George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘18de eeuws behang

Armando beëindigt bruikleenovereenkomst met MOA. Alternatieven komen in zicht

with 2 comments

In november 2016 schreef ik in een commentaar: ‘De 87-jarige beeldend kunstenaar en alleskunner Armando is het gemarchandeer met cijfers en de slechte vooruitzichten van de exploitatie definitief beu –feitelijk tekort over 2015 was 230.382 euro-. Hij is van plan te kappen met de Stichting Museum Oud Amelisweerd, aldus een bron uit zijn directe omgeving. Hij meent dat hij bij het Cobra Museum in Amstelveen beter op zijn plaats is en dat dat museum beter bij hem past.’ Ik was naar eigen inschatting  door die bron benaderd omdat ik sinds 2010 aandacht aan het onderwerp besteedde en me hard maakte voor een gezonde bedrijfsvoering die de Stichting Museum Oud Amelisweerd niet leverde. Er werd een spel achter de schermen gespeeld waarbij exploitant en kunstenaar elkaar aftastten en hun posities aanscherpten. En anderen probeerden te bewerken.

Vervolgens bleef het op een enkel bericht na -waarin werd betwist wie nou exact om welke reden de stekker uit de samenwerking trok- opvallend stil in de publiciteit. Tot vandaag, 19 april 2017. Het AD kopt in een bericht van Peter van de Vusse ‘Armando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’. De aangekondigde breuk van november 2016 wordt nu werkelijkheid. Armando heeft volgens het AD de samenwerking met het MOA in maart 2017 opgezegd. AD: ‘De bruikleenovereenkomst, die de Armando Stichting (dat zo’n 1100 werken van de kunstenaar beheert) met het MOA had afgesloten, is beëindigd met een opzegtermijn van een jaar.’

Oud interim-directeur van het Centraal Museum en bedrijfseconoom Gert-Jan van der Vossen doet in opdracht van wethouder Diepeveen een onderzoek naar de toekomst van landhuis Oud-Amelisweerd. Naar verluidt is de Utrechtse politiek ontstemd door het verzoek op de valreep van 2016 om 75.000 euro extra geld door het MOA dat als een overval werd ervaren. Trouwens krokodillentranen want al vanaf 2011 was algemeen bekend dat het MOA een gezonde financiële basis miste, zwak onderbouwde financiële plannen naar buiten bracht en dreef op subsidies die op korte termijn af zouden lopen. Hoe dan ook heeft het MOA het verbruid in het Utrechtse stadhuis. Van der Vossen verkent serieus de opties voor een nieuwe gebruiker van het landhuis.

In het AD reageert MOA-directeur Ploum laconiek. Zij zegt nog het meest verrast te zijn door het feit dat het opzeggen door de bruikleenovereenkomst door Armando bekend is geworden. Contractueel zou vastgelegd zijn dat hierover niets in de publiciteit verschijnt. Het is duidelijk dat het in het belang van het MOA was om dit zo af te spreken. Het weet dat Van der Vossen naar een alternatief zoekt. In de publiciteit is door directie en bestuur van het MOA jarenlang beweerd dat de ‘unieke’ combinatie Armando, Chinees behang en landhuis de bestaansreden voor het museum is. Dat is veranderd nu Armando de bruikleenovereenkomst opzegt.

Armando’s afscheid van het MOA hoeft niet het einde aan de culturele bestemming van Oud-Amelisweerd te betekenen. De gemeente Utrecht heeft er meer dan 1,6 miljoen euro in geïnvesteerd. Daarbij stonden twee uitgangspunten centraal. Namelijk dat het vastgoed en de huidige exploitant niet per definitie aan elkaar gekoppeld zijn. En dat een terugvaloptie is voorzien als de huidige exploitant Stichting MOA het niet redt. Wat Van der Vossen het Utrechtse gemeentebestuur adviseert is nog onduidelijk, maar een goede optie zou een Museum voor Chinoiserie zijn. Het zou de 18de eeuwse Europese blik op het Verre Oosten verbinden met het landhuis met 18de eeuws Chinees behang. Daar is hier al in 2011 in een commentaar voor gepleit. Binnen het Centraal Museum is naar zo’n museum al in de jaren ’90 een haalbaarheidsonderzoek gedaan. De plannen liggen er nog en kunnen zo afgestoft en geactualiseerd worden. Ik wijs Van der Vossen graag verder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelArmando breekt met Museum Oud-Amelisweerd’ van Peter van der Vusse in het AD, 19 april 2017.

