Gedachten bij foto ‘Groepsfoto van de familie bij het vertrek van pater A. Dupont naar de missie op Flores’ (1953)

Groepsfoto van de familie bij het vertrek van pater A. Dupont naar de missie op Flores, 1953. Collectie: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch.

Dit zijn de Aardappeleters van Vincent van Gogh. Met het verschil dat het niet 1885, maar 1953 is en er aan tafel en onder de lamp geen aardappels worden gegeten, maar Gods woord. Dat is eten met de mond dicht, maar de geest open. Ofschoon dat laatste niet te controleren valt.

Dit is een typische foto van het toenmalige Rijke Roomse Leven in Nederland. Dat vooral in Brabant en Limburg opgang maakte. De oudste zoon wordt missionaris in een gebied overzee om de blijde boodschap te verspreiden. Hij neemt in dit tafereel een centrale plaats in.

De jonge pater A. Dupont met kruis op de borst neemt afscheid van zijn familie voor zijn vertrek naar het Indonesische Flores in voormalig Nederlands-Indië. Tot 1859 was dit eiland Portugees, vandaar waarschijnlijk de opvatting dat de rooms-katholieke missie er goede grond kan vinden.

Iedereen kijkt ernstig met de lippen strak op elkaar. Bewust van het gewicht van de situatie. De meesten ontmoeten direct de blik van de fotograaf van persbureau Het Zuiden. Wat anders in zo’n kleine kamer?

Het interieur bestaat uit solide stoelen à la Hendrik Wouda, het typische Smyrna-achtige Desso-tafelkleed, het toestel van de radiodistributie en de lamp boven tafel. Dat is het Nederland van voor de welvaartsgolf van de jaren 1960.

Uit de gezichten met de ronde neuzen valt het gezin Dupont af te leiden. Zo te zien twee zonen en drie dochters. De koude kant poseert zoals het hoort. Klik.

Advertentie

Gedachten bij foto ‘Antropoloog Gustaf Retzius tijdens het meten van het hoofd van de Härjedal Sami Fjellstedt, in het kader van raciaal biologisch onderzoek’ (1870-1890)

Antropologen Gustaf Retzius i färd med att mäta härjedalssamen Fjellstedts huvud, inom ramen för den rasbiologiska forskningen. Retzius till vänster i bild är klädd i kostym och håller ett skjutmått i ena handen medan han läser ur en bok. Framför honom står Fjellstedt iförd traditionell samisk dräkt, 1870-1890. Collectie: Nordiska museet.

De vertaling uit het Zweeds van de toelichting bij deze foto zegt: ‘Antropoloog Gustaf Retzius tijdens het meten van het hoofd van de Härjedal Sami Fjellstedt, in het kader van raciaal biologisch onderzoek. Retzius links op de foto is gekleed in een pak en houdt een schuifmaat in één hand terwijl hij voorleest uit een boek. Voor hem staat Fjellstedt in traditionele Samische klederdracht.’

Härjedalen is een streek in het midden van West-Zweden. Samisch is een taal en bevolkingsgroep van nomaden in Midden- en Noord-Zweden en Noorwegen, Noord-Finland en het Russische Kola-schiereiland.

Gustaf Retzius was volgens een toelichting bij een foto uit 1895 van Canadese indianen (vertaald): ‘Arts, anatoom, antropoloog en journalist. Hoogleraar histologie en anatomie aan het Karolinska Institutet 1877-1890. Lid van de Zweedse Academie vanaf 1901. Samen met zijn vrouw Anna Hierta-Retzius was R. 1884-1907 eigenaar van Aftonbladet. In de jaren 1884-87 was R. hoofdredacteur van de krant, die onder zijn leiding steeds conservatiever werd op cultureel gebied.’

In de 19de eeuw beweerde de Italiaanse criminoloog Cesare Lombroso dat er geboren criminelen bestaan. Via metingen van lichamelijke kenmerken zou kunnen worden vastgesteld wie een geboren crimineel was, die een misdadiger aanduiden als wild of atavistisch. Dat laatste betekent dat eigenschappen van voorouders onvermijdelijk later in de bloedlijn opduiken.

Een artikel over Lombroso zegt: ‘Hoewel Lombroso een slechte naam kreeg binnen de wetenschap had hij vanuit zijn gedachtegoed juist ook een humane benadering. Gezien zijn idee dat criminaliteit is aangeboren geloofde hij dat je er dus niet helemaal zelf verantwoordelijk voor kan worden gehouden en pleitte hij bijvoorbeeld voor afschaffing van lijfstraffen en voor de resocialisatie van gevangenen.’

Lombroso’s standpunt is wat onvermijdelijkheid en voorbestemming betreft vergelijkbaar met dat van hersenonderzoeker en neurobioloog Dick Swaab die meent dat het brein de baas is. Bij Lombroso waren de biologische eigenschappen de baas.

Dat de conservatieve Gustaf Retzius in de tweede helft van de 19de eeuw een niet-Zweed onderzoekt op biologische kenmerken is voorspelbaar en geeft zo’n 150 jaar later een akelig gevoel van misplaatste hegemonie. In Zweden werden tussen 1935 en 1946 42.000 niet-Zweedse vrouwen gedwongen gesteriliseerd omdat ze ‘minderwaardig‘ of van ‘armoedige of gemengde raciale kwaliteit‘ zouden zijn. Dat is het terrein van de pseudo-wetenschap Eugenetica.

Het raciaal biologisch onderzoek waarmee Gustaf Retzius zich bezighield kan als wegbereider voor grootschalige 20ste eeuwse eugenetische campagnes gezien worden. Retzius werkte eraan mee om het idee te verspreiden dat er een ras bestaat dat ‘zuiver’ moet worden gehouden en door lichamelijke kenmerken kan worden gemeten. Tegenwoordig wordt steeds meer betwist dat een ras meer is dan een politiek-cultureel standpunt.

Als raciale biologie nu nog ergens landt, dan is het in ultra-rechtse kringen. Dat is begrijpelijk omdat deze rechts-radicalen graag de 19de eeuw willen herbeleven. Wetenschappelijk is het allemaal niet. Het risico is dat dat door velen niet begrepen wordt en ze denken ‘meten is weten‘. De vraag die gesteld moet worden is wat men dan eigenlijk meet. Meer dan het idee van eigen voortreffelijkheid?

Hedendaags ‘Black Friday’

Tips voor maximaal rendement op Black Friday. Marketingtribune, 24 oktober 2020.

Wat moeten we in Nederland met het begrip ‘Black Friday’ of ‘Zwarte Vrijdag‘? Het is geen begrip dat leeft of begrepen wordt. Het is in Nederland een uitgevonden traditie die onbeschaamd en onbeschroomd de commercie dient. De vrijdag na Thanksgivingsday zegt ons niks omdat we dat feest dat teruggrijpt op de Amerikaanse 17de eeuwse geschiedenis niet vieren.

In het uitvinden van traditie staat Black Friday niet alleen. Dat gebeurde ook met het Sinterklaasfeest midden 19de eeuw. Het tijdperk dat in vele landen tradities werden uitgevonden om de nationale identiteit te vormen. Het verschil is wel dat het Sinterklaasfeest aansloot bij de toenmalige cultuur van Nederland en dat bij Black Friday niet zo is. Het is duidelijk een geparachuteerde Amerikaanse traditie die in Nederland door het bedrijfsleven is gedropt. Met marketing wordt het er ingeramd.

Als de hedendaagse cultuur van Nederland omschreven wordt als consumeren, genotzucht, koopdwang die onderhorig is aan de doordraaiende 24-uurs-economie, dan past Black Friday als Amerikaanse traditie die in de jaren 1960 uitgevonden werd goed bij Nederland.

Interessant is dat daar ook weer een reactie op komt uit het bedrijfsleven zelf. Door niet mee te doen aan Black Friday kan een bedrijf zich profileren. De Nieuws BV zegt: ‘De winkelketen Dille & Kamille doet niet mee aan Black Friday. Zij staan namelijk voor duurzaam consumeren en consuminderen. De vraag is: is het greenwashing, of past het bij het DNA van het bedrijf? En: is Black Friday niet juist de uitkomst voor aankopen voor mensen met een kleine portemonnee?

Er zijn in de geschiedenis vele Black Fridays, zoals die in 1921 toen in het Verenigd Koninkrijk mijnwerkers alleen kwam te staan in hun staking en de vervoers- en spoorwegbonden afhaakten. Uiteindelijk kwam het goed in 1925 toen de regering een subsidie verstrekte aan de mijnindustrie om het mijnwerkersloon op peil te houden. Een linkse krant noemde dat ‘Red Friday.’

Het Schotse Aberdeen werd op vrijdag 12 juli 1940 gebombardeerd door Duitse vliegtuigen. Dat wordt lokaal ‘Black Friday’ genoemd.

Op donderdag 24 oktober 1929 crashte de Amerikaanse beurs en op dinsdag 29 oktober stortten de koersen definitief in elkaar. Het begin van de depressie van de jaren 1930. De gebeurtenissen worden door Angelsaksen respectievelijk ‘Black Thursday‘ en ‘Black Tuesday‘ genoemd.

Volgens het Wikipedia-lemma Schwarzer Donnerstag spreekt men in Europa over ‘Zwarte Vrijdag’ vanwege het tijdsverschil omdat de Europese beurzen pas op vrijdag 30 oktober 1929 openden en .. instortten. Dit lemma meldt ook (vertaald): ‘Twee jaar eerder, op vrijdag 13 mei 1927, was er plotseling een forse koersdaling in de aandelenindex van het Reichsstatistical Office op de Berlijnse beurs, ook wel Black Friday genoemd. In de VS verwijst Black Friday naar de beurscrash van 24 september 1869.’

De meest bekende en wijdverspreide betekenis van Black Friday is dus historisch een financiële crisis. Daarom is het opvallend dat de naam van een beurskrach die toch als negatief ervaren wordt later in het taalgebruik is overgenomen en overruled werd door de huidige betekenis van Black Friday: kopen, kortingen en koopjes. Het geeft aan hoe flexibel, creatief, maar ook opportuun taalgebruik kan zijn.

NB: Ik heb afgelopen week bij webwinkels een overhemd, een broek en drie T-shirts besteld. Sommige met korting vanwege Black Friday.

Raoul Dufy en La Fée Electricité (1937)

François Kollar, Raoul Dufy exécutant un grand panneau décoratif sur l’électricité, 1937. Collectie: Musée d’art moderne de la ville de Paris.

Registraties bestaan van kunstenaars aan het werk, maar zijn niet dik gezaaid. Daarom zijn de foto’s van de Franse kunstenaar Raoul Dufy uit 1937 interessant. Gemaakt door fotograaf François Kollar. Dufy werkt aan een paneel voor de licht gebogen muur in de hal van het Palais de la Lumière et de l’Électricité. Van 600 m2.

Met volgens de toelichting de geschiedenis van elektriciteit en haar toepassingen en de portretten van honderdtien wetenschappers en uitvinders die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van elektriciteit. Waarschijnlijk is Dufy hier bezig om een wetenschapper te schilderen aan de hand van het model dat rechts op het schavot staat.

Dufy stond bekend om zijn herkenbare, kleurrijke lichte toets. Volgens de toelichting zijn Dufy’s favoriete thema’s zeilboten, zwermen vogels, dorsmachine en het nationale bal van de 14de juli opgenomen in de schildering. In 1960 werd de ‘monumentale decoratie’, door de Electricité de France geschonken aan het Musée d’Art Moderne de Paris en daar in 1964 geïnstalleerd.

De zwart-wit foto’s uit 1937 doen het kleurrijke werk van Dufy onrecht. De totstandkoming is interessant en vergde heel wat uitzoekwerk zoals de toelichting van het museum zegt: ‘De door Dufy gebruikte methode maakte een zeer snelle realisatie mogelijk (tien maanden sinds de conceptie), dankzij een medium ontwikkeld door de chemicus Jacques Maroger dat ook het picturale materiaal transparant maakt, zoals aquarel. Dit schijnbare gemak verbergt eigenlijk een belangrijke technische innovatie, tal van documentaire onderzoeken en langdurig werk (modellen naakt geschilderd en vervolgens in kostuums, tekeningen overgebracht naar calqueerpapier om de opstelling van de groepen te vinden en vervolgens levensgroot op de panelen geprojecteerd met behulp van een toverlantaarn).’

Raoul Dufy, La Fée Electricité, Collectie: Musée d’Art Moderne de Paris

Gedachten bij de ansichtkaart ‘La guerre 1914 à Toulouse, nos troupes noires, les Sénégalais, la terreur noire des boches pendant l’arrêt à Toulouse’ (1914)

04-Tirailleurs sénégalais. Carte postale recto “La guerre 1914 à Toulouse, nos troupes noires, les Sénégalais, la terreur noire des boches pendant l’ar[r]êt à Toulouse”. Collectie: Bibliothèque nationale de France, Bussy-saint-Georges,3.

Deze ansichtkaart roept vragen op. Zoals de tekst die vertaald zegt: ‘De oorlog van 1914 in Toulouse. 4e serie. Nr. 4. Onze zwarte troepen. De Senegalezen. De Zwarte Terreur ‘van de Moffen’. Tijdens de tussenstop in Toulouse.’

Wat bedoeld de tekst met De Senegalezen. De Zwarte Terreur ‘van de Moffen‘? De tekst lijkt te suggereren dat de Duitsers schrik of angst hebben voor de Senegalezen. Hoe realistisch was in 1914 die uitspraak?

Het is een merkwaardig tafereel daar op dat treinemplacement in Toulouse. De Senegalese militairen zijn ‘tirailleurs‘. Dat wil zeggen koloniale infanterietroepen die onder toezicht van de Fransen stonden. De Franse tekst hierover zegt het nog beeldender: ‘encadrées par des Français‘. Dat zien we op de foto. De Senegalezen worden ingelijst.

De witte Fransman op de foto tussen de Senegalezen is een burger. Wat is zijn rol? Dat is onduidelijk. Is hij een Senegalese consul of een ambtenaar van de Franse spoorwegen?

Hoe dan ook gaan de Senegalese tirailleurs richting front. Naar de loopgraven in Noord-Frankrijk. Met de kennis van nu is dat geen prettig vooruitzicht. Hoe dat met de kennis van toen was is gissen. Wisten de Franse koloniale troepen wat er van hen verwacht werd? Waarschijnlijk niet.

Nog even poseren de Senegalezen fier en trots voor de fotograaf. Voordat ze in de gehaktmolen van de oorlog verdwijnen. Nog iets langer mag de ansichtkaart blijven bestaan die de Fransen van toen wilde laten weten dat de ganse Franse Derde Republiek inclusief koloniën het eigen leger steunde en zich verzette tegen de invallende moffen. De gehate ‘Boches’ die pas vier jaar later de strijd zouden verliezen. Dat is in de realiteit van een oorlog een eeuwigheid verder.

Russische krijgsmacht plundert op grote schaal in Oekraïne. Wat zegt dat over moraal, discipline, ethiek en commandovoering van de Russen?

Tja, wellicht bestaat er in de optiek van de leiders van de Russische Federatie een cultuuroorlog met Oekraïne. Dat zou de diefstal van kunst- en erfgoedobjecten verklaren. Maar niet legitimeren. Want plunderen is plunderen.

Het is geen wonder dat de gewone Russische soldaten het voorbeeld van hun politieke en militaire leiding volgen. Ze roven wasmachines, auto’s. geld, juwelen, televisie, computers en alles wat ze in handen krijgen. Tot toiletpotten toe.

Dat plunderen van hoog en laag komt voort uit frustratie, jaloezie en hebzucht van Russische militairen. Dat soort plunderen is een teken van hun lage moraal, tekortschietende discipline, gebrekkige commandovoering en ontbrekende ethiek. En wellicht ook van de frustratie over beloofde, maar niet betaalde soldij. Kyiv werd niet in drie dagen veroverd. De Russische krijgsmacht heeft geen enkele van haar strategische doelen behaald na acht maanden oorlog.

Eigen tweet van 22 november 2022,

Hoe doelmatig kan een krijgsmacht zijn die het op een plunderen zet tijdens de strijd? Een krijgsmacht die toch al met grote logistieke problemen kampt? Hoe passen daar al die geroofde wasmachines in? Historisch is plunderen geen uitzondering. Maar dat was voorbehouden aan de overwinnaar die het voor het zeggen had nadat de strijd gewonnen was.

Het merkwaardige is dat de krijgsmacht van de Russische Federatie tot nu toe de verliezer in de Oekraïens-Russische oorlog is en de strijd nog niet beslist is. Alleen op het gebied van plunderen staan de Russen op voorsprong. Met hun gedrag verzorgen ze hun anti-Russische propaganda,

Voetballen met Oranje: 1947-1955

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 9 juni 2012. Licht gewijzigd.

KNVB-keuzecommissie (Pelikaan links, Hoolboom rechts) juichen en springen op bij het enige doelpunt (maker Dillens) van de interland Nederland-België in het Olympisch Stadion, Abe Lenstra (in het midden) blijft zitten, 3 april 1955. Credits: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam. 

Voetbal is oorlog. Voetbal is emotie. Voetbal is commercie. Voetbal is nationalisme. Voetbal is sport. Voetbal is kijken en luisteren. Voetbal is juichen. Voetbal is teleurstelling. Voetbal is mopperen. Voetbal is omhelzen of afstand nemen. Voetbal is wat ieder denkt dat het is.

Mannen bij de radio, uit een reportage van de voetbalwedstrijd Holland-Zwitserland, 21 september 1947. Credits: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam. 

De onvolprezen persfotograaf Ben van Meerendonk betrapt ‘Us‘ Abe Lenstra die op 3 april 1955 in het Olympisch Stadion onbewogen blijft zitten bij het enige Nederlandse doelpunt, terwijl keuzeheren juichen. Voetbal was toen radio en opzwepende stemmen, voetbal was de krant. Het spel is populair als belangrijkste bijzaak in het leven. En de bal is rond.

Chinese voetballers “lezen” de Voetbal Revue, september 1947. Credits: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam. 

Het Finse Oulo brandt in februari 1944. Wie heeft het gebombardeerd?

Houses burning on February 22, 1944, after bombing of Oulu the day before. Collectie: Fotoarchief Kaleva en Finnish Heritage Agency.

Vergelding en afrekening bestaan niet alleen in de populaire cultuur, maar ook tussen landen. Dat zijn serieuze zaken.. Maar jammergenoeg weten we er niet altijd het fijne van.

Neem nou het bombardement op het Finse Oulo op 21 februari 1944. De datum doet ertoe. Bovenste foto toont de verwoestingen. Oulo brandt. Wie had dat bombardement uitgevoerd? Sovjets of Duitsers? Aan de brand is het niet af te lezen.

Duitse troepen hadden oorlogsziekenhuizen in Oulo. Het westelijk gelegen Oulo lag ver van het Sovjet-Finse front en was een stad waar militairen met frontdienst op adem konden komen. De Sovjets bombardeerden Oulo.

Toen Finnen en Sovjets op 19 september 1944 een wapenstilstand sloten verlieten de Duitse militairen vreedzaam Oulo. Maar daarmee was de oorlog nog niet ten einde.

Tussen september 1944 en april 1945 waren de Finnen in oorlog met de Duitsers. In de zogenaamde Laplandoorlog, in Noord-Finland. Daarom doet de datum van het bombardement op Oulo ertoe.

Vergelding en afrekening wordt dat altijd afgerond? Terugtrekkende Duitsers maakten zoveel mogelijk kapot, maar werden verslagen. De provinciale hoofdstad Rovaniemi werd volledig afgebrand door de Duitsers. De Duitse generaal Lothar Rendulic werd door de geallieerden aangeklaagd maar vrijgesproken tijdens de processen van Neurenberg

De vereffening was dat de Duitsers in april 1945 Finland werden uitgejaagd. Revanche kregen de Finnen niet. Het recht is niet altijd eerlijk.

Arriva Tazio

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 4 augustus 2011. Licht gewijzigd.

Trio Lescano werd gevormd door de Nederlandse zusjes Alexandra, Judith en Kitty Leschan die in de jaren 30′ en ’40 ongekend populair in Italië waren. Door hun joodse achtergrond kwam daar een abrupt einde aan. Dat toont de documentaire Tulip Time van Marco De Stefanis.

In Rimini van die jaren herinnert Federico Fellini zich in Amarcord de doorkomst van de zevende Mille Miglia van 1933, de 1000 mijl van Brescia, een 1600 kilometer lange stratenrace door Italië. In dat jaar dat Fellini vastlegt won Tazio Nuvolari. Naar zeggen van Ferdinand Porsche de grootste coureur van het verleden, het heden en de toekomst. 

In 1940 bezingen de zusjes Lescano Tazio in Arriva Tazio, een lied dat nog klinkt in Italië. Beide op het hoogtepunt van populariteit. Ongewis over de loop die de geschiedenis zou nemen. De messaggero di audacia e di valor is een boodschapper van durf en moed met in het hart een ontembare wil, indomabile volontá die altijd als eerste eindigt. Primo.

Arriva Tazio
messaggero di audacia e di valor.
Arriva Tazio
sempre primo tra i giganti del motor.

Arriva Tazio
e nel cuor un’indomabil volontá.
Arriva Tazio,
primo, primo e sempre primo arriverà.

Gedachten bij twee foto’s van Kasteel Hoensbroek van W.C.L.A Scheepens. Met jongetje (1925)

W.C.L.A Scheepens, Hoofdingang met poserende kinderen op de voorgrond, 1925. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Fotograaf W.C.L.A. Scheepens (1865 – 1940) was een architectonisch tekenaar en architect bij het Rijksbureau (voor Kunsthistorische Documentatie). Op 6 augustus 1925 maakte hij foto’s van Kasteel Hoensbroek in Heerlen, zoals uit deze twee foto’s in de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed blijkt.

Tot zover niks bijzonders. Doorgaans zijn op dit soort foto’s van monumenten geen mensen te bekennen. Dat is hier anders. Op de bovenste foto is volgens de beschrijving een ‘jongetje met honden‘ te zien en op de onderste foto ‘poserende kinderen‘. Dat maakt de twee foto’s menselijk en afwijkend.

Het wordt er nog aardiger op als blijkt dat het ‘jongetje met honden’ ook voorkomt als een van de twee ‘poserende kinderen‘ op de onderste foto. Het gaat om het jongste jongetje met donkere kleding.

Wie het jongetje is weten we niet. Waarschijnlijk geen zoontje van de in 1925 60-jarige Scheepens. Wat het een zoontje van een vriend of kennis van Scheepens? Woonde het jongetje op Kasteel Hoensbroek of in de nabije omgeving? Was hij met zijn honden op pad toen hij Scheepens tegenkwam? We weten het niet. Het zou kunnen.

W.C.L.A. Scheepens, Hoofdingang met poserende kinderen op de voorgrond, 1925. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.