Gedachten bij foto [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska], 1938

John Vachon, [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska].1938. Collection: Library of Congress.

De collectie van het Library of Congress bevat duizenden foto’s van John Vachon uit de periode van kort voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Uit zijn cv blijkt dat hij als fotograaf werkte voor regeringsprogramma’s (Farm Security Administration en the Office of War Information), bedrijven, de VN en tijdschriften. Eruit blijkt het beeld van een modern, goed georganiseerde VS met een prima logistiek en industrie.

Maar ook met een platteland dat is achtergebleven. De achterblijvers worden niet vergeten en komen in beeld. Dat paste in de sociale programma’s van de New Deal van president Roosevelt. Dat moest aan het publiek getoond worden.

Deze foto uit 1938 is minder gericht op het benadrukken van de grootsheid van de VS. Hoewel door het benadrukken van het ontbreken ervan indirect die grootsheid toch het uitgangspunt blijft. indirect wordt hier iets gezegd.

De titel die geen titel is verwijst ernaar dat het ‘mogelijk’ om reintegratie gaat, want zo moet hier het woord rehabilitation opgevat worden. Tewerkstelling onder toezicht. Andere foto’s van Vachon uit Lancastar County, Nebraska, 1938 zoals deze maken dat inzichtelijk.

Drie meisjes staan met hun gezicht afgewend. Ze staan er schuchter bij en worden niet herkenbaar in beeld gebracht. De foto roept de vraag op wat ze op hun kerfstok hebben. De oudere vrouw in het midden is zelfverzekerder, maar evenmin herkenbaar. Dat komt omdat ze tegen de zon in kijkt en de hand voor de ogen houdt. Wordt er op iets of iemand gewacht en kijkt ze of het al opschiet?

De auto’s op de achtergrond suggereren dat de meisjes naar dit verzamelpunt zijn gebracht. Ze hebben geen koffers bij zich. De foto legt een netwerk van relaties bloot dat over Lancaster County ligt waarin de meisjes zijn gevangen. Of neutraler gezegd, volgens welke ze mogen bewegen. Waar gaan ze heen? En waar komen ze eigenlijk vandaan?

Het is knap dat een zo op het eerste oog wat terloopse, onverschillige foto die niet probeert in de smaak te vallen deze associaties oproept. Let op de vrouw rechts die half in het frame staat. Ook als ze niks met de werkelijkheid van 1938 te maken hebben. Maar het is aannemelijk dat het zo is. De foto is een zeer kort verhaal waardig.

Willem-Alexander is de beste dubbelganger van zichzelf. Hij en de familie Van Oranje zijn niet wat ze beweren te zijn

Hoe noem je een lookalike of dubbelganger die totaal niet lijkt? Een plaatsvervager? Artiestenbureau JB Productions maakt publiciteit voor iemand van wie het claimt dat die op koning Willem-Alexander lijkt. Naar eigen zeggen was hij te zien in campagnes voor De Staatsloterij, Ter Stal, Toto, Burger King en Albert Heijn. Artiestenbureau JB Productions zegt over zichzelf ‘al 32 jaar uw partner voor het boeken van artiesten, winkelcentrum promotie, huren van attracties, kindershows en Sinterklaas entertainment en Kerst entertainment‘ te zijn.

De tragiek van het Nederlandse koningshuis is dat koning Willem-Alexander de beste dubbelganger van zichzelf is. Het verschil tussen schijn en wezen is immens. De kloon van Artiestenbureau JB Productions komt niet in de buurt van wat Willem-Alexander is.

Het kenmerk van de Nederlandse monarchie is de gespletenheid ervan. Een voorbeeld daarvan is de omgang met kunstbezit dat goed de mentaliteit verraadt. De koninklijke familie claimt belang te hechten aan kunst en als vertegenwoordiger daarvan heeft het de kunstminnende prinses Beatrix naar voren geschoven omdat ze op goede voet zou staan met allerlei kunstenaars. Maar tegelijk liegt, fraudeert, steelt en verkoopt de monarchie op slinkse wijze kunstbezit dat het zichzelf heeft toegeëigend en zeer vermoedelijk rijksbezit is. Dus van u en mij.

Onderzoeksjournalisten van onder meer Zembla en NRC hebben afgelopen jaren misstanden en financiële en juridische scheve schaatsen van leden van de koninklijke familie blootgelegd. Het heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Want wat rijkseigendom is moet niet door de familie van Oranje ontvreemd kunnen worden.

Het recent verschenen boek Tussen Kunst en Cash van NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os zet de malversaties door leden van het Nederlandse koninklijke huis op een rijtje in het hoofdstuk ‘Familie Van Oranje’. Ook voor iemand die de feiten al kent is voor het aanzien van de Nederlandse monarchie de opsomming vernietigend om te lezen.

Eruit blijkt dat de leden ervan worden gedreven door hebzucht, elk ontbrekend respect voor kunst en erfgoed, de brutaliteit en arrogantie om procedures opzij te zetten en mensen die van hen afhankelijk zijn voor hun karretje te spannen en het totaal gemis aan verbondenheid met de Nederlandse kunst, geschiedenis en samenleving. Het beeld ontstaat dat het eigen welzijn en het spekken van de bankrekening het enige is dat telt voor de familie Van Oranje. Botheid, lompheid en intimidatie van ‘onderdanen’ blijkt een Oranje-traditie te zijn. Die verhuld wordt voor de Nederlanders.

Onrecht kan nooit in zichzelf bestaan. Dat wordt pas mogelijk als anderen het mogelijk maken. In dit geval degenen die óf tegen hun zin onder druk worden gezet door de familie Van Oranje om frauduleus te handelen óf uit vrije wil de nabijheid van de kroon zoeken om daar enig voordeel uit te kunnen halen. Dat houdt in dat de Nederlandse monarchie niks is als de samenleving er afstand van neemt en niet accepteert.

Oranjepropaganda is het tegengif tegen deze kritische houding. De meer populaire media worden door de Rijksvoorlichtingsdienst gemuilkorfd door een mediacode en journalisten van serieuze media worden gefêteerd en uitgenodigd door de monarchie zodat elke neiging om kritiek te hebben door Oranje wordt geneutraliseerd.

Hoe dat werkt en hoe ver die steun kan gaan bleek toen prinses Beatrix in 2013 aftrad en ze werd bewierookt in de media. PowNews noemde toen de ‘Beatrix-journalistiek’: ‘Historisch slechte televisie’. Ribbens en Van Os hebben met terugwerkende kracht met hun boek de eer van NRC gered die de toenmalige Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2013 door zijn kritiekloos pro-Oranje mediaoptreden te grabbel gooide.

In een commentaar schreef ik op 30 april 2021:

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?'
Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat moet Nederland met een door een artiestenbureau het land ingestuurde slecht lijkende dubbelganger van koning Willem-Alexander die aan het hoofd staat van een controversiële familie, om het neutraal en netjes te zeggen? Het valt het artiestenbureau niet kwalijk te nemen dat het inspeelt op een behoefte die blijkbaar in Nederland bestaat. Het raadsel is waarom de Nederlandse samenleving nog interesse wil tonen in een familie die de kantjes er zo afloopt. Als het een gewone familie was geweest waren ze allang aangeklaagd en veroordeeld wegens wangedrag.

Kremlin speelt Kiev in de kaart door protest tegen kaart van Oekraïne met Krim op voetbalshirt

Ukraine’s Euro 2020 jersey Euro 2020 jersey

De oorlog van de shirts zou de titel van een film kunnen zijn. De synopsis zou dan zijn: ‘Zoals elk jaar krijgen de inwoners van Oekraïne aan het begin van elk oorlogsjaar ruzie met die van Rusland. Dit jaar zal anders zijn, aangezien het Oekraiense voetbalteam zojuist het idee heeft gekregen om de contouren van hun land af te beelden om hun shirt. Rusland heeft in 2014 onrechtmatig een stuk land ingepikt, het schiereiland de Krim. Dat beschouwen de Russen als een voldongen feit en het ter discussie stellen daarvan als een politieke daad. Daarop antwoorden de inwoners van Oekraïne dat niet hun shirt, maar de bezetting van een deel van hun grondgebied een politieke daad is. Namelijk het schenden van de territoriale integriteit van hun land. Dat hoeven ze niet te zeggen, dat staat op hun shirt‘.

Dit shirt gaat het team van Oekraïne dragen tijdens het komende EK Voetbal. Uit een bericht van AFP blijkt dat het shirt van Oekraine ‘is goedgekeurd door de UEFA, in overeenstemming met de toepasselijke tenuevoorschriften’. De Russische voetbalbond had dinsdag 8 juni 2021 bij de UEFA in een brief bezwaar gemaakt tegen het Oekraïense shirt waarbij het ‘wees op het gebruik van politieke motieven op het Oekraïense nationale teamshirt, wat indruist tegen de basisprincipes van de UEFA-tenueregels’. Op zondag 13 juni spelen Oekraïne en Nederland in Amsterdam hun eerste wedstrijd in het EK.

De internationale gemeenschap steunde in 2014 in meerderheid de niet bindende resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN. Daarin staat dat de territoriale integriteit van Oekraïne binnen internationaal erkende grenzen wordt erkend en dat het zogenaamde referendum van de Russische Federatie over de Krim ongeldig was. Zie mijn commentaar van 20 maart 2014 over de rechts-extremistische waarnemers die het Kremlin toendertijd geronseld had in een poging om het referendum legitimiteit te geven. Sinds 2014 heeft de internationale gemeenschap inclusief VS en EU haar stellingname niet gewijzigd die zegt dat de annexatie van de Krim door de Russische Federatie onrechtmatig is en het schiereiland teruggeven moet worden aan Oekraïne. Ook als dat tientallen jaren duurt.

