Kunstenaars roepen op subsidie te stoppen van Centrum voor Chinese hedendaagse kunst (CFCCA) in Manchester dat racistisch ‘wit’ zou zijn

Artist Residency Studio during an open studio session. Photo by Arthur Siuksta. Credits: CFCCA, Manchester.

Identiteitspolitiek in de kunst biedt voor allen opties om stelling te nemen. Voor of tegen. Identiteitspolitiek gaat onlosmakelijk samen met beschuldigingen. Tegen de aantijging ‘racisme’ is geen verdediging mogelijk als de beschuldiging niet omschreven, laat staan onderbouwd wordt. In de praktijk wordt de beschuldiging nonchalant tegen de muur gegooid en overgenomen door sociale media. Dat is doorgaans voldoende om in de publiciteit de zaak te winnen en een beschuldigd individu of instelling te beschadigen of zelfs uit de kunstsector te verbannen.

Nuance wordt niet gezocht, verbinding wordt uitgesloten, verschillen mogen niet bestaan en intolerantie is immens. De identiteit van de kunstenaar verdringt de identiteit van de kunst.

Neem het geval in het Engelse Manchester van het Centre for Chinese Contemporary Art (CFCCA). In september 2020 heeft de CFCCA zeven kunstenaars benoemd tot lid van een werkgroep om kwesties rond gelijkheid en inclusie aan te pakken. De instelling heeft vele beleidsstukken geproduceerd over deze aspecten. De zeven kunstenaars met Chinese wortels beschuldigen nu in een open brief deze instelling van racisme. Of erger nog ‘institutioneel racisme’. Wat ze eronder verstaan is onduidelijk. Ze preciseren niet wat hun opvatting van racisme is.

Ook roepen de kunstenaars de subsidiegever op om de subsidie in te trekken. Dat is feitelijk een oproep om het bestaan ervan te beëindigen. Zie hier een artikel in The Guardian voor de details.

Identiteitspolitiek bijt steeds vaker in de eigen staart. Een feminist hoeft geen vrouw te zijn, iemand die opkomt voor een etnische of seksuele minderheid hoeft geen lid van die minderheid te zijn en iemand die opkomt voor de Chinese zaak hoeft niet van Chinese afkomst te zijn. Ofschoon de meest radicale actievoerders daar anders over denken. Ze menen in hun denken dat opvallend overeenkomt met de uitgangspunten van de historische apartheid dat grenzen tussen groepen niet vloeiend zijn en groepen zich niet moeten en kunnen vermengen.

Het lijkt er sterk op dat deze zeven kunstenaars het feit dat witte mensen het management van het CFCCA vormen al een blijk van racisme vinden. Terwijl het vermoedelijk eerder een gevolg van een traditionele kunstpolitiek is in een land waar een witte meerderheid het eeuwenlang voor het zeggen heeft gehad. Dat sijpelt door in de kunsten. Dát moet hervormd worden om de kunst bij de tijd te brengen, zonder dat grove middelen als de beschuldiging van racisme ingezet hoeven te worden. Die overigens de emancipatie van minderheden eerder vertragen dan versnellen. Hoewel enige politieke druk de verandering kan dienen. Maar onredelijke druk roept weerstand op en leidt af van de zaak.

Juist daarom is de vraag wat de intentie van activisten is. Wat willen ze bereiken? Als de emancipatie van de groep waarvoor ze zeggen te spreken de hoofdzaak is, dan valt te betwijfelen of ze de meest doelmatige methode gebruiken om die emancipatie dichterbij te brengen.

De gevoeligheden zijn groot. De tenen zijn erg lang. Ineens gaat het niet meer over kunst, maar over de identiteit van de kunst. En ineens gaat het zelfs niet meer over de identiteit van de kunst, maar over de identiteit van de kunstenaars.

Net zoals beleidsmakers kunst voor hun karretje willen spannen als ze plannen laten maken over stedelijke ontwikkeling, stadspromotie, emancipatie, sociale cohesie, propaganda, vercommercialisering en alle verschijningsvormen die kunst niet als autonoom erkent zo spannen de doorgaans links-radicale kunstenaars, pseudo-kunstenaars, studenten of beroepsactivisten kunst voor hun karretje. Ze eigenen zich de kunst toe alsof ze er eenzijdig het laatste woord over hebben.

Beleidsmakers die de status quo vertegenwoordigen en activisten die de status quo willen wijzigen zijn twee kanten van dezelfde medaille. De politisering van de kunst door links-radicale activisten is even ongewenst als de aanwending van kunst als politiek instrument door beleidsmakers.

Hoewel de negatieve effecten van de identiteitspolitiek in de kunst doorsijpelen in de publieke opinie doen de media daar terughoudend verslag van. Dat verlengt de grip van de activisten op de kunst en is ongewenst. Mede omdat het indirect een vrijbrief geeft aan de beleidsmakers om de autonome positie van de kunst verder uit te kleden. Het beschadigt de positie van de kunst van twee kanten.

Installatie ‘Cliffhanger’ van kunstenaarscollectief Steinbrener/ Dempf & Huber geeft kritiek op massa-toerisme

Kunst wordt door beleidsmakers vaak ingezet voor andere doelen. Neem regionale kunstfondsen die het niet gaat om de versterking van het ‘kunstsysteem’ of ‘kunstklimaat’, maar om versterking van de sociale cohesie of de maatschappelijke inbedding of hoe dat in sociologische modetermen heet.

Kunst die ingezet wordt voor stadspromotie en toerisme is ook zo’n heilloze combinatie waarin de (functie van) kunst verdwijnt. Beleidsmakers zijn er dol op. Kunstenaars en kunstliefhebbers verfoeien het.

Hoe kunnen kunstenaars protesteren tegen het misbruik van de kunst? Een aardige case is de installatie of Kunstintervention ‘Cliffhanger’ in een Oostenrijks natuurgebied. Bij de Mira waterval in het Naturpark Ötscher Tormäuer, ten zuidwesten van Wenen. Het is kritiek op het massa-toerisme.

De installatie is op te vatten als interventie van kunstenaars en als een interventie tegen toeristen om ongestoord selfies te kunnen maken in dit niet langer ongerepte natuurgebied.

De installatie van het Oostenrijkse kunstenaarscollectief Steinbrener/ Dempf & Huber bestaat uit een grote rode nep-deuropening met daarboven het bord ‘Tourist Information’. Na drie jaar voorbereiding en 13 jaar na het eerste ontwerp, werd het project “Cliffhanger” op 18 september 2020 in de Ötschergräben geopend. In een steile wand naast de Mirafall werd de gevel van een bedrijfspand geplaatst.

Cliffhanger van collectief Steinbrener/ Dempf & Huber bij de Mirafall, Ötschergräben, N.Ö.
18. September 2020 – September 2021

De opzet van het kustenaarscollectief is naar eigen zeggen maatschappijkritiek: ‘De verovering van het landschap en het voortdurend verleggen van de grenzen van de beschaving – ook door toerisme – worden hier met spectaculaire middelen in beeld gebracht. Het massatoerisme, dat de afgelopen jaren steden en regio’s vaak tot decor voor hun bezoekers heeft gemaakt en hun bewoners tot figuranten heeft gemaakt in hun eigen omgeving, wordt nu zelf getroffen door het coronavirus. De radicale praktijken in recreatiegebieden om de winst te maximaliseren ten koste van de lokale bevolking en de natuur lijken minstens één keer te zijn onderbroken’.

Een toelichting bij een YouTube-video over ‘Cliffhanger’ van 16 juni 2021 op nieuwssite Zenger zegt dat de installatie die ‘controversieel’ wordt genoemd in september 2021 zal worden verwijderd vanwege klachten van toeristen ‘omdat het het uitzicht op de pittoreske plek heeft verpest’. Deze reactie sluit exact aan bij wat het kunstenaarscollectief ermee beoogde. Daarom lijkt de reactie bijna te mooi om waar te zijn en er onlosmakelijk onderdeel van te zijn. Niet toevallig noemen Steinbrener, Dempf & Huber in de beschrijving van dit project ook als einddatum september 2021.

Florian Schublach, het hoofd van het natuurpark, gaf opdracht tot de installatie. Hij noemt het nog steeds “een heel goed idee“. Maar dan komt het: “Het was niet bedoeld als een populaire attractie. Het was bedoeld als het tegenovergestelde van een populaire attractie. Het was niet opgezet om veel mensen daarheen te laten gaan, eerder andersom.” Het valt te raden wat dat ‘eerder andersom’ betekent. Kiest hier een beleidsmaker de kant van de kunstenaar?

Katholieke Democratische politici hebben ruzie met conservatieve bisschoppen over abortus

Scheramfbeelding van deel artikel ‘US Catholic Bishops Move Toward Denying Biden Communion in Political Decision Violating Vatican Direction’ op New Civil Rights Movement, 18 juni 2021.

Het is verbazingwekkend hoe conservatieve kerkleiders belang hechten aan abortus en dat zien als een middel om politiek te bedrijven. Amerikaanse conservatieve bisschoppen gaan in de richting om Democratische politici die abortus toestaan de heilige communie te ontzeggen. Zonder dat deze politici daar in alle gevallen persoonlijk voor zijn. Bovenstaande mensenrechtensite rubriceert deze actie van de conservatieve bisschoppen onder religieus extremisme.

Democratische politici reageren weer op de dreiging, die vooral gericht lijkt op de katholieke president Biden. Tijdens het presidentschap van Trump hebben witte Amerikaanse kerkleiders van katholieke en protestante huize zich verregaand gecorrumpeerd door Trumps politieke koers te steunen die in veel gevallen haaks stond op de uitgangspunten van het evangelie. Ze hebben zich door Trump laten radicaliseren en hebben zich in veel gevallen vervreemd van hun achterban.

Het Vaticaan wijst deze politisering af, maar de conservatieve Amerikaanse bisschoppen lijken in hun politisering en terechtwijzing van president Biden niet te stoppen. Dat is des te opvallender omdat ze in gevallen van overspel of nog erger door Republikeinse politici in het verleden nooit actie ondernamen. Pas bij abortus komen ze in actie. Dat is opvallend.

De opstelling van de conservatieve bisschoppen gaat niet alleen in tegen de scheiding van kerk en staat die in de VS door Framers als Thomas Jefferson is geformuleerd maar is vooral het bedrijven van selectieve politiek die eenzijdig focust op abortus.

Wellicht is het te simpel om als buitenstaander die zich niet door religie laat inspireren en het als een grappige poppenkast ziet te denken dat de reactie op het conservatisme van de bisschoppen de verkeerde is. De georganiseerde godsdienst bestaat uitsluitend dankzij gelovigen die er zich ondergeschikt aan maken en het gezag van de kerkleiders erkennen.

Daarom is het verstandiger dat gelovigen niet zozeer aangeven van mening te verschillen met kerkleiders, maar publiekelijk verklaren het gezag van de katholieke kerkleiding niet meer te erkennen. Dan valt de bodem onder de kerk weg.

Democratische politici zouden zich sterk kunnen maken voor de oprichting van een progressieve katholieke gemeenschap in de VS, zoals die ook binnen evangelische kerken bestaat. Vooral, maar niet uitsluitend binnen zwarte gemeenschappen. Progressieve politici hebben niks te zoeken binnen een conservatieve katholieke beweging die zelfs tegen het advies van het centrale gezag van het Vaticaan ingaat.

Tegelijk kan dan eindelijk eens schoon schip worden gemaakt met het onrecht van het kindermisbruik binnen de katholieke kerk en de daaropvolgende pogingen van de bisschoppen om dat in de doofpot te stoppen. Dat gaat tot op de dag van vandaag door en is nog steeds niet correct afgehandeld. De bisschoppen blijven obstructie plegen en erkennen de rechtsstaat niet volmondig.

Het is opvallend hoe progressieve Democratische politici zich door conservatieve bisschoppen laten gijzelen en niet de stap nemen om uit de betovering van het religieuze Stockholm-syndroom te stappen. Het ontnemen van hun machtsbasis lijkt vooralsnog de enige stap om de conservatieve bisschoppen de voet dwars te zetten.

BBC over standbeeldenoorlog in Bristol van 2020 met burgemeester Marvin Rees die manoeuvreert tussen links en rechts

Met verbazing, bewondering maar ook met open vragen die niet beantwoord worden heb ik gekeken naar de documentaire ‘Statue Wars: One Summer in Bristol‘ van de BBC over de City Mayor van het Engelse Bristol Marvin Rees (Labour). Hij is van gemengde afkomst met een witte moeder en zwarte vader. Hij vertelt dat hij in armoede is opgevoed. Zijn claim dat hij de eerste zwarte burgemeester van Europa is klinkt te ongeloofwaardig om waar te zijn en is dan ook onjuist.

Aanleiding voor dit verslag met veel talking heads en meer journalistieke dan cinematografische ambitie was de reactie op de moord in de VS op George Floyd. Om die reden is het de vraag of het wel een documentaire genoemd kan worden. Het meer neutrale verslag past beter.

Een verslaggever van het lokale BBC Bristol die Rees interviewt krijgt volop kritiek voor wat door Rees en zijn medewerkers insinuerende en weinig constructieve vragen worden gevonden. Door dit in het verslag op te nemen versterkt de BBC het beeld dat het objectief handelt.

Op 7 juni 2020 werd in Bristol het standbeeld van slavenhouder George Colston door een menigte van zijn voetstuk gehaald en in de haven gekieperd. Het was wereldnieuws. Dat wordt getoond. Rees wordt geïnterviewd door de New York Times en belangrijke media. In de naweeën van de zaak Floyd.

Het verslag gaat erover hoe Rees met zijn team de stad bij elkaar probeert te houden. Dat is de mantra die hij herhaalt. Colston is in Bristol een belangrijke historische figuur en stond voor velen eerder bekend als filantroop, dan slavenhouder. Dat is sinds juni 2020 veranderd. Vele instellingen die zich tooiden met de naam Colston hebben inmiddels een minder beladen naam gekozen.

Interessant zijn de overwegingen van Rees en zijn team om de radicalen aan beide zijden van dit conflict de wind uit de zeilen te nemen, zonder ze het recht op demonstratie te ontnemen. Het wordt met zoveel woorden manoeuvreren genoemd.

Het beeld dat ontstaat is dat hier een bestuurlijk leider in optima forma binnen de betrekkelijk kleine marges die hij heeft met politiek handwerk, geloof in zichzelf, een fijnzinnige antenne en ‘verbindend’ handelen aan het werk is. Dit verslag valt op te vatten als voorbeeld van zijn dynamische mediabeleid waarmee hij zich ook landelijk profileert voor Westminster.

Het gaat dus om het zoeken van de verbinding tussen activisten die opkomen voor de doelstelling van Black Lives Matter (BLM) en degenen die vinden dat met het protest de geschiedenis en de eigenheid van de stad Bristol geweld wordt aangedaan. Die balanceert tussen radicaal links en rechts gaat lange tijd goed, maar ontspoort uiteindelijk toch in maart 2021. Het thema is te groot.

Opvallend is hoe het verslag is ontdaan van verwijzingen naar de partijpolitieke achtergrond van de hoofdpersonen. Dat hindert het begrip, hoewel hun opereren op het oog aardig overeenkomt met hun partijpolitieke achtergrond. Men vraagt zich af of het feit dat dit niet vermeld wordt te gevoelig ligt voor de BBC die politiek toch al zo onder druk ligt door voortdurende kritiek van de Tories.

Marvin Rees is een sociaal-democraat uit het midden van het politieke spectrum die door BLM-activisten geframed wordt als verrader van de zwarte zaak. Rees’ antwoord daarop is dat hij er niet voor zichzelf of zijn achtergrond zit, maar voor de stad. Cleo Lake is zijn linkse tegenpool en zet zich als raadslid van de Green Party bewust in voor de zwarte zaak. Zij verwijt Rees te weinig te doen aan de gevolgen van de slavernij en in de oorlog over de standbeelden geen partij te willen kiezen.

In de laatste, uitgestelde verkiezingen van mei 2021 werd Rees herkozen als burgemeester, maar werd Labour bijna ingelopen door de Groenen. Die spanning tussen Lake en Rees is voelbaar als ze in een digitale vergadering op elkaar reageren. Ze zijn politieke rivalen die het oneens zijn over de aanpak van de standbeeldenoorlog. Maar ze hebben ook verschillende verantwoordelijkheden. Dat maakt duidelijk wat praktische politiek inhoudt en wat de grenzen en voorwaarden ervan zijn. Dat inzichtelijk maken is de grote verdienste van ‘Statue Wars: One Summer in Bristol‘.

Video’s met Granate Vienna zijn een levenszaak

Granate Vienna kan als geen ander de leegte verbeelden. Dat doet ze onbeschroomd in haar video’s van doorgaans enkele minuten lengte die ze op haar YouTube-kanaal plaatst. Soms 35 op een dag. Op de site patreon.com waar volgens eigen zeggen de verdiensten (van velen) zijn opgelopen tot 2 miljard dollar laat ze tegen betaling meer van zichzelf zien. Voor liefhebbers van deze frivole chic.

Granate Vienna is omhulde leegte die telkens anders, maar toch hetzelfde uitgedost wordt. Zoals Granate leest niemand een boek. Of dat Russisch, Duits of Engels is, ze weet de indruk te wekken dat het aan haar niet besteed is. Alles is een attribuut, gedachteloos en verstard.

Over zichzelf zegt ze op haar YouTube-kanaal: ‘Hallo, ik ben Granate, het eenvoudige buurmeisje, die zich aan jou voorstelt. Ik hou ervan om me voor elke gelegenheid een beetje anders te kleden dan andere meisjes, ik hoop dat je mijn stijl leuk zult vinden. Al mijn video’s zijn geproduceerd door mijn geliefde echtgenoot, en ze zijn natuurlijk zonder enige technische of optische verbeteringen. In dit kanaal zul je me zien zoals ik ben. Ik wil graag veel momenten uit mijn dagelijks leven met je delen, ik hoop dat je geniet van deze “reality soap”‘.

Botox, benen en borsten, dat is Granate’s manier van werken. Haar uitrusting. Ze wandelt in het openbaar op haar witte, blauwe of zwarte leren laarzen door musea, parken, kastelen en straten van Wenen en omgeving. Het perspectief van Granate is het perpectief op Granate. Ze is een zwaar gestileerde stokfiguur in wie de contouren haar kader zijn. Granate is absurd theater dat blijft steken in de eerste akte waarvan de clou is dat het telkens weer opnieuw begint.

Granate Vienna is een over de top geproduceerde selfie voor wie de term narcisme tekortschiet omdat haar zelfbewondering een verdienmodel is.


Valt er aan de reeks video’s van Granate een conclusie te verbinden over de tijdgeest, de arbeidsmigranten die van Oost- naar Centraal-Europa trekken of sociale media die dol in hun eigen bubbel ronddraaien? Moellijke zaken dus. Ongetwijfeld, maar het voegt weinig toe aan het verhaal dat zij en haar echtgenoot ons willen doen geloven. Ze verdienen hun brood door te herhalen waar ze goed in zijn. Tot vervelens toe.

Door het perspectief op Granate valt al het andere weg. De megalomanie maakt het aandoenlijk omdat de worsteling erachter en de wanhoop om de maatschappelijke mislukking uit de weg te gaan erin doorschemeren. De stilering van de BV Granate Vienna is een levenszaak.

Gedachten bij foto [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska], 1938

John Vachon, [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska].1938. Collection: Library of Congress.

De collectie van het Library of Congress bevat duizenden foto’s van John Vachon uit de periode van kort voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Uit zijn cv blijkt dat hij als fotograaf werkte voor regeringsprogramma’s (Farm Security Administration en the Office of War Information), bedrijven, de VN en tijdschriften. Eruit blijkt het beeld van een modern, goed georganiseerde VS met een prima logistiek en industrie.

Maar ook met een platteland dat is achtergebleven. De achterblijvers worden niet vergeten en komen in beeld. Dat paste in de sociale programma’s van de New Deal van president Roosevelt. Dat moest aan het publiek getoond worden.

Deze foto uit 1938 is minder gericht op het benadrukken van de grootsheid van de VS. Hoewel door het benadrukken van het ontbreken ervan indirect die grootsheid toch het uitgangspunt blijft. indirect wordt hier iets gezegd.

De titel die geen titel is verwijst ernaar dat het ‘mogelijk’ om reintegratie gaat, want zo moet hier het woord rehabilitation opgevat worden. Tewerkstelling onder toezicht. Andere foto’s van Vachon uit Lancastar County, Nebraska, 1938 zoals deze maken dat inzichtelijk.

Drie meisjes staan met hun gezicht afgewend. Ze staan er schuchter bij en worden niet herkenbaar in beeld gebracht. De foto roept de vraag op wat ze op hun kerfstok hebben. De oudere vrouw in het midden is zelfverzekerder, maar evenmin herkenbaar. Dat komt omdat ze tegen de zon in kijkt en de hand voor de ogen houdt. Wordt er op iets of iemand gewacht en kijkt ze of het al opschiet?

De auto’s op de achtergrond suggereren dat de meisjes naar dit verzamelpunt zijn gebracht. Ze hebben geen koffers bij zich. De foto legt een netwerk van relaties bloot dat over Lancaster County ligt waarin de meisjes zijn gevangen. Of neutraler gezegd, volgens welke ze mogen bewegen. Waar gaan ze heen? En waar komen ze eigenlijk vandaan?

Het is knap dat een zo op het eerste oog wat terloopse, onverschillige foto die niet probeert in de smaak te vallen deze associaties oproept. Let op de vrouw rechts die half in het frame staat. Ook als ze niks met de werkelijkheid van 1938 te maken hebben. Maar het is aannemelijk dat het zo is. De foto is een zeer kort verhaal waardig.

GB News is reactie op woke gedachtengoed en experiment van gematigd conservatisme als dam tegen antidemocratisch rechts

Vandaag wordt in het Verenigd Koninkrijk een nieuwe nieuwszender gelanceerd: GB News. Hier zijn de details te lezen. In een uitgebreid artikel in De Volkskrant noemt Patrick van IJzendoorn het ‘het nieuwste wapenfeit in de conservatieve opstand tegen woke gedachtengoed‘ (achter betaalmuur). De zender zal In Nederland via sociale media te zien zijn.

Als de lancering van deze nieuwszender een reactie is op de radicalisering van de samenleving, dan is het de vraag hoe radicaal het zelf zal worden. Van IJzendoorn geeft aan dat GB News in de politieke koers vermoedelijk gaat voor een gematigd conservatisme waar geen ruimte zal zijn ‘voor samenzweringstheoretici en verspreiders van foutieve informatie‘. GB News ontkent dat en noemt zichzelf pluriform en onpartijdig. Maar velen zien het als het rechtse alternatief van de BBC.

GB News leunt niet tegen Amerikaans alt-right en de grote leugens van Donald Trump. Dat is het soort gematigd conservatisme dat binnen de normen van de democratische rechtsstaat blijft en in de VS binnen de Republikeinse partij is gemarginaliseerd of uitgespuugd. Of GB News die gematigde koers kan vasthouden zal de uitdaging voor deze zender zijn. Want radicalisering in het mediaklimaat is een wetmatigheid die vele media treft die onder invloed van het brede publiek staan.

GB News profileert zich als het antwoord op het woke gedachtengoed. Een tegenoffensief. Voor degenen die met dat laatste niks hebben kan dat een goede ontwikkeling zijn mits GB News niet radicaliseert. Woke is net als de alt-right beweging een in oorsprong Amerikaanse invloed die in snelle tijd geradicaliseerd is. Deze bewegingen hebben de afgelopen vijf jaar veel maatschappelijke schade aangericht en delen van de samenleving tegen elkaar opgezet. Dat heeft het maatschappelijke klimaat er niet beter op gemaakt. De tolerantie en ontspanning in de samenleving zijn erdoor afgenomen.

Vraag is of de eenzijdigheid van het woke gedachtengoed dat resulteert in intolerantie, spreekverboden en een ver doorgevoerde versie van identiteitspolitiek door een zender als GB News teruggedrongen en geneutraliseerd kan worden of dat uiteindelijk het middel erger zal blijken dan de kwaal. Men mag best cynisch zijn over de initiatiefnemers van GB News, zoals journalist Andrew Neil, die een geldingsdrang kunnen hebben die niet gelijk op gaat met de politieke zaak waar ze zeggen voor te gaan.

De paradox is dat het traditionele conservatisme wereldwijd op de terugtocht is terwijl het brede publiek denkt dat het in opkomst is. Dat komt omdat het wordt verward met rechts-radicalisme of Trumpisme. Die verkeerde beeldvorming komt door onbegrip bij media en misleiding door publieke personen als Thierry Baudet die zich ten onrechte conservatief noemen. Hij is een CINO (Conservative in name only).

Een andere paradox is dat gematigd conservatisme in tot op het bot verdeelde landen als de VS op dit moment wel eens de beste verdediging zou kunnen zijn tegen de opkomst van het anti-democratische rechts-radicalisme dat buiten de democratie en de rechtsstaat treedt en verkiezingen niet meer erkent. Daarom moet GB News niet op voorhand kritisch bejegend worden, maar de kans geboden worden om zich te positioneren aan de rechterkant van de democratie.

Dat dit initiatief van GB News ontstaat in het Verenigd Koninkrijk is niet toevallig omdat het aansluit bij de conservatieve partij die overigens onder Johnson mede door de Brexit is geradicaliseerd en niet gematigd meer valt te noemen en waar het woke gedachtengoed sterk aan invloed heeft gewonnen.

GB News wil op termijn uitbreiden naar Spanje en Oost-Europa. Voor Spanje met een vanouds, maar nu wat weggezakte conservatieve beweging is dat begrijpelijk, maar voor Oost-Europa minder. Daar is de rechterkant van het politiek spectrum al verregaand geradicaliseerd. Hoe kan een gematigd conservatief GB News daar nog bij aansluiten?

Het is dus de vraag hoe stabiel GB News op koers kan blijven zonder in Trumpiaans, rechts-radicaal antidemocratisch gedachtengoed terecht te komen. Als GB News een succes wordt, dan zullen sponsors als de Amerikaanse Robert Mercer of Charles Koch of de Australische mediatycoon Rupert Murdoch zich er als gieren op storten en door er een belang in te nemen hun eisen stellen. Over radicalisering en steun voor het bedrijfsleven. De hoop dat GB News geen succes wordt is echter evenmin gewenst omdat het experiment van een gematigd conservatieve zender die een dam tegen het illiberale recht-radicalisme opwerpt als proef ook voor andere landen interessant is.

Willem-Alexander is de beste dubbelganger van zichzelf. Hij en de familie Van Oranje zijn niet wat ze beweren te zijn

Hoe noem je een lookalike of dubbelganger die totaal niet lijkt? Een plaatsvervager? Artiestenbureau JB Productions maakt publiciteit voor iemand van wie het claimt dat die op koning Willem-Alexander lijkt. Naar eigen zeggen was hij te zien in campagnes voor De Staatsloterij, Ter Stal, Toto, Burger King en Albert Heijn. Artiestenbureau JB Productions zegt over zichzelf ‘al 32 jaar uw partner voor het boeken van artiesten, winkelcentrum promotie, huren van attracties, kindershows en Sinterklaas entertainment en Kerst entertainment‘ te zijn.

De tragiek van het Nederlandse koningshuis is dat koning Willem-Alexander de beste dubbelganger van zichzelf is. Het verschil tussen schijn en wezen is immens. De kloon van Artiestenbureau JB Productions komt niet in de buurt van wat Willem-Alexander is.

Het kenmerk van de Nederlandse monarchie is de gespletenheid ervan. Een voorbeeld daarvan is de omgang met kunstbezit dat goed de mentaliteit verraadt. De koninklijke familie claimt belang te hechten aan kunst en als vertegenwoordiger daarvan heeft het de kunstminnende prinses Beatrix naar voren geschoven omdat ze op goede voet zou staan met allerlei kunstenaars. Maar tegelijk liegt, fraudeert, steelt en verkoopt de monarchie op slinkse wijze kunstbezit dat het zichzelf heeft toegeëigend en zeer vermoedelijk rijksbezit is. Dus van u en mij.

Onderzoeksjournalisten van onder meer Zembla en NRC hebben afgelopen jaren misstanden en financiële en juridische scheve schaatsen van leden van de koninklijke familie blootgelegd. Het heeft de Tweede Kamer in beweging gebracht. Want wat rijkseigendom is moet niet door de familie van Oranje ontvreemd kunnen worden.

Het recent verschenen boek Tussen Kunst en Cash van NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os zet de malversaties door leden van het Nederlandse koninklijke huis op een rijtje in het hoofdstuk ‘Familie Van Oranje’. Ook voor iemand die de feiten al kent is voor het aanzien van de Nederlandse monarchie de opsomming vernietigend om te lezen.

Eruit blijkt dat de leden ervan worden gedreven door hebzucht, elk ontbrekend respect voor kunst en erfgoed, de brutaliteit en arrogantie om procedures opzij te zetten en mensen die van hen afhankelijk zijn voor hun karretje te spannen en het totaal gemis aan verbondenheid met de Nederlandse kunst, geschiedenis en samenleving. Het beeld ontstaat dat het eigen welzijn en het spekken van de bankrekening het enige is dat telt voor de familie Van Oranje. Botheid, lompheid en intimidatie van ‘onderdanen’ blijkt een Oranje-traditie te zijn. Die verhuld wordt voor de Nederlanders.

Onrecht kan nooit in zichzelf bestaan. Dat wordt pas mogelijk als anderen het mogelijk maken. In dit geval degenen die óf tegen hun zin onder druk worden gezet door de familie Van Oranje om frauduleus te handelen óf uit vrije wil de nabijheid van de kroon zoeken om daar enig voordeel uit te kunnen halen. Dat houdt in dat de Nederlandse monarchie niks is als de samenleving er afstand van neemt en niet accepteert.

Oranjepropaganda is het tegengif tegen deze kritische houding. De meer populaire media worden door de Rijksvoorlichtingsdienst gemuilkorfd door een mediacode en journalisten van serieuze media worden gefêteerd en uitgenodigd door de monarchie zodat elke neiging om kritiek te hebben door Oranje wordt geneutraliseerd.

Hoe dat werkt en hoe ver die steun kan gaan bleek toen prinses Beatrix in 2013 aftrad en ze werd bewierookt in de media. PowNews noemde toen de ‘Beatrix-journalistiek’: ‘Historisch slechte televisie’. Ribbens en Van Os hebben met terugwerkende kracht met hun boek de eer van NRC gered die de toenmalige Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2013 door zijn kritiekloos pro-Oranje mediaoptreden te grabbel gooide.

In een commentaar schreef ik op 30 april 2021:

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?'
Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat moet Nederland met een door een artiestenbureau het land ingestuurde slecht lijkende dubbelganger van koning Willem-Alexander die aan het hoofd staat van een controversiële familie, om het neutraal en netjes te zeggen? Het valt het artiestenbureau niet kwalijk te nemen dat het inspeelt op een behoefte die blijkbaar in Nederland bestaat. Het raadsel is waarom de Nederlandse samenleving nog interesse wil tonen in een familie die de kantjes er zo afloopt. Als het een gewone familie was geweest waren ze allang aangeklaagd en veroordeeld wegens wangedrag.

Journalist Givara Budeiri mishandeld door Israëlische politie

De journalist van Al Jazeera Givara Budeiri doet haar verhaal. Ze verliet het ziekenhuis op zondag na behandeling voor verwondingen opgelopen tijdens haar arrestatie door Israëlische troepen de dag ervoor, aldus een bericht van Al Jazeera. Haar linkerhand was gebroken toen ze zaterdag werd gearresteerd terwijl ze verslag deed van een demonstratie in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. De Israëlische politie vernietigde ook apparatuur van Al Jazeera-cameraman Nabil Mazzawi.

Haar arrestatie werd scherp veroordeeld door voorstanders van persvrijheid en mediawaakhonden. Het past in een patroon van de inperking van de persvrijheid en het verdachtmaken van journalisten. Dat gaat van het verdwijnen van journalisten in autoritaire landen als de Russische Federatie, China, Myanmar of Wit-Rusland, het in de gevangenis gooien van journalisten in landen als Turkije en Indonesië waar nog een greintje rechtsstatelijkheid bestaat tot een westerse democratie waar Geert Wilders in een tweet zegt: ‘Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel‘.

Het breken van de hand van een journalist door de Israëlische politie is een nieuw dieptepunt in de bejegening van journalisten. In alle genoemde categorieën landen lijkt de vrijheid van journalisten om hun werk te doen af te nemen. Dat resulteert respectievelijk in de dood, jarenlange gevangenisstraf, een gebroken hand en mishandeling of een tweet van een ophitsende politicus.

Die ‘strafmaat’ die journalisten overkomt geeft tegelijk de stand van zaken van de rechtsstaat in een land weer. Op die glijdende schaal bestaat het gevaar dat journalisten in Nederland ook mishandeld gaan worden zoals het Givara Budeiri in Israël overkwam. Incidenteel gebeurd dat al, zoals onlangs de kwestie van een fotograaf verduidelijkte die in Lunteren met auto en al de sloot in werd gekieperd. In 2020 verwijderde de NOS wegens intimidatie de logo’s van haar auto’s. In een commentaar omschreef ik het niet zozeer als een knieval van de NOS, maar als ‘een nederlaag voor de nationale veiligheid en de veiligheidsdiensten. Dus voor het gezag van de overheid‘. 

Waarom journalisten in hun werk worden gehinderd is duidelijk. Zeker verslaggevers ter plekke zijn de oren en ogen die de vensters op de democratie open houden. Ze constateren wat politieke leiders verborgen willen houden. Als hun werk onmogelijk wordt gemaakt, dan denken de leiders ongehinderd hun gang te kunnen gaan. Wat inderdaad vaak zo uitpakt. Het is een dubbele gijzeling van de rechtsstaat: journalisten mogen niet controleren hoe de staat functioneert.

Ook onderzoeksjournalisten die door gedegen onderzoek de onregelmatigheden van bedrijven of overheidsdiensten blootleggen kunnen als bedreiging worden gezien. De openbaarmaking van iets dat niet door de beugel kan blijft niet zonder reactie. Dat kan zich tegen de journalistiek keren, doordat de afscherming toeneemt om een volgende onthulling te bemoeilijken. Denk aan de dynamiek van de kwestie van mediapersoonlijkheid Sywert van Lienden die naast de tragische hoofdpersoon het ministerie van Volksgezondheid en de top van het CDA in problemen brengt. Dat wordt de onderzoekers niet in dank afgenomen.

Voormalig president Trump roept sinds 2017 dat media ‘fake news‘ en de vijanden van het volk zijn. Het is een aloude manier van leiders om eenzijdig namens het volk een mandaat op te eisen en de eigen macht te vergroten en de tegenmacht te verkleinen. In de westerse democratieën is er een rechtse minderheid die dat gelooft en op dit moment zijn er gelukkig nog maar weinigen die dat in daden omzetten. Maar het reservoir van ongenoegen tegen media is groot. In autoritaire landen en landen die daarnaar afglijden kunnen journalisten nu al niet meer hun werk doen.

Deze kwestie in een land als Israël is interessant omdat het geen autoritair land is, maar evenmin in de bejegening van genoemde journalist de standaard hanteert die past bij een westerse democratie. Wat voor land Israël is en naar welk zelfbeeld het wil leven zal volgen uit de afloop. Israël kan aan geloofwaardigheid terugwinnen als het dit geval onderzoekt en de agenten ter verantwoording roept voor de mishandeling van een journalist.

De God van Maleisië verdomt kunst

Schilders werken in lagen. Twee, drie, zeven of heel veel. Dat geldt ook voor een muurschildering in Sasaran, Maleisië. Maar wat te doen als kunst bewust of onbewust verkeerd begrepen wordt door scherpslijpers die niks hebben met veelgelaagdheid? Of dat om politieke en/of religieuze redenen is. Hoe reageren kunstenaars daar dan weer op?

Stel dat het gaat om het maken in de openbare ruimte van een muurschildering met daarop personen. Geïnspireerd op Matisse. De etnisch Chinese schilder brengt de huidkleur aan op de ondergrond. Niet om naakt te tonen, maar om de schildering op te bouwen. Het is een gebruikelijke manier van werken.

Maar de islamitische scherpslijpers begrijpen dat niet, willen dat niet begrijpen of zijn gewoonweg bezig om die vermaledijde kunstenaar in een kwaad daglicht te stellen door vanuit hun digitale wereld een rassenrelletje te beginnen. Hun daglicht uiteraard dat niet verlicht wordt door de God van de kunst, maar de God van islamitisch Maleisië.

Zo wordt een controverse geboren. Die bij nader inzien helemaal geen meningsverschil is, maar een verkeerde weergave van de feiten.

De video onderzoekt om niet te zeggen legt bloot wat er gebeurd is. In een combinatie van een ironie en verontwaardiging. Het is absurd als het niet zo triest was. Van niks kunnen kwaadwillenden iets maken. Zonder reden. Lange tenen zijn onzichtbaar, maar er mag niet op getrapt worden. Maar waar lopen ze? Het kan overal gebeuren waar mensen zich snel beledigd voelen.

Kunnen we uit deze ongelukkige episode concluderen dat kunst ertoe doet? Dat valt te bezien, want welbeschouwd gaat het niet over kunst. Eerder om de vrijheid en de mentaliteit die tot kunst leidt. Daar zit het verschil tussen makers en kapotmakers.