Scheidslijn in publieke opinie loopt niet tussen links en rechts, maar tussen muiterij en overleg

Soms kom je in een discussie op Facebook in aanraking met standpunten waarvan je denkt hoe het mogelijk is dat ze bestaan en geuit worden. Wie zitten er achter? Is het Nederlands onderwijs echt zover weggezakt als de laatste decennia door onderwijscritici wordt beweerd? Het lijkt er sterk op.

Gevoegd bij een gebrek aan mediawijsheid van de bevolking, omdat dit vak ontbreekt in het basisonderwijs, ontstaat er bij sommigen een combinatie van onvermogen, niet goed kunnen luisteren, lezen, schrijven en argumenteren, wrok en miskenning. Het gebrek aan vaardigheid om zich te kunnen uiten en goed te kunnen verwoorden wat men denkt jaagt door een gevoel van ondergewaardeerd worden en een besef van machteloosheid het vliegwiel van de miskenning nog verder aan. Dat is beklagenswaardig voor betreffende individuen en beschadigend voor de samenleving.

Dat is de stand van de publieke opinie van Nederland. In dat land is voor velen botheid de norm. Dat wordt ook wel lompheid of hufterigheid genoemd als het om het intermenselijk contact gaat. Op sociale media valt het extra op en wordt benadrukt wat blijkbaar de ziel van veel Nederlanders is. Dat is een constatering die de Engelse ambassadeur in Den Haag William Temple in de 17de eeuw al maakte in zijn Observations Upon the United Provinces of the Netherlands toen hij over de aard van de Nederlanders zei : ‘More good Nature, than good Humour’. Zie p.188:

Aanleiding voor bovenstaande uiteenzetting is een debatje op Facebook bij bovenstaand artikel van de Volkskrant dat stelt dat de rechtse partijen steeds meer opschuiven naar links. Ik gaf daar het volgende commentaar op: ‘Links is een ramp en rechts is een ramp. Racistisch rechts (PVV en FvD) is een dubbele ramp. Of de kiezer steeds meer op rechtse partijen stemt valt te bezien. Want de kiezers stemmen altijd in meerderheid op rechtse partijen. Dat is nu niet anders. De meerderheid van partijen wil gelijkwaardiger delen en belasten voor degenen die binnen zijn, maar degenen die buiten zijn meer weren dan voorheen. Is dat links of rechts? Het lijkt eerder een gemengd beeld dat valt te omschrijven als conservatief-links.’

Dat is een standpunt waar men het wel of niet mee eens kan zijn. In de verwachting van een leuk debat had ik het prikkelend opgeschreven. Ik vermoedde dat de lezers van de Volkskrant vooral zouden reageren op mijn standpunt dat links een ramp is, maar dat gebeurde niet. Is de achterban van links al bij voorbaat murw gebeukt? Ik kreeg enkel reacties die reageerden op mijn uitspraak dat ‘racistisch rechts’ van PVV en FvD een dubbele ramp is. Dat had ik niet mogen zeggen. Ook dat is blijkbaar de stand van zaken in Nederland, namelijk dat aanhangers van nationalistisch-rechts zelfs de FB-pagina’s van de centrum-linkse Volkskrant domineren.

Zo kabbelt zo’n discussie op een algemeen platform op sociale media voort in Nederland. Je kunt het niet eens een uitwisseling van standpunten noemen. Het is een gesprek tussen doven waarbij men niet zozeer luistert naar wat de ander zegt, maar vooral de eigen stokpaardjes pitcht. Daarmee zeg ik niks nieuws, het is al vaak gezegd. Ik reageer ook veel op Amerikaanse sites en daar is de omgang tussen politieke opponenten vriendelijker en volwassener, hoewel ik het afgelopen half jaar een verharding heb bespeurd. Maar daar lijkt men er genoegen in te scheppen om met elkaar het debat op een hoger niveau te tillen. In Nederland ontbreekt dat streven en lijkt het omgekeerde het geval. Namelijk het afbreken van de ander, ook als men daarmee zichzelf naar beneden haalt. Maar ook dat besef ontbreekt, zoals een Alzheimer-patiënt de eigen vergeetachtigheid vergeet.

Inhoudelijk eindigde mijn bijdrage onder dit Volkskrant-artikel met onderstaande reactie. Of het doordringt tot de aanhangers die PVV en FvD steunen betwijfel ik, maar ik blijf proberen hen met argumenten te overtuigen. Maar de mislukking is ingebakken. Het is als Max en Moritz uit het Duitse verhaal met plaatjes die in de deegbak van de bakker vallen en in de oven gebakken worden. De twee schelmen blijken nog in leven en knagen zich een weg naar buiten. De volgende streek zullen ze echter niet overleven. Maar dat weten ze nog niet.

U hebt gelijk dat er een verschil is tussen islamkritiek (of religiekritiek in het algemeen) en beleid dat tegen de grondwet ingaat. Dat eerste moet mogelijk zijn. Daar zou geen twijfel over moeten bestaan. Ik ben een criticus van godsdiensten (of religieuze instellingen) waaronder de islam omdat ik vind dat religie per saldo een negatieve invloed heeft op de samenleving. Dat geldt dus alle godsdiensten. Daarbij nemen met name de drie monotheïstische godsdiensten een stevige machtspositie in en moeten ze tegen kritiek kunnen. Hoge bomen vangen veel wind.

Maar de PVV gaat verder dan islamkritiek en morrelt aan de grondrechten van inwoners van Nederland. Daar loopt de lijn tussen wat mogelijk of zelfs wenselijk is aan islamkritiek en waar dat overgaat in beleid dat strijdig is met artikelen van de grondwet. Dat laatste hebben we met elkaar afgesproken en kan niet eenzijdig worden opengebroken. Dan verlaat een partij als de PVV de rechtsstaat en begeeft het zich op het terrein van de rechtsongelijkheid en willekeur. Dat is niet in uw of mijn eigenbelang. Want wat vandaag de moslims treft, kan in die willekeur zonder rechtsbescherming morgen u of mij treffen.

Als de PVV delen van de grondwet wil veranderen, dan heeft het daartoe uiteraard het recht. Dan moet het medestanders vinden voor een 2/3de meerderheid in de Staten-Generaal. Maar de paradox van de huidige positie van de PVV is dat het radicaliseert en zich steeds meer vervreemd heeft van de andere partijen. Ofwel, de PVV heeft helemaal geen stappenplan of strategie om een meerderheid te vinden voor de grondwetsartikelen waar het kritiek op heeft en die het wil wijzigen. Dat laat de kiezer op de PVV uiteindelijk met lege handen achter. Die kiezer wordt door de PVV bediend in zijn of haar emotie, maar politiek heeft de PVV geen omlijnd plan om haar doel te bereiken. Het is veel geschreeuw en weinig wol. Daarmee besodemietert de PVV de kiezer zonder dat die kiezer dat zelf doorheeft.’

Foto 1: Schermafbeelding van FB-posting van de Volkskrant van het artikelRechtse partijen schuiven steeds meer op naar links’, 2 maart 2021 (achter betaalmuur). Gewijzigde titel: ‘Rechtse partijen trekken met linkse argumenten steeds meer kiezers naar zich toe’.

Foto 2: Schermafbeelding van p.188 uit William Temple, ‘Observations Upon the United Provinces of the Netherlands’ (1668). Uit editie 1705. Via Google Books.

Foto 3: Wilhelm Busch, illustratie uit Max und Moritz: Max en Moritz gaan krakelingen stelen bij de bakkerij.

Pleidooi om Code Diversiteit & Inclusie breed op te vatten. Aan de hand van het man-vrouw perspectief van Alina Lupu

Het artikelCALL-OUT CULTURE / CANCEL CULTURE’ van Alina Lupu op Platform BK is een aardige poging tot een analyse. Het gaat over de kwestie Erik Kessels en BredaPhoto. Maar het onttrekt zich niet aan de valkuilen die het probeert te vermijden. Zo’n valkuil is het feit dat er meer tweedelingen zijn dan die tussen mannen en vrouwen. Deze analyse reduceert het geschil tot dat specifieke verschil en probeert daar vervolgens iets over te zeggen. Maar dat schiet per definitie tekort. Op 20 september 2020 sprak ik me in een commentaar uit over deze kwestie.

De Code Diversiteit & Inclusie die in de Nederlandse kunstsector wordt gebruikt (onder andere door het Mondriaan Fonds) en over culturele diversiteit en identiteitsvorming gaat noemt naast ‘gender’ de volgende verschillen: ‘beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd’.

Men zou hopen dat auteurs die zich uitspreken over culturele diversiteit zich ‘breed’ opstellen en meerdere verschillen tegelijk in beschouwing nemen. Op dit moment zijn de man-vrouw en het wit-zwart verschil leidend in het debat over diversiteit en identiteit in de kunst. Deze aspecten domineren dientengevolge dit debat omdat de protagonisten ervan zich het best hebben georganiseerd en zich meest radicaal opstellen.

Dat is echter geen intrinsieke waarde die uit het onderwerp zelf volgt, maar een bijkomstige toevalligheid die wordt ingegeven door secundaire elementen als organisatiegraad, politieke radicaliteit en de kennis van (sociale) media. Het gevolg is dat de uitsluiting van mensen (cancel culture) vanwege hun politieke stellingname die raakt aan die verschillen van gender of etniciteit ook een zekere bijkomstige toevalligheid bevatten.

Het is gewenst dat het debat in de Nederlandse kunstsector snel verbreed wordt en onder meer ook sociaaleconomische status en opleidingsniveau dezelfde aandacht krijgen die nu de man-vrouw en wit-zwart verschillen krijgen. Alleen dan kan er sprake zijn van een evenwicht debat. Nu is dat theorie, maar nog geen praktijk.

Een en ander zou in het geval van Erik Kessels en zijn project ‘Destroy my Face’ voor BredaPhoto wel eens tot een andere conclusie kunnen leiden dan waar de auteur onder de schijn van onpartijdigheid tot komt. Welk opleidingsniveau en sociaaleconomische status hebben de betrokkenen die in dit artikel worden genoemd en wat betekent dat voor hun opstelling en de diversiteit in de kunstsector?

Anders gezegd, het aloude klasseverschil tussen sociale klassen verdwijnt onterecht naar de achtergrond als alles wordt gereduceerd tot een man-vrouw of wit-zwart identiteit. Zeker zijn laatstgenoemden ondervertegenwoordigd en moet dat gecorrigeerd worden,  maar de introductie van culturele diversiteit verandert in kortzichtigheid als niet alle verschillen tussen mensen in gelijke mate binnen de kunstsector aandacht krijgen. Het kan niet zo zijn dat om bijkomende, politieke redenen dit debat uit het lood komt te staan en de positie van degenen die zich mede vanwege hun achtergrond het minst laten horen veronachtzaamd wordt.

