Chinese propaganda probeert Bidens ‘Summit for Democracy’ onderuit te halen

Mijn hier in het Nederlands vertaalde reactie bij bovenstaande video van New China TV. Dat is een propagandazender van de Communistische Partij China. Het is een internationaal communicatieplatform in staatseigendom dat is aangesloten bij het Xinhua News Agency.

De virtuele Top van Democratieën (Summit for Democracy) is een initiatief van president Joe Biden en vindt plaats op 9 en 10 december 2021. Nederland is ook deelnemer. Er zijn drie doelstellingen geformuleerd: Verdedigen tegen autoritarisme; Corruptie aanpakken en bestrijden; Respect voor mensenrechten bevorderen’. Komende dagen zal volgens CNN de regering Biden een politieke boycot van de Olympische Winterspelen in Peking aankondigen. De animositeit tussen beide landen neemt toe:

Gezien de vele items die New China TV aan dit onderwerp besteedt blijkt het om een open Chinese zenuw te gaan. Door er uitgebreid aandacht aan te besteden blijkt hoeveel zorgen China zich maakt over de Democratische top. De paradox is dat de kritiek de top helpt groter te maken. Dit item bereikt het omgekeerde van wat het beoogt.

Tot nu toe werd de Chinese Volksrepubliek niets verhinderd in haar verhouding met zwakke landen in Zuid-Europa, Azie en Afrika die neerkwam op machtsuitoefening van sterkte tegenover een zwakke partner. Mensenrechten tellen niet voor China en aan arme landen worden dure infrastructurele projecten verkocht (autowegen, spoorwegen, havens) die vooral de ecconomische en politieke belangen van de Volksrepublike China dienen. Niet die van de landen in kwestie die fragiele democrateen zijn die door deze projecten verzwakt worden. Ook door de Chinese export van corruptie.

Onder initiatief van de laatste twee presidenten van de VS en met steun van de EU is dit langzaam veranderd. Deze landen en hun bevolkingen zijn tot het inzicht gekomen dat China meer goed dan kwaad doet en gestopt moet worden met haar ondermijning van genoemde fragiele democratieën. De Top voor Democratie is daar een antwoord op en een teken van die zorgen.

Uiteraard heeft globale politiek die gericht is op de publiciteit en verder gaat dan de diplomatie achter de schermen vaak een hoog gehalte aan ‘performance’. Dat geldt voor alle landen en alle eeuwen. Er moet een verhaal verteld worden om de deelnemers te motiveren en een sterk front te vormen. Zo’n verhaal is altijd een versimpeling van de realiteit. In het tijdperk van (sociale) media is dat een voorwaarde voor het bedrijven van politiek geworden.

Dat is op een congres van de Communistische Partij China niet anders dan op een Top voor Democratie.

We herinneren ons nu nog de toespraken van de Amerikaanse presidenten Kennedy (1963) en Reagan (1987) in toenmalig West-Berlijn die indruk maakten omdat ze ‘performance art’ combineerden met het innemen van een stevig politiek standpunt. Het is de uitdaging voor president Biden en zijn staf om deze combinatie van ‘performance’ en inhoud te herhalen om de expansie van de Volksrepubliek China ten koste van zwakke democratieën af te remmen en de onderlinge band tussen de democratieën te versterken.

Nacht, sigaretten en lichtreclames in Montréal, 1937

Conrad Poirier, La rue Sainte-Catherine Montréal, 1937.

Tram 41 stopt om passagiers uit te laden en op te pikken. Niet alleen uit het straatbeeld volgt dat het andere tijden zijn. Ook uit de reclames voor sigaretten. Sweet Corporal op zowel de tram als op de pui op de straathoek. De lichtreclame voor Buckingham domineert het beeld. De slogan van dit merk was ‘Throat Easy‘. Dat klinkt nu akelig tegenstrijdig. De fotograaf is Conrad Poirier.

Het is 1937, Montreal, Canada. De regen maakt het er fotogeniek op omdat het zorgt voor een spiegelend oppervlakte. Het beeld verdubbelt door regen en lichtreclames, en wordt gehalveerd door de nacht. De optelsom is vermengd en verward. Dit is voyant de parallelle biotoop van de film noir.

Frederik van Eeden, Hugh MacRae en Alvin Johnson. Gedachten bij twee foto’s van Nederlandse kolonisten in North Carolina (vanaf 1911)

Cape Fear Dairy [The Cape Fear Dairy owners and operators, left to right: Cornelius (1895-1981), Dirk, Jr. (1899-1980), Hendrick (1906-1985), Jacob (1910-1980), William (1896-1976), Jan (1908-1955), Dirk, Sr. (1873-1939) and Maarten (1901-1962) Swart]. Collectie: New Hanover County Public Library.

Op deze foto’s zien we Nederlandse emigranten die zich na 1911 vestigden in het zuidoosten van de Amerikaanse staat North Carolina. Initiatiefnemer was zakenman, bankier en grootgrondbezitter Hugh MacRae die dat deel van de staat ten noorden van Wilmington wilde ontginnen. Bemiddelaar en initiator voor de Nederlandse kolonisten was schrijver en idealist Frederik van Eeden die in Nederland in 1898 met weinig succes bij Bussum de kolonie Walden had opgezet. De kolonie ging door wanbeheer in 1907 failliet. De Amerikaanse kolonie Van Eden (ook: Van Eeden) was de herkansing.

Dat mislukte om dezelfde redenen als Walden zoals een artikel uit 1998 van Marianne Mooijweer in De Parelduiker concludeert: ‘Waarom ging het mis? Twee kolonisten met een financieel-economische opleiding, die beiden twee jaar in Van Eden woonden, weten de moeilijkheden aan gebrekkig management. Een doelmatig bestuur ter plaatse zou goede cursussen hebben geregeld en korte metten gemaakt met de te individualistische mentaliteit van de immigranten. Het zou snel hebben ingespeeld op misoogsten of afzetproblemen en een gevoel van saamhorigheid hebben geschapen. In zijn autobiografie trok Alvin Johnson dezelfde conclusie, die opmerkelijk goed aansluit bij wat Frederik van Eeden had aangewezen als de oorzaak van de mislukking van Walden en zijn Amerikaanse kolonie. Men kon het socialisme niet overlaten aan de werkers zelf. Coöperatie en zeggenschap waren prachtige idealen, maar het kwam aan op krachtige leiding en efficiënt zakendoen. Zonder winst geen Nieuwe Wereld’.

A family at Van Eeden [Photograph of a family standing in front of one of the homes constructed for colonists at the Van Eeden farm colony]. Collectie: New Hanover County Public Library.

De Cape Fear melkveehouderij van de familie Swart, genoemd naar de gelijknamige rivier, was niet gelegen in Pender County waar de Eden kolonie was gevestigd, maar iets ten zuiden daarvan in Castle Hayne, New Hanover County. Het bedrijf was tamelijk succesvol. In 1946 ging het over op een andere Nederlandse specialiteit: bloembollen.

Het artikel van Marianne Mooijweer verklaart het verschil tussen de ervaren boeren en de gezinnen die zich in de kolonie vestigden: ‘Bijna twintig gezinnen vestigden zich in het dorp. Het zat ze niet mee. MacRae ondersteunde hen financieel en praktisch, maar kon een fiasco niet voorkomen. Hij verwonderde zich over hun mentaliteit, schreef hij Van Eeden. Hij vond de pioniers nogal egoïstisch en eigenzinnig. Er waren steeds conflicten, er werd kwaadgesproken en als iemand een succesje boekte, was de rest jaloers in plaats van zijn methode ook te proberen. Ze weigerden deskundig advies op te volgen, terwijl ze nooit in het boerenbedrijf hadden gewerkt (de paar ervaren boeren die in Van Eden kwamen kijken, besloten zich elders te vestigen).

Valt het de kolonisten kwalijk te nemen dat ze mislukten? Eigenlijk niet. Akkerbouw was niet te doen. De voorwaarden waren slecht. De omschrijving bij de onderste foto zegt (vertaald): ‘Het land werd geplaagd door drainageproblemen, waardoor de kolonisten andere manieren moesten vinden om in hun onderhoud te voorzien. Ze richtten hun aandacht op de melkveehouderij op het land, maar ook dat mislukte. Uiteindelijk verlieten kolonisten in Van Eeden het land voor stedelijke banen‘.

Het naschrift bij de twee mislukte landbouwkolonies van Van Eeden geeft Mooijweer. In 1938 werd het terrein van de voormalige Van Eden kolonie van MacRae opgekocht door de maatschappelijk geëngageerde econoom Alvin S. Johnson die er in 1939 de Alvin Corporation oprichtte. Het diende om Joodse vluchtelingen op te vangen: ‘Op een enkeling na waren het mensen met een stedelijke achtergrond, soms hoogopgeleid en in Duitsland of Oostenrijk onder meer werkzaam geweest in het onderwijs en de groothandel. Er waren ook accountants bij, en een architect. Dikwijls hadden de mannen in een concentratiekamp gezeten en wisten zij na hun vrijlating met behulp van een al eerder geëmigreerd familielid een visum voor Amerika te krijgen‘.

(..) ‘De secretaresse van Johnson, die in 1941 een paar weken in Van Eden woonde, omschreef dit als het gevoel een vis op het droge te zijn: onmachtig en uit zijn element. Dankbaarheid dat hun leven was gespaard en frustratie wegens de omstandigheden op Van Eden streden om de voorrang. De huisjes waren niet zo comfortabel. Malaria dreigde. Soms vraten de koeien van de buren de oogst op. Het gedwongen samendoen met landbouwwerktuigen wekte irritatie. Degenen met auto’s ergerden zich eraan dat zij steeds voor de benzine-kosten opdraaiden als er weer eens iemand mee moest naar de stad. Het advies dat ze kregen, leek hun niet deskundig genoeg. De afwatering liet te wensen over. Het bleek moeilijk goede prijzen voor hun producten te krijgen. Ze trokken het zich aan dat de Amerikaanse boeren uit de omgeving hen uitlachten om hun onwetendheid. Sommigen maakten zich ook zorgen dat het opnieuw op het conto van ‘de joden’ geschreven zou worden als alles mislukte. Er werd geroddeld over medekolonisten, als iemand iets bijzonders kreeg, gaf dat scheve ogen. Het was hard werken met een onzekere toekomst, al boekten de kolonisten die een melkveehouderij waren begonnen redelijk goede resultaten‘.

Dit is een verhaal over goede bedoelingen. Het laatste woord is een kwinkslag uit La Peste van Albert Camus (vertaald): ‘Het kwaad in de wereld komt voort uit onwetendheid, en goede bedoelingen kunnen net zoveel kwaad doen als kwaadaardigheid, als ze niet gepaard gaan met kennis’.

Gedachte bij twee lantaarnplaten van de Keystone View Company (1898-1905)

Windward and Eric-Peary Expedition, 1901-Greenland. 1898-1901. Collectie: Keystone View Company Lantern Slides, 1892-1912. College of Charleston Libraries

Dit zijn twee lantaarnplaten van de Keystone View Company uit Pennsylvania die in de collectie van de LCDL (Lowcountry Digital Library) in South Carolina terecht zijn gekomen. De platen waren bedoeld voor educationele doeleinden en werden in de klas vertoond. De in deze collectie opgenomen 218 platen dateren van 1892 tot 1912 en moesten de toenmalige kinderen een beeld van de wereld geven.

De plaat van de expeditie van Robert Peary kan natuurlijk niet uit 1892 dateren als de expeditie daarna in 1901 plaatsvindt. Een beschrijving van de Amerikaanse Naval History and Heritage Command dateert de opname op 1898-1901. The J. Paul Getty Museum dateert de opname op 1901. Twee bemanningsleden staan mooi afgetekend tegen een witte achtergrond van ijsschotsen met hun schepen in de verte. De wereld werd ontdekt. Dat moest niet ongenoemd blijven.

Shucking Oysters, Oyster House, Baltimore, Md., 1905. Collectie: Keystone View Company Lantern Slides, 1892-1912. College of Charleston Libraries

Library of Congress dateert deze plaat op 1905. Meisjes en vrouwen die oesters aan het schoonmaken zijn in een loods in Baltimore staan strak in het gelid. Iets compleet anders dan een expeditie van stoere mannen die elementen trotseren en een beeld van vrijheid en avontuur oproepen.

Deze vrouwen trotseren direct toezicht. Oesterschelpen liggen op de vloer. In de achtergrond staan blikken opgestapeld om de oesters in te blikken. Men kan alleen maar raden wat Amerikaanse schoolkinderen van iets na de vorige eeuwwisseling verteld werd bij deze lantaarnplaat. Iets over arbeidsomstandigheden, werkgelegenheid en vrouwenrechten? Dat is nou wat beeldvorming is.

Gedachte bij een menu van artsenorganisatie NMG (1901)

SEE ABOVE [held by] NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPU TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST [at] NETHERLANDS (?) (FOR;), 1901. Collectie: The Buttolph collection of menus.

Op het eerste gezicht begrijp ik niks van bovenstaande afbeelding, op het tweede gezicht iets meer maar uiteindelijk toch weinig. En als ik het wel begrijp, dan schrik ik over hoe de maatschappelijke verhoudingen in 1901 waren.

De prent is opgenomen in een verzameling van menu’s, de Buttolph collection of menus. Het gaat om een menu van een banket op 2 juli 1901 in Den Haag van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst die in 1849 werd opgericht en sinds 1949 het predikaat Koninklijk (KNMG) mag voeren.

SEE ABOVE [held by] NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPU TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST [at] NETHERLANDS (?) (FOR;), 1901. Collectie: The Buttolph collection of menus.

Het menu is standaard voor die tijd: twee soepen, te weten heldere bouillon met mergballetjes en gebonden ossenstaartsoep die worden voorafgegaan door een gevarieerd voorgerecht. Daarna een timbaaltje met ganzenlever en champignons, zalm, een afwisseling van wit en rood vlees, kreeft en dessert. Dit waren de jaren dat de Franse meesterkok Auguste Escoffier grote invloed had, nieuwe gerechten uitvond en de kook- en eetkunst rationaliseerde.

In de toelichting staat: ‘PRICED WINE LIST; ILLUSTRATION OF ROBED GREEK GODS TOASTING MAN FISHING IN CANAL AND BANQUET; MUSICAL PROGRAM‘. Het is onduidelijk waar de geprijsde wijnlijst en het muzikale programma zijn. Ze zijn niet gedigitaliseerd en online niet terug te vinden.

Wat verbaast is het contrast in de illustratie met de twee geklede Griekse goden die toasten met het gezelschap van mannelijke artsen dat in de achtergrond aan lange tafels heeft plaatsgenomen met de vissende man op de voorgrond. Hij is op zijn beurt weer het symbool van de Nederlander voor wie de artsen zorgen. De illustratie is een estafette van dienstbaarheid en begunstiging. Gaat het om Asklepios (god van geneeskunde en genezing) met zijn dochter Hygieia (godin van de gezondheid) die de artsen zegenen?

Het lijkt op een verhaal van Charles Dickens waar achter de ruiten een welvarend gezin aan een rijk gedekte tafel zit en buiten op straat hongerige kinderen het water in de mond loopt. Nu wordt de visser tamelijk neutraal afgebeeld, maar toch wordt er een tegenstelling gesuggereerd tussen binnen en buiten, tussen hem en de toastende en etende artsen binnen. Het heil van de goden richt zich op de artsen. Logisch omdat het ‘hun’ goden zijn. Het verschil laat tevens een uitspraak over de maatschappelijke verhoudingen van 1901 zien. Om het met een woord te omschrijven dat erbij past: hovaardig. Het zal toen door de artsen ongetwijfeld niet zo ervaren zijn. Is dat schrikken?

Gedachte bij foto ‘[Miscellaneous Sites in the Netherlands]: an unidentified location, probably in Amsterdam’, 1906

Thomas Warren Sears, [Miscellaneous Sites in the Netherlands]: an unidentified location, probably in Amsterdam, 1906. Collectie: Smithsonian Institution, Archives of American Gardens, Thomas Warren Sears photograph collection.

Er zijn drie foto’s van Thomas Warren Sears opgenomen in de collectie van het Smithsonian Institution met als zoeklocatie Nederland. Een ervan wordt duidelijk gelokaliseerd in Amsterdam en de andere twee die op dezelfde plek zijn genomen vermoedelijk ook. Bovenstaande afbeelding is er een van.

Op de achtergrond is een toren te zien. Die van de Zuiderkerk? Het water is tamelijk breed en gaat de breedte van een gracht als de Groenburgwal te buiten. Maar een rivier is het niet. Iets ertussenin. Halflandelijkheid. Ach, het doet er niet toe waar het is. Of waar het was. Want het is september 1906. Voor eeuwig. De werkelijkheid is opgeborgen.

De verstilling van het beeld roept het woord ‘versterven’ op. De stad is bedaard en houdt zich stil. Of dat voor even is terwijl de fotograaf zijn werk doet zou kunnen. We weten het niet. Zoals we nooit weten dat wat we niet zien iets doet wat zich aan onze waarneming onttrekt.

De overgang van de onder- naar de bovenwereld, spiegel van de ziel, nevel als de naderende dood en al dat soort wijsneuzige voetnoten van de uitlegkunde die vooral doorverwijzen zonder te landen, zonder te ontschepen, helpen niet verder bij het duiden van deze afbeelding. Dat is ook niet nodig. Waarom zouden we iets identificeren dat zich er juist door kenmerkt dat het zich daaraan onttrekt?

Gedachten bij twee foto’s van Clarence W. Sorensen: Rotterdam (1934) en Amsterdam (1969)

Dit is een foto uit de omvangrijke Clarence W. Sorensen Collection (1836 negatieven) die de persoon naar wie deze collectie is genoemd heeft geschonken aan de University of Wisconsin-Milwaukee Libraries. Geograaf en journalist Clarence Woodrow Sorensen (1907-1982) bereisde tussen 1934 en 1969 vele landen. Ook in Europa. Van Ierland en Denemarken tot Oekraïne en Griekenland.

Sorensen werkte op zijn reizen die hem naar alle continenten brachten samen met de professionele fotograaf Eugene V. Harris, aldus een bericht van de American Geographical Society Library. In vele landen is belangstelling voor de foto’s die ze daar maakten. Het lijkt erop dat dat niet voor Nederland geldt. Sorensen heeft als geoloog enkele boeken uitgegeven of daar een bijdrage aan geleverd.

De collectie bevat 44 gedigitaliseerde foto’s die in Nederland zijn genomen. De bovenste toont een glazenwasser van het bedrijf B. Putten dat gevestigd is in de Acaciastraat 9 te Schiebroek, Rotterdam. Dat staat op de zijkant van de kar. De man met pet loopt door het centrum van Rotterdam en kijkt fotograaf Sorensen die aan de straatkant staat recht in de ogen. Uit het straatbeeld valt op te maken dat het waarschijnlijk 1934 is. In elk geval de vooroorlogse periode. Sorensen vangt in dit beeld de crisis van de jaren 1930. Sappelen en zwoegen.

Een andere foto dateert van later datum, vermoedelijk 1969 of iets eerder in dat decennium. Uit de titel blijkt dat het op de Amsterdamse Rozengracht is. De vrouw kijkt vreemd uit haar ogen. Haar gezicht lijkt een masker waar al het leven uit is weggetrokken. Is ze moe na een dag werken of is er wat anders aan de hand? De witte plastic handschoenen maken het er onheilspellend op. Er lijkt zich een verhaal te ontrollen dat op zoek is naar een raadsel. De hond in het mandje achterop kijkt ook wat mat afwezig uit de ogen. De vrijheid en ongeremdheid van de jaren 1960 waarmee dit tijdperk wordt geassocieerd zijn ogenschijnlijk nog niet tot iedereen doorgedrongen.

De twee foto’s omvatten 35 jaar waarin veel is gebeurd. Een economische depressie, een oorlog, politionele acties in Nederlands-Indië, de wederopbouw, crisis op Paleis Soestdijk, de verzorgingsstaat, toenemende welvaart en de opstandige jaren 1960 waarin het gezag op de proef wordt gesteld. De mens beweegt zich door de sociale omgeving die het zelf heeft gemaakt. De fotograferende geograaf legt het vast. Als observator langs de kant.

Bestaansreden van Russische propaganda staat van vele kanten onder druk. Voorbeeld van een bericht op RT

I. Op het eerste gezicht weet je nooit of je moet lachen of huilen om de gekleurde informatie van de Russische propagandazender RT. Niet altijd is de informatie onjuist, maar is die zo eenzijdig dat het de kennis over een onderwerp niet vergroot, maar op zijn best mystificeert. Omdat het die slechts van een kant belicht. Dat valt op te vatten als omleiding en misleiding. RT mist de politieke ruimte om breed, open, onpartijdig en zonder vooringenomenheid te kunnen informeren.

Doorgaans bevatten nieuwsberichten van RT feitelijke onjuistheden die nodig zijn om die gekleurde informatie aannemelijk te maken. Daartoe moet een casus met kleine leugens wat bijgebogen worden. Dan gaat RT aantoonbaar de fout omdat het het zelfbeeld waar het zich op beroept zelf omver kegelt. Namelijk dat het een alternatief biedt voor westerse media en journalistiek op een hoger plan staat. Dat laatste klopt dan niet. Het is overigens niet aannemelijk dat de leiding van RT dat zelf gelooft. Het is politieke marketing voor uitwendig gebruik.

II. Sinds najaar 2013 toen de spanningen tussen de Russische Federatie en Oekraïne opliepen hebben de op een Europees publiek gerichte Russische propagandazenders breed ingezet op misleiding over Oekraïne. Alle moeite werd gestoken in het ondermijnen van de steun voor Kiev en het verdelen van een Europees publiek. Of dat is gelukt is de vraag.

Dat is slecht gelukt via de Russische propagandazenders als RT en Sputnik omdat die met hun Engels-, Duits-, Frans-, Arabisch- en Spaanstalige edities een klein bereik hebben. Het op de VS gerichte RT werd een mislukking omdat het niet wist door te dringen tot kabelnetten. Het al 16 jaar bestaande RT heeft zichzelf overleefd en valt te beschouwen als een mastodont met de pretentie van een algemene zender die naar de marge van de sociale media is verdrongen.

De paradox is dat de Russische propaganda die internationaal gericht is wel succesvol is geweest via sociale media, zoals Facebook en Twitter. De inschatting is dat Donald Trump zijn overwinning als president in 2016 grotendeels te danken heeft aan de Russische steun via sociale media. Ook mengden Russische sociale media zich afgelopen jaren in de verkiezingsstrijd in Frankrijk en Duitsland.

III. De paradox van de paradox is dat in de VS de Russische propaganda niet meer nodig is omdat de extreem- en radicaal-rechtse aan de Republikeinse partij gelieerde actoren in praktijk brengen wat het Kremlin vijf jaar geleden deed. Rechtse Amerikanen zijn zelfvoorzienend geworden wat propaganda en ondermijning van de Amerikaanse samenleving en politiek betreft. Het land koerst af op de afgrond en de vraag is of de krachten die dat willen verhinderen sterker zullen blijken te zijn dan de krachten die dat beogen.

Dat thematiseert wat nog de rol is voor Russische propagandazenders als RT en Sputnik en de Russische trollenfabrieken die continu via sociale media misleidende berichten versturen. Zonder de noodzaak voor grote campagnes hoeft het Kremlin alleen de druk op de ketel te houden om te zorgen dat westerse publieken zich blijven keren tegen hun eigen overheden.

De onderwerpen waarmee dat gebeurt vormen een archeologische laag van de recente actualiteit. De Krim vanaf voorjaar 2014 en de misleidingscampagne vanaf zomer 2014 over de Russische schuld aan het neerschieten van de MH17 is gevolgd door een campagne over westerse sancties vanwege de Russische inmenging in Oost-Oekraïne en de bezetting van de Krim vanaf augustus 2014, de Brexit, het Schotse referendum, Nord Stream II, de opeenvolgende migratiecrises van Turkije tot Wit-Rusland en het Verenigd Koninkrijk, de coronapandemie en allerlei onderwerpen die de EU of de VS kunnen verzwakken en in een kwaad daglicht stellen.

IV. De tragiek van propaganda is dat ze niet alleen afleidt van de waarheid en nieuwsconsumenten op het verkeerde been zet, maar een land dat die propaganda bedrijft in een parallelle werkelijkheid terecht laat komen. De grootste schade van propaganda ondervindt uiteindelijk het land dat die propaganda bedrijft omdat het in een spiegelpaleis van fantasieën verzeild raakt. Om daarin te kunnen volharden dient het zichzelf een vals zelfbeeld voor te spiegelen waar het na verloop van tijd wellicht niet diep in gaat geloven, maar zich toch naar gaat gedragen door mentaal binnen de contouren ervan te blijven. Dat zijn de lijnen van eenzijdigheid.

De Russische propaganda heeft de natievorming van Oekraïne vertraagd, maar ook versneld. Dat is een andere paradox. Net zoals de machthebbers in het Kremlin een buitenlandse vijand construeren (‘omsingelingscomplex‘) om de steun van de bevolking te winnen en af te leiden van binnenlandse problemen, zo werkt de propaganda ook in het land dat het doelwit ervan is. Mits het besef bestaat dat die buitenlandse propaganda op het eigen land gericht is en probeert schade aan te richten. Dat besef bestaat in Oekraïne.

Een meerderheid van de Oekraïeners is door de Russische propaganda en inmenging in hun land extra standvastig geworden. Mede omdat het ziet dat het in de Russische Federatie economisch slecht gaat en het land zich beweegt in de richting van een autoritaire staat waar rechten van burgers geschonden worden. De natievorming van Oekraïne gaat langzaam, maar gestaag door en door de Russische propaganda is het land eerder in de richting van de VS en Europa gedraaid, dan dat het zich er van afgekeerd heeft. Dan werkt propaganda op de lange termijn averechts.

V. Mijn reactie bij bovenstaande video (vertaald):

Het is niet ‘Europe’ zoals RT zegt, maar Duitsland dat de certificering van Nord Stream II tegenhoudt. Die vertraging heeft het Russische Gazprom volledig aan zichzelf te wijten. Het dacht te kunnen volstaan met Zwitserse jurisdictie en de procedure niet serieus te hoeven nemen, maar het Duitse Bundesnetzagentur oordeelde daar anders over.

In de EU kunnen zaken niet door corruptie en steekpenningen beslist worden zoals in de Russische Federatie. Dat verschil in cultuur heeft Gazprom verkeerd ingeschat omdat het dacht de eigen corruptie naar Duitsland te kunnen exporteren. Dat werkt bij personen als oud-kanselier Schröder en andere oud-politici die met Russisch geld gekocht worden, maar niet met een Duitse institutie.

Servie is geen lid van de EU of een bondgenoot van westerse landen, maar een satelliet van het Kremlin, zodat het volkomen irrelevant is wat de Servische president over sancties zegt. Het valt ook te bezien of het juist is wat hij zegt, namelijk dat sancties tegen het belang van ‘Rusland’ ingaan.

Voor de duidelijkheid, die sancties werden in 2014 ingesteld door de onwettige bezetting van de Krim door troepen van de Russische Federatie. Die Russische bezetting schaadt de internationale rechtsorde en is in strijd met internationale verdragen. Servie stemde in 2014 niet tegen de breed aangenomen VN-resolutie 68/262 die de bezetting door de Russische Federatie van de Krim veroordeelde en het zogenaamde referendum die dat moest legitimeren als ongeldig verklaarde. Servie was afwezig bij de stemming.

Het lijkt eerder zo te zijn dat de actie die tot de sancties leidde tegen het belang van het land en de Russische bevolking ingaat. Het land is door de onwettige bezetting van de Krim internationaal geïsoleerd geraakt door het onwettig handelen van president Poetin en zijn medestanders.

Internationale sancties gaan niet tegen het belang van de Russische bevolking in, maar tegen het leiderschap in het Kremlin dat het land beschouwt als haar privébedrijf waar het geld aan kan onttrekken alsof het land eigen bezit is. De Russische bevolking is daarvan het slachtoffer.

Gedachte bij foto [Street scene, city in The Netherlands]. Amsterdam, 1903

Johan Hagemeyer, [Street scene, city in The Netherlands.] [negative]. Collectie: UC Berkeley, Bancroft Library.

Op de foto kijken we vanaf de Dam in Amsterdam in de richting van het Centraal Station langs de Beurs van Berlage. De bouw daarvan werd in 1898 begonnen en in 1903 voltooid. Het gebouw op de voorgrond is de Beurs van Zocher die in 1845 werd voltooid. We zien dus niet de bouw, maar de sloop van de Beurs van Zocher in 1903. In 1912 werd op deze plek de bouw van warenhuis De Bijenkorf gestart. Het staat nog steeds op deze plek.

De foto wordt toegeschreven aan Johan Hagemeyer (1884-1962) van wie Wikipedia zegt dat hij ‘vooral wordt herinnerd als fotograaf en artistiek intellectueel uit het begin van de 20e eeuw’. Hier was deze Amsterdammer 19 jaar oud. Dat spoort niet met de volgende beschrijving: ‘Johan Hagemeyer’s earliest surviving photographs date from ca. 1910 and feature carefully composed images of subjects and scenes in his immediate environs: family, friends, horticulture, the Dutch countryside‘.

Heeft het te maken met het verschil tussen de Nederlandse en Amerikaanse carrière van Hagemeyer? Ofwel, voor een Amerikaanse collectie blijven Hagemeyers Nederlandse jaren onbekend en onder de radar. Hij emigreerde naar de VS waar in New York in 1916 de befaamde fotograaf Johan Stieglitz hem overtuigde van het belang van de artistieke fotografie. Hij vestigde zich in California, werd ook een belangrijke fotograaf, maar was toch op het eind van zijn leven vergeten en stierf in armoede.

Het is gissen wie de man met strooien hoed is die poseert. Broer Herman of Hendrik? We weten het niet. De sloop van de Beurs van Zocher lijkt de aanleiding voor de foto. The best is yet to come.

Beschrijving De noordzijde van de Dam gezien naar de ingang van het Damrak. Links het Monument ter herinnering aan den volksgeest van 1830-1831, bekroond door het beeld van De Eendracht (Naatje van de Dam) en rechts de Beurs van Zocher. Op de voorgrond paardentrams. Oorspronkelijke kabinetfoto door A.T. Rooswinkel, later uitgegeven door Gebrs. van Rijkom. Datering:1883 of 1884.

Ontmoet Luther Burbank koninginnen? (1919)

Luther Burbank with Juliana, future queen of the Netherlands, 1919. Collectie: Sonoma County Library Digital Collection en Luther Burbank Home & Gardens Collection.

Er is iets ontzettend verkeerd gegaan bij de beschrijving van deze foto’s in de collectie van de Sonoma County Library, iets ten noorden van San Francisco.

Centraal staat de befaamde botanist en pionier in de landbouwwetenschap Luther Burbank (1849-1926). Hij ontvangt hoge gasten in zijn tuinen in Santa Rosa. Nu een nationaal historisch monument. Zie hier voor alle beroemde vrienden en bezoekers, inclusief Dr. Hugo de Vries en George H. Shull. Burbank had belang bij die bezoeken.

De beschrijving van de bovenste foto luidt: ‘Luther Burbank with Juliana, future queen of the Netherlands, 1919‘. In 1919 was prinses Juliana 10 jaar. Op de foto is geen 10-jarig meisje te zien. Waarom zou ze Luther Burbank trouwens bezoeken?

Het wordt er nog absurder op bij de beschrijving van onderstaande foto: ‘Luther Burbank with the Queen of Belgium, 1919. De additionele titel luidt: Luther Burbank and Queen Wilhelmina of the Netherlands, Santa Rosa, Calif., 1919. Dat wringt. Burbank schudt de Belgische koningin Elisabeth de hand, niet de Nederlandse koningin Wilhelmina.

Aan de kleding van Burbank valt af te leiden dat beide foto’s niet bij dezelfde gelegenheid zijn genomen. Het gaat om aparte bezoeken. Een andere foto met de Belgische koning Albert geeft als datum 14 oktober 1919.

De bovenste foto roept de meeste raadsels op. Nederland was buiten de Eerste Wereldoorlog gebleven zodat een groepsfoto met veteranen van WOI in 1919 met een lid van het Nederlandse koninklijk huis die op goodwillreis naar VS is nergens op slaat. Hier lijkt een andere bondgenoot van de VS op bezoek. Uit België, Italië of de Balkan?

Luther Burbank with the Queen of Belgium, 14 oktober 1919. Extra titel: Luther Burbank and Queen Wilhelmina of the Netherlands, Santa Rosa, Calif., 1919. Collectie: Sonoma County Library Digital Collection en Luther Burbank Home & Gardens Collection.