Antwoord aan de ‘Islamitische Reminder’ Mikaeel Hasan die de vrijheid van meningsuiting belastert

De Islamitische Reminder Mikaeel Hasan steekt een betoog af over de vrijheid van meningsuiting. Hij stelt dat het een marketingtool is. Dat is blijkbaar de marketingtool van een Islamitische Reminder die de publiciteit zoekt.

Zover is het gekomen met feitenontkenners. Ze liegen dat het gedrukt staat en keren de feiten om. Nieuws noemen ze nepnieuws. Nepnieuws noemen ze nieuws. Een waarde noemen ze marketing. Hun marketing noemen ze een overtuiging. Hasans onwaarheid presenteert hij als waarheid. Smaldenker Hasan presenteert zich als ruimdenker.

Deze video roept de vraag op of Hasan zo dom is als uit zijn betoog blijkt of dat hij net doet alsof hij dom is. Hij kan met alle Nederlanders weten dat de enige beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting worden gedicteerd door de wet. Oproepen tot haat of geweld mag niet.

De werking van de nationale rechtsstaat wordt door de staat bepaald. Hasan concludeert uit het feit dat de staat niet neutraal is dat daarom de vrijheden niet neutraal zijn. Of kunnen zijn. Dt is onjuist. De rechtsstaat gaat over de relatie van de staat met de burgers. Kern is dat alle burgers dezelfde rechten hebben. De staat die dat ‘van bovenaf’ bepaalt kan per definitie niet neutraal zijn. De staat dat zijn we zelf zoals we dat hebben vastgelegd in wetten en instituties die voor allen in gelijke mate gelden. Zo moet de vrijheid van meningsuiting begrepen worden.

Wat Hasan doet is opzichtig. Het is de methode van de populist. Hij probeert zijn islamitische waarden op te waarderen door de rechtsstatelijke waarden af te breken. Maar omdat hij dat niet intelligent doet strandt die poging in retoriek. Of zoals hij het zelf over anderen zou noemen, in marketing.

In Nederland is het spotten met een godsdienst of levensovertuiging toegestaan. Of het verkondigen van een scherpe mening over wat dan ook. Hasan bewijst dit met zijn video waarin hij het recht heeft om in vrijheid alles te beweren en hij tegelijk dat recht anderen probeert te ontzeggen. Dat is tegenstrijdig en getuigt niet van een rechtsstatelijke geaardheid.

Hasan heeft ongelijk dat er ‘zoveel tegenstrijdigheid over de vrijheid van meningsuiting is’. Dat is niet zo. Dat verzint hij en tovert hij uit zijn islamitische hoed. Hij maakt het er nog bonter op door te beweren dat mensen die de vrijheid van meningsuiting propageren er zelf niet in geloven. Ook dat is klinklare onzin. Het gaat niet om propaganda voor een religieuze organisatie of een geloof, maar om een universele waarde die voor allen geldt.

Niemand staat boven de wet, hoezeer gelovigen ook claimen dat zij meer rechten hebben dan mensen die zich niet laten inspireren door een geloof. Vooral in orthodox-religieuze kring (christendom én islam) proberen gelovigen vanwege religieuze redenen de vrijheid van meningsuiting in te perken. Ze hebben ongelijk om als lobbygroep te kunnen bepalen waar anderen zich aan te houden hebben. Het is de nationale rechtsstaat die dat bepaalt.

Mikaeel Hasan geeft de indruk dat hij niet alleen niet weet waarover hij praat, maar ook Nederlanders tegen elkaar probeert op te zetten. Het is echter in de kern simpel. Hij als moslim heeft dezelfde vrijheid om anderen te bespotten in hun godsdienst of levensovertuiging als anderen zijn godsdienst mogen bespotten. Dat is de neutraliteit die hij niet zegt te begrijpen.

Hasan claimt als moslim een voorrecht door de innerlijke, leerstellige werking van zijn religie dwingend aan anderen buiten dat geloof op te willen leggen. Dat is onwerkbaar en brengt het publieke debat om zeep omdat het uitingen over anderen praktisch onmogelijk maakt. Dat is in strijd met het gezond verstand waar Hasan zich losjes op beroept, maar dat hij zoals uit zijn betoog lijkt nog niet in zich heeft opgenomen. Zijn wijsheid is nog onderweg.

Foto: Still uit videoVrijheid van meningsuiting is een marketingtool – Mikaeel Hasan’ op het YouTube-kanaal ‘Islamitische Reminders’, 16 november 2020.

Farid Azarkan en Geert Wilders zeggen via Twitter tegen mij: ‘je bent geblokkeerd’. Maar staan ze niet zelf geblokkeerd?

