Gedachte bij foto ‘Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’ (1940)

Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’, 1940 . Collectie: Library of Congress.

Het gaat in de titel om het begrip ‘reputatie’. De titel zegt: ‘De reputatie van Provincetown als kunstcentrum biedt voldoende inkomsten voor verschillende kunstacademies. Buitenklassen zullen waarschijnlijk overal opduiken’. Provincetown is een toeristische plaats op het uiterste puntje van schiereiland Cape Cod in Massachusetts.

De reputatie van Provincetown als kunstcentrum maakt het dus waarschijnlijk dat overal buitenklassen opduiken. Zoals op de foto op het witte strand van Provincetown. Maar dit roept allerlei vragen op. Wat zijn dat voor buitenklassen die meeliften op de reputatie van een stadje als kunstcentrum? De vervolgvraag is of deze buitenklassen de reputatie helpen verzwakken of versterken. Hoe lopen professionele en niet-professionele kunst door elkaar en hoe hebben ze invloed op elkaar via het scharnierbegrip ‘reputatie’?

Het is maar een kleine vraag bij deze intrigerende, documentaire foto van Edwin Rosskam. Kunst als bezigheid van toeristen en zingeving voor een vakantie. Het is augustus 1940. Op hetzelfde ogenblik wordt er gevochten in Europa. Dagjesmensen komen met de boot uit Boston. De ferry ‘Steel Pier’ ligt in de achtergrond gemeerd aan de pier. Portugese vissers hebben hun vis aan land gebracht. Op het strand van Provincetown is het tekenles. Dat tekent de sfeer. Ontspannen, artistiekerig en aanhakend bij vermaardheid. Zo terloops als het leven zelf.

Madam Lillian en de ‘girlie show’. Foto’s van de Rutland Fair, Vermont (1941)

Uit deze foto uit 1941 blijkt niet dat het storm liep bij Madam Lillian in Rutland, Vermont die het verleden, het heden en de toekomst vertelt. Zo staat het op het bord: ‘She tells the past, present & future’. Dat is niet niks. Het sluit mooi aan bij een zinsnede als ‘om je de waarheid te vertellen’. Het betekent eerder zoiets als ‘uitleggen’ dan ‘voorspellen’. Hiermee lijkt Madam Lillian veilig aan de kant van de redelijkheid te blijven. De titel van de foto ‘Fortune teller’, dus ‘waarzegster’ stelt Madam Lillian anders voor dan ze zelf doet. Hoewel het een ingewikkeld spel is omdat ze natuurlijk wel suggereert dat ze de toekomst kan voorspellen. Maar zeggen doet ze het niet met zoveel worden.

Over mensen die Madam Lillian bezoeken moet niet laatdunkend worden gedaan. Ze hebben behoefte aan een verhaal. Daar is niks mis mee. Madam Lillian en haar klanten weten dat het nep is. Het is amusement zoals dat hoort op een kermis.

Bij de attractie Dames, ofwel ‘a “girlie” show’ op dezelfde kermis is het stukken drukker. De meisjes staan op een verhoging en de voornamelijk mannen en jongens kijken tegen de meisjes op. Als het woord mannelijke ‘blik’ (gaze) in 1941 nog niet bestond, dam had het hier uitgevonden kunnen worden. Men kan zich alleen maar afvragen wat er te zien is in de ‘girlie show’. Waar Madam Lillian voor het innerlijk gaat, gaat deze ‘girlie show‘ voor het uiterlijk.

Deze attractie was onderdeel van de ‘World of Mirth Show’ die langs de Oostkust van de VS en Canada heen en weer reisde. Ooit werden de attracties met meer dan 50 treinwagons verplaatst. De Rutland Fair was dan ook meer dan een gewone kermis. Het was freak show, paardenrace, circus, kermisattractie en jaarmarkt ineen.

Fotograaf van deze intrigerende foto’s van de Rutland Fair is Jack Delano. De serie kwam tot stand in het kader van de Farm Security Administration dat het leven op het platteland en steden in de jaren 1935 tot 1944 documenteerde. Dat is niet toevallig de regeerperiode van president Roosevelt die met zijn New Deal project de recessie bestreed en de economie weer op gang probeerde te krijgen. Fotografen legden hierbij vast hoe boeren op gang geholpen werden met overheidsgeld. Later werd de onderwerpkeuze verbreed. Omdat de New Deal mede de opzet had om kunstenaars aan het werk te helpen sneed met deze fotoreportages het mes aan twee kanten.

