George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Democratie

Gedachten bij de foto: ‘Portrait of Nesuhi Ertegun, Herb Abramson, Ahmet M. Ertegun (..), Turkish Embassy, Washington, D.C., ca. 1940’

leave a comment »

Je gaat het pas zien als je het door heb’, zo luidt een uitspraak van Johan Cruijff. Als je niet doorhebt wat je ziet, dan begrijp je bovenstaande foto niet. Op het eerste oog gaat het om een gezelschap goed geklede mannen in een luxe, exotische omgeving. Een gemengd gezelschap witte en gekleurde mannen. Op de achtergrond is een beeld van een persoon zichtbaar.

Wat is de sleutel om deze foto te kunnen begrijpen? Dat kan de meest rechtse man zijn, de invloedrijke tenorsaxofonist Lester Young die door zoals alle jazzmusici een bijnaam had: ‘Prez’. Die werd hem gegeven door zijn vriendin Billie Holiday. Ah, als dat beeld op de achtergrond nou eens de stichter van de Turkse staat Mustafa Kemal Atatürk is, dan heeft dit iets met Turkije te maken. De link tussen jazz en Turkije zijn de Turks-Amerikaanse broers Ertegun, Nehushi en Ahmet. De eerste voerde vanaf 1955 de jazzcatalogus van het platenlabel Atlantic tot grote hoogte. Met iconische opnames van John Coltrane en Ornette Coleman.

In 1934 was Munir Ertegun de vader van Nehusi en Ahmet benoemd tot Turks ambassadeur in de VS. Dat was hij tot hij in 1944 overleed. De zoons woonden in de Turkse ambassade bij hun ouders. Bij het Wikipedia-lemma van zijn naam staat: ‘As the Republic’s ambassador to Washington, Ertegun opened his embassy’s parlors to African American jazz musicians, who gathered there to play freely in a socio-historical context which was deeply divided by racial segregation at the time’. Het klopt dat pas vanaf het eind van de jaren 1930 langzaam de rassenscheiding binnen de jazz- en muziekindustrie veranderde. Onder meer door toedoen van witte musici als Benny Goodman en Charlie Barnet die ondanks maatschappelijke druk zwarte musici engageerden.

Het is aannemelijk om te veronderstellen dat dankzij de broertjes Ertegun de Turkse ambassade werd opengesteld voor witte én Afro-Amerikaanse jazzmusici. Want in de stad konden ze begin jaren 1940 niet samenspelen, zoals dit verslag verduidelijkt. Het bijschrift van de foto geeft uitsluitsel. Het is circa 1940 en de musici worden gefotografeerd in de Turkse ambassade in Washington DC. Lester Young gaat vergezeld van musici als Mezz Mezzrow, J. C. Higginbotham, Art Hodes, Lou McGarity, Sidney De Paris en Henry ‘Red’ Allen. Volgens een ander verslag begon Nehusi Ertegun met behulp van Herb Abramson vanaf 1941 in Washington DC jazzconcerten te organiseren, met het eerste geïntegreerde concert in 1942. 

Aardig aan deze foto is dat het de beeldvorming over Turkije als een nationalistisch en etnisch bijziend land bijstelt. Hoewel het verschil tussen het seculiere en islamitische Turkije de koers van het huidige Turkije ook reliëf geeft. Zo staan de broers Ertegun en hun vader symbool voor een tolerant Turkije dat tijdens het Ottomaanse Rijk een veelvolkerenstaat met vele minderheden was. Toch is het bijzonder dat het in 1940 en de jaren daarna twee Turkse broers waren die hielpen de rassenscheiding in de VS te helpen doorbreken in de Turkse ambassade. Ofschoon het ook wel logisch is dat alleen buitenstaanders dat konden doen omdat ze de last van de toenmalige Amerikaanse samenleving niet voelden. Uiteraard is het triest dat dit nodig was omdat musici elders niet samen konden spelen. Of zelfs samenleven. Zo relativeert de foto vanzelfsprekendheden. Over de VS als open, pluriforme samenleving en over Turkije als gesloten samenleving. We hebben het door. 

Foto: William Gottlieb, [Portrait of Nesuhi Ertegun, Herb Abramson, Ahmet M. Ertegun, Mezz Mezzrow, Jay Higginbotham(?), Art Hodes, Lou McGarity, Henry Allen, Lester Young, and Sadi Coylin(?), Turkish Embassy, Washington, D.C., ca. 1940]. Collectie: Library of Congress. 

Ruth Ben-Ghiat waarschuwt voor Trump en concludeert dat de VS geen democratie is. Gevestigde journalistiek negeert dat goeddeels

with 3 comments

Al in 2016 waarschuwde hoogleraar geschiedenis John McNeill voor het fascistische gehalte van Trump. Later herhaalde hoogleraar Timothy Snyder die waarschuwing. President Trump was volgens hem opgeschoven van tovenaarsleerling naar een autoritaire leider die zich boven de wet verheven voelt en de waarheid verdraait. Trump zet anderen op dat pad van autoritarisme en het herschrijven van de geschiedenis. Door de recente inzet van ongeregelde, anonieme federale troepen in Portland (tegen de wens van de lokale autoriteiten in) en dreigementen dat in Seattle of Chicago te herhalen scoort Trump extra langs de fascistische meetlat.

Het kan het publiek niet meer ontgaan. In 3,5 jaar tijd is Trump geëvolueerd van een semi-fascist naar een volbloed fascist. In augustus 2017 schatte ik aan de hand van de kenmerken van McNeill in een commentaar Trump nog in als een driekwart-fascist. Ik merkte toen op: ‘Tegelijk blijft Trump aan de passieve kant wat het gebruik van binnenlands geweld betreft. Hij keurt het niet af, maar propageert het evenmin actief.’ Dat is veranderd sinds de inzet van ongeregelde, federale troepen met het gebruik van traangas tegen geweldloze demonstranten in Lafayette Park in Washington DC op 1 juni 2020.

De verwijzing naar het fascisme wordt gebruikt om te waarschuwen voor een tweede termijn van Trump die kwalijke gevolgen zal hebben voor de Amerikaanse democratie. Zo publiceerde journalist Jonathan Greenberg op 10 juli 2020 een artikel met de onheilspellende titel ‘Twelve signs Trump would try to run a fascist dictatorship in a second term’. Het is de hoogste tijd voor de inventarisatie van Trumps kwade bedoelingen.

Weer een andere hoogleraar geschiedenis Ruth Ben-Ghiat gebruikt voor Trumps optreden in een interview met Salon het begrip ‘fascistic’ om de hedendaagse verschijningsvorm te onderscheiden van de historische. Dat gebruikt ze om te zeggen dat wat Trump en zijn medestanders nu doen gerelateerd is aan de kenmerken van het fascisme maar er niet mee samenvalt. Want er zijn verschillen. De VS onder Trump zijn geen eenpartijstaat en er is nog steeds een vrije pers. Hedendaags fascisme manifesteert zich anders en is daarmee niet minder omvattend en schadelijk. Opvallend is het dat historici als McNeill of Ben-Ghiat die het Italiaanse fascisme hebben bestudeerd of Snyder die een expert is op het gebied van het Sovjet-autoritarisme met een waarschuwing komen. Zij zijn door hun historische expertise in staat om te zien wat het Amerikaanse publiek, journalistiek en politiek niet ziet. Namelijk dat onder Trump de VS is opgeschoven richting autoritarisme.

De journalistiek krijgt opvallend genoeg de meeste kritiek in de vraag van Chauncey Devega aan Ben-Ghiat. Interviewer en geïnterviewde verwijten de gevestigde journalistiek onvoldoende inzicht te hebben in de stand van zaken van de Amerikaanse democratie en Trumps intenties. Tegen alle feiten in blijven ze hoop uitventen en concentreren ze zich op de competitie tussen Trump en Biden, Republikeinen en Democraten. Waarbij ze geen aandacht voor en besef hebben voor de rode lijn achter de verschijnselen: het toenemende autoritaire karakter van de Amerikaanse democratie. Kunnen ze per definitie de ‘fascistic’ tendenzen niet onderscheiden?

Zelfs Nederland kent zo’n goedprater die de ernst van de situatie in de VS negeert. De aan kennisinstituut Clingendael verbonden commentator Willem Post sust met bezwerende praatjes het televisiepubliek in slaap. In een commentaar van november 2016 viel ik hem aan naar aanleiding van een in mijn ogen naïef artikel in NRC waarin hij stelde dat het wel mee zou vallen met Trump. Ik antwoordde daarop: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ Kortom, onnozelheid alom.

Foto 1: ‘Yes man: mask of Mussolini on the façade of the Fascist Part Headquarters, Rome, 1934.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRuth Ben-Ghiat on Trump and the bitter American truth: “We do not have a real democracy”’ in Salon, 23 juli 2020.

Hoe groter Trumps achterstand in de peilingen wordt, hoe waarschijnlijker het wordt dat hij niet volgens de regels zal spelen

with 13 comments

Liefhebbers van de Amerikaanse politiek leven naar de presidentsverkiezing van 3 november 2020 toe. De peilingen laten op dit moment een langzaam oplopende achterstand ‘met dubbele cijfers’ zien voor de zittende, Republikeinse president Donald Trump op zijn Democratische uitdager Joe Biden.

Daar kan door niet-Republikeinen op twee manieren op gereageerd worden: met vertrouwen of met onrust. De houding die men kiest heeft te maken met het vertrouwen in het electorale proces.

Als alles min of meer volgens de regels verloopt, dan is Trump zoals het er nu naar uitziet kansloos voor een tweede termijn. Hij heeft de afgelopen jaren, en vooral het afgelopen half jaar, te veel fouten gemaakt en niets van de grond getild. Behalve belastingverlaging voor veelvermogenden onder wie zijn sponsors en de benoeming van conservatieve rechters. Maar het idee dat hij gewone burgers en zijn land in de steek heeft gelaten wordt door steeds meer Amerikanen gedeeld. Dat vertaalt zich in slechte peilingen voor Trump.

Maar hoe groter Trumps achterstand in de peilingen wordt, hoe waarschijnlijker het wordt dat hij niet volgens de regels zal spelen. In die zin kan de oplopende achterstand van Trump op zijn uitdager Biden als slecht nieuws worden opgevat door progressieven, onafhankelijken en gematigde kiezers. Ze weten dat Trump vals zal gaan spelen om een overwinning die hij niet verdient te stelen. Ze weten alleen niet hoe en wanneer.

Dat vals spelen moet niet opgevat worden als het normale vals spelen waar George ‘W’ Bush zich aan bezondigde in 2000 toen hij in Florida de verkiezingen van Al Gore stal, of Brian Kemp die in 2018 het gouverneurschap van Georgia door kiezersonderdrukking van Stacey Abrams stal. Dat vals spelen zal uitgebreid worden met georkestreerd geweld op straat van paramilitaire en ongeregelde militairen troepen. Dan gaat het niet langer om de procedurele onderduiking van kiezers, maar om daadwerkelijke fysieke onderdrukking. Dat vooruitzicht maakt het ijzingwekkend spannend.

Het enige scenario dat nog enigszins het onheil afhoudt is dat Biden met overweldigende cijfers wint. Zowel wat het aantal stemmen als het Electoral College betreft dat in het Amerikaanse kiessysteem beslissend is. Enkel in dat geval is er geen twijfel mogelijk wie er wint. Stel dat Biden 64% van de kiezers achter zich heeft. Dat betekent in praktijk dat hij bij de stembus, na de systematische kiezersonderdrukking van niet-Republikeinse kiezers, zo 55-60% van de stemmen behaalt. Dat moet voldoende zijn voor een overtuigende overwinning die niet betwist kan worden. In alle andere gevallen zal de VS in chaos verzeilen. Van buiten aangevuurd door de Russische Federatie, China, Iran en Noord-Korea die geopolitiek belang hebben bij de interne verdeeldheid en verzwakking van de VS.

Bij een kleiner verschil wordt het link. Dan gaat Trumps trukendoos open. Dan stuurt hij troepen zonder insignes de straat op. Ze vallen niet onder het militaire opperbevel in het Pentagon, maar onder bevel van het Witte Huis en worden geselecteerd uit niet voor dat doel getrainde grenswachten en gevangenisbewakers. De paleiswacht van Trump, deze Sturmabteilung, deze ‘geheime’ troepen, liep de afgelopen maand al warm in Washington DC, Tulsa en Portland waar het met grof geweld, met het passeren van de Nationale Garde van desbetreffende staat en tegen de zin in van de lokale autoriteiten vreedzame demonstranten de straat afsloeg. Valkuil is dat links-radicale demonstranten de uitdaging aannemen en dat geweld met geweld beantwoorden.

Dit is anarchie ten top aan de top.

Om dit succesvol te kunnen realiseren beheerst Trump het Hooggerechtshof en het ministerie van Justitie waar minister William Barr niet onafhankelijk optreedt zoals de traditie vereist, maar zich manifesteert als Trumps persoonlijke advocaat. Barr legt de grondwet naast zich neer als dat het streven van Trump dient.

Kortom, een kleine verkiezingsnederlaag voor Trump bij de stembus en in het Electoral College + anarchistische inzet van ongeregelde troepen van het Witte Huis + de juridische dekking daarvan kunnen zorgen voor een tweede termijn van Trump. U bent allen gewaarschuwd voor dit onheilsscenario. Bereidt u erop voor dat er in januari 2021 twee presidenten van de VS zijn: een die door de meerderheid van de kiezers gekozen is en Trump. Belangrijk wordt dan hoe de wereldgemeenschap, en in het bijzonder de EU en Nederland zich opstellen. Waarschijnlijk worden de hierboven geschetste scenario’s daar nu al doorberekend.

Written by George Knight

19 juli 2020 at 16:03

Antwoord aan Fidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, gedijt het vrije woord

with 2 comments

Journalist Fidan Ekiz plaatste op de rechts-radicale site TPO het opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’. Aanleiding is de kwestie Johan Derksen en zijn recht om in het programma VI verkeerde grappen te maken met een racistische ondertoon. Met Ekiz ben ik het over dit onderwerp hartgrondig oneens. Ik vermoed dat ze een denkfout maakt en in de verkeerde stelling blijft hangen. Ik betwist het recht van Derksen niet, maar zet daar het recht naast om hem te kritiseren. Dat is een opvatting waar meningen kunnen botsen en waarbij alle middelen uit de kast kunnen worden gehaald. Inclusief een oproep tot een boycot van adverteerders aan een commercieel programma. Ekiz  heeft trouwens veel woorden nodig om iets simpels te zeggen. Daarnaast haalt ze er van alles bij dat haar betoog eerder vertroebelt dan verheldert. Dat geeft geen vertrouwen in de houdbaarheid van haar denkbeelden.

Het debat gaat erover wat de publieke opinie is en hoe die werkt. Dat doorgedacht valt het nog ruimer op te vatten. Het gaat er in de kern over wat de samenleving is. Kan een sponsor van een commerciële omroep met verwijzing naar een politiek doel door een publieksactie opgeroepen worden om afstand te nemen van een programma? Zijn dat achterbakse streken of is dat een toelaatbaar middel om in de openbaarheid politiek te bedrijven? Ik vermoed het laatste.

Een voorbeeld maakt dat wellicht duidelijk. Op dit moment speelt de vrees in de VS dat president Trump oneigenlijke middelen in zal zetten om de verkiezingen van november 2020 te verstoren. Hij ligt ver achter in de peilingen. Naast de optie van het beginnen van een oorlog ter afleiding is er een breed programma van kiezersonderdrukking dat ervoor moet zorgen dat kiezers die op Joe Biden willen stemmen ontmoedigd worden om naar de stembus te gaan. Dat gebeurde ook in 2016. Daarom worden nu bedrijven door Democraten onder druk gezet om zich uit te spreken voor eerlijke verkiezingen. Zo wordt het in Georgia machtige Coca-Cola onder druk gezet door activisten om op hun beurt het Republikeinse bestuur van de staat onder druk te zetten om te zorgen voor eerlijke verkiezingen. Ook voor de eigen werknemers.

Het gaat dus over de bandbreedte van het publieke debat. Waar moet dat getrokken worden? Dit leert dat de grenzen van een open en weerbare democratie mede bepaald worden door de opvatting van politieke cultuur en de werking van de samenleving. De media zijn daar een integraal onderdeel van. Ofwel, is politiek alleen ‘politiek’ in enge zin of moet dat ruimer opgevat worden? Dit gaat over de emancipatie van de deelnemers aan het publieke debat. En omgekeerd over de dominantie van opinieleiders die anderen het recht op een open debat ontzeggen.

Daar komt het meningsverschil over het onder druk zetten van sponsors van het programma VI van Talpa op neer. Het gaat niet over Boomsma of Derksen. Zij zijn de toevallige passanten in dit verhaal. Ekiz neemt het te nauw als ze zegt dat het vrije woord eindigt waar de oproep tot een boycot begint. Dat geldt alleen binnen haar enge perspectief. De oproep tot een boycot kan evengoed opgevat worden als de ultieme werking van een levende democratie waar het vrije woord als nooit tevoren bloeit. Zonder beperkingen en taboes.

Tegenstanders van een boycot zoals Youp van ’t Hek die Arie Boomsma persoonlijk aanvielen houden het misverstand in de lucht dat er in de afgelopen jaren nooit oproepen waren om de adverteerders van VI tot een boycot te bewegen. Zodat ze het indirect kunnen koppelen aan het zogenaamde radicalisme van de BLM-beweging. Ook die framing is onjuist. De boycot van VI is een terugkerend onderwerp. Zo vroegen belangengroepen als het COC en TNN (Transgender Netwerk Nederland) in februari 2018 aan de toenmalige sponsors Heineken, Gillette en Toto van de omroep RTL die toen het programma VI uitzond om hun medewerking aan dat programma te stoppen.

De radicalisering in de programmering van VI volgt direct uit het commercieel belang. Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en de omroep die het uitzendt rechtstreeks te verzwakken. Via een oproep tot een advertentieboycot dus. Zoals in Georgia alleen het machtige Coca-Cola het bestuur van de staat onder druk kan zetten. Dat past perfect binnen de publieke opinie. De oproep tot een boycot is een directe vertaling van het vrije woord en een toelaatbaar middel om het publieke debat te voeren. Ekiz heeft een te beperkte opvatting van wat de democratie, het publieke debat en de vrijheid van meningsuiting zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’ op TPO, 2 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarCOC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken’ van George Knight, 4 februari 2018.

Communistische Partij China doet greep naar de macht in Hong Kong. Hoe reageert de internationale gemeenschap hierop?

with 3 comments

De toekomst van Hong Kong als vrije, internationale stad is in het geding. De Communistische Partij China (CPC) zet eenzijdig het Brits-Chinese akkoord van 1997 bij het oud vuil. Een overeenkomst die beide landen verzekerden door het internationaal te borgen. Het pseudo-parlement van de CPC zet hiermee het ‘Een land, twee systemen’ beleid overboord. Zelfs de gedelegeerden van Hong Kong waren niet geraadpleegd. Het is van bovenaf beslist. Interessant is wat de internationale reactie is. Tot nu toe valt de lauwe reactie van het VK op. Lord Patten, de laatste gouverneur van Hong Kong, noemt de Chinese greep naar de macht een ‘uitgebreide aanval op de autonomie, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden van de stad’. Maar het VK is machteloos en heeft door de Brexit, de uitbraak van COVID-19 en de aangetaste gezondheid van premier Johnson genoeg zorgen aan het eigen hoofd. Het land is niet langer de macht van weleer. De Amerikaanse regering en de EU reageren feller. Maar de vraag blijft of het Westen en Aziatische bondgenoten als Japan, Zuid-Korea, Vietnam en Singapore een geloofwaardige internationale houding kunnen optuigen die China tot zinnen brengt. Complicatie is ook dat landen als Vietnam, Zuid-Korea en Singapore er belang bij hebben om bedrijven te huisvesten die Hong Kong verlaten als de Chinese greep naar de macht daar de democratie om zeep helpt.

‘Never Trumper’ Steve Schmidt noemt Trump een imbeciel en idioot

with one comment

Amerikanen houden graag van overdrijving. Ooit zou hun land het meest exceptionele land ter wereld zijn geweest omdat het op een idee van gelijkheid voor allen zou zijn gebaseerd. Dat is potsierlijk. Ondanks de politieke, economische, mentale, medische en sociale neergang onder president Trump is de VS nog steeds niet tot inzicht gekomen en denkt het nog steeds een gidsland met een missie te zijn geweest. Vanwege hun economische en militaire macht kan de VS de eigenwaan volhouden dat het exceptioneel is. Dat zelfbeeld komt voort uit projectie. Wereldse macht ontstaat zonder tegengeluid in isolatie en wordt aangewakkerd door het christendom. Het is niet gebaseerd op een opdracht of een bijzondere geschiedenis. Zo’n claim van exceptionalisme kan elk land zichzelf voorhouden, maar wordt daarmee nog geen waarheid die authentiek is.

Steve Schmidt is een voormalige Republikeinse strateeg die onder meer heeft gewerkt in de campagnes van president George Bush, California Gouverneur Arnold Schwarzenegger en presidentskandidaat John McCain. De laatste zadelde Schmidt in 2008 op met het onzalige plan om Sarah Palin als kandidaat voor het vice-presidentschap te nomineren. Zelden viel een lichtgewicht als Palin zo snel door de mand. Schmidt heeft zich vanaf het begin verzet tegen Trump. Samen met andere conservatieve, (ex)-Republikeinse Never Trumpers als Rick Wilson en George Conway hebben ze het Lincoln Project opgericht dat als voornaamste doel heeft om president Trump en het Trumpisme bij de stembus te verslaan. Deze Never Trumpers hebben tijdens Trumps presidentschap aansluiting gevonden bij de Democratische partij en de media waar kritiek klinkt op Trump, zoals de kwaliteitskranten, CNN en het ooit progressieve MSNBC. Die samenwerking bracht Perry Bacon op de politieke site FiveThirty Eight op 5 mei 2020 tot het artikelHow ‘Never Trumpers’ Crashed The Democratic Party’ waarin hij stelt dat ze een factie van de Democratische partij zijn geworden en hielpen om Bernie Sanders naar de marge te verdringen. Bacon vermoedt dat ze weer overstappen als Trump zwaar verliest.

Het is dus logisch dat Steve Schmidt zich op MSNBC in het programma van Joy Reid keert tegen Trump. De Never Trumpers spreken zich samen met progressieve Democraten als parlementslid Maxine Waters in de publiciteit het felst uit tegen Trump. Dat is de rolverdeling. Ze kunnen vrij schieten vanaf de flanken op de regering-Trump. Omgekeerd dient het Democratisch leiderschap de continuïteit te bewaken en is het kwetsbaar voor aanvallen van de rechtse media en de Republikeinse partij. Schmidt keert zich al weken hard tegen de aanpak van de coronacrisis door Trump die hij als rampzalig kwalificeert: ‘Donald Trump is de slechtste president die dit land ooit heeft gehad. Ik zeg dat niet uit overdrijving – dat is hij. Maar hij is een consequente president. Hij heeft dit land in drie korte jaren naar een zwakke plek gebracht die gewoon onvoorstelbaar is als je nadenkt over waar we nu zijn vanaf de dag dat Barack Obama zijn ambt verliet.’ Hij vervolgt door Trump een imbeciel en idioot te noemen. Dat zijn volgens hem de precieze woorden om het gedrag en de acties van Trump te beschrijven. ‘We hebben nog nooit een niveau van incompetentie gezien, een zo onthutsend niveau van onbekwaamheid van wie dan ook in de geschiedenis van het land.’ Overdreven?

Coronacrisis geeft één zekerheid. Hielenlikkers, pluimstrijkers en hermelijnvlooien blijven de Nederlandse monarchie bewieroken

with 4 comments

We kunnen niet voorspellen welke verandering de coronacrisis teweeg zal brengen. Commentatoren zijn het er over eens dat er iets zal veranderen, maar welke kant het opgaat is vooralsnog onduidelijk. Meer of minder populisme? Meer of minder uitvoering van klimaatmaatregelen? Meer of minder globalisering en outsourcing van productie naar lageloonlanden? Meer of minder inkomensongelijkheid, belastingontwijking en macht voor multinationals? Meer of minder samenwerking in de politiek? Meer of minder budget voor vitale beroepen? Meer of minder maatschappelijke saamhorigheid? Er is voorlopig geen zinnig woord over te zeggen.

Maar één gegeven staat als een paal boven water. De bewieroking van de monarchie door de hielenlikkers, pluimstrijkers en hermelijnvlooien zal niet veranderen. Dat is in beton gegoten. Journalisten, kamerleden en opinieleiders blijven het koningshuis kritiekloos volgen. Op een uitzondering als Max Westerman na die de overdadige luxe van het koningshuis ter discussie stelt in een opinie-artikel. Het Nederlandse koningshuis is volgens onderzoek van de Gentse hoogleraar Herman Matthijs het duurste of op een na duurste van Europa. Na Noorwegen. Dat is bizar. Maar nog vreemder is dat er totaal geen politiek debat over is. Hoe kan dat? Nederlandse politici hebben over alles en nog wat een mening, of menen die te moeten hebben, maar over de monarchie zwijgen ze. Of worden ze tot zwijgen gebracht. Er is af en toe kritiek zoals in 2014 van het toenmalige Groningse PvdA-kamerlid Jan Vos. Maar hij moest van zijn eigen partij zijn kritiek inslikken.

Kritiek op de monarchie is in Nederland een taboe dat door de coronacrisis niet veranderen zal. Wat resteert is gebazel over het staatshoofd, de kleding van zijn echtgenote, de vlag en het Wilhelmus. Er is geen debat over de vraag waarom de echtgenote van het staatshoofd een royale vergoeding krijgt, hoewel dat niet logisch is.

Het debat over de kosten is echter niet het fundamentele debat dat gevoerd moet worden. Dat is het debat hoe Nederland bestuurd moet worden en welk type staatshoofd daarbij past. Dat wordt door media en politiek krampachtig vermeden. Er is bij de onzekerheid door de coronacrisis één  zekerheid. De hielenlikkers, pluimstrijkers en hermelijnvlooien blijven amechtig de Nederlandse monarchie ophemelen en verheerlijken.

Bernie Sanders wint Nevada in race die verder gevorderd is dan het lijkt

with 9 comments

MSNBC’s host Chris Matthews maakt een opmerkelijke vergelijking als hij de Franse premier Paul Reynaud citeert die op 15 mei 1940 tegen de Britse premier Winston Churchill zei dat het over was toen de Duitse troepen door de Franse verdediging bij Sedan waren gebroken. Terwijl Frankrijk een indrukwekkend leger had en zo op het oog nog lang niet verslagen leek. Reynaud die strijdbaar was vroeg de Britten om ondersteuning.

Matthews maakt deze vergelijking om de opgang van Bernie Sanders te verduidelijken. Uiteraard is de gelijkenis van Sanders met de Duitse invasie van Frankrijk in 1940 ongelukkig. Het is geen neutrale associatie, hoewel het de vraag is of hij het kwaadaardig bedoelt. Maar Matthews heeft gelijk in zijn observatie dat terwijl op het oog de Democratische nominatie nog niet beslist lijkt, dat in werkelijkheid wel eens degelijk het geval zou kunnen zijn. Hij sluit hiermee aan bij een opinie-artikel van 21 februari 2020 van Tim Miller voor het conservatieve The Bulwark dat zegt dat de race verder gevorderd is dan het lijkt (les 1) en dat de verdeling in progressieve en gematigde ‘paden’ (lanes) een verzinsel is (les 2) omdat kiezers makkelijk van lane wisselen.

In 2016 was ik een aanhanger van Sanders omdat ik in hem, zijn achterban en programma meer hart en energie zag dan in de gedoodverfde Hillary Rodham Clinton die uiteindelijk smadelijk van Trump verloor. In 2020 is de belangrijkste opdracht voor de Democraten om president Trump te verslaan. De reden is duidelijk: Trump zorgt voor onrust, chaos, verdeeldheid en corruptie, en beschadigt het aanzien en de nationale veiligheid van de VS, de westerse alliantie en is tot een marionet van de Russische president Poetin gemaakt.

Elke Democraat die de essentiële paarse staten (waar de blauwe Democraten en de rode Republikeinen min of meer in evenwicht zijn) wint, wordt de volgende president. Als blijkt dat Bernie Sanders de Democratische kandidaat is die meeste kans heeft om die paarse staten te winnen, dan hoop ik dat hij de uitdager van Trump wordt. Als dat toch Joe Biden of een andere kandidaat is, dan hoop ik dat die de uitdager wordt.

Hoe dan ook is Bernie Sanders met een indrukwekkende race bezig en blijkt dat hij een beweging ‘on the ground‘ heeft die goed georganiseerd, gedisciplineerd en enthousiast is. Hoopgevend voor Sanders is dat de demografische gegevens over Nevada aangeven dat hij bij alle kiezersgroepen hoog scoort. Sanders treedt buiten de doelgroepen die doorgaans met hem worden geassocieerd, zoals studenten, jeugdigen en progressieve of zeer progressieve kiezers. Voor het establishment van de Democratische partij is de opgang van Sanders lastig te verteren. Als Sanders het momentum volhoudt en op Super Tuesday 3 maart in staten als Texas, California en Noord Carolina goed scoort, dan is hij niet meer te stoppen. Omdat in vele staten al gestemd kan worden (early voting) wordt het effect van een winnende Sanders op dit moment al versterkt.

Omdat kandidaten in de voorverkiezingen radicaliseren om hun opponenten af te troeven, valt van Sanders te verwachten dat als hij op de Democratische conventie in Milwaukee in juli 2020 genomineerd wordt, hij daarna richting centrum beweegt. Al is het maar om de partij te verenigen en zoveel mogelijk Democratische en Onafhankelijke kiezers achter zich te krijgen. Hoewel dit bij Trump niet is gebeurd en ik daarover in een commentaar van 17 november 2016 al twijfels had toen Willem Post met de observatie kwam dat Trump zou normaliseren en als president zijn bizarre gedrag dat hij tijdens de campagne vertoonde achter zich zou laten.

Het valt te bezien hoe Sanders reageert op een mogelijke nominatie. Want er zijn gelijkenissen tussen de bewegingen van Trump en Sanders met hun eigen, krachtige dynamiek. Hoe dan ook moet voor de verbreding van zijn draagvlak het misverstand de wereld uit dat Sanders een ‘socialist’ zou zijn, terwijl hij een ‘sociaal-democraat Europese snit’ is die binnen de contouren van het kapitalisme blijft. Hervorming kapitalisme: ja, afschaffing ervan: nee. Het is essentieel dat Sanders’ campagneteam zijn radicale aanhangers tot de orde roept die met hun pleidooi voor socialisme en agitatie tegen het kapitalisme Trump wind in de zeilen geven.

Radicale boeren en radicale dierenactivisten claimen met oogkleppen op het eigen gelijk. Het is een heilloze handelwijze

with 2 comments

Er zijn boeren en boeren. Een meerderheid van de Nederlandse boeren is gematigd, een minderheid is radicaal. Datzelfde geldt voor de dierenactivisten. Waar de gematigde boeren zijn verenigd in de LTO, zo zijn de democratische, gematigde activisten die opkomen voor dierenwelzijn onder meer verenigd in de PvdD.

Het is begrijpelijk dat de acties van de geradicaliseerde boeren reacties oproepen. Want de geradicaliseerde boeren gingen de afgelopen maanden meermalen over de schreef. Dat heeft bij delen van de Nederlandse bevolking kwaad bloed gezet. Daar kwamen bizarre, niet te verdedigen uitspraken over de Holocaust bovenop die niet goed te praten waren, maar toch binnen kringen van de FDF tegen beter weten in goedgepraat werden. Een meer tekenende manier op aan te tonen dat daar de redelijkheid zoek was is nauwelijks mogelijk.

Maar het is niet logisch dat nu de gematigde boeren bedreigd worden. Zij hebben zich welwillend, maar passief opgesteld bij de blokkades van snelwegen en het negeren van aanwijzingen van de politie. Vraag is hoe talrijk de radicale dierenactivisten zijn. Is het een splintergroep of een kleine minderheid van zo’n 10 of 20% van het totaal aantal dierenactivisten? Het is dezelfde vraag die over de radicale boeren wordt gesteld.

Zo bereikt de actie van de radicale dierenactivisten het omgekeerde van wat het beoogt. Terwijl de boeren verschillend reageren op het stikstofprobleem. Het gooit namelijk alle boeren op één hoop. Zodat ze partij voor elkaar kiezen. Zoals de acties van de radicale boeren de Nederlanders verenigden in hun afwijzing van de blokkades van wegen, vliegvelden en bedrijventerreinen. Boeren zijn zowel daders als slachtoffers van een milieubeleid dat door de agro-industrie, de banken, de landelijke politiek van CDA, VVD en PvdA en de landbouwlobby zelf in de steigers is gezet. Als onverantwoord en onhoudbaar krediet op de toekomst.

De conclusie is dat radicalisme van zowel de boeren van de FDF als het radicalisme van de dierenactivisten ongewenst is omdat het in strijd is met de democratische rechtsstaat. Deze dierenactivisten en boeren zijn twee kanten van dezelfde medaille. Beide radicale groeperingen die alleen op zichzelf gericht zijn en geen oog hebben voor de samenleving als geheel blijven met oogkleppen op vanuit het eigen gelijk op elkaar reageren.

De les is dat gematigde boeren en redelijke dierenactivisten niet zozeer afstand moeten nemen tot wat ze als vanouds als traditionele vijand zien, maar tot de geradicaliseerden in eigen kring. Er moet geprobeerd worden radicalen in eigen kring tot de orde te roepen. Niet in het minst om de cyclus van actie-reactie te doorbreken.

Foto’s: Schermafbeelding van deel artikelAgractie: Boeren in Nederland ernstig bedreigd met vernieling, sabotage en brandstichting’ op melkveebedrijf.nl met een brief van radicale dierenactivisten (met door de geadresseerde zwartgelakte passages).

Oostenrijkse coalitie met Groenen biedt de conservatieve ÖVP de mogelijkheid om te vechten voor het goede gevecht

with 3 comments

Zoals verwacht komt er in Oostenrijk een coalitieregering van rechts met links. Van de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij ÖVP met de progressieve Die Grünen. Deze partijen hebben samen 97 van de 183 zetels in het lagerhuis, de Nationalrat. Bondspresident Alexander Van der Bellen is lid van De Groenen.

De ideologie van de ÖVP wordt afwisselend omschreven als christen-democratisch, liberaal, conservatief of zelfs als een soort sociaal-democratie vanwege de economische interventie van de regering. Deze ‘zwart-groene’ coalitie wordt als voorbeeld gesteld voor regeringen in andere landen. Zoals Duitsland waar de CDU/CSU en Die Grünen op elkaar aangewezen lijken te worden door de implosie en radicalisering van de SPD en in Nederland waar GroenLinks al enkele jaren naar het centrum beweegt en aansluiting zoekt bij Rutte III. Hoewel de in de tijd en mentaliteit terugtrekkende bewegingen van het CDA en de VVD op het stikstofdossier het erg lastig maakt om een realistische politiek te voeren. De paradox is dat het op dit moment niet de linkse partijen, maar gematigd rechtse partijen zijn die zich op het klimaatdossier onrealistisch opstellen. Hoe dan ook geeft het Oostenrijkse voorbeeld focus en inspiratie voor politieke partijen in andere Europese landen.

Er bestaat zowel bij links als bij rechts misverstand over wat conservatisme is. Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme en staan er in politiek-filosofisch oogpunt mijlenver vanaf. Daarom is de coalitie van ÖVP en Die Grünen in Oostenrijks een belangrijke ontwikkeling omdat het eraan mee kan helpen dit hardnekkige misverstand uit de weg te ruimen. Want het combineert behoudende met vooruitstrevende politiek binnen de lijnen van de democratie en de rechtsstaat. De intellectuele acrobatiek van opinieleiders op radicaal-links én radicaal-rechts die verkondigen dat het conservatisme in de kern een belangrijke revolutionaire component heeft is onwaarachtig, leugenachtig en zelfs bewust misleidend omdat het het conservatisme tot buiten de eigen bedding oprekt. Dat is conservatisme dat geen conservatisme meer is.

Columnist Tim Carney brak in september 2019 in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. De titel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ gaf de opzet en de afbakening goed aan. Carney: ‘Conservatieven zouden er een prioriteit van moeten maken om te vechten voor de fundamentele waardigheid en gelijkheid van raciale minderheden aan wie die waardigheid en gelijkheid is ontzegd. Het zal decennia van onrechtvaardigheid vereisen om dat te overwinnen en zal dus niet snel gebeuren. We zullen links niet ontnuchteren met betrekking tot hun zelfvoldane laster en verwaandheid, maar daar gaat het niet om. Conservatieven zullen troost kunnen vinden in het feit dat we vechten voor het goede gevecht en de racisten opjagen.’ De samenwerking met realistische Groene politiek kan vanwege de veilige politiek omgeving die het biedt eraan helpen meewerken om de conservatieven naar zichzelf te laten terugkeren. Weg van het racisme, weg van een harde migratiepolitiek en weg van het oprekken van rechtsstaat en democratie. Zoals Trump in de VS, Johnson in het VK en Centraal-Europese regeringsleiders in Hongarije en Polen afgelopen jaren deden.

Hopelijk is de samenwerking van traditionele conservatisme met progressief links een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Want types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast. Juist dat geeft conservatieven en Groenen een basis voor samenwerking.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het politieke verschil met progressieve Groenen is daarom groot, maar overbrugbaar in tegenstelling tot de kloof met partijen als PVV of FvD. In Oostenrijk wordt dat opgelost door uitruil van thema’s. Partijen mogen hun stokpaardjes berijden, zodat de ÖVP op kan komen voor de familie en traditionele verhoudingen, een fiscaal behoudende politiek of een strenge, maar rechtvaardige migratiepolitiek en de Groenen voor natuur, klimaat en sociale rechtvaardigheid. Het is een interessant experiment dat het sentiment van radicaal-rechts buiten de deur houdt en tegelijk het meest prangende probleem van dit tijdperk aanpakt: de klimaatverandering.

%d bloggers liken dit: