George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Utrecht

Theaterstuk Dries Verhoeven op Utrechts plein roept vraag op van wie de openbare ruimte is. Van private partijen of de samenleving?

leave a comment »

Theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven was tot gisteren te zien op het Neude, een plein in het centrum van Utrecht. In het kader van SPRING Performing Arts Festival. Bovenstaand artikel op DUIC (De Utrechtse Internet Courant) citeert critici. Voorzitter Rien van den Hoek van ondernemersvereniging Stadhuiskwartier zegt onder meer het volgende: ‘Wat kunst is, is vooreen iedereen natuurlijk anders, maar om de Neude volledig af te sluiten en om te bouwen met een spaanplaat hekwerk gaat ons wat ver.’ Dat is de traditionele reflex op kunst. Schijnbaar inschikkelijk, maar feitelijk afwijzend. Kunst mag, maar moet het niet te gek maken. Kunstuitingen dienen zich te plooien naar de bovenliggende partij en niet de strijd aangaan met gevestigde belangen. Aldus de horecaondernemers aan het plein. Verhoevens reactie is duidelijk: ‘Ik heb verder geen mening over het reilen en zeilen van een horecaondernemer. Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die vaker kunst op de Neude zouden willen zien dan alleen terrassen’. Mijn reactie bij dit artikel:

Als het aan de ondernemers ligt wordt de hele openbare ruimte in het centrum van Utrecht geprivatiseerd en omgebouwd tot terras voor de horeca. Geflankeerd door trottoirs vol schots en scheef staande fietsen waar het gemeentebestuur van Utrecht nauwelijks meer handhaaft. Deze glijdende schaal van relatieve verslonzing zegt dat als de gemeente eenmaal de controle verliest, de sterkst georganiseerde partijen daar misbruik van maken. En de openbare ruimte straffeloos innemen. Ten koste van de inwoners van Utrecht.

Hoe anders is het in volwassen steden waar pleinen ook gewoon pleinen mogen zijn en deel uitmaken van de openbare ruimte. Pleinen die dus niet geprivatiseerd zijn en ingenomen door de horeca. Door zijn ligging en vorm is het Neude een bestemming die uitermate geschikt is voor openbare manifestaties en aan kan sluiten als locatie voor de festivals in Utrecht.

Kortom, de horeca-ondernemers redeneren dat hun glas halfleeg is, maar ze zouden beter de zegenen van een halfvol glas kunnen tellen. Als de Utrechtse raad verstandig is en de bestemming van de openbare ruimte in het centrum eens serieus neemt, dan pakt het door en bestemt het het Neude en de andere pleinen in het centrum als openbare ruimte die per definitie niet geprivatiseerd kan worden. Dat moet in een links college toch mogelijk zijn?

Overigens: De stad Utrecht mag blij zijn dat zo’n goede en ambitieuze theatermaker als Dries Verhoeven hier zijn thuisbasis heeft. Het is trouwens wachten op zijn volgende project die hem door de protesterende ondernemers in de schoot is geworpen: het Neude als een gigantisch terras waar volop gegeten, gedronken, gepraat, gekoesterd en voor diensten en goederen betaald wordt. Titel: De Afrekening.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOndernemers ontstemd over bouwplaats op de Neude dat kunstwerk blijkt te zijn’ op DUIC, 14 mei 2018.

Foto 2: Beeld van theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven, 17 tot en met 26 mei 2018 op het Neude, Utrecht. Te zien vanuit een container met overzicht over het bouw- en/of theaterterrein. Credits: Lydia van Oosten, 18 mei 2018.

Advertenties

Leiding Defensie dient paal en perk te stellen aan verzet van het Korps Mariniers tegen verhuizing van kazerne naar Vlissingen

with one comment

Stel je de volgende situatie voor. Een detachement Russische mariniers dreigt van een kazerne in een bosrijke regio in het centrum van Rusland verplaatst te worden naar het zuidwesten van het land. Zeg naar Temjroek in de Koeban aan de Zee van Azov. Het besluit is in 2012 bekrachtigd door de Doema. Maar om sociale redenen zijn mariniers het er mee oneens omdat het ten koste van hun gezin zou gaan. De hoogste marinier generaal Jevgeni Motrovich geeft zes jaar na het besluit in een column in een mariniersblad zijn opinie waarin hij zich verzet tegen de verhuizing en de politiek oproept het besluit terug te draaien. Ook leidinggevende mariniers voelen zich gesterkt door de opinie van Motrovich en verzetten zich op sociale media en in de pers tegen de verhuizing naar Temjroek. Ze sturen zelfs een brandbrief naar minister Sergei Shoigu van Defensie waarin ze uitleggen waarom ze tegen het besluit zijn. En tegen het parlement dat het besluit nam. Parlementariër Andrei Balakrishnan die de belangen van de Koeban behartigt en zich uitspreekt voor de verhuizing naar Temjroek wordt op sociale media door mariniers tegengesproken. Als klap op de vuurpijl worden generaal Motrovich en drie mariniers uitgenodigd voor een gesprek met de Defensie-commissie van de Doema.

