George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘D66

Europarlement stemt in meerderheid voor ontwerpresolutie die auteursrechten beschermt en de internetvrijheid inperkt

with one comment

Vandaag stemde het Europees Parlement over een ontwerpresolutie over auteursrecht, ‘over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt’. De resolutie werd volgens de telling van Votewatch.eu met 438 tegen 226 stemmen met 39 onthoudingen aangenomen. Voorstanders van een vrij en open internet zien dit als een slechte en inperkende ontwikkeling. Maar zoals een artikel van Politico uitlegt is hiermee de kous nog niet af, hoewel de auteursrechtenlobby op winst staat. Op nationaal niveau kunnen liberale landen als Nederland of Zweden de bepalingen afzwakken.

Rapporteur was de Duitse christen-democraat Axel Voss die na de stemming juichend zijn armen in de lucht stak. De montage van de video van het Europees Parlement is misleidend, omdat het lijkt dat D66’er Marietje Schaake (na 25‘’) voor stemde. Ze stemde tegen. Hij suggereerde in 2014 dat klokkenluider Edward Snowden het leven van onschuldigen in gevaar had gebracht en met Russische en Chinese inlichtingendiensten samenwerkte. Dat is tot nu toe niet aangetoond. In de strijd tussen Silicon Valley en de auteursrechtenlobby lijkt de laatste voorlopig aan de winnende hand. Interessant is dat meer dan de helft van de Nederlandse Europarlementariërs afwijkend stemde tegen de eigen fractie in. Alleen christenen en conservatieven stemden voor. Dat geeft perspectief dat de Nederlandse Tweede Kamer deze ontwerpresolutie niet ondersteunt:

Foto: Schermafbeelding van het stemgedrag in het Europees Parlement van de Nederlandse europarlementariërs over de ontwerpresolutie ‘over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt’ op 12 september 2018.

Advertenties

Anne Applebaum en Joshua Livestro willen het politieke midden laten herleven. Bestrijdt fraude en corruptie, niet de islam

with 5 comments

Twee recente opinie-artikelen zijn een pleidooi voor een nieuwe politiek van het politieke midden en een waarschuwing voor samenwerking met radicale partijen, vooral die van rechts. De Amerikaanse journaliste Anne Applebaum geeft in The Washington Post met het artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ een omvattende checklist, ofwel programma waaraan centrumpartijen moeten voldoen om weer het initiatief naar zich toe te trekken. De conservatieve denker Joshua Livestro stelt aan de hand van de kwestie Blok in het artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ in NRC dat de centrum-rechtse VVD en CDA hun ziel hebben verkocht door op te schuiven in de richting van de radicaal-rechtse PVV en FvD.

Livestro illustreert dat aan de hand van de controversiële uitspraken van de minister van Buitenlandse Zaken Blok die de retoriek en agenda van radicaal-rechts overneemt. Dat acht hij contra-productief en ongewenst. Livestro verwijst naar het begrip ‘ideological collusion’ – dat hij vertaalt als ‘ideologische samenspanning’ – van de Amerikaanse politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt dat inhoudt dat centrumpartijen in de samenwerking met radicale partijen de retoriek en agenda van die randpartij overnemen. Minister Blok is er het levende bewijs van, hij neemt de doembeelden over immigratie van radicaal-rechts over en centrum-rechtse partijen als VVD en CDA ondermijnen ermee hun eigen gedachtengoed. In bovenstaand citaat licht hij toe dat ze zich hiermee overbodig maken. Gevraagd wordt een nieuwe bewustwording bij de centrumpartijen en een koerswijziging weg van de retoriek en het gedachtengoed van radicaal-rechts. De samenspanning met de randpartijen of het buigen in hun richting brengt niets goeds. Noch electoraal, politiek of maatschappelijk.

Applebaum constateert dat de rechtse randpartijen van energie barsten en het ‘oude’ centrum-links of centrum-rechts uitgeblutst toont. De oude partijen zijn op zoek naar een programma dat ze niet kunnen vinden. Zij waarschuwt net als Livestro voor het aanhaken bij radicaal-rechts (‘Some aretrying to peddle milder versions of the far right’s racism‘). Applebaum doet een poging dat programma te formuleren. Haar alternatief bestaat eruit dat de centrumpartijen om te beginnen de agenda moeten wijzigen en het niet langer over immigratie, ras en de islam moeten hebben: ‘Change the subject. Centrists, and genuine democrats, should stop talking about immigration, race and Muslims, all issues blown well out of proportion by tabloids.’

