George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vrijheid van godsdienst

Secularisme is geen vijand, maar beschermende vriend van kerken

leave a comment »

Barneveld Vandaag plaatste gisteren het opinie-artikelDe ark op drift’. Het komt erop neer dat kerken niet dwars moeten liggen op ‘de wind van de secularisatie’, maar die recht in de ogen moeten kijken. Met een conclusie over de gewenste opstelling van kerken: ‘Ze sluiten zich niet af voor de wereld om het goed met elkaar te hebben. Deze gemeenten hebben een missionaire drive, die tot hun DNA behoort. Met een grote vrijmoedigheid zoeken ze het gesprek met hun geseculariseerde stadgenoten in een taal die zij verstaan.’ Dit betoog beredeneert met Bijbels jargon en vanuit het perspectief van de innerlijke werking van de kerk dat kerken te winnen hebben bij openheid en contact met de buitenwereld. Dat idee lijkt me terecht en werk ik uit in een reactie die nuanceert wat secularisme is en ik op de FB-pagina bij dit opinie-artikel plaatste.

Als het betoog valt samen te vatten dat secularisatie niet vijandig staat tegenover religieuze of levensbeschouwelijke organisaties, dan kan ik me er in vinden. Het heeft voor religieuze organisaties weinig zin om dwars tegenover de buitenwereld te staan. En daar ook nog eens misnoegd en bitter over te doen.

Vaak wordt vanuit een defensieve en onwetende, maar soms ook vanuit een bewust misleidende houding, in orthodox-christelijke organisaties gesteld dat de politieke filosofie van het secularisme antireligieus of atheïstisch zou zijn. Maar dat is een misverstand, dat jammergenoeg door sommige kerkleiders van orthodoxe snit om kerkpolitieke redenen de wereld in wordt geholpen. Zij proberen het afkalven van hun machtspositie te vertragen.

Het secularisme is een filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen zonder onderscheid gelijk behandelt. Of daar in elk geval naar streeft, omdat de praktijk achterloopt op de theorie. Traditionele godsdiensten hebben als relicten uit het verleden vaak nog voorrechten waar ze zich krampachtig aan vastklampen en geen afstand van willen doen.

Daarom suggereren sommige kerkleiders dat secularisme de vijand van godsdienst is. Wat dus absoluut niet zo is. Wat wel speelt is dat oude voorrechten de filosofie die streeft naar de gelijke behandeling van alle godsdiensten en levensovertuigingen -inclusief degenen die zich erdoor laten inspireren- in de weg zitten.

De ark kan niet dwars op de buitenwereld staan, maar maakt er onderdeel van uit. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden er verstandig aan doen om ondubbelzinnig het secularisme te omarmen en zich er sterk voor te maken. Dat moeten ze niet alleen doen vanuit hun principe of geloof, maar juist vanuit hun eigenbelang. Ze moeten naar de toekomst kijken.

In Nederland zijn de verschillende stromingen binnen het christendom stuk voor stuk minderheidsreligies. Zoals uit nationale statistieken valt af te leiden zegt een kleine meerderheid van de Nederlanders zich niet te laten inspireren door godsdienst. Ze zijn ongebonden. Maar die ongebondenen zijn ook weer verdeeld en niet over één kam te scheren. Zo resteert wat religie en levensbeschouwing betreft een mozaïek van minderheden, stromingen en nuanceringen. De grondwet is de verantwoording voor gelijkheid die door de nationale overheid in de praktijk dient te worden gegarandeerd.

Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals ontkerkelijking, educatie en emancipatie neemt elk jaar het aandeel af van degenen die zich laten inspireren door godsdienst. In 2015 noemde 16% zich protestant, met de Nederlands Hervormden als grootste subgroep met 6,5%. Dat percentage daalt gestaag. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden beter dan nu te dienen te beseffen -en naar dat besef handelen- dat ze als vertegenwoordigers van sterk onder druk staande minderheidsgroeperingen in het secularisme geen vijand, maar een beschermde vriend vinden die hun positie ook voor de toekomst garandeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘De ark op drift…’ (anoniem) op Barneveld Vandaag, 18 januari 2018.

Advertenties

Hogeschool Odisee Aalst: Mag godsdienstonderwijs aan kleuters volgens de kinderrechten?

leave a comment »

De Vlaamse Opleiding Kleuteronderwijs van de Hogeschool Odisee in Aalst biedt vanuit een christelijke traditie studenten in het lesprogram de optie tussen een katholieke of een niet-katholieke versie. In de uitleg wordt door de docenten druk geschoven met begrippen. Alsof de identiteit van de Hogeschool vloeibaar is en voortdurend verandert. ‘Geloof’ wordt gelijkgesteld aan het ‘katholieke geloof’ en de ‘christelijke traditie’ aan de ‘rooms-katholieke traditie’. De niet-katholieke studenten worden in de video onderscheiden als moslima’s (zijn er geen mannelijke studenten?), niet-gelovige, ongelovige en anders-gelovige, randkerkelijke en protestant-gelovige studenten. Dat is blijkbaar diversiteit vanuit katholiek perspectief. De docenten stralen begrip en verdraagzaamheid uit, maar de vraag die deze video oproept is waarom er godsdienstonderwijs aan kleuters (circa 4 tot 6 jaar) gegeven moet worden en in welke vorm dat gebeurt. Nog los van de vraag of dat dan katholiek, protestant-gelovig, randkerkelijk of anders-gelovig godsdienstonderwijs is.

Vraag is of het in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten. De toelichting zegt: ‘Meestal leren kinderen van hun ouders en op school over geloof en religie. Het wel of niet hebben van een bepaalde geloofs- of levensovertuiging kan een belangrijk onderdeel van de opvoeding zijn. Ouders mogen kinderen stimuleren om een bepaald geloof te volgen. In het Kinderrechtenverdrag staat echter dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Als ze willen, kunnen kinderen naar een kerk of moskee gaan terwijl hun ouders niet geloven. Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar.

De grens van wat aanvaardbaar is voor kinderen in een godsdienst ligt tussen stimuleren en dwingen. Een christelijke onderwijsorganisatie mag kinderen aansporen, maar niet in een dwingend programma binden. Het dienstbaar maken van kleuters van vier tot zes jaar gaat verder dan stimuleren en is feitelijk onderwerping. Hoe maatschappelijk aanvaardbaar en in lijn met de kinderrechten is het programma van het kleuteronderwijs dat Odisee aan studenten aanbiedt? Als het meer is dan een neutrale oriëntatie op levensovertuiging en godsdienst, dan valt het niet binnen de grenzen van de kinderrechten. Als de religieuze overtuiging er niet toe doet roept dat de vraag op waarom Odisee niet alle studenten dezelfde optie aanbiedt. Er wringt iets doordat dat niet gebeurt. Dat wordt in de toelichting door de docenten badinerend en verhullend gepresenteerd.

Kwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief

with 4 comments

Het College voor de Rechten van de Mens zegt in een niet bindend oordeel over pastafaripriester Michael Afanasyev (38) die aan de TU Delft wil promoveren in piratenkostuum: ‘Uitingen worden beschermd als zij algemeen, althans in brede kring, binnen een bepaalde godsdienst worden beschouwd als uitdrukking van die godsdienst. Het moet dus niet gaan om een persoonlijke invulling. Dit gaat echter weer niet zo ver dat iedere pastafari hierover hetzelfde moet denken of dat de godsdienstige voorschriften steeds op dezelfde manier moeten worden geïnterpreteerd en nageleefd.’ Afanasyevs verzoek om een piratenkostuum te dragen op zijn promotie was door het Delftse College voor Promoties afgewezen. Tegen deze beslissing maakte hij bezwaar bij het College voor de Rechten van de Mens waar hij nu op 11 december 2017 ook nul op het rekest krijgt.

