George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Beeldende kunst

Utrechtse Vredenburgplein: plek voor kunst. Succesvol project in de openbare ruimte?

with 3 comments

In een brief aan de Utrechtse raad informeert wethouder Victor Everhardt (D66) ‘over de voortgang van het traject ‘Kunst op het Vredenburgplein’ en de herinrichting van het plein’. Vijf kunstenaars zijn geselecteerd ‘door de kunstadviseurs van het Artistieke Team in samenwerking met een kunstbegeleidingsgroep (bewoners, (markt)ondernemers en andere gebruikers)’. Het zijn Krijn de Koning (Nederland, 1963), Jennifer Tee (Nederland, 1973), Inti Hernandez (Cuba, 1976), Lucas Lenglet (Nederland, 1972) en Jon Rafman (Canada, 1981). Everhardt is verantwoordelijk voor het stationsgebied en niet voor cultuur. Cultuurwethouder is Kees Diepeveen (GL). In het verlengde hiervan is de gemeente een publieksactie begonnen om dit project onder de aandacht te brengen. Ook niet-Utrechters met een email adres kunnen tot 19 juni een stem uitbrengen.

Kunst in de openbare ruimte is door de uiteenlopende belangen vaak een ongelukkige combinatie. Dat vertaalt zich in een stroperige besluitvorming met een groot aantal betrokkenen met uiteenlopende belangen. Dat maakt het in Nederland bijna onmogelijk om er een succes van te maken. Vaak wordt niet het artistiek beste project gekozen. En dit staat nog los van de voorselectie door een projectgroep waar economische, ruimtelijke en politieke belangen moeten worden afgewogen zonder dat dit in de openbaarheid komt.

Ook het Vredenburgplein als ‘Plek voor Kunst’ is een weerbarstig project. De aap komt uit de mouw in de randvoorwaarden die Everhardt in zijn brief schetst: ‘De opdrachtomschrijving (..) is afgestemd op de diverse randvoorwaarden die op het plein van toepassing zijn zoals het tijdig kunnen realiseren van 65 standplaatsen, 14 bomen en voldoende zitgelegenheid. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de markt, initiatiefnemers, ondernemers en aanwonenden.’ De kunstenaars zijn met deze opdracht aan handen en voeten gebonden en kunnen niet ‘royaal’ uitpakken. Door de randvoorwaarden wordt het kunstwerk bij voorbaat ingeperkt. Vooral in volume. Niet dat kunstenaars die in de openbare ruimte werken dit niet gewend zijn, maar als voorwaarden te beperkend zijn verschuift de aandacht naar de vraag welke belangen ermee gediend worden. Een en ander roept vooral de vraag op waarom niet voor een plek in het centrum van Utrecht is gekozen waar voorwaarden minder beperkend zijn en de kunstenaars beter kunnen uitpakken. Met een beter kunstwerk tot gevolg.

Daarbij komt dat op de ruimtelijk denkende Krijn de Koning na de geselecteerde kunstenaars als een vorm van micky mousing kiezen voor het vanzelfsprekende en dat herhalen. Ze verliezen zich in sociaal gerichte kunst die onnodig fragmenteert op een toch al zo lastig plein. Ze voegen geen extra dimensie (beeldbepalend, herkenbaarheid, architectonische stevigheid) toe aan de plek of durven daar haaks op te staan, maar herhalen wat het al is: een ontmoetingsplek. Daardoor verzuipt hun kunst in de plek tussen de bouwvolumes. De Koning valt te prijzen omdat hij er als enige naar streeft om een beeldend werk te maken dat de functie van de plek niet herhaalt, maar overstijgt. Maar ook hij heeft het te stellen met beperkende randvoorwaarden.

Stemmen kan hier tot en met 18 juni 2017.

Het jubileumjaar 2017 De Stijl: marketing, gezonken cultuurgoed en platvloersheid

with 2 comments

De marketing van De Stijl in het jubileumjaar 2017 is iets voor mensen met stalen zenuwen en slechte smaak. Deze kunststroming wordt ingezet voor economie en toerisme, zoals door de provincie Utrecht. De Stijl als gezonken cultuurgoed heeft nog weinig met kunst te maken, maar is door beleidsmakers omgevormd tot een verlengstuk van economie en toerisme. Lokale initiatieven haken aan zonder een leidend kwaliteitscriterium.

In elk dorp, stad en regio worden kunstinitiatieven in de mal van een gevulgariseerde De Stijl gegoten. Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils en Gerrit Rietveld stonden een hervorming van de samenleving voor via de kunst. In het jubileumjaar wordt de kunst van De Stijl hervormd door de economie en het toerisme. Een voorbeeld van een slecht uitgevoerd project dat niet scherp afgeperkt is, ontbrekende kwaliteitscriteria heeft en de kunst een slechte dienst bewijst. Het jubileumjaar heeft een flets profiel en kan het belang van de marketing niet naar de achtergrond dringen door de inhoud.

‘Controversiële kunst’ met Tom Chung in Alaska: Everything

with 7 comments

Is het begrip ‘controversiële kunst’ niet een pleonasme omdat kunst per definitie controversieel is en scherpe kanten moet hebben om kunst te zijn? Dus: aanvechtbaar, omstreden. In de kern wel, maar zo wordt kunst doorgaans niet opgevat. Neem het schilderijEverything’ van Tom Chung. Het hangt in de Kimura galerie (‘An innovative exhibition of UAA Art Department Faculty work’) van de Universiteit van Alaska Anchorage (UAA). Werk van studenten dat aan de universiteit gemaakt is. Een artikel van KTVA Alaska kopt ‘Controversial painting at UAA gallery sparks ‘spirited discussions’’. Het schilderij heeft naar verluidt geleid tot ‘verhitte debatten’ over de vraag of het ‘geschikt is om opgehangen te worden op een openbare universiteit’.

Op het bord staat te lezen ‘Man did not weave the web of life. He is merely a strand in it’ ofwel ‘De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is er maar een draad in.’ Dan is er nog een afbeelding van Hillary Clinton en de kop van Donald Trump die de naakte figuur (acteur Chris Evans) in de linkerhand houdt. Bloed druppelt op Clintons broek. Evans’  geslachtsdelen zijn geblurd, zodat over sex, openbare zeden of naaktheid geen debat hoeft te ontstaan.

Volgens de verslaggeving van KTVA Alaska steunt de leiding van de UAA het tentoonstellen van het schilderij. Universiteiten ‘zijn een plek voor een gratis uitwisseling van ideeën, gediversifieerde gedachten en meningen, en ideaal, een plaats om te praten over onze verschillen en overeenkomsten’ aldus rector Tom Case van de UAA in een schriftelijke verklaring. Interessant is dat ‘ Assistant Professor of Painting’ Chung zelf heeft getwijfeld of hij vanwege de politieke boodschap het schilderij zou ophangen, aldus een bericht van KTUU. Want hij wilde zijn studenten zijn politieke mening niet opdringen. Zijn ontsteltenis over Trumps verkiezing was de reden om het werk te maken, zo zegt Chung. Het is opmerkelijk dat kunst die vragen oproept al snel controversieel wordt genoemd. Dat geeft te denken over de ‘framing’ van kunst die doorgaans is getemd.

Foto: Tom Chung, ‘Everything’, 2017.

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 7 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.

De ontiegelijke wijsheid van Tinkebell. Grootspraak en marketing in de kunst

with one comment

Joop.nl plaatst een opinie-artikel van Tinkebell. Het is moeilijk om de aard en het karakter ervan goed in te schatten. Komt het voort uit zelfoverschatting, marketing, bravoure, goede bedoelingen, kennis, grootspraak of onkunde? Het zit er allemaal in en dat maakt het aandoenlijk. Tinkebell geeft zich bloot en legt haar ziel erin. Dat is goed van haar. Of ze werkelijk iets nieuws toevoegt aan het discours over kunst valt echter te bezien. Mijn oog bleef haken aan onderstaande zin die ik in een reactie citeer. Ik ben er het hartgrondig mee oneens. Het gaat erover of de kunstenaar het alleenrecht op de betekenis van een kunstwerk heeft. Het gaat om de esthetische functie van kunst als communicatie zoals taalkundige Roman Jakobson die ooit uitwerkte. De boodschap (het kunstwerk) is hierin dominant. Niet de zender zoals Tinkebell suggereert. Mijn reactie:

Er is maar één persoon die bepaalt of iets kunst is, en dat is de kunstenaar zélf. Ongeacht wat uw mening hierover is.’ Dat is nogal een heftige mening van Tinkebell.

Het is niet een mening die alle kunstenaars huldigen. Doorgaans zeggen ze zoiets als ‘wij maken een werk (schilderij, installatie, film, muziekstuk, toneelstuk, roman etc) en de beschouwer ervan mag er betekenis aan geven. Dat is niet aan ons.’ Inclusief de betekenis wat de aard er van is en of het wel of niet een kunstwerk is.

Tinkebell weet het beter. Tinkebell suggereert dat ze het beter weet. Zij weet op voorhand wat een kunstwerk is en wat binnen contouren de betekenis ervan is. En haar betekenis legt ze aan de toeschouwer op. Die haar uitleg moet volgen. Dat is knap. Dat is akelig knap. Zelfs de beroemdste kunstenaars nemen afstand van hun eigen werk en suggereren niet de wijsheid in pacht te hebben om de betekenis ervan een ander op te leggen. Maar zo is Tinkebell niet. Zij weet. Ook voor ons. Dat tekent haar.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Hoezo is dat dan kunst?; Een lesje ‘wat is kunst’ voor dummies’ van Tinkebell op Joop.nl, 3 april 2017.

Written by George Knight

3 april 2017 at 22:35

‘Chess Match No. 5’ is gebaseerd op interviews met John Cage. Hoe actueel kan het zijn?

leave a comment »

Tot 2 april loopt het stuk Chess Match No. 5 van SITI Company in de de Abingdon Theatre Company in New York. Een wereldpremière. Zoals Chrysler Ford en John Sherer voor Hyperallergic uitleggen is het gebaseerd op interviews met componist John Cage. Ze framen het als ‘traditionele avant-garde’ in de geest van Samuel Beckett en Eugène Ionesco. Ook het theater van de absurditeit is geschiedenis geworden en wordt ‘hernomen’.

De vraag die Ford en Sherer stellen is hoe relevant dit nog kan zijn. Daarbij gaan ze uit van Cage als klassiek componist die ze afzetten tegen Arvo Pärt en John Adams. Maar Cage is meer dan dat. Ook beeldende kunst en Fluxus. Of een intermediair die disciplines verbindt. Beredeneerd vanuit de toneelpraktijk lijkt hun kritiek wat aan de zware kant. Want de lat voor repertoiretoneel van Ibsen, Tsjechov of Shaw of vertegenwoordigers van de traditionele avant-garde zoals Pinter, Ionesco, Jarry of Beckett wordt doorgaans niet zo hoog gelegd.

De vraag naar de relevantie van John Cage en Chess Match No. 5 is de vraag naar de relevantie van 19de of 20e eeuws repertoiretoneel waarbij de tekst centraal staat. Dat maakt het stuk via een omweg actueel. Vriend van John Cage en Franse kunstenaar Marcel Duchamp was een sterke schaker en vertelt over zijn fascinatie: