George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘D66

Klaas Dijkhoff trapt af voor de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen door tegen het Klimaatakkoord te trappen

with 2 comments

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zegt het klimaatakkoord op waaraan de VVD mee onderhandelde, aldus een interview in De Telegraaf. D66 en CU noemen dat contractbreuk. Ze vinden dat de VVD de gemaakte afspraken niet eenzijdig kan opzeggen. Dijkhoff zegt zich sterk te maken voor ‘de gewone mensen’. Dat lijkt een obsessie te worden voor de top van de VVD. Ook premier Mark Rutte zegt bij herhaling zich sterk te maken voor ‘de gewone mensen’. CDA-partijleider Sybrand Buma sprak ook stoere taal toen hij zei op te komen voor ‘de gewone mensen’ die door een klimaatakkoord in hun portemonnee zouden worden aangetast. Ook PVV-leider Geert Wilders en SP-leider Lilian Marijnissen claimen op te komen voor ‘de gewone mensen’. Er valt onderhand een autobus te vullen met politici die zeggen op te komen voor ‘de gewone mensen’. Maar zeggen is niet hetzelfde als doen. Komen deze politici wel echt op voor ‘de gewone mensen’? Waar bestaat dat dan uit? In het afdwingen van scherpe keuzes of in het naar de mond praten van ‘de gewone mensen’?

De meest fundamentele kritiek op het klimaatakkoord is niet dat ‘de gewone mensen’ worden benadeeld, maar dat de industrie wordt ontzien en onvoldoende meewerkt, en als grootste vervuiler nog subsidie krijgt van het kabinet ook. Dus mede van VVD en CDA. Dat was de reden voor milieuorganisaties om in december 2018 de onderhandelingen te verlaten. Als de industrie en ‘de gewone mensen’ communicerende vaten zijn, in die zin dat de kosten door iemand betaald moeten worden, en de industrie door VVD en CDA worden ontzien, dan betekent dat dat deze twee rechtse partijen ‘de gewone mensen’ de rekening laten betalen en in de steek laten. Maar in de beeldvorming zeggen ze het omgekeerde in de hoop deze kritiek te neutraliseren.

Deze schermutselingen kunnen niet los gezien worden van de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 20 maart 2019 waarbij de meerderheid van de coalitie in de Eerste Kamer op het spel staat. Partijen profileren zich en scherpen hun profiel aan. Indirect helpt Dijkhoff ook Rob Jetten van D66 die zich voor zijn achterban juist sterk kan maken door op te komen voor het klimaatakkoord. Alle partijen willen dat ze deel zijn van een tweestrijd die de publiciteit domineert. Zo cynisch is partijpolitiek. Maar dat gaat niet zonder risico, want de geloofwaardigheid van Dijkhoff staat op het spel. Ik verwoordde dat vandaag in een tweet aan Rob Jetten:

In de video ‘Reactie van Klaas Dijkhoff op klimaattafels’ op het YouTube-kanaal van de VVD suggereert Dijkhoff dat het klimaat maakbaar en bijgebogen kan worden naar de wensen van zijn partij. Uit de vorm blijkt de symboliek. Staande voor een blauwe achtergrond houdt Dijkhoff een praatje tussen de schuifdeuren. Links en rechts gapen de gaten en schaduwen die diepte aan zijn betoog moeten geven. Het frame van de rafelrand wordt geïntegreerd in de video zodat Dijkhoff zich kan presenteren als oorspronkelijke, tegendraadse en moderne politicus. Maar hij verdrinkt in dit vormenspel waarin hij een projectie van een politicus speelt zonder zelf nog een politicus te zijn. Want achter de schaduwen wacht de echte, weerbarstige werkelijkheid. Dijkhoff claimt tegen beter weten in het te gaan fiksen. Hij tekent de ondertekenaars van het klimaatakkoord af als moralisten die met hun heilig vuur de samenleving op hun kop willen zetten. Dijkhoff is bang. Bang voor Buma. Bang voor de gele hesjes. Bang voor de milieubeweging. Bang voor de industrie. Bang voor zijn eigen populariteit. Bang voor de beeldvorming. Bang om harde keuzes te maken. Bang voor zijn eigen ruggengraat.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVVD: ’nee’ tegenklimaatakkoord’ in De Telegraaf, 12 januari 2019.

