Kritiek op Drents Museum dat half miljoen euro van NAM in ontvangst neemt

Schermafbeelding van deel artikel Drents Museum krijgt half miljoen euro van NAM voor verbouwing‘ op RTV Drenthe, 20 september 2022.

Een gift van 500.000 euro van de NAM voor het Drents Museum legt het accent op het ethisch handelen van musea. Hoe zuiver gedragen ze zich? Er is veel kritiek op het Drents Museum dat de gift in ontvangst neemt.

Musea hebben er doorgaans weinig moeite mee om de eigen goede naam naam of die van de museumsector in het algemeen voor geld te verkopen. Door het aannemen van sponsorgeld van controversiële gevers tegen wie veel maatschappelijke weerstand bestaat en waarvan betreffend museum op de hoogte is komen ze op een glijdende schaal terecht.

Nog steeds een schandvlek voor de Nederlandse museumsector is het Ammodo-pensioengeld dat havenarbeiders op slinkse wijze werd ontfutseld. Het werd omgekat tot een goede doelen-fonds. Een kleine 10 beeldbepalende Nederlandse musea zagen er geen moreel bezwaar in om in vol bewustzijn over deze misstand dit besmette geld aan te nemen. Kamerlid Pieter Omtzigt zei daarover: ‘De ontvangers moeten weten waar het geld vandaan komt en moeten overwegen het niet in ontvangst te nemen‘.

De gedragscode (2012) van het Instituut Fondsenwerving dat overigens weinig gezag afdwingt zegt in artikel 1.4.6: ‘Iedereen
 die
 organisaties
 of
 projecten 
in
 de 
sector
wil
 steunen, 
met
 respect
 voor
 de 
belangen van 
de
 organisatie
 en
van 
de
 consumenten,
 zal 
naar 
algemene 
fatsoensnormen 
en 
met

 respect
 voor
 hun
 wensen
 worden 
behandeld.
 Ter 
bescherming 
van 
de 
goede
 naam 
van 
de

 organisatie
 en
 van
 de 
sector 
in 
het
 algemeen 
worden 
bepaalde 
donateurs 
echter
 bij
 voorbaat

 geweerd 
als 
het 
risico 
bestaat
 dat 
de
 geloofwaardigheid 
van 
de 
organisatie 
in 
het 
geding 
kan

 komen.’

We kennen de NAM (Shell en ExxonMobil) dat niet alleen decennia lang het Groningse gas heeft geëxploiteerd, maar ook als een organisatie die moeilijk begon te doen over het vergoeden van schade aan huizen in Groningen ten gevolge van de bodemdaling door gaswinning. Dat was nadat de regering in 2018 bekendmaakte de gaskraan dicht te gaan draaien. De regering heeft de regie van het herstel, maar de NAM moet dokken.

Het is wellicht wat te simpel gedacht om te vragen of die 500.000 euro niet beter past bij Groningers die een beschadigd huis hebben ten gevolge van de gaswinning en nog steeds op het geld van de NAM wachten. Maar het geeft wel aan hoe gevoelig dit in Groningen ligt. NAM en Drents Museum gaan daar willens en wetens aan voorbij.

Directeur Harry Tupan van het Drents Museum zegt dat hij begrijpt dat de goede naam van het Drents Museum in gevaar kan komen door het aannemen van het sponsorgeld van de NAM. In een artikel van 20 september 2022 op RTV Drenthe reageert hij desgevraagd over de gift van 500.000 euro aan het Drents Museum.

Schermafbeelding van deel artikel Drents Museum krijgt half miljoen euro van NAM voor verbouwing‘ op RTV Drenthe, 20 september 2022.

Tupan verschuilt zich achter een uitleg dat het ingewikkeld is. Dat is onzin. Er is niets ingewikkeld. Tupan presenteert het als ingewikkeld zodat hij zich daar achter kan verschuilen. Er is algemeen beleid over sponsoring en fondsenwerving om dit geld niet in ontvangst te nemen. Voor iemand met een zuiver geweten is het niet ingewikkeld, maar simpel. Van de NAM die in het Noorden nog zoveel schade aan huizen heeft te vergoeden neem je geen sponsorgeld in ontvangst. Tupan brengt de geloofwaardigheid van het Drents Museum in gevaar.

In een opinie-artikel van 26 september 2022 in het Dagblad van het Noorden ziet klimaatwetenschapper Leo van Kampenhout van Extinction Rebellion Drenthe de beslissing van Tupan en het Drents Museum als ‘een moreel verkeerde beslissing’. Hij beredeneert het vanuit de klimaatcrisis. Hij schrijft: ‘Kortom, het Drents Museum maakt moreel gezien de verkeerde beslissing door de NAM te blijven greenwashen.’

Schermafbeelding van deel opinie-artikelEn weer neemt Drents Museum geld aan van de NAM. Een moreel verkeerde beslissing‘ in het DvhN, 26 september 2022.

Pleidooi voor scheiding van staat en landbouwlobby

Schermafbeelding van deel artikelWij, kiezers en belastingbetalers, worden met open ogen opgelicht door de veelobby‘ van Tim Reijsoo in de Volkskrant, 21 augustus 2022.

Mijn instemmende reactie op het opinie-artikel van Tim Reijsoo in de Volkskrant van 21 augustus 2022:

Eens met het commentaar. Zoals Tim Reijsoo opmerkt is het merkwaardig dat we de deconstructieve macht van de landbouwlobby kennen, maar die merkbaar niet terug kunnen dringen. De landbouwlobby heeft VVD en CDA vooral op regionaal niveau in de zak.

De agro-industrie zal haar verdienmodel van optimaal producerende melkveeboeren niet vrijwillig opgeven. Maar de politiek is onmachtig en heeft met het CDA een verrader van de algemene zaak in het kabinet om dat krachtig te veranderen. Hoewel minister Van der Wal voet bij stuk houdt.

Er zijn nog drie aspecten die genoemd hadden kunnen worden:

1) De media zitten ook steeds meer in de zak van de radicale boeren en de agro-industrie. Als de boeren een overleg hebben met Remkes dan besteedt het NOS Journaal daar zoveel zendtijd aan zonder enige kritische duiding dat het sterk lijkt dat de NOS promotie voor boeren en agro-industrie maakt. De publieke omroep laat zich intimideren en houdt de rug uit lafheid niet langer recht. Als de natuur- en milieuorganisaties een week later ook zo’n overleg hebben met Remkes dan doet het NOS Journaal dat af in 30 seconden.

2) De invloed van de boeren en boerenorganisaties doet zich op het laagste democratische niveau vooral gelden in besturen van waterschappen die op ondemocratische wijze worden gekozen. Met zetels voor belangengroepen. Daar wordt beslist om het waterpeil in polders en weteringen laag te houden omdat dit de boeren dient, maar niet de burgers en Nederland als geheel. Zie de huidige lage waterstand die daar mede een gevolg van is.

3) De Nederlandse boeren werken voor meer dan 75% voor de export. De voedselvoorziening van Nederland komt met het reduceren van de veestapel met 50% dus niet in gevaar. Duurzaam producerende boeren zouden meer steun van politiek, media en publieke opinie moeten krijgen. Ze geven het voorbeeld voor de toekomst van de Nederlandse landbouwsector: kwaliteit boven kwantiteit. Het bovenproportioneel beslag dat vooral de melkveeboeren leggen op de grond is onhoudbaar en niet meer van deze tijd in een zich ontwikkelend Nederland (Ruimtelijke Ordening) waar woningbouw, infrastructuur, bedrijven en natuur en ontspanning hun plek moeten kunnen vinden.

Hoekstra ondermijnt vanwege zwakte CDA stikstofbeleid van kabinet

Kritiek CDA-leden op Hoekstra: ‘Waar was jij, Wopke?“‘ op NOS, 2 juli 2022.

Het CDA is als partij de zwakke schakel in het kabinet van VVD, D66, CDA en CU. Wopke Hoekstra is als partijleider de zwakke schakel in het coalitieoverleg. CDA en Hoekstra zijn op zoek naar een identiteit die ze niet kunnen vinden. Dat maakt het CDA onberekenbaar en een risico voor het voortbestaan van het kabinet Rutte-Kaag.

Door interne personele problemen (Omtzigt), de spanning tussen de linker- en rechtervleugel binnen de partij, de mislukte electorale doorbraak naar de grote steden, het afwijzen door regionale CDA-bestuurders van het stikstofbeleid, het nieuwe stikstofbeleid dat breekt met de macht van de landbouwlobby binnen de overheid waar het toenmalige CDA een hoofdrol in had, de opkomst van boerenpartij BBB die stemmen wegsnoept bij het CDA en nauw verbonden is met de agro-industrie en de radicale boerenbeweging, en de gestage achteruitgang van de invloed van partijen op religieuze basis, staat de leiding van het CDA onder druk. Hoekstra lijkt in paniek geraakt.

In het AD is vandaag een interview met Hoekstra gepubliceerd waarin hij zegt dat de doelstelling van het kabinet om de stikstofuitstoot per 2030 te halveren “niet heilig” is. Christenpoliticus Hoekstra volgt ook in zijn afwijzing van het kabinetsbeleid het jargon van de bijbel. Hoekstra’s uitspraak staat haaks op het kabinetsbeleid en de coalitieafspraken.

Premier Mark Rutte zegt in een reactie dat Hoekstra’s uitspraken staatsrechtelijk ‘op het randje‘ zijn omdat Hoekstra als partijleider van het CDA politieke ruimte zou hebben om dat te zeggen. Dat is onzin omdat wat minister Hoekstra zegt tegen de eenheid van het kabinetsbeleid ingaat. Het kabinet moet naar buiten toe met één mond spreken.

Minister Hoekstra doorbreekt dit uitgangspunt. Hij bewerkstelligt dat het stikstofbeleid van het kabinet niet serieus meer kan worden genomen. Dat werkt averechts om het stikstofprobleem op te lossen. Hoekstra gaat ‘over het randje‘. Premier Rutte probeert Hoekstra’s breken met het kabinetsbeleid te maskeren om zijn kabinet te redden.

Schermafbeelding van deel artikelRutte: Stikstofuitspraken Hoekstra staatsrechtelijk op het randje‘ in Trouw via ANP, 19 augustus 2022.

Hoekstra laat zich kennen als een politicus die bang is om de stem van het platteland te verliezen. Hij vergeet dat de impasse waar het stikstofbeleid in is verzeild geraakt grotendeels het gevolg is van de pro-agro-industrie opstelling van het CDA in de afgelopen jaren.

Hoekstra goochelt met cijfers en wil de doelstelling van 2030 naar achteren schuiven. Dat is te eenzijdig gedacht vanuit het boerenbelang en negeert de waarschuwingen van de natuur- en milieu-organisaties dat een reductie met 50% van de stikstofuitstoot in 2030 al het minimum is om de diversiteit en veerkracht van de natuur te redden.

Hoekstra weet dat hij tegenstrijdig is als hij zegt de doelstelling van 50% reductie in 2030 te willen handhaven en volgende generaties niet op te willen zadelen met problemen, maar de reducties op veel plekken toch uit te willen stellen. Dat kan niet. Het is het een of het ander.

Schermafbeelding van deel artikelRutte: Stikstofuitspraken Hoekstra staatsrechtelijk op het randje‘ in Trouw via ANP.

Door zijn uitspraak zet Hoekstra stikstofminister Christianne van der Wal (VVD) in de kou. Het CDA laat haar vallen. Dat zullen vooral VVD en D66 Hoekstra kwalijk nemen. Tegelijk beseffen deze partijen dat het CDA aan steun verliest op het platteland, in een identiteitscrisis verkeert, geen gezaghebbende leider heeft en een uitweg uit de eigen politieke impasse gegund moet worden.

Wopke Hoekstra maakt zich met zijn electorale opportunisme en angst voor de radicale boeren en agro-industrie, en gebrek aan standvastigheid om de rug recht te houden politiek ongeloofwaardig. Hij zou zich als partijleider van het CDA met zijn uitspraak over het stikstofbeleid wel eens definitief gediskwalificeerd kunnen hebben. Wie zal hem nog op zijn woord geloven?

NOS Journaal mist het nieuws. Wat zeggen de fouten en wat moeten we ermee?

Henk Bleker in het bulletin van 20.00 uur van het NOS Journaal van 5 augustus 2022.

I. Mijn misnoegen over de in mijn ogen tekortkomingen van het NOS Journaal heb ik hier vaker geuit. Ik weet niet goed of dat gerechtvaardigd is. Dat ik het NOS Journaal een gebrek aan context verwijt kan ook mijn tekortkoming zijn. Mijn gebrek aan context en relativering.

Want hoe eerlijk is het om de hoge standaard van de top van de westerse journalistiek, zoals ik die vooral ken van Britse en Amerikaanse media, te projecteren op het NOS Journaal? Dat heeft onvoldoende middelen voor zo’n hoge standaard. Er is blijkbaar te weinig budget en het ontbreekt aan voldoende hoog gekwalificeerde journalisten en bureauredacteuren om zo’n standaard hoog te houden.

Toch was ik ondanks die bedenkingen gisteren ontdaan over de eerste twee items van het bulletin van 20.00 uur van het NOS Journaal van 5 augustus 2022 die naar mijn idee zelfs een middelmatige standaard niet haalden. Wat moet de Nederlandse nieuwsconsument met dit NOS Journaal?

De eerste twee items die de opening vormden misten in mijn ogen het overzicht, het politieke inschattingsvermogen en de stoot, de punch die er een volwaardig journalistiek Item van had gemaakt. 

Deze items bleven in mijn ogen hangen in halfslachtigheid en de niet ingeloste belofte van zorgvuldige verslaggeving en analyse van het nieuws. Ik vond het niet goed.

Daarnaast had ik vooral bij het eerste item bedenkingen over de politieke invalshoek die de redactie en verslaggevers van het NOS Journaal kozen. Ik kreeg de indruk dat het NOS Journaal zo bevreesd is om door radicaal-rechts gestigmatiseerd te worden als staatsomroep dat het doorsloeg naar de andere kant en zich tot woordvoerder van radicaal-rechts maakte. Dit NOS Journaal is niet links, maar rechts.

Hoe de hoofdredactie van NPO Nieuws kan menen dat dit bulletin in verslaggeving en politieke analyse de nieuwsconsument volledig informeert is het raadsel waar ik mee bleef zitten.

II. Het eerste item ging over het stikstofoverleg In Utrecht. Dat werd voorgesteld als een sportwedstrijd tussen de regering inclusief bemiddelaar Johan Remkes aan de ene kant en de boerenorganisaties aan de andere kant. Het vermogen van het NOS Journaal ontbrak om dit overleg in een context te plaatsen. 

Niet alleen kreeg voormalig CDA-landbouwstaatssecretaris Henk Bleker ruimte om het boerenbelang naar voren te brengen en af te geven op de regering waar hij 10 jaar geleden nog deel van uitmaakte, maar zijn rol en functie in dit dossier werd in het verslag niet belicht.

Juist door toenmalige CDA’ers als Bleker die jarenlang elke hervorming van het landbouwbeleid blokkeerden en niet opereerden als dienaar van de publieke zaak, maar als lobbyist voor de agro-industrie, de Rabobank en de landbouwsector zitten Nederland en de boeren nu met een stikstofprobleem opgezadeld dat niet tijdig aangepakt is. Nu positioneert Bleker zich als deel van de oplossing, terwijl hij deel van het probleem is. Maar het NOS Journaal stipt zijn vroegere blokkerende rol niet eens aan. Waarom niet?

Een andere onevenwichtigheid was dat in het item elke verwijzing naar natuur- en milieuorganisaties en wetenschappers ontbrak. Dat had in de afronding van het item gekund, maar dit tegengeluid ontbrak volledig. Deze organisaties en wetenschappers waarschuwen ervoor dat het regeringsbeleid van 50% stikstofreductie niet afgezwakt kan worden.

Als de bureauredactie van het NOS Journaal beter had nagedacht of meer politieke durf had getoond om objectief te zijn, dan had het grofweg drie posities geschetst: de boeren die voor afzwakking van het regeringsbeleid gaan en de invoering van maatregelen willen vertragen, het regeringsbeleid en de natuurorganisaties die het regeringsbeleid als een minimum zien waar niet aan gemorreld kan worden. 

Dit conflict tussen drie posities werd door het NOS Journaal gereduceerd tot een conflict tussen twee posities. Dat is geen informatie van de nieuwsconsument, maar desinformatie. Het NOS Journaal gaf volop ruimte aan vier zich radicaal uitende vertegenwoordigers van boerenorganisaties, maar liet geen enkel geluid horen uit de natuur- en milieuorganisaties of de wetenschap.

Wie er nader over nadenkt zal moeten constateren dat de invalshoek van het NOS Journaal absurd is. Radicale tegen het binnenlands terrorisme aanleunende boerenleiders en opportunisten als Bleker krijgen zonder enig woord van kritiek gratis zendtijd, terwijl de stem of visie van natuurorganisaties en wetenschappers niet worden verwoord.

III. Over het tweede item zal ik kort zijn. Dat ging over de uitkomsten van het proces dat enkele nabestaanden van de slachtoffers van de schietpartij in de VS in 2012 op de Sandy Hook-school tegen de radicaal-rechtse complotdenker Alex Jones (Infowars) hadden aangespannen.

Jones moest degenen die hem hadden aangeklaagd niet alleen 4,1 miljoen dollar schadevergoeding betalen en verloor dus deze zaak, maar Jones’ advocaten lekten per vergissing zijn toenmalige telefoonverkeer aan de tegenpartij. Het NOS Journaal bracht netjes deze feiten, maar vergat om de zaak in een bredere context te zetten.

De zaak zorgde de afgelopen dagen voor opschudding in de VS omdat complotdenker Jones tijdens de Trump-jaren een centrale rol had in de radicaal-rechtse beweging en contact had met belangrijke mensen daarin. Zoals Trumps adviseur Roger Stone. Die contacten zelf dreigen nu door de onthulling van Jones’ telefoonverkeer in gevaar te komen. 

De essentie van de Alex Jones-zaak noemde het NOS Journaal niet. Namelijk dat zowel de 6 Januari-commissie van het Huis en federale onderzoekers de telefoongegevens van Jones hebben opgevraagd om daar mee aan de slag te gaan en mogelijk types als Stone aan te klagen. De essentie van de rechtszaak tegen Jones was dus niet zozeer zijn veroordeling, maar het onthullen van feiten over Jones’ contacten in Trumpiaanse radicaal-rechtse kring.

IV. Het lijkt ongepast om te hard te oordelen over dit NOS Journaal en NPO Nieuws. Het ontbreekt zichtbaar aan middelen en kwaliteit. Dat uit zich trouwens ook in de vele technische storingen om via NPO Start online terug te kijken. Met de melding ‘failed to retrieve the server certificate‘ geeft de publieke omroep zich publiekelijk een brevet van onvermogen. De techniek is niet op orde en de klachten daarover worden op sociale media breed gedeeld. Dat stoot potentiële kijkers af.

Als het NOS Journaal met Nieuwsuur het paradepaardje van de nieuwsvoorziening van de publieke omroep wil zijn, dan heeft het ondanks verzachtende omstandigheden (vakantie, klein land) een standaard hoog te houden. Ik betwijfelde gisteren of die werd gehaald. Ik meende zelfs dat de redactie van het NOS Journaal aan de promotie van radicaal-rechtse praatjes deed. Het NOS Journaal wekte sterk de indruk voor complotdenkers te buigen.

Het is de samenleving die bepaalt of het NOS Journaal en NPO Nieuws de middelen krijgen om volgens een hoge journalistieke standaard te werken en wat zelfbewuster, ambitieuzer en kwalitatiever te opereren. De constatering dat dit niet lukt is niet bedoeld om de publieke omroep niet serieus te willen nemen, maar om die juist wel serieus te nemen. Versterk de nieuwsvoorziening van de publieke omroep en maak er een bastion van kwaliteit van.

Amerikaans ultra-rechts probeert Nederlandse radicale boeren in te lijven. Een weerwoord

Schermafbeelding van deel blogpostDutch Resistance Grows as Farmers Block Highways‘ van Michael Yon 27 juli 2022.

Op de protesten van de radicale Nederlandse boeren reageert ultra-rechts in de VS met instemming. Zoals voormalig president Donald Trump die de protesten aanstipte in een toespraak of de controversiële Amerikaanse militaire reporter Michael Yon die zich op dit moment vanuit Nederland in enkele stukjes uitlaat over de boerenprotesten in Nederland.

Yon is het er niet om te doen om zijn lezers te informeren, maar om ze een frame in te leiden van alternatieve feiten. Hij ziet de boerenprotesten als opstand ‘(uprising‘) tegen de gevestigde orde. Dat beeld knoopt hij eraan. Hij ontkent de klimaatproblematiek. Zijn missie is zijn verdienmodel.

In de retoriek van het ultra-rechtse gedachtengoed praat Yon over het WEF en OGNETH. Dat eerste staat voor het World Economic Forum dat in een niet onderbouwde stelling volgens hem in binnenkamertjes de wereld bestuurt en dat laatste voor Occupying Government Netherlands.

Die vermeende binnenlandse bezetting door de regering Rutte gaat voorbij aan de fijnmazige werking van de Nederlandse democratie met een Tweede Kamer met 20 fracties waarin alle maatschappelijke geledingen zijn vertegenwoordigd, zoals de boeren (BBB), radicaal-rechts (PVV, FvD, JA21, SGP, Groep van Haga) en gematigd-rechts (VVD, CDA). Het klimaatbeleid van het kabinet wordt in beide kamers door een parlementaire meerderheid gesteund.

Yon gebruikt als een leunstoel-commandant de taal van misnoegen, verbolgenheid en illusie als wapen. Het jargon van de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 legt Yon op de Nederlandse situatie. Door te proberen de Nederlandse radicale boeren in zijn strijd en gedachtengoed in te lijven doet Yon een poging tot internationalisering én legitimatie van dat ultra-rechtse Amerikaanse gedachtengoed. Maar er ligt een oceaan tussen de Amerikaanse en Nederlandse democratie.

Bij de blogpostDutch Resistance Grows as Farmers Block Highways‘ van 27 juli 2022 heb ik vandaag onderstaande reactie aangeboden, die nog niet goedgekeurd is door Yon en waarvan ik betwijfel of die door hem geplaatst wordt. Ultra-rechts eist voor zichzelf vrijheid van meningsuiting, maar gunt dat opponenten niet omdat het niet terecht wil komen in een inhoudelijk openbaar debat. Het wil gecontroleerd zenden, maar niet ontvangen. Zeker niet in het eigen domein van de ultra-rechtse sociale media waar elke nuancering als ongepast en storend wordt opgevat:

It is too simple to speak about farmers or Dutch farmers.

The context of the actions is not mentioned. How do they come about? 

Well, it’s all about a small group of radical ranchers. They are actively supported by the multinational Dutch agro-industry and financiers, such as Rabobank.

In other words, the agro-industry defends its own revenue model of more production over better production. The farmers are trapped in that revenue model.

The actions of the small group of radical farmers have further radicalized in recent weeks. With the latest actions they endanger road safety and public order. What they did is a criminal act punishable by 12 years in prison.

The Rutte government responds cautiously and wants to deescalate. It will sit down with the largest farmers’ organization LTO.

The Netherlands has a tradition of talking, consultation and moderation. The radical farmers break through that and the government does not have a suitable answer.

The government is bound by international treaties to reduce nitrogen emissions. Agriculture is responsible for about half of those emissions.

American readers may not know this, but Dutch agricultural production is the second largest in the world. Dutch agriculture is mainly export-oriented. But the Netherlands is a small country.

The pollution of soil, water and air is too great due to that production. This is not only legally unfeasible, but also unsustainable for the health of the inhabitants and a balanced living environment. That is why the government must intervene.

It is unfortunate that an economic and health issue that can reasonably be solved by the radical farmers and political activists is being politicized.

Laks optreden van regering en politie beschadigt Nederland meer dan de radicale boerenprotesten

Boeren dumptenhttps://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5323679/boeren-afval-dumpen-snelweg-aannemer-bedreigd-rijkswaterstaat-a1 gisteren afval, onder andere bij een oprit van de A1 bij Enter‘. RTL Nieuws, 28 juli 2022

Goedwillende burgers worden steeds verbaasder over de incompetentie van de politie en de lethargie van de regering. Het lakse optreden beschadigt het vertrouwen in de politiek. 

De openbare orde wordt ernstig verstoord door radicale boeren en daar wordt bijna niet tegen opgetreden. Waarom niet? Het land hangt vol met observatiecamera’s, maar de politie heeft blijkbaar onvoldoende informatie om de radicale boeren die de openbare orde verstoren en aannemers intimideren op te pakken.

Terwijl er toch in 2019 ook al boerenprotesten waren. Waarom hebben veiligheidsdiensten zich er niet beter op voorbereid? Waarom laat de regering zich opnieuw verrassen?

Ach, als het klimaatactivisten waren, dan zaten ze al in de bak. 

Het gaat niet om maffia-achtige criminele organisaties, maar om radicale boeren die gesteund worden door de agro-industrie die via deze boeren het eigen verdienmodel van met name de intensieve veeteelt probeert veilig te stellen. Hoe moet dat dan wel niet zijn als de Nederlandse politie komt te staan tegenover internationale professionele criminele organisaties die keihard en meedogenloos zijn? 

Ik kan maar een reden bedenken waarom de regering niet ingrijpt. Naast labbekakkerigheid. Namelijk dat het eerst de slag om de publieke opinie probeert te winnen en pas als die is gewonnen gaat optreden. Het idee is dat hoe radicaler de acties van de radicale boeren worden, hoe meer de steun voor hen afneemt. 

De regering toont angst door niet op te treden. Dat triggert de radicale boeren nog meer tot acties. Het lakse en te late optreden van de regering leidt tot escalatie.

Maar wat wordt er in die tussentijd niet beschadigd aan het zelfbeeld van Nederland en de Nederlanders. Zoals het geloof in een betrouwbare en doelmatige overheid en een neutrale politie waar burgers op kunnen rekenen. De goedwillende burger weet niet meer welke politieke partij nog een stem waard is.

Klimaatactivisten moeten niet demonstreren in musea, maar lef en moed tonen in het veld waar de fossiele brandstof-industrie opereert

Schermafbeelding van deel commentaarKlimaatactivisten protesteren steeds vaker in een museum, media-aandacht gegarandeerd. Maar is het wel kies om kunst te gebruiken voor je klimaatboodschap?‘ van Arjan Reinders in het DvhN, 26 juli 2022.

Mooi commentaar van Arjan Reinders in het DvhN: ‘Klimaatactivisten protesteren steeds vaker in een museum, media-aandacht gegarandeerd. Maar is het wel kies om kunst te gebruiken voor je klimaatprotest?

De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Nee, het is niet kies, maar gemakzuchtig en grof om kunst in musea voor eigen doel te gebruiken. Daar moet men vanaf blijven. 

Opvallend is dat een vorige generatie klimaatactivisten alleen demonstreerde in musea als een museum een sponsorrelatie had met een bedrijf van fossiele brandstof. Dat had logica. 

Nu lijkt die voorwaarde verlaten en lijkt alles te kunnen. Klimaatactivisten kopiëren elkaars actie. Wellicht mede ingegeven door radicaal-rechtse activisten, zoals de Nederlandse radicale melkveeboeren die van de overheid bijna niets in de weg werd gelegd. 

De inzet van de klimaatdemonstranten is hoog: een ander energiebeleid van regeringen. Daarom wordt de zwakste schakel aangepakt: kunst in een openbaar museum waar men zich aan vastlijmt. 

Deze activisten framen zich als hedendaagse helden met een Robin Hood complex. Ze beseffen onvoldoende wat ze hiermee kapot maken.

Hun aanpak geeft de machteloosheid van de klimaatactivisten weer. En hun gebrek aan lef en moed. Waarom richten ze hun protest niet direct op de fossiele brandstof-industrie? Zoals het bezetten van een hoofdkantoor, een olieplatform of een verdeelstation van een gaspijpleiding? 

Of indirect het bezetten van organisaties die een sponsorrelatie met de fossiele brandstof-industrie hebben. Of een ministerie van Algemene Zaken of Economie en Klimaat. Dan is er nog enige logica in een actie die oorzaak en gevolg verbindt. Nu ontbreekt die logica volledig.

Wat heeft kunst in een publiek museum met energiebeleid te maken? Enige reden is de publicitaire aandacht. Vinden klimaatactivisten dat een voldoende reden in hun wereldwijde kopieergedrag? Openbaar kunstbezit wordt zo door klimaatactivisten tot een politiek middel gemaakt.

Aan de doelmatigheid van de actie kan men overigens twijfelen. Wat blijft hangen is de aandacht voor het kunstwerk, de lijst en het beschermende glas, het museum en het optreden van museumstaf en politie. Omdat de inhoudelijke relatie met de fossiele brandstof-industrie ontbreekt zal dit vastlijmen aan openbaar kunstbezit de publieke opinie over het klimaat nauwelijks beïnvloeden. Het zal wel de gram van de museumsector oproepen.

Men mag hopen dat er klimaatactivisten opstaan die het klimaatprobleem direct aan de bron durven aanpakken. Dat is nodig. De beschermde omgeving van een museum misleidt de klimaatactivisten dat ze doelmatig bezig zijn in het beïnvloeden van publieke opinie, politiek en bedrijfsleven. Wat ze doen is niet meer dan het strelen van het eigen ego bij gebrek aan durf voor harde actie in het veld.

Dogma van omgekeerde vlag zit gematigd nationalisme in de weg

Omgekeerde Nederlandse vlag aan een wegwijzer. Foto ter illustratie. © Ricardo Smit‘. In: De Gelderlander, 13 juli 2022.

De actie van de radicale boeren om de Nederlandse vlag op de kop te hangen heeft als neveneffect dat het iedereen tot een mening brengt over de vlag en de relatie tot het nationalisme. Hoe moeten we ons ertoe verhouden? 

Laat ik mijn positie verduidelijken. Ik ben geen hardcore nationalist die tranen in de ogen krijgt bij het zien van het rood-wit-blauw. Dat had ik al niet in militaire dienst toen ik getuige moet zijn van het appèl met hijsende en strijkende vlaggen. 

Ik ben een Republikein die de koning en zijn naaste familie tolereert, maar een luchthartige tegenzin voel als de Oranjes de symboliek van de Nederlandse vlag naar zich toetrekken. Ze zijn in mijn ogen zetstukken die mijn waardering van het nationalisme en de viering ervan in de weg staan. En de symboliek van de vlag niet versterken, maar verzwakken door hun eigen ongeloofwaardigheid. 

Daarmee ben ik nog geen tegenstander van nationalisme en de symboliek die daarbij hoort. Ik ben voor een gematigde vorm van nationalisme. Voordeel is dat de tegenpool, het globalisme sinds zo’n vijf jaar aan geloofwaardigheid heeft ingeboet. Maar nadeel is dat die weggevallen tegendruk van het globalisme doorschiet in een vorm van nationalisme die valt te definiëren als zich terugtrekken achter de eigen grenzen. 

Gematigd nationalisme is een positie tussen het in beton gegoten, aan de 19de eeuw ontsproten idee van een natiestaat van radicaal-rechts. Dat is begrensd en onrechtvaardig door uitsluiting van allen die niet in dat idee passen. Het kosmopolitisme van liberale vrijgestelden, multiculturele denkers en radicaal-links dat nationalisme bij het oud vuil zet zie ik evenmin als zinvol om een land bij elkaar te houden. Om van de radicale islam dat geen grenzen erkent nog maar te zwijgen.

De EU is de context voor Nederland dat controle heeft over het eigen territorium. Want er is naar mijn idee geen alternatief dat beter is. Daar hoort weerbaarheid bij om weerstand te bieden aan krachten die de democratie willen ondermijnen en zelfs afschaffen. Bij weerbaarheid van de democratie hoort onlosmakelijk het overeind houden en zelfs promoten van de eigen waarden. Dat zijn universele waarden over vrijheden en rechten die in de grondwet staan omschreven en onder de nationale rechtsstaat gegarandeerd worden. 

© Brunopress. In: AD, 19 juli 2022.

De radicale boeren en de door hen in hun beweging getolereerde infiltranten met een anti-overheidsagenda met hun omgekeerde vlaggen hebben recht op hun mening. Het gebaar om de Nederlandse vlag op de kop hangen moet kunnen. Mits dat vrijwillig gebeurt en publiek bezit zoals portalen, wegwijzers en lantaarnpalen buiten schot blijven. Het oprekken van een noodsignaal uit de scheepvaart is potsierlijk. Boeren hebben het wellicht economisch en mentaal moeilijk, maar verkeren niet in levensnood. Maar toe-eigening van symboliek is vrij.

Ze gaan wel ver in hun acties die de openbare orde verstoren en de machteloosheid en het gebrek aan doelmatigheid van politie en veiligheidsdiensten blootleggen. Maar dat valt niet de radicale boeren te verwijten, maar de slecht georganiseerde overheidsdiensten. 

Het is in mijn ogen misleidend dat de radicale boeren om hun eigenbelang te verdedigen zoveel onwaarheden over voedselvoorziening, milieu-maatregelen en de positie van overheid en kabinet verkopen. Die onwaarheid heeft een aanzuigend effect op complotdenkers, sensatiezoekers en ruggengraatloze en bange dienaren in het openbaar bestuur. 

Maar vooral zijn de radicale boeren niet eerlijk over hun eigen positie. Want ze zijn niet zozeer slachtoffer van de Nederlandse overheid dat door nationale en supranationale wetten verplicht is om beleid uit te voeren, maar van het verdienmodel van de agro-industrie en de financiële instellingen in de landbouwsector die de boerensector uitzuigt en gevangen houdt en eenzijdig op het spoor van de mega-productie heeft gezet. 

Waarom kaarten de radicale boeren dat niet publiekelijk aan en blokkeren ze het hoofdkantoor van de Rabobank en de kantoren van de megabedrijven van de agro-industrie, zoals A-ware, De Heus en VanDrie? Durven de radicale boeren dat niet of  kunnen ze dat niet omdat hun protestacties door deze megabedrijven worden betaald die daarmee hun verdienmodel verdedigen? 

Ook aan de Hotel Vosbrug in Zevenhuizen hangen vlaggen op z’n kop‘. In: Hart van Holland Waddinxveen, 14 juli 2022.

Wat vind ik nou van de omgekeerde Nederlandse vlag als protest? Ik vind dat het gebaar zelf moet kunnen, maar dat de argumenten die de radicale boeren ervoor geven niet kloppen. Het omkeren mag, maar de onderbouwing ervoor is zwak en verkeerd gericht. 

Bijvangst is dat de protestactie van de radicale boeren het nationalisme en de symboliek van het koningshuis aantasten. Dat eerste vind ik de jammer omdat het het nationalisme politiseert en het ontstaan van een gematigde vorm ervan bemoeilijkt. Over dat laatste ben ik niet treurig.

Als politie en politiek zich al af laten troeven door amateur-boeren, wat zal hun antwoord dan zijn op professionele criminele organisaties?

Schermafbeelding van deel artikelMob-style killings shock Netherlands into fighting descent into ‘narco state’ van Senay Boztas in The Guardian, 3 juli 2022.

Afgelopen week liet de Nederlandse ordehandhaving zich van haar boterzachte kant zien. Politiechef Willem Woelders zei in een interview in NRC dat de politie het boerenprotest niet kan stoppen. Wat voor signaal geeft dat af aan de bevolking die ermee heeft ingestemd dat de politie het geweldsmonopolie heeft als de politie dat niet waar kan maken? Dat wordt ook wel een kenmerk van de soevereine staat genoemd. Zo ondermijnt de politie de democratie.

Raadselachtig was dat Woelders zei tevreden te zijn met het politieoptreden. Terwijl velen in het land zich zorgen maakten over de lauwe reactie van de politie die zichtbaar de controle had verloren. Er lijkt wat te schorten aan het zelfbeeld van de Nederlandse politie. 

Het gaat notabene niet om maffia-achtige criminele organisaties, maar om radicale boeren die gesteund worden door radicaal-rechtse partijen en de agro-industrie die via deze boeren het eigen verdienmodel van met name de intensieve veeteelt probeert veilig te stellen. De protesten trekken anti-overheids beroepsactivisten aan, maar nog steeds telt dat niet op tot een georganiseerde criminele organisatie.

De politie neemt het op tegen amateurs en legt het hoofd in de schoot. Hoe moet dat dan niet zijn als de Nederlandse politie komt te staan tegen internationale professionele criminele organisaties die keihard en meedogenloos zijn? Het artikel in The Guardian is al in de kop duidelijk: ‘Mob-style killings shock Netherlands into fighting descent into ‘narco state’.

Wolders introduceert een valse tegenstelling als hij zegt ‘het is voor iedereen veiliger om te deëscaleren.’ Ten koste van wat? Hij stelt het zo voor dat de enige stap, het laatste redmiddel, om het geweld van de boeren te voorkomen het gebruik van ‘het vuurwapen of andere geweldsmiddelen‘ is.

Dat is aantoonbare onzin. Infiltratie in de boerenbeweging, massale aanwezigheid van politie bij de boerenprotesten, duidelijke communicatie vooraf van wat door de overheid zal worden getolereerd en hard optreden bij het begin van een boerenprotest door inbeslagname van trekkers zijn de middelen die voor het gebruik van het vuurwapen liggen. Dat laat Woelders ongenoemd. 

Als Woelders zou zeggen dat de politie slecht georganiseerd is en slecht geleid wordt en te veel taken op het bordje heeft gekregen, door de politiek verplicht wordt om de verkeerde prioriteiten te stellen (voetbalwedstrijden), opeenvolgende mislukte digitaliseringsprojecten heeft ondergaan die de doelmatigheid ondermijnen en een fundamenteel gebrek aan middelen (mensen, materiaal) heeft, dan zou hij een strek punt hebben. Maar het past in de pappen-en- nathouden retoriek van de politieleiding dat zoiets niet publiekelijk wordt gezegd,

Een belangrijk aspect is dat de Nederlandse politie een imago van liefheid en terughoudenheid heeft en geen afschrikkend effect heeft. Er zijn geen bewindslieden van Justitie, Binnenlandse of Algemene Zaken van wie vooraf bekend is dat ze hard willen optreden tegen verstoorders van de openbare orde. Dat geeft de radicale boeren de ruimte om een loopje met de politie te nemen omdat ze terecht inschatten weg te komen met de verstoring van de openbare orde.

Hubert Smeets verwees naar dat aspect in een column met de titel ‘Op geweld en samenspanning staan klip en klare gevangenisstraffen‘: ‘Rutte taxeert de ernst niettemin rooskleuriger. Hij denkt nog steeds te kunnen „voorkomen” dat politie en burgemeesters moeten „optreden”, zoals hij daags na het boerengeweld zei. De premier wil geen bloedhond zijn.

Smeets verwijst naar de Weimarrepubliek en minister van Binnenlandse Zaken Gustav Noske die in 1919 de politie hard liet optreden tegen communistische opstandelingen die vanuit Rusland werden aangestuurd. Noske besefte dat hij vanuit zijn functie nu eenmaal de bloedhond moest zijn. Binnen de Nederlandse regering en politie wil niemand de bloedhond zijn.

De vergelijking met de Weimarrepubliek kan nog anders bekeken worden door ons af te vragen waarom Nederland geen staatslieden van het kaliber Friedrich Ebert of Gustav Stresemann kent die met slim strategisch manoeuvreren uitstijgen boven de situatie van alledag. De tegenstelling die Smeets schetst tussen pyromanen en bloedhonden luidt dan anders, namelijk die tussen bloedhonden en onverschrokken leiders.

Radicale melkveehouders zijn Drama Queens in ketelpak en op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen

Activistische radicale boeren gooien hun eigen glazen in met acties zoals het blokkeren van snelwegen. Denken ze zo de steun bij het publiek te vergroten? Hun blik is vernauwd. Ze handelen uit een combinatie van kortzichtigheid, frustratie, woede en gebrek aan realiteitszin. Opgestookt en opgejaagd door de agro-industrie en banken die de boeren financieel gevangen houden en populistische radicaal-rechtse partijen als BBB, JA21, PVV, FVD en de SGP.

Het gaat voornamelijk om intensieve melkveehouders die protesteren en zich benadeeld voelen. Ze vatten de aangekondigde maatregelen om de vervuiling met stikstof terug te dringen bijna op als een persoonlijke belediging. Een groot deel van de Nederlandse boeren doet aan fruit-, bloemen-, en groenteteelt en produceert duurzaam en biologisch en is evenwichtig en toekomstgericht. Hun standpunt wordt in de media of het politieke debat onvoldoende gehoord. Radicale veehouders zijn Drama Queens in ketelpak op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen.

Er wordt door deze boeren en rechts-radicale onruststokers vaak gesteld dat premier Rutte en zijn ministers zijn losgezongen van de realiteit. Maar het zijn vooral de radicale melkveehouders die het zicht op de realiteit zijn kwijtgeraakt. Ze voelen zich slachtoffer van de overheid en zien onvoldoende in dat ze het verdienmodel van de agro-industrie zijn geworden. Maar daar richten ze hun pijlen niet op. Mede omdat de huidige acties door deze agro-industrie worden gefinancierd. Ook radicale boeren bijten niet de hand die hen voedt.

Feiten tellen. Krimp van de veestapel is noodzakelijk om de natuur- en klimaatcrisis aan te pakken. De overheid wil melkveehouders uitkopen. Ze kunnen hun bedrijf stoppen of overstappen op een ander soort productie. Zo’n 80% van de Nederlandse landbouwproductie wordt geëxporteerd. Het is een misverstand dat sanering van de melkveehouderij de voedselvoorziening in gevaar brengt. Integendeel. Het is de intensieve melkveehouderij die de Nederlandse voedselvoorziening in gevaar brengt.

Radicale boeren lijken niet te stoppen met hun wilde acties. De politie handelt terughoudend, terwijl deze boeren de openbare veiligheid in gevaar brengen. Of bestuurders die over het stikstofdossier gaan bedreigen. Het kabinet moet harder optreden vanwege de rechtsgelijkheid en de eigen geloofwaardigheid. De radicale boeren moeten nu de wacht aangezegd worden.

Deze radikalinski’s willen ‘meer respect en minder regels’. Dat klinkt tamelijk puberaal. Want iedere burger wil meer respect en minder regels. Maar dat kan een specifieke beroepsgroep niet alleen bepalen voor anderen en voor heel Nederland. Het kan niet dat de belangen van allen ondergeschikt worden gemaakt aan het belang van een specifieke beroepsgroep, te weten de geradicaliseerde intensieve melkveehouders. Zijn ze nog toerekeningsvatbaar?

Zowel in 2019 als nu hebben media de protesten van de radicale boeren tamelijk welwillend verslaan. Alsof ze bang zijn om een te kritisch geluid te laten horen en zelf tot doelwit van protest te worden. Radicale melkveehouders krijgen weer volop gratis publiciteit, maar desondanks voelen ze zich tekortgedaan. De radicale boeren staan het eerlijke verhaal zelf het meest in de weg. Maar ze begrijpen dat niet of doen in gespeeld onbenul alsof ze het niet begrijpen. Laten we niet in de misleiding door en de beeldvorming van deze imitatie-cowboys van de Lage Landen trappen.