Er is nog een lange en brede weg te gaan naar emancipatie, zo leert dit voorbeeld van een goedbedoelde auteur die met de pretentie van volledigheid een ‘probleem’ probeert te analyseren dat bij nader inzien niet het probleem is waar het om gaat. Dat blijven hangen in een schijnprobleem dat als definitief wordt voorgesteld en de aanspraak anderen daar iets over te kunnen leren vereist een andere aanname van wat culturele diversiteit is zodat een ander probleem kan worden opgelost. Namelijk dat van een brede, evenwichtige, gelijkmatige en gelijktijdige aanpak van verschillen van culturele diversiteit binnen de kunstsector.

Nederlandse kunstfondsen moeten het onderwerp van culturele diversiteit en identiteit breed interpreteren en de wijdte ervan even serieus gaan nemen zoals ze tot nu toe de enkele aspecten ervan serieus nemen en alle aandacht geven.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCALL-OUT CULTURE / CANCEL CULTURE’ van Alina Lupu op Platform BK, 23 februari 2021.

Culturele topografie van de mislukte opstand: Amerikaanse helden van de sociale media houden van krijgshaftig vertoon

Het is opvallend hoeveel flutexcuses er achteraf komen van mensen die op 6 januari 2021 het Capitool in Washington DC bestormden. Maar de staatsgreep die door president Trump werd aangemoedigd mislukte. Hun identiteit werd achterhaald en ze werden ontslagen of aangeklaagd. Deelname aan een mislukte staatsgreep kan gevolgen hebben voor de plegers ervan. Het is geen spelletje. Dat zijn de lui die houden van martiale poses in pseudo- en para-militaire uitrusting die op sociale media worden geplaatst.

De aspirant-helden doen nu zielig en zijn de echte watjes in dit verhaal. Zoals dat altijd is. Ze kunnen niet moedig de last van het verlies dragen. Hun virtuele schijnwereld dachten ze straffeloos naar de echte wereld te kunnen verplaatsen. Maar dat wringt uiteindelijk.

Dat zichzelf groot maken en het door vermomming aanschurken tegen de uiterlijkheden van het militarisme zonder zelf militair te zijn is iets van alle tijden. Na 16 maanden militaire dienst als dienstplichtige in de vorige eeuw was ik voorgoed van dat militarisme genezen dat vooral bestond uit wachten op de Russen die maar niet kwamen. Eerlijk gezegd was ik al genezen voordat ik de krijgsmacht inging. In die tijden van lang haar en de soldatenvakbond VVDM (Vereniging van Dienstplichtige Militairen).

Maar sommigen denken blijkbaar een gemis te voelen dat ze willen compenseren door een krijgshaftig uiterlijk en verbondheid met andere uitgeslotenen. Dat is geen beroepsvariant, maar een psychische gesteldheid en staat ver af van waar echte militairen mee bezig zijn.

In een project bestudeert cultureel topograaf Martina Baleva de Bulgaarse helden uit de fotostudio. De Universiteit van Basel besteedt er in een interessant bericht aandacht aan. De foto’s tonen twee deelnemers aan de mislukte april opstand in 1876 tegen het Ottomaanse Rijk die hardhandig werd onderdrukt. Europa sprak er schande van.

Martina Baleva merkt op dat de “gebruikers” werden misleid omdat de geportretteerde vaak veel minder knap, belezen, moedig of bekwaam bleek te zijn dan hun portret deed lijken, net zoals op internet tegenwoordig. Ze zegt: ‘Als je verstandig was met het gebruik van het 19e-eeuwse equivalent van Facebook, dan zou je harten kunnen veroveren, roem verwerven of politieke onrust veroorzaken.’

Beide individuen dragen hetzelfde uniform. De opstandeling op de bovenste foto werd  ter dood veroordeeld en de persoon op de onderste foto niet. Dat is ook een wetmatigheid van mislukte opstanden. Sommigen worden gestraft en anderen komen ermee weg. De geschiedenis herhaalt zich. Het verschil is dat tegenwoordig de nationale helden niet gemaakt worden in de fotostudio, maar op sociale media. Maar hun uiterlijk vertoon blijft even potsierlijk.

Foto 1: [After the 1876 uprising had been quelled, Georgi Izmirliev was sentenced to death, whereas Sava Penev (following picture) was released from lifelong imprisonment in 1878. Prior to the insurrection, they had each had their pictures taken by an unknown photographer – apparently wearing the same uniform. (Image: Nacionalna Biblioteka Sv. Sv. Kiril i Metodij, Sofia)]

Foto 2: [After the 1876 uprising had been quelled, Sava Penev was released from lifelong imprisonment in 1878, whereas Georgi Izmirliev (previous picture) was sentenced to death. Prior to the insurrection, they had each had their pictures taken by an unknown photographer – apparently wearing the same uniform. (Image: Nacionalna Biblioteka Sv. Sv. Kiril i Metodij, Sofia]

Raad van Toezicht van het NMVW moet zich alsnog bezinnen op de toekomst. Het oude beleid is mislukt, gedateerd en dood als een pier

Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): algemeen directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, op een herformulering weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat (2012-2021) werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

De musea van het NMVW moeten weer echte musea worden waar met plezier professioneel gewerkt worden en het om de kunst gaat. Nu zijn het locaties waar het amateuristisch handelen van goedwillenden de boventoon voert. Bij een herstart moeten op belangrijke functies weer kundige museumprofessionals benoemd worden.

Schoonderwoerds vertrek geeft dus ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het de afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Het NMVW moet uit de ivoren toeren afdalen en weer met de voeten in de museale modder gaan staan. Dat dit de afgelopen jaren zo slecht is doorgedrongen tot de publieke opinie is grotendeels de Nederlandse kunstjournalistiek te verwijten. Ze kunnen geweten hebben wat er aan schortte, maar hebben er geen verslag van gedaan. Of de Raad van Toezicht het inzicht, de daadkracht, de geesteshouding en de ambitie heeft om zich fundamenteel te bezinnen op een nieuwe koers is de hamvraag.

