George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘D66

Niet D66, maar de christelijke partijen creëren een doodscultuur. Met hun dogmatiek over het leven na de dood

leave a comment »

De animositeit tussen D66 en orthodoxe-christenen over medische-ethische kwesties als euthanasie en abortus is een wetmatigheid. Dat meningsverschil is begrijpelijk gezien de overtuiging van deze verschillende levensbeschouwingen. Maar soms willen partijleiders zich ten koste van de ander op een goedkope manier profileren. Dan gaat het fout. Dat blijkt uit een citaat in het RD van leider Gert-Jan Segers van de CU: ‘Als corona ons íets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat echte aandacht en goede zorg het verschil maken in een mensenleven. Ik vind het buitengewoon pijnlijk dat in een tijd waarin ouderen zich extra kwetsbaar voelen, D66 een voorstel indient waarvan we weten dat het bij veel ouderen leidt tot grotere onzekerheid en meer angst.’ Dit is stemmingmakerij met een suggestie die over de grens van het betamelijke gaat. In hetzelfde artikel zegt Diederik van Dijk die directeur is van de christelijke zorgvereniging NPV in Veenendaal: ‘Maandenlang hebben we met elkaar onze samenleving bijna stilgelegd om kwetsbaar en oud leven te beschermen. En dan nu ijskoud met een wetsvoorstel komen dat een doodscultuur creëert’.

Deze christenen hebben het bij het verkeerde eind als ze menen dat het D66 is dat een doodscultuur creëert. Dat is opmerkelijk omdat ze blijkbaar niet meer goed kunnen zien voor welke gedachtengoed ze zelf staan. Zij zijn het immers zelf die een doodscultuur creëren. Want hoe kun je anders de opvatting van deze orthodoxe-christenen begrijpen over het leven na de dood? Voor wie dat christelijke dogma wil geloven. Gewone mensen gaan dood, maar christenen claimen dat ze in een hemel terecht kunnen komen. Dat is de ultieme doodscultuur van levende doden die aan de dood ontsnappen. Ik reageerde hier in enkele tweets op.

Foto 1: Tweet in antwoord op Diederik van Dijk, 17 juli 2020.

Foto 2: Tweet in antwoord op D.W. van Oordt, 17 juli 2020

Radicale boeren zijn met hun anti-overheidsdenken tot ultrarechtse complotdenkers geworden

leave a comment »

Nederland kent een archipel van rechts-radicale en -extremistische groeperingen. Ze zijn verdeeld en relatief zwak en vormen daarom volgens de inschatting van de overheid geen groot gevaar voor de veiligheid, zoals onlangs bleek uit het antwoord op kamervragen van Sjoerd Sjoerdsma (D66). Maar de kans dat ze naar geweld grijpen wordt niet uitgesloten. Het loopt van complotdenkers over het 5G-netwerk, het RIVM, vaccinatie, het stikstofdossier en het coronavirus, tot anti-semitisten, anti-LHBTQ, anti-vrouw, anti-overheid, anti-Black Lives Matter en racisten. Sinds 2019 kan men aan dit ultrarechtse gedachtegoed de geradicaliseerde boeren van Farmers Defence Force toevoegen. Die door de agro-industrie zijn gesponsord en op de been geholpen. Uit een vandaag gepubliceerd Brits rapport van de Commissie voor de bestrijding van extremisme (CCE) blijkt dat extremisten de pandemie benutten om hun haat te verspreiden. In Nederland zal het niet veel anders zijn.

Veelzeggend is een bericht op de rechts-radicale site DDS over ene Femke Marije-Wiersma die werkt voor de Nederlandse Melkveehoudersvakbond en reageert op GL-leider Jesse Klaver. Zowel zij als de auteur van het stukje gooien alle remmen los en gaan elke nuance uit de weg. Dat is opmerkelijk voor wie dat rechtse idioom niet kent. Het past in het patroon van de complotdenkers, malcontenten en achtergestelden die het als hun opdracht zien om tegen de gebezigde orde te schoppen en chaos en onrust te creëeren. Bij gebrek aan argumenten doen ze dat niet op een zakelijke, maar op een persoonlijke manier. Het klopt met de observatie van de overheid en de AIVD. Namelijk dat ultrarechts in Nederland gefragmenteerd en marginaal is, maar ook op sociale media slecht geïnformeerden aanzet tot copy cat gedrag. Mijn reactie bij dit artikel op DDS:

Het is verdedigbaar om het met de standpunten of kijk op de wereld van een ander niet eens te zijn. Dan zegt men: ‘Ik ben het niet met u eens. Ik denk er anders over’. En vervolgens geeft men aan waarom en hoe men anders denkt over een bepaald standpunt. Daar kan die ander dan weer op reageren. Zo ontstaat een discussie. Dat hoort bij een volwassen, open democratie.

Wat Femke Marije en Michael van der Galien doen is het omgekeerde. Ze spelen het op de man. Zo raakt het zakelijke verschil van mening uit het zicht. De eerste noemt Jesse Klaver ‘een slecht mens’ en de laatste noemt hem ‘een schoft’. Dat is ongelukkig en niet zinvol. Men kan het ook anders zien, namelijk dat Marije en Van der Galien geen steekhoudende argumenten hebben en het daarom maar op de persoon spelen. Lekker simpel, bij gebrek aan beter.

Jesse Klaver schrijft in betreffende tweet dat minister Schouten niet veilig op bezoek (in Zeeland) kan gaan. Want zij heeft op advies van veiligheidsmensen haar bezoek afgebroken. Klaver vraagt zich af waar de intimidatie stopt. Hij verzoekt PVV en FvD om afstand te nemen van de radicale boeren.

Marije maakt niet aannemelijk wat er niet klopt aan deze tweet van Klaver. De feiten in de tweet kloppen. Niet Klaver, maar Marije neemt een loopje met de waarheid. Zoals gezegd, zij slaat de plank mis door het op de persoon te spelen en Klaver ‘een slecht mens’ te noemen. Omdat hij een andere mening heeft?

Klaver maakt, zoals inmiddels de meeste Nederlanders, een onderscheid tussen geradicaliseerde boeren en andere boeren. Klaver heeft het uitsluitend over ‘agressieve FDF-boeren’. Feit is dat minister Schouten haar bezoek moest afgelasten door het optreden van de geradicaliseerde boeren. Zij demonstreren in veel gevallen niet vreedzaam, maar intimiderend. Hiermee schieten de radicale boeren in eigen voet en verliezen ze steeds meer de sympathie van de Nederlanders.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBZV Femke Marije veegt de vloer aan met Jesse Klaver: ‘Een slecht mens’’ van Michael van der galien op DDS, 9 juli 2020.

Foto 2: Tweet van Jesse Klaver, 8 juli 2020.

Foto 3: Antwoord 4 met vraag van Kamervragen over het bericht over dreiging extreemrechts en het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 52 van Minister Grapperhaus naar aanleiding van het artikel ‘Dreiging extreemrechts is een grote blinde vlek’, 1 juli 2020.

Kaag verwijst publiekelijk zo vaak naar haar religieuze overtuiging en God dat het de vraag oproept wat het profiel van D66 is

with one comment

In een vraaggesprek met Tijs van den Brink uit 2018 zegt Sigrid Kaag: ‘Ik heb juist het gevoel: de mens wikt, maar God beschikt’. Zij doet andere uitspraken over haar Rooms-Katholieke overtuiging, onder meer als antwoord op de vraag waarom ze als minister de eed aflegde: ‘Als je keuze hebt om op zo’n moment te verklaren dat je hoopt dat je de hulp van God hebt, dat God over je mag waken, zodat je verstandige of wijze besluiten kunt nemen, dat je ook voor jezelf behoed mag worden – want daar komt het soms ook een beetje op neer – voor je eigen domheid. De weging om het wél te doen was belangrijker dan om het niet te doen.’

Gisteren plaatste Johan Fretz een column in Het Parool met de titel ‘Er was een tijd dat ik vaak op D66 stemde’ waar ik het mee eens ben. Ook ik stemde nog in de jaren 1990 op D66. In de kern is het een rechtse partij vanwege het sociaal-economisch beleid dat met sociaal-culturele thema’s gecamoufleerd wordt. Maar ik verschil met Fretz over de aanvechting om op de nieuwe partijleider Sigrid Kaag te stemmen. Die aanvechting heb ik niet. Met het mes op de keel zou ik nog op Rob Jetten kunnen stemmen, maar absoluut niet op Kaag.