Op sociale media mag ik graag reageren. Het aardigste vind ik het om iets te zeggen tegen mensen met wie ik het het meest oneens ben. Types als president Trump of leden van religieuze organisaties die hun onwaarheden en leugens het internet opslingeren. Er is doorgaans weinig voor nodig om dat te ontkrachten. Dat heeft nog de schijn van een publiek debat. Soms gaat zelfs zo’n politicus of geestelijke in debat. Dan is men het weliswaar niet eens, maar ontstaat toch een soort uitwisseling van gedachten. Hoe vluchtig dat ook is en hoe men tot onderdeel van politieke marketing wordt gemaakt. Meer kan men niet verwachten als toevallig passant op sociale media.

Wel minder. Dat geven Farid Azarkan en Geert Wilders aan. De politieke leiders van respectievelijk de politieke partij DENK en de PVV hebben me geblokkeerd op Twitter. Ze hebben de deur van het debat dichtgegooid. Wat de aanleiding daarvoor was kan ik me niet herinneren. Opvallend is dat deze twee politici hun mond vol hebben van de vrijheid van meningsuiting en in de praktijk het omgekeerde doen. Dat tekent de zwakte van hun mooie woorden die niets om het lijf hebben. Azarkan en Wilders staan naakt in hun schone schijn. Ze komen niet op voor de vrijheid van u en mij, maar willen in de publiciteit alleen het beeld vestigen dat ze opkomen voor de vrijheid.

Azarkan en Wilders zijn op hun eigen manier politici met een beperkte blik die bang zijn voor het tegengeluid dat ze uitsluiten. Want zo hebben ze in hun eigen domein altijd gelijk en kunnen ze (op sociale media) niet worden tegengesproken. Azarkan en Wilders zijn eenoog koning in hun gesloten blinde wereld. Baasjes in hun reservaat.

Azarkan en Wilders vertegenwoordigen de grootmoedigheid van de kleingeestigheid. Ze zijn het omgekeerde van wat ze beweren te zijn. Er gaapt een kloof tussen wat ze zijn en wat ze beweren te zijn. Ze zijn beperkte geesten die als camouflage het uiterlijk van de vrije geest aannemen. Maar dat wordt er door hun bedrieglijke gedragingen en uitspraken steeds potsierlijker op. Ze blokkeren anderen op sociale media, maar zijn het zelf die mentaal geblokkeerd staan. Maar dat hebben ze niet door in hun gesloten wereld waar de tegenspraak wordt uitgebannen.

Foto’s: Schermafbeelding van de door George Knight opgeroepen Twitter-pagina’s van Farid Azarkan en Geert Wilders, 12 november 2020.

Extremistische islam in Europa: Wat te doen?

Is Frankrijk in staat om de soennitische islam in eigen land te herstructureren? Ik betwijfel het. Die roep om de extremistische islam in te perken klinkt na de onthoofding door een islamitische extremist van leraar Samuel Paty. Wat is ervoor nodig behalve het verbieden van extremistische islamitische organisaties? Dat is tamelijk makkelijk, maar wat als ze ondergronds gaan? Een land als Frankrijk heeft een groot veiligheidsapparaat, maar lijkt toch niet echt bij machte om de extremistische islam te kunnen neutraliseren. Mede omdat techgiganten als YouTube en Facebook en omroepen in het Midden-Oosten en Turkije opruiende taal blijven verspreiden die in Europa wordt opgepakt via internet of schotelantennes. Het is een hopeloze strijd die niet te winnen lijkt. Niet met verboden, met onderwijs, met voorlichting, met media-educatie of wat dan ook.

Tegen geloof legt de ratio het af. En zekere de radicale varianten ervan. Geloof claimt dat het boven de wet staat. Daar is het overigens niet uniek in voor wie alle complot- en dwarsdenkers in beschouwing neemt. De enige oplossing die praktisch onmogelijk en ongepast is en tegen de grondwet ingaat is om alle moslims Frankrijk uit te zetten. Maar dat middel is erger dan de kwaal. Wat resteert is een cosmetische operatie van de Franse regering die daadkracht suggereert. Maar die nergens landt en structureel niets zal veranderen.

De leraar wilden zijn leerlingen informeren. Het ging er hem niet om om anderen te beledigen. Hij stond bekend als zachtaardig en niet confronterend. Dat anderen zich blijkbaar beledigd voelen als er een afbeelding van een voor hen heilige persoon uit hun religieuze dogmatiek wordt vertoond valt de leraar niet aan te rekenen. Dat is hun subjectieve beleving. Het is onmogelijk om in de Franse, pluriforme samenleving rekening te houden met de mogelijke bezwaren van allerlei groeperingen, omdat dan het publieke debat tot stilstand komt. Ook de overdracht in het onderwijs wordt dan onmogelijk doordat allerlei groeperingen hun specifieke taboe hebben. Daarbij dient onderwijs om leerlingen te wapenen, informatie bij te brengen en een mening te laten vormen. De les over de vrijheid van meningsuiting diende niet om te spotten met anderen, maar om de leerlingen bij te brengen wat spot en belediging is en hoe ze daar mee om moeten gaan.

Foto: Demonstratie in Parijs tegen de onthoofding van leraar (‘prof’) Samuel Paty door een moslimextremist, 18 oktober 2020.

Stopgezet kunstproject ‘Destroy my face’ legt breuklijnen bloot. Amerikaanse identiteitspolitiek irriteert een Brabants kunstfonds


Afgelopen week was er relletje over het project ‘Destroy my face’ op de skatebaan Pier15 van Erik Kessels op BredaPhoto. Het ging om samengestelde beelden van fragmenten van vrouwengezichten. Onder druk van politieke activisten op sociale media die er met gestrekt been ingingen en die op hun beurt financiers van Pier15 onder druk zetten werd het project tegen de zin van BredaPhoto en Pier15 verwijderd.

Opmerkelijk is wat de directeur van BredaPhoto Fleur van Muiswinkel in een verklaring zegt: ’Wij hebben er begrip voor dat mensen zich niet kunnen vinden in de vorm en/of de inhoud van dit werk. Hierover kan je discussiëren. De keuze van BredaPhoto om dit project juist in een skatehal te tonen is een bewuste. Het is confronterend en het schuurt, en roept een zeer essentiële discussie op over de grenzen en de invloedsferen van de cosmetische chirurgie. Met name ook bij de jeugd en bij het nieuwe normaal van “InstaPerfect”. In tegenstelling tot dat wat er nu gebeurt: het polariseren van het debat en de cancel-culture die overwint is niet waar BredaPhoto voor staat. We hebben de initiatiefnemers van de online petitie tegen het werk dan ook aan tafel uitgenodigd. Helaas hebben ze de uitnodiging afgeslagen omdat ze uitdrukkelijk anoniem willen blijven.’

Deze anonimiteit en het afwijzen van elke discussie klonk door op een FB-post van het Nederlandse kunsttijdschrift Metropolis M waar kunstenaar Nelle Boer op sociale media vindbare foto’s van vijf ondertekenaars van een petitie tegen ‘Destroy my face’ doorplaatste. Metropolis M dreigde vervolgens Boers berichten te verwijderen omdat hij het portretrecht niet zou hebben gerespecteerd. Maar het tijdschrift heeft Boers gewraakte bericht met de vijf foto’s op zondag 20 september 2020 nog niet verwijderd.

Boer heeft aan deze episode weer een FB-post gewijd waarin hij het optreden van Metropolis M hekelt en meedeelt dat hij ervoor drie dagen van Facebook is verbannen. Hij is kritisch: ‘De cancel culture heeft dus ook de Nederlandse kunst bereikt en wordt zelfs gesteund door instituten binnen de kunstwereld. Een van de ondertekenaars tegen Kessels is nota bene lid van de Amsterdamse Kunstraad’ en komt tot de conclusie: ‘De nieuwe vijand van artistieke vrijheid komt dus niet van buitenaf, maar is onder ons, kunstenaars’.

Metropolis M noemt het in een berichteen golf van protest’, maar onduidelijk is hoe omvangrijk het aanvankelijke protest was en wat het probeert te bereiken. In een Engelstalige open briefWE ARE NOT A PLAYGROUND’ zeggen de briefschrijvers dat ze via sociale media kennis hebben genomen van Kessels project. Ze eisen niet alleen de verwijdering ervan, maar vragen ook om uitleg aan BredaPhoto over de selectie en de achtergrond van het werk. De briefschrijvers wijzen een dialoog als niet-neutraal af als ze zeggen: ‘This argument does not hold up in today’s polarised climate: a climate where violent tendencies against women don’t just stop at being “problematic” or somebody being “cancelled” – but have very real and harmful effects on half of the population of this planet. It is no longer up to others to decide what female-presenting faces and bodies should look like or are used for, especially not men.’ Ze claimen voor zichzelf het alleenrecht om te beslissen hoe ‘vrouwelijk gepresenteerde gezichten en lichamen’ in kunstwerken getoond worden.

In de open brief klinkt de echo van de Amerikaanse identiteitspolitiek door die de Atlantische oceaan is overgewaaid tot in Brabant. Vanuit een idee van apartheid worden gender, etniciteit en huidskleur gezien als breuklijnen die mensen van elkaar scheidt. Culturele toe-eigening wordt afgewezen wat inhoudt dat mensen niet vanzelfsprekend uitspraken mogen doen over anderen aan de andere kant van de breuklijn. Dit is een manier van denken die de samenleving verdeelt. Maar het is ook een misvatting omdat de breuklijnen niet zo hard zijn als wordt gesuggereerd. Streven naar emancipatie van achtergestelde groepen is uiteraard nodig, maar het valt te betwijfelen of dat via de (om)weg van de apartheid het meest doelmatig bereikt wordt.

