George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kunst

Andres Serrano claimt van Trump een kunstwerk te hebben gemaakt

leave a comment »

Wat moeten we denken van de show ’The Game: All Things Trump’ van Andres Serrano in New York? Deze kunstenaar schuwt grote woorden niet. Toe maar, Marcel Duchamp, alles is kunst. Dus ook de stropdassen en petjes van Trump. Daaruit volgt dat een presentatie een tentoonstelling is en de presentatieplek een museum. Of is daar toch meer voor nodig dan Serrano meent? Stapeling van objecten maakt nog geen tentoonstelling. Laten we het er maar op houden dat het een show is. Een installatie over beroemdheid. Over Donald Trump én Serrano of over Serrano met Trump als weggooiproduct. Wat we ermee moeten is de echt interessante vraag.

Foto: ‘The Game: All Things Trump. Photograph: Courtesy of a/political and ArtX. Photo by John Mireles’.

Advertenties

Written by George Knight

22 april 2019 at 11:24

Forum voor Democratie is kliklijn over indoctrinatie in het onderwijs gestart. Gedachtenpolitie als politieke marketing

with 3 comments

De gedachtenpolitie van FvD is aan het woord. Ik had nooit gedacht dat de geschiedenis zich in Nederland zou herhalen. Met zogenaamde keurige burgers die zich miskend voelen en de samenleving gelijk willen schakelen en naar hun hand zetten. Internetondernemer en secretaris Rob Rooken van Forum is hier aan het woord. Volgens de gegevens op zijn LinkedIn-profiel heeft hij geen deskundigheid in wetenschap of onderwijs.

Wikipedia zegt bij het lemma ‘Indoctrinatie’: ‘In controverses spreken tegenstanders van de ‘gevestigde orde’ soms van indoctrinatie, omdat de overtuigingen en opvattingen van de gevestigde orde (per definitie) in het reguliere onderwijs worden onderwezen. Er moet echter onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds een verantwoorde didactische benadering die de ontvanger kennis bijbrengt en zelfstandig en kritisch leert denken en anderzijds indoctrinerende leermethoden die gericht zijn op kritiekloze acceptatie van een bepaalde denkwijze. Dit is een subtiel onderscheid, dat zowel betrekking heeft op de didactische methode als op de intenties van de onderwijsgevende. De belangrijkste toets is: staat de onderwijzer open en is het onderwezene vatbaar voor kritiek?’ De vraag die Forum beter zou kunnen stellen is niet of er sprake is van ‘indoctrinatie’, maar of het onderwijs ‘de ontvanger kennis bijbrengt en zelfstandig en kritisch leert denken’. 

Als ik docent was zou ik mezelf aangeven als progressief, seculier en religie-kritisch, groot liefhebber van hedendaagse kunst en voorvechter van een samenleving waarbij afkomst en herkomst niet de norm is en die gaat voor de fundamentele waarden en niet voor de ’Nederlandse cultuur’ à la PVV en FvD. Dat perspectief valt samen te vatten als geen Zwarte Piet, maar evenmin onderwijs in de Nederlandse taal, kunst of geschiedenis.

Waar PVV en FvD tegen zijn maken ze graag bekend, want deze partijen willen vooral protesteren en afbreken, maar waar ze vóór zijn is minder bekend. Ze zijn sterk in de marketing van vergezichten, onrealistische oplossingen, ondergangsfantasieën en doemscenario’s.  Daar komt nu de controle in het onderwijs bij door de gedachtenpolitie. Het gelijkgeschakelde onderwijs waarnaar deze partijen streven stemt triest. Ze zeggen voor Vrijheid en Democratie te gaan, maar handelen daar tegengesteld aan. Om de democratie hetzelfde te laten blijven moet de democratie veranderd worden. Met de kliklijn van Forum schiet Nederland niets op.

Jeanet Nijhof (PVV Hengelo): ‘Want als je ondernemer bent, moet je zelf je broek ophouden. Dat vind ik voor kunstenaars hetzelfde’

leave a comment »

Sommige politici zeggen dat de overheid een bedrijf is. Maar de overheid is geen bedrijf, kan geen bedrijf zijn en zal nooit een bedrijf zijn. Dezelfde politici zeggen soms ook dat kunstenaars ondernemer zijn. Zoals Jeanet Nijhof van de PVV Hengelo op een bijeenkomst (in hedendaags jargon: een meet up) over kunst en cultuur die plaatsvond op 8 maart 2019 in Diepenheim. RTV Oost organiseerde het en deed er verslag van.

Jeanet Nijhof dus. Ze zegt: ‘Ik denk dat de basis is dat je jezelf, dus ook de kunstenaars, zichzelf heel serieus moeten nemen. Wat meer business wise naar hun vak moeten gaan kijken. Want als je ondernemer bent, moet je inderdaad ook zelf je broek ophouden. Dat vind ik voor kunstenaars precies hetzelfde.

Jeanet Nijhof verwoordt een politieke mening die in het patroon van de rechtse partijen PVV, VVD, CDA en FvD past. Ze hebben het er altijd over wat kunst kost, nooit wat het oplevert en wat voor zinvolle functie het in de samenleving heeft. Deze partijen zijn selectief. Overheidssubsidies voor politieke partijen aanvaarden ze graag omdat ze weten dat een politicus geen ondernemer kan zijn. Overheidssubsidies of belastingfaciliteiten voor belangengroepen die hun achterban vormen, zoals landbouwers, bankiers of ondernemers strooien ze graag rond om die achterban aan zich te binden. En omdat ze weten dat boeren, bankiers of ondernemers niet altijd ondernemer kunnen zijn en ze soms hun tegenvallende oogst, conjuncturele tegenslag of bedrijfsrisico willen laten compenseren door de overheid. Die dan ook gelijk met tientallen miljarden euro’s te hulp schiet.

Kom daar eens om bij professionele kunstenaars. Die zichzelf en hun kunst heel serieus nemen. Ze worden door Jeanet Nijhof beschouwd als een type ondernemer dat zelfs in ondernemend Nederland niet bestaat. Dat hangt van overheidssubsidies aan elkaar.  Jeanet Nijhof probeert de kunstsector een model op te leggen dat elders in de samenleving in die onverdunde vorm niet bestaat. Jeanet Nijhof tekent een zuiver kapitalistisch systeem dat in het polderende, corporatieve Nederland nooit wortel heeft geschoten of ooit heeft bestaan.

Jeanet Nijhof denkt dat kunstenaars niet zakelijk naar hun professie kijken en geeft met haar sound bites te kennen dat ze geen idee heeft waarover ze praat. Zo wordt het nooit wat tussen kunstenaars en politici. Wederzijds respect ontbreekt. Dat is minder erg dan de sprookjes waar Jeanet Nijhof ons in wil laten geloven.

Foto: Still uit video met Jeanet Nijhof (PVV Hengelo) van RTV Oost in artikel ‘Kunst kost geen geld, het levert juist geld op!’ van RTV Oost, 9 maart 2019.

Gedachten bij petitie ‘Theater en kunstrecensies zonder ‘sterren’’. Over recensies en de nadelen van het 5-sterren systeem

leave a comment »

Petitionaris Just van Bommel die studeert aan de Toneelacademie Maastricht pleit er in een petitie voor om het sterrensysteem bij kunstrecensies af te schaffen. Zijn argument is dat het een kunstwerk reduceert tot een ster. Angst is zijn drijfveer als hij zegt: ‘Als je deze petitie tekent kunnen we gewoon top theater maken zonder bang te zijn dat iemand het 1 ster geeft, dan hoeven we alleen maar bang zijn dat iemand het slecht noemt.’ Hij suggereert dat het geven van sterren niet te rijmen valt met een inhoudelijke recensie en daar zelfs haaks op zou staan. Hij zou graag zie dat het sterrensysteem bij dagbladen verdwijnt.

Chortle-redacteur Steve Bennett schreef in 2014 in een artikel naar aanleiding van het sterrensysteem bij het Edinburgh Fringe Festival en het schrijven van kritieken: ‘Niettemin hechten mensen meer waarde aan de sterren (..) dan de weloverwogen mening die daarbij hoort’. Dat komt overeen met de kritiek op het sterrensysteem door Van Bommel. Maar Bennett gaat verder als hij zegt dat het systeem dat alleen bij de Fringe gebruikt werd aanvankelijk diende als hulpmiddel, een ‘shorthand’. Kortom, om het kaf van het koren te scheiden bij een overweldigend aanbod. Bijvoorbeeld op een festival met honderden producties.

Bennett signaleert nog iets anders, namelijk dat het sterrensysteem in zichzelf ‘bijna nutteloos’ is geworden omdat de meeste producties (films, boeken, voorstellingen) 3 of 4 sterren krijgen. Daardoor verdwijnt het onderscheid. Hij meent dat 5-sterren of 1-ster waarderingen tamelijk zeldzaam zijn. Dat staat min of meer haaks op de constatering van Van Bommel die juist meent dat theatermakers bang zijn voor een 1-ster waardering. Dat laatste is koudwatervrees omdat die voorstellingen (of boeken, films etc.) wel bestaan, maar bewust niet worden gerecenseerd en omgezet in een waardering omdat ze niet interessant zijn voor de lezer.

Het sterrensysteem past in een patroon dat iets wat niet gekwantificeerd kan worden, zoals een kunstrecensie, toch gekwantificeerd wordt. Dat is een onzinnig streven, omdat een recensie per definitie subjectief is en niet op proefneming of ervaring, maar op berekening of redenering is gebaseerd. Een recensie is een journalistiek betoog dat geen onbevooroordeelde, neutrale feitelijkheid omvat, maar een persoonlijke gedachtegang. Zoals een column. Op z’n best kan die inzichtelijkheid en pseudo-toetsing geven door de tussenstappen naar een conclusie zo precies mogelijk te omschrijven. De lezer kan zich eraan spiegelen en toe verhouden. Maar een recensie blijft een opstapje vanuit verbeelding en de vrijheid om onvolledig te zijn naar het overstijgen ervan.

Het lijkt niet zo dat in serieuze kranten het sterrensysteem vóór de inhoud van de recensie komt te staan, maar juist in die kranten zelf in samenvattingen, culturele agenda’s, de commerciële dagbladwinkel of weekend-edities door de eindredactie los van de recensies wordt gezet. Dan blijft er inderdaad niet veel meer over dan de losstaande mededeling die wordt geïntegreerd in een ander verhaal dat het boek, de film of de voorstelling een x-aantal sterren heeft en dat het nieuwsfeit wordt. Het zijn in dat geval daarom niet de recensenten die zich wel degelijk hebben ingespannen om de inhoud van betreffend kunstwerk zo inzichtelijk en geobjectiveerd mogelijk weer te geven, maar is het het krantenbedrijf dat de recensie geweld aandoet door het sterrensysteem los van de recensie te presenteren. Er zou al heel wat gewonnen worden als kranten met die praktijk zouden stoppen en het sterrensysteem uitsluitend bij de volledige recensie zouden presenteren.

De angst van Van Bommel dat theatermakers bang moeten zijn om een 1-ster waardering aan hun broek te krijgen lijkt ongegrond. Recensenten zijn er niet uit op uit om makers neer te sabelen, maar om hun lezers te informeren over kunstproducten waarvan ze vinden dat die de moeite waard zijn. Daarnaast functioneert een dagblad niet in een maatschappelijk vacuüm en zijn hoofdredacties zich goed bewust van de tegenwind die ze kunnen krijgen en de verantwoordelijkheid die ze hebben. Alleen als het een nieuwsfeit is en een film, boek of voorstelling tegen de verwachting in teleurstelt en door de mand valt zal dat in uitzonderlijke gevallen gemeld worden. Dat betreft vaak een gelouterde kunstenaar die tegen een stootje moet kunnen. Een groter nadeel van het sterrensysteem lijkt dat het nauwelijks nog onderscheidend vermogen heeft omdat de meeste recensies eindigen met een waardering van 3- of 4-sterren. Als men al kritiek wil hebben op recensenten dan is het het omgekeerde van wat Van Bommel zegt. Namelijk niet dat recensenten te streng zijn, maar dat ze bijna altijd uitkomen bij een gemiddelde waardering. Het vereist dan een soort culturele Kremlin-kunde om het verschil tussen de inhoud en de waardering op volle waarde te schatten. Via een omweg is ook dat een argument om het sterrensysteem in dagbladen minder belangrijk te maken. Geen afschaffing, maar minder gebruik ervan.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieTheater en kunstrecensies zonder ‘sterren’’ op petities.nl.

Written by George Knight

10 maart 2019 at 15:58

Geert Wilders claimt op te komen voor Nederlandse cultuur. Moet dat opgevat worden als satire waarin hij zichzelf op de hak neemt?

with 2 comments

Ze komen er weer aan, verkiezingsdebatten. De logica ervan is onduidelijk. Op 20 maart zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarom worden fractievoorzitters van de Tweede Kamer uitgenodigd. Dat is zoiets als hockeyers over voetbal laten praten. Amusant en irrelevant. Omdat door een stemming uit de Provinciale Staten de Eerste Kamer wordt gevormd had een debat tussen lijsttrekkers uit de Eerste Kamer meer voor de hand gelegen. De formule dat politici niet direct verantwoordelijk zijn voor dat waar ze over praten maakt het debat vrijblijvend. Wat ze ook zeggen, het doet er niet toe. Het voedt cynisme. Een voorbeeld is Geert Wilders die zegt op te komen voor Nederlandse cultuur. Dat is als een slager die zegt dat hij opkomt voor de dieren die hij slacht of Shell dat pretendeert fossiele brandstof te delven die duurzaam en groen is. Hoe dan ook voedt dit de vermoeidheid over de politiek. Mijn reactie bij het artikelVideo! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ op DDS:

Foto’s: Schermafbeelding van deel van artikel ‘Video! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ van Tim Engelbart voor DDS, 8 maart 2019 en eigen reactie.

Terugblik op mislukken Museum Oud-Amelisweerd. Wat kunnen de openbare besturen van Utrecht en Amersfoort nog leren?

with one comment

Onderstaande reactie schreef ik op 22 januari 2011 bij de plaatsing van het ‘De Wegh der Weegen; Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Een Rapportage Haalbaarheidsonderzoek.’ Denk ik er meer dan acht jaar later anders over nu de exploitant Stichting MOA in 2018 failliet is gegaan en het bestuur van de gemeente Utrecht een onderzoek heeft toegezegd naar de verhuizing van het antieke Chinese behang? Voor erfgoed- en museumdeskundigen een gruwel, zelfs een no-go area, maar blijkbaar voor delen van de Utrechtse politiek een begaanbare weg om met opoffering van cultureel erfgoed uit het bestuurlijke doolhof te ontsnappen. Omdat deskundigen hierover de wethouder vermoedelijk niet positief zullen adviseren valt overigens niet te verwachten dat het plan meer dan een proefballon wordt. Nee, ik denk er acht jaar later nog hetzelfde over. De oorzaak van de mislukking is terug te voeren tot de tunnelvisie, kortom een te smal perspectief. Inmiddels zouden Utrechtse raadsleden kunnen weten dat ze er een kwestie bij hebben. Als hun voorgangers in 2011 niet hadden zitten slapen en de waarschuwingen hadden opgepikt dan was dat niet het geval geweest. Maar acht jaar is een eeuwigheid in de politiek. Jammer is wel dat de politiek van Utrecht en Amersfoort hiervan niet wil leren. In Amersfoort wordt een voorstel van Amersfoort2014 voor een onderzoek afgewezen. In Utrecht lijkt zelfs dat besef niet door te dringen dat deze kwestie wel eens een onderzoek waard zou kunnen zijn. Dit gaat uiteindelijk niet over een rijksmonument in Bunnik, maar om de haperende kwaliteit van het openbaar bestuur. En dat is pas echt zorgelijk voor wie in Amersfoort of Utrecht woont.

Foto: Reactie aan Helena bij artikel ‘Onderzoek Armando Museum roept vragen op’. Andere commentaren op dit blog over Museum Oud-Amelisweerd kunnen opgeroepen worden door rechts bovenin de marge ‘Zoek op dit blog’ zoektermen als ‘Armando’, ‘Amelisweerd’ of ‘Amersfoort’ in te tikken. 

In Amersfoortse raad klinkt de roep om een diepgaand onderzoek naar het MOA. In de Utrechtse raad blijft het opvallend stil

with 4 comments

Het was vanaf eind 2010 uit openbare bronnen duidelijk dat het Armando Museum (later omgedoopt tot Museum Oud Amelisweerd; MOA) geen succes kon worden. De voorwaarden voor succes ontbraken aantoonbaar. Iedereen met ogen in de kop kon dat in het volle daglicht zien. Er waren ontelbare mensen die sinds die tijd gewaarschuwd hebben voor de gebrekkige levensvatbaarheid van het omgekatte Armando Museum in de bossen van Bunnik (Rini Dippel/ex SM, Paul van Vlijmen/ex-Spoorwegmuseum, Eymert-Jan Goossens/Huis Doorn, Jesper Rijpma/VVD UT, Xander van Asperen/D66 UT, SP, Nieuw-Rechts UT, SP UT, Burgerpartij A’foort, Ben Stoelinga/A2014 A’f, Ramón Smits Alvarez/PvdA A’f, Raphaël Smit/Vliet A’f, Simone Kennedy/CU A’f, Hiske Land/GL A’f, Ben van Koningsveld/CDA A’f), maar ze werden niet gehoord en hun argumenten werden weggepoetst. Daarnaast waren er nog mensen uit de museumsector die achter de schermen hun ongenoegen uitten, maar dit vanwege hun functie of positie niet in het openbaar konden zeggen. Het opknappen van het vastgoed sinds begin jaren ’90 onder leiding van Centraal Museum en gemeentelijke diensten van de gemeente Utrecht is overigens geen weggegooid geld en moet niet verward worden met de ongelukkige en mislukte doorstart van het Amersfoortse Armando Bureau in Bunnik.

Een diepgaand onderzoek is nodig. Raadslid Ben Stoelinga van de Amersfoortse partij A2014 vindt dat de onderste steen boven moet komen over de gang van zaken van het MOA. Stoelinga is vooral geïnteresseerd in de financiële afwikkeling. Hij schetst twee scenario’s die in de raadsvergadering van 5 februari 2019 besproken worden: een onderzoek door externe onderzoekers of een raadsenquête. De laatste optie lijkt vanwege de transparantie en de mogelijkheid om betrokkenen, zoals ambtenaren en bestuurders onder ede te horen zijn voorkeur te genieten, zoals uit een notitie blijkt. Vanwege de werkdruk kunnen delen van de raadsenquête uitbesteed worden aan externe onderzoekers, zodat een combinatie van beide soorten onderzoeken wellicht het meest werkbaar is omdat het openheid en diepgang combineert met volledigheid.

Complicatie is de veelheid aan betrokken gemeenten (Utrecht, Amersfoort, Bunnik), de snelle wisseling van cultuurwethouders en de gefragmenteerde besluitvorming waardoor niemand zich blijkbaar verantwoordelijk voelt. Het is opvallend dat met Ben Stoelinga, maar ook met de langzittende raadsleden Hans van Wegen (BPA), Ben van Koningsveld (CDA) en Simone Kennedy-Doornbos (CU) het historisch geheugen in de Amersfoortse raad nog aanwezig is omdat deze raadsleden de beslissende debatten zelf hebben gevoerd en door hun dossierkennis weten waarover ze praten. In de Utrechtse gemeenteraad ontbreekt dat geheugen en die kennis op één uitzondering na, te weten SP’er Tim Schipper. In de Utrechtse raad is de omloopsnelheid zo groot dat bij de belangrijkste partijen in dit dossier, te weten D66 en VVD de woordvoerders elkaar in snel tempo hebben opgevolgd (D66: Xander van Asperen, Aline Knip, Ellen Bijsterbosch; VVD, Jesper Rijpma, André van Schie, Marijn de Pagter). Voor leden van de Utrechtse raad is de geschiedenis, besluitvorming en financiële complicatie van het MOA een ver-van-hun-bed-show waar ze geen persoonlijke betrokkenheid bij hebben. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Daarom is het verklaarbaar dat de kritiek op het MOA uit de Amersfoortse en niet uit de Utrechtse raad klinkt. Terwijl laatstgenoemde er een groter belang bij en verantwoordelijkheid voor heeft omdat landhuis Amelisweerd eigendom van de gemeente Utrecht is.

De inzet van Ben Stoelinga is prima en vanuit zijn verantwoordelijkheid voorbeeldig te noemen, maar loopt ook tegen grenzen aan. Het kent nu eenmaal een Amersfoorts perspectief. En dat kan per definitie niet het hele perspectief zijn. Het is zoals gezegd verklaarbaar, maar ongelukkig dat de Utrechtse raad geen initiatief neemt voor een onderzoek van een project waarover jaren van tevoren met argumenten werd aangetoond dat het zou mislukken. Daarnaast is er ook de provincie Utrecht waar de statenleden Elly Broere, PVV en Truke Noordenbos, SP kritische vragen stelden, maar zij waren de uitzondering. Zijn het in de Utrechtse raad alleen het historisch geheugen en het gebrek aan kennis en affiniteit die ontbreken of is er meer aan de hand? De omstandigheid dat sinds 2010 alle grotere partijen bestuursverantwoordelijkheid hebben gedragen en boter op hun hoofd hebben in dit dossier MOA kan het zwijgen in de Utrechtse raad verklaren. Zodat geen van de grotere partijen happig is op een onderzoek dat met terugwerkende kracht de eigen bestuurders zou kunnen beschadigen. En de leden van de kleinere partijen (PvdD, DENK, S&S, PVV, Stadsbelang) leggen of andere prioriteiten of beseffen niet eens hoe slecht dit project vanuit het gemeentebestuur is uitgedacht en begeleid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOnderste steen boven rond faillissement MOA’ van Artwin Kreekel in het AD, 5 februari 2019.