Schermafbeelding van deel artikelBacking Ukraine’s territorial integrity, UN Assembly declares Crimea referendum invalid‘, UN News, 27 maart 2014.

De Krim kent ernstige waterproblemen. Dat was in 1954 de belangrijkste reden voor de leiding van de toenmalige Soviet-Unie om het schiereiland over te dragen aan de Republiek Oekraïne. Zo’n 65 jaar later is dat waterprobleem nog niet opgelost en lijkt voor het welzijn en de economische ontwikkeling van de Krim een goede verstandhouding met Oekraïne een voorwaarde omdat dat land de watertoevoer kan afsluiten. Het tekort aan water is schadelijk voor landbouw, bevolking en toerisme.

Er is vaker gezegd van president Poetin dat hij een slimme tacticus is, maar een beroerde strateeg. De populariteitsbonus die de Russische president Poetin in 2014 kreeg door de bezetting van de Krim die een golf van nationalisme aanwakkerde is uitgewerkt. Hij gaat in zijn buitenlandse politiek voor snel en makkelijk gewin en kijkt onvoldoende wat dat voor de lange termijn betekent. Poetin verzamelt molenstenen om de nek van de Russische Federatie.

In Syrië, Wit-Rusland, de Krim en de zogenaamde volksrepublieken Donetsk en Loehansk in Oost-Oekraïne steekt Poetin zijn tegenstanders de loef af, maar zadelt zijn eigen land met torenhoge kosten op. Dat kan de Russische Federatie niet betalen omdat het met deze buitenlandse avonturen op grote voet leeft. Het land verkeert economisch in stagnatie en heeft nu het geluk dat de olieprijs met ongeveer 70 USD voor een vat de hoogste in twee jaar is. Maar dat kan veranderen en is een wankele basis voor structurele kosten van deze expansie.

Oekraïne peutert met dit shirt in een open zenuw van het Kremlin. Het is een slimme actie van Kiev om op het populaire EK de onrechtmatige bezetting van de Krim door de Russische Federatie onder de aandacht te brengen. De uitspraak ‘Voetbal is oorlog‘ die per abuis aan de succesvolle Ajax-trainer Rinus Michels wordt toegeschreven bevestigt het idee dat sport meer is dan sport. Het heeft alles met politiek te maken. Dat wordt keer op keer bewezen.

Dat de Russische voetbalbond die onder controle van het Kremlin staat ontkent dat politiek niet thuishoort in de sport is een eenzijdige en onoprechte benadering. Het is juist het Kremlin dat telkens sport inzet voor politieke doeleinden. Inclusief staatsprogramma’s om te frauderen met de dopingcontrole om zo successen te behalen die voor politieke doeleinden worden gebruikt. De Russen krijgen nu van het Oekraïense broedervolk een koekje van eigen deeg.

Je kunt er alleen maar verbaasd over zijn dat het Kremlin door dit protest Oekraïne in de kaart speelt en extra aandacht aan deze kwestie geeft. Dat is niet in het belang van het Kremlin omdat het publicitair averechts werkt. De kaart van Oekraïne op dit voetbalshirt getuigt van zelfbewustzijn en geeft het signaal af dat Oekraïne niet bang is voor de grote, boze buurman.

Wat moeten we met humanisme in de kunst? Gedachten bij foto ‘Le Café de France, L’isle-sur-la-Sorgue, 1979’

Laten we uitgaan van twee veronderstellingen. Fotografie is kunst en kunst moet humanistisch en elegant zijn. Dan komen we uit bij de Franse fotograaf Willy Ronis. Wikipedia zegt over hem dat hij samen met Henri Cartier-Bresson en Robert Doisneau de Franse school van het fotografisch humanisme vormde. Ronis lijkt in Nederland minder bekend dat die andere twee zwaargewichten van de Franse fotografie.

Bovenstaande foto uit 1979 heeft het allemaal in zich: Fransheid, de menselijke maat en intimiteit. Maar die humanistische fotografie of dat fotografisch humanisme laat zich niet makkelijk omschrijven. Is het kenmerk ervan dat het ‘gehecht [is] aan het broederlijk vastleggen van de essentie van het dagelijks leven van mensen’ zoals de tekst van fotosite L’Œil de la Photographie bij de foto zegt?

Is dat fotografisch humanisme verwant aan het Poëtisch realisme, die stroming van de Franse cinema die zoveel meesterwerken opleverde? Zoals de films van Jean Renoir met een duidelijke maatschappijvisie én een scherpe psychologische duiding van de personages.

Menselijke maat kan voor kunst een valkuil zijn. Het hoeft overigens niet, maar het kan. Als het systeem achter het humanisme niet in beeld komt en het streven van de fotograaf beperkt blijft tot het vastleggen van het dagelijks leven, dan ia het de vraag waar het aan meewerkt.

