George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Beeldende kunst

Kunstenaar Kate Kretz van Facebook verbannen vanwege haar ‘MAGA Hat series’

leave a comment »

Hoe kan Facebook het verschil tussen haatspraak en commentaar op haatspraak zien? Ook als dat laatste van een kunstenaar komt? De Amerikaanse beeldend kunstenaar Kate Kretz (1963) is van Facebook verbannen vanwege de MAGA Hat series (onderdeel van #bullyculture) waarvan ze afbeeldingen had gepost. Ze zouden de ‘community standards’ van Facebook geschonden hebben. In een verklaring van 20 mei 2019 zet Kretz haar beroepspraktijk als worstelende kunstenaar centraal en licht ze toe dat voor haar het gebruik van sociale media van belang is. Ze tekende eerst protest aan tegen de verwijdering van de afbeeldingen uit de MAGA Hat series en voegde er een commentaar aan toe waarin ze onder meer betoogde dat het kunstwerken betrof en net als politieke cartoons ‘het aanstootgevende symbool om erover te praten omvatte’. Uiteindelijk werd haar volledige account op Facebook op 9 mei 2019 geblokkeerd. Op Instagram wordt ze niet geblokkeerd.

Kate Kretz liep aan tegen de ondoorzichtige procedure van Facebook waar vele kunstenaars of journalisten de afgelopen jaren al tegenaan hebben gelopen. Ze werden bijvoorbeeld verbannen voor afbeeldingen van naakt. Zie hier, hier, hier en hier. Kretz heeft kritiek op de procedure van Facebook en is daar tamelijk laatdunkend over (‘It’s disconcerting to think that a 20-something person sitting in a big room in a far corner of the earth (being paid to process yays & nays as expediently as possible) gets to decide with a quick look and the click of a cursor if my work is art and whether it will be allowed to reach my carefully cultivated audience’).

Kretz is tot het inzicht gekomen dat afhankelijkheid van Facebook geen goede zaak is en voorkomen moet worden. Tegelijk vindt ze dat de blokkade van haar Facebook account wat haar onder meer de toegang tot haar mailing list kostte verder gaat dan de censuur van kunstwerken. Dit gaat om de macht van Facebook waar burgers en overheden geen invloed op hebben. Kretz’ pleidooi is een pleidooi om Facebook terug te brengen tot een nutsvoorziening in handen van de overheid met transparant en gecontroleerd toezicht.

Foto 1: Kate Kretz, Instagram. Uit de serie MAGA Hat series, 2019.

Foto 2: Kate Kretz, Instagram. Uit de serie MAGA Hat series met commentaar, 2019.

Advertenties

Saatchi Gallery bedekt twee kunstwerken na klachten van moslims

leave a comment »

Identiteitspolitiek en kunst, het bestaat en is nooit ver weg. Zoals identiteitspolitiek in de samenleving bestaat en groepen de kans biedt om zich op een tamelijk simpele wijze te profileren door sociaal protest. Het is een zee om te drinken. Deze keer zijn het moslims die zich onrecht aangedaan voelen door de presentatie van twee schilderijen van kunstenaar SKU in de Londense Saatchi Gallery. Hoeveel moslims hebben geprotesteerd is onduidelijk. Beide schilderijen zouden in de visie van deze bezoekers godslasterlijk zijn. The Guardian geeft de details in een artikel. De twee schilderijen op de tentoonstelling Rainbow Scenes in de Saatchi Gallery zijn nu op initiatief van SKU met een doek toegedekt. Alsof het om kunst gaat die het daglicht niet mag zien, maar er tegelijk een debat kan ontstaan over de grenzen aan de vrijheid van expressie. De presentatie is overigens afgelopen zondag geëindigd, zodat het ook de vraag is wie op welke manier eigenlijk de publiciteit bespeelt.

Het is mogelijk dat het protest terugslaat op de protesterende moslims die dit weliswaar welgemeend bedoelen vanuit hun religieuze perspectief, maar zich toch van een onbuigzame kant laten zien door zich deze presentatie in een half-besloten kunstgalerie die ze links kunnen laten liggen toe te willen eigenen.

Foto 1: Toelichting van de Saatchi Gallery bij de tentoonstelling ‘Rainbow Scenes by SKU’ met een afbeelding van een van de twee gewraakte schilderijen.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelSaatchi Gallery covers up SKU artworks after complaints by Muslims’ in The Sunday Times, 5 mei 2019 (betaalmuur).

Zie hier de werken van SKU volgens opgave van de Saatchi Gallery voor de tentoonstelling ‘Rainbow Scenes’.

Herinneren: Den Haag – Kunst – Buks – 1965 – Paul van Solingen

leave a comment »

Wat we hier zien is niet op voorhand duidelijk. De omschrijving bij deze foto lost (na een lichte bewerking) een deel van het raadsel op: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIJ OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERKSTUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ De datum is 26 april 1965. Op 15 april was de populaire Bond-film Goldfinger met Sean Connery in Nederland in première gegaan.

Paul van Solingen is een in 1944 geboren Haagse kunstenaar. Onduidelijk is of hij overleden is. Volgens opgave van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri wel, want dat zet een kruisje bij zijn naam. Ook staat zijn naam niet (meer) op de lijst van werkende leden van de Haagse Kunstkring in de Denneweg. Maar elders wordt dat niet bevestigd, zoals in de tot 14 februari 2019 bijgewerkte Scheen die stelt: ‘Paul van Solingen geb. Den Haag 14 september. 1944. Woont en werkt aldaar’. Van Solingen zou dan inmiddels 75 jaar oud zijn.

Op de tweede foto zien we waar op 26 april 1965 de kunstenaar op mikt: het mozaïek. De portier van het Passage-theater ziet het welwillend, maar ook wel wat gelaten aan. Anno 2019 zouden we dit evenement een photo op(portunity) noemen. Op de eerste foto neemt een fotograaf Van Solingen op de korrel die op zijn beurt weer wordt gefotografeerd door een professionele fotograaf van het ANP. Als in de schiettent op de kermis schiet Paul van Solingen met z’n buks op de roos die bij een succesvol schot de camera activeert. Dat is echter andere koek dan wat Sean Connery in Goldfinger liet zien. Het idee van de kermisbuks en de loden kogeltjes moet dat benaderen. Of dat overtuigend gebeurt is de vraag. Toen wellicht wel, maar nu na bijna 55 jaar nauwelijks nog. De vraag blijft bestaan wie hier in opdracht van wie met welk doel op wat schiet. Waar de politie is te zien die Van Solingen zou hebben aangehouden is ook een raadsel dat vooralsnog blijft bestaan.

Foto 1: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met als onderschrift: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIP OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERK STUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ ANP, 26 april 1965. Collectie:

Foto 2: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met identieke gegevens als foto 1.

Gedachten bij verslag van tentoonstelling ‘Inline’ in galerie Knokke

leave a comment »

Soms komt de verwachting uit. Dat is het geval bij de kunst die in het verslag van de tentoonstelling ‘Inline’ in de galerie Art Center HOres MOdus 8 op de Zeedijk in Knokke is te zien. Met werk van Alea Pinar Du Pre en Marianne Turck. Galerist is Niña Van den Bosch. De video is geen journalistiek verslag maar een promotie van de galerie. Knokke kende ik goed door de zondagse bezoekjes vanuit het nabijgelegen Zeeuws-Vlaanderen. Het was jarenlang mijn Zandvoort of Egmond. De kunst in de Knokse galeries behaagt, doet geen pijn en past goed in het interieur. Voor zoiets is in Nederland nauwelijks een markt. Niet streng genoeg. Te zuidelijk.

De beschrijving van de kunst van de Oostenrijks-Turks Alea Pina Du Pre vat dat samen: ‘Haar schilderijen nodigen uit om verder te kijken dan het doek en daarmee nieuwe manieren te vinden om te vertellen wat we beleven. Elk schilderij heeft zijn eigen verhaal, gemaakt  om de kijker te stimuleren na te denken over de gelaagde realiteit, om het zichtbare en onzichtbare, de werkelijkheid en de perceptie te doorgronden.’ Dit is onzin die op het eerste gezicht heel wat lijkt, maar bij nader inzien vaagheid en slecht geschreven flauwekul is. Hier wordt indruk gemaakt en ontzag ingeboezemd met kunst die dat niet verdient, maar wel verkoopt.

Michael Rakowitz doet niet mee aan Whitney Biennial vanwege wapenfabrikant Warren Kanders van Safariland

with 5 comments

Wat hebben een museum voor Amerikaanse kunst en een bedrijf dat wapens verkoopt met elkaar te maken? Alles of niets. Het museum is het Whitney Museum of American Art in New York en het bedrijf is Safariland met een hoofdvestiging in Jacksonville, Florida. Eigenaar en directeur van Safariland is Warren Kanders. Hij is ook vice-voorzitter van het Whitney Museum zoals onderstaande afbeelding van de Raad van Toezicht toont:

Kanders is controversieel zoals ook de Democratische senator en presidentskandidaat voor 2020 Cory Booker eind 2018 ondervond toen bleek dat hij net als vele andere politici geld had aangenomen van Kanders. In de progressieve pers kreeg hij daarvoor kritiek. Hiermee wordt het idee ondersteund dat Big money politici koopt en daarvoor een tegenprestatie verwacht. Dit roept ook de vraag op waar culturele instellingen de grens leggen in het accepteren van financiën en de samenwerking met bedrijven en personen. Welke ethische code volgen ze? Werken ze samen met criminelen? Tabaksfabrikanten? Wapenhandelaars? Pornobazen? Vervuilende bedrijven? Autoritaire regimes zoals Saoedi-Arabië? En als ze dat doen, hoe verantwoorden ze dat dan?

Aanleiding voor deze overweging is de weigering van de kunstenaar Michael Rakowitz om deel te nemen aan de 2019 Whitney Biennial, die samengesteld wordt door Rujeko Hockley en Jane Panetta en op 17 mei opent. Maar dus zonder Michael Rakowitz die zich terugtrekt vanwege Kanders’ rol in de Raad van Toezicht in het Whitney Museum. Volgens een bericht van 25 februari 2019 in de New York Times heeft Rakowitz dit in een brief van 18 december 2018 aangekondigd. Dat is enkele weken na de negatieve publiciteit over Cory Booker.

Wat is de moraal van het verhaal? Welnu, dat culturele instellingen zoals musea niet zomaar uit controversiële bronnen geld kunnen accepteren. En als ze dat toch doen, dan kunstenaars in actie kunnen komen. Vaak zijn het de uitzonderingen die ruggengraat tonen, maar dat is nu eenmaal de realiteit. Principes zijn niet voor iedereen weggelegd. Kunstenaars zijn geen uitzondering op deze wrange constatering. Echter, wie beweert autonoom te opereren als kunstenaar zal daar in de praktijk naar moeten leven om geloofwaardig te zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel paginaAbout Us’ van de Safariland Group.

Foto 2: Schermafbeelding van overzicht Board of Trustees (stand 5 november 2018) van het Whitney Museum of American Art.

Opmerkingen bij een onderzoek over identiteit. Mama Cash: ‘Vrouwen in kunst en cultuur zwaar ondervertegenwoordigd’

leave a comment »

Mama Cash is een internationaal fonds dat feministisch activisme financiert. Het bracht op 3 februari 2019 het onderzoekThe Position of Women Artists in Four Art Disciplines in The Netherlands’ naar buiten. Zoals het onderzoek zelf zegt is er vervolgonderzoek nodig. Want methodologisch is het mager onderbouwd. Het is moedig van de samenstellers om te denken dat dit meta-onderzoek dat enkele onderzoeken samenvoegt in deze basale fase al naar buiten kan worden gebracht. Welk doel deze vroegtijdige publicatie dient is gissen.

Identiteit is een onderwerp dat media, politiek en burgers harder laat lopen. Vraagstukken over identiteit kunnen in het huidige politieke klimaat steevast op aandacht rekenen. Men hoeft niet diep in te gaan op sociaal-economische aspecten om toch in de nieuwscyclus gehoord te worden. Men kan volstaan met het aanstippen van sociaal-culturele aspecten. Zoals aanhangers van Jordan Peterson hun mannelijkheid verdedigen vanuit hun onderbuikgevoelens. In die zin is de beschrijving van een geconstateerd onrecht politiek ongevaarlijk. Een afleiding voor wezenlijke verandering. Het is de vraag of serieuze wetenschap hieraan mee moet doen. Maar toch is het goed dat het onderzoek plaatsvindt omdat de dominante, mannelijke blik vrouwen nu eenmaal discrimineert. Alleen, wat is de goede vorm om dat aan te kaarten?

Methodologisch is het opmerkelijk dat absolute en relatieve cijfers door elkaar lopen. Wat wordt er gemeten? Stel dat een kunstdiscipline 30% vrouwen telt en in de belangrijkste presentatie-instellingen van die discipline 35% worden gepresenteerd. Zegt dat dan dat de vrouwelijke kunstenaars over- of ondervertegenwoordigd zijn? Het lijkt allebei waar. Vrouwelijke kunstenaars zijn ondervertegenwoordigd in de discipline, maar oververtegenwoordigd in de presentatie-instellingen binnen die discipline. Nogmaals, wat zegt dat dan?

Uiteraard moet voor de toekomst het streven binnen de kunstsector gelijkwaardigheid en evenredigheid van vrouwelijke en mannelijke kunstenaars zijn. Naast alle andere subcategorieën die evenredig vertegenwoordigd moeten zijn (homoseksualiteit, ras, religie, etniciteit, opleiding, sociale klasse, stad/platteland). Het valt niet in te zien waarom de ene of de andere gender minder goed vertegenwoordigd zou zijn in kunstinstellingen. Maar niet in elke kunstdiscipline is hetzelfde percentage vrouwen werkzaam. In de hardrock-muziek zal dat lager zijn dan in de keramiek- of textielkunst. Het gaat dus om relatieve getallen. Wat is de nulmeting? De samenstelling van de totale bevolking in Nederland en daarbuiten, de achtergrond van de studenten aan kunstopleidingen, het lidmaatschap van een beroepsvereniging of ranglijstjes en toegekende prijzen?

De sterke aandacht voor de identiteit van de kunstenaar die alle nuances weg dreigt te bulldozeren kan tot vergissingen en misverstanden leiden. De representatie van de diverse subcategorieën die tot achter de komma moet kloppen wordt zo ingewikkeld dat het in de praktijk niet realiseerbaar is en verlammend werkt. Daarnaast moet het begrip identiteit niet heilig worden verklaard. Het is wat het woord zegt dat het is: eigenheid, individualiteit. Dat onttrekt zich deels aan een tweedeling in exclusieve categorieën die te grof is.

Een voorbeeld over musea. Het onderzoek gaat uitsluitend uit van de presentatie van vrouwelijke, mannelijke of transgender kunstenaars in de vaste opstelling of in tijdelijke tentoonstellingen. Hiermee blijven andere ‘machtsposities’ binnen het museum buiten beeld. Stel dat een vrouwelijke directeur en conservator het werk van een mannelijke kunstenaar in hun museum tonen of andersom een mannelijke staf het werk van een vrouwelijke kunstenaar toont, wat zegt dat over de mannelijke of vrouwelijke focus van betreffend museum?

Dit staat nog los van het politieke streven en de maatschappelijke opstelling van betreffende kunstenaars. Want een vrouwelijke kunstenaar kan zich vrouwonvriendelijk opstellen, en een mannelijke kunstenaar kan zich vrouwvriendelijk opstellen. Niet alle vrouwen zijn immers feministes, en niet alle feministes zijn vrouw.

Complicatie is de context waarin het werk getoond wordt. Het werk van een vrouwelijke kunstenaar kan als ’tegenvoorbeeld’ vertoond worden dat dient om een vrouwonvriendelijk betoog te onderstrepen. Op de wijze van de tentoonstelling van Entartete Kunst in München in 1937. Getuigenissen maken duidelijk dat het voor vele bezoekers een positieve kennismaking met de toenmalige hedendaagse kunst was. Ze vonden er niet de verkettering in die door het Nazi-bewind werd bedoeld, maar het omgekeerde. Zo kan omgekeerd ook het werk van een mannelijke kunstenaar getoond worden om een feministische overtuiging te onderbouwen. Hoe moet het een dan tegen het ander afgewogen worden als de subcategorieën man en vrouw tekortschieten?

Een ander bezwaar van het onderzoek is dat de focus op de maker te eenzijdig is. Door die te verbreden worden de cijfers minder plat en geïsoleerd en kunnen ze veelzeggender gemaakt worden. Er valt te denken aan een onderzoek dat veel meer data weegt en betrekt in de vergelijking. Een voorbeeld hoe dat zou kunnen werken geeft de methode om te bepalen hoe Nederlands een Nederlandse film is en wanneer die voldoet aan de voorwaarden voor financiering door de Nederlandse overheid. Dat is een weging van vele data: de achtergrond van de scenarist, de hoofdrolspelers, de producent, de financierder, de regisseur, technische functies als montage, muziek, camera en de laboratorium/postproductie. Dat blijft een methode die kritiek ondervindt, maar in elk geval minder grof is dan uitsluitend uit te gaan van de gender van de kunstenaar.

Foto: Schermafbeelding van berichtVrouwen in kunst en cultuur zwaar ondervertegenwoordigd’ van Mama Cash, 3 februari 2019.

Tobias Walraven weg bij COMM. Was het toezicht voldoende?

leave a comment »

Tobias Walraven heeft na kritiek ontslag genomen als directeur van het COMM. Aanleiding was een artikel van onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom in FTM. De klokkenluider die hem van informatie voorzag wordt niet beloond door de Raad van Toezicht omdat zij een wantoestand naar buiten heeft gebracht, maar gestraft met een rechtszaak omdat zij de geheimhouding zou hebben geschonden. Het museum is aan de rand van de afgrond gebracht door een dure verbouwing, hoge marketingkosten en een riant salaris voor Walraven. In een interview in het AD zegt Walraven dat hem niks te verwijten valt. Toch neemt hij ontslag, naar hij zegt om het COMM te beschermen. Zijn uitleg is ontwijkend en halfbakken. Hij zegt terug te treden vanwege ‘negatieve publiciteit’, niet omdat hij toegeeft dat onder zijn leiding het COMM aan de rand van de afgrond is gebracht.

Het lijkt op twee manieren mis te zijn gegaan bij het COMM. Allereerst door onvoldoende gebrek aan bestuurlijke kwaliteit en de verkeerde focus én prioriteit van de Raad van Toezicht. Het toezicht ontbrak grotendeels of was onvoldoende en de Raad was onevenwichtig samengesteld. Voorzitter Willem Ackermans was rond 2000 de financiële man van KPNQwest. Het COMM had tot september 2018 een Raad van Toezicht zonder iemand met museale expertise. Trouwens, waarom de directeur van Het Scheepvaartmuseum Michael Huijser toen in dit zinkend schip is gestapt valt lastig te begrijpen. Dat was óf te laat óf te vroeg.

Reden waarom medewerkers van het COMM in afgelopen jaren niet succesvol hebben gelobbyd en steun hebben gevonden om het beleid van het museum de pas af te snijden valt te verklaren door de identiteit en mentaliteit ervan. Naar zeggen van een medewerker was het reglementair niet toegestaan om buiten de directeur om contact met de Raad van Toezicht te zoeken. Ondanks het feit dat de medewerkers al vanaf 2011 signalen ontvingen dat de Raad van Toezicht met een sterfhuisconstructie bezig was en die niet serieus met de medewerkers in gesprek wilde gaan. Zodat de informatie vanuit het museum de top niet bereikte omdat de Raad van Toezicht dit afhield. Walraven trad pas in 2016 toe. Een en ander werd versterkt door het feit dat het museum een eigen stichting was met een pot geld van 75 miljoen gulden waarover het zeggenschap had en onafhankelijk van overheidssubsidies kon functioneren. De autonomie van Raad en directeur was groot omdat er geen publiek geld bij betrokken was. Verantwoording aan de overheid en collegiale toetsing ontbraken.

Het afwijzende advies over de Culturele basisinfrastructuur 2017-2020 van de Raad voor Cultuur uit 2016/17 over het COMM is kritisch. Wat volgens de Raad voor Cultuur ontbreekt is een goede en voldoende uitwerking van de plannen. Leidend punt van kritiek is dat de plannen niet aansluiten bij de musea functie van het museum. Hier lijkt zich het ontbreken van museummensen in directie en Raad van Toezicht te wreken. Maar het advies is niet alleen kritisch op de inhoud en de museale functie van het COMM maar ook op de aspecten ondernemerschap en marketing. Als laatste kritische noot zet het advies een kanttekening bij het bestuur van het COMM: ‘De Governance Code Cultuur wordt toegepast en er wordt een overgang gemaakt naar een raad-van-toezichtmodel. Het museum gaat niet in op de taakverdeling en de samenstelling van deze raad.

De constructie van het COMM gaf de bestuurders dus een vrijbrief voor onethisch gedrag omdat ze in hun eigen autarchie wettelijk binnen hun reglementair mandaat bleven. Het lijkt er sterk op dat niet directeur Walraven, maar een foute structuur de verklaring voor het uit de rails lopen van dit museum is. De directeur was weliswaar de foute man op de foute plek zonder museale ervaring of expertise die nooit benoemd had moeten worden, maar het lijkt vooral de Raad van Toezicht die deze ontsporing mogelijk heeft gemaakt. Waarschijnlijk niet uit kwaadwillendheid, maar uit onbenul, onkunde en een verkeerde doelstelling.

De weeffout is dat dit heeft kunnen gebeuren en er geen enkele instantie was die corrigerend op kon treden. Zoals de Museumvereniging, de gemeente Den Haag of het ministerie van OCW. In algemene zin is deze verkokering en kortzichtigheid een aandachtspunt bij privémusea die vaak maar één sponsor hebben en sterk in zichzelf gekeerd opereren. Een recent voorbeeld is het ontslag van Ralf Beil bij het Kunstmuseum Wolfsburg dat eenzijdig door Volkswagen wordt gerund. Van de andere kant zijn er geen wettelijke middelen om zo’n privémuseum waarvan iedereen van buiten ziet dat het ontspoort bindend op het rechte spoor te brengen.

Walraven verkoopt zijn marketingpraatjes, oneigenlijke argumenten en jeuktaal in het AD als hij zegt: ‘Ik voel me sterk omdat ik niet makkelijk opgeef en omdat ik vind dat ik de situatie professioneel tegemoet moet treden. COMM moet in haar kracht teruggezet worden.’ Walraven voelt zich niet sterk omdat hij een goede directeur was met museale ervaring, expertise, visie en een goed netwerk binnen de museumsector, maar omdat hij niet makkelijk opgeeft. Hijzelf brengt de flinterdunne onzin van zijn orakeltaal als geen ander onder woorden. Deze man had nooit benoemd moeten worden op deze functie. Dat valt echter niet zozeer Walraven, maar wel de Raad van Toezicht aan te rekenen. Voor de duidelijkheid de namen van de leden van de Raad van Toezicht die de ontsporing van het COMM hebben begeleid: Willem Ackermans, Sylvia Roelofs, Leon Merkun en Feer Verkade. Het voelt onrechtvaardig dat Walraven weggaat en Willem Ackermans blijft zitten.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsberichtDirecteur Museum voor Communicatie treedt terug’ van het COMM, 23 januari 2019.