Het is onduidelijk welke constructie de Raad van Toezicht voor de toekomst als gewenst ziet. De koepelformule van vier musea, te weten Tropemmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde en Wereldmuseum (dat er losjes aan is verbonden) is topzwaar en leeghoofdig en lijkt uitgewerkt. Gewenst is een formule waarbij de vier musea autonomie hebben en vanuit hun eigen collectie autonoom tentoonstellingen kunnen maken. Dat kan dan aangestuurd worden door een locatiedirecteur of hoofdconservator.

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Hiermee verklaart Schoonderwoerd Modest tot bijwagen van zichzelf. Het is nog maar de vraag of Modest dat echt is. Schoonderwoerd heeft echter gelijk als hij beweert dat het huidige beleid eruit bestaat dat Modest en hij weinig tot niks van kunst weten. Het is bedenkelijk genoeg dat iemand met zo’n profiel inhoudelijk directeur van een kunstmuseum kan worden. Zijn profiel sluit eerder aan bij de functie van een leidinggevende  van een theoretisch-wetenschappelijk bureau als toeleverancier voor een museum.

Het is ronduit potsierlijk als Schoonderwoerd in het interview met Trouw zegt dat kunstmusea de agenda van het NMVW overnemen: ‘Met tevredenheid stel ik vast dat nu andere musea ook de thema’s overnemen die hoog op onze agenda stonden. Ook kunstmusea wijden nu volop aandacht aan ons koloniale verleden.’ Dit schouderklopje dat Schoonderwoerd zichzelf geeft is niet alleen protserig en pocherig, maar ook naast de waarheid. Als andere musea dezelfde agenda volgen wil dat niet zeggen dat dit door het NMVW is geïnitieerd. Het valt eerder te verwachten dat het op enig moment ‘in de lucht hing’ of dat er een gemeenschappelijk bron is waar het NMVW ook van heeft ‘geleend’.

Indien de voortzetting van het oude beleid uitgerekend dat is wat niet moet gebeuren en een nieuwe algemeen directeur ook niet wil dat dat gebeurt, loopt Schoonderwoerd met de tegelijk late en voortijdige benoeming van Modest zijn opvolger voor de voeten. Dat is van Schoonderwoerd niet netjes en van de Raad van Toezicht niet verstandig. De Raad van Toezicht had hier op z’n minst een bredere visie op moeten ontwikkelen en daar naar moeten handelen. Dat doet het niet. Dat baart zorgen. De Raad van Toezicht had een rustperiode moeten inlassen na Schoonderwoerds vertrek om zich te bezinnen op de toekomst. Onder meer over het optimale beleid dat niet meer bij 2012 maar bij 2021 past. Het heeft vooralsnog die kans voorbij laten gaan, maar kan dat alsnog corrigeren.

Voorstelbaar is een constructie met een algemeen/zakelijk directeur (belangenbehartiging, marketing, fondsenwerving en financiën); een directeur van het wetenschappelijk bureau en de nevenprogrammering met lezingen en publicaties ed. (Modest) en locatiehoofden voor de vier musea die in volle autonomie en met een eigen budget de kunst en de museale onderdelen (presentatie, collectie, registratie) voor hun rekening nemen.

Een bijzondere positie neemt het Wereldmuseum in. De laatste spectaculaire tentoonstelling was Powermask van conservator Alexandra van Dongen en gastconservator Walter Van Beirendonck. Zie hier voor mijn commentaar uit 2017 over deze tentoonstelling. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht (Patricia de Weichs de Wenne en Liane van der Linden) kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum dat in een motie in de Rotterdamse gemeenteraad als voorwaarde voor financiële steun aan de koepel is gesteld serieus wordt genomen. Het herstel van de Rotterdamse signatuur kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. De vergroting van de autonomie van de vier afzonderlijke musea met elk een locatiedirecteur of hoofdconservator als hoofd zou dat bezwaar wegnemen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Museum van Wereldculturen voelt zich weer springlevend. ‘Anderen nemen onze agenda over’ in Trouw, 5 januari 2021.

Damegambiet van VVD’er Queeny Rajkowski: samenwerking met FvD moet kunnen

Iedereen ziet met verwondering de kaderleden van lokale politieke partijen die er alles aan doen om in die publiciteit te komen. Vaak de lokale omroep of een plaatselijk sufferdje. Het kan niet gek genoeg zijn. Daarbij ligt het evenwicht gevoelig. Want in fractie of bestuur zijn ze elkaars concurrenten in een meedogenloze rattenloop om hoog op de kandidatenlijst te staan of fractieleider te worden, maar tegelijk concurreren ze met andere fracties. Maar de wetmatigheid is dat partijen van elke oprisping in de media kond doen.

Maar er zijn uitzonderingen. Want ongunstig op te vatten uitspraken kunnen maar beter niet benadrukt worden. Ze blijven ongemeld. Een voorbeeld ervan gaf het Utrechtse raadslid Queeny Rajkowski die nummer 13 op de lijst van de Tweede Kamer staat. Ze benadrukte dat ‘uit eigen beweging’ een betekenis van spontaan is. Juist dat is in ongebruik geraakt in de partijpolitiek die bepaald wordt door fractiediscipline.

Gisteren 7 december 2020 was ze gast op de landelijke televisie, bij een aflevering van de linksige talkshow ‘M’ (KRO-NCRV) van gastvrouw Margriet van der Linden op NPO1. Rajkowski had het niet makkelijk, maar bleek dat zelf niet door te hebben. Eerst werd met rasse schreden het neoliberalisme afgebrand waar door andere gasten haar partij de VVD verantwoordelijk voor werd gehouden. Ze gaf geen weerwoord.

Toen overviel Van der Linden Rajkowski met de vraag van een ‘rondje actualiteit’ of ze het goed vindt dat de VVD met FvD in een regering gaat zitten. Rajkowski merkte op dat iedereen met iedereen moet kunnen samenwerken en ze overal voor open staat. Boem, ze was in de val gelopen die de gastvrouw met haar redactie had gespannen. Daar zouden nog wat mediatrainingen voor nodig zijn, moest de kijker erbij denken. Terwijl Rajkowski even later bij een vraag aan de CDA’er warempel opmerkte dat ze allemaal mediatrainingen hebben gehad (‘Ik zit zeven jaar in de politiek’). Daar reageerde Van der Linden enigszins verrast op, waarschijnlijk vanwege Rajkowski’s antwoord op die eerdere vraag.

Het leek er sterk op dat Rajkowsi nog steeds niet besefte dat het antwoord op haar vraag over samenwerking met FvD tegen haar zou kunnen worden gebruikt. Vervolgens sloot Van der Linden dit onderwerp af met twee ‘zachte bal’ vragen aan kandidaat-kamerleden van GroenLinks en de PvdA.

Op de site van VVD Utrecht of de persoonlijke sociale pagina’s van Queeny Rajkowski is op dit moment geen verwijzing te vinden naar Rajkowski’s optreden op de landelijke televisie. Toch een uitzonderlijke gebeurtenis voor een lokale politicus. Dat geeft aan hoe haar optreden binnen de VVD wordt beoordeeld. Als lesstof voor mediatraining hoe het niet moet. Namelijk nooit antwoord geven op een vraag die men niet wil beantwoorden, maar het initiatief overnemen met een wedervraag of een afleiding.

Toch was bij nader inzien Rajkowski’s optreden niet verkeerd, maar verfrissend. Bij de andere kandidaat-kamerleden van CDA, PvdA en vooral die van GroenLinks was elke spontaniteit en originaliteit eraf getraind. Voorzichtigheid en voorspelbaarheid waren belangrijker dan authenticiteit. Ze toonden nu al de dood in de pot van de voorgeprogrammeerde lesjes. Het was niet om aan te zien zo saai. Terwijl ze nog niet eens kamerlid zijn hebben ze hun eigenheid al ingewisseld voor fractiediscipline die ze desgevraagd nota bene ontkenden. Ze zijn nu al in de mal van de middelmaat gegoten. Als politieke partijen slim zijn dan bewandelen ze de omgekeerde weg en geven ze de kamerleden meer persoonlijke vrijheid zodat er originaliteit, spontaniteit en lekkere dwarsigheid ontstaat. Maar wel met politiek inzicht. Laat daar de training over gaan. Het damegambiet van Queeny verdient navolging.

Foto’s: Schermafbeeldingen van de Netflix serie ‘The Queen’s Gambit’ (2020) met hoofdrolspeler Anya Taylor-Joy.

Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Farid Azarkan en Geert Wilders zeggen via Twitter tegen mij: ‘je bent geblokkeerd’. Maar staan ze niet zelf geblokkeerd?

Op sociale media mag ik graag reageren. Het aardigste vind ik het om iets te zeggen tegen mensen met wie ik het het meest oneens ben. Types als president Trump of leden van religieuze organisaties die hun onwaarheden en leugens het internet opslingeren. Er is doorgaans weinig voor nodig om dat te ontkrachten. Dat heeft nog de schijn van een publiek debat. Soms gaat zelfs zo’n politicus of geestelijke in debat. Dan is men het weliswaar niet eens, maar ontstaat toch een soort uitwisseling van gedachten. Hoe vluchtig dat ook is en hoe men tot onderdeel van politieke marketing wordt gemaakt. Meer kan men niet verwachten als toevallig passant op sociale media.

Wel minder. Dat geven Farid Azarkan en Geert Wilders aan. De politieke leiders van respectievelijk de politieke partij DENK en de PVV hebben me geblokkeerd op Twitter. Ze hebben de deur van het debat dichtgegooid. Wat de aanleiding daarvoor was kan ik me niet herinneren. Opvallend is dat deze twee politici hun mond vol hebben van de vrijheid van meningsuiting en in de praktijk het omgekeerde doen. Dat tekent de zwakte van hun mooie woorden die niets om het lijf hebben. Azarkan en Wilders staan naakt in hun schone schijn. Ze komen niet op voor de vrijheid van u en mij, maar willen in de publiciteit alleen het beeld vestigen dat ze opkomen voor de vrijheid.

Azarkan en Wilders zijn op hun eigen manier politici met een beperkte blik die bang zijn voor het tegengeluid dat ze uitsluiten. Want zo hebben ze in hun eigen domein altijd gelijk en kunnen ze (op sociale media) niet worden tegengesproken. Azarkan en Wilders zijn eenoog koning in hun gesloten blinde wereld. Baasjes in hun reservaat.

Azarkan en Wilders vertegenwoordigen de grootmoedigheid van de kleingeestigheid. Ze zijn het omgekeerde van wat ze beweren te zijn. Er gaapt een kloof tussen wat ze zijn en wat ze beweren te zijn. Ze zijn beperkte geesten die als camouflage het uiterlijk van de vrije geest aannemen. Maar dat wordt er door hun bedrieglijke gedragingen en uitspraken steeds potsierlijker op. Ze blokkeren anderen op sociale media, maar zijn het zelf die mentaal geblokkeerd staan. Maar dat hebben ze niet door in hun gesloten wereld waar de tegenspraak wordt uitgebannen.

Foto’s: Schermafbeelding van de door George Knight opgeroepen Twitter-pagina’s van Farid Azarkan en Geert Wilders, 12 november 2020.

Extremistische islam in Europa: Wat te doen?

Is Frankrijk in staat om de soennitische islam in eigen land te herstructureren? Ik betwijfel het. Die roep om de extremistische islam in te perken klinkt na de onthoofding door een islamitische extremist van leraar Samuel Paty. Wat is ervoor nodig behalve het verbieden van extremistische islamitische organisaties? Dat is tamelijk makkelijk, maar wat als ze ondergronds gaan? Een land als Frankrijk heeft een groot veiligheidsapparaat, maar lijkt toch niet echt bij machte om de extremistische islam te kunnen neutraliseren. Mede omdat techgiganten als YouTube en Facebook en omroepen in het Midden-Oosten en Turkije opruiende taal blijven verspreiden die in Europa wordt opgepakt via internet of schotelantennes. Het is een hopeloze strijd die niet te winnen lijkt. Niet met verboden, met onderwijs, met voorlichting, met media-educatie of wat dan ook.

Tegen geloof legt de ratio het af. En zekere de radicale varianten ervan. Geloof claimt dat het boven de wet staat. Daar is het overigens niet uniek in voor wie alle complot- en dwarsdenkers in beschouwing neemt. De enige oplossing die praktisch onmogelijk en ongepast is en tegen de grondwet ingaat is om alle moslims Frankrijk uit te zetten. Maar dat middel is erger dan de kwaal. Wat resteert is een cosmetische operatie van de Franse regering die daadkracht suggereert. Maar die nergens landt en structureel niets zal veranderen.

De leraar wilden zijn leerlingen informeren. Het ging er hem niet om om anderen te beledigen. Hij stond bekend als zachtaardig en niet confronterend. Dat anderen zich blijkbaar beledigd voelen als er een afbeelding van een voor hen heilige persoon uit hun religieuze dogmatiek wordt vertoond valt de leraar niet aan te rekenen. Dat is hun subjectieve beleving. Het is onmogelijk om in de Franse, pluriforme samenleving rekening te houden met de mogelijke bezwaren van allerlei groeperingen, omdat dan het publieke debat tot stilstand komt. Ook de overdracht in het onderwijs wordt dan onmogelijk doordat allerlei groeperingen hun specifieke taboe hebben. Daarbij dient onderwijs om leerlingen te wapenen, informatie bij te brengen en een mening te laten vormen. De les over de vrijheid van meningsuiting diende niet om te spotten met anderen, maar om de leerlingen bij te brengen wat spot en belediging is en hoe ze daar mee om moeten gaan.

Foto: Demonstratie in Parijs tegen de onthoofding van leraar (‘prof’) Samuel Paty door een moslimextremist, 18 oktober 2020.

Stopgezet kunstproject ‘Destroy my face’ legt breuklijnen bloot. Amerikaanse identiteitspolitiek irriteert een Brabants kunstfonds


Afgelopen week was er relletje over het project ‘Destroy my face’ op de skatebaan Pier15 van Erik Kessels op BredaPhoto. Het ging om samengestelde beelden van fragmenten van vrouwengezichten. Onder druk van politieke activisten op sociale media die er met gestrekt been ingingen en die op hun beurt financiers van Pier15 onder druk zetten werd het project tegen de zin van BredaPhoto en Pier15 verwijderd.

Opmerkelijk is wat de directeur van BredaPhoto Fleur van Muiswinkel in een verklaring zegt: ’Wij hebben er begrip voor dat mensen zich niet kunnen vinden in de vorm en/of de inhoud van dit werk. Hierover kan je discussiëren. De keuze van BredaPhoto om dit project juist in een skatehal te tonen is een bewuste. Het is confronterend en het schuurt, en roept een zeer essentiële discussie op over de grenzen en de invloedsferen van de cosmetische chirurgie. Met name ook bij de jeugd en bij het nieuwe normaal van “InstaPerfect”. In tegenstelling tot dat wat er nu gebeurt: het polariseren van het debat en de cancel-culture die overwint is niet waar BredaPhoto voor staat. We hebben de initiatiefnemers van de online petitie tegen het werk dan ook aan tafel uitgenodigd. Helaas hebben ze de uitnodiging afgeslagen omdat ze uitdrukkelijk anoniem willen blijven.’

Deze anonimiteit en het afwijzen van elke discussie klonk door op een FB-post van het Nederlandse kunsttijdschrift Metropolis M waar kunstenaar Nelle Boer op sociale media vindbare foto’s van vijf ondertekenaars van een petitie tegen ‘Destroy my face’ doorplaatste. Metropolis M dreigde vervolgens Boers berichten te verwijderen omdat hij het portretrecht niet zou hebben gerespecteerd. Maar het tijdschrift heeft Boers gewraakte bericht met de vijf foto’s op zondag 20 september 2020 nog niet verwijderd.

Boer heeft aan deze episode weer een FB-post gewijd waarin hij het optreden van Metropolis M hekelt en meedeelt dat hij ervoor drie dagen van Facebook is verbannen. Hij is kritisch: ‘De cancel culture heeft dus ook de Nederlandse kunst bereikt en wordt zelfs gesteund door instituten binnen de kunstwereld. Een van de ondertekenaars tegen Kessels is nota bene lid van de Amsterdamse Kunstraad’ en komt tot de conclusie: ‘De nieuwe vijand van artistieke vrijheid komt dus niet van buitenaf, maar is onder ons, kunstenaars’.

Metropolis M noemt het in een berichteen golf van protest’, maar onduidelijk is hoe omvangrijk het aanvankelijke protest was en wat het probeert te bereiken. In een Engelstalige open briefWE ARE NOT A PLAYGROUND’ zeggen de briefschrijvers dat ze via sociale media kennis hebben genomen van Kessels project. Ze eisen niet alleen de verwijdering ervan, maar vragen ook om uitleg aan BredaPhoto over de selectie en de achtergrond van het werk. De briefschrijvers wijzen een dialoog als niet-neutraal af als ze zeggen: ‘This argument does not hold up in today’s polarised climate: a climate where violent tendencies against women don’t just stop at being “problematic” or somebody being “cancelled” – but have very real and harmful effects on half of the population of this planet. It is no longer up to others to decide what female-presenting faces and bodies should look like or are used for, especially not men.’ Ze claimen voor zichzelf het alleenrecht om te beslissen hoe ‘vrouwelijk gepresenteerde gezichten en lichamen’ in kunstwerken getoond worden.

In de open brief klinkt de echo van de Amerikaanse identiteitspolitiek door die de Atlantische oceaan is overgewaaid tot in Brabant. Vanuit een idee van apartheid worden gender, etniciteit en huidskleur gezien als breuklijnen die mensen van elkaar scheidt. Culturele toe-eigening wordt afgewezen wat inhoudt dat mensen niet vanzelfsprekend uitspraken mogen doen over anderen aan de andere kant van de breuklijn. Dit is een manier van denken die de samenleving verdeelt. Maar het is ook een misvatting omdat de breuklijnen niet zo hard zijn als wordt gesuggereerd. Streven naar emancipatie van achtergestelde groepen is uiteraard nodig, maar het valt te betwijfelen of dat via de (om)weg van de apartheid het meest doelmatig bereikt wordt.

Het wordt bizar als Metropolis M in dat bericht zegt: ’PIER 15 heeft het huidige protest, dat mede door vrouwelijke skaters is aangewakkerd en wordt ondersteund door zijn partners, niet voorzien; het moet constateren dat de foto’s van Kessels op de vloer hun doel voorbij schieten en tot vrouwenhaat aanzetten in plaats van misstanden te bestrijden’. Dat is een verkeerde weergave van de verklaring van Pier15. Metropolis M doet met een te vrije interpretatie afbreuk aan de verklaring van Pier15 waarin niet valt te lezen dat het skatepark constateert dat de foto’s aanzetten tot vrouwenhaat. Pier15 komt juist tot een tegenovergestelde conclusie. Het betreurt namelijk dat er geen dialoog mogelijk is en respecteert dat het kunstwerk ‘andere associaties’ oproept, maar zegt niet dat het die associaties deelt. Deze verklaring roept de vraag op waar de journalistiek van Metropolis M stopt en waar politiek activisme het overneemt. Het lijkt er sterk op dat de hoofdredactie van Metropolis M door deze kwestie in verwarring is gebracht en niet meer zorgvuldig handelt.

Ik stelde op dezelfde FB-post waar Nelle Boer op reageerde Metropolis M op 19 september 2020 de volgende vraag waar ik nog geen antwoord op gekregen heb: ‘Welke positie neemt Metropolis M in ten aanzien van het genoemde kunstwerk met gefingeerde vrouwenportretten en ten aanzien van censuur van kunstwerken in het algemeen? Ofwel, waar kan ik de sterkste steunverklaring van Metropolis M vinden over de vrijheid voor kunstenaars in het maken van kunst? Klopt mijn waarneming dat Metropolis M de positie inneemt dat er politieke voorwaarden moeten worden verbonden aan het maken van kunst? Zoja, acht Metropolis M dat een duurzame positie en hoe vindt het dat zich dit verhoudt tot de vrijheid van kunstenaars?’. 

Inmiddels is er ook de petitie ‘Kunst mag knagen – geef ‘Destroy my Face’ een nieuwe plek’ van Frank Toeset die het opneemt voor het Kessels’ project en de identiteitspolitiek bekritiseert die tot de anti-Kessels open brief heeft geleid. Namen uit de Brabantse kunstsector reageren instemmend op een doorstart van dit project. Zo ontstaat een nieuwe breuklijn tussen het randstedelijk politiek correct denken dat uit de VS is overgewaaid en politiek boven kunst stelt en regionaal denken dat zich door dit randstedelijk en Amerikaans correct denken onterecht in de hoek gezet voelt. Investeringsfonds voor kunst- & cultuurprojecten Brabant C neemt het in bovenstaande verklaring ondubbelzinnig en voor haar doen tamelijk fel op voor Kessels’ project en tegen de actievoerders die het debat uit de weg gaan. Het Brabantse kunstfonds voelt zich in de wielen gereden door actievoerders die als leunstoel-generaals vanaf de andere kant van de oceaan blijkbaar een kunstproject kunnen torpederen: ‘Brabant C vindt het een bedenkelijke ontwikkeling, wanneer voor sommigen onwelgevallige kunst onder druk van social media verwijderd wordt’. De rol van sociale media is niet onzijdig.

Foto’s 1 en 2: BerichtBredaPhoto-project Destroy my face stopgezet, onder druk van social media’ van Brabant C, 17 september 2020.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaring van Pier15 over het stopzetten van Erik Kessels’ project ‘Destroy my face’ op BredaPhoto, vermoedelijk 15 september 2020.

Jan Roos weet niet waarover hij praat. Met column over Trump verliest hij het laatste restje geloofwaardigheid dat hij nog bezat

Mijn reactie bij de columnTrump wint met historische zege straks groots van verwarde bejaarde Biden’ van Jan Roos op DDS. De column wekt medelijden op met een opinieleider die blijkbaar gedwongen wordt om zijn kletspraatjes te verkopen, maar geen idee heeft waarover hij praat en door niemand serieus genomen wordt:

Jan Roos is een clown. Hij noemt nieuws nepnieuws en noemt nepnieuws nieuws. Jan Roos keert het om. Jan Roos veegt feiten van tafel en boetseert met de overgebleven kruimels zijn fantasieverhaal. Jan Roos is het gezicht van 2020. Dat is het gezicht van iemand die aandacht wil en zijn meningen verkoopt zonder dat hij zelf gelooft wat hij zegt.

Het is te veel eer om Roos’ meningen te weerleggen omdat ze zulke aantoonbare onzin bevatten. Want het gaat hem duidelijk niet om het weergeven van de waarheid, maar om het vertroebelen ervan. Maar goed, ook Jennifer Griffin van Fox News heeft het bericht van Jeffrey Goldberg van The Atlantic over Trumps uitspraken dat gesneuvelde militairen ‘losers’ en ‘suckers’ zijn bevestigd. Vele critici en mensen die Trump al lang kennen hebben bevestigd dat dit past in het patroon van Trumps denken.

In zijn nieuwe boekRage’ tekent Bob Woodward op dat president Trump op 7 februari 2020 tegen hem in een (getaped) gesprek zei dat COVID-19 vijfmaal dodelijker is dan een gewone griep. Waar laat dat complotdenkers als Willem Engel of andere voormannen van deze tegenbeweging die op sociale media carrière maken door onwaarheden over COVID-19 te verkondigen? Onder meer met de claim dat een gewone griep dodelijker is dan COVID-19. Als Trump meent dat COVID-19 vijfmaal dodelijker is dan de griep, hoe brengen deze complotdenkers dan hun mening over Trump en COVID-19 in harmonie?

Sinds eind januari 2020 wordt Trumps beleid inzake de bestrijding van COVID-19 dagelijks aangevallen. Door onder meer Democraten, ex-Republikeinen en medische experts in zijn regering die door Trump op een zijspoor zijn gezet omdat ze de waarheid vertellen die Trump alleen tegen Bob Woodward bevestigt maar publiekelijk ontkent. Ofwel, Trump spreekt zichzelf tegen. Het is onzin van Roos dat Trump niet kan worden aangevallen op zijn beleid. Trump wordt continu aangevallen op zijn beleid. Roos heeft zitten slapen, begrijpt niets van de Amerikaanse politiek of liegt bewust.

Het is niet ondenkbaar dat Trump de verkiezingen van 3 november wint. Maar het wordt onwaarschijnlijk geacht dat hij de meeste stemmen krijgt. Ook in 2016 kreeg Hillary Clinton ongeveer 2,1% of 2,9 miljoen stemmen meer dan Trump. Roos’ bewering dat in 2016 uit de peilingen zou blijken dat Clinton met 97% zekerheid zou winnen is onjuist. Het is onduidelijk op welke data hij zich baseert. De meest gezaghebbende verkiezingstatisticus van de VS Nate Silver voorspelde op 8 november 2016 dat Clinton 71,4% en Trump 28,6% kans had om te winnen. Nu is die inschatting ongeveer hetzelfde, hoewel Trump het iets slechter doet met 25% tegen 75% kans voor Biden om te winnen.

Het probleem met het Amerikaanse electorale systeem waarbij niet de meeste stemmen gelden, maar via een getrapt systeem per staat kiesmannen worden gekozen, is dat het een vertekening van 3% in het voordeel van de Republikeinen heeft. Dat komt onder meer door de bovengemiddelde weging van het platteland waar overwegend Republikeinen wonen. Daarbij komt nog het actieve programma van kiezersonderdrukking en -ontmoediging van de Republikeinen, de desinformatiecampagne van de Russen op sociale media en specifiek voor 2020 het bewust afbreken door de regering-Trump van de Posterijen die het stemmen per post moeten faciliteren.

De inschatting is dat Joe Biden om gelijk te eindigen met Trump om deze redenen een vertekening van flink meer dan 3% moet wegwerken. Dat tekent gelijk het probleem van de opiniepeilers om deze aspecten in hun modellen te vangen. In 2016 was er nog de complicatie van de ‘derde’ kandidaten Jill Stein (Greens) en Gary Johnson (Libertarians) die voornamelijk stemmen bij de Democraten weghaalden. Zo haalde Stein in een staat als Michigan meer stemmen dan het verschil tussen de winnende Trump en Clinton was. Zonder Steins deelname had Clinton zeer waarschijnlijk deze staat en nog twee andere swing states gewonnen waar in totaal het verschil in stemmen ongeveer 70.000 was.

Het is begrijpelijk dat Jan Roos in de aandacht wil staan. Hij heeft nog wat goed te maken. Zijn eigen politieke carrière werd een grote mislukking. Het is echter niet te verwachten dat lezers zijn mening als een serieuze analyse beschouwen en anders lezen dan amusement. Roos is een symbool van zijn tijd. Hij kletst uit zijn nek en probeert zijn gebrek aan kennis over en inzicht in de Amerikaanse politiek om te keren door zichzelf te overschreeuwen. Jan Roos is het gezicht van 2020. Van de lachende clown die van binnen huilt. Om zichzelf.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump wint met historische zege straks groots van verwarde bejaarde Biden’ van Jan Roos op DDS, 4 september 2020.