George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Beeldende kunst

Bij Museum Arnhem ligt dure kunst voor het grijpen in niet-beveiligde binnentuin. Gemeente Arnhem ontkent het probleem

leave a comment »

Het dievengilde is gewaarschuwd door een bericht in de Gelderlander. Kunst ligt voor het grijpen in Arnhem bij de binnentuin achter dranghekken met groene zeilen van Museum Arnhem. De Gelderlander: ‘Er zit onder meer kostbaar werk tussen van gerenommeerde kunstenaars als Allghiero Boetti, Sjoerd Buisman, Pearl Perlmuter, Wessel Couzijn, Hildo Krop, Klaas Gubbels en Henry Moore. Van die laatste, Engelse beeldhouwer werd zes jaar geleden een werk – Reclining Figure: Festival – voor ruim 21 miljoen euro verhandeld.

Volgens critici kan iedereen gewoon naar binnen lopen en beelden weghalen. Beeldend kunstenaar Jeroen Huisman spreekt van  een ‘onzorgvuldige en amateuristische oplossing‘. Museumdirecteur Saskia Bak ziet dat anders, volgens haar is de beveiliging op orde. De Gelderlander: ‘De gemeente benadrukt ook dat de beelden voldoende beveiligd zijn, dankzij camera’s en met hulp van leegstandsbeheerder Ad Hoc, die in het lege museumgebouw anti-kraakwachten heeft gehuisvest.’ De verzekeraar zou volgens de gemeente akkoord zijn gegaan met deze situatie. De gemeente zegt ook dat ‘de beelden net zo goed bewaakt zijn als vroeger’, maar dat is onjuist en onwaarachtig omdat ze nu niet ingegraven en gefundeerd zijn maar los boven de grond liggen. Dus kwetsbaarder en makkelijker weg te halen. Arnhemse kunstenaars willen graag de beeldentuin openen totdat er duidelijkheid is over de toekomst van het museum. Het besluit over de verbouwing ligt stil.

Met dank aan kunstenaar Erik Buijs die op Facebook zegt: ‘Deze beelden zijn miljoenen waard. Het minste wat je moet doen, is het bekisten en in een professionele opslag doen. Een verzekering brengt het origineel niet terug namelijk. Dit is een grove belediging naar de kunst en makers van dit werk.’ Hij vraagt ons aandacht te besteden aan deze kwestie en Museum Arnhem en Gemeente Arnhem om tot inkeer te komen. Bij deze, Erik.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDure kunst ligt voor het grijpen bij Museum Arnhem’ van Anita van Rootselaar in de Gelderlander, 12 juli 2018.

Advertenties

Written by George Knight

12 juli 2018 at 09:58

Rechtszaak in België over geldgeschil in ondoorzichtige galeriesector: Michaël Aerts vs. Deweer Gallery

leave a comment »

Wie wel eens beeldende kunstenaars en galeriehouders spreekt zal weten dat ze over elkaar klagen. Soms goedwillend, soms kwaadaardig. In het laatste geval gaat het bijna altijd om geld. Kunstenaars vermoeden dat de afrekening niet klopt en ze te weinig uitbetaald krijgen. Soms betreft het zelfs werken die al jarenlang in stock waren, maar uiteindelijk onverklaarbaar verdwenen bleken. Met als toppunt van onrecht failliete galeries zonder bewindvoerder, maar met een doorstart. Galeristen zijn als winkeliers en boeren die ook klagen als het goed gaat. Maar bij de teruglopende economie sinds 2008 hebben ze wel degelijk redenen tot klagen. De verkopen zijn ingezakt en nog steeds niet op peil. Kunstenaars willen toch solo’s, boekjes of publiciteit. ‘Opgekweekte’ kunstenaars stappen over naar een grote galerie zonder besef van de diepte-investering die door een galerie in hen is gedaan. De wisselwerking tussen kunstenaar en galerist is een spanningsveld.

In België is er een kwestie tussen kunstenaar Michaël Aerts en Deweer Gallery in Otegem, Zwevegem. De galerie is aangeklaagd door Aerts omdat er volgens hem ‘gefoefeld zou zijn met de verkoopsprijs van kunstwerken’. Geknoeid dus. In een artikel geeft De Morgen de details. Aerts’ advocaat Jan Leysen stelt dat de galerie kunstwerken aan een buitenlandse koper voor een hoger bedrag heeft verkocht dan tegen de kunstenaar werd verteld. Aerts zou daardoor 980 euro aan inkomsten zijn misgelopen. Feitelijk een relatief klein bedrag dat deze opschudding niet rechtvaardigt. Advocaat Gallery Declercq ontkent namens Deweer Gallery de aantijging en meent dat de kunstenaar een aanleiding zocht om bij de galerie te vertrekken. Deel van de juridische strijd zou de berekening van de BTW zijn. De Morgen citeert een anonieme Antwerpse galerist: ‘Het btw-systeem is ingewikkeld en volatiel, waardoor er toch iets meer ruimte is voor gefoefel.’

Ondervoorzitter Sofie Van De Velde van de beroepsvereniging van Belgische galeries (BUP) meent dat de kunstwereld veel transparanter kan. Ze zegt internationaal te werken aan de formulering van gedragsregels: ‘Er is nood aan duidelijke spelregels, ook voor mensen die een werk willen kopen in een galerie.’ De BUP is net als de Nederlandse Galerie Associatie (NGA) aangesloten bij de in Brussel gevestigde FEAGA (Federation of European Art Galleries Association) die samenwerkt met het in Barcelona gevestigde Talking Galleries dat opereert als internationaal platform en denktank voor kunstgalerieën. Van De Velde meent dat kunstenaars steeds beter hun rechten kennen. Zij benadrukt dat het in de galeriesector om vertrouwen en ongeschreven regels gaat, maar ‘het volgens haar essentieel is om op voorhand afspraken te maken’. Op 5 september spreekt de rechtbank van Kortrijk zich uit over de zaak tussen Michaël Aerts en Gallery Deweer.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOntransparante kunstwereld worstelt met de centen; Kunstenaar klaagt galerie aan na onduidelijkheid over btw-tarieven’ van Lotte Beckers in De Morgen, 26 juni 2018. (registratie verplicht).

Open brief trekt identitaire kaart, maar gaat voorbij aan de dieperliggende reden voor de selectie van de Belgian Art Prize

with one comment

Het spookt in de Belgische kunstwereld. Deze keer niet surrealistisch. Vijf genomineerden (Sven Augustijnen, Koenraad Dedobbeleer, Jos De Gruyter, Gabriel Kuri en Harald Thys als duo) voor de tweejaarlijkse Belgian Art Prize hebben zich teruggetrokken. In een brief van 22 mei 2018 op Artnet lichten ze dat toe in een verklaring: ‘The all too rapid shift of public attention from artistic discourse or content—let alone merit—towards white male privilege is frankly something that we regret.’ Ze zijn allen wit, mannelijk, woonachtig in Brussel en geboren tussen 1965 en 1975. De jury verklaart in een verantwoording achteraf de selectie als volgt: ‘De keuze voor deze vier kunstenaars ligt besloten in het analytische en ruimtelijke karakter van hun artistieke praktijk.’ Een open brief en petitie op change.org van 12 mei 2018 was de aanleiding voor de beslissing van de genomineerden om zich terug te trekken. Die brief sprak van ‘flagrante exclusiviteit van deze selectie’.

Overigens leiden de veeltalige teksten van zowel voor- als tegenstanders die hetzelfde pretenderen te zeggen, maar dat niet altijd doen niet altijd tot eenduidigheid en helder taalgebruik. Voorbeeld in de open brief: ‘Deze selectie werpt tevens cruciale vragen op over hoe privilege zich voortbeweegt.’ Vooral zo’n onbegrijpelijke zin roept vragen op. Mogelijk verklaren slecht taalgebruik en povere vertalingen in de Belgische kunstsector een deel van het ongenoegen. Dat roept misverstanden op die tot ontsporingen en gebrek aan scherpte leiden.

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Op de site van de Belgian Art Prize wordt uitgelegd wat de prijs precies inhoudt. Die toelichting is van belang omdat de prijs in 2017 fundamenteel van karakter is veranderd. Zo is het leeftijdscriterium van een maximum van 35 jaar losgelaten. Wellicht verklaart dat mede dat bij de jaargang 2019 een inhaalslag gemaakt wordt met kunstenaars van de generatie 53-43 jaar die in aanmerking komen.

Waar in de Engelstalige (en Franstalige) tekst sprake is van een commissie die bestaat uit kunstprofessionals (‘art professionals’) en verzamelaars (‘collectors’), spreekt de Nederlandstalige tekst van ‘een pool van experts’.  Dat laatste is niet alleen minder specifiek omschreven, maar deze onnodige vaagheid en onvolledige vertaling geeft ook aan dat er in de Belgische kunstwereld een hiërarchie tussen taalgemeenschappen bestaat.

Iedereen heeft gelijk. De genomineerde kunstenaars als ze opmerken dat ze niet op hun artistieke kwaliteiten, maar op hun identiteit aangesproken worden. Buiten hun schuld om zouden ze terechtgekomen zijn in een identitair mijnenveld dat door het wereldwijde MeToo-debat aangescherpt is. Hoewel ze niet belangeloos zijn en in een maatschappelijk vacuüm opereren. Daarnaast is het de vraag is of dat vermeende verwijt van ‘white male privilege’ het enige verwijt is. Toch plaatst een ondertekenaar van de open brief een kanttekening bij deze houding van de genomineerden. Niels Poiz verwijt ze in een commentaar op Artnet dat ze gezwegen hebben en zich in het openbaar uitgesproken zouden kunnen hebben over het gebrek aan diversiteit:

De schrijvers van de open brief hebben gelijk als ze opmerken dat de shortlist niet representatief is voor de diversiteit van de Belgische kunstwereld (‘wensen we samen nogmaals zeer duidelijk te stellen dat wij staan voor een inclusieve artistieke gemeenschap die zijn sterkte vindt in diversiteit’). Ze zeggen duidelijk dat het ze niet alleen om de sekse van de genomineerden te doen is, maar ook om de ‘esthetische realiteit’ van de geselecteerde kunst. Ofwel, de kunstenaars zouden deel uitmaken van een bepaalde stroming binnen de kunstsector. Alleen is het jammer dat de briefschrijvers niet ingaan op de dieperliggende reden voor de selectie van de shortlist en voornamelijk de identitaire kaart trekken. Dat laatste is gemakzuchtig en modieus.

Ze gaan niet in op het belang van de commercie bij de selectie en laten de vermenging van kunsthandel en kunstsector ongenoemd. Het feit dat de genomineerden door prestigieuze galeries worden vertegenwoordigd (Esther Schipper, ClearingGallery Dépendance, Jan Mot) is geen toeval en had in een evenwichtige brief die werkelijk de structuur van de Belgische kunstsector aan de kaak wil stellen niet ongenoemd kunnen blijven. Want wat betekent het zakelijk als de nominatie van kunstenaars mede door verzamelaars tot stand komt?

Dat er ook een intriest menselijk aspect aan deze kwestie zit laat de positie van Sven Augustijnen zien. Samen met onder meer Manon de Boer en Anouk De Clercq heeft hij het Brusselse platform Auguste Orts opgericht. Hij is een van de genomineerden die in de open brief onder vuur wordt genomen. Twee van de ondertekenaars van de open brief die kritiek op de nominatie hebben zijn Manon de Boer en Anouk De Clercq. Zo worden door deze kwestie ook loyaliteiten en vriendschappen binnen de kunstsector onder druk gezet.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitie en open brief ‘Response to the BelgianArtPrize exclusionary shortlist 2019’ op change.org, 12 mei 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van deel van de Engels- en Nederlandstalige versie van de paragraaf le-belgianartprize op belgianartprize.be.

Foto 4: Schermafbeelding van deel artikelIn an Open Letter, Members of Belgium’s Art Community Denounce the BelgianArtPrize’s ‘Flagrant Exclusivity’ op Artnet, 11 mei 2018.

De identiteiten van Torkwase Dyson (The Drawing Center NYC)

leave a comment »

Mensen hebben vele identiteiten. Die identiteiten kunnen mensen verdelen, maar ook verbinden. Hoe dat per individu uitpakt volgt uit het belang dat mensen aan welke identiteit geven. Als ze zich vanuit het idee om uitverkorene en gezegende te zijn opsluiten in een religie en daar alle identiteiten aan ondergeschikt maken, dan sluiten ze zich af voor de wereld. En voor zichzelf. Dat geldt ook voor een kenmerk als huidskleur die vele varianten kent. Die kan in zwarte, witte of welke kleur hegemonie dan ook genoten en gekoesterd worden.

De uitdaging voor activisten is om de achterban te bereiken en aan te spreken op identitaire kenmerken, maar tegelijk ruimte te houden om de identiteit waar het om begonnen is niet in zichzelf op te sluiten. Want een zekere mate van organisatie is nodig om een vuist te maken, maar die vuist is een gesloten hand die anderen buitensluit. Activisten moeten mensen niet ronselen en vasthouden zonder de ontwikkeling van die mensen voorop te zetten. Emancipatie is een tweekoppig monster dat begint met strijd voor gelijke rechten en eindigt met losmaking. Voordat het een gevangenis wordt. Kunstenaar en educator Dyson Torkwase legt uit dat kunstenaars met verschillende identiteiten met elkaar in contact komen en gezamenlijk hun schouders zetten onder het bereiken van een leefbare toekomst. In hoeverre ze welke identiteit wat laat bepalen blijft te bezien. Het prikkelende van dit filmpje is dat het antwoord op de vraag of ze daarin slaagt niet eenduidig te geven is.

Winterswijk gebruikt Piet Mondriaan als opvang voor zwerfvuil

with one comment

Vulgarisatie is het woord dat blijft hangen bij dit item over de plaatsing van afvalbakken met Mondriaan-uitstraling in het centrum van Winterswijk. Ofwel, de verbreiding onder het volk van … tja, van wat eigenlijk? Iets van of als kunst? Vulgarisatie omvat ook de noties lomp, triviaal, laag-bij-de-gronds en plat van vulgair. Zo ontstaat een beeld van ‘hogere’ kunst die afdaalt en door een gemeentebestuur ingezet wordt als ‘ultiem redmiddel voor zwerfvuil’. Piet Mondriaan woonde tijdens zijn schooltijd vanaf 1880 in Winterswijk.

In een commentaar schreef ik in september 2017: ‘Je zou maar kunstenaar of architect zijn met de naam Van Gogh, Mondriaan of Rietveld. Jaren na je dood wordt je ingezet voor marketing, stadspromotie, commerciële projecten of kunsthandel. Als koektrommel eindig je. Wie komt er in hemelsnaam op voor de nagedachtenis van dode kunstenaars? Ze zijn vogelvrij. Iedereen kan met hun roem aan de haal gaan.’ Het gemeentebestuur van Winterswijk toont geen scrupules en daalt nog verder af dan de koektrommel. Het reduceert Mondriaan tot een afvalbak voor zwerfvuil. Als een beeldenstormer verbreekt Winterswijk de betovering van Mondriaan door deze dode kunstenaar alledaags te reduceren tot ‘uitstraling’ op een afvalbak. De ultieme ‘uitstraling’.

Foto: Afvalbak ‘met Mondriaan-uitstraling‘ in nieuwsbericht van de gemeente Winterswijk, 30 april 2018.

Controversiële kunst van Margaret Bowland in Raleigh’s CAM. Wie heeft het laatste woord over de grenzen aan de kunst?

with one comment

In de media is kunst die controversieel genoemd wordt, pas kunst die de volle aandacht krijgt. Neem de tentoonstelling ‘Painting the Roses Red’ van Margaret Bowland in het Contemporary Art Museum (CAM) in Raleigh, North Carolina. Daar klinkt kritiek op. Haar werk zou doel missen. Zij als in de staat geboren witte kunstenares zou zich volgens sommige critici het zwarte verhaal toe-eigenen. Anderen, zoals conservator Dexter Wimberly nemen het voor Bowland op. De meningen zijn verdeeld. Er waait een hoop stof op.

Wie heeft er gelijk en wie stelt grenzen aan de kunst? Bezondigen Bowlands critici zich aan omgekeerde apartheid en censuur? Naar aanleiding van een kunstenaarsdebat van conservator Alexandra van Dongen van het Wereldmuseum/Boijmans met kunstenaar Paul Bogaers in 2017 in Galerie Sanaa, Utrecht naar aanleiding van de tentoonstelling Apparitions van de Frans-Gabonese kunstenaar Myriam Mihindou schreef ik het onderstaande. Uit de heftige publieksdiscussie bleek dat dit een onderwerp is dat niemand ongemoeid laat.

De term ‘culturele toe-eigening‘ -in het Engels ‘cultural appropriation– gaat volgens genoemd lemma van Wikipedia over ‘de overname of het gebruik van elementen van een bepaalde cultuur door een andere cultuur’. Een neutrale term is het niet, want ‘toe-eigening’ of ‘appropriation‘ bevat de noties ontfutselen, wegnemen of inpikken. Daarom valt te bezien of het voor een open debat niet een onbruikbare term is die het gesprek over de overname van culturele of sociale kenmerken door een andere groep (acculturatie) bij voorbaar politiseert, dichttimmert en een bepaalde richting opstuurt. De term ‘toe-eigening’ suggereert dat machtsverhoudingen tussen groepen de natuurlijke overname van elementen van de ene in de andere cultuur onmogelijk maakt.

(…) Uiteindelijk is het een vraag over de vrijheid van de kunstenaar en wat in de beroepspraktijk zwaarder telt. Wat is de ultieme opdracht van een kunstenaar? Die vraag wordt in de openbaarheid niet zo vaak gesteld en getoetst aan de hand van een sprekend voorbeeld. Daarom was het in Galerie Sanaa een interessant debat dat verder ging dan een gesprek over culturele toe-eigening. Moet de kunstenaar zich ondergeschikt maken aan culturele, sociale en politieke beperkingen en gevoeligheden of is het de functie om door hokjes te breken? Zelfs als dat onopzettelijk en terloops gebeurt.

Foto: Margaret Bowland, ‘Wedding Cake, 2009’; Oil on linen, 82 x 66 inches. Uit de serie: ‘Excerpts from the Great American Songbook’.

Directeur Ploum vertrekt bij MOA. Band met Amersfoort verder doorgesneden. Ruimte voor herbezinning bij alle betrokkenen

with one comment

Hoe het bericht te duiden dat Yvonne Ploum haar functie als directeur van het Museum Oud Amelisweerd neerlegt? Ze vertrekt per 1 juni 2018. RTV Utrecht zegt in een bericht dat Ploum meent dat de rek eruit was. Dat wil zeggen, bij haar. Zo wordt haar terugtreden een middel in de beeldvorming. RTV Utrecht: ‘De rek was er een beetje uit en MOA heeft de beste nodig, iemand die alle energie nog heeft.’ Dat brengt de stap van een terugtredende directeur terug tot persoonlijke tegenspoed, maar het is de vraag of dat de essentie van Ploums terugtreden is. Gezien wat er sinds 2010 gebeurd is, lijkt het daar niet op. Het museum is vanwege de slechte randvoorwaarden nooit goed van de grond gekomen. Het is zelfs begrijpelijk dat elke directeur die binnen deze randvoorwaarden moet werken ten prooi valt aan ‘langdurige ziekte‘. Alertheid gebiedt om te beseffen dat een persoonlijk probleem als zetstuk voor een fundamenteel probleem van het museum geschoven wordt. Omzichtigheid over dat persoonlijke belemmert dan het doorvragen over de problemen van het museum.

In het bericht zegt Ploum iets opmerkelijks: ‘We zijn nu financieel in een veiligere haven beland. We zijn goed verankerd hier in de omgeving, krijgen steun van overheden en zien een groeiende bezoekersstroom.’ Dat is aantoonbare flauwekul waarvan Ploum en betrokkenen die ook maar enigszins op de hoogte zijn van dit dossier weten dat het flauwekul is. Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. De vooruitzichten voor de jaren na 2020 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro moet worden terugbetaald zijn ronduit slecht. Het jaarlijkse tekort op de exploitatie is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die het museum steeds weer naar buiten brengt. Waarschijnlijk om de financiële positie beter voor te stellen dan die is en zo sponsors over de brug te trekken. Die willen immers een positief verhaal met perspectief en hun geld niet in een bodemloze put gooien.

De sleutel van een verklaring voor Ploums terugtreden kan daarom niet los van de problemen van het museum worden gezien. Ofwel de voortdurende onzekerheid over het voortbestaan ervan. Daarbij kwam in 2017 nog het bericht dat Armando aankondigde zijn privécollectie niet langer te laten beheren door MOA. De voorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning verklaarde daarover dat Armando de financiële problemen van het MOA zat was. Een eerder beleidsplan van Stichting MOA presenteerde het museum als ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ met als doel om ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’. Nu Armando als een van de drie speerpunten is weggevallen formuleert het huidige beleidsplan de doelstelling ruimer. Allerlei soorten musea passen erin. Twee belangrijke randvoorwaarden blijven de zorg voor de historische buitenplaats Oud Amelisweerd en de collectie Chinese en historische behangsels. Een nieuw profiel dat in februari 2018 aangekondigd werd was Huis van kunst in de natuur. 

In juni 2017 nam de Utrechtse raad motie 111 aan die om het onverzoenbare te verzoenen (Gemeente Utrecht gaf de Stichting MOA exploitatiesubsidie die het volgens eigen afspraken uit 2012 niet mocht geven) een onderscheid maakte ‘tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Nogmaals werd in deze motie benadrukt dat locatie en huurder niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het gemeentebestuur maakte hiermee aan het bestuur van de Stichting MOA duidelijk dat als het wil het een andere exploitant kan aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat overduidelijk het geval is.

Zo ontstaat het beeld dat het bestuur van de Stichting MOA een bestuurlijke manoeuvre heeft ingezet en op zoek is naar een nieuwe bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd door afstand te nemen van de eigen recente geschiedenis. Armando is met zijn privécollectie per 1 maart 2018 opgestapt en Ploum gaat per 1 juni 2018 weg. Zo wordt inhoudelijk en personeel de band doorgesneden met de Amersfoortse geschiedenis van het Museum Oud Amelisweerd dat als Armando Museum door het leven ging voordat het in Bunnik belandde.

Dat maakt de ruimte vrij voor een doorstart met andere accenten door dezelfde exploitant. Die probeert door nieuwe initiatieven of het tonen van een beeld van goedwillendheid en verandering te verhinderen dat het door het Utrechtse gemeentebestuur de deur wordt uitgezet. Het aantal van 30.000 bezoekers per jaar lijkt het maximum. Het hoge prijskaartje van de lastige randvoorwaarden van een museum in een historisch zomerverblijf als rijksmonument met een complexe klimatisering verandert echter niet. Hoe dan ook geven de veranderingen het Utrechtse gemeentebestuur de gelegenheid om eens goed na te denken over de toekomst van Landhuis Oud Amelisweerd. Met een fundamenteel debat over de bestemming dat merkwaardigerwijze (sinds 2010) nooit afdoende gevoerd is. Het college liet zich steeds weer verrassen of overbluffen en liep door gebrek aan eigen initiatief continu achter de feiten aan. Dat kan nu na acht jaar eindelijk gecorrigeerd worden.

Foto: TentoonstellingVechtende Krekels’ van Harmen Brethouwer in landhuis Oud Amelisweerd, 1999.