Als Trouw nuance zoekt in inhoud, dan kan het de nuance in het begrippen- en woordgebruik niet achterwege laten

Schermafbeelding van deel artikelDe seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’ in Trouw, 5 april 2021.

Trouw is een dagblad dat veel aandacht geeft aan religie. Dat gebeurt vanuit een religieus perspectief en is niet altijd als zorgvuldig te omschrijven. De framing zitten de journalistieke onpartijdigheid en het professionalisme in de weg. Trouw zit gevangen in de vooroordelen van een traditie waarin oude woorden hun betekenis hebben. In elk geval roept lezing van Trouw dat beeld bij mij op.

Neem nou bovenstaand artikel dat als kop heeft ‘De seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’. Waarom kiest Trouw deze kop? Er had ook kunnen staan: ‘De gematigde en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’.
Het wordt en nog vreemder op als in de introductie van dit artikel staat: ‘De spanning tussen orthodoxe religieuze minderheden en de liberale meerderheid groeit.’ Wat moet onder ‘de liberale meerderheid‘ verstaan worden? Zijn dit alle niet-orthodoxe gelovigen? Omvat dit ook de sociaal-democraten, rechts-radicalen, christen-democraten en anarchisten? Trouw maakt het niet duidelijk. Dit is blijkbaar geheimtaal in de eigen kring die buitenstaanders niet kunnen ontcijferen.

Want wat wordt hier nou bedoeld met ‘liberaal’? Is dat volgens het jargon van de protestante christenen een omschrijving van vrijzinnig of onorthodox? Maar waarom scherpt Trouw dan een tweedeling tussen orthodoxe gelovigen en vrijzinnigen aan die als zodanig in de samenleving niet bestaat en laat het de niet-orthodoxe gelovigen ongenoemd?

Wat gelovigen met ‘seculier’ bedoelen is evenmin altijd duidelijk. Vaak gebruiken ze het in de minachtende betekenis ’wereldlijk’ als tegenstelling tot religieus of godsdienstig.

Dat is problematisch als ermee de politieke filosofie van het secularisme wordt bedoeld die vanuit de christelijke flanken indirect onder vuur wordt genomen. Secularisme houdt in dat alle geloven en levensovertuigingen in gelijke mate onder de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd. Het secularisme is niet anti-religieus of pro-‘seculier’. Het secularisme is perfect neutraal. Het secularisme is de vertaling van rechtsstatelijkheid op het gebied van geloof en levensovertuiging. Degenen die zich verzetten tegen het secularisme door dat ter discussie te stellen of verdacht te maken verzetten zich tegen de rechtsstaat. Uiteraard zien ze dat zelf anders in hun eigen belangenbehartiging.

Feit is dat vooral orthodoxe christenen ten onrechte claimen dat het secularisme anti-religieus is. Vanuit hun beperkte opvatting is dat logisch. Het heeft ermee te maken dat ze het secularisme als zodanig niet aanvaarden omdat het te beperkend zou zijn voor het in de volle breedte belijden van hun geloof. Want als geloof en samenleving één zijn, dan staat een politieke filosofie die ruimte geeft aan andere geloven en levensovertuigingen die vereniging van eigen geloof en samenleving in de weg. Voor die volle breedte van de orthodoxe christenen moeten andersdenkenden wijken, zoals dat in de moderne Nederlandse geschiedenis altijd het geval was. Dat was staande praktijk totdat in de tweede helft van de 20ste eeuw de ontkerkelijking op gang kwam met als gevolg dat nu een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door het geloof. Daarom wijzen deze orthodoxe christenen ook de moderniteit af.

De paradox is dat Trouw weliswaar afstand neemt van de kritiek op het secularisme dat uit orthodox christelijke hoek komt, maar geen afstand neemt van de framing en het jargon van deze orthodoxe christenen. Hiermee neemt Trouw inhoudelijk een ruimdenkende, pluriforme positie in die door het woordgebruik en het misleidend gebruik van begrippen niet past bij de inhoud, voor verwarring zorgt en haaks op de inhoud kan komen te staan. In elk geval buitenstaanders vragen zich vervolgens af hoe vorm en inhoud, ofwel formuleringen en ideologie zich tot elkaar verhouden.

Waarschijnlijk beseffen de trouwe lezers van Trouw, de doorgaans christelijke opinieleiders die Trouw artikelen leveren en de eindredacteuren van Trouw niet hoe gedateerd en verkeerd het gebruik van dit christelijk jargon is dat steeds minder past bij de inhoud. Dit jargon als relict van een oude nestgeur blijft daar bij achter en werkt verwarrend.