Toch denk ik dat het humanisme in de kunst een voorwaarde is. Het kan te veel worden. De Duitse kunstenaar Christoph Schlingensief riep in 2002 op om de liberale politicus Jürgen Möllemann te doden. Deze kwam later om het leven bij een parachutesprong. Dat lijkt het humanisme voorbij. Dat was duidelijker dan de rechtszaak in 2007 waarin de kunstenaar Jonas Staal werd vrijgesproken van een doodsbedreiging van Geert Wilders. Kunst of activisme?

Politisering kan het humanisme doden, maar dat kan ook te bescheiden en te verhullend zijn en aan de andere kant zijn doel voorbijschieten door te weinig te zeggen. Ik kom er niet uit.

Het lijkt te simpel dat het om maatvoering en een middenweg gaat. De bekende filmtheoreticus André Bazin verantwoordde zijn voorkeur voor het humanisme van films met bij voorkeur lange takes die de realiteit ‘weergaven’ en ontsloten door het te koppelen aan de weerspiegeling van de psychologie en ethiek. Het zal wel.

Humanisme in de kunst is de menselijke maat die erop wacht om overschreden te worden. Of niet. Het zal duidelijk zijn, ik ben een voorstander van het humanisme in de kunst, en trouwens ook in het leven, maar zie de tekortkomingen om het passend te omschrijven. Meer kan ik er niet over melden.

Neerkijken op de ander. Van menselijke dierentuinen en genocide tot moderne slavernij

Het tentoonstellen van ‘inboorlingen’ heeft een lange traditie. Het begon al in het oude Egypte. Vooral in de tweede helft van de 19de eeuw waren de menselijke dierentuinen erg populair en moesten ze dienen als legitimatie van het kolonialisme. Nog op de Expo van 1958 in Brussel was een Congolees dorp ingericht. Maar de tijden waren veranderd: ‘Na een incident met blanke kinderen die bananen gooiden naar hun zwarte leeftijdsgenoten hielden de Congolezen de menselijke zoo voor bekeken’.

Onderzoekers merken daar het in het interessante artikelIn the Days of Human Zoos’ (2016) over op: ‘De antropo-zoölogische tentoonstellingen waren de belangrijkste vector in de overgang van wetenschappelijk racisme naar wijdverbreid koloniaal racisme. Voor de bezoekers was de aanblik van deze populaties achter tralies – echt of symbolisch – voldoende om de hiërarchie te verduidelijken: het was duidelijk waar de macht en kennis zouden liggen.’

Het is moeilijk om ons voor te stellen hoe er 150 jaar geleden gedacht werd. Landen waren nog geen eenheid zoals ze tegenwoordig zijn. Hoe bevolkingsgroepen momenteel ook politiek van elkaar verschillen, vroeger waren landen cultureel en geografisch minder eenvormig dan nu.

Neerkijken op de ander om er zelf sterker van te worden is iets van alle tijden en alle landen. Het bestaat nog steeds, maar alleen niet in de vorm van menselijke dierentuinen. Denk aan de slavernij van de Oeigoeren in China of dwangarbeiders uit Noord-Korea, India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka die buiten hun grenzen worden tewerkgesteld. Denk aan de meer dan 6.500 arbeiders die in Qatar zijn overleden bij de bouw van voetbalstadions. In de Tweede Wereldoorlog lieten de nazi’s dwangarbeiders zich doodwerken.

Het kan nog erger. De Ottomanen probeerden in 1915 de Armeniërs uit te roeien, de Duitsers in het begin van de 20ste eeuw twee volkeren in wat tegenwoordig Namibië heet en de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog de Joden, Roma en Sinti.

Wat is erger? De ‘inboorling’ als visitekaartje van het kolonialisme, de moderne slavernij van de rechteloze migrantenwerkers of de sluimerende genocide op de Oeigoeren? Iedere tijd heeft een specifieke verschijningsvorm van het onrecht.

Gedachte bij de foto ‘Juliana ziekenhuis; droger, mand’ (1955)

Juliana ziekenhuis; droger, mand. Terneuzen, Juli 1955. Collectie: Beeldbank Zeeland.

Hier worden terloops functionalisme en het nieuwe bouwen uitgebeeld. Een glimlachende en naar de fotograaf kijkende medewerkster is aan het werk in een wasruimte van het Julianaziekenhuis in Terneuzen.

Opgeleverd in 1955 was het een prachtig, weliswaar laat voorbeeld van dat nieuwe bouwen met transparantie, ruimte. licht en lucht. De tegelvloer wijst op strakke hygiëne. De witte wasmachine schittert als het nieuwste van het nieuwste. Verstilling en evenwicht zijn de kenmerken. Pronkerigheid en gewichtigdoenerij zijn afwezig. Eenvoud is de elegantie. De verdienste is om niet meer te lijken dan het is. Een tegenwoordig ondergewaardeerd beginsel dat niet eens meer begrepen wordt. De architect ervan was J.P. Kloos. In 1989 werd het ziekenhuis afgebroken.

In een publicatie van Eva Wijdeveld over ziekenhuizen in de wederopbouw (1940-1965) citeert zij Kloos: ‘Zo zal de architect de verantwoordelijkheid dragen voor de ruimtelijke conceptie, voor de hoofdstructuur, voor de vele van de verdere geledingen tot in de kleinste details en bovendien voor de sfeer, die het huis ademt door ruimtelijke verhoudingen, door vorm en door kleur.’

Opbouw en afbraak geven het opkomen en verdwijnen van het optimisme weer. De naoorlogse wederopbouw vertaalde zich in optimisme, werkzin, trots en hoop op een betere toekomst. Gemeenschapszin was daar de onderliggende kracht van. De schaduwzijde was het verdwijnen daarvan. In 1990 brak het ik-tijdperk aan.

Als we hier 65 jaar later naar kijken, dan zien we tegelijk moderniteit en nostalgie. Verbazing over een prachtig voorbeeld van architectuur en de verzuchting waarom het niet meer bestaat. Er valt weinig meer aan toe te voegen. De combinatie van voorbijgegane hedendaagsheid en verlangen komt niet vaak voor. Vraag is in welke tijd het past. Ik blijf het antwoord schuldig. Met een mening pronken past slecht bij dit onderwerp.

Gedachten bij de foto ‘Giostra in periferia’ (vroege jaren 1960)

Ugo Zovetti, Giostra in periferia (begin jaren 1960).

De titel van deze foto van Ugo Zovetti zegt alles: Giastro in periferia. Met de vertaling uit het Italiaans kan men vele kanten op. Giastro is een draaimolen. Die staat centraal in beeld. In periferia valt te vertalen met buitenkant, randgebied, buitenwijk, voorstad of periferie. Een draaimolen op deze lege plek toont absurd. Is dat gedraai doelloos?

Simon Vestdijk schreef in 1933 het gezicht Zelfkant over de halflandelijkheid : ‘er is daar waar men ’t leven slijt/ En toch niet leeft, zwervend meer eenzaamheid/ Te vinden dan in bergen of ravijnen’. Daar gaat het hier over. De stad rukt op en lijft het platteland in, maar is nog geen stad en evenmin nog platteland. In dit grensgebied gaan stad en platteland in elkaar over. Het gebied verkeert in een tussenfase. De bewoners moeten nog leren zich ertoe te verhouden.

Uitbreidingsplannen van steden worden op de tekentafel bedacht. In mooi Nederlands heet dat uitleg. Maar uitlegkunde ervan is nog niet rond.

Na de Tweede Wereldoorlog kende Italië net als Duitsland een ‘Wirtschaftswunder’. Het land moest na alle vernieling opgebouwd worden. De naoorlogse geboortegolf vroeg om nieuwe woningen. De industrie kwam op volle toeren. Net als in Nederland rukte in de jaren 1960 de welvaart met reuzenschreden op. Iedereen profiteerde.

Fotograaf Ugo Zovetti legde vanaf 1958 de uitbreiding van het Noord-Italiaanse Milaan vast. Inclusief de maatschappelijke veranderingen die dat met zich meebracht. Hij was geen beroepsfotograaf, maar marineofficier en autodidact.

In hun films uit de eerste helft van de jaren 1960 maakten regisseurs als Michelangelo Antonioni en Federico Fellini gebruik van de mogelijkheden die dat halflandelijke landschap met bouwfragmenten en oprukkende appartementsgebouwen bood. Daar aan de rand van de stad die tevens de grens van de stedelijke beschaving aanduidt.

Er was productioneel weinig voor nodig om die omgeving in te zetten als symbool voor de maatschappelijke veranderingen door de modernisering die tot vervreemding leidde. Ook sloot het aan bij de traditie van het Italiaanse neorealisme met buitenopnames op straat.

Dramatisering van personages die onthecht zijn en zich niet meer thuisvoelen in hun omgeving is een aloud gegeven. Ze moeten op zoek naar een nieuw evenwicht en zingeving voor hun leven. Dat biedt dramatisch interessante stof om te verbeelden. Die fotogeniek is door de beeldtaal van die halflandelijkheid die de verandering aanschouwelijk en scherp afgetekend uitbeeldt. Met contrasten.

Fellini eindigde zijn meesterwerk (Otto e mezzo) uit 1963, waarin hoofdpersoon Marcello op zoek is naar inspiratie, met de personages uit de film die paraderen op een catwalk in de vorm van een draaimolen. Droom, fantasie, kunstwerk en realiteit lopen door elkaar.

De weerklank die de film in de industriële wereld opriep waar overal werd gebouwd aan steden én aan nieuwe omgangsvormen had te maken met de tussenruimte waar naar verwezen werd die nog geen definitieve vorm had. Die lag in de toekomst verscholen. Onherkenbaarheid was herkenbaar.

Still uit Otto e mezzo (1963) van Federico Fellini met Marcello Mastroianni als dompteur van mensen.

Stokpaardjes ontsieren maidenspeech Kauthar Bouchallikht en ontnemen het zicht op klimaatdoelen van GroenLinks

Kauthar Bouchallikht is negatief in haar maidenspeech die ze op 20 mei 2021 in de Tweede Kamer hield. Vooral is ze vaag. Ze heeft het steeds over ‘wij’, maar wie ze daar onder verstaat is onduidelijk. Zijn dat orthodoxe moslims, migranten die hun identiteit aan hun geloof ontlenen of migranten in brede zin? Zijn dat jongeren of de jongere generatIes? Dat maakt ze niet duidelijk, zodat haar betoog niet scherp is en breed uitwaaiert. Ze scherpt aan zonder scherp te worden.

Haar identificatie met Nederland zit vreemd in elkaar. Zij is in Nederland geboren, maar positioneert zich als iemand die ver van Nederland afstaat. Toch is ze kamerlid en heeft carrière gemaakt. Ze heeft de kansen die haar aangereikt zijn gebruikt, zoals vele migranten doen. Niet allen weten het door eigen inspanning echter ver te schoppen, maar dat geldt voor iedereen die in Nederland woont. Niet iedereen komt terecht op de beoogde en verlangde plek. Soms zijn ambities en verwachtingen ook onrealistisch en schieten de eigen inspanningen tekort. 

Het is vreemd om te horen dat iemand die het tot kamerlid heeft weten te schoppen, meent dat ze hier niet mag zijn. Dit roept de vraag op of Bouchallikht in een existentiële crisis van zelftwijfel verkeert. Weet ze daarnaast wel hoe ze als kamerlid het algemene uit het individuele moet afleiden om tot een algemene uitspraak te komen waar anderen op kunnen bouwen?

Het is een paradox, maar Bouchallikht spiegelt in de eerste helft van haar toespraak zonder dat ze het lijkt te beseffen de ontevredenheid en berusting van degenen uit radicaal-rechtse hoek tegen wie ze zich uitspreekt. De aanhangers van Wilders of Baudet praten niet minder negatief over de Nederlandse samenleving en uiten zich even moedeloos als Bouchallikht. Alsof het een complot is en er niks kan veranderen. Met haar betoog introduceert zij de sfeer van fatalisme van radicaal-rechts binnen GroenLinks. De oproep in de tweede helft van haar toespraak om het lot in eigen hand te nemen en de hoop voorop te zetten klinkt daardoor niet aannemelijk omdat het gebouwd is op dat onderliggende negativisme dat door blijft zeuren.

Bouchallikht neemt niet het migratiebeleid sinds de jaren 1970 als norm, maar de recente uitingen van rechts-radicale zijde. Maar dat is in Nederland een minderheid. Ze vergeet dat in de afgelopen tientallen jaren vooral de koepel van orthodoxe moslims die het best georganiseerd was financieel en facilitair ondersteund werd door de regering. De feiten weerspreken haar claim dat migranten in de steek werden gelaten. Het verwijt dat vooral uit niet-religieuze hoek klinkt is dat vooral orthodoxe moslims te veel gepamperd zijn en daardoor het migratiebeleid uit het lood is komen te staan. Niet door te weinig, maar te veel steun. Het zou de emancipatie van Nederlandse ‘culturele’ moslims vertraagd hebben, bijvoorbeeld in het publiekelijk uittreden uit de islam.

Bouchallikht vergeet ook dat op een kleine toplaag uit het old boys netwerk na, iedere Nederlander zich in moet vechten. Of in een studie, een baan of een woonomgeving. Nederland is voor bijna iedereen een competitieve maatschappij. Uiteraard zijn er verschillen die de kansen beïnvloeden. Maar als die te maken hebben met taalbeheersing van de Nederlandse taal, de kennis van de Nederlandse cultuur en omgangsvormen, het volgen van een opleiding of het opbouwen van een netwerk, dan gelden die voor iedereen en zijn niet per definitie terug te voeren op het verschil tussen migranten en niet-migranten. Ook migranten kunnen eraan werken om hun kans op succes te vergroten. Het is zeker zo dat ze als betrekkelijke buitenstaanders meer inspanning moeten doen, zoals Nederlanders die emigreren ook extra hindernissen ervaren die ze in hun thuisland niet kenden. Dat perspectief van eigenheid is iets van alle landen en tijden.

De macht van de multinationals en banken moet worden ingeperkt. Zeker in de aanpak van de klimaatcrisis spelen ze een bedenkelijke rol die het realiseren van het klimaatakkoord blokkeert. De kabinetten Rutte hebben daar op z’n best halfslachtig in gehandeld. Dat moet beter. Er wacht GroenLinks binnen of buiten het komende kabinet een rol om dit te agenderen. Dat moet scherp en duidelijk omdat kleinere partijen maar weinig kansen hebben om gehoord te worden. Het besef lijkt ook bij bedrijven en NGO’s doorgebroken dat er nu doorgepakt moet worden en uitstel niet meer kan om de temperatuurstijging en de CO2-uitstoot terug te dringen.

Omdat de belangen zo groot zijn is het een gemiste kans om in een toespraak het klimaatprobleem te verbinden aan de gevolgen van massa-immigratie uit niet-Westerse landen. We weten al sinds de jaren 1960 door denkers als Jan Tinbergen dat de Noord-Zuid-problematiek en de ongelijke verdeling van de globale welvaart verband met elkaar houden. Dat wordt al 60 jaar in de publieke opinie genoemd. Wat nu nodig is een realistische aanpak van het klimaatprobleem die al op korte termijn (2030) resultaten geeft. Alleen samenwerking van bedrijven, banken, regeringen, politieke partijen, NGO’s en supranationale organisaties kan het verschil maken dat nodig is. 

De breed uitwaaierende filosofieën van Kauthar Bouchallikht zijn wellicht aardig voor haar achterban die hiermee ongetwijfeld wordt bevestigd in het eigen gelijk, maar weinig zinvol in de praktische politiek. Het is echter begrijpelijk om een maidenspeech als een preambule bij het echte werk te beschouwen. Dat kon nog even, maar nu wacht het echte werk. Bouchallikht moet leren focussen om de klimaatdoelen van GroenLinks centraal te stellen en niet te verwarren met identiteitspolitiek. Voor nieuwkomers in de Tweede Kamer die nog half in een vorig leven zitten geldt: ‘Less is more’. Om daadkrachtig te zijn moet ze haar politieke stokpaardjes achter zich laten die haar in de weg staan om ondubbelzinnig op te komen voor het klimaat en die de verkeerde sentimenten en reacties oproepen die afleiden van het onderwerp waar het over moet gaan.

Gedachten bij twee foto’s van een hypnose-sessie op een Franse jaarbeurs (1977)

Het gezicht van Monsieur Z staat links op deze foto uit 1977. Hij is met Viviane een van de twee sterren (vedettes) van het cabaret Le Shaman in het Franse Besançon. Hij lijkt zo sterk op m’n oude schoolvriend en toenmalige aanhanger van Joop den Uyl Kees S. dat ik werkelijk aan het twijfelen wordt gebracht of het hem is. Maar de feiten kunnen niet kloppen. In 1977 is het onwaarschijnlijk dat hij optrad als hypnotiseur in een stand op een evenement van de Franse regionale krant L’Est Républicain uit Nancy die Lotharingen en Franche-Comté bestrijkt. Iedereen heeft een dubbelganger.

Het evenement is la Foire comtoise, dat tegelijk boerenmarkt, kermis en jaarbeurs is. De plek is Besançon, waar sinds 1968 op het Micropolis terrein de jaarmarkt is. Gemeten aan het aantal toeschouwers weten Monsieur Z en Viviane de aandacht te trekken.

Het heeft iets tegenstrijdigs dat een hypnose-sessie in zo’n omgeving plaatsvindt. Ongetwijfeld zat de stemming er goed in, maar wat moet de in bed zittende vrouw ondergaan? Dit rekt de grenzen van de parapsychologie op in de richting van het amusement. Dit is kermisvermaak.

Deze foto’s zijn nostalgie en worden nu als zodanig gepresenteerd door L’Est Républicain omdat ze een voorbije tijd in herinnering brengen. Dat haakt aan bij de interesse van degenen die het meegemaakt zouden kunnen hebben en anderen die willen weten hoe het toen was. De verschijningsvorm van de belettering, de kleding en de inrichting van de jaarmarkt zijn uiterlijkheden die nu in het oog vallen. Daaronder zitten de omgangsvormen en gewoonten van toen verborgen. Zoals een hypnose-sessie.

Het lukt nooit om de voorbije tijd helemaal terug te halen en niemand zou dat waarschijnlijk ook willen. De indruk van melancholie is precies genoeg voor een korte reis in de tijd. Verlangen kan per definitie niet ingelost worden omdat het dan geen verlangen meer is. Representatie door beeld en geluid bevat de betekenissen belichaming en voorstelling. In de foto’s van de hypnose-sessie op een Franse beurs in 1977 vallen ze samen. Maar sluitend wordt het niet omdat we niet meer weten hoe het toen was. We moeten het doen met uiterlijkheden die het verleden benaderen. We plukken uit het stalenboek dat de bovenste laag van weleer toont.

Iran en Hamas verenigen zich in Gaza tegen Israël

Men kan op allerlei manieren naar het conflict tussen Hamas en Israël in het Midden-Oosten kijken. Het is niet te veel gezegd om het een complex probleem te noemen. Door de dominante rol van religieuze aspecten tussen en binnen godsdiensten wordt de ratio door de emotie verdrongen. Historische claims, uitsluiting van anderen en het beroep op de superioriteit van het eigen geloof maken het tot een doolhof zonder uitgang. Er zijn wel uitzonderingen die dit religieuze denken verwerpen, maar zij hebben weinig invloed.

Voor de hand ligt om het te hebben over de mensenrechten omdat oorlogshandelingen tot schrijnende taferelen leiden met vele doden tot gevolg. Vooral onder de Palestijnse bevolking van de Gazastrook. Die bevolking zit klem tussen de eigen machthebbers, het soennitische bewind van Hamas en het vijandige Israëlische leger. De inwoners worden dus op twee manieren gegijzeld.

Eigenlijk drie als men in beschouwing neemt dat de internationale gemeenschap inclusief de Arabische wereld de interesse in het conflict heeft verloren. Niemand neemt het op voor de Palestijnse bevolking. Dit komt mede omdat het belang van de olie in de regio is afgeschaald en andere conflicten zoals die met de Russische Federatie en China belangrijker worden gevonden en in de plaats zijn gekomen van dit al decennia zeurende conflict. Het is geen wereldconflict meer, maar een regionaal conflict. Israël maakt er gebruik van door banden aan te knopen met vroegere soennitische sympathisanten van de Palestijnse Autoriteit.

De bevolking van Israël wordt ook op twee manieren gegijzeld. Namelijk door de regering Netanyahu met een premier die alles uit de kast haalt omdat hij vecht voor zijn politieke voortbestaan om uit de handen van justitie te blijven en de dreiging van Hamas in de Gazastrook en het pro-Iraanse Hezbollah in Libanon die als doelstelling hebben om Israël van de kaart te vegen. Zo staat in de preambule van het Handvest van Hamas (1988): ‘Israël zal bestaan en voortbestaan totdat de islam het elimineert zoals het voordien anderen heeft geëlimineerd’. Dat liegt er niet om en biedt westerse landen de politieke ruimte om Israël de ruimte te geven om zich te verdedigen tegen Hamas dat internationaal als een terroristische organisatie wordt beschouwd . Het lijden van de Palestijnse bevolking is de rem op die vrijbrief, niet het opereren van Hamas.

Men kan ook geopolitiek naar dit conflict kijken. In januari 2020 werd de Iraanse generaal van de Quds Brigade Qassem Soleimani gedood in Bagdad in een Amerikaanse luchtaanval. De Quds Brigade is vergelijkbaar met speciale troepen van andere landen die geheime en buitenlandse operaties uitvoeren. Soleimani maakte gebruik van de achterstelling van de sjiieten in Libanon, Irak en Afghanistan en smeedde een sjiitische coalitie die liep van Libanon tot Afghanistan. Daarnaast steunde Iran het sjiitische regime van Assad in Syrië dat zonder Iraanse militaire steun onder de voet zou zijn gelopen. Feitelijk heeft Iran via sjiitische milities ook in Irak de macht gegrepen en onderdrukt de soennitische minderheid. Tot en met oorlogsmisdaden aan toe en het onrechtmatig annexeren van bezit zoals gebeurde in Jurf al-Sakhr dat nog steeds bezet wordt gehouden door sjiitische pro-Iraanse milities.

De vijand van mijn vijand is mijn vriend, daar komt de samenwerking van het soennitische Hamas en het sjiitische Iran op neer. In Irak, Libanon en Syrië staan ze tegenover elkaar, zeker waar het de gewone bevolking betreft, maar als het om de grote vijand Israël gaat, dan lopen de geopolitieke belangen gelijk op. Dus helpt de Iraanse Quds Brigade die nu wordt geleid door generaal Esmail Qaani Hamas met drones om vanuit de Gazastrook Israël te bestoken. Met als gevolg dat de expansie van Iran doorgaat en het Iraanse front is opgeschoven tot in de Gazastrook. Daarom is de strijd zo fel.

Zonder legers zou er geen oorlog bestaan, maar tot de tanden gewapende legers hebben hun eigen dynamiek en machtsvorming die onvermijdelijk tot oorlog leidt. De oorzaak om dat te rechtvaardigen of te verwerpen kan van alles zijn en is ondergeschikt aan het oorlogsdoel. Die constatering wordt door buitenstaanders gemaakt die zien dat dit conflict een krachtenspel is van een op hol geslagen draaimolen waar van buitenaf de stekker niet uitgetrokken kan worden. En zolang van binnenuit de behoefte niet bestaat om dit te beëindigen en naar vrede te streven zal de mallemolen blijven draaien. Met de bevolkingen als slachtoffer.