Interviewster RD meent dat er in Nederland steeds minder ruimte voor de christelijke visie is. Waar baseert zij zich op?

Op de FB-pagina van het RD bij deze video plaatste ik onderstaande reactie. Ik werd op het spoor gezet door de vraag van de interviewster (na 1′ 47”) die zij als een conclusie poneert: ‘Er lijkt in Nederland wel steeds minder ruimte te zijn voor die christelijke visie. Is dat dan iets waar je tegenaan loopt?‘ De geïnterviewde Dico Baars weerspreekt dit krachtig.

Ik vraag me af hoe de geïnterviewde tot zo’n conclusie komt en waarom zij suggereert bedreigd te zijn in het praktiseren van haar christelijk geloof:

In de online-versie van het RD staat: ‘Hoe blijf je als christelijke politicus overeind in een seculiere samenleving?‘ Dat is een opmerkelijke vraag die een tegenstelling suggereert tussen de seculiere samenleving en een religieuze overtuiging. Deze tegenstelling bestaat niet op de wijze die hier gesuggereerd wordt.

Het kan duiden op twee aspecten. Dat de seculiere samenleving het geloof verdringt of dat gelovigen zich laten verdringen zonder dat er een extern opdringen is. In de samenleving bestaat deze tegenstelling niet. Iedereen is in Nederland vrij om de eigen levensovertuiging of godsdienst te kiezen en in eigen kring te praktiseren. Hoe christenen in hun hoofd reageren op de samenleving is een onnavolgbaar aspect dat per individu zal verschillen. Het is lastig om daar voor allen een patroon uit af te leiden.

De politieke filosofie van het secularisme biedt onder de nationale rechtsstaat godsdiensten bescherming. Het secularisme is niet zoals het RD meent een dreiging voor een religieuze overtuiging, maar juist de bescherming en in zekere zin de redding ervan.

De geïnterviewde begrijpt dat beter dan de interviewster. Zij stelt de normatieve vraag dat er in Nederland steeds minder ruimte lijkt te zijn voor de christelijke visie. Terecht weerspreekt Dico Baars dat. Hij corrigeert de interviewster. Waar zij haar observatie op baseert dat de christelijke visie in Nederland steeds minder ruimte krijgt is onduidelijk. Het wordt niet duidelijk hoe ze dat bedoelt en meent te kunnen beredeneren.

Wellicht verwart ze dat met demografische ontwikkelingen en ontkerkelijking. Uit de statistieken van het CBS blijkt dat steeds meer Nederlanders verklaren dat ze zich niet laten inspireren door het geloof. Dat is nu in Nederland de meerderheid van zo’n 57% (Stand 2019: 54,1%) die jaarlijks met zo’n 1 tot 2 % toeneemt.

Dat houdt in dat alle godsdiensten in Nederland minderheidsgodsdiensten zijn. Met de katholieke kerken tussen de 15 en 20% en de protestante kerken tussen de 10 en 15% aanhang van de totale Nederlandse bevolking. Dus ongeveer een derde van de bevolking verklaart een christelijke visie te hebben.

In een land met alleen minderheidsgodsdiensten, die zoals uit het interview blijkt ook nog eens intern verdeeld zijn, biedt de politieke filosofie van het secularisme gelovigen met een christelijke overtuiging de garantie dat zij alle ruimte hebben om ervan te getuigen.

Bij de interviewster is blijkbaar het besef niet doorgedrongen dat het secularisme de christelijke godsdienst niet bedreigt, maar beschermt. Het is de vraag of zij hiermee representatief is voor de redactie van het RD. Het is niet te hopen, maar zou niet verrassend zijn. Dat heeft te maken met een minderheidsstrategie van kleinere religieuze organisaties om gelovigen te motiveren en strijdbaar te maken. Terwijl daar feitelijk geen reden voor is.

Hoe dan ook zou het jammer zijn omdat het niet alleen onnodig, maar zelfs contra-productief is voor gelovigen om zich tegen het secularisme af te zetten. Ze zagen de tak af waar hun kerk op is gebouwd.

Advertentie

Sponsoring door Shell. Niet voor eerste keer tekent Londens Science Museum voor spreekverbod bij tentoonstelling over klimaatverandering

Schermafbeelding van deel artikelLondon Science Museum signed gagging order with Shell over climate change exhibition; Campaigners accuse museum of allowing Shell to ‘greenwash’ their image with exhibition on carbon capture‘ in Politico, 30 juli 2021.

Een bericht in Politico wijst op de relatie tussen het Londense Science Museum en Shell. Het zegt over de tentoonstelling ‘Our Future Planet‘ die gaat over klimaatverandering: ‘Het London Science Museum stemde ermee in Shell niet publiekelijk te bekritiseren als onderdeel van een sponsorovereenkomst voor een tentoonstelling over koolstofafvang’. Het museum lijkt zich door het tekenen van de sponsorovereenkomst bewust het zwijgen op te hebben laten leggen.

De sponsorovereenkomst tussen Shell en de Science Museum Group (SCMG) is door inspanning van de ngo Culture Unstained en met een beroep op de vrijheid van informatiewet openbaar geworden. Het contract is uitgebreid en omvat 32 pagina’s. In paragraaf 6.7 staat omschreven dat het museum ‘op geen enkel moment een verklaring af zal leggen of publiciteit zal geven of anderszins betrokken zal zijn bij gedragingen of zaken waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze de goodwill of reputatie in diskrediet brengen of schaden van de Sponsor’. Volgens critici is deze omschrijving zo ruim dat het Science Museum geen ruimte heeft om nog op enigerlei kritiek te uiten op het beleid van Shell. Het idee is dat een museum dit nooit zou moeten tekenen.

Schermafbeelding van paragraaf 6.7 uit de ‘SPONSORSHIP AGREEMENT
relating to the sponsorship of the Our Future Planet: can carbon capture help us fight climate change? Exhibition’ tussen Shell en het Londense Science Museum

Het is goed om te beseffen dat dit contract door de inspanning van Culture Unstained publiekelijk is geworden. Deze openbaarmaking is de uitzondering. Het roept de vraag op hoeveel van dit soort contracten tussen musea en bedrijven bestaan die niet openbaar worden en waarmee musea zich het zwijgen op laten leggen zonder dat het publiek het weet.

Dit kwestie is koren op de molen van klimaatactivisten die beweren dat bedrijven als Shell aan ‘greenwashing‘ doen. Ofwel, het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf daadwerkelijk is. Dat is marketing. De dubbelzinnigheid voor Shell is dat het wordt beschouwd als het meest groene van de wereldwijd opererende olie- en gasbedrijven, maar desondanks de wereld blijft vervuilen met fossiele brandstoffen en de omslag naar duurzaamheid te langzaam maakt.

De rechtszaak die in Nederland Milieudefensie aanspande tegen Shell en won duidt daarop. In mei 2021 verplichtte de rechter Shell om de CO2-uitstoot in 2030 terug te brengen met 45%. Shell maakte onlangs bekend daartegen in hoger beroep te gaan. Daarmee kiest het voor economisch nut en lijkt het de eigen intenties over duurzaamheid ter discussie te stellen. Of te relativeren.

In Nederland had het Brits-Nederlandse bedrijf Shell tot 2018 een sponsorrelatie met enkele musea. Maar onder maatschappelijk druk van onder meer de actiegroepen Fossil Free Culture NL en Fossielvrij NL beëindigde Shell in 2018 de sponsorrelatie met het Van Gogh Museum en het Mauritshuis. The Art Newspaper berichtte er toen over. Dat artikel meldde toen ook dat het British Museum en de National Portrait Gallery ondanks maatschappelijke kritiek hun sponsorrelatie met BP voortzetten.

De geschiedenis herhaalt zich en dat roept de vraag op hoe gevoelig de maatschappelijke antenne van zowel de olie- en gasbedrijven als het Science Museum staat afgesteld. Waarom stoten ze zich aan dezelfde steen? Politico vermeldt namelijk niet dat in 2015 exact hetzelfde is gebeurd en beide betrokkenen toen identieke kritiek als nu kregen. Ook toen probeerde Shell de inhoud van een tentoonstelling over klimaatverandering in het Science Museum te beïnvloeden. Hebben Shell en museum in zes jaar niks geleerd? Het was toen The Guardian dat in een bericht van mei 2015 eveneens met een beroep op de vrijheid van informatiewet een sponsorovereenkomst tussen Shell en het Science Museum publiekelijk maakte. En bekritiseerde.

In een commentaar van 1 juni 2015 citeerde ik een activist die naar mijn idee de kern van het probleem verwoordt. Net als toen is het antwoord lastig te geven. Het lijkt erop dat het Science Museum zich onderhand bewust kan zijn van het publicitaire risico dat het loopt in de sponsorrelatie met Shell, maar desondanks kiest voor de poen die deze schurende relatie moet verzachten:

Volgens activist Chris Garrad van ‘bp or not bp’ geeft de informatie die The Guardian heeft achterhaald aan dat ‘het Science Museum een belangrijk radartje in de propagandamachine van Shell is’. De vraag die oprijst is of musea ten volle beseffen hoe ze ten koste van de eigen geloofwaardigheid door bedrijven gebruikt worden. Of maken ze ondanks die kennis toch de afweging dat ze onder die voorwaarden met bedrijven als Shell in zee willen in de hoop dat ze paal en perk aan die invloed kunnen stellen?

Daniela Hooghiemstra én Johan Derksen menen dat Willem-Alexander vanwege zijn individualisme niet optimaal functioneert

Wat hebben Jelle van Baardewijk in gesprek met schrijver en columniste Daniela Hooghiemstra over haar boek: ‘Om de liefde, voor de troon‘ en het Team van Veronica Inside met elkaar te maken? Op het eerste gezicht weinig, maar bij nader inzien heel veel.

Hooghiemstra’s boek gaat over prinses Irene die trouwde met de Spaanse troonpretendent Carlos Hugo van Bourbon-Parma. Maar Carlos Hugo werd het niet, Juan Carlos wel.

Zowel Hooghiemstra als de mannen van Veronica Inside gaan niet mee in de bewieroking van de Nederlandse monarchie. Integendeel, ze zijn er kritisch op. Hooghiemstra vanuit het hoofd, Veronica Inside met Johan Derksen in de spits vanuit de onderbuik. Beide uitingen versterken elkaar.

Als Willem-Alexander niet enthousiast is over Nederland, dan kunnen burgers niet enthousiast over hem zijn. Dat inzicht sijpelt steeds meer door in de publieke opinie. Daar zijn deze twee uitingen de uitdrukking van.

Of men het nou eens is met deze critici is niet eens van belang. Het gaat erom dat in de publieke opinie de Nederlandse monarchie vanuit de macht beschermd wordt. De pers is wat het koningshuis betreft gelijkgeschakeld en heeft zich laten breidelen. Daarom zijn deze kritische geluiden verfrissend. Ze komen niet van hielenlikkers die zich onderwerpen.

Eerder dit jaar schreef ik in een commentaar: ‘Van de Nederlandse monarchie ben ik geen fan, maar de onderdanigheid van de hielenlikkers vind ik nog moeilijker te verteren. Als republikein of monarchist kun je om politieke redenen tegen of voor de monarchie zijn. Dat is een standpunt. Maar de hielenlikkers gaan verder en verliezen zichzelf in onderworpenheid. Dat past niet bij een volwassen democratie met mondige burgers.

