George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kunst

Internet waarheid. Kunnen we weten dat we ingekleurde Franse militairen tijdens de Frans-Pruisische oorlog van 1870-71 zien?

leave a comment »

Wie van de drie is de oorspronkelijke foto? Het zijn allen foto’s die te vinden zijn via internet. In elk geval is dat niet de bovenste gekleurde versie die op reddit te vinden is onder het kopje ‘ColorizedHistory’ met de toelichting: ‘ColorizedHistory is dedicated to high quality colorizations of historical black and white images, and discussions of a historical nature.’ De vraag die dit oproept is waarom een oude zwart-wit foto wordt gekleurd. Is het nut de consumptie van oude beelden die moeten worden opgepimpt om boeiend te zijn? Het idee is dat ze bij de tijd blijven door de tijd waarin ze zijn gemaakt te vervalsen. Dat wringt. Maar is het wel toelaatbaar bedrog? De overpeinzing die dit samenvat is van een romanfiguur uit De tijgerkat (1958) van Giuseppe Tomasi di Lampedusa: ‘Alles moet veranderen opdat het hetzelfde blijft’. Dat daarbij grenzen overschreden worden toont de kleuring van de iconische fotoMigrant Mother’ (1936) van Dorothea Lange. De ingekleurde versie past slecht in het historisch geheugen van allen die de zwart-wit versie voor ogen hebben.

Inkleuren van film of foto mag en gebeurde in de vroege filmgeschiedenis al met lange films waarvan fragmenten via tinting in kleurbaden werden gedoopt (nacht/buitenshuis: blauw; dag/binnenshuis: geel; brand/emotie: rood). Of films werden beeld voor beeld handmatig ingekleurd of gestencild. Filmmuseum EYE geeft er in een artikel enkele voorbeelden van. Interessant is ook de conclusie van een conferentie uit 1995 over de vraag of in de vroege film een ‘bedoeling te zien was bij het gebruik van kleur’. De uitleg is tekenend voor het ongemak en de ruime interpretatie: ‘Na drie dagen kijken en discussiëren kwam men tot de slotsom dat er geen eenduidig oordeel was te vellen. Kleuring werd vaak gebruikt om narratieve structuren te ondersteunen of de natuurgetrouwheid te benadrukken, maar zeker niet in alle gevallen.’ Dat schiet niet op.

Overigens bestaat er een commercieel belang van filmstudio’s om zwart-wit films in te kleuren. Dan kunnen ze op kabelzenders vertoond waren zonder dat het hindert dat ze oorspronkelijk zwart-wit waren. De lijst met namen van bedrijven die dit doen geeft al aan dat het om Entertainment gaat en niet om de kunst. De zevende kunst wordt eerst uitgekleed en vervolgens bont en schreeuwerig uitgedost. Al in 1986 verzetten in de VS medewerkers uit de filmindustrie en de National Council on the Arts zich tegen deze kleuring, zoals blijkt uit een bericht van de NY Times. Maar wie de rechten heeft, heeft het laatste woord. Acteur Robert Stack (‘Eliot Ness‘) zei daar toen over: ‘I don’t blame anybody for trying to make a buck. But this is kind of a dirty trick.’


Blijven de twee onderste foto’s van de artilleriebatterij van het Franse regeringsleger die onwetend hun nederlaag tegen de Pruisische coalitie tegemoet ziet. Of hebben ze die nederlaag al geïncasseerd, maar zo te zien nog niet volledig verwerkt? Worden ze nu niet ingezet tegen de Pruisen, maar tegen de opstandelingen in Parijs, de communards? Oneffenheden spatten van beide foto’s af, zoals het stofje op het negatief boven de zandzakken links en de beschadiging van de foto rechts op het wiel van het kanon. De verveelde houding van de militairen is een raadsel. Geloven ze niet in hun strijd of weten ze zelfs niet eens wat hun strijd is? Op Wikipedia wordt deze foto meer dan 40 maal gedeeld. Het onderschrift bij de zwart-wit versie is van de Duitse Rlbberlin en luidt: ‘French soldiers by a cannon 23 July 1870 in the Franco-Prussian War which lasted from 1870-1871’. Hebben we nu definitief uitsluitsel over wat oorspronkelijk is en wat we precies zien?

De bibliotheek van Brown University die de anonieme foto in de collectie heeft komt tot weer tot een andere beschrijving: ‘Fort Dumond, 1871’.  En  de versie is zo te zien sepia, hoe dan ook een kwestie van kleuring door een chemische reactie (toning). Zoeken op de locatie, ook met de vervanging van ‘fort’ door andere termen van verdedigingswerken (lunette, bastion, batterie, vestige, ouvrage, redoute) en de toevoeging van het jaartal 1870 of 1871 levert geen verwijzing op. Om een echt fort dat gemetseld is lijkt het ook niet te gaan, maar eerder op een in alle haast opgeworpen barrière of voorpost. Aangezien het geen winter lijkt en de oorlog tegen de Pruisen op 28 januari 1871 eindigde is het de vraag -als het echt 1871 is- tegen wie deze batterij eigenlijk vecht. Of ingezet wordt. Gaat het nog wel om de Frans-Pruisische oorlog als het Franse leger al heeft gecapituleerd? We weten nu wat we niet wisten, maar vooral weten we steeds beter wat we niet weten.

Foto 1: Gekleurde foto op ColorizedHistory van reddit: ‘French soldiers during the Franco-Prussian War, 1870‘.

Foto 2: Gekleurde foto op ColorizedHistory van reddit: ‘A 32-year-old mother of 7 children called Florence Owens Thompson, Nipomo, California. February 1936. (Migrant Mother, by Dorothea Lange)‘.

Foto 3: ‘French soldiers by a cannon 23 July 1870 in the Franco-Prussian War which lasted from 1870-1871’. Wikipedia, Rlbberlin.

Foto 4: Schermafbeelding van fiche ‘Fort Dumond, 1871. Collectie Bibliotheek van Brown University, Providence, RI.

Advertenties

Kwestie Blok gaat niet om politieke fout, maar om leeghoofdigheid

with one comment

Het ergste is niet dat wat minister Stef Blok zegt niet klopt. Ministers doen wel vaker uitspraken die onjuist zijn. Mogelijk is de Nederlandse multiculturele samenleving (door toedoen van twee kanten) mislukt. Dat is een kwestie van definitie en evaluatie. Maar dat wil niet zeggen dat elke multiculturele samenleving is mislukt en zo’n samenleving per definitie onmogelijk is. Denk aan de Russische Federatie met 160 verschillende etnische groepen, nationaliteiten en volken. Denk aan de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie waar vele volken en nationaliteiten relatief vreedzaam samenleefden. Lees er de memoires van Elias Canetti op na, die als kind in het Bulgaarse Roese woonde. Het geeft het culturele, historische en filosofisch tekort aan van de 54-jarige Blok dat hij zoiets blijkbaar niet weet. Hoe is het mogelijk dat iemand met zulke intellectuele leegte minister kan worden? De kwestie Blok gaat in de kern niet om een politieke uitspraak die in Tweede Kamer en samenleving verkeerd valt. Dat is van voorbijgaande aard. De kwestie Blok gaat om de werking van de politiek waar lege hulzen zonder cultureel besef hoog kunnen stijgen. Zo hoog dat ze er een leeg hoofd van hebben.

In een interview in het architectuurmagazine Dezeen zegt kunstenaar Olafur Eliasson het volgende: ‘I think that every finance minister should train by being a culture minister. One should make it a rule that if you have not been culture minister you can simply not be finance minister.’ Waarom Eliasson die voorwaarde uitsluitend maakt voor ministers van Financiën is onduidelijk. De kwestie Blok leert dat Buitenlandse Zaken evengoed cultureel, historisch en filosofisch besef vereist. Dus waarom geldt deze voorwaarde niet voor alle ministers? Overigens economiseert Eliasson vanuit goede bedoelingen toch de politiek door de controle over het geld voorop te zetten. Dat is onterecht. Dat is de valkuil. Stef Blok heeft de politiek een slechte dienst bewezen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelElias Canetti und Ruse’ van Penka Angelova, 2013.

KPN stopt doorgifte van TV5. Waarom dat zo is wordt niet helder

with one comment

Als abonnee van KPN-dochter xs4all kan ik sinds 1 juli TV5 niet meer ontvangen. KPN heeft de doorgifte ervan gestaakt. Overigens juist op het moment dat de altijd actieve Franse taal- en cultuurpolitiek zich via TV5 richt op het Nederlandstalige taalgebied en programma’s Nederlands ondertitelt. TV5 is ingewisseld voor France 2 zo geeft KPN aan. Het waarom van de omwisseling is onduidelijk en kan KPN niet goed uitleggen.

Halszaak is het niet, maar als liefhebber van de Franse taal en cultuur en van Franse films ben ik bang dat dit besluit van KPN voor iets anders staat. Namelijk voor eenheidsworst, het verdringen van het minder gangbare, doorgaande verengelsing, en de fragmentatie van de samenleving die verwordt tot een echokamer waar tegengestelde meningen elkaar niet meer treffen. De ambitie van de publieke omroep met broadcasting wordt opgegeven en burgers worden door commerciële aanbieders  gereduceerd tot consumenten en opgesloten in hun reservaten van narrowcasting. Dat is geen kijken meer, maar nakijken. Mijn reactie op een forum van KPN:

Waarom KPN precies kiest voor het inwisselen van TV5 door France2 heeft het me niet duidelijk kunnen maken. Ik ben abonnee bij KPN-dochter xs4all en ontvang net als klanten van KPN en Telfort geen TV5 meer. Dat betreur ik.

Ik begrijp dat veranderingen soms nodig zijn. De selectie van programma’s verandert continu omdat het aanbod en de vraag veranderen. Daarom kan ik het billijken als er een zender voor een groeiende etnische bevolkingsgroep of een populair geworden themazender bijkomt. Daarin moeten kijkers flexibel zijn.

Ik begrijp echter niet waarom een kwalitatief hoogwaardige zender als TV5 die ook nog eens geld investeert in het Nederlandse taalgebied door Nederlandse ondertiteling aan te bieden door KPN uit het pakket wordt gehaald. TV5 biedt klassieke Franse films die nergens anders op het open net te zien zijn, reisprogramma’s en programma’s over Frankrijk en de Franse cultuur wereldwijd.

In het basispakket is TV5 slechts min of meer vergelijkbaar met ARTE dat in Utrecht waar ik woon de Duitse versie doorgeeft. Niet Nederlands ondertiteld overigens. Van de tientallen zenders in het basispakket zijn TV5 en ARTE de enige zenders die een kunstzinnig, cultureel en cinematografisch geïnteresseerd publiek redelijk weten te bedienen. Trouwens ook met nieuwswaardige documentaires die achtergrondinformatie geeft die verder gaat dan het journaal van de dag.

Men kan kunst en cultuur niks vinden en zweren bij sport, nieuws en amusement, maar de kern is dat op een totaalpakket van tientallen zenders TV5 met ARTE unieke programma’s biedt die in het basispakket nergens anders te zien zijn.

De programmacommissie van KPN moet met het oog op uniciteit, bereik en haalbaarheid een evenwichtige afstemming binnen het basispakket tussen allerlei interesses, doelgroepen en thema’s in de gaten houden en optimaliseren. Dat is schipperen, wikken en wegen. De vraag is overigens ook welke deskundigheid in de programmacommissie van KPN die gaat over de selectie en doorgifte van zenders aanwezig is. Welke inhoudelijke expertise op het gebied van Theater-, Film- en Televisiewetenschap is bij KPN verzameld om een evenwichtige – en programmatisch-inhoudelijke – afweging mogelijk te maken? Zonder antwoord blijft de twijfel bestaan dat die expertise ontbreekt.

De vraag die dan ook gesteld dient te worden is wat het niet meer doorgeven van TV5 voor de uniciteit van het basispakket betekent. De aanvullende vraag is of de programmacommissie zich dat bij haar besluit voldoende gerealiseerd heeft of pas achteraf tot het volle besef is gekomen wat het gedaan heeft. Wellicht omdat het enkel en alleen heeft geredeneerd vanuit het bereik en de commercie. Als dat zo is, dan dreigt waarschijnlijk ARTE het volgende slachtoffer van deze manier van denken te worden.

KPN zet dus om vooralsnog onduidelijke redenen een streep door de doorgifte van TV5. Men zou bijna denken dat het de klanten die in kunst en cultuur geïnteresseerd zijn niet belangrijk genoeg vindt en afschrijft. Ik wil graag geloven dat dat zo niet is, maar KPN weet sterk de indruk te wekken dat het uit de kijkcijfers de kwaliteit denkt te kunnen afleiden.

Het gaat er niet om om France 2 te bekritiseren. Die zender zal ongetwijfeld ook fans hebben. Het is de grootste Franse publiekszender met veel sport, informatie en amusement. Maar het springende bezwaar is zoals gezegd dat dat soort zenders met opnieuw de Tour de France, het WK Voetbal of Roland Garros al ruimschoots in het basispakket vertegenwoordigd zijn. Journaals van France 2 geeft TV5 trouwens ook door. Kortom, France 2 is minder uniek dan TV5. Dus dat roept alleen nog maar meer vragen op over de meerwaarde van de omwisseling.

Ik blijf dus met de onbeantwoorde vraag zitten wat nou de exacte reden voor KPN was om TV5 uit het pakket te gooien. Was dat om commerciële, inhoudelijke, technische of andersoortige redenen?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTV5MONDE BETREURT BESLISSING KPN STOPZETTEN DOORGIFTE’ op MediaMagazine.nl, 24 mei 2018.

Written by George Knight

5 juli 2018 at 17:21

Zomerprogrammering van publieke omroep met detectives en voetbal is de ambitie voorbij. Waar laat dat de weetgrage kijker?

with 3 comments

Update 28 juni 2018: De NPO zet de bijl in de journalistieke programma’s, aldus een bericht in NRC. Er is veel verzet tegen. Programmamakers en kijkers vragen zich af of de NPO gek geworden is. Het ondubbelzinnige antwoord is ‘ja’. Want hoe dwaas is het om te snijden in programma’s zoals ‘Andere Tijden’ of ‘Tegenlicht’ die de publieke taak het best belichamen? Deze politiek van de omroepen roept een variant op de boutade over Frankrijk in gedachten: ‘Een mooi land, maar jammer dat er Fransen wonen’. Zo is het ook met de omroep. ‘Een mooi omroepbestel, maar jammer dat omroepbobo’s er zich mee bemoeien’. Het wordt onderhand de hoogste tijd voor zowel de Haagse politiek als de samenleving om serieus na te gaan denken over het optuigen van een nationale omroep en het opheffen van de omroepen op levensbeschouwelijke grondslag. Het is een achterhaald zuilensysteem dat elders in de samenleving terecht allang verdwenen is. In een serieus en kwalitatief hoogstaand omroepbestel moeten programma’s centraal staan en niet de belangen van omroepen. 

Er moet me iets van het hart over de zomerprogrammering van de publieke omroep. Maar het is als de klacht van een niet-gelovige die zich verbaast over het gebrek aan democratisering en redelijkheid van religieuze organisaties. Dat heeft iets schijnheilig en dubbeltongig. Want ik kijk nauwelijks naar de programma’s op NPO 1, 2 en 3. Actualiteitenrubriek Nieuwsuur en VPRO’s Tegenlicht en reisprogramma’s (Ruben Terlou, Thomas Erdbrink, Stef Biemans) zijn de enige programma’s die ik regelmatig zie. Bij een andere programmering zou dat echter best kunnen veranderen. Maar die verandering zit er voor mij deze zomer niet in, en overigens evenmin in de herfst, winter en lente. Maar in de zomer zet Hilversum de eigen gemakzucht zelfs nog in een hogere stand. Iemand die niks met sportprogramma’s en detectives heeft wordt de zenders afgejaagd.

Want wat is het geval? Op NPO 1 worden van 14 juni tot 15 juli alle wedstrijden van het WK Voetbal in de Russische Federatie uitgezonden. Dat zijn 63 wedstrijden van minimaal 90 minuten. Als daarbij alle voor- en nabeschouwingen en herhalingen opgeteld worden, dan telt dat op tot zo’n 100 uur wedstrijden en tientallen uren beschouwingen. Dat terwijl het Nederlands elftal niet meedoet omdat het zich niet wist te kwalificeren.

Men zou denken dat kijkers die niet van deze tsunami aan voetbalwedstrijden, voetbalbeschouwingen en voetbalnieuws houden een alternatief moet worden geboden. Dat gebeurt ook op NPO 2, maar dat alternatief is niet aanvullend aan voetbal, maar er min of meer een duplicaat van. Ofwel, de consumptie van uren voetbal wordt herhaald met de consumptie van uren detectives. Dat is merkwaardig, want hiermee wordt de weetgrage en nieuwsgierige kijker die geprikkeld wil worden en smacht naar kennis en nieuwe impulsen in de steek gelaten. Door de programmering kiest de publieke omroep voor coma, apathie en onzelfstandigheid.

Van 15 juni tot 15 juli zendt KRO-NCRV namelijk elke avond een detective uit op NPO 2 tijdens de Detectivemaand die deze omroep eens in de twee jaar presenteert. Zoals gezegd, als alternatief voor de grote voetbaltoernooien. In NRC zegt inkoopster Mignon Huisman van KRO-NCRV in gesprek met Wilfred Takken: ‘De gedachte was: mannen voetbal, vrouwen detectives. Maar ongeveer 40 procent van onze kijkers is man’. 

In deze constatering van Huisman komen vier misverstanden samen, hoewel het mogelijk is dat ze beter weet dan wat ze publiekelijk zegt, maar dat toch naar buiten brengt om het gemakzuchtig denken in formats van Hilversum, kijkcijfers, het kostenaspect (‘inkopen’) en gebrek aan creativiteit aan het zicht te onttrekken. Ten eerste dat detectives een alternatief voor voetbal zijn. Ten tweede dat programmering volgens een man/vrouw-verhouding bestaat en niet rolbevestigend en gedateerd is. Ten derde dat de uitzending van een grote hoeveelheid voetbal- en sporttoernooien beantwoord moet worden met een grote hoeveelheid van meer van hetzelfde van een ander genre. Ten vierde dat uit het feit dat in de zomer de omroepen zich in een vakantie-modus zetten dit betekent dat ook de kijkers van juni tot september met vakantie gaan.

Vraag is dat als Britse en Scandinavische detectives dat niet zijn, wat dan wel een goed alternatief voor voetbal is. En dan niet beredeneerd vanuit het commerciële belang van de publieke omroep (reclame inkomsten) of de profilering van de afzonderlijke omroepen, maar vanuit het belang van de kijker. Als het WK Voetbal, Wimbledon of de Tour de France op de publieke omroep in de zomer nou eenmaal tot in de kleinste details moeten worden uitgezonden, wat is dan het alternatief die de niet-sport liefhebbers optimaal bedient?

Te denken valt aan het uitzenden van registraties van podiumkunst (muziek, dans, toneel), klassieke, niet-Engelstalige films, informatieve programma’s (nieuws- en reisprogramma’s, documentaires, programma’s over geschiedenis) of kostuumdrama’s. Amusements- en showprogramma’s die de platheid ontstijgen worden door de publieke omroep vanwege het kostenaspect hoe dan ook nog nauwelijks uitgezonden. Praat- en realityprogramma’s zijn het hele jaar al overvloedig te zien en kunnen in de zomer opgeschort worden.

Mijn verlanglijstje zou de volgende elementen kunnen bevatten die beter aansluiten bij de sfeer van de zomer en de behoefte van de kijker dan de ‘alternatieve’ detectives die de geest niet prikkelen of intelligent onderhouden, maar dempen en in de slaapstand zetten. Het is een programmering met een jaarlijkse cyclus: 1) een filmcyclus van de melancholische Italiaanse regisseur Valerio Zurlini, 2) de beste documentaires en dramaseries van het afgelopen jaar van de Europese publieke omroepen via de EBU (bewerkt en met Nederlandse voice over of ondertiteling); 3) de beste documentaires en dramaseries van het afgelopen jaar van ARTE (bewerkt en met Nederlandse voice over of ondertiteling); 4) geschiedenisprogramma’s zoals The Vietnam War die de Vlaamse VRT wekelijks uitzendt (bewerkt en met Nederlandse voice over) of 5) registraties van podiumkunst waar Nederland in uitblinkt (experimentele en geïmproviseerde muziek, dans, opera, jeugdtheater) zoals de uit het publieke bestel verbannen Concertzender dat voor de radio met muziek doet.

Kunst is kunst, maar ook een wapen waarmee de strijd tegen terreur die van buiten komt en onverschilligheid die van binnen komt gewonnen kan worden. Het is de strijd om de harten en geesten van de eigen bevolking die telt en een positieve impuls kan geven. Met als neveneffect het verstevigen van de nationale identiteit op natuurlijke en niet geforceerde wijze. Media kunnen een opbouwende rol spelen. Niet omdat het educatief is of doelgroepen emancipeert, maar omdat kunst, films of documentaires de kijker een spiegel voorhouden en tot nadenken aanzetten. Dat is in Nederland uitzondering geworden. Nederland mist de vanzelfsprekende, positieve grondhouding tegenover kunst. De zomerprogrammering van de publieke omroep met sport en detectives is daar een akelig herkenningsteken van. Feit dat daar niet eens meer kritiek op komt geeft aan hoever de ambitie van de publieke omroep gedaald is en hoe normaal Nederlanders dat zijn gaan vinden.

Foto 1: Schermafbeelding van een still uit en de aankondiging van ‘The Lovely Month of May; A Documentary by Chris Marker and Pierre Lhomme’ door ARTE.

Foto 2: Schermafbeelding van de aankondiging van een uitzending van de Britse detective Grantchester door KRO-NCRV.

Theaterstuk Dries Verhoeven op Utrechts plein roept vraag op van wie de openbare ruimte is. Van private partijen of de samenleving?

leave a comment »

Theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven was tot gisteren te zien op het Neude, een plein in het centrum van Utrecht. In het kader van SPRING Performing Arts Festival. Bovenstaand artikel op DUIC (De Utrechtse Internet Courant) citeert critici. Voorzitter Rien van den Hoek van ondernemersvereniging Stadhuiskwartier zegt onder meer het volgende: ‘Wat kunst is, is vooreen iedereen natuurlijk anders, maar om de Neude volledig af te sluiten en om te bouwen met een spaanplaat hekwerk gaat ons wat ver.’ Dat is de traditionele reflex op kunst. Schijnbaar inschikkelijk, maar feitelijk afwijzend. Kunst mag, maar moet het niet te gek maken. Kunstuitingen dienen zich te plooien naar de bovenliggende partij en niet de strijd aangaan met gevestigde belangen. Aldus de horecaondernemers aan het plein. Verhoevens reactie is duidelijk: ‘Ik heb verder geen mening over het reilen en zeilen van een horecaondernemer. Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die vaker kunst op de Neude zouden willen zien dan alleen terrassen’. Mijn reactie bij dit artikel:

Als het aan de ondernemers ligt wordt de hele openbare ruimte in het centrum van Utrecht geprivatiseerd en omgebouwd tot terras voor de horeca. Geflankeerd door trottoirs vol schots en scheef staande fietsen waar het gemeentebestuur van Utrecht nauwelijks meer handhaaft. Deze glijdende schaal van relatieve verslonzing zegt dat als de gemeente eenmaal de controle verliest, de sterkst georganiseerde partijen daar misbruik van maken. En de openbare ruimte straffeloos innemen. Ten koste van de inwoners van Utrecht.

Hoe anders is het in volwassen steden waar pleinen ook gewoon pleinen mogen zijn en deel uitmaken van de openbare ruimte. Pleinen die dus niet geprivatiseerd zijn en ingenomen door de horeca. Door zijn ligging en vorm is het Neude een bestemming die uitermate geschikt is voor openbare manifestaties en aan kan sluiten als locatie voor de festivals in Utrecht.

Kortom, de horeca-ondernemers redeneren dat hun glas halfleeg is, maar ze zouden beter de zegenen van een halfvol glas kunnen tellen. Als de Utrechtse raad verstandig is en de bestemming van de openbare ruimte in het centrum eens serieus neemt, dan pakt het door en bestemt het het Neude en de andere pleinen in het centrum als openbare ruimte die per definitie niet geprivatiseerd kan worden. Dat moet in een links college toch mogelijk zijn?

Overigens: De stad Utrecht mag blij zijn dat zo’n goede en ambitieuze theatermaker als Dries Verhoeven hier zijn thuisbasis heeft. Het is trouwens wachten op zijn volgende project die hem door de protesterende ondernemers in de schoot is geworpen: het Neude als een gigantisch terras waar volop gegeten, gedronken, gepraat, gekoesterd en voor diensten en goederen betaald wordt. Titel: De Afrekening.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOndernemers ontstemd over bouwplaats op de Neude dat kunstwerk blijkt te zijn’ op DUIC, 14 mei 2018.

Foto 2: Beeld van theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven, 17 tot en met 26 mei 2018 op het Neude, Utrecht. Te zien vanuit een container met overzicht over het bouw- en/of theaterterrein. Credits: Lydia van Oosten, 18 mei 2018.

Valkuilen voor ‘christelijke’ kunstenaars bij controversiële onderwerpen volgens dirigent en christelijk leider Delta David Gier

leave a comment »

Het betoog van dirigent en muzikaal directeur van het South Dakota Symphony Orchestra Delta David Gier is bemoedigend en teleurstellend. De vraag die hem gesteld wordt is welke valkuilen ‘christelijke kunstenaars’ moeten vermijden als ze controversiële onderwerpen aansnijden. Gier trapt er niet in en gunt zichzelf alle ruimte door de vraag te verruimen naar kunstenaars in het algemeen. ‘Christelijke kunstenaars’ verandert hij in ‘menselijke valkuilen’. Zijn antwoord komt erop neer dat een kunstenaar zich meer moet bekommeren om zijn onderwerp dan om zichzelf.  Dat is een goed advies. Wat Gier zegt over de valkuilen voor ‘seculiere’ en ‘christelijke’ kunstenaars gaat wat aan de vraagstelling voorbij. Hij verraadt zijn christelijke inborst door een tegenstelling te suggereren die bij nader inzien vals is. Want ‘christelijke’ kunstenaars kunnen naast hun verkondiging van het evangelie (‘Gospel’) net als ’seculiere’ kunstenaars uit zijn op het binnenhalen van geld of publiciteit. Toch klinkt wat Gier zegt sympathiek en humaan. In een ander betoogThe Christian Artist in the Public Square’ richt hij zich met christelijke terminologie tot een christelijk, evangeliserend publiek. Dat maakt het voor niet-christenen die het christelijk jargon niet volgen afstandelijk, politiek en minder humaan.

Directeur Ploum vertrekt bij MOA. Band met Amersfoort verder doorgesneden. Ruimte voor herbezinning bij alle betrokkenen

with one comment

Hoe het bericht te duiden dat Yvonne Ploum haar functie als directeur van het Museum Oud Amelisweerd neerlegt? Ze vertrekt per 1 juni 2018. RTV Utrecht zegt in een bericht dat Ploum meent dat de rek eruit was. Dat wil zeggen, bij haar. Zo wordt haar terugtreden een middel in de beeldvorming. RTV Utrecht: ‘De rek was er een beetje uit en MOA heeft de beste nodig, iemand die alle energie nog heeft.’ Dat brengt de stap van een terugtredende directeur terug tot persoonlijke tegenspoed, maar het is de vraag of dat de essentie van Ploums terugtreden is. Gezien wat er sinds 2010 gebeurd is, lijkt het daar niet op. Het museum is vanwege de slechte randvoorwaarden nooit goed van de grond gekomen. Het is zelfs begrijpelijk dat elke directeur die binnen deze randvoorwaarden moet werken ten prooi valt aan ‘langdurige ziekte‘. Alertheid gebiedt om te beseffen dat een persoonlijk probleem als zetstuk voor een fundamenteel probleem van het museum geschoven wordt. Omzichtigheid over dat persoonlijke belemmert dan het doorvragen over de problemen van het museum.

In het bericht zegt Ploum iets opmerkelijks: ‘We zijn nu financieel in een veiligere haven beland. We zijn goed verankerd hier in de omgeving, krijgen steun van overheden en zien een groeiende bezoekersstroom.’ Dat is aantoonbare flauwekul waarvan Ploum en betrokkenen die ook maar enigszins op de hoogte zijn van dit dossier weten dat het flauwekul is. Feit is dat de Stichting Museum Oud Amelisweerd ondanks een bruidsschat van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort nog geen enkel jaar afgesloten heeft met een positief saldo. De vooruitzichten voor de jaren na 2020 wanneer die Amersfoortse subside stopt en een renteloze lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro moet worden terugbetaald zijn ronduit slecht. Het jaarlijkse tekort op de exploitatie is eerder tegen de 2 ton, dan de 75.000 euro die het museum steeds weer naar buiten brengt. Waarschijnlijk om de financiële positie beter voor te stellen dan die is en zo sponsors over de brug te trekken. Die willen immers een positief verhaal met perspectief en hun geld niet in een bodemloze put gooien.

De sleutel van een verklaring voor Ploums terugtreden kan daarom niet los van de problemen van het museum worden gezien. Ofwel de voortdurende onzekerheid over het voortbestaan ervan. Daarbij kwam in 2017 nog het bericht dat Armando aankondigde zijn privécollectie niet langer te laten beheren door MOA. De voorzitter van de Armando Stichting Coen Bruning verklaarde daarover dat Armando de financiële problemen van het MOA zat was. Een eerder beleidsplan van Stichting MOA presenteerde het museum als ‘opvolger van het in 2007 afgebrande Armando Museum’ met als doel om ‘het werk van de kunstenaar Armando, schilderwerk, beeldhouwwerk, literatuur, film, te verzamelen, te beheren, te documenteren, te onderzoeken en te presenteren’. Nu Armando als een van de drie speerpunten is weggevallen formuleert het huidige beleidsplan de doelstelling ruimer. Allerlei soorten musea passen erin. Twee belangrijke randvoorwaarden blijven de zorg voor de historische buitenplaats Oud Amelisweerd en de collectie Chinese en historische behangsels. Een nieuw profiel dat in februari 2018 aangekondigd werd was Huis van kunst in de natuur. 

In juni 2017 nam de Utrechtse raad motie 111 aan die om het onverzoenbare te verzoenen (Gemeente Utrecht gaf de Stichting MOA exploitatiesubsidie die het volgens eigen afspraken uit 2012 niet mocht geven) een onderscheid maakte ‘tussen locatie ‘Landhuis Oud Amelisweerd’ en exploitant/huurder ‘Stichting MOA’. Nogmaals werd in deze motie benadrukt dat locatie en huurder niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het gemeentebestuur maakte hiermee aan het bestuur van de Stichting MOA duidelijk dat als het wil het een andere exploitant kan aanwijzen als de huidige financieel in gebreke blijft. Wat overduidelijk het geval is.

Zo ontstaat het beeld dat het bestuur van de Stichting MOA een bestuurlijke manoeuvre heeft ingezet en op zoek is naar een nieuwe bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd door afstand te nemen van de eigen recente geschiedenis. Armando is met zijn privécollectie per 1 maart 2018 opgestapt en Ploum gaat per 1 juni 2018 weg. Zo wordt inhoudelijk en personeel de band doorgesneden met de Amersfoortse geschiedenis van het Museum Oud Amelisweerd dat als Armando Museum door het leven ging voordat het in Bunnik belandde.

Dat maakt de ruimte vrij voor een doorstart met andere accenten door dezelfde exploitant. Die probeert door nieuwe initiatieven of het tonen van een beeld van goedwillendheid en verandering te verhinderen dat het door het Utrechtse gemeentebestuur de deur wordt uitgezet. Het aantal van 30.000 bezoekers per jaar lijkt het maximum. Het hoge prijskaartje van de lastige randvoorwaarden van een museum in een historisch zomerverblijf als rijksmonument met een complexe klimatisering verandert echter niet. Hoe dan ook geven de veranderingen het Utrechtse gemeentebestuur de gelegenheid om eens goed na te denken over de toekomst van Landhuis Oud Amelisweerd. Met een fundamenteel debat over de bestemming dat merkwaardigerwijze (sinds 2010) nooit afdoende gevoerd is. Het college liet zich steeds weer verrassen of overbluffen en liep door gebrek aan eigen initiatief continu achter de feiten aan. Dat kan nu na acht jaar eindelijk gecorrigeerd worden.

Foto: TentoonstellingVechtende Krekels’ van Harmen Brethouwer in landhuis Oud Amelisweerd, 1999.