George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Registratie

Raad van State beslist dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Een uitspraak vol gebreken

with 14 comments

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag in een voorspelbare, teleurstellende, wereldvreemde, a-historische, politiek gekleurde en niet moedige uitspraak uitgesproken dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Aanleiding was de weigering van de gemeente Nijmegen om het beroep op de uitzonderingsbepaling vanwege religieuze redenen voor de aanvrager van een reisdocument of rijbewijs toe te kennen. Zoals uit bovenstaand fragment uit het persbericht blijkt meent de Raad van State dat het de Kerk in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst.

Opvallend is dat in februari 2017 in een uitspraak die ook verband hield met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster de meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch de criteria die volgens artikel 9 van het EHRM aan een godsdienst gesteld kunnen volgens bestaande jurisprudentie in 5.3 uit het Engels (‘cogency, seriousness, cohesion and importance’) vertaalde met begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie, terwijl de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tot een andere vertaling komt: ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Taal is niet neutraal. Het is een groot verschil of men toetst aan de hand van het criterium ‘begrijpelijkheid’ of ‘overtuigingskracht’, ’serieusheid’ of ‘ernst’,  ‘importantie’ of ‘belang’. Dit verschil in interpretatie tussen rechtscolleges roept de vraag op hoe zuiver deze criteria getoetst worden en met welke ernst en samenhang Nederlandse rechtscolleges opereren.

De uitspraak van de Raad van State bevat een normatief oordeel, namelijk dat vanwege ‘het satirische element van het pastafarisme’ de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet voldoet aan de genoemde criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ en daarom niet als godsdienst kan worden aangemerkt. De Raad van State meent dat het van tweeën één is: satire of godsdienst. Dit houdt in dat er volgens de Raad van State ruimte bestaat tussen satire en deze vier criteria en ze nooit kunnen samenvallen. Dat is een oordeel dat voorbijgaat aan het belang van maatschappelijk relevante satire. Ermee diskwalificeert de Raad van State een groot deel van de Westerse cultuurgeschiedenis, van de toneelstukken van Aristophanes, Lucianus’ spotschriften, Erasmus’ ‘Lof der Zotheid’, P.C. Hoofts ‘Warenar’ tot Monty Pythons ‘Life of Brian’.

Traditioneel bestaat er een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen fictie en religie. Godsdiensten zijn net als het theater ontstaan vanuit rituelen en dramatisering. Dat geldt ook de monotheïstische godsdiensten. Sommige gelovigen vatten de Bijbel volledig als fictie op. Sinds de opkomst van het laat 20ste eeuws post-modernisme is die wisselwerking nog versterkt. Interpretatieverschillen om godsdiensten te duiden geven aan dat er diverse manieren van geloven en godsdienst zijn. De Raad van State doet weinig moeite om de marges voor interpretatie die het heeft te benutten om daar ruimhartig en historisch correct mee om te gaan.

Hoeveel ernst en samenhang hebben rituelen, gebruiken en dogma’s van godsdiensten? Is een volwassen man met een jurk aan en een mijter op het hoofd (die doorgaans kinderen misbruikt) serieuzer dan een burger in hedendaagse kleren met een vergiet op het hoofd? Of wat is er begrijpelijk aan duizenden mensen die in Mekka tegelijk rond een kubus lopen waarbij jaarlijks tientallen ‘gelovigen’ onder de voet worden gelopen?

Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.

Het probleem is dat de Raad van State alleen kandidaat-godsdiensten beoordeelt, maar niet de traditionele godsdiensten. Want die zijn immers ouder dan de Raad van State. Dat schept ongelijkheid. Niet alleen in het oordeel, maar ook in de procedure. Want als een rechtscollege de ene godsdienst kritisch bejegent, dan zou het wel zo objectief zijn om andere godsdiensten op exact dezelfde criteria te beoordelen. Dat gebeurt niet.

Dit is de reden waarom de Raad van State met deze uitspraak de plank misslaat. Want een rechtscollege kan vanwege die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties niet eisen dat een godsdienst een volwaardig en geloofwaardig systeem van denken is waarin alle aspecten door gelovigen of de dogmatiek van de godsdienst serieus, in samenhang, met overtuiging en belang verklaard worden. Het gaat immers om een ‘geloof’ waarbij logica niet vooropstaat. Dan past het ook niet om een godsdienst langs de meetlat van de logica te leggen. Evenmin kan geëist worden dat een gelovige het begrijpelijk en in samenhang uitlegt.

Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toesten, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.

Vraag is of een Nederlandse rechter bij beschikbaarheid van voldoende redenen tot afwijzing – na toetsing op de criteria van ernst en samenhang – de politieke macht heeft om de dogmatiek en het systeem van het Christendom of de Islam buiten de orde te stellen en gemeende religieuze instellingen hun registratie als godsdienst te ontnemen. Dat zijn dezelfde criteria waarop in deze uitspraak nu de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster afgewezen wordt als godsdienst. Dit debat dat eigenlijk een schijndebat is heeft alles met politieke macht en machtsverhoudingen te maken en niets met een echte juridische toetsing van godsdienst.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. Dat wijst de uitspraak ook wel uit. De Raad van State neemt de vier criteria te letterlijk en te serieus, en weigert verder te kijken. Het vergeet de jurisprudentie te relativeren waarop de uitspraak is gebaseerd en vergeet te vermelden dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden. De leden ervan zouden zich er niet eens aan moeten willen wagen om een oordeel over ‘de binnenkant’ van een godsdienst te geven. De Raad van State zou deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling nemen. Of in lijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin voldoen aan alle criteria van ernst of serieusheid de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster na een toetsing ‘aan de buitenkant’ gewoon moeten erkennen als godsdienst. Voor wat het politiek en maatschappelijk ook waard is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtPastafarisme’ is geen godsdienst’ van de Raad van State, 15 augustus 2018. 

Foto 2: ‘Obatala priests in their temple in Ife’.

Foto 3: ‘A group of Druids at Stonehenge in Wiltshire, England

Advertenties

Is een rechtscollege geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen? RvS oordeelt over Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

with 4 comments

Morgen dient het hoger beroep bij de Raad van State in de zaak van een vrouw die haar religie door een burgemeester niet erkend ziet. Voor foto’s op reisdocumenten of rijbewijzen gelden strikte voorwaarden, maar er zijn om religieuze en levensbeschouwelijke redenen uitzonderingsbepalingen zoals onderstaande schermafbeelding uit de Fotomatrix Model 2007 van de rijksoverheid toont. De wettelijk grond geeft artikel 28, lid 3 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001: ‘In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.‘ De aanvrager moet aantonen ‘dat om godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen het hoofd bedekt mag blijven’. Als het gezicht volledig zichtbaar is, dan moet in dat geval de foto door het openbaar bestuur geaccepteerd worden. Maar als de godsdienstige of levensbeschouwelijke reden niet erkend wordt, dan wordt door het openbaar bestuur voor de aanvrager de uitzonderingsbepaling niet aanvaard. En de aangifte niet in behandeling genomen. Overheden kunnen leven met een mijter, hoofddoek, tulband of keppel, maar over een vergiet werpen ze bezwaren op.

De opkomst van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster  in Nederland is sinds 2015 een feit. Op bestuurlijk niveau verzetten instanties zich daar echter tegen. Zo weigerde in 2015 de Kamer van Koophandel in Emmen registratie van de Kerk. Ook in Emmen weigerde in 2016 de gemeente dat een gelovige van de Kerk een beroep kon doen op de uitzonderingsbepaling door met een vergiet op een officieel ID-bewijs afgebeeld te worden. Ook in 2016 wees de belastingdienst in Den Bosch de ANBI-status van de Kerk af.

Het gaat om de rechtsstaat waarin de grondrechten zijn gegarandeerd. In Nederland is iedereen vrij om een godsdienst of levensovertuiging te kiezen. Of daarvan zonder terechtwijzing af te zien in nihilisme. Iedereen is vrij om te laten zien wat zijn of haar godsdienst of levensovertuiging is. Dit mag je alleen doen of samen met anderen. Binnen de muren van een gebouw, maar ook daar buiten. Dit laatste mag alleen als je je houdt aan andere artikelen van de grondwet en aan andere wetten. Ofwel, een overheid mag geen aanvullende eisen die de grondwet te buiten gaan stellen aan een organisatie die zich als een religieuze instelling aanmeldt.

Als persoon hebben we onze voorkeuren. De ene godsdienst of levensovertuiging verkiezen we boven de andere. Daarover denken we niet hetzelfde en hebben we afwijkende meningen. Kwalijker dan een opinie van een willekeurige burger is dat sommige ambtenaren hun individuele afkeur voor de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in hun functie bij een Kamer van Koophandel of een Belastingkantoor boven de grondwet stellen. Maar een individuele ambtenaar heeft dat recht niet. Er is een objectief, (boven)-individualistisch en neutraal instrument en dat is de rechtsstaat. Die dient gegarandeerd te worden door het te objectiveren en door de toetsing los te snijden van individuele voorkeuren. Zodat het voor ons allen kan gelden en wij ons erin kunnen vinden. En we onze verschillen van elkaar kunnen aanvaarden en overbruggen in sociale cohesie.

Rechterlijke colleges toetsen de grondwet. Maar in dit geval is het probleem dat rechters geen theologen of filosofen zijn. Juristen zijn daartoe niet opgeleid of hebben er geen expertise in. Dat wreekt zich nu ook bij de Raad van State. Experts worden geraadpleegd, maar omdat de Kerk ook valt op te vatten als een symbool van een generatieconflict en een breuk met de traditionele christelijke godsdiensten ligt de vrees van een eenzijdig ‘deskundig’ oordeel vanwege maatschappelijke vertekening meer dan bij andere zaken op de loer.


In februari 2017 kwam de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch met een opmerkelijke uitspraak die erover ging of de Kerk serieus genoeg is om volgens artikel 9 van de EVRM een godsdienst genoemd te worden. In een commentaar ging ik toen op de bijzonderheden in: ‘De rechter verwijst naar ‘vaste jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de mens’ om aan te merken wat opvattingen of meningen van een geloof of levensovertuiging zijn en baseert zich daarbij op de volgende beschrijving die ook in bovenstaande opsomming van Elizabeth Prochaska wordt genoemd: ‘It must attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance’. De rechter vertaalt dat in de uitspraak als: begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Maar Prochaska voegt een dimensie en nuancering toe die aan de uitspraak van de rechter in Den Bosch ontbreekt: ‘There are very few examples of a belief being rejected on this ground and the House of Lords has questioned the propriety of this enquiry by courts, which are not equipped to weigh up theological doctrines’. Dit relativeert de jurisprudentie waarop de uitspraak is gebaseerd door te stellen dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden, en dat ‘rechtbanken, niet zijn geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen.’

Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken, zoals ook de verwijzing naar de kritiek van het Britse Hogerhuis zegt. De rechter stapelt eisen op elkaar die niet aan godsdienst of levensovertuiging gesteld hoeven worden. Zoals de overweging dat het een volwaardig systeem van denken moet zijn. Het oordeel dat de Kerk als godsdienst of levensovertuiging afgewezen kan worden omdat het niet voldoende serieusheid zou bezitten is ongepast en normatief.

Disclaimer: Ik ben sinds 26 oktober 2015 ingeschreven als Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Zie hier voor informatie van en over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Foto 1: Schermafbeelding van deel ‘Selectie van actuele uitspraken’ van de Raad van State van 13 augustus 2018. 

Foto 2: Schermafbeelding uit Fotomatrix model 2007 – rijksoverheid. (google: ‘fotomatrix model 2007’).

Foto’s 3 en 4: Schermafbeelding van deel notitie ‘THE DEFINITION OF ‘RELIGION OR BELIEF’ IN EQUALITY AND HUMAN RIGHTS LAW’ van Elizabeth Prochaska, 2013. (google: ‘religion attain a certain level of seriousness’).

Documentaire ‘I, Pastafari’ over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zoekt financiering voor de afwerking

with 2 comments

Het is hier al vaak beweerd, hoe meer godsdiensten, hoe beter. Om het belang van religie te laten verwateren ben ik sinds 26 oktober 2015 ingeschreven bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Godsdiensten of religieuze organisaties opereren op de religieuze markt. Een vechtmarkt met concurrenten die in de kern hetzelfde soort produkt bieden. Om te overleven moeten religieuze organisaties strijdbaar zijn en zich als zodanig tonen. De drie grote monotheïstische godsdiensten zijn een wereldwijde klontering van religieuze organisaties. Zeg maar een bedrijf met een franchise-model. Sommige lokale ondernemers maken er een goed produkt van, andere ondernemers zijn daartoe niet in staat en leveren een wanprodukt af.