Fluxus. Gedachte bij de foto ‘Fluxus-performance by the German artist Wolf Vostell at art gallery Monet, Amsterdam (1962)’

Hans de Boer, Fluxus-performance by the German artist Wolf Vostell at art gallery Monet, Amsterdam (1962). Collectie: Nederlands Fotomuseum.

Van 1962 tot 1966 bestond Galerie Monet op het Rokin 97 te Amsterdam, volgens informatie van de RKD. Joop (J. P.) Smid was de galerist. De datum van de foto is 5 oktober 1962. De kunstenaar is Wolf Vostell die een ‘Fluxus-performance’ geeft. Maar op de foto zien we niet Vostell, maar een vrouw die op de tafel danst die diende als basis voor Vostells optreden. Zo te zien met Kleenex-tissues in haar handen van de performance. Zij is deel van de show.

Is dat het Fluxus idee? Een performance die wordt toegeschreven aan Wolf Vostell waar hij uit gewist is? Maar hoe zit het dan met de beschrijving? Ook het vlottende moet toch nauwkeurig beschreven worden door het te omcirkelen? Of is dat deel van de performance die 60 jaar later nog doorwerkt? Ik weet het niet. Misschien is het oprekken van grenzen wel het ultieme Fluxus idee. Niet zozeer vergeten, maar voorbijgegaan in het geheugen van Nederland. Nagelaten in dubbel opzicht.

Kunst is machtig. Kunstenaars kunnen muren doen instorten als ze dat willen

De illustraties van Eric Drooker zijn soms wat zoet, wellicht ligt dat aan de opdrachtgevers, maar vaak treffen ze de roos. Zoals Jericho. Het Bijbelse verhaal van De verovering van Jericho waarin de Israëlieten op de zevende dag zeven keer om de stad lopen en op hun ramshoorns blazen. De muren stortten in, tumbling down. De ramshoorn is ingewisseld voor een saxofoon.

Musici spelen vaker in de openlucht omdat dat in hun eigen woning lastig is vanwege geluidsoverlast. Denk aan Sonny Rollins die oefent op de Williamsburg brug. Drookers illustratie is een beeld voor de kracht van kunst dat muren kan doen instorten. Daar gaat het om. Om het zelfbewustzijn van kunstenaars. Dat moeten kunstenaars beseffen. Ze kunnen muren laten instorten als ze dat willen.

Godsdiensten zijn minder uniek dan christelijke randdebielen en bollebozen suggereren. Het rechtvaardigt geen uitzondering voor kerkdiensten

The second drama premiere of the 63rd Dubrovnik Summer Festival, Euripides’ ancient Greek tragedy Medea directed by Tomaž Pandur and realized in | ‘Medea’s demonic aria’ on Fort Lovrjenac till 7th August | Just Dubrovnik

Het is duidelijk: de randdebielen zijn onder ons. Ze zijn van orthodox-religieuze, protestante signatuur en wonen in steden als Urk of Krimpen a/d IJssel. Ze kunnen wellicht alles van de bijbel weten en gezag hebben in eigen kring, maar hebben geen historisch besef en politiek benul. Maar ze staan niet alleen. Ze krijgen rugdekking van christelijke bollebozen.

Hoe wereldvreemd is het niet om te zeggen dat de SS vriendelijker handelde in de oorlog dan journalisten die verslag doen van de kerkgang? Terwijl heel Nederland op slot zit. Dit is rugwind voor religiecritici die kritisch zijn op religieuze instellingen en tragisch voor de meerderheid van goedwillende gelovigen die zich voorbeeldig gedragen en zien hoe deze protestante hardliners alle godsdiensten in een kwaad daglicht zetten. Deze christelijke randdebielen hebben in 48 uur meer schade aan het christendom aangericht dan vrijzinnigen en religiecritici in 48 jaar.

Zoals bij islamitisch geweld de ‘gewone’ moslims door voornamelijk rechtse segmenten van de samenleving daar op aangesproken worden (zelfs als zij of hun ouders niet eens moslim zijn maar een islamitisch land als land van herkomst hebben) zo zouden nu de ‘gewone’ christenen ter verantwoording moeten worden geroepen voor de daden en woorden van deze orthodoxe christenen.

Het is een geluk bij een ongeluk dat het orthodoxe christendom zich uitspreekt en haar ware aard toont. Want daarover bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlanders in de grote steden denken dat deze orthodoxe christenen redelijk en niet veel anders zijn. Dat kun je vermoeden van gelovigen waarmee je nooit in aanraking komt. Dat is het misverstand. De basis voor die zelfgekozen segregatie van de orthodoxe christenen is de angst om het eigen karakter te verliezen. Daarom houden ze krampachtig aan elkaar vast en gijzelen ze in zekere zin elkaar. Op hun beurt hebben ze weer een verkeerd beeld van andersdenkenden. Dat leidt tot radicalisering in eigen kring. Dat is bij orthodoxe gelovigen van andere godsdiensten niet anders.

Het AD maakt in een artikel met als aanleiding de actualiteit van schoppende kerkgangers een rondgang langs docenten en hoogleraren theologie/ godsdienstwetenschappen waarvan er vermoedelijk in Nederland honderden zijn. Afwijkende geloofsrichtingen, gemeenschappen, stromingen en godsdiensten leiden tot afwijkende meningen over wat geloof is. Daarmee worden ook de valse tegenstellingen geïntroduceerd om het geloof te verdedigen. De bollebozen nemen het ‘genuanceerd’ op voor de randdebielen. Zo suggereren ze in hun wijsheid.

Schermafbeelding uit artikel ‘Volle kerken leiden tot onbegrip: ‘Kerkdienst is echt iets anders dan een festival’’, AD, 30 maart 2021.

Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer zegt in de hierboven geplaatste schermafbeelding uit dat artikel in het AD dat ‘een kerkdienst is daarmee echt iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Eeuwenlang was het christendom in Nederland het dominante verhaal en het besef dat religie wat hogers is, vanzelfsprekend. Sinds de verlichting wordt het geloof steeds meer achter de voordeur teruggedrongen.

Dat is een valse tegenstelling. Natuurlijk is een kerkdienst iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Maar daarmee is niet gezegd dat het waardevoller is en de vrijheid van godsdienst een grondrecht is dat meer bescherming moet krijgen dan andere grondrechten. Dat suggereert Schaeffer hiermee. Het feit dat eeuwenlang een situatie heeft bestaan wil niet zeggen dat dat een juiste situatie was. De geschiedenis kent genoeg wantoestanden als kinderarbeid, slavernij of feodale verhoudingen die eeuwenlang hebben bestaan en in hun tijd vanzelfsprekend waren, maar waarvan het toch beter is dat ze niet meer bestaan.

Godsdienst is historisch ook zo’n relict uit vroeger tijden. Het christendom is een sekte van twee millennia oud. De leeftijd van het christendom is dus eerder een argument tegen voor de legitimiteit en het bestaan ervan. De ondergeschikte positie van vrouwen binnen godsdiensten is een teken van die achterhaaldheid.

Schaeffer is selectief door een kerkdienst te vergelijken met een voetbalwedstrijd of festival. Hij kan het ook vergelijken met een tentoonstelling in een openbaar museum van het werk van Mark Rothko (zoals de Rothko Chapel in Houston) of een Griekse tragedie van de grote drie tragedieschrijvers Aechylus, Sophocles en Euripides. Vooral van de eerste is duidelijk dat hij in vorm en inhoud uit dezelfde bron put van de rituelen en een mensbeeld met noodlot, zondeval en Goden als de ons nu bekende godsdiensten. Er zijn meer voorbeelden uit de kunsten, van Bach tot Marc Mulders die tegenspreken dat kerkdiensten principieel anders zijn. Dat zijn ze niet. Kunst raakt in presentaties ervan ook het diepste wensen van de mens. Daarin is religie niet uniek.

The Oresteia of Aeschylus – Leader of the Chorus

Kerkdiensten zijn op dit moment in Nederland slechts op één aspect anders. Ze genieten voorrechten die vergelijkbare theatervoorstellingen en museumprestaties niet genieten omdat ze op last van de rijksoverheid zijn stilgelegd. Dat bergt een onverklaarbare ongelijkheid in zich.

Schaeffer constateert terecht dat het geloof sinds de verlichting steeds meer achter de voordeur is teruggedrongen. Dat is er een gevolg van dat de meerderheid van de Nederlanders verklaart zich niet door een godsdienst te laten inspireren en het christendom haar dominante grip op de samenleving is kwijtgeraakt. Binnen het secularisme heeft het christendom nu dezelfde positie als andere geloven en levensovertuigingen. Ermee is het recht van de christenen niet verdwenen om zich te verenigen in kerken, maar alleen hun traditionele voorrecht waar Schaeffer nostalgisch naar terug lijkt te verlangen. De episode van de kerkdiensten tijdens de pandemie verduidelijkt dat zelfs dit voorrecht van het christelijke geloof niet definitief is verdwenen. Dat is het naijl-effect van christenen die zich in de politiek hebben verschanst en met een beroep op de voortreffelijkheid en bijzonderheid van hun geloof dat aloude voorrecht als natuurlijk opeisen.

Cancel culture in kunst. CBS: ‘Cancelled culture: Reconsidering the art of controversial artists’

Een voorspelbaar item van een groot Amerikaans network over cancel culture. Verdient het werk van kunstenaars het om te worden geannuleerd vanwege hun gedrag, positie of politieke overtuiging? Het schema is duidelijk: een voorstander (Aruna D’Souza) en tegenstander (Richard Peña) en iemand (Loretta Ross) met een tussenpositie die het laatste woord mag hebben.

De opstelling van Aruna D’Souza vermengt verschillende aspecten. Ze zegt dat bepaalde kunstenaars in musea en media veel aandacht krijgen en zelfs door die aandacht legitimiteit. Daar heeft ze gelijk in, maar dat is iets van alle tijden en heeft meer met de kunstmarkt, carrièreplanning van kunstenaars en de achterstelling van minderheidsgroepen en niet-westerse kunst te maken, dan dat het specifiek is voor cancel culture. Dus haar argumenten slaan dood. Het omgekeerde is trouwens ook waar, namelijk dat demonstranten tegen de status quo in de kunst carrière proberen te maken door zich te beroepen op cancel culture en vermeende uitsluiting van henzelf.

De associatie met Woody Allen die door de rechter nooit veroordeeld is voor kindermisbruik, maar door de media wel (ook hier weer) tekent de dubbelzinnigheid van de media die in dit debat altijd meer deelnemer dan scheidsrechter waren en daarom nu zelf legitimiteit missen. Ofwel, is een controversiële kunstenaar pas controversieel als de media dat bepalen en verslag van doen?

De benadering van CBS is voorzichtig, maar begrijpelijk omdat het gericht is op een breed publiek dat nog van weinig weet. Dit is op eieren lopen voor een redactie omdat het onderwerp zo gevoelig ligt. Verhelderend is de relativerende Loretta Ross die concludeert dat kunst en kunstenaar niet van elkaar gescheiden moeten worden, maar in een context moet worden gezet. Dus geen verbod of uitsluiting van kunstenaars. Zij zegt niet naar Griffith’s ‘The Birth of a Nation‘ of ‘Gone With the Wind’ gekeken te hebben. Daardoor kan ze zich er ook niet aan ergeren of druk over maken. Dat is een volwassen opstelling.

Komt er in de gevestigde media langzaam een tegenbeweging op gang tegen de cancel culture? Dat valt niet te verwachten, ofschoon de accentuering ervan kan verschuiven en de scherpe kantjes eraf gevijld kunnen worden. Was het in het verleden dichter Ezra Pound die ervan beschuldigd werd een verkeerde fascistische politieke overtuiging te hebben, daarna Woody Allen die botste met het puriteinse Amerikaanse klimaat en werd recent huidskleur de waterscheiding voor polemiek en vergelding (alle drie de geïnterviewden hebben een niet-witte achtergrond), straks zal vermoedelijk weer een ander criterium dat past bij de toekomstige tijdgeest als reden aangevoerd worden om kunstenaars te annuleren. Tot in het oneindige.

Parijse Commune. Gedachten bij de foto ‘Jeune homme assis sur les ruines d’un immeuble’ (1871)

Deze afbeelding toont verwoesting en eenzaamheid. Een jongen zit tussen de puinhopen van een gebouw. Het kan Stalingrad, 1942, Berlijn, 1945 of Aleppo, 2016 zijn. Maar het is Parijs, 1871.

Hoewel de datering van het museum die de collectie beheert die datum in twijfel trekt als het zegt dat het na 1871 is. Waarom is onduidelijk. Wellicht wordt bedoeld dat het na mei 1871 was toen de opstand van de Parijse Commune werd neergeslagen. Een teken dat het later is zijn de steigers op de achtergrond van de wederopbouw. Maar hoeveel later?

