George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Utrecht

Heeft Nederland ruggengraat om te strijden tegen alcoholisme?

with 2 comments

Dit journaal-item van de Franse publieke omroep ORTF uit 1972 stemt tot nadenken over hoeveel ruimte de Nederlandse lokale politiek nu aan de horeca geeft. Het gaat erover dat er te veel bistro’s zijn. Dat zou de strijd tegen het alcoholisme bemoeilijken. Een nieuw prefectureel decreet beoogt, zo stelt de reportage, om de afstand tussen cafés in Parijs te beperken met een minimale afstand van 75 meter. Wie Paris kent weet dat dat nooit doorgevoerd is. Sinds 1955 kent Frankrijk wel de wet Débré die zegt dat er geen bistro’s kunnen worden gevestigd in de buurt van scholen, stadions, ziekenhuizen, kerken, begraafplaatsen en gevangenissen.

Wie in Nederland afgelopen maanden de plannen langs heeft zien komen van gemeenteraden die over elkaar heen buitelden in hun onderhorige bereidheid om de horeca die door COVID-19 in economische problemen is gekomen tegemoet te komen met grote terrassen, beseft hoe economische argumenten het hebben gewonnen van argumenten over volksgezondheid. Dat op zich is nog niet eens zo verwonderlijk in een samenleving die steeds sterker is gericht op behoeftenbevrediging en genotzucht. Dit journaal-item uit 1972 doet beseffen dat in het recente debat over horeca en de uitbreiding van terrassen in binnensteden dat aspect van alcoholisme en volksgezondheid volledig ontbrak. Dat is verwonderlijk. Vooral omdat Nederland met COVID-19 een stevige gezondheidscrisis voor de kiezen kreeg en blijkbaar de economisch gevolgen ervan wegberedeneert door een ander aspect dat de volksgezondheid bedreigt ongeclausuleerd alle ruimte te geven: alcoholisme.

Utrecht moet Oud Amelisweerd weghalen uit greep gemeentelijke organisatie en buitenstaanders betrekken bij een oplossing

with one comment

Landhuis Oud Amelisweerd kan vergeleken worden met een apparaat dat goedkoop is in de aanschaf, maar duur in het gebruik. Het is betrekkelijk makkelijk om erin te stappen, maar bijna onmogelijk om de exploitatie rond te krijgen. Dat heeft ermee te maken dat het om een rijksmonument gaat dat kwetsbaar antiek Chinees behang bevat en door de klimatisering beperkende voorwaarden stelt aan de bedrijfsvoering. Daarnaast is het landhuis tamelijk excentrisch gelegen in een bos aan de rand van Bunnik, en niet makkelijk bereikbaar.

In een commentaar van 22 december 2019 deed ik een voorstel voor een permanente invulling. Dat had als uitgangspunt de Atlas Munnicks van Cleeff en de eigenaar ervan, de Utrechtse ondernemer John Fentener van Vlissingen. Mijn conclusie is dat het recente verleden met de Stichting Museum Oud Amelisweerd (in de wandeling het Armando Museum of MOA geheten) aantoont dat er een externe dynamiek nodig is om de patstelling te doorbreken die al sinds 2012 bestaat. Toen besloot de Utrechtse raad dat er geen euro in de exploitatie (van de toenmalige huurder) gestoken mocht worden. Dat is een extra beperkende voorwaarde voor de bedrijfsvoering. Het MOA kon tegen de beloftes in geen weerstandsvermogen opbouwen en liep continu achter de feiten aan. Het teerde op een snel opdrogend krediet van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort en een lening van de provincie Utrecht en kon in geen enkel jaar in de buurt van een positief saldo komen. In de Amersfoortse raad wordt de oproep van enkele oppositiepartijen voor een onderzoek naar de financiële en politieke verwikkelingen door het college naast zich neergelegd. In de Utrechtse raad is het nog stiller, daar valt tot nu toe geen enkele ambitie te erkennen om te leren van de mislukking van het MOA.

