George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘D66

Amsterdam: Waarom sluit D66 samenwerking met FvD niet uit?

leave a comment »

In Amsterdam sluit D66 Forum voor Democratie (FvD) niet uit voor samenwerking in het volgende college. Zo zei de Amsterdamse D66-lijsttrekker Reinier van Dantzig gisteren in het Radio 1-programma Dit is de Dag: ‘Ondanks de vele verwijten over en weer tussen Van Dantzig en Nanninga sluiten beide politici elkaar niet uit bij eventuele college-onderhandelingen, mocht dat zo ver komen na de raadsverkiezingen in maart.’ Op 21 maart 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Zowel D66, PvdA als GroenLinks maken kans om in de hoofdstad de grootste partij te worden. FvD staat in een peiling op 3 zetels.

Hoe kan Van Dantzig het laten gebeuren dat in het nieuws komt dat D66 eventueel gaat samenwerken met FvD? Is het geen strategische blunder van hem dat hij niet meer afstand neemt tot deze partij? Want hoewel hij signalen afgeeft dat FvD ‘een xenofobe onderbuik is’ jaagt hij met zijn uitspraak linkse en gematigde kiezers naar GroenLinks of PvdA. Van Dantzig lijkt ook een verkeerd idee van FvD te hebben door het conservatief te noemen. Dat miskent de ware aard van FvD en doet twijfelen aan het inzicht van deze D66’er. FvD wil het politieke bestel opblazen en Nederland reconstrueren, en niet zoals conservatieven het oude systeem in stand houden. In Van Dantzigts halfslachtige en gebrekkige opstelling komt het oude euvel van D66 naar boven als partij zonder ruggengraat, richting en principe. Het geeft te denken dat Van Dantzig D66 vertegenwoordigt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘D66 en FvD sluiten elkaar niet uit voor samenwerking college’ op AT5, 16 januari 2018.

Advertenties

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

2018: Het is de rechtsstaat, stupid! Op weg naar een kleurenblind, religieblind en natieblind Nederland

with 3 comments

Laat 2018 het jaar worden dat de flanken van het politieke spectrum aan vaart, charme en aantrekkingskracht verliezen. PVV, Forum voor Democratie, DENK of Sylvana Simons met haar nieuwe politieke partij Bij1 hebben Nederland niets te bieden. Deze partijen zoeken niet de verbinding om het algemeen belang te behartigen, maar blijven hangen in hun deelbelang dat ze als niche in de politieke marketing hebben ingenomen en voor eigen gewin uitmelken. Hun stellingname wordt wit, zwart, niet-islamitisch of islamitisch beredeneerd. Deze continue verwijzing naar identiteit, religie of huidskleur is vermoeiend en vervelend. Cultuurstrijd lost niets op, maar staat een oplossing in de weg. Nederland heeft in 2018 behoefte aan een kleurenblind, religieblind en natieblind debat. Het doet er niet toe wat iemand is of waar hij vandaan komt, maar wel wat iemand doet.

De relatie tot de rechtsstaat is de enige norm waar de burger op aangesproken zou moeten en mogen worden aangesproken door politiek en maatschappij. Dus geen gebazel van Simons over witte hegemonie, van Wilders over joods-christelijke tradities of van Baudet over cultuurmarxisme. Dat is klinkklare onzin en bedoeld voor de eigen politiek marketing en niet voor de behartiging van het algemeen belang van Nederland. Ook de middenpartijen VVD, CDA, D66 en PvdA moeten afstand nemen van hun identiteitspolitiek en meer dan tot nu toe de loepzuivere toepassing van de beginselen van de rechtsstaat centraal zetten in hun beleid. Zodat door het afschaffen van de voorrechten voor religies, multinationals of financiële instellingen de noodzaak bij de meeste burgers om de flankpartijen het voordeel van de twijfel te geven vanzelf afneemt. Zo simpel is het.

Ede zegt ‘nee’ tegen het World Art Center: te ambitieus, te duur en met verkeerde adviseur Stanley Bremer

with one comment

Gisterenavond zette de gemeenteraad van Ede collectief een streep door de plannen voor het World Art Center. ‘Er leefde veel weerstand tegen het plan vanwege de te grote ambitie, kosten en de betrokkenheid van Stanley Bremer als adviseur’ zo concludeert Arnold Winkel in een verslag voor De Gelderlander. Hiermee worden de plannen van wethouder Johan Weijland (D66) voor de Frisokazerne niet gevolgd, maar verworpen.

De bezwaren waren in een debat van 2 november al breed uitgemeten. Toen werd door velen gesteld dat door onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in konden vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegde aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kostte het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kon het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat was ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie. Dat waren uiteindelijk te veel minpunten.

Wethouder Weijland deed in de aanloop uitspraken die opzien baarden en die uiteindelijk averechts werkten. Zo zei hij over adviseur Stanley Bremer: ‘Bremer iemand is die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan’. Dat vatte hij op als positief, maar werd niet door iedereen zo begrepen. Hiermee liet Weijland zich kennen als iemand die zich niks aantrok van regels en tegen de cultuursector in ging. Het was opvallend dat dit populistische geluid bij een D66-wethouder in Ede was te horen. Weijland dacht met Bremer dit project van de grond te kunnen trekken, maar het omgekeerde gebeurde. De slechte reputatie die Bremer in Rotterdam had keerde zich in de publiciteit tegen het World Art Center. De raad van Ede heeft haar werk goed gedaan.

Zie hier voor het terugkijken van het debat van 23 november 2017. Klik op ‘1.Raadszaal‘ en ga naar 42’ 30’’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEde zegt ‘nee’ tegen World Art Center’ in De Gelderlander, 23 november 2017.

Wat vraagt de stelling van peil.nl ‘Ik denk dat de Russen op internet bezig zijn met ondergraven van onze democratie’ nou echt?

leave a comment »

Het opinieonderzoek ‘De Stemming van 19 november 2017’ van peil.nl vraagt onder meer naar de mening over nepnieuws. Ook de stelling ‘Ik denk dat de Russen op internet bezig zijn met ondergraven van onze democratie’ wordt gepeild. Methodologisch is het een onscherpe, samengestelde vraag die twee stellingen verenigt: ‘Ik denk dat de Russen actief zijn op internet met het verspreiden van nepnieuws’ en ‘Ik denk dat de Russen bezig zijn onze democratie te ondergraven’. Daarbij laat de stelling de activiteit van de Russen op sociale media (onder meer Facebook, Twitter) ongenoemd. Internet en sociale media zijn niet identiek. Wat met ‘de Russen’ wordt bedoeld maakt de stelling evenmin duidelijk. Of hiermee Russische hackers (Fancy Bear, Guccifer 2.0), een Russische ‘troll fabriek’ als het in St.Petersburg gevestigde Internet Research Agency (IRA), Russische inlichtingendiensten (FSB, GRU), de Russische regering (onder meer minister van Defensie Sergei Shoygu) of de Russische politieke leiding (president Putin) wordt bedoeld wordt niet omschreven.

Uitgesplitst naar partijvoorkeur blijkt de volgende volgorde van mensen die de stelling afwijzen: SP, FvD, PVV, 50Plus, D66, VVD, CDA, GroenLinks, PvdA. Geen verrassende uitkomst, met echter wel twee opvallende accenten. Radicale partijen aan de linkerkant (SP) en de rechterkant (FvD, PVV) van het politieke centrum zijn het meest afwijzend. Opvallend is wel dat kiezers op GroenLinks en de PvdA de stelling het meest afwijzen, en niet die op CDA of D66. In Duitsland is de achterban van de SPD, de zusterpartij van de sociaal-democraten veel minder kritisch op het opereren van ‘de Russen’ en het verspreiden van nepnieuws. De relatief lage score van de kiezers op D66 wekt het meeste verbazing en lijkt het meeste af te wijken van de verwachting.

In feite is de stelling een vraag naar de mate waarin mensen geïnformeerd zijn. Hoe kritisch volgen ze het nieuws en op welke bronnen baseren ze zich? Want het staat onomstotelijk vast dat ‘de Russen’ de afgelopen jaren op grote schaal nepnieuws hebben gebruikt om de westerse democratieën te ondergraven. Een recent rapport van de Atlantic Council constateert dat voor Italië, Griekenland en Spanje. Een rapport van onderzoekers van de University of Edinburgh zegt dat 419 accounts van het Russische Internet Research Agency (IRA) (de troll fabriek) probeerden de Britse politiek en de uitslag van de Brexit te beïnvloeden. Over de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 buitelen de rapporten van overheidsdiensten, congres en het bedrijfsleven die de inmenging van ‘de Russen’ vaststellen over elkaar heen. Zoals een rapport van Google.

Bij nader inzien is daarom niet duidelijk wat het bevragen van de stelling ‘Ik denk dat de Russen op internet bezig zijn met ondergraven van onze democratie’ door peil.nl beoogt. Dat ‘de Russen’ nepnieuws verspreiden via sociale media en internet staat onomstotelijk vast. Er bestaat ook weinig twijfel over waarom ze dit doen. Dat is om verdeeldheid in westerse democratieën te zaaien en het idee van ‘de waarheid’ te ondermijnen. Zo lijkt uiteindelijk de stelling iets anders te vragen dan het eerst leek. Het gaat niet om Russische ondergraving van ‘onze democratie’ maar over de mate waarin kiezers geïnformeerd zijn en aangeven overtuigd te zijn. Voor het kabinetsbeleid is het een slecht teken dat de achterban van de partijen die het meest kritisch zijn op de Russische ondermijning van onze democratie buiten het kabinet zijn gebleven: PvdA en GroenLinks.

Foto: Schermafbeelding met uitkomsten van opinieonderzoek over ‘Stelli(n)gen over het onderwerp “nepnieuws”’ door peil.nl in ‘De Stemming van 19 november 2017’.

Gemeenteraad Ede vergadert over het World Art Center. Met weinig focus en veel omcirkelingen

with 6 comments

Op 2 november vergaderde de gemeenteraad van Ede over het World Art Center. Het was een tussenstap en werd door het college gepresenteerd om de raad bij het proces te betrekken en het opdracht te geven dit businessplan verder uit te werken in een concreet raadsvoorstel. Hiermee stelde de raad zonder hoofdelijke stemming in. Vraag is of de trein nu rijdt en nog te stoppen valt. Het was een debat met degelijke, maar matig geïnformeerde raadsleden over museale onderwerpen. Dat ze niet begrepen wat het verschil tussen een kunsthal en een museum is en ze daarom evenals de wethouder praatten over een museum -of het Exposeum wat een bestemmingsnaam daarvoor is- terwijl het om een kunsthal of tentoonstellingsruimte gaat geeft aan welke misverstanden over collectievorming, bruiklenen en allerlei museale onderwerpen continu optraden.

Er was een negatieve uitzondering. De vileine cultuurwethouder Johan Weijland (D66) pleegde karaktermoord op Gitta Luiten wat hij na een terechte interventie van SGP’er Evert Jansen even hypocriet ontkende. Weijland nam duidelijk de talking points van kwartiermaker en adviseur Stanley Bremer over toen hij uitleg gaf over de carrièreswitch die Luiten had gemaakt kort voordat de toenmalige Rotterdamse cultuur wethouder Adriaan Visser (D66) haar in 2015 de opdracht gaf om een rapport over de gang van zaken bij het Wereldmuseum te schrijven. Dat werd een zeer kritisch rapport over Bremer. Weijland verbond die conclusie echter niet aan het functioneren van Bremer, maar aan het feit dat Luiten bij het Mondriaan Fonds was opgestapt omdat het budget van 43 miljoen euro was gehalveerd. Weijlands suggestie was dat Luiten daarom niet meer objectief kon oordelen over het Wereldmuseum. Het was er aan de haren bijgesleept, zette vraagtekens bij de reputatie van Gitta Luiten en liet de vergadering verdwaasd de executie van Luiten door Weijland aanschouwen.

De vraag naar de reputatie van Bremer werd het best door Natasja Peters van Burgerbelangen ter discussie gesteld. Zij kaartte aan dat de reputatie van Bremer ‘niet vlekkeloos is’. Ook Dirjanne van Drongelen (CU) en Stef van der Klok (VVD) merkten op dat de reputatie van Bremer een risico vormt omdat die twijfelachtig is en partijen daarom een ongemakkelijk gevoel geeft. Andere raadsleden maakten een andere afweging en vonden het onkies om over de persoon Bremer zonder zijn aanwezigheid te praten. Daarbij werd niet duidelijk of zij allen Bremer de zwakke schakel vonden of uitsluitend verkozen om niet over deze persoon te spreken.

In het debat werd door velen gesteld dat door vele onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in kunnen vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een harde randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegt aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kost het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kan het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat is nu ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie.

Wethouder Weijland probeerde de gemeenteraad richting een volgende stap te loodsen, wat hem lukte. Hij beloofde overleg en de input te gebruiken, maar het moest wel binnen de specifieke invulling gebeuren die hij met het World Art Center voor ogen had: de presentatie van internationale, hedendaagse kunst. Dat ook Weijland niet echt grip op de materie had bleek uit zijn opmerking over het dichtbijgelegen Kröller-Müller Museum waarover hij zei dat mensen er één keer heen gaan en daarna niet meer en dat in tegenstelling was met de wisseltentoonstellingen van het World Art Center. Het was weer Natasja Peters die Weijland erop wees dat het Kröller-Müller Museum ook wisselende tentoonstellingen heeft, wat de wethouder moest beamen.

Het lukte Weijland in het debat goed om de vragen over de reputatie van Bremer te neutraliseren, maar daarmee ging hij wel oneigenlijk te werk. Hij rekte eerst de claim op (‘Bremer heeft de boel niet opgelicht’) om dat vervolgens te weerleggen. Overigens is dat geen uitgemaakte zaak omdat Bremer ook kunstobjecten uit het depot van het Wereldmuseum op plekken terecht liet komen waar ze niet hadden mogen zijn. Maar de relevante vraag voor Ede die gesteld had moeten worden was of Bremer een goede plannenmaker was met realiteitszin, zakelijk inzicht en een goed en stabiel netwerk. Die vraag is niet beantwoord. Mede doordat Weijland het belang van Bremer relativeerde. Hij zou zich op afzienbare termijn terugtrekken en er komt een kleine vaste staf. Weijland liet ook weten dat een medewerker van het Mondriaan Fonds hem had gezegd dat een subsidieaanvraag ‘een goede kans zou maken’. Dat laatste geeft aan waar dit debat op neerkwam. Zonder specificatie over hoogte van bedragen of de hardheid van toezeggingen tufte de raad van Ede naar de volgende bestuurlijke halte. Op weg naar een museum dat geen museum wordt op een reis die al 5 jaar duurt.

NB: Het debat is hier (na: 1 uur 23’ 30’’) terug te zien op de site van de gemeente Ede. Klik op ‘2. Raadszaal‘. Beantwoording door wethouder Weijland vanaf 2 uur 57’’ 20’’.

Foto: Artist impression van treinstation Ede-Wageningen uit brochure World Art Center (2017).

Onderbouwing ‘World Art Center’ in Ede roept nog meer vragen op

with 2 comments

Nogmaals, het World Art Center in Ede. Namens het gemeentebestuur van Ede presenteert wethouder Johan Weijland (D66) plannen voor een kunsthal in oprichting. Initiatiefnemers vragen de gemeente een investering van 2,5 miljoen euro en een jaarlijkse bijdrage in de exploitatie van 500.000 euro. Opmerkelijk is dat Weijland oud-directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum in de arm genomen heeft. Bremer heeft een slechte reputatie en moest daar in 2015 voortijdig opstappen wegens wanbeleid en onhaalbare voorstellen. Het lijkt er nu sterk op dat Bremer de kans te krijgt om z’n kunstje in Ede te herhalen. Het rapportWerelden van Verschil’ (2015) van de Rotterdamse Rekenkamer was vernietigend. Opvallend is dat Weijland niet volmondig wil erkennen dat Bremer in Rotterdam mislukt is. Hiermee begeeft Weijland zich op het terrein van alternatieve feiten. Waarom heeft de wethouder zich zo verbonden aan iemand met een slechte reputatie die dit project in de publiciteit vooral schaadt? In De Gelderlander spreekt hij zijn volste vertrouwen in Bremer uit en geeft zijn mening dat het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer gekleurd was. Hiermee valt Weijland de integriteit van het openbaar bestuur af. Hij loochent de conclusie van het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer.

Los van de plaatjes, vergezichten, toekomstbeelden, begrotingen of business case ontbreekt de onderbouwing wat dit voor het Edese kunstklimaat en de Edenaren betekent. Weijland focust op een power point presentatie van een Duurzaamheidsbalans Sociaal-Cultureel waarmee hij aangeeft dat Ede op dit beleidsterrein een inhaalslag te maken heeft. Dat zal best zo zijn, maar alleen toont hij vervolgens niet de noodzaak van een kunsthal aan. Waarom investeert de gemeente Ede niet op een andere manier in beeldende kunst?

Wie de recente ontwikkelingen van het voortijdig opstappen van artistiek directeur Beatrix Ruf bij het Stedelijk Museum wegens niet opgegeven nevenverdiensten en innige contacten met de kunsthandel heeft gevolgd, zal met de oren klapperen over bovenstaande tekst in de brochureWorld Art Center’. Zal de organisatie ‘intensieve contacten opbouwen met particuliere verzamelaars’? Dat is precies wat door de affaire-Ruf ter discussie staat en in de museum- en cultuursector steeds meer als ontoelaatbaar wordt gezien. Want het gevaar dreigt dat het prestige van een museum of kunsthal wordt gebruikt door particuliere verzamelaars om hun bruiklenen in waarde te laten stijgen. Dat is in strijd met de ethische code van de museumsector die de belangenverstrengeling tussen kunsthandel en museumsector afwijst. De prestatie van deze tekst getuigt van gebrek aan urgentie en fijngevoeligheid van de kwartiermakers. En vooral van wereldvreemdheid. Ze verkeren in hun eigen fantasiewereld die in de beeldtaal een letterlijke herhaling is van wat Bremer beoogde in het Wereldmuseum. Om de kunst gaat het al helemaal niet, maar om het goede leven van wijnen en spijzen.

Nog iets anders valt op aan de plannenmakerij van de ingehuurde consultants, Bremer, Weijland en diens ambtenaar Pieter van Lent. Is het  bestuurlijk zorgvuldig als een wethouder via zijn ambtenaar inhoudelijk meeleest over ondernemingsplannen? Dat blijkt uit een notitie. Hier raken particulier en publiek initiatief vermengd en valt niet meer te onderscheiden waar het ene ophoudt en het andere begint. Is het de taak van een wethouder om direct of indirect mee te praten over realisering en bijstelling van ondernemingsplannen? Kan een wethouder optreden als ondernemer en gaan de raadsleden van Ede daar luchthartig mee akkoord?

Foto: Foto met tekst uit Presentatie WAC verkleind.