George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vrijheid van godsdienst

Met marketing, scoringsdrift en betaalde bekeringen ondermijnen gevestigde godsdiensten hun kenmerken. Hoe oordeelt de rechter?

with one comment

Het artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD van 3 september 2020 bevat de volgende passage over de bekering onder betaling van christenen tot moslim in Pakistan : ‘In het korte beeldfragment roept de rijke textielhandelaar Mian Kashif Zameer christenen op zich tot de islam te bekeren, want dat is „de beste religie.” Hij stelt de mogelijke bekeerling daarbij een mooie beloning in het vooruitzicht: 200.000 roepies (zo’n duizend euro). Als een compleet gezin zich bekeert, ontvangt die familie zelfs een miljoen roepies.’ Het christelijke perspectief van het RD motiveert om verder te denken en de kwestie van de betaalde geloofsbekeringen te beschouwen vanuit het belang van de gehele religiesector.

Bekering van de ene naar de andere godsdienst is een verdienmodel voor sappelaars die een centje bij willen verdienen. Zoiets als het laten aftappen van bloed bij de bloedbank. Bekering is de niet-fysieke variant ervan. Het is de vraag hoe vaak een gelovige van ‘overtuiging’ kan wisselen om de propaganda voor een specifieke godsdienst waarvoor het gebruikt wordt geloofwaardig en aannemelijk te laten blijven. Jaarlijks, maandelijks?

De wetmatigheid is dat de bekering alleen bestaat in de publiciteit. Met een bekering die in het geheim gebeurt kan een religieuze organisatie geen goede sier maken. Op sociale media is de bekering een belangrijk subgenre waarmee religieuze organisaties de slag met hun concurrenten proberen te winnen.

Voor de BV Godsdienst als sector maken de bekeringen weinig uit omdat ze per saldo de sector als geheel niet groter maken. De bekeringen gaan alle kanten uit en het verlies van de ene godsdienst wordt gecompenseerd door de winst van de andere godsdienst. De religiesector wordt er niet omvangrijker door. De publiciteitsslag tussen godsdiensten toont aan dat de religiesector een vechtmarkt is en de concurrentie moordend.

Dit soort bekeringen zijn een goede ontwikkeling voor degenen die verandering willen. Zoals ook de opkomst van nieuwe godsdiensten een goede zaak is. Ze staan doorgaans dicht bij de grond, bieden hedendaagse mystiek en rituelen, en hebben een postmodernistische grondhouding waarin twijfel en relativering zijn ingebouwd. Oudere, gevestigde godsdiensten zijn in andere tijden ontstaan en zijn daar in de kern nog steeds een reflectie op, hoewel ze uiteraard met de tijd zijn meebewogen. Hun houdbaarheid staat ter discussie.

Hoe meer godsdiensten er zijn, hoe meer het idee verwatert dat religie een bijzondere positie verdient boven andere menselijke (‘horizontale’) constructies. Het exclusieve beroep van leiders van godsdiensten op de eigen onaantastbaarheid en de claim om boven de wet te staan wordt naar evenredigheid minder geloofwaardig als het aantal godsdiensten toeneemt en ‘gewoon’ wordt.

De logica is dat de gevestigde godsdiensten om twee redenen hun markt afschermen. Ze zijn concurrenten én collega’s binnen hetzelfde religiekartel en hebben er gezamenlijk belang bij dat er geen nieuwe toetreders komen. Het onderling met elkaar uitvechten via onder meer de publiciteitsslag met bekeringen is belastend, maar ook een semi-serieus toneelstukje dat ze met elkaar opvoeren om in de aandacht te blijven. Waarbij spanning vanwege tegengestelde belangen kan optreden tussen de marge en het centrale gezag van een godsdienst. Ook willen de gevestigde godsdiensten het idee dat religie iets exclusiefs is in stand houden.

Als ‘gelovigen’ dagelijks of wekelijks van overtuiging zouden wisselen, dan wordt dat idee van overtuiging ondermijnd. Want wat is een geloofsbeginsel nog waard als het makkelijk ingewisseld wordt voor een geloofsbeginsel van een concurrerende godsdienst? Alleen vanwege de marketing. Dat roept weer de vraag op wat een godsdienst nog waard is die hier toe aanzet. Daarom zijn voor critici die problemen hebben met de voorrechten die godsdiensten genieten dit soort bekeringen een goede ontwikkeling omdat ze de begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie van een specifieke godsdienst ondermijnen.

Uiteraard biedt de Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst zoals dat is omschreven in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ieder de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te wisselen. Alleen lijkt daar een onomschreven ondergrens aan die in strijd komt met de kenmerken van een godsdienst zoals die juridisch worden gesteld als dit wordt tot een carrousel en tombola van wisselende overtuigingen die betaald wordt door de meest biedende religieuze organisatie. Dan schieten de gevestigde godsdiensten door scoringsdrift en ondoordachtheid over de godsdienstsector als geheel in eigen voet.

Er kan in de toekomst een punt komen dat de rechter een godsdienst niet meer als godsdienst beschouwt vanwege ontbrekende kenmerken van begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Dat heeft fiscale gevolgen voor de financiële positie van een religieuze organisatie. Hoewel het de vraag is of een rechter wel voldoende geëquipeerd is om daar over te kunnen oordelen (Elizabeth Prochaska, 2013).

Op dit moment worden door de rechter uitsluitend nieuwe godsdiensten van de religiesector uitgesloten. Nu is de positie van de gevestigde godsdiensten juridisch nog onaantastbaar. Ze worden actief beschermd door de politiek. Maar leiders van gevestigde godsdiensten doen er verstandig aan om te beseffen dat in elk geval in Europa de maatschappij verandert en dat ze op moeten passen door hun onderlinge publiciteitsslag met bekeringen niet ook voor de rechter ongeloofwaardig te worden. Want zonder dat ze het doorhebben ondermijnen ze hiermee de kern van hun godsdienst of gaan die ondermijning in de marge van hun godsdienst onvoldoende tegen. Zelfs als dat op een ander continent gebeurt, dan kan dat gevolgen hebben.

De bekeringen die door godsdiensten of verwante religieuze organisaties in de publiciteit breed uit worden gemeten en daar dienen om een concurrerende godsdienst een hak te zetten, zijn een goede ontwikkeling voor degenen die het niet veel op hebben met de (positie van) gevestigde godsdiensten. Voor de godsdiensten zelf die met de betaalde bekeringen makkelijk denken te scoren is het een waarschuwing om de kern van hun godsdienst niet te verkwanselen omwille van de marketing en de wedijver met andere godsdiensten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelChristen die moslim wordt, krijgt grote zak met geld’ in het RD, 3 september 2020.

Evangelische christen J. Warner Wallace schiet in eigen voet bij zijn oordeel over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster als fictie

with one comment

J. Warner Wallace richt een stroman op om die vervolgens in de fik te steken. Maar hij verwerpt slechts zijn eigen opinie, niet die van degenen die hij claimt te verklaren. Dat is misleiding van hem. Hij scherpt de verschillen tussen godsdiensten aan. Laat ik voor mezelf spreken. Als ingeschrevene (sinds oktober 2015) als Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (KVS) drijf ik online of offline geen spot met gelovigen of met godsdienst. Integendeel, waarom zou ik, want ik ben als lid van deze Kerk zelf een gelovige. Wallace kan dan wel beweren dat de KVS door Bobby Henderson is begonnen als een parodie om zich af te zetten tegen de gevestigde godsdiensten, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat het om die reden geen legitieme godsdienst kan zijn. Daarbij is Wallace geen objectieve waarnemers, maar een directe concurrent van de KVS op de religiemarkt. Hij staat op de loonlijst van de evangelische Biola University.

In 2018 schreef ik in een commentaar dat door rechters de lat voor toetreders tot de religieuze markt hoger gelegd wordt dan voor gevestigde godsdiensten: ‘Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.’ Kortom, Wallace meet aantoonbaar met twee maten.

Wallace kan zijn minachting voor de KVS moeilijk verbergen. Maar hij gaat pas genadeloos de fout in als hij een onderscheid aanbrengt russen religieuze en fictieve claims. Hij laat zichzelf hiermee niet alleen kennen als kleingeestig, maar ook als een opinieleider die zijn christelijke overtuiging voor de empirische wetenschap zet. Het onderscheid dat hij maakt is normatief. Wallace stelt een norm voor de godsdienst die hij verdedigt om die norm op een godsdienst die hij aanvalt niet van toepassing te verklaren. Wallace bedient zich dus van een cirkelredenering. Maar er is geen objectieve waarheid waaraan hij zijn norm kan toetsen. In elke geval niet een norm die door de volledige theologische wetenschap gedeeld wordt. Denk aan progressieve theologen als Harry Kuitert die het (christelijke) geloof terugbrengen tot een menselijke constructie. Dus fictie.

