Zelfbenoemde profeet David Owuor sprak in december 2022 met God over de aardbevingen in Turkije en Syrië

Deze video toont aan dat religie big business is. En bedrog en misleiding in zich draagt.

Religieuze charlatans maken er hun beroep van om mensen te misleiden en geld af te troggelen en via hen dus geld, macht en prestige te verwerven. Claims kunnen nergens weerlegd worden, dus een religieuze beunhaas kan ongestraft beloven en voorspellen. Niemand kan het weerleggen. De vrijheid van religie beschermt ook oplichters. Feitelijk zijn zij de grootste godslasteraars.

De Keniaanse David Owuor is een zelfbenoemde profeet die mensenmassa’s op de been krijgt en beweert kreupelen te genezen. Owuor noemt zich de ‘machtige profeet’. Hij opereert op het raakvlak van amusement, marketing, flessentrekkerij, godsdienst en geneeskunde. Men kan zeggen dat hij misbruik maakt van de omstandigheden.

Owuor pretendeert in direct contact met God te staan. Dat is nogal een claim. Het gaat erom of hij dat voor gelovigen die hij aanspreekt geloofwaardig kan opeisen. Dat lijkt zo te zijn.

Owuor heeft concurrentie. Want zijn succes maakt jaloers. Er zijn kapers op de kust om zijn verdienmodel over te nemen. In recente berichten werd beweerd dat Owuor die anderen geneest naar het buitenland was vertrokken om behandeld te worden voor ziekte. Maar dat bleek volgens andere berichten niet waar te zijn. Kortom, hij krijgt zijn positie niet cadeau.

Het YouTube-kanaal Jezus komt! – Nederland & Suriname plaatst video’s van David Owuors Jesus is LORD Radio. Onder meer de video ‘AARDBEVING TURKIJE – SYRIE | PROFETIE 03.12.2022 – VERVULLING 06.02.2023‘ die zegt dat Owuor in december 2022 met God over een komende zware aardbeving heeft gesproken. Tja, wie zal het zeggen.

Afgoderij is de reden voor de aardbeving volgens Owuor. Ofwel, Turkse en Syrische moslims doen er verstandig aan om zich te bekeren, zodat ze niet getroffen zullen worden door nog een aardbeving. Volgens Owuor zit God aan de seismologische knoppen.

Het probleem met religie is dat Iedereen die op die markt werkzaam is straffeloos onzin kan beweren zonder er op afgerekend te worden. Dat is gratis schieten met de gekste beweringen in de grote circustent van religie.

Het is de vraag of goedwillende religieuze leiders onder kwaadwillenden als Owuor lijden. Beschadigen Owuor en andere zelfbenoemde profeten het aanzien van religie? Daar ziet het niet naar uit. Want religie kan tegen een stootje en krijgt hoe dan ook het voordeel van de twijfel. Gelovigen klampen zich vast aan beloften en voorspellingen en kunnen er niet meer aan ontsnappen.

In de kern kan godsdienst opgevat worden als voor-de-gek-houderij. Dat is niet bedenkelijker , dan sociale ‘contracten’ tussen overheden en burgers over gelijkheid, welzijn, verzorging en veiligheid die evenmin worden nagekomen.

Maar het verschil is dat godsdiensten zijn gebouwd op stellingen die niet getoetst kunnen worden. Een charismatische charlatan als David Owuor maakt daar gebruik van. Hij is een prikkelende versie op de religiemarkt, maar wezenlijk niet verschillend van zijn gevestigde religieuze collega’s die hun misleiding in een plechtige vorm gieten.

MuslimSkeptic geeft verkeerd beeld van secularisme

De in Texas geboren Daniel Haqiqatjou geeft een verkeerd beeld van het secularisme. Het moet nu toch onderhand aan iedere geïnteresseerde bekend zijn dat secularisme noch pro-atheïstisch noch anti-religieus is. Secularisme is neutraal.

Of deze zelfbenoemde islam-prediker een fundamenteel gebrek aan kennis heeft over filosofie, staatsinrichting en de samenleving in het algemeen of vanuit zijn islamitische propaganda bewust leugens verloopt is de vraag die zijn woorden oproepen.

Als prediker informeert hij de gelovigen in zijn eigen kring verkeerd en zet hij ze tegen het secularisme op. Het klinkt op het eerste gezicht wellicht echt wat hij zegt, maar bij nader inzien is het vals en een verzinsel dat hij uit zijn eigen duim zuigt. Mogelijk is hij op zijn beurt door andere, oudere predikers op het verkeerde been gezet.

In India wordt secularisme omarmt door aanhangers van de islam en verworpen door hindoes. Dat is het verschil in perspectief jegens het secularisme tussen een minderheids- en een meerderheidsreligie. De minderheid klampt zich eraan vast en de meerderheid verwerpt het omdat het 100% zeggenschap wil en geen andere godsdiensten duldt.

