Inheems – uitheems. Gedachten bij twee foto’s uit de Charles Mensing Collection (1900)

Nature photography [approximately 1900]‘. Collectie: Charles Mensing Collection.

Dit is natuurfotografie van rond 1900. Een paard met rijtuig sjokt over een brug. In schaduw gehuld. Raadselachtig is de man rechts in de struiken. Het is geen toeval dat hij in beeld staat. Zijn linkerarm beweegt. Wordt het zo een portret van deze man of is hij eerder onderdeel van een vaderlandse beeltenis die nationale elementen van de vertrouwde omgeving in beeld brengt?

Een volgende foto uit de Charles R. Mensing Photograph Collection toont voor een hedendaags publiek minder neutraal. Op het podium zitten rijk uitgedoste mensen die volgens de tekst van de attractie Singalese inwoners van het eiland Ceylon zijn. Nu Sri Lanka. Het wordt aangekondigd als leerzaam en grappig. Vermoedelijk alleen voor de bezoekers van de kermis of jaarmarkt.

Charles R. Mensing, ‘Stage shows, Toledo, Ohio [approximately 1900]‘. Collectie:
Charles R. Mensing Photograph Collection.

Exotisme is voorkeur voor het vreemde. Dat kan verschillende bedoelingen hebben. Om aan te tonen dat het vreemde deugt of niet deugt. Dat is de spanning tussen aantrekken en afstoten.

Het is lastig om deze twee foto’s ongeveer 120 jaar later correct te ‘lezen’. Zijn ze bedoeld om respectievelijk het inheemse en het uitheemse te promoten of geven ze er juist kritiek op? Of is het te vergezocht om nu zo’n vraag te stellen omdat we betekenis achter iets zoeken die er oorspronkelijk niet was? Duiding leggen we er domweg overheen. Dan is het een laag die er nooit was en gezien kan worden als ouderdomskenmerk die ons onvermogen er op aanbrengt.

Gedachten bij de foto ‘Professor Denman Fink observes as student draws bathing beauty’ (1941)

Professor Denman Fink observes as student draws bathing beauty‘, 1941. Collectie: University of Miami Historical Photograph Collection.

Denman Fink (1880-1956) was een beeldend kunstenaar en ontwerper die vanaf 1924 in Miami zijn neef George E. Merrick hielp met het ontwikkelen van Coral Gables, een deel van Miami-Dade County dat periodiek in de publiciteit komt als uniek. De stijl waarin dat gebeurde wordt de Mediterranean Revival architecture genoemd. Volgens Merrick paste het bij het tropische karakter van Zuid-Florida. Het project omvatte meer dan duizend gebouwen.

In 1941 was Merrick allang verdwenen uit Coral Gables, maar zijn neef Denman Fink hangt er zo te zien nog rond. Hier op Tahiti Beach waar hij studenten begeleidt die modeltekenen. In de felle zon. In de foto kruisen diverse zichtlijnen elkaar.

Dit is de meest glamourachtige foto van Fink in de collectie van de University of Miami. Het zou een scène kunnen zijn uit Fellini’s film Lo sceicco bianco (1952) met de zoetsappige Alberto Sordi als held van een fotoroman. Dat is de cosmetische begoocheling van het droomland dat realiteit probeert te worden.

Catalaanse Hermenter Serra de Budallés poseert in Londense regen (1912)

‘Hermenter Serra de Budallés a Piccadilly Circus un dia de pluja, a Londres‘, 1912. Collectie: Generalitat de Catalunya

De uit Barcelona afkomstige Catalaans-Spaanse ingenieur en fotograaf Hermenter Serra de Budallés (1894-1997) staat op een regenachtige oktoberdag in 1912 op Piccadilly Circus in Londen. Beschermd door een paraplu. Is Antoni Miquel de fotograaf?

Regen in Engeland, kan het voorspelbaarder? Voor een Catalaan ongetwijfeld niet.

De foto’s van deze fotograaf leggen de kerkelijke, wereldse en familiale hoogtepunten vast van het leven in Barcelona en elders. Interessant en vergelijkbaar met soortgelijke collecties die hetzelfde deden. Het brengt een voorbij leven dichterbij. Dat is best aangrijpend. Grasduinen door de collectie lijkt op een race tegen de klok van het leven.

Hermenter Serra de Budallés, [Cursa en costes de l’Exposició Internacional de Barcelona], 1929. Collectie: Generalitat de Catalunya.

In Nederland wint laffe journalistiek het van weerbare journalistiek

Thierry Baudet (FvD) en Geert Wilders (PVV) tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat / ANP. 2021.

Het is niks nieuws om het te zeggen en ik heb het de afgelopen jaren in blogposten, al voor de opkomst van Donald Trump, herhaaldelijk gezegd, de media zijn niet links, maar rechts. Toen moest het ergste nog komen. De media hebben in de VS de opkomst van Donald Trump mogelijk gemaakt. Zie mijn commentaar uit 2015.

De redenen daarvoor waren divers: gebrek aan historisch besef en intellectuele denkkracht bij journalisten, gemakzucht en lui denken van journalisten, en opportunisme en eenzijdige prioriteit voor het eigen economische belang bij de gevestigde (‘establishment’) media. Het excuus daarvoor is dat ze vechten om te overleven en daarom geen keuze hebben. Maar de vraag is wat dat soort media nog waard is en maatschappelijk toevoegt.

Journalisten en media hebben gefaald. Ze hebben de ultrarechtse politici in de VS en in Europa niet even kritisch benaderd als ze dat deden bij politici van centrumpartijen of de gematigd linkse politiek.

Het meest opvallende is dat de journalistiek nog steeds niet tot het inzicht is gekomen dat het niet alleen terughoudend en slordig heeft gehandeld, maar een noodzakelijke rol heeft gespeeld in de normalisering van ultrarechts. Van Trump, van Wilders, van Baudet.

De fout die journalisten van De Volkskrant, NRC en Trouw blijven maken ontspruit vanuit het verkeerde idee dat bij elke hoor wederhoor past. Als dat gaat om mening A tegenover mening B, dan klopt dat. Maar niet als het gaat om een democratische overtuiging tegenover een anti-democratische overtuiging. Journalisten verschuilen zich achter hun beroepscode en menen vanuit eigen perspectief op veilig te spelen, maar bereiken voor het geheel het omgekeerde: onveiligheid voor de democratie.

Het feilen van de gevestigde media is dat ze dit onderscheid niet willen of kunnen maken. Ook dat ze achteraf hun gemaakte fout niet willen toegeven en van die fout weinig hebben geleerd toont niet de sterkte, maar de essentiële zwakte van de journalistiek. De ethiek en het democratisch besef zijn ondergeschikt aan persoonlijke en economische overwegingen.

Als er een verantwoordelijke, volwassen journalistiek zou bestaan, dan zouden media en journalisten dagelijks het ultrarechtse gedachtengoed van een partij als FVD signaleren. Maar dat laten ze na, hoewel ze wel een kritische houding zijn gaan aannemen. Dat is echter niet structureel, maar incidenteel.

Tot op de dag van vandaag normaliseren Nederlandse media het ultrarechtse gedachtengoed. Tot mijn verbijstering gaf in december 2021 omroep 1Twente Enschede het ultrarechtse Fvd-Kamerlid Pepijn van Houwelingen die de democratie en de rechtsstaat wil ontmantelen volop publiciteit. Deze omroep is ziende blind en het zou nog tot daar aan toe zijn als dit de uitzondering was. Maar dat is niet zo.

In een commentaar omschreef ik dat als volgt: ‘Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.’

Pas nadat de ultrarechtse politici door de journalistiek en de gevestigde media op het schild werden gehesen zonder dat aan hen een strobreed in de weg werd gelegd is in de journalistiek een aarzelend besef ontstaan dat het daar mede voor verantwoordelijk is. Maar zelfs dat heeft nauwelijks geleid tot zelfreflectie, laat staan zelfinzicht van individuele journalisten en directeuren van media-organisaties. De durf, mentaliteit en grootmoedigheid om dat publiekelijk toe te geven ontbreekt. Zo ziet weerbare en verantwoordelijke journalistiek er niet uit, maar laffe journalistiek wel.

De journalistiek wil zich niet de maat laten nemen en kruipt steeds weer weg voor het nemen van verantwoordelijkheid. Zo is het niet in staat om een nieuwe start te maken door te werken aan het herstellen van de eigen geloofwaardigheid en het weggezakte publieke vertrouwen. Er is geen weerwoord voor het verwijt dat de journalistiek verantwoordelijk is voor het eigen falen. Daarom zwijgt het achteraf. Een mea culpa is de vloek in de redactieruimte. De meerderheid van het publiek ziet met lede ogen de kortzichtigheid van de journalistiek aan.

Gedachte bij de foto ‘Remorqueur dans le port de Beira’ (1947-1950)

Emile Kaltenrieder, ‘Remorqueur dans le port de Beira‘, 1940-1950. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Een sleepboot in de haven van Beira, Mozambique. Het is tussen 1947 en 1950. De protestante Zwitserse missionaris Emile Kaltenrieder die van 1947 tot 1965 in Beira was gestationeerd is de fotograaf.

Meer valt er niet over te zeggen. Ja, Beira was ooit een Arabische nederzetting. Ja, allerlei internationale katholieke en protestante bewegingen waren werkzaam in Mozambique onder het Portugese bewind dat in 1975 eindigde. Missionarissen maakten foto’s tijdens hun reizen.

De compositie wordt omkaderd door schepen. Ze liggen op de rede. Rook komt uit de schoorsteen van de sleepboot die waarschijnlijk vracht vervoert die uit het linkse vrachtschip is gelost.

Het is een gewone momentopname van een Zwitserse missionaris. Wordt hij geïmponeerd door de zee, de vergezichten. de geluiden, de oliestank en het geheel dat hij niet van huis uit kende? Het kan, we kunnen het alleen maar vermoeden. Toch een typische foto die niet raar of vreemd aandoet, maar kenmerkend is omdat het varieert tussen excursie en expeditie. De missie van een Zwitserse missionaris verdwijnt gedeeltelijk achter dit beeld en dat toont zijn menselijkheid.

Benoem fascisten als fascisten. Het werkt averechts om fascisme met andere begrippen te vermengen

Poster ‘Fascisme is slavernij‘, 1980. Bewerking van linoleumsnede van Gerd Arntz. Collectie: Internationaal Instituur voor Sociale Geschiedenis.

Deze poster uit 1980 zegt dat fascisme slavernij is. Deze slogan wordt zonder bronvermelding boven een linoleumsnede van de Duits-Nederlandse ontwerper Gerd Arntz uit 1935/1936 geplaatst. Hij werd bekend om zijn zogenaamde isotype en werkte voor het CBS.

De context uit 1935 is anders dan in 1980. Nadeel van het hergebruik van oud bronmateriaal is dat de nuance van ‘het verhaal’ van toen ondergeschikt wordt gemaakt aan de situatie van nu die daar niet volledig in past. Zo gaat de nuance van het verhaal van toen verloren.

Toegespitst op deze linoleumsnede van Arntz, in hoeverre komen de Nazi’s en de Duitse oorlogsindustrie uit 1935 overeen met de in het Westen heersende klasse en de Westere oorlogsindustrie van 1980? Zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten? Is de positie van de Duitse arbeiders in 1935 hetzelfde als de positie van de werknemers in 1980?

Activisten hebben er een handje van om begrippen te vermengen. Dat werkt niet altijd verhelderend. De begrippen die al te makkelijk met elkaar vermengd worden zijn onder meer: rassenhaat/racisme, mensenhaat, vrouwenhaat, vreemdelingenhaat, seksuele discriminatie, uitbuiting, slavernij, (neo)-kolonialisme, neo-nazisme, imperialisme, antisemitisme, clericalisme en apartheid.

Door het een uit het ander te laten volgen (‘Racisme leidt tot fascisme‘) of het fascisme te beperkt te interpreteren ‘Fascisme is slavernij‘ of ‘Fascisme is moord‘ gaan de historische nuances van toen en nu verloren.

Dat is jammer omdat dan ook het aloude parool ‘Wees Waakzaam‘ afgezwakt worden. Juist nu is waakzaamheid geboden omdat de democratie onder druk staat en zich weerbaar op dient het stellen. De dreiging is sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet zo groot geweest.

Hedendaagse fascisten als Donald Trump en Thierry Baudet moeten zonder schroom en zonder slag om de arm genoemd worden wat ze zijn: fascisten. Activisten moeten begrijpen dat het averechts werkt om dat te verbinden met begrippen die volgen uit het eigen hobbyisme of segment van het activisme. Dat leidt af van de essentie en verzwakt door stapeling een glasheldere uitspraak die het fascisme afwijst.

Niet-joodse Helen Mirren krijgt kritiek van joodse Maureen Lipman vanwege haar filmrol van de joodse Golda Meir

Schermafbeelding van deel artikelMaureen Lipman attacks casting of Helen Mirren as former Israeli PM Golda Meir‘ in The Guardian, 5 januari 2022.

De joodse actrice Maureen Lipman zet vraagtekens bij het feit dat de niet-joodse Helen Mirren in een film van de Israëlische regisseur Guy Nattiv gecast wordt als de joodse voormalige Israëlische premier Golda Meir. The Jewish Chronicle besteedt er in een artikel van 3 januari 2022 aandacht aan.

Lipmans argument is ‘dat de joodsheid van Meirs personage “integraal” is’. Wat ze daar precies mee bedoelt is onduidelijk. Het lijkt ermee te maken te hebben dat volgens Lipman Mirren haar rol niet voldoende ‘doorleefd’ kan hebben. Lipman zet geen vraagtekens bij Mirren als actrice en vermoedt dat ze geweldig zal zijn in de rol van Meir.

De essentie van het acteren is dat een acteur door te ‘doen alsof’ geloofwaardig in de huid van een ander kruipt. Maar blijkbaar wordt dat ‘doen alsof’ niet meer voldoende geacht door politieke activisten die menen dat het bij acteren niet meer draait om zo goed mogelijk ‘doen alsof’, maar om het feit van ‘het zijn’. Het acteren, ofwel de kunst wordt zo ondergeschikt gemaakt aan een politiek-maatschappelijk doel.

De opvatting van Lipman betekent een teruggang naar stereotypering. Naar een opvatting dat een rol wat de belangrijkste kenmerken betreft moet samenvallen met de acteur. Het is een pleidooi voor de herleving van oerbeelden die zijn wat ze zijn en niets meer of minder. In deze opvatting wordt de eendimensionele tronie de norm. Dat staat haaks op wat acteren in de kern is.

Het activisme dat uitgaat van eigenheid zal de casting van rollen in film of theater bemoeilijken als de kenmerken van rollen overeen moeten komen met de kenmerken van de acteurs. Als de geest uit de fles is wacht een onoplosbare puzzel van verschillen wat etniciteit, religie, regionaliteit, leeftijd, seksuele oriëntatie, beperking, sociaal-economische status en opleidingsniveau betreft. Hoever kan de herverkaveling gaan voordat de casting vastloopt?

In dit verband is het begrip ‘Jewface‘ gemunt, dat zowel een claim op gelijke rechten als een openlijke toe-eigening van joodse rollen door joodse acteurs is. De uiterste consequentie van deze claim is dat joodse acteurs voortaan geen rollen van niet-joodse karakters meer toebedeeld kunnen krijgen.

De herverkaveling en afscherming van rollen is begrijpelijk vanuit het oogpunt van politiek activisme, maar onbegrijpelijk op het niveau van de verbeelding, de creativiteit en het slechten van grenzen tussen groepen.

Wat is het eigenlijk dat Lipman tot haar kritiek op de casting van de niet-joodse Mirren als de joodse Golda Meir brengt? Haar beweegredenen kunnen divers zijn: kinnesinne, profileringsdrang als actrice of als politiek activiste, werkgelegenheid of een meningsverschil. De kritiek past in elk geval in de huidige golf van identiteitspolitiek die de kunsten heeft bereikt en nieuwe grenzen optrekt en ‘cultuurdragers’ uitsluit vanwege een vermeend verkeerde identiteit.

De nieuwe apartheid richt met verwijzing naar emancipatie en representatie nieuwe scheidslijnen op tussen groepen. Dat kan zinvol zijn voor activisten en voor de positie van een benadeelde minderheidsgroep die de toegang tot een specifieke kunstdiscipline structureel wordt ontzegd, maar het is rampzalig en contra-productief voor de kunst. Het valt overigens te betwijfelen of joodse acteurs tot een structureel benadeelde minderheidsgroep behoren.

Bijproduct van de Filipijns-Amerikaanse Oorlog: een studiofoto uit Japan (1899)

Studio portrait of young Japanese woman with parasol in rickshaw, pulled by man in traditional dress and hat‘, 1899. Collectie: California State Library.

Deze studiofoto uit 1899 van een Japanse vrouw in een riksja is niet bijzonder. De aanleiding voor de verwerving van deze foto is het wel.

Volgens de toelichting ging sergeant Frank Freeman Atkinson vanuit California naar de Filipijnen, toentertijd een Amerikaanse kolonie, om te helpen een opstand neer te slaan. De Filipijns-Amerikaanse Oorlog duurde van 1899 tot 1913. Repatriërende troepen brachten verlof door in Nagasaki, Yokohama of Tokio. Voor het thuisfront kocht sergeant Atkinson daar als aandenken deze standaard studiofoto vol couleur locale.

In 1913 verklaarde president Wilson dat de Filipijnen onafhankelijk konden worden. Dat was in lijn met zijn latere belofte om Europese landen na de Eerste Wereldoorlog autonomie te gunnen.

Prinses Nouma Hawa was in Utrecht in 1902

Op deze foto uit 1902 van Johannes Anthonius Moesman (1959-1937) zien we het Utrechtse kermisterrein op het Vredenburg. Hij was de vader van de surrealistische schilder Jopie Moesman. Interessant is de attractie met Prinses Nouma Hawa. Men kon tegen betaling haar de hand schudden. Met terugwerkende kracht is zij een wereldster. Hoewel ze in 1902 vlak voor haar grote doorbraak stond. Wat deed ze in Utrecht? Maar, wacht even, over welke Nouma Hawa gaat het?

Afbeelding van reclamemateriaal van Prinses Nouma Hawa in een artikel dat de identiteit van de twee Nouma-Hawa’s verwisselt.

Nouma Hawa werd in Nederlands publiciteitsmateriaal gepresenteerd als het levende dauwdrupje ofwel ‘de kleinste dame ter wereld’. Bronnen zeggen dat ze rond 1902 door Europa toerde en in het seizoen 1903-1904 toetrad tot de Amerikaanse show van Buffalo Bill. Ze zou tijdens een Europese toernee van Buffalo Bill geworven zijn. Ze stierf in 1909. Haar naam was Mathilda Cajdos (Hongaars: Matilda Gajdoš) en ze was geboren in het toenmalige Transsylvaans-Hongaarse Barót in het Szeklerland dat na de Eerste Wereldoorlog Roemeens werd. Vandaar de misverstanden over haar herkomst.

Foto met Prinses Nouma Hawa, artiestennaam van Matilda Gajdoš in een nieuwsbrief van december 2020 van de Lexden History Group met een item over de Buffalo Bill Wild West Show in het Engelse Colchester in september 1903.

De Zweedse versie van het Wikipedia-item ‘Mathilda Cajdos‘ (1877-1909) laat onderstaande Nouma-Hawa zien die wordt gepresenteerd als de eerste vrouwelijke dompteuse ter wereld. Ze lijkt niet de kleinste dame ter wereld. Dit item is onbetrouwbaar en slaat de plank volledig mis.

Adolph Friedländer (1851-1904) – Ruth Malhotra: Manege frei. Artisten- und Zirkusplakate von Adolph Friedländer. Dortmund 1979; S. 121 Nouma Hawa – La première dompteuse du monde. Farblithographie.

Er lopen blijkbaar twee identiteiten door elkaar heen. Prinses Nouma Hawa die in Transsylvaans Hongarije in 1877 geboren werd als Matilda Gajdoš en de dompteuse die zich Nouma-Hawa noemt. Volgens een Franse bron werd zij in 1845 als dochter van een kleermaker in de Ardèche geboren als Marie Louise Grenier en stierf ze in 1926 aan het Meer van Genève. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat de 32 jaar oudere Marie Louise Grenier zich eerder Nouma-Hawa noemde dan Matilda Gajdoš zich prinses Nouma Hawa noemde.

Deze bron zegt terecht dat we de Franse dompteuse niet moeten verwarren met prinses Nouma Hawa die met Buffalo Bill optrad. Maar Dominique Denis gaat ook de fout in als hij zegt dat deze 82-centimeter lange Matilda Gajdoš ‘aan het begin van de 20e eeuw naar Europa is gekomen met de Buffalo Bill-tour’. Het was juist andersom, ze werd in Europa geëngageerd door kolonel William Cody, de echte naam van Buffalo Bill, en ging toen naar de VS waar ze uiteindelijk in 1909 stierf.

Het is lastig om alle feiten correct op een rij te krijgen. Het internet kan een bron van misleiding en napraterij zijn.

Normalisatie van een anti-democraat: 1Twente Enschede geeft FvD’er Pepijn van Houwelingen ruimte voor het verspreiden van zijn ultrarechtse denkbeelden. Is dat journalistiek?

Pepijn van Houwelingen is kamerlid van FvD. Hij schreef in 2010 onder het pseudoniem Vossius het boek ‘Oneigentijds‘. Hierover schreef ik in een commentaar uit 2016 onder verwijzing naar een boekbespreking in NRC: ‘De persoon ‘Vossius’ die deels samenvalt met Van Houwelingen wil volgens Hecks en Stokmans de democratie afbreken: ‘In het boek staat ook dat Europa verziekt en verzwakt is door „het mekkeren” over mensenrechten als vrijheid en gelijkheid. En er staat ook dat het Derde Rijk te verkiezen is boven onze samenleving, omdat het, hoe grotesk ook, tenminste nog een hoger doel diende, en daarmee vitaliteit en kracht losmaakte.’

In een reactie bij deze video van 1Twente Enschede plaatste ik de volgende reactie: ‘Veelzeggend dat 1Twente Enschede de ultrarechtse Pepijn van Houwelingen een podium biedt en kritiekloos laat interviewen. Heeft 1Twente Enschede een pro-democratisch of anti-democratisch beleid?

Ik vraag me af wat de redactie van 1Twente Enschede bezielt om Van Houwelingen gratis publiciteit te bieden en of er binnen die redactie geen weerstand bestaat tegen dit beleid om anti-democraten zonder overtuigend weerwoord de democratie te laten beschadigen. Wat voor journalistiek denkt 1Twente Enschede eigenlijk te bedrijven? Is het naïef of kwaadaardig?

Het interview kabbelt door en weet door de controverses te omzeilen waardoor Van Houwelingen de afgelopen jaren in het nieuws is gekomen hem en zijn partij te normaliseren. Het is bloedeloze Blut und Boden retoriek die de regionale kaart trekt. Van Houwelingen kan onweersproken zeggen dat FvD niet radicaal is, maar het politieke midden wel

Dit leidt niet alleen tot een onbenullig interview dat niet doorbijt en geen follow-up vragen kent en de kijker onvolledig informeert, maar vooral tot het bieden van een platform aan een anti-democraat die volop in de gelegenheid wordt gesteld om te scoren. De interviewer geeft Van Houwelingen voorzet na voorzet. Uit de reacties bij de video blijkt hoe dat uitpakt. Het overgrote merendeel is positief over Van Houwelingen, FvD en de denkbeelden die hij vertegenwoordigt. Dankzij de redactie van 1Twente Enschede die hier willens en wetens voor heeft gekozen.

Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.

De beste strategie om radicale populisten als Thierry Baudet en Pepijn van Houwelingen in de media aan te pakken is om ze van repliek te dienen als daarvoor goede argumenten gepresenteerd kunnen worden of ze in andere gevallen niet te noemen en geen aandacht te geven. De Nederlandse media hebben te lang Baudet en zijn radicale partijgenoten kritiekloos publiciteit gegeven zodat ze zichzelf op het schild konden hijsen dankzij de aandacht in de media. In de Nederlandse media lijkt sinds Baudets toespraak over de boreale wereld en de Uil van Minerva in maart 2019 het besef te zijn ontstaan dat FVD en zijn medestanders deconstructieve krachten zijn die bewust de democratie willen ontmantelen.

De onbenullige naïviteit van 1Twente Enschede valt uit de toon. Het legt er een eer zijn om een anti-democraat, racist en fascist een podium te bieden. Het lijkt hoognodig dat de redactie van 1Twente Enschede in de spiegel kijkt, beseft welke krachten het ondersteunt en in welke samenleving het opereert.