Mogelijk heeft het moeizame afstand nemen van dit christelijke jargon voor Trouw ermee te maken dat de conservatieve protestante media als het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad die economische en geestelijke rivalen zijn van Trouw er nog volledig in ondergedompeld zijn. Zowel in dat oude jargon als in traditionele standpunten die ermee samengaan. Dat maakt de positie van Trouw hybride. Met de pretentie om pluriformiteit van opinies te bieden zou Trouw ook voor de eigen lezers nauwkeuriger kunnen zijn door zorgvuldig om te gaan met de begrippen die zijn geworteld in het orthodoxe christendom en die in de kern een vaak stilzwijgend beeld van vijandigheid tegenover de 21ste eeuwse samenleving uitdrukken. Van dat laatste zou Trouw afstand moeten nemen.

Trouw zou er goed aan doen om in een Code alle medewerkers regels op te leggen via geformuleerde afspraken en op de hoogte te brengen van de journalistieke kernwaarden en de ideologie van Trouw. In zo’n Code kan omschreven worden wat het verstaat onder begrijpen als ’seculier’, het ’secularisme’, ‘orthodoxie’ en ‘liberaal’. Voor alle journalisten en eindredacteuren van Trouw is dan duidelijk dat het in vorm en inhoud ondubbelzinnig de rechtsstaat en het secularisme ondersteunt. Als Trouw de nuance zoekt in de inhoud, dan kan het niet achterblijven door de nuance in het woord- en begrippengebruik achterwege te laten. Dat wringt.

Onderzoeken over religie zijn een methodologische warboel. Minder dan helft van Britten kruist naar verwachting ‘christelijk’ aan in Britse volkstelling

Guardian graphic. Source: British Social Attitudes Survey (1983-2018)

Vandaag wordt in delen van het Verenigd Koninkrijk een volkstelling gehouden. Het vindt om de 10 jaar plaats. Schotland volgt vanwege COVID-19 in 2022. Er wordt ook een vraag over godsdienst gesteld. De verwachting is dat een kleine meerderheid van de Britse bevolking zal aangeven niet christelijk te zijn. Bij de vorige volkstelling in 2011 gaf 57,3% aan christelijk te zijn. Uit het British Social Attitudes (BSA) onderzoek uit 2018 blijkt dat zo’n 38% van de Britten verklaart christen te zijn. Dat is eeen aanzienlijk verschil in uitkomsten dat minder lijkt te zeggen over de demografische ontwikkeling van de Britse bevolking dan over de validiteit van de bevolkingsonderzoeken.

Een artikel in The Guardian onttrekt zich niet aan de methodologische verwarring door allerlei categorieën door elkaar heen te gebruiken. Want ‘niet christelijk’ en ‘niet religieus’ zijn geen exclusieve categorieën.

Ook wordt de vraagstelling van eerdere onderzoeken naar levensovertuiging bekritiseerd omdat het de zogenaamde ‘culturele christenen’ niet onderscheidt van belijdende christenen. Volgens recente kritiek van de Britse Humanisten leidt dat tot een te rooskleuring beeld van de christelijke aanhang. Het heeft onderzoek laten verrichten waaruit blijkt dat meer dan de helft van de mensen die verklaren christen te zijn niet of minder dan een maal per jaar een kerk bezoeken. Voor andere religies ligt dat percentage op 43%.

Hoe logisch is het dat deze grote minderheden van ‘culturele gelovigen’ binnen het christendom en andere godsdiensten aangeven tot betreffende godsdienst te behoren terwijl ze de regels van die godsdiensten niet volgen? Dat roept de vraag op tot op welk punt een geloof verwaterd kan worden om nog een geloof genoemd te kunnen worden en degene die zich erdoor laat inspireren een gelovige. Dat is financieel en economisch van belang omdat uit een volkstelling aspecten over planning, bouw van kerken en stedenbouw worden afgeleid.

De bovenstaande grafiek uit het BSA onderzoek is verwarrend en vertekenend omdat het allerlei categorieën door elkaar haalt: ’niet religieus’, ’Anglicaans’, ‘ander christelijk’, ‘katholiek’ en ’niet christelijk’. Die verwarring komt altijd terug in dit soort onderzoeken, ook van het Nederlandse CBS. De grootste groep ’niet religieus’ wordt niet onderverdeeld, terwijl dat voor christenen of religieus geïnspireerden van andere godsdiensten wel gebeurt. Dat heeft als gevolg dat mensen die ’niet religieus’ zijn zich in de vraagstelling lastiger kunnen identificeren.

In een commentaar naar aanleiding van het onderzoekReligie in Nederland’ van het CBS schreef ik in december 2020: ‘Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.’

Onzorgvuldige onderzoeken kunnen vehikels zijn om leugens te verspreiden. Vooral als het gaat over onderzoeken naar de levensovertuiging van mensen zijn de methodologische onzorgvuldigheden niet van de lucht. Dat hoeft geen moedwil te zijn van de onderzoekers, maar kan een gevolg zijn van het probleem om mensen over hun levensovertuiging een eerlijk antwoord af te dwingen. Wellicht is de ondervraagden onvoldoende uitgelegd wat de begrippen betekenen zodat ze er verschillende voorstellingen over hebben wat een geloof is. Wellicht zorgt hun cultureel conservatisme voor een maatschappelijk gewenst antwoord waarvan ze zelf weten dat het achterhaald is. Maar juist dan zou dat cijfer door statistisch onderzoek gecorrigeerd moeten worden. In zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk lijkt in statistieken over religieuze betrokkenheid en oriëntatie van mensen een vertekening van ongeveer 10 tot 15% te bestaan die de religieuze aanhang te hoog inschat.

In Amerikaanse gevangenis mag ‘sjamaan’ Jacob Chansley zijn geloof vrij uitoefenen

Men hoeft het niet eens te zijn met de politieke overtuiging en capriolen van de 33-jarige ‘sjamaan’ Jacob Chansley die op 6 januari 2021 door zijn uitmonstering met een gehoornde hoofdtooi en een speer van 1,80 meter veel media-aandacht trok bij de bestorming van het Capitool om toch waardering te hebben voor zijn religieuze geloof en hoe de Amerikaanse overheid dat respecteert. Chansley die in bewaring is gesteld is op zijn verzoek verhuisd naar een gevangenis in Virginia omdat die kan voldoen aan zijn verzoek voor een volledig biologisch dieet. Zijn advocaat had beoogd dat het sjamanistische geloof van zijn cliënt dat vereist. Hij zou in de gevangenis 10 kilo afgevallen zijn omdat hij weigerde niet-biologisch voedsel te eten.

Op deze uitspraak kwam kritiek omdat het om een verkleedpartij (‘cosplay’) zou gaan. Chansley zou zich de cultuur van inheemse volkeren toe-eigenen. Verder zou hij als witte, ultra-rechtse man bevoordeeld worden door het rechtssysteem, een recht dat etnische minderheden (Moslims, BLM) onthouden wordt. Afgelopen werken trok de zaak van Jenny Louise Cudd veel aandacht omdat ze als verdachte van dezelfde bestorming van het Capitool van een rechter toestemming kreeg om op vakantie naar Mexico te gaan.

De kwestie van het geloof van Jacob Chansley gaat over de vrijheid van godsdienst. Wat zijn de criteria waar de staat zich op dient te baseren als de burger onder verwijzing naar dat geloof een recht claimt? In de video noemt juriste Trudy Rushforth die een gids voor gevangenisfunctionarissen over het uitoefenen van religie in de gevangenis schreef dat het haar zou verwonderen als Chansley dit recht niet was toegekend. Oprechtheid is volgens haar voldoende. In de VS wordt het principe van vrije uitoefening van religie in de gevangenis serieus genomen.

Het verschil over deze kwestie van ‘nieuwe godsdiensten’ tussen het Amerikaanse en Nederlandse rechtssysteem is dat in de VS de bewijslast bij de rechter ligt en in Nederland bij degene die zich beroept op het geloof. In een uitspraak uit 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang miste om als godsdienst beoordeeld te horen. Dat beschouwde ik in een commentaar als een gebrekkige, achterhaalde, paternalistische en onwaarachtige uitspraak. Mede omdat deze criteria niet worden gesteld aan bestaande godsdiensten, die evenmin voldoen aan al deze criteria, en zo de rechter rechtsongelijkheid creëert tussen oude godsdiensten en bewegingen die claimen een godsdienst te zijn. En daardoor aan de gelovigen die zeggen lid van zo’n beweging te zijn. Met de uitspraak treedt in mijn ogen de Raad van State buiten de juridische paden van de Nederlandse grondwet en Europese wetgeving en laat het zich in haar toetsing leiden door ouderwetse maatschappelijke opvattingen.

Verwarring speelt tegenstanders van voormalig president Trump en de complotdenkers parten die het ongepast vinden dat Chansley door te verwijzen naar zijn godsdienst voorrechten krijgt. Maar de Amerikaanse grondwet staat dat recht toe. Het tonen van oprechtheid is voldoende. De conclusie is dat men het oneens kan zijn met Chansley’s politieke overtuiging en zijn beroep op het sjamanisme en zijn koppeling van dat geloof met biologisch voedsel om hem toch dat recht toe te kennen. Het doet er niet toe of hij zich gedraagt als een satiricus, activist of clown. Zijn sjamanistisch geloof hoeft niet samenhangend, overtuigend of serieus te zijn om toch door de Amerikaanse staat erkend te worden als godsdienst waar rechten aan kunnen worden ontleend. De critici die Chansley zijn geloof niet gunnen, bestrijden met hun tegenstand dat wat ze zeggen te verdedigen. Ze hebben wel gelijk als ze zeggen dat zonder mits en maren aan alle gevangen dat recht dient te worden toegekend.

Scientology Nederland claimt onterecht dat het is erkend als godsdienst. Het is onjuist dat de staat zich niet uitspreekt over toetreding godsdiensten

Robert Kruijt van Scientology Nederland gaat in op de vraag of Scientology in Nederland een erkende godsdienst is. Hij meent van wel. Maar dat is onjuist. De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Kruijts claim dat de Scientology Kerk in Nederland door de Belastingdienst wordt erkend is onjuist. Waarom hij de Belastingdienst noemt, terwijl hij weet dat zijn organisatie er niet door erkend wordt lijkt een kwestie van brutale marketing.

Interessanter is zijn opvatting dat in Nederland de Nederlandse overheid zich niet bemoeit met aangelegenheden binnen een kerk of religieuze organisatie. Kruijt schetst in zijn rooskleurige opgewektheid een vals beeld. Het is een misverstand dat de staat zich hier niet over uitspreekt en dat de toetreding van nieuwe religieuze organisaties tot de religieuze markt geen belemmeringen kent. Er bestaan wel degelijk indirecte en verdekte blokkades van de Nederlandse overheid om nieuwe religieuze organisaties of organisaties die claimen een godsdienst te vertegenwoordigen de voet dwars te zetten.

Tekenend zijn de pogingen van de Nederlandse afdeling van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster om erkend te worden als godsdienst. Deze Kerk loopt al enkele jaren tegen politieke en maatschappelijke hindernissen op. Overigens een Kerk met veel meer leden dan de Scientology Kerk. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een uitspraak van 15 augustus 2018 dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Ik noemde dat in een commentaar een uitspraak vol gebreken. Onder meer omdat de de Raad van State theologisch niet geëquipeerd is om theologische doctrines af te wegen en niet dient te oordelen over de ‘binnenkant’ van organisaties die claimen een godsdienst te zijn.

De rechterlijke macht is een van de drie machten binnen de Nederlandse staat. Het oordeelt over de toegang van toetreders tot de religieuze markt. Door op de rem te staan kunnen rechtscolleges die toegang blokkeren of vertragen. Dat gebeurt in dit voorliggende geval van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en daarom kan men niet zeggen dat de overheid zich hier niet mee bemoeit en dat de toetreding vrij is. Dat is het pertinent niet. De rechterlijke macht is onderdeel van wat Kruijt ‘de overheid’ noemt. De staat, of overheid, mengt zich wel degelijk in het interne debat over wat een godsdienst is. Het is in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Het is duidelijk waarom Kruijt een vals beeld geeft van de Nederlandse religieuze situatie. Hij probeert hiermee kritiek te weerleggen door net te doen alsof in Nederland alles kan en nieuwe religieuze organisaties met open armen worden ontvangen en zijn eigen organisatie ook makkelijk door de ballotage is gekomen. Maar dat is onjuist. Scientology wordt in Nederland getolereerd en net als in landen als België, Frankrijk en Duitsland niet erkend als godsdienst, maar als sekte gezien.

Rellen: Dominees, politici, dansleraren en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk aan de kant

Een toekomstfantasie zou zo kunnen beginnen: Het schijnt dat de onderhandelingen van de Nederlandse regering met een onbekend land in een vergevorderd stadium zijn over de opname van Nederlandse ontevredenen. Voor de verandering gaat het niet om ontspoorde Marokkaans-Nederlandse jongens, maar om witte christelijke jongeren. Het besef lijkt nu eindelijk bij de Nederlandse overheid doorgebroken dat de grootste bedreiging voor de sociale vrede uit rechts-christelijke hoek komt. Het lijkt satire als het niet zo echt zou zijn. Naar verluidt zou de Nederlandse regering betreffend land een half miljard euro per jaar betalen voor deze overeenkomst.

De groepen die in aanmerking zouden kunnen komen voor zo’n overeenkomst zijn rellende christelijke jongeren uit Urk, leden van rechts-extremistische splintergroepen en allerlei groeperingen die in Nederland hun draai niet zeggen te kunnen vinden, zich miskend en onbegrepen voelen, de media als vijand van het volk zien en bewonderaars van Hitler, Trump, Baudet en Wilders zijn. Omdat genoemde groepen zweren bij het leidersprincipe ligt het gezien de onderlinge verbondenheid voor de hand om hun leiders mee naar het buitenland te sturen. Voor de Urker jongeren betreft dat talloze dominees en gezaghebbende kapiteins van de vissersvloot.

Dominee Uitslag is predikant van de christelijke gereformeerde Eben-Haëzerkerk in Urk en zegt in een artikel in het RD dat de mooie dingen die er onder de Urker christelijke jongeren plaatsvinden, zoals samen zingen en de Bijbel bestuderen, de pers volgens hem nooit halen. Dat was voor de rellen van afgelopen weekend. Nu zegt dominee Uitslag over deze witte, christelijke rellende jongeren: ‘Het perspectief ontbreekt bij hen. Maar het zijn wel onze kinderen, buurkinderen of collega’s, heb ik gezegd richting de gemeente. Het is ons aller probleem’. Hoe zich dat tot de God van Urk verhoudt is onduidelijk. Kan deze God van Urk op enigerlei wijze verantwoordelijk worden gesteld voor onder meer het geweld tegen de GGD Flevoland?

In een commentaar van 19 januari 2021 over de failliete feestorganisator Michel Reijinga die aanzette tot rellen op het Amsterdamse Museumplein, maar daarvoor geen verantwoordelijkheid wilde nemen, schreef ik:

Dominees van Urk, politici als Baudet en Wilders, failliete feestorganisatoren, uitgedanste dansleraren en miskende commentatoren in rechtse media hebben jongeren opgehitst, maar nemen lafhartig afstand van hun eigen aanzet tot opstand als het gif dat ze in de simpele geesten hebben geplant daadwerkelijk begint te werken. Die dominees en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk en moralistisch aan de kant. Ze wassen hun handen in onschuld. In de poging om hun eigen geweten te sussen proberen ze iedereen verantwoordelijk te maken.

De daders die zich het afgelopen weekend bij de onlusten het meest misdragen hebben tegenover GGD, ziekenhuis of ordehandhaving moeten opgepakt worden en met naam en toenaam publiekelijk bekend worden gemaakt. Zodat hun werkgevers of hun omgeving afstand kunnen nemen door respectievelijk ontslag of veroordeling en maatschappelijke uitsluiting. Uiteraard moeten ze als ze aangeklaagd worden zich voor de rechter kunnen verdedigen. Daarnaast is het van essentieel belang dat degenen die hebben aangezet tot deze onrechtmatige acties met naam en toenaam worden genoemd. Want zij zijn de oorzaak van wat er is gebeurd, maar doen achteraf alsof ze er niks mee te maken hebben.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel „Rellen zijn schandvlek voor christelijk Urk” van Klaas van der Zwaag in het RD, 25 januari  2021.

Bijbelverkondigers zijn de traditionele complotdenkers. Jure Ambroz zegt dat onderzoek van de bijbel en het zoeken van God ‘nu nog kan’

Het is onduidelijk wat Jure Ambroz, volgeling van Jezus, bedoelt als hij zegt de bijbel te onderzoeken en God te zoeken ‘nu het nog kan’. Wat zou de reden zijn dat in Nederland het onderzoek naar de bijbel en de zoektocht naar God wordt ontmoedigd of geblokkeerd? Daar zijn geen aanwijzingen voor. Probeert Ambroz zijn volgelingen de waanvoorstelling aan te praten dat ze bedreigd worden zodat ze zich verenigen en stevig aan elkaar vastklampen?

Ambroz past perfect in het tijdsbeeld van de complotdenkers die claimen de waarheid in pacht te hebben. Terwijl zij hun fantasie de vrije loop laten en die tegenover de feiten zetten. Ambroz meent dat het woord van Jezus de waarheid is. Dat is in strijd met de bevinding dat de bijbel door mensen is geschreven die daar hun eigen waarheid in hebben verwoord. Ambroz heeft gelijk dat we in een tijd leven met zoveel leugens. Maar hij vergeet te zeggen dat hij daar met zijn verkondiging actief aan bijdraagt. De bedrieger doet zich voor als slachtoffer van bedrog. Het troosteloze winkelcentrum als decor benadrukt de vergankelijkheid van zijn bovenaardse voor-de-gek-houderij.

CBS-onderzoek ‘Religie in Nederland’ is verwarrend. Het Humanistisch Verbond wordt gerekend tot ‘een andere christelijke geloofsgroep’

Het vandaag 18 december 2020 verschenen onderzoek ‘Religie In Nederland’ van het CBS naar de religieuze oriëntatie van de Nederlandse bevolking bevat weinig verrassends, maar zit vol met methodologische ruis.

De trend zet door dat een steeds groter deel van de bevolking zegt zich niet door religie te laten inspireren. Dat aandeel van ongebondenen groeit jaarlijks met 1 tot 2 procent. De cijfers gelden voor 2019 en toen verklaarde 54,1% van de Nederlanders ongebonden te zijn en zich niet tot een religieuze organisatie te rekenen. Of eigenlijk is het omgekeerd zoals uit het onderzoek blijkt als het zegt dat dat 45,9 procent van de bevolking zich in 2019 wel tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering rekent. Ook in dit soort statistieken worden ongebondenen beschouwd als een diapositief van gelovigen. Dat is de macht van een religieuze traditie die het onderzoek op de achtergrond stuurt. De onderzoekers lijken zich daar niet aan te kunnen onttrekken.

Onduidelijk is waarom het CBS ‘kerkelijke gezindte’ en ‘levensbeschouwelijke groepering’ als een categorie beschouwt. Met dat laatste bedoelt het 14 soorten christelijke gezindten. Opmerkelijk is dat naar de vraag naar een ‘andere christelijke gezindte’ waartoe zo’n 1,4% zich rekent ook het humanistisch verbond wordt genoemd. Is het humanistisch verbond volgens het CBS een christelijke gezindte? Zo neemt de begripsverwarring eerder toe dan af. Dat kan toch niet de opzet van dit onderzoek zijn? Het humanistisch verbond is naar eigen zeggen de officiële niet-godsdienstige levensbeschouwing in Nederland. Het is een onverklaarbare indeling van de onderzoekers om het humanistisch verbond te scharen onder de religieuze groepen. Of liever gezegd de levensbeschouwelijke groepen onder religie te scharen. Zo werkt het CBS er bewust aan mee om een deel van de bevolking dat zegt niet tot een religieuze groep te behoren in te delen bij dat deel van de bevolking dat zich rekent tot een godsdienst. Dat is dezelfde annexatie van orthodoxe christenen die het atheïsme een godsdienst noemen. Waarom doet het CBS dit? Alleen deze onregelmatigheid al doet twijfelen over de waarde van de cijfers en de serieusheid van dit onderzoek.

Het onderzoek wordt ronduit hilarisch als naar het geloof in God gevraagd wordt. Wat wordt hier bevraagd en wat kan hier eigenlijk methodisch geconcludeerd worden? Een derde van de bevolking gelooft niet in God en zo’n 24,6% gelooft zonder twijfel in God. De overige 42,2% neemt een tussenpositie in: agnost (14,8%), geloof in hogere macht (14%), twijfelend in God (7,1%) en soms wel, soms niet gelovend in God (6,3%). Interessant is dat 10% van de katholieken zegt niet in God te geloven. Wat voor geloof is dat, een katholicisme met een gat in het midden? Atheïsten (gelooft niet in God: 33,2%), agnosten  (weet niet of er een God is: 14,8%) en de niet-gelovers in God, maar wel in een hogere macht: 14%) tellen samen op tot 62% van de Nederlandse bevolking die niet in God gelooft of zegt niet te weten hoe men dat te weten moet komen. En daarbij zijn er nog de twijfelaars die soms wel en soms niet in God geloven (6,3%) of er wel in geloven, maar met twijfels (7,1%).

Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMeerderheid Nederlandse bevolking behoort niet tot religieuze groep’ van het CBS, 18 december 2020.

Media moeten beseffen dat het ontlokken aan wetenschappers van uitspraken die buiten hun vakgebied gaan geen wetenschap meer is. Het geval Heino Falcke

Dit is het slot van een interview uit april 2019 van het invloedrijke Duitse weekblad Der Spiegel met hoogleraar Heino Falcke. Hij is hoogleraar Astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.

De interviewer merkt in bovenstaand citaat op dat Falcke een vrome christen is, af en toe in de kerk predikt en vraagt hoe dat past bij de wetenschapper Falcke. De hoogleraar antwoordt: ‘Er zijn meer parallellen tussen geloof en wetenschap dan men zou denken. Beiden zoeken voor alles de reden. Maar de natuurkunde durft niet een stap verder te gaan en de vraag over God te stellen. Maar ik geloof dat mensen niet alleen uit natuurwetten bestaan. Mijn onderbuikgevoel vertelt me ​​dat er meer is. We hebben geest, gevoel en ziel. En dat onderbuikgevoel volg ik ook vaak in de wetenschap.’

Dit is een opmerkelijke uitspraak van Falcke over zowel religie als wetenschap die men van een 21ste eeuwse natuurwetenschapper niet zou verwachten. Het is een vreemde uitspraak. Falcke is geen theoloog of metafysicus en heeft over godsdienst niet meer expertise dan de gemiddelde Nederlander. Zijn mening dat het religieuze geloof net als wetenschap voor alles de reden zoekt is in strijd met de gangbare opvatting over wat geloof is. Hij lijkt losjes te refereren aan de Rooms-Katholieke encycliek Fides et Ratio die zich baseert op de 13de eeuwse Thomas van Aquino die onder meer stelt dat de aard van God door de rede kan worden vastgesteld.

Het struikelblok is niet dat Falcke een christelijke overtuiging heeft, maar dat hij die in de openbaarheid koppelt aan en vermengt met zijn wetenschappelijke status en functie. Onder de dekmantel van de Radboud Universiteit waar hij werkzaam is. Hij combineert de amateur-gelovige met de professionele-wetenschapper op zo’n wijze dat voor de argeloze beschouwer het verschil niet valt te onderscheiden. Dat is ongewenst en voor de wetenschap onaanvaardbaar. Het is in strijd met de wetenschappelijke methode die uitspraken in geldigheid afbakent.

Het is verneukeratief als wetenschappers vanuit hun status en functie uitspraken gaan doen over kwesties die buiten hun vakgebied liggen en waar ze even weinig van weten als Henk en Ingrid. Media gaan doorgaans mee in de misleiding dat genoemde wetenschappers hierover recht van spreken hebben of zwengelen dit zelfs aan. Der Spiegel maakt de fout door Falcke deze vraag op zo’n open manier te stellen. Falcke mag vervolgens grenzeloos associëren en speculeren. Zonder dat de interviewer dit in een juiste context plaatst ontstaat het beeld dat Falcke een wetenschappelijke uitspraak over het geloof doet. Zo blijft ongenoemd dat Falckes uitspraak over het geloof niet meer onderbouwd is dan de mening van Henk en Ingrid hierover.