Zij heeft niet alleen een religieuze overtuiging, wat uiteraard toegestaan is, maar gebruikt die in de publiciteit om zich te profileren. Zoals in het vraaggesprek met Van den Brink. Daar raakt ze me kwijt. Zij zou haar geloof ook voor zichzelf kunnen houden, zoals politici vaak privé en zakelijk scheiden, maar dat doet zij niet.

Kaag maakt haar religieuze overtuiging tot een aspect waarmee zich zich in de publiciteit profileert. Ook dat is uiteraard toegestaan, maar bij mij roept het wel de vraag op of het profiel van Sigrid Kaag nog wel past bij het profiel van D66. Als D66 al een min of meer omlijnd profiel heeft. Past het in de openbaarheid praten over de individuele religieuze overtuiging niet eerder bij CDA of SGP dan bij D66? Zo tekent zich in het D66 van Kaag een dubbele ontkenning aan van het eigen gedachtengoed: de partij is niet ondubbelzinnig vrijzinnig en niet centrumlinks met de ambitie van bestuurlijke vernieuwing, maar centrumrechts met het streven naar macht.

Anders gezegd, via een omweg roept de religieuze profilering van Kaag de vraag op of het huidige D66 nog wel de partij van de vrijzinnige Boris van der Ham en Boris Dittrich is. Op de site van D66 bestaat de pagina ‘vrijzinnigheid’ niet meer of de verwijzingen naar ‘vrijzinnig’. Die verwijzingen lijken afgezwakt of weggewerkt te zijn. Ik vraag me af hoeveel ruimte vrijzinnigen bij het D66 van Kaag, die zich in het openbaar beroept op God, nog kunnen vinden. Ik stem uit principe niet op religieuze of pseudo-religieuze partijen. Dreigt die zelfprofilering van Kaag met haar religieuze overtuiging niet de olifant in de kamer van D66 te worden?

Mijn kritiek is niet dat Kaag gelovig is. Ik ontzeg niemand een religieuze overtuiging. Dat zou onverdraagzaam zijn en tegen de grondrechten ingaan. Wat ik me afvraag is hoe Kaags religieuze overtuiging waarmee ze bewust naar buiten treedt zich verhoudt tot het gedachtengoed van D66. Ik vraag me af of dit besproken is met de spindoctors van D66 die de campagne begeleiden. Zoals campagneleider Frans van Drimmelen. Dit gaat over het vasthouden aan het eigen gedachtengoed, en de geloofwaardigheid en koersvastheid van een politieke partij. Het kan zijn dat de vrijzinnigheid van D66 in de praktijk allang afgeschaft is zoals ook de bestuurlijke vernieuwing in de praktijk afgeschaft is. Dan is Kaags nominatie en haar behoefte om publiekelijk naar haar religieuze overtuiging te verwijzen een bevestiging van de normalisering van D66 waarin oude eigenheden of onregelmatigheden zijn weggewerkt. Of de verwijzingen naar vrijzinnigheid preventief zijn weggewerkt als rode loper voor een opkomst van Kaag is vergezocht, maar roept dit allemaal wel op.

Een partijleider behoort overtuigend aan te sluiten bij de kernwaarden van een partij en daar geen vragen over te laten ontstaan. Ik ben van mening dat door de profilering van Kaag vragen opgeroepen worden over de kernwaarden van D66. Wat Kaag afgelopen jaren deed door te verwijzen naar haar religieuze overtuiging hebben andere leiders van D66 nooit publiekelijk gedaan. Dit is voor mij nieuw in D66. Ik kende het wel binnen de SGP en zelfs daar werd door iemand als Bas van der Vlies het onderscheid gemaakt tussen een individuele overtuiging en de werking van religie als politiek middel. Bij Kaag blijft dat in het midden hangen.

Keer het eens om. Wat voor reuring zou het geven als een christelijke partij als CDA, SGP of CU of een partij die zich inspireert op de islam een partijleider zou hebben die in het openbaar telkens verwees naar het eigen atheïsme of agnosticisme? Van Van Mierlo, Terlouw, Dittrich, Engwirda, Borst, De Graaf, Brinkhorst of Pechtold heb ik nooit gehoord dat ze zich publiekelijk beriepen op hun religieuze overtuiging (als ze die al hadden).

