Privatiseer Museum Het Belfort in Sluis

Standbeeld van J.H. van Dale in Sluis.

In het beleidsstukVisie op Musea‘ van de gemeente Sluis van maart 2021 wordt over Museum Het Belfort gezegd dat het onderdeel van de publieke organisatie van de gemeente Sluis is. Dat houdt in dat de gemeente Sluis voor het onderhoud en de exploitatie verantwoordelijk is.

Schermafbeelding van deel (op p.8) uit beleidsnota ‘Visie op Musea‘ van de gemeente Sluis van maart 2021.

Maar uit een artikel van de PZC van 15 juli 2021 blijkt dat de gemeente de verantwoordelijkheid voor het Museum Het Belfort niet wil dragen. De inleiding spreekt boekdelen: ‘Welke ondernemer gaat het belfort in Sluis uitbaten? De gemeente is op zoek, nu de VVV – de voormalige exploitant – zijn werkzaamheden in Zeeland heeft beëindigd.’

Het wordt nog wranger: ‘De gemeente zoekt een ondernemer die bijvoorbeeld een toeristische giftshop wil starten. Dat kan in de balieruimte van het museum. Als voorwaarde stelt de gemeente dat de uitbater ook beheerder van het museum in het belfort wordt. De werkzaamheden zijn bezoekers ontvangen, toegangstickets verkopen en toeristische informatie verstrekken.‘ Dat is een hybride functie van profit en non-profit waarbij het de vraag is waar het een ophoudt en het ander begint. Dat is van belang als het om ethische museale normen gaat.

Museum Het Belfort staat sinds juni 2017 geregistreerd in het Museumregister. Musea die zijn aangesloten bij het Museumregister worden getest op de Museumnorm 2020. Dit houdt in dat de geregistreerde musea dienen te voldoen aan kwaliteitsnormen. Museale taken kunnen uitbesteed worden aan een rechtspersoon, maar ‘In dat geval blijft de uitbestedende partij [de gemeente Sluis] verantwoordelijk voor de invulling van de uitbestede zaken conform de Museumnorm‘. Het is mogelijk dat een commerciële partij het museum gaat uitbaten, maar dan ligt belangenverstrengeling op de loer. Een en ander dient vooraf zorgvuldig afgesproken en gescheiden te worden.

Uit het PZC-artikel van Bob Maes blijkt dat de gemeente Sluis zich verschuilt achter de VVV. Dat is de defensiemuur van het college. Tot begin 2021 nam de VVV de exploitatie voor haar rekening. Vrijwilligers die het toen overnamen blijken te zwaar belast te worden.

De PZC vervolgt: ‘Vorige week stelde wethouder Peter Ploegaert zich tijdens een gemeenteraadsvergadering zelfkritisch op. Hij vond dat de gemeente steken had laten vallen en niet snel genoeg had ingespeeld op het stoppen van de VVV. De gemeenteraad trok daarom 50.000 euro uit voor een beroepskracht, die het museum in ieder geval tot en met september iedere dag open houdt.

Tekenend is dat CDA-wethouder Ploegaert onder meer recreatie, toerisme en monumenten in zijn portefeuille heeft, maar niet cultuur. Dat is ondergebracht bij burgemeester Marga Vermue. Het probleem is echter niet het verdwijnen van de VVV als uitbater van Museum Het Belfort, maar het feit dat de gemeente Sluis als publieke organisatie niet de verantwoordelijkheid neemt om de exploitatie voor haar rekening te nemen. Het is goed dat er budget is vrijgemaakt voor het tijdelijk aannemen van een vaste kracht, maar dat is geen duurzame oplossing.

Een toeristische gids van de streek zegt over Museum Het Belfort: ‘Het imponerende gebouw huisvest tegenwoordig een museum, gewijd aan de Sluise stadsgeschiedenis en de beroemdste Sluizenaar, woordenboekenmaker Johan Hendrik van Dale. Ook zijn er twee minibioscopen, tentoonstellingen, stijlkamers en de indrukwekkende historische raadszaal.

De Stichting Johan Hendrik Van Dale heeft een ingetrokken ANBI-status (2017) en zegt op haar Facebook-pagina over de eigen doelstelling: ‘Het organiseren van tentoonstellingen op het gebied van beeldende kunst in de Raadskelder van het Belfortmuseum te Sluis‘.

Sluis is een kleine gemeente met iets meer dan 23.000 inwoners. Het heeft weinig middelen. Daarom moet men niet te hard oordelen over een gemeente die de eindjes aan elkaar moet knopen. De vraag is echter of de gemeente binnen de huidige mogelijkheden de optimale oplossing kiest. Dat valt te betwijfelen. Het lijkt erop dat de gemeentelijke politiek niet uit het eigen kader kan stappen door een oplossing te kiezen waarvan iedereen profiteert.

Het is opvallend dat Museum Het Belfort en de Stichting Johan Hendrik Van Dale geen ANBI-status hebben, zodat ze werk kunnen maken van hun fondsenwerving. Men moet de toeristische aantrekkingskracht van de kuststreek niet onderschatten evenmin als de aantrekkingskracht van Johan Hendrik van Dale wiens naam het bekendste woordenboek in het Nederlandse taalgebied siert.

De oplossing die het college biedt lijkt sterk op privatisering zonder dat te zijn. Dat is vanwege de bestuurlijke problemen die veel energie opslokken en het gebrek aan financiële armslag de slechtste van alle opties.

Bij privatisering van een gemeentelijk museum is het gebruikelijk dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor gebouw en collectie. De exploitatie zou dan ondergebracht kunnen worden bij een aparte stichting. Voordeel is dat de gemeente Sluis dan op afstand komt en zich bestuurlijk niet meer met Museum Het Belfort hoeft te bemoeien en het museum de ruimte krijgt die het nu mist om bij particulieren, bedrijven en het openbaar bestuur in Nederland en België te doen aan fondsenwerving, het werven van sponsors en het aanvragen van subsidies. En het ontplooien van tentoonstellingen en andere culturele initiatieven die nu blijven liggen.

Veelvormige menotten en een open karaf

Tijd voor een woordspel. Door in het woordenboek elk zelfstandig naamwoord te vervangen door het zelfstandig naamwoord dat ervoor staat ontstaat onderstaande tekst. Zeg: N-1. Ik gebruikte de Van Dale, 1970. Raymond Queneau doet het in zijn Stijloefeningen. Deze Franse auteur is door Rudy Kousbroek in Nederland bekend geworden. Onderaan staat in kleine letters de oorspronkelijk tekst. Wat bevalt het best en klinkt het zinnigst? Zoek uw favoriete zin.

N-1: Wat veelvormige menotten zijn valt niet makkelijk te zeggen. Is het zoiets als dierenbescherming voor evenementen? Enfin, laten we maar zeggen, dat domheerschap blijkbaar onmisbare onderdanigheid is voor een ingeperkte vishoek op veelvormige menotten.

Veelvormige menotten zijn een verschijningsdatum van de orchis die het ooit is voorgehouden en daarna terloops en gedwongen is geïnternaliseerd. Veelvormige menotten zijn herleidbaar tot een identieke wording en worden bepaald door wat hun ooit is voorgehouden. De verschikking tussen menotten die als kinband met dezelfde symbolentaal zijn geconfronteerd is onderling kleiner dan met menotten uit een andere symbolentaal. Hoe de menotten zich vervolgens door latere internationalisaties en uiterlanden vormen is invullen.

Sommige geluchten spannen het paar achter de waffel. Binnen onze rechtsopvolger is pluren niet onderhandelbaar. Als door de overheersing de burgemeesterszoon niet in een permanente camouflageverf van editie en debarkement uitgelegd wordt dat diversitie aanvaard wordt maar groenzandsteen voor zichzelf of voor anderen uitzoekingen bedingen, dan wordt het Wilhelmuslied en de ongelijkbenigheid geïntroduceerd. En de woordvorsing van het eigen identificatieplaatje materialiseert pas door onderschepping van het Westen.

Verdeelcentrale is dom. Ik maak me er juist zoresijzer over dat verstandige menotten elkaar blijkbaar zo slecht verstaan en slecht kunnen vinden. Het lijkt gevogelte van een onnatuurlijke bewegering van politiezorg die menotten onnodig van elkaar verwijdert. Op intermenselijk vlagzalm staan menotten echter dichter bij elkaar en laten ze zich door de scherpslijpers van linkse of rechtse politieinspecteur tegen elkaar uitspelen. Die discotheek is weliswaar onmisbaar, maar niet het enige dat alleenzaligmakend is. Er bestaat een abstracter nitroverbinding om elkaar te treffen. Al is het in een verschikking van menigvuldigheid.

De sententie die vanwaardeverklaringen niet als vanzelfsprekend ziet is gevaarlijk omdat het de bijkroon aan het gelijkheidsbeginsel zet. Het billijken van uitzoekingen, uitslovers, bepekkingen en verbluffingen is niet de oplosser om elkaar te vinden. Het past ook niet bij de open karaf van de nederlaag. De oplosser is openhartigheid, vrijheerschap en een eerlijk en scherp debarkement met en onder elkaar. Zonder voorvruchten vooraf, dan de wettelijke.

N: Wat een veelvormige mens is valt niet makkelijk te zeggen. Is het zoiets als dierendag voor evenhoevigen? Enfin, laten we maar zeggen, dat domheid blijkbaar een onmisbaar onderdeel is voor een ingeperkte visie op de veelvormige mens.

Elke veelvormige mens is een verschijningsvorm van de orde die het ooit is voorgehouden en daarna terloops en gedwongen heeft geïnternaliseerd. Veelvormige mensen zijn herleidbaar tot een identieke wordingsgeschiedenis en worden bepaald door wat hun ooit is voorgehouden. Het verschil tussen mensen die als kind met dezelfde symboliek zijn geconfronteerd is onderling kleiner dan met mensen uit een andere symboliek. Hoe de mens zich vervolgens door latere internalisaties en uiterlijkheden vormt is invullen.

Sommige geluiden spannen het paard achter de wagen. Binnen onze rechtsorde is pluriformiteit niet onderhandelbaar. Als door de overheden en de burgers niet in een permanente campagne van educatie en debat uitgelegd wordt dat diversiteit aanvaard wordt maar groepen voor zichzelf of voor anderen uitzonderingen bedingen, dan wordt de willekeur en de ongelijkheid geïntroduceerd. En de wording van de eigen identiteit materialiseert pas door onderschikking aan de wet.

Verdeelheid is dom. Ik maak me er juist zorgen over dat verstandige mensen elkaar blijkbaar zo slecht verstaan en slecht kunnen vinden. Het lijkt een gevolg van een onnatuurlijke beweging van politisering die mensen onnodig van elkaar verwijdert. Op intermenselijk vlak staan mensen echter dichter bij elkaar en laten ze zich door de scherpslijperij van linkse of rechtse politiek tegen elkaar uitspelen. Dat discours is weliswaar onmisbaar, maar niet het enige dat alleenzaligmakend is. Er bestaat een abstracter niveau om elkaar te treffen. Al is het in een verschil van mening.

Het sentiment dat vanzelfsprekendheden niet als vanzelfsprekend ziet is gevaarlijk omdat het de bijl aan het gelijkheidsbeginsel zet. Het billijken van uitzonderingen, uitsluitingen, beperkingen en verboden is niet de oplossing om elkaar te vinden. Het past ook niet bij het open karakter van Nederland. De oplossing is openheid, vrijheid en een eerlijk en scherp debat met en onder elkaar. Zonder voorwaarden vooraf, dan de wettelijke.

Foto: Stan Laurel en Oliver Hardy in From Soup to Nuts, 1928