George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Utrecht

Vrouwen in de vrouwenzaal van Sigarenfabriek G. Ribbius Peletier Jr. (1885-1890)

leave a comment »

Het bijschrift van deze foto luidt: ‘Interieur van de fabriek van de firma Koninklijke Tabak- en Sigarenfabriek G. Ribbius Peletier Jr. (Oudegracht B 191) te Utrecht: de vrouwenzaal’. Vrouwen of jonge meisjes zitten naast elkaar op een rij. Inzoomen toont dat de voorste vrouwen van de middelste rij die over hun rechterschouder kijken onscherp zijn. Ze krijgen iets vlekkerigs. Ze zouden weggelopen kunnen zijn uit een tafereel van straatfotograaf Breitner. Maar ze zitten vastgeklonken. In de tijd en in hun werk om luxe sigaren te maken in die zaal op Oudegracht 364 in Utrecht. In het gebouw met warempel de naam De Gesloten Steen. De datering is 1885-1890. Ruim 10 jaar na de première van Bizets Carmen die ook in een sigarenfabriek speelt. Maar hier klinkt opgelegde stilzwijgendheid. Ze zijn niet zozeer betrapt door de fotograaf, maar gevangen in arbeid.

Foto: ‘Interieur van de fabriek van de firma Koninklijke Tabak- en Sigarenfabriek G. Ribbius Peletier Jr. (Oudegracht B 191) te Utrecht: de vrouwenzaal’. Collectie: Het Utrechts Archief; Catalogusnummer 76202. datering 1885-1890. Fotograaf onbekend.

Advertenties

Utrecht en Amersfoort hebben puinhoop gemaakt van Museum Oud Amelisweerd. Laat ze niet betrokken zijn bij formulering oplossing

with one comment

Zwarte Piet mag dan een cultureel fenomeen zijn dat onder vuur ligt en aan maatschappelijk draagvlak heeft ingeboet, in de cultuur van het openbaar bestuur van Utrecht en Amersfoort wordt Zwarte Piet steeds populairder sinds het failliet van de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Succes heeft vele vaders, maar de mislukking niet. Het Museum Oud Amelisweerd met de Armando collectie is zoals voorspeld een artistieke en financiële mislukking geworden. In tientallen commentaren (zoek op Amelisweerd) is er hier sinds december 2010 voor gewaarschuwd. Met argumenten onderbouwd werd aangetoond dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd geen levensvatbare exploitant was. Maar het Stichtse openbaar bestuur wilde niet luisteren, op wat opposanten in de marge na naar wie niet geluisterd werd. Nu worden de scherven opgeveegd in de gemeentebesturen van Utrecht en Amersfoort, het provinciebestuur van Utrecht en in de raden van deze drie bestuursorganen. Wat nu? Toch een Museum voor Chinoiserie zoals ik in oktober 2011 voorstelde? Iets anders is ook mogelijk. Vraag is of de politiek van Utrecht en A’foort na acht jaar aanmodderen nog wel in staat is om open en helder naar deze kwestie te kijken. Het lijkt me niet. Laat de politiek dit op afstand zetten en externe museummensen die verstand van zaken hebben een eerlijk en goed doortimmerd plan maken. De Stichtse politiek moet nu maar even niet aan zet zijn in dit kwartetspel dat het zo gigantisch slecht heeft gespeeld.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelUtrecht wil 100.000 euro van failliet Museum Oud Amelisweerd’ van Matthijs Steinberger in het AD, 21 september 2018.

Foto 2: Tweet, 21 september 2018.

De ‘dialoogtafels’ van Nederland in Dialoog dromen over vrede

leave a comment »

Aldus een schermafbeelding van de aankondiging van het programmaVrede doorgeven’ van Utrecht in Dialoog dat op 17 september 2018 in de Domkerk plaatsvindt. Deze organisatie is onderdeel van Nederland in Dialoog dat onder meer verbonden is aan de organisatie Art. 1 dat zich profileert met het motto ‘voorkomt en bestrijdt discriminatie’. Deze programma’s vinden in het hele land plaats, hier is een overzicht in te zien.

