Volgens CBS-onderzoek ‘Sociale samenhang en welzijn’ behoort bijna 60% niet tot religieuze groep. Opnieuw: hoe passen humanisten in de statistieken?


Schermafbeelding van deel artikelBijna 6 op de 10 Nederlanders behoren niet tot religieuze groep‘ van het CBS, 22 december 2022.

Uit nieuwe cijfers van het onderzoek Sociale samenhang en welzijn van het CBS met de stand van 2021 blijkt dat de mensen die zeggen niet tot een religieuze groep te behoren in een jaar tijd met 2,1% is toegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat 57,5% van de Nederlanders zich niet tot een religieuze groep rekent. Sinds 2015 neemt het percentage dat zich niet tot een religieuze groep rekent jaarlijks met gemiddeld 1 tot 2% toe.

De afname van het aantal mensen dat zegt Rooms-katholiek te zijn is in 10 jaar afgenomen van 26 naar 18,3%. Het aantal mensen dat zegt Protestant te zijn is in 10 jaar relatief minder afgenomen, van 17 naar 13,6%. Opvallend is dat het aantal mensen dat zich verbindt met de Islam is afgenomen van 5 naar 4,6%, hoewel deze cijfers door de jaren heen fluctuaties laten zien. Duidelijk is dat het aantal mensen dat zegt tot de Islam te behoren niet toeneemt. De ontkerkelijking werkt ook in deze categorie door.


Schermafbeelding van deel artikelBijna 6 op de 10 Nederlanders behoren niet tot religieuze groep‘ van het CBS, 22 december 2022.

Het onderzoek laat zien dat de verschillen tussen leeftijdsgroepen toenemen. Van de 18- tot 25-jarigen rekende 28% zich in 2021 tot een religieuze stroming, terwijl dat onder de 75-plussers 65% was. Alleen in de twee oudste leeftijdscategorieën boven 65 jaar verklaart nog een meerderheid tot een religieuze groep te behoren. Onder de 65 jaar verklaart de meerderheid zich niet tot een religieuze groep te behoren.

In december 2020 had ik in een commentaarCBS-onderzoek ‘Religie in Nederland’ is verwarrend. Het Humanistisch Verbond wordt gerekend tot ‘een andere christelijke geloofsgroep’ kritiek naar aanleiding van het CBS-onderzoek ‘Religie in Nederland’. Ik noemde dat onderzoek nodeloos verwarrend omdat  kerkelijke gezindte en levensbeschouwelijke groepering op een hoop worden geveegd. Waarom is dat nodig? Dat houdt onder meer in dat mensen die verklaren humanist te zijn indirect tot een religieuze groep worden gerekend.

Schermafbeelding van deel commentaar ‘CBS-onderzoek ‘Religie in Nederland’ is verwarrend. Het Humanistisch Verbond wordt gerekend tot ‘een andere christelijke geloofsgroep’, 18 december 2020.

De kritiek die ik in 2020 formuleerde over deze methodologische begripsverwarring die religie, pseudo-religie en niet-religie vermengt geldt in 2022 jammergenoeg nog steeds. Het blijft lastig te verklaren welke begrippen de onderzoekers van het CBS hanteren en waarom ze religie en niet-religie vermengen. De ‘andere gezindte‘ omvat 6.1%. Wat de humanisten in deze categorie doen is het raadsel van dit soort onderzoekers die zich blijkbaar gedwongen voelen om door te gaan op een ooit verkeerd ingeslagen weg en niet meer achterom kijken om hun eigen bias te herkennen.

Advertentie

Evangelist August Resner stelt dat het christendom geen religie is

Wat is in hemelsnaam de bedoeling van deze video die zegt dat het christendom geen religie is? Het is gemaakt door August Resner van GSKI Emmaus Bergen op Zoom. Dat is naar eigen zeggen een Nederlands-Indonesische, evangelische kerk gevestigd in de Emmauskerk in Bergen op Zoom. GSKI Emmaus wordt sinds januari 2020 geleid door Pastor August Resner.

GSKI (The Voice of the Gospel Church) is een synode of gemeenschap van Pinksterchristelijke kerken gevestigd in Indonesië, onder auspiciën van de Indonesische Pinksterkerken Association (PGPI). De Pinksterbeweging wordt tot het evangelisch christendom gerekend.

