George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Beeldende kunst

Anti-racisme beweging moet niet doorslaan in intolerantie: de inperking van fictie, expressie, drama en verbeeldingskracht

leave a comment »

Het klopt dat ik Hanne, Marthe en Klaasje nog nooit zo zag. Want ik heb ze nog nooit gezien. Het is toch al een wonder dat toeschouwers een film die nog gedraaid moet worden al hebben gezien. Maar het gaat niet om de promotie van een film van meidengroep K3, maar om de kritiek daarop die nu al opborrelt. Op de maatschappelijke rugwind van de BLM-beweging. Volgens een bericht van Tim Engelbart op de rechtse site DDS scherpen scherpslijpers hun messen. Het is onduidelijk hoe breed en afwijkend hun kritiek is.

Deze critici van de film ‘K3 – Dans van de Farao’ hebben ongelijk. Want culturele toe-eigening of ‘cultural appropriation’ dat gaat over ‘de overname of het gebruik van elementen van een bepaalde cultuur door een andere cultuur’ wordt door hen te beperkt geïnterpreteerd. Dat leidt tot verboden en inperking van de vrijheid van expressie. Dat is ongewenst. Een neutrale term is het niet, want ‘toe-eigening’ bevat de noties ontfutselen, wegnemen of inpikken. Daarom valt te bezien of het voor een debat niet een onbruikbare term is die het gesprek over de overname van culturele of sociale kenmerken door een andere groep (acculturatie) bij voorbaar framet, politiseert en dichttimmert. De term ‘toe-eigening’ suggereert dat machtsverhoudingen tussen groepen de natuurlijke overname van elementen van de ene in de andere cultuur onmogelijk maakt.

Dit gaat over identiteitspolitiek, ofwel over de vraag wie een in etniciteit gegrond verhaal mag claimen en mag ‘vertellen’. De hardliners stellen scherpe grenzen. In het geval van Egypte hebben de critici kritiek op het feit dat een Vlaamse of Nederlandse zangeres zich voordoet als iemand met een Egyptische etniciteit. Het lijkt erop dat ze menen dat alleen een Egyptenaar zich als Egyptenaar mag voordoen. Zelfs in een dramatisering van productiemaatschappij Studio100 Group die duidelijk een illusie is en geen weergave van de realiteit.

De critici houden blijkbaar niet van acteren, dus van ‘het doen alsof’. Of ze begrijpen de essentie niet van dramatisering en drama. In theaterstukken en films spelen acteurs doorgaans karakters met een andere achtergrond dan die van henzelf. De 21ste acteur die in een achterstandsbuurt geboren is kan moeiteloos de koning uit een 16de eeuws stuk van William Shakespeare verbeelden. Dat is de magie van het rollenspel. Dat is geen grap of mode, maar inderdaad een act. In de realiteit van deze critici liggen identiteiten onwrikbaar vast. Juist die onwrikbaarheid reduceert mensen tot één identiteit waaraan ze niet kunnen ontsnappen. Deze critici bouwen muren in de samenleving die mensen in hun apartheid niet mogen overschrijden.

De term suggereert dat culturele toe-eigening een overtreding is en daarom ontoelaatbaar. Dat is echter nog maar de vraag. Mag een wit iemand uitsluitend een wit verhaal vertellen of mag een wit iemand een zwart verhaal vertellen? En mag omgekeerd een zwart iemand een wit verhaal vertellen? Sommige gemeenschappen claimen dat ‘hun’ verhaal ‘hun’ eigendom is en dat een ander van een andere groep daar vanaf moet blijven. Dat gaat tot en met het eigen ontstaan en de voorouderverering aan toe. Dat is een kortzichtig standpunt.

Culturele toe-eigening die op scherp wordt gezet door een radicale minderheid is hypocrisie, dwingelandij en paradoxaal genoeg ook emancipatie van die minderheid. Het is een manier om machtsverhoudingen en culturele hegemonie te doorbreken. Daarom moet er een zeker begrip voor opgebracht worden. Maar als onverdraagzaamheid van een meerderheid wordt beantwoord met onverdraagzaamheid van een minderheid, dan is dat geen verbetering. Deze critici van de film van K3 haken aan bij terecht protest dat racisme bestrijdt, maar slaan door in hun kritiek door drama, expressie en verbeeldingskracht ondergeschikt te willen maken aan hun politieke opvattingen. Dat is een doodlopende weg voor allen die eindigt in collectieve segregatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtZO ZAG JE KLAASJE, HANNE EN MARTHE NOG NOOIT!’ van productiemaatschappij Studio100 Group, 29 juni 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelJa hoor! Ook K3 gecancelled wegens “racisme”: Egyptisch verkleedpartijtje is “culturalappriopriation”’ van Tim Engelbart op DDS, 29 juni 2020.

Aspha Bijnaar van ‘Musea Bekennen Kleur’ meent dat fondsen en overheden via subsidies musea veranderingen op kunnen leggen

with one comment

NRC besteedt in een artikel van Lucette ter Borg aandacht aan het initiatief van het platform ‘Musea Bekennen Kleur’ dat vandaag gelanceerd wordt. Het heeft als doel om ‘de culturele diversiteit duurzaam te verankeren in het dna van de Nederlandse museale sector’ volgens coördinator Aspha Bijnaar van dit platform. Erin zijn onder meer het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum, het Van Gogh Museum, het Zeeuws Museum, het Van Abbe Museum, het Bonnefanten en het Centraal Museum vertegenwoordigd. Het is een prima initiatief, maar de uitleg van coördinator Aspha Bijnaar zoals uit bovenstaand citaat blijkt roept fundamentele vragen op.

Men kan het moeilijk oneens zijn met het uitgangspunt dat musea of kunst de samenleving moeten representeren. Inclusiviteit en diversiteit zijn de begrippen die dan opklinken. Bijnaar lijkt inclusiviteit als verlengde van diversiteit te zien, wat het niet is. Het betreft de vertegenwoordiging van hoogbejaarden, jeugdigen, gehandicapten, mensen met een verstandelijke beperking, chronisch zieken of etnische minderheden. Maar men kan het moeilijk eens zijn met het feit dat de inhoud van presentaties of collecties in musea via overheidssubsidie dwingend opgelegd of afgedwongen moet worden. Dat suggereert Bijnaar.

De valkuil is dat bepaalde minderheden beter in de mode liggen dan andere en de overheid uitsluitend voor een specifieke minderheidsgroep geld beschikbaar stelt en musea daar amechtig achteraan hollen. Richting geldpotten en programmageld. Minderhedenbeleid is nu eenmaal modieus en verandert per kabinetsperiode.

Musea moeten echter niet veranderen omdat de overheid voorwaarden aan de subsidie stelt, maar omdat ze overtuigd zijn van die verandering en dat in hun beleid organisch kunnen integreren. Wat coördinator Aspha Bijnaar zegt lijkt een kwalijke en ongewenste ontwikkeling. Ze verwart gevolg en oorzaak en blijft steken in haar waan van de dag. Musea zouden zich niet moeten laten leiden door dit modieuze en luie politiek denken.

Wat Bijnaar hier namens het platform ‘Musea Bekennen Kleur’ zegt is een echo van wat toenmalig premier Rudolf Thorbecke in 1863 zei: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Maar zoals Marita Mathijsen in een repliek op een stuk van Melle Daamen in 2014 opmerkte in haar uitleg over wat Thorbecke bedoelde over kunst is dat advies aan de huidige Nederlandse politici niet besteed: ‘Dat de overheid een taak in de kunsten had als iets publiek belang had en de macht van particulieren te boven ging, zag hij wel degelijk. Maar een Raad voor Cultuur, die in opdracht van de regering oordelen velt, daarvan zou hij gegruwd hebben.’ Nu wordt ook de museumsector daarin betrokken en laat het zich via een hellend vlak van inmenging op de inhoud door de overheid omlaag trekken.

Het kan zo zijn dat kunst en musea door bestuurders worden gebruikt voor het realiseren van politieke doelen, maar musea zouden daar afstand van moeten houden. Bijnaars woorden wijzen op het tegendeel.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Twaalf musea bekennen kleur’ van Lucette ter Borg in NRC, 4 maart 2020.

Musea doen er verstandig aan om een langlopend Deltaplan ‘Representatie’ te realiseren om politieke druk te neutraliseren

leave a comment »

De museumsector worstelt met de vertegenwoordiging van identiteit in collecties en tentoonstellingen. De diagnose dat werken van Westerse, witte mannen oververtegenwoordigd zijn wordt door velen gedeeld, maar dat leidt nog niet automatisch tot een praktische oplossing als correctie.

Hoe verwarrend er in musea gedacht wordt over identiteit en wat een vaag begrip met onduidelijke begrenzing het is, geven de reacties weer op een initiatief van het Baltimore Museum of Art om een jaar lang uitsluitend kunst van vrouwelijke kunstenaars aan te kopen. Een goede eerste stap. Yahoo Finance plaatst een bericht van AFP.

Maar zonder uitleg wordt dat door de externe conservator Teri Henderson uitgebreid tot het aankopen van werk van bruine en zwarte kunstenaars. Identiteit en diversiteit in de kunst, je kunt er alle kanten mee op, naargelang de eigen achtergrond en politieke doelstelling die geclaimd worden als essentieel in de strijd om identiteit. Dat is verwarrend en onhandig.

Nodig is een Deltaplan ‘Representatie’ in de museumsector dat de politieke waan van de dag op afstand houdt en de gijzeling door radicale facties vermijdt. Zinvol en haalbaar is het om dat per land op de rails te zetten. Nodig is een langlopend project dat begint bij het kunstonderwijs, de selectie van museummedewerkers en eindigt bij de kunsthandel.

Nodig is een project dat beoogt om de vertegenwoordiging van diverse minderheden (sekse/gender, huidskleur, etniciteit/herkomst, leeftijd, politieke en sociale achtergrond etc.) in tentoonstellingen en collecties op evenwichtige wijze in lijn te brengen met de vertegenwoordiging in de samenleving.

De valkuil die dreigt is dat door de succesvolle lobby van een radicale minderheid de musea gedwongen worden om aan de slag te gaan met een te beperkt idee van identiteit en diversiteit. Dat is met name voor collectievorming ongewenst. Tevens dreigt dat het herschrijven van de (kunst)geschiedenis deels in de plek komt van het schrijven van de toekomst.

Nodig is geleidelijkheid zodat musea het aspect van identiteit en diversiteit in een eigen afweging, op eigen initiatief en zonder politieke dwang kunnen uitvoeren. Juist om die dwang voor te zijn en niet in de stress te schieten vanwege acties van de radicale factie zouden ze er verstandig aan doen zelf met een plan komen dat ontsnapt aan de eenzijdige politisering van musea.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelUS museum targets gender gap by acquiring only works by women’ op Yahoo Finance, 6 februari 2020.

Foto 2: Mohammed Fayez, illustratie ‘lately i gotta watch what i say’.

Written by George Knight

6 februari 2020 at 12:21

Ottmar Hörl doet in principe aan beeldhouwen. Zijn levenloze objecten vallen in herhaling en hebben het rijk alleen

leave a comment »

De Duitse kunstenaar Ottmar Hörl doet ‘in principe aan beeldhouwen’, zo zegt hij in een reportage van AVS Oost-Vlaamse Televisie. Het tekent zijn zoekende aard en theoretische invalshoek die hem niet alleen doet belanden aan de grenzen van de beeldende kunst, maar hem ook zijn eigen wil in zijn creatieve praktijk doet wegtoveren om die over te dragen aan levenloze objecten. Of dat afgietsels van kabouters, Karl Marx, hazen, beren, Daimlers of wat dan ook zijn. Aanleiding is een tentoonstelling in Kasteel Claeys-Bouüaert in Gent (Mariakerke) dat eigendom is van de stad Gent. Sinds 1998 is er het Centrum voor Jonge Kunst gevestigd.

De reportage wordt er extra geestig op omdat de makers duidelijk niet weten wat ze met het werk van Hörl aanmoeten. Is een debat over tuinkabouters die verboden moeten worden omdat ze zo lelijk zijn ernst of satire? Worden we in het ootje genomen? Die onduidelijkheid is de meerwaarde van de reportage. En uiteraard van het werk van Hörl. De liefhebbers kunnen zijn ‘prachtige kunststof beelden’ bestellen bij Mud In May. In de installatie op het grasveld bij het kasteel Claeys-Bouüaert staan niet alleen ‘fuck you’-kabouters, maar ook andere kabouters. Opvallend is dat de zwarte kabouter die de Hitlergroet brengt en eerder in Gent in 2008 was te zien hier niet kan worden besteld. Blijkbaar kent ook de commerciële kant van Ottmar Hörl grenzen.

Foto 1: ‘Karl Marx, Ausstellung zum 195. Geburtstag: “Ikone Karl Marx”, von Ottmar Hörl’, 2013.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aanbod van kunststof beelden van Ottmar Hörl door Mud In May.

Kritiek op de selectie van vijf witte mannelijke kunstenaars voor herinrichting Bibliotheek Utrecht is terecht, maar ook onterecht

with 2 comments

Utrecht wordt volwassen, want het heeft een eigen relletje over kunst. Het gaat over de inrichting van de op 13 maart 2020 te openen Centrale Bibliotheek aan de Neude. Het voormalige hoofdpostkantoor in de stijl van de Amsterdamse School uit 1924 wordt grondig verbouwd. Er is kritiek gekomen op de selectie van vijf witte mannelijke hedendaagse kunstenaars en ontwerpers, te weten Maarten Baas, Willem Deiman, Frank Halmans, Daan Paans en Jop Vissers Vorstenbosch. Waarom de Bibliotheek Utrecht in een bericht trouwens spreekt over ‘vijf prominente Utrechtse kunstenaars’ is een raadsel. Want Maarten Baars kan moeilijk als een Utrechtse kunstenaar beschouwd worden en heeft meer verbinding met Noord-Brabant.

Zoals het bericht van de Utrechtse Bibliotheek meldt zijn externe fondsen bij de financiering en de realisering betrokken: ‘De kunstwerken zijn mede mogelijk gemaakt door: K.F. Hein Fonds, Gemeente Utrecht, BPD Cultuurfonds, Mondriaan Fonds, Fentener van Vlissingen Fonds, Stichting Stokroos en Stichting Het Boellaardfonds.’ Dat laatste is overigens het fonds dat in de clinch ligt (tot een rechtszaak toe) met het Utrechtse Genootschap Kunstliefde over een voorgestelde en als abrupt ervaren huurverhoging van Kunstliefde’s pand aan de Nobelstraat die door het Boellaardfonds werd opgelegd. Het Utrechtse K.F. Hein Fonds meldt in een berichtje op de eigen site het volgende, maar doorklikken levert een dode link op: ‘Door partnerships aan te gaan met een aantal Utrechtse partijen proberen we ondersteuning op maat te bieden én met elkaar te werken aan grote thema’s. Bijvoorbeeld met Bibliotheek Utrecht aan plek voor Utrechtse kunstenaars in hun nieuwe onderkomen (..).’

De witte, mannelijke kunstcriticus van middelbare leeftijd (1957) Rutger Pontzen van de Volkskrant besteedde in een column met de titel ‘Minder witte mannen in de kunst? Sweet dreams!’ op 9 januari 2020 aandacht aan de kwestie. Hij verwijt de vijf witte, mannelijke kunstenaars niet dat ze zijn wie ze zijn, maar zet vraagtekens bij de selectie. Hij geeft vooral het Mondriaan Fonds een veeg uit de pan: ‘Blijkbaar belijdt het fonds iets met de mond dat het met geld lijkt tegen te spreken.’ Maar het is de vraag of het het Mondriaan Fonds leidend is bij dit project. Het lijkt er sterk op dat Pontzen het Mondriaan Fonds een te grote rol toebedeelt. Een andere vraag is in hoeverre het Mondriaan Fonds zich kan en moet bemoeien met de selectie van een commissie die werd voorgezeten door de directeur van het Centraal Museum Bart Rutten. Het lijkt logisch om te veronderstellen dat het Mondriaan Fonds een toezegging had gedaan toen de selectie nog niet definitief was.

Toch begrijp ik de kritiek wel. Zo antwoordde tentoonstellingsmaker Trudi van Zadelhoff gisteren op een bericht hierover op mijn FB-pagina. Ze merkte op dat het ‘erg vreemd’ is dat er geen vrouwen tussen zitten. Dat zag ze als een gemiste kans. Zij heeft gelijk, zoals Rutger Pontzen ook gelijk heeft als hij zijn kritiek wat beter zou focussen. Het is tamelijk opvallend, zeg maar gerust wereldvreemd dat de selectie is uitgekomen bij vijf witte mannelijke kunstenaars/ ontwerpers. Maar de kwestie over identiteit is een doos van Pandora die niet straffeloos geopend kan worden. Want gendergelijkheid is bij lange na niet het enige netelige punt.

Wie het debat over identiteit van kunstenaars begint dient ook te spreken over huidskleur, etniciteit, religie, leeftijd, lichamelijke beperking, seksuele geaardheid, herkomst, Nederlandse taalvaardigheid/integratie, politieke kleur of beroepsopleiding. Naast de subsidie-geschiedenis en financiële positie van de kunstenaar. De diversiteit en pluriformiteit van cultuuruitingen waar Pontzen naar verwijst is een streven dat niet vooruit kan lopen op maatschappelijke ontwikkelingen en aan moet kunnen sluiten bij de kunstpraktijk. Dat laatste is hier geen probleem, maar dat eerste wel. Ga er maar aan staan als selectiecommissie om vijf kunstenaars/ ontwerpers te kiezen die een perfecte maatschappelijke afspiegeling zijn. Vergeleken daarmee is het maken van een rooster voor een school van voortgezet onderwijs simpeler. Dat zal nooit kloppen. De kunstwereld moet aanvaarden dat de som nooit kan kloppen. Maar zoals gezegd, de selectiecommissie, de Bibliotheek Utrecht en het leidende K. F. Hein Fonds hadden we wat handiger kunnen opereren. Daartegenover kun je ook zeggen dat het de verdienste is van de selecteurs om niet mee te gaan in eenvoudig identitair denken dat één aspect van identiteit ‘oplost’ en de andere aspecten als opgelost beschouwt door ze stilzwijgend te negeren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBibliotheek Utrecht biedt hedendaagse kunst een prominente plek in nieuw gebouw aan de Neude’ op de site van de Bibliotheek Utrecht, 8 januari 2020.

Foto 2: Bericht over partnership op de site van het K. F. Hein Fonds.

Foto 3: Schermafbeelding van deel column ‘Minder witte mannen in de kunst? Sweet dreams!’ van Rutger Pontzen in de Volkskrant, 9 januari 2020.

Foto 4: Schermafbeelding van FB-bericht van George Knight, 9 januari 2020.

Het concept van een banaan kan niet opgegeten worden. Over het kunstwerk ‘Comedian’ van Maurizio Cattelan

with 4 comments

De tegen de muur met ducttape geplakte banaan van Maurizio Cattelan op de kunstbeurs Art Basel Miami Beach getiteld Comedian die door de kunstenaar David Datuna werd opgegeten heeft tot een stroom berichten in de populaire media geleid die één aspect gemeen hebben. Namelijk dat de schrijvers weinig van conceptuele hedendaagse kunst begrijpen of geen moeite doen om het te begrijpen en deze gebeurtenis aanwenden om zichzelf te profileren. Door aandacht aan de banaan te besteden bereiken ze in hun kritische aandacht voor de in hun ogen perverse kunsthandel het omgekeerde van wat ze beogen. Ze praten het belang van Cattelans banaan omhoog. Dat is de paradox van kritiek. Het onderwerp wordt er belangrijker door.

Opeten van de banaan heeft niks met het kunstwerk te maken. Dat speelt op een ander vlak. Het kunstwerk gaat niet om de fysieke banaan, maar om het concept van een banaan die met ducktape tegen de muur is geplakt. Dat wordt in de kunsthandel gematerialiseerd door een COA (certificate of authenticity). In een bericht op Instagram zegt Cattelans vertegenwoordiger Emmanuel Perrotin van galerie Perrotin dat zonder een COA een conceptueel kunstwerk niets meer dan de materiële weergave is. Teruggebracht to de winkelwaarde van een banaan, van zeg pakweg 40 cent. De fysieke banaan kan opgegeten worden, maar het concept niet.

Het is de onmogelijkheid van David Datuna of al die andere critici en aandachtstrekkers die een graantje mee willen pikken van de hype rond Comedian. Zoals Perrotin in bovenstaand bericht zegt werd het werk gisteren 8 december al verwijderd vanwege de overweldigende en oncontroleerbare drukte van de bezoekers. Wat resteert is verdere vulgarisatie van een in de kern vulgair idee. De banaan daalt af tot straatniveau en spoelt weg op de stroom nieuws over wat kunst zou zijn. De banaan van Cattelan is geslaagde marketing. Als een kunstwerk zo groots de media haalt kan men er zeker van zijn dat het over de prijs of een modegril gaat.

.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelGeplakt aan de muur worden tomaat en paprika ineens héél duur’ op AGF, 9 december 2019.

Foto 2: Bericht op Instagram van Emmanuel Perrotin, 8 december 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelDUUR KUNSTWERK WORDT DOODLEUK OPGEGETEN DOOR ANDERE ARTIEST’ van Nadine van der Linden op HLN, 9 december 2019.

Fluidensity maakt door blockchain-technologie, verzamelen en verhandelen van kunst veilig, transparant en inclusief. En rendabel?

leave a comment »

Er is ongetwijfeld een wet die zegt hoe meer (onnodig) Engels jargon er in een Nederlandse tekst gebruikt wordt, hoe onbegrijpelijker die tekst wordt. Doorgaans met de bedoeling om bewust verwarring te zaaien. Noem het De Wet van Jargonvergiftiging. Bij beleggingen worden de Engelse termen niet gespaard. Een mogelijke investeerder kan het niet begrijpen, en dat lijkt dan ook precies de opzet van de initiatiefnemers.

In dit filmpje zien we Egbert en Peter van de startup (Engels) of start-up (Nederlands Engels) Fluidensity. Het gaat om ‘de waarde van kunst omzetten in digitale tokens’. Juist. Egbert en Peter hebben ‘de investor readings bootcamp’ afgerond. Begrijpt u? De opzet van het project wordt niet echt duidelijk. Wie een kunstwerk bij een galerie (in Fluidensity-jargon uiteraard: gallery) koopt, kan dat mee naar huis nemen. Wie kunst koopt bij Fluidensity zou volgens de eigen toelichting kunnen profiteren van een liquide markt (fluid market) en lage transactiekosten (low transaction fees) omdat er geen tussenpersoon nodig zijn (no need for intermediaries). Het kunstwerk waarin is geïnvesteerd wordt vervolgens op een openbare plek tentoongesteld.

Fluidensity biedt een bastaardproject. Vraag is wie daar op zit te wachten. Het suggereert de aankoop van kunst bij een galerie of rechtstreeks bij de kunstenaar te combineren met beleggen. Dat hoeft geen beleggen in kunst te zijn. Dat laatste is overigens nog niet zo makkelijk zoals de teloorgang van het in 2006 opgerichte Triodos Cultuurfonds verduidelijkt. Het werd in 2018 ontbonden. Het had trouwens een bredere portefeuille dan Fluidensity en investeerde in gebouwen zoals schouwburgen, musea e.d.. Triodos gaf eind 2018 als reden ‘dat het tot op heden onvoldoende is gelukt om het rendement voor de beleggers in het fonds te verhogen en daarmee ook het fondsvermogen te laten groeien’. Kunst rendeert slecht en is geen voor de hand liggende sector voor vermogensgroei. Een ander probleem was dat in 2012 het fiscale voordeel werd afgeschaft voor investeringen in de culturele sector waardoor de bodem wegsloeg onder het Triodos Cultuurfonds.

Welk rendement Fluidensity de beleggers voorschotelt of zelfs garandeert is onduidelijk. De techniek lijkt bij Fluidensity in goede handen, maar dat kan niet gezegd worden van de logica van het beleggen. Advies: Sell.

Written by George Knight

19 november 2019 at 15:33

Duitse politiek leidt tot boycot van de boycot. Het geval Walid Raad en de BDS-beweging onderstreept het belang van een vrije kunst

leave a comment »

Duitsland dat zo goed het verleden van het nazisme verwerkt zou hebben blijft worstelen met de erfenis ervan. Dat valt te bespeuren in een schuldgevoel tegenover de Russische Federatie dat als opvolger van de Sovjet-Unie een realistische houding van bedrijfsleven en politiek in de weg staat en tot toegevendheid leidt. Onder meer in de samenwerking van de Duitse politiek (vooral de sociaal-democratische SPD) met de Russische regering in de aanleg van het controversiële gaslijnproject Nord Stream II dat Europa afhankelijker maakt van Russisch gas en een einde aan het gebruik van fossiele brandstof naar de toekomst doorschuift.

En er is de houding tegenover Israël en de joden. Nu is er de Aachener Kunstpreis 2018 van 10.000 euro die wordt gesponsord door de vrienden van het Ludwig Forum, de stad Aken en het Akense bedrijfsleven. In augustus 2018 werd bekendgemaakt dat de prijs ging naar de Libanees-Amerikaanse kunstenaar Walid Raad. Maar omdat achteraf bleek dat hij sympathisant is van de BDS-beweging (= Boycot, Desinvesteringen en Sancties) die oproept tot verzet tegen de staat Israël heeft het bestuur van de stad Aken zich er onlangs van gedistantieerd. Dat past in de Duitse overheidspolitiek waardoor de stad Aken zich gedwongen voelt om deze lijn te volgen omdat ‘In parlementaire beslissingen hebben de Bondsdag en de Landtag NRW de BDS-beweging als antisemitisch beschouwd omdat deze in wezen het bestaan van de staat Israël in twijfel trekt of ontkracht’. Maar de vrienden van het Ludwig Forum en het bedrijfsleven zetten de uitreiking door van de prijs op 13 oktober aan Walid Raad. Er zou geen goede grond zijn gevonden om de prijs te weigeren. Raad zou weliswaar kritiek hebben op de politiek van de staat Israël, maar het bestaansrecht ervan niet ter discussie stellen.

De huidige gevoeligheid van de Duitse politiek kan niet begrepen worden zonder de Holocaust en het Duitse schuldgevoel als gevolg van het nazisme (1933-1945) erbij te betrekken. Maar de reactie lijkt doorgeslagen te zijn en te ontaarden in een eenzijdige houding van de officiële Duitse politiek die de burgerrechten van de voorstanders van de BDS-beweging inperkt en de rechtsstaat te buiten gaat. Die politiek beoordeelt de BDS-beweging als anti-semitisch. Dat op haar beurt stelt die voorstanders van de BDS-beweging die het bestaan van de staat Israël erkennen, maar kritiek hebben op de achtereenvolgende rechtse regeringen van Bibi Netanyahu buiten de orde. Dat gaat velen te ver. Ook in Nederland zijn er onder meer bij de Christen-Unie en SGP geluiden die oproepen om die Duitse lijn te volgen. Er zijn daar echter breuken in de officiële lijn zoals een recente uitspraak van een rechter in Keulen verduidelijkt en die volgens een persbericht van het ELSC in strijd zou zijn met artikelen 10 (vrijheid van meningsuiting) en 11 (vrijheid van vereniging) van het EVRM.

Hoe dat debat tussen voor-en tegenstanders van de BDS-beweging of Israël voor de kunst uitpakt maakt de controverse over de uitreiking van de Aachener Kunstpreis 2018 aan Raad duidelijk. In dat gepolitiseerde debat worden kunstenaars weggedrukt. Lobbyisten zetten op scherp. Het geval Raad staat niet op zichzelf. Ook in de stad Dortmund werd vorige maand de Nelly-Sachs-preis niet uitgereikt aan BDS-sympathisante Kamila Shamsie. In juli 2019 werd de Amerikaanse rapper Talib Kweli vanwege zijn sympathie voor de BDS-beweging geschrapt uit het programma van het Open Source Festival in Düsseldorf. Dat alles vanwege de overheidspolitiek die culturele organisaties geen bewegingsruimte laat en dit van regeringswege afdwingt.

In het commentaarDiskussion um Walid Raads ‘BDS-Verbindung; Boykott ist ansteckend’ op Monopol neemt Elke Buhr het op voor kunstenaars die vermalen worden in dit debat. Zij meent ook dat Duitsland zich hiermee isoleert, niet alleen van Arabische landen maar ook van kunstenaars in de VS, het Verenigd Koninkrijk en andere landen die zich niet officieel van de BDS-beweging zullen distantiëren. Buhr eindigt haar commentaar als volgt: ‘Boycot is een zeer besmettelijk virus. In tegenstelling tot de muziekbusiness, is de kunstwereld in Duitsland tot nu toe gespaard gebleven voor BDS-boycot-oproepen. Biënnales en musea zijn plaatsen waar kunstenaars elkaar kunnen ontmoeten die anders gescheiden zijn door culturele en politieke muren – zoals Israëliërs en Palestijnen. Hoe harder de conflictlijnen, des te belangrijker is de alternatieve ruimte van cultuur die discussies mogelijk maakt. We moeten al het mogelijke doen om deze ruimte te behouden.’

NB: Tot en met 13 oktober 2019 is in het Stedelijk Museum de tentoonstellingWALID RAAD; LET’S BE HONEST, THE WEATHER HELPED’ te zien.

Foto: ‘Werk von Walid Raad: Der libanesische Künstler versperrte im Jahr 2016 die ehemalige Synagoge von Pulheim und schüttete sie mit Erde auf.’

Aantrekkelijke tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ in Utrecht

leave a comment »

Bij uitzondering verwijs ik graag naar de tentoonstellingDutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ in de Utrechtse Academiegalerij (AG). Het is een kleine groepstentoonstelling met 18 kunstenaars: Fredie Beckmans, Maarten Bel, Jacques Blommestijn, Jan Dirk van der Burg, Joost Elschot, Martijn Engelbregt, Bas Fontein, Jeroen Jongeleen, Joanneke Meester, Peter Morrens, Steven de Peven, Niels Post, GUMMBAH & Chantal Rens, Helmut Smits, Lily van der Stokker, SSSSSST, Bas van Wieringen en Luuk Wilmering. AG is een presentatieruimte van de HKU, de tentoonstelling is samengesteld door Bas Fontein, die ook docent aan de HKU te Utrecht is.

Thema is tekst en humor. Dat opent de mogelijkheid om op terloopse wijze kritiek te geven op samenleving of kunstwereld. De verwachting van de bezoeker wordt op de proef gesteld. De werken kunnen goed de concurrentie aan en versterken elkaar. De lichtzinnigheid is doordacht. Dat is de verdienste van curator Bas Fontein. De tentoonstelling is plezierig om in te verblijven door de verwijzingen en de sfeer die het oproept. De vraag die bij kunstpresentaties vaak opgeroepen wordt, namelijk wat de urgentie ervan is en waarom iets in hemelsnaam aan een publiek getoond moet worden blijft achterwege. De noodzaak spreekt voor zichzelf.

Prettig aan de tentoonstelling is de achteloze tijdloosheid ervan. Welk jaar is het eigenlijk? De kunstenaars laten zich niet vangen in de waan van de dag of gek maken door pretenties, verwachtingen of de dwang van de kunstmarkt voor hun carrière. Ze doen gewoon hun ding. Juist dat gewone en ongepolijste is ongewoon.  De humor is die van de glimlach, er hoeft niet geschaterd te worden. De teksten zetten ons op een spoor dat ons meevoert naar de ooghoogte van het kind of de kunstenaar die iets in petto had en dat nu speciaal voor de bezoeker vrijgeeft. Als een mooi cadeautje, een extraatje van het leven. Vederlicht is het niet, zwaarmoedig evenmin. In een vleugje weemoed is voorzien, maar erger dan het verlangen naar betere tijden wordt het niet.

Foto 1: Toelichting bij tentoonstellingDutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’.

Foto 2: Werk van Jacques Blommestijn op tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ (eigen foto).

Foto 3: Overzicht van tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ (eigen foto).

Foto 4: Werk van Niels Post op tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ (eigen foto).

Timo de Rijk en het Derde Rijk. Verwarrend debat met veel ruis over expositie van nazi-design in Design Museum Den Bosch

leave a comment »

Op 23 februari 2018 plaatste ik bovenstaand commentaar over het voornemen van directeur Timo de Rijk van Design Museum Den Bosch (voorheen Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch) om een tentoonstelling over het design van het Derde Rijk te houden. Om de plek van zijn museum als designmuseum in een vlucht vooruit te claimen en deze tentoonstelling aan te kondigen liet De Rijk zich interviewen door De Volkskrant. Zie hier voor een commentaar hoe zijn claim zich verhoudt tot de oprichting van een Nationaal Designmuseum. In dat Volkskrant-interview deed hij de uitspraak ‘(..) zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als het design niet zo goed was geweest?’ Die uitspraak plaatste ik in de categorie ‘nuanceringen en sterke meningen van directeur De Rijk die het ergste doen vrezen’. Zijn uitspraak trok veel Flak, om in oorlogstermen te blijven.

Het was wachten totdat iemand zou reageren op De Rijks uitspraak over dat vermeende succes van het Derde Rijk. Het is secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap Ruben Vis die met een opinie-artikel in De Volkskrant hapt: ‘Is het niet raar en onsmakelijk om de kwaliteit van nazidesign te exposeren?’ Vis geeft een onhandig antwoord op een onhandige uitspraak en versjteert het debat. Tegenover De Rijks onhandigheid plaatst hij zijn gebrek aan nuancering met normatieve uitgangspunten (‘Exposeren van nazidesign is raar en onsmakelijk’). De Volkskrant geeft Timo de Rijk de mogelijkheid om te reageren. Hij antwoordt zonder in te (hoeven) gaan op zijn uitspraak over het succes van het Derde Rijk: ‘Ruben Vis lijkt de geschiedschrijving van het nazisme te verwarren met een pleidooi voor de kwaadaardigheid zelf’. Het debat scharniert en klapt dicht.

Foto: Schermafbeelding van commentaarMuseumdirecteur Timo de Rijk: ‘Zouden de nazi’s ook zo’n succes hebben gehad als hun design niet zo goed was geweest?’’ van 23 februari 2018.

%d bloggers liken dit: