George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Utrecht

Heeft Henk Westbroek gelijk met zijn claim dat Utrecht aan ‘stadskunst’ doet bij de ontwikkeling van het Berlijnplein?

leave a comment »

Heeft de Utrechtse columnist en oud-politicus Henk Westbroek gelijk met zijn overpeinzing dat het Utrechtse gemeentebestuur de kunst voor haar karretje spant en ondergeschikt maakt aan de visie die het op de stad heeft? Westbroek spreekt over de stadskunst van wethouder Anke Klein. Dat zou nog nergens vertoond zijn en nu in Utrecht voor het eerst in praktijk gebracht worden, aldus de columnist. Het gaat om de ontwikkeling van het Berlijnplein in de Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn. In een ‘ontwikkelkader’ wordt de opzet geschetst door het gemeentebestuur. Het maakt me aan het schrikken door onderstaande passage met de volgende uitspraak: ‘‘Vorm volgt ambitie’, zo staat het beschreven in het ontwikkelkader. Bij deze werkwijze past dat we eerste de ambities bepalen en daar vervolgens organisaties bij worden gezocht die daarbij passen.

Het gelijk van Henk Westboek staat of valt met de voorwaarden waaronder dat gebeurt. Het is gebruikelijk dat een stadsbestuur bij stadsontwikkeling de voorwaarden schept, maar het is ongebruikelijk als het vervolgens gaat bepalen en selecteren welke kunst, kunstenaars en specifieke voorzieningen daarbij passen en daar zelf naar op zoek gaat. Direct of indirect via een organisatie die dat uitvoert voor en namens het stadsbestuur. In krom Nederlands zegt de notitie: ‘Bij deze werkwijze past dat we eerste de ambities bepalen’ en het vervolgt ‘en daar vervolgens organisaties bij worden gezocht die daarbij passen.’ Ineens is het onderwerp verdwenen door het gebruik van de lijdende vorm en moeten we gissen wie het is die ‘organisaties erbij zoekt’. Waarom wordt niet nadrukkelijk omschreven welke persoon of instelling de organisaties zoekt en fiatteert?

Westbroek verwijst in het slot van zijn commentaar naar een artikel in NRC dat lovend is over het initiatief van het Berlijnplein. Dat bevat een opvallende passage over een initiatief dat niet terugkomt omdat het te weinig bezoekers trok: ‘Het betekent ook dat mislukte projecten níét terugkomen. Showman’s Fair, een soort miniversie van theaterfestival De Parade, trok in november te weinig bezoekers voor een vervolg. Het stadsbestuur stopte de subsidie aan dit meerjarige initiatief. Het stadsbestuur laadt zo de verdenking op zich wel erg strak te sturen en zelf rechtstreeks invloed uit te oefenen op de inhoud van de kunst.

Het artikel bevat ook een verwijzing naar de bezuinigingen van oud-staatssecretaris Halbe Zijlstra in 2013. Directeur Donica Buisma van RAUM verwijst naar een opiniestuk in NRC van George Brugmans en Marleen Stikker waarin ze pleiten voor ‘een centralere rol van kunstenaars in de maatschappij in het vormgeven van de toekomstige samenleving’. Een pleidooi dat plat valt als kunstenaars binnen de voorwaarden moeten opereren van het stadsbestuur. Direct of via ‘cultureel stadslab’ RAUM dat een van de organisaties is die uitgezocht zijn door het stadsbestuur omdat het bij de ambities past. Dan spelen de kunstenaars geen centrale, maar een ondergeschikte rol omdat ze worden ingezet voor stadsontwikkeling en -promotie. Dat is niet de strekking van Brugmans’ en Stikkers betoog. RAUM zegt over de eigen toekomstplannen: ‘Met de gemeente wordt gelijktijdig gewerkt om het terrein van RAUM (ook wel de ‘cultuurkavel) tot een culturele plek te ontwikkelen waar allerlei verschillende partijen hun plek kunnen vinden. RAUM is daarin de pionier en aanjager.

Het gevaar van ‘stadskunst‘ ligt op de loer. De Utrechtse raadsleden moeten er alert op zijn onder welke voorwaarden het Berlijnplein wordt ontwikkeld. De marges tussen wat aanvaardbaar en niet aanvaardbaar is zijn smal. Het stadsbestuur moet wegblijven van de inhoud. Ook indirect via organisaties die het subsidieert.

Foto: Schermafbeelding van deel notitie (ofwel ontwikkelkader) ‘Berlijnplein: Kunst en cultuur over de toekomst van de stad’ van de gemeente Utrecht, 22 juni 2019.

Advertenties

Amersfoort weigert beantwoording reeks schriftelijke vragen over MOA omdat het ‘verkapt onderzoek’ is. Bestuurlijke impasse dreigt

with one comment

Amersfoort staat bij insiders bekend als een gemeente waar de ambtenaren het voor het zeggen hebben. Ook ik heb op zoek naar informatie over het ‘Armando Museum’ aanvaringen gehad met de griffie en bewaar daar slechte herinneringen aan. Amersfoort staat op het gebied van openheid en communicatie niet goed bekend. Dat museum was een ooit in Amersfoort gevestigd museum dat na een brand in 2007 in de Elleboogkerk door het toenmalige gemeentebestuur de stad werd uitgejaagd en onder een andere naam (MOA) en formule in een rijksmonument terechtkwam, landhuis Oud Amelisweerd van de gemeente Utrecht in de gemeente Bunnik.

Sinds de weigering in februari 2019 door een raadsmeerderheid om een onderzoek te houden naar de achtergronden van de verhuizing van dat Armando Museum hebben de standpunten tussen coalitie (VVD, D66, GL, CU) en oppositie zich verhard. In een commentaar omschreef ik de opstelling van de woordvoerder cultuur Linda van Tuyl (GL) die onderzoek afwijst: ‘Ze zijn bedoeld om de controlerende rol van de raad te herstellen, en om van gemaakte fouten te leren zodat die in de toekomst vermeden kunnen worden. Precies dat is aan de orde bij het dossier MOA toen het toenmalige college het convenant uit 1998 met Armando en zijn ex eenzijdig opzegde. Toenmalig directeur Gerard de Kleijn van Amersfoort-in-C noemde dat in 2010 ‘onbehoorlijk bestuur’ en woordbreuk van de toenmalige gemeenteraad die via de coalitiepartijen het besluit van het college volgde. Het is niet niks als een ambtelijk diensthoofd de raad (en in het directe verlengde daarvan het gemeentebestuur) beticht van onbehoorlijk bestuur. Verdient dat geen onderzoek?

De wederzijdse irritatie groeit en middel van communicatie zijn de schriftelijke vragen die raadsleden aan het bestuur kunnen stellen. Voormalig fractievoorzitter van Amersfoort2014 Ben Stoelinga heeft op 17 april een reeks vragen aangekondigd zoals bovenstaande afbeelding toont. Tot nu toe zijn er vier delen gesteld. Er bestaat verschil van mening tussen Amersfoort2014 en het gemeentebestuur (of de ambtenarij?) of de vragen wel beantwoord hoeven te worden zoals onderstaand antwoord van het college van 28 mei 2019 verduidelijkt:

Met dat antwoord dat Amersfoort2014 onvoldoende vindt is deze fractie het niet eens. Het wil antwoord op haar vragen over alle onregelmatigheden rond het Armando Museum en meent dat het college volgens de eigen richtlijnen verplicht is om inhoudelijk te antwoorden. Met het antwoord op bijna alle vragen  dat luidt ‘Zoals toegelicht in de inleiding beantwoordt het college deze vraag niet vanwege de onderzoekstechnische aard’ neemt deze fractie geen genoegen zoals blijkt uit een ‘extra’ schriftelijke vraag van 6 juni 2019:

Het college is in naam van voormalig kamerlid en cultuurwethouder Fatma Koşer Kaya (D66) van mening dat de schriftelijke vragen van Amersfoort2014 ‘een verkapt onderzoek’ zijn en daarom niet beantwoord hoeven te worden. Een onderzoek waarover zo stelt het college op 5 februari 2019 ‘de aanwezige woordvoerders in meerderheid zich tegen een raadsenquête of raadsonderzoek over MOA hebben uitgesproken‘. Hiermee versmalt het college een raadsenquête of raadsonderzoek tot het stellen van schriftelijke vragen. Maar een onderzoek is in procedure en strekking meer dan dat. Het kan een les voor de toekomst geven. Er kan begrip opgebracht worden voor het standpunt van het college dat de reeks vragen van Amersfoort2014 een groot beslag legt op de capaciteit van de ambtelijke organisatie. Complicatie is dat de wethouders relatief nieuw zijn en voor veel informatie afhankelijk zijn van de ambtelijke staf. Ook bij het beantwoorden van de schriftelijke vragen van Amersfoort2014 die terug kunnen wijzen naar het toenmalige opereren van de ambtenaren.

Om de onduidelijkheden en suggesties over de gemeentelijke organisatie te ontzenuwen is het gewenst dat het college schoon schip maakt en de vragen van Amersfoort2014 zonder terughoudendheid beantwoordt. Als de beantwoording van een specifieke vraag teveel beslag legt op de capaciteit, dan kan dat in voorkomende gevallen met redenen omkleed gemeld worden. Het bestuur van een middelgrote gemeente als Amersfoort dient zichzelf serieus te nemen en zich er niet toe te verlagen om met raadsleden verzeild te raken in een loopgravenoorlog. Het college vertegenwoordigt het openbaar bestuur en moet verantwoordelijkheid tonen. Amersfoort kan best middelen vrijmaken om de reeks vragen in detail te beantwoorden. Als het dat wil.

Foto’s 1 en 4: Schermafbeelding van delen van ‘SCHRIFTELIJKE VRAGEN en/of INLICHTINGEN AAN HET COLLEGE; Ex. artikel 43 en artikel 44 Reglement van orde van de raad’ door Amersfoort2014, 6 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van ‘SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE; Ex. artikel 43 Reglement van orde van de raad’ door Amersfoort2014, 17 april 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Beantwoording schriftelijke vragen’ door afdeling Woon Werkklimaat namens het college van de gemeente Amersfoort, 28 mei 2019.

Twee foto’s van Nederland (1911) roepen vraag op of buitenlandse beeldarchieven voor Nederlands publiek voldoende ontsloten zijn

with one comment

Waarom dat is weet ik niet, maar ik kan geen genoeg krijgen van oude foto’s van waterwegen met schepen. Wellicht omdat mijn moeder uit een rederij familie kwam? De datum is 1911. De haven is Rotterdam. Twee heren turen over de Maas. Pogend niet poserend over te komen. Schoorstenen van schepen spuwen stoom.

Mogelijk was de fotograaf op de terugweg van Utrecht van het verslaan van de ‘Circuit d’Europe’ luchtrace die door de Parijse krant Le Journal werd georganiseerd. Met Utrecht als etappeplaats voor de aankomst van de derde etappe uit Luik en het vertrek van de vierde etappe naar Brussel. Het is gissen. Hoe kan ik het weten?

Beide foto’s worden in de omschrijving in het Franse beeldarchief Gallica gerubriceerd als persfotografie (photographie de presse) met als maker het fotografisch persbureau ‘Agence Rol’ dat van 1904 tot 1938 bestond. Zo zijn in buitenlandse archieven veel oude foto’s van Nederland opgenomen waarvan het de vraag is of die voor een Nederlands publiek in een Nederlandse digitale collectie bijeen zijn gebracht. Of zouden moeten worden. Ze verruimen onze blik op wat Nederland ooit was en hoe buitenlanders ernaar keken.

Foto 1: Rotterdam [vue du port] : [photographie de presse] / [Agence Rol], 1911. Collectie Gallica. 

Foto 2: Hollande, Utrecht [vue d’une foule rassemblée pour l’arrivée de l’étape du circuit Européen Liège-Utrecht] : [photographie de presse] / [Agence Rol], 1911. Collectie Gallica. 

Written by George Knight

9 mei 2019 at 19:10

Raadsleden wacht een opdracht: een einde maken aan de macht van de afdelingen Communicatie bij lokale overheden?

with one comment

Op de FB-pagina van de gemeente Utrecht wordt een vragenlijst over de binnenstad gepresenteerd. Het is van een tenenkrommende onnozelheid. De burger wordt bij zijn voornaam aangesproken. De vragen dienen niet om de burger werkelijk inspraak te geven, ze dienen de marketing en stadspromotie van de gemeente Utrecht, en in het verlengde ervan de verantwoordelijke wethouder. Welke raadsleden maken nou eens een einde aan die marketing en voorlichting door de afdelingen Communicatie die als nooit zwijgende Stalinorgels hun voorlichting op de burgers afvuren? In de vorm van tweets, brochures, pagina’s in huis-aan-huis bladen, persberichten, foto’s, video’s en vragenlijsten. Gedragsbeïnvloeding dus. Mijn commentaar bij de vragenlijst:

Marketing en stadspromotie, meer lijkt de vragenlijst niet te zijn. Dat is een gemiste kans. Schijnt in de hoofden van de opstellers altijd de zon zodat ze zelf zijn gaan geloven in hun eigen werkelijkheid uit de promotiefilmpjes?

De bewoners van Utrecht verdienen meer betekenis, zwaarte en invloed dan deze lichtzinnige vragenlijst biedt. Wie is verantwoordelijk voor deze exercitie in luchthartigheid? Want het is in de kern ontwijkingsgedrag van de opstellers die hier door het stadsbestuur voor zijn aangesteld. De verantwoordelijke wethouder zou deze marketing een halt moeten toeroepen omdat het een belediging voor de Utrechters is.

Want waarom moet het zo braaf? Waarom is er geen ruimte voor aanmerkingen en kritiek, en waar kunnen de zwakke punten van het beleid van het gemeentebestuur opgesomd worden?

Wie aan deze vragenlijst meewerkt stapt in de wereldvreemde waarheid van de opstellers. Utrechters zijn slimmer en weten wel beter. Ze willen best suggesties doen en constructief meewerken aan het verbeteren van hun stad, maar niet binnen het frame die de vragenlijst biedt.

De vragenlijst bereikt het omgekeerde van wat het beoogt. Het zorgt niet voor verbinding, maar voor vervreemding.

 

Written by George Knight

1 mei 2019 at 23:44

Berichtgeving over de aanslag in Utrecht valt niet mee. NIet voor makers en kijkers

leave a comment »

Gisteren, 18 maart 2019 zagen we niet alleen een vreselijke aanslag op een tram in Utrecht waarbij drie doden te betreuren vielen, maar ook een ellenlange nieuwsuitzending van de nationale omroep met herhalingen, herhalingen, aannames die dan weer bevestigd en dan weer ontkend werden en feiten die nog niet duidelijk waren. Wat was het motief van de Turks-Nederlandse dader? Was hij een draaideur-crimineel, een jihadistische soepjurk, een onevenwichtige persoon of iemand met ‘problemen in de relationele sfeer’? Of alles tegelijk? Er werd steeds expliciet gezegd dat moskeeën beveiligd werden terwijl ze overduidelijk geen doelwit waren. Waarom werd dat dan gezegd? Was het een verre echo van de aanslag in Christchurch? De tragische gebeurtenis werd zo een ratjetoe van berichtgeving vol doodlopende paden. Wellicht onvermijdelijk bij dit soort berichtgeving die improvisatie vraagt, maar het geeft ook aan dat zonder goede voorbereiding én oefening een kwalitatief hoogstaand programma over een nationale calamiteit niet te maken valt.

De buitenlandse media hebben het makkelijk, ze vatten na afloop gewoon de hoofdpunten samen. Zoals Nederlandse media dagelijks doen als er zich iets belangrijks afspeelt in het buitenland. Op 18 maart 2019 was Nederland voor even voor de hele wereld het buitenland. Echter niet voor Nederlandse kijkers, en die hebben het geweten.

Kunstuitleen Utrecht haakt af voor tijdelijke exploitatie Oud Amelisweerd. College onderzoekt versoepeling randvoorwaarden

with one comment

Het Utrechtse college blijft worstelen met het vinden van een exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Dit rijksmonument met antiek Chinees behang is eigendom van Utrecht. In 2018 ging de Stichting Museum Oud Amelisweerd failliet. Daarna ging het gemeentebestuur op zoek naar een tijdelijke huurder voor hooguit twee jaar. Volgens het gemeentebestuur is dat in afwachting van een definitieve exploitant die aangewezen zal worden na een procedure waarin voor het eerst dieper ingegaan wordt op de mogelijkheden en optimale bestemming van het landhuis. Een museale bestemming lijkt op dit moment nog steeds het uitgangspunt.

De beoogde tijdelijke exploitant, de Kunstuitleen Utrecht heeft definitief afgezegd vanwege de hoge kosten en logistieke beperkingen van het landhuis. Dat blijkt uit een brief van 12 maart 2019 van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad. Ook de tweede kandidaat, de LOA-groep van ex-vrijwilligers van het voormalige Museum Oud Amelisweerd trekt zich terug vanwege de voorwaarden die als te beperkend worden ervaren.

De brief concludeert: ‘Dit betekent dat uit de selectieprocedure zoals gestart in november, geen tijdelijke huurder naar voren is gekomen. Wij ronden deze procedure nu af. Wij hebben besloten om op dit moment voor het pand een actieve leegstandsbeheerder aan te stellen. Deze beheerder krijgt de opdracht om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren, waardoor beperkte openstelling voor het publiek mogelijk blijft.’ De LOA-groep wordt nadrukkelijk uitgenodigd om activiteiten te organiseren.

Wethouder Klein en Culturele Zaken van de gemeente Utrecht hebben besloten om voor het rijksmonument een beheerder aan te stellen die de opdracht krijgt ‘om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren’. Wat dat programmatisch en praktisch betekent is onduidelijk. Uit de brief blijkt dat een subsidie van € 75.000 en gederfde huurinkomsten van € 30.000 (inclusief lagere service- en facilitaire kosten) leiden tot een kostenplaatje van totaal € 105.000 per jaar. Over programmering of de inhoudelijk voorwaarden voor openstelling laat de brief zich niet uit. Het gaat uitsluitend om de toelichting van een bestuurlijke procedure.

Het venijn van de brief zit in de staart als het zegt: ‘Tijdens de periode van actief leegstandsbeheer gaan wij door met het onderzoek naar mogelijke aanpassingen aan het pand en/of het bestemmingsplan zodat de gebruiksmogelijkheden van het pand worden vergroot en de kansen op het vinden van een definitieve gebruiker toenemen.’ Wat die aanpassingen inhouden is onduidelijk. Des te meer omdat de gemeente Utrecht in het verleden het casco en het interieur al optimaal, om niet te zeggen voorbeeldig heeft hersteld en de Stichting MOA het landhuis daarna museaal optimaal heeft ingericht. Ofwel, de gebruiksmogelijkheden van het pand zijn al optimaal en kunnen niet meer vergroot worden. Het enige wat deze passage kan betekenen is dat er door het Utrechtse gemeentebestuur bij de RCE (Rijksdienst Cultureel Erfgoed) toestemming wordt gezocht om het antieke Chinese behang uit dit rijksmonument te verwijderen en elders onder te brengen. Of als dit een brug te ver is omdat het immers om een rijksmonument gaat waarvan het interieur onlosmakelijk onderdeel is om de voorwaarden voor het klimaatsysteem zodanig te versoepelen zodat door minder goede conservering en bescherming van het antieke Chinese behang de exploitatie goedkoper en makkelijker wordt.

Het idee is dan dat een exploitant makkelijker te vinden is. In een commentaar van 20 februari 2019 zei ik: ‘Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

Wat toont deze brief aan en welke richting valt eruit te lezen? Het lijkt duidelijk dat het Utrechtse college zich acht jaar na 2011 nog steeds niet goed raad weet met de bestemming van Oud Amelisweerd. Zelfs het vinden van een tijdelijke exploitant lukt niet, zoals het afhaken van de Kunstuitleen Utrecht aantoont. Het college lijkt in te zetten op versoepeling van de voorwaarden, hoewel dat lastig is omdat de gebruikersmogelijkheden onlosmakelijk aan dit rijksmonument en de museale inrichting ervan zijn verbonden. Dat is de weg die een vorig Utrechts gemeentebestuur in 2012 ondanks herhaalde en ernstige waarschuwingen voor de te zware randvoorwaarden en door forse investeringen willen en wetens heeft ingezet. Als het bestuurlijk zorgvuldig wil handelen, dan kan het huidige college daar om economische redenen niet eenzijdig afstand van nemen.

Positief is dat de brief aangeeft na te denken over de toekomst van Oud Amelisweerd en ‘de kaders voor de permanente invulling vóór de zomer’ voor te leggen aan de raad. Dan kan eindelijk het inhoudelijk debat in de raad starten over welk soort museum voor deze kwetsbare en excentrieke plek haalbaar en gewenst is.

Foto’s: Schermafbeelding van briefRaadsbrief Selectie tijdelijke exploitatie Landhuis Oud Amelisweerd afgerond’ van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad van Utrecht, 12 maart 2019.

GroenLinks Amersfoort twijfelt aan het bestaan van de waarheid over het Armando Museum en wijst een onderzoek hoe dan ook af

with 6 comments

Groenlinks neemt in Amersfoort met twee wethouders deel aan de coalitie. Dit feit alleen verklaart het optreden van de woordvoerder cultuur van GroenLinks Linda van Tuyl. Wat ze zegt is zo afwijkend van waar GroenLinks voor zegt te staan dat nauwelijks valt te geloven dat Van Tuyl echt gelooft in wat ze zegt.

Van Tuyl zegt in een raadsdebat dat ze niet wil dat de onderste steen boven tafel komt in een mogelijk onderzoek naar de besluitvorming over de verhuizing van het Armando Museum naar Bunnik. De reden die ze daarvoor geeft is dat het een complex onderzoek zou worden. Dat meent ze al op voorhand te weten, zonder dat het onderzoek is verricht. En als men de onderste steen boven tafel krijgt vraagt ze zich af wat men ermee gaat doen. Men krijgt medelijden met haar dat Van Tuyl dit om partijpolitieke redenen moet zeggen.

Aan de orde is een onderzoek naar de gang van zaken rond het MOA. Dat heeft de gemeente veel geld gekost. Deze Amersfoortse vertegenwoordiger van GroenLinks gaat niet voor openheid en onderzoek, maar voor het tegendeel. In haar argumenten redeneert ze naar een situatie toe die juist onderzocht moet worden om te weten wat de situatie is. Evenmin is het duidelijk waar Van Tuyl haar observatie op baseert dat het dossier MOA zo uniek is dat een onderzoek weinig oplevert. Afgelopen jaren zijn opvallend veel culturele projecten in Amersfoort mislukt. Valt daar geen patroon in te herkennen? Volgens Van Tuyl niet, want ze weet op voorhand het antwoord. Zij redeneert in een cirkel en stelt haar uitgangspunt als onherroepelijke conclusie voor.

Van Tuyls argumenten kunnen ook omgekeerd worden en tegen haar gebruikt worden. Als namelijk het dossier MOA zo uniek is zoals ze veronderstelt, dan verdient dat juist een onderzoek. Of in de vorm van een raadsenquête of anderszins, naargelang de wens van de meerderheid van de raad. Dit soort onderzoeken zijn ernstig en gaan niet over futiliteiten. Ze zijn bedoeld om de controlerende rol van de raad te herstellen, en om van gemaakte fouten te leren zodat die in de toekomst vermeden kunnen worden.

Precies dat is aan de orde bij het dossier MOA toen het toenmalige college het convenant uit 1998 met Armando en zijn ex eenzijdig opzegde. Toenmalig directeur Gerard de Kleijn van Amersfoort-in-C noemde dat in 2010 ‘onbehoorlijk bestuur’ en woordbreuk van de toenmalige gemeenteraad die via de coalitiepartijen het besluit van het college volgde. Het is niet niks als een ambtelijk diensthoofd de raad (en in het directe verlengde daarvan het gemeentebestuur) beticht van onbehoorlijk bestuur. Verdient dat geen onderzoek?

Blijft de vraag over de beeldvorming en GroenLinks. Is dit nog wel de partij van voormalig kamerlid Mariko Peters die in 2012 een wetsvoorstel indiende voor een transparante overheid? In de motivatie zei ze: ‘Teveel publieke informatie blijft nu geheim of te lang achter slot en grendel.’ Van Tuyl vindt het blijkbaar prima dat informatie achter slot en grendel blijft. Namens welk GroenLinks spreekt zij? Het is soms politieke realiteit als een partij kernwaarden inwisselt voor deelname aan de macht, maar doorgaans gaat dat gepaard met geloofwaardig theater. Van Tuyl voert dat echter zo ongeloofwaardig en onhandig op dat het absurd wordt.

In het dossier Armando Museum en MOA speelde een van de voorlopers van Van Tuyl een andere rol. Ook toenmalig fractievoorzitter van GroenLinks Hiske Land pleitte in 2010 voor pragmatiek en haalbaarheid, maar koos vervolgens niet voor een kleinere, maar een grotere rol van de raad. Ze pleitte voor een brede, kritische blik en zoektocht naar de waarheid die Van Tuyl bij voorbaat als onmogelijk kenschetst. Hiermee verschilt Van Tuyl niet van rechts-populisten die succesvol het idee van ‘de waarheid’ ondermijnen. Dat is het verschil in intellectuele nieuwsgierigheid en politiek-filosofische stellingname tussen Land en haar opvolger Van Tuyl.

In 2010 schreef Land: ‘Essentie dus: het Amersfoortse culturele klimaat wordt voor een groot deel bepaald door de verzelfstandigde instellingen. We kunnen niet veel meer doen dan hopen dat zij kiezen voor het belang van de stad… Ik pleit voor een brede blik op het museale aanbod, in plaats van te focussen op één instelling zoals nu gebeurt. De bezuinigingen zijn wat mij betreft alleen de aanleiding om ernaar te kijken. Wat willen we voor de stad? Welke betekenis heeft iedere instelling daarin?’ Een zoektocht naar de waarheid is aan Van Tuyl en GroenLinks Amersfoort niet besteed. Linda van Tuyl ontkent het bestaan van de waarheid.