George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vrijheid van godsdienst

Onbewust wijst Nashville-initiator Piet de Vries erop dat religieuze organisaties geen ruggegraat hebben

with one comment

Dit citaat is afkomstig van voormalig predikant Piet de Vries uit een bericht van het AD van vandaag over de kritische reacties op de Nashville-verklaring over homoseksualiteit en transgenderisme. De Vries is verbonden aan de faculteit Religie en Theologie van de VU. DDS zet het citaat in een kader en onderstaande reactie is een antwoord op een artikel met dit citaat. De Vries heeft gelijk dat kerken zich moeten laten horen. Zeker als een maatschappij dreigt te ontsporen en gelovigen en niet-gelovigen opkijken naar de kerk als moreel kompas. Maar over welke ontsporing heeft hij het met zijn vergelijking tussen nazi- en genderideologie?

Want wat bedoelt De Vries met ‘genderideologie’? Hoe wordt volgens hem dat aan de christelijke kerken of de leden hiervan opgelegd? Het is begrijpelijk dat De Vries vanuit zijn religieuze overtuiging bepaalde standpunten afwijst. Daarvoor leven we in een pluriforme samenleving die als politieke filosofie het secularisme heeft dat godsdiensten en levensovertuigingen een gelijke plaats geeft, en onder de rechtsstaat die onder meer de grondrechten garandeert op het juridische vlak. Binnen die kaders mogen we met elkaar van mening verschillen dat het een lieve lust is. Daarom is onze veelzijdige en veelkantige samenleving ook zo boeiend. En altijd in beweging. Die zogenaamde genderideologie is dus uitsluitend voor intern gebruik. Als De Vries en zijn medestanders er niks mee willen, dan hoeven ze er niks mee te doen en kunnen ze het afwijzen.

De Vries en zijn medestanders wordt niets door iemand opgedrongen. Hij kan autonoom in eigen kring zijn. Hij wil echter meer, zo lijkt het. Namelijk bepalen hoe de samenleving ingericht is en hoe andersdenkenden zich naar zijn christelijke ideologie moeten voegen. Of in pure vorm of in de verwaterde vorm van het compromis. Die wens is terecht en begrijpelijk, want maatschappelijke organisaties zoals politieke partijen of religieuze organisaties zoals kerkgenootschappen mogen zich laten horen. Die ruimte hebben De Vries en de orthodoxe kerken op dit moment al. Vanwaar dan toch zijn angst om onder de voet te worden gelopen en zijn onrust die leiden tot een vergelijking met nazi-ideologie die feitelijk zegt dat hij geen recht van spreken heeft en hem een dictaat wordt opgelegd dat hij en de orthodoxe christenen vanwege levensgevaar moeten slikken?

Een bredere interpretatie van De Vries’ woorden is dat religieuze organisaties zich in de geschiedenis voortdurend in de luren hebben laten leggen door de wereldlijke overheid. Dat varieert van de vermenging van religie en politiek door de kruisvaarders tot het hedendaags knechten van hele volkeren uit naam van een godsdienst, zoals in Saoedi-Arabië. Religieuze organisaties waren en zijn tot op de dag van vandaag met één vinger te lijmen. Zij staan pas op tegen onrecht als dat het onrecht van de eigen religieuze organisatie is. Dat is de schijnheiligheid van religieuze organisaties die zingeving en ethiek ondergeschikt maken aan machtsvorming. Piet de Vries is duidelijk met zijn krakkemikkige en contra-productieve vergelijking. Het artikel ‘The Subversion of Christianity’ van Alan Cross droeg bij aan mijn meningsvorming over dit onderwerp.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDoorgedraaide Nashville-initiatiefnemer vindt homohuwelijk vergelijkbaar met het nazisme: ‘En de kerk zwijgt!’’ van Tim Engelbart voor DDS met een citaat van Piet de Vries, 8 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van eigen reactie bij artikelDoorgedraaide Nashville-initiatiefnemer vindt homohuwelijk vergelijkbaar met het nazisme: ‘En de kerk zwijgt!’’, DDS, 8 januari 2019.

Advertenties

Conservatieve christenen laten zich kennen in Nashville-verklaring

with 7 comments

Tientallen protestante predikanten, docenten en politici hebben de Nashville-verklaring ondertekend. Een Nederlandse versie van een Amerikaanse verklaring uit 2017. Het gaat over de afwijzing van homoseksualiteit en transgenderisme. Mensen zouden zich volgens deze christenen niet als zodanig mogen identificeren. Het doet stof opwaaien onder medewerkers van de Vrije Universiteit, zoals blijkt uit dit bericht van AT5. Dit nieuwsmedium ziet het als ‘anti-homomanifest’. De verklaring gaat er ook over wie de Bijbelse waarheid in pacht heeft. De conservatieve ondertekenaars van de verklaring of de christenen die ruimdenkender zijn?

Opmerkelijk is de volgende passage die zegt: ‘Deze seculiere geest van onze eeuw brengt een grote uitdaging mee voor de christelijke kerk. Zal de kerk van de Heere Jezus Christus haar Bijbelse overtuiging, duidelijkheid en moed verliezen en opgaan in de tijdgeest?’ Dit is een valse tegenstelling. Leden binnen een Nederlandse kerkelijke organisatie hebben de volledige vrijheid en zeggenschap om in eigen autonomie te leven volgens de beginselen die ze waardevol achten. Door niemand worden ze verplicht om ‘op te gaan in de tijdgeest’.

Deze kleine, geradicaliseerde, conservatieve gemeenschap van christenen stelt de eigen situatie slechter voor dan die in werkelijkheid is. Waarom ze dat doen is de vraag. In eigen kring zijn ze vrij, terwijl de verklaring de suggestie wekt dat dat niet zo is. Hoe dan ook voelen ze zich onder druk gezet door de samenleving en vrezen ze voor hun eigen overtuiging. Door dat in een verklaring te zetten hopen ze mogelijk te voorkomen dat leden afglijden. Maar van de andere kant kunnen deze christen-fundamentalisten niet hun wil opleggen aan een meerderheid van andersdenkenden, onder wie homoseksuelen en transgenders met een andere geloofsovertuiging of levensovertuiging. Want die hebben eveneens autonomie in hun eigen kring.

Het is de vraag voor wie deze verklaring bedoeld is. Het is duidelijk dat de harde kern van orthodox-conservatieve protestanten zich ertoe aangesproken voelt. Maar zij hebben die verklaring niet nodig omdat ze toch al denken volgens hun Bijbelse waarheid die hiermee in lijn is. Dat deze christenen deze verklaring ondertekenen geeft duidelijkheid en laat goed uitkomen wat fundamentalistische religie in de kern betekent.

Dat gaat om insluiten, om niet te zeggen opsluiten van de eigen gelovigen in de eigen kring, en uitsluiten van anderen daarbuiten. Daar is niks merkwaardigs aan omdat dit nu eenmaal het kenmerk van godsdienst is. Die insluiting én uitsluiting zijn zowel de kracht als de zwakte van godsdienst. De Nashville-verklaring heeft de verdienste dat het dit kenmerk van godsdienst benadrukt en voor iedereen duidelijk maakt. Het past andersdenkenden niet om daar neerbuigend of lachwekkend over te doen omdat ze daarmee hetzelfde doen wat de Nashville-verklaring doet. Namelijk het veroordelen van mensen die anders denken en anders zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOnenigheid op Vrije Universiteit om christelijk anti-homomanifest’ op AT5, 6 januari 2019.

Hoofdoorzaak van rentree Europees antisemitisme is normalisering van extreem-rechts dat de radicale islam extra vleugels geeft

with 28 comments

Sociale media schieten alle kanten op. Voor een blogger is het dan ook ondoenlijk om alle negatieve commentaren op het eigen blog te zien. Laat staan te weerleggen of te corrigeren. Maar toevallig kwam ik bovenstaande reactie tegen bij een artikel op het blog van E.J. Bron. Het individu achter The Balkans Chronicles had op 2 januari 2019 bij mijn commentaarAfleiding voor identificatieprobleem van rechtse Joden. Hoe door extreemrechts in Europa en VS het antisemitisme z’n rentree maakt’ gereageerd. Ik had het individu vervolgens met als onderwerp ‘Moderatie’ een e-mail gestuurd met de tekst ‘Uw reactie op mijn blog is verwijderd omdat u geen argumenten geeft, maar enkel niet onderbouwde verwijten en vraagtekens over mijn vermeende gebrek aan motivatie. Ik ga graag het debat met u aan, maar dan op een serieuze, faire manier aan de hand van feiten en argumenten.’ Het individu antwoordde niet, maar plaatste enkele uren later op het blog van E.J. Bron bovenstaande reactie. Daar reageerde ik zojuist op met de volgende reactie:

Ik haat geen Joden, en ik heb nooit gezegd dat ik Joden haat of heb me ooit hatelijk over Joden uitgelaten. U verwijst naar mijn commentaar, maar daar noch in welke uiting van me is haat tegen Joden terug te vinden. U kunt niet onderbouwen wat u zegt. U had het dan ook beter niet kunnen zeggen.

Het is dan ook onduidelijk waar u uw mening op baseert. Graag geef ik u een toelichting over dit commentaar waar u naar verwijst. De vork zit naar mijn idee anders in de steel dan u meent. Ik breng een andere nuancering aan. In de uitwisseling van reacties met Awi Cohen bij dit commentaar heb ik een en ander al toegelicht.

In het commentaar verwijs ik naar de video ‘Hoe door de massa-immigratie in Europa het antisemitisme zijn rentree maakt’ van ‘Do re mi fa so la ti’. De claim van die video is dat door de massa-immigratie van moslims naar Europa het antisemitisme zijn rentree maakt. Ik ontken het antisemitisme van moslims niet en keur dat af. Een aanhanger van de islam of welke religie dan ook ben ik overigens niet, hoewel ik het grondrecht van de vrijheid van godsdienst erken. Ik ontken evenmin dat er op dit moment een opleving van het antisemitisme in Europa is.

Ik leg alleen de hoofdoorzaak van de rentree van het antisemitisme in Europa niet bij de massa-immigratie, maar bij de normalisering van extreem-rechts.

Reden daarvoor is naar mijn idee dat de radicale islam in Europa weliswaar kwantitatief is gegroeid, maar in de kern van het establishment van politiek en media weinig steun heeft verworven. Dat is anders bij de rechts-extremisten die in sommige landen in de mars door de instituties verder zijn gekomen dan de radicale islam. Zie Trump, zie Orban, zie Kaczyński en zie de marginale Jean-Marie Le Pen en Gerard Batten (UKIP). Die machtspositie maakt naar mijn idee het verschil voor die normalisering.

Die rentree koppel ik dus niet aan de massa-immigratie van moslims, maar aan de opkomst van extreem-rechts in de VS dat door de opkomst van president Trump en (de inmiddels door Trump afgedankte) adviseur Steve Bannon (oud-hoofdredacteur Breitbart) aan populariteit en publiciteit heeft gewonnen. Miljardair Robert Mercer en diens dochter Rebekah steunden Bannon tot nu toe ruimhartig met financiële middelen en het vermoeden bestaat dat die steun gecontinueerd wordt in Bannons kruistocht met de opzet om radicaal-rechtse partijen in Europa met elkaar te verbinden. Ofwel, extreem-rechts in de VS, en in het kielzog daarvan in Europa, is met ruime geldelijke middelen opgestoomd naar de kern van de politiek.

Die opkomst en de normalisering van extreem-rechts, witte nationalisten, neo-Nazi’s en Ku Klux Klan-leden kwam tot uitbarsting bij de mars in Charlottesville van augustus 2017 waarbij 1 dode viel en de vergoelijkende reactie erop van president Trump die dat rechts-extremisme niet ondubbelzinnig veroordeelde. Trump kreeg daarop veel kritiek.

De rechts-extremisten schreeuwden leuzen als ‘Jews will not replace us’ en de nazi-leus ‘blood and soil‘, droegen Swastika-vlaggen en waren klaarblijkelijk geobsedeerd door Joden. Een rechtse demonstrant verklaarde in de media: ‘This city is run by Jewish communists and criminal niggers’. De marcheerders droegen hemden die praatten over Adolf Hitler. Kortom, extreem-rechts heeft een sterke onderstroom van antisemitisme.

Ik vraag me daarbij af hoe radicaal-rechtse Joden als Leon de Winter die onvoorwaardelijk president Trump steunen die tegengestelde geluiden met elkaar in harmonie kunnen brengen. Want hoe kan iemand van welke achtergrond dan ook die zich verzet tegen antisemitisme of racisme in algemene zin, het opnemen voor Trump die samenwerkt met rechts-extremisten en ze in de praktijk uit de wind houdt en niet ondubbelzinnig veroordeelt? Dat is uiteindelijk een vraag van moraliteit voor elk individu.

Het zal duidelijk zijn dat ik geen politieke bondgenoot van Trump of extreem- of radicaal-rechts ben. Van extreem- of radicaal-links trouwens evenmin. Evenmin ben ik een aanhanger of goedprater van de radicale islam en tolereer de islam niet van harte, maar simpelweg omdat de vrijheid van godsdienst onder de rechtsstaat is gegarandeerd. Evenmin haat ik Joden of welke bevolkingsgroep dan ook.

Ik probeer de wereld te verklaren aan de hand van de feiten en de wisselwerking daartussen. Een paradox als rechtse Joden die via een omweg het antisemitisme van David Duke of Richard Spencer steunen probeer ik te begrijpen. Of evangelische christenen die Trump steunen die alles doet dat tegenstrijdig is en dat haaks staat op de leer en het geloof van Jezus Christus.

Over de vraag of de rentree van het antisemitisme in Europa ongewenst is zijn we het denk ik eens. Dat antisemitisme is ongewenst en moet bestreden worden. Alleen over de vraag wat de precieze oorzaak is van die rentree zijn we het oneens. Ik leg die oorzaak bij de normalisering en vermaatschappelijking (mede in politiek en media) van extreem-rechts waardoor het bestaande antisemitisme van de radicale islam extra vleugels krijgt die het daarvoor niet had.

Foto: Schermafbeelding van een reactie van The Balkans Chronicles op het blog van E.J. Bron, 2 januari 2019.

Bij een affiche van de Schotse overheid. Een christelijke organisatie voelt zich als dweepziek en intolerant aangesproken. Terecht?

leave a comment »

Een campagne van de Schotse overheid tegen ‘hate crime’ die in oktober 2018 werd gelanceerd spoort Schotten aan om incidenten te melden bij de politie en een eind te maken aan ‘hate crime’. De campagne bevat affiches waarvan onderstaande er een was. Ze werden in alle Schotse steden verspreid. Betreffende affiche heeft controverse opgeroepen bij christenen die zich onterecht aangesproken voelen als ‘bigots’, oftewel intolerant en dweepziek. In de verwerking van de klacht is iets merkwaardigs aan de hand. De christelijke belangengroepering Barnabas Fund heeft enkele maanden geleden een klacht over deze affiche ingediend die door dezelfde politie die deze campagne heeft opgezet is beoordeeld, aldus een bericht van WND. Kwestie van de slager die zijn eigen vlees keurt. Dat had procedureel anders opgelost moeten worden.

De affiche is volgens een hogere functionaris van de Schotse politie niet ‘gebaseerd op boosaardigheid of slechte wil jegens een sociale groep’. Dat kan kloppen. De affiche laat in het midden wie aangesproken wordt. Christenen worden niet direct genoemd. Dat het over deze groep gaat kan alleen indirect afgeleid worden uit verwijzingen naar een preek (sermon) en religieuze haat, maar zeker is het niet of alleen christelijke gelovigen worden aangesproken. De Barnabas Fund vindt haar klacht niet serieus genomen. Een vertegenwoordiger ziet in de campagne die ‘hate crime’ zou uitdragen met gebruikmaking van haatspraak een tegenstrijdigheid.

Verkondigt de affiche wel de claim van Barnabas Fund ‘die zegt dat als je religieus bent, je een bigot bent’? Of wordt alleen een categorie van dweepzieke gelovigen van alle godsdiensten aangesproken die het eigen geloof boven dat van de ander stelt? Zo opgevat past deze affiche prima in de campagne. Want die gelovigen onder elkaar die elkaar het licht in de ogen niet gunnen moeten beseffen dat ze geen voorrechten hebben om andere gelovigen aan te vallen via haatspraak. Dat blijkt uit de tekst van de affiche en van de reactie van de Barnabas Fund die de affiche onterecht op zichzelf en het eigen gedachtengoed betrekt. Hiermee maakt deze christelijke stichting zich groter en belangrijker dan het is. Het verbreedt eerst de focus van de affiche en vernauwt daarna de strekking ervan. Verontwaardiging is een verkapte vorm van religieuze expansie. Het is stoutmoedig van de Schotse overheid om gelovigen die elkaar dwars zitten aan te spreken op hun gedrag.

Foto: Affiche van Schotse overheid; campagne ‘hate crime’, 2018.

Voorlopig verslag: Rooms-Katholieke kerk van Illinois stopte 500 gevallen van kindermisbruik door priesters in de doofpot. Dus?

with one comment

Er is een verband tussen godsdienst en bedrog, zoals een nieuw doofpotschandaal in Illinois aantoont. Volgens een voorlopig verslag van minister van Justitie Lisa Madigan hield de leiding van de katholieke kerk meer dan 500 gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen door priesters van de Rooms-Katholieke kerk jarenlang geheim. Dat is obstructie van het recht. Een artikel van de New York Times geeft de details.

Dit ontwijken van verantwoordelijkheid maakt duidelijk dat de Rooms-Katholieke kerk niet bij machte is om de eigen organisatie door te lichten en ‘de crisis van geestelijken en seksueel misbruik alleen op te lossen’. Dit geval staat niet op zichzelf. Er zijn wereldwijd meer van dit soort gevallen van misbruik van minderjarigen door priesters die door de kerkleiding geheel of gedeeltelijk in de doofpot zijn gestopt. Slachtoffers worden geïntimideerd om te zwijgen. Dit is onaanvaardbaar. Het zelfregulerend vermogen van de katholieke kerk schiet tekort om zelf orde op zaken te stellen. De autonomie van religieuze organisaties maakt ingrijpen door de overheid lastig. Van de andere kant kan dit ontlopen van verantwoordelijkheid door een kerk niet worden getolereerd. Mede vanwege de vele jeugdige slachtoffers die geen genoegdoening krijgen. Dit betreft een religieuze organisatie die notabene claimt om gelovigen geestelijke leiding en richting te geven. Maar die in eigen huis het verkeerde voorbeeld geeft. Hoe hol klinkt zo’n claim van de katholiek kerk die niet alleen een dekmantel biedt voor misbruikplegers, maar dat misbruik vervolgens op een georganiseerde wijze toedekt?

Vraag is hoe religieuze instellingen als de Rooms-Katholieke kerk vanuit zowel de inhoudelijke dogmatiek als de machtspolitieke opstelling beoordeeld moeten worden. Het is onderhand duidelijk door vele gevallen die in de doofpot gestopt werden en daar door juridische autoriteiten of klokkenluiders weer uit zijn gehaald dat religieuze instellingen niet op hun mooie woorden geloofd kunnen worden. Ze kunnen vanwege de rechten die de rechtsstaat biedt evenmin generiek verboden worden. Er zijn steekhoudende overwegingen om een religieuze organisatie als de Rooms-Katholieke kerk aan te merken als criminele organisatie, maar uiteindelijk is dat een te grof middel dat juridisch niet standhoudt. Duidelijk evenwel is dat zelfregulering door de Rooms-Katholieke kerk of een ‘onafhankelijke’ klachtencommissie die door de kerk zelf is ingesteld niet werkt en het probleem van kindermisbruik door priesters niet goed in kaart brengt en evenmin oplost voor de toekomst.

Overheid moet voorlichtingscampagne starten om orthodoxe gelovigen te bevrijden van de vrees dat hun geloof niet vrij is

with 6 comments

In dit verslag van Nieuwsuur over de orthodoxie van christelijk Nederland verbaasde ik me over een uitspraak van een orthodox-protestante gelovige. Zij zegt (na 3’10’’): ‘Hoe lang mogen wij nog in vrijheid naar de kerk gaan?’ Waar haalt ze de angst vandaan en door wie wordt haar dit aangepraat? Nieuwsuur geeft deze uitspraak onvoldoende context. Het helpt er voor het begrip van de positie en het perspectief van orthodoxe christenen niet aan mee als Nieuwsuur nalaat om een passende context te bieden. Zonder commentaar en nuancering geeft het een onvolledig en foutief beeld van het secularisme door. Het verslag volgt het perspectief van de angstige vrouw die denkt dat het secularisme of een seculiere samenleving vijandig staan tegenover godsdienst. Dat is onjuist, want het secularisme is niet pro- of anti-religieus. Nieuwsuur houdt de vooroordelen van deze orthodoxe christenen echter in de lucht doordat ze die niet direct weerspreekt.

Journalistiek mag signaleren, maar dient foute beweringen stante pede te corrigeren in een commentaar waarbij een en ander met elkaar in direct verband staan. Het valt Nieuwsuur te verwijten dat het waarnemend en te indirect verslag doet zonder toe te lichten dat de vrees van de vrouw ongegrond is en niet gebaseerd is op de werking van de vrijheid van godsdienst, de grondwet, de rechtsstaat en de uitvoering ervan. De kritiek op Nieuwsuur gaat niet zozeer om een verkeerde inhoud, maar om een verkeerd gekozen vorm en toon.

Het verslag toont aan dat de orthodoxe dominee en de gelovigen intolerant zijn tegenover andersdenkenden voor wie de hoop wordt ingeruimd dat ze zich ooit naar hun geloof, bijbel en God zullen voegen. Zo ontstaat in dit verslag indirect toch een verklaring over de uitspraak van de vrouw die zich bevreesd afvraagt hoelang ze nog in vrijheid naar de kerk kan gaan. Het is haar projectie door spiegeling. Want wat ze een ander zou willen opleggen als haar orthodoxe christendom de macht had, denkt ze nu dat haar door de huidige macht wordt opgelegd. Maar dat is onjuist. Want de politieke filosofie van het secularisme is overkoepelend en biedt in gelijke mate ruimte voor alle godsdiensten en levensovertuigingen. Dat de vrouw dit voor waar houdt en uitspreekt lijkt een gevolg van orthodox-protestante kerkpolitiek die de weerstand preekt. Gelovigen worden om begrijpelijke redenen door hun kerkleiders vrees aangejaagd voor de wereld buiten de eigen kerk. Zodat ze niet afdwalen, maar in de kudde blijven, en zich radicaal en streng opstellen tegenover de buitenwereld.

De defensieve houding van kerken is begrijpelijk vanwege de ontkerkelijking. Het vandaag gepubliceerde rapportChristenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maakt duidelijk dat per saldo jaarlijks zo’n 100.000 gelovigen de kerken verlaten. SCP-onderzoeker Joep de Hart zegt er tegen de NOS over: ‘Mensen die zich betrokken voelen bij een vorm van christendom zijn inmiddels een kleine minderheid onder de Nederlandse bevolking aan het worden’. De Hart zegt ook: ‘Maar ontkerkelijking is een gegeven waarmee kerkleiders al decennia lang vertrouwd zijn. Kerken worden leger en grijzer. En niemand heeft eigenlijk een oplossing bij de hand.’ Het valt te verwachten dat de ontkerkelijking doorgaat, maar het tempo van teruggang kan afvlakken. In zo’n krimpende religieuze sector waarin kerken onder druk staan en voor hun voortbestaan vrezen is het van belang dat aan gelovigen door overheid en media goed uitgelegd wordt in welke nieuwe situatie hun religieuze organisaties functioneren.

Het is de verantwoordelijkheid van kerkleiders vanwege het aspect van psychische gezondheid om de eigen gelovigen geen onnodige vrees aan te jagen, maar goed te informeren dat ze onder bescherming van de nationale rechtsstaat niks te vrezen hebben voor hun geloofsvrijheid of die van de kerk waar ze lid van zijn.

De overheid zou hierover in overleg met de koepels van de verschillende christelijke geloofsstromingen moeten treden. Waarbij de overheid nogmaals uitlegt wat het secularisme of een seculiere samenleving inhouden en dat die niet vijandig staat tegenover godsdienst, maar de krimpende kerken die allen een kleine minderheid vormen juist bescherming biedt tegen dominante stromingen. De overheid kan orthodoxe christelijke organisaties die volharden in hun defensieve houding omdat ze niet leven in het heden (maar óf in een ver, glorieus verleden óf in een toekomstige eindtijd die verlossing brengt) niet dwingen om de gelovigen behoorlijk en toereikend te informeren. Maar met een overheidscampagne over ontkerkelijking, het afnemend belang van godsdienst, de grondwet en de vrijheid van godsdienst, en de uitleg van wat het secularisme inhoudt kunnen gelovigen rechtstreeks benaderd worden. Het wegnemen van de angst niet in vrijheid naar de kerk te kunnen gaan is goed voor de relatie tussen diverse groeperingen in de samenleving en voor de geestelijke gezondheid van gelovigen die binnen orthodoxe kerkelijke organisaties vrees wordt aangejaagd.

Nogmaals de uitspraak van de Raad van State over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gebrekkige toetsing en criteria

with 6 comments

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Criteria volgens welke de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als buitenstaander en niet-deskundige op het gebied van theologie, metafysica of teleologie meende in augustus 2018 in een uitspraak de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster te kunnen toetsen zijn ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Er kondigen zich interpretatieproblemen aan als die criteria toegepast worden op geaccepteerde, traditionele godsdiensten die die toetsing niet zouden overleven. Ook wordt rechtsongelijkheid tussen oud en nieuw geïntroduceerd. Met name wreekt zich de rol van de Raad van State als het stelt dat het de KVS in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst. Dat getuigt van onkunde.

Want er blijft weinig over van het criterium ‘samenhang’ (of coherentie) als dat wordt toegepast op bestaande godsdiensten. Zie wat docent bestuursrecht UvA Taco Groenewegen daarover in een analyse uit 2009 zegt op het weblog Publiekrecht en Politiek: ’Is een coherente wereldbeschouwing een hanteerbaar criterium? Ook niet. Eén van de centrale leerstellingen van het christendom is dat Jezus en geheel mens is en geheel god. Dat is echter evident onmogelijk. Iemand kan of geheel mens zijn of geheel god, of deels god en deels mens. Tegelijkertijd geheel mens en geheel god zijn is echter een logische onmogelijkheid en daarmee incoherent. Op dit punt zijn nog vele andere voorbeelden te bedenken, ook met betrekking tot andere religies. Maar het christendom is natuurlijk wel een religie, ook al is het niet coherent.’ Groenewegen stelt dat bestaande criteria onwerkbaar zijn en de zoektocht naar hanteerbare criteria voortgaat. Dit geeft aan dat genoemde uitspraak van de Raad van State over de KVS en het beroep op de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ minder vanzelfsprekend en juridisch geaccepteerd is dan het in de uitspraak pretendeert.

Zo ontstaat een tweedeling en laat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich kennen door het bevestigen van een dubbele standaard die in de praktijk de religieuze sector afschermt voor toetreders zoals de KVS. De Raad van State treedt vanwege een gebrek aan inhoudelijke expertise, juridische oprechtheid én maatschappelijk en politieke onafhankelijkheid buiten de toetsingscriteria over wat een godsdienst is. Zo ontstaat een januskop vol onoprechtheid. De Raad van State oordeelt wegens onwerkbare criteria waar het niet kan oordelen. De Raad van State oordeelt verkeerd omdat het de criteria verkeerd interpreteert. De Raad van State had deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling moeten nemen. Of het had in lijn met de visie op andere godsdiensten die per definitie evenmin voldoen aan alle criteria van ernst en samenhang (en overtuigingskracht en belang) de KVS na toetsing vanaf de buitenkant moeten erkennen als godsdienst.

De Raad van State heeft zich door het oordeel over de KVS in een wespennest gestoken door te suggereren dat de jurisprudentie over de onderhavige zaak vast en omschreven is. Maar dat is het niet. De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.

Foto 1: J. van Meurs, ‘Justitia als putto bij de ‘Rechten van den Mensch en Burger’’, 1795. Collectie Nederlandse Rechtsgeschiedenis van het Gevangenismuseum via Geheugen van Nederland.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 9 van de EVRM.