George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Raad voor Cultuur

Defensieve domheid van petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ gooit boel op slot en verdedigt eigen posities

leave a comment »

Aldus het slot van de petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ op de site van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst (LKCA) dat liefst 58 medewerkers telt. Alleen dit feit alleen al verklaart de petitie. De eigen positie wordt verdedigd. Er mogen geen nieuwe instituten in het leven geroepen worden. In de economie heet dat kartelvorming of oligarchie. De overheid bestrijdt dat, maar vreemd genoeg niet in de cultuursector waar klustering en stilstand worden bevorderd. Omdat het toch maar kunst is? Concurrentie voor overheidssubsidie wordt uitgeschakeld. Oogluikend wordt toegestaan door overheden dat enkele sectorinstituten de culturele markt verdelen, in bezit nemen en met een vals beroep op het publiek via deze petitie positief in de publiciteit brengen. De eigen pluim wordt via deze petitie nog mooier opgeschikt dan die echt is. De petitie getuigt van een onnoemelijke kortzichtigheid, onverdraagzaamheid en domheid.

Wijbrand Schaap van het Cultureel Persbureau zette me via een artikel op zijn site op het spoor van deze petitie. Hij leest de petitie zo: ‘De bestaande ondersteuningsinstituten in de cultuursector dringen er daarin namelijk bij de Tweede Kamer op aan om geen geld te steken in nieuwe ondersteuningsinstituten. Daarmee steken clubs als het Landelijk Kennniscentrum Amateurkunst (LKCA), Cultuur+Ondernemen, en de Boekmanstichting een kleine, doch wel tamelijk welgemikte dolk in de rug van hen die aan het lobbyen zijn voor een terugkeer – in enige vorm – van het Sectorinstituut Theater (TIN) en het Muziekcentrum Nederland (MCN) die door Halbe Zijlstra in 2012 de nek zijn omgedraaid.’ Schaap heeft gelijk. Waar is de solidariteit in deze gesubsidieerde cultuursector? Schaap: ‘De petitie kan niet anders gelezen worden dan als een signaal dat de gevestigde orde geen nieuwkomers wil. Zeker niet als dat ten koste gaat van diezelfde gevestigde orde.’ Een toevallig ontstane situatie wordt gefixeerd en gelegitimeerd met het argument dat het historisch gegroeid is. Zoals alles historisch gegroeid is. Mijn reactie op de FB-pagina van Wijbrand Schaap bij dit onderwerp:

Er is geen solidariteit binnen disciplines en evenmin tussen disciplines. Ieder vecht voor de eigen toko en hypotheek. Zo zagen we ook de gezaghebbende en unieke bibliotheek van het Tropeninstituut ontmanteld worden ten koste van steun aan een reeks van misbare en middelmatige instellingen. Het is de schande van zowel het veld als van de politieke besluitvormers dat ze dat billijkten. Waar was het overkoepelende Deltaplan voor de Kunsten dat unieke waarde vooropstelt zonder te ontaarden in paleiskunst door topinstellingen die hun kunstjes vertonen voor de macht? De culturele basisinfrastructuur waar de Raad voor Cultuur over adviseert is dat niet omdat er allerlei politieke, cultuurpolitieke en regionale belangen in gemengd zijn. Het Nieuwe Instituut is inderdaad zo’n instelling die op z’n best als middelmatig kan worden gekenmerkt. Op z’n slechts als frauduleus en overbodig. Trouwens hoe dan is het nog steeds een raadsel waarom het ooit in de huidige vorm van de grond werd getild. Wie wordt niet moe van die kunstbobootjes die uitblinken in kortzichtigheid en het schrijven van beleidsstukken onder het mom ‘eigen instelling eerst’? De voorspelbare reactie is dat het brede publiek de schouders ophaalt over zoveel opportunisme en gebrek aan solidariteit, en geen begrip opbrengt voor de kunstsector. Dat lijkt nog niets eens onterecht.

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’, november 2018.

Advertenties

Vermenging van termen ‘cultuur’ en ‘kunst’ in beleidsstukken van overheden dient vaagheid en politieke ruimte. Hoe kan het anders?

leave a comment »

In beleidsstukken is ‘cultuur’ soms een ander woord voor ‘kunst’. Maar men weet nooit wanneer dat is. Hiermee introduceert het openbaar bestuur een vaagheid die ongetwijfeld zo bedoeld is. Hoe dat werkt maakt een Raadsinformatiebrief van 1 oktober 2018 van de gemeente Amersfoort duidelijk. Samenstellingen met het woord ‘cultuur’ zijn overvloedig aanwezig: cultureel regieprofiel, cultuurbeleid, cultuurbeleidsperiode, cultuurbestel, culturele infrastructuur, cultuurpact, cultuurvisie, culturele dynamiek, cultureel erfgoed, culturele instelling, culturele makers, cultuureducatie, cultuurlandschap, culturele partner een culturele veld. Het woord ‘kunst’ wordt eenmaal genoemd en dan nog op een indirecte manier in een opsomming: ‘Cultuurpacten met als doel ‘de samenwerking op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed te versterken’.

Als de overheid in een beleidsstuk over ‘cultuur’ praat is het onduidelijk wat ermee bedoeld wordt. Dat kan van alles zijn, inclusief kunst. Maar het wordt er lastig op als het cultuur zegt en velen denken dat ermee mede kunst bedoeld wordt. Zo wordt het container-begrip ‘cultuur’ door het openbaar bestuur gebruikt om kunst erin te laten verdwijnen. De logica is duidelijk. Kunst kan per definitie niet van bovenaf gereguleerd worden, zodat kunst in beleidsstukken die stap voor stap de kunst inperken niet thuishoort. Omdat kunst ook weer niet helemaal ongenoemd kan blijven gebruikt het openbaar bestuur het begrip ‘cultuur’ met de suggestie dat het kunst omvat zonder kunst de functie te hoeven gunnen die het voor zichzelf opeist.

De waarde van kunst is dat het zich grotendeels ontworsteld heeft aan de macht en weerstand biedt aan onderwerping. Het heeft voor de kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten. Enigszins vergelijkbaar met religie die een vergelijkbare maatschappelijke rol gegund wordt. Kunstenaars staan op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden in rituelen. Dat tekent tevens de paradox van kunst. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen.

Hoe zou het anders kunnen? Er is een Raad voor Cultuur die over kunst en de ‘culturele basisinfrastructuur’ adviseert gaat, maar toch geen Raad voor Kunst wordt genoemd. Zoals valt te begrijpen is de logica hiervoor dat kunst door de overheid slechts indirect gestuurd en ingeperkt kan worden via het woord ‘cultuur’ dat alles en niks betekent. Die bewuste verwatering van terminologie zorgt echter wel voor verwarring. Dat kan vermeden worden. Want waarom in een ‘Cultuurnota’ van een (lokale) overheid niet een verplicht hoofdstuk opgenomen over alle belangrijkste delen van de cultuur? Dan kunnen geïnteresseerden in religie, media, kunst, folklore, geschiedenis, taal, filosofie of wat dat per hoofdstuk nalezen. Dan hoeven ze niet meer de vaagheid en begripsverwarring van de begrippen kunst en cultuur te ontwarren alsof het een zoekplaatje is dat door een beleidsambtenaar in elkaar is gezet om de verschillen te verhullen. In het hoofdstuk ‘kunst’ zal dan per definitie niet gestuurd en ingeperkt worden, maar de vrijheid gloriëren via algemeen, generiek beleid.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen van de Raadsinformatiebrief 2018-081 van wethouder F. Koser Kaya aan de gemeenteraad van Amersfoort, 1 oktober 2018.