Nederland in Dialoog is sinds 2001 uitgegroeid tot een netwerk van zo’n 90 dialoogsteden. De Week van de Dialoog vindt jaarlijks plaats. Nederland in Dialoog heeft als doel: ‘mensen met elkaar in een inspirerend gesprek te brengen door inzet van dialoog. Door aan dialoogtafels ervaringen, ideeën en dromen uit te wisselen, ontstaat er ruimte voor nieuwe inzichten en het benoemen van persoonlijke actie.’

De vraag die de aankondiging stelt is ‘hoe kunnen we vrede doorgegeven?’ Essentieel is wie met ‘we’ bedoeld wordt. Zijn dat wapenhandelaren, drugsbaronnen of leiders van ‘failed states’ die niet naar vrede, maar naar oorlog streven omdat ze in onrust en chaos hun macht kunnen botvieren en winst maken?

Het programma ‘Vrede doorgeven…’ van Utrecht in Dialoog toont een groot gebrek aan politiek realisme en een overvloed aan goede bedoelingen en wensdenken. Het idee is dat vrede door een mentaliteitsverandering van onderop kan worden gerealiseerd. Dit komt in de praktijk echter niet neer op de strijd voor vrede, maar op de overgave aan de oorlog. Zeker voor de korte termijn. Zo resteert er een brede kloof in de beeldvorming over  vrede. Terwijl van onderop in eigen kring het beeld wordt opgeëist dat het uiteindelijk de goede kant zal opgaan met de vrede, is daar in de wereld van bestuurskamer of commandocentrum nu niets van te merken.

Daarbij komt het veelvuldig gebruik van het woord ‘dialoogtafel’ dat pijn doet aan het taalgevoel. De opzet ervan is dat de samenwerking en verstandhouding tussen de deelnemers wordt verbeterd. Dat is een prachtig therapeutisch streven van de deelnemers. Ze praten zichzelf een goed gevoel aan. Zo wordt praten over vrede een middel. Hoe namelijk die verbeterde sfeer aan de dialoogtafel uiteindelijk van invloed kan zijn op het doorgeven van vrede aan degenen die over oorlog en vrede gaan is onduidelijk. De ‘dialoogtafel’ draait rond in zichzelf. Want het zou interessant zijn om te weten hoe met een resultaatgerichte actie de ‘dialoogtafels’ de relatie met de politiek, de macht en de culturele hegemonie leggen. Daar wordt niets over verklaard. Je zou voor de echte vrede wensen dat de ‘dialoogtafels’ van Nederland in Dialoog uit de droom geholpen worden.

Foto: Schermafbeelding van het programmaVrede doorgeven’ van Utrecht in Dialoog dat op 17 september 2018 in de Domkerk plaatsvindt.

Written by George Knight

4 september 2018 at 13:17

Geef Utrechtse meesters geen gezicht dat verdwijnt achter marketing en stadspromotie

leave a comment »

Het is moeilijk om niet lacherig te doen over deze schriftelijke vragen van 30 augustus 2018 van CDA’er Sander van Waveren  in de Utrechtse raad. Het gaat om het een gezicht geven van Utrechtse meesters. Daarmee worden culturele iconen bedoeld zoals Pyke Koch, Abraham Bloemaert, Jan van Scorel, Jan Engelman, Joop Moesman, Hendrik Marsman, Gerrit Rietveld of Theo van Doesburg. Op zich is er niks mis met aandacht voor deze meesters, ze hebben hun sporen verdiend. Maar de aap komt uit de mouw als de vragen verwijzen naar Utrecht Marketing dat als doel heeft: ‘Utrecht wereldwijd op de kaart zetten als slimme, creatieve, gezonde en talentvolle stad. Samen dragen we het verhaal van Utrecht uit.’ De schrijvers en schilders moeten eraan helpen om ‘Utrecht op de kaart te zetten’. Maar dat gaat ten koste van die Utrechtse meesters.

Dat is een prima idee, met echter één fundamenteel probleem. Want Utrechtse meesters zijn daarvoor niet geschikt en voor de hand liggend. Want wie op de kaart wordt gezet door de stad wordt tegelijk tam, onschuldig en dood gemaakt. Iedereen die op de kaart wordt gezet, wordt dood verklaard. Niet alleen fysiek, maar ook geestelijk. En dat laatste moet de Utrechtse meesters niet aangedaan worden. Laten de Utrechtse meesters niet ondergeschikt gemaakt worden aan de stadspromotie en de marketing van Utrecht. Een Utrechtse meester past per definitie niet in dat frame. Het surplus van een culturele icoon is niet te vangen. Dat moet daarom niet geprobeerd worden. Ook als de poging goedbedoeld en welgemeend is. Het wringt.

Foto: Schermafbeelding van raadsvragen SV 2018, nr. 112 ‘Geef Utrechtse meesters een gezicht (stand van zaken)’ van het CDA’er Sander van Waveren, 30 augustus 2018. Gemeente Utrecht.

Written by George Knight

3 september 2018 at 19:21

Beantwoording vragen in Provinciale Staten Utrecht over gevolgen van het faillissement van de Stichting Museum Oud Amelisweerd

leave a comment »

In de Provinciale Staten van de provincie Utrecht heeft het bestuur geantwoord op schriftelijke vragen van PVV Statenlid Elly Broere over de afhandeling van het faillissement van de Stichting Museum Oud Amelisweerd in Bunnik. Uit de antwoorden blijkt dat een tentoonstelling van Armando’s werk in het Chinese Guangzhou een tekort van minimaal 40.000 euro heeft opgeleverd. Dat is niet gedekt. Wie het terugtransport gaat betalen is vooralsnog onduidelijk. Op de vraag of de provincie nog wat terugziet van de in 2015 aan de Stichting Museum Oud Amelisweerd verstrekte renteloze lening van 160.000 euro antwoordt het provinciebestuur ontwijkend. De opmerking dat onderzocht wordt of ‘een doorstart realistisch is’ is niet realistisch. In 2015 stelde de fractie van de SP onder meer de vraag wat ‘de exacte financiële schade voor de Provincie Utrecht’ zou zijn als het museum failliet zou gaan en diende het vanwege het ontbreken van ‘een duidelijke financiële onderbouwing’ een motie in met de strekking af te zien van de lening. Het antwoord van het provinciebestuur was dat de financiële schade ‘maximaal 160.000 euro’ kan bedragen. Vraag is of door Provinciale Staten een bestuurder politiek verantwoordelijk gaat worden gesteld voor het verstrekken van de lening waarvan het toentertijd ook al de vraag was of die volgens normale objectieve maatstaven wel verleend mocht worden.

Foto’s: Schermafbeelding van Beantwoording schriftelijke vragen betreffende Museum Oud Amelisweerd, ingediend door de PVV 17-08-2018 in de Provinciale Staten van Utrecht.

Museum Oud Amelisweerd laat zich failliet verklaren. Durft Utrecht raadsenquête aan? Het fiasco was voorspeld en onafwendbaar

with 2 comments

Op 16 augustus 2018 is Stichting Museum Oud-Amelisweerd te Bunnik (Utrecht) door de rechtbank in Midden-Nederland failliet verklaard, zoals blijkt uit het faillissementsdossier. De stichting werd op 12 december 2011 opgericht. In bovenstaande Raadsbrief Ontwikkelingen Museum Oud Amelisweerd wordt namens cultuurwethouder Anke Klein de raad geïnformeerd.

Nu kan eindelijk gebeuren wat in 2010-2012 moest gebeuren maar toen niet gebeurd is. Namelijk het op een open manier met een open inschrijving en open pitch – zonder inmenging van een cultuurwethouder die te dicht op het dossier zit – zoeken van een geschikte en financieel krachtige exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Het is verstandig om daar landelijke museummensen bij te betrekken die in 2010 op afstand stonden omdat een lobby vanuit Amersfoort het initiatief nam. Terug naar de essentie is daarbij de kern. Dat is het antieke Chinese behang en het ensemble van landhuis en tuinen. Het werk van Armando werd er om politiek-bestuurlijke redenen aan de haren bijgesleept en is er onlangs ook weer uitgesleept. Armando paste niet in dat bos in Bunnik omdat de aard van de plek niet bij hem paste. Dat verklaart een deel van de mislukking waarvoor overigens in 2011 van vele kanten voor gewaarschuwd werd. Maar de Stichtse politiek wilde het niet horen en miste overzicht, bezinning en kennis.

De reden die de Raadsbrief geeft voor het faillissement is ‘tegenvallende bezoekersinkomsten in combinatie met de reeds wankele financiële positie’. Dat klopt, maar maakt niet duidelijk wat er exact aan de hand was. Zo vielen de bezoekersinkomsten tegen omdat de tentoonstellingen van zeer wisselend niveau waren en soms onvoldoende kwaliteit boden, het museum onvoldoende financiële armslag en personeel had voor goede marketing en publiciteit en het kwetsbare rijksmonument Oud Amelisweerd hoe dan ook beperkingen kent die samenhangen met klimatisering en behoud die het bezoekersaantal drukken. De ‘reeds wankele financiële positie’ bestond vanaf de opening en het museum heeft zich daar nooit aan kunnen ontworstelen. Geen enkel jaar werden afgesloten met een positief saldo, de grootste ‘inkomsten’ waren de ‘bruidsschat’ (afkoopsom) van 1 miljoen euro van Amersfoort en een lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro.

Gewenst is een raadsenquête in de Utrechtse raad om tot op de bodem uit te zoeken hoe het sinds 2010 zo mis heeft kunnen lopen, hoe de besluitvorming exact is gegaan en wat de rol van de Utrechtse bestuurders daarbij was en waarom een kansloos project met een kansloze exploitant waarvoor deskundigen uit de museumsector waarschuwden dat het een fiasco zou worden toch nog zes jaar door de gemeente Utrecht in de lucht is gehouden. Tot en met een subsidie aan het MOA waarmee een vorige cultuurwethouder in december 2017 in strijd met de eigen afspraken handelde. Heeft de Utrechtse raad de ambitie, durf, kennis, onafhankelijkheid, het zelfbewustzijn en politieke wil om dat te onderzoeken?

Foto: Schermafbeelding van ‘Raadsbrief Ontwikkelingen Museum Oud Amelisweerd’, 16 augustus 2018.

Onduidelijkheden over T-Collectie van Armando’s werk rechtgezet. En nog enkele andere misverstanden aangepast

with 2 comments

Eric van der Velden heeft in de Amersfoortse ‘De Stadsbron‘ het artikelhoe amersfoort een kunstschat van 22 miljoen verspeelde’ op 8 augustus 2018 gepubliceerd. Ik was zijdelings bij de totstandkoming ervan betrokken en wil er daarom geen direct  commentaar op geven. Wel wil ik in algemene zin enkele ontstane onduidelijkheden over sommige achtergronden helpen rechtzetten. Ik doe dat puntsgewijze.

De verdienste van het artikel is dat Van der Velden de spanning binnen het bestuur van de Armando Stichting blootlegt over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid om werken van Armando van de Armando Stichting te verkopen voor de redding van Museum Oud Amelisweerd waar die collectie tot 1 maart 2018 in langdurige bruikleen was gegeven. In openbare bronnen wordt dat aspect nu voor het eerst met een getuigenis van de voorzitter van de Armando Stichting verklaard. Uiteindelijk bleek Armando tegen en ging het plan niet door. Maar zelfs dan was het onduidelijk geweest wegens vermenging van zakelijke en museale belangen tussen bruikleengever en museum of verkoop van werken van de Armando Stichting volgens de geldende regels van de museumsector wel ethisch mogelijk was, zoals ik in een commentaar van november 2015 opmerkte.

1. Het is een misverstand dat Armando’s voormalige echtgenote Tony de Meijere de zogenaamde T-Collectie als boedelscheiding meekreeg nadat zij en Armando uit elkaar gingen. Een toespraak door Rini Dippel in 2014 bij een tentoonstelling in het Kröller-Müller Museum laat hierover geen misverstand ontstaan: de T-Collectie is door De Meijere bijeengebracht en beheerd. In een Conceptverklaring van Armando van 12 september 2011 aan betrokkenen bij het Armando Museum geeft hij commentaar op de bruikleen van de T-Collectie aan het Kröller-Müller Museum: ‘Het betreft in de eerste plaats de privé-collectie van mijn voormalige echtgenote Tony de Meijere. (..) Mijn echtgenote heeft deze collectie grotendeels in de loop van de vijftig jaar dat wij met elkaar hebben geleefd naar eigen inzicht, voorkeur en smaak verzameld. Voor mij is deze collectie een blijk van waardering voor het werk dat zij heeft verzet ten behoeven van mijn werk als kunstenaar. Het is enkel en alleen aan Tony de Meijere om te beslissen over de bestemming van deze zeer persoonlijke collectie.’ Zie over de schenking aan het Kröller-Müller Museum mijn commentaar van augustus 2011 met een verwijzing naar het jaarverslag 2010 /Aanwinsten /Armando met een beschrijving van de aard van de T-Collectie.

2. De T-Collectie maakte per abuis deel uit van de op 15 januari 1998 overeengekomen overeenkomst over het Armando Museum tussen enerzijds de gemeente Amersfoort en anderzijds Armando en Tony de Meijere, maar: a) de Armando Stichting bleef gedurende meer dan 5 jaar in gebreke en liet na te zorgen dat de T-Collectie volgens museale normen in het depot werd opgeslagen; b) Tony de Meijere heeft nooit de opzet gehad dat de T-Collectie deel uitmaakte van de overeenkomst en heeft daar nooit toestemming voor gegeven, slechts omdat ze een volmacht had gegeven omdat ze niet bij ondertekening aanwezig kon zijn is de T-Collectie door anderen buiten haar wil om aan de overeenkomst toegevoegd, zelfs haar herhaald protest tegen deze gang van zaken werd door onder meer de directeur van de Zonnehof Paul Coumans genegeerd; c) bij een volgende gelegenheid is in 2003 de clausule over de T-Collectie uit de overeenkomst geschrapt.

3. Onder meer uit het artikelAfscheid van het ‘eigen’ museum’ van 28 november 2011 in NRC blijkt dat de rol van toenmalig voorzitter van de Stichting Amersfoort-in-C Kees Spaan die ook voorzitter van de Armando Stichting was op z’n minst vragen oproept over dubbele petten. NRC: ‘Kees Spaan, voorzitter van de stichting Amersfoort in C die de gemeentelijke cultuursubsidies verdeelt: „De kaasschaaf was uitgewerkt. Kiezen dus.” Onder de stichting vallen naast het Armando Museum ook het Museum Flehite, het Mondriaanhuis en kunsthal KAdE. Een van de vier moest verdwijnen. Het werd het Armando Museum.’ Welke rol speelde Spaan in welke functie? Deed hij alle moeite om als voorzitter van Amersfoort-in-C in lijn met de overeenkomst van 1998 het Armando Museum in Amersfoort te houden of lobbyde hij in Amersfoort en Utrecht voor de verhuizing van het Armando Museum naar Oud Amelisweerd? Spaan staat niet bekend als makkelijk en diplomatiek wat onder meer in 2012 uit zijn reactie op mijn blog bleek toen hij me van misleiding van de publieke opinie betichtte.

4. Het is de vraag of de 21 werken van Armando in het bezit van de gemeente Amersfoort zoveel waard zijn als beweerd wordt. Buiten Nederland brengen ze minder op dan de galerieprijs en binnen Nederland lijkt de markt voor deze nieuwe schilderijen van Armando verzadigd. Amersfoort moet zich maar niet rijk rekenen.

5. Eric van der Velden heeft gelijk dat Amersfoort de afgelopen 10 jaar slecht is omgegaan Armando’s erfenis. Het gemeentebestuur bezondigde zich aan onzorgvuldig bestuur door na de brand in de Elleboogkerk in 2007 de overeenkomst uit 1998 eenzijdig op te zeggen. Het openbaar bestuur van Amersfoort heeft zo sterk aan geloofwaardigheid en vertrouwen verloren. Nog steeds is niet duidelijk gemaakt welke rol enkele betrokkenen in de private sfeer van de Armando Stichting en het Armando Museum speelden, hoe hun persoonlijk belang (carrière, geldingsdrang) meespeelde in de verhuizing van het Armando Museum naar Oud Amelisweerd en waarom de verantwoordelijke bestuurders van Utrecht en Amersfoort niet meer ruggengraat toonden. Het moet een kolfje naar de hand van de journalisten van De Stadsbron zijn om dat eens tot op de bodem uit te zoeken. Onder de voorwaarde dat ze hun vaste bronnen uit cultureel Amersfoort deze keer niet vanzelfsprekend op hun woord dienen te geloven, maar ze vooral naar hun dubbele agenda moeten vragen.

Foto: Armando. ’10 zwarte bouten’ (1961). Opgenomen in de collectie van het Kröller-Müller Museum.