Hoe dan ook is in de gemeente Utrecht (dat eigenaar is van landhuis Oud Amelisweerd) een integraal plan nodig dat lering trekt uit het falen van het MOA en de constatering dat een tijdelijke bestemming van een pop-up museum evenmin soelaas biedt. Randvoorwaarde daarvan is hoe dan ook een ‘duurzame openstelling van het landhuis voor publiek’ zoals André van Schie (VVD) en Aline Knip (D66) in een aangenomen motie uit 2017 formuleerden. Verstandig lijkt het om in te zetten op een structurele oplossing die verder kijkt dan een tijdelijke oplossing. Dat laatste heeft immers als nadeel dat het om de paar jaar voor politieke stress zorgt.

Naast de weeffout van een landhuis dat duur is in de exploitatie is er nog een bestuurlijke weeffout waardoor Oud Amelisweerd niet van de grond komt. Het beheer is in handen van de Utrechtse Vastgoed Organisatie (UVO) die een dominante greep heeft op Oud Amelisweerd. Dat is ongewenst. Het is ook onlogisch omdat de UVO zeker de verdienste heeft dat het de restauratie van Oud Amelisweerd in goede banen heeft geleid, maar die fase is voorbij. De blijvende greep van de UVO verklaart waarom dit dossier in de afgelopen 10 jaar wat het vinden van een geschikte huurder betreft zo amateuristisch is behandeld met teleurstellende resultaten. Tegelijk geeft dit de mogelijkheid om het beter te doen. Dat geeft hoop. Oud Amelisweerd moet uit de greep van de UVO gehaald worden. Zeker waar het de niet-bouwkundige aspecten bevat. Het debat over een nieuwe bestemming van Oud Amelisweerd moet niet gedomineerd worden door bouwkundigen of makelaars, maar door museale experts met contacten in de museumsector en kennis over de exploitatie van een museum.

Hoe dan ook moet er een dynamiek ontstaan zodat de UVO een stap terug doet en museale expertise in huis gehaald worden om een nieuwe huurder te vinden. Dat had al in 2010 moeten gebeuren en is toen niet gebeurd, maar het merkwaardige is dat dit na talloze waarschuwingen en ontsporingen nog steeds niet is gebeurd. Dat gaat de richting op van onzorgvuldig bestuur van de gemeente Utrecht of van grandioze desinteresse. Wethouders werken langs elkaar heen en de Cultuurwethouder zit niet in de bestuurdersstoel.

Vraag is hoe die dynamiek omgebogen kan worden. Op 1 september 2020 beëindigt Museum Huis Doorn de tijdelijke huur en staat Oud Amelisweerd weer leeg. Er moet in dit stadium niet zozeer op zoek gegaan worden naar een nieuwe huurder, maar naar een werkwijze om nieuwe huurders op een zorgvuldige wijze te selecteren en te toetsen, en er goede afspraken mee te maken. Want juist dat ontbreekt eraan. De UVO moet door het gemeentebestuur op afstand worden gezet. Rapporten over de verruiming van de exploitatie waaraan de UVO nu haar energie besteedt zijn niet alleen een bestuurlijke dwaalweg die een idee van daadkracht moeten geven, maar ook een doodlopende weg omdat het schrijven van meer rapporten niet is waar het om gaat. Daarbij vertraagt het de oplossing omdat anderen binnen de gemeentelijke organisatie zich daar weer achter verschuilen. Het is ook de vraag of het de taak van de UVO is om zich op een indirecte wijze met bouwkundige rapporten te begeven op museaal gebied waar het de nodige deskundigheid mist. Is het de makelaar die door de macht om de voorwaarden te mogen beschrijven een bestemming gaat bepalen?

De gemeente Utrecht doet er verstandig aan om te beginnen met een verkenning van de gewenste inhoud, zoals al in 2010 had moeten gebeuren. Aan de hand van interviews met inhoudelijke deskundigen uit de museumsector -conservatoren, directeuren en kunsthistorici- kan een shortlist worden opgesteld van mogelijke invullingen. Te denken valt aan een museum dat aansluit bij het Chinese behang, het landgoed, de historie van het landhuis of een andere permanente invulling die past bij landhuis, ensemble en plek.

