George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Beeldende kunst

Kunstenaar Shahak Shapira klaagt Twitter aan wegens laks beleid inzake haatspraak: #HEYTWITTER

with 3 comments

Hoe kunst maatschappelijk relevant kan zijn bewijzen de Duits-Israëlische kunstenaar Shahak Shapira en zijn mede-activisten. Shapira beschuldigt Twitter ervan te laks te zijn in het verwijderen van haatspraak. Hij zegt 300 meldingen aan dit techbedrijf te hebben gedaan, maar slechts op 9 meldingen een reactie te hebben ontvangen. ‘Als Twitter me ertoe verplicht om deze dingen te zien, dan zouden ze het ook moeten zien’, zo zegt hij in de video die hij op 7 augustus op zijn YouTube-kanaal plaatste. Voor het Duitse hoofdkantoor van Twitter in Hamburg heeft Shapira de gewraakte meldingen met sjablonen op de weg gemarkeerd. Zodat iedereen ze kan lezen. Op straat of op YouTube. Twitter veegt intussen het eigen stoepje schoon. Symbolisch.

Written by George Knight

9 augustus 2017 at 15:48

Kunst wordt slecht vertegenwoordigd in Nederlandse politiek. Daarom een pleidooi voor het afzien van cultuurbeleid

leave a comment »

Altijd op zoek naar meningen over kunst en cultuurpolitiek bleef mijn oog haken aan twee zinnen in een analyse van Karlheinz Schmid over de Duitse politiek en het geringe belang van cultuurpolitiek in het politieke debat in de Kunstzeitung van juli 2017. Schmid: ‘Warum die Kultur in den Parteien bedeutungslos wirkt, resultiert aus einem verengten Blickfeld, fernab zeitgemäss erweiterter Begriffe. Entweder spritzige Event-Kultur oder verklebtes Heimat-Gefühl – das scheint die einzig vorstellbare Alternative zu sein.’  Volgens Schmid is het cultuurdebat in de Duitse politiek zinloos omdat het gevangen zit tussen een modieuze blik naar voren en een nostalgische blik naar achteren. In beide gevallen kan kunst zichzelf niet zijn, maar wordt het ingezet voor politieke of maatschappelijke doelen. Simpelweg gezegd, politici vinden dat kunst zich of moet uitspreken over actuele onderwerpen als terrorisme of migratie of over nationalisme en identiteit. Schmid koppelt die houding aan het ontbreken van kunstprofessionals in de landelijke politiek, zowel in de vaste commissie (‘Ausschuss’) Cultuur en Media van de Bundestag als in de afzonderlijke fracties.

In Nederland is het niet beter gesteld met de vertegenwoordiging. Van de 12 woordvoerders cultuur in de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kunnen alleen de kunsthistorici Alexander Pechtold (D66) en Carla Dik-Faber (CU) als kunstprofessionals gezien worden. Met de kanttekening dat ze de praktijk ervan respectievelijk 20 en 10 jaar achter zich hebben liggen. Corinne Ellemeet (GL) is als oud adjunct-directeur van de Westergasfabriek een twijfelgeval. Met de staatssecretarissen Cultuur is het nog slechter gesteld. De laatste die als kunstprofessional kan worden opgevat was in 2003 Cees van Leeuwen (LPF) als basgitarist van Kayak.

Het is dus geen wonder dat door het ontbreken van kunstprofessionals op bepalende functies de kunst in de Nederlandse politiek op het hoogste niveau zo slecht wordt vertegenwoordigd. En zelfs sinds 2011 onder de voet is gelopen zonder serieus tegengeluid. Waar Schmid spreekt over een kleurloze ex-staatssecretaris Tim Renner (SPD) of cultuurminister Monika Grütters (CDU) die op de slippen van kanselier Angela Merkel haar ministerschap waarschijnlijk zal verlengen zijn het in Nederland geen kleurloze politici die de kunst voor hun rekening nemen, maar politici die er opmerkelijk vijandig tegenover staan. En door hun collega’s nauwelijks tegengesproken worden. Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) of woordvoerder Cultuur Martin Bosma (PVV) gingen er prat op niets met kunst te hebben. Het is deze Nederlandse botheid die de kunst in het hart treft.

Karlheinz Schmid komt in een kritisch artikel (Das grosse Missverständnis) over de documenta 14 te Kassel zijdelings terug op het onderwerp van de cultuurpolitiek. Hoofdcurator Adam Szymczyk krijgt van Schmid het verwijt dat hij niet alleen geen liefde voor hedendaagse kunst heeft, maar er evenmin iets van begrijpt: ‘Er scheint nicht in der Lage zu sein, aus dem, was Künstler heute machen, eine Grossaustellung zu generieren, die aus der Kraft der Kunst selbst ihre Energie zieht’. Adam Szymczyk is volgens Schmid één van degenen die gevangen zit in de modieuze blik naar voren. En daarbij onbewust voorbijgaat aan de kunst. Het is een verwijt dat ook Nederlandse politici die verantwoordelijk zijn voor kunst gemaakt kan worden. Ze laten niet toe of missen het begrip om te beseffen dat een tentoonstelling of kunstmanifestatie energie moet putten uit de kracht van de kunst zelf. En niet uit een afgeleide doelstelling als minderhedenbeleid, confrontatie en verbreding (Rick van der Ploeg), de blik naar achteren (Jan Marijnissen, PVV) of de blik naar voren.

Het is normaal als voor verkiezingen of tijdens een formatie belangengroepen hun eigen zaak in het publieke debat bepleiten. Ze vragen meer budget voor hun sector. Of een apart directoraat of ministerschap. Gezien de Nederlandse praktijk kan echter beter voor het omgekeerde gepleit worden. Namelijk afzien van cultuurbeleid.

Want de verwachting dat er iets ten goede verandert is nihil. Daarom kan maar beter geheel afgezien worden van enig cultuurbeleid. Dan kan het evenmin afgebroken worden. Want door het ontbreken van zowel kunstprofessionals in de landelijke politiek als bepalende politici met begrip voor de kunst dat boven een aanvaardbaar minimum komt loopt de kunstsector gerede kans dat het er eerder slechter dan beter op wordt.

Maatregelen die genomen worden zwijmelen in nostalgie of modieusiteit of stellen kunst voor als afgeleide van sociaal of politiek beleid. Zulk cultuurbeleid is voor iedereen zinloos. Het dient noch kunst, kunstenaars of kunstconsumenten. En als de kortetermijn-effecten zijn uitgewerkt op termijn evenmin de samenleving.

Foto: Mika Rottenberg, Cosmic Generator, 2017. Still. Copyright Mika Rottenberg. Courtesy Andrea Rosen Gallery. Te zien op Skulptur Projekte 2017 Münster, Duitsland.

Heeft een Israëlische kunststudente voorwerpen uit Auschwitz gestolen? Hoe dan ook: nieuws gaat sneller dan de waarheid

leave a comment »

Kent u dat verhaal over voorwerpen uit Auschwitz die een studente gestolen heeft voor een eindpresentatie op de Kunstfaculteit van het Israëlische Beit Berl College? Ze waren niet gestolen uit Auschwitz. Gaf studente Rotem Bides toe dat ze de voorwerpen gestolen had? Bides lijkt in een artikel in Ynetnews News van 18 juli iets toe te geven wat eerder een projectie van schuld, dan een bekentenis van schuld is. Ze voelt zich schuldig, maar is ze het ook? Voor deze nuancering had het nieuws zich wereldwijd al verspreid. Heeft zij de wet gebroken voor een kunstproject? Het herinneringscentrum en museum Auschwitz-Birkenau zou van plan zijn een officiële klacht in te dienen bij de Poolse aanklager. Is dat gebeurd? Decaan Gabriel Klasmer van Beit Berl verdedigt zijn studente en zegt dat Bides de voorwerpen heeft gekregen of buiten het kamp heeft verzameld.

Is hiermee de kou uit de lucht? En is dit een debat over de grenzen van de kunst? Of is het eigenlijk een debat over de grenzen van de journalistiek? Of beter gezegd: de grenzen van de waarheid en de goedgelovigheid?

herman de vries in León: chance & change

leave a comment »

Nog tot 4 februari 2018 is in het Museum voor Hedendaagse Kunst MUSAC in het Noord-Spaanse León de overzichtstentoonstelling chance & change van herman de vries te zien. Daar moet niet te ingewikkeld over worden gedaan. Gewoon goed kijken. Voor wie de kans heeft om voor de verandering te gaan kijken.

Written by George Knight

27 juli 2017 at 23:40

Mak en Maatman nemen tegenovergestelde standpunten in over de functie van kunst. Tussen grote geschiedenis en hobby in

with 2 comments

In een opinie-artikel voor de Theaterkrant probeert theaterwetenschapper Bregje Maatman te relativeren. Ze komt met zinvolle beweringen, maar de vraag is of ze daarmee niet te ver gaat. Aanleiding is de uitspraak van schrijver Geert Mak over zijn vriend theatermaker Johan Simons die de Otto von der Gablentz Prijs van het Duitsland Instituut heeft gewonnen. In zijn lofrede maakt Mak een vergelijking met de Joods-Oostenrijkse schrijver Joseph Roth (1894-1939) en ziet een vraag die ‘iedere kunstenaar permanent hoort te beheersen’, namelijk ‘De vraag: hoe geef ik vorm aan de onderstromen van onze tijd, van onze cultuur, van ons Europa.’

Het is zoals Maatman stelt onterecht van Mak om kunst zo’n grote maatschappelijk-politieke rol toe te delen. En zo lijkt me, het getuigt ook van wensdenken en onnozelheid van Mak tegen beter weten in. Die rol neemt tegenwoordig zelfs de partijpolitiek niet meer in. In een samenleving waar de democratie steeds maar als een excuus en dekmantel functioneert. Niet als een onaantastbaar basisprincipe. Steeds meer macht wordt achter de schermen verdeeld in bestuurskamers van multinationals of financiële instellingen, in vergaderkamers van supranationale organisaties of in informele overleggen tussen landen. Daar komt de burger nog nauwelijks aan te pas. En evenmin de kunst of de kunstenaar. Het valt niet in te zien hoe in Europa kunst belangrijker is dan partijpolitiek. Mak schuwt het grote gebaar niet, maar verliest daarmee zoals vaker de zorgvuldigheid uit het oog. Mak redeneert vanuit een werkelijkheid die niet meer bestaat. Of wellicht zelfs nooit bestaan heeft.

Is kunst daarmee een hobby, zoals Maatman prikkelend zegt? Maatman: ‘Laten we toegeven dat kunst, net als bijna alles in het leven, een hobby is.’ Nee, dat is weer te minimalistisch. De functie van kunst moet worden gesitueerd tussen het wensdenkend maximalisme van Mak en het ironisch minimalisme van Maatman in. Kunst heeft wel degelijk maatschappelijke relevantie. Maar een andere dan Mak en Maatman stellen.

Kunst is een vaag focuspunt, een grove filter van een veelgelaagde en diffuse esthetische uiting die buiten de opzet van de maker in zichzelf kan overstijgen. Doordat het anderen aanspreekt, motiveert en verbindt. Kunst trotseert eeuwen en kan daarom per definitie niet nauw gedefinieerd zijn. Erin kunnen functies gecombineerd worden die de autonomie van kunst overschaduwen. De makke van Mak is dat hij de niet-esthetische functies isoleert en de onmatigheid van Maatman is dat zij -waarschijnlijk uit weerbarstigheid en omwille van de aanscherping van het debat- die functie ontkent. Kunst is (een) kleine beweging. Kunst scherpt aan, kunst toont door verdichting een echter gezicht van de werkelijkheid dan de werkelijkheid zelf en kunst spiegelt. Dat is geen romantisch beeld zoals Maatman zegt, maar een functie die kunst nu eenmaal in zich draagt. Maar kunst is evenmin de parodie van Mak. Hij maakt de kunstenaar tot een missionaris met verplichte vragen ‘die iedere kunstenaar permanent hoort te beheersen’ en de kunst tot filiaal van de grote geschiedenis.

De waarde van kunst is dat het zich grotendeels ontworsteld heeft aan de macht en weerstand biedt aan onderwerping. Het heeft voor de kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten. Enigszins vergelijkbaar met religie die een vergelijkbare maatschappelijke rol gegund wordt. Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een inhoudelijke traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. In rituelen. Dat tekent tevens de paradox van kunst. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Mak en Maatman maken in combinatie door hun stellingname duidelijk dat de waarheid over kunst in het midden ligt.

Een FB-posting van Wijbrand Schaap was aanleiding voor dit commentaar. Hij wordt bedankt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBregje Maatman: ‘Laten we toegeven dat kunst een hobby is’’ van Bregje Maatman voor Theaterkrant, 23 juli 2017. Zonder toelichting  is de titel op 23 juli inmiddels veranderd in ‘Bregje Maatman: ‘Kunst heeft niet per se iets te melden’.

Open brief van De Craen en Kraaijeveld aan Stedelijk Museum Breda over inzet vrijwilligers

with one comment

Publiciste en artistiek directeur van Hotel Maria Kapel in Hoorn Irene de Craen verzet zich tegen het rendementsdenken en de managementscultuur in de culturele sector. In haar analyses pleit ze er steevast voor om kunstprofessionals weer zeggenschap over de kunstsector te geven. Met andere woorden, handen terug aan het beeld. Ze keerde zich in september 2015 in een open brief tegen het voortijdige ontslag van directeur Lorenzo Benedetti van kunstcentrum De Appel in Amsterdam. Met de sleutelzin: ‘Is er nog plek voor artistieke visie, of is dit geheel secundair geworden aan de kwaliteiten van een manager?’ Zie hier mijn commentaren op de kwestie De Appel. Nu schrijft zij als bestuurslid van Platform BK samen met directeur  een open brief aan het Stedelijk Museum Breda (SMB). Over de inzet van vrijwilligers.

Ze stellen ‘dat de inzet van het toenemende aantal vrijwilligers dat in de culturele sector en in het bijzonder in de musea werkt’ zorgen baart. Daartoe verwijzen ze naar drie vacatures voor vrijwilligers van het SMB. Uit een voetnoot bij de open brief blijkt dat de vacatures door het museum tussentijds zijn aangepast. Maar nog steeds betwisten de briefschrijvers dat het SMB een beleid voert dat leidt tot een duurzame arbeidsmarkt. Ofwel, volgens De Craen en Kraaijeveld overvraagt het SMB de vrijwilligers, biedt te weinig tegenprestatie (onder meer ‘een leuke attentie op de verjaardag’) en werft het niet voor additioneel, maar voor vervangend werk: ‘Wat ook opmerkelijk is, is dat de werkzaamheden die de vrijwilligers moeten gaan uitvoeren structurele activiteiten zijn met een eigen creatieve bijdrage en veel eigen verantwoordelijkheid’. Het SMB werkt er met haar personeelsbeleid dus actief aan mee betaalde krachten te verdringen door de inzet van vrijwilligers.

De briefschrijvers hebben er enig begrip voor dat het SMB handelt vanuit een te krap budget, maar zijn toch van mening dat het museum zich verkeerd opstelt: ‘Waarschijnlijk zijn deze vrijwilligersfuncties een manier om aan alle eisen van een publiek instituut te voldoen binnen het budget dat het Stedelijk Museum Breda beschikbaar is gesteld uit publieke en private middelen. Platform BK heeft hier begrip voor, maar verlangt een andere houding van culturele instellingen.’ Ze eindigen hun brief positief door de directie en het bestuur van het SMB voor te houden hoe het wel correct zou kunnen handelen: ‘Het aandeel zzp-ers, 0-uren contracten en verkeerde inzet van vrijwilligers in de culturele sector zijn verontrustend. Deze arbeidscondities zijn onderdeel van het maatschappelijke probleem van een economie van onzekerheid, burn-out en verborgen armoede. Culturele instellingen, zoals het Stedelijk Museum Breda, zouden hun maatschappelijke voortrekkersrol moeten waarmaken in zowel de culturele programmering als het personeelsbeleid.

Er zijn in Nederland veel musea die financieel op het randje van het mogelijke opereren. Met vacatures voor vrijwilligers die structureel zijn. Dat is ongewenst en ongelukkig. Het pleidooi van De Craen tegen de inzet van vrijwilligers door het SMB valt rechtstreeks terug te voeren op haar pleidooi tegen het managementsdenken en de rendementscultuur in de kunstsector. Het accent moet weer bij de kunstprofessionals gelegd worden. Daartoe horen ook afgestudeerden die nu als vrijwilliger tot tweederangsmedewerkers worden gemaakt.

In Breda twijfelde het college de afgelopen jaren over de richting van de plaatselijke gemeentelijke musea, waardoor buitenstaanders het initiatief konden nemen. En er met de centen vandoor gingen. Uit een bericht van Breda Vandaag van 16 december 2014: ‘Het interim-management kostte in die periode 324.576,49 euro. Aan marketing werd in 5 jaar voor 349.104,25 euro aan extern management gespendeerd.’ Zoals ik in een commentaar concludeerde: ‘Een eindeloos proces van praten, overleggen, benoemen, initiatieven delen en ‘helder denken’ dat Breda zo op externe kosten voor personeel, en onderzoek en advies jaagt.’ De Craen en Kraaijveld trekken aan het eind van dit stroperige proces terecht de conclusie dat nu de vrijwilligers het kind van de rekening zijn. Het geld is op omdat het naar externe adviseurs, interim managers en bijklussende top-ambtenaren is gegaan. Het failliet van de managementcultuur in de museumsector is zelden beter aangetoond dan in Breda. Deze achtergrond geeft de open brief van Irene de Craen en Joram Kraaijeveld extra gewicht.

Foto 1: Schermafbeelding van deel ‘Open brief aan Stedelijk Museum Breda’ van Irene de Craen en Joram Kraaijeveld op Platform BK, 11 juli 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van vacatures Stedelijk Museum Breda, stand 16 juli 2017.