George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Utrecht

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 2 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.

Wat heeft ons ‘A Utrecht Pastoral’ uit 1892 te zeggen?

with one comment

Schotland ontsluit de nationale kunstcollectie digitaal. Kunstwerken zijn bereikbaar op nationalgalleries.org. Zo ook de fotoA Utrecht Pastoral’ van James Craig Annan. Uit de collectie van de Scottish National Portrait Gallery. Een beroemde foto naar het blijkt. In een artikel voor Scherptediepte/ Depth of Field over de blik van buitenlandse fotografen (1890-1930) op Nederland besteedde conservator fotografie van het Rijksmuseum Mattie Boon er in 2012 aandacht aan. Een afdruk ervan is  opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum

Boon: ‘In 1892, after the first exhibition, The British Journal of Photography praised A Utrecht Pastoral as a ‘characteristic’ Dutch landscape. The tall trees on the left side of the image, the row of sheep along the water and the great masses of cloud formed ‘a most pleasing whole’. It was a ‘soft’ image, without ‘the hardness so often seen in photography’.[25] Another reviewer praised ‘the band of quiet foreground, which most photographers would trim away as useless […] Its presence greatly adds to the feeling or suggestion of space and scale. The bold and large treatment of the clouded sky space must be noted.’[26] A third saw chiefly the low light and the long shadows in the bend in the road, and the professional handling of the sky.[27]

Wat kunnen we aan deze typeringen 125 jaar later toevoegen? Het is inmiddels ook een afbeelding van een verdwenen landschap geworden. Een onschuldig landschap dat gethematiseerd wordt door de onschuldige schapen. Een pastorale is een herdersdicht of dorpsvertelling uit het Land van Ooit. De vergleden tijd betrapt.

Foto: James Craig Annan, ‘A Utrecht Pastoral’, 1892. Collectie: Scottish National Portrait Gallery.

Staat Utrechtse raad toe dat Pius X Willibrordkerk koopt?

leave a comment »

Een artikel van Gidi Pols in de Volkskrant over de bestemming van de neogotische Willibrordkerk roept de vraag op wat het vrijzinnig-progressieve Utrechtse gemeentebestuur (GroenLinks, VVD, D66 en SP) bezielt om in te stemmen met de verkoop van deze kerk aan een ultra-conservatieve katholieke vereniging Pius X (SSPX). De opzet is dat SSPX de schulden overneemt en zo een meerderheid in de stichting van eigenaren krijgt. En het dus voor het zeggen krijgt. Het is onduidelijk hoe groot het overnamebedrag is, maar het zal liggen rond de 1,65 miljoen euro. Dat is de schuld die resteert bij twee restauratiefondsen. De kerk is sinds 1976 een rijksmonument. Volgens de Volkskrant beslist de gemeenteraad eind juni of de verkoop door kan gaan.

De kerk is nu in gebruik bij vrijwilligersstichting Culturele Evenementen Sint-Willibrordkerk. Deze seculiere monumentenstichting heeft als doel het gebouw als sacrale kerk en monument open te houden. Gebruikers zijn een stichting die culturele evenementen organiseert en het aan de RK-Kerk verbonden apostolaat dat er missen houdt. De kerk werd met 8,5 miljoen euro subsidie van Rijk en Europese Commissie gerestaureerd. De kerk wordt beschouwd als belangrijk cultureel erfgoed. Sinds mei 2016 gebruikt de SSPX de kerk elke zondag voor de eredienst. Maar een heiligdom is het niet. Dat wil SSPX bereiken met de aankoop. In 2014 ontstond ophef over de reeks theatervoorstellingen De Uitvaart van theatermaker Dries Verhoeven. In een persbericht protesteerde gebruiker St. Willibrord Apostolaat tegen de voorstellingen omdat ze ‘ontegenzeggelijk een ontwijdend karakter’ zouden hebben. De voorgenomen verkoop valt niet los te zien van de ophef in 2014. 

Volgens de Volkskrant vrezen de vrijwilligers dat als SSPX het voor het zeggen krijgt het gebouw een gesloten karakter zal krijgen. Het is daarom een overweging voor de Utrechtse raadsleden om goed na te denken over het voorstel van de gemeenteraad voor verkoop aan SSPX. De in het Utrechtse centrum gelegen Willibrordkerk heeft een toeristische en culturele bestemming die bij verkoop aan SSPX onder druk kan komen te staan.

Essentieel is niet dat SSPX een ultra-conservatieve katholieke stroming is die in gewapende vrede met het Vaticaan leeft. Het is niet aan het openbaar bestuur om een onderscheid te maken tussen gematigde en extremistische religieuze stromingen. Het gaat erom dat een culturele bestemming geprivatiseerd dreigt te worden en praktisch onttrokken zal gaan worden aan de publieke ruimte. Het gaat erom of de Utrechtse raadsleden daar mee in willen stemmen. Willen ze hun stad toegankelijk houden of in de verkoop doen aan de hoogste bieder? Volgen ze het college dat redeneert vanuit het economisch belang of kijken ze verder?

Foto: Still uit het videoverslag van ‘Het Enfant Terrible’ door Thorsten Alofs op 22 mei 2014 in de St. Willibrordkerk te Utrecht.

Directeur Spoorwegmuseum geschorst na beschuldigingen van fraude en belangenverstrengeling

with one comment

Attractieparkenwebsite Looopings brengt in een bericht het nieuws vanavond naar buiten, directeur Marten Foppen van het Spoorwegmusuem in Utrecht is ‘per onmiddellijk’ geschorst door zijn Raad van Toezicht. Hij zou worden beschuldigd van fraude en belangenverstrengeling. Robben is sinds 20 april 2015 directeur van het Spoorwegmuseum en volgde de succesvolle Paul van Vlijmen op. Foppen was directeur van het Dolfinarium in Harderwijk voordat hij overstapte naar Utrecht. De zaak komt binnenkort voor de rechter.

Foto: Schermafbeelding van deel berichtDirecteur Spoorwegmuseum geschorst na beschuldigingen van fraude’ op Loopings, 9 april 2017.

Kunst biedt de echtheid die de politieke campagne mist

with one comment

Laatst hoorde en zag ik Sandberg-directeur Jurgen Bey in Utrecht een kleine kunstpresentatie openen. Hij was tot tranen geroerd over het werk van Klaske Oenema. Zijn betoog was indrukwekkend. Niet omdat het zo vlot en welsprekend was, maar juist vanwege het tegendeel. Woorden zoekend kwam hij tot de kern. Dat proces in real time maakte het begrijpelijk voor alle aanwezigen. Ze zwegen in verbazing omdat zich voor hun ogen iets onvervalst afspeelde. Wat ze ontwend zijn. Een uiting die uitgebeend was tot op het bot. In de tijden van marketing van bedrijven, politici en overheidsdiensten is dat een zeldzaamheid. Allen drukken ze burgers in de rol van de klant die een product mag afnemen. In passiviteit. Bey deed het anders, hij stofte het idee af dat we met z’n allen de samenleving vormen. Hij benadrukte de rol van de kunst die heusheid en zuiverheid biedt.

Ik heb afgelopen weken moeten denken aan die gebeurtenis in de Utrechtse Schoutenstraat. Met een zoekende spreker die een publiek vindt. Overtuiging die niet oproept door slaafsheid te eisen, maar verwerping ervan tot kern van betoog maakt. De campagne voor de komende verkiezingen is het tegendeel. Dat eist van de kiezer slaafsheid en saamhorigheid op. Wat uiteindelijk het omgekeerde is omdat het een proces is dat oproept anderen uit te sluiten. De campagne is in zichzelf verstrikt geraakt zonder nog iets met burgers of de buitenwereld van doen te hebben. Het gaat niet alleen niet buiten de grenzen van Nederland zonder Putin, Trump of andere wereldleiders, maar evenmin buiten de grenzen van de partijpolitiek. Het lijkt of de  campagne met 10 hoofdpersonen en 200 figuranten zich in een loods op een industrieterrein afspeelt zonder enige invloed op Nederland. Wat kijkcijfers oplevert. De campagne heeft geen diepere betekenis.

Deze partijpolitiek weet niets wezenlijks toe te voegen. Daarvoor moeten we uitwijken naar de kunst. Die niet toevallig door diezelfde politiek in het verdomhoekje is geplaatst. Kunst biedt de echtheid die de politiek mist.

Zijn Nederlandse binnensteden feestplekken? Nemen stadsbesturen hun verantwoordelijkheid?

with 2 comments

bin

Mijn reactie op een artikel van DUIC over de Utrechtse binnenstad. Moet er genoegen mee genomen worden dat Nederlandse binnensteden feestplekken of is er nog plek voor fundamentele bijsturing? Richting kwaliteit:

Alles is een kwestie van maatvoering. Hoe je er ook tegenaan kijkt, niemand zal ontkennen dat er de laatste 40 jaar ontzettend veel kroegen, restaurants en koffietentjes zijn bijgekomen in Utrecht. Ik herinner me in de jaren ’70 de keuze uit twee Italiaanse restaurants die in de Voorstraat gevestigd waren, Piccola Roma en Paulo daartegenover. Kom daar nu eens om.

Het heeft weinig zin om terug te kijken. Het gaat om nu. Het gaat erom om de stad bewoonbaar, leefbaar en prikkelend te houden. Voor bewoners, toeristen en ondernemers. Groei is goed. Om hetzelfde te blijven moet de stad veranderen. Maar de vraag is in welke mate. Groei die door het stadsbestuur niet beheerst wordt ontaardt in wildgroei.

Genotzucht en het najagen van prikkels hoort er blijkbaar bij. Maar het is ook een kwestie van vraag en aanbod. Als er 25 kloosters in de Utrechtse binnenstad staan spreekt dat andere verlangens aan dan bij een situatie met 25 kroegen. Voorbeelden doen volgen. Het stadsbestuur moet ontwikkelingen volgen en zorgen dat de groei natuurlijk verloopt. Maar het moet ervoor oppassen dat het niet vooruitloopt op ontwikkelingen waarvan het helemaal niet zeker is of ze aan de diepere wens van bewoners en toeristen voldoen.

Het lijkt er nu op dat aangejaagd door marktpartijen het stadsbestuur in een oppervlakkige scan concludeert dat het daadkracht en wereldwijsheid moet tonen door horeca op horeca te stapelen. Bang om achter te blijven. Het is de vraag of wijs beleid juist niet het omgekeerde bewerkstelligt.

Uiteindelijk is de ultieme vraag of Utrecht gaat voor kwantiteit of kwaliteit. Nu lijkt het stadsbestuur sterk in te zetten op kwantiteit. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet. Laat de raad maar eens op werkbezoek gaan naar die Europese steden die kiezen voor kwaliteit. Zonder gevelreclame, zonder harde muziek die uit panden klinkt en zonder een houding die de bewoners van een binnenstad overlevert aan de commercie.

Zelfs bij de huidige groei van de horeca kan het stadsbestuur meer waarborgen van kwaliteit van leven voor bewoners en toeristen inbouwen. Waarom het stadsbestuur dat niet doet is schaamteloos en zou onderwerp voor debat in de raad moeten zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWijkraad Binnenstad boos: “Het is nu één grote feestplek”’ in DUIC, 3 maart 2017.

Written by George Knight

3 maart 2017 at 16:07

De extra drempel van presentatie-instelling BAK

leave a comment »

bak

Het in Utrecht aan de Lange Nieuwstraat gevestigde BAK (‘Basis voor Actuele Kunst’) heeft een plaats in de basisinfrastructuur als presentatie-instelling. In het advies ‘Culturele basisinfrastructuur 2017 – 2020’ van mei 2016 adviseert de Raad voor Cultuur de instelling een subsidie-bijdrage van 500.000 euro toe te kennen. BAK richt zich in het lopende programma  (‘onderzoeksroute’) ‘Future Vocabularies’ op drie ‘hoofddomeinen’: de vluchtelingenproblematiek, de ecologische crisis en de technologische omgeving. De Raad waardeert de kwaliteit van de instelling die het als volgt omschrijft: ‘BAK legt een sterke focus op politiek-maatschappelijk geëngageerde presentaties en verbindt hieraan consequent zijn educatieprogramma, doelgroepenbeleid en ondernemerschap. Sterke elementen in het plan, die passen bij de positie van BAK als presentatie-instelling, zijn ook de nadruk op discours, experiment, onderzoek en internationale samenwerkingsverbanden.’

De nadruk op discours en onderzoek is de reden dat kunstliefhebbers afhaken. Ze zijn de accentuering en theoretisering niet gewend. Kritiek hierbij is niet dat BAK theoretisch, experimenteel of politiek is, maar dat het in de communicatie onnodig ondoorzichtig is. En zich afsluit voor de gemiddelde kunstconsument. Het woord dat de kritiek samenvat is ‘hermetisch’, waarbij de notie ‘gesloten’ bedoeld wordt. BAK zou van zichzelf een karikatuur maken door extra drempels op te werpen. Verzuchting is dat dat hoogmoedig is en averechts werkt in een niet eensgezinde sector die van de politiek steeds minder mentale en financiële steun krijgt.

Maar wie de achtergronden van de theoretische benadering die aansluit bij het Frans structuralisme kent waar BAK zich op baseert kan beseffen dat BAK ongetwijfeld denkt dat het niet anders kan. Gaf de Franse neo-Freudiaanse psychoanalyticus Jacques Lacan op de kritiek dat zijn werk zo slecht te doorgronden was niet ooit als antwoord dat hij het bewust zo onbegrijpelijk opschreef opdat de lezers moeite moeten doen om het te begrijpen? Enkel en alleen in het proces van begrijpen zouden ze echt de stof kunnen doorgronden en tot zich nemen. Daarom de noodzaak van de extra drempel. Dat etiket van moeilijkdoenerij kleeft ook aan BAK.

Ik breek een lans voor BAK. Niet alleen voor de onderzoeksprogramma’s die leidden tot de bijeenkomsten die nergens anders te zien zijn zoals in 2014 Jonas Staal en Moussa Ag Assarid met een ambassade als onderdeel van een onderzoeksproject waar politiek, kunst, experiment en onderzoek organisch samenkomen, maar ook talloze ‘gewone’ tentoonstellingen die tot nadenken aanzetten. Zo’n vreemde eend die zich niet overlevert aan marketing en behaagzucht van het publiek hoort in de culturele basisinfrastructuur van een volwassen democratie thuis. De eigenzinnigheid van BAK houdt niet de kunstconsument, maar de kunstsector scherp.

Ook bijzonder is de tijdscapsule die BAK biedt. Het is telkens weer een plezier en het bevestigt het gevoel van nostalgie om de aankondigingen te lezen die de lezer 40 jaar terug in de tijd zetten. Neem de toelichting bij het programmaTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ met onnavolgbare zinnen die de klok op 1975 vastprikken. Niet toevallig wordt de voorman van het structuralisme Roland Barthes in dit programma van stal gehaald en opgepoetst. Neem een zinsnede als: ‘een tentoonstelling die zich in een reeks performatieve en discursieve openbare bijeenkomsten door de tijd heen ontwikkelt’ of ‘Met kunstenaars, theoretici en andere cultuurbeoefenaars verbindt To Seminar de drie conceptuele ruimtes die elkaar kruisen wanneer seminaring plaatsvindt – instituut/overdracht/tekst – en wordt er geprobeerd deze op een evenwichtige wijze te verenigen zodat de omstandigheden van de hedendaagse tijd opnieuw gedacht en gevormd kunnen worden.’

Bij BAK is een betekenis nooit af en altijd in ontwikkeling. Wat velen als zwakte zien ziet BAK zelf als sterkte. Als die betekenis wordt ingebed in een onderzoeksprogramma naar betekenis, dan wordt het nog lastiger om vast te pinnen waar het over gaat. Om dat proces te beschrijven zijn woorden nodig die een open betekenis bieden. Bij BAK wordt bevraagd, ontwikkeld, verkend, verbonden, omlijst, toegewerkt, geactiveerd, aangereikt en overdacht. Binnen de logica van BAK kan het niet anders, want vastpinnen is het einde van het onderzoek. Onderzoek is nooit af. Betekenissen blijven glijden. Alleen, waarom daartoe in de taal geleund wordt tegen en geleend bij een stroming die in Frankrijk en iets daarna in de jaren ’70 aan Angelsaksische universiteiten haar hoogtepunt had is merkwaardig. Het is een anomaliteit van een hedendaagse postacademische, presentatie-instelling dat het met 40 jaar oud gereedschap probeert uit te leggen waar het op dit moment mee bezig is.

Foto: Schermafbeelding van deel programma-aankondigingTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ van BAK.