Het is een foto van Auguste Bruno Braquehais (1823 -1875) van wie het Parijse historische Musée Carnavalet foto’s uit 1871 in de collectie heeft. De letterlijke vertaling van de titel is ‘jonge man zittend op de ruïnes van een gebouw’, maar in het Nederlands zit men eerder tussen de puinhopen. Dat verschil in vertaling geeft een nuance in de kijk op de eigen rol in de wereld: op of tussen de ravage.

Het was in 1871 een verwarrende politieke situatie. In dat jaar werd delen in het noorden en oosten van Frankrijk nog door de Pruisen bezet gehouden. Frankrijk had de oorlog verloren. Dat deden de bezetters mede om hun eis voor een miljardenbetaling door Frankrijk kracht bij te zetten. Maar de bezetters lieten degenen die ze overheersten de ruimte om anderen te omsingelen.

Uiteindelijk speelden de Duitsers en Franse regering die tijdelijk in Versailles zetelde onder een hoedje tegen de opstandelingen. Krijgsgevangen Franse militairen werden door de Duitsers vrijgelaten om tegen de communards (ook Federalisten of Nationale Garde) te vechten. Dat doet denken aan het vrijgeleide die de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog aan Lenin gaven om de Russische revolutie op poten te zetten.

Maar hier was waarschijnlijk het omgekeerde het geval. Het Duitse keizerrijk en de Derde Franse Republiek vreesden voor revolutie. De communards verzetten zich tegen de bezetting van Parijs door de Duitsers. De Duitse politieke leiding zal beredeneerd hebben dat er beter zaken viel te doen over vergoeding en gebiedsafstand (Elzas en Lotharingen) met een verzwakt bewind dan met opstandelingen tegen dat bewind.

Met hulp van de bezettende Duitsers kon de Franse regering van Versailles in mei 1871 met een militaire overmacht Parijs innemen. De opstandelingen boden moedig tegenstand, maar hun bataljons hadden onvoldoende wapens en training. De vernietiging aan mensenlevens en materiële schade was groot. Communards zetten gebouwen in de fik om de opmars van de troepen van Versailles die in het oostelijke Belleville eindigde te vertragen. Maar dat mocht niet baten. Tijdens de gevechten die het karakter van een strafexpeditie kreeg werden vele gebouwen in puin geschoten.

Geeft de fotograaf commentaar met deze foto? Binnen de vrijheid die hij heeft. Is het meer dan een verslag van een gestreden strijd en in puin geschoten of afgebrande gebouwen? Het is mogelijk dat de jongen toevallig tussen de puinhopen zat toen de fotograaf langskwam, maar waarschijnlijk is dat het geënsceneerd is. Maar als het later in 1871 of zelfs na dat jaar is, waarom keert de fotograaf dan terug naar de uitwerking van een traumatische opstand? Pas in 1880 kwam er met amnestie min of meer een afsluiting van deze bloedige episode die tienduizenden communards het leven kostte.

Gouverneur Kemp tekent wet in Georgia. Republikeinse partij slaat doodlopende weg in van kiezersonderdrukking en racisme

De Republikeinse gouverneur Brian Kemp van de staat Georgia tekende gisteren een wet die twee componenten heeft. Het beperkt vooral Democratische en jongere kiezers om te stemmen en het geeft Republikeinse bestuurders de mogelijkheid om voor hen ongewenste resultaten te overrulen. De wet die kiezers onderdrukt en de Amerikaanse democratie inperkt maakt mogelijk wat de vorige president Trump probeerde, namelijk het stelen van verkiezingen. Maar dat lukte hem uiteindelijk niet. Als deze wet van kracht was geweest, dan was het Trump in Georgia echter wel gelukt.

Gouverneur Kemp kon in 2018 trouwens uitsluitend nipt winnen van de Democratische kandidate Stacey Abrams omdat hij in 2017 560.000 kiezers had uitgesloten om deel te nemen aan de verkiezingen. Dat wordt alom als ongrondwettelijk gezien, maar Kemp kwam er mee weg.

De logica van de Republikeinen is dat ze weten dat ze op een eerlijke manier geen landelijke verkiezingen kunnen winnen. Dat geven ze zelfs publiekelijk toe. De demografische ontwikkelingen wijzen namelijk de andere kant op. Democratische en Onafhankelijke keizers zijn ruim in de meerderheid. Samen met manipulaties als gerrymandering, het hertekenen van de grenzen van kiesdistricten, het oneerlijke Electoral College dat het platteland overwaardeert en Democratische territoria als DC en Puerto Rico geen plek in de Senaat geeft dient de onderdrukking van de Democratische kiezer en de mogelijkheid om op bestuurlijk niveau verkiezingsresultaten te overrulen enkel en alleen om aan de macht vast te houden die de Republikeinen welbeschouwd niet toekomt.

Daarbovenop komt de Big Lie van Trump en zijn medestanders dat de Democraten de verkiezingen gestolen zouden hebben. Maar het omgekeerde is waar. Het zijn juist de Republikeinen die de laatste verkiezingen probeerden te stelen. Dat dat mislukte was een dubbeltje op zijn kant. Veel is nog onduidelijk. Er lopen nog talloze onderzoeken naar wat er gebeurd is tussen november 2020 en 20 januari 2021 toen Biden werd geïnaugureerd. De bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 was militair georganiseerd en de extreem-rechtse milities stonden in direct contact met medestanders van Trump, zoals Roger Stone.

Wat in Georgia gebeurt staat niet op zichzelf. In allerlei staten waar de Republikeinen het bestuurlijk voor het zeggen hebben ontspruiten nu dit soort initiatieven van kiezersonderdrukking. Dat is geen toeval en past in een patroon. De vroegere president Trump heeft nog steeds veel macht in de Republikeinse partij, zet lokale bestuurders onder druk en meet zijn steun die hij geeft af aan hun loyaliteit voor hem. Daar passen dit soort initiatieven bij. De Trumpiaanse Republikeinen hebben blijkbaar de hoop opgegeven dat ze op eigen kracht met een programma op een eerlijke manier voldoende kiezers kunnen trekken om landelijke verkiezingen te winnen. In 2020 kreeg Joe Biden meer dan 7 miljoen meer stemmen dan Donald Trump.

Men kan binnen de logica van deze Trumpiaanse Republikeinen zich alleen maar afvragen wat ze hiermee denken te kunnen bereiken. Doen ze dit uitsluitend uit angst voor Trump zonder dat ze geloven dat dit gaat werken? De publieke opinie keert zich tegen dit soort vormen van kiezersonderdrukking. Alom wordt opgemerkt dat dit ingaat tegen het idee van de Amerikaanse democratie. Het is opvallend dat de vormgeving van de wet in Georgia tegen de Republikeinen inwerkt. Veel aandacht is er voor het verbod om iemand die in de rij staat om te stemmen water te geven. Dat kan erin gezet zijn als afleiding om de meer structurele maatregelen van manipulatie op bestuurlijk niveau te verhullen, maar schaadt de Republikeinen tegelijk enorm in de beeldvorming.

Er zijn vier effecten die negatief uit kunnen pakken voor Trump en zijn kornuiten. De positie van de twee conservatieve Democratische senatoren Joe Manchin en Kyrsten Sinema die zich verzetten tegen het afschaffen van de filibuster waarmee Republikeinen wetgeving kunnen blokkeren verzwakt hiermee. Want ze kunnen de kiezersonderdrukking die de Republikeinen in allerlei staten willen uitbreiden binnen hun eigen caucus niet verdedigen. Daarmee neemt de kans toe dat de filibuster hervormd of zelfs volledig afgeschaft wordt. Dat geeft de Democraten in de Senaat de mogelijkheid om wetgeving op landelijk niveau in te voeren. Op 3 maart 2021 werd in het Huis als de ‘For the People Act of 2021’ aangenomen. Die wacht nu op behandeling in de Senaat. President Biden heeft aangegeven dat hij prioriteit geeft aan deze voting rights wetten. Er is ook nog de John Lewis Voting Rights Advancement Act die beoogt om wetsteksten die resulteren in de discriminatie van kiezers uit deze wetten te halen.

Een tweede effect van de publieke pogingen van kiezersonderdrukking en racisme van de Republikeinen is dat het de kiezers die het betreft alleen maar meer gemotiveerd worden om te gaan stemmen. De bestuurlijke manipulatie die in deze wetten zit wordt daar echter niet mee tegengegaan. In de VS hebben staten betrekkelijk veel bestuurlijk-juridische autonomie.

Het derde effect is dat er een beweging van onderop per staat op gang komt die het bedrijfsleven onder druk zet en oproept om afstand te nemen van Trump en dit soort wetten om kiezers te onderdrukken. Een gevolg kan zijn dat ze publiekelijk afstand nemen van Trump en zijn medestanders en de geldkraan dichtdraaien om deze Republikeinen nog langer te steunen.

Het vierde effect kan zijn dat het Republikeinen die hiertegen zijn een steun in de rug geeft om uit de Republikeinse partij te stappen en een derde partij op te richten. Want deze brede beweging van kiezersonderdrukking door Republikeinen op staatsniveau maakt duidelijk dat er voor gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen voor de komende jaren geen toekomst binnen de Republikeinse partij is. Ze kunnen zichzelf nu niet meer voorhouden dat het tijdperk Trump voorbij is en hun partij snel gerepareerd kan worden.

De wet die gouverneur Kemp in Georgia ondertekende is de aangekondigde dood van de Republikeinse partij. Deze tactiek van de verschroeide aarde is defensief en kan tijdelijk werken, maar is op termijn onhoudbaar. Het zet door zelfbeschadiging de Republikeinen publiekelijk in de hoek van de anti-democraten die zonder compassie en respect voor de Amerikaanse grondwet uiteindelijk duidelijk maakt dat ze geen geloof in eigen kracht hebben. Daarnaast roept het tegenkrachten op bij de meerderheid van de bevolking en de Democraten die met president Biden die met zijn kennis van en netwerk in de Senaat als geen ander kent weet hoe hij dit in zijn voordeel kan ombuigen.

Op de bres voor ex-moslims. Islamofobie kan tot hervorming van islam leiden en emancipatie en bevrijding van moslims

Schermafbeelding van deel artikelHelpen sommige vormen van islamofobie ons juist vooruit?’ op Bladna.nl, 19 maart 2021.

Een harde conclusie in een artikel over islamfobie in Nederland in Bladna.nl, een nieuwswebsite voor Marokkanen in Nederland en België die nauw verbonden is aan de Marokkaanse nieuwsorganisatie Bladi.net die internationaal georiënteerd is. Aanleiding is de situatie van de Turks-Nederlandse ex-moslim Lale Gül die bedreigingen kreeg uit islamitische hoek vanwege uitspraken in haar boek.

Moslims zitten in Nederland gevangen tussen een rechts dat liever de islam en moslims basht en ex-moslims ook niet helpt, en een links dat deze ex-moslims ook niet helpt omdat zij wil opkomen voor de islam en voor moslims en daardoor de problematiek van ex-moslims moet negeren. Misschien kan het luisteren naar stemmen als die van Lale Gül ons er juist aan herinneren dat er nog een hele wereld te winnen is.

Wellicht is het makkelijk voor een Marokkaans-Nederlandse site om vrijuit over een Turks-Nederlandse kwestie te spreken. De term islamofobie wordt genuanceerder en positiever opgevat dan doorgaans in de publieke opinie gebeurt. Bladna citeert Lale Gül: “Ik beschouw mezelf als islamofoob, in die zin dat ik angstig ben voor de uitdijende invloed van de islam hier“. Het voegt daar aan toe: ‘Dit is een gevolg van allerlei zaken om haar heen, zoals de onderdrukking in islamitische landen en de mislukte pogingen om de islam te moderniseren.’

Het is de oude klacht dat links wegkijkt voor de problemen van ex-moslims. Links neemt het op voor de vaak conservatieve islam en laat de doorgaans linkse en vrijzinnige ex-moslims in de steek. Beredeneerd vanuit links valt dat niet te begrijpen. In Nederland ageren alleen enkele niches binnen links hiertegen. Ze nemen het als enigen structureel op voor ex-moslims of ‘culturele moslims’ die mentaal allang hun religie de rug hebben toegekeerd, maar daar uit angst voor de islamitische gemeenschap niet publiekelijk voor uit durven komen. Deze niches bestaan onder meer uit ex-PvdA’er Eddy Terstall en het ‘seculiere’ Vrij Links dat de oude universele waarden waarop de sociaal-democratie was gebaseerd in ere wil herstellen en feministes die voornamelijk voor de vrijheid van vrouwelijke ex-moslims opkomen die het dubbel zo moeilijk hebben.

Ehsan Jami met T-shirt, 200

Een gevolg van dat stigmatiseren door rechts en wegkijken van links is dat er geen inhoudelijk debat is over de islam, de ex-moslims en de vrije keuze om uit de islam te treden. Een gevolg daar weer van is dat er in Nederland geen goed beeld bestaat van de islamitische gemeenschap en het aantal moslims. Ook de media doen niet hun best om dit beeld te nuanceren. Met als gevolg dat het radicaal-rechts in de kaart speelt en de ex-moslims en progressieve moslims in de steek laat. Volgens het CBS verklaarde in 2019 zo’n 5% van de bevolking islamitisch te zijn. Dat zijn omgerekend 875.000 mensen (boven de 15 jaar).

Dit getal ligt waarschijnlijk veel lager. Schattingen van het aantal belijdende moslims komen lager uit, op zo’n 350.000 mensen. Dat zou inhouden dat in Nederland niet 5%, maar 2% van de bevolking islamitisch is. De ‘vernederlandsing’ of afvalligheid of secularisatie bij de tweede generatie van mensen uit een islamitische cultuur wordt geschat op 15%, maar is waarschijnlijk hoger. Maar in de beeldvorming dringt het niet door.

Een bizarre kongsi van radicaal-rechtse partijen (ooit de LPF, PVV, FvD), linkse partijen die vanuit slachtofferdenken jarenlang aanschurkten tegen de goed georganiseerde conservatieve islam (vooral PvdA), christelijke partijen die een parodie maken van het secularisme en de gevolgen van de ontkerkelijking proberen te neutraliseren, de werkgevers die rust en overzicht wilden en makkelijk te bereiken aanspreekpunten die onder druk konden worden gezet en de islamitische organisaties die zich hebben weten te institutionaliseren en verzuilen met bewuste medewerking van de gevestigde politiek is er de reden voor dat in Nederland het besef onvoldoende doorgebroken is dat dat niet alle moslims in Nederland hetzelfde zijn en zelfs niet eens altijd de islam aanhangen. De wereldvreemdheid over de islam is in Nederland groot.

Die lagere schatting zou vrijzinnige moslims én ex-moslims adem geven en ze niet op een hoop vegen met de orthodoxe en radicale moslims die gaan voor herzuiling en apartheid, en alles bij het oude willen laten. De conservatieve en activistische moslims onderdrukken de vrijzinnigen in eigen kring. Dat is iets van alle religies, maar het verschil is dat zowel links als rechts Nederland de ex-moslims en de progressieve moslims buiten incidenten als Ehsan Jami of Lale Gül niet ziet staan en akelig in de steek laat. Nu al decennia lang.

Gedachten bij foto ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’ (1958)

Het was nog maar in 1958 dat verkiezingen werden gevierd op pleinen en voor gebouwen van kranten waar de uitslagen druppelsgewijs binnenkwamen. De beschrijving bij deze foto toont een Nederland dat we nog nauwelijks kennen. Het doet ouderwets aan, maar kondigt al het begin van de moderne tijd met nieuwe communicatiemiddelen aan: ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’.

De televisie is in 1958 nog nauwelijks doorgedrongen tot de huiskamers. Die opmars begint pas zo’n vijf jaar later als de welvaart over Nederland komt. Mede dankzij het gasveld van Slochteren. Ook toen al moest de verkiezingsavond ‘opgeluisterd’ worden. Zeggen we nu ‘oppimpen’? Welbeschouwd is zo’n avond een saaie bedoeling met veel dode momenten. Een enkel hard feit en vooral analyses, speculaties en projecties die toch nooit uitkomen zoals op deze verkiezingsavond wordt gezegd.

’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van het verkiezingsfeest, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard.

Maakt het veel uit wie er wint? Dat valt te bezien. Alles is best als partijen binnen de democratie blijven en geen alternatief rechtssysteem willen optuigen. Daarom ben ik van mening dat de SGP en FvD ontbonden moeten worden omdat ze niet binnen de democratie passen en er een destabiliserende invloed op uitoefenen. Maar verder maakt het weinig uit. Zolang partijen de democratie niet omver willen werpen en min of meer hetzelfde wereldbeeld schetsen is er voor elke partij (behalve FvD en SGP) wel iets te zeggen. Met chips en bier, en wellicht een boek erbij, is het kijken naar de verkiezingsavond en het spieden naar de harde cijfers draaglijk infotainment.

Foto: Peter van Zoest (ANP), ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’, 28 mei 1958. Collectie/ Archief: Fotocollectie Elsevier