Nederland kent traditie van dijkdoorbraken, overstromingen en watersnoden

Overstromingen, dijkdoorbraken: Watersnood 1916. Kinderen bij het water en op een loopbrug bij de Varkenoordseweg in Rotterdam. Nederland, 1916. Collectie: Het Leven/ Spaarnestad Photo.

Deze week wordt de watersnoodramp van 1953 herdacht. Het is 70 jaar geleden. Er kwamen toen in Nederland meer dan 1800 mensen om het leven in Zuid-West Nederland. Media besteden er ruimschoots aandacht aan. Terloops komt ook het verschil tussen de huidige en toenmalige samenleving boven water.

Wat buiten beeld blijft is dat Nederland als waterland een regelmaat van dijkdoorbraken, overstromingen en watersnoden kent. In de recente geschiedenis overkwam Nederland dat in 1855, 1916 en 1926. Dat zijn geen incidenten.

Met de reactie erop om het land met barrières, dammen, verhoogde dijken, natuurlijke constructies en hoogwaardige technische ingrepen veiliger te maken is Nederland wereldberoemd geworden. De kennis over waterbeheersing is een Nederlands exportproduct.

Een andere wetmatigheid van watersnoden en dijkdoorbraken zijn burgeracties om slachtoffers te helpen via regionale of landelijke inzamelingen. Dat gaat dan telkens onder het motto ‘Dijken dicht, beurzen open‘. Nederlanders zetten hun beste beentje voor om elkaar te helpen bij het natuurgeweld. Het stijgende water is een geduchte en vertrouwde vijand van mythische proporties.

Door de opwarming van aarde en de niet verminderende uitstoot van broeikasgassen blijft de waterspiegel stijgen. Dat is een paradigmaverschuiving die leidt tot een dramatisch ander beeld van de werkelijkheid. De inschatting van deskundigen is dat er in de nabije toekomst meer op het spel komt te staan.

Hoe gaat dat eindigen? Komen we buiten de veiligheidsmarge van de Nederlandse waterwerken? Wat betekent dat voor de veiligheid?

Er is continu werk aan de winkel om Nederland tegen het water te beschermen. Wetenschappers en toegepaste wetenschappers beseffen dat. Wie weet moeten straks lager gelegen gedeelten opgeofferd worden om de rest van het land te redden. Dan zijn collectes voor de slachtoffers water naar de zee dragen.

Advertentie

Waarom garandeert Utrecht rust en stilte niet beter voor haar inwoners?

Schermafbeelding van deel artikelBinnenstadbewoners Utrecht willen discussie over geluidsoverlast aanwakkeren’ van 12 december 2022 in de DUIC.

Het is een terugkerend gespreksonderwerp én steen des aanstoots: overlast in (binnen)steden. Dat kan uit allerlei soorten overlast bestaan die samenhangen met stank, fijnstof, onveiligheid of drugs, maar geluidsoverlast of geluidshinder wordt door bewoners als meest hinderlijk ervaren.

Uit het artikelBinnenstadbewoners Utrecht willen discussie over geluidsoverlast aanwakkeren’ van 12 december 2022 in de DUIC blijkt dat een groep Utrechtse binnenstadsbewoners ‘de discussie over geluidsoverlast wil aanwakkeren’. Woordvoerder Frank van Eijkern van belangengroep Binnenstad030 beseft goed dat geluidsoverlast de hele stad betreft. Zijn conclusie is dat de maatregelen van het gemeentebestuur om de geluidsoverlast terug te dringen langzaam worden ingevoerd.

In mijn reactie bij het artikel steun ik volmondig het streven van de groep bewoners. Naar mijn idee handelt het Utrechtse gemeentebestuur onnodig traag om de leefbaarheid van de stad te vergroten en handelt het uit politieke of commerciële belangen er soms tegengesteld aan.

Waar een wil is, is een weg, luidt het gezegde. Maar de eensgezindheid van het centrumlinkse gemeentebestuur om met elkaar ferm die weg te bewandelen lijkt te ontbreken. De wil ontbreekt of is niet zichtbaar. In een koehandel mogen partijen af en toe hun liefdesbaby koesteren, maar het ontbreekt aan goed doordacht en doelmatig integraal beleid om geluidsoverlast terug te dringen. Dat kan met betrekkelijk simpele ingrepen beter.

In 2013 pleitte ik in een commentaar voor een ambassadeur tegen geluidshinder. ik concludeerde: ‘Nodig is een revitalisatie of actualisering van de doelstelling van Stichting BAM. Om die met de middelen van 2013 op te pakken. Zoals Hieke Jippes schrijft: ‘(..) het hoort zo te zijn, en het was ook altijd zo, dat een overheid zijn burgers juist beschermt in zoiets basaals als het genot van rust en stilte. In veel opzichten doet zij dat ook al: beperkt geroep van de top van de moskee, gematigd luiden van de kerkklok, stiltecoupés in de trein zijn daarvan allemaal voorbeelden.’ Wie wordt in Nederland de eerste ambassadeur voor de stilte?

Mijn reactie:

De geluidsoverlast in binnensteden is niet uit te bannen, maar wel terug te dringen. Op dat laatste zou ingezet moeten worden. 

Handhaving in de openbare ruimte door de Utrechtse politie is hoe dan ook al jarenlang een stiefkindje. Denk aan de zichtbare fietsenoverlast in de binnenstad die evenredig groter wordt met de niet uitgevoerde voornemens van de politiek om het aan te pakken. Op straat is dat niet terug te zien. Het gemeentebestuur lijkt de chaos te accepteren en de handhaving af te schalen. 

Hoe kan de overlast wel teruggebracht worden? Geen muziek in horeca en winkels die buiten te horen is. Verkeersluw maken van de binnenstad door het versneld weren van auto’s. Vroegere sluitingstijd van de horeca. Geen vergunningen meer voor (vergrote) horeca-terrassen. Minder vergunningen voor evenementen met versterkt geluid. Stoppen met het beleid om meer toeristen te trekken en het terugschroeven van de autonomie van Utrecht Marketing dat oncontroleerbaar opereert. Serieuze monitoring van SSH van wat er in haar huizen gebeurt met sancties als uiterste middel.

In Utrecht spelen vele belangen. Die moeten met elkaar in evenwicht worden gebracht. Bewonersbelangen moeten ernstig worden genomen. Feitelijk zijn de politieke partijen er voor en niet tegen de bewoners. 

De belangen van de horeca en het bedrijfsleven worden obsessief door de verrechtse coalitiepartij D66 nagejaagd. Maar ook de linkse partijen bijten niet echt door om de stad leefbaarder te maken. 

Het is lastig om een stad van de grootte van Utrecht zo te besturen dat iedereen ermee tevreden is. Maar waar simpele maatregelen achterwege blijven om de geluidsoverlast in te perken en het college zelfs in bepaalde gevallen het tegendeel bewerkstelligt zou men kunnen spreken van onzorgvuldig bestuur.

Tropenmuseum gaat in tentoonstelling ‘Plastic Crush’ voor duurzaamheid. Frame A Story maakt er video’s van

Wat is een duurzame tentoonstelling? Niemand die het weet, maar alle betrokkenen bij het Tropenmuseum weten dat ze een duurzame tentoonstelling zouden willen maken. Of dan nou de huidige of de volgende tentoonstelling is.

Om dat te benadrukken ‘bedenkt, produceert en maakt Frame A Story van Olga Tops videocontent’. Dat telt tot nu toe op tot 18 video’s over het maken van ‘Plastic Crush‘ die op het YouTube-kanaal van Frame A Story zijn gezet. Het is te hopen dat de marketing via deze video’s klimaatneutraal is.

Toelichting van het Tropenmuseum bij de tentoonstelling ‘Plastic Crush‘.

De sfeer op de video is losjes, dat wel: ‘Hebben jullie nog hulp nodig, mannen?‘, zegt Marieke Meijer. Interessant dat een tentoonstellingsmaker de mannen van de technische dienst aanbiedt om te helpen klussen. Daar zitten ze ongetwijfeld op te wachten.

De tentoonstelling ‘Plastic Crush‘ in het Tropenmuseum heeft blijkbaar twee doelen. Een tentoonstelling maken over duurzaamheid aan de hand van het materiaal plastic en een tentoonstelling maken die duurzaam is en zomin mogelijk materiaal verspilt. Dat laatste is lastig.

Het is hoe dan ook een mooi streven. In de uitleg komt tentoonstellingsmaker Marieke Meijer met weinig opzienbarends dat in andere musea niet wordt toegepast. Muren worden opnieuw geverfd. Ach. Sokkels wordt opnieuw gebruikt. Ach. Vitrines worden opnieuw gebruikt. Ach. Maar het vele plastic, ook daar heeft het Tropenmuseum nog geen oplossing voor.

In een vacature voor een tentoonstellingsmaker bij Tropenmuseum | Afrika Museum | Museum Volkenkunde wordt het woord duurzaamheid niet genoemd of wordt er op enigerlei wijze aandacht besteed aan dit thema.

Hedendaags ‘Black Friday’

Tips voor maximaal rendement op Black Friday. Marketingtribune, 24 oktober 2020.

Wat moeten we in Nederland met het begrip ‘Black Friday’ of ‘Zwarte Vrijdag‘? Het is geen begrip dat leeft of begrepen wordt. Het is in Nederland een uitgevonden traditie die onbeschaamd en onbeschroomd de commercie dient. De vrijdag na Thanksgivingsday zegt ons niks omdat we dat feest dat teruggrijpt op de Amerikaanse 17de eeuwse geschiedenis niet vieren.

In het uitvinden van traditie staat Black Friday niet alleen. Dat gebeurde ook met het Sinterklaasfeest midden 19de eeuw. Het tijdperk dat in vele landen tradities werden uitgevonden om de nationale identiteit te vormen. Het verschil is wel dat het Sinterklaasfeest aansloot bij de toenmalige cultuur van Nederland en dat bij Black Friday niet zo is. Het is duidelijk een geparachuteerde Amerikaanse traditie die in Nederland door het bedrijfsleven is gedropt. Met marketing wordt het er ingeramd.

Als de hedendaagse cultuur van Nederland omschreven wordt als consumeren, genotzucht, koopdwang die onderhorig is aan de doordraaiende 24-uurs-economie, dan past Black Friday als Amerikaanse traditie die in de jaren 1960 uitgevonden werd goed bij Nederland.

Interessant is dat daar ook weer een reactie op komt uit het bedrijfsleven zelf. Door niet mee te doen aan Black Friday kan een bedrijf zich profileren. De Nieuws BV zegt: ‘De winkelketen Dille & Kamille doet niet mee aan Black Friday. Zij staan namelijk voor duurzaam consumeren en consuminderen. De vraag is: is het greenwashing, of past het bij het DNA van het bedrijf? En: is Black Friday niet juist de uitkomst voor aankopen voor mensen met een kleine portemonnee?

Er zijn in de geschiedenis vele Black Fridays, zoals die in 1921 toen in het Verenigd Koninkrijk mijnwerkers alleen kwam te staan in hun staking en de vervoers- en spoorwegbonden afhaakten. Uiteindelijk kwam het goed in 1925 toen de regering een subsidie verstrekte aan de mijnindustrie om het mijnwerkersloon op peil te houden. Een linkse krant noemde dat ‘Red Friday.’

Het Schotse Aberdeen werd op vrijdag 12 juli 1940 gebombardeerd door Duitse vliegtuigen. Dat wordt lokaal ‘Black Friday’ genoemd.

Op donderdag 24 oktober 1929 crashte de Amerikaanse beurs en op dinsdag 29 oktober stortten de koersen definitief in elkaar. Het begin van de depressie van de jaren 1930. De gebeurtenissen worden door Angelsaksen respectievelijk ‘Black Thursday‘ en ‘Black Tuesday‘ genoemd.

Volgens het Wikipedia-lemma Schwarzer Donnerstag spreekt men in Europa over ‘Zwarte Vrijdag’ vanwege het tijdsverschil omdat de Europese beurzen pas op vrijdag 30 oktober 1929 openden en .. instortten. Dit lemma meldt ook (vertaald): ‘Twee jaar eerder, op vrijdag 13 mei 1927, was er plotseling een forse koersdaling in de aandelenindex van het Reichsstatistical Office op de Berlijnse beurs, ook wel Black Friday genoemd. In de VS verwijst Black Friday naar de beurscrash van 24 september 1869.’

De meest bekende en wijdverspreide betekenis van Black Friday is dus historisch een financiële crisis. Daarom is het opvallend dat de naam van een beurskrach die toch als negatief ervaren wordt later in het taalgebruik is overgenomen en overruled werd door de huidige betekenis van Black Friday: kopen, kortingen en koopjes. Het geeft aan hoe flexibel, creatief, maar ook opportuun taalgebruik kan zijn.

NB: Ik heb afgelopen week bij webwinkels een overhemd, een broek en drie T-shirts besteld. Sommige met korting vanwege Black Friday.

Waarom ons druk maken over Vlaamse identiteit? Die staat straks toch onder water

De rechtse NVA en het radicaal-rechtse Vlaams Belang hameren op het boetseren van een Vlaamse identiteit. In het onderwijs, in de media en in de samenleving, maar NVA wil vooralsnog niet samen optrekken met het Vlaams Belang. Het accent op Vlaamse identiteit houdt noodgedwongen in dat andere identiteiten in Vlaanderen in de verdrukking komen.

Met een West-Vlaamse tongval (denk ook de geweldige serie Chantal die doordesemd is met West-Vlaanderen en de eigenzinnige grenzeloosheid die bij kuststreken hoort) relativeert Pieter-Jan Catteeuw dat tamboereren van de rechtse politiek op Vlaamse identiteit.

Hij kijkt naar de toekomst en vraagt zich af wat van de Vlaamse historie en cultuur overblijft als de zeespiegel blijft stijgen. Dat is de enige spiegel waar we nu in moeten kijken. Het is zoals in vele landen ook in Vlaanderen vooral de rechtse politiek die de klimaatproblematiek ontkent. Met als gevolg dat maatregelen uitblijven om de stijgende temperaturen en stijgende zeespiegel aan te pakken. In 2050 zijn in Europa de gletsjers gesmolten.

Het laaggelegen Vlaanderen is kwetsbaar voor de stijgende zeespiegel. De paradox is dat de Vlaamse identiteit in de toekomst zal moeten emigreren naar hoger gelegen gebieden. Met meenemen van frietkot, koersfiets, brouwerij en alles wat volgens rechts nu Vlaanderen tot Vlaanderen maakt. Dan worden ook de rechtse Vlamingen migranten.

In de tussentijd is het potverteren en pierewaaien. Voor zolang het duurt. Met het accent op de Vlaamse identiteit die volgt uit terugkijken, terwijl de wijsheid vooruitkijken gebiedt. Het kortetermijndenken is het maximale wat de politiek aankan. Dat is jammergenoeg niet uniek voor Vlaanderen.

Laat klimaatactivisten die zich vastlijmen zitten. Het geval Gianluca Grimalda

Een tactiek van musea of bedrijven die worden overvallen door activisten die zich vastlijmen is om ze vast te laten zitten. Dat gebeurde op 19 oktober 2022 in het Porsche paviljoen in Autostadt in het Duitse Wolfsburg. Een onderdeel van het Volkswagen-concern. Sommige activisten gingen ook in hongerstaking.

Voor de activist en wetenschapper Gianluca Grimalda liep het slecht af. Hij doet verslag op Twitter. Na zo’n 24 uur zwollen zijn handen op, werd hij door dokters losgemaakt en naar het ziekenhuis gebracht. Men vreesde voor levensbedreigende bloedproppen. Na 42 uur werd de actie beëindigd toen Volkswagen de hulp van de politie inriep om de activisten te verwijderen.

Intrigerend is wat er in de tweede tweet van de reeks staat die Grimalda verwijderde. Waarom werd die tweet als enige van de reeks verwijderd? Uit een verslag van Sky News vol leedvermaak over de actie blijkt uit een schermafbeelding wat de inhoud van de tweet is:

Activisten zijn ook maar mensen die moeten poepen en pissen. En het graag aangenaam warm hebben. Het is begrijpelijk dat activisten die kant van zichzelf liever uit de publiciteit houden. Uit hun eigen publiciteit wel te verstaan.

Eindelijk spreekt de museumsector zich uit. Het noemt protesten van activisten in musea onacceptabel

Schermafbeelding van deel artikelMusea noemen protesten van activisten ondanks uitblijven schade onacceptabel‘ op Nu.nl, 25 oktober 2022.

Er komt vanuit de museumsector eindelijk een georganiseerde veroordeling van de acties van klimaatactivisten in musea. Ze gooien soep, aardappelpuree of wat dan ook over schilderijen (achter glas) in museumzalen en kitten zich vervolgens vast aan de lijst. Dat wordt door de museumsector onacceptabel genoemd. Volgens de museumsector richten de activisten zich op het verkeerde doel.

De kop van het interessante artikel van Hasna Elbaamrani op Nu.nl klopt trouwens niet omdat de acties wel degelijk materiële schade kunnen opleveren aan lijst of glas, maar ook immateriële schade aan medewerkers of de museumsector die niet langer als veilige, neutrale plek wordt beschouwd.

Activisten worden tijdens hun actie gefilmd door andere leden van hun organisatie, zodat de actie op sociale media kan worden gezet. Media nemen de beelden vaak over en besteden er aandacht aan, zodat er een hype ontstaat. Activisten gaan voor de beeldvorming. Via (sociale) media kan betreffende organisatie scoren bij de eigen achterban en donateurs. Activisten denken hiermee een idee van daadkracht en moed uit te stralen en de oplossing van het klimaatprobleem dichterbij te brengen. Het is precies andersom.

Ik heb er geen goed woord voor over dat de klimaatactivisten de kwetsbare museumsector treffen die het toch al zo moeilijk heeft. Ze richten zich tot het verkeerde doel. Een gevolg kan overigens zijn dat museum door deze acties gedwongen worden om de veiligheidsmaatregelen aan te scherpen. Dankzij deze activisten die doen alsof ze in een maatschappelijk vacuüm opereren.

Activisten kopiëren elkaar en herhalen steeds dezelfde actie. Publicitair zal dat op een gegeven moment uitgewerkt zijn. Het gebrek aan moed dat niet verder reikt dan een (door wat?) verwarmde museumzaal verwoordde ik in een tweet van 14 oktober 2022 in antwoord op een bericht van The Guardian-journalist Damien Gayle:

Het wordt er ronduit potsierlijk en schijnheilig op als de klimaatactivisten van actiegroep Just Stop Oil beweren dat ze het museum als plek voor hun protest uitkiezen omdat zij “te veel van geschiedenis en cultuur houden om het zomaar kapot te zien gaan“. Als dat werkelijk zo was, dan zouden ze het museum niet uitkiezen voor hun protestactie. Het is een schijnreden óf een psychische aandoening om te claimen van iets te houden door het schade toe te brengen. Het kopieergedrag van de activisten is het tegendeel van begrip voor geschiedenis en kunst.

Schermafbeelding van deel artikelMusea noemen protesten van activisten ondanks uitblijven schade onacceptabel‘ op Nu.nl, 25 oktober 2022.

Kritiek op Drents Museum dat half miljoen euro van NAM in ontvangst neemt

Schermafbeelding van deel artikel Drents Museum krijgt half miljoen euro van NAM voor verbouwing‘ op RTV Drenthe, 20 september 2022.

Een gift van 500.000 euro van de NAM voor het Drents Museum legt het accent op het ethisch handelen van musea. Hoe zuiver gedragen ze zich? Er is veel kritiek op het Drents Museum dat de gift in ontvangst neemt.

Musea hebben er doorgaans weinig moeite mee om de eigen goede naam naam of die van de museumsector in het algemeen voor geld te verkopen. Door het aannemen van sponsorgeld van controversiële gevers tegen wie veel maatschappelijke weerstand bestaat en waarvan betreffend museum op de hoogte is komen ze op een glijdende schaal terecht.

Nog steeds een schandvlek voor de Nederlandse museumsector is het Ammodo-pensioengeld dat havenarbeiders op slinkse wijze werd ontfutseld. Het werd omgekat tot een goede doelen-fonds. Een kleine 10 beeldbepalende Nederlandse musea zagen er geen moreel bezwaar in om in vol bewustzijn over deze misstand dit besmette geld aan te nemen. Kamerlid Pieter Omtzigt zei daarover: ‘De ontvangers moeten weten waar het geld vandaan komt en moeten overwegen het niet in ontvangst te nemen‘.

De gedragscode (2012) van het Instituut Fondsenwerving dat overigens weinig gezag afdwingt zegt in artikel 1.4.6: ‘Iedereen
 die
 organisaties
 of
 projecten 
in
 de 
sector
wil
 steunen, 
met
 respect
 voor
 de 
belangen van 
de
 organisatie
 en
van 
de
 consumenten,
 zal 
naar 
algemene 
fatsoensnormen 
en 
met

 respect
 voor
 hun
 wensen
 worden 
behandeld.
 Ter 
bescherming 
van 
de 
goede
 naam 
van 
de

 organisatie
 en
 van
 de 
sector 
in 
het
 algemeen 
worden 
bepaalde 
donateurs 
echter
 bij
 voorbaat

 geweerd 
als 
het 
risico 
bestaat
 dat 
de
 geloofwaardigheid 
van 
de 
organisatie 
in 
het 
geding 
kan

 komen.’

We kennen de NAM (Shell en ExxonMobil) dat niet alleen decennia lang het Groningse gas heeft geëxploiteerd, maar ook als een organisatie die moeilijk begon te doen over het vergoeden van schade aan huizen in Groningen ten gevolge van de bodemdaling door gaswinning. Dat was nadat de regering in 2018 bekendmaakte de gaskraan dicht te gaan draaien. De regering heeft de regie van het herstel, maar de NAM moet dokken.

Het is wellicht wat te simpel gedacht om te vragen of die 500.000 euro niet beter past bij Groningers die een beschadigd huis hebben ten gevolge van de gaswinning en nog steeds op het geld van de NAM wachten. Maar het geeft wel aan hoe gevoelig dit in Groningen ligt. NAM en Drents Museum gaan daar willens en wetens aan voorbij.

Directeur Harry Tupan van het Drents Museum zegt dat hij begrijpt dat de goede naam van het Drents Museum in gevaar kan komen door het aannemen van het sponsorgeld van de NAM. In een artikel van 20 september 2022 op RTV Drenthe reageert hij desgevraagd over de gift van 500.000 euro aan het Drents Museum.

Schermafbeelding van deel artikel Drents Museum krijgt half miljoen euro van NAM voor verbouwing‘ op RTV Drenthe, 20 september 2022.

Tupan verschuilt zich achter een uitleg dat het ingewikkeld is. Dat is onzin. Er is niets ingewikkeld. Tupan presenteert het als ingewikkeld zodat hij zich daar achter kan verschuilen. Er is algemeen beleid over sponsoring en fondsenwerving om dit geld niet in ontvangst te nemen. Voor iemand met een zuiver geweten is het niet ingewikkeld, maar simpel. Van de NAM die in het Noorden nog zoveel schade aan huizen heeft te vergoeden neem je geen sponsorgeld in ontvangst. Tupan brengt de geloofwaardigheid van het Drents Museum in gevaar.

In een opinie-artikel van 26 september 2022 in het Dagblad van het Noorden ziet klimaatwetenschapper Leo van Kampenhout van Extinction Rebellion Drenthe de beslissing van Tupan en het Drents Museum als ‘een moreel verkeerde beslissing’. Hij beredeneert het vanuit de klimaatcrisis. Hij schrijft: ‘Kortom, het Drents Museum maakt moreel gezien de verkeerde beslissing door de NAM te blijven greenwashen.’

Schermafbeelding van deel opinie-artikelEn weer neemt Drents Museum geld aan van de NAM. Een moreel verkeerde beslissing‘ in het DvhN, 26 september 2022.

Pleidooi voor scheiding van staat en landbouwlobby

Schermafbeelding van deel artikelWij, kiezers en belastingbetalers, worden met open ogen opgelicht door de veelobby‘ van Tim Reijsoo in de Volkskrant, 21 augustus 2022.

Mijn instemmende reactie op het opinie-artikel van Tim Reijsoo in de Volkskrant van 21 augustus 2022:

Eens met het commentaar. Zoals Tim Reijsoo opmerkt is het merkwaardig dat we de deconstructieve macht van de landbouwlobby kennen, maar die merkbaar niet terug kunnen dringen. De landbouwlobby heeft VVD en CDA vooral op regionaal niveau in de zak.

De agro-industrie zal haar verdienmodel van optimaal producerende melkveeboeren niet vrijwillig opgeven. Maar de politiek is onmachtig en heeft met het CDA een verrader van de algemene zaak in het kabinet om dat krachtig te veranderen. Hoewel minister Van der Wal voet bij stuk houdt.

Er zijn nog drie aspecten die genoemd hadden kunnen worden:

1) De media zitten ook steeds meer in de zak van de radicale boeren en de agro-industrie. Als de boeren een overleg hebben met Remkes dan besteedt het NOS Journaal daar zoveel zendtijd aan zonder enige kritische duiding dat het sterk lijkt dat de NOS promotie voor boeren en agro-industrie maakt. De publieke omroep laat zich intimideren en houdt de rug uit lafheid niet langer recht. Als de natuur- en milieuorganisaties een week later ook zo’n overleg hebben met Remkes dan doet het NOS Journaal dat af in 30 seconden.

2) De invloed van de boeren en boerenorganisaties doet zich op het laagste democratische niveau vooral gelden in besturen van waterschappen die op ondemocratische wijze worden gekozen. Met zetels voor belangengroepen. Daar wordt beslist om het waterpeil in polders en weteringen laag te houden omdat dit de boeren dient, maar niet de burgers en Nederland als geheel. Zie de huidige lage waterstand die daar mede een gevolg van is.

3) De Nederlandse boeren werken voor meer dan 75% voor de export. De voedselvoorziening van Nederland komt met het reduceren van de veestapel met 50% dus niet in gevaar. Duurzaam producerende boeren zouden meer steun van politiek, media en publieke opinie moeten krijgen. Ze geven het voorbeeld voor de toekomst van de Nederlandse landbouwsector: kwaliteit boven kwantiteit. Het bovenproportioneel beslag dat vooral de melkveeboeren leggen op de grond is onhoudbaar en niet meer van deze tijd in een zich ontwikkelend Nederland (Ruimtelijke Ordening) waar woningbouw, infrastructuur, bedrijven en natuur en ontspanning hun plek moeten kunnen vinden.

Hoekstra ondermijnt vanwege zwakte CDA stikstofbeleid van kabinet

Kritiek CDA-leden op Hoekstra: ‘Waar was jij, Wopke?“‘ op NOS, 2 juli 2022.

Het CDA is als partij de zwakke schakel in het kabinet van VVD, D66, CDA en CU. Wopke Hoekstra is als partijleider de zwakke schakel in het coalitieoverleg. CDA en Hoekstra zijn op zoek naar een identiteit die ze niet kunnen vinden. Dat maakt het CDA onberekenbaar en een risico voor het voortbestaan van het kabinet Rutte-Kaag.

Door interne personele problemen (Omtzigt), de spanning tussen de linker- en rechtervleugel binnen de partij, de mislukte electorale doorbraak naar de grote steden, het afwijzen door regionale CDA-bestuurders van het stikstofbeleid, het nieuwe stikstofbeleid dat breekt met de macht van de landbouwlobby binnen de overheid waar het toenmalige CDA een hoofdrol in had, de opkomst van boerenpartij BBB die stemmen wegsnoept bij het CDA en nauw verbonden is met de agro-industrie en de radicale boerenbeweging, en de gestage achteruitgang van de invloed van partijen op religieuze basis, staat de leiding van het CDA onder druk. Hoekstra lijkt in paniek geraakt.

In het AD is vandaag een interview met Hoekstra gepubliceerd waarin hij zegt dat de doelstelling van het kabinet om de stikstofuitstoot per 2030 te halveren “niet heilig” is. Christenpoliticus Hoekstra volgt ook in zijn afwijzing van het kabinetsbeleid het jargon van de bijbel. Hoekstra’s uitspraak staat haaks op het kabinetsbeleid en de coalitieafspraken.

Premier Mark Rutte zegt in een reactie dat Hoekstra’s uitspraken staatsrechtelijk ‘op het randje‘ zijn omdat Hoekstra als partijleider van het CDA politieke ruimte zou hebben om dat te zeggen. Dat is onzin omdat wat minister Hoekstra zegt tegen de eenheid van het kabinetsbeleid ingaat. Het kabinet moet naar buiten toe met één mond spreken.

Minister Hoekstra doorbreekt dit uitgangspunt. Hij bewerkstelligt dat het stikstofbeleid van het kabinet niet serieus meer kan worden genomen. Dat werkt averechts om het stikstofprobleem op te lossen. Hoekstra gaat ‘over het randje‘. Premier Rutte probeert Hoekstra’s breken met het kabinetsbeleid te maskeren om zijn kabinet te redden.

Schermafbeelding van deel artikelRutte: Stikstofuitspraken Hoekstra staatsrechtelijk op het randje‘ in Trouw via ANP, 19 augustus 2022.

Hoekstra laat zich kennen als een politicus die bang is om de stem van het platteland te verliezen. Hij vergeet dat de impasse waar het stikstofbeleid in is verzeild geraakt grotendeels het gevolg is van de pro-agro-industrie opstelling van het CDA in de afgelopen jaren.

Hoekstra goochelt met cijfers en wil de doelstelling van 2030 naar achteren schuiven. Dat is te eenzijdig gedacht vanuit het boerenbelang en negeert de waarschuwingen van de natuur- en milieu-organisaties dat een reductie met 50% van de stikstofuitstoot in 2030 al het minimum is om de diversiteit en veerkracht van de natuur te redden.

Hoekstra weet dat hij tegenstrijdig is als hij zegt de doelstelling van 50% reductie in 2030 te willen handhaven en volgende generaties niet op te willen zadelen met problemen, maar de reducties op veel plekken toch uit te willen stellen. Dat kan niet. Het is het een of het ander.

Schermafbeelding van deel artikelRutte: Stikstofuitspraken Hoekstra staatsrechtelijk op het randje‘ in Trouw via ANP.

Door zijn uitspraak zet Hoekstra stikstofminister Christianne van der Wal (VVD) in de kou. Het CDA laat haar vallen. Dat zullen vooral VVD en D66 Hoekstra kwalijk nemen. Tegelijk beseffen deze partijen dat het CDA aan steun verliest op het platteland, in een identiteitscrisis verkeert, geen gezaghebbende leider heeft en een uitweg uit de eigen politieke impasse gegund moet worden.

Wopke Hoekstra maakt zich met zijn electorale opportunisme en angst voor de radicale boeren en agro-industrie, en gebrek aan standvastigheid om de rug recht te houden politiek ongeloofwaardig. Hij zou zich als partijleider van het CDA met zijn uitspraak over het stikstofbeleid wel eens definitief gediskwalificeerd kunnen hebben. Wie zal hem nog op zijn woord geloven?