Het College zegt zich er niet over uit te spreken of het pastafarisme (Kerk van het Vliegend Spaghettimonster) een godsdienstige overtuiging is. Maar het College is wel van oordeel ‘dat het piratenkostuum niet in brede kring wordt gezien als een uiting daarvan en dat evenzo priesters verplicht zijn om bij officiële gelegenheden een piratenkostuum te dragen.’ Dit voert het College aan als reden om de eis van de verzoeker af te wijzen.

Dat is een opmerkelijk uitspraak die weliswaar ‘aan de buitenkant’ van het pastafarisme lijkt te blijven, maar zich tegelijk toch laat verleiden tot een inhoudelijke uitspraak en daarom wat dubbelhartig toont. Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. Wat de verzoeker door het College wordt verweten is het ontbreken van samenhang, consistentie en ‘doorleving’ in zijn geloof.

Maar wat doet het ertoe of een pastafaripriester een piratenkostuum heeft of dat nog moet aanschaffen en dat niet of onregelmatig draagt? Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft. Vele godsdiensten grossieren in onwaarschijnlijkheden en tegenstrijdigheden, en zijn het tegendeel van logisch. Daarom heet een geloof ook een geloof. Gelovigen volgen hun geloof en zijn geen theologen die de werking vn hun godsdienst moeten kunnen uitleggen.

Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.

Toch biedt het oordeel perspectief. Het College verwijt de verzoeker een gebrek aan samenhang, consistentie en kennis, maar wijst het pastafarisme als godsdienst niet principieel af. Zo kan het oordeel van het College een gebruiksaanwijzing zijn voor een volgende verzoeker die dicht bij de bekende, alledaagse uitingen van het pastafarisme blijft. Tactisch is het verstandig om stapsgewijs te werk te gaan en bij zo’n plechtigheid te verzoeken om met een vergiet op te mogen promoveren. Mogelijk als de bezoeker al een foto voor het rijbewijs met vergiet als ID heeft. De Kerk voor het Vliegend Spaghettimonster zou er verstandig aan doen om dit landelijk te coördineren door de gelovigen te begeleiden in hun verspreiding van het pastafarisme.

Disclaimer: Ik ben sinds 26 oktober 2015 Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Foto 1: Schermafbeelding van deel oordeelGeen discriminatie door het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft door een man niet toe te staan tijdens de promotiezitting het traditionele kostuum van zijn ambt als pastafaripriester te dragen’ van het College voor de Rechten van de Mens, 11 december 2017.

Foto 2: ‘Antoinette Vlieger (m) vandaag voor haar promotie aan de UvA, in traditionele Arabische kledij. Ze verschijnt op het podium in een abaja, een Arabisch kledingstuk, dat als onderdrukkend wordt gezien. Haar paranimfen dragen ook een gezichtsbedekkende nikab.’  Foto © Dingena Mol, 21 december 2011.

Moet zendtijd voor godsdienst etc. op de Vlaamse publieke omroep representatief zijn? Maar betrouwbare statistieken ontbreken

leave a comment »

Op Doorbraak gaat Philip Roose in een opinie-artikel in op het besluit van de Vlaamse publiek omroep VRT om in het kader van de zogenaamde levensbeschouwelijke programma’s ‘Aan de 40 uitzendingen op Eén van verschillende godsdiensten twee islamitische vieringen toe te voegen’. De vraag die dit besluit oproept is of deze programma’s de bedoeling hebben om representatief te zijn of dat ze traditionele voorkeursposities van vooral katholieken beschermen. Door het ontbreken van betrouwbare statistische cijfers is het onduidelijk of het aantal moslims dit besluit rechtvaardigt. Daarbij komt de complicatie dat ze representatief moeten zijn voor Vlaanderen en het Vlaamse volksdeel. Zo stapelt zich onduidelijkheid op onduidelijkheid. Mijn reactie:

Als het secularisme wordt opgevat als een politieke filosofie die zegt dat alle godsdiensten en levensovertuigingen een gelijke plek behoren te hebben onder de garantie van de nationale overheid, dan past daarbij in de media wat de zendtijd betreft -mits het in lijn is met het statuut van de publieke omroep- dezelfde afweging tussen godsdiensten en levensovertuigingen.