Dit scenario is in landen met een serieuze krijgsmacht onvoorstelbaar. Russische mariniers mogen blij zijn als ze niet naar oorlogsgebieden (Syrië of Oost-Oekraïne) of het Verre Oosten gestuurd worden. In serieuze landen is de krijgsmacht ondergeschikt aan de politiek. Als militairen zich verzetten tegen een politiek besluit dan worden ze tot de orde geroepen of de dienst uitgeschopt. Als ze hun verzet al overleven.

Ik licht graag toe waarom ik denk dat het lopende verhaal over de verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen een onderwerp is dat aandacht verdient en tot nu toe verkeerd is geanalyseerd door politiek en media. Vanuit de top van het Korps Mariniers is bij monde van brigadegeneraal Jeff Mac Mootry in de openbaarheid van een commercieel uitgegeven mariniersblad enkele maanden terug in een column gezegd dat hij zich verzet tegen die verhuizing. Dit betreft een in 2012 genomen politiek besluit. Daarna hebben op sociale media allerlei leidinggevenden van het Korps Mariniers dit standpunt van generaal Mac Mootry gevolgd en zoals het ernaar uitziet in een semi-georkestreerde campagne naar buiten gebracht.

Het is in mijn ogen een doodzonde dat militaire leidinggevenden zich in het openbaar opstellen tegenover een politiek besluit. Belangenbehartiging van een sector is prima, maar daarbij passen beperkingen om niet in een bananenrepubliek te belanden. Leidinggevenden zoals Mac Mootry die in gesprek zijn met de top van Defensie kunnen niet tegelijk twee petten op hebben: die van onderhandelaar en belangenbehartiger, en die van activist in de (semi)-publiciteit. Aan leidinggevende militairen is door de samenleving het geweldsmonopolie uitbesteed, en zij moeten daar zorgvuldiger dan wie dan ook mee omgaan en niet het idee geven zich boven de politiek op te stellen. Of zelfs maar het idee geven de politiek onder druk te zetten.

Juist dat laatste is nu aan de orde. De leiding van Defensie kan dit op straffe van eigen irrelevantie niet over haar kant laten gaan en moet generaal Mac Mootry en zijn staf tot de orde roepen met een zwijgverbod. Dat ‘gewone’ mariniers en hun familieleden actie voeren is van een andere orde. Dat mogen ze en dat past binnen de normale sociale Nederlandse verhoudingen. Een rode lijn wordt echter overschreden als dat geen individuele uitingen van zorg meer zijn, maar de organisatie Korps Mariniers vanuit de coulissen bij monde van de leidinggevenden stilzwijgende richting aan zo’n protestactie geeft. Dat overschrijdt een rode lijn.

Daarbij komt dat in het bespelen van de publieke opinie door (kader)leden van het Korps Mariniers over Zeeland nepverhalen de media in gebracht over de arbeidsmarkt en de infrastructuur van de regio Zuid-West Nederland. Het is onaanvaardbaar wat Mac Mootry doet. Hij kan en moet binnenskamers kritiek uiten als hij zijn zaak wil bepleiten, maar hij gaat naar mijn idee een rode lijn over als hij de publieke opinie bespeelt en anderen binnen zijn organisatie het idee geeft aan hun kant te staan in het verhinderen van de verhuizing.

Op 17 mei is Mac Mootry uitgenodigd om te praten met de vaste kamercommissie voor Defensie over de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen. Dat is een onterechte beloning voor zijn ondermijnende acties. Nogmaals, dat Mac Mootry voor zijn wapen opkomt is logisch en past binnen zijn functie, het gaat erom hoe hij dat doet. Hij doet dat niet alleen in de binnenkamers van Defensie, maar ook in de (semi)-openbaarheid.

