George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Utrecht

Open brief aan de Fietsersbond. Bewustwordingscampagne over geparkeerde fietsen gevraagd

with 3 comments

Geachte Fietsersbond Utrecht,
of wie hiervoor verantwoordelijk is,

Laatst is er in Utrecht een grote fietsenstalling geopend. Een goede zaak. Maar dat lijkt de bewustwording elders in de (binnen)stad om fietsen goed te parkeren niet op een hoger plan te brengen. Ik vraag me af of het een onderwerp is dat hoog op de agenda van de lokale of landelijke Fietsersbond staat. Het lijkt me belangrijk. Ik leg uit waarom ik dat vind.

Laatst was ik in het Duitse Münster dat een fietsstad en universiteitsstad bij uitstek is. Vergelijkbaar met Utrecht. Wat me opviel was dat de fietsen doordacht en doelmatig geparkeerd staan. Als het ware lepeltje-lepeltje. Tientallen meters lang. Hele straten kan men als voetganger ongehinderd passeren. Dus zo kan het ook. Waarom kan het niet in Utrecht of andere Nederlandse (studenten)steden?

Hoe anders is het namelijk in Utrecht. Ik woon in Wittevrouwen en kom fietsend of lopend vaak in de binnenstad. Sommige trottoirs zijn deels onbegaanbaar door slordig of onachtzaam en schots en scheef geparkeerde of neergegooide fietsen. Zoals het Jansveld. Fietsen staan niet in de beugels, maar ernaast. Fietsen staan niet in de vakken, maar ernaast. Zoals in de Voorstraat. Fietsen blokkeren in veel gevallen de doorgang voor voetgangers, inclusief gehandicapten en kinderwagens.

De Fietsersbond zou naar mijn mening een landelijke campagne moeten starten om de bewustwording bij fietsers te vergroten over de overlast van verkeerd geparkeerde fietsen. Ook om het maatschappelijke draagvlak voor de positie van fietsers en de Fietsersbond te behouden. En te bereiken dat de beschikbare parkeerruimte voor fietsen doelmatiger benut wordt.

Het kan best zo zijn dat er in de Nederlandse grote steden te weinig parkeerplekken zijn voor fietsen, maar dat is niet het hele verhaal. Het hele verhaal is dat veel fietsers onvoldoende lijken te beseffen dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben om fietsen op een passende manier te parkeren. Ze zijn niet de enige weggebruikers. Een verantwoordelijkheid die vele fietsers nu in onvoldoende mate nemen.

Het lijkt me een educatieve taak van de Fietsersbond om deze fietsers hierover voor te lichten, te adviseren en bewust te maken. Omdat ik afgelopen jaren in de publiciteit zo’n campagne gemist heb, neem ik aan dat zo’n campagne niet bestaat. Ik zou graag zien dat u dit aspect binnen uw organisatie bespreekt, het belang ervan gaat beseffen en afweegt of u er actie op ondernomen dient te worden.

Omdat u met zo’n bewustwordingsactie uw goede wil toont, in zekere zin de hand in eigen boezem durft te steken en uw eigen rol als bemiddelaar kunt benadrukken bij een publiek dat u nu mogelijk onvoldoende bereikt, kan dit bij openbaar bestuur en publiek positief uitpakken.

De Fietsersbond kan er publicitair sterker uitkomen. De overlast van geparkeerde fietsen kan er door afnemen. En uw rol bij het openbaar bestuur wordt gelaagder omdat u niet alleen maar vraagt, maar ook levert.

Verder lezen: Over de verrommeling van de publieke ruimte. Op de tekortschietende handhaving door de gemeente Utrecht is kritiek. Zie:
https://georgeknightlang.wordpress.com/2017/06/19/waarom-doet-gemeentebestuur-utrecht-weinig-tegen-verrommeling-van-binnenstad-en-omringende-wijken-groenlinks-heeft-kritiek/

Foto: ‘De Neude staat vaak vol met geparkeerde fietsen’ in DUIC, 2016.

Advertenties

Vulgarisering van dode kunstenaars: Rietveld, Mondriaan. Dansje van JB Productions en kunsthandel van het Stedelijk Museum

with 6 comments

Je zou maar kunstenaar of architect zijn met de naam Van Gogh, Mondriaan of Rietveld. Jaren na je dood wordt je ingezet voor marketing, stadspromotie, commerciële projecten of kunsthandel. Als koektrommel eindig je. Wie komt er in hemelsnaam op voor de nagedachtenis van dode kunstenaars? Ze zijn vogelvrij. Iedereen kan met hun roem aan de haal gaan. Dat JB Productions een graantje van een kleine duizend euro per optreden meepikt met ‘de Mondriaan danseressen’ die ‘een spetterend dansoptreden verzorgen’ met ‘de dansact volledig in de stijl van Mondriaan en met originele details uitgewerkt’ is nog onschuldig vermaak.

Maar wat te denken van de provincie Utrecht die de kunstenaars van De Stijl reduceert tot een merk van economie en toerisme? Of het Stedelijk Museum Amsterdam dat in 2016 een vervalste Mondriaan uitleende aan het Brusselse kunstencentrum Bozar, zoals uit een bericht van de NRC blijkt? De anonieme Zwitserse eigenaar is een kennis van Stedelijk-directeur Beatrix Ruf. Die eigenaar was er verschillende malen op gewezen dat het werk vals was. Betrapt, zei het Stedelijk afgelopen woensdag in een verklaring dat ‘de taak van een museum is om kunst te laten zien, niet om de authenticiteit van een werk te bepalen’. Werkelijk? Is het volgens het Stedelijk niet de taak van een museum dat bemiddelt bij bruikleenverkeer om in te staan voor authenticiteit? Het commentaar vanuit het Haags Gemeentemuseum (met expertise over Mondriaan) is dodelijk: ‘Wat betreft Mondriaan praat ik liever over de professionaliteit van het Haags Gemeentemuseum dan over het amateurisme bij het Stedelijk’. Is Beatrix Ruf wellicht bezig met een geheime operatie om criticasters als Rob van Koningsbruggen of Jan Christiaan Braun van munitie te voorzien? Met dank aan Piet Mondriaan.

Utrechtse raad kent debat over de eigen hapjes. Hoofdzaak is het gebrek aan principe

with 3 comments

Soms kan de politiek tot grote hoogten stijgen, maar soms ook tot grote diepten dalen. Neem nou een kwestie over het serveren van hapjes tijdens overleg in de Utrechtse raad. Vorige week diende de PvdD een motie in die werd aangenomen en het college oproept om ‘minimaal 50 procent vega(n) hapjes te serveren’. De VVD diende met verwijzing naar de eigen keuzevrijheid een tegenmotie in die het college opriep om af te zien van het instellen van een aandeel van minimaal 50 procent voor vegetarische hapjes. Behalve de VVD stemde geen enkele partij voor deze motie. In de publiciteit werd het afgedaan als een zeperd voor de Utrechtse VVD.

Wie verder nadenkt beseft dat beide moties en het debat schadelijk zijn voor de totale Utrechtse politiek en de mores in de raad. Het geldt ongetwijfeld voor meerdere gemeenten. De eerste vraag die zich aandient is waarom er tijdens werkzaamheden (gefrituurde) hapjes geserveerd moeten worden. Is dat normaal? Moet het openbaar bestuur niet het goede voorbeeld geven? De symboliek van de Utrechtse ‘bitterballenkwestie’ is veelzeggend. Niet omdat het een futiel onderwerp betreft, maar omdat het een opeenvolging van gemiste kansen is. De PvdD had zich principieel op kunnen stellen met een motie die vanwege de gezondheid en dierenwelzijn oproept af te zien van alle (borrel)hapjes. De VVD had zich principieel op kunnen stellen door af te zien van alle borrelhapjes omdat het voorzien erin geen basisvoorziening is en strijdig is met een kleinere overheid. Zo gaan partijen voorbij aan hun eigen principes en zijn zo gefocust op dat wat ze bij de ander als verkeerd menen te zien dat ze niet meer beseffen hoe ver ze afgedwaald zijn van wat ze zeggen zelf te zijn.

Een voorbeeld uit het nabije verleden ter verduidelijking. Tijdens de receptie ter gelegenheid van de installatie van burgemeester Henk Vonhoff  in 1974 was ik als dienstplichtig militair gelegerd in het toenmalige Militaire Hospitaal Dr. A. Mathijsen in Oog en Al. Met wat kameraden krijgen we het idee om de receptie te bezoeken. We waren immers ook inwoners van Utrecht. Maar de rode wijn proefde als druivensap. En was dat ook. Dat viel ons behoorlijk tegen. Dat was toen staand beleid. Het was de sfeer van de zestiger jaren die in 1974 een Utrechtse receptie bereikte. Het is nog steeds goed verdedigbaar het standpunt in te nemen dat het niet de taak van het openbaar bestuur is om in een niet besloten bijeenkomst voor het eigen personeel of bezoekers alcohol te schenken of borrelhapjes te serveren. Het is de vanzelfsprekendheid van een nabij verleden die nu onvoldoende beseft wordt. In elk geval niet in de Utrechtse raad. De denkwijze gaat voorbij aan het principe.

Written by George Knight

7 juli 2017 at 15:16

Utrechtse raad weet zich geen raad met MOA. Motie 111 over openstelling landhuis Oud Amelisweerd gaat problemen uit de weg

with 2 comments

Op donderdag 29 juni werd in de Utrechtse gemeenteraad gestemd over de moties bij de Voorjaarsnota. Doorgaans worden ze daarna op de gemeentesite snel online gezet, maar deze keer niet. Mede omdat er die avond sprake was van een storing op het netwerk van de gemeente. Ook raadsleden hadden de moties die tijdens die storing in behandeling waren genomen niet digitaal beschikbaar. Zo duurde het vier dagen voordat ze in de openbaarheid kwamen en pas op maandag 3 juli op de site van de gemeente Utrecht verschenen.

Deze vertraging is een punt van zorg omdat het sommigen de gelegenheid biedt de publiciteit op te zoeken en onder het mom ‘de eerste klap is een daalder waard’ de publieke opinie te bespelen terwijl de moties in definitieve versie nog niet openbaar zijn en daarom een weerwoord niet gegeven kan worden. De griffie van de gemeente Utrecht zou voortvarender moeten optreden door de openbaarheid centraal te zetten en documenten sneller openbaar te maken. Het was logisch geweest als vrijdag 30 juni de griffie de moties online had gezet. Utrecht is de vierde stad van het land met een raad met ruime ambtelijke ondersteuning.

Motie 111 over de ‘openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’ werd aangenomen op initiatief van VVD en D66, en met steun van onder meer GroenLinks. Het was een gewijzigde versie van motie 79 van de cultuurwoordvoerder van de VVD André van Schie. Motie 111 is zeer tegen de zin van coalitiepartij SP die er bij monde van fractievoorzitter Tim Schipper in het raadsdebat kritiek op had. Want het zou knopen niet doorhakken door de problemen op te lossen, maar ze doorschuiven naar de toekomst. De motie koopt tijd met een jaarlijkse subsidie van maximaal 100.000 euro voor het Landhuis Oud Amelisweerd. Opmerkelijk is overigens dat deze ton maximaal 14.000 euro hoger is dan het bedrag van 86.000 euro dat volgens het rapport Van der Vossen past bij het gekozen scenario ‘MOA Aangescherpt’ voor de jaren 2017-2020.

Het verschil tussen motie 79 (VVD) en motie 111 (VVD en D66) is dat onderstaande twee overwegingen in motie 111 zijn geschrapt. Logisch om te veronderstellen dat dat op verzoek van de tweede indiener D66 is gebeurd. De tweede voorwaarde is een herkenbaar VVD-standpunt dat verwijst naar commerciële activiteiten, maar de vraag waarom de eerste voorwaarde is geschrapt is interessanter. Dat kan zijn omdat het een overbodige overweging is omdat het in een andere vorm genoemd wordt in het dictum van motie 111 als het het college opdraagt om ten behoeve van de openstelling afspraken te maken met ‘de huidige en of eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis. Het schrappen kan ook een andere reden hebben.

Motie 111 geeft aan dat in 2012 door de raad via een motie aan het college is opgedragen om de huidige exploitant/huurder Stichting MOA geen subsidie voor de exploitatie te verstrekken. Uitgaande van deze randvoorwaarde kan de motie daarom niet rechtstreeks uitspreken dat de maximaal 100.000 euro jaarlijkse subsidie in de jaren 2017-2020 naar Stichting MOA gaat. Het is het college immers niet toegestaan om subsidie voor de exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Maar de motie doet niet wat het zegt te doen. Het trekt niet de consequentie uit wat het als randvoorwaarde noemt. Namelijk om geen subsidie voor exploitatie aan de Stichting MOA te verstrekken. Het laat dat open. De motie laat de mogelijkheid open dat er subsidie voor de exploitatie naar de huidige huurder gaat en laat ook open dat er geen subsidie naar de huidige huurder gaat. Deze motie is minder duidelijk dan die zou kunnen zijn en de vraag is waarom dit is.

Om het gat te dichten tussen wat niet mag (subsidie naar MOA), maar wat wel moet (subsidie naar MOA) wijst de motie op het onderscheid tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Locatie en huurder zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het college kan als het wil een andere exploitant aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat aantoonbaar het geval is. MOA wordt een inspanningsverplichting opgelegd. Het is tevens een stok achter de deur om de overmoed van het MOA in te tomen en een waarschuwing dat het niet moet overvragen. In december 2016 overviel Stichting MOA de slecht voorbereide wethouder Diepeveen met een chanterende roep om snel geld. Dat viel in de raad verkeerd.

Het betekent in de praktijk dat als de noodlijdende Stichting MOA het nog slechter doet dan wordt verwacht het college een andere huurder kan zoeken. Dit is overigens de logische stap die uit de opdracht van de raad aan het college blijkt en het college al eerder had moeten nemen, maar om onbekende redenen weigert te nemen. De motie bevat de mogelijkheid dat de huidige exploitant Stichting MOA per 1 januari 2018 vervangen wordt door een andere exploitant. Als de raad de eigen voorwaarden volgde en handelde volgens de opdracht die het het college heeft opgelegd, dan zou dit zelfs een verplichting zijn. Maar de raad wil vooralsnog die logische stap niet zetten. Want dat zou betekenen dat het een politiek besluit moet nemen waar het blijkbaar nog niet aan toe is. In plaats van voor het college een koers uit te stippelen beperkt de raad zich tot het meepraten over de uitvoering. Zo is het dualisme tussen raad en college niet bedoeld. Het is het failliet ervan.

Dat dit blijft hangen en zeuren heeft te maken met de voorgeschiedenis. De voorwaarden van een museum in een kwetsbaar rijksmonument zijn vanaf het haalbaarheidsonderzoek in 2010 slecht doordacht. In een uitruil met Utrecht is vanwege een noodsituatie in Amersfoort in de bossen van Bunnik een museum opgericht in een voormalige zomerresidentie met een lastig beheersklimaat en hoge basiskosten. Het een zit het ander in de weg. De motie houdt rekening met ‘eventuele toekomstige beheerders/huurders van het landhuis’. Maar wat de concrete waarde van deze verwijzing is blijft de vraag. Het zet druk op de huidige exploitant en geeft het college ruimte om afscheid te nemen van de Stichting MOA. Maar een principiële opstelling valt er niet in te lezen. Beheersargumenten blazen mist in deze motie. Want indien het doorgaat zoals het nu al enkele jaren gaat moet het verschil tussen wat niet mag, maar wel moet verhuld worden. Als dat de uitkomst is, dan is motie 111 onoprecht en een bestuurlijk gedrocht. Het voorbeeld van pragmatische politiek zonder principe.

Hoe nu verder? Motie 111 legt een noodverband aan bij een al jaren zieke patiënt in de hoop dat die opknapt. Dat is wensdenken uit goedgelovigheid. Dat geeft eerder verwarring dan duidelijkheid. Door nu jaarlijks maximaal een ton subsidie voor de exploitatie aan Stichting MOA te geven roept de raad verdere problemen in de toekomst over zich af. De raad komt niet alleen moreel op een hellend vlak door subsidie te verstrekken aan een exploitant die het volgens de eigen opdracht uit 2012 aan het college niet mag verstrekken, maar het schept hierbij ook een precedent. Een verkeerd voorbeeld. Hierbij zet de raad de geloofwaardigheid van de politiek op het spel. In 2021 of mogelijk zelfs eerder zal naar verwachting de huidige exploitant Stichting MOA bij wethouder Diepeveen wederom aan de bel trekken voor meer geld. In 2021 moet het een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht terugbetalen en eindigt de Amersfoortse subsidie. Dan hebben raad en college van Utrecht vermoedelijk nog steeds geen idee hoe ze deze kwestie fundamenteel op moeten lossen.

Foto 1: Motie 111, 2017 ‘Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Aangenomen op 29 juni 2017.

Foto: Schermafbeelding van deel motie 79Openstelling landhuis Amelisweerd en MOA’, gemeente Utrecht. Ingetrokken op 29 juni 2017.

Utrechtse raad beslist over toekomst Landhuis Oud Amelisweerd. Maar handelt het college binnen de bestuurlijke randvoorwaarden?

leave a comment »

Op donderdag 29 juni 2017 vergadert de Utrechtse gemeenteraad onder meer over de Voorjaarsnota. Op p.23 valt bovenstaande uiteenzetting te lezen over de openstelling van het Landhuis Oud Amelisweerd. Er wordt hier verwezen naar het rapport Van der VossenToekomst Landhuis Oud Amelisweerd’ dat in opdracht van het gemeentebestuur in maart 2017 is opgesteld. De huidige exploitant van het landhuis is de Stichting Museum Oud Amelisweerd (MOA) die noodlijdend is en sinds 2012 continu in financiële problemen verkeert. Daar moet een oplossing voor gevonden worden. Maar zo’n oplossing kent bestuurlijke beperkingen omdat in 2012 het toenmalige Utrechtse gemeentebestuur aan de raad heeft toegezegd dat de gemeente Utrecht geen cent subsidie zal verlenen in de exploitatie van het MOA. In raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) werd dat op 8 december 2015 door het college herbevestigd:

Het antwoord op bovenstaande raadsvragen (2015; 170) en het voorstel van het college uit de Voorjaarsnota om te kiezen tussen scenario MOA Aangescherpt en CM Light zijn met elkaar in tegenspraak. Het college zadelt de Utrechtse raad met een onmogelijke keuze op. Want als de raad zichzelf serieus neemt kan het niet instemmen met scenario MOA Aangescherpt omdat het in strijd is met het door de raad ingenomen standpunt dat er geen cent exploitatie naar het MOA gaat. Het is dan ook merkwaardig dat het met medewerking van wethouder Kees Diepeveen namens het college -ondanks dit principiële besluit uit 2012- in de Voorjaarsnota voorgelegd wordt aan de raad. De vraag is gerechtvaardigd of Diepeveen hiermee bestuurlijk wel zorgvuldig handelt. Evenmin valt in te zien dat de raad kan instemmen met het scenario CM Light dat tot een openstelling van slechts 10 dagen per jaar leidt. Dat is een terugvaloptie die het publicitair af moet leggen tegen het andere scenario dat politiek aantrekkelijker oogt. Kortom, het ene scenario MOA is bestuurlijk en politiek onmogelijk en het andere scenario CM is onaantrekkelijk omdat het het landhuis praktisch in de ruststand zet.

Met motie 188 uit 2016 die zoals blijkt uit het citaat uit de Voorjaarsnota leidde tot ‘onafhankelijk onderzoek’ van Van der Vossen is iets merkwaardigs aan de hand. Opvallend is de motie spreekt over ‘cultuursubsidie’ terwijl er in 2012 en nog in het antwoord op de raadsvragen (2015; 170) werd gesproken over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie’. Dat laatste is ruimer dan het eerste en biedt meer ‘geitenpaadjes’ om gemaakte afspraken te omzeilen. Maar de bewoording ‘cultuursubsidie’ gaat voorbij aan de debatten in de raad en het college in 2012 die het hadden over ‘subsidie ten behoeve van de exploitatie‘. Dit laatste omvat onder meer derving of opschorting van huurinkomsten of geschuif met kostenposten. Maar het gaat verder zoals uit de raadsvragen 2015; 170 blijkt: ‘de gemeente Utrecht is niet verantwoordelijk voor de exploitatie’. Hiermee introduceert het college 2016/17 een nieuwe tegenstrijdigheid. In 2015 verklaarde het college dat het niet verantwoordelijk was voor de exploitatie van het MOA, maar in 2017 maakt Diepeveen zich verantwoordelijk door een interpretatie van motie 188; 2016 die leidt tot de opdracht aan Van der Vossen. Die met een rapport komt met optie MOA Aangescherpt die haaks staat op het bestuurlijke standpunt én de verantwoordelijkheid aangaande het MOA die het college geacht wordt in te nemen. Diepeveens afhandeling loopt het risico om als lesstof over het hellend vlak en wankelmoedig bestuur voor de Bestuursacademie de geschiedenis in te gaan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel Voorjaarsnota 2017 van de gemeente Utrecht.
Foto 2: Schermafbeelding van deel raadsvragen van 13 november 2015 (2015; 170) van Aline Knip (D66) en André van Schie, gemeente Utrecht.
Foto 3: Motie 188 uit 2016, gemeente Utrecht.

Waarom doet gemeentebestuur Utrecht weinig tegen verrommeling van binnenstad en omringende wijken? GroenLinks heeft kritiek

with 3 comments

Een artikel in DUIC (De Utrechtse Internet Courant) over fietsen in stegen in de Utrechtse binnenstad. Een raadslid van GroenLinks heeft er kritiek op. Terechte kritiek. Het gemeentebestuur treedt onvoldoende op en neemt weinig initiatieven. Waarom dat zo is kan men zich afvragen voor wie de chaos en de drukte ziet toenemen. Mijn reactie, ook als inwoner van de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan de binnenstad grenst:

De binnenstad en omringende wijken als Wittevrouwen slippen dicht met geparkeerde fietsen. Er is soms geen doorkomen meer aan. Een gigantische verandering met nog niet eens zolang geleden. Daarnaast is het aantal terrassen van café’s, restaurants en koffietentjes exponentieel gegroeid de afgelopen jaren. Ook dat belemmert vaak een vrije doorgang. De stad verrommelt voorbij een kritische grens.

Voeg daarbij het groeiend aantal toeristen dat aangetrokken wordt door de etages en woningen die aan de woningvoorraad onttrokken worden en omgekat worden voor verhuur via Airbnb. Ook dat zet in hoog tempo oude vanzelfsprekendheden bij het oud vuil. Residentiële buurten buiten de binnenstad beginnen steeds meer op de binnenstad te lijken. Onderscheid in functies vervaagt.

Kortom, de toenemende druk op de binnenstad en de omringende wijken is een veelgelaagd en complex probleem. Het gaat mis omdat delen van de publieke ruimte geprivatiseerd worden zonder dat dit ten volle beseft wordt. Of wat erger is: oogluikend wordt toegestaan. Zonder dat het gemeentebestuur er een overtuigende visie op ontwikkelt, laat staan doelmatig en krachtig optreedt tegen de uitwassen ervan.

Het gemeentebestuur laat de bewoners van de binnenstad en omringende wijken in de steek. Het college laat feitelijk ook de toeristen die aangetrokken worden door Utrecht als compacte en rustige stad in de steek. Ze vinden immers niet meer wat hun voorgespiegeld wordt.

Door het gebrek aan regie van het gemeentebestuur kiest Utrecht niet voor kwaliteit, maar voor kwantiteit. De indruk ontstaat dat het gemeentebestuur niet kiest -of door een principiële keuze uit de weg te gaan- voor ‘less is more’, maar voor ‘more is less’.

Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.

Het gemeentebestuur moet leren hoe het niet moet door naar Amsterdam te kijken. Of andere steden als Venetië waar de druk van toerisme, horeca en bewoners tot onleefbaarheid leidt. Moet het in Utrecht zover komen als in Amsterdam waar bewoners dreigen de rolkoffers van de Airbnb-toeristen in de gracht te kieperen? Omdat ze het zat zijn dat anderen profiteren en zij de lasten dragen. Sommige Amsterdammers beginnen zich een vreemde in eigen stad te voelen. Laat dat een waarschuwing zijn voor het Utrechtse gemeentebestuur.

Zover moet het in Utrecht niet komen. Buiten het hoogseizoen en door de week is Utrecht nog steeds een aangename stad. Maar die momenten worden spaarzamer. Het hoogseizoen wordt langer en het weekend wordt opgerekt door de sectoren die daar belang bij hebben en begint steeds eerder.

De groei van het toerisme moet afgeremd worden. De groei van de horeca moet afgeremd worden. De groei van Airbnb op buurtniveau moet afgeremd worden, Door een veel en veel strengere handhaving dan nu moeten de binnenstad en de omringende wijken weer beter begaanbaar en visueel aantrekkelijker worden. De apathie van de gemeente is storend. GroenLinks wees er onlangs op in raadsvragen. Dat is een begin van nadenken over de toekomst van de Utrechtse binnenstad en de omringende wijken. Maar er is veel meer nodig.

Het Utrechtse gemeentebestuur van D66, GroenLinks, VVD en SP kan veel krachtdadiger optreden in het beschermen van de publieke ruimte dan dat het op dit moment doet. Het is mogelijk dat dat gebrek aan krachtdadigheid komt door verdeeldheid of uiteenlopende belangen tussen partijen (VVD-D66 tegenover GroenLinks-SP?), maar het gemeentebestuur moet beseffen dat het op dit moment te weinig doet om de binnenstad en de omringende wijken voor de eigen bevolking te behouden.

Politiek is machtsdeling door het afwegen en vertegenwoordigen van belangen. Als steeds meer bewoners vinden dat lokale politici die afweging slecht maken en bepaalde belangen te veel of andere te weinig behartigen, dan is dat schadelijk voor het vertrouwen in de lokale politiek.

Om geloofwaardig te zijn moet politiek evenwichtig, eerlijk, open en krachtig optreden. Als het dat niet doet dan ontstaat het idee dat een gemeentebestuur door teveel op de handen te blijven zitten belangen dient waarover het geen verantwoording kan en wil afleggen. Zodat dat in de plaats komt van een inhoudelijk debat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGroenLinks: ‘Maak steegjes TivoliVredenburg levendig’’ in DUIC, 19 juni 2017.

Bij twee foto’s van F.F. van der Werf, 1930-1935

leave a comment »

Foto’s van de Utrechtse fotograaf Frans Ferdinand van der Werf. De bovenste is getiteld ‘Afbeelding van een vrouw met een handkar met fruit op de Oudegracht te Utrecht’ en is gedateerd tussen 1930 en 1935. Het ziet er kunstvol uit. De vrouw rolt met haar kar over de stenen van de Oudegracht, een heer met bolhoed en wandelstok wandelt en de zon geeft tegenlicht. Het zou Parijs, 1900 kunnen zijn. De tijd is niet alleen even stilgezet, maar lijkt teruggedraaid. De onderste foto heet ‘Gezicht in de Korte Jansstraat te Utrecht met op de achtergrond de Domstraat’ en dateert uit 1932. Opnieuw een studie-achtige foto die het licht verkent en de stad als een coulisselandschap onthult. Op de achtergrond doemt als een berg schimachtig de Domkerk op. Eén van de fietsers kijkt achterom richting Janskerkhof, richting fotograaf. Het is niet ongemerkt gebleven.

Foto 1: F.F. van der Werf, Afbeelding van een vrouw met een handkar met fruit op de Oudegracht te Utrecht, 1930-1935. Collectie: Het Utrechts Archief.

Foto 2: F.F. van der Werf, Gezicht in de Korte Jansstraat te Utrecht met op de achtergrond de Domstraat1932. Collectie: Het Utrechts Archief.

Written by George Knight

18 juni 2017 at 11:23