Secularisme biedt meer mogelijkheden voor meer religies dan religie zelf doet. Orthodoxe gelovigen doen graag geloven dat secularisme religie om zeep wil helpen en hetzelfde is als atheïsme, maar het omgekeerde is waar. Secularisme steunt religies juridisch, rechtsstatelijk en maatschappelijk.

De narigheid van sociale media is dat een amateur-theoloog als Daniel Haqiqatjou met zijn onwaarheid over atheïsme en secularisme ongestraft en zonder tegengesproken te worden zijn desinformatie in eigen kring kan verspreiden. De gelovigen die naar hem luisteren gaan door herhaling zijn nepnieuws geloven. Er is geen toezichthouder die deze video verwijdert of een waarschuwing bij de onjuiste beweringen plaatst.

Dat wringt des te meer omdat de lat voor religieuze beweringen extra laag ligt vanwege de vrijheid van godsdienst én ontbrekende toetsing van de beweringen die nooit onwaar zijn omdat ze door vaagheid en de verwijzing naar een imaginaire wereld niet zijn te weerleggen. Godsdienst is het domein van de fantasie en de zinsbegoocheling. Dat is gratis scoren voor fantasten.

Godsdienst is een vrijplaats voor beunhazen, opportunisten, geldwolven, kanslozen, oplichters en kwakzalvers. Godsdienst is een walhalla voor types als Daniel Haqiqatjou van wie er duizenden zijn om carrière te maken via sociale media en zich een rol aan te meten die door gelovigen met respect wordt behandeld.

Haqiqatjou en soortgenoten imiteren de uiterlijkheden van religieuze rituelen en gebruiken, maar nemen een loopje met de innerlijke waarde ervan. Hun valse pretentie doet de ware gelovige pijn.

Still uit videoWhat is secularism?

Hoe komt het dat kunst doet wat religie nalaat?

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Volgens columnist Hizir Cengiz is kunst de geslaagde en succesvolle versie van religie. Religie zou blijven hangen in verstarring. Kunst zou doen wat religie nalaat. Ik ben het met hem eens.

Maar dan moeten we religie en kunst wel eerlijk vergelijken. Want kunst kent vele varianten die ook lijden aan verstarring. En religie kent nieuwe, levendige, eigentijdse varianten, zoals de tegen de satire aanleunende Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Die nieuwe godsdiensten worden trouwens door de gevestigde godsdiensten en de verdedigers ervan niet tot de religiemarkt toegelaten. Daar worden zelfs de hoogste juridische middelen van de staat voor uit de kast gehaald.

Die verdedigende reflex ontstaat om de belangen van de traditionele godsdiensten te beschermen en het vooroordeel te onderstrepen dat een godsdienst belegen is en zich in de tijd bewezen moet hebben. Wellicht speelt ook mee dat de verdedigers van traditionele religie menen dat conventies en regels onmisbare pijlers onder de samenleving zijn.

De verklaring waarom kunst slaagt waar religie faalt ligt voor de hand. Kunst en religie putten uit dezelfde bron van het drama en de rituelen. Het zijn menselijke, creatieve constructies die proberen de zinloosheid, de leegte en de eindigheid van het leven op afstand te houden. Kunst slaagt daar beter in omdat het meegaander en buigzamer is. Kunst hoeft immers zichzelf niet te bestendigen.

Kunst is veelgelaagd en gefragmenteerd en kan zich voortdurend vernieuwen. Stromingen volgen elkaar op en kunstenaars becommentariëren elkaars werk. Er bestaan weliswaar kunstinstellingen die hun eigen voortbestaan belangrijk vinden, maar die bepalen niet wat de veelgelaagde kunst is.

Het tweeledig doel van de beeldbepalende monotheïstische godsdiensten verklaart grotendeels de verstarring. Want naast zingeving (‘de binnenkant‘) moeten godsdiensten door belangenbehartiging, het uitschakelen van rivalen, fondsenwerving, en marketing en publiciteit continu werken aan hun eigen voortbestaan (‘de buitenkant‘). Met ook nog eens het risico dat de buitenkant door wereldse leiders wordt gekaapt. Dat gevecht om continuering leidt tot starheid en verstijving. 

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Cengiz eindigt zijn commentaar met de persoonlijke noot dat hij nimmer vraagtekens bij zijn religie mocht plaatsen, want dat was ‘des duivels, bijna blasfemie‘. Dat is een juiste constatering van hem. Verstarring is onlosmakelijk verbonden met traditionele godsdienst. Het is er zelfs een bestaansvoorwaarde van. De vraag naar eigen ontstaan en herkomst is binnen traditionele religies een taboe. Die vraag mag niet gesteld worden. Terwijl in de kunst per definitie geen enkele vraag taboe is. Dat verklaart het verschil tussen kunst en religie.

In februari 2022 stelde ik in het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ over wegkwijnende kerken die door de ontkerkelijking niet meer onderhouden kunnen worden dat religieuze organisaties voortaan opgevat zouden moeten worden als culturele organisaties.

Het verschil tussen kunst en religie is historisch, dramatisch en functioneel minder groot dan het lijkt. Door de eeuwenlange dominantie van religie zijn ze uit elkaar gegroeid en is de overeenkomst uit zicht geraakt. Nu in West-Europa het belang van religie afneemt en kunst zich dynamisch handhaaft is het moment gekomen om ze weer als twee kanten van dezelfde medaille te gaan beschouwen.

Evangelische Hans Maat wil uitzonderingssituatie voor gebedshuizen bij bestrijding van COVID-19 oprekken voor evenementen

Schermafbeelding van deel artikelHans Maat: Er is veel meer mogelijk als ‘religieuze samenkomst’ op Groot Nieuws Radio, 28 september 2021.

Het is de krankzinnigheid van een kapot en onevenwichtig systeem van maatregelen om de COVID-19 pandemie te bestrijden dat door het kabinet Rutte III op de rails is gezet.

Een opportunistische gelovige trekt daar de consequentie uit. Hans Maat van het Evangelisch Werkverband roept zijn achterban op om creatief om te gaan met de ruimte die de overheid biedt aan kerken. Zo wil hij de coronatoegangspas omzeilen. Groot Nieuws Radio doet verslag.

Gebedshuizen hoeven niet te voldoen aan de voorwaarden die de regering bij de bestrijding van COVID-19 aan bedrijven en organisaties stelt. Zoals het tonen van een coronatoegangspas waar ze van zijn vrijgesteld. Die uitzondering is bedoeld voor de kerntaken van gebedshuizen, zoals het houden van de eredienst of bijbelstudie. Dat wordt door de rijksoverheid geformuleerd als ‘voor uw geloof of levensovertuiging‘. Het is volgens de overheid niet bedoeld voor het houden van evenementen in een gebedshuis, zoals een concert of voorstelling.

Deel van informatieNaar de kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis‘ van de Rijksoverheid.

Hans Maat heeft daar lak aan. Hij wil het voorrecht dat volgens velen ten onrechte is toegekend aan religieuze organisaties nog eens extra oprekken door het van toepassing te laten zijn op concerten en voorstellingen. Hij is zo brutaal om dat creativiteit te noemen.

Maat redeneert dat het voorrecht dat geldt in een gebedshuis voor de eredienst ook van toepassing kan zijn voor evenementen die niets met geloof te maken hebben. Hiermee rekt hij de uitzonderingssituatie voor gebedshuizen oneigenlijk op.

Maats stelling dat kerken in coronatijd grondwettelijk gezien een uitzonderingspositie hebben, vanwege de vrijheid van godsdienst, wordt niet door alle grondwetsdeskundigen gedeeld. Het is namelijk de vraag of de beperking in dat wetsartikel ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet‘ wel geldt en de uitzonderingssituatie billijkt.

Het lijkt eerder een partijpolitieke dan een juridische of grondwettelijke omstandigheid die heeft geleid tot de uitzonderingssituatie voor gebedshuizen waar het geloof en levensovertuiging betreft. Daarom is het de vraag hoe geldig Maats betoog is dat hier juridisch op voortborduurt.

Het viel te verwachten dat iemand uit religieuze hoek zo onbeschaamd zou zijn om de eigen voorrechten nog een extra op te rekken. D66-er Hans Gruijters zei ooit dat hij altijd zijn vingers natelde als hij een christen-democraat een hand had gegeven. Het was voorspelbaar dat iemand de uitzonderingssituatie voor gebedshuizen zou aangrijpen om die verder te verbreden. Het had iedereen uit die kring kunnen zijn.

Het is het kabinet dat willens en wetens deze ongelijkheid heeft gecreëerd en de sluiproute die Maat nu voorstelt om te gaan bewandelen niet heeft afgesloten, maar heeft opengesteld.

Wellicht leidt dat tot de kwinkslag dat Maat geen maat kent, maar feitelijk is dat niet de kern van deze kwestie. Het gaat erom het het kabinet dit heeft toegestaan door een ruime interpretatie van de vrijheid van godsdienst. De echte kwinkslag is dat het kabinet Rutte III ondermaats heeft gehandeld. Het is de verdienste van Maat dat hij dat aantoont en zo het kabinet als ondoordacht te kijk zet. Met zijn voorstel om de uitzondering voor kerken op te rekken loopt Maat de kans zijn eigen zaak te schaden en het omgekeerde te bereiken van wat hij beoogt. Hij vestigt de aandacht op een ongelijkheid die slecht verdedigbaar is.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster wijst in bestrijding van COVID-19 uitzondering voor kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis af

Schermafbeelding van deel informatieNaar de kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis‘ van de rijksoverheid

De rijksoverheid erkent uitzonderingen voor gelovigen om zich niet te laten vaccineren. Merkwaardig is dat als iemand naar een gebedshuis gaat voor een dienst van een religieuze organisatie daar een coronatoegangsbewijs niet wettelijk voor verplicht is, terwijl voor een cultureel evenement in hetzelfde gebedshuis een coronatoegangsbewijs wel wettelijk verplicht is. Terwijl de kans op besmetting hetzelfde is. Het is zelfs zo dat de kans op besmetting in kerkdiensten waar gezongen wordt groter is dan bij een concert waar de toeschouwers niet zingen.

De logica van deze maatregel is verre te zoeken en roept onbegrip op. Dat vermindert het draagvlak voor de acceptatie van de maatregel. Daarom is de uitzondering voor religieuze organisaties ongewenst.

In de praktijk blijkt dat het percentage PKN-protestanten en rooms-katholieken dat gevaccineerd is rond het landelijk gemiddelde ligt. Orthodoxe-christenen blijven echter ver achter, zo is op Urk slechts 23% van de bevolking gevaccineerd. Deze groep vormt een gevaar voor de volksgezondheid. Ook voor anderen buiten de eigen kring. Ook binnen de antroposofische beweging is veel tegenstand tegen vaccinatie. Net als sommige orthodoxe-christenen dwarrelen ze richting complotdenken en extreem-rechts.

Overigens is die tegenstand geen toeval, maar een van buitenaf georkestreerde actie die verdeeldheid probeert te zaaien binnen samenlevingen en anti-vaxxers mobiliseert die zelf niet doorhebben dat ze pionnen in een politieke strijd zijn.

De overheid worstelt met de vrijheid van godsdienst en interpreteert die ruim, terwijl er wel degelijk juridische middelen zijn om de uitzondering voor religie af te schaffen. In betreffend artikel 6, lid 1 wordt de voorwaarde genoemd: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet‘. Dat biedt de overheid de mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan religieuze bijeenkomsten binnen gebedshuizen, zoals hoogleraar Aalt Willem Heringa stelt in een commentaar. Maar het huidige kabinet heeft dat niet aangedurfd. Mogelijk omdat in dat kabinet twee christelijke partijen vertegenwoordigd zijn die opkomen voor christenen en zich daarom hard maken voor de uitzonderingssituatie voor religieuze organisatie in de bestrijding van de pandemie.

Als kerken voor zichzelf een uitzondering bedingen, dan valt het te verwachten dat er een kerkgenootschap is die daar een uitzondering op maakt door die af te willen schaffen onder het motto: Gelijke monniken, gelijke kappen.

De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (waar ik sinds oktober 2015 lid van ben) draait het om en corrigeert de uitzondering voor religieuze instellingen die het huidige kabinet toestaat. De Kerk wil voor zichzelf en andere religieuze organisaties geen uitzondering en komt op voor de volksgezondheid én het belang van de eigen leden. De Kerk geeft vrijstellingsverklaringen uit die inhouden dat de leden volgens hun geloof niet blootgesteld worden aan ongevaccineerden en niet in de nabijheid van ongevaccineerden kunnen werken. De Kerk geeft hiermee het kabinet indirect een tik op de vingers voor haar afwachtende houding.

Schermafbeelding van Officiële vrijstellingsverklaring omtrent vaccinaties van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Nogmaals: pleidooi voor landelijke geluidsregels voor kerken en moskeeën. De affaire ‘Klokken van de Sint Martinuskerk’ in Voorburg

Schermafbeelding van artikel Klokken van de Sint Martinuskerk‘ in RK Vlietstreek, 29 juli 2021.

In een commentaar van 16 mei 2020 pleitte ik voor landelijke geluidsregels voor kerken en moskeeën. En andere religieuze gebouwen waar mensen bijeenkomen voor de eredienst. Nu meer dan twee jaar later zijn die landelijke regels er nog steeds niet.

Velen zullen het niet beseffen, maar er zijn geen landelijke, wettelijke regels voor het geluid van kerken en moskeeën. De gemeente is bevoegd regels te maken voor de duur en het geluidsniveau, maar is dat niet verplicht. Zo ontstaat rechtsongelijkheid tussen gemeenten.

Schermafbeelding van berichtoverlast kerkklokken‘ op Meld.nl.

Bovenstaande bericht van Meld; Centraal Meldpunt Nederland geeft aan hoe verwarrend de situatie is en hoe gefragmenteerd het beleid is inzake geluid van kerken en andere religieuze gebouwen waar de eredienst gevierd wordt. Meld.nl waarvan onduidelijk is wie het beheert geeft foute informatie door de bevoegdheid van de gemeente verkeerd voor te stellen. De gemeente is bevoegd om ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau, maar is daartoe niet verplicht. Artikel 10 van de Wet Openbare Manifestaties zegt:

Artikel 10 van de Wet Openbare Manifestaties (WOM)

Dit is een ongewenste situatie omdat in gemeenten waar de dominante religieuze stroming en de politiek hecht verweven zijn het gemeentebestuur die kerk, moskee of andere religieuze instelling waar de eredienst gevierd wordt alle ruimte kan geven. Ik gaf in het commentaar van mei 2020 het volgende voorbeeld:

Stel het geval dat een religieuze stroming met honderden stemgerechtigde aanhangers zich vestigt in een kleine gemeente en met een eigen partij meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen en een meerderheid behaalt. En de meerderheid in het gemeentebestuur heeft. Dat is minder gezocht dan het lijkt voor wie de geschiedenis van Maharishi Mahesh Yogi in Vlodrop in ogenschouw neemt. Deze religieuze voorman had een politieke partij opgericht: de Natuurwetpartij. Dan kan zo’n religieuze of spirituele organisatie onder het mom van de vrijheid van godsdienst zelf de duur en het geluidsniveau bepalen van het geluid dat vanuit het eigen gebouw klinkt. Dan zou 24 uur per dag klokgebeier of een gebedsoproep, meditatie of mantra met versterkte luidsprekers kunnen galmen. De vrijheid van godsdienst wordt dan niet zozeer gebruikt om hieraan een wettelijke basis te geven, maar om het protest ertegen vanuit de omgeving naast zich neer te leggen.

Ik concludeerde toen wat ruim twee jaar later nog onveranderd geldt:

Doorgaans treedt er geen overlast op omdat een gemeente de belangen afweegt van inwoners en de religieuze organisatie die geluid produceert dat door omwonenden als hinderlijk wordt ervaren. Dat is afhankelijk van het willen optreden van een gemeente en de inschikkelijkheid van de religieuze organisatie. Zo ontstaat rechtsongelijkheid tussen gemeenten. Het ontbreken van landelijke geluidsregels voor religieuze organisaties zorgt voor onduidelijkheid waar commerciële bedrijven op inspringen. Het verdient aanbeveling om landelijke regels te stellen voor deze geluidsregels. Mede omdat een gemeente die geen enkele beperking aan de geluidsproductie van de religieuze organisaties wil stellen daartoe bevoegd is.

In het voorbeeld van de Sint Martinuskerk in Voorburg draait het kerkbestuur de zaken om. Het toont zich verbolgen en hamert op oude rechten. Maar een situatie die in 1893 is begonnen geeft juridisch geen garantie voor de toekomst. Een uitspraak uit 2011 van de Raad van State over een kerk in Tilburg geeft aan dat een kerk niet tegen een plaatselijke verordening kan ingaan. De verwijzing in het bericht naar een strafbaar feit moet begrepen worden als een APV (algemene plaatselijke verordening) die de gemeente Voorburg bevoegd is om in te voeren en die zegt dat het geluid tussen 23.00 en 07.30 uur niet boven een niveau van 15 decibel mag komen. Daar heeft de parochie zich aan te houden omdat het wettelijk is vastgelegd.

De enige kans van de parochie Sint Maarten om het besluit terug te draaien is lobbyen bij de raadsleden en het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg om de APV aan te passen. Dat is niet kansloos zoals een casus in Mijnsheerenland (gemeente Hoeksche Waard) verduidelijkt waar drie christelijke partijen (CDA, SGP, CU) in de coalitie zijn opgenomen en de APV begin 2021 in het voordeel van de Laurentiuskerk en in het nadeel van enkele bewoners werd aangepast. Leidschendam-Voorburg heeft twee wethouders van een religieuze partij, het CDA en CU-SGP.

De affaire in Voorburg wijst opnieuw op de willekeur van het luiden van kerkklokken. Er zijn geen landelijke geluidsregels en als die er waren, dan zouden minderheden in religieuze gemeenschappen beschermd zijn door landelijke regels.

Als Trouw nuance zoekt in inhoud, dan kan het de nuance in het begrippen- en woordgebruik niet achterwege laten

Schermafbeelding van deel artikelDe seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’ in Trouw, 5 april 2021.

Trouw is een dagblad dat veel aandacht geeft aan religie. Dat gebeurt vanuit een religieus perspectief en is niet altijd als zorgvuldig te omschrijven. De framing zitten de journalistieke onpartijdigheid en het professionalisme in de weg. Trouw zit gevangen in de vooroordelen van een traditie waarin oude woorden hun betekenis hebben. In elk geval roept lezing van Trouw dat beeld bij mij op.

Neem nou bovenstaand artikel dat als kop heeft ‘De seculiere meerderheid en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’. Waarom kiest Trouw deze kop? Er had ook kunnen staan: ‘De gematigde en orthodoxe gelovigen begrijpen niks van elkaar’.
Het wordt en nog vreemder op als in de introductie van dit artikel staat: ‘De spanning tussen orthodoxe religieuze minderheden en de liberale meerderheid groeit.’ Wat moet onder ‘de liberale meerderheid‘ verstaan worden? Zijn dit alle niet-orthodoxe gelovigen? Omvat dit ook de sociaal-democraten, rechts-radicalen, christen-democraten en anarchisten? Trouw maakt het niet duidelijk. Dit is blijkbaar geheimtaal in de eigen kring die buitenstaanders niet kunnen ontcijferen.

Want wat wordt hier nou bedoeld met ‘liberaal’? Is dat volgens het jargon van de protestante christenen een omschrijving van vrijzinnig of onorthodox? Maar waarom scherpt Trouw dan een tweedeling tussen orthodoxe gelovigen en vrijzinnigen aan die als zodanig in de samenleving niet bestaat en laat het de niet-orthodoxe gelovigen ongenoemd?

Wat gelovigen met ‘seculier’ bedoelen is evenmin altijd duidelijk. Vaak gebruiken ze het in de minachtende betekenis ’wereldlijk’ als tegenstelling tot religieus of godsdienstig.

Dat is problematisch als ermee de politieke filosofie van het secularisme wordt bedoeld die vanuit de christelijke flanken indirect onder vuur wordt genomen. Secularisme houdt in dat alle geloven en levensovertuigingen in gelijke mate onder de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd. Het secularisme is niet anti-religieus of pro-‘seculier’. Het secularisme is perfect neutraal. Het secularisme is de vertaling van rechtsstatelijkheid op het gebied van geloof en levensovertuiging. Degenen die zich verzetten tegen het secularisme door dat ter discussie te stellen of verdacht te maken verzetten zich tegen de rechtsstaat. Uiteraard zien ze dat zelf anders in hun eigen belangenbehartiging.

Feit is dat vooral orthodoxe christenen ten onrechte claimen dat het secularisme anti-religieus is. Vanuit hun beperkte opvatting is dat logisch. Het heeft ermee te maken dat ze het secularisme als zodanig niet aanvaarden omdat het te beperkend zou zijn voor het in de volle breedte belijden van hun geloof. Want als geloof en samenleving één zijn, dan staat een politieke filosofie die ruimte geeft aan andere geloven en levensovertuigingen die vereniging van eigen geloof en samenleving in de weg. Voor die volle breedte van de orthodoxe christenen moeten andersdenkenden wijken, zoals dat in de moderne Nederlandse geschiedenis altijd het geval was. Dat was staande praktijk totdat in de tweede helft van de 20ste eeuw de ontkerkelijking op gang kwam met als gevolg dat nu een meerderheid van de bevolking zegt zich niet meer te laten inspireren door het geloof. Daarom wijzen deze orthodoxe christenen ook de moderniteit af.

De paradox is dat Trouw weliswaar afstand neemt van de kritiek op het secularisme dat uit orthodox christelijke hoek komt, maar geen afstand neemt van de framing en het jargon van deze orthodoxe christenen. Hiermee neemt Trouw inhoudelijk een ruimdenkende, pluriforme positie in die door het woordgebruik en het misleidend gebruik van begrippen niet past bij de inhoud, voor verwarring zorgt en haaks op de inhoud kan komen te staan. In elk geval buitenstaanders vragen zich vervolgens af hoe vorm en inhoud, ofwel formuleringen en ideologie zich tot elkaar verhouden.

Waarschijnlijk beseffen de trouwe lezers van Trouw, de doorgaans christelijke opinieleiders die Trouw artikelen leveren en de eindredacteuren van Trouw niet hoe gedateerd en verkeerd het gebruik van dit christelijk jargon is dat steeds minder past bij de inhoud. Dit jargon als relict van een oude nestgeur blijft daar bij achter en werkt verwarrend.

Mogelijk heeft het moeizame afstand nemen van dit christelijke jargon voor Trouw ermee te maken dat de conservatieve protestante media als het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad die economische en geestelijke rivalen zijn van Trouw er nog volledig in ondergedompeld zijn. Zowel in dat oude jargon als in traditionele standpunten die ermee samengaan. Dat maakt de positie van Trouw hybride. Met de pretentie om pluriformiteit van opinies te bieden zou Trouw ook voor de eigen lezers nauwkeuriger kunnen zijn door zorgvuldig om te gaan met de begrippen die zijn geworteld in het orthodoxe christendom en die in de kern een vaak stilzwijgend beeld van vijandigheid tegenover de 21ste eeuwse samenleving uitdrukken. Van dat laatste zou Trouw afstand moeten nemen.

Trouw zou er goed aan doen om in een Code alle medewerkers regels op te leggen via geformuleerde afspraken en op de hoogte te brengen van de journalistieke kernwaarden en de ideologie van Trouw. In zo’n Code kan omschreven worden wat het verstaat onder begrijpen als ’seculier’, het ’secularisme’, ‘orthodoxie’ en ‘liberaal’. Voor alle journalisten en eindredacteuren van Trouw is dan duidelijk dat het in vorm en inhoud ondubbelzinnig de rechtsstaat en het secularisme ondersteunt. Als Trouw de nuance zoekt in de inhoud, dan kan het niet achterblijven door de nuance in het woord- en begrippengebruik achterwege te laten. Dat wringt.

Sionkerk op Urk houdt zich niet aan coronaregels, maar kan dat doen door de uitzonderingspositie die het van het kabinet kreeg

De gereformeerde Sionkerk in Urk is volgens een bericht in Trouw ontevreden met het overheidsbeleid inzake de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Zo laat de kerkenraad de afstandsregels los, omdat het tegemoet wil komen aan ‘de nood en het geestelijk welzijn’ van de gemeente. Ouderling en voorlichter H. Snoek zegt daarover het volgende: ‘We willen gehoorzaam zijn aan de overheid, maar wel in samenhang met Gods geboden. We doen dit vanwege het zielenheil van de mens.

Kerken worden naar het oordeel van het kerkbestuur achtergesteld, zo zegt het bericht van Trouw. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Volgens de maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Het is nog absurder dat kerkbesturen in die bevoordeling een achterstelling zien. Zij zijn ermee de kijk op de realiteit kwijt. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen, archieven en musea de uitzondering niet. Dit zijn doorgaans professionele instellingen met een goede organisatie die veel hebben geïnvesteerd in de ontvangst van gasten. Maar toch mogen ze niet opengaan.

Opvallend is dat in de recente publiciteit over de aanpak en maatregelen de Rijksoverheid de uitzondering die voor kerken geldt niet meer expliciet noemt. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Maar de brede kritiek op de voorrechten van kerken die mogen wat culturele of commerciële instellingen niet mogen heeft er mogelijk mee te maken. Dit voorrecht voor kerken is slecht te beredeneren. Het is niet alleen slecht te verdedigen, maar wordt er onhoudbaar en potsierlijk op als kerken in de slachtofferrol kruipen en menen dat ze achtergesteld worden.

Het kabinet Rutte III heeft deze rechtsongelijkheid en bedreiging voor de volksgezondheid over zichzelf afgeroepen. Het kan niet ingrijpen omdat het de kerken een uitzonderingspositie heeft gegeven. Daar is de fout gemaakt. De Sionkerk in Urk of andere orthodoxe kerken in de biblebelt nemen de ruimte die het kabinet hun heeft gegeven. Deze kerken treft weinig verwijt. Dat ze niet maatschappelijk handelen, het algemeen belang van de volksgezondheid niet zwaar laten wegen en vooral op zichzelf gericht zijn was vooraf te voorzien geweest.

Dat kerken en andere religieuze organisaties voorrechten genieten is een maatschappelijk onrechtvaardigheid. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom heeft het kabinet daar geen gebruik van gemaakt?

Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties in de bestrijding van de pandemie is geen rechtvaardiging te vinden. We mogen de kerkenraad van de Sionkerk in Urk dankbaar zijn dat het de absurditeit van het kabinetsbesluit om kerken een uitzonderingspositie te geven via een omweg onder de aandacht brengt. Het raakt aan een maatschappelijk probleem van een land waarvan de bevolking zich in meerderheid niet-godsdienstig verklaart, maar waar de godsdiensten nog proportioneel veel invloed hebben. Alsof het verleden nog voortkabbelt.

In Amerikaanse gevangenis mag ‘sjamaan’ Jacob Chansley zijn geloof vrij uitoefenen

Men hoeft het niet eens te zijn met de politieke overtuiging en capriolen van de 33-jarige ‘sjamaan’ Jacob Chansley die op 6 januari 2021 door zijn uitmonstering met een gehoornde hoofdtooi en een speer van 1,80 meter veel media-aandacht trok bij de bestorming van het Capitool om toch waardering te hebben voor zijn religieuze geloof en hoe de Amerikaanse overheid dat respecteert. Chansley die in bewaring is gesteld is op zijn verzoek verhuisd naar een gevangenis in Virginia omdat die kan voldoen aan zijn verzoek voor een volledig biologisch dieet. Zijn advocaat had beoogd dat het sjamanistische geloof van zijn cliënt dat vereist. Hij zou in de gevangenis 10 kilo afgevallen zijn omdat hij weigerde niet-biologisch voedsel te eten.

Op deze uitspraak kwam kritiek omdat het om een verkleedpartij (‘cosplay’) zou gaan. Chansley zou zich de cultuur van inheemse volkeren toe-eigenen. Verder zou hij als witte, ultra-rechtse man bevoordeeld worden door het rechtssysteem, een recht dat etnische minderheden (Moslims, BLM) onthouden wordt. Afgelopen werken trok de zaak van Jenny Louise Cudd veel aandacht omdat ze als verdachte van dezelfde bestorming van het Capitool van een rechter toestemming kreeg om op vakantie naar Mexico te gaan.

De kwestie van het geloof van Jacob Chansley gaat over de vrijheid van godsdienst. Wat zijn de criteria waar de staat zich op dient te baseren als de burger onder verwijzing naar dat geloof een recht claimt? In de video noemt juriste Trudy Rushforth die een gids voor gevangenisfunctionarissen over het uitoefenen van religie in de gevangenis schreef dat het haar zou verwonderen als Chansley dit recht niet was toegekend. Oprechtheid is volgens haar voldoende. In de VS wordt het principe van vrije uitoefening van religie in de gevangenis serieus genomen.

Het verschil over deze kwestie van ‘nieuwe godsdiensten’ tussen het Amerikaanse en Nederlandse rechtssysteem is dat in de VS de bewijslast bij de rechter ligt en in Nederland bij degene die zich beroept op het geloof. In een uitspraak uit 2018 oordeelde de Raad van State dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang miste om als godsdienst beoordeeld te horen. Dat beschouwde ik in een commentaar als een gebrekkige, achterhaalde, paternalistische en onwaarachtige uitspraak. Mede omdat deze criteria niet worden gesteld aan bestaande godsdiensten, die evenmin voldoen aan al deze criteria, en zo de rechter rechtsongelijkheid creëert tussen oude godsdiensten en bewegingen die claimen een godsdienst te zijn. En daardoor aan de gelovigen die zeggen lid van zo’n beweging te zijn. Met de uitspraak treedt in mijn ogen de Raad van State buiten de juridische paden van de Nederlandse grondwet en Europese wetgeving en laat het zich in haar toetsing leiden door ouderwetse maatschappelijke opvattingen.

Verwarring speelt tegenstanders van voormalig president Trump en de complotdenkers parten die het ongepast vinden dat Chansley door te verwijzen naar zijn godsdienst voorrechten krijgt. Maar de Amerikaanse grondwet staat dat recht toe. Het tonen van oprechtheid is voldoende. De conclusie is dat men het oneens kan zijn met Chansley’s politieke overtuiging en zijn beroep op het sjamanisme en zijn koppeling van dat geloof met biologisch voedsel om hem toch dat recht toe te kennen. Het doet er niet toe of hij zich gedraagt als een satiricus, activist of clown. Zijn sjamanistisch geloof hoeft niet samenhangend, overtuigend of serieus te zijn om toch door de Amerikaanse staat erkend te worden als godsdienst waar rechten aan kunnen worden ontleend. De critici die Chansley zijn geloof niet gunnen, bestrijden met hun tegenstand dat wat ze zeggen te verdedigen. Ze hebben wel gelijk als ze zeggen dat zonder mits en maren aan alle gevangen dat recht dient te worden toegekend.

Scientology Nederland claimt onterecht dat het is erkend als godsdienst. Het is onjuist dat de staat zich niet uitspreekt over toetreding godsdiensten

Robert Kruijt van Scientology Nederland gaat in op de vraag of Scientology in Nederland een erkende godsdienst is. Hij meent van wel. Maar dat is onjuist. De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Kruijts claim dat de Scientology Kerk in Nederland door de Belastingdienst wordt erkend is onjuist. Waarom hij de Belastingdienst noemt, terwijl hij weet dat zijn organisatie er niet door erkend wordt lijkt een kwestie van brutale marketing.

Interessanter is zijn opvatting dat in Nederland de Nederlandse overheid zich niet bemoeit met aangelegenheden binnen een kerk of religieuze organisatie. Kruijt schetst in zijn rooskleurige opgewektheid een vals beeld. Het is een misverstand dat de staat zich hier niet over uitspreekt en dat de toetreding van nieuwe religieuze organisaties tot de religieuze markt geen belemmeringen kent. Er bestaan wel degelijk indirecte en verdekte blokkades van de Nederlandse overheid om nieuwe religieuze organisaties of organisaties die claimen een godsdienst te vertegenwoordigen de voet dwars te zetten.

Tekenend zijn de pogingen van de Nederlandse afdeling van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster om erkend te worden als godsdienst. Deze Kerk loopt al enkele jaren tegen politieke en maatschappelijke hindernissen op. Overigens een Kerk met veel meer leden dan de Scientology Kerk. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een uitspraak van 15 augustus 2018 dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Ik noemde dat in een commentaar een uitspraak vol gebreken. Onder meer omdat de de Raad van State theologisch niet geëquipeerd is om theologische doctrines af te wegen en niet dient te oordelen over de ‘binnenkant’ van organisaties die claimen een godsdienst te zijn.

De rechterlijke macht is een van de drie machten binnen de Nederlandse staat. Het oordeelt over de toegang van toetreders tot de religieuze markt. Door op de rem te staan kunnen rechtscolleges die toegang blokkeren of vertragen. Dat gebeurt in dit voorliggende geval van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en daarom kan men niet zeggen dat de overheid zich hier niet mee bemoeit en dat de toetreding vrij is. Dat is het pertinent niet. De rechterlijke macht is onderdeel van wat Kruijt ‘de overheid’ noemt. De staat, of overheid, mengt zich wel degelijk in het interne debat over wat een godsdienst is. Het is in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Het is duidelijk waarom Kruijt een vals beeld geeft van de Nederlandse religieuze situatie. Hij probeert hiermee kritiek te weerleggen door net te doen alsof in Nederland alles kan en nieuwe religieuze organisaties met open armen worden ontvangen en zijn eigen organisatie ook makkelijk door de ballotage is gekomen. Maar dat is onjuist. Scientology wordt in Nederland getolereerd en net als in landen als België, Frankrijk en Duitsland niet erkend als godsdienst, maar als sekte gezien.