Nederlandse politiek wordt onoplosbaar beeldraadsel

[Image from LOOK – Job 46-2744 titled Shadow story], 1947

Eén beeld zegt meer dan duizend woorden‘ is een spreuk. De Nederlandse politiek valt zo langzamerhand niet meer in woorden te vangen. Na een dag moet het nieuws van de vorige dag herschreven worden. Schimmen en silhouetten lijken uit het niets te komen en verdwijnen in het niets. Wat ze uitbeelden valt niet na te gaan.

Zie de oogst van de laatste 24 uur. Twee op totaal afwijkende manier van elkaar aftredende ministers (Kaag en Bijleveld), een motie van afkeuring tegen het kabinet over de wijze waarop het kabinet de evacuatie in Afghanistan heeft uitgevoerd en de Kamer daarover heeft geïnformeerd die door coalitiepartij CU wordt gesteund, terwijl de ministers van CU in het kabinet blijven zitten. En iedereen die elkaar vervolgens de maat neemt en het eigen gelijk claimt. Het is kinderachtig en ronduit beschamend.

Er valt geen logica in te ontdekken. Het lijkt alsof de huidige generatie politici geen politiek geheugen heeft. Hun gedrag oogt willekeurig. Vraag is of ze hun eigen gedrag eigenlijk nog begrijpen. Regels worden niet alleen niet meer gevolgd, maar overtreden, het lijkt ook alsof ze dat niet eens meer beseffen.

Politiek is altijd al een schaduwspel. We zien een beeld of krijgen een beeld voorgeschoteld en kunnen nooit afdoende doorgronden wat er wordt afgebeeld. Het origineel is buiten beeld. Maar vanuit het beeld kunnen we min of meer het origineel afleiden. Dat wordt echter onmogelijk als het beeld zich grillig, wisselvallig en ongeregeld gedraagt. We kunnen er met woorden niet meer op reageren. Om in moedeloosheid te berusten.

Heksenjacht van rechtse media op Annalena Baerbock en Sigrid Kaag

Lezersbrief in De Telegraaf, 9 september 2021.

Het is een wetmatigheid dat de rechtse pers een centrum-linkse partij als favoriet doelwit voor aanhoudende kritiek neemt. Niet een radicaal-linkse partij, want die zit in hetzelfde frame als de rechtse pers. Namelijk schoppen tegen de gevestigde orde en de overheid.

Rechts valt partijen aan die zich het meest sterk maken voor de gevestigde orde, zich het actiefst verzetten tegen de tegenstanders ervan die EU en Europese landen willen destabiliseren en geen stabiele machtsbasis hebben om hard terug te slaan.

Als de lijsttrekker van zo’n centrum-linkse partij dan ook nog een vrouw is, dan is het helemaal heerlijk scoren voor de rechtse pers die nog grotendeels in een mentaliteit van machismo is blijven hangen omdat masculiniteit in de verdrukking zou zijn geraakt.

Naast een ideologisch heeft dat ook een economisch motief. Aanvallen op vrouwen jagen de clicks de hoogte in. Ze worden vooral op hun persoon of karakter en vrouw-zijn en niet op de inhoud van het politieke programma van hun partij aangevallen. In de populistische rechtse pers worden lifestyle en politiek hecht met elkaar verbonden en lopen zelfs zo in elkaar over dat ze niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.

Schermafbeelding van deel artikelWoke’ D66 afgeslacht door eigen prominenten‘ op Geen Stijl, 9 september 2021.


In Nederland zijn Sigrid Kaag (D66) en in Duitsland Annalena Baerbock (Groenen) het kop van jut van rechtse media en rechtse opiniemakers. In de VS was dat in 2016 Hillary Clinton. Het is trouwens de vraag of vooral D66 en de Democraten in alle gevallen centrum-links zijn, maar in de beeldvorming worden ze zo wel gekarakteriseerd door rechts. Dat valt een stropop aan, dus een fictief persoon, ofwel een sprookjesversie van een politicus, en niet de echte politica.

Tweet van Anne met verwijzing naar Telegraaf-column van Ronald Plasterk.

Onderzoek van Avaaz maakt duidelijk dat Baerbock via sociale media vooral door Russische staatsmedia met desinformatie wordt aangevallen. De Groenen zijn vanwege zorgen over het klimaat en de geopolitiek de grootste tegenstanders van de Russische gaspijplijn Nord Stream II. De aanval heeft dus een strategische reden van een buitenlandse actor om het eigenbelang veilig te stellen.

De ongerijmdheid is dat rechtse media die dat eigenbelang niet hebben en zeggen te gaan voor wet en orde, nationalisme en eigenheid voortborduren op de buitenlandse inmenging. Dat is het raadsel van een rechtse pers die zweert bij nationalisme, maar in de praktijk daar haaks op staat en de eigen democratie helpt verzwakken. Onder het mom de vijand van mijn vijand is mijn vriend.

Tweet van Syp Wynia, 11 september 2021.

Deze observaties maken maakt duidelijk dat de aanval van de rechtse media en rechtse opiniemakers op centrum-links gerelativeerd moet worden. Het is niet waarover het lijkt te gaan. Het is het dienen van de belangen van anderen in de hoop om makkelijk te scoren door oude, overleefde vooroordelen op te poetsen en telkens te recyclen zodat de eigen achterban gevangen blijft in een vijandbeeld en mentaal niet meer kan weglopen.

De hetze tegen centrum-links is de lopende band van simplisme waar de rechtse pers mee scoort en in een automatisme niet meer hoeft na te denken hoe het werkelijk is door het denken uit te besteden aan de eigen reflex.

D66 Utrecht blijft pleiten voor meer concessies voor de horeca. In de partij der blinden is éénoog Koning

Schermafbeelding van deel artikel ‘Wethouder doet geen toezeggingen over permanente uitgebreide terrassen in Utrecht‘ in de DUIC, 3 september 2021.

Ik woon in Utrecht net buiten de binnenstad en stemde in een ver verleden op het D66 van Hans van Mierlo. Ik voel me onaangenaam aangesproken door D66’er Maarten Koning die zich profileert door steeds maar weer te pleitten voor tegemoetkomende maatregelen voor de horeca. Wat voor D66 denkt hij in hemelsnaam te vertegenwoordigen? Dat is niet het D66 waar ik ooit op stemde, maar een VVD-light.

Voor de volledigheid, afgelopen jaren had ik enkele malen overleg met Ellen Bijsterbosch over een cultureel onderwerp waarbij ik haar leerde kennen als een inhoudelijk, integer en verstandig raadslid met kennis van zaken die probeerde het algemeen belang van de stad te dienen en uiteenlopende betrokkenen met elkaar te verbinden. Bij D66-raadslid Maarten Koning zie ik het omgekeerde. Hij dient vooral zijn eigen marketing en laat zich kennen als de verlengde arm van de lokale horeca.

Hieronder mijn reactie op de DUIC bij een artikel over het pleidooi van Koning om tijdelijke terrasuitbreidingen in de stad permanent te maken. D66-wethouder Klaas Verschuure reageerde vooralsnog terughoudend op Konings verzoek, maar de vrees bestaat dat dit een pose is en Koning straks zijn zin krijgt van zijn partijgenoot.

Omdat ik Konings pro-horeca pleidooi als een teken zie van de verwording van een partij die ten koste van zichzelf het politieke bestel wilde opschudden, maar nu is verworden tot een lobbypartij die deelbelangen dient en de eigen continuïteit vooropzet, besteed ik er aandacht aan. Maarten Koning is als lokale politicus op zich onbeduidend, maar waar hij binnen zijn partij voor staat zie ik als afschrikwekkend waarschuwingsteken van een ooit welgemeende partij:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven. D66 profileert zich met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. Horeca is in het DNA van D66 ingebakken. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Maarten Koning wilde om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Nu dat gelukt is gaat hij een stapje verder en wil die maatregelen permanent maken. Bestuurlijk is dat niet netjes, maar dat kan deze Utrechtse D66-er niet deren. Hij gaat populistisch voor meer terrassen. 

Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Ook voormalig D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte eerder dit jaar in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie, de intellectuele diepte en de dorst naar meer van het huidige D66. 

Als waar Koning voor pleit past binnen het nieuwe leiderschap waar D66-leider Sigrid Kaag naar verwijst en dat ze door haar gedrag en opstelling in de formatie al binnen een maand eigenhandig om zeep hielp, dan weten we weer wat D66 is. Een partij die goed is in communicatie, marketing en populisme, maar slecht in inhoud. 

Tekenend voor de richting van D66 is dat D66-raadslid Ellen Bijsterbosch die wel voor de inhoud ging in juni 2021 de race om het Utrechtse lijsttrekkerschap verloor van Maarten Koning die zich welbewust in de kijker speelt met zijn populisme en zijn permanente campagne om in de aandacht te blijven met populaire voorstellen. Waarvan zijn pleidooi voor het permanent maken van terrasvergunningen het dramatische dieptepunt is. Bijsterbosch kondigde later aan het voor gezien te houden als vertegenwoordiger van D66 in de Utrechtse raad. In de partij van de blinden is éénoog Koning. 

Is ‘blokkade’ het woord van de kabinetsformatie 2021?

A la fin des années 1970, Europa-Park est déjà bien implanté en tant que rendez-vous familial pour le grand public en Allemagne. Quelques années plus tard, en 1982, sera inauguré le premier quartier à thème européen. L’Italie sera le pays choisi. Document Europa-Park.

Het woord van de kabinetsformatie zou wel eens ‘blokkade’ kunnen zijn. Partijen sluiten elkaar uit. Vandaag gooiden VVD en CDA zoals het er nu naar uitziet de deur definitief dicht voor PvdA en GroenLinks. Nadat deze partijen zich geweld hebben aangedaan door te handelen in strijd met hun eigen identiteit. Alle partijen lijken in een identiteitscrisis te verkeren. Ze blokkeren psychisch. Beide rechtse partijen willen niet dat de twee linkse partijen aan tafel aanschuiven om te onderhandelen.

Van de grootste partij VVD is dat begrijpelijk, maar waar het instabiele en verdeelde CDA dat worstelt met de invloed van oud-partijlid Pieter Omtzigt de lef vandaan haalt om zich zo hard op te stellen is onbegrijpelijk. D66 wil de ChristenUnie niet in het kabinet omdat deze christelijke partij haaks staat op een progressieve agenda. Deze opstelling, blokkade, van D66 is begrijpelijk omdat sociaal-culturele progressiviteit voor het sociaal-economisch rechtse D66 de enige manier is om zich te onderscheiden.

Een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA met 73 zetels is evenmin aantrekkelijk omdat het zich ermee op bepaalde beleidsterreinen die bij links geen steun hebben afhankelijk maakt van de radicaal-rechtse partijen, zoals de PVV. Dat is een publicitair rampscenario voor premier Rutte. Een pseudo-minderheidskabinet met vaste gedoogsteun van het tegen D66 aanleunende VOLT zou de coalitie uit de greep van de rechtse Kamermeerderheid tillen. Maar of VOLT daartoe bereid is of dat VVD en CDA ook zo’n optie blokkeren is ongewis.

Misschien is het woord dat bij nader inzien de kabinetsformatie 2021 beter omschrijft achtbaan of het in dit kader treffende equivalent tuimeltrein omdat het de noties buitelen, struikelen en vallen bevat. Het kronkelt en de kiezers zien het verbijsterend aan. Ze begrijpen niet wat ze zien en hoe het proces zich ontrolt. Wat is het alternatief voor partijpolitiek die aan zichzelf denkt en het algemeen belang uit het oog is verloren? Stuk voor stuk falen de leiders van de politieke partijen. Dat beseffen ze en tast weer hun zelfbeeld aan.

Je vraagt je af of het geen tijd is voor een interventie van een extern orgaan of adviesraad om het demissionaire kabinet én de voorzitter van de Tweede Kamer erop te wijzen dat wat nu gebeurt constitutioneel ontoelaatbaar en buiten de orde is. Formeel hebben de ministers van Staat of de Raad van State geen rol hierin maar ze zouden wel hun publicitaire en morele gewicht kunnen inzetten om kabinet en Kamer in de publieke opinie te corrigeren. Of liever gezegd, tot de orde te roepen. Partijleiders die zich gedragen als kleuters zouden op hun gedrag aangesproken moeten worden.

Want het is nog niet over. Vandaag pas beginnen de onderhandelingen. Dat gaat dus nog even duren. Midden september loopt het ziekteverlof van Omtzigt af. Als hij terugkeert in de Kamer zorgt dat weer voor nieuwe dynamiek en hernieuwde aandacht voor de verdeeldheid in het CDA. Dat ondermijnt de positie van CDA-partijleider Hoekstra. Dat kan opnieuw voor vertraging zorgen. Etc.

Duits liberale FDP positief over samenwerking met SPD en Grünen. Dat contrasteert met bange opstelling van VVD

Opmerkelijk is dat in Duitsland een coalitie van SDP (sociaal-democraten), Groenen en FDP (liberalen die meer lijken op de VVD dan D66) in de steigers staat. Op 26 september 2021 zijn de verkiezingen voor de Bundestag. Deze zogenaamde verkeerslicht (‘Ampel’) -coalitie van Rood-Groen-Geel koerst op een meerderheid in de Bundestag af. Vice-voorzitter van de FDP en Bundestag Wolfgang Kubicki heeft zich er positief over uitgelaten vanwege de stapjes in de richting van het pragmatisme van de andere twee partijen. En dan met name van kandidaat-kanselier Olaf Scholz (SPD).

De FDP heeft een recent verleden van samenwerking met de SPD en is er mentaal als junior-partner aan gewend. Gedenkwaardig in de Ostpolitik van SPD-kanselier Willy Brandt (1969-1974) was minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier Walter Scheel die met Brandt een goede tandem vormde. Ook FDP’er Hans-Dietrich Genscher speelde die rol onder bondskanselier Helmut Schmidt (1974-1982).

Vanuit Duits perspectief is de blokkade van het CDA van een coalitie met de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks begrijpelijk. Ook In Duitsland is er immers geen coalitie in de maak van CDU/CSU, SPD, Bündnis 90/Die Grünen en FDP. Dat zou te breed zijn en voor een meerderheid overbodige partijen bevatten. Wat echter niet te rijmen valt is dat de VVD die eis van de CDA overneemt of zich daar achter verschuilt. Des te meer omdat het CDA door de nog steeds niet opgeloste kwestie Omtzigt verdeeld en instabiel is en Hoekstra zich in de onderhandelingen secundair en niet constructief opstelt.

De FDP is niet linkser dan de VVD, maar wel pragmatischer en gewend aan regeren met de SPD. De PvdA en GroenLinks stellen zich niet minder pragmatisch op dan de SPD en Grünen. Vooral GroenLinks wenst sloten waar in de wijn te doen om maar te mogen regeren. Waar is de VVD bang voor waar de FDP niet bang voor is? Terwijl notabene de positie van de Duitse SPD en Grünen electoraal veel sterker is dan die van haar Nederlandse zusterpartijen.

Anders gezegd, waarom kan er in Nederland geen verkeerslicht-coalitie van een zwak rood licht (PvdA), een zwak groen licht (GroenLinks) en een sterk geel licht (VVD en D66) tot stand komen, terwijl dat in andere landen wel gebeurt? Overigens heeft zo’n verkeerslicht-coalitie van VVD-D66-PvdA-GroenLinks met 75 zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer. Er zijn trouwens andere bezwaren tegen een samenwerking van PvdA met GroenLinks vanwege de identiteitspolitiek van laatstgenoemde.

Maar dat gaat voorbij aan de opstelling van de VVD. De kern van kritiek en oplopende verbazing is dat de VVD vanuit een positie van sterkte een coalitie met rood en groen blokkeert die in Duitsland haar zusterpartij FDP vanuit een positie van zwakte omarmt. Waarom voelen premier Rutte en de VVD zich in hun sterkte zo onzeker? Staat in Europees verband nou de VVD of de FDP uit het lood?

VVD en CDA zijn de pubers van de Nederlandse politiek. Ze vertragen formatie omdat ze op zoek zijn naar een eigen identiteit

CDA-leider Wopke Hoekstra op het Binnenhof. Augustus 2021.
BEELD ANP

Er klinkt steeds meer kritiek op de traag verlopende onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Op 17 maart 2021 vonden de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Dat is inmiddels meer dan vijf maanden geleden. Er is nog geen zicht op een doorbraak. De indruk ontstaat steeds meer dat de politieke partijen uitsluitend met zichzelf en elkaar bezig zijn en de wereld om zich heen vergeten. Maar die wereld draait door ondanks de schijnbewegingen van de Nederlandse politiek.

In zijn column van 24 augustus 2021 in NRC constateert Tom-Jan Meeus dat de rechtse partijen een meerderheid van 81 zetels hebben. Dus het is van tweeën een. Of beide rechtse partijen VVD en CDA die nu deelnemen aan de besprekingen gaan volmondig voor een rechts kabinet dat hun voorkeur verdient en waar ze zich sterk voor zeggen te willen maken. Of ze laten die ambitie varen en gaan niet voor zo’n rechts kabinet en aanvaarden de deelname van centrumpartij D66 en de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks. Een andere keuze is er niet.

Meeus zegt: ‘Links had decennia de reputatie verdeeld en ontoeschietelijk te zijn, nu is vooral rechts daar goed in. Een volbloed rechts kabinet zou afspraken met complotdenkers (FVD/corona), EU-sceptici (JA21 wil uit de euro) en een wegens groepsbelediging veroordeelde voorman (Wilders) vergen. Dan zijn Ploumen en Klaver natuurlijk een eitje‘. Kortom, het lijkt er verdacht veel op dat VVD en CDA geen volbloed rechts kabinet nastreven omdat de rechtse partijen PVV, FvD, Van Haga, SGP, JA21 en BBB te instabiel en te weinig constructief zijn. Maar Rutte en vooral Hoekstra houden ten onrechte vol dat PvdA en GroenLinks instabiel zijn.

Er is nog het aspect van de getalsverhoudingen tussen partijen in een kabinet dat ik naar aanleiding van een mediaoptreden van CDA’er Madeleine van Toorenburg in een commentaar van 6 juni 2021 noemde. Het is begrijpelijk dat PvdA en GroenLinks dat tot nu toe in de publiciteit niet naar voren hebben gebracht omdat het gaat over hun eigen nietige positie. Dat zou wel verhelderend zijn.

Schermafbeelding van deel commentaarCDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten‘ van 6 juni 2021.

Bij de vorming van een kabinet draait het bij het formuleren van het regeerakkoord en de verdeling van de kabinetsposten om de zwaarte van de afzonderlijke partijen. Die weegt door in de resultaten. Niet toevallig hebben de grootste partijen VVD en D66 in juni 2021 van informateur Mariëtte Hamer de opdracht gekregen om een proeve van regeerakkoord te schrijven dat nu het werkdocument is voor de onderhandelingen.

In een nieuw kabinet Rutte-Kaag zullen PvdA en GroenLinks weinig in de melk te brokkelen hebben met hun in totaal 17 zetels. Vergelijk dat met de liberale as in dat kabinet van VVD en D66 van 58 zetels. Dat is 3,4 zoveel als beide linkse partijen. Of vergelijk het met de rechtse as van VVD en CDA met 49 zetels. Dat is 2,3 zoveel als beide linkse partijen.

Waar zijn VVD en CDA bang voor? Voor de eigen lusteloosheid, sloomheid en stuurloze drift?

Het is simpel. Of beide rechtse partijen kiezen voor een op en top rechts kabinet met onder meer PVV, FvD en rechtse splinters. Of ze kiezen voor een centrumkabinet met D66, PvdA en GroenLinks. Want D66 heeft een kabinet met de ChristenUnie geblokkeerd en uit wat bekend is uit de proeve van regeerakkoord zal de ChristenUnie zich daar niet in kunnen vinden. Zo moeilijk is het niet voor VVD en CDA om aan hun achterban uit te leggen dat PvdA en GroenLinks in een nieuw kabinet getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben en dat het landsbelang nu vraagt om voortgang.

De aarzelende aanpak van de evacuatie uit Kabul roept de vraag op hoe minister Kaag sinds mei 2021 de regiodirectie DAO/ZA heeft aangestuurd en hoe de inlichtingendiensten het kabinet hebben geïnformeerd over de toestand in Afghanistan en wat het kabinet daarmee heeft gedaan. Het heeft in elk geval niet gehandeld zoals Frankrijk deed. Hoeveel tijd heeft premier Rutte de afgelopen drie maanden aan Afghanistan besteed? Dat is de schaduwzijde van de Nederlandse politiek die op het Binnenhof kringetjes om zichzelf draait als een adolescent die op zoek is naar een eigen identiteit.

Voor welk probleem blijven VVD en CDA een oplossing zoeken? Het lijkt er steeds meer op dat ze niet weten wie ze zijn.

PvdA moet zichzelf alleen opheffen als het er voldoende voor terugkrijgt

Etienne Conte, Rose rouge fanée, 2006

Moet de PvdA fuseren met GroenLinks? Het frame is dat dit onder druk van rechts (VVD en CDA) tot stand komt en daarom per definitie verkeerd is. Naast het feit dat dit onhaalbaar is omdat de weerstand binnen beide linkse partijen groot is.

Waarom fuseren VVD en D66 niet? Of VVD en het CDA dat zich de afgelopen jaren als een schaduw van de VVD opstelt. Wie de eigen strategie door andere partijen laat bepalen verliest de zeggenschap over de eigen koers. Weg geloofwaardigheid van elke partij die daar instapt. Of intrapt.

In een commentaar in 2015 concludeerde ik: ‘Nu de praktijk nog. In de PvdA wordt goed nagedacht, maar verkeerd gekozen. Leiders zijn te pragmatisch (Kok), te weinig tactisch (Bos), te weinig operationeel (Cohen), te weinig strategisch (Samsom) of te wendbaar (Asscher). Welke leider past bij het nieuwe profiel?‘ Daar kunnen we inmiddels de te weinig overtuigende Lilianne Ploumen aan toevoegen. Het zijn allen aimabele en kundige personen, maar leiders van de PvdA die de partij boven zichzelf uit laten stijgen zoals Drees, Burger of Den Uyl zijn de recente leiders van de PvdA niet. En dan ontbreekt nog de rampzalige Ad Melkert in het rijtje van partijleiders.

Voormalig lid van de PvdA Eddy Terstall schetste die kritiek dat de PvdA het eigen sociaal-democratisch gedachtengoed om electorale redenen zou verpatsen, teveel naar de moskee zou luisteren en de scheiding van kerk en staat te ver oprekt in 2010 in zijn boek Ik loop of ik vlieg: ‘Dezelfde verbazing hebben tegenwoordig van oorsprong linkse atheïstische activisten die gebroken hebben met de islam. Die zien vol verbazing aan hoe hun medeprogressieven en vooral ex-feministen zich het vuur uit de sloffen lopen om de islam te verdedigen en hoe die blind smoorverliefd zijn op de hoofddoek, terwijl ze ooit hun bh’s verbrandden. In 2006 zei toenmalig partijleider Wouter Bos in Het Parool: ‘Ik zie het gevaar van een Partij van de Allochtonen waar de autochtonen weglopen. Maar als wij vasthouden aan ons verhaal, blijven we de partij voor iedereen.’ De zoektocht binnen de brede volkspartij PvdA naar politieke wonderlijm die alles met alles verbond was gestart. En zou nooit gevonden worden. Dat kon alleen maar in teleurstelling eindigen.

De PvdA maakte de afgelopen 25 jaar één fout, maar wel een grote: het koos niet voor het eigen gedachtengoed. Het is de strijd tussen verstandig en dom links. Tussen behoudend en progressief. Tussen cultureel en economisch waarbij sinds de jaren 1980 het evenwicht bij culturele waarden als identiteit kwam te liggen.

Verder is er niets aan de hand. De eigen overbodigheid is geen schande, maar een verdienste van de PvdA omdat de doelstellingen bereikt zijn en de eigen achterban zo geëmancipeerd is dat het niet meer op de partij stemt omdat het die niet meer nodig heeft. Dat is de crisis van de Europese sociaal-democratie. Het aantonen van de eigen overbodigheid zou voor elke politieke partij het streven moeten zijn. Maar zelfs D66 dat de eigen opheffing in het DNA had zitten durfde dat niet aan. Er waren te veel D66’ers die hun macht aan de partij waren gaan ontlenen. Politieke partijen zijn vooral met de eigen continuïteit bezig. Dat maakt politici zo kinderachtig.

Wat moet de PvdA doen? Moet het samengaan met GroenLinks dat overblijfselen van anti-democratisch denken bevat en dat combineert met modieuze marketing, maar in de verduurzaming wel een sterk programmapunt heeft? Het is lastig te zeggen. De SDAP hield ook ooit op te bestaan en ging na de oorlog op in een bredere beweging die een doorbraak wilde forceren naar andere politieke richtingen. Dat mislukte jammerlijk, hoewel het 30 jaar later alsnog slaagde met de formatie van het kabinet Den Uyl. Falen of slagen valt dus niet te voorspellen.

Je zou kunnen zeggen dat het geen halszaak is als de PvdA zichzelf opheft en ophoudt te bestaan als zelfstandige partij. De vraag van belang is wat die opheffing voor herschikking van elementen brengt die daar tegen opweegt. Daar moet de discussie binnen de PvdA over gaan.

Raad Arnhem neemt motie aan om stedenband met Wuhan te verbreken vanwege de schokkende behandeling van de Oeigoeren door China

Aangenomen motie 21M81 ‘Verbreek stedenband met Wuhan (Volksrepubliek China)’ in gemeenteraad Arnhem, 21 juli 2021.

Een motie die op 11 november 2020 nog door DENK werd ingetrokken omdat er geen meerderheid voor was kreeg gisteren wel een meerderheid in de Arnhemse raad.

Vergeleken met toen was de motie op twee punten gewijzigd. In de tekst was toegevoegd: [We weten dat] ‘De 2de kamer op 25-02-2021 een motie heeft aangenomen waarin uitgesproken wordt dat in China genocide plaatsvindt en China strafkampen erop na houdt die bedoeld zijn om geboorte binnen een specifieke groep te voorkomen’. In de presentatie van de motie verwees de vertegenwoordiger van DENk uitdrukkelijk naar deze motie in de Tweede Kamer. Verder was de motie medeondertekend door de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie.

De Gelderlander noemt in een bericht van 21 juli 2021 het besluit van de raad om de stedenband met Wuhan te verbreken ‘verrassend‘, Het zegt ook dat de raad hiermee inging tegen het voorstel van het college dat bestaat uit GL, D66, VVD en PvdA. De partijen die voor de motie stemmen waren Denk, GroenLinks, D66, SP, ChristenUnie, PVV en Partij voor de Dieren. Ze hebben een meerderheid van 23 van de 39 zetels. Van de coalitiepartijen stemden GL en D66 voor en PvdA en VVD tegen.

In oktober 2019 verscheen in opdracht van het college een door Buck Consultants International uitgevoerde evaluatie over de 20 jarige relatie van Arnhem met Wuhan. Het leest als een stuk uit een vorig tijdperk. Dat bureau adviseerde om de stedenband niet te verbreken omdat ‘De relatie biedt betrokkenen rechtstreeks inzicht in de werkwijze en uitdagingen binnen deze enorme groeimarkt, kansen voor nuttige contacten en zakelijke mogelijkheden, en Arnhem als stad een grotere uitstraling‘. Dat is een economische benadering die door de motie naar de prullenbak is verwezen. De paradox is dat Arnhem dat zich nu laat kennen als criticus van het Chinese mensenrechtenbeleid een uitstraling krijgt dat het anders nooit had gehad.

Deze motie staat niet op zichzelf en is er een teken van dat binnen de EU en het Westen in het algemeen (met name Australië, Zweden en de VS) de kritiek op China op de laagste en hoogste bestuurlijke niveau’s toeneemt. Europese landen laten zich steeds lastiger chanteren door de economische macht van China. Dat wordt aan twee kanten ook beter realiseerbaar door de ontknoping van de Chinese economie van de wereldeconomie die zowel door het leiderschap van de Communistische Partij China als westerse landen wordt nagestreefd. Dat maakt de dreiging van economische chantage door de Chinese communisten op termijn minder krachtig.

Het is de verdienste van DENK dat het dit in Arnhem in een motie heeft opgeschreven en het is een teken van veranderend denken over de relatie met China dat de motie door links, rechts, niet-coalitiepartijen en coalitiepartijen is aangenomen.

Welke gemeenten volgen? Als de lijst nog actueel is: Amsterdam heeft stedenbanden met Beiijng en Shenzhen, Delft met Jingdezhen, Emmen met Shangluo, Enschede met Dalian, Groningen met Tianjin en Xi’an, Maastricht met Chengdu, Oosterhout met Nantong, Tilburg met Changzhou en Weert met Hangzhou. Activisten en politieke partijen die de stedenband van hun eigen gemeente met een Chinese gemeente willen verbreken of ter discussie willen stellen kunnen uit de Arnhemse motie moed putten.

Plasterk voegt zich met Telegraaf-column in rechtse hetze tegen D66 en Sigrid Kaag

Schermafbeelding van deel artikelOud-PvdA-minister Ronald Plasterk wil dat Sigrid Kaag aftreedt: ‘Zo iemand kan je in een kabinetsteam niet hebben’ van Michael van der Galien op DDS, 3 juli 2021.

Oud-minister Ronald Plasterk heeft een Telegraaf-column en moet daar noodgedwongen rechtse praatjes bezigen. Of hoofdredacteur Paul Jansen hem dat oplegt of dat Plasterk daar door zelfcensuur of zelfverloochening toe komt is van ondergeschikt belang. Het resultaat is hetzelfde.

Plasterk plooit zich als een lichte vrouw die zich verkoopt. Het is triest om te zien. De sociaal-democraat schept verwarring en is populair bij PVV- en Forum-sympathisanten.

Het is veelzeggend dat een sociaal-democraat van overtuiging die binnen zijn partij niet relevant meer is zijn overtuiging verkoopt aan de meest biedende. Of in dit geval waarschijnlijk, de enig biedende. Maar Plasterk heeft het recht om de weg van de minste weerstand te volgen. Een weg die bij anderen veel weerstand oproept.

Met terugwerkende kracht worden zijn ministerschappen in Balkenende IV en Rutte II er niet geloofwaardiger op. Ook toen al zocht hij opvallend de publiciteit. Bijvoorbeeld door foto’s te maken van degenen die hem in zijn werkkamer als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bezochten. Dat deelde hij weer breed in de publiciteit.

Zijn laatste column in De Telegraaf is een bescheiden hit op radicaal-rechtse sites, zoals DDS. Ik reageerde daar bij bovenstaand artikel: ‘Plasterk is een fossiel die zichzelf tot leven probeert te wekken. Hij zoekt de rechtse echokamer op om zichzelf te laten horen. Plasterk toont aan hoe iemand van overtuiging kan veranderen. Hij neemt de kleur van zijn omgeving aan en verliest in dat proces zichzelf. Ik kan me niet voorstellen dat verstandige Telegraaf-lezers die hang naar aandacht van Plasterk niet doorzien. Als hem een kabinetspost in Rutte IV zou worden aangeboden, dan verschiet hij in een nacht weer van kleur.

De column van Plasterk past in de continue oorlog die de Telegraaf tegen D66 en Sigrid Kaag voert. Is D66 immers niet de aartsvijand van de PVV? De Telegraaf probeert nog steeds het foute beeld te vormen dat de progressieve centrumpartij D66 met stevige rechtse sociaal-economische programmapunten een linkse partij is.

Plasterks column staat achter een betaalmuur, maar er valt te lezen dat het als volgt begint: ‘Het VPRO-programma Sigrid Kaag van Beiroet tot Binnenhof is een mooie boel geworden. Om te beginnen is het politiek kluitjesvoetbal. Het programma is gemaakt door de VPRO, die wordt geleid door een oud-campagneleider van D66. Er is in overleg met de publieke omroep (die onder leiding staat van een D66’er) een tijdstip gekozen soort voor de verkenningen om maximale electorale impact te hebben (…). De film is mede gefinancierd door het Nederlands Filmfonds (voorzitter was Thom de Graaf), en kreeg, zo meldt journaliste Kim van Keken, een extra subsidie van minister Van Engelshoven (D66).

Dit is stemmingmakerij door associatie van Plasterk. Het feit dat leden van D66 hierbij betrokken zijn wil nog niet zeggen dat ze verkeerd gehandeld hebben. Maar dat suggereert Plasterk wel. Thom de Graaf was overigens nooit voorzitter van het Nederlands Filmfonds, maar voorzitter van de Raad van Toezicht van die organisatie. In die functie is hij opgevolgd door het voormalige VVD-kamerlid Laetitia Griffith. In Nederland Polderland rouleren dit soort functies tussen leden van de grootste partijen. Dat is de PvdA al sinds 2017 niet meer.

DDS gaat in de overdrive als het onder verwijzing naar de VPRO-documentaire waarover kamervragen door de PVV waren gesteld suggereert dat minister ‘Kaag haar collega-minister Arie Slob (ChristenUnie) hier gewoon keihard over heeft laten liegen‘. Het valt trouwens op hoe Plasterk in zijn column delen van de kamervragen van PVV’er Martin Bosma overneemt. En DDS vervolgt: ‘Slob antwoordde daarop dat – zo werd hem dat verteld door de VPRO – er geen contact was geweest tussen de documentairemakers en D66, niet over de precieze inhoud van de docu, tenminste’.

De crux waarop Plasterks column leunt is dat minister Kaag haar collega-minster Slob informatie heeft onthouden waardoor hij de kamervragen van de PVV verkeerd heeft beantwoord. Dat laatste is juist en valt de VPRO te verwijten die Slob verkeerd heeft geïnformeerd zodat hij op zijn beurt de kamer verkeerd informeerde. Daar staat Kaag buiten. Dat zijn gescheiden verantwoordelijkheden die Plasterk op een hoop gooit. En stel dat Kaag Slob die op een ander ministerie werkt hierover wel had geïnformeerd, dan was de reactie van De Telegraaf voorspelbaar geweest. Namelijk dat Kaag Slob heimelijk probeerde te beïnvloeden. Het is immers nooit goed wat de Telegraaf over D66 meldt.

Dat er foute kantjes zitten aan de productie van de VPRO-documentaire over Kaag is duidelijk. De makers zijn door D66 en Buitenlandse Zaken onder druk gezet om de film aan te passen. Dat is ontoelaatbaar en hoort niet in een werkende democratie thuis.

Er moet wetgeving komen om de verderfelijke invloed van voorlichters en communicatie-experts bij ministeries en gemeenten op de journalistiek en de kunst terug te dringen. Hun macht is veel te groot geworden. Ze perken de persvrijheid en de vrijheid van expressie in.

Omdat nog niet alle feiten bekend zijn, dient deze kwestie tot op de bodem uitgezocht te worden en openbaar gemaakt te worden. De losse flodders voor de boeg van De Telegraaf en Roland Plasterk hebben geen enkele betekenis om deze kwestie zorgvuldig in kaart te brengen en het achterliggende probleem van politieke druk op media en kunst structureel op te lossen.

CDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten

Stuurt het CDA in de persoon van Madeleine van Toorenburg de hulptroepen van Team B de media in om de georkestreerde boodschap te verspreiden en de reactie erop in te schatten dat deze partij een coalitie over rechts wil of spreekt zij op eigen initiatief namens de rechterflank van het CDA? 

Waarschijnlijk moet ze in opdracht van de partijleiding eraan mee helpen om het voldongen feit van een centrum-rechts kabinet te helpen forceren. Dat zou een voorzetting van het huidige kabinet zijn, met de CU, of een inwisseling van deze partij voor PvdA óf GL. Persoonlijk kan meespelen dat zij inschat dat zij meer kans op een kabinetspost heeft als minder partijen beloond moeten worden. Daarom lijkt ze ook over haar eigen carrière te praten, zonder dat uiteraard toe te geven. 

Het CDA behaalde bij de laatste verkiezingen 9,5% van de stemmen en heeft 15 zetels in de Tweede Kamer. Leider Hoekstra heeft niet uitgesproken dat hij wil toetreden tot een nieuw kabinet. Hij houdt nog steeds een slag om de arm. Dat heeft te maken met de machtige positie in de partij van kamerlid Pieter Omtzigt die niet gecharmeerd is van premier Rutte die volgens hem de verkeerde bestuurscultuur zou belichamen. Nu Omtzigt wegens ziekte voor langere tijd uitgeschakeld is lijkt het CDA geleidelijk uit de schulp te kruipen.

Het opvallende in de formatie is in de laatst weken de verandering van toon en retoriek van de rechtse partijen CDA en VVD. Of ze zelfvertrouwen hebben gekregen is de vraag, maar vaststaat dat ze die publiekelijk tonen. Dat kan als fluiten in het donker worden uitgelegd. Het tegen beter weten in willen forceren van een voldongen feit. 

De VVD meent die vrijheid te kunnen nemen omdat de positie van premier Rutte niet langer hevig, maar overigens nog wel gematigd ter discussie staat en het CDA omdat de positie van de genoemde Omtzigt is verzwakt.

Eerst erkenden deze partijen volmondig (VVD) en deemoedig (CDA) dat er sprake was van een liberaal motorblok van VVD-D66 als basis voor een coalitie. Nu proberen ze in de beeldvorming een werkelijkheid te creëren van een rechts kabinet. Zoals gezegd is dat vooral van het CDA een ondoorgrondelijke manoeuvre omdat het nog niet eens heeft verklaard deel te willen uitmaken van een nieuw kabinet. Het CDA formeert op afstand in ijle lucht. 

Dat tamboereren op een rechts kabinet met als joker zelfs het dreigen met het radicaal-rechtse JA21 wringt omdat de positie die D66 heeft bij monde van partijleider Sigrid Kaag niet verzwakt is. Deze partij heeft nog steeds de sleutel in handen. Het valt niet in te zien dat de tactiek waarmee Van Toorenburg in navolging van Hoekstra, die weer werd gevolgd door Rutte, het veld wordt ingestuurd zal werken. Als niet alleen PvdA en GL elkaar vasthouden, maar D66, PvdA en GL dat doen, dan valt niet in te zien hoe dit blok van 41 zetels dat nodig is voor een meerderheid gepasseerd kan worden.

Premier Rutte zei afgelopen weken dat PvdA en GL ver van hem afstaan. Dat was een tamelijk overbodige en al te opzichtige uitspraak. Wat is ver? D66 kan zeggen dat CU ver van hen afstaat en dat het niet uitsluitend met rechtse partijen wil samenwerken. Welke open deur gooide Rutte hier open? Kijk naar Israël waar partijen die ver van elkaar afstaan samen een kabinet vormen. Wat denkt Rutte wat hij ermee zegt dat partijen ver van elkaar afstaan? Dat is nou eenmaal politiek. Moeten volgens Rutte alle partijen hetzelfde zijn? 

In Nederland coalitieland zijn partijen niet gelijkgeschakeld. Ze zijn onderling verschillend. Maar alle partijen die tot het midden gerekend kunnen worden zijn nou ook weer niet zo anders van elkaar dat ze niet samen kunnen werken. De constructieve zes, te weten VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU zijn binnen marges programmatisch inwisselbaar. De accenten zijn anders, maar de verschillen zijn overbrugbaar. 

Madeleine van Toorenburg heeft gelijk dat er tijd verspild is. Maar anders dan zij het probeert te framen. Door toedoen van Hoekstra en in navolging van hem een stoet VVD’ers en CDA’ers die hun mening in de media uitventten is tijd verloren gegaan. Hoekstra’s roep om een rechts kabinet en zijn bedekte blokkade om PvdA én GL samen tot een volgend kabinet toe te laten heeft tot tijdverlies geleid. Zo’n uitspraak is uiteraard deel van de onderhandelingen die zich deels in de media afspelen. Maar voor het proces is zo’n eenzijdige blokkade niet constructief. 

Wat zal de realiteit van zo’n centrum-kabinet van VVD, D66, CDA, PvdA en GL zijn? Het kabinet Rutte III heeft 16 ministers en acht staatssecretarissen. Onlangs zei premier Rutte dat vooral het aantal ministersposten uitgebreid moet worden. Hij voerde als reden de burn out van bewindslieden aan, maar evenzeer kan men er het voorsorteren van een vijfpartijen-kabinet in zien. Er zijn meer kabinetsposten nodig omdat meer partijen met posten tevreden moeten worden gesteld. 

De vijf partijen hebben samen 90 zetels. De module die leidt tot een kleine toename van het aantal kabinetsposten is 3 en resteert in 30 kabinetsposten (nu 24). Dat houdt in dat VVD, D66, CDA, PvdA en GL respectievelijk 11 (inclusief bonus voor premier), 8, 5, 3 en 3 kabinetsposten toebedeeld krijgen. De twee linkse partijen zullen naar verwachting karig bedeeld worden. Door te schuiven met de zwaarte van een staatssecretaris of de lichtheid van een minister kan het machtsevenwicht dat volgt uit het aantal zetels per partij gewaardeerd worden.

Die berekening roept de vraag op voor welk gevaar Hoekstra en Van Toorenburg nou eigenlijk waarschuwen. PvdA en GL krijgen naar alle verwachtingen hooguit samen zes kabinetsposten waarvan wellicht slechts elk een van zwaarder kaliber om zich te kunnen profileren. De zware posten zullen naar VVD, D66 en CDA (Financiën) gaan. 

Wat Van Toorenburg vergeet te zeggen is dat de linkse partijen als ze tot het kabinet Rutte IV toetreden weinig in de melk te brokkelen zullen hebben. Ligt voor Van Toorenburg een staatssecretariaat Binnenlandse Zaken in het verschiet als opvolger van Raymond Knops? Als beloning voor haar partijtrouw en lobbywerk als slippendrager van de partijleiding van het CDA.