Het is de hoogste tijd om het dossier Oud Amelisweerd dat nu al 10 jaar onevenredige aandacht vraagt en ondanks de goede investeringen van de gemeente Utrecht publicitair en cultureel slecht rendeert definitief vlot te trekken door samen met geloofwaardige en daadkrachtige partners te investeren in de inhoud. Het is bizar dat de UVO opgezadeld is met een taak waar het niet voor geëigend en op berekend is. Een parallel traject is de optie dat de gemeente Utrecht het landhuis overdraagt aan een instelling die betrokkenheid en expertise heeft in het beheer van museumhuizen. Zodat de gemeente verlost wordt van dit probleemdossier waar zo langzamerhand niemand binnen het gemeentebestuur nog zijn handen aan durft te branden.

Foto: Schilderijen van Robert Devriendt op tentoonstelling Mangistan van Centraal Museum in Oud Amelisweerd, 2001.

Utrechtse CDA’er zegt dat linkse of rechtse politiek niet meer bestaat

leave a comment »

Volgens de Utrechtse CDA’er Derk Boswijk is zijn partij niet links en niet rechts. Deze fractievoorzitter van het CDA in de Provinciale Staten van Utrecht gaat zelfs nog verder. De door hem geplaatste YouTube-video heeft als onderschrift: ‘Waarom Linkse of Rechtse politiek niet meer bestaat’. Dat is een bewering die dus volgens hem ook geldt voor andere partijen als de SP, PVV of FvD. Boswijk ziet deze partijen niet als representanten van linkse of rechtse politiek. Voor Boswijk is blijkbaar alle ideologie uit het openbaar bestuur verdwenen.

Boswijk ziet politiek als het pragmatisch oplossen van problemen, zonder dat partijen een eigen ideologie hebben waardoor ze nog van elkaar te onderscheiden zijn. Of dit valt uit zijn woorden af te leiden.

Boswijks claim dat het CDA links noch rechts is, is in strijd met de beeldvorming over het huidige CDA. Dat wordt als rechts gezien. De bandbreedte varieert van centrum-rechts tot rechts-conservatief, maar er zijn geen aanwijzingen om het huidige CDA als links of middenpartij te beschouwen. In de provincie Noord-Brabant smeedde het CDA samen met de rechtse VVD een coalitie met het radicaal-rechtse FvD. De voorzitter van de partij Rutger Ploum reageerde daar in mei 2020 op door landelijke samenwerking van het CDA met FvD af te wijzen omdat ‘meerdere uitspraken’ van Thierry Baudet ‘niet verenigbaar met de principes van het CDA’.

Interessant is wat de argumenten zijn voor Boswijks claim dat het CDA links noch rechts is. Hij stelt dat het CDA samenwerkt met links en met rechts. Maar dat is er nog geen weerlegging van dat het CDA rechts is of een onderbouwing van dat het CDA rechts noch links is. Zoals gezegd, elke politieke partij redeneert vanuit een beginselprogramma, een gedachtegoed, een ideologie of marketing die per definitie niet neutraal is.

Boswijk is zich onvoldoende bewust van de tegenstrijdigheid in zijn betoog als hij zegt dat het CDA ‘zeker geen linkse partij is’. Hoe dat samengaat met zijn bewering dat er geen linkse (en rechtse) politiek bestaat tekent de kwaliteit van zijn betoog. Hij raakt verstrikt in de claim dat er geen linkse of rechtse politiek bestaat die hij nodig heeft om zijn bewering te onderbouwen dat het CDA links nog rechts is. Die tweetrapsraket ontploft omdat hij zijn betoog te mooi wil maken. Dat is te hoog gegrepen voor deze Utrechtse CDA’er.

Written by George Knight

15 juni 2020 at 18:42

Onder het mom voor kunst in de openbare ruimte te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst

leave a comment »

In het berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht komen twee ontwikkelingen samen. De eerste is dat de partij ondervertegenwoordigd is in de grote steden en de randstad. Zo haalde het CDA in Utrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 5,34% en bij de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017 5,48% van de stemmen. Landelijk schommelt het CDA rond de 12,5%. De tweede is de publicitaire schade die het CDA ondervindt door het bestuursakkoord in de provinciale staten van Brabant met de VVD, FvD en Lokaal Brabant. In dat akkoord is de gedeputeerde voor cultuur geschrapt en wordt een geleidelijke afbouw van de cultuur-subsidie ‘richting het nieuwe normaal van na 2023’ ingezet. Het CDA wordt landelijk verantwoordelijk gehouden voor het uitkleden van kunst en cultuur in Brabant. Deze twee ontwikkelingen versterken elkaar.

Men kan zich voorstellen dat het CDA Utrecht deze ontwikkelingen wil keren. De beeldvorming is het CDA mede door zwak leiderschap niet gunstig gezind. De partij wordt steeds verder naar de marge gedrongen in de randstad en in het bolwerk Noord-Brabant waar het ooit de lakens uitdeelde zit het volgens die weergave onder de knoet van radicale boeren van de FDF, de machtige VVD en FvD. Het CDA heeft in de randstad de aantrekkingskracht van een partij die met gelikte vormgeving de inhoud probeert op te krikken. Hoe het CDA Utrecht vanuit die positie van zwakte reageert maakt het bericht ‘Kunst maakt mooier!’ inzichtelijk.

Fractiemedewerkster Marlijn heeft een tekst gemaakt over kunst in de openbare ruimte. Ze kan uitpakken met de titel ”Kunst maakt mooier!’. Het kan niet anders dan worden opgevat als een reactie op het slechte nieuws over het CDA Brabant dat de kunst om zeep helpt helpen. Aanleiding voor het bericht is dat ‘het plan voor kunst in de openbare ruimte voor de komende vier jaar’ binnenkort in de Utrechtse gemeenteraad wordt besproken. Maar de tekst bevat onnauwkeurigheden. Zo zegt het graag ideeën van inwoners te gebruiken. Voor kunst in de openbare ruimte is dat allang de procedure en wordt inwoners altijd inspraak gegeven. Het is er juist een reden voor dat zoveel van dit soort openbare ruimte-projecten de eindstreep niet of slechts gehavend halen. Marlijn citeert haar fractievoorzitter Sander van Waveren die ineens een andere invalshoek heeft. Hij breidt de inspraak uit naar ondernemers. Wat daar de logica van is wordt in de tekst niet uitgelegd.

Zo kabbelt het bericht verder. De ene na de andere open deur wordt opengetrapt. Zoals het citaat van Van Waveren ‘kunstwerken moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze staan’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Men zou bijna geneigd zijn om daar aan toe te voegen ‘raadsleden moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze opereren’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Doen de raadsleden van het CDA Utrecht dat? Deze afdeling heeft blijkbaar de missie om met dit bericht de negatieve beeldvorming van het CDA als anti-kunst partij te neutraliseren en zo de electorale aantrekkingskracht te vergroten.

De paradox is dat het CDA Utrecht met deze marketing het omgekeerde bereikt van wat het boogt. Hoe gretig de afdeling ook probeert, het accentueert vooral de eigen onoprechtheid. Want deze afdeling is het niet om de kunst te doen, maar om de eigen profilering waarbij kunst wordt gebruikt. Kunst staat te ver af van het CDA om deze partij daar een geloofwaardig pleidooi voor te kunnen laten houden. Het CDA Utrecht begrijpt niet dat het door kunst als iets voor te stellen dat mooi maakt, het die kunst inlijft, temt en onschadelijk maakt.

Daarnaast mist het CDA Utrecht door de populariserende toon waarmee het eenduidig voor de inwoners kiest de essentie van wat kunst in de openbare ruimte is: een wirwar van belangen en een punt van strijd. Oud-museumdirecteur en kunstcommentator Rudi Fuchs hield in 1998 in de Utrechtse Stadsschouwburg een lezing over kunst in de openbare ruimte, zoals dit verslag in Trouw samenvat. Fuchs’ kritiek van toen is achterhaald. Kunstenaars hebben inmiddels eerder te weinig dan te veel vrijheid bij het realiseren van projecten van kunst in de openbare ruimte. Ze worden door commissies van deskundigen, ambtenaren en burgers gestuurd, beperkt en doodgemaakt. Onder het mom voor de kunst te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht, 12 mei 2020.

Written by George Knight

13 mei 2020 at 13:24

Wat zegt het over de ambitie en intellectuele diepte van D66 dat het zich profileert met een pleidooi voor meer ruimte voor horeca?

with 3 comments

Mijn reactie bij de videoMeer ruimte voor Haarlemse horeca terrassen’ van D66 Haarlem van 9 mei 2020:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven als D66 zich wil profileren met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Ook in Utrecht pleitte onlangs een raadslid van D66 voor meer ruimte aan de horeca. Maarten Koning wil om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Alsof er geen andere afwegingen over volksgezondheid, rechten van de binnenstadsbewoners en andere economische activiteiten zijn. In Nijmegen was het D66-raadslid Toon van Gent die pleitte voor een soepele omgang met de regels en voorschriften over buitenterrassen. Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Hier kan niet anders dan een centrale regie vanuit D66 achter zitten. D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte afgelopen week in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie en de intellectuele diepte van het huidige D66.

Omdat D66-minister Van Engelshoven een teleurstelling is voor de kunstsector en een afknapper voor de kunstliefhebbers die op D66 stemden, kan deze politieke manoeuvre van D66 opgevat worden als voorsorteren op een nieuwe functie in het volgende kabinet. D66 claimt nu al het ministerschap voor Horeca. Dan kan het bier weer rijkelijk stromen zoals het dat in 1966 deed.

Anti-lockdown demonstranten zijn tegen. Een oplossing voor de bestrijding van het coronavirus bieden ze niet

with 2 comments

Het is onaardig om te zeggen, maar de demonstranten tegen de lockdown-maatregelen naar aanleiding van het coronavirus laten zich kennen als het afvalputje van de samenleving. Vandaag waren er in verschillende steden demonstraties, onder meer grootschalig in Den Haag, en kleinschaliger in Amsterdam en Utrecht. In Den Haag werden tientallen demonstranten gearresteerd. Het is onduidelijk wat ze willen. Behalve het tonen van ongenoegen over kwestie die niets met de oorzaak van het coronavirus te maken hebben. Zoals de 5G-technologie, vaccinaties of de NOS. Dat lijkt samen te gaan met een bundeling van ongenoegen en het idee achtergesteld te zijn. Opvallend is de samenstelling van het publiek dat demonstreert: wit en nationalistisch.

Bij de coronacrisis hangen volksgezondheid, economie en politiek nauw samen. De economie kan niet opstarten zonder dat de problemen van de volksgezondheid zijn aangepakt of verregaand ingeperkt. De politiek die niet eerst de problemen van volksgezondheid en economie oplost, maakt zichzelf overbodig. Want de meerderheid van de bevolking in allerlei landen beseft dat het niet achter volksmenners als president Trump of premier Boris Johnson aan moet lopen omdat zij niet het belang van hun burgers voorop zetten. In de VS en het VK zijn tot nu toe de meeste geregistreerde doden te tellen als gevolg van het coronavirus.

Op Transitieweb.nl reageerde ik vandaag op een artikel met de titel ‘Wereldwijd groeiend protest tegen de lockdown’ van Fred Teunissen. Opvallend is dat hij nattigheid voelt over zijn missie. Zijn sympathisanten doet hij een methode aan de hand om zijn bericht te delen op sociale media: ‘Dan is er kans op dat Big Brother tussenbeide komt en je waarschuwt voor ‘nepnieuws’. Plaats je de link toch, dan kunnen anderen die hem aanklikken ook zo’n waarschuwing krijgen. Dit is een vervelende vorm van intimidatie en censuur.’ Het is de wetmatigheid van de verspreiders van desinformatie dat ze het blokkeren van nepnieuws ‘censuur’ noemen en het verspreiden ervan ‘vrijheid’. Het wantrouwen, het misnoegen en het idee van achterstelling zijn immens.

Mijn reactie op Transitieweb ging over de bewering van Teunissen dat het middel van de lockdown honderd maal erger is dan de kwaal coronavirus. Ik ben het daar mee oneens en vroeg hem het volgende:

’In Nederland zijn er tot nu toe zo’n 5.000 geregistreerde doden als gevolg van het coronavirus. In de VS is het aantal geregistreerde doden als gevolg van het coronavirus opgelopen tot 70.000. En het einde is nog niet in zicht.

U zegt dat het middel van de lockdown honderd maal erger is dan de kwaal. U suggereert hiermee dat de lockdown in Nederland voor (een equivalent van) meer dan 500.000 en in de VS voor meer dan 7 miljoen doden zorgt.

Het is onduidelijk op welke omstandigheden u de conclusie baseert dat de lockdown honderd maal erger is dan het coronavirus. Kunt u dit toelichten?

Ter aanvulling: In de VS keert de rechtse gastheer van Fox News Sean Hannity zich inmiddels tegen de demonstranten die met wapens en paramilitaire kleding betogen tegen de lockdown. Hij zegt: ‘Kracht tonen is gevaarlijk. Dat brengt onze politie in gevaar. En trouwens, je bericht zal nooit worden gehoord, wie je ook bent. Niemand mag proberen ambtenaren te intimideren met een blijk van geweld.’’

Foto’s: Beelden van de demonstratie tegen de lockdown-maatregelen op het Plein in Den Haag op 5 mei 2020. Credits: ANP Niels Wenstedt.

D66 en VVD hebben niks geleerd van de coronacrisis. Ze willen straks van de binnenstad van Utrecht ‘één groot terras’ maken

with 5 comments

Mijn reactie bij de plaatsing van een artikel in het AD van 2 mei 2020 op de FB-pagina van de Binnenstadskrant Utrecht:

Krankzinnig plan. Dat de VVD er voor gaat om straks van de binnenstad één groot terras te maken is verklaarbaar, maar dat D66-raadslid Maarten Koning namens zijn partij dit zegt is onverklaarbaar. Is deze Koning weggelopen uit Het Bureau van Voskuil om in de Utrechtse binnenstad een experiment Nederlandse volkscultuur op te gaan zetten? De volkscultuur van lallen, hossen en slempen volgens D66?

Zeker hebben velen het zwaar door de coronacrisis. Ook kunstenaars, burgers en allerlei kleinere ondernemers. Maar om de binnenstad van Utrecht over te leveren aan de horeca en er één groot terras van te maken is buiten proportie. Want dat is Utrecht nooit geweest en behoort het evenmin te worden. De binnenstad is meer dan horeca alleen.

Is deze Maarten Koning idioot geworden? Het tekent de richtingloosheid en popularisering van D66 dat een raadslid van deze partij zoiets zegt. Hoe kan zo iemand als Maarten Koning in hemelsnaam lid worden van D66? Waarom pleit D66 er niet voor om van de binnenstad één groot theater of museum te maken?

De gemeente moet straks niet soepeler dan anders omgaan met het verlenen van vergunningen voor buitenterrassen. Blijkt straks dat Nederland niets geleerd heeft van de coronacrisis en zo snel mogelijk vervalt in oude gewoonten? Het valt te vrezen als het aan VVD en D66 ligt. Duidelijk is dat Maarten Koning niets, maar dan ook helemaal niets geleerd heeft van de coronacrisis, Hopelijk is hij een schande voor zijn partij, want dan zijn er in D66 nog anderen die genuanceerd denken. Aan Maarten Koning is dat niet besteed.

Foto: Deel van artikelBinnenstad mag deze zomer één terras worden’; D66 en VVD in Utrecht willen horeca alle ruimte geven’ in het AD, 2 mei 2020.

Written by George Knight

2 mei 2020 at 23:53

Kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit is de enige route naar een veilige, gastvrij en rendabele horeca. Een repliek op Erik de Kock

leave a comment »

Mijn reactie bij een opinie-artikel van horecaondernemer Erik de Kock op de FB-pagina van Misset Horeca:

Het duurt volgens de inschatting van deskundigen nog zeker 18 maanden voordat er een vaccin tegen het coronavirus is ontwikkeld en in gebruik kan worden genomen. Dat is nog de meest optimistische schatting. Dan praten we over september 2021. Het is zeer de vraag of de situatie in oktober 2021 al genormaliseerd is zoals het schema aangeeft.

Het artikel schetst een uitweg, maar het is de vraag hoe reëel dat is. Het lijkt eerder wensdenken dan realisme. Het betoog meent dat horeca-ondernemingen vanwege ‘smart distancing’ dat kan leiden tot een omzet van maximaal 50% en staatssteun het tot oktober 2021 financieel uit kunnen zingen. Het betoog stelt dat de branche de klap samen moet opvangen. Maar dat is de valkuil waar het betoog invalt.

Het is verstandiger voor de zwakkere ondernemingen in de branche om het verlies nu te nemen en hun zaak te sluiten omdat de vooruitzichten voor de komende 1,5 jaar slecht zijn. Dan kan de staat de sterkere horecazaken gerichter steunen met een combinatie van giften en leningen. Het is maatwerk om te bepalen wat het verschil tussen het kaf en het koren bepaalt. Maar een generieke maatregel die ook de zwakke ondernemingen steunt werkt tegen het belang van de horeca in.

Het begin van een oplossing voor de branche is het besef dat bij een reddingsprogramma niet de kwantiteit, maar de kwaliteit van de horeca uitgangspunt dient te zijn. In januari 2020 zei een woordvoerder van de Koninklijke Horeca Midden-Nederland over de situatie in Utrecht: ‘Onze leden geven aan dat er voldoende horeca in Utrecht is. Al die horeca leidt niet perse tot sterkere, maar juist tot zwakkere binnensteden. De totale omzet van een stad moet immers door méér horecaondernemers worden verdeeld’. Dat zal niet voor alle regio’s op dezelfde manier gelden, maar de tendens is duidelijk. Namelijk dat er eerder te veel dan te weinig horecaondernemingen in Nederland zijn. Daar leiden de goede zaken onder. De horeca zit op dit moment zichzelf in de weg.

Het betoog zoomt in op een microniveau en verliest het macroniveau uit het oog. Dat is begrijpelijk omdat het wordt beredeneerd vanuit het belang van een horecaondernemer. Het betoog spreekt zichzelf tegen als het terecht opmerkt dat het verdienmodel van de horeca de afgelopen tijd onder druk stond door de smalle winstmarges. Maar vervolgens schetst het een reddingsplan dat uitgaat van het herstel van de oude situatie. Dat is niet alleen niet logisch, het mist ook de kans om de branche als geheel te versterken en toekomstgericht te maken.

Het is in het belang van de branche dat zwakke ondernemingen verdwijnen, zodat de spoeling minder dun wordt. Het is ook in het belang van de legitimiteit van de branche dat werknemers beter betaald worden, vaste contracten hebben en beter opgeleid zijn. Een reddingsplan voor de branche dat uitgaat van kwaliteit zou moeten kijken wat een formule-zaak die onderdeel is van een inwisselbare keten onderscheidt van een karakteristieke zaak die uniek is. Of hoe de verschillende subcategorieën (restaurant, snackbar, café, lunchroom) in een bepaalde regio zijn verdeeld en hoe die verdeling evenwichtiger kan worden gemaakt. Dat dient de branche als geheel. Om die kwaliteitsslag van de horeca te helpen realiseren kan de staat om financiële steun worden gevraagd. Dat biedt de kans om definitief afstand te nemen van de wildgroei van de afgelopen jaren.

Het zou dus moeten gaan om een weging van keuzes die niet als doel hebben om zoveel mogelijk horecaondernemingen te redden en zoveel mogelijk laag betaalde banen van werknemers te behouden (waar het betoog op aanstuurt), maar om een kwaliteitsslag te maken naar kwalitatief betere horecaondernemingen die in evenwicht met elkaar zijn én een betere salariëring van het personeel. Dat is de duurzaamheid die de horecabranche toekomstgerichter en weerbaarder maakt en voorbereidt op toekomstige calamiteiten. Het is vaak gezegd, een crisis biedt kansen. Het betoog van de horecaondernemer gaat daar volledig aan voorbij door te kiezen voor een defensieve aanpak.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen van artikelDit is de route naar veilige, gastvrije en rendabele horeca’ van Erik de Kock, 26 april 2020 op Misset Horeca.

Written by George Knight

28 april 2020 at 14:27

Hoe noemen we een crisis met drinkende en zonnende mensen? De rechtse kerk reageert knorrig en kribbig

with 3 comments

Zijn Nederlanders verwend en kunnen ze niks meer hebben? Het lijkt er sterk op. Laten ze zich opjutten door zogenaamde opinieleiders? Daar begrijp ik niks van. Hoewel volgens de volkswijsheid Nederlanders altijd wat te klagen moeten hebben. Nou, dat hebben we de laatste maanden gemerkt. Vanmiddag liep ik langs het Griftpark en de singel in Utrecht. Overal spelende en zonnende mensen, bootjes op het water. De winkels zijn gewoon open. Onder voorwaarden is familiebezoek toegestaan. Wie niet beter zou weten, zou denken dat er geen sprake is van een crisis- of oorlogssituatie. Maar op sociale media of op de televisie is het gekanker niet van de lucht. Zelfbenoemde deskundigen grijpen de kans om kritiek te spuien op de maatregelen van het kabinet ook als dat niet hun expertise is. Dat dient hun profilering. Ja, inderdaad, een crisis biedt kansen voor de Jort Kelders en Thierry Baudets van deze wereld. Klagen en afkeuren lijkt het nieuwe normaal voor wie de talkshows op televisie volgt. Dat valt af te raden vanwege de echoënde herhaling, de verbolgenheid en de zure toon. Opvallend is dat die van rechts komt en niet van links. De rechtse kerk is knorrig en kribbig. De rechtse kerk moet wat te zeuren hebben. Uiteraard zijn er ontslagen werknemers en gaan ondernemers failliet. Dat is geen pretje. Dat is triest. Maar het geeft te denken dat sommigen die goed verdiend hebben nu ook zonder geld zitten. Hebben ze nooit de fabel van de krekel en de mier van Jean de la Fontaine begrepen? In de singel hoor ik nu een boot met dreunende muziek en drinkende mensen. Dit is hun crisis. Laat me niet lachen.

Foto: Sloep Huren Utrecht op Facebook, 12 april 2020. 

Pleidooi voor specifieke steun aan ondernemingen en instellingen vanwege de coronacrisis. Generieke steun is ongewenst en dom

with 2 comments

De coronacrisis biedt kansen om op te schonen. Dit is het moment om kwaliteit boven kwantiteit te stellen. Daarom moeten er geen generieke steunmaatregelen komen om horeca-ondernemingen, musea, toeristische ondernemingen, kapsalons, nagelstudio’s, cupcakewinkels en bedrijven in het algemeen te ondersteunen.

Zo zegt de Museumvereniging in een als waarschuwing en mobilisatie bedoeld bericht dat een kwart van de musea nog in 2020 dreigt te moeten sluiten vanwege de gevolgen van de coronacrisis. Vraag is hoe erg dat is en welke musea het betreft. Generieke steunmaatregelen voor de museumsector zijn politiek het makkelijkst te realiseren en liggen het minst gevoelig, maar het valt te bezien of de museumsector dat nodig heeft. De ambitie dient hoger te zijn dan dat. Gerichte steun aan specifieke musea verdient de aanbeveling. Want wat is er op tegen om 20% van de musea te sluiten, maar de kwaliteit van de museumsector als geheel te verhogen?

Dat geldt eveneens voor de horeca die het afgelopen decennium een wildgroei kende. Dat nieuwe normaal van ongebreidelde groei is bij nader inzien niet normaal, maar een valkuil voor de betreffende sector. Nu is het moment om dat te corrigeren. Zo waarschuwde de Koninklijke Horeca Midden-Nederland in januari 2020 voor de explosieve toename van horeca-ondernemingen in Utrecht: ‘Onze leden geven aan dat er voldoende horeca in Utrecht is. Al die horeca leidt niet perse tot sterkere, maar juist tot zwakkere binnensteden. De totale omzet van een stad moet immers door méér horecaondernemers worden verdeeld’. Dat geldt ook voor het toerisme, de nagelstudio’s, de kappers en al die onderneminkjes die het afgelopen decennium explosief zijn gegroeid zonder dat daar echt behoefte aan was en hun bestaan noodzakelijk is. Laat die onderneminkjes omvallen.

Bij de afweging om voor steunmaatregelen van de overheid in aanmerking te komen moet het voortbestaan niet leidend zijn maar de kwaliteit van het betreffende bedrijf of instelling in combinatie met de sterkte en de structuur van betreffende sector waarbinnen dat bedrijf of instelling opereert. Het vergt politieke moed op landelijk, regionaal en stedelijk niveau om extra voorwaarden van kwaliteit aan steun te stellen. Vermoedelijk ontbreekt die politieke moed. Laten we in elk geval beseffen dat het anders kan en zou moeten. Het bestaan van ondernemingen en instellingen is geen vanzelfsprekendheid en het geven van generieke steun is verkeerd in deze crisis die ten minste nog iets goeds biedt. Namelijk de kans om het kaf van het koren te scheiden.

Written by George Knight

9 april 2020 at 12:04

%d bloggers liken dit: