George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘God

Welvaartsevangelie klopt geld uit zakken van gelovigen en sluist dat door naar voorgangers van protestant-christelijke organisaties

leave a comment »

Is voorganger Tom de Wal van het protestant-christelijke Frontrunners Ministries op z’n best een manipulator en op z’n slechts een oplichter? Hij vraagt geld aan gelovigen, want geld is invloed, zo stelt hij. Maar invloed van wie? Van de organisatie van Tom de Wal, van de gelovigen, van het christelijk protestantisme of van God? Tom de Wal is de enige bestuurder en voorzitter/secretaris/penningmeester van Stichting Frontrunners.

Zijn betoog bestaat uit twee delen die niet logisch samenhangen. Het eerste deel bestaat uit De Wals bewering dat de christelijke God tot veel in staat wordt geacht. Het Woord van God kan volgens De Wal huwelijken of mensenlevens redden. Dat is een aanname die niet getoetst kan worden en daarom waar en onwaar kan zijn. In het tweede deel zegt De Wal dat als ‘wij’ geen geld hebben om invloed uit te oefenen dat dan het Woord van God niet naar buiten kan worden gebracht. De niet zo stilzwijgende oproep is dat gelovigen geld moeten overmaken naar de Stichting Frontrunners omdat anders het Woord van God niet gehoord kan worden.

Met dit bedelen om geld bij gelovigen plaatst Tom de Wal zich in de traditie van het welvaartsevangelie. Dat bevestigt hij in video’s die er een lans voor breken. Zoals in ‘7 argumenten tegen het welvaartsevangelie weerlegd van 10 juli 2019. In de VS wordt dat ‘prosperity gospel’’ genoemd dat tot een bloeiende business is geworden waar kerkleiders van profiteren. Het is een protestant-christelijke dwaalleer die een grote mate van materiële rijkdom en gezondheid in dit leven belooft aan wie gelooft. Hebzucht en geldzucht verdringen God. Zo wordt geld uit zakken van gelovigen geklopt dat verdwijnt in zakken van de bedelende en dreigende voorgangers die op slinkse wijze geld van gelovigen aftroggelen. Zwendel dus. De Wal heeft de geldklopperij gemoderniseerd door het in bovenstaande video te koppelen aan de invloed die gekocht moet worden om het Woord van God te verspreiden. Maar hij blijft ermee binnen de traditie van het welvaartsevangelie.

Een video op het YouTube-kanaal Bijbelstudie & Bijbelse Wetenswaardigheden waarschuwt op het eind tegen de praktijken van het welvaartsevangelie: ‘Nergens blijkt uit dat God zijn volgelingen beloont met materiële voorspoed en rijkdom. Nergens vragen Jezus of zijn volgelingen ook om geld. Om er vervolgens zelf goed van te leven. Of er een salaris uit trekken. De enigen die er beter van worden in deze tijd zijn de voorgangers en medewerkers die in dienst staan van kerkgenootschappen die tienden verlangen of hun leden constant pressen tot het geven van financiële bijdragen. Mijn advies is, mensen trap er niet in. Want zij zijn de enigen die wel varen bij het door hen verkondigde welvaartsevangelie. Verlaat zulke kerkgenootschappen en ga op zoek naar een gemeenschap waar men niet aast op uw geld of u verplicht (..) om geld te geven’.

Het enige commentaar bij deze video van ene Count Ravendonk is veelzeggend, maar ook pijnlijk naargeestig: ‘De Pastor vaart er dik wel bij van alle donaties en tienden geldgeile schoften zijn het, bij mij kwam meneer de Pastor zelfs langs om te kijken wat ik in huis heb om te kijken of er 10% van mijn inkomen te scoren was!!! Ik ben blij dat ik het Gristendom verlaten heb, alles is nep in aan en om het Gristendom. Ik heb nog nooit grotere hypocriete en schijnheilige lui ontmoet dan de Gristen! Oh ik wil 13 jaar van mijn leven terug!’

De directe aanleiding voor dit commentaar is een interessante ontwikkeling in de VS. De Israëlisch-Canadese voorganger van de Pinkstergemeente Benny Hinn zegt het ‘prosperity gospel’ achter zich te hebben gelaten omdat ‘de Heilige Geest het beu zou zijn’ . Zie video. Pastor James Pittman van de New Hope Community Church in Palatine vraagt zich in een video van zijn kanaal For Such a Time As This ‘voorzichtig’ af wat er aan de hand is met Hinn. Is zijn afstand nemen van het welvaartsevangelie gemeend of een middel om extra aandacht te trekken voor zijn winkel? Hinn is er zogezegd klaar mee, maar biedt nog wel volop produkten ter verkoop aan. Een CD met Gods Woord (Speaks Healing) voor 15 USD of een Divine Healing DVD voor 75 USD.