Complotdenkers weten voor hun sociale media altijd weer wetenschappers te vinden die vanuit hun vakgebied A een uitspraak doen over vakgebied X. Het is onderhand een subgenre in de populaire media van wetenschappers die uitspraken doen over een vakgebied waar ze geen wetenschappelijke deskundigheid over hebben. Het valt de gevestigde media zwaar aan te rekenen dat ze daar niet zorgvuldiger mee omgaan door aan te geven dat dit zuiver amusement en speculatie betreft en niets met wetenschap te maken heeft. In de kern komt de houding van deze media neer op dezelfde minachting en hetzelfde onbegrip voor wetenschap dat bij radicaal-rechts bestaat.

Bekend is het voorbeeld van de chemicus die zonder expertise over de klimaatwetenschap zich in de publieke opinie ongestraft kan uitgeven als sceptische klimaatwetenschapper, zoals Frits Böttcher of Marcel Crok. Media die wetenschap serieus nemen en op juiste waarde willen schatten moeten verder kijken dan het oppervlakkige etiket ‘wetenschap’ als een catch all legitimatie. Media dienen te weten dat de afbakening van wetenschapsgebieden inherent is aan de wetenschap en dat ze voorzichtig moeten zijn om wetenschappers onder de pretentie van expertise uitspraken te ontlokken of af te dwingen over onderwerpen die buiten hun vakgebied vallen.

Foto: Schermafbeelding van deel interviewAntworten zu den ganz großen Fragen des Lebens’ van Jörg Römer in Der Spiegel, 11 april 2019. 

Uitzondering van godsdienst bij COVID-19 maatregelen roept reacties op die voorrechten van geloofsgemeenschappen ter discussie stellen

Religieuze organisaties hebben in Nederland voorrechten die andere maatschappelijke instellingen niet hebben. Mensen die samenkomen voor hun geloof of levensovertuiging zijn door de rijksoverheid uitgezonderd van de maatregelen voor samenkomsten. Ze hoeven zich niet te houden aan regels voor het maximaal aantal personen in een kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis. Ook is er geen verbod op zingen.

Dat is met gebruik van een cirkelredenering en onder verwijzing naar de vrijheid van godsdienst meten met een dubbele standaard. Het is doorgaans lastig om dat verschil goed duidelijk te krijgen omdat veel voorrechten die de relatie met overheden betreffen verhuld zijn, maar het Nederlandse kabinet heeft tijdens de pandemie dat verschil scherp benadrukt door religieuze organisaties meer vrijheden te geven.

Het kan geen toeval zijn dat in het kabinet twee christelijke partijen vertegenwoordigd zijn die voor religieuze organisaties zonder twijfel hebben gelobbyd dat er uitzonderingen worden gemaakt op de beperkende COVID-19 maatregelen. Alle mensen zijn gelijk, maar gelovigen zijn meer gelijk dan anderen. De VVD en D66 stemmen er tot hun chagrijn mee in. Waarom deze liberale partijen de kans laten liggen om de uitzonderingen die kerken ed. genieten uit te breiden naar theater, restaurant, bioscoop, conservatorium (koren!) of muziekpodium is onbegrijpelijk.

De liberale premier Rutte kon desgevraagd niet uitleggen waarom religieuze instellingen die erediensten verzorgen anders worden beoordeeld dan maatschappelijke of culturele organisaties. Hij had kunnen zeggen dat dat nu eenmaal in lijn is met de Nederlandse traditie. Dat sluit namelijk aan bij de voorrechten die christelijke organisaties altijd al genieten. Maar dat kon hij om politieke redenen natuurlijk niet zeggen, ofschoon het duidelijker was geweest als hij wel volmondig de dubbele standaard had erkend.

Tegelijkertijd zijn maatschappelijke en culturele organisaties te afwachtend om zich te hullen in een kerkelijke of humanistische mantel. Hoe creatief ze kunnen zijn bewijst in Nederland een kerkelijk genootschap die zich de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) noemt. Ik ben sinds oktober 2015 inschrijven als Pastafarian en heb nooit aan enige bijeenkomst deelgenomen of ben lastiggevallen door schooibrieven om geld. Overigens heb ik met welwillende commentaren mijn solidariteit voor de KVS uitgesproken. De teneur is dat de overheid of mensen die namens de overheid besluiten nemen over geloof in maatschappelijke ontwikkeling achterlopen op de opvatting in de samenleving dat geloof en levensovertuiging breed opgevat moeten worden.

Daarnaast is de juridische weeffout dat zonder voldoende theologische expertise rechters de competentie toegekend krijgen om te beslissen of de KVS een godsdienst is en over de financiële en andersoortige voorrechten die daarbij horen. Deze gang van zaken is een fout in de Nederlandse rechtsgang die ik hier en hier beredeneerd heb. Hoewel de opzet duidelijk en wellicht onbewust is van de betrokken rechters: het afschermen van de religiemarkt voor toetreders en het beperken van voorrechten tot een traditionele groep van godsdienstige organisaties die in koepels georganiseerd zijn en aldus een duidelijk aanspreekpunt voor de rijksoverheid zijn.

In het West-Vlaamse Oostende laat cafébaas Xavier Troisi van Café Crayon het er niet bij zitten. Ook in België worden gevestigde godsdiensten bevoordeelt. Hij zegt in een artikel van HLN van 9 december 2020: ‘Ik begrijp niet waarom geloofsgemeenschappen een uitzondering mogen krijgen en de gesloten sectoren niet.’ Troisi heeft daarom zijn eigen geloof opgericht, het Crayonisme. Hij beoogt hiermee een versoepeling voor de horeca te bewerkstelligen. Zijn zaak is sinds begin november 2020 gesloten vanwege de tweede lockdown. Troisi combineert serieusheid met luim en relativering. Want hij beseft dat het beter is dat de horeca tot maart 2021 dicht blijft. Maar zijn argumentatie is dat dit dan exact zo zou moeten gelden voor geloofsgemeenschappen.

De kritiek van deze cafébaas komt overeen met de kritiek in Nederland op de voorrechten van geloofsgemeenschappen. Troisi zegt volgens HLN op sociale media: ‘Ik ben zeker niet tegen geloof op zich of hun volgelingen. Maar ik zou het toch frappant vinden dat de overheid plooit voor de oproep van de geloofsgemeenschappen. De kans dat zij uitzonderingen zullen krijgen, lijkt me wel groot. Maar kan iemand me uitleggen waaróm religie een versoepeling zou krijgen? Ik vind dit weinig geloofwaardig tegenover de sectoren die al een hele poos gesloten moeten zijn, zoals horecazaken, kapsalons en andere contactberoepen. Als je met tien in een kerk kan zitten, kan je ook in je eentje in een kappersstoel plaatsnemen of op een terras zitten. En volgens mij kan je religie ook perfect thuis uitoefenen, toch?

Net als de KVS in Nederland heeft het Crayonisme geen kans om op korte termijn erkend te worden. Het ter discussie stellen van ongewenste en onrechtmatige voorrechten van gevestigde godsdiensten is een kwestie van lange adem. De enige optie is om door te gaan met erop te wijzen dat er een dubbele standaard bestaat die godsdienst begunstigt. Zodat uiteindelijk het conservatisme dat hier achter ligt en de gevestigde godsdiensten beschermt een kleiner gezag krijgt dan het nu nog heeft en het beleid eindelijk bij de tijd kan worden gebracht.

Foto’s: Schermafbeeldingen van artikelCafébaas richt eigen geloof op: “Met 10 in een kerk zitten? Dan ook met 10 op een terras”’ van Timmy Van Assche in HLN, 9 december 2020.

Wetenschappers geven Knevel antwoord zonder antwoord te geven. Laat geloof een geloof zijn en maak er niet meer van dan het is

Andries Knevel strikes again met zijn luisterend oor en zalvende blik. Het is aandoenlijk, maar ook wel wat ontluisterend om te zien hoe ‘gerenommeerde wetenschappers’ worden uitgenodigd in eigen voet te schieten onder de suggestie hun zaak te versterken. De een relativeert het belang van het christendom door het belijden ervan als een cultureel verschijnsel te zien. Tegelijk legitimeert hij het geloof door te claimen dat iedereen gelooft. Dat kan hij alleen rondbreien door de betekenis van geloof van betekenis te laten verschuiven door te zeggen dat iedereen een bepaald wereldbeeld aanhangt. Hij kan weten dat geloof en het aanhangen van een bepaald wereldbeeld totaal verschillende begrippen zijn en dus niet hetzelfde. De vrouw redeneert in cirkels. Zoals doorgaans bij dit soort gesprekjes over godsdienst. Ze geeft als tweede argument voor het geloven van christenen dat zij weet dat God echt is. Dit oogt zo simpel en onnozel dat het lastig is om er een onderbouwde en geloofwaardige uitspraak over de waarheid van het christendom in te ontwaren.

Twee christelijke wetenschappers worden het programma van de EO ingehaald om antwoord te geven op de vraag over de waarheid van het christelijk geloof en komen vervolgens met flutargumenten die geen antwoord op die vraag geven. Dat is ook logisch, want die antwoorden bestaan per definitie niet. Geloof is immers een overtuiging en geen wetenschap.

De fout waarom het zo misgaat ligt dan ook niet zozeer in beide personen die antwoord geven en hun best doen om er nog iets van te maken, maar in de persoon die de vragen stelt en diens pretentie om meer van een geloof te maken dan het echt is. Knevel denkt met zijn schijnbewegingen de zaak van het christelijk geloof te versterken, maar heeft niet door dat hij het omgekeerde bewerkstelligt. In ieder geval bij de objectieve waarnemer. Mogelijk gaat de gelovige loyaal mee in zijn warrige praatjes. Knevel doet aan branchevervaging en probeert de werking van religie filosofisch, cultureel en methodologisch op te rekken tot buiten haar eigenlijke domein. Dat is onverstandig en zal altijd averechts uitpakken.