Foto 2 en 4: Stills uit videoReactie van Klaas Dijkhoff op klimaattafels’ op YouTube-kanaal van de VVD, 21 december 2018.

Foto 3: Eigen tweet aan Rob Jetten, 12 januari 2019.

Advertenties

Is de politiek bereid om instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ serieus te overwegen?

with 5 comments

Mijn reactie bij het item ‘Musea balen: kunst Koninklijk Huis gaat naar veiling’ op het YouTube-kanaal van Nieuwsuur. Het is trouwens een kwestie van perspectief of deze titel juist is. Want de vermeende verkoper van de kunst, te weten prinses Christina is wel lid van de koninklijke familie, maar sinds 1975 niet meer van het koninklijk huis. Als dit kunstbezit echter wordt beredeneerd vanuit de logica dat het door overerving niet doorgegeven is aan diverse leden van de koninklijke familie, maar nog steeds als langdurige bruikleen wordt beheerd door het koninklijk huis, dan is de titel wel juist:

De samenleving dient actie te ondernemen om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van de kunst die in het bezit van leden van de Nederlandse koninklijke familie is. Nu bestaat daarover vaagheid. Door een (kunst)historische en juridische inventarisatie kan gereconstrueerd worden hoe de verwerving is verlopen. Bijvoorbeeld in de 19de eeuw ten tijde van Koning Willem II toen kunstwerken werden betaald vanuit de staatskas, maar in het bezit van de koninklijke familie kwamen. Door overerving is de duidelijkheid over de herkomst verder vertroebeld. De met steun van de staat verworven werken dienen teruggeven te worden aan de Nederlandse staat.  Zo kunnen rechtmatig en onrechtmatig bezit onderscheiden worden. Als het koninklijk huis hieraan meewerkt, dan kan het het eigen draagvlak versterken. Door deze kwestie dreigt die sterk onder druk te worden gezet.

Ik pleit voor het instellen van een Restitutiecommissie. Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie over het kunstbezit van de koninklijke familie. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Het probleem is dat de politieke partijen niet durven in te gaan tegen het koninklijk huis. Daar wijst ook de reactie op van premier Rutte die vandaag in het openbaar het voornemen van de koninklijke familie steunt om kunst uit het Nederlands kunstbezit te verkopen. Waaronder de genoemde tekening van Rubens. Rutte meent dat de Oranjes dit juridisch mogen doen omdat verkoop een privézaak zou zijn. Maar dit is nog maar helemaal de vraag die juist onderzocht dient te worden. En nooit systematisch is onderzocht. Want zolang er onduidelijkheden over de herkomst van bepaalde werken bestaat is het de vraag of het in alle gevallen een privézaak betreft, of een zaak van algemeen belang.

In elk geval gaat het hier om een ethische kwestie zoals politiek commentator van RTL Nieuws Frits Wester aangeeft: ‘Maar de vraag is gerechtvaardigd of de Oranjes, een door de belastingbetaler zwaar gesubsidieerd instituut, niet de morele plicht hebben om nationaal erfgoed dat zij bezitten eerst aan Nederlandse musea moeten aanbieden. En volgens mij moet het antwoord op die vraag volmondig ja zijn.’

Kortom, twee zaken zijn nodig. Voor de korte termijn opschorting van verkoop omdat hoogwaardige kunstobjecten uit de collectie van de Nederlandse koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen. Dat is ongewenst. Voor de langere termijn de instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ die onderzoekt en adviseert welke kunstwerken die nu in het bezit van de koninklijke familie zijn vanwege ontbrekende rechtmatigheid teruggeven dienen te worden aan de Nederlandse staat.

Oranjes moeten afzien van kunstveiling. Restitutiecommissie gevraagd voor teruggave van kunst koninklijke familie naar staat

with 5 comments

Het heeft even geduurd, maar museumdirecteur Sjarel Ex neemt moedig het voortouw in de kritiek op de voorgenomen verkoop van kunstobjecten op een veiling bij Sotheby’s op 30 januari 2019 door de koninklijke familie. Waarschijnlijk prinses Christina. Aanleiding is een houtskooltekening van Peter Paul Rubens met een geschatte waarde van 2 miljoen euro. Museum Boijmans van Beuningen waarvan Ex directeur is bezit een grote collectie van Rubens’ werk. In een bericht in het AD noemt hij de kunstveiling niet ‘de koninklijke weg’.

Essentieel is de herkomst en aankoop van de werken. Wie behoren ze toe en is verkoop ethisch wel in de haak? De angst in politiek en wetenschap voor de lange arm van de Oranjes is blijkbaar groot als een ‘prominente kunsthistoricus’ slechts op basis van anonimiteit in het AD achtergrondinformatie wenst te geven. Welke druk dwingt tot anonimiteit? Heeft het mechanisme van zelfcensuur te maken met vrees dat het zich in het openbaar uitspreken de eigen carrière beschadigt? De opmerking is vernietigend en slaat de bodem weg onder het draagvlak voor de voorgenomen verkoop. De werken werden ‘grotendeels’ aangekocht door de toenmalige koning Willem II en diens echtgenote Anna Paulowna, maar niet zij maar de staat betaalden daarvoor: ‘In een tijd dat alle uitgaven van de koninklijke familie rechtstreeks uit de Nederlandse staatskas kwamen. Daardoor zijn ze niet als privé-eigendommen te beschouwen.’ Kortom, verkoop is moreel niet verantwoord en dient opgeschort te worden tot er volledige duidelijkheid over herkomst en aankoop is.

Zo ontstaat een beeld van kortzichtigheid en zelfverrijking door graaiende leden van de koninklijke familie die zich afkeren van de Nederlandse samenleving en museumsector. Ze schenken de kunst of de opbrengt ervan niet aan Nederlandse musea, maar houden die voor zichzelf terwijl de kunst grotendeels is aangekocht vanuit de staatskas. Deze weeffout is door overerving niet hersteld. Evenmin gaan ze met de musea in gesprek zoals gebruikelijk is bij ontzamelen, hoewel dat voor openbare en niet voor privécollecties geldt. Maar dat staat juist ter discussie. Is de (deel)collectie die ter veiling wordt aangeboden in feite nou openbaar of privé kunstbezit?

Men kan zich alleen maar verbazen over de rol van prinses Beatrix die bekendstaat als kunstliefhebber en kunstverzamelaar. Waarom heeft ze als nestor van de koninklijke familie haar familie er niet van weten te overtuigen dat de overdracht van objecten uit de kunstcollectie van Willem II en Anna Paulowna aan de Nederlandse musea moreel de enige juiste weg is? Het Rotterdamse D66-kamerlid Salima Belhaj heeft over deze voorgenomen veiling kamervragen gesteld aan premier Rutte. Ook de Vereniging Rembrandt is kritisch.

Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie die eerst Commissie-Ekkart heette werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie. Omdat hoogwaardige en iconische kunstobjecten uit de collectie van de koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen is opschorting van verkoop gewenst. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Als bijvoorbeeld kunst die in de 19de eeuw in bezit van de Oranjes kwam werd gefinancierd door de staat, dan dient die te worden teruggeven aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politieke klasse heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor de macht van het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Hoe dan ook is het merkwaardig dat de Oranjes nooit tot het zelfinzicht zijn gekomen dat ze moreel verplicht waren om kunstobjecten die met staatsgeld waren betaald vrijwillig terug te geven aan de Nederlandse staat.

Foto 1: Schermafbeelding van aankondiging van veiling door Sotheby’s op 30 januari 2019 van kunst door de Nederlandse koninklijke familie.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes moeten afzien van kunstveiling: ‘Dit is niet de koninklijke weg’’ van Jeroen Schmale in AD, 9 januari 2019.

Gedeputeerde Rijsberman denkt groot: een museum in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum in Almere

with one comment

Het is een wetmatigheid van het Nederlandse openbaar bestuur dat in veel gevallen cultuurwethouders of gedeputeerden D66’ers zijn. Dat betekent grootse plannen en ambities, maar nog geen zeggenschap over het budget. Als dat door andere partijen wordt beheerd, dan komen de plannen nog verder in de lucht te hangen.

Gedeputeerde Michiel Rijsberman (D66) meent dat Almere een museum voor hedendaagse kunst moet krijgen dat wat status betreft past in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum. Het idee is dat Almere ruimte heeft en zich daarom dient te specialiseren in grote kunstwerken. Een gedachte van het niveau Mickey Mouse. Toe maar, de vijand van goed is beter, en een museum dat past bij de schaal van Almere of Flevoland is niet goed genoeg. Wie herinnert zich Museum De Paviljoens in Almere dat op 1 september 2013 de deuren moest sluiten omdat de overheidssubsidie van de gemeente Almere stopte na negatief advies van de Raad voor Cultuur? Terwijl het tot de top van de Nederlandse kunstmusea gerekend werd. Precies waar het toen aan ontbrak gaat Rijsbergen nu verder: steun van het Rijk. Hij kent zijn klassieken en klutst toerisme, stadsontwikkeling en kunst door elkaar zoals het een modale D66’er in het openbaar bestuur betaamt.

Kan Nederland zich de lichtheid van minister Blok veroorloven of is dat opzet om particuliere belangen makkelijk door te drukken?

leave a comment »

Bij Buitenhof 18/11/2018

Minister Stef Blok zegt over Poetin :-
“…je kunt in de Oekraïne een burgeroorlog ontketenen…”

Het blijkt merkwaardig waarom politici een oorlog tussen landen een burgeroorlog noemen en een oorlog die geen oorlog is een oorlog. In de Nederlanden werd in 1940 een burgeroorlog ontketend. Zoiets? Bizar is dat minister Ank Bijleveld naar aanleiding van de Russische OPCW-hack zei dat Nederland ‘in cyberoorlog’ met de Russische Federatie is wat ze achteraf liet corrigeren omdat het ‘niet letterlijk bedoeld’ was. Is Bijleveld zelf wel letterlijk bedoeld? Kortom, de ene bewindsman noemt een oorlog in Oekraïne tussen landen een burgeroorlog en de andere bewindsvrouw noemt een oorlog tussen landen die geen oorlog is een oorlog.

Wat leert ons de opsomming van bokken die bewindslieden in de buitenland-driehoek van Rutte III schieten? Minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is de gunstige uitzondering. Ze mocht als D66’er om partijpolitieke redenen VVD’er en buitenlandminister Halbe Zijlstra niet opvolgen toen hij moest aftreden vanwege zijn Datsja-fantasie over president Putin. Dat leert ons dat deze ministers behoefte hebben aan bijscholing (door bijvoorbeeld deskundigen van Instituut Clingendael) omdat ze de (historische) kennis en het inzicht missen om de wereld die ze voor hun ogen zien correct te kunnen evalueren om daar vervolgens geloofwaardig en autonoom naar te handelen. Ze doen hun best, maar schieten toch tekort.

Ideaal zou het zijn als de ministersposten op Defensie en Buitenlandse Zaken bezet zouden worden door experts die hun sporen intellectueel en in het veld op dat gebied verdiend hadden. Nu zit Nederland omdat de poppetjes in de formatie moesten kloppen opgescheept met een onbenul als minister Bijleveld die elke keer weer toont dat ze geen idee heeft waarover ze praat en een goedwillende invaller als minister Blok die z’n best doet, maar toch tekortschiet. Bijleveld en Blok vertegenwoordigen het aantoonbare falen van de partijpolitiek.

Nederland krioelt van de deskundigen op allerlei gebieden op universiteiten, sectorinstituten en ook op lokaal niveau en daarom is het opvallend en niet in lijn met de stand van het land dat de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie niet op hun functie berekend zijn. In elk geval geven ze elke keer weer aan dat ze het beleidsterrein waarvoor ze ingehuurd zijn niet voldoende beheersen. Dat is beschamend. Des te meer als vereist wordt dat ze snel moeten schakelen en dat vanwege hun gebrek aan kennis en inzicht niet kunnen. Een minister die gezag mist en duidelijk optreedt als filiaalhouder kan in binnen- en buitenland niet krachtig functioneren. Zo’n minister bouwt geen invloed op en is per definitie een speelbal in de handen van anderen.

Neem het dossier Nord Stream II waarover de Tweede Kamer onder leiding van D66 en GroenLinks zich grote zorgen maakt. In strijd met het beleid van de EU over diversificatie en onafhankelijkheid van energie en onder protest van landen als Polen en de Baltische staten wordt dit geopolitieke project door de leidende politici in West-Europa ten onrechte als een economisch project voorgesteld. Het sterke vermoeden is dat economische grootmachten als Shell, Engie, OMV, Uniper en Wintershall de regeringen van de landen waarin ze gevestigd zijn (Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Nederland) gijzelen en in de tang hebben genomen. De lijnen tussen de VVD en Shell zijn angstvallig kort. Welke initiatieven neemt Blok in antwoord op kritiek van de Tweede Kamer dat Nederland door de aanleg van Nord Stream II te afhankelijk wordt van Russisch gas? Zijn reactie is: afwachten. Kan Europa zich zo’n lakse houding veroorloven en beseft Blok wel de ernst van de situatie?

Nord Stream II loopt het risico klem te komen zitten tussen de dreiging van Amerikaanse sancties dat het project vleugellam maakt en de huidige inactiviteit en het selectief wegkijken van de regeringsleiders in West-Europa. Een voortvarende en creatieve minister zou gezien het Nederlands belang (Gasunie, Shell, gasrotonde, energie onafhankelijkheid) die twee proberen te verbinden door steun in de EU te mobiliseren, de Russen in te tomen en de Amerikanen te paaien. Maar minister Blok wacht af. Op instructies van Shell? Zo wordt duidelijk dat slecht functionerende minsters zonder de benodigde startkwalificaties als Bijleveld en Blok die niet op hun taak berekend zijn en geen gezag opbouwen wel degelijk een negatieve invloed hebben op de economie en politiek van Nederland. Het kwalijke is dat het zo makkelijk anders kan als partijpolitieke overwegingen niet leidend zouden zijn. In de partijpolitiek staat het algemeen belang niet altijd boven het particulier belang.

Foto 1: Still uit uitzending van Buitenhof met minister Stef Blok, 18 november 2018.

Foto 2: Aanleg van Nord Stream II, Moscow Times, 13 november 2018. Credits: Jörg Carstensen / DPA / TASS.

Abel Herzberglezing van Sigrid Kaag: Een extra reden om niet op D66 te stemmen

with 3 comments

De Abel Herzberglezing op 30 september 2018 van Sigrid Kaag, de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (D66) heeft onder medestanders enthousiasme losgemaakt. Er werd zelfs over gespeculeerd dat deze lezing de geloofsbrief van Kaag is om partijleider Alexander Pechtold op te volgen. Hij lijkt over zijn uiterste houdbaarheidsdatum heen. De Democraten lijken paniekerig op zoek naar een vaste identiteit die ze langer dan de zittingsperiode van een kabinet kunnen vasthouden. Met als gevolg dat de illusie bij medestanders dat Kaag in die leegte voorziet haar projecteert naar het leiderschap van D66.

Ik lees die lezing anders en zie er vooral een extra reden in om niet op D66 te stemmen. Wat ik in een ver verleden meermalen gedaan heb. Kaag bestrijdt erin niet het beeld dat D66 een partij voor de elite is, maar bevestigt dat er juist mee. Het kan zijn dat dit electoraal werkt en zij de eigen achterban prima bedient en tevreden stelt, maar als antwoord op de problemen van Nederland schieten naar mijn idee Kaags woorden tekort. Zij geeft een prima beeld van de helft van het politieke landschap, maar laat de andere helft buiten beeld. Die andere helft is juist de moeilijke helft die het meest lastig aan te pakken is. Dat is bij nader inzien pijnlijk voor een politicus die pretendeert een ziener te zijn die streeft naar overzicht en nu opereert in een partij die ooit in de greep was van de speelse intellectuele denker Hans van Mierlo, maar feitelijk halfblind is.

Een van de weinige critici Paul Scheffer sloot zijn NRC-columnDe uitputting van het liberale wereldbeeld’ over Kaags lezing als volgt af: ‘Over het falen van de liberale elites had Sigrid Kaag met eenzelfde hartstocht kunnen spreken. Maar ze had het er niet over – en doet er ook niet echt iets aan.’ Scheffer concludeerde dat de klaagzang van Kaag krachtig was, ‘maar ook gespeend van zelfonderzoek‘. Dat is het probleem van Kaags wereldbeeld. Zij ziet overal de echo’s of schaduwen van de jaren dertig die haar wereldbeeld overschaduwen.

De schaduwen van het moderne neoliberalisme van na 1980 ziet ze niet, of benoemt ze niet. Wat doen de banken, financiële instellingen, multinationals en Amerikaanse techbedrijven die de agenda van de grote landen bepalen? Kaag stipt het niet eens aan. Weliswaar geeft Kaag een aanzet en zegt ze: ‘Maar dit Nederland staat ook onder druk, horen wij met enige regelmaat in het publieke debat. Omdat een grotendeels onbenoemde ‘elite’ het land in de uitverkoop zou hebben gedaan’, maar vervolgens komt er … niks.

Als de leden van D66 op hun partijcongres besluiten om genoegen te nemen met een nostalgisch-literair antwoord op de politiek-maatschappelijke problemen van vandaag, dan moeten ze verder gaan met Sigrid Kaag. Ongetwijfeld klopt haar hart aan de goede kant en geeft ze een passende analyse van de dreigingen van radicaal-rechts. Maar voor de praktische politiek komt Kaag met een onbruikbaar en ontwijkend verhaal dat te lezen valt als afleiding. Wat erin ontbreekt is dat radicaal-rechts een reactie is op iets anders. Namelijk de afbraak van de verzorgingsstaat, de opkomst van het globalisme en de hegemonie van het neoliberalisme dat de overheid terugdringt, bedrijven bijna onbeperkte macht heeft gegeven en de rekening neerlegt bij de gewone burger. Als dat andere niet aangepakt wordt, dan heeft de bestrijding van radicaal-rechts geen zin.

Minister Kaag kan zichzelf corrigeren door op haar Abel Herberglezing een tweede deel te laten volgen waarin ze waarschuwt voor het neoliberalisme en voorstellen doet om de macht weer bij de politiek en de burger te leggen. Dan toont ze aan verder te denken en buiten de comfort zone van zichzelf en D66 te kunnen treden.

Foto: Schermafbeelding van deel van Abel Herzberglezing door Sigrid Kaag: ‘Wees niet stil, wij zijn met velen’ op de site van D66, 1 oktober 2018.

Written by George Knight

6 oktober 2018 at 17:29

Europarlement stemt in meerderheid voor ontwerpresolutie die auteursrechten beschermt en de internetvrijheid inperkt

with one comment

Vandaag stemde het Europees Parlement over een ontwerpresolutie over auteursrecht, ‘over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt’. De resolutie werd volgens de telling van Votewatch.eu met 438 tegen 226 stemmen met 39 onthoudingen aangenomen. Voorstanders van een vrij en open internet zien dit als een slechte en inperkende ontwikkeling. Maar zoals een artikel van Politico uitlegt is hiermee de kous nog niet af, hoewel de auteursrechtenlobby op winst staat. Op nationaal niveau kunnen liberale landen als Nederland of Zweden de bepalingen afzwakken.

Rapporteur was de Duitse christen-democraat Axel Voss die na de stemming juichend zijn armen in de lucht stak. De montage van de video van het Europees Parlement is misleidend, omdat het lijkt dat D66’er Marietje Schaake (na 25‘’) voor stemde. Ze stemde tegen. Hij suggereerde in 2014 dat klokkenluider Edward Snowden het leven van onschuldigen in gevaar had gebracht en met Russische en Chinese inlichtingendiensten samenwerkte. Dat is tot nu toe niet aangetoond. In de strijd tussen Silicon Valley en de auteursrechtenlobby lijkt de laatste voorlopig aan de winnende hand. Interessant is dat meer dan de helft van de Nederlandse Europarlementariërs afwijkend stemde tegen de eigen fractie in. Alleen christenen en conservatieven stemden voor. Dat geeft perspectief dat de Nederlandse Tweede Kamer deze ontwerpresolutie niet ondersteunt:

Foto: Schermafbeelding van het stemgedrag in het Europees Parlement van de Nederlandse europarlementariërs over de ontwerpresolutie ‘over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt’ op 12 september 2018.