Zowel het christendom als de KVS zijn godsdiensten die vanuit de fictie, de fantasie zijn vormgegeven. Er bestaat geen onderscheid tussen een religieuze en fictieve claim. Hoeveel woorden en pseudo-waarheden over de historische achtergrond van het christendom Wallace ook gebruikt om het tegendeel te beweren. Het christendom heeft uiteraard een langere geschiedenis dan de KVS. Inclusief meer getuigenissen en aansluiting bij de gevestigde macht. Maar daaruit valt niets af te leiden over de kenmerken van christendom en de KVS. Dat beeld bestaat alleen in het gedachtengoed van types als Wallace. Zijn behoudende mening is prima, maar hij gaat over een rode lijn als hij daarmee andere godsdiensten probeert te veroordelen en uit te sluiten van de lucratieve religieuze markt. Hij preekt voor eigen parochie. Meer moeten we er niet achter zoeken.

Oordeel over wat een ‘echte religie’ is, is niet aan het openbaar bestuur of de rechterlijke macht

leave a comment »

Voorrechten zijn uiteindelijk de oorzaak voor de vraag of een beweging een religie is. Ofwel, aan het recht van een beweging om zich een religie te mogen noemen zijn voordelen verbonden. Zoals belastingvoordelen, toegang tot overheidssubsidies of maatschappelijk prestige. Dit geeft aan dat gevestigde religies een streepje voor hebben boven niet-gevestigde religies of niet-religies. Hoewel sommige niet-religieuze bewegingen of levensovertuigingen zoals het humanisme door de Nederlandse overheid in hetzelfde domein worden geplaatst als religies. Met als belangrijkste doel om via een omweg die religies te beschermen.

Het openbaar bestuur en de rechterlijke macht hebben vanwege de vrijheid van godsdienst niet te oordelen over de innerlijke werking van religieuze organisaties. Ze kunnen niet aantonen dat een religie geen religie is, evenmin als de religieuze organisatie kan aantonen dat het wel een religie is. In 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Maar dat is een oneerlijke toetsing die toetreders tot de religieuze markt benadeelt. In een commentaar schreef ik daar toen over: ‘Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toetsen, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.’ 

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Het openbaar bestuur blijft zo worstelen met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster waaraan het eisen stelt dat het aan traditionele godsdiensten niet stelt, zoals de eis dat het een volwaardig systeem van denken is. Maar dat leidt tot  een normatief en ongepast oordeel. De overheid beseft dat het verkeerd handelt, maar probeert door vertraging dit onderwerp op de lange baan te schuiven. Religie is Schrödingers kat, niemand weet vanaf de buitenkant of de inhoud ervan wel of niet levend is. Ook het openbaar bestuur en de rechterlijke macht niet. Maar ze doen net alsof dat wel zo is. Bevreesd waarschijnlijk voor de omstandigheid dat als de religieuze markt opengesteld moet worden voor nieuwe toetreders die niet meer te controleren is.

Zie voor verder lezen over de documentaire I, Pastifari: www.ipastafaridoc.com

Laten we vrijdenken en het publieke debat niet politiek correct afgrendelen. Daarmee beperken we uiteindelijk onze eigen vrijheid

with one comment

Het is betrekkelijk ongemerkt gebleven in de recente beeldenstorm. Ook religieuze standbeelden zijn vernield.

Dat is ongewenst.

Ik kan me vinden in de uitleg van de gastheer van American Cholo die niks heeft met religie en meent dat het vernietigen van religieuze standbeelden over een grens gaat. Waarom dat trouwens anders is dan het vernietigen van niet-religieuze standbeelden is de vraag. Gaan die niet exact dezelfde grens over? Want waarom zouden religieuze symbolen bescherming verdienen die niet-religieuze symbolen niet verdienen?

Het argument dat Confederale standbeelden kunnen worden vernietigd omdat de Confederatie de burgeroorlog heeft verloren is onzinnig. Een schijnreden verkleed als kwinkslag. In vele landen heeft religie immers de culturele oorlog verloren. Mogen daarom daar hun symbolen vernietigd worden? Nee.

Het argument om geen standbeelden of symbolen te vernietigen of te verbieden is eerder dat de censuur of intolerantie die vandaag de ander overkomt, morgen de eigen persoon kan overkomen. Of de naasten en de leden van de eigen groep. Vanwege een verkeerd T-shirt, een verkeerde mening of een verkeerd uiterlijk.

