George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘D66

Het debat over een nationaal designmuseum is gepolitiseerd

with one comment

Hoeveel designmuseums kan Nederland hebben? Die vraag wordt opgeroepen door politieke ontwikkelingen en de opmerking van de nieuwe artistiek directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs in een interview in NRC. Hij zegt: ‘Maar als ik het hele Nederlandse aanbod overzie, zou wat meer variatie en specialisatie goed zijn’. Dat is een pleidooi tegen het kluitjesvoetbal in de museumsector waarbij ieder museum hetzelfde doet.

In Den Bosch is er het Design Museum Den Bosch -dat als vanouds het accent op sieraden en keramiek legt- waarmee directeur Timo de Rijk sinds eind 2016 succesvol aan de weg timmert. Hij noemt zich in februari 2017 in een interview in BD samen ‘met Gent en Groningen’ nu ‘het grootste designmuseum in West-Europa‘. Voor het gemak vergeet hij het London Design Museum, het Duitse Vitra Design Museum, het Parijse Cité de l’Architecture et du Patrimoine of het V&A in Dundee. Maar ook het in 2015 geopende Cube Design Museum  in Kerkrade dat zich presenteert als ‘het eerste museum van Nederland volledig gewijd aan design. Cube toont design met inhoud; design dat impact heeft op de wereld.’ De stilzwijgende suggestie hiervan is dat andere designmusea design zonder inhoud presenteren. De Rijk en Wolfs geven te kennen dat ze belang hechten aan de kunstgeschiedenis en meer moderne of na-oorlogse kunst willen tonen. De Rijk en zijn team bereiden nu een overzichtstentoonstelling van design van het Derde Rijk voor die op 7 september 2019 opent.

Daarnaast is er in Rotterdam het HNI dat ‘Design’ in de naam heeft (naast Architectuur en Digitale Cultuur) dat zich eind 2016 opwierp als coördinator voor een tijdelijk designmuseum in Amsterdam om daar langdurige bruiklenen van andere musea te tonen. Een initiatief waarover sinds die tijd weinig is vernomen. Ik gaf daar in december 2016 een commentaar op waarin ik weinig begrip toonde voor dit initiatief, maar ook wees op twee interessante opmerkingen van het hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck. Breder kijkend dan dit initiatief alleen zei zij: ‘(..) is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design’ en ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI’. Er bleek dus eind 2016 volgens Van Spaendonck in Nederland geen museum dat geheel in het teken staat van design (wat haaks staat op de claim van het in 2015 geopende Cube) en evenmin een nationaal vormgevingsarchief voor design.

De politieke ontwikkeling blijkt uit bovenstaand citaat uit het artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in het ED van november 2018. Het lijkt er sterk op dat het een plan is uit de koker van D66 dat door de VVD wordt gesteund. In het huidige Eindhovense college is D66 niet vertegenwoordigd. Van 2014 tot 2018 was Mary-Ann Schreurs namens D66 wethouder van Innovatie en Design, Cultuur en Duurzaamheid. Nu is ze onafhankelijk raadslid en heeft volgens een persbericht van maart 2019 over een verschil van mening D66 verlaten. Schreurs maakte zich sterk voor design en technologie zoals uit de steunbetuiging van een D66’er blijkt. Ook de Dutch Design Week (DDW) is een manifestatie van de verknoping van design en techniek.

Er is dus in de afgelopen jaren een sterke D66-lobby opgezet voor een Designmuseum in Eindhoven waarbij het de vraag is of dat doorzet omdat D66 in Eindhoven en in de provincie Noord-Brabant aan macht heeft ingeboet. Daarnaast richt Timo de Rijk zich in het 35 km verder gelegen Den Bosch sinds 2016 nadrukkelijk op design en toegepaste kunst. Een grotere ambitie viel af te lezen in de naamsverandering. In juni 2018 werd de naam Het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch veranderd in Design Museum Den Bosch. Maar wellicht kan wat in de pijplijn zit nog gematerialiseerd worden zodat er nog net een Eindhovens Designmuseum uitgeperst kan worden. Een in de Provinciale Staten van Noord-Brabant in oktober 2017 aangenomen motie van D66 vraagt om uit te zoeken of er een nationaal designmuseum kan komen in het Evoluon in Eindhoven:

