George Knight

Debat tussen links en rechts

Archive for the ‘Geschiedenis’ Category

Trump oogt kwetsbaar en wordt nog beschermd door zijn functie. Maar dat kan veranderen en hoeft geen blijvende garantie te zijn

with 5 comments

President Trump die het van zijn imago van bravoure en onkwetsbaarheid moet hebben is door recente juridische uitspraken kwetsbaar geworden. Zijn presidentschap dat nu halverwege de termijn van vier jaar is zakt in elkaar. Het ontrafelt, zoals Amerikanen zeggen. Het is gesleten en zal de komende twee jaar verder slijten. Mede door een Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden dat dagvaardingen zal sturen naar Trump en zijn naast kring van (ex)-medewerkers en familieleden. Ook steeds meer Republikeinen nemen afstand van deze besmette en onhandelbare president. Vraag is of de president in een juridische procedure aangeklaagd of in een politieke procedure afgezet kan worden. Dat laatste wordt verhinderd door een ongeschreven regel, niet door de wet. Zo resteert uiteindelijk een Catch-22 situatie over Trumps positie waar het Hooggerechtshof zich over kan buigen. Als blijkt dat de president door de overtreding van de wet zijn functie heeft veroverd en hij er feitelijk geen recht op heeft, wat weegt dan het zwaarst: de functie van de zittende president of de wetsovertreding? Hoe dan ook is de verwachting dat Trump na zijn presidentschap juridisch aangeklaagd wordt door de rechtbank van het Southern District van de staat New York. Want hij is een crimineel die misdaden heeft begaan en nu alleen nog door zijn functie wordt beschermd. Ook dat versterkt het beeld dat de president aangeschoten wild is. Zijn bravoure is bombastisch en werkt steeds minder naargelang zijn positie schrijnender wordt. De race naar de bodem is ingezet. Het einde is in zicht.

Advertenties

Domme hooggeleerdheid van Beatrice de Graaf in NRC-column

leave a comment »

Hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht Beatrice de Graaf vind ik de domste hooggeleerde van een vakgebied waar ik enig zicht op heb. Als ze het over actuele politiek heeft ben ik het over het algemeen niet alleen inhoudelijk met haar oneens, maar begrijp ik evenmin de stappen die ze in haar betogen zet. Of dat nou in haar NRC-column is of in een openbare lezing. Vooral als ze het heeft over de Russische Federatie, Duitsland of hedendaags terrorisme word ik een beetje hopeloos van Beatrice de Graaf.

Neem de NRC-columnEer, worst en kaviaar’ met de volgende uitspraak over Merkel en Putin: ‘Experts en diplomaten zullen dan onderstrepen hoe zeer hun onwillige, maar vasthoudende overleg in de jaren van de Krim-oorlog heeft bijgedragen aan conflictbeheersing en doorgaande economische uitwisseling. Waarom is dat nu voor tijdgenoten dan nog zo slecht zichtbaar?’ De Graafs claim is dat ze ziet wat experts niet zien. Dat getuigt niet van valse bescheidenheid. Is die claim terecht of een slag in de lucht? Met betrekking tot Merkel kan nog begrepen worden dat ze door de vele tegenstrijdige belangen (Duitse economische positie en lobby, Duitse relatie met Kremlin, Translatlantische relatie) die ze vertegenwoordigt net als Frankrijk (Minsk-overleg) tot overleg met Putin gedwongen is. Maar diens ‘vasthoudendheid’ lijkt een totaal andere reden te hebben.

Deze uitspraak roept ook de vraag op wat de grenzen aan de geschiedschrijving zijn. Hoever kan die aan de hand van het verleden naar de toekomst opgerekt worden zonder te vervallen in koffiedik kijken en fabuleren? Onder de stilzwijgende verwijzing naar haar functie en vakgebied die netjes onderaan de column genoemd worden gedraagt De Graaf zich als de waarzegster van de actuele politiek. Maar dat laatste heeft per definitie niets met geschiedschrijving te maken omdat het de verre toekomst meent te kunnen interpreteren.

Het antwoord op de vraag waarom de in de ogen van De Graaf relatieve vrede van de nu al sinds 2014 durende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie zo slecht zichtbaar zou zijn, geeft ze zelf: ‘Omdat wij door de spiegel van onze eigen westerse, Nederlandse of Europese identiteit kijken. In die reflectie van individuele vrijheid en waardering voor inspraak en overleg kan het rauwe en provocerende gedrag van de Russische machthebbers, generaals en spionnenchefs heel barbaars ogen.’ Is hier behalve een hoog Alice in Spiegelland-gehalte van de wereld achter de spiegel sprake van een Stockholm-syndroom waarin De Graaf zich niet alleen vereenzelvigt met het rauwe gedrag van de Russische machthebbers, maar dat ook goedpraat?

Suggereert De Graaf dat universele waarden zoals individuele vrijheid en meningsuiting wel voor inwoners van westerse staten gelden, maar niet voor de inwoners van autoritaire landen als de Russische Federatie? Het gedrag van Russische machthebbers tegenover binnen- en buitenlandse opponenten ‘oogt’ niet alleen barbaars, maar ‘is‘ dat volgens de universele waarden, wat burgerrechten en de internationale rechtsorde, wat internationale normen betreft. Elders op sociale media gaf ik vandaag de volgende reactie:

Doorgaans begrijp ik De Graaf niet als ze het over Europese veiligheidspolitiek heeft. Ook deze keer niet in haar column ‘Eer, worst en kaviaar’. De blinde vlek van De Graaf blijft dat ze staatsterrorisme niet benoemt of zelfs signaleert en dat haar neo-realistische geschiedopvatting de rechtsorde ondergeschikt maakt aan de machtsverhouding tussen staten. Het merkwaardige is dat De Graaf in haar column correct de feiten aandraagt, maar er vervolgens zelf de enig logische conclusie niet uit weet te trekken. Want ja, de Russische president heeft sinds 2000 zijn land niet weten te moderniseren en hervormen, maar nee, De Graaf stelt hem daar niet direct voor verantwoordelijk.

De echte Russische eer zou zijn als het Kremlin zou stoppen het land en de inwoners te behandelen als een wingewest voor eigen profijt en er een eer in zou leggen om het land en de bewoners vooruit te helpen. De Graaf relativeert en stelt tegenover de roofstaat van Putin, de eventuele chaos en het machtsvacuüm na Putin. Dat is goed mogelijk, maar het kan ook anders. De toekomst van de Russische Federatie na Putin kan ook lopen via hervorming, modernisering, de opbouw van rechtsstaat en democratie.

Zo helpt ze er onbewust aan mee de verkeerde agenda te agenderen. Feit dat De Graaf blijft hangen in de extrapolatie van Putin met meer (of erger) van hetzelfde geeft de geslotenheid van haar denken aan. Als NRC-abonnee kan ik haar column goed missen en vraag ik me telkens af om welke reden de hoofdredactie haar nou eigenlijk in de arm neemt. Om aan te tonen in hoeverre De Graaf er deze keer weer naast zit?

Foto: Schermafbeelding van deel columnEer, worst en kaviaar’ van Beatrice de Graaf in NRC, 7 december 2018.

Over ‘Onzinkunst en Onzincultuur’. Begrijpt PVV Rotterdam wat het inhoudt als het zegt dat ‘goede kunst en cultuur zichzelf bedruipt’?

leave a comment »

De PVV heeft één zetel in de Rotterdamse gemeenteraad die wordt ingenomen door Maurice Meeuwissen. De PVV Rotterdam heeft als standpunt, aldus Meeuwissen dat ‘goede kunst en cultuur zichzelf bedruipt’. Dat is een verdedigbaar standpunt dat door rechtse partijen als de VVD, PVV of FvD wordt ingenomen. Volgens deze partijen is dat van een andere orde dan subsidies of (belasting) rulings voor multinationals of banken. Hij gaat echter een stap te ver door subsidies voor kunst en cultuur ‘een grote schande’ te noemen. Want hiermee rekt hij zijn standpunt oneigenlijk op. Het is dan niet langer een beleidsonderwerp waarmee hij het niet eens is, maar dat hij als het ware buiten de orde plaatst. Dat behoort een lid van een democratische partij niet te doen.

Men kan zich alleen afvragen hoe deze rechtse partijen hun pleidooi voor de afschaffing of vermindering van overheidssubsidies voor kunst en cultuur denken te kunnen combineren met hun pleidooi voor nationale identiteit en de Nederlandse cultuur, taal en geschiedenis. Of monumentenzorg. Want het is het één of het ander, het kan niet allebei. Meeuwissen wijst met zijn standpunt uitingen van Nederlandse cultuur af die door Rotterdamse culturele instellingen worden beheerd en geprogrammeerd. Het lijkt er niet op dat hij zijn eigen tegenstrijdigheid ziet. Dat gebrek aan nuance en onderscheid is het meest opmerkelijke aan zijn standpunt.

Op z’n minst zou men verwachten dat een vertegenwoordiger van een rechtse partij als Meeuwissen zou pleiten tegen hedendaagse kunst dat een hobby van de linkse kerk heet te zijn in de ogen van de rechtse denkers (of hoe we ze moeten kwalificeren) en voor Nederlandse kunst die de grootsheid van de Nederlandse kunst, taal en geschiedenis onderschrijft. Nu laadt Meeuwissen de verdenking op zich ook tegen het behoud en de presentatie van kunstwerken te zijn die de Nederlandse identiteit en cultuur schragen. Is dat de ware bedoeling van zijn stoere stellingname of begrijpt Maurice Meeuwissen in de kern niet wat hij echt beweert?

Foto: Jan Weenix, Dode Zwaan (1716). Collectie Museum Boijmans-van Beuningen. Met toelichting ‘Dit stilleven is een bijzonder rijk en decoratief pronkstuk. Het hoofdmotief is de dode zwaan die aan één poot is opgehangen en waarvan één vleugel breed is uitgespreid. Op de gedecoreerde tuinvaas rechts zijn klassieke motieven te zien. De eigenaar kon met deze geschilderde buit zijn sociale status aangeven, want de jacht op deze grote vogels was een privilege. Rond 1700 was de Hollandse elite gewonnen voor de smaak van buitenlandse hoven, die op hun beurt de mogelijkheden van de Hollandse kunst hadden ontdekt. Toen de inmiddels 75-jarige Weenix dit reusachtige stilleven schilderde, had hij net een reeks van zulke jachtstillevens geleverd aan de keurvorst van de Palts, die in Düsseldorf resideerde. De techniek is typisch Hollands, maar het formaat doet denken aan kastelen elders, en het onderwerp aan macht.

Politieke kleur van de ‘Gele hesjes’ is vooralsnog onbekend

with 8 comments

Het is een wetmatigheid dat maatschappelijke basisbewegingen geïnfiltreerd worden. Dat was al zo bij de Franse revolutie die door beroepsrevolutionairen gekaapt werd. Of bij de Russische opstanden van februari en oktober 1917. Er tekent zich een opvallende gelijkenis aan tussen de beweging van de Gele hesjes en een andere recente beweging die doodgebloed, gefragmenteerd, opgebrand, gekaapt en vertrut is: Anonymous.

Hoe deze beweging verburgerlijkte beschreef ik in een commentaar van 2013 over de Belgische kunstenaar Jan Fabre: ‘Anonymous zou zich beter richten op die ontwikkelingen die ons leven voor de toekomst bepalen. Zoals de opbouw van de controlestaat door overheden en de inperking van de burgerrechten. Maar kritiek daarop vraagt inzicht, kennis, een lange adem en het opbouwen van weerstand tegen de invloed van geheime diensten. Een aanval op een individuele kunstenaar is net zo gemakzuchtig als wat overheden doen door de kunstensector bovenmatig te korten. De aanval op Jan Fabre symboliseert de verburgelijking van Anonymous.

Anonymous werd een sleets merk omdat het gekaapt werd. Met de Gele hesjes dreigt in snel tempo hetzelfde te gebeuren zoals deze video toont van een ‘Volhardend vader en rechtzoekend burger vecht voor zijn drie dochters en tegen criminele jeug’hulp’verlening & Co!’. Nu lijkt een ‘volhardend vader’ nog een tamelijk onschuldig opererend individu, maar als de Guy Fawkes-maskers worden ingewisseld voor Gele hesjes waarachter gefrustreerde of verwarde individuen of binnen- en buitenlandse actoren zich in betrekkelijke anonimiteit kunnen verschuilen, dan gaat het niet om de politisering van de maatschappij, maar om een poging om de politiek buiten de politiek om te kapen. De instrumenten zijn de gemakzuchtig opgestoken middelvingers van de sociale media die vooral wijzen op het protest om het protest. Niet meer dan dat.

Door de verscheidenheid aan actoren in diverse landen, op sociale media en met opvattingen is lastig te onderscheiden wie namens de Gele hesjes handelt of het woord voert. Een basisbeweging die zich verliest in negativisme, complottheorieën, rellerigheid, onhaalbare doelstellingen, frustratie over zowel de eigen persoonlijke situatie als de huidige maatschappij biedt weinig perspectief. De beste hoop is nog dat door het protest de zittende macht met schrik tot het besef komt dat het in haar eigen belang is om de macht te delen, de verzorgingsstaat niet verder uit te kleden en de economisering van de politiek die wordt aangejaagd door de almacht van financiële instellingen en multinationals terug te dringen. Als het protest van de Gele hesjes als hefboom werkt om de macht in gesprek te brengen met linkse partijen en vakbonden, dan heeft het zin.

In een artikel op BuzzFeed gaat Ryan Broderick in op de rol van Facebook bij de protesten in Frankrijk. Ik schreef er elders over: ‘Interesting analysis that is not about the protest, but about spreading fake news and conspiracy theories via social media and the infiltration of a grassroots movement by professional agitators. Because the latter is the danger for every popular movement that is hijacked by radical elements with other motives. What now? Do the radical yellow jackets push the original and more moderate yellow jackets into the background? You can count on the fact that at the moment the French and friendly (German, British, American) intelligence services are working overtime to chart the political influence and undermining by domestic and foreign actors who have joined the protests to weaken the position of President Macron.’

In een opvallende reeks recente optredens in de Franse media meent de gezaghebbende historica Danielle Tartakowsky dat het lastig is om de beweging van de Gele hesjes te vergelijken met eerdere opstanden of maatschappelijke onrust. Zoals de opstand van mei 1968, de rechtse Poujadisten van de jaren ’50 (‘de gewone man tegen de elites’), het linkse Volksfront van de jaren ’30 of de Revolutie van 1789. Wel constateert ze dat een volksbeweging altijd richting en krediet ontleent aan eerdere bewegingen. De politieke kleur van de Gele hesjes is het onbekende zoals de interviewer Tartakowsky in een interview voorhoudt. Haar bedachtzame antwoord verklaart, maar houdt ook alle opties voor de toekomst open: ‘In alle omstandigheden is het nodig om onderscheid te maken tussen de lidmaatschappen (of liever hier niet-lidmaatschappen) die opgeëist worden door de actoren van een beweging, en de objectieve politieke plaats die deze beweging vandaag, morgen en overmorgen speelt en zal spelen. Daar worden dingen nog ingewikkelder.’ De beweging van de Gele hesjes wacht de verandering waar het tegen zegt te strijden, namelijk fragmentatie en vervlakking.

Foto: Schermafbeelding van artikelQuand une historienne spécialiste des mouvements sociaux analyse les “Gilets jaunes”’ van Mathieu Dejean op lesinrocks, 29 november 2018.

Wat te vinden van het Marrakesh Pact? Politiek noch media geven onpartijdig en volledig antwoord

with 6 comments

Ik kan het gemist hebben, maar op sociale media en online versies van nieuwsmedia heb ik geen onpartijdig, objectief en volledig verslag met opsomming van de voor-en nadelen over het ‘Mondiale pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking‘ ofwel het Marrakesh Pact kunnen vinden. Het is zelfs als lastig om daar verwijzingen naar de oorspronkelijk tekst te vinden. In België dreigt er een regering over te vallen en in Nederland profileren radicaal-rechtse partijen zich ermee.

Wat zijn nou de feiten voor de nieuwsconsument aan de hand waarvan die zich een mening kan vormen? Is het pact juridisch bindend of niet-bindend? Maakt het pact een onderscheid tussen politieke vluchtelingen en economische migranten? Hoe zit het met de bescherming van migranten die door Europese landen worden teruggestuurd naar dictatoriale landen? Zo wordt het ongemak over het pact het ongemak over de journalistiek dat zich óf de ene of de andere kant uit laat sturen óf uit onvermogen maar helemaal zwijgt.

Het debat bij DW English is een voorbeeld van de partijdigheid. Het panel lijkt te eenzijdig pro-pact samengesteld om objectief te zijn. Nadelen komen onvoldoende over het voetlicht. Maar met tegenstanders erbij dreigt het debat met oneliners en alternatieve waarheden verstoord te worden. Ook over het verslag van VRT Nieuws twijfel ik of het onpartijdig is. Ik blijf met twee vragen zitten: wat moet ik van het pact vinden en waarom kunnen de media er geen onpartijdig, inzichtelijk en volledig verslag van geven? Dat brengt me op de vraag waarom de burger niet serieus wordt genomen door de politiek en als nieuwsconsument door de media.

Written by George Knight

5 december 2018 at 13:29

Bedenkingen bij de verbolgen toon én de opvattingen van het CDA Utrecht over kunst, de openbare ruimte en marketing

with one comment

Aldus een passage uit een artikel op de site van het CDA Utrecht. De vorm van de tekst is exemplarisch voor de inhoud. Het ziet er chaotisch, onsamenhangend en slordig uit. De titel maakt dat duidelijk: ‘Waarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’. Daar valt geen chocola van te maken. Wat wordt hier bedoeld?

Het CDA Utrecht meent dat ‘kunst omwille van de kunst zeker een waarde heeft’, maar … En dan komt het grote ‘maar’ dat dat eerste standpunt onderuit haalt en de grond inboort. Een wijziging maakt duidelijk hoe normatief de uitspraak is: ‘Religie omwille van de religie heeft zeker een waarde, maar als gemeente moeten we ook kijken hoe religie voor onze inwoners een meerwaarde kan hebben’. Ik vermoed niet dat religieuze organisaties dit zouden pikken onder verwijzing naar hun soevereiniteit in eigen kring. En gelijk hebben ze. Maar het CDA Utrecht wil die soevereiniteit die het voor religie claimt blijkbaar niet geven aan de kunst en de organisaties werkzaam in de kunstsector. Kunst moet in de visie van CDA Utrecht dienstbaar, zichtbaar en afhankelijk zijn. En vooral niet zichzelf. Het CDA Utrecht creëert daarnaast met een paternalistische houding tegenover kunst ook nog eens een tegenstelling die niet noodzakelijkerwijze  bestaat. Want waar concludeert het CDA Utrecht uit dat ‘kunst omwille van de kunst’ geen meerwaarde voor de inwoners van Utrecht heeft?

In het artikel geeft het CDA Utrecht het standpunt van DENK over kunst in de openbare ruimte verkeerd weer als het zegt dat DENK tegen het plaatsen van schilderijen in de openbare ruimte is. CDA Utrecht bedoelt daar ongetwijfeld de afbeelding van iconische schilderijen van oude meesters mee. Het wordt lastig met het oog op behoud en verzekering om schilderijen van oude meesters aan gevels in de wijken Overvecht en Kanaleneiland op te hangen. Aanleiding zijn schriftelijke vragen die door DENK-fractiemedewerker en kunsthistoricus Jelle Bouwhuis zijn geformuleerd en ingaan tegen de visie van het CDA Utrecht om ‘Utrechtse Meesters een gezicht’ in de openbare ruimte te geven. In een commentaar van 23 november 2018 besteedde ik aandacht aan deze aanvaring tussen DENK en het CDA. DENK lijkt echter niet zozeer tegen het voorstel om afbeeldingen van schilderijen in de openbare ruimte te plaatsen, maar wil daar wel de bewoners inspraak in geven en voorwaarden aan het soort afbeeldingen stellen opdat ze zinvol zijn voor alle inwoners van de stad.

Wat is er aan de hand als het CDA Utrecht op verbolgen wijze opmerkt: ‘En Utrecht Marketing krijgt op de kop omdat ze geschikte schilderijen selecteren’. Het kan toch nooit de taak van een uitvoerende dienst als Utrecht Marketing zijn om geschikte schilderijen voor een afbeelding te selecteren? Dat behoort toch op beleidsniveau te gebeuren door beleidsmakers op het snijvlak van openbare ruimte, cultuur en wijkgerichte participatie? Utrecht Marketing heeft 57 medewerkers met als expertise citymarketing, communicatie en het signaleren van ontwikkelingen. CDA Utrecht laat zich kennen omdat niet iedereen haar voorstel voor de Utrechtse Meesters in de openbare ruimte omarmt en verzet zich zelfs tegen de VVD dat ‘opeens’ het voorstel wel omarmde.

Het wordt er nog merkwaardiger op als het CDA zegt: ‘Het achterhoedegevecht van DENK en de VVD moeten ze lekker samen uitvechten, ik hoop dat veel inwoners en culturele organisaties met ons meedenken over hoe we onze cultuurgeschiedenis en toekomstig talent een mooie plek in het straatbeeld kunnen geven.’ Dit soort kinderachtige uitspraken over tamelijk ondergeschikte onderwerpen is er precies de reden voor dat burgers afstand van de politiek nemen en er vervreemd van raken. CDA Utrecht claimt voor zichzelf in de avant-garde van de kunst te opereren omdat het verder wenst te kijken dan kunst omwille van de kunst. CDA Utrecht is de artistieke spookrijder die de meerwaarde voor kunst vooral bij zichzelf legt. Hoe het CDA Utrecht meent door het realiseren van afbeeldingen van oude meesters in de openbare ruimte het ‘toekomstig talent’ een mooie plek in het straatbeeld te geven is illustratief voor het onzorgvuldig en lui denken van het CDA Utrecht.

Foto’s 1 en 2: Schermafbeelding van deel artikelWaarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’ van het CDA Utrecht, 27 november 2018.

Foto 3: Realisering van de afbeelding van een schilderij van een Utrechtse meester (Dirck van Baburen, De luitspeler) aan een gevel van een flat op Kanaleneiland, Utrecht; eigen foto 30 november 2018.

Raadsel bij twee foto’s met beschrijving ‘Bollen Suzy Terneuzen’

leave a comment »

Wie enige oppervlakkige kennis van jazz heeft herkent op de bovenste foto de musici Ben Webster en Willie ’The Lion’ Smith (met ronde hoed) en op de onderste foto Dave Brubeck met in de rechter benedenhoek opnieuw de hoed en kop van Smith. Ik zocht online in de collectie van het Nederlands Fotomuseum op naam van mijn geboorteplaats Terneuzen. Een schatkamer vol herinneringen, verwijzingen en beschrijvingen.

Maar de beschrijving bij beide foto’s is raadselachtig: ‘Bollen Suzy Terneuzen’. Dat is blijkbaar een naam van een vrouwelijke persoon die in Terneuzen woonachtig was in november 1966, toen de foto’s werden gemaakt. Er zijn nog twee foto’s in de collectie met deze beschrijving, op de ene loopt de vrouw die blijkbaar Suzy Bollen is langs de toenmalige vissershaven aan de Scheldekade en op de andere foto zit ze blijkbaar met een man die haar echtgenoot is binnenskamers op een fauteuil. De foute beschrijving vergroot de mystificatie.

Dit maakt duidelijk dat digitalisering van foto’s een arbeidsintensief werk is. Het is ongeloofwaardig dat fotograaf Eddy de Jongh de beschrijving bij de twee foto’s heeft aangeleverd. Er is iets misgegaan bij de digitalisering. In elk geval klopt de datering, want in november 1966 vond in de Rotterdamse Doelen het jaarlijkse Newport Jazz Festival Europe plaats met op de affiche onder meer Willie ‘The Lion’ Smith en Dave Brubeck. Op 6 november 1966 was Eddy de Jongh in Rotterdam. En wat Ben Webster in Rotterdam deed? Het lijkt erop dat hij op een andere foto van De Jongh de playlist doorneemt met Willie ’The Lion’ Smith.

Foto 1: Eddy de Jongh, ‘EDJ-3040-03 Bollen Suzy Terneuzen’, november 1966. Collectie: Nederlands Fotomuseum.

Foto 2: Benno Wissing, Affiche van het Newport Jazz Festival Europe, november 1966. Collectie: 

Foto 3: Eddy de Jongh, ‘EDJ-3040-04 Bollen Suzy Terneuzen’, november 1966. Collectie: Nederlands Fotomuseum.