Schrijver Pim Lammers geeft na intimidatie en bedreigingen op sociale media opdracht van CPNB terug voor gedicht kinderboekenweek

Schermafbeelding van deel artikelDichter Kinderboekenweek Pim Lammers trekt zich terug na doodsbedreigingen‘ in het AD, 4 februari 2023.

Cancelcultuur bedreigt de open samenleving. En de tolerantie om iemand een andere mening te gunnen. Studenten, burgers en buitenlui eisen een ‘veilige omgeving’ waar ze niet met voor hen onwelgevallige meningen worden geconfronteerd. Dat is de nieuwe apartheid. De paradox is echter dat degene die vanwege een mening aangevallen wordt in een onveilige situatie belandt.

Kunstenaars, opinieleiders en journalisten worden vanwege hun mening aangevallen, belasterd, uitgesloten en met de dood bedreigd. Om een mening. Soms verliezen ze daarom hun baan, een opdracht of worden uit een organisatie gegooid. 

Het overkwam schrijver Pim Lammers. Hij was door het CPNB aangezocht om het gedicht van de Kinderboekenweek te schrijven. Volgens critici die zich heftig roerden op sociale media zou hij een foute mening hebben. Die afweek van de hunne. Ze gingen flink tekeer, Lammers hield het vanwege de bedreigingen voor gezien en gaf zijn opdracht aan het CPNB terug. Hij heeft wel aangifte gedaan.

Schermafbeelding van deel artikelOphef over keuze schrijver Kinderboekenweekgedicht: ‘Het is een viezerik‘ in Hart van Nederland, 3 februari 2023.

Sommige media gingen er de laatste dagen gretig in mee en wakkerden het vuurtje van de malcontenten aan. Zo had Hart van Nederland op 3 februari 2023 de tendentieuze kop ‘Ophef over keuze schrijver Kinderboekenweekgedicht: ‘Het is een viezerik‘.

Tegen zo’n campagne kan een individu zich lastig verdedigen. De kritiek leek te zijn gebaseerd op Lammers’ verhaal De Trainer dat hij in 2015 voor volwassenen had geschreven. Dat leverde hem bij de critici de kwalificatie pedo of pedofiel op. Het CPNB liet volgens Hart van Nederland weten dat het ‘zeer bewust‘ voor Lammers had gekozen.

Schermafbeelding van deel petitie die inmiddels verwijderd is door de petitionaris.

Hoe ver de volkswoede gaat maakte de petitie ‘Geef geen podium aan schrijver Pim Lammers‘ van Nicole Muijsson duidelijk. Het wordt ‘verwerpelijk‘ genoemd dat Lammers dit jaar het kinderboekenweekgedicht mag schrijven ‘vanwege de thema’s in zijn werk‘. Muijsson verzoekt om ‘Pim Lammers géén podium te geven!‘. Cancelcultuur dus.

In een volwassen maatschappij met volwassen, democratische burgers mag men kritiek hebben op het werk van kunstenaars. Maar ze vanwege een afwijkende mening buiten de samenleving plaatsen door een aanval op hun integriteit, persoon en zelfs leven is absurd. Het geeft aan welke kant op dit moment de morele pendule uitslaat: in de richting van herstel van christelijke ethiek. Die overigens selectief wordt toegepast.

Is wat Pim Lammers overkomt typerend voor Nederland anno 2023? Een land met veel korte lontjes, kleinburgerlijke meningen, geprikkeldheid en heibel. Ofschoon een minderheid zich roert lijkt het veel door het multiplier-effect van de sociale media.

Het zijn barre tijden voor kunstenaars die volgens sommigen niet meer mogen zijn wat ze zijn. Dat brengt de volkswoede van een luidruchtige minderheid teweeg. De verwijzing naar het begrip ‘pedofiel‘ is blijkbaar al voldoende om iemand uit te sluiten.

Waar zijn de tegenkrachten om dit gebrek aan nuance in te dammen? Heeft het CPNB afgelopen week Pim Lammers voldoende in bescherming genomen? Dat zijn de vragen die deze kwestie oproepen. In welk Nederland willen we leven? Dat van de schreeuwlelijken?

Advertentie

Analyse van een grillige Poetin

CNN’s Erin Burnett besteedt in haar programma veel aandacht aan de situatie in Oost-Europa en de invloedssfeer van de voormalige Sovjet-Unie. Ze stelt de vraag wat er op het slagveld in Oekraïne en de achterkamertjes van de politiek gebeurt, wat de relatie van de Russische Federatie met het Westen is en wat de toekomst brengt.

Niemand weet wat er in 2024 gebeurt. Men kan wel de waarschijnlijkheid beredeneren van wat er kan gebeuren.

Een oorlog in Oekraïne die niet gewonnen wordt en resulteert in wekelijks duizenden doden, het verregaand afbreken van pensioenen, de burgermaatschappij, de rechtsstaat en de pers, staatspropaganda die steeds absurdere trekken aanneemt, oplopende corruptie, een tweestrijd in het leger met een Prigozjin-factie die het Kremlin uitdaagt en een economie die de welvaart van de inwoners van de Russische Federatie aantast, dat alles wijst richting afgrond.

Sovjet-burgers zijn wat gewend wat onderdrukking, slechte organisatie van het land, propaganda en schaarste betreft, maar is er voor hen een ondergrens van wat nog gepikt wordt? En weten ze zich dan te organiseren tot een geloofwaardige tegenkracht? Daar lijkt het niet op.

Wordt de Russische president Vladimir Poetin in 2024 afgezet? Als dat zo is, zal zijn vervanger dan nog extremer zijn? Wordt dat net zo’n operettestuk als in 1991 van een stelletje communistische hardliners met hun slecht georganiseerde coup?

Wat betekent een paleisrevolutie in Moskou voor wat er gebeurt, ver van de regeringsmacht in Tatarstan, de Kaukasus, Karelië, het Verre Oosten of al die deelrepublieken die hun kans grijpen? Hoe zullen China en de VS reageren? Overspoelt de Russische chaos de EU met een bevolking die alle kanten op vlucht? We weten het niet.

Het hoort bij propaganda om twijfels te zaaien over de tegenstander. Over Poetin die zou lijden aan de ziekte van Parkinson, een kapitaal van meer dan 200 miljard dollar uit de Russische staatskas gestolen heeft, sinds de Covid-pandemie terechtgekomen is in een parallelwereld en een slechte militaire strateeg is. Het zal allemaal waar zijn, maar wat maakt zo’n analyse voor verschil? Wat hebben we eraan?

Het is de vraag of wat iemand in Israël, het VK of de VS over Poetin en de macht in het Kremlin zegt enig verschil maakt voor de gang van zaken in de Russische Federatie. Waarschijnlijk niet.

Waar we ons wel aan kunnen wagen is het inkleuren van het meest waarschijnlijke scenario voor de toekomst. Maar hoofdrolspelers, bijfiguren, thema’s en motieven, rekwisieten, tijdsverloop, locaties en afloop moeten nog geschreven worden. Dat het een tragedie wordt is zeker. Met druipend bloed.

Rita Reys: Deed I Do (1953)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 28 juli 2013. Licht gewijzigd.


Deed I Do is een standard uit 1926 van tekstschrijver Fred Rose en Walter Hirsch. Geen heel bekend nummer. In 1953 spelen op 2 maart Wessel en Rita in Stockholm op vakantie met Zweedse musici. Met ‘ster’ bariton Lars Gullin op alt. Ze vinden elkaar in vier nummers waar dit er een van is.

Do I want you? Oh my, do I?
Honey, ‘deed I do
Do I need you? Oh my, do I?
Honey, ‘deed I do

I’m glad that I’m the one who found you
That’s why I’m always hangin’ ‘round you
Do I love you? Oh my, do I?
Honey, ‘deed I do

Paul Huf, Wessel Ilcken en Rita Reys; promotiefoto voor Philips, 1954. Collectie: Rijksmuseum.

Rita Reys (1924-2013) is niet meer. Ze was er altijd. Europa’s First Lady of Jazz, zoals ze vanaf de jaren ’50 werd genoemd. Stijlvol swingend en altijd het luisteren waard.

Maar zoveel meer succes had ze kunnen hebben, zegt men. Jarenlang is haar nagedragen dat ze in de jaren ’50 in de VS voor de veilige weg koos. Werkelijk?

Drummer Wessel Ilcken en pianist Pim Jacobs waren de mannen in haar leven, dat is zeker.

Rita Reys’ vakmanschap is haar natuur. Zoals de improvisatie van de manouche-musici Hono Winterstein, Dorado Schmitt en diens zuster Nouna zoveel jaar later. Zo’n echo knijpt de keel dicht. Voorgoed. Op reis.

Ansichtkaart uit de Eerste Wereldoorlog: luizen zoeken

Ansichtkaart uit de Eerste Wereldoorlog. Met het handgeschreven opschrift “luizen zoeken” op de achterkant.‘ Collectie: Gróf Esterházy Károly Múzeum, Pápa.

Dit is een foto uit de Eerste Wereldoorlog. Opvallend is dat de foto het tot ansichtkaart heeft gebracht.

Zoals bekend verloor de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie aan de kant van het Duitse keizerrijk de oorlog en na 1919 grote delen van het grondgebied. Door politieke onenigheid in Boedapest was na de Ausgleich van 1867 het Hongaarse leger verwaarloosd.

Militairen ontluizen hun kleren. Of ze vangen ratten in de loopgraven. Of welk ongedierte dan ook. Oorlog is ongedierte.

Wat wil de ansichtkaart zeggen? Dat het thuisfront zich geen zorgen hoeft te maken over de hygiëne in de Hongaarse regimenten? Dat weten we niet. Hoe dan ook toont de ansichtkaart niet martiaal of nationalistisch, maar eerder het omgekeerde daarvan.

Jip van der Valk presenteert: Waarom zou je een neurocoach nodig hebben?

De zich neurocoach of neuro-coach noemende Jip van der Valk heeft volgens zijn profiel op LinkedIn geen medische opleiding. Zijn achtergrond is bedrijfskunde en lifestyle. Hij presenteert zich als neurocoach of neuro-coach.

Dit roept de vraag op of iedereen zich neurocoach of neuro-coach kan noemen. Is dat een beschermd beroep met beroepseisen en intervisie met vakgenoten? Als dat niet zo is, wat is dat etiket dan waard als iedereen het zichzelf op kan plakken? Is dat meer dan zelftypering en marketing?

Waarom zou je een neurocoach of neuro-coach nodig hebben zonder medische opleiding in neurologie of gedragstherapie die uitspraken doet over het brein en daar een behandeling op laat volgen?

Still uit videoWaarom zou je een coach nodig hebben? Luister maar!‘ op YouTube van Jip van der Valk, januari 2023.

Volgens Van der Valk is 95% van ons brein onbewust. Wat wil hij wat we daar uit concluderen en wat suggereert hij ermee te zeggen? Deze coach zegt klanten te kunnen helpen om gebreken in het brein te controleren. Dat wijst op de behandeling van een aandoening.

Van der Valk zegt in deze video: ‘Dus dan zie je dat 95 % van ons brein, onbewust is! Daar gebeurt gewoon van alles! Er daar help ik je mee om dat goed in controle te krijgen (..)’.

De vraag wat de toegevoegde waarde is van een neurocoach of neuro-coach past in het debat over het nut van coaching. Er is kritiek op de wildgroei aan coaches wegens het vermeende gebrek aan maatschappelijk nut ervan. Zelfs het gezegde ‘baat het niet, dan schaadt het niet‘ is twijfelachtig als amateurs zich uitgeven voor deskundigen.

De reden waarom iemand een neurocoach of neuro-coach als Jip van der Valk nodig zou hebben laat Van der Valk, door het te omhullen met ruis, verdwijnen in een Bermuda Driehoek van vaagheid.

Het lijkt er niet op dat het Van der Valk ontbreekt aan kennis. Hij presenteert zich als redelijk. Maar het antwoord waarom iemand een neurocoach of neuro-coach als Jip van der Valk nodig zou hebben wordt in de video niet echt beantwoord.

Louis Couperus Museum presenteert Couperus in tentoonstelling als non-binair, terwijl het daar geen onderbouwing voor heeft. Hoe ethisch is dat?

Schermafbeelding van deel artikelWas Louis Couperus non-binair? Museum opent ‘gedurfdste tentoonstelling ooit’ van Sander Becker in Trouw, 27 januari 2023.

Was Louis Couperus non-binair? Het Louis Couperus Museum stelt die vraag centraal in de tentoonstellingLouis Couperus & Gender‘ die volgens Trouwmet regenboogkleuren is overgoten’. Identiteit staat centraal. 

In de toelichting bij de tentoonstelling zegt het museum: ‘Het gaat uiteindelijk om het vinden van je innerlijke regenboog. Leef niet het leven van een ander. Leef je eigen leven en laat je niet in een hokje stoppen. Zoo ik ièts ben… ben ik mezelf.

Schermafbeelding van bericht53. LOUIS COUPERUS, NON-BINAIR AVANT LA LETTRE?‘ van het Louis Couperus Museum.

Het vinden van je innerlijke regenboog, wat moeten we ons daar bij voorstellen? Het Louis Couperus Museum spreekt zichzelf tegen als het terecht opmerkt dat mensen zich niet in een hokje moeten laten stoppen, maar doet vervolgens precies dat door Couperus non-binair te noemen. Want daarmee stopt het Couperus in een hokje.

Het Museum zegt: ‘Met de ogen van nu zou je Couperus non-binair kunnen noemen, een beetje man, een beetje vrouw.’ Het museum maakt er een modeverschijnsel van om iemand non-binair te noemen. Een beetje van dit en een beetje van dat.

Het stellen van dat soort vragen over iemands identiteit is vrijblijvend. Het is vrij schieten op iconen uit het verleden. Je kunt ze vragenderwijze alles aanwrijven, zo lijkt het. Het Louis Couperus Museum gaat daar vanwege marketing overwegingen ver in. Men zou kunnen zeggen: te ver.

In de VS bestaat voor psychiaters de Goldwater rule. Dat is een ethische beroepscode die oproept tot terughoudendheid in uitspraken over dode of levende personen die men als psychiater niet heeft onderzocht. Deze regel geeft aan dat men moet oppassen met het geven van een interpretatie over personen.

De kern van de Goldwater rule is (vertaald): ‘Soms wordt psychiaters gevraagd naar hun mening over een persoon die in het licht van de publieke aandacht staat of die informatie over zichzelf heeft vrijgegeven via openbare media. In dergelijke omstandigheden kan een psychiater zijn of haar expertise over psychiatrische kwesties in het algemeen met het publiek delen. Het is echter onethisch voor een psychiater om een ​​professionele mening te geven, tenzij hij of zij een onderzoek heeft uitgevoerd en daarvoor de juiste toestemming heeft gekregen.’

Het Louis Couperus Museum is geen psychiater die aan een ethische beroepscode van psychiaters is gebonden, maar wel aan de ethische code van de ICOM waar geregistreerde musea zich aan te houden hebben.

Paragraaf 4.2 (Uitleg bij het tentoongestelde) van die code zegt: ‘Een museum draagt er zorg voor dat de informatie die het bij permanente presentaties en tentoonstellingen verschaft, goed gefundeerd en accuraat is. De informatie geeft een goed beeld van de gerepresenteerde groepen of godsdienstige opvattingen en benadert deze met respect.’

De informatie die het Louis Couperus Museum over de identiteit van Louis Couperus verschaft is niet goed gefundeerd en niet accuraat. Het Louis Couperus Museum zegt er zelf geen idee van te hebben of Couperus werkelijk non-binair was. Hoe ethisch en professioneel is het dan om in de publiciteit en in de tentoonstelling die vraag centraal te stellen als men er geen onderbouwing voor heeft?

Door Louis Couperus te framen als non-binair hopen de makers een ander publiek te trekken. Hier komt de aap uit de mouw voor het opereren van het museum. Het gaat om het trekken van publiek. Directeur Josephine van de Mortel zegt tegen Trouw: ‘Ik denk ook aan kinderen. Die zijn al heel vroeg met gender bezig. Misschien moeten we ook een keer het Jeugdjournaal uitnodigen.’ 

Het Louis Couperus Museum maakt Louis Couperus tot een halfproduct voor een maatschappelijk debat en eigen publiciteit. Couperus is de Sjaak. Terwijl men juist van het Louis Couperus Museum mag verwachten dat het Louis Couperus centraal stelt.

Van de Mortel: ‘Het non-binaire aspect is dan een handig bruggetje. Daar komt bij dat Couperus zich nooit openlijk over zijn geaardheid heeft uitgelaten. We weten dus niet zeker wat hij was. Daarom wilden we hem niet in het homoseksuele hokje stoppen. Zo zijn we uitgekomen bij non-binair: een beetje man, een beetje vrouw.

Van de Mortel redeneert zo: Omdat het niet zeker is of Couperus homoseksueel was, noemen we hem non-binair. Wat we evenmin zeker weten. We weten niet of Couperus homoseksueel was of non-binair en noemen hem daarom non-binair.

Het museum vervangt de ene door de andere onzekerheid over de identiteit en gender van Louis Couperus die het vervolgens met tromgeroffel als zekerheid presenteert. Terwijl biografen juist meer onderbouwing geven voor Couperus als homoseksueel dan als non-binair persoon.

Dat laatste ontspruit aan de fantasie en de scoringsdrift van het Louis Couperus Museum. Deze benadering van het Louis Couperus Museum is de ethische code van musea onwaardig.

Church Bells May Ring: The Willows (1956)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 17 februari 2013.

Lead singer Tony Middleton en The Willows scoren in 1956 de hit ‘Church Bells May Ring‘. Een crossover van jazz, soul, R&B en Doo-Wop. Met een volop swingend orkest. En Neil Sedaka op chimes, klokkenspel, zo zegt de legende. De Canadese The Diamonds pikken het nummer op en brengen het nog hoger op de pop charts. Allerlei groepen coverenThe Willows profiteren er nauwelijks van. De tragiek van de muziekindustrie.

Ow-woh, ling a-ling a-ling,
A-ling a-ling, ding-dong,
(Ling, ling-dong.)
I love you, darlin’,
And I want you for my own.
(Ling, ling-dong.)
I’ll give you any-…
Anything that I own,
(Ling, ling-dong.)
You should have known,
Sweethea-ah-ah-art.

The Willows in 1956.

In het Louis de Funès vehicle Nous irons à Deauville uit 1962 gaat Michel Serrault naar Deauville. Tony Middleton zingt als Tony Milton ‘Oh yeah ah ah!‘. Een slappe echo van de Church Bells. Hij woont begin jaren ’60 in Frankrijk. Want het leven gaat verder. Ook na een hit die er geen kon zijn, maar het uiteindelijk toch werd. Door de kwaliteit van de muziek.

Gedachten bij de foto ‘Observatoire de Paris-Meudon – Intérieur de la Grande Coupole, travaux’ (1960)

Observatoire de Paris-Meudon – Intérieur de la Grande Coupole, travaux. (titre forgé); Face Ouest et chantier côté terrasse, pris du niveau 5,70. (titre original), 14 oktober 1960. Collectie: Bibliothèque de l’Observatoire de Paris.

Hier wordt verbouwd. Werken. Een ladder staat tegen een muur. Wanden zijn gestript. Gruis ligt op de vloer. Planken en bouwmateriaal liggen kriskras door de ruimte.

Enkele zonnestralen vallen binnen. Vele tinten wit, grijs en zwart. Een man kijkt omhoog, naar de fotograaf die volgens de originele titel op niveau 5,70 meter staat.

We bevinden ons in 1960 in de grote koepel van een Parijs’ observatorium in Meudon. Richting West aan de terraskant, zegt de documentatie.

Waarom fascineert deze foto me? Komt het door de vele grijstinten, de desolaat gestripte ruimte of de man die vanuit de marge van de foto omhoog kijkt en van wie we niet weten of het toeval is dat hij in beeld komt? De lege ruimte is verre van leeg.

De foto registreert het werkproces van de verbouwing. De foto is dienstbaar. Sec. Pretentieloosheid is charme. De foto is niet zozeer behaaglijk of bekoorlijk, maar attent en inschikkelijk. En daarbij verwonderlijk. Als men dat van een foto kan zeggen zonder bemoeienis van een beschouwer.

Elke uitweiding erover komt in strijd met de foto die voor zichzelf pleit.

Politici reageren geschokt over afnemende kennis en bewustwording van jongeren over Holocaust. Remedie: beter geschiedenisonderwijs

Schermafbeelding van deel nieuwsberichtNew Study Reveals Nearly One Quarter of Dutch Millennials and GenZ Believe the Holocaust Was a Myth or Exaggerated‘ van de Claims Conference, 25 januari 2023.

Gideon Taylor, Claims Conference President meent naar aanleiding van een eigen studie dat het verontrustend is dat de kennis en bewustwording over de Holocaust vermindert. Bij ouderen en jongeren. Meer in Nederland dan in andere landen zoals het VK, Frankrijk, Oostenrijk, Canada en de VS. Voor het onderzoek werden in december 2022 2000 Nederlandse jongeren ondervraagd.

Taylor zegt: ‘Survey after survey, we continue to witness a decline in Holocaust knowledge and awareness. Equally disturbing is the trend towards Holocaust denial and distortion. To address this trend, we must put a greater focus on Holocaust education in our schools globally. If we do not, denial will soon outweigh knowledge, and future generations will have no exposure to the critical lessons of the Holocaust.

Het valt te bezien hoe verontrustend afnemende kennis over een historische gebeurtenis is of een normaal proces van een historische gebeurtenis die redelijk lang geleden heeft plaatsgevonden. Nu meer dan 68 jaar geleden.

Vele actuele gebeurtenissen vragen om aandacht. Nederlanders weten eveneens steeds minder over de Tachtigjarige oorlog of de niet geweldloze expansie in de Nederlandse koloniën. Dat is de verwerking van historische gebeurtenissen die elkaar opvolgen en verdringen. Lobbygroepen vragen aandacht voor ‘hun’ onderwerp en willen er meer aandacht voor. Maar het is ook het gevolg van tekortschietend onderwijs.

Daarom weet ik niet of de verontwaardiging van de Claims Conference over de vermindering van de kennis en bewustwording bij met name Nederlandse jongeren over de Holocaust iets abnormaals is. Het lijkt eerder een volkomen logische ontwikkeling.

Is de belabberde stand van het Nederlandse onderwijs en met name het geschiedenisonderwijs niet de meest voor de hand liggende verklaring voor de afnemende kennis bij jongeren over de Holocaust?

Dat zegt nog niks over de inschatting hoe betreurenswaardig de afnemende kennis bij de Nederlandse bevolking over historische gebeurtenissen is. Inclusief de Holocaust. Want dat geeft een deprimerend beeld van het onderwijs. Dat is uitermate pijnlijk. Maar dat is niet exclusief voor de Holocaust.

De verontwaardiging van sommige TK-kamerleden die in De Telegraaf de afnemende kennis en bewustwording over de Holocaust rechtstreeks verbinden met antisemitisme en haat is te simpel. Dat is te eendimensionaal gedacht. Het is ook contra-productief. Met grote woorden ontkennen ze hun eigen verantwoordelijkheid over de slechte stand van het Nederlandse onderwijs.

Kamerleden zouden zich beter kunnen inspannen om zich daarvoor verantwoordelijke te voelen en het te repareren, dan gelijk met grote woorden te praten over antisemitisme en haat bij Nederlandse jongeren.

Dat is ook precies wat Gordon Taylor zegt: ‘we must put a greater focus on Holocaust education in our schools globally.’

Waarbij het trouwens de vraag is hoeveel aandacht er in het geschiedenisonderwijs aan de Holocaust en aan andere belangrijke historische gebeurtenissen moet worden besteed. Want afnemende kennis over de Holocaust wil niet gelijk zeggen dat het geschiedenisonderwijs meer aandacht aan de Holocaust moet besteden. Taylor is een lobbyist voor zijn eigen zaak en vakhistorici die het curriculum voor middelbare scholen opstellen maken hun eigen afweging.

Het is toch opvallend dat Nederlandse jongeren meer dan in de andere genoemde landen minder weten van een historische gebeurtenis als de Holocaust. Dat is vooral een brevet van onvermogen voor het Nederlandse geschiedenisonderwijs. Dit gaat niet over antisemitisme en haat, maar over tekortschietend (geschiedenis) onderwijs.

Schermafbeelding van deel nieuwsberichtNew Study Reveals Nearly One Quarter of Dutch Millennials and GenZ Believe the Holocaust Was a Myth or Exaggerated‘ van de Claims Conference, 25 januari 2023.

Gedachten bij twee foto’s met Edmund Reinhardt (1927)

Hans Böhm, Zivilporträt: Edmund Reinhardt; Bei der Abreise nach Amerika, 1927. Collectie: Theatermusuem Wien.

Een oceaanstomer nadert de haven. Een man kijkt naar de fotograaf die op zijn beurt ook naar het schip kijkt. Dit zijn oude tijden toen wekelijks grote, luxe schepen de Noord-Atlantisch route tussen West-Europa en New York overbrugden.

Wie is de man? Hij is Edmund Reinhardt, de zakelijke leider van projecten van zijn broer. De in die tijd wereldberoemde Oostenrijks-Amerikaanse regisseur Max Reinhardt die vanaf 1900 als vernieuwer spektakel op maat in het theater maakte. Als Oostenrijkse jood emigreerde hij in 1937 definitief naar de VS.

Edmund is de onmisbare man op de achtergrond. Twee jaar na deze foto’s stierf Edmund. Slechts 42 of 43 jaar oud. Max kreeg toen ook de zakelijke beslommeringen op zijn schouder.

Het Theatermuseum meent dat het om een vertrek van Edmund Reinhardt gaat. Maar is het niet logischer om te veronderstellen dat het om een aankomst van zijn broer gaat die hij af komt halen? Want waarom zwaaien naar een schip waar men enkele uren of een dag later mee vertrekt?

Doet het ertoe wat voor schip het is waarmee Max in 1927 uit New York kwam of Edmund uit Hamburg mee vertrekt? Het is niet uit de foto af te leiden, maar het moet een van de drie schepen van de HAPAG, de Hamburg-Amerika lijn zijn: de Albert Ballin, de Deutschland (IV) of de Hamburg (II) die tussen 1923 en 1925 op de Hamburgse werf Blohm & Voss werden gebouwd.

Hans Böhm, Zivilporträt: Edmund Reinhardt; Abfahrt nach Amerika, 1927. Collectie: Theatermuseum Wien.

Op de tweede foto is het ineens een stuk drukker aan de havenkant. Zo lijkt het. De fotograaf verschuift zijn lens naar rechts. Iedereen zwaait naar het schip of kruipt tersluips naar fotograaf Hans Böhm om in beeld te komen.

Het is geen kleine gebeurtenis, het op een luchthaven, treinstation of haven ophalen of wegbrengen van een bekende. Dat gaat over verhalen en medeleven. De tragiek van deze foto’s toont dat nooit zeker is wie vertrekt of aankomt.

We weten nooit vooraf wie het langst de ander welkom heet en wie uiteindelijk als eerste afscheid neemt. Scheiden is hachelijk. Maar het verlangen naar ontdekking of verandering is sterker.