Minister van OCW Ingrid van Engelshoven (D66) houdt de signalen van haar partijgenoten uit Brabant in elk geval nog in de lucht zoals deze week bleek uit de presentatie van de ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ dat op het lijf van een Eindhovens Designmuseum is geschreven en uitgaat van de verknoping van design en techniek. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet. Hooghartigheid blijkt uit het interview uit november 2018 met DDW-directeur Martijn Paulen die meent dat een een fluitje van een cent is om een museum met als uitgangspunt de combinatie van design en techniek in een nationaal designmuseum te realiseren. Dat gaat eraan voorbij dat die formule die afgeleid is van de Eindhovense situatie waarbij design en techniek nauw worden gecombineerd een keuze is die niet alleenzaligmakend is. Design kan ook worden gekoppeld aan autonome kunst, (kunst)geschiedenis of sociaal-maatschappelijke aspecten. Het is de vraag of, als er een nationaal designmuseum of rijksmuseum voor design moet komen dat gesteund wordt vanuit de landelijke overheid, die combinatie van kunst en techniek (of technologie) het uitgangspunt dient te zijn. Op z’n minst zou er een breed debat aan vooraf moeten gaan over het profiel van zo’n nieuw te vormen nationaal designmuseum waarbij de gesprekspartners liever niet alleen uit Eindhoven of uit de kringen van D66 komen.

Nederland kan best meerdere designmusea herbergen, in Den Bosch, Kerkrade, Eindhoven of waar dan ook. Laten we evenmin de kunstmusea met belangrijke afdelingen design (Museum Boijmans, Stedelijk Museum, Centraal Museum, Groninger Museum, HNI) en de ‘materiaalmusea’ (Nationaal Glasmuseum, TextielMuseum, Keramiekmuseum Princessehof) vergeten die zo’n nationaal designmuseum kunnen ‘voeden’. Of de herhaling van meer van hetzelfde zonder voldoende variatie en specialisatie wenselijk en doelmatig is, is een vraag die het bovensectorale ministerie van OCW zich moet stellen. De museumsector moet ideeën kunnen aandragen.

OCW zet echter op onaanvaardbare wijze een dubbele pet op als het bij de bekostiging van een nationaal designmuseum uitgaat van normen die meer volgen uit de partijpolitiek en een regionale lobby, dan uit een beredeneerde keuze voor profiel, kwaliteit en inbedding in de culturele basisstructuur ervan. In het verlengde speelt de vraag bij welke instelling een nationaal vormgevings/designarchief ondergebracht moet worden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in ED, 24 november 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Actuele Motie M1 Provinciale Staten 27 oktober 2017; Nationaal Designmuseum in het Evoluon` door Statenfractie van D66 (AANGENOMEN).

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ van het ministerie van OCW, 11 juni 2019 (p. 35).

Advertenties

Media blunderen door anti-islam-tweet van Wilders voor te stellen als anti-D66-tweet

leave a comment »

Nederland is een beetje in rep en roer omdat Twitter de PVV’er Geert Wilders tijdelijk heeft geblokkeerd. Aanleiding is een tweet met de volgende inhoud: ‘Laten we altijd opstaan tegen de sukkels van @D66 die de grenzen open laten en meer en meer islam importeren om vervolgens krokodillentranen te huilen over de gevolgen daarvan zoals antisemitisme, eerwraak, vrouwenbesnijdenis, terrorisme en haat’. Hoelang Wilders’ schorsing duurt is vooralsnog onbekend. Twitter voert als reden ‘hatelijk gedrag’ (hateful conduct) aan.

Het is begrijpelijk dat rechtse media als DDS dit uitvergroten en framen als een partijtje vrij worstelen van Wilders met D66 dat immers hun favoriete schietschijf is. Maar het is onjuist om deze tweet te lezen als ‘anti-D66-tweet’. Want het is een anti-islam-tweet. Het bericht gaat niet over D66, maar over de islam. Wilders wil dat het als anti-D66-tweet wordt geframed waarin hij zijn meer controversiële anti-islam boodschap ‘netjes’ kan verpakken. Het valt niet in te zien waar het hatelijk gedrag tegenover een politieke partij als D66 uit zou bestaan. De reden die Twitter daarover aanvoert zegt niets over hatelijk gedrag tegenover een politieke partij. Maar wel over dat gedrag tegenover mensen op basis van onder meer ras, nationaliteit, geloof en etniciteit.

Wie de koppen in de media over de schorsing leest ziet dat het Geert Wilders evenals de spindoctors en waterdragers van de PVV gelukt is om hun framing aan de media op te leggen. Ze kunnen lachen in hun vuistje. Wilders kan in de slachtofferrol kruipen zonder dat zijn racistisch en discriminerend gedrag aan de kaak wordt gesteld. De schorsing door Twitter wordt niet genoemd wat het echt is en zoals het in de richtlijnen van Twitter over hatelijk gedrag verwoord wordt. Media als NOS en RTL Nieuws trappen in Wilders’ framing en missen de essentie van zijn tweet. Ze zijn in de val getrapt en doorgronden niet wat er staat.

Zonder nadenken maken media van een anti-islam-tweet een anti-D66-tweet. Zalig is het land waar de media slapend hun werk doen en zich de framing door Wilders van een tweet domweg in de maag laten splitsen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBLOCK! Twitter bant Geert Wilders vanwege “haatzaaiende” anti-D66-tweet’ op DDS, 31 mei 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op NOS, 31 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelWilders: geblokkeerd door Twitter na bericht over D66’ op RTL Nieuws, 31 mei 2019.

Wiegel gaat in formatie Zuid-Holland uit van FvD en VVD. Maar wie helpt deze combinatie aan een meerderheid?

with 3 comments

Update 12 juni 2019: Hans Wiegel stapt op als informateur in Zuid-Holland nadat het CDA gisterenavond is afgehaakt. Hij acht volgens een brief aan de Commissaris en de leden van de Staten zijn opdracht zinloos. Wiegel was door partijleider Baudet van FvD aangezocht als informateur en startte zijn werkzaamheden op 1 april. Het vervolg is onduidelijk, maar mogelijk kan de tweede partij nu het initiatief nemen: de VVD. 

In Zuid-Holland is VVD’er Hans Wiegel de informateur die door de grootste partij FvD is gevraagd om een college te smeden. In een brief van 1 april liet Wiegel weten een college na te streven waarin de twee grootste partijen vertegenwoordigd zijn: FvD en de VVD. Bij een totaal van 55 zetels heeft een college 28 zetels nodig voor een meerderheid. FvD (11) en VVD (10) hebben 21 zetels. Waar halen ze de resterende 7 zetels vandaan?

Het programmatisch dicht tegen FvD aanleunende PVV heeft 4 zetels. Gesteld dat de linkse partijen (GL, PvdA, SP, PvdD, CU, DENK) en de middenpartij D66 niet in een college met FvD én PVV gaan zitten, resteren 50+ (2) en SGP (2). Zo ontstaat een rechts college van FvD, VVD, PVV, SGP en 50+. Zoals uit bovenstaande tweet blijkt antwoordt CDA-Statenlid Meindert Stolk ontkennend op mijn vraag of het CDA zitting neemt in een college met FvD, VVD en PVV. Hij zegt dat het CDA niet aan die coalitie zal meewerken. Dat laat alleen de weg open voor een vijfpartijen-coalitie van FvD, VVD, PVV, SGP en 50+. Maar dat lijkt een verre van stabiele combinatie.

Uiteraard zijn er ook combinaties mogelijk zonder PVV. Want het is niet gezegd dat de onderhandelaar van de FvD zich sterk zal maken voor de PVV als dat de kansen van FvD verkleint. Informateur Wiegel verwijst in zijn brief niet toevallig naar ‘partijen, die zo’n 4 of 5 Statenleden hebben‘. Dat zijn naast de PVV: CDA (4), GL (5), PvdA (4), D66 (5). Met twee van deze partijen ontstaat ook een meerderheid in de Provinciale Staten ZH.

Het wordt spannend welke twee partijen in een college met FvD en VVD willen stappen. Gezien de animositeit met FvD lijken GL en D66 zo goed als uitgesloten en het meest onwaarschijnlijk. Dat laat het CDA en PvdA over. Ik heb CDA Zuid-Holland de combinatie FvD, VVD, CDA, PvdA niet voorgelegd, dus wie weet. De inschatting van de partijleiding van het CDA en de PvdA zal zijn hoe hun achterban daarop reageert. Zeker voor de opkrabbelende PvdA zal een college met drie rechtse partijen een hele opgave zijn om te verkopen.

Wat dan? VVD, D66, GL, CDA en PvdA komen ook aan 28 zetels. Met 6 gedeputeerden, 2 voor de VVD en 1 voor de anderen. Ook een vijfpartijen-coalitie. Wordt het deze uitkomst en hoelang moeten we erop wachten?

Foto: Tweet van Meindert Stolk (lid Provinciale Staten ZH voor het CDA) als antwoord op mijn tweet, 3 april 2019.

Onduidelijkheid over plan Jetten om vermogens boven € 1 miljoen zwaarder te belasten. Wat betekent dat voor de middeninkomens?

with 2 comments

Dit is een passage uit de Kerdijklezing die de fractievoorzitter van D66 Rob Jetten vandaag hield. De partij kondigt het aan als ‘zijn eerste grote binnenlandse toespraak als fractievoorzitter’. Deze passage kreeg volop aandacht in de media. AD kopte: ‘Jetten wil miljonairstaks’ en De Telegraaf zegt: ‘D66 pleit voor miljonairstaks’. Deze koppen slaan behoorlijk de plank mis, want nu lijkt het net alsof dit een nieuw soort belasting is en miljonairs op dit moment geen belasting betalen. Dat is niet zo. Jetten heeft zijn plannen nog niet uitgewerkt en het is onduidelijk hoe ze precies luiden. Daarom valt er nog totaal niks over te zeggen.

Nederland kent een vermogensrendementsheffing van 1,2% boven een drempel van ongeveer €60.000 (met fiscale partner). Bezwaren: de middengroepen worden het zwaarst belast omdat de laagvermogenden geen vermogen hebben om te belasten en de hoogvermogenden de rendementsheffing grotendeels ontwijken. Elk belastingplan zonder een krachtige aanpak van belastingontwijking is zinloos en oneerlijk, en vooral politieke marketing. Verder voelen degenen die aangeslagen worden enige onrechtvaardigheid omdat de effectieve rente op rentedragende rekeningen lager is dan het door de overheid opgevoerde virtuele rendement van 4%. De rente is nu 0 of hooguit 0,2%. Het is de vraag in welke mate Jetten de kleine spaarders wil ontzien.

De Franse econoom Thomas Piketty die heeft gepubliceerd over inkomensongelijkheid pleit voor 0% heffing op vermogens tot 1 miljoen euro, 1% op vermogens tussen de 1 en 5 miljoen euro, en 2% op vermogens daarboven. Is het toeval dat Jetten een bedrag van 1 miljoen noemt? Hij lijkt de vermogenrendementsheffing voor kleine spaarders niet af te willen schaffen zoals Piketty, maar te willen verminderen. Want Jetten zegt de kleine spaarders meer te willen ontzien. Stel dat hij de vermogensrendementsheffing van 1,2% voor vermogens beneden de € 1 miljoen verlaagt naar 1% boven het heffingsvrij vermogen van € 60.000 (2018; met fiscale partner), dan leidt dat tot de volgende belastingdruk voor vermogens:

…..100.000 euro: Piketty: € 0;  Jetten: €400
…..300.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €240
…. 600.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €5400
…1.000.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €9400
…5.000.000 euro: Piketty: € 50.000; Jetten: € 49.940 + extra belasting

Dit voorbeeld leert dat ook bij een vermogen van € 5 miljoen de heffing van Piketty op vermogen nog lager is dan bij Jetten. Het is nog onduidelijk welk belastingmodel Jetten voor ogen heeft, maar hij lijkt nog steeds vooral de middengroepen te belasten. Welk probleem meent hij aan te pakken? Met de voorstellen van Piketty die de middengroepen buiten schot laat en vooral de hoogvermogenden aanpakt hoeft men het niet eens te zijn, maar dat heeft wel karakter en doet wat het zegt te doen. Piketty probeert immers tot een structurele herverdeling van vermogen te komen. Dat is bij Jetten nog maar de vraag. Nogmaals, wat het doel is van Jetten is onduidelijk. De beeldvorming in de pers dat D66 onder Jetten een ruk naar links zou maken met dit plan is afhankelijk van hoe het er precies komt uit te zien. Als het plan voor vermogens onder de € 1 miljoen min of meer ongewijzigd blijft dan belast Jetten de middeninkomens bijna nog even zwaar als nu het geval is.

Foto: Schermafbeelding van deel Kerdijklezing door Rob Jetten, 4 maart 2019.

Terugblik op mislukken Museum Oud-Amelisweerd. Wat kunnen de openbare besturen van Utrecht en Amersfoort nog leren?

with one comment

Onderstaande reactie schreef ik op 22 januari 2011 bij de plaatsing van het ‘De Wegh der Weegen; Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Een Rapportage Haalbaarheidsonderzoek.’ Denk ik er meer dan acht jaar later anders over nu de exploitant Stichting MOA in 2018 failliet is gegaan en het bestuur van de gemeente Utrecht een onderzoek heeft toegezegd naar de verhuizing van het antieke Chinese behang? Voor erfgoed- en museumdeskundigen een gruwel, zelfs een no-go area, maar blijkbaar voor delen van de Utrechtse politiek een begaanbare weg om met opoffering van cultureel erfgoed uit het bestuurlijke doolhof te ontsnappen. Omdat deskundigen hierover de wethouder vermoedelijk niet positief zullen adviseren valt overigens niet te verwachten dat het plan meer dan een proefballon wordt. Nee, ik denk er acht jaar later nog hetzelfde over. De oorzaak van de mislukking is terug te voeren tot de tunnelvisie, kortom een te smal perspectief. Inmiddels zouden Utrechtse raadsleden kunnen weten dat ze er een kwestie bij hebben. Als hun voorgangers in 2011 niet hadden zitten slapen en de waarschuwingen hadden opgepikt dan was dat niet het geval geweest. Maar acht jaar is een eeuwigheid in de politiek. Jammer is wel dat de politiek van Utrecht en Amersfoort hiervan niet wil leren. In Amersfoort wordt een voorstel van Amersfoort2014 voor een onderzoek afgewezen. In Utrecht lijkt zelfs dat besef niet door te dringen dat deze kwestie wel eens een onderzoek waard zou kunnen zijn. Dit gaat uiteindelijk niet over een rijksmonument in Bunnik, maar om de haperende kwaliteit van het openbaar bestuur. En dat is pas echt zorgelijk voor wie in Amersfoort of Utrecht woont.

Foto: Reactie aan Helena bij artikel ‘Onderzoek Armando Museum roept vragen op’. Andere commentaren op dit blog over Museum Oud-Amelisweerd kunnen opgeroepen worden door rechts bovenin de marge ‘Zoek op dit blog’ zoektermen als ‘Armando’, ‘Amelisweerd’ of ‘Amersfoort’ in te tikken. 

Wethouder Utrecht zegt onderzoek toe om antiek Chinees behang uit landhuis Oud-Amelisweerd te verwijderen. Is dat realistisch?

with 6 comments

Op 23 januari 2019 stelde het Utrechtse raadslid Ellen Bijsterbosch (D66) raadsvragen aan wethouder Anke Klein (D66) over landhuis Oud-Amelisweerd waarbij ze vroeg om te verkennen of het antieke Chinese behang verwijderd kan worden om elders ondergebracht te worden. Op 19 februari 2019 heeft Klein geantwoord.

Het antwoord van de wethouder bevat een raadselachtige passage als het beweert: ‘De keuze voor dit klimaatsysteem is vier jaar geleden expliciet gemaakt met de komst van MOA.’ Dat is 2015, terwijl het MOA officieel op 21 maart 2014 opende nadat het na een verbouwing geschikt was gemaakt voor een museale bestemming. In jaarrekening 2013 van het MOA valt te lezen: ‘In 2013 is verder gewerkt aan de restauratie en herbestemming van landhuis Oud Amelisweerd tot MOA IMuseum Oud Amelisweerd’ en ‘Eind november werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang gevierd met een feestelijk programma’. In november 2013 werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang feestelijk gevierd, terwijl wethouder Klein in haar antwoord aan Ellen Bijsterbosch beweert dat pas in 2015 ‘expliciet’ werd gekozen voor het principe van ‘conservation heating’. Het MOA ontving al in maart 2014 bezoekers.