Dat zal in de praktijk neerkomen op het terugschroeven van de aandacht voor uitingen van traditionele christelijke godsdiensten en/of christelijke organisaties die tot nu toe een voorkeurspositie innnemen. Een volgende stap is dat de tot nu toe bij de publieke omroep voor godsdiensten en levensovertuigingen gereserveerde zendtijd anders verdeeld moet gaan worden.

Het gevolg is dat betrekkelijk nieuwe godsdiensten en levensovertuigingen zoals de islam, de kerk van het vliegend spaghettimonster, de kerk van cannabis of het humanisme meer recht hebben op zendtijd. Uitgaande van een eerlijke representatie van de verschillende godsdiensten en levensovertuigingen zoals die zich in de samenleving voordoet.

Complicatie bij grote, diverse en gefragmenteerde religieuze organisaties als de islam is dat het vele verschijningsvormen kent. Waarvan sommigen binnen de geïnstitutionaliseerde islam niet worden erkend, zoals de Amiddaya of de Soefi’s. Daarnaast is er nog het zeurende conflict tussen Sjiieten en Soennieten, en dat tussen zogenaamde orthodoxe en zogenaamde gematigde moslims.

Het verdient aanbeveling dat de nationale statistieken ook binnen de islamitische organisaties een onderverdeling maken naar stroming en richting. Net zoals ze dat voor het christendom doen tussen katholieken, oud-katholieken, conservatieve katholieken (Opus Dei, Pius X), protestanten, gereformeerden, oud-gereformeerden, baptisten, lutheranen en de tientallen richtingen en stromingen die het christendom kent.

Beredeneerd vanuit de maatschappelijke representatie kan vervolgens de verdeling van de zendtijd bij de publieke omroep afgeleid worden. Probleem is dat België in tegenstelling tot Nederland geen betrouwbare cijfers heeft over het aantal moslims. Naar schatting van Jan Hertogen (http://www.npdata.be) is dat nu zo’n 7,2% van de bevolking. Of dat ook geldt voor Vlaanderen is trouwens onduidelijk.

Daarbij blijft onduidelijk hoe de vertegenwoordiging binnen de islamitische zuil precies is en hoe de verschillende islamitische stromingen en richtingen zich in België tot elkaar verhouden. Evenmin blijkt uit zo’n percentage hoeveel ‘culturele moslims’ het bevat. Dus de moslims die niet belijdend zijn of een moskee bezoeken en nauwelijks nog moslim zijn te noemen, maar zich om sociale of culturele redenen niet officieel uit laten schrijven uit het bevolkingsregister. Daarbij komt dat dit aspect van de vrijheid van godsdienst om een godsdienst te verlaten binnen de islam met taboes en verboden is omkleed en daarom de werekelijke stand van zaken niet weergeeft.

Ook is de Verbelging of Vervlaamsing van de in België wonende moslims niet in de cijfers terug te vinden. Dat is het proces van emancipatie waarbij moslims geleidelijk opgaan in de Belgische samenleving en de normen en waarden ervan verinnerlijken. Met als ultieme stap dat ze afscheid nemen van hun godsdienst en het secularisme omarmen. Juist omdat ze daar de garantie van de overheid vinden voor hun nieuw verworven positie.

Kortom, er moet nog eerst heel wat statistisch en demografisch onderzoek in België plaatsvinden voordat duidelijk is welke bevolkingsgroep met welke godsdienst of levensovertuiging bij de publieke omroep recht heeft op de daarvoor bedoelde zendtijd. Mits dat idee van evenredige vertegenwoordiging leidend is. Als voorlopige regeling is het goed voorstelbaar om vertegenwoordigers van de islamitische zuil een deel van de zendtijd in te laten vullen. Zo’n 5% van het volume ljkt redelijk en goed overeen te komen met het demografische belang van die zuil.

Maar een echte modernisering van de zendtijd gaat verder en zal om te beginnen de oude voorkeursbehandelingen voor de christelijke (katholieke) organisaties af moeten schaffen om die in lijn te brengen met de werkelijke aanhang in de samenleving.

In een land als Nederland waar meer dan de helft van de bevolking zich niet laat inspireren door godsdienst leidde dat overigens tot de vraag of die zendtijd voor godsdiensten en levensovertuigingen nog wel een taak voor de publieke omroep is. Juist door de fragmentering van de religieuze sector in vele stromingen en richtingen lijkt niet broadcasting, maar narrowcasting via sociale media de oplossing voor de steeds moeilijkere voorwaarden om aan die representativiteit te kunnen voldoen. Waarbij zoals gezegd in België het ontbreken van betrouwbare statistische cijfers over de aanhang van godsdiensten en levensovertuigingen een bijkomende complicatie is in het realiseren van een representatieve verdeling van de zendtijd voor dit soort levensbeschouwelijke programma’s bij de publieke omroep.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGoddelijke televisie’ van Philip Roose op Doorbraak.be, 4 december 2017.

In Pakistan worden onder druk van moslim-extremisten religieuze minderheden vervolgd. Er is geen vrijheid van godsdienst

leave a comment »

De politieke situatie in het toch al weinig stabiele Pakistan loopt verder uit de hand. De regering heeft aan geloofwaardigheid ingeboet door te voldoen aan eisen van moslim-extremisten. De afgelopen maanden is de spanning door hun druk opgebouwd. Zoals parlementariër Captain Safdar (Pakistan Muslim League) die in oktober 2017 in een speech in het parlement de ruim 4 miljoen Ahmadi of Ahmadiyya verketterde die in Pakistan door een meerderheid niet als echte moslims wordt gezien. Ze worden in Pakistan vervolgd. Nu is onder druk van de moslim-extremisten (Tehreek-i-Labaik Ya Rasool Allah) de minister van Justitie Zahid Hamid afgetreden. Diens aftreden was één van de eisen voor het beëindigen van hun protest dat op 5 november begon. In zijn afscheidstoespraak ging hij diep door het stof om een fatwa te voorkomen en verklaarde hij zich een echte moslim en geen ‘afvallige’ van de Qadiani, Lahori of Ahmadi, aldus een verslag van de Tribune. Het betekent dat in Pakistan de vrijheid van godsdienst en de rechtsstaat verder worden uitgekleed. Het ontbreekt de regering aan ruggengraat en het inzicht om de minderheden te beschermen.

De open brief in de Rabwah Times -die opkomt voor de Ahmadi-zaak- van 7 november 2017 die is geschreven door een Ahmadi-burger bevat enkele kernachtige verklaringen. Zoals: ‘Hiding behind the religion card has always been the strategy of many politicians in Pakistan who are guilty of their hideous sins of corruption and misconduct. This time it was Safdar Sahab.’ En: ‘You snatched our right to be termed as Muslim, you stole our right to practice our religion openly. You thwart us from the holy pilgrimage Hajj. You massacred thousands of Ahmadis in the name of religion yet according to your statement Ahmadis residing in Pakistan are not less than enemies.’ Het is een bekend fenomeen dat religie om vele redenen wordt gebruikt om de macht te grijpen, mensen te onderdrukken of belangen te verdedigen. Het gebeurt zelfs in de VS waar evangelische christenen president Trump verdedigen die waarden vertegenwoordigt die haaks staan op de christelijke waarden. Maar in Pakistan bereikt de vermenging van politiek en religie een nieuw dieptepunt.

Het is duidelijk dat de geloofwaardigheid van de Pakistaanse politiek door het gebrek aan standvastigheid is aangetast, maar waar laat dit alles de Pakistaanse islam die zich laat misbruiken voor politieke doeleinden? Kunnen Westerse leiders reageren op de ontwikkelingen in Pakistan? Vragen stellen in hun parlement en dan?

Foto: Een open briefAn Ahmadi’s open letter to Captain (R) Safdar’ in de Rabwah Times, 7 november 2017.

Europese christenen moeten voor het secularisme kiezen om wereldwijd vervolgde christenen beter te helpen beschermen

with 4 comments

Het is bekend dat in Myanmar de moslimminderheid wordt onderdrukt. Tot nu toe zijn vanuit Rakhine zo’n 400.000 Rohingya gevlucht naar Bangladesh. Tamelijk onbekend is dat ook een christelijke minderheid wordt onderdrukt in die boeddhistische samenleving. De meeste wonen in Chin, de enige staat in Myanmar met een christelijke meerderheid van zo’n 85 tot 90%. De Westelijke, arme bergstaat Chin grenst aan Bangladesh en India. Myanmar leert dat het ontbreken van een functionerende rechtsstaat slecht uitpakt voor de vrijheid.

Boeddhisten voelen zich meer dan de rest. Zo wordt die rest onderdrukt zonder dat de wet bescherming biedt. De voorkeurspositie van de dominante godsdienst ondermijnt de positie van minderheden en van de rechtsstaat. Of dat moslims, christenen of atheïsten zijn. De oplossing is het secularisme. Dit is een politieke filosofie die verzekert dat niemand onderworpen wordt aan religie. Inclusief leden van een minderheidsreligie zoals moslims of christenen in Myanmar die door de Boeddhistische meerderheid worden onderdrukt.

Doorgaans reageren christelijke leiders in Europa negatief op het secularisme. Soms gemeend, soms met gespeelde verontwaardiging in de richting van hun achterban. In hun beeldvorming katten ze dat dan om tot ‘agressief secularisme’ om het makkelijker aan te kunnen vallen. Zoals de voormalige ECPM-voorzitter Peeter Võsu deed, zoals in 2012 bleek. Die stellingname is begrijpelijk omdat deze orthodoxe christenen in eigen land hun voorkeurspositie kwijtraken en die willen beschermen. Maar ze overzien onvoldoende wat de afwijzing of de verregaande relativering van het secularisme betekent voor de christenen buiten Europa.

Toch is wereldwijd het christendom de meest vervolgde religie ter wereld, zoals Kelly James Clark in een bericht voor de Huffington Post op een rijtje zet. Vooral in moslimstaten staat de vrijheid onder druk. Het jaarrapport 2017 van Freedom House concludeert: ‘The Middle East and North Africa region had the worst ratings in the world in 2016, followed closely by Eurasia’. In landen waar religie op de een of andere wijze een bepalende rol speelt, staat vooral de vrijheid van godsdienst onder druk omdat daar godsdienst belangrijk is.

Christelijke leiders komen wel op voor vervolgde christenen in Afrika of Azië, maar doen dat op een verkeerde manier met een verkeerde methode. Ze zouden verder moeten kijken dan hun eigen neus lang is en op moeten komen voor elke vervolgde minderheid. Dat maakt hun oproep er geloofwaardiger en realistischer op. Het haalt het weg uit het religieuze domein van machtsuitoefening, bekering en vervolging en hevelt het over naar het rechtsstatelijke domein van vrijheid en rechten waar tegenstellingen beter overbrugd kunnen worden.

In dat geval kunnen Europese christelijke leiders beter partners zoeken die hun ‘eigen’ minderheid proberen te beschermen. Zoals sjiitische moslims die soennitische moslims discrimineren, en omgekeerd. Als deze christelijke leiders ondubbelzinnig en zonder beletsel kiezen voor de politieke filosofie van het secularisme dat een overheid oplegt om gelijke rechten voor elke etnische of religieuze minderheid te garanderen, dan hebben ze betere instrumenten in handen om de christelijke minderheden buiten Europa te beschermen.

Charlie Hebdo en Mediapart botsen over Tariq Ramadan. Over religiekritiek, islamofobie en linkse journalistiek

with 2 comments

Het debat tussen Charlie Hebdo en Mediapart is wereldnieuws in Frankrijk, maar haalt nauwelijks het internationale nieuws. Binnen  de Franse grenzen bemoeit iedereen zich ermee. Mario Stasi, voorzitter van de anti-racisme organisatie Licra heeft zelfs premier Emmanuel Macron gevraagd zich erover uit te spreken. Ex-premier Manuel Valls heeft dat al gedaan. Als lachende derde geeft de rechtse Eric Zemmour commentaar.

Waar gaat het over? Het is de nasleep, of liever gezegd een nieuw zijpad in de al een maand lopende affaire Tariq Ramadan. Hij wordt door meerdere vrouwen beschuldigd van seksuele intimidatie of verkrachting. Het satirische weekblad Charlie Hebdo -waarvan in januari 2015 een deel van de redactie werd vermoord door moslimterroristen- nam stelling tegen deze moslimprediker, islamoloog en kleinzoon van de oprichter van de Moslimbroederschap. Met een scherpe karikatuur op pagina 1, de cover. Daarop nam Edwy Plenel van de linkse nieuwswebsite Mediapart het voor Ramadan op. Of liever gezegd tegen Charlie Hebdo. Maar hij ging verder en beschuldigde Charlie Hebdo ervan deel te nemen aan de oorlog tegen de moslims. En Plenel zei ook dat het islamisme een feit is en geaccepteerd moet worden. Hoofdredacteur van Charlie Hebdo Riss reageerde op zijn beurt op Plenels aantijging die hij ontkende en voegde eraan toe dat Mediapart Charlie Hebdo voor de tweede keer vermoordt. De uitspraak van Plenel zou een oproep tot moord zijn (‘un appel au meurtre’).

Daar antwoordde Plenel weer op dat Charlie Hebdo deel is van een bredere campagne, de weg kwijt is en een rechtse identiteit aanneemt. Die campagne zou gegrond zijn in een obsessie die zich vertaalt in de oorlog tegen moslims en de demonisering van alles wat met de islam en moslims te maken heeft. ‘The front page of Charlie Hebdo is part of a general campaign of war against the Muslims’ zo vat Charlie Hebdo Plenels beschuldiging in een Engelstalige toelichting van Riss samen. In de media voelden vertegenwoordigers van Charlie Hebdo zich genoodzaakt uit te leggen dat ze uitsluitend tegen het moslim-extremisme zijn.

In deze kwestie lijken de uitersten elkaar te ontmoeten en twee linkse media elkaar genadeloos aan te pakken. Het is Charlie Hebdo dat een middenpositie inneemt. Tussen radicaal-rechts en radicaal-links, zoals dat door Mediapart wordt vertegenwoordigd. Tekenend hiervoor is dat de rechtse socialistische oud-premier Manuel Valls en Mario Stasi van Licra het voor Charlie Hebdo opnemen en de aantijging van Planel over de islamofobie van Charlie Hebdo als onaanvaardbaar zien. Het is enigszins begrijpelijk waarom Mediapart het opneemt tegen ‘concurrent’ Charlie Hebdo, maar waarom Mediapart het opneemt voor Ramadan die door twee vrouwen wordt beschuldigd van seksuele intimidatie of verkrachting is lastig verklaarbaar. Of Mediapart moet de affaire Ramadan uitsluitend aangrijpen om de vermeende islamofobie van Charlie Hebdo te agenderen. Mediapart en Edwy Planel lopen de kans om in hun eigen zwaard te lopen. Zij lijken de tijdgeest het slechtst aan te voelen.

De scheidslijn tussen islamofobie en religiekritiek -of kritiek op beeldbepalende moslims- is niet altijd even makkelijk te trekken. Of media en politici doen net alsof opponenten die scheidslijn overgaan zonder dat dat feitelijk zo is. Religiekritiek hoort echter onafscheidelijk bij de vrije meningsuiting en is zinvol en functioneel.

Foto: Karikatuur door coco van Edwy Planel in Charlie Hebdo. Horen, zien en zwijgen. Zie: La défense honteuse d’Edwy Plenel (et de Mediapart) van Caroline Fourest, de aloude opposant van Tariq Ramadan.