George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vastgoed

Marketingscampagne om meer bezoekers naar Utrecht te trekken is een slecht idee. Onder meer omdat de stad nog niet op orde is

with 2 comments

Binnensteden van grote Nederlandse steden worden steeds voller. Ruimte is schaars en iedereen wil die innemen. Er woedt een strijd om de publieke ruimte. Betrokkenen eisen een portie op, waar ze het volste recht op menen te hebben. Machtige, commerciële partijen zijn aan de winnende hand, zetten de stad naar hun hand en ontfutselen die aan de bewoners. Het gemeentebestuur treedt niet op als onpartijdige bemiddelaar tussen betrokkenen, maar wordt deelnemer met marketing en stadspromotie van het prullerige soort.

In Utrecht start vandaag een campagne om mensen naar de binnenstad te trekken. Dat is om drie redenen een slecht idee. Met de stadsbewoners wordt onvoldoende rekening gehouden. Hun belang wordt in ‘het overleg’ weggedrukt en gemarginaliseerd omdat de commerciële partijen elders winst proberen te halen. Maar de stad is al druk en de stad is nog niet op orde. Op dat laatste aspect ga ik in in mijn reactie bij het artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC van 4 september 2019:

Het is merkwaardig dat in Utrecht marketing en snelle winst blijkbaar voor kwaliteit gaan. Voelt het centrum-linkse Utrechtse gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie dat werkelijk zo en vindt dat dat de weg die Utrecht moet gaan? Namelijk de weg van de minste weerstand en de snel verdiende euro. Is dat de stadspromotie die het gemeentebestuur echt voor ogen heeft?

Het Utrechtse gemeentebestuur gaat niet ondubbelzinnig voor duurzaamheid, klasse of kwaliteit, maar voor volume, kwantiteit en de korte termijn. De coalitiepartijen laten zich kennen als populistisch en gemakzuchtig. Niet het uitgangspunt wat de stad en de inwoners nodig hebben en aankunnen is leidend, maar de pragmatiek van de ongebreidelde toestroom waarbij een gedragsprogramma (‘nudging’) om de toestroom in banen te leiden dient als pleister op de wonde.

Wie bezoek ontvangt ruimt eerst het eigen huis op. Dat zou Utrecht ook moeten doen in die delen van de stad waar het bezoek ontvangen wordt. Opruimen, stroomlijnen en op orde brengen en dan het bezoek ontvangen. Maar dat doet het gemeentebestuur niet. Het zet de deur open voordat het huis is opgeruimd. Zo loopt het continu achter de feiten aan.

Laten we ervan uitgaan dat het meeste bezoek in het centrum ontvangen wordt. Er is nauwelijks nog een trottoir dat vrij toegankelijk is en niet versperd wordt door geparkeerde fietsen. Het is niet alleen geen gezicht, het is ook gevaarlijk voor hoogbejaarden, gehandicapten, blinden en kinderen die hun weg willen vinden.

Het is merkwaardig dat dat door het gemeentebestuur wordt toegestaan en er niet allang een actieplan in werking is getreden om de stad begaanbaar en visueel aantrekkelijk te maken. Waar komt deze passiviteit van het centrum-linkse gemeentebestuur vandaan dat suggereert zich voor de burger in te zetten? Op dit moment maakt het gemeentebestuur dat niet waar.

Waarom geeft het gemeentebestuur aan handhaving geen prioriteit? Als afleiding worden bruggen en nog een paar vaste plekken vrijgehouden van fietsen, zodat de verantwoordelijke wethouder de kritiek kan neutraliseren, maar de rest van de binnenstad wordt overgeleverd aan de chaos van geparkeerde fietsen.

Het gemeentebestuur heeft het huis niet op orde. De bouw van parkeergarages voor fietsen is prima, maar kan geen excuus zijn om de rest van de binnenstad dan maar over te leveren aan de wildgroei van kriskras neergesmeten en onhandig geparkeerde fietsen.

Kortom, bezoek in de stad ontvangen is best. Maar zorg dan eerst voor een stad die op orde is. Dat is in het belang van de commercie en van de inwoners.

Zorg voor een goed toegankelijke stad. Zorg voor openbare (dames)toiletten. Zorg voor goede looproutes. Zorg voor openbaar vervoer dat aansluit op de behoeften van het bezoek en goed de publiekstrekkers (musea) ontsluit. Zorg voor parkeerplekken voor auto’s en fietsen. Zorg voor een kwalitatief hoogstaand winkelaanbod. Zorg ervoor dat leegstaande panden ondanks geldende maatregelen niet alsnog een horecabestemming krijgen. Zorg dat terrassen en private uitingsvormen niet de publieke ruimte bezetten en verdringen. Zorg er met op maat gemaakte marketing voor dat bulktoeristen ontmoedigd worden om Utrecht te bezoeken. Zorg ervoor dat Utrecht synoniem wordt met kwaliteit en niet met haveloosheid en onverzorgdheid.

Utrechts gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie besef wat meer bezoek in de stad betekent en besef de urgentie ervan, doe je huiswerk beter dan nu en ga nou eens goed, doelgericht en hard aan het werk. Pas dan kan een marketingcampagne gebruikt worden om extra bezoekers te trekken. Dan is de stad het waard. Dan pas, als de stad er klaar voor is, niet eerder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC, 4 september 2019:

Kunstuitleen Utrecht haakt af voor tijdelijke exploitatie Oud Amelisweerd. College onderzoekt versoepeling randvoorwaarden

with one comment

Het Utrechtse college blijft worstelen met het vinden van een exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Dit rijksmonument met antiek Chinees behang is eigendom van Utrecht. In 2018 ging de Stichting Museum Oud Amelisweerd failliet. Daarna ging het gemeentebestuur op zoek naar een tijdelijke huurder voor hooguit twee jaar. Volgens het gemeentebestuur is dat in afwachting van een definitieve exploitant die aangewezen zal worden na een procedure waarin voor het eerst dieper ingegaan wordt op de mogelijkheden en optimale bestemming van het landhuis. Een museale bestemming lijkt op dit moment nog steeds het uitgangspunt.

De beoogde tijdelijke exploitant, de Kunstuitleen Utrecht heeft definitief afgezegd vanwege de hoge kosten en logistieke beperkingen van het landhuis. Dat blijkt uit een brief van 12 maart 2019 van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad. Ook de tweede kandidaat, de LOA-groep van ex-vrijwilligers van het voormalige Museum Oud Amelisweerd trekt zich terug vanwege de voorwaarden die als te beperkend worden ervaren.

De brief concludeert: ‘Dit betekent dat uit de selectieprocedure zoals gestart in november, geen tijdelijke huurder naar voren is gekomen. Wij ronden deze procedure nu af. Wij hebben besloten om op dit moment voor het pand een actieve leegstandsbeheerder aan te stellen. Deze beheerder krijgt de opdracht om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren, waardoor beperkte openstelling voor het publiek mogelijk blijft.’ De LOA-groep wordt nadrukkelijk uitgenodigd om activiteiten te organiseren.

Wethouder Klein en Culturele Zaken van de gemeente Utrecht hebben besloten om voor het rijksmonument een beheerder aan te stellen die de opdracht krijgt ‘om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren’. Wat dat programmatisch en praktisch betekent is onduidelijk. Uit de brief blijkt dat een subsidie van € 75.000 en gederfde huurinkomsten van € 30.000 (inclusief lagere service- en facilitaire kosten) leiden tot een kostenplaatje van totaal € 105.000 per jaar. Over programmering of de inhoudelijk voorwaarden voor openstelling laat de brief zich niet uit. Het gaat uitsluitend om de toelichting van een bestuurlijke procedure.

Het venijn van de brief zit in de staart als het zegt: ‘Tijdens de periode van actief leegstandsbeheer gaan wij door met het onderzoek naar mogelijke aanpassingen aan het pand en/of het bestemmingsplan zodat de gebruiksmogelijkheden van het pand worden vergroot en de kansen op het vinden van een definitieve gebruiker toenemen.’ Wat die aanpassingen inhouden is onduidelijk. Des te meer omdat de gemeente Utrecht in het verleden het casco en het interieur al optimaal, om niet te zeggen voorbeeldig heeft hersteld en de Stichting MOA het landhuis daarna museaal optimaal heeft ingericht. Ofwel, de gebruiksmogelijkheden van het pand zijn al optimaal en kunnen niet meer vergroot worden. Het enige wat deze passage kan betekenen is dat er door het Utrechtse gemeentebestuur bij de RCE (Rijksdienst Cultureel Erfgoed) toestemming wordt gezocht om het antieke Chinese behang uit dit rijksmonument te verwijderen en elders onder te brengen. Of als dit een brug te ver is omdat het immers om een rijksmonument gaat waarvan het interieur onlosmakelijk onderdeel is om de voorwaarden voor het klimaatsysteem zodanig te versoepelen zodat door minder goede conservering en bescherming van het antieke Chinese behang de exploitatie goedkoper en makkelijker wordt.

Het idee is dan dat een exploitant makkelijker te vinden is. In een commentaar van 20 februari 2019 zei ik: ‘Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

Wat toont deze brief aan en welke richting valt eruit te lezen? Het lijkt duidelijk dat het Utrechtse college zich acht jaar na 2011 nog steeds niet goed raad weet met de bestemming van Oud Amelisweerd. Zelfs het vinden van een tijdelijke exploitant lukt niet, zoals het afhaken van de Kunstuitleen Utrecht aantoont. Het college lijkt in te zetten op versoepeling van de voorwaarden, hoewel dat lastig is omdat de gebruikersmogelijkheden onlosmakelijk aan dit rijksmonument en de museale inrichting ervan zijn verbonden. Dat is de weg die een vorig Utrechts gemeentebestuur in 2012 ondanks herhaalde en ernstige waarschuwingen voor de te zware randvoorwaarden en door forse investeringen willen en wetens heeft ingezet. Als het bestuurlijk zorgvuldig wil handelen, dan kan het huidige college daar om economische redenen niet eenzijdig afstand van nemen.

Positief is dat de brief aangeeft na te denken over de toekomst van Oud Amelisweerd en ‘de kaders voor de permanente invulling vóór de zomer’ voor te leggen aan de raad. Dan kan eindelijk het inhoudelijk debat in de raad starten over welk soort museum voor deze kwetsbare en excentrieke plek haalbaar en gewenst is.

Foto’s: Schermafbeelding van briefRaadsbrief Selectie tijdelijke exploitatie Landhuis Oud Amelisweerd afgerond’ van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad van Utrecht, 12 maart 2019.

Wethouder Utrecht zegt onderzoek toe om antiek Chinees behang uit landhuis Oud-Amelisweerd te verwijderen. Is dat realistisch?

with 6 comments

Op 23 januari 2019 stelde het Utrechtse raadslid Ellen Bijsterbosch (D66) raadsvragen aan wethouder Anke Klein (D66) over landhuis Oud-Amelisweerd waarbij ze vroeg om te verkennen of het antieke Chinese behang verwijderd kan worden om elders ondergebracht te worden. Op 19 februari 2019 heeft Klein geantwoord.

Het antwoord van de wethouder bevat een raadselachtige passage als het beweert: ‘De keuze voor dit klimaatsysteem is vier jaar geleden expliciet gemaakt met de komst van MOA.’ Dat is 2015, terwijl het MOA officieel op 21 maart 2014 opende nadat het na een verbouwing geschikt was gemaakt voor een museale bestemming. In jaarrekening 2013 van het MOA valt te lezen: ‘In 2013 is verder gewerkt aan de restauratie en herbestemming van landhuis Oud Amelisweerd tot MOA IMuseum Oud Amelisweerd’ en ‘Eind november werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang gevierd met een feestelijk programma’. In november 2013 werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang feestelijk gevierd, terwijl wethouder Klein in haar antwoord aan Ellen Bijsterbosch beweert dat pas in 2015 ‘expliciet’ werd gekozen voor het principe van ‘conservation heating’. Het MOA ontving al in maart 2014 bezoekers.

Uit de haalbaarheidsstudie De Weg der Weegen valt af te leiden dat al eind 2010 bekend was dat in voorjaar 2011 waarschijnlijk een klimaatinstallatie zou worden geïnstalleerd volgens het principe van ‘conservation heating’. Het draait om dit beginsel van ‘conservation heating’ (dat in het antwoord ‘conservational heating’ wordt genoemd) waarover ik in een commentaar van 13 december 2010 het onderstaande schreef en wat in het citaat precies bedoeld wordt met ‘expliciet’. Als dat een term is die bedoelt te zeggen dat formeel-bestuurlijk pas in 2015 gekozen werd voor een klimaatsysteem dat uitging van het principe van ‘conservation heating’ dan is het gebruik ervan in het antwoord verwarrend omdat het de suggestie wekt dat voor 2015 dat principe niet werd gevolgd of uitgangspunt zou zijn voor het klimaatsysteem. Maar als randvoorwaarde was ‘conservation heating’ vanaf 2010 publiekelijk bekend voor de klimaatbeheersing in het landhuis.

In haar antwoord zegt wethouder Klein bereid te zijn om de verhuizing van het antieke Chinese behang naar een andere locatie te onderzoeken en daar ook in gesprek over te zullen gaan met het Centraal Museum. Wat zo’n onderzoek precies betekent en omvat is onduidelijk, maar zou kunnen bestaan uit het administratief raadplegen van een publicatie van het RCE over historisch papierbehang dat zegt: ‘Oud behang versterkt de beleving van authenticiteit in het interi­eur van een historisch gebouw. Sommige behangsels zijn inmid­dels uiterst zeldzaam. Behang verschaft bovendien kennis van het soort vertrek en de inrichting, de modernisering ervan, de heer­sende mode, en de persoonlijke smaak en financiële draagkracht van de bewoners.

Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

De Stichtse politiek is in 2011 met de keuze voor exploitant Stichting MOA voor Oud-Amelisweerd een doodlopende weg ingeslagen en lijkt nu pas tot het volle besef te komen wat dat inhoudt. Het bezint zich nu op een list. Maar het is een merkwaardige list die bedrieglijk aanvoelt als het met veel expertise, energie, geld en betrokkenheid gerestaureerde antieke Chinese behang alsnog zou moeten verhuizen naar een andere locatie. Waarom is die beslissing niet in 2011 genomen en in de haalbaarheidsstudie van 2010 voorgesteld? Maar die haalbaarheidsstudie kiest juist expliciet voor behoud: ‘De aanwezigheid van de antieke (Chinese) behangsels vormt een belangrijke factor waarmee rekening moet worden gehouden in het gebruik. Het behang is onlosmakelijk verbonden met het landhuis en dient goed geconserveerd en beschermd te worden (ook tegen extra licht en warmte van lampen). De verantwoordelijkheid en deskundigheid ten aanzien hiervan ligt hier bij het Centraal Museum. De behangsels hebben een hoge, onvervangbare educatieve en esthetische waarde. Ze zeggen iets over de plek waar ze definitief zijn geplaatst, te weten het park, het bos en het huis.

Foto 1: Schermafbeelding van deel BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2019, NUMMER 13 door wethouder Anke Klein, gemeenteraad Utrecht, 19 februari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarOnderzoek Armando Museum roept vragen op’ van George Knight, 13 december 2010.

Petitie ‘Speelgoedmuseum Deventer’ vraagt Deventer politiek om een toekomst. Sluiting om financiële redenen zou verarming zijn

with 3 comments

Staat het Speelgoedmuseum Deventer op omvallen? Er wordt vanaf maart 2019 over beslist. Het museum is ondergebracht bij de gemeentelijke erfgoed-organisatie Deventer Verhaal dat in een toelichting zegt: ‘In het Speelgoedmuseum zie je speelgoed waar in Nederland mee gespeeld is. Met ruim 13.000 objecten heeft het Speelgoedmuseum Deventer de grootste openbare collectie speelgoed van Nederland’. In een petitie bepleit directeur Garrelt Verhoeven om het museum niet te sluiten. Hij is tevens directeur van Deventer Verhaal.

Uit een bericht van De Stentor uit augustus 2018 blijken er twee hete hangijzers te zijn: tijdelijke huisvesting van het Speelgoedmuseum plus de investering in een nieuw onderkomen, en niet-structurele financiering van het museum die ten koste van Deventer Verhaal gaat. Verhoeven ‘eist’ van de gemeente Deventer structurele financiering en noemt een bedrag van 300.000 euro per jaar dat daarvoor nodig zou zijn. De gemeente zegt in een bericht van 1 november 2018 dat het ‘een sterk cultureel profiel’ heeft en ‘vele culturele activiteiten’ ondersteunt. In dat laatste lijkt hem het probleem te zitten als cultuurwethouder Carlo Verhaar (GL) beweert: ‘We willen niet zozeer instellingen financieren als wel culturele activiteiten’. Dat project-model wijst op een opvallende visie van een cultuurwethouder die hiermee afstand lijkt te nemen van culturele instellingen. Zoals het Speelgoedmuseum Deventer. In een andere ontwikkeling met de vastgoedwethouder Jaap Kolkman als eindverantwoordelijke omarmt het Deventer college het particuliere Zeromuseum in oprichting dat past in het frame van een vernieuwend initiatief. Het is onmiskenbaar dat er in de Deventer politiek al sinds 2007 veel wordt ‘gesproken’ over het ‘proces om te komen tot een cultuurvisie’ en de cultuurvisie zelf, maar de voorlopige conclusie toch is dat in de Deventer politiek een eensluidende visie op kunst en cultuur ontbreekt.

Ondertekenen van de petitie kan hier.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieSpeelgoedmuseum Deventer’ van Garrelt Verhoeven, directeur museum op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van berichtPetitie voor behoud Speelgoedmuseum; Voorkom sluiting’ op site van Speelgoedmuseum Deventer.

Foto 3: Schermafbeelding van berichtKeuzes maken voor de toekomst van de culturele sector’ op gemeentesite Deventer.nl, 1 november 2018.

Is de verhuizing van de Kunstuitleen Utrecht naar landhuis Oud Amelisweerd een verstandige, wezenlijke en blijvende oplossing?

with 2 comments

Het gemeentebestuur van Utrecht worstelt met de bestemming van landhuis Oud Amelisweerd in Bunnik waarvan het eigenaar is. Na het faillissement in 2018 van de Stichting Museum Oud Amelisweerd is het op zoek naar een nieuwe bestemming. Maar daartoe moeten knopen worden doorgehakt. Daar is het Utrechtse gemeentebestuur blijkbaar nog niet toe in staat. Uit het bericht in DUIC blijkt dat Kunstuitleen Utrecht een jaar lang gebruik kan maken van het landhuis. Hiermee zit het in een erg ruim en duur jasje. Eerder was de Kunstuitleen Utrecht onder meer gevestigd op Maliebaan 42, het Fentener van Vlissingenhuis, dat niet toevallig evenals landhuis Oud Amelisweerd eerder beheerd werd door het Centraal Museum. Volgens een afspraak uit 1951 zou de gemeente dit majestueuze pand een culturele bestemming geven, maar begin 2018 lapte de gemeente Utrecht deze afspraak eenzijdig en naar het idee van cultuurminnend Utrecht onnodig aan haar laars. De verhuizing kan opgevat worden als een genoegdoening voor de Kunstuitleen. Er kunnen veel woorden worden besteed aan dit dossier dat een aaneenrijging van blunders en halfzachte oplossingen is, maar de onmacht van het Utrechtse gemeentebestuur is onderhand te groot om het nog in woorden te vatten.

Mijn reactie bij het artikel: ‘Is dit een blijvende oplossing voor de bestemming of eerder het uitstel van een oplossing en een uitstel van het doorhakken van een knoop? Ofwel, kick the can down the Bunnik-road. Het blijft een lastig dossier waarin het Utrechtse gemeentebestuur al sinds 2011 de weg kwijt is.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Kunstuitleen Utrecht in landhuis Oud Amelisweerd’ in DUIC, 29 januari 2019.

Nieuw particulier Zero-museum moet in Deventer jaarlijks 100.000 bezoekers trekken. Ook met Armando

with one comment

De gemeente Deventer krijgt in het voormalige Hegius-schoolgebouw in 2020 een nieuw particulier museum dat is gewijd aan de Zero-beweging. De naam is EICAS Museum, dat betekent ‘European Institute for Contemporary Art en Science. Diepenvener Koos Hoogland en Deventer vastgoedondernemer Gaby Bosch zijn de initiatiefnemers. Hoogland denkt straks ‘moeiteloos’ 100.000 bezoekers per jaar te halen, aldus een bericht van RTV Oost. Hij moet concurreren met De Fundatie in Zwolle, More in Gorssel, Kröller-Müller in Otterlo en Coda in Apeldoorn. In het complex komen ook appartementen en penthouses om het plan financieel rond te krijgen. Oud-museumdirecteur Diana Wind is in de Raad van Advies de museale expert.

Kortom, het betreft een particulier initiatief met commerciële en artistieke belangen dat het gemeentebestuur van Deventer omarmt. Opvallend en tekenend voor de ontstaansgeschiedenis is dat vastgoedwethouder Jan Jaap Kolkman namens het gemeentebestuur verantwoordelijk is voor dit project en niet cultuurwethouder Carlo Verhaar. Kolkman worstelt zichtbaar met de terminologie van de kunstsector en suggereert dat de Zero-kunst hedendaagse en actuele kunst is en niet historisch gefundeerd. Maar het omgekeerde is waar.

Volgens Hoogland wordt de collectie ‘samengesteld uit de verzamelingen van verschillende collectioneurs’. Ook de naam Armando valt. De Armando Stichting is sinds het verbreken van de bruikleenovereenkomst in maart 2018 met het inmiddels failliet gegane Museum Oud-Amelisweerd in Bunnik op zoek om haar collectie van Armando’s werken in een ander museum onder te brengen. Die plek lijkt nu gevonden in Deventer.

Dichtregels van Erich Kästner naar een idee van Karl-Heinz Ströhle. BIG ART: Tekst-sculptuur op Pedagogische Hogeschool Oostenrijk

leave a comment »

Dit item gaat niet over de expositie Big Art in de Amsterdamse Bijlmerbajes die t/m zondag 14 oktober te zien is, maar om een strenger en strikter bewaakt kunstproject van de Oostenrijkse 100% overheidsinstelling op het gebied van vastgoed, de Bundesimmobiliengesellschaft, ofwel BIG. Het bedrijfsonderdeel BIG ART verweeft kunst en architectuur ‘in permanente en tijdelijke kunstprojecten op geselecteerde gebouwen van BIG’. Opzet is om de kunst in een vroeg stadium goed te integreren in het project. BIG opereert uitsluitend in Oostenrijk.

Een prima voorbeeld van BIG ART is een onlangs naar een idee van kunstenaar Karl-Heinz Ströhle (2016) gerealiseerde tekst-sculptuur op de Pedagogische Hogeschool NÖ (Niederösterreich) in Baden. Uitgangspunt zijn vier regels uit het gedichtEin alter Mann geht vorüber’ van Erich Kästner: ‘Ich könnte euch verschiedenes erzählen,Was nicht in euren Lesebüchern steht.Geschichten, welche im Geschichtsbuch fehlen,Sind immer die, um die sich alles dreht.’ De keuze voor deze tekst van pacifist en hybride publicist Kästner is niet toevallig. Hij verliet in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s Duitsland tijdens het Hitler-regime niet.

Ook de tekst is dubbelzinnig, want het kan zowel een oproep inhouden om zelf na te denken en altijd verder te kijken dan de schoolkennis en de status quo óf schoolkennis (of gecanoniseerde kennis) af te doen als desinformatie en te verwerpen. In de tekst zullen uiteenlopende segmenten van het politieke spectrum zich kunnen vinden. Ook daarom is het een passende tekst voor verder debat op een Pedagogische Hogeschool.