Wat nu op het spel staat door de beeldenstorm die zich niet beperkt tot standbeelden in de publieke ruimte, maar zich ook doet gelden in krantenkolommen, op sociale media en in talkshows is de opvatting van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat erom of de meningsuiting breed of smal opgevat moet worden.

Ik pleit voor een publiek debat waarin alles gezegd kan worden dat binnen de wet mogelijk is. Dat is zo goed als alles behalve oproepen tot of dreigen met geweld. Beledigen mag. Ook van religie. Ik heb niks met een beeld van Jezus Christus of een katholieke martelaar, maar gun anderen het ongehinderd aanbidden ervan.

Dat is het verschil tussen de vrijdenker die anderen gunt wat hij ook voor zichzelf claimt en niet bang is om in debat te gaan en de politieke correcte golf van (gespeelde) verontwaardiging, symbolische borstklopperij, intolerantie en identiteitspolitiek van radicaal-links én radicaal-rechts die nu door de westerse wereld golft.

Dat laatste is een doodlopende weg die het publieke debat en de democratie ernstig dreigt te beschadigen. Laten we zo verstandig en redelijk zijn om de radicale intolerantie af te wijzen. We verdedigen ook datgene waarmee we het niet eens zijn. Als we dat te bont vinden, dan zetten we er een tegenargument tegenover.

Belgische Raad van State verplicht Vlaamse regering om 5-jarige kleuters godsdienstles of zedenleer aan te bieden

with one comment

Soms staat het verstand even stil bij het lezen van nieuwsberichten. De Vlaamse regering wordt door de Belgische Raad van State verplicht om Vlaamse kleuters van vijf jaar vanaf het schooljaar 2020-2021 wekelijks twee uur godsdienstonderwijs of (niet-confessionele) zedenleer aan te bieden. Zo staat het in een recent advies van de Raad van State, aldus een bericht van 14 mei 2020 van kerknet.be. Het advies zegt onder meer: ‘De uitbreiding van de leerplicht heeft tot gevolg dat de Vlaamse Gemeenschap de nodige maatregelen zal moeten nemen om ervoor te zorgen dat aan de betrokken kleuters in het officieel onderwijs (..) onderricht in de verschillende erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer wordt aangeboden.’ Dit besluit roept de vraag op wie in hemelsnaam de leden van de Belgische Raad van State zijn die dit besluit hebben genomen en waarom ze denken dat kleuters van vijf jaar met dit soort onderwijs gediend zijn.

De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar. Het is de vraag of dit besluit niet in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten dat in de toelichting zegt: ‘Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn’. Ben Weyts is namens de rechts-nationalistische N-VA minister van Onderwijs in de Vlaamse regering. Deze partij staat er niet bekend om de christelijke agenda van de confessionele partijen te volgen. Het toezicht op dit onderwijs aan 5-jarige kleuters is essentieel omdat ze makkelijk manipuleerbaar zijn.

Een verwijzing op Kerknet.be wijst op het gevaar van indoctrinatie van de 5-jarige kleuters en geeft reden tot zorg: ‘Thomas (Theologie, Onderwijs en Multimedia: Actieve Samenwerking), de portaalwebsite van en voor de leerkrachten rooms-katholieke godsdienst van alle onderwijsnetten in Vlaanderen onder de auspiciën van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, publiceert [op] de site de integrale tekst van het advies van de Raad van State, dat blijkbaar al op 30 april werd gepubliceerd. De commentaar is even kort als positief: Goed nieuws in corornatijden [sic] waarin nood aan zingeving en levensbeschouwing steeds meer blijkt!’. Voor de duidelijkheid: het betreft zingeving en levensbeschouwing van 5-jarige kleuters.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBelgische Raad van State: Godsdienstonderwijs verplicht in kleuterklas’ op Katholiek Nieuwsblad, 16 mei 2020.

Pleidooi voor landelijke geluidsregels voor kerken en moskeeën

with one comment

Velen zullen het niet beseffen, maar er zijn geen landelijke, wettelijke regels voor het geluid van kerken en moskeeën. Aldus bovenstaand bericht van de Rijksoverheid. En kan men toevoegen het geluid dat van alle plekken van religieuze of spirituele organisaties komt. Het wordt per gemeente geregeld. Dit is ongelukkig. In artikel 10 zegt de Wet openbare manifestaties dat gemeenten niet verplicht zijn beperkende regels te stellen.

Stel het geval dat een religieuze stroming met honderden stemgerechtigde aanhangers zich vestigt in een kleine gemeente en met een eigen partij meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen en een meerderheid behaalt. En de meerderheid in het gemeentebestuur heeft. Dat is minder gezocht dan het lijkt voor wie de geschiedenis van Maharishi Mahesh Yogi in Vlodrop in ogenschouw neemt. Deze religieuze voorman had een politieke partij opgericht: de Natuurwetpartij. Dan kan zo’n religieuze of spirituele organisatie onder het mom van de vrijheid van godsdienst zelf de duur en het geluidsniveau bepalen van het geluid dat vanuit het eigen gebouw klinkt. Dan zou 24 uur per dag klokgebeier of een gebedsoproep, meditatie of mantra met versterkte luidsprekers kunnen galmen. De vrijheid van godsdienst wordt dan niet zozeer gebruikt om hieraan een wettelijke basis te geven, maar om het protest ertegen vanuit de omgeving naast zich neer te leggen.

Hoe verwarrend de regelgeving is die handige bedrijven ruimte biedt, laat het berichtOverlast kerkklokken’ van strooming.nl zien. Dit bedrijf presenteert zichzelf als ‘Expert in legionellapreventie & geluid-, geur- en luchtonderzoek’. Het probeert aan autoriteit te winnen door plaatsing van logo’s van televisieprogramma’s als ‘Mr. Frank Visser Doet Uitspraak’, SBS6, RTL7 en NOS/OP1 en de toevoeging ‘bekend van’. Het wordt er warrig op als strooming zegt: ‘Maar de gemeenteraad is bevoegd ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau. Zo mogen de kerkklokken tussen 23.00 en 7.30 uur niet boven een bepaald geluidsniveau komen: dat is boven de 15 decibel.’ Dit laat open of de gemeenteraad (vanwege de gezondheid en het welzijn van omwonenden) verplicht is tot beperking van het geluid van de kerkklokken ’s nachts of dit vrijblijvend kan toepassen. Een uitspraak van de Raad Van State naar aanleiding van een kwestie van de Heilige Margarita Parochie in Tilburg redeneert vanuit de beperking die de gemeente Tilburg in een APV (algemene plaatselijke verordening) had omschreven. Zoals blijkt uit artikel 10 van de Wet openbare manifestaties zijn er geen landelijke regels voor het geluid van kerken. Een gemeente kan het toepassen, maar is daartoe niet verplicht.

Strooming komt met een praktische oplossing die in het eigen straatje past. Namelijk het aanvragen van een ‘gratis’ offerte voor de aanpassing van de woning bij geluidsoverlast van kerkklokken. Het zegt: ’Gelukkig kunt u zelf ook wat doen tegen de overlast van de kerkklokken. Soms maken kleine oplossingen al het verschil. Het kan al veel schelen als u alle ramen aan de kant van de kerk gesloten houdt.. Ook kunt u de overlast van de kerkklokken beperken door een aantal aanpassingen in uw eigen woning.’ Die dan uiteraard tegen betaling door strooming uitgevoerd worden. ‘Strooming helpt u hier graag bij’, voegt het genereus toe.

Terwijl de overheid serieus werk maakt van de Omgevingswet en het verbeteren van de leefomgeving door grenzen te stellen aan industrieel- en verkeersgeluid, ontbreken er nog steeds landelijke geluidsregels voor kerken, moskeeën en andere religieuze organisaties. Het is aan de alertheid van een gemeente of van de inwoners om dit te regelen. Doorgaans treedt er geen overlast op omdat een gemeente de belangen afweegt van inwoners en de religieuze organisatie die geluid produceert dat door omwonenden als hinderlijk wordt ervaren. Dat is afhankelijk van het willen optreden van een gemeente en de inschikkelijkheid van de religieuze organisatie. Zo ontstaat rechtsongelijkheid tussen gemeenten. Het ontbreken van landelijke geluidsregels voor religieuze organisaties zorgt voor onduidelijkheid waar commerciële bedrijven op inspringen. Het verdient aanbeveling om landelijke regels te stellen voor deze geluidsregels. Mede omdat een gemeente die geen enkele beperking aan de geluidsproductie van de religieuze organisaties wil stellen daartoe bevoegd is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtGeluidsoverlast in de wet: regels, normen en tijden’ van de Rijksoverheid.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 10 van de Wet openbare manifestaties (WOM).

Foto’s 3 en 4: Schermafbeelding van delen berichtOverlast kerkklokken’ van strooming, [vermoedelijk] 2019

De Reuver is neerbuigend over het secularisme en de moderniteit

leave a comment »

De oud-predikant en oud-bijzonder hoogleraar geschiedenis van de gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond Arie de Reuver schrijft in zijn columnOok crisistijd is genadetijd’ van 4 april 2020 in het Reformatorisch Dagblad geen profeet te zijn om vervolgens tot de volgende uitspraak te komen: ‘Voor het gros van de hedendaagse bevolking is het leven voorbij zodra het hart het begeeft’. De Reuver geeft zijn interpretatie van de gevolgen van het secularisme en de moderniteit: ‘De geestesblik reikt niet verder dan de einder. Omdat er met het instrument van intellect en observatie geen land daarachter te bekennen valt, is het er ook simpelweg niet. Want zekerheid kun je in alle nuchterheid alleen maar hebben over dingen die te constateren en te vatten zijn. De rest is fictie en illusie. Zo luidt de slotsom van de moderniteit.’

De Reuver gooit een hoop overhoop en overtuigt naar mijn idee niet. Laat ik het anders zeggen, ik toon vanwege de sociale cohesie, de tolerantie voor anderen en de vrijheid van godsdienst respect voor zijn christelijk-gereformeerde gedachtengoed. Ofschoon ik het daar op maatschappelijke en ontologische gronden niet mee eens ben. Maar Nederland is een pluriform land met duizenden godsdiensten, levensovertuigingen, nihilistische of sceptische stromingen waar het onvruchtbaar is om elkaar de maat te nemen en te krenken.

Voor de duidelijkheid, de meerderheid van Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door religie. Ik respecteer dat De Reuver in deze column in een orthodox-christelijk medium voor eigen parochie preekt en daardoor wellicht selectief en kort door de bocht opereert en in eigen groepstaal vervalt. Het is hem gegund.

Maar ik vind het ongelukkig dat het gedachtengoed dat De Reuver aanhangt hem brengt tot neerbuigendheid jegens andersdenkenden en de moderniteit. Zijn suggestie is dat het secularisme leidt tot geestesarmoede en een platte levensvisie. Blijkbaar is het belijden van zijn christendom in eigen kring niet voldoende en acht hij het nodig om zich af te zetten tegen andersdenkenden. Waarom doet hij dat? Of uit deze opstelling blijkt dat het geloof van De Reuver niet overtuigend is en hij externe mikpunten nodig heeft om het legitimiteit en reliëf te geven waarmee hij zich in eigen kring kan waarmaken is de vraag die hij zelf het beste kan beantwoorden.

Het is niet dat De Reuver verweten hoeft te worden dat hij bewust een verkeerde interpretatie geeft van het secularisme. Het is zijn goed recht om iets niet te begrijpen of om kerkpolitieke redenen net te doen alsof hij iets niet begrijpt. Hierin staat hij als orthodoxe christen niet alleen. Het secularisme is een politieke filosofie waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen als gelijkwaardig worden beschouwd en door de nationale rechtsstaat gegarandeerd zijn. Het secularisme is niet pro- of anti-religieus, maar neutraal jegens alle religies en levensovertuigingen. Het laatste jaar blijkt dat duidelijk in het publieke debat in India waar de moslims een beroep doen op het secularisme omdat ze door de nationalistisch-hindoeïstische regering van premier Moti in het nauw worden gebracht. Hij dreigt hun hun grondrechten te ontnemen. Het secularisme biedt bescherming voor niet-dominante godsdiensten die geen staatsgodsdienst zijn of van de staat een voorkeursbehandeling krijgen. Wat De Reuver verweten kan worden is dat hij onnodig het secularisme en de aanhangers ervan tracht te kleineren. Hiermee geeft hij geen positief beeld van de stroming van het christendom die hij aanhangt.

Foto: Schermafbeelding van deel columnOok crisistijd is genadetijd’ van Dr. A. de Reuver in het Reformatorische Dagblad, 4 april 2020.

Is de vrijheid van godsdienst absoluut zodat predikers met gebed verwarring mogen zaaien over bescherming tegen het coronavirus?

with 2 comments

In deze video claimt de evangelische prediker Robert van Mierlo dat het gebed bescherming kan bieden tegen het coronavirus. Hij slaat in het begin van zijn betoog een redelijke toon aan door te benadrukken dat mensen hun gedrag moeten aanpassen door bijvoorbeeld plekken te vermijden waar veel mensen samenkomen. Maar na 3’ 35’’ zegt hij: ‘Want als jij een drager bent van de naam van Jezus (..) dan mag je ook die naam gebruiken om [om] bescherming te bidden over degene van wie je houdt’. Van Mierlo zegt zijn toehoorders om op de Goddelijke bescherming te vertrouwen. Met zijn gebed dat bescherming biedt tegen het coronavirus laat deze autodidact-prediker de kwalijke kanten van godsdienst zien. Zijn gebed komt halfslachtig in de plaats van het nemen van gepaste voorzorgsmaatregelen. Van Mierlo laat zich op een moment dat alle beschikbare middelen nodig zijn om de uitbraak van het coronavirus in te perken kennen als een onverantwoorde gek die tegen de richtlijnen van de overheid ingaat. Hij is een gevaar voor de volksgezondheid. Het is gewenst dat hij met zijn onzin van sociale media verbannen werd. Want zijn misleiding zet in de huidige noodsituatie de mensen die hij inspireert op het verkeerde been, stelt hen onterecht gerust en sust hen in slaap. Predikers als Van Mierlo beroepen zich op de vrijheid van godsdienst en hebben de wettelijke ruimte om hun wartaal te verkondigen.

Written by George Knight

15 maart 2020 at 16:20

Verbod van islam en andere godsdiensten is enige remedie tegen intolerante religie als de democratie in gevaar komt

with one comment

Mensen moeten op hun woord geloofd worden. Autoritair denkende opinieleiders zeggen wat ze denken en denken wat ze zeggen. Imam Yassin Elforkani van de Blauwe Moskee in Amsterdam meent dat er de komende jaren een aantal nieuwe moskeeën in grote steden bij komt dankzij geld uit het buitenland. Hij deed de volgende uitspraak in het radioprogramma ‘Dit is De Dag’ van 13 februari 2020: ‘De komende tien jaar willen we in bijna elke grote Nederlandse stad zo’n prachtige mooie moskee als de Blauwe Moskee neerzetten, met geld uit het buitenland. Omdat we vinden dat dit concept een van de mooie concepten is die ervoor kunnen zorgen dat de Nederlandse moslims in Nederland gewoon hun Nederlandse islam kunnen beleven’.

Dat is het gevolg van de godsdienstvrijheid. Kritiek op Elforkani die de kritiek op de islam buiten beschouwing laat, klinkt dan ook hypocriet. Of men legt alle godsdiensten aan banden en stelt er harde voorwaarden aan, of men laat alle godsdiensten vrij. Daarin kan niet selectief in geshopt worden vanwege de rechtsongelijkheid. De uitspraak van deze imam kan betekenen dat autoritaire regimes door de financiering van moskeeën hun invloed uitbreiden naar Nederland en de lange arm van de islam zich uitstrekt tot in Nederland.

Oud-kamerlid van de PvdA Keklik Yücel noemt de plannen van Elforkani alarmerend. Ze zegt: ‘De vrijheid van godsdienst is mij dierbaar, maar financiering uit onvrije landen gaat vaak gepaard met dwang. Imams worden door de landen inhoudelijk gestuurd. Het creëert een mix van superioriteitsdenken en vijandsbeelden’. Daarin heeft ze gelijk. Maar dwang en onvrijheid zijn nou eenmaal ingebakken in religie. Wie ook maar enigszins oppervlakkig het nieuws volgt weet dat intolerante en anti-democratische elementen voorkomen in de islam. Dat is nu eenmaal het gevolg van godsdienstvrijheid. Daarom heeft Keklik Yücel ook ongelijk omdat ze voorwaarden aan de islam probeert te stellen die onmogelijk zijn. Hoe intolerant en vijandig de islam staat tegenover Nederland en de Nederlandse cultuur en democratie is iets wat aan de islam alleen is. Een verbod is de enige remedie, met het gevaar dat het middel erger is dan de kwaal van een intolerante islam.

Het is in strijd met de godsdienstvrijheid én de realiteit van de islam in Nederland dat Nederlanders of de Nederlandse overheid zeggen dat ze uitsluitend een gematigde, tolerante of hervormde versie van de islam willen toestaan. Dat kan niet. De recente geschiedenis leert trouwens dat achtereenvolgende overheden de orthodoxe, conservatieve en goed georganiseerde versie van de islam als gesprekspartner hebben aanvaard en niet de hervormde, meer tolerante en vrijgevochten versie van de islam. Imam Elforkani oogst wat de Nederlandse overheid sinds de jaren 1970 heeft gezaaid: een intolerante islam die door seculier links werd gepamperd en door christelijk rechts werd getolereerd ter bescherming van de eigen christelijke zuil.

Zes aanklachten tegen Tariq Ramadan wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag leiden nog niet tot afronding van zijn rechtszaak

with one comment

De zaak van seksueel geweld tegen vrouwen waar de Zwitsers-Egyptische islamoloog en cultfiguur Tariq Ramadan zich schuldig aan zou hebben gemaakt is in Nederland naar de achtergrond verdwenen. In 2007 genoot Ramadan in Nederland een zeker bekendheid toen hij in Rotterdam aan de slag ging als hoogleraar en ‘bruggenbouwer’ in dienst van de gemeente. Vanaf het begin was hij een controversiële figuur met voor- en tegenstanders. Hij werd in 2009 de laan uitgestuurd. Maar in Frankrijk en Zwitserland haalt hij nog steeds de voorpagina’s. Aangejaagd door het MeToo-debat dat sinds oktober 2017 aan kracht gewonnen heeft.

Ramadan werd in februari 2018 in detentie genomen na de aanklacht twee vrouwen verkracht te hebben. De ene is de feministe Henda Ayari (zie hier) die in oktober 2017 Ramadan aanklaagde, de ander noemt zich ‘Christelle’. Ramadan ontkent verkrachting, maar geeft via zijn advocaat toe seksueel contact met de twee vrouwen te hebben gehad. Maar dat zou volgens Ramadan met hun instemming (‘relation consentie’) zijn gebeurd. In november 2018 werd Ramadan onder voorwaarden vrijgelaten wegens zijn slechte gezondheid (multiple sclerose), maar hij mag van de autoriteiten Frankrijk niet verlaten, moet zich wekelijks melden en zijn paspoort is ingenomen. Hij heeft een boeten van 300.000 euro betaald. Inmiddels zijn er door zes vrouwen aanklachten wegens seksueel geweld of verkrachting tegen Ramadan ingediend.

De affaire Ramadan is omgeven door complottheorieën die veel ruis geven. De Israëlische inlichtingendienst Mossad zou er een rol in hebben gespeeld. Vele islamitische aanhangers van Ramadan kunnen het blijkbaar niet verteren dat hun boegbeeld van zijn voetstuk is gestoten. Zij nemen het nog steeds voor hem op en verspreiden geruchten over een joods complot. De Franse president Emmanuel Macron zou het brein zijn om alle opposanten in het gevang te gooien, zoals onderstaande still van een YouTube-video aangeeft. De eerste aanklager Henda Ayari die haar hoofddoek afdeed en zich afwendde van het salafisme neemt stelling tegen het islamisme dat ze met het nazisme gelijkstelt, wat haar weer bedreigingen uit islamistische hoek oplevert.

De waarheid over Tariq Ramadan is alledaagser, simpeler en minder vergezocht. Hij gedroeg zich als rokkenjager met vele romantische affaires en heeft in bepaalde gevallen beestachtig, grensoverschrijdend gedrag jegens vrouwen vertoond waarvoor hij jaren later de rekening gepresenteerd krijgt. Aangejaagd door het omgeslagen denken over grensoverschrijdend gedrag dat niet langer getolereerd wordt heeft hem dat in de verdediging gedrongen. Kritiek waarom hij de aanklacht aanvankelijk niet thuis mocht afwachten lijkt terecht. Hij staat niet alleen als ontmaskerde heteroman. Honderden machtige mannen als Harvey Weinstein, Charlie Rose, Mark Halperin, Kevin Spacey, Louis C.K., Al Franken, James Levine, Daniele Gatti, Jappe Claes of Job Gosschalk hebben hun positie verloren wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag. Het is te hopen dat Tariq Ramadan tot zelfinzicht komt, de vrouwen zijn verontschuldigingen aanbiedt en zich terugtrekt uit het publieke leven. Anders moeten de aanklachten tegen hem in een rechtszaak in Frankrijk behandeld worden. Het is de hoogste tijd om nu eindelijk eens een streep onder de onzalige kwestie Tariq Ramadan te zetten.

Foto: Still uit YouTube-videoACTE 36 GILETS JAUNES TARIQ RAMADAN PIEGE PAR MACRON ? HENDA AYARI MENT MEDIAPART’ op kanaal Le Croissant de lumière.

%d bloggers liken dit: