Als politie en politiek zich al af laten troeven door amateur-boeren, wat zal hun antwoord dan zijn op professionele criminele organisaties?

Schermafbeelding van deel artikelMob-style killings shock Netherlands into fighting descent into ‘narco state’ van Senay Boztas in The Guardian, 3 juli 2022.

Afgelopen week liet de Nederlandse ordehandhaving zich van haar boterzachte kant zien. Politiechef Willem Woelders zei in een interview in NRC dat de politie het boerenprotest niet kan stoppen. Wat voor signaal geeft dat af aan de bevolking die ermee heeft ingestemd dat de politie het geweldsmonopolie heeft als de politie dat niet waar kan maken? Dat wordt ook wel een kenmerk van de soevereine staat genoemd. Zo ondermijnt de politie de democratie.

Raadselachtig was dat Woelders zei tevreden te zijn met het politieoptreden. Terwijl velen in het land zich zorgen maakten over de lauwe reactie van de politie die zichtbaar de controle had verloren. Er lijkt wat te schorten aan het zelfbeeld van de Nederlandse politie. 

Het gaat notabene niet om maffia-achtige criminele organisaties, maar om radicale boeren die gesteund worden door radicaal-rechtse partijen en de agro-industrie die via deze boeren het eigen verdienmodel van met name de intensieve veeteelt probeert veilig te stellen. De protesten trekken anti-overheids beroepsactivisten aan, maar nog steeds telt dat niet op tot een georganiseerde criminele organisatie.

De politie neemt het op tegen amateurs en legt het hoofd in de schoot. Hoe moet dat dan niet zijn als de Nederlandse politie komt te staan tegen internationale professionele criminele organisaties die keihard en meedogenloos zijn? Het artikel in The Guardian is al in de kop duidelijk: ‘Mob-style killings shock Netherlands into fighting descent into ‘narco state’.

Wolders introduceert een valse tegenstelling als hij zegt ‘het is voor iedereen veiliger om te deëscaleren.’ Ten koste van wat? Hij stelt het zo voor dat de enige stap, het laatste redmiddel, om het geweld van de boeren te voorkomen het gebruik van ‘het vuurwapen of andere geweldsmiddelen‘ is.

Dat is aantoonbare onzin. Infiltratie in de boerenbeweging, massale aanwezigheid van politie bij de boerenprotesten, duidelijke communicatie vooraf van wat door de overheid zal worden getolereerd en hard optreden bij het begin van een boerenprotest door inbeslagname van trekkers zijn de middelen die voor het gebruik van het vuurwapen liggen. Dat laat Woelders ongenoemd. 

Als Woelders zou zeggen dat de politie slecht georganiseerd is en slecht geleid wordt en te veel taken op het bordje heeft gekregen, door de politiek verplicht wordt om de verkeerde prioriteiten te stellen (voetbalwedstrijden), opeenvolgende mislukte digitaliseringsprojecten heeft ondergaan die de doelmatigheid ondermijnen en een fundamenteel gebrek aan middelen (mensen, materiaal) heeft, dan zou hij een strek punt hebben. Maar het past in de pappen-en- nathouden retoriek van de politieleiding dat zoiets niet publiekelijk wordt gezegd,

Een belangrijk aspect is dat de Nederlandse politie een imago van liefheid en terughoudenheid heeft en geen afschrikkend effect heeft. Er zijn geen bewindslieden van Justitie, Binnenlandse of Algemene Zaken van wie vooraf bekend is dat ze hard willen optreden tegen verstoorders van de openbare orde. Dat geeft de radicale boeren de ruimte om een loopje met de politie te nemen omdat ze terecht inschatten weg te komen met de verstoring van de openbare orde.

Hubert Smeets verwees naar dat aspect in een column met de titel ‘Op geweld en samenspanning staan klip en klare gevangenisstraffen‘: ‘Rutte taxeert de ernst niettemin rooskleuriger. Hij denkt nog steeds te kunnen „voorkomen” dat politie en burgemeesters moeten „optreden”, zoals hij daags na het boerengeweld zei. De premier wil geen bloedhond zijn.

