Ontbrekende context is journalistieke zonde: Heston Hurley en zijn swastika-kunstwerk uit 2017

Context geeft duidelijkheid. Verhullen van context is misleiding. Bovenstaande video werd op 24 september 2022 door Giacomo Luca geplaatst op zijn YouTube-kanaal. Zonder toelichting behalve de titel ‘Sacramento designer stands by controversial swastika artwork‘. Luca noemt de maker van een controversieel object dus een ontwerper.

Luca claimt journalist te zijn. Hij presenteert zich op YouTube als: ‘Southern Illinois bureau reporter/multimedia journalist with KFVS-TV in Cape Girardeau, MO’. Op Facebook presenteert hij zich anders: ‘Reporter/Multimedia Journalist for ABC 10 News in Sacramento, California.’

Het fragment is om meerdere redenen onduidelijk. De naam van de ontwerper wordt niet genoemd, het jaartal waarin dit gebeurde wordt niet genoemd en welke omroep dit fragment uitzendt is ook onduidelijk. Onduidelijk is ook of het een fragment uit een langer verslag is. Luca geeft bij het fragment op YouTube geen informatie.

Het gaat om meubelmaker Heston Hurley en het incident vond plaats in februari 2017. Zijn werk werd buiten zijn medeweten van de tentoonstelling ArtStreet in Sacramento verwijderd. Zijn verwijzing naar ‘de nieuwe president’ en de Dakota-pijplijn betreft dus niet Joe Biden, maar Donald Trump. Door een onduidelijke context wordt dat onduidelijk.

In het artikelAlum’s swastika sculpture benched from ArtStreet extravaganza’ van 7 februari 2017 in ‘The State Hornet‘ zegt Scott Eggert, een woordvoerder van ArtStreet dat de verwijdering geen politiek motief heeft. Het werk zou niet aan de afgesproken regels voldoen.

Hurley denkt daar anders over, volgens hem gaat het wel degelijk om de inhoud. Tegelijk waren op de tentoonstelling politiek gemotiveerde werken te zien die gewoon werden getoond, zo blijkt uit een verslag van 4 februari 2017 van CBS Sacramento.

Het raadsel is waarom Luca dit fragment zonder context en basale informatie vijf en een half jaar later op zijn YouTube-kanaal plaatst. Wil hij zoveel jaar later politiek over Hurley heen toepen via het korte gewin van de sociale media? Dit roept naast het negeren van journalistieke mores ook de vraag op hoe krachtig controversiële kunst die controversieel wordt geframed nog kan zijn.

Krijgt Amsterdam met het Verhalenhuis een centrum voor Arabische, Islamitische of gemengde cultuur in Nieuw-West?

Mijn reactie bij bovenstaande video op YouTube over een initiatief in Amsterdam-West van de stichting El Hizjra: het Verhalenhuis. Maar er schort nog wel iets aan de definiëring en uitwerking:

Prima initiatief. Waarom het aan kunst wordt gekoppeld en het Verhalenhuis mede een museum wordt genoemd is minder duidelijk. Want dit gaat niet om kunst, maar om cultuur. Om verbinding. Die is nodig en het lijkt er sterk op dat het Verhalenhuis in een behoefte kan voorzien. 

Het etiket dat Mohamed Mahdi erop plakt is vaag, of beter gezegd onbepaald. Hij gebruikt begrippen door elkaar, zoals Arabisch, Islamitisch, cultuur, wereld (gemeenschap) en mensen. Wat is wat?

Het onderscheid tussen de Arabische en Islamitische wereld verdient daarom nog enige uitwerking. Er zijn raakvlakken, maar ook verschillen.

Zo zijn er vele islamitische landen die niet Arabisch zijn (Turkije en de Turkssprekende Centraal-Aziatische republieken, Indonesië, Iran, Afghanistan, Pakistan, Bangladesh). Ook zijn er in Arabische landen aanzienlijke niet-Arabische etnische minderheden, zoals Berbers, Semieten en Koesjieten. Er zijn ook Arabische landen met aanzienlijke niet-islamitische religieuze minderheden (Libanon, Bahrein, Djibouti, Egypte, Koeweit, Soedan, Syrië). 

Zeker voor Nederland is deze nuancering belangrijk. De grootste islamistische minderheid vormen de Marokkaanse moslims, maar die zijn deels Berbers of Riffijns en slechts gedeeltelijk gearabiseerd. Daarnaast heeft ongeveer een kwart van de jonge Marokkaans-Nederlandse moslims de islam verlaten, maar presenteren ze zich om sociale redenen, zoals groepsdruk vaak nog als moslim. De op een na grootste islamistische minderheid vormen de Turks-Nederlandse moslims. Ze zijn niet Arabisch.

Een perfecte etikettering van de doelgroep/achterban die Mohamed Mahdi van stichting El Hizjra op het oog heeft is dus niet mogelijk. Er zijn te veel uitzonderingen en afwijkingen. De achterban is noch onvervalst Arabisch noch onvervalst Islamitisch. Beide etiketten dekken de lading niet. Maar het is begrijpelijk dat stichting El Hizjra om politieke, budgettaire en publicitaire redenen toch een etiket op dit project wil plakken.

Een oplossing zou wellicht zijn om het Verhalenhuis niet te presenteren als verbinding voor Islamistische of Arabische Nederlanders, maar als verbinding voor Amsterdammers die een band hebben met de werelden die Mohamed Mahdi schetst. Benoem daarin gerust de Arabische en Islamitische achtergronden, maar presenteer die niet als exclusief. Als het etiket niet kloppend te maken is, dan kan het maar beter ruim geformuleerd worden. Dat past prima bij een open stad met talloze minderheden.

GeenStijl: ‘CHAOS IN TWEEDE KAMER – Kabinet loopt weg bij complotgewauwel BAUDET’

FvD van Thierry Baudet was vandaag tijdens de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer de enige politieke partij die ondubbelzinnig Poetin en zijn invasie van Oekraïne steunde. Baudets adviseur John Laughland ontkent geen verlengstuk van het Kremlin te zijn. Maar er zijn aanwijzingen om dat wel te veronderstellen.

Baudet heeft recht op zijn mening, maar maakt het persoonlijk door zijn pijlen op vice-premier Kaag te richten. Dat mag niet. Ook na een waarschuwing van de Kamervoorzitter wauwelt hij verder, om het in de woorden van GeenStijl te zeggen.

Daarop schorst Kamervoorzitter Bergkamp het debat, nadat het kabinet was weggelopen. Kaag laat Baudets suggestie dat ze een spion is omdat ze aan het zogenaamde ‘spionnen-college’, zoals Baudet zegt, St. Anthony’s College in Oxford heeft gestudeerd niet over haar kant gaan. Ze verlaat de kamer, gevolgd door alle andere kabinetsleden.

Het beschimpen van Kaag via schuld door associatie is flinterdun. Maar waarschijnlijk voldoende en exact de bedoeling van FvD om er fragmenten voor filmpjes op sociale media uit te peuren. Missie geslaagd. Baudet ziet de Tweede Kamer niet als plek om serieuze oppositie tegen het kabinet te voeren, maar als plek om de eigen publiciteit te voeden. En als hij aanwezig is speelt hij graag de paljas.

Hoe moeten we deze episode nu inschatten? Vooral als een blamage voor het Nederlandse parlement. Baudet laat zich kennen als een politicus die hij het niet meer weet en de weg kwijt is. Dat geeft hij zelf toe. Het is niet dat Baudet de waarheid zegt die hij ‘van de elite’ niet mag zeggen en waar hij tot zijn onnoemelijk chagrijn niet tot toegelaten is.

Baudet handelt in persoonlijke aanvallen omdat politieke soap hem het meeste publiciteit oplevert. Daarbij kost het weinig voorbereiding en huiswerk. Drama en emotie zijn de middelen waarmee Baudet in het parlement opereert. Een politicus is hij nooit geweest en heeft hij ook nooit in zichzelf gezien. We moeten ons afvragen of hij een verdienstelijk toneelspeler is.

Waarom de vraag of mode kunst is niet van belang is

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Is mode kunst, vraagt journaliste Sanne van Rij zich af. Om de vraag goed te kunnen beantwoorden moet men eerst definiëren wat de functie van kunst is. Als dat aanscherpen, ter discussie stellen, reflectie en dwarsdenken of naast de werkelijkheid kijken zonder direct nut is, dan is mode geen kunst. Dan valt mode zelfs op te vatten als het tegenovergestelde van kunst. 

Als kunst performance, individuele interactie, zelfexpressie of maatschappelijke reflectie is, dan is mode kunst. Van Rij stipt in haar artikel niet zozeer aan of mode kunst is, maar wat kunst (nog) is.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

In het artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘van 20 september 2022 in de rubriek ‘Mode & Juwelen‘ redeneert Sanne van Rij naar de conclusie toe dat mode kunst is. Het verschijnt in Harper’s Bazaar dat uitlegt welke terreinen het bestrijkt: ‘intelligente nieuwtjes, inspirerende interviews met bijzondere vrouwen, interessante longreads en slimme tips op het gebied van stijl, beauty, carrière, cultuur en reizen. Met veel liefde voor mode, stijliconen en royals‘.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Of bij mode kunstenaars betrokken zijn of mode en kostuums opgenomen zijn in museumcollecties is niet het criterium. Dat moet niet verward worden met autonome kunstenaars die gebruik maken van mode, kostuums of textiel. Mode is dan niet hun eindproduct, maar een halffabricaat. Het gaat erom wat de functie van mode is en hoe die zich verhoudt tot de functie van kunst.

Van Rij concludeert uit wat zij als ‘verbintenis’ of verbondenheid tussen mode en kunst ziet, dat mode daarom kunst is. Dat is een indirect betoog dat de vraag vanaf de buitenkant benadert. Van Rij cirkelt om het onderwerp heen en meent door stapeling van associaties de vraag positief te kunnen beantwoorden dat mode kunst is. Maar precies wordt ze niet. De kern van de vraag of mode kunst is laat zij ongemoeid.

Schermafbeelding van deel artikelZó zijn kunst en mode met elkaar verbonden‘ in Bazaar, 20 september 2022.

Van Rij verwijst in haar stuk naar design dat ze als onderdeel van kunst ziet als ze zegt: ‘De stap naar design, of in bredere zin kunst‘. Maar het is ook de vraag of design kunst is. Bij het beantwoorden van de vraag of design kunst is draait het opnieuw om de vraag hoe kunst gedefinieerd wordt en welke functie het maatschappelijk-politiek toebedeeld krijgt.

Wat doet het er toe of mode en design wel of niet opgevat worden als kunst? Eigenlijk niets. In het maatschappelijke en politieke debat wordt nauwelijks nog een onderscheid gemaakt tussen kunst en cultuur. Terwijl ze verschillende functies hebben. Grofweg gezegd, a-maatschappelijk aanscherpen tegenover maatschappelijk verbinden. Juist daarom is cultuur favoriet bij de politiek omdat het daarvan in het verlengde ligt, terwijl kunst er haaks opstaat. In het publieke debat heeft kunst door uitholling haar autonome eigenheid verloren en is allang ondergeschikt gemaakt aan cultuur.

Men kan allen maar gissen naar de vastberadenheid van Van Rij om aan te willen tonen dat mode kunst is. Een vraag die niet van belang is omdat cultuur kunst heeft ingelijfd. Mode is cultuur. Indirect is mode kunst.

Waarschijnlijk bestaat in het achterhoofd van Van Rij nog een idee dat het aanzien van kunst, of wat daar voor doorgaat, positief afstraalt op mode. En indirect op een tijdschrift als Harper’s Bazaar waarvoor ze werkt en dat wil laten zien dat het niet helemaal van de straat is. Blijkbaar creëert het schrijven over stijl, beauty, carrière, cultuur, reizen en royals de behoefte aan meer. Wat dat dan ook is.

Schoenen van Bata: vroeg globalisme

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 9 maart 2013. Licht gewijzigd.

Bata schoenenwinkel, september 1953 door Ben van Meerendonk. Credits: collectie IISG.

Wat zien we? Overduidelijk een schoenenwinkel uit voorbije tijden. Huiden van een krokodil, tijger en schildpad sieren de muur. Schoenen staan centraal op de toontafel. Leegte valt op. Schaarste van 1953 in een winkel van Bata.

Interior of a Bata store, omstreeks 1920. Collectie: Thomas Bata Foundation.

Bata is een Tsjechisch produkt met Oostenrijks-Hongaarse wortels. Het introduceerde industriële methoden in een sector die het moest hebben van ambachtelijkheid. In 1930 exporteerde Bata de meeste schoenen ter wereld. De Tweede Wereldoorlog gooit roet in het eten.

Calcutta, India, 1954 door Wim Dussel. Credits: collectie IISG.

Bata was voorloper van het globalisme. In reactie beschermden overheden hun nationale schoenenindustrie met maatregelen die Bata de pas afsneden. Maar Bata ging verder dan schoenen en verenigde vele bedrijfstakken in zich. In dat vooruitstrevende Tsjecho-Slowakije van het interbellum. Bata blijft de herinnering aan schoenen in onze winkelstraat.

De 7streper-Daf in Best. Met de tekst: ‘Bata schoenen zijn beter en kosten minder‘.

Verwarrende beeldvorming van media over gedragsproblemen meisjes van 11 tot 16 jaar

Schermafbeelding van deel artikel ‘Gekke inhaalslag’ meisjes: vaker gedragsproblemen, meer drugs- en alcoholgebruik‘ van NOS, 14 september 2022.

Sommige berichten in de media over de gedragsproblemen van meisjes van 11 tot 16 jaar (in hedendaags jargon ‘meiden’ genoemd) zijn lastig te plaatsen. Omdat ze in woord en beeld een direct verband leggen met school. 

Er wordt een rechtstreeks verband gelegd tussen de ‘prestatiedruk’ op school en de gedragsproblemen van de meisjes. Maar onderzoeken over het niveau van het Nederlandse voortgezet onderwijs (en de basisschool) en observaties van de onderwijsinspectie wijzen een andere kant op. Ze geven aan dat het lager en middelbaar onderwijs afglijdt. 

Schermafbeelding van deel artikelHet Nederlandse onderwijs glijdt af: al 20 jaar daalt niveau, zegt inspectie’ van NOS, 11 april 2018.

Volgens het rapportStaat van het Onderwijs 2016/2017‘ uit 2017 glijdt het onderwijs al 20 jaar af. Het niveau daalt. De normen dalen. De afgelopen jaren is dat niet verbeterd. Integendeel door de corona-pandemie is het niveau verder gedaald. Kortom, het niveau van het Nederlands voortgezet onderwijs daalt al 25 jaar. Er wordt geen ambitieus voortgezet onderwijs aangeboden in Nederland. 

Hoe kan het dan zoals sommige media constateren dat genoemde meisjes met toenemende gedragsproblemen niet kunnen voldoen aan de prestatiedruk op school? Terwijl het niveau al 25 jaar daalt en de normen naar beneden zijn bijgesteld. Hoe kunnen een lager onderwijsniveau en naar beneden bijgestelde normen leiden tot een hogere prestatiedruk?

Dat de gedragsproblemen van de meisjes bestaan is duidelijk. Maar dat de prestatiedruk op school daarvan een belangrijke oorzaak is valt lastig te beredeneren. Het artikel van de NOS citeert een hoogleraar die oorzaken noemt voor het afgenomen welbevinden van de meisjes: ‘alcohol- en drugsgebruik, gedragsproblemen en hyperactiviteit‘.

Schermafbeelding van deel artikel De mentale gezondheid van meisjes is in vier jaar sterk verslechterd. Corona speelt mee, maar er is meer aan de hand‘ in NRC, 13 september 2022.

Hoe was het dan gesteld met de gedragsproblemen en de ‘schoolstress‘ van de meisjes van 11 tot 16 jaar in 1997, 1977 of 1957 toen het niveau van het Nederlands voortgezet onderwijs hoger was en de prestatiedruk navenant hoger was dan in 2022? Wat hebben we daar ooit over gehoord? Of ontbrak toen in media en samenleving de fijngevoeligheid om daar aandacht aan te besteden?

De oorzaak voor de gedragsproblemen van de meisjes lijkt daarom niet op school, maar elders te liggen. De media zouden er daarom verstandig aan doen om niet de school te kiezen voor hun beelden en gesprekjes met de meisjes. Zo geven de media een verkeerde indruk van de oorzaak van de gedragsproblemen. Die liggen voornamelijk buiten school.

Schermafbeelding van deel artikel Prestatiedruk zorgt voor ongelukkige meisjes. Terwijl ze allemaal een fijne jeugd verdienen | commentaar‘ van Annelies Karman in De Gooi- en Eemlander, 15 september 2022.

El baión met Silvana Mangano

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 15 juni 2012. Licht gewijzigd.

In Anna van Alberto Lattuada danst Silvana Mangano de nieuwe beat, el nuevo compás van 1951. Flo Sandon dubt de zang. El baión wordt een populair nummer in Spanje en Italië. De Spaanse tekst gaat over een grappenmaker, een zwarte zumbón die vrolijk de Braziliaanse baión danst, de zambomba  bespeelt en een vrouw aanspreekt:

Ya viene el negro zumbón
Bailando alegre baión
Repica la zambomba
Y llama a la mujer
Tengo gana de bailar el nuevo compás
Dicen todos cuando me ven pasar
“¿Chica, dónde vas?”
“¡Me voy a bailar, el baión!”

Hoes van een elpee met muziek van de film Anna, Amerikaanse editie van MGM.

Vanwege de verkoop vervangt de Amerikaanse markt de onbekende baión door de goed in de markt liggende rhumba. 

Nanni Moretti brengt in Caro Diario (1993) de ultieme ode aan Silvana Mangano. Kort daarvoor was ze overleden. Mogelijk kende hij de song zowel als citaat uit Cinema Paradiso (1988) van Giuseppe Tornatore (als in Anna met spanning tussen kerk en wereld) als uit het culturele geheugen van Italië:

Hoe komt het dat kunst doet wat religie nalaat?

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Volgens columnist Hizir Cengiz is kunst de geslaagde en succesvolle versie van religie. Religie zou blijven hangen in verstarring. Kunst zou doen wat religie nalaat. Ik ben het met hem eens.

Maar dan moeten we religie en kunst wel eerlijk vergelijken. Want kunst kent vele varianten die ook lijden aan verstarring. En religie kent nieuwe, levendige, eigentijdse varianten, zoals de tegen de satire aanleunende Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Die nieuwe godsdiensten worden trouwens door de gevestigde godsdiensten en de verdedigers ervan niet tot de religiemarkt toegelaten. Daar worden zelfs de hoogste juridische middelen van de staat voor uit de kast gehaald.

Die verdedigende reflex ontstaat om de belangen van de traditionele godsdiensten te beschermen en het vooroordeel te onderstrepen dat een godsdienst belegen is en zich in de tijd bewezen moet hebben. Wellicht speelt ook mee dat de verdedigers van traditionele religie menen dat conventies en regels onmisbare pijlers onder de samenleving zijn.

De verklaring waarom kunst slaagt waar religie faalt ligt voor de hand. Kunst en religie putten uit dezelfde bron van het drama en de rituelen. Het zijn menselijke, creatieve constructies die proberen de zinloosheid, de leegte en de eindigheid van het leven op afstand te houden. Kunst slaagt daar beter in omdat het meegaander en buigzamer is. Kunst hoeft immers zichzelf niet te bestendigen.

Kunst is veelgelaagd en gefragmenteerd en kan zich voortdurend vernieuwen. Stromingen volgen elkaar op en kunstenaars becommentariëren elkaars werk. Er bestaan weliswaar kunstinstellingen die hun eigen voortbestaan belangrijk vinden, maar die bepalen niet wat de veelgelaagde kunst is.

Het tweeledig doel van de beeldbepalende monotheïstische godsdiensten verklaart grotendeels de verstarring. Want naast zingeving (‘de binnenkant‘) moeten godsdiensten door belangenbehartiging, het uitschakelen van rivalen, fondsenwerving, en marketing en publiciteit continu werken aan hun eigen voortbestaan (‘de buitenkant‘). Met ook nog eens het risico dat de buitenkant door wereldse leiders wordt gekaapt. Dat gevecht om continuering leidt tot starheid en verstijving. 

Schermafbeelding van deel artikelKunst doet wat religie nalaat‘ van Hizir Cengiz in de Kanttekening, 14 september 2022.

Cengiz eindigt zijn commentaar met de persoonlijke noot dat hij nimmer vraagtekens bij zijn religie mocht plaatsen, want dat was ‘des duivels, bijna blasfemie‘. Dat is een juiste constatering van hem. Verstarring is onlosmakelijk verbonden met traditionele godsdienst. Het is er zelfs een bestaansvoorwaarde van. De vraag naar eigen ontstaan en herkomst is binnen traditionele religies een taboe. Die vraag mag niet gesteld worden. Terwijl in de kunst per definitie geen enkele vraag taboe is. Dat verklaart het verschil tussen kunst en religie.

In februari 2022 stelde ik in het commentaarOmarm secularisatie. Beschouw kerken als culturele instellingen. In ruil voor subsidie kunnen ze hun politiek-maatschappelijke claim op de samenleving inruilen‘ over wegkwijnende kerken die door de ontkerkelijking niet meer onderhouden kunnen worden dat religieuze organisaties voortaan opgevat zouden moeten worden als culturele organisaties.

Het verschil tussen kunst en religie is historisch, dramatisch en functioneel minder groot dan het lijkt. Door de eeuwenlange dominantie van religie zijn ze uit elkaar gegroeid en is de overeenkomst uit zicht geraakt. Nu in West-Europa het belang van religie afneemt en kunst zich dynamisch handhaaft is het moment gekomen om ze weer als twee kanten van dezelfde medaille te gaan beschouwen.

Betrapte tijd: drie foto’s van Emile Henri t’Serstevens (1890-1933)

Emile Henri t’Serstevens, Boten op het strand ([Knokke-Heist], 1890-1933.

De foto’s in de digitale collectie van BALaT (Belgian Art Links and Tools) van de Belgische (amateur)fotograaf Emile Henri t’Serstevens (1868-1933) zien er akelig donker uit. De hier gekozen foto’s lichten gelukkig scherp op. Wikipedia voegt over t’Serstevens toe: ‘Samen met zijn echtgenote Marie Dastot (1870-1943), was hij meer dan 30 jaar werkzaam als artistiek fotograaf.

De foto’s geven een tijdsbeeld van een periode waarin nog niet veel werd gefotografeerd. Dat was eind 19de eeuw voorbehouden aan een kapitaalkrachtige elite. De bomschuiten op het strand van Knokke-Heist doen denken aan de boten op het strand van Scheveningen op Hendrik Willem Mesdags Panorama Mesdag (1881). De uitsnede lijkt onzorgvuldig gekozen.

De titel van de volgende foto verraadt de afstand tussen de fotograaf en zijn object: ‘Werkende arbeiders op een plein in Middelburg‘. Is dat ‘werkende arbeiders‘ niet dubbelop? Deze foto is van historisch belang omdat door de Duitse artilleriebeschietingen van 17 mei 1940 de binnenstad van Middelburg grotendeels door brand werd verwoest. De twee vrouwen rechts kijken nieuwsgierig naar de fotograaf. Ze worden blijkbaar graag op de korrel genomen. Als ze al beseffen wat hier aan de hand is.

Emile Henri t’Serstevens, Werkende arbeiders op een plein in Middelburg [Nederland], 1890-1907.

De foto van de marcherende militairen is ontroerend door de tegenstelling met de twee kinderen langs de kant van de weg. Zijn ze geïmponeerd en beseffen ze wat ze zien? Dit raakt aan het zinnebeeld van het militaire bedrijf als schuldig. De observerende kinderen vormen een rustplaats waar de foto even bij stilstaat. Het is de verdienste van de fotograaf dat we dit zien met zijn ogen.

Emile Henri t’Serstevens, Défilé de soldats à Saint-Gilles [Brussel], 1891-1933.

Britse politie verwijdert demonstranten tegen monarchie

Wat is het goede moment om een discussie over de afschaffing van de monarchie te houden? Dat ligt eraan wie daar een mening over mag geven. Voor de voorstanders, zoals de Australische premier Anthony Albanese, is er nooit een goed moment. Voor de tegenstanders is er nooit een verkeerd moment om het daar met elkaar over te hebben.

Zij menen dat de wisseling van monarch een voor de hand liggen moment is. Maar de tegenstanders menen daar weer een gebrek aan respect voor de gestorven monarch in te zien. Zo blijkt er nooit een geschikt moment te zijn voor een publiek debat over de afschaffing van de monarchie. De voorstanders willen dat alles bij het oude blijft. Toch is er reden voor een debat. Uit onderzoek blijkt dat slechts 33% van de 18- tot 24-jarige Britten voorstander van de monarchie is.

In het Verenigd Koninkrijk worden demonstranten tegen de monarchie met zachte hand afgevoerd en met hun protestbord “Not My King‘ of ‘Abolish Monarchy‘ uit het straatbeeld verwijderd. Daar komt veel kritiek op in een land dat zegt de vrijheid van meningsuiting te garanderen en meent een democratie te zijn. Demonstranten wordt de mond gesnoerd.

Of dat staand overheidsbeleid is of improvisatie van individuele politieagenten is de vraag. Heeft de Britse politie een instructie van Binnenlandse Zaken, de Home Office gekregen om demonstranten op te pakken? Zo nee, op welke wet of regel baseert de politie zich dan bij het wegvoeren van de demonstranten.

In Nederland gebeurde op 30 april 2013 op de Dam in Amsterdam hetzelfde. Demonstranten tegen de monarchie werden zonder goede reden door de hoofdstedelijke politie afgevoerd.

In onderstaande video wordt volop geprojecteerd. De nieuwe Koning Charles III wordt de gedachte in de mond gelegd dat hij ontdaan zou zijn over het oppakken van de demonstranten. Presentator en jarenlange BBC-journalist Andrew Marr die nu voor LBC werkt nam het op voor de demonstranten. Of het feit dat zijn voice-over in de necrologie van Koningin Elizabeth II die de BBC uitzendt door een ander is ingesproken te maken heeft met zijn relativering van de monarchie of zijn afscheid van de BBC is de vraag.