Hij zou op dit laatste afgerekend moeten worden door de politiek, maar die durft (nog) niet door te bijten. Met de complicatie dat de mariniers radicaal-rechts munitie geven om tegen het kabinet Rutte te ageren. Die ontwikkeling baart me zorgen als democraat die niet wil dat de krijgsmacht ook maar op enige wijze de politiek onder druk zet. Zo zijn de Nederlandse verhoudingen niet en behoren ze niet te zijn. De muiterij in 1933 op pantserschip de Zeven Provinciën eindigde met een bom op het voordek van het schip. Als mariniers het binnen de krijgsmacht om sociale redenen voor gezien willen houden, dan moeten ze gaan. Chantage behoort averechts te werken en als minister Bijleveld en staatssecretaris Visser van toeten en blazen weten, ruggengraat tonen en zich niet onder druk laten zetten dan geven ze de leiding van het Korps Mariniers te verstaan dat het afgelopen moet zijn met het verzet tegen de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen.

(Zelf heb ik als dienstplichtige gediend in de landmacht, ben ik voor een sterke Defensie en vind dat er vanwege het zogenaamde vredesdividend te veel is bezuinigd. Bij een goed functionerende krijgsmacht passen politieke visie, voldoende middelen, een goede militaire leiding en een perfecte afstemming tussen politieke en militaire leiding. Ik vind dat de opstelling van Mac Mootry de Nederlandse krijgsmacht verdeelt en verzwakt en hij zo via een omweg de vijanden van Nederland in de kaart speelt. Daar verzet ik me tegen.)

Foto 1: Schermafbeelding van artikelBrandbrief mariniers over verhuizing kazerne’ van Olof van Joolen in De Telegraaf, 15 mei 2018.

Foto 2: ‘Het schip De Zeven Provinciën in de Straat van Malakka met erboven een “van Berkel W-A” watervliegtuig’.

De kruiser ‘Utrecht’ en de Hudson – Fulton Celebration (1909)

leave a comment »

Sailors at rapid fire gun on Dutch ship “Utrecht”’ zo luidt de titel van deze foto in de collectie van het Library of Congress. Het jaar is 1909. De kruiser ‘Utrecht’ uit de Hollandklasse neemt deel aan de Hudson – Fulton Celebration. Een feest vol vieringen met een Nederlands tintje. De ‘Utrecht’ nam namens Nederland deel aan de vlootschouw ter ere van het jubileum dat het 300 jaar geleden was dat de in dienst van de VOC varende Henry Hudson met de Halve Maan in 1609 de rivier opvoer die later zijn naam kreeg. Ook werd gevierd dat het zo’n 100 jaar geleden was dat in 1807 de Amerikaanse ingenieur Robert Fulton met het stoomschip Clermont over de Hudson voer. Halve Maan en Clermont voeren de vlootschouw aan zoals uit een ansichtkaart blijkt:

De matroos staat er in zijn witte pak ontspannen bij. Met een pijp in de linkerhand en zijn rechterhand losjes aan de trekker. Maar er is geen vijand in zicht. Op dezelfde foto rust rechtsonder een hand op wat zo te zien een uitgeklapte deur is. Militair vertoon als feest en bevestiging van de vriendschapsband tussen landen. Vijf jaar later in 1914 voeren de (oorlogs)schepen in een andere realiteit. De ‘Utrecht’ van het neutrale Nederland maakte het niet meer mee. De in 1898 in de vaart genomen ‘Utrecht’ was in 1913 alweer uit dienst genomen.

Foto 1: ‘Sailors at rapid fire gun on Dutch ship “Utrecht”, 1909. Collectie Library of Congress.

Foto 2: Ansichtkaart Hudson Fulton Celebration 1909 Naval Parade.

Foto 3: ‘Netherlands [ship] Utrecht’, 1909. Collectie Library of Congress.

Oorlog om marinierskazerne in Vlissingen. Voelt Zeeland zich opnieuw in de steek gelaten?

leave a comment »

De toon is gezet als RTV Utrecht Zeeland leeglopend noemt. Maar deze framing dekt niet het hele verhaal. Zeeuws-Vlaanderen is inderdaad een krimpgebied, maar Walcheren niet waar Vlissingen op is gelegen. De Westerschelde zit ertussen. Walcheren heet in de turbotaal van de overheid een ‘anticipeergebied’. Daar daalt de bevolking nu niet, maar in de toekomst wel.

Er is in de publiciteit een oorlog uitgebroken tussen de top van Defensie en de top van het Korps Mariniers, tussen Zeeland en Utrecht en tussen degenen die vinden dat een in 2012 na rijp beraad genomen besluit moet worden nagekomen en degenen die vinden dat het alsnog opengebroken kan worden. Wat op het spel staat is niet alleen de verhuizing van een marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen, maar ook de beeldvorming over Zeeland. Is dat een leeglopende provincie zonder perspectief, werkgelegenheid en cultuur?

Tegenstanders van verhuizing halen alles uit de kast om in Doorn te kunnen blijven en maken Zeeland zwart. Deze bestuurlijk niet zo sterk geleide provincie heeft weinig weerwoord, macht en binnenbochten om de kern van de macht te bewerken. Maar kloppen de claims over Zeeland wel of veegt het Korps Mariniers de eigen stoep schoon ten koste van Zeeland?

Traumatisch ligt in het geheugen van de Zeeuwen de ontpoldering van de Hedwigepolder opgeslagen. Natuurorganisaties zoals de Vogelbescherming maakten vuile zaak met de economische lobby van de haven van Antwerpen die met verwijzing naar 19de eeuwse verdragen opeenvolgende Nederlandse kabinetten onder druk zette ten koste van het belang, de identiteit en het zelfbewustzijn van Zeeland. Het niet doorgaan van de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen dreigt binnen korte tijd een nieuwe kras op de ziel van de Zeeuwen aan te brengen. Als een tweede Hedwigepolder. De gezagsgetrouwe en Godsvruchtige Zeeuwen wordt opnieuw het vertrouwen in ‘de Randstad’ ontnomen. Ze voelen zich tweederangsburgers in eigen land.

In een analyse voor de PZC zegt Theo Giele dat de ‘opstand van de mariniers’ niets met ‘het weigeren van dienstbevelen of het niet erkennen van het primaat van de politiek te maken heeft’. Daar ben ik het niet mee eens. Individuele mariniers kunnen voor hun belang opkomen als ze vinden dat dat geschaad worden door de verhuizing naar Vlissingen. Zij kunnen in de openbaarheid spreken. Maar dat geldt niet voor de leiding van het Korps Mariniers dat een politieke verantwoordelijkheid heeft.

Het is onbegrijpelijk en ontoelaatbaar dat de brigadegeneraal der Mariniers Jeff Mac Mootry zich in een column in een Mariniersblad keert tegen een politiek besluit om de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen te verplaatsen. Is Nederland een bananenrepubliek waar de militairen het voor het zeggen hebben? Dat Mac Mootry voor zijn onderdeel en zijn manschappen opkomt is begrijpelijk, maar door dat in het openbaar te doen rekt hij zijn mandaat oneigenlijk op. Hij bespeelt bewust de publieke opinie. Maar juist hij heeft als liaison naar de politiek het beleid te volgen. Overigens is het niet alleen Mac Mootry, maar zijn er ook andere leidinggevenden van het Korps die via sociale media tegen het besluit ageren.

Debat behoort in de beslotenheid van het ministerie van Defensie of de nationale legertop gevoerd te worden. En waarom komt de leiding van het Korps Mariniers nu met de bezwaren naar buiten? Waarom is dat in de afgelopen zes jaar niet besproken en definitief uitgepraat? Als Mac Mootry het onterecht vindt wat er gebeurt moet hij aftreden. Terwijl het een al lang gelden genomen besluit betreft waar zijn voorganger zich aan gecommitteerd heeft. Dat heeft een commandant na te volgen. Het is contra-productief en ongewenst om een in 2012 genomen besluit in 2018 in het openbaar ter discussie te stellen. Zo kan de overheid niet werken.  Als minister Ans Bijleveld sterk was, dan zou ze Mac Mootry op het matje roepen en te verstaan geven dat hij of ontslag moet nemen als het hem niet bevalt of zich moet beperken zich uitsluitend te uiten in de binnenkamers van Defensie.

De leiding van het Korps Mariniers had beter ruimhartig en voluit in de openbaarheid achter het besluit kunnen gaan staan. Nu ontstaat het beeld dat die leiding met een ontmoedingsstrategie er actief aan meedoet om een politiek besluit te laten kantelen en zelfs te blokkeren. Dat is in de Nederlandse verhoudingen tussen krijgsmacht en politiek ongehoord.

De argumentatie van de leiding van het Korps Mariniers over werk van echtgenotes en huisvesting zijn door Zeeuwse bestuurders weerlegd. Overigens ook in een speelse quiz die het Korps Mariniers naar buiten heeft gebracht. De vermeende leegloop van het Korps kan ook geweten worden aan de bezuinigingen op Defensie, de slechte organisatie en vooruitzichten van Defensie en de aantrekkende economie die vele alternatieve functies biedt. Daarbij komt ook de strijd om geschikt personeel binnen Defensie. Kannibalisatie van functies binnen Defensie. Het is te makkelijk om dat alles te reduceren tot een extern besluit over de verhuizing van een kazerne naar Vlissingen. De zwarte piet wordt doorgeschoven naar het zuidwesten van het land.

De mariniers opereren wereldwijd en de operationele bezwaren over oefenterreinen etc. zijn vergezocht. Evenmin valt in te zien hoe mariniers met hun amfibische operaties beter op hun plek zijn in de bossen van Doorn dan aan de Zeeuwse kust. Bedenk ook dat er recent een samenwerkingsovereenkomst met de Belgische krijgsmacht is gesloten en de Belgische mariniers dichtbij op de Westerschelde en in Zeebrugge werkzaam zijn. Waarom zouden de mariniers en hun familie in Vlissingen te weinig van hun gading vinden? Wat dan? Bossen van de Utrechtse heuvelrug? Het Rijksmuseum? De Utrechtse Dom?

Het grote plaatje dat resteert uit deze kwestie is dat de vijanden aan de grenzen van de EU opdringen en de Nederlandse krijgsmacht wegzakt in bezuinigingen, wereldvreemdheid, een minister (Bijleveld) die van toeten noch blazen weet en onderling gekissebis over welzijn en sociaal beleid van manschappen en familie.

Nederland heeft meer mariniers nodig en een goed beleid om dat te realiseren. Spetsnaz (speciale troepen) als antidote tegen de echte spetsnaz. Maar door het huidige debat over sociaal beleid en welzijn van de mariniers lijkt het of het nu nog vooral om bijzaken en secundaire arbeidsomstandigheden gaat. Ook nog eens met een debat over de omstandigheden in Zeeland/ Walcheren dat uitgaat van valse aannames en misleidingen. De bazen van de echte spetsnaz lachen in hun vuistje. Kom daar eens om op de Krim, Zuid-Kaukasus, Moermansk of Vladivostok.

Waarom is er geen breed debat over afschaffing van de monarchie?

with 4 comments

Morgen 27 april is het Koningsdag. In de supermarkten is extra bier ingeslagen. De continuïteit en kwaliteit van de Nederlandse monarchie is een mythe. Zoals elke mythe komt het niet overeen met de realiteit. Eeuwenlang is het verhaal bijgeslepen en verdraaid om de natie te bouwen. Zo’n broodjeaapverhaal over Oranje kan desondanks werken. Soms hebben volkeren een leugentje om bestwil nodig om zich te verenigen.

Maar een mythe kan uitgewerkt raken. De positie van Oranje lijkt sterker dan die is. Principieel tegenargument is dat erfopvolging in tegenspraak met de volkssoevereiniteit is. Het is discriminatie dat een burger nooit staatshoofd kan worden. Traditioneel wordt het beeld uitgedragen dat Oranje al eeuwenlang op twee pijlers rust: het grauw en de pluimstrijkers die de kern van de macht trachten te bereiken. De calculerende burger neemt de monarchie op de koop toe en staat er vrij onverschillig tegenover. Op een kleine minderheid na.

Aan de andere kant voert een kleine minderheid campagne tegen de monarchie. Zo zegt blogger Kevin Levie in een opinie-artikel voor Het Parool dat Amsterdam Koningsdag moet afschaffen. Hij hoopt ermee een debat over de afschaffing van de monarchie te starten. Levie geeft als reden dat Amsterdam een progressieve stad is. En: ‘Die monarchie is niet alleen archaïsch en ondemocratisch, maar kost ons jaarlijks ook bakken met geld: 345 miljoen, becijferde het Republikeins Genootschap deze week. (…)  Treurig genoeg wordt juist in het vooruitstrevende Amsterdam jaarlijks ’s lands grootste en meest ontspoorde feestje ter ere van het koningshuis gevierd. Dit feestje wordt (…)  zelden of nooit politiek ter discussie gesteld. Het is hoog tijd om dat wél te doen: want als Amsterdam de eerste stad is die Zwarte Piet in de ban doet, waarom zouden we dan niet ook voorop kunnen lopen in het verwerpen van de achterhaalde monarchie?’ Als inwoner van het niet minder progressieve Utrecht hoop ik dat dit debat ook in de Domstad gevoerd wordt. Met als eerste inzet het afschaffen van Koningsdag zoals dei nu gevierd wordt, als opzet naar de afschaffing van de monarchie.

Oranje is geen waakhond, maar een jachthond die zelf in de bossen op wild jaagt. Die de broekriem niet wilde aanhalen, terwijl iedereen gekort werd. De koning weerspiegelt onze tegenstrijdigheid en verdeeldheid. Hij is welvarend en denkt geloofwaardig namens minder daadkrachtigen en sociaal zwakkeren te spreken. Het gaat er niet om dat de koning geen geschikte vent is, maar dat monarchie Nederland steeds slechter past. Omdat er een taboe ligt op het debat erover kan een maatschappelijk debat erover niet plaatsvinden. Dat is jammer.

Constitutionele toetsing doet recht aan het vertrouwen in de integriteit van de Nederlandse rechtspraak, betoogde Femke Halsema in 2002 in haar Initiatiefwet over de toetsing aan de Grondwet. Wellicht is zij de nieuwe burgemeester van Amsterdam. Integriteit is de essentie, de staalconstructie die het gebouw stevigheid biedt. Of een koning, president, komiek of filmster op de troon mag zitten is ondergeschikt. Instituties doen ertoe. Als een natie uit nostalgie of traditie haar cohesie en identiteit denkt te kunnen versterken door Oranje dan moet dat mogelijk zijn. Het helpt niet als een debat erover door de politiek en de gevestigde media wordt geblokkeerd zodat we niet weten wat de Nederlanders werkelijk denken over de afschaffing van de monarchie.

Foto: ‘Picking oranges’, 1902. Collectie: Library of Congress.

Directeur Ploum vertrekt bij MOA. Band met Amersfoort verder doorgesneden. Ruimte voor herbezinning bij alle betrokkenen

with one comment

Hoe het bericht te duiden dat Yvonne Ploum haar functie als directeur van het Museum Oud Amelisweerd neerlegt? Ze vertrekt per 1 juni 2018. RTV Utrecht zegt in een bericht dat Ploum meent dat de rek eruit was. Dat wil zeggen, bij haar. Zo wordt haar terugtreden een middel in de beeldvorming. RTV Utrecht: ‘De rek was er een beetje uit en MOA heeft de beste nodig, iemand die alle energie nog heeft.’ Dat brengt de stap van een terugtredende directeur terug tot persoonlijke tegenspoed, maar het is de vraag of dat de essentie van Ploums terugtreden is. Gezien wat er sinds 2010 gebeurd is, lijkt het daar niet op. Het museum is vanwege de slechte randvoorwaarden nooit goed van de grond gekomen. Het is zelfs begrijpelijk dat elke directeur die binnen deze randvoorwaarden moet werken ten prooi valt aan ‘langdurige ziekte‘. Alertheid gebiedt om te beseffen dat een persoonlijk probleem als zetstuk voor een fundamenteel probleem van het museum geschoven wordt. Omzichtigheid over dat persoonlijke belemmert dan het doorvragen over de problemen van het museum.

In het bericht zegt Ploum iets opmerkelijks: ‘We zijn nu financieel in een veiligere haven beland. We zijn goed verankerd hier in de omgeving, krijgen steun van overheden en zien een groeiende bezoekersstroom.’ Dat is aantoonbare flauwekul waarvan Ploum en betrokkenen die ook maar enigszins op de hoogte zijn van dit dossier weten dat het flauwekul is. Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. De vooruitzichten voor de jaren na 2020 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro moet worden terugbetaald zijn ronduit slecht. Het jaarlijkse tekort op de exploitatie is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die het museum steeds weer naar buiten brengt. Waarschijnlijk om de financiële positie beter voor te stellen dan die is en zo sponsors over de brug te trekken. Die willen immers een positief verhaal met perspectief en hun geld niet in een bodemloze put gooien.

De sleutel van een verklaring voor Ploums terugtreden kan daarom niet los van de problemen van het museum worden gezien. Ofwel de voortdurende onzekerheid over het voortbestaan ervan. Daarbij kwam in 2017 nog het bericht dat Armando aankondigde zijn privécollectie niet langer te laten beheren door MOA. De voorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning verklaarde daarover dat Armando de financiële problemen van het MOA zat was. Een eerder beleidsplan van Stichting MOA presenteerde het museum als ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ met als doel om ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’. Nu Armando als een van de drie speerpunten is weggevallen formuleert het huidige beleidsplan de doelstelling ruimer. Allerlei soorten musea passen erin. Twee belangrijke randvoorwaarden blijven de zorg voor de historische buitenplaats Oud Amelisweerd en de collectie Chinese en historische behangsels. Een nieuw profiel dat in februari 2018 aangekondigd werd was Huis van kunst in de natuur. 

In juni 2017 nam de Utrechtse raad motie 111 aan die om het onverzoenbare te verzoenen (Gemeente Utrecht gaf de Stichting MOA exploitatiesubsidie die het volgens eigen afspraken uit 2012 niet mocht geven) een onderscheid maakte ‘tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Nogmaals werd in deze motie benadrukt dat locatie en huurder niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het gemeentebestuur maakte hiermee aan het bestuur van de Stichting MOA duidelijk dat als het wil het een andere exploitant kan aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat overduidelijk het geval is.

Zo ontstaat het beeld dat het bestuur van de Stichting MOA een bestuurlijke manoeuvre heeft ingezet en op zoek is naar een nieuwe bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd door afstand te nemen van de eigen recente geschiedenis. Armando is met zijn privécollectie per 1 maart 2018 opgestapt en Ploum gaat per 1 juni 2018 weg. Zo wordt inhoudelijk en personeel de band doorgesneden met de Amersfoortse geschiedenis van het Museum Oud Amelisweerd dat als Armando Museum door het leven ging voordat het in Bunnik belandde.

Dat maakt de ruimte vrij voor een doorstart met andere accenten door dezelfde exploitant. Die probeert door nieuwe initiatieven of het tonen van een beeld van goedwillendheid en verandering te verhinderen dat het door het Utrechtse gemeentebestuur de deur wordt uitgezet. Het aantal van 30.000 bezoekers per jaar lijkt het maximum. Het hoge prijskaartje van de lastige randvoorwaarden van een museum in een historisch zomerverblijf als rijksmonument met een complexe klimatisering verandert echter niet. Hoe dan ook geven de veranderingen het Utrechtse gemeentebestuur de gelegenheid om eens goed na te denken over de toekomst van Landhuis Oud Amelisweerd. Met een fundamenteel debat over de bestemming dat merkwaardigerwijze (sinds 2010) nooit afdoende gevoerd is. Het college liet zich steeds weer verrassen of overbluffen en liep door gebrek aan eigen initiatief continu achter de feiten aan. Dat kan nu na acht jaar eindelijk gecorrigeerd worden.

Foto: TentoonstellingVechtende Krekels’ van Harmen Brethouwer in landhuis Oud Amelisweerd, 1999.

’t Hoogt Utrecht: Gemeente dient oudste filmtheater van Nederland plek in centrum als publiekstheater voor artistieke film te gunnen

with one comment

Jarenlang was ik naar eigen zeggen van een vorige directeur een van de trouwste bezoekers van het in het centrum van Utrecht gevestigde filmtheater ’t Hoogt. Het filmtheater gaat me aan het hart en heb ik tientallen jaren trouw en met veel genoegen bezocht. Na de digitalisering werd dat minder. Pixels leidden in mijn ogen naar een volstrekt ander medium dan celluloid. Daarbij zakte het filmtheater weg. Sinds kort bezoek ik het weer regelmatig, maar het is toch voornamelijk een nostalgische trip geworden. De urgentie is weg. Nu is er sprake van om ’t Hoogt te verplaatsen naar het Werkspoorkwartier, een locatie aan de rand van de stad en het van karakter te veranderen. Het moet een Podium voor Film en Beeldcultuur worden. Dat vind ik twee slechte ideeën die ik niet anders kan zien als modieus, de waan van de dag en oneigenlijk. Mijn reactie bij het artikelFilmtheater ’t Hoogt definitief niet naar City op de Voorstraat: alle pijlen op Werkspoorkwartier’ op DUIC:

Probleem is dat het 45-jarige filmtheater ’t Hoogt al lang niet meer ’t Hoogt is. De reputatie van dit oudste filmhuis van Nederland is groter dan objectieve toetsing rechtvaardigt. Eveneens kan de reputatie van de laatste directeuren niet tippen aan die van de eerste directeur Huub Bals. Ofwel, ’t Hoogt is sinds 1980 weggezakt en ingehaald. Door de theaters van ondernemer-regisseur Jos Stelling en door gebrek aan eigen initiatief. ’t Hoogt is nog maar een schaduw van wat het ooit was. Vernieuwing is aan ’t Hoogt afgelopen decennia voorbij gegaan. Het is een sterfhuisconstructie geworden.

De huidige programmering bestaat voornamelijk uit kinderfilms, documentaires en te weinig goede publieksfilms. De distributeurs laten ’t Hoogt grotendeels links liggen en vertonen hun pareltjes elders. ’t Hoogt is in een glijdende schaal neerwaarts terechtgekomen die bij gelijkblijvende voorwaarden niet te keren valt. Zo wordt er door de week niet meer voor 16.00 uur geprogrammeerd. In studentenstad Utrecht is dat merkwaardig. Zo verliest ’t Hoogt nog eens extra terrein aan theaters die dat wel doen. De loop en de hoop is er bij ’t Hoogt uit.

Een gebruikelijke reactie bij een inzinking in bedrijfsvoering en geestkracht is de vlucht vooruit. Dat kondigt zich vol pretenties nu ook aan bij ’t Hoogt. Dat is geen hoopgevend, maar juist een onheilspellend teken. Want hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de huidige locatie voorbereid en uitgevoerd?

Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen. De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen.

Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden is voor arthouses, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan. Cultuur als aanjager voor stadsvernieuwing aan de randen van de stad is een achterhaalde en inmiddels weerlegde interpretatie van de ideeën van Richard Florida. Jammergenoeg is dat tot de beleidsmakers en projectontwikkelaars nog onvoldoende doorgedrongen.

Wat is dan wel de oplossing? Hoe dan ook is de huidige locatie in verband met brandveiligheid, comfort, grootte van de zalen en doeken, geluidsisolatie, routing, doorstroming van het publiek en integratie met de horeca achterhaald. ’t Hoogt is wat de basisstructuur betreft niet meer bij de tijd. De grootste zaal 1 die oorspronkelijk een theaterzaal was (met de ongemakkelijke vierkante turquoise-blaiuwe bankjes) zou overigens prima weer als theaterzaal in gebruik genomen kunnen worden. Mogelijk in samenwerking met Universiteit Utrecht of Theater Kikker.

Het binnenkort aantredende nieuwe gemeentebestuur Utrecht waarin naar verwachting beide progressieve partijen GroenLinks en D66 dominant zijn, zou zich het lot van ’t Hoogt serieus aan moeten trekken. Met realiteitszin en haalbaarheid als uitgangspunt. Niet door het in te passen in een megalomaan project in het Stationsgebied of het te verplaatsen naar de marge van de stad, maar door het een nieuwe start te laten maken in het centrum van de stad. Met nieuwe middelen en nieuwe kansen.

Het oudste filmtheater van Nederland dat een onlosmakelijk deel van het cultureel erfgoed van Utrecht en Nederland vormt verdient een tweede kans. Niet door het zichzelf in vergezichten en een vlucht vooruit in zelfbedrog te laten verloochenen en te vervreemden van haar oorspronkelijke roeping en taak, maar door het weer ongestoord de kans te bieden het publiekstheater te laten zijn dat het ooit was. Spraakmakend en in de voorhoede van de zevende kunst. Haaks op de tijdgeest zonder de neus op te halen voor commercie.

Er is in het centrum van Utrecht voldoende ruimte voor drie arthouses waar de Cinevillepas geldt. De horeca en het uitgaansleven draaien in Utrecht als een tierelier en moeten eerder afgeremd dan gestimuleerd worden. Maar dat mag geen reden zijn om het oudste filmtheater van Nederland dan maar om budgettaire redenen en een achterhaalde interpretatie van stadsvernieuwing naar de marge te verbannen. Want spreiding van culturele voorzieningen resulteert uiteindelijk in verdunning en verzwakking van de culturele infrastructuur. Met het relatief kleine aantal van 350.000 inwoners moet het gemeentebestuur niet de eigen hand overspelen door culturele basisvoorzieningen naar de marge van de stad te verplaatsen.

Een grootmoedig en zelfbewust gemeentebestuur van Utrecht dat de eigen historie koestert helpt er actief aan mee om ’t Hoogt een plek in het centrum te bieden. Dat is geen kwestie van niet kunnen, maar van willen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFilmtheater ’t Hoogt definitief niet naar City op de Voorstraat: alle pijlen op Werkspoorkwartier’ op DUIC, 11 april 2018.