Dat Kaag dit wel doet doet me afvragen of ze wel volgens de partijlijn handelt of daar van afwijkt en zoja, wat dat dan zegt over het leiderschap en het teamspel van Kaag en de vraag wat voor partij D66 eigenlijk (nog) is.

Foto: Schermafbeelding van deel interview van Tijs van den Brink met Sigrid Kaag, 21 oktober 2018 op lazarus.nl.

Heeft Nederland ruggengraat om te strijden tegen alcoholisme?

with 2 comments

Dit journaal-item van de Franse publieke omroep ORTF uit 1972 stemt tot nadenken over hoeveel ruimte de Nederlandse lokale politiek nu aan de horeca geeft. Het gaat erover dat er te veel bistro’s zijn. Dat zou de strijd tegen het alcoholisme bemoeilijken. Een nieuw prefectureel decreet beoogt, zo stelt de reportage, om de afstand tussen cafés in Parijs te beperken met een minimale afstand van 75 meter. Wie Paris kent weet dat dat nooit doorgevoerd is. Sinds 1955 kent Frankrijk wel de wet Débré die zegt dat er geen bistro’s kunnen worden gevestigd in de buurt van scholen, stadions, ziekenhuizen, kerken, begraafplaatsen en gevangenissen.

Wie in Nederland afgelopen maanden de plannen langs heeft zien komen van gemeenteraden die over elkaar heen buitelden in hun onderhorige bereidheid om de horeca die door COVID-19 in economische problemen is gekomen tegemoet te komen met grote terrassen, beseft hoe economische argumenten het hebben gewonnen van argumenten over volksgezondheid. Dat op zich is nog niet eens zo verwonderlijk in een samenleving die steeds sterker is gericht op behoeftenbevrediging en genotzucht. Dit journaal-item uit 1972 doet beseffen dat in het recente debat over horeca en de uitbreiding van terrassen in binnensteden dat aspect van alcoholisme en volksgezondheid volledig ontbrak. Dat is verwonderlijk. Vooral omdat Nederland met COVID-19 een stevige gezondheidscrisis voor de kiezen kreeg en blijkbaar de economisch gevolgen ervan wegberedeneert door een ander aspect dat de volksgezondheid bedreigt ongeclausuleerd alle ruimte te geven: alcoholisme.

PVV’er Harm Beertema verklaart zich tot ‘cultuurchristen’. Wat betekent dat?

leave a comment »

Aan nazi-kopstuk Hermann Göring wordt onterecht de uitspraak toegeschreven ‘Wenn ich Kultur höre … entsichere ich meinen Browning”. Het is afkomstig uit het aan Hitler opgedragen toneelstuk Schlageter (1933) van Hanns Johst. Soms, maar niet te vaak moet ik aan de uitspraak denken omdat ik in militaire dienst als ziekenverzorger als persoonlijk wapen ter zelfverdediging een Browning had. Als ik het me goed herinner is deze revolver nauwkeurig tot op 20 meter. Dat vergde oefenen op de schietbaan. Radicaal-rechtse politici van tegenwoordig hebben weer een andere reflex. Hoewel ze ook op de kunst kunnen schieten. Maar daarmee kunnen ze zich niet onderscheiden, want alle Nederlandse politici schieten op de kunst. Ze beschouwen zich als vrijzinnig, maar tevens als iets wat ze ‘cultuurchristen’ noemen. Dat schijnt de tegenvoeter te zijn van een even vaag en onscherp omschreven begrip waar niemand van begrijpt wat het is, het ‘cultuurmarxisme’. Deze rechtse rakkers zijn te gedistingeerd om nog praktiserend of gelovig christen te zijn, maar om politieke redenen staan ze welwillend tegenover het Christendom. Daar komen ze graag voor uit. Hoewel het louter politieke marketing en toneelspel is en ze geen klap menen van hun zogenaamde liefde voor het christendom.

De gewaardeerde onderwijswoordvoerder van de PVV in de Tweede Kamer is Harm Beertema. In antwoord op een tweet van ‘AtheistKlaas’ zegt hij een cultuurchristen te zijn die vindt dat er niks mis is met het bijzonder onderwijs. Nee, dat zijn doorgaans prima scholen. Vraag is niet of er iets mis is met het bijzonder onderwijs, maar of het door de overheid bekostigd moet worden. Dat is dus iets heel anders. Van deze vraag over de bekostiging van het bijzonder onderwijs hebben de vrijzinnige partijen in het parlement de sleutel in handen. Maar ze geven telkens die sleutel uit handen en laten zich afbluffen door de confessionele partijen. Een meerderheid van VVD, D66, PVV, PvdA en GroenLinks durft niet te staan voor de eigen principes, terwijl het de confessionele partijen dat ruiterlijk gunt. Het raadsel is waarom een partij als de PVV de bekostiging van salafistische scholen steunt, terwijl het zich laat kennen als een verklaard tegenstander van de islam.

Het is juist dat het Christendom een positieve rol heeft gespeeld in de Europese Verlichting. Hoe dan ook zou het merkwaardig zijn als een religie die 20 eeuwen overheersend aanwezig is geweest op een continent geen stempel zou hebben gedrukt op de identiteit ervan. Door de eeuwen heen heeft het Christendom echter ook een negatieve rol gespeeld. Denk aan het tegenwerken van de wetenschap, de strenge tucht tegenover afwijkende meningen en de allesverzengende claim van het alleenrecht op de waarheid. De argumentatie van Beertema klopt daarom niet. Het christendom is de katalysator geweest die Europa heeft gemaakt tot wat het is. In dat proces verdwijnt het christendom. In Nederland verklaart nu nog ongeveer 38% van de bevolking tot de belangrijkste christelijke stromingen te behoren. De waarden van Europa zijn ontstaan, terwijl het Christendom langzaam verdwijnt. Of zich in nieuwere vormen manifesteert die ver af staan van de traditie.

Voor meer commentaren over de relatie van radicaal-rechtse politiek en het (conservatieve) christendom zie:
Rechtse christenen worstelen met de vraag of ze zich kunnen verbinden met het populisme van ‘messias’ Thierry Baudet (6 juli 2019).
– SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat (14 december 2017).

Foto: Tweet van Harm Beertema, 20 mei 2020 (met eigen reactie).

Spanning binnen AfD tussen conservatieve en extreme vleugel

leave a comment »

Spanning tussen ‘vleugels’ bestaat in alle politieke partijen, maar niet in dezelfde mate. De voormalige VVD-leider Hans Wiegel zei ooit met een scherts dat zijn partij geen vleugels, maar alleen vlerken kent. Dat weerhoudt hem er op z’n oude dag niet van om de radicale Thierry Baudet te adviseren en via coalitievorming de VVD verder naar rechts te trekken. Het bestaan van vleugels binnen partijen hoeft niet negatief opgevat te worden. Het kan staan voor debat over inhoud. Nu ontbreekt die inhoudelijke discussie in de VVD, het CDA en D66. Hoe kunnen grijze partijen die duiken vleugels hebben zonder inhoudelijk debat? Maar ze kunnen ook tot een giftig debat leiden die een partij verzengt. Denk aan Rita Verdonk en Mark Rutte in de VVD. Flankpartijen kennen de meeste strijd tussen vleugels. Omdat links op dit moment minder initiatief heeft, valt het daar minder op. Denk aan radicalen als Mohamed Rabbae en René Danen die GroenLinks eerder kwijt dan rijk wilde zijn. De gevechten binnen de vleugels van rechts-radicale partijen krijgen de meeste publiciteit omdat ze het felst zijn. De details zijn het sappigst. Zo is er binnen de AfD spanning tussen de naar verhouding gematigde rechts-conservatieven als deel-partijleider Jörg Meuthen en rechts-extremisten als de coördinator voor Brandenburg Andreas Kalbitz die graag in nazikostuum paradeert. De laatste is uit de partij gezet. Hij zegt de uitsluiting in de rechtbank aan te zullen vechten. FvD kende dezelfde strijd tussen de rechts-conservatieve Henk Otten en de radicale, tegen het extremisme aanleunende nationaal-populist Thierry Baudet. Daar werd Otten uit de partij gezet, bij de AfD zijn het juist de extremisten die dat overkomt.

Wat zegt het over de ambitie en intellectuele diepte van D66 dat het zich profileert met een pleidooi voor meer ruimte voor horeca?

with 3 comments

Mijn reactie bij de videoMeer ruimte voor Haarlemse horeca terrassen’ van D66 Haarlem van 9 mei 2020:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven als D66 zich wil profileren met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Ook in Utrecht pleitte onlangs een raadslid van D66 voor meer ruimte aan de horeca. Maarten Koning wil om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Alsof er geen andere afwegingen over volksgezondheid, rechten van de binnenstadsbewoners en andere economische activiteiten zijn. In Nijmegen was het D66-raadslid Toon van Gent die pleitte voor een soepele omgang met de regels en voorschriften over buitenterrassen. Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Hier kan niet anders dan een centrale regie vanuit D66 achter zitten. D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte afgelopen week in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie en de intellectuele diepte van het huidige D66.

Omdat D66-minister Van Engelshoven een teleurstelling is voor de kunstsector en een afknapper voor de kunstliefhebbers die op D66 stemden, kan deze politieke manoeuvre van D66 opgevat worden als voorsorteren op een nieuwe functie in het volgende kabinet. D66 claimt nu al het ministerschap voor Horeca. Dan kan het bier weer rijkelijk stromen zoals het dat in 1966 deed.

D66 en VVD hebben niks geleerd van de coronacrisis. Ze willen straks van de binnenstad van Utrecht ‘één groot terras’ maken

with 6 comments

Mijn reactie bij de plaatsing van een artikel in het AD van 2 mei 2020 op de FB-pagina van de Binnenstadskrant Utrecht:

Krankzinnig plan. Dat de VVD er voor gaat om straks van de binnenstad één groot terras te maken is verklaarbaar, maar dat D66-raadslid Maarten Koning namens zijn partij dit zegt is onverklaarbaar. Is deze Koning weggelopen uit Het Bureau van Voskuil om in de Utrechtse binnenstad een experiment Nederlandse volkscultuur op te gaan zetten? De volkscultuur van lallen, hossen en slempen volgens D66?

Zeker hebben velen het zwaar door de coronacrisis. Ook kunstenaars, burgers en allerlei kleinere ondernemers. Maar om de binnenstad van Utrecht over te leveren aan de horeca en er één groot terras van te maken is buiten proportie. Want dat is Utrecht nooit geweest en behoort het evenmin te worden. De binnenstad is meer dan horeca alleen.

Is deze Maarten Koning idioot geworden? Het tekent de richtingloosheid en popularisering van D66 dat een raadslid van deze partij zoiets zegt. Hoe kan zo iemand als Maarten Koning in hemelsnaam lid worden van D66? Waarom pleit D66 er niet voor om van de binnenstad één groot theater of museum te maken?

De gemeente moet straks niet soepeler dan anders omgaan met het verlenen van vergunningen voor buitenterrassen. Blijkt straks dat Nederland niets geleerd heeft van de coronacrisis en zo snel mogelijk vervalt in oude gewoonten? Het valt te vrezen als het aan VVD en D66 ligt. Duidelijk is dat Maarten Koning niets, maar dan ook helemaal niets geleerd heeft van de coronacrisis, Hopelijk is hij een schande voor zijn partij, want dan zijn er in D66 nog anderen die genuanceerd denken. Aan Maarten Koning is dat niet besteed.

Foto: Deel van artikelBinnenstad mag deze zomer één terras worden’; D66 en VVD in Utrecht willen horeca alle ruimte geven’ in het AD, 2 mei 2020.

Written by George Knight

2 mei 2020 at 23:53

Minister Van Engelshoven knokt keihard voor de kunstsector en slaat zichzelf knock out

with 8 comments

Vermoedelijk bedoelt NRC-journalist Guus Valk zijn tweet cynisch. Want wat betekent anders dat minister Van Engelshoven ‘zoals altijd keihard knokkend [is] voor haar sector’? Hiermee wordt de kunstsector bedoeld. Een minister die zoals altijd keihard knokt heeft iets potsierlijks, ongeremds en ongecontroleerds. Maar vooral iets ondoelmatigs, want deze minister bereikt niets en blijft daarom uit arren moede keihard knokken. Maar dat is vooral een mislukte oefening om een deuk in een pakje boter te slaan. Dat lukt deze D66-minister niet.

Het gaat Van Engelshoven niet om het resultaat, maar om de beeldvorming van het knokken. Daarom moet ze keihard blijven knokken, terwijl ze weet dat ze niets zal bereiken. Ze blijft keihard knokken als verdediging voor haar gebrek aan resultaat. Want ze bereikt in de coronacrisis niets voor de kunstsector. Alle bedrijven en sectoren hebben in het kabinet een minister die als aanspreekpunt hun belangen behartigt, behalve de kunsten. De kunsten hebben in het kabinet geen aanspreekpunt, maar een servicepunt voor een altijd keihard knokkende minister die vooral zichzelf knock out slaat. Als een bokser die na 12 ronden nog niets bereikt heeft en er nog 12, 24 of 36 ronden aan vastknoopt. En steeds weer meent te moeten herhalen hoe keihard ze wel niet knokt. Ingrid van Engelshoven is een minister die machteloosheid combineert met schaduwboksen.

EKWC-directeur Ranti Tjan besluit zijn opinie-artikelWie naast de KLM ook de cultuur redt, toont visie en koopmanschap’ in Trouw van 13 april 2020 als volgt: ‘Voor onze toekomst is de culturele sector van net zo groot belang als de KLM. Als ook wordt omgekeken naar minimaal 30.000 cultuurwerkers, dan overleven we de crisis op gepaste wijze. Als we nu geld pompen om ook deze sector overeind te houden dan hebben we komende decennia weer vreselijk veel lol om de cabaretiers die podia en tv bevolken, hebben we weer goeie nieuwe muziek op onze smartphones en kunnen we hart en hoofd plezieren in de musea. Als de overheid nu 2 miljard euro beschikbaar stelt aan de culturele sector dan zal tot in lengte van dagen de aflossing plaatsvinden. Niet voor twintig jaar, maar voor de komende eeuw kunnen we bogen op balsem voor de ziel: Nederlandse topkunst uit de 21e eeuw. Wie zowel de KLM als de cultuur redt toont visie en koopmanschap.’

Foto: Tweet van Guus Valk en eigen antwoord, 15 april 2020.

Voorstraat, Utrecht. Naïviteit en angst van overheden om te streng en niet vriendelijk over te komen is het probleem van Nederland

leave a comment »

Vanochtend deed ik boodschappen in de Voorstraat in Utrecht. Makkelijk omdat het op loopafstand van mijn huis is. Het is een plezierige winkelstraat met twee supermarkten en allerlei winkels en horeca. De eerste Italiaanse restaurants in de binnenstad waren er jarenlang gevestigd. Hans Pool maakte voor de VPRO in 2014 in zes afleveringen een portret van deze straat. Met de ondertitel ‘een gewone, maar ook heel bijzondere Nederlandse straat’. Dat is alweer vijf jaar geleden. In Nederland wordt soms het gewone bijzonder.

De straat heeft ook een bioscoop, de City. Een rijksmonument uit 1936 in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid/ het Nieuwe Bouwen. Filmhuis ’t Hoogt dat haar locatie in de binnenstad verloor probeerde het in 2017- 2018 nog vergeefs te huren. Dit filmhuis wordt al jaren slecht geleid en lijkt het enige Nederlandse filmhuis dat niet profiteert van de toegenomen toeloop voor arthouse filmtheaters. Die huur lukte contractueel niet, waarna ’t Hoogt uit de binnenstad verdween, in een nomadisch bestaan zo goed als onzichtbaar en toegankelijk werd en in ronkende plannen wegvluchtte. Ik noemde dat in een commentaar een opmerkelijk slecht idee.

Zo liep ik door de Voorstraat. De dichter J.C. Bloem was ‘Domweg gelukkig, in de Dapperstraat’, en ik gewoon tevreden in de Voorstraat. Vanochtend kwam er nog een kritische gedachte bij die dat geluk niet verstoorde, maar juist van een contrapunt voorzag. Uitgaande van wat ik zag op straat stelde ik me voor hoe ik in een stelling het probleem van Nederland samen zou vatten. Met in mijn achterhoofd alle publiciteit over de drugsmaffia die steeds meer macht heeft genomen omdat de terugtredende, naïeve en passieve wetgevende macht is vergeten passende wetgeving op te stellen. Paul Scheffer omschrijft dat in zijn NRC-columnOnze cultuur van gedogen ondermijnt de vrijheid’ van 2 oktober 2019 waarin hij zegt: ‘Dat een rechtsstaat leeft van handhaving lijkt een open deur, toch hebben we lange jaren van gedoogcultuur achter de rug. Het gidsland ziet law and order nog steeds als een behoudzuchtig idee dat niet past in een „prudent progressieve” cultuur.’

Aanleiding voor mijn gedachten waren de geparkeerde fietsen op het trottoir voor de City-bioscoop die de doorgang versperden. Ondanks getekende vakken en aanwijzingen om de fietsen daarbinnen te parkeren, hadden tientallen fietsers zich er niks van aangetrokken. Geen halszaak die mijn gemoed verpestte, ik kon via het (drukke) fietspad passeren, maar wel een aanleiding om me af te vragen hoe het in Nederland zo ver is gekomen dat handhaving ontbreekt en velen zich vrij achten om de openbare ruimte in beslag te nemen. Tekenend is dat het hek van een tegenoverliggende brug door een dienst van de gemeente Utrecht regelmatig van fietsen wordt ontdaan, maar de werknemers blijkbaar geen opdracht hebben om enkele meters verder hetzelfde parkeerverbod te handhaven. Ondanks de verordening. Aansturing ontbreekt. Is er sprake van een prudent progressieve cultuur van een gemeentebestuur dat bestaat uit GroenLinks, D66 en ChristenUnie?

Zo verrommelen de stad en het landschap zonder dat de overheid er iets aan doet. In een commentaar van juni 2017 omschreef ik dat gebrek aan handhaving door het openbaar bestuur zo: ‘Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.’ Maar de afgelopen jaren is de verrommeling van de Utrechtse binnenstad eerder toe- dan afgenomen. Het gemeentebestuur weigert een integrale aanpak te formuleren, laat staan om te handhaven.

Overigens, het openbaar bestuur kan het niet alleen als burgers niet meewerken. In september 2017 schreef ik een open brief aan de Fietsersbond die ik ook via Facebook en Twitter benaderde. Ik kreeg er nooit een reactie op. Ik schreef over wat ik als het parkeerprobleem van fietsen zie: ‘Het lijkt me een educatieve taak van de Fietsersbond om deze fietsers hierover voor te lichten, te adviseren en bewust te maken. Omdat ik afgelopen jaren in de publiciteit zo’n campagne gemist heb, neem ik aan dat zo’n campagne niet bestaat. Ik zou graag zien dat u dit aspect binnen uw organisatie bespreekt, het belang ervan gaat beseffen en afweegt of u er actie op ondernomen dient te worden.’ Bij de Fietsersbond is blijkbaar ook de ‘prudent progressieve cultuur‘ dominant die elk initiatief die tot kritiek door de achterban leidt angstvallig uit de weg gaat. De Fietsersbond claimt eenzijdig rechten voor fietsers, maar lijkt niet thuis te geven als het over plichten gaat.

De Voorstraat in Utrecht is maar één straat in Nederland. Een gewone, maar ook heel bijzondere straat. Maar het verschijnsel dat regels niet gehandhaafd worden, als er al regels opgesteld zijn, geldt voor alle steden en straten in Nederland. Wat Scheffer op macroniveau constateert zie ik in een straat in de eigen woonomgeving op microniveau in de praktijk gebeuren. De cultuur van gedogen ondermijnt in dit geval de bewegingsvrijheid.

Is de naïviteit en de angst van overheden om te streng en niet vriendelijk genoeg over te komen, wat resulteert in gedogen en een gebrek aan handhaving, het huidige probleem van Nederland? Het lijkt er sterk op. Zo verrommelt onze leefomgeving en wordt onze rechtsstaat ondermijnd door de georganiseerde criminaliteit. De overheid laat het gebeuren en doet alsof het verrast wordt en nooit de urgentie heeft gezien. De overheid treedt onvoldoende op en keurt tussen de regels door het recht van de sterkste goed. De ernst van deze verschijnselen is ongelijksoortig, maar om te beseffen wat de stand van Nederland is, is het goed te beseffen dat ze van hetzelfde laken een pak zijn. In het kleine weerspiegelt zich het grote, en omgekeerd.

Foto 1: Rijksmonument City-bioscoop (‘Wolff City’) in de Utrechtse Voorstraat 89 op de hoek met de Drift.

Foto 2: Schermafbeelding van deel definitieve ontwerptoelichtingHerinrichting Voorstraat – Wittevrouwenstraat’ van de gemeente Utrecht, januari 2019. [Over laden en lossen in de Voorstraat en het beleid van handhaving waarbij de mogelijkheden om verkeerd geparkeerde fietsen te kunnen verwijderen niet duidelijk zijn]. 

%d bloggers liken dit: