CDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten

Stuurt het CDA in de persoon van Madeleine van Toorenburg de hulptroepen van Team B de media in om de georkestreerde boodschap te verspreiden en de reactie erop in te schatten dat deze partij een coalitie over rechts wil of spreekt zij op eigen initiatief namens de rechterflank van het CDA? 

Waarschijnlijk moet ze in opdracht van de partijleiding eraan mee helpen om het voldongen feit van een centrum-rechts kabinet te helpen forceren. Dat zou een voorzetting van het huidige kabinet zijn, met de CU, of een inwisseling van deze partij voor PvdA óf GL. Persoonlijk kan meespelen dat zij inschat dat zij meer kans op een kabinetspost heeft als minder partijen beloond moeten worden. Daarom lijkt ze ook over haar eigen carrière te praten, zonder dat uiteraard toe te geven. 

Het CDA behaalde bij de laatste verkiezingen 9,5% van de stemmen en heeft 15 zetels in de Tweede Kamer. Leider Hoekstra heeft niet uitgesproken dat hij wil toetreden tot een nieuw kabinet. Hij houdt nog steeds een slag om de arm. Dat heeft te maken met de machtige positie in de partij van kamerlid Pieter Omtzigt die niet gecharmeerd is van premier Rutte die volgens hem de verkeerde bestuurscultuur zou belichamen. Nu Omtzigt wegens ziekte voor langere tijd uitgeschakeld is lijkt het CDA geleidelijk uit de schulp te kruipen.

Het opvallende in de formatie is in de laatst weken de verandering van toon en retoriek van de rechtse partijen CDA en VVD. Of ze zelfvertrouwen hebben gekregen is de vraag, maar vaststaat dat ze die publiekelijk tonen. Dat kan als fluiten in het donker worden uitgelegd. Het tegen beter weten in willen forceren van een voldongen feit. 

De VVD meent die vrijheid te kunnen nemen omdat de positie van premier Rutte niet langer hevig, maar overigens nog wel gematigd ter discussie staat en het CDA omdat de positie van de genoemde Omtzigt is verzwakt.

Eerst erkenden deze partijen volmondig (VVD) en deemoedig (CDA) dat er sprake was van een liberaal motorblok van VVD-D66 als basis voor een coalitie. Nu proberen ze in de beeldvorming een werkelijkheid te creëren van een rechts kabinet. Zoals gezegd is dat vooral van het CDA een ondoorgrondelijke manoeuvre omdat het nog niet eens heeft verklaard deel te willen uitmaken van een nieuw kabinet. Het CDA formeert op afstand in ijle lucht. 

Dat tamboereren op een rechts kabinet met als joker zelfs het dreigen met het radicaal-rechtse JA21 wringt omdat de positie die D66 heeft bij monde van partijleider Sigrid Kaag niet verzwakt is. Deze partij heeft nog steeds de sleutel in handen. Het valt niet in te zien dat de tactiek waarmee Van Toorenburg in navolging van Hoekstra, die weer werd gevolgd door Rutte, het veld wordt ingestuurd zal werken. Als niet alleen PvdA en GL elkaar vasthouden, maar D66, PvdA en GL dat doen, dan valt niet in te zien hoe dit blok van 41 zetels dat nodig is voor een meerderheid gepasseerd kan worden.

Premier Rutte zei afgelopen weken dat PvdA en GL ver van hem afstaan. Dat was een tamelijk overbodige en al te opzichtige uitspraak. Wat is ver? D66 kan zeggen dat CU ver van hen afstaat en dat het niet uitsluitend met rechtse partijen wil samenwerken. Welke open deur gooide Rutte hier open? Kijk naar Israël waar partijen die ver van elkaar afstaan samen een kabinet vormen. Wat denkt Rutte wat hij ermee zegt dat partijen ver van elkaar afstaan? Dat is nou eenmaal politiek. Moeten volgens Rutte alle partijen hetzelfde zijn? 

In Nederland coalitieland zijn partijen niet gelijkgeschakeld. Ze zijn onderling verschillend. Maar alle partijen die tot het midden gerekend kunnen worden zijn nou ook weer niet zo anders van elkaar dat ze niet samen kunnen werken. De constructieve zes, te weten VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU zijn binnen marges programmatisch inwisselbaar. De accenten zijn anders, maar de verschillen zijn overbrugbaar. 

Madeleine van Toorenburg heeft gelijk dat er tijd verspild is. Maar anders dan zij het probeert te framen. Door toedoen van Hoekstra en in navolging van hem een stoet VVD’ers en CDA’ers die hun mening in de media uitventten is tijd verloren gegaan. Hoekstra’s roep om een rechts kabinet en zijn bedekte blokkade om PvdA én GL samen tot een volgend kabinet toe te laten heeft tot tijdverlies geleid. Zo’n uitspraak is uiteraard deel van de onderhandelingen die zich deels in de media afspelen. Maar voor het proces is zo’n eenzijdige blokkade niet constructief. 

Wat zal de realiteit van zo’n centrum-kabinet van VVD, D66, CDA, PvdA en GL zijn? Het kabinet Rutte III heeft 16 ministers en acht staatssecretarissen. Onlangs zei premier Rutte dat vooral het aantal ministersposten uitgebreid moet worden. Hij voerde als reden de burn out van bewindslieden aan, maar evenzeer kan men er het voorsorteren van een vijfpartijen-kabinet in zien. Er zijn meer kabinetsposten nodig omdat meer partijen met posten tevreden moeten worden gesteld. 

De vijf partijen hebben samen 90 zetels. De module die leidt tot een kleine toename van het aantal kabinetsposten is 3 en resteert in 30 kabinetsposten (nu 24). Dat houdt in dat VVD, D66, CDA, PvdA en GL respectievelijk 11 (inclusief bonus voor premier), 8, 5, 3 en 3 kabinetsposten toebedeeld krijgen. De twee linkse partijen zullen naar verwachting karig bedeeld worden. Door te schuiven met de zwaarte van een staatssecretaris of de lichtheid van een minister kan het machtsevenwicht dat volgt uit het aantal zetels per partij gewaardeerd worden.

Die berekening roept de vraag op voor welk gevaar Hoekstra en Van Toorenburg nou eigenlijk waarschuwen. PvdA en GL krijgen naar alle verwachtingen hooguit samen zes kabinetsposten waarvan wellicht slechts elk een van zwaarder kaliber om zich te kunnen profileren. De zware posten zullen naar VVD, D66 en CDA (Financiën) gaan. 

Wat Van Toorenburg vergeet te zeggen is dat de linkse partijen als ze tot het kabinet Rutte IV toetreden weinig in de melk te brokkelen zullen hebben. Ligt voor Van Toorenburg een staatssecretariaat Binnenlandse Zaken in het verschiet als opvolger van Raymond Knops? Als beloning voor haar partijtrouw en lobbywerk als slippendrager van de partijleiding van het CDA. 

Hoe kan de partijpolitiek uit de eigen schaduw stappen?

Still uit Nosferatu (1922).

