George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Utrecht

Waarom doet gemeentebestuur Utrecht weinig tegen verrommeling van binnenstad en omringende wijken? GroenLinks heeft kritiek

with 2 comments

Een artikel in DUIC (De Utrechtse Internet Courant) over fietsen in stegen in de Utrechtse binnenstad. Een raadslid van GroenLinks heeft er kritiek op. Terechte kritiek. Het gemeentebestuur treedt onvoldoende op en neemt weinig initiatieven. Waarom dat zo is kan men zich afvragen voor wie de chaos en de drukte ziet toenemen. Mijn reactie, ook als inwoner van de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan de binnenstad grenst:

De binnenstad en omringende wijken als Wittevrouwen slippen dicht met geparkeerde fietsen. Er is soms geen doorkomen meer aan. Een gigantische verandering met nog niet eens zolang geleden. Daarnaast is het aantal terrassen van café’s, restaurants en koffietentjes exponentieel gegroeid de afgelopen jaren. Ook dat belemmert vaak een vrije doorgang. De stad verrommelt voorbij een kritische grens.

Voeg daarbij het groeiend aantal toeristen dat aangetrokken wordt door de etages en woningen die aan de woningvoorraad onttrokken worden en omgekat worden voor verhuur via Airbnb. Ook dat zet in hoog tempo oude vanzelfsprekendheden bij het oud vuil. Residentiële buurten buiten de binnenstad beginnen steeds meer op de binnenstad te lijken. Onderscheid in functies vervaagt.

Kortom, de toenemende druk op de binnenstad en de omringende wijken is een veelgelaagd en complex probleem. Het gaat mis omdat delen van de publieke ruimte geprivatiseerd worden zonder dat dit ten volle beseft wordt. Of wat erger is: oogluikend wordt toegestaan. Zonder dat het gemeentebestuur er een overtuigende visie op ontwikkelt, laat staan doelmatig en krachtig optreedt tegen de uitwassen ervan.

Het gemeentebestuur laat de bewoners van de binnenstad en omringende wijken in de steek. Het college laat feitelijk ook de toeristen die aangetrokken worden door Utrecht als compacte en rustige stad in de steek. Ze vinden immers niet meer wat hun voorgespiegeld wordt.

Door het gebrek aan regie van het gemeentebestuur kiest Utrecht niet voor kwaliteit, maar voor kwantiteit. De indruk ontstaat dat het gemeentebestuur niet kiest -of door een principiële keuze uit de weg te gaan- voor ‘less is more’, maar voor ‘more is less’.

Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.

Het gemeentebestuur moet leren hoe het niet moet door naar Amsterdam te kijken. Of andere steden als Venetië waar de druk van toerisme, horeca en bewoners tot onleefbaarheid leidt. Moet het in Utrecht zover komen als in Amsterdam waar bewoners dreigen de rolkoffers van de Airbnb-toeristen in de gracht te kieperen? Omdat ze het zat zijn dat anderen profiteren en zij de lasten dragen. Sommige Amsterdammers beginnen zich een vreemde in eigen stad te voelen. Laat dat een waarschuwing zijn voor het Utrechtse gemeentebestuur.

Zover moet het in Utrecht niet komen. Buiten het hoogseizoen en door de week is Utrecht nog steeds een aangename stad. Maar die momenten worden spaarzamer. Het hoogseizoen wordt langer en het weekend wordt opgerekt door de sectoren die daar belang bij hebben en begint steeds eerder.

De groei van het toerisme moet afgeremd worden. De groei van de horeca moet afgeremd worden. De groei van Airbnb op buurtniveau moet afgeremd worden, Door een veel en veel strengere handhaving dan nu moeten de binnenstad en de omringende wijken weer beter begaanbaar en visueel aantrekkelijker worden. De apathie van de gemeente is storend. GroenLinks wees er onlangs op in raadsvragen. Dat is een begin van nadenken over de toekomst van de Utrechtse binnenstad en de omringende wijken. Maar er is veel meer nodig.

Het Utrechtse gemeentebestuur van D66, GroenLinks, VVD en SP kan veel krachtdadiger optreden in het beschermen van de publieke ruimte dan dat het op dit moment doet. Het is mogelijk dat dat gebrek aan krachtdadigheid komt door verdeeldheid of uiteenlopende belangen tussen partijen (VVD-D66 tegenover GroenLinks-SP?), maar het gemeentebestuur moet beseffen dat het op dit moment te weinig doet om de binnenstad en de omringende wijken voor de eigen bevolking te behouden.

Politiek is machtsdeling door het afwegen en vertegenwoordigen van belangen. Als steeds meer bewoners vinden dat lokale politici die afweging slecht maken en bepaalde belangen te veel of andere te weinig behartigen, dan is dat schadelijk voor het vertrouwen in de lokale politiek.

Om geloofwaardig te zijn moet politiek evenwichtig, eerlijk, open en krachtig optreden. Als het dat niet doet dan ontstaat het idee dat een gemeentebestuur door teveel op de handen te blijven zitten belangen dient waarover het geen verantwoording kan en wil afleggen. Zodat dat in de plaats komt van een inhoudelijk debat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGroenLinks: ‘Maak steegjes TivoliVredenburg levendig’’ in DUIC, 19 juni 2017.

Bij twee foto’s van F.F. van der Werf, 1930-1935

leave a comment »

Foto’s van de Utrechtse fotograaf Frans Ferdinand van der Werf. De bovenste is getiteld ‘Afbeelding van een vrouw met een handkar met fruit op de Oudegracht te Utrecht’ en is gedateerd tussen 1930 en 1935. Het ziet er kunstvol uit. De vrouw rolt met haar kar over de stenen van de Oudegracht, een heer met bolhoed en wandelstok wandelt en de zon geeft tegenlicht. Het zou Parijs, 1900 kunnen zijn. De tijd is niet alleen even stilgezet, maar lijkt teruggedraaid. De onderste foto heet ‘Gezicht in de Korte Jansstraat te Utrecht met op de achtergrond de Domstraat’ en dateert uit 1932. Opnieuw een studie-achtige foto die het licht verkent en de stad als een coulisselandschap onthult. Op de achtergrond doemt als een berg schimachtig de Domkerk op. Eén van de fietsers kijkt achterom richting Janskerkhof, richting fotograaf. Het is niet ongemerkt gebleven.

Foto 1: F.F. van der Werf, Afbeelding van een vrouw met een handkar met fruit op de Oudegracht te Utrecht, 1930-1935. Collectie: Het Utrechts Archief.

Foto 2: F.F. van der Werf, Gezicht in de Korte Jansstraat te Utrecht met op de achtergrond de Domstraat1932. Collectie: Het Utrechts Archief.

Written by George Knight

18 juni 2017 at 11:23

Directeur MOA bespeelt de Utrechtse raad met ongegronde claims en onnauwkeurigheden

with one comment

Volgens de Museumcijfers 2015 van de NMV hebben Nederlandse musea gemiddeld 47% eigen inkomsten. En dus 53% subsidie. Directeur Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd (MOA) zegt in een interview met Utrecht.nieuws.nl dat haar museum over 2016 75% eigen inkomsten had. Of preciezer gezegd beweert ze dat het museum in 2016 ’75 procent van onze kosten zelf heeft terugverdiend’.  Dat is een opvallend hoog cijfer. Het zou een unicum zijn in Nederland. De bewering valt echter op dit moment niet te controleren omdat de jaarrekening 2016 nog niet is gepubliceerd. Volgens de Publicatieverplichting van de ANBI moet een jaarrekening op uiterlijk 1 juli van het volgende jaar gepubliceerd zijn. Aan de hand van de jaarrekening 2015 van het MOA (zie bovenstaande tabel) is wel na te gaan of de claim van directeur Ploum klopt.

Ter oriëntatie: Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam met een een groter aantal bezoekers en meer inkomsten uit entreegelden, een zelfstandige en eigen horeca (in vergelijking met de aparte De Veldkeuken) en een uitgebreide fondsenwervings- en hospitalityafdeling had volgens het jaarverslag 2015 51,6% aan eigen inkomsten. Hoe het MOA zonder dat alles tot 75% eigen inkomsten kan komen is de vraag.

De totale kosten in 2015 bedroegen € 652.745. Als de claim van Ploum klopt, dan zouden de 75% eigen inkomsten € 489.000 moeten bedragen. Onder eigen inkomsten worden doorgaans inkomsten uit Entree, Sponsoring, Horeca en winkel, Giften en Private fondsen verstaan. Omdat de jaarrekening 2015 geen verdeling in eigen inkomsten maakt is dit niet inzichtelijk gemaakt. De accountsverklaring bij de jaarrekening 2015 geeft duidelijkheid en zegt het onderstaande. Gelden die hoofdzakelijk bestaan uit subsidies worden niet als subsidie opgevat. Het kan gerechtvaardigd zijn om ze aan de baten toe te voegen, maar daarmee blijven het wel subsidies die niet opgevat kunnen worden als eigen inkomsten. Daarom klopt voor 2015 de claim van directeur Ploum niet dat het MOA 75% van de kosten terugverdient. Want € 100.000 subsidie opgeteld bij het merendeel van de € 189.170 komt tot een percentage dat over 2015 leidt tot een percentage van hooguit 60% eigen inkomsten. Op voorwaarde dat de rest van de baten als eigen inkomsten gerekend kan worden.

Inkomsten zijn niet het hele verhaal omdat het de financiële positie van het museum buiten beschouwing laat. Het MOA heeft zich in de schulden gestoken met een lening van de provincie Utrecht van €160.000 die eind 2021 moet worden terugbetaald. De positie wordt er in 2021 slechter op als de Amersfoortse bruidsschat van jaarlijks € 75.000 eindigt. Sinds 2014 heeft het MOA nog geen enkel jaar afgesloten met een positief saldo.

Ploum geeft nog twee onnauwkeurigheden waarvan ze kan weten dat die anders luiden. Haar interpretatie van de ‘misgelopen’ subsidie van € 75.000 door een adviescommissie naar aanleiding van het cultuurconvenant 2017-2020 is om twee redenen onjuist. Ten eerste valt het MOA dat in de gemeente Bunnik gevestigd is om formele redenen buiten de voorwaarden van cultuursubsidies van de gemeente Utrecht. Ten tweede is Ploums redenering warrig als ze verwijst naar een motie uit 2012 die het gemeentebestuur opdraagt geen bijdrage aan de exploitatie van het MOA te verlenen. Zelfs als het college dat zou willen, dan kan het dat volgens vastgelegde afspraken niet doen. In antwoord op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) herhaalde het college dat in maart 2016 bij vraag 8: ‘Het college heeft toen bij monde van de wethouder Cultuur aan de gemeenteraad toegezegd dat de gemeente geen subsidie zal verlenen in de exploitatie van het museum. (..) Wij houden vast aan het bestuurlijke standpunt dat bij de informatie aan de gemeenteraad in 2011 en vervolgens bij de kredietaanvraag Museum Oud Amelisweerd (juni 2012) is geformuleerd: de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie. Wanneer op termijn blijkt dat Museum Oud Amelisweerd qua financiële exploitatie niet haalbaar is zal de gemeente een nieuwe bestemming kiezen.’

Over het scenario uit het rapport Van der Vossen zegt Ploum dat het alternatief voor het MOA de openstelling van 10 dagen per jaar onder de hoede van het Centraal Museum is. De variant B2: ‘Light-versie’. Maar zij gaat hiermee voorbij aan variant B1: ‘Integrale versie’ waarvan Van der Vossen zegt: ‘Er zal sprake zijn van programmering gedurende de aantrekkelijke seizoenen, in het totaal ca. 7 maanden per jaar. Werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder regie van het CM.’ (NB: Dit staat los van het voorstel van het college in de Voorjaarsnota 2017 om te kiezen tussen scenario CM light en MOA Aangescherpt. De raad kan het initiatief nemen om er een eigen voorstel tegenover te zetten). Het is een teruggang naar de oude situatie van voor 2012 toen het Centraal Museum landhuis Amelisweerd beheerde en er tentoonstellingen en evenementen organiseerde. Op 13 december 2011 is deze optie in een raadsbrief expliciet als ‘terugvaloptie’ benoemd als exploitant MOA haar ambitie niet waar zou kunnen maken. Alle opties worden geschat extra geld te kosten.

Hoe dan ook is de situatie van het MOA vanaf 2021 lastig als de Amersfoortse subsidie stopt en de provinciale lening van € 160.000 moet worden terugbetaald. Directeur Ploum speculeert erop dat de Utrechtse raad het MOA tot 2021 de tijd geeft. Daarin zou ze wel eens gelijk kunnen hebben. Want de meeste raadsleden en wethouders hebben geen politiek geheugen dat verder teruggaat dan vier jaar. Ze hebben geen idee wat er in 2011 en 2012 is besproken en welke principiële afspraken toen zijn gemaakt. Alleen de beleidsambtenaren hebben dat politiek en bestuurlijk geheugen nog. Maar zij beslissen niet. Daar speculeert directeur Ploum op.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van deel jaarrekening 2015 van het MOA.

College Utrecht wil rijksmonument Willibrordkerk verkopen aan conservatief-katholieke Pius X. Staat Utrechtse raad dit toe?

with 4 comments

Het is merkwaardig dat een met 8,5 miljoen euro gemeenschapsgeld gerestaureerd neogotisch rijksmonument in het centrum van Utrecht wordt geprivatiseerd. Dus onttrokken wordt aan het algemeen kunstbezit. Hoewel het openbaar toegankelijk blijft, maar wel onder de ideologische voorwaarden die de beoogde koper Priesterbroederschap Sint Pius X stelt. De afweging is of die voorwaarden aanvaardbaar zijn.

Hamvraag is of dit te rijmen valt met de open en tolerante sfeer van Utrecht als vrijzinnige stad waar D66 en GroenLinks de grootste partijen zijn. Het is merkwaardig dat het college geen andere bestemming voor dit monument weet te vinden. Is het wel actief de boer opgegaan? Zijn alle opties goed onderzocht? Hebben de verantwoordelijke wethouder en zijn ambtenaren wel hun best gedaan om de beste bestemming te vinden?

De aanpak van wethouder Kees Geldof (VVD) doet denken aan de exploitatie van landhuis Amelisweerd door de noodlijdende Stichting Museum Oud Amelisweerd. Het toenmalige gemeentebestuur kwam in 2011 door korte consultatie en verkokerd denken bij een exploitant uit -Armando Bureau- die zichzelf aangeboden had. In een vermenging van bestuur, politiek en private stichtingen werd toen niet verder gekeken. Er werd buiten de eigen ambtelijk-bestuurlijke omgeving niet gezocht naar andere exploitanten en nooit is goed onderzocht of nou de beste exploitant voor deze bestemming was gevonden. Hetzelfde lijkt nu opnieuw aan de orde.

Er is ook een verschil want de internationale Priesterbroederschap Sint Pius X is kapitaalkrachtig en weet geld aan te boren in Zwitserland en Frankrijk. Maar de vraag is of zo’n conservatieve koper in het centrum van de stad gewenst is. Het valt te vergelijken met islamitisch-fundamentalistiche stichtingen die in politieke standpunten haaks staan op de rechtsstaat. In steden als Rotterdam worden ze om die reden door de gemeente tegengewerkt om gebouwen te verwerven. Maar het Utrechtse gemeentebestuur ziet geen beletsel om de Priesterbroederschap Sint Pius X die van antisemitisme en Holocaust-ontkenning wordt beschuldigd als koper aan te wijzen. Dit vraagt op zijn minst om nader onderzoek over aard en karakter van de beoogde koper. Zelfs als de moederorganisatie projectmatig op afstand is gezet verandert dat het profiel ervan niet.

De vraag blijft onbeantwoord hoe het mogelijk is dat het gebouw van de St. Willibrordkerk door de gemeente Utrecht wordt verkocht aan een organisatie die geen van de hoofdstromen van de Utrechtse samenleving vertegenwoordigt. De projectmatige koper is de conservatief-katholieke Stichting Sint Jozef (SSJ) die onderdeel is van de Priesterbroederschap Sint Pius X die er weer een heiligdom van wil maken. Dat laatste is de kern.

In een raadsbrief wordt namens wethouder Geldof een voorbehoud gemaakt: ‘De SSJ garandeert in de overeenkomst dat het kerkgebouw gebruikt kan worden, voor zover niet in strijd met het kerkelijk gebruik’ en dan volgen potentiële gebruikers zoals Kerken Kijken Utrecht, Open Monumentendag, Culturele Zondagen en Festival Oude Muziek. Zo’n afspraak die Geldof maakt is vragen om grensgevechten vanwege het ideologische verschil van mening tussen het conservatief-katholieke gedachtengoed van de beoogde koper en de vrijzinnige en wereldse gebruikers van het monument. Het is een compromis waarvan Geldof bij voorbaat weet dat het problemen gaat opleveren. Maar het verschil is dat de Utrechtse raad nu is gewaarschuwd. In mei 2014 kon theatermaker Dries Verhoeven in de St. Willibrordkerk zijn project De Uitvaart realiseren, terwijl dat bij gebruik en eigendom door de Priesterbroederschap Sint Pius X of SSJ naar verwachting onmogelijk wordt. Vraag is of progressieve partijen als D66 of GroenLinks in de Utrechtse raad in kunnen stemmen met het idee een conservatief-katholieke stichting het laatste woord over het gebouw van de St. Willibrordkerk te gunnen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPius X neemt ondanks protest Willibrordkerk over’ in DUIC, 6 juni 2017.

Utrechtse Vredenburgplein: plek voor kunst. Succesvol project in de openbare ruimte?

with 3 comments

In een brief aan de Utrechtse raad informeert wethouder Victor Everhardt (D66) ‘over de voortgang van het traject ‘Kunst op het Vredenburgplein’ en de herinrichting van het plein’. Vijf kunstenaars zijn geselecteerd ‘door de kunstadviseurs van het Artistieke Team in samenwerking met een kunstbegeleidingsgroep (bewoners, (markt)ondernemers en andere gebruikers)’. Het zijn Krijn de Koning (Nederland, 1963), Jennifer Tee (Nederland, 1973), Inti Hernandez (Cuba, 1976), Lucas Lenglet (Nederland, 1972) en Jon Rafman (Canada, 1981). Everhardt is verantwoordelijk voor het stationsgebied en niet voor cultuur. Cultuurwethouder is Kees Diepeveen (GL). In het verlengde hiervan is de gemeente een publieksactie begonnen om dit project onder de aandacht te brengen. Ook niet-Utrechters met een email adres kunnen tot 19 juni een stem uitbrengen.

Kunst in de openbare ruimte is door de uiteenlopende belangen vaak een ongelukkige combinatie. Dat vertaalt zich in een stroperige besluitvorming met een groot aantal betrokkenen met uiteenlopende belangen. Dat maakt het in Nederland bijna onmogelijk om er een succes van te maken. Vaak wordt niet het artistiek beste project gekozen. En dit staat nog los van de voorselectie door een projectgroep waar economische, ruimtelijke en politieke belangen moeten worden afgewogen zonder dat dit in de openbaarheid komt.

Ook het Vredenburgplein als ‘Plek voor Kunst’ is een weerbarstig project. De aap komt uit de mouw in de randvoorwaarden die Everhardt in zijn brief schetst: ‘De opdrachtomschrijving (..) is afgestemd op de diverse randvoorwaarden die op het plein van toepassing zijn zoals het tijdig kunnen realiseren van 65 standplaatsen, 14 bomen en voldoende zitgelegenheid. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de markt, initiatiefnemers, ondernemers en aanwonenden.’ De kunstenaars zijn met deze opdracht aan handen en voeten gebonden en kunnen niet ‘royaal’ uitpakken. Door de randvoorwaarden wordt het kunstwerk bij voorbaat ingeperkt. Vooral in volume. Niet dat kunstenaars die in de openbare ruimte werken dit niet gewend zijn, maar als voorwaarden te beperkend zijn verschuift de aandacht naar de vraag welke belangen ermee gediend worden. Een en ander roept vooral de vraag op waarom niet voor een plek in het centrum van Utrecht is gekozen waar voorwaarden minder beperkend zijn en de kunstenaars beter kunnen uitpakken. Met een beter kunstwerk tot gevolg.

Daarbij komt dat op de ruimtelijk denkende Krijn de Koning na de geselecteerde kunstenaars als een vorm van micky mousing kiezen voor het vanzelfsprekende en dat herhalen. Ze verliezen zich in sociaal gerichte kunst die onnodig fragmenteert op een toch al zo lastig plein. Ze voegen geen extra dimensie (beeldbepalend, herkenbaarheid, architectonische stevigheid) toe aan de plek of durven daar haaks op te staan, maar herhalen wat het al is: een ontmoetingsplek. Daardoor verzuipt hun kunst in de plek tussen de bouwvolumes. De Koning valt te prijzen omdat hij er als enige naar streeft om een beeldend werk te maken dat de functie van de plek niet herhaalt, maar overstijgt. Maar ook hij heeft het te stellen met beperkende randvoorwaarden.

Stemmen kan hier tot en met 18 juni 2017.

DDS ontspoort met opinie-artikel over veiligheid Thierry Baudet

leave a comment »

Tim Engelbart is een productieve commentator voor DDS. Ook wel de Nederlandse Breitbart genoemd, de Amerikaanse alt-right nieuwssite. Engelbart haakt in op een aangekondigde demonstratie op 19 juni van de Utrechtse actiegroep ‘Utrecht voor Iedereen’ die voor de gelegenheid ‘Utrecht TEGEN Thierry Baudet’ genoemd is. In een commentaar besteedde ik er op 25 mei aandacht aan. Engelbart doet dat vandaag ook, maar begeeft zich op glad ijs door Baudets veiligheid centraal te stellen: ‘Nog even, en Baudet zal net zo beveiligd moeten worden als Geert Wilders. En dat gun je echt niemand, zelfs niet je grootste politieke tegenstander.’ Engelbart bewijst er Baudet geen dienst mee. Integendeel. In een reactie op DDS leg ik uit waarom Engelbart te ver gaat:

Pegida Nederland demonstreert. De Nederlandse Volks-Unie van Constant Kusters demonstreert. PVV-sympathisanten als Kimberley Hendriks demonstreren. In Nederland neemt bijna iedereen wel eens deel aan een demonstratie tegen iedereen. In Nederland is een demonstratie folklore, marketing, calvinistische gestrengheid en politiek tegelijk. Niemand die een demonstratie merkwaardig vindt en daar nog echt van opkijkt. Op Tim Engelbart na dan.

Waar Engelbart vandaan haalt dat de Utrechtse demonstratie tegen Baudet bedoeld is om de boel te verstoren is onduidelijk. Het wordt door de initiatiefnemers in hun uitingen op sociale media niet gezegd. Het valt dan ook in de categorie stemmingmakerij. De demonstratie is bedoeld als politiek protest tegen Forum voor Democratie en partijprominent Thierry Baudet. Niks bijzonders. Het past in de Nederlandse traditie van protest en anti-protest. Een grondrecht. Als ventiel voor maatschappelijk ongenoegen. Het is merkwaardig als een politiek commentator als Engelbart net doet alsof hij dat principe niet begrijpt.

Behalve wat gespeelde onschuld en naïviteit, het bewust verkeerd weergeven van de positie van de Utrechtse actiegroep en de gebruikelijke rechts-radicale stellingname is er weinig bijzonders aan dit 13 in een dozijn verhaal van Engelbart. Het is allemaal netjes en beschaafd, en vooral voorspelbaar en saai. Men kan vooraf uittekenen wat Engelbart met voorbijgaan aan de feiten zal gaan zeggen.

Op een aspect na dan. Want Engelbarts commentaar is toch bijzonder. Hij begeeft zich namelijk op een hellend vlak door het te hebben over de veiligheid van Baudet en diens beveiliging. Het is een stilzwijgende afspraak in politiek en journalistiek om dit aspect in de openbaarheid niet ter discussie te stellen. Waarom? Omdat het mensen op verkeerde gedachten kan brengen. Over beveiliging van politici praat men liever niet. En zeker niet op de manier waarop Engelbart het doet. Hij stookt het vuurtje op.

Met dit commentaar dat in de titel verwijst naar Wilders en beveiliging dreigt het risico dat Engelbart iets oproept dat hij zegt te willen bezweren. Hoe oprecht Engelbart hierover is valt niet goed vast te stellen. Hij begeeft zich met dit commentaar op glad ijs. Engelbart bewijst Baudet hiermee geen dienst. Integendeel, hij brengt Baudet ermee in gevaar. Dat zou hij niet moeten doen.

Er is geen aanwijzing voor dat de Utrechtse activisten tegen Baudet een gevaar voor diens leven vormen of het zelfs gemunt zouden hebben op diens leven. Maar anderen kunnen door Engelbarts commentaar geprikkeld worden om het karwei af te maken waar hij op wijst.

Engelbart vergaloppeert zich met dit commentaar omdat hij er Baudet mee in gevaar brengt. Hij moet beter nadenken over hoe hij met zijn activistische journalistiek de promotie van Forum voor Democratie en Baudet het beste dient. Niet door vijandbeelden op te tuigen en onder het mom van ‘geen rook zonder vuur’ stropoppen in brand te steken waarvan hij de gevolgen niet kan overzien. Engelbart speelt met vuur in zijn commentaar ten koste van de veiligheid van Thierry Baudet.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNog even, en Thierry Baudet moet net zo beveiligd worden als Geert Wilders’ van Tim Engelbart op DDS (De Dagelijkse Standaard), 27 mei 2017.

DUIC geeft onvolledige voorstelling van zaken over Museum Oud Amelisweerd

leave a comment »

Daar gaat het weer. Een artikel vol gaten in de Utrechtse internetkrant DUIC van een journalist die het ongetwijfeld goed meent, maar zich laat gebruiken. Dat vraagt om een weerwoord. Journalistiek kan maar beter niet gekleurd en onvolledig zijn. Juist in deze kwestie is dat een constante sinds 2010. Mijn reactie:

Tja, waar te beginnen? Dat Museum Oud Amelisweerd in Bunnik is gelegen en dat de gemeente Utrecht het niet eens subsidie zou kunnen geven als het dat zou willen omdat de voorwaarden dat niet toestaan? Raadslid en VVD’er André van Schie heeft daar nog recent op gewezen. Of dat de restauratie van het landhuis Oud Amelisweerd door de toenmalige beheerder Centraal Museum in de jaren ’90 op de rails is gezet en dat de huidige exploitant daar nu de vruchten van plukt? En die zelfs publicitair opeist? Tja, marketing, zo werkt dat blijkbaar voor wie de voorgeschiedenis onvoldoende kent.

Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. En de vooruitzichten voor de jaren vanaf 2021 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro door deze exploitant moet worden terugbetaald zijn eerder slechter dan beter. Toch meende het bestuur van de Stichting MOA geld uit de markt te kunnen halen. Maar dat is nooit gelukt.

Armando? Mw. Ploum heeft jarenlang in ontelbare interviews gerept over de drieslag landhuis/ensemble- Chinees behang – Armando die elkaar zou versterken. Weinig museummensen of kunsthistorici die het geloofden. Oud-hoofdconservator SM en vriend van Armando Rini Dippel vond het een kulverhaal, maar goed het was ‘een verhaal’ als onderdeel van de marketing. En nu Armando afstand neemt van het MOA -omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de levensvatbaarheid ervan- zou er niets veranderen? Ok, een ander verhaal uit de hoge hoed getoverd. Maar is dat nog geloofwaardig voor Utrechtse raadsleden die het willen doorgronden en die prijs stellen op consistentie? Nee.

De auteur geeft een verkeerde voorstelling van zaken of laat zich naïef wat op de mouw spelden door mw. Ploum als hij zich begeeft in een inschatting van de scenario’s. Want het rapport van Gert-Jan van der Vossen kent ook de optie scenario B1: integrale variant waarbij het landhuis Oud-Amelisweerd 7 maanden open is. Logisch, hiermee wordt een weeffout van het MOA hersteld. Want de zomerresidentie is qua klimatisering niet toegerust op de wintermaanden. De auteur laat deze variant B1 om onverklaarbare redenen ongenoemd. Hij gaat alleen in op de light versie. Heeft hij zich wel geïnformeerd en weet hij eigenlijk wel waarover hij praat? Het lijkt er niet op.

De integrale variant B1 is een vervolg en directe vertaling van een raadsbrief van 13 december 2011 met een ‘terugvaloptie’. Dat werd in die brief genoemd indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zouden zijn. Anders gezegd, dit is de bestuurlijk correcte variant waar de Utrechtse raad zich aan te houden heeft als het voldoende politiek geheugen heeft en de eigen besluitvorming volgt.

Dat lijkt aan de orde nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd sinds de opening nog geen enkele keer zwarte cijfers heeft geschreven. En het jaarlijkse exploitatietekort is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die naar buiten wordt gebracht. Die brief schetst voor het vervolg een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Van der Vossen benoemt dat zonder verwijzing naar die bestuurlijke voorgeschiedenis als optie B1. Het is veelzeggend dat Ploum daaraan voorbijgaat en een journalist met een onzinverhaal het bos in stuurt.

Het is te hopen dat zowel het Utrechtse gemeentebestuur als de raad zich goed informeren en een besluit nemen dat rekening houdt met de voorgeschiedenis en de levensvatbaarheid voor de toekomst. Doormodderen kan en is een optie, maar niet in te zien valt wat daar nou echt mee te winnen valt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelMuseum Oud Amelisweerd: zo lang er hoop is, is er leven!’ van Marcel Gieling in DUIC, 26 mei 2017.