Deze kritiek valt steeds meer in vruchtbare bodem Volgens een opiniepeiling van IPSOS in opdracht van Nieuwsuur van december 2020 is het vertrouwen in koning Willem-Alexander fors gedaald. De NOS zei in een bericht: ‘In april van dit jaar had nog 76 procent van alle Nederlanders tamelijk veel of veel vertrouwen in de koning, in december is dat nog maar 47 procent’. Een meerderheid die vertrouwen heeft in de koning is in 2020 veranderd in een minderheid.

Na 35’40” in het interview voor De Nieuwe Wereld gaat het over de rol van koning Willem-Alexander die Hooghiemstra vergelijkt met zijn moeder: ‘Willem-Alexander die had daar eigenlijk geen zin in. Het heeft echt wel even geduurd voordat hij zich kon verenigen daarmee en hij heeft toen wel een belangrijke opmerking gemaakt tegen Paul Witteman. Hij heeft toen gezegd als het Nederlandse volk niet accepteert met wie ik wil trouwen, dan word ik geen koning‘. Dit geeft aan dat de koning niet veel zin had in zijn functie en zijn eigen individualisme belangrijker vindt dan de functie van staatshoofd. Dat lijkt niet veranderd te zijn.

De volgende logische stap is dan om Willem-Alexander van zijn functie te bevrijden, de erfopvolging af te schaffen en van Nederland een republiek met een president als staatshoofd te maken. Dat heeft niet eens te maken met de vraag of een monarchie of republiek het best bij Nederland past. De vaderlandse geschiedenis wijst uit dat Nederland een verleden heeft met succesvolle republikeinse en monarchistische perioden en vertegenwoordigers. Republiek en monarchie passen beide bij de Nederlandse geschiedenis, volksaard en traditie.

Als men stelt dat Nederland recht heeft op een staatshoofd dat volledig gaat voor de functie en er zin in heeft om die functie te vervullen, dan is Willem-Alexander een mismatch. Als staatshoofd is hij niet de optimale combinatie.

Vanuit hoofd en gevoel wijzen Hooghiemstra en Johan Derksen op exact hetzelfde, namelijk dat koning Willem-Alexander zich vooral opstelt als individu die ook nog eens liefst in het buitenland vakantie viert en niet het optimale staatshoofd is dat Nederland nodig heeft. Nu neemt Nederland genoegen met een staatshoofd die het dienen van Nederland als tweede keus ziet en niet echt zin heeft in het vervullen van zijn functie. Het is geen wonder dat zo’n afstandelijke houding van de koning steeds meer kritiek oproept.

Gedachte bij foto ‘Berlin.- Straßenmusikanten mit Trommel, Schellenbaum, Drehorgel bzw. Leierkasten mit Aufschrift “A. Holl & Sohn. Berlin-Fredersdorf”‘ (1935)

Strassenmusikanten in Berlin, im April 1935. Bundesarchiv.

Clowns kunnen iets intriest hebben. Straatmuzikanten ook. Een nieuwbouwwijk in Berlijn in 1935. Kinderen zien het aan. Georg Pahl is de fotograaf. Hij was ook de eerste die in 1923 Adolf Hitler fotografeerde. Tegen diens zin in.

Het Bundesarchiv rangschikt deze foto in de rubriek Musik, Oper, Tanz. Maar evengoed zou het passen in de rubriek Armut, Soziale Benachteiligung als die zou bestaan.

De voorste muzikant lijkt op wat in Nederland een Koperen Ko werd genoemd. Niet met een punthoed en accordeon, maar met een Pruisische helm en trommel. De titel van de foto noemt een ‘Schellenbaum‘ ofwel een Schellenboom. Volgens het WNT een ‘muziekinstrument bestaande uit een draagboom met dwarshouten, waaraan schelletjes hangen.’ Het is lastig om uit te maken waar dat zichtbaar is. Bevindt het zich links van zijn lichaam?

De achterste muzikant blaast op een toeter en bespeelt een draaiorgel van de firmaA. Holl & Sohn‘ in Berlin-Fredersdorf. Het draaiorgel lijkt een mobiele versie van een exemplaar van rond 1920:

Draaiorgel (Leierkasten), circa 1920.

Wat het triest maakt is wat we niet zien. Het is hier 1935. maar vier jaar later is Hitler-Duitsland in oorlog. Tien jaar later wordt de straat waar de straatmuzikanten hun deuntjes laten horen overlopen door militairen van het Rode Leger die schietend hun weg zoeken. De kinderen uit 1935 zijn dan ook 10 jaar ouder. Wat is er met hen gebeurd? Hebben ze het overleefd? Dachten ze nog aan hun onbezorgde jeugd toen straatmuzikanten door hun buurt liepen?

Is het nostalgie om dat soort gedachten te hebben? Het zou zo maar kunnen. Bij nader inzien is deze foto een tijdsbeeld.

Hermitage gaat NFT’s van werken uit collectie vermarkten. Hoe gaat deze ontwikkeling de museumsector veranderen?

Schermafbeelding van deel artikel Van Gogh op de blockchain? Bitcoin (BTC) exchange Binance en Russisch museum gaan het doen!‘ op crypto-insiders.nl, 28 juli 2021.

Binance NFT geeft (vertaald) de volgende definitie van een NFT: ‘Een non-fungible token (NFT) is een cryptografisch token dat een uniek bezit vertegenwoordigt. Ze fungeren als verifieerbare bewijzen van authenticiteit en eigendom binnen een blockchain-netwerk. NFT’s zijn niet onderling uitwisselbaar en introduceren schaarste in de digitale wereld.’ Binance NFT is een marktplaats waar NFT’s worden verhandeld.

Een NFT is handel. En winst voor de aanbieders. Dat zijn niet alleen bedrijven die in unieke cryptografische tokens (zeg: identificatie- of authenticatiemiddel) handelen, maar ook voor musea die het beeldrecht van de afbeelding hebben dat in een NFT wordt omgezet. Dat opent mogelijkheden voor musea om te cashen op de eigen collectie, terwijl het originele kunstobject niet verkocht hoeft te worden. Dat is een win/win-situatie, zo lijkt het.

Crypto-insiders.nl brengt het nieuws dat Binance NFT samenwerking heeft gezocht met het Russische Hermitage Museum in Sint-Petersburg. Binance NFT kondigt in een verklaring van 26 juli 2021 aan dat het eind augustus op de eigen marktplaats NFT’s van het werk van Leonardo da Vinci, Giorgione, Vincent van Gogh, Vassily Kandinsky en Claude Monet uit de collectie van de Hermitage zal verkopen. Van elke twee exemplaren van hetzelfde werk gaat er een naar de koper en blijft de andere NFT in de collectie van het museum.

Schermafbeelding van deel artikelBinance NFT Marketplace to Feature Tokenized Art, Including Leonardo da Vinci, from The State Hermitage Museum‘ van Binance, 26 juli 2021.

Directeur Mikhail Piotrovski ondertekent niet alleen de beperkte reeks NFT’s, maar creëert volgens de uitleg van Binance NFT ‘ook een onafhankelijk werk door zijn handtekening, datum en exacte tijd van ondertekening toe te passen, waardoor ze absolute uniciteit kregen, vereeuwigd in de blockchain’. Ofwel, de handtekening van de kunstenaar wordt vervangen door de handtekening van de huidige directeur van de Hermitage.

Of dit een ontwikkeling is die uitsluitend gunstig is voor musea valt te bezien. Ze lijken weliswaar een nieuwe geldbron aan te boren, maar de vraag is hoe groot deze markt is als vele internationale musea als aanbieders gaan optreden. Ze worden dan elkaar concurrenten in het aanbieden van NFT’s. Ook is het denkbaar dat sponsors en overheden die musea helpen financieren deze nieuwe ontwikkeling als argument zien om zich terug te trekken uit de museumsector.

Het gaat vooral om kunstmusea die iconische schilderijen van oude en moderne meesters in hun collecties hebben die ze in de vorm van NFT’s kunnen vermarkten. Dat geldt voor Nederland wellicht voor de 20 belangrijkste kunstmusea, van het Rijksmuseum tot het Dordrechts Museum. Hedendaagse kunst lijkt lastiger in de markt te liggen.

Zo dreigt er een tweedeling binnen de museumsector indien deze tendens van de verkoop van NFT’s doorzet en belangrijk wordt. Musea met in hun collectie iconische schilderijen van oude en moderne meesters kunnen veel geld uit de markt gaan halen door de verkoop van NFT’s. Maar kunstmusea die gericht zijn op laat-20ste eeuwse en 21ste eeuwse kunst zonder accent op een schilderijencollectie of niet-kunstmusea missen die mogelijkheid omdat ze minder aantrekkelijk zijn voor de kopers van en handelaren in NFT’s. Dat kan een nieuw evenwicht binnen de museumsector scheppen, waarbij musea die nu al veel inkomsten hebben nog rijker zullen worden.

Hoe een en ander door de opkomst van NFT’s financieel uitpakt valt lastig te voorspellen, maar denkbaar is dat de landelijke overheid de steun zal gaan verleggen van musea die NFT’s kunnen verkopen naar musea die daartoe niet in staat zijn.

Overigens zou de verkoop van NFT’s door initiatief van het deel van de gemeentepolitiek dat weinig opheeft met kunst en musea de lokale politiek op de gedachte kunnen brengen dat het mee wil delen in de opbrengst van de verkoop van NFT’s. Want in Nederland zijn collecties van geprivatiseerde musea eigendom van gemeenten. Museum de Fundatie is de uitzondering. Het zou verstandig zijn als de Museumvereniging zo snel mogelijk met de leidende kunstmusea hierover een standpunt bepaalt en een strategie ontwikkelt om de opbrengst van de NFT’s exclusief voor de museumsector te behouden. Denkbaar is ook dat musea samen met de Museumvereniging een fonds oprichten dat door de leidende kunstmusea gevuld wordt met de opbrengst van de verkoop van NFT’s waar musea die die mogelijkheid missen een beroep op kunnen doen.

Directeur Piotrovski heeft het laatste woord. Is het wensdenken, luchtfietserij, een verkooppraatje of een realiteit die hij schetst? Hoe dan ook lijkt de museumsector door de verkoop van NFT’s te gaan veranderen. De beer is los. Hoe de verandering eruit zal zien valt nu lastig te voorspellen. Mogelijk duurt het nog jaren voordat het zich doet voelen, maar enige mate van verandering lijkt onvermijdelijk. Daarom doet de museumsector er verstandig aan zich er nu al op voor te bereiden. In het bericht van Binance NFT zegt directeur Piotrovski:

'Nieuwe technologieën, met name blockchain, hebben een nieuw hoofdstuk geopend in de ontwikkeling van de kunstmarkt, geleid door het eigendom en de garantie van dit eigendom. Dit is een belangrijke fase in de ontwikkeling van de relatie tussen persoon en geld, persoon en object. NFT creëert op deze manier democratie, maakt luxe toegankelijker, maar tegelijkertijd uitzonderlijk en exclusief. We zullen andere mogelijkheden uitbreiden, met name digitale, die de collecties en het paleis [het gebouw] erin zullen betrekken. We gaan nieuwe experimenten bouwen op basis van nieuwe technologieën.' 

Onder- en bovenwereld ontmoeten elkaar in kunst: Chanel steunt The Underground Museum

Het Chanel Culture Fund gaat partnerschappen aan met vijf musea. Dat zijn Los Angeles’ The Underground MuseumCentre Pompidou in Parijs, London’s National Portrait GalleryGES-2 in Moskou en de Power Station of Art in Shanghai.

Er worden mooie woorden aan gewijd door Chanel en door de musea die financiële steun ontvangen van dit Franse bedrijf dat kleding en accessoires maakt. Chanel produceert zowel haute couture als prêt-à-porter, alsook cosmetica, parfum, sieraden en horloges. Een voorbeeld van dat laatste zijn de volgende horloges uit de Mademoiselle Privé collectie: 

Horloges uit de collectie Mademoiselle Privé van Chanel.

Het is moeilijk om niet cynisch te zijn over een bedrijf voor luxeproducten dat met geld strooit om via culture instellingen positieve publiciteit te genereren. Het is onderdeel van een marketingcampagne die bedoeld is om zowel de naamsbekendheid van Chanel te vergroten als de maatschappelijkheid ervan in de markt te zetten. Niet dat vele consumenten dat laatste zullen geloven, zoals ook niemand gelooft dat Albert Heijn of Shell serieus aan duurzaamheid doen die verder gaat dan marketing, maar het geeft de klanten die dit tegen beter weten in willen geloven een handvat om het te geloven en met een goed gevoel klant van zo’n bedrijf te zijn.

Zo zit de wereld in elkaar. Met geld kan aanzien worden gekocht. Hoe onoprecht de opzet ervan ook is. Daar hoeven we niet van op te kijken.

Iets anders is hoe oprecht de ontvangende partij is. Het weet dat het geld krijgt ter waarde van enkele dure Chanel-horloges en moet daarvoor als tegenprestatie Chanel loven als een maatschappelijk en (let op buzzword: innovatief) bedrijf dat de kunsten steunt. Dan kan Chanel weer een artikel in Vogue plaatsen dat als kop heeft dat ‘Hoe Chanel de musea van morgen helpt smeden’. Inclusief notabene de National Portrait Gallery die al sinds 1856 bestaat. Hoe komt in hemelsnaam zo’n kop tot stand?

Culturele instellingen leggen de lat doorgaans niet zo hoog in het ontvangen van geld van sponsors. Waar ze immers altijd om verlegen zitten. Ze sluiten wapenfabrikanten, pornoboeren en vervuilende bedrijven uit. Maar dat is het wel. In Nederland aanvaarden musea zonder enige schroom of zonder het aan derden uit te kunnen leggen het moreel verwerpelijke, besmette geld van het cultuurfonds Ammodo dat is gevormd door de diefstal van de pensioenpremies van havenarbeiders in Rotterdam en Amsterdam.

Op die basis van uitwisseling van geld voor positieve publiciteit ontstaat de verbinding tussen Chanel en een lokaal museum in Los Angeles dat zich het Underground Museum noemt. De boven- en onderwereld ontmoeten elkaar in de kunst. Ze hopen daar allebei van te profiteren. Op een cynische manier klopt wat Keven Davis het Underground Museum als bron van inspiratie meegeeft: ‘Accepteer nooit middelmatigheid’. Daarom accepteert het Underground Museum geld van Chanel uit de verkoop van luxeproducten. Want die kun je niet middelmatig noemen.

Schermafbeelding van deel van ‘Our Story‘ van The Underground Museum in Los Angeles,

Madman of strongman? Bernstein: Trump is de eigen oorlogsmisdadiger van de VS zoals we nog nooit hebben gezien

De befaamde journalist Carl Bernstein die bekend is vanwege de onthullingen over Watergate meent dat Donald Trump de eigen oorlogsmisdadiger van de VS is. Hij begint trouwens steeds meer op de geblokte Dustin Hoffman te lijken die hem speelde in ‘All the President’s Men‘ (1976). Bernstein meent dat om zijn ware aard te zien Trump in een andere context moet worden begrepen die uitstijgt boven de politiek.

Er valt weinig af te dingen op Bernsteins observatie dat Trump een ‘madman‘ is. Dat valt waarschijnlijk nog het best te vertalen met ‘dolleman’. Ofwel, het spreekwoordelijke ‘loose cannon‘ die door zijn omgeving niet te beteugelen valt en over grenzen van de grondwet en individueel gedrag gaat. Ofwel, ‘een kanon dat uit zijn beperkingen is geraakt en gevaarlijk over het dek rolt’. Zo iemand moet uitrazen om uiteindelijk tot stilstand te komen. Maar nu zit de VS er nog middenin.

Hoogleraar geschiedenis Ruth Ben-Ghiat ziet Trump eerder als een ‘strongman‘ dan als een ‘madman‘. Volgens haar vertoont Trump alle karaktereigenschappen van autoritaire leiders zoals Mussolini en vallen Trumps vier jaar in het Witte Huis te beschrijven als een totalitaire greep naar de macht. Dat is volgens haar de context, het frame om Trump te begrijpen. Trump is een crimineel. Zij gebruikt in het interview niet de beladen kwalificatie fascisme die steeds beter op Trump van toepassing lijkt.

Dit soort observaties zijn behulpzaam, maar helpen de gezondmaking van de Amerikaanse politiek nu weinig dichterbij. Die trouwens al voor Trump was ontspoord. Analyses zijn de aanzet tot verandering, maar kunnen als papieren werkelijkheid ook analyse blijven. Er is meer juridische en publicitaire kracht voor nodig om de oorlogsmisdadiger Trump ter verantwoording te roepen en uit de Amerikaanse partijpolitiek te verwijderen.

Zoals Bernstein met vele critici terecht zegt staat de Republikeinse partij onder Trumps heerschappij. Zolang die situatie blijft bestaan helpen politieke analyses er weinig aan om die situatie te veranderen. Hoewel ze op termijn kunnen dienen om een omslag in de publieke opinie te helpen realiseren. Maar gaat dat nog een, drie, negen, tien of twintig jaar duren? Niemand die het weet.

Trump herhaalt telkens zijn simpele boodschappen over de gestolen verkiezingen (‘The Big Lie’), zijn goede aanpak van de pandemie (die in werkelijkheid een ramp was) en zijn kwaliteiten als dealmaker die hem geschikt zouden maken voor de politiek (terwijl hij in werkelijkheid een verliezer en slechte zakenman is). Om effect te hebben moet daar door dagelijkse herhaling de simpele boodschap tegenover worden gezet dat Trump een oorlogsmisdadiger en fraudeur is en als president zijn land als geen enkele andere president voor hem heeft beschadigd.

Een simpele boodschap telt in de herhaling. Dat geldt in gelijke mate voor Trump als voor zijn tegenstanders. Daarom is het van belang dat die zich dat realiseren en er naar handelen. Door Trump in de simpelheid van zijn communicatie te evenaren kunnen ze hem uiteindelijk overtreffen. Dat is de opgave.

Gedachten bij de foto ‘The ruins of Sikandar Bagh palace showing the skeletal remains of rebels in the foreground, Lucknow, India, 1858’

Felice Beato, ‘The ruins of Sikandar Bagh palace showing the skeletal remains of rebels in the foreground, Lucknow, India, 1858

De eerste twee oorlogen die op een georganiseerde wijze werden gefotografeerd waren de Krimoorlog (1853-1856) en de Indiase opstand van 1857, de zogenaamde Sepoy Muiterij. Een opstand van Indiase hulptroepen.

In de verspreiding voor een Europees en dan vooral Brits publiek werden soms foto’s omgewerkt tot lithografie (steendruk). In de 19de eeuw waren Indiase hulptroepen eerder in opstand gekomen tegen het Britse gezag, maar toen was er nog geen fotografie om het vast te leggen. Of te manipuleren.

Wie de verhalen kent over vermeende Duitse verschrikkingen tegen de Belgische burgerbevolking in 1914 herkent het patroon. De Teutoonse horden werden onterecht beschuldigd van het verkrachten van Belgische vrouwen. Het was Brits propaganda om de steun voor de oorlog te vergroten.

In 1857 gebeurde in de nasleep van de Sepoy Muiterij hetzelfde. De Indiase soldaten werden onterecht beschuldigd van de verkrachting van Engelse meisjes en vrouwen en de Britse troepen zouden voorbeeldig en ridderlijk hebben gehandeld. Er werden overigens wel Britse vrouwen in de opstand gedood, maar dat is wat anders dan er een verhaal over de bezoedeling van eer van te maken. Dat is niet alleen opruiing en ophitsing die verder gaat dan het geven van een ooggetuigenverslag, maar roept ook weer wraak op om de vlek weg te werken.

Een kronkel van de geschiedenis is dat Indiase vrijwilligers aan de kant van de Boeren tegen de Britten vochten in de Tweede Boerenoorlog (1899-1902). De haat tegen de toentertijd almachtige Britten zat diep bij Afrikaners, Ieren, Indiërs en alle volken die onder hun gezag stonden.

De gebeurtenis die op de foto wordt verbeeld vond in november 1857 plaats. Wat er daarna gebeurde is onduidelijk. Waarschijnlijk verloren de Britten vanwege de gevechtshandelingen de controle over Lucknow tot maart 1858 wat zou verklaren dat de foto pas toen werd genomen.

Opmerkelijk aan bovenstaande foto uit maart 1858 van de beroemde Brits-Italiaanse fotograaf Felice Beato in Lucknow is het vermoeden van fotohistorici dat de lijken van de rebellen op de voorgrond zijn toegevoegd. De gedachte is dat tijdens de winter enkele lijken elders werden opgeslagen die later hier als zetstukken werden neergelegd. Maar waarom zouden de Britten lijken van rebellen opslaan? Het idee is dat dat bedoeld zou zijn om het dramatisch effect te vergroten. Maar zo dramatisch lijkt dat effect nou ook weer niet.

De lijken zouden ook gewoon nog op het slagveld aanwezig kunnen zijn geweest vanwege de chaos van de oorlog en de schimmigheid van de krijgshandelingen die de planning en een passend begraven van de doden doorkruisten. Er werden bij het paleis van Sikandar Bagh zo’n 2000 Indiase opstandelingen gedood, zodat het mogelijk is dat enkele ervan niet werden begraven en mogelijk hier in beeld komen. Voor de enscenering kunnen ze ter plekke zijn verschoven. Een minder aannemelijke verklaring is dat honden de lijken hebben opgegraven.

Of dit de eerste lijken zijn die ooit op foto zijn vastgelegd is de vraag. Zoals het ook de vraag is of dit de eerste gefotografeerde lijken zijn die dat al vier maanden waren. De toedracht is verre van zeker. Dat geeft aan deze foto een extra laag van fotografische geschiedschrijvers en onderzoekers die er een eigen duiding op willen plakken. Zijn de lijken uit de kast werkelijkheid of fantasie?

Bestuur van Bij1 wil evenwicht tussen soorten zichtbare diversiteit

Per tweet geeft Bij1 een liverslag van de ALV die in het teken staat van het royement van de nummer twee op de kieslijst: Quincy Gario. Dat er onrust was over zijn positie was afgelopen week via Trouw gelekt. Uit het verslag valt op te maken dat voor dit lek niet het bestuur, maar iemand uit de omgeving van Gario verantwoordelijk is.

Het bestuur die zichzelf als betrokkene zag vond het niet verstandig om de klachten over Gario zelf te onderzoeken en besteedde dat onderzoek uit aan advocatenkantoor Van Overbeek de Meyer. Volgens het bestuur was er in Nederland geen meer divers bureau te vinden die dit onderzoek kon uitvoeren. Het rapport concludeerde over Gario:

Het bestuur zegt dat het onjuist is dat het bestuur Gario geen kans gaf om zijn verhaal te doen. Het is andersom, Gario ging niet in op de uitnodiging van het bestuur om zijn verhaal te doen. Daarna heeft het bestuur op 10 juli aan hem laten weten dat het had besloten om zijn lidmaatschap op te zeggen. Toen hij door het bestuur nogmaals werd uitgenodigd voor een gesprek ging Gario daar niet op in.

Het bestuur zegt prioriteit te hebben willen geven aan degenen binnen de partij die hadden geklaagd over Gario. Het bestuur gaf prioriteit aan het beschermen van de veiligheid, privacy en rechten van deze 16 ‘signaalindieners’. Er blijkt volgens het bestuur door 16 uiteenlopende individuen over Gario geklaagd te zijn.

Wat is hier nou eigenlijk aan de hand? Er lijkt een strijd om diversiteit binnen Bij1 te zijn ontstaan. Want er bestaan verschillende soorten diversiteit waarvan de vertegenwoordigers binnen organisaties claimen dat die van hen het belangrijkste is. Ofwel, hun diversiteit is het waar het om moet draaien en andere diversiteiten zouden daar ondergeschikt aan moeten zijn.

Soorten diversiteit zijn: huidskleur, gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Omdat de zichtbare kenmerken van diversiteit een duidelijk middel tot profilering zijn, duwen die in het publieke debat de onzichtbare kenmerken naar de marge.

De realiteit is dat opdrachtgevers, maar ook politieke partijen die zich willen profileren als voorstander van diversiteit eerder zullen kiezen voor een zichtbaar kenmerk omdat dit een signaal naar de buitenwereld afgeeft dat de instelling serieus werk maakt van diversiteit. Ook lijken activisten zich politiek beter langs de lijnen van zichtbare diversiteit te hebben georganiseerd en weten ze de instellingen politiek onder druk te zetten. Die laten zich maar al te graag onder druk zetten omdat ze worstelen met het onderwerp diversiteit en zelf niet goed weten wat ze ermee moeten. Het gevolg is dat instellingen nauwelijks aandacht besteden aan de onzichtbare kenmerken van diversiteit, zoals sociaaleconomische status en opleidingsniveau.

Voor Bij1 lijkt te gelden dat er al vanaf het begin spanning was tussen de feministische en zwarte vleugel. Die tweedeling is niet absoluut, maar relatief. Want er zijn binnen Bij1 veel zwarte vrouwen. De concurrentie gaat erom welke soort diversiteit het zwaarste dient te wegen. Quincy Gario komt in de berichtgeving met zijn ‘mannelijke dominantie’ duidelijk naar voren als een representant van de zwarte vleugel die niks met de feministische vleugel heeft.

Het bestuur lijkt voor een evenwichtige mix tussen de verschillende soorten zichtbare diversiteit te kiezen. In die mix was niet langer plaats voor Gario. Naast het feit dat hij geen teamspeler is, geen politicus als de nummer 2 van een politieke partij. maar een activist.

Het lijkt binnen Bij1 de Franse revolutie. Het eet de eigen kinderen op. Het oproer in Bij1 geeft aan hoe complex het kan zijn om verschillende vleugels binnen een radicale partij te verenigen. Het gaat bij velen in deze partij blijkbaar eerder om het profileren van de eigen zichtbare diversiteit, dan om het uitdragen van de juiste politieke overtuiging en het realiseren van beleid. Partijleider Sylvana Simons heeft zich de laatste tijd succesvol geprofileerd als links-radicale politicus en beseft met het bestuur dat politiek vakmanschap een voorwaarde is die de strijd om de identiteit omvat.

Aanleg van Nord Stream II kent geen winnaars, maar alleen verliezers

Their destination is the shop – the only one for hundreds of kilometers around.
– Ninety loaves of bread, please
‘. In publicatieBovanenkovo stands still letting deer herds pass‘ (2013) van Gazprom.

De voltooiing van gaspijplijn Nord Stream II wordt als overwinning voor president Poetin gezien. Dat lijkt een terechte constatering. Hij is de enige betrokkene die ervan profiteert. Maar het addertje onder het gras is dat dit slechts voorlopig is. Voor de langere termijn kent deze kwestie uitsluitend verliezers.

Reken maar na. De politieke druk op het Kremlin neemt ermee af zodat Poetin met vrije handen kan werken aan het met geweld afdwingen van zijn macht in Oekraïne, Polen of op de Balkan. De dreiging alleen al zorgt voor oplopende spanning.

De Duitse Alleingang legt de EU een energiepolitiek op die feitelijk door slechts een van de 27 EU-lidstaten is bepaald. De Europese Commissie is vanaf het begin tegen de aanleg van Nord Stream II geweest, maar heeft geen middelen om het te blokkeren.

De Duitse Alleingang wordt ingegeven door het Duitse belang en vindt logischerwijze weerstand bij tegenstanders als Polen of de Baltische landen die de Russische adem in hun nek voelen. Maar ook bij andere lidstaten die in beginsel positief staan tegenover Duitsland valt de Duitse dominantie in verkeerde aarde. Zoals bij Frankrijk en Zuid-Europese landen.

Ook binnen Duitsland is de weerstand na het akkoord met de VS niet verminderd. Het verzet ertegen is ook een manier om zich tegen kanselier Merkel en regeringspartij CDU te verzetten. Het verwijt dat de kanselier gemaakt wordt is dat ze het Russisch belang dient en de nationale veiligheid van Europa in gevaar brengt. De Groenen die meedoen in de race voor het kanselierschap brengen twee soorten argumenten in. Die van politieke en milieutechnische aard. Het oprekken van de levensduur van het gebruik van fossiele brandstoffen en de blijvende uitstoot van CO2 geeft de Groenen in de campagne krachtige argumenten om zich tegen Merkels CDU en de Nord Stream II vriendelijke SPD te verzetten.

In de Nederlandse pers werd over het Duits-Amerikaanse akkoord over Nord Stream II gezegd dat er een eind zou zijn gekomen aan de Amerikaanse weerstand ertegen of dat de VS nu voor de voltooiing ervan is. Dat is onjuist. Zelfs binnen de regering Biden waren specialisten bij het ministerie van Buitenlandse Zaken tegen de aanleg. Maar ze werden door de politiek leiding overruled. In de Senaat blijft een overgrote meerderheid van Republikeinen en Democraten in een zeldzaam teken van eensgezindheid tegen Nord Stream II. Het was president Biden die vanwege de relatie met Duitsland de afweging maakte om het verzet tegen de aanleg te staken. Daarmee is de weerstand binnen de VS niet gestopt, maar eerder aangewakkerd..

Oekraine zet nu alle middelen in om zich tegen het Duits-Amerikaanse akkoord te verzetten. Want het ziet de bui van dreigende Russische agressie die nu minder belemmeringen heeft om teruggefloten te worden al hangen. Dit komt bovenop de derving van de transitiegelden om Russisch gas via het eigen grondgebied naar Europa te transporteren.

Achter de schermen zijn en worden afspraken gemaakt in de marge van het Duits-Amerikaanse akkoord. Duitsland heeft de VS moeten compenseren voor het stoppen van de blokkade tegen Nord Stream II. Onduidelijk is hoe. Oekraïne zet zowel de VS als Duitsland onder druk voor economische, politieke en militaire steun. Het is koehandel door een uitruil van belangen op allerlei verschillende beleidsterreinen.

De Russische Federatie rekent zich vooralsnog rijk, maar zit over 10 jaar met een lege huls. De zittende macht in het Kremlin bekommert zich minder om de strategie van de toekomst dan om de tactiek van het heden. Het meest absurde van deze episode is dat Nord Stream II straks overbodig wordt. Europa stapt geleidelijk over op duurzame energie en gas als fossiele brandstof past voor de langere termijn niet in die energiemix.

We kunnen op dit moment nog niet zonder aardgas. De essentie van het klimaatakkoord van Parijs waaraan ook Duitsland, Nederland en de VS zich gecommitteerd hebben is de verduurzaming van de energievoorziening en het verminderen in 2050 tot 5% (vergeleken met 1990) van de uitstoot van broeikasgassen.

Nord Stream II schermt in de eigen publicaties met een reductie in 2030 met 40% van de uitstoot van broeikasgassen. Maar de Green Deal van de EU rekent al met een reductie van 55%. Als in 2030 Nord Stream II al achterhaald is omdat het niet meer past binnen de energievoorziening van de EU, is in 2050 de toevoer van (extra) Russisch gas naast de aanvoer van gaspijplijn Nord Stream I praktisch onnodig. Dat voorziet at al vanaf 2012 Europa jaarlijks van ongeveer 55 miljard m³ Russisch gas.

Nord Stream I en II zijn dure projecten waarin veel geïnvesteerd is. Nord Stream AG zegt dat de gaspijplijn Nord Stream I de capaciteit heeft om naar bedrijven en huishoudens in de EU gedurende ten minste 50 jaar gas te transporteren. Dat gaat dus uit van een afschrijving/ amortisatie van 50 jaar die in dit geval loopt tot 2062. Nord Stream II dat waarschijnlijk in 2022 in bedrijf komt zou tot 2072 Russisch gas, dus fossiele brandstoffen, naar Europa moeten transporteren. Dat zijn papieren scenario’s die niet meer met de werkelijkheid overeenkomen en waarvan men nu al weet dat Nord Stream II al achterhaald is terwijl het nog in werking moet treden.

Daarnaast is er nog de complicatie van de liberalisering van de energiemarkt van de EU om monopolies tegen te gaan. Het Russische Gazprom kan juridische bezwaren verwachten als het zich hiervoor niet openstelt en de infrastructuur niet loskoppelt van de productie en opwekking van gas. Maar dat is onwaarschijnlijk omdat de Russische olie- en gasmarkt een staat in de staat is die de zakenelite rond Poetin als eigen bezit beschouwt. Dat is het strijdpunt voor de toekomst.

De verliezers zijn ook de lokale bewoners uit de wingebieden van het Russische gas. Zoals op het Jamal schiereiland. Zij moeten wijken voor exploitant Gazprom en de Russische staat en zien hun leefgebied aangetast. Deze Nenets nomaden worden beperkt om met hun kuddes rendieren rond te trekken. Ondanks de propaganda van Gazprom dat dit niet zo is. In alle geopolitieke overwegingen wordt dit menselijk aspect vaak over het hoofd gezien.

De paradox is dat Russen en Duitsers altijd zeiden dat Nord Stream II een zuiver commercieel, economisch project was zonder politieke implicaties. Dat is nu definitief weerlegd door het politieke gewicht dat Duitsland in de afspraak met de VS heeft gelegd. Met terugwerkende kracht maakt dat de Duitse positie nog onhoudbaarder dan die al was.

De Duitse macht om Nord Stream II er samen met internationale bedrijven eenzijdig door te drukken en met geld bij tegenstanders af te kopen heeft het gezag van Duitsland binnen de EU beschadigd. Daarom lijkt het Duits-Amerikaanse akkoord over Nord Stream II voor beide ondertekenaars een Pyrrusoverwinning. Het heeft zoveel inspanning gekost en voor weerstand gezorgd dat het neerkomt op een nederlaag. Zeker als Poetin zich voorlopig kan kronen als winnaar. Daarnaast heeft kanselier Merkel haar politieke gewicht in de schaal gelegd voor een project dat nu al achterhaald is en niet past binnen de energievoorziening van de toekomst.