Thierry Aartsen, Onno Aerden en de cultuur van de VVD

with 2 comments

Voormalig kandidaat-kamerlid voor de VVD Onno Aerden heeft onderstaande tweet uitgewerkt in een column op zijn blog Inhoudelijke Zaken. Erin heeft hij kritiek op de scouting van kamerleden en zegt hij het volgende over het vandaag geïnstalleerde nieuwe kamerlid voor de VVD Thierry Aartsen: ‘En toen moest de schande nog plaatsvinden dat een de door het opstappen van minister Hennis vrijgekomen Kamerzetel toeviel aan een zekere Thierry Aartsen, in Breda bekend als ‘jouw maat in de raad’. Die had het bestaan om zich op Twitter niet alleen tactloos, crypto-racistisch en kleinzielig uit te drukken, maar verdedigde die acties vrolijk door te wijzen op wie hij ‘nu eenmaal’ was.’ en ‘Kennelijk heeft het zelfzuchtige gelijk van de macht het gewonnen van die geweldige, intensieve, creatieve, optimistische talentenjacht die mij destijds zo blij maakte.’

De ‘omhooggevallen kwast’ Thierry Aartsen heeft cultuur (o.a. Erfgoedinspectie, Bibliotheek en letterenbeleid, monumenten), Media, Arbeidsomstandigheden, Inspectie & toezicht in zijn portefeuille. Het is te hopen dat hij de cultuurparagraaf uit het programma aan het volk kan uitleggen en de elementen ervan logisch met elkaar kan verbinden. Want dat is geen makkelijke opgave. Zo staat er: ‘De makers van cultuur richten zich weer op hun publiek. Dat zijn de mensen die cultuur in stand houden. Als zij iets niet goed genoeg vinden, is er ook geen reden om subsidie te geven.’ Ofwel, het publiek houdt de cultuur in stand en als het publiek de cultuur niet goed vindt dan vervalt de reden om een cultuuruiting subsidie te geven. Dus volgens de VVD gaan niet de parlementsleden of de professionals over het toekennen van subsidie aan cultuur, maar is dat voorbehouden aan cultuurconsumenten. De VVD lijkt zo ook voorbij te gaan aan het belang van talentontwikkeling waarvan de Raad voor Cultuur constateert dat die op peil moet blijven om de toekomst van de kunst te garanderen.

Wat de VVD trouwens onder respectievelijk ‘cultuur’ of ‘kunst’ verstaat wordt uit de cultuurparagraaf niet duidelijk. Van een politieke partij die dat onderscheid niet maakt en beide begrippen door elkaar heen gebruikt valt te vrezen dat het niet begrijpt wat het verschil tussen kunst en cultuur is. Het kan ook dat de VVD vanwege politieke redenen bewust beide begrippen door elkaar heen gebruikt om verwarring te zaaien.

Cultuur is de weerslag van de samenleving. De waarde van kunst is dat het zich deels ontworsteld heeft aan de macht, weerstand biedt aan onderwerping en haaks op de samenleving staat. Het heeft voor kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten. Enigszins vergelijkbaar met religie die ook zo’n maatschappelijke rol wordt gegund. Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. In rituelen. Dat tekent tevens de paradox van kunst. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Kunst valt op te vatten als aanscherping en verbijzondering van cultuur.

Wat de VVD met kunst wil wordt uit deze beschrijving duidelijk. De VVD gunt het kunst niet om een vrijplaats te zijn. De VVD wil die vrijplaats afbreken. De VVD wil kunst maken tot weerslag van de samenleving, goochelt daarom met de begrippen kunst en cultuur, en zaait bewust verwarring. De VVD heeft in de cultuurparagraaf niet het lef om kunst frontaal aan te vallen, maar probeert de functies en doelen ervan slinks te smoren in begripsverwarring. Namelijk door kunst te vervangen door het bredere en met de samenleving samenvallende begrip cultuur. Zodat kunst van elke functie ontdaan wordt.  Het is een teken aan de wand van de huidige VVD dat het de ‘omhooggevallen kwast’ Thierry Aartsen heeft benoemd als een woordvoerder cultuur in de Tweede Kamer. Aartsen past in zijn tactloosheid, crypto-racisme en kleinzieligheid perfect bij de cultuur van de VVD.

Foto 1: Schermafbeelding van cultuurparagraaf ‘Cultuur; Cultuur is van en voor de samenleving van de VVD’.

Foto 2: Tweet van Onno Aerden, 11 september 2018.

Museum Oud Amelisweerd laat zich failliet verklaren. Durft Utrecht raadsenquête aan? Het fiasco was voorspeld en onafwendbaar

with 2 comments

Op 16 augustus 2018 is Stichting Museum Oud-Amelisweerd te Bunnik (Utrecht) door de rechtbank in Midden-Nederland failliet verklaard, zoals blijkt uit het faillissementsdossier. De stichting werd op 12 december 2011 opgericht. In bovenstaande Raadsbrief Ontwikkelingen Museum Oud Amelisweerd wordt namens cultuurwethouder Anke Klein de raad geïnformeerd.

Nu kan eindelijk gebeuren wat in 2010-2012 moest gebeuren maar toen niet gebeurd is. Namelijk het op een open manier met een open inschrijving en open pitch – zonder inmenging van een cultuurwethouder die te dicht op het dossier zit – zoeken van een geschikte en financieel krachtige exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Het is verstandig om daar landelijke museummensen bij te betrekken die in 2010 op afstand stonden omdat een lobby vanuit Amersfoort het initiatief nam. Terug naar de essentie is daarbij de kern. Dat is het antieke Chinese behang en het ensemble van landhuis en tuinen. Het werk van Armando werd er om politiek-bestuurlijke redenen aan de haren bijgesleept en is er onlangs ook weer uitgesleept. Armando paste niet in dat bos in Bunnik omdat de aard van de plek niet bij hem paste. Dat verklaart een deel van de mislukking waarvoor overigens in 2011 van vele kanten voor gewaarschuwd werd. Maar de Stichtse politiek wilde het niet horen en miste overzicht, bezinning en kennis.

De reden die de Raadsbrief geeft voor het faillissement is ‘tegenvallende bezoekersinkomsten in combinatie met de reeds wankele financiële positie’. Dat klopt, maar maakt niet duidelijk wat er exact aan de hand was. Zo vielen de bezoekersinkomsten tegen omdat de tentoonstellingen van zeer wisselend niveau waren en soms onvoldoende kwaliteit boden, het museum onvoldoende financiële armslag en personeel had voor goede marketing en publiciteit en het kwetsbare rijksmonument Oud Amelisweerd hoe dan ook beperkingen kent die samenhangen met klimatisering en behoud die het bezoekersaantal drukken. De ‘reeds wankele financiële positie’ bestond vanaf de opening en het museum heeft zich daar nooit aan kunnen ontworstelen. Geen enkel jaar werden afgesloten met een positief saldo, de grootste ‘inkomsten’ waren de ‘bruidsschat’ (afkoopsom) van 1 miljoen euro van Amersfoort en een lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro.

Gewenst is een raadsenquête in de Utrechtse raad om tot op de bodem uit te zoeken hoe het sinds 2010 zo mis heeft kunnen lopen, hoe de besluitvorming exact is gegaan en wat de rol van de Utrechtse bestuurders daarbij was en waarom een kansloos project met een kansloze exploitant waarvoor deskundigen uit de museumsector waarschuwden dat het een fiasco zou worden toch nog zes jaar door de gemeente Utrecht in de lucht is gehouden. Tot en met een subsidie aan het MOA waarmee een vorige cultuurwethouder in december 2017 in strijd met de eigen afspraken handelde. Heeft de Utrechtse raad de ambitie, durf, kennis, onafhankelijkheid, het zelfbewustzijn en politieke wil om dat te onderzoeken?

Foto: Schermafbeelding van ‘Raadsbrief Ontwikkelingen Museum Oud Amelisweerd’, 16 augustus 2018.

Hemeltergende schijnheiligheid van PVV en alle Nederlandse politieke partijen over kunst en cultuur. Domheid of valsheid?

leave a comment »

PVV’er Martin Bosma heeft gelijk dat cultuur onder vuur ligt. Maar wat bedoelt hij ermee en hoe komt dat? En wat is de rol van de PVV? Bosma verwijst naar een reportage van EenVandaag (AVROTROS) over Engelstalig onderwijs aan universiteiten die op 10 juli werd uitgezonden. De ondertitel ervan is ‘vloek of een zegen?’ Er is van alles over te zeggen, waarschijnlijk is Engelstalig onderwijs aan universiteiten tegelijk vloek en zegen. Wat er nu aan schort is dat docenten niet zijn opgeleid om Engelstalig onderwijs te geven. Dat moet eerst op peil gebracht worden. En overigens, waar is het Duitstalig en Franstalig onderwijs gebleven in het curriculum?

Hoe dan ook, Bosma en de PVV hebben weinig recht van spreken. Zij hebben de mond vol over Nederlandse identiteit of Nederlandse cultuur, maar weigeren daar de politieke consequenties aan te verbinden. Je zorgen maken over de rol van het Nederlands in Zuid-Afrika wordt zo een afleiding voor wat de PVV in Nederland laat liggen. De PVV staat als aanstichter aan de basis van de recente afbraak van de Nederlandse cultuur. De PVV was in 2011 samen met de VVD de sluipmoordenaar van de gesubsidieerde culturele infrastructuur. Samen met alle politieke partijen die de bezuinigingen op het cultuurbudget billijkten. Nederlandse partijen zouden zich rot moeten schamen voor hun politiek van afbraak, maar daartoe is zelfkennis en zelfinzicht nodig.

Wie zich bezorgd maakt over Nederlandse identiteit of cultuur, maakt zich bezorgd over het overheidsbudget voor Nederlands kunst, monumentenzorg, erfgoed, landschaps- en natuurbeheer, onderwijs, wetenschap en omroep. In geciviliseerde landen als Frankrijk en Duitsland hebben tijdens de economische crisis van 2008 en de daaropvolgende stagnatie de regeringen de cultuurbudgetten in stand gehouden. Kunst is een belangrijke cultuuruiting en Fransen en Duitsers zijn trots op hun nationale kunst. Dat ze als symbool van hun nationale identiteit zien. In Nederland is die vanzelfsprekende trots onder invloed van de PVV afgebroken. De PVV heeft de mond vol van Nederlandse cultuur, maar wil zich er niet echt voor inzetten. Vertegenwoordigers van de PVV hebben zelfs voortdurend hun laatdunkendheid voor Nederlandse kunst laten blijken. Dat heeft het politieke debat over kunst en cultuur sinds 2011 negatief beïnvloed. Nog in het PVV-verkiezingsprogramma uit 2016 staat: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.’

Thierry Baudet (FvD) retweet niet toevallig bovenstaande tweet van Martin Bosma. Hij spreekt herhaaldelijk uit niets met moderne of hedendaagse kunst te hebben. Of moderne architectuur. Dat soort conservatisme is een verdedigbaar politiek standpunt. Het past bij een stellingname die kunst en cultuur normeert, inperkt, temt en ondergeschikt wil maken aan de eigen politieke doelstelling. Als daarnaast ook middenpartijen als het CDA en D66 tegen uitbreiding van het cultuurbudget stemmen, dan weten we hoe diep van binnen de politieke elite van Nederland over cultuur denkt. Het mag niet te veel kosten, het moet dienstbaar zijn en essentieel wordt het niet gevonden. De verbinding ’Nederlandse identiteit’, ’Nederlandse cultuur’ en ‘sociale cohesie’ met ’Nederlandse kunst’ wordt niet gelegd. Nederlandse politieke partijen zien kunst en cultuur niet als natuurlijke bontgenoten, maar als tegenstander. Zelfs, of juist als ze zeggen het te willen beschermen. De Nederlandse politieke partijen zijn als de maffia die zegt winkeliers te willen ‘beschermen’. Daar komt niets goeds van.

Foto: Tweet van Martin Bosma en reactie, 11 juli 2017.

Raad voor Cultuur schept in advies verwarring door gebruik van term ‘niet-westers aanbod’

leave a comment »

Aldus het persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur over een advies dat voorstelt om 1 miljoen euro ‘extra’ te verdelen over dertien instellingen. Het is een lovenswaardig initiatief dat er al langere tijd zat aan te komen. Het is een eenmalige subsidie die resteert na een amendement om 10 miljoen voor de cultuursector vrij te maken. Trouwens een doekje voor het bloeden. Een schrale en late compensatie die de bezuinigingen sinds 2011 op de cultuursector bij lange na niet weet te compenseren.

Het initiatief is goed, maar de toelichting had beter gekund. Ik verbaas me met name over de zinsnede ‘Instellingen met een vernieuwend, niet-westers aanbod en nieuwe publiekgroepen zijn nog te weinig zichtbaar’. Nog los van de vrijblijvende betekenis van het woord ‘vernieuwend‘. Wat wordt bedoeld met een ‘niet-westers aanbod‘ in een westers land als Nederland? Is dat niet tegenstrijdig en per definitie onmogelijk? Ook als een in Nederland gevestigde instelling inspiratie haalt uit een niet-westerse omgeving dan blijft het onderdeel van de Nederlandse, westerse cultuurpolitiek. Dat kan zich immers niet anders verhouden tot de culturele basisinfrastructuur die de bedding en de kadrering geeft. Ofwel, elk divers aanbod dat met overheidssubsidie wordt ingepast in de culturele basisinfrastructuur is onderdeel van het culturele aanbod van Nederland. En dat aanbod is per definitie westers. Hoewel de inspiratie niet-westers kan zijn. Het is dan ook onjuist om in dit verband over niet-westers aanbod te praten zoals de raad abusievelijk doet.

Ook het advies geeft niet echt duidelijkheid over wat precies met een niet-westers aanbod bedoeld wordt. Het lijkt er sterk op dat de opstellers van dit advies niet goed begrijpen welke terminologie welke betekenis heeft. En ze daarom teruggrijpen naar een gepolitiseerde correcte taal die meer verhult dan verklaart. Dat is een zorgelijke ontwikkeling en geeft te denken over de opstelling van sommige beleidsmakers binnen de raad. Uit de volgende passage blijkt dat de opstellers vermoedelijk iets anders bedoelen dan ze zeggen: ‘De raad vindt het dan ook van belang dat niet-canonieke genres, interactieve en multidisciplinaire benaderingen (..) kunnen rekenen op ondersteuning van het Rijk. Zij dragen bij aan een gevarieerd aanbod van kunst en cultuur en verrijken het cultureel leven.’ Dat klinkt zinvol, ondubbelzinnig en overtuigend. Hoe meer diversiteit, variatie in het culturele aanbod en aandacht voor ‘niet-canonieke’ genres hoe beter. Maar zelfs als een in Nederland gevestigde culturele instelling -opgenomen in de basisinfrastructuur- inspiratie haalt uit Mongolië, Burundi, Pakistan of Guatamala en dat presenteert aan het Nederlandse publiek dan is dat gewoon westers aanbod.

Foto: Schermafbeelding van persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur, 9 maart 2017.

De extra drempel van presentatie-instelling BAK

leave a comment »

bak

Het in Utrecht aan de Lange Nieuwstraat gevestigde BAK (‘Basis voor Actuele Kunst’) heeft een plaats in de basisinfrastructuur als presentatie-instelling. In het advies ‘Culturele basisinfrastructuur 2017 – 2020’ van mei 2016 adviseert de Raad voor Cultuur de instelling een subsidie-bijdrage van 500.000 euro toe te kennen. BAK richt zich in het lopende programma  (‘onderzoeksroute’) ‘Future Vocabularies’ op drie ‘hoofddomeinen’: de vluchtelingenproblematiek, de ecologische crisis en de technologische omgeving. De Raad waardeert de kwaliteit van de instelling die het als volgt omschrijft: ‘BAK legt een sterke focus op politiek-maatschappelijk geëngageerde presentaties en verbindt hieraan consequent zijn educatieprogramma, doelgroepenbeleid en ondernemerschap. Sterke elementen in het plan, die passen bij de positie van BAK als presentatie-instelling, zijn ook de nadruk op discours, experiment, onderzoek en internationale samenwerkingsverbanden.’

De nadruk op discours en onderzoek is de reden dat kunstliefhebbers afhaken. Ze zijn de accentuering en theoretisering niet gewend. Kritiek hierbij is niet dat BAK theoretisch, experimenteel of politiek is, maar dat het in de communicatie onnodig ondoorzichtig is. En zich afsluit voor de gemiddelde kunstconsument. Het woord dat de kritiek samenvat is ‘hermetisch’, waarbij de notie ‘gesloten’ bedoeld wordt. BAK zou van zichzelf een karikatuur maken door extra drempels op te werpen. Verzuchting is dat dat hoogmoedig is en averechts werkt in een niet eensgezinde sector die van de politiek steeds minder mentale en financiële steun krijgt.

Maar wie de achtergronden van de theoretische benadering die aansluit bij het Frans structuralisme kent waar BAK zich op baseert kan beseffen dat BAK ongetwijfeld denkt dat het niet anders kan. Gaf de Franse neo-Freudiaanse psychoanalyticus Jacques Lacan op de kritiek dat zijn werk zo slecht te doorgronden was niet ooit als antwoord dat hij het bewust zo onbegrijpelijk opschreef opdat de lezers moeite moeten doen om het te begrijpen? Enkel en alleen in het proces van begrijpen zouden ze echt de stof kunnen doorgronden en tot zich nemen. Daarom de noodzaak van de extra drempel. Dat etiket van moeilijkdoenerij kleeft ook aan BAK.

Ik breek een lans voor BAK. Niet alleen voor de onderzoeksprogramma’s die leidden tot de bijeenkomsten die nergens anders te zien zijn zoals in 2014 Jonas Staal en Moussa Ag Assarid met een ambassade als onderdeel van een onderzoeksproject waar politiek, kunst, experiment en onderzoek organisch samenkomen, maar ook talloze ‘gewone’ tentoonstellingen die tot nadenken aanzetten. Zo’n vreemde eend die zich niet overlevert aan marketing en behaagzucht van het publiek hoort in de culturele basisinfrastructuur van een volwassen democratie thuis. De eigenzinnigheid van BAK houdt niet de kunstconsument, maar de kunstsector scherp.

Ook bijzonder is de tijdscapsule die BAK biedt. Het is telkens weer een plezier en het bevestigt het gevoel van nostalgie om de aankondigingen te lezen die de lezer 40 jaar terug in de tijd zetten. Neem de toelichting bij het programmaTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ met onnavolgbare zinnen die de klok op 1975 vastprikken. Niet toevallig wordt de voorman van het structuralisme Roland Barthes in dit programma van stal gehaald en opgepoetst. Neem een zinsnede als: ‘een tentoonstelling die zich in een reeks performatieve en discursieve openbare bijeenkomsten door de tijd heen ontwikkelt’ of ‘Met kunstenaars, theoretici en andere cultuurbeoefenaars verbindt To Seminar de drie conceptuele ruimtes die elkaar kruisen wanneer seminaring plaatsvindt – instituut/overdracht/tekst – en wordt er geprobeerd deze op een evenwichtige wijze te verenigen zodat de omstandigheden van de hedendaagse tijd opnieuw gedacht en gevormd kunnen worden.’

Bij BAK is een betekenis nooit af en altijd in ontwikkeling. Wat velen als zwakte zien ziet BAK zelf als sterkte. Als die betekenis wordt ingebed in een onderzoeksprogramma naar betekenis, dan wordt het nog lastiger om vast te pinnen waar het over gaat. Om dat proces te beschrijven zijn woorden nodig die een open betekenis bieden. Bij BAK wordt bevraagd, ontwikkeld, verkend, verbonden, omlijst, toegewerkt, geactiveerd, aangereikt en overdacht. Binnen de logica van BAK kan het niet anders, want vastpinnen is het einde van het onderzoek. Onderzoek is nooit af. Betekenissen blijven glijden. Alleen, waarom daartoe in de taal geleund wordt tegen en geleend bij een stroming die in Frankrijk en iets daarna in de jaren ’70 aan Angelsaksische universiteiten haar hoogtepunt had is merkwaardig. Het is een anomaliteit van een hedendaagse postacademische, presentatie-instelling dat het met 40 jaar oud gereedschap probeert uit te leggen waar het op dit moment mee bezig is.

Foto: Schermafbeelding van deel programma-aankondigingTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ van BAK.