Resner meent dus dat het christendom geen religie is. De argumenten die hij voor dit uitzonderlijk standpunt geeft zijn lastig na te volgen. Zijn manier van redeneren valt te omschrijven als omcirkeling door te stellen wat het christendom volgens hem niet is. Zoals ‘het volgen van een reeks religieuze regels‘. Het christendom kent volgens hem ‘geen religieuze voorschriften‘.

Nog steeds weerlegt dat niet het breed aanvaarde uitgangspunt dat het christendom een religie is. Als we religie definiëren als een vorm van zingeving, het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, waarbij god centraal staat, gebaseerd op geloven in de leer van de religie, dan voldoet Resners beweging aan de belangrijkste kenmerken van religie. Behalve dat hij religie geen religie noemt.

Hij geeft toe dat de het bestaan van een god belangrijk is door te zeggen dat door bidden gelovigen een relatie tot god kunnen hebben.

Wat is volgens Resner het christendom dan wel? Hij noemt het ‘een verandering in de manier van denken‘. Of ‘verandering van filosofie van leven‘. Zo gaat Resner nog even door. Zijn verwijt is dat mensen de waarheid niet willen horen. Dat zijn ze niet ‘het uitverkoren volk‘.

Waarom zegt Resner dat het christendom geen religie is? Het lijkt erop dat hij afstand wil nemen tot de andere twee monotheïstische godsdiensten, het jodendom en de islam. Zijn christendom zou dan meer dan religie zijn. Dat is zijn claim.

Resner komt hoe dan ook niet over als een gelouterd theoloog of godsdienstsocioloog die godsdienst kan plaatsen in de ontwikkeling van de mensheid. Hij komt over als een religieus hobbyist die aan de hand van passages uit de bijbel en clichés een betoog opbouwt zonder dat hij tot een min of meer dwingende samenhang komt. Zijn korte overdenking hangt als los zand aan elkaar.

Toch is het interessant dat Resner het christendom niet ziet als religie. Dat doet denken aan Geert Wilders die de islam geen godsdienst, maar een ideologie noemt. Maar zover gaat Resner niet als hij over het christendom praat.

Hij mengt humanisme, kerkgang, een manier van leven en aan(bidding) tot een vehikel dat niet genoemd mag worden wat het is: religie. Als het christendom geen religie is, dan is August Resner geen duider van religie.

Maatschappelijke en theologische kritiek op kardinaal Eijk en zijn boek over de ethiek van huwelijk en seksualiteit

Tweets van Evelyn Noltus, 24 oktober 2022.

Er is rumoer en onduidelijkheid over uitspraken van de Utrechtse kardinaal (R.K.) Wim Eijk in het door hem geschreven boekDe band van de liefde’. De presentatie inclusief symposium ervan is geschrapt. In een bericht verwijst het Aartsbisdom Utrecht naar ‘om kardinaal Eijk moverende redenen‘. Dat geeft geen duidelijkheid, maar vergroot de onduidelijkheid. Het boek wordt voorgesteld als ‘Het standaardwerk over de ethiek van de Rooms-Katholieke Kerk op het gebied van huwelijk en seksualiteit‘ en is bedoeld als naslagwerk voor katholieke kerkdienaars.

RTV Utrecht zegt in een bericht over deze kwestie dat het ietwat smeuïg een ‘seksboek‘ noemt: ‘Wie de inhoudsopgave van ‘De band van de liefde’ bestudeert, ziet al snel dat geen onderwerp wordt geschuwd op het gebied van seksualiteit. Van prostitutie tot masturbatie en van pedofilie tot bestialiteit. Seksuele handelingen worden expliciet en technisch beschreven. Waarom eigenlijk?

Met name homoseksuele katholieken zeggen zich geschoffeerd te voelen door het boek omdat het ‘elke aansluiting met de samenleving mist en ook een beetje viezig en voyeuristisch is’. Het gezag van kardinaal Eijk als ethicus die voor Nederlandse katholieken het laatste woord heeft over huwelijk en seksualiteit wordt zo niet alleen betwist, maar hij wordt als persoon weggezet als verdorven. Dat voelt als wraak van degenen die jarenlang door de Nederlandse katholieke kerk in de ontaarde hoek werden geplaatst waar ze nu deze kardinaal plaatsen. Eijk krijgt een koekje van eigen deeg.

Fundamentele kritiek komt van Evelyn Noltes, de protestante predikante van de Johanneskerk in Leersum als ze over de gedachten van kardinaal Eijk in een interview in bovenstaande tweet zegt: ‘Ik probeer het open en respectvol te lezen. Maar haak af bij de stelling dat Gods zegen niet kan rusten op een homosexuele liefdevolle relatie. Wie bepaalt dat?

De kritiek verbindt ze direct met Eijks visie op homoseksualiteit en jammergenoeg niet met de theologische filosofie of het voor mensen mogelijk is namens God te praten. Op internet en in godshuizen wemelt het van de Godsfluisteraars die God tot eigen object maken. Dat benadrukt het idee dat God door mensen geconstrueerd is, terwijl deze Godsfluisteraars juist het omgekeerde willen aantonen. Die valkuil begrijpen ze niet. Kardinaal Eijk bekent zich ook tot Godsfluisteraar.

Toch slaat Noltes de spijker op de kop. Het namens God praten wat Eijk suggereert te doen ondermijnt de geldigheid van godsdienst omdat het de mystiek en mythologie van Gods bestaan eenzijdig verbreekt. Zoals zij zich afvraagt ‘Wie bepaalt dat?‘.

Wie namens God mag praten is de aloude spanning binnen godsdiensten. Dat gaat om macht en gezag. Want wie door de gelovigen aanvaard wordt als iemand die namens God mag praten heeft een scala aan argumenten die niet weerlegd kunnen worden om de gelovigen in het gareel te houden en de macht binnen de godsdienst te bestendigen. Het voorrecht van Eijk om namens God te praten wordt aangevochten door andere katholieke en niet-katholieke christenen. Dat tast zijn gezag aan.

Het betwisten van dit voorrecht is voor hem kwalijker dan de beschuldiging om als conservatief buiten de samenleving te staan of er merkwaardige standpunten over seksualiteit op na te houden. Het lijkt er sterk op dat Eijk met dit boek over ethiek zijn hand overspeeld heeft. Gelovigen volgen hem niet, terwijl de boek wel de brede pretentie heeft. Het is niet uitsluitend gericht op een harde kern van orthodoxe gelovigen die zijn dogmatiek blindelings volgen.

Kardinaal Eijk heeft met zijn boek op twee paarden tegelijk willen wedden, maar heeft zijn inleg verloren. Nederlandse gelovigen zijn allang verder getrokken. Ze wijzen zijn standpunten niet zozeer af, maar vinden ze niet meer relevant en van deze tijd. Eijk benadrukt met dit boek onnodig zijn eigen overbodigheid.

Antwoord aan Jelmer en ‘Alpha – Youth NL’ op de vraag of God bestaat

Jelmer of beter gezegd Alpha – Youth NL stelt vragen. Deze christelijke organisatie heeft op YouTube als ondertitel Fun, Faith, Food & Friendship. Deze alliteratie toont hedendaags. Het had ook Family, Father in Heaven, Freedom of Future kunnen zijn. Of wat dan ook.

Elke keuze is mogelijk. En maakt een profiel. Dat bepaalt de eigenheid van een christelijke organisatie die opereert op de drukbezette religieuze markt vol concurrenten.

Jelmer heeft een heleboel vragen. Toevallig stelt hij die aan AlphaYouth NL. Als hij ze hier had gesteld, dan had hij de volgende antwoorden gekregen.

  • Bestaat God? Ja, maar uitsluitend in de gedachten van gelovige mensen. God is een menselijke constructie die daarbuiten niet bestaat. God is geen verticaal, maar een horizontaal verschijnsel. Door mensen gemaakt. De God van Nederland heeft een andere identiteit dan de God van Italië of de God van Egypte. De identiteit van de God hangt nauw samen met de identiteit van de mensen die de God construeren. Dat verschilt per regio en periode.
  • Is er een hemel? Dat is een herhaling van de vorige vraag over het bestaan van God. De hemel bestaat uitsluitend in de gedachten van gelovige mensen. De hemel is een menselijke constructie die daarbuiten niet bestaat.
  • Waar ga je heen na de dood in het algemeen? Dat ligt eraan hoe men of een naaste beschikt over het gestorven lichaam. In Nederland gaan de meeste dode mensen naar de oven of in een kist de aarde in. Wie gelooft in een leven na de dood rekt de houdbaarheidsdatum van het leven oneigenlijk op. Het leven na de dood is een niet inlosbare constructie van kerkvaders en -leiders om gelovigen hoop te geven én gehoorzaam te houden.

Jelmer zegt dat er een klik in zijn hoofd was omgegaan waardoor hij dacht ‘Oké, er moet meer zijn‘. Het is niet duidelijk wat hij hiermee bedoelt. Meer dan wat?

Het beste antwoord is dat mensen in primitieve omstandigheden ooit hebben geprobeerd door de creatie van godsdienst met rituelen de leegte en eindigheid van het leven op afstand te houden. Dat schept en benoemt zin en troost, en geeft geestelijke stabiliteit door verbondenheid in een harde buitenwereld.

De constructie van een God of hemel werkt optimaal als de montage ervan uit het zicht wordt gehouden. Als zelfs wordt ontkend dat het een constructie is. De vragen van Alpha -Youth NL moeten opgevat worden als het verhullen van de menselijke constructie die aan godsdienst ten grondslag ligt. Het stellen van vragen naar het bestaan of ontstaan is een spel van religieuze leiders dat ze spelen om de willekeur van de constructie waar ze deel van uitmaken legitimiteit te geven.

Op het niveau van het dagelijks geloof, gelovigen en een religieuze organisatie bestaan God en hemel. Er hoeft niet verder nagedacht te worden dan dat. Maar op een overkoepelend niveau dat gaat over het ontstaan van godsdienst bestaat God niet als een verschijnsel dat autonoom buiten die door mensen gemaakte constructie bestaat. Er is meer als de gelovige het fundament van het geloof ontkent. Dat meer is in zekere zin minder.

Hoe komt het dat kunst doet wat religie nalaat?

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Volgens columnist Hizir Cengiz is kunst de geslaagde en succesvolle versie van religie. Religie zou blijven hangen in verstarring. Kunst zou doen wat religie nalaat. Ik ben het met hem eens.

Maar dan moeten we religie en kunst wel eerlijk vergelijken. Want kunst kent vele varianten die ook lijden aan verstarring. En religie kent nieuwe, levendige, eigentijdse varianten, zoals de tegen de satire aanleunende Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Die nieuwe godsdiensten worden trouwens door de gevestigde godsdiensten en de verdedigers ervan niet tot de religiemarkt toegelaten. Daar worden zelfs de hoogste juridische middelen van de staat voor uit de kast gehaald.

Die verdedigende reflex ontstaat om de belangen van de traditionele godsdiensten te beschermen en het vooroordeel te onderstrepen dat een godsdienst belegen is en zich in de tijd bewezen moet hebben. Wellicht speelt ook mee dat de verdedigers van traditionele religie menen dat conventies en regels onmisbare pijlers onder de samenleving zijn.

De verklaring waarom kunst slaagt waar religie faalt ligt voor de hand. Kunst en religie putten uit dezelfde bron van het drama en de rituelen. Het zijn menselijke, creatieve constructies die proberen de zinloosheid, de leegte en de eindigheid van het leven op afstand te houden. Kunst slaagt daar beter in omdat het meegaander en buigzamer is. Kunst hoeft immers zichzelf niet te bestendigen.

Kunst is veelgelaagd en gefragmenteerd en kan zich voortdurend vernieuwen. Stromingen volgen elkaar op en kunstenaars becommentariëren elkaars werk. Er bestaan weliswaar kunstinstellingen die hun eigen voortbestaan belangrijk vinden, maar die bepalen niet wat de veelgelaagde kunst is.

Het tweeledig doel van de beeldbepalende monotheïstische godsdiensten verklaart grotendeels de verstarring. Want naast zingeving (‘de binnenkant‘) moeten godsdiensten door belangenbehartiging, het uitschakelen van rivalen, fondsenwerving, en marketing en publiciteit continu werken aan hun eigen voortbestaan (‘de buitenkant‘). Met ook nog eens het risico dat de buitenkant door wereldse leiders wordt gekaapt. Dat gevecht om continuering leidt tot starheid en verstijving. 

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Cengiz eindigt zijn commentaar met de persoonlijke noot dat hij nimmer vraagtekens bij zijn religie mocht plaatsen, want dat was ‘des duivels, bijna blasfemie‘. Dat is een juiste constatering van hem. Verstarring is onlosmakelijk verbonden met traditionele godsdienst. Het is er zelfs een bestaansvoorwaarde van. De vraag naar eigen ontstaan en herkomst is binnen traditionele religies een taboe. Die vraag mag niet gesteld worden. Terwijl in de kunst per definitie geen enkele vraag taboe is. Dat verklaart het verschil tussen kunst en religie.

In februari 2022 stelde ik in het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ over wegkwijnende kerken die door de ontkerkelijking niet meer onderhouden kunnen worden dat religieuze organisaties voortaan opgevat zouden moeten worden als culturele organisaties.

Het verschil tussen kunst en religie is historisch, dramatisch en functioneel minder groot dan het lijkt. Door de eeuwenlange dominantie van religie zijn ze uit elkaar gegroeid en is de overeenkomst uit zicht geraakt. Nu in West-Europa het belang van religie afneemt en kunst zich dynamisch handhaaft is het moment gekomen om ze weer als twee kanten van dezelfde medaille te gaan beschouwen.

Christelijke intolerantie in Tholen leidt tot een beklad regenboogzebrapad

Het zebrapad is beklad met verschillende leuzen. © Joop

Een regenboogzebrapad is in Tholen beklad. Aldus een bericht van 31 augustus 2022 van Omroep Zeeland.

Het regenboogzebrapad was door onbekenden gemaakt voor Emma Smits (23) Ze kwam tijdens haar deelname aan het tv-programma Au Pairs uit de kast en vroeg zich vervolgens op Instagram af waarom er in de gemeente Tholen nog geen regenboogzebrapad was. Welnu, Tholen kreeg er een en heeft dat geweten.

De bekladding verraadt met verwijzingen naar Hebreeuwse naam van God, YHWH, naar Sodom en Gomorra (Bijbel, Genesis 19) en naar de zonde (Bijbel, Romeinen 6:23) de christelijke achtergrond van de bekladder.

Het klinkt als een gedicht van een hedendaagse intolerante christelijke gelovige die geobsedeerd is door ontucht, schuld en zondebesef:

YHWH daar kun

je niet omheen

Sodom en

Gomorra

Stop de

Hoererij !!

Want het loon van

de zonde is de dood

De bekladding is waarschijnlijk bedoeld om niet-christelijke Tholenaren te intimideren. Zodat ze niet meer uit de kast komen en zich voortaan koest houden. Het kan ook een impulsieve daad zijn geweest van iemand die de emoties niet meer in de hand had. Zo’n bekladding maakt nog wat anders duidelijk. Namelijk hoe een christelijke gelovige zich op de kast laat jagen.

Regenboogzebrapaden hebben een symboolfunctie. Je hoeft de zin er niet van in te zien of het achterliggend gedachtegoed ervan te omarmen om ze te tolereren. Maar in Tholen is dat in dit geval niet gelukt. Daar heeft intolerantie het gewonnen van lankmoedigheid. Met dank aan het christelijke gedachtengoed die de bekladder van denkbeelden en dadendrang heeft voorzien die tot de bekladding heeft geleid.

Religieuze doping in Russisch-Oekraïense oorlog

Still uit een filmpje in een tweet van 14 juli 2022 op Nexta van een massabegrafenis van gestorven pro-Russische militairen in Loehansk die met een religieuze plechtigheid ter aarde worden besteld.

Hoe men ook over de Russisch-Oekraïense oorlog denkt en aan welke kant men staat, het zijn gouden tijden voor de georganiseerde godsdienst. Vooralsnog zijn ze met de wapenfabrikanten de enige winnaars.

Priesters zegenen militairen voordat ze ten strijde trekken en nemen afscheid van hen als ze op het slagveld zijn gedood. Dat is een win/win-situatie zonder aansprakelijkheid én  toerekeningsvatbaarheid.

Deze religieuze doping valt niet te rechtvaardigen én logisch recht te breien als de militair aan de ene kant op dezelfde manier als de militair aan de andere kant wordt gezegend om te vertrouwen op steun en bescherming van dezelfde God. Aan welke kant staat de God van Rusland of Oekraïne in hemelsnaam? Hoe steekt de goddelijke boekhouding in elkaar?

Het is een vals spel waar zo’n godsdienst zich welbewust toe leent. Er valt wat de schuldvraag betreft een onderscheid te maken tussen de agressor die een soeverein land binnenvalt en genoemd land dat zich tegen die agressor verdedigt. Dat religie in zo’n oorlog een hoofdrol speelt is een zwaktebod. Weg pluriformiteit, weg eigen verantwoordelijkheid, weg rationaliteit.

Wat zegt dat voor de militairen die een andere godsdienst of geen godsdienst belijden? Moeten ze tegen hun zin meedoen aan de poppenkast waar ze niet in geloven? Dat zou nog wel eens averechts kunnen werken. Dat motiveert niet, maar ontmoedigt.

Tweet zonder details. Via Nexta, 14 november 2022.

De opgepoetste glorie van vaderland, leider en religie is bovenal misleidend. En misdadig van de wereldse en religieuze leiders. Religieuze bovenzinnelijkheid biedt geen oplossing voor de oorlogsvoering met raketten en beschietingen met artillerie. Sociologen hebben straks hun handen vol aan een onderzoek over het vertrouwen in God en de steun voor godsdienst bij een verloren oorlog. Wat waren alle mooie religieuze praatjes eigenlijk waard?

Men kan zich afvragen waarom militairen die deelnemen aan deze godsdienstige ceremoniën dit lijdzaam ondergaan. Ze weten dat de priesters een som presenteren die niet kan kloppen, maar als doodse bijfiguren geven ze inhoud aan het ritueel. Hun lot wordt er negatief door bepaald.

Gedachte bij de foto ‘Gottesdienst auf der Presenaspitze’ (1918)

Gottesdienst auf der Presenaspitze‘, 1.1.1918. Collectie: ÖNB (Österreichische Nationalbibliothek).

Godsdienst. We raken er niet over uitgepraat. Wat is de functie ervan en wanneer gaat het die te buiten? Vooral daarover raken we niet uitgepraat. We hebben het antwoord niet.

Wie terugkijkt ziet een Oostenrijkse kerkdienst op de top van de Presena-gletscher. Begin 1918. Nu in de Alpen in Trentino ten noorden van het Garda-meer. Moest de dienst troost bieden? Italië won van Oostenrijk-Hongarije de harde strijd in de bergen. Wie weet hadden de Italianen harder gebeden.

Op de foto wonen Oostenrijkers, Hongaren, Kroaten, Bosniërs, Tsjechen, Slowaken, Slovenen en anderen een kerkdienst in het veld bij. Wat er gezegd werd en wat of wie werd aangeroepen weten we niet. We kunnen het vermoeden. Want het past in een patroon. Voor de overwinning in de strijd, de bescherming van en het vertrouwen in God en zelfbehoud. Zoiets zal het wel geweest zijn.

Religieuze doping dus. Alle strijdende partijen dienden het hun troepen toe. Zie hier het commentaar ‘Religieuze doping, commercie en oorlogspropaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog: ‘A Church Service On The Battle Field’ (1916)‘ over de reconstructie van een Britse kerkdienst voor het thuisfront.

De groep Oostenrijkse militairen in donkere jassen in de witte sneeuw toont verlaten. In de steek gelaten. Geïsoleerd. Onzalig in zaligheid. Het contrast tussen zwart en wit verhardt hun noodlot. Zo legt de fotograaf het vast. We raken er niet over uitgepraat. In onze horizontale spitsvondigheid.

Quest Historie noemt in artikel over scheppingsverhalen van culturen het christendom niet

Schermafbeelding van een deel van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van Guido Hogenbirk voor Quest Historie, 10 mei 2022.

In een wachtkamer las ik vanochtend nummer 3/2022 van Quest Historie. Een publicatie van Hearst Netherlands. Goed verteerbare stukken over geschiedkundige onderwerpen. Prima voor een wachtkamer waar men elk moment opgeroepen kan worden. Hoewel ik de Donald Duck prefereer.

Eén artikel viel me op. Dat ging over de scheppingsverhalen van negen afzonderlijke culturen die in het verlengde daarvan ermee hun eigen denkrichting en beweging benadrukken. Het is een bewerking van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van 10 mei 2022 dat hierboven wordt genoemd.

Iedere cultuur komt met een eigen verhaal dat cultureel bepaald is en niet zozeer iets verduidelijkt over het ontstaan van de wereld, maar eerder over de eigen cultuur. Die wordt vertaald naar dat scheppingsverhaal zodat het de leden van de betreffende culturele groep aan wie het gericht is kan motiveren, binden en upgraden, zoals het in termen van fondsenwerving en marketing heet.

Kortweg gezegd, een cultuur die gericht is op zee, vertelt het scheppingsverhaal met water, stormen en boten. Terwijl een cultuur die midden in tropisch oerwoud leeft het scheppingsverhaal vertelt aan de hand van bomen, dieren en natuur die in dat oerwoud voorhanden zijn. Zo evident is dat.

Omslag van Quest Historie, nr. 3/ 2022.

Opmerkelijk is dat in de reeks culturen het christendom ontbreekt. Terwijl dat een scheppingsverhaal heeft met fantastische constructies die de verbeeldingskracht van de Griekse mythologie, Walt Disney, John Ronald Reuel Tolkien en de gebroeders Grimm evenaren, zo niet te boven gaan. Juist het christendom maakt de Europese en West-Aziatische cultuur aanschouwelijk en toont de diepere motieven en drijfveren ervan.

De vraag is waarom Quest Historie het christendom niet in de reeks noemt. Is dat echt omdat we ‘het inmiddels wel kennen’, zoals de inleiding bij het artikel van Hogenbirk zegt? Hhmm.. Er dringt zich een andere verklaring op. Namelijk dat de redactie van Quest Historie het christendom in de eigen kolommen liever niet direct vergelijkt met de ontstaansgeschiedenis en de scheppingsverhalen van Inca’s, Noormannen, Hindoestanen. Oude Egyptenaren en andere culturen om het beeld niet te verstoren dat het christendom buiten categorie is.

Toch lijkt dat een te gemakkelijke verklaring omdat in het archief van Quest Historie artikelen zijn terug te vinden die kritisch zijn op het christendom en het bestaan van God. Zoals het artikel Kunnen we ooit bewijzen dat er een god bestaat?‘ uit 2019 dat in een apart kader zegt: ‘Een god is handig als je mensen zich aan de regels wilt laten houden‘. Met deze uitspraak nagelt Quest Historie kern en considerans van de aard van godsdiensten treffend vast.

Waarom ontbreekt het christendom dan in de reeks scheppingsverhalen en mythologieën van culturen? Het is beredeneren waarom dat is, maar het lijkt eerder een geval van beeldvorming waar Quest Historie van weg wil blijven dan van een inhoudelijke overweging om het christendom buiten schot te laten en niet in een rijtje met scheppingsverhalen van andere culturen te zetten. Typisch is namelijk dat redacteuren van Quest Historie zich doorgaans laten kennen door een welhaast ideale seculiere opstelling.

Een andere verklaring kan zijn dat Quest Historie de lezer verstandig genoeg acht om een vergelijking tussen culturen met hun scheppingsverhalen en het christendom te maken. Daarom kan het christendom ongenoemd blijven omdat het de nulmeting is. Van de lezer wordt verondersteld dat hij of zij voldoende kennis over het christendom heeft om het scheppingsverhaal van het christendom erbij te betrekken én te relativeren.

Uit de opsomming van culturen met hun scheppingsverhalen blijkt dat het scheppingsverhaal van het christendom niet uniek is en er een van vele is.

De cynicus kan er nog het volgende aan toevoegen: Zoals de verschillende culturen elkaar met hun afzonderlijke en sterk van elkaar afwijkende scheppingsverhalen uiteindelijk zijn gaan beconcurreren op een (pas laten ontstane) druk bezette en lucratieve religiemarkt, zo heeft Quest Historie te dealen met concurrentie op de niet meer zo lucratieve tijdschriftenmarkt. Het is waardevol dat op de populaire tijdschriftenmarkt voor een breed publiek dit soort zware onderwerpen lichtvoetig wordt behandeld. Passend voor de wachtkamer.

De christelijke misleiding van Robert van Mierlo: ‘zegen je vijanden met een heilige achtervolging van de liefde van God’

Eerder schreef ik in maart 2020 in een commentaar over de christelijke autodidact-prediker Robert van Mierlo het volgende: ‘Het is gewenst dat hij met zijn onzin van sociale media verbannen werd. Want zijn misleiding zet in de huidige noodsituatie de mensen die hij inspireert op het verkeerde been, stelt hen onterecht gerust en sust hen in slaap. Predikers als Van Mierlo beroepen zich op de vrijheid van godsdienst en hebben de wettelijke ruimte om hun wartaal te verkondigen‘.

Robert van Mierlo zwijgt echter niet omdat spreken zijn verdienmodel is. Zelfbenoemde amateur predikers als Van Mierlo zijn de grootste belagers van serieuze godsdiensten. Want ze stellen godsdienst in een kwaad daglicht met hun simplisme en complotdenken.

Critici van godsdiensten vinden in Van Mierlo hun medestander. Hij is zonder dat hij het beseft de provocateur die het omgekeerde bereikt van wat hij claimt te beogen. Namelijk het uitdragen van de christelijke leerstellingen en het vergroten van het bereik en begrip ervoor.

Wat Robert van Mierlo zegt lijkt op het eerste gezicht zinnig, maar is bij nader inzien onzin. Zijn betoog is niet gebouwd op het verbinden van argumenten die onherroepelijk tot een conclusie leiden, maar op het afschieten van losse flodders die alle kanten op vliegen. Hij weet zijn triviale uitspraken geen meerwaarde te geven. Ook niet in symbolische zin. Het is wartaal.

Neem de volgende beweringen uit het begin van bovenstaande video die als los zand aan elkaar hangen. Van Mierlo stapelt, blijft stapelen en lijkt niet te weten wat hij met die gestapelde beweringen wil zeggen:

Maar de afgelopen twee jaar heb ik eigenlijk heel veel zoveel onrecht gezien door alles wat zich openbaart in deze tijd wereldwijd, maar ook in ons eigen land. Ik denk aan wat wat ja wat zich openbaart in het kindermisbruik en hoe de regering daarmee omgaat. De corruptie die steeds meer geopenbaard wordt. De schandalen die steeds meer aan het licht komen, in ons land, maar ook wereldwijd. De corruptie, de censuur, er zijn zoveel dingen aan het licht aan het komen. En dat kan mij soms ontzettend boos maken en gefrustreerd en ja, een een gevoel van van soort van machteloosheid en … eehhh … ja dat is dus precies wat wat de duivel wil. Dat wij in die boosheid blijven hangen, dat we dat er dat we gaan haten dat we in die negatieve energie terechtkomen, maar dat we in angst gaan zitten dat we ons hopeloos gaan voelen, maar dat is niet wat Jezus ons leert‘.

Zo kabbelt Van Mierlo voort. Zoekend en manoeuvrerend door de Nederlandse grammatica. Volgens hem is het onrecht niet terug te brengen tot een mens, maar is ‘onze vijand is de geestelijke machten achter die mens. Want ook die mens, die op een verschrikkelijke manier misschien handelt, die wordt ook weer aangestuurd door hogere duisteren krachten‘.

De aap komt uit de mouw als Van Mierlo zegt dat God hem een gebed heeft gegeven. Hiermee hijst hij zichzelf op het schild van religieuze belangrijkheid. Ermee kun je volgens deze autodidact-prediker ‘je vijanden zegenen en op een heel krachtige manier dat en je eigenlijk in dat hele simpele gebed bidt voor hun ziel, dat ze tot behoud komen, maar tevens is dat gebed ook heel krachtig om het onrecht tegen te houden. Omdat het iets in werking zet in de geestelijke wereld waardoor een proces op gang komt dat het de duisternis niet zo maar door kan gaan‘.

Dat gebed dat volgens Van Mierlo hem door God is gegeven luidt als volgt: ‘Ik zegen deze persoon met een heilige achtervolging met de liefde en het licht van God in Jezus’ naam‘.

Volgens Van Mierlo kan de persoon die gezegend wordt ‘met een heilige achtervolging met de liefde en licht van God‘ na deze zegening ‘niet meer langer door kan gaan in zijn onrecht‘ omdat hij ‘zijn geweten gaat voelen‘.

Uiteraard mag Van Mierlo binnen het parallelle universum van het christendom zijn eigen parallelle universum construeren. Alleen, zijn antwoord om het onrecht te bestrijden heeft geen praktisch nut en trekt zijn volgers nog dieper in een schijnwereld die een oplossing om het onrecht te bestrijden niet dichterbij brengt, maar juist verder uit beeld laat verdwijnen.

Wellicht werkt de bestrijding à la Robert van Mierlo van het onrecht door het uitspreken van een Goddelijke zegen in beperkte mate in de christelijke eigen kring waar de Bijbelse taal begrepen en nageleefd wordt, maar hij pretendeert meer en zou er goed aan doen om de voorwaarden van de werking van zijn claims voortaan als disclaimer bij zijn video’s te zetten. Zijn claim van alomvattendheid maakt het er potsierlijk op omdat het aantoonbaar niet werkt.

Zoals altijd bij dit soort video’s van christelijke predikers die zich beroepen op de liefde van God vraagt Robert van Mierlo om geld om ‘Gods liefde uit te dragen‘. Onmiskenbaar over hem is dat christelijk dilettantisme een verdienmodel is. De nonsens waarmee hij het omkleedt kan op de koop toe worden genomen door de volgers die zich er aangetrokken toe voelen en ermee heilig achtervolgd wensen te worden.