dat het geloof van De Reuver niet overtuigend is en hij externe mikpunten nodig heeft om het legitimiteit en reliëf te geven waarmee hij zich in eigen kring kan waarmaken is de vraag die hij zelf het beste kan beantwoorden.

Het is niet dat De Reuver verweten hoeft te worden dat hij bewust een verkeerde interpretatie geeft van het secularisme. Het is zijn goed recht om iets niet te begrijpen of om kerkpolitieke redenen net te doen alsof hij iets niet begrijpt. Hierin staat hij als orthodoxe christen niet alleen. Het secularisme is een politieke filosofie waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen als gelijkwaardig worden beschouwd en door de nationale rechtsstaat gegarandeerd zijn. Het secularisme is niet pro- of anti-religieus, maar neutraal jegens alle religies en levensovertuigingen. Het laatste jaar blijkt dat duidelijk in het publieke debat in India waar de moslims een beroep doen op het secularisme omdat ze door de nationalistisch-hindoeïstische regering van premier Moti in het nauw worden gebracht. Hij dreigt hun hun grondrechten te ontnemen. Het secularisme biedt bescherming voor niet-dominante godsdiensten die geen staatsgodsdienst zijn of van de staat een voorkeursbehandeling krijgen. Wat De Reuver verweten kan worden is dat hij onnodig het secularisme en de aanhangers ervan tracht te kleineren. Hiermee geeft hij geen positief beeld van de stroming van het christendom die hij aanhangt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnOok crisistijd is genadetijd’ van Dr. A. de Reuver in het Reformatorische Dagblad, 4 april 2020.

%d bloggers liken dit: