George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kunst

Begrip ‘controversiële kunst’ is slachtoffer van marketing. Banale penissen van Thompson Ferrier zijn afgrijselijk van lelijkheid

leave a comment »

Kijk en huiver. Men houdt het voor onmogelijk dat deze wansmaak bestaat. Zilver- en goudkleurige penissen die met olie kunnen worden gevuld worden als kunst verkocht. ‘Controversieële kunst’ zelfs. Wat is er kunst aan deze decoratie voor in huis? Wie koopt nou zo’n prul als kunst? Vergeet de naam niet: Thompson Ferrier om snel de naam per omgaande te vergeten. Wordt door dit bedrijf dat zich ronkend als ‘luxe kaarsenmerk’ presenteert het effect beoogd dat dit product zo afgrijselijk lelijk is dat het er weer begeerlijk op wordt?

Written by George Knight

29 september 2020 at 11:48

Antwoord aan Tommy Wieringa: Duitse kunst wordt tot courtisane van de politiek gemaakt. Dat is geen voorbeeld voor Nederland

leave a comment »

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij de columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020:

Wieringa laat zich misleiden door zich blind te staren op de Duitse cultuurpolitiek. Het is een verkeerd begrepen onderwerp dat Nederlandse opinieleiders telkens weer als tegenvoorbeeld hanteren. Wieringa kijkt selectief, hoewel hij uiteraard gelijk heeft dat het misnoegen van de complete Nederlandse politiek én de samenleving voor de kunst immens is. Dat verdient kritiek. Maar laat hem dat zeggen en het daar bij laten. Het is ongelukkig om dat reliëf te willen geven door de vergelijking met de Duitse cultuurpolitiek. Die wordt door het Nederlandse voorbeeld dat afkeuring verdient nog niet witgewassen.

Het kunstbeleid van zowel kanselier Merkel als de regionale Duitse politiek is behoudend en vooral gericht op het ondersteunen van gevestigde culturele instellingen. Merkel pleit uitsluitend voor steun die in lijn is met het overheidsbeleid. Zo maakt ze kunst ondergeschikt aan haar politieke doelen. Hoe royaal ze dat ook doet, het staat haaks op het ondersteunen van het experiment of de tegendraadsheid van de kunst. Merkel zet met haar steun in op het verder Salonfähig maken van de kunst.

Men zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat het beleid van Merkel de kunst meer beschadigt dan wat premier Rutte nalaat. Het is als een pianoleerling die zich door zelfstudie een verkeerde vingerzetting heeft aangeleerd. Dat is een slechtere uitgangspositie om een succesvolle pianist te worden dan iemand die nieuw moet beginnen. In Duitsland heeft zich een establishmentkunst gevestigd die slechts in enclaves in grote steden concurrentie krijgt van initiatieven van de kunstenaars zelf. Getalsmatig vertaald gaat dat om de establishment cultuurpolitiek van SPD en CDU/CSU tegenover de Groenen die uitgaan van de kunst en de kunstenaars.

Het gaat dus om de vrijheid van de kunst, of nog liever gezegd om de vraag wat de functie van kunst is. Of nog anders geformuleerd, kan kunst die getemd, gepamperd en ondergeschikt is gemaakt aan doelen van politieke partijen nog kunst genoemd worden? Of is die ‘kunst’ verworden tot een circusact van een paard dat eindeloos door de piste mag draven onder applaus van de politiek die zich ervoor zelfgenoegzaam op de borst klopt?

Wieringa doet er verstandig om een doorstart in zijn denken te maken over de Duitse cultuurpolitiek. Hij heeft uiteraard gelijk wat de aftandse stand van de Nederlandse cultuurpolitiek betreft. Hoofdfiguren als premier Mark Rutte, minister Eric ‘kunst is een hobby’ Wiebes en minister Ingrid van Engelshoven kunnen hun weerzin tegen de kunstsector niet verbergen. Op lokaal niveau tonen cultuurwethouders juist ongegeneerd hun weerzin door zich af te zetten tegen de kunst. In 2017 zei de Alphense cultuurwethouder Kees van Velzen (CDA) over een kunstwerk in de publieke ruimte dat hij het ‘foeilelijk’ vond en wilde vervangen door een werk dat ‘meer uitstraling en betekenis heeft voor de identiteit van de gemeente’. Dat is de kern waar het om gaat. Merkel wil de kunst inzetten voor de identiteit van Duitsland. Maar zijn we het er niet over eens dat kunst zich niet tot een lover boy of in het Duitse geval tot een deftige courtisane van de politiek moet laten maken?

Foto: Schermafbeelding van deel columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020

Verzet van Nick Cave tegen de afrekencultuur van het politiek correcte denken dat hij ziet als een op hol geslagen slechte religie

with 2 comments

Als kunst niet meer zichzelf kan zijn, maar geannexeerd of ingeperkt wordt door politiek activisme, dan houdt kunst op kunst te zijn. De Australische frontman Nick Cave heeft interessante gedachten over de relatie van kunst en activisme. Hij schrijft het op in zijn online nieuwsbriefThe Red Hand Files’.

Als het niet-kunstenaars zijn die hun eisen willen stellen aan de kunst, dan wordt het er extra schrijnend op. Namens wie spreken ze als ze eisen stellen aan kunstenaars? Negatief uitgelegd, valt het op te vatten als een Amerikaanse verschijningsvorm die vanuit een specifiek Amerikaanse situatie en goede bedoelingen anderen in andere landen in andere omstandigheden de eigen denkbeelden en conclusies tracht op te leggen. In dat proces bereiken deze buitenstaanders het omgekeerde van wat ze beogen. Of liever gezegd, ze stellen het knevelen van kunst voor als het genezen ervan, maar ontkennen in de verantwoording dat dat hun opzet is.

Dat bevestigt opnieuw het beeld van verzwakte kunst die van alle kanten onder druk wordt gezet en zichzelf onvoldoende kan verdedigen. In de steek gelaten en miskend door regeringen, onder druk van radicale activisten die de kunst hun politiek correcte denken willen opleggen, lamgeslagen door economische ontwikkelingen als gevolg van een terugtredende overheid en COVID-19, en onderling te verdeeld en te netjes van aard om een vuist te maken om de regeringen en radicalen eens recht en hard in het smoel te slaan.

De van oorsprong Britse ‘The Guardian‘ besteedt regelmatig aandacht aan Cave, zoals in dit artikel van 12 augustus 2020. Probeert dit progressieve medium de derde weg te helpen verkennen tussen de gevestigde kunstenaars van de open brief in Harper’s Magazine die zich verzetten tegen de afrekencultuur en pleiten voor vrije kunst en de radicale activisten die de kunst willen ‘bevrijden’ door het hun denken op te leggen?

Cave maakt in zijn nieuwsbrief #109What is mercy for you?’ van augustus 2020 de vergelijking tussen politiek correct denken van radicalen en religie. Het is de aloude wetmatigheid van de revolutie die de eigen kinderen opeet. De Jacobijnen van de Franse revolutie die in hun roep om tolerantie eindigen in uitsluiting van andersdenkenden, een gesloten wereldbeeld en de claim op het eigen gelijk dat godsdiensten kenmerkt:
Political correctness has grown to become the unhappiest religion in the world. Its once honourable attempt to reimagine our society in a more equitable way now embodies all the worst aspects that religion has to offer (and none of the beauty) — moral certainty and self-righteousness shorn even of the capacity for redemption. It has become quite literally, bad religion run amuck.

Waar godsdienst nog troost, verbinding en zingeving biedt, geeft de nieuwe religie van het politiek correcte denken dat zich als een hongerige wolf op de verzwakte kunst stort alleen maar nadelen. Welke kunstenaar of kunstliefhebber kan het moralisme en de eigengerechtigheid billijken van dit politiek correcte activisme dat niet voor rede vatbaar is, voortdendert als een op hol geslagen trein en kunst niet als autonoom ziet?

Interessant is dat onder invloed van de krachten en tegenkrachten het veld van meningen en observaties over de relatie van kunst en maatschappij of van maatschappelijke participatie zonder meer, verbreed is. Op de druk van de radicalen om de kunst en de kunstenaars in te perken is tegendruk ontstaan. De volwassenen zijn de kamer ingestapt om zowel de kunst als het publieke debat voor verdere beschadiging te behoeden.

Dat biedt kansen om de goede aspecten die het politiek correcte denken in zich draagt wat betreft verbreding en democratisering te combineren met de kritiek erop en de uitwassen ervan terug te dringen. Nick Cave laat zich kennen als frontman van dit debat. Hij vindt zoekend en tastend zijn weg in een politiek mijnenveld waar honderden korte lontjes links en rechts op hun prooi wachten. De les is dat kunstenaars voor zichzelf op moeten komen én zich moeten verenigen omdat ze anders opgegeten worden door koks met scherpe messen.

Foto: Schermafbeelding van deel nieuwsbrief #109 ‘What is mercy for you?’ van Nick Cave in ‘The Red Hand Files’, augustus 2020.

Beoordeelt adviescommissie Erfgoed van het AFK aanvragen wel volgens de juiste criteria? Over Museum Ons’ Lieve Heer op Solder

with 3 comments

Daar gaat ie weer. Gedoe over de eisen aangaande diversiteit en inclusie die gesteld worden aan culturele instellingen. Daar in volop ongenuanceerde kritiek op. Maar soms maken adviescommissies het wel bont omdat ze hun eigen criteria niet goed toepassen. Dan wordt kritiek wel erg makkelijk. Dat is jammer.

Het advies over een subsidieaanvraag van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder van een commissie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) over de periode 2021-2024 leest als een cultureel misverstand, maar ook als een verkeerd afgesteld bestuurlijk instrument van deze commissie. Het museum vroeg € 695.344 aan en het advies houdt het op € 604.272 per jaar dat echter niet toegekend wordt omdat er ‘onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren’. Wat is dan eigenlijk het nut van een advies van zo’n commissie?

In de toelichting staat dat de gemeente Amsterdam aan alle instellingen die in aanmerking willen komen voor een vierjarige Kunstenplansubsidie vraagt een actieplan op te stellen over diversiteit en inclusie. De gemeente volgt hierbij de Code Diversiteit & Inclusie. Dat gaat over verschillen in gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Dat gaat verder dan denken over huidskleur.

Gisteren beweerde ik in een kritisch commentaar ‘Misleiding over identiteitspolitiek maakt kapot, nu is de kunst aan de beurt. Een afwijkende mening van Roderick Veelo over codes’ over een opinie van Roderick Veelo over vermeende identiteitspolitiek in de kunsten het volgende: ‘Men kan zich wel afvragen in hoeverre de beoordelaars bij fondsen die nieuwere CD&I [= Code Diversiteit & Inclusie] al hebben verinnerlijkt of dat ze nog mentaal aanhaken bij de oudere CDD [= Code Culturele Diversiteit]. Want de CDD is opgegaan in de CD&I, dus door het accent te leggen op de normen van de CDD kan in theorie toch verdedigd worden dat de CD&I wordt gevolgd. Want een oordeel is per definitie subjectief en niet te kwantificeren.’

Ik word op mijn wenken bediend. Het advies van de commissie van het AFK doet niet alleen de vraag rijzen volgens welke code deze adviescommissie de aanvragen beoordeelt, maar doet sterk vermoeden dat het de oude code is. Vandaar mijn observatie dat de adviescommissie bestuurlijk verkeerd staat afgesteld. Het zegt zich op de nieuwere CD&I te beweren, maar werkt praktisch, maar vooral mentaal nog volgens de oude CDD.

Want hoe kan anders de volgende zin in het advies over Museum Ons’ Lieve Heer op Solder verklaard worden? ‘De voorzichtige terminologie die het museum op dit punt van de aanvraag bezigt (ook de term bicultureel valt) wekt bij de commissie de indruk dat het museum niet voluit inzet op het werven van mensen van kleur en/of met een totaal andere dan een Nederlandse achtergrond.

Wat voor gedachtepatroon valt hieruit te herleiden? Of anders gezegd, welk vooroordeel van de commissie verraadt deze zin? Er blijkt niet alleen uit dat verschillen eenzijdig worden beredeneerd vanuit een verschil in huidskleur, maar ook dat het immigranten die integreren in de Nederlandse samenleving afzet tegen mensen met een Nederlandse achtergrond. Dit wij/zij-denken is vreemde acrobatiek van het AFK. In een pleidooi voor diversiteit scherpt het verschillen aan. Want heeft niet iedereen in Nederland een Nederlandse achtergrond?

Wie de adviezen van het Fonds Podiumkunsten legt naast die van het AFK ziet een wereld van verschil in kwaliteit. Het Fonds Podiumkunsten treft weliswaar kritiek vanwege de afwegingen die als onevenwichtig beoordeeld kunnen worden, maar valt niet te betrappen op de slordigheden, onnauwkeurigheden en onhandige formuleringen van het AFK. De vraag die alleen al dit flodderachtige advies van de commissie van het AFK over Museum Ons’ Lieve Heer op Solder oproept is wie de adviescommissie instrueert en beoordeelt.

Foto’s: Schermafbeelding van delen advies ‘Museum Ons’ Lieve Heer op Solder’ over een subsidieaanvraag van adviescommissie Erfgoed van het Amsterdams Fonds voor de Kunst over de periode 2021-2024. De adviescommissie Erfgoed bestaat uit Rocky Tuhuteru (Voorzitter), Agnes Grondman, Elles van Vegchel, Wim Manuhutu, Nicolette Bartelink en Behrang Mousavi. 

Misleiding over identiteitspolitiek maakt kapot, nu is de kunst aan de beurt. Een afwijkende mening van Roderick Veelo over codes

with 2 comments

Er bestaat bij opinieleiders onduidelijkheid over de toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie die bij de toekenning van overheidssubsidies voor de kunst wordt gehanteerd. Onlangs was dat weer actueel bij de toekenning van de subsidies van het Fonds Podiumkunsten. Dat was toch al een beschamende bedoeling omdat vele positief beoordeelde gezelschappen en groepen geen geld toegekend kregen omdat … dat op was.

RTL-commentator Roderick Veelo is er in het opinie-artikelIdentiteitspolitiek maakt alles kapot, nu zijn de kunsten aan de beurt’ een voorbeeld van. Hoewel zijn onbegrip en foute weergave gespeeld kunnen zijn om een politiek punt te maken. Hoe dan ook lijkt Veelo niet uit te gaan van de realiteit, maar van zijn stokpaardjes over identiteitspolitiek. Het wordt er absurd op als hij verwijst naar de Code Diversiteit & Inclusie (CD&I) en dat reduceert tot ‘verschillen op basis van huidskleur, afkomst en gender’. In welk jaar leeft Veelo?

(Overigens ben ik een criticus van identiteitspolitiek als die gebruikt wordt om te verdelen en niet om te verbinden. Zo’n nieuwe apartheid die maatschappelijke scheidslijnen probeert te verwijderen door die te bevestigen doet niet wat het beweert te doen. Ofschoon ik begrijp dat enige positieve discriminatie nodig is om verschillen weg te werken. Als dat tot nieuwe uitsluiting en hegemonie, zelfs tot nieuw racisme leidt, dan schiet het zijn doel voorbij. De beste manier om deze verdelende identiteitspolitiek te neutraliseren is een combinatie van verbeterde sociaal-economische omstandigheden en verhoogd sociaal-cultureel bewustzijn.)

In theorie is de CD&I breder en vervangt het de oude Code Culturele Diversiteit (CDD). Alle verschillen tussen mensen worden er onder verstaan. Zoals gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Men kan zich wel afvragen in hoeverre de beoordelaars bij fondsen die nieuwere CD&I al hebben verinnerlijkt of dat ze nog mentaal aanhaken bij de oudere CDD. Want de CDD is opgegaan in de CD&I, dus door het accent te leggen op de normen van de CDD kan in theorie toch verdedigd worden dat de CD&I wordt gevolgd. Want een oordeel is per definitie subjectief en niet te kwantificeren.

Wegen beoordelaars een subsidieaanvraag die in bereik, productie en organisatie verwijst naar iemand met een handicap even zwaar als een aanvraag die verwijst naar iemand met een niet-witte huidskleur?

De kritiek die de lezing van adviezen oproept is een andere dan die van Veelo, namelijk het sterke accent dat op marketing wordt gelegd. Munitie voor die stelling geven de subhoofdstukken PUBLIEKSFUNCTIE in de MEERJARIGE SUBSIDIES 2021-2024 FONDS PODIUMKUNSTEN. Het is de vraag of in de adviescommissie onder leiding van oud-museumdirecteur Valentijn Byvanck de expertise over marketing goed is vertegenwoordigd. Want de twee ‘zakelijke leiders’ in de commissie, te weten Jessica de Jaeger en Renée Trijselaar zijn nog geen experts op het gebied van marketing en publieksbereik. Hoewel mogelijk deze adviseurs geadviseerd zijn door echte marketingsdeskundigen maken die laatsten niet de afweging. Wie toetst met welke expertise wat?

Dat leidt tot dit soort observaties (Instant Composers Pool): ‘De marketingactiviteiten staan in het plan beschreven als een zeer korte opsomming van acties. De commissie vindt echter geen aanknopingspunten hoe deze acties stapsgewijs tot de gewenste publieksgroei moeten leiden.’ De adviescommissie vindt geen aanknopingspunten. De vraag of dat iets over de ICP of de commissie zegt doet afbreuk aan de adviezen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIdentiteitspolitiek maakt alles kapot, nu zijn de kunsten aan de beurt’ van Roderick Veelo op RTL Nieuws, 6 augustus 2020

Interdisciplinariteit van kunst is het voorbeeld voor de politiek, het gebrek daaraan behoort niet het voorbeeld voor de kunst te zijn

leave a comment »

Nu iets geheel anders, maar toch bij nader inzien niet. Libanon, 1953/54. De Libanese zangeressen Hanan (Jeanette Nehme Hayek) en Fairuz (Nouhad Haddad). Allebei worden ze iconen genoemd. Ze eigenen zich hier Latijns-Amerikaanse ritmes toe. Vermenging van genres: rumba, jazz en Arabische muziek. Begrijpelijk voor musici die de vrijheid nemen om te ontlenen, te bewerken en door grenzen te gaan. Finse tango, oriëntaalse Griekse stadsmuziek (Rebetika), Arabische rumba of Japanse jazz? Het doet er niet toe waar het vandaan komt, het gaat erom wat het is. Zo zouden de kunsten die continu ontlenen van anderen een voorbeeld moeten zijn voor de wereld die een onderscheid wil maken in rassen, grenzen en culturen.

De Middeleeuwse beeldspraak is dat dwergen op de schouders van reuzen staan dankzij de ontdekkingen van voorgangers. Zo werkt het in de wetenschap en de kunsten, maar niet in de politiek. Dat is merkwaardig.

Er zijn ook activisten (doorgaans geen kunstenaars) die culturele toe-eigening in de kunst veroordelen. Dat is de verkeerde weg. De interdisciplinariteit van kunst is het voorbeeld voor de politiek, niet andersom. Knopen politici dat in hun oor? Kunstenaars zouden politici ervan kunnen overtuigen dat hokjesdenken niet loont.

Zie voor andere, bijzondere, vroege Arabische muziek de playlist Vintage Arabic Music op het YouTube-kanaal cdbpdx. De toelichting zegt: ‘Vintage Arabic ‘pop’ music recorded from an old 78 rpm record. A few years ago, I was fortunate enough to have acquired a collection of about 60 78 rpm records with Arabic music. I recorded them all and found they were very rare and valuable so I ended up selling them and paying off some bills. The recordings and label pictures remain, though. Doesn’t make for a very exciting video, but the sound is just about extinct.’ Dit geluid is zo goed als uitgestorven. Het verleden gaat met pensioen. De 78-toeren platen waren eigendom van Robert A. Bitar die tot zijn dood in 2000 in Bitar Mansion in Portland woonde. Informatie over het Libanese label Baida Records of Baidaphon benadrukt het internationale karakter ervan.

Gergiev Festival verdient geen steun met Rotterdams subsidiegeld om artistieke, maatschappelijke en politieke redenen

leave a comment »

Het Gergiev Festival dat elk jaar in Rotterdam plaatsvindt wordt in het voortbestaan bedreigd. Het bestaat 25 jaar en dient als platform van de Ossetisch-Russische dirigent Valery Gergiev die verbonden was aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het festival kreeg kritiek vanuit de marge. Opvallend was dat het protest op een festival dat is geconstrueerd rond een propagandist van het Kremlin met reactionaire opvattingen over onder meer homorechten zo goed als uitbleef in Rotterdam. Onder meer op dit blog is er herhaaldelijk tegen zowel het festival als dat uitblijvende protest geageerd. De titels van de commentaren gaven mijn weerzin weer: Gergiev Festival is klassieke porno voor bedrijfsleven, overheid en politiek van Rotterdam en Valery Gergiev is een propagandist voor het Kremlin. Maar wordt verafgood in Rotterdam. Tijd voor bewustwording. En protest. Mede naar aanleiding van dit laatste commentaar stelde raadslid Ruud van der Velden van de Rotterdamse Partij voor de Dieren in mei 2016 raadsvragen. In de antwoorden verschool het college zich achter Buitenlandse Zaken. De politieke toondoofheid bleef voortbestaan in het Rotterdamse establishment.

Waar het op neerkomt omschreef ik in een commentaar over de antwoorden van het college in juni 2016: ‘Valery Gergiev is dus meer dan een neutrale musicus die het alleen om zijn kunst te doen is. Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is’.

Op de raadsvragen antwoordde het college bij de vragen 6 en 7 onder meer met een verwijzing naar de artistieke kwaliteiten van het festival. Het schip lijkt nu eindelijk de wal te keren. Als een politieke verwijzing naar het propagandistische karakter van Valery Gergiev en zijn festival niet mogelijk is, dan kan dat alleen met andere middelen. In het Cultuurplanadvies 2021-2024 van juni 2020 oordeelde de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) negatief over het Gergiev Festival: ‘Het vierdaags festival speelt zich grotendeels af in de Doelen, maar heeft volgens de Raad verder nauwelijks inbedding in de stad. De formule van het festival is volgens de Raad uitgekristalliseerd. Door de beperkte innovatie blijft het een traditioneel festival dat nauwelijks nieuwe doelgroepen weet te bereiken.’ De RRKC adviseert de Rotterdamse gemeenteraad om het festival vanwege gebrekkige inbedding en het gebrek aan artistieke vernieuwing niet langer subsidie te geven.

Feit dat de petitie pas na ruim vijf weken na verschijning van het Cultuurplanadvies van de RRKC verschijnt is de bevestiging van de slechte inbedding van het Gergiev Festival. Het onderstreept het gelijk van de motivatie van de RRKC. Hoe anders was dat bij het eveneens negatieve advies over Museum Rotterdam waar gelijk een publieksactie op gang kwam. Het Gergiev Festival staat op zichzelf. Het staat zich er in de marketing op voor relaties een internationaal podium met een eigentijds aanbod van netwerkmogelijkheden te bieden en wordt vanuit de Rotterdamse economische elite gesteund. Het heeft Rotterdams gemeenschapsgeld niet nodig. Al is het vijf jaar te laat, toch kan hiermee de Rotterdamse politiek eindelijk zonder zelf vuile handen te maken afstand nemen van een festival dat een propagandist van het Kremlin met bedenkelijke opvattingen onverdiend in het zonnetje zet. Politiek en artistiek voldoet het Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival niet.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieRed het Gergiev Festival’ op petities.nl, 27 juli 2020. NB: Petitionaris Gea Plantinga is Manager Gergiev Festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Foto 2: Schermafbeelding van deel antwoorden op raadsvragen over het Gergiev Festival van Ruud van der Velden (PvdD). In eigen commentaar van 22 juni 2016.

Foto 3: Schermafbeelding van de samenvatting van het advies van de RRKC over het Gergiev Festival, juni 2020.  In: Cultuurplanadvies 2021-2024.

Ontiegelijke domheid van Mona Keijzer (CDA) over kunst. Is ze nou echt zo dom of doet ze alsof ze dom is? Wat is erger?

leave a comment »

Het kan zijn dat kandidaat-partijleider van het CDA Mona Keijzer voortschrijdend inzicht heeft. Hoewel dat onwaarschijnlijk is. Acteur en oud-voorzitter van de Akademie van Kunsten Gijs Scholten van Aschat brengt een debat met Keijzer in herinnering waarin ze de verdieping van en de subsidie voor kunst vergelijkt met haar fitness. Ofwel, Mona Keijzer vindt niet dat kunst door de overheid gesubsidieerd hoeft te worden omdat haar hardlopen evenmin wordt gesubsidieerd. Dat zegt de nummer twee van het CDA. Wat zegt dat over het niveau van het CDA en de intellectuele verdieping van Mona Keijzer? Is zij nou echt zo dom of doet ze vanwege haar politieke marketing alleen maar alsof ze dom is? Wat is trouwens erger? Dom zijn of doen alsof?

Written by George Knight

29 juni 2020 at 19:24

Dadakademia profileert zich als eerste kunst en filosofie academie in Leiden. Wat zegt dat over de positie van het hoger onderwijs?

with one comment

Studio Moio in Leiden kan niet verweten worden niet creatief met taal om te gaan. Het grossiert in termen die net naast bestaande termen van het reguliere onderwijs grijpen. Zoals de ‘MBO UniverCity’ of ‘Dadakademia’. Het is geen onderwijsinstituut maar een sociale onderneming. Het pretendeert veel, maar zou uiteindelijk best helemaal niets kunnen zijn. Veel vorm, weinig inhoud. Zeker weten doen we echter niet. Dat geeft er de spanning aan. Studio Moio rekt de eigen gravitas op door zich geaccepteerde termen aan te meten. En vangt zo losjes subsidie van de gemeente Leiden. Die bewuste begripsvervaging is grappig en verwarrend tegelijk.

Studio Moio presenteert de Dadakademia als ‘Kunstacademie’ op mbo en vmbo niveau. In dit project komen verschillende maatschappelijke en educatieve ontwikkelingen samen: afgenomen prestige en macht van de universiteiten, anti-intellectualisme, animositeit tegenover deskundigheid en wetenschap, vervlakking en afgenomen kwaliteit van het onderwijssysteem, commercialisering en versnippering van het onderwijs, oneigenlijk gebruik van de kunsten dat in strijd is met de elementaire functies ervan en de emancipatie van het middelbaar beroepsonderwijs dat omgekeerd evenredig is met de deëmancipatie van het hoger onderwijs.

Foto: Schermafbeelding van ‘Dadakademia, de eerste kunst&filosofie academie in Leiden…’ van Studio Moio, 24 mei 2020. 

Antwoord aan Broos Schnetz: Utrechtse Culturele Zondagen zijn bij het oud vuil gezet omdat ze aan culturele inhoud hadden verloren

leave a comment »

Antwoord aan Broos Schnetz die een open brief aan de raadsleden van de gemeente Utrechts stuurt om wat er van de Culturele Zondagen terecht is gekomen. Ik ben het deels eens, deels oneens met de briefschrijver. Ik heb mijn reactie ook geplaatst op de DUIC waar op 30 mei 2020 genoemde open brief werd gepubliceerd:

De poging om de verkeerde framing van de Culturele Zondagen (CZ) aan te pakken levert nieuwe verkeerde framing op. Want er is heel wat voor te zeggen dat Utrecht Marketing (UM) en CZ vreemde bedgenoten zijn die elkaar niet liggen. Dat marketing de cultuur zou wegdrukken viel te verwachten voor iedereen met ook maar oppervlakkige kennis van de kunst heeft. Kortom, de samenwerking van kunst en cultuur met marketing, stadspromotie en toerisme was vanaf het begin ten dode opgeschreven. Dat kon het Utrechtse gemeentebestuur weten.

Maar de auteur wijkt af van zijn koers en maakt het er onnodig verwarrend op als hij zijn pijlen richt op de grote culturele instellingen. De mislukking van de fusie kan echter niet eenzijdig op het bordje van de grote culturele instellingen geschoven worden. Het wordt er zelfs ronduit rancuneus op als hij zegt: ‘Cultuurgeld verdwijnt al voor het overgrote deel in de zakken van de grote culturele instellingen die toch vooral een cultuur faciliterende functie hebben.

Wie spreekt over geld dat verdwijnt in de zaken van culturele instellingen toont vijandschap tegenover kunst en cultuur en bedient zich van een jargon dat aanhaakt bij de haat tegen kunst. Of in elk geval kunst haar rechtmatige plek niet vanzelfsprekend gunt. Deze onnodige opmerking doet afbreuk aan het betoog dat zinnige en waardevolle elementen bevat.

De grote culturele instellingen hebben als ondernemingen hun eigen verantwoordelijkheid. Ze zijn verzelfstandigd en staan alleen nog in een subsidierelatie tot de gemeente. Ze bepalen hun eigen beleid.

Er heeft altijd spanning bestaan tussen het Centraal Museum (CM), de Stadsschouwburg en Tivoli Vredenburg en de rest van de culturele instellingen. Simpelweg omdat ze een andere positie innemen dan de kleinere culturele instellingen of de individuele kunstenaars.

De grotere culturele instellingen zijn verplicht om een steeds groter percentage van hun inkomsten uit de markt te halen. Daarmee komen ze verder af te staan van de gemeente. Het gemeentebestuur heeft niet altijd rechtlijnig geopereerd door de grote culturele instellingen ook nog deelgenoot te willen maken van gemeentebeleid dat tegen het eigenbelang van die grote instellingen inging. Het lijkt alsof ze door het gemeentebestuur en de betrokken beleidsambtenaren nog worden beschouwd als de instellingen die ze voor hun verzelfstandiging waren.

CZ is een voorbeeld van een project waar de grote culturele instellingen niet veel belang bij hebben. Dat valt deze instellingen niet te verwijten en zelfs uiteindelijk niet het gemeentebestuur dat altijd wil bundelen, koppelen en focussen. Overigens hebben de grote culturele instellingen waar mogelijk coöperatief meegewerkt. Het is eerder door de verzelfstandigingen die zich pas tijdens de looptijd van de CZ aankondigden dat er een gebrek aan eenstemmigheid naar boven kwam in de opzet van de CZ omdat die door de tijd achterhaald was.

Het gevolg was dat de afstand van de gevestigde kunstinstellingen met de CZ werd vergroot. Er ontstond een kader waar de grote culturele instellingen per definitie niet in pasten en de CZ verloor aan culturele inhoud. Met als gevolg dat de per definitie oppervlakkige marketing van UM het gat moest vullen. Dat is de samenloop van omstandigheden. Het is te simpel om dat verband niet te zien.

%d bloggers liken dit: