Benali meent dat Houellebecq een linkse of liberale intellectueel is

Schermafbeelding van deel columnHouellebecqs taal is die van de inquisitie: er is geen plek voor Europese moslims‘ van Abdelkader Benali in Trouw, 3 januari 2023.

Schrijver Abdelkader Benali doet een geslaagde poging tot mislukte framing door in een commentaar van 3 januari 2023 in Trouw de Franse schrijver Michel Houellebecq een ‘linkse intellectueel’ en ‘liberale intellectueel‘ te noemen. Maar er is meer kritiek op de column mogelijk.

Is Houellebecq of Benali in verwarring? 

De politieke positie van Houellebecq is minder eenduidig dan Benali suggereert met zijn eenvoud over linkse en liberale intellectuelen. Houellebecq is vóór Macron (vanwege de klasse waartoe hij behoort), vóór Poetin, tegen de NAVO en de EU en wordt op de huid gezeten door moslims en linkse intellectuelen voor zijn uitspraken over de islam.

In 2018 verklaarde Houellebecq dat ‘Donald Trump een van de beste Amerikaanse presidenten is die hij ooit heeft gezien’. Ook stelt hij zich pro-Israëlisch op en meent dat Franse linkse politici dat juist niet doen om Franse moslims genoegdoening te geven die ze in Frankrijk niet krijgen. 

Neemt Houellebecq de posities van een linkse intellectueel in? Of van een rechtse intellectueel? Of is Houellebecq een post-modernistische intellectueel die zich dan weer links, dan weer rechts opstelt? 

Houellebecq omarmt in interviews op dweepzuchtige wijze rechtse talking points over witte suprematie, de ‘Great Replacement’-theorie en gewelddadige ‘verzetsdaden’ tegen moslims.

Houellebecq vindt het geloven in één God de daad van een idioot. En de domste religie vindt hij de islam. Dat is een mening die door elementen van links en rechts wordt omarmd. Kritiek is wel dat hij dat met weinig compassie naar buiten brengt. Houellebecq is de relativering voorbij. 

Benali ziet een tegenstelling tussen Houellebecq die voor de islam waarschuwt en niet voor Poetin: ‘De angst voor moslims is groter dan de angst voor de kernwapens bezittende Rus.’ 

Dat is terechte kritiek. De steun van Houellebecq voor Poetin is opvallend en verklaarbaar vanuit het idee van de Russische propaganda dat de Russische Federatie het laatste bastion voor de verdediging van christelijke waarden is. Dat is echter een te vals argument voor een ‘intellectueel’ om te volgen.

Het is misplaatst van Benali om Houellebecq te verwijten dat hij wel waarschuwt voor de agressie van de islam en niet voor de agressie van Poetin. Het is immers het voorrecht van schrijver of kunstenaar om selectief te zijn en geen afgewogen wereldbeeld naar buiten te brengen. Of te hebben.

Benali bekritiseert met zijn vergelijking indirect de keuze van een schrijver om thema’s te kiezen en daar rondom een oeuvre en profiel te bouwen. Ook als publieke figuur die in de media opereert en er niet vies van is om gepeperde, controversiële uitspraken te doen.

De Januskop van schrijver en mediafiguur/ dilettant-politicus geeft verwarring. Maar werk en vent moeten onderscheiden worden. Hoe lastig dat ook is. Zie Pound, Céline, Hermans of Reve die met hun beste werk aan hun politieke uitspraken ontstijgen. Houellebecq is geen politicus, maar een schrijver die opereert op het gebied van de fictie. Ook in zijn toelichting op zijn werk. 

Advertentie

Waarom negeert de publieke omroep kunst? Klassieke film ‘Le Mani Sulla Città’ (1963)

Tijdens de feestdagen werden op televisie voor de zoveelste tijd vooral Amerikaanse films gerecycled. Die vooral niet te moeilijk mogen zijn en moeten amuseren.

Het is niet zozeer dat deze films voor de zoveelste keer worden vertoond, maar dat ze op het open net de klassieke cinema die wel wat te vertellen heeft verdrongen. Die is bij de publieke omroepen niet meer te zien. Verbannen. Zelfs buiten prime time onzichtbaar geworden.

Kunst en filmkunst worden door netcoördinatoren en omroepbazen niet meer serieus genomen. Vermoedelijk kennen ze de filmgeschiedenis niet eens, dus zouden ze niet eens weten waarover ze zouden moeten praten.

Filmliefhebbers vinden hun weg wel, maar kijkers die de klassieke cinema niet kennen komen er niet meer mee in contact. Dat is jammer vanuit het oogpunt van kunst- en media-educatie. Deze films kunnen helpen om de waan van de dag te relativeren en jongeren te betrekken bij onderwerpen buiten hun comfort zone.

De publieke omroep negeert bewust haar educatief-culturele taak die opgeofferd wordt voor kijkcijfers en behaagzucht. Wie niet houdt van sport en licht amusement dat de publieke omroep domineert vindt geen alternatief. Ook journalistieke programma’s worden steeds meer teruggedrongen.

De constatering dat de publiek omroep tekortschiet in de aandacht voor kunst is niet nieuw. Van de politiek valt geen verbetering te verwachten. De politiek neemt geen initiatief om kunst op de publieke omroep zichtbaar te maken. Bang dat de kijker een spiegel wordt voorgehouden die tot nadenken stemt. De publieke omroep mist kansen.

De programmering van omroepen rond de feestdagen is een wonder van voorspelbaarheid, saaiheid en risicomijdend gedrag. Alsof het een wetmatigheid is worden suikerzoete tweede- en derderangs kerstfilms uit Hollywood vertoond. Iets anders bestaat niet meer op het open net.

Filmkunst is op de publieke omroep achterhaald. Voorbij. Film is op televisie een halfproduct geworden om tijd te vullen, sfeer te maken en te plezieren. Scherpe kantjes worden niet meer op prijs gesteld. Het is de vraag wie dat het meest niet aankan. Omroep, kijker, politiek of samenleving?

Ironie van kinderkunstprogramma ‘Moonriders’ schept verwarring over begrippen ‘kunst’ en ‘museum’

Schermafbeelding van deel artikelKinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool, 26 november 2022.

Het artikelKinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool van 26 november 2022 is meer dan een aankondiging van het VPRO kinderkunstprogramma Moonriders. Het artikel gaat mee in allerlei claims van programmamaker en kunstenaar Aukje Dekker die waarschijnlijk goed bedoeld zijn, maar toch verkeerd uitpakken.

In een toelichting zegt Moonriders: ‘In dit tweede seizoen Moonriders breekt kunstenaar Aukje Dekker samen met kinderen en kunstenaars ’s nachts in bij musea om kunst te maken. Want waarom hangt daar nooit kunst van kinderen? Daar brengen de Moonriders verandering in, al hangen ze maar op de wc!

Schermafbeelding van deel artikel ‘Kinderkunst hoort in een museum, desnoods op het toilet, vindt Moonriders‘ in Het Parool, 26 november 2022.

Dekker maakt het nog gecompliceerder als ze niet alleen vraagtekens zet bij wat onder kunst verstaan moet worden, maar ook bij wat de functie van een museum is. Moet een museum volgens Dekker ‘kunst’ van willekeurige kinderen op zaal of wc hangen? Zelfs als Dekker het uitdagend, emanciperend, democratisch en ironisch bedoeld, dan nog schept ze begripsverwarring.

De mentaliteit achter deze claim is waarschijnlijk dat grenzen geslecht moeten worden. Alles moet kunst genoemd kunnen worden. Alles is kunst, kunst is alles. Kunst is zo een onduidelijk en verwarrend begrip geworden omdat iedereen er wat anders onder kan verstaan. Kunst is een onbeschermde term en daarom vogelvrij.

De term ‘kunst’ is aan herdefinitie toe. Kunst ligt van verschillende kanten (publiek, media, politiek) onder druk en wordt zelfs een eigen naam onthouden. Vaak verdwijnt kunst achter het begrip ‘cultuur‘ dat het tegenovergestelde van kunst betekent. Kunst scherpt aan en cultuur verbindt.

Iedere amateur kan zich kunstenaar noemen en dat gebeurt dan ook veelvuldig. De macramé-handwerker, de fotograaf die plaatjes schiet, de smart phone-filmer, de zanger in een amateurkoor, de gelegenheidsdichter, de violist in een vriendenkwartet en het kind dat tekent als een COBRA-kunstenaar, ze kunnen zich kunstenaar noemen en probleemloos claimen dat ze kunst maken.

Als programmamaker Aukje Dekker en journalist Jan Pieter Ekker daar hun volle gewicht achter zetten, dan wint het idee van gedemocratiseerde, maar tandeloos gemaakte kunst aan geloofwaardigheid.

Kunst als hobby of vermaak of thema van een tv-programma of omweg voor het omploegen van investeringen heeft een andere functie dan de opvatting dat kunst op scherp stelt, het vanzelfsprekende bevraagt en mensen naast de werkelijkheid laat kijken en ze probeert te verrijken.

Conclusie is dat kunst die ertoe doet zich beweegt op het middenterrein waar de gevestigde orde kritisch of juist afstandelijk, maar scherpzinnig en onafhankelijk wordt gevolgd. Tussen het hobbyisme van amateurs en de belangen van politiek, bedrijfsleven en media die kunst in gijzeling hebben genomen en als middel gebruiken.

Programmamaker en kunstenaar Aukje Dekker is een voorbeeld van iemand die kunst gebruikt om ons anders naar haar en haar programma Moonriders te laten kijken. Professionele kunstenaars en kunstinstituten zouden in een gezamenlijke campagne over de grenzen van disciplines heen hun claim op het begrip kunst terug moeten veroveren en uit handen van hobbyisten, ondernemers, programmamakers, journalisten en politieke zwendelaars moeten redden.

Dat levert de duidelijkheid op wat de functie van kunst is of behoort te zijn zodat het debat erover scherper, meer omlijnd en inhoudelijker kan worden gevoerd.

Daarbij moet beseft worden dat belanghebbenden er belang bij hebben dat de begripsverwarring in stand blijft en de begrippen (kunst-cultuur en hobbyisme-kunst) door elkaar heen gebruikt worden. Vaagheid ontneemt kunst scherpte.

Herdefinitie en nieuwe afbakening van het begrip kunst vergt economische en politieke strijd waarvan het de vraag is of sectorinstituten en kunstenaars ertoe in staat zijn om zo’n campagne op te zetten, laat staan tot een goed einde te brengen. Want politiek houdt niet van kunst die vrijzinnig, autonoom, dwars en niet onderhorig is. Dat is de gijzeling die kunst gevangenzet.

Eindelijk spreekt de museumsector zich uit. Het noemt protesten van activisten in musea onacceptabel

Schermafbeelding van deel artikelMusea noemen protesten van activisten ondanks uitblijven schade onacceptabel‘ op Nu.nl, 25 oktober 2022.

Er komt vanuit de museumsector eindelijk een georganiseerde veroordeling van de acties van klimaatactivisten in musea. Ze gooien soep, aardappelpuree of wat dan ook over schilderijen (achter glas) in museumzalen en kitten zich vervolgens vast aan de lijst. Dat wordt door de museumsector onacceptabel genoemd. Volgens de museumsector richten de activisten zich op het verkeerde doel.

De kop van het interessante artikel van Hasna Elbaamrani op Nu.nl klopt trouwens niet omdat de acties wel degelijk materiële schade kunnen opleveren aan lijst of glas, maar ook immateriële schade aan medewerkers of de museumsector die niet langer als veilige, neutrale plek wordt beschouwd.

Activisten worden tijdens hun actie gefilmd door andere leden van hun organisatie, zodat de actie op sociale media kan worden gezet. Media nemen de beelden vaak over en besteden er aandacht aan, zodat er een hype ontstaat. Activisten gaan voor de beeldvorming. Via (sociale) media kan betreffende organisatie scoren bij de eigen achterban en donateurs. Activisten denken hiermee een idee van daadkracht en moed uit te stralen en de oplossing van het klimaatprobleem dichterbij te brengen. Het is precies andersom.

Ik heb er geen goed woord voor over dat de klimaatactivisten de kwetsbare museumsector treffen die het toch al zo moeilijk heeft. Ze richten zich tot het verkeerde doel. Een gevolg kan overigens zijn dat museum door deze acties gedwongen worden om de veiligheidsmaatregelen aan te scherpen. Dankzij deze activisten die doen alsof ze in een maatschappelijk vacuüm opereren.

Activisten kopiëren elkaar en herhalen steeds dezelfde actie. Publicitair zal dat op een gegeven moment uitgewerkt zijn. Het gebrek aan moed dat niet verder reikt dan een (door wat?) verwarmde museumzaal verwoordde ik in een tweet van 14 oktober 2022 in antwoord op een bericht van The Guardian-journalist Damien Gayle:

Het wordt er ronduit potsierlijk en schijnheilig op als de klimaatactivisten van actiegroep Just Stop Oil beweren dat ze het museum als plek voor hun protest uitkiezen omdat zij “te veel van geschiedenis en cultuur houden om het zomaar kapot te zien gaan“. Als dat werkelijk zo was, dan zouden ze het museum niet uitkiezen voor hun protestactie. Het is een schijnreden óf een psychische aandoening om te claimen van iets te houden door het schade toe te brengen. Het kopieergedrag van de activisten is het tegendeel van begrip voor geschiedenis en kunst.

Schermafbeelding van deel artikelMusea noemen protesten van activisten ondanks uitblijven schade onacceptabel‘ op Nu.nl, 25 oktober 2022.

Schilderij van Prins Bernhard is geen niet-kwalitatieve kunst, maar niet-kunst

Schermafbeelding van deel artikel Schilderij prins Bernhard senior onder de hamer: maar is het kwalitatieve kunst?‘ van RTL Nieuws, 14 oktober 2022.

Een oud schilderij van Prins Bernhard wordt binnenkort geveild. RTL Nieuws stelt de vraag of het ‘kwalitatieve kunst‘ is. Het vraagt zich af of ‘deze kunst‘ nou ‘echt goed‘ is. Galerist Willem Baars wordt geciteerd en komt tot de volgende slotsom: ‘Het is niet goed. Het zijn heel algemene schilderijen die uit de losse pols gemaakt zijn. Er zit geen enkel artistiek idee achter.

Kortom, de kop is verkeerd, zoals ook uit het artikel zelf blijkt. Want uit de tekst blijkt duidelijk dat het niet om kunst gaat, maar om hobbyisme, zondagsgeschilder. De eindredactie heeft een verkeerd idee van wat kunst is. Een betere kop was geweest: ‘Schilderij prins Bernhard senior onder de hamer: het heeft geen artistieke waarde‘.

Waarom de vraag of mode kunst is niet van belang is

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Is mode kunst, vraagt journaliste Sanne van Rij zich af. Om de vraag goed te kunnen beantwoorden moet men eerst definiëren wat de functie van kunst is. Als dat aanscherpen, ter discussie stellen, reflectie en dwarsdenken of naast de werkelijkheid kijken zonder direct nut is, dan is mode geen kunst. Dan valt mode zelfs op te vatten als het tegenovergestelde van kunst. 

Als kunst performance, individuele interactie, zelfexpressie of maatschappelijke reflectie is, dan is mode kunst. Van Rij stipt in haar artikel niet zozeer aan of mode kunst is, maar wat kunst (nog) is.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

In het artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘van 20 september 2022 in de rubriek ‘Mode & Juwelen‘ redeneert Sanne van Rij naar de conclusie toe dat mode kunst is. Het verschijnt in Harper’s Bazaar dat uitlegt welke terreinen het bestrijkt: ‘intelligente nieuwtjes, inspirerende interviews met bijzondere vrouwen, interessante longreads en slimme tips op het gebied van stijl, beauty, carrière, cultuur en reizen. Met veel liefde voor mode, stijliconen en royals‘.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Of bij mode kunstenaars betrokken zijn of mode en kostuums opgenomen zijn in museumcollecties is niet het criterium. Dat moet niet verward worden met autonome kunstenaars die gebruik maken van mode, kostuums of textiel. Mode is dan niet hun eindproduct, maar een halffabricaat. Het gaat erom wat de functie van mode is en hoe die zich verhoudt tot de functie van kunst.

Van Rij concludeert uit wat zij als ‘verbintenis’ of verbondenheid tussen mode en kunst ziet, dat mode daarom kunst is. Dat is een indirect betoog dat de vraag vanaf de buitenkant benadert. Van Rij cirkelt om het onderwerp heen en meent door stapeling van associaties de vraag positief te kunnen beantwoorden dat mode kunst is. Maar precies wordt ze niet. De kern van de vraag of mode kunst is laat zij ongemoeid.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Van Rij verwijst in haar stuk naar design dat ze als onderdeel van kunst ziet als ze zegt: ‘De stap naar design, of in bredere zin kunst‘. Maar het is ook de vraag of design kunst is. Bij het beantwoorden van de vraag of design kunst is draait het opnieuw om de vraag hoe kunst gedefinieerd wordt en welke functie het maatschappelijk-politiek toebedeeld krijgt.

Wat doet het er toe of mode en design wel of niet opgevat worden als kunst? Eigenlijk niets. In het maatschappelijke en politieke debat wordt nauwelijks nog een onderscheid gemaakt tussen kunst en cultuur. Terwijl ze verschillende functies hebben. Grofweg gezegd, a-maatschappelijk aanscherpen tegenover maatschappelijk verbinden. Juist daarom is cultuur favoriet bij de politiek omdat het daarvan in het verlengde ligt, terwijl kunst er haaks opstaat. In het publieke debat heeft kunst door uitholling haar autonome eigenheid verloren en is allang ondergeschikt gemaakt aan cultuur.

Men kan allen maar gissen naar de vastberadenheid van Van Rij om aan te willen tonen dat mode kunst is. Een vraag die niet van belang is omdat cultuur kunst heeft ingelijfd. Mode is cultuur. Indirect is mode kunst.

Waarschijnlijk bestaat in het achterhoofd van Van Rij nog een idee dat het aanzien van kunst, of wat daar voor doorgaat, positief afstraalt op mode. En indirect op een tijdschrift als Harper’s Bazaar waarvoor ze werkt en dat wil laten zien dat het niet helemaal van de straat is. Blijkbaar creëert het schrijven over stijl, beauty, carrière, cultuur, reizen en royals de behoefte aan meer. Wat dat dan ook is.

Hoe komt het dat kunst doet wat religie nalaat?

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Volgens columnist Hizir Cengiz is kunst de geslaagde en succesvolle versie van religie. Religie zou blijven hangen in verstarring. Kunst zou doen wat religie nalaat. Ik ben het met hem eens.

Maar dan moeten we religie en kunst wel eerlijk vergelijken. Want kunst kent vele varianten die ook lijden aan verstarring. En religie kent nieuwe, levendige, eigentijdse varianten, zoals de tegen de satire aanleunende Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Die nieuwe godsdiensten worden trouwens door de gevestigde godsdiensten en de verdedigers ervan niet tot de religiemarkt toegelaten. Daar worden zelfs de hoogste juridische middelen van de staat voor uit de kast gehaald.

Die verdedigende reflex ontstaat om de belangen van de traditionele godsdiensten te beschermen en het vooroordeel te onderstrepen dat een godsdienst belegen is en zich in de tijd bewezen moet hebben. Wellicht speelt ook mee dat de verdedigers van traditionele religie menen dat conventies en regels onmisbare pijlers onder de samenleving zijn.

De verklaring waarom kunst slaagt waar religie faalt ligt voor de hand. Kunst en religie putten uit dezelfde bron van het drama en de rituelen. Het zijn menselijke, creatieve constructies die proberen de zinloosheid, de leegte en de eindigheid van het leven op afstand te houden. Kunst slaagt daar beter in omdat het meegaander en buigzamer is. Kunst hoeft immers zichzelf niet te bestendigen.

Kunst is veelgelaagd en gefragmenteerd en kan zich voortdurend vernieuwen. Stromingen volgen elkaar op en kunstenaars becommentariëren elkaars werk. Er bestaan weliswaar kunstinstellingen die hun eigen voortbestaan belangrijk vinden, maar die bepalen niet wat de veelgelaagde kunst is.

Het tweeledig doel van de beeldbepalende monotheïstische godsdiensten verklaart grotendeels de verstarring. Want naast zingeving (‘de binnenkant‘) moeten godsdiensten door belangenbehartiging, het uitschakelen van rivalen, fondsenwerving, en marketing en publiciteit continu werken aan hun eigen voortbestaan (‘de buitenkant‘). Met ook nog eens het risico dat de buitenkant door wereldse leiders wordt gekaapt. Dat gevecht om continuering leidt tot starheid en verstijving. 

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Cengiz eindigt zijn commentaar met de persoonlijke noot dat hij nimmer vraagtekens bij zijn religie mocht plaatsen, want dat was ‘des duivels, bijna blasfemie‘. Dat is een juiste constatering van hem. Verstarring is onlosmakelijk verbonden met traditionele godsdienst. Het is er zelfs een bestaansvoorwaarde van. De vraag naar eigen ontstaan en herkomst is binnen traditionele religies een taboe. Die vraag mag niet gesteld worden. Terwijl in de kunst per definitie geen enkele vraag taboe is. Dat verklaart het verschil tussen kunst en religie.

In februari 2022 stelde ik in het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ over wegkwijnende kerken die door de ontkerkelijking niet meer onderhouden kunnen worden dat religieuze organisaties voortaan opgevat zouden moeten worden als culturele organisaties.

Het verschil tussen kunst en religie is historisch, dramatisch en functioneel minder groot dan het lijkt. Door de eeuwenlange dominantie van religie zijn ze uit elkaar gegroeid en is de overeenkomst uit zicht geraakt. Nu in West-Europa het belang van religie afneemt en kunst zich dynamisch handhaaft is het moment gekomen om ze weer als twee kanten van dezelfde medaille te gaan beschouwen.

IMPAKT is weg kwijt en presenteert wijnproeverij als kunst

Schermafbeelding van aankondiging door IMAKT van het evenement ‘INTERNATIONAL ART & WINE TASTING EVENT; Hybride ervaring met wijnliefhebbers uit zes Europese landen‘ op 21 september 2022 in landhuis Oud Amelisweerd.

Het in Utrecht gevestigde IMPAKT [Centrum voor Mediacultuur] claimt een ‘kritische en creatieve kijk op de hedendaagse mediacultuur en op innovatieve audiovisuele kunsten in een interdisciplinaire context‘ te bieden. Maakt het dat waar?

Het houdt op 21 september 2022 een ‘INTERNATIONAL ART & WINE TASTING EVENT; Hybride ervaring met wijnliefhebbers uit zes Europese landen‘. Dit evenement roept de vraag op hoe ‘een kritische en creatieve kijk op de hedendaagse mediacultuur‘ zich verhoudt tot het proeven van wijn. Wat hebben wijn en kunst met elkaar te maken?

Is volgens directeur Arjon Dunnenwind en het bestuur dat bestaat uit Claas Hille, Frank Coolen en Imar de Vries het proeven van wijn een vorm van kunst? Wie is trouwens de secretaris in het bestuur?

Wat moet er verstaan worden onder een ‘informeel hybride kunstevenement‘ zoals IMPAKT het in de eigen publiciteit noemt? IMPAKT claimt ook dat het evenement onderdeel van een ‘reeks experimenten‘ met ‘nieuwe, hybride formats‘ is. Maken volgens IMPAKT ‘wijngerelateerde presentaties van kunstenaars‘ een evenement dat draait om het proeven van wijn tot kunst?

De onzinnige beweringen van IMPAKT buitelen over elkaar heen. De aankondiging van de wijnproeverij lijkt satire, maar is serieus.

Het modieuze jargon van IMPAKT is een belediging voor het gezond verstand. Kunst wordt er aan de haren bijgesleept. Dit evenement draait om cultuur, gezelligheid, wijn en het leggen van verbinding. Dat is prima, maar noem het dan eerlijk wat het is. Plak er geen verkeerd etiket op.

Kunstliefhebbers kunnen de presentatie van dit evenement door IMPAKT al te makkelijk opvatten als onnozel. Tegelijk tekent het het koersloos drijven van directeur en bestuur van IMPAKT dat voor 25 euro kaartjes aanbiedt voor de ‘hybride ervaring‘ van het ‘INTERNATIONAL ART & WINE TASTING EVENT‘.

De aankondiging van dit evenement door IMPAKT geeft aan hoe kunstinstellingen de weg kwijt kunnen zijn na de schade die door de corona-epidemie is aangebracht. Zodat ze niet meer beseffen wat hun doelstelling en kerntaak is en waarvoor ze eigenlijk opgericht zijn.

Om te variëren op een toneelstuk van Pirandello: ‘IMPAKT is op zoek naar focus‘. Wellicht moet IMPAKT zichzelf maar eens onder het vergrootglas leggen en met een ‘kritische en creatieve kijk‘ onderzoeken waar het mee bezig is en hoe het afgedwaald is van kerntaak en doelstelling.

Overpeinzing bij Documenta 15

De Documenta 15 in Kassel heb ik (nog) niet bezocht, dus ik heb weinig recht van spreken. Op eerdere edities was ik wel aanwezig. Kassel is een niet erg mooie stad in een prachtige omgeving. Wie verstandig is kiest daarom verblijf aan de rand van de stad. Het openbaar vervoer is uitstekend. Een overpeinzing moet kunnen.

Wat ik niet begrijp van organisatie én Indonesische curatoren ruangrupa is het gekozen radicalisme. Het is goed verdedigbaar om de masculiene, witte westerse dominantie in kunstsector, -handel en wereld frontaal aan te vallen. Dat uit zich in het programmeren van het tegendeel daarvan. Je zou kunnen zeggen dat dat het tijd werd dat dat gebeurde.

Vraag is of de manier waarop door organisatie en curatoren de westerse canon wordt uitgedaagd slim is of weerstand oproept die afleidt van dat streven. En de meer traditionele tegenstanders onnodige munitie geeft. Want Documenta blijft een kunstmanifestatie ook als men de kunst wil relativeren.

Het lijkt er sterk op dat Documenta 15 in chaos is gestort. Dat dient niemand. Ook niet ruangrupa en de deelnemende kunstenaars die eindelijk de kans hebben om op dit podium gezien te worden. Maar aan Documenta 15 valt weinig eer te behalen op een cv als ontslagen, afhaken, rellen en politisering van kunst de hoofdmoot vormen.

In mijn hoofd sluimert het idee dat de uitgangspunten van de cancelcultuur en de identiteitspolitiek van het laatste decennium zijn ingehaald door de reactie daarop. Dat is in mijn ogen de dieperliggende oorzaak dat Documenta 15 is klem komen te zitten.

Tolerantie, humanisme, gematigdheid en spreiding kan door organisatie en curatoren als luxe zijn beschouwd waaraan men door de ervaren ernst van scheefgroei, wantoestanden in kunstsector en wereld én de unieke kans om op een prestigieus podium het woord te nemen niet wilde toegeven.

Waarom nam ruangrupa geen beduidend contingent van kritische, progressieve westerse kunstenaars op? Door een strikte houding van groepsdenken werd de brug naar andere wereldbeelden neergehaald en gingen procedures, cultuurpolitiek en publicitair gedoe de inhoud overschaduwen. Ook inhoud die primair politiek gericht is wordt dan slachtoffer. Had de organisatie dat vooraf niet kunnen bedenken?

Men kan beredeneren dat de organisatie van de Documenta 15 wilde veranderen om bij de tijd te blijven. Dat uitgangspunt is prima, maar als het schort aan de uitvoering die te ver uit de pas loopt met wat kunstsector en publiek kunnen verstouwen, dan past die verandering niet meer binnen de normale bandbreedte die curatoren gegeven wordt. Zij wijken altijd af van de vorige editie, maar blijven binnen de marges.

Wie buiten de marges van de slaande pendule gaat tast het uitgangspunt van de Documenta aan die uit haar rol scharniert. Ook dat kan als noodzakelijk achterstallig onderhoud worden opgevat. Misschien is het na 67 jaar de hoogste tijd dat de Documenta met pensioen gaat. Net als Art Basel, Biënnale Venetië en die andere prestigieuze kunstmanifestaties wier uitgangspunt in andere tijden ligt. Dan is het de verdienste van ruangrupa om dat aangetoond te hebben.

Gedachten bij foto ‘Alkoholiliike’ (1937)

Alkoholiliike, 1937. [A branch store of Oy Alkoholiliike Ab (Finnish national alcoholic beverage retailing company) in the Weckman house at Sepänkatu 9 in Oulu on May 10, 1937. The store’s staff standing behind the counter]. Collectie: Finnish Heritage Agency.

Een onderwerp waarover men nooit uitgepraat raakt is hoe kunst en samenleving elkaar beïnvloeden. Tamelijk bekend is de wisselwerking tussen de Amerikaanse maffia en films als ‘The Godfather‘-cyclus van Francis Ford Coppola. Het is een dubbele identificatie heen en weer. De echte gangsters van de jaren 1970 zagen het filmbeeld van hun broederschap als zelfbevestiging. En gingen zich ernaar gedragen. Alsof ze pas echt bestonden toen hun leven werd gefictionaliseerd. Met als cadeau een gratis geïnternaliseerd zelfbeeld. Tegenwoordig onderzoeken sociaal-psychologen de beïnvloeding van ons gedrag door ‘nudging‘.

Stuart Kaminsky formuleert dat in het hoofdstuk ‘The White-Hot Violence of the 1970s‘ in zijn boek ‘American Film Genres‘ (1984) zo (p. 107) : ‘And in some way, the viewing of the violence in an aesthetic context contributes to one’s understanding of the action‘. Dat geldt in algemene zin voor het brede publiek, maar in het voorbeeld van ‘The Godfather‘ ook voor de mobsters. Dat is een effect van kunst, of in dit geval films met een artistieke ambitie. Films die zijn bedoeld om te amuseren hebben dat effect niet.

Voorbeelden van films die doorsijpelen naar de samenleving zijn talrijk. Dat loopt van kijkers die zich zo identificeren met hun filmheld dat ze gedrag en uiterlijkheden imiteren tot films die succesvol een onderwerp of een misstand aansnijden die de politiek besluitvorming beïnvloedt.

Still uit ‘Toivon tuolla puolen‘ [The Other Side of Hope], (2017) van Ari Kaurismäki.

Het is niet lastig om het ‘raamwerk’ van de foto uit 1937 van de Finse alcoholwinkel in toneelbeeld en gereserveerd acteren te koppelen aan de films van de Finse regisseur Ari Kaurismäki. Het is dezelfde droge, uitgebeende absurditeit met trieste ondertoon van de films van Wes Anderson en Alex van Warmerdam. Of het toneel van Samuel Beckett. Alfred Jarry, Harold Pinter of Eugène Ionesco. In het beste geval meer dan een opeenvolging van tableaus.

In dramatisch effect slaat de foto uit 1937 het absurdisme van de grootmeesters van de cinematografie en het theater. Het beeld van de sobere drankwinkel met de drie medewerkers als paspoppen verbeeldt Finse melancholie. De treurnis van de weemoed. Portugese saudade in het hoge Noorden. Door deze reflectie erop wordt de relatie tussen kunst en samenleving verder verstevigd.

Still uit ‘Kauas pilvet karkaavat‘ [Drifting Clouds], (1996) van Ari Kaurismäki.