Het wordt bizar als Metropolis M in dat bericht zegt: ’PIER 15 heeft het huidige protest, dat mede door vrouwelijke skaters is aangewakkerd en wordt ondersteund door zijn partners, niet voorzien; het moet constateren dat de foto’s van Kessels op de vloer hun doel voorbij schieten en tot vrouwenhaat aanzetten in plaats van misstanden te bestrijden’. Dat is een verkeerde weergave van de verklaring van Pier15. Metropolis M doet met een te vrije interpretatie afbreuk aan de verklaring van Pier15 waarin niet valt te lezen dat het skatepark constateert dat de foto’s aanzetten tot vrouwenhaat. Pier15 komt juist tot een tegenovergestelde conclusie. Het betreurt namelijk dat er geen dialoog mogelijk is en respecteert dat het kunstwerk ‘andere associaties’ oproept, maar zegt niet dat het die associaties deelt. Deze verklaring roept de vraag op waar de journalistiek van Metropolis M stopt en waar politiek activisme het overneemt. Het lijkt er sterk op dat de hoofdredactie van Metropolis M door deze kwestie in verwarring is gebracht en niet meer zorgvuldig handelt.

Ik stelde op dezelfde FB-post waar Nelle Boer op reageerde Metropolis M op 19 september 2020 de volgende vraag waar ik nog geen antwoord op gekregen heb: ‘Welke positie neemt Metropolis M in ten aanzien van het genoemde kunstwerk met gefingeerde vrouwenportretten en ten aanzien van censuur van kunstwerken in het algemeen? Ofwel, waar kan ik de sterkste steunverklaring van Metropolis M vinden over de vrijheid voor kunstenaars in het maken van kunst? Klopt mijn waarneming dat Metropolis M de positie inneemt dat er politieke voorwaarden moeten worden verbonden aan het maken van kunst? Zoja, acht Metropolis M dat een duurzame positie en hoe vindt het dat zich dit verhoudt tot de vrijheid van kunstenaars?’. 

Inmiddels is er ook de petitie ‘Kunst mag knagen – geef ‘Destroy my Face’ een nieuwe plek’ van Frank Toeset die het opneemt voor het Kessels’ project en de identiteitspolitiek bekritiseert die tot de anti-Kessels open brief heeft geleid. Namen uit de Brabantse kunstsector reageren instemmend op een doorstart van dit project. Zo ontstaat een nieuwe breuklijn tussen het randstedelijk politiek correct denken dat uit de VS is overgewaaid en politiek boven kunst stelt en regionaal denken dat zich door dit randstedelijk en Amerikaans correct denken onterecht in de hoek gezet voelt. Investeringsfonds voor kunst- & cultuurprojecten Brabant C neemt het in bovenstaande verklaring ondubbelzinnig en voor haar doen tamelijk fel op voor Kessels’ project en tegen de actievoerders die het debat uit de weg gaan. Het Brabantse kunstfonds voelt zich in de wielen gereden door actievoerders die als leunstoel-generaals vanaf de andere kant van de oceaan blijkbaar een kunstproject kunnen torpederen: ‘Brabant C vindt het een bedenkelijke ontwikkeling, wanneer voor sommigen onwelgevallige kunst onder druk van social media verwijderd wordt’. De rol van sociale media is niet onzijdig.

Foto’s 1 en 2: BerichtBredaPhoto-project Destroy my face stopgezet, onder druk van social media’ van Brabant C, 17 september 2020.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaring van Pier15 over het stopzetten van Erik Kessels’ project ‘Destroy my face’ op BredaPhoto, vermoedelijk 15 september 2020.

Jan Roos weet niet waarover hij praat. Met column over Trump verliest hij het laatste restje geloofwaardigheid dat hij nog bezat

Mijn reactie bij de columnTrump wint met historische zege straks groots van verwarde bejaarde Biden’ van Jan Roos op DDS. De column wekt medelijden op met een opinieleider die blijkbaar gedwongen wordt om zijn kletspraatjes te verkopen, maar geen idee heeft waarover hij praat en door niemand serieus genomen wordt:

Jan Roos is een clown. Hij noemt nieuws nepnieuws en noemt nepnieuws nieuws. Jan Roos keert het om. Jan Roos veegt feiten van tafel en boetseert met de overgebleven kruimels zijn fantasieverhaal. Jan Roos is het gezicht van 2020. Dat is het gezicht van iemand die aandacht wil en zijn meningen verkoopt zonder dat hij zelf gelooft wat hij zegt.

Het is te veel eer om Roos’ meningen te weerleggen omdat ze zulke aantoonbare onzin bevatten. Want het gaat hem duidelijk niet om het weergeven van de waarheid, maar om het vertroebelen ervan. Maar goed, ook Jennifer Griffin van Fox News heeft het bericht van Jeffrey Goldberg van The Atlantic over Trumps uitspraken dat gesneuvelde militairen ‘losers’ en ‘suckers’ zijn bevestigd. Vele critici en mensen die Trump al lang kennen hebben bevestigd dat dit past in het patroon van Trumps denken.

In zijn nieuwe boekRage’ tekent Bob Woodward op dat president Trump op 7 februari 2020 tegen hem in een (getaped) gesprek zei dat COVID-19 vijfmaal dodelijker is dan een gewone griep. Waar laat dat complotdenkers als Willem Engel of andere voormannen van deze tegenbeweging die op sociale media carrière maken door onwaarheden over COVID-19 te verkondigen? Onder meer met de claim dat een gewone griep dodelijker is dan COVID-19. Als Trump meent dat COVID-19 vijfmaal dodelijker is dan de griep, hoe brengen deze complotdenkers dan hun mening over Trump en COVID-19 in harmonie?

Sinds eind januari 2020 wordt Trumps beleid inzake de bestrijding van COVID-19 dagelijks aangevallen. Door onder meer Democraten, ex-Republikeinen en medische experts in zijn regering die door Trump op een zijspoor zijn gezet omdat ze de waarheid vertellen die Trump alleen tegen Bob Woodward bevestigt maar publiekelijk ontkent. Ofwel, Trump spreekt zichzelf tegen. Het is onzin van Roos dat Trump niet kan worden aangevallen op zijn beleid. Trump wordt continu aangevallen op zijn beleid. Roos heeft zitten slapen, begrijpt niets van de Amerikaanse politiek of liegt bewust.

Het is niet ondenkbaar dat Trump de verkiezingen van 3 november wint. Maar het wordt onwaarschijnlijk geacht dat hij de meeste stemmen krijgt. Ook in 2016 kreeg Hillary Clinton ongeveer 2,1% of 2,9 miljoen stemmen meer dan Trump. Roos’ bewering dat in 2016 uit de peilingen zou blijken dat Clinton met 97% zekerheid zou winnen is onjuist. Het is onduidelijk op welke data hij zich baseert. De meest gezaghebbende verkiezingstatisticus van de VS Nate Silver voorspelde op 8 november 2016 dat Clinton 71,4% en Trump 28,6% kans had om te winnen. Nu is die inschatting ongeveer hetzelfde, hoewel Trump het iets slechter doet met 25% tegen 75% kans voor Biden om te winnen.

Het probleem met het Amerikaanse electorale systeem waarbij niet de meeste stemmen gelden, maar via een getrapt systeem per staat kiesmannen worden gekozen, is dat het een vertekening van 3% in het voordeel van de Republikeinen heeft. Dat komt onder meer door de bovengemiddelde weging van het platteland waar overwegend Republikeinen wonen. Daarbij komt nog het actieve programma van kiezersonderdrukking en -ontmoediging van de Republikeinen, de desinformatiecampagne van de Russen op sociale media en specifiek voor 2020 het bewust afbreken door de regering-Trump van de Posterijen die het stemmen per post moeten faciliteren.

De inschatting is dat Joe Biden om gelijk te eindigen met Trump om deze redenen een vertekening van flink meer dan 3% moet wegwerken. Dat tekent gelijk het probleem van de opiniepeilers om deze aspecten in hun modellen te vangen. In 2016 was er nog de complicatie van de ‘derde’ kandidaten Jill Stein (Greens) en Gary Johnson (Libertarians) die voornamelijk stemmen bij de Democraten weghaalden. Zo haalde Stein in een staat als Michigan meer stemmen dan het verschil tussen de winnende Trump en Clinton was. Zonder Steins deelname had Clinton zeer waarschijnlijk deze staat en nog twee andere swing states gewonnen waar in totaal het verschil in stemmen ongeveer 70.000 was.

Het is begrijpelijk dat Jan Roos in de aandacht wil staan. Hij heeft nog wat goed te maken. Zijn eigen politieke carrière werd een grote mislukking. Het is echter niet te verwachten dat lezers zijn mening als een serieuze analyse beschouwen en anders lezen dan amusement. Roos is een symbool van zijn tijd. Hij kletst uit zijn nek en probeert zijn gebrek aan kennis over en inzicht in de Amerikaanse politiek om te keren door zichzelf te overschreeuwen. Jan Roos is het gezicht van 2020. Van de lachende clown die van binnen huilt. Om zichzelf.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump wint met historische zege straks groots van verwarde bejaarde Biden’ van Jan Roos op DDS, 4 september 2020.

Facebook maakt begin met aanpak van racistische stereotypering

De maatschappelijke bestrijding van stereotypering kent een rangorde. Dat sijpelt door naar sociale media. Het is afhankelijk van de economische macht van minderheden. De krachtigste lobby of de politiek meest machtige groepering komen het eerst aan de beurt. Dus Facebook en Instagram zeggen nu stereotypering van joden en blackface te gaan bestrijden, maar de bestrijding van yellowface, redface, brownface of arabface op deze platforms blijft (nog) achterwege. Uiteraard moet Facebook ergens beginnen, maar deze selectieve aanpak bevestigt het beeld dat racisme relatief is. Facebook plukt na jarenlange druk wat laaghangend fruit in de hoop dat het na deze uitdrukkelijke uiting van daadkracht verder met rust gelaten wordt door overheden. FB-aanhangers van Zwarte Piet kunnen zich voorlopig richten op de kleuren geel, rood, bruin en lichtgetint.

Foto: De Zweeds-Amerikaanse acteur Warner Oland in de film ‘Charlie Chan’s Greatest Case‘ (1933) als de Chinese inspecteur Charlie Chan. Een voorbeeld van yellowface omdat een niet-Aziaat de rol van een Oost-Aziaat speelt. 

Classificatie van de complotdenker: accent op individuele vrijheid, dekking op sociale media en carrière in de bovenzinnelijke sector

Wie snel een beeld wil krijgen van wat complotdenkers voortdrijft volstaat enig inzicht in drie fenomenen: 1) het begrip vrijheid; 2) de macht van de sociale media en 3) de opvolging en verdringing van de macht. Het gaat om de combinatie die duidelijkheid verschaft. Onder complotdenkers waar het hier over gaat worden al degenen verstaan die bewuste afbreuk doen aan het vertrouwen in de overheid. Wat het doel van individuen is om met complotdenken de publiciteit te zoeken te komen kan divers zijn. Dat varieert van de opbouw van een eigen carrière tot het samenwerken met landen of organisaties die de overheid willen destabiliseren.

1. Vrijheid. Hoogleraar moderne politieke geschiedenis Annelien de Dijn legt in een interview van 7 augustus 2020 met NRC uit wat het verschil is tussen de termen ‘negatieve vrijheid’ en ‘positieve vrijheid’. Ze moeten niet moralistisch begrepen worden, ‘positief’ niet al goedkeurend en ‘negatief’ als afkeurend. Deze termen zijn door de Britse filosoof Isaiah Berlin in 1958 gemunt. Interviewer Bart Funnekotter: ‘Positieve vrijheid is de vrijheid om als burgers te bepalen hoe en door wie je bestuurd wordt. Negatieve vrijheid is de vrijheid om te doen wat je wilt en door de overheid met rust te worden gelaten.’ De Dijn schetst de spanning tussen de twee termen: ‘Elke keer als mensen probeerden een maatschappij democratischer te maken – en dus de positieve vrijheid te vergroten – kwamen daartegen conservatieve krachten in het geweer, die het belang van individuele vrijheid benadrukten en waarschuwden voor een tirannie van de meerderheid’. Daarin hebben ze geen ongelijk, maar in de praktijk is oligarchisering van de macht (De Dijn: ‘het naar zich toetrekken van politieke en economische macht door een klein groepje’) een grotere bedreiging voor de vrijheid dan democratisering.

2. Sociale media. Tussenkomst van journalisten die werken volgens voorschriften (Code van Bordeaux) is bij sociale media geen voorwaarde. Behalve uiteraard in het geval dat journalisten zich zelf op sociale media begeven. Het verdient om deze vermenging die tot onduidelijkheid, overspanning en afnemend vertrouwen in de media leidt overweging dat journalisten zich niet langer begeven op platformen als Twitter, Facebook en YouTube die worden gedomineerd door gebruikers die niet volgens de journalistieke code werken. Zie punt 6. van een Gallup/Knight onderzoeksrapport. Journalisten zouden zich moeten beperken tot hun eigen media waarvan het profiel en het niveau beschermd kunnen worden. Dan wordt voor de nieuwsconsument duidelijker dan nu dat degenen op sociale media die zich verschuilen achter de claim van journalistiek vermoedelijk die aanspraak niet waar kunnen maken. Complotdenkers profiteren nu van de vermenging met de journalistiek op sociale media die hun een schaduw van legitimiteit geeft. Het cynisme is dat complotdenkers zich profileren door hun verzet tegen de gevestigde media van wie ze in feite profiteren door hun associatie ermee.

3. Macht. Opvolging en verdringing van functies en posities is van alle tijden. Leden van generaties bevechten elkaar en volgen elkaar op. Wie de macht niet heeft, maar de ambitie om ertoe te behoren zet middelen in om dat te bereiken. Dat heeft te maken met geldingsdrang, het uitstippelen van een carrièrepad en het verbeteren van een startpositie om dichter bij geld, aanzien of een functie te komen. Het is een oorbare koerslijn. Er zijn enkele sectoren die zich onttrekken aan de ‘normale’ maatschappelijke verhoudingen: sport, amusement en niet-reguliere religie of spiritualiteit. Het is geen toeval dat complotdenkers die doorgaans geen passende of zelfs een geheel ontbrekende startkwalificatie voor een maatschappelijke carrière hebben zich begeven op het snijvlak van amusement en niet-reguliere religie of spiritualiteit. Daar gelden andere normen en is onder verwijzing naar het bovenzinnelijke dat niet te toetsen valt het snelst en makkelijkst carrière te maken.

Complotdenkers hebben als axioma dat de burger moet doen wat hij of zij wil en door de overheid met rust gelaten moet worden. Daarbij wordt individuele vrijheid boven de democratisering van de maatschappij gesteld. Complotdenkers hebben als uitingsvorm de sociale media waar ze zich onder dekking van de gevestigde journalistiek kunnen profileren en kunnen tooien met een semi-serieuze, journalistieke bedekking om het proces door te komen. In het verlengde daarvan kunnen complotdenkers doorbreken naar gevestigde media die zich in een positie laten dwingen om ruimte te geven aan complotdenkers die de geloofwaardigheid van de journalistiek ondergraven. Complotdenkers kiezen vanuit de weg van de minste weerstand een carrière in een sector waar de normale maatschappelijke verhoudingen en startkwalificaties het minst zwaar wegen: niet-reguliere religie en spiritualiteit. Bovenzinnelijkheid valt niet te toetsen zodat beweringen altijd kloppen.

Foto: ‘A giant crop circle that apparently appeared out of nowhere has drawn crowds of people to a farmer’s field in Northern France.’ In: EuroWeeklyNews, 12 juli 2020.

Queen Opp en Michelle maken parodie van bekeringsvideo: ‘WE AINT MUSLIM NO MORE’

Sinds een week is er reuring op sociale media over de muziekvideo ‘We ain’t Muslim no more’ van Queen Opp (‘I RUN PHILLY AND IM THE MOST HATED PERSON IN PHILADELPHIA’) en Michelle. Ze zouden nooit moslims zijn geweest, maar net doen alsof ze uit de islam zijn gestapt. Critici vinden dat ze respectloos zijn jegens de islam. Ze storen zich eraan. Queen Opp beroept zich op haar vrijheid van meningsuiting.

Bekeringsvideo’s zijn een apart genre die worden ingegeven door publicitaire, economische en politieke belangen. Soms is het een echt ‘verhaal’, meestal is het fabricatie vanwege het effect. Onderdeel van een industrie. Van moslim naar christen, van christen naar moslim, van moslim naar atheïst, van moslim naar hindoe, van christen naar atheïst, van atheïst naar christen. De mogelijkheden zijn groot. Elk subgenre kent eigen kanalen en belangengroepen. Religie is een lucratieve markt waarop veel geld valt te verdienen. De producenten van Queen Opp en Michelle maken daar handig gebruik van. Door hun groteske overdrijving ondermijnen ze de geloofwaardigheid van de bekeringsvideo. Daarom besteedt dit blog er aandacht aan. 

Kenmerkend is dat de actieve Queen Opp en de apathische Michelle zo gigantisch over de top gaan, dat het er weer aardig op wordt. Zonder talent, maar met durf en brutaliteit weten ze de publiciteit te halen. Hun talent is hun brutaliteit. Hun bekering van de islam naar het christendom is niet alleen nep en immers nog steeds non-nieuws als het echt zou zijn, maar het wordt door hen ook zo geframed dat de indruk niet anders kan zijn dan het nep is. Queen Opp en Michelle zijn met hun producent de ultieme vertegenwoordigers van nep-feitelijkheid tijdens de periode van het Trumpisme. Het is onbeschaamd, narcistisch, gekunsteld, tergend, ijdel en gespeend van elk waarheidsgehalte. Vorm overwoekert de inhoud van individuen die erin verdwijnen.

Foto: Still uit een video op Instagram waarin Queen Opp (links) uitlegt waarom ze zich bekeert van de islam naar het christendom.

Politie waarschuwt voor nepnieuws over coronavirus. Maar zonder media-educatie kan de nieuwsconsument dat niet onderscheiden

Politie Amsterdam ziet het blijkbaar als haar taak om met enkele vuistregels te waarschuwen tegen nepnieuws over het coronavirus. Mede omdat het de gezondheid in gevaar kan brengen. Het roept op om voorzichtig te zijn in de verspreiding ervan. Maar de video laat de olifant in de kamer ongenoemd. Want hoe kunnen mensen checken wat nepnieuws is? In bepaalde gevallen is dat duidelijk en daar wijst deze video op. Maar in andere gevallen is het voor de gemiddelde nieuwsconsument nauwelijks te doen om in te schatten wat nepnieuws is.

De olifant in de kamer is het ontbreken van media-educatie. Dat dient ervoor te zorgen dat informatie beter op waarde geschat wordt. De burger moet geholpen worden zich te wapenen tegen desinformatie en misleiding. Nederland verdient goed geïnformeerde burgers. Maar media-educatie wordt op Nederlandse scholen niet onderwezen. Zo’n video van de Politie Amsterdam is een aardige poging, maar komt te laat om nog iets aan de gebrekkige media-kennis te veranderen. Dus hoe kan verwacht worden dat Nederlandse nieuwsconsumenten het onderscheid kunnen maken tussen echt nieuws en nepnieuws? Dat kunnen ze niet.

Media-educatie is de blinde vlek van de Nederlandse sociale media. Gebruikers hebben meestal geen idee van de basisregels van de journalistiek (Code van Bordeaux), de beginselen van de argumentatieleer (Model van Toulmin) en de logica, de beginselen van de film-, media-, en televisietheorie en -geschiedenis, de beginselen van de narratologie (vertelwijze), de beginselen van de communicatieleer en de informatie-analyse. Aangevuld met elementaire historische kennis, historisch besef, politieke en juridische kennis, talenkennis en algemene ontwikkeling. Zo’n cursus kan niet teveel eisen, het gaat om het bijbrengen van elementaire kennis van genoemde vakgebieden in de hoop dat het niveau van de uitingen op sociale media ietwat toeneemt.

Media-educatie heeft meerdere doelstellingen. Het leert passief de omgang met media en het begrijpen en op waarde schatten van informatie die op ons aankomt en ons vaak overvalt en dreigt te laten verdrinken door de veelheid. Hoe kunnen we het kaf van het koren scheiden? Het leert actief om wat men op sociale media wil vertellen in een passende vorm te gieten. En het leert om daarbij verder te kijken dan onze neus lang is met als doel om maatschappelijk zinvol te opereren. Zodat de burgerzin toeneemt. Een effect van media-educatie is dat het publieke debat op een hoger peil wordt gebracht en de hufterigheid wordt teruggebracht. Vaak een gevolg van zich buitengesloten voelen en uit onmacht gewoonweg niet de juiste bewoordingen weten te vinden voor wat men wil zeggen. Uit gebrek aan nuancering grijpt men dan naar te zware bewoordingen.

Neveneffect van coronacrisis: religieuze domheid, zelfoverschatting en een misplaatst idee van onkwetsbaarheid

Neveneffecten van de coronaviruscrisis zijn de desinformatie en de kwalijke rol van religieuze leiders. De misleiding op sociale media valt door de massaliteit ervan nauwelijks uit te bannen door de moderatoren. Dat kan levensgevaarlijke gevolgen hebben als het adviezen betreft die zogenaamd het virus bestrijden. Zoals het drinken van alcohol, het bieden van zweverige onzin of het bidden in groepsverband. Maar dat helpt eerder averechts. Het helpt evenmin dat politieke leiders als president Donald Trump of president Jair Bolsonaro de adviezen van wetenschappelijke experts in de wind slaan en zelfs vanwege politiek gewin bewust saboteren.

Met deze video van het in New Delhi gevestigde WION is iets merkwaardigs aan de hand. Het heeft van de ene kant gelijk dat verstand boven religie moet gaan. Dat is trouwens een advies dat voor alle tijden geldt. Zeker tijdens een crisis waarin mensen onzeker en makkelijk beïnvloedbaar zijn door religieuze leiders waar ze op vertrouwen, maar ook door andersoortige types die bewust op angst en emotie spelen. Het is ethisch onaanvaardbaar om mensen in zo’n situatie bewust te misleiden vanwege politieke of commerciële redenen.

De video gaat van de andere kant de fout in als het zich richt tot de Indiase aartsvijand Pakistan. Nog onlangs werden daar religieuze massabijeenkomsten gehouden en heeft premier Imran Khan blijkbaar onvoldoende macht om tegen het islam-establishment in te gaan. WION heeft gelijk, maar is selectief in haar politisering en verontwaardiging. Waarom noemt het de Indiase Sikh-guru Baldev Singh niet die aan de gevolgen van het coronavirus is overleden en tijdens massa-bijeenkomsten naar verluidt meer dan 15.000 gelovigen kan hebben besmet? Domheid, zelfoverschatting en een idee van onkwetsbaarheid kennen geen grenzen. Daar zijn religieuze domheid, zelfoverschatting en een idee van onkwetsbaarheid geen uitzondering op.