In nood verkerende Museum Oud Amelisweerd legt voortbestaan exclusief in handen van de gemeente Utrecht

with 2 comments

adad

ad

Directeur Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd (MOA) in Bunnik heeft haar blik om het in financiële problemen verkerende museum te redden vernauwd tot het gemeentebestuur van Utrecht. Volgens een artikel in het AD doet zij een ‘dringend beroep op het dagelijks bestuur van Utrecht’. Volgens Ploum kan het MOA ‘niet wachten op de uitkomst van een onderzoek naar de toekomstkansen’. Maar ze kan weten dat zij met dit verzoek tegen gemaakte afspraken ingaat. In 2011 besliste het Utrechtse gemeentebestuur onder druk van de raad dat er geen cent exploitatiesubsidie naar het MOA gaat. Woordvoerder Jeroen Bosch zei toen namens het gemeentebestuur: ‘Wel wil de gemeente Utrecht geld uittrekken voor de renovatie van en het gereedmaken van Oud Amelisweerd, maar de exploitatiekosten zijn voor Amersfoort, of voor het Armando Museum.’ 

Het is opmerkelijk dat directie en bestuur van MOA hun verantwoordelijkheid afschuiven en hun voortbestaan exclusief in handen leggen van de gemeente Utrecht. Des te meer omdat het weet dat de gemeente Utrecht heeft beslist dat het geen geld kan uittrekken voor de exploitatie van het MOA. Daarbij schuift het ook nog eens de eigen problemen voor zich uit, want het tekort op de exploitatie is geen 75.000 euro, maar 230.000 euro –over 2015-. Dus zelfs met een overbruggingslening van 75.000 euro heeft het MOA nog geen sluitende exploitatie, maar stapelt het lening op lening. Naar verwachting wordt dat zo’n zware molensteen dat het MOA het jaar 2021 niet overleeft als de tot nu toe hoogste subsidie -‘de bruidsschat’- van de gemeente Amersfoort afloopt en een lening van 160.000 euro aan de provincie Utrecht moet worden terugbetaald.

Als het MOA definitief de stekker eruit trekt, dan is het aan het Utrechtse gemeentebestuur om een nieuwe exploitant te vinden voor landhuis Oud Amelisweerd. De gemeente Utrecht heeft het gerestaureerd en zag dat als haar belangrijkste doelstelling. De tragiek is dat in 2016 de vragen waarom het MOA in Bunnik opgericht moest worden nog steeds niet voldoende beantwoord zijn door de politiek verantwoordelijken in Amersfoort, Utrecht en de provincie Utrecht. Complicatie is dat voor een deel dezelfde bestuurders die in 2010-2011 over de oprichting van het MOA beslisten nu door het MOA opnieuw worden gemobiliseerd. Soms in een andere functie zoals gedeputeerde Pim van den Berg. Omdat ze met terugwerkende kracht moeten oordelen over hun eigen beslissing uit 2011 zit dat de vereiste bestuurlijke zuiverheid in de weg. Een kwestie van ethiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNoodkreet MOA: ‘Direct geld of museum gaat dicht’ van Diane Hoekstra in het AD, 13 december 2016.

Motie over landhuis Oud Amelisweerd is voorzichtige loskoppeling van exploitant en vastgoed

with one comment

oa

Fractievoorzitter Klaas Verschuure van D66 diende op 10 november in de Utrechtse raad tijdens de behandeling van de Cultuurbegroting bovenstaande motie (p.9) in van Aline Knip die Cultuur in haar portefeuille heeft. D66 is de grootste (coalitie)partij in de raad. Het is een dubbelzinnige en ruime motie. Het zorgt voor onduidelijkheid maar ook voor perspectief. Het gaat erom hoe de motie wordt uitgevoerd. Die dubbelzinnigheid geeft exact de worsteling van de Utrechtse politiek weer met landhuis Oud Amelisweerd.

In de aanhef wordt verwezen naar de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd (MOA), maar in het middenstuk en dictum wordt exploitatie door een andere exploitatie niet uitgesloten. Het gaat erom hoe zwaarwegend ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling’ moet worden opgevat. Wie kijkt naar de slechte financiële situatie en vooruitzichten van MOA, komt al snel uit bij een andere exploitant. Strikt opgevat leest deze zinsnede als het einde van MOA op deze plek. Het is de vraag of zo’n interpretatie van deze breed gesteunde motie door andere fracties ook zo wordt opgevat. Door de verwijzing naar ‘alle betrokkenen’ blijkt dat ook in gesprek wordt gegaan met MOA. Dat is verstandig om actuele cijfers over de bedrijfsvoering te verkrijgen en randvoorwaarden over toekomstige exploitatie van landhuis en landgoed scherp te krijgen.

In een toelichting lijkt Aline Knip alle opties open te houden. Dat is verstandig en geeft de Stichtse politiek armslag om initiatief te nemen en ruim te denken over de toekomst: ‘Amelisweerd is het best bezochte groengebied van de stad Utrecht! Het landhuis zelf is bovendien een prachtig rijksmonument en recent gerenoveerd. Ik wil dat het college gaat onderzoeken hoe het landhuis publiek toegankelijk kan blijven. Over een paar maanden kunnen we dan kijken welk scenario het meest haalbaar is. Het zou fijn zijn als er ook plek blijft voor het museum wat er nu gevestigd is, ook dat moet het college gaan onderzoeken.’ Met de laatste zin introduceert Knip dubbelzinnigheid. Want de uitspraak ‘fijn zijn als er ook plek blijft voor het museum wat er nu gevestigd is’ is weer in tegenspraak met een open motie die zich niet vastlegt op de uitkomst. Maar zelfs dat is onduidelijk als dit opgevat wordt als medewerking van de raad om het MOA anders onder te brengen.

De achterliggende gedachte die de motie benadrukt is dat als de huidige exploitant het niet redt, het prachtig gerestaureerde landhuis niet verloren is. Exploitatie en vastgoed zijn verschillende aspecten die niet aan elkaar gekoppeld moeten worden. Dat leidende principe dat voorop stond bij alle debatten in de Utrechtse raad geeft deze motie goed weer. Restauratie was terecht prioriteit van de gemeente Utrecht. Dat vergde veel zorg en een investering van meer dan 1,6 miljoen euro. Het is goed dat de raad beseft dat dit juweel in de kroon -wat landhuis en landgoed Oud Amelisweerd zijn- geen last is waarmee geleurd moet worden. Maar een aanwinst die iedereen wel wil hebben. Daarom kan ook uitgekeken worden naar andere exploitanten met meer perspectief en een betere financiële uitgangspositie. Bijvoorbeeld een Museum voor Chinoiserie.

Foto: Schermafbeelding van motie in ‘Spreektekst D66 Fractievoorzitter Klaas Verschuure Programmabegroting 2017’, 10 november 2016.

Debat in Utrechtse coalitie over Oud Amelisweerd gaat voorbij aan de realiteit en de echte problemen van de huidige exploitant

leave a comment »

resolve

Het AD plaatste gisteren een stuk over Museum Oud Amelisweerd (MOA) met opinies van raadsleden vol onnauwkeurigheden, misverstanden en foute aannames. Aanleiding is een advies van een Adviescommissie Cultuur uit mei 2016 voor een jaarlijkse cultuursubsidie van 75.000 euro dat door het Utrechtse college niet wordt overgenomen. Reden hiervoor is dat in de raad is vastgelegd dat er geen geld voor de exploitatie naar de exploitant gaat. Op 31 mei 2011 stelde het college als voorwaarde voor openstelling van een museale bestemming van het landhuiseen investering die financieel gedekt is, een exploitant met een sluitende exploitatie begroting en dat er kan worden voldaan aan de gestelde monumentale randvoorwaarden’. De gemeente Utrecht stelde in 2012 een krediet van 1,6 miljoen euro beschikbaar voor het landhuis.

