Gedachte bij foto ‘Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’ (1940)

Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’, 1940 . Collectie: Library of Congress.

Het gaat in de titel om het begrip ‘reputatie’. De titel zegt: ‘De reputatie van Provincetown als kunstcentrum biedt voldoende inkomsten voor verschillende kunstacademies. Buitenklassen zullen waarschijnlijk overal opduiken’. Provincetown is een toeristische plaats op het uiterste puntje van schiereiland Cape Cod in Massachusetts.

De reputatie van Provincetown als kunstcentrum maakt het dus waarschijnlijk dat overal buitenklassen opduiken. Zoals op de foto op het witte strand van Provincetown. Maar dit roept allerlei vragen op. Wat zijn dat voor buitenklassen die meeliften op de reputatie van een stadje als kunstcentrum? De vervolgvraag is of deze buitenklassen de reputatie helpen verzwakken of versterken. Hoe lopen professionele en niet-professionele kunst door elkaar en hoe hebben ze invloed op elkaar via het scharnierbegrip ‘reputatie’?

Het is maar een kleine vraag bij deze intrigerende, documentaire foto van Edwin Rosskam. Kunst als bezigheid van toeristen en zingeving voor een vakantie. Het is augustus 1940. Op hetzelfde ogenblik wordt er gevochten in Europa. Dagjesmensen komen met de boot uit Boston. De ferry ‘Steel Pier’ ligt in de achtergrond gemeerd aan de pier. Portugese vissers hebben hun vis aan land gebracht. Op het strand van Provincetown is het tekenles. Dat tekent de sfeer. Ontspannen, artistiekerig en aanhakend bij vermaardheid. Zo terloops als het leven zelf.

Leg uitvoering van vaccinatieprogramma bij landelijke organisatie en zet kabinet op afstand

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Nog maar eens over het mislukte vaccinatieprogramma van Nederland. Hoewel ze het omgekeerde suggereren ontbreekt het gevoel van urgentie bij zowel minister Hugo de Jonge en premier Mark Rutte als de uitvoerende instanties zoals de GGD. Huisartsen lijken praktischer en minder ambtelijk te handelen.

Het kabinet Rutte III legt nu al ruim een jaar strenge maatregelen ter bestrijding van de pandemie op omdat de situatie ernstig is, maar handelt daar vervolgens zelf niet naar. Dat verschil tussen schijn en wezen wordt steeds opvallender. Het ondermijnt het vaccinatieprogramma en geeft de critici ervan onnodig wind in de zeilen.

De uitleg die gegeven wordt voor het gebrek aan voortgang is tweeledig. Er zijn te weinig vaccins en de zorgsector is nodeloos verdeeld en verkaveld zodat er niet eensgezind en krachtig opgetreden kan worden. Dat is allebei waar, maar is toch niet een sluitende verklaring.

Er had met speciale bestuurlijke regelgeving een landelijke organisatie opgetuigd kunnen worden die met een ruim mandaat alle versnippering had kunnen bestrijden. Voor het geval de vaccins in ruime mate voorhanden zijn. Nu blijven trouwens al nodeloos veel vaccins op de plank liggen. Nu werkt de regelgeving juist de andere kant op. Het haalt het tempo uit het programma.

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Iedereen die liever slim dan dom is, begrijpt waarom het kabinet Rutte III het zo ingewikkeld maakt en zichzelf zo belangrijk acht in een kwestie die om een doelmatige uitvoering draait. Oudere echtparen die iets in leeftijd verschillen kunnen niet gezamenlijk gevaccineerd worden omdat de jongste partner nog niet in aanmerking komt. Wat door onduidelijke communicatie niet eens duidelijk is. Dat is onpraktisch, voor zowel het programma als de mensen die gevaccineerd moeten worden. Van de andere kant worden gezonde, jongere partners (in de leeftijd van 60 tot 65 jaar) van echtparen eerder gevaccineerd dan hun oudere partners. De logica is volledig zoek.

Onbegrijpelijk is dat door de regelgeving van de rijksoverheid van bovenaf alles is dichtgetimmerd. Maar nog onbegrijpelijker is dat dit al maanden duurt en minister De Jonge, premier Rutte en de uitvoerende instanties van hun fouten niets hebben geleerd. Ze beloven elke keer beterschap, maar dat zijn lege woorden. Rutte en De Jonge lijken de persconferenties waarin ze mededelingen doen over de maatregelen vooral te gebruiken om zichzelf te profileren. Waarbij het trouwens de vraag is of de langdradige en wollige De Jonge daar veel mee opschiet.

Uiteraard is het voor elke leider waar ook ter wereld improviseren. Het is niet erg dat er fouten worden gemaakt, want dat is onvermijdelijk in een pandemie van deze grootte en uniciteit, het is erg dat de top van de Nederlandse politiek niet van haar fouten leert.

De oplossing is simpel. Zet het ministerie van Volksgezondheid op afstand omdat de politisering van het vaccinatieprogramma alleen maar verwarring zaait. Dat schaadt de vaccinatiebereidheid. Over AstraZeneca en de prioriteit wie als eerste aan de beurt is. Minister De Jonge heeft om politieke redenen adviezen van de Gezondheidsraad naast zich neergelegd en heeft zich tot een sta in de weg gemaakt. De Jonge is ruis en zorgt voor onnodige verwarring. Zijn vermeende onmisbaarheid is geen excuus om hem niet te vervangen en zijn taken die verband houden met de bestrijding van de pandemie rechtstreeks naar de chef van een landelijke uitvoeringsorganisatie over te hevelen.

Tuig een landelijke, militaire operatie op die op een flexibele manier in snel tempo alle Nederlanders oproept om zich te laten vaccineren. Besef de urgentie. Vaccineer met mobiele teams mensen die niet mobiel zijn aan huis. Hanteer als belangrijkste criterium de leeftijd en vaccineer eerst de ouderen en daarna jongere leeftijdsgroepen die per 10 jaar zijn ingedeeld. De trieste constatering is dat Nederland de capaciteit, de infrastructuur en de kennis heeft om dat te doen, maar dat die niet wordt benut. Wat op dit moment ontbreekt zijn de commandostructuur en voldoende vaccins. Maar dat laatste komt eind april beschikbaar. Dan dient er tempo gemaakt te worden. Tot die tijd kunnen de vaccins die nu op de plank liggen verspreid worden.

De huidige stagnatie van het vaccinatieprogramma die leidt tot een daling van de vaccinatiebereidheid onder de bevolking is in tegenspraak met de claim van de coalitiepartijen dat het kabinet Rutte III demissionair is, behalve op het gebied van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Premier Rutte claimde in januari 2021 dat de bestrijding onverminderd door zou gaan. Maar voor de bestrijding van de pandemie was het kabinet helemaal niet nodig geweest als er tijdig een onafhankelijke organisatie was opgetuigd. Premier Rutte en minister De Jonge zitten een doelmatig vaccinatieprogramma alleen maar in de weg. Nu al een jaar lang.

Madam Lillian en de ‘girlie show’. Foto’s van de Rutland Fair, Vermont (1941)

Uit deze foto uit 1941 blijkt niet dat het storm liep bij Madam Lillian in Rutland, Vermont die het verleden, het heden en de toekomst vertelt. Zo staat het op het bord: ‘She tells the past, present & future’. Dat is niet niks. Het sluit mooi aan bij een zinsnede als ‘om je de waarheid te vertellen’. Het betekent eerder zoiets als ‘uitleggen’ dan ‘voorspellen’. Hiermee lijkt Madam Lillian veilig aan de kant van de redelijkheid te blijven. De titel van de foto ‘Fortune teller’, dus ‘waarzegster’ stelt Madam Lillian anders voor dan ze zelf doet. Hoewel het een ingewikkeld spel is omdat ze natuurlijk wel suggereert dat ze de toekomst kan voorspellen. Maar zeggen doet ze het niet met zoveel worden.

Over mensen die Madam Lillian bezoeken moet niet laatdunkend worden gedaan. Ze hebben behoefte aan een verhaal. Daar is niks mis mee. Madam Lillian en haar klanten weten dat het nep is. Het is amusement zoals dat hoort op een kermis.

Bij de attractie Dames, ofwel ‘a “girlie” show’ op dezelfde kermis is het stukken drukker. De meisjes staan op een verhoging en de voornamelijk mannen en jongens kijken tegen de meisjes op. Als het woord mannelijke ‘blik’ (gaze) in 1941 nog niet bestond, dam had het hier uitgevonden kunnen worden. Men kan zich alleen maar afvragen wat er te zien is in de ‘girlie show’. Waar Madam Lillian voor het innerlijk gaat, gaat deze ‘girlie show‘ voor het uiterlijk.

Deze attractie was onderdeel van de ‘World of Mirth Show’ die langs de Oostkust van de VS en Canada heen en weer reisde. Ooit werden de attracties met meer dan 50 treinwagons verplaatst. De Rutland Fair was dan ook meer dan een gewone kermis. Het was freak show, paardenrace, circus, kermisattractie en jaarmarkt ineen.

Fotograaf van deze intrigerende foto’s van de Rutland Fair is Jack Delano. De serie kwam tot stand in het kader van de Farm Security Administration dat het leven op het platteland en steden in de jaren 1935 tot 1944 documenteerde. Dat is niet toevallig de regeerperiode van president Roosevelt die met zijn New Deal project de recessie bestreed en de economie weer op gang probeerde te krijgen. Fotografen legden hierbij vast hoe boeren op gang geholpen werden met overheidsgeld. Later werd de onderwerpkeuze verbreed. Omdat de New Deal mede de opzet had om kunstenaars aan het werk te helpen sneed met deze fotoreportages het mes aan twee kanten.

Journalistiek van RTV Utrecht als rebus. Koudwatervrees in berichtgeving over straatintimidatie. Wie zijn de daders?

Schermafbeelding van deel artikelStraatintimidatie blijft probleem: Maria (23) vertrok uit Utrecht omdat ze zoveel werd lastiggevallen’ op RTV Utrecht, 2 april 2021.

Ik woon in Utrecht en schaam me diep dat vrouwen zich in mijn stad op straat niet veilig voelen door intimidatie. De lokale politiek beloofde een plan van aanpak, maar dat is er nog niet. In Utrecht zijn GroenLinks en D66 de grootste partijen.

Naming and shaming’ is vaak een eerste stap om een probleem zichtbaar te maken zodat het opgelost kan worden. Maar de media geven geen informatie over de achtergrond van de daders. Bovenstaand artikel over straatintimidatie praat in algemeenheden.

In een eerder bericht over dit onderwerp gaf RTV Utrecht indirecte informatie waar men uit af kan leiden wie de daders zijn: ‘Meer dan de helft van de slachtoffers geeft aan in de eigen wijk te zijn lastig gevallen. Ook de binnenstad, de Kanaalstraat, de Amsterdamsestraatweg en de winkelcentra in Overvecht en Kanaleneiland worden genoemd als plekken waar vaak geïntimideerd wordt.’ Men moet kennis hebben over genoemde wijken om te weten wat er aan de hand is. RTV Utrecht wijst niet echt de weg.

Zo maken media de journalistiek tot een rebus. ‘Het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist’ zo zegt de Code van Bordeaux als ‘een standaard van beroepsgedrag door journalisten in hun werkzaamheid‘. Aan RTV Utrecht is het niet besteed. Dat geeft het publiek geen recht op waarheid.

Iets mag blijkbaar niet te duidelijk worden door namen en rugnummers te noemen, maar toch duidelijk genoeg zijn voor de nieuwsconsument om te kunnen gissen wat er aan de hand is. Harde informatie of een analyse geeft de journalistiek van RTV Utrecht niet.

Zo creëert dit lokale medium een nieuw genre: raadseljournalistiek, die het cryptogram en het kruiswoordraadsel vervangen. Het opent perspectief. Nederland werd in 1940 overweldigd door vijanden zonder naam. Afrekeningen in het criminele circuit kennen voortaan alleen slachtoffers en geen daders. Als het Nederlands Elftal verliest dan heeft het geen tegenstander. De Toeslagenaffaire kwam uit de lucht vallen zonder oorzaak. Als lokale media steken laten vallen, dan wordt dat niet genoemd. Zo dekt RTV Utrecht zich verstandig al op voorhand in door nooit meer over zichzelf te hoeven berichten.

Kunst is machtig. Kunstenaars kunnen muren doen instorten als ze dat willen

De illustraties van Eric Drooker zijn soms wat zoet, wellicht ligt dat aan de opdrachtgevers, maar vaak treffen ze de roos. Zoals Jericho. Het Bijbelse verhaal van De verovering van Jericho waarin de Israëlieten op de zevende dag zeven keer om de stad lopen en op hun ramshoorns blazen. De muren stortten in, tumbling down. De ramshoorn is ingewisseld voor een saxofoon.

Musici spelen vaker in de openlucht omdat dat in hun eigen woning lastig is vanwege geluidsoverlast. Denk aan Sonny Rollins die oefent op de Williamsburg brug. Drookers illustratie is een beeld voor de kracht van kunst dat muren kan doen instorten. Daar gaat het om. Om het zelfbewustzijn van kunstenaars. Dat moeten kunstenaars beseffen. Ze kunnen muren laten instorten als ze dat willen.

Godsdiensten zijn minder uniek dan christelijke randdebielen en bollebozen suggereren. Het rechtvaardigt geen uitzondering voor kerkdiensten

The second drama premiere of the 63rd Dubrovnik Summer Festival, Euripides’ ancient Greek tragedy Medea directed by Tomaž Pandur and realized in | ‘Medea’s demonic aria’ on Fort Lovrjenac till 7th August | Just Dubrovnik

Het is duidelijk: de randdebielen zijn onder ons. Ze zijn van orthodox-religieuze, protestante signatuur en wonen in steden als Urk of Krimpen a/d IJssel. Ze kunnen wellicht alles van de bijbel weten en gezag hebben in eigen kring, maar hebben geen historisch besef en politiek benul. Maar ze staan niet alleen. Ze krijgen rugdekking van christelijke bollebozen.

Hoe wereldvreemd is het niet om te zeggen dat de SS vriendelijker handelde in de oorlog dan journalisten die verslag doen van de kerkgang? Terwijl heel Nederland op slot zit. Dit is rugwind voor religiecritici die kritisch zijn op religieuze instellingen en tragisch voor de meerderheid van goedwillende gelovigen die zich voorbeeldig gedragen en zien hoe deze protestante hardliners alle godsdiensten in een kwaad daglicht zetten. Deze christelijke randdebielen hebben in 48 uur meer schade aan het christendom aangericht dan vrijzinnigen en religiecritici in 48 jaar.

Zoals bij islamitisch geweld de ‘gewone’ moslims door voornamelijk rechtse segmenten van de samenleving daar op aangesproken worden (zelfs als zij of hun ouders niet eens moslim zijn maar een islamitisch land als land van herkomst hebben) zo zouden nu de ‘gewone’ christenen ter verantwoording moeten worden geroepen voor de daden en woorden van deze orthodoxe christenen.

Het is een geluk bij een ongeluk dat het orthodoxe christendom zich uitspreekt en haar ware aard toont. Want daarover bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlanders in de grote steden denken dat deze orthodoxe christenen redelijk en niet veel anders zijn. Dat kun je vermoeden van gelovigen waarmee je nooit in aanraking komt. Dat is het misverstand. De basis voor die zelfgekozen segregatie van de orthodoxe christenen is de angst om het eigen karakter te verliezen. Daarom houden ze krampachtig aan elkaar vast en gijzelen ze in zekere zin elkaar. Op hun beurt hebben ze weer een verkeerd beeld van andersdenkenden. Dat leidt tot radicalisering in eigen kring. Dat is bij orthodoxe gelovigen van andere godsdiensten niet anders.

Het AD maakt in een artikel met als aanleiding de actualiteit van schoppende kerkgangers een rondgang langs docenten en hoogleraren theologie/ godsdienstwetenschappen waarvan er vermoedelijk in Nederland honderden zijn. Afwijkende geloofsrichtingen, gemeenschappen, stromingen en godsdiensten leiden tot afwijkende meningen over wat geloof is. Daarmee worden ook de valse tegenstellingen geïntroduceerd om het geloof te verdedigen. De bollebozen nemen het ‘genuanceerd’ op voor de randdebielen. Zo suggereren ze in hun wijsheid.

Schermafbeelding uit artikel ‘Volle kerken leiden tot onbegrip: ‘Kerkdienst is echt iets anders dan een festival’’, AD, 30 maart 2021.

Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer zegt in de hierboven geplaatste schermafbeelding uit dat artikel in het AD dat ‘een kerkdienst is daarmee echt iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Eeuwenlang was het christendom in Nederland het dominante verhaal en het besef dat religie wat hogers is, vanzelfsprekend. Sinds de verlichting wordt het geloof steeds meer achter de voordeur teruggedrongen.

Dat is een valse tegenstelling. Natuurlijk is een kerkdienst iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Maar daarmee is niet gezegd dat het waardevoller is en de vrijheid van godsdienst een grondrecht is dat meer bescherming moet krijgen dan andere grondrechten. Dat suggereert Schaeffer hiermee. Het feit dat eeuwenlang een situatie heeft bestaan wil niet zeggen dat dat een juiste situatie was. De geschiedenis kent genoeg wantoestanden als kinderarbeid, slavernij of feodale verhoudingen die eeuwenlang hebben bestaan en in hun tijd vanzelfsprekend waren, maar waarvan het toch beter is dat ze niet meer bestaan.

Godsdienst is historisch ook zo’n relict uit vroeger tijden. Het christendom is een sekte van twee millennia oud. De leeftijd van het christendom is dus eerder een argument tegen voor de legitimiteit en het bestaan ervan. De ondergeschikte positie van vrouwen binnen godsdiensten is een teken van die achterhaaldheid.

Schaeffer is selectief door een kerkdienst te vergelijken met een voetbalwedstrijd of festival. Hij kan het ook vergelijken met een tentoonstelling in een openbaar museum van het werk van Mark Rothko (zoals de Rothko Chapel in Houston) of een Griekse tragedie van de grote drie tragedieschrijvers Aechylus, Sophocles en Euripides. Vooral van de eerste is duidelijk dat hij in vorm en inhoud uit dezelfde bron put van de rituelen en een mensbeeld met noodlot, zondeval en Goden als de ons nu bekende godsdiensten. Er zijn meer voorbeelden uit de kunsten, van Bach tot Marc Mulders die tegenspreken dat kerkdiensten principieel anders zijn. Dat zijn ze niet. Kunst raakt in presentaties ervan ook het diepste wensen van de mens. Daarin is religie niet uniek.

The Oresteia of Aeschylus – Leader of the Chorus

Kerkdiensten zijn op dit moment in Nederland slechts op één aspect anders. Ze genieten voorrechten die vergelijkbare theatervoorstellingen en museumprestaties niet genieten omdat ze op last van de rijksoverheid zijn stilgelegd. Dat bergt een onverklaarbare ongelijkheid in zich.

Schaeffer constateert terecht dat het geloof sinds de verlichting steeds meer achter de voordeur is teruggedrongen. Dat is er een gevolg van dat de meerderheid van de Nederlanders verklaart zich niet door een godsdienst te laten inspireren en het christendom haar dominante grip op de samenleving is kwijtgeraakt. Binnen het secularisme heeft het christendom nu dezelfde positie als andere geloven en levensovertuigingen. Ermee is het recht van de christenen niet verdwenen om zich te verenigen in kerken, maar alleen hun traditionele voorrecht waar Schaeffer nostalgisch naar terug lijkt te verlangen. De episode van de kerkdiensten tijdens de pandemie verduidelijkt dat zelfs dit voorrecht van het christelijke geloof niet definitief is verdwenen. Dat is het naijl-effect van christenen die zich in de politiek hebben verschanst en met een beroep op de voortreffelijkheid en bijzonderheid van hun geloof dat aloude voorrecht als natuurlijk opeisen.

Cancel culture in kunst. CBS: ‘Cancelled culture: Reconsidering the art of controversial artists’

Een voorspelbaar item van een groot Amerikaans network over cancel culture. Verdient het werk van kunstenaars het om te worden geannuleerd vanwege hun gedrag, positie of politieke overtuiging? Het schema is duidelijk: een voorstander (Aruna D’Souza) en tegenstander (Richard Peña) en iemand (Loretta Ross) met een tussenpositie die het laatste woord mag hebben.

De opstelling van Aruna D’Souza vermengt verschillende aspecten. Ze zegt dat bepaalde kunstenaars in musea en media veel aandacht krijgen en zelfs door die aandacht legitimiteit. Daar heeft ze gelijk in, maar dat is iets van alle tijden en heeft meer met de kunstmarkt, carrièreplanning van kunstenaars en de achterstelling van minderheidsgroepen en niet-westerse kunst te maken, dan dat het specifiek is voor cancel culture. Dus haar argumenten slaan dood. Het omgekeerde is trouwens ook waar, namelijk dat demonstranten tegen de status quo in de kunst carrière proberen te maken door zich te beroepen op cancel culture en vermeende uitsluiting van henzelf.

De associatie met Woody Allen die door de rechter nooit veroordeeld is voor kindermisbruik, maar door de media wel (ook hier weer) tekent de dubbelzinnigheid van de media die in dit debat altijd meer deelnemer dan scheidsrechter waren en daarom nu zelf legitimiteit missen. Ofwel, is een controversiële kunstenaar pas controversieel als de media dat bepalen en verslag van doen?

De benadering van CBS is voorzichtig, maar begrijpelijk omdat het gericht is op een breed publiek dat nog van weinig weet. Dit is op eieren lopen voor een redactie omdat het onderwerp zo gevoelig ligt. Verhelderend is de relativerende Loretta Ross die concludeert dat kunst en kunstenaar niet van elkaar gescheiden moeten worden, maar in een context moet worden gezet. Dus geen verbod of uitsluiting van kunstenaars. Zij zegt niet naar Griffith’s ‘The Birth of a Nation‘ of ‘Gone With the Wind’ gekeken te hebben. Daardoor kan ze zich er ook niet aan ergeren of druk over maken. Dat is een volwassen opstelling.

Komt er in de gevestigde media langzaam een tegenbeweging op gang tegen de cancel culture? Dat valt niet te verwachten, ofschoon de accentuering ervan kan verschuiven en de scherpe kantjes eraf gevijld kunnen worden. Was het in het verleden dichter Ezra Pound die ervan beschuldigd werd een verkeerde fascistische politieke overtuiging te hebben, daarna Woody Allen die botste met het puriteinse Amerikaanse klimaat en werd recent huidskleur de waterscheiding voor polemiek en vergelding (alle drie de geïnterviewden hebben een niet-witte achtergrond), straks zal vermoedelijk weer een ander criterium dat past bij de toekomstige tijdgeest als reden aangevoerd worden om kunstenaars te annuleren. Tot in het oneindige.

Christelijke korte lontjes belagen journalisten. Dit roept vragen op over normbesef én voorrechten van kerken

Een verslaggever van RTV Rijnmond wordt aangevallen door een kerkganger. Bron: RTL Nieuws, 28 maart 2021.

Sommige christenen laten vandaag hun ware aard zijn. Op de dag des Heren, zoals ze hoogmoedig zeggen. Enkelen belagen, bedreigen en vallen verslaggevers aan. Door wat zijn deze christelijke korte lontjes aangestoken?

Het gaat om uitzonderingen, maar het is veelzeggend. Is het onderhand niet de hoogste tijd om de voorrechten van kerken en ander gebedshuizen terug te draaien en die over te dragen aan de zich voorbeeldig en bescheiden gedragende musea die ondanks professionele organisatie en maatregelen vanwege COVID-19 dicht moeten blijven van de rijksoverheid?

Dit belagen van journalisten door kerkgangers zou niet-religieuze politieke partijen eens tot de vraag moeten brengen wat het normbesef is waar kerken hun voorrechten op baseren. Maken ze dat waar? Is het geen hoogmoed van kerkenraden en christenen in het algemeen dat ze claimen een streepje voor te hebben op andersdenkenden die de meerderheid van de bevolking vormen? Waarom geven niet-religieuze partijen steun aan de voorrechten van deze religieuze instellingen? Waarom laten niet-religieuze partijen zich intimideren door deze godsdiensten?

Dat normbesef van kerkgangers is vooral de claim om in tegenstelling tot andere maatschappelijke en culturele instellingen begunstigd te worden. Het is krom, krankzinnig en lafhartig dat in een seculier Nederland de politiek daar in zijn geheel in meegaat. Het is een achterhoedegevecht dat niet in deze tijd thuishoort. Waar zijn de partijen die het lef tonen om de voorrechten van kerken terug te schroeven en die van musea en andere kunstinstellingen te vergroten?

Gouverneur Kemp tekent wet in Georgia. Republikeinse partij slaat doodlopende weg in van kiezersonderdrukking en racisme

De Republikeinse gouverneur Brian Kemp van de staat Georgia tekende gisteren een wet die twee componenten heeft. Het beperkt vooral Democratische en jongere kiezers om te stemmen en het geeft Republikeinse bestuurders de mogelijkheid om voor hen ongewenste resultaten te overrulen. De wet die kiezers onderdrukt en de Amerikaanse democratie inperkt maakt mogelijk wat de vorige president Trump probeerde, namelijk het stelen van verkiezingen. Maar dat lukte hem uiteindelijk niet. Als deze wet van kracht was geweest, dan was het Trump in Georgia echter wel gelukt.

Gouverneur Kemp kon in 2018 trouwens uitsluitend nipt winnen van de Democratische kandidate Stacey Abrams omdat hij in 2017 560.000 kiezers had uitgesloten om deel te nemen aan de verkiezingen. Dat wordt alom als ongrondwettelijk gezien, maar Kemp kwam er mee weg.

De logica van de Republikeinen is dat ze weten dat ze op een eerlijke manier geen landelijke verkiezingen kunnen winnen. Dat geven ze zelfs publiekelijk toe. De demografische ontwikkelingen wijzen namelijk de andere kant op. Democratische en Onafhankelijke keizers zijn ruim in de meerderheid. Samen met manipulaties als gerrymandering, het hertekenen van de grenzen van kiesdistricten, het oneerlijke Electoral College dat het platteland overwaardeert en Democratische territoria als DC en Puerto Rico geen plek in de Senaat geeft dient de onderdrukking van de Democratische kiezer en de mogelijkheid om op bestuurlijk niveau verkiezingsresultaten te overrulen enkel en alleen om aan de macht vast te houden die de Republikeinen welbeschouwd niet toekomt.

Daarbovenop komt de Big Lie van Trump en zijn medestanders dat de Democraten de verkiezingen gestolen zouden hebben. Maar het omgekeerde is waar. Het zijn juist de Republikeinen die de laatste verkiezingen probeerden te stelen. Dat dat mislukte was een dubbeltje op zijn kant. Veel is nog onduidelijk. Er lopen nog talloze onderzoeken naar wat er gebeurd is tussen november 2020 en 20 januari 2021 toen Biden werd geïnaugureerd. De bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 was militair georganiseerd en de extreem-rechtse milities stonden in direct contact met medestanders van Trump, zoals Roger Stone.

Wat in Georgia gebeurt staat niet op zichzelf. In allerlei staten waar de Republikeinen het bestuurlijk voor het zeggen hebben ontspruiten nu dit soort initiatieven van kiezersonderdrukking. Dat is geen toeval en past in een patroon. De vroegere president Trump heeft nog steeds veel macht in de Republikeinse partij, zet lokale bestuurders onder druk en meet zijn steun die hij geeft af aan hun loyaliteit voor hem. Daar passen dit soort initiatieven bij. De Trumpiaanse Republikeinen hebben blijkbaar de hoop opgegeven dat ze op eigen kracht met een programma op een eerlijke manier voldoende kiezers kunnen trekken om landelijke verkiezingen te winnen. In 2020 kreeg Joe Biden meer dan 7 miljoen meer stemmen dan Donald Trump.

Men kan binnen de logica van deze Trumpiaanse Republikeinen zich alleen maar afvragen wat ze hiermee denken te kunnen bereiken. Doen ze dit uitsluitend uit angst voor Trump zonder dat ze geloven dat dit gaat werken? De publieke opinie keert zich tegen dit soort vormen van kiezersonderdrukking. Alom wordt opgemerkt dat dit ingaat tegen het idee van de Amerikaanse democratie. Het is opvallend dat de vormgeving van de wet in Georgia tegen de Republikeinen inwerkt. Veel aandacht is er voor het verbod om iemand die in de rij staat om te stemmen water te geven. Dat kan erin gezet zijn als afleiding om de meer structurele maatregelen van manipulatie op bestuurlijk niveau te verhullen, maar schaadt de Republikeinen tegelijk enorm in de beeldvorming.

Er zijn vier effecten die negatief uit kunnen pakken voor Trump en zijn kornuiten. De positie van de twee conservatieve Democratische senatoren Joe Manchin en Kyrsten Sinema die zich verzetten tegen het afschaffen van de filibuster waarmee Republikeinen wetgeving kunnen blokkeren verzwakt hiermee. Want ze kunnen de kiezersonderdrukking die de Republikeinen in allerlei staten willen uitbreiden binnen hun eigen caucus niet verdedigen. Daarmee neemt de kans toe dat de filibuster hervormd of zelfs volledig afgeschaft wordt. Dat geeft de Democraten in de Senaat de mogelijkheid om wetgeving op landelijk niveau in te voeren. Op 3 maart 2021 werd in het Huis als de ‘For the People Act of 2021’ aangenomen. Die wacht nu op behandeling in de Senaat. President Biden heeft aangegeven dat hij prioriteit geeft aan deze voting rights wetten. Er is ook nog de John Lewis Voting Rights Advancement Act die beoogt om wetsteksten die resulteren in de discriminatie van kiezers uit deze wetten te halen.

Een tweede effect van de publieke pogingen van kiezersonderdrukking en racisme van de Republikeinen is dat het de kiezers die het betreft alleen maar meer gemotiveerd worden om te gaan stemmen. De bestuurlijke manipulatie die in deze wetten zit wordt daar echter niet mee tegengegaan. In de VS hebben staten betrekkelijk veel bestuurlijk-juridische autonomie.

Het derde effect is dat er een beweging van onderop per staat op gang komt die het bedrijfsleven onder druk zet en oproept om afstand te nemen van Trump en dit soort wetten om kiezers te onderdrukken. Een gevolg kan zijn dat ze publiekelijk afstand nemen van Trump en zijn medestanders en de geldkraan dichtdraaien om deze Republikeinen nog langer te steunen.

Het vierde effect kan zijn dat het Republikeinen die hiertegen zijn een steun in de rug geeft om uit de Republikeinse partij te stappen en een derde partij op te richten. Want deze brede beweging van kiezersonderdrukking door Republikeinen op staatsniveau maakt duidelijk dat er voor gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen voor de komende jaren geen toekomst binnen de Republikeinse partij is. Ze kunnen zichzelf nu niet meer voorhouden dat het tijdperk Trump voorbij is en hun partij snel gerepareerd kan worden.

De wet die gouverneur Kemp in Georgia ondertekende is de aangekondigde dood van de Republikeinse partij. Deze tactiek van de verschroeide aarde is defensief en kan tijdelijk werken, maar is op termijn onhoudbaar. Het zet door zelfbeschadiging de Republikeinen publiekelijk in de hoek van de anti-democraten die zonder compassie en respect voor de Amerikaanse grondwet uiteindelijk duidelijk maakt dat ze geen geloof in eigen kracht hebben. Daarnaast roept het tegenkrachten op bij de meerderheid van de bevolking en de Democraten die met president Biden die met zijn kennis van en netwerk in de Senaat als geen ander kent weet hoe hij dit in zijn voordeel kan ombuigen.

Sionkerk op Urk houdt zich niet aan coronaregels, maar kan dat doen door de uitzonderingspositie die het van het kabinet kreeg

De gereformeerde Sionkerk in Urk is volgens een bericht in Trouw ontevreden met het overheidsbeleid inzake de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Zo laat de kerkenraad de afstandsregels los, omdat het tegemoet wil komen aan ‘de nood en het geestelijk welzijn’ van de gemeente. Ouderling en voorlichter H. Snoek zegt daarover het volgende: ‘We willen gehoorzaam zijn aan de overheid, maar wel in samenhang met Gods geboden. We doen dit vanwege het zielenheil van de mens.

Kerken worden naar het oordeel van het kerkbestuur achtergesteld, zo zegt het bericht van Trouw. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Volgens de maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Het is nog absurder dat kerkbesturen in die bevoordeling een achterstelling zien. Zij zijn ermee de kijk op de realiteit kwijt. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen, archieven en musea de uitzondering niet. Dit zijn doorgaans professionele instellingen met een goede organisatie die veel hebben geïnvesteerd in de ontvangst van gasten. Maar toch mogen ze niet opengaan.

Opvallend is dat in de recente publiciteit over de aanpak en maatregelen de Rijksoverheid de uitzondering die voor kerken geldt niet meer expliciet noemt. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Maar de brede kritiek op de voorrechten van kerken die mogen wat culturele of commerciële instellingen niet mogen heeft er mogelijk mee te maken. Dit voorrecht voor kerken is slecht te beredeneren. Het is niet alleen slecht te verdedigen, maar wordt er onhoudbaar en potsierlijk op als kerken in de slachtofferrol kruipen en menen dat ze achtergesteld worden.

Het kabinet Rutte III heeft deze rechtsongelijkheid en bedreiging voor de volksgezondheid over zichzelf afgeroepen. Het kan niet ingrijpen omdat het de kerken een uitzonderingspositie heeft gegeven. Daar is de fout gemaakt. De Sionkerk in Urk of andere orthodoxe kerken in de biblebelt nemen de ruimte die het kabinet hun heeft gegeven. Deze kerken treft weinig verwijt. Dat ze niet maatschappelijk handelen, het algemeen belang van de volksgezondheid niet zwaar laten wegen en vooral op zichzelf gericht zijn was vooraf te voorzien geweest.

Dat kerken en andere religieuze organisaties voorrechten genieten is een maatschappelijk onrechtvaardigheid. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom heeft het kabinet daar geen gebruik van gemaakt?

Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties in de bestrijding van de pandemie is geen rechtvaardiging te vinden. We mogen de kerkenraad van de Sionkerk in Urk dankbaar zijn dat het de absurditeit van het kabinetsbesluit om kerken een uitzonderingspositie te geven via een omweg onder de aandacht brengt. Het raakt aan een maatschappelijk probleem van een land waarvan de bevolking zich in meerderheid niet-godsdienstig verklaart, maar waar de godsdiensten nog proportioneel veel invloed hebben. Alsof het verleden nog voortkabbelt.