Uit de haalbaarheidsstudie De Weg der Weegen valt af te leiden dat al eind 2010 bekend was dat in voorjaar 2011 waarschijnlijk een klimaatinstallatie zou worden geïnstalleerd volgens het principe van ‘conservation heating’. Het draait om dit beginsel van ‘conservation heating’ (dat in het antwoord ‘conservational heating’ wordt genoemd) waarover ik in een commentaar van 13 december 2010 het onderstaande schreef en wat in het citaat precies bedoeld wordt met ‘expliciet’. Als dat een term is die bedoelt te zeggen dat formeel-bestuurlijk pas in 2015 gekozen werd voor een klimaatsysteem dat uitging van het principe van ‘conservation heating’ dan is het gebruik ervan in het antwoord verwarrend omdat het de suggestie wekt dat voor 2015 dat principe niet werd gevolgd of uitgangspunt zou zijn voor het klimaatsysteem. Maar als randvoorwaarde was ‘conservation heating’ vanaf 2010 publiekelijk bekend voor de klimaatbeheersing in het landhuis.

In haar antwoord zegt wethouder Klein bereid te zijn om de verhuizing van het antieke Chinese behang naar een andere locatie te onderzoeken en daar ook in gesprek over te zullen gaan met het Centraal Museum. Wat zo’n onderzoek precies betekent en omvat is onduidelijk, maar zou kunnen bestaan uit het administratief raadplegen van een publicatie van het RCE over historisch papierbehang dat zegt: ‘Oud behang versterkt de beleving van authenticiteit in het interi­eur van een historisch gebouw. Sommige behangsels zijn inmid­dels uiterst zeldzaam. Behang verschaft bovendien kennis van het soort vertrek en de inrichting, de modernisering ervan, de heer­sende mode, en de persoonlijke smaak en financiële draagkracht van de bewoners.

Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

De Stichtse politiek is in 2011 met de keuze voor exploitant Stichting MOA voor Oud-Amelisweerd een doodlopende weg ingeslagen en lijkt nu pas tot het volle besef te komen wat dat inhoudt. Het bezint zich nu op een list. Maar het is een merkwaardige list die bedrieglijk aanvoelt als het met veel expertise, energie, geld en betrokkenheid gerestaureerde antieke Chinese behang alsnog zou moeten verhuizen naar een andere locatie. Waarom is die beslissing niet in 2011 genomen en in de haalbaarheidsstudie van 2010 voorgesteld? Maar die haalbaarheidsstudie kiest juist expliciet voor behoud: ‘De aanwezigheid van de antieke (Chinese) behangsels vormt een belangrijke factor waarmee rekening moet worden gehouden in het gebruik. Het behang is onlosmakelijk verbonden met het landhuis en dient goed geconserveerd en beschermd te worden (ook tegen extra licht en warmte van lampen). De verantwoordelijkheid en deskundigheid ten aanzien hiervan ligt hier bij het Centraal Museum. De behangsels hebben een hoge, onvervangbare educatieve en esthetische waarde. Ze zeggen iets over de plek waar ze definitief zijn geplaatst, te weten het park, het bos en het huis.

Foto 1: Schermafbeelding van deel BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2019, NUMMER 13 door wethouder Anke Klein, gemeenteraad Utrecht, 19 februari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarOnderzoek Armando Museum roept vragen op’ van George Knight, 13 december 2010.

Coalitie overweegt om reclame op publieke omroep te schrappen. Adverteerders begrijpen het niet en beweren de kwaliteit te dienen

leave a comment »

Volgens een bericht in De Telegraaf van 16 februari onderzoeken de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU het ‘compleet schrappen’ van de Ster-reclame. Een reclamevrije publieke omroep levert een gat op van zo’n 150 tot 180 miljoen euro. Het budget van de NPO is 740 miljoen euro. De reclameinkomsten lopen al jaren terug. De coalitie zoekt naar een structurele oplossing. Die zou eruit kunnen bestaan door het derde televisienet NPO 3 of radiozenders te schrappen. Hoe dan ook staat het denken over de publieke omroep niet stil. Dat kan goed, maar ook verkeerd uitpakken als bijvoorbeeld wordt gekozen voor de samenwerking van commerciële of maatschappelijke partijen met de omroepen. Amusementsprogramma’s lijken op termijn onherroepelijk te verhuizen naar de commerciële omroepen. Hoe levensvatbaar een publieke omroep is die zich terugtrekt op de kerntaken informatie, kunst en cultuur en nationale evenementen is de vraag die niet makkelijk is te beantwoorden. Des te meer omdat de coalitiepartijen elk verschillende eindpunten in gedachten hebben.

Reclame op radio en televisie is voor velen een bron van irritatie door de infantiliteit, de clichés, misleidende claims en het rolbevestigende karakter ervan. Daarbij komt de herhaling die het nog eens extra ergerlijk kan maken. Reclame gaat om marketing van producten of bedrijven. De BVA bond van adverteerders denkt daar in een reactie op het bericht in De Telegraaf anders over: ‘Onnodig en desastreus voor de kwaliteit van radio- en televisieprogramma’s bij de NPO’, zegt de BVA. Deze framing is lachwekkend. Het is opvallend dat de BVA suggereert dat reclame de kwaliteit van de radio- en televisieprogramma’s van de publieke omroep op een hoger peil brengt. Het schat de inkomsten uit reclame met 200 miljoen euro trouwens te hoog in. Die zijn zoals gezegd 150 tot 180 miljoen euro. De BVA meent dat de reclame-inkomsten er indirect aan meehelpen om kwaliteit te bieden. Dat is niet alleen een onbeholpen manier van redeneren, het is ook onjuist als het gat dat ontstaat door het schrappen van de reclame door alternatieve financiering wordt opgevuld. Of door het schrappen in de uitgaven, zoals een streep door NPO 3, of door het aanboren van andere inkomstenbronnen.

De BVA ziet een ander nadeel die te maken heeft met het bereiken van mogelijke bereikbare doelgroepen: ‘Via de publieke omroep kunnen adverterende organisaties specifieke doelgroepen bereiken. Doelgroepen die nauwelijks via andere media kunnen worden bereikt. Wanneer deze doelgroepen geen reclameboodschappen meer ontvangen, blijven zij verstoken van belangrijke (overheid)informatie over internetfraude, wijzigingen in ziektekostenverzekeringen of toeslagen en belastingen.’ Voor voorlichting door de overheid kan echter een uitzondering worden gemaakt in kleine advertentieblokken rond de belangrijkste journaals, zoals dat ook bij de Vlaamse VRT gebeurt. Als de publieke omroep de functie heeft om doelgroepen van overheidsvoorlichting te voorzien, dan gebeurt dat zelfs overzichtelijker en zonder ruis als commerciële reclame wordt geschrapt.

De BVA redeneert vanuit het belang, de werkgelegenheid en de winstgevendheid van de eigen sector en niet vanuit het belang van de publieke omroep. De BVA zegt als doel te hebben: ‘het bevorderen en bewaken van vrijheid van verantwoorde commerciële communicatie’. Wat het daarmee bedoelt is onduidelijk. Suggereert de BVA dat het met marketing de vrijheid bevordert van reclame? Hoe dan ook is dat een bedrijfsdoel dat niet in lijn is met het algemeen belang van de publieke omroep. Dat alleen al verklaart de onverenigbaarheid van de publieke omroep met de reclame door adverteerders. Het is dan ook voor de hand liggend dat de reclame door adverteerders op de publieke omroep compleet wordt geschrapt. Het is een wonder waarom de reclame daar ooit is binnengedrongen. De BVA mag tevreden zijn dat het decennialang toegestaan werd om winst te maken op de publieke omroep waar het ter zake dienend niks te zoeken had. De coalitie heeft de kans om een historische weeffout te herstellen door het schrappen van de reclame op de publieke radio en televisie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘BVA vindt reclamevrije NPO ‘onbegrijpelijk’’ op Marketing Tribune, 18 februari 2019.

Written by George Knight

19 februari 2019 at 15:20