Is ‘blokkade’ het woord van de kabinetsformatie 2021?

A la fin des années 1970, Europa-Park est déjà bien implanté en tant que rendez-vous familial pour le grand public en Allemagne. Quelques années plus tard, en 1982, sera inauguré le premier quartier à thème européen. L’Italie sera le pays choisi. Document Europa-Park.

Het woord van de kabinetsformatie zou wel eens ‘blokkade’ kunnen zijn. Partijen sluiten elkaar uit. Vandaag gooiden VVD en CDA zoals het er nu naar uitziet de deur definitief dicht voor PvdA en GroenLinks. Nadat deze partijen zich geweld hebben aangedaan door te handelen in strijd met hun eigen identiteit. Alle partijen lijken in een identiteitscrisis te verkeren. Ze blokkeren psychisch. Beide rechtse partijen willen niet dat de twee linkse partijen aan tafel aanschuiven om te onderhandelen.

Van de grootste partij VVD is dat begrijpelijk, maar waar het instabiele en verdeelde CDA dat worstelt met de invloed van oud-partijlid Pieter Omtzigt de lef vandaan haalt om zich zo hard op te stellen is onbegrijpelijk. D66 wil de ChristenUnie niet in het kabinet omdat deze christelijke partij haaks staat op een progressieve agenda. Deze opstelling, blokkade, van D66 is begrijpelijk omdat sociaal-culturele progressiviteit voor het sociaal-economisch rechtse D66 de enige manier is om zich te onderscheiden.

Een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA met 73 zetels is evenmin aantrekkelijk omdat het zich ermee op bepaalde beleidsterreinen die bij links geen steun hebben afhankelijk maakt van de radicaal-rechtse partijen, zoals de PVV. Dat is een publicitair rampscenario voor premier Rutte. Een pseudo-minderheidskabinet met vaste gedoogsteun van het tegen D66 aanleunende VOLT zou de coalitie uit de greep van de rechtse Kamermeerderheid tillen. Maar of VOLT daartoe bereid is of dat VVD en CDA ook zo’n optie blokkeren is ongewis.

Misschien is het woord dat bij nader inzien de kabinetsformatie 2021 beter omschrijft achtbaan of het in dit kader treffende equivalent tuimeltrein omdat het de noties buitelen, struikelen en vallen bevat. Het kronkelt en de kiezers zien het verbijsterend aan. Ze begrijpen niet wat ze zien en hoe het proces zich ontrolt. Wat is het alternatief voor partijpolitiek die aan zichzelf denkt en het algemeen belang uit het oog is verloren? Stuk voor stuk falen de leiders van de politieke partijen. Dat beseffen ze en tast weer hun zelfbeeld aan.

Je vraagt je af of het geen tijd is voor een interventie van een extern orgaan of adviesraad om het demissionaire kabinet én de voorzitter van de Tweede Kamer erop te wijzen dat wat nu gebeurt constitutioneel ontoelaatbaar en buiten de orde is. Formeel hebben de ministers van Staat of de Raad van State geen rol hierin maar ze zouden wel hun publicitaire en morele gewicht kunnen inzetten om kabinet en Kamer in de publieke opinie te corrigeren. Of liever gezegd, tot de orde te roepen. Partijleiders die zich gedragen als kleuters zouden op hun gedrag aangesproken moeten worden.

Want het is nog niet over. Vandaag pas beginnen de onderhandelingen. Dat gaat dus nog even duren. Midden september loopt het ziekteverlof van Omtzigt af. Als hij terugkeert in de Kamer zorgt dat weer voor nieuwe dynamiek en hernieuwde aandacht voor de verdeeldheid in het CDA. Dat ondermijnt de positie van CDA-partijleider Hoekstra. Dat kan opnieuw voor vertraging zorgen. Etc.

WNL doet aan stemmingmakerij en slechte journalistiek door een verkeerd beeld te geven van de Code Diversiteit & Inclusie in de kunstsector. Het beticht overheid van sociale dwang

Journalistiek is soms om somber van te worden als het niveau door de bodem zakt. Je zou denken dat de opdracht van de journalistiek is om te informeren en niet om te desinformeren. Luidt immers niet het eerste aspect van de gedragscode voor journalisten, de Code van Bordeaux die de NVJ als voorbeeld beschouwt de eerbied voor de waarheid? Het publiek heeft recht op de waarheid. Maar in de praktijk blijft daar vaak niks van over. Het is een streven dat niet gehaald wordt.

Het gebazel van gasten in een radioprogramma van WNL toont aan hoe diep de journalistiek is gezonken. Presentator en gasten is het niet om de waarheid te doen, maar om wat anders. Wat dat is blijft in het midden, maar het lijkt erop dat het eerder slordigheid en gebrek aan inhoud is dan kwade wil. Ze corrigeren elkaar niet omdat ze geen kennis van zaken hebben over het onderwerp waar ze over praten en blijkbaar voor uitgenodigd zijn. Met als gevolg dat een gast de grootste onzin kan uitkramen zonder dat het wordt weerlegd. Het resultaat is desinformatie. De luisteraar wordt op het verkeerde been gezet.

Ik luister of kijk bijna nooit naar dit soort programma’s van de Nederlandse omroep. Talkshows op radio en televisie heb ik afgezworen omdat ze niet informeren, maar desinformeren. Vaak gaan ze over triviale zaken die niet relevant zijn. Het is op z’n best amusement in de vorm van journalistiek. Of journalistiek in de vorm van amusement. Op een enkele uitzending van Nieuwsuur of Buitenhof na.

Als het onderwerp me aan het hart gaat kijk ik achteraf terug. Dan zie je journalisten of deskundigen die weten waarover ze praten en ons feiten en inzicht in een specifieke kwestie geven. Dat is wat anders dan het vullen van de zendtijd met leeg geklets zoals WNL doet of het geven van rechtse meningen omdat het nu eenmaal bij het profiel van deze omroep past. Bij WNL kunnen de feiten uit de meningen volgen.

Hoe het anders kan en hoe in de hoeken van de Nederlandse journalistiek wordt geprobeerd om de standaard van de journalistiek hoog te houden bewijst het interview van Twan Huys met de Italiaanse onderzoeksjournalist en maffia-kenner Roberto Saviano in Buitenhof. Het kan gerust onthullend worden genoemd. In 11 minuten toont Saviano overtuigend aan hoe verrot Nederland is, hoe bewust disfunctioneel de Nederlandse politiek is en hoe dat vervolgens door de hele Nederlandse elite wordt genegeerd. Het merkwaardige is dat WNL hetzelfde wil aantonen, maar doorgaans blijft steken in vooroordelen en sjablonen en er dus niet in slaagt om te overtuigen.

Aanleiding is de uitweiding van Volkskrant-journalist Martin Sommer over diversiteit en inclusie in de kunsten. Hij beweert in zijn antwoord (vanaf 6′ 10”) dat de Raad voor Cultuur voor de kunstsector diversiteit en inclusivitiet als norm heeft gesteld. Dat is inderdaad zo, maar het zit anders in elkaar dan hij het voorstelt.

Er is een Advies van de Raad van juni 2020 voor de komende beleidsperiode 2021-2024 waarin het als kaders de toepassing van de codes voor governance, fair practice, diversiteit en inclusie hanteert. Hoe strikt die kaders zullen worden gehandhaafd is de vraag omdat ook in het verleden instellingen structureel subsidie kregen zonder zich volledig aan de code voor diversiteit en inclusie te houden. Ook bij een verkeerde opvatting door Sommer van deze code is het niet aantoonbaar dat instellingen die zich er niet aan houden geen subsidie krijgen zoals hij stellig beweert. Dat klopt niet omdat het in strijd met de praktijk is.

Sommer slaat de plank mis omdat hij niet weet wat de Code Diversiteit en Inclusie inhoudt. Hij associeert erover in clichés zonder kennis van zaken. Als politieke journalist maakt hij het politiek. Hij valt terug in zijn eigen niche omdat hij een ander perspectief niet (ver)kent. Sommer berijdt zijn stokpaardjes en vliegt uit de bocht.

Juist deze gedragscode is in een nieuwe versie verbreed om bezwaren tegen een te enge, politieke opvatting ervan tegen te gaan. Gezien het brede scala van deelnemende instellingen die betrokken was bij de formulering ervan is het ook logisch dat die verbreding de uitkomst is. In Nederland polderland wil iedereen die aan tafel meepraat immers de eigen doelstelling in het eindresultaat terugvinden. De Code Diversiteit en Inclusie is een compromis. Geen radicaal, maar een gematigd standpunt.

De Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector waarin de hele kunstsector samenwerkt heeft als normen gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Het zijn dus niet uitsluitend de actuele politieke identiteitsonderwerpen als huidskleur, etniciteit en sekse die alleenzaligmakend zijn zoals Sommer suggereert en zijn gasten en de moderator niet corrigeren. Niet alleen Sommer blijkt niet te weten wat de code inhoudt, zijn gasten weten het evenmin.

Dit radioprogramma is niet zozeer een belediging voor de intelligentie van de gasten en de programmakers, maar een belediging voor de intelligentie van de luisteraars. De pseudo-deskundigen gijzelen de ether en laten zich verleiden om uitspraken over onderwerpen te doen waar ze niets van afweten. Dat resulteert in gebazel.

Het werkt voor de publieke opinie averechts als een radioprogramma met journalistieke ambities er zo’n puinzooi van maakt. De onderwerpen identiteitspolitiek en cancelcultuur zijn te belangwekkend om ze voor een massamedium zo slordig en eenzijdig te behandelen. Bijkomend effect is dat de kunstsector en de kunstinstellingen worden weggezet als onzelfstandig en ondergeschikt aan politieke doeleinden, terwijl het juist dit radioprogramma is dat politiek bedrijft door de werking van de kunstsector verkeerd voor te stellen.

Duits liberale FDP positief over samenwerking met SPD en Grünen. Dat contrasteert met bange opstelling van VVD

Opmerkelijk is dat in Duitsland een coalitie van SDP (sociaal-democraten), Groenen en FDP (liberalen die meer lijken op de VVD dan D66) in de steigers staat. Op 26 september 2021 zijn de verkiezingen voor de Bundestag. Deze zogenaamde verkeerslicht (‘Ampel’) -coalitie van Rood-Groen-Geel koerst op een meerderheid in de Bundestag af. Vice-voorzitter van de FDP en Bundestag Wolfgang Kubicki heeft zich er positief over uitgelaten vanwege de stapjes in de richting van het pragmatisme van de andere twee partijen. En dan met name van kandidaat-kanselier Olaf Scholz (SPD).

De FDP heeft een recent verleden van samenwerking met de SPD en is er mentaal als junior-partner aan gewend. Gedenkwaardig in de Ostpolitik van SPD-kanselier Willy Brandt (1969-1974) was minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier Walter Scheel die met Brandt een goede tandem vormde. Ook FDP’er Hans-Dietrich Genscher speelde die rol onder bondskanselier Helmut Schmidt (1974-1982).

Vanuit Duits perspectief is de blokkade van het CDA van een coalitie met de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks begrijpelijk. Ook In Duitsland is er immers geen coalitie in de maak van CDU/CSU, SPD, Bündnis 90/Die Grünen en FDP. Dat zou te breed zijn en voor een meerderheid overbodige partijen bevatten. Wat echter niet te rijmen valt is dat de VVD die eis van de CDA overneemt of zich daar achter verschuilt. Des te meer omdat het CDA door de nog steeds niet opgeloste kwestie Omtzigt verdeeld en instabiel is en Hoekstra zich in de onderhandelingen secundair en niet constructief opstelt.

De FDP is niet linkser dan de VVD, maar wel pragmatischer en gewend aan regeren met de SPD. De PvdA en GroenLinks stellen zich niet minder pragmatisch op dan de SPD en Grünen. Vooral GroenLinks wenst sloten water in de wijn te doen om maar te mogen regeren. Waar is de VVD bang voor waar de FDP niet bang voor is? Terwijl notabene de positie van de Duitse SPD en Grünen electoraal veel sterker is dan die van haar Nederlandse zusterpartijen.

Anders gezegd, waarom kan er in Nederland geen verkeerslicht-coalitie van een zwak rood licht (PvdA), een zwak groen licht (GroenLinks) en een sterk geel licht (VVD en D66) tot stand komen, terwijl dat in andere landen wel gebeurt? Overigens heeft zo’n verkeerslicht-coalitie van VVD-D66-PvdA-GroenLinks met 75 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer. Er zijn trouwens andere bezwaren tegen een samenwerking van PvdA met GroenLinks vanwege de identiteitspolitiek van laatstgenoemde.

Maar dat gaat voorbij aan de opstelling van de VVD. De kern van kritiek en oplopende verbazing is dat de VVD vanuit een positie van sterkte een coalitie met rood en groen blokkeert die in Duitsland haar zusterpartij FDP vanuit een positie van zwakte omarmt. Waarom voelen premier Rutte en de VVD zich in hun sterkte zo onzeker? Staat in Europees verband nou de VVD of de FDP uit het lood?

Keklik Yücel heeft kritiek op samenwerking van PvdA met GroenLinks. Ze wenst minder identiteitspolitiek en meer waarden

Op de PvdA heb ik nooit gestemd. Dat is niet omdat ik tegen het sociaal-democratische gedachtengoed ben, maar omdat ik er voor ben. Omdat in mijn ogen bij de PvdA dat gedachtengoed wordt verwaarloosd ontbreekt voor mij de noodzaak om op de PvdA te stemmen. Integendeel, door op de PvdA te stemmen zou ik me juist vereenzelvigen met een PvdA die zich keert tegen het sociaal-democratische gedachtengoed. De befaamde ideologische veren. Sinds het leiderschap van Wim Kok (vanaf 1986) is de PvdA steeds meer vervreemd geraakt van haar beginselen.

De kiezers zien dat feilloos in en hebben in grote getale afscheid van de partij genomen. Want ook zij zien geen noodzaak meer om op de PvdA te stemmen die niet meer is wat het zegt te zijn. Het is de vraag of het huidige leiderschap van de PvdA zelf nog weet waar het voor staat.

De paradox is dat de PvdA in een identiteitscrisis verkeert omdat het te veel aandacht geeft aan identiteit. De kritiek is dat door de samenwerking met GroenLinks de crisis waarin de PvdA verkeert alleen nog maar groter wordt. Oud PvdA-Kamerlid Keklik Yücel wijst in gesprek met WNL die samenwerking af omdat volgens haar de sociaal-culturele thema’s (verworvenheden, liberaal-democratische waarden, individuele vrijheden) bij GroenLinks niet in goede handen zijn. Zij legt dat in de video vanaf 5’20” uit.

Keklik Yücel beseft dat ze als PvdA’er onderhand behoort tot een minderheid binnen haar partij. Zij heeft met onder meer Asis Aynan, Femke Lakerveld en Eddy Terstall in 2018 een manifest gepubliceerd en is sinds die tijd betrokken bij de beweging Vrij Links. Het is min of meer een doorstart van een eerdere kritische groep PvdA’ers (2008-2018) die zich met onder meer Terstall en Marcel Duyvestijn verenigden als Liefdevol Lid. Maar de genegenheid voor de PvdA vanaf die vrijzinnige flank lijkt gaandeweg afgenomen en de afstand groter.

Men kan Vrij Links opvatten als de PvdA in ballingschap, De ondertitel van het manifest uit 2018 geeft aan waar het Vrij Links om gaat en waar het volgens haar bij de huidige PvdA aan schort: ‘EEN VRIJ EN ONBELEMMERD DEBAT, EEN LEVENSBESCHOUWELIJK-NEUTRALE STAAT, SECULIER ONDERWIJS VOOR ALLE KINDEREN EN EEN HERWAARDERING VAN INDIVIDUELE VRIJHEID.’

Keklik Yücel geeft de nummer 9 op de lijst van GroenLinks als voorbeeld van de verkeerde weg die volgens haar die partij is ingeslagen en waarom PvdA nooit met GroenLinks hecht kan samenwerken. Dat gaat niet alleen om genoemde Kauthar Bouchallikht die verdacht wordt van islamistische sympathieën, maar om GroenLinks die vanwege electorale redenen iemand met die achtergrond ondanks brede kritiek uit GroenLinks haar toch handhaaft. Deze partij kiest hiermee eenzijdig voor marketing en oppervlakkigheid en tegen de waarden waar Yücel voor pleit en die ze graag bij de PvdA opnieuw ingevoerd zou zien.

Ik schreef in een commentaar van december 2020 over de kwestie Kauthar Bouchallikht: ‘Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.’

Keklik Yücel concludeert terecht dat zo’n echte linkse, vrijzinnige partij waar de politieke filosofie van het secularisme niet alleen in de marketing, maar in de waarden het uitgangspunt is door de steeds hechtere samenwerking van de PvdA met GroenLinks verder uit zicht raakt.

Wie doordenkt ziet in de blokkade van twee linkse partijen door CDA-leider Hoekstra en VVD-leider Rutte een succesvolle actie om PvdA en GroenLinks verder van zichzelf te vervreemden. Deze linkse partijen wringen zich in bochten om te voldoen aan de voorwaarden van beide rechtse partijen. Ze denken slim te zijn, maar vooral de PvdA is de tuinman uit de parabel die voor de dood vlucht om hem in Ishafan in de armen te lopen. De oud-PvdA’ers van VrijLinks zien aan de zijlijn de verwording van hun partij met spijt en ontsteltenis aan.

Persoonlijk hoop ik ooit de dag mee te maken dat er in Nederland een geloofwaardige, echte, linkse, vrijzinnige partij is waar ik mijn stem op kan uitbrengen. Ik vrees echter dat het een vergeefse wens zal blijven.

College Amsterdam steunt Defares’ initiatief voor een instelling voor hedendaagse kunst. Debat over de ethiek van het aanbod ontbreekt

Schermafbeelding van deel berichtNieuw museum voor hedendaagse kunst in oude rechtbank Zuidas‘ van de gemeente Amsterdam, 27 augustus 2021.

Een museum of beter gezegd een ontwikkel- en presentatieinstelling krijgt in Amsterdam vorm. De voorlopige naam is het Museum of Contemporary Art (MCA.) De instelling doet niet aan collectievorming dus kan functioneel geen museum genoemd worden. Voorwaarde is dat aankoop van een gebouw op de Zuidas dat eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf wordt goedgekeurd door de raad.

Initiator is de Stichting Hartwig Foundation. Pikant is dat de bestuursvoorzitter daarvan de vermogende Rob Defares is die van 2010 tot 2018 lid van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum was. Uit eerdere berichtgeving van Arjen Ribbens in NRC bleek dat oud-museumdirecteur Beatrix Ruf bestuurder is van het kunstfonds Hartwig Art Production Collection Fund dat een instelling voor hedendaagse kunst op poten wil zetten. Defares heeft 10 miljoen euro aan dit kunstfonds gedoneerd.

Het initiatief kan opgevat worden als een initiatief van Defares om Ruf met zijn geld weer een positie te verschaffen in de Nederlandse kunstwereld. Met geld is veel te koop in de Nederlandse kunstwereld, inclusief de deelnemende instellingen. Defares was ook lid van de Raad van Toezicht van de Rijksakademie. De lijntjes zijn kort achter de schermen van de Nederlandse kunstsector.

Schermafbeelding van deel berichtNieuw museum voor hedendaagse kunst in oude rechtbank Zuidas‘ van de gemeente Amsterdam, 27 augustus 2021.

Er is vanuit de marge kritiek op fondsen die een ontwrichtende werking op de Nederlandse kunstwereld hebben. De gevestigde culturele instellingen zwijgen echter als het om het accepteren van ‘besmet’ geld gaat zodat deze kritiek niet echt landt. In dat rijtje voegt zich nu blijkbaar de gemeente Amsterdam. Naast Ammodo en de Stichting Droom en Daad is dat dus de Stichting Hartwig Foundation. Het verwijt is dat mensen als Wim Pijbes (Droom en Daad) en Rob Defares buiten de gevestigde museumsector om zich met eigen of andermans geld in de positie wringen van schaduw-museumdirecteur of -bestuurder.

Timo Demollin zei over ‘De fuik van de filantropie’ voor Platform BK in maart 2021 het volgende: ‘Het geld dat de Hartwig Art Foundation in jonge kunstenaars investeert is dus indirect afkomstig van flitshandel. Deze geavanceerde beurstechnologie gebruikt wiskundige modellen, algoritmes en infrastructuur met hoogwaardige dataverbindingen om geautomatiseerd en razendsnel beursaandelen te kopen en verkopen aan de hand van andermans transacties. Veel van de handelsstrategieën die hieruit voortvloeien worden als controversieel beschouwd en zijn bekritiseerd als ontwrichtend voor financiële markten. Door misbruik van een asymmetrische toegang tot informatie en controle kan hierbij oneerlijke concurrentie en marktmanipulatie plaatsvinden. (..) Daarnaast wordt regelmatig het verwijt gemaakt dat flitshandel geen waarde toevoegt aan markten, doordat het slechts speculeert op kleine koerswijzigingen en valutaverschillen. (..) Flitshandel onttrekt dus economische waarde aan de samenleving en privatiseert belegd kapitaal van publieke fondsen, zo gaat het argument. (..) Dat straalt niet goed af op het geld dat de kunstsector ten goede komt via Defares, IMC en de Hartwig Art Foundation. (..) Ook de intensieve samenwerking met kunstruimtes en postacademische instellingen is discutabel. Wanneer deze meewerken aan het programma van de Hartwig Art Foundation bieden zij niet alleen een (met voornamelijk overheidsgeld opgebouwd platform aan de geselecteerde kunstenaars en hun begunstiger, hun imago als gerespecteerde instituten voorziet Hartwig Art Foundation ook van waardevol cultureel kapitaal‘.

Door belangenverstrengeling moest Ruf in 2017 haar directoraat neerleggen. De pro-Ruf factie heeft dat nooit goed kunnen verkroppen en bleef nog tot diep in 2020 via Het Parool de publiciteit zoeken om Ruf vrij te pleiten. Dat is deels gelukt en deels mislukt. De spin van een onderzoek over Rufs handelen (Peeters-Eisma) werd zelfs onderdeel van die publiciteitsslag. Het beeld dat bleef hangen was dat Ruf juridisch binnen de normen gehandeld had, maar ethisch niet en daarom niet te handhaven was. De uitkomst was dat Ruf haar positie verloren had en niet terugkreeg.

Zie hier voor de proxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf die in 2018 op zijn hoogtepunt was. Het is niet ondenkbaar dat deze schaduwoorlog tussen deze media en de pro- en anti-Ruf facties weer opflakkert vanwege dit nieuwe initiatief. Hoewel het deze keer wellicht eerder zal gaan om een afgeleide van die oude proxy-oorlog van drie jaar terug. Defares heeft slim een bypass voor Ruf gevonden.

Of dit initiatief van een nieuwe instelling voor hedendaagse kunst een soort wraak of doorstart is van het Stedelijk Museum van Ruf valt te bezien. Het is wel een bizar Droste-effect dat het Stedelijk Museum van Rufs opvolger Rein Wolfs een van de deelnemende instellingen wil zijn. Wie spiegelt wat?

Hoe dan ook is het merkwaardig dat er tot nu toe in de Amsterdamse politiek en de landelijke media geen debat is gestart over de aanvaardbaarheid van Defares’ aanbod. De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Ethiek in de Nederlandse museumsector is onderontwikkeld als het om de herkomst van geld gaat.

Bidens verwijzingen naar God en gebed in toespraak over Afghanistan passen niet bij een veranderende VS

Ik ben teleurgesteld en ook wel verrast over presidents Bidens verwijzing naar God en de stilte voor gebed die hij vroeg in zijn toespraak over Afghanistan. Hierin stond hij stil bij de dood van 13 Amerikaanse militairen die hij helden noemde. Ik dacht dat deze president verder was in zijn denken en zijn persoonlijk geloof niet goedgelovig rechtstreeks zou verbinden met zijn functie.

Het is ongepast voor elke Amerikaanse president om in zijn functie te verwijzen naar God. Persoonlijk geloof moet men voor zichzelf houden en niet verbinden met een functie.

Als president Biden de Amerikanen wil verbinden, dan moet hij niet religie centraal stellen omdat hij daarmee andersdenkenden uitsluit. Door te verwijzen naar God bereikt Biden het omgekeerde van wat hij beoogt. Hij verbindt niet, maar verdeelt.

President Biden die zijn katholiek geloof niet verbergt geeft ermee een signaal af aan vooral de jongere generaties dat hij iemand van het verleden, van oude tradities is die op de terugtocht zijn. Hij prijst onbewust zichzelf ermee uit de tijd. Tevens schept hij in de beeldvorming het idee dat het christendom, want daar verwijst hij impliciet naar, een soort staatsgodsdienst is en andere levensovertuigingen en godsdiensten door de regering minder belangrijk worden gevonden.

Bidens spirituele verwijzingen zijn electoraal onverstandig omdat hij zich richt tot een minderheid. Volgens onderzoek van Gallup uit maart 2021 zegt nog slechts een minderheid van 47% te behoren tot een kerk, moskee of synagoge. Een derde van de Millennials (1981-1996) en de daarna komende Generatie Z zegt geen religieuze affiliatie te hebben. Onder oudere generaties is sinds 2000 het percentage verdubbeld dat van traditionele denkbeelden naar ‘geen religieuze affiliatie’ is veranderd.

Politiek is Bidens verwijzing naar God en gebed alleen te begrijpen als een poging om de activistische witte, radicaal-rechtse christenen de pas af te snijden. President Biden probeert er ongetwijfeld mee duidelijk te maken dat geloof geen exclusief rechts thema is.

Maar hij schat het gevolg van zijn verwijzing verkeerd in. Hij breekt weliswaar in in een homogeen wit, rechts christendom door dat binnen te dringen en daarin een rol als wereldlijk en spiritueel leider op te eisen, maar hij vergeet dat demografisch de VS de laatste decennia in snel tempo gediversifieerd is en hij zich met de verwijzing naar God en gebed vervreemdt van vele landgenoten.

Bidens staf moet hem duidelijk maken dat het ongepast is om in zijn functie te verwijzen naar religie of een specifieke wijze van interreligiositeit omdat hij zich hiermee richt tot een VS die allang niet meer bestaat. Het automatisme van autoriteiten om bij calamiteiten te verwijzen naar thoughts and prayers is niet alleen verworden tot een lege formule, maar sluit ook steeds minder aan bij de mentaliteit in het land. Hoewel het op Capitol Hill tegen de landelijke trend in nog steeds de leidende mentaliteit is. Het parlement is ook in dit opzicht behoudend en mist de koppeling met de veranderingen in het land.

Uiteraard zijn de VS nu nog een door en door religieus land dat zichzelf met de geestelijke paplepel heeft gevoed, maar onder de oppervlakte gist het en lijkt weinig nodig om door de schil van godsvrucht, vanzelfsprekendheid en christelijke taboes te breken. Dat levensgevoel weigert Biden aan te spreken en zal hem door delen van zijn progressieve achterban aangerekend kunnen worden.

Het er nauw mee verbonden idee dat de VS een exceptionele natie is met een speciale opdracht is ook aan erosie onderhevig. De mislukking van het Afghanistan-beleid zet dat idee opnieuw onder druk.

Biden benadrukt met zijn christelijke referenties onbewust zijn ouderdom en zijn gegrondheid in traditionele denkbeelden die slecht passen bij een divers land dat etnisch en in levensovertuiging op weg is een land van minderheden te worden. Dat kan niet de bedoeling zijn van een president die zegt zijn land te willen verbinden, maar in die verbinding de verkeerde aanpak en toon kiest.

Perfecte storm van ongenoegen treft Bernhard jr. die artiesten vraagt gratis op te treden bij Formule 1 race op Zandvoort

Schermafbeelding van deel artikel ‘Artiesten boos op prins Bernhard vanwege gratis optredens bij GP’ van Blauw Bloed (EO), 26 augustus 2021.

Als zelfs de royalty-rubriek van het EO programma Blauw Bloed kritisch is op een lid van de koninklijke familie, dan kun je aan je klompen aanvoelen dat de monarchie opnieuw publicitaire schade lijdt.

Volgens publieksonderzoek in opdracht van Nieuwsuur is in 2020 het vertrouwen in koning Willem-Alexander fors gedaald tot onder de 50%. Uit de koningsdagpeiling van 2021 bleek dat het vertrouwen in koning Willem-Alexander door de ophef over zijn vakantie naar Griekenland flink lager is dan in eerdere jaren. Ook het draagvlak voor de monarchie en de waardering voor koningin Máxima zijn volgens de peiling significant afgenomen. Uit een enquête van EenVandaag bleek in april 2021 dat het vertrouwen in de koning op laagste punt staat sinds zijn inhuldiging in 2013. Er lijkt sprake van een neergaande lijn.

Het gaat deze keer niet om koning Willem-Alexander met zijn speedboot van 2 miljoen euro, zijn vakanties in Griekenland en zijn stijgende toelage terwijl de Nederlanders economisch worden getroffen door de COVID-19 pandemie, maar om prins Bernhard jr. Dat is de tweede zoon van prinses Margriet die in de volksmond bekendstaat als de proletenprins, patjepeeër of huisjesmelker. Hij zou samen met partners meer dan 500 panden in bezit hebben en het niet altijd even nauw nemen met de regels. Dat wringt des te meer door de stijgende huizenprijzen en de schaarste op de woningmarkt waardoor in de grote steden mensen geen woning kunnen vinden.

Bernhard jr. is geen lid van het koninklijk huis en wettelijk op afstand gezet, maar dat onderscheid wordt niet altijd begrepen. Hij wordt toch geassocieerd met de monarchie. En dan vooral met de kwalijke kanten ervan die zijn samen te vatten als hebzucht, vriendjespolitiek, klassenjustitie en corruptie. Bernhard jr. is door zijn gedrag en mentaliteit de ideale zondebok voor maatschappelijk ongenoegen. Het helpt evenmin dat hij dezelfde naam draagt als zijn grootvader van wie steeds meer aanwijzingen naar boven komen dat hij een opportunist, schuinsmarcheerder, oplichter en leugenaar was.

De aanleiding voor de recente woede over Bernhard jr. is zijn verzoek aan artiesten om gratis op te treden bij de Formule 1 race op het circuit van Zandvoort. Zanger Joshua Nolet van Chef’Special zou namens de prins gevraagd zijn. Nolet heeft zijn ongenoegen over dit verzoek breed op sociale media verspreid. Bernhard jr. is mede-eigenaar van dit circuit waar op zondag 5 september 2021 deze race plaatsvindt. Tickets op die dag variëren in prijs van 140 tot 448 euro.

Tweet van opiniemaker Sander Schimmelpenninck, 25 augustus 2021.

Het is een perfecte storm die Bernhard jr. treft. Hij heeft zichzelf gemaakt tot de focus van ongenoegen:

  • 1) Er is zoals gezegd het afnemende vertrouwen in de monarchie en het jet set-achtige optreden van koning Willem-Alexander en echtgenote die steeds meer de voorkeur geven aan een verblijf in het buitenland en steeds meer haaks staan op de beleving van de gemiddelde Nederlander die de broekriem moet aanhalen.
  • 2) Er zijn de opwarming van de aarde, de klimaatcrisis, het ICPP-rapport en de talloze extreme weersverschijnselen, zoals overstromingen en branden waarvan onomstotelijk vaststaat dat die een gevolg zijn van menselijk handelen. Stichting Natuurbelang vindt in een commentaar de Formule 1 race in Zandvoort ongewenst vanwege de negatieve effecten op de omgeving. Notabene in een beschermd natuurgebied, Deze stichting stelt ook vragen over de regelgeving en suggereert dat er sprake is van rechtsongelijkheid als het zich afvraagt waarom ondanks de vervuiling die de race met zich meebrengt het circuit een vergunning heeft gekregen.
  • 3) Er is het regeringsbeleid dat vanwege de COVID-19 maatregelen de omvang van festivals en culturele evenementen beperkt, maar om onverklaarbare redenen een uitzondering maakt voor sportwedstrijden, inclusief genoemde Formule 1 race op Zandvoort. Dat zet kwaad bloed bij de artiesten die worden beperkt in hun optreden en zich recent hebben verenigd in de actiegroep UnMute Us, maar door Bernhard jr. worden gevraagd om gratis op te treden in een randprogramma van de Formule 1 race. Dat wordt gezien als groteske onbeschaamdheid en een totaal gebrek aan fijngevoeligheid van deze prins.

VVD en CDA zijn de pubers van de Nederlandse politiek. Ze vertragen formatie omdat ze op zoek zijn naar een eigen identiteit

CDA-leider Wopke Hoekstra op het Binnenhof. Augustus 2021.
BEELD ANP

Er klinkt steeds meer kritiek op de traag verlopende onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Op 17 maart 2021 vonden de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Dat is inmiddels meer dan vijf maanden geleden. Er is nog geen zicht op een doorbraak. De indruk ontstaat steeds meer dat de politieke partijen uitsluitend met zichzelf en elkaar bezig zijn en de wereld om zich heen vergeten. Maar die wereld draait door ondanks de schijnbewegingen van de Nederlandse politiek.

In zijn column van 24 augustus 2021 in NRC constateert Tom-Jan Meeus dat de rechtse partijen een meerderheid van 81 zetels hebben. Dus het is van tweeën een. Of beide rechtse partijen VVD en CDA die nu deelnemen aan de besprekingen gaan volmondig voor een rechts kabinet dat hun voorkeur verdient en waar ze zich sterk voor zeggen te willen maken. Of ze laten die ambitie varen en gaan niet voor zo’n rechts kabinet en aanvaarden de deelname van centrumpartij D66 en de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks. Een andere keuze is er niet.

Meeus zegt: ‘Links had decennia de reputatie verdeeld en ontoeschietelijk te zijn, nu is vooral rechts daar goed in. Een volbloed rechts kabinet zou afspraken met complotdenkers (FVD/corona), EU-sceptici (JA21 wil uit de euro) en een wegens groepsbelediging veroordeelde voorman (Wilders) vergen. Dan zijn Ploumen en Klaver natuurlijk een eitje‘. Kortom, het lijkt er verdacht veel op dat VVD en CDA geen volbloed rechts kabinet nastreven omdat de rechtse partijen PVV, FvD, Van Haga, SGP, JA21 en BBB te instabiel en te weinig constructief zijn. Maar Rutte en vooral Hoekstra houden ten onrechte vol dat PvdA en GroenLinks instabiel zijn.

Er is nog het aspect van de getalsverhoudingen tussen partijen in een kabinet dat ik naar aanleiding van een mediaoptreden van CDA’er Madeleine van Toorenburg in een commentaar van 6 juni 2021 noemde. Het is begrijpelijk dat PvdA en GroenLinks dat tot nu toe in de publiciteit niet naar voren hebben gebracht omdat het gaat over hun eigen nietige positie. Dat zou wel verhelderend zijn.

Schermafbeelding van deel commentaarCDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten‘ van 6 juni 2021.

Bij de vorming van een kabinet draait het bij het formuleren van het regeerakkoord en de verdeling van de kabinetsposten om de zwaarte van de afzonderlijke partijen. Die weegt door in de resultaten. Niet toevallig hebben de grootste partijen VVD en D66 in juni 2021 van informateur Mariëtte Hamer de opdracht gekregen om een proeve van regeerakkoord te schrijven dat nu het werkdocument is voor de onderhandelingen.

In een nieuw kabinet Rutte-Kaag zullen PvdA en GroenLinks weinig in de melk te brokkelen hebben met hun in totaal 17 zetels. Vergelijk dat met de liberale as in dat kabinet van VVD en D66 van 58 zetels. Dat is 3,4 zoveel als beide linkse partijen. Of vergelijk het met de rechtse as van VVD en CDA met 49 zetels. Dat is 2,3 zoveel als beide linkse partijen.

Waar zijn VVD en CDA bang voor? Voor de eigen lusteloosheid, sloomheid en stuurloze drift?

Het is simpel. Of beide rechtse partijen kiezen voor een op en top rechts kabinet met onder meer PVV, FvD en rechtse splinters. Of ze kiezen voor een centrumkabinet met D66, PvdA en GroenLinks. Want D66 heeft een kabinet met de ChristenUnie geblokkeerd en uit wat bekend is uit de proeve van regeerakkoord zal de ChristenUnie zich daar niet in kunnen vinden. Zo moeilijk is het niet voor VVD en CDA om aan hun achterban uit te leggen dat PvdA en GroenLinks in een nieuw kabinet getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben en dat het landsbelang nu vraagt om voortgang.

De aarzelende aanpak van de evacuatie uit Kabul roept de vraag op hoe minister Kaag sinds mei 2021 de regiodirectie DAO/ZA heeft aangestuurd en hoe de inlichtingendiensten het kabinet hebben geïnformeerd over de toestand in Afghanistan en wat het kabinet daarmee heeft gedaan. Het heeft in elk geval niet gehandeld zoals Frankrijk deed. Hoeveel tijd heeft premier Rutte de afgelopen drie maanden aan Afghanistan besteed? Dat is de schaduwzijde van de Nederlandse politiek die op het Binnenhof kringetjes om zichzelf draait als een adolescent die op zoek is naar een eigen identiteit.

Voor welk probleem blijven VVD en CDA een oplossing zoeken? Het lijkt er steeds meer op dat ze niet weten wie ze zijn.

Kanselierskandidaat Armin Laschet zakt weg in peilingen

Je zou bijna te doen krijgen met Armin Laschet, de kandidaat van de CDU/CSU voor het kanselierschap. Het is de opzet dat hij kanselier Merkel opvolgt, maar dat wordt steeds minder zeker voor deze man zonder charisma. Hoe denkt in 2021 een partij in hemelsnaam zo verkiezingen te kunnen winnen?

In de peilingen voor de verkiezingen van de Bundestag op 26 september 2021 is Olaf Scholz, de kandidaat van de SPD Laschet op 1% genaderd. Waar blijft de tegenaanval van de Union op de SPD? De Groenen zijn weggezakt in de peilingen.

Dit campagnefilmpje leidt af van de boodschap die CDU/CSU wil verkopen. Toch al een boodschap die weinig concreet is en een wee gevoel van goede bedoelingen oproept. Dat is de makke van een middenpartij die vele doelgroepen moet bedienen en als het geen nieuwe prioriteiten stelt zich daarom uitsluitend vaag en flets kan presenteren. Het filmpje is daarvan het resultaat.

Het zit vol gebreken die kritische media volop munitie geeft. Zoals de als enige zwart gesnikte Laschet die moet suggereren dat hij net als zijn vader mijnwerker is of een rondgang op het Holocaust-monument in Berlijn waarvan het onsmakelijk wordt gevonden dat dit in de campagne wordt gebruikt. Maar er is meer.

De campagne van de CDU hapert en de partij heeft nog een maand om dat te corrigeren. De roep om Laschet te vervangen door de populaire CSU-leider Markus Söder helpt niet mee aan het zelfvertrouwen en de eenheid van de Union. Dat wordt spannend. De EU zal het in de toekomst in elk geval zonder de leidende rol van kanselier Merkel moeten gaan doen.

Oekraïne krijgt internationale steun voor territoriale claim op de Krim. Maar Zelensky schetst een scheef beeld

Mijn reactie bij een video van AFP News Agency van 23 augustus 2021 waarvan The Rutendo News hierboven een kopie geeft die wel ingevoegd kan worden in andere sociale media. Voor AFP vertaald in het Engels.

De opmerking van de Oekraïense president Zelensky dat voor het eerst op internationaal niveau de bezetting van de Krim door de Russische Federatie wordt erkend, is onjuist. Op 9 december 2019 riep Resolutie 12223 van de Algemene Vergadering van de VN bijvoorbeeld de Russische Federatie op om haar tijdelijke bezetting van het grondgebied van Oekraïne onverwijld te beëindigen. Resolutie 68/262 van 27 maart 2014 benadrukte hetzelfde in algemene termen, benadrukte dat de bezetting “geen waarde” had en riep de Russische Federatie op om de territoriale integriteit en internationale grenzen van Oekraïne te respecteren.

Waarom president Zelensky het opzettelijk verkeerd voorstelt, is een raadsel. Misschien wil hij het feit verbergen dat de internationale gemeenschap en Oekraïne in zeven jaar niet in staat zijn geweest om iets tegen de Russische bezetting te doen of een politieke oplossing voor de bezetting dichterbij te brengen door overleg met het Kremlin. Wellicht wil hij geen krediet geven aan de succesvolle diplomatieke inspanningen van zijn voorganger president Porosjenko.

Het einde van de Russische bezetting is nog niet nabij, maar het is onvermijdelijk. Wellicht is daarvoor op termijn een regimewisseling nodig, waardoor de Russische Federatie, net als de Sovjet-Unie in 1990, door economische en mentale stagnatie in de richting van de democratische rechtsstaat zal opschuiven, omdat de samenleving verlamd is.

Fossiele brandstoffen zoals olie en gas zijn financieel de steunpilaar van de staat. Volgens de klimaatafspraken moet de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95-100% zijn verminderd. Deze Russische energiemix past niet in de energietransitie. Afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is de bom onder de Russische Federatie, omdat het nog steeds de broodnodige valuta biedt om te blijven functioneren die binnen 30 jaar verloren zal gaan. Zonder dat hangt het af van het Westen en China. Het is dan ook niet vergezocht om aan te nemen dat de terugkeer van de Krim naar Oekraïne in de toekomst een van de voorwaarden zal zijn waarop het Westen de Russische Federatie wil ontmoeten.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel verwees enkele jaren geleden naar de bezetting van de DDR door Russische troepen die pas na 45 jaar eindigde. Het vergt geduld om dat af te wachten. De bezetting van de Krim door de Russische Federatie wordt niet erkend door de internationale gemeenschap en is dus per definitie tijdelijk als dit land in de toekomst goede betrekkingen wil opbouwen met de internationale gemeenschap.

Het is wachten op externe gebeurtenissen totdat de Krim automatisch terugkeert naar Oekraïne, zoals een appel van de boom valt.