Vooral D66 lijkt te worstelen met de afspraken waaraan het zich bestuurlijk wil houden, maar er tegelijk geen gat in ziet om die oneigenlijk op te rekken. In hedendaagse taal, de grootste partij in de Utrechtse raad zoekt naar een geitenpaadje. De suggestie van D66-fractievoorzitter Klaas Verschuure dat het uitblijven van de subsidie van 75.000 euro leidt tot het failliet van de Stichting Museum Oud Amelisweerd is te simpel gedacht. Het gaat voorbij aan de realiteit en de voorgeschiedenis van de huidige exploitant. In 2014 had het museum volgens het jaarverslag een tekort van 136.000 euro. In debatten vanaf 2010 in zowel gemeenteraad van Amersfoort als Utrecht hadden raadsleden en cultuurwethouders twijfels over de financiële positie en plannen voor de exploitatie van deze exploitant. Nog op 21 september 2016 stelde de PvdA Amersfoort raadsvragen om te weten te komen of de Amersfoortse bruidsschat eraan meehelpt om MOA een gezonde financiële basis te geven. Het vermoeden dat uit de vragen rijst is dat het geld in een bodemloze put verdwijnt.

Het geitenpaadje dat D66 suggereert is dat de gemeente Bunnik via een vestzak-broekzakoperatie met de gemeente Utrecht financiële steun geeft aan de Stichting Museum Oud Amelisweerd. Op een ander beleidsterrein kan dan Utrecht kosten van Bunnik voor haar rekening nemen. Waarom de coalitiepartijen hier pas in 2016 mee komen en dat niet in 2012 als voorwaarde hebben gesteld is de vraag. Feitelijk leidt deze uitruil tot het verbreken van de in de Utrechtse raad gemaakte principe afspraak uit 2011 om van de exploitant een sluitende begroting te eisen en de gemeente Utrecht door subsidie of lastenverlichting niet bij te laten dragen aan de exploitatie. Een politieke partij die zich bestuurlijk zuiver opstelt en de besluiten respecteert van de bestuurslaag waarin het opereert zou dit geitenpaadje niet moeten willen bewandelen.

Andere coalitiepartijen (GroenLinks, VVD en SP) maken een slag in de lucht als ze zeggen dat een faillissement van de huidige exploitant leidt tot ‘een leeg landhuis, dat vanwege het Chinese behang en de monumentale status moeilijk een andere bestemming kan krijgen’. Op welk onderzoek is dat gebaseerd en hoe komen ze aan deze kennis? Het is eerder andersom. Namelijk dat er een weeffout hersteld dient te worden. Vele critici hadden om kunsthistorische en commerciële redenen vanaf het begin geen vertrouwen in de drieslag Armando Collectie, antiek Chinees behang en ensemble van landhuis en landgoed. Zo wees al in 2011 oud-hoofdconservator van het Stedelijk Museum en vriend van Armando Rini Dippel de logica van de samenhang af : ‘Evenmin ziet ze iets in de combinatie van de 18de eeuwse Chinoiserieën van Oud-Amelisweerd en het werk van Armando. Ze vindt de aard van Oud-Amelisweerd niet passen bij het werk van Armando.’ De Raad voor Cultuur kwam in een advies in 2016 tot dezelfde conclusie: ‘De raad vindt de samenhang tussen het landhuis, het Chinese behang en de Armando Collectie gezocht en onvoldoende uitgewerkt. Naar de mening van de raad vormt het landhuis in combinatie met het landgoed en het behang een waardevol ensemble. De raad is echter niet overtuigd van de museale samenhang met de Armando Collectie die het museum beoogt.’ 

Het probleem dat het Utrechtse college vanaf 2011 voor zich uit schoof komt nu in de volle openbaarheid. De coalitiepartijen met D66 voorop geven er vervolgens bewust geen goede duiding aan omdat ze boter op het hoofd hebben. Het zoeken door D66 en andere coalitiepartijen naar een geitenpaadje heeft te maken met het maskeren van gemaakte fouten. Daarom moet de huidige exploitant gered worden ook als dat in strijd is met een collegebesluit. Uiteindelijk wreekt zich hier dat er over de exploitatie van landhuis Oud Amelisweerd nooit een openbare inschrijving, toetsing, pitch of open debat is gehouden. In de driehoek Utrecht, Amersfoort en de provincie Utrecht -met Bunnik als toehoorder- werden belangen vanwege partijpolitiek en coalitie uitgewisseld die resulteerden in een Amersfoorts museum in een Utrechtse landhuis op Bunniks grondgebied.

resolve-1

Wat is de oplossing voor de museale bestemming van landhuis Oud Amelisweerd? De financiële positie van de Stichting Museum Oud Amelisweerd die vanaf het begin slecht was zal naar verwachting niet structureel verbeteren. Een oplossing kan gevonden worden door alsnog te corrigeren wat vanaf 2010 is nagelaten. De procedure  van een open inschrijving moet opnieuw opgestart en gesimuleerd worden vanuit de positie van 2010. Vanwege het gezichtsverlies dat politieke partijen vrezen valt niet te verwachten dat ze hiertoe bereid zijn. Maar stel dat ze over hun eigen schaduw weten heen te springen dan kan er verder gewerkt worden vanuit drie uitgangspunten die in de geest van het Utrechtse collegebesluit van 31 mei 2011 zijn: 1) het vastgoed (het landhuis) is langdurig en de huidige exploitant is tijdelijk, ze staan los van elkaar; 2) een museum dient thematisch en (kunst)historisch aan te sluiten bij de eigenheid van de plek: het 18de eeuwse Chinese behang, de geschiedenis of het landgoed; 3) een exploitant dient een solide financiële basis te hebben die verwezenlijkt kan worden door samenwerking met partners (China, Rijksmuseum, hoofdsponsor).

Foto: Goochelsalon Oud-Amelisweerd, 1995. (Uit een interne notitie: Het was een ode aan het aloude ambacht van de goochelarij, en bestond uit voorstellingen, lezingen en een tentoonstelling van 19e eeuwse goochelattributen uit het depot van het museum, aangevuld met antieke goochelattributen uit de collectie van het Theatermuseum en stukken van diverse particulieren. De manifestatie was tevens de introductie van een semipermanente goochelsalon in het landhuis.)

Sluiting Museum Oud Amelisweerd is tragiek van een aangekondigde dood

with 12 comments

694

Het doek lijkt nu echt definitief gevallen voor het Museum Oud Amelisweerd (MOA) in Bunnik. De gemeente Utrecht geeft ondanks het advies in mei 2016 van de Advies Commissie Cultuurnota over de periode 2017-2020 geen jaarlijkse subside van 75.000 euro. Dat advies was overigens niet onverdeeld positief en wees op de zwakke plek: de financiële positie en onderbouwing: ‘Maar ze concludeert tevens dat de begroting weinig transparant is, zeker op het punt van de voorwaarden die gesteld zijn bij diverse geldstromen en hoe de diverse gelden besteed worden. Ze beveelt het museum aan om hierin meer inzicht te verschaffen. Aldus adviseert de commissie positief over de aanvraag met het verzoek aan het MOA om een nieuwe begroting in te dienen waarin ook de besteding van de bij de gemeente aangevraagde subsidiegelden wordt verantwoord.’

Maar een Adviescomissie Cultuur heeft geen rekening te houden met gemaakte afspraken. Het was een noodgreep van het MOA om de aanvraag in te dienen waarvan het op voorhand wist dat die niet toegekend kon worden. Want bestuur en directie wisten dat het Utrechtse gemeentebestuur de raad in verhitte debatten had toegezegd dat er geen cent exploitatiesubsidie van de gemeente Utrecht naar het MOA zou gaan.

Insiders wisten dat het MOA onder de verkeerde voorwaarden opereerde vanwege de zwakke financiële basis en de hoge kosten van exploitatie in een rijksmonument. Het was niet de vraag of het MOA zou omvallen, maar wanneer dit zou zijn. Museumdirecteur Paul van Vlijmen voorspelde in 2012 dat het MOA een fiasco zou worden: ‘Ik zou bedrijfsmatig nooit in zo’n avontuur stappen. Want het museum -zonder subsidie- is niet rendabel te krijgen.’ Deze kritiek op het ondernemingsplan die niet gezond te krijgen was kwam bovenop de artistieke kritiek. Zo was vriend van Armando en oud-conservator Rini Dippel in 2011 vernietigend over het ‘verstopte museum’ in de bossen van Bunnik dat volgens haar niet paste bij het werk van Armando. Zoals velen na haar zag Dippel niets in de combinatie van landgoed, de 18de eeuwse Chinoiserieën van Oud-Amelisweerd en het werk van Armando. De kunsthistorische logica van de combinatie ontging haar.

Hoe het MOA ontmanteld wordt ligt in de oprichting ervan besloten. Het is de zogenaamde terugvaloptie die in een commissiebrief van B&W van Utrecht van 13 december 2011 wordt geschetst en er al rekening mee hield dat de huidige exploitant het niet zou redden: ‘Mocht openstelling volgens de uitgesproken ambities niet realiseerbaar zijn dan volgt in de lijn van overwegingen een variant met openstelling van het landhuis en het behang als een museumstuk waarvoor bezoekers komen, net zoals dat nu voor het Rietveld Schroderhuis het geval is. Een openstelling van het landhuis als “sitemuseum” of “open monument” kan een alternatief bieden voor museale openstelling zoals in deze brief is beschreven. Het Centraal Museum is beheerder van de collectie historische behangsels en kan worden gevraagd deze met het landhuis te gaan exposeren.

In een artikel in het AD vraagt raadslid Aline Knip (D66) wat de plannen van het college zijn. Zij is blijkbaar niet op de hoogte van de bestuurlijke geschiedenis van het museum en de financiële martelgang die het sinds 2011 is gegaan. Eruit blijkt ook dat de PvdA-fractie met het weggaan van Bert van der Roest het historische geheugen over dit dossier kwijt is. Het zegt uit te zoeken wat er over de subsidie afgesproken is. In 2011 zei woordvoerder Jeroen Bosch namens het Utrechtse college: ‘Wel wil de gemeente Utrecht geld uittrekken voor de renovatie van en het gereedmaken van Oud Amelisweerd, maar de exploitatiekosten zijn voor Amersfoort, of voor het Armando Museum.’ Door dit gebrek aan kennis bij de cultuurwoordvoerders in de Utrechtse raad zijn de beleidsambtenaren het geheugen van dit dossier en is er geen controle op de macht mogelijk.

Als het bestuur van het MOA definitief de stekker eruit trekt, dan is het aan het Utrechtse gemeentebestuur om een nieuwe exploitant te vinden. Dat kan de terugvaloptie via het Centraal Museum zijn, maar ook een Museum voor Chinoiserie of een historisch museum dat bij de plek past. In 2011 formuleerde ik 10 raadsels over wat toen nog het Armandomuseum werd genoemd. De tragiek is dat in 2016 deze raadsels nog steeds bestaan en de vragen waarom het MOA precies opgericht moest worden nog steeds niet beantwoord zijn door de politiek verantwoordelijken in Amersfoort, Utrecht en de provincie Utrecht. Dat geeft te denken.

Zie hier voor een overzicht van artikelen over dit onderwerp.

Foto: Museum Oud Amelisweerd, credits © Jeroen Jumelet.

Raad Amersfoort verwerpt nieuw subsidieschema Museum Oud-Amelisweerd

with 2 comments

moa

Het voorstel van het Amersfoortse college om het in Bunnik gevestigde Museum Oud-Amelisweerd vanwege financiële problemen de subsidie die in 2020 en 2021 uitbetaald zou worden al in 2015 uit te keren heeft het niet gehaald. In elk geval voorlopig niet. Dit blijkt uit het Conceptbesluitenlijst Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd. Opvallend is dat opnieuw in het openbaar het geloof in het ondernemingsplan van Museum Oud-Amelisweerd ter discussie is gesteld. Het museum heeft door het verzoek aan de gemeente Amersfoort om de subsidie eerder uit te laten betalen de aandacht op de eigen financiële problemen gericht.

Vraag is of de opstelling van het Amersfoortse college zoals ingenomen door wethouder Pim van den Berg (D66) bestuurlijk correct is. Anders gezegd, of hij de verantwoordelijkheid niet te ver oprekt. Het is de vraag of het tot de verantwoordelijkheid van Amersfoort hoort om partij te zijn in het tot een oplossing komen voor de problemen van de huidige exploitant Museum Oud-Amelisweerd. Als blijkt dat de huidige exploitant, te weten Museum Oud-Amelisweerd de bedrijfsvoering structureel niet rond krijgt is dat een interne kwestie tussen de Stichting Museum Oud-Amelisweerd en de huidige exploitant Museum Oud-Amelisweerd. Denkbaar is dat Amersfoort wil dat de bruidsschat doelmatig ingezet wordt en daartoe in contact treedt met het bestuur van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd om te komen tot een structurele oplossing voor de exploitatie.

Foto: Schermafbeelding van het Conceptbesluitenlijst Aanpassing subsidieschema Museum Oud Amelisweerd van de Amersfoortse gemeenteraad.

Armando verdwaald in het museale woud van Bunnik

with 5 comments

CM01_T198913-D-001_X

Update 21 maart 2014: Vandaag opent met vertraging prinses Beatrix het Museum Oud Amelisweerd (MOA) dat een deel van de Armando collectie herbergt. Er is hier al veel over gezegd en een feestdag is geen dag voor kritiek. Wel voor relativering van alle publiciteit die vanuit het MOA komt en het voorstelt alsof het zo moest zijn. Dat betwijfel ik nog steeds. De lange weg had anders bewandeld kunnen worden. Een terugblik. 

Hier verschenen vanaf december 2010 zo’n 60 stukken over de huisvesting van de Armando collectie in het landhuis en rijksmonument Oud-Amelisweerd te Bunnik. Onder de titel ‘Oud-Amelisweerd: staalkaart van bestuurlijke onzorgvuldigheid‘ vatte ik mijn inzet in juni 2012 samen met de volgende verantwoording: ‘De toon was kritisch vanwege de onlogische keuze, de slechte voorbereiding door de beoogde exploitant en de onheldere besluitvorming. Wethouder Lintmeijer gaf zonder openbaar debat de exploitant het groene licht. Met als gevolg dat deze gemeenschapsgeld ging uitgeven dat niet formeel gedekt was en zo een machtspositie opbouwde. De exploitant kreeg toegang tot Oud-Amelisweerd zonder dat dit formeel besloten was. Dit bracht ambtenaren van gemeentelijke diensten in een lastige positie, dat soms tot ontslag leidde’.

Als ’n in Utrecht woonachtige blogger die zich interesseert voor zowel politiek, cultuurpolitiek, museumbeleid als kunst was het niet toevallig dat ik aandacht aan de kwestie Oud-Amelisweerd besteedde. Ik kende het landhuis uit de jaren ’90 en kwam er vaak op evenementen van het Centraal Museum. Zoals met Robert Devriendt die het logo van dit blog schilderde: een valk. Alle gevestigde media lieten dit onderwerp liggen zodat het ook over het dralen en falen van de journalistiek ging. Ik sprong eind 2010 maar in het gat. Deels uit plichtsbesef deels uit overtuiging. Ik vond dat een kritisch verslag nodig was. Pas begin 2012 voegden AD en De Volkskrant zich in de kritiek. Ruim een jaar te laat. De publieke opinie was toen al voldoende bespeeld.

De debatten over Oud-Amelisweerd hebben de 84-jarige kunstenaar Armando beschadigd. Hoewel betrokken bestuurders het ongetwijfeld goed bedoelden hadden ze zich zijn positie beter moeten beseffen toen ze met elkaar hun plannen bespraken. Er was sprake van een dubbele gijzeling. Armando werd gegijzeld door het Armando Museum en had geen behoefte om na Amersfoort nog een nieuwe stap te zetten. Tony de Meijere die incidentele bruiklenen voor tentoonstellingen aan het Armando Museum gaf, maar daar op een gegeven moment uit ongenoegen mee stopte, gaf haar opgeslagen collectie in bruikleen bij het Kröller-Müller Museum. Zijn ongenoegen liep zo hoog op dat Armando voorjaar 2011 zijn collectie weghaalde bij het Armando Museum. Dat betekende het einde aan alle plannen. Armando ging na druk uiteindelijk overstag. Vanuit die positie kon het Armando Museum als enige kandidaat de gemeente Utrecht gijzelen.

Toen het besluit in juni 2012 viel antwoordde ik het Utrechtse PvdA-raadslid Bert van der Roest dat ik blij was met het museum en hoopte dat het een succes werd. Hierop zei hij: ‘Ben in ieder geval blij dat George de hoop uitspreekt dat het nieuwe museum een succes wordt, dat voorbeeld zouden andere criticasters moeten volgen in mijn ogen!‘ Maar ik voegde ook toe: ‘Juist op het moment dat het moment voor de gemeente aangebroken was om na te gaan denken over een nieuwe huurder kwam ineens het Armando Museum op de proppen. En dat bleef de enige kandidaat. Dat moest de enige kandidaat zijn. Ik heb hier meermalen, en tijdig, de vraag gesteld waarom er niet breder gekeken kon worden. En ondanks het feit dat ik me hier in verdiept heb, weet ik het antwoord nog steeds niet. En heeft niemand dat me nog duidelijk kunnen maken.

Museum Oud Amelisweerd kan opgevat worden als voorbeeld van gegrepen en gemiste kansen. Maar net welk perspectief men kiest. Of in welk kamp de beschouwer zich bevindt. In een kantelende politieke situatie die sinds enkele jaren vijandig en negatief over kunst is kon op het nippertje een museum gerealiseerd worden. Da’s de winst. Het biedt een expositieplek voor kunstenaars. Maar of Utrecht en Nederland veel opschieten met een museum in een kwetsbaar rijksmonument met lastige randvoorwaarden in de Bunnikse bossen dat Armando, Chinees behang en de historische buitenplaats combineert blijft een vraag die nooit afdoende beantwoord is. Maar in de herfst van 2010 breed beargumenteerd had kunnen worden. Dat gebeurde nooit.

In een interview met de Volkskrant van 28 december vraagt Lotte Grimbergen aan directrice Yvonne Ploum van Museum Oud Amelisweerd dat voorjaar 2014 opent of Armando, Chinees behang en de buitenplaats bij elkaar passen. Ploum antwoordt: ‘De drie vormen zijn los van elkaar al indrukwekkend, maar hier komen ze mooi samen. Juist het feit dat ze zó verschillend zijn, geeft een andere dimensie. Hoe mens en natuur zich tot elkaar verhouden is een centraal thema, dat vind je in alle drie de collecties terug.’ Yvonne Ploum praat haar kunsthistorische fruitmand recht door samenhang in een onsamenhangend ensemble te suggereren. Ze meent dat het verschil een andere dimensie geeft, maar er geen verschillen zijn omdat Armando, Chinees behang en buitenplaats mooi samenkomen en zelfs thematisch samenhangen. Snapt u? Zo hangt alles met alles samen.

Foto: Tentoonstelling ‘Armando: vier reeksen uit de Berlijnse jaren‘ in de stallen van het Centraal Museum, 1989-1990.