Foto: Schermafbeelding van de winkel (shop) This Weeks Featured Products; Special Offers on This Is Your Day! van Benny Hinn op zijn site Benny Hinn Ministries.

Advertenties

College voor de Rechten van de Mens zegt dat overheid en rechter niet op stoel van de theoloog moeten zitten, maar deed dat zelf wel

leave a comment »

Op 13 december 2017 schreef ik bovenstaand commentaar over een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Het ging om Michael Afanasyev die in piratenkostuum wilde promoveren aan de TU Delft vanwege zijn godsdienstige overtuiging. Dat verzoek werd afgewezen door het College voor Promotie van de TU Delft. Daarop was hij naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt, maar kreeg nul op het rekest. Hij is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Voor de volledigheid, ik ben ingeschreven als lid en mag mezelf ‘Pastafarian’ bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster noemen.

Ik had geen goed woord over voor het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en kwalificeerde het als dubbelhartig. Ik schreef: ‘Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen’ en ‘Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft’. Mijn conclusie: ‘Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.’

Op 1 augustus 2019 heeft het College de toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ geplaatst over het zogenaamde ‘boerkaverbod’ dat per 1 augustus 2019 is ingegaan en onder meer dragers van een boerka of niqaab om zich met gezichtsbedekkende kleding te begeven in overheidsgebouwen, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en het openbaar vervoer. In die toelichting zegt het College onder meer:

Het lijkt er sterk op dat het College met twee maten meet. Het neemt het op voor degenen die zich laten inspireren door de islam, maar laten degenen die zich laten inspireren door de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in de kou staan. Dat is niet de soort onpartijdigheid en ‘kleurenblindheid’ volgens welke dit College zou moeten opereren en lijkt sterk te wijzen op juridische willekeur en politieke voorkeur. Overigens zijn de oordelen van het College niet bindend en wordt het gezag ervan niet breed maatschappelijk aanvaard.

Bij het oordeel over Michael Afanasyev zegt het: ‘Het College oordeelt dan ook dat uit de Open Letter van Henderson noch uit de praktijk blijkt dat het dragen van een piratenkostuum tijdens een promotiezitting, als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd’. Maar in de toelichting op het boerkaverbod zegt het College: ‘Het recht op godsdienstvrijheid is een fundamenteel recht dat onder meer is opgenomen in artikel 6 van de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, art. 9). Dit recht beschermt ook het in het openbaar manifesteren van een godsdienst, onder andere door het dragen van bepaalde kleding of  hoofdbedekking. De gezichtssluier wordt gezien als een uiting van een godsdienst (islam). Dat niet alle moslims dit zo zien of alle moslimvrouwen er een dragen, is daarbij niet relevant. De overheid of rechter mag namelijk geen inhoudelijke oordeel vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten. Als een groep van moslims meent dat het dragen van een gezichtssluier een religieuze uiting is en de gezichtssluier door een groep vrouwen wordt gedragen, dan valt dat onder de bescherming van de vrijheid van godsdienst.’

In de toelichting op het boerkaverbod haalt het College het eigen oordeel over Afanasyev onderuit. Het College zegt in de toelichting terecht dat de ‘overheid of rechter geen inhoudelijk oordeel mag vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten’. Maar in het oordeel over Afanasyev doet het College precies dat: het gaat op de stoel van de theoloog zitten als het oordeelt wat als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd. Hoe kan het College in de toelichting op het boerkaverbod stellen dat overheid op rechter niet op de stoel van de theoloog mag gaan zitten terwijl het dat in het oordeel 2017-145 over Afanasyev wel deed? Dit roept niet zozeer de vraag op hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de aanhanger van een geloof moet zijn om juridisch goedgekeurd te worden een geloof aan te hangen, maar hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de oordelen van het College van de Rechten van de Mens zijn. Dit raakt aan onzorgvuldigheid en politieke willekeur van het College.

De toelichting kan nog met een andere uitspraak worden verbonden, namelijk uitspraak 201707148/1/A3 van de Raad van State van 15 augustus 2018 waar ik in twee commentaren fundamentele kritiek op had. Zie hier en hier. In dat laatste commentaar schreef ik: ‘De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.’

De toelichting van het College geeft ondersteuning voor mijn kritiek op de Raad van State die op de stoel van de theoloog is gaan zitten. Dezelfde kritiek had ik op een uitspraak van 15 februari 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch waar ik dit in een commentaar benadrukte: ‘Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken (..).