In de kern zijn deze godsdiensten een winstgevend bedrijf dat zingeving verkoopt aan klanten die gelovigen worden genoemd. Met elkaar vormen ze een labiel evenwicht. Ze verdelen met elkaar de religieuze markt, maar zijn ook concurrenten van elkaar. Voor hun profilering is het noodzakelijk om zich te onderscheiden van andere godsdiensten. Maar eensgezind zijn de traditionele godsdiensten in hun voornemen om toetreders tot de religieuze markt te blokkeren. Of het zo lastig mogelijk te maken. Nieuwkomers maken de spoeling te dun.

Het wonder van religie is overigens dat het als een aparte categorie wordt beschouwd. Als overheden de religies niet zouden bevoordelen, zouden ze allang verdwenen zijn. Want ze zijn na 2000 of 1300 jaar allang over de houdbaarheidsdatum heen en worden onnatuurlijk in leven gehouden. De moderne samenleving heeft vooral nadeel van die relicten uit een ver verleden. Maar het is een taboe om dat te zeggen. De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster probeert de religieuze sector open te breken en met eigen middelen te bestrijden.

Foto: Schermafbeelding van de achtergrond van de totstandkoming (‘About’) van de op dit moment in post-productie zijnde documentaire I, PASTAFARI. De definitieve, gemonteerde versie is naar verwachting eind 2018 klaar. Geven van ondersteuning kan hier of hier .

Kwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief

with 4 comments

Het College voor de Rechten van de Mens zegt in een niet bindend oordeel over pastafaripriester Michael Afanasyev (38) die aan de TU Delft wil promoveren in piratenkostuum: ‘Uitingen worden beschermd als zij algemeen, althans in brede kring, binnen een bepaalde godsdienst worden beschouwd als uitdrukking van die godsdienst. Het moet dus niet gaan om een persoonlijke invulling. Dit gaat echter weer niet zo ver dat iedere pastafari hierover hetzelfde moet denken of dat de godsdienstige voorschriften steeds op dezelfde manier moeten worden geïnterpreteerd en nageleefd.’ Afanasyevs verzoek om een piratenkostuum te dragen op zijn promotie was door het Delftse College voor Promoties afgewezen. Tegen deze beslissing maakte hij bezwaar bij het College voor de Rechten van de Mens waar hij nu op 11 december 2017 ook nul op het rekest krijgt.

Het College zegt zich er niet over uit te spreken of het pastafarisme (Kerk van het Vliegend Spaghettimonster) een godsdienstige overtuiging is. Maar het College is wel van oordeel ‘dat het piratenkostuum niet in brede kring wordt gezien als een uiting daarvan en dat evenzo priesters verplicht zijn om bij officiële gelegenheden een piratenkostuum te dragen.’ Dit voert het College aan als reden om de eis van de verzoeker af te wijzen.

Dat is een opmerkelijk uitspraak die weliswaar ‘aan de buitenkant’ van het pastafarisme lijkt te blijven, maar zich tegelijk toch laat verleiden tot een inhoudelijke uitspraak en daarom wat dubbelhartig toont. Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. Wat de verzoeker door het College wordt verweten is het ontbreken van samenhang, consistentie en ‘doorleving’ in zijn geloof.

Maar wat doet het ertoe of een pastafaripriester een piratenkostuum heeft of dat nog moet aanschaffen en dat niet of onregelmatig draagt? Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft. Vele godsdiensten grossieren in onwaarschijnlijkheden en tegenstrijdigheden, en zijn het tegendeel van logisch. Daarom heet een geloof ook een geloof. Gelovigen volgen hun geloof en zijn geen theologen die de werking vn hun godsdienst moeten kunnen uitleggen.

Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.

Toch biedt het oordeel perspectief. Het College verwijt de verzoeker een gebrek aan samenhang, consistentie en kennis, maar wijst het pastafarisme als godsdienst niet principieel af. Zo kan het oordeel van het College een gebruiksaanwijzing zijn voor een volgende verzoeker die dicht bij de bekende, alledaagse uitingen van het pastafarisme blijft. Tactisch is het verstandig om stapsgewijs te werk te gaan en bij zo’n plechtigheid te verzoeken om met een vergiet op te mogen promoveren. Mogelijk als de bezoeker al een foto voor het rijbewijs met vergiet als ID heeft. De Kerk voor het Vliegend Spaghettimonster zou er verstandig aan doen om dit landelijk te coördineren door de gelovigen te begeleiden in hun verspreiding van het pastafarisme.

Disclaimer: Ik ben sinds 26 oktober 2015 Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Foto 1: Schermafbeelding van deel oordeelGeen discriminatie door het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft door een man niet toe te staan tijdens de promotiezitting het traditionele kostuum van zijn ambt als pastafaripriester te dragen’ van het College voor de Rechten van de Mens, 11 december 2017.

Foto 2: ‘Antoinette Vlieger (m) vandaag voor haar promotie aan de UvA, in traditionele Arabische kledij. Ze verschijnt op het podium in een abaja, een Arabisch kledingstuk, dat als onderdrukkend wordt gezien. Haar paranimfen dragen ook een gezichtsbedekkende nikab.’  Foto © Dingena Mol, 21 december 2011.

Normalisering van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in Nederland

leave a comment »

Studenten van het Sint Lucascreative community’ College in Eindhoven maakten dit verslag over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Ofwel, het Pastafarisme. Waarmee de geïnterviewde Jeroen Otten gefeliciteerd wordt is overigens onduidelijk. Resultaten zijn nog niet denderend. Want de Kerk krijgt het niet cadeau in de Nederlandse rechtsstaat. Een rechter waant zich theoloog en meent te kunnen oordelen over de interne werking van deze organisatie die zich als godsdienst presenteert. Belemmeringen worden opgeworpen en staan de acceptatie in de weg. In de schaduw van godsdiensten met gevestigde belangen en hun claim op de ultieme waarheid. Omdat juridische goedkeuring achterloopt op maatschappelijke ontwikkelingen is dat een achterhoedegevecht. Weliswaar hardnekkig en niet makkelijk te winnen, maar een gevecht waar de uitkomst van vaststaat. Het verslag is daar uiting en ondersteuning van. De honden blaffen en de karavaan trekt verder.

Disclaimer: Ik ben sinds oktober 2015 lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gratis aanmelden kan hier.

Rechter Den Bosch waant zich theoloog en oordeelt over de interne werking van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

with 5 comments

4

Een opmerkelijke uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch. Het gaat er in de kern om of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster serieus genoeg is om een godsdienst volgens artikel 9 van de EVRM genoemd te worden. De rechter meent van niet. Aanleiding is het maken van een pasfoto voor een rijbewijs bij de gemeente Eindhoven. Een godsdienstige of levensbeschouwelijke reden biedt volgens artikel 28.3 van de Wet Paspoortuitvoeringsregeling (‘indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd‘) een uitzonderingsgrond om met een hoofddeksel op de foto te verschijnen. In dit geval een pastavergiet. Als de Kerk niet als een religie beschouwd wordt, dan hoeft Eindhoven om formele gronden de aangifte van het rijbewijs niet in behandeling te nemen. Eiser eiste dat in hoger beroep, maar wordt nu door de rechter in het ongelijk gesteld.

2

3

De rechter verwijst naar ‘vaste jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de mens’ om aan te merken wat opvattingen of meningen van een geloof of levensovertuiging zijn en baseert zich daarbij op de volgende beschrijving die ook in bovenstaande opsomming van Elizabeth Prochaska wordt genoemd: ‘It must attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance’. De rechter vertaalt dat in de uitspraak als: begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Maar Prochaska voegt een dimensie en nuancering toe die aan de uitspraak van de rechter in Den Bosch ontbreekt: ‘There are very few examples of a belief being rejected on this ground and the House of Lords has questioned the propriety of this enquiry by courts, which are not equipped to weigh up theological doctrines’. Dit relativeert de jurisprudentie waarop de uitspraak is gebaseerd door te stellen dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden, en dat ‘rechtbanken, niet zijn geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen.’

Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken, zoals ook de verwijzing naar de kritiek van het Britse Hogerhuis zegt. De rechter stapelt eisen op elkaar die niet aan godsdienst of levensovertuiging gesteld hoeven worden. Zoals de overweging dat het een volwaardig systeem van denken moet zijn. Het oordeel dat de Kerk als godsdienst of levensovertuiging afgewezen kan worden omdat het niet voldoende serieusheid zou bezitten is ongepast en normatief.

Wat aan de uitspraak ook opvalt is dat de rechter meent de rechtmatigheid van het geloof van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster grotendeels af te kunnen leiden uit de consistentie van de opvatting van de gelovige over zijn geloof. Maar dat is een onhoudbare en onjuiste benadering. Een geloof is nu eenmaal een systeem dat niet altijd uitblinkt door redelijkheid, realisme, samenhang en logica. Aan een gelovige kan niet als eis gesteld worden dat hij zijn geloof voldoende moet kunnen beschouwen om het een geloof te laten zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel uitspraak in zaak Coolen-gemeente Eindhoven van Rechtbank Oost-Brabant, 15 februari 2017.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van deel notitie ‘THE DEFINITION OF ‘RELIGION OR BELIEF’ IN EQUALITY AND HUMAN RIGHTS LAW’ van Elizabeth Prochaska, 2013. (google: ‘religion attain a certain level of seriousness’ en downloadt).

Kompanje en De Ridder geven hun mening over initiatiefwet van D66 over registratie bij orgaandonatie

with 2 comments

world-heart-day

De NRC plaatst twee opinie-artikelen over orgaandonatie. Een feitelijk stuk van hoogleraar psychologie Denise de Ridder en een impressionistisch stuk van Erwin Kompanje. Deze klinische ethicus pakt uit met stekelige opmerkingen en diskwalificaties over initiatiefnemer D66 die afbreuk doen aan zijn betoog: ‘de onaflatende queeste van D66’ of ‘het “geen bezwaar tegen kilheid”-systeem van D66’. Het lijkt er eerder op dat Kompanje een queeste tegen D66 houdt, dan D66 een queeste voor orgaandonatie. Of de felheid ermee te maken heeft dat Kompanje is te boeken in het activiteitenprogramma van de VVP (Vereniging van Vrijzinnige Protestanten) en lezingen houdt voor christelijke verenigingen is de vraag. Het is een gemiste kans van NRC dat deze betrokkenheid van Kompanje niet vermeld wordt omdat het inzicht zou kunnen geven over zijn wereldbeeld.

De Ridder die veel onderzoek heeft gedaan naar eetgedrag legt dat nu op het gedrag van mensen om zich te registreren voor orgaandonatie. Ze constateert: ‘In dit gepolariseerde debat wordt een belangrijk argument over het hoofd gezien en dat is dat mensen vaak niet doen wat ze wel graag willen doen. Psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat goede voornemens lang niet altijd in daden worden omgezet en dat mensen beslissingen voor zich uit schuiven omdat ze andere dingen aan hun hoofd hebben, vergeetachtig of druk zijn of simpelweg lui.’ Daarbij komt ‘dat mensen die geen donor willen zijn gemakkelijk onder hun automatische registratie uit kunnen, bijvoorbeeld door ze er regelmatig aan te herinneren dat ze zich kunnen uitschrijven’ en zo ‘brengen we niet alleen het aantal beschikbare organen omhoog maar houden we ook rekening met de manier waarop mensen beslissingen nemen.’ Zo kunnen mensen terugkomen op hun expliciete toestemming.

Kompanje meent dat als de wet door de Eerste Kamer komt en er een registratiesysteem komt met garanties voor uitschrijving zoals De Ridder omschrijft, dit nog niet werkbaar is: ‘Ik denk dat de meeste hulpverleners in geval van een ‘geen bezwaar’ nog steeds toestemming gaan vragen. Empathisch, met compassie, zoals het hoort. Het ‘geen bezwaar tegen kilheid’-systeem van D66 zal, in de bedoelde uitwerking, geen grond vinden in de dramatiek van de intensive care. Orgaandonatie is een groot goed. Laten we elkaars argumenten respecteren en die niet voor elkaar gaan invullen.’ Kompanje claimt de empathie in de samenleving en geeft de indruk niet te accepteren dat het enige verschil met het vrijdenkende, niet-confessionele deel van de samenleving is dat het een ander politiek standpunt over orgaandonatie inneemt. Zijn aanname is in strijd met de praktijk in landen waar een ‘ja, tenzij’-systeem van registratie geldt, zoals volgens opgave van de Transplantatiestichting Spanje, Oostenrijk, België, Frankrijk, Italië en Zweden. In zijn wereldbeeld kille landen.

Disclosure: Denise de Ridder is een nicht van George Knight.

Foto: ‘People pledge to donate their organs at the World Heart Day celebrations in Kochi on Sunday | EXPRESS’, 30 september 2013.