Gedachten bij de foto ‘Interieur ovens’ (1999)

Paul van Galen, Interieur ovens, 1999. [Interieur Nederlandse IJzergieterij Vulcanus te Vaassen]. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Het mooiste mooi is in mijn ogen het terloopse mooi. Als het te bedacht overkomt, dan doet dat af aan de onbevangenheid. Als het gekunsteld is, dan doet het mooi uitsluitend een uitspraak over zichzelf. Afgesloten. Dan wordt het plat.

Een betekenis van spontaan is: ‘uit eigen beweging‘. In deze foto wordt een uitbarsting verbeeld. Het is een bijproduct van een industrieel proces van ijzergieten.

Een kunstenaar heeft niet het alleenrecht op de betekenis van een kunstwerk. Maar is een registratie, een documentaire foto die bedoeld is om industrieel cultureel erfgoed vast te leggen een kunstwerk? Ik denk het niet. Dat is voor mij de meerwaarde aan deze foto.

Het is de twijfel over de intentie van de fotograaf die het spannend maakt. Want hij kan door zijn opdrachtgever op pad gestuurd zijn om te registreren, om vast te leggen, maar of hij niet in de verleiding wordt gebracht om zijn talent in te zetten om het mooier te maken dan het is weten we niet zeker.

Toch doet dat er niet toe. Waar begint de esthetische functie van kunst als communicatie zoals taalkundige Roman Jakobson die ooit uitwerkte? Dat omvat ook kunst die geen kunst wil zijn. En hoe dan ook is de boodschap dominant. Niet de zender zoals fotograaf Paul van Galen of zijn opdrachtgever.

Dat is de hinkstapsprong die we als kijker mogen maken. We vinden de weg in een doolhof dat geen dwaaltuin, maar een kaarsrechte weg is. Onze waardering kan veranderen als we terloops mooi verkiezen boven bedacht mooi. Dat nemen we aan. Meer is het niet.

Als politie en politiek zich al af laten troeven door amateur-boeren, wat zal hun antwoord dan zijn op professionele criminele organisaties?

Schermafbeelding van deel artikelMob-style killings shock Netherlands into fighting descent into ‘narco state’ van Senay Boztas in The Guardian, 3 juli 2022.

Afgelopen week liet de Nederlandse ordehandhaving zich van haar boterzachte kant zien. Politiechef Willem Woelders zei in een interview in NRC dat de politie het boerenprotest niet kan stoppen. Wat voor signaal geeft dat af aan de bevolking die ermee heeft ingestemd dat de politie het geweldsmonopolie heeft als de politie dat niet waar kan maken? Dat wordt ook wel een kenmerk van de soevereine staat genoemd. Zo ondermijnt de politie de democratie.

Raadselachtig was dat Woelders zei tevreden te zijn met het politieoptreden. Terwijl velen in het land zich zorgen maakten over de lauwe reactie van de politie die zichtbaar de controle had verloren. Er lijkt wat te schorten aan het zelfbeeld van de Nederlandse politie. 

Het gaat notabene niet om maffia-achtige criminele organisaties, maar om radicale boeren die gesteund worden door radicaal-rechtse partijen en de agro-industrie die via deze boeren het eigen verdienmodel van met name de intensieve veeteelt probeert veilig te stellen. De protesten trekken anti-overheids beroepsactivisten aan, maar nog steeds telt dat niet op tot een georganiseerde criminele organisatie.

De politie neemt het op tegen amateurs en legt het hoofd in de schoot. Hoe moet dat dan niet zijn als de Nederlandse politie komt te staan tegen internationale professionele criminele organisaties die keihard en meedogenloos zijn? Het artikel in The Guardian is al in de kop duidelijk: ‘Mob-style killings shock Netherlands into fighting descent into ‘narco state’.

Wolders introduceert een valse tegenstelling als hij zegt ‘het is voor iedereen veiliger om te deëscaleren.’ Ten koste van wat? Hij stelt het zo voor dat de enige stap, het laatste redmiddel, om het geweld van de boeren te voorkomen het gebruik van ‘het vuurwapen of andere geweldsmiddelen‘ is.

Dat is aantoonbare onzin. Infiltratie in de boerenbeweging, massale aanwezigheid van politie bij de boerenprotesten, duidelijke communicatie vooraf van wat door de overheid zal worden getolereerd en hard optreden bij het begin van een boerenprotest door inbeslagname van trekkers zijn de middelen die voor het gebruik van het vuurwapen liggen. Dat laat Woelders ongenoemd. 

Als Woelders zou zeggen dat de politie slecht georganiseerd is en slecht geleid wordt en te veel taken op het bordje heeft gekregen, door de politiek verplicht wordt om de verkeerde prioriteiten te stellen (voetbalwedstrijden), opeenvolgende mislukte digitaliseringsprojecten heeft ondergaan die de doelmatigheid ondermijnen en een fundamenteel gebrek aan middelen (mensen, materiaal) heeft, dan zou hij een strek punt hebben. Maar het past in de pappen-en- nathouden retoriek van de politieleiding dat zoiets niet publiekelijk wordt gezegd,

Een belangrijk aspect is dat de Nederlandse politie een imago van liefheid en terughoudenheid heeft en geen afschrikkend effect heeft. Er zijn geen bewindslieden van Justitie, Binnenlandse of Algemene Zaken van wie vooraf bekend is dat ze hard willen optreden tegen verstoorders van de openbare orde. Dat geeft de radicale boeren de ruimte om een loopje met de politie te nemen omdat ze terecht inschatten weg te komen met de verstoring van de openbare orde.

Hubert Smeets verwees naar dat aspect in een column met de titel ‘Op geweld en samenspanning staan klip en klare gevangenisstraffen‘: ‘Rutte taxeert de ernst niettemin rooskleuriger. Hij denkt nog steeds te kunnen „voorkomen” dat politie en burgemeesters moeten „optreden”, zoals hij daags na het boerengeweld zei. De premier wil geen bloedhond zijn.

Smeets verwijst naar de Weimarrepubliek en minister van Binnenlandse Zaken Gustav Noske die in 1919 de politie hard liet optreden tegen communistische opstandelingen die vanuit Rusland werden aangestuurd. Noske besefte dat hij vanuit zijn functie nu eenmaal de bloedhond moest zijn. Binnen de Nederlandse regering en politie wil niemand de bloedhond zijn.

De vergelijking met de Weimarrepubliek kan nog anders bekeken worden door ons af te vragen waarom Nederland geen staatslieden van het kaliber Friedrich Ebert of Gustav Stresemann kent die met slim strategisch manoeuvreren uitstijgen boven de situatie van alledag. De tegenstelling die Smeets schetst tussen pyromanen en bloedhonden luidt dan anders, namelijk die tussen bloedhonden en onverschrokken leiders.

Gedachten bij de foto ‘Street scene Madeira’ (1925-1930)

Alonzo W. Pond, ‘Street scene, Madiera [Madeira]’, 1925-1930. Collectie: Beloit College Digital Collections.

De Amerikaanse archeoloog Alonzo Pond leidde van 1925 tot 1930 opgravingen van prehistorische sites in Algerije. De reis van of naar de VS ging via Madeira. Dat Portugese eiland lag ook cultureel en economisch tussen de VS en Algerije.

Op de foto wordt geflaneerd en stilgestaan. Mannen maken een ommetje door de buurt. De Paseo van Pessoa, als het ware. Dat Pond dat straatbeeld vastlegt is geen wonder. Hij vindt het opmerkzaam.

Van de voorstelling op deze foto naar het toneelbeeld van een stuk van Ionesco, Beckett of Pinter is een kleine stap. Wie niet bekend is met de cultuur van het flaneren vat dit op als absurd toneel. Wachten zonder direct doel, zo lijkt het. Maar het wachten is het doel.

Wat doen de mannen? Wat is de langzaamste weg van A naar B? Hier wordt wat we onthechten noemen in praktijk gebracht. Nu moeten we er cursussen voor volgen om daar te komen.

Keti Koti kan geen nationale feestdag zijn

Deel van columnGeen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz in NRC, 30 juni 2022.

De column ‘Geen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz benoemt vanuit familieniveau de achterstelling in Nederland van de nabestaanden van Oost-Indische slaven ten opzichte van de nabestaanden van West-Indische slaven. Dat is een structurele weeffout.

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

Vele voormalige Surinamers en Antillianen hebben belangrijke functies in de overheid. Zoals de in Suriname geboren Rabin Baldewsingh. Ze lijden aan kortzichtigheid en maken de fout de stemming van hun moederland een-op-een naar Nederland te willen vertalen.

Schermafbeelding van deel interviewBelangrijke adviseur regering: maak van Keti Koti een nationale feestdag, met de koning erbij‘ met Rabin Baldewsingh in de Volkskrant, 30 juni 2022.

In een video van het Caribisch Netwerk zegt een medewerker van het Tropenmuseum dat het Nederlands kolonialisme een ‘wereldwijd verhaal’ is. Maar in de achtergrond van de medewerkers en de inrichting van tentoonstellingen van het Tropenmuseum is dat niet terug te vinden. Het blijft bij mooie woorden die niet worden waargemaakt. Caraïbische medewerkers en thema’s domineren het debat en de beeldvorming. Is het toeval dat de artistiek directeur van de NMVW, waar het Tropenmuseum onderdeel van is, afkomstig is uit Jamaica?

Caraïbische Nederlanders haken handig aan bij een beweging die veel politieke steun krijgt, hebben een tamelijk eenduidig profiel en claimen eenzijdig het antwoord op de schuldvraag over het kolonialisme te hebben en stellen dat hun voorouders de grootste slachtoffer van het kolonialisme waren. Dat laatste is historisch onjuist, maar dat dringt in het publieke debat niet door. In musea en universiteiten komt dat geluid niet goed tot uiting. De tegenstem ontbreekt.

De opwaardering van de West en afwaardering van de Oost in de aandacht voor kolonialisme en slavernij is een structureel probleem. Vraag is of dat typisch Nederlands is of ook in voormalige koloniale machten voorkomt die zowel in de Oost en de West koloniën hadden. In februari 2021 schreef ik het onderstaande bij een bespreking van de documentaire ‘Nieuw Licht – Het Rijksmuseum en de slavernij’:

1) Het is onbegrijpelijk dat terwijl expliciet in de documentaire gezegd wordt dat de slavernij in de Oost omvangrijker was dan die in de West, daar in de documentaire nauwelijks iets van terug te vinden is. Was het reisbudget onvoldoende, had de producent geen Indonesische of Nederlands-Indische contacten of was deze reductie een bewuste, politieke keuze? Dat heeft als gevolg dat nu alles in een zwart-wit perspectief geplaatst wordt. Dat is echter een te grove tegenstelling. Wat resteert is een eenzijdig Caraïbisch perspectief. Maar zo was de realiteit van toen niet, en zo is de realiteit van nu niet. De grijs- en bruintinten ontbreken en zijn weggemoffeld. Ook op een andere manier ontstaat vertekening. De tragiek van de historische slavernij is ook dat de zwarte mensen geen homogene groep vormden en naast slachtoffer ook dader konden zijn. Ook die nuancering ontbreekt in de documentaire.

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het voorstel om van Keti Koti eens in de vijf jaar een nationale feestdag met een vrije dag te maken moet afgewezen worden. Het is ongepast. Het verbindt niet, maar verdeelt. Zoals de column van Ellen Deckwitz illustreert. De herdenking van de slavernij kan niet exclusief aan een doelgroep verbonden worden die zich het onderwerp toe-eigent door de voorwaarden ervan te bepalen.

Pleidooi voor meer ‘faits divers’ in kranten

Schermafbeelding van artikelMan probeert met ijsjes kinderen zijn auto in te lokken‘ in de PZC, 29 juni 2022.

Faits divers, gemende berichten, diverse feiten. Deze nieuwtjes vallen niet in een van de hoofdcategorieën die kranten hanteren. Zoals Binnen- of Buitenlandse politiek, Economie, Cultuur.

In lokale en regionale kranten komen ze meer voor dan in landelijke kranten. De reden is duidelijk. Voor iemand in Kruiningen kan bovenstaand artikel interessant zijn. Voor anderen niet. Een landelijke krant kan er niet aan beginnen om gemengd nieuws over steden en dorpen te vermelden. Wellicht alleen in aparte regionale bijlagen die niet buiten betreffende regio worden verspreid.

Het is jammer dat de faits divers uit de landelijke kranten zijn verdwenen. Dat is een gemis omdat het inzicht in menselijke relaties biedt. Het abstractieniveau van landelijke kranten dat veelal praat over instituties en ideeën is hoog.

Je zou kunnen stellen dat faits divers depolitiseren en verbondenheid geven door herkenning en gemeenschapszin. Zoals in een oorlogssituatie iedereen beseft in hetzelfde schuitje te zitten, zo geven faits divers aan dat mensen meer gemeenschappelijk hebben dan ze zelf vermoeden. Hun overeenkomsten zijn groter dan hun verschillen. Dat benadrukken de faits divers op microniveau.

Het mens zijn dat zich uit in tragische of opmerkelijke gebeurtenissen, zoals misdaad, ongelukken of bijzondere prestaties is wat ons in ons diepste wezen kan raken. Door te zeggen ‘wat bijzonder‘ of juist ‘gelukkig dat mij dat niet overkomt‘. Faits divers versterken de identificatie tussen mensen. Daarom zouden landelijke kranten moeten overwegen om ze meer ruimte in hun kolommen te geven.

Gedachten bij foto van beeld ‘paard besmeurd met verf’ (1972)

C. de Boer, ‘paard besmeurd met verf. Axel, 1972. Collectie: Beeldbank Zeeland. In: BN/ De Stem.

Het beeld ‘Zeeuws Paard‘ (1963) van Josje Esselman ziet er in 1972 met verf besmeurd uit. Twee meisjes stappen het zebrapad op. De zwart-witte strepen van zebrapad en besmeurd paard rijmen. Dat kan geen toeval zijn. Was het de opzet om in het Axelse land een Zeeuws Paard de verschijningsvorm van een zebra te geven? Het heeft iets poëtisch.

De Beeldbank Zeeland categoriseert deze foto onder de steekwoorden ‘Geweld, Vandalisme, Kunst, Beeldende kunst’. Dat is nogal wat. Het steekwoord ‘Protest’ ontbreekt.

‘alles van waarde is weerloos// wordt van aanraakbaarheid rijk// en aan alles gelijk’ Zo dichtte Lucebert in De zeer oude zingt: (1954). Wat het betekent dan meer dan een slogan op een gebouw is lastig te doorgronden. Aanraakbaarheid is de sleutel tot een antwoord. Bezoedelen van iets van waarde wordt zo tot emancipatie en bevrijding van eigen kwelgeesten die losgelaten worden.

Kunst in de openbare ruimte die benaderbaar en tamelijk anoniem is en vandalisme liggen in elkaars verlengde. Geweld heeft de betekenissen ruwheid en lawaai. Geweld is bombarie. Toegepast door mensen die hun handen laten wapperen. Ze missen het abstractievermogen om ermee in hun hoofd in het reine te komen. Ze willen het aanraken, de materie voelen om zich zichtbaar te maken. Als boeren die leven door te wroeten in de aarde.

Ik maak kapot, dus ik besta‘ is een hedendaagse variant op de uitspraak van René Descartes. In hoeverre dat een uiting van vandalisme of inbeelding én eigendunk is blijft de vraag.

Radicale melkveehouders zijn Drama Queens in ketelpak en op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen

Activistische radicale boeren gooien hun eigen glazen in met acties zoals het blokkeren van snelwegen. Denken ze zo de steun bij het publiek te vergroten? Hun blik is vernauwd. Ze handelen uit een combinatie van kortzichtigheid, frustratie, woede en gebrek aan realiteitszin. Opgestookt en opgejaagd door de agro-industrie en banken die de boeren financieel gevangen houden en populistische radicaal-rechtse partijen als BBB, JA21, PVV, FVD en de SGP.

Het gaat voornamelijk om intensieve melkveehouders die protesteren en zich benadeeld voelen. Ze vatten de aangekondigde maatregelen om de vervuiling met stikstof terug te dringen bijna op als een persoonlijke belediging. Een groot deel van de Nederlandse boeren doet aan fruit-, bloemen-, en groenteteelt en produceert duurzaam en biologisch en is evenwichtig en toekomstgericht. Hun standpunt wordt in de media of het politieke debat onvoldoende gehoord. Radicale veehouders zijn Drama Queens in ketelpak op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen.

Er wordt door deze boeren en rechts-radicale onruststokers vaak gesteld dat premier Rutte en zijn ministers zijn losgezongen van de realiteit. Maar het zijn vooral de radicale melkveehouders die het zicht op de realiteit zijn kwijtgeraakt. Ze voelen zich slachtoffer van de overheid en zien onvoldoende in dat ze het verdienmodel van de agro-industrie zijn geworden. Maar daar richten ze hun pijlen niet op. Mede omdat de huidige acties door deze agro-industrie worden gefinancierd. Ook radicale boeren bijten niet de hand die hen voedt.

Feiten tellen. Krimp van de veestapel is noodzakelijk om de natuur- en klimaatcrisis aan te pakken. De overheid wil melkveehouders uitkopen. Ze kunnen hun bedrijf stoppen of overstappen op een ander soort productie. Zo’n 80% van de Nederlandse landbouwproductie wordt geëxporteerd. Het is een misverstand dat sanering van de melkveehouderij de voedselvoorziening in gevaar brengt. Integendeel. Het is de intensieve melkveehouderij die de Nederlandse voedselvoorziening in gevaar brengt.

Radicale boeren lijken niet te stoppen met hun wilde acties. De politie handelt terughoudend, terwijl deze boeren de openbare veiligheid in gevaar brengen. Of bestuurders die over het stikstofdossier gaan bedreigen. Het kabinet moet harder optreden vanwege de rechtsgelijkheid en de eigen geloofwaardigheid. De radicale boeren moeten nu de wacht aangezegd worden.

Deze radikalinski’s willen ‘meer respect en minder regels’. Dat klinkt tamelijk puberaal. Want iedere burger wil meer respect en minder regels. Maar dat kan een specifieke beroepsgroep niet alleen bepalen voor anderen en voor heel Nederland. Het kan niet dat de belangen van allen ondergeschikt worden gemaakt aan het belang van een specifieke beroepsgroep, te weten de geradicaliseerde intensieve melkveehouders. Zijn ze nog toerekeningsvatbaar?

Zowel in 2019 als nu hebben media de protesten van de radicale boeren tamelijk welwillend verslaan. Alsof ze bang zijn om een te kritisch geluid te laten horen en zelf tot doelwit van protest te worden. Radicale melkveehouders krijgen weer volop gratis publiciteit, maar desondanks voelen ze zich tekortgedaan. De radicale boeren staan het eerlijke verhaal zelf het meest in de weg. Maar ze begrijpen dat niet of doen in gespeeld onbenul alsof ze het niet begrijpen. Laten we niet in de misleiding door en de beeldvorming van deze imitatie-cowboys van de Lage Landen trappen.

‘Unindentified Exhibtion’ geïdentificeerd: Jacques Lipchitz in Stedelijk Museum (1958)

Jacques Lipchitz papers and Bruce Bassett papers concerning Jacques Lipchitz‘. Collectie: Archives of American Art. [Stedelijk Museum Amsterdam, 14 maart 1958].

Wat betekent de titel ‘Unidentified Exhibition‘ bij een aantal foto’s van een tentoonstelling van de Joodse Frans-Amerikaanse kunstenaar Jacques Lipchitz uit de collectie van de Archives of American Art op de site van de Smithsonian Institution?

Schermafbeelding van ‘Unidentified Exhibition‘ van Jacques Lipchitz op Smithonian Institute.

Het kan betekenen dat achteraf de tentoonstelling niet meer gedocumenteerd kan worden door gebrek aan feiten. Het kan ook iets anders betekenen. Analoog aan de titel van een kunstwerk ‘Geen titel’. De kunstenaar wil niet dat de tentoonstelling geïdentificeerd wordt en zich onttrekt aan duiding. De kunstenaar trekt met zo’n titel een lange neus tegen kunstjournalisten, kunstwereld en het museum die de tentoonstelling onderdak biedt.

Ach, elke Nederlander van een zekere leeftijd met belangstelling voor beeldende kunst herkent in de foto’s de ‘doorzichtige’ en nu niet meer bestaande Sandbergvleugel van het Stedelijk Museum in Amsterdam. De huizen van de Van Baerlestraat schemeren op enkele foto’s door de jaloezieën door. De ‘nieuwe vleugel’ werd in 1954 geopend. Wie dan nog niet overtuigd is ziet Willem Sandberg de bezoekers op de opening toespreken.

Schermafbeelding van persberichtDe beeldhouwer Lipchitz in Amsterdam‘ van Stedelijk Museum, 10 maart 1958. Collectie: Stadsarchief Amsterdam.

De tentoonstelling was van 14 maart tot 5 mei 1958. De titel was ‘Jacques Lipschitz’. Bovenstaand persbericht van Willem Sandberg maakt duidelijk dat de opening op vrijdagavond 14 maart 1958 plaatsvond. In afwezigheid van de kunstenaar. Dat ondermijnt de claim dat Jacques Lipchitz in Amsterdam is. Neemt de dame met de bontjas namens Lipchitz de honneurs waar? Is zij wellicht zijn echtgenote Yulla die hier 46 jaar oud is?

Jacques Lipchitz papers and Bruce Bassett papers concerning Jacques Lipchitz‘. Collectie: Archives of American Art. [Stedelijk Museum Amsterdam, 14 maart 1958].

Foto’s die zouden horen bij een niet geïdentificeerde tentoonstelling zijn nu geïdentificeerd. Ze horen bij een tentoonstelling met werk van Jacques Lipchitz in het Stedelijk Museum in 1958. Allen kunnen we helpen om de historische documentatie van kunstinstellingen aan te vullen.

(Ik heb het Smithsonian Institution een e-mail gestuurd met m’n bevindingen).

Amsterdam door Hongaarse ogen (1962)

Nederland, Amsterdam, 1962. Schenking van Janos Metneki. Collectie: Fortepan (Boedapest. Hongarije).

Betoverend zijn de kleurenfoto’s uit 1962 van net voor de provojaren met een schraal herkenbaar Oostblok-achtig kleurenpatroon. Het is het niet zo bekende beeld van vlak voor een grote gebeurtenis. 1962. Als aanloop naar 1965.

Jongeren en een enkele oudere genieten op de Dam van de zon. Zijn het medewerkers van banken en winkels in hun middagpauze? Waarom wil een Hongaarse fotograaf dit beeld vastleggen? Spreekt hem het exotisme van het vrije, ontspannen Westen aan? Verbeeldt dit de sfeer van vrijheid die hij in eigen land mist? Het is gissen.

Op de Wallen valt het vizier op een jongen en meisje die midden in de steeg (Lange Niezel) met elkaar praten. Een lookalike van Marilyn met petticoat en een nozem in een pak. In een afgezwakte alledaagse verschijningsvorm. Toen normaal, nu een verdwenen stadsbeeld. Zo verklaren we het nu, om iets dat we niet helemaal begrijpen dichterbij te brengen.

Transitie is het begrip dat deze foto’s uitdrukken. Zowel van de mensen die op de foto tot object worden gemaakt als van de fotograaf die erdoor gefascineerd wordt. De gevestigde orde van Nederland zou enkele jaren later met krenten uitgedaagd worden en had er geen passend antwoord op. Hier is het nog enkelzijdig Amstel Bier, Willem II sigaren en Heineken.

Wat komen ging was ludiek én serieus. Hangt het in 1962 al in de lucht? Dat valt uit deze foto’s niet af te leiden. Er heerst rust. Toch lezen we er stil protest in dat van zich gaat laten horen. Een kwestie van een kritische grens die eenmaal overschreden de weg vrijmaakt voor allen. Dat wordt hier opgebouwd. Wie kon dat vooraf weten?

Nederland, Amsterdam; Lange Niezel gezien vanaf de Oudezijds Voorburgwal, 1962. Schenking van Janos Metneki. Collectie: Fortepan (Boedapest. Hongarije).

Inval in huis Jeff Clark duidt erop dat ministerie van Justitie Trump strafrechtelijk onderzoekt

Gisteren, 23 juni 2022 was de vijfde dag van de hoorzittingen van de Speciale Huiscommissie die de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 onderzoekt. Er stonden er oorspronkelijk zes gepland, maar waarschijnlijk wordt dat uitgebreid met nog enkele hoorzittingen in juli 2022 vanwege nieuwe informatie die de Speciale commissie bereikt.

6 Januari 2021 was de dag dat de uitslagen van de presidentsverkiezingen van 3 november 2020 moesten worden gecertificeerd door toenmalig vicepresident Mike Pence. Een routinematige, procedurele handeling die Trump met medewerking van zijn getrouwen probeerde te voorkomen. Want certificatie zou de winst van Joe Biden bevestigen. Trump slaagde niet in zijn opzet.

De hoorzittingen maken duidelijk dat Trump tot aan het randje ging om de verkiezingen die hij verloren had te stelen. Dat was een georkestreerde actie die de snode opzet van Trump verraadt. Aangetoond is dat hij wist dat hij verloren had, maar hij wilde dat niet accepteren.

De getuigenissen maken duidelijk dat het een haartje had gescheeld of Trump was in zijn opzet geslaagd. Dat was het voorlopige einde van de Amerikaanse democratie geweest. Zo fragiel is die. Ooit het voorbeeld voor de wereld, nu een kasplantje dat kwetsbaar en weinig weerbaar is, en op omvallen staat.

In de vijfde hoorzitting kwam aan de orde hoe Trump de top van het ministerie van Justitie (DOJ) vanaf half december 2020 dagelijks onder druk zette om mee te gaan in zijn complottheorie en die te fiatteren. Dat was na het vertrek van minister Barr op 15 december 2020. De top met waarnemend minister Jeff Rosen, zijn vervanger Richard Donaghue en andere stafmedewerkers weigerde. Dit waren allen Republikeinen die Trump vier jaar hadden gesteund. Maar Trumps samenzwering tegen de grondwet was voor hen een brug te ver.

Er werd via het pro-Trump congreslid Scott Perry zelfs een gewillige nieuwe minister van Justitie klaargestoomd: Jeff Clark. Maar omdat de top van het DOJ in een overleg op 3 januari 2020 aankondigde collectief af te treden als Clark als waarnemend minister werd geparachuteerd durfde Trump niet door te zetten. Het argument dat hem blijkt te hebben overtuigd is dat het hem publicitaire schade zou berokkenen. Het speelde voor Trump niet op het niveau van moraal of feiten.

Voor aanvang van de hoorzitting van 23 juni 2022 viel het DOJ het huis van Clark binnen op zoek naar bewijsmateriaal. De FBI resorteert onder het DOJ. Dat was voor vele analisten het belangrijkste nieuws van de dag. Nog belangrijker dan de hoorzittingen zelf waarin niet toevallig de rol van Clark uitgebreid aan bod kwam. Clark die zich trouwens in zijn eerdere getuigenis voor de commissie beriep op zijn recht om te zwijgen vanwege zelfbeschuldiging.

De huiszoeking van Clark werd hoogst waarschijnlijk geautoriseerd door huidig minister Merrick Garland of zijn plaatsvervanger. Dat geeft aan dat de top van het DOJ op het spoor van Clark en Trump zit die onderdeel waren van een samenzwering om de verkiezingen te stelen.

De inval bij Clark geeft aan dat het DOJ de opstand van 6 januari 2021 en de rol van voormalig president Trump onderzoekt. Daar bestond tot nu toe twijfel over. De huiszoeking geeft indirect het publicitaire signaal van het DOJ dat er een justitieel onderzoek tegen Trump loopt en dat de burgers niet ongeduldig moeten zijn of moeten denken dat het DOJ te voorzichtig is en Trump niet durft aan te pakken. De inval geeft aan dat het DOJ Trump in het vizier heeft.