Scientology Nederland claimt onterecht dat het is erkend als godsdienst. Het is onjuist dat de staat zich niet uitspreekt over toetreding godsdiensten

Robert Kruijt van Scientology Nederland gaat in op de vraag of Scientology in Nederland een erkende godsdienst is. Hij meent van wel. Maar dat is onjuist. De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Kruijts claim dat de Scientology Kerk in Nederland door de Belastingdienst wordt erkend is onjuist. Waarom hij de Belastingdienst noemt, terwijl hij weet dat zijn organisatie er niet door erkend wordt lijkt een kwestie van brutale marketing.

Interessanter is zijn opvatting dat in Nederland de Nederlandse overheid zich niet bemoeit met aangelegenheden binnen een kerk of religieuze organisatie. Kruijt schetst in zijn rooskleurige opgewektheid een vals beeld. Het is een misverstand dat de staat zich hier niet over uitspreekt en dat de toetreding van nieuwe religieuze organisaties tot de religieuze markt geen belemmeringen kent. Er bestaan wel degelijk indirecte en verdekte blokkades van de Nederlandse overheid om nieuwe religieuze organisaties of organisaties die claimen een godsdienst te vertegenwoordigen de voet dwars te zetten.

Tekenend zijn de pogingen van de Nederlandse afdeling van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster om erkend te worden als godsdienst. Deze Kerk loopt al enkele jaren tegen politieke en maatschappelijke hindernissen op. Overigens een Kerk met veel meer leden dan de Scientology Kerk. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een uitspraak van 15 augustus 2018 dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Ik noemde dat in een commentaar een uitspraak vol gebreken. Onder meer omdat de de Raad van State theologisch niet geëquipeerd is om theologische doctrines af te wegen en niet dient te oordelen over de ‘binnenkant’ van organisaties die claimen een godsdienst te zijn.

De rechterlijke macht is een van de drie machten binnen de Nederlandse staat. Het oordeelt over de toegang van toetreders tot de religieuze markt. Door op de rem te staan kunnen rechtscolleges die toegang blokkeren of vertragen. Dat gebeurt in dit voorliggende geval van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en daarom kan men niet zeggen dat de overheid zich hier niet mee bemoeit en dat de toetreding vrij is. Dat is het pertinent niet. De rechterlijke macht is onderdeel van wat Kruijt ‘de overheid’ noemt. De staat, of overheid, mengt zich wel degelijk in het interne debat over wat een godsdienst is. Het is in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Het is duidelijk waarom Kruijt een vals beeld geeft van de Nederlandse religieuze situatie. Hij probeert hiermee kritiek te weerleggen door net te doen alsof in Nederland alles kan en nieuwe religieuze organisaties met open armen worden ontvangen en zijn eigen organisatie ook makkelijk door de ballotage is gekomen. Maar dat is onjuist. Scientology wordt in Nederland getolereerd en net als in landen als België, Frankrijk en Duitsland niet erkend als godsdienst, maar als sekte gezien.

Advertentie

Scientology Kerk Nederland laat op sociale media met aanval op media van zich horen. Het verdedigt zich met algemeenheden

De Nederlandse tak van de Scientology Kerk heeft de afgelopen maand talloze video’s met Gerbrig Deinum op haar YouTube-kanaal geplaatst. Zij doet de publiciteit van de Nederlandse Scientology Kerk en treedt veel op in de media. Deinum praat handig en vlot, maar wel in algemeenheden die niet controleerbaar zijn. Daarom is haar verhaal over de relatie van de Scientology Kerk met de media toch niet overtuigend. Daarbij sluit ze de mogelijkheid uit dat de kritiek die de Kerk krijgt gerechtvaardigd is. Opvallend is dat Deinum in een andere video aandacht besteedt aan de documentaire Going Clear: Scientology & the Prison of Belief van Alex Gibney die uit 2015 dateert. Ook hier wordt Deinum niet concreet en heeft ze geen steekhoudende argumenten.

De Scientology Kerk heeft in tegenstelling tot gevestigde godsdiensten geen ANBI-status omdat het onder meer niet kan voldoen aan het criterium van de Belastingdienst dat het ‘zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut’. Dat bepaalde in 2015 het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak. Daardoor hebben donateurs en organisatie geen recht op belastingvoordelen over giften en donaties en moet de kerk schenk- en erfbelasting daarover betalen. De Scientology Kerk zet zich dus niet voldoende in voor het algemeen nu, maar men kan zich terecht afvragen of andere religieuze instellingen dat wel doen. Dat betwijfel ik. In een commentaar van mei 2015 schreef ik dat er vermoedelijk met twee maten wordt gemeten. Hiermee pleit ik zeker de Scientology Kerk niet vrij, maar betoog eerder het omgekeerde. Namelijk dat alle godsdiensten onterecht een streepje voor hebben boven andere maatschappelijke instellingen en goede doelen stichtingen:

Dat 90%-criterium is een harde grens waarvan onduidelijk is hoe die bewaakt wordt. Wanneer voldoet een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang en hoe wordt dat kwalitatief en kwantitatief getoetst? Wordt dat in de praktijk getoetst of is er consensus tussen politieke partijen dat het 90%-criterium niet wordt getoetst? Overwegingen om te betwijfelen of er in de praktijk getoetst wordt en te vermoeden dat religieuze instellingen niet voldoen aan dit criterium volgt uit het kenmerk van religie zoals religieuze instellingen dat vertegenwoordigen. Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Dat eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en dat laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en onoverzichtelijk dat niet op voorhand valt te zeggen dat ze voor 90% het algemeen belang dienen. Of anders gezegd, het niet op voorhand uitgesloten kan worden dat ze voor meer dan 10% hun eigen belang dienen.

Belastingdienst wijst ANBI-status af van Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Welke kerken hebben geen 10% eigenbelang?

kvs

De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster blijkt gestaag werken aan de emancipatie van de Nederlandse overheidsdiensten. Dat is een moeizaam proces. In bovenstaand bericht op haar site laat de Kerk weten dat de ANBI-status is afgewezen door de belastingdienst. De Kerk ziet dat als willekeur en zegt bezwaar te maken tegen deze beslissing. Instellingen die worden aangewezen als ANBI (‘Algemeen nut beogende instellingen’) hebben belastingvoordelen bij erven, schenken en energiebelasting. Er waren in Nederland op 29 september 2016 53141 instellingen met een ANBI-status, zoals blijkt uit het Overzicht van de belastingdienst.

In het bericht laat de Kerk weten dat het volgens de belastingdienst ‘niet of niet voldoende het algemene belang’ zou dienen. Interessant is de reactie van Scientology-woordvoerder Merel Remmerswaal uit 2015 op de afwijzing van de ANBI-status voor de Scientology Kerk: ‘Het is eerder de vraag waarom andere kerken wel de ANBI-status hebben. Het enige verschil is dat wij nieuw en onbekend zijn.’ De toetsing of een instelling van voldoende algemeen belang is heeft subjectieve elementen in zich. Het lijkt erop dat voor instellingen zonder machtsbasis in politieke partijen, overheid en bij de ambtenarij de lat hoger wordt gelegd. Onbekend maakt onbemind. Nieuwkomers op de religieuze markt worden er indirect van uitgesloten, zo is het vermoeden.

Volgens de definitie van de belastingdienst moet een ANBI aan een aantal voorwaarden voldoen waarvan de belangrijkste is: ‘Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.’ Andere voorwaarden voor het verlenen van de ANBI-status zijn onder meer dat een ‘instelling en mensen die daar rechtstreeks bij betrokken zijn, niet mogen aanzetten tot haat of het gebruik van geweld’, administratieve verantwoording afleggen en geen winstoogmerk hebben. Voor religieuze instellingen is per 1 januari 2016 de publicatieplicht aangescherpt. Dat betekent dat de belastingdienst scherper gaat kijken of religieuze instellingen aan de voorwaarden van de ANBI voldoen. Vraag is of dit meespeelt bij de afwijzing.

Het 90%-criterium waar de Kerk op wordt afgewezen roept de vraag op wanneer een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang voldoet en wanneer voor 10% aan eigenbelang. Hanteert de belastingdienst een checklist aan de hand waarvan een instelling wordt doorgelicht? Anders gezegd, wordt een en ander in de praktijk daadwerkelijk getoetst of bestaat er consensus dat het 90%-criterium feitelijk niet wordt getoetst?

Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Elke religieuze instelling bezit ze. Het eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en het laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en weinig transparant van aard dat niet op voorhand valt te zeggen of een specifieke instelling voor 90% het algemeen belang dient. Of anders gezegd, niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het voor meer dan 10% het eigenbelang dient. Het valt nauwelijks in te zien dat bij kerkgenootschappen die al eeuwen gevestigd zijn en gericht zijn op continuïteit het eigenbelang niet groter dan 10% is.

Foto: Schermafbeelding van berichtANBI status voor KVHVSM afgewezen’ van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, 28 september 2016.

Rare religie

Kan in iets dat per definitie raar is, een onderscheid in rarigheid gemaakt worden? Het kan, maar het oogt selectief. Religie is nu eenmaal raar. Het is zoals het is. Maar sommigen vinden de ene religie nog raarder dan de andere. Dat kan. Eigenlijk is het willen maken van dat onderscheid nog het meest raar. De uitzondering bevestigt de regel.

Onvermijdelijk dat subsidie levensbeschouwelijke omroepen stopt

omr

Is het erg dat in Nederland en Vlaanderen subsidie voor ‘levensbeschouwelijke omroepen’ wordt geschrapt en is het toeval dat dit beleid uitgevoerd wordt door liberale bewindslieden? Past het stoppen van de subsidie bij een pluriforme samenleving waarin de publieke omroep als taak vertegenwoordiging van minderheden heeft?

De term ‘levensbeschouwelijke omroepen’ is verhullend omdat het in beide landen op de uitzondering van de humanisten na om omroepen op religieuze basis gaat. Het is merkwaardig dat het Nederlandse Commissariaat van de Media spreekt over ‘kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag’. Typerend is dat het Commissariaat zeven hoofdstromen onderscheidt waarvan er zes religieus zijn: ‘het Boeddhisme, het Hindoeïsme, het Humanisme, de Islam, het Jodendom, het Katholicisme en het Protestantisme.’ Uit onderzoek blijkt dat de helft van de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet religieus is.

Er zijn vier problemen met de levensbeschouwelijke omroepen. 1) Vanwege maatschappelijke en technische ontwikkelingen neemt door het kijkgedrag het belang van lineaire televisie af waardoor de representativiteit wordt ondergraven. Narrowcasting neemt het over van broadcasting; 2) Er ontbreken hoofdstromen zoals die tot uiting zouden kunnen komen in de Atheïstische Omroep, Kopimi Omroep, Wiccan OmroepNihilisme Omroep of allerlei soorten Vrijzinnige Omroep; 3) De bestaande levensbeschouwingen die ten grondslag liggen aan de omroepen zijn niet langer representatief. Zo vertegenwoordigt het Jodendom slechts 43.000 en het Boeddhisme zo’n 60.000 gelovigen en is het merkwaardig dat het Christendom volgens de omschrijving van het Commissariaat twee hoofdstromen kent en de Islam niet. 4) De onderlinge verdeling van de zendtijd is onevenwichtig. Zo krijgt de Humanistische Omroep die in zekere zin 50% van de bevolking vertegenwoordigt  32 uur televisie terwijl de Protestante hoofdstroom met zo’n 12% vertegenwoordiging 104 uur televisie krijgt.

Omdat de ‘levensbeschouwelijke omroepen’ als relict van het verleden niet meer representatief zijn voor de hedendaagse samenleving die zo pluriform is geworden zou het een logische ontwikkeling zijn als ze bij de tijd gebracht werden door opname van nieuwe stromingen en het afwaarderen van het belang van religieuze hoofdstromen. Dat de liberale bewindslieden Sven Gatz in Vlaanderen en Sander Dekker in Nederland daaraan niet beginnen en vermoedelijk uit bezuinigingsdrift het instituut levensbeschouwelijke omroepen binnen de publieke omroep bij het oud vuil zetten is jammer, maar onvermijdelijk. Het nieuwe dat zo divers is valt lastig te integreren binnen de publieke omroep en het oude heeft zijn tijd gehad. De oplossing zit ‘m op internet waar levensbeschouwelijke omroepen in een eigen domein hun eigen doelgroepen kunnen bedienen.

Foto: Schermafbeelding ‘Levensbeschouwelijke omroepen België verdwijnen‘ van EO.

Twijfel over ANBI-status van kerken naar aanleiding van Scientology Kerk

Update 22 oktober 2015: De wereldwijde kerkgemeenschap Scientology, die ook in Nederland een bescheiden aanhang geniet, krijgt geen ANBI-status. Daardoor hebben de donateurs en de organisatie geen recht op belastingvoordelen over giften en donaties en moet de kerk schenk- en erfbelasting betalen over wat ze krijgt, aldus een bericht in De Volkskrant. Het Gerechtshof in Den Haag kwam op 21 oktober tot die uitspraak. ‘De trend is dat rechters bij niet-traditionele religieuze uitingen het individueel belang zwaarder vinden wegen dan het algemeen belang’, zegt hoogleraar belastingrecht Sigrid Hemels van de Erasmus Universiteit. Ze krijgen daardoor vaak geen ANBI-status, terwijl alle traditionele kerkorganisaties in Nederland die wel hebben.

De Scientology Kerk is in Nederland een officiële religie, maar geen algemeen nut beogende instelling (ANBI), zoals andere kerken. Dit in tegenstelling tot de VS waar de Scientology Church grote belastingvoordelen geniet en dit volgens critici een reden is dat het zich als religieuze instelling profileert. In een media-overzicht in de NRC naar aanleiding van de uitzending op 19 mei 2015 van de documentaire Going Clear door de VPRO antwoordt Scientology-woordvoerder Merel Remmerswaal waarom dat zo is: ‘Het is eerder de vraag waarom andere kerken wel de ANBI-status hebben. Het enige verschil is dat wij nieuw en onbekend zijn.’

Remmerswaal heeft een punt. Want volgens de definitie van de Belastingdienst moet een ANBI aan een aantal voorwaarden voldoen waarvan de belangrijkste is: ‘Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.’ Andere voorwaarden voor het verlenen van de ANBI-status zijn onder meer dat een ‘instelling en mensen die daar rechtstreeks bij betrokken zijn, niet mogen aanzetten tot haat of het gebruik van geweld’, administratieve verantwoording en het niet hebben van een winstoogmerk. Voor religieuze instellingen wordt per 1 januari 2016 de publicatieplicht aangescherpt. Dat betekent dat de Belastingdienst scherper gaat kijken of religieuze instellingen aan de voorwaarden van de ANBI voldoen.

Dat 90%-criterium is een harde grens waarvan onduidelijk is hoe die bewaakt wordt. Wanneer voldoet een religieuze instelling voor 90% aan het algemeen belang en hoe wordt dat kwalitatief en kwantitatief getoetst? Wordt dat in de praktijk getoetst of is er consensus tussen politieke partijen dat het 90%-criterium niet wordt getoetst? Overwegingen om te betwijfelen of er in de praktijk getoetst wordt en te vermoeden dat religieuze instellingen niet voldoen aan dit criterium volgt uit het kenmerk van religie zoals religieuze instellingen dat vertegenwoordigen. Religie bestaat uit twee componenten die zijn te omschrijven als intern en extern gericht. Dat eerste omvat zingeving en troost en is op de gelovige gericht, en dat laatste omvat belangenbehartiging, het bedrijven van machtspolitiek en charitatieve doelstellingen. Dit maakt religieuze instellingen zo divers en onoverzichtelijk dat niet op voorhand valt te zeggen dat ze voor 90% het algemeen belang dienen. Of anders gezegd, het niet op voorhand uitgesloten kan worden dat ze voor meer dan 10% hun eigen belang dienen.

Atheïsten behoren tot religieuze meerderheid van Nederland. Is dat zinvol?

rel

Volgens het rapport ‘The Future of World Religions: Population Growth Projections, 2010-2050’ van Pew Research Center heeft Nederland in 2050 een andere religieuze meerderheid (religious majority) dan in 2010. Niet langer een christelijke, maar een ongebonden (unaffiliated) meerderheid. Uit de cijfers van het CBS valt af te leiden dat Nederland in 2010 mogelijk al geen christelijke meerderheid meer had, omdat moslims en niet-godsdienstigen 49% van de bevolking uitmaakten. Joden, hindoes, boeddhisten en andere gelovigen maakten 6% uit. Maar zeker sinds 2012 heeft Nederland volgens het CBS geen christelijke meerderheid meer.

Volgens Pew behoren de ongebonden tot een religieuze groep. Pastafarianismus, Kopinisme, Wicca of Neo-Paganisme, Miracle of Love, Satanisme, Spiritualiteit, Secularisme, Atheïsme, Humanisme, Agnosticisme, Vrijzinnigheid, Nihilisme en nog veel meer worden als ongebonden religie beschouwd. Nu zijn wereldwijd de ongebondenen na het christendom en de islam de in grootte derde levensbeschouwelijke groep. Statistieken van het CBS waarop Pew zich waarschijnlijk baseert zijn rommelig en niet consequent. Het christendom  wordt onderverdeeld in stromingen, maar de islam niet. Terwijl daar de onderlinge verschillen juist groter lijken. Maar ook de groep ongebondenen is een ratjetoe, met atheïsten die zelfs tot een religieuze groep behoren.

Moet er waarde aan de statistieken gehecht worden? Ja en nee, ze dienen maatschappelijke veranderingen beter weer te geven dan nu. De diversiteit is zo groot geworden dat een klassiek perspectief dat de grote monotheïstische religies als maatstaf neemt de nieuwste ontwikkelingen onvoldoende verklaart. Statistieken kunnen een geschikt hulpmiddel zijn bij beleidsontwikkeling, maar dan moeten ze wel gemoderniseerd zijn.

Foto: Schermafbeelding uit rapport ‘The Future of World Religions: Population Growth Projections, 2010-2050’ van Pew Research Center, 2 april 2015.

Petitie: Maak van Satanisme erkend geloof. Pleidooi voor religies

satan

De erkenning van een religie hangt af van meer dan de inhoud van de religie alleen. Een overzicht van religies met het aantal aanhangers maakt inzichtelijk hoe gefragmenteerd religies zijn. Inclusief spirituele stromingen loopt hun aantal in de duizenden. De vraag hoe bepaald wordt wat een religie is valt lastig te beantwoorden. Vaak zijn ze streekgebonden. Complicatie is dat een religie vaak een paraplu is waar veel verscheidenheid onder schuilgaat en dat religies zijn ontstaan door afsplitsingen. Zoals het christendom uit het jodendom voortkomt, of het het boeddhisme uit het hindoeïsme. Betrekkelijk nieuwe religies zijn het Pastafarianismus, het Kopinisme, het Neo-Paganisme of Wicca, Miracle of Love, Scientology en het Satanisme. 

Volgens de grondwet kan iedereen zonder overheidsbelemmering met gelijkgestemden een religie beginnen en heeft dan automatisch recht op de privileges die religieuze organisaties nu krijgen. Hoe meer religies, hoe beter. Aanhang en respect moeten ze natuurlijk zelf verdienen. Maar de overheid dient ze de kans te bieden om onder gelijke voorwaarden met bestaande religies de concurrentie om de volksgunst aan te gaan. Laat iedereen die een eigen religie wenst te beginnen een ANBI-status aanvragen. Het belastingvoordeel is groot. Iedereen heeft het recht om een religie te beginnen met leerstellingen en zingeving. Of zelfs zonder dat.

Wat volgens petitionist Jens van der Steenen een geloof erkend maakt is een moeilijkere vraag dan het op het eerste gezicht lijkt. Want erkend door wie, op welke gronden en volgens welke normen? En waarom denkt hij 10.000 handtekeningen nodig te hebben? In Binnenmaas opperde een winkelier laatst om voor zijn winkel een museum-status aan te vragen zodat hij open kon zijn op zondag. Waarom niet de religie-status aangevraagd?

De tijd is gekomen om minder verkrampt om te gaan met religieuze organisaties. Ze op dezelfde manier aan de wet te toetsen als andere maatschappelijke organisaties. Dat maakt het tevens mogelijk om achter een eventuele economische, politieke of criminele dekmantel te kijken en een organisatie die claimt een religie te zijn overheidssteun te onthouden of zelfs te verbieden. Als dat niet aan de orde is dienen organisaties die zich voegen bij bestaande religieuze organisaties en spirituele stromingen door de overheid geen strobreed in de weg te worden gelegd. En exact gelijk beoordeeld en bevooroordeeld te worden als de bestaande religies.

Foto: Schermafbeelding van petities ‘Satanisme’ van Jens van der Steenen op Petities24.com.

Scientology in België wacht vervolging. Wat doet Nederland?

De Belgische overheid zit de Scientology Church op de hielen. De kerk wordt ervan verdacht een sekte en een criminele organisatie te zijn en wacht gerechtelijke vervolging. De zaak tegen de Scientology Church loopt al sinds 2007. In maart 2013 komt het in de rechtszaal. Een en ander geeft aan dat godsdienst een dekmantel kan zijn voor activiteiten die niets met religie te maken hebben. Dat relativeert het belang van religie. Feitelijk kan iedereen een godsdienst beginnen en een beroep doen op de voorrechten die religies genieten.

In Nederland bestaat vanuit de historie koudwatervrees bij het openbaar bestuur om een inhoudelijk oordeel te geven over het functioneren van religieuze organisaties. Ook bij verdenkingen. Dat schept een juridische lacune en blokkeert een Belgische aanpak. Die terughoudendheid is terecht omdat de vrijheid van godsdienst in het geding is. Maar het lijkt onderhand toch tijd om minder verkrampt met religieuze organisaties om te gaan. Ze voortaan op exact dezelfde manier aan de wet te toetsen als normale maatschappelijke organisaties. Dat maakt het beter mogelijk om achter de economische, politieke of criminele dekmantel te kijken en een religie alle overheidssteun te onthouden of zelfs te verbieden. Een politiek debat hierover is gewenst.

belgie-vervolgt-scientology-id3804000-1000x800-n

Foto: Church of Scientology International in België. Credits: Belga.

Britse vrijheid van meningsuiting bedreigd door wettelijke inperking

In Groot-Brittannië staat de vrijheid van meningsuiting onder druk. Een wijziging van ‘Section 5 of the Public Order Act 1986‘ is in de maak. Straks kan iemand opgepakt worden wegens beledigende woorden of gedrag dat nu uitgezonderd is. Maar wat is dat precies en wie bepaalt dat? Actiegroep ReformSection5 vindt dat een belediging niet onder de strafwet moet vallen. Maatschappelijke organisaties zoals de National Secular Society en de Christian Institute en publieke figuren spreken zich uit tegen de wijziging. Rowan Atkinson (Mr. Bean) citeert in een betoog president Obama dat het juiste antwoord op ‘hate speech’ of belediging meer debat is. Geen verbod. Atkinson waarschuwt tegen de nieuwe intolerantie om ongewenste kritiek de mond te snoeren.

Foto: Schermafbeelding van reformsection5.org.uk