Oproep voor publieksactie Rob Scholte

19768716 - 0Rob Scholte (Amsterdam, 1958) – Acrylverf op doek – Flatscreen IV, op een executieveiling van BVA Auctions tegen de wil van de kunstenaar in november 2022 verkocht voor € 6.500,00.


Van vele kanten wordt huiverig gereageerd op de situatie waar kunstenaar Rob Scholte terecht in is gekomen. In een einduitspraak bepaalde het gerechtshof Amsterdam op 6 december 2022 dat Scholte ‘de kosten van ontruiming van het voormalige Rob Scholte museum (ruim 3 ton) en opslagkosten (ruim € 120.000,- ) aan de gemeente Den Helder [moet] betalen’.

Scholte heeft dat bedrag niet en is aan de bedelstaf geraakt. Het ziet er niet naar uit dat hij zelf ruim € 420.000,- kan betalen. Naar verluidt logeert hij bij zijn moeder en heeft hij geen atelier.

Dit zou geen kwestie van schuld, verwijtbaarheid of terugkijken moeten zijn, maar van menselijkheid om Scholte een nieuwe start te geven en ervoor te zorgen dat hij de kwestie Den Helder definitief achter zich kan laten. Financieel en mentaal.

Scholte is een getalenteerde en gewaardeerde kunstenaar met verdiensten voor de Nederlandse beeldende kunst. Hij verdient een nieuwe start om vol energie nieuw werk te maken en los te komen van de kwestie Den Helder die hem achtervolgt. Vooral collega’s uit de beeldende kunst en individuen uit de museumsector zouden zich zijn lot aan moeten trekken en zich praktisch in moeten zetten voor het vinden van een oplossing.

Complicatie lijkt dat Rob Scholte veranderd is en zich laat kennen als dwarsligger. Begrijpelijk door de aanslag en de gevolgen daarvan en de voortdurende problemen in Den Helder. Maar onder dat harnas schuilt de kunstenaar.

Scholte zou een bemiddelaar of vertrouwenspersoon moeten aanvaarden die zijn belangen dient, zijn financiën saneert, de kwestie depolitiseert en Scholte weer nieuw artistiek perspectief geeft.

Wie dat kan zijn valt niet te zeggen. in elk geval een collega-kunstenaar, een (voormalig) museumconservator of -directeur of een (voormalig) kunstbestuurder die de jaren 1980 en 1990 heeft meegemaakt en goed aanvoelt.

Gebekvecht, verongelijktheid en omzien in woede helpen Rob Scholte niet. Hij moet juist uit die sfeer gehaald worden. Als dat (nog) mogelijk is. Nodig is een publieksactie die Scholte laat zien dat hij niet alleen staat en hem financieel en praktisch helpt.

Collega-kunstenaars die hem goed kennen zouden de eerste stap kunnen zetten om zo’n actie van de grond te tillen en de medewerking van Rob Scholte ervoor te verzekeren.

Advertentie

Wat representeert het schilderij van Rein Dool voor het college van bestuur van de Universiteit Leiden?

Rein Dool, schilderi van leden Universiteisbestuur, 1976.

Afgelopen weken was er de merkwaardige en nog steeds onopgehelderde verwijdering uit een vergaderzaal in het Academiegebouw van een portret door Rein Dool uit 1976 van witte mannelijke bestuurders van de Universiteit Leiden.

Het college van bestuur reageerde bij monde van voorzitter Annetje Ottow in een verklaring van 15 november 2022 op de kwestie. De verklaring maakt niet duidelijk waarom het schilderij uit de vergaderzaal is verwijderd. Het college heeft zichzelf met deze kwestie in de hoek gemanoeuvreerd.

Het schilderij van Rein Dool wordt door drie medewerkers ‘tijdens een spontane actie’ verwijderd uit een vergaderkamer van de Leidse universiteit. Drie andere medewerkers kijken toe. Een zevende medewerker neemt de foto.

Het portret werd eerst verwijderd na een klacht van anonieme ‘medewerkers’ en daarna na brede maatschappelijke kritiek (‘veel commotie en vragen‘) weer teruggehangen. Al dan niet tijdelijk. Van alles is er intussen over gezegd.

De verwijdering raakte een maatschappelijke open zenuw omdat het aansluit bij het debat over cancelcultuur en identiteitspolitiek en als voorbeeld van een uitwas van identiteitspolitiek werd gezien. Het is het idee van een ‘veilige ruimte’ waar niemand geconfronteerd mag worden net tegenspraak. Juist dat verbod hoort niet thuis op een universiteit waar een open debat gevoerd moet kunnen worden en tegengeluid moet kunnen klinken. Een college van bestuur moet de voorwaarden daartoe garanderen en opgewassen zijn tegen radicale denkbeelden.

In de media werd ook door welwillende journalisten op neerbuigende toon gesproken over ‘Witte, oude en rokende mannen‘ terwijl notabene drie van de zes mannen op het schilderij niet roken en leeftijd een relatief begrip is. Keken de journalisten goed naar het schilderij? Ook is de witheid van de mannen minder onomstreden dan het lijkt. Voorzitter is de Joodse Dolf Cohen. Door antisemitische rechts-extremisten (en links-extremisten) worden joden niet als wit beschouwd. In Charlottesville in 2017 scandeerden ze ‘Jews will not replace us’.

Het huidige college van bestuur van de Leidse universiteit beriep zich erop dat het verwijderen uit de vergaderzaal een ironische actie was. Om een ‘actie met een knipoog maar ook met een serieuze ondertoon‘. Eeeeh, wat? Het beroep op ironie is het vaste antwoord van FvD-politicus Thierry Baudet als hij door kritiek in het nauw komt. Dat is een zwak argument van een bestuursvoorzitter van een belangrijke Nederlandse universiteit. Tegelijk beweerde Rein Dool juist dat zijn schilderij ironisch bedoeld was. Had Ottow dat gemist? Hoeveel soorten ironie kan een kwestie aan?

Wat Ottow zegt roept vooral vragen op: ‘Niet iedereen voelt zich door dit beeldbepalende werk gerepresenteerd. Zoals het nu hangt ontbreekt de context ook. De spontane actie stemt tot nadenken. Inclusiviteit is een van onze belangrijke opdrachten. Maar in de discussie waarop we straks als college ons besluit op baseren, betrekken we vanzelfsprekend ook de historische waarde van het schilderij. Uitgangspunten zijn ook respect voor oud-bestuurders die zijn afgebeeld en voor de kunstenaar die het werk maakte. We luisteren naar al die geluiden.

Uiteraard zal niet iedereen zich door dit ‘beeldbepalende werk‘ gerepresenteerd voelen. Moet dat dan? Voor elk kunstwerk geldt dat niet iedereen zich erdoor gerepresenteerd voelt. Katholieken, protestanten, monarchisten, Republikeinen, vrouwen, mannen, homo’s, hetero’s, Hollanders, plattelanders, autochtonen, inwijkelingen, progressieven en conservatieven, iedereen heeft een individuele kijk op de Nederlandse geschiedenis en cultuur die door de eigen achtergrond kleur krijgt.

Als het zo is dat als niet iedereen zich door een kunstwerk gerepresenteerd voelt, dat werk dan verwijderd moet worden uit de openbaarheid, dan kunnen openbare collecties voorgoed achter slot en grendel uit het zicht van burgers die zich er niet door gepresenteerd voelen.

Ook de verwijzing naar inclusiviteit van Ottow is ongelukkig. Suggereert ze hiermee dat witte mannen die worden gepresenteerd op een kunstwerk uit 1976 er tegenwoordig niet meer bij horen? Wie mormelt aan de lezing van de geschiedenis om die te herschrijven heeft niks op een universiteit te zoeken. Zo mag men hopen.

Raoul Dufy en La Fée Electricité (1937)

François Kollar, Raoul Dufy exécutant un grand panneau décoratif sur l’électricité, 1937. Collectie: Musée d’art moderne de la ville de Paris.

Registraties bestaan van kunstenaars aan het werk, maar zijn niet dik gezaaid. Daarom zijn de foto’s van de Franse kunstenaar Raoul Dufy uit 1937 interessant. Gemaakt door fotograaf François Kollar. Dufy werkt aan een paneel voor de licht gebogen muur in de hal van het Palais de la Lumière et de l’Électricité. Van 600 m2.

Met volgens de toelichting de geschiedenis van elektriciteit en haar toepassingen en de portretten van honderdtien wetenschappers en uitvinders die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van elektriciteit. Waarschijnlijk is Dufy hier bezig om een wetenschapper te schilderen aan de hand van het model dat rechts op het schavot staat.

Dufy stond bekend om zijn herkenbare, kleurrijke lichte toets. Volgens de toelichting zijn Dufy’s favoriete thema’s zeilboten, zwermen vogels, dorsmachine en het nationale bal van de 14de juli opgenomen in de schildering. In 1960 werd de ‘monumentale decoratie’, door de Electricité de France geschonken aan het Musée d’Art Moderne de Paris en daar in 1964 geïnstalleerd.

De zwart-wit foto’s uit 1937 doen het kleurrijke werk van Dufy onrecht. De totstandkoming is interessant en vergde heel wat uitzoekwerk zoals de toelichting van het museum zegt: ‘De door Dufy gebruikte methode maakte een zeer snelle realisatie mogelijk (tien maanden sinds de conceptie), dankzij een medium ontwikkeld door de chemicus Jacques Maroger dat ook het picturale materiaal transparant maakt, zoals aquarel. Dit schijnbare gemak verbergt eigenlijk een belangrijke technische innovatie, tal van documentaire onderzoeken en langdurig werk (modellen naakt geschilderd en vervolgens in kostuums, tekeningen overgebracht naar calqueerpapier om de opstelling van de groepen te vinden en vervolgens levensgroot op de panelen geprojecteerd met behulp van een toverlantaarn).’

Raoul Dufy, La Fée Electricité, Collectie: Musée d’Art Moderne de Paris

Tweemaal Lovis Corinth (1896 – 1918)

Selbstporträt mit Skelett *oil on canvas *66 × 86 cm *signed t.r.: LOVIS CORINTH. / 38J. a. 1896. Collectie: Lenbachhaus München.

Lovis Corinth (1858-1925) schildert in 1896 een beeld van zichzelf met een skelet. Waarschijnlijk voor het raam van zijn atelier. Gedenk te sterven is het motto.

Op de portretfoto van omstreeks 1918 is Corinth inmiddels meer dan 20 jaar ouder. Zo’n 60 jaar oud. Dat is te zien. Hij is afgevallen. Op een reis naar Nederland stierf hij in 1925 in Zandvoort onverwacht aan een longontsteking. Bijna 67 jaar oud. De foto is onopgesmukt.

Darstellung: Corinth, Lovis. Verwalter: Dresden, Staatliche Kunstsammlungen Dresden (SKD), Kupferstich-Kabinett, Signatur/Inventar-Nr.: D 1919-18

Was is er meer te vertellen over deze schilder aan petite histoire met grote of kleine gevolgen? Corinths werk werd na zijn dood door de nazi’s als Entartet, als ontaard gezien. Ach, zo eenduidig kan kunst niet zijn.

Bezoek aan tentoonstelling Buitenplaats Doornburgh zet aan tot nadenken. Bestaat er een geestelijk hoefijzermodel?

Ruben Schipper, Klooster, priorij, behorend bij het complex van buitenplaats Doornburgh [Maarssen], 2012. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Vandaag bezocht ik de tentoonstelling Nieuw Werk in Buitenplaats Doornburgh in Maarssen. Vanaf midden jaren 1960 tot 2017 huisvestte het een kloostergemeenschap. Met werk van Chae Eun Rhee, Bart Lunenburg en Natalia Ossef dat de kunstenaars ter plekke maakten. Er wordt ook ouder werk getoond. De laatste twee kunstenaars kende ik, de eerste niet.

Onderdeel van ‘One to seven, grey to red, three to four, tread to thread‘ van Bart Lunenburg in Buitenplaats Doornburg, Maarssen. Met dank aan Trendbeheer en Sasha Dees.

Het is een verrassende tentoonstelling van hoog niveau waarin het werk van de analytische, hoogst originele Lunenburg perfect aansluit op het basisontwerp van de intellectuele Benedictijn Dom Hans van der Laan. Lunenburg is in de uitvoering tot in het kleinste detail doordacht en perfect. Hij gaat naar mijn idee succesvol de concurrentie aan met de architecten Hans van der Laan en Jan de Jong.

Werk van Chae Eun Rhee dat ze in 2022 ter plekke maakte op Buitenplaats Doornburgh.

De Koreaanse schilderes Chae Eun Rhee van wie werk door het Centraal Museum is aangekocht was een surprise. Het leek nergens op. In grote formaten speelt ze met alle conventies van de schilderkunst. In focus, uit focus, groot, klein, realistisch, abstract, citaat, fantasie, scherp, vervagend, allerlei beelden brengt ze binnen een voorstelling vanzelfsprekend samen. Soms streng bewaakt door de Koreaanse politie.

Plezier en vaardigheid spatten ervanaf. Zij schept beelden met verwarring, maar krijgt het toch voor elkaar om een voorstelling geloofwaardig af te ronden. Wat haar werk met de omgeving en architectuur van de voormalige kloosterplek te maken had behalve het ‘citeren’ van kat of medewerker was me minder goed duidelijk.

De plek die me zo goed ontving bracht me tot de overpeinzing of er ook een geestelijk hoefijzermodel bestaat. Met het politieke hoefijzermodel wordt bedoel dat ‘twee uitersten, uiterst links en uiterst rechts, dichter bij elkaar geplaatst worden dan hun gematigde varianten‘.

Kan dat ook gelden voor een levensovertuiging waar twee uiterste wereldbeelden elkaar niet door het midden, maar langs de flanken ontmoeten? Daar moest ik op deze plek aan denken.

Met religie heb ik geen verbinding, maar met kunst wel. Met het strenge intellectualisme van Hans van der Laan heb ik verbinding, maar met spirituele zweverigheid, ietsisme of hedendaagse spiritualiteit die bestaat uit het shoppen in religies heb ik niks.

Ik ben atheïst noch theïst, maar voel me goed in een omgeving die de geest uitdaagt of serieus neemt. Zoals Buitenplaats Doornburgh, waar trouwens het formaat niet te veel opgerekt moet worden in de richting van de horeca. Dat is de noodzaak om de plek open te houden.

Jacob’s fotocollectie: Gordon Lambert spreekt, kletst, wijst, staat, schudt handen, poseert en kijkt op een kunsttentoonstelling (omstreeks 1973)

Gordon Lambert speaking at a modern art exhibition‘, 1960-1979. Collectie: Jacob’s Biscuit Factory Photographic Archive.

Wie de fotograaf is of de kunstenaar van wie een tentoonstelling wordt geopend wordt niet gezegd. Wel wordt de ‘openeur’ bij naam genoemd. Dat is Gordon Lambert die als directeur werkte bij Jacob’s, de Ierse fabriek waar biscuits worden gebakken. Lambert was een belangrijke kunstverzamelaar en promoter van hedendaagse kunst. In 1992 schonk hij meer dan 300 schilderijen aan het Irish Museum of Modern Art (IMMA).

Uit de beschrijving van foto’s van Lambert op een kunsttentoonstelling in de collectie van Jacob’s valt op te maken dat de kennis ontbreekt om ze (achteraf) te beschrijven. Alles draait om Gordon Lambert zoals blijkt uit de titel van de foto’s. Hij spreekt, kletst, wijst, staat, schudt handen, poseert en kijkt. Met welke kunstenaars hij praat en naar welk kunstwerk hij wijst blijkt niet uit de beschrijving.

Dat leidt tot onvolledige titels. Hoe moeilijk is het om te vinden dat de heren op onderstaande foto (Lambert in het midden) voor het werk ‘Cloud No. 2‘ (1973) van Brian King staan? Nu opgenomen in de vaste collectie van het IMMA. Dat scherpt de datering van foto’s van deze opening (let op de brochure) aan. Dat is 1973 of later. Het werk op de bovenste foto is waarschijnlijk van F.D. Flanagan.

Art enthusiasts attending a modern art exhibition‘, 1960-1979. Collectie: Jacob’s Biscuit Factory Photographic Archive.
 

Gordon Lambert is in de fotocollectie van Jacob’s zijn eigen universum. Ieder ander persoon, kunstwerk of attribuut is decor in de wereld van Gordon Lambert. Hij is het middelpunt en wordt door de beschrijving tot een parodie van zichzelf gemaakt. Dat gebeurt als de context ontbreekt.

Ontbrekende context is journalistieke zonde: Heston Hurley en zijn swastika-kunstwerk uit 2017

Context geeft duidelijkheid. Verhullen van context is misleiding. Bovenstaande video werd op 24 september 2022 door Giacomo Luca geplaatst op zijn YouTube-kanaal. Zonder toelichting behalve de titel ‘Sacramento designer stands by controversial swastika artwork‘. Luca noemt de maker van een controversieel object dus een ontwerper.

Luca claimt journalist te zijn. Hij presenteert zich op YouTube als: ‘Southern Illinois bureau reporter/multimedia journalist with KFVS-TV in Cape Girardeau, MO’. Op Facebook presenteert hij zich anders: ‘Reporter/Multimedia Journalist for ABC 10 News in Sacramento, California.’

Het fragment is om meerdere redenen onduidelijk. De naam van de ontwerper wordt niet genoemd, het jaartal waarin dit gebeurde wordt niet genoemd en welke omroep dit fragment uitzendt is ook onduidelijk. Onduidelijk is ook of het een fragment uit een langer verslag is. Luca geeft bij het fragment op YouTube geen informatie.

Het gaat om meubelmaker Heston Hurley en het incident vond plaats in februari 2017. Zijn werk werd buiten zijn medeweten van de tentoonstelling ArtStreet in Sacramento verwijderd. Zijn verwijzing naar ‘de nieuwe president’ en de Dakota-pijplijn betreft dus niet Joe Biden, maar Donald Trump. Door een onduidelijke context wordt dat onduidelijk.

In het artikelAlum’s swastika sculpture benched from ArtStreet extravaganza’ van 7 februari 2017 in ‘The State Hornet‘ zegt Scott Eggert, een woordvoerder van ArtStreet dat de verwijdering geen politiek motief heeft. Het werk zou niet aan de afgesproken regels voldoen.

Hurley denkt daar anders over, volgens hem gaat het wel degelijk om de inhoud. Tegelijk waren op de tentoonstelling politiek gemotiveerde werken te zien die gewoon werden getoond, zo blijkt uit een verslag van 4 februari 2017 van CBS Sacramento.

Het raadsel is waarom Luca dit fragment zonder context en basale informatie vijf en een half jaar later op zijn YouTube-kanaal plaatst. Wil hij zoveel jaar later politiek over Hurley heen toepen via het korte gewin van de sociale media? Dit roept naast het negeren van journalistieke mores ook de vraag op hoe krachtig controversiële kunst die controversieel wordt geframed nog kan zijn.

Mobiles van Alexander Calder

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 20 juni 2011.

Houdt iedereen van Alexander Calder? Van zijn werk dan. Zoals iedereen ooit van Joan Miró hield. Of van Jean Tinguely of Theo Jansen. Na een ontmoeting met Piet Mondriaan in 1930 verzon Calder de mobile. Beweging en evenwicht in harmonie. Wat is er meer?

De mobile maakt vrolijk en verbaast dat het draait. Zelfs doordraait. In kinderkamer of museum. Kinetische kunstenaars buigen, draaien en vormen. Deze lucide ingenieurs van de kunst hebben een streepje voor en liggen ons na aan het hart. Calder maakte ook grote buitensculpturen van geschroefd plaatstaal. Dat is van een andere lichtheid.

Calder in zijn Roxbury studio, 1944; Foto Eric Schaal. Copyright Life Magazine.

Avant-garde kunst: vrouw met man als hond (1977)

Diana Mara Henry, Avant-garde art festival, 1979. Collectie: Special Collections and University Archives, University of Massachusetts Amherst Libraries.

Dit moet kunst zijn. Theater of beeldende kunst. Hier wordt gedaan alsof. Dat ontneemt er spanning aan. Jaja, we zien op eerste blik wat het is. Kunst in de eigen afgeperkte omgeving. Performance.

Het is een rommelige, registerende foto. Links staat voor een gesloten ketting een bewaakster in de modieuze outfit uit de jaren 1970 met wijde pijpen. Ze kan zo aanschuiven bij een nummer van de Amerikaanse discogroep Village People. Maar nu nog bewaakt ze de toegang van zo te zien een douane vrije zone. Een entrepot. Daar gaat de kunst aan voorbij. Is dat symbolisch?

Rechts ziet een oudere dame het lachend aan. Ze begrijpt zichtbaar wat ze ziet. Haha, wat grappig én vooruitstrevend zie je haar denken. Rollen worden omgedraaid. Een man als hond. Een man als hond!

Het is 1977 en niet 1979 in het WTC in New York. De vrouw met mini-jurk en de bril in haar haar is kunstenaar Charlotte Moorman (1933-1991) die van 1963 tot 1980 15 jaarlijkse Fluxus-achtige avant-garde festivals op diverse locaties in New York City organiseerde.

Centraal in de afbeelding staat zij met een riem in handen waar een man aan verbonden is. Hij kruipt over de grond. Zijn handschoenen geven er iets lulligs aan. Moet hij zijn handen beschermen omdat hij net als celliste Moorman een muzikant is?

Verbazen we ons erover hoe bedacht de toenmalige avant-garde oogt? Of is het flauw om dat achteraf op te merken omdat we niet meer kunnen weten hoe dit in 1977 voelde en welke betekenis het toen had? Laten we het er maar op houden dat dit een tijdsbeeld geeft. Dat is een veilige gedachte.

Beproeving voor tere zielen: verwijdering en terugplaatsing van foto Aziatische Elvis op luchthaven Memphis

Oekraïne staat in brand en wordt door de Russische krijgsmacht van de kaart geveegd als autonome staat. Dat was in elk geval de opdracht van het leiderschap van de Russische Federatie. Dat is vooralsnog niet gelukt.

Oorlog is sinds end februari 2022 de backdrop van de internationale publieke opinie. Ofwel, een virtueel doek aan de achterkant van het wereldpodium als onderdeel van het decor van de Russisch-Oekraïense oorlog. Dat stuurt en vangt onze blik.

Verbazingwekkend is dat banaliteit, onbenulligheid. muggenzifterij, kinderachtigheid, trivialiteit en beuzelarij gewoon doorgaan. Zoals menselijke kleinheid altijd een plek opeist.

Een foto van de lokale kunstenaar Tommy Kha met als onderwerp Elvis Presley met Aziatisch uiterlijk in een tentoonstelling op de luchthaven van Memphis zorgde voor controverse. Het werd na enkele klachten verwijderd en daarna weer teruggeplaatst nadat de verwijdering weer klachten opriep.

Exbulletin geeft in een bericht details. Opmerkelijk is de reactie van Memphis’ gemeenteraadslid Chase Carlisle die de aanvankelijke verwijdering ‘respectloos naar kunstenaars en kunstwereld’ vond.

Tommy Kha wordt afgeschilderd als slachtoffer van de controverse die eerst leidde tot verwijdering van zijn foto en daarna terugplaatsing. Eind goed, al goed? Nee, toch niet. Opmerkelijk is de reactie van Memphis International Airport: ‘Onze excuses aan Tommy voor het effect dat deze beproeving op hem heeft gehad’. Kunst in de openbare ruimte, het blijft lastig. Slachtofferdenken is makkelijker.

Een beproeving? Is dat een ramp of marteling voor tere zielen die niets gewend zijn?