Volgens Applebaum moeten centrumpartijen zich verenigen rond de echte thema’s die onze politiek en economie verstoren zoals ‘politieke corruptie, het witwassen van geld, en de belastingparadijzen en lege vennootschappen (‘Shell companies’) die een paar mensen toestaan veel geld uit onze landen weg te sluizen en het, soms letterlijk, op Caribische eilanden te verbergen. Hoewel dit allemaal afzonderlijke onderwerpen zijn, zijn ze verbonden.’ Volgens Applebaum moet dat gecorrumpeerd financieel systeem aangepakt worden omdat het de gewone mensen beschadigt en in de armen van de radicaal-rechts dwingt. Feitelijk leidt de heroriëntatie van de centrumpartijen tot twee vliegen in één klap: het maakt deze partijen weer relevant en ontneemt de randpartijen hun vijver van ontevreden burgers om in te vissen en electoraal mee te scoren.

Applebaum zegt dat het Westen initiatief moet nemen en terug moet naar de ideologie van vóór premier Thatcher en president Reagan die in de jaren 1980 de overheden terugtrokken en de vrije markt aan hun lot overlieten. Met als gevolg het neoliberalisme waarin politiek is geëconomiseerd, zwakkeren onbeschermd achterblijven en de staat nog slechts op een waakvlam opereert. Applebaum is niet de eerste dit dit zegt en daarom is het lastig in te zien hoe de geest weer terug in de fles kan. Een krachtige bestrijding tussen landen van belastingontwijking en corruptie, en het terugdringen van de macht van het internationaal opererende bedrijfsleven en de financiële instellingen is een eerste stap. Dit omvat overigens ook de bestrijding en bestraffing van autoritaire landen als de Russische Federatie die met corrupt geld in het Westen politici en radicaal-rechtse partijen kopen. Dat laten gebeuren ondermijnt het eigen zelfbeeld en het idee van moraliteit.

Applebaum schetst een blauwdruk voor centrumpartijen. In Nederland zijn dat partijen als de VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA die in de kern voldoende overeenkomsten hebben om programmatisch samen te werken. Als ze ook nog eens gezamenlijk afstand nemen tot de randpartijen en zich in hun retoriek en agenda niet meer laten leiden door deze partijen met hun spookbeelden over immigratie, ras en islam dan kunnen ze in samenwerking hun eigen relevantie hervinden en hun onderlinge verbinding verder versterken. Dat werkt door van partijpolitiek naar democratie. Door de hervonden oriëntatie en focus van de centrumpartijen kunnen de democratie en de rechtsstaat overeind gehouden worden. Nodig is dan wel dat met name de centrum-rechtse partijen als VVD en CDA zowel duidelijk afstand nemen van die retoriek over immigratie en islam als de lef en durf vinden om zich te ontworstelen aan de grip van het bedrijfsleven en de financiële instellingen door de macht ervan terug te dringen. Een helder signaal om de nieuwe start van Nederland te vieren zou het ontslag van minister Blok en het niet schrappen van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ van Joshua Livestro in NRC, 31 augustus 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ van Anne Applebaum in The Washington Post, 31 augustus 2018.

Oplossingen uitgeput voor financieel verzwakt Museum Oud Amelisweerd. Terugvaloptie via Centraal Museum komt in beeld

with 3 comments


In de Utrechtse raad heeft André van Schie (VVD) op 27 juli raadsvragen gesteld over de ‘financiële situatie Museum Oud Amelisweerd’ aan de nieuwe cultuurwethouder Anke Klein (D66). Aanleiding is een raadsbrief van 18 juli en een bericht van RTV Utrecht van 26 juli met de titel ‘Museum Oud Amelisweerd wankelt opnieuw’. Hoe negatief getoonzet ook geeft zelfs deze titel nog een te optimistische kijk op de kwestie.

Exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd verkeerde al voor de opening in 2014 in een financieel uitzichtloze situatie en heeft nooit zwarte cijfers geschreven. Of een financiële buffer opgebouwd. Daar is het nooit aan toegekomen. Met een bruidsschat uit Amersfoort van 1 miljoen euro en een lening van de provincie Utrecht van 160.000 euro werd tijd gekocht. Toenmalig directeur van het Spoorwegmuseum Paul van Vlijmen waarschuwde in juni 2012 in een bericht in het AD dat wat toen nog het Armando Museum heette een fiasco zou worden. Volgens hem was het museum zonder subsidie niet rendabel te krijgen in de exploitatie.

Het Utrechtse gemeentebestuur dat meer dan 1,66 miljoen euro had geïnvesteerd in de renovatie van landhuis Oud Amelisweerd was door de raad gebonden en in juni 2012 bij de goedkeuring van de kredietaanvraag de randvoorwaarde opgelegd dat er nooit een cent structurele subsidie naar de exploitatie mocht gaan. In een commentaar van 13 juni 2012 betitelde ik dat als: ‘Oud-Amelisweerd: steun voor vastgoed, maar afkeuring voor exploitant’. Die geblokkeerde subsidie van de gemeente Utrecht bleef de essentie van de problemen van het museum. Druppelsgewijs en informeel werd dat omzeild met het noodverband van ‘een (niet structurele) openstellingssubsidie’ van de gemeente Utrecht die buiten de structurele culturele subsidies werd verleend.

Toen in december 2016 de toenmalige cultuurwethouder Kees Diepeveen (GL) zich liet overvallen door Stichting Museum Oud Amelisweerd en tegen de eigen randvoorwaarden in toch een subsidie verleende van 75.000 euro toonde dat aan dat de Utrechtse politiek geen grip meer had op het probleem van het Museum Oud Amelisweerd. Het was nu overduidelijk het probleem van het Utrechtse college geworden. De uitzichtloze financiële positie van Museum Oud Amelisweerd straalde voortdurend af naar het Utrechtse college dat zich geen raad wist met dit probleemgeval en geen Houdini-act had om eraan te ontsnappen. Investeringen in een nieuwe exploitant waren politiek onhaalbaar, de huidige exploitant kon het financieel niet bolwerken en voor sluiting wilde geen enkele cultuurwethouder verantwoordelijk zijn. Op de achtergrond speelde de papieren werkelijkheid van de Culturele Hoofdstad 2018 waar het museum een rol in zou hebben. De boel zat vast.

Critici in de raad of ze nu deel uitmaakten van de oppositie of niet, probeerden voortdurend dit dossier vlot te trekken of te sturen. Want Van Vlijmen was zeker niet de enige met kritiek. In de Utrechtse raad was het D66 (Xander van Asperen en later Aline Knip) die geen vertrouwen had in de financiële onderbouwing van de exploitant. Voor de VVD was Jesper Rijpma een kritische voorganger van André van Schie. Overigens waren toendertijd om andere redenen ook andere partijen kritisch zoals de SP en Nieuw Rechts.

Het kenmerk van Museum Oud Amelisweerd is dat het in Bunnik in een rijksmonument en voormalige zomerresidentie is gelegen en dat de gemeente Utrecht het niet eens structurele subsidie kan geven als het dat zou willen omdat de voorwaarden dat niet toestaan. André van Schie heeft daar voortdurend op gewezen, evenals op het oneigenlijk oprekken door het college van de subsidievoorwaarden. Interessant is de verwijzing naar samenwerking met het Centraal Museum door bestuursvoorzitter Ari Doeser in het bericht van RTV Utrecht. De restauratie van landhuis Oud Amelisweerd is door de toenmalige beheerder (tot 2012) Centraal Museum in de jaren ’90 op de rails gezet en tijdens dat beheer is in 2011 bestuurlijk een terugvaloptie als optie in een commissiebrief gevlochten indien de huidige exploitant het niet redt. Dat is nu aan de orde.

Het is te hopen dat zowel het Utrechtse gemeentebestuur als de raad zich goed informeren en een besluit nemen dat rekening houdt met de voorgeschiedenis en de levensvatbaarheid voor de toekomst. De antwoorden op de raadsvragen van Van Schie bieden hopelijk de duidelijkheid die de achtereenvolgende cultuurwethouders het bestuur van de Stichting Museum Oud Amelisweerd nooit hebben kunnen afdwingen. De randvoorwaarden voor het Museum Oud Amelisweerd die al jaren slecht waren, zijn nu nog beroerder dan voorheen. Daarom is het onvermijdelijk dat zoals ook Van Schie stelt er een nieuwe exploitant wordt gezocht voor landhuis Oud Amelisweerd. Inzet kan dan een sitemuseum zijn en de terugvaloptie via het Centraal Museum zoals dat in december 2011 als vangnet al werd ingebouwd. Hoewel hier wel extra geld beschikbaar voor moet komen omdat het Centraal Museum dit niet uit de eigen lopende begroting kan financieren.

Foto: RaadsvragenSV 2018, nr. 100 inzake Gevolgen financiële situatie Museum Oud Amelisweerd’ van André van Schie (VVD) in Utrecht, 27 juli 2018.

Proxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf

with one comment

De vorig jaar opgestapte directeur van het Stedelijk Museum Beatrix Ruf zegt terloops in een interview met Jan Piet Ekker in Het Parool met de prikkelende kop ‘Beatrix Ruf: ‘Over mijn terugkeer bij het Stedelijk valt te praten’ dat het in deze kwestie voor een groot deel draait om beeldvorming en ‘framing’: ‘Ik ben door de onderzoekers natuurlijk vaak geraadpleegd voor het rapport, maar de conclusies kende ik ook pas vlak voordat het rapport afgelopen week naar de gemeente ging. En ik wist natuurlijk ook niet hoe het zou worden ontvangen.’ Ruf claimt haar gelijk, maar ongewis was of ze dat ook in de publieke opinie zou krijgen. Maar het is de vraag of haar claim terecht is en ze dat gelijk nu heeft gekregen zoals ze stelt. Dat is afhankelijk van het perspectief waarmee naar deze kwestie gekeken wordt. Strikt juridisch of ethisch.

Het Amsterdamse Het Parool dat afgelopen week allerlei stukken publiceerde die suggereren dat Ruf ‘volledig is vrijgepleit’ of ‘ten onrechte is beschuldigd van belangenverstrengeling’ lijkt een doorgeefluik van de lobby om Ruf terug te laten keren als directeur van het Stedelijk Museum. Dat is activistische journalistiek die de marge van de objectiviteit voorbij lijkt. De Volkskrant vaart een middenkoers, zoals hier uit vorm en inhoud blijkt en NRC heeft zich vanaf het begin kritisch opgesteld tegenover het opereren van Ruf en de Raad van Toezicht. In een artikel van 12 oktober 2017 opperde NRC de vraag wat de neveninkomsten van Ruf betekenden en of dit wellicht tot de conclusie diende te leiden of er sprake van belangenverstrengeling was.

Zo heeft zich een proxy-oorlog tussen Het Parool en NRC ontwikkeld. Ze verwijzen in het openbaar niet rechtstreeks naar elkaar, maar reageren wel op elkaar. Het verschil tussen Het Parool dat meent dat Ruf volledig is vrijgepleit door het rapport Eisma dat in opdracht van de gemeente Amsterdam is geschreven en NRC dat meent dat zij niet is vrijgepleit blijkt uit de aankeiler van het NRC-artikel van gisteren: ‘Beatrix Ruf meent dat ze volledig is vrijgepleit. Zou zij kunnen terugkeren?’ De vraag stellen is de vraag beantwoorden.

NRC stelt dat het rapport Ruf verwijtbaar gedrag aanmeet en dat ze naast haar inkomsten voor de Zwitserse uitgever Ringnier die haar een bonus van 1 miljoen Zwitser francs opleverde ook nog neveninkomsten van meer dan 100.000 euro per jaar had. Maar: ‘Gebruikelijk in Nederland is dat directeuren inkomsten uit nevenactiviteiten in de museumkas storten. Ann Goldstein, Rufs voorganger, kreeg van Ribbink nog een brief dat zij zulke inkomsten moest afdragen. De ondernemingsraad van het museum adviseerde Ribbink om Ruf ook zo’n brief te sturen. Maar dat liet hij om onopgehelderde redenen na, blijkt uit het rapport.’ De indirecte claim is dat het nalatig handelen van de Raad van toezicht het handelen van Ruf niet vrijpleit.

Ruf lijkt niet volledig vrijgepleit zoals Het Parool claimt, zodat de vraag of ze terug kan keren prematuur is. Het antwoord op de vraag is te herleiden tot het kiezen van een volledig juridische invalshoek zoals Het Parool doet of een ethische invalshoek die NRC, en ook De Volkskrant kiezen. NRC: ‘Daarbij weegt zwaar dat bestuurders zelfs de schijn van belangenverstrengeling moeten zien te vermijden en transparant moeten zijn als die schijn gewekt wordt.’ Het perspectief dat afstand neemt van grote verzamelaars waarmee Ruf het zo goed kon vinden en waarvoor de toenmalige Raad van Toezicht haar een mandaat gaf, en hemelhoge ambities, maar inzoomt op de Amsterdamse signatuur van het Stedelijk en een programmering die minder uitgaat van gevestigde kunstenaars blijkt ook uit het recente advies van de Amsterdamse Kunstraad.

Bijkomend effect van de  kwestie waartegen de NRC-journalisten Daan van Lent en Arjen Ribbens zich lastig kunnen verdedigen is de schijn dat ze nu alles uit de kast halen om het gelijk van hun artikel van 12 oktober 2017 (dat de hele kwestie in gang zette) te bevestigen. Zo woedt in de Nederlandse en Amsterdamse museumwereld op dit moment een nauwelijks verhulde richtingenstrijd waarbij kranten een grote rol spelen.

NRC meent dat de overgebleven vier leden (Cees de Bruin, Ronald Hans, Willem de Rooij en Joyce Sylvester) van de Raad van Toezicht de reddingslijn zijn voor Rufs terugkeer. Maar hoe merkwaardig is het niet dat van de zeven leden er drie met hun opstappen consequenties trokken uit het rapport en vier niet? Waarom de vier na het rapport dat zo kritisch was over de Raad niet opstapten om schoon schip te maken en het Stedelijk Museum een nieuwe start te gunnen wordt hiermee beantwoord. En valt bijna dagelijks in Het Parool te lezen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe schone lei van het Stedelijk Museum’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 15 juni 2018.

‘Mag het zo even?’ Kunstraad adviseert dat Stedelijk Museum terug naar stad en gemeente gaat. Miljonairs moeten de tempel uit

with 2 comments

De neoliberale wind die door het Stedelijk Museum en dan vooral de Raad van Toezicht waaide wordt door het adviesHet museum als dynamisch geheugen’ over dit museum van de Amsterdamse Kunstraad achteraf als negatief beoordeeld. Voorzitter van deze raad is voormalig voorzitter van de PvdA Felix Rottenberg. Miljonairs worden met pek en veren de stad uitgeleid, hoewel ze netjes bedankt worden voor gewezen diensten. (Maar veroordeeld voor de belangenverstrengeling, een echo van de advertenties van Jan Christiaan Braun). De stad en de burgers moeten het initiatief terugnemen. Want het museum is met de rug naar de stad komen te staan. Zonder huizenhoge ambities. Want de vijand van goed is beter. Het Stedelijk is terug bij af om opnieuw te beginnen. Bouwend op de goede collectie en de eigen geschiedenis. Dit is een haalbaar en realistisch advies. Maar of het zonder wijziging overgenomen wordt blijft als altijd de vraag. Politieke machinaties liggen in het vooruitzicht. Spreiding over wijken, identiteit, doelgroepenbeleid of politisering van kunst zijn nooit ver weg.

In 1965 had de PvdA het nog voor het zeggen in de hoofdstad. De oudere heren Willem Sandberg en Ossip Zadkine ‘steken op informele wijze hun sigaret op’, Wethouder Joop den Uyl doet mee in het onderonsje.

Foto: Jacques Klok, ‘”MAG HET ZO EVEN?“, DAT ZOUDEN DE FRANS-POOLSE BEELDHOUWER OSSIP ZADKINE EN DE VOORMALIGE DIRECTEUR VAN HET AMSTERDAMSE GEMEENTE MUSEUM, JONKHEER WILLEM SANDBERG TEGEN ELKAAR GEZEGD KUNNEN HEBBEN, TOEN ZE OP DEZE INFORMELE WIJZE HUN SIGARET AANSTAKEN. DE FOTO WERD GEMAAKT TIJDENS DE OPENING VAN DE TENTOONSTELLING “GROTE BEELDEN VAN HEDEN” IN HET HONDERDJARIGE VONDELPARK, 1 april 1965. Collectie Algemeen Nederlands Persbureau – Fotoarchief, 1963-1968.

SGP Krimpenerwaard pleit voor zondagsrust, neemt verlies en stelt opening van winkels op zondag voor als onrust

with one comment

SGP Krimpenerwaard maakt geen deel uit van het akkoord dat tussen de ChristenUnie, een lokale en twee liberale partijen is gesloten in Krimpenerwaard. Een samenvoeging van Nederlek, Ouderkerk, Vlist, Bergambacht en Schoonhoven. De vorige coalitie die in 2014 werd gevormd bestond uit het lokale Gemeente Belang Krimpenerwaard (VGBK), VVD, SGP en de ChristenUnie. De SGP had toen een pas-op-de plaats over de sluiting van winkels op zondag bedongen, maar dit gaat de andere partijen en met name de VVD die zich opstelt als ondernemerspartij te ver. De gijzeling is nu doorbroken, mede omdat de SGP een zetel verloor.

SGP-Lijsttrekker Jan Willem van der Ham presenteert zich overvloedig op sociale media, zoals op FacebookYouTube en een eigen site. Dat is een verre schaduw van de oude SGP die de media angstvallig meed. Op Facebook zegt Van der Ham over de zondagsrust: ‘De nieuwe coalitie, waarin de SGP is ingeruild voor D66, heeft de zondag vogelvrij verklaart (!): álle supermarkten élke zondag open, horeca tot ’s ochtends vroeg open, enzovoorts. Spijtig dat de Christenunie hier de handtekening onder heeft gezet…

Ook in andere gemeenten in de biblebelt zoals Sliedrecht of Krimpen aan den IJssel speelt het onderwerp van de zondagsrust een belangrijke rol in de coalitieonderhandelingen. Voor wat landelijk een achterhoedegevecht is, stonden tot voor kort de partijen op de barricaden. Maar zoals het voorbeeld Krimpenerwaard aangeeft is dit verzet tegen de openstelling van winkels op zondag in de meeste gemeenten niet langer houdbaar.

Zo resteert de SGP in deze gemeenten niet anders dan haar verlies te nemen en te spinnen door framing die zegt dat de zondag vogelvrij is verklaard. Met een sneer naar partnerpartij ChristenUnie die wel in de coalitie stapt. Het tekent de isolatie van de SGP dat het nieuwe beleid voorstelt als onrust. Die opvatting van rust die verordonneert dat kerken op zondag open zijn en de winkels dicht. Straks zijn de winkels op zondag open en neemt het bezoek aan de kerken af. Onrust is het nieuwe normaal omdat het oude normaal afgedaan heeft.

Amsterdam zoekt ‘museale voorziening’ over de Nederlandse slavernij. Maar met het Tropenmuseum heeft het die al in huis

with 4 comments

Het Amsterdamse raadslid voor GroenLinks Simion Blom is een pleitbezorger voor een slavernijmuseum. Samen met de SP en de PvdA formuleerde GroenLinks een initiatiefvoorstel voor een nationaal slavernijmuseum dat in de Amsterdamse raad op 20 december 2017 unaniem werd aangenomen. In de breed uitwaaierende toelichting bij het voorstel zijn de indieners van mening dat het niet de goede kant opgaat met de erkenning van het slavernijverleden: ‘In Nederland lijkt een kentering te ontstaan voor een meer open beleving van onze slavernijgeschiedenis’. De opzet is een museum dat ‘niet oordeelt of veroordeelt’, maar ‘begrijpt en verbindt’. Maar tegelijk halen de initiatiefnemers in hun toelichting hun pleidooi voor een breed nationaal slavernijmuseum dat ook hedendaagse slavernij omvat onderuit door het toe te spitsen op de trans-Atlantische slavernij en de geschiedenis van Afrika. Dat klinkt op zijn minst verwarrend en dubbelzinnig.

De gemeente Amsterdam neemt bij monde van wethouder Simone Kukenheim (D66) dit initiatief over. Feitelijk vragen de initiatiefnemers niet om een museum, maar om ‘een nationale museale voorziening over de Nederlandse slavernij en het erfgoed’. In de publiciteit praat Blom steeds weer over een museum en schept hij verwarring door af te wijken van het initiatiefvoorstel en vragenstellers waar nodig niet te corrigeren. Verschil tussen ‘een museum’ en ‘een museale voorziening’ lijkt te zien dat er geen duur, prestigieus apart gebouw voor wordt opgetuigd. Een voorziening kan ook een onderwijsprogramma of een deels ‘digitaal museum’ zijn zoals de uit de ideeën voor het gesneefde Nationaal Historisch Museum voortgekomen Canon van Nederland dat een initiatief van het Rijksmuseum en het Openluchtmuseum is. Het venster Slavernij (circa 1637-1863)  besteedt aandacht aan de slavernij met het accent op de trans-Atlatlantische slavernijhandel.

Welk doel een nationaal slavernijmuseum moet dienen is nog niet duidelijk omlijnd. Is dat toeristenspreiding in Amsterdam door er een nieuw museum naast te zetten, het versterken van de identiteit van Nederland of de nazaten van de slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel, het versterken van de educatieve en culturele infrastructuur van Nederland of de erkenning van de nazaten van de slachtoffers van de slavernij? Of is zo’n museum kortweg een middel in de strijd tegen racisme, zoals de initiatiefnemers beweren? Waarom wordt het dan geen Nationaal Racismemuseum genoemd en is de omweg via een Nationaal Slavernijmuseum nodig? De initiatiefnemers onderschrijven in de toelichting dat het niet makkelijk is om vorm te geven aan een nationaal slavernijmuseum: ‘de mogelijkheden zijn oneindig en dat biedt volop de ruimte voor de oriëntatie en verkenning naar een museale voorziening.’ Maar die oneindige mogelijkheden en die volop ruimte voor oriëntatie houden ook in dat het nog alle kanten uit kan gaan. Met afbakening in de tijd (voor, tijdens en na de trans-Atlantische slavernijhandel) en inhoud. Of het een essentiële taak is voor de gemeente Amsterdam om deze ‘museale voorziening’ (samen met het Rijk) van subsidie te voorzien is ook nog geen uitgemaakte zaak.

Conservator Historische Vormgeving (Museum Boijmans) Alexandra van Dongen merkt naar aanleiding van het artikel ‘Amsterdam sticht een Nationaal Slavernijmuseum, iedereen mag meedenken’ in De Volkskrant in een posting op Facebook op: ‘Het Tropenmuseum Amsterdam lijkt me een heel goeie plek voor een Nationaal Slavernijmuseum. Waarom een nieuw museum beginnen terwijl dat historische gebouw heel geschikt is om met museale collecties, archieven en persoonlijke getuigenissen het volledige verhaal te vertellen.’ Ze heeft een punt en had er nog aan toe kunnen voegen waarom het nodig is om verkenningen en onderzoeken op te starten terwijl de museale infrastructuur binnen Amsterdam over dit onderwerp aanwezig is. Het Volkskrant-artikel constateert trouwens twee problemen: 1) wie bepaalt vorm en inhoud en 2) waarom in Amsterdam?

In het Tropenmuseum is nu de tentoonstellingHeden van het slavernijverleden’ te zien en het museum zegt in 2021 met een ‘nieuwe, uitgebreide tentoonstelling over het koloniaal- en slavernijverleden’ te komen. Het wekt bevreemding dat de initiatiefnemers in hun toelichting verwijzen naar allerlei buitenlandse musea, maar het Tropenmuseum in Amsterdam ongenoemd laten. Dit roept de vraag op of de initiatiefnemers wellicht het vanzelfsprekende missen en vluchten in vergezichten of dat het Tropenmuseum het bij hen heeft verbruid.