Instituties vertegenwoordigen de status quo. Het is goed dat ze continuïteit waarborgen omdat er anders wanorde zou ontstaan. Maar soms dringen maatschappelijke ontwikkelingen sneller op naar het centrum van de samenleving en worden er geaccepteerd zonder dat de instituties dit tijdig voorzien en er passend op reageren. Dan ontstaat een maatschappelijk ervaren ongelijkheid. Dat gebeurde bij de opkomst van de Provo-beweging eind jaren 1960. Het gezag liep achter de feiten aan en wist enkele jaren met zichzelf geen raad.

Het lijkt er sterk op dat sinds de jaren 1990 de ontkerkelijking, individualisering, opkomst van sociale media en de reactie op de gedeeltelijke restauratie van orthodox-religiositeit zo’n nieuwe breuk in de samenleving hebben gecreëerd. Instellingen als het College voor de Rechten van de Mens, de Raad van State en lokale rechtbanken lopen mede door de personele invulling met oudere medewerkers die zijn opgevoed met traditionele waarden en godsdiensten achter op wat de samenleving verlangt. Het is een kwestie van tijd voordat dat rechtgetrokken wordt en deze instellingen tot het volle besef over hun achterstand komen. De conflicterende oordelen bij het College voor de Rechten van de Mens duiden op die overgangssituatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarKwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief’ van George Knight, 13 december 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ van het College voor de Rechten van de Mens, 1 augustus 2019.

Amerikaans onderzoek wijst uit dat witte evangelicals minst bereid zijn om vluchtelingen toe te laten. Waar is hun moreel kompas?

with 5 comments

Zullen we één ding afspreken als geestelijke leiders of sympathisanten van religieuze organisaties claimen dat er zonder God geen moraal is? Het is dat soort meningen dat in talloze artikelen in Trouw of christelijke media die overtuigd zijn van de eigen voortreffelijkheid – die wellicht even wat minder naar buiten komt maar in de kern als aanwezig wordt verondersteld – wordt geponeerd zonder dat het door enig onderzoek onderbouwd wordt. Het is verticaal nattevingerwerk. Zo zegt Mathilde van Meeuwen in 2010 in een opinieartikel: ‘Het christendom biedt een moreel kompas om die grondrechtelijke vrijheden in de hand te houden. De wet van God die Hij aan ons gegeven heeft, moet de absolute moraal blijven en die geboden moeten we nastreven.

Een onderzoek over de toelating van vluchtelingen van Pew Research Center dat in mei 2018 gepubliceerd werd laat zien dat degenen die het meest bereid zijn om vluchtelingen toe te laten de ‘unaffiliated’ zijn, dus degenen die niet bij een religieuze organisatie aangesloten zijn. Zeg maar de ongelovigen. Ze zijn in een verhouding van 65% voor en 31% tegen bereid om vluchtelingen tot hun land toe te laten. De groep die het minst bereid is om vluchtelingen toe te laten zijn de witte evangelicals. Ze zijn 25% voor en 68% tegen. Dat is in strijd met de Bijbel die zegt dat men vriendelijk tegen vreemdelingen moet zijn. Laat dat goed tot types als Mathilde van Meeuwen doordringen die er zo van overtuigd zijn dat het christendom een uniek moreel kompas biedt om te beslissen over goed en kwaad. Dit onderzoek kwam opnieuw in de publiciteit door een tweet van 8 juli 2019 van Pew Religion waarbij aan bovenstaand diagram een opsomming was toegevoegd:

Laten we afspreken dat we de claim op moraal door gelovigen voortaan afdoen als lachwekkend, potsierlijk, aanmatigend, onwaarachtig en in strijd met de feiten. Gelovigen hebben niet de wijsheid in pacht en evenmin hebben ze als enigen een moreel kompas of het best afgestelde morele kompas. Wat hun geestelijke leiders met hun zalvende woorden de gelovigen ook op de mouw spelden. Het is van de andere kant evenmin zo dat degenen die zich niet laten inspireren door religie als enigen een moreel kompas hebben. Dat is ook onzin.

Het lijkt wel zo dat niet-gelovigen meer vrijheid en bewegingsruimte hebben om grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Bijvoorbeeld over het toelaten van vluchtelingen. In hun individualisme kunnen ze zich niet verschuilen achter kerkelijke leiders. Ze moeten zelf nadenken en kiezen. Dat sluit het risico uit dat ze worden meegesleurd door radicaliserende kerkelijke leiders. En door politieke leiders die religie voor hun karretje spannen. De zogenaamde niet-gelovigen hebben hun eigen kompas dat niet wordt afgesteld door anderen. In elk geval niet in een georganiseerde en van boven opgelegde dwang die weinig ruimte laat voor eigen moraal. Zo kan de redenering van Mathilde van Meeuwen simpelweg omgekeerd worden: Het christendom biedt geen moreel kompas, maar legt dat op oneigenlijke gronden de gelovigen op.

Foto 1: Deel van artikelRepublicans turn more negative toward refugees as number admitted to U.S. plummets’ van Hannah Hartig op Pew Research Center, 24 mei 2108.

Foto 2: Deel van tweet van Pew Research Religion, 8 juli 2019.

Australische politici verkondigen dat ze geloven in de hel. Hiermee introduceren ze onjuist christelijke retoriek in de politieke ruimte

leave a comment »

Het is bizar dat in Australië politieke leiders zich tijdens een campagne in het openbaar uitspreken over de vraag of homoseksuelen naar de hel gaan. Dat deed de conservatieve premier Scott Morrison met tegenzin en oppositieleider Bill Shorten van de Labor Party uit politieke berekening. Shorten is katholiek opgegroeid en bekeerd tot de Anglicaanse kerk. Opmerkelijk is dat Australische politici ‘geloven’ in de hel en menen daar publieke uitspraken over te moeten doen. Shorten zei dat hij het onbegrijpelijk vindt dat hier over gesproken moet worden. Daarin heeft hij gelijk, maar anders dan hij het bedoelt. Hij vindt het vanzelfsprekend dat homoseksuelen niet naar de hel gaan en wil dat verkondigen, maar introduceert daarmee christelijke dogmatiek in een publiek debat dat daar niet thuishoort. Dit is een onderwerp uitsluitend voor in de kerk. Wat moeten de Australiërs die het idee van de hel onzinnig en geoormerkt voor een bepaalde godsdienst vinden en opteren voor de seculiere staat met dit christelijke gehakketak tussen Morrison en Shorten? Morrison werd tegen zijn zin door Shorten tot een uitspraak gedwongen en baalde ervan. Daar heeft Morrison groot gelijk in.

Christelijke wiskunde dat moet je niet willen, maar wordt mensen door God gegeven. Waar of niet waar?

leave a comment »

Volgens wiskundeleraar Ab van der Roest van het Ichtus College in Veenendaal bestaat christelijke wiskunde niet, maar toch ook weer wel. Het opvallende aan de argumentatie van zowel Van der Roest als de leerlinge die aan het woord komt is dat ze in een cirkel redeneren. Want ze beweren dat God ’in principe’ alles heeft geschapen, dus ook de wiskunde. Op die aanname bouwen ze hun betoog. Maar het is een erg flinterdunne hypothese. Zeker van een wiskundeleraar die zegt van zijn vak te houden en dat serieus uit te oefenen zou meer logisch inzicht en kritisch vermogen verwacht moeten worden. De wet van de spaarzaamheid leert dat ‘men niet het bestaan van iets moet veronderstellen als onze ervaringen ook op een andere manier kunnen worden verklaard’. De meest voor de hand liggende veronderstelling is dat God mensenwerk is. Daaruit volgt dat mensen de wiskunde hebben geschapen. Een wiskundeleraar die niet de eenvoudigste verklaring volgt, maar op speculatieve wijze onnodige ingewikkeldheid introduceert zonder voldoende bewijsvoering zet zijn betrouwbaarheid als logisch denker op het spel. Van der Roest mist een scheermes om optimaal te denken.

Evangeliste Anne Graham Lotz zegt door God genezen te zijn van borstkanker

leave a comment »

Mijn reactie bij een blogpost van de 70-jarige Amerikaanse evangeliste Anne Graham Lotz die na een behandeling voor kanker claimt door God genezen te zijn. Ze is de tweede dochter van de beroemde en invloedrijke evangelist Billy Graham. Lotz zei te voelen dat God haar na haar vijfde behandeling had genezen.

Volgens een bericht van The Christian Post werd in augustus 2018 borstkanker vastgesteld en begon de behandeling met chemotherapie in oktober 2018. In een controversiële uitspraak in een interview beweerde Lotz dat haar borstkanker mogelijk een waarschuwing was dat Israel gevaar liep om aangevallen te worden.

Het is het voorrecht van mensen die in de religieuze sector werkzaam zijn om zonder kans op tegenspraak en vanwege de vrijheid van godsdienst alles met alles te verbinden. Logica is nu eenmaal geen onderdeel van de leerstellingen van godsdienst. Lotz knoopt alles aan elkaar: kanker, Israël, ongeloof, God. Ik vind dat ze daarin te ver gaat en zichzelf er als ‘uitverkorene’ buiten had moeten houden. Hoe ethisch is het om de eigen ziekte in te zetten als middel tot zelfpromotie en religieuze propaganda? Daar spreek ik Lotz op aan in mijn reactie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel blogpost ‘RAISING HALLELUJAH’ van Anne Graham Lotz op Annegrahamlotz.org, 4 februari 2019.

Foto 2: Eigen reactie van 9 februari 2019 bij blogpostRAISING HALLELUJAH’ van Anne Graham Lotz

Onbewust wijst Nashville-initiator Piet de Vries erop dat religieuze organisaties geen ruggegraat hebben

with one comment

Dit citaat is afkomstig van voormalig predikant Piet de Vries uit een bericht van het AD van vandaag over de kritische reacties op de Nashville-verklaring over homoseksualiteit en transgenderisme. De Vries is verbonden aan de faculteit Religie en Theologie van de VU. DDS zet het citaat in een kader en onderstaande reactie is een antwoord op een artikel met dit citaat. De Vries heeft gelijk dat kerken zich moeten laten horen. Zeker als een maatschappij dreigt te ontsporen en gelovigen en niet-gelovigen opkijken naar de kerk als moreel kompas. Maar over welke ontsporing heeft hij het met zijn vergelijking tussen nazi- en genderideologie?

Want wat bedoelt De Vries met ‘genderideologie’? Hoe wordt volgens hem dat aan de christelijke kerken of de leden hiervan opgelegd? Het is begrijpelijk dat De Vries vanuit zijn religieuze overtuiging bepaalde standpunten afwijst. Daarvoor leven we in een pluriforme samenleving die als politieke filosofie het secularisme heeft dat godsdiensten en levensovertuigingen een gelijke plaats geeft, en onder de rechtsstaat die onder meer de grondrechten garandeert op het juridische vlak. Binnen die kaders mogen we met elkaar van mening verschillen dat het een lieve lust is. Daarom is onze veelzijdige en veelkantige samenleving ook zo boeiend. En altijd in beweging. Die zogenaamde genderideologie is dus uitsluitend voor intern gebruik. Als De Vries en zijn medestanders er niks mee willen, dan hoeven ze er niks mee te doen en kunnen ze het afwijzen.

De Vries en zijn medestanders wordt niets door iemand opgedrongen. Hij kan autonoom in eigen kring zijn. Hij wil echter meer, zo lijkt het. Namelijk bepalen hoe de samenleving ingericht is en hoe andersdenkenden zich naar zijn christelijke ideologie moeten voegen. Of in pure vorm of in de verwaterde vorm van het compromis. Die wens is terecht en begrijpelijk, want maatschappelijke organisaties zoals politieke partijen of religieuze organisaties zoals kerkgenootschappen mogen zich laten horen. Die ruimte hebben De Vries en de orthodoxe kerken op dit moment al. Vanwaar dan toch zijn angst om onder de voet te worden gelopen en zijn onrust die leiden tot een vergelijking met nazi-ideologie die feitelijk zegt dat hij geen recht van spreken heeft en hem een dictaat wordt opgelegd dat hij en de orthodoxe christenen vanwege levensgevaar moeten slikken?

Een bredere interpretatie van De Vries’ woorden is dat religieuze organisaties zich in de geschiedenis voortdurend in de luren hebben laten leggen door de wereldlijke overheid. Dat varieert van de vermenging van religie en politiek door de kruisvaarders tot het hedendaags knechten van hele volkeren uit naam van een godsdienst, zoals in Saoedi-Arabië. Religieuze organisaties waren en zijn tot op de dag van vandaag met één vinger te lijmen. Zij staan pas op tegen onrecht als dat het onrecht van de eigen religieuze organisatie is. Dat is de schijnheiligheid van religieuze organisaties die zingeving en ethiek ondergeschikt maken aan machtsvorming. Piet de Vries is duidelijk met zijn krakkemikkige en contra-productieve vergelijking. Het artikel ‘The Subversion of Christianity’ van Alan Cross droeg bij aan mijn meningsvorming over dit onderwerp.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDoorgedraaide Nashville-initiatiefnemer vindt homohuwelijk vergelijkbaar met het nazisme: ‘En de kerk zwijgt!’’ van Tim Engelbart voor DDS met een citaat van Piet de Vries, 8 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van eigen reactie bij artikelDoorgedraaide Nashville-initiatiefnemer vindt homohuwelijk vergelijkbaar met het nazisme: ‘En de kerk zwijgt!’’, DDS, 8 januari 2019.