Smeets verwijst naar de Weimarrepubliek en minister van Binnenlandse Zaken Gustav Noske die in 1919 de politie hard liet optreden tegen communistische opstandelingen die vanuit Rusland werden aangestuurd. Noske besefte dat hij vanuit zijn functie nu eenmaal de bloedhond moest zijn. Binnen de Nederlandse regering en politie wil niemand de bloedhond zijn.

De vergelijking met de Weimarrepubliek kan nog anders bekeken worden door ons af te vragen waarom Nederland geen staatslieden van het kaliber Friedrich Ebert of Gustav Stresemann kent die met slim strategisch manoeuvreren uitstijgen boven de situatie van alledag. De tegenstelling die Smeets schetst tussen pyromanen en bloedhonden luidt dan anders, namelijk die tussen bloedhonden en onverschrokken leiders.

Gedachten bij de foto ‘Street scene Madeira’ (1925-1930)

Alonzo W. Pond, ‘Street scene, Madiera [Madeira]’, 1925-1930. Collectie: Beloit College Digital Collections.

De Amerikaanse archeoloog Alonzo Pond leidde van 1925 tot 1930 opgravingen van prehistorische sites in Algerije. De reis van of naar de VS ging via Madeira. Dat Portugese eiland lag ook cultureel en economisch tussen de VS en Algerije.

Op de foto wordt geflaneerd en stilgestaan. Mannen maken een ommetje door de buurt. De Paseo van Pessoa, als het ware. Dat Pond dat straatbeeld vastlegt is geen wonder. Hij vindt het opmerkzaam.

Van de voorstelling op deze foto naar het toneelbeeld van een stuk van Ionesco, Beckett of Pinter is een kleine stap. Wie niet bekend is met de cultuur van het flaneren vat dit op als absurd toneel. Wachten zonder direct doel, zo lijkt het. Maar het wachten is het doel.

Wat doen de mannen? Wat is de langzaamste weg van A naar B? Hier wordt wat we onthechten noemen in praktijk gebracht. Nu moeten we er cursussen voor volgen om daar te komen.

Keti Koti kan geen nationale feestdag zijn

Deel van columnGeen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz in NRC, 30 juni 2022.

De column ‘Geen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz benoemt vanuit familieniveau de achterstelling in Nederland van de nabestaanden van Oost-Indische slaven ten opzichte van de nabestaanden van West-Indische slaven. Dat is een structurele weeffout.

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

Vele voormalige Surinamers en Antillianen hebben belangrijke functies in de overheid. Zoals de in Suriname geboren Rabin Baldewsingh. Ze lijden aan kortzichtigheid en maken de fout de stemming van hun moederland een-op-een naar Nederland te willen vertalen.

Schermafbeelding van deel interviewBelangrijke adviseur regering: maak van Keti Koti een nationale feestdag, met de koning erbij‘ met Rabin Baldewsingh in de Volkskrant, 30 juni 2022.

In een video van het Caribisch Netwerk zegt een medewerker van het Tropenmuseum dat het Nederlands kolonialisme een ‘wereldwijd verhaal’ is. Maar in de achtergrond van de medewerkers en de inrichting van tentoonstellingen van het Tropenmuseum is dat niet terug te vinden. Het blijft bij mooie woorden die niet worden waargemaakt. Caraïbische medewerkers en thema’s domineren het debat en de beeldvorming. Is het toeval dat de artistiek directeur van de NMVW, waar het Tropenmuseum onderdeel van is, afkomstig is uit Jamaica?

Caraïbische Nederlanders haken handig aan bij een beweging die veel politieke steun krijgt, hebben een tamelijk eenduidig profiel en claimen eenzijdig het antwoord op de schuldvraag over het kolonialisme te hebben en stellen dat hun voorouders de grootste slachtoffer van het kolonialisme waren. Dat laatste is historisch onjuist, maar dat dringt in het publieke debat niet door. In musea en universiteiten komt dat geluid niet goed tot uiting. De tegenstem ontbreekt.

De opwaardering van de West en afwaardering van de Oost in de aandacht voor kolonialisme en slavernij is een structureel probleem. Vraag is of dat typisch Nederlands is of ook in voormalige koloniale machten voorkomt die zowel in de Oost en de West koloniën hadden. In februari 2021 schreef ik het onderstaande bij een bespreking van de documentaire ‘Nieuw Licht – Het Rijksmuseum en de slavernij’:

1) Het is onbegrijpelijk dat terwijl expliciet in de documentaire gezegd wordt dat de slavernij in de Oost omvangrijker was dan die in de West, daar in de documentaire nauwelijks iets van terug te vinden is. Was het reisbudget onvoldoende, had de producent geen Indonesische of Nederlands-Indische contacten of was deze reductie een bewuste, politieke keuze? Dat heeft als gevolg dat nu alles in een zwart-wit perspectief geplaatst wordt. Dat is echter een te grove tegenstelling. Wat resteert is een eenzijdig Caraïbisch perspectief. Maar zo was de realiteit van toen niet, en zo is de realiteit van nu niet. De grijs- en bruintinten ontbreken en zijn weggemoffeld. Ook op een andere manier ontstaat vertekening. De tragiek van de historische slavernij is ook dat de zwarte mensen geen homogene groep vormden en naast slachtoffer ook dader konden zijn. Ook die nuancering ontbreekt in de documentaire.

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het voorstel om van Keti Koti eens in de vijf jaar een nationale feestdag met een vrije dag te maken moet afgewezen worden. Het is ongepast. Het verbindt niet, maar verdeelt. Zoals de column van Ellen Deckwitz illustreert. De herdenking van de slavernij kan niet exclusief aan een doelgroep verbonden worden die zich het onderwerp toe-eigent door de voorwaarden ervan te bepalen.

Pleidooi voor meer ‘faits divers’ in kranten

Schermafbeelding van artikelMan probeert met ijsjes kinderen zijn auto in te lokken‘ in de PZC, 29 juni 2022.

Faits divers, gemende berichten, diverse feiten. Deze nieuwtjes vallen niet in een van de hoofdcategorieën die kranten hanteren. Zoals Binnen- of Buitenlandse politiek, Economie, Cultuur.

In lokale en regionale kranten komen ze meer voor dan in landelijke kranten. De reden is duidelijk. Voor iemand in Kruiningen kan bovenstaand artikel interessant zijn. Voor anderen niet. Een landelijke krant kan er niet aan beginnen om gemengd nieuws over steden en dorpen te vermelden. Wellicht alleen in aparte regionale bijlagen die niet buiten betreffende regio worden verspreid.

Het is jammer dat de faits divers uit de landelijke kranten zijn verdwenen. Dat is een gemis omdat het inzicht in menselijke relaties biedt. Het abstractieniveau van landelijke kranten dat veelal praat over instituties en ideeën is hoog.

Je zou kunnen stellen dat faits divers depolitiseren en verbondenheid geven door herkenning en gemeenschapszin. Zoals in een oorlogssituatie iedereen beseft in hetzelfde schuitje te zitten, zo geven faits divers aan dat mensen meer gemeenschappelijk hebben dan ze zelf vermoeden. Hun overeenkomsten zijn groter dan hun verschillen. Dat benadrukken de faits divers op microniveau.

Het mens zijn dat zich uit in tragische of opmerkelijke gebeurtenissen, zoals misdaad, ongelukken of bijzondere prestaties is wat ons in ons diepste wezen kan raken. Door te zeggen ‘wat bijzonder‘ of juist ‘gelukkig dat mij dat niet overkomt‘. Faits divers versterken de identificatie tussen mensen. Daarom zouden landelijke kranten moeten overwegen om ze meer ruimte in hun kolommen te geven.

Gedachten bij foto van beeld ‘paard besmeurd met verf’ (1972)

C. de Boer, ‘paard besmeurd met verf. Axel, 1972. Collectie: Beeldbank Zeeland. In: BN/ De Stem.

Het beeld ‘Zeeuws Paard‘ (1963) van Josje Esselman ziet er in 1972 met verf besmeurd uit. Twee meisjes stappen het zebrapad op. De zwart-witte strepen van zebrapad en besmeurd paard rijmen. Dat kan geen toeval zijn. Was het de opzet om in het Axelse land een Zeeuws Paard de verschijningsvorm van een zebra te geven? Het heeft iets poëtisch.

De Beeldbank Zeeland categoriseert deze foto onder de steekwoorden ‘Geweld, Vandalisme, Kunst, Beeldende kunst’. Dat is nogal wat. Het steekwoord ‘Protest’ ontbreekt.

‘alles van waarde is weerloos// wordt van aanraakbaarheid rijk// en aan alles gelijk’ Zo dichtte Lucebert in De zeer oude zingt: (1954). Wat het betekent dan meer dan een slogan op een gebouw is lastig te doorgronden. Aanraakbaarheid is de sleutel tot een antwoord. Bezoedelen van iets van waarde wordt zo tot emancipatie en bevrijding van eigen kwelgeesten die losgelaten worden.

Kunst in de openbare ruimte die benaderbaar en tamelijk anoniem is en vandalisme liggen in elkaars verlengde. Geweld heeft de betekenissen ruwheid en lawaai. Geweld is bombarie. Toegepast door mensen die hun handen laten wapperen. Ze missen het abstractievermogen om ermee in hun hoofd in het reine te komen. Ze willen het aanraken, de materie voelen om zich zichtbaar te maken. Als boeren die leven door te wroeten in de aarde.

Ik maak kapot, dus ik besta‘ is een hedendaagse variant op de uitspraak van René Descartes. In hoeverre dat een uiting van vandalisme of inbeelding én eigendunk is blijft de vraag.

Radicale melkveehouders zijn Drama Queens in ketelpak en op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen

Activistische radicale boeren gooien hun eigen glazen in met acties zoals het blokkeren van snelwegen. Denken ze zo de steun bij het publiek te vergroten? Hun blik is vernauwd. Ze handelen uit een combinatie van kortzichtigheid, frustratie, woede en gebrek aan realiteitszin. Opgestookt en opgejaagd door de agro-industrie en banken die de boeren financieel gevangen houden en populistische radicaal-rechtse partijen als BBB, JA21, PVV, FVD en de SGP.

Het gaat voornamelijk om intensieve melkveehouders die protesteren en zich benadeeld voelen. Ze vatten de aangekondigde maatregelen om de vervuiling met stikstof terug te dringen bijna op als een persoonlijke belediging. Een groot deel van de Nederlandse boeren doet aan fruit-, bloemen-, en groenteteelt en produceert duurzaam en biologisch en is evenwichtig en toekomstgericht. Hun standpunt wordt in de media of het politieke debat onvoldoende gehoord. Radicale veehouders zijn Drama Queens in ketelpak op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen.

Er wordt door deze boeren en rechts-radicale onruststokers vaak gesteld dat premier Rutte en zijn ministers zijn losgezongen van de realiteit. Maar het zijn vooral de radicale melkveehouders die het zicht op de realiteit zijn kwijtgeraakt. Ze voelen zich slachtoffer van de overheid en zien onvoldoende in dat ze het verdienmodel van de agro-industrie zijn geworden. Maar daar richten ze hun pijlen niet op. Mede omdat de huidige acties door deze agro-industrie worden gefinancierd. Ook radicale boeren bijten niet de hand die hen voedt.

Feiten tellen. Krimp van de veestapel is noodzakelijk om de natuur- en klimaatcrisis aan te pakken. De overheid wil melkveehouders uitkopen. Ze kunnen hun bedrijf stoppen of overstappen op een ander soort productie. Zo’n 80% van de Nederlandse landbouwproductie wordt geëxporteerd. Het is een misverstand dat sanering van de melkveehouderij de voedselvoorziening in gevaar brengt. Integendeel. Het is de intensieve melkveehouderij die de Nederlandse voedselvoorziening in gevaar brengt.

Radicale boeren lijken niet te stoppen met hun wilde acties. De politie handelt terughoudend, terwijl deze boeren de openbare veiligheid in gevaar brengen. Of bestuurders die over het stikstofdossier gaan bedreigen. Het kabinet moet harder optreden vanwege de rechtsgelijkheid en de eigen geloofwaardigheid. De radicale boeren moeten nu de wacht aangezegd worden.

Deze radikalinski’s willen ‘meer respect en minder regels’. Dat klinkt tamelijk puberaal. Want iedere burger wil meer respect en minder regels. Maar dat kan een specifieke beroepsgroep niet alleen bepalen voor anderen en voor heel Nederland. Het kan niet dat de belangen van allen ondergeschikt worden gemaakt aan het belang van een specifieke beroepsgroep, te weten de geradicaliseerde intensieve melkveehouders. Zijn ze nog toerekeningsvatbaar?

Zowel in 2019 als nu hebben media de protesten van de radicale boeren tamelijk welwillend verslaan. Alsof ze bang zijn om een te kritisch geluid te laten horen en zelf tot doelwit van protest te worden. Radicale melkveehouders krijgen weer volop gratis publiciteit, maar desondanks voelen ze zich tekortgedaan. De radicale boeren staan het eerlijke verhaal zelf het meest in de weg. Maar ze begrijpen dat niet of doen in gespeeld onbenul alsof ze het niet begrijpen. Laten we niet in de misleiding door en de beeldvorming van deze imitatie-cowboys van de Lage Landen trappen.

Amsterdam door Hongaarse ogen (1962)

Nederland, Amsterdam, 1962. Schenking van Janos Metneki. Collectie: Fortepan (Boedapest. Hongarije).

Betoverend zijn de kleurenfoto’s uit 1962 van net voor de provojaren met een schraal herkenbaar Oostblok-achtig kleurenpatroon. Het is het niet zo bekende beeld van vlak voor een grote gebeurtenis. 1962. Als aanloop naar 1965.

Jongeren en een enkele oudere genieten op de Dam van de zon. Zijn het medewerkers van banken en winkels in hun middagpauze? Waarom wil een Hongaarse fotograaf dit beeld vastleggen? Spreekt hem het exotisme van het vrije, ontspannen Westen aan? Verbeeldt dit de sfeer van vrijheid die hij in eigen land mist? Het is gissen.

Op de Wallen valt het vizier op een jongen en meisje die midden in de steeg (Lange Niezel) met elkaar praten. Een lookalike van Marilyn met petticoat en een nozem in een pak. In een afgezwakte alledaagse verschijningsvorm. Toen normaal, nu een verdwenen stadsbeeld. Zo verklaren we het nu, om iets dat we niet helemaal begrijpen dichterbij te brengen.

Transitie is het begrip dat deze foto’s uitdrukken. Zowel van de mensen die op de foto tot object worden gemaakt als van de fotograaf die erdoor gefascineerd wordt. De gevestigde orde van Nederland zou enkele jaren later met krenten uitgedaagd worden en had er geen passend antwoord op. Hier is het nog enkelzijdig Amstel Bier, Willem II sigaren en Heineken.

Wat komen ging was ludiek én serieus. Hangt het in 1962 al in de lucht? Dat valt uit deze foto’s niet af te leiden. Er heerst rust. Toch lezen we er stil protest in dat van zich gaat laten horen. Een kwestie van een kritische grens die eenmaal overschreden de weg vrijmaakt voor allen. Dat wordt hier opgebouwd. Wie kon dat vooraf weten?

Nederland, Amsterdam; Lange Niezel gezien vanaf de Oudezijds Voorburgwal, 1962. Schenking van Janos Metneki. Collectie: Fortepan (Boedapest. Hongarije).

Amerikaans Hooggerechtshof draait constitutioneel recht op abortus terug

De westerse wereld kijkt met verbazing naar de VS. Wat blijft er over van wat ooit de grootste democratie ter wereld werd genoemd? Waarom worden rechten teruggedraaid? Verandert de VS in een land dat uit de pas loopt met Canada, het VK, de EU, Nieuw-Zeeland en Australië?

Het Hooggerechtshof heeft een rechtse meerderheid van zes tegen drie en is op het oorlogspad om mensenrechten terug te draaien. Van die zes rechtse rechters zijn er enkelen conservatief en enkelen radicaal-rechts. Zoals de rechters Clarence Thomas en Samuel Alito. Zij grijpen nu hun kans binnen het Hooggerechtshof.

Afgelopen week werd op initiatief van de rechtse rechters van het Hooggerechtshof het constitutionele recht op abortus voor vrouwen teruggedraaid. Met deze opvattingen staan de rechtse rechters haaks op de samenleving. Volgens een onderzoek van Pew uit 2022 steunt 61% van de bevolking het recht op abortus.

In de video meent de libertijnse Britse peer Claire Fox voor het rechtse GBNews dat het debat in de VS over abortus niet gaat over abortus en vrouwenrechten, maar wordt vervuild door de cultuuroorlog tussen links en rechts. Daardoor is er volgens haar geen open debat over mogelijk en kunnen de radicaal-rechtse rechters in het rechtse Hooggerechtshof tegen de maatschappelijke ontwikkeling in hun zin doordrijven. Met opvattingen die overeenkomen met een uitleg van de grondwet van 200 jaar geleden.

De overeenkomst van dit Hooggerechtshof met voormalig president Trump die met zijn claims over een gestolen verkiezing volgens oud-minister Barr los van de realiteit staat (‘detached from reality‘) is niet toevallig. Ook dit Hooggerechtshof is losgezongen van de realiteit. Toch zijn Thomas en Alito langzittende rechters die niet door Trump zijn benoemd. Ze zien nu hun kans schoon met een rechtse meerderheid in het Hof, een oprukkend politisering van de rechterlijke macht door een jarenlange Republikeinse campagne en een verdeeld land waar over politieke onderwerpen de meningen verdeeld zijn.

De uitbreiding van het aantal rechters is een oplossing om het Hooggerechtshof meer in lijn te brengen met de stemming in het land die gematigder is. Dus een uitbreiding van het Hof met twee leden tot 11 of zelfs 13 is mogelijk. Het aantal van negen rechters wordt niet door de grondwet gedicteerd, maar door een wet (‘Judiciary Act of 1869’) die het Congres in 1869 aannam en gewijzigd kan worden. In 2021 concludeerde een Witte Huis commissie dat het congres die juridische macht heeft, maar dat het ongewenst is om te doen. Theoretisch kan het.

Democraten moeten daarbij een meerderheid in beide kamers hebben om die uitbreiding en de benoemingen te regelen. De verwachting is dat de Democraten bij de tussentijdse verkiezingen van november 2022 de meerderheid in het Huis verliezen.

De inschatting is dat het terugdraaien van het recht op abortus electoraal een slechte zaak is voor de Republikeinse partij omdat het vrouwen in de buitenwijken motiveert om Democratisch te stemmen. Als de komende maanden ook andere rechten worden teruggedraaid, dan bouwt dit Hooggerechtshof niet alleen bij progressieven, maar ook bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken verdere tegenstand op die begint te lijken op een zelfmoordmissie.

Hoe meer uit het lood met de samenleving de koers van het Hooggerechtshof door archaïsche wetgeving komt te staan, hoe meer de druk op president Biden zal toenemen om het aantal rechters uit te breiden. Maar de Republikeinen zullen daar geen steun aan geven. Als de Democraten het Hooggerechtshof willen uitbreiden, dan zullen ze snel moeten handelen. Of moet de maatschappelijke tegenstand zich de komende maanden eerst nog verder opbouwen door het gedateerd en radicaal handelen van het Hooggerechtshof voordat Biden toestemt?

Boer zit klem in verdienmodel van agro-industrie

Drone filmt dat boeren A7 blokkeren tussen Drachten en Heerenveen‘, 22 juni 2022. Op nu.nl.

I. Daar gingen we weer. Boeren die niet met trekkers op de snelweg mogen rijden deden dat massaal. Op weg naar een landelijke demonstratie in Stroe of bij lokale demonstraties. Ze zorgden voor opstoppingen. Het verkeer liep op sommige wegen vast.

De politie greep onvoldoende in. Er waren aanhoudingen, maar alleen in extreme gevallen. Terwijl de demonstraties door de boeren aangekondigd waren en de politie zich hier op voor had kunnen bereiden. Het lijkt alsof de politie vooraf al het hoofd in de schoot had gelegd. Het is niet voor de eerste keer dat de boeren massaal met hun trekkers de weg opgaan en het is evenmin de eerste keer dat de politie onvoldoende optreedt.

Dat voedt vier gedachten.

1) Nederland heeft door gebrek aan capaciteit en goede leiding een politie die niet in staat is om de openbare veiligheid te handhaven;

2) Nederland heeft een politie die overwegend rechts-georiënteerd is en protest van radicaal-links hard aanpakt en protest van radicaal-rechts tolereert en soms zelfs faciliteert;

3) De politie is bang voor radicale, agressieve boeren;

4) Er ontstaat in de samenleving rechtsongelijkheid dat het geloof in het professionalisme, de doelmatigheid, betrouwbaarheid en ambitie van de politie verder ondermijnt.

Het excuus van de politieleiding bij monde van de talloze woordvoerders was ook deze keer niet te willen escaleren. Dat excuus wordt selectief uit de kast gehaald. Nooit als het om een demonstraties van linkse milieuactivisten gaat. Terwijl die geen geweld gebruiken en de boeren wel.

Het werd er ronduit potsierlijk op toen politiechef Willem Woelders na afloop van de demonstraties in Nieuwsuur van 22 juni 2022 werd gevraagd waarom de politie de boerenprotesten en de trekkers op de snelwegen had getolereerd. Hij vluchtte weg in het excuus dat ingrijpen tot militaire toestanden had geleid. Woelders klopte zich bij gebrek aan maatschappelijke waardering zelf maar op de borst. Want … escalatie was voorkomen.

Het uit de weg gaan van escalatie is een flauw excuus van de politieleiding. Het gaat voorbij aan de vraag waarom de politie niet robuust optreedt in het garanderen van de nationale veiligheid. Het gaat voorbij aan de vraag waarom de politie zich onvoldoende had voorbereid op het boerenprotest dat geen verrassingen kende en zich precies zo ontrolde als vooraf werd verwacht.

Kamervragen over het lakse optreden van de politie? Of laten de linkse partijen zich intimideren door de boeren en zwijgen ze, en denken de rechtse partijen electoraal te kunnen profiteren en zwijgen ze. Dan stelt niemand de vraag waarom de politie het af laat weten en een boerenprotest als een natuurramp beschouwt waar niets tegen te doen is.

II. Wat is het probleem van de boeren? Een ‘caring farmer‘ zei afgelopen week dat hij begrip had voor boeren die het verdienmodel van de agro-industrie zijn geworden. De industrie zet eenzijdig in op een hoge productie om zo miljardenwinst te kunnen maken over de ruggen van de boeren.

Daarnaast heeft de landbouwsector een sterke lobby die tot nu toe elke systeemverandering succesvol blokkeert. Regeringspartijen als VVD en CDA stellen zich teweer tegen pogingen van de agro-industrie en de landbouwlobby om het stikstofbeleid af te zwakken én meer subsidie naar boeren en agro-industrie te laten stromen.

Tom-Jan Meeus benoemt dat op 17 juni 2022 in zijn zaterdagse NRC-column. De megabedrijven van de agro-industrie (A-ware, De Heus en VanDrie) jagen zowel de vervuiling, het protest tegen de stikstofmaatregelen van de regering als de blokkade van verduurzaming aan. Of zoals Christine Theunissen (PvdD) het in een tweet verwoordt: ‘Minder dieren, meer boeren, minder mest, minder ontbossing, schone lucht, schoon water, minder uitstoot‘.

Boeren zijn de schaalvergroting ingerommeld met negatieve gevolgen voor natuurdiversiteit, milieu en de boeren zelf. Vooral bij de merkveehouderij speelt dat. De agro-industrie wil het eigen verdienmodel dat inzet op hoge productie handhaven ten koste van de boeren. De boeren zijn de stoottroepers die voor het karretje van de agro-industrie worden gespannen. Vraag is of de radicale boerenleiders in dat complot van de agro-industrie zijn betrokken of er aanvullend aan zijn.

De kern van het probleem is dat de boeren de strop zijn ingelokt. Nu kunnen ze geen kant op. De schade die ze aan het milieu toebrengen en die de samenleving miljarden euro’s per jaar kost kan niet genegeerd worden. Maatschappelijk niet, maar ook juridisch niet door verdragen die de overheid sommeert de vervuiling terug te brengen. Zeker in de nabijheid van Natura 2000- gebieden.

Illustratie van het aantal koeien in Europa. Overname van ARTE. Via tweet van Caring Farmers van 4 juni 2022.

III. In Nederland wordt altijd gezegd dat de vervuiler betaalt. Welnu, de agro-industrie jaagt via de boeren de vervuiling aan. Dan is het logisch dat bedrijven als A-ware, De Heus en VanDrie meebetalen aan het gezondmaken van de landbouwsector. Dan worden de boeren bevrijd uit een knellend bedrijfsmodel dat economisch niet eens optimaal rendabel voor hen is (maar wel voor de agro-industrie) en komt de weg vrij naar verduurzaming.

De boeren zouden niet moeten willen strijden tegen de overheid, maar tegen de agro-industrie die hen gevangen houdt. De politiek kan daarbij de boeren helpen door de macht van de agro-industrie te breken en financiële steun te bieden om los te komen van het verdienmodel van de agro-industrie.

Pierebaden in Nederland (1917)

Nederland, 1917. Schenking van Zsuzsa Vargha. Collectie: Fortepan (Boedapest, Hongarije).

Aan de scheve horizon vaart een stoomboot. Rook waait naar links. Het is oorlog in 1917. In Europa en op zee. Niet in het neutrale Nederland. Beide heren staan met hun voeten in het water van de Noordzee. Dieper gaat het niet. Een licht zijn hoed als groet naar iemand buiten beeld.

In 1917 moet het badseizoen nog beginnen. Niet omdat het te vroeg in het jaar is, maar omdat er blijkbaar nog geen traditie van strand- en zwemmode bestaat. Of liever gezegd, die is er in minimalistische vorm en bestaat uit gekleed te water gaan tot de enkels. Dat was op het Panorama Mesdag uit 1881 nog niet te zien. Dus elke ontwikkeling, hoe klein ook, is er een.

Pudeur is het woord om dit pierebaden voor volwassenen te duiden. Dit gaat om kuisheid, betamelijkheid, deugdzaamheid, zedigheid en eerbaarheid. Een hele mond vol. Hoe laat men dat achter zich? Men kan er hele theorieën over lichamelijkheid en volksaard op loslaten. Laten we gewoon zien dat mensen genieten van de verkoeling van de zee.

Nederland, Den Haag/ Scheveningen, 1917. Schenking van Zsuzsa Vargha. Collectie: Fortepan (Boedapest. Hongarije).

De collectie Fortepan biedt als bijvangst in de omvangrijke collectie een keur aan ongelijksoortige foto’s van Nederland. Wordt vervolgd.