Met spanning wordt uitgezien naar de openbaarmaking vandaag van de notulen van de ministerraad waaruit zou blijken dat het leden van het kabinet moedwillig informatie achterhielden voor de Tweede Kamer in de toeslagenaffaire en kamerleden wilden inperken. Alle coalitiepartijen zullen daarbij worden beschadigd. Vraag is wie het meest en wie relatief het minst beschadigd wordt en of er nog voldoende vertrouwen overblijft voor de vorming van een nieuw kabinet.

Verliest D66-leider Sigrid Kaag haar geloofwaardigheid met haar oproepen voor nieuw leiderschap als blijkt dat zij in het kabinet meedeed aan oud leiderschap? Verliest CDA-leider Wopke Hoekstra de greep op zijn partij als blijkt dat hij CDA-kamerlid Pieter Omtzigt op verzoek van vooral D66 wilde inkapselen? Iets wat overigens niet lukte. Verliest VVD-leider Mark Rutte in de publieke opinie het laatste restje vertrouwen als blijkt dat hij leiding gaf aan het achterhouden van informatie voor de Tweede Kamer?

De oplossing is simpel en lastig tegelijk. Namelijk een coalitie die rond VVD-D66-CDA wordt gevormd met nieuwe gezichten van een nieuwe generatie. Geen Rutte, maar Klaas Dijkhoff. Geen Kaag, maar een backbencher. Geen Hoekstra, maar Omtzigt. Sterke ministers die de beste persoon op hun post zijn kunnen het kabinet vormen. Weg van het geklaverjas met partijbelangen waardoor partijen tweederangs wethouders naar voren schuiven die op hun eerste dag in het kabinet al mislukt zijn. Waarom geen Marcel Levi als minister van Volksgezondheid of Johan Simons of Willem de Rooij als minister van Kunst? Die ambitie om afstand te nemen van die oude partijpolitiek vormt ook een nieuwe bestuurscultuur.

Niet dat hiermee de oude, gesloten bestuurscultuur volledig verdwijnt en het zogenaamde dualisme in de scheiding van verantwoordelijkheid tussen kamer en regering, en tussen fracties en bewindslieden wordt gerealiseerd. Maar het kan een stap zijn in die richting. Met Omtzigt als tweede vice-premier is het niet onmogelijk dat de SP de vierde partij wordt in de coalitie. Dat is tandenknarsen voor de VVD, maar waarschijnlijk beter verteerbaar dan GroenLinks dat klimaatambities heeft en de bouw en de boeren voor het blok zet of PvdA dat op dit moment zwak geleid wordt en niet sterk en zelfverzekerd acteert.

Het gedoe over de formatie en de gesloten bestuurscultuur is beschamend voor wie alle problemen ziet die continu opduiken. En vooral, voor wie die serieus wil nemen. Wantoestanden en zaken die niet onder controle zijn en waar de politiek sturend in zou moeten zijn vertonen zich dagelijks. Het is de recycling van niet aangepakte problemen. De politiek wens je toe dat het doelmatig bestuurt, controleert en middelen verdeelt en niet steeds met zichzelf bezig is. Maar de politieke partijen geven in hun in zichzelf gekeerde arrogantie en zelfgerichtheid steeds weer het verkeerde voorbeeld.

De gesloten bestuurscultuur is een gevolg van het failliet van de partijpolitiek. Wie de politiek wil hervormen, moet de partijpolitiek hervormen. Ofwel, het belang van politieke partijen in de formatie moet afgeschaald worden. Hun belang hoeft daarmee niet te verdwijnen. Dat is ook onwenselijk omdat er veel waardevolle expertise en ‘geheugen’ in de partijen aanwezig is. Zonder hen kan het niet. Maar als ze in hun marketing, mannetjesmakerij, machtsdenken en electorale overconcentratie zo bijziend gefocust blijven op hun eigenbelang, dan kan het evenmin met hen.

De tussenoplossing is het openbreken van de partijpolitiek met een nieuwe generatie politici en deskundige ministers die losjes gebonden zijn aan partijen. De politiek om de politiek past slecht bij de bestuurscultuur waarvan iedereen zegt dat die nodig is. Laat het lippendienst zijn die ingegeven wordt door de publieke opinie die een eigen dynamiek krijgt. Die reden telt niet, het resultaat wel.

Kan het Westen het leven van Navalny redden door te dreigen met sancties?

De Russische oppositieleider Alexei Navalny is op oneigenlijke gronden veroordeeld en door de Russische leiders in een strafkamp gestopt. Waar tuberculose heerst. Daar wordt hem medische verzorging onthouden. Navlany is in hongerstaking gegaan en valt elke dag een kilo af. Dat kan hij niet lang volhouden.

De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Moskou Michael McFaul meent dat de positie van president Poetin minder sterk is dan het lijkt. Aan het eind van het interview met MSNBC zinspeelt hij op nieuwe sancties die de VS en zijn westerse bondgenoten kunnen instellen als Navalny het niet overleeft.

Maar het is de vraag hoever Duitsland en Frankrijk mee willen gaan met de VS dat voor harde sancties pleit. Er is minder westerse eensgezindheid dan McFaul suggereert. De economische betrekkingen van de Europese landen met de Russische Federatie zijn ook hechter dan die van de VS.

Te denken valt aan het definitieve afblazen van de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II, het blokkeren in het Westen van tegoeden en bezittingen van Russische pro-Poetin oligarchen en ‘vrienden’ van Poetin, en het volledig isoleren van de Russische energie- en financiële sector.

Als westerse landen het leven van Alexei Navalny willen redden, dan moeten ze via diplomatieke landen het Kremlin nu laten weten hoe de sancties fors uitgebreid zullen worden als hij overlijdt in de gevangenis. Dat wordt er des te overtuigender op als de Europese landen de harde houding van de Amerikaanse president Joe Biden steunen. Maar zoals gezegd, het is de vraag of landen als Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Nederland zich met meer dan symbolische mooie woorden die economisch niets kosten in willen spannen voor Navalny.

Uit Den Haag klinkt in het openbaar tot nu toe geen enkel kritisch geluid in de richting van het Kremlin. De Nederlandse politiek is vooral met zichzelf bezig in een opperste oefening in narcisme en navelstaren.

Zo blijkt uit een brief van minister Blok en minister Van ’t Wout van 2 april 2021 aan de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken bij de beantwoording van kamervragen van D66 en GroenLinks dat deze ministers Nord Stream II beschouwen ‘als een commercieel project, waarbij het zich rekenschap geeft van de geopolitieke aspecten’. Zelfs belabberde uitlegkunde kan deze onrealistische houding niet goedpraten. Het is vluchtgedrag van een Nederlandse regering die neutraal zegt te zijn, maar dat door haar steun aan bedrijven als Shell en de Gasunie die zich actief opstellen als verlengstukken van de energiepolitiek van de Russische Federatie niet is.

Het is wachten op een minister van Buitenlandse Zaken van D66 om deze selectieve blindheid te beëindigen. Voor Navalny komt deze regeringswissel in Den Haag waarschijnlijk te laat. Als Den Haag al verder kan kijken dan de eigen navel.

Klaas komt!

Wat is er logischer om Klaas Dijkhoff de nieuwe premier te maken in een kabinet Dijkhoff-Kaag met VVD, D66, CDA en PvdA?

Met zijn Brabantse profiel dat het CDA aanspreekt en een linksiger profiel zoals hij dat formuleerde in zijn discussiestuk (2019) voor D66 en PvdA? Hij pleitte toen voor een zogenaamd logisch liberalisme dat hij gelijkstelt met de Verantwortungsethik van Max Weber. Dit beoordeelt handelingen aan de hand van hun gevolgen.

Maar de VVD heeft afscheid van kamerlid Dijkhoff genomen. Hij heeft zelf een functie elders gezocht. Dat belet hem echter niet om terug te keren als premier. Dus dat is even wennen daar in de partijtop van de VVD waar types als Ben Verwaayen al jarenlang vanuit een Rutte-Eend belang Rutte-Eend adviseren.

Als CDA en D66 de komende weken hun poot stijf houden omdat het vertrouwen in Rutte zo zwaarwegend is geschaad dat hij niet als premier kan terugkeren, dan raakt Mark Rutte uit beeld en Klaas Dijkhoff in beeld. Zo simpel is het.

De afweging moet binnen de VVD gemaakt worden. Bij de al voorzichtig in gang gezette afslag naar het centrum past Klaas Dijkhoff niet alleen beter dan Mark Rutte, maar is hij ook geloofwaardiger en vertrouwenwekkender om daar leiding aan te geven.

Antwoord aan Jan-Willem Wits: Teleurstellende resultaten van het CDA en de CU zijn deels te verklaren door de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking

Hieronder mijn reactie op Facebook bij een artikel in het Katholiek Nieuwsblad met communicatieadviseur Jan-Willem Wits die in 2020 CDA-er Pieter Omtzigt adviseerde. Hij gaat in op de vraag waarom de christelijke partijen het op 17 maart 2021 zo slecht hebben gedaan.

Wits wijst op aspecten zoals de rol van CDA-leider Hoekstra en de verrechtsing van deze partij en snijdt pas in het slot een structurele oorzaak aan. Namelijk het afkalven van de achterban van de christelijke partijen. De conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat verbreding ten koste gaat van de eigen overtuiging en verdieping ten koste van de aantrekkingskracht voor velen. De christelijke partijen zitten demografisch klem.

De drie christelijke partijen hebben met een score van in totaal 15,1% slechter gepresteerd en verloren zo’n 2,8%. Dat is een achteruitgang van hun aanhang van ongeveer 15% sinds 2017. Die afname is in lijn met de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking hoewel het die niet volledig verklaart. In vier jaar tijd is de ontkerkelijking naar schatting met 7% toegenomen. Er zijn nog geen cijfers voor 2021 bekend, maar een doorberekening zegt dat nu 57% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door het geloof. Als moslims en Joden daar nog bijgeteld worden, dan blijkt dat nu zo’n 65% van de Nederlandsers geen christelijke overtuiging heeft.

CDA voerde een onzekere en zwalkende campagne en verloor, de CU had als belangrijkste wapenfeit zich erop te laten voorstaan om tegen het liberalisme van VVD en D66 te zijn, heeft zich vermoedelijk zo een volgend kabinet uitgeredeneerd en bleef gelijk. Evenals de SGP dat stabiel scoort op 3 zetels. De christelijke partijen kwamen zo uit op 23 zetels. Gelijk aan wat D66 in haar eentje haalt.

Niet-christelijke partijen hoeven zich dus getalsmatig niet langer te laten gijzelen door de christelijke partijen. Demografisch werkt de tijd tegen de christelijke partijen. Ook na hun achteruitgang hadden sinds 2012 de christelijke partijen meer in de melk te brokkelen dan de getalsverhoudingen deden vermoeden. Twee christelijke partijen in Rutte III hadden bovenmatig veel invloed. Toch is de christelijke politiek met ongeveer 15% van de zetels en stemmen minder in staat om hard op de rem van de maatschappelijke ontwikkeling te staan.

De beide liberale partijen VVD en D66 hebben hun bekomst van het moralisme en de remmende invloed van de christelijke politiek, maar durfden daar tot nu toe niet goed een breekpunt van te maken. Naar verwachting gaat D66 dat nu wel doen. Die achterhoedegevechten van de christelijke politiek zijn pas voorbij als de niet-religieuze partijen beseffen dat de christelijke partijen hun macht hebben verloren en niet nodig zijn. Ze mogen aanschuiven of anders in eigen kring preken.

Het slot geeft aan wat de randvoorwaarden zijn voor religieuze politiek. Dat is een slinkend perspectief, want elk jaar neemt het percentage toe met 1 tot 2 procent van de Nederlanders die verklaren zich niet te laten inspireren door het geloof. Dat heeft als gevolg dat de religieuze partijen niet verjongen en steeds meer leunen op oudere kiezers en in een mentaliteit en sfeer van vroeger blijven hangen. Ook DENK heeft niet gewonnen en de religieuze partijen Jezus Leeft en NIDA hebben de kiesdrempel niet gehaald.

Maar het is niet onmogelijk voor religieuze partijen om niet-religieuze kiezers te trekken. Premier Lubbers was daar tamelijk succesvol in. In Duitsland was kanselier Merkel dat. Omtzigt had het in zich om dat effect bij het CDA te bewerkstelligen. Maar dan moet de partij zich minder religieus opstellen dan Wits beweert. Dat is de schaduwzijde voor de christelijke hardliners. De aandacht voor medisch-ethische onderwerpen bij de CU heeft dan wellicht de achterban goed gedaan, maar tevens de partij geïsoleerd in Rutte III. CDA is groter en heeft de pretentie van volkspartij, zodat de niche politiek van de CU hoe dan ook moeilijk toepasbaar is op het CDA. Daarom deel ik Wits observatie niet.

Overigens ben ik van mening dat de SGP ontbonden moet worden vanwege het beginsel om een alternatief rechtssysteem op te tuigen dat Gods woord boven de nationale rechtsstaat stelt. Dat past niet in een democratie, zoals een partij die de sharia promoot daar evenmin een plek in zou moeten hebben. Het verbaast me dat in de kringen van de christelijke politiek geen levendig debat bestaat over de in de kern anti-democratische SGP. Want deze partij besmet het beeld dat van christelijke politiek bestaat. Dat is via een omweg schadelijk voor CDA en CU.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTeleurstelling bij de christelijke partijen: wat ging er mis in de campagnes van het CDA en de ChristenUnie?’ in het Katholiek Nieuwsblad, 19 maart 2021.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 4: coalitie, marge met splinters en dwaze speculatie

Update 17 juni 2021: Het is nu exact drie maanden na de verkiezingen op 17 maart. Er is nog geen begin van het zicht op een coalitie. Het instabiele CDA vertraagt met overmoed, obstructie en rechtse praatjes van partijleider Hoekstra de formatie. Ik speculeerde in onderstaand commentaar op een coalitie van VVD-D66-PvdA-SP. Dat heeft nu een meerderheid van 76 zetels. Twee bezwaren zijn er tegen. SP wil zelf niet en VVD wil geen twee linkse partijen in het kabinet. Maar dat laatste bezwaar is onzin omdat PvdA en SP getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben. Met in totaal 18 zetels hebben ze minder dan D66 dat met 24 zetels weer 10 zetels minder heeft dan de VVD. Die krachtsverhouding kan in het regeerakkoord en de verdeling van ministersposten vertaald worden. SP en PvdA hebben samen een belang van 24%. Moet de VVD met 45% daar bang voor zijn? Waar is de VVD bang voor?

Volgende week woensdag 17 maart 2021 kennen we de exit poll van de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De 70-plussers konden afgelopen week al stemmen en op 15 en 16 maart kunnen risicogroepen en alle anderen die zich daartoe rekenen stemmen.

Welke kant gaat het op? Laten we uitgaan van de nu bekende laatste peiling van 8 maart 2021. De marges zijn groot en er kunnen nog verschuivingen in optreden. Dat komt mede omdat de campagne niet echt leeft en vele kiezers nog twijfelen. Volgen ze hun overtuiging of stemmen ze strategisch? Of blljven ze thuis?

Uiteindelijk gaat het om het vormen van een coalitie. Zo komt een kabinet tot stand. Laten we het aantal zetels per blok bekijken. Blokken kunnen elkaar overlappen. De volgende blokken zijn te onderscheiden:

  1. 29: Radicaal-rechts: PVV (20), FvD (4), SGP (3), JA21 (2).
  2. 40: Links: PvdA (12), GL (11), SP (10), PvdD (6), Bij1 (1).
  3. 28: Religieus: CDA (17), CU (6), SGP (3), DENK (2).
  4. 52: Liberaal: VVD (37), D66 (15).
  5. 56: Centrum-rechts: VVD (37), CDA (17), 50Plus (2).
  6. 28: Kosmopolitisch: D66 (15), GL (11), Volt (2).

Binnen radicaal-rechts hebben PVV en FvD zich door hun radicale opstelling en (persoonlijke) verwijten aan andere partijen buiten de orde geplaatst. SGP is een gespleten partij omdat het zich in praktijk gouvernementeel opstelt, maar in theorie anti-rechtsstatelijk is. Het valt niet in te zien dat linkse of liberale partijen met de in de kern theocratische SGP willen samenwerken. JA21 heeft even radicale standpunten als PVV en FvD, maar lijkt zich in de samenwerking met andere partijen wat schappelijker op te stellen. Veel is nog onduidelijk over deze partij. Ook het buitengesloten zijn binnen radicaal-rechts kent dus verschillen. Het kan er op uitlopen dat deze partijen met hun 29 zetels buiten een coalitie vallen. Er resteren 121 zetels.

Omdat voor een coalitie de steun van minimaal 76 zetels nodig is kunnen er maximaal 45 zetels (121 – 76) afvallen. Liefst iets minder dan 45 zetels om een veilige marge voor een meerderheid in te bouwen, maar evenmin veel minder dan 45 zetels omdat er dan te veel partijen aan een kabinet moeten deelnemen. Laten we daarom uitgaan dat er nog 41 zetels afvallen en een coalitie steunt op 80 zetels.

De VVD is getalsmatig nodig omdat niet valt in te zien hoe het enige alternatief zonder VVD én radicaal-rechts, namelijk een zeven-partijen kabinet van CDA-D66-PvdA-GL-SP-CU-PvdD (77 zetels) levensvatbaar is en programmatische samenhang vertoont. Als de VVD onmisbaar is, dan is of het CDA of D66 die tussen de 15 en 17 zetels scoren misbaar. Omdat het CDA onder de nieuwe partijleider Wobke Hoekstra is afgeslagen naar rechts en deels de VVD rechts is gepasseerd heeft de VVD er op dit moment geen belang bij om samen met het CDA in een kabinet te gaan zitten. Hoewel een sterke oppositie tegen het kabinet evenmin aantrekkelijk is. Toch wijst een en ander op een rompkabinet van VVD en D66. Dat is 52 zetels. Waar komen de resterende 28 zetels vandaan om tot 80 te komen?

Links is nu aan zet. Opname van alle drie de linkse partijen PvdA, GL en SP in het kabinet is er een te veel omdat de achterban van de VVD dat niet zal begrijpen omdat zo het evenwicht in het kabinet te ver naar links doorschiet. De degelijke bestuurderspartij PvdA lijkt een betrouwbare kandidaat voor deelname aan het kabinet Rutte IV.

Resteert de keuze tussen GL en de SP. De laatste lijkt wat radicaler, maar redelijker en de eerste wat inschikkelijker, maar minder stabiel. Wat voor de VVD tegen GL pleit is de stevige opstelling van die partij over het klimaat. Dat is voor de bedrijfslobby binnen de VVD een brug te ver. GL lijkt ook de eigen hand overspeeld te hebben met marketing praatjes over een links blok, terwijl PvdA en SP daar niks van willen weten.

De SP gaat net als de SGP in theorie voor een ander wereldbeeld, maar laat zich in de praktijk kennen als redelijke bontgenoot. Dat heeft de partij op lokaal niveau bewezen, waar het betrouwbaar opereert. Probleem is vooral de sceptische EU-opstelling van de SP en de animositeit met de PvdA. Denk aan de harde en mislukte anti-Timmermans campagne van de SP bij de Europese verkiezingen. Maar zowel het een als het ander valt glad te strijken. Dat pleit voor opname van de SP in het kabinet.

Zo komt een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP in de steigers te staan. Maar het is een smalle marge, Volgens de huidige peilingen is deze coalitie met 74 zetels niet genoeg voor een meerderheid. In de Eerste Kamer doet deze coalitie het met 29 van de 75 zetels nog slechter. De toevoeging van de CU lost dat probleem in de Tweede Kamer op (80 zetels), maar in de Eerste Kamer niet (33 zetels). Samenwerking met de Fractie-Nanninga (= JA21) in de Eerste Kamer lost dat probleem daar op, terwijl de 2 zetels van JA21 in de Tweede Kamer zelfs de deelname van de CU overbodig maken. Toch al een partij met zalvende praatjes waar liberalen weinig van moeten hebben.

De minimale constructie voor een stabiele coalitie in de Staten-Generaal is een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP met gedoogsteun van JA21. Als pragmatische oplossing is het mogelijk dat de partij een partijloos staatssecretariaat over veiligheid of migratie gegund wordt, zodat de partij niet formeel aan het kabinet deelneemt. Ermee wordt het argument geneutraliseerd dat radicaal-rechts bij voorbaat buitengesloten wordt. Het toont berekenend, maar dat type argument is in elk kabinet ingebakken.

Een ding is zeker. Zo zal het niet gaan. Elke coalitie is onwaarschijnlijk totdat het waarschijnlijk wordt. Dat is een uitspraak met een hoog Johan Cruijff gehalte. Of is het omgekeerd: Elke coalitie is waarschijnlijk totdat het onwaarschijnlijk wordt? Enfin, dit soort speculaties is bruikbaar omdat het ons leert dat coalitievorming niet zozeer het verkennen van opties, maar het opruimen van blokkades is. Dat gaat volgens een vaste methode waarbij het resultaat minder belangrijk is dan het erop wijzen dat de methode bestaat. De chaos maakt het overzichtelijk omdat die een veelheid aan kansen biedt. Dat is de paradox.

Foto: Peiling van Politico stand 8 maart 2021.

Sigrid Kaag (D66) valt Rutte (VVD) aan op diens buitenlandbeleid. Ze wil een hardere opstelling jegens Nord Stream II

Prima standpunt van D66 lijsttrekker Sigrid Kaag dat voortborduurt op de tegenstand tegen Nord Stream II die binnen GroenLinks, D66 en ChristenUnie is opgebouwd. Het is veelzeggend en slim van Kaag dat ze hier een strijdpunt van maakt. Op 17 maart 2021 zijn er landelijke verkiezingen.

Het commentaar van de VK is verwarrend als het suggereert dat het standpunt van de Nederlandse regering al jaren onveranderd is. Dat is niet zo. Onder druk van genoemde drie partijen werd in 2018 de regering Rutte gedwongen om de Europese Commissie te volgen in een autonome gaskoers die impliceert dat Nord Stream II geen commercieel, maar een (geo)politiek project is. Daarom oogt Kaags opmerking gedateerd omdat ze een achterhaald standpunt bestrijdt. Dat is Don Quichotterig. Niet toevallig zei in april 2018 de Duitse kanselier Merkel dat “uiteraard ook met politieke factoren rekening moet worden gehouden” bij de aanleg van Nord Stream II. Daarmee doelde ze niet alleen op de positie van Oekraïne.

Hoe dan ook is het goed dat Kaag dit standpunt verkondigt. Hoewel het te laat dreigt te komen omdat de aanleg van Nord Stream II in de laatste fase is aanbeland. Voltooiing is door onder meer de Amerikaanse en Oost-Europese oppositie nog niet zeker. Hopelijk kan Kaag haar standpunt met de buitenlandwoordvoerders van haar partij verder uitwerken en verbinden aan de positie van Alexei Navalny en de mensenrechten in de Russische Federatie, Shell en Gasunie, Oekraïne en Duitsland, de duurzaamheid en toekomstbestendigheid van de energievoorziening zoals die is verwoord in het Third Energy Package uit 2018 van de EU dat gaat over het vergroten van de diversiteit en onafhankelijkheid in de energievoorziening. De aanleg van Nord Stream II is daarmee strijdig en met de Duitse Alleingang om Nord Stream II vanwege eigenbelang te bouwen heeft Duitsland door haar arrogante opstelling enkele EU-lidstaten van zich vervreemd en de sfeer binnen de EU verziekt.

De VK schetst de valkuil waar Kaag in kan vallen als het zegt dat zij wil dat Nederland in haar buitenlandbeleid aansluiting zoekt bij Frankrijk en Duitsland. Dat kan probleemloos op onderdelen, maar de twee landen zitten niet altijd op dezelfde lijn. Juist Nord Stream II maakt duidelijk dat deze twee landen er verschillend tegenaan kijken. Dat is begrijpelijk voor wie de energievoorziening van genoemde landen in ogenschouw neemt. Duitsland heeft kernenergie in de ban gedaan en Frankrijk niet. Die energiepositie bepaalt grotendeels de afhankelijkheid van de opstelling. Frankrijk is al jaren tegen het voltooien van Nord Stream II, terwijl Duitsland voor is. Tegelijk gebruikt de Franse diplomatie de tegenstand om op andere dossiers wisselgeld te vergaren, en bindt het telkens in.

Het Nederlandse kabinet is onder druk van GroenLinks, D66 en Christen Unie én de Europese Commissie dus al sinds 2018 verwijderd van het standpunt dat Nord Stream II een zuiver commercieel project is. Maar tegelijk heeft Rutte III het standpunt dat Nord Stream II een (geo)politiek project is evenmin omarmd. Daar zal de positie en het lobbywerk van Shell en Gasunie niet vreemd aan zijn.

Het feit dat in de Nederlandse politiek in het midden is blijven hangen of Nord Stream II een commercieel of politiek project is kan opgevat worden als een compromis tussen enerzijds VVD en anderzijds D66 en Christen Unie in Rutte III, met het CDA in een tussenpositie. Vreemd overigens omdat sinds 2018 vele landen wel opgeschoven zijn naar het standpunt dat Nord Stream II een zuiver politiek project is van het Kremlin.

Omdat minister Sigrid Kaag als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking blijkbaar geen macht had om minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken in beweging te krijgen richting mensenrechten, een Europese energie-onafhankelijkheid en -diversiteit, en een hardere koers tegenover de Russische Federatie probeert ze nu in verkiezingstijd haar punt te maken dat het kabinetsberaad niet haalde of daar onvoldoende steun kreeg. Zo is het niet ondenkbaar dat Nederland in een nieuwe Tweede Kamer een harder Rusland-standpunt inneemt in navolging van de regering Joe Biden. Door de Yukos- en de MH17-rechtszaak op Nederlandse bodem is Nederland een betrokken buitenstaander die ook een publieke mening dient te geven over Nord Stream II.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikel ‘Kaag de lijsttrekker hekelt buitenlandbeleid Rutte: ‘We moeten optrekken met de Fransen en Duitsers’’ in de Volkskrant, 10 februari 2021.

Utrecht vertraagt vinden bestemming Oud Amelisweerd en krijgt daar kritiek op. Terwijl het gericht moet investeren in cultuur

Update 10 februari 2021: In een brief aan de gemeenteraad heeft wethouder Eerenberg vandaag bekendgemaakt dat Stadsherstel Utrecht ‘de komende tien jaar het beheer, onderhoud en de exploitatie van het Landhuis Oud Amelisweerd gaat organiseren’. De brief zegt ook: ‘Het landhuis gaat functioneren als een open platform voor wisselende tentoonstellingen en initiatieven op het gebied van beeldende kunst, wetenschap en geschiedenis.’ Dat houdt in dat Stadsherstel Utrecht niet zoekt naar een vaste huurder, maar als intermediair namens de gemeente Utrecht betrokken blijft. Dat is een positieve ontwikkeling met een schaduwkantje dat het gevolg lijkt van een politiek compromis. De inhoud komt centraal te staan, maar waarom er niet gekozen is voor een ‘technische’ beheerder op afstand zoals Vereniging Hendrick de Keyser is een vraag die op antwoord wacht. 

Het beleid van de gemeente Utrecht inzake het landhuis Oud Amelisweerd te Bunnik waarvan het de eigenaar is geeft de indruk dat Utrecht niet weet wat het ermee aan moet. Het is een spreekwoordelijk hoofdpijndossier dat het beeld van een chaotisch en warrig beleid biedt. Het gemeentebestuur vertraagt doelbewust de voortgang en wil daar geen verantwoording over afleggen. Dat zit velen dwars. Niet alleen de vrijwilligers die tot nu toe in het landhuis werkten, maar ook kunstliefhebbers die wensen dat het landhuis snel een volwaardige museale bestemming krijgt. De huidige stagnatie is het gevolg van het angstig en weinig doortastend handelen van het Utrechtse gemeentestuur. De tragiek is dat deze situatie al ruim 10 jaar duurt.

Hoe het gemeentebestuur de eigen onmacht geparkeerd heeft legde ik uit in een commentaar van 23 juni 2020 dat in de titel de kern van de bestuurlijke impasse samenvat: ‘Utrecht moet Oud Amelisweerd weghalen uit greep gemeentelijke organisatie en buitenstaanders betrekken bij een oplossing’.

Ik schreef toen: ‘Naast de weeffout van een landhuis dat duur is in de exploitatie is er nog een bestuurlijke weeffout waardoor Oud Amelisweerd niet van de grond komt. Het beheer is in handen van de Utrechtse Vastgoed Organisatie (UVO) die een dominante greep heeft op Oud Amelisweerd. Dat is ongewenst. Het is ook onlogisch omdat de UVO zeker de verdienste heeft dat het de restauratie van Oud Amelisweerd in goede banen heeft geleid, maar die fase is voorbij. De blijvende greep van de UVO verklaart waarom dit dossier in de afgelopen 10 jaar wat het vinden van een geschikte huurder betreft zo amateuristisch is behandeld met teleurstellende resultaten. Tegelijk geeft dit de mogelijkheid om het beter te doen. Dat geeft hoop. Oud Amelisweerd moet uit de greep van de UVO gehaald worden. Zeker waar het de niet-bouwkundige aspecten betreft. Het debat over een nieuwe bestemming van Oud Amelisweerd moet niet gedomineerd worden door bouwkundigen of makelaars, maar door museale experts met contacten in de museumsector en kennis over de exploitatie van een museum.

Hoe dan ook moet er een dynamiek ontstaan zodat de UVO een stap terug doet en museale expertise in huis gehaald worden om een nieuwe huurder te vinden. Dat had al in 2010 moeten gebeuren en is toen niet gebeurd, maar het merkwaardige is dat dit na talloze waarschuwingen en ontsporingen nog steeds niet is gebeurd. Dat gaat de richting op van onzorgvuldig bestuur van de gemeente Utrecht of van grandioze desinteresse. Wethouders werken langs elkaar heen en de Cultuurwethouder zit niet in de bestuurdersstoel.

De rol van de UVO en de terughoudende houding van het Utrechtse gemeentestuur wordt in een nieuwsbrief van 28 januari 2021 door beheerder Arjen Meurs ondersteund. De nieuwsbrief is interessant genoeg om integraal weer te geven. Meurs zal per 1 maart 2021 niet meer werkzaam zijn in het landhuis:

Ik stuur dit bericht aan hen die de afgelopen tijd bijgedragen hebben aan of interesse getoond hebben in verdere culturele ontwikkelingen voor het landhuis Oud Amelisweerd. En om het landhuis in de toekomst geopend te houden voor bezoekers.

Hildo Kamstra en ik hebben vandaag een gesprek gehad met algemeen manager Marcel Gierveld en manager Oud Amelisweerd Linda van Blokland van de U.V.O., dat is de Gemeente Utrecht afdeling vastgoed.

De U.V.O. heeft ons sinds begin 2019 in dienst gehad op payroll basis en per 1 maart verloopt de mogelijkheid om ons nog een tijdelijk contract te geven.

In het gesprek werd ons dit officieel meegedeeld, en de vraag daarop aan ons was of wij de komende maand februari een overdracht willen verzorgen van ons werk aan de U.V.O..

In een eerdere brief van ons aan de U.V.O. hebben we aangegeven welke werkzaamheden en verantwoordelijkheden wij hebben in landhuis Oud Amelisweerd, en dat deskundig en ervaren beheer voor een landhuis met zeer hoge erfgoedwaarde als Oud Amelisweerd van groot belang is.

Ook hebben we daarop in een tweede e-mail nog drie constructies geschetst waarop wij tijdelijk door zouden kunnen werken in het landhuis op ZZP basis of via twee musea die tijdelijk willen helpen als organisatie.

Op de inhoud van de twee e-mails werd niet ingegaan, en we moesten Marcel Gierveld hierop attenderen. Hij vond het spijtig voor ons maar kwam terug op de noodzaak tot een vlotte overdracht van beheer.

Dit houdt in dat Hildo Kamstra en ik, beheerders die zeven jaar voor het landhuis hebben gezorgd, per 1 maart niet meer werkzaam zullen zijn in het landhuis.

We hebben ook nog genoemd dat wij tot aan de laatste maand een spil zijn geweest voor de groep van ongeveer 30 vrijwilligers die h[i]er werken, hun toekomst werd ook niet toegelicht.

We hebben gezegd dat we teleurgesteld zijn in het resultaat van twee jaar onderzoek door de U.V.O. om een plan of visie te ontwikkelen. Ook hebben we aangegeven dat het jammer is dat de kennis en ervaring van beheer en vrijwilligers niet betrokken zijn bij dit onderzoek.

Meer dan eens hebben we om betrokken te worden gevraagd, vrijwilligers en beheer, en we vinden dit een gemiste kans.

Op onze vragen of er een volgende huurder komt of dat het landhuis wellicht is aangekocht bij een volgende partij kregen we geen antwoord. Via raadsvragen aan de Gemeente Utrecht, via een raadslid van D66, heb ik een paar maanden geleden deze vragen ook gesteld. Er volgt geen antwoord. Alleen de mantra: de U.V.O. zoekt nog steeds hard naar een structurele duurzame invulling voor het landhuis, men werkt hier hard aan.

We nemen dus afscheid van Oud Amelisweerd, tot onze grote spijt want we hebben ons op allerlei vlakken voor het huis en vrijwilligers met veel plezier en van harte ingezet.

In het verlengde van deze nieuwsbrief verscheen in ’t Groentje/ Bunniks Nieuws op 6 februari 2021 het artikelBeheerders en vrijwilligers Oud-Amelisweerd voelen zich genegeerd en aan de kant gezet door gemeente Utrecht’ (betaalmuur) dat ingaat op de werksituatie van de beheerders en vrijwilligers en de toekomst van het landhuis. Bunniks Nieuws concludeert dat de gemeente Utrecht zich niet gehouden heeft aan de toezegging om een toekomstplan en een bouwhistorisch onderzoek/ pandvisie te publiceren. Dat eerste zou enkele maanden geleden verschijnen en dat laatste in mei 2020. Bunniks Nieuws zegt hierover op 3 februari 2021 vragen aan de gemeente Utrecht te hebben gesteld, ‘onder andere over de reden van vertraging’ en geeft aan dat die nog niet beantwoord werden.

De beheerders geven aan niet de reden te kennen waarom de pandvisie wordt vertraagd. Op 7 januari 2021 antwoordde wethouder Eelco Eerenberg (Vastgoed) de raadsvragen die zijn partijgenote Ellen Bijsterbosch (D66) in november 2020 had gesteld en waar Meurs in zijn nieuwsbrief naar verwijst. Het feit dat het de wethouder Vastgoed is en niet de wethouder Cultuur die over dit dossier gaat onderschrijft het vermoeden dat de UVO een dominante greep heeft op landhuis Oud Amelisweerd en dat het vinden van een goede culturele of museale bestemming geen prioriteit heeft voor het Utrechtse gemeentebestuur. Anders zou het cultuurwethouder Anke Klein (D66) bestuurlijk een leidende rol geven bij het vinden van een museale bestemming. Maar dat gebeurt niet.

In 11 jaar tijd is er niet alleen niets ten goede verkeerd, maar is het gemeentebestuur nog verder in de schulp gekropen. Voorheen waren het nog de cultuurwethouders (Lintmeijer, Diepeveen) die eerstverantwoordelijke waren, nu houdt het gemeentebestuur zelfs de schijn niet meer op dat het vinden van een museale bestemming urgentie heeft. Het landhuis wordt nog steeds in de eerste plaats als een vastgoedobject gezien en niet als een kans om er een goed museum in te vestigen dat past bij de ambities van de vierde stad van het land die op dit moment economisch en cultureel zo succesvol is.

Het lijkt er sterk op dat al vanaf 2010 wat landhuis Oud Amelisweerd betreft het Utrechtse gemeentebestuur verdwaald is geraakt in een papieren werkelijkheid van scenario’s, visies, haalbaarheidsonderzoeken en plannen die vooral dienen om zich achter te verschuilen en een beeld van daadkracht en volwassen bestuur te suggereren. Deskundigen die weten wat een museum nodig heeft worden buiten de besluitvorming gehouden. Soms mogen ze een advies geven dat dient als een nieuwe verdedigingswal in de papieren werkelijkheid.

Nodig is een krachtige bestuurder met verstand van en liefde voor de kunst én de museumsector die de daadkracht en ambitie heeft om dit project vlot ter trekken. Zo complex is het nou ook weer niet mits de goede deskundigen erbij gehaald worden zonder de beperking van een sturende opdracht waarvan de uitkomst al zo goed als vaststaat voordat het onderzoek begint. Alle opties moeten op tafel kunnen komen.

In zijn antwoord maakt Eerenberg een voor de Utrechters alarmerend en vanuit zijn standpunt gezien defensief voorbehoud als hij zegt: ‘Zowel in de pandvisie als in het bestemmingsplan is omschreven dat onder andere een culturele invulling tot de mogelijkheden behoort. Die museale bestemming zet hij dus op losse schroeven. Dit ondanks de aangenomen motie 111 uit 2017 die constateert dat de gemeente een zorgtaak heeft voor de collecties die onlosmakelijk verbonden zijn aan het landhuis en die het gemeentebestuur naar de geest en de letter opdraagt om landhuis Oud Amelisweerd open te stellen. Men kan niet anders dan medelijden hebben met Eerenberg en zijn beleidsmedewerkers die zich aan bestuurlijke afspraken willen onttrekken.

De treurige conclusie van deze episode van een al ruim 10 jaar slepende kwestie van een prima met veel gemeenschapsgeld gerestaureerd rijksmonument is dat er in al die tijd geen vooruitgang is geboekt en het gemeentebestuur zelf niet echt initiatief neemt, maar zich telkens laat overvallen door toevalligheden die zich aandienen en daarom in cirkels ronddraait en achter de feiten aanloopt.

Vanwege het gebrek aan visie én desinteresse heeft het gemeentebestuur dit dossier bij de UVO geparkeerd die het afschermt. Het begin van een oplossing is simpel. Het gemeentebestuur moet voltallig besluiten om landhuis Oud Amelisweerd een goede museale bestemming te geven en dat serieus te gaan onderzoeken.

Wellicht kunnen de Utrechtse D66’ers die als wethouders direct bij dit dossier zijn betrokken inspiratie putten en een focus vinden die ze tot nu toe missen uit het standpunt over cultuur van hun partij: ‘D66 wil daarom gericht investeren in het herstel van cultuur’. Toen Eerenberg in 2015 wethouder in Enschede was zag hij er geen gat in om voetbalclub FC Twente een garantstelling van 32 miljoen euro te geven. Zijn argumentatie was dat de gemeente wel moest bijspringen omdat het verlies anders nog groter werd. Welnu, bij landhuis Oud Amelisweerd is dat niet anders. Dat kan Utrecht niet doen door structurele subsidie te geven voor de exploitatie omdat de raad in 2012 in een overgenomen motie het gemeentebestuur opdroeg dat na te laten, maar wel door te investeren in een duurzame, toekomstbestendige bestemming van landhuis Oud Amelisweerd.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBeheerders en vrijwilligers Oud-Amelisweerd voelen zich genegeerd en aan de kant gezet door gemeente Utrecht’ in ’t Groentje/ Bunniks Nieuws, 6 februari 2021 (achter betaalmuur).

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 2: partijpolitiek

In een commentaar van 20 februari 2018 over de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 schreef ik het volgende: ‘Nog een maand campagne. Nog een maand leuzen, versimpelingen, verdraaiingen en de vermarkting van politici. Ik weet werkelijk niet of ik ga stemmen en als ik ga stemmen welke partij het wordt.

Dat ik het niet weet komt niet door een tekort aan politiek besef of interesse, maar door een teveel eraan. Wat moet ik met partijpolitiek, en krampachtige en onopvallende politici die naar mijn gunst dingen? Tegelijkertijd wil ik niet meedoen aan de retoriek van de stemmingmakers die tegen ‘de politiek’ schoppen. Ik ben voor de politiek. Hoe kan ik een stem voor de politiek uitbrengen, terwijl ik geen vertrouwen heb in de partijpolitiek en de huidige generatie politici? Ik ben nijdig dat partijen me voor het blok zetten met hun onheuse voorstelling.’

Slechte voorbeelden uit het buitenland stralen negatief af op de Nederlandse situatie. De onwaarachtige en leugenachtige verklaringen van Republikeinse vertegenwoordigers in het Amerikaanse Huis versterken het beeld dat het in de partijpolitiek niet gaat om het landsbelang, maar om persoonlijk belang. Wat krom is wordt recht verklaard en eigen fouten worden aan de concurrentie toegerekend. In de kern is partijpolitiek kinderachtig gedoe van grote mensen die in hun speeltuin een steeds nauwere blik op de werkelijkheid ontwikkelen totdat ze zelfs over zichzelf niet meer weten hoe nauw en verkeerd hun blik is.

Ik ken geen alternatief.  De partijpolitiek is leidend en gezaghebbende partijen staan hun macht niet vrijwillig af. Ontwikkelingen met burgerfora of loterijen om burgers bij het bestuur te betrekken blijven kleinschalig en lijken eerder een cosmetische operatie, dan een welgemeend streven van de macht naar machtsdeling en het teruggeven van macht aan de burger. Uit onderzoek blijkt dat er met name bij jongeren een groot engagement is en ze wakker liggen van maatschappelijke thema’s, maar zich niet kunnen identificeren met de partijpolitiek.

Wat de gevestigde partijen doen is teleurstellend. Ze verliezen de strijd op twee fronten. Ze laten zowel in de beeldvorming als in de politieke realiteit een idee postvatten dat ze niet oprecht zijn in hun sociaal-economisch beleid en niet eens meer zelf aan de knoppen zitten om het vorm te geven. Het zijn de multinationals, de banken en de EU die het voor het zeggen hebben. Dat relativeert het belang van de gevestigde partijpolitiek en verkleint het verschil met de radicale randpartijen van rechts en links. De gevestigde partijpolitiek laat deels bewust, deels onbewust na om te formuleren, te verduidelijken en te presenteren hoe in Nederland de macht verdeeld wordt en welke richting het land moet inslaan om toekomstbestendig en duurzaam te zijn. Zo resteert pragmatisme dat politiek zonder politieke beginselen en programma biedt.

Een oplossing voor de gevestigde politiek om de schijnvoorstellingen en -oplossingen van de radicalen te ontmaskeren ligt voor de hand. Het moet aan geloofwaardigheid, voorspelbaarheid en verantwoording winnen om het verschil met het ongeloofwaardige beleid van de radicalen te benadrukken. Gevestigde partijpolitiek moet met realisme en transparantie rekenschap van zichzelf geven om het verschil te onderstrepen met de randpolitiek die bestaat uit onrealistische toekomstbeelden. Maar het terugtreden van Lodewijk Asscher als partijleider van de PvdA schetst het dilemma. Door transparantie en oprechtheid leveren hij en zijn partij aan macht in. In elk geval voorlopig. Zolang de gevestigde partijpolitiek onvoldoende handelt kan het de politieke handelaren in hersenschimmen niet de pas afsnijden.

Maar kan de gevestigde partijpolitiek nog wel geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoording handelen? Valt het politieke systeem nog wel te repareren of is het het punt al gepasseerd dat de partijpolitiek en de burgers samen er nog voldoende grip op kunnen krijgen om het te repareren omdat het al bezit van externe krachten is? Het antwoord op die vraag is onduidelijk. De paradox is dat wat Forum voor Democratie en de PVV als bezwaar zien, namelijk het weggeven van de soevereiniteit van Nederland, precies hun electorale opgang mogelijk maakt. Niet omdat ze daarin beleidspunten scoren die van belang zijn voor de praktische politiek, maar omdat het het verschil met de geloofwaardigheid van de gevestigde partijpolitiek verkleint.

Het gebrekkige en uitblijvende antwoord van de gevestigde partijpolitiek dat schippert tussen het inleveren van soevereiniteit en het ophouden van de schijn dat dit niet aan de orde is, baart meer zorgen dan de schijnoplossingen van radicaal links en rechts. De politieke filosofieën van het communisme en het fascisme die ten grondslag liggen aan de programma’s van de radicale partijen hebben hun geloofwaardigheid voor de praktische politiek allang verloren. Dat is een doodlopende weg waar de gevestigde politiek minder bevreesd voor zou moeten zijn dan het nu is. Dat maakt het uitblijven van een passend antwoord er des te raadselachtiger op.

Zie hier voor commentaar ‘Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL’ van 2 december 2020.

Foto: Minister Wiebes in gesprek met scholieren. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen, 2019.

DDS’er Michael Van Der Galien begrijpt niet wat censuur is en evenmin dat Trump meer dan een mening heeft

Bij het artikelGeschifte D66’er Kees Verhoeven eist censuur na Capitol Hill-bestorming: ‘Niet waar meningsuiting voor bedoeld is!’’ van 7 januari 2021 op DDS plaatste ik onderstaande reactie:

‘Michael Van der Galien begrijpt niet wat censuur is of hij doet net alsof hij het niet begrijpt. Door zijn verkeerde opvatting van wat censuur is zet hij de lezer op het verkeerde been.

Er is pas sprake van censuur als bepaalde informatie wordt tegengehouden of verboden zodat het achtergehouden wordt en nergens kan verschijnen. Bijvoorbeeld als een staat het alleen voor het zeggen heeft en alle media beheerst. Te denken valt aan autoritaire staten als China, Noord-Korea of de oude Sovjet-Unie die geen pluriform medialandschap kennen of hun nationale internet met een muur van het buitenland afsluiten. Wie de vele verschillende platforms op sociale media ziet tot en met 4chan en Parler weet dat dat in Nederland of de VS niet aan de orde is en een bericht altijd ergens kan verschijnen en door velen gezien kan worden.

Er is dus geen sprake van censuur als Twitter, Facebook of Google een bericht verbieden of een individu van hun platform bannen. Deze commerciële bedrijven hebben hun eigen gedragsregels en kunnen eigenhandig beslissen over wie ze wel of niet toelaten. Ze spreken zich niet uit over andere media. Een aldus verbannen bericht kan makkelijk elders worden geplaatst.

De mening van Kees Verhoeven over de vrijheid van meningsuiting komt niet uit de lucht vallen. Het volgt niet direct uit de bestorming van het Capitool door relschoppers op 6 januari 2021 en de poging tot staatsgreep van president Trump en zijn medestanders. De kritiek die Verhoeven verwoordt wordt al enkele jaren door velen geuit. Het siert Van Der Galien niet Verhoeven iets in de mond te leggen wat deze D66’er niet zegt of bedoelt te zeggen.

President Trump heeft met zijn berichten in de media het vertrouwen in de Amerikaanse democratie beschadigd. Een democratie die weerbaar wil zijn en zichzelf wenst te verdedigen dient daar tegen op te treden. Als daar een beroep op techgiganten bijhoort om Trumps leugens te bannen, dan is dat een toelaatbaar middel.

Het is onjuist om het maandenlang ageren van president Trump tegen de verkiezingsuitslag als ‘een mening’ af te schilderen. Het is meer dan een mening. Trump zaaide zijn twijfels over de uitslag om zijn kas te spekken door donaties aan zijn volgers te vragen en om zijn positie jegens die volgers en binnen de Republikeinse partij te versterken.

Het is ook meer dan een mening omdat Trump een door alle staten en DC op 11 december 2020 gecertificeerde uitslag gestolen bleef noemen. Daarmee ging Trump bewust in tegen de werking van de democratie. Juist een president kan daarover geen mening hebben omdat zijn functie zijn persoonlijke mening overstijgt. Er was dus zeker vanaf 11 december 2020 sprake van opruiing door Trump waarmee hij zich buiten de wet begaf en zijn recht van spreken verloor. Het is juist verwonderlijk dat de techgiganten zo laat ingrepen en Trump alle ruimte gaven voor desinformatie die de democratie beschadigde.

Ik sta net als Van Der Galien op het standpunt dat alles dat niet in strijd is met de wet in het publieke debat gezegd moet kunnen worden. Met slecht éen extra voorwaarde, namelijk dat de aangesprokene in staat is om te reageren. Voor geestelijk gehandicapten, terminaal zieken, hoogbejaarden of kinderen geldt dat niet omdat ze zich niet kunnen verdedigen of geen medestanders hebben die dat voor hen kunnen doen. Deze categorieën behoren daarom extra juridische bescherming te genieten omdat ze niet of onvoldoende aan het publieke debat kunnen deelnemen om hun mening te geven. De vrijheid van meningsuiting kunt dus twee beperkingen: de wet en de mogelijkheid om terug te praten.

Maar een beroep op het goede fatsoen, de sociale vrede of religieuze dogmatiek is ongewenst en een teken van een te beperkende opvatting van het publieke debat. Dat is doorgaans een verhullend middel om onwelgevallige meningen te verbieden. Dat is een heilloze weg omdat voor iedereen de grenzen aan dat fatsoen, die vrede of religie weer anders liggen. Dat verschil bevestigt juist de pluriformiteit van meningen die in een samenleving bestaan. Dat kan dus nooit door een specifieke norm opgelegd worden omdat dit de verschillen onder valse voorwendsels onderdrukt. Maar in het geschil met Verhoeven is dat niet aan de orde.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGeschifte D66’er Kees Verhoeven eist censuur na Capitol Hill-bestorming: ‘Niet waar meningsuiting voor bedoeld is!’’